Search our collection of 12.025 BOOKS

Author
Title
Publisher
Keywords
Booknr

Search our 2.646 News Items

INDEX AUTHORS


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

We found 21 books

We found 138 news item(s)

Antwerpen Koekenstad
Antwerpse week van de pateekes en Antwerpse week van de chocolade
2 brochures: Antwerpse week van de pateekes + Antwerpse week van de chocolade, resp. 1 februari - 8 februari 2014 en 15 tot 22 februari 2014
€ 10.0

BUY

OLYSLAGER W.A. (rector van het Begijnhof te Antwerpen)
750 Jaar Antwerpse begijnen.
Pb in-8,284 pp., rijkelijk geïll., bibliografie, register. Noteer: Op 15 september 1753 vaardigde keizerin Maria Theresia een edict uit waarbij alle kerkelijke instellingen verplicht werden een lijst in te dienen van al hun onroerende goederen, met opgave van de jaarlijkse ontvangen huurgelden of pachten. Op 15 september 1755 leverde het begijnhof zijn lijst in. (p. 236) Noot Lucas Tessens: In het verdere verloop van de geschiedenis zal haar zoon Jozef II - na inventarisatie door de Kuhlberg - een aantal kloosters afschaffen, de Religiekas oprichten, enz. Tijdens de Franse Revolutie gaat men nog een stap verder en worden alle goederen van kloosters en abdijen genationaliseerd en verkocht als 'nationale goederen'. De kerk van het Begijnhof werd op 30/9/1798 voor 290.000 Livres verkocht aan ene Gobiert, een Brussels opkoper van zwartgoed.
€ 15.0

BUY

PEETERS K.C. Dr (redactie), CRAEYBECKX Lode Burgemeester (Voorwoord bij Deel I), STUBBE A. (voorwoord bij Deel IV), STAD ANTWERPEN
Antwerpen 1860-1960 (= Delen I en II), Antwerpen 1961-1965 (= Deel III), Antwerpen 1966-1970 (= Deel IV)
Uitgave werd gestart als begeleidend werk bij de tentoonstelling in de Stadsfeestzaal van 15/10/1960 tot 13/11/1960 (gratis toegang, 138.300 bezoekers).
DEEL I: Originele kartonnen cover, 544 pp. + 80 pp. buitentekstfoto's in ZW. Statistieken over deze periode, grafieken, kaarten, chronologieën, straatnamenregister. Met plannetje van de opstelling van de standen in de Stedelijke Feestzaal.
DEEL II: verscheen in 1962 en telt 336 pp. + 24 buitentekstplaten. Het bevat ook de errata en de aanvullingen op het eerste deel.

DEEL III: verscheen in 1967 en telt 521 pp. + een 100-tal buitentekstplaten, bevat de recentere gegevens en tevens een hoofdstuk over de militaire geschiedenis van Antwerpen.
DEEL IV (zie afbeelding cover): verscheen in 1973 en telt 709 pp. + een fotokatern in fine.
Een eersteklas referentiewerk over de ontwikkeling van de Stad Antwerpen (vóór de fusie)!
€ 125.0

BUY

STAD ANTWERPEN
De haven van Antwerpen
Softcover, in-8, 87 pp., zw-foto's, uitslaande kaart van de Antwerpse haven
€ 15.0

BUY

The covers of the following books are not yet photographed

Antwerpen, Antwerpen. Terugblik op een eeuw. 15 oude postkaarten (reprint), Antwerpen, Stadsbestuur, 1999.

DELEN A.J.J. (Conservator van het stedelijk prentenkabinet te Antwerpen), Teekeningen van Vlaamsche meesters, Antwerpen, Standaard Boekhandel, s.d..

Gazet van Antwerpen , Haven en goed. 6 bijlagen over de Haven van Antwerpen., Antwerpen, De Vlijt, 1999.

GEMEENTEBESTUUR VAN ANTWERPEN, Het Oude Antwerpen. Stadsbeeld en stadsleven., Antwerpen, Gemeentebestuur van Antwerpen, 1923.

Koninklijke Maatschappij der Bouwmeesters van Antwerpen - KMBA, Maandschrift KMBA, 1937, nrs 2, 10, 12, Antwerpen, KMBA, 1937.

STAD ANTWERPEN, ANTWERPEN.Driemaandelijks tijdschrift van de Stad Antwerpen, jaargang 24 , 1978, nrs 1-2-3-4 (= volledig!), Antwerpen, Stad Antwerpen, 1978.

STAD ANTWERPEN, ANTWERPEN.Driemaandelijks tijdschrift van de Stad Antwerpen, jaargang 25, 1979, nrs 1-2-3-4 (= volledig!), Antwerpen, Stad Antwerpen, 1979.

STAD ANTWERPEN, ANTWERPEN.Driemaandelijks tijdschrift van de Stad Antwerpen, jaargang 26 , 1980, nrs 1-2-3-4 (= volledig!), Antwerpen, Stad Antwerpen, 1980.

STAD ANTWERPEN, ANTWERPEN.Driemaandelijks tijdschrift van de Stad Antwerpen, jaargang 29, 1983, nrs 1-2-3-4 (= volledig!), Antwerpen, Stad Antwerpen, 1983.

STAD ANTWERPEN, ANTWERPEN.Driemaandelijks tijdschrift van de Stad Antwerpen, jaargang 31, 1985, nrs 1-2-3-4 (= volledig!), Antwerpen, Stad Antwerpen, 1985.

STAD ANTWERPEN, ANTWERPEN.Driemaandelijks tijdschrift van de Stad Antwerpen, jaargang 32, 1986, nrs 1-2-3-4 (= volledig!), Antwerpen, Stad Antwerpen, 1986.

STAD ANTWERPEN, ANTWERPEN.Driemaandelijks tijdschrift van de Stad Antwerpen, jaargang 33, 1987, nrs 1-2-3-4 (= volledig!), Antwerpen, Stad Antwerpen, 1987.

STAD ANTWERPEN, Museum Ridder Smidt Van Gelder. Catalogus I. Schilderijen tot 1800, Antwerp, Ripa, 1980.

Stad Antwerpen, Waarheen met de antwerpse binnenstad. Wij vragen uw mening, Antwerpen, Planologische dienst/D9, 1974.

Stad Antwerpen, Sociaal Antwerpen. Overzicht van de naoorlogse sociale activiteiten, van de voor de nabije toekomst geplande werken, en catalogus van de tentoonstelling in de Stedelijke Feestzaal 23 mei tot 7 juni 1970., Antwerpen, Stadsbestuur, 1970.

STUBBE A. (voorwoord), STAD ANTWERPEN, Antwerpen 1966-1970 (= Deel IV), Antwerpen, Stadsbestuur, 1973.

VAN DEN BRANDEN F. Jos. [adjunct-archivaris der Stad Antwerpen], Geschiedenis der Antwerpsche Schilderschool., Antwerpen, Buschmann, 1883.

16 juni 1797: verkoop Sint-Salvatorabdij Antwerpen
Edited: 205000009359
"(...) op 16 juni 1797 werd de abdij en aanhorigheden verkocht. Ook veertien huizen en het buitengoed van de abt te Deurne (bij Antwerpen), twee hoeven en alle andere bezittingen ondergingen hetzelfde lot."

20020050: VII: 7
3 november 1796: boedelbeschrijving abdij Sint-Michiels (Antwerpen)
Edited: 205000007799
"Op 3 november 1796 reeds had men met geweld een inventaris opgemaakt, en nog in ditzelfde jaar was de bibliotheek al leeggehaald geworden. In 1797 waren naar de abdij vele boeken van St Bernardusabdij te Hemiksem met schepen aangebracht geworden en met wagens naar St Michiel gevoerd."

Bron: 19550047: 185
16 december 1796: uitdrijving abdij Sint-Michiel te Antwerpen
Edited: 205000007771
19890056: 27

18970002: 283 geeft het verslag

18940010: 268

19550047: 185

links naar de bronnen
LT
Samen. Amen. Groen blaast Samen op in Antwerpen.
Edited: 201801180829
De kleerscheuren lijken het grootst bij SP.A.
Dat heb je als je met aangeschoten wild aan de start komt.
Persbericht Roularta
Roularta brengt bindend bod uit op Sanoma-magazines en verankert zich in print
Edited: 201801170108



Het beursgenoteerde Roularta Media Group heeft een bindend bod uitgebracht op de Belgische Sanoma-titels met uitzondering van de woonbladen. Het pakket omvat de weekbladen Libelle/Femme d’Aujourd’hui (CIM 245.504 exemplaren) en Flair N/F (CIM 74.222 exemplaren), de maandbladen Feeling/Gaël (CIM 69.132 exemplaren) en de magazines La Maison Victor, Communiekrant, Loving You en She Deals. De websites (met o.a. flair.be en libelle.be met respectievelijk 804.135 en 600.841 real users/maand volgens CIM), line extensions en social mediakanalen van deze titels zijn eveneens in het bod opgenomen. De totale 2017 omzet van deze merken bedraagt circa 78 miljoen euro voor een overnameprijs (inclusief pensioen- en abonnementenverplichting) van 33.7 mio euro.

De (offline/online) doelgroepen van die mediamerken zijn uitgesproken vrouwelijk en dus een mooie aanvulling op de reeds bestaande andere hoogkwalitatieve doelgroepen die bereikt worden via de huidige magazinemerken van Roularta (Knack, Le Vif, Trends, Sportmagazine, Nest, Plus Magazine enz.).

Naar aanleiding van deze belangrijke transactie, verkoopt Roularta de titels “Ik ga Bouwen/ Je vais Construire” voor een prijs van 1 miljoen euro aan Sanoma, die in mindering komt van de overnameprijs voor de Sanoma titels. Het zijn titels die aansluiten bij het portfolio woon- en decobladen van Sanoma.

Roularta wil door deze consolidatie en dankzij de synergie met de magazinemerken van de groep, zorgen voor de continuïteit en de multimediale groei van deze titels.
Indien het bod goedgekeurd wordt door Sanoma, zal de transactie voorgelegd worden aan de Belgische mededingingsautoriteiten .

Vooruitzichten

In 2017 heeft Roularta Media Group te maken gehad met een daling van de reclamebestedingen, met de kosten van de investeringen in de lancering van nieuwe projecten zoals het e-commerceplatform Storesquare en met andere éénmalige kosten. Roularta verwacht dan ook een negatieve EBIT. Voor het boekjaar 2017 wordt geen dividend voorzien.

In 2018 zorgen lagere kosten, de nieuwe 50% participatie in Mediafin (Tijd/Echo), de recente acquisities Landleven (Nederland) en Sterck (Antwerpen en Limburg) en de andere nieuwe activiteiten, voor een positieve bijdrage.

Daarenboven wordt voor 2018 verwacht dat een belangrijke meerwaarde wordt geboekt van ongeveer 145 miljoen euro op de aandelen Medialaan, na de closing van de transactie in het eerste kwartaal.

Vanaf 2019 dalen voor Roularta de financiële kosten met ongeveer 4,5 miljoen door de terugbetaling van een obligatielening van 100 miljoen euro en dalen de leasingkosten met ongeveer 9 miljoen door de afronding van de Econocom-contracten.

Roularta Media Group heeft belangrijke toekomstkeuzes gemaakt door in te zetten op consolidatie en innovatie binnen het kader van haar kernactiviteiten. Na het afstaan van de Medialaan 50%-participatie aan de Persgroep is de beoogde mogelijke overname van de Sanoma-titels, naast de investering in Mediafin en de andere recente overnames, een belangrijke aanzet om ook de komende jaren verder een gezonde groei te realiseren.


aandeelhouders RMG

Uit het persbericht van Sanoma Group, Helsinki:
“We have now finalized our major portfolio restructuring in our Media business in the Netherlands and Belgium with the divestment of the Dutch SBS TV business last year, and now the Belgian women’s magazine titles. The Belgian magazine titles will have more synergies with RMG than with our Dutch magazine business and that will give these titles and the team working on them better prospects for future development. Our remaining magazine and online portfolio predominantly in the Dutch market has good market positions, which provide excellent opportunities for continued success,” says Susan Duinhoven, President and CEO of Sanoma.
Chinese draak in de Zoo van Antwerpen
Edited: 201801071820

©Photo LT
vrt-Pano
13 december 2017: Pano-uitzending brengt deprimerend beeld van Antwerpen waar cocaïnehandel hele wijken regeert
Edited: 201712131666
LT
sneeuw in Antwerpen
Edited: 201712111152
nws
Banden tussen Antwerps burgemeester Bart De Wever en Erik Van Der Paal (Land Invest Group) in vraag gesteld door nieuwssite Apache. Groen legt klacht neer.
Edited: 201711191515
TESSENS Lucas
Postpunten kunnen vloed van pakjes niet langer aan
Edited: 201711091209
Gisteren werd er in het postpunt van Carrefour Pulhof (Berchem/Antwerpen) gestaakt tegen de overlast die het postpunt in de supermarkt veroorzaakt.
Wij zijn persoonlijk getuige van de onhoudbare toestand. Het postpunt kraakt in zijn voegen en dat is al een paar jaar zo. De kassiersters zien het postpunt als een strafkamp van 12 (twaalf!) vierkante meter.
Bpost, bij monde van woordvoerster Barbara Van Speybroeck, zegt verbaasd te zijn. Voor mij betekent dat dat Bpost zijn eigen infrastructuur/distributieketen niet kent. Maar ja, het kind moet ook maar zeggen wat ze haar voorkauwen.

LT
Antwerpen-Zuid: rellen tussen aanhangers Erdogan en PKK
Edited: 201710271715







Rond 17.00 uur werd een propaganda-autocar van aanhangers van Abdullah Öcalan, die pleiten voor zijn vrijlating, op het kruispunt van de Brederodestraat en de Broederminstraat klemgereden door een personenwagen van het merk Mercedes.
Daarop ontstonden rellen - er werd met stokken geslagen - die zich over de gehele buurt verspreidden.
De politie kwam ter plaatse.
De beelden die we hierboven tonen zijn exclusief.
Vlaamse Regering
27 oktober 2017: Strategische transformatiesteun Mediahuis nv in Antwerpen
Edited: 201710271365
De Vlaamse Regering kent 919.000 euro strategische transformatiesteun toe aan Mediahuis nv in Antwerpen. Door de opkomst van internet en gratis verspreiding van nieuws staat de krantenwereld voor een enorme uitdaging. Mediahuis tracht met de transformatie deze uitdaging vanuit de kern aan te pakken door van de (papieren) krant een nieuwsmerk te maken dat voor elke lezer op het meest relevante moment van de dag op de dan meest relevante drager het meest relevante nieuws brengt in de best mogelijke ervaring. Dit vergt een volledige transformatie van heel het bedrijf en het einddoel is om tegen 2020 volledig digital first te zijn. Mediahuis wil zich met de transformatie differentiëren ten opzichte van haar traditionele concurrenten maar vooral ten opzichte van nieuwe concurrenten: sociale media bedrijven en buitenlandse nieuwsgroepen.

Commentaar LT: een merkwaardige bevoordeling van één mediaspeler met geld van de gemeenschap. Dan rijst de vraag wat de anderen krijgen of reeds gekregen hebben.

wettelijk kader voor het bekomen van strategische transformatiesteun
LT
Primo Magazine & TVgids - weekblad van Uitgeverij Cascade NV, onderdeel van Audax Holding B.V.
Edited: 201710171666
Weekblad 26ste jaargang nr 1742
prijs: 1,35 EUR
Uitgeverij Cascade NV

Cascade NV
Duboisstraat 50
2060 - Antwerpen
COLOFON:


LT
Primo Magazine & TVgids - weekblad van Uitgeverij Cascade NV, onderdeel van Audax Holding B.V.
Edited: 201710171666
Weekblad 26ste jaargang nr 1742
prijs: 1,35 EUR
Uitgeverij Cascade NV

Cascade NV
Duboisstraat 50
2060 - Antwerpen
COLOFON:


Antwerpen: gokkende politie: grote bedragen, valse identiteiten en schriftvervalsing
Edited: 201710092346
LT
Huis ontworpen door architect Jos Bascourt (1863-1927). Kleine Hondstraat, Antwerpen
Edited: 201709172230
Antwerpen: cocaïne-handel ondermijnt politie, douane en justitie
Edited: 201709090147
LT
Hofstade-Strand dankt ontstaan aan spoorweglijn Antwerpen-Brussel
Edited: 201709031831
GVA
Falcontinnenklooster: restanten blootgelegd
Edited: 201612052343
Antwerpen - Antwerpse stadsarcheologen hebben op de site van het voormalige Zeemanshuis restanten aangetroffen van het Falcontinnenklooster, een klooster uit de middeleeuwen. Dat gebeurde tijdens de voorbereidingen voor het nieuwe stadsproject Falcon dat op die locatie moet verrijzen. De archeologische vondsten zouden onderzoekers meer moeten kunnen vertellen over het dagelijkse leven van de vrouwen die er ooit leefden.

Het ontstond in de 14de eeuw als gasthuis en groeide vervolgens uit tot een omvangrijk ommuurd slotklooster met een kerk, pastorij, kloostercellen, keukens, slaapzaal, tuinen en boomgaarden. Nadat het in verval was geraakt en ernstig beschadigd door een brand, werd het begin 19de eeuw tijdens de Franse overheersing omgebouwd tot een militaire kazerne. Die Falconkazerne werd in 1941 op zijn beurt gesloopt, waarna in 1955 het Internationaal Zeemanshuis er tot de sloop begin 2013 een plek vond. Nu staat er een nieuwbouwproject gepland met woningen, gemeenschapsvoorzieningen en een openbare binnentuin. 
Enkele jaren geleden werden er al muurresten en fundamenten van het oude klooster teruggevonden. Zo werden er onder meer een overwelfde kelder, keramiek, speldjes en een devotiebeeldje uit de 15de eeuw ontdekt.
De opgegraven kloosterfundamenten zijn volgens de stad Antwerpen restanten van de kloosterkerk en enkele bijgebouwen zoals keukens. Daarnaast werden enkele grafstenen van rond de kerk begraven zusters teruggevonden. Alles zal nu in kaart worden gebracht en kleinere opgegraven vondsten zullen naar het stedelijk erfgoeddepot worden overgebracht. Een deel van de fundamenten zal vervolgens weer onder de grond verdwijnen, terwijl de rest afgebroken wordt voor het nieuwbouwproject.
De opgravingen passen in de ruimtelijke ontwikkeling van de wijk tussen het stadscentrum en het Eilandje. De site is niet toegankelijk voor publiek. 
PRIMS Floris
De parochies van Berchem (Antwerpen) - Kaartje
Edited: 201610051026
Antwerpen - skyline
Edited: 201608111011
height="" style="padding-right:5px;padding-bottom:10px;display:block; float:left">
PEREMANS Dree sr
Wannes. Hier is hem terug
Edited: 201604291056
Biografie over de Antwerpse zanger en liedjesmaker Wannes Van de Velde (1937-2008), verschenen bij EPO, 552 pp, 39.90 EUR.
'Hier is hem terug
Hier is de zanger mee z’n stem en z’n
verhaal
ne muzikalen Don Quichot der Lage Landen
op zijnen doortocht
langs de wegen van de taal.'


Zo zong Wannes Van de Velde (1937-2008) het zelf op zijn laatste cd in 2006. Twee jaar later overleed hij. Maar met deze biografie is hij opniéuw een beetje terug. Vertrekkend vanuit urenlange gesprekken op de trein tussen Antwerpen en Berlijn, en gretig puttend uit de zanger zijn persoonlijk archief, reconstrueert voormalig VRT-producer Dree Peremans het leven en werk van Wannes Van de Velde. Want Wannes was zoveel meer dan dé figuur van de Vlaamse folkrevival: flamencogitarist, schilder, tekenaar, liedjesschrijver, componist, decorontwerper- en bouwer, lesgever, columnist, schrijver voor het plezier van de pen op het papier, inspirator voor vele muzikanten … maar bovenal een grote meneer die boos op de wereld kon zijn maar niet op de mensen die hem bevolken.
Louis Van Geyt (Antwerpen, 24 september 1927 – 15 april 2016) overleden. R.I.P. Van Geyt was een Belgisch communistisch politicus.
Edited: 201604151314
VAN DOOREN Edmond (1896-1965)
Abstracte compositie
Edited: 201603200029


s.d.
Olie op doek
Collectie FIBAC, Antwerpen
Tentoonstelling Marthe Donas, MSK Gent, 20160319
HGR
ADVIES VAN DE HOGE GEZONDHEIDSRAAD nr. 9235 Nucleaire ongevallen, leefmilieu en gezondheid in het post-Fukushimatijdperk: Rampenplanning Nuclear accidents, environment and health in the post-Fukushima era: Emergency response Versie gevalideerd op het College van Februari - 2016a
Edited: 201603021501
1. Een ernstig kernongeval kan ook in België voorkomen en vereist snelle herziening van de noodplanning
2. Let op achterliggende oorzaken van een ongeval en vermijd belangenvermenging
3. Er is nood aan kwetsbaarheidanalyses van complexe technologieën met oog voor de menselijke interactie zeker bij noodplanning
4. Maatschappelijke structuren in getroffen gebieden kunnen voor lange perioden zijn verstoord
5. Er is nood aan een transdisciplinair en participatief leerproces bij noodplanning
6. Er is nood aan evenwichtige, tweezijdige communicatie over risico’s
7. Er is aandacht nodig voor de rol van sociale media in crisismanagement
8. Adequate noodmaatregelen zijn het sluitstuk van het nucleaire veiligheidsbeleid
9. Complexe maatregelen in een dichtbevolkt gebied dienen voorbereid ook voor langere duur en grotere afstanden
10. Er is meer aandacht nodig voor medische coördinatie en kwetsbare mensen in crisissituaties
11. Voorzie beschermingsmaatregelen voor externen bij interventie- en opruimingswerken
12. De veiligheidsbenadering dient vervolledigd met ongevalsscenario’s niet voorzien bij het ontwerp en revisie van de installaties
13. Er is aandacht nodig voor bevolkingsdichtheid en mobiliteit
14. Interactie van nucleaire en andere industriële risico’s kunnen een crisis verergeren
15. De structuur en werking van de crisiscentra dient periodiek geëvalueerd
16. Neem scenario’s in acht voor verspreiding van radioactieve stoffen in het aquatisch milieu
17. Voorzie een aanpak voor kernafval bij langdurige nucleaire crisis
18. Elk groot nucleair ongeval vereist een internationale aanpak van noodmaatregelen
19. Er is een geharmoniseerde EU aanpak nodig van noodplanning en verzekeringen
20. Een adequaat nucleair veiligheidsbeleid vereist een voorzorgstrategie met verruimde participatieve aanpak ook in de noodplanning.

Noot LT: Ik lees dit rapport als volgt: De kerncentrale van Doel had nooit zo dicht bij Antwerpen mogen gebouwd zijn, omgeven door een zeer kwetsbare petrochemische industrie want die brengt een kettingreactie op gang. Als er een nucleair ongeval gebeurt, kan je slechts wensen dat je niet in Antwerpen - enfin, ik bedoel Vlaanderen en Zeeland - bent.


lees het volledige rapport
Veranneman-sofa in Permeke-museum, Jabbeke
Edited: 201602272334



Emiel Veranneman (°Kortrijk, 1924 +Kruishoutem, 20031211) studeerde architectuur aan het Sint-Lucas instituut te Gent en behaalde het diploma van binnenhuisarchitect aan het Hoger Instituut ter Kameren te Brussel. Hij is een neef van de Vlaamse expressionistische schilder Constant Permeke. (Zijn moeder en Permekes vrouw waren zusters). Veranneman heeft naam gemaakt als ontwerper van meubelen en als kunsthandelaar.
In een interview uit 1962 vroeg de kunstcriticus L.L. Sosset aan Veranneman of de woorden die steeds gebruikt worden: 'Streng, ernstig, sober, rustig' wel passen bij het karakter van zijn werk. 'Zonder twijfel, zei Veranneman, beantwoorden ze aan een visie die de mijne is, aan een zeker klassiek vormgevoel dat streeft naar evenwicht, precisie en kloeke constructie en een onberispelijk vakmanschap wat de afwerking betreft. Dat is essentieel.'

Biblio: hugo claus, marcel duchateau, jacques meuris, lieven daenens e.a., Veranneman, Mercatorfonds, Antwerpen, 1985, 470 p. 24 × 36 cm., ca. 600 ill. waarvan 300 in kleur, linnen band.
Renée Prinz. Un de ses élèves.
Edited: 201602270001


Olie op karton, 60x80, gesigneerd onderaan rechts, niet gedateerd. Privé-collectie A.G., Namur
Renée Prinz (°Antwerpen, 1883 +Namur, 1973)
het gebeurde op 7 februari ...
Edited: 201602070118
1561: eerste steenlegging van het stadhuis van Antwerpen, voltooid op 15650227; zie in dit verband Antwerpen & de scheiding der Nederlanden; zie ook het referentiewerk van Soly

1831: Belgische grondwet wordt afgekondigd te Brussel; voor een grondige bespreking van de grondwet verwijzen wij naar het werk van Wouter Pas, e.a.

1833: Griekse koning Otto I, verkozen op 18320830, doet zijn plechtige intrede in Griekenland, te Nauplia; hij een zoon van koning Lodewijk I van Beieren; Griekenland was in 1832 onafhankelijk verklaard door het Congres van Londen; ook de Nederlandse prins Frederik kreeg de Griekse troon aangeboden, maar hij bedankte voor de eer; Otto moest in 1862 gedwongen afstand doen van de troon.

1856: Engeland annexeert Voor-Indië (koninkrijken Agra en Oudh)

1921: tijdens een conferentie te Parijs bepalen de geallieerden de Duitse herstelbetalingen: 11,3 miljard £ sterling; lees in deze context De Zwarte Obelisk van Erich Remarque

1942: Japanse troepen landen te Singapore, dat zich overgeeft op 19420215

1943: Amerikaanse troepen veroveren Guadalcanal eiland (sleutelpositie in de Pacific) op de Japanners

1962: mijnramp te Völklingen, in het Saargebied, waarbij 299 doden en 70 gewonden vallen; de oorzaak van de ramp in de mijn van Luisenthal was de ontploffing van opgehoopt methaangas; Wiki heeft een uitgebreide Duitse pagina over de Grübe Luisenthal.
het gebeurde op 5 februari ...
Edited: 201602051345
63: Italië: Pompeji grotendeels verwoest door uitbarsting van de vulkaan Vesuvius

1265: Clemens IV (Guy Foulquois) tot nieuwe paus verkozen te Perugia

1783: Italië: aardbeving in Calabrië, waarbij 35.000 doden vallen

1831: België: te Antwerpen brengt de Hollandse gezagvoerder Jan Van Speyk zijn kanonneerboot tot ontploffing

1850: GHL: de Nederlandse prins Hendrik Willem wordt stadhouder van het groothertogdom Luxemburg

1887: Italië: Milaan: première van de opera Othello van Verdi

1914: geboorte William Seward Burroughs II

1925: culturele autonomie verleend aan Estland

1927: Portugal: communistische opstand in Oporto, waarop de stad gebombardeerd en de opstand bloedig onderdrukt wordt door kolonel Passos

1949: België: oprichting van Touring Wegenhulp

1954: GBR: eerste atoomzuil in werking gesteld in Harwell

1982: Wies Moens overleden
Brussels Nieuws / Belga
Kortrijkse vastgoedontwikkelaar bouwt Corelio-site in Groot-Bijgaarden verder uit
Edited: 201602040106
De Kortrijkse vastgoedontwikkelaar Futurn heeft de 5 hectare grote site van mediagroep Corelio aan de Gossetlaan in Groot-Bijgaarden verworven. Corelio zal de gebouwen die het momenteel al betrekt, tot eind 2021 huren van Futurn. Op de overige twee hectare zal de vastgoedontwikkelaar een bestaand pand renoveren en nieuwe bedrijfsgebouwen optrekken. Dat wordt woensdag gemeld in een persbericht.

De site van Corelio in Groot-Bijgaarden.
Door de huurovereenkomst kan Corelio de activiteiten (drukkerij, redactie, advertising, ondersteunende diensten...), die ze in deze gebouwen samen met haar dochtervennootschappen Mediahuis en Coldset Printing Partners ontplooit, nog tot eind 2021 op deze plaats voortzetten. "Hierdoor kunnen we beslissingen over de huisvesting van onze activiteiten in Groot-Bijgaarden voorlopig uitstellen en evalueren in het licht van toekomstige marktevoluties", aldus Bruno de Cartier, gedelegeerd bestuurder van Corelio.

Tegelijk werden delen van de site die onderbenut waren, onder meer als gevolg van de verhuizing van de redactie van het Nieuwsblad naar de Mediahuis-vestiging in Antwerpen, tegen interessante voorwaarden gevaloriseerd. Futurn wil op de overige 2 hectare van de site, die momenteel voor een groot deel gebruikt wordt als parking, nieuwe bedrijfsgebouwen realiseren met een totale vloeroppervlakte van 12 tot 15.000 vierkante meter.

"Er is op deze bedrijvenzone veel mogelijk gaande van werkruimtes, ateliers, opslag tot kantoorachtige bedrijven. Aan de gemeente Dilbeek willen we binnenkort enkele varianten van masterplannen voorleggen. We hopen tegen eind dit jaar te kunnen beginnen met de bouw. Eén leegstaand gebouw willen we renoveren, een ander afbreken. De investering zal een paar tientallen miljoenen euro bedragen", aldus Frederik Baert, gedelegeerd bestuurder van Futurn.
news
Nieuwe CEO voor VRT: Paul Lembrechts
Edited: 201601091432
Directeuren(-generaal) NIR
1930 - 1937: Gust De Muynck (Antwerpen, 5 december 1897 - Hoeilaart, 1986), leeftijd bij aantreden: 33 jaar
1937 - 1939: Theo De Ronde (Ekeren (Antwerpen), 1894 - Leuven, 1939), leeftijd bij aantreden: 43 jaar
1939 - 1960: Jan Boon (Halle, 6 januari 1898 – Ukkel, 31 december 1960), leeftijd bij aantreden: 41 jaar
Administrateurs-generaal BRT/BRTN
1960 - 1986: Paul Vandenbussche (Jette, 9 augustus 1921 - Leuven, 28 mei 2011), leeftijd bij aantreden: 39 jaar
1986 - 1996: Cas Goossens (Itegem, 13 augustus 1937), leeftijd bij aantreden: 49 jaar
Gedelegeerd bestuurders VRT (Aangevuld op 20160418)
1996 - 2002: Bert De Graeve (Avelgem, 24 maart 1955), leeftijd bij aantreden: 41 jaar
2002 - 2006: Tony Mary (Dilbeek, 1950), leeftijd bij aantreden: 52 jaar
2006 - 2007: Piet Van Roe (ad interim) (Antwerpen, 2 mei 1939), leeftijd bij aantreden: 67 jaar
2007 - 2009: Dirk Wauters (Blanden, 1955), leeftijd bij aantreden: 52 jaar
2009 - 2010: Piet Van Roe (ad interim), leeftijd bij aantreden: 70 jaar
2010 - 2014: Sandra De Preter (Brugge, 1962), leeftijd bij aantreden: 48 jaar
2014 - 2014: Willy Wijnants (1951)(ad interim wegens ziekte van Sandra De Preter), leeftijd bij aantreden: 63 jaar
20141017 - 20160229: Leo Hellemans (Puurs, 1951), leeftijd bij aantreden: 63 jaar
20160301 - heden: Paul Lembrechts (°1957) studeerde af als dierenarts vooraleer hij daar opleidingen in bedrijfseconomie en marketing aan toevoegde.Na enkele ervaringen op de VRT als omroeper en scenarioschrijver ging hij aan de slag bij Master Foods België, de producent van o.m. Mars, waar hij diverse management- en directiefuncties bekleedde. Hij stapte in 1995 over naar de banksector. Hij oefendediverse directie- en managementfuncties uit bij de Generale Bank (later Fortis Bank), ABN Amro en Beroepskrediet NV/BKCP Bank.

Link naar VRT Jaarverslag 2014 Opvallend is het ontbreken van het complexe organogram van de VRT. En daar ligt nu net het probleem.

leden van de raad van bestuur van de VRT

de tijdlijn van NIR/BRT/BRTN/VRT

News
Antwerpen: rederij Flandria stopt na de zomer | onrendabel zegt Studio100
Edited: 201601061714


Hier een herinnering aan Flandria 21.

Interessante website over de geschiedenis van Antwerpen/Linkeroever en Sint-Anneke
Edited: 201601011661
Lucas Tessens
Tussen 1885 en 1892 werden in Congo 55.300 olifanten gedood voor hun ivoor
Edited: 201512260038
Zie de onderstaande tabel:



Vanaf 1889 had de haven van Antwerpen een groeiend aandeel in de ivoorhandel en dat ten nadele van London en Liverpool.

Deze tabel was bedoeld om in 2007 in het Jaarverslag 'Onroerende Voorheffing' te worden gepubliceerd in de historische bijlage 'Fortuin en Confrontatie', maar de vertegenwoordiger van de Vlaamse Overheid gaf om onduidelijke redenen geen toestemming om de tabel te publiceren. Wij betreurden deze beslissing.

Tot op vandaag worden er in Afrika olifanten afgeslacht. Hun slagtanden worden illegaal geëxporteerd naar de Aziatische markten. CNN en talrijke waarnemers hebben deze illegale handel, die in handen is van de georganiseerde misdaadkartels, aangeklaagd. Vaak zijn de controle-organismen onderbemand. De strooptochten vinden ook plaats in de nationale parken.


lees meer over de Chinese ivoorhandel: The Expanding Elephant and Mammoth ivory trade in Beijing and Shanghai
De franken teut: PVDA werft met bescheiden blad in Antwerpen (Berchem)
Edited: 201512180102
Het blaadje van niet meer dan 8 pagina's raakt volgende onderwerpen aan:
de turteltaks, de haventop, woonkosten en armoede, Saoedi-Arabië en ISIS en concessie in de haven voor firma ERS, ISVAG, arbeidsongeval zonder werkgever, een zebrapad, luchthaven Deurne, Ringland.
Alhoewel bescheiden van omvang werd er toch gekozen voor vierkleurendruk op magazinepapier. De verspreiding gebeurt kosteloos. De oplage is niet bekend.
Antwerpse haven: Saefthinge-dok noodzakelijk, zeggen Van Peel en Bruyninckx
Edited: 201512171340
MSC en Maersk zouden willen samenwerken in de haven van Antwerpen

Congo: Dokter gynaecoloog Mukwege bij Univ Antwerpen: na twintig jaar houdt het geweld in Congo nog steeds aan: milities en het leger terroriseren de bevolking en verkrachten massaal
Edited: 201512170247
zie onze nota over dokter Mukwege
BAUWENS Michel (interview in De Standaard Weekblad 20151212)
‘De Belgische regering kiest voor een trek-uw-plansamenleving’
Edited: 201512120903
CYBERFILOSOOF MICHEL BAUWENS EN DE ECONOMIE NA HET KAPITALISME
12 DECEMBER 2015 | Yurek Onzia, foto’s Fred Debrock
Het laatste boek dat wijlen Jean-Luc Dehaene cadeau deed aan zijn partijvoorzitter Wouter Beke, was De wereld redden van Michel Bauwens. Dat is de Belgische peetvader van de peer-to-peerbeweging – een vraag-aanbodeconomie tussen particulieren – vooralsnog niet gelukt, maar zijn alternatieve model maakt wel opgang. ‘Ja, ik ben een wereldverbeteraar.’
Een maandagmiddag in het Grand Café van het Antwerpse kunstencentrum deSingel. Michel Bauwens drinkt een espresso in het gezelschap van vier dames van Actueel Denken en Leven, een vereniging die sinds de jaren 70 voordrachten voor vrouwen organiseert over tendensen in de samenleving. Bauwens is voor deze lezing overgevlogen vanuit Berlijn, waar hij een van de hoofdgasten was op UnICommons, een tweedaagse rond gemeengoed. Straks vertrekt hij voor een tournee naar Nieuw-Zeeland en Australië, in het voorjaar is hij gastdocent aan de universiteit van Madison in de Amerikaanse staat Wisconsin.

Vandaag verwacht Bauwens maar ‘een man of 50, wat oké is, want ik spreek ook graag voor kleinere groepen’. Blijkt dat de Blauwe Zaal bomvol zit, 750 bezoekers, allemaal vrouwen. Ze smullen van zijn met voorbeelden gelardeerde verhaal over de peer-to-peer-economie, met als pijlers open en gedeelde kennis, duurzaamheid en solidariteit. En zij niet alleen. Bauwens’ boek De wereld redden is ook een Franse bestseller, de Engelse en Spaanse vertalingen staan op stapel. Verwante geesten als Jeremy Rifkin en Douglas Rushkoff steken hun appreciatie niet onder stoelen of banken. En in 2012 al nam het Post Growth Institute Bauwens op in de (En)Rich List, een lijst met de 100 meest inspirerende figuren voor een duurzame toekomst. Hij staat er te blinken naast Vandana Shiva, Mahatma Gandhi en Martin Luther King.

Terug naar het Grand Café, waar het gesprek geanimeerd is, jolig bij momenten. Bauwens is zijn bescheiden-charmante zelf, met anekdotes en grapjes over de boeddhistische gewoontes in Thailand. Hij woont al vijftien jaar in Chiang Maimet zijn Thaise vrouw en hun twee kinderen. Vandaaruit trekt hij de wereld rond om zijn visie op een nieuw maatschappijmodel uit te dragen. ‘Mijn vrouw begrijpt het allemaal niet zo goed’, lacht hij. ‘Telkens als ik vertrek, vraagt ze hoe het mogelijk is dat er mensen naar mij komen luisteren en daar nog voor willen betalen ook.’

Op het tandvlees

Het engagement van Michel Bauwens wortelt in de late jaren 90. Terwijl hij kampte met een burn-out, zag hij ook hoe het helemaal verkeerd ging met de wereld. Meer ongelijkheid, meer ecologische problemen. ‘Het leek alsof ons systeem er maar niet in slaagde om daar iets aan te doen’, zegt hij. ‘Dertig jaar geleden hadden we een ozonprobleem. Dat hebben we grotendeels opgelost, dankzij het Montrealprotocol van 1987 en de belofte van 197 landen om geen ozonschadelijke stoffen meer te produceren. Maar een gezamenlijke aanpak van de opwarming van de aarde en de klimaatverandering, dat lukt blijkbaar niet.’

Er was nog een motivatie. Bauwens had gewerkt als kaderlid voor British Petroleum en als e-business-strateeg voor Belgacom, had gezien hoe het er daar aan toe ging, hoeveel stress en burn-outs er waren en hoe kortzichtig het beleid van grote bedrijven was geworden. ‘Een verziekte werksfeer waar zelfs de elite van het kapitalisme vandaag niet aan ontsnapt’, zegt hij. ‘Vijftig jaar geleden gingen de Engelse aristocraten vrolijk naar de gentlemen’s clubs, om te socializen. Nu werkt een kaderlid 80 uur per week. Mensen zitten op hun tandvlees, ze zijn niet gelukkig.’

Bauwens dacht: dit kan toch niet het model voor de toekomst zijn? En ook: was hij een deel van het probleem of van de oplossing? ‘Het antwoord was duidelijk’, zegt hij. ‘Binnen zo’n structuur bleef ik een deel van het probleem. Ik heb toen beslist om me actief bezig te houden met systeemveranderingen. Ik nam een sabbatical, trok twee jaar uit om te lezen, onder meer over de val van het Romeinse Rijk, en reisde een halfjaar rond om dingen van nabij te bestuderen. De neerslag daarvan werd De wereld redden. Met peer-to-peer naar een postkapitalistische samenleving, het boek dat ik schreef met Jean Lievens.’

Peer-to-peer is een begrip dat oorspronkelijk uit de computerwereld komt, het betekent ‘van gelijke tot gelijke’. Wellicht was Bauwens niet de eerste, hij denkt aan het werk van iemand als Yochai Benkler, maar hij was wel een van de eersten die het p2p-principe hebben toegepast als sociale structuur op andere vlakken van de samenleving. Fundamenteel gaat het over de capaciteit van mensen om als gelijken onder elkaar samen waarde te creëren, via speciale licenties die het delen mogelijk maken. Het internet en de nieuwe technologieën laten meer dan ooit toe om makkelijk met elkaar in contact te komen en samen te werken. Zonder de normale hiërarchische structuren, maar door onderlinge coördinatie, op een globale schaal. ‘Peer-to-peer is dus niet zomaar een spelletje’, zegt Bauwens. ‘Het is het verhaal dat onze planeet nodig heeft.’

Parasitaire P2P

Centraal in dat verhaal staat het begrip commons, gemeengoed. Bauwens legt uit. ‘In de middeleeuwen al hadden boeren vaak een gemeenschappelijk stuk eigendom. Daarover maakten ze afspraken, om bijvoorbeeld op bepaalde tijdstippen vruchten te plukken.Commons is geen privaat goed en ook geen eigendom van de overheid, maar wordt beheerd door een gemeenschap van burgers, gebruikers en producenten, die er de voordelen of gevolgen van ondervinden.’

‘In de westerse wereld heeft het kapitalisme dat gemeengoed proberen af te breken. Het evenwicht tussen privé- en gemeenschappelijk bezit werd, zeker in de voorbije decennia, steeds ernstiger verstoord. Maar via het internet is het doodeenvoudig om samen op grote schaal gemeengoed te realiseren. Op die manier komencommons opnieuw in de kijker. En leiden ze naar een nieuwe manier van denken en aanpakken.’

zie onze nota over eigendom en staat

Kunt u daar voorbeelden van geven?

‘Eerst was er de vrije software, Linux. Een groep mensen creëerde die nieuwe software, maar privatiseerde hem niet en begon hem met iedereen te delen. Eén voorwaarde: als je er gebruik van maakt en er iets aan verandert, moet je die verbetering ook delen met de andere gebruikers. Wikipedia is nog een voorbeeld: een digitale bundeling van kennis op basis van vrijwillige bijdragen, die de oude encyclopedieën zo goed als overbodig heeft gemaakt.’

‘Momenteel evolueren we van een kapitalistische economie, gebaseerd op arbeid en kapitaal, naar een p2p-economie, gebaseerd opcommons en een vrijere taakverdeling. Maar omdat het allemaal nog gefragmenteerd is, zien mensen het volledige plaatje niet. Als onderzoeker kijk ik met de P2P Foundation naar die nieuwe initiatieven en vormen waarmee mensen bezig zijn, probeer er de onderliggende structuur en logica van te begrijpen en die inzichten naar het grote publiek te brengen.’

Commons, samenwerken, deeleconomie: het klinkt allemaal goed. Maar wat met bedrijven als Uber en Airbnb? Ze laten uitschijnen dat ze deel uitmaken van die sociaal gedreven p2p-economie, maar zijn evengoed gericht op winstmaximalisatie en beurswaarde.

‘Dat is inderdaad een probleem. In de nieuwe deeleconomie overheersen Uber en Airbnb, en Facebook zwaait de plak over de sociale media. Vandaag heeft het 1,3 miljard actieve gebruikers en het verandert de samenleving door de manier waarop het, via peer-to-peercommunicatie, mensen met elkaar in contact brengt. Maar zonder gebruikers heeft Facebook geen waarde. Het maakt gigawinsten door onze aandacht, het schaarste-element, te verkopen aan andere bedrijven. Wij creëren dus 100 procent van de marktwaarde, maar de opbrengsten gaan integraal naar Mark Zuckerberg. In het kapitalistische systeem betaal je de mensen tenminste nog voor hun arbeid, de toegevoegde waarde. Airbnb en Uber faciliteren, maar voegen zelf niets toe en nemen geen enkele verantwoordelijkheid. Op die manier werken ze veel goedkoper dan hotels en taxibedrijven, kunnen ze de markt innemen en grote winsten maken. Zo’n systeem kan niet blijven werken, want het is parasitair, ook voor het kapitalisme zelf. De p2p-dynamiek kan het huidige maatschappijmodel dus ook enorm verstoren.’

Coalition of the Commons

Hoe los je dat op? Michel Bauwens kijkt naar de politiek. Partijen en overheden die de kracht van het nieuwe model inzien en ermee aan de slag gaan. ‘Zo kun je in Gent of Antwerpen perfect een eigen gemeengoedversie van Uber oprichten en de winst ervan verdelen onder de chauffeurs. Waarom doen we dat niet? De rol van stedelijke overheden kan daarbij cruciaal zijn, door als facilitator van een deeleconomie op te treden.’

Bauwens stelt een Coalition of the Commons voor. ‘Door de digitalisering wordt traditionele arbeid steeds schaarser en kunnen we geen sociale compromissen meer sluiten enkel op basis van klassieke loonarbeid. Het moet wel mogelijk zijn om een nieuwe sociale en politieke meerderheid te creëren rond het idee van de commons. Je hebt het succes van de Piratenpartijen – in IJsland worden ze volgens recente peilingen de grootste partij – die de digitale cultuur vertegenwoordigen. Je hebt de Groenen, die de natuur als gemeengoed vertegenwoordigen. Je hebt nieuwe progressieve partijen, zoals het Griekse Syriza en het Spaanse Podemos en Barcelona en Comù (‘Barcelona Samen’, nieuw burgerplatform dat bij de laatste verkiezingen een meerderheid behaalde en met Ada Colau de nieuwe burgemeester leverde, red.), die zijn voortgekomen uit de Occupy-, de 15 mei- en Syntagma Squarebewegingen: allemaal groeperingen die sterk de peer-to-peer-principes hebben toegepast. Ik denk ook aan de grote mobilisatie die politici als Bernie Sanders in de VS en Jeremy Corbyn in Groot-Brittannië teweegbrengen en aan nieuwe burgerbewegingen zoals Hart Boven Hard/Tout Autre Chose in België.’

(op dreef) ‘We hebben vandaag een negatief sociaal contract. Wat is onze belofte aan onze jongeren? Dat je, áls je een geschikte job vindt, harder en langer zal moeten werken. Dat studeren steeds duurder zal worden, dat je je volwassen leven zult beginnen met schulden. Dat je geen huis zult kunnen kopen, als je geen rijke ouders hebt. De huidige Nederlandse en Britse regering, en ook de Belgische, kiest voor een trek-uw-plansamenleving. Een gevaarlijk model, want het vernietigt in ijltempo de solidariteitsmechanismen en het sociale weefsel. Het nefaste Europese austeritybeleid, gedicteerd door dezelfde grootbanken die ons met hun roekeloze gespeculeer en hebzucht in de crisis hebben gestort, drijft landen naar de bedelstaf. Willen we dat veranderen, dan zullen we, zoals de arbeiders ooit een arbeidersbeweging hebben opgebouwd, een commonsbeweging moeten creëren.’

Ziet u dat zonder slag of stoot gebeuren?

‘Dat moet uiteraard op een democratische manier gebeuren, maar het gaat wel om radicaal andere politieke keuzes – je kunt die niet alleen bewerkstelligen door op je eentje microfabrieken te bouwen. Je moet dan denken aan het grondig veranderen van instituties en instellingen, aan méér democratie en burgerparticipatie. Of dat een gewelddadig proces is of niet, hangt niet van ons af. Wel van het feit of het systeem soepel genoeg is om die innovaties te accepteren. Een systeem wordt pas gewelddadig, als het niet meer kan veranderen zónder geweld. Dat moeten we absoluut vermijden. Ik pleit voor evolutie en samenwerking, in plaats van voor revolutie en onderlinge verdeling.’

Dat de veranderingen volop bezig zijn, toont u in uw boek aan via een reeks succesvolle cases.

‘Ja, ik denk aan Fora do Eixo, een groot p2p-cultuurnetwerk in Brazilië dat erin is geslaagd een grote alternatieve muziekeconomie te creëren. Je hebt er ook Curto Café, een alternatieve koffiegemeenschap die heel wat peer-to-peer-principes gebruikt: openheid in de productie en de boekhouding, een open recept en wie investeert, wordt terugbetaald met gratis koffie. Of het Broodfonds in Nederland, een mooi voorbeeld van onderlinge solidariteit bij ziekte of ongeval tussen kleine zelfstandigen, freelance kenniswerkers en kleine ondernemingen – het nieuwe precariaat, dat zouden de vakbonden dringend moeten beseffen. En in Zwitserland heb je WIR, een p2p-organisatie van 62.000 ondernemers die werkt als een soort ‘nieuwe gilde’ en haar leden helpt en versterkt door kredietverstrekking via een alternatieve munt, de WIR franc, buiten de traditionele banken om. Allemaal dingen die de arbeidersbeweging in de 19de eeuw al deed, maar nu in een nieuw technologisch jasje zitten.’

VAN TINA NAAR TAPAS

U reist vanuit uw thuisbasis in Thailand vrijwel continu de wereld rond, met een onvermoeibare, haast apostolische bevlogenheid. Wat houdt u gaande?

‘Als je iets wilt veranderen, moet je mensen hoop geven en die energie mobiliseren. Misschien lukt het niet, maar als je begaan bent met sociale rechtvaardigheid en de planeet, en iets wilt bereiken, kun je gewoon niet anders. Tijdens mijn burn-out werd het me duidelijk dat een engagement met mijn medemens, van gelijke tot gelijke, een essentieel deel van mijn leven moest zijn. Het peer-to-peer verhaal was daar de logische uitkomst van.’

‘In The Varieties of Religious Experienceheeft Harvard-filosoof William James het over de ‘once born’ en de ‘twice born’. Er zijn mensen die geboren worden en onmiddellijk hun plaats vinden. Je hebt er ook die een strijd moeten leveren, een crisis doormaken. Als die erin slagen, zegt James, om later in hun leven erbovenop te komen, zijn dat de mensen die de wereld veranderen. Ik was als jongeman niet gelukkig. Vond mijn plaats niet, heb moeten worstelen om zingeving te creëren. En dan gebeurt er iets waardoor alles samenvalt en je weet: dit is mijn weg. Ik doe dit dus omdat ik het móét doen.’

Beschouwt u uzelf als een wereldverbeteraar?

(resoluut) ‘Ja.’

Ik vraag het omdat het een woord is dat mensen nauwelijks nog in de mond durven nemen.

‘Ja, maar dat is net het probleem. Dat heersende cynisme, in combinatie met het dominante neoliberale denken. Sommige politici proberen de mensen wijs te maken dat er geen andere opties zijn dan het beleid dat we nu voorgeschoteld krijgen. Dat is een verschrikkelijke onderdrukking van de mens en van het menselijke potentieel. Ik zeg het vaak: we moeten van TINA (There Is No Alternative, red.) naar TAPAS (There Are Plenty of Alternatives’, red.), want er zijn wel degelijk alternatieven.’

‘Momenteel zijn miljoenen mensen hun leven aan het veranderen. Ze accepteren steeds minder het dominante neoliberale economische denken en willen ethisch, duurzaam en solidair handelen. Uit een onderzoek in Finland is gebleken dat maar liefst 95 procent van de Finse designstudenten wil meewerken aan duurzaamheidsinitiatieven. Mensen zetten zich in voor hun wijk en voor natuurbehoud, organiseren repair cafés, zetten coworking spaces en FabLabs op, delen hun wagens en materiaal, en produceren alternatieve energie, geïnspireerd door de succesvolle burgercoöperatieven in Duitsland, waar 96 procent van de hernieuwbare energie wordt geproduceerd buiten de energiemaatschappijen om. Op die manier ontstaat er een tegenmacht die de bestaande macht uitdaagt, met solidariteit, duurzaamheid en gedeelde kennis als belangrijkste pijlers.’

Er is nog hoop?

‘Er is zeker hoop. En het is belangrijk om hoop te hebben. Niet omdat mensen die de wereld willen verbeteren, daar altijd volledig in slagen. Maar beeld je in dat je zelfs niet meer probeert. Dan boer je zeker achteruit.’
DS
Gent weet geen raad met jeugdbende(s) - Antwerpen plant campagne tegen ongewenste intimidatie van meisjes en holebi's
Edited: 201512091205
Wellicht moet burgervader Daniël Termont eens op studiereis naar Napels om het Gomorra te aanschouwen dat daar is ontstaan. Op de terugreis kan hij enige ervaring opdoen in Marseille.
Bart De Wever - altijd goed in metamorfoses en verkleedpartijen - raden wij aan eens als bevallig jong blond meisje door zijn koekenstad te paraderen. Succes verzekerd!
We mogen dan een Zweedse regering hebben, Zweedse toestanden wil niemand.
MAS
Europalia Arts Festival Turkey - Istanbul-Antwerpen - Twee havens - Twee steden
Edited: 201511290029
Stad Antwerpen
Stad Antwerpen motiveert beslissing verbod boerkini/burkini in zwembaden
Edited: 201511020227





Op 24 september 2015 hadden wij het volgende geschreven aan Fons Duchateau:
Dag Fons,


Zwemdebat: Na de hoofddoek, de boerka, het onverdoofd slachten, Zwarte Piet, nu de boerkini ...
Er lopen klachten tegen het boerkini-verbod in zwembaden bij het Interfederaal Gelijkekansencentrum (IGK). De godsdienstvrijheid wordt ingeroepen.
Als er nu een godsdienst zou bestaan die naaktzwemmen verplicht, dan wordt het misschien nog een interessant debat in het zwembad.

LT

Op 1 november 2015 kwam er een antwoord:
Geachte heer Tessens,
Het standpunt van de stad om het verbod op niet aangepaste kledij in de openbare zwembaden te handhaven is niet alleen ingegeven door hygiënische redenen, die op zich reeds voldoende zouden zijn.
Onze diensten kunnen onmogelijk controleren of de persoon in kwestie al dan niet ondergoed draagt onder de burkini en of de burkini pas werd aangetrokken in het zwembad of reeds gedragen werd onder de kledij.
Het is tevens niet wenselijk dat mensen in het zwembad zich religieus profileren. Bij dergelijke toelatingen in het buitenland, bleek dit steeds weer neer te komen op het creëren van gescheiden autochtone en allochtone zwembaden. Dat is niet het toekomstbeeld dat wij als stadsbestuur hebben van onze samenleving.
Ik hoop dat deze informatie voldoende voor u was.

Met vriendelijke groeten

Fons Duchateau

OCMW-voorzitter
Schepen voor sociale zaken,
wonen, diversiteit & inburgering en samenlevingsopbouw.
News
Rik De Nolf (19491101) stopt op 1 januari 2016 als CEO van Roularta
Edited: 201510311152
Hij wordt opgevolgd door schoonzoon Xavier Bouckaert (40).


Hierboven een jonge en ontspannen Rik De Nolf (midden) op 28 oktober 1981 in restaurant La Pérouse te Antwerpen op het Avondmaal ter gelegenheid van de tweede vergadering van de Kongreskommissie van het 24ste Wereldkongres van de FIPP aangeboden door het bestuur van de Nationale Federatie der Informatieweekbladen (NFIW).
Op het menu: Turbotin Edouard Berghaud, Faisan du marquisat, Soufflé glacé et mousse au café, Moka, Pousse-café, overgoten met: Champagne Laurent Perrier, Pouilly Fumé-Chateau de Tracy M.O. 1979, Chateau Classe Spleen (Médoc Jeroboams M.D.C. 1976). (bron: menu gezeefdrukt op houten blokje met logo NFIW).
Links op de foto Luk Hiergens (Femmes d'Aujourd'hui/Rijk der Vrouw), rechts Nico Drost (Voorzitter FIPP). (foto LT)

organogram top Roularta

Raad van Bestuur


geschiedenis Roularta-groep

tijdlijn
News / De Telegraaf / HLN / Standaard
Nederlands vrachtschip 'Flinterstar' gezonken voor Zeebrugge. Belgische overheid aan zet voor berging.
Edited: 201510100103
Donderdagavond 20151008 is een contract gesloten over het wegpompen van de olie uit het schip. Dat is volgens Bart Otto van rederij Flinter "total loss". Hij ontkent berichten in de Belgische pers dat hij ook al een contract zou hebben getekend over de berging van het scheepswrak. Volgens de Belgische wet is het aan de Belgische overheid hierin het voortouw te nemen, aldus Otto.



Wie de kosten van de berging uiteindelijk zal dragen wordt een juridische kluif. Maar zoals het er nu uitziet moet de Belgische staat wel opdraaien voor de voorfinanciering indien zij de hoogdringendheid inroept (mogelijke breuk wegens instabiliteit, milieuschade, versperring van de vaarroute, ...). Dat de rederij de Flinterstar 'total loss' noemt doet vermoeden dat de verwachte bergingskosten de waarde van het wrak overtreffen.

In een zaak van 2012 vonniste het Hof van Beroep te Antwerpen inzake het ms. Luxembourg als volgt: 'De wettelijke bergingsplicht van een gezonken schip en zijn lading rust bij de eigenaar van dit schip en niet automatisch bij de overheid die tot ambtshalve lichting kan overgaan wanneer de omstandigheden hiertoe vereist zijn. Afstand van scheepsvermogen doet hieraan geen afbreuk.'

Wordt het weer het verhaal van privatisering van de baten, collectivisering van de lasten?


Constantin Meunier (1831-1905)
Antwerpen - s.d.
Edited: 201509131130
DS
Antwerpen: Cocaïne: 1,6 ton in beslag genomen in haven tijdens maanden juni, juli, augustus. Straatwaarde: 62 miljoen euro.
Edited: 201509010957
Per gram betekent dat 38,75 EUR.


Als we even aannemen dat 1 op de 100 trafieken wordt onderschept dan betekent dat een trafiek van ca. 640 ton per jaar. De berekende trafiek is dan 25 miljard EUR waard.

Wikipedia + aanvullingen LT
DEMEESTER Wivina - politieke biografie
Edited: 201507111001
Wivina C.F. Demeester-De Meyer (Aalst, 13 december 1943) is een Belgisch politica voor de CD&V.

Wivina Demeester-De Meyer is landbouwkundig ingenieur (UGent). Ze gaf eerst een zevental jaar les voor ze in 1974 voor de CVP een zetel kreeg in de Kamer van Volksvertegenwoordigers, een mandaat dat ze tot mei 1995 zou blijven uitoefenen. In de periode april 1974-oktober 1980 zetelde ze als gevolg van het toen bestaande dubbelmandaat ook in de Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap, die op 7 december 1971 werd geïnstalleerd. Vanaf 21 oktober 1980 tot mei 1995 was ze lid van de Vlaamse Raad, de opvolger van de Cultuurraad en de voorloper van het huidige Vlaams Parlement. Vervolgens bleef ze gedurende een maand lid van het Vlaams Parlement na de eerste rechtstreekse verkiezingen van 21 mei 1995, waarna ze opnieuw lid werd van de Vlaamse regering. Ze beëindigde haar parlementaire carrière met een mandaat als Vlaams volksvertegenwoordiger van juni 1999 tot juni 2004. Van 1982 tot 1992 en van 2001 tot 2006 was zij ook gemeenteraadslid van Zoersel.

In 1985 werd ze staatssecretaris voor Volksgezondheid in de regeringen Martens VI en VII. Ze maakte oorspronkelijk geen deel uit van de daaropvolgende regering-Martens VIII, maar ze verving later Herman Van Rompuy als staatssecretaris voor Financiën. Toen de Volksunie eind september 1991 uit protest tegen de wapenhandel uit die regering stapte, nam ze van Hugo Schiltz de ministerportefeuilles Begroting en Wetenschapsbeleid over (regering-Martens IX). Tijdens de lange periode van federale regeringsvorming die volgde op Zwarte Zondag, stapte ze over naar het Vlaamse niveau, waar ze van 1992 tot 1999 minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid was.

In die hoedanigheid was zij de Founding Mother van de Belastingdienst voor Vlaanderen (BVV), die in 1997 de inning van het Kijk- en Luistergeld van Belgacom overnam.



In 1999 ging de BVV ook de Onroerende Voorheffing innen. In beide gevallen werd de organisatie van de inning in outsourcing gegeven aan de intercommunale CIPAL. De efficiëntie van de BVV bereikte hoge toppen, mede door de inzet van een gedreven en vernieuwend team.

Op haar initiatief werd in december 1998 Bob Van Reeth als eerste Vlaamse Bouwmeester aangesteld. In een afscheidsbrief aan de Bouwmeester in 2000 verduidelijkt ze dat ze deze bouwmeester nodig had voor haar droom van een brug over de Schelde om de Antwerpse ring te sluiten en omdat de brug een 'kunstwerk' moet zijn, zowel technisch als architecturaal.

Buiten de politiek heeft ze zich ook actief ingezet rond de opvang van mensen met een mentale handicap, o.a. door de oprichting van Monnikenheide, een dienstencentrum voor personen met een mentale handicap. Ook hedendaagse kunst, architectuur en mode interesseren haar sterk. Zo was ze 3 jaar voorzitter van het Flanders Fashion Institute.

Wivina Demeester heeft momenteel een aantal bestuursmandaten in de gezondheids- en welzijnssector. Zo zetelt zij in de Raad van Bestuur van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Daarnaast is zij ook bestuurder van de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM) die instaat voor de realisatie van het Masterplan Antwerpen en de Oosterweelverbinding, de Karel de Grote Hogeschool Antwerpen, de Singel en van Dexia.

Eind mei 2011 werd bekend dat zij voorzitter wordt van het christelijk geïnspireerd impulsforum, de vzw Logia.

In 2013 nam ze afscheid als voorzitster van het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie, een functie die ze 9 jaar uitoefende.

Onderscheidingen
Op 29 september 2006 nam zij aan de KU Leuven een eredoctoraat in ontvangst voor haar inzet op het vlak van de ontwikkeling van de bio-ethiek in België.
In 2014 werd ze Ridder in de Internationale Orde der Groot Bewakers van de Vrije Schelde voor haar onverdroten inzet van onze Vrije Schelde en de Haven van Antwerpen
Op 11 juli 2015 kreeg ze het Groot Ereteken van de Vlaamse Gemeenschap, dat toegekend wordt aan Vlamingen die zich gedurende lange tijd verdienstelijk maakten.

website Wivina Demeester
LT
Over de kaartboeken van de abdijen: de periodes van grondbezit
Edited: 201506080241
Alhoewel de kaartboeken van de abdijen iconografisch in orde zijn, brengen zij het grondbezit van de abdijen niet op uniforme wijze naar voor. De periodes liggen ver uit elkaar.
*Ter Kameren: 1716-1720
*Averbode: 1650-1680
*Grimbergen: na te kijken
*Park: 1665
*Tongerlo: 1655-1794
*Leuvense Augustijnen-Eremieten: 1777
*Sint-Michielsabdij Antwerpen: 1640-1793
*Affligem: 1717-1756
*Sint-Bernardus Hemiksem: 1666-1671.
We mogen ook niet vergeten dat de abdijen vanaf het midden van de 18de eeuw hun onroerende bezittingen gingen beleggen in roerende waarden (bvb. renten). Dit was het gevolg van het verbod om nog grond bij te verwerven. (zie François Antoine, 1997)



WINDERS Max
Architect, 23/4/1882 - 10/9/1982
Edited: 201504250141
Maximilien Winders was de zoon van architect Jean Jacques Winders en trad in diens voetsporen. Op 26 november 1907 huwde hij Cornelia Carlier, de dochter van Jean Baptiste Ferdinand Carlier, directeur van de Nationale bank. Max Winders werd gevormd als architect aan de Antwerpse academie en bij zijn vader Jean-Jacques. Hij volgde ook leergangen beeldhouwkunst en schilderkunst en was meermaals laureaat. Hij bouwde een uitgebreid oeuvre op nationaal en internationaal vlak, vooral talrijke banken, bijvoorbeeld in Antwerpen, Sint-Niklaas en Leuven. Hij hanteerde een eclectische stijl, maar ook vaak een klassieke vormentaal met opvallende statigheid. Max Winders was ook een belangrijk figuur binnen de monumentenzorg, door zijn inzet tijdens het interbellum voor de bescherming van Belgische monumenten. Hij was vanaf 1934 lid van de Koninklijke Commissie voor Monumentenzorg, waarvan hij voorzitter was van 1966 tot 1968. Hij was lid van de beheerraad van de musea voor kunst en archeologie van Antwerpen en vice-president van de Vrienden van het Rubenshuis. Hij bekleedde een zetel in l’Institut de France, na de dood van Adolphe Max. Hij zou tevens het geheim van het verdwenen paneel van het Lam Gods gekend, maar dat niet onthuld hebben. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bracht Max Winders in opdracht van zijn schoonvader de goudreserves van ons land met drie schepen naar Groot-Brittannië. Samen met de derde vracht mocht hij ook de Belgische vorstin Elisabeth en haar kinderen in veiligheid brengen. Na de oorlog bracht Max Winders het goud terug. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij betrokken bij de redding van kunstwerken die hij in Wallonië en in Zuid Frankrijk onderbracht. Tevens redde hij een aantal beroemde kerkklokken.

Met dank aan Mia Verbanck voor de informatie.
Bron: gedenkplaatje begraafplaats Berchem/Antwerpen.
TESSENS Lucas
JAARVERSLAG ONROERENDE VOORHEFFING 2004 ARGUMENTARIUM PRO BELICHTING FRANS BEWIND 1792-1815
Edited: 201503012145
JAARVERSLAG ONROERENDE VOORHEFFING 2004 ARGUMENTARIUM PRO BELICHTING FRANS BEWIND 1792-1815 Logica MERS leverde voor het JVOV2003 gratis en buiten contract een historische bijlage over het ontstaan van het kadaster onder Frans bewind en legde de verbinding met de evolutie van het kiesrecht. Logischerwijze is dan de periode vlak voor het ontstaan van dat kadaster interessant. Maatschappelijke betekenis van de verschuivingen in de onroerende eigendom De 18de eeuw wordt gekenmerkt door de zgn. ‘Verlichting’. In de periode 1792-1815 veranderde (afhankelijk van de bron en de tijdafbakening) 15 tot 20% van het Belgische grondgebied (uitgedrukt in oppervlakte) van eigenaar. De meerderheid van de verhandelde onroerende goederen was afkomstig van kloosters en abdijen, weliswaar na confiscatie en herkwalifikatie tot ‘nationale goederen’. Het einde van de 18de eeuw is maatschappelijk van uitzonderlijk belang en verklaart voor een deel de grote stromingen in de 19de eeuw. Het reeds verrichte opzoekwerk Vanaf begin augustus werd de periode aftastend onderzocht. Vanaf eind augustus werd het echte opzoekwerk opgestart, erop vertrouwend dat de logica in de opbouw en de maatschappelijke relevantie evident was. Na 15/9 raakte het onderzoek goed op dreef. • Er werd een omvangrijke database aangelegd met een 500-tal feiten: verwijzingen naar decreten uit de Oostenrijkse en uit de Franse periode, uitdrijvingen, openbare verkopen, betrokken aantal hectaren, etcetera. Alle feiten in de database zijn gedocumenteerd. Quasi alle bronnen werden aan een vergelijkende toets onderworpen met aanduiding van inconsistenties. • Aansluitend bij de database zijn er (nog) experimenteel gegenereerde historische tijdlijnen in de maak waarmee het jaarverslag grafisch kan worden opgesmukt. • Vanuit de database werd een tweede – ditmaal geografisch geïnspireerde – database (met toevoeging van NIS-codes) aangemaakt die dan op zijn beurt de ArcView-applicatie kan aansturen voor het genereren van cartografie (target: Vlaams gewest, 308 huidige gemeenten); op 7 oktober 2004 bevatte deze database de kerngegevens van 58 kloosters/abdijen/priorijen; op 8 oktober werden nog belangrijke toevoegingen aangebracht. • Er werden een 50-tal relevante boeken aangekocht. Een gespecialiseerde bibliografie werd op punt gezet. • Gerichte opzoekingen werden verricht in de Stadsbibliotheek Antwerpen. • Contacten werden gelegd met volgende abdijen: Postel, Tongerlo, Averbode, Grimbergen. • Er is een contact in de maak met de abdij van Affligem. Tevens is een contact met de ULB gepland. • Bij het Rijksarchief werd een (dure) microfilm besteld en aansluitend werd er met een gespecialiseerde firma contact gelegd met het oog op hoogwaardige scanning vanaf microfilm. De problematiek van auteurs- en gebruiksrecht werd onderzocht én opgelost. • Ter voorbereiding werd tijdrovend scanning- en fotowerk verricht. Tests met verschillende soorten belichting en fotopapier, aangepast aan de digitale resolutie, werden uitgevoerd en verfijnd met het oog op een maximaal effect in de drukgang. Om het beoogde resultaat te bereiken investeerde MERS in een professionele camera met een bereik van 4 megapixels en grote ‘zoom’. • Voor bijkomend opzoekwerk werd een contract afgesloten met een free lance kracht. • Tenslotte vermelden we nog enkele honderden uren lees- en studiewerk. Hieruit mag blijken dat MERS volop geïnvesteerd heeft en dat zelfs nog in de periode voorafgaand aan de toekenning van het contract of het bekend raken daarvan. De suggestie van het Overlegcomité Op het Overlegcomité van eind september werd het plan voor de historische bijdrage door dhr Franken ter tafel gebracht. Wellicht was het Overlegcomité onwetend over de reeds ver gevorderde opzoekingen want vanuit het Overlegcomité kwam de suggestie om een geheel ander thema uit te diepen: kadastrale perekwatie in Brabant in 1685. Tijdnood en budget Het MERS kan zich onmogelijk binnen de hem nog toegemeten tijdspanne (medio oktober – eindejaar) de ingewikkelde materie van de kadastrale perekwatie in 1685 eigen maken en daarom moet MERS zich – ook om de credibiliteit van alle partijen te vrijwaren - onbevoegd verklaren. Vanaf 1 januari 2005 richten de werkzaamheden zich volledig op het verwerken van de gegevens uit het data warehouse en de verzameling van de administratieve en statistische gegevens. Tegen eind januari 2005 moet de zgn. ‘executive summary’, dienstig voor het jaarverslag 2004 van Cipal, klaar zijn. In vergelijking met vorige jaren werd de afsluitdatum met 15 dagen naar voor geschoven (15/3/2005) en werd MERS (weliswaar onder bepaalde voorwaarden) contractueel beboetbaar bij laattijdigheid. Binnen het toegemeten budget is ook geen ruimte voor een verantwoorde inkoop van een kwalitatief hoogstaand en origineel artikel bij derden. Goodwill Overigens zou de aanlevering van een historische bijdrage weerom goodwill zijn vanwege MERS want in het contract CIPAL-MERS is daarover niets voorzien. Onze betrachting is steeds geweest de (zeer relatieve) aantrekkelijkheid van een jaarverslag te verhogen en daarmee de belangen van onze opdrachtgever en die van de Vlaamse Gemeenschap te dienen. We brengen dit ongaarne in herinnering maar de omstandigheden dwingen ons daartoe. Compromisvoorstel Als compromis stellen wij voor de suggestie van het Overlegcomité (kadastrale perekwatie in Brabant in 1685) te weerhouden voor het jaarverslag 2005 en de periode van het Frans bewind in het jaarverslag 2004 te belichten en aldus de gedane inspanningen te valoriseren. MERS Lucas TESSENS 2004-10-08 Historiek contract JVOV2004 20040622: YH geen bezwaar tegen dat ik ook JVOV 2004 maak; aan JF gemeld op voice mail 20040709: JF deelt punten mee te voorzien in offerte; dead line 1/3/2005! + boete 250 EUR/dag 20040811: meeting JF-LT in extremis door JF afgebeld 20040824: offerte MERS aan dhr Jos Franken, Cipal 20040903: offerte goedgekeurd door Raad van Bestuur Cipal 20040906: eerste mail-contact LT-EDB over Frans bewind 20040908: meeting LT-EDB over confiscatie kerkelijke goederen (Aalst) 20040908: bestelling boek Frans bewind bij heruitgeverij 20040910: draft-opbouw artikel Frans bewind klaar en medegedeeld aan EDB 20040913: bezoek aan abdij Tongerloo + aankoop pakket boeken 20040915: JF deelt goedkeuring offerte telefonisch mee aan LT; LT deelt plan Frans bewind mee aan JF die enthousiast reageert. 20040915: contact met Albertina-bib over rapport Kulberg 20040916: Mail aan EDB: “Gisterenavond kreeg ik een telefoontje van JF: de Raad van Bestuur van CIPAL heeft mijn offerte aanvaard en de brief ter bevestiging is in de maak. Ik heb hem ook gesproken over het plan om de confiscatie van kerkelijke goederen aan het einde van de XVIIIde eeuw als ‘leesstuk’ in het jaarverslag in te lassen. Jos was enthousiast want als ‘boerenzoon’ interesseert hem dat uiteraard. Hij verdedigt dit project richting MVG.” 20040920: datum brief Cipal aan MERS met mededeling goedkeuring 20040922: MERS ontvangt brief Cipal; dus 22 dagen na eerste gepland contact MERS-EB 20040924: mail LT>EB: vragen; EB in verlof tot 28/9 20040928: contacteren Rijksarchief 20040928: optrekken vergoeding EDB wegens hulp opbouw historisch luik 20040929: Overlegcomité MVG-Cipal 20041005: telefonische mededeling JF over suggestie Overlegcomité: perekwatie 1685 20041005: telefonisch contact LT-EB: zij vindt 1685 interessanter dan 1792 20041005: opmaak argumentarium Frans bewind 20041007: verdere verfijning Excel-file door EDB en LT (meeting Aalst) 20041008: aankoop boek 19560021 over de historiek van het kadaster 20041008: correcties in de Masterbase Pro memorie: contractueel is MERS niet gebonden tot het leveren van een historische bijlage.
Wie haalt Indaver binnen? Katoennatie van Fernand Huts blijft in de running
Edited: 201412022102
DELTA NV (Nederlandse vennootschap) bezit 75 % van de aandelen van Indaver. De Vlaamse Milieuholding bezit 16 % en een groep industriële aandeelhouders (Janssen Pharmaceutica nv, BASF Antwerpen nv, Solvay nv, Tessenderlo Chemie nv, Bayer Global Investments bv., Borealis Polymers nv) bezit 9 % van de aandelen.

Kerncijfers 2013:

Totale hoeveelheid afval in beheer: 5 149 624 ton.

Totale hoeveelheid eigen verwerking: 3 517 552 ton

Jaarlijkse productie van energie equivalent met de energiebehoefte van 240 000 gezinnen

Personeelsbestand: 1 665 werknemers

Bedrijfsopbrengsten: 526 miljoen euro, winst na belasting: 40 miljoen euro

Bedrijfsopbrengsten in België 207 miljoen euro, in Duitsland 130 miljoen euro, in Nederland 110 miljoen euro, in Ierland/ UK 72 miljoen euro, in andere Europese landen 7 miljoen euro
JUSTITIE
PG vraagt verjaring in cassatie-proces Eternit
Edited: 201411201247
Op 13/2/2012 werd Eternit in Turijn (ITA) veroordeeld en verantwoordelijk geacht voor de dood door asbestose van 3.000 mensen: de leiding kende de dodelijke gevolgen van asbestcement maar liet de productie gewoon doorgaan, zo oordeelde de rechter toen. Men spreekt van een misdaad op industriële schaal of een industriële misdaad. Eternit had vier fabrieken in Italië. Bij ons is de fabriek van Kapelle-op-den-Bos berucht. Op de kerkhoven errond is het stil en in de naburige dorpen zwijgt men liever.

De zaak tegen de Zwitserse topman en miljardair Stephan Schmidheiny was sindsdien hangende voor cassatie in Roma. De voorganger van Schmidheiny, de Belgische baron Louis de Cartier de Marchienne (Turnhout, 26/9/1921 – Arendonk, 21/5/ 2013), is inmiddels overleden*.

De PG, Francesco Iacoviello, vroeg nu onverwacht de verjaring en dus de stopzetting van het proces. Normaal verwacht je zo'n vraag van de verdediging. Ook abnormaal is deze vraag omdat ze zo snel volgt na een effectieve veroordeling. Wat twee jaar geleden nog behandeld werd, is vandaag verjaard en je zou denken dat rechtshandelingen de verjaring zouden stuiten. Niet zo dus in het Italiaanse gerecht (en in vele andere staten is het net zo).

De president van de Regio Piemonte, Sergio Chiamparino drukte zijn verrassing, ontgoocheling en diepe verontwaardiging zo uit: "Apprendo con sorpresa e disappunto della decisione della Corte di Cassazione di annullare, causa prescrizione del reato, la sentenza di condanna a Stephan Schmidheiny nel processo Eternit. Non può che destare profonda indignazione".

Het spreekt vanzelf dat de nabestaanden van de slachtoffers van 'de stille dood' in shock, ingedeukt, machteloos en woedend achterblijven. De overtuiging groeit in Italië en daarbuiten dat recht en rechtvaardigheid niet hand in hand lopen. Ook een van mijn vrienden behoort tot de slachtoffers.



*Cartier huwde in 1950 Viviane Emsens (1929) uit de industriële familie Emsens, hoofdaandeelhouder in Eternit. Hij werd actief in de multinational: van 1966 tot 1978 was hij afgevaardigd bestuurder en van 1978 tot 1986 was hij voorzitter van Eternit. De familie Emsens is met duizenden hectare, gelegen in het noorden van de provincie Antwerpen, grootgrondbezitter. (bron: in Trends van 12 oktober 1995 bracht Frans Crols een onthullende reportage over deze miljardairsfamilie; in 2006 bracht Knack een snoeiharde reeks van artikelen over de dodelijke werking van asbest en de verantwoordelijkheid van Eternit).

**Vinck. Cartier was niet de enige Belg die dicht bij de zaak stond. Ook Karel Vinck, die van 1971 tot 1975 werkzaam was bij Eternit-Italië, was eerder betrokken in deze zaak. Hij leidde er sinds 1973 de Eternitfabriek in het Siciliaanse Targia. Van 1975 tot 1978 leidde hij Eternit-België als gedelegeerd bestuurder. In 2006 werd hij in Italië samen met andere topmanagers van Eternit veroordeeld voor onvrijwillige doodslag. De rechtbank was van oordeel dat zij de gezondheidsrisico's verbonden aan het werken met asbest in grove mate veronachtzaamd hadden. Karel Vinck werd veroordeeld tot drie jaar voorwaardelijke gevangenisstraf. Vinck verzette zich tegen deze beschuldigingen. "Een industrieel weegt risico's af met alle beschikbare kennis op het moment van de beslissing. Niet met de kennis die dertig jaar later beschikbaar is", zei hij toen. In augustus 2009 vernietigde het hof van beroep van het Siciliaanse Catania die uitspraak en sprak hem vrij in de zaak.(bron) Karel Vinck was naar eigen zeggen er toen niet van op de hoogte dat asbest kanker kon veroorzaken.



Enkele maanden na die vrijspraak haalde Vinck op een bijzonder negatieve manier het nieuws toen hij voor de camera schamper beweerde "wij leven van fijn stof" (Terzake, 18 oktober 2009).
Toen ging het om de toename van de fijn-stof-concentratie in Antwerpen i.v.m. de bouw van de omstreden Oosterweelverbinding. Vinck is voorzitter van de BAM. In een normale maatschappij neemt men dan ontslag om de eer aan zichzelf te houden.

OVAM. Op 24 oktober 2014 gaf OVAM een persbericht vrij; daaruit blijkt dat er zo'n 3,7 miljoen ton asbest in omloop is. (bron) Navraag bij de woordvoerder Jan Verheyen van OVAM leerde dat het enorme cijfer enkel het Vlaamse Gewest betreft (mail van 20141121). De belastingbetaler draait op voor het opruimen ervan.


Wereldwijde vervuiling
Eternit leverde vanaf 1946 wereldwijd persbuizen van asbestcementstof: West-Europa, USA, Canada, Latijns-Amerika, grote stukken van Afrika, India, het Midden-Oosten. De samenstelling van asbest: "een vezelig gehydrateerd MAGNESIUMSILICAAT, wit of geel, soms groen, soms blauw van kleur, komt uit mijnen in Canada (chrysotiel) en uit Rhodesië (crocidoliet). Deze uiterst fijne vezels (diameter zowat een duizendse millimeter of een mikron) met sterk weerstandsvermogen (trekvastheid: 40 tot 45 kg/mm²) moet worden geopend, gedesintegreerd en goed van elkander gescheiden, zodat elk ervan achteraf volmaakt met cement kan worden omkorst." Gezondheidsproblemen doen zich voor tijdens de productie maar vanzelfsprekend ook bij renovatie- of afbraakwerken (boren, zagen, slijpen, breken, dynamitering, ...).
[Zie ook Asbestos: Risk Assessment, Epidemiology, and Health Effects, Second Edition; geredigeerd door Ronald F. Dodson,Samuel P. Hammar (2012), waarin de historiek van de onderzoeken naar schadelijke/dodelijke gevolgen op wetenschappelijke manier wordt uiteengezet.]
Getuigen

Hieronder de documentaire 'Eternit Casale Monferrato: la fabbrica del cancro', waarin getuigen voor de camera bevestigen dat de directie er alles aan deed om de gevolgen van werken met amiante te camoufleren.



Hieronder een tweede docu waarin o.m. de openbare aanklager en een oncologe aan het woord komen:


Pro memorie: Ook bepaalde vormen van talkpoeder (gehydrateerd waterstof-houdend magnesium-silicaat - H2Mg3(SiO3)4 of Mg3Si4O10(OH)2) zijn kankerverwekkend.
Kris Van Dijck (NVA) Koen Van den Heuvel (CD&V) en Bart Somers (Open-VLD)
willen naam prov. Antwerpen wijzigen in Midden-Brabant.
Edited: 201411150242
Blijkbaar spreken de heren eerst en gaan ze dan pas nadenken. Genant, ook qua timing.
GVA
Boek over kasteelheer Jan Vleminck verschijnt na vijftig jaar research
Edited: 201411040861
WIJNEGEM - Na vijftig jaar onderzoek verschijnt eindelijk een wetenschappelijke studie over ‘Het leven en de tijd van Jan Vleminck, heer van Wijnegem (1526-1568).’ Auteurs zijn Raymond Correns, Hugo Rau en Marc Van de Cruys.
Jan Vleminck was in de zestiende eeuw een man met een internationale betekenis. Deze gefortuneerde koopman woonde in Antwerpen, maar bezat in Wijnegem een buitenverblijf in de vorm van een ‘huys van playsantië”. Van dat Wijnegemse kasteel zijn alleen de Jan Vlemincktoren met bijgebouwen overgebleven. Intussen stelde het gemeentebestuur van Wijnegem een restauratiedossier op. Voor de concrete uitvoering ervan wordt gezocht naar mede-privéinvesteerders. Jan Vleminck werkte vooral in de economische sector, maar stond tevens bekend als een mecenas die van kunst hield en zelf een beperkt aantal gedichten schreef. Hij deed dat onder het pseudoniem Flemingus. 'Het leven en de tijd van Jan Vleminck, heer van Wijnegem (1526-1568) telt 232 blz., is rijkelijk geïllustreerd en kost 27,5 euro. Het is verkrijgbaar bij de dienst Cultuur in GC ’t Gasthuis, Turnhoutsebaan 199 in Wijnegem. Info: uitgeverij Homunculus, Marc Van de Cruys, Krommelei 47, 2110 Wijnegem, 03.293.75.75, homunculus@yucom.be

bron: GVA, 20141104
MAEYENS Mil (1882-1952)
De Rede van Antwerpen, La Rade d'Anvers
Edited: 201411032155
van postkaart
STAD ANTWERPEN
Edited: 201410290344


De Stad Antwerpen is niet van plan het percentage van de aanvullende personenbelasting (APB) of de opcentiemen op de onroerende voorheffing (OOV) te verhogen. Daar staat tegenover dat er een hervorming van het stelsel van de kadastrale inkomens op til is of althans druk wordt besproken. En dat laatste is een bevoegdheid van het Gewest.
WITTE Els
Het verloren koninkrijk. Het harde verzet van de Belgische orangisten tegen de revolutie 1828-1850
Edited: 201409230965



Verschijningsdatum: 23 september 2014
Uitgeverij: De Bezige Bij Antwerpen
Aantal bladzijden: 688
PAPERBACK
ISBN: 9789085426561
Adviesprijs: € 29.99
Dit is het boek waar Els Witte jaren aan heeft gewerkt: een standaardwerk over een cruciale periode uit de geschiedenis van de Lage Landen

Na een korte Belgische revolutie kwam erin oktober 1830 een einde aan het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Een onvermijdelijke wending in de geschiedenis, zo lijkt het nu, maar dan wordt geen rekening gehouden met de felle oppositie van de orangisten. Die beweging van Oranjegezinden uit de elite in Vlaanderen, Brussel en Wallonië stelde alles in het werk om weer aansluiting te vinden bij het Nederlandse koninkrijk.
Zeker in de jaren 1830 - toen nog duchtig werd gebakkeleid over de verdeling van de inboedel - converseerden de orangisten in het grootste geheim met gelijkgezinden boven de Moerdijk. Niet zonder gevaar, want zij werden door het Belgische gezag hardhandig onderdrukt, van alle macht beroofd en zelfs weggejaagd naar het noorden.

Historica Els Witte gaat op ontdekkingstocht naar de wortels van het orangisme. Uit nauwelijks onderzochte archieven haalde zij veelzeggende correspondentie, die vaak in geheimschrift was opgesteld. Aan de hand van die bronnen weet Witte een uniek en rijkgeschakeerd beeld te schetsen van de orangistische organisaties, gedragscodes en strategieën. Ook werpt zij een licht op de druk beoefende Oranjecultus, die nog lang niet is doodgebloed.
TESSENS Lucas
Postzegel FIPP 83 - Uitgegeven naar aanleiding van het FIPP-congres te Brussel in mei 1983
Edited: 201409061649
First Day Cover met stempel van Verviers. Voor de persvoorstellingen van de postzegel te Antwerpen en Dendermonde schreef ik de speech van Paula D'Hondt - Van Opdenbosch
MAEYENS Miel (1882-1952)
Pijptabak (1918)
Edited: 201408191340
Olie op doek, privé-collectie. Op deze plaats op de Linkeroever te Antwerpen staat nu de grote fabriek van 3M.
TESSENS Lucas
brief aan Vandenbrande over project PC op school
Edited: 201406072348
De heer Luc Van den Brande
Minister-President
Martelaarsplein 19
1000 - BRUSSEL


Antwerpen, 15 juli 1997


Betreft: "Het ogenblik is aangebroken om 'Vlaanderen-Europa 2002' te herijken. Daarbij moeten we nieuwe inhoudelijke klem¬tonen leggen. Het volstaat niet langer dat onze kinderen goed kunnen rekenen en schrijven. Zij zullen ook meertalig moeten zijn, maar ze zullen ook moeten kunnen rijden op de informatiesnelweg. We zullen een belangrijke extra inspan¬ning doen om in een meer¬jarenprogramma er voor te zorgen dat alle leerlingen van het zesde leerjaar evengoed kunnen omgaan met een pc als met een boek." (uit uw officiële 11 juli-redevoering)




Geachte Heer Minister-President,




Bovenstaande passage uit uw 11 juli-redevoering heeft onze speciale aan¬dacht getrokken. Proficiat! Zeer terecht plaatst u lezen, rekenen en pc-vaardigheid op één lijn. Een nieuwe vorm van analfabetisme ("digi¬betisme") steekt de kop op. Enkel een practische opleiding die gebruik maakt van training en routine zal kunnen verhinderen dat deze kwaal onze jongeren aantast.

In 1994 hebben wij uw kabinet en daarna de GIMV geadviseerd aan¬gaande de te nemen stappen inzake de kabel (interconnectie van de verzor¬gingsgebieden en creëren van de terugweg). Dit leidde tot Telenet.
Toen hebben wij binnen het "Studiesyndicaat Nieuwe Diensten over de Kabel", waarvan wij in januari 1994 overigens de draft-opdracht schre¬ven, een lans gebroken voor een maatschappelijke en culturele benade¬ring van de infor-matiesnelwegen.


Aansluitend bij Telenet werd 'Medialab' opgestart. Ook hierover dienden wij het Kabinet van advies. Wij kunnen ons echter niet van de indruk ontdoen dat 'Media¬lab' al te theoretische blijft, cirkelend binnen de universitaire milieus.
Het is van essentieel belang:
• de risico's van een gebrek aan pc-vaardigheid onder ogen te zien;
• pragmatische oplossingen aan te reiken;
• de oplossingen te coördineren.
Die oplossingen liggen zeer zeker in de onderwijssfeer.

Niemand twijfelt aan de noodzaak om onze kinderen te leren lezen, schrijven en rekenen. Maar zij die er nog aan twijfelen dat ook het kunnen werken met een pc een basisvaardigheid is, worden best wan¬delen gestuurd.

In deze materie moet men snel en doortastend tewerk gaan. Zo moeten we de kinderen niet gaan vervelen door uit te leggen welke de com¬ponenten van een pc zijn of hoe een pc werkt. Je leert ook geen wagen besturen via weten¬schap over de ontploffingsmotor of de functie van een versnellingsbak.

Ziehier 10 BOUWSTENEN die wij voor een efficiënte aanpak zien:

1

Installatie van een task force (max. 8 mensen) ter begeleiding van het gehele project. Voorzien van secretariaats-ondersteuning en een budget voor deze task force. Overleg met uw collega L. Van den Bossche.

2

Contacten met leveranciers van hardware teneinde maximale sponsoring te voorzien voor nieuwe pc's; gebruik maken van gerecycleerde pc's en betere organisatie van het recyclage-proces; vastlegging van de mini¬mum-basiscon-figuratie van de te gebruiken pc's (CPU 80386DX).

3

Keuze van de software: o.i. heeft Microsoft een zodanige voorsprong ge¬nomen dat men moet kiezen voor de programma's 'Word' voor het nieuwe lezen/schrijven en 'Excel' voor het nieuwe rekenen, alles in Windows-om¬geving; Vlaanderen zou een mega-licentie voor het basison¬derwijs moeten bedingen.

4

Onmiddellijke start van een korte (minder dan 20 uur) en practisch gerichte lerarenop¬leiding voor pc: het zou o.i. een vergissing zijn te denken in de richting van een specifieke pc-leraar; de 'pc-vaardigheid' wordt best geïnte¬greerd in de lessen Nederlands en rekenen omdat dan de link kan gelegd worden met de klas¬sieke lees-, schrijf- en reken¬methodes.

5

Onmiddelijke start van een middelgroot project in een 200-tal basis¬scholen (zo'n 5.000 pc's), provinciaal gespreid; vastlegging van een gefaseerd plan voor een totaal-dekking van het basisonder¬wijs tegen 2002.


6

Avondgebruik van de pc-klassen voor bijscholing, al dan niet betalend (criteria uitwerken).

7

Gefaseerde inkoppeling van 'Telenet' in de scholen en toelevering van Internet over Telenet; afsluiten van een mega-contract.


8

Installatie of renovatie van de interne kablering in scholen waardoor het project gebruik kan maken van servers; inzet van de know how van de kabelmaatschappijen (bijna alle intercommunales); afsluiten van een mega-contract voor toelevering van kabels (coax/fiber).


9

Jaarlijkse grondige evaluatie en bijsturing van het project tijdens een open studiedag mét publicatie van de resultaten en verspreiding via de media.


10

Instellen van een prijs voor de school met de beste pc-basisopleiding (incen-tive op het project).




Geachte Heer Minister-President, begin 1994 schreven wij zoals gezegd de draft-opdracht voor het "Studiesyndicaat". Vandaag bieden wij onze diensten aan onder de vorm van een nieuw project ("PC? Kinderspel").

Eerstdaags zal ik met Mevrouw Yvette Delameilleure contact opnemen teneinde met u een gesprek te kunnen vastleggen.


Met bijzondere Hoogachting,






Lucas TESSENS
Bestuurder/Research Director
TESSENS Lucas
havenkranen tegen een zwaar wolkendek; Antwerpen
Edited: 201405292343
ABBELOOS Jan-Frederik in DS 20140506
Vermogenskloof 45 keer groter dan inkomenskloof
Edited: 201405172132
gebaseerd op enquête die de ECB in 2010 uitvoerde bij 2.364 Belgen, omgezet naar huishoudens. Sarah Kuypers en Ive Marx van het Centrum voor Sociaal Beleid van de Univ Antwerpen brachten die cijfers naar buiten. Het onderzoek én het artikel rammelt methodologisch aan alle kanten. De bijgevoegde grafiek (zie hieronder) lijkt op een Lorenz-curve maar is het dat niet! Daarvoor hadden op de Y-as percentages moeten staan.
De Standaard van 20140513
Positieve reacties op tolvrije Liefkenshoektunnel
Edited: 201405160045
Het project om de Antwerpse Liefkenshoektunnel tolvrij te maken tijdens de spits valt in goede aarde. De filelast is gevoelig verminderd en organisaties als VAB vragen een verlenging van het experiment.

Sinds vorige week maandag en nog tot 20 juni is de Liefkenshoektunnel tolvrij tijdens de spits, om de gevolgen van de werken op de E34 richting Antwerpen op te vangen. Vorig jaar waren er werkzaamheden op dezelfde plaats met lange files tot gevolg.

De files op de E34, de E313 en de Ring richting Gent zijn een stuk afgenomen sinds de maatregel werd ingevoerd, is te horen bij Touring Mobilis, dat informatie over het verkeer verzamelt. Vandaag stond er zelfs bijna geen file op E34 en E313.

De mobiliteitsorganisaties reageren tevreden. ‘De Ring wordt ontlast en het verkeer gaat een stuk vlotter’, zegt Danny Smagghe van Touring. ‘Er is nog geen chaos geweest rond Antwerpen sinds het begin van de werken, dat was vorig jaar wel eens anders, stelt Maarten Matienko van VAB.

De organisatie vraagt om het experiment voort te zetten bij de werken op de E17 in juni. ‘Het duurt immers drie maanden voor iemand zijn reisweg structureel aanpast’, aldus Matienko.

De Vlaamse regering baseerde zich totnogtoe op studies, zoals die van het Vlaams Verkeerscentrum, die uitwezen dat het effect van een tolvrije tunnel minimaal zou zijn op de verkeersdrukte in Antwerpen. Het huidige project is dan ook slechts een experiment.
ABICHT Ludo (°1936)
een overzicht van de werken van Ludo Abicht, Vlaams filosoof, publicist en dichter.
Edited: 201403031020
Dialoog, gedichten, 1962.
Paul Adler, ein Dichter aus Prag, 1972.
De joden van Antwerpen, 1986.
Oorlogskinderen hebben grote ogen, 1987.
De put van Babel, 1989.
Mensen in Israël en Palestina: één maat en één gewicht, 1990.
Filosofie is voor iedereen, 1992.
Humor, vrijheid en wijsheid van de joden, 1992.
Goed leven is goed samenleven, 1993.
Brood, rozen en utopie, 1994.
De joden van België, 1994.
De zure druiven van de oorlog, 1994.
De tocht door de woestijn: het vredesproces in het Beloofde Land, 1996.
Hoe Vlaams zijn de Vlamingen?: over identiteit, 2000.
Intelligente emotie, 2001.
Vlaamse Beweging: welke toekomst?, 2002.
Eén maat en één gewicht. Een kritisch essay over Israël-Palestina, 2002.
De joden van Antwerpen, 2004.
Ware Geuzen zijn Turks noch Paaps: het vrijzinnige humanisme vandaag, 2005.
Geschiedenis van de Joden van de Lage Landen, 2006
De Verlichting vandaag, 2007.
Het lunapark en andere plekken. Autobiografisch materiaal, 2008.
Israël-Palestina. Tweespraak over oorzaken en oplossingen, 2009.
De haan van Asklepios, 2010.
Voorbij het atheïsme, 2011.
Interculturaliteit, 2011.
Gewoon volk eerst, 2012.
Mijn Amerika, 2012.
Democratieën sterven liggend. Kritiek van de tactische rede, 2014.
Patriottisme kent geen grenzen, 2014.
LT
Blanco
Edited: 201201242361
En na elk gedicht
Valt het blanco
Jet ik en het jij
Het in te vullen
En verloren "wij"
De verre stem
Verplooid en glimmend magma

Antwerpen, 20120124
DS
Solvay bouwt nieuwe vestiging in Saoedi-Arabië
Edited: 201107280901
Solvay is van plan een joint venture op te richten met de Saudi Arabian Oil Company en Dow Chemical Company voor de bouw van een nieuwe megafabriek voor waterstofperoxide in Saoedi-Arabië. De kostprijs is niet meegedeeld.
Saudi Arabian Oil Company (Saudi Aramco), de grootste olieproducent ter wereld, en chemiereus Dow maakten enkele dagen geleden de oprichting bekend van hun joint venture Sadara voor een gigantisch chemisch complex in Jubail in Saoedi-Arabië.

Solvay gaat nu met Sadara een 50/50 joint venture aan voor de bouw en uitbating van een fabriek voor waterstofperoxide in Jubail. De waterstofperoxide moet als grondstof dienen voor de productie van propyleenoxide door Sadara.

Het zal de derde megafabriek voor waterstofperoxide van Solvay worden, naast die in Antwerpen en Thailand.
OTTEN Hans (red.)
Achter televisie - Omroepmarkten en -structuren in West-Europa
Edited: 201100005624
Antwerpen, Garant, 2011 (tweede herziene druk), 458 pp.
Koen Broucke, Kevin De Belder, Norbert Poulain, Koen Verstraeten
JAN COCKX, Een vrolijke kabouter die tragisch eindigt
Edited: 201010150906
Jan Cockx was een belangrijke pionier van de avantgarde in Antwerpen. Hij was een vriend van Paul Van Ostaijen, Floris en Oscar Jespers, Paul Joosten, Michel Seuphor en Prosper De Troyer. Tijdens het interbellum was hij een vaste waarde op de Belgische kunstscène, zowel als schilder als als keramist. Na de Tweede Wereldoorlog raakte hij wat op het achterplan. Bijna 35 jaar geleden werd hij vermoord in zijn atelier in Boechout. De moord heeft de perceptie van de kunstenaar vertroebeld. Tot op vandaag blijft de moord onopgehelderd. Hijj werd gepleegd op een lafhartige manier. De moordenaar benaderde Cockx ongemerkt op een zomeravond en schoot hem door het hoofd en door de ogen. De kunstenaar was doof en zat aan de keukentafel. Hij bladerde in een kunstboek. Geen motief. Geen moordwapen. Geen dader. Dit boek is de eerste monografie die volledig wordt gewijd aan Jan Cockx. Het materiaal is divers en summier. Er zijn slechts een handvol brieven bewaard gebleven. De nalatenschap is onvindbaar. Het gerechtelijk dossier spoorloos. En ondertussen zijn vele getuigen en vrienden overleden. Alle controleerbare feiten staan opgelijst in een chronologische biografie op het einde van dit boek. Koen Broucke en Kevin De Belder belichten in een uitvoerige bijdrage leven en werk van de kunstenaar. Norbert Poulain schreef een stuk over de keramiek van Jan Cockx. Voor vele liefhebbers was en blijft keramiek het belangrijkste aspect van zijn werk. In een apart artikel sprokkelt journalist Koen Verstraeten de verschillende feiten en geruchten uit publicaties van toen, bij elkaar.

ISBN: 978-90-5349-372-4
Publicatiedatum: okt 2010
Pagina's: 96
Illustraties: 55
Afmetingen: 17 x 24 cm


Transport inside Belgium - Free Transport FR-NL-DE 10 euro Other countries will be charged with transport fees - to know the fees please contact anne@snoeckpublishers.be



Softcover
€16,00
Wiki
ERDAL Fehriye (DHKP-C) - Koerdische
Edited: 200802070901


Fehriye Erdal (Kangal, 25 februari 1977) is een Turkse militante van het Turks Volksbevrijdingsleger (DHKP-C). Deze extreemlinkse groepering voert een gewapende strijd tegen de Turkse staat en wordt door de Verenigde Staten en de Europese Unie als een terroristische organisatie beschouwd. Erdal is spoorloos en het Belgisch gerecht vermoedt dat ze waarschijnlijk dood is.
Erdals ouders waren Koerdisch. In 1996 vluchtte ze uit Turkije waar ze verdacht wordt van medeplichtigheid aan een drievoudige moord. In 1999 werd ze in Duinbergen opgepakt.

Erdal werd op 28 februari 2006 door een Belgische rechtbank tot 4 jaar gevangenisstraf veroordeeld voor bendevorming, valse paspoorten en het bezit van illegale wapens. Toen men haar wilde oppakken, bleek ze spoorloos verdwenen te zijn, hoewel ze onder toezicht stond van de Staatsveiligheid. Dit veroorzaakte een schandaal in de Belgische politiek. Er werd zelfs de vergelijking getrokken met de ontsnapping van Marc Dutroux op 23 april 1998.

Vlaams Belang en CD&V eisten het ontslag van de minister van Justitie Onkelinx, maar zij weigerde op te stappen.[1]

Op 7 februari 2008[2] sprak het Hof van Beroep in Antwerpen Erdal vrij. Ze werd beschuldigd van het lidmaatschap van of het ondersteunen van een terroristische organisatie, vanwege haar banden met een Turkse oppositiegroep, de DHKP-C of Revolutionair Volksbevrijdingsleger. Het Hof oordeelde dat er geen bewijs was dat de betrokkene in verband bracht met plannen voor terroristische aanslagen. Ook achtte het Hof niet bewezen dat de organisatie in België een criminele of terroristische organisatie zou zijn.
TESSENS Lucas / MERS
onderzoek voor de Universiteit Gent: analyse archief kijk- en luistergeld
Edited: 200602022164
Professor Erik Dejonghe
Koning Boudewijnlaan 14
9840 De Pinte

A A N G E TE K E N D



Antwerpen, 2 februari 2006

Betreft: opdracht analyse archief kijk- en luistergeld

Professor,

Ingevolge de opdracht, waarvan u het detail in bijlage vindt, en die als volgt moet worden beschreven:


Aanlevering van de cijfers betreffende radio- en TV-bezit, geïdentificeerd als betalers/vrijgestelden van kijk- en/of luistergeld en betrokken uit analyses van de archieven van de Dienst Kijk- en Luistergeld.
De analyse dekt de gehele periode (tot 2001) waarin luistergeld, later ook kijkgeld, werd geïnd.

zend ik u hierbij (in opvolging van de e-mail die u reeds ontving) de analyse onder de vorm van een Excel-file bestaande uit drie werkbladen:
• de gevraagde cijfergegevens,
• de algemene verwerking tot een grafiek,
• de detailgrafiek betreffende Wereldoorlog II.
De Excel-file werd uitgeprint en bevindt zich eveneens op de bijgevoegde CD-Rom.





Aangezien de gevraagde cijfers naar onze mening beter tot hun recht komen in een bredere context, hebben wij - buiten opdracht - volgende cijfergegevens toegevoegd aan de reeksen: abonnees radiodistributie (1933-1992), particuliere huishoudens (1920-1939, volkstellingen 1947, 1960, 1970, 1980, 1991 en vervolgens de cijfers van het Rijksregister) en abonnees teledistributie (1970-2001).



Dit dossier werd door ons aangevuld met een bundel belangrijke bijlagen, hieronder summier beschreven.

Graag breng ik enkele zaken in herinnering:
- KLG = kijk- en luistergeld / redevance radio-télévision
- Noteer dat in 1931 het NIR/INR met radio-uitzendingen start.
- Noteer dat het fichesysteem van KLG eind 1943 & begin 1944 vernietigd werd. Vandaar de plotse daling en geleidelijke heropbouw van het bestand.
- Noteer dat vanaf 1960 een gecombineerde taks wordt geheven op radio en televisie.
- Noteer dat vanaf 1970 de zuivere radiodistributie de concurrentie ondergaat van de teledistributie
- Noteer dat in 1987 en 1997 "zwartkijkers" van een amnestiemaatregel konden genieten.
- Noteer dat vanaf 1977 de draagbare radio's niet meer afzonderlijk geteld worden (van toestellen tellen naar houders tellen; 1 licentie voor alle radiotoestellen, uitgezonderd radiotoestellen).
- Noteer dat vanaf 1977 het aantal TV-vergunningen in éénzelfde woning wordt geteld. Tweede verblijven hebben nog wel afzonderlijke vergunning nodig.
- Noteer dat vanaf 1988 nog enkel autoradio's vergunningsplichtig zijn (per toestel)
- Schattingen particuliere huishoudens tot 1940 gebaseerd op SCHROEVEN C. (1994), Consumer expenditure in interwar Belgium: the reconstruction of a database.
- Kabelabonnees: voor de jaren 1994-2001 beschikt het MERS over detailcijfers per gemeente voor het Vlaamse Gewest (resultaten enquêtes voor Telenet, IBM & KLG) (buiten opdracht).
- Voor methodologische commentaar verwijzen we naar de nota van Lucas Tessens “Bevolking, huishoudens, televisiebezit, kabelabonnees en ontduiking van kijkgeld in Vlaanderen. De globale analyse kritisch bekeken”, zoals toegevoegd aan het bundel. De hierin aangehaalde aandachtspunten omtrent de waarde van het statistisch materiaal en de correcte interpretatie daarvan, lijken mij waardevol als omkadering van de voorliggende analyse.
- Zie ook: COUR DES COMPTES, La perception de la redevance ... voorkomend op de bijgeleverde CD-Rom in pdf-formaat. Dit rapport van het Rekenhof wijst op de ondermaatse inning van het kijk- en luistergeld in het Waalse landsgedeelte. Naar de voorliggende analyse toe houdt zulks in dat de cijfers van de dienst kijk- en luistergeld een onderschatting inhouden van het werkelijke bezit van (auto-)radio’s en TV-toestellen. Dit tengevolge van ontduiking en povere inning/invordering/controles.
- Voor het Vlaamse Gewest worden een aantal kleurkaarten aan het bundel toegevoegd.
- Verder: Jaarverslagen Kijk- en Luistergeld 1997, 1998 en 2001 en Eindverslag toegevoegd aan het bundel. De analyses in deze jaarverslagen zijn naar onze mening waardevol voor een beter begrip van de materie.
- Groeifactor TV-toestellen in 20 landen (1997 versus 1970) toegevoegd aan het bundel. Het leek ons interessant deze cijfers toe te voegen omdat zij de analyse in een internationale context plaatsen.


Voor de historische en wettelijke context verwijs ik graag naar de website van MERS en met name naar de sectie ‘Chronologie Dienst’.





Het komt mij voor dat hiermee de opdracht uitgevoerd is.
Mocht u nog vragen hebben, dan houd ik mij ter uwer beschikking.




Met hoogachting,








Lic. Lucas TESSENS




Bijlagen: bundel zoals beschreven met CD-Rom.

OPDRACHTGEVER/CLIENT
Universiteit Gent
Vakgroep Communicatiewetenschappen
Korte Meer 7-9-11
9000 Gent
Tel 09/ 264 68 80

Onze offertes 20050826 & 20060128
Uw bestelbonnummer: 4203331316
Bestelbondatum: 31.01.2006
Leveranciersnummer: 2000048730


LEVERANCIER
MERS BVBA - Media Expert Research System
vertegenwoordigd door Lic. Lucas Tessens
M. Courtmansstraat 27
2600 - Antwerpen
BTW: 464.141.832
Tel: 03-218.51.13
GSM: 0475-20.95.00


Dienstverlening
Aanlevering van de cijfers betreffende radio- en TV-bezit, geïdentificeerd als betalers/vrijgestelden van kijk- en/of luistergeld en betrokken uit analyses van de archieven van de Dienst Kijk- en Luistergeld.
De analyse dekt de gehele periode (tot 2001) waarin luistergeld, later ook kijkgeld, werd geïnd.
MERS garandeert dat de gepresenteerde cijfers op wetenschappelijke wijze werden vergaard en verwerkt.
Commentaren en methodologische noten worden bijgeleverd op de meest aangepaste drager (files en/of scans in attachment aan een e-mail, op CD-Rom, op fotocopie, ...).
Orale ondersteuning betreffende het cijfermateriaal t.b.v. Prof. Dr Erik Dejonghe (facultatief en indien gewenst).

Wijze van aanlevering
Excel-files via attach aan e-mail te richten aan erik.dejonghe@pandora.be met bevestiging van ontvangst.

Gebruiksrecht
Bij publicatie of publieke presentatie van de cijfers, of afgeleiden daarvan, zullen deze steeds vergezeld zijn van volgende bronvermelding: "Analyse MERS".



De Post
2006: Post Danmark A/S en CVC nemen een gezamenlijk belang van 49,99 % in De Post.
Edited: 200600001978
2006
De Post krijgt hulp van een strategische partner om het bedrijf in staat te stellen om verder te moderniseren en om zich voor te bereiden op de volledige vrijmaking van de postmarkt: Post Danmark A/S en CVC[i] nemen een gezamenlijk belang van 49.99 % in De Post.

De markt voor post van meer dan 50 gram wordt opengesteld voor de concurrentie.
In 2006 worden ook drie nieuwe sorteercentra geopend: Gent X (mei),
Charleroi X (augustus) en Antwerpen X (november).
STOX Yves
Een paradoxale scheiding De laïcité van de Staat in de Belgische Grondwet
Edited: 200412320001
jura falconis, jg 41, 2004-2005, nr 1, p. 37-62

Een paradoxale scheiding
De laïcité van de Staat in de Belgische Grondwet
Yves Stox
Onder wetenschappelijk begeleiding van Prof. Dr. A. Alen en F. Judo
VOORWOORD
De Belgische Grondwet bevat met de artikels 20, 21, 22 en 181 een uitgebalanceerd systeem inzake de verhouding Kerk-Staat. Deze bepalingen werden nooit aangepast en zijn een toonbeeld van de degelijkheid van de oorspronkelijke grondwet uit 1831. De huidige laatmoderne maatschappij verschilt echter sterk van de 19e eeuwse maatschappij. Terwijl de culturele diversiteit en de religieuze heterogeniteit[1] gegroeid zijn, zijn de grondwettelijke bepalingen echter onveranderd gebleven.
De verklaring tot herziening van de Grondwet van 9 april 2003 werd door de Mouvement Réformateur aangegrepen om een strikte scheiding tussen Kerk en Staat in art. 1 G.W. op te nemen. Het voorstel werd weliswaar niet aanvaard, maar vormt de ideale aanleiding om, na een inleidende ideeëngeschiedenis, de verhouding tussen Kerk en Staat in België opnieuw voor het voetlicht te brengen. Aangezien in de “Verantwoording” van het eerste amendement bij het “Ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet” uitdrukkelijk verwezen wordt naar Frankrijk, komt vanzelfsprekend ook de verhouding tussen Kerk en Staat bij onze zuiderburen aan bod. Vervolgens wordt het voorstel van de Mouvement Réformateur getoetst aan het juridische kader. Tenslotte wordt een alternatief voorstel onderzocht, namelijk de mogelijkheid van een concordaat.
1. INLEIDENDE IDEEËNGESCHIEDENIS
Op 22 en 23 februari 2003 hield de Mouvement Réformateur in Louvain-la-Neuve een congres met als titel “Engagement citoyen”. De werkgroep “Citoyenneté et Démocratie” van dit congres wees op de waardevolheid van het pluralisme. De maatschappij is een geheel van individuen en elk individu kan zijn eigen opvatting van het “goede leven” kiezen. De overheid dringt de individuen geen opvatting op, maar biedt enkel de mogelijkheid om door een democratisch debat consensus te bereiken. De overheid kan echter deze rol enkel vervullen indien alle burgers de politieke conceptie accepteren die de overheidsinstellingen beheerst. Daarom stelde de werkgroep voor om in de Grondwet de principes te bepalen die de door de overheid erkende organisaties of financieel ondersteunde partijen moeten respecteren.[2] Dergelijk voorstel kan een verregaande invloed hebben op het systeem van erkende erediensten.
Dezelfde politieke filosofie zet de Mouvement Réformateur ertoe aan om de laïcité van de overheid in de Grondwet op te laten nemen. De overheid mag geen religie of filosofische stroming begunstigen, maar moet de meningsvrijheid garanderen aan al haar burgers. Het principe van laïcité houdt in dat de overheid vanuit een dominante positie een gelijke, maar afstandelijke houding aanneemt ten opzichte van alle religies en filosofische overtuigingen: “(Le principe de la laïcité) ne signifie pas que l’Etat privilégie un courant philosophique ou religieux par rapport à un autre. Au contraire, la laïcité de l’Etat est une garantie de pluralisme des convictions philosophiques et religieuses. C’est l’autorité de l’Etat, supérieure à toute autre autorité, qui fait respecter la liberté de pensée et donc de conviction philosophique et religieuse au bénéfice de tous les citoyens. La laïcité de l’Etat, c’est l’Etat équidistant à l’égard de toutes les religions ou convictions philosophiques.”[3]
Het mag dan ook niet verwonderen dat de heer Maingain (FDF/MR) in de Kamer[4] en de heren Roelants de Vivier (MR) en Monfils (MR) in de Senaat[5] het Ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet van de regering op identieke wijze trachtten te amenderen. Dit “humanisme démocratique” maakte ondanks de verwerping van het amendement deel uit van het programma van de MR voor de verkiezingen van 18 mei 2003[6].
2. VERHOUDING TUSSEN KERK EN STAAT
De verhouding tussen Kerk en Staat heeft betrekking op de relaties tussen de verschillende religieuze en levensbeschouwelijke gemeenschappen en hun leden enerzijds en de overheid anderzijds, alsook op de regelgeving die deze relaties beheerst.[7] Hierbij moet opgemerkt worden dat het begrip ‘Kerk’ niet enkel verwijst naar de christelijke godsdiensten, maar ook andere confessies en zelfs niet-confessionele levensbeschouwingen.[8] Het Belgische interne recht hanteert niet het begrip ‘Kerk’, maar wel de begrippen ‘eredienst/culte’ en ‘niet-confessionele levensbeschouwing’. ‘Eredienst’ werd door de auteurs van de Pandectes belges beschouwd als “l’hommage rendu par l’homme à la Divinité”, waarbij vooral “l’exercice public d’une religion” benadrukt wordt.[9] Steeds zal de rechter in concreto nagaan of het om een eredienst gaat.[10] De niet-confessionele levensbeschouwing werd pas in 1993 in de Grondwet opgenomen in het financieel getinte art. 181. Het onderscheid lijkt vooral een historisch karakter te zijn. Men kan zich immers vragen stellen bij de zinvolheid van het hanteren van een al te rigide onderscheid tussen ‘eredienst/culte’ en ‘niet-confessionele levensbeschouwing’.
De houding die de overheid aanneemt ten aanzien van de verschillende levensbeschouwingen is onderhevig aan de gehanteerde politieke opvattingen. Deze houding kan resulteren in een confessioneel systeem, een laïcaal systeem of een mengvorm waarbij samenwerking centraal staat.[11] Deze onderverdeling is archetypisch en moet gerelativeerd worden.
Ten eerste kan de overheid het beginsel van eenheid gebruiken. Zowel de volledige afwezigheid van religieuze neutraliteit is mogelijk, als de positieve religieuze neutraliteit zijn mogelijk. In het eerste geval heeft ofwel de staatsoverheid een overwicht op de religieuze overheid, ofwel de religieuze overheid een overwicht op de staatsoverheid. Soms wordt deze vorm gemilderd door de oprichting van nationale kerken en spreekt men van formeel confessionalisme. In het tweede geval ontstaat een ongelijke behandeling tussen de verschillende erediensten die aanwezig zijn in een bepaalde staat door een systeem van erkenning van erediensten. De positieve religieuze neutraliteit kan men niet alleen in België terugvinden, maar ook in Frankrijk.[12]
Ten tweede kan de overheid het beginsel van scheiding gebruiken. De staat zal zich actief verzetten tegen religieuze groeperingen of zich totaal onthouden. Deze religieuze onverschilligheid beheerst Frankrijk, uitgezonderd Alsace-Moselle.[13]
Ten derde kan een samenwerking ontstaan tussen de staat en de religieuze groeperingen door een systeem van overeenkomsten en verdragen (concordaten), die de belangen van de laatste behartigen. Dit samenwerkingsmodel kan variëren van het beginsel van eenheid tot het beginsel van eerder scheiding zoals in België.[14]
Volgens Ferrari is deze driedeling verouderd. De formele aspecten in de verhouding tussen Kerk en Staat worden te sterk benadrukt, terwijl de inhoudelijke aspecten niet voldoende aan bod kunnen komen.[15] Vandaar dat zowel België als Frankrijk bij twee van de drie systemen ondergebracht kunnen worden. De onderverdeling die op het eerste zicht zeer duidelijk lijkt, blijkt tegenstrijdigheden te generen.
3. VERHOUDING TUSSEN KERK EN STAAT IN BELGIË
3.1. DE GRONDWETTELIJKE POSITIE VAN DE EREDIENSTEN IN BELGIË
3.1.1. Discussie in het Nationaal Congres
In het Zuiden van Koninkrijk der Nederlanden ontstonden er twee oppositiebewegingen. De katholieke oppositie verzette zich tegen de godsdienst- en schoolpolitiek van Willem I. De liberale oppositie ijverde voor een parlementair regime, een rechtstreeks verkozen wetgevende macht, het principe van de ministeriële verantwoordelijkheid en de erkenning van een aantal vrijheden, waaronder de godsdienstvrijheid en de vrijheid van onderwijs. Rond aartsbisschop de Méan was een handvol mensen werkzaam die zochten naar een oplossing voor de gespannen houding tussen Kerk en Staat in de Nederlanden, “de School van Mechelen”. Deze groep vertrok van de theologische opvatting dat God niet twee Machten kan hebben ingesteld die tegenstrijdig waren met elkaar. De Kerk en Staat behoorden in de Nederlanden dus niet gescheiden te zijn, maar er moest een zekere band zijn tussen beiden. De Staat zou effectief moeten waken over het behoud van de cultusvrijheid en zo de cultussen beschermen.[16] De clerus zou ook een wedde moeten krijgen, die als een vergoeding werd beschouwd voor de aangeslagen goederen tijdens de Franse Revolutie.[17] Vanaf 1827 groeiden beide oppositiebewegingen naar elkaar toe en in 1828 was “de Unie der opposities” – het zogenaamde “monsterverbond” – een feit. Oorspronkelijk was slechts een kleine meerderheid voorstander van een afscheuring. Onder invloed van de Juli-revolutie in Parijs op 27 juli 1830 werden de gemoederen opgezweept en de beroerten in Brussel leidden tot dat wat niemand had verwacht, een politieke revolutie.[18]
Nadat het Voorlopig Bewind de onafhankelijkheid van België had uitgeroepen, vatte men aan met de uitbouw van de nieuwbakken staat. Het opstellen van een grondwet was één van de belangrijkste bekommernissen. Een commissie onder leiding van baron de Gerlache redigeerde een ontwerp van grondwet en de Belgen verkozen een grondwetgevende vergadering, het Nationaal Congres. In november 1830 verscheen in Leuven een anonieme brochure[19] van “de School van Mechelen”. Er stond te lezen dat de Grondwet de godsdienstvrijheid onaantastbaar moest maken. Tevens moest de vrijheid van eredienst gegarandeerd worden. Ook kwam men op voor de vrijheid van de cultus: alleen individuen mogen worden vervolgd indien ze in het kader van een cultus de publieke orde verstoren of strafbare feiten plegen. Daarenboven werd gepleit voor een gewaarborgde vrijheid van onderwijs en voor het beginsel van niet-inmenging in kerkelijke aangelegenheden, onder andere denkend aan de briefwisseling tussen de clerus en de Heilige Stoel. Bovendien werd een wedde voor clerici noodzakelijk geacht; deze wedde werd beschouwd als een rechtvaardige compensatie voor de inbeslagname van kerkelijke goederen. Op 17 december 1830 werd in het Nationaal Congres, waarin de meerderheid bestond uit katholieken, een brief voorgelezen van aartsbisschop de Méan, waarin hij de stellingnamen van de anonieme brochure diplomatisch parafraseerde. Toen het debat in het Nationaal Congres op 21 december 1830 aanving, werd al snel duidelijk dat de vrijheden niet alleen ten aanzien van het katholicisme zouden kunnen gelden, maar ook ten aanzien van de minderheidsgodsdiensten. De niet-confessionele levensbeschouwing kwam echter helemaal nog niet aan bod. Het ontwikkelde systeem van vrijheid zou echter vooral de katholieke godsdienst ten goede komen. De ruimdenkendheid van de katholieken had dus eigenlijk weinig om het lijf. De verspreiding van de andere godsdiensten was immers uiterst minimaal.Het is interessant om de uiteindelijke tekst van de Grondwet te vergelijken met de door de Méan voorgestelde tekst: de wensen van de aartsbisschop werden in grote mate ingewilligd door het Nationaal Congres.[20]
Zowel de katholieken als de liberalen deden bij het opstellen van de Grondwet toegevingen. De afschaffing van het capaciteitskiesrecht en de voorrang van het burgerlijk op het kerkelijk huwelijk zijn de voornaamste toegevingen langs katholieke zijde.[21] De liberalen aanvaardden dan weer de vrijheid van eredienst, de staatswedde voor de bedienaars van de eredienst en een staatstoelage voor onderhoud en oprichting van bidhuizen. Ook de vrijheid van onderwijs werd erkend.[22]
De eensgezindheid tussen liberalen en katholieken bleek echter bijzonder broos. Reeds op 22 december viel de liberaal Defacqz het ontwikkelde systeem van vrijheid aan. Hij pleitte voor een overwicht van de Staat op de Kerk “parce que la loi civile étant faite dans l’intérêt de tous, elle doit l’importer sus ce qui n’est que de l’intérêt de quelques-uns”. Door zijn scherp verzet werpt Defacqz een helder licht op sommige van de katholieke drijfveren. Het bleef echter een kleine minderheid van combatieve anti-katholieke liberalen die oppositie voerde. [23] Uiteindelijk aanvaarde het Nationaal Congres de vrijheid van eredienst en een bijzondere scheiding tussen Kerk en Staat.[24] [25]
3.1.2. Godsdienstvrijheid in de Belgische Grondwet
a. Art 19 G.W.
Dit artikel beschermt een aantal facetten van de godsdienstvrijheid. In de eerste plaats wordt de vrijheid van eredienst sensu stricto beschermd. Deze vrijheid moet ruim worden opgevat. Niet alleen het behoren tot een geloofsovertuiging, maar ook de overgang van het ene geloof naar het andere wordt beschermd. De term ‘eredienst/culte’ toont aan dat men vooral aandacht had voor externe aspecten. Een duidelijke definitie van ‘eredienst/culte’ is niet voorhanden, al heeft men dat wel betracht.[26] Het meest belangwekkende element is zeker en vast de uitwendig en publieke manifestatie van religieuze gevoelens.[27]
In de tweede plaats wordt de vrije openbare uitoefening door de Grondwet gewaarborgd. Art. 26, tweede lid bepaald echter dat bijeenkomsten in de open lucht aan de politiewetten onderworpen blijven. Dit artikel wordt door het Hof van Cassatie geïnterpreteerd als een algemeen beginsel dat toegepast kan worden op alle rechten en vrijheden zodra die op openbare wegen en pleinen worden uitgeoefend, zodat preventieve maatregelen mogelijk zijn. De Raad van State is een andere mening toegedaan en vindt dat, behalve voor vergaderingen in open lucht de Grondwet preventieve maatregelen verbiedt. Dit verbod geldt ook voor de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van eredienst indien deze vrijheden op een openbare plaats uitgeoefend zouden worden.[28]
In de derde plaats waarborgt de art. 20 de vrijheid van meningsuiting, een recht dat ontegensprekelijk raakvlakken vertoont met de vrijheid van eredienst.
In de vierde plaats worden de grenzen van de godsdienstvrijheid in het laatste lid van art. 20 afgebakend. De vrijheden gelden enkel behoudens bestraffing van de misdrijven die ter gelegenheid van het gebruikmaken van die vrijheden worden gepleegd. Zo wordt het risico vergroot dat een conflict kan ontstaan tussen aspecten van een religieus systeem en de regels die behoren tot de openbare orde van de overheid indien het gedachtegoed van dat religieus systeem afwijken van het waardepatroon van de maatschappij.[29] Ofwel geeft de overheid dan de rechter de mogelijkheid om de grondrechten ten opzichte van elkaar af te wegen, ofwel acht de overheid bepaalde waarden zo belangrijk dat het strafrecht de afdwingbaarheid van deze waarden veilig moet stellen en zo de discussie eenzijdig te beëindigen.[30]
b. Art. 20 G.W.
De negatieve formulering van deze bepaling toont dat de positieve en de negatieve godsdienstvrijheid – het verbod van dwang om zich te bekennen tot een bepaalde levensbeschouwing – onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Sinds oudsher worden in de rechtsleer een aantal concrete situaties gedetailleerd bestudeerd, dat is echter niet het onderwerp van deze studie.[31]
c. Art. 21 G.W.
Terwijl in art. 19 en 20 de godsdienstvrijheid – met een positief en een negatief aspect –abstract geformuleerd wordt, krijgt in art 21 de godsdienstvrijheid inhoudelijk gestalte. Het biedt religies de vrijheid om zich intern te organiseren zoals zij dat wensen. Deze vrijheid omvat drie concrete aspecten. Ten eerste heeft de Staat niet het recht zich te bemoeien met de benoeming of de installatie van de bedienaren van enige eredienst. Ten tweede de mogelijkheid voor bedienaars van de eredienst om vrij briefwisseling te houden met hun overheid. Ten slotte wordt ook gegarandeerd dat de akten van de kerkelijke overheid openbaar mogen worden gemaakt, maar met behoud van de gewone aansprakelijkheid inzake drukpers en openbaarmaking.[32]
Vrijheid van eredienst betekent dus niet alleen de eerbied voor de individuele overtuiging, maar ook het erkennen van de gemeenschapsvormen van een gelovige overtuiging. Het was mogelijk dat de Belgische grondwetgever zich enkel zou beperkt hebben tot de individuele vrijheid en –zoals in Frankrijk – zich niet ingelaten zou hebben met collectieve vormen. In België bezitten echter ook religieuze genootschappen over eigen fundamentele rechten.[33] Daar vloeit niet uit voort dat de overheid geen enkele vorm van controle mag uitoefenen.[34] Wel vloeit hier uit voort dat de profane rechter geen uitspraak mag doen over theologische vraagstukken. Toch kan men een evolutie vaststellen waarbij seculiere rechters zich meer en meer inmengen, ten nadele van de autonomie van religieuze organisaties.[35]
d. Art. 181 G.W.
Art. 181 is het laatste grondwetsartikel dat rechtsreeks van toepassing op de verhouding tussen Kerk en Staat en organiseert de financiering van de erediensten. Katholieke auteurs beschouwden de staatsbezoldiging van bedienaars van de eredienst als compensatie van de tijdens de Franse Revolutie genaaste kerkelijke goederen.[36] Liberale auteurs benadrukten vooral het sociale nut van de eredienst aan de bevolking.[37] Indien het sociale nut benadrukt wordt, dient de bedienaar van de eredienst de opgedragen taak werkelijk waar te nemen.[38] Door de grondwetsherziening van 1993 kreeg art. 181 een tweede lid, waardoor ook “morele lekenconsulenten” in aanmerking komen voor een staatswedde. Deze uitbreiding is weliswaar juridisch overbodig opdat de Staat lekenconsulenten een wedde zou kunnen toekennen, maar deze grondwettelijke erkenning benadrukt de maatschappelijke waarde van de vrijzinnigheid.[39]
Niet elke eredienst verkrijgt echter dergelijke financiering, art. 181, lid 1 geldt enkel en alleen voor de bedienaars van de erkende erediensten. De erkenning als eredienst van een geloofsovertuiging is niet steeds even vanzelfsprekend en heeft een aantal belangrijke rechtsgevolgen.
3.2. DE ERKENDE EN DE NIET-ERKENDE EREDIENSTEN
Het Nationaal Congres wou in de Grondwet geen privileges ten voordele van een eredienst toekennen, alle erediensten worden op voet van gelijkheid beschouwd. Ondanks deze principiële gelijkwaardigheid van alle erediensten zijn sommige erediensten door de overheid erkend. Deze erkenning is noodzakelijk opdat de bedienaars van de eredienst bezoldigd zouden worden door de overheid. Het Belgische systeem lijkt water en vuur met elkaar te willen verzoenen: er is een systeem van absolute gelijkheid tussen alle maatschappelijk aanvaarde godsdiensten, met een systeem van privileges voor de erkende erediensten.[40]
De erkenning gebeurt door of krachtens de wet. De wetgever moet zich hierbij onthouden van elk waardeoordeel en mag zich enkel laten leiden door de vraag of de bewuste eredienst aan de godsdienstige behoeften van (een deel van) de bevolking beantwoordt.[41] Bij de evaluatie dienen de grote christelijke kerken minstens impliciets als toetssteen. Schijnbaar atypische kenmerken van andere religies worden daardoor vaak negatief ingeschat, waardoor de erkenning niet plaatsvindt.[42]
De erkenning brengt ontegensprekelijk belangrijke voordelen met zich mee. Niet alleen verkrijgen de bedienaars van deze erediensten een wedde en nadien een pensioen, maar ook wordt de rechtspersoonlijkheid toegekend aan de openbare instellingen die zijn belast met het beheer van de goederen die voor de eredienst zijn bestemd.[43] Erediensten die niet erkend zijn mogen dan al genieten van de grondwettelijk beschermde godsdienstvrijheid, zij moeten echter een beroep doen op de vzw-techniek om rechtspersoonlijkheid te verwerven.[44]
Ook aan gemeenten en provincies worden, respectievelijk in de Gemeentewet en in de Provinciewet, verplichtingen opgelegd te voordele van de erkende erediensten. Een eerste reeks bepalingen zijn ten voordele van de bedienaars van de eredienst. Zij hebben betrekking op de huisvesting van de bedienaar van de eredienst. Een tweede reeks bepalingen handelen over het beheer van de goederen van de erkende erediensten. Zo worden financiële tekorten aangezuiverd en ontvangt men financiële steun voor de groeve herstellingen aan of de bouw van gebouwen bestemd voor de eredienst. Daarnaast zijn er nog een aantal suppletieve bepalingen in verband met aalmoezeniers in het leger en in de gevangenissen, zendtijd op de openbare omroep en de organisatie van godsdienstonderricht.[45]
De erkenning van bepaalde erediensten en de daar uit voortvloeiende toekenning van een aantal voordelen is een afwijking van het “beginsel van de gelijke behandeling van alle erediensten”. Toch neemt men aan dat het toekennen van voordelen aan erkende erediensten hieraan geen afbreuk doet. De Belgische grondwetgever beoogde immers geen absolute gelijkheid. Indien de overheid de steun zou beperken tot slechts één eredienst, dan zou men wel kunnen spreken van een inbreuk op het gelijkheidsbeginsel.[46] Het lijkt wel alsof er zich door de tijd heen een bijzondere vorm van het gelijkheidsbeginsel ontwikkeld heeft, waarop de ondertussen klassieke criteria van het Arbitragehof niet van toepassing zijn.
3.3. DE BURGERLIJKE RECHTER IN KERKELIJKE AANGELEGENHEDEN
3.3.1. Problematiek
De fundamentele regels die de verhouding regelen tussen de Belgische Staat en de Kerk kunnen we terugvinden in art. 19, 20, 21, 181 G.W.[47], maar ondanks de vele jurisprudentie en juridische geschriften is de problematiek van de burgerlijke rechter die gevraag wordt om tussen te komen in kerkelijke aangelegenheden gebleven.[48]
Het staat buiten kijf dat art. 21 de hoeksteen vormt van deze problematiek. De Staat mag zich niet bemoeien met de benoeming of de afzetting van de bedienaren van de eredienst. Evenmin mag de burgerlijke rechter zich niet bevoegd verklaren om een religieuze dissidentie te beslechten, de orthodoxie van een stelling te beoordelen of religieuze motieven naar waarde te schatten.[49] De rechter kan zich dus enkel uitspreken over de formele procedure. Maar deze controle is echter niet eenduidig. Men kan variëren van een louter formele toetsing van een kerkelijke beslissing tot een kwalitatief beoordelen van de kerkelijke procedure aan de hand van algemene rechtsbeginselen.[50]
3.3.2. Een formele toetsing
Aanvankelijk is de burgerlijke overheid heel terughoudend. De hoven en rechtbanken beperken hun controle van de kerkelijke beslissingen tot een louter formele toetsing. De rechterlijke macht beperkt zich in zaken van benoeming of afzetting tot de vaststelling dat dit gebeurde door de bevoegde kerkelijke overheid, zonder hierbij de wettigheid van deze beslissing te onderzoeken. [51]
Men kan echter een onderscheid maken tussen twee soorten formele toetsing en zo een minimale wijziging in de rechtspraak – in de lijn der verwachtingen – waarnemen. In principe zal de rechter alleen nagaan of de benoeming van een opvolger door de bevoegde kerkelijke overheid is gebeurd. Geleidelijk gaan de hoven en rechtbanken ook controleren of de beslissing tot herroeping door een bevoegde kerkelijke overheid is genomen.[52] Meer dan een formele toetsing blijft echter uitgesloten.
3.3.3. Een controle van de interne procedure
Deze klassieke leer wordt ter discussie gesteld met het arrest van 5 juni 1967, geveld door het Hof van Beroep van Luik. Het hof bevestigt weliswaar de klassieke 19e eeuwse leer en stelt dat de rechter mag nagaan of een bepaalde beslissing door de bevoegde kerkelijke overheid werd genomen, maar voegt hieraan toe dat deze kerkelijke overheid in alle onafhankelijkheid kan handelen overeenkomstig de eigen regels.[53] Tegen het arrest werd cassatieberoep ingesteld, maar het Hof van Cassatie verwierp het beroep met het arrest van 25 september 1975.[54] Het Hof van Cassatie deed echter geen uitspraak over het respecteren van de eigen regels, maar wees een middel af dat gericht was tegen een ten overvloede gegeven motief.[55] Een impliciete evolutie heeft plaatsgevonden. De louter formele controle wordt namelijk uitgebreider geïnterpreteerd: er vindt nu ook een controle van de interne procedure plaats, maar zonder dat deze als zodanig gekwalificeerd wordt.[56] In de rechtsleer werd echter reeds eerder gepleit voor het respecteren van de eigen regels.[57]
3.3.4. Op zoek naar kwaliteitsgaranties voor procedureregels
Het Hof van Beroep van Bergen zet met het arrest van 8 januari 1993 een nieuwe stap. De rechter mag niet alleen nagaan of de kerkelijke overheid bij het nemen van een beslissing conform de eigen regels heeft gehandeld, maar mag ook oordelen of deze regels voldoende (procedurele) garanties bieden. Hierbij verwijst het Hof naar algemene rechtsbeginselen zoals het recht van verdediging en het beginsel van tegenspraak.[58] De rechter zou zich dus niet beperken tot een louter formele toetsing van de bestreden beslissing en de controle van de kerkelijke procedure, maar zou ook een kwaliteitscontrole uitvoeren op deze procedure.[59]
Tegen dat arrest wordt echter cassatieberoep ingesteld en met het arrest van 20 oktober 1994 verbreekt het Hof van Cassatie het arrest van het Hof van Beroep van Bergen.[60] De vrijheid van eredienst (art. 21 G.W.) laat niet toe dat de hoven en rechtbanken onderzoeken of de kerkelijke procedure voldoende waarborgen biedt. Het Hof zich weliswaar niet uit of de maxime patere legem quam ipse fecisti[61] van toepassing is, maar argumenteert “dat de benoeming en de afzetting van de bedienaren van een eredienst alleen maar door de bevoegde geestelijke overheid kunnen geschieden overeenkomstig de regels van de eredienst[62], en, anderzijds, dat de godsdienstige discipline en rechtsmacht op die bedienaren van de eredienst alleen door dezelfde overheid overeenkomstig dezelfde regels kunnen worden uitgeoefend”. Hof expliciteert niet in hoeverre de toepassing van “de regels van de eredienst” onderworpen kunnen worden aan profaan rechterlijke controle, maar suggereert in ieder geval de mogelijkheid.[63] Met het arrest van 3 juni 1999, in dezelfde zaak, herhaalt het Hof – in verenigde kamers – zichzelf.[64]
De twee arresten van het Hof van Cassatie hebben er niet voor kunnen zorgen dat het onweer is gaan liggen. Een minderheid in de rechtsleer stelt dat de arresten niets verandert hebben en verdedigt de traditionele leer. Een andere minderheid is voorstander van een kwaliteitscontrole. De tussenpositie, die focust op de vraag of de kerkelijke overheden de interne regels gerespecteerd hebben en de maxime patere legem quam ipse fecisti toepassen, lijkt echter het meest voor de hand liggend.[65] [66]
3.4. KWALIFICATIE
In de Grondwet wordt nergens de verhouding tussen de overheid en de erkende erediensten of niet-confessionele levensbeschouwingen gekwalificeerd. Tijdens de voorbereidende werken werd weliswaar geopperd dat de verhouding tussen Kerk en Staat als een totale, volledige en absolute scheiding aangeduid moest worden.[67] Deze scheiding is in de praktijk nooit gerealiseerd. Elementen die enerzijds een scheiding aanduiden zijn bijvoorbeeld de afwezigheid van een staatsgodsdienst, de niet-toepasselijkheid van het canoniek recht in burgerlijke zaken, de laïcisering van de openbare ambten en ambtenaren, de niet toekenning van rechtspersoonlijkheid aan kerkelijke verengingen. Anderzijds worden de erkende erediensten door de overheid gefinancierd, wat duidt op samenwerking.[68] De rechtsleer is zich bewust van deze dubbelzinnigheid. De meeste auteurs trachten dan ook allerlei begrippen in te voeren om deze dubbelzinnigheid te verwoorden. Soms heeft men het over een “onderlinge onafhankelijkheid”, een “gematigde scheiding”, een “positieve neutraliteit”, een “welwillende neutraliteit”, een “regime sui generis”, een “beschermde vrijheid” of een “genuanceerde scheiding”. In ieder geval kan men stellen dat de verhouding in België tussen Kerk en Staat niet bestaat in een absolute scheiding en dat België geen état laïc is.[69]
4. VERHOUDING TUSSEN KERK EN STAAT IN FRANKRIJK
In tegenstelling tot België, wordt in Frankrijk de verhouding tussen Kerk en Staat wel gekwalificeerd in de Grondwet van 1958. De huidige Grondwet is echter niet de eerste tekst waarin het fenomeen religie behandeld wordt. De eerste belangrijke wet is ontegensprekelijk die wet van 9 december 1905 concernant la séparation des Eglises et de l’Etat. Voor de eerste keer werd in Frankrijkun régime de liberté religieuse ingevoerd.[70] De kwalificatie laïque werd echter pas ingevoerd in de Grondwet van 1946, waarbijlaïcité gedefinieerd kan worden alsle principe de la séparation de la société civile et de la religion[71].
4.1. DE WET VAN 9 DECEMBER 1905 CONCERNANT LA SÉPARATION DES EGLISES ET DE L’ETAT : EEN LAÏCITÉ DE COMBAT[72]
Voor Koubi heeft de wet van 9 december 1905 elke pertinentie verloren. Sinds het begin van de 20e eeuw heeft het principe van de laïcité immers fundamentele veranderingen ondergaan.[73] [74] Niettemin achten een aantal auteurs het praktisch belang van art. 2, waarin Frankrijk beschreven wordt als een République indivisible, laïque, démocratique et sociale, van de huidige Grondwet onderworpen aan de lezing van de wet van 1905.[75] In ieder geval biedt een bespreking van deze wet een relevante historische inleiding tot de laïcité à la française.
Voordat de wet van 9 december 1905 aangenomen werd, bevonden de katholieke[76], de protestantse en de israëlitische eredienst zich als erkende eredienst in een bijzondere positie. De bedienaars van de eredienst werden bezoldigd door de overheid, die ook deelnam aan hun benoeming. Duguit deinst er niet voor terug om het te hebben over véritables services publics. De niet-erkende erediensten étaient soumis à un régime de police d’autant plus arbitraire.[77]
Duguit haalt twee kritieken aan op deze uitwerking van de verhouding tussen Kerk en Staat. Aan de ene kant zijn de niet-erkende erediensten zijn onderworpen aan een volstrekte willekeurig stelsel. Zij zouden het recht moeten hebben om vrij hun eredienst uit te oefenen. Het stelsel van de erkende erediensten is la négation même de principe de liberté religieuse et du principe de l’Etat laïque en voor de gelovigen un empiétement intolérable de prince sur le domaine de la conscience religieuse.Aan de andere kant schendt het stelsel van erkende van de erediensten het principe de liberté religieuse omdat burgers gedwongen worden om geld uit te geven aan religies die zij niet praktiseren.[78]
De aanhangers van het principe van delaïcité hebben zich op het einde van de 19e eeuwen en in het begin van de 20e eeuw zowel politiek als filosofisch krachtdadig geprofileerd.[79] De formulering van Duguit lijkt niet meer te zijn dan een abstrahering van de strijd die zich heeft afgespeeld. Delaïcitéfrançaiseheeft vorm gekregen in de strijd die gevoerd werd door de Overheid tegen voornamelijk de katholieke Kerk.[80] De laïcité is in de eerste plaats en strijd geweest tegen het triomferende klerikalisme van de 19e eeuw. Er ontstond een ware polemiek tussen cléricauxen laïcs, die gekenmerkt werd door een haast ongekende heftigheid. Toch was het de bedoeling van de Republiek om met de wet van 9 december 1905 een compromis mogelijk te maken en zo een séparation à l’amiable te creëren.[81]
Het doel van de wet van 9 december 1905 is om godsdienstvrijheid mogelijk te maken, waarbij aan elk individu de vrije uitoefening van zijn of haar eredienst wordt verzekerd (art. 1) Hiertoe wordt een volkomen neutraliteit van de Staat noodzakelijk geacht, zodat geen enkele eredienst erkend kan worden en geen enkele eredienst een bezoldiging of subsidiëring kan verkrijgen (art. 2). Naast de bepalingen in verband met de erkenning en subsidiëring van erediensten, kunnen nog vier andere categorieën onderscheiden worden. Een aantal bepalingen handelen over de gebouwen en voorwerpen van de eredienst. Ook de rechtsovergang van kerkelijke goederen komt aan bod. Hiertoe werd in een vierde categorie bepalingen deassociations cultuelles in het leven geroepen. Een vijfde categorie handelt over de politie van de erediensten.[82]
De katholieke Kerk verzette zich echter sterk tegen deze wet en weigerde om deassociations cultuelles op te richten, maar de overheid greep niet in en liet de katholieken toe om de gebouwen van de eredienst te gebruiken zonder dat die daartoe gerechtigd waren. Langzaam maar zeker ontstond een meer serene relatie tussen de katholieke Kerk en de Staat.[83]
4.2. DECONSTITUTIONALISATIE VAN DE LAÏCITÉ[84]
De kwalificatie laïque was ook in 1946 nog altijd erg beladen.[85] Toch werd in art 1 van de Grondwet van 1946 afgekondigd dat Frankrijk een“République indivisible, laïque, démocratique et sociale” is. In de Grondwet van 1958 werd in het huidige art. 1[86] daaraan toegevoegd dat “elle assure l’égalité devant la loi de tous les citoyens sans distinction d’origine, de race ou de religion. Elle respecte toutes les croyances”.[87] De laïcité heeft haar polemisch karakter verloren en maakt deel uit van de grote vrijheden aangezien de vrijheid van meningsuiting, de godsdienstvrijheid en de vrije uitoefening van een eredienst er door beschermd worden[88]; “juridiquement, la laïcité, c’est la neutralité religieuse de l’Etat”[89].
Het Franse constitutionele recht neemt de godsdienstvrijheid van het individu in ogenschouw en niet de collectieve godsdienstvrijheid.[90] Niet de individuele godsdienstvrijheid is problematisch, maar wel de collectieve uitoefening van de eredienst. De Republiek garandeert weliswaar het pluralisme, maar door haar jacobijnse en centralistische tendensen worden intermediaire lichamen, minderheden of etnische, culturele of religieuze gemeenschappen niet (h)erkend.[91]
4.3.UNE SÉPARATION BIEN TEMPÉRÉE
Toch is de verhouding tussen Kerk en Staat veel complexer en diffuser dan dewet van 9 december 1905 en Franse Grondwet doen vermoeden. De wet van 9 december 1905 kadert in een radicaal antiklerikalisme, terwijl de huidige evenwichtsituatie nog het best omschreven kan worden als une séparation bien tempérée.[92] Terwijl de wet van 9 december 1905 de emanatie is van “la conception idéologique ou négative de la laïcité” bekrachtigen de grondwetten van 1946 en 1958 “la conception juridique ou positive de la laïcité”.[93]
Regelmatige en permanente subsidiëring van erediensten mag dan al niet mogelijk zijn (art. 2 van de wet van 9 december 1905). Toch kan de Franse staat activiteiten subsidiëren die plaatsvinden in een confessioneel kader, maar die van algemene aard zijn (bijvoorbeeld ziekenhuizen, liefdadigheidsinstellingen, enz.). De Franse overheid moet eveneens bepaalde religieuze diensten rechtstreeks ten laste nemen (bijvoorbeeld aalmoezeniers in openbare instellingen, tehuizen en gevangenissen). Vanzelfsprekend moet de Franse overheid ook instaan voor de bezoldiging van de bedienaars van erediensten wanneer zij diensten verstrekken aan de overheid (bijvoorbeeld gemeentesecretaris, enz.). Priesters en geestelijken kunnen ook beroep doen op sociale zekerheid.[94]
Een opmerkelijk kenmerk van de laïcité in Frankrijk is dat de scheiding tussen Kerk en Staat nooit volledig en rigide is geweest. De Republiek heeft steeds een welwillende neutraliteit aan de dag gelegd. Zelfs in 1905 waren er betrekkingen tussen de Republiek en de kerken.[95]
5. VOORSTEL MAINGAIN (FDF/MR)
5.1. EXEGESE
De opstellers van amendement nr. 2 lijken aan alles te hebben gedacht. Zij schetsen niet alleen de (rechts)historische aanknopingspunten van het principe van delaïcité, maar passen het beginsel ook toe en geven de gevolgen aan van de opname in de Grondwet. Niettemin staat de verantwoording bol van contradicties.
Met de eerste zin geven de auteurs de oorsprong aan de verhouding tussen Kerk en Staat in Frankrijk, “de doorslaggevende rol van de Staat ligt aan de oorsprong van de Franse laïciteit”. De auteurs onderscheiden drie etappes in “(de wens van de politieke overheid om) de individuen en de geledingen van het maatschappelijk leven te onttrekken aan de greep van de Katholieke Kerk”. De eerste etappe is blijkbaar niet de Franse Revolutie, die nochtans door Boyer als een ommekeer beschouwd wordt[96], maar hetrégime concordatairevan Napoleon. Het Concordaat van 1802 herbevestigt echter de belangrijke positie van de Katholieke Kerk in Frankrijk, al tonen deArticles organiquesdie Napoleon unilateraal toevoegde duidelijk de macht die de overheid uitoefende. De tweede etappe wordt volgens de auteurs gevormd door “de schoolwetten van de jaren 1880 die een cursus niet-confessionele moraal organiseren”. Onderwijsvrijheid en levensbeschouwelijke vrijheid zijn weliswaar nauw bij elkaar betrokken, maar gedurende de gehele 19e eeuw zou het concordatair regime verder blijven bestaan. Daaraan komt pas een einde met de wet van 9 december 1905concernant laséparation des Eglises et de l’Etat. Deze wet vormt dan ook de derde stap, die culmineert in de Grondwet van 1958: “la France est une République indivisible, laïque, démocratique et sociale”. De volstrekte scheiding tussen Kerk en Staat was een feit. Volgens Boyer waren het echter “les radicaux qui avaient fait de l’anticléricalisme un combat et un programme espéraient arracher à l’Eglise son pouvoir politique, matériel et même spirituel”[97].
De leden van het Nationaal Congres waren volgens de auteurs vrij godsdienstig en verkozen daardoor een liberale oplossing boven het sluiten van een concordaat met de Heilige Stoel. De formulering lijkt aan te geven dat de auteurs eenrégime concordataireverkiezen boven de vooruitstrevende en innovatieve oplossing van het Nationaal Congres.
De auteurs willen niet meer of minder dan de omzetting van het beginsel van de laïcité in de Belgische Grondwet. Ze zijn zich echter bewust van de bijzondere kenmerken van ons grondwettelijk systeem. Toch zou hun voorstel aansluiten bij het opzet van de Grondwet zoals zij door het Nationaal Congres werd geconcipieerd. Het Franse en Belgische systeem verschillen echter formeel helemaal van elkaar. De Franse wet van 9 december 1905 concernant la séparation des Eglises et de l’Etat is tot stand gekomen in een sfeer van antiklerikalisme, terwijl het Nationaal Congres een meer uitgebalanceerd en pragmatisch systeem ontwikkelde. Deze misvatting kan wellicht verklaard worden doordag het Belgische systeem geheel foutief beschouwd wordt als gebaseerd op “het principe van de wederzijdse niet-inmenging tussen de Staat en de (…) erkende en vertegenwoordigde kerken”. Een aantal elementen duiden weliswaar een scheiding aan, terwijl andere elementen dan weer de samenwerking benadrukken.
De auteurs geven in hun historische schets geven aan dat het Franse en het Belgische systeem van verhouding tussen Kerk en Staat een heel andere ontstaansgeschiedenis kennen en daardoor helemaal van elkaar verschillen. Even later poneren ze dat de omzetting van de laïcité geen problemen stelt aangezien het voorstel aan zou sluiten bij het opzet van de Grondwet van 1830 (sic). In tegenstelling tot wat de auteurs beweren heeft de inschrijving van de laïcité heeft tot gevolg dat de grondwettelijke beginselen wat de betrekking tussen de religies en de overheid betreft in het gedrag komen. Daarenboven zijn ze uit het oog verloren dat de hedendaagse Franse rechtsleer een minder formalistisch uitgangspunt inneemt en de verhouding tussen Kerk en Staat beschrijft als une séparation bien tempérée.[98]
In de “Inleidende ideeëngeschiedenis” heb ik reeds aangegeven dat het principe van laïcité voor de MR inhoudt dat de overheid vanuit een dominante positie een gelijke, maar afstandelijke houding aanneemt ten opzichte van alle religies en filosofische overtuigingen.[99] Het gaat kortom om een laïcité de combat. Dergelijke visie is een uiting van een negatieve religieuze neutraliteit: vanuit een scheiding pur sang moet de overheid levensbeschouwelijk neutraal zijn.
De Belgische overheid moedigt echter de vrije ontwikkeling van religieuze en institutionele activiteiten aan, zonder de onafhankelijkheid te beknotten.[100] De overheid maakt een pluralisme van levensbeschouwelijke activiteiten op actieve wijze mogelijk en handelt dus vanuit een positieve religieuze neutraliteit.[101] De opname van de laïcité in de Grondwet zou dus wel degelijk een wijziging betekenen ten opzichte van het huidige regeling.
5.2. HYPOTHETISCHE UITWERKING
De vraag welke wijzigingen zich in concreto zullen voordoen is tot nu toe onbeantwoord gebleven. De bedoeling van dit onderdeel is dan ook kort aan te geven welke gevolgen de opname van de laïcité in de Grondwet, als een uiting van een negatieve religieuze neutraliteit, zal teweegbrengen.
Indien de laïcité in art. 1 G.W. de verwoording zou zijn van een algemeen principe, zullen de regelingen van art. 19, 20, 21 en 181 G.W. slechts uitzonderingen zijn en als zodanig niet meer constituerend voor de verhouding tussen Kerk en Staat. Naast deze indirecte wijziging van de grondwettelijke bepalingen worden een aanzienlijk aantal wettelijke bepalingen – bijna steeds ten voordele van de erkende erediensten – op de helling gezet.
De erkenning van erediensten is weliswaar tegengesteld aan de negatieve religieuze neutraliteit, maar is verankerd in de Grondwet. Art. 181 G.W. vermeldt de erkenning echter enkel indirect in verband met de financiering. De betaling van de wedden en de pensioenen van de bedienaren van de eredienst en de morele lekenconsulenten zal de enige overgebleven consequentie zijn van de erkenning.
De huisvesting van de bedienaars van de eredienst (art. 255, 12° Nieuwe Gemeentewet) , de aanzuivering van negatieve saldo’s door gemeenten en provincies (art. 255, 9° Nieuwe Gemeentewet en art. 69, 9° Provinciewet), de gratis zendtijd op de openbare omroep (radio en televisie) en de bijstand door aalmoezeniers en morele lekenconsulenten in gevangenissen en in het leger zijn uitingen van de positieve religieuze neutraliteit en zijn niet verenigbaar met gepropageerde laïcité. Ook de tussenkomst bij de bouw of het herstel van gebouwen bestemd voor de eredienst is problematisch, al zal de restauratie en onderhoudspremies voor beschermde monumenten een belangrijke indirecte financiering blijven. [102]
De rechtspersoonlijkheid van openbare instellingen die belast zijn met het beheer van tijdelijke goederen (bijvoorbeeld de kerkfabrieken) wordt wellicht niet op de helling gezet. Men zou immers een parallellisme kunnen vaststellen met de associations cultuelles van de Franse wet van 1905, die ook kaderde in een negatieve religieuze neutraliteit. Het godsdienstonderricht en het onderricht in de niet-confessionele moraal in het openbaar onderwijs staan ook haaks op het principe van de laïcité. De Schoolpactwet van 29 mei 1959 werd echter verankerd in art. 24 de G.W.[103] en zou dus ook een uitzondering vormen ten opzichte van art. 1 G.W.. Een doorgedreven uitvoering van het principe van de laïcité, geïnspireerd door een negatieve religieuze vrijheid zou dus verregaande gevolgen kunnen hebben. De welwillende houding van de overheid is immers niet alleen terug te vinden in de Grondwet, maar ook in vele andere wetten en wordt weerspiegeld in een dagdagelijkse pragmatische mentaliteit.
6. HET CONCORDAAT, GEEN ALTERNATIEF
In de wandelgangen van de Apostolische Nuntiatuur te Brussel gaan stemmen op die pleiten voor het sluiten van een Concordaat tussen de Heilige Stoel en België. Zij hebben zich blijkbaar laten inspireren door de reeks concordaten die de Heilige stoel heeft gesloten met landen uit het vroegere Oostblok[104] en zich laten aanmoedigen door L’Osservatore Romano, waarin het verdrag van Lateranen tussen de Heilige Stoel en Italië (1929) beschouwd wordt als een modelverdrag voor andere concordaten[105]. Hier wil ik aantonen dat een dergelijk initiatief onverenigbaar is met de Belgische constitutionele rechtsorde en derhalve geen alternatief kan vormen voor het voorstel Maingain (FDF/MR).
6.1. DEFINITIE
Wagnon definieert een concordaat als “une convention conclue entre le pouvoir ecclésiastique (de Heilige Stoel[106]) et le pouvoir civil (de Staat) en vue de régler leurs rapports mutuels dans les multiples matières où ils sont appelés à se rencontrer. C’est un traité bilatéral, né de l’accord des volontés des deux parties, établissant une règle de droit qu’elles sont tenues en justice de maintenir et d’observer fidèlement.”[107] De reden waarom de Heilige Stoel graag concordaten sluit kunnen we ook terugvinden bij Wagnon. Deze vervolgt zijn definitie met: “(un concordat) est un acte solennel qui instaure entre les deux autorités appelées, à des titres divers, à régir les mêmes individus, un régime d’union, de concorde et de collaboration, hautement profitable non seulement aux sujets qui en bénéficient, mais encore à la religion tout comme à la société civile elle-même”.[108]Deze definitie ademt ontegensprekelijk de geest uit van het Rijke Roomse Leven, maar bevat niettemin een aantal meer dan waardevolle elementen. Het concordaat dat de eerste consul van de Republiek, Napoleon Bonaparte en paus Pius VII op 26 Messidor An IX (15 juli 1801) – Convention entre le Pape et le gouvernement français – kan getypeerd worden als “un traité diplomatique forgé par une modernité de laïcité naissante[109]”.Hoe het begrippenpaar “hautement profitable” ingevuld moet worden is dus niet altijd even duidelijk, het lijkt eerder een eventueel aangenaam gevolg te zijn dan een essentieel kenmerk. Wagnon definieert een concordaat niet als een internationaal verdrag. Nochtans kan men een concordaat als een internationaal verdrag kwalificeren. Art. 2, §1, al. a, Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht van 23 mei 1969 omschrijft een verdrag echter als “een internationale overeenkomst in geschrifte tussen Staten gesloten[110] en beheerst door het volkerenrecht (…)”. Gewoonterechtelijk wordt een verdrag echter gedefinieerd als elk akkoord dat gesloten wordt tussen twee of meer subjecten van het volkerenrecht, met de bedoeling rechtsgevolgen teweeg te brengen en dat beheerst wordt door het volkerenrecht.[111] Deze twee definities spreken elkaar niet tegen: art. 3, Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht van 23 mei 1969 duidt aan dat art. 2 slechts de werkingssfeer afbakent en vermeldt uitdrukkelijk de rechtskracht van internationale overeenkomsten gesloten tussen Staten en andere subjecten van volkerenrecht.[112] Een concordaat lijkt aan uiteindelijk beide definities te voldoen. Algemeen wordt immers aanvaard dat de Heilige Stoel volkenrechtelijke rechtspersoonlijkheid heeft.[113] Wagnon hoedt er zich echter voor om een concordaat als een internationaal verdrag te kwalificeren, al hebben een concordaat en een internationaal verdrag vanzelfsprekend veel met elkaar gemeen. De verschillen mogen dan al eerder theoretisch van aard zijn, voor Wagnon zijn ze onbetwistbaar. Een concordaat is namelijk een overeenkomst tussen een Staat en de Heilige Stoel, waarbij hetzelfde volk in ogenschouw genomen wordt. Een concordaat zou ook vooral gesloten worden met het oog op morele en religieuze belangen, niet met het oog op politieke en economische belangen.[114] De verschijnselen in onze wereld zijn echter slechte een flauwe afspiegeling van de Ideeën.
6.2. DE ONGRONDWETTELIJKHEID VAN EEN NIEUW CONCORDAAT
Toen op 24 september 1830 een administratieve commissie – reeds op 26 september omgevormd tot het Voorlopig Bewind – het bestuur van de afgescheiden provincies in handen nam, werd de Belgische Staat de facto gevormd. Wagnon stelt dat “(…) il faut nécessairement conclure à la cessation du concordat, sauf renouvellement de l’accord antérieurement en vigueur, soit par un arrangement semblable à celui de 1816-1817 entre Rome et La Haye, soit, plus simplement, en vertu d’une manière d’agir concluante du Saint-Siège et du gouvernement du nouvel Etat.” Het Voorlopig Bewind liet met het decreet van 16 oktober 1830 zelfs uitdrukkelijk verstaan het Concordaat van 1801 niet te willen heraanvatten. Door de godsdienstvrijheid in de Grondwet op te nemen (art. 19 en 20) heeft het Nationaal Congres impliciet aangegeven dat de Belgische Staat zich niet meer wil beroepen op de prerogatieven die het Concordaat van 1801 toekende aan de Franse Staat en dat het régime concordataire dus opgehouden heeft te bestaan.[115] De Raad van State heeft dit, wijzend op de onderlinge onafhankelijkheid van het burgerlijke en het kerkelijke gezag, in zijn adviespraktijk uitdrukkelijk bevestigd.[116] De verhoudingen en sommige afspraken tussen de overheid en de rooms katholieke Kerk zijn echter nog op het Concordaat van 1801 gebaseerd en soms wordt er zelfs nog in KB’s naar verwezen, terwijl de Articles organiques als wetten blijven voortbestaan voor zover zij niet onverenigbaar zijn met de Belgische grondwetsbeginselen.[117] Het sluiten van een concordaat zou dus een grondwetswijziging vereisen. Vervolgens zou de overheid gelijkaardige overeenkomsten moeten sluiten met andere (erkende) erediensten[118], zoniet zou men gewag kunnen maken van een ongeoorloofde discriminatie. Het sluiten van een concordaat, zonder een grondwetswijziging zou in ieder geval een schending van de Grondwet inhouden.
BESLUIT
De betekenis van de titel “Een paradoxale scheiding” zou nu volledig ontrafeld moeten zijn, niettemin is een verdere verduidelijking wellicht gewenst. Bij de bespreking van de verhouding tussen Kerk en Staat in België is gebleken de scheiding tussen beiden helemaal niet volledig is. Veel auteurs hebben deze verhouding trachten te kwalificeren en evenveel kwalificaties hebben het licht gezien. Steeds wordt dezelfde paradox in de rechtsleer blootgelegd: enerzijds wordt de godsdienstvrijheid benadrukt en worden alle erediensten als gelijk beschouwd, anderzijds heeft met een systeem van erkenning ontwikkelt met belangrijke financiële gevolgen. In Frankrijk is de verhouding tussen Kerk en Staat in grotere mate een uitgesproken scheiding.Ook het Voorstel Maingain wordt gekenmerkt door een paradox. Enerzijds vult men de verhouding tussen Kerk en Staat in vanuit een Frans geïnspireerde negatieve religieuze vrijheid en lijkt men eenlaïcité de combat te recreëren. Anderzijds zou naar eigen zeggen de voorgestelde grondwetswijziging aansluiten bij het opzet van het Nationaal Congres. Deze ongerijmdheid is slechts schijn. Men wil niet raken aan de bestaande bepalingen inzake de verhouding tussen Kerk en Staat en tegelijkertijd wil men een scheiding pur sang doorvoeren, waardoor uiteindelijk deze verhouding toch helemaal wijzigt. Een nog niet uitdrukkelijk geformuleerd voorstel om opnieuw een régime concordataire in te voeren is in het geheel niet verenigbaar met de Grondwet, van een paradox is er geen sprake.
[1] Zie U.S. DEPARTEMENT OF STATE – BUREAU OF DEMOCRACY, HUMAN RIGHTS AND LABOR, International Religious Freedom Report 2003: Belgium , http://www.state.gov/g/drl/rls/irf/2003/24346.htm, 21 februari 2004, Online: “The population is predominantly Roman Catholic. According to the 2001 Survey and Study of Religion, jointly conducted by a number of the country's universities and based on self-identification, approximately 47 percent of the population identify themselves as belonging to the Catholic Church. The Muslim population numbers approximately 364,000, and there are an estimated 380 mosques in the country. Protestants number between 125,000 and 140,000. The Greek and Russian Orthodox Churches have approximately 70,000 adherents. The Jewish population is estimated at between 45,000 and 55,000. The Anglican Church has approximately 10,800 members. The largest nonrecognized religions are Jehovah's Witnesses, with approximately 27,000 baptized members, and the Church of Jesus Christ of Latter-day Saints (Mormons), with approximately 3,000 members.” Zie ook DOBBELARE, K., ELCHARDUS, M., KERKHOFS, J., VOYE, L. en BAWIN-LEGROS, B., Verloren zekerheid. De Belgen en hun waarden, overtuigingen en houdingen, Tielt, Lannoo, 2000, 272 p.
[2] X, Congrès de Mouvement Réformateur “Engagement citoyen" – Citoyenneté et Démocratie, p 8-9.
[3] Ibid., p 6. Eigen (de)cursivering.
[4] Ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet – Amendementen, Parl. St. Kamer 2002-2003, nr. 50 2389/002.
[5] Ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet – Amendementen, Parl.St. Senaat, 2002-2003, nr. 50 2-1549/2.
[6] X, La vision et le programme des Réformateurs,http://www.mr.be/docs/du_coeur_a_l_ouvrage.pdf, 18 februari 2004, Online, 24.
[7] DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 5.
[8] ALEN, A., Handboek van het Belgische staatsrecht, Deurne, Kluwer,1995, 823.
[9] Pand. b., v° Cultes, nr. 1-2.
[10] MAST, A. en DUJARDIN, J., Overzicht van het Belgisch grondwettelijk recht, Gent, Story, 1985, 554.
[11] DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 17.
[12] DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 16 en voetnoot 45.
[13] Ibid., 16 en voetnoot 47.
[14] Ibid., 16 en voetnoot 48.
[15] FERRARI, S., “Church and State in Europe. Common Patters and Challenges”, in KIDERLEN, H.-J., TEMPEL, H., TORFS, R. (ed.), Which Relationships between Churches and the European Union? Thoughts for the future, Leuven, Peeters, 1995, 33.
[16]Deze leer week af van die van de veroordeelde Franse priester Lamennais, de vader van het liberaal-katholicisme, die door een algehele scheiding tussen Kerk en Staat de vrijheid wou verwerven. WAGNON, H., “Le Congrès national belge de 1830-1837 a-t-il établi la séparation de l’Eglise et de l’Etat”, in X (ed.), Etudes d’histoire du droit canonique dédiées à Gabriel Le Bras, I, Parijs, Sirey, 1965, 761.
[17] VAN GOETHEM, H., “Het beginsel van verdraagzaamheid in de Belgische grondwet: een historische duiding”, in UFSIA, CENTRUM GRONDSLAGEN VAN HET RECHT (ed.), Recht en verdraagzaamheid in de multiculturele samenleving, Antwerpen, Maklu, 1993, 39-41 enVAN GOETHEM, H., “L’église catholique et la liberté de religion et du culte en Belgique dans les constitutions de 1815 et 1831”, in VAN GOETHEM, H., WAELKENS, L., en BREUGELMANS, K. (ed.), Libertés, pluralisme et droit. Une approche historique, Brussel, Bruylant, 1995, 185-187.
[18] LUYCKX, T. en PLATEL, M., Politieke geschiedenis van België, I, Van 1789 tot 1944, Antwerpen, Kluwer, 1985, 40-53.
[19] X., Considérations sur la liberté religieuse par un unioniste, Leuven, Van Linthout, 1830, 24p.
[20] VAN GOETHEM, H., “Het beginsel van verdraagzaamheid in de Belgische grondwet: een historische duiding”, in UFSIA, CENTRUM GRONDSLAGEN VAN HET RECHT (ed.), Recht en verdraagzaamheid in de multiculturele samenleving, Antwerpen, Maklu, 1993, 42.
[21] De voorrang van het burgerlijk op het kerkelijk huwelijk lijkt wel degelijk te zijn gebruikt als pasmunt voor verregaande faciliteiten voor de erediensten. Zie AUBERT, R., “l' Eglise et l’Etat en Belgique du XIXe Siècle”, Res Publica 1968 (Spécial 2), 20-21.
[22] LUYCKX, T. en PLATEL, M., Politieke geschiedenis van België, I, Van 1789 tot 1944, Antwerpen, Kluwer, 1985, 53-54.
[23]VAN GOETHEM, H., “Het beginsel van verdraagzaamheid in de Belgische grondwet: een historische duiding”, inUFSIA, CENTRUM GRONDSLAGEN VAN HET RECHT (ed.), Recht en verdraagzaamheid in de multiculturele samenleving, Antwerpen, Maklu, 1993, 44-46.
[24] ALEN, A., Handboek van het Belgische staatsrecht, Deurne, Kluwer,1995, 817. Andere auteurs gewagen van een “onderlinge onafhankelijkheid van Kerk en Staat” of hebben het over een “gematigde scheiding”, een “positieve neutraliteit”, een “welwillende neutraliteit”, een “regime sui generis”, een “beschermde vrijheid” of een “genuanceerde scheiding” ZieDE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 34-35 en de verwijzingen aldaar (cf. infra).
[25] Ook buiten het Nationaal Congres was er onvrede. Laurent, Gents professor staatsrecht en liberaal, verdedigde de stelling dat alle macht bij de staat moet berusten. (BAERT, G., “Prof. François Laurent een eeuw later (1810-1887-1987)”, T.P.R. 1990, 87.) In Van Espen: étude historique sur l'église et l'état en Belgique behandelt Laurent de verhouding tussen Kerk en Staat. Laurent ziet in de ideeën van Van Espen over het appel du comme d’abus en de vergelijkbare rechtsfiguur van de recursus ad principem zijn thesis bevestigd over de soevereine macht van de Staat: de Staat mag niet dulden dat een andere macht wetten uitvaardigd, zelfs al zijn die slechts in geweten bindend. Hij vindt het betreurenswaardig dat het Nationaal Congres de (bijzondere) scheiding tussen Kerk en Staat heeft aanvaard, want daardoor heeft de Staat alle macht over de Kerk verloren. (LAURENT, F., Van Espen: étude historique sur l'église et l'état en Belgique, Brussel,Lacroix en Van Meenen, 1860, 248 p.) Zie VAN STIPHOUT, M., “Van de Paus of van de Koning? Zeger-Bernard Van Espen en het appel comme d’abus”, Pro Memorie 1999, 100-114 voor de werkelijke opvattingen van Van Espen; zie Pand. b., vis Abus (Appel comme d’), Appel comme d’abus voor een onderzoek naar het voortbestaan van deze rechtsfiguur in het Belgische constitutionele recht. Voor een zoektocht naar sporen van de Recursus ad principem in de hedendaagse verhouding tussen Kerk en Staat, zie VAN STIPHOUT, M., “Legal Continuity and Discontinuity in the Low Countries in Search of a “Recursus ad principem” in Ecclesiastical Cases in the 1990s”, in COOMAN, G., VAN STIPHOUT, M. en WAUTERS, B., Zeger-Bernard Van Espen at the Corssroads of Canon Law, History, Theology and Church-State Relations – Separando certa ab incertis conciliare et explicare, Leuven, Peeters, 2003, XVIII en 498 p, waarin de arresten van het Hof van Cassatie van 20 oktober 1994 en 3 juni 1999 besproken worden, waarna de auteur vaststelt dat de vragen die rezen in het licht van Recursus ad principem in België nog steeds aan de orde zijn en aan de seculiere rechter gesteld worden (cf. infra,).
[26] Zie bijvoorbeeld Pand. b., v° Cultes, nr. 1-2.
[27] TORFS, R., “De Belgische Grondwet over Kerk en Staat, geloof en maatschappij”, in TORFS, R. (ed.), Beheer en beleid van katholieke instellingen, Leuven, Peeters, 1990, 42-43.
[28]ALEN, A., Compendium van het Belgisch staatsrecht, I, Diegem, Kluwer, 2000, 54-55.
[29] Denk bijvoorbeeld aan het maatschappelijke debat over de gelijkheid tussen man en vrouw, euthanasie, de openstelling van het huwelijk voor personen van hetzelfde geslacht, enz.
[30] TORFS, R., “De Belgische Grondwet over Kerk en Staat, geloof en maatschappij”, in TORFS, R. (ed.), Beheer en beleid van katholieke instellingen, Leuven, Peeters, 1990, 45-47.
[31] Zie bijvoorbeeld THONISSEN, J.-J., La constitution belge annotée offrant sous chaque article l’état de la doctrine, de la jurisprudence et de la législation, Brussel, Bruylant, 1879, 60-63 enDE GROOF, J., “Schets van de grondwettelijke beginselen inzake de verhouding Kerk-Staat in België”, Jura Falc. 1979-80, 179-219.
[32] ORBAN, O., Le droit constitutionnel de la Belgique, III, Libertés constitutionnelles et principes de législation, Luik, Dessain, 1911, 590-593.
[33] DE GROOF, J., “Schets van de grondwettelijke beginselen inzake de verhouding Kerk-Staat in België”, Jura Falc. 1979-80, 217.
[34] TORFS, R., “De Belgische Grondwet over Kerk en Staat, geloof en maatschappij”, in TORFS, R. (ed.), Beheer en beleid van katholieke instellingen, Leuven, Peeters, 1990, 51.
[35] MARTENS, K., “Recours aux tribunaux belges en matière ecclésiastique – La position de la cour de Cassation belge à l’aube du troisième millénaire”, European Journal for Church and State Research 2000, 21-29 en TORFS, R., “Autonomy of Churches in Belgium. Status Quaestionis and Current Debate”, in WARNINK, H. (ed.), Legal Position of Churches and Church Autonomy, Leuven, Peeters, 2001, 87-96.(cf. infra)
[36] THONISSEN, J.-J., La constitution belge annotée offrant sous chaque article l’état de la doctrine, de la jurisprudence et de la législation, Brussel, Bruylant, 1879, 363.
[37] GIRON, A., Le droit public de la Belgique, Brussel, Manceaux, 1884, 496.
[38] TORFS, R., “De Belgische Grondwet over Kerk en Staat, geloof en maatschappij”, in TORFS, R. (ed.), Beheer en beleid van katholieke instellingen, Leuven, Peeters, 1990, 61.
[39] ALEN, A., Handboek van het Belgische staatsrecht, Deurne, Kluwer,1995, 823.
[40] DE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 128.
[41] MAST, A. en DUJARDIN, J., Overzicht van het Belgisch grondwettelijk recht, Gent, Story, 1985, 554.
[42] TORFS, R., “De Belgische Grondwet over Kerk en Staat, geloof en maatschappij”, in TORFS, R. (ed.), Beheer en beleid van katholieke instellingen, Leuven, Peeters, 1990, 60-61.
[43] MARTENS, K., “Religie”, in DE GEEST , G., DE RIDDER , R., HOBIN, V. (ed.), Administratieve wegwijzer voor vreemdelingen, vluchtelingen en migranten, Deurne, Kluwer, 1989 (2000), 45-46.
[44] Ibid., 43.
[45] Ibid., 46-47.
[46] DE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 128 en MARTENS, K., “Religie”, in DE GEEST , G., DE RIDDER , R., HOBIN, V. (ed.), Administratieve wegwijzer voor vreemdelingen, vluchtelingen en migranten, Deurne, Kluwer, 1989 (2000), 43
[47] cf. supra
[48] Een historisch voorbeeld kan men terugvinden in VAN STIPHOUT, M., “Van de Paus of van de Koning? Zeger-Bernard Van Espen en het appel comme d’abus’, Pro Memorie 1999, 100-102. Zie ook voetnoot 26.
[49] VERSTEGEN, R., Geestelijken naar Belgisch Recht. Oude en nieuwe vragen, Berchem-Antwerpen, Kluwer, 1977, 95 en VUYE, H., “Hoe gescheiden zijn Kerk en Staat? Interpretatiemogelijkheden omtrent art. 21 van de Grondwet”, (noot onder Cass. 20 oktober 1994), R. Cass. 1995, 50.
[50]Zie de indirecte controle van de canoniekrechterlijke procedure door het EHRMin het arrest Pellegrini/Italië (n° 30882/96) van juli 2001. In dit arrest wordt Italië door het EHRM veroordeeld wegens schending van art. 6 §1 EVRM omdat de Italiaanse rechtbanken exequatur verleend hadden aan een arrest van de Romeinse Rota– een gevolg van het Concordaat – , zonder zich er van te vergewissen of het recht op een eerlijk proces tijdens de canoniekrechterlijke procedure was nageleefd.
[51] MARTENS, K., “Recours aux tribunaux belges en matière ecclésiastique – La position de la cour de Cassation belge à l’aube du troisième millénaire”, European Journal for Church and State Research 2000, 22 en de verwijzingen naar rechterlijke uitspraken in voetnoot 4.
[52] VUYE, H., “Hoe gescheiden zijn Kerk en Staat? Interpretatiemogelijkheden omtrent art. 21 van de Grondwet”, (noot onder Cass. 20 oktober 1994), R. Cass. 1995, 55.
[53] Luik 5 juni 1967, Jur. Liège 1967-68, 138 en MARTENS, K., “Recours aux tribunaux belges en matière ecclésiastique – La position de la cour de Cassation belge à l’aube du troisième millénaire”, European Journal for Church and State Research 2000, 23.
[54] Cass. 25 september 1975, Pas. 1975, I, 111.
[55] VUYE, H., “Hoe gescheiden zijn Kerk en Staat? Interpretatiemogelijkheden omtrent art. 21 van de Grondwet”, (noot onder Cass. 20 oktober 1994), R. Cass. 1995, 55-56.
[56] TORFS, R., “Autonomy of Churches in Belgium . Status Quaestionis and Current Debate”, in WARNINK, H. (ed.), Legal Position of Churches and Church Autonomy, Leuven, Peeters, 2001, 88.
[57] Zie VERSTEGEN, R., Geestelijken naar Belgisch Recht. Oude en nieuwe vragen, Berchem-Antwerpen, Kluwer, 1977, 96 en LEMMENS, P., “De Kerkelijke overheid in de greep van de wereldlijke rechter”, in WARNINK, H. (ed.), Rechtsbescherming in de kerk, Leuven, Peeters, 1991, 80, die verwijst naar het beginsel patere legem quam ipse fecisti.
[58]Bergen, 7 januari 1993, T.S.R. 1993, 69.
[59]TORFS, R., “De verhouding tussen Kerk en Staat op nieuwe wegen?”, (noot onder Bergen 7 januari 1993), T.S.R. 1993, 72-79 enVUYE, H., “Hoe gescheiden zijn Kerk en Staat? Interpretatiemogelijkheden omtrent art. 21 van de Grondwet”, (noot onder Cass. 20 oktober 1994), R. Cass. 1995, 56.
[60] Cass. 20 oktober 1994, Arr.Cass. 1994, 861.
[61]Volgens dit maxime zou de bevoegde kerkelijke overheid bij het nemen van de beslissing de intern voorgeschreven regels moeten respecteren.
[62] Eigen cursivering.
[63] TORFS, R., “Autonomy of Churches in Belgium . Status Quaestionis and Current Debate”, in WARNINK, H. (ed.), Legal Position of Churches and Church Autonomy, Leuven, Peeters, 2001, 90.
[64] Cass. 3 juni 1999, Arr.Cass. 1999, 330 en MARTENS, K., “Het Hof van Cassatie en de interpretatie van artikel 21 G.W.: de verhouding tussen Kerk en Staat dan toch niet op nieuwe wegen?”, C.D.P.K. 2000, 215-218.
[65] TORFS, R., “Autonomy of Churches in Belgium . Status Quaestionis and Current Debate”, in WARNINK, H. (ed.), Legal Position of Churches and Church Autonomy, Leuven, Peeters, 2001, 92-96 en de verwijzingen aldaar. Zie ook de verwijzingen bij MARTENS, K., “Recours aux tribunaux belges en matière ecclésiastique – La position de la cour de Cassation belge à l’aube du troisième millénaire”, European Journal for Church and State Research 2000, 29, voetnoot 4.
[66] Opmerkelijk is hoe Procureur-general du Jardin verwijst naar Torfs (TORFS, R., “Religieuze gemeenschappen en interne autonomie. Fluwelen evolutie?”, in UFSIA (ed.), Jaarboek Mensenrechten 1998- 2000, Antwerpen, Maklu, 2002, 256-264), maar terwijl deze een gematigde tussenpositie inneemt, interpreteert du Jardin hem als een voorstander van de kwaliteitscontrole (DU JARDIN, J., Het recht van verdediging in de rechtspraak van het Hof van Cassatie 1990-2003 – Rede uitgesproken op de plechtige openingszitting van het Hof van Cassatie op 1 september 2003, http://www.juridat.be/cass/cass_nl/p1.php, 23 maart 2003, Online, 57-58).
[67] DE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 34 en de verwijzingen in voetnoot 106.
[68] Pand. b., v° Autorités ecclésiastiques, nr. 2.
[69] DE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 34-35 en de verwijzingen aldaar.
[70] DUGUIT, L., Traité de droit constitutionnel, V, Parijs, Librairie Fontemoing &Cie, 1925, 502.
[71] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, Presses Universitaires de France, 1993, 53, vn. 1.
[72] Waarbij neutraliteit als doel heeft elke religieus of metafysisch element te weren uit de publieke orde. ZieMEERSCHAUT, K. en VANSWEEVELT, N., “De hoofddoek opnieuw uit de kast: godsdienstvrijheid op school in een democratische rechtsstaat”, in INTERUNIVERSITAIR CENTRUM MENSENRECHTEN, Mensenrechten Jaarboek 1998/2000, Antwerpen, Maklu, 2000, 66.
[73] KOUBI, G., “La laïcité dans le texte de la Constitution”, RDP 1997, 1302. Contra BASDEVANT-GAUDEMET, B., “State and Church in France ”, in ROBBERS, G. (ed.), State and Church in the European Union, Baden-Baden , Nomos, 1996, 122
[74] Het lijkt erg onwaarschijnlijk dat de wet van 9 december 1905 niet meer pertinent is. Nog in 1995 heeft men in de Assemblée Nationale een colloquium georganiseerd met als thema: “Faut-il modifier la loi de 1905?”.VOLFF, J., “Régimes des cultes et laïcité”, Gaz. Pal. 2001, 1088.
[75] KOUBI, G., “La laïcité dans le texte de la Constitution”, Revue du droit public et de la science politique, 1997, 1309 en de verwijzingen in voetnoot 29. Al verwijst men in de voorbereiding van de huidige grondwet niet naar de wet van 9 december 1905.
[76] De Franse overheid en Pius VII sloten op 26 Messidor An IX (15 juli 1801) een concordaat, Convention entre le Pape et le gouvernement français. Het Concordaat werd samen met de Articles organiques de la convention du 26 messidor an IX – waartegen Pius VII zich hevig verzette – afgekondigd op 18 Germinal An X (8 april 1802). DE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 28-30 en DUGUIT, L., Traité de droit constitutionnel, V, Parijs, Librairie Fontemoing &Cie, 1925, 478-479. Zie Pand. b., vis Articles organiques en Concordat, waarin onderzocht wordt in welke mate beide teksten nog gelding hebben in het Belgische constitutionele bestel.
[77] DUGUIT, L., Traité de droit constitutionnel, V, Parijs, Librairie Fontemoing &Cie, 1925, 495.
[78] DUGUIT, L., Traité de droit constitutionnel, V, Parijs, Librairie Fontemoing &Cie, 1925, 496-497.
[79] CAPERAN, L., Histoire contemporaine de la laïcité française – La crise dus seize mai et la revanche républicaine, Parijs, Librairie Marcel Rivière et Cie, 1957, IX-XII en 30-36.
[80] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, Presses Universitaires de France, 1993, 78.
[81] Ibid., 55-61.
[82] DUGUIT, L., Traité de droit constitutionnel, V, Parijs, Librairie Fontemoing &Cie, 1925, 502-527.
[83] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, Presses Universitaires de France, 1993, 62-63.
[84] LUCHAIRE, F. en CONAC, G., La constitution de la république française, Parijs, Economica, 1987, 121.
[85] MORANGE, J., “Le régime constitutionnel des cultes en France”, in EUROPEAN CONSORTIUM FOR CHURCH AND STATE RESEARCH (ed.), Le statut constitutionnel des cultes dan les pays de l’union européenne, Parijs, Litec, 1995, 123.
[86] Na de loi constitutionnelle n° 95-880 van 4 augustus 1995, die ervoor zorgde dat het huidige art. 1 bestaat uit de eerste alinea van het oude art. 2, terwijl de andere bepalingen van het oude art. 2 nog steeds deel uitmaken van het huidige art. 2. Deze louter tekstuele verschuiving laat toe om de kenmerken van de Franse Republiek beter te benadrukken. Zie KOUBI, G., “La laïcité dans le texte de la Constitution”, RDP1997, 1309.
[87] CALEWAERT, W., DE DROOGH, L., FIVE, A., KETELAER, A.-F. en VANDERNACHT, P., Verhouding Staat, Kerk en vrijzinnigheid in Europa – Een rechtsvergelijkende studie, Brussel, Centraal Vrijzinnige Raad, 1996, 53-62.
[88] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, Presses Universitaires de France, 1993, 65. Zie ook KOUBI, G., “La laïcité dans le texte de la Constitution”, RDP 1997, 1302 en 1315.
[89] VOLFF, J., “Régimes des cultes et laïcité”, Gaz. Pal. 2001, 1092.
[90] KOUBI, G., “La laïcité dans le texte de la Constitution”, RDP 1997, 1312.
[91] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, PUF, 1993, 75.
[92] Ibid., 19.
[93] VOLFF, J., “Régimes des cultes et laïcité”, Gaz. Pal. 2001, 1091-1092.
[94] CALEWAERT, W., DE DROOGH, L., FIVE, A., KETELAER, A.-F. en VANDERNACHT, P., Verhouding Staat, Kerk en vrijzinnigheid in Europa – Een rechtsvergelijkende studie, Brussel, Centraal Vrijzinnige Raad, 1996, 55-56.
[95] LUCHAIRE, F. en CONAC, G., La constitution de la république française, Parijs, Economica, 1987, 140.
[96] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, PUF, 1993, 29-32.
[97] Ibid., 45.
[98] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, PUF, 1993, 19 en de rechtsvergelijkende bespreking in Deel III.
[99] X, Congrès de Mouvement Réformateur “Engagement citoyen” – Citoyenneté et Démocratie, p 6.
[100] TORFS, R., “State and Church in Belgium ”, in ROBBERS, G. (ed.), State and Church in the European Union, Baden-Baden , Nomos, 1996, 18.
[101] DE GROOF, J., “De bescherming van ideologische en filosofische strekkingen. Een inleiding”, in ALEN, A en SUETENS, L. (ed.), Zeven knelpunten na zeven jaar Staatshervorming, Brussel, Story-Scientia, 1988, 312.
[102] DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 144-196.
[103] Idem., 385-386.
[104]Bijvoorbeeld het concordaat met Slowakije; http://www.kerknet.be, 19 december 2000.
[105] http://www.kerknet.be, 12 februari 2003.
[106] “L’organe représentatif par lequel agit l’Eglise Catholique” MINNERATH, R., L’Eglise et les Etats concordataires (1846-1981) – la souveraineté spirituelle, Parijs, Cerf, 1983, 78.
[107] WAGNON, H., Concordats et droit international, Gembloux, J. Duculot, 1935, 23.
[108] Ibid., 23.
[109] DURAND, J.-P., “Echos français en droit civil ecclésiastique pour l’année universitaire 2000-2001, European Journal for Church and State Research 2001, 133.
[110] Eigen cursivering.
[111]BOSSUYT, M. en WOUTERS, J., Grondlijnen van internationaal recht, Leuven, Instituut voor Internationaal Recht – KULeuven, 2004, 57.
[112] KOCK, H.R., Rechtliche und politische Aspekte von Konkordaten, Berlijn, Duncker &Humblot, 1983, 23.
[113] Idem., 24-30 en MIGLIORE, C., “Ways and Means of the International Activity of the Holy See”, in FACULTEIT KERKELIJK RECHT – KULEUVEN (ed.), Church and State, Changing Paradigms – Monsignor W. Onclin Chair 1999, Leuven, Peeters, 1999, 32-36.
[114] WAGNON, H., Concordats et droit international, Gembloux, J. Duculot, 1935, 109.
[115] WAGNON, H., Concordats et droit international, Gembloux, J. Duculot, 1935, 376-378 en DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 32.
[116]Advies 4 januari 1962, Parl. St. Kamer 1961-1962, nr. 296/1.
[117] DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 32 en de voorbeelden in vn. 103.
[118]Zoals bijvoorbeeld in Italië gebeurd bij de financiering van religieuze organisaties; TORFS, R., “Should Churches Be Subsidized? Different Models. Some Perspectives”, in X (ed.), The Role of the Churches in the Renewing Societies. Lectures and Documents. Budapest Symposium, March 3-5-1997 , St. Alban’s, International Religious Liberty Association, 1998, 48.
radioactiviteit en magnetische datadiskettes
Edited: 200306201061
Beste heer Tessens, Sorry voor mijn trage antwoord, maar ik ben net terug van een reis naar Kamchatka. De vraag of straling magnetische datadragers kan aantasten heeft mij ook bezig gehouden. Voor zover ik weet is er geen invloed bij 'normale' hoeveelheden straling. Hiermee bedoel ik hoeveelheden die gemakkelijk zelf te creeren zijn door bijvoorbeeld contact met radioactieve stoffen of rontgen straling. Bij erg hoge straling zal er natuurlijk een wel een effect zijn, zeker als de straling rijk is aan neutronen. Ik denk bijvoorbeeld aan kerncentrales en nucleaire explosies. Het materiaal van de datadrager zal eenvoudigweg veranderd worden. Röntgenstraling wordt gewoonlijk opgewekt door electriciteit. Dat gaat wel degelijk gepaard met magnetisme, dus zal een rongen apparaat niet echt goed zijn voor diskettes. Ook bij nucleaire explosies komt een electromagnetische puls (EMP) vrij die data vernietigt. Maar dit is zeer hoog energetisch en niet vergelijkbaar met natuurlijke straling. met vriendelijke groet, Maurice de Graaf [Mauricedegraaf@hetnet.nl] -----Oorspronkelijk bericht----- Van: Lucas Tessens Aan: Mauricedegraaf@HetNet.nl Datum: vrijdag 13 juni 2003 10:37 Onderwerp: invloed radioactiviteit op computerdiskette? Geachte Heer Degraaf, Met veel belangstelling heb ik uw prachtige website over uranium geconsulteerd. Zelf ben ik geen verzamelaar maar wel geïnteresseerd in de geschiedenis van uranium en radium. Ik heb een vraag over de invloed van radioactiviteit op een diskette: is het mogelijk dat de data op een computerdiskette aangetast (vernietigd) worden door contact met een radioactieve bron? Wellicht kunt u als expert een antwoord geven op deze vraag. Met dank bij voorbaat en vriendelijke groet, Lucas Tessens M. Courtmansstraat 27 B - 2600 - Antwerpen Belgium Tel: 03-218.51.13 Fax: 03-218.72.88 Mobile: 0475-20.95.00
TESSENS Lucas
army girls in Antwerp
Edited: 200303281632



opname 200303281632 - Groenplaats, Antwerpen
TESSENS Lucas
Het geld van de omroep: 1930-1939: Crisisjaren - De ruk naar rechts - De massificatie - De radio wordt een massamedium, een propagandamiddel en een instrument voor volksopvoeding - De radio wordt een staatsmonopolie. De minister van PTT zit de Raad van Beheer voor - Opgenomen radioreportages worden mogelijk (klankband en montage) - Radiotaksen als bron voor financiering van de openbare omroep - Radiodistributie - Nieuwe perstitels
Edited: 200300193001
De regeringen
Jaspar II (22/11/1927-21/5/1931) KAT-LIB
Renkin (5/6/1931-18/10/1932) KAT-LIB
de Broqueville (22/10/1932-13/11/1934) KAT-LIB
Theunis II (20/11/1934-19/3/1935) KAT-LIB
Van Zeeland I (25/3/1935-26/5/1936) KAT-SOC-LIB
Van Zeeland II (13/6/1936-25/10/1937) KAT-SOC-LIB
Janson (23/11/1937-13/5/1938) KAT-SOC-LIB
Spaak I (15/5/1938-9/2/1939) KAT-SOC-LIB
Pierlot I (21/2/1939-27/2/1939) KAT-SOC
Pierlot II (18/4/1939-3/9/1939) KAT-LIB
Pierlot III (3/9/1939-10/5/1940) KAT-SOC-LIB
Verkiezingen
27 november 1932
24 mei 1936
2 april 1939

De algemene toestand
Tijdens de eerste maanden van 1930 kan de Belgische economie nog even profiteren van de gunstige effecten die uitgaan van de wereldtentoonstelling (te Antwerpen en te Luik) en de viering van het Belgische eeuwfeest. In het tweede semester doet de wereldcrisis zich echter ook bij ons ten volle voelen. De uitvoer stuikt in elkaar en zal pas in 1935 terug beginnen groeien. Vanaf 1932 maakt de regeringen gebruik van bijzondere machten en dat stelt het geloof in de parlementaire democratie zwaar op de proef. Op het sociale vlak werkt de ellende de massificatie in de hand. De uitzichtloze toestand van velen is een ideale voedingsbodem voor massabeïnvloeding en populistische propaganda, zowel van uiterst rechts als van uiterst links.
Schandalen plagen de katholieke partij. Daarvan maakt Leon Degrelle, zelf katholiek, met zijn Rexisme gebruik om zwaar uit te halen naar de ultra-conservatieve vleugel van de katholieke partij. Tijdens massameetingen en via eigen periodieken ('Rex', 'Vlan', 'Soirées', 'Foyer' en 'Crois') en dagbladen ('Le pays réel' vanaf 2 mei 1936 en 'De nieuwe Staat' vanaf 1 september 1936) vuurt hij zijn aanhangers, zowel in Wallonië als in Vlaanderen, aan om de traditionele partijen in het kieshokje vaarwel te zeggen. (De Bruyne, 1973: 71-130; Gerard, 1985: 30-33; Gerard, 1994: 75-123) De verkiezingen van 24 mei 1936 brengen een zware nederlaag voor de katholieke partij (- 10% van de stemmen) en een overwinning voor Rex. De Vlaams nationalisten en de communisten halen eveneens heel wat stemmen. De socialisten houden stand. Daarmee is de polarisatie in het land een feit. De zetelverdeling in de Kamer na de verkiezingen van 1932, 1936 en 1939 levert volgend beeld op:


De werkloosheid neemt enorme proporties aan: van nauwelijks 17.000 in 1929 naar 319.000 werklozen in 1932. Zij die nog werk hebben, zien hun uurloon tussen 1929 en 1935 met ongeveer 20% dalen. De prijzen dalen echter evenzeer zodat op het eerste gezicht de koopkracht gehandhaafd blijft. De belastingdruk is evenwel geweldig hoog zodat de privé-bestedingen kelderen.
Hieruit groeit vanzelfsprekend sociale onrust en stakingen zijn schering en inslag. Daarbij moet men bedenken dat het in vele gevallen om wilde stakingen gaat, die de vakorganisaties slechts schoorvoetend erkennen vanwege de enorme druk op hun stakingskassen.
In maart 1935 vormt Paul van Zeeland een regering van nationale unie. De socialisten drukken een groot deel van het zgn. Plan De Man (deficit spending) door. De devaluatie van 28% komt snel: op 31 maart 1935. De economie krijgt weer zuurstof en de uitvoer herneemt. Ook de gezinsconsumptie komt even overeind en de kleinhandelaars zien hun omzet stijgen. Het herstel is echter van korte duur. Naar het eind van de jaren 30 belandt de economie terug in een crisis. De inzinking op de internationale markten verzwakt de uitvoer én dus de omzet van de industrie. Om het overheidsdeficit te financieren grijpt de regering opnieuw naar belastingverhogingen.
Daardoor raakt de binnenlandse consumptie aangetast. Met die infernale cirkel is het depressieklimaat weerom aanwezig. Daar bovenop tekent de oorlogsdreiging zich vanaf 1938 duidelijk af. De generatie van de dertiger jaren gaat volledig ontgoocheld en gefrustreerd een nieuwe wereldoorlog tegemoet.

Het NIR-INR
De Wet van 14 mei 1930 (BSB 19300516) schenkt aan de staat het monopolie van de radiocommunicaties. Artikel 1 van deze wet luidt immers als volgt: "De regeering is gemachtigd de radiotelegrafie, de radiotelefonie en alle andere radioverbindingen in te richten en te exploiteren." Toch krijgen in de periode 1930-1940 nog heel wat particuliere stations de toelating om radioprogramma's uit te zenden, zowel in Vlaanderen als in Wallonië. Deze toelatingen zijn echter herroepbaar en er ontstaan vaak hoog oplopende geschillen over. De tweede wereldoorlog zal een einde maken aan het bestaan van deze vergunningen (Van Bol, 1975: 86).
De wet van 18 juni 1930 geeft aan het Nationaal Belgisch Instituut voor Radio-Omroep (NIR/INR) zijn statuut. Artikel 11 van deze wet bepaalt hoe het NIR gefinancierd wordt:
"De inkomsten van het instituut bestaan inzonderheid uit:
a) het bedrag van giften en legaten te zijnen bate, na machtiging of goedkeuring door den Koning;
b) De leeningen die het mocht sluiten (inzonderheid door uitgifte van obligatiën) met machtiging van de regeering. Tot een bedrag van 10.000.000 frank werkelijk ontleend kapitaal, zal de regeering de rente en de delging waarborgen der leeningen welke het instituut mocht sluiten.Een koninklijk besluit bepaalt de voorwaarden van deze waarborg.
c) De jaarlijksche Staatstoelage en, meer bijzonder, een jaarlijksche toelage gelijk aan:
1° 90 t.h. van het voorzien bedrag der ontvangsten, opgeleverd door de jaarlijksche taxe, welke de Staat heft op de private radio-ontvangtoestellen;
2° Eene som gelijk aan het voorzien bedrag van de ontvangsten der belasting, welke de Staat heft op den groothandelsprijs van de electronenlampen of andere gelijkaardige toestellen voor het detecteren of het versterken van de in radio-electrische ontvangtoestellen bruikbare seinen, loodglanskristallen of andere kristallen uitgezonderd;
d) De toelagen welke openbare besturen en instellingen mochten toekennen;
e) De ontvangsten welke het zou bekomen door zijn uitgaven of naar aanleiding van contracten, door den raad van beheer afgesloten binnen de perken van de bedrijvigheid van het instituut."
Artikel 12 bepaalt dat het instituut een boekhouding moet voeren en een jaarverslag moet overmaken aan de minister van PTT.
Artikel 17 bepaalt: "Bij de gewone begroting van het dienstjaar 1930 van het Ministerie van Posterijen, Telegrafen en Telefonen wordt een crediet geopend onder volgende rubriek: Toelage aan het Belgisch nationaal Instituut voor radio-omroep (N.I.R.): 1.600.000 frank."
De openbare radio, die op 1 februari 1931 begint uit te zenden, wordt niet uit het niets opgericht maar neemt de twee zenders van 15 kW te Veltem over, die eind de jaren twintig door een associatie van Radio Belgique en van de Boerenbond (NV Radio) bij SBR besteld waren. Op het ogenblik van de overname waren beide zenders niet operationeel toen zij werden overgenomen door het INR-NIR. (X 1953:5)
Noteer dat Radio Belgique (Theo Fleischman) zijn uitzendingen stopte op de dag van de stichting van het NIR. Zijn personeel werd in de nieuwe staatsinstelling ingeschakeld (Van Pelt, 1973: 240; Boon G., 1988: 29). Men kan stellen dat Radio Belgique werd genationaliseerd met een ruime compensatie voor de eigenaar(s). Hiervoor kan het eerste jaarverslag van de NIR/INR geraadpleegd worden. In dat jaarverslag vinden we Radio Belgique en de NV Radio terug met een schuldvordering op de NIR ten belope van 1.070.011,20 BEF. Anderzijds vinden we er SBR met een schuldvordering van 95.715,50 BEF. (NIR, 1931-1932: 62) Beide schuldvorderingen samen vertegenwoordigen 91% van alle schulden die het NIR op 31 december 1931 heeft. Volgens Paul Vandenbussche, in een vraaggesprek met ons (23/10/2001), is de oprichting van de NIR-INR het directe gevolg van de financiële moeilijkheden van de S.A. Radio-Belgique. Vanuit die optiek is het ontstaan van de openbare omroep het resultaat van het mislukken van het privé-initiatief en ligt niet (alleen) een politiek verlangen maar (ook) een financieel-economisch débâcle aan de basis van het overheidsinitiatief. Hermanus plaatst de oprichting van het NIR-INR en die van de RTT in dat perspectief en wijst erop dat het dezelfde liberale ministers - Pierre Forthomme voor PTT en Paul-Emile Janson voor Justitie - zijn die zowel de oprichting van het NIR als die van de RTT in het parlement bepleiten. (Hermanus, 1990: 26) Volgens Vandenbussche speelde Prof. Arthur Boon (KU Leuven), voorzitter van de KVRO en voorzitter van de Boerenbond (geen familie van de latere directeur-generaal van de NIR) een grote rol bij de totstandkoming van het NIR-INR.
In artikel 14 van het KB van 28 juni 1930 wordt gesteld dat de "nieuwstijdingen in de vorm van persberichten" bondig moesten zijn. Duiding bij het nieuws was uitgesloten. (Goossens C., 1998: 49). Hier duikt de invloed van de dagbladpers op. Die zag namelijk in het radio-instituut een geducht concurrent. De belangen van de (partij)politieke dagbladen vielen in deze samen met die van de partijen zelf.
Verdere uitbouw van het NIR
Van 1935 tot 1938 wordt er gewerkt aan het nieuwe radiogebouw aan het Flageyplein. In 1937 komt de culturele zelfstandigheid van de Franse (o.l.v. Théo Fleischman) en de Vlaamse uitzendingen tot stand. Het jaarverslag van het NIR-INR bevat dan ook voor de eerste keer de uitgesplitste kosten voor de Franse en de Vlaamse uitzendingen, resp. 5.604.055 BEF en 5.533.911 BEF.
Radiotaks
De wet van 20 juni 1930 (BSB 19300626) en het KB van 28 juni 1930 (BSB 19300704) regelen o.m. de heffing van de radiotaksen voor de bezitters van een radio-ontvangsttoestel. De taks wordt op 60 BEF per jaar bepaald. Dat is 30 BEF minder dan oorspronkelijk in het wetsontwerp (18 april 1929) van minister Lippens (PTT) voorzien was. De parlementsleden brengen het bedrag terug tot 60 BEF per jaar (Goossens C., 1998: 44). Een gewoon huishoudbrood kost in 1930 2,14 centiem en voor een krant dient men 35 centiem neer te tellen. De radiotaks weegt m.a.w. flink door in het budget van het modale gezin want met die 60 frank kan het 28 broden kopen of meer dan een half jaar elke dag de krant lezen.
Een ander KB van 28 juni 1930 (BSB 19300704) bepaalt dat de radiotoestellen waarin uitsluitend kristallen (en dus geen radiolampen) gebruikt worden, belast worden met een jaartaks van 20 BEF.
Het is treffend dat zeer vele bepalingen uit de voornoemde wet de tand des tijds hebben doorstaan en tot in 1987 van kracht blijven: het betalen door middel van een storting op een postcheckrekening, de betaling die alle radiotoestellen in dezelfde woning dekt, de verplichting om een adreswijziging te melden, de vrijstellingen voor blinden en andere invaliden, voor onderwijsinstellingen en voor openbare diensten. In die tijden van grote werkloosheid gaan er stemmen op om de werklozen vrij te stellen van het betalen van de radiotaks. (Van Dyck, 1935:135)
De wetgever van 1930 is wel bijzonder streng voor ontduikers: de geldboete kon oplopen tot vijfmaal de ontdoken taks en dat met drie jaar terugwerkende kracht. Van een ontduiker kan m.a.w. een maximale boete van 900 BEF geëist worden ... een klein fortuin.
De wetgever van 1930 had zich blijkbaar goed geïnformeerd want ook de ontvangtoestellen die beelden konden ontvangen waren verplicht de taks te betalen. Zo'n bepaling verraadt de hand van de RTT-administratie, steeds goed geïnformeerd over de technologische ontwikkelingen. Vergeten we niet dat in 1930 de BBC reeds experimenteerde met de eerste openbare televisie-uitzending.
Door de wet van 27 december 1938 wordt de radiotaks van 60 op 78 BEF gebracht.
RTT int de radiotaksen
De inning van de taksen werd opgedragen aan de in 1930 opgerichte Regie voor Telefoon en Telegraaf. De oprichting van de RTT was, althans zo luidt de officiële versie, nodig om de verschillende telefoonnetwerken, tot dan toe in privé-handen, te interconnecteren. Hermanus is echter een andere mening toegedaan en stelt dat de interconnectie slechts een voorwendsel was. "En réalité, ce n'était qu'un prétexte. Les partisans du libéralisme économique défendaient l'idée de l'intervention de l'Etat uniquement dans des activités non rentables mais indispensables au bon fonctionnement de l'Etat." (Hermanus, 1990: 26)
Er zijn voldoende aanwijzingen om Hermanus' stelling voor waar te aanvaarden.
Collectiviseren van verliezen?
Privatiseren van winsten?
We kunnen dan ook vaststellen dat zowel de oprichting van de NIR-INR als die van de RTT geschiedden om verliezen te collectiviseren, naar de staat toe te schuiven. Onderzoek kan aantonen of zulks ook met andere risicodragende initiatieven binnen de communicatiesector (of andere sectoren) het geval is (geweest). Tegelijk kan men dan ook de 'spiegel-hypothese' toetsen: komen overheidsbedrijven (of stukken ervan) enkel in aanmerking om geprivatiseerd te worden wanneer de investering niet of nauwelijks risicodragend is?
Uiteraard mag men hierbij niet in een zwart-wit analyse vervallen en zal de realiteit zeer complex zijn. Dit neemt niet weg dat het een fundamenteel vraagstuk is bij het kijken naar de relatie tussen staats- en privé-initiatief. De vraagstelling heeft ook een ethische component, laat dat duidelijk zijn.
Aantal betalende vergunningen en vrijstellingen
Voor de jaren 30 beschikken we over betrouwbare cijfers uit het archief van Kijk- en Luistergeld (dat werd in 2003 vernietigd maar wij konden enkele belangrijke statistische documenten redden, LT).

In 1930 waren er 76.872 radiotoestellen vergund, in 1939 waren het er 15 maal meer.
Adreslijsten KLG en luisteronderzoek
De massa's adressen die bij de dienst radiotaksen beheerd worden, brengen sommigen op het idee om op basis daarvan te starten met een luisteronderzoek (Van Dyck, 1935: 156-157) of een referendum omtrent de omroep. Dit laatste moet gezien worden tegen de achtergrond van de onvrede met de partijpolitieke uitzendingen op het NIR. "Hoe gemakkelijk nochtans zou het voor haar (bedoeld wordt het NIR, LT) vallen, vermits zij alleen toch (met de Regie) de namen en adressen bezit van allen, die zich van hunne radiotaks kwijten. Zou het dan zoo'n enorme kosten met zich brengen om aan alle die menschen een voor het antwoord gereed gemaakte vragenlijst rond te zenden, welke na invulling vrachtvrij aan het NIR zou kunnen worden weergezonden! (...) Tevens zou door dergelijk referendum de 'Vox Populi' kunnen gekend worden omtrent het ja dan niet toelaten van politieke uitzendingen langs den omroep!" (Van Dyck, 1935: 144)
Gewestelijke verdeling van het radiobezit
Voor het jaar 1939 beschikken we over een gewestelijke verdeling van de 1.112.962 radiotoestellen waarvoor radiotaks betaald wordt: Wallonië (458.124 of 41%), Brussel (209.869 of 19%) en Vlaanderen (444.969 of 41%). De ondervertegenwoordiging van het Vlaamse Gewest heeft o.i. twee oorzaken: a) de inkomensachterstand in het Vlaamse landsgedeelte, en b) de relatieve sterkte van het populaire programma-aanbod van de 12 particuliere radiostations in Wallonië en Brussel, tegenover slechts 4 in het Vlaamse landsgedeelte.


Financiering van de regionale radiostations
De wet van 14 mei 1930 moet in feite de doodsteek betekenen voor de regionale stations. Artikel 8 verbiedt immers voor alle stations het voeren van handelspubliciteit. De druk van de regionale stations - vooral Radio Schaerbeek ging heftig tekeer - op de minister was echter zo groot, dat die besloot een gedoogbeleid te voeren.
De regionale radiostations deden voor hun financiering ook een beroep op jaarlijkse lidgelden. Zo vermeldt Van Dyck (1935: 134) dat Radio Châtelineau kaarten verkocht tegen 12,50 BEF en steun- en erekaarten tegen resp. 25 en 50 BEF. Radio Antwerpen (ON4ED) verkocht kaarten van 25 BEF. De auteur noemt deze vorm van financiering onwettelijk en verwijst hiervoor naar artikel 9 van het ministerieel besluit van 28 augustus 1931.

De franstalige uitzendingen van de private radiostations haalden een hogere luisterdichtheid dan de franstalige programma's van het INR. Men kan zich voorstellen dat dit niet naar de zin was van Fleischman. Greta Boon vermeldt dan ook uitdrukkelijk: "Een van de redenen waarom de leidinggevende personen van het NIR van de oorlogsomstandigheden later gebruik maakten om die particuliere zenders na de oorlog geen uitzendvergunning meer te geven, was dit grote franstalige overwicht." (Boon G., 1988: 29-33).

De wet wordt niet toegepast
De staatstoelage vormde in de periode 1930-1940 de hoofdmoot van de inkomsten van het unitaire NIR-INR. In de wetenschappelijke literatuur wordt steevast vermeld dat het NIR-NIR 90% ontving van de opbrengst van de radiotaksen. Zo stelt Gekiere in 1983: "In de wet van 18.6.1930 tot oprichting van het N.I.R. was bepaald dat 90% van de opbrengst van het kijk- en luistergeld naar de omroep zou toevloeien. Dit principe werd jaren toegepast en gedurende enkele jaren (o.m. voor 1974), bleek de toelage aan de BRT-instituten zelfs hoger te liggen dan de netto-opbrengst." (Gekiere, 1983: 179).
Ook Greta Boon stelt in 1984: "Voor de tweede wereldoorlog ontving de omroep 90% van het luistergeld." (Boon, 1984:95).
Uit ons onderzoek blijkt dat zulks weliswaar wettelijk voorzien was, doch in de realiteit slechts één jaar gehaald werd.
De beweringen van Gekiere en van Boon, beiden op de BRT werkzaam, moeten wellicht gezien worden als een manoeuver van de BRT in zijn veelvuldige disputen in de jaren 80 met de minister omtrent de BRT-dotatie. We komen hierop terug.
In het jaarverslag van de NIR-INR over het jaar 1932 lezen we: "Over het algemeen staat het aantal ontvangtoestellen in rechtstreekse verhouding met de hoedanigheid van den dienst. Door de veldmetingen heeft men er zich rekenschap kunnen van geven dat de kracht der zenders van Veltem niet voldoende is om over gansch het grondgebied (...) een dienst te verzekeren , die wat de hoedanigheid betreft, niets te wenschen overlaat. Logisch mag dus aangenomen worden dat een merkelijke verhooging der zendkracht, bv. tot 60 of 100 kw. zeer snel een verhooging van de ontvangtoestellen en bijgevolg van de ontvangsten voor gevolg zou hebben."
Het NIR-INR geloofde dus nog in de band tussen de opbrengst van de radiotaksen en haar eigen staatstoelage. Hier wordt expliciet verwezen naar de band die er bestaat tussen het aantal radiotoestellen (200.534 eind 1931, 339.635 einde 1932) en de staatstoelage (13,4 miljoen BEF voor het werkingsjaar 1932). De simpele berekening brengt ons op 12,03 miljoen BEF (200.534 toestellen x 60 BEF). Nergens in het jaarverslag wordt de berekening expliciet gemaakt. Men mag echter veronderstellen dat de berekening van de staatstoelage op het niveau van de beheerraad, waarin de voogdijminister als voorzitter zetelde, gebeurde.
Hieronder geven wij de evolutie van de bruto-opbrengst, de inningskosten die de RTT inhield, de staatstoelage aan het NIR-INR en deze laatste uitgedrukt als een percentage van de netto-opbrengst.









TESSENS Lucas
den Bell in Antwerpen - Boudewijnstaat - Alcatel
Edited: 200209161258


opname Mavica 200209161258
dagbladprijs omhoog: Vier Vlaamse kranten verhogen prijs met 5 cent tot 85 eurocent
Edited: 200112030865
4 Vlaamse kranten hebben maandag hun dagbladprijs voor een los nummmer met 5 eurocent verhoogd. Het gaat om De Nieuwe Gazet en Het Laatste Nieuws van De Persgroep en Het Nieuwsblad/De Gentenaar en Het Volk van de Vlaamse Uitgeversmaatschappij (VUM).
De reden is een stijging van de productiekosten en de dalende inkomsten uit reclame, zegt Kris Destaercke van de Belgische Vereniging van Dagbladuitgevers (BVDU).
Die vier kranten kosten nu 85 eurocent. Daarmee zijn Het Belang van Limburg en Gazet van Antwerpen, twee titels van het beursgenoteerde Concentra, met 80 eurocent de goedkoopste kranten in Vlaanderen. De Standaard (VUM) en De Morgen (De Persgroep) kosten 1 euro, De Financieel-Economische Tijd 1,25 euro.
bericht 03-12-2002
VAN SAN Marion
Criminaliteit en criminalisering; allochtone jongeren in België
Edited: 200111101261

Studie in opdracht van minister Verwilghen.
Samenvatting
Hoewel een meerderheid van de allochtone jeugd in België niet of nauwelijks problemen oplevert, baart het gedrag van een deel van hen zorgen. In deze studie doen Marion van San en Arjen Leerkes verslag van een onderzoek naar de aard en de omvang van de criminaliteit onder allochtone jongeren in België. Zij baseren zich daarbij voor het eerst op landelijke politiecijfers. Op grond van gesprekken met jongeren, buurtbewoners, politieagenten en straathoekwerkers in twee oude wijken van Antwerpen en Brussel gaan de auteurs daarnaast in op de beeldvorming over allochtone jeugdcriminaliteit. Het boek levert een bijdrage aan het inzicht dat allochtone jeugdcriminaliteit niet als een eenvormig verschijnsel kan worden begrepen. Groepen allochtone jongeren blijken noch in dezelfde mate, noch op dezelfde wijze bij te dragen aan de jeugdcriminaliteit.Tegelijkertijd verklaart het boek waarom het thema van de allochtone jeugdcriminaliteit niet los kan worden gezien van de strijd tussen etnische groepen om sociale status, macht en identiteit.
VLAAMS PARLEMENT
Commissie voor Leefmilieu, Natuurbehoud en Ruimtelijke Ordening Vergadering van 25/01/2001
Edited: 200101250908
Commissie voor Leefmilieu, Natuurbehoud en Ruimtelijke Ordening Vergadering van 25/01/2001
Interpellatie van de heer Johan Malcorps tot mevrouw Vera Dua, Vlaams minister van Leefmilieu en Landbouw, en tot mevrouw Mieke Vogels, Vlaams minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, over het beleid inzake asbest en volksgezondheid
De voorzitter : Aan de orde is de interpellatie van de heer Malcorps tot mevrouw Dua, Vlaams minister van Leefmilieu en Landbouw, en tot mevrouw Vogels, Vlaams minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, over het beleid inzake asbest en volksgezondheid.
Minister Dua zal ook in naam van minister Vogels antwoorden.
De heer Malcorps heeft het woord.
De heer Johan Malcorps : Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega's, onlangs werd in ons land een vereniging voor asbestslachtoffers opgericht, in navolging van reeds bestaande verenigingen in onder meer Nederland en Frankrijk.
De vereniging vraagt dat er een volwaardig beleid inzake asbestvervuiling en volksgezondheid zou worden gevoerd. Gezien de bevoegdheidsverdelingen is dit zowel een federale opdracht als een taak voor gewesten en gemeenschappen. Zo moet op federaal vlak dringend werk worden gemaakt van het recht op schadevergoeding voor asbestslachtoffers via het Fonds voor Beroepsziekten. Ook niet-werknemers moeten een beroep kunnen doen op de regeling. Het verbod op elke vorm van asbestproductie, -handel of verwerking is een federale aangelegenheid. De uitzonderingen op het koninklijk besluit van 3 februari 1998 kunnen worden opgeheven, omdat er inmiddels voor alle toepassingen vervangproducten bestaan.
Het behoort ook tot de taak van de gemeenschappen om een sluitende inventaris op te maken van alle asbestgerelateerde aandoeningen, zoals de verschillende vormen van asbestose, mesothelioom of buikvlieskanker, asbestgerelateerde longkankers en andere kankers. Het Fonds voor Beroepsziekten levert de cijfers voor werknemers. Er is sprake van een duidelijke toename van het aantal gevallen van asbestose en de voorbije vijftien jaar meer dan een verdubbeling van het aantal gevallen van mesothelioom. Deze informatie komt uit het antwoord dat federaal minister Aelvoet vorig jaar gaf op mijn vraag terzake in de Senaat. De grootste groep van getroffen werknemers komt uit de bouw. Over het aantal asbestgerelateerde kankers bij de rest van de bevolking is geen cijfermateriaal beschikbaar. Het aantal asbestdoden ligt volgens minister Aelvoet tussen de 90 en 110 per jaar. Wellicht is dit een grove onderschatting.
Het probleem van het toenemend aantal asbest-kankerdoden verdient alle aandacht. De internationaal vermaarde specialist Julian Peto voorspelt in The British Journal of Cancer dat in West-Europa de komende 35 jaar maar liefst een kwart miljoen asbestgerelateerde kankerdoden zullen vallen. In een officiële studie in opdracht van het Nederlandse ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voorspelt men 40.000 asbestgerelateerde ziekten onder Nederlandse mannen tegen het jaar 2030.
Uit de Vlaamse Gezondheidsindicatoren 1998 blijkt dat er een verhoogde sterftekans is in onder meer Sint-Niklaas en Dendermonde. Minister Vogels legde de band met de vroegere asbestverwerkende industrie in de streek : de vroegere Eternit-fabriek in Schoonaarde bij Dendermonde, Eternit in Kapelle op-den-Bos en de fabriek Scheerders-Van Kerckhoven - SVK - in Sint-Niklaas. Het is mogelijk dat het niet enkel om werknemers gaat, maar ook om familieleden van werknemers en om omwonenden.
Als deze band tussen asbest en kanker er echt is, en zelfs in die mate dat hij een merkbare piek veroorzaakt in de algemene gezondheidsstatistieken, dan is dit hoegenaamd geen vrijblijvende zaak. De slachtoffers stellen met reden vragen over de verantwoordelijkheid van de betrokken bedrijven in het verleden. Ze waren al decennialang op de hoogte van het gevaar van asbest voor de gezondheid van werknemers en omwonenden. Toch namen ze te weinig voorzorgsmaatregelen. Ook de overheid zelf wordt aansprakelijk gesteld, want ze kende al jaar en dag de risico´s die verbonden zijn aan de asbestproductie, maar trad al die tijd veel te laks op.
Sinds de Tweede Wereldoorlog staat het verband tussen asbest en kanker wetenschappelijk vast. Toch duurde het tot einde van de jaren negentig vooraleer men echt optrad. Die nalatigheid heeft veel mensenlevens gekost, en zal nog veel mensenlevens kosten. In Frankrijk en Nederland wonnen de vertegenwoordigers van asbestslachtoffers in die zin al verschillende schadeprocessen. Er is een wettelijke regeling ingevoerd om tot billijke schadeloosstellingen te komen. Ook in eigen land moet er een dergelijke regeling te komen. Eens het zo ver is, zullen ook de gewestelijke overheden voor hun verantwoordelijkheid worden geplaatst.
In 1998 stelden de heer Stassen en mevrouw Verwimp vragen aan toenmalig milieuminister Kelchtermans over de gezondheidseffecten voor de omwonenden van de asbestbedrijven in Kapelle-op-den-Bos, Tisselt, Sint-Niklaas, Gent en Mol. Ze werden toen met een kluitje in het riet gestuurd met als argumenten : 'Het gaat om een te kleine groep mensen rond die bedrijven om daarover statistisch zinvolle uitspraken te doen ; het is praktisch onmogelijk om productspecifieke gezondheidsgegevens van burgers te verzamelen rond elke site waar met toxische of kankerverwekkende stoffen wordt gewerkt ; de gezondheidsmonitoring van potentiële asbestpuntbronnen zou slechts een 'end-of-the-pipe-benadering' zijn, die in het beste geval iets zegt over de blootstelling decennia geleden.'
Uit het grootschalig Milieu- en Gezondheidsonderzoek dat eind vorig jaar werd afgerond blijkt dat gebiedsgerichte monitoring wel degelijk relevante beleidsgegevens kan opleveren. In elk geval moet het mogelijk zijn om meer accurate gegevens te verzamelen dan mogelijk is op basis van een globaal onderzoek van gezondheidsindicatoren over heel Vlaanderen. Zo zou men alle sites in de omgeving van vroegere asbestverwerkende bedrijven kunnen screenen en vergelijken met sites waar waarschijnlijk minder risico bestonden en nog bestaan op asbestbesmetting. Ook een nauwkeurig opgezet epidemiologisch onderzoek biedt uitzicht op succes, wegens de onbetwistbare band tussen mesothelioom en asbestose enerzijds en asbestvervuiling anderzijds.
Het feit dat de asbestproductie nu bijna geheel is afgebouwd, betekent niet dat er geen belangrijke opdracht meer is voor de Vlaamse milieudiensten, en meer bepaald de OVAM. Zo blijft de titanenopdracht overeind om op basis van de verplichte asbestinventarissen voor bedrijven en openbare gebouwen alle nog aanwezige asbest te verwijderen en op de meest veilige wijze te verwerken. De federale wetgeving ter bescherming van werknemers is daarbij van toepassing. Een algemene bescherming voor de burger is er dus niet, tenzij indirect. Bewoners en bezoekers van gebouwen zijn maar indirect beschermd, omdat ze ook profiteren van de bescherming van eventuele werknemers in dat gebouw. Dat is uitvoerig aangetoond door mevrouw Lieve Ponnet. Ze schreef daarover het dossier 'Asbest : stof tot nadenken', dat in 1996 werd gepubliceerd in het Arbeidsblad van het ministerie van Tewerkstelling en Arbeid.
De gewesten en gemeenschappen, bevoegd voor de bescherming van privé-personen in een niet-werksituatie hebben nog geen aanvullende reglementering voor asbest in gebouwen zoals privé-woningen opgezet. In de particuliere woningbouw is weliswaar veel minder gespoten asbest gebruikt dan in openbare of industriële gebouwen. De kans op blootstelling is er veel beperkter. Toch werd heel wat spuitasbest verwerkt in grote appartementsgebouwen die zijn gebouwd tussen halfweg de jaren zestig en het einde van de jaren zeventig. In België zijn hierover geen gegevens beschikbaar. Hier rijst dus een probleem voor onderhouds- of herstellingswerken die door derden of door doe-het-zelvers worden uitgevoerd. Er is te weinig bewustmaking over mogelijke gevaren en risico's.
Ten slotte is er het probleem dat bij doorverkoop of verhuur mensen zich wellicht niet bewust zijn van de aanwezigheid van asbest in een woning. In Nederland is een asbestvrij-verklaring nodig alvorens men tot de sloop van een woning kan overgaan. De invoering van een asbestvrij-attest, samen met het bodemattest, kan worden overwogen.
Verder is het nog maar de vraag of alle asbestafval - bijvoorbeeld van de sloop van gebouwen - op de juiste bestemming terecht komt. In welke mate wordt asbest van afbraakwerken van privé-personen aanvaard op containerparken, en onder welke omstandigheden? Een ander element van de problematiek is de sanering van asbeststorten. Berucht was het Broek in Willebroek, dat nu eindelijk gesaneerd is, maar dit is nog maar het begin. Denk onder meer aan de asbeststorten in de Gentse Kanaalzone, in Hofstade te Aalst en de asbestberg in Kapelle-op-den-Bos.
De eerste opdracht is de sanering van de omgeving van de vroegere bedrijfssites waar met asbest is gewerkt. In de omgeving van asbestbedrijven als Eternit in Kapelle-op-den-Bos werd immers in het verleden zeer achteloos omgesprongen met het levensgevaarlijke asbeststof.
Vrachtwagens met opwaaiend asbeststof reden door de dorpskern. Het asbeststort diende jaren als speelterrein voor jeugdbewegingen. Pas enkele jaren geleden werd het afgesloten en afgedekt. Asbestafdraaisel was gedurende vele jaren een gegeerde grondstof voor de aanleg van wegen, tuinpaden en opritten van garages.
Er moet dringend een grondige inventaris worden opgemaakt van alle grotere en kleinere black points in gemeenten als Kapelle-op-den-Bos en Tisselt, maar ook van andere sites van nog bestaande of inmiddels gesloten bedrijven die asbest verwerken of verwerkten. In Nederland werd door de VROM een subsidieregeling uitgewerkt waarbij eigenaars van asbestwegen subsidies krijgen voor werken waarbij het asbestbevattend materiaal wordt verwijderd door erkende bedrijven of waarbij het risicomateriaal wordt afgedekt met asfalt, beton of klinkers.
Op welke wijze zal Vlaanderen bijdragen aan een afdoende centrale registratie van asbestgerelateerde ziektes zoals asbestose, mesothelioom of longkanker? Op welke termijn kan een sluitende registratie worden opgezet en welke samenwerkingsverbanden met de federale overheid zijn daarvoor nodig?
Wordt er in opvang voorzien voor asbestslachtoffers in Vlaanderen? Welke informatie is er beschikbaar? Wat is het standpunt van de Vlaamse regering in verband met de vraag naar schadeloosstelling? Zal men met het oog op de schadeloosstelling van asbestslachtoffers ook initiatieven nemen in overleg met de federale overheid?
Welke initiatieven zijn er om de effecten van asbestvervuiling op de gezondheid verder in kaart te brengen voor heel Vlaanderen en specifiek voor de omgeving van bestaande of gesloten bedrijven waar asbest wordt of werd verwerkt? Is het niet wenselijk hiervan een van de speerpunten te maken van verder milieu- en gezondheidsonderzoek?
Hoe ver staat het met de studie 'Risico-evaluatie en saneringsprogramma voor asbestblootstelling in Vlaanderen' en met de beleidsnota over asbestbeheersing? Wat was het resultaat van de asbest-meetcampagne? Wanneer start de geplande sensibiliseringscampagne?
Is er een inventaris van asbeststorten in Vlaanderen? Welke prioriteit krijgt de sanering van deze storten, of kiest men eerder voor een degelijke afbakening en afdekking ervan? Wat is de stand van zaken van de asbestsanering in bedrijven en openbare gebouwen en hoe wordt dit opgevolgd? Is er voldoende verwerkingscapaciteit voor het asbest- en asbestcementafval?
Wordt werk gemaakt van een betere regeling voor de bescherming van particulieren tegen asbest in gebouwen en privé-woningen? Wordt gedacht aan de invoering van een attest 'asbestvrije woning'?
In welke mate wordt asbestafval aanvaard in containerparken? Klopt het dat we asbestcementproducten beschouwen als bouw- en sloopafval zonder vrijzittende asbestvezels, waardoor men ze in containerparken moet aanvaarden? Klopt het dat asbestplaten en isolatie van leidingen daarentegen niet aanvaard mogen worden? Zijn de werknemers in containerparken zich voldoende bewust van het gevaar van asbesthoudend sloopafval bij verbrijzeling ervan waardoor vezels kunnen vrijkomen? Is er toezicht op de naleving van de ARAB-reglementering inzake asbestblootstelling in containerparken?
Heeft men bij de OVAM zicht op de hoeveelheid asbesthoudend afval dat in het gewone huishoudelijk afval terechtkomt, zoals asbestkoord uit kachels, versleten remblokjes, asbesthoudende strijkplankjes, vlamverdelers en ovenwanten. Kunnen deze asbesthoudende afvalstoffen worden ingeleverd als KGA?
Wordt werk gemaakt van de inventarisatie van asbestwegen en andere kleinere black points in de omgeving van vroegere asbestverwerkende bedrijven? Acht de minister een subsidieregeling wenselijk voor de sanering of afdekking van asbestwegen, naar het model van Twente?
De voorzitter : De heer Van Looy heeft het woord.
De heer Jef Van Looy : In Nederland is de verwijdering van golfplaten waarin asbest zit aan zeer strenge reglementering onderworpen. Arbeiders die bijvoorbeeld dergelijke platen van een dak halen, zijn gehuld in beschermende kledij. Is het product werkelijk zo gevaarlijk? Hetzelfde materiaal wordt in Nederland blijkbaar totaal anders benaderd dan in Vlaanderen.
De voorzitter : Minister Dua heeft het woord.
Minister Vera Dua : Mijnheer de voorzitter, mijnheer Malcorps, op uw eerste vier vragen geef ik het antwoord van minister Vogels.
Door de centrale registratie op federaal niveau van de minimale klinische gegevens van gehospitaliseerde patiënten en dus ook van asbestgerelateerde ziektes als asbestose en mesothelioom, zijn er gegevens over het aantal asbestslachtoffers beschikbaar. De Vlaamse regering heeft toegang tot deze gegevens. Ook via de door Vlaanderen gesteunde kankerregistratie is er zicht op de incidentie van kankers die mede veroorzaakt worden door asbest. Momenteel worden trouwens initiatieven genomen om deze registratie nog te verbeteren. Via de mortaliteitsstatistieken die door de Vlaamse administratie worden opgemaakt, zijn ten slotte ook de gegevens inzake asbestgerelateerde overlijdens bekend. Cijfers die een idee geven over asbestgebonden beroepsziekten zijn ook bekend bij het Fonds voor Beroepsziekten.
Er is momenteel niet in specifieke financiële opvang voorzien voor asbestslachtoffers in Vlaanderen. Voor patiënten met een asbestgerelateerde aandoening is er, net zoals voor andere zieken, financiële steun via de sociale zekerheid. Enkel de werknemers-asbestslachtoffers van bedrijven die een bijdrage storten bij het Fonds voor Beroepsziekten kunnen aanspraak maken op specifieke steun.
De vraag is of de Vlaamse regering of de federale overheid het initiatief moet nemen om naast de algemene steun via de sociale zekerheid ook nog in een specifieke schadevergoeding te voorzien. We doen dit voor het ogenblik ook niet voor andere ziektes. Minister Aelvoet zal de wenselijkheid en uitvoerbaarheid van een en ander onderzoeken. Als de resultaten van dit onderzoek bekend zijn, zullen de nodige conclusies worden getrokken. Het zou ook goed zijn om eens na te gaan hoe de buurlanden deze problematiek aanpakken.
In verband met de wenselijkheid om van asbest een van de speerpunten te maken van het verder milieu- en gezondheidsonderzoek, moet worden opgemerkt dat het gevoerde onderzoek en de beleidsconclusies die daaraan gekoppeld zijn, zich toespitsen op biomonitoring van bepaalde polluenten.
Het milieu- en gezondheidsonderzoek spitst zich toe op polluenten die nog steeds in min of meer belangrijke mate in het milieu gebracht worden. Het gebruik van asbest is verboden. Asbest komt dus enkel nog vrij via bestaande asbesthoudende producten. Het beleid moet zich nu dus concentreren op een maximale inperking van de resterende vrijzetting, zolang alle asbesthoudende producten niet definitief en veilig zijn geborgen.
Voor asbest lijkt een biomonitoring medisch gezien een onuitvoerbare opdracht. Het zou neerkomen op het meten van de concentratie van asbestvezels in de longen, de zogenaamde broncho-alveolaire lavage. Die gebeurt door een bronchoscopie, waarbij men met een bronchoscoop in de longen kijkt en waarbij een kleine hoeveelheid vocht in de luchtwegen wordt gebracht en er vervolgens wordt uitgezogen voor verder labo-onderzoek.
Aan de hand van de beschikbare gegevens, bekomen via de centrale registraties, is het ook mogelijk om de asbestslachtoffers in kaart te brengen voor heel Vlaanderen. Op deze manier kunnen de effecten van asbestvervuiling op de gezondheid in principe worden nagegaan.
De studie 'Risico-evaluatie en saneringprogramma voor asbestblootstelling in Vlaanderen' werd afgewerkt in 2000. De studie wordt gebruikt als basis voor de beleidsnota over asbestbeheersing. Deze beleidsnota bevindt zich momenteel in een ontwerpfase. In de beleidsnota zullen concrete bijkomende Vlaamse maatregelen worden voorgesteld. De planning is om in de loop van 2001 van de ontwerpbeleidsnota het onderwerp te maken van een doelgroepenoverleg en van overleg met de federale overheid, die reeds betrokken was bij de studie.
Dan kom ik nu bij de kwestie van de asbest-meetcampagne. In het kader van het actief overheidsbeleid rond preventie en verwijdering van asbest en asbesthoudende stoffen was het aangewezen om kwantitatieve gegevens te verzamelen over de huidige concentratieniveaus en het vóórkomen van inadembare minerale vezels in de omgevingslucht in Vlaanderen. Op dit ogenblik bestaan er in België voor asbest in buitenmilieu geen kwaliteitseisen. Om dit beleid op een efficiënte en doelgerichte manier te kunnen voeren dient een kwantitatief referentiekader inzake risico's gedefinieerd te worden. Daarmee is men dus nu bezig.
Gedurende de periode van december 1998 tot december 1999 zijn in opdracht van de Vlaamse Milieumaatschappij door de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek de concentratieniveaus van asbest en minerale vezels opgevolgd op een aantal typische locaties in Vlaanderen. Een totaal van 319 filters en 43 blanco filters, afkomstig van in totaal 10 meetlocaties, werden geanalyseerd tijdens deze meetcampagne. Hierbij werden 50 monsters genomen in een gebied nabij een verkeersrijke locatie, 52 monsters in een residentiële omgeving, 54 in een stedelijke achtergrond, 48 bemonsteringen in een industriële omgeving en 50 stalen in een gebied nabij een mogelijke asbestbron. Bijkomend werden 65 stalen geanalyseerd afkomstig van het meetnet 'Zware metalen' van de VMM. Vermits het gezondheidsrisico gerelateerd is aan de lengte van de asbestvezels, werd een onderscheid gemaakt tussen korte en lange vezels. De korte vezels worden als onschadelijk beschouwd, de lange vezels worden verantwoordelijk gesteld voor een nefast gezondheidseffect. Op basis van de te verwachten asbestconcentraties en de gerelateerde lokale activiteiten kunnen een aantal typen gebieden onderscheiden worden. Ik heb hier een tabel bij, die ik aan u zal laten bezorgen.
Uit de tabel blijkt duidelijk dat men nabij historische bronnen uiteraard een veel hogere concentratie krijgt. In alle gebieden - stedelijk en landelijk - zijn de verwachtingswaarden van de jaargemiddelde concentratieniveaus lager dan 350 vezels per kubieke meter. In de omgeving van een historische bron, zoals een vroegere asbestverwerkende industrie, werden lange - dus schadelijke - vezels aangetroffen. Nabij een druk verkeerskruispunt wordt eerder de korte - dus onschadelijke - fractie waargenomen. De concentraties asbestvezels liggen echter bij het merendeel van de stalen dicht in de buurt van de detectiegrens.
Wanneer we deze waarden vergelijken met metingen die werden uitgevoerd in 1983, dan is er een globale verbetering merkbaar. Voor het doorvoeren van deze vergelijking moet echter een zekere reserve in acht worden genomen aangezien de aard van de metingen verschillend is. In 1983 betrof het immers geen jaargemiddelde concentraties. Meestal ging het om steekproeven met korte monsternemingsperiodes. Ook deze gegevens staan in een tabel. Een eindrapport met al de meetresultaten zal in februari gepubliceerd en publiek bekendgemaakt worden.
Ik zeg heel kort ook iets over de sensibiliseringscampagne. Dit is inderdaad nodig, maar ik acht het opportuun om dit pas te doen na het doelgroepenoverleg en de politieke beslissing over de in voorbereiding zijnde beleidsnota.
Dan is er nog de kwestie van het afvalprobleem. De vergunde asbeststorten zijn opgenomen in een lijst bij de vergunningverlenende overheid en zijn ook beschikbaar bij de OVAM via de lijsten van erkende verwervers en verwerkers. Er is geen aparte inventaris van asbest-blackpoints in Vlaanderen. In de OVAM-databanken zitten wel een aantal dossiers waarbij asbestproductie of asbeststortactiviteiten plaatsvinden of plaatsvonden. Medio jaren negentig zijn de grotere asbestproblemen aangepakt. Meestal werd als saneringsoptie voor een isolatie gekozen. Inzake prioriteit wordt geopteerd voor een snelle aanpak indien er verspreidingsrisico aan de orde is. Door de actie van een vijftal jaar geleden zijn de bekende gevallen ofwel gesaneerd ofwel via een voorzorgsmaatregel aangepakt.
Met betrekking tot de verwerking van asbestafval dient krachtens de huidige Vlarem-regelgeving een onderscheid te worden gemaakt tussen afvalstoffen die vrije asbestvezels bevatten en asbesthoudend afval dat geen vrije vezels bevat, voornamelijk verharde asbestcement. Verharde asbestcement, meer bepaald golfplaten, dakleien en asbestcementen buizen, kunnen worden afgevoerd naar een categorie 3-stortplaats. Gelet op het verbod om nog asbesthoudende materialen op de markt te brengen, is ook het tweedehandsgebruik van asbestcementen materialen niet langer toegestaan, en wordt er geopteerd voor definitieve verwijdering. Er zijn in Vlaanderen een twintigtal categorie 3-stortplaatsen, zodat er voldoende capaciteit is.
Voor afvalstoffen die vrije vezels bevatten, geldt krachtens Vlarem dat ze eerst gecementeerd moeten worden vooraleer ze gestort kunnen worden op een categorie 1-stortplaats. Slechts in het geval van verpakkingsafval en plastiekafval enerzijds en niet-vershredderbaar materiaal dat met asbesthoudend materiaal bekleed of bedekt is anderzijds, kan het dubbelwandig verpakt afval rechtstreeks worden afgevoerd naar een stortplaats. Er is in het Vlaams Gewest één installatie voor de cementering van asbesthoudend afval, meer bepaald van de firma Rematt in Mol. Het gecementeerde afval gaat daarna naar de stortplaats van Indaver in Antwerpen. In de praktijk blijkt de verwerkingscapaciteit voldoende om alle asbesthoudend afval op te vangen.
Hierbij kan wel melding worden gemaakt van een alternatieve verwerkingsmethode in Frankrijk - van een firma nabij Bordeaux - waar het asbestafval wordt verglaasd. Momenteel is het evenwel afval dat vooral vanuit het Brussels Gewest via Mol naar Frankrijk gaat, dat op die manier behandeld wordt. De hoge energiekosten van het verwerkingsproces en de grote transportafstand maken deze alternatieve verwerking immers dubbel zo duur als cementering en storten, wat op zichzelf ook al een dure verwerkingsmethode is. Hoe dan ook, het is een alternatieve methode, die we zeker niet uit het oog mogen verliezen.
Ten slotte kan nog worden vermeld dat momenteel door de VITO in opdracht van de OVAM een studie wordt uitgevoerd waarbij de criteria zijn onderzocht om asbesthoudend afval verder te kwalificeren, meer bepaald met betrekking tot de kwalificatie 'vrije vezels'. Of particulieren al dan niet afdoende beschermd worden tegen asbest in openbare gebouwen waarin werknemers tewerkgesteld zijn, hangt af van de aanwezigheid van de verplichte asbestinventaris en de kwaliteit van het beheersplan en de uitvoering ervan. Dit is echter een federale materie. Ter bescherming van particulieren in privé-woningen wordt in het kader van de beleidsnota een sensibiliseringscampagne overwogen. Daarin kunnen worden opgenomen : illustraties van asbesttoepassingen die kunnen voorkomen in en rondom een woning, een beschrijving van het onderscheid tussen gevaarlijke en minder gevaarlijke toepassingen, een beschrijving van veilige verwijderingsmethoden en de plaatsen waar het afval gedeponeerd kan worden, en het aangeven dat men voor gevaarlijke toepassingen best een gespecialiseerde firma contacteert.
Een attestering 'asbestvrije woning' zoals in Nederland vereist is, alvorens tot de sloop van een woning kan worden overgegaan, zou een vergaande maatregel zijn. Dit komt immers neer op een asbestinventaris voor alle te slopen woningen, die moet worden opgesteld door een gespecialiseerd bedrijf. In Nederland blijkt dit systeem niet zo vlot te lopen : ten eerste omdat er een enorme hoeveelheid aan mensen en middelen ingezet dient te worden en ten tweede omdat de handhaving niet sluitend is. Vooraleer een dergelijk systeem in Vlaanderen ingevoerd wordt, dienen we de haalbaarheid na te gaan. Misschien moeten we inderdaad ook een differentiatie inbouwen. Hoe dan ook, deze suggestie zal meegenomen worden in het doelgroepenoverleg en in de komende beslissing over de beleidsnota Asbest.
Binnenkort start de evaluatie van het sectoraal uitvoeringsplan Bouw- en Sloopafval. Ook binnen die procedure zullen we overwegen of de invoering van een voorafgaande inventarisatie van te slopen gebouwen op de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen zoals asbest aangewezen is. Dit kan zeer nuttig zijn, want hierdoor kunnen immers ook de kwaliteit en de afzetmogelijkheden van sloopafval verbeteren.
Enkel cementgebonden asbestplaten mogen aanvaard worden op het containerpark. Die platen worden namelijk beschouwd als bouw- en sloopafval. Ze mogen evenwel niet bij het recupereerbare bouw- en sloopafval gevoegd worden. Deze platen moeten te allen tijde apart gehouden worden omdat ze niet mee gerecupereerd mogen worden. De cementgebonden asbestplaten moeten afgevoerd worden naar een klasse 3-stortplaats.
Niet-cementgebonden asbestvezels of producten die asbestvezels bevatten, mogen in geen geval aanvaard worden op een containerpark, maar dienen steeds door een erkende verwijderaar ter plaatse opgehaald en verwerkt te worden. In Vlaanderen zijn er momenteel twee bedrijven die over een milieuvergunning beschikken voor het behandelen van asbestafval. Na behandeling van het asbestafval bij deze bedrijven wordt het afgevoerd naar een klasse 1-stortplaats voor gevaarlijke afvalstoffen. Zoals hoger vermeld, is er ook nog het systeem van verglazing, maar dat is misschien iets wat we op langere termijn moeten bekijken. Op het cementgebonden asbest mag in geen enkel geval ter plaatse een bewerking worden uitgevoerd. Dat staat zo in de Vlarem-reglementering.
Inzake de bescherming van de werknemers op containerparken kunnen we er van uitgaan dat zij normaal gezien een opleiding hebben gekregen waardoor ze zich voldoende bewust moeten zijn van alle gevaarlijke producten waarmee zij in contact komen. Bovendien dient er, zoals bij alle professionele bedrijvigheden, een bedrijfsgezondheidskundig- en veiligheidstoezicht te zijn. Ik wil daarover bij OVAM nog eens navraag doen.
Meer informatie over asbest en asbestafval is te vinden op de website van OVAM, waar zich een document van 28 april 2000 bevindt dat de hele problematiek van verwijdering en verwerking, evenals de mogelijke voorzorgen bij de behandeling ervan, beschrijft. In het overleg tussen gewesten en gemeenten zal worden bekeken hoe gemeenten het best kunnen worden geïnformeerd over hoe om te gaan met asbestafval.
De hoeveelheid asbestkoord, remblokjes, strijkplankjes, vlamverdelers, ovenwanten, enzovoort, die als afvalstoffen ontstaan bij particulieren, is zeer klein in Vlaanderen. Dit is waarschijnlijk te wijten aan het feit dat particulieren deze producten niet herkennen. Wanneer ze zich van deze voorwerpen ontdoen, zullen zij ze hoogstwaarschijnlijk meegeven met het huisvuil. Indien ze niet werden verwijderd uit de toestellen waarin ze zijn verwerkt, bijvoorbeeld kachels en dergelijke, dan zullen ze ook in andere huishoudelijke afvalstromen terug te vinden zijn. Dit is een gevolg van het feit dat er geen apart inzamelkanaal voor dit soort afvalstof bestaat ten behoeve van de privé-huishoudens.
Deze afvalstoffen worden hoogstwaarschijnlijk ook niet aangeboden als Klein Gevaarlijk Afval. De mensen leggen die link niet. Trouwens, in de lijst van de KGA-afvalstoffen van het VLAREA worden ze niet expliciet vermeld. Wanneer ze toch als KGA worden aangeboden, zullen ze worden verzameld onder de noemer "KGA van gemengde samenstelling" samen met nog andere niet-identificeerbare en potentieel gevaarlijke afvalstoffen. Momenteel beschikt OVAM niet over concrete informatie met betrekking tot de aanwezigheid van asbesthoudende afvalstoffen in het KGA.
Ook over de aanwezigheid van deze afvalstoffen in het huisvuil of andere huishoudelijke afvalstromen is er momenteel geen concrete informatie beschikbaar. De beleidsnota Asbest zal aangeven hoe deze afvalstromen beter kunnen worden beheerst.
Voor de beleidsnota Asbestbeheersing worden maatregelen overwogen in verband met asbest op wegen. Mogelijkheden zijn voorlichting en sensibilisering van de bevolking. Er komt bijvoorbeeld een brochure die de gevaren en mogelijke saneringswijzen verduidelijkt en een verhoogde responsabilisering van de wegbeheerder - vaak gemeentelijke instanties - onder andere bij asbesthoudend materiaal op openbare wegen.
Bij de subsidieregeling naar het Nederlands model van Twente worden particulieren, bedrijven en instellingen een maatregel toegewezen ter sanering die dan wordt uitgevoerd door de provincie. Daaraan is subsidiëring gekoppeld. Voor een dergelijke subsidieregeling zijn momenteel nog geen budgetten ingeschreven. In het geval de veroorzaker van de verontreiniging bekend is, geldt in elk geval het principe dat de vervuiler betaalt.
Er is momenteel geen initiatief tot inventarisatie van asbestwegen en andere kleinere blackpoints. De gevallen die gemeld worden, zijn schaars. Hierbij is er niet zozeer sprake van een bodemsaneringsprobleem, maar eerder van een probleem inzake het onoordeelkundig gebruik van afvalstoffen die via opwaaiing een mogelijk gezondheidsrisico kunnen inhouden.
De voorzitter : De heer Malcorps heeft het woord.
De heer Johan Malcorps : Ik ben blij verrast dat er toch cijfers zijn over asbestgerelateerde aandoeningen. Ik had de vraag ook aan minister Aelvoet gesteld. Buiten het Fonds voor Beroepsziekten kon ze geen cijfers geven. Het is goed nieuws dat er wel zijn op Vlaamse niveau.
Wat betreft biomonitoring in bepaalde risicogebieden rond vroegere asbestbedrijven : het is uiteraard niet de bedoeling om asbestvezels in de longen te meten. Professor Pluyvers wijst er wel op dat via biomonitoring biologische effecten kunnen worden gemeten. Zo kan men preventief optreden. Dat is in gebieden waar men quasi zeker is dat bepaalde personen zware gezondheidsproblemen hebben door de blootstelling aan asbest, uitermate belangrijk.
Nog een derde opmerking in verband met concentraties van asbest in de lucht die in het verleden werden gemeten. Ik stel een verbetering vast en dat is goed nieuws. De concentratie die de WHO als gevaarlijk voor de volksgezondheid heeft vastgelegd, bedraagt 1000 vezels per kubieke meter. De metingen die aan het begin van de jaren tachtig zijn gebeurd in de omgeving van een asbestbedrijf bedroegen concentraties van 20.000 tot 640.000 vezels per kubieke meter. De latentieperiode is dertig tot veertig jaar. Dat illustreert dat we nog een en ander aan problemen kunnen verwachten. Het probleem mag dan ook niet worden onderschat, ook al is de asbestproductie nu stilgelegd.
Tot slot wil ik het nog even hebben over de asbestwegen. Ik weet niet of het probleem schaars is. In Kapelle-op-den-Bos en Tisselt is asbest op grote schaal gebruikt. Natuurlijk moet de vervuiler betalen. Ik daag OVAM echter uit om Eternit daarvoor te laten opdraaien. In elk geval moet het probleem worden opgelost. Zo niet, blijft dit aanslepen voor de volksgezondheid.
De voorzitter : Het incident is gesloten.
ONDERZOEKSTER VAN VERWILGHEN ERVAART TEGENKANTING BIJ MIGRANTENSTUDIE INTERVIEW. Marion Van San weigert verband te leggen tussen allochtonen en criminaliteit
Edited: 200004070854
07 APRIL 2000 | Nadia Dala
ANTWERPEN/AMSTERDAM -- ,,In België kan ik dit onderzoek niet afwerken. Er zijn te veel tegenkantingen.'' Dat zegt onderzoekster Marion Van San. Ze werkt vanuit Nederland aan de studie over allochtone jeugdcriminaliteit, op vraag van minister van Justitie Marc Verwilghen (VLD). ,,De relatie tussen etniciteit en criminaliteit heeft nooit in mijn onderzoeksvoorstel gestaan'', zegt ze. ,,Sommige lui willen die mythe per se in stand houden.''
Het plan van minister Verwilghen om de relatie tussen allochtone jongeren en jeugdcriminaliteit te laten onderzoeken, werd van bij het begin op veel scepsis onthaald. Behalve academici, sabelden ook de groenen en de Franstalige en Vlaamse socialisten de onderzoeksopdracht neer.

Vooral de premisse ,,allochtonen en criminaliteit'' wekte aanstoot. Verwilghen zette door.

De door hem aangezochte onderzoekster Marion Van San is doctor in de Sociaal-Culturele Wetenschappen aan de universiteit van Amsterdam. Ze wil nu pas openlijk praten over haar opdracht en over de ,,misverstanden''.

Eerder deze week verklaarde een medewerkster van het kabinet van Mieke Vogels (Agalev) dat het onderzoek van Van San niet wil vlotten. ,,Marion Van San wordt overal geweerd'', verkondigde de medewerkster openlijk op een congres over allochtonen in Antwerpen. ,,Zowel universiteiten als onderzoekers weigeren haar te woord te staan.'' Van San reageert.

-- Weigeren mensen op het terrein u te helpen met uw onderzoek?

Van San: ,,Aanvankelijk wel. Ze dachten dat ik de link tussen criminaliteit en allochtonen onderzocht. Ik heb hen uitgelegd dat ze fout geïnformeerd waren. Ik onderzoek allochtone jeugdcriminaliteit, in al zijn aspecten. Nu krijg ik wel medewerking.''

-- U bestudeert allochtone jeugdcriminaliteit, zonder het verband tussen criminaliteit en allochtonen te onderzoeken?

Ik weiger die link te leggen. Toen minister van Justitie Verwilghen me vroeg de allochtone jeugdcriminaliteit te onderzoeken, antwoordde ik dat ik het ruimer wilde aanpakken.

Ik wil de context bestuderen: het onderwijs, de tewerkstelling, de misverstanden tussen buurtbewoners en de houding van de politie. Ik wil het hele plaatje bestuderen. Ik concentreer me vooral op Antwerpen en Brussel. Verwilghen ging akkoord.

-- Begrijpt u waarom uw onderzoek gecontesteerd wordt?

Neen. Sommige lui willen de mythe in stand houden dat het verband tussen criminaliteit en allochtonen wordt onderzocht. Waarom ze dat doen, weet ik niet. Al wat ik u kan zeggen, is: het is fout.

-- Werkt u daarom vanuit Nederland?

Ik woon in Nederland. Indien ik naar België zou verhuizen en in België aan dit onderzoek zou werken, kwam ik nooit tot resultaten. Ik word er te veel gehinderd door al die verdachtmakingen. In België zijn er veel taboes met betrekking tot allochtonen. In Nederland is dat anders.

Nederlanders praten openlijk over maatschappelijke problemen met allochtonen. In de Tweede Kamer loopt momenteel een debat over het multiculturele drama. Daarmee verwijst men, onder meer, naar de schoolachterstand van allochtone kinderen.

Nederlanders willen dat begrijpen en er iets aan doen.

-- Zijn er nog andere zaken die u boos maken?

In Nederland heb ik ooit een studie gemaakt over delinquent gedrag bij jongeren uit Curaçao. In België wordt gezegd dat ik in die studie sommige criminele gedragingen aan de Curaçaose cultuur toeschreef.

Dat is onjuist. Ik word er ook van beschuldigd voor de VLD te werken. In België kan men zich blijkbaar niet voorstellen dat een onafhankelijk, wetenschappelijk onderzoek mogelijk is, los van de politieke partijen.

-- Wanneer verschijnen de resultaten van uw onderzoek?

Ten vroegste in januari 2001.
DEBAETS Eddy & TESSENS Lucas
Datawarehouse. Het Handboek. Kijk- en Luistergeld.
Edited: 20000004
(intern document Cipal). Aalst-Geel-Antwerpen:Cipal.
Media Expert Research System/TESSENS Lucas & DEBAETS Eddy
Data warehouse: het handboek. Kijk- en luistergeld.
Edited: 19990020
KLG (intern document 19991019). Antwerpen/Aalst/Geel. 1. Inleiding 2. Wat is een data warehouse? 3. Waarom een data warehouse bouwen? 4. Data warehouse en contractuele verplichtingen 5. Planning 6. Het DWH-team 7. Beschrijving van het operationeel systeem 8. De bronnen van het DWH 9. Indicatoren en dimensies 10. Het vullen van het DWH 11. Waar worden de gegevens opgeslagen? 12. De consultatie van de gegevens: EIS, ad hoc, software, opleiding. 13. De management boordtabel (dashboard) + design. Management Information System (MIS). Management Information Design (MID). Content Management System (CMS). Bijlagen: Metadata: woordenlijst. Nuttige documentatie & lectuur.


bibliografie van Belgische schandalen en affaires
Edited: 199812314545
ALGEMENE INLEIDINGEN

Het land van de 1000 schandalen : encyclopedie van een kwarteeuw Belgische affaires / door Dirk Barrez. - Groot-Bijgaarden : Globe, 1997. 332/BARR

Het riool van België : de waarheid achter de affaires / door André Rogge ; vert. door Marijke Arijs en Karin Kustermans. - Antwerpen : Kritak, 1996. 395.66/ROGG

De walm van de Wetstraat : 20 jaar onfrisse politieke praktijken / door Eva Coeck en Jan Willems. - Antwerpen : Coda, 1994. 332/COEC

HET AGUSTA-SCHANDAAL

Agusta : overleven met een affaire / door Fons van Dyck. - Leuven : Van Halewyck, 1995. 330.91/DYCK

De Agusta-affaire : kroniek van een omstreden helikopteraankoop / door Johny Vansevenant. - Antwerpen : De Standaard, 1994. 330.91/VANS

De Agusta-crash : het jaar nul in de Wetstraat / door Rik van Cauwelaert. - Groot-Bijgaarden : Globe, 1995. 330.91/CAUW

Willy-Gate / door Ann Bats. - Antwerpen : Dedalus, 1995. 330.91/BATS

POLITIEK EN CORRUPTIE

Een Belgisch politicus / door Raf Sauviller en Danny Ilegems. - Amsterdam : Atlas, 1997. 333.2/SAUV

De doofpotten : de sabotage van het Hoog Comité van Toezicht / door Georges Timmerman. - Antwerpen : Hadewijch, 1997. 393.39/TIMM

Het leugenpaleis van VdB / door Hugo Gijsels. - Leuven : Kritak, 1990. 333.2/GIJS

Over de 'drie Guy's' en andere voornamen van de Parti Socialiste / door Guido Fonteyn. - Groot-Bijgaarden : Scoop, 1994.

Witte olifanten : de miljardenschandalen van de Belgische ontwikkelingssamenwerking / door Douglas de Coninck. - Leuven : Van Halewyck, 1996. 354.72/CONI

De zaak Raoul Stuyck : fraude en corruptie in Antwerpen / door Georges Timmerman en René de Witte. - Antwerpen : Hadewijch, 1996. 346.2/TIMM

JUSTITIE

Het bos en de bomen : justitie hervormen / door Stefaan de Clerck. - Tielt : Lannoo, 1997. 393.71/CLER

Een Kafkaiaanse nachtmerrie : de Belgische Justitie : analyse & remedie / door Bruno Schoenaerts en Manuel Lamiroy ; met een woord vooraf door Rogier de Corte. - Gent : Mys & Breesch, 1995. 393.7/SCHO

De lange weg naar Neufchâteau / door Luc Huyse. - Leuven : Van Halewyck, 1996. 332/HUYS

Man bijt hond : over pers, politiek en gerecht / door Pol Deltour. - Antwerpen : Icarus, 1996. 092.2/DELT

De vierde macht : de gespannen driehoeksverhouding tussen media, gerecht en politiek / samengest. door Jan Clement en Mieke van de Putte. - Groot-Bijgaarden : Globe, 1996. 092.2/VIER

Zwartboek justitie : van halve waarheden en hele leugens / door Inge Ghijs. - Antwerpen : Icarus, 1997. 393.7/GHIJ

POLITIE- EN INLICHTINGENDIENSTEN

De staatsveiligheid : geschiedenis van een destabilisatie / door Christian Carpentier en Frédéric Moser. - Leuven : Kritak, 1994. 395.74/CARP

Netwerk Gladio / door Hugo Gijsels. - Leuven : Kritak, 1991. 399.62/GIJS

Reyniers : superflik / door Paul Koeck. - Leuven : Van Halewyck, 1998. 395.74/KOEC

De blauwe ridders : van rijkswacht tot eenheidspolitie / door Jos Vander Velpen. - Berchem : EPO, 1998. 395.74/VELP

De gewapende lieden : een historisch-kritische benadering van de Rijkswacht in een evoluerend politielandschap (1795-1995) : van militair politiekorps met civiele en militaire taken naar een civiel politiekorps met een militair karakter / door Willy van Geet. – Antwerpen : Standaard, 1996. 395.74/GEET

Gladio / onder red. van Jan Willems. - Berchem : EPO, 1991. 399.62/GLAD

Sire, ik ben ongerust : geschiedenis van de Belgische politie 1794-1991 / door Lode van Outrive, Yves Cartuyvels en Paul Ponsaers. - Leuven : Kritak, 1992. 395.74/OUTR

De weg naar de wanorde : de schokkende onthullingen van ex-geheim agent Robert Chevalier / door Jeroen Wils. - Leuven : Van Halewyck, 1996. 395.74/WILS

DE ZAAK DUTROUX

De affaire-Dutroux : van verdwenen meisjes tot de witte mars / door Mark Morren en Mike de Mulder. - Antwerpen : De Standaard, 1996. 395.66/MORR

Les cahiers d'un commissaire : les coulisses de la commission Dutroux / par Serge Kalisz et Patrick Moriau. - Bruxelles : Pire, 1997. 395.69/KALI

De Commissie-Dutroux : het rapport (met commentaar) / door Wim Winckelmans. - Leuven : Van Halewyck, 1997. 395.69/WINC

Geruchten en feiten : autobiografie / door Michel Nihoul. - Brussel : Dark & Light Publication, 1998. 395.66/NIHO

In naam van mijn zus / door Nabela Benaïssa ; onder red. van Marie-Paule Eskénazi ; vert. door Ann de Laet. - Berchem : EPO, 1997. 395.69/BENA

Kritische reflecties omtrent de zaak Dutroux : ouders, justitie, nieuwe burger, media / onder red. van Christian Eliaerts. - Brussel : VUB-Press, 1997. 395.69/KRIT

Meisjes verdwijnen niet zomaar : de zaak-Dutroux : het falen van de Belgische justitie en politie / door Fred Vandenbussche. - Utrecht : Kosmos, 1996. 395.66/VAND

Op zoek naar An en Eefje / door Paul Marchal. - Antwerpen : Hadewijch, 1997. 395.69/MARC

Rechter Connerotte : de witte ridder / door Michel Petit en Dominique Moreau. - Antwerpen : Hadewijch, 1997. 393.71/PETI

Het spaghetti-arrest : recht en democratie / door Fernand Tanghe. - Antwerpen : Hadewijch, 1997. 393.7/TANG

Het witte ongenoegen : hoop en illusie van een uniek experiment / door Marc Hooghe. - Groot-Bijgaarden : Globe, 1997. 332/HOOG

Witte stippen : de zaak-Dutroux : een reconstructie / door Anne de Graaf. - Groot-Bijgaarden : Scoop, 1998. 395.66/GRAA

De zaak-Dutroux van A tot Z / door Mike de Mulder en Mark Morren. - Antwerpen : Icarus, 1998. 395.66/MULD

DE BENDE VAN NIJVEL

De bende : een documentaire / door Paul Ponsaers en Gilbert Dupont. - Berchem : EPO, 1988. 395.66/PONS

De Bende : het rapport : het verslag van de parlementaire commissie, belast met het onderzoek naar de wijze waarop de bestrijding van het banditisme en het terrorisme georganiseerd wordt / ingeleid door Hugo Coveliers. - Berchem : EPO, 1990. 395.66/BEND

De bende en Co : 20 jaar destabilisering in België / door Hugo Gijsels. - Leuven : Kritak, 1990. 395.66/GIJS

De Bende tapes / door Danny Ilegems, Raf Sauviller en Jan Willems. - Leuven : Kritak, 1990. 395.66/ILEG

De Bende van Nijvel : tien jaar blunders van het gerecht / door Raf Sauviller en Jan Willems. - Antwerpen : Icarus, 1995. 395.66/SAUV

Het onderzoek : een bende : over het onderzoek naar de bende van Nijvel / door Dirk Barrez. - Antwerpen : De Standaard, 1996. 395.66/BARR

Popolino : mémoires van een ex-gangster / door Léopold van Esbroeck. - Leuven : Van Halewyck, 1998. 395.66/ESBR

Twee jaar Bendecommissie : een schimmengevecht / door Hugo Coveliers. - Antwerpen : Hadewijch, 1992. 395.66/COVE

DE MOORD OP ANDRE COOLS

Maffia aan de Maas : over Luik, het Agusta-dossier en de moord op André Cools / door Johny Vansevenant. - Antwerpen : Standaard, 1993. 395.66/VANS

Wie vermoordde André Cools ? : studie van de politieke zeden in België / door Jean-Pierre van Rossem. - [s.l.] : Loempia, 1993. 395.66/ROSS

VROUWENHANDEL

'Ze zijn zo lief, meneer' : over vrouwenhandel, meisjesballetten en de bende van de miljardair / door Chris de Stoop. - Leuven : Kritak, 1992. 319.2/STOO

Boter op het hoofd / door Dirk Trioen. - Antwerpen : Hadewijch, 1993. 395.66/TRIO

FISCALE FRAUDE EN WITWASSEN

Beaulieu pleit onschuldig / door Ludwig Verduyn. - Leuven : Kritak, 1992. 386.5/VERD

De discrete charme van een Luxemburgs bankier / door Ludwig Verduyn. - Leuven : Van Halewyck, 1997. 345.4/VERD

De familie De Clerck : de verborgen miljarden / door René De Witte. - Antwerpen : Hadewijch, 1998. 346.2/WITT

Jean-Pierre van Rossem : opkomst en val van een financieel stroman / door Ludwig Verduyn. - Leuven : Kritak, 1994. 345.7/VERD

Kirschen en Co : het blauwe netwerk / door André van Bosbeke en Jan Willems. - Berchem : EPO, 1987. 346.2/BOSB

De miljarden van KS / door Ivo Vandekerckhove. - Antwerpen : CODA, 1993. 355.1/VAND

Super Club : scenario van een kaskraker / door Dirk Barrez. - Leuven : Kritak, 1991. 798.17/BARR

De val van De Prins : Super Club, Philips & Cie / door René de Witte. - Berchem : EPO, 1992. 388/WITT

Witwassen : de praktijk / door Jean Vanempten en Ludwig Verduyn. - Leuven : van Halewyck, 1995. 345/VANE

Witwassen in België : crimineel geld in de wereld van de haute finance / door Jean Vanempten en Ludwig Verduyn. - Leuven : Kritak, 1993. 345/VANE

RUIMTELIJKE ORDENING, VOEDING EN MILIEU

De hormonenmaffia / door Jaak Vandemeulebroucke. - Antwerpen : Hadewijch, 1993. 633/VAND

http://www.ieper.be/nl/bibliotheek/schandalen.htm (20051106)

In Brussel mag alles : geld, macht en beton / door Georges Timmerman. - Berchem : EPO, 1991. 719.22/TIMM

Leren om te keren : milieu- en natuurrapport Vlaanderen / onder red. van Aviel Verbuggen. - Leuven : Garant, 1994. 614.61/LERE

Milieumaffia in Vlaanderen / door Leo Verschueren en Raf Willems. - Berchem : EPO, 1991. 614.61/VERS

Moord op een veearts : het testament van Karel Van Noppen / door Paul Keysers. - Antwerpen : Icarus, 1996. 614.4/KEYS

Moorddadig milieu in Vlaanderen / door Raf Willems, Peter Cremers en Bob van Laerhoven ; foto's van Monica Gorissen. - Antwerpen : Icarus, 1997. 614.62/WILL

Het vlees is zwak / door Jaak Vandemeulebroucke en Bart Staes. - Antwerpen : Hadewijch, 1996. 633/VAND

Wat kan ik voor u doen ? : ruimtelijke wanorde in België : een hypotheek op onze toekomst / door Peter Renard. - Antwerpen : Icarus, 1995. 719.12/RENA
Lamiroy Ghislain, rechter in handelszaken in de rechtbank van koophandel te Antwerpen (15 november 1998) benoemd tot Officier in de Kroonorde
Edited: 199811151684
GL is financieel directeur van IUM/TUM, het Belgische filiaal van VNU
LT
Persbericht MERS
Edited: 199810270926
Zopas heeft het NIS het aantal particuliere huishoudens per 1 januari 1998 vrijgegeven. Deze statistiek is geput uit het Rijksregister.

Het MERS had eerder dit jaar het aantal kabelabonnees per 31 december 1997 opgevraagd bij de diverse kabelmaatschappijen.

De bijgaande tabel berekent voor elk van de 308 gemeenten in het Vlaams gewest de BEKABELINGSGRAAD of het percentage particuliere huishoudens dat kabelabonnee is. We maken gewild abstractie van de 3.261 collectieve huishoudens.

De fusiegemeenten werden per provincie gesorteerd en van laag naar hoog qua bekabelingsgraad.

Voor geheel het Vlaams gewest komt de bekabelingsgraad neer op 94 %.
Vlaanderen heeft daarmee de hoogste bekabeling ter wereld.

In de provincie Antwerpen scoren Wuustwezel en Essen, met resp. 76 en 79 procent, eerder laag: de bekabeling kwam er laat op gang en het zijn dun bevolkte gemeenten.
Ook in een aantal steden ligt de bekabelingsgraad aan de lage kant: Antwerpen (81%), Leuven (78%), Tienen (87%), Gent (86%). Zulks heeft te maken met relatieve armoede en een hogere concentratie allochtonen in stedelijke agglomeraties.

Aan de Kust vinden we - vanwege het groot aantal vakantieverblijven - scores boven de 100%, gaande tot 247% voor Koksijde. Nieuwpoort vormt met 85% een uitzondering vanwege een andere abonneetelling (per sindicus) bij de kabelmaatschappij WVEM.

De bekabelingsgraad heeft repercussies voor de nominatieve matching tussen het KLG-bestand en de bestanden van de kabelmaatschappijen.

LT/1998-10-27
Persbericht Vlaamse Regering
Beëindiging van CV IMALSO
Edited: 199809280061
Op voorstel van minister vice-president Steve STEVAERT en
Vlaams minister van Ambtenarenzaken Eddy BALDEWIJNS heeft
de Vlaamse regering beslist de coöperatieve vennootschap
Intercommunale Maatschappij van de Linker Schelde-oever
(Imalso) bij de beëindiging van de vennootschap over te
nemen. Imalso werd opgericht voor een duur van zeventig
jaar, en deze termijn loopt af op 31/12/1998.

De vennootschap had als taak de aanleg, het onderhoud en
de uitbating van tunnels onder de Schelde (Waasland- en
Sint-Annatunnel) in Antwerpen, en het beheer van gronden
op de Linker Schelde-oever.

Op vraag van minister Baldewijns werden verschillende
toekomstscenario's voor de vennootschap onderzocht. De
Vlaamse regering heeft nu beslist om zowel de
activiteiten als het personeel over te dragen aan het
Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, en de ermee
verbonden inkomsten en uitgaven in eerste instantie onder
te brengen in een Dienst met Afzonderlijk Beheer. Deze
overname biedt de beste garanties, zowel voor het
personeel (statutair en contractueel), als voor de
continuïteit van de activiteiten.

Secretaris-generaal Fernand Desmyter van het departement
Leefmilieu en Infrastructuur krijgt de opdracht om een
plan uit te werken om de functionele integratie van het
Imalso-personeel binnen de verschillende geledingen van
het Ministerie van Vlaamse Gemeenschap op een geordende
en vlotte wijze te laten verlopen.
SEGERS Yves
De huishuren in België, 1800-1920. Voorstelling van een databank.
Edited: 19980102
Abstract. Deze paper draagt de bouwstenen aan voor een diepgaande analyse van de huurprijsontwikkeling in enkele Belgische steden gedurende de jaren 1800-1920. Nieuw onderzoek in archieven van openbare instellingen (OCMW’s en steden), gecombineerd met reeds gepubliceerd cijfermateriaal, leverde een uitgebreide databank op met huurprijsgegevens van acht Vlaamse en Waalse steden: Antwerpen, Brugge, Brussel, Gent, Kortrijk, Leuven, Luik en Namen. Aan de hand van deze data werden -volgens de methode van een schakelindex- stedelijke indices berekend. Deze vormden op hun beurt de basis voor de berekening van een nationale huurprijsindex. Workshop in Quantitative Economic History, Center for Economic Studies, Katholieke Universiteit Leuven. Juni 1998

TESSENS Lucas
Kijk- en luistergeld CIPAL - Adres- en telefoonlijstje
Edited: 199711300908

CIPAL, Cipalstraat 1, 2440 GEEL
algemeen faxnummer: 014-58.35.00
• Jos FRANKEN (JF)
Tel: 014-576.553 (RL)
GSM: 075-23.79.20
pr. Hoogstraat 20 2400 - Mol • Marcel GEYPEN (MGe)
Tel: 014-563.616

• Bob TIMMERMAN (BT)
Tel: 014-576.473
Privé: 03-542.50.45 • Mia WIELOCKX (MW)
Informatica-opleiding
Tel: 014-576.341

• Willy MOERMANS (WM)
Tel: 014-576.494


• Paul VANDENBROEK (PV¬DB)
Tel: 014-576.247
Pr: Kan. Pee¬tersstraat 132
2600 - Ber¬chem
Tel/fax: 03-230.03.59
• Viviane CNAEPKENS (VC)
Tel: 014-576.552
• François VANDEURZEN (FVD)
Matching RR/DIV/cable
Tel: 014-563.629
• Els HELSEN (web-site)
Tel: 014-576.272 (Marconi) • Patrick ROTEN (PR)
Tel: 014-576.554

KLG-Aalst, Bauwensplaats 13, 9300 AALST (open: 9-16 uur)
• Eddy DEBAETS (ED), District Manager • Jos FRANKEN (JF)
Tel: 053-77.28.40 (RL) Tel: 053-72.25.05 (RL)
GSM: 075-64.74.03 Fax: 053-70.02.84
Fax: 053-70.02.84 • Herman PEVENAGE
• Privé: 053-77.24.00 Tel: 053-72.25.01 (RL)
Binnenstraat 230, 9300 Aalst

Advies & Produktie, Vilvoordelaan 114, 1930 - ZAVENTEM
• Lou MICHIELS, Afgevaardigd Bestuurder
Tel: 02-725.62.72 • Auto: 017-19.98.20 • Fax: 02-725.01.30
• Thomas PAUWELS, Bestuurder/Art Director
Tel: 02-725.62.72 • GSM: 075-42.04.61 • Fax: 02-725.01.30

MERS, P. de Coninckstraat 26, 2600 - ANTWERPEN
• Lucas TESSENS, Bestuurder/Research Director
Tel: 03-218.51.13 • GSM: 075-20.95.00 • Fax: 03-218.72.88

KLG-Brussel, Solvayplein 4, 1210 BRUSSEL
• Frans Van Snick, Director Radio & TV Taxes
• Ingrid Hallaert, Secretaresse
Tel: 02-207.74.10 • Fax: 02-207.74.09

IS Belgacom, Evere
Jos Vanderstappen • Tel: 02-202.56.15

Toerisme Vlaanderen, Grasmarkt 63, 1000 Brussel
1) Hoteldienst
• Jos Vercruysse, Diensthoofd • Ria Bogaert, Medewerkster
Tel: 02-504.03.14 • Fax: 02-504.03.66
2) Studiedienst
Jan Van Praet • Tel: 02-504.03.50 • Fax: 02-504.03.77
DIV - Dienst Inschrijvingen Voertuigen
• Jacques Gallien • Tel: 02-287.45.86

NIS - Nationaal Instituut voor de Statistiek
• Leuvenseweg 44, 1000 Brussel, Henri Laes, e.a. Statisticus • Tel: 02-548.63.00
• Rubenslei 2, 2018 Antwerpen, Viviane Vertommen • Tel: 03-231.19.20 • Fax: 03-233.28.30

Kabinet WDM, Koolstraat 35, 1000 Brussel
Tel: 02-227.24.11 • Fax: 02-227.24.05
• Hedwig Van der Borght, KC • Dirk De Keuster, Adviseur
• Carl Buyck, Woordvoerder

Vlaamse Gemeenschap, ABAFIM, Boudewijnlaan 30, 1000 Brussel
• Yves Hantson, Directeur, Tel: 02-507.52.82 • GSM: 075-27.86.31 • Fax: 02-507.55.42
• ontvangsten VG: H. Pierreux, Adjunct v/d Dir., Tel: 02-507.54.59, Fax: 02-507.54.61

Drukkerij Joos NV, Everdongenlaan 14, 2300 - Turnhout
Tel: 014-44.21.21 • Fax: 014-44.21.29

Web-site: http://www.cipal.be/kijkenluistergeld

SITEL, Woluwelaan 158, 1831 - Diegem
• Kathleen Blomme Tel: 02-713.95.11 Fax: 02-713.95.06
• Anne-Marie V.d. Bosch Tel: 02-713.95.11 Fax: 02-713.95.06 GSM: 075-46.37.94
• Philippe Weyers Tel: 02-713.95.11 Fax: 713.95.00
• Bob Winderix, Floor manager

Dienst Omroepbijdragen, Mr R.M. Peters, Directeur
Kanonstraat 4, NL - 2514 - AR - 's-GRAVENHAGE - Nederland
Tel: 00-31-70.361.97.80 • Fax: 00-31-70.361.97.90
Yvonne Bliekendaal (mee getelefoneerd op 19971106)

laatste aanpassing: 19971130
LT
Bestaansminimumtrekkers
Edited: 199710200901
*FAXBERICHT • FAX MESSAGE

To: Kabinet van de Minister van Financiën, Begroting en Gezond¬heidsbe¬leid¬, ter attentie van dhr Dirk De Keuster, Adviseur, Kool¬straat 35, 1000 Brussel
From: Lucas TESSENS, Bestuurder/Research Director MERS
Date: 19971020
Ref: Bestaansminimumtrekkers
Pages (this one included): 1+2
Tel: 02-227.24.11
Fax: 02-227.24.05

Geachte Heer De Keuster,
Beste Dirk,

Uit de Financieel Economische Tijd van 19971018:
"Aantal bestaansminimumtrekkers stijgt.
(belga) - Het voorbije jaar is het aantal bestaansminimumtrekkers in België met 6 procent toegenomen. Sinds 1990 steeg het aantal onafgebroken met 61 procent. De sterke con¬centratie van bestaansminimumtrekkers in de steden blijft. Dat blijkt uit het Jaarboek Armoede en Sociale Uitsluiting 1997 dat door de UFSIA in Antwerpen werd samengesteld en dat eind november wordt gepubliceerd. Ter gelegenheid van de VN-werelddag tegen extreme armoede op 17 oktober werden enkele gegevens uit het boek vrijgegeven. Voorts blijkt dat ook het aantal gezinnen met afbetalingsproblemen en schuldenlast verder stijgt en dat 10 procent van de Belgische gezinnen slecht gehuisvest blijft."

Omdat ontduiking van kijk- en luistergeld in vele gevallen ook het gezicht van de armoede en de sociale uitsluiting draagt, hadden wij begin van dit jaar een mini-onderzoek opgestart naar deze parameters. U vindt de kerncijfers die wij hierrond verzamelden in bijlage. De problematiek is complex. Toch zal men - vanuit een sociale reflex in het beleid - oog moeten hebben voor de vereen¬zaamde pauper die weliswaar een TV-toestel bezit als enig venster op de wereld, maar het hoge kijkgeld NIET KAN betalen. Tijdens één van onze laatste gesprekken heb ik aangeduid hoe, niettegenstaande het feit dat de KLG-wetgeving federaal is, geageerd kan worden in deze materie. Dit alles ter overweging. Ik mag erop wijzen dat deze zienswijze van persoonlijke aard is.

Zeer vriendelijk,



Lucas TESSENS

Bijlagen:
- Aantal bestaansminimumtrekkers VL, WAL, BR, B (1990-1996)(klgarm1.xls)
- Evolutie aantal rechthebbenden tegemoetkoming aan gehandicapten (90-95)
- Centrale voor Kredieten aan Particulieren, Kerncijfers (kredcent.xls)
LT
presentatie kijk- en luistergeld en kabel
Edited: 199710160914
*FAXBERICHT • FAX MESSAGE

To: INTEGAN, ter attentie van Ir Staf Waelbers, Hoofdingenieur-Directeur, Boombekelaan 14, 2660 - Antwerpen (Hoboken)
From: Lucas TESSENS, Bestuurder/Research Director MERS
Date: 19971016
Ref: presentatie kijk- en luistergeld en kabel
Pages (this one included): 1
Tel: 03-8.200.200
Fax: 03-8.200.444


Geachte Heer Waelbers,
Beste Jos,



Zoals gezegd ben ik graag bereid om voor Interkabel of voor het VKK een presentatie te geven van onze aanpak van ontduiking van kijk- en luistergeld in het Vlaamse gewest. Zoals u weet dienen wij in dezer CIPAL van advies.
De presentatie bestaat uit een aantal vaststellingen die grafisch in infogram¬men en kleurkaarten zijn uitgewerkt. Zij zou niet meer dan 20 minuten in beslag nemen. Daarna zou er dan mogelijkheid tot het stellen van vragen zijn.

Tijdens die bijeenkomst zou ik ook graag met de kabeldistributeurs van gedachten wisselen over de definitieproblemen rond kabel:
households > TV-households > homes passed > homes connected > sub¬scribers basic cable > subcribers plus package > cable telephony subscri¬bers (combined or dedicated). Plus de notie van 'cable penetration' (hoe meten we dat nu juist?).
Het spreekt vanzelf dat deze problematiek in de toekomst nog meer aan de orde zal zijn al was het maar vanuit matchings-oogpunt.
Ook in functie van Telenet zal men tot klare definities en berekeningswijzen moeten komen.

U zult mij wel willen berichten omtrent de eventuele interesse die er naar voren is gekomen bij uw collegae.


Met vriendelijke groet,



Lucas TESSENS
Bestuurder/Research Director
LT
Evaluatie van de KLG-anti-ontduikingscampagne
Edited: 199710120901
Evaluatie van de KLG-anti-ontduikingscampagne
via 0900/10.203
Resultaten 19971002 - 19971010


1. Basisgegevens

Op 10 oktober ontvingen wij via e-mail van SITEL de resultaten over de periode 2 oktober - 10 oktober 1997 (diskette RAPP1010.xls, Excel 4.O).
Er moet door SITEL nog nauwkeuriger worden opgegeven voor welke periode (van welk uur tot welk uur) de rapportering geldig is.

Dit bestand bevatte per gemeente (op NIS-code) volgende elementen:
• aantal calls
• totale duur van de gesprekken in seconden
• aantal aangegeven autoradio's
• aantal aangegeven zwart-wit-TV's
• aantal kleuren-TV's
• aantal aangevraagde folders in de nederlandse taal
• aantal aangevraagde folders in de franse taal
Het door Sitel aangeleverde bestand beantwoordt daarmee aan de opdracht tot statistische rapportering zoals door MERS opgedragen bij fax van 199710¬02. Eén gegeven werd niet verstrekt: het aantal doorver¬wijzigingen naar back end nummer Aalst. Dit gegeven is echter van secundair belang.



2. Correctie

Het MERS stelde vast dat in het bestand een dubbeltelling voorkomt van 132 calls, met name deze afkomstig uit het Brussels gewest (19 ge¬meenten). SITEL heeft blijkbaar alle calls uit deze 19 gemeenten samen¬gebracht onder Brussel (NIS-code 21004) maar dezelfde calls ook nog eens onder Bruxelles (eveneens NIS-code 21004) vermeld.
Het MERS heeft de cijfers voor deze 132 calls geëlimineerd.


3. Resultaten na correctie

In de beschouwde periode werden 4.249 calls ontvangen. De totale ge¬spreks-duur bedroeg 637.350 seconden of 10.622 minuten of 177 uur.
Een gemiddelde call nam aldus 2,50 minuut in beslag.
Zoals te verwachten was kwam het gros van de calls vanuit het Vlaams gewest: 4.106 calls. Uit Brussel kwamen er 132 en uit het Waals gewest 11.

3.1. Aangegeven autoradio's (toestellen)
In totaal werden er 2.139 autoradio's geregistreerd.
• Vlaams gewest: 2.094
• Brussels gewest: 39
• Waals gewest: 6

3.2. Aangegeven kleurentelevisies (houders)
In totaal deden 2.313 personen (huishoudens) aangifte van één of meer kleuren-TV's.

• Vlaams gewest: 2.225
• Brussels gewest: 84
• Waals gewest: 4

Uit de nominatieve CIPAL-matching zal moeten blijken welke en hoeveel van de 88 aangiften, afkomstig uit het Waalse en het Brusselse gewest, slaan op tweede verblijven (thuishorend in het Vlaamse KLG-bestand) dan wel of er een overdracht van gegevens naar de andere gewesten dient te geschieden. Ook de voorwaarden van de overdracht dienen dan nog te worden bekeken.

3.3. Aangegeven zwart-wit-televisies (houders)
In totaal deden toch nog 21 personen (huishoudens) aangifte van een zwart-wit-televisietoestel.

• Vlaams gewest: 19
• Brussels gewest: 2



4. Folders

In totaal werden er 487 folders verdeeld (485 NL, 2 FR).
Hiermee is 1,6 % van de 30.000 bij SITEL gestockeerde folders ver¬deeld.




5. Opbrengsten (bruto)

Overeenkomstig de beslissing van het Kabinet zullen alle aangiften aangere¬kend worden vanaf 1 oktober 1997. In de praktijk wil dit zeggen dat er voor autoradio, z/w-TV en kleuren-TV resp. 1.068 BEF, 5.136 BEF en 7.368 BEF zal worden aangerekend (geldende taksbedragen 1997).
De totale bruto-opbrengst voor de beschouwde periode bedraagt aldus 19.434.492 BEF.

gewest
AR z/w TV kl TV Totaal
VL 2.236.392 97.584 16.393¬.800 18.727¬.776
BR 41.652 10.272 618.912 670.836
WAL 6.408 0 29.472 35.880
totaal 2.284.452 107¬.856 17.042¬.184 19.434¬.492

Opgelet! De bovenstaande berekening is voorlopig en bruto. Inderdaad, de netto-opbrengst kan slechts berekend worden na de nominatieve matching door CIPAL: eliminatie van nep-aangiften, grappenmakers, dubbele aangiften, niet-traceerbare aangiften wegen foutieve input door TO, enz...


Incidentie op begrotingsjaar 1997

Aangezien de aangiften alle vanaf 1 oktober 1997 aangerekend worden zullen de uiteindelijke netto-bedragen slechts voor 3/12de aan het begro¬tingsjaar 1997 mogen worden toegewezen. Het saldo (9/12de) is over te dragen op het begrotingsjaar 1998 (overlopende rekening).

6. Outbound calls & audiotex

Tijdens de betrokken periode (19971002 - 19971010) zijn er piek¬momenten geweest die niet direct en live door het dedicated KLG-team van SITEL konden worden opgevangen.
Van een deel van deze calls werd enkel het telefoonnummer door een non-dedicated TO genoteerd en werd er daarna (tijdens daluren) in outbound call gewerkt.
Van deze activiteit kregen wij tot op heden nog geen rapportering.

Ook van de inzet van de audiotex-formule (nalaten van telefoonnummer door opbeller via intoetsen) tijdens 'outlogged periods' (bvb. 's nachts) werd nog geen rapportering ontvangen. Het is overi¬gens niet duidelijk of deze techniek wel effectief werd ingezet. Het is ons bekend dat er hierrond technische problemen gerezen zijn en dat men minstens tijdens één nacht een formule heeft gehanteerd waarbij één TO een gecom¬bineerde Proximus/KLG-opdracht kreeg.

Wij herinneren eraan dat een outboundgesprek à 125 BEF/call zal gefac¬tureerd worden door SITEL.


7. Andere respons-kanalen (feedback)

Andere gebruikte respons-kanalen buiten het 0900-nummer zijn:
• back end nummers Aalst (production teams)
• loket Aalst
• Kabinet van de Minister
• inzendingen aangifteformulier (folder)

Vooral het eerste en het laatste respons-kanaal kan nog voor een serieuze upgrading van het effect zorgen. De inzendingen van aangif¬teformulieren ex folder zullen echter met vertraging zichtbaar en kwan¬tificeerbaar worden. Het folder-effect is van een informatiever aard en daardoor diepgaander en moet op langere termijn beschouwd worden.

8. Retributie op telecom-kost


Over de periode werden voor 10.622 minuten inbound gesprekken genoteerd.
Dit zou betekenen dat Belgacom hierop een maximale omzet scoorde van 192.789 BEF (6,05 BEF x 3 x 10.622). De helft wordt geristorneerd aan CIPAL, zijnde 96.695 BEF.
De berekening is theoretisch want mede afhankelijk van het tijdstip van de call (zwart tarief van 18u30 tot 08u00 + weekends en wettelijke feestdagen = 6,05 BEF/40 sec.).


9. Verslaggeving pers & TV

Op basis van dit rapport kan gedacht worden aan een kort en factueel persbericht met distributie via het agentschap Belga.

Overigens mag gezegd worden dat de Vlaamse dagbladen zeer veel interesse betonen voor de campagne, ook nog een week na de perscon¬ferentie. Deze weerklank in de pers versterkt ongetwijfeld het effect van de campagne.

Ook de regionale TV-zenders hebben er aandacht aan. Zo ging Focus Tele¬visie uitgebreid (street interviews, vertoning kleurenkaart provincie West-Vlaanderen) in op de problematiek van de zware ontduiking in tweede verblijven aan de Kust. Via het uitwisselingsprogramma tussen de regionale TV-stations kwam dit Focus-thema ook in andere provincies aan de orde (met name op zondag via ATV in de provincie Antwerpen). De 'carroussel'-bericht¬geving verhoogt de visibi¬liteit en dus de con¬tactkans en bijgevolg de respons-rate.


10. Tweemaal een gemeentelijke TOP-20

In de bijlagen bij dit rapport geven wij de 20 gemeenten die het hoogst aantal aangiften opleverde, éénmaal voor autoradio, éénmaal voor kleurentelevisie.
Het is o.i. nog iets te vroeg (niet-representatief) om per gemeente relatieve scores te berekenen (aangiften gerelateerd aan de gemeten ontduiking).




Lucas TESSENS
Bestuurder/Research Director
19971012
LT
toestanden binnen de Handelshogeschool Antwerpen (HHA) - Carrijn, Zuster Aline Van Melkebeke, Tindemans, Ridder Stouthuyzen
Edited: 199709241861
TESSENS Lucas
Nota aan de Minister-President
Edited: 199707150915
De heer Luc Van den Brande
Minister-President
Martelaarsplein 19
1000 - BRUSSEL


Antwerpen, 15 juli 1997


Betreft: "Het ogenblik is aangebroken om 'Vlaanderen-Europa 2002' te herijken. Daarbij moeten we nieuwe inhoudelijke klem¬tonen leggen. Het volstaat niet langer dat onze kinderen goed kunnen rekenen en schrijven. Zij zullen ook meertalig moeten zijn, maar ze zullen ook moeten kunnen rijden op de informatiesnelweg. We zullen een belangrijke extra inspan¬ning doen om in een meer¬jarenprogramma er voor te zorgen dat alle leerlingen van het zesde leerjaar evengoed kunnen omgaan met een pc als met een boek." (uit uw officiële 11 juli-redevoering)




Geachte Heer Minister-President,




Bovenstaande passage uit uw 11 juli-redevoering heeft onze speciale aan¬dacht getrokken. Proficiat! Zeer terecht plaatst u lezen, rekenen en pc-vaardigheid op één lijn. Een nieuwe vorm van analfabetisme ("digi¬betisme") steekt de kop op. Enkel een practische opleiding die gebruik maakt van training en routine zal kunnen verhinderen dat deze kwaal onze jongeren aantast.

In 1994 hebben wij uw kabinet en daarna de GIMV geadviseerd aan¬gaande de te nemen stappen inzake de kabel (interconnectie van de verzor¬gingsgebieden en creëren van de terugweg). Dit leidde tot Telenet.
Toen hebben wij binnen het "Studiesyndicaat Nieuwe Diensten over de Kabel", waarvan wij in januari 1994 overigens de draft-opdracht schre¬ven, een lans gebroken voor een maatschappelijke en culturele benade¬ring van de infor-matiesnelwegen.


Aansluitend bij Telenet werd 'Medialab' opgestart. Ook hierover dienden wij het Kabinet van advies. Wij kunnen ons echter niet van de indruk ontdoen dat 'Media¬lab' al te theoretische blijft, cirkelend binnen de universitaire milieus.
Het is van essentieel belang:
• de risico's van een gebrek aan pc-vaardigheid onder ogen te zien;
• pragmatische oplossingen aan te reiken;
• de oplossingen te coördineren.
Die oplossingen liggen zeer zeker in de onderwijssfeer.

Niemand twijfelt aan de noodzaak om onze kinderen te leren lezen, schrijven en rekenen. Maar zij die er nog aan twijfelen dat ook het kunnen werken met een pc een basisvaardigheid is, worden best wan¬delen gestuurd.

In deze materie moet men snel en doortastend tewerk gaan. Zo moeten we de kinderen niet gaan vervelen door uit te leggen welke de com¬ponenten van een pc zijn of hoe een pc werkt. Je leert ook geen wagen besturen via weten¬schap over de ontploffingsmotor of de functie van een versnellingsbak.

Ziehier 10 BOUWSTENEN die wij voor een efficiënte aanpak zien:

1

Installatie van een task force (max. 8 mensen) ter begeleiding van het gehele project. Voorzien van secretariaats-ondersteuning en een budget voor deze task force. Overleg met uw collega L. Van den Bossche.

2

Contacten met leveranciers van hardware teneinde maximale sponsoring te voorzien voor nieuwe pc's; gebruik maken van gerecycleerde pc's en betere organisatie van het recyclage-proces; vastlegging van de mini¬mum-basiscon-figuratie van de te gebruiken pc's (CPU 80386DX).

3

Keuze van de software: o.i. heeft Microsoft een zodanige voorsprong ge¬nomen dat men moet kiezen voor de programma's 'Word' voor het nieuwe lezen/schrijven en 'Excel' voor het nieuwe rekenen, alles in Windows-om¬geving; Vlaanderen zou een mega-licentie voor het basison¬derwijs moeten bedingen.

4

Onmiddellijke start van een korte (minder dan 20 uur) en practisch gerichte lerarenop¬leiding voor pc: het zou o.i. een vergissing zijn te denken in de richting van een specifieke pc-leraar; de 'pc-vaardigheid' wordt best geïnte¬greerd in de lessen Nederlands en rekenen omdat dan de link kan gelegd worden met de klas¬sieke lees-, schrijf- en reken¬methodes.

5

Onmiddelijke start van een middelgroot project in een 200-tal basis¬scholen (zo'n 5.000 pc's), provinciaal gespreid; vastlegging van een gefaseerd plan voor een totaal-dekking van het basisonder¬wijs tegen 2002.


6

Avondgebruik van de pc-klassen voor bijscholing, al dan niet betalend (criteria uitwerken).

7

Gefaseerde inkoppeling van 'Telenet' in de scholen en toelevering van Internet over Telenet; afsluiten van een mega-contract.


8

Installatie of renovatie van de interne kablering in scholen waardoor het project gebruik kan maken van servers; inzet van de know how van de kabelmaatschappijen (bijna alle intercommunales); afsluiten van een mega-contract voor toelevering van kabels (coax/fiber).


9

Jaarlijkse grondige evaluatie en bijsturing van het project tijdens een open studiedag mét publicatie van de resultaten en verspreiding via de media.


10

Instellen van een prijs voor de school met de beste pc-basisopleiding (incen-tive op het project).




Geachte Heer Minister-President, begin 1994 schreven wij zoals gezegd de draft-opdracht voor het "Studiesyndicaat". Vandaag bieden wij onze diensten aan onder de vorm van een nieuw project ("PC? Kinderspel").

Eerstdaags zal ik met Mevrouw Yvette Delameilleure contact opnemen teneinde met u een gesprek te kunnen vastleggen.


Met bijzondere Hoogachting,






Lucas TESSENS
Bestuurder/Research Director
TESSENS Lucas, Communication Consultant HHA
Handelshogeschool Antwerpen: Operatie Conscience. Creatie van functionele units en herschikking van lokalen in functie van een betere communicatie. Interim-rapport I (DEF-versie) ingediend bij Raad van Beheer en Directie op 30 juni 1997.
Edited: 199706301261
VAN MELKEBEKE Aline, CARRIJN Flora, WAELBERS Staf ir (Integan), Tindemans (Voorzitter Raad van Beheer Handelshogeschool Antwerpen), TESSENS Lucas
verschillende visies op de interne organisatie van de Handelshogeschool Antwerpen, interne communicatie, innovatief communicatienetwerk, benoeming, ontslag
Edited: 199704151561
TESSENS Lucas
Telenet - Lange aanloop (gepubliceerd in Trends Top Informatica 1997)
Edited: 199700001001

De geboorte van Telenet is recent. Toch mogen we niet vergeten welke lange geschiedenis eraan vooraf is gegaan. In feite behoort de gehele uitbouw van de teledistributie sinds 1970 tot de aanloopperiode. Nergens ter wereld heeft men op zo'n grote schaal aan bekabeling gedaan als in België.
Het aantal abonnees van dit netwerk groeide van 213.350 abonnees in 1972 tot 3.657.648 eind 1996. In Vlaanderen zijn er vandaag zo'n 2,2 miljoen kabelabonnees, na correctie voor seizoenabonnees in de kustgemeenten geeft dit ongeveer 91 % van de huishoudens.

De groei viel vanaf de jaren tachtig onder de 5 % om sinds 1995 onder de één procent te duiken. De komst van VTM, dat sinds februari 1989 exclusief via de kabel te ontvangen is, zorgde in Vlaanderen nog voor een korte groeistoot. Tegelijk bond VTM de abonnee als het ware aan de kabelmaatschappijen. Dit is ook één van de redenen waarom privé-schotelantennes in België een randfenomeen bleven. VTM was voor de kabel een geschenk uit de hemel. Hieruit is alvast een les te trekken: inhoud is een sterk bindmiddel tussen hardware en consument.

Twee factoren verklaren kabelsucces: de kabel bracht bijkomend entertainment onder technisch voortreffelijke omstandigheden en tegen een lage prijs naar een kijker die meer dan ooit tevoren over koopkracht en vrije tijd beschikte. Een aansluiting op de kabel en het kiezen van programma's vergde van de eindgebruiker ook geen speciale vaardigheden, een voordeel wanneer men een technisch massaproduct op de markt gaat neerzetten.

In België zijn er via Belgacom zo'n 4,7 miljoen vaste telefoonaansluitingen actief. De telefoon was nuttig zonder meer maar men kon er weinig plezier aan beleven. Telefonie leverde niet meer dan een relatieve bereikbaarheid op. Ook is het opvallend dat antwoord- en faxapparaten zo traag ingang vonden in ons land. Telefonie heeft bovendien het nadeel dat een intensief gebruik ook meteen de rekening de hoogte injaagt. Na honderd jaar kent de telefoon een nieuwe boom dankzij de GSM, die mobiliteit toevoegt aan bereikbaarheid. Een paar jaar na de introductie lopen 800.000 Belgen met een zaktelefoon rond en bij de eeuwwisseling zouden het er twee miljoen kunnen zijn. Ook een zekere vorm van snobisme heeft de spectaculaire groei aangestuurd: een GSM-toestel aan de broeksband suggereert belangrijkheid van de omgorde.
De meest opvallende evolutie die bij de kabel te bemerken viel, was het stijgend aantal geleverde programma's: van negen in 1972 naar meer dan dertig vandaag. Vooral de opkomst van de satelliet-tv-stations vanaf het midden van de jaren tachtig heeft hiertoe bijgedragen.

Rond 1990 groeide bij de kabelmaatschappijen dan het besef dat de sector een saturatieniveau had bereikt. Eens de laat op gang gekomen bekabeling van Limburg achter de rug, ging de groei van het aantal abonnees zich uitdrukken in tienden van procenten. Bovendien zorgde een streng prijsbeleid, een lage inflatie en een tanende koopkracht (drop outs) voor een markt waaruit de 'rek' weg was.

De kabelmaatschappijen - over het algemeen samenwerkingsverbanden tussen gemeenten, de intercommunales - waren echter niet bij machte om complementaire markten te gaan bespelen. Enerzijds ontbrak het aan strategisch inzicht, anderzijds zorgde de probleemloos geïnde kabelfrank voor een zekere gemakzucht. Een redelijke groei van de dividenden in de gemeentebegroting was meestal voldoende om 'avonturen' of nieuwe inzichten in de kiem te smoren. Bovendien waren de gas- en vooral de elektriciteitsbelangen van de intercommunales veel lucratiever. Een enkeling zoals Electrabelkabeldirecteur Norbert De Muynck was een roepende in de woestijn.

Het voorbeeld van FilmNet, sinds eind 1985 actief op de markt met een betaaltelevisiekanaal, dat maar niet op break-evenpositie geraakte, versterkte de trend van voorzichtigheid. Een segmentatie van het programma-aanbod werd uitgesteld wegens onzeker.

AL GORE. In januari 1993 zond de aantredende Vice-President Al Gore een duidelijk signaal uit. Internet, en netwerken in het algemeen, zouden de wereld veroveren. Ook Europa raakte in de ban van dit toekomstbeeld en de information highways werden constanten in toespraken. Op het Europese continent was een sterke penetratie van de breedbandige kabel enkel in de kleine, dichtbevolkte Benelux een realiteit. Hier stond men dus het dichtst bij die highways. In vele andere landen diende men nog te beginnen. Niet te verwonderen dat een echt Europees kabelbeleid in feite nooit bestaan heeft vóór het jaar 1994.

LAPPENDEKEN. In maart 1993 heeft het MERS in een rapport over de Vlaamse mediasector ("De Vlaamse Media"), opgesteld voor het Kabinet Van den Brande, gewezen op de "massale onderbezetting van de mogelijkheden van de kabel". Ook de structuur van de teledistributiesector kwam in het rapport uitgebreid aan bod. De verzorgingsgebieden van de 21 kabelmaatschappijen vormen op de kaart van Vlaanderen een 'lappendeken'.
In augustus 1997 besliste Leuven dan nog om tegen 1999 via Iverlek III een nieuw kabelnet in de stad uit te bouwen, in rechtstreekse concurrentie met het bestaande net van Radio Public. Versnippering was altijd al het meest opvallende kenmerk van de sector.
Het rapport bepleitte een interconnectie van de verzorgingsgebieden. Een signaal, te Maaseik ingespoten, zou dan in De Panne ontvangen moeten kunnen worden. Weg met de muurtjes, leve de ontsluiting!
Het Vlaamse teledistributienetwerk is ongeveer 53.000 km lang. Het zijn de kabels die men langs de gevels en op palen ziet. Slechts een klein deel ligt ondergronds. Het distributienetwerk wordt gevoed door circa 11.000 km primair net, vertrekkend vanuit de zogenaamde kopstations. De verhouding tussen beide delen van het TVD-netwerk ligt op ongeveer 5 km distributienet voor één km primair net. Het aantal abonnees per kilometer distributienet varieert enorm omdat de ene kabelmaatschappij actief is in een stedelijk gebied en de andere in een rurale streek. We hebben te maken met een vork van 31 (PBE) tot 74 (Integan) abonnees per km. Dit heeft natuurlijk zijn gevolgen voor de return on investment (ROI) bij ingrepen op het net die het telefonierijp moeten maken. De fasering in de ombouw van het net (de plaatsing van terugwegversterkers, e.d.) zal normaal de ROI-logica volgen.
Statutair gezien zijn er vier soorten kabelmaatschappijen: de zuivere en de gemengde intercommunale, de privé-maatschappij en de gemeentelijke regie. Eind 1996 was zo'n 67 % van de abonnees aangesloten bij gemengde intercommunales, het samengaan van gemeenten en Electrabel. De zuivere intercommunales namen 31 % van de abonnees voor hun rekening.
Electrabel werd en wordt gedomineerd door Franse maatschappijen. Deze situatie stond haaks op de Vlaamse verzuchtingen die neergelegd waren in het zgn. 'verankeringsbeleid'. Het differentiëren van het kabelgebruik (welzijnsalarmering, telecontrole, video op aanvraag, enzovoort) zou meteen ook een versterking van de Fransen in de plots strategisch genoemde kabelsector betekenen. Anderzijds moest een kabelbeleid oog hebben voor de gemeentelijke autonomie, iets waaraan zowel de zuivere als de gemengde intercommunales sterk gehecht zijn. Een al te autoritair optreden van de Vlaamse regering of van het coördinerende GIMV tegenover de gemeenten kon vlug in het verkeerde keelgat schieten. Dansen op eieren leek een makkelijker bezigheid.

SPRAAKMAKENDE TELEFONIE. Een resem adviezen vulde het MERS-rapport van maart 1993 aan. Luc Van den Brande mag als de echte 'vader' van het Telenetproject worden bestempeld, want in oktober 1993 kondigde hij in zijn beleidsbrief de oprichting aan van een 'Studiesyndicaat Kabel'. In januari 1994 werd het MERS verzocht om een draft-opdracht voor dit studiesyndicaat uit te schrijven (zie ook onze vrije tribune in Trends van 13.1.1994 on de titel Koop de kabel ! ). Vervolgens kreeg de Gewestelijke Investeringsmaatschappij (GIMV) de taak toegewezen om de werkzaamheden van het onderzoeksteam te coördineren. De kabelsector was voor de GIMV onbekend terrein. De overheidsholding had aanvankelijk absoluut geen klare kijk op de mogelijkheden, al wil men dat vandaag niet meer toegeven. In juni 1994 kwam de werkgroep een eerste keer bijeen. In de prille beginfase lag het niet in de bedoeling om telefonie over het kabelnetwerk te gaan doen. Die optie kwam er een maand later, in juli 1994, en het is nog steeds niet uitgemaakt wie die optie heeft doorgedrukt. Een direct gevolg van die keuze was dat een vertegenwoordiger van Belgacom uit de werkgroep geweerd werd.
De 'hype' rond de liberalisering van de spraaktelefonie vanaf 1998 heeft zeer zeker bijgedragen tot het kiezen van de telefoniepiste. Het eindrapport van het Studiesyndikaat kwam er, rekening houdend met de draagwijdte van wat voorgesteld werd, ontzettend vlug. Ook de Vlaamse regering heeft qua decision making alle records gebroken, want op 26 oktober 1994 reeds was het eindrapport van het SNDKT in de Ministerraad goedgekeurd en was Telenet beleidsmaterie geworden. Vlaamse beleidsmaterie weliswaar. In telecomland was nog nooit zo hard gefietst. Ook de federale regering was op snelheid gekomen en werd onverhoeds geconfronteerd met een pril Vlaams telecombeleid dat roet in het eten kon gooien bij de gedeeltelijke privatisering van het nationale Belgacom. Telenet drukte de prijs van de Belgacomaandelen, zo werd beweerd. Het communautaire duiveltje liet zijn staart zien!

De verantwoordelijkheid die men op zich laadde was enorm: zowel de samenwerking tussen de kabelmaatschappijen als de financiering van het Telenetplan waren een uitdaging van formaat. Ook op technisch vlak diende men een wereldprimeur uit te dokteren. Het distributief opgebouwde kabelnetwerk (point - multipoint) zou drager worden van zowel televisiesignalen (het klassieke gebruik) als van spraaktelefonie, een per definitie punt-tot-punt-aangelegenheid. Dit laatste veronderstelt dat men over de kabel een zogenaamde 'terugweg' vanuit de huiskamer naar een schakelpunt creëert. De diverse schakelpunten moeten met elkaar verbonden worden door glasvezelkabels met hoog debiet.
Megacentrales worden gebouwd in volgende 7 gemeenten: Hoboken (Antwerpen), Brugge, Kortrijk, Gent, Brussegem (Asse), Leuven en Hasselt.

GEVOLGEN. Aangezien de keuze voor telefonie over de kabel zoveel aandacht en knowhow vereiste, is het verklaarbaar dat de multimediatoepassingen, waarvoor de kabel eigenlijk het meest aangewezen is, naar achter werden geschoven. De concurrentie met het federale Belgacom, inmiddels opgenomen in een internationaal consortium (met Ameritech, Singapore Telecom en Tele Danmark), stond in het brandpunt van de belangstelling. De intrede van US West, één van de Amerikaanse Baby Bell's, in Telenet moest tegelijk voor cash en voor de zo noodzakelijke technologiepush zorgen. De aanspraken van bijvoorbeeld Alcatel, met de belangrijke Bellvestigingen te Antwerpen en te Geel, waren daarmee zo goed als teruggefloten. Daar werd meteen geschermd met het zo gevoelige punt van de werkgelegenheid. Later werd Alcatel wel als leverancier aangesproken. Maar achter de schermen bleef het 'verankeringsdossier' toch een sleutelrol spelen. Bij de keuze van de telefoniepartner heeft men zeer zeker geopteerd voor een verre Amerikaan, liever dan voor een nabije Fransman. Of de knowhow van US West inzake kabeltelefonie zo uniek was, valt te betwijfelen. Immers, de ervaring die US West via haar dochter Telewest had opgebouwd in Groot-Brittannië was gestoeld op het gebruik van de klassieke telefoonkabel (twisted pair) naast de klassieke teledistributiekabel (coax). In de UK duwt men dus twee kabels bij de abonnee binnen. In feite kan men zeggen dat nooit eerder een telefonieproject op zo'n grote schaal was uitgetest waarbij televisie- én telefoniesignalen over één en dezelfde kabel getransporteerd werden. In de latere engineeringfase zou blijken dat de technische uitdaging groter was dan verwacht en dat nog veel labowerk nodig was om het netwerk effectief te doen functioneren.

FINANCIERING. De financiële inspuiting die Telenet vergde werd door het SNDKT geraamd op 47 miljard BEF, te spreiden over 15 jaar. Het project oversteeg daarmee niet zozeer de financiële slagkracht van Vlaams kapitaal, maar vooral het durfpotentieel dat in onze contreien aanwezig is. Ook de al te zwakke want versnipperde organisatie van het Vlaamse kapitaal kwam hiermee aan het licht. De gemengde kabelintercommunales hebben zich via een ingewikkeld financieringssysteem laten indekken door Electrabel. Hierdoor kunnen de gemeenten blijven rekenen op de klassieke kabeldividenden en toch meesnoepen van zodra telefonie begint op te brengen. Voor dit ontwijken van risico betalen de gemeenten natuurlijk een prijs. In feite trekt Electrabel haar dominante positie die zij in kabelland al had nu ook door binnen de kabeltelefonie. De dimensie van het investeringspakket en van de risico's moest haast onvermijdelijk leiden tot een dans tussen groten. De onderhandelingen om de aandeelhouders bijeen te krijgen hebben uiteindelijk tot september 1996 geduurd.

BELGACOM ALERT. Straks krijgt het oude en grote - maar op wereldvlak onbeduidende - Belgacom dus te maken met een Vlaamse concurrent. Bij Telenet wil men niet zoveel kwijt over hoe men die concurrentie gaat aanvatten. Men zou de nationale operator met prijsverminderingen te lijf gaan, zo werd in januari 1997 nog gezegd.
Die marketingkeuze was cruciaal én gevaarlijk. Mocht dit waar zijn geweest dan onderschatte men het ontwakingsproces dat Belgacom sinds 1992 heeft doorgemaakt. De periode van Bessel Kok mag dan turbulent geweest zijn, zij heeft aangetoond dat de revolutie niet aan Belgacom zou voorbijgaan. Ook heeft Belgacom heel wat concurrentie-ervaring opgebouwd met het GSM-dossier en heeft het bewezen snel een draadloos netwerk uit de grond te kunnen stampen. Belgacom is dus alert en kan putten uit de opbrengsten van de klassieke en de moderne mobiele telefonie. Dat Telenet en Mobistar gedoemd zijn om samen op te tornen tegen Belgacom-Proximus lijkt volgens sommigen dan ook een evidentie. Mobistar geeft toe dat er gepraat wordt.
Wat er ook van zij, met zijn 139 miljard BEF omzet in 1996 is Belgacom een geducht concurrent voor Telenet en eerstgenoemde zou wel eens een langere 'prijsadem' kunnen hebben dan Telenet.
In augustus '97 laat men een ander geluid horen. "Telenet start waar ISDN stopt", klinkt het nu. Daarmee wisselt het geweer van schouder: de diensten en de breedbandigheid worden naar het voorplan geschoven. Ook in de sfeer van de aangeboden eindapparatuur zou Telenet voor een verrassing zorgen.


BREEDBANDIGHEID EN MARKETING. Natuurlijk geeft Telenet niet al zijn troefkaarten zomaar bloot. De ultrasnelle toegang tot (een selectief gedeelte van) internet is zo'n troef. Deze dienst wordt aangeboden onder de benaming 'Pandora'. Hierbij worden een aantal databanken ingeladen in een zogenaamde proxi-server die rechtstreeks op het breedbandige fiber-coax-netwerk (HFC, hybrid fiber coax) van Telenet is aangekoppeld. De bottle neck van het smalbandige klassieke telefonienet wordt daardoor omzeild. Een maandabonnement op Pandora kost 1.500 BEF en dat bedrag dekt ook alle communicatiekosten. De eenmalige installatiekost, inclusief de kabelmodem, bedraagt 10.000 BEF. De testfase is veelbelovend. Toch komen we hier bij de sleutelkwestie rond Telenet: hoe haal je uit de breedbandigheid van het gebruikte netwerk een comparatief voordeel op Belgacom? We zitten dan dicht bij de vraag welke inhoud er in de proxi-server moet worden gestopt. Die kwestie wordt op statistische basis opgelost. Internetsites die veel geconsulteerd worden, komen bovenaan het lijstje om ingeladen te worden in de proxi-server. Het kijkcijfer gaat ook hier dus een cruciale rol vervullen. Probleem blijft de extreem lage penetratie van internet in Vlaanderen.
De proxi-server zal in feite een draaischijf worden van door derden aangeboden inhouden. De digitalisering van alle informatie-inhouden en van de gehele entertainmentproductie opent perspectieven die in het begin van de XXIste eeuw voor een ware revolutie zullen zorgen. Heel ons cultureel erfgoed en alle onderwijspakketten worden immers gemakkelijk transporteerbaar over die netwerken. Dit is geen droom. De vraag is niet meer of dat soort informatiemaatschappij eraan komt, wél hoe snel het zal gaan.
Dit facet van Telenet wordt voorlopig nog op de achtergrond gehouden. Het gehele project is nog al te zeer techno-driven om met zulke kwesties bezig te zijn.

BIG BROTHER? Een voorbeeld toont aan hoe maatschappelijk en hoe ethisch de aangelegenheid wel kan worden. Neem nu de affaire Dutroux. De wanstaltigheid ligt natuurlijk in de aard van het delict zelf. Maar ligt ze niet evenzeer in het gebrek aan communicatie? Is het verstoppertje spelen van politiediensten en parketten niet misdadig? Hoe zwaar weegt de verantwoordelijkheid op het beleid indien men de technologie niet inzet daar waar ze moet ingezet worden? Quid indien men opteert voor geslotenheid i.p.v. voor openheid in een zo essentieel dossier als de burgerlijke veiligheid?
Het al dan niet inschakelen van performante netwerken en databases is vandaag geen technologische optie, maar een maatschappelijke én dus een politieke. De trage maar gestage popularisering van internet heeft voor velen duidelijk gemaakt dat afstand niet langer een rol speelt in de informatieoverdracht. De afstand tussen Brussel en Buenos Aires is even kort als die tussen Luik en Charleroi. Na miljoenen jaren drijven de continenten terug naar elkaar toe. Nu het technische 'non possumus' van de baan is geveegd, wordt in de discussie vrij vlug geschermd met gemeenplaatsen zoals Big Brother en privacy. Maar de maatschappelijke evolutie is van die aard dat vandaag enkel criminele organisaties en financiële sjoemelaars profiteren van het niet-bestaan van goed georganiseerde computernetwerken waarin op gecontroleerde manier wordt omgegaan met vitale veiligheidsinformatie. De breedbandigheid én dus de snelheid waarmee enorme pakketten via Telenet getransporteerd kunnen worden, zijn morgen argumenten om de beleidsmakers tot creativiteit en het afleggen van verantwoording te dwingen.

ONDERWIJS EN PC-VAARDIGHEID. Een laatste teer punt ligt in het opleidingsniveau van het publiek. Waar haalt de gewone burger straks de vaardigheid vandaan om met ingewikkelde eindapparatuur om te gaan? Worden de installatieprocedures sterk vereenvoudigd? Wat investeren we in opleiding en begeleidende communicatie? Wanneer confronteren we onze kinderen met de pc: op 4, op 6 of pas op 12 jaar? Welke software maken we hen eigen? Of moet dit debat niet gevoerd worden en klaart in de markt alles vanzelf uit? De 11-juli-toespraak van Luc Van den Brande is terzake vrij radicaal. Tegen 2001 wil de Vlaamse regering alle jongeren van 12 jaar een pc-opleiding bezorgen. Het prijskaartje bedraagt 2 miljard BEF. Een peulenschil. Toch schrikken sommigen van een investering van enkele duizenden franken per leerling. Net alsof opleiding een luxe zou zijn. Allerminst. Een maatschappij in mutatie kan het zich niet permitteren eenzijdig te kiezen voor een technologiestoot zonder onderwijsverandering. Indien een bedrijf zoals Belgacom met miljarden het grootste intern herscholingsprogramma in België gaat realiseren, dan moet dat toch een niet mis te verstaan signaal zijn dat opleiding vitaal is. Telenet krijgt pas echt zin als het een rol gaat spelen in een breed sociocultureel kader. Pure telefonie met enkele ingenieuze toeters en bellen vormt een te smalle basis om de markt te bekoren.
TESSENS Lucas
Beknopte historiek van De Persgroep (tot 1995) - Uittreksel uit 'De Vlaamse Media. Een sector in de stroomversnelling'
Edited: 199511001461
Beknopte historiek :

Op 7.6.1888 wordt te Brussel het dagblad Het Laatste Nieuws gesticht ter gelegenheid van de wetgevende verkiezingen van 12.6.1888. Het blad, dat slechts twee pagina's telde, wordt verkocht tegen een prijs van 2 cent ("centenblaadje"). De eerste nummers verschenen onder leiding van een comité onder wie Julius Hoste sr (°Tielt, 25.1.1848 - +Brussel, 28.3.1933). Onmiddellijk na de verkiezingen zet vader Hoste de publikatie van het nieuwe dagblad alleen verder. Daarin polemiseerde hij hevig tegen de klerikalen, de franskiljons en het sociale onrecht. In 1897 wordt het dagblad De Nieu¬we Gazet gesticht. In 1900 richt Julius Hoste te Brussel het dagblad 'Vlaamsche Gazet' op, bedoeld voor de liberale intelligentsia. In 1914 verdwijnt dit dagblad. Tijdens WO I vallen ook de persen van Het Laatste Nieuws stil. Na de eerste wereld¬brand wordt vader Hoste opgevolgd door zijn zoon, Julius Hoste junior. Hoste jr had aan de VUB rechten gestudeerd en deed er zich door zijn welsprekendheid opmerken in de Vlaamsgezinde kringen. Hij gaf de krant een volkser en gematigder karakter en mede daardoor steeg de oplage pijlsnel (van 63.000 in 1919 naar 285.557 in 1939). Julius Hoste jr wordt in 1936, als extra-parlementair, minister van Onderwijs in de regering Van Zeeland; in 1937 treedt hij in de regering Janson; tijdens WO II hij als staatssecretaris in de regering Pierlot te Londen. Na WO II wordt hij liberaal senator tot aan zijn plotse overlijden op 1.2.1954. Slechts dan wordt de NV Uitgeverij Hoste opgericht en dit onder leiding van dhr Albert Maertens. Voordien was Het Laatste Nieuws immers de persoonlijke eigendom van Julius Hoste jr. Op 3.5.1955 komt ook de "Stichting Het Laatste Nieuws" tot stand; die stichting moet - aldus de wens van de overledene - waken over het behoud van de geest en het eigen karakter van het blad. De schoonzoon van Julius Hoste jr., dhr Frans Vink, treedt aan en wordt weldra directeur-generaal van de uitgeverij.

Op 7.11.1957 koopt Uitgeverij Hoste 90 % van de aandelen van De Nieuwe Gazet (Antwerpen), die tot dan toe in handen waren van de Burton Uitgeverij NM (familie Burton), en vertrouwt de leiding van De Nieuwe Gazet toe aan dhr Frans Grootjans.
Op 12.12.1958 wordt Zondag¬nieuws door Uit¬geverij Hoste gelanceerd. Op 1.5.1962 lan¬ceert men het week¬blad Kwik. Op 12.7.1963 versmelt de Burton Uitgeverij De Nieuwe Gazet volledig met de NV Uitgeverij Hoste. Op 7.1.1967 wordt het Franstalig weekblad Sport door Hoste gelanceerd. Op 18.1.1967 verschijnt de nederlandstalige tegenhanger Sport. In 1969 wordt het weekblad Telstar door Het Laatste Nieuws gelanceerd. In 1971 grijpt een fusie plaats tussen twee weekbladen van de Hoste-groep: Telstar wordt opgeslorpt door Zondagnieuws. In 1976, na het faillissement van de Standaard-groep, kan de groep Maertens-Van Thillo-Brébart, een aantal weekbladtitels kopen van de curatoren. Hieronder Ons Volk, Chez Nous, Echo de la Mode, e.a. Aanvankelijk had deze groep ook voorstellen gedaan om, parallel aan de redding van de dagbladen van de Standaardgroep door dhr A. Leysen en co, een oplossing te zoeken voor de weekblad-poot, inclusief personeelsovername, 677 man, en koop van de infrastructuur. Voor de weekbladen kon toen echter geen 'waterdicht schot' met het verleden worden gecreëerd wegens panden op titels. In de jaren daarna gaat het niet goed met de Uitgeverij Hoste. Het Laatste Nieuws lijkt een beetje ingedommeld en is duidelijk aan een herpositionering toe tegenover Het Nieuwsblad van de Standaardgroep. Over het boekjaar 1984 lijdt Hoste zelfs plots een recordverlies van 117 miljoen BEF. Ook de weekblad-poot Het Rijk der Vrouw/Femmes d'Aujourd'hui wordt continu geplaagd door hoge verliezen (-164 miljoen in 1983, -347 miljoen in 1984, -17 miljoen in 1985) en genereert bijgevolg geen enkele return voor Hoste. (zie onze balansanalyse van eind oktober 1986 zoals medegedeeld aan de voorzitter van de NFIW)
In de jaren tachtig verzet Uitgeverij Hoste zich heftig tegen elk plan om commerciële tv in Vlaanderen op te starten. Dit niettegenstaande het feit dat binnen de Vlaamse Executieve de liberale coalitiepartner hard aan de kar duwt om het project doorgang te doen vinden. Door toedoen van de familie Van Thillo en op aandringen van niet aflatend protagonist Jan Merckx wordt de uitgeverij toch bij de plannen van de Vlaamse Media Maatschappij betrokken en op 28.11.1987 behoort de groep dan toch tot de medeoprichters van VTM. Ondertussen werd wel op 15.11.1984 het weekblad Dag Allemaal door de NV Sparta op de markt gebracht. Dit weekblad zou gaandeweg, en parallel met VTM, tot een succes zonder voorgaande uitgroeien. In januari 1989 neemt de groep Hoste De Morgen op. Deze overname wordt volbracht onder het mandaat van dhr Rik Duyck, directeur-generaal. Op 17.9.1989 fusioneren Dag Allemaal en Zondag Nieuws inhoudelijk. Op 5.9.1990 gaan de titels Het Rijk der Vrouw en Femmes d'Aujourd'hui over in handen van de Internationale Uitgeversmaatschappij (IUM). Tengevolge hiervan stopt Publicité d'Aujourd'hui vanaf 1.1.1991 met zijn aktiviteiten. Kiosk, behorend tot de groep IP-Havas, neemt de regie van Dag Allemaal en van Joepie in handen (verder verzorgt Kiosk de acquisitie van reklame voor Le Moniteur de l'Automobile/Autogids, Ciné Télé Revue, Téléstar, 7 Extra, Top Santé, Goed Gevoel, Time en Madame Figaro). De keuze van deze regie is strategisch van aard en heeft alles te maken met de druk op de magazine-tarieven vanwege de aankoopcentrales voor publiciteit ('centrales d'achat') die in de jaren tachtig ook in België tot wasdom zijn gekomen. Ook het aanbieden van een nationale dekking - een klassieke vraag van de adverteerders - is een belangrijke drijfveer geweest. In 1990 verkoopt Frans VINK zijn 33%-aandeel in de groep Hoste aan de Van Thillo's. In hetzelfde jaar vervangt de zeer jonge Christian Van Thillo Rik Duyck aan het hoofd van de groep. Op 20.6.1991 wordt de ASAR-drukkerij met 320 werknemers op bekentenis failliet verklaard na een ingewikkelde herstruktureringspoging tussen Aurex, Finimco, Edibel en met hulp van de GIMB (Brussels Gewest). De laatste jaren gaat het goed met de groep en worden er voor Het Laatste Nieuws/De Nieuwe Gazet oplagestijgingen genoteerd (zie bijlage). Op 19.2.1993 wordt het verlieslatende Lotus Reizen - reisagent met 23 kantoren - verkocht was aan United Professionals rond de Antwerpse investeerder Paul Pierre. Hoste bevestigt hiermee de wil om zich uitsluitend op de 'core business' te richten. Medio november 1993 komt hoofdredacteur Karel Anthierens over van Het Volk (zie aldaar).
De vennootschap raakte eind 1993 betrokken bij de alliantie 'Belgian Multimedia' (Hoste, Belgian Media Holding, Concentra, Rossel-Le Soir, telecom-groep US West ) die de uitgave van de 'Gouden Gids' wilde gaan realiseren maar Belgacom besliste zelf als uitgever te gaan optreden. Begin mei 1994 stopt De Persgroep het project "De Week" (weekendkrant genre Sunday Times) in de koelkast. Tijdens het WK-voetbal '94 (juni-juli) verkoopt HLN zijn Limburgse editie aan 20 i.p.v. aan 26 BEF hetgeen bij Het Belang van Limburg uiteraard niet in goede aarde valt. In augustus 1994 verklaart De Persgroep geïnteresseerd te zijn in samenwerkingsverbanden met 'Het Volk'. In september 1994 start HLN in de provincie Oost-Vlaanderen met een grootscheepse promotiecampagne, ondersteund door VTM-spots, waarbij men stafkaarten van de provincie in het dagblad aantreft.

De NV De Nieuwe Morgen, opgericht op 15.1.1987, is de uitgever van het dagblad 'De Morgen', gesticht op 1.12.1978 door NV De Roos, een uitloper van het faillissement van 'Volksgazet' . De vennootschap groeide uit het faillissement van de SV De Morgen die op 30.10.1986 de boeken neerlegde. De SV De Morgen had op 1.6.1981 al de aktiviteiteiten van de NV De Roos overgenomen en werd tot 19.3.1985 op de persen van Het Licht te Gent gedrukt. Op die datum komt het dagblad uit in tabloid-formaat en wordt gedrukt op de persen van Nevada-Nimifi. Tengevolge daarvan moet Het Licht eind 1985 de boeken neerleggen. Het noodlijdende dagblad werd midden januari 1989 door Hoste overgenomen en verschijnt sinds 1.1.1991 op groot formaat aangezien het gedrukt wordt op de persen van Hoste. De onderhandelingen daarover dateren van medio 1988 toen eens temeer gebleken was dat de financiële toestand fel achteruitging. De helft van de titel, in het bezit van de NV Studin werd op 16.1.1989 overgedragen aan de NV De Nieuwe Morgen voor een symbolische frank. De tweede helft van de titel, in het bezit van de CV D.O.P. werd op 19.12.1989 omgezet in kapitaal (inbreng in natura) ten belope van 4 miljoen frank. Op 1.7.1991 werd de editie 'Vooruit' (°1884) opgegeven. Op 4.12.1991 neemt Dhr Paul Goossens ontslag als hoofdredacteur maar blijft editorialist. Dhr Piet Piryns volgt hem op. Eind 1992 ontstonden moeilijkheden tussen de leiding van Hoste en de redactie over het afsluitingsuur van de kopij (dead-line). Sindsdien is er van de NV Drukkerij Het Volk een aanbod gekomen om de krant te gaan drukken. De gesprekken hierrond zijn nooit gefinaliseerd (noteer dat het samenwerkingsverband tussen Hoste en De Morgen liep tot eind 1993). Ondertussen heeft de hoofdredactie ontslag genomen en werd redacteur Walter De Bock aangesteld tot hoofdredacteur a.i. 1993 was niet goed voor De Morgen. De Morgen ging stelselmatig achteruit qua betaalde verspreiding en de merkreklame stagneerde op een te laag peil (zie grafiek in de bijlagen). In 1993 hebben wij dan ook volgende stelling naar voor gebracht : "Naar onze mening zou De Morgen overigens beter af zijn in een WEEKBLADFORMULE. De redactionele aanpak leent zich ook uitstekend om die stap te zetten. De opiniewaaier hangt immers niet - zoals traditionalisten onterecht menen - samen met de periodiciteit van een medium. Reeds in november 1986, ten tijde van het faillissement van De Morgen, hadden wij deze idee gelanceerd. Als overgangsmaatregel zou men de perssteun die De Morgen nu geniet kunnen blijven uitkeren. Bedrijfseconomisch lijkt ons de weekbladformule veel haalbaarder omdat het break-even-point veel lager ligt dan in de dure dagbladformule." Begin 1993 heeft De Morgen aan Andersen Consulting een beleidsadvies gevraagd. Het is onbekend of deze doorlichting veel resultaat heeft opgeleverd.

Tegenover ons bevestigde het management van De Persgroep medio februari 1994 nogmaals dat de verkoopintentie voor De Morgen gehandhaafd blijft. Hoste houdt De Nieuwe Morgen overigens buiten de consolidatiekring omdat "de aandelen uitsluitend gehouden worden met het oog op latere vervreemding" .
Terwijl de andere dagbladen op 1.10.1993 hun prijs voor een los nummer verhoogden bleef De Morgen staan op 30 BEF. Op 12.10.1993 houdt de 'Antwerpse De Morgen' (°1.3.1983) op te bestaan. De overnamegesprekken raakten in het slop.
Voor de eerste drie maanden van 1994 meldt De Morgen een licht gestegen verkoopcijfer (23.783 ex.), voornamelijk te wijten aan een stijging van het aantal abonnementen. Medio september 1994 verklaart dhr Christian Van Thillo dat de verkoop van De Morgen geen prioriteit meer is voor de Persgroep. Terzelfdertijd raakt bekend dat de krant per 1.10.1994 een nieuwe hoofdredacteur krijgt : Humo-journalist Yves Desmet (°1960), die vroeger ook al bij De Morgen werkte als politiek verslaggever .
Sindsdien gaat het qua verkoop beter met De Morgen. In de periode juli 1994 - juni 1995 werden gemiddeld 27.161 ex. verkocht. Het dagblad moet echter een relatief hoge gedrukte oplage (39.455 ex.) in de markt zetten om de verkoop te ondersteu¬nen. Met een verspreidingspercentage dat op 68,8 % ligt scoort De Morgen het laagst van alle Vlaamse dagbladen. Gezien de gestegen papierprijzen is dit een kwalijke zaak. De vastgestelde zwakte kan vele oorzaken hebben maar wijst toch in de richting van een moeilijk verlopende fidelisering van de lezer.


Noot over het faillissement van Volksgazet:
Op 14.7.1978 waren de vennootschappen Excelsior en Ontwikkeling, resp. drukkerij en uitgeverij van het socialistische dagblad 'Volksgazet' (°3.6.1914 - +18.7.1978) in faling verklaard. De rechtbank van koophandel bracht bij vonnis van 27.7.1978 de datum van staking van betaling op 14.1.1978, de klassieke 6 maanden. Een nieuwe vennootschap 'De Roos', opgericht enkele dagen na het faillissement kreeg van de curatoren de toelating om de uitgave verder te zetten tot 15.9.1978. Problemen met de overname van personeel en het niet vrijgeven van de titel leidden echter tot de definitieve stopzetting van de uitgave op 18.7.1978. (uit : X, De teleurgang van Volksgazet, in : De Pers/La Presse, nr 98, Brussel, BVDU/ABEJ, juli 1978, blz. 7). Zie ook : VAN WASSENHOVE, Ph., (De) Volksgazet, (onuitgegeven verhandeling), RITCS, Brussel, 1979, 248 blz. (dit goed gedocumenteerde werk, geschreven kort na het verdwijnen van 'Volksgazet', bevat bovendien een uitgebreid bronnenoverzicht) (ref MERS 19790426).
TESSENS Lucas
Perexma: een beknopte historiek
Edited: 199506120961
Beknopte historiek :

De NV Perexma wordt, na een grondige markt¬studie over de haalbaarheid van een televi¬sieblad in Vlaanderen, op 2.5.1969 (BS 17.5¬.1969) opgericht. Het is een joint-ven¬ture van NV De Vlijt en NV De Standaard. Het ka¬pitaal bedraagt 4 MBEF en is verdeeld in 4000 aandelen. Op 6.6.1969 verschijnt het eerste nummer van 'TV-Ekspres' dat ook 'TV-Strip' van de IUM integreert. De gehele re¬dactie¬ploeg van 'Zondagmorgen' was overgeno¬men voor de start van het blad.
Op 25.5.1976 wordt dhr J. Merckx benoemd tot beheerder-directeur. Deze benoeming wordt op 27.8.1976 bevestigd. Tussen die twee data was de Stan¬daard¬groep in faling gegaan en werden tal van ven¬noot¬schappen, behorend tot de groep, meege¬sleurd. Perexma kon de dans ontsprin¬gen voorna-melijk omdat de verweven¬heid met de schuldpositie van de groep onbe¬staande ble¬ek. VNU, dat toen al een bod deed op Per¬exma, greep naast de kans wegens het bestaan van voorkoop¬rechten binnen de Raad van Be¬heer.
In 1977 wordt ZIE, voorma¬lige 'Zon¬d¬ags¬vriend', van De Vlijt ingelijfd bij Per¬exma en wordt de inhoud geleidelijk ge¬lijk¬ge¬schakeld met die van TV-Ekspres. Op 2.5.¬1978 (buitengewone alge¬mene verga-dering) worden volgende aandelen-aantal¬len geteld : dhr Impens (570), dhr Westen (570), dhr Stevens (570), dhr Van Assche (1140), dhr Jan Merckx (570), dhr Antoon Sap (570), Handels¬blad - eveneens behorend tot de oude Stan¬daard¬groep - (9). Tijdens diezelfde ver¬gade¬ring wordt beslist de aan¬delen, tot dan toe op naam, om te zetten in aandelen aan toon¬der. Op 1.6.1981 lanceert Perexma 'TeVe-Blad', een mini-magazine. Dat geschiedt enkel in de provincie Limburg en blokkeert daarmee een gelijkaardig initia¬tief van VNU. Op 6.5.1985 worden op de alge¬mene ver¬gade¬ring volgende aandelen-aan¬tallen geteld : dhr Impens (20), dhr Stevens (20), dhr Westen (102), dhr Vertongen (1), Handelsblad (8), Fi¬nimtrust Luxembourg (80¬0). Op 28.10.¬1987 wordt VTM opgericht en Perexma partici¬peert voor 11,11 %. Voorzit¬ter van de Raad van Bestuur van VTM wordt dhr J. Mer¬ckx.
In 1988 verkoopt dhr Albert De Smae¬le , voorma¬lig directeur-generaal van de Stan¬daard¬groep, zijn belang van 28 % in Perexma aan de Nederlandse holding Alvarior. Wellicht was hij tot dan toe op de achter¬grond gebleven tijdens algemene verga¬derin¬gen en werden zijn stem¬gerechtigde aandelen vertegenwoordigd door dhr Van As¬sche en la¬ter door het Luxemburgse Finimtrust. Volgens onze berekeningen kon dhr De Smaele in de periode 1977-1988 rekenen op dividenduit¬keringen die samen ver boven de 100 miljoen BEF lagen.
Begin 1989 lanceert Het Volk 'TV-Gids', een haast per¬fecte copie van 'TeVe-Blad', aan een pu¬blieks-prijs van 20 BEF. 'TeVe-Blad' (25 BEF) moet daar¬door ook met zijn prijs naar bene¬den. Om heibel met de dagbladhande¬laars te vermijden krijgen die wel de¬zelfde com¬missie (in fran¬ken, niet in percenten) gegaran¬deerd. In 1989 daalt de door AAS (nu MMB) gemeten publici¬teits¬omzet van Per¬exma scherp en dat voor de eerste keer in haar geschie¬denis : van 245 miljoen BEF naar 123 miljoen BEF voor 'TV-Ekspres' en van 71 naar 42 MBEF voor 'TeVe-Blad'; de reden is voorna¬melijk de start van VTM en het - overigens voorspelde - wegzuigingseffect dat daarvan uitgaat. In 1991 wordt dhr W. Hen¬drickx, journalist bij Humo, direc¬teur van de Perex¬ma-redac¬ties; dhr Rob Jans blijft wel hoofdre¬dacteur. In mei 1992 verlaat dhr Hen¬drickx Per¬exma. Op 24.6.1992 wordt aangekon¬digd dat De Vlijt Asmedia, regie voor natio¬nale the¬mare¬kla¬me en waarin Perexma en De Vlijt op pari¬tai¬re basis participeren, ver-laat; de aande¬len Asmedia komen voor 100 % in handen van Per¬exma. Op 8.8.1992 over¬lijdt de patron van Perexma, dhr Jan Merckx. Tot aan zijn dood was hij was gede¬legeerd be¬stuurder van NV Perex¬ma, voorzit¬ter-stich¬ter van VTM, lid van de Raad van bestuur van First Class In¬terna¬tio¬nal, een PR-vennoot¬schap, Ere-Voor¬zitter en lid van de Raad van Bestuur van de NFIW, gedelegeerd bestuurder van NV Het Han¬dels¬blad, van Asme¬dia en van de NV MEE.

Op 21.1¬.1993 meldt men in het VTM-n¬ieuws van 19 uur dat Perexma is overge¬nomen door VNU. Perexma is, na haar loskop¬peling van de S¬tandaardgroep, steeds een zeer winstgevend bedrijf ge-weest, getuige daarvan het volgen¬de over¬zicht van de winst na be¬lastingen (1977-1989) in miljoen BEF : 6 in 77, 32 in 78, 47 in 79, 53 in 80, 38 in 81, 97 in 82, 79 in 83, 94 in 84, 109 in 85, 111 in 86, 115 in 87, 135 in 88. Per¬exma bezit één van de beste archieven ter wereld als het over te¬levisie-programma's gaat. 'TV-Ekspres' is aan een dringende herpositione¬ring op de lezersmarkt toe sinds de opgang van concurrent 'Dag Allemaal', zo schreven wij in eerdere versies van onderhavige studie. Tijdens de algemene vergadering der aandeelhouders op 3.5.1993 worden de heren Huysmans, Lamiroy en Elbersen, allen behorend tot de IUM-groep, benoemd tot leden van de Raad van Bestuur; ook de heer Alfons Uyttersprot, commercieel directeur van Perexma, treedt toe tot de Raad van Bestuur. Het mandaat van de heer Cyriel Stevens en dat van Laboratorium A.J. Hendrix werd verlengd tot de volgende algemene vergadering van 1994. Tenslotte werd het bestuurs¬mandaat van de heer Wim Merckx verlengd tot 1999. 'TV-Ekspres' nummer 20 van 16 mei 1994 heet 'De Nieuwe TV-Ekspres' : het blad heeft een restyling ondergaan. Met een nieuw formaat (273 x 210 mm), een nieuw logo en een gewijzigde lay-out, gepaard aan een campagne in o.m. het Eurybia-affichagenet, wil Perexma de adverteer¬ders- en de lezersmarkt tegemoet treden. Op 12 juni 1995 verhuist Perexma naar de IUM-gebouwen aan de Jan Blockxstraat te Antwerpen. De hoofdredactie van TV-Ekspres is in handen van dhr Lex Moolenaar, TeVe-Blad heeft dhr Rob Jans als hoofdredacteur.
bron: uittreksel uit 'De Vlaamse Media: Een sector in de stroomversnelling' (1994-1995)
TESSENS Lucas - Media Expert Research System (MERS)
Beknopte historiek van de Standaardgroep (1914-1994) en Het Volk (1891-1994)
Edited: 199411100901


DE STANDAARD

Op 2.5.1914 wordt de NV De Standaard opgericht. Wegens WO I kan het eerste nummer van De Standaard slechts op 4.12.1918 verschijnen. Op 28.7.1919 koopt De Standaard een gebouw aan de E. Jacqmainlaan te Brussel. Vanaf 11.7.1921 laat de uitgeverij te Antwerpen het dagblad 'De Morgenpost' (1921-1940) verschijnen. In 1924 koopt de NV De Standaard de SA Imprimerie Nationale, omgedoopt tot NV Periodica. In 1927 verwerft Gustaaf Sap de meerderheid van de aandelen van de NV De Standaard n.a.v. een kapitaalsverhoging. In 1929 start men met de polulaire editie 'Het Nieuwsblad'. In datzelfde jaar wordt Sap volledig meester van NV De Standaard. In 1937 slorpt Het Nieuwsblad 'Sportwereld' op. In 1940 overlijdt Gustaaf Sap en tijdens WO II verschijnen de kranten van de groep niet. Na het lichten van het sekwester op Periodica kan 'De Nieuwe Standaard' opnieuw verschijnen op 10.11.1944 maar ditmaal onder verantwoordelijkheid van een groep mensen rond Tony Herbert . In 1947 slagen de erven Sap erin de controle terug te krijgen en op 1 mei 1947 verschijnt 'De Standaard' opnieuw. De schoonzoon van Gustaaf Sap, Albert De Smaele, neemt de leiding op zich. In 1957 slorpt 'De Standaard' 'Het Nieuws van den Dag' en 't Vrije Volksblad' op. In mei 1957 verwerft de Standaardgroep 'Het Handelsblad' (8.12.1844-1979) uit Antwerpen. In 1962 koopt de groep de dagbladen 'De Gentenaar' (1879-heden) en 'De Landwacht' (1890-1979) op en schakelt de inhoud van 'Het Handelsblad' gelijk met die van 'Het Nieuwsblad'. In 1966 laat men twee titels vallen : 'Het Nieuws van den Dag' en 't Vrije Volksblad', subtitels geworden van 'Het Nieuwsblad'. In 1969 richten NV De Standaard en NV De Vlijt op paritaire basis de NV Perexma op die het tv-blad 'TV-Ekspres' zal gaan uitgeven. Tegelijk verwerft De Standaard de exploitatierechten op het weekblad ZIE van De Vlijt. Vanaf 1970 gaat de groep zich echt interesseren voor haar inmiddels uitgebouwde aktiviteiten in Frankrijk. In 1972 neemt de NV Periodica twee drukkerijen over van de groep Lambert. In 1974 en daarna gooit de Standaardgroep zich op de touroperator-sektor. In 1975 richten De Vlijt, Concentra en De Standaard samen de Groep I Dagbladen NV op; de samenwerking tussen deze drie voor de gezamelijke acquisitie van nationale themareklame bestond al van in 1968. In 1975 komt de dépistage-dienst van de Rechtbank van Koophandel te Brussel zware financiële moeilijkheden van de Standaardgroep op het spoor. De ministerraad van de regering Tindemans bespreekt de moeilijkheden van drukkerij Periodica en de Standaardgroep op volgende vergaderingen: 5, 12 en 15 december 1975, 27 februari, 5 maart en 14 juni 1976. PDG De Smaele slaat de raad van zijn invloedrijke en uitstekend geïnformeerde hoofdredacteur, dhr Manu Ruys, om de gezonde kranten uit het concern te lichten voor het te laat is, in de wind. Op 19 mei 1976 wordt de NV Periodica, grootste drukkerij van de groep, ambtshalve in faling verklaard. De rest van de groep wordt meegesleurd in dé mega-faling van de Belgische pers. Na mislukte concordataire plannen van de aandeelhouders, politieke interventies, nachtelijke beraadslagingen, komt dhr André Leysen met een reddingsplan. Hij slaagt erin een waterdicht schot te slaan tussen de gefailleerde vennootschappen en de toekomst van de dagbladen, waarvan hij - weliswaar na een justitiële procedure over de waardebepaling - de titels voor 52 miljoen van de curatoren kan kopen. De weekbladen-poot van de groep gaat grotendeels over in de handen van de zgn. groep Maertens-Van Thillo-Brébart. De sociale kost van het faillissement is enorm hoog : meer dan duizend werknemers staan op straat. Voor de dagbladen wordt de oplossing op 26.6.1976 gevonden en op 29 juni 1976 verschijnen ze onder verantwoordelijkheid van de NV Vlaamse Uitgeversmaatschappij - afgekort VUM - een vennootschap met een kapitaal van 120 miljoen BEF. De aandeelhouders situeerden zich in de Antwerpse zakenwereld en de scheepvaart. De stroomopwaartse bindingen van de redders van de Standaardgroep stonden toen niet ter discussie. Reeds in 1977 is de VUM winstgevend en dat niettegenstaande de voortdurende weigering van VUM om de directe perssteun te aanvaarden. Op 15.2.1979 laat de VUM Het Handelsblad verdwijnen. In 1979 laat de VUM, als eerste een onderzoek doen dat gaat in de richting van redactionele marketing. Op 30.5.1979 wordt beslist om zowel de maatschappelijke zetel als de administratieve zetel van de VUM over te plaatsen van Antwerpen naar Groot-Bijgaarden. In 1980 trekt de VUM zich terug uit de publicitaire pool Groep I Dagbladen. In 1981 boekt de VUM een rekordwinst van 87 miljoen BEF. Vanaf 1982 begint VUM met een nieuw opmaaksysteem voor de kranten. In 1982 staat dhr Verdeyen, directeur-generaal, aan de wieg van Mediatel, een onderzoekscel van de BVDU, die moet speuren naar de nieuwe mogelijkheden van electronic publishing voor dagbladen. In oktober 1982 verklaart de VUM niet meer mee te willen zoeken met de andere uitgevers naar mogelijkheden voor commerciële tv in Vlaanderen. Op 26.5.1982 beslist de buitengewone algemene vergadering van de VUM bij eenparigheid van stemmen om het kapitaal terug te brengen van 200 miljoen tot 100 miljoen BEF. In juni 1984 sticht VUM samen met Het Belang van Limburg, de Financieel Ekonomische Tijd, Electrafina en Gevaert de vennootschap Onafhankelijke Televisie Vlaanderen. De rest van de Vlaamse pers sticht een CV Vlaamse Media Maatschappij, eveneens erop gericht om in Vlaanderen een commercieel station op te zetten. In 1984 brengt dhr André Leysen een boek uit waarin hij, sprekend over de winstcapaciteit van de VUM, stelt : "We stellen nu vast dat de belasting die we op onze winst betalen, ongeveer overeenkomt met de overheidssteun aan de Vlaamse pers. We voelen ons dan ook de weldoeners van de andere kranten." Die arrogantie zet veel kwaad bloed bij de collegae-uitgevers. Op 20.9.1984 start de VUM, via haar dochter Infotex, met een tabloïd volksdagblad '24 uur' dat echter reeds op 26.10.1984 haar uitgave moet staken; het dagblad werd zwaar geboycot door de dagbladverkopers die het niet namen dat het dagblad ook buiten hun circuit gedistribueerd werd. Op 4.11.1985 beslist OTV bij monde van DG Verdeyen om niet meer deel te nemen aan de zgn. Astoria-gesprekken (de gesprekken tussen de Vaste Commissie van de BRT en VMM en OTV met als thema de overdracht van het tweede BRT-net aan de uitgevers); OTV is van mening dat alleen een volledige privatisering van dat net een volwaardig alternatief is voor een commercieel net. Tussen OTV en VMM komt het uiteindelijk ook niet tot een akkoord om samen zo'n commercieel TV-station op te zetten; ook politieke druk brengt geen aarde aan de dijk. Op 11.7.1986 verpreidt het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond te Leuven een strooibiljet met daarop de kop van De Standaard en de tekst "Alles voor Leysen, Leysen voor RTL. Leysen toont de weg. VUM - GBL - Frère - Generale - RTL", daarmee doelend op die stroomopwaartse binding. Op 17.10.1986 creëert de VUM winstbewijzen voor het personeel en wil het daarmee belonen voor hun bijdrage tot het resultaat van de onderneming. In 1987 schrijft dhr Leysen in een boek : "We hebben ook een tijdlang in commerciële tv geloofd, maar onze ambities op dat vlak zijn nu merkelijk afgekoeld". De VUM is er dan ook niet bij wanneer op 27.10.1987 VTM wordt opgericht. Concentra, met het Belang van Limburg, had zich tevoren losgemaakt van OTV en de overstap gedaan naar VMM en participeerde zodoende wél in het tv-station. In juli 1988 verlaat dhr Piet Antierens, commercieel direkteur van de VUM, de vennootschap om dezelfde funktie te gaan waarnemen bij de nog op te starten VTM. Op 15.3.1990 verkoopt VUM de belangrijkste produkten en aktiviteiten van de NV Sydes en de NV Infotex aan Delaware Computing NV; het personeel wordt door deze laatste overgenomen. In juni 1990 beslissen BRTN en VUM om samen een publiciteitsregie op te richten voor radioreklame, de VAR. In juli 1990 koopt de VUM het tweetalige blad voor kaderleden 'Intermediair/Intermédiaire' over van Diligentia Business Press. In december 1990 zegt VTM-Voorzitter J. Merckx over een toetreding van de VUM tot de VTM : "VTM est une maison close, mais pas un bordel". In 1991 weigert de VUM haar medewerking aan een sectoriële doorlichting van de pers door Ernst & Young, uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse economie-minister De Batselier. Op 14.11.1991, in een interview in Humo zegt dhr Leysen : "Ik heb me vergist inzake het commercile succes van VTM op korte termijn. Maar ik ben nog altijd blij met onze beslissing omdat De Standaard het boegbeeld zou geworden zijn van die VTM, en ik vreesde dat het cultureel niveau zo laag zou zijn, dat ik niet graag had dat de Standaard-lezer daarmee verbonden werd. En dat gevoel heb ik nog altijd : de programma's zijn niet bijzonder hoogstaand. En ik zou ook vandaag niet participeren." Op 17.3.1992 antwoordt dhr Leysen, in een vraaggesprek met de lezers van De Standaard, op de vraag of onze cultuur in een Europees verband niet in de verdrukking dreigt te komen : "De vervlakking van de Vlaamse cultuur vindt niet zozeer plaats door Engelse of Franse invloeden, als wel door de VTM." Op 20.5.1992 deelt de VUM via haar dagblad De Standaard mee dat, voor de eerste keer in haar geschiedenis, haar omzet gedaald was (-3,61 % in 1991 tegenover 1990). Volgens een mededeling van VUM (DS, 5.6.1993) bedroeg de nettowinst over 1992 148 miljoen tegen 110 miljoen over 1991; de omzet zou gestegen zijn tot 3,74 miljard; terwijl de verkochte oplage van Het Nieuwsblad en De Gentenaar, de populaire bladen van de VUM, daalde, steeg de verspreiding van De Standaard met 1,7 procent in 1992; VUM betaalde over het exploitatiejaar 1992 111 miljoen frank belastingen; het bedrijf investeerde in een derde moderne Wifag-pers. Op 29.1.1993 lanceert VUM Standaard-magazine, een gratis bijlage op vrijdag bij De Standaard. Standaard Magazine wordt gedrukt op de persen van Concentra (Belang van Limburg). Wellicht door deze gratis bijlage steeg de verkochte oplage van De Standaard over de eerste vier maanden van 1993 met 5.000 ex. tot 76.000 ex., aldus een mededeling van VUM. Voor de tweede helft 1993 kondigde de VUM een weekbladinitiatief maar op 3 juli 1993 wordt dit project afgeblazen omdat het bedrijfseconomisch niet haalbaar zou zijn. Verder wordt er in 1993 een vierde Wifag-pers geïnstalleerd (in gebruik sinds juli 1993) en investeert men 250 miljoen in electronische pagina-opmaak. Op 1 oktober 1993 verhoogt De Standaard zijn losse verkoopprijs van 25 naar 28 frank terwijl Het Nieuwsblad en De Gentenaar van 25 naar 26 frank stijgen. De Standaard doet daarmee 3 zaken : het bevestigt zijn karakter van elitekrant, doorbreekt het sinds WO II bestaande prijskartel van de dagbladen en rekent op de inelasticiteit van de vraag naar kranten (zie ook de grafiek betreffende de evolutie van de dagbladprijs sinds 1947 in de bijlagen). De vennootschap raakt eind 1993 betrokken bij de alliantie 'Mediabel' (Nynex-USA, Déficom, Roularta, VUM) die de uitgave van de 'Gouden Gids' wilde gaan realiseren maar uiteindelijk besliste Belgacom de uitgave in eigen beheer te nemen. In februari 1994 komt De Standaardgroep met de Het Volk tot een akkoord om een gezamenlijke reklameregie - 'Scripta Plus' (later omgedoopt tot Scripta) - uit te bouwen tegen het najaar. De VUM neemt een aandeel van 50 % voor zijn rekening. Ook Concentra en Roularta Media Group (RMG) sluiten aan en het aandeel van ieder wordt op 25 % gebracht. Daarmee is, na de totstandkoming van 'Full Page', een tweede grote dagbladregie gecreëerd. Op 5 maart 1994 lanceert 'Het Nieuwsblad' een vaste weekendbijlage 'Zaterdag' (16 blz. tabloïd-formaat, life-style en culturele onderwerpen). Op 4 mei 1994 bevestigt Directeur-Generaal Verdeyen dat er gesprekken over samenwerking aan de gang zijn met SBS, de groep die een commercieel tv-net, naast VTM, wil opstarten in Vlaanderen (zie verder); toch draagt de mogelijkheid van reklame op de BRTN-tv de voorkeur van VUM weg; een participatie van VUM in VTM zou niet meer actueel zijn, aldus de DG. Eind mei 1994 treedt de Concentra-groep met Het Belang van Limburg toe tot de regie Scripta Plus. Tijdens de zomervakantie biedt de VUM Het Nieuwsblad aan de Belgische kust aan tegen een prijs van 15 BEF . Eind augustus 1994 treedt de VUM, in samenspraak met de Roularta-groep, op in de overnamegesprekken voor Het Volk. Ook De Persgroep en De Vlijt waren in de running. Op 4.11.1994 neemt de VUM de NV Drukkerij Het Volk over. In een aantal perscommentaren werd gesteld dat er politieke tussenkomsten waren gevraagd door VUM om Het Volk te kunnen inkopen. In een opiniestuk in De Standaard van 10 november 1994 reageert dhr Leysen, VUM-Voorzitter, hierop als volgt, en wij citeren : "Wij kregen de voorkeur omdat we een betere offerte deden, ook wat de tewerkstelling in Oost-Vlaanderen betreft. Dura veritas, sed veritas." In hetzelfde artikel herneemt dhr Leysen zijn stelling uit 1984 betreffende perssteun en belastingen : "Wij hebben als enige dagbladgroep nooit subsidies aanvaard en hebben meer belasting betaald dan alle andere dagbladgroepen samen, de Belgische weekbladgroepen waarschijnlijk incluis." Prosperitate rerum in vanitatem uti!
(...)
Vanaf 30 september 1999 verdwijnt het AVV-VVK-symbool van de front(sic!)pagina.

(...)
In 2005 lanceert VUM een pulpdagblad onder de titel 'Espresso'. Het blad wordt weldra van de markt gehaald.





HET VOLK
Het Volk is steeds het dagblad in de handen van de Christelijke Arbeidersbeweging geweest en werd gesticht in 1891. In 1928 neemt Het Volk het Brusselse 'De Tijd' over. Na WO II wordt Het Volk geherkapitaliseerd door Adolf Peeters, een Mechels handelaar die zich in 1950 terugtrekt; zijn inbreng wordt vervangen door een lening bij de BAC. Op 9.8.1950 wordt de rotatie geteisterd door brand maar kan blijven verschijnen door hulp van 'De Gentenaar'. Vanaf midden september 1950 wordt 'De Nieuwe Gids' (met het kopblad 'De Antwerpse Gids') gedrukt op de persen van Het Volk. In juni 1951 lanceert Het Volk in Kongo het weekblad "De Week", gedrukt op de persen van "Le Courrier d'Afrique"; De Week is het eerste en enige Vlaamse weekblad in Kongo. Op 1.3.1952 lanceert Het Volk het weekblad 'Zondagsblad'. Op 29.4.1962 lanceert Het Volk 'Spectator'. Op 15.11.1983 brengt de uitgeverij het populair-wetenschappelijk maandblad 'EOS' op de markt. Op 2.3.1985 wordt bij Het Volk een nieuwe coldset rotatie (Colorman) in gebruik genomen en wordt het tabloid-formaat verlaten voor het Belgisch formaat. In augustus 1985 verlaat dhr Van Tongerloo, directeur-generaal, het bedrijf om als directeur-generaal in dienst te treden bij De Vlijt. Hoe raar het ook mag klinken: de overstap van Van Tongerloo was bedisseld door Jan Merckx en werd aan de goedkeuring van o.a. Het Laatste Nieuws voorgelegd tijdens een diner in restaurant 'L'Oasis' te Brussel. In 1986 treedt dhr Antoon Van Melkebeek in dienst als directeur-generaal. Als op 28.10.1987 VTM wordt opgericht participeert NV Drukkerij Het Volk voor 11,11 % in het kapitaal. In februari 1989 komt de uitgeverij met 'TV-Gids' op de markt, een rechtstreekse concurrent voor 'TeVe-Blad' van Perexma. In 1990 voert Het Volk het Electronisch Redactioneel Systeem (ERS) in. In juni 1991 verlaat dhr Antoon Van Melkebeek de uitgeverij. Hij wordt tijdelijk vervangen door een driemanschap bestaande uit de verantwoordelijke van de technische directie (dhr De Geeter), van de redactie (dhr E. Van Den Bergh) en van de administratie (dhr Vandenbussche). Per 16.1.1992 komt dhr Elmar Korntheuer (°1942), voorheen management consultant, in dienst als directeur-generaal en werkt samen met de Direktieraad een strategisch plan uit voor 1992-1996. Dit plan wordt op 25.9.1992 unaniem goedgekeurd door de veelkoppige Raad van Bestuur. Het doel is de oplagedaling om te buigen en de bedrijfsexploitatie opnieuw rendabel te maken; men zal zich concentreren op uitgeven (Het Volk, De Nieuwe Gids, Zondagsblad, TV-Gids, EOS, Jommeke-strips) en drukken in rotatie-offset terwijl andere aktiviteiten die niet tot de core-business behoren zullen worden afgebouwd (8 boekhandels, boekendistributie/grossierderij en de distributie van tijdschriften voor derden). Op 1.7.1992 komt Mevr. M. Moonen (ex-VUM) in dienst als commercieel direkteur. Per 1.1.1993 neemt dhr Karel Anthierens, voordien hoofdredacteur van het weekblad 'Panorama/De Post', de hoofdredactie van Het Volk op zich. Vanaf 16.3.1993 worden de lay-out (Phill Nesbitt, USA) en de redactionele formule van Het Volk gewijzigd. Een en ander gaat gepaard met een dure promotiecampagne die zijn sporen nalaat in de exploitatierekening. In de opmaak is er een belangrijke evolutie : de pagina's komen full-page uit de computer. Voor de drukkerij worden ook in 1992/93 grote investeringen gedaan ter vervanging van de 32 p. heatset rotatiepers. In 1992 werden op het industrieterrein van Erpe-Mere gebouwen aangekocht en wordt er een nieuwe heatset rotatie geïnstalleerd die in november 1993 operationeel werd. Bijkomende investeringen : encartagesysteem voor publicitaire folders, aanpassing van de verzendingszaal en informatisering. Totaal investeringsbedrag 1992-1994 : 850 miljoen BEF geprogrammeerd, 900 miljoen BEF geïnvesteerd. Tegen eind 1993 moest een personeelsinkrimping van 600 naar 550 gerealiseerd zijn (115 afvloeiïngen, waarvan 2/3 door brugpensioen en 65 aanwervingen voor voornamelijk nieuwe funkties). Tijdens het tweede trimester van 1993 neemt Het Volk deel aan de herschikking van de VTM-aandelen in het kader van de oprichting van de Vlaamse Media Holding (VMH). Dit komt per saldo neer op een desinvestering in VTM (van 11,11 % naar onrechtstreeks 7,8 %) hetgeen de financiële struktuur van de uitgeverij ten goede komt (al is die nooit slecht geweest en bleef de solvabiliteit altijd op een meer dan behoorlijk peil) en haar zware investeringen helpt te financieren.

uittreksel uit 'De Vlaamse Media. Een sector in de stroomversnelling' (1994)
Enkele aanvullingen betreffende de vergaderingen van de ministerraad (20180110)
Tessens Lucas
Roularta: een beknopte historiek (tot 1994)
Edited: 199408000961
Het ritme waarmee de Roularta-groep ingrijpt in de eigen structuur, samenwerkingsverbanden smeedt, zelf titels lanceert of in joint venture, ze opkoopt, samen¬voegt of afvoert, is opmerkelijk.

De beknopte historiek illustreert dit ten overvloede :

De Roularta-groep ontstond bescheiden in januari 1954 uit het samengaan van 'De Roeselaarse Weekbode' (300 ex.) en 'Advertentie' (10.000 ex.), twee lokale weekbladen die werden overgeno¬men door Dr. Jur. Willy De Nolf (°Eine, 28.12.1917 +Leuven, 6.10.1981). Vandaag is de groep aktief in volgende sektoren : drukkerij, nieuwsmagazi¬nes in beide landstalen, weekbla¬den voor managers en bedrijfsleiders, magazines voor de industrie, sportbladen, seniorentijd¬schriften, jaarboeken, tijdschriften die zich richten tot jonge gezinnen met kinderen, betalende regionale weekbladen, gratis huis-aan-huis-bladen die een quasi volledige dekking van Vlaande¬ren ver¬zekeren, boekenuitge¬verij en boekenclub, evenementen-organisatie, media-research en media-advies, publiciteitsregie voor de eigen bladen en die van derden, regionale televisie.

In 1955 wordt gestart met twee nieuwe edities 'Izegem' (13.000 ex.) en 'Tielt' (14.000 ex.) naast de inmiddels omgedoopte editie 'Advertentie Roeselare' (25.000 ex.). In 1956 is de 'Roeselaarse Weekbode' uitgegroeid tot buiten de stadsgrenzen en wordt de naam gewijzigd in 'Weekbode'; een tweedehands-typo-rotatiepers wordt aangekocht. In 1957 wordt het concurre¬rend lokale weekblad 'De Mandelbode' overgenomen. In 1958 start de 4de editie van 'Adverten¬tie' : Ieper (21.000 ex.). De capaciteit van de drukkerij wordt opgevoerd door de aankoop van een tweede typo-rotatiepers. In 1960 wordt het weekblad 'De Oude Thorhoutenaar' overgeno¬men en omge¬vormd tot de 5de streekeditie. In 1963, na jaren van groei, wordt besloten een nieuwe drukkerij te bouwen aan de Meiboomlaan te Roeselare, ook vandaag nog het hoofdkwar¬tier van de groep.
In 1964 wordt 'Advertentie Groot-Antwerpen' (178.000 ex.) gelanceerd en daarmee treedt Roularta voor het eerst buiten haar geboortegrond West-Vlaanderen. Begin 1965 wordt met de uitgave van 'Advertentie Groot-Gent' (87.000 ex.) gestart. Tussen 1965 en 1971 worden nog volgende edities uitgebouwd van de groep huis-aan-huisbladen die toen de naam GROEP E3 - verwijzend naar deze belangrijke verkeersader, thans E17 - kregen opgeplakt : E3 Diksmuide (1966; 9.000 ex.), E3 Veurne (1967, 16.500 ex.), E3 Groot-Brugge (80.000 ex.), Waasland (75.000 ex.), Eeklo (29.000 ex.), Zuid-Vlaanderen (90.000 ex.), Vlaamse Ardennen (1968). In 1969 bereikt de wekelijkse oplage van deze bladen meer dan 1 miljoen exemplaren. In 1970-1971 worden de resterende streken afgedekt : Groot-Aalst, Dendermonde, Ninove, Geraardsber¬gen, Leuven, Mechelen, Oostende. Parallel worden regionale bureaus opgericht die instaan voor de publiciteitsacquisitie. Het spreekt vanzelf dat de bestaande regionale weekbladen uit de veroverde streken deze opgang met node aanzien. Een tweede bemerking is deze : via de uitgave van een zeer dicht netwerk van huis-aan-huis-bladen in geheel Vlaanderen ontwikkelt Roularta een diepgaande know-how van de publici¬teitsmarkt en van het economisch weefsel van het gewest.
Met de overname van 'Het Ypersch Nieuws' verovert 'De Weekbode' een belangrijk nieuw territorium. De drukkerij wordt dan ook uitgebreid met nog een nieuwe rotatiepers, ditmaal met kleurmogelijkheid. Het kapitaal wordt daartoe overigens opgetrokken tot 25 miljoen BEF.

In februari 1971 wordt 'Knack' gelanceerd. Vanaf 1972 neemt de zoon van dhr Willy De Nolf, dhr Rik De Nolf, de magazine-poot van Roularta onder zijn hoede. Ook diens zwager, dhr Leo Claeys, zoon van Louis Claeys uit Zedelgem, treedt aan in de groep en neemt de technische zaken van de drukkerij ter harte. 'Knack' vestigt zich te Brussel en, eveneens in de hoofdstad, wordt een bureau voor nationale reklameregie geopend. 'Knack' wordt de springplank naar de nationale uitbouw van Roularta. Tegelijkertijd (1972) wordt de drukkerij uitgebreid met offset-kleurenpersen (rotatie- en vellendruk) en wordt het kapitaal op 110 miljoen BEF gebracht.
Op 15.3.1975 wordt Trends, een financieel-economisch veertiendagelijks blad, op de markt gebracht. In 1976 verschijnt de franstalige tegenhanger 'Tendances'. Het betreft echter geen vertaling van 'Trends'. Beide bladen hebben onafhankelijke redacties en kunnen daardoor de verschillende gevoeligheden van de beide landsdelen ook beter bespelen. Daarmee zet Roularta de eerste stap over de taalgrens, wat toen zeker geen evidentie was. 1976 is ook het jaar van de lancering van 'Family' (h-a-h, vierkleuren, magazineformaat, 1,1 miljoen ex.). Ook de Weekbode-groep wordt aangevuld met een Tieltse editie : 'De Zondag'.
In 1977 wordt er weer gebouwd : een produktiehall van 5.000 m² en voorzieningen voor het personeel, ondertussen reeds 350 man te Roeselare. De drukkerij is volledig overgegaan van lood naar fotografisch zetwerk. In maart 1978 wordt een nieuwe Harris-kleurenrotatiepers voor o.a. de magazines in gebruik genomen. In 1979 wordt verder geïnvesteerd in fotografische zetap¬paratuur en wordt de administratie voorzien van een geïntegreerd computernetwerk. Ook in 1979 krijgen de oude 'Advertentie'-bladen een nieuwe 'look' en wordt de titel gewijzigd in 'De Streekkrant'. De oplage ligt dan op 2,1 miljoen exemplaren, gespreid over 44 edities en 10 lokale kantoren in Vlaanderen. De Weekbode-groep wordt uitgebreid met een 8ste editie via de overname van 'De Zeewacht' en in 1981 neemt dit weekblad het 'Nieuwsblad van de Kust' over. Inmiddels was op 20.3.1980 "Sport Magazine" gelanceerd. Twee nieuwe Harris-offset krantenpersen worden geïnstalleerd zodat alle edities van 'De Streekkrant' in eigen huis kunnen gedrukt worden. In het begin van de jaren 80 begint de groep aan de juridische opsplitsing van haar structuren. In 1981 wordt gestart met een wekelijkse extra-bijlage bij 'Knack', een city-magazine voor Antwerpen : 'Knack-Antwerpen'. In februari 1981 lanceert Roularta een franstalige tegenhanger van 'Sport Magazine'. In september 1981 lanceert Roularta 'De Sportkrant', een sportweekblad voor West-Vlaanderen. Op 6 oktober 1981 ontvalt de stichter van de Roularta groep, dhr Willy De Nolf, aan de familie en aan het bedrijf; hij wordt onder massale belangstel¬ling ten grave gedragen : plots wordt duidelijk welke invloed uitgaat van de groep. Zijn echtgenote, Marie-Thérèse De Clerck, neemt echter de rol van mater familias in de beste Westvlaamse industriële traditie over. Begin 1982 wordt 'De Nieuwe Boekenkrant' gelanceerd. In mei 1982 wordt het 'Belang van West-Vlaanderen' opgericht : het gaat hier om een samenwerkingsakkoord voor de werving van merkreklame tussen Roul¬arta en het 'Brugsch Handelsblad' (van de familie Herreboudt; niet alle leden van deze familie zijn even blij met deze samenwerking waarin zij enkel de voorbode zien van een dreigende overname). Later zal deze benaming gecontesteerd worden door 'Het Belang van Limburg' (Concentra) en wordt de naam gewijzigd in 'Krant van West-Vlaanderen' (september 1982). Op 24 februari 1983 wordt een franstalig nieuwsweekblad, 'Le Vif Magazine', op de markt gebracht dat het instituut 'Pourquoi Pas ?' van Marc Naegels naar de kroon steekt op de Brusselse markt . In maart 1984 wordt 'Industrie Magazine' gelanceerd in samenwerking met de uitgeverij Biblo. Daarmee slaat de groep een nieuwe weg in : deze van de joint-ventures. In 1984 wordt ook het kwaliteitsblad 'Culinair' overgenomen, dat twee jaar later zou overgaan in het hernieuwde VTB-blad 'Uit' (1986). In 1985 is 'De Weekbode'-groep nogmaals aan uitbreiding toe met de overname van 'De Torhoutse Bode' (°1860) van de familie Becelaere. Het blad wordt samengesmolten met 'De Torhoutenaar'.

In februari 1986 sluit 'Le Vif' een samenwerkingsakkoord met de Franse groep L'Express en wordt de titel gewijzigd in 'Le Vif-L'Express'; het weekblad wordt bovendien aangevuld met een bijlage 'Weekend L'Express'. Daarmee volgt 'Le Vif' het voorbeeld van 'Knack' dat in 1984 ook zo'n gekoppelde bijlage kreeg (gegroeid uit de zelfstandige uitgave 'Weekendblad' die op 3.1.1983 op de markt was gebracht). Ook 'Sport Magazine' (°1980) ondergaat in 1986 een gedaanteverwisse¬ling : via een samenwerking met Hoste, toen nog in handen van de 'groep Vink', wordt het omgewerkt tot Sport 80, later Sport 90, dat wekelijks verschijnt. In 1990 wordt de participatie van uitgerij Hoste overgenomen, en in 1992 leidt een nieuwe samenwer¬king met het grote Rossel (Le Soir) tot het ontstaan van twee magazines : 'Sport Magazine' voor de algemene sport, en 'Voetbalmagazine' (°5.8.1992) als gespecialiseerde evenknie. Beide bladen verschijnen in de twee landstalen. In 1987 nemen 'Trends' en 'Tendances' de wekelijkse periodiciteit aan. In datzelfde jaar wordt de formule 'Deze week in ..." uitgewerkt, gericht op de grote Vlaamse steden. Op 28 oktober 1987 wordt de NV Vlaamse Televisie Maatschap¬pij (VTM) voor de notaris opgericht en daarin neemt Roularta een participatie van 11,11 %. In 1988 ontstaat het adviesbureau 'Top Consult' (zie verder). In 1988 wordt 'Pourquoi Pas ?' (°1910) overgenomen, volgens het vakblad 'Pub' voor 360 miljoen BEF. Het blad had het aartsmoeilijk gekregen door de onverbiddelijke concurrentie van 'Le Vif/L'Express' ('PP ?' wordt op 6.1.1989 gekoppeld aan 'Le Vif'). Deze overname zet in franstalig België veel (politiek) kwaad bloed (en het is zeer wel mogelijk dat deze overname de rechtstreekse aanleiding is geweest tot de latere politiek geïnspireerde lancering van 'L'Instant' op 7 september 1991 - zie onze bespreking van de groep TVV/EFB). Eveneens in 1988 wordt 'Baby' overgeno¬men en lanceert Roularta in samen-werking met het Parijse Bayard Presse de dubbeltitel 'Onze Tijd' en 'Notre Temps', een maandblad voor senioren, op de Belgische markt. En aan de overnames - vooral van regionale bladen - lijkt geen eind te komen : 'De Aankondiger' (1989), het Turnhoutse huis-aan-huis-blad 'Ekspres' (1990, 71.000 ex.), ''t Reklaam' (1991), het Kempense 'Het Zoeklicht' (1991), 'Uw Annoncenblad' (1992), 'Vilvoordse Post' (1992). Ook 'Belgian Business' wordt opgeslorpt (februari 1992, samen met 'Industrie' versmolten tot het maandblad 'Belgian Business & Industrie').
In 1990 nemen Roularta, tapijtfabrikant Beaulieu, de Bank van Roesela¬re, de vzw Kristelijke Zieken-fondsen en de immobiliënmaatschappij Dandi¬mo van de groep Bouc¬quillon het regio¬nale televisiestation RTVO uit Kortrijk over.
Vanaf eind november 1991 turnt Roularta de tele¬visiekaternen van het 'Weekend L'Express' en van 'Weekend Knack' om tot volwaar¬dige televisiemagazines : beter papier en uitge¬diepte redaktionele informatie met portretten en achtergrondge¬gevens, 'Télévif' en 'Teleknack'. Ze blijven beide echter een onderdeel van de zgn. weekend bijlage en zijn dus niet zonder het hoofdmagazine verkrijg¬baar. Met de overname in 1990 van het 'Brugsch Handelsblad' (°23.6.1906), en het 'Kortrijks Handelsblad' verwezenlijkt Roularta een jarenlange droom : de aanwezig¬heid met de Weekbode-groep op de belangrijke stedelijke Brugse markt. De oplage stijgt hierdoor ook uit tot boven de 100.000 ex. Door die aanwezigheid in de Westvlaam¬se hoofdstad concreti¬seert de 'Krant van West-Vlaanderen' immers nu pas tenvolle haar identiteit.
Rond de uitgaven worden ook allerlei initiatieven ontwikkeld, zoals Roularta Books (boekenuitge¬ve¬rij, 1989), Mediaclub (lezersservice) en Roularta Events (organisatie van evenementen, 1990). Mede daardoor wordt de Roularta-groep 'incontournable'.
Door de gestage schaalvergroting diende eens temeer de drukcapaciteit uitgebreid : in 1991 een magazinepers (Harris M 4000) en een hybride krantenpers (Harris M 1600); in 1993 nog een Mitsubishi-magazinepers. Verder worden de prepress-activiteiten verder geïntegreerd en geïnforma¬tiseerd (modemlijnen, DTP, duplicaatdia rechtstreeks vanuit diatheek op film).
In februari 1992 wordt 'Style' gelanceerd, een maandelijks life-style supplement voor Trends. Augustus 1992 brengt een joint venture tussen Roularta en de groep Rossel in de uitgave van twee nieuwe sportbladen 'Sportmagazine' en 'Voetbal/Foot', waarin het oude 'Sport 90' overgaat.

Sinds 14.1.1993 wordt 'Talent' (per¬soneelsadver¬tenties) wekelijkse als bijlage aan 'Trends' toegevoegd. Het betreft hier een joint venture die volgende uitgeverijen verenigt rond het initiatief : Tijd, Roularta, La Libre Belgique en Editeco (L'Echo).
In het najaar van 1993 raakt de groep betrokken bij de alliantie 'Mediabel' (Nynex-USA, Déficom, Roularta, VUM) die de uitgave van de 'Gouden Gids' wil gaan realiseren maar uiteindelijk besliste Belgacom de uitgave in eigen beheer te nemen. In oktober 1993 lekt uit dat tussen de groep en de VUM plannen bestaan om samen een goedkoop (15 BEF) dagblad, gecentreerd op het televisiege-beuren, uit te brengen. Eind december wordt dit plan echter afgeblazen. In maart 1994 raakt bekend dat Roularta samen met VUM en de Financieel Ekonomische Tijd electronisch uitgeven aan het bestuderen is. Vanaf 30 mei 1994 verschijnen de weekbladen Trends en Tendances op maandag; dit heeft te maken met de fusie van het weekblad 'Kapitaal' en het 'Beleggen'-katern van Trends tot 'Cash ! Trends' (tabloïd-bijlage van ca. 32 blz. op roze papier à la 'Financial Times'). In augustus 1994 start Roularta, aan de zijde van VUM, onderhandelingen over de overname van de groep Het Volk en verklaart in oktober niet geïnteresseerd te zijn in het dagblad, wél in de drukkerij en in de weekbladen .

Roularta heeft zich toegelegd op 'narrow casting' of doelgroepen-media (RMG zelf spreekt van 'the targeted media' ) en blijft daardoor ook weg uit de zuigkracht die het nog steeds oprukken¬de televisiemedium teweegbrengt .
Gazet van Antwerpen 30 september 1991
Dagbladprijs en broodprijs. Evolutie 1891-1991
Edited: 199109300961
VANDENBUSSCHE Paul (BRT), TESSENS Lucas (NFIW)
Etherreclame en betwiste cijfers (2 artikels in Gazet van Antwerpen)
Edited: 198601060961


ARCH MERS: 19860106 & 19860107
Anton Brand (in: Nieuwsblad van het Noorden 16 augustus 1985)
Recensie van: Jacques Presser – Louter verwachting, Autobiografische schets 1699-1919. Arbeiderspers, Amsterdam, 174 blz.
Edited: 198508160959
Wie de betrekkelijkheid der dingen kan inzien, bezit een groot vermogen: genuanceerde oordelen zijn veelal gebaseerd op het inzicht dat elke medaille twee kanten heeft. Wie dat inzicht min of meer absoluut maakt en toepast op elke ervaring of uitspraak, loopt echter een groot gevaar: hij kan niets meer beweren zonder in één adem ook het tegendeel te zeggen. Gaat het om zaken die van ondergeschikt belang zijn, dan kan dat over-relativeren behoorlijk irritant worden.

Jacques Presser (1899-1970), historicus en schrijver, bezat het vermogen en ontsnapte niet aan het gevaar: alom gewaardeerd als een van de belangrijkste geschiedkundigen van deze eeuw — met Huizinga, Romein en Geyl —, was hij ook omstreden. Zijn overtuiging dat tegenover ieder ‘enerzijds’ een ‘anderzijds’ stond, leidde ertoe dat hij al te vaak niet aan een oordeel toekwam – en wie daarop zat te wachten, raakte teleurgesteld of geïrriteerd.

Als iets kenmerkend is voor Louter verwachting, de ‘autobiografische schets’ die Presser van zijn jeugdjaren schreef, dan is het dat bodemloze relativeren. Ook, of misschien wel juist, waar het ogenschijnlijk onbeduidende voorvallen betreft. Zo herinnert Presser zich dat hij als kind er eens op uit gestuurd werd om een portie maag te halen — voedsel, ‘gelig van vet’, dat hem met een ‘afgronddiepe walging’ vervulde. Onderweg werd hij gevolgd ‘door snuffelige en opdringerige straathonden’. Hij concludeert: ‘Misschien moet ik daaraan mijn ambivalente houding tegenover deze beste vrienden des mensen toeschrijven, misschien ook niet.’ Het is Presser ten voeten uit en tekent de manier van redeneren en argumenteren in de ‘autobiografische schets’.

Het neemt allemaal niet weg dat Presser wel degelijk oordelen had: zijn socialistische overtuiging, marxistisch geïnspireerd, bleef hij een leven lang trouw (maar hij werd nooit lid van een politieke partij). Het antisemitisme en het fascisme, waaronder hijzelf zwaar te lijden kreeg, heeft hij in woord en geschrift emotioneel bestreden. En hoe hij zijn kennis van de geschiedenis moest overdragen, wist hij beter dan menigeen: als docent en later als hoogleraar was hij een erudiet verteller en een voortreffelijk pedagoog. Al vonden sommigen ‘dat je er niets aan had’.

Omzichtig
Presser begon aan zijn autobiografische schets in 1963, toen de eerste versie van Ondergang – zijn monumentale werk over ‘de vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom, 1940-1945’ – gereed was. Verschillende malen moest hij het schrijven eraan voor andere werkzaamheden onderbreken, en zo waren er bij zijn dood op 30 april 1970 maar twee hoofdstukken af: herinneringen aan zijn jeugd in Amsterdam en Antwerpen, aan familieleden, zijn schooltijd, zijn eerste werkkring op een Amsterdams effectenkantoor.

Presser werd op 24 februari 1899 aan het Waterlooplein geboren, de zoon van een joodse diamantbewerker, die in 1903 besloot zijn geluk in Antwerpen te beproeven. Van het vierjarige verblijf daar herinnert Presser zich nog dat zijn naam ‘Jaak’ in ‘Jacques’ veranderde — weinig meer. Terug in Amsterdam kwam het gezin in de Transvaalbuurt terecht. Presser bezocht er de lagere school, de vijfjarige hbs en — nadat hij in de derde klas bleef zitten — de Openbare Handelsschool.

Na zijn eindexamen, in 1917, belandde hij op het effectenkantoor. Hij voelde zich er in een gevangenis en verzwijgt dus de echte naam van het kantoor. ‘Kopperlith & Feekel’ noemt hij het, deels ontleend aan Multatuli’s Woutertje Pieterse. Het mag, denk ik, kenmerkend zijn voor de manier waarop Presser mensen beschrijft en typeert: omzichtig, terugdeinzend voor een oordeel. De geschiedenis, en ook de muziek en de literatuur, waren hem minstens of in elk geval net zo lief. Dat was voor de oorlog al zo en meer nog daarna: Dé Appel, de vrouw met wie Presser in juli 1936 trouwde, werd in 1943 opgepakt en meteen op transport naar Sobibor gesteld. Haar dood heeft Pressers leven dramatisch beïnvloed. Na de oorlog hoopte hij nog op haar terugkeer, en – zo ontleen ik aan een recent artikel van Presser-biografe Nanda van der Zee in de Haagse Post – hij hield zichzelf voor dat Dé aan geheugenverlies leed en de weg niet kon terugvinden. Eerst in augustus 1960 trouwde hij opnieuw. Ondergang, dat in 1965 verscheen, werd zijn afrekening met de oorlog – voor zover het ooit tot een afrekening is gekomen.

Veelzijdig
Presser dankt zijn naam natuurlijk vooral aan zijn grootste werken als historicus: Ondergang, Napoleon (in 1946 verschenen, maar al in 1940 geschreven) en Amerika (1949). Maar hij schreef ook proza en poëzie, en het is juist in de veelzijdigheid van zijn oeuvre dat zijn vele talenten, maar ook zijn vele gezichten naar voren komen.

De eerste gedichten verschenen — los van enige uitgaven in eigen beheer — na de oorlog: Orpheus en Ahasverus (1945), product van de periode waarin Presser was ondergedoken. In 1957 publiceerde hij De nacht der Girondijnen, een novelle over het doorgangskamp Westerbork, die met de Van der Hoogtprijs werd bekroond en spoedig alom werd vertaald. Maar hij schreef ook detectives: Moord in Meppel (1953), Moord in Moordrecht (1962), Moord in de Poort (1965).

Opvallend is het grote aantal pseudoniemen waarvan hij zich bediende — niet, lijkt het, om aan verschillende stijlen recht te doen, meer door de omstandigheden of door zichzelf gedwongen. De Tachtigjarige Oorlog, een studie die Presser onder meer met Jan Romein schreef, kon in 1941 alleen verschijnen doordat Presser zich achter de naam B.W. Schaper verschool. Maar toen hij in 1948 een bijdrage leverde aan een bundeltje School-Idyllen was zijn schuchterheid doorslaggevend: hij noemde zichzelf ‘J. Drukker’ om het bezwaar te ondervangen ‘dat men de door mij genoemde school zou herkennen’. Weliswaar schrijft hij in zijn autobiografie dat hij achteraf zijn ‘geremdheid van toen’ niet begrijpt -, het neemt niet weg dat jarenlang, voor het laatst in 1959, ook achter J. van Wageningen, Janus, J. van Dam en Haggi Mami Reis (de naam waaronder hij Moord in Meppel schreef) Jacques Presser schuilging.

Het is de vraag of Presser, had hij langer geleefd, zijn autobiografie ten einde zou hebben geschreven. Een autobiografie gaat over mensen, per definitie, en Presser was er de man niet naar om zijn ervaringen met hen makkelijk te verwoorden, zeker na de oorlog niet. Homo homini homo luidt het motto dat hij — vrij naar Thomas Hobbes — aan De nacht der Girondijnen meegaf: de mens is voor de mens een mens. Erger dan een wolf. Veelzeggender kan het niet.
VUM
20 september 1984: VUM lanceert nieuw dagblad '24 uur'. De prijs van een los nummer bedraagt 17 frank.
Edited: 198409200561

Het blijft tot op vandaag een raadsel hoe de lancering van zo'n pulpblad de goedkeuring kon krijgen van de raad van bestuur en van het management van de VUM. Wat was de werkelijke target? Wij hebben enkel een hypothese.
Feit is dat de dagbladhandelaars, onder leiding van de flamboyante Fons Moelans, het blad boycotten. Achter de schermen werd hij hierbij geholpen door Jan Merckx. Met medeweten van Merckx werden tijdens de nacht enkele schoten afgevuurd op het kantoor van Het Handelsblad aan de Frankrijklei te Antwerpen. (to check: exacte datum)
Kernredactie: Huib Crauwels (ex-Trends), Mare Van Cauteren (ex-De Standaard), Hilde Geens (ex-Knack, ex-De Zwijger),Josefien Overeem (ex-Pub), Luk Neuckermans (ex-Belga). Werner Van de Walle (ex-Trends, ex-De Morgen), enz.
Op 26/10/1984 verdwijnt het dagblad van de markt.























Hieronder de beschouwingen van Frans Crols in Trends van 21 september 1984:


TESSENS Lucas (coördinatie uitgifte postzegel)
24th World Congress of international Federation of Periodical Press - Periodieke Pers - Presse Périodique (FIPP)
Edited: 198303190928

Date of issue: 19th of March 1983.
OBC/COB numbers: 2084
Created by: Composition : Louis Van Besouw /De Schutter
Perforation: 11 1/2
Size: 35 mm x 24 mm
Composition of the sheets: 30
Printing Process: Screendeepprint
Number of plates: 1-2
Printing Run: 3.000.000ex
Paper: P5 (see paper Types)
2084 -20F - Allegory
Louis Van Besouw werkte toen bij de Tijdschriften Uitgevers Maatschappij (TUM), de Belgische dochtermaatschappij van VNU.
De lancering van de postzegel kon rekenen op de steun van de filatelistische kringen en veel goodwill van het kabinet van Paula d'Hondt.
Er waren 5 voorverkopen: Dendermonde (De Voorpost/Uitgeverij De Cyuper), Brussel (Postmuseum op de Zavel), Antwerpen (lokalen TUM), Verviers (Télépro), Charleroi (Dupuis).
De gehele briefwisseling aangaande de uitgifte van deze postzegel berust in het archief van het Media Expert Research System (MERS).
De allegorie werd overgebracht op twee grote schilderdoeken. Die dienden ter versiering van de conferentiezalen in het Brussels Hilton Hotel.
Het congres ging door van 9 tot 11 mei 1983 o.l.v. Congress Director L. Tessens.


Begeleidende tekst:
De Internationale Federatie van de Periodieke Pers (F.I.P.P.) werd in 1925 opgericht en wordt door de UNESCO als gesprekspartner aanvaard. In dat kader vertegenwoordigt F.I.P.P. de nationale verenigingen van de tijdschriftenpers en ook individuele uitgeverijen. De Federatie, met haar gespecialiseerde commissies, houdt zich bezig met alle vragen die de periodieke publicaties aanbelangen en waarvoor op internationaal vlak een oplossing dient te worden gevonden. De doelstellingen van de Federatie zijn meer bepaald: – de vrijheid van de nieuwsverspreiding, de ideeën en de kennis ondersteunen; – de ethische en materiële belangen van de tijdschriften pers verdedigen; – het vertrouwen van het publiek in de periodieke pers verstevigen en haar waarde als medium voor mondiale en inter-personele communicatie doen erkennen; – het gebruik van de periodieke pers als efficiënt middel voor de marketing en de publiciteit van goederen en diensten promoveren; – gelegenheden voor haar leden creëren waarbij zij hun kennis, hun ervaringen en hun ideeën kunnen uitwisselen. De organisatie van internationale officiële contacten waarop die uitwisseling kan gebeuren; – in voorkomend geval optreden voor de belangen van allen. Het wereldcongres van de F.I.P.P. vindt dit jaar plaats te Brussel van 11 tot 13 mei 1983. De Nationale Federatie der Informatieweekbladen (N.F.I.W.) nodigt de uitgevers van de Periodieke Pers uit elkaar te ontmoeten. De N.F.I.W. vertegenwoordigt 47 weekbladtitels in België. Op bijzondere wijze leveren deze uitgaven een grote bijdrage aan de verscheidenheid van de opinies, de attitudevorming en de verbreiding van ideeën, en dat in een steeds ingewikkelder maatschappij. De 47 titels van de N.F.I.W. bereiken wekelijks meer dan 9 miljoen lezers in België. Hun zakencijfer van ongeveer 7 miljard frank bewijst zeker dat ook de economische waarde van de weekbladpers niet onderschat mag worden. In een periode van versnelde technologische ontwikkeling en van internationalisering van het mediabeleid is de N.F.I.W. zeer verheugd uitgevers van de gehele wereld te kunnen verwelkomen in het hart van Europa, België.


Noot Lucas Tessens: De organisatie van dit congres moest ook zorgen voor een erkenning van de weekbladpers op binnenlands politiek vlak. De aanloop tot en het congres zelf situeerden zich in de context van de discussie rond de toetreding van de pers tot de commerciële omroep in Vlaanderen. Zonder notoriëteit en politieke geloofwaardigheid zouden de weekbladen in deze discussie geen rol toebedeeld krijgen. Het organisatie van het congres door de N.F.I.W. moet uitdrukkelijk in dat élan worden bekeken.
D'Hondt Paula
Persvoorstelling FIPP-postzegel. Voorverkoop Antwerpen en Dendermonde. 18 maart 1983. Toespraak.
Edited: 198303181801
LT
Restaurant La Pérouse te Antwerpen op het Avondmaal ter gelegenheid van de tweede vergadering van de Kongreskommissie van het 24ste Wereldkongres van de FIPP aangeboden door het bestuur van de Nationale Federatie der Informatieweekbladen (NFIW).
Edited: 198110282301
Op het menu: Turbotin Edouard Berghaud, Faisan du marquisat, Soufflé glacé et mousse au café, Moka, Pousse-café, overgoten met: Champagne Laurent Perrier, Pouilly Fumé-Chateau de Tracy M.O. 1979, Chateau Classe Spleen (Médoc Jeroboams M.D.C. 1976). (bron: menu gezeefdrukt op houten blokje met logo's NFIW en FIPP).


De organisatie van dit diner was in handen van Raoul Stuyck, PR Officer.
wiki
26 augustus 1976: kunstenaar Jan Cockx vermoord in zijn woning te Boechout
Edited: 197608261045
Jan Cockx (Boechout, 1891 - Boechout, 26 augustus 1976) was een Belgisch kunstschilder en keramist. Hij begint als schilder, waarbij zijn vroege werk is beïnvloed door het fauvisme. Hij gebruikt uitbundige kleuren en houdt van grote vlakken.

Biografie
Tijdens de Eerste Wereldoorlog moet hij zijn studie aan de Antwerpse Academie onderbreken en wijkt hij uit naar de streek van Diest. Hij gaat meer de kubistisch-abstracte richting uit. Hij sluit zich aan bij diverse kunstkringen zoals Moderne Kunst, Ca Ira en Doe Stil Voort.

Hij exposeerde onder meer in Parijs (1920), Antwerpen (1922) en Genève (1923).

Vanaf 1924 legt hij zich toe op avant-gardistische keramiek en wordt de eerste zelfstandige keramist van Vlaanderen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkt hij om den brode voor de Duitse Organisatie Todt, wat hem in kunstkringen na de oorlog zeer kwalijk wordt genomen.

In 1950 keert Cockx terug naar Boechout. Hij is een veelzijdig kunstenaar en vervaardigt ook lino- en houtsneden, ontwerpt tapijten en meubels en maakt monumentale muurschilderingen.

Op zaterdag 28 augustus 1976 wordt hij vermoord aangetroffen in zijn woning te Boechout. Hij blijkt te zijn doodgeschoten aan zijn tafel. Hij is dan 85. Deze moordzaak werd nooit opgehelderd.

De gemeente Boechout heeft zijn naam verbonden aan een tweejaarlijkse prijs voor schilderkunst, uitgereikt aan kunstenaars onder de dertig jaar.

Sint-Lievenscollege Antwerpen - Economische 1972 - E72 - Een topklas in woelige tijden
Edited: 197206301265
1ste rij: Marc Van Look, François Van Overloop, Lucas Tessens, Guido Hendrickx, Martin Van Bockhaeven, Wout Van Beek
2de rij: Raymond Dalving, Jef Robbroeckx, Dirk Van Huyck, Walter Arnouts, Wilfried De Ley, Luc Anthonissen
3de rij: Johan Franssen, Rudy De Paep, Benny Janssens, Marc De Cuyper, Marc De Bruyne, Karel Deckers, Walter Luyts (titularis)

28 februari 1970: eerste Vlaamse Dolle Mina contactvergadering te Antwerpen
Edited: 197002280912
"De maxi-mode was nog niet zo lang geleden gelanceerd en alles zat er door elkaar: vrouwen in lange jurken, vrouwen in jeans, in minirok en ook enkele mannen."
bron: 201603311741: 46

Noteer dat het hoofdkwartier gevestigd was op volgend adres: Oude Koornmarkt 30, Antwerpen
LIS C.
Woontoestanden en gangensaneringen te Antwerpen in het midden der 19e eeuw, in: BTNG, 1969, pp. 93-131
Edited: 19690071
Alhoewel het artikel over de periode tot 1853 gaat, bevat het toch een interessante kaart over de huizen waar cholera in 1866 werd vastgesteld: S.A.M.A., 748/68, Cjolera, Plan indiquant par une teinte noire les maisons où le choléra a sévi pendant l'épidémie de 1866 (22-1-1867).
Hieronder het artikel (wel even doorscrollen naar het tweede artikel):
J. HANNES Assistent aan het Seminarie voor Hedendaagse Geschiedenis, R.u.G. en С LIS Aspirante N.F.W.O
DE SOCIALE HIERARCHIE IN DE WONINGBOUW ANTWERPEN OMSTREEKS 1834 en WOONTOESTANDEN EN GANGENSANERINGEN TE ANTWERPEN IN HET MIDDEN DER 19e EEUW
Edited: 196900000902
Social Hierarchy In Housing. Antwerp About 1834: How rich are rich people, how poor are poor people ? This is a much vexing question, especially when asked for the last century. The problem is to construct a kind of pyramid, where everyone has a definite place according to his wealth or lack of it. But how to build such a pyramid ? The authors started from the assumption, that there exists a correlation between the value of the habitation of the invidual and his financial situation. The value of the habitation is indeed well known, at least at a definite moment of the past century, owing to the compilation of the land registry. This goes, in Antwerp, for the year 1834. We do know, for that year, the value of any dwelling in Antwerp. The next step is to find out about the wealth of the people living in the most expensive houses and, on the other hand, of the people living in the least expensive. As regards the richest people, we can derive a fairly accurate idea of their place in the hierarchy of wealth by using the returns of the licence fee, a tax related to the importance of their business. It appears that there is a striking degree of conformity between both series. The same goes for the poor people living in shabby dwellings. Here one can know more or less how poor they are because they are the people on relief. On first sight, one would feel that this is a case of making sure in a painstaking way of what was known beforehand. But this would be a false assumption : for most of the 19th century, and for most towns, the documents (e.g. licence fee) helping us to gain insight into the real wealth of people are lost. But the land registry records are fairly well preserved. As it has been by now established that the correlation between the value of the inhabited house and the wealth situation is extremely high, the method developped by the authors makes it possible to reconstruct the real hierarchy of wealth or poverty for any given population. — Slum-Sanitation : A Central Problem In The Way Of Life Of The Working People. (Antwerp, 19Th Century): One of the most inescapable consequences of the growth of the industrial town (and even of the not so industrial town) in the past century is, that housing conditions of the factory workers and poor people rapidly took a turn for the worse. The accumulation of demographic, economic and social pressures made the actual housing conditions the very imbodiment of the squalid way of life of the 19th century factory worker, and more attention should be paid to the problem of the slums in the 19th century than has been in the past. In Antwerp — and in most Belgian towns — the basic problem in matters of working class housing was not so much the lack of space as the population increased, than slum construction as a highly profitable investment, in the shape of a huge number of small dwellings built around an inner court or a small street. There was no individual sanitation nor individual water supply. People had to help themselves from a small number of installations for common use. The reason, of course, was to keep the cost of the building of the slum as low as possible. The result was that life in a slum was a constant fight for water and sanitation. The three heavy cholera epidemics of the 19th century had terrific effects in these slums, and this made a slight impact on the minds of the upper classes. The first attempts at sanitation in the towns are the result of that shock. Surveys and projects were contemplated. But there were the owners of the slums to consider too, and it soon became clear that they wanted to keep things as they were. The fight lasted for nine years, and yielded, as far as slum-sanitation is concerned, negligible results : in no more than half of the slums was some work on sanitation done, and even there, no more than shortlived improvements were achieved. This goes to say that research on the fight for slum-sanitation yields its real dividend in a good knowledge of the basis indifference amongst the wealthy towards the very right to existence of the poor.

Manu van der AA
Edited: 196400000063
Manu van der Aa (° Turnhout, 1964) studeerde Germaanse Filologie aan de Universiteit Antwerpen. Na een korte carrière als boekhandelaar in Antwerpens laatste ‘echte’ boekhandel, Veritas, begon hij in 1994 leraar Nederlands aan het Technisch Instituut Sint-Paulus te Mol. Hij was van april 2002 tot januari 2004 als onderzoeksmedewerker verbonden aan de toenmalige Ufsia voor de realisatie van de eerste fase van een project, o.l.v. de professoren K. Wauters en J. Gerits, dat de editie van Walschaps kritische werk uit het interbellum tot doel heeft (verschenen bij de KANTL in 2006). Doceerde Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Antwerpen en de Université Libre de Bruxelles.
Vanaf 1987 publiceert hij geregeld over voornamelijk Nederlandse literatuur in o. m. Streven, Knack, Kunsttijdschrift Vlaanderen & De Morgen. In 1994 verscheen van zijn hand E. du Perron en de avant-garde. Kroniek van een heilzame ziekte (Bas Lubberhuizen, Amsterdam). Hij is bestuurslid van het Gerard Walschapgenootschap en bestuurslid/sommelier van het E. du Perrongenootschap. In 2001 stond hij mee aan de wieg van het literair-historische tijdschrift 'Zacht Lawijd', waarin hij als redacteur publiceerde over o.a. Richard Minne, Henri Vandeputte, Jef Leynen & André de Ridder. In 2008 promoveerde hij aan de Rijksuniversiteit Groningen op een biografie van Alice Nahon, verschenen als 'Ik heb de liefde liefgehad'. Het leven van Alice Nahon (Lannoo, Tielt).
In 2013 bezorgde hij 'Fashion en andere dada's. Verzameld Nerderlandstaligwerk 1907-1921' van Paul-Gustave van Hecke. Momenteel werkt hij aan een biografie van P.-G. van Hecke (1887-1967).
LT
15 januari 1949: eerste nummer van het weekblad De Post van de Drukkerij NV Patria, Pompstraat 2-14, Antwerpen. Prijs: 10 frank.
Edited: 194901150961


De Post brengt het verhaal van mevrouw Kosenkina; in koude-oorlog-stijl.
Als beheerder van de NV Patria wordt vermeld: G. Deluyker, Lysenstraat 8, Antwerpen.
In 1950 wordt Patria gekocht door Cyriel Van Thillo.
De NV Patria gaf tot 1944 het dagblad 'De Dag' uit.
wiki
1/1/1946: Hector Carlier pleegt zelfmoord te Kalmthout
Edited: 194601010161
Hector Carlier (?, 1884 - Kalmthout, 1 januari 1946), bankier en industrieel was de zoon van bankier Jean Baptiste Ferdinand Carlier en Marie De Roy. Hij was gehuwd met Amelia Goossens.

Petrofina
Hector Carlier heeft samen met broer Ferdinand de Compagnie d'Anvers opgericht. In verband met de bankenwetgeving is deze later opgesplitst in Banque d'Anvers en Compagnie d'Anvers. Jean-Baptiste, zijn vader, was gedurende 30 jaar directeur van de Nationale Bank in Antwerpen.

In 1920 richtte hij samen met zijn broer Fernand en de toenmalige minister en latere premier Aloys Van de Vyvere de oliemaatschappij Petrofina op. Ze haalden hun olie in Roemenië, nadat ze eerst de Duitse rechthebbenden op die olie hadden vergoed.

Aan het succes kwam met de Tweede Wereldoorlog een abrupt einde. De raffinaderij in Duinkerke, de belangrijkste van Petrofina, werd verwoest. Na de oorlog werden de Carliers gezocht voor economische collaboratie. Hector pleegde zelfmoord op 1 januari 1946 op zijn landgoed De Boterberg in Kalmthout, broer Fernand vluchtte naar Brazilië.

Hector was in 1933 in Dover, in Groot-Brittannië, getrouwd met de 23 jaar jongere Nederlandse Amelia Goossens (overleden in 1989) uit Woensdrecht. Samen hadden ze drie kinderen, Amalia (+2001), Ferdinand (1935-1986) en Marie-Antoinette (1934-2007) die allen ongehuwd bleven.

De zusters Carlier leefden na de dood van hun moeder een eerder sober bestaan in het kasteel De Boterberg in Kalmthout.

Koning Boudewijnstichting
Marie Antoinette overleed in 2007 en schonk het ganse familiefortuin aan enkele particuliere erfgenamen en aan de Koning Boudewijnstichting in de vorm van een duolegaat.

Fusie
Petrofina ging later op in Total S.A. en nog later in Elf Aquitaine om dan de naam te veranderen in Total.
bron: wiki 20170417
Antwerpen, 16 december 1944: V2-bom op Cinema Rex: 567 doden
Edited: 194412161523
Antwerpen, 16 december 1944: V2-bom op Cinema Rex: 567 doden
Edited: 194412161523
27 november 1944: slachtoffer van V2 in Antwerpen (Keyzerlei?)
Edited: 194411271112
PRIMS Floris
Radiotoestellen
Edited: 194404110915
11 april 1944: Door de Feldkommandatur wordt in Groot-Antwerpen, arrondissement Antwerpen, Lier en omstreken, het in bezit houden van radiotoestellen verboden. Alle toestellen zijn voor 18 april 1944 in te brengen, volledig en onbeschadigd. Uitgezonderd zij de Duitsers, de Wapen SS, de Wachtafdelingen, de N.S.K.K. (Luftwappe), enz. en degenen die een schriftelijke vergunning bekomen van den Feldkommandatur. Het is verboden toestellen naar andere districten over te brengen.
14 april 1944: Stadsverordening tot uitvoering van de radio-voorschriften van 11 april. Het stadsbestuur gelast zich met de inzameling.

Noor Lucas Tessens: Via het te betalen luistergeld wist de bezetter wie een radiotoestel bezat.

bron: 19460097: 141
28 augustus 1942: Razzia op joden te Antwerpen - Kaartje van de getroffen straten
Edited: 194208280961


bron: 201409091255
Sint-Jan-Berchmanscollege te Antwerpen. Grondplan op schaal 1/200. 1 mei 1939.
Edited: 193905011465


Bron: 38602
De Gazet (DBN)
Edited: 192802041183
4 febr. 1928 : De Gazet van Antwerpen publiceerde sedert 4.2.1928 een tweede kopblad onder de titel De Gazet (1928-1964), bestemd voor Oost- en West Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant. (Luyckx, bib. LT 10.18) (trefwoorden : life cycle)
HOMBERGEN Alphonse (18451215-19260310), uurwerkmaker. R.I.P.
Kwikslinger-klokje
Edited: 192603100905
Geboren te Oisterwijk (NL) en overleden te Antwerpen.
Hij maakte o.a. een fraai kwikslinger-klokje (privé-collectie).

LT
private radiovergunningen uitgereikt
Edited: 192506170061
"Het was vooral onder E. Anseele, Minister van PTT van 17 juni 1925 tot 21 november 1927, dat de eerste privévergunningen werden afgeleverd (Putseys, 1984: 52-60). Over hun precieze aantal bestaat geen eensgezindheid. Volgens de meeste bronnen telde België in 1937 achttien stations. Het belangrijkste privé-radiostation aan Franstalige kant was Radio Schaerbeek. Aan Nederlandstalige zijde waren dat Radio 't Kerkske te Antwerpen, de West Vlaamse Radio Omroep te Kortrijk en Radio Vlaanderen te Gent (Gillon, 1954)." (Burgelman, 1990: 56-57).
Putseys, J. (1986), Radiostrijd tussen de twee wereldoorlogen', Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, 12/1-2: 35-60.
Gillon, A., (1954), Historiek van de radiostrijd in België, Acta Catholica, 4: 167-182.

(test-extractie uit Time Line Maker - TLM)
22 maart 1924: Lodewijk De Koninck overleden te Retie
Edited: 192403220917
Lodewijk de Koninck (Hoogstraten, 30 oktober 1838 - Retie, 22 maart 1924) was een Vlaamse schrijver.

Hij studeerde aan de normaalschool te Lier en werd leraar in Antwerpen. Later werd hij een inspecteur van de Katholieke basisscholen en docent aan de normaalschool van Mechelen.

Als schrijver schreef hij gedichten die verwezen naar zijn katholiek geloof. Hij is vooral bekend van het in retorische alexandrijnen gestelde epos "Het menschdom verlost". Hij schreef ook het libretto van het oratorium Fransciscus van Edgar Tinel.

In de voorgevel van zijn huis in Sint-Martinusstraat (nr. 8) te Retie, was er vroeger het opschrift te lezen "Hier leefde en stierf dichter Lodewijk De Koninck 1924"

In Berchem werd in de Pulhofwijk een straat naar hem genoemd.

Bibliografie
Heibloemen (1869)
Krijgslied der Vlamingen (1873)
Het menschdom verlost. Tafereelen (1874)
Galerij van vaderlandsche tafereelen, opgehangen rond de wieg van P.P. Rubens (1878)
Ode aan Vondel (1879)
Verspreide gedichten (1880)
Ode aan Kiliaan (1882)
Het menschdom verlost (1883)
Het menschdom verlost. Heldendicht in twaalf zangen (twee delen op voorintekening) (vooral de geestelijkheid tekende in) (1883)
Karelslied (1884)
Hulde aan Edgard Tinel (1885)
Franciscus (libretto voor gelijknamig oratorium van Edgar Tinel, 1887)
Kerk en paus (1887)
Diest en de Heilige Joannes Berchmans (1888)
De wonderkerk van Hakendover (1896)
Het Heilig Bloed van Hoogstraten (1902)
Lofdicht over het Heilig Sacrament (1902)
Het werk der Zusterkens der Armen (?)
Rode Vaan (DB>WB)
Edited: 192109241597
24 sept. 1921: Dagblad De Rode Vaan opgericht te Antwerpen als orgaan van de Kommunistische Partij van België (life cycle) (bron : De Pers, nr 108, blz. 65).

Op 1 jan 1959 wordt het een weekblad. (Luykx 1978: 700).
Bellocq
Girl on the wicker chaise longue (ca. 1913)
Edited: 191300001445
intrigerende foto is nr 337 Bellocq, E.J. (USA, 1873-1949): Girl on the wicker chaise longue (ca. 1913), Storyville, New Orleans, ca. 1913, afdruk op daglichtpapier door Lee Friedlander, naar het oorspronkelijke negatief, 203x253, PMF Antwerpen: FP 74/17. Het naakte meisje lijkt wel versteend in haar pose. Foto (of negatief) lijkt beschadigd.




Storyville
DAENS Adolf
14 juni 1907: Adolf Daens overlijdt
Edited: 190706141561
Adolf Daens

Adolf Daens
Adolf Daens (Aalst, 18 december 1839 – aldaar, 14 juni 1907) was een Belgisch geestelijke en politicus. Hij gaf (samen met zijn broer Pieter) zijn naam aan het daensisme, een sociaal-vlaamsgezinde christendemocratische richting en beweging, waaruit een onafhankelijke partij werd opgericht, m.n. de Christene Volkspartij, waarvan hij ook het programma schreef.

Biografie[bewerken]
Hij volgde klassieke humaniora bij de paters jezuïeten in het Sint-Jozefscollege van zijn geboortestad Aalst. Nadat een poging om jezuïet te worden mislukte, werd hij priester. Getroffen door de mensonwaardige omstandigheden in de fabrieken van Aalst, ging hij zich interesseren voor het lot van de arbeiders en riep de daensistische beweging in het leven. Als uitvloeisel hiervan werd in 1893 de flamingantische Christene Volkspartij opgericht, daarbij geïnspireerd door de pauselijke encycliek Rerum Novarum van paus Leo XIII. De Christene Volkspartij streefde het democratiseren en het radicaliseren van de Katholieke Partij na.

Hij was van 1894 tot 1898 volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Aalst en van 1902 tot 1906 volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Brussel, maar kreeg tegenwerking van de traditionele Katholieke Partij, de burgerij en de kerkelijke overheid. Uiteindelijk werd hij uit zijn ambt van priester ontzet.

108 jaar na zijn overlijden - 6 juni 2015 - kreeg hij eindelijk eerherstel van kerkelijke zijde. Mgr. André-Joseph Léonard, aartsbisschop van Mechelen-Brussel ging voor in de jaarlijkse mis ter herdenking van deze grote Aalstenaar.[1]Later op de dag legde hij bloemen op zijn graf.

Hij zei o.a.:Ik ben hier vandaag voor eerherstel. Spijtig genoeg werd priester Daens niet ondersteund door de bisschop en de aartsbisschop. Ze hebben hem niet geholpen maar veroordeeld. Hadden ze hem begeleid, wat een kans was dat geweest voor het geloof in de streek. Vandaar dat ik hier vandaag ben als aartsbisschop om Daens in ere te herstellen. Beter laat dan nooit.[2]

in zijn strijd voor het arme volk nochtans behield hij altijd zijn geloof en is hij trouw gebleven aan de leer van de Kerk. De priester voerde een goede strijd voor de arbeiders, die schandelijk werden uitgebuit. Ze werden blootgesteld aan de misbruiken van hun bazen en aan de arrogantie van hun volksvertegenwoordigers, die hun taal – het Vlaams – misprezen.[3]

Literaire verwerking[bewerken]
Louis Paul Boon publiceerde in 1971 de documentaire roman Pieter Daens, waarin Pieter Daens, de broer van Adolf, de vertelfiguur is. Dit boek diende als basis van de toneelbewerking (1979) voor het NTG door Frans Redant en Walter Moeremans (met onder anderen Roger Bolders en Herman Coessens) en achteraf de film Daens door Stijn Coninx uit 1992 (met onder andere Jan Decleir als Adolf Daens).

Door het boek van Boon en vooral door de film werd het historisch belang van de broers Daens enigszins uitvergroot. Hoewel figuren als Henri Carton de Wiart eigenlijk belangrijker waren voor de vroege christendemocratie, zijn de broers Daens vergroeid geraakt met het symbool van de vroege christendemocratie.

In oktober 2008 ging de musical Daens, gebaseerd op het boek en de film, in première in het oude postsorteercentrum X te Antwerpen, België. Door het onverwachte succes van deze Studio 100-productie werden de voorstellingen verlengd tot in februari 2009.

Daens eindigde in 2005 op de vijfde plaats in de Nederlandstalige versie van de De Grootste Belg-verkiezing. Zijn broer Pieter strandde op de 152ste plaats.
bron = wiki

SCHEMA MERS:
Banning Emile
Edited: 18980713
Émile Théodore Joseph Hubert Banning (Luik, 12 oktober 1836 - Elsene, 13 juli 1898) was een Belgisch ambtenaar, diplomaat, schrijver en journalist.
Banning was doctor in de Wijsbegeerte en Letteren en werd journalist bij het dagblad L'Echo du Parlement waarvoor hij de politiek op de voet volgde. In 1861 werd hij eveneens archivaris bij de Koninklijke Bibliotheek. Banning werd opgemerkt door Charles Rogier, de minister van Buitenlandse Zaken, die hem in 1863 aantrok binnen het departement als archivaris, bibliothecaris, schrijver, vertaler en rechterhand van toponderhandelaar Auguste Lambermont. Banning bleef deze functies uitoefenen tot aan zijn dood in 1898.

Het voorbereidende werk van Banning in 1863 zorgde ervoor dat de onderhandelingen met Nederland in verband met het afschaffen van de Scheldetol succesvol afliepen. Op het ministerie van Buitenlandse Zaken specialiseerde hij zich in het schrijven van allerlei verhandelingen over wereldkwesties en trok zo de aandacht van koning Leopold II. Een aantal artikels van Banning over Centraal-Afrika in L'Echo du Parlement inspireerden de koning om in 1876 in Brussel een eerste conferentie over Afrika te houden.

Banning werd één van de naaste medewerkers van de koning en was een vurig propagandist van de expansiedrang van België. Tijdens de Koloniale Conferentie van Berlijn in 1884 was hij één van de vertegenwoordigers van België. Hij was mede-onderhandelaar maar schreef ook de voorbereidende teksten, alsook de verslagen van de meetings, voor Auguste Lambermont, die algemeen redacteur van de conferentie was. De conferentie was voor België een succes en Kongo-Vrijstaat werd opgericht.

Émile Banning was een groot tegenstander van de nog bestaande slavenhandel en was één van de mede-organisators van de conferentie tegen de slavenhandel van 1890 in Brussel, waarop hij samen met Lambermont België vertegenwoordigde. Na deze conferentie was Banning er voorstander van om Kongo-Vrijstaat, persoonlijk bezit van de koning, door België te laten annexeren en was het niet meer eens met de economische politiek die Leopold II voerde in Kongo. Door zijn publicaties in 1890-1892 kwam hij meermaals in botsing met de koning. Aanvankelijk kon Auguste Lambermont de gemoederen nog sussen maar vanaf 1893 viel Banning volledig in ongenade bij de koning.
Literatuur:
Marcel WALRAET, Emile Banning. Un grand Belge (1836-1898), Office de Publicité, Bruxelles, 1945.
A. DE BURBURE, Emile Banning, in : L'Essor économique belge. Expansion coloniale, Brussel, 1932
Marcel WALRAET, La jeunesse austère et studieuse d'un grand commis de Léopold II, in: La Revue nationale, 1945.
J. BRUHAT, Emile Banning in : Les techniciens de la colonisation (XIX®-XXe siècles), Presses Universitaires de France, Parijs, 1946.
Louis DE LICHTERVELDE, Émile Banning, in: {Revue générale belge, Brussel, 1946.
C. NEYZEN, Émile Banning et l'État Indépendant du Congo, doctoraatsthesis in koloniale wetenschappen (onuitgegeven), ULB, 1946.
Marcel WALRAET, Les papiers d'Émile Banning, in: Revue Nationale, Brussel, 1950.
G. D. PERIER, Émile Banning, in: Revue Nationale, Brussel, 1947.
Marcel WALRAET, Les «Réflexions morales et politiques» d'Émile Banning, in: Revue Nationale, Brussel, 1947.
G. D. PERIER, Émile Banning mourait le 13 juillet 1898, in: Revue coloniale belge, Brussel, 1948.
Liane RANIERI, La collaboration personnelle de Lambermont et de Banning avec Léopold II, licentiaatsthesis geschiedenis (onuitgegeven), ULB,
N. LAUDE, La reconnaissance de la 30° promotion: Émile Banning. Discours du Directeur de l'Institut Universitaire des Territoires d'OutreMer, Antwerpen, 1951.
N. LAUDE, in: Problèmes d'Afrique centrale, Brussel, 1952.
R.-J. CORNET, A propos de deux dossiers: le dossier diplomatique de l'Ubangi et le dossier Degrelle-Rogier sur l'Ubangi, in: Bulletin. I. R. C. B., Brussel, 1953.
R. P. A. ROEYKENS, Les réunions préparatoires de la délégation belge à la Conférence géographique de Bruxelles en 1876, in: Zaïre, Brussel, 1953.
A. COSEMANS, Les Archives générales du Royaume au point de vue de la documentation historique coloniale, in: Bulletin I.R. C. B., Brussel, 1954.
R. P. A. ROEYKENS, Banning et la Conférence géographique de Bruxelles en 1896, in: Zaïre, Brussel, 1954.
R. P. A. ROEYKENS, Les débuts de l'œuvre africaine de Léopold II (1875-1879), Brussel, 1955.
Jean STENGERS, Textes inédits d'Émile Banning, in: A. R. S. C., Cl. des Sc. mor. et pol., Brussel, 1955.
Marcel WALRAET, Emile Banning, in: Biographie coloniale Belge, T. I 1948 & T. IV, 1955.
bron: wiki
Métropole (La -) (DBF)
Edited: 189406271687
1894: La Métropole (Antwerpen) opgericht (life cycle)(Luyckx, bib. LT 10.18)

Ce quotidien est fondé le 27 juin 1894 par des notables anversois (Castelein, de

Meester et Rijckmans). Il répond aux voeux des catholiques. La Métropole, qui paraît

dès l’aube, dispose d’une presse rotative Marinoni à partir de mars 1897. Elle supplante

vite L’Escaut, une autre feuille catholique. Elle devient aussi le journal préféré de

l’homme d’affaires et du chef d’entreprise grâce à ses rubriques économiques et

financières. Stoppée par la chute d’Anvers le 7 octobre 1914, La Métropole renaît à

Londres quinze jours plus tard en supplément de l’édition matinale du Standard. La

crise du papier met cependant un terme à cette situation le 4 mars 1916. De retour à

Anvers en 1918, les dirigeants constatent la destruction des installations du journal. La

Métropole se voit donc éditée par De Vlijt jusqu’en 1920. En 1940, c’est un nouveau

coup d’arrêt. Le journal reparaît à l’automne 1944. Mais son quartier général est une

nouvelle fois ravagé par une bombe. Et c’est De Vlijt qui vient encore à la rescousse en

accueillant La Métropole en ses murs. En 1965, c’est l’association avec Le Matin et La

Flandre Libérale à travers Sobeledip (absorbée par Rossel en 1966). Mais La

Métropole, vaincue par la flamandisation, disparaît comme ses deux confrères le 30 juin

1974 (cf. “La Métropole, in : La Presse, n°16, 10-12/1957, pp.7-14).

http://users.skynet.be/webgate/matin/ (20031105)
1884: de stoomboot naar het Vlaamsch Hoofd - Antwerpen Linkeroever - Sint-Anneke
Edited: 188400001118


src: 201410122346
1884: het huis van Rubens te Antwerpen
Edited: 188400001115


src: 201410122346
1884: Het stadhuis van Antwerpen, vogelperspectief vanop de kathedraal
Edited: 188400001114


src: 201410122346
1884: Antwerpen: de oude persen in het Plantin-Museum
Edited: 188400001114


src: 201410122346
TESSENS Lucas, [POPP]
Grootgrondbezit in Antwerpen en Vlaams-Brabant rond 1860. Een analyse van de kadastrale leggers zoals gepubliceerd door Popp.
Edited: 18600238
Nominatieve lijst (naam en voornamen) van de geselecteerde eigenaars per gemeente; vermelding van artikelnummer, beroep en woonplaats; vermelding van het aantal hectaren in eigendom; vermelding van de totale oppervlakte der gemeente. Lijst wordt aangeleverd als print (A4-formaat). In totaal gaat het om ca. 50 gemeenten. Dit piloot-rapport wilde het onderzoek naar 19de-eeuws grondbezit stimuleren. Noot: in 2013 heeft de Universiteit Gent een onderzoek naar de kadastrale leggers opgestart onder de benaming POPPKAD. naar POPPKAD
NGI
Fortengordel rond Antwerpen 1860-1864
Edited: 186000002359
STOOP F.
Wegenkaart van de provincie Antwerpen (1830)
Edited: 183001320101
bron scan: 19860010: 70

Vogelperspectief van het Karmelietenklooster (XVe) aan de Meir te Antwerpen. Op deze plaats werd in 1891 het Sint-Jan-Berchmanscollege gebouwd naar plannen van architect Edmond Leclef.
Edited: 179000001465


Het karmelietenklooster werd tijdens de Franse Revolutie verkocht.
In 1890 waren de gebouwen (verbouwd) en gronden in handen van de familie Lemmé.

Bron: 38602
1740 V 10-11 ANTWERPEN - ORDONNANTIE TEGEN PLUNDERAARS Keizerlijke Ordonnantie-Affiche. Streng optreden en bestraffing tegen plunderaars en oproerkraaiers i.v.m. heersend gebrek aan graan en voedsel. plunderaars worden met de doodstraf bedreigd.
Edited: 174005100905
Antwerpen, 1740, by de Weduwe van Petrus Jouret, in-plano affiche, 51 x 38 cm,