Search our collection of 12.028 BOOKS

Author
Title
Publisher
Keywords
Booknr

Search our 2.622 News Items

INDEX AUTHORS


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

We found 3 books

We found 287 news item(s)

BASTIAENSEN Jean, CAIMO Krista, CIJFFERS-ROVERS Brenda, HOPSTAKEN Joss, VAN LANI Stefan
Monumenten van zielzorg: Norbertijnen en hun pastorieën in Brabant van 1600 tot 1850.
Pb, small 4to, 240 pp., illustraties, bibliografische noten, bibliografie, met achteraan een kaart van fietsroutes.
Noot LT: In zijn bijdrage over de abdij Park (Heverlee) spreekt Van Lani uitdrukkelijk over invloedssferen van abdijen wat het grondbezit betreft: "Naar het zuidoosten toe botste Park met de invloedssfeer van Heilissem, terwijl de kanunniken zich in het Brusselse hoedden voor een confrontatie met de zusterabdijen van Dielegem en Ninove. Noordwaarts richting Kempen waren Tongerlo, Averbode en later ook Postel de grote spelers." (107)
En: "De zogenaamde bepalingen van de Dode Hand (Main Morte) verboden kerkelijke instellingen om nog langer onroerend goed te verwerven. Deden ze dit toch zonder toestemming, dan werden ze uitzonderlijk hoog belast." (109)
€ 35.0

BUY

JF
Schilderij. Olie op paneel 76x66 cm. Gesigneerd en gedateerd 2001 onderaan rechts.
Havenzicht Antwerpen: groot vrachtschip en lichters/aken. Zeer decoratief in het juiste interieur.
€ 95.0

BUY

The covers of the following books are not yet photographed

WIJFJES H. red. , Jaarboek Mediageschiedenis 2, Amsterdam, SDU., 1990.

TESSENS Lucas / MERS
Ongelijkheid meten? Doe het dan tegoei !!!
Edited: 201712141051
De Tijd van vandaag heeft het over een studie van de KU Leuven waaruit blijkt dat de ongelijkheid in België niet toeneemt. De studie van Piketty wordt daarmee tegengesproken, aldus de onderzoekers en De Tijd.
De conclusie is totaal ONWAAR.
Immers, de onderzoekers meten enkel het INKOMEN.
Het VERMOGEN blijft volledig buiten de analyse. Wel is er een verwijzing naar de voorlopige resulaten van Du Caju (2016), maar ook daar zijn vraagtekens bij te plaatsen.
Als De Tijd een kwaliteitskrant wil zijn, dan moet hij doordachte en volledige informatie brengen, geen 'geprepareerd' voeder.

Want, wat blijkt ook: de vergoedingen van grootverdieners worden vaak (en meer en meer) na facturatie uitbetaald aan managementvennootschappen en die bedragen worden niet meegeteld in de 'studie'; ze komen immers niet terecht in de inkomensmassa. Het verhaal van oude appelen en nieuwe citroenen.




Wij zonden deze reactie ook naar de hoofdredactie van De Tijd.
Tegelijk stelden wij vast dat de Contactpagina van De Tijd niet werkt.

Hieronder vindt u de Leuvense Economische Standpunten:


hier vindt u wat meer informatie en boeken over ongelijkheid
KOOLS Ingrid, SOULLIAERT Francis, TESSENS Lucas
Gedachtenwisseling tussen de Vlaamse Regulator voor de Media (VRM) en het Media Expert Research System (MERS) over het ontbreken van een analyse van 'media ownership' in de rapporten 'Mediaconcentratie in Vlaanderen'.
Edited: 201712121540


20171222
Geachte heer Tessens,

Uw aanvraag tot afschrift van de volledige schriftelijke rapportering van het overleg tussen de VRM en de VTC dat leidde tot de beslissing om een “gegroepeerde geanonimiseerde weergave” te brengen in de rapporten “Mediaconcentratie in Vlaanderen” werd geregistreerd op 11 december 2017.

Het overleg tussen de VRM en de VTC is uitsluitend mondeling gebeurd tijdens een werkvergadering die plaats vond op 12/05/2016 en resulteerde niet in enig geschreven stuk. Deze opgevraagde documenten bestaan niet en er kan dan logischerwijs ook geen afschrift van worden verleend.

Hiermee is uw vraag van 11 december 2017 beantwoord.

Hoogachtend,

Ingrid Kools




20171212
Geachte heer Tessens,
Uw vraag werd geregistreerd op maandag 11 december 2017 en wordt verder onderzocht.
Met de meeste hoogachting,
Ingrid Kools

20171211
Geachte Mevrouw,
Bedankt voor uw antwoord.
Graag ontving ik de volledige schriftelijke rapportering van het overleg tussen de VRM en de VTC dat leidde tot de beslissing om een “gegroepeerde geanonimiseerde weergave” te brengen in de rapporten “Mediaconcentratie in Vlaanderen”.
Ik doe hierbij beroep op de regels rond de openbaarheid van bestuur.
Met vriendelijke groeten,
Lucas TESSENS

20171208
Geachte heer,
Zoals beschreven onder 2.12 WETTELIJKE FUNCTIEHOUDERS op pagina 147 dienen er bij een rapportering over personen bepaalde privacyregels gerespecteerd te worden.
De gegevensverzameling en –verwerking gebeurde in overleg met de Vlaamse Toezichtcommissie voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, en is om die reden een gegroepeerde geanonimiseerde weergave.
Indien u de figuren 42, 58 en 81 te sterk geconsolideerd vindt, biedt het rapport wel de nodige aanknopingspunten om meer details op te zoeken.
Wanneer u de KBO-nrs die vermeld staan in de organigrammen van de groepen ingeeft in de databank van de balanscentrale of de KBO, vindt immers u alle informatie over mandaten.
https://www.nbb.be/nl/balanscentrale/jaarrekeningen-raadplegen?l=nl
http://kbopub.economie.fgov.be/kbopub/zoeknummerform.html;jsessionid=14E7B0F4F1032C61E07F2D3F672EBE1F.worker4b
Met vriendelijke groeten,
Ingrid Kools

20171208
Van: Soulliaert, Francis
Verzonden: vrijdag 8 december 2017 13:28
Aan: Lucas Tessens
CC: Kools, Ingrid
Onderwerp: RE: bestelling rapport Mediaconcentratie in Vlaanderen

Geachte mevrouw,
Dank alvast voor uw opmerkingen. We vinden het altijd interessant om feedback te krijgen op het rapport.
Ik plaats alvast Ingrid Kools, één van de auteurs van het rapport, in cc van deze mail.
Ik vermoed dat zij nog wel even inhoudelijk zal ingaan op uw opmerkingen.
Vriendelijke groet
Francis Soulliaert
Communicatieverantwoordelijke

Vlaamse overheid
AGENTSCHAP VLAAMSE REGULATOR VOOR DE MEDIA
T 02 553 27 39
francis.soulliaert@vrm.vlaanderen.be
Koning Albert II-laan 20 bus 21, 1000 Brussel
www.vlaamseregulatormedia.be

Van: Lucas Tessens [mailto:lucas.tessens@mers.be]
Verzonden: vrijdag 8 december 2017 12:39
Aan: Soulliaert, Francis
Onderwerp: RE: bestelling rapport Mediaconcentratie in Vlaanderen

Geachte Heer Soulliaert,
Ik heb de 2 exemplaren van het rapport 2017 inderdaad in goede orde ontvangen. Dank daarvoor.
Ziehier de kritiek die ik op mijn website www.mers.be heb geformuleerd:
Kritiek LT: de rapporten van de VRM zouden beter 'Structuur van de mediasector in Vlaanderen' als titel dragen. Inderdaad, er wordt nauwelijks aandacht besteed aan de stroomopwaartse richting, m.a.w. het doorstoten naar de eigenaars van de media. En tenslotte gaat het daar toch om. Wie trekt er aan de touwtjes?
In de VRM-rapporten laat men de gehele superstructuur (of bovenbouw zo u wilt) en de verwevenheid van eigenaars ongemoeid. Je verneemt zelfs niks over de samenstelling van de raden van bestuur. Een rapport over 'media ownership' is dit dus niet. En daar stel ik vragen bij.
In onze rapporten van 1993-1994 (MERS - De Vlaamse Media – Een sector in de stroomversnelling) hadden wij de stroomopwaartse richting – media ownership – wél in detail geanalyseerd. Die rapporten werden gemaakt in opdracht van de Vlaamse Regering.
Versta mij niet verkeerd. Ik vind de rapporten van de VRM goed gemaakt (hier en daar zitten wel wat foutjes) maar ik mis dus een belangrijke component: media ownership.
Heeft de VRM daarover een afzonderlijk rapport ter beschikking?
Met hoogachting,
Lucas TESSENS


From: Soulliaert, Francis [mailto:francis.soulliaert@vrm.vlaanderen.be]
Sent: donderdag 7 december 2017 11:59
To: lucas.tessens@mers.be
Subject: bestelling rapport Mediaconcentratie in Vlaanderen

Geachte heer,
De Vlaamse Regulator voor de Media wenst u graag te bedanken voor uw bestelling van het rapport Mediaconcentratie in Vlaanderen 2017.
De gedrukte exemplaren werden onlangs naar u verzonden. Als alles goed gaat zou u deze dus al ontvangen moeten hebben.
Op de hoogte blijven van het nieuws van de VRM? Dat kan op volgende manieren:
Twitter- www.twitter.com/vrmmedia
Linkedin - Onze pagina kan bereikt worden via deze link.
Of schrijf in op onze nieuwsbrief - http://www.vlaamseregulatormedia.be/nl/nieuws/vrm-nieuwsbrief

Met vriendelijke groet

Francis Soulliaert
Communicatieverantwoordelijke
HLN
Karel De Gucht schrijft monarchie-onvriendelijke column in HLN
Edited: 201712012302
De Rijkste Belgen schrijft hierover vandaag:
"Het Belgische koningshuis is voorbijgestreefd en zinloos. En katholiek daar bovenop. Daarmee is de column samengevat die de vroegere Belgische minister van Buitenlandse Zaken, Europese commissaris, logebroeder en liberale politicus Karel De Gucht vandaag publiceert in de krant Het Laatste Nieuws. Hij kant zich daarmee meteen tegen alle Europese koningshuizen. "Erfelijke macht, invloed en aanzien zijn niet meer van deze wereld en zijn fundamenteel niet-democratisch." aldus De Gucht. (...)"
Iedere insider weet dat zoiets niet ongestraft blijft. Achter de schermen en in de krochten van de macht ratelen de raderen om de onverlaat mores te leren, tot in de derde generatie van zijn nageslacht ...

LT
Biechtgeheim: strafrecht botst met kerkelijk recht
Edited: 201711151431
Art. 422bis. Met gevangenisstraf van acht dagen tot (een jaar) en met geldboete van vijftig [euro] tot vijfhonderd [euro] of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die verzuimt hulp te verlenen of te verschaffen aan iemand die in groot gevaar verkeert, hetzij hij zelf diens toestand heeft vastgesteld, hetzij die toestand hem is beschreven door degenen die zijn hulp inroepen.
Voor het misdrijf is vereist dat de verzuimer kon helpen zonder ernstig gevaar voor zichzelf of voor anderen. Heeft de verzuimer niet persoonlijk het gevaar vastgesteld waarin de hulpbehoevende verkeerde, dan kan hij niet worden gestraft, indien hij op grond van de omstandigheden waarin hij werd verzocht te helpen, kon geloven dat het verzoek niet ernstig was of dat er gevaar aan verbonden was.
(De straf bedoeld in het eerste lid wordt op twee jaar gebracht indien de persoon die in groot gevaar verkeert, minderjarig is of een persoon is van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk was of de dader bekend was.)

Art. 422ter. Met de straffen in het vorige artikel bepaald wordt gestraft hij die, hoewel hij in staat is het te doen zonder ernstig gevaar voor zichzelf of voor anderen, weigert of nalaat aan iemand die in gevaar verkeert, de hulp te bieden waartoe hij wettelijk wordt opgevorderd; hij die, hoewel daartoe in staat, weigert of nalaat het werk of de dienst te doen of de hulp te verlenen waartoe hij wordt opgevorderd bij ongeval, beroering, schipbreuk, overstroming, brand of andere rampen, evenals in geval van roverij, plundering, ontdekking op heterdaad, vervolging door het openbaar geroep of van gerechtelijke tenuitvoerlegging.

Art. 422quater. In de gevallen bepaald in de artikelen 422bis en 422ter kan het minimum van de bij die artikelen bepaalde correctionele straffen worden verdubbeld, wanneer een van de drijfveren van de misdaad of het wanbedrijf bestaat in de haat tegen, het misprijzen van of de vijandigheid tegen een persoon wegens diens zogenaamd ras, zijn huidskleur, zijn afkomst, zijn nationale of etnische afstamming, zijn nationaliteit, zijn geslacht, zijn seksuele geaardheid, zijn burgerlijke staat, zijn geboorte, zijn leeftijd, zijn fortuin, zijn geloof of levensbeschouwing, zijn huidige of toekomstige gezondheidstoestand, een handicap, zijn taal, zijn politieke overtuiging, zijn syndicale overtuiging, een fysieke of genetische eigenschap of zijn sociale afkomst.











Bron: Codex Juris Canonici



Pietro Longhi (Venezia, 1702-1785), La Confessione, Firenze, Uffizi
Nieuws en commentaar Lucas Tessens
Brussel: vernieling en plundering op de Lemonnierlaan. Geen aanhoudingen.
Edited: 201711122247
De Staat faalt ... en nog wel in zijn basisopdracht: veiligheid.
De overwinning van het Marokkaanse voetbalelftal brengt geen elfen maar vandalen op de straat. De hamvraag: Is dit georchestreerd? Door wie? Tegen wie? Met welk doel?


Een juridisch staartje?
Mogen de getroffen burgers troost en verheffing vinden in het decreet van 2 oktober 1795:


De gemeente is inderdaad, ingevolge het decreet van 10 Vendémiaire jaar IV verantwoordelijk voor de schade aan personen en eigendommen, welke gewelddadig door samenscholingen veroorzaakt wordt. Uit de berichtgeving over de plunderingen blijkt geenszins dat de politiediensten overmand waren door het aantal plunderaars en vernielers. Mocht dat wel het geval zijn - en de Brusselse overheid zal ongetwijfeld in een eventuele rechtszaak deze omstandigheid trachten in te roepen - dan zou Brussel zich kunnen beroepen op overmacht (W. 19190510, art. 2, in fine) en de benadeelden in de kou laten staan. (REF MERS: 19320022:74(n2), 151-152)
Tenslotte rijst bij dit alles voor de zoveelste keer de vraag naar het deficit in de politionele paraatheid ingevolge de versplintering van de hoofdstad in 19 gemeenten en 6 politiezones. Maar dat is politieke koek. Politici die verklaren dat zij hun verantwoordelijkheid zullen opnemen, debiteren een ingestudeerd adagium zonder concrete gevolgen op het terrein.
Onveranderlijk gaat het over hun vermeende bekwaamheid, hun nietsontziende doeltreffendheid, hun 'bewezen' expertise en dossierkennis, hun niet aflatende inzet, hun voortreffelijkheid, de plannen die in de steigers staan, het ongelijk van de andere, ... In wezen gaat het om hun machtsbastion en de herverkiesbaarheid van hun eigenste zelf.
LT
Spanje/Catalonië: Puigdemont in Brussel: 'ik vraag geen asiel aan'
Edited: 201710312327
Als Puigdemont geen asiel aanvraagt in België - het enige Europese land waar hij dat kan doen - dan riskeert hij (en de zijnen) gevangenisstraf in Spanje.
En als er een internationaal aanhoudingsbevel wordt uitgevaardigd door Spanje dan zien we België dat niet onderaan de stapel leggen.
Rest de (weerom) juridische vraag of een asielaanvraag dan nog mogelijk is.
Moet de (ex-)minister-president straks onderduiken in zijn eigen (reeds ontbonden) republiek?

Het zijn vragen als deze die ons tot nadenken stemmen over het wezen van de democratie, de spelregels en de (scheids-)rechters.
Europa weet ons wel te zeggen hoe het flesje olijfolie op de restauranttafel er moet uitzien; hoe we moeten omgaan met een politiek vluchteling die een Europees onderdaan is ... dat weet niemand.


Vlaamse Regering
27 oktober 2017: Strategische transformatiesteun Mediahuis nv in Antwerpen
Edited: 201710271365
De Vlaamse Regering kent 919.000 euro strategische transformatiesteun toe aan Mediahuis nv in Antwerpen. Door de opkomst van internet en gratis verspreiding van nieuws staat de krantenwereld voor een enorme uitdaging. Mediahuis tracht met de transformatie deze uitdaging vanuit de kern aan te pakken door van de (papieren) krant een nieuwsmerk te maken dat voor elke lezer op het meest relevante moment van de dag op de dan meest relevante drager het meest relevante nieuws brengt in de best mogelijke ervaring. Dit vergt een volledige transformatie van heel het bedrijf en het einddoel is om tegen 2020 volledig digital first te zijn. Mediahuis wil zich met de transformatie differentiëren ten opzichte van haar traditionele concurrenten maar vooral ten opzichte van nieuwe concurrenten: sociale media bedrijven en buitenlandse nieuwsgroepen.

Commentaar LT: een merkwaardige bevoordeling van één mediaspeler met geld van de gemeenschap. Dan rijst de vraag wat de anderen krijgen of reeds gekregen hebben.

wettelijk kader voor het bekomen van strategische transformatiesteun
LT
France 2 brengt nieuwe reportage van Benoît Collombat over de affaire Boulin. De minister van arbeid werd vermoord in de nacht van 29 op 30 oktober 1979.
Edited: 201710262207
De Bende van Nijvel is een enigma in de Belgische criminele (en politieke?) geschiedenis. De diefstal van De Rechtvaardige Rechters en de moord op Lahaut zijn twee andere voorbeelden van zaken die de media blijven beroeren.

De affaire Boulin is zeker en vast een afrekening binnen het rechtse kamp van de Franse politiek. Het onderzoek werd in 2015 heropend maar intussen zijn een aantal kroongetuigen overleden. De familie Boulin blijft aandringen op een snelle afhandeling. Het gerecht talmt.

zie ook

chronologie affaire Boulin
LT
21 oktober 2017: ene Thomas Leysen in 'Alleen Elvis blijft bestaan'
Edited: 201710212300
Het werd het vertoon van een ingestudeerd marketingverhaal.
Ik heb mijn eigen weg gezocht.
Bij de banken is veel veranderd na de crisis van 2008; Joris Luyendijk heeft ongelijk. Wij zijn gebonden door 11.000 pagina's regelgeving.
KBC is de beste bank met een geheel nieuwe bedrijfscultuur. (Mag de VRT nu een factuur sturen voor deze reclamespot?)
Umicore is niet meer Union Minière; versta: Umicore heeft geen geschiedenis. zie boek over Umicore en kritiek
Er mag geen plafond komen voor de vergoedingen van CEO's.
Het kapitaal wordt al zwaar genoeg belast (versta: Piketty heeft ongelijk).
De Bilderberg-groep is geen complot.

Thomas Vanderveken muntte niet uit door kritische vragen. Als een schooljongen viste hij naar een uitnodiging voor de volgende Bilderberg-bijeenkomst. Wedden dat het hem lukt?
Smart Business
Telenet blijft bij coax terwijl Proximus FTTH uitrolt
Edited: 201710200106
De snelheden over coax-kabel kunnen die van fiber evenaren, aldus Telenet.
Spanje/Catalonië: Puigdemont roept onafhankelijke republiek uit en zet die onmiddellijk 'on hold'
Edited: 201710101961
Madrid en premier Rajoy blijven op onverzettelijk standpunt staan. Madrid wil nu graag weten of Catalonië nu al dan niet de onafhankelijkheid heeft uitgeroepen. Zoja, dan kan de centrale overheid als tuchtmaatregel de autonomie van de regio opheffen (het fameuze artikel 155 van de Spaanse grondwet).
Commentaar LT (20171012): Het is een schaakspel geworden. Ook in Spanje kent men de basisregels van dit spel en men zou moeten weten hoe het eindigt: als de koning schaakmat staat valt het stuk omver. De spelers kunnen dan een nieuw spel beginnen. Maar zo werkt het niet in de politiek. Als de monarchie meegesleurd wordt in een confrontatie is zij verliezer zonder meer. De republiek staat al in de steigers.
De Spaanse grondwet is inherent tegenstrijdig omdat ze enerzijds de vrije meningsuiting garandeert maar anderzijds geen volksraadpleging toestaat. Spreken mag maar je mag het niet georganiseerd doen.
Dat gezegd zijnde moet men ook de vraag durven stellen naar de drijfveren voor het onafhankelijkheidsstreven van Catalonië. Als het erom gaat zich als rijke regio te desolidariseren van het arme Spanje, dan mag men daar bedenkingen over hebben.
Ondertussen is de chaos zo groot geworden dat men eens moet nagaan of het cocaïnegebruik van bepaalde politieke spelers niet verantwoordelijk is voor hun tomeloze arrogantie. Langs beide kanten, wel te verstaan.
Persgroep neemt 100 % in Medialaan. Roularta plooit terug op print.
Edited: 201710022333
MEDIALAAN is het moederhuis van VTM, Q2, Vitaya, CAZ, VTMKZOOM, KADET, Stievie FREE, Qmusic, Joe, Mobile Vikings en JIM Mobile.
De Tijd en l'Echo belanden bij de Roularta-groep.
Pikant detail: de journalisten van de twee kranten waren niet op de hoogte van de nakende deal. Dat zegt iets over het bedrijfsklimaat of over de 'intelligence' van de redacties of over beide.


LT
De Abdij van Tongerlo - Zicht op de abtswoning
Edited: 201708071601


Het classicistische abtshuis - of moeten we van een abtspaleis spreken? - werd opgericht in de periode 1725-1728.
Het waren de jaren toen Tongerlo als absolute grootgrondbezitter met haar geld geen blijf wist. De architecten deden goede zaken.
zie onze nota over de ligging van de gronden van de abdij
Belfius licht klanten in over begrotingsakkoord 2018
Edited: 201707291156
Beste klant

In het begrotingsakkoord 2018 van gisteren werden een aantal beslissingen genomen rond sparen en beleggen. We informeren u graag nu al over de grote lijnen en houden u op de hoogte van verdere details.
De aangekondigde maatregelen:
Effectenrekeningen: invoering van een jaarlijkse abonnementstaks van 0,15% op effectenrekeningen met een waarde van 500.000 euro en meer per belastingplichtige. Pensioensparen en levensverzekeringen zijn niet onderworpen.
Spaarrekeningen: een verlaging van het vrijgestelde bedrag van interesten van gereglementeerde spaarrekeningen tot 940 euro (momenteel 1.880 euro).
Aandelen: vrijstelling van roerende voorheffing op de 1e schijf van 627 euro aan dividenden uit aandelen (fiscaal voordeel van 188 euro).
Pensioensparen: keuzemogelijkheid voor een nieuw regime waarbij jaarlijks tot 1.200 euro kan worden gespaard aan een fiscaal voordeel van 25%. Dit geeft een totaal fiscaal voordeel van maximaal 300 euro of 18 euro meer dan in de bestaande regeling die eveneens blijft bestaan (nl. 30% op maximum 940 euro of 282 euro fiscaal voordeel).
Deze maatregelen gaan pas in vanaf 2018.
We volgen dit voor u op de voet en houden u verder op de hoogte.
Hebt u vragen? Uw financieel adviseur staat voor u klaar.

Vriendelijke groeten

Dirk Vanderschrick
Lid van het directiecomité van Belfius
Persbericht Vivaqua / LT
Akkoord tussen VIVAQUA en zijn Vlaamse vennoten
Edited: 201705241663
24 mei 2017
De Raad van Bestuur van VIVAQUA heeft zopas de intentieverklaring over de uittreding van Vlaamse gemeenten uit de intercommunale unaniem goedgekeurd.

Sinds de zesde staatshervorming zijn al de activiteiten in verband met de watercyclus volledig gewestelijke materie geworden. Op basis van een samenwerkingsakkoord die de drie gewesten in 2014 hebben afgesloten, kunnen de gemeenten bovendien uit een intercommunale treden als die intercommunale niet onder het toezicht staat van het gewest waartoe die gemeenten behoren. In dit kader hebben meerdere Vlaams-Brabantse gemeenten-vennoten van VIVAQUA te kennen gegeven dat ze de intercommunale willen verlaten.

De besprekingen die de voorbije weken werden gevoerd tussen vertegenwoordigers van de Vlaamse vennoten in kwestie en VIVAQUA hebben geleid tot een intentieverklaring waarin de uittredingsbepalingen worden vastgelegd. Deze intentieverklaring werd op woensdag 24 mei bekrachtigd door de Raad van Bestuur van VIVAQUA en zal, in de komende weken ter goedkeuring worden voorgelegd aan de gemeenteraden van de gemeenten-vennoten.
Met dit akkoord en in het belang van de betrokken klanten hebben beide partijen erop toegezien dat bij de overdracht van de activiteiten op 1 januari 2018 de continuïteit van die activiteiten zo goed mogelijk wordt gevrijwaard. Zo zullen het personeel dat vandaag wordt ingezet voor de activiteiten in de Vlaamse gemeenten, de infrastructuur en het materieel worden overgedragen aan de entiteit die door elk gemeente wordt aangewezen om de waterdistributie op haar grondgebied te verzorgen. Een aantal van die gemeenten heeft zich nu al uitgesproken voor het onderzoek van de oprichting van een nieuwe intercommunale in Vlaams-Brabant.

In het akkoord is ook opgenomen dat VIVAQUA gedurende 18 jaar water blijft leveren aan de Vlaamse gemeenten.

Tot slot verbinden de Vlaamse gemeenten er zich met dit akkoord toe om zich niet meer te verzetten tegen de fusie tussen VIVAQUA en HYDROBRU, die een grote stap is in de vereenvoudiging van de Brusselse watersector.

Noot LT: Wat het persbericht niet vertelt: De Vlaamse gemeenten willen weg uit de intercommunale omdat door de fusie met Hydrobru ook de schuldenberg (er is sprake van 600 miljoen euro) van deze Brusselse intercommunale bij Vivaqua terecht komt.

De vennoten van Vivaqua zijn: Anderlecht, Braine-l'Alleud, Braine-le-Château, Brussel, Dilbeek, Drogenbos, Elsene, Etterbeek, Evere, Ganshoren, Grimbergen, Halle, Jette, Koekelberg, Kortenberg, Kraainem, Machelen, Merchtem, Ottignies-Louvain-la-Neuve, Oudergem, Schaarbeek, Sint-Agatha-Berchem, Sint-Genesius-Rode, Sint-Gillis, Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Joost-ten-Node, Sint-Lambrechts-Woluwe, Sint-Pieters-Leeuw, Sint-Pieters-Woluwe, Steenokkerzeel, Tervuren, Ukkel, Vorst, Waterloo, Watermaal-Bosvoorde, Wemmel, Wezembeek-Oppem, Zaventem en de Intercommunale des Eaux du Centre du Brabant Wallon (IECBW).
TF1
Groot debat tussen de 5 presidentskandidaten op TF1
Edited: 201703212100
De drie verliezers: Fillon, Macron, Hamon
De twee winnaars: Mélenchon, Le Pen
Althans, zo zagen wij het. Inderdaad, slechts twee van de vijf kandidaten konden scoren op duidelijkheid en zij gaven ook de indruk meer met de kiezer dan met zichzelf bezig te zijn. 'Le parler-vrai' van Mélenchon haalt het.
ERDOGAN
'Neem niet drie, maar vijf kinderen'
Edited: 201703171265
Die boodschap had Erdogan vrijdag tijdens een campagnebijeenkomst in het westen van Turkije aan landgenoten die in Europa verblijven. Volgens de Turkse president kunnen Turken zo hun invloed vergroten.
'Daar waar u werkt en woont, daar is nu uw vaderland. Richt meer bedrijven op. Stuur uw kinderen naar betere scholen. Laat uw familie in betere wijken wonen. Stap in de beste auto's. Ga in de mooiste huizen wonen', zei Erdogan nog.
FILLON François
Fillon blijft gaan - LR schaart zich unaniem (?) achter hem
Edited: 201703070013
Een en ander mag niet verwonderen: het campagnegeld - zo'n 6 miljoen euro - is immers opgesoupeerd.
De Redactie
De Turkse activiste Fehriye Erdal is veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van 15 jaar voor haar betrokkenheid bij drie moorden in Turkije in 1996.
Edited: 201702201521
De Turkse activiste Fehriye Erdal is veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van 15 jaar voor haar betrokkenheid bij drie moorden in Turkije in 1996. Erdal is al jaren spoorloos en was niet op haar eigen proces aanwezig.
Fehriye Erdal (39) was jarenlang lid van de extreemlinkse groep DHKP-C, die ijverde voor een communistische Turkse staat. In 1996 heeft die groepering in Istanbul twee zakenmannen en een secretaresse vermoord. Erdal zou daarbij betrokken geweest zijn, als brein achter de moorden. Zij werkte bovendien in het bedrijf waar de moord werd gepleegd en zou de daders daar hebben binnengelaten.

In 1999 werd ze daarom in ons land opgepakt, maar enkele jaren later kon ze vluchten, ondanks toezicht van de Belgische Staatsveiligheid. Sinds 2006 is ze spoorloos. Vandaag heeft de rechtbank van Brugge haar bij verstek veroordeeld tot 15 jaar cel. De rechter heeft ook haar onmiddellijke aanhouding bevolen. Tegen Erdal loopt een internationaal aanhoudingsbevel. Of ze nog leeft, is niet geweten.

Protest

Tegen de uitspraak in Brugge werd geprotesteerd door een tiental activisten van de Turkse politieke partij Front Populaire. Ze vinden het niet kunnen dat het proces tegen Erdal in België werd gevoerd. Volgens hen is enkel Turkije hiervoor bevoegd. Hun korte protestactie is zonder incidenten verlopen.

zie ook het bericht van 7 februari 2008
RUTTE Mark
Open brief aan de Nederlanders: Doe normaal of ga weg
Edited: 201701220807
Aan alle Nederlanders,

Er is iets aan de hand met ons land. Hoe komt het toch dat we als land zo welvarend zijn, maar sommige mensen zich zo armzalig gedragen? Mensen die in toenemende mate de stemming in ons land aan het bepalen zijn. Die bereid zijn om alles waar we als Nederland zo hard voor hebben gewerkt, omver te gooien. Dat laten we toch niet gebeuren?

Verreweg de meesten van ons zijn van goede wil. De stille meerderheid. We hebben het beste met ons land voor. We werken hard, helpen elkaar en vinden Nederland best een gaaf land. Maar we maken ons wel grote zorgen over hoe we met elkaar omgaan. Soms lijkt het wel alsof niemand meer normaal doet.

U herkent het vast wel. Mensen die zich steeds asocialer lijken te gedragen. In het verkeer, in het openbaar vervoer en op straat. Die van mening zijn dat ze altijd maar voorrang hebben. Die afval op straat dumpen. Die conducteurs bespugen. Of die in groepjes rondhangen en mensen treiteren, bedreigen of zelfs mishandelen. Niet normaal.

We voelen een groeiend ongemak wanneer mensen onze vrijheid misbruiken om hier de boel te verstieren, terwijl ze juist naar ons land zijn gekomen voor die vrijheid. Mensen die zich niet willen aanpassen, afgeven op onze gewoontes en onze waarden afwijzen. Die homo’s lastigvallen, vrouwen in korte rokjes uitjouwen of gewone Nederlanders uitmaken voor racisten. Ik begrijp heel goed dat mensen denken: als je ons land zo fundamenteel afwijst, heb ik liever dat je weggaat. Dat gevoel heb ik namelijk ook. Doe normaal of ga weg.

Dit gedrag mogen we nooit normaal vinden in ons land. De oplossing is niet om dan maar groepen mensen over één kam te scheren, uit te schelden of hele groepen simpelweg het land uit te zetten. Zo bouwen we toch geen samenleving met elkaar? De oplossing is vooral een mentaliteitskwestie. We zullen glashelder moeten blijven maken wat normaal is en wat niet normaal is in dit land. We zullen onze waarden actief moeten verdedigen.

In Nederland is het namelijk normaal dat je elkaar de hand schudt en gelijk behandelt. Het is normaal dat je van hulpverleners afblijft. Dat je leraren respecteert en mensen niet sart met vlogjes. Het is normaal dat je werkt voor je geld en het beste uit je leven probeert te halen. Elkaar helpt als het even moeilijk gaat en een arm om iemand heen slaat in zware tijden. Het is normaal dat je je inzet en niet wegloopt voor problemen. Dat je fatsoenlijk naar elkaar luistert. In plaats van elkaar te overschreeuwen als je het ergens niet mee eens bent.

De komende tijd is bepalend voor de koers van ons land. Er ligt slechts één vraag voor: wat voor land willen we zijn?

Laten we ervoor strijden dat we ons thuis blijven voelen in ons mooie land. Laten we duidelijk blijven maken wat hier normaal is en wat niet. Ik weet zeker dat we dit voor elkaar gaan krijgen. Dat we alles wat we met elkaar bereikt hebben samen overeind houden. U, ik, wij allemaal. Laten we samenwerken om dit land nóg beter te maken. Want echt, we zijn een ontzettend gaaf land. Ik zou nergens anders willen wonen. U wel?

Groet,
Mark Rutte


(zie ook: verboden toegang )
KAREL CAMBIEN17 JANUARI 2017
ISABEL ALBERS VAN HOT NAAR HER
Edited: 201701171861
De carrière van de West-Vlaamse Isabel Albers in de media maakt gekke sprongen. Maar sowieso blijft het hard gaan. De voormalige hoofdredacteur van De Tijd gaat aan de slag als redactiedirecteur bij Mediafin, uitgever van De Tijd. Terug naar haar oude liefde dus. Ze moet de publicaties vooral digitaal en multimediaal begeleiden. Ze neemt haar nieuwe functie op per 1 februari. Mediafin is de uitgever van de zakenkranten De Tijd en L’Echo en de beleggersbladen De Belegger/L’Investisseur. De positie van redactiedirecteur was vrij sinds Frederik Delaplace op 1 januari Dirk Velghe opvolgde als CEO van Mediafin. Isabel Albers is de voormalige hoofdredactrice van De Tijd maar ging het voorbije jaar aan de slag bij De Persgroep (uitgever van onder meer Het Laatste Nieuws). Isabel Albers is karig met haar commentaar: “Frederik Delaplace vroeg me om hem op te volgen als redactiedirecteur van De Tijd en L’Echo toen hij zelf CEO werd. Ik heb mijn hart gevolgd. Ik zal ook een aantal projecten voor de groep blijven begeleiden.

Haar passage als hoofdredacteur bij Het Laatste Nieuws zal finaal van korte duur zijn geweest. Na amper drie weken werd ze binnen De Persgroep ook overkoepelend zakelijk-journalistiek directeur van Het Laatste Nieuws, De Morgen, Humo en Topics, ofte journalistiek directeur bij De Persgroep, dat voor 50 procent aandeelhouder is van Mediafin. Albers zegt nog dat er bij de Persgroep “een mooi afgerond plan op tafel ligt waarop verder kan worden gebouwd”.

Bron: Made-in-West-Vlaanderen (20170117)

zie ook
DS/OXFAM/Crédit Suisse/ECB
Ongelijkheid blijft duren: Verdeling van het nettovermogen van de Belgen
Edited: 201701161051
Du Caju Ph.
De vermogensverdeling in België: eerste resultaten van de tweede golf van Household Finance and Consumption Survey (HFCS) - september 2016
Edited: 201609001497
Let wel, het gaat hier om steekproefonderzoek én de hier gepresenteerde resultaten zijn voorlopig.
Kritiek Lucas Tessens: Dat een dure en tijdrovende steekproef nodig is om tot resultaten te komen mag enige verwondering wekken. Het staat toch vast dat in de huidige stand van de ICT de datawarehouses van de belastingadministraties (bijvoorbeeld die van de Belastingdienst voor Vlaanderen) correct en volledig cijfermateriaal kunnen leveren. Moeten we hieruit besluiten dat de onderzoeker(s) deze piste niet kennen of ze niet wensen te bewandelen? Of is er meer aan de hand?



Persbericht Vivaqua
VIVAQUA -2015 in enkele cijfers
Edited: 201606061461
06 juni 2016

Omzet: 292,4 miljoen euro
VIVAQUA heeft onlangs zijn balans voor 2015 voorgesteld. Het jaar is afgesloten met een omzet van 292,4 miljoen euro voor al zijn activiteiten samen: productie en distributie van drinkwater en sanering van afvalwater.

Productie: 135,6 miljoen m³
VIVAQUA is een zuivere intercommunale die actief is in de drie gewesten van het land en drinkwater levert aan ongeveer 2,25 miljoen mensen. In 2015 heeft VIVAQUA 135,6 miljoen m³ water geproduceerd, waarvan 59 % grondwater en 41 % oppervlaktewater. Van de totale productie is zowat 69 miljoen m³ geleverd aan het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, waar VIVAQUA de enige waterleverancier is. 46 miljoen m³ ging naar het Vlaamse Gewest en 17 miljoen m³ naar het Waalse Gewest.

Stabiel verbruik
Het leidingwaterverbruik van de Belgische gezinnen is het laagste in Europa. In het Brusselse Gewest bedraagt het zo ongeveer 96 liter per dag en per persoon. We zijn ver verwijderd van de 122 liter per dag en per persoon van 2002 ... Doordat de Brusselse bevolking elk jaar met ongeveer 1,5 % toeneemt, blijft het totale verbruik wel stabiel, net als de volumes die VIVAQUA levert.

Prijs van het water
Dankzij zijn inspanningen om de kosten te beheersen, heeft VIVAQUA in 2015 de waterverkoopprijs aan zijn intercommunales en gemeenten-klanten op het niveau van 2013 kunnen houden (geen indexering).
Voor 2016 zal deze prijs voor water in 't groot worden beïnvloed door de beslissing van het Waalse Gewest om de belasting op de winning van water dat tot drinkbaar water kan worden verwerkt, jaarlijks te indexeren. Deze automatische indexering wordt van kracht op 1 januari van elk jaar en gebeurt op basis van het indexcijfer van de consumptieprijzen. Voor 2016 stijgt de Waalse belasting van 0,0756 euro/m³ naar 0,0769 euro/m³. Deze verhoging van 0,0013 euro/m³ wordt dus doorberekend in de prijs van het water dat VIVAQUA verkoopt aan zijn intercommunales en gemeenten-klanten. Voor 2016 werd de prijs van het water vastgelegd op 0,8207 euro/m³. Bij deze prijs komt, voor de gemeenten en instellingen die door het verdeelnet worden bevoorraad, nog de prijs voor deze dienstverlening (0,0584 euro/m³).
Visumplicht voor Turken blijft, zegt Merkel. Turkije voldoet niet aan alle 72 voorwaarden.
Edited: 201605232204
France3
Amiante: Eternit seul responsable du décès d'un salarié de Saint-Grégoire (35)
Edited: 201605141132
Eternit, le premier producteur français d'amiante-ciment jusqu'à l'interdiction de la fibre, est le seul responsable de la maladie d'un de ses salariés, a considéré la justice, une première qui pourrait faire jurisprudence.
Dans une décision rendue mercredi, la cour d'appel administrative de Versailles a annulé une décision de première instance qui avait condamné l'État à partager, pour moitié, les dommages et intérêts à la famille d'un ouvrier victime de l'amiante. Les magistrats ont considéré que la carence de règlementation des autorités administratives n'engage pas la responsabilité de l'État.

L'ouvrier, préposé à l'usinage des pièces et aux broyeurs de déchets secs sur le site de Saint-Grégoire (Ille-et-Vilaine) de 1974 à 2005, avait développé un cancer de la plèvre dont il avait succombé en juin 2005.

L'entreprise condamnée puis indemnisée par l'Etat
Condamnée, la société Eternit (devenue ECCF) s'était ensuite retournée contre l'État, en estimant que l'absence de règlementation avant 1977 d'une part, une législation insuffisante après 1977 d'autre part, le rendait co-auteur du dommage. Le tribunal administratif de Versailles avait donné raison à la société dans une décision rendue en 2014, en condamnant l'Etat à verser à Eternit plus de 160 000 euros, correspondant à la moitié de la somme versée par la société.

Mais selon les magistrats en appel, Eternit "connaissait ou aurait dû connaître les dangers liés à l'utilisation de l'amiante", même avant la règlementation de 1977, eut égard à "la littérature scientifique" ou "les colloques" portant sur le sujet dès les années 50.

Une décision inédite qui pourrait faire jurisprudence
Dès lors, la faute d'Eternit "a le caractère d'une faute d'une particulière gravité délibérément commise, qui fait obstacle à ce que cette société puisse se prévaloir de la faute de l'administration", a souligné la cour d'appel administrative. Par ailleurs, concernant la période postérieure à 1977, "la société n'établit pas que les maladies professionnelles (de son salarié) développées du fait d'une exposition à l'amiante trouveraient directement leur cause dans une quelconque carence fautive de l'Etat", ont relevé les magistrats.

"Nous sommes satisfaits, parce que la décision de première instance, qui avait condamné l'État, avait inspiré d'autres tribunaux. Cette décision d'appel est inédite et pourrait désormais faire jurisprudence", a commenté auprès de l'AFP le président de l'association nationale de défense des victimes de l'amiante (Andeva), François
Desriaux, partie à la procédure.

Selon les autorités sanitaires, l'amiante pourrait provoquer jusqu'à 100 000 décès d'ici à 2025. Selon l'Andeva, 3 000 personnes meurent chaque année et les autorités sanitaires imputent à l'amiante 10 à 20% des cancers du poumon.

Noot LT: Deze uitspraak haalt de argumentatie voor de vrijspraak (2009) van Karel Vinck onderuit. Algemener: een bedrijf dat gevaarlijke stoffen produceert moet de wetenschappelijke vakliteratuur op de voet volgen en maatregelen nemen, ook als er nog geen wetgeving terzake is uitgewerkt.
Lucas Tessens
de grap om Belg te zijn
Edited: 201604241048
België (en vooral Brussel) heeft steeds een aantrekkingskracht uitgeoefend op Nederlandse kunstenaars en Oranjes die eens onze bossen bezaten. Belgen weten wel waarom maar kunnen het doorgaans niet uitleggen. Nederlanders kunnen het wel uitleggen maar komen vaak niet verder dan het aanhoren van de door henzelf uitgestote klanken met bezuiniging op de medeklinkers. De verklaring zit dus in iets diepers dan het louter cognitieve. Tussen Amsterdam en Parijs ligt voor Nederlanders een voor hen begripvol kruispunt van culturen, een tussenland, een vertaaldoos, een medicijn voor de ziekte van de eigendunk, een ruimte voor twijfel over het eigen grote gelijk, en om de 500 meter een café met paljassen en niet veraf een frietkot. In België wordt niet meer gezocht naar het ultieme Antwoord, de opperste Waarheid, de ontbrekende komma. Nu de Grote Schrift ook hier geen dictaat meer is, groeit de verwarring waaraan wij gewend zijn. Want dit land heeft leren leven met zijn Tradities: dwingelanden uit andere landen, schijnheiligen, bedriegers, lafaards, plunderaars, folteraars, verzetslui van het laatste uur, politiekers van alle slag, grote en minder grote denkers, gelijkhalers vooral, zwemkampioenen en zoetwatermatrozen, uitstellers, aanstellers, bedenkers van problemen en oplossers van niets. Voor het toejuichen van koningen zijn we georganiseerd: wij hebben speciale kinderbataljons met vlaggetjes en achter overbodige dranghekkens gecoiffeerde bomma's met boeketten. Koningen die te lang in de Zwitserse Alpen blijven golfen hebben pech want hier wachten de linten op hun scharen. Overstroomden en journalisten willen vorsten in gummilaarzen zien. Als het hard regent kunnen we het ook met een regent wel stellen, tot een bevend kind met een sabel de monarchie komt redden. Dit land leverde zoeaven aan de Paus, helden voor Den Ijzer, communisten voor de Spaanse burgeroorlog, Oostfronters van zeventien, ISIS-strijders, poolreizigers, Congo-ambtenaren, pedofiele assistent-gewestbeheerders, een paar Nobelprijswinnaars, pedalentrappers, gerstenatbrouwers, leprozenverzorgers en enkele schrijvers. Slechts weinigen overleven zichzelf want dit volk dat er geen is heeft een kort geheugen en veel dorst. En zo te leven als Vlaming, Brusselaar, Duitse Oostkantonner of Waal is niet allen gegeven. Gelukkig is in dit land de bloedvermenging na tomeloze kermissen groot geweest. Het begon al lachend en lallend, de al dan niet gewillige deerne op een ladder vastgebonden als in een passiespel, als een vlezige Maria rondgedragen in een nachtelijke processie. Zo is het bloed der anderen ook telkens ons bloed en daarom vergieten we het in de onderlinge strijd met mate, een beetje schuchter en altijd per ongeluk. Wie België betreedt, weze gewaarschuwd.
Panama Papers: geen verrassing: ook Fortis wees de weg naar Panama
Edited: 201604241024
De weg liep over het Luxemburgse Intertrust.
Ook KBC (via KBL) en bank Degroof worden genoemd in de Panama Papers.

De taksvehikels werden gestationeerd op de Britse Maagdeneilanden, de Seychellen en het eilandje Niue.



Er wordt verwacht dat de gehele banksector in het vizier komt en dat schermvennootschappen schering en inslag waren (zijn) bij het verbergen van zwarte vermogens.
Blijft natuurlijk de vraag welke maatregelen de zwakke Europese staten kunnen en zullen nemen. Nu al wordt in de communiqués gezegd dat het allemaal perfect legaal was volgens de toenmalig geldende rechtsregels.
Dat brengt ons bij de stelling dat er een actieve medewerking was van de naties/administraties aan het opzetten van constructies die de modale belastingbetaler bedrogen. Wat de ene niet betaalt moet de andere natuurlijk ophoesten. En dan is de moraliteit in het geding.
Statista / ASDA'A Burson-Marsteller
Alarmerende resultaten van recent onderzoek: 13 procent van de arabische jongeren arabieren in het Midden-Oosten en Noord-Afrika steunen ISIS/DAESH
Edited: 201604131925
Why Young Arabs Are Joining The Islamic State

A recent poll spanning 16 nations across the Middle East and North Africa has found that most young Arabs are against the so-called Islamic State and believe it will ultimately fail to establish a caliphate. The 2016 Arab Youth Survey revealed that 77 percent of Arabs aged 18 to 24 are concerned about the terror group’s rise with 50 percent considering it the biggest obstacle facing the Middle East. Only 13 percent of young Arabs feel they could support the group, even if it was less violent.
Commentaar LT: De interpretatie van Statista is discutabel. Statista spreekt van "only 13 percent". Wij vinden dit een alarmerend percentage! In absolute cijfers: 26 miljoen jongeren steunen ISIS/DAESH !

The poll also examined the primary reasons people are joining the terror group with a major lack of jobs in the region proving a driving factor. Across the countries polled, employment and few opportunities for young people proved a bigger draw than religious extremism or the presence of Western troops in the region.

Infographic: Why Young Arabs Are Joining The Islamic State | Statista



ASDA'A Burson-Marsteller behoort tot de WPP-groep van Sir Martin Sorrell
news
Panama Papers: BBI betreurt dat het geen volledige inzage krijgt in Belgische luik
Edited: 201604111341
De baas van de Bijzondere Belastinginspectie, Frank Philipsen, betreurt dat de informatie uit de zogenoemde Panama Papers te traag bij zijn diensten terechtkomt.
De Tijd schrijft vandaag (20160411) dat de Gentse gewestelijke BBI-directeur, Karel Anthonissen, reeds in 2009 het mechanisme dat in het Dexia-dossier opdook, heeft aangekaart bij de BBI-top, maar dat die naliet de hele Panama-route bloot te leggen. Anthonissen is de ambtenaar die de zaak tegen Karel De Gucht opende én door de top van Financiën en de BBI gewantrouwd wordt.
KB-Lux
Als we verder terug gaan in de tijd dan merken we dat er reeds in 2000-2001 aanwijzingen waren dat Dexia via Cregem klanten aan buitenlandse constructies hielp. Er liep toen een gerechtelijk onderzoek in Charleroi. De mechanismen vertoonden veel gelijkenissen met die van KB-Lux.
In de KB-Lux-affaire oordeelde het Hof van Beroep (hierin gesteund door het Hof van Cassatie) - na 14 jaar procederen! - dat de bewijzen in de zaak op onwettige manier waren verkregen. De speurders hadden zogenaamd fouten begaan bij het verzamelen van bewijzen. Maar in 2015 werden ze door de correctionele rechtbank vrijgesproken. In een cirkelredenering kan je dan ook zeggen dat de uitspraak van het Hof van Beroep op los zand was gebouwd.

Wellicht spookt bij de protagonisten van de Panama Papers ook die achterdocht tegen justitie door het hoofd en worden de namen in het Dexia-dossier (en de talrijke andere dossiers) om taktische redenen achter gehouden.
Op de kabinetten staat de telefoon niet stil.

9 april 2016: Follow the Money - laatste aflevering van deze reeks op Canvas
Edited: 201604091111
In deze aflevering wordt het energiebedrijf Energreen failliet verklaard. Het middle management wordt 'opgeofferd' en gaat de gevangenis in of pleegt zelfmoord. De CEO, blijkbaar toch slechts een pion in het mondiale bedrog, wordt in zijn vluchtoord aan een zonovergoten kust door de insider/huurmoordenaar uitgeschakeld met één schot in het hoofd en twee in de hartstreek. De officier van justitie van de fraudecel wordt door de minister gemaand het verdere strafonderzoek stop te zetten. Er is immers één procedurefout gemaakt. De ultratop ontspringt de dans.

Nog dit: vanaf een bepaald niveau wordt er bij Energreen geen salaris meer betaald maar zwijggeld.
Niet zo maar een serie ...
VANDER TAELEN Luckas
De grote verwarring. Hoe moeten we reageren op het islamitisch fundamentalisme?
Edited: 201604080856

Publicatiedatum: 8 april 2016
Tekst van de backcover:
Jaren van vrede hebben ons verwend en weerloos gemaakt. We zijn vergeten dat niet alle conflicten op te lossen zijn door een goed gesprek en we weten niet meer hoe we op geweld moeten reageren. De ideologische verwarring is totaal. De opvang van asielzoekers is een morele plicht. Dat staat buiten kijf. Maar de maatschappij zal onvermijdelijk veranderen als grote groepen mensen met radicaal verschillende culturele en religieuze opvattingen opgenomen worden. Wie hoopt dat de problemen zullen verdwijnen met een krachtig voluntarisme à la Angela Merkels ‘Wir schaffen das’, negeert de werkelijkheid. En zorgt er vooral voor dat de blinde xenofobie toeneemt en de steun van de bevolking voor elke vorm van solidariteit afkalft.
13 november 2015 was een mokerslag voor het linkse politiek correcte denken dat de tekens van het groeiende islamitische fundamentalisme niet wou zien uit angst beschuldigd te worden van islamofobie. De ruk naar rechts in de publieke opinie had echter vermeden kunnen worden als linkse partijen het vroeger hadden aangedurfd om het naïeve multiculturele harmoniemodel bij te stellen en de angst van de gewone mens au sérieux hadden genomen. Als ze de problemen in Brussel bijvoorbeeld niet weg hadden gerelativeerd.
Misschien bieden de Parijse aanslagen van november 2015 dan ook een historische kans aan links om zich te herbronnen. De grote verwarring wil daartoe een eerste aanzet geven. Want blijven zweren bij vertrouwde versleten mantra’s zal de nu al danig aangetaste geloofwaardigheid van links helemaal laten verdwijnen.
LT
Natalie Nougayrède over de wortels van het terrorisme - Een kleine rechtzetting over Congo
Edited: 201604041422
Nougayrède - voormalig hoofdredacteur van Le Monde - schrijft in een column in The Guardian (overgenomen door De Standaard dd. 20160404) het volgende:
'Men verwijst ook naar het koloniale verleden van Frankrijk. Gilles Kepel, een Franse expert in het domein, heeft het over een 'retrokoloniaal tijdperk', waarin jonge Franse moslims van Noord-Afrikaanse afkomst zich op historische grieven beroepen waar hun ouders of grootouders zich overheen hebben gezet. Maar dat verklaart het probleem in België niet, het land met het grootste aantal Syriëstrijders per hoofd van de bevolking. België heeft immers nooit islamitische landen gekoloniseerd.'
Dat laatste is een sterke (journalistieke) vereenvoudiging van de situatie in Belgisch Congo. Ook in Oost-Congo was er een islamitische minderheid aanwezig.
Zie hierover het flamboyante boek van Léon Anciaux, Le Problème Musulman en Afrique Belge (1949)
Daarnaast moet men niet vergeten dat Leopold II de 'Etat Indépendant du Congo' vestigde onder het mom van het brengen van beschaving en het bestrijden van de Arabische slavenhandel.
Tenslotte: België leverde tijdens de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd Algerijnen in het grootste geheim uit aan Frankrijk; het Belgische asielbeleid van toen was op zijn minst schimmig te noemen. Zie hierover Allah weent om Algiers. Algerije tussen militaire en islamitische dictatuur.
Om jongeren te radicaliseren hoef je geen historicus te zijn. Een samenraapsel van hele en halve waarheden, vermengd met regelrechte leugens en verzwegen gruwelijkheden kan in achtergestelde en ongeschoolde middens de vonk snel doen overslaan. Dat is een constante in de geschiedenis.
7 sur 7
Molenbeek: chauffeur rijdt in op menigte, doorbreekt politiebarrière, rijdt vrouw aan, pleegt vluchtmisdrijf ... zijn passagier filmt alles met zijn iPhone
Edited: 201604021938
En marge des incidents à Molenbeek ce samedi après-midi, une voiture - une Audi A1 immatriculée 1-NCU-918 - a foncé dans la foule et forcé un barrage de police, avant de renverser une femme, rue Brunfaut. La victime souffre de graves blessures à la tête et de plusieurs fractures. Le chauffard a été arrêté.
Les occupants du véhicule, une Audi blanche, avaient des fumigènes à l'intérieur du véhicule. Selon la RTBF, le chauffard, un habitant du quartier, a été interpellé.
news / VTM / DS / Tijd / LT
Etienne Vermeersch schrijft Nieuwkomersverklaring uit - Federale regering keurt die goed
Edited: 201603311051
Nieuwkomers moeten voortaan een verklaring ondertekenen. Wie weigert, is niet welkom. En wie geen "redelijke inspanning" levert om zich te integreren, kan zijn verblijfsrecht verliezen. Dat schrijven De Standaard en Het Nieuwsblad. Het gaat om een unicum in Europa.

De federale regering keurde woensdag de tekst van de "nieuwkomersverklaring" goed. Elke buitenlander die langer dan drie maanden in België wil verblijven, moet het document ondertekenen. Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) is zeer blij met de verklaring. Zijn partij pleit al jaren voor de koppeling van een verblijfsrecht aan de wil tot integratie.

Voor EU-burgers, asielzoekers en studenten geldt de integratieverplichting niet. Voor de rest, zowat drie vierde van de nieuwkomers, geldt die wel. Een weigering resulteert in een "onontvankelijk dossier" en wie geen "redelijke inspanning" levert om zich te integreren, kan bij de eerstvolgende verlenging zijn verblijfsrecht verliezen.

Voor de opstelling van de nieuwkomersverklaring deed Francken een beroep op professor Etienne Vermeersch. De Dienst Vreemdelingenzaken neemt de controle op zich. Francken hoopt dat de regeling dit najaar van kracht wordt.

Commentaar LT:
De ondertekening van zo'n tekst door inwijkelingen hadden wij reeds eerder voorgesteld en wel op 24 september 2015. De nieuwe regeling mag als een doorbraak in het debat worden beschouwd en geeft de Dienst Vreeemdelingenzaken een houvast. Op een aantal punten gaat de tekst in tegen de geplogenheden binnen de islamitische gemeenschap. Het ontwerp van Koninklijk Besluit moet nog naar de Raad van State voor een (niet bindend) advies.

Lees ook de verklaring die Saoedi-Arabië u laat ondertekenen wanneer u dat land bezoekt.



beluister hier de toelichting en het commentaar dd. 20160331 van Theo Francken op Radio 1 (De Ochtend)
in spanje
MADRID - Om het Spaanse kadaster weer in overeenstemming te brengen met de werkelijke situatie in het land, zet de Spaanse belastingdienst al sinds 2013 helikopters en zelfs drones in die de grond afspeuren naar onregelmatigheden aan woningen.
Edited: 201603300824
Inspecteurs zoeken naar alles dat zonder dit op te geven bij de belastingdienst of gemeente bij, op of aan een huis is gebouwd. Door garages, zwembaden en uitbouwen aan de woning toe te voegen of balkons of dakterrassen dicht te bouwen, stijgt deze in waarde. Een woning die meer waard is, levert ook de balstingdienst meer geld op.

Als er illegale zaken waargenomen worden, worden boetes uitgedeeld en belastingen verhoogd. Ook voor de gemeente stijgt het bedrag aan onroerendgoedbelasting (IBI) dat in zo'n geval gevraagd kan worden.

De helicopters en drones van 'Hacienda' vlogen al boven een paar duizend gemeenten. Ik eerste instantie werden grote urbanisaties gecontroleerd, met name die langs de Spaanse kusten. Maar ook bebouwing in het binnenland ontkomt niet aan het arendsoog van de inspecteurs.

Spekken schatkist

Wordt er een zaak waargenomen die niet lijkt te kloppen en op basis daarvan een zaak geopend, dan krijgt de eigenaar een brief met een boete van 60 euro wegens het niet aangeven van een constructie. De krant Negocios.com voorspelde twee jaar geleden dat tot 2016 ruim 3 miljoen huishoudens dit bedrag moeten gaan betalen. Dat is dus al gauw een slordige 180 miljoen euro voor de Spaanse schatkist.

IBI betalen met terugwerkende kracht

Daarmee is het echter nog niet gedaan. De toegenomen IBI als gevolg van de waardestijging van het onroerend goed zal met terugwerkende kracht van 4 jaar kunnen worden geïnd plus een bedrag aan rente over die jaren.

15 dagen voor bezwaar

Wie een brief van Hacienda ontvangt over een waargenomen onregelmatigheid ten opzichte van het bestaande kadaster, krijgt 15 dagen om bezwaar aan te tekenen en met bewijzen te komen waarom er wel aan alle regels zou zijn voldaan. Blijft het stil, dan beschouwen de autoriteiten dit als een volledige instemming met het oordeel van de Spaanse belastingdienst.

Tienduizenden onregelmatigheden

Hier en daar verschenen krantenartikelen met aantallen onregelmatigheden die werden aangetroffen door de inspecteurs (in het Spaans 'peritos' genoemd). Zo werden op Menorca bij 2.500 woningen en andere type gebouwen illegaliteiten geconstateerd. In Valladolid gaat het om onregelmatigheden aan 10.515 gebouwen in 91 dorpen. In A Coruña werden aan ruim 26.000 objecten zaken toegevoegd of gewijzigd zonder dit aan te geven. In Lugo stegen de inkomsten uit de IBI zelfs met 11 miljoen euro ten opzichte van voor de check van de belastingdienst. In 90 Galisische gemeenten werden 106.000 objecten genoteerd die niet in het kadaster geregistreerd stonden en waarover dus geen IBI werd betaald. In de regio Valencia beïnvloedt de revisie van de kadastrale waarde al 900.000 onroerend goedobjecten.

Onorthodox en weinig realistisch

Onlangs haalde het Spaanse hooggerechtshof de praktijken om meer waarde toe te kennen aan onroerend goed met het doel om meer belasting te kunnen innen van de belastingdienst onderuit. Er werd gesproken over de onorthodoxe en weinig realistische manier waarop criteria worden toegepast. Vaak wordt de taxatie van woningen alleen op marktprijzen en kadastrale waarde gebaseerd, zonder dat er in de meeste gevallen een fysiek bezoek van een inspecteur aan te pas kwam. Ook komt het vaak voor dat de omvang van plots vanuit de lucht als veel groter wordt geregistreerd waardoor mensen soms tot de helft meer IBI moeten betalen. Zaken zoals achterstallig onderhoud of slechte kwaliteit van een gebouw blijven achterwege terwijl die wel van invloed zijn op de waarde van een object.

Het hooggerechtshof bereid nu een uitspraak voor op basis waarvan de extra waarde geannuleerd kan worden zolang niet tot in details bewezen wordt waarop deze waardering precies is gebaseerd.

bron: inspanje/nl (20160330)
news
zware terrroristische aanvallen op Zaventem en metrostel tussen Maalbeek en Kunst-Wet: 11 doden en 35 gewonden in Zaventem, 10 doden en onbekend aantal gewonden in Maalbeek, tientallen gewonden - cijfers lopen nog op
Edited: 201603220825
Het openbaar vervoer (metro, treinstations, trams, bussen) ligt stil in de hoofdstad.
Zaventem-Luchthaven is gesloten voor alle luchtverkeer en vliegtuigen worden afgeleid naar Liège, Charleroi, Deurne en Frankfurt.
Er is een zogenaamde 'lock down' afgekondigd, wat wil zeggen dat iedereen gevraagd wordt binnen te blijven. De 'lock down' werd om 16 uur opgeheven.
Het dreigingsniveau is in de voormiddag op 4 gesteld, dat is het maximum.
De zittingen van de rechtbanken zijn opgeschort.
De nationale veiligheidsraad is in crisisberaad.
Makkelijke toegang tot vertrekhall Zaventem ter discussie.
Vandaag, morgen en overmorgen dagen van nationale rouw.
Aanslagen opgeëist door IS/DAESH.
Politie verspreidt foto van mogelijke daders.


Last update: 201603221745
Myria
Myria brengt immigratie in cijfers: Roemenen koplopers
Edited: 201603171019
Myria, het Federaal Migratiecentrum, is een onafhankelijke openbare instelling. Het analyseert migratie, verdedigt de rechten van vreemdelingen en strijdt tegen mensenhandel en mensensmokkel. Myria komt op voor een overheidsbeleid dat steunt op feitenkennis en respect voor de mensenrechten.
website Myria

Hier de laatste nieuwsbrief van maart 2016:


zie ook ons bericht over Frontex
NGO's
Franse banken en belastingparadijzen: een studie. 1/3de van de winst wordt versluisd.
Edited: 201603161442
De vijf Franse banken zijn: BNP Paribas, Société Générale, Crédit Agricole, BPCE en Crédit Mutuel-CIC.
De belastingparadijzen (of landen waar grote belastingvoordelen te halen zijn): België, Luxemburg, Nederland, Jersey (UK), Monaco, Hongarije, Libanon, V.A.E., Maleisië, Hongkong, Vanuatu, Kaaimaneilanden, Bahama's, Bermuda, Singapore, Malta, Guernsey (UK), Letland, Curaçao, Cyprus, Mauritius.
Tessens Lucas
onderzoek UGent gebaseerd op bbp/capita goed voor de prullenmand
Edited: 201603141136
Nieuw onderzoek van Pieter Van Rymenant, Freddy Heylen, Brecht Boone, Tim Buyse. Langdurige stagnatie in België? Hoe reëel is de mogelijkheid, en wat zijn de drijvende krachten?
Een samenvatting van dit onderzoek zal op 15 maart 2016 op de website van sherppa gepubliceerd worden, zo meldt De Standaard van vandaag.

Maar ... Noreena Hertz bestreed in 'De stille overname' (2002) het gebruik van het bbp voor economische analyses: "Traditionele meetinstrumenten van de economische groei, zoals bbp per hoofd of bbp-groei, verbloemen de werkelijkheid."
Waarom de onderzoekers van de UGent net dit meetinstrument nemen om hun analyse te onderbouwen, is mij een raadsel.
Het bbp/capita meet als nietszeggend gemiddelde immers geen realiteit en gaat het vraagstuk van de verdeling van de 'groei' uit de weg. Want wat doe je als negentig procent van de vruchten naar tien procent van de eters gaat? In het economie-debat is één vraag van belang: "wiens economie is het eigenlijk?"

Uit de inleidende paragraaf deze twee zinnen: "Toenemende ongelijkheid is in onze huidige simulaties geen significante oorzaak van stagnatie. Maar het blijft o.i. wel een risicofactor." Je kan dus m.a.w. de fiscaliteit ongemoeid laten en toch 'groei' hebben. Of dat ethisch aanvaardbaar is, blijft onbesproken. Ook het psychologische aspect van verregaande ongelijkheid, waardoor demotivatie en burn-out de productiviteit omlaag duwen, wordt niet onder ogen genomen.


news
Turkije legt sociale media (Twitter, Facebook) lam na aanslag met 37 doden in Ankara
Edited: 201603132228

Appeasementpolitiek wordt in het algemeen gebruikt om te verwijzen naar het diplomatieke beleid gericht op het vermijden van oorlog door concessies te doen aan een andere macht. Historicus Paul Kennedy omschrijft het als "het beleid tot het oplossen van internationale ruzies door het accepteren en te voldoen aan grieven van een andere partij door middel van rationele onderhandelingen en compromissen, waardoor een gewapend conflict vermeden kan worden dat mogelijk duur, bloederig en gevaarlijk zou kunnen zijn."
Welke definitie Paul Kennedy aan de huidige onderhandelingen tussen Turkije en de EU zou geven, is niet bekend maar het woord 'rationeel' zou wellicht niet vallen.
LT
Column Rik Torfs: Voor en tegen islam - Een antwoord
Edited: 201602290903
In De Standaard schrijft Rik Torfs vandaag een column over godsdienst. Zijn vak, denk je dan.

Maar het moet wel op een drafje geschreven zijn want Torfs gooit alles op een hoop: katholicisme, vrijzinnigheid, atheïsme, (militant) antitheïsme, de evolutietheorie, islamofobie, links en rechts, empirie, etcetera.
Bovendien moet Torfs zijn teksten herlezen want op wat slaat volgende zin?: "Dus neen, de stelling dat al dan niet linkse vrijzinnigen het christendom koesteren, maar de islam aanhalen, klopt steeds minder." Er zit geen tegenstelling in de zin dus "maar" is niet op zijn plaats. Tot daar aan toe.

Torfs stelt ook het volgende: "Daarom zullen islamofoben die hebben doorgeleerd zich steeds vaker als antitheïsten vermommen, ook al vinden die laatsten dat een spijtige zaak." Het wordt dus - met de column van Torfs in de hand - ten allen tijde mogelijk om een antitheïst te ontmaskeren als een islamofoob. Tja, die jezuïetenstreken daar genees je ook nooit van.

"Antitheïsten vinden religie schadelijk", zo poneert Torfs. Hij doet geen moeite om die stelling te ontkrachten. Dat is nog zo'n oude methode om het debat niet te voeren of nuancering te mijden. Staat Torfs op het standpunt dat religie onschadelijk is? Ziet hij dan niet dat in de geschiedenis religie/geloof en maatschappijvisie voortdurend vermengd zijn geweest?

Tot slot: "Het antitheïsme brengt heel veel mensen diep geluk, geeft hen een houvast, zekerheid in een complexe wereld. Maar tegelijk maakt het een echt gesprek met drie kwart van de wereldbevolking onmogelijk." Ik vraag me dan af: moeten diegenen die zich antitheïst noemen dan eerst een beetje gaan geloven om een gesprek te kunnen voeren? En waarom zou dat gesprek onmogelijk zijn? Omdat de organisatie van de samenleving naadloos moet aansluiten bij geloof en religie?

Torfs maakt in zijn column (elke maandag, dat moet stresserend zijn!) abstractie van de realiteit, zowel van de historische feiten als van de nijpende hedendaagse gebeurtenissen. Godsdienstoorlogen: nooit van gehoord? De positie van de vrouw, van de holebi's, de vrije meningsuiting, verboden apostasie, ..., onbelangrijk?

De kern van het vraagstuk was, is en blijft: welke maatschappijvisie brengt een religie met zich mee? Vroeger was het christendom - waarvan de mooie leer verkracht werd door de katholieke kerk - dominant, nu streeft de islam ongegeneerd naar dominantie. Het gaat om macht, rector! MACHT. Voilà, u hebt uw thema voor uw volgende column. Beschouwt u het maar als een tweede zit.

Veranneman-sofa in Permeke-museum, Jabbeke
Edited: 201602272334



Emiel Veranneman (°Kortrijk, 1924 +Kruishoutem, 20031211) studeerde architectuur aan het Sint-Lucas instituut te Gent en behaalde het diploma van binnenhuisarchitect aan het Hoger Instituut ter Kameren te Brussel. Hij is een neef van de Vlaamse expressionistische schilder Constant Permeke. (Zijn moeder en Permekes vrouw waren zusters). Veranneman heeft naam gemaakt als ontwerper van meubelen en als kunsthandelaar.
In een interview uit 1962 vroeg de kunstcriticus L.L. Sosset aan Veranneman of de woorden die steeds gebruikt worden: 'Streng, ernstig, sober, rustig' wel passen bij het karakter van zijn werk. 'Zonder twijfel, zei Veranneman, beantwoorden ze aan een visie die de mijne is, aan een zeker klassiek vormgevoel dat streeft naar evenwicht, precisie en kloeke constructie en een onberispelijk vakmanschap wat de afwerking betreft. Dat is essentieel.'

Biblio: hugo claus, marcel duchateau, jacques meuris, lieven daenens e.a., Veranneman, Mercatorfonds, Antwerpen, 1985, 470 p. 24 × 36 cm., ca. 600 ill. waarvan 300 in kleur, linnen band.
news
Algerijns journalist en schrijver Daoud trekt zich terug uit islam-debat
Edited: 201602250117
De Algerijn Kamel Daoud (45) trekt zich terug uit het publieke debat. De schrijver is beticht van „islamofobie” en „koloniaal paternalisme”.

Hij had o.m. geschreven: "met de instroom van migranten uit het Midden-Oosten en Afrika, doet de pathologische relatie van sommige Arabische landen met vrouwen zijn intree (sic, LT) in Europa".

lees het volledige bericht in NRC

lees het bericht in le Quotidien d'Oran

lire l'article osé de Kamel Daoud dans Le Monde 31/1/2016


lire la lettre ouverte des 'scientifiques' dans Le Monde du 11 février 2016
Et voici les noms de ces 'scientifiques': Noureddine Amara (historien), Joel Beinin (historien), Houda Ben Hamouda (historienne), Benoît Challand (sociologue), Jocelyne Dakhlia (historienne), Sonia Dayan-Herzbrun (sociologue), Muriam Haleh Davis (historienne), Giulia Fabbiano (anthropologue), Darcie Fontaine (historienne), David Theo Goldberg (philosophe), Ghassan Hage (anthropologue), Laleh Khalili (anthropologue), Tristan Leperlier (sociologue), Nadia Marzouki (politiste), Pascal Ménoret (anthropologue), Stéphanie Pouessel (anthropologue), Elizabeth Shakman Hurd (politiste), Thomas Serres (politiste), Seif Soudani (journaliste).


lire la réponse de Kamel Daoud dans Le Monde du 20 février 2016

Commentaar LT: Kamel Daoud neemt de vrijheid om het onderdrukkende element van de islam aan te klagen. Hij maakt gebruik van de vrijheid van meningsuiting. Hij wil vrij zijn. Dat zegt en schrijft hij ook uitdrukkelijk en met verve. Hij spreekt vanuit zijn eigen ervaring, zijn doorleefd verlangen naar een leven met zin, een zinvol leven waarin hij eigen accenten mag leggen. Je kan niet zeggen dat deze man het zichzelf gemakkelijk heeft gemaakt. Dat is nu eenmaal het lot van zij die vrij willen zijn en er ook iets aan doen. Dat hij daarmee tegen de kar rijdt van diegenen die geen enkele ingenomen egelstelling willen verlaten, is normaal.
Er is een schrijnende parallel met het zwijgen van Albert Camus. Camus plooide voor de haatcampagne van Sartre en De Beauvoir (Les Mandarins de Paris) en trok zich terug in Lourmarin.
Zoals bij Camus zit ook hier weer waarschijnlijk veel jaloezie in het spel: te vlug een ster-auteur, teveel media-aandacht, teveel prijzen, te bekend. Dan slaat het academisch gespuis vanuit de ivoren toren terug met bakken pseudo-wetenschappelijk gewauwel. Dat er een diepe kloof bestaat tussen een vrouw-onderdrukkende islam en een gelaïsciseerd Westen, is zonder meer waar. Wie dat ontkent maakt zichzelf wat wijs, maar erger ... wordt medeplichtig aan de onderdrukking. Er is een kafkaiaanse toestand ontstaan rond het begrip 'progressief'. De gelijkheid tussen man en vrouw erkennen en propageren, dat noem ik progressief vooruit-gaan. Gisteren (en vandaag) was het nodig de rooms katholieke kerk daarover aan te pakken, waarom zouden we dan onze mond houden als de islam in hetzelfde bed ziek is?
Het is mogelijk dat mijn mening niet de uwe is, maar weet dat ik de uwe respecteer zelfs al vergist u zich.



Umberto Eco (1932-2016), semioloog en schrijver, overleden. R.I.P.
Edited: 201602200204

De naam van de roos (vertaling van Il nome della Rosa - 1980) gaat over de toegang tot kennis en hoever de krachten gaan die ons daarvan willen weerhouden, tot moord toe.



In Omgekeerde wereld (vertaling van Il secondo diario minimo - 1992) schopt Eco tegen de Italiaanse politiek, de bureaucratie, het bombastisch taalgebruik van kunstcritici en drijft de spot met de onbegrijpelijke taal van gebruiksaanwijzingen. Het vierde hoofdstuk bevat een vermakelijk woordenspel. Bijzonder leerrijk en tegelijk absurd is de berekening van de tijd die UE aan verscheidene bezigheden besteedt op een totaal van 8760 uren die een jaar telt. En in New York willen alle taxichauffeurs een staatsgreep plegen, terwijl die van Parijs de weg in hun stad niet kennen (de Bastille is een metrostation zonder meer); geen van allen heeft wisselgeld op zak. Eco als intellectuele grapjas en taalvirtuoos.

De structuur van de slechte smaak bevat een door Eco gemaakte keuze uit de essaybundels Apocalitticci e integrati (1964) en Il superuomo di massi (1978). Dat is interessant omdat we daardoor weten wat Eco zelf in zijn oeuvre als van blijvende waarde inschatte. Bij herlezing blijken de vaststellingen van Eco inzake de massacultuur ook naadloos van kracht te zijn op de explosie van het internet en de toegepaste technieken ter beïnvloeding. Om u niet langer in spanning te houden, hier is wat Eco onder slechte smaak verstaat: "Slechte smaak, op het terrein van de kunst, willen wij definiêren als het opdringen van een geprefabriceerd effect." (De cursivering is van Eco.) Wij vonden de stellingnamen op volgende pagina's van belang: 53-55 (over kleine menselijke initiatieven in een massacultuur, de voortschrijdende bewustwordingsprocessen, 'zwijgen is geen protest, het is medeplichtigheid, evenals de weigering om een compromis te sluiten.'), 220 ('Maar neem nu onze maatschappij waarin alles is genivelleerd, en waar psychologische verwarring, frustraties en minderwaardigheidscomplexen aan de orde van de dag zijn'.)
DS
aantal erkende asbestslachtoffers piekt van 181 in 2014 naar 292 in 2015
Edited: 201602191403
Op de website van het Asbestfonds moet u deze informatie niet gaan zoeken. Het laatste nieuwsbericht aldaar dateert van 28 maart 2012 (!).

Wij hebben het AFA op 20160219 volgend bericht gezonden:
Geachte,

De jaarcijfers 2015 van het Asbestfonds werden vandaag besproken in De Standaard.
Tot mijn verwondering is het laatste nieuwsbericht (persbericht) op uw website dat van 28 maart 2012 (!).
Heeft de wetgever u geen verplichting opgelegd tot jaarlijkse rapportering?

Graag enige verduidelijking.

Met hoogachting,
LT

Op 20160222 kregen wij volgend antwoord van de Communicatieverantwoordelijke van het Fonds voor de beroepsziekten (FBZ):
"Geacte heer Tessens,

We publiceren jaarlijks enkele cijfers over het Asbestfonds (AFA) in het jaarverslag van het Fonds voor de beroepsziekten (FBZ). Het AFA behoort immers tot het FBZ.
U vind deze jaarverslagen hier:
jaarverslagen
Daarnaast publiceren we op regelmatige basis ook een nieuwsbrief met meer informatie over het Asbestfonds.
De afgelopen twee jaren was er onder meer informatie te vinden over het AFA in de nieuwsbrieven 34, 35, 38 en 44. U kan deze hier vinden:
nieuwsbrieven

Zoals u ziet, staat al deze informatie op de website van het FBZ en niet op deze van het AFA. We begrijpen dat dit vreemd kan lijken.
Uw vraag is dus terecht. We gaan proberen dat hier op te lossen.
Ondertussen adviseer ik te kijken op de bovenvermelde pagina's.
Met vriendelijke groeten,
Alexander Van de Sande
Communicatieverantwoordelijke
Fonds voor de beroepsziekten
Sterrenkundelaan 1 - B-1210 Brussel
Tel : +32 (0)2 - 226 67 27
Gsm: +32 (0)485 - 58 73 96"

Er is dus beterschap in de maak.

Toch nog een inhoudelijke bemerking:
De wet bepaalt (...) dat een vergoeding door het Asbestfonds het slachtoffer de mogelijkheid ontneemt een vordering voor de rechtbank in te stellen tegen de aansprakelijke derde (bijvoorbeeld de werkgever), behalve wanneer deze de ziekte opzettelijk heeft veroorzaakt.
Commentaar LT: De verantwoordelijkheid van de werkgever (bvb. Eternit) wordt hierdoor dus afgewenteld op de gemeenschap en dat volgens het adagium 'privatisering van de baten, collectivisering van de lasten'. De vergoeding die het Asbestfonds uitkeert staat in feite gelijk met een ordinaire afkoopsom. Rest de vraag of deze regeling de toets aan art. 1382 BW doorstaat.


website Asbestfonds

news
De staalbetoging tegen China in Brussel: eerst delocaliseren, dan janken
Edited: 201602161616
De betoging van de staalindustrie tegen China werd gisteren in het VRT-journaal voorgesteld als een unicum: werkgevers en vakbonden trekken aan hetzelfde zeel. Misschien toch even nuanceren: CEO's en kaderleden zijn ook maar loontrekkenden, werknemers dus.

De EIGENAARS van de bedrijven hebben grote stukken van de staalindustrie gedelocaliseerd richting het Verre Oosten. De CEO's die dat voor mekaar brachten waren toen de gewillige huurlingen van de 'global players' die geen werknemers kennen, enkel winstcijfers.

De pedalen kwijt op de redactie?


RT News
Hoofdkwartier HSBC blijft dan toch in London. Verhuis naar Hong Kong gaat niet door.
Edited: 201602151431
Of het allemaal een spelletje is geweest om de Britse regering onder druk te zetten, zal later wel blijken ...
Volgens de top van de bank zijn er geen onderhandelingen met de regering Cameron geweest.
het gebeurde op 10 februari ...
Edited: 201602100024
1582: hertog Frans van Anjou, terug uit Londen, neemt de Nederlanden in bezit

1724: eerste drie schepen van de Oost-Indische Handelsmaatschappij vertrekken vanuit Oostende naar China

1763: Parijs: vredesverdrag tussen Engeland, Frankrijk, Spanje en Portugal, als einde van de 7-jarige zeeoorlog. Canada behoort voortaan aan Engeland, Havana komt terug bij Spanje.

1798: Franse troepen, onder leiding van maarschalk Berthier, bezetten Rome

1824: Simon Bolivar wordt dictator van Peru

1840: Engeland: huwelijk van koningin Victoria met prins Albert van Saksen

1846: slag van Sobraon (Indië) met Engelse overwinning op de Sikhs

1880: pauselijke encycliek 'Arcanum Divinae Sapientia' van Leo XIII, over het christelijke huwelijk

1915: +Albert Thys, grote baas van de CCCI


1947: vredesverdrag te Parijs tussen de geallieerden en vijf satellietstaten van de As: Italië, Bulgarije, Hongarije, Finland en Roemenië

1962: Berlijn: de Russen laten Francis Powers, piloot van een spionagevliegtuig, vrij in ruil voor Russische spion Rudolf Abel
Statista
The Spread Of The Zika Virus
Edited: 201602050918
Spain has just confirmed that a pregnant woman has been diagnosed with the Zika virus, marking the first such case in Europe. Other European countries including Ireland and Denmark have reported infections but Spain's is the first case involving a pregnant woman.
The Zika virus has been around for over 60 years but it has gone global over the past few weeks with the World Health Organisation warning that it has "explosive pandemic potential". It is a mosquito-borne disease that has symptoms similar to the dengue and chikungunya viruses. Transmission is currently active in several countries across the Americas, Pacific islands and Cape Verde.
Infographic: The Spread Of The Zika Virus | Statista


Microcefalie is een afwijking van het centrale zenuwstelsel waarbij de schedelomvang te klein is. Het is meestal een aangeboren aandoening. De hersenen ontwikkelen zich niet goed waardoor de schedel ook kleiner blijft. Vaak is er sprake van een verstandelijke beperking.
Er bestaat een primaire en secundaire microcefalie. De primaire microcefalie is vaak autosomaal recessief overerfbaar. Bij een secundaire microcefalie, is er sprake van een secundaire oorzaak.
Microcefalie ontstaat door een chromosoomafwijking, een ontwikkelingsstoornis of een infectie tijdens de zwangerschap. Vaak is het een kenmerk van een syndroom.
Persmedeling PVDA
PVDA gaat wetsvoorstel indienen om “Excess Profit Ruling” af te schaffen
Edited: 201602040928
(04/02/2016) De fiscale voordelen die de Belgische overheid toekent aan multinationals via het systeem van “excess profit rulings” kunnen voor de Europese Commissie niet door de beugel. De Commissie noemt het systeem een vorm van illegale staatssteun. De PVDA is al jaren gekant tegen dit systeem en ziet in de uitspraak van de Commissie een bevestiging van haar stelling.

Al jarenlang hekelt de linkse partij de onwettige toepassing van art. 185 §2 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen. Volgens de praktijken van de Dienst Voorafgaande Beslissingen kan een Belgisch filiaal van een multinational verkrijgen dat het geen belastingen moet betalen op zijn winst, zelfs zonder dat een ander filiaal in het buitenland gelijkwaardig belast wordt. Nochtans is net dit evenwicht vastgelegd in art. 185 §2 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen.

PVDA-volksvertegenwoordiger en fiscaal specialist Marco Van Hees ziet twee mogelijke verklaringen: “Ofwel past de Dienst Voorafgaande Beslissingen het belastingwetboek onwettig toe. Ofwel had de wet – in 2004 ontsproten uit de koker van toenmalig minister van Financiën Reynders – zonder dit expliciet te vermelden, van bij het begin de bedoeling wat de Europese Commissie noemt ‘een dubbele niet-taxering’ toe te kennen aan multinationals. In beide gevallen kunnen we beter beslissen het mechanisme van de ‘excess profit rulings’ af te voeren. Dit mechanisme betekent een ware BelgoLeaks dat niet moet onderdoen voor de LuxLeaks. De PVDA zal in de Kamer dan ook een wetsvoorstel indienen om heel klaar en duidelijk art. 185 §2 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen te schrappen.”

“De ‘excess profit rulings’ vervingen in 2004 – discreet – een andere bepaling, namelijk de ‘ruling infocap’. Dat systeem was toen door de Europese Commissie veroordeeld. In feite wordt België hier dubbel veroordeeld”, aldus Van Hees. “Het lijkt wel een traditie in dit belastingparadijs voor multinationals.”


Pro memorie:
Afdeling II : Belastinggrondslag
Artikel 185, WIB 92
§ 1. Vennootschappen zijn belastbaar op het totale bedrag van de winst, uitgekeerde dividenden inbegrepen.
§ 2. Onverminderd het tweede lid, voor twee vennootschappen die deel uitmaken van een multinationale groep van verbonden vennootschappen en met betrekking tot hun grensoverschrijdende onderlinge relaties:
a) indien tussen de twee vennootschappen in hun handelsbetrekkingen of financiële betrekkingen, voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke vennootschappen, mag winst die één van de vennootschappen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald, maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald, worden begrepen in de winst van die vennootschap;
b) indien in de winst van een vennootschap winst is opgenomen die eveneens is opgenomen in de winst van een andere vennootschap, en de aldus opgenomen winst bestaat uit winst die deze andere vennootschap zou hebben behaald indien tussen de twee vennootschappen zodanige voorwaarden zouden zijn overeengekomen als tussen onafhankelijke vennootschappen zouden zijn overeengekomen, wordt de winst van de eerstbedoelde vennootschap op passende wijze herzien.
Het eerste lid vindt toepassing bij voorafgaande beslissing onverminderd de toepassing van het Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen (90/436) van 23 juli 1990 en de internationale overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting.

§ 3. Het bedrag van de beroepsverliezen geleden binnen buitenlandse inrichtingen of met betrekking tot in het buitenland gelegen activa waarover de vennootschap beschikt en die gelegen zijn in een Staat waarmee België een overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten, blijft buiten aanmerking voor het vaststellen van de belastbare basis, tenzij voor wat betreft het proportioneel gedeelte van deze verliezen waarvoor de vennootschap aantoont dat dit niet is afgetrokken van belastbare winsten van deze inrichting in de Staat waar deze gevestigd is, en niet verrekend is met in België vrijgestelde winsten van andere buitenlandse inrichtingen van de vennootschap.
Brussels Nieuws / Belga
Kortrijkse vastgoedontwikkelaar bouwt Corelio-site in Groot-Bijgaarden verder uit
Edited: 201602040106
De Kortrijkse vastgoedontwikkelaar Futurn heeft de 5 hectare grote site van mediagroep Corelio aan de Gossetlaan in Groot-Bijgaarden verworven. Corelio zal de gebouwen die het momenteel al betrekt, tot eind 2021 huren van Futurn. Op de overige twee hectare zal de vastgoedontwikkelaar een bestaand pand renoveren en nieuwe bedrijfsgebouwen optrekken. Dat wordt woensdag gemeld in een persbericht.

De site van Corelio in Groot-Bijgaarden.
Door de huurovereenkomst kan Corelio de activiteiten (drukkerij, redactie, advertising, ondersteunende diensten...), die ze in deze gebouwen samen met haar dochtervennootschappen Mediahuis en Coldset Printing Partners ontplooit, nog tot eind 2021 op deze plaats voortzetten. "Hierdoor kunnen we beslissingen over de huisvesting van onze activiteiten in Groot-Bijgaarden voorlopig uitstellen en evalueren in het licht van toekomstige marktevoluties", aldus Bruno de Cartier, gedelegeerd bestuurder van Corelio.

Tegelijk werden delen van de site die onderbenut waren, onder meer als gevolg van de verhuizing van de redactie van het Nieuwsblad naar de Mediahuis-vestiging in Antwerpen, tegen interessante voorwaarden gevaloriseerd. Futurn wil op de overige 2 hectare van de site, die momenteel voor een groot deel gebruikt wordt als parking, nieuwe bedrijfsgebouwen realiseren met een totale vloeroppervlakte van 12 tot 15.000 vierkante meter.

"Er is op deze bedrijvenzone veel mogelijk gaande van werkruimtes, ateliers, opslag tot kantoorachtige bedrijven. Aan de gemeente Dilbeek willen we binnenkort enkele varianten van masterplannen voorleggen. We hopen tegen eind dit jaar te kunnen beginnen met de bouw. Eén leegstaand gebouw willen we renoveren, een ander afbreken. De investering zal een paar tientallen miljoenen euro bedragen", aldus Frederik Baert, gedelegeerd bestuurder van Futurn.
TESSENS Lucas, TESSENS Manu
www.mers.be: nu een Index der auteurs op de Search-pagina
Edited: 201602031005

Op de Search-pagina hebben we een INDEX (A-Z) geplaatst. Wanneer u de werken van een bepaald auteur zoekt zal uw zoekwerk hiermee ingekort worden. De namen van de auteurs worden vermeld in de oorspronkelijke schrijfwijze die wij op het titelblad van het boek aantroffen.
De Standaard 20160127
Lijst van de 36 multinationals die sinds 2005 gebruik maakten van de Excess Profit Rulings (EPR) - Artikel 185 §2 WIB92
Edited: 201601270901
Atlas Copco Airpower nv: 517 mEUR
BP Aromatics Ltd nv: 164,3 mEUR
AB Inbev: 163,7 mEUR
Ampar: 129,8 mEUR
Celio International nv: 127,2 mEUR
Wabco Europe bvba: 126,6 mEUR
BASF: 110,8 mEUR
Belgacom International Carrier Services (nu Proximus): 95,8 mEUR
St Jude Medical CC bvba: 81,3 mEUR
VF Europe bvba: 64,8 mEUR
Pfizer Animal Health sa: 62,6 mEUR
Flir Systems Trading bvba: 60,3 mEUR
Eval Europa nv: 44,4 mEUR
Capsugel Belgium nv: 44,4 mEUR
Chep Equipment Pooling nv: 32,5 mEUR
Ontex bvba: 31,4 mEUR
LMS International: 31 mEUR
Soudal: 23,5 mEUR
Tekelec International sprl: 22,2 mEUR
The Heating Company: 20,1 mEUR
Dow Corning Europe sa: 14,1 mEUR
Kinepolis Group nv: 12,4 mEUR
Bridgestone Europe nv: 11,8 mEUR
Puratos: 10,3 mEUR
Noble International Europe: 10,2 mEUR
Esko Graphics bvba: 8,2 mEUR
Trane bvba: 8 mEUR
Knauf Insulation: 7,6 mEUR
Delta Light nv: 5,4 mEUR
Evonik Oxena Antwerp nv: 4 mEUR
Luciad: 3,9 mEUR
Omega Pharma International: 3 mEUR
Magnetrol International nv: 2,1 mEUR
Punch Powertrain: 1,7 mEUR
Nomacorc: 1,1 mEUR
Mayckawa Europe nv: 0,9 mEUR
De hierboven genoemde cijfers zijn de miljoenen euro's die niet belast werden. In totaal werd ruim 2 miljard euro aan winsten niet belast. Tegen een tarief van 34 procent vennootschapsbelasting komt dat overeen met 700 miljoen euro. België wordt door de Europese Commissie verplicht om dat bedrag bij de bedrijven bijkomend te innen.

Pro memorie:
Afdeling II : Belastinggrondslag
Artikel 185, WIB 92
§ 1. Vennootschappen zijn belastbaar op het totale bedrag van de winst, uitgekeerde dividenden inbegrepen.
§ 2. Onverminderd het tweede lid, voor twee vennootschappen die deel uitmaken van een multinationale groep van verbonden vennootschappen en met betrekking tot hun grensoverschrijdende onderlinge relaties:
a) indien tussen de twee vennootschappen in hun handelsbetrekkingen of financiële betrekkingen, voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke vennootschappen, mag winst die één van de vennootschappen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald, maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald, worden begrepen in de winst van die vennootschap;
b) indien in de winst van een vennootschap winst is opgenomen die eveneens is opgenomen in de winst van een andere vennootschap, en de aldus opgenomen winst bestaat uit winst die deze andere vennootschap zou hebben behaald indien tussen de twee vennootschappen zodanige voorwaarden zouden zijn overeengekomen als tussen onafhankelijke vennootschappen zouden zijn overeengekomen, wordt de winst van de eerstbedoelde vennootschap op passende wijze herzien.
Het eerste lid vindt toepassing bij voorafgaande beslissing onverminderd de toepassing van het Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen (90/436) van 23 juli 1990 en de internationale overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting.

§ 3. Het bedrag van de beroepsverliezen geleden binnen buitenlandse inrichtingen of met betrekking tot in het buitenland gelegen activa waarover de vennootschap beschikt en die gelegen zijn in een Staat waarmee België een overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten, blijft buiten aanmerking voor het vaststellen van de belastbare basis, tenzij voor wat betreft het proportioneel gedeelte van deze verliezen waarvoor de vennootschap aantoont dat dit niet is afgetrokken van belastbare winsten van deze inrichting in de Staat waar deze gevestigd is, en niet verrekend is met in België vrijgestelde winsten van andere buitenlandse inrichtingen van de vennootschap.
AFP
Macron à Moscou : la France a pour a pour objectif la levée des sanctions contre la Russie l'été prochain
Edited: 201601251203
Dit zou dan het gevolg zijn van de zgn. Minsk-akkoorden over Oekraïne, de aanleiding om de wederzijdse economische embargo's neer te zetten.
De aanvaring tussen Rusland enerzijds en USA/Europa anderzijds kwam er na het onbesuisd optreden van bepaalde Europese politici, w.o. Guy Verhofstadt. De voorzichtige diplomatie kreeg geen kans.
Dat Frankrijk het voortouw zou nemen bij een regularisatie van de betrekkingen was voorspelbaar. De banden tussen Rusland en Frankrijk zijn immers historisch goed te noemen. Ook Duitsland wenst een verbetering van de relaties.
Of Turkije de afkoeling goed zal verteren, blijft een open vraag.

De Standaard
Maarten Goethals (over tanden Lumumba) vergist zich over Gerard Soete. Die schreef niet onder pseudoniem.
Edited: 201601231515
Goethals: "Daarvoor had hij zijn verhaal in beperkte kring verteld en neergepend in Het einde van de grijshemden, waarin hij de dood van de Congolese politicus tot in de meest gruwelijke details beschrijft. Hoewel uitgegeven als fictie en onder een pseudoniem, gaat het volgens velen om de feiten van die avond."
Goethals vergist zich. Soete schreef onder eigen naam en mét foto op de cover. Journalisten moeten hun bronnen checken!
Het einde van de Grijshemden
***
Op 20160124 ontvingen wij volgend antwoord:
Bedankt voor de correctie Lucas, ik maak een rechtzetting.
Tom Naegels
Ombudsman De Standaard
***
De correctie in DS van 20160126 luidt als volgt:
Lumumba. Gerard Soetes boek Het einde van de grijshemden is niet onder een pseudoniem verschenen (DS 23 januari)
De Tijd
Europees commissaris voor Concurrentie, Margrethe Vestager, eist dat staalbedrijf Duferco 211 miljoen euro Waalse staatssteun terugbetaalt.
Edited: 201601211257
OXFAM
62 people own the same as half the world, reveals Oxfam Davos report | 62 personen bezitten evenveel als de helft van de wereldbevolking, zegt Oxfam in het Davos rapport
Edited: 201601181057
Oxfam gebruikte cijfers van Crédit Suisse en Forbes.
Infographic: The 62 Richest People Are As Wealthy As Half The World | Statista
Statista

zie ons bericht van een jaar geleden


PIKETTY Thomas in Le Monde
India wordt de grootste wereldspeler in de XXIste eeuw
Edited: 201601161042
P. wijst demografische en politieke redenen aan die in het voordeel van India spelen. China daarentegen blijft een land met vele onzekere factoren: dictatuur met ondecodeerbare politieke recepten, geen persvrijheid, verouderende bevolking.

link naar het artikel in Le Monde
news
aanslag IS/DAESH in Jakarta/Indonesië
Edited: 201601141715
Bij de aanslagen kwamen zeven mensen om, waaronder de vijf aanvallers en twee politieagenten. Islamitische Staat heeft de verantwoordelijkheid voor de aanslagen opgeëist.
Indonesië telt 255 miljoen inwoners en 86% is moslim.



LT
Tom Naegels (ombudsman DS) ontkent bestaan van zelfverklaarde media-elite. Kom nou, Tom !
Edited: 201601141339
Verder heeft TN het over de manklopende reactiemogelijkheid op de website van De Standaard, iets dat al tien maanden aansleept. Dat is te wijten aan een 'technisch euvel'. Misschien is het raadzaam een extern bureau naar de problemen te laten kijken. Die zitten niet 'in-the-box'. Dat laatste is altijd al een probleem geweest voor de pers: het krampachtig navelstaren, het onaantastbare eigen grote gelijk en het missen van opportuniteiten.
De Standaard heeft indertijd naast 'De Tijd' gegrepen en dat laat zich voelen.
********************************************************
We kregen volgend antwoord van Tom Naegels:
Dag Lucas,

Bedankt voor je mail.

Zoals ik al schreef: de cultuurstrijd tussen een "vrij en onafhankelijk denkend volk" tegen een wereldvreemde en manipulatieve media-elite is een van de archetypische verhalen in de hedendaagse Westerse cultuur. Zoals ook de strijd tegen een "rechtse elite", een "blanke elite", een "economische elite", een "culturele elite", een "Europese elite", een "Franstalige" of "Belgicistische elite" of in sommige kringen misschien zelfs nog "een joodse elite" populair is. Een en ander hangt af van waar je je politiek positioneert, maar sowieso ziet de hedendaagse Westerse mens ziet zichzelf als een vrijgevochten individu die alle gezag wantrouwt, en die zich permanent, publiek en met veel retorisch gedruis verweert tegen de kuiperijen van een selecte kring hoge omessen - en je kan dus kiezen wélke selecte kring. De retoriek die jij gebruikt, en die ik al ontelbaar keren heb mogen lezen (krampachtig navelstaren, onaantastbaar, groot gelijk, nieuwe clerus ben je nog vergeten), hoort bij dat verhaal. Zoals ik zei: het is een sterk archetype, erg wervend en gemeenschapsvormend ook. Wie wil er immers een elite verdedigen? Je zou wel gek zijn.

Ik hoop binnenkort weer met je over boeken te kunnen praten.

Zeer hartelijk,
TN
********************************************************
Ons antwoord:
Dag Tom,

Je komt nog niet in de buurt van de essentie van mijn betoog.
25 jaar geleden schreef Frans Crols, hoofdredacteur Trends: "Schandelijk verwaarloosd is de mediakritiek in België. Een handvol scribenten fluit of joelt bij het vertoon op de beeldbuis, maar jaarlijks verschijnen 2,5 miljard kranten en tijdschriften zonder kritische begeleiding. Niemand kraakt in dit land de journalistieke produktie publiekelijk. Absurd is dit."
Ik heb nog een concreet voorstel: verklein de foto’s in jullie krant; die zijn nu belachelijk groot; je krijgt dan plaats voor enkele relevante lezersbrieven. Daar zal toch geen ‘technisch euvel’ in de weg staan, zeker?
Tenslotte schrijf je: "Ik hoop binnenkort weer met je over boeken te kunnen praten." Ik hoop dat je daarmee niet bedoelt: "Lucas, blijf jij maar bij je boeken en hou je weg van kritiek."
Mvg,
Lucas
*********************************************************
En dan weer zijn antwoord:
Nee, dat bedoel ik niet Lucas. Alleen dat ik met je kritiek niet veel kan. Maar dat zal wel aan mijn onverbeterlijk elitarisme liggen.
Groeten uit de ivoren toren.
Tom Naegels
Ombudsman De Standaard
*********************************************************
Nee Tom, dat ligt aan het feit dat je maar de helft van mijn mails leest.
Mvg,
LT
*********************************************************
Hier de mening van prof Paul Janssens:
Erg grappig, die wederzijdse ironie! Maar nu ter zake. Kranten zoals DS lijden aan dezelfde euvel als een aantal VRT-journalisten: ze zijn onverholen tendentieus. Nu vind ik wel dat een krant mag opteren voor de systematische verdediging van de eigen vooroordelen. Uiteindelijk kiezen de lezers zelf of ze de krant blijven kopen of niet. Veel erger is het gesteld met de VRT. De journalisten zijn er voor het leven benoemd. Ze misbruiken de openbare omroep ongegeneerd om de actualiteit dag na dag met hun eigen opinie te verpakken en aan indoctrinatie te doen. Sinds enkele maanden ben ik naar de berichtgeving op VTM overgestapt.
Met beste groeten,
Paul
*********************************************************

Klein land: een partij gaat haar programma uitdiepen en de Wetstraat staat op stelten. Ook de media doen duchtig mee.
Edited: 201601141210
De NVA gaat haar communautair programma expliciteren en kijk het land staat op zijn kop. De Standaard besteedt vijf (!) bladzijden aan dit feit. Wat is België toch een klein land.
Politici en journalisten denken ten onrechte dat wat hen interesseert ook de burger wakker houdt. De kloof is nog nooit zo groot geweest.
MERS & MERS Antique Books Antwerp
Lucas Tessens deleted his Facebook-page. He stays on Linked and is active on Twitter.
Edited: 201601120210
Opinie: wij vinden dat Facebook als concept te weinig op de buitenwereld betrokken is en teveel op de persoon die de boodschap verspreidt; het nut van Facebook als maatschappelijke emancipator is twijfelachtig.
Nieuws uit de eigen sector: 5 boekhandelaars vermist in Hongkong
Edited: 201601111155
Sinds oktober 2015 zijn vijf kritische boekhandelaars verdwenen in Hongkong. Vermoed wordt dat ze zijn ontvoerd door de Chinese veiligheidsdiensten.
The Economist
Olie: Aramco naar de beurs?
Edited: 201601101324
Analisten zijn verbaasd en bespreken de mogelijke beursgang van het Saoedische staatsbedrijf op de traditionele manier.
Commentaar LT: Er is een andere verklaring denkbaar. Nu Saoedi-Arabië veel kritiek oogst met de uitgevoerde executies, is het niet uitgesloten dat de beursgang een 'iedereen-in-het-bad'-operatie is. Want welke aandeelhouder gaat er nog protesteren tegen het dictatoriale beleid van het koninkrijk ?!
Voor alle duidelijkheid: in Iran worden jaarlijks meer doodvonnissen uitgevoerd dan in SA. Voor het Westen is het kiezen tussen de pest en de cholera.
DS, Ruben Mooijman
Apple: enkele cijfers over de 'Fruit Company'
Edited: 201601091946
news
Nieuwe CEO voor VRT: Paul Lembrechts
Edited: 201601091432
Directeuren(-generaal) NIR
1930 - 1937: Gust De Muynck (Antwerpen, 5 december 1897 - Hoeilaart, 1986), leeftijd bij aantreden: 33 jaar
1937 - 1939: Theo De Ronde (Ekeren (Antwerpen), 1894 - Leuven, 1939), leeftijd bij aantreden: 43 jaar
1939 - 1960: Jan Boon (Halle, 6 januari 1898 – Ukkel, 31 december 1960), leeftijd bij aantreden: 41 jaar
Administrateurs-generaal BRT/BRTN
1960 - 1986: Paul Vandenbussche (Jette, 9 augustus 1921 - Leuven, 28 mei 2011), leeftijd bij aantreden: 39 jaar
1986 - 1996: Cas Goossens (Itegem, 13 augustus 1937), leeftijd bij aantreden: 49 jaar
Gedelegeerd bestuurders VRT (Aangevuld op 20160418)
1996 - 2002: Bert De Graeve (Avelgem, 24 maart 1955), leeftijd bij aantreden: 41 jaar
2002 - 2006: Tony Mary (Dilbeek, 1950), leeftijd bij aantreden: 52 jaar
2006 - 2007: Piet Van Roe (ad interim) (Antwerpen, 2 mei 1939), leeftijd bij aantreden: 67 jaar
2007 - 2009: Dirk Wauters (Blanden, 1955), leeftijd bij aantreden: 52 jaar
2009 - 2010: Piet Van Roe (ad interim), leeftijd bij aantreden: 70 jaar
2010 - 2014: Sandra De Preter (Brugge, 1962), leeftijd bij aantreden: 48 jaar
2014 - 2014: Willy Wijnants (1951)(ad interim wegens ziekte van Sandra De Preter), leeftijd bij aantreden: 63 jaar
20141017 - 20160229: Leo Hellemans (Puurs, 1951), leeftijd bij aantreden: 63 jaar
20160301 - heden: Paul Lembrechts (°1957) studeerde af als dierenarts vooraleer hij daar opleidingen in bedrijfseconomie en marketing aan toevoegde.Na enkele ervaringen op de VRT als omroeper en scenarioschrijver ging hij aan de slag bij Master Foods België, de producent van o.m. Mars, waar hij diverse management- en directiefuncties bekleedde. Hij stapte in 1995 over naar de banksector. Hij oefendediverse directie- en managementfuncties uit bij de Generale Bank (later Fortis Bank), ABN Amro en Beroepskrediet NV/BKCP Bank.

Link naar VRT Jaarverslag 2014 Opvallend is het ontbreken van het complexe organogram van de VRT. En daar ligt nu net het probleem.

leden van de raad van bestuur van de VRT

de tijdlijn van NIR/BRT/BRTN/VRT

LT
België - Saoedi-Arabië: diplomatie zonder ethiek
Edited: 201601051230
Didier Reynders heeft zijn rekensom gemaakt.



Het gaat over de Saudische investeringen ten belope van 3,7 miljard euro (Energy Recovery Systems) en 900 banen in de Antwerpse haven, de Waalse wapenexport (lees: FN) goed voor ca. 400 miljoen euro in 2014 en olieleveringen. In de equatie zijn mensenrechten niet te kwantificeren.

De Belgische diplomatie heeft nooit uitgeblonken door haar onafhankelijkheid. Enerzijds is er de link SAU - USA en België kan de leider van de NATO niet voor het hoofd stoten.
De andere as loopt van Parijs naar Riyad en ook daarop zijn wapenleveringen geënt. Daarom zit president Hollande verveeld met de keuze tussen Iran en SAU.

Kiezen voor mensenrechten brengt niks op, dus blijft het bij holle oproepen tot dialoog. Zoals steeds zegt Reynders "we zullen zien", een zinnetje dat in bijna elk interview valt.
De huidige troebelen in het Midden-Oosten zetten de gehanteerde waarden in de geopolitiek in de schijnwerpers. Die waren, zijn en zullen zijn: geld.
Edited: 201512311337


De zotte morgen (1970)

de nacht sluipt weg de lucht verbleekt
de schimmen vluchten zwijgend
en aan de verre horizon
begint de zon te stijgen
en daar trekt uit de nevel op
de klaarte van de dageraad
met in zijn schoot geborgen
de zotte morgen

de stad ontwaakt de eerste trein
breekt door de stilte en op zijn
signaal begint de wildedans der dwazen
de mens kruipt uit zijn ledikant
denkt aan zijn werk en met zijn krant
ijlt hij nog halfslaperig door de straten
de wereld herneemt zijn zotte zorgen
het ritme van de zotte morgen

nu kleurt de einder rood en valt
de kou zacht door de ramen
de stilte vlucht voor al't lawaai
dat opstijgt uit de straten
en daar is dan de morgen weer
een schaterlach en elke keer
verdrijft hij zonder schromen
de nacht de dromen

de stad wordt wild en auto's razen
door zijn poorten en de laatste
rust wordt uit zijn schuilhoek gedreven
vogels vluchten vol verdriet
uit zijn torens want hun lied
wordt nu door niemand meer begrepen
mensen lopen naast elkaar
een verre groet een stil gebaar
want alles wordt nu door de tijd gemeten
de wereld herneemt zijn zotte zorgen
het ritme van de zotte morgen

maar't land zelf slaapt zijn roes nog uit
diep onder't loof verscholen
hier komt geen mens of geen geluid
d'oneindige rust verstoren
terwijl de stad nu raast en schreeuwt
de morgen zijn bevelen geeft
wordt hier bij't ochtendgloren
de dag geboren

en ook de kinderen en de dwazen
blijven tussen de rozen slapen
ver en veilig geborgen
voor het ritme van de zotte morgen


de inspiratiebron

meer kleinkunst op Ultratop
News
Dievenstaat Centraal Afrikaanse Republiek (CAR) oncontroleerbaar
Edited: 201512311235
Na het vertrek van de corrupte president François Bozizé begin 2013, namen criminele bendes en krijgsheren de macht over. Etnisch en religieus geweld werd hun strategie, goud en diamant hun brandstof.

Het Belgisch ministerie van BuZ beschrijft de situatie als volgt:
De Centraal-Afrikaanse Republiek heeft een lange periode van instabiliteit en burgeroorlog meegemaakt, die gekenmerkt werd door frequente en gewelddadige botsingen tussen rivaliserende godsdienstige en etnische groepen, met veel slachtoffers als resultaat. Een transitieproces is nu aan de gang, met een transitieregering die eigenlijk slechts een deel van de hoofdstad controleert. De transitieregering wordt niet erkend door alle groepen en is verdeeld. Het uiteindelijke succes van dit transitieproces is verre van verzekerd, geplande verkiezingen werden stelselmatig uitgesteld. Een zeker niveau van rust, dat zeker niet absoluut is, kan slechts verzekerd worden dankzij de aanwezigheid van verschillende militaire vredesmachten, al hebben recente confrontaties uitgewezen dat dodelijk en sectair geweld op elk moment, op eender welke plaats in het land en zelfs in de hoofdstad plots kan uitbreken.
Criminaliteit
Het wordt ten stelligste afgeraden zich alleen of te voet te verplaatsen, zelfs in de hoofdstad Bangui en zeker ’s avonds. Het is afgeraden om grote hoeveelheden geld of waardevolle zaken mee te nemen.
Hotelgasten worden aangeraden steeds hun deur op slot te houden en enkel te openen voor gekende personen en hotelbedienden, na controle van hun identiteit en hun aanmelding bij de receptie.
Er bestaan tamelijk veel hotels, maar de lokale en internationale veiligheidsmachten raden aan om in het “Ledger” hotel te verblijven omdat het gelegen is in een stadsgedeelte dat meer systematisch door internationale veiligheidsmachten bewaakt wordt.
DE LILLE Bruno, HELLINGS Benoit, commentaar: Lucas TESSENS
Geen collectieve Belgische schuld in Congo
Edited: 201512231617
In een aandoenlijke column (DS, 20151217) pleiten beide groene jongens voor een Belgische verontschuldiging voor het koloniaal verleden. Zij schrijven: 'Het leven van de Congolezen was in Belgische ogen zo weinig waard dat het niet uitmaakte hoeveel van hen je precies doodde.' Ik vraag me dan af: in wiens Belgische ogen?
En verder: 'Ook al is het jaren geleden, de wonden zullen maar helen als we onze verantwoordelijkheid openlijk toegeven, onze fouten officieel veroordelen.' Ik vraag me dan af: onze verantwoordelijkheid? onze fouten?
Wat een kletskoek is dit toch! Moeten we op die manier een debat openen?
De Belgen zouden zich dus als volk moeten verontschuldigen voor wat een koning en een klein aantal bedrijven in de 'Etat Indépendant du Congo' - het latere Belgisch Congo - hebben aangericht. Ik pas daarvoor.
Jean Ferrat begreep het heel goed toen hij zich uitsprak over de geschiedenis van Frankrijk: "Celle qui paie toujours vos crimes vos erreurs." Het volk dat altijd opdraait voor de misdaden en de fouten van de groten.

Een echt debat zou kunnen starten met het aanduiden van de echte verantwoordelijken en het benoemen van hun drijfveren. Daarna zou de Belgische overheid het rapport kunnen overhandigen aan het Congolese volk.
Maar natuurlijk ligt dat te gevoelig. Men moet dan het systeem van uitbuiting en moorddadig winstbejag aanklagen. En dat bestaat nog steeds, hier en ginder.
Wat De Lille en Hellings - wellicht zonder het zelf te beseffen - voorstellen is niets minder dan het goedpraten van het moto 'privatisering van de winsten, collectivisering van de lasten', in dit geval 'privatisering van de winsten, collectivisering van de morele schulden'. Dat is oneerlijk en de Congolezen hebben er geen boodschap aan.
Aanvulling 201602181819:
Misschien moeten deze jongens eens het boek van Emile Vandervelde uit 1911 lezen. Daarna kunnen ze zich afvragen waarom onze hooggeleerde historici tussen 1918 en 1985 (Delathuy, Vangroenweghe en later Hochschild) hun mond niet meer open deden over de wantoestanden in Congo of er in een cirkel omheen liepen.

AD.nl
Shell kan in Nederland voor de rechter worden gedaagd voor de gevolgen van olielekkages in Nigeria. Dochterbedrijf is geen waterdicht schot meer. Corruptie regeert in Nigeria.
Edited: 201512181439
Dat heeft het gerechtshof in Den Haag vrijdag bepaald. De vraag of Shell ook daadwerkelijk aansprakelijk is, blijft nog onbeantwoord.
Shell betwistte in hoger beroep de bevoegdheid van Nederlandse rechters in deze zaak. De zaak tegen het Nigeriaanse dochterbedrijf zou thuishoren voor een lokale rechtbank. Het hof gaat daar evenwel niet in mee, omdat niet op voorhand valt uit te sluiten dat ook het Nederlandse moederbedrijf blaam treft.
Commentaar: Deze uitspraak is vernieuwend qua procedure. Een moederbedrijf kan zich niet langer verschuilen achter een dochterbedrijf. Zo kan een zaak worden weggetrokken van een vaak corrupt gerecht in een even corrupt ontwikkelingsland. Hieronder de (vereenvoudigde) structuur van de olie-industrie in Nigeria. De NNPC wordt geplaagd door corruptie. De bedragen die niet via de schatkist passeren belopen miljarden US-dollars.

GOETHALS Maarten
150 JAAR NA KRONING VAN TWEEDE KONING VAN BELGIË | ‘Leopold II met Hitler vergelijken gaat niet altijd op’
Edited: 201512170802
De Standaard | 17 DECEMBER 2015 | Maarten Goethals
Een koloniaal genie of een ordinaire misdadiger? De figuur en de erfenis van koning Leopold II blijven de natie verdelen. Ook de directeur van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika weet het niet ‘na uren en uren discussiëren’.
Exact honderdvijftig jaar geleden volgde Leopold II zijn vader op als koning van België. Anderhalve eeuw later roept de lange, rijzige figuur met de volle grijze baard nog steeds felle reacties op.

‘Ofwel krijgt hij het epitaaf bouwmeester van België, die prachtige constructies neerpootte in Oostende en Brussel en het land internationaal, industrieel en cultureel op de kaart zette; een man met visie en daadkracht, een staatkundig genie dus. Ofwel krijgt hij meteen hitleriaanse trekjes. Maar niets daartussen’, zegt Jan Vandersmissen, historicus aan de universiteit van Luik en gespecialiseerd in de figuur van Leopold II. Niet dat Vandersmissen de ‘humanitaire ramp’ en de ‘gruwelen’ in de voormalige kolonie Congo minimaliseert, maar hij pleit wel voor een meer ‘neutraal debat over de vorst, om een juister inzicht te krijgen in diens beleid en persoon. En vergelijkingen met de Duitse Führer drijven de zaken op de spits, en kloppen vaak ook niet. Zo had Leopold helemaal geen uitroeiingsprogramma voor ogen.’

Naast meer nieuw wetenschappelijk onderzoek (dat in eigen land eigenlijk al een paar jaar stil ligt) pleit Vandersmissen ook om nieuwe archieven en bronnen aan te boren. ‘Zoals het archief van zijn privésecretarissen, dat duizenden handgeschreven briefjes bevat, vaak over geld en financiën, en moeilijk leesbaar: de zinnen van Leopold lijken op een horizontale lijn met af en toe een reliëfje.’

Maar toch, meer informatie (lees: meer contextualiseren en meer internationale vergelijkingen maken met andere koloniale machten zoals Frankrijk of Portugal) gaat allicht niet minder polemiek veroorzaken. Leopold II is en blijft omstreden: de Brusselse MR-schepen Geoffroy Coomans, die vandaag een optocht en een lezing wilde organiseren ter ere van het staatshoofd, kreeg de wind van voren en zegde alles af.

Ook het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika worstelt momenteel met de kwestie: was Leopold II een massamoordenaar of een wereldverbeteraar?

Kopzorgen

‘Het museum blijft voor renovatie dicht tot 2017, en die werken gaan goed vooruit’, vertelt directeur Guido Gryseels. ‘Wat ons echter kopzorgen bezorgt, is de opbouw van de nieuwe tentoonstelling. Ik kom net uit een vergadering van drie uur waar de vraag voorlag: hoe Leopold typeren? Eerlijk gezegd: ik weet het niet.’

Gryseels denkt ook nooit een definitief antwoord te kunnen geven. ‘Maar ik weet wel dat bij de opening van het museum honderden buitenlandse journalisten gaan kijken hoe België in de 21ste eeuw omgaat met zijn koloniaal verleden. Voor alle duidelijkheid: de voorstelling gaat de wandaden van de vorst allerminst minimaliseren of goedpraten – ook in de tijd dat hij leefde waren trouwens al kritische geluiden te horen over zijn tomeloze ambities en onstilbare geldzucht, vooral in Angelsaksische landen. Het parcours gaat alle elementen op tafel leggen en het publiek moet dan maar zelf zijn mening vormen.’

Gryseels hoopt enerzijds dat de nieuwe tentoonstelling (waarvoor hij samenwerkt met de Congolese gemeenschap) de jeugd iets bijbrengt over de ‘schaduwzijde van het Belgische succes’. En dat het anderzijds ook het maatschappelijke, ethische debat over de koloniale geschiedenis in alle hevigheid doet losbarsten.

Een hoop die hij deelt met Groen-politicus Bruno De Lille, verder in deze krant, en met VUB-historica Els Witte: ‘Media en politici moeten het onderwerp terug op de agenda plaatsen. De vraag luidt immers niet: was Leopold II een grote of een slechte koning? Maar wel: hoe kon dat gebeuren? Welke systemen lagen aan de basis? Als koning probeerde hij immers, tegen de wil van het parlement, zijn macht te handhaven, en hij leefde in kapitalistische tijden.’

De grootmacht België

‘Niet vergeten’, werpt Gryseels als laatste argument op om het debat te openen. ‘In België wonen ongeveer 70.000 Congolezen, en die worstelen nog dagelijks met dat trauma. Zo vinden velen dat alles wat momenteel misloopt in Congo nog steeds de schuld is van Leopold, wat natuurlijk ook weer niet klopt. En veel Belgen denken nog steeds met veel nostalgie naar die tijd toen ons land nog een grootmacht was. Ook niet gezond.’
News
Oplichting en fraude: 14 ziekenhuizen sjoemelen met facturen voor CT-scans Thuisverplegers sjoemelen met prestaties - RIZIV gaat terugvorderen
Edited: 201512151332
Lieven Annemans, gezondheidseconoom UGent, is niet verrast. Volgens hem is het het topje van een gigantische ijsberg.
Blijkbaar wordt de gezondheidszorg geplaagd door KLEPTOCRATIE.
Niet de gezondheid of de zorg telt, wel het gewin.
Dit is een kaakslag voor alle zorgenden die het wel eerlijk doen.
(wordt ongetwijfeld vervolgd ...)
BAUWENS Michel (interview in De Standaard Weekblad 20151212)
‘De Belgische regering kiest voor een trek-uw-plansamenleving’
Edited: 201512120903
CYBERFILOSOOF MICHEL BAUWENS EN DE ECONOMIE NA HET KAPITALISME
12 DECEMBER 2015 | Yurek Onzia, foto’s Fred Debrock
Het laatste boek dat wijlen Jean-Luc Dehaene cadeau deed aan zijn partijvoorzitter Wouter Beke, was De wereld redden van Michel Bauwens. Dat is de Belgische peetvader van de peer-to-peerbeweging – een vraag-aanbodeconomie tussen particulieren – vooralsnog niet gelukt, maar zijn alternatieve model maakt wel opgang. ‘Ja, ik ben een wereldverbeteraar.’
Een maandagmiddag in het Grand Café van het Antwerpse kunstencentrum deSingel. Michel Bauwens drinkt een espresso in het gezelschap van vier dames van Actueel Denken en Leven, een vereniging die sinds de jaren 70 voordrachten voor vrouwen organiseert over tendensen in de samenleving. Bauwens is voor deze lezing overgevlogen vanuit Berlijn, waar hij een van de hoofdgasten was op UnICommons, een tweedaagse rond gemeengoed. Straks vertrekt hij voor een tournee naar Nieuw-Zeeland en Australië, in het voorjaar is hij gastdocent aan de universiteit van Madison in de Amerikaanse staat Wisconsin.

Vandaag verwacht Bauwens maar ‘een man of 50, wat oké is, want ik spreek ook graag voor kleinere groepen’. Blijkt dat de Blauwe Zaal bomvol zit, 750 bezoekers, allemaal vrouwen. Ze smullen van zijn met voorbeelden gelardeerde verhaal over de peer-to-peer-economie, met als pijlers open en gedeelde kennis, duurzaamheid en solidariteit. En zij niet alleen. Bauwens’ boek De wereld redden is ook een Franse bestseller, de Engelse en Spaanse vertalingen staan op stapel. Verwante geesten als Jeremy Rifkin en Douglas Rushkoff steken hun appreciatie niet onder stoelen of banken. En in 2012 al nam het Post Growth Institute Bauwens op in de (En)Rich List, een lijst met de 100 meest inspirerende figuren voor een duurzame toekomst. Hij staat er te blinken naast Vandana Shiva, Mahatma Gandhi en Martin Luther King.

Terug naar het Grand Café, waar het gesprek geanimeerd is, jolig bij momenten. Bauwens is zijn bescheiden-charmante zelf, met anekdotes en grapjes over de boeddhistische gewoontes in Thailand. Hij woont al vijftien jaar in Chiang Maimet zijn Thaise vrouw en hun twee kinderen. Vandaaruit trekt hij de wereld rond om zijn visie op een nieuw maatschappijmodel uit te dragen. ‘Mijn vrouw begrijpt het allemaal niet zo goed’, lacht hij. ‘Telkens als ik vertrek, vraagt ze hoe het mogelijk is dat er mensen naar mij komen luisteren en daar nog voor willen betalen ook.’

Op het tandvlees

Het engagement van Michel Bauwens wortelt in de late jaren 90. Terwijl hij kampte met een burn-out, zag hij ook hoe het helemaal verkeerd ging met de wereld. Meer ongelijkheid, meer ecologische problemen. ‘Het leek alsof ons systeem er maar niet in slaagde om daar iets aan te doen’, zegt hij. ‘Dertig jaar geleden hadden we een ozonprobleem. Dat hebben we grotendeels opgelost, dankzij het Montrealprotocol van 1987 en de belofte van 197 landen om geen ozonschadelijke stoffen meer te produceren. Maar een gezamenlijke aanpak van de opwarming van de aarde en de klimaatverandering, dat lukt blijkbaar niet.’

Er was nog een motivatie. Bauwens had gewerkt als kaderlid voor British Petroleum en als e-business-strateeg voor Belgacom, had gezien hoe het er daar aan toe ging, hoeveel stress en burn-outs er waren en hoe kortzichtig het beleid van grote bedrijven was geworden. ‘Een verziekte werksfeer waar zelfs de elite van het kapitalisme vandaag niet aan ontsnapt’, zegt hij. ‘Vijftig jaar geleden gingen de Engelse aristocraten vrolijk naar de gentlemen’s clubs, om te socializen. Nu werkt een kaderlid 80 uur per week. Mensen zitten op hun tandvlees, ze zijn niet gelukkig.’

Bauwens dacht: dit kan toch niet het model voor de toekomst zijn? En ook: was hij een deel van het probleem of van de oplossing? ‘Het antwoord was duidelijk’, zegt hij. ‘Binnen zo’n structuur bleef ik een deel van het probleem. Ik heb toen beslist om me actief bezig te houden met systeemveranderingen. Ik nam een sabbatical, trok twee jaar uit om te lezen, onder meer over de val van het Romeinse Rijk, en reisde een halfjaar rond om dingen van nabij te bestuderen. De neerslag daarvan werd De wereld redden. Met peer-to-peer naar een postkapitalistische samenleving, het boek dat ik schreef met Jean Lievens.’

Peer-to-peer is een begrip dat oorspronkelijk uit de computerwereld komt, het betekent ‘van gelijke tot gelijke’. Wellicht was Bauwens niet de eerste, hij denkt aan het werk van iemand als Yochai Benkler, maar hij was wel een van de eersten die het p2p-principe hebben toegepast als sociale structuur op andere vlakken van de samenleving. Fundamenteel gaat het over de capaciteit van mensen om als gelijken onder elkaar samen waarde te creëren, via speciale licenties die het delen mogelijk maken. Het internet en de nieuwe technologieën laten meer dan ooit toe om makkelijk met elkaar in contact te komen en samen te werken. Zonder de normale hiërarchische structuren, maar door onderlinge coördinatie, op een globale schaal. ‘Peer-to-peer is dus niet zomaar een spelletje’, zegt Bauwens. ‘Het is het verhaal dat onze planeet nodig heeft.’

Parasitaire P2P

Centraal in dat verhaal staat het begrip commons, gemeengoed. Bauwens legt uit. ‘In de middeleeuwen al hadden boeren vaak een gemeenschappelijk stuk eigendom. Daarover maakten ze afspraken, om bijvoorbeeld op bepaalde tijdstippen vruchten te plukken.Commons is geen privaat goed en ook geen eigendom van de overheid, maar wordt beheerd door een gemeenschap van burgers, gebruikers en producenten, die er de voordelen of gevolgen van ondervinden.’

‘In de westerse wereld heeft het kapitalisme dat gemeengoed proberen af te breken. Het evenwicht tussen privé- en gemeenschappelijk bezit werd, zeker in de voorbije decennia, steeds ernstiger verstoord. Maar via het internet is het doodeenvoudig om samen op grote schaal gemeengoed te realiseren. Op die manier komencommons opnieuw in de kijker. En leiden ze naar een nieuwe manier van denken en aanpakken.’

zie onze nota over eigendom en staat

Kunt u daar voorbeelden van geven?

‘Eerst was er de vrije software, Linux. Een groep mensen creëerde die nieuwe software, maar privatiseerde hem niet en begon hem met iedereen te delen. Eén voorwaarde: als je er gebruik van maakt en er iets aan verandert, moet je die verbetering ook delen met de andere gebruikers. Wikipedia is nog een voorbeeld: een digitale bundeling van kennis op basis van vrijwillige bijdragen, die de oude encyclopedieën zo goed als overbodig heeft gemaakt.’

‘Momenteel evolueren we van een kapitalistische economie, gebaseerd op arbeid en kapitaal, naar een p2p-economie, gebaseerd opcommons en een vrijere taakverdeling. Maar omdat het allemaal nog gefragmenteerd is, zien mensen het volledige plaatje niet. Als onderzoeker kijk ik met de P2P Foundation naar die nieuwe initiatieven en vormen waarmee mensen bezig zijn, probeer er de onderliggende structuur en logica van te begrijpen en die inzichten naar het grote publiek te brengen.’

Commons, samenwerken, deeleconomie: het klinkt allemaal goed. Maar wat met bedrijven als Uber en Airbnb? Ze laten uitschijnen dat ze deel uitmaken van die sociaal gedreven p2p-economie, maar zijn evengoed gericht op winstmaximalisatie en beurswaarde.

‘Dat is inderdaad een probleem. In de nieuwe deeleconomie overheersen Uber en Airbnb, en Facebook zwaait de plak over de sociale media. Vandaag heeft het 1,3 miljard actieve gebruikers en het verandert de samenleving door de manier waarop het, via peer-to-peercommunicatie, mensen met elkaar in contact brengt. Maar zonder gebruikers heeft Facebook geen waarde. Het maakt gigawinsten door onze aandacht, het schaarste-element, te verkopen aan andere bedrijven. Wij creëren dus 100 procent van de marktwaarde, maar de opbrengsten gaan integraal naar Mark Zuckerberg. In het kapitalistische systeem betaal je de mensen tenminste nog voor hun arbeid, de toegevoegde waarde. Airbnb en Uber faciliteren, maar voegen zelf niets toe en nemen geen enkele verantwoordelijkheid. Op die manier werken ze veel goedkoper dan hotels en taxibedrijven, kunnen ze de markt innemen en grote winsten maken. Zo’n systeem kan niet blijven werken, want het is parasitair, ook voor het kapitalisme zelf. De p2p-dynamiek kan het huidige maatschappijmodel dus ook enorm verstoren.’

Coalition of the Commons

Hoe los je dat op? Michel Bauwens kijkt naar de politiek. Partijen en overheden die de kracht van het nieuwe model inzien en ermee aan de slag gaan. ‘Zo kun je in Gent of Antwerpen perfect een eigen gemeengoedversie van Uber oprichten en de winst ervan verdelen onder de chauffeurs. Waarom doen we dat niet? De rol van stedelijke overheden kan daarbij cruciaal zijn, door als facilitator van een deeleconomie op te treden.’

Bauwens stelt een Coalition of the Commons voor. ‘Door de digitalisering wordt traditionele arbeid steeds schaarser en kunnen we geen sociale compromissen meer sluiten enkel op basis van klassieke loonarbeid. Het moet wel mogelijk zijn om een nieuwe sociale en politieke meerderheid te creëren rond het idee van de commons. Je hebt het succes van de Piratenpartijen – in IJsland worden ze volgens recente peilingen de grootste partij – die de digitale cultuur vertegenwoordigen. Je hebt de Groenen, die de natuur als gemeengoed vertegenwoordigen. Je hebt nieuwe progressieve partijen, zoals het Griekse Syriza en het Spaanse Podemos en Barcelona en Comù (‘Barcelona Samen’, nieuw burgerplatform dat bij de laatste verkiezingen een meerderheid behaalde en met Ada Colau de nieuwe burgemeester leverde, red.), die zijn voortgekomen uit de Occupy-, de 15 mei- en Syntagma Squarebewegingen: allemaal groeperingen die sterk de peer-to-peer-principes hebben toegepast. Ik denk ook aan de grote mobilisatie die politici als Bernie Sanders in de VS en Jeremy Corbyn in Groot-Brittannië teweegbrengen en aan nieuwe burgerbewegingen zoals Hart Boven Hard/Tout Autre Chose in België.’

(op dreef) ‘We hebben vandaag een negatief sociaal contract. Wat is onze belofte aan onze jongeren? Dat je, áls je een geschikte job vindt, harder en langer zal moeten werken. Dat studeren steeds duurder zal worden, dat je je volwassen leven zult beginnen met schulden. Dat je geen huis zult kunnen kopen, als je geen rijke ouders hebt. De huidige Nederlandse en Britse regering, en ook de Belgische, kiest voor een trek-uw-plansamenleving. Een gevaarlijk model, want het vernietigt in ijltempo de solidariteitsmechanismen en het sociale weefsel. Het nefaste Europese austeritybeleid, gedicteerd door dezelfde grootbanken die ons met hun roekeloze gespeculeer en hebzucht in de crisis hebben gestort, drijft landen naar de bedelstaf. Willen we dat veranderen, dan zullen we, zoals de arbeiders ooit een arbeidersbeweging hebben opgebouwd, een commonsbeweging moeten creëren.’

Ziet u dat zonder slag of stoot gebeuren?

‘Dat moet uiteraard op een democratische manier gebeuren, maar het gaat wel om radicaal andere politieke keuzes – je kunt die niet alleen bewerkstelligen door op je eentje microfabrieken te bouwen. Je moet dan denken aan het grondig veranderen van instituties en instellingen, aan méér democratie en burgerparticipatie. Of dat een gewelddadig proces is of niet, hangt niet van ons af. Wel van het feit of het systeem soepel genoeg is om die innovaties te accepteren. Een systeem wordt pas gewelddadig, als het niet meer kan veranderen zónder geweld. Dat moeten we absoluut vermijden. Ik pleit voor evolutie en samenwerking, in plaats van voor revolutie en onderlinge verdeling.’

Dat de veranderingen volop bezig zijn, toont u in uw boek aan via een reeks succesvolle cases.

‘Ja, ik denk aan Fora do Eixo, een groot p2p-cultuurnetwerk in Brazilië dat erin is geslaagd een grote alternatieve muziekeconomie te creëren. Je hebt er ook Curto Café, een alternatieve koffiegemeenschap die heel wat peer-to-peer-principes gebruikt: openheid in de productie en de boekhouding, een open recept en wie investeert, wordt terugbetaald met gratis koffie. Of het Broodfonds in Nederland, een mooi voorbeeld van onderlinge solidariteit bij ziekte of ongeval tussen kleine zelfstandigen, freelance kenniswerkers en kleine ondernemingen – het nieuwe precariaat, dat zouden de vakbonden dringend moeten beseffen. En in Zwitserland heb je WIR, een p2p-organisatie van 62.000 ondernemers die werkt als een soort ‘nieuwe gilde’ en haar leden helpt en versterkt door kredietverstrekking via een alternatieve munt, de WIR franc, buiten de traditionele banken om. Allemaal dingen die de arbeidersbeweging in de 19de eeuw al deed, maar nu in een nieuw technologisch jasje zitten.’

VAN TINA NAAR TAPAS

U reist vanuit uw thuisbasis in Thailand vrijwel continu de wereld rond, met een onvermoeibare, haast apostolische bevlogenheid. Wat houdt u gaande?

‘Als je iets wilt veranderen, moet je mensen hoop geven en die energie mobiliseren. Misschien lukt het niet, maar als je begaan bent met sociale rechtvaardigheid en de planeet, en iets wilt bereiken, kun je gewoon niet anders. Tijdens mijn burn-out werd het me duidelijk dat een engagement met mijn medemens, van gelijke tot gelijke, een essentieel deel van mijn leven moest zijn. Het peer-to-peer verhaal was daar de logische uitkomst van.’

‘In The Varieties of Religious Experienceheeft Harvard-filosoof William James het over de ‘once born’ en de ‘twice born’. Er zijn mensen die geboren worden en onmiddellijk hun plaats vinden. Je hebt er ook die een strijd moeten leveren, een crisis doormaken. Als die erin slagen, zegt James, om later in hun leven erbovenop te komen, zijn dat de mensen die de wereld veranderen. Ik was als jongeman niet gelukkig. Vond mijn plaats niet, heb moeten worstelen om zingeving te creëren. En dan gebeurt er iets waardoor alles samenvalt en je weet: dit is mijn weg. Ik doe dit dus omdat ik het móét doen.’

Beschouwt u uzelf als een wereldverbeteraar?

(resoluut) ‘Ja.’

Ik vraag het omdat het een woord is dat mensen nauwelijks nog in de mond durven nemen.

‘Ja, maar dat is net het probleem. Dat heersende cynisme, in combinatie met het dominante neoliberale denken. Sommige politici proberen de mensen wijs te maken dat er geen andere opties zijn dan het beleid dat we nu voorgeschoteld krijgen. Dat is een verschrikkelijke onderdrukking van de mens en van het menselijke potentieel. Ik zeg het vaak: we moeten van TINA (There Is No Alternative, red.) naar TAPAS (There Are Plenty of Alternatives’, red.), want er zijn wel degelijk alternatieven.’

‘Momenteel zijn miljoenen mensen hun leven aan het veranderen. Ze accepteren steeds minder het dominante neoliberale economische denken en willen ethisch, duurzaam en solidair handelen. Uit een onderzoek in Finland is gebleken dat maar liefst 95 procent van de Finse designstudenten wil meewerken aan duurzaamheidsinitiatieven. Mensen zetten zich in voor hun wijk en voor natuurbehoud, organiseren repair cafés, zetten coworking spaces en FabLabs op, delen hun wagens en materiaal, en produceren alternatieve energie, geïnspireerd door de succesvolle burgercoöperatieven in Duitsland, waar 96 procent van de hernieuwbare energie wordt geproduceerd buiten de energiemaatschappijen om. Op die manier ontstaat er een tegenmacht die de bestaande macht uitdaagt, met solidariteit, duurzaamheid en gedeelde kennis als belangrijkste pijlers.’

Er is nog hoop?

‘Er is zeker hoop. En het is belangrijk om hoop te hebben. Niet omdat mensen die de wereld willen verbeteren, daar altijd volledig in slagen. Maar beeld je in dat je zelfs niet meer probeert. Dan boer je zeker achteruit.’
LT
De structuur van IS - INPUT-OUTPUT-schema aangepast
Edited: 201512111331
Army Colonel Steve Warren told a Pentagon briefing that coalition strikes had killed Abu Salah (aka Muwaffaq Mustafa Mohammed al-Karmoush), ISIS' financial minister. (src: NBC 20151210)

Het ​OFAC (Office of Foreign Assets Control - US Department of the Treasury) had Abu Salah op 20150929 toegevoegd aan de SDN (Specially Designated Nationals) en wel als volgt:
AL-KARMUSH, Muwaffaq Mustafa Muhammad (a.k.a. AL KASAB, Muwafaq Mustafa Muhammad Ali; a.k.a. AL-KARMOUSH, Muafaq Mustafa Mohammed; a.k.a. AL-KARMUSH, Muwafaq Mustafa; a.k.a. AL-KARMUSH, Muwafaq Mustafa Muhammad 'Ali; a.k.a. AL-KARMUSH, Muwaffaq Mustafa; a.k.a. AL-KARMUSH, Muwaffaq Mustafa Muhammad 'Ali Mahmud; a.k.a. EL KHARMOUSH, Muwaffaq Mustafa Mohammad; a.k.a. KARMOOSH, Muwafaq Mustafa Mohammed Ali; a.k.a. KARMUSH, Muwaffaq; a.k.a. MUHAMMAD, Muwaffaq Mustafa; a.k.a. "Abu Salah"; a.k.a. "AL-'AFRI, Abu Salah"); DOB 01 Feb 1973 (19730201); citizen Iraq; Gender Male; Passport A5476394 (Iraq) (individual) [SDGT].
raadpleeg de lijst van OFAC-SDN
Ondertussen blijft de discussie over de olie-export aanhouden. Volgens Reuters zou het gaan om 500 miljoen $ maar er wordt niet bij gezegd over welke periode het gaat. Het is onwaarschijnlijk dat de opbrengsten in cash worden aangehouden.

Le Monde
Burger King autorisé à avaler Quick en France
Edited: 201512110226
Dans son communiqué, l’Autorité de la concurrence rappelle :
« Burger King France anime sur le territoire français un réseau de 30 restaurants à l’enseigne Burger King dont dix sont détenus en propre et vingt sont exploités par des franchisés (…) Le groupe Quick anime un réseau de 405 établissements de restauration rapide en France dont la très grande majorité est exploitée en franchise. »


Omzetcijfers mondiaal (2013):
McDonald's: 93 mia $
Burger King: 2,3 mia $
Quick: 1,07 mia $
RTL Nieuws
13 mei 2014 10:00, in: Bijklussen VerhofstadtKandidaat-voorzitter EC klust voor tonnen bij
Edited: 201512090110
Guy Verhofstadt is de grootverdiener onder de vier kandidaat-voorzitters voor de Europese Commissie. De liberale lijsttrekker verdient dit jaar zeker 230.000 euro bovenop zijn basissalaris van Brussel.

Dat blijkt uit een analyse van RTL Z. De overige drie kandidaten hadden afgelopen jaar geen noemenswaardige neveninkomsten.

Bij pensioenuitvoerder APG is Verhofstadt vice-voorzitter van de Raad van Commissarissen. Hoewel het jaarverslag over 2013 nog niet online staat, kreeg hij daar volgens een woordvoerder 43.100 euro voor. Daarnaast is Verhofstadt commissaris bij het Belgische Exmar, een internationale scheepvaartgroep, groot in de gas- en olie-industrie. Exmar maakte vorig jaar 60.000 euro over aan de Europarlementariër.


Zie ook: Twitteraars slaan Verhofstadt met grappen om de oren

Maar de grootste pot toucheert Verhofstadt bij het Belgische beursfonds Sofina. Sofina is een holdingmaatschappij, met belangen in onder meer Danone en GDF Suez. Afgelopen jaar werd Verhofstadt beloond met een bedrag van 130.500 euro. Daarmee komt het totaalbedrag uit op 233.340 euro. Onduidelijk blijft in hoeverre Verhofstadt ook voor andere functies, beloond wordt.
KBO Sofina

Het voorzitterschap bij het Europees Instituut voor Bestuurskunde zou maandelijks nog een bedrag op kunnen leveren tussen de 1.000 en 5.000 euro per maand. Het EIB, dat gesubsidieerd wordt door de lidstaten, wil de exacte bedragen niet bekend maken. Zelfs bij een conservatieve schatting echter zou het al kunnen gaan om tienduizenden euro's per jaar. In alle gevallen gaat het om klussen waarvoor Verhofstadt toestemming heeft gekregen van Brussel.

12.500 voor een spreekbeurt
Los van de commissariaten, is Verhofstadt ook in te huren voor dagvoorzitterschappen en speeches. En ook daar is de prijs niet mals. Verhofstadt zou zo'n 12.500 euro voor een spreekbeurt vragen. RTL Z belde anoniem met sprekersbureau Assemblee, voor een grove prijsopgaaf voor 'een uurtje Verhofstadt' die die suggesties bevestigt. Onduidelijk is hoeveel van dit soort klussen Verhofstadt nog doet op persoonlijke titel.

Lees ook het opmerkelijke boek van Leo Goovaerts.


De andere twee kandidaten, waarvan overigens nog lang niet vast staat of de keuze überhaupt op één van de genoemde heren valt, hadden geen noemenswaardige neveninkomsten. Martin Schulz, op dit moment voorzitter van het Europees Parlement en kandidaat namens de sociaaldemocraten, had geen nevenfuncties. Wel ontving hij royalties voor een boek dat hij schreef. Ska Keller, kandidaat van de Europese Groenen, gaf eveneens aan geen nevenfuncties te bekleden. Oud-eurogroep voorzitter en christendemocraat Juncker is recentelijk afgetreden als premier van Luxemburg, en slechts nog actief als bewindvoerder van het IMF.
LT - FR3
Sarkozy en Kadhafi - 'la carte à jouer'
Edited: 201512081645
6 oktober 2005: Sarkozy , minister van BiZ onder Chirac, bezoekt Kadhafi in Tripoli; het contact is ingeleid door Ziad Takieddine, een makelaar in wapens. De nabijgelegen oliestaat Lybië is een gegeerde bruid. Trouwens, had Tony Blair het jaar voordien niet de hand geschud van Kadhafi?
2007: Sarkozy verkozen tot president (53%)
2007: S. lanceert idee van 'Union de la Méditérranée'

juli 2007: de EU staat op het punt om vijf Bulgaarse verpleegsters, door het Lybische gerecht ter dood veroordeeld, vrij te krijgen; achter de schermen onderhandelt S. met K. en weet hun vrijlating als een pluim op zijn hoed te steken; de entourage van K. zegt: 'on lui donnait une carte à jouer'. De methodiek doet denken aan het spel dat werd gespeeld met de gegijselden in Iran ten tijde van de revolutie en de verkiezing van Ronald Reagan (1979-1980); de entourage van Reagan zou de bevrijding vertraagd hebben om Carter geen 'carte à jouer te geven'.
25 juli 2007: S. bezoekt K. in Tripoli; er worden tien handelsakkoorden getekend, ook wapenakkoorden.
10 december 2007: K. op officieel maar clownesk bezoek in Parijs; de Franse staatssecretaris van de mensenrechten verneemt uitgerekend op die dag de ware omstandigheden waarin de vijf Bulgaarse verpleegsters werden vastgehouden en gefolterd en onthult die aan de pers; het bezoek gaat toch door; Bernard Kouchner, de minister van BuZ (van 20070518 tot 20101113), veroordeelt in het parlement de schending van de mensenrechten door Lybië; S. zegt aan de pers dat hij K. heeft aangepakt over de mensenrechten maar K. ontkent voor de camera dat daarover is gesproken; de officiële ondertekening van omvangrijke handels- en wapenakkoorden (o.a. met Dassault) gaat gewoon door maar K. zal die nooit honoreren.
13 juli 2008: Sommet fondateur de l'Union de la Méditerranée; Kadhafi boycot deze top. Voor S. - le petit Napoléon - had het 'un moment de gloire' moeten worden.
2008-2011: stilte in de Frans-Lybische betrekkingen.
2011: Arabische lente in Tunesië en Egypte slaat ook naar Lybië over; Sarkozy: 'Monsieur Kadhafi doit partir.'
maart 2011: Bernard-Henri Lévy duikt op in Benghazi en regelt ontmoeting tussen S. en de rebellenleiders in Parijs. S. maakt die ontmoeting ook bekend en erkent op 10 maart de leiders (Libyan Transitional National Council) als enige vertegenwoordigers van Lybië. De Franse luchtmacht - gesteund door een coalitie - bestookt het Lybische leger. Kadhafi - woedend - verklaart voor de camera dat hij in 2005 geld heeft gegeven aan Sarkozy om diens verkiezing tot president te steunen. (sommige bronnen spreken van 50 miljoen euro)
15 september 2011: S. trekt als overwinnaar naar Tripoli en geeft er een toespraak voor de rebellen.
20 oktober 2011: K. wordt in Sirte levend gevangen genomen maar door een omstaander in het hoofd geschoten en sterft. Er komt dus geen herhaling van een proces van een dictator. Saddam Hoessein kwam in 2006 wel voor een rechtbank.


Business Insider
Rusland vs. Turkije: vijf jaar gevangenis voor wie Armeense genocide ontkent.
Edited: 201512062319
'And in a largely symbolic gesture on Wednesday (20151202), the Russian parliament proposed a five-year jail term for anyone who denies that the mass killings of Armenians that began under Ottoman rule in 1915 constituted a "genocide," according to an article translated by Foreign Policy columnist and Russia commentator Julia Ioffe.

Use of the word remains a charged issue in Turkey, which staunchly objects to such a characterization. Eastern Armenia remained part of the Russian Empire until its collapse in 1917.'
International New York Times
Thaise drukker censureert INYT
Edited: 201512021623
De Thaise drukker vond het raadzaam een artikel over de collectieve depressie en de rampzalige economische in Thailand weg te laten.
Sinds de staatsgreep van 22 mei 2014 leeft het koninkrijk Thailand onder een militaire dictatuur, o.l.v. generaal Prayut Chan-o-cha (°1954).

lees meer over de schending van mensenrechten en censuur op de site van HRW


Het reisadvies van het Belgische ministerie van buitenlandse zaken luidt als volgt: "Sinds de staatsgreep van 22 mei 2014 wordt Thailand de facto bestuurd door het leger. Op grond van artikel 44 van de interim grondwet beschikt de eerste minister over ruime bevoegdheden om de openbare orde te handhaven en de vrijheid van meningsuiting en vereniging te beperken. Kritiek geven op de staatsgreep, het koningshuis of de regering is strafbaar. Blijf weg van samenscholingen en leef steeds de instructies van de lokale autoriteiten na. Het risico op geweld blijft bestaan."
DS
Vier op vijf belgen wil grote vermogens meer belasten
Edited: 201512021502
News
Montenegro wordt lid NATO in 2017 - Rusland vindt dat provocatie
Edited: 201512021335
De toetreding van Georgië tot de NATO blijft in de koelkast want te riskant.

LT
The 5 pillars of Saoudi-Arabia - De 5 pijlers van Saoedi-Arabië
Edited: 201511272326


Schema deels gebaseerd op RATHMELL Andrew, Saoedi-Arabië, het koninkrijk van de olie, in: Het Midden-Oosten hertekend (boeknummer 19960211) en een tiental andere boeken.
Er is een groeiende bewustwording in Europa rond het feit dat Saoedi-Arabië een cruciale rol speelt in het Syrisch conflict.
Zo werden er in het Belgische parlement vragen gesteld aan minister Reynders (BuZ) over een op til zijnd belastingsverdrag met het land. Zoals gewoonlijk volgt er dan een evasief antwoord. Het is ook jammer dat de oppositie deze vragen stelt: het kalf is dan al verdronken voor het geboren is. De Saoedische investeringen in de Antwerpse haven - goed voor 900 banen gespreid over vijf jaar - leggen blijkbaar meer gewicht in de schaal dan barbaarse onthoofdingen en mateloos geweld. Wiens brood men eet, diens woord men spreekt. Is dat de ethiek van politieke partijen, ondernemers en vakbonden? Of raakt die ondergesneeuwd tijdens het parcours van geven en nemen?
Op het internationale forum stelt men vragen bij de financiering van ISIS/DAESH, de excursie van westerse staatshoofden naar SA in januari 2015, de steun aan Europese moskeeën, de onderdrukking van vrouwen, de (publieke) onthoofdingen onder de sharia-wetgeving, het willekeurige optreden van de gevreesde religeuze politie (Committee on the Promotion of Virtue and Prevention of Vice), aan slavernij grenzende tewerkstelling van buitenlandse werknemers en het racisme tegenover hen, etcetera.
Op het binnenlands vlak ontstaat er in SA een probleem wanneer de olieprijzen laag blijven. Wellicht zien oliestaten met lede ogen aan hoe de wereld zich keert naar alternatieve energiebronnen (zon, wind, schaliegas, hydro, ...) en hoe de Russische energieleveranciers hun netwerk van 'pipelines' gestadig uitbreiden. Overigens zijn de 'global oil players' zowel in SA als in Rusland actief.
De rol van de ulama's (de religieuze klasse) is alles behalve transparant. Zij onderhouden de basis van het wahabisme (genoemd naar de predikant Mohammed ibn Abd al-Wahhab) en zorgen voor de legitimering van het regeringsbeleid. Tegelijk vangt het wahabisme de ontgoochelden op en leidt hen naar een (buitenlands) vijandelijk doel.
De rol van de USA - daaronder verstaan de rol van de oliemaatschappijen - is dubbel: enerzijds de afname en distributie van de olie, anderzijds de leverancier van allerlei wapentuig. De politieke situatie en de mensenrechten in SA zijn zelden het voorwerp van debat. Zo lijkt een directe kritiek van een Amerikaanse presidentskandidaat op het beleid wel op politieke zelfmoord.
Tenslotte nog een woord over Europa. De EU krijgt in het verhaal de rol toebedeeld van lijdend voorwerp: opname van vluchtelingen uit Syrië, Afghanistan, Irak en aanslagen van terroristen. Binnen de driehoek USA - Rusland - SA wordt het Europese model aan diggelen geslagen en we moeten ons durven afvragen of er geen economische oorlog woedt onder de sluier van het fundamentalistisch islamisme. (Wordt vervolgd ...)


LT
Ons onderwijs mist filosofie
Edited: 201511260045
Dat schreef Marc Van Impe enkele dagen na de moordpartij bij Charlie Hebdo.
Ons onderwijs mist filosofie.
Het is een korte en krachtige stellingname en ik onderschrijf die ten volle.
De moraal kunnen we niet langer overlaten aan godsdiensten die een voorgekauwde leerstof afleveren.
Moraal is een levende behoefte, een eeuwige schreeuw naar rechtvaardigheid, een dialoog zonder vooraf gepland eindresultaat, een gesprek met meer vragen dan antwoorden, meer luisteren dan spreken, laten uitspreken zonder onderbreken, ...
Wij dragen verantwoordelijkheid voor onze daden: als we het slecht doen en als we het goed doen.
Camus zei het zo: 'Dans un monde sans dieu il nous reste l'honneur.'
En eer is nooit geprefabriceerd of definitief verworven. Het is de opdracht voor elke dag, tot en met onze laatste dag.
Ons onderwijs mist filosofie.
Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen - Persbericht
Aantal krantenwinkels in België daalt: 4.132 in 2009, 3.606 eind 2013, 3.424 eind 2014 - De trend werd reeds in de jaren 80 ingezet toen benzinestations en warenhuizen kranten gingen verkopen - Maar zelfstandigen maken zelden een vuist
Edited: 201511241216
Het aantal krantenwinkels in ons land is het afgelopen jaar met 5 procent gedaald. Eind 2014 waren er nog 3424 krantenwinkels actief in ons land, zo blijkt uit cijfers van de FOD Economie. Gemiddeld verdwenen er vorig jaar 3,5 krantenwinkels per week. Persverkopers hebben het vooral moeilijk met het contract tussen de overheid en Bpost voor de postbedeling van kranten en magazines. Ze beschouwen het als oneerlijke concurrentie ten opzichte van de krantenrondes die voor hen steeds beperkter worden. Ook de stijgende populariteit van online gokken, aangemoedigd door de Nationale Loterij, zorgt voor inkomstenverlies bij de krantenwinkels. “Vaak zit er voor hen niets anders op dan hun aanbod te diversifiëren met bijvoorbeeld speelgoed, wenskaarten of papierwaren of als afhaalpunt te fungeren voor bestellingen bij webwinkels”, weet Christine Mattheeuws, voorzitter van NSZ.
Het aantal krantenwinkels daalt zienderogen. Eind 2014 bestonden er, zo blijkt uit cijfers van de FOD Economie, nog 3424 krantenwinkels in ons land. Dat zijn er 5 procent minder dan een jaar voorheen (toen er nog 3606 krantenwinkels waren) en maar liefst 17 procent minder dan vijf jaar tevoren (in 2009, toen er nog 4132 persverkopers actief waren). Vorig jaar waren er 182 krantenwinkels minder, dat komt overeen met 3,5 gesloten krantenzaken per week.

Krantenwinkels hebben het vooral moeilijk met de oneerlijke concurrentie die Bpost hen bezorgt qua bedeling van kranten en magazines. Een goede maand geleden haalde Bpost opnieuw het overheidscontract binnen om kranten en magazines te verdelen en dat tot en met 2021. Het bedrijf krijgt daarvoor van de overheid een jaarlijkse vergoeding die naar schatting rond de 170 miljoen euro ligt. Vermits ook steeds meer kranten- en magazine-uitgevers hun lezers middels promoties en incentives aanzetten tot het nemen van een abonnement, die dan door Bpost gebust worden, zien krantenhandelaars niet alleen hun krantenrondes fel terugnemen, maar ook de verkoop in de winkel zelf. Wetende dat de verkoop van kranten en magazines goed is voor één derde van hun omzet, is het duidelijk dat die concurrentie sporen nalaat.

Een ander derde van hun omzet halen krantenwinkels uit de verkoop van allerlei loterijproducten, maar ook op dat vlak ondervinden persverkopers steeds meer concurrentie, voornamelijk van het online gokken dan. Zelfs de Nationale Loterij zet stevig in op online gokken, waardoor de verkoop van krasbiljetten en andere loterijspelletjes in de krantenwinkels achteruitboert. Tot slot valt op dat steeds ook meer niet-gespecialiseerde winkels zoals grootwarenhuizen en tankshops kranten en tijdschriften aanbieden. “De klassieke krantenwinkel raakt door al die evoluties stilaan in de verdrukking en zal sowieso moeten vernieuwen om te overleven”, stelt NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws vast. “Omdat de aankoop van producten via webwinkels in de lift zit, is het bijvoorbeeld raadzaam om als afhaalpunt te fungeren. Daarnaast kan ook het productgamma uitgebreid worden met speelgoed, boeken, wenskaarten of papierwaren. Zo’n breder aanbod zal sowieso meer klanten aantrekken.”
Het zal volgens NSZ in ieder geval de uitdaging zijn voor de uitgevers, maar ook voor de loterij en de overheid om op verstandige manier met de sector om te springen, want krantenwinkels bieden een unieke service. De overgrote meerderheid van de dagbladhandelaars zijn eenmanszaken die reeds om 6 uur ’s morgens hun winkel openen en dat 6 dagen op 7. Deze service kan niet geboden worden door de grootwarenhuizen en zelfs niet door de abonnementendienst van de krant. Bovendien hebben persverkopers vaak een belangrijke rol bij het werven van klanten: de gratis producten bij een krant of tijdschrift kunnen vaak enkel bekomen worden bij de krantenwinkel. In die zin blijven zij een onmisbare partner voor de uitgevers van kranten en magazines. De ondernemersorganisatie is in ieder geval tevreden dat CD&V-kamerleden Griet Smaers en Leen Dierick in een resolutie pleiten voor financiële ondersteuning van de krantenwinkel.
VRT Canvas
Vanaf maandag 4 januari 2016 begint Canvas om 20 uur met een sterk nieuwsuur, bestaande uit een Journaal, Terzake en De Afspraak.
Edited: 201511240901
In september 2015 verhuisde Terzake naar 22.30 uur, dus buiten 'prime time'. De kijkcijfers kelderden in die maand tot 96.000 kijkers.
In april 2014 - toen Terzake nog om 20.00 uur geprogrammeerd was - waren er gemiddeld nog 138.000 kijkers.
De verhuis naar een later uur is zowat de domste beslissing die men bij de VRT ooit nam. De beslissing werd ingegeven om Terzake buiten de greep van het populaire 'Thuis' te houden, zo werd gezegd. Alsof er een stevige overlapping zou bestaan tussen de twee doelgroepen !
Mediamanagement is een duur woord maar het gezond verstand moet primeren.
News
OCAD zet Brussel op niveau 4 dreiging terrorisme - Antibacteriële beschermkledij vorige week gestolen in Parijs
Edited: 201511222338
De toestand in Brussel blijft alarmerend.
Metro en scholen blijven dicht op maandag. Ook in Vilvoorde en Dilbeek sluiten alle scholen.
Waarom het niveau 4 niet geldt voor het gehele land(je) is niet duidelijk gemaakt en journalisten laten na die voor de hand liggende vraag te stellen.

Zondag deed de politie in Brussel meerdere huiszoekingen en arresteerde 16 verdachten. Ook in Charleroi waren er drie invallen.

Le Parisien meldde vorige week de diefstal van antibacteriële kledij.
'Une dizaine de combinaisons de protection étanches, du type des kits de protection contre le virus Ebola, trois fois plus de paires de bottes en polyéthylène, une matière résistante aux agents chimiques, des gants, des masques antibactériens... Ces équipements ont disparu cette semaine d'un local sécurisé de l'hôpital pédiatrique de l'AP-HP Necker (Paris XVe).'
Het ziekenhuis stelde de diefstal woensdag vast en deed donderdag aangifte. De gestolen kledij vormt een volumineus pak. Bovendien is het lokaal beveiligd met code. Dat doet het vermoeden rijzen dat er meerdere personen bij de diefstal betrokken zijn.

Pro memorie: OCAD = Orgaan voor de Coördinatie en de Analyse van de Dreiging
Dyab Abou Jahjah in De Standaard van 20151120
In Europa is het fascisme racistisch en gebouwd op het idee van blanke superioriteit, in de moslimwereld is het religieus en gebouwd op de superioriteit van de islam.
Edited: 201511201357
In zijn column doet Jahjah een poging om de oorzaken van de aanslagen in Parijs historisch te duiden.
Hij besluit met volgende zin:
'In Europa is het fascisme racistisch en gebouwd op het idee van blanke superioriteit, in de moslimwereld is het religieus en gebouwd op de superioriteit van de islam.'
Ik neem aan dat Jahjah goed nadenkt vooraleer hij zo'n besluit schrijft. Daarom vraagt het een tweede lezing.
Het eerste lid van de zin heeft het over 'het idee van blanke superioriteit', in het tweede lid wordt geponeerd dat het (fascisme) in de moslimwereld religieus is en gebouwd op de superioriteit van de islam. Merk op dat Jahjah niet schrijft: 'en gebouwd op het idee van de superioriteit van de islam.'
Een tweede bemerking hebben we bij de vermeende gelijktijdigheid in de redenering van Jahjah. Hij schrijft: 'In Europa is (sic!) het fascisme racistisch (...)'. Het gebruik van de tegenwoordige tijd wekt de indruk dat de grondstroom in de Europese samenleving fascistisch en racistisch is.
Dat gaat mij iets te ver.

LT/20151120


Ziehier het antwoord van Bart Sturtewagen (20151120, 14:42):
Lucas,
Ik ben ook even aan deze passus blijven hangen en ik denk dat die preciezer geformuleerd had kunnen zijn. De geest van de tekst is anders dan wat jij erin leest, denk ik, maar de tekst is dubbelzinnig. Ik heb je bedenking aan de opinieredactie en aan Abou Jahjah bezorgd.
Bart Sturtewagen
Opiniërend Hoofdredacteur
De Standaard
Gossetlaan 30
1702 Groot-Bijgaarden

Commentaar LT:
Het antwoord van BS neigt naar ons gevoel eveneens naar dubbelzinnigheid, temeer als men weet dat uitgerekend deze zin door de eindredactie werd uitgelicht in BOLD BLUE. BS schrijft: 'de geest van de tekst is anders dan wat jij erin leest'. Welnu, dan stelt zich het vraagstuk van de intentie en de interpretatie, een heikel thema in deze tijden waar de bevolking vraagt om klare wijn te schenken. Een hoofdredactie - wie anders ? - draagt hiervoor de verantwoordelijkheid. Daarom is het wat al te glad om ex post de dubbelzinnigheid vast te stellen.


Wiki
Turkse Republiek Noord-Cyprus
Edited: 201511150349
1) Rauf Denktaş (Paphos, 27 januari 1924 – Lefkoşa, 13 januari 2012) was een Turks-Cypriotisch politicus. Hij was in 1975 de oprichter van de Nationale-eenheidspartij (UBP) en was van 1983 tot 2005 president van de Turkse Republiek Noord-Cyprus. Deze republiek wordt door geen enkel land behalve Turkije erkend. De president van de TRNC wordt evenwel door de VN geaccepteerd als vertegenwoordiger van de Turks-Cypriotische gemeenschap in onderhandelingen over de staatkundige toekomst van het eiland.

Internationaal werd hij sinds 1973 erkend als vicepresident van de republiek Cyprus. Cyprus heeft namelijk als staatshoofd een Grieks-Cypriotische president, die gekozen wordt door de bevolking van Grieks-Cyprus, en een Turks-Cypriotische vicepresident die door de bevolking van Turks-Cyprus gekozen wordt. Sinds 1974 is de vicepresident echter al niet meer verkozen.

Op 15 november 1983 verklaarde vicepresident Rauf Denktaş de Turkse zone eenzijdig soeverein en onafhankelijk. De nieuwe staat werd alleen door Turkije erkend. Hij noemde zichzelf sindsdien 'president van de Turkse Republiek van Noord-Cyprus'. Sinds 1985 heeft Turks-Cyprus een eigen uit vijftig leden bestaand parlement.

In april 2005 kwamen er voor het eerst in lange tijd verkiezingen in Turks-Cyprus, omdat de inmiddels tachtigjarige Denktaş het tijd vond om zijn positie over te dragen aan een opvolger. Deze opvolger werd Mehmet Ali Talat, de voormalige vicepresident van Turks Cyprus.

2) Mehmet Ali Talat (Kyrenia, 6 juli 1952) is een Turks-Cypriotisch politicus. Van april 2005 tot april 2010 was hij president van de Turkse Republiek Noord-Cyprus (TRNC). Deze republiek wordt door geen enkel land behalve Turkije erkend. De president van de TRNC wordt evenwel door de VN geaccepteerd als vertegenwoordiger van de Turks-Cypriotische gemeenschap in onderhandelingen over de staatkundige toekomst van het eiland.

Nadat Talat, destijds leider van de linkse Turkse Republikeinse Partij, tijdens de (vice)presidentsverkiezingen op 17 april 2005 met een meerderheid van 55% tot (vice)president was verkozen volgde hij op 25 april Rauf Denktaş op als machtigste man van Noord-Cyprus. Degene die de presidentsfunctie van de TRNC vervult, moet zijn partijpolitieke binding opgeven.

Op 18 april 2010 werd hij bij de presidentsverkiezingen verslagen door de rechts-nationalistische Derviş Eroğlu van de Nationale-eenheidspartij, die hem op 24 april opvolgde.

Zijn zoon Serdar Denktaş is de Turks-Cypriotische minister van buitenlandse zaken.
3) Derviş Eroğlu (Famagusta, 1938) is een Turks-Cypriotisch politicus. Van 24 april 2010 tot 30 april 2015 was hij de 3e president van de Turkse Republiek Noord-Cyprus. Hij was van 1983 tot 2006 politiek leider van de Nationale-eenheidspartij en werd dat opnieuw in 2008.

Derviş Eroğlu werd in 1938 in de Oost-Cypriotische kuststad Famagusta (Turks: Gazimağusa of Mağusa) geboren. Na de lagere school daar doorlopen te hebben ging hij naar Turkije om er hoger onderwijs te volgen. In de jaren zestig studeerde hij geneeskunde aan de Universiteit van Istanboel.

Tijdens zijn studie ontpopte Eroğlu zich als een Turks-Cypriotisch nationalist. Dit nadat Cyprus in 1960 onafhankelijk was geworden van het Verenigd Koninkrijk en in de jonge republiek etnische onlusten tussen Grieks- en Turkstalige Cyprioten uitbraken.

In 1963, na het behalen van zijn graad in de geneeskunde, keerde hij terug naar Cyprus. In zijn geboortestad Famagusta beoefende hij vijf jaar lang de geneeskunst. Hierna vertrok hij opnieuw naar Turkije, ditmaal om zich in de hoofdstad Ankara te specialiseren in urologie.

In de zomer van 1974 viel het Turkse leger zijn geboorteland binnen als reactie op een Griekse staatsgreep. De Turken veroverden een groot, noordelijk deel van het eiland en riepen er de Turkse Republiek Noord-Cyprus uit. Zo'n 200.000 Turken uit Turkije vestigden zich hierna in deze republiek, die tot op de dag van vandaag internationaal niet erkend wordt. Ook Eroğlu ging weer naar Noord-Cyprus en hij werd er politiek actief.

In 1976 werd hij parlementslid voor de in oktober 1975 door Rauf Denktaş opgerichte Nationale-eenheidspartij, vervolgens in 1976-1977 minister voor onderwijs, cultuur, jeugd en sport. In 1983, het jaar waarin Denktaş Noord-Cyprus soeverein had verklaard en zichzelf tot president had uitgeroepen, werd Eroğlu politiek leider van de UBP. Dit zou hij tot 2005 blijven en vanaf 2008 weer worden. In die eerste periode was hij driemaal minister-president (van 1985 tot 1994 en van 1996 tot 2004; in de tussentijd was hij oppositieleider) en in de tweede periode (vanaf mei 2009) werd hij dat opnieuw.

Op 18 april 2010 nam hij deel aan aan de presidentsverkiezingen. Deze won hij van zijn rivaal, zittend president Mehmet Ali Talat. Deze kreeg 42,8 procent van de stemmen tegenover 50,4 voor Eroğlu. Hij werd op 24 april 2010 geïnstalleerd.

In tegenstelling tot de pro-Europese Talat, die een federatief Cyprus voorstond, is Eroğlu voorstander van een tweestatenoplossing (wat de de facto situatie van Cyprus is), die door Grieks-Cyprus en de internationale gemeenschap wordt verworpen. Evenwel had hij aangegeven ‘niet weg te zullen lopen’ van vredesonderhandelingen met de Grieks-Cyprioten. In september 2008 waren deze onderhandelingen heropend onder toezicht van de Verenigde Naties.

In 2015 deed Eroğlu opnieuw mee aan de presidentsverkiezingen. Op 26 april nam hij het in de tweede ronde op tegen de als gematigd te boek staande Mustafa Akıncı. Deze won het van de zittend president en werd op 30 april beëdigd als diens opvolger.

Eroğlu is getrouwd en heeft vier kinderen.

4) Mustafa Akıncı (Limasol, 28 december 1947) is de vierde president van de eenzijdig uitgeroepen en niet erkende Turkse Republiek Noord-Cyprus.

Hij was tussen 1976 en 1990 de burgemeester van het Turks-Cypriotische deel van de hoofdstad Nicosia. Daar werkte hij nauw samen met zijn Griekse tegenhanger van de gedeelde stad. Daarna was hij afgevaardigde in het parlement.

In de verkiezingen van 2015 was hij presidentskandidaat en won hij het in de tweede ronde met 60,3 procent van de stemmen van de zittend president Derviş Eroğlu. Akıncı wordt gezien als een gematigd politicus die zich verzoeningsgezind opstelt tegenover de Grieken in Cyprus.

News
Gesjoemel met Italiaanse olijfolie. Merken Carapelli, Bertolli en Pietro Coricelli genoemd. Consument betaalt door de fraude 30 procent teveel.
Edited: 201511121107
El Pais / De Morgen / The Guardian
Nobelprijswinnaar Pablo Neruda hoogstwaarschijnlijk vermoord in 1973
Edited: 201511071259

El Pais kon de hand leggen op de voorlopige conclusies van een aanslepend gerechtelijk onderzoek.
Neruda overleed op zondag 23 september 1973, twaalf dagen nadat Augusto Pinochet met hulp van de CIA in Chili een staatsgreep pleegde en de macht overnam van president - en Nerudas vriend - Salvador Allende. Volgens historische bronnen stond Neruda op het punt naar Mexico te vertrekken om een regering in ballingschap te leiden tegen Pinochet. Op zijn sterfdag zou Neruda, volgens het document, in het ziekenhuis van Santiago mogelijk door een injectie of oraal iets hebben binnengekregen waardoor hij 6,5 uur later overleed.
Neruda (Chile, Parral, 12 juli 1904 – Santiago, 23 september 1973) schrijft in Canto General (verschenen in 1950) de geschiedenis van Latijns-Amerika in versvorm. Deze poëzie vormt de felste aanklacht tegen de kolonisatie, het neo-kolonialisme van de Verenigde Staten, de hielenlikkers in de bananenrepublieken, de uitbuiting, het moorden en verkrachten, de ontvoeringen, de verdwijningen, het folteren, de façades, het grootgrondbezit, de plundering van de grondstoffen door multinationals, en alles wat Latam tot zo'n tragisch continent maakt.
Lucas Tessens
Marc Reynebeau bespreekt de man in plaats van het boek
Edited: 201511071053
In De Standaard van 20151107 'bespreekt' Marc Reynebeau het boek van Wim Van Rooy, 'Waarover men niet spreekt. Bezonken gedachten over postmodernisme, Europa, islam'.
Je verwacht dan dat het om inhoud zou gaan. Mis gegokt, het gaat over de persoon van Van Rooy en diens relatie met mainstream-journalisten. Reynebeau maakt het zichzelf gemakkelijk.
Toch schrijft Reynebeau "Er valt veel te leren in dit goed gedocumenteerde boek, al mixt Van Rooy, in wat hij schrijft en errond vertelt, zijn grote belezenheid met speculatieve veralgemeningen en selectieve bronnenkritiek."
Dat is wat mager en op zich natuurlijk ook een veralgemening. Reynebeau raakt even het moeilijke sleutelbegrip 'taqiyya' (liegen is toelaatbaar in het belang van de islam) aan maar doet er verder niets mee.
Van een echte bespreking komt niks in huis. In Vlaanderen spelen onze pseudo-intellectuelen en BV's liever op de man dan op de inhoud. Daarom blijven we verstoken van een debatcultuur.
Tenslotte nog dit: er is een terechte en zware kritiek op het katholicisme omdat die godsdienst vrouwen en homo's achterstelt, maar een gelijkaardige kritiek op de islam is blijkbaar niet toegelaten. Intellectuele oneerlijkheid, angst of gewoon domheid?
LT
AIRBNB drijft hotelsector naar verkoop van hotelkamers. Xior trekt met studentenkamers naar de beurs.
Edited: 201511051235
De aandacht voor het 'kleinere vastgoed' weerspiegelt de trend naar kleiner wonen, armoede, overbevolking in steden, onvoldoende startkapitaal bij jongeren, toenemende belastingdruk op wonen, zero-rendement op spaargelden.
HOUELLEBECQ Michel
Onderworpen. Roman (vertaling van Soumission - 2015)
Edited: 201511030052
Paperback. Pp: 224. Een professor aan de Sorbonne, groot kenner van het oeuvre van Joris-Karl Huysmans, ziet zijn land in 2024 aan de vooravond van de presidentsverkiezingen steeds verder polariseren: een burgeroorlog lijkt onvermijdelijk. De traditionele partijen zijn uitgespeeld, de strijd gaat tussen het Front National en de Fraternité musulmane (Moslimbroederschap). Op de valreep doet een van de leiders een politieke meesterzet.Na de kalme triomf van De kaart het gebied, waarmee hij de Prix Goncourt won, is Michel Houellebecq helemaal terug als Frankrijks grootste provocateur. Ook zijn bekende thema's keren terug: liefde, seks, eenzaamheid. Maar voor het eerst eindigt hij met een verrassend majeurakkoord. ISBN: 9789029538619.

Zijn controversiële maatschappijkritische toekomstroman Soumission, - Frans voor 'onderworpenheid/onderwerping', wat 'islam' ook in het Arabisch betekent - verscheen op 7 januari 2015. Na de Franse presidentsverkiezingen van 2022 wordt de leider van de partij La Fraternité musulmane (De Islamitische broederschap), de ambitieuze Mohammed Ben Abbes, in de tweede ronde verkozen, nadat andere partijen in een poging het Front National van de macht te weren, diens kandidatuur ondersteunden. Frankrijk wordt een islamitische staat die de sharia invoert. De roman beschrijft het leven van de misantropische docent Franse letteren aan de Sorbonne, François (een subtiele verwijzing van Houellebecq naar zichzelf), die een specialist en bewonderaar is van het werk van Joris-Karl Huysmans. Na zijn bekering tot de islam, vindt François opnieuw wat geborgenheid en geluk. In het boek haalt Houellebecq ook scherp uit naar politici zoals François Hollande, die aan zijn tweede ambtstermijn als president bezig is, en François Bayrou die een islamitisch premier wordt.[7]. De Nederlandse vertaling heeft als titel Onderworpen en is verschenen op 12 mei 2015[8].

Het werk van Houellebecq wordt in het Nederlands vertaald door Martin de Haan.
VAN BEEMEN Olivier
Heineken in Afrika
Edited: 201511001501
Samenvatting
Uitgever: Prometheus Bert Bakker
400 pagina's
Prometheus Bert Bakker
november 2015
Alle productspecificaties
Als geen ander bedrijf dringt Heineken door tot de nerven van Afrikaanse samenlevingen. De multinational, al sinds de jaren dertig actief op het continent, beseft dat toekomstige groei grotendeels hiervandaan moet komen. Heineken in Afrika is het resultaat van drie jaar baanbrekend journalistiek onderzoek. Daarbij bezocht de auteur alle Afrikaanse landen waar Heineken brouwerijen bezit, sprak hij bijna 300 betrokkenen en deed hij diepgravend archief- en literatuuronderzoek. Met zijn levendige en toegankelijke stijl geeft Olivier van Beemen bovendien inzicht in het moderne Afrika en de rol die het bedrijfsleven daar speelt. De onthullingen in Heineken in Afrika, onder meer over belastingontwijking, medeplichtigheid bij mensenrechtenschendingen en omstreden zakenpartners, hebben inmiddels tot vragen geleid in de Tweede Kamer en het Europees Parlement. Het inspireerde toonaangevende columnisten, zoals Bas Heijne en Sheila Sitalsing, tot vlammende betogen. Heineken negeerde het boek aanvankelijk.

De bierindustrie ziet Afrika als het continent van de toekomst. Markten in Azië, Europa en Amerika lijken over hun hoogtepunt heen: de consumptie per hoofd loopt terug en het massaproduct van de grote brouwers verliest terrein aan de speciaalbieren van kleine, meer ambachtelijke bedrijven. Afrika biedt nog wel groeimogelijkheden, want het verbruik per hoofd ligt laag. Maar het is een erg lastige markt, waar grote sociale en politieke problemen productie en afzet bemoeilijken. Heineken behoort sinds tientallen jaren tot de grote spelers met een reeks fabrieken bijna overal in Afrika. Van Beemens boek analyseert, steunend op grondig onderzoek en veldwerk in tien landen, hoe het bedrijf daar functioneert en vooral hoe het omgaat met die sociale en politieke problemen. Het resultaat is geen requisitoir tegen de brouwer, maar een afgewogen onderzoeksjournalistiek relaas over wat er wel en niet kan en over wat er beter kan en beter zou moeten. Afbeeldingen ontbreken, handige kaartjes zijn er wel, net als een verzorgde annotatie en bronnenopgave.
Noteer dat Jean Pierre Bemba zakenpartner is van Bralima, een dochter van Heineken in Congo.
Zie ook het interview met Van Beemen op FOLLOW THE MONEY en de rol van het Belgische IBECOR
GERARD Emmanuel, DE RIDDER Widukind, MULLER Françoise
Wie heeft LAHAUT vermoord? De geheime koude oorlog in België.
Edited: 201510302153
Op 11 augustus 1950 wordt de eedaflegging van Koning Boudewijn door communisten verstoord met de beruchte kreet “Vive la République!”. Een week later wordt de populaire communistische partijleider, Julien Lahaut, voor zijn deur doodgeschoten. Het is de belangrijkste politieke moord in de Belgische geschiedenis, maar ze wordt nooit opgehelderd. Wie heeft Lahaut vermoord? werpt een kritische blik op het gerechtelijk onderzoek en gaat op zoek naar nieuwe sporen.

Zo vonden de auteurs in een archief een ‘vergeten’ document dat verwijst naar André Moyen, een spion die een anticommunistisch netwerk uitbouwde in het naoorlogse België. Het boek bijt zich vast in de levensloop van Moyen en zijn ondergronds netwerk. De auteurs komen een web van leugens en fouten in het gerechtelijk onderzoek op het spoor. Ze leggen de redenen bloot waarom de moord nooit werd opgelost en plaatsen die in de ruimere context van de geheime Koude Oorlog in België.

Het CEGESOMA, het Studiecentrum Oorlog en Maatschappij, doet al sinds 2011 onderzoek naar de moord op Lahaut.
Het onderzoek naar de moord op Lahaut werd in opdracht van CEGESOMA geleid door Emmanuel Gerard, historicus en gewoon hoogleraar aan de KU Leuven. Hij werd bijgestaan door de historici Widukind De Ridder en Françoise Muller.
Uit Humo van 20150512:
In de schemering van die mooie zomeravond stonden ze met zijn tweeën voor de deur van de nieuwbouwwoning, rue de la Vecquée 65, Seraing. De grootste van de twee kondigde zich bij Lahauts vrouw aan als ‘Hendricks’ – zo heette een vriend van Lahaut uit het concentratiekamp Neuengamme. Het moordcommando was goed voorbereid. Vijf kogels uit een automatisch pistool Colt kaliber .45, een dode man op de dorpel.

Wanneer het onderzoek naar de moord in 1972 zonder gevolg werd afgesloten, hadden vier onderzoeksrechters niet één verdachte naar de rechtbank weten te brengen. Het waren een tv-maker en een historicus, Etienne Verhoeyen en Rudi Van Doorslaer, die in 1985 de daders aanwezen (toen nog met een pseudoniem). Leider van het commando was François Goossens (toen 40), een verzekeringsagent uit Halle – ‘de zot van Halle’, zo kenden ze hem daar. Naast hem stond stadsgenoot Eugeen Devillé (toen 25). ‘Ik was het die schoot,’ vertelde deze aan een tv-ploeg van Canvas in 2007, Goossens zou zich niet aan de afspraak gehouden hebben gelijktijdig te schieten. Ook zijn broer Alex Devillé (30) en zijn toekomstige schoonbroer Jan Hemelrijck (24) waren in de buurt. Ze kwamen weg in een auto met gestolen nummerplaat, 100.109.


In een interview met Emmanuel Gerard (Cegesoma, 2015/1) verklaart deze dat in het archief van Albert De Vleeschauwer 'een dik pak inlichtingenrapporten van André Moyen zit.' Over De Vleeschauwer verscheen in 2012 een biografie van de hand van Bert Govaerts (zie ons boeknummer 201508141656).
Tweede Kamer Nederland
Fyra-rapport 'De reiziger in de kou' leidt tot ontslag staatssecretaris Wilma Masveldt (PvdA). Burger betaalt voor het geklungel.
Edited: 201510291047


Toch hadden meerdere 'verantwoordelijken' boter op het hoofd.
De Belgische staat en de NMBS worden in het rapport onbetrouwbare partners genoemd. De commissie hoorde ook ex-NMBS-baas Marc Descheemaecker.
Opmerkelijk is dat de NMBS van in den beginne voor een echte HST pleitte, terwijl NS uit zuinigheid voor een trager treinstel (tot 220 km/uur) koos.
Het rapport bulkt van de voorbeelden over halve afspraken, eenzijdige Nederlandse beslissingen, aarzelende offerterondes, wijzigingen van criteria en het aantal treinstellen op het laatste moment. Tegen die achtergrond moest AnsaldoBreda, een volle dochter van Finmeccanica, treinen maken. En als u mijn mening vraagt: het waren lelijke treinen met een afschuwelijke smoel en een botte aerodynamica.
De Fyra-blunders worden betaald door de belastingbetalers.
Tenslotte: Finmeccanica is een Italiaanse groep die geplaagd wordt door corruptieschandelen waarin ook de naam van Silvio Berlusconi gevallen is (zie de berichtgeving van The Guardian hieromtrent). Opvallend in het Nederlandse rapport is dat de stroomopwaartse structuur van AnsaldoBreda, die toch leidt naar Italië, op geen enkel moment wordt belicht. De internationale belangen en connecties blijven daardoor buiten schot. Ook de namen Agusta of AgustaWestland vallen dus niet. Enige historische kennis had moeten leiden tot voorzichtigheid met een groep met een bedenkelijke bedrijfscultuur. De NMBS of de NS had bijvoorbeeld Willy Claes op de koffie kunnen vragen.
lees het volledige rapport van 519 pagina's hier

zie ook ons boek over de Agusta-affaire
LT
Verboden films - de erfenis van het nazi-tijdperk
Edited: 201510270048
Op maandag 20151026 toonde Das Erste een interessante documentaire van Felix Moeller over de meer dan duizend films die tijdens het nazi-tijdperk werden geproduceerd. De essentie van de vraagstelling: moet het vrij vertonen van deze films verboden worden en blijven? De verstandigste stelling van een van de geïnterviewden was dat mits een kwalitatief hoogstaand en kritisch onderwijs het risico van hernieuwde indoctrinatie vermeden wordt en dat de films onder die voorwaarden niet verboden dienden te blijven. Meteen is dan de noodzaak van kwalitatief onderwijs een prioriteit. Het herkennen van propagandatechnieken is belangrijk om de huidige media-manipulaties te kunnen plaatsen.
Er werd opgemerkt dat de "Vorbehaltsfilme" ook op YouTube te bekijken zijn.
MERS Antique Books Antwerp biedt in zijn collectie een beperkt aantal boeken aan die onmiskenbaar van nazi-signatuur zijn. Wij hebben hier steeds de stelling verdedigd dat deze geschriften niet moeten verbannen worden uit de antikwarische handel. Zij weerspiegelen een tijdsgeest en kunnen tot een beter begrip leiden van de frustraties, de drijfveren en de misdadigheid van het nazisme en het fascisme. Overigens zou het van kortzichtigheid getuigen om ALLE stellingen van het fascisme neer te sabelen als vals, racistisch en onwaar. Met name de stellingen over de monopolisering van de mondiale grondstoffenmarkten zijn juist gebleken. Het is ook goed te bedenken dat het nationaal-socialisme wel degelijk socialistische origines had en uit 'linkse' hoek kwam. Dit wordt zelden geponeerd.

Hieronder een samenvatting van de presentatie door Das Erste:
Verbotene Filme – Das Erbe des Nazi-Kinos (2013)
Weit über tausend Spielfilme wurden in Deutschland während der Zeit des Nationalsozialismus hergestellt. Über 40 NS-Filme sind bis heute nur unter Auflagen zugänglich – sie sind "Vorbehaltsfilme". Volksverhetzend, kriegsverherrlichend, antisemitisch und rassistisch – so lauten die Begründungen, warum die Filme für die Öffentlichkeit nicht frei zugänglich sind.
Wie soll man mit den Naziflmen umgehen?
Urheberrecht und Jugendschutz sind dabei die juristischen Hebel, denn das deutsche Grundgesetz erlaubt keine Zensur. Der Umgang mit ihnen ist umstritten: Bewahren oder entsorgen, freigeben oder verbieten? "Verbotene Filme" stellt die "Nazifilme aus dem Giftschrank" vor und macht sich auf die Suche nach ihrem Mythos, ihrem Publikum und ihrer Wirkung heute – in Deutschland wie im Ausland. Eine Reise zur dunklen Seite des Kinos.
Experten berichten
Oskar RoehlerOskar Roehler
Über die Brisanz der Propagandafilme des Dritten Reichs und ihre Idee eines angemessenen Umgangs damit geben unter anderem Oskar Roehler, Moshe Zimmermann, Rainer Rother, Margarethe von Trotta, Jörg Jannings, Sonja M. Schultz, Götz Aly sowie Aussteiger aus der Nazi-Szene und Überlebende der Shoah Auskunft.

link Das Erste
C
Edited: 201510262245
Verbeke Foundation

www.verbekefoundation.com

De Verbeke Foundation

“Onze tentoonstellingen willen geen oase zijn. Onze presentatie is onaf, in beweging, ongepolijst, contradictorisch, slordig, complex, onharmonieus,levend en onmonumentaal, zoals de wereld buiten de museummuren. “

De Verbeke Foundation is een private kunstsite die geopend werd op 1 juni 2007 door kunstverzamelaars Geert en Carla Verbeke Lens.

Cultuur, natuur en ecologie komen er samen. De ruimte herbergt een indrukwekkende verzameling van moderne en hedendaagse kunst en biedt als ‘kunstenvrijplaats’ ook kansen aan jonge kunstenaars.

Met zijn 12 hectare natuurgebied en zijn 20.000m2 overdekte ruimten is de Verbeke Foundation één van de grootste privé-initiatieven voor hedendaagse kunst in Europa. De loodsen van het vroegere transportbedrijf van Geert Verbeke werd omgebouwd tot unieke expositieruimtes. Eén van de gebouwen werd ingericht om de uitzonderlijke verzameling collages en assemblages tentoon te stellen. De Verbeke Foundation is een aanhoudend groeiproces. Kunstenaars kunnen er in residentie, verblijven, grotere en kleinere tentoonstellingen wisselen elkaar af…, waardoor de Foundation, zoals een ademend organisme, er elke dag anders uitziet.
Burak Nalli, politiek wetenschapper, in DS 20151026
In Syrië zullen we blijven falen
Edited: 201510261217
In deze tribune stelt Nalli over het Midden-Oosten: 'Na de Eerste Wereldoorlog ontstonden er natiestaten die decennialang werden gekoloniseerd door westerse grootmachten.'


Commentaar LT:
Nalli heeft natuurlijk gelijk maar blijft steken in een gemakkelijke analyse: de grootmachten hebben gekoloniseerd. Hij identificeert die 'grootmachten' niet in zijn exposé. Specifiek voor het Midden-Oosten geldt dat de grote oliemaatschappijen (The Seven Sisters) er concessies wisten te verwerven. Het lot van de natiestaten en van hun bevolking lag in de handen van die oliemaatschappijen en de gedweeë heersers die zich al te graag lieten corrumperen met oliedollars. Geen wonder dat er van echte ontwikkeling geen sprake kon zijn. De bevolking liep er maar wat in de weg.
Het wordt tijd dat het Westen inziet en erkent dat de kolonisering geen zaak was van inpalming van gebieden door Europese staten en de USA, maar door industriële 'global players' die uit waren op de grondstoffen en energiebronnen. Zij bedienden zich van het militaire apparaat, de veiligheidsdiensten, de administratie en de vlag van de koloniserende staat om hun positie te vestigen en te consolideren. Dat was zo in het Midden-Oosten. Dat was ook zo in Congo en in geheel Afrika. Tot op vandaag.
BBC
Vluchtelingencrisis in infogrammen
Edited: 201510252348
De BBC levert interessante infogrammen over de vluchtelingencrisis en de economisch geïnspireerde migratie. Maar het statistisch materiaal blijft een kluwen.

zie de infogrammen hier
LT
Universiteit Gent ontsluit 19de eeuwse kadastrale leggers - PoppKAD
Edited: 201510231652
Tussen 1842 en 1879 publiceerde Philip-Christian Popp (1805-1879) een kadastrale Atlas van België. Dit werk vormt vandaag een eersterangsbron voor al wie op zoek is naar harde informatie over vastgoed en grondbezit in de 19de eeuw.

Het project POPPKAD streeft de ontsluiting van dit omvangrijke basiswerk na met het oog op een betere kennis van de eigendomsverhoudingen in de negentiende eeuw.

MERS Antique Books Antwerp leverde een groot aantal kadastrale leggers voor dit project. Wij feliciteren het projectteam met de eerste realisaties.

Wouter Ronsijn (De kadasterkaarten van Popp: een sleutel tot uw lokale geschiedenis: historische geografie van Aarschot, Asse, Halle en Tienen aan de hand van de kadasterkaarten van Popp. Peeters-Leuven, 2007, 148 pp. - zie ons boeknummer 20070098 ) legde met zijn boek mee de basis voor dit project.
Stuurgroep:
Philippe De Maeyer, hoogleraar, Vakgroep Geografie, Universiteit Gent
Paul Janssens, hoogleraar emeritus, Katholieke Universiteit Brussel en Universiteit Gent
Wouter Ronsijn, postdoctoraal onderzoeker, Vakgroep Geschiedenis, Universiteit Gent
Stijn Van de Perre, docent, Arteveldehogeschool Gent
Bart Van de Putte, docent, Vakgroep Sociologie, Universiteit Gent
Eric Vanhaute, hoogleraar, Vakgroep Geschiedenis, Universiteit Gent (woordvoerder-promotor)
Projectcoördinator en contactpersoon: Sven Vrielinck, Vakgroep Geschiedenis, Universiteit Gent

Hieronder de kaart van de geanalyseerde gemeenten:




Commentaar:
De raadpleging van kadastrale bronnen is steeds een heikel punt geweest in het historisch onderzoek. Het grondbezit reflecteert immers de ongelijkheid in de verdeling van vermogen. In de 19de eeuw was grond het nec plus ultra van vermogen, rijkdom en macht. De huwelijken in de toplaag hadden een uitbreiding van die macht op het oog en de kadastrale atlas van Popp was net om die reden een handig instrument.
Emile Vandervelde (1866-1938) opende in 1900 met zijn studie 'La propriété foncière en Belgique' de weg maar na Wereldoorlog I viel het onderzoek naar grootgrondbezit zo goed als stil.
Was dat de prijs die het socialistische establishment betaalde voor het enkelvoudig stemrecht? Kwam er met andere woorden een stilzwijgende overeenkomst tot stand om de eigendomsverhoudingen buiten de politieke discussie te houden? Waarom zijn de historici meegegaan op deze weg? Welke acties werden er ondernomen om het Kadaster toe te dekken en niet meer consulteerbaar te maken? Was dat om de schrijnende ongelijkheid in de vermogens verborgen te houden? Gebeurde dat om te verbergen dat tijdens de Franse Revolutie enkele tientallen families hun grote slag hadden geslagen bij de verkoop van de zgn. 'nationale goederen'?
Het zijn vragen die het project POPPKAD niet zal beantwoorden. Maar men kan moeilijk om de vaststelling heen dat een systematische verwerking van de kadastrale leggers van Popp veel eerder had kunnen gebeuren indien de fondsen daarvoor waren vrijgemaakt. Er komt een tijd dat men onderzoek zal doen naar het waarom van niet-uitgevoerde onderzoeken, naar de achterliggende drijfveren, de belangen, de combines, de sturing van budgetten en universitaire centra.
Wij hopen dat PoppKAD niet alleen een analyse-instrument zal opleveren maar dat het ook een antwoord zal geven op volgende vraag: 'Hoeveel procent van de eigenaars had hoeveel procent van de onroerende goederen in handen?'

naar de PoppKAD site

DAWKINS Richard, HASAN Mehdi
Mohammed stijgt ten hemel op het paard Boerak
Edited: 201510211642
‘Geloof je heus dat Mohammed op een gevleugeld paard de hemel heeft bezocht?’ vroeg Richard Dawkins met geamuseerde verbazing aan zijn ondervrager bij het debat over geloof en wetenschap dat in 2013 in de fameuze Oxford Union Chamber werd gehouden. Ja, dat geloofde de reporter van Al Jazeera TV, Mehdi Hasan, die zelf in Oxford had gestudeerd. Hij vertelde het ook als geloofswaarheid aan zijn dochter. Het gaat om het hemelbezoek dat Mohammed op het paard Boerak zou hebben gemaakt om door de eerdere profeten Abraham, Mozes en Jezus bevestigd te worden in zijn missie, die tot dan toe weinig succesvol was verlopen.
Commentaar LT:
Nu kan je stellen dat een hoogopgeleide reporter best zoiets niet zegt op TV.
Maar we moeten wel bedenken dat elke godsdienst zulke waanideeën uitdraagt.
Jezus - zo beweert het Nieuwe Testament - steeg ook ten hemel, liep op het water, rees doden tot leven, etcetera.
Nog geen vijftig jaar geleden werd je in Vlaanderen scheef bekeken als je die geloofspunten afzwoer als nonsens. Ik heb het aan den lijve ondervonden.
Grondwet
Een samenvatting van de grondrechten van de Belgen. Omdat het ogenblik gekomen is om die rechten in herinnering te brengen.
Edited: 201510210153

Alle Belgen zijn gelijk voor de wet (art. 10)
Discriminatie in de toepassing van rechten en vrijheden is verboden. De gelijkheid van vrouwen en mannen is gewaarborgd. (art. 11)
Het recht waarborgt voor vrouwen en mannen de gelijke uitoefening van hun rechten en vrijheden, en bevorderen meer bepaald hun gelijke toegang tot de door verkiezing verkregen mandaten en de openbare mandaten. (art. 11bis)
De vrijheid van de persoon is gewaarborgd. Niemand kan worden vervolgd dan in de gevallen die de wet bepaalt en overeenkomstig wettelijke procedures. (art. 12)
Ieder heeft het recht naar een rechter te stappen overeenkomstig de wettelijke voorwaarden. (art. 13)
Straffen kunnen enkel worden ingevoerd of toegepast krachtens een wet. (art. 14)
De woning is onschendbaar, huiszoekingen kunnen enkel in die gevallen die de wet voorschrijft. (art. 15)
Het recht op eigendom moet gerespecteerd worden. Onteigening kan enkel in het algemeen belang, in die gevallen en volgens de procedure door de wet bepaald en tegen een billijke en voorafgaande schadeloosstelling. (art. 16) De straf van verbeurdverklaring van (alle) goederen kan niet worden ingevoerd (art. 17).
De burgerlijke dood is afgeschaft en kan niet opnieuw worden ingevoerd. (art. 18)
De vrijheid van eredienst en de vrije openbare uitoefening ervan zijn gewaarborgd. Misbruik van deze vrijheden kan evenwel bestraft worden. (art. 19, 20 en 21)
De vrijheid van meningsuiting is gewaarborgd. Misbruik van deze vrijheden kan evenwel bestraft worden. (art. 19)
Ieder heeft het recht op eerbiediging van zijn privéleven en zijn gezinsleven. Uitzonderingen kunnen enkel bij wet ingevoerd worden. (art. 22)
Elk kind heeft recht op eerbiediging van zijn morele, lichamelijke, geestelijke en seksuele integriteit. (art. 22bis)
Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden. (art. 23) Dit recht omvat meer bepaald de volgende rechten:
het recht op arbeid en op de vrije keuze van beroepsarbeid in het raam van een algemeen werkgelegenheidsbeleid dat onder meer gericht is op het waarborgen van een zo hoog en stabiel mogelijk werkgelegenheidspeil, het recht op billijke arbeidsvoorwaarden en een billijke beloning, alsmede het recht op informatie, overleg en collectief onderhandelen;
het recht op sociale zekerheid, bescherming van de gezondheid en sociale, geneeskundige en juridische bijstand;
het recht op een behoorlijke huisvesting;
het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu;
het recht op culturele en maatschappelijke ontplooiing.
Het onderwijs is vrij. De gemeenschap waarborgt de keuzevrijheid van de ouders. De gemeenschap richt neutraal onderwijs in. De neutraliteit houdt onder meer in, de eerbied voor de filosofische, ideologische of godsdienstige opvattingen van de ouders en de leerlingen. Ieder heeft recht op onderwijs, met eerbiediging van de fundamentele rechten en vrijheden. De toegang tot het onderwijs is kosteloos tot het einde van de leerplicht. (art. 24)
De drukpers is vrij. Censuur kan niet worden ingevoerd. (art. 25)
De Belgen hebben het recht vreedzaam en ongewapend te vergaderen (art. 26)
De Belgen hebben het recht van vereniging. (art. 27)
Ieder heeft het recht verzoekschriften bij de openbare overheden in te dienen (art. 28).
Het briefgeheim is onschendbaar. (art. 29)
Het gebruik van een bepaalde taal mag enkel opgelegd worden voor handelingen van het openbaar gezag en voor gerechtszaken. (art. 30)
Eenieder heeft het recht openbare ambtenaren voor hun daden van bestuur te vervolgen, volgens de procedure in de wet bepaald. (art. 31)
Ieder heeft het recht elk bestuursdocument te raadplegen en er een kopie van te krijgen. Uitzonderingen moeten door de wet bepaald worden. (art. 32)
Naast de mensenrechten die in titel II van de Grondwet worden opgesomd, genieten de Belgen ook de rechten die vervat liggen in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat gesloten werd in het kader van de Raad van Europa. Op de naleving van dat verdrag wordt toegezien door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg.
News
Chris Yperman overleden. R.I.P.
Edited: 201510180212
Christine (Chris) Yperman (Merksem, 11 augustus 1935 - 7 oktober 2015) was een Vlaams dichteres, roman- en toneelschrijfster. Yperman debuteerde met het publiceren van gedichten in het tijdschrift De Meridiaan. Vervolgens kwam in 1959 haar eerste roman uit; Een heel klein scheepje.
Yperman was gehuwd met beeldhouwer Roel D'Haese.
Werken:
Un mendrugo de pan (1956)
Een heel klein scheepje (1959)
Zon op de weg (1961)
Pour Delphine (1970)
Twee dames (1970)
Robrecht de Vrome (1974)
Jolie Madame (1987)
News
Krantenbedeling blijft volgende vijf jaar bij Bpost
Edited: 201510180207
Enveloppesubsidie zal wel dalen van 288 naar 250 à 260 miljoen euro per jaar.
LT
Integratie en massacultuur: de cesuur
Edited: 201510131144



Het is bewezen dat integratie van immigranten makkelijker verloopt als zij kunnen opkijken naar de cultuur van het gastland.
Europa en de USA hebben op dat vlak een zwaar probleem.
Immers, een immigrant zal eerst geconfronteerd worden met onze beeldcultuur omdat hij/zij de taal (nog) niet machtig is.
Gaat hij zappend door het aanbod van de televisiestations dan ziet hij/zij meteen de onderkant van de cultuur: kookprogramma's of wat daarvoor moet doorgaan, halfnaakte deernes, stupiede spelletjes en series, gokken, om de haverklap reclame, etcetera ...
Integratie wordt dan vlug als 'besmetting' ervaren. Het is een constante in de islam: het westen heeft niets goeds te bieden en is 'kafir'.
De mate van afwijzen van integratie is recht evenredig aan de "westernization" van ons 'cultuur'aanbod via massamedia.
De cesuur of breuk tussen hogere en lagere cultuur loopt over de lijn van de commercialiseerbaarheid van het aanbod, over de lijn van het potentiële bereik, de kijkcijfers. Wanneer we de vitrine van onze cultuur met slechte smaak vullen, dan mogen we niet verwachten dat daar een gezonde aantrekkingskracht van uit gaat.
VVSG
PERSBERICHT: Kadastraal inkomen. Gemeenten verbolgen over Vlaamse besparing op hun kosten
Edited: 201510091006
De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten protesteert met klem tegen het voornemen van de Vlaamse regering om hen niet langer te compenseren voor Vlaamse belastingkortingen toegekend aan industriële bedrijven. ‘Vlaanderen lost de eigen budgettaire problemen op door ze gewoon te verschuiven richting de gemeenten’, zegt Luc Martens, voorzitter van de VVSG.

Waarover gaat het?
Net als gronden en gebouwen krijgen ook machines (in het jargon ‘materieel en outillages’) van industriële bedrijven een kadastraal inkomen (KI) toegekend. De voorbije jaren heeft de Vlaamse overheid stelselmatig stukken van dat KI belastingvrij gemaakt, volgens het ritme waarin bedrijven investeren in nieuwe machines. Om te vermijden dat gemeenten hiervan de dupe zouden worden – via de opcentiemen op de onroerende voorheffing krijgen ze op basis van dat KI ook belastinginkomsten – compenseerde de Vlaamse overheid de gemeenten voor de verloren inkomsten, en trad eigenlijk op als derde betaler. In 2014 was al 22% van de KI’s op machines vrijgesteld, en gaf de Vlaamse overheid voor de gemiste belastingen aan de gemeenten een compensatie van 47,9 miljoen euro.
Voor de begrotingsopmaak van 2016 heeft de Vlaamse regering nu beslist om deze compensatie, op 13 miljoen euro na, stop te zetten. De Vlaamse gemeenten verliezen dus onmiddellijk 35 miljoen euro per jaar. Maar naarmate de bedrijven de komende jaren verder investeren in nieuwe machines, zullen de KI-vrijstellingen toenemen en kunnen de gemeentelijke jaarlijkse verliezen oplopen tot 150 miljoen euro.

Reactie VVSG

Op 8 oktober stuurde de VVSG hierover onderstaande brief naar de top van de Vlaamse regering:

De raad van bestuur van de VVSG wijdde op 7 oktober een uitgebreide bespreking aan de beslissing van de Vlaamse regering om de gemeenten vanaf 2016 niet langer te compenseren voor de gevolgen van het belastingvrij worden van het kadastraal inkomen op materieel en outillage (KI mat&out).
De raad van bestuur reageerde verbolgen op deze begrotingsmaatregel, en wel om verschillende redenen.
Ten eerste leidt de beslissing, in het midden van de lokale budgetopmaak, voor veel gemeenten tot een plotse en onvoorspelbare minderontvangst. U weet dat de opmaak van de meerjarenplanning 2014-2019 in veel gemeenten in zeer moeilijke omstandigheden is verlopen, en dat het allesbehalve vanzelfsprekend geweest om daarbij te voldoen aan de door Vlaanderen opgelegde budgettaire evenwichten, én bovendien ook de dienstverlening en de lokale investeringen maximaal te vrijwaren. Het is dan ook bijzonder pijnlijk dat dezelfde overheid die de financiële evenwichten oplegt aan lokale besturen nu een maatregel neemt die het voor hen nog moeilijker maakt om die te bereiken. De maatregel KI mat&out dreigt het grondige saneringswerk dat op vele plaatsen is gebeurd overhoop te halen, waardoor gemeenten tot nieuwe pijnlijke ingrepen worden verplicht.
Ten tweede vindt de raad van bestuur het absoluut niet kunnen dat deze beslissing zonder enige vorm van voorafgaand overleg werd genomen. Nochtans was de vrijstelling van het KI mat&out, gekoppeld aan een compensatie van de belastingverliezen van de gemeenten, een essentieel onderdeel van het Lokaal Pact van 2008, waarvan na een evaluatie in 2013 trouwens werd beslist om beide elementen (de belastingvrijstelling én de compensatie) voort te zetten. Het politieke akkoord van het Lokaal Pact wordt nu eenzijdig gebroken door de Vlaamse regering, wat niet getuigt van interbestuurlijke loyaliteit.
Ten derde weten we dat de maatregel voor 2016 begroot wordt op netto ca. 35 miljoen, maar door bijkomende bedrijfsinvesteringen de komende jaren kan oplopen tot 150 miljoen euro. Voor zover we nu weten, voorziet de beslissing van de Vlaamse regering nergens in het sluiten van dit open einde. Dit is vanuit de gemeenten bekeken totaal onaanvaardbaar. Het zijn niet de gemeenten die beslist hebben om te voorzien in een graduele vrijstelling van de KI’s op materieel en outillage. De Vlaamse overheid heeft hiertoe besloten en moet hiervoor dan ook zelf de budgettaire verantwoordelijkheid dragen.

We begrijpen dat Vlaanderen gedurende enkele jaren nog zou voorzien in een vaste compensatie van 13 miljoen euro. Voor de verdeling van dat bedrag kijkt men ook naar de groei van het Gemeentefonds 2013-2014. We stellen vast dat dit leidt tot vreemde effecten in de individuele gemeentelijke situaties. De vraag rijst zelfs of dit voorstel de toets aan het gelijkheidsbeginsel kan doorstaan.

De eisen van de VVSG zijn duidelijk:
- Het intrekken van deze maatregel. Als Vlaanderen de compensatie niet langer kan financieren, mag het de factuur ervan niet zo maar naar een andere overheid doorschuiven.
- Als men toch doorgaat met de beslissing, moet op zijn minst het ‘open einde’ (de verder oplopende factuur de komende jaren naarmate meer KI mat&out belastingvrij wordt) worden gesloten.

Gemeenten hebben ons intussen gesignaleerd dat, als Vlaanderen hier toch mee doorgaat, ze niet anders zullen kunnen dan de investeringen verder terugschroeven. Dat zou dramatisch zijn, niet alleen voor de uitbouw en het onderhoud van het publieke patrimonium, maar ook voor de duizenden banen in de bouwsector en elders die rechtstreeks samenhangen met de gemeentelijke investeringen.
Verder vrezen besturen dat deze maatregel wel eens zou kunnen leiden tot een wellicht ongewenste lokale ‘tax shift’, waarbij besturen ter compensatie de belastingen op drijfkracht gaan optrekken (of opnieuw invoeren), of de opcentiemen OV optrekken waardoor gezinnen én bedrijven opdraaien voor deze maatregel.

We vernemen dat tijdens de begrotingsbesprekingen geregeld werd verwezen naar de blijvende 3,5% groei van het Gemeentefonds, ‘terwijl alle andere sectoren en departementen moeten inleveren’. Vooreerst willen we bevestigen dat de raad van bestuur van de VVSG deze aangehouden stijging van het Gemeentefonds sterk apprecieert en naar waarde schat. We verwijzen er ook telkens naar in onze publicaties. Toch weet u ook dat die stijging niet mag los gezien worden van andere (Vlaamse en federale) maatregelen die op de lokale budgetten afkomen. Slechts enkele voorbeelden als illustratie:
- Vlaamse maatregelen: de besparing van ca. 10 miljoen euro op de zeven sectorale subsidies die nu naar het Gemeentefonds gaan, én de beslissing om ze niet langer te indexeren; de besparing van 5% of ca. 18 miljoen euro bij de regularisatie van de gesco’s en de beslissing om de nieuwe subsidie niet te koppelen aan de evolutie van de loonkosten (de vroegere korting werkgeversbijdrage was hier wel aan gekoppeld); het verdwijnen van de middelen voor de milieuconvenant; de verlaging en zelfs schrapping van een aantal stromen voor monumentenzorg
- Federale maatregelen: de vennootschapsbelasting op intercommunales (totaal geschat op 200 miljoen euro, dus ca. 120 miljoen minderontvangsten voor de Vlaamse gemeenten); de vermindering van de federale dotatie voor de politie met 2%; de invoering van de hulpverleningszones, met een ontoereikende financiering; de voortdurende stijging van de pensioenuitgaven, die voor de Vlaamse gemeenten, OCMW’s en politiezones elk jaar ongeveer even groot is als de bijkomende middelen uit het Gemeentefonds. In het pensioendossier nemen de lokale besturen een veel grotere budgettaire verantwoordelijkheid op zich dan de andere overheden.
Daar komen de volgende jaren wellicht nog de gevolgen van de federale tax shift bij. Verder blijven de lokale besturen hoogstwaarschijnlijk verstoken van de positieve effecten van de federale verlaging van de werkgeversbijdragen naar 25% en is het bijzonder onzeker dat de verlaging van de btw op schoolgebouwen (wat overigens een zeer goede maatregel is) binnen Europa zal kunnen stand houden.
De groei van het Gemeentefonds met 3,5% betekent dus in geen geval dat de lokale besturen totaal buiten de budgettaire malaise blijven, integendeel.

Namens de raad van bestuur willen we u uitdrukkelijk vragen om de genoemde maatregel te heroverwegen. De VVSG blijft, zoals voorheen trouwens, bereid om hierover met de Vlaamse regering het debat aan te gaan.

Hoogachtend,

Luc Martens, voorzitter VVSG
Stijn Quaghebeur, voorzitter raad van bestuur VVSG
LT
De CEO en de minister
Edited: 201510081238
CEO: 'Wij willen uitbreiden. Wij willen dat bos daar kappen.'
Minister: 'Maar dat is een beschermd bos.'
CEO: 'Beschermd, beschermd! Wij gaan daar 400 arbeidsplaatsen creëren. Daar kunt ge toch niet neen op zeggen? Ik heb er met de Chris al over geklapt.'
Minister: 'Euh ...'
CEO: 'Trouwens, als we hier niet mogen uitbreiden dan pakken we ons valies en trekken we naar het buitenland. Aan u de keus.'
Minister: 'Euh ... Meent u dat nu?'
CEO: 'Vaneigens !'
Minister: 'Mag ik eens naar het toilet gaan?'
CEO: 't Is de tweede deur rechts. Het licht staat naast de spiegel.'
(Minister verlaat het kantoor.)
CEO tot directiesecretaresse: 'Zeg Annita, heeft die nu buikpijn of haar regels? Die ziet er zo slecht uit. Niet te doen.'
Annita: 'Nee, die trekt altijd zo'n smoel.'
(Minister komt terug binnen.)
Minister: 'En wat wilt ge daar opzetten?'
CEO: 'Hewel, een hangar, loodsen, een werkplaats en een cafetaria voor het personeel. De vakbond vraagt dat.'
Minister: 'En wie gaat dat zetten?'
CEO: 'Dat zal ik eens in uw oor fluisteren.' (Neigt over naar het ministeriële oor) 'ZwwZwwZww.'
Minister: 'Allez !'
CEO: 'En de kantine dat gaan we in onderaanneming geven. Dat zou toch iets voor jullie Jos kunnen zijn, hé. Met dat klein snackbarke kan die toch geen vrouw en drie kinderen onderhouden, hé.'
Minister: 'Euh ... En wat gaat ge met die bomen doen? Ge weet toch dat onze Peter een bedrijfke van spaanderplaten heeft, hé?'
CEO: 'We gaan dat zien. Als Peter de bomen komt omzagen dan mag hij ze meenemen. Gratiez.'
Minister: 'Amai, dat gaat lawaai maken!'
CEO: 'Wat wilt ge zeggen?'
Minister: 'Hewel, gezaag, hé.'

DS 20151008
72% van de vluchtelingen vlucht voor Assad, 32% voor IS - van statistiek naar statistrik
Edited: 201510080940
Dat blijkt uit een onderzoek van WZB Social Science Research Center in Berlijn op vraag van enkele Syrische activistengroepen. Er waren 889 bevraagden.
De Standaard noemt het onderzoek 'uniek'.
Enkele bedenkingen. Ten eerste is een onderzoek in een oorlogssituatie altijd scheefgetrokken door de sociale druk van de groep.
Ten tweede wordt niet duidelijk uit welk gebied de vluchtelingen afkomstig zijn. Een weging van de resultaten is dan ook niet mogelijk.
Het onderzoek kan dus geen uitspraken doen over het vraagstuk: 'Zou u ook gevlucht zijn uit een door IS gecontroleerd gebied?'
Ook wordt niet gepeild naar de kansen om uit het bedreigde gebied te ontsnappen. Waren die klein, groot of onbestaande?
Toch trekt De Standaard volgende conclusie: 'Als zo'n driekwart vooral op de vlucht is voor Assad en zijn regime de crisis aanwrijft, kunnen de vluchtelingencijfers door de militaire steun van Rusland aan Assad alleen verder oplopen.' Ook de Pool Donald Tusk ventileert nogal voorspelbaar die mening.
Deze redenering raakt kant noch wal. Zij suggereert dat een nederlaag van Assad - met als direct gevolg een overwinning van IS - de zaken in Syrië zou oplossen.
Zoals in elke oorlog draait de propaganda op volle toeren. Dat De Standaard zo naïef meesurft op de desinformatiegolven, is veelzeggend voor het gehalte van deze 'kwaliteitskrant'.

Speciaal voor de redactie van De Standaard dit toemaatje:
Stel: je hebt twee concentratiekampen.
Uit het ene kamp raakt niemand weg; elkeen die wil ontsnappen wordt aan de prikkeldraad neergekogeld. Het kamp heet 'DAESH'.
Uit het andere kamp, dat 'ASSAD' heet (om een beetje in de sfeer te blijven), kunnen 100 mensen ontsnappen.
Op 5 kilometer van de kampen staat een waarnemer op een kruispunt waar alle ontsnapten wel moeten passeren. Die rapporteert: 'Iedereen gaat lopen uit het kamp 'ASSAD', het moet er dus wel heel slecht zijn.'
OK, het is een extreem voorbeeld maar het illustreert hoe relatief statistiekjes zijn.

Ik denk dan: er zijn geen asielzoekers uit Noord-Korea, het zal er dus goed om leven zijn.
En tijdens WO II kwamen er op een bepaald ogenblik geen joodse vluchtelingen meer uit Duitsland ... 'Alles zal er opgelost zijn', hebben de mensen toen gedacht. Inderdaad, Die Endlösung'.

VAN ROOY Wim
Waarover men niet spreekt. Bezonken gedachten over postmodernisme, Europa, islam.
Edited: 201510071210
Hardcover, genaaid, gebonden, leeslint, 656 pp., winkelprijs: 27,50 EUR
Persbericht van Uitgeverij De Blauwe Tijger:
Even leek Waarover men niet spreekt van Wim van Rooy niet te zullen verschijnen. De publicatie van dit kennelijk ‘gevaarlijke’ boek bleek niet evident, wat de noodzaak ervan bewijst. Dankzij Uitgeverij De Blauwe Tijger is het boek weldra verkrijgbaar.
De politieke elite, de mainstream media en de intellectuele klasse collaboreren met instellingen en ideeën die nefast zijn voor een gezonde samenleving. Er wordt volop gecapituleerd voor de vijanden van de democratische rechtsstaat en de vrije samenleving. In deze vlammende ‘J’accuse’ moeten de heilige huisjes van Vlaanderen en Europa anno 2015 eraan geloven. Met knipogen naar eigen belevenissen van vroeger en nu, hakt Van Rooy in op de EU, de multiculturele samenleving, de soldatengodsdienst die de islam volgens hem is en de intellectuele erfenis van mei ’68, waar hij zelf een product van is.
Waarover men niet spreekt is een polemisch-biografisch getint vervolg op de bestseller De malaise van de multiculturaliteit (2008), waarvoor Van Rooy de Vlaamse Paul Scheffer werd genoemd. Met zijn nieuwe boek wordt hij ongetwijfeld de Vlaamse Éric Zemmour. Met Woord vooraf van Paul Cliteur en een indrukwekkende lijst aanbevelingscitaten.
Op de cover een uitspraak van Etienne Vermeersch: 'Ik ben ervan overtuigd dat een verlichte islam mogelijk is, maar dit boek brengt mijn vertrouwen hierop in het gedrang.'
News
Na Volkswagen-affaire krijgt nu ook energieverbruik-labeling in de electrosector een ferme knauw
Edited: 201510030124
Is gesjoemel een evidentie en een gewoonte geworden in de zakenwereld? Of is het altijd zo geweest?
Overigens blijken de zogenaamde 'Medaille d'or' op wijnflessen fake.
Ook in de geneesmiddelenindustrie rammelt het langs vele kanten.
Er is moeilijk een sporttak te bedenken waar doping afwezig is.
De mainstream-media worden geplaagd door afluisterpraktijken en gebrek aan eerlijkheid.
De politici "zijn er altijd mee bezig" of zeggen "we zullen zien".
Presidentskandidaten worden gekozen op basis van verzamelde campagnegelden.
Er zijn verhoogde veiligheidsrisico's bij vliegtuigen omdat de kosten van onderhoud en inspectie daarvan de winstmarges drukken.
De voedselkwaliteit blijft een problematisch terrein; bvb. de Genetically Modified Organisms (GMO).
Er is een serieus probleem met hormonenverstoorders of EDC's (parabenen, ftalaten, Bisfenol A, pesticiden, ...).
De belastinginning gebeurt 'à la tête du client' (LuxLeaks) en onthullingen brengen geen actie op gang.
Dyab Abou Jahjah in De Standaard van 20151002
België, waar je echt moslim wordt
Edited: 201510021220
Ik zal kort zijn. In zijn wekelijkse column schrijft Jahjah over islamofobie en islambashing.
Maar er bestaat ook zoiets als 'girlbashing': een meisje zonder hoofddoek wordt al gauw 'hoer' toegeroepen op straat. Benieuwd of Jahjah ook daar een mening over heeft.
Ik zeg dit zonder haat of angst. Maar de fouten komen niet van één kant. Het is de hoogste tijd dat in te zien en er iets aan te doen.
VW
Martin Winterkorn: pensioen van 28,56 miljoen euro
Edited: 201509251624
Winterkorn verdiende meer dan 15 miljoen euro per jaar.
Toch merkwaardig dat je een smak geld krijgt om niet te weten wat er in je bedrijf omgaat. Tijdens een sollicitatiegesprek wordt er bij een gewone werknemer gepeild naar diens kennis, teamgeest, stressbestendigheid, viertaligheid, software-skills, etcetera. Blijkbaar wordt een CEO benoemd na een verstandig antwoord op de vraag: 'U wilt toch zeker niet alles weten?'
Op de voorstelling van het laatste nieuwe VW-model gaat de man in driedelig pak door de knieën boven een minuskuul kruisje op de vloer en 'inspecteert' hij of achteraan de uitlaat wel goed is bevestigd. Hij ziet niets. Zijn linker oog vangt de flitsen op van fototoestellen van de gehurkte fotografen. De media in aanbidding voor het afgesproken moment. Zijn rechteroog wordt verblind door de LED-spot die handig achter het linker voorwiel is verstopt en onder de juiste hoek gericht is op de linker revers van zijn blauw kostuum. Hij haalt zich de foto's in de kranten van volgende dag voor de geest. Daarboven een grote kop 'Winterkorn: de man die alles controleert. Tot het laatste schroefje'. Dit is beter dan Shakespeare, denkt hij.
LT
Het wegtrekken van Terzake uit prime time is een dommigheid van jewelste.
Edited: 201509250127
Canvas (VRT) programmeert Terzake nu rond 22.45 uur. Dan liggen de Vlamingen al onder de wol. Handig als je ze dom wilt houden.
Overigens zijn wij van mening - en dat is echt geen pleidooi pro domo - dat u beter een goed boek leest dan televisie te kijken. Televisie is immers gehakt stro voor het kijkcijfer-vee.
TESSENS Lucas
Degelijk debat over vluchtelingenvraagstuk op VTM (20150923)
Edited: 201509240008
Hieronder enkele punten uit onze eigen visie:
- In de discussie wordt onvoldoende benadrukt dat er een onderscheid te maken is tussen vluchtelingen en economisch geïnspireerde immigranten. Dat onderscheid moet leiden tot een verschillende en aangepaste behandeling.
- De gehele problematiek moet weggehaald worden uit de emo-sfeer. De media gedragen zich in dat verband onverantwoordelijk. Het VTM-debat scoorde wel goed.
- De kwestie dat de instroom voor het overgrote deel uit mannen bestaat, krijgt nog steeds te weinig aandacht.
- De vluchtelingenproblematiek mag ons niet blind maken voor de financiering van de staat; zolang de superrijken niet bijdragen tot de financiering van de noden van de staat, draaien diegenen die wel belastingen betalen ook op voor het lenigen van de dringende hulp. Het ene debat moet het andere aanvullen.
- Er moet een wapenembargo komen voor de conflictzones. Anders is het dweilen met de kraan open.
- De scheiding tussen Kerk/Islam en Staat moet scherp en duidelijk zijn. Dat houdt in dat de staat weliswaar godsdiensten erkent maar ze niet financiert.
- Inwijkelingen moeten de wetten van de toevluchtstaat onderschrijven. Met name de gelijkheid tussen mannen en vrouwen moet onverkort aanvaard worden. Wij bestrijden racisme maar wij moeten ook optreden tegen discriminatie van vrouwen en homo's. Vrouwen hebben recht op fysische integriteit en besnijdenis van meisjes is onder geen beding aanvaard. (Groeps-)verkrachting van vrouwen moet zwaarder bestraft worden door de notie van bendevorming in te roepen. Waarom zouden we het respect van deze waarden niet schriftelijk eisen in het kader van inburgering of verblijf op het nationale grondgebied?
- Vermeersch zegt heel terecht dat de Unie van Islamitische Staten de moord- en folterpraktijken van ISIS/IS als onverenigbaar met de islam moet brandmerken.
- Voor het conflict in Syrië moet er diplomatiek overleg bestaan met Rusland. Dat moet losgekoppeld worden van de Krim en het conflict in Oost-Oekraïne.
- Het is dringend nodig de historische achtergronden van de conflicten te belichten.
- Het is wenselijk dat de Europese cultuur zich opwerpt als menslievend maar streng en rechtvaardig.
DS, Belga
Lanxess gaat joint venture aan met ARAMCO
Edited: 201509220901
Chemiebedrijf Lanxess heeft met Aramco een partner gevonden voor de kwakkelde synthetische rubberactiviteiten. Het Duitse bedrijf en de overheidsgecontroleerde oliemaatschappij van Saoedi-Arabië gaan een joint venture aan waarin ze elk de helft aanhouden. De nieuwe onderneming zal 3 miljard euro omzet per jaar draaien.

De deal moet wel nog groen licht krijgen van de concurrentieautoriteiten. De transactie zou in het eerste semester van 2016 afgerond worden. Lanxess brengt de wereldwijde rubberproductie met 20 fabrieken en 3.700 medewerkers in de nieuwe entiteit. Aramco zal voor de toegang tot de nodige strategische grondstoffen zoals aardolie zorgen.

Afname van vraag

Lanxess had de voorbije jaren een grote overcapaciteit. Dat zorgde in combinatie met een grote afname van de vraag vanuit de automobielsector voor problemen. De chemiereus kondigde vorig jaar een herstructurering aan. Illustrerend: het bedrijf verloor maandag zijn zitje in de Dax, de sterindex van de beurs van Frankfurt waarin de 40 grootste bedrijven van de beurs zitten. Immobedrijf Vonovia nam de plaats in.

Staking

Lanxess heeft ook een rubberfabriek in Zwijndrecht in het Antwerpse havengebied (Lanxess Rubber). Daar wordt net nu sinds maandagavond gestaakt omwille van een dispuut rond een werknemer die een schriftelijke vermaning kreeg. Het personeel mag van de vakbonden de site nog wel in en uit, maar contractoren niet. De fabriek telt volgens de directie zo’n 350 werknemers.

De Lanxess-groep heeft ook vestigingen in Kallo en Lillo voor tussenproducten voor kunststoffen. Op de drie sites in het Antwerpse havengebied werkten eind 2013 1.350 mensen.
News
Volkswagen knoeit met emissiewaarden van diesels. Aandeel crasht. Winterkorn geeft fraude toe.
Edited: 201509220010
Dienen hoge verloningen van CEO's als zwijggeld?
De merken van de VW-groep: Volkswagen-Personenkraftwagen, Audi, Lamborghini, Bugatti, Ducati, Škoda, Seat, Bentley, Porsche; Bedrijfsvoertuigen: Volkswagen-Lastkraftwagen, Scania, MAN.

Persbericht VW:
Erklärung des Vorstandsvorsitzenden der Volkswagen AG, Professor Dr. Martin Winterkorn:
Die US-Behörden CARB und EPA haben die Öffentlichkeit in den USA darüber informiert, dass bei Abgastests an Fahrzeugen mit Dieselmotoren des Volkswagen Konzerns Manipulationen festgestellt worden sind und damit gegen amerikanische Umweltgesetze verstoßen worden ist.
Der Vorstand der Volkswagen AG nimmt die festgestellten Verstöße sehr ernst. Ich persönlich bedauere zutiefst, dass wir das Vertrauen unserer Kunden und der Öffentlichkeit enttäuscht haben. Wir arbeiten mit den zuständigen Behörden offen und umfassend zusammen, um den Sachverhalt schnell und transparent vollumfänglich zu klären. Hierzu hat Volkswagen eine externe Untersuchung beauftragt.
Klar ist: Volkswagen duldet keine Regel- oder Gesetzesverstöße jedweder Art.
Das Vertrauen unserer Kunden und der Öffentlichkeit ist und bleibt unser wichtigstes Gut. Wir bei Volkswagen werden alles daran setzen, das Vertrauen, das uns so viele Menschen schenken, vollständig wiederzugewinnen und dafür alles Erforderliche tun, um Schaden abzuwenden. Die Geschehnisse haben für uns im Vorstand und für mich ganz persönlich höchste Priorität.

Technische truuk: Die bestaat erin dat een chip detecteert wanneer de VW-diesel op de rollentestbank werd gezet; de emissie wordt dan teruggeschroefd.

Wellicht is de affaire slechts het topje van de ijsberg en wordt er op grote schaal geknoeid met de emissiewaarden. Voor alle duidelijkheid: in de Belgische stations voor Technische Controle worden de wagens op CO²-uitstoot gemeten niet op rollen maar in neutraal en plankgas.
Interview met Etienne Vermeersch in DS 20150905
Het is flauwekul om te zeggen dat we die vluchtelingen nodig hebben. In België hebben we 600.000 werklozen.
Edited: 201509051027
'Grote groepen nieuwkomers integreren is zeer moeilijk.' (...) Homogeniteit van een bevolking is belangrijk. Het is gevaarlijk grote bevolkingsgroepen met een andere cultuur op te nemen. De islam speelt een rol in samenlevingsproblemen in Europa, kijk maar naar die hele discussie over onverdoofd slachten. De Italiaanse gastarbeiders waren met veel meer, maar herinnert u zich grote samenlevingsproblemen met Italianen?'


'Een ander deel van mijn plan is dat de Syrische president Bashar al-Assad onmiddellijk gedwongen wordt te stoppen met burgers te bombarderen en dat Islamic State (IS) verpletterd wordt.'(...)

'Het is geen gezonde situatie wanneer je in een land groepen hebt die getto's vormen.' (...)

'Je hebt altijd de morele plicht om (...) leed te beperken, maar niet door je eigen bevolking in de miserie te storten. Als je de mensen dwingt om rechten af te staan, drijf je ze tot racisme en xenofobie.' (...)
Vraag: Wat zijn de grote samenlevingsproblemen met moslims?
Antwoord: 'Het is een gevaarlijk voorbeeld maar ik zou kunnen verwijzen naar de verkrachtingscijfers in Zweden. Die zijn op korte tijd spectaculair gestegen. Er zullen altijd verscheidene factoren zijn, maar één van de verklaringen is de instroom van grote groepen moslims, onder meer uit Somalië.' (...)
'We hebben hier een mooi sociaal systeem opgebouwd. Als dat straks onbetaalbaar wordt, zullen de slachtoffers niet de professoren zijn die nu met een opgestoken vingertje opiniestukken schrijven. Het zullen de zwaksten zijn.'

Telecompaper
Bijna 4 miljoen vaste internetverbindingen in Belgie
Edited: 201509050935
vrijdag 4 september 2015 | 09:02 CET | Nieuws
België telde aan het einde van het tweede kwartaal van dit jaar ruim 3,972 miljoen vaste internetverbindingen. Dat blijkt uit onderzoek van de branchevereniging ISPA. Het aantal verbindingen is gestegen met 1,16 procent op kwartaalbasis, met een nettogroei van 45.728 aansluitingen.

Het aantal verbindingen op de consumentenmarkt groeide in het tweede kwartaal met 44.347 aansluitingen, naar ruim 3,587 miljoen. Dit is een stijging van 1,25 procent. Op de zakelijke markt groeide het aantal verbindingen met 1.381 naar ruim 385.000, een groei van 0,36 procent.

De cijfers van de ISPA zijn gebaseerd op de gegevens van Belnet, Brutélé (VOO), Coditel (Numericable), Colt, Cybernet, EDPnet, Evonet, Interoute, Base Company, Mac Telecom, Mobistar, Mobistar Enterprise Services, Perceval, Proximedia, Proximus, Scarlet, VOO, Telenet en Verizon.
VERMEERSCH Etienne, interview: Wouter Woussen,foto: Michiel Hendryckx
INTERVIEW ETIENNE VERMEERSCH OVER DE VLUCHTELINGENCRISIS | ‘Het is flauwekul om te zeggen dat we die vluchtelingen nodig hebben’
Edited: 201509050903
De Standaard | 05 SEPTEMBER 2015 |
De tijd dat vluchtelingencrisissen in België opgelost werden in overleg met Etienne Vermeersch, is voorbij. Maar dat de huidige staatssecretaris nog niet gebeld heeft, wil niet zeggen dat de 81-jarige filosoof geen plan klaar heeft.

Hebt u die foto gezien van die Syrische kleuter die dood is aangespoeld op een Turks strand?

‘Ja, maar ik schrik er niet van. Wie schrikt van deze foto, heeft geen verbeelding. We weten dat daar kinderen verdrinken. Maar ik begrijp de emoties wel, het is een zeer aangrijpend beeld.’

Guy Verhofstadt hoopt dat die foto Europa wakker zal schudden. Volgt u hem daarin?

‘Als die foto mensen wakker schudt, is dat goed. Maar je mag hem niet gebruiken om een moraliserend vingertje op te steken tegen goedmenende politici, die worden terechtgewezen alsof ze geen enkele ethiek hebben en de rechten van de mens niet kennen. Het probleem met moralisten is dat ze soms haalbare oplossingen in de weg staan omdat ze een ideale oplossing willen.’

Wat is volgens u een haalbare oplossing?

‘We moeten af van het verdrag van Dublin, dat nu bepaalt dat je asiel moet vragen in het land waar je Europa binnenkomt. Iedereen die de situatie in Griekenland en Italië kent, weet dat dat waanzin is. Er moeten Europese opvangcentra komen en criteria welke vluchtelingen aanvaard en over de landen verdeeld worden volgens quota.’

Hoe stel je die quota op?

‘Door rekening te houden met de situatie van elk land. Spanje heeft een jeugdwerkloosheid van 50 procent. Als je daar nu nog eens een massa mensen naartoe stuurt, maak je dat alleen maar erger. Slovakije en Hongarije hebben dan weer een probleem met moslims.’

Dat is xenofobie. Moet je daar rekening mee houden?

‘We leven niet in een ideale wereld. Ik praat graag over hoe de wereld is en niet over hoe je zou willen dat hij is. Ook onterechte angsten moet je zo veel mogelijk reduceren. Je zou die landen beter kunnen overtuigen om hun deel te doen, als je vluchtelingen een apart, tijdelijk statuut zou geven. Dat is mijn tweede voorstel.’

U bedoelt: vluchtelingen geen volledige burgerrechten toekennen.

‘Vluchtelingen hebben de hoop en de plicht om terug te keren als de oorlog voorbij is. Een statuut dat dat erkent, heeft ook voor hen voordelen, want dan vallen ze bijvoorbeeld niet onder wetten die zeggen dat ze hier geen sociale woning kunnen krijgen als ze in Syrië een huis bezitten.’

Als een conflict zo lang duurt dat hun kinderen ingeburgerd zijn in België, wilt u hen daarna alsnog terugsturen?

‘Dat kun je dan opnieuw bekijken. België heeft na de Kosovo-crisis zulke mensen teruggestuurd. Ik heb daar de grootste problemen mee. Ik heb dat meegemaakt. Dat is hartverscheurend. Het enige wat je kunt doen, is zorgen dat die problemen zich nu niet opnieuw stellen.’

Kunnen die vluchtelingen niet meer bijdragen aan onze samenleving als ze uitzicht hebben op een duurzaam verblijf?

‘We vangen die mensen op om hen te helpen. Het is flauwekul om te zeggen dat we ze nodig hebben. In België hebben we 600.000 werklozen. In Brussel bedraagt de jongerenwerkloosheid 35 procent. Zeggen dat we extra arbeidskrachten nodig hebben, is cynisch.’

Denkt u dat de oorlog in Syrië snel opgelost zal zijn?

‘Een ander deel van mijn plan is dat de Syrische president Bashar al-Assad onmiddellijk gedwongen wordt te stoppen met burgers te bombarderen en dat IS verpletterd wordt. De tweede Golfoorlog was een kapitale stommiteit, maar dit is iets totaal anders. IS is veel gevaarlijker dan Saddam Hoessein. Dat komt door de manier waarop ze hun aanhang werven: met hun militaire successen en hun letterlijke interpretatie van de Koran. De vereniging van 56 moslimlanden zou een vergadering van godgeleerden moeten samenroepen, die gezamenlijk verklaren dat IS de Koran onjuist interpreteert en dus bestreden moet worden. Zij kunnen oproepen tot jihad. Laat een coalitie met Egypte er korte metten mee maken. President al-Sisi zal daar graag aan meewerken. Daarna kunnen de vluchtelingen terug, al kun je misschien een uitzondering maken voor christenen en jezidi’s.’

Waarom?

‘Omdat de situatie voor hen daar misschien nooit meer leefbaar wordt.’

De reden is niet dat u de moslims liever niet in Europa houdt?

‘Hun integratie zal misschien gemakkelijker zijn, hoewel de Europese bevolking met die jezidi’s ook weinig gemeen heeft. Maar het is wel een kleine groep. Homogeniteit van een bevolking is belangrijk. Het is gevaarlijk grote bevolkingsgroepen met een andere cultuur op te nemen. De islam speelt een rol in samenlevingsproblemen in Europa, kijk maar naar die hele discussie over het onverdoofd slachten. De Italiaanse gastarbeiders waren met veel meer, maar herinnert u zich grote samenlevingsproblemen met Italianen?’

Wat zijn de grote samenlevingsproblemen met moslims?

‘Het is een gevaarlijk voorbeeld, maar ik zou kunnen verwijzen naar de verkrachtingscijfers in Zweden. Die zijn op korte tijd spectaculair gestegen. Er zullen altijd verscheidene factoren zijn, maar één van de verklaringen is de instroom van grote groepen moslims, onder meer uit Somalië.’

Maar u kunt dat niet bewijzen?

‘Het is tendentieus om die ene factor eruit te lichten en daarom is het een gevaarlijk voorbeeld. Wat ik wil zeggen is: grote groepen nieuwkomers integreren is zeer moeilijk. We spreken hier nu over die paar miljoen vluchtelingen uit Syrië, maar er staat ons nog iets te wachten. Afrika heeft nu 1,1 miljard inwoners. Volgens de VN zullen er dat in 2050 2 miljard zijn. Nu komen ze al in stromen naar ons toe. Wat moet er met dat miljard gebeuren?’

U hebt daar wellicht ook een plan voor.

‘Een gigantische campagne voor geboortebeperking. Het is niet rechtvaardig dat wij, die ons geboortecijfer onder controle houden, de dupe worden van de ongebreidelde bevolkingsaangroei elders. Waarom heeft Duitsland de minste werklozen? Omdat daar het minste kinderen zijn geboren.’

Dat is toch niet het gevolg van een bewuste campagne?

‘Nee, van een mentaliteit.’

Leidt welstand niet tot geboortebeperking?

‘Als je bevolking explodeert, kun je die welstand niet creëren. Als een bevolking explodeert, krijg je grotere armoede, opstanden en oorlog. Dat is ook waarom de Arabische lente is losgebroken. Syrië had in 1970 zes miljoen inwoners, in 2011 waren dat er 22 miljoen. De Arabische lente is een crisis die is ontstaan door een mislukte oogst in Rusland, waardoor er niet genoeg graan was in Noord-Afrika. Als er volgend jaar nog eens een Russische oogst mislukt, staat er ons nog iets te wachten.’

U wees net op het belang van de homogeniteit van een samenleving. Is de wereld niet sowieso complexer aan het worden?

‘Het is geen gezonde situatie wanneer je in een land groepen hebt die getto’s vormen. De Verenigde Staten waren lang een voorbeeld van een geslaagde meltingpot, maar zij krijgen een steeds grotere instroom van hispanics, waar ze ook geen antwoord op hebben.’

Die instroom is een gevolg van ongelijkheid, precies zoals de migratiedruk op Europa vanuit Afrika. U voorspelt zelf dat die niet zal afnemen. Hoe stelt u voor dat het Europa daarmee omgaat?

‘Ze moeten verdorie stoppen met de bevolking zo te laten groeien! Dat schrijf ik al dertig jaar.’

En doen ze het?

‘Neen.’

U praat graag over de situatie zoals ze is, en niet zoals ze zou moeten zijn. De Afrikaanse bevolking groeit. Wat wilt u doen, een muur bouwen om ze tegen te houden?

‘Die muur staat er al. Er wordt schande gesproken over dat hek in Hongarije, maar rond de Spaanse enclaves in Marokko staan er al lang zulke muren. Dat wordt nu omzeild met bootjes, wel, ze zullen ervoor moeten zorgen dat er niet één bootje meer vertrekt. Waarom verdrinken ze op zee? Omdat ze geloven dat er altijd wel een paar door geraken.’

Moet je dan stoppen met mensen redden, uit angst voor een aanzuigeffect?

‘Natuurlijk niet. Je redt ze, haalt de oorlogs- en politieke vluchtelingen eruit en zet de rest weer aan land waar ze vandaan komen.’

Is het op zich al niet cynisch dat echte oorlogsvluchtelingen hier pas asiel krijgen als ze hier geraken, waardoor ze met duizenden verdrinken in de Middellandse Zee?

‘Het zou al heel wat zijn als we voldoende kunnen doen voor die zes procent Syriërs die hier geraken.’

Iemand die verhongert, maar niet uit een oorlog komt, vliegt terug. Dat is op zich toch al onmenselijk?

‘Dat onderscheid is inderdaad niet humaan, maar de Conventie van Genève naleven is nu al met moeite haalbaar. Als er morgen een oorlog uitbreekt in China, zullen we de grenzen zelfs moeten sluiten voor oorlogsvluchtelingen. We hebben hier een mooi sociaal systeem opgebouwd. Als dat straks onbetaalbaar wordt, zullen de slachtoffers niet de professoren zijn die nu met een opgestoken vingertje opiniestukken schrijven. Het zullen de zwaksten zijn.’

Dan laat je in 2050 iedereen achter die muur verhongeren?

‘Je hebt altijd de morele plicht om dat leed te beperken, maar niet door je eigen bevolking in de miserie te storten. Als je de mensen dwingt om rechten af te staan, drijf je ze tot racisme en xenofobie.’

U had het in het begin van dit gesprek over goedmenende politici die hun best doen. Vindt u dat België genoeg doet?

‘Niet zolang er mensen buiten moeten slapen. Ik denk ook dat we meer mensen kunnen opvangen. Ik passeer vaak aan het station van Melle. Dat staat al jaren leeg. Met een paar aanpassingen kunnen daar drie gezinnen wonen.’

U woont ook vrij ruim.

‘Ik weet dat het duurzamer is om in de stad te leven. Ik heb het ook geprobeerd, maar ik kon niet leven met het lawaai van mijn buren. Voor mij persoonlijk is dit een zeer gezonde manier van leven, maar ik ben er mij van bewust dat je die niet kunt veralgemenen voor de hele bevolking.’

Het zou een metafoor kunnen zijn voor de situatie van Europa in de wereld.

‘Ja. Natuurlijk.’
LT
Bosal Oevel failliet: Fonds voor Sluiting van Ondernemingen draait op voor de ontslagvergoedingen
Edited: 201509020950
De Nederlandse multinational speelt het handig en zonder scrupules. Het faillissement betekent voor 350 werknemers ontslag. De vergoeding moet nu betaald worden door het FSO. Door de boeken neer te leggen creëert Bosal ook een waterdicht schot tussen het verleden en het heden. Dat is waarschijnlijk een eis geweest van de (mogelijke) overnemer.

Eerder sloot Bosal reeds fabrieken in Engeland en Frankrijk en ook toen was 'een handig faillissement' de gebruikte methode. Tekenend is ook dat het logo van Bosal onmiddellijk van de bedrijfsgebouwen werd gehaald.

Het is het bekende verhaal: privatisering van de winsten, collectivisering van de verliezen.



Een blik op de groep Bosal (bron: groepsbrochure 2012):
Lummen, België

Oevel, België (+)

Praag, Tsjechië

Randers, Denemarken

Sorø, Denemarken

Béthune, Frankrijk

Mitry Mory, Frankrijk

Reims, Frankrijk

Hannover, Duitsland

Mannheim, Duitsland

Markgröningen, Duitsland

Sachsen, Duitsland

Viersen, Duitsland

Cegléd, Hongarije

Kecskemét, Hongarije

Dublin, Ierland

Vianen, Nederland

Łódz, Polen

Pitesti, Roemenië

Kaluga, Rusland

Moskou, Rusland

Novoorsk, Rusland

Nizhny Novgorod, Rusland

Madrid, Spanje

Sagunto, Spanje

Zaragoza, Spanje

Bursa, Turkije

Gebze, Turkije

Pelitli, Turkije

Zaporozhye, Oekraïne

Preston, Verenigd Koninkrijk

AZIË & MIDDEN-OOSTEN

 Sjanghai, China

 Yantai, China

 Pune, India

 Nashik, India

 Teheran, Iran

 Asan, Zuid-Korea

 Haman, Zuid-Korea

 Gunsan, Zuid-Korea

 Rayong, Thailand

 Hanoi, Vietnam

 Andisan, Oezbekistan

AFRIKA

 Casablanca, Marokko

 Kaapstad, Zuid-Afrika

 Durban, Zuid-Afrika

 Port Elizabeth, Zuid-Afrika

 Pretoria, Zuid-Afrika

 Pretoria, Zuid-Afrika

 Bulawayo, Zimbabwe

NOORD-AMERIKA

 Queretaro, Mexico

 Acton, MA, Verenigde Staten

 Indianapolis, IN, Verenigde Staten

 Lavonia, GA, Verenigde Staten

 Whippany, NJ, Verenigde Staten

 Ypsilanti, MI, Verenigde Staten

 Ypsilanti, MI, Verenigde Staten

ZUID-AMERIKA

Cordoba, Argentinië

Gravatai, Brazilië

São Paulo, Brazilië

Medellín, Colombia
Vluchtelingen: Een klein land met een groot geweten blijft een klein land.
Edited: 201508272339
GEUZE Adriaan, Nederlands landschapsarchitect
Tussen de steden is een corridorarchitectuur ontstaan. Dat is een aanslag op onze leefwereld. Wie heeft dat gewild? Het is onomkeerbaar en dat brengt in mij paniekgevoelens naar boven.
Edited: 201508251019
Deze uitspraak deed Geuze in het VPRO-programma 'Zomergasten'. Geuze fotografeerde de kilometerslange mik-mak-bebouwing langs Nederlandse wegen. 'Nederland is een klein land en we bouwen het lelijk vol. Ruimtelijke ordening is een ramp in Nederland. We hebben in het verleden voortdurend ministers gehad die geen voeling hadden met de materie.'
Grondspeculatie is de hoofdoorzaak van het verkwanselen van ruimte en onze behoefte aan visuele schoonheid is aan flarden geschoten. De dimensies kloppen niet, de kleuren 'vloeken' met elkaar, we modderen maar wat aan.

We hebben geen visie ontwikkeld die wortelt in de traditie.
Hoe goed is ons dijkenstelsel en hoe kwetsbaar is Nederland? 'Dat is iets waar ik liever niet over praat, het lijkt mij geen thema voor dit programma.' Geuze liet echter uitschijnen dat enkele strategisch gerichte aanslagen op het dijkenstelsel een nooit geziene ramp kunnen veroorzaken.

P.S. In Frankrijk is onlangs een wet van kracht geworden die de publicitaire vervuiling van het landschap moet tegengaan. Reclameborden nabij gemeenten van minder dan 10.000 inwoners zijn voortaan verboden. De toepassing van de wet wordt een harde noot om kraken. De handelaars hadden vijf jaar de tijd om de toestand te regulariseren maar weinig borden werden verwijderd.
De Tijd
Uitgesteld kijken: Vier en Telenet steken straks reclameboodschap achter de pauzeknop
Edited: 201508190017
De ingreep verraadt hoe wanhopig de TV-sector op zoek is naar het opkrikken van de kijkcijfers van reclameboodschappen. De adem van de adverteerders is heet. Mediaplanning wordt dansen op eieren want het wordt een hele klus om de kost per duizend op een heldere manier uitgelegd te krijgen.
Gaston Durnez in DS Weekblad
Over De Standaard
Edited: 201508140000
"Het is een verkeerd idee dat De Standaard een zuilkrant was. Ja, het was een blad van katholieken huize dat de CVP steunde, maar slechts tot op zekere hoogte. Ik heb nog gewerkt onder E. Troch (pseudoniem van Luc Vandeweghe), een notoir vrijzinnige. Hij kreeg er vaak genoeg last mee met een deel van zijn publiek, maar zijn bazen hebben hem altijd gesteund. Wij hadden een zeer grote vrijheid om te schrijven wat wij wilden."

Noot LT: Durnez (°1928) heeft het hier over de periode vóór 1976 toen De Smaele nog aan het roer stond. Na het faillissement van de Standaardgroep is er met de intrede van André Leysen & Co toch veel veranderd en werd bvb. Troch afgevoerd. En laat nu net dat het probleem van Durnez zijn: het is allemaal wel waar wat hij vertelt, maar hij vertelt heel vaak niet heel het verhaal ... uit voorzichtigheid, om niet in de rol van de rebel te treden. Daarom blijft hij een lakei van de macht. Een vriendelijke en behulpzame dienaar.
DE WITTE Ludo
Huurlingen, geheim agenten en diplomaten (voorstelling/bespreking)
Edited: 201508081700
ISBN 9789461313294.

De moord op Lumumba, over de eerste democratisch verkozen regeringsleider van Congo in 1961, deed bij verschijnen in 1999 heel wat stof opwaaien. Ludo De Witte's gedetailleerde en gedocumenteerde relaas verplichtte de Belgische politieke klasse voor het eerst de eigen historische verantwoordelijkheid te erkennen.

Het boek leidde tot de oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie. De commissie-Lumumba leidde wel tot degelijk onderzoek, maar slechts tussen de lijnen van zijn rapport valt voor de kritische lezer te lezen dat de toenmalige regering van Gaston Eyskens (CVP – nu CD&V) en koning Boudewijn niet zomaar toeschouwers waren bij de moord op Patrice Lumumba op 17 januari 1961.

De politieke besluiten van dat onderzoek waren ook typisch Belgisch, een compromis dat niemand tevreden stelde. Eén ding is met het boek van De Witte en de onderzoekscommissie wel veranderd. Niemand die enigszins geloofwaardig wil overkomen, stelt de gebeurtenissen van 1960-1961 nog voor als een louter interne zaak tussen Congolezen.

Vijf jaar chaos


Patrice Lumumba
Na de moord op de enige democratische leider die de Congolezen had samengebracht in al hun etnische, culturele en taalkundige verscheidenheid, volgden vijf jaren van chaos, die het land verder ten gronde richtte. Waar België schoorvoetend enige verantwoordelijkheid heeft aanvaard voor de moord op Lumumba, is dat nog altijd niet het geval met wat gebeurde in de periode die erop volgde en die leidde tot de dictatuur van Mobutu.

Die dictatuur duurde van 1965 tot 1997. Nog steeds zijn er politieke commentatoren die menen dat de staatsgreep van Mobutu een 'noodzakelijk kwaad' was om de vechtende Congolezen tot de orde te roepen. Zij stellen de woelige periode 1961-1965 voor als een louter interne strijd tussen Congolezen, waarbij Belgen en andere Europese ex-kolonisatoren toeschouwers waren, die slechts tussenbeide kwamen om (blanke) mensenlevens te redden. Bovendien, de eerste zes jaar van zijn regime zou Mobutu wel een 'goed' leider geweest zijn, die terug orde en rust bracht.

Goedpraten wordt terug de norm

“Aan die periode van relatieve openheid kwam echter snel een einde, en sinds een jaar of tien gaat het weer de andere kant op.” Vandaag is het terug bon ton om hoogstens kritisch te zijn over de "fouten, overdrijvingen en excessen" van het kolonialisme, de lijfstraffen, het gesegregeerde onderwijs voor de 'évolués', het beroepsverbod voor hogere functies.

Het Belgische koloniale avontuur was slechts een goedbedoelde poging om een volk te emanciperen, waarbij jammer genoeg veel fouten werden gemaakt, de Belgen te Europees dachten, geen rekening hielden met de Afrikaanse karaktertrekken, enzovoort. Weg zijn de economische belangen, het brutale racisme, de collaboratie van de kerk...

“Auteurs als Manu Ruys, Walter Zinzen en David Van Reybrouck houden hun lezers voor dat die coup (van Mobutu in 1965, nvdr) wenselijk en weldoend mag genoemd worden.” De Witte vond slechts één uitzondering op dat discours, het boek van VUB-historicus Guy Van Themsche: Congo. De impact van de kolonie op België (2007), later vertaald als Belgium and the Congo, 1885-1990 (2012)

België was nauw betrokken

Niets is minder waar, stelt Ludo De Witte. De kanker die in 1993-1997 leidde tot de ondergang van Mobutu zat in het systeem ingebakken op de dag zelf dat hij met expliciete goedkeuring van Belgische en Amerikaanse regering de macht greep. Het perscommuniqué, waarin Mobutu zijn coup uitlegde op Radio Leopoldstad1, werd geschreven door Belgisch militair attaché Van Halewijn...

Wanneer na de moord op Lumumba in het oosten van het land ongecoördineerde groepen een opstand beginnen, blijkt het door de Belgen uitgeruste en getrainde Congolese niet bereid zijn leven te wagen tegen tegenstanders die met pijl, boog en machete – tegen beter weten in – niet wegduiken voor het geweervuur van de soldaten.

De simba's ("leeuwen" in het Swahili) geloven immers dat ze onkwetsbaar zijn voor kogels. Waar ieder militair expert een eenzijdige afslachting verwachtte, zoals tijdens de Britse koloniale oorlogen of tijdens de Eerste Wereldoorlog, bleek dit bijgeloof echter een nuttig strategisch wapen.

De ongemotiveerde en nauwelijks betaalde soldaten kozen immers massaal eieren voor hun geld en dropen af voor een tientallen malen kleinere tegenmacht. Voor men in Kinshasa, Brussel en Washington goed en wel doorhad wat er gebeurde, hadden de simba's een groot deel van het land onder controle, een territorium veertig maal groter dan België. Ook de lucratieve mijnen in Katanga kwamen in gevaar.

De leiders van deze simba's, onder wie een jonge Laurent-Désiré Kabila, waren allesbehalve democraten, laat staan dat ze ook maar enige voeling hadden met het communisme. Qua politieke leegheid waren ze de gelijken van de "Binza-boys" die het na de moord op Lumumba in de hoofdstad "Kin" voor het zeggen hadden.

Een allegaartje wint het pleit

Zelfs voor het openlijk neokoloniale weekblad Pourquoi Pas? was de echte oorzaak van deze opstand niet ver te zoeken: “Het is een jacquerie2 van mensen die genoeg hebben van de miserie en de ellendige praktijken van het ANC dat rooft, verkracht en doodt (…) het staat vast dat de beweging spontaan ontstond en aanvankelijk gerechtvaardigd was.”

Het ANC staat hier niet voor de bevrijdingsbeweging van Nelson Mandela maar voor het Armée Nationale Congolaise, het Congolese leger wiens lafheid tegenover gewapende tegenstanders recht evenredig was met zijn gruwelijke roofzucht tegenover de ongewapende bevolking. Dat hun lonen werden gestolen door hun eigen officieren, hielp natuurlijk niet om enige discipline in stand te houden. Bovendien werden de soldaten systematisch gestationeerd in regio's waar ze etnisch of taalkundig geen enkele band mee hadden (een manier van aanpakken die ze van de Belgen hadden overgenomen).

Union Minière

De Belgische regering ging voor een oplossing steeds "te rade" bij de experten ter plaatse. Daar bedoelden ze geenszins Congolese politieke leiders met een basis in de bevolking mee. “Belgische ministers die het beleid in Centraal-Afrika uittekenden, ondernamen weinig zonder de goedkeuring van de bedrijfsleiders van de Union Minière.”


Ooit nog opgericht door koning Leopold II was dit mijnbedrijf onder meer verantwoordelijk voor het delven en verkopen van het uranium in de Shinkolobwe-mijn, dat als brandstof diende voor de bommen op Hiroshima en Nagasaki. Die Belgische verkoop aan de VS in 1941 maakte het mogelijk dat België naast Frankrijk het enige land ter wereld werd dat volop mee mocht genieten van de Amerikaanse nucleaire knowhow. Met een ver gevolg van die geschiedenis zit België vandaag nog steeds. Geen enkel land ter wereld, na Frankrijk, heeft een dergelijk hoog aandeel in kernenergie voor zijn elektriciteitsproductie (zelfs de VS niet).

De Verenigde Naties

België toonde zich in 1961-1965 een onbeschaamd en openlijk schender van VN-resoluties. De afscheiding van de mijnprovincie Katanga werd logistiek ondersteund. Katangees leider Moïse Thsombé werd na het mislukken van die afscheiding zonder enige schroom binnengehaald als de man die de chaos na Lumumba zou redden.

Zowat heel Afrika protesteerde tegen de benoeming van deze "neokoloniale slaaf" als eerste minister. Brussel lag er niet wakker van. Even gemakkelijk liet Brussel hem vier jaar later vallen, toen een dictatuur onder leiding van stafchef van het leger Joseph Désiré Mobutu een betere optie bleek.

Historische indelingen zijn altijd enigszins arbtitrair, maar de zeven hoofdstukken waarin De Witte de periode 1961-1965 indeelt, zijn logisch. Op de periode-Thsombé volgde de Belgische organisatie van een huurlingenleger ten bate van de grote bedrijven. Het "simbarijk" was van bij het begin immers zeer broos. Het was vooral ontstaan omdat het Congolees leger zo inefficiënt en ongemotiveerd was.

Pokeren met blanke levens

In de Belgische pers werd ondertussen de trom geroffeld van de strijd tegen het communisme. Een humanitaire interventie was noodzakelijk om Belgische gijzelaars uit de handen van de simba's te bevrijden. Er waren inderdaad een aantal Belgische colons vermoord door de simba's, maar dat aantal verbleekte bij de duizenden Congolezen die systematisch werden afgemaakt door het ANC en door de door België ingezette Zuid-Afrikaanse en Rhodesische3 huurlingen.

Het klinkt sinds de oorlogen in de Balkans bekend in de oren, maar de invasie van Stanleystad (Kisangani) en Paulis (Isiro) waren geen gevolg van enige massale afslachting van Belgische en andere gijzelaars. Ze waren er de hoofdoorzaak van. De brutale wreedheden van de ingezette huurlingen waren immers niet van aard de simba's mild te stemmen, wat De Witte gevat omschrijft met de titel van het hoofdstuk 'Pokeren met blanke levens'.

"De Belgen lachen met de koude oorlog"

Washington wilde ondertussen wel helpen om de 'communisten' te bestrijden, maar zat met een 'geloofwaardigheidsprobleem'. “De VS was het enige onafhankelijke land ter wereld – afgezien van het apartheidsregime in Zuid-Afrika – waar mensen wegens hun huidskleur tweederangsburgers waren... [Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken] Dean Rusk erkende informeel dat het binnenlands racisme als een molensteen om de nek van Amerikaanse diplomaten in Afrika hing.”

Belgische bedrijfsleiders wisten ondertussen wel beter. “Tot zijn [minister van Buitenlandse Zaken Paul-Henri Spaak] verbazing waren ze het er over eens dat ze met de simbaleiders zaken konden doen als Congo helemaal in hun handen zou vallen.”
De Britten en de VS waren daar niet over te spreken.

“De Britse ambassadeur in Congo... Het Belgisch beleid in Congo is louter dienstig aan de belangen van het bedrijfsleven... Zij zijn niet geïnteresseerd in de Koude Oorlog en lachen met de Amerikanen omdat die achter elke struik een communist zagen.”

Niet bepaald wat in de kranten werd verteld. Bleven Moskou en Beijing afzijdig uit het conflict – al was het maar omdat ze andere interne katten te geselen hadden –, er waren echter wel degelijk 'communisten' aanwezig in het conflict.

De Cubaanse interventie onder leiding van Che Guevara himself was echter nog steeds geheim – satellieten bestonden nog niet – toen ze na enkele maanden al werd afgeblazen. Guevara moest vaststellen dat de leiders van de opstand totaal geen visie hadden op de eigen maatschappij. Het kwam erop neer dat ze zelf aan de macht wilden komen. Daarom alleen hadden ze de leiding van de spontane opstanden van de simba's overgenomen.

'Sterke man Mobutu'


Mobutu Sese Seko
Van het idee dat Mobutu de sterke man zou geweest zijn die boven de strijdende partijen stond, blijft in de analyse van De Witte zo goed als niets over. Meermaals heeft Mobutu tijdens de simba-opstand gevreesd voor zijn overleven.

Hij had ook nauwelijks gezag of controle over zijn troepen, buiten de garnizoenen in Kinshasa zelf. Dat wantrouwen tegenover het eigen leger zou ook tijdens zijn regime blijven voorbestaan. Zonder zijn goed opgeleide en rijkelijk betaalde presidentiële garde liet hij zich nooit zien.

Mobutu was allesbehalve de evidente keuze voor België en de VS, hij was eerder de minst slechte, de minst 'ongeloofwaardige'. Zijn grootste voordeel was dat hij al officieel leider was van het leger. Dat hij geen aanhang had bij de bevolking – zeker niet in de helemaal in het zuiden gelegen hoofdstad Kinshasa, Mobutu kwam uit de noordwestelijke Evenaarsprovincie – was daarbij irrelevant.

Economisch gewin

Wie het boek van De Witte leest ziet een duidelijke lijn in het beleid van de Belgische regering: alles voor het behoud van het economisch gewin, niets voor de Congolese bevolking. Elke Belgische dode was een drama, tienduizenden Congolese doden daarentegen...

De Witte ziet ook een verband met het heden: “Een kritisch onderzoek van het westers beleid inzake Afrika toont aan dat abstracte noties zoals 'de strijd tegen de verspreiding van de Sovjetinvloed' in feite codewoorden waren in de propagandaslag bij de uitbouw van stabiele neokoloniale regimes. Vandaag luiden vanuit dezelfde zorg de codewoorden 'bescherming van fundamentale mensenrechten' en 'plicht tot humanitaire interveniëren'."
Net als toen blijken die nobele principes enkel van toepassing in landen en regimes die tegen westerse economische belangen ingaan.


Ludo De Witte (1956)
Wie liever een geromantiseerd verhaal leest over hoe het goedbedoelde koloniale beschavingsproject is misgelopen kan zijn gade vinden bij vele andere auteurs. Ludo De Witte vertelt daarentegen wat er echt is gebeurd. Dat is meermaals confronterend en voor al wie nog steeds een romantisch beeld koestert van de Belgische kolonisatie onaangenaam om lezen.

Met dit boek neemt De Witte voor de tweede maal het voortouw in een strijd die dit land al zo lang had moeten voeren, voor de eerlijke erkenning van de werkelijkheid van het eigen koloniale verleden.

Ludo De Witte, Huurlingen, geheim agenten en diplomaten, Van Halewyck, Leuven, 2014, ISBN 9789461313294.

1 Leopoldstad, zoals de hoofdstad Kinshasa toen heette. Kinshasa is de naam van het oorspronkelijke dorpje aan de oever van de Congostroom.

2 'Jacquerie', een denigrerende term voor boerenopstanden.

3 Blanke huursoldaten uit de toen nog Britse kolonie Rhodesië, het huidige Zimbabwe.

Lode Vanoost
DE GRAUWE Paul in DS-weekblad van 25/7/2015
Citeert Keynes: 'When the facts change, I change my mind. What do you do, Sir?'
Edited: 201508011349
PDG verdedigt aldus zijn bochtenwerk.

Maar PDG vergeet een belangrijke factor in zijn redenering: hij lag mee aan de basis van de veranderde en catastrofale 'facts' die een gevolg waren van de neoliberale gedachten-diarree: afslanken, privatiseren, de minimale staat, belastingverminderingen, afwenteling van belastingen op de middenklasse, ...

Zo heeft de privatiseringsgolf van de laatste dertig jaar sleutelsectoren in handen van 'global players' terecht doen komen. De trend naar monopolisering blijkt niet meer te stoppen. We hebben gezien dat de economische structuur van gedaante gewisseld is. Waar vroeger een samengaan van (gepolitiseerde) overheidsmonopolies met privé-initiatief legio was, nemen nu private molochs de macht over. De natiestaten zijn zo zwak geworden dat een vuist maken niet meer lukt. De uitgeholde en machteloze democratie. De neo-libs hebben stelselmatig gekozen voor privatisering om op ultrakorte termijn de begrotingen sluitend te maken. Voor één jaar! Regeren noemde men dat. Ik noem dat de inboedel verkopen.

Men heeft nooit serieus overwogen om overheidsbedrijven goed te managen. Hoe kon dat ook met de politieke vriendjes die de raden van bestuur bevolkten en die het enkel om zitpenningen te doen was?

De neoliberale uitverkoop heeft ons gebracht waar we nu zijn: een wankelend Europa waar de winsten geprivatiseerd en de lasten gecollectiviseerd zijn. De staat mag nu nog enkel de miserie managen.

Het is natuurlijk makkelijk praten 'when the facts change ...' maar enige eerlijkheid valt er blijkbaar niet te verwachten van een econoom die graag in de schijnwerpers blijft staan.
ECB
Euro was geen wondermiddel voor economische integratie, zegt ECB
Edited: 201507310117
Volgens een analyse van de Europese Centrale Bank (ECB) is de euro er niet in geslaagd de economische verschillen in de eurozone te verkleinen. Dat meldt De Standaard.

Het is vijftien jaar geleden dat de euro werd ingevoerd. In die periode zijn de eurolanden niet naar elkaar toegegroeid, wel integendeel.

Volgens de studie heeft enkel Ierland dankzij de eenheidsmunt zijn positie in Europa kunnen verbeteren. Italië en Griekenland gingen er in vergelijking met de andere landen op achteruit. Landen waar de welvaart wel sterker steeg dan gemiddeld, zoals de Oost-Europese landen, voerden de euro pas nadien in.

Het resultaat toont aan dat de euro als welvaartsmotor overschat is. De ECB wijt dat aan slecht beleid door de lidstaten.
Wikipedia
Denemarken : Struensee
Edited: 201507252331
Johann Friedrich Struensee (Halle, 5 augustus 1737 – Kopenhagen, 28 april 1772) was een Duitse arts die enkele jaren de macht uitoefende in het koninkrijk Denemarken.

Struensee werd geboren als zoon van een piëtistisch theoloog, maar onttrok zich tijdens zijn studie geneeskunde aan de strenge geloofsopvoeding. Hij werd aanhanger van de ideeën van de Verlichting.

Hij vestigde zich in 1757 te Altona, in het Deense hertogdom Holstein, in die jaren een bolwerk van de Verlichting. Struensee oefende de geneeskunst uit ten bate van het gewone volk. Hij zette zich met name in voor de ongehuwde moeders en hun kinderen, en voor de vaccinatie tegen pokken.

In 1768 werd Struensee door het Deense hof aangetrokken om de jonge geesteszieke koning Christiaan VII te vergezellen op een toer langs de Europese hoofdsteden. Zo werd hij 's konings lijfarts. Christiaan VII verhief Struensee later in de adelstand, hij werd graaf.

De invloed van Struensee op Christiaan leidde ertoe, dat Struensee vanaf 1770 de feitelijke alleenheerschappij in het land uitoefende. De ministerraad kwam niet meer bijeen en de lijfarts verkreeg van de koning volmacht om decreten uit te vaardigen. Deze strekten tot vrijheid van drukpers en godsdienstvrijheid, tot afschaffing van het "scherp onderzoek" ofwel marteling, en tot bestemming van de tolgelden voor de Sont voor de Rijkskas in plaats van voor het Hof.

In hofkringen groeide het verzet tegen de verlichtingsideeën van Struensee. Ook zijn haast openlijke verhouding met de jonge koningin Caroline Mathilde wekte grote weerstand. Het verzet bundelde zich onder de leiding van de koningin-weduwe Juliana Marie en Guldberg, leraar van haar zoon (de halfbroer van de koning).


De arrestatie van graaf Struensee op 17 januari 1772. Uit: Fabricius illustretet Danmarkshistorie for folket, 1915
Op 17 januari 1772 vond een staatsgreep plaats. Struensee werd gearresteerd. Ook de koningin werd geïnterneerd. Guldberg vestigde een reactionair bewind en maakte alle moderniseringen uit de tijd van Struensee ongedaan.

Struensee werd op 27 april 1772 ter dood veroordeeld en de volgende dag onthoofd.

Louise Augusta, de dochter die hij kreeg bij koningin Caroline Mathilde, werd later de moeder van Caroline Amalia, de tweede gemalin van Christiaan VIII. En zo werd de onthoofde lijfarts alsnog voorvader van vele leden van Europese vorstenhuizen.
NN
Griekenland door het slijk gehaald. Niet de kolonels maar de EU pleegt coup. De rol van Varoufakis.
Edited: 201507131308
Het akkoord over de Griekse schuld plaatst het land onder curatele.
Zelfs de realisatie van activa (privatiseringen dus) komt in handen van een buitenlands organisme. Het lijkt wel een heruitgave van de Treuhandanstalt.
Hoe Tsipras dat programma gaat verkopen in zijn eigen partij en in het parlement is de grote onbekende.
Het lijkt wel een wraak voor de onthullingen van Varoufakis (zie zijn interview met Schumann). Die legt de ware mechanismen bloot.
De gehele operatie komt erop neer dat de schuldeisers van Griekenland hun vorderingen gevrijwaard weten op de rug van de Europese belastingbetaler. Sinds de onthullingen van Luxleaks weten we wie dat is: de modale burger.
Niemand weet hoe ver we nog verwijderd zijn van een implosie van de euro.

Omdat een militaire coup zeker in Griekenland geen optie leek, koos men voor de technocratische weg om de linkse regering elke geloofwaardigheid te ontnemen.
De erfvijand Turkije, waar Duitse bedrijven enorme belangen hebben opgebouwd, kan enkel garen spinnen bij een Grieks débâcle. Bovendien kan Turkije beter dan Griekenland de rol van bufferstaat vervullen tussen Europa en het explosieve Midden-Oosten met Syrië in de frontlinie.

Hoe de Griekse politieke scene er binnen een paar maanden uitziet, is koffiedik kijken. Maar de stap terug van Varoufakis zou een aanloop kunnen zijn naar een grote linkse overwinning bij nieuwe verkiezingen in een land waar de grote meerderheid van de burgers niets te verliezen heeft. Tsipras wordt dan de pineut die de uitslag van het referendum verloochende, Varoufakis de held die de eer aan zichzelf hield. Dat het emotionele element een hoofdrol gaat spelen staat buiten kijf. Een ongezien democratisch experiment kan het gevolg zijn. In zo'n constellatie dreigt dan weer het Chileense scenario.
Eternit en correctionelle - Eternit doorverwezen naar correctionele rechtbank
Edited: 201506271150
La chambre du conseil de Bruxelles a ordonné vendredi le renvoi en correctionnelle de la société Eternit pour la mort d'un employé, a rapporté la VRT et confirmé le parquet de Hal-Vilvorde. Le parquet poursuit l'entreprise, qui a utilisé pendant des années de l'amiante dans ses produits, pour homicide involontaire.
L'employé en question a travaillé pendant une courte période pour l'entreprise Eternit et a vécu près de l'usine. En 2007, il est mort du cancer de la plèvre, causé par l'amiante. Cinq ans plus tard, soit en 2012, la famille de ce travailleur a déposé une plainte avec constitution de partie civile auprès de la justice bruxelloise. Le juge d'instruction en charge de l'affaire a terminé son enquête et le parquet a décidé de poursuivre la société Eternit. La chambre du conseil a ordonné le renvoi en correctionnelle d'Eternit. La société peut toutefois faire appel de cette décision.
src: 7sur7
De raadkamer in Brussel heeft het asbestbedrijf Eternit uit Kapelle-Op-Den-Bos doorverwezen naar de correctionele rechtbank. Het bedrijf wordt beschuldigd van onopzettelijke doodslag op een ex-werknemer.
Het slachtoffer is een man die in 2007 overleed aan longvlieskanker. De man heeft korte tijd bij Eternit gewerkt en woonde in de buurt van de fabriek. Volgens het parket stierf de man ten gevolge van een asbestvergiftiging en is Eternit daarvoor strafrechtelijk verantwoordelijk.

Eternit werd begin vorige eeuw in ons land opgericht en maakte naam met asbesthoudende dakmaterialen. Al snel bleek echter dat asbeststof erg kankerverwekkend is. Het bedrijf wordt verweten daar niet snel genoeg op gereageerd te hebben.
src: VRT
LT
GR-EXIT en POET-IN
Edited: 201506201157
De toetreding van Griekenland was in de jaren 70 bedoeld om het land uit de handen van de Russen te houden. In 2015 staat Poetin klaar om alsnog door te stoten naar de Middellandse Zee.
Een procédé: men neme 650.000 Russen en parkeert die op Kreta. Vervolgens organiseert men een referendum dat zich moet uitspreken over aansluiting bij de Russische Federatie. De 622.000 Kretenzers zijn in de minderheid. Kreta wordt democratisch ingelijfd.
KR-IM en KR-ETA. Simpel, toch.
MANNONI Dominique-Octave
Prospero and Caliban: The Psychology of Colonization (1991)
Edited: 201506200104
The problem of colonization did not only concern the overseas countries. The process of decolonization – which is in any case far from complete in those countries – is also under way at home, in our schools, in female demands for equality, in the education of small children and in many other fields ... If certain cultures prove capable of destroying others ... the destructive forces brought forth by these cultures also act internally.
Dominique-Octave Mannoni (29 August 1899, Sologne – 30 July 1989)

Commentaar LT: Het grote verschil tussen de kolonisering door Europa en die door de USA, is het feit dat de eerste zich afspeelde buiten het eigen grondgebied terwijl de USA een continent permanent gingen bezetten. De Europese kolonisering werd als beëindigd beschouwd toen de blanke bezetter het grondgebied verliet.

In de USA was de eliminatie van de autochtone bevolking (de indianen) een vermeende voorwaarde om zich het land toe te eigenen. De import van zwarte slaven was in feite niets anders dan het delocaliseren van de bevolking zonder bezetting van diens gronden. Het zogenaamde einde van de 'geïmporteerde' kolonisering veroorzaakt een direct conflict op het 'eigen' grondgebied. De 'destructive forces' - waarover Mannoni het heeft - komen in oppositie te staan met de vroegere verdrukten. De volgehouden wapenwet in de USA heeft ook daarmee te maken: het wapen als terugvalbasis wanneer de staat faalt. De geweldadige excessen met racistische drijfveren zijn dan ook terug te voeren op de nooit beëindigde relatie van verdrukker en verdrukte binnen de eigen grenzen. De huidskleur van de agressor of die van het slachtoffer zet de deur open voor een vlugge racistische interpretatie. Terwijl de dieperliggende oorzaken van de agressie te zoeken zijn in de voortdurende relatie verdrukker-verdrukte.

De uitspraak 'we are all immigrants' gaat voorbij aan het historische gegeven dat er importeurs en geïmporteerden waren.

De visie van Franz Fanon is dan ook verontrustend: 'La zone habitée par les colonisés n'est pas complémentaire de la zone habitée par les colons. Ces deux zones s'opposent, mais non au service d'une unité supérieure. Elles obéissent au principe d'exclusion réciproque : il n'y a pas de conciliation possible, l'un des termes est de trop.' (Les damnés de la terre)
PUT Eddy, PEERSMAN Catharina
Inventaris van het archief van de Sint-Cornelius en Sint-Cyprianusabdij te Ninove (1092-1796 - 1812)
Edited: 201506170213
Voorstelling inventaris abdij-archief Ninove
Vandaag werd in de dekanale Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk te Ninove, één van de weinige materiële resten van de voormalige norbertijnenabdij, een studienamiddag ingericht naar aanleiding van de publicatie van de inventaris van het abdijarchief.Op het programma stonden onder meer een voordracht over deze inventarisatie door Eddy Put en vier lezingen vanuit het standpunt van gebruikers/kenners van dit archief:

1. Georges Vande Winkel, Het cartografisch werk van Philips De Deyn,
2. Jaak Peersman, De wijdingskronieken van de eerste abdijkerk,
3. Dirk Van de Perre, Het kapittelboek van Ninove,
4. Catharina Peersman, Het chartarium en de studie van het Oudfrans.

De zitting werd opgeluisterd met orgelmuziek door de heer Erik Vernaillen en afgesloten met een receptie aangeboden door het provinciebestuur Oost-Vlaanderen.

Het archief van de norbertijnenabdij van Ninove (1092-1796), bewaard in het Rijksarchief te Beveren en het archief van het Aartsbisdom Mechelen-Brussel, vormde tot voor kort één van de laatste niet geïnventariseerde Vlaamse abdijarchieven uit het ancien régime. Is de betekenis ervan voor de regionale geschiedenis vanzelfsprekend, een aantal topstukken overstijgt ruimschoots dit lokale belang. Het tijdens de officies gebruikte kapittelboek (uit de 12de eeuw) bevat het oudst bewaarde martelarenboek en necrologium van de norbertijnen in de Nederlanden.

De oorkondeschat is onvolledig overgeleverd, maar behelst zeer waardevol materiaal, waaronder een oorkonde met het zegel van Bernardus van Clairvaux. Verder kan er gewezen worden op het belang van de vijf cartularia, de 15de-eeuwse rekeningen en pachtboeken en de rijke dagboeken die de abten in de 17de en de 18de eeuw bijhielden. Ook de prachtige kaarten, getekend door Philips De Dijn in het midden van de 17de eeuw en door Judocus De Deken in het midden van de 18de eeuw, spreken tot de verbeelding.

Inventaris_abdijarchief_5 Thans ligt een wetenschappelijk verantwoorde inventaris voor van dit rijke archief. De beschrijving en de ordening werden verzorgd door Eddy Put (Rijksarchief Leuven) en Catharina Peersman (K.U.Leuven), die als aspirant voor het FWO-Vlaanderen de volledige oorkondecollectie doornam voor haar doctoraatsproject en die ook de omnummeringstabel tussen de actuele nummering en de bekende bronnenuitgave van J.-J. De Smet voor haar rekening nam. De toegankelijkheid van deze inventaris wordt nog vergroot door een gedetailleerde plaats- en persoonsnamenindex.

Eddy PUT en Catharina PEERSMAN, Inventaris van het archief van de Sint-Cornelius- en Sint-Cyprianusabdij te Ninove (met inbegrip van archieven van het leenhof ten Berge in Woubrechtegem en de laathoven van de abdij in Ninove en Kattem) (1092 – 1796 (1812)) (Rijksarchief te Beveren, Inventarissen, 161), Brussel, 2008.

Bestelnummer: 4673
Prijs: 8 euro

Meer informatie:Eddy PUT (Rijksarchief te Leuven), eddy.put@arch.be, 016/31 49 54.
MARCHAL Jules (1924-2003), [interviewer: Syp Wynia]
Interview 13/4/1994 afgenomen door Syp Wynia
Edited: 201506040909
Jules Marchal: postuum interview met eenzaam waarheidsvinder – tegen de Belgische Congo-mythes.
De Belgische koloniale geschiedenis was, vooral in België zelf, nog niet zo lang geleden omgeven met een cordon van zwijgzaamheid. De enkele Belg die de mythe rond de grondlegger van Belgisch Kongo, koning Leopold II (1835-1909) als weldoener van de Kongolezen probeerde te doorbreken werd gemarginaliseerd, om niet te zeggen uitgestoten. Dat gold zeker voor Jules Marchal (1924-2003).
Marchal was wel een heel weinig voor de hand liggende aanklager van het in België gekoesterde beeld van koning Leopold, die in werkelijkheid verantwoordelijk was voor miljoenen doden. Marchal was namelijk zelf koloniaal ambtenaar geweest in Belgisch Congo en heeft daar nog enige tijd meegedaan aan het hardvochtige regime, waar geen eind aan was gekomen na de dagen van koning Leopold II. Marchal was nadien bovendien Belgisch ambassadeur in diverse Afrikaanse landen. Als lid van het Belgische establishment werd hem zijn rol als nestbevuiler extra kwalijk genomen.

Ik bezocht Marchal op 13 april 1994 in zijn huis in Hoepertingen – in Belgisch Limburg – om hem te spreken naar aanleiding van de bloedige burgeroorlog in Rwanda die een week eerder was uitgebroken en waarbij mogelijk een miljoen mensen zijn omgebracht. Rwanda, buurland van Congo, was in het midden van de 20ste eeuw immers ook een Belgische kolonie geweest.
Na dat eerste bezoek aan Marchal en zijn echtgenote Paula (Bellings, LT) ben ik enkele maanden later nog eens naar Hoepertingen afgereisd, omdat Marchal in het eerste gesprek nog te beducht was om publicabele uitspraken te doen: ‘De ruiten worden hier anders ingegooid’. De neerslag van die twee gesprekken is echter – evenmin als de foto’s, al bij het eerste bezoek gemaakt door fotograaf Wubbo de Jong – door een curieuze loop van de geschiedenis nimmer gepubliceerd. (waarom vertelt Wynia er niet bij, LT)

Nu is Marchal toch al weinig geïnterviewd. Een zeldzaam interview met de krant ‘Het Belang van Limburg’ werd door de hoofdredactie uit de krant geweerd. Na de eeuwwisseling kreeg Marchal als auteur van uniek gedocumenteerde boeken over de Belgische koloniale geschiedenis eindelijk de eer die hem toekwam, vooral ook omdat de Amerikaanse schrijver Adam Hochschild ruiterlijk erkende dat hij zijn internationale bestseller over Belgisch Congo vooral op de boeken van Marchal waren gebaseerd. Maar Marchal was nadien te ziek – hij overleed in 2003 – om zijn werk en zijn wedervaren in interviews toe te lichten.
Daarom hieronder alsnog mijn interview met Jules Marchal uit 1994. Ik heb er hoegenaamd niets aan veranderd. Het verhaal is dus gesitueerd in de voorzomer van 1994. Ook de in die dagen gangbare spelling is intact gelaten.

‘Leopold wilde ook een kolonie, net als Nederland’
door SYP WYNIA (°1953)

De voormalige Belgische koloniën in Centraal-Afrika zijn ten prooi gevallen aan massale moordpartijen, volksverhuizingen, bestuurlijke chaos, honger en armoede. De volstrekt corrupte staat Zaïre, het vroegere Belgisch-Kongo, dreigt voortdurend uiteen te vallen nadat dictator Moboetoe het land eerst tientallen jaren uitzoog en gaandeweg zijn greep op het land kwijtraakte.
Het aan Zaïre grenzende, voormalige Belgische mandaatgebied, Roeanda-Boeroendi, werd gesplitst in de republieken Rwanda en Burundi waar de Tutsi’s en de Hutu’s elkaar nu om beurten afmaken. De moordpartijen waarbij Rwandese Hutu’s de afgelopen maanden honderdduizenden Tutsi’s het leven benamen kennen nauwelijks een gelijke in de recente geschiedenis.

De Belgische diplomaat Jules Marchal (69) kwam er twintig jaar geleden tot zijn schrik achter het hoe en waarom van de Belgische aanwezigheid in Afrika. Na twintig jaar als koloniaal ambtenaar en overheidsadviseur in de Kongo te hebben gewerkt geloofde hij nog rotsvast in de Belgische vaderlandse geschiedenis, die wil dat koning Leopold II aan het eind van de vorige eeuw slechts met de beste bedoelingen de Kongo-staat had gevestigd en dat de Belgische aanwezigheid de zwarten niets dan goed had gebracht.
Nadat Marchal, in 1972 Belgisch ambassadeur in Ghana, geen reactie uit Brussel kreeg op zijn verzoek om informatie, zodat hij onmogelijk een door hem als schandelijk ervaren krantenartikel over de Belgische koloniale geschiedenis kon bestrijden, begon bij hem de twijfel te knagen. Sindsdien is Marchal verbeten op zoek naar de waarheid.

Sinds 1985 publiceerde hij onder pseudoniem (‘A.M. Delathuy’) zes, veelal dikke boeken over de eerste 25 jaar van de Belgische aanwezigheid in Kongo: over de trucs die koning Leopold toepaste om dit gigantische gebied in Centraal-Afrika in handen te krijgen, over de bloedige uitbuiting van het land die Brussel grote weelde bracht maar miljoenen Afrikanen het leven kostte. En over de bedenkelijke rol van veel missie-organisaties.

In Marchals zevende boek, dat volgend jaar verschijnt, komt de latere periode aan de orde, die al evenmin zo brandschoon is als Marchal net als de meeste Belgen lange tijd wilde aannemen. Marchal: ‘Sommige Belgische historici willen nu wel toegeven dat Leopold II het te bont gemaakt heeft. Maar, zeggen ze dan, vanaf 1908, toen de Belgische staat de Kongo overnam van de koning, is het net zo geworden als in alle kolonies. Maar dat is niet waar. Hetzelfde koloniale personeel bleef. En België heeft er nooit ene frank in willen steken – anders mocht de regering de Kongo-staat namelijk niet van de koning overnemen. Dat systeem is dus doorgegaan, zij het ontdaan van de scherpste kanten, maar wel met de dwangarbeid en de terreur.’ Na de Tweede Wereldoorlog werd het wel beter, vindt Marchal. ‘Ik kwam er in 1948. Ik ben ervan overtuigd dat het toen begon een normale kolonie te worden. Er was immers overal uitbating, er waren overal dwangcultures.’
In eigen land kregen de boeken van Marchal nauwelijks aandacht, naar hij zegt omdat het thema van de onderdrukking van de Kongo nog steeds taboe is en het Belgische establishment actief poogt hem uit de publiciteit te houden. Oud-kolonialen voeren een lastercampagne tegen hem en zorgden er dit voorjaar nog voor dat ‘Het Belang van Limburg’ afzag van een bijlageartikel over hem en zijn werk. Een uitgever deed zo weinig voor een van zijn boeken, dat Marchal de voorraad uiteindelijk maar zelf opkocht.
In het buitenland lokten zijn studies tot dusver al evenmin veel reacties uit, ook al omdat hij er aanvankelijk voor koos zijn boeken slechts in het Nederlands te publiceren. Daar ziet hij nu van af: zijn eerste boek, ‘E.D. Morel tegen Leopold II en de Kongostaat’, verschijnt dit najaar bij een Parijse uitgever in het Frans. In België was er geen Franstalige uitgever te vinden voor het werk van deze ‘nestbevuiler’.

Ik ontmoet hem de eerste keer in het voorjaar, als de kersenbloesem grote delen van Belgisch Limburg overdekken. De Rwandese presidentiële troepen hebben dan net het grootste deel van de regering vermoord en en passant tien Belgische VN-militairen afgeslacht. De massale moord op de Tutsi’s is dan net begonnen. Marchal wil wel praten over België en Rwanda, als ik er maar niets over opschrijf, want hij vreest als een landverrader af te worden geschilderd als zijn kritische kanttekeningen over de Belgische aanwezigheid in Rwanda naar buiten komen. Dat de Belgische VN-soldaten die het afgelopen jaar in Somalië beschuldigd werden van te hard optreden verbaasde hem niet: hij denkt dat het voortvloeit uit de neerbuigende Belgische traditie ten opzichte van de inheemse bevolking. De Fransen, er al honderd jaar op uit om de Belgen in Afrika te vervangen, krijgen ook een veeg uit de pan. Maar de bandrecorder moet voortdurend uit: ‘Ik moet geweldig voorzichtig zijn, het is een hysterie in België. De ruiten worden hier ingegooid, zeker als ik dat ook nog eens tegen een buitenlandse krant zeg.’
Inmiddels zijn de kersen rijp en Marchal heeft de meeste krieken rond zijn landhuis geoogst. Zijn angst om voor landverrader uit te worden gemaakt is wat geslonken.
Marchal: ‘België kreeg Roeanda-Boeroendi na de Eerste Wereldoorlog als mandaatgebied toegewezen, nadat ze tijdens de oorlog samen met de Engelsen de Duitsers daar hadden verdreven. Het maakte tot dan toe immers deel uit van Duits Oost-Afrika. Dat de Belgen daar überhaupt aan begonnen, was weer die grootsheidswaanzin, nadat eerder de Kongo was doodgebloed door de exploitatie door Leopold II. In plaats van in die uitgebloede Kongo wat te gaan doen en de mensen te beschermen, gingen ze vandaar nog eens Duits Oost-Afrika helpen veroveren.’

Al die tijd lieten de Belgen de Tutsi-minderheid als heersers aan de macht in Rwanda. Maar in 1959 kwam de Gentse kolonel Guy Logiest met zwarte koloniale troepen vanuit Stanleyville in oostelijk Kongo de rust herstellen in Rwanda. Hij is daarna hogelijk geprezen, omdat hij toen alle Tutsi-chefs heeft afgezet en vervangen door Hutu’s, met de goede bedoeling dat de Hutu’s onderdrukt werden. ‘Maar dat was een dommigheid,’ zegt Marchal. ‘Dat blijkt nu wel. Hij heeft die hele samenleving daar ontwricht. En kijk, diezelfde Hutu’s die alles aan de Belgen te danken hebben, beginnen nu meteen Belgische blauwhelmen te vermoorden.’
Marchal denkt dat Frankrijk altijd al probeerde een voet aan de grond te krijgen in Zaïre, Rwanda en Burundi. Het zinde de Fransen vanaf het begin al niet dat de Kongo aan de Belgische koning Leopold toeviel. Maar de Fransen moesten het lijdelijk aanzien omdat de andere grootmachten van die dagen geen toestemming aan Parijs gaven de kolonie van de Belgische koning alsnog in te pikken.
Marchal: ‘Maar de laatste jaren waren de Franse para’s al steeds eerder dan de Belgen in Zaïre als daar onrust was, net zoals dit voorjaar in Rwanda. Het is natuurlijk geen toeval dat Rwanda en Burundi net als Zaïre deelnemen aan de door Frankrijk georganiseerde conferenties over de francofonie. En de Tutsi’s die terugkwamen uit Oeganda om de macht weer in handen te nemen spreken alleen maar Engels.’

Zijn vrouw Paula moet per se mee op de foto. Zij tikte 45 jaar geleden al de processen-verbaal uit, op grond waarvan Marchal als jong koloniaal ambtenaar rechtsprak. Zij maakte soms de wonden schoon van de inlanders die in zijn opdracht zweepslagen toegediend kregen, geheel in de koloniale geest van het Belgisch Kongo van na de Tweede Wereldoorlog. De chicotte van dunne repen nijldierhuid speelde steeds een centrale rol in de Belgische geschiedenis in Afrika.
Zijn vrouw tikt nu op de computer zijn boeken uit, die in twintig jaar van dagen, avonden en weekenden thuiswerk na tijdrovend en kostbaar archiefonderzoek tot stand kwamen. Marchal had na zijn pensionering voor boer willen spelen in het huis dat hij de afgelopen dertig jaar tussen zijn posten als ambassadeur in Afrikaanse landen door liet bouwen nabij het Belgisch-Limburgse Hoepertingen. Het kwam er niet van, ook al heeft hij dan fruitbomen, ganzen en de ezels. Soms sust Paula hem als hij zich al te druk maakt over alle ongeloof, onbegrip en tegenwerking.

Op zijn eigen koloniale verleden kijkt Marchal zonder schuldgevoel terug. Dat geldt ook voor de lijfstraffen die hij zelf toe liet dienen aan de Kongolezen die de katoen die ze verplicht moesten verbouwen onvoldoende verzorgden of andere herendiensten verwaarloosden. Wie de chicotte kreeg moest plat op de grond gaan liggen, waarna de straf in aanwezigheid van de andere dorpelingen werd toegediend.
Marchal: ‘Dat katoen dwangarbeid was, ontging ons. Dat was overal zo, dus daar zie ik geen graten in. Ik heb die lijfstraffen toegediend en ik heb de katoen doen planten. Dat was ook in de Franse Kongo zo, denk ik, en in andere kolonies. Maar tot 1945 was dat allemaal veel erger, veel harder. Ze hebben rond 1930 de spoorlijn langs de watervallen aan de Beneden-Kongo helemaal moeten herbouwen. Dat hebben ze gedaan door dwangarbeiders op te roepen uit de ganse Kongo. Er zijn daar duizenden mensen gestorven, als vliegen. Daar is nooit een woord over geschreven. En weet ge dat de Belgen in de Tweede Wereldoorlog de zwarten opnieuw de bossen ingestuurd hebben om wilde rubber et oogsten, nadat de Japanners de uitvoer van de Indonesische rubber hadden afgesloten? Onze mensen hebben toen gezegd: “Wij gaan u helpen, wij hebben daar nog oerwoud. Wij weten wat rubber is”.’ Hij lacht ongemakkelijk, met een pijnlijke grimas.
Marchal: ‘En toen was het weer hard. Niet meer zoals onder Leopold II, toen ze mensen doodschoten die met te weinig rubber terugkwamen uit het bos, waarna ze de handen afhakten om aan te tonen dat ze goed tekeer waren gegaan. Ze moesten die handen roosteren omdat ze anders onderweg verrotten. Met manden vol handen kwamen ze terug uit de brousse. Zo was het in de jaren veertig niet meer, maar het was weer hard. Dat wil gewoon zeggen dat de Belgen nooit beseft hebben wat ze ginder gedaan hebben. Het is een eeuwige schande. Als ik dan Willy Claes en Jean-Luc Dehaene hoor over de mensenrechten in Zaïre, dan krimp ik in van schaamte – dat wij daarover durven spreken. Dat is een schande als ge zo’n verleden hebt. Dat zouden mijn boeken moeten leren aan de Belgische gezagsdragers, maar ik word niet gelezen. Niemand kent mijn boeken, niemand is daarin geïnteresseerd. Men leeft hier in België in de mythes en legenden van die filantropische Leopold II, die de Arabische slavendrijvers zou hebben vernietigd. Dat terwijl Leopold juist nauw samenwerkte met die slavenhandelaren.’
Ik opper dat de verdringing van het koloniale verleden niet iets typisch Belgisch is. In Engeland en Frankrijk gaat het net zo. Is het in Nederland misschien beter?
‘Ik denk het niet,’ zegt Marchal. ‘Ik verwijs naar professor Jan Breman in Amsterdam, die heeft hetzelfde probleem als ik. Die wordt ook niet geloofd en wordt ook niet gelezen. Gij hebt hetzelfde probleem als wij. Ik weet het, bij u wordt meer aan ontwikkelingssamenwerking gedaan dan in België. En Multatuli was dan wel een Nederlander en hij werd wel een literaire held. Maar ik geloof niet dat de Nederlanders door hem overtuigd zijn. Indonesië heeft nu geweigerd nog iets aan te nemen van Nederland. Ik vind dat fantastisch. Maar Mobutu weigert nog geen hulp, die is zo ver nog niet.’
‘En dan hadden wij nog Rwanda, zoals u Suriname had had, zo’n klein kroonkolonietje waar je alles kon doen wat je wilde. Maar Nederland hoeft niet voortdurend de Nederlanders weg te halen uit Suriname, zoals wij de Belgen bijna jaarlijks moeten evacueren uit Afrika, waarna ze stilletjes met hun duizenden binnen enkele maanden weer terugkeren als Sabena weer gaat vliegen.
In Rwanda hebben we nooit iets verdiend, het heeft alleen geld gekost aan België. Maar in de Kongo hebben we kolossaal fortuin gemaakt. Rwanda was een kolonie zoals alle kolonies, die waren er voor de exploitatie, dat was de geest van de tijd, maar het koloniale verleden is daar heel normaal verlopen. Maar de Kongo, dat is een speciaal geval. Vooral die eerste jaren onder Leopold II. Dat was het wrede systeem dat de Nederlanders in de zeventiende eeuw in Indië toepasten.’

Toen Marchal er eenmaal achter was dat hij net als de andere Belgen met leugens zoet was gehouden over het Kongolese regime van Leopold II – de twijfels over het vervolg kwamen pas later – gebruikte hij zijn periodieke terugkeer in Brussel om de koloniale archieven in te duiken, voor zover ze tenminste niet waren vernietigd. Het ministerie van Buitenlandse Zaken in Brussel was daartoe een prima uitvalsbasis: Marchals bureau stond vijftig meter van de koloniale archieven.
Marchal: ‘Dat is wel een van de redenen waarom ik niet gelezen wordt. Ik heb nooit propaganda kunnen maken. Als ik als diplomaat mijn pensioen wilde halen moest ik een beetje opzij leven en een pseudoniem nemen. Dat werd A.M. Delathuy, net als mijn overgrootmoeder. En ik kon geen persconferenties te geven. Tot ik in 1989 met pensioen ging wist niemand wie Delathuy was. Ook al omdat het in het Nederlands verscheen en het dus niet gelezen werd in Zaïre. Bij Buitenlandse Zaken liet men mij begaan, omdat ik me zo kalm hield en me niet als stokebrand gedroeg. Men kon mij weinig verwijten. Door die andere naam, Delathuy, is de minister nooit in moeilijkheden gebracht. En ik zocht er geen glorie mee.’
‘Een andere reden is, dat ik me niet op kon trekken aan de boodschap die ik breng,’ zegt Marchal. ‘Daar ben ik beschaamd over, daar kan ik het land niet mee afreizen. Ge moet van mij niet verwachten dat ik in Rotterdam ga spreken of naar Amsterdam kom om over het banditisme van die Belgen te spreken. Dat kan toch niet? Het is nu bij mijn laatste boek voor het eerst dat ik me op een perspresentatie heb laten zien.’

Marchal lijdt onder de aanvallen van zijn collega’s van vroeger, de oud-kolonialen die zich ook in Belgisch-Limburg gegroepeerd hebben in een club. ‘Die kunnen maar niet begrijpen dat een Limburger zoiets doet, Leopold II zwartmaken. Toen de krant over de presentatie van dat laatste boek schreef, zijn de oud-kolonialen van Hasselt naar de hoofdredacteur gelopen. Ze wilden een rechtzetting. Een rechtzetting van een verslag van een persconferentie? Ik zie dat niet zo goed. Die reporter was enthousiast over mij. Die zei: ik maak een weekendportret. Zodra die mannen van Hasselt daar achter kwamen zijn ze naar de redactie en de directeur gelopen. “Als ge nog iets durft publiceren van die Delathuy, dan verliest ge 5000 lezers,” dreigden ze. Die reporter is weer bij mij gekomen en heeft mij dat verteld. Die zegt: hoe zit dat met die 5000 lezers? Nu ben ik zelf lid van die club geweest. Ik was het 129ste lid. Maar het gevolg is wel: er is niets meer verschenen in Het Belang van Limburg.
‘En als dat laatste boek nou tegen de missie zou zijn, maar dat boek is vóór de missies, het is zelfs gesubsidieerd door een missiecongregatie. Nou ja, de eerste grote ordes die onder aanmoediging van Leopold II naar Kongo gingen, die komen er niet zo mooi uit, dat waren echte potentaten, daar kun je moeilijk wat goeds van vinden. Maar de kleinere ordes, zoals de paters van Mill Hill bij u vandaan, uit Roosendaal – uw paters komen er toch prachtig uit? Die hebben ook niet de internationale propaganda voor de Kongostaat gevoerd waar Leopold op hoopte. En die hebben ook niet deelgenomen aan het met duizenden kidnappen van kinderen die uit dorpen werden gehaald, soms nadat de rest van de bevolking was uitgemoord of de bossen in waren gejaagd, om vervolgens door het koloniale leger over gigantische afstanden te worden vervoerd om in concentratiekampen van de missie te worden opgeleid. Veel kinderen overleefden de tocht niet eens. Tienduizend gekidnapte kinderen stierven op de missies, een veelvoud onderweg daarheen. Meisjes, vaak heel klein nog, werden onderweg verkracht. Duizenden volwassenen werden door paters gekocht om gedoopt te worden als ze al op sterven lagen. Bij de inheemsen leidde dat tot de reputatie dat de doop tot de dood leidde.’
Marchal: ‘Kijk, Leopold II was zijn Kongostaat begonnen voor te stellen als een paradijs. Hij zou er een internationale kolonie, een vrijhandelsstaat, van maken waar iedereen welkom was. Daarom zijn er ook zoveel protestantse zendelingen op afgekomen, lang voor de katholieken. Die protestanten mochten naar binnen, maar dat was dan ook alles. Tot ze begonnen tegen het koloniale regime te schrijven, toen kregen ze geen enkele concessie voor een zendingspost meer. Leopold moest de katholieken er echt naar toe sleuren. Hij moest de missionarissen hebben om te zeggen dat de protestanten lasteraars waren, hij had ze nodig als bondgenoten. Dat kidnappen is alleen in de Kongo gebeurd. Dat was geen praktijk van het Vaticaan, dat was een praktijk van de Kongostaat.’

Voor Marchal was de gewelddadige, gedwongen kerstening in de Kongo een eye-opener. Hij besefte plotseling dat het in West-Europa niet anders gegaan is. ‘Dat is voor mij zo klaar als een klontje. Alle godsdiensten zijn door de staat opgelegd. Allemaal! Waarom zijn er in Nederland zoveel protestanten – omdat het bestuur protestants was! De Spanjaarden hebben ons katholiek gehouden. En waarom zijn wij christelijk? Omdat keizer Constantijn in de vierde eeuw het christendom tot staatsgodsdienst verklaarde. Op school werd ons verteld dat wij hier gekerstend zijn door Willibrord en Bonifatius, dat die hier begonnen te preken en mirakelen te doen. Allemaal larie! Die mannen zijn hier wel geweest, daar niet van. En denk niet dat ik een goddeloze ben, haha. Maar als ge een boek als dit gemaakt hebt begint ge eindelijk lucide te worden. Anders denkt een mens er niet over na hoe zijn voorouders katholiek zijn geworden.’
Net zoals u er tot 1972 niet aan twijfelde dat Leopold II een voorbeeldig, belangeloos koloniaal heerser was geweest?
Marchal: ‘Natuurlijk, waarom niet. Ik ben geen speciale. Ik heb mijn plicht gedaan als koloniaal ambtenaar – ik heb al een koloniaal pensioen sinds 1967 en dat kwam nog eens bovenop mijn wedde van ambassadeur. Ik heb een mooie carrière achter de rug, hoor. Ik geef toe, dat ik geen man ben die iets tegen het establishment had. Ik zit er, zonder te stoefen, eigenlijk volledig in. Ik ben veel hoger van graad dan die mannekes van Hasselt die mij aan het belagen zijn. Maar ik las toen in Ghana verontwaardigd – zoals elk normaal mens zou doen – dat er tien miljoen zwarten kapot zijn gemaakt in de Kongo. Pas toen ik geen antwoord kreeg is het begonnen. Het is werkelijk ongelooflijk. Hier in België hebben historici honderden boeken geschreven over de tijd van de ontdekkingsreiziger Henry Morton Stanley, die de Kongo optrok en naderhand nog voor Leopold II werkte. Maar je vindt in België nauwelijks een woord over de campagne van de journalist Edmund Morel, die tien jaar lang actie voerde tegen de Kongostaat van Leopold II. Die man stond elke dag met berichten over de terreur, de strafexpedities en de dwangarbeid in de internationale kranten. The Times, dat was bijna zijn spreekbuis. Morels beeld van het koloniale België leeft nog steeds in Engeland en de Verenigde Staten.’

Dat het koloniale verleden van België en dan nog speciaal het koloniale regime van koning Leopold II onbespreekbaar is, verklaart Marchal deels door de betrokkenheid van het koningshuis bij Zaïre, Rwanda en Burundi – een betrokkenheid die tot de dag van vandaag doorgaat. ‘Het is het enige onderwerp dat in België nog onbespreekbaar is. En als die boeken van mij iemand aangaan is het Albert II. Hij zit toch in het kasteel van Laken, dat met koloniaal geld omgebouwd is, zoals Leopold zijn Kongolese goudmijn gebruikte om ook een reeks andere luxeprojekten in België, handelsprojekten in China, een leger op de Nijl en Franse kastelen voor zijn lief te financieren.’
‘Leopold II was gefascineerd door de rijkdom die van Java naar Nederland was gegaan. Toen de Belgen zich van Nederland af hadden gescheurd, was dat tot ongenoegen van Belgische fabrikanten die aan Indonesië leverden. Daarom wilde Leopold II een kolonie hebben – dat brengt fortuin op! Dat heeft hij kunnen flikken door zich als filantroop voor te doen, en dat deed hij onder de vlag van die fictieve Association Internationale Africaine.’
‘In de dorpen in de Kongo weet men nog wat er allemaal gebeurd is,’ zegt Marchal. ‘Ik ben ooit een vrouw tegengekomen die de overlevering nog kende, dat de soldaten bij de mannen de penissen afsneden. Maar mensen als Moboetoe en Loemoemba die bij de paters gestudeerd hadden en niet meer in de dorpen kwamen, die wisten dat niet. Tot de laatste ruzie tussen België en Moboetoe was het grootste compliment dat de zwarten aan Moboetoe konden maken dat hij nu net zo groot was als Leopold de Tweede.’
‘Loemoemba heeft in 1960 met een speech in aanwezigheid van de koning en de eerste minister het spel op de wagen gezet. Dat de Belgen deugnieten waren, dat ze hen geslagen hadden en dat ze niets mochten. Maar Loemoemba had het niet over de periode van de rubber, die had het over de jaren vijftig. Want bij ons in de Kongo was volledige apartheid. De zwarten mochten niks. Die mochten niet in hotels komen, die hadden hun eigen vervoer, ze mochten geen hogere studies doen en ze kregen hongerlonen. De zwarten konden niks, zeiden wij, en die mochten niks. En er wordt hier dan wel afgegeven op de dictatuur van Moboetoe, maar weet goed: in 1959 was in Kinshasa de eerste opstand tegen de blanken en die zijn ongenadig neergekogeld. In onze tijd was er geen kwestie van betogen, hoor. Tegen de grond!’
‘Nu zegt men: de tijd van de Belgen was fantastisch, de Gouden Eeuw. Ja, voor sommigen was het de Gouden Eeuw, zoals voor de oud-kolonialen waarvan de meesten blij zijn dat het ginder nu zo slecht gaat. Het zijn geen deugnieten, hoor, die mensen zijn te beklagen. Hun carrière is daar gebroken toen de onafhankelijkheid kwam. Die smart is gebleven, dat hart is verscheurd en daarom zijn die mensen zo onevenwichtig in hun beoordelingen. Daarom zetten ze mij in hun blaadje neer als iemand die een formidabel koloniaal ambtenaar was, maar een post-koloniaal syndroom heeft gekregen. Ik ben in hun ogen een nestbevuiler, een halve zot.’
‘Ik ben wel teruggegaan naar de Kongo, maar louter als raadgever. Het was gedaan met het chicotte geven. Ook de apartheid was voorbij. Die mensen kwamen toen bij mij over de vloer en ik bij hen – ik vond dat veel aangenamer. Daarmee was ik mentaal voorbereid op de ontdekking die ik later deed, omdat ik de zwarte niet alleen als kolonialist heb gezien maar ook als mens. Dus geloof ik dat ik eigenlijk in de wieg gelegd ben om die boeken te schrijven. Ik heb de tijd van voor 1960 gekend en die van daarna, nadien ben ik diplomaat geworden in Afrikaanse landen. Ik heb gezien wat de Fransen gedaan hebben en wat de Engelsen gedaan hebben. Ik ben geen rijk mens, maar ik ben financieel onafhankelijk, dus ik hoef het niet na te laten om een job te krijgen. Weelde heb ik niet, want ik heb al mijn geld in die opzoekingen gestoken en tot het laatste boek heb ik nooit financiële ondersteuning gehad.’

‘Mijn vrienden, de oud-kolonialen, verwijten mij dat ik niets goeds kon zien in de tijd van Leopold II. Maar wat kan ik daar goed in zien? Dat systeem was slecht, daar was geen enkele goede kant aan. Achteraf is de verdienste van Leopold II dat hij de stichter van Zaïre was. Dat is dus positief, als daar iets positiefs aan is, zo’n groot land dat waarschijnlijk uiteen gaat vallen. Maar goed: dat is hem niet af te nemen, net zoals het hem niet af te nemen is dat Zaïre dankzij Leopold II vandaag de dag het grootste katholieke land van Afrika is. Maar op zich was dat alles geen verdienste: hij had een groot land nodig om veel bos te hebben om veel rubber te kunnen plunderen. Dat was dus gewoon hebzucht, vraatzucht. Overigens begrijp ik imperialisten als hij wel. Wij zijn allemaal imperialisten. Een groot land maken, dat is toch fantastisch?’
(overgenomen van http://www.sypwynia.nl/archief/interview-jules-marchal/)
MARCHAL Jules [DELATHUY]
Jules Marchal over dwangarbeid in Kongo - Interview in Belang van Limburg - 23/03/2002
Edited: 201506040842

Het levend koloniaal geweten van België woont in Zuid-Limburg. Jaren leidde hij een geheim bestaan, verscholen tussen het groen in Hoepertingen en achter de schuilnaam A.M. Delathuy, die verwijst naar zijn overgrootmoeder. De hele tijd is het vuur van de heilige verontwaardiging bij Jules Marchal hevig blijven branden. Alleen wil het lichaam van de 77-jarige oud-diplomaat niet meer echt mee.
Als hij voor de derde keer een document uit zijn indrukwekkende archief haalt, botst hij tegen de boekenkast. «Last van evenwichtsstoornissen. Ik ben maar een halve man meer.» Even later, als we het over de Kongolese avonturen van Jef Geeraerts hebben, lichten de ogen guitig op. «Dat was ne hete. Iedereen in Kongo sprak over de uitspattingen van Geeraerts.»

Maar die middag staan geen wufte verhalen op het programma. Jules Marchal heeft pas de laatste hand aan het derde deel over dwangarbeid in Kongo gelegd. «Dwangarbeid voor de palmolie van Lord Leverhulme», klinkt de titel in het Nederlands - helaas is het boek enkel in het Frans beschikbaar. «Er zijn niet genoeg nederlandstalige lezers voor mijn boeken. Bovendien kunnen de zwarten mijn boeken nu ook lezen», zegt Marchal die zijn carrière als ambassadeur in Ghana, Liberia en Sierra Leone afsloot.
Het nieuwe deel in dit stuk sociale geschiedenis van de Belgische kolonie is een litanie van misbruiken en de meest grove schendingen van de rechten van de zwarte bevolking. Taaie literatuur, maar daarom niet minder uniek en meeslepend. Het onderzoek van Marchal, die een duik in de Belgische archieven nam, lag aan de basis van 'De geest van koning Leopold II en de plundering van de Congo' van de Amerikaanse auteur Adam Hochschild. Jules Marchal beschrijft treffend hoe de Belgische kolonisator het systeem van Leopold II gewoon overnam.

Nijlpaardpees

Jules Marchal heeft de misbruiken in de Belgische kolonie zelf meegemaakt. Van 1948 tot aan de onafhankelijkheid in 1960, was hij territoriaal ambtenaar in Lisala in de Evenaarsprovincie. «Twintig dagen per maand moesten we de brousse intrekken om de zwarten duidelijk te maken wat ze moesten doen. We overnachtten in een gîte d'étape. Die zwarten moesten weten dat wij er waren, dat we hen konden straffen. We reisden rond met zes, zeven zwarte soldaten en onze gevangenen. »

Jules Marchal- Gevangenen?
«Ja, we waren ook politierechter, we konden de zwarten die iets mispeuterd hadden ook in de bak steken. En we konden enkel gevangenen met de chicotte, een gedroogde pees van een nijlpaard laten geven. Dat was zeer vernederend. 's Morgens om zes uur moest de hele bevolking van een dorp acte de présence geven. Daarna werden de gevangenen voorgeleid.
Die mannen waren veroordeeld voor onnozele vergrijpen, maar dat was pure hypocrisie. Ze kregen cel als ze hun katoen niet haalden of als hun hut niet in een perfecte staat was (parfait état de propreté). Er mocht geen sprietje gras in de buurt staan- komaan zeg. Die gevangenen moesten dan hun broek afsteken en dan kregen ze zweepslagen op de billen. In conspectu omnium, waar iedereen bijstond. Zeer vernederend was dat.
Toen ik in '48 in Kongo arriveerde, kregen ze nog 8 slagen met de chicotte. In 1952 is dat verminderd tot 4 - maar dat was even erg. Daarom moesten we 20 dagen per maand de brousse in, om die cinema op te voeren. Dat is de grote leugen in verband met Kongo: onder Leopold II was alles slecht en tijdens de Belgische kolonisatie was alles koek en ei.»

Sunlight

Op papier leek het zo mooi. In 1911 kreeg de Britse industrieel William Lever van de Belgische koloniale overheid niet minder dan 750.000 ha Kongolese plantages in pacht. Lever bouwde op basis van palmolie, de grondstof voor zeep, een heel imperium uit. Trots als een pauw overhandigde de Britse industrieel Lever, die later als Lord Leverhulme in de adelstand werd verheven, in maart 1912 het eerste stuk Kongolese zeep verpakt in een ivoren kistje aan koning Albert I. Leverhulme, de man die de wereld Sunlight en later Lux schonk, gold als een filantroop. «Hij bouwde in de buurt van Liverpool een tuinwijk voor zijn arbeiders. Deze stad, Port Sunlight, stond model voor de tuinwijken die later in Meulenberg, Waterschei en Winterslag zijn gebouwd», zegt Jules Marchal.

Bescheidenheid was Leverhulme vreemd. Het hoofdkwartier van de Huileries du Congo Belge was gelegen in Lusanga, nabij Kikwit. Snel werd Lusanga omgedoopt tot Leverville.
Met de steun van de Kongolese Weermacht en de Belgische overheden bouwde Lever in de buurt van Kikwit immense palmolieplantages uit. Maar hoe kwam Lever, die de basis legde van de Brits-Nederlandse voedingsgigant Unilever, in Kongo terecht?
Jules Marchal: «Hij greep naast de concessies van natuurlijke palmoliebomen in Brits West-Afrika. Die werden daar door de zwarten uitgebaat, de Britten gaven geen palmbossen in concessie. Bij ons moesten de zwarten palmnoten aan Lever leveren. Ze moesten kappen, zoniet vlogen ze de gevangenis in.»

Lever kreeg van de Belgen niet alleen een monopolie, de Belgische autoriteiten leverden hem ook dwangarbeiders die voor een schijntje in zijn plantages moesten werken.
«Lever was geen uitzondering. De administratie deed dat voor iedere colon. De zwarten moesten zogezegd niet voor een loon werken, ze moesten gewoon leren werken, omdat ze lui waren. Maar die zwarten waren geen zotten, he, als ze u niet betalen, dan werkt ge ook niet.»

Orgie

De zwarte bevolking kwam ook in opstand tegen de dwangarbeid in de plantages van Lever. Bijzonder schrijnend is het hoofdstuk waarin Marchal de strafexpeditie tegen de Pende, een plaatselijke stam in het dorpje Kilamba beschrijft.
Bij de komst van territoriaal agent Edouard Burnotte in het dorpje, vluchtten alle mannen de brousse in. Burnotte liet daarop alle vrouwen in een hangar opsluiten. Die avond, op 14 mei 1931, liet Burnotte, die in het gezelschap van enkele andere blanken was, enkele kratten bier aanrukken. «De vijf begonnen te drinken en te zingen. Nadien lieten ze enkele vrouwen halen die in de hangar opgesloten zaten. Het werd een van die monsterachtige orgiën die legendarisch waren onder de blanke vrijgezellen in Kongo», schrijft Marchal.

De dag nadien eiste Matemo, de man van een van de vrouwen bij chef de poste Collignon, naar goede Afrikaanse gewoonte betaling voor het nachtje vertier. Collignon siste Matemo toe dat hij kon oprotten, waarop de zwarte hem enkele klappen verkocht en enkele keren flink beet. Uiteindelijk stuurde de gewestbeheerder zijn medewerker Maximilien Balot ter plaatse om een onderzoek uit voeren.
Op 8 juni arriveerde Balot bij Matemo. Tijdens een gevecht raakte Balot gewond en vluchtte het bos in. Daar werd hij door Matemo afgemaakt. Matemo zou het lijk van Balot in stukken gehakt hebben die hij uitdeelde aan de chefs en Pende-notabelen uit de buurt. De zaken liepen danig uit de hand en uiteindelijk werden 300 tot 500 Pende met machinegeweren afgeslacht.

Dit zou een klassiek verhaal over wilde zwarten en belaagde blanken kunnen zijn, ware het niet dat minister van Koloniën Paul Crockaert in het Belgische parlement enkele vervelende vragen over deze affaire kreeg. Daarop werd de magistraat Eugène Jungers, voorzitter van het Hof van Beroep in Kinshasa, op onderzoek uitgestuurd.
Uit het verslag van Jungers blijkt duidelijk dat de blanken zich bij de Pende absoluut onbehoorlijk gedragen hadden en dat de zwarten wel degelijk redenen hadden om zich tegen de dwangarbeid te verzetten.

Typisch voor de belabberde staat van de Belgische archieven: Jules Marchal heeft het oorspronkelijke verslag van de Jungers zending niet kunnen inkijken. Hij baseerde zich dan maar op de parlementaire tussenkomsten van de socialistische voorman Emile Vandervelde die een jaar later hierover de minister van Koloniën aan de tand voelde. Marchal speelt op: «Alles wat ik schrijf is nieuw. Mijn boeken zijn gebaseerd op archieven die nooit door iemand zijn geconsulteerd, die nooit gebruikt zijn door andere historici.»

Vandaag wordt Kongo opnieuw geplunderd, door de buurlanden Rwanda, Oeganda en Zimbabwe die hun legers naar het land gestuurd hebben. Herhaalt de geschiedenis zich?
«Union Minière en de uitbaters van de Kilo Moto-goudmijnen hebben Kongo veel meer geplunderd. Ik moet lachen met wat men nu plunderingen noemt. Onze bedrijven hebben in die mijnen miljoenen verdiend.»

Het derde deel in de reeks over dwangarbeid is pas klaar. U werkt nu aan deel vier...
«Inderdaad. Het hoogtepunt hierin is de dwangarbeid tijdens de tweede wereldoorlog, de effort de guerre (oorlogsinspanning). Wat dat betreft zijn er nagenoeg geen archieven beschikbaar. In opdracht van de gouverneur-generaal droeg de procureur-generaal de parketten in Kongo op dat ze geen documenten meer moesten bijhouden, dat alles in het teken van de 'effort de guerre' moest staan.
Weet ge dat ze de zwarten terug de bossen hebben ingejaagd, om wilde rubber te tappen? Omdat de rubberplantages in Maleisië en Indonesië door de Japanners bezet waren, was er plots veel natuurlijk rubber nodig. Maar de rubberplantages van Leopold II bestonden niet meer, dus moesten de zwarten op zoek naar natuurlijk rubber in de Kongolese bossen. Verder in dat vierde deel komen de dwangarbeid bij de aanleg van wegen, bij de exploitatie van tin in Maniema en van de teelt van katoen aan bod. Ik vrees echter dat ik dit boek niet zal kunnen afwerken...»

Bart Verhaeghe blijft geloven in Uplace
Edited: 201505271027
Frank Judo, Kurt Martens (eds)
Handboek Erediensten - Bestuur en organisatie
Edited: 201505270052
Het werk bevat bijdragen van : Frédéric Amez, Patrick De Pooter, Thibault Denotte, Frank Judo, Dirk Lambrecht, Kurt Martens, Adriaan Overbeeke
Reeks Bibliotheek Staats- en Bestuursrecht
Uitgever : Larcier
Ondanks hun wat gedateerde naam spelen de "kerkfabrieken", of moderner: kerkbesturen een niet te verwaarlozen rol in onze samenleving. Zij vervullen hun taak als ondersteuner van religieuze gemeenschappen, en komen zo in contact met vele andere maatschappelijke actoren, zowel particulieren als overheden. De eigen aard van de kerkbesturen zorgt soms voor verwarring, niet alleen bij derden, maar ook bij de verantwoordelijken voor de kerkbesturen zelf. Het bestaan van een versnipperde en soms oudere regelgeving draagt hier zeker toe bij.


Het "Handboek Erediensten" heeft dan ook de ambitie klaarheid te scheppen in de wereld van de kerkbesturen. Daarbij wil het zich even ver houden van academisme als van simplisme. Het is een handboek, dat er in de eerste plaats op gericht is praktisch nuttig te zijn voor wie te maken heeft met een kerkbestuur, hetzij van binnenuit, hetzij van buitenaf. Tegelijk wil het echter meer zijn dan een louter vademecum, en plaatst het de kerkbesturen en de rechtsregels die erop betrekking hebben in een ruimere context, wat duidelijk praktisch nut heeft voor het oplossen van complexere vraagstukken.

Daartoe wordt in een eerste hoofdstuk herinnerd aan de algemene beginselen inzake religierecht, zoals godsdienstvrijheid en wederzijdse onafhankelijkheid van kerkelijke en burgerlijke instanties.

Een tweede hoofdstuk maakt duidelijk hoe het eredienstenrecht kan worden ingepast in de federale staatsordening, met alle praktische gevolgen van dien om te beoordelen welke overheid bevoegd is voor welke materie.

Een derde hoofdstuk bespreekt het praktisch functioneren van de katholieke kerkbesturen, de kerkfabrieken in de klassieke zin van het woord. Het gaat in op concrete vragen inzake samenstelling, organisatie en algemene werking van de kerkfabrieken, met bijzondere aandacht voor heikele vraagstukken als budgetten, jaarrekeningen, meerjarenplannen en overheidsopdrachten. Ook wordt dieper ingegaan op de relatie van de kerkfabrieken met andere instanties, en met name met het gemeentebestuur.

Door de staatshervorming is er een zekere afstand gegroeid tussen het eredienstenrecht in de verschillende gewesten. Een vierde hoofdstuk gaat dan ook nader in op de specifieke regelingen voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

In een vijfde hoofdstuk ten slotte wordt nagegaan in welke mate niet-katholieke erediensten recht hebben op een eigen benadering, dan wel genoopt zijn zich aan te passen aan het traditionele model, dat voornamelijk geïnspireerd is door de katholieke eredienst. Ook hier ligt de nadruk op de praktische gevolgen van een en ander voor de werking van de betrokken kerkbesturen.

Het "Handboek erediensten" is een onmisbaar hulpmiddel voor wie als vrijwilliger of professioneel te maken heeft met de dagelijkse werking van kerkbesturen. Zijn praktijkgerichte opbouw en wetenschappelijke fundering maken het tot een trefzeker instrument voor een modern bestuur van deze traditionele instelling.

Prijs: 109 EUR

Inhoudstafel: zie File1
HLN
Media: overname weekbladen
Edited: 201505261019
Uitgeverij De Persgroep Publishing (DPP) neemt de weekbladen Humo, Story, TeVe Blad en het maandblad Vitaya over van Sanoma Media Belgium. De deal werd bekendgemaakt door beide uitgeverijen. Vijfenzestig mensen maken mee de overstap van Sanoma naar De Persgroep. Over de overnameprijs wordt niet gecommuniceerd. Het personeel van Sanoma reageert ongerust.
TESSENS Lucas
Herenthout Tessenshoeve kaart ingesloten code
Edited: 201505201601


De Tessenshoeve is gelegen aan het kruispunt van Boeyendael en de Kapelstraat en behoort tot de Heikant.
In 1958 werd het strooien dak van de Tessenshoeve vervangen door een baksteenkleurig golfplaten dak in Eternit.
Vanaf 1963 werd het (na vererving) het buitenverblijf van advocaat Jozef Tessens (1915-1995) en familie.
TESSENS Lucas
Gilliot & Roelants Tegelmuseum - Hoboken
Edited: 201505022301
het tegelbedrijf Gillio & Roelants was actief van 1897 tot 1980

Karel Vinck blijft een jaar langer aan bij Nyrstar. Intrede Trafigura bestuur gelukt.
Edited: 201504301157
Armoede: Aantal voedselbanken in GBR van 56 in 2010 naar 445 in 2015. 13 miljoen Britten leven onder de armoedegrens.
Edited: 201504301125
Bron: DS 20150430.
Economische groeicijfers zoals BBP reflecteren de verdeling van de opbrengsten niet. Daarom, als we spreken over economie, moeten we ons afvragen: "Wiens economie is het nu eigenlijk ?"
Augustinus
Belijdenissen: een visie op journalistiek en romans
Edited: 201504280130
Maar wat heeft tenslotte dat medelijden te betekenen bij gefantaseerde gebeurtenissen, die op een toneel worden voorgesteld? Tot hulpverlening immers wordt de hoorder niet aangezet! Hij wordt alleen maar uitgenodigd om verdriet te voelen, en hoe meer verdriet hij voelt, des te meer waardeert hij degene die die beelden ten beste geeft. En wordt die door mensen ondergane rampspoed, uit het verre verleden genomen of gefantaseerd, zo gespeeld dat de toeschouwer geen verdriet voelt, dan gaat hij er verveeld en vol kritiek van weg; wordt hij echter smartelijk aangedaan, dan blijft hij, vol aandacht en genoegen.
TESSENS Lucas
JAARVERSLAG ONROERENDE VOORHEFFING 2004 ARGUMENTARIUM PRO BELICHTING FRANS BEWIND 1792-1815
Edited: 201503012145
JAARVERSLAG ONROERENDE VOORHEFFING 2004 ARGUMENTARIUM PRO BELICHTING FRANS BEWIND 1792-1815 Logica MERS leverde voor het JVOV2003 gratis en buiten contract een historische bijlage over het ontstaan van het kadaster onder Frans bewind en legde de verbinding met de evolutie van het kiesrecht. Logischerwijze is dan de periode vlak voor het ontstaan van dat kadaster interessant. Maatschappelijke betekenis van de verschuivingen in de onroerende eigendom De 18de eeuw wordt gekenmerkt door de zgn. ‘Verlichting’. In de periode 1792-1815 veranderde (afhankelijk van de bron en de tijdafbakening) 15 tot 20% van het Belgische grondgebied (uitgedrukt in oppervlakte) van eigenaar. De meerderheid van de verhandelde onroerende goederen was afkomstig van kloosters en abdijen, weliswaar na confiscatie en herkwalifikatie tot ‘nationale goederen’. Het einde van de 18de eeuw is maatschappelijk van uitzonderlijk belang en verklaart voor een deel de grote stromingen in de 19de eeuw. Het reeds verrichte opzoekwerk Vanaf begin augustus werd de periode aftastend onderzocht. Vanaf eind augustus werd het echte opzoekwerk opgestart, erop vertrouwend dat de logica in de opbouw en de maatschappelijke relevantie evident was. Na 15/9 raakte het onderzoek goed op dreef. • Er werd een omvangrijke database aangelegd met een 500-tal feiten: verwijzingen naar decreten uit de Oostenrijkse en uit de Franse periode, uitdrijvingen, openbare verkopen, betrokken aantal hectaren, etcetera. Alle feiten in de database zijn gedocumenteerd. Quasi alle bronnen werden aan een vergelijkende toets onderworpen met aanduiding van inconsistenties. • Aansluitend bij de database zijn er (nog) experimenteel gegenereerde historische tijdlijnen in de maak waarmee het jaarverslag grafisch kan worden opgesmukt. • Vanuit de database werd een tweede – ditmaal geografisch geïnspireerde – database (met toevoeging van NIS-codes) aangemaakt die dan op zijn beurt de ArcView-applicatie kan aansturen voor het genereren van cartografie (target: Vlaams gewest, 308 huidige gemeenten); op 7 oktober 2004 bevatte deze database de kerngegevens van 58 kloosters/abdijen/priorijen; op 8 oktober werden nog belangrijke toevoegingen aangebracht. • Er werden een 50-tal relevante boeken aangekocht. Een gespecialiseerde bibliografie werd op punt gezet. • Gerichte opzoekingen werden verricht in de Stadsbibliotheek Antwerpen. • Contacten werden gelegd met volgende abdijen: Postel, Tongerlo, Averbode, Grimbergen. • Er is een contact in de maak met de abdij van Affligem. Tevens is een contact met de ULB gepland. • Bij het Rijksarchief werd een (dure) microfilm besteld en aansluitend werd er met een gespecialiseerde firma contact gelegd met het oog op hoogwaardige scanning vanaf microfilm. De problematiek van auteurs- en gebruiksrecht werd onderzocht én opgelost. • Ter voorbereiding werd tijdrovend scanning- en fotowerk verricht. Tests met verschillende soorten belichting en fotopapier, aangepast aan de digitale resolutie, werden uitgevoerd en verfijnd met het oog op een maximaal effect in de drukgang. Om het beoogde resultaat te bereiken investeerde MERS in een professionele camera met een bereik van 4 megapixels en grote ‘zoom’. • Voor bijkomend opzoekwerk werd een contract afgesloten met een free lance kracht. • Tenslotte vermelden we nog enkele honderden uren lees- en studiewerk. Hieruit mag blijken dat MERS volop geïnvesteerd heeft en dat zelfs nog in de periode voorafgaand aan de toekenning van het contract of het bekend raken daarvan. De suggestie van het Overlegcomité Op het Overlegcomité van eind september werd het plan voor de historische bijdrage door dhr Franken ter tafel gebracht. Wellicht was het Overlegcomité onwetend over de reeds ver gevorderde opzoekingen want vanuit het Overlegcomité kwam de suggestie om een geheel ander thema uit te diepen: kadastrale perekwatie in Brabant in 1685. Tijdnood en budget Het MERS kan zich onmogelijk binnen de hem nog toegemeten tijdspanne (medio oktober – eindejaar) de ingewikkelde materie van de kadastrale perekwatie in 1685 eigen maken en daarom moet MERS zich – ook om de credibiliteit van alle partijen te vrijwaren - onbevoegd verklaren. Vanaf 1 januari 2005 richten de werkzaamheden zich volledig op het verwerken van de gegevens uit het data warehouse en de verzameling van de administratieve en statistische gegevens. Tegen eind januari 2005 moet de zgn. ‘executive summary’, dienstig voor het jaarverslag 2004 van Cipal, klaar zijn. In vergelijking met vorige jaren werd de afsluitdatum met 15 dagen naar voor geschoven (15/3/2005) en werd MERS (weliswaar onder bepaalde voorwaarden) contractueel beboetbaar bij laattijdigheid. Binnen het toegemeten budget is ook geen ruimte voor een verantwoorde inkoop van een kwalitatief hoogstaand en origineel artikel bij derden. Goodwill Overigens zou de aanlevering van een historische bijdrage weerom goodwill zijn vanwege MERS want in het contract CIPAL-MERS is daarover niets voorzien. Onze betrachting is steeds geweest de (zeer relatieve) aantrekkelijkheid van een jaarverslag te verhogen en daarmee de belangen van onze opdrachtgever en die van de Vlaamse Gemeenschap te dienen. We brengen dit ongaarne in herinnering maar de omstandigheden dwingen ons daartoe. Compromisvoorstel Als compromis stellen wij voor de suggestie van het Overlegcomité (kadastrale perekwatie in Brabant in 1685) te weerhouden voor het jaarverslag 2005 en de periode van het Frans bewind in het jaarverslag 2004 te belichten en aldus de gedane inspanningen te valoriseren. MERS Lucas TESSENS 2004-10-08 Historiek contract JVOV2004 20040622: YH geen bezwaar tegen dat ik ook JVOV 2004 maak; aan JF gemeld op voice mail 20040709: JF deelt punten mee te voorzien in offerte; dead line 1/3/2005! + boete 250 EUR/dag 20040811: meeting JF-LT in extremis door JF afgebeld 20040824: offerte MERS aan dhr Jos Franken, Cipal 20040903: offerte goedgekeurd door Raad van Bestuur Cipal 20040906: eerste mail-contact LT-EDB over Frans bewind 20040908: meeting LT-EDB over confiscatie kerkelijke goederen (Aalst) 20040908: bestelling boek Frans bewind bij heruitgeverij 20040910: draft-opbouw artikel Frans bewind klaar en medegedeeld aan EDB 20040913: bezoek aan abdij Tongerloo + aankoop pakket boeken 20040915: JF deelt goedkeuring offerte telefonisch mee aan LT; LT deelt plan Frans bewind mee aan JF die enthousiast reageert. 20040915: contact met Albertina-bib over rapport Kulberg 20040916: Mail aan EDB: “Gisterenavond kreeg ik een telefoontje van JF: de Raad van Bestuur van CIPAL heeft mijn offerte aanvaard en de brief ter bevestiging is in de maak. Ik heb hem ook gesproken over het plan om de confiscatie van kerkelijke goederen aan het einde van de XVIIIde eeuw als ‘leesstuk’ in het jaarverslag in te lassen. Jos was enthousiast want als ‘boerenzoon’ interesseert hem dat uiteraard. Hij verdedigt dit project richting MVG.” 20040920: datum brief Cipal aan MERS met mededeling goedkeuring 20040922: MERS ontvangt brief Cipal; dus 22 dagen na eerste gepland contact MERS-EB 20040924: mail LT>EB: vragen; EB in verlof tot 28/9 20040928: contacteren Rijksarchief 20040928: optrekken vergoeding EDB wegens hulp opbouw historisch luik 20040929: Overlegcomité MVG-Cipal 20041005: telefonische mededeling JF over suggestie Overlegcomité: perekwatie 1685 20041005: telefonisch contact LT-EB: zij vindt 1685 interessanter dan 1792 20041005: opmaak argumentarium Frans bewind 20041007: verdere verfijning Excel-file door EDB en LT (meeting Aalst) 20041008: aankoop boek 19560021 over de historiek van het kadaster 20041008: correcties in de Masterbase Pro memorie: contractueel is MERS niet gebonden tot het leveren van een historische bijlage.
Filips Eugenius Ferdinand Maria Clemens Boudewijn Leopold George, prins van België, hertog van Saksen, prins van Saksen-Coburg en Gotha en graaf van Vlaanderen
Graaf van Vlaanderen
Edited: 201502271211
(Laken, 24 maart 1837 – Brussel, 17 november 1905), prins van België, hertog van Saksen, prins van Saksen-Coburg en Gotha en graaf van Vlaanderen, was de derde zoon van Leopold I van België en jongere broer van Leopold II.

De Polstelse Hofstede, een jachtverblijf dat hij in 1858 had laten bouwen[1] en waarrond hij 4.550 ha heidegronden bezat (aansluitend bij de Retiese Aart die zijn vader in 1840 had verworven).

Literatuur: Damien Bilteryst (2014), Philippe Comte de Flandre, Frère de Léopold II (Bruxelles: Editions Racine), 336 p. ISBN 978-2-87386-894-9
LT
een traan voor Doel
Edited: 201502080219
er blijft slechts een vermoeden

van een hinkelspel

of een kaatsende bal

zonder echo



achter de hoge dijk

het nutteloze dorp

een schreeuw van niemand

naar nergens



en in de etalage

is er wel weerspiegeling

zie ik mezelf wel staan

toch even nog



LT
wetsvoorstel belasting op grote vermogens neergelegd in de Kamer
Edited: 201501201808
Hieronder geven we de Memorie van Toelichting.
DAMES EN HEREN,
Het is van heel groot belang dat voor iedereen toegankelijke openbare diensten en alle vormen van sociale bescherming behouden blijven, om aldus de economische en de sociale ongelijkheden weg te werken.
Die doelstellingen impliceren een fiscaal beleid dat uitgaat van een billijke bijdrage tot de overheidsfinanciën.
De fiscale ontvangsten zijn echter nog steeds voor ruim 70% afkomstig van de belasting op de inkomsten uit arbeid en van heffingen op de consumptie van de gezinnen (btw en accijnzen); een heel groot deel van die consumptie wordt overigens betaald met de inkomsten uit arbeid.
De gelijke spreiding van het vermogen neemt gaandeweg af, niet alleen doordat vermogen steeds meer met inkomsten uit kapitaal wordt opgebouwd, maar ook doordat vooral de inkomsten uit arbeid en de consumptie van de gezinnen worden belast. Die vaststelling toont aan dat het absoluut noodzakelijk is dat het kapitaal meer bijdraagt tot de financiering van de collectieve behoeften.
De indieners van dit wetsvoorstel menen dat die bijdrage tot de collectieve behoeften, om rechtvaardig en billijk te zijn, rekening moet houden met de bijdragecapaciteit van elkeen en moet steunen op het beginsel van de progressiviteit van de belastingen via een belastingschaal met progressief hogere schijven, waarbij “drempeleffecten” worden voorkomen.
De bijdragecapaciteit van de belastingplichtige kan worden bepaald op grond van zijn vermogen. Een vermogen biedt immers zekerheid, en verschaft de belastingplichtige de mogelijkheid inkomsten te verkrijgen.
Dit wetsvoorstel beoogt een heffing in te stellen op de grote vermogens wanneer die 1 250 000 euro netto overschrijden. Het ligt dus niet in de bedoeling de middenklasse,
de lagere inkomens of de kleine spaarders te treffen. Deze belasting geldt evenmin voor de vennootschappen, noch voor de bezittingen die worden aangewend voor een beroepsactiviteit. Dit wetsvoorstel beoogt dus “slapend kapitaal” te doen bijdragen, niet het kapitaal dat wordt gebruikt voor economische activiteiten die banen scheppen en inkomsten genereren.
Dat bedrag van 1 250 000 euro wordt berekend per natuurlijke persoon die onderworpen is aan de belasting op de grote vermogens (de belastingplichtige). Wanneer een natuurlijke persoon samen met een andere belastingplichtige een goed bezit, zal de waarde die voor de belasting op de grote vermogens in aanmerking wordt genomen, worden berekend in verhouding tot diens aandeel in de onverdeelde eigendom van het goed dat hij in mede-eigendom bezit.
Het vermogen omvat alle roerende en onroerende goederen, alsook alle waarden en rechten die een belastingplichtige volledig of deels bezit.
Er is in een aantal uitzonderingen voorzien. De indieners hebben onder meer beslist bij de vermogensberekening geen rekening te houden met de goederen die uitsluitend voor de uitoefening van een beroepsbezigheid worden aangewend. Zoals al is aangegeven, is het
immers niet de bedoeling de economische activiteit te benadelen.
Voorts komt de eigen woning evenmin in aanmerking voor de vermogensberekening. De belasting zal omwille van de fiscale billijkheid progressief stijgen (per schijf) en een regeling omvatten die ertoe strekt ongewenste drempeleffecten te voorkomen. Er wordt voorzien in verschillende percentages opdat de belastingdruk niet contraproductief wordt, want die
percentages worden jaarlijks toegepast op een vermogen, niet op een inkomen.
De indieners beogen meer fiscale rechtvaardigheid, waarbij men zeker niet mag vervallen in een fiscale regeling die al te forse happen uit vermogens haalt.
De voorgestelde regeling houdt aangifteplicht in: elke belastingplichtige die deze belasting verschuldigd is, moet bij de belastingadministratie een aangifte indienen, volgens de door de Koning te bepalen nadere regels.

lees hier het wetsvoorstel 


 

DS 20150119
Tachtig rijksten bezitten evenveel als helft van de wereldbevolking
Edited: 201501191056

Dat berekende Oxfam op basis van cijfers van Crédit Suisse en het zakenblad Forbes. 


Evolutie van het aantal rijken die evenveel bezitten als helft van de wereldbevolking:


2010: 388; 2011: 177; 2012: 159; 2013: 92; 2014: 80


meer ... 


VAN IMPE Marc
Ik ben helemaal Charlie (blog)
Edited: 201501090951
VILVOORDE 08/01/2015 - Een uurtje na de moord op de redactie van Charlie Hebdo reed ik door Sint-Joost-ten-Node. Het licht sprong op groen maar we konden niet verder. Een karavaan toeterende tweedehands automobielen met opgewonden medeburgers van de derde generatie van elders, zoals dat fatsoenlijk heet, blokkeerde het verkeer. Ik lees deze ochtend een lezersbrief in de krant van een Antwerpse leraar die beschrijft hoe hij op de bus zat tussen juichende Marokkaanse jongeren. In mijn mailbox excuses van enkele van mijn studenten: dat de meerderheid van de moslims echt zo niet zijn. En zij zeker niet.
Het is moeilijk om sereen te blijven. Dit was geen willekeur. De daders hebben in het pand redactieleden naar hun naam gevraagd alvorens zij begonnen te schieten, zegt dokter Gerald Kierzek, die slachtoffers behandelde en sprak met overlevenden, tegen Franse media. Volgens de dokter werden bovendien vrouwen van de mannen gescheiden.
Er was geen sprake van een ongerichte kogelregen, maar van gerichte executies, aldus Kierzek. De tijd van de kamikazevliegtuigen (New York 2001), explosies in treinen (Madrid 2004) of zelfmoordterroristen in bussen en metro's (Londen 2005), is voorbij. Zelfmoordterrorisme is uit. De terrorist van nu wil het er levend vanaf te brengen, wetende dat er een proces volgt en dat de doodstraf in het beschaafde Westen is afgeschaft.
De Franse terrorismedeskundige Roland Jacquard waarschuwde in 2008 al dat er 'een klein legertje in het hart van de samenleving wordt gebracht met als doel om zoveel en zolang mogelijk te doden'. Het jaar daarop doodde de Frans-Algerijnse Mohammed Merrah in korte tijd zeven Fransen. De Frans-Algerijnse ex-Syriëganger Mehdi Nemmouche executeerde drie mensen in het Brussels Joodse museum. Dat is geen toeval. De realiteit is dat er nu duizenden Europese jihadisten in Syrië zijn die daar voldoende expertise opdoen om grootscheepse terreuracties op touw te zetten. Het merendeel van die jongens komt uit Frankrijk. Voor hen heeft het integratiebeleid gefaald. Het wordt tijd dat men dit inziet.
Integratie begint bij opvoeding, thuis en op school. In scholen waar een moslimmeerderheid aan leerlingen is vermijdt men nu al lessen over de evolutieleer en de holocaust, schrijft dezelfde leraar in zijn lezersbrief. Het heet dat men niet wil provoceren. Kwaliteitsvol onderwijs gaat echter over meer dan leren rekenen, lezen en schrijven. Humor en respect voor de mening van anderen bijbrengen is even belangrijk. Ook dat moet aangeleerd worden. Ons onderwijs mist filosofie.
Ik surf naar de website van intelligente Belgisch-Algerijnse Yasmine Kherbache, de voormalige kabinetschef van Elio Di Rupo, op zoek naar een zinnige reactie op de dramatische gebeurtenissen maar lees enkel een pleidooi voor de openstelling van overheidsfuncties voor niet EU'ers. Er zal eerst moeten overlegd worden, vrees ik.
Tenslotte nog deze bedenking: de jihad leeft bij gratie van de sociale media. Op Facebook is men zo kuis dat men de foto van een naakte kleuter weg censureert. Waarom niet elk bericht met het woord Allah erin verbieden? Zijn naam zal dan tenminste niet ijdel gebruikt worden. Gericht doden is overigens geen typische moslim tactiek. De eerste die dit toepaste was de Noorse terrorist Anders Behring Breivik die in juli 2011 69 sociaal-democratische jongeren afslachtte.
Marc van Impe
Marc van Impe is Senior Writer voor MediQuality. Hij is ook voorzitter van het Vlaams Instituut voor Journalistiek.
De Tijd 20150102
Proximus/Belgacom en Bpost : verder privatiseren zou vergissing zijn
Edited: 201501032357
De Belgische Staat zou er verkeerd aan doen winstgevende overheidsbedrijven te verkopen. Dat is zonneklaar. Behalve dan voor twitteraar Vincent Van Quickenborne (OpenVLD) want die blijft een fervent aanhanger van het perfide neoliberale spel: we verkopen wat rendabel is en we collectiviseren de verliezen.
Bram Verschuere (docent overheidsmanagement UGent) lanceert in De Tijd van 20150102 het denkspoor dat een overheidsbedrijf ook publieke dienstverlening moet verzorgen; dat zou dan hét criterium zijn om de Staat referentieaandeelhouder te laten blijven.
Wij delen deze mening geenszins. De Staat moet zoals een goede huisvader over de rentabiliteit van haar beleggingen waken en het algemeen belang dienen. Een eenmalige operatie om de begroting te doen kloppen is uit den boze. Bovendien is het vrijwel zeker - zoals CEO Dominique Leroy terecht stelt - dat bij een verkoop, Belgacom en Bpost in buitenlandse handen terecht komen.
Blijkbaar worden Belgacom en Bpost nu beter dan vroeger geleid. Dat slaat een argument uit de handen van de neolibs die altijd beweerden dat overheidsbedrijven enkel slecht management kennen. Overigens kan je je dan afvragen of politici de aangewezen personen zijn om de NV België te managen. Kijkend naar de feiten van de laatste 35 jaar blijkt dat de politici wetten hebben gemaakt om hun rijke vriendjes terwille te zijn. Die moeten fiscaal niet mee betalen voor het in stand houden van de collectieve voorzieningen en het welzijnsbeleid.

Na de verkoop van de inboedel rest de Staat enkel het beheer van de miserie. Is het dat wat we willen?
Strafrecht
Verboden toegang: artikel 439 van het Belgische Strafwetboek
Edited: 201412311465
Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en met geldboete van zesentwintig [euro] tot driehonderd [euro] wordt gestraft hij die, zonder een bevel van de overheid en buiten de gevallen waarin de wet toelaat in de woning van bijzondere personen tegen hun wil binnen te treden, in een door een ander bewoond huis, appartement, kamer of verblijf, of in de aanhorigheden ervan binnendringt, hetzij met behulp van bedreiging of geweld tegen personen, hetzij door middel van braak, inklimming of valse sleutels.

In het Nederlandse Wetboek van Strafrecht luidt artikel 461 als volgt:
Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, zich op eens anders grond waarvan de toegang op een voor hem blijkbare wijze door de rechthebbende is verboden, bevindt of daar vee laat lopen, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.
Rekenhof
PERSBERICHT van 19 december 2014. Verslag aan het federale parlement:Beheer van de vastgoedbehoeften van de Staat door de Regie der Gebouwen
Edited: 201412281511
De Regie der Gebouwen beheert sinds 1971 de vastgoedbehoeften van de Staat. In 2006
heeft de wetgever de Regie voorzien van een directiecomité en de grote lijnen uitgezet
voor een nieuwe werking. Zo moest de Regie een interne controle en een interne audit
organiseren en werk maken van een meerjarenplanning van de vastgoedbehoeften
van de klanten. De implementatie van die nieuwe organisatie is niet voltooid. Zo
wordt de Regie nog altijd aangestuurd op basis van het managementplan 2009?2011.
Dat plan werd bijgewerkt noch vervangen, hoewel de regelgeving bepaalt dat het
jaarlijks moet worden aangepast.

In zijn internetverslag onderzoekt het Rekenhof de toepassing van de wet van 20 juli 2006
en de strategie van de Regie om aan de vastgoedbehoeften van haar klanten te voldoen. Het
maakt een algemene analyse van het internecontrolesysteem en evalueert twee van de drie
vakgebonden processen van de Regie (renovatie en grote werken, algemeen onderhoud).

Het Rekenhof stelt vast dat de doelstellingen van het managementplan 2009?2011, dat nog
steeds wordt gebruikt, stroken met de reorganisatie die de wetgever wenste. Ook stemmen
ze overeen met de strategische richtlijnen van de regering, zoals de ontwikkeling van een
doeltreffend vastgoedbeheer. De doelstellingen zijn echter relatief vrijblijvend, moeilijk te
evalueren en worden niet geconcretiseerd voor de verschillende niveaus van de organisatie.
De implementering van de nieuwe, in 2006 gewenste organisatie vereist overigens nog
maatregelen, zoals nieuwe delegatiebesluiten.

De interne controle bij de Regie is ontoereikend. Pas in 2014 werd een interne auditor
aangesteld. Gezien de trage vooruitgang tussen 2008 en 2012 heeft het directiecomité het
risicobeheer nieuw leven ingeblazen door een deskundige in dienst te nemen voor de interne
controle en door een project op te zetten om dat risicobeheer te verbeteren. Dit project moet
worden voortgezet en ontwikkeld.

De Regie beschikt overigens niet over voldoende kennis over de onroerende goederen die ze
beheert en over de bezetting ervan. Met de beschikbare gegevens kan onmogelijk aan
proactief beheer worden gedaan. Het Rekenhof concludeert dat een achterstand van enkele
jaren moet worden ingehaald om een complete en grondige kennis van het patrimonium te
verwerven.

De koninklijke besluiten waarin de wet sinds 2006 voorziet voor het verzamelen, het
analyseren en het programmeren van de behoeften, zijn nog niet genomen. De Ministerraad
keurde pas op 14 oktober 2013 ontwerpen in die zin goed. De Regie heeft heel wat vooruitgang
geboekt in het verzamelen en analyseren van verzoeken van klanten, maar de manier waarop
rekening wordt gehouden met het beschikbare personeel en budget om aan de behoeften te
voldoen, blijft vooralsnog onvoldoende duidelijk.

Het Rekenhof benadrukt ook dat klanten niet financieel geresponsabiliseerd worden voor de
kosten van hun huisvesting en de Regie niet voor haar optreden. Daarover nadenken zou
moeten leiden tot een vorm van contractgebonden werking.
De planning van de vastgoedprojecten is beperkt tot de lijst van de investeringen waarvoor
tijdens het jaar een vastlegging in de begroting is gepland. De planning zou rekening moeten
houden met de stappen vóór en na de begrotingsvastlegging. Informatie over de looptijd van
werkzaamheden kan onder meer klanten ertoe brengen hun behoeften te herzien en zo
nodeloos werk vermijden.

Een groot deel van de geplande investeringen is bovendien niet in de begroting vastgelegd.
De plaatselijke directies van de Regie beschikken niet over één dossier dat een investering
volledig weergeeft. De oorzaken van vertragingen worden niet geregistreerd. Ook worden
klanten niet systematisch op de hoogte gebracht van de vooruitgang en uitvoering van hun
projecten. Werven worden daarentegen wel regelmatig opgevolgd en gedocumenteerd.
In het kader van het risicobeheer zijn er diverse IT?toepassingen en acties gepland om
verzoeken van klanten beter te registreren en op te volgen. Ze zouden sneller moeten worden
ontwikkeld en veralgemeend.



Trends
Mannen en vrouwen niet gelijk
Edited: 201412120031
Mannen verdienen tien procent meer dan vrouwen, zo blijkt uit de jongste editie van de Top 30.000. Dat cijfer komt uit de sociale balansen, waar voor het eerst de personeelskosten per geslacht in werden opgenomen. Voor heel België bedraagt de loonkloof 10,2%. Maar in sommige gewesten is er meer gelijkheid dan in andere. In Wallonië is een mannelijke werknemer amper 1,8% duurder dan zijn vrouwelijke collega. In Vlaanderen neemt de kloof toe tot 12,7% en in Brussel is ze met 14,7% het grootst.

Per uur bekeken is de kloof kleiner
De loonkloof tussen mannen en vrouwen bedraagt afgerond 10%. Dat percentage houdt echter geen rekening met een mogelijk belangrijke vertekenende factor. Mannen en vrouwen werken immers niet evenveel uren. Een man presteert gemiddeld 1.528 uren per jaar, een vrouw 1.465 uren. Dat verschil kan als natuurlijk worden beschouwd, in die zin dat het grotendeels kan worden verklaard door de duur van het bevallingsverlof. Die fout kan echter worden uitgeschakeld door het verschil in loon per gepresteerd uur te berekenen. In dat geval daalt het nationale verschil tussen mannen en vrouwen tot 5,6% voor het hele land. Dat nationale gemiddelde varieert uiteraard afhankelijk van het gewest. In Vlaanderen bedraagt het 8,1%, in Brussel 8,6% en in Wallonië neigt het naar een evenwicht: daar bedraagt het slechts 0,7%.
VRM - Vlaamse Regulator voor de Media
Rapport Mediaconcentratie 2014 : Verhoogde mediaconcentratie zet diversiteit van het aanbod onder druk
Edited: 201412111058
De Vlaamse Regulator voor de Media publiceert vandaag het rapport 'Mediaconcentratie in Vlaanderen 2014'.


Algemene conclusie van het rapport:

• De oefening om de Vlaamse mediasector af te bakenen wordt steeds moeilijker. Steeds meer crossmediale en convergente tendensen worden waargenomen. Vlaamse mediagroepen raken onderling steeds meer verstrengeld. Zo bestaan reeds drie mediagroepen uit intersecties van andere Vlaamse mediagroepen (De Vijver Media, Mediahuis en Medialaan). Mediagroepen zoeken vaker naar mogelijkheden om multimediaal sterk te staan en gaan daarbij wisselende allianties aan.

• Distributiebedrijven hebben steeds meer interesse in de voorliggende schakels van de waardeketen. Dit leidt tot toegenomen verticale concentratie.

• Hoewel er niet één speler is die de hele Vlaamse mediasector domineert, blijken vele vormen van concentratie (horizontaal, verticaal en crossmediaal) te bestaan binnen en tussen bepaalde mediavormen. Dit zet de diversiteit van het aanbod onder druk. Daarom beschrijft de VRM voor het eerst in het rapport de verschillende wijzen waarop de Vlaamse overheid reeds intervenieert om diversiteit en concurrentie in de mediasector te behouden en te stimuleren. De VRM somt in deze context extra uitbreidingsmogelijkheden op en geeft ook enkele beleidsaanbevelingen.


Belangrijkste conclusies per mediasoort:


Bij het medium televisie zijn door nieuwe technologieën de inkomstenmodellen gewijzigd. Contentproducenten, aggregatoren en distributeurs willen elk een zo groot mogelijk aandeel van de inkomsten voor zich houden. De VRM merkt op dat de totale hoeveelheid Video On Demand-opvragingen (en de gegenereerde inkomsten) voor het eerst stagneren. Dit heeft mogelijks te maken met het verschijnen van alternatieven.


De slechte financiële situatie van de regionale televisieomroeporganisaties blijft aanhouden. De voorgaande minister van media heeft hier een nieuwe regeling opgesteld. Deze wordt in 2015 effectief.


De markt van de gedrukte media blijft algemeen een dalende tendens kennen. De periodieke bladen werden geconfronteerd met toenemende concurrentie vanwege de weekendbijlagen van dagbladen. Het aantal verkochte exemplaren van de kranten is, net zoals het voorgaande jaar, gedaald. Lichtpunt is dat de betaalde digitale oplage wel stijgt. Mediahuis, de samenwerking tussen Concentra en Corelio werd mede opgericht om deze situatie het hoofd te kunnen bieden. Dit heeft echter ook gezorgd voor een verhoging van de concentratie. De kans op verschraling van het nieuwsaanbod is dan ook niet denkbeeldig.


Bij het medium radio valt de aanhoudende ketenvorming bij de lokale radio's op. In 2013 was de opkomst van lokale radioketen Story FM (onderdeel van de Sanoma-groep) een opvallend gegeven. In 2014 nam het belang van deze keten toe doordat het aantal aangesloten radio's steeg tot 16. Het percentage ketenvorming bij de lokale radio's ligt op 72%. Doordat radio Nostalgie in 2012 officieel een landelijke radio geworden is, is binnen de radiomarkt de mediaconcentratie op basis van marktaandelen afgenomen. VRT blijft echter de dominate speler binnen dit zeer geconcentreerde mediasegment.


De concentratiemaatstaven, en dus ook de verhoudingen tussen de spelers, bij het medium internet zijn nagenoeg gelijk gebleven. Het gebruik van mobiel internet neemt steeds meer toe. Dit is onder andere toe te schrijven aan de toenemende populariteit van apps.


Het inhoudelijke luik van het rapport werd op 1 oktober 2014 afgesloten. Wijzigingen die nadien werden aangekondigd zijn niet meer opgenomen in het rapport.


Het volledige PDF-rapport is downloadbaar vanaf de site van VRM ...

CKP
Centrale voor kredieten aan particulieren meldt onrustwekkend veel achterstallige betalingen
Edited: 201412111032
De kerncijfers en de evolutie vindt u hier ...
VAN SILFHOUT Marcel, VAN DEN BERG Andries
De Ontsporing. Het fiasco Fyra. Botsende ego's en verkeerde wissels.
Edited: 201412031128
Net verschenen boek. Het ontsporen van de Fyra dreunt flink na. De hogesnelheidslijn kostte onze schatkist meer dan zeven miljard euro. En nog hebben we geen snelle trein. Oud FNV-vakbondsman Andries van den Berg en onderzoeksjournalist Marcel van Silfhout kenden de NS in 2001 goed: het spoorbedrijf haalde dagelijks het nieuws met stakingen en vertragingen. Maar de verhitte strijd tussen de staatsmonopolist en het verkeersministerie om de HSL Zuid bleef onder de radar.

In de aanloop naar de parlementaire Fyra-enquête reconstrueerden ze het historische spoorfiasco aan de hand van geheime notities en vertrouwelijke interviews met NS-directeuren, medewerkers en topambtenaren. Botsende ego's, financiële hoogmoed en een worsteling van de NS met de Haagse privatiseringspolitiek leidden tot een dwaas pokerspel. Hoe kon dit ambitieuze project zo dramatisch uit de hand lopen? (bron: Bol.com)
NRC noemt het boek goed maar fel FNV-gekleurd.
VILT
4de landbouwrapport van het Vlaams Infocentrum Land- en Tuinbouw
Edited: 201412031109
De brochure met kerngegevens over land- en tuinbouw kunt u hier inkijken

VILT (°1996) is een vzw die gestuurd wordt door een voorzitter en een raad van bestuur. Daarin zetelen alle organisaties die werkingsmiddelen ter beschikking stellen van VILT: de Vlaamse overheid, de vijf Vlaamse provincies, Boerenbond, ABS, BEMEFA, Fedagrim, Crelan, KBC en Cera. Daarnaast haalt de vzw ook middelen uit commerciële activiteiten zoals advertentiewerving en sponsoring. De raad van bestuur zet de strategische lijnen uit, de dagelijkse werking wordt waargenomen door de voorzitter (Josse De Baerdemaeker) en de directeur (Griet Lemaire). VILT telt vier voltijdse medewerkers.

Van de 24.884 landbouwbedrijven in Vlaanderen is 88 procent gespecialiseerd in één van de drie grote subsectoren, met veehouderij als veruit de belangrijkste specialisatie, gevolgd door akkerbouw en tuinbouw. Ook biolandbouw is een vorm van specialisatie. Eind vorig jaar telde onze regio 319 actieve bioboeren. Hun aantal vertoont de laatste vijf jaar een gemiddelde groei van zes procent per jaar. De biobedrijven bewerkten in 2013 samen 5.065 hectare of 0,8 procent van het volledige landbouwareaal.
Het aantal landbouwbedrijven in Vlaanderen daalt gemiddeld met bijna vier procent per jaar. De resterende bedrijven worden steeds groter. Enkele factoren die een rol spelen bij schaalvergroting zijn de continue technologische verbetering, samenwerking met andere schakels in de keten en productieverhoging om het inkomen veilig te stellen en de kostprijs te drukken. De gemiddelde oppervlakte cultuurgrond groeit naar 25 hectare per bedrijf. De gemiddelde grootte van de veestapel bedraagt nu 120 runderen, 1.850 varkens en 47.000 stuks pluimvee per gespecialiseerd bedrijf. Op een landbouwbedrijf werkt gemiddeld 1,65 voltijdse arbeidskracht.
FAGG
Geneesmiddelen in België: vergunning & registratie, verkoop, controle
Edited: 201412022245
Wat is een vergunning voor het in de handel brengen of registratienummer precies?


De verkoop van geneesmiddelen wordt zeer strikt gereglementeerd en gecontroleerd door de bevoegde autoriteiten (in België, het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten - FAGG).


De bevoegde autoriteiten evalueren de kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid van elk geneesmiddel alvorens dit verkocht wordt in vergunde apotheken.


Om deze beoordeling te maken, baseren de experten van de bevoegde autoriteiten op wetenschappelijke gegevens zoals:


de resultaten van toxicologische, farmacologische en klinische studies uitgevoerd met het geneesmiddel;

de wetenschappelijke literatuur;

de kwaliteitgegevens;

eventuele andere relevante wetenschappelijke gegevens.

Als de kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid van een geneesmiddel als toereikend werden beoordeeld, is het vergund om te worden verkocht in een erkende apotheek.


De vergunning of registratie wordt verleend door


hetzij de minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, na raadpleging van het bevoegd wetenschappelijk Comité dat bij het FAGG is geïnstalleerd

hetzij de Europese Commissie na overleg, in voorkomend geval, van het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik (CHMP) of Comité voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik, dat bij het European Medicines Agency (EMA) is geïnstalleerd.

Elk vergund of geregistreerd geneesmiddel ontvangt een vergunningsnummer voor het in de handel brengen (VHBnummer) of registratienummer.


De term "registratie" wordt meer specifiek gebruikt voor bepaalde homeopathische en “traditionele gebruikte” kruidengeneesmiddelen (waarvan het niet-giftige of onschadelijke karakter is aangetoond door zijn langdurige gebruik en de ervaring). Deze geneesmiddelen zijn geregistreerd op basis van een vereenvoudigd wetenschappelijk dossier.


Waar vind ik het VHBnummer of registratienummer?


Om een VHBnummer of registratienummer te vinden, moet u de verpakking van het geneesmiddel nakijken.


Het nummer komt in verschillende vormen voor:


(X: cijfer en Y: letter)


- xxxx YY xxxx F xxx


- BExxxxxx (nieuwe nummering sinds 2008)


- BE-Vxxxxxx (nieuwe nummering sinds 2008 voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik)


- EU/1/xx/xxx/xxx (geneesmiddel vergund door de Europese Commissie)




Voor een homeopathisch geneesmiddel


- xxxx CH xxxx F xx ou xxxx UH xxxx F xx (notificatie)


- HO-BExxxxxx (VHB)


- HO-BE-CHxxxxxx of HO-BE-UHxxxxxx (registratie)



Voor een kruidengeneesmiddel


- BE-TUxxxxxx (registratie)


- xxxx YY xxxx F xxx, of BExxxxxx EU/1/xx/xxx/xxx (VHB)

Bron: FAGG-AFMPS
Wie haalt Indaver binnen? Katoennatie van Fernand Huts blijft in de running
Edited: 201412022102
DELTA NV (Nederlandse vennootschap) bezit 75 % van de aandelen van Indaver. De Vlaamse Milieuholding bezit 16 % en een groep industriële aandeelhouders (Janssen Pharmaceutica nv, BASF Antwerpen nv, Solvay nv, Tessenderlo Chemie nv, Bayer Global Investments bv., Borealis Polymers nv) bezit 9 % van de aandelen.

Kerncijfers 2013:

Totale hoeveelheid afval in beheer: 5 149 624 ton.

Totale hoeveelheid eigen verwerking: 3 517 552 ton

Jaarlijkse productie van energie equivalent met de energiebehoefte van 240 000 gezinnen

Personeelsbestand: 1 665 werknemers

Bedrijfsopbrengsten: 526 miljoen euro, winst na belasting: 40 miljoen euro

Bedrijfsopbrengsten in België 207 miljoen euro, in Duitsland 130 miljoen euro, in Nederland 110 miljoen euro, in Ierland/ UK 72 miljoen euro, in andere Europese landen 7 miljoen euro
DE ROP Janine (Gent, 26.10.1927 - Gent, 02.12.2014) overleden. R.I.P.
Edited: 201412020934
Romanschrijfster en journaliste, geboren in een arbeidersgezin dat woonde in de Groendreef, langs het kanaal Gent-Brugge, dit is de “watergrens” van de Gentse volkswijk Brugse Poort.

Haar belangrijkste werken zijn de roman De wachttijd (1960) waarvoor zij de romanprijs van de Provincie Oost-Vlaanderen kreeg, De traditie (1963) dat haar de letterkundige prijs van de Stad Gent opleverde en De rechter en de beul (1970). Haar leven lang schreef zij ook (niet gepubliceerde) gedichten.


biografie
Bloomberg / Reuters / Telecompaper / Dow Jones
Neemt Vodafone Liberty Global (en dus Telenet) over? Op weg naar Quad-play?
Edited: 201412020123


Vodafone onderzoekt de mogelijkheden rondom potentiële overnamekandidaten, waaronder kabelbedrijf Liberty Global. Dat schrijft Reuters op basis van gesprekken met niet nader genoemde bronnen. Een eventuele acquisitie van Liberty zou grote impact hebben op de telecommarkten in diverse Europese landen. Aan de basis ligt echter de situatie in het VK, zo weet Reuters. De overname van Virgin Media, onderdeel van Liberty Global, zou een antwoord zijn op de consolidatie in het VK.
BT Group onthulde in november dat het overnamegesprekken voert met de mobiele operators EE en met Telefonica-dochter O2. Ook Hutchison Whampoa, eigenaar van het mobiele merk 3 UK, zou zijn oog op deze twee operators hebben laten vallen.

Mocht Vodafone erin slagen Liberty Global over te nemen, dan wordt het tevens eigenaar van UPC in Nederland (dat op dit moment aan het fuseren is met Ziggo en onder die naam verder gaat) en van Telenet in België.

Volgens één van de bronnen van Reuters zou Vodafone al eerder dit jaar toenadering tot Liberty hebben gezocht, maar was het gat tussen vraag en aanbod te groot.

Vodafone en Liberty Global willen niet reageren.

Lees meer ...

Last update: 20141207



MATTHIJS Herman
professor en zogenaamd begrotingsexpert Herman Matthijs bepleit verkoop Belgacom/Proximus en BPost
Edited: 201411292331
Matthijs gaat dus verder met de verkondiging van de neo-liberale nonsens: de staat moet de nog rendabele inboedel verkopen! We privatiseren al jaren wat rendabel is en we collectiviseren wat verlieslatend is. Matthijs, een expert?

Matthijs is samen met andere professoren lid van een studiegroep



Die heeft als doel, en wij citeren: "De werkgroep 'Fiscaal Correct' stelt zich tot doel te werken vanuit een volstrekte onafhankelijkheid. Objectiviteit staat hoog in het vaandel. De werkgroep wenst in geen enkel opzicht in zijn denken en werken begrensd te zijn door politieke of levensbeschouwelijke stromingen. De werkgroep is trouwens niet ontsproten als denktank van één of andere belangengroepering (noch van werkgeverszijde noch van werknemerszijde noch anderszins). Er is evenmin enige directe of indirecte band met dergelijke belangengroeperingen. Een en ander moet de werkgroep in staat stellen vanuit een volledig neutrale geestesgesteldheid te werken en voorstellen te lanceren. Er zijn geen taboes. De enige doelstelling is te komen tot een betere en correctere fiscaliteit en dit zowel ten behoeve van de ondernemer als van de burger in het algemeen."

Andere leden van dit selecte clubje: Dhr. Eddy Claesen, Familiebedrijfadviseur – bemiddelaar, Accountant – belastingsconsulent & gastdocent; Prof. Eric Spruyt, Notaris, docent KU Leuven, HUB-EHSAL en Fiscale Hogeschool; Prof. Luc Maes, Voorzitter Hogere Leergangen voor Fiscale en Sociale Wetenschappen (Fiscale Hogeschool, HUB), Docent HUB, UA en Fiscale Hogeschool; Mark Delanote, docent VUB, ESSF; Prof. Dr. Michel Maus, docent VUB, UGent en UA; Prof. Dr. Miguel De Jonckheere, Hoogleraar VUB, Bijzonder hoogleraar Erasmusuniversiteit Rotterdam; Prof. Dr. Paul Beghin, Gewoon Hoogleraar UGent; Prof. Patrick Wille, docent VUB, UG, Fiscale Hogeschool en Groep T; Mr. Victor Dauginet, advocaat.


TESSENS Lucas
affaires in België - een bibliografie in beelden
Edited: 201411292136




De hier getoonde reeks is niet exhaustief en dus voor aanvulling vatbaar. De misdaden en misdrijven zijn vermengd met white collar crime en 'regelingen in een grijze zone'. Wat te zeggen indien de wetgever zelf de lacunes in de wetgeving inschrijft? Wat te zeggen indien de criminele netwerken uitlopers hebben tot in de magistratuur, het bedrijfsleven, de controle-mechanismen, het politie-apparaat, de kabinetten, ... ? Wat te zeggen indien wordt vastgesteld dat de middelen van justitie beknot worden en dat financiën kampt met onderbemanning? Wat te zeggen over uitgelokte en gefaciliteerde verjaringsprocedures?



DS 20141126
Twee medicijnen tegen oogziekte maculadegeneratie: een prijsverschil van 760 EUR !
Edited: 201411261316
Twee medicijnen met blijkbaar dezelfde werking op oogzieken: een verschil van 760 EUR per injectie.
Het gaat om Lucentis (gelanceerd in 2007, 800 EUR/injectie) van Novartis en Avastin (40 EUR/injectie) van Roche. Testaankoop dient klacht in. Het Federale Geneesmiddelenagentschap (FAGG) houdt zich op de vlakte. In Nederland en Italië wordt Avastin wel gebruikt; Frankrijk volgt.



Tot daar in het kort de berichtgeving van De Standaard.


Discussie al jaren aan de gang
Het is wellicht goed om weten dat de discussie reeds een aantal jaren aan de gang is. Zo wijdde het Nederlandse Pharmaceutisch Weekblad in augustus 2011 reeds een discussie aan dit probleem en liet hoogleraar oogheelkunde prof. dr. Carel Hoyng, werkzaam op de afdeling Oogheelkunde van het UMC St Radboud in Nijmegen, aan het woord. Hyong is ook consulent van Novartis (aldus de gepubliceerde 'Richtlijn Leeftijdgebonden Maculadegeneratie' van 2014, Bijlage 6, Belangenverklaringen). Alhoewel de argumenten in dat artikel van PW genuanceerd naar voor worden gebracht, wordt het toch zonneklaar dat financiële (terugverdienen van de research) en commerciële motieven aan de basis liggen van het prijsverschil en van de achterwege blijvende vraag tot erkenning voor de behandeling van maculadegeneratie (Avastin beschikt overigens over een Europese vergunning, maar dan wel voor andere oncologische aandoeningen) van het goedkopere geneesmiddel Avastin. Zo wordt duidelijk dat een geneesmiddel dan al kan bestaan, maar dat het daarom nog niet op de markt wordt gebracht. Weerom een ethische en geen technische kwestie. Regeert het geldgewin dan overal?
Maar wellicht belangrijker dan het antwoord op deze retorische vraag, is het de mechanismen te doorgronden en de medespelers te herkennen in dit verslindende spel. Daarop kan je namelijk een beleid bouwen - zou een minister dan kunnen denken - zodat middelen overgeheveld naar andere prioritaire velden van de gezondheidszorg zonder te raken aan de medische belangen van maculadegeneratiepatiënten.
Lees het artikel uit het Pharmaceutisch Weekblad hier. Maar voor het geval dat u toch niet doorklikt, hebben we hier een passage die duidelijk maakt dat het over een courante aandoening gaat: "Maculadegeneratie is een ziekte die epidemische vormen aanneemt: op dit moment zijn er in Nederland 100.000 mensen met deze aandoening en jaarlijks komen daar 10.000 bij. Als je een middel hiervoor zo duur maakt, legt dat een te grote belasting op de uitgaven in de zorg." Het gaat dus om een groeimarkt, want in de gezondheidszorg wordt ook in die economische termen nagedacht.

Bij Novartis hebben wij het jaarverslag 2013 opgevraagd. Daaruit blijkt dat Lucentis in 2013 goed was voor een netto-verkoop van 2,383 milliard dollar (tegen 2,398 milliard dollar in 2012 en ca. 1,966 miljard $ in 2011). Dat is exclusief de verkopen van Lucentis in de USA, waar het medicijn door Genentech/Roche op de markt wordt gebracht. Novartis heeft een belang van 33,3% in Roche, goed voor een waarde van 14,8 miljard $ terwijl de totale markwaarde van Roche per 20131231 241,2 miljard $ was. Het jaarverslag benadrukt:'Novartis does not exercise control over Roche Holding AG, which is independently governed, managed en operated.' (AR2013:104) Natuurlijk sluit dit geen commerciële deals op wereldniveau uit.



Wat is het FAGG?

Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, FAGG (voorheen Directoraat-generaal Geneesmiddelen van FOD Volksgezondheid)

Oprichtingsdatum: 01.01.2007

Voogdijminister: Maggie De Block (OpenVLD), minister Volksgezondheid [op de website van het FAGG stond tot 20141126 foutief Laurette Onkelinx nog vermeld als voogdijminister - dit is inmiddels bijgesteld]

Administrateur-generaal: Xavier De Cuyper
Instelling van openbaar nut met rechtspersoonlijkheid, ingedeeld in categorie A
Bevoegde overheid op het vlak van de kwaliteit, de veiligheid en de doeltreffendheid van de geneesmiddelen en de gezondheidsproducten
Competentiedomeinen: onderzoek en ontwikkeling (R&D), registratie of vergunning voor het in de handel brengen, productie en distributie (inspectie- en controleactiviteiten), vigilantie, goed gebruik van geneesmiddelen en gezondheidsproducten
Personeel : 390 medewerkers op 01.01.2012 voor het merendeel met een wetenschappelijke vorming (o.a. geneesheren, apothekers, dierenartsen)
Slogan : “Uw geneesmiddelen en gezondheidsproducten, onze zorg”

Bekijk het organogram van het FAGG

Het jaarverslag van het FAGG kunt u hier downloaden








De historiek van Roche vindt u hier

Roche Group Sales 2013: 46,780 milion CHF






Novartis: Kerncijfers 2013: Omzet: 57,9 miljard USD; Netto Resultaat : 9,3 miljard USD

Company History of Novartis

Farmaceutische nota van European Medicines Agency (EMA) over Lucentis ranibizumab

Farmaceutische nota van European Medicines Agency (EMA) over Avastin bevacizumab

Ter info: website van het RIZIV

[tekst aangevuld op 20141202]
LT
Lijst van overheidsbedrijven (in het verleden en het heden)[tentatief en in opbouw]
Edited: 201411260110
Algemene Spaar- en Lijfrentekas (ASLK/CGER, 1865) > ASLK-Bank (1992) + ASLK-verzekeringen (1992)> 50% verkocht aan Fortis-groep > in 1998 volledig overgenomen door Fortis


BAC/COB (1924) > BAC werd ook hoofdaandeelhouder in de Belgische Arbeidersbank of Banque Ouvrière de Belgique, opgericht in 1925, en in 1926 omgedoopt in Spaarbank der Christelijke Werklieden (SCW) of Banque d'Epargne des Ouvriers Chrétiens. > BAC Centrale Depositokas of COB Caisse Centrale de Dépôts > In 1985 werd de naam gewijzigd in BAC Spaarbank of COB Banque d'Epargne.> De naam werd in 1993 veranderd in BACOB en de instelling veranderde verder van een spaarbank naar een commerciële bank.> In 1997 vormde BACOB samen met verzekeringen DVV de financiële groep Artesia Banking Corporation, grotendeels in handen van Arcofin.> In 2001 kwam Artesia in handen van het Frans-Belgische Dexia, nu Belfius.




Belgische Maatschappij voor Internationale Investering: Een gespecialiseerde dochtervennootschap van de FPIM die tot doel heeft het co-financieren van buitenlandse investeringen van Belgische bedrijven, hoofdzakelijk ten behoeve van KMO's die zich in een expansiefase bevinden of die een belangrijk groeipotentieel vertonen.


Belgocontrol (1998): Belgocontrol is in België het autonoom overheidsbedrijf dat belast is met de luchtverkeersleiding, opleiding van operationeel (luchtverkeersleiders) en technisch personeel, en installatie en onderhoud van infrastructuur voor de luchtvaart. > Belgocontrol werkt onder een beheerscontract met een looptijd van 5 jaar (zie 25 APRIL 2014. KB tot goedkeuring
van het derde beheerscontract tussen de Staat en Belgocontrol) > Belgocontrol had op 20131231 829 werknemers waarvan 84 onbeschikbaar > Belgocontrol was in 2013 verlieslatend > Jaarverslag Belgocontrol 2013


BIAC + Regie der Luchtwegen + The Brussels Airport Company NV (BATC)> The Brussels Airport Company NV (2006) > Brussels Airport Company (2013)


BILOBA: De Luxemburgse vennootschap heeft tot doel het nemen van participaties in het Ginkgo Fonds. Het Ginkgo Fonds investeert in projecten ter herontwikkeling van verontreinigde terreinen in Frankijk en in België.


Brussels Airport Company


CERTI-FED: De vennootschap heeft tot doel de verwerving van alle participaties in vennootschappen waarin de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij een participatie bezit, alsook de certificatie van aandelen.

China Belgium Mirror Fund

Congrespaleis: De NV Congrespaleis heeft als doel het organiseren van vergaderingen, congressen, tentoonstellingen, beurzen en evenementen in haar gebouwen te Brussel.

CREDIBE: De vennootschap heeft haar hypothecaire activiteiten overgedragen aan de privé-sector en beheert nog de aflopende dossiers en in beperkte mate vastgoed.

DATANG FUND

Delcredere

Distrigas: On 1 November 2012, Distrigas merged with Nuon Belgium and became Eni Gas & Power NV/SA, a wholly owned subsidiary of Eni.

Federale Investeringsmaatschappij (FIM) + Federale Participatiemaatschappij (FPIM) > FPIM (2006)

Fonds voor Spoorweg-Infrastructuur (FIF-FSI): De vennootschap heeft tot doel terreinen die vroeger tot de spoorweginfrastructuur behoorden, te verkopen aan bouwpromotors en vastgoedinvesteerders.

GIMV (1980):

IRE ELIT: Dochteronderneming van het "Nationaal Instituut voor Radio-elementen". De onderneming legt zich in het bijzonder toe op de ontwikkeling van productie van radio-isiotopen voor radiofarmaceutische toepassingen en analyse, toezicht en ondersteuning bij de ontmanteling van nuclaire bronnen.

Kasteel Cantecroy Beheer (KCB): KCB is een vennootschap die een kasteelsite in Mortsel (Cantecroy) heeft gerenoveerd en omgevormd tot een wooncentrum voor ouderen. Doelstelling is de appartementeenheden op de site te verhuren/verkopen en de nodige zorgdiensten aan te bieden voor ouderen.

Nationale Investeringsmaatschappij (NIM, 1962) > geprivatiseerd in 1994

Nationale Loterij/Loterie Nationale

NMBS/SNCB > Om aan de Europese Unie-regelgeving tegemoet te komen voor een vrije toegang voor alle vervoerders op het Europese spoorwegnet, werd de NMBS op 1 januari 2005 opgesplitst in drie delen: een beheerder van de infrastructuur (Infrabel), een exploitant van de treinen (NMBS) en een overkoepelende holding (NMBS Holding). Zij vormden met hun drieën de NMBS-Groep.> NMBS + NMBS-holding = NMBS (2004)

NMKN > opgeslorpt door ASLK > zie aldaar

Open Sky Technology Fund Belgian Investor Pool: Het investeringsfonds is een parallel fonds van Open Sky Technologies Fund dat werd opgericht op initiatief van het Europees Ruimtevaart Agentschap. Deze investeringsfondsen investeren in jonge bedrijven die commerciële ruimtevaartechnologieën ontwikkelen, en die gevestigd zijn in de landen van de ERA-perimeter.
Paleis voor Schone Kunsten (PSK): De vennootschap heeft als doel het opzetten, uitwerken en uitvoeren van een multidisciplinaire en geïntegreerde culturele programmering.

Participatiefonds

PTT > De Post > BPOST (Belgische Staat (rechtstreeks en via de FPIM + free float + BPOST-werknemers)

Regie der Gebouwen (parastatale)

RTT > Belgacom > werd in maart 2004 beursgenoteerd > 20140929: Belgacom heet voortaan Proximus (o.i. wordt in een perspectief van volledige privatisering de binding met België in de merknaam alvast verbroken) > Op 31/10/2014 bezat de Belgische Staat 53,51% van de aandelen van Belgacom

SNETA (1919) + Sabena (1923) > Sabena > In mei 1995 werd 49,5% van de aandelen verkocht aan Swissair > Sabena op 20011107 failliet > dochter DAT overgenomen door SN Air Holding en die neemt naam SN Brussels Airlaines aan > SN Air Holding neemt in 2005 Virgin Express over en fuseert in 2006 tot Brussels Airlines. > Op 19 januari 2004 is Sabenadochter en chartermaatschappij Sobelair failliet verklaard. Haar vluchten voor Jetair werden overgenomen door TUI Airlines Belgium, dat vandaag vliegt onder de naam Jetairfly.

SOPIMA: De vennootschap beheert, meestal na renovatie, administratieve gebouwen die tot verhuur worden bestemd.

Theodorus III (

ZEPHYR-FIN: De vennootschap heeft als doel het verwerven en beheren van roerende waarden uitgegeven door luchtvaartmaatschappijen of vennootschappen verbonden met deze sector.

JUSTITIE
PG vraagt verjaring in cassatie-proces Eternit
Edited: 201411201247
Op 13/2/2012 werd Eternit in Turijn (ITA) veroordeeld en verantwoordelijk geacht voor de dood door asbestose van 3.000 mensen: de leiding kende de dodelijke gevolgen van asbestcement maar liet de productie gewoon doorgaan, zo oordeelde de rechter toen. Men spreekt van een misdaad op industriële schaal of een industriële misdaad. Eternit had vier fabrieken in Italië. Bij ons is de fabriek van Kapelle-op-den-Bos berucht. Op de kerkhoven errond is het stil en in de naburige dorpen zwijgt men liever.

De zaak tegen de Zwitserse topman en miljardair Stephan Schmidheiny was sindsdien hangende voor cassatie in Roma. De voorganger van Schmidheiny, de Belgische baron Louis de Cartier de Marchienne (Turnhout, 26/9/1921 – Arendonk, 21/5/ 2013), is inmiddels overleden*.

De PG, Francesco Iacoviello, vroeg nu onverwacht de verjaring en dus de stopzetting van het proces. Normaal verwacht je zo'n vraag van de verdediging. Ook abnormaal is deze vraag omdat ze zo snel volgt na een effectieve veroordeling. Wat twee jaar geleden nog behandeld werd, is vandaag verjaard en je zou denken dat rechtshandelingen de verjaring zouden stuiten. Niet zo dus in het Italiaanse gerecht (en in vele andere staten is het net zo).

De president van de Regio Piemonte, Sergio Chiamparino drukte zijn verrassing, ontgoocheling en diepe verontwaardiging zo uit: "Apprendo con sorpresa e disappunto della decisione della Corte di Cassazione di annullare, causa prescrizione del reato, la sentenza di condanna a Stephan Schmidheiny nel processo Eternit. Non può che destare profonda indignazione".

Het spreekt vanzelf dat de nabestaanden van de slachtoffers van 'de stille dood' in shock, ingedeukt, machteloos en woedend achterblijven. De overtuiging groeit in Italië en daarbuiten dat recht en rechtvaardigheid niet hand in hand lopen. Ook een van mijn vrienden behoort tot de slachtoffers.



*Cartier huwde in 1950 Viviane Emsens (1929) uit de industriële familie Emsens, hoofdaandeelhouder in Eternit. Hij werd actief in de multinational: van 1966 tot 1978 was hij afgevaardigd bestuurder en van 1978 tot 1986 was hij voorzitter van Eternit. De familie Emsens is met duizenden hectare, gelegen in het noorden van de provincie Antwerpen, grootgrondbezitter. (bron: in Trends van 12 oktober 1995 bracht Frans Crols een onthullende reportage over deze miljardairsfamilie; in 2006 bracht Knack een snoeiharde reeks van artikelen over de dodelijke werking van asbest en de verantwoordelijkheid van Eternit).

**Vinck. Cartier was niet de enige Belg die dicht bij de zaak stond. Ook Karel Vinck, die van 1971 tot 1975 werkzaam was bij Eternit-Italië, was eerder betrokken in deze zaak. Hij leidde er sinds 1973 de Eternitfabriek in het Siciliaanse Targia. Van 1975 tot 1978 leidde hij Eternit-België als gedelegeerd bestuurder. In 2006 werd hij in Italië samen met andere topmanagers van Eternit veroordeeld voor onvrijwillige doodslag. De rechtbank was van oordeel dat zij de gezondheidsrisico's verbonden aan het werken met asbest in grove mate veronachtzaamd hadden. Karel Vinck werd veroordeeld tot drie jaar voorwaardelijke gevangenisstraf. Vinck verzette zich tegen deze beschuldigingen. "Een industrieel weegt risico's af met alle beschikbare kennis op het moment van de beslissing. Niet met de kennis die dertig jaar later beschikbaar is", zei hij toen. In augustus 2009 vernietigde het hof van beroep van het Siciliaanse Catania die uitspraak en sprak hem vrij in de zaak.(bron) Karel Vinck was naar eigen zeggen er toen niet van op de hoogte dat asbest kanker kon veroorzaken.



Enkele maanden na die vrijspraak haalde Vinck op een bijzonder negatieve manier het nieuws toen hij voor de camera schamper beweerde "wij leven van fijn stof" (Terzake, 18 oktober 2009).
Toen ging het om de toename van de fijn-stof-concentratie in Antwerpen i.v.m. de bouw van de omstreden Oosterweelverbinding. Vinck is voorzitter van de BAM. In een normale maatschappij neemt men dan ontslag om de eer aan zichzelf te houden.

OVAM. Op 24 oktober 2014 gaf OVAM een persbericht vrij; daaruit blijkt dat er zo'n 3,7 miljoen ton asbest in omloop is. (bron) Navraag bij de woordvoerder Jan Verheyen van OVAM leerde dat het enorme cijfer enkel het Vlaamse Gewest betreft (mail van 20141121). De belastingbetaler draait op voor het opruimen ervan.


Wereldwijde vervuiling
Eternit leverde vanaf 1946 wereldwijd persbuizen van asbestcementstof: West-Europa, USA, Canada, Latijns-Amerika, grote stukken van Afrika, India, het Midden-Oosten. De samenstelling van asbest: "een vezelig gehydrateerd MAGNESIUMSILICAAT, wit of geel, soms groen, soms blauw van kleur, komt uit mijnen in Canada (chrysotiel) en uit Rhodesië (crocidoliet). Deze uiterst fijne vezels (diameter zowat een duizendse millimeter of een mikron) met sterk weerstandsvermogen (trekvastheid: 40 tot 45 kg/mm²) moet worden geopend, gedesintegreerd en goed van elkander gescheiden, zodat elk ervan achteraf volmaakt met cement kan worden omkorst." Gezondheidsproblemen doen zich voor tijdens de productie maar vanzelfsprekend ook bij renovatie- of afbraakwerken (boren, zagen, slijpen, breken, dynamitering, ...).
[Zie ook Asbestos: Risk Assessment, Epidemiology, and Health Effects, Second Edition; geredigeerd door Ronald F. Dodson,Samuel P. Hammar (2012), waarin de historiek van de onderzoeken naar schadelijke/dodelijke gevolgen op wetenschappelijke manier wordt uiteengezet.]
Getuigen

Hieronder de documentaire 'Eternit Casale Monferrato: la fabbrica del cancro', waarin getuigen voor de camera bevestigen dat de directie er alles aan deed om de gevolgen van werken met amiante te camoufleren.



Hieronder een tweede docu waarin o.m. de openbare aanklager en een oncologe aan het woord komen:


Pro memorie: Ook bepaalde vormen van talkpoeder (gehydrateerd waterstof-houdend magnesium-silicaat - H2Mg3(SiO3)4 of Mg3Si4O10(OH)2) zijn kankerverwekkend.
TESSENS Lucas
INSEE publiceert vandaag sociale doorlichting van Frankrijk: 'France, portrait social' - Een korte bespreking
Edited: 201411191119
Het Institut national de la statistique et des études économiques (INSEE) publiceert in een rapport van 280 bladzijden de kerncijfers van de sociale toestand in Frankrijk, geplaagd door crisis, werkloosheid en onzekerheid.

Deze balans behandelt volgende indicatoren: onderwijs, arbeidsmarkt, inkomens, levenskwaliteit, werkloosheid (40% is langdurig werkloos), daklozen en sans-domicile (112.000 personen 'sans-domicile' waarvan 31.000 kinderen; in Parijs leven 30% van de 'sans-domicile' in een hotelkamer, betaald door een hulporganisatie - p. 129), leeflonen (RSA=Revenu de Solidarité Active & ASS=Allocution de Solidarité Spécifique) en steuntrekkers, minimumlonen, armoedegrens (977 EUR voor alleenstaande in 2011, 987 EUR in 2012; 13,9% van de bevolking heeft een inkomen dat onder de armoedegrens ligt), stedelijke problematiek, onveiligheid, vrijetijd en mediagebruik, tijdsbudget, enzovoort. Het rapport schenkt ruime aandacht aan de ongelijkheid tussen gesalarieerden en gebruikt de Gini-coëfficiënt.
De situatie in en rond Parijs wanneer het gaat over inkomens is complex en mogelijk explosief. Voor een goede verstaander zegt de volgende tekst voldoende:


L’aire urbaine de Paris, qui rassemble plus de 12 millions d’habitants, fait apparaître une situation plus complexe. La ville-centre concentre 2,2 millions d’habitants et la banlieue 10,2 millions dans plus de 400 communes. La couronne de l’aire urbaine de Paris compte 1,8 million d’habitants répartis sur près de 1 400 communes. La variation des revenus dépend des effets croisés de l’éloignement par rapport au centre du pôle et de la direction. À l’exception de la direction ouest, les revenus sont nettement plus élevés dans la ville-centre que dans la banlieue. Vers le sud et l’est, les revenus demeurent relativement stables. Vers le nord, les revenus les plus faibles sont concentrés dans une ceinture à une
distance du centre allant de 5 à 10 km, puis remontent ensuite. On retrouve à l’ouest, dans la banlieue, des territoires avec des revenus très élevés dans des régions plus éloignées du centre.


Het centrum van Parijs en de Seine-vallei richting Normandië (ten westen van Parijs) is een trekpleister voor hoge inkomens. De lage inkomens zijn geconcentreerd ten noorden van de metropool. (zie het kaartje p. 75) Overigens heeft de wet van 21 februari 2014 de gehele sociale kaart van Frankrijk hertekend en is die nu gebaseerd op één criterium: het inkomen.(zie p.151 e.v.) Men is er eindelijk toe gekomen in te zien dat alle sociale variabelen correleren met dat ene gegeven. Een wat laattijdig inzicht in sociologie, kan men zeggen. Soit, door de vereenvoudiging van de identificatie kan men nu probleemregio's en probleemwijken identificeren en geografische actieplannen opzetten. Dat zoiets een neveneffect heeft - stigmatisering op basis van adres - is niet meer dan een erkenning van iets dat al eeuwenlang gebeurt (bvb. het arrondissement in Parijs bepaalt vaak de perceptie van je sociaal niveau).

Opvallend is de methodologische opsplitsing van de vrijetijd waarbij men een streng onderscheid maakt tussen TV-kijken (écran) en 'loisirs hors écran' (zie p. 98).

Steuntrekkers moeten in toenemende mate verzaken aan het invullen van basisbehoeften zoals voeding, gezondheidszorgen, kleding en verwarming. (zie p. 118-119)

Over de eigen woning: La part de ménages propriétaires de leur résidence principale a sensiblement augmenté entre 2000 et 2009, passant de 55,6 % à 57,6 %. Depuis, elle s’est stabilisée et s’établit à 57,6 % en 2014. Plus de 70 % de ces propriétaires n’ont plus de charges de remboursement d’emprunt pour ce logement ; les 30 % restants représentent les propriétaires « accédants » c’est-à-dire n’ayant pas fini de rembourser leur emprunt.

De totale gezondheidsuitgaven van overheid en privé (DCS) lagen in 2013 op 248 miljard EUR, de consumptieuitgaven voor gezondheid (CSBM) bedroegen 187 miljard EUR. (zie p. 230 e.v.) Het is onmogelijk uit de statistiek de inkomsten van geneesheren-specialisten te extraheren, ook al omdat die verdisconteerd zitten in de rubriek 'Soins hospitaliers', een bijzonder complexe materie. De bruto-verdienste van huisdokter (rubriek 'médecins') zou 20,5 miljard EUR bedragen.

Het werk bevat ook extensieve bibliografische referenties.

Het gehele rapport kunt u hier inkijken
link naar pdf


LINK NAAR PDF
UK
Britten denken na over 'mansion tax' die 1,2 miljard pond zou moeten opbrengen
Edited: 201411190236
Mansion-tax

De 'mansion tax' zou gevestigd worden op grote huizen met een waarde van 2 miljoen pond en meer. Het is een idee van Labour die hiermee de National Health Service (NHS) wil redden. In een interview zegt Labour-leader Ed Milliband dat zo'n 80% van die 'mansions' in London ligt. Daar zou het gaan over zo'n 100.000 eenheden.

Er zitten een paar adders onder gras:

1) is er nagegaan of de NHS qua kostenstructuur niet drijft op een begunstiging van hoge inkomens, met name specialisten-dokters? Deze groep grootverdieners komen haast nooit 'in the picture'. Hun lobbying moet erg efficiënt zijn.

2) Zitten de 0,1% rijksten niet te wachten op een ineenstorting van de mansion-prijzen om goedkoop in te kopen? Het zogenaamde 'buy to rent'-mechanisme: kopen om tegen een hoog rendement van het geïnvesteerde kapitaal te kunnen verhuren. Huurprijzen in London zijn - dat is bekend - bij de hoogste ter wereld.


Living high

Waarom wonen de 'superrich' graag in een hoge building in het centrum?
Een belangrijk deel van de security-uitgaven gaat naar de beveiliging van de City en de toeristische trekpleisters. (dat is ook in Parijs zo) Binnen die perimeter is het dus veilig wonen voor de 'superrich'. Laat ons dat even de 'horizontal safe perimeter' noemen. Er bestaat ook zoiets als een 'vertical safe perimeter' en dat is dan gelieerd aan het feit dat je op het gelijkvloers van een hoge building een private beveiligingsdienst kan laten postvatten. Die bewaakt tegen een relatief gunstige - want gedeelde - prijs bvb. 35 verdiepingen. Heb je een villa of een kasteel op het platteland dan lopen de security-kosten hoog op omdat je die alleen moet dragen. In een hoge building zijn straat en plebs ver weg. Verplaatsingen gebeuren vanuit de ondergrondse garage - eveneens bewaakt met geëncrypteerde beveiliging, personeel en camera's - naar de ondergrondse garages van werkplek, verwanten, vrienden of de luchthaven met VIP-entrance. Op die manier zijn veilige corridors gecreëerd. Gespecialiseerde immobiliënmakelaars spelen volop in op die trend.

Bij een terroristische luchtaanval zit je natuurlijk op de 72ste verdieping ook niet veilig.
Colombia
FARC ontvoert generaal Ruben Dario Alzate.
President Juan Manuel Santos staakt onmiddellijk de vredesbesprekingen met de FARC. Die startten twee jaar geleden in Havana, Cuba.
De strijd tussen het regeringsleger en de FARC heeft de afgelopen vijftig jaar naar schatting aan 220.000 mensen het leven gekost.
src: Volkskrant 20141117, NOS 20141117
Edited: 201411181612
Tax-shift
De discussie verzandt in gemiddelden en gezinswoning komt in het vizier
Edited: 201411170916
De discussie over een vermogensbelasting is nu al in een verkeerde richting gedraaid. De eerste stap weg van het echte probleem - en dat is dat vermogenden er in slagen om zich te desolidariseren van de maatschappij waaruit ze profijt trekken - was van te gaan spreken over vermogensWINSTbelasting. De tweede stap wordt nu gezet door met OESO-gemiddelden te gaan rommelen. Mag de modale burger straks 14,4 % belasting gaan afdragen op de meerwaarde van zijn gezinswoning? Perverse piste. Ik geef een voorbeeld: Jan en Mie kochten in 2000 een huis voor 125.000 EUR; van hun spaarcenten renoveerden en onderhielden ze hun huis; Jan deed veel zelf want hij was een handige jongen; ze hebben nu een fraaie woning; met de meeropbrengst en hun karig pensioen denken ze hun verblijf in het rusthuis te zullen kunnen betalen; laat ons zeggen dat het huis in 2015 zo'n 250.000 EUR opbrengt; en dan passeert de fiscus en zegt: 'graag even 18.000 EUR afgeven' (14,4% op de meerwaarde van 125.000 EUR). Worden de kosten voor het waarmaken van die meerwaarde in aftrek aanvaard? Of hoe gaat dat eigenlijk?

Raken aan het vermogen van de 1% rijksten verdwijnt uit de 'picture'. En LuxLeaks? Wat zegt u? Ah ja, maar dat is geen probleem meer, alle landen bieden 'rulings' aan.

En Geert Noels plaatst de meerwaarde van 1,3 miljard bij Coucke naast de 1,3 miljard minwaarde bij Arco en zoekt naar de logica in de publieke verontwaardiging. Noels kan er blijkbaar niet bij dat er toch nog mensen zijn die én belastingen op meerwaarden willen én die niet willen weten van het overnemen van de verliezen bij Arco door de staat. Want de ongeschreven verderfelijke wet bestaat blijkbaar nog steeds: privatisering van de winsten, collectivisering van de verliezen.
Lucas Tessens
Materie en Goede Smaak
Edited: 201411082145
Neen, dit is geen advertentie voor een wagen maar wel een argument dat het onderhouden van een oldtimer niets met materialisme hoeft te maken te hebben. In een verspillende materialistische samenleving is er geen respect voor het materiële. De materie wordt misbruikt en weggeworpen.
Het koesteren van een auto in zijn oorspronkelijke staat is een ode aan de geest, aan de passie en aan de inventiviteit van de ontwerpers en de makers van het product. Net zoals een mooi oud gebouw, een meubel, een degelijk kledingstuk, een schilderij, een beeldhouwwerk en zelfs een paar goedzittende schoenen respect verdienen. Daar ligt ook de diepere betekenis van onze musea.
Want de verspillende mens is de echte materialist. Hij ziet groei als het voortdurend reproduceren van identieke goederen. Om ze zonder spijt te kunnen weggooien. Alsof het geluk daarin zou kunnen liggen.

En zoals een auto mooi oud kan worden, zo ook kan een mens dat. Zeker voor een boek kan dat waar zijn. Want welke pretentie schuilt er niet in de (weliswaar nooit expliciete) bewering dat vandaag de beste inzichten zouden groeien, dat enkel filosofen, economisten, schrijvers van heden de essenties naar voor zouden brengen. Dat is de logica achter de boekenindustrie die steeds op zoek is naar wat u graag leest en minder en minder geïnteresseerd is in wat u eigenlijk zou moeten lezen. Wie zijn verleden niet kent, kan geen gefundeerde uitspraken doen over de kwaliteit van de hedendaagse inzichten en plannen.
En laat ons eens terugkeren naar de notie 'groei'. Een BBP dat enkel kwantitatief wordt gepresenteerd, maakt abstractie van de kwaliteit van wat wordt geproduceerd. Het doet er dan niet toe. De werknemers die de zaken maken doen er dan niet toe. Dan telt ENKEL het cijfer, het getal, de procentuele 'vooruitgang', de gemiddelde stijging, de gerealiseerde winst.
Een verkregen of gekregen product is geen bron van blijdschap meer, zoals kinderen die soms beleven. Het product wordt beheerst door de dwanggedachte van de noodzakelijke vervanging in de nabije toekomst. En de mens verwordt tot louter consument, éénling in een publicitaire doelgroep. Eveneens vervangbaar.

Ik heb me afgevraagd hoe het toch komt dat vele superrijken smakeloos wonen. Misschien omdat ze precies de voeling missen met het esthetische aspect van de materie, en dus zichzelf en de anderen willen imponeren met de prijs ervan. Zo zijn ook zij slachtoffers van de materiële mythe en is hun leven - even eindig als het onze - mogelijk holler. Het is een vermoeden dat mij niet blijer maakt.

P.S. De auto op de foto is een BMW type 535i van 30 jaar oud
BOGAERT Christine Dr
Verontwaardiging van cardiologe leidt tot open brief aan de Minister van Financiën en aan Bart De Wever
Edited: 201411082003

Met toelating van de betrokken cardiologe publiceren wij hieronder deze Open Brief



Geachte Heer,



Ik ben 61 j., weduwe sinds 1996 en werkzaam als cardioloog in een Antwerps ziekenhuis.
Ik werk nog 3 dagen/week, mits het goedvinden van mijn collegae.
Sociale bijdrage en fiscaliteit maken dat ik eigenlijk voor een hongerloon werk. Toch blijf ik mijn werk met veel enthousiasme verder zetten en zal dat blijven doen.
Mijn studie heeft aan de maatschappij veel centen gekost en ik (moet en) wil daar iets voor teruggeven, vind ik. Mijn beroepservaring is aldus niet verloren.

Ik ben trouwens volledig akkoord dat we langer moeten werken, dat er moet gebudgetteerd worden enzo..

Maar ik kan de huidige berichtgeving betreffende Luxemburgse constructies, betreffende mega deals Omega Pharma enzovoort... en de fiscale 'hiaten' hierbij zeer slecht begrijpen, laat staan verteren.
Ik voel me momenteel eerder een naïeve onnozelaar en dit na 37 j. hard werken + 7 jaar opleiding.

Ik ben niet gesyndiceerd. Vakbondsoproer helpt ons geen stap verder, denk ik. Maar ook voor mij is de maat vol!
Ik voel me echt bespot en bedrogen!
Graag wil ik mijn loopbaan verder afwerken als een tevreden mens. En ik behoef daarvoor absoluut geen miljoenen euro's, maar wel enige rechtschapenheid!

Ik hoop dat Uw regering, die mijn volle steun geniet, deze financiële 'miskleunen' niet alleen naar de toekomst onmogelijk maakt, maar nu ook rechtzet met een aangepaste fiscale inning.
Dit is elementaire ethiek.



hoogachtend,



Dr. Christine Bogaert

cardioloog (bedrijf)check-up's

Sint Augustinus ziekenhuis
Lucas Tessens
Verhuis maatschappelijke zetel naar 'tax heavens' al jaren aan de gang
Edited: 201411042252

Bloomberg en andere Amerikaanse media rapporteren al jaren over het fenomeen dat grote - zelfs beursgenoteerde bedrijven - hun maatschappelijke zetel verhuizen naar belastingparadijzen. (zie U.S. Companies Beat the System With Irish Addresses) In het jargon van fiscale specialisten wordt zo'n operatie 'inversion' genoemd. Tien jaar geleden stemde het Congres van de US een 'anti-inversion'-wet om delocalisatie van maatschappelijke zetels en de daaraan verbonden belastingvlucht tegen te gaan. Die wet van 2004 (in feite een kanjer van een kaderwet die in sneltreinvaart onder de titel American Jobs Creation Act werd goedgekeurd) liet echter een serieus en niet onschuldig republikeins achterpoortje open: tijdens een 'merger' met een niet-Amerikaans bedrijf mogen de Amerikaanse bedrijven hun zetel naar elders verhuizen. In feite ondersteunde de USA op die manier rechtstreeks de jacht op (Europese) bedrijven: met de tax-reductie alleen al kon men een deel van (of geheel) de overname(-s) financieren. Dit laat zich uitdrukken in een formule (hier met een voorbeeld voor Ierland): Pp = PA - (Tusa - Teire) . Deze formule zegt niets anders dan: The price paid equals the price of the acquisition minus the difference between taxes in the USA and the taxes paid in Ireland. In sommige gevallen gaat het om miljarden dollars. Populaire bestemmingen van de verhuizers zijn Zwitserland, Bermuda, Ierland, UK.

Jacob J. Lew, de U.S. Treasury Secretary, deed op 27 juli 2014 in The Washington Post een dringende oproep om de wet van 2004 te wijzigen: Close the tax loophole on inversions. Een dringende oproep dat wel, maar de ondertoon is er een van machteloosheid. Het argument dat de gehele Amerikaanse infrastructuur (inclusief het formidabele defensiebudget) dreigt te kapseizen wanneer de gewone belastingbetaler (lees: de middenklasse) die alleen moet dragen, snijdt hout.
Anderzijds is het klaar dat de klassieke investeringstroeven zoals een hardwerkende en goed opgeleide bevolking, redelijke loonkosten, degelijk universitair onderwijs, goede wegen en havens, ondergeschikt geraken aan die ene vraag: wat is het taxpercentage in een land?

Vanuit Europees oogpunt is 'inversion' een bedreiging omdat - zoals gezegd - het taksvoordeel het wegkopen van Europese bedrijven faciliteert. Maar er is meer. Eens een multinational neerstrijkt in een EU-lidstaat en daar massaal de staatskas spijst, wordt die lidstaat als het ware een natuurlijke bondgenoot in Brussel om de op til zijnde merger niets in de weg te leggen. Wiens brood men eet, diens ... u weet wel. En omdat de concentratie van vermogens op een planetaire schaal gebeurt, is de democratische besluitvorming nationaal en internationaal in gevaar.

De verovering van de Senaat door de Republikeinen zal er geen goed aan doen.


STATBEL maakt kadastrale inkomens 2014 bekend
Edited: 201411041244
Statbel (het vroegere NIS) maakte de officiële statistiek van het kadastraal inkomen voor het jaar 2014 (situatie op 1/1) op. Voor België bedraagt het totaal kadastraal inkomen 8,4 miljard euro. Dat spreidt zich over de Gewesten als volgt: Vlaams Gewest: 5,0 miljard euro; Brussels Hoofdstedelijk Gewest: 1,3 miljard euro; Waals Gewest: 2,2 miljard euro. Voor een goed begrip: deze cijfers zeggen iets over de relatieve waarde van de onroerende goederen in elk van de drie gewesten en niets over de eigenaars van die onroerende goederen.
In de komende jaren worden de 'gebouwen voor de eredienst' een topic; in het Vlaamse Gewest zijn er 8.496, in Brussel 379 en in het Waalse Gewest 8.466 percelen met deze bestemming in het kadaster ingeschreven. Een herbestemming vinden is voor vele gebouwen geen evidentie. De klassering vormt vaak een hinderpaal om heel creatief uit de hoek te komen. Ook afbraak behoort tot de mogelijkheden om ruimte te scheppen voor nieuwe initiatieven. Wellicht zullen de drie gewesten andere plannen van aanpak ontwikkelen.
GVA
Boek over kasteelheer Jan Vleminck verschijnt na vijftig jaar research
Edited: 201411040861
WIJNEGEM - Na vijftig jaar onderzoek verschijnt eindelijk een wetenschappelijke studie over ‘Het leven en de tijd van Jan Vleminck, heer van Wijnegem (1526-1568).’ Auteurs zijn Raymond Correns, Hugo Rau en Marc Van de Cruys.
Jan Vleminck was in de zestiende eeuw een man met een internationale betekenis. Deze gefortuneerde koopman woonde in Antwerpen, maar bezat in Wijnegem een buitenverblijf in de vorm van een ‘huys van playsantië”. Van dat Wijnegemse kasteel zijn alleen de Jan Vlemincktoren met bijgebouwen overgebleven. Intussen stelde het gemeentebestuur van Wijnegem een restauratiedossier op. Voor de concrete uitvoering ervan wordt gezocht naar mede-privéinvesteerders. Jan Vleminck werkte vooral in de economische sector, maar stond tevens bekend als een mecenas die van kunst hield en zelf een beperkt aantal gedichten schreef. Hij deed dat onder het pseudoniem Flemingus. 'Het leven en de tijd van Jan Vleminck, heer van Wijnegem (1526-1568) telt 232 blz., is rijkelijk geïllustreerd en kost 27,5 euro. Het is verkrijgbaar bij de dienst Cultuur in GC ’t Gasthuis, Turnhoutsebaan 199 in Wijnegem. Info: uitgeverij Homunculus, Marc Van de Cruys, Krommelei 47, 2110 Wijnegem, 03.293.75.75, homunculus@yucom.be

bron: GVA, 20141104
Woonfiscaliteit wordt herzien door Vlaamse regering
Edited: 201410291035
Klein beschrijf à 5 % (KI < 745 EUR) i.p.v. 10 % en het abattement (geen registratierechten op eerste schijf 15.000 EUR) worden herbekeken door Annemie Turtelboom (VLD). Meeneembaarheid registratierechten niet in het geding. Woonbonus verlaagd vanaf 20150101. Wordt schenking van woning of grond minder belast in de toekomst? Hervorming successierechten wordt bekeken. Miserietaks van 2,5 naar 1 %.
(DS 20141029)
Wage Indicator
Lonen en kosten voor levensonderhoud wereldwijd vergelijken ? Dat kan ...
Edited: 201410282328

Methodology: WageIndicator introduces the concept of a globally comparable living wage that informs on how costly is to lead a decent life in different parts of the world. The living wage estimates calculate the monthly expenses necessary to cover the cost of food, housing and other non-specified discretionary purchases (e.g. telephone, clothing, health care, etc.). The estimation is based on a data base of prices collected by the WageIndicator Cost of Living Surveys. WageIndicator provides the approximate range of living wage estimates to capture the variation in prices. Figures are published in the national currency or converted to EUR with the exchange rate taken on October 25 2014.



Het spreekt vanzelf dat als het minimumloon niet hoger ligt dan de noodzakelijk te maken kosten voor levensonderhoud, de kans reëel is dat een groot deel van de bevolking in armoede leeft of erin terecht komt. Er groeit dan ook een parallelle economie, de georganiseerde misdaad krijgt vrij spel en de emigratie - gepaard gaande met mensenhandel - wordt het enige vooruitzicht op overleven. De cijfers gelden voor het nationale niveau terwijl bepaalde regio's zwaar getroffen worden door desindustrialistie. Dat zit niet verdisconteerd in de cijfers. Anderzijds ontbreken een aantal Europese kernlanden zoals Frankrijk en Duitsland in de analyse. Heel de situatie lijkt sterk op de toestanden die ontstaan waren op het einde van de 19de eeuw: de markt van de landbouwproducten werd toen overstroomd door goedkope import en dat maakte leven van het land onmogelijk. Mijn eigen overgrootouders die boerden in de Kempen, hebben dat meegemaakt.
NHG - WEW
NEDERLAND. In de eerste drie kwartalen van dit jaar zijn 3.587 huizen gedwongen verkocht.
Edited: 201410211316
In de eerste drie kwartalen van dit jaar zijn 3.587 huizen gedwongen verkocht. Dit is een toename van 5% vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. Dit blijkt uit cijfers van het Waarborgfonds Eigen Woning (WEW), de uitvoerende instantie van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG).


Volgens het WEW kan het aantal gedwongen verkopen de komende tijd nog stijgen als gevolg van het na-ijleffect van de crisis. Dit is te verklaren doordat de afgelopen jaren meer hypotheekgaranties zijn verstrekt. Ook zullen door de aantrekkende woningmarkt meer huizen worden verkocht die 'onder water' staan. In dat geval is de hypotheek hoger dan de actuele waarde van het huis, waardoor bij verkoop een restschuld ontstaat.


Het WEW heeft nog voldoende geld in kas om nieuwe claims op te vangen en hoeft hiervoor geen beroep te doen op het Rijk. Het gemiddelde bedrag dat het waarborgfonds in de eerste drie kwartalen uitkeerde, was € 39.000. Dat is net zoveel als in de eerste negen maanden van 2013.


Meer informatie over NHG en WEW vindt u hier
Leopold III
Het politiek testament van koning Leopold III
Edited: 201410091056



MEMORANDUM, GESCHREVEN OM PERSOONLIJK

EN VERTROUWELIJK AAN DE HEER PIERLOT TE WORDEN OVERHANDIGD,

VOLTOOID OP 25 JANUARI 1944

We zijn in het zesde oorlogsjaar aanbeland. Niets laat ons toe met zekerheid te stellen dat het staken van de vijandelijkheden in Europa of de bevrijding van ons grondgebied dichtbij zijn. Maar een zodanige wending van de gebeurtenissen, die een plotselinge wijziging van het bezettingsregime in België met zich zou brengen, is in de toekomst mogelijk.

Op 29 mei 1940 werd ik, op bevel van de Führer Kanselier van het Reich, van Brugge naar het kasteel van Laken overgebracht. Dat werd mijn verplichte verblijfplaats, ondanks mijn uitdrukkelijke wens om het lot van mijn leger te delen.

Het is niet uitgesloten dat de Duitse overheid mij om militaire of politieke redenen een nieuwe verblijfplaats oplegt en ditmaal buiten het koninkrijk.

Ik vind het belangrijk dat het land, in de misschien lange tussentijd tussen zijn bevrijding en mijn terugkeer uit gevangenschap, in die beslissende dagen niet verstoken zou blijven van adviezen van mijn kant over aangelegenheden van het allergrootste belang.

Dat is de reden waarom ik hier, ten gerieve van hen die de macht tijdelijk zouden uitoefenen, mijn aanbevelingen op papier zet betreffende het te volgen beleid in het hoger belang van de natie.

Om alle vooroordelen en twijfels weg te nemen, meen ik dat het nuttig is om vooraf kort uiteen te zetten welke mijn houding is geweest sedert mei 1940.

1. Vooreerst heb ik op 25 mei geoordeeld - en ik ben inmiddels nooit van gedacht veranderd - dat het strijdig geweest ware met het belang van het land als ik met de ministers naar het buitenland zou zijn vertrokken.

Het leger in de steek laten voordat de strijd beëindigd was, zou een militaire fout zijn geweest, want elke weerstand zou ogenblikkelijk zijn gestaakt.

Vluchten op het moment dat de wapens werden neergelegd, leek mij een daad die strijdig was met de eer van een legeraanvoerder.

Mijn aanwezigheid in het buitenland zonder militaire macht van betekenis, zou een louter symbolische waarde hebben gehad. Daartoe volstonden enkele ministers.

Maar, eens het grondgebied zich in de macht van de aanvaller bevond, was het belangrijk dat het staatshoofd het land slechts verliet, weggevoerd door de overwinnaar. Zijn aanwezigheid was des te noodzakelijker omdat de eenheid van het land was bedreigd door ernstig plichtsverzuim dat plotseling aan het licht was gekomen en omdat als gevolg van een noodlottige verstandsverbijstering, de meeste gezagsdragers waren gevlucht en te veel overheden hun post hadden verlaten.

Op een moment waarop de bondgenoten waren uitgeteld door een verschrikkelijk onheil en de vijand was opgewonden door militaire successen zonder voorgaande, was het door de tegenspoed van mijn leger en van mijn volk te delen dat ik de onverbrekelijke eenheid van het vorstenhuis en van de Staat bevestigde en dat ik de belangen van het vaderland behoedde, welke ook de

afloop van de oorlog zou zijn. De militaire eer, de waardigheid van de kroon en het belang van het land wezen in de dezelfde richting en maakten het mij onmogelijk om samen met de regering België te verlaten.

2. Ik heb het steeds als mijn opperste plicht beschouwd om met al mijn krachten bij te dragen tot het instandhouden van de nationale onafhankelijkheid. Net als al mijn voorgangers heb ik altijd de Grondwet nageleefd. In geen enkele omstandigheid heb ik overwogen om die te schenden. Ik neem een mogelijke herziening ervan slechts in overweging als het Belgische volk zijn wil daartoe vrij tot uitdrukking brengt.

De geruchten die de bedoeling hadden daarover twijfel te zaaien, zijn uit de lucht gegrepen en al wie ze heeft verspreid, heeft het vorstenhuis belasterd en een misdaad tegen België gepleegd.

Voor het overige heb ik me sedert 28 mei 1940 strikt gehouden aan mijn status van krijgsgevangene in handen van de vijand en heb ik geoordeeld dat het niet met de waardigheid van de kroon en met de belangen van het land strookte dat ik daar rechtstreeks of onrechtstreeks ooit van afweek.

Die afzijdigheid op het politieke vlak belette niet dat ik op het humanitaire vlak tussenkwam ten voordele van personen, groepen of zelfs de hele bevolking.

De genadeverzoeken, de vrijlating of op zijn minst de verlichting van het lot van onze krijgsgevangenen, de bevoorrading van de bevolking, daarvoor heb ik voortdurend aandacht gehad. Op dat vlak zijn mijn inspanningen gedeeltelijk met succes bekroond. Inzake de wegvoeringen en de financiële lasten stuitte ik spijtig genoeg op de weigering om terug te komen op de getroffen beslissingen.

Men heeft mij vaak verweten dat ik tussenbeide was gekomen op het administratieve vlak. Ik verklaar dat ik helemaal niets te maken had noch met de keuze noch met het beleid van de secretarissen-generaal, wie ze ook waren. Wel eis ik het initiatief op van de oprichting van de O.T.A.D.

Hiermee is dus voldoende licht geworpen op het verleden, laten we het nu hebben over de opdrachten voor de toekomst.

1. DE VERSTANDHOUDING TUSSEN VLAMINGEN EN WALEN

De verstandhouding tussen Vlamingen en Walen zal de belangrijkste taak van de regering zijn. Het voortbestaan van een onafhankelijk België zal daarvan afhangen.

De historici zullen vaststellen dat België tussen 1914 en 1944 een vreselijke nationaliteitscrisis heeft meegemaakt.

Na een lange periode van ongelijkheden en onmiskenbare onrechtvaardigheden heeft ons Vlaamse volk, trots op zijn schitterend verleden en bewust van zijn mogelijkheden in de toekomst, besloten een einde te maken aan de pesterijen van een egoïstische en bekrompen leidende minderheid die weigerde zijn taal te spreken en deel te nemen aan het volksleven.

Het onbegrip van het parlement en de traagheid van de opeenvolgende regeringen om die rechtmatige

verzuchtingen te voldoen, hebben de eisers verbitterd. Sommigen zijn ertoe gekomen om zich te willen afscheiden van de Walen en om België te vervloeken. Dit lokte een Waalse reactie uit en het zou gevaarlijk zijn de draagwijdte ervan te onderschatten.

Onder het voorwendsel van cultuur en van taal, hebben extremisten, al dan niet onder de bescherming van de bezetter, bewust gewerkt aan de vernietiging van de Belgische Staat – we hebben dat gezien en gehoord.

Anderzijds is onze publieke opinie – die slecht is voorgelicht en te gevoelig is voor de sentimentele verleidingen uit het buitenland – sedert 30 jaar geneigd om te geloven dat haar veiligheid in de eerste plaats afhangt van de gevoelens van genegenheid van het buitenland. Ze schijnt te vergeten dat het behoud van de nationale onafhankelijkheid voortvloeit uit en altijd en vooral zal voortvloeien uit de geografische ligging van het land, zijn natuurlijke rijkdommen, de werklust van zijn inwoners en hun wil om vrij te blijven.

De verkondiging van dit historisch vast gegeven moet het postulaat vormen dat elke internationale samenwerking voorafgaat en die laatste kan alleen worden opgevat op basis van een billijke wederkerigheid.

Omdat ze dezelfde belangen hadden, hebben Vlaanderen en Wallonië sedert heel lang een gemeenschappelijke lotsbestemming gehad en hebben ze een eenheid gevormd die ontembaar aan alle annexatiepogingen het hoofd heeft geboden. Nooit heeft hun eenheid een crisis beleefd die ook maar bij benadering zo erg was als die van de huidige generatie.

Ik hoop dat de hevigheid van de beroering die we nu beleven de ogen van de brave burgers heeft geopend voor sommige aspecten van de werkelijkheid waarvoor ze te weinig belangstelling hadden betoond. Ik hoop dat dit bij Vlamingen en Walen de wil zal hebben aangewakkerd om zich in een nieuw België opnieuw rond de nationale driekleur te scharen en dat zij, verenigd op volstrekt gelijke voet, België met eenzelfde liefde en ijver zullen dienen. Ik reken op het doorzicht van het Brusselse gemeentebestuur opdat de hoofdstad van het koninkrijk eindelijk zijn rol van taalkundig bindteken en bicultureel uitstralingscentrum zou spelen die het nationaal fatsoen hem voorschrijft.

2. DE SOCIALE REORGANISATIE

Deze wereldoorlog is de geboorte van een nieuwe wereld. Goedschiks of kwaadschiks ontwikkelt zich, in de staten die zich beroepen op tradities van vrijheid en individualisme net als in de staten die hebben gekozen voor een autoritair regime, een economische, organieke en sociale revolutie zonder weerga die wezenlijk dezelfde is – zij het dat ze gebeurt onder verschillende vlaggen en door gebruik van uiteenlopende middelen.

Ook al kan men noch het kader noch het eindpunt van die verandering bepalen, toch heeft men het recht te verklaren dat een onomkeerbare stroom alle samenlevingsvormen naar een volkomen nieuwe toekomst meevoert.

Het komt erop aan zich niet uit te sloven om in duigen vallende normen te handhaven. Men moet zich vastberaden aan de onvermijdelijke ontwikkeling aanpassen en België de economische en sociale onderbouw bezorgen die het de nodige sterkte en doelmatigheid geeft opdat het zijn bevolking een waardige en bevredigende levensstandaard kan verschaffen. Die bevolking leeft bijeengepakt op een klein grondgebied en wordt bedreigd door een buitenlandse concurrentie die scherper en oneindig machtiger is dan weleer.

Het individualisme en het economisch liberalisme waarvoor de negentiende eeuw de gouden tijd was, zullen willens nillens plaats ruimen voor een systeem dat meer gelijkheid nastreeft. Het zal de leiders toekomen erover te waken dat onze toekomstige sociale organisatie zal zijn doordrongen van en meer in overeenstemming zal zijn met de christelijke naastenliefde en de menselijke waardigheid.

Mijn rol van grondwettelijke vorst draagt me de taak niet op om een programma van verwezenlijkingen op te stellen noch om te kiezen voor of tegen een of andere leerstelling, maar ik zou in mijn opdracht tekortschieten als ik hier niet enkele beginselen ter overweging meegaf die alleen de uitdrukking zijn van de billijkheid.

Ik beschouw ruime sociale hervormingen als dringend, want de schandalige tegenstelling tussen de armoede waarmee de oorlog tot tweemaal toe de enen heeft overladen en de buitensporige winsten die de anderen zich hebben toegeëigend, stelt de onrechtvaardigheid in het licht van een egoïstisch en kwaadaardig regime, waaraan een einde moet komen.

Zodra het land is bevrijd, zullen de regeringen de plicht hebben het recht op arbeid en de plicht daartoe te bevestigen. Door de vaststelling van rechtvaardige lonen en de uitbreiding van de verplichte verzekeringen, moeten ze de arbeiders de waardigheid en de veiligheid bezorgen die zij in het verleden al te vaak hebben moeten ontberen.

De paritaire verbondenheid van de werkgevers- en werknemersorganisaties in beroepsgroeperingen, alsook een nauwgezette en billijke herschikking tussen arbeid en kapitaal zullen het mogelijk maken in de schoot van de ondernemingen de voorwaarden voor een gezonde samenwerking te vestigen. Door in de wereld van de arbeid een sfeer van stabiliteit en welzijn te scheppen, zal deze vooruitgang een geest van sociale solidariteit doen waaien die voor het land van even wezenlijk belang zal zijn als de verstandhouding en de gelijkheid tussen Vlamingen en Walen. Op het hogere niveau komt het de staat toe het algemeen belang te vertolken, de harmonische werking van het geheel van de grote beroepsgroepen te coördineren en de organisatie van de arbeid en van de sociale verhoudingen te controleren.

Het komt de Staat ook toe de economische ontwikkeling in een richting te leiden die meer is aangepast aan de natuurlijke rijkdommen van onze bodem en aan de mogelijkheden en de levensbehoeften van onze bevolking.

Het is van belang een beter evenwicht tot stand te brengen tussen de verschillende takken van de economische bedrijvigheid van het land door de landbouw, die zo belngrijk is voor ons onafhankelijk bestaan, de plaats te geven die haar toekomt.

Het is ten slotte aangewezen een billijkere verdeling van de verbruiksgoederen te verzekeren.

Arbeidsplicht, recht op arbeid en bescherming van de arbeid – herstel van de beroepseer en de beroepsbekwaamheid – nationale samenwerking en solidariteit – verstandige organisatie van de economie, ordelijke productie en consumptie – ziedaar de grondslagen van de onmiddellijke vernieuwing die een betere toekomst moet voorbereiden.

Ik reken erop dat de gezagsdragers die weg zullen inslaan en elke andere overweging dan het belang van het land en de sociale rechtvaardigheid opzij zullen schuiven.

Als ze dit zouden verzuimen, zou België tijden van gevaarlijke politieke onrust tegemoet gaan.

3. DE POLITIEKE HERVORMINGEN

Zullen de wijzigingen aan de economische en sociale structuren een hervorming van de politieke instellingen teweegbrengen? Dat lijkt onvermijdelijk.

De gebreken van de oude manier van regeren en de ongehoorde incidentendie er in 1940 het sluitstuk van waren, hebben de ogen geopend van de meest behoudsgezinde kringen. Het land zal niet aanvaarden dat men zonder meer naar deze vooroorlogse dwalingen terugkeert. Het wenst dat de macht wordt uitgeoefend door onkreukbare en bekwame mensen, die ermee ophouden het algemeen belang in te vullen op de maat van de partijbelangen. Het wenst dat die mensen de nodige macht krijgen om met gezag en continuïteit de belangrijkste en dringende problemen op te lossen.

Een Raad van State had al lang moeten zijn opgericht. Koning Albert had de oprichting ervan al aanbevolen. Het land heeft nood aan wetten en verordeningen die behoorlijk zijn opgesteld. De burgers hebben het recht te worden beschermd tegen de mogelijke willekeur van een regering waarvan de machten uitgebreider zullen zijn.

De ministeriële verantwoordelijkheid moet ophouden een abstract beginsel te zijn dat nergens in een wetboek is vastgelegd. Ze moet een juridisch werkbaar begrip worden dat het mogelijk maakt de ministers te treffen wier zware fouten de belangen van de Staat hebben geschaad.

In welke mate en op welke wijze is het nodig het politiek statuut van het koninkrijk een nieuwe inhoud te geven?

Het komt het Belgische volk toe daarover te beslissen: zodra de omstandigheden het mogelijk maken, kan het zich daarover vrij uitspreken.

4. DE HERVORMING VAN DE OPVOEDING

Ik pleit ervoor bijzondere aandacht te besteden aan de jeugd, die het lot van het België van morgen in handen houdt.

Indien het land in 1940 zijn geloof in zijn lotsbestemming tijdelijk heeft verloren, dan is dat te wijten aan het feit dat onze kinderen onvoldoende tot burgerzin worden opgevoed, wat een schuldig verzuim is. De toekomst van de natie vereist dat onze jeugd fysiek sterk is, doordrongen van edele verzuchtingen en grootmoedige idealen, gedreven door persoonlijke fierheid en sociale

solidariteit, in hart en nieren en vastberaden patriottisch. Op dat vlak staan we nog bijna nergens.

5. DE MILITAIRE REORGANISATIE

Het einde van de vijandelijkheden zou een gezagscrisis kunnen veroorzaken die weleens de vorm van geweldplegingen kan aannemen. Bij gebrek aan een gewapende macht – die op een wettelijke basis is gevormd en bestaat uit manschappen wier vanderlandsliefde buiten kijf staat en die zijn gespeend van elke partijdige passie – zou het moeilijk zijn om die te beteugelen.

Om redenen van orde en rust in het binnenland en aanzien in het buitenland, beveel ik aan zo spoedig mogelijk weer een Belgisch leger op de been te brengen, bestaande uit sterke beroepsmilitairen, aangevuld met vrijwilligers, bij voorkeur mannen die in het vuur van de strijd hebben gestaan. Met het oog daarop zullen we de onmiddelijke repatriëring moeten eisen van onze officieren en soldaten die in Duitsland gevangen zijn en van al wie zich nog in het buitenland bevindt.

6. DE ORDEHANDHAVING EN DE SANCTIES

Men moet vrezen dat het einde van de vijandelijkheden gepaard zal gaan met de ontketening van een publieke vergelding en het uitvechten van talrijke persoonlijke en groepsvetes. De voorlopige machthebbers zullen de uitingen van de publiek opinie binnen de legale perken moeten houden. Ze zullen evenwel ook de sancties moeten vorderen en toepassen in hoofde van de verantwoordelijken van aanslagen tegen de verdediging en de eenheid van het land.

De daders van deze misdaden tegen de natie hebebn hun verraad voldoende van de daken geschreeuwd, ja zelfs gevierd, opdat de noodzakelijke repressie alleen de werkelijke en grote schuldigen zou treffen.

Het past dat de straffen zonder uitstel worden uitgesproken en uitgevoerd, maar volgens de normale rechtspleging.

7. DE NOODZAKELIJKE GENOEGDOENING

Er is geen enkele patriot die sommige toespraken is vergeten die ten overstaan van de hele wereld werden uitgesproken en waarin Belgische ministers zich hebben veroorloofd, in uitzonderlijke hachelijke omstandigheden, toen de vrijwaring van de nationale waardigheid gebood een uiterste voorzichtigheid aan de dag te leggen, ondoordacht de meest ernstige beschuldigingen te uiten ten overstaan van de houding van ons leger en het optreden van de legeraanvoerder.

Die beschuldigingen die in een eigenzinnige verblindheid de eer van onze soldaten en van hun opperbevelhebber besmeurden, hebben België een onberekenbare en moeilijk te herstellen schade toegebracht.

Men zou vergeefs in de geschiedenis een ander voorbeeld zoeken van een regering die haar vorst en de nationale vlag op zo’n manier en zo ongegrond met schande heeft overladen.

Het aanzien van de kroon en de eer van het land verzetten zich ertegen dat degenen die de redevoeringen hebben gehouden nog enig gezag uitoefenen in het bevrijde België zolang ze hun beslissing niet zullen hebben betreurd en plechtig en volledige genoegdoening zullen hebben gegeven. De natie zou noch begrijpen noch ermee instemmen dat het vorstenhuis in de uitoefening van zijn taak mensen zou betrekken die datzelfde huis een belediging hebben aangedaan waarvan de wereld met ontsteltenis kennisnam

8. DE BUITENLANDSE EN KOLONIALE POLITIEK

Inzake het internationale statuut eis ik in naam van de grondwet dat België in zijn volledige onafhankelijkheid zou worden hersteld en dat het geen verbintenissen of akkoorden met andere staten zou aanvaarden, van welke aard ook, dan in volledige soevereiniteit en mits de noodzakelijke tegenprestaties.

Ik houd er ook aan dat geen afbreuk wordt gedaan aan de banden tussen de kolonie en het moederland.

Ik herinner er bovendien aan dat volgens de grondwet een verdrag geen enkele waarde heeft indien het niet de koninklijke handtekening draagt.

Leopold,

Koning der Belgen,

gevangene in het kasteel van Laken



(onverkorte tekst ter beschikking gesteld door MERS Antique Books Antwerp, om te worden gevoegd bij boeken over de Koningskwestie die nalaten dit document in extenso af te drukken)
DESCHEEMAECKER Marc
Dwarsligger. Achter de schermen van de NMBS.
Edited: 201409162241
Pleit in fine voor een regionalisering van de NMBS en een fusie NMBS-De Lijn, wat een multimodaal openbaar vervoer oplevert. De reiziger en de belastingbetaler zijn belangrijk, aldus D. Zowel Didier Reynders als Johan Vande Lanotte krijgen in deze getuigenis een veeg uit de pan. (215) Hallucinant is het verhaal over het gat van 1,3 miljard Euro waarmee de NMBS na de splitsing in drie (eind 2004 begin 2005) blijft zitten. De toenmalig gedelegeerd bestuurder, Karel Vinck, verklaarde hierover enkele dagen voor zijn wegtreden: 'Ik wist hier niets vanaf, en ik denk niet dat er één bestuurder was die dit wist of wilde.' D. noemt dit een 'houding onberispelijk op het vlak van corporate governance'. (218) Aldus is onwetendheid in het zakenleven verheven tot deugd. Merkwaardig en verontrustend noemen wij dit. Het lijkt wel of je een boek over immobiliën en niet over de spoorwegen aan het lezen bent.
TESSENS Lucas
BBP meet ongelijkheid niet
Edited: 201409010114
Dit weekend verscheen een onthullend artikel over de meting en de vaststelling van het Bruto Binnenlands Product, heilige koe van de economisten. Twee dingen werden alvast duidelijk: het BBP is een constructie met vele gedaanten en het cijfer geeft hoegenaamd geen informatie over de ongelijkheid in een land. Het instrument heeft een appendix nodig: een Gini-coëfficiënt of een Lorenz-curve misschien?
ETWIE, BERTRAND Guy
studiedag 'Van Affiche tot Zakenkrant. Papieren bronnen voor de studie van het technisch, wetenschappelijk en industrieel erfgoed'
Edited: 201408310203
Op zaterdag 27 september 2014 organiseert ETWIE in Middelkerke de studiedag 'Van Affiche tot Zakenkrant. Papieren bronnen voor de studie van het technisch, wetenschappelijk en industrieel erfgoed'.

Deze studiedag zal een overzicht bieden van de verschillende soorten papieren bronnen die relevant kunnen zijn voor het technisch, wetenschappelijk en industrieel erfgoed (archieven, handelscatalogi, reclamefolders, stalenboeken, kranten, octrooien, aandelen, plannen...). Aan de hand van een aantal case-studies wordt het potentieel van dit soort bronnen geïllustreerd.


Programma

10u00: Onthaal met koffie

10u30: Welkomstwoord door Janna Rommel-Opstaele, burgemeester van Middelkerke

10u40: Inleiding op het onderwerp van de dag door prof. Peter Scholliers, voorzitter ETWIE



Sessie 1: welke bronnen zijn beschikbaar?
11u00: Wegwijs in de papiermolen: een overzicht van relevante archiefbronnen (Filip Strubbe, Rijksarchief)

11u30: Een papieren wereld: het nut van handelsdrukwerk bij (kunst)historisch onderzoek (Mario Baeck, ETWIE / UGent)



Sessie 2: enkele bronnen van naderbij bekeken
12u00: Affiches: in de naam van de waarheid of de schoonheid? (Karl Scheerlinck, onderzoeker)

12u20: Aandelen: verloren kapitaal, maar een blijvende schat aan informatie (Guy Bertrand, Instituut voor Financiële Archeologie)

12u40: Reclame ontmoet kunst: 19e-eeuwse ambachten en nijverheid op een porseleinkaart (Bart D’Hondt, Liberaal Archief)



13u00: Broodjeslunch



Sessie 3: wat kunnen deze bronnen ons leren?
14u00: Historische belastingdocumenten. Kleurloze lastposten of bonte relieken voor de geschiedenis van bedrijf en industrie? (Pieter De Reu, UGent)

14u20: Van korrel tot borrel: het archief van de ambachtelijke jeneverstokerij Van Damme (Sophie Bossaert, ADVN)

14u40: Bier en brouwen! Bronnen voor een vloeibare brouwerijgeschiedenis (Chris Vandewalle, brouwerijhistoricus en Seizoensbrouwerij Vandewalle)

15u00: Mobiliteitserfgoed op het spoor: archieven van openbaar stads- en streekvervoer in Vlaanderen (Lieze Neyts, META)

15u20: De 'gidsen voor badgasten': een boeiende bron (Marc Constandt, Gemeente Middelkerke)



15u40: Discussiemoment / afsluitende beschouwingen

16u00: afsluitend drankje en mogelijkheid tot deelname aan rondleiding in museum Kusthistories. Inschrijven voor deze rondleiding is noodzakelijk!



Praktisch

De studiedag vindt plaats op zaterdag 27 september in CC De Branding (Populierenlaan 35, 8430 Middelkerke). Dit centrum bevindt zich op korte afstand van tramhalte 'De Greefplein'. Deelname aan deze studiedag kost 10 euro per persoon (inclusief broodjeslunch). Studenten betalen 5 euro. Inschrijven kan tot 20 september en gebeurt bij voorkeur via onderstaand formulier (of op het nummer 015/27.23.34). Het aantal deelnemers is beperkt tot 80. De betaling dient te gebeuren op het rekeningnummer BE84 9730 2909 2859 van ETWIE vzw (BIC: ARSPBE22).
TESSENS Lucas
De kruisvaarten - Afwending van het gevaar der armen
Edited: 201408160303
Wat moeten wij met al die armen hier?
Straks komen die nog lastig doen
Paus, zeg eens iets !
Wel, er zijn daar arabieren in het Midden-Oosten
Ze zijn niet christen zoals wij
Verdienen wel een lesje
Bovendien bezetten ze Jeruzalem
En ons Jezus graf
Schandaal
Eigenlijk zijn het schoften die de dood verdienen
Ik maak een vlag met een kruis
En wie niet volgen wil is een slecht christen
Die laten we kreperen in een kerker of een diepe put
Voorwaar, ik decreteer en schrijf een bul
De Paus zegent alle moorden
(Schrap dat laatste eens)
De Paus zegent de eliminatie, of laat ons zeggen de verwijdering van de grafschenners, van godslasterlijke arabieren en ander moslim-gespuis
Zo zal geschieden
Mijn Prinsen, Heren en Ridders, jullie gronden zijn verlost van armen, klaplopers en viezerikken
En ginder kunnen ze wat plunderen en plezier hebben met de kutten van de wijven
Ja, onderweg mag er wat branden
Het geloof in God vergt bloed, vers bloed
Dus iedereen tevreden ?
Ik zie ze al lopen, in karavanen tot den einder
A propos, ik ga dat laten schilderen
Diegenen die terugkomen zullen rijk of ziek zijn
Diegenen die er doodgaan zullen begraven liggen in de gewijde aarde van het Heilig Land en ten hemel opstijgen met onze zegen en absolutie
Geen last meer mee
Oh ja, nog dit, de rijken, die van ons, kunnen aflaten kopen als ze verhinderd zijn om mee te gaan, natuurlijk
Is dat niet goed gevonden van mij? Zeg nu zelf.
Is er nog een ander punt op de agenda?
STÜBBEN Josef, STÜBBEN Joseph
Biografische noot
Edited: 201408102255
Hermann Josef Stübben (Hülchrath (Duitsland), 18 februari 1845 - Frankfurt am Main, 8 december 1936) was een befaamd Duits architect en stedenbouwkundige. Hij is ook bekend als Joseph Stübben. Hij was de zoon van de houthandelaar Franz Joseph Stübben (1821-1900) en van Sophie Wyrich (1821-1900), en de kleinzoon van de restaurateur-herbergier Matthias Stübben (1756-1827). Hij was getrouwd met Ottilie Ortmann (1845-1916). Ze hadden vijf kinderen die allen vroeger dan hun vader stierven.
Stübben maakte o.m. in 1901 het urbanisatieplan van Zeebrugge (zie DEVENT, 201704012353: 186-187).
TESSENS Lucas
l'Abbaye cistercienne de Silvacane - Met hart en ziel
Edited: 201408062137
Dit is wellicht de meest serene plek die ik ooit bezocht.
De redenen: de zin voor maat, de proporties, eerlijke materialen en ongekunstelde, niet-verwaande architectuur, de lichtinval op de natuurstenen muren en vloeren, het beslotene, het omsloten waterkanaal, de rust.
Ook het ontbreken van meubilair terwijl je het niet mist. Je hoeft niets weg te bergen want je hebt niets.
Ben je moe, zit dan op een muurtje. Ben je heel moe, lig dan op het muurtje. De tafels en stoelen zijn van steen en je weet dat je opvolgers, de volgende generatie aan diezelfde stenen tafel zal zitten.
Er is geen sprake van verhuizen want hier ben je op je plaats, nergens anders wacht de rust, is het leven eenvoudiger en meer in zichzelf gekeerd. Net daardoor - door de onthechting en de focus op de essentie - komt er kalmte.
Je haalt ook maar zoveel uit het land, uit de bodem, als nodig is om te overleven. Wat over is, schenk je weg en ergens diep in jezelf weet je dat ook jij zal geholpen worden als dat ooit nodig is.
Want het is de angst om te verliezen wat je hebt die ons leven vergalt. Met minder ben je ook geen slaaf meer. Het is net de roes naar steeds meer die onrust en onenigheid baart.
Silvacane is een plek om te bezoeken en eigenlijk blijft je hart er achter. Misschien omdat het hart bij de ziel wil blijven.

TESSENS Lucas
brief aan Vandenbrande over project PC op school
Edited: 201406072348
De heer Luc Van den Brande
Minister-President
Martelaarsplein 19
1000 - BRUSSEL


Antwerpen, 15 juli 1997


Betreft: "Het ogenblik is aangebroken om 'Vlaanderen-Europa 2002' te herijken. Daarbij moeten we nieuwe inhoudelijke klem¬tonen leggen. Het volstaat niet langer dat onze kinderen goed kunnen rekenen en schrijven. Zij zullen ook meertalig moeten zijn, maar ze zullen ook moeten kunnen rijden op de informatiesnelweg. We zullen een belangrijke extra inspan¬ning doen om in een meer¬jarenprogramma er voor te zorgen dat alle leerlingen van het zesde leerjaar evengoed kunnen omgaan met een pc als met een boek." (uit uw officiële 11 juli-redevoering)




Geachte Heer Minister-President,




Bovenstaande passage uit uw 11 juli-redevoering heeft onze speciale aan¬dacht getrokken. Proficiat! Zeer terecht plaatst u lezen, rekenen en pc-vaardigheid op één lijn. Een nieuwe vorm van analfabetisme ("digi¬betisme") steekt de kop op. Enkel een practische opleiding die gebruik maakt van training en routine zal kunnen verhinderen dat deze kwaal onze jongeren aantast.

In 1994 hebben wij uw kabinet en daarna de GIMV geadviseerd aan¬gaande de te nemen stappen inzake de kabel (interconnectie van de verzor¬gingsgebieden en creëren van de terugweg). Dit leidde tot Telenet.
Toen hebben wij binnen het "Studiesyndicaat Nieuwe Diensten over de Kabel", waarvan wij in januari 1994 overigens de draft-opdracht schre¬ven, een lans gebroken voor een maatschappelijke en culturele benade¬ring van de infor-matiesnelwegen.


Aansluitend bij Telenet werd 'Medialab' opgestart. Ook hierover dienden wij het Kabinet van advies. Wij kunnen ons echter niet van de indruk ontdoen dat 'Media¬lab' al te theoretische blijft, cirkelend binnen de universitaire milieus.
Het is van essentieel belang:
• de risico's van een gebrek aan pc-vaardigheid onder ogen te zien;
• pragmatische oplossingen aan te reiken;
• de oplossingen te coördineren.
Die oplossingen liggen zeer zeker in de onderwijssfeer.

Niemand twijfelt aan de noodzaak om onze kinderen te leren lezen, schrijven en rekenen. Maar zij die er nog aan twijfelen dat ook het kunnen werken met een pc een basisvaardigheid is, worden best wan¬delen gestuurd.

In deze materie moet men snel en doortastend tewerk gaan. Zo moeten we de kinderen niet gaan vervelen door uit te leggen welke de com¬ponenten van een pc zijn of hoe een pc werkt. Je leert ook geen wagen besturen via weten¬schap over de ontploffingsmotor of de functie van een versnellingsbak.

Ziehier 10 BOUWSTENEN die wij voor een efficiënte aanpak zien:

1

Installatie van een task force (max. 8 mensen) ter begeleiding van het gehele project. Voorzien van secretariaats-ondersteuning en een budget voor deze task force. Overleg met uw collega L. Van den Bossche.

2

Contacten met leveranciers van hardware teneinde maximale sponsoring te voorzien voor nieuwe pc's; gebruik maken van gerecycleerde pc's en betere organisatie van het recyclage-proces; vastlegging van de mini¬mum-basiscon-figuratie van de te gebruiken pc's (CPU 80386DX).

3

Keuze van de software: o.i. heeft Microsoft een zodanige voorsprong ge¬nomen dat men moet kiezen voor de programma's 'Word' voor het nieuwe lezen/schrijven en 'Excel' voor het nieuwe rekenen, alles in Windows-om¬geving; Vlaanderen zou een mega-licentie voor het basison¬derwijs moeten bedingen.

4

Onmiddellijke start van een korte (minder dan 20 uur) en practisch gerichte lerarenop¬leiding voor pc: het zou o.i. een vergissing zijn te denken in de richting van een specifieke pc-leraar; de 'pc-vaardigheid' wordt best geïnte¬greerd in de lessen Nederlands en rekenen omdat dan de link kan gelegd worden met de klas¬sieke lees-, schrijf- en reken¬methodes.

5

Onmiddelijke start van een middelgroot project in een 200-tal basis¬scholen (zo'n 5.000 pc's), provinciaal gespreid; vastlegging van een gefaseerd plan voor een totaal-dekking van het basisonder¬wijs tegen 2002.


6

Avondgebruik van de pc-klassen voor bijscholing, al dan niet betalend (criteria uitwerken).

7

Gefaseerde inkoppeling van 'Telenet' in de scholen en toelevering van Internet over Telenet; afsluiten van een mega-contract.


8

Installatie of renovatie van de interne kablering in scholen waardoor het project gebruik kan maken van servers; inzet van de know how van de kabelmaatschappijen (bijna alle intercommunales); afsluiten van een mega-contract voor toelevering van kabels (coax/fiber).


9

Jaarlijkse grondige evaluatie en bijsturing van het project tijdens een open studiedag mét publicatie van de resultaten en verspreiding via de media.


10

Instellen van een prijs voor de school met de beste pc-basisopleiding (incen-tive op het project).




Geachte Heer Minister-President, begin 1994 schreven wij zoals gezegd de draft-opdracht voor het "Studiesyndicaat". Vandaag bieden wij onze diensten aan onder de vorm van een nieuw project ("PC? Kinderspel").

Eerstdaags zal ik met Mevrouw Yvette Delameilleure contact opnemen teneinde met u een gesprek te kunnen vastleggen.


Met bijzondere Hoogachting,






Lucas TESSENS
Bestuurder/Research Director
PIKETTY Thomas
Aanval op Piketty lijkt afgeslagen
Edited: 201405262121
Journailist Chris Giles van de Financial Times had de cijfers van P. in twijfel getrokken. Een poging tot beschadiging van een imago ? DS 20140526.

In de link een zeer goed artikel van The New Statesman van 3 april 2014. Daarin een perfecte synthese van het boek: "The central thesis of Piketty’s latest book is that in societies where the rate of return on capital outstrips economic growth, wealth inequality ineluctably rises. Once constituted, capital reproduces itself faster than economic output increases. The entrepreneur becomes a rentier and inequalities harden. We are returning to the 19th-century world of the novels of Balzac and Jane Austen, whose characters are caught up in the trials and tribulations of inheriting, living off or losing wealth."

The New Statesman
TESSENS Lucas
Antiglobalisme: Joye en Mandel
Edited: 201405190144
De anti-globalistische strekking is geen nieuw fenomeen maar verschijnt steeds weer onder een andere gedaante. De diepere motivaties moeten gezocht worden in de links-rechtse tegenstelling en dus ook in de tegenpolen arm en rijk. Beperken we ons tot de na-oorlogse periode dan zien we dat een auteur als Pierre JOYE (°1909), van 1936 tot 1961 hoofdredacteur van het Belgische communistische dagblad ‘Le Drapeau Rouge’, diepgaand en gedreven research-werk verrichtte naar de bindingen die bestaan tussen economische en financiële groepen. De toenmalige term was ‘trust’.
We noemen enkele van zijn werken:
JOYE Pierre La Presse et les Trusts en Belgique IN-8 Illustré 118 pp. Index. Pierre Joye, né à Ixelles en 1909; docteur en droit et licencié en sc. économiques (ULB); chroniqueur économique et ancien rédacteur en chef (1936-1961) du Drapeau Rouge; membre du Comité central du PCB. Bruxelles Société Populaire d'Editions 1958
JOYE Pierre Les trusts en Belgique: la concentration capitaliste Paperback 272 pp., 14x21cm, 2e édition revue et augmentée, index, bibliography. Note LT: Pierre Joye, né à Ixelles en 1909; docteur en droit et licencié en sc. économiques (ULB); chroniqueur économique et ancien rédacteur en chef (1936-1961) du Drapeau Rouge; membre du Comité central du PCB. La première édition de cet ouvrage parut au début de 1956 et fut rapidement épuisée. Bruxelles SPE 1960
JOYE Pierre & LEWIN Rosine Les trusts au Congo. Broché 318 pp. Bibliographie dans les notes, index des noms cités. "l'empire du silence" (p. 7), "domaine des monopoles" (p. 8). Note LT: achevé le 1/3/1961. Scan cover available. Pierre Joye, né à Ixelles en 1909; docteur en droit et licencié en sc. économiques (ULB); chroniqueur économique et ancien rédacteur en chef (1936-1961) du Drapeau Rouge; membre du Comité central du PCB. Rosine Lewin, née à Anvers en 1920, licencié en sciences sociales (ULB), rédacteur en chef du Drapeau Rouge, membre du Comité central du PCB. Bruxelles SPE 1961

Joye’s werken hadden een sterk onthullend karakter en legden de financieel-economische onderbouw van de Belgische maatschappij bloot. Ook de dominantie van een groep als Union Minière in de Belgische kolonie werd onder de loep genomen. Wat tot dan toe opgeslagen lag in sterk gespecialiseerde werken (naslagwerken over beursverrichtingen bijvoorbeeld) bood hij in een vlotte schrijfstijl aan het grote publiek aan.

Op het einde van de jaren zestig en in de jaren zeventig volgde dan een nieuwe golf van kritiek. Ditmaal viel de term ‘multinationals’.
Vooral het werkje van journalist Jan Bohets zorgde voor nogal wat ophef, niet in het minst omdat Bohets bij de gematigd conservatieve krant ‘De Standaard’ werkte.

19750002 X 9 BOHETS Jan België en de multinationals Paperback 80 pp. Citaten: 7: "Tegenover welk een werkloosheidsprobleem zou België zich geplaatst zien als in Eindhoven zou worden beslist dat Philips zijn Belgische bedrijven sluit en de aktiviteit verplaatst naar een land met lage lonen? (...) Hoeveel sektoren van de Belgische ekonomie worden nagenoeg geheel of voor een flink deel vanuit buitenlandse hoofdkwartieren geleid en gekontroleerd?"; blz. 80: "(...) de overheid, de privé-sektor en de vakbonden hadden gemeenschappelijk schuld aan het ekonomisch vacuüm dat in de jaren vijftig is ontstaan en dat door de multinationals is opgevuld." - worldwide 50 biggest, General Motors, Exxon, Ford, Royal Dutch/Shell, Chrysler, General Electric, Texaco, Mobil Oil, Philips, Standard Oil, British Petroleum, Nippon Steel, Western Electric, US Steel, Volkswagen, Hitachi, Westinghouse, Hoechst, Daimler-Benz, Toyota, Siemens, BASF, ICI, Du Pont de Nemours, Mitsubishi, Nestlé, GTE, Shell, Nissan, Goodyear, Renault, Bayer, Montedison, Matsushita, British Steel, ENI, RCA, Thyssen-Hütte, Continental Oil, International Harvester, AEG-Telefunken, LTV, Bethlehem Steel, Fiat, Cie Française des Pétroles. Leuven Davidsfonds. 1975

De Belgische econoom professor Ernest Mandel stond achter structuurhervormingen. Hij poneerde dat het Westerse economische stelsel in de laatste tientallen jaren wel van gedaante was veranderd, maar in wezen kapitalistisch was gebleven (MANDEL Ernest (1975), Het laatkapitalisme. Proeve van een marxistische benadering. Amsterdam. Van Gennep.)

De economische crisis die volgde op de oliecrisis (1973) en die in feite duurde tot medio de jaren negentig verlamde de kritiek. Als klap op de vuurpijl stortte in 1989 het gehele communistische economische blok in elkaar en kwamen de excessen van het Sovjetsysteem aan het licht. De communistisch geïnspireerde kritiek op het kapitalisme had een dodelijke klap gekregen en kon niet meer als voedingsbodem dienen. Toch blijft de voedingsbodem van het anti-globalisme marxistisch van inspiratie en hertaalt deze beweging in feite gewoon de fundamentele bezwaren van Marx tegen het kapitalistische wereldsysteem en de dominantie van het geld. Dit is tegelijk haar sterkte en zwakte: sterkte omdat het conceptueel denkkader aanwezig is, zwakte ook omdat het marxistische communisme onder de sovjets tot een dictatuur is verworden en bij de publieke opinie elk krediet heeft verloren.
Lucas Tessens - 20040823
ABBELOOS Jan-Frederik in DS 20140506
Vermogenskloof 45 keer groter dan inkomenskloof
Edited: 201405172132
gebaseerd op enquête die de ECB in 2010 uitvoerde bij 2.364 Belgen, omgezet naar huishoudens. Sarah Kuypers en Ive Marx van het Centrum voor Sociaal Beleid van de Univ Antwerpen brachten die cijfers naar buiten. Het onderzoek én het artikel rammelt methodologisch aan alle kanten. De bijgevoegde grafiek (zie hieronder) lijkt op een Lorenz-curve maar is het dat niet! Daarvoor hadden op de Y-as percentages moeten staan.
COUTUER Jo, DataNews 20120604
Deloitte neemt Numius over
Edited: 201405062237
Deloitte Consulting heeft de Leuvense specialist in performance management Numius overgenomen.

Numius werd in 1999 uit de grond gestampt door Geert Hallemeesch en Jo Coutuer, destijds nog onder de naam 'Hallemeesch & Coutuer'. Later voegde ook Thierry Cloetens bij de aandeelhouderstructuur. Vandaag is Numius, een IBM Premier Business Partner, uitgegroeid tot een firma van 33 mensen en een omzet van zo'n 5,5 miljoen euro.

"Deloitte en wijzelf hadden allebei een businessplan over de lange termijn", vertelt Jo Coutuer, managing partner bij Numius. "Na wat gesprekken hebben we beseft dat we ons beider plannen sneller gezamenlijk zouden kunnen verwezenlijken." Het team van de Information Management Service Line van Deloitte Consulting stond vooral sterk in SAP, terwijl Numius voorop liep in IBM. "Ons ook bekwamen in SAP zou jaren gekost hebben", geeft Coutuer toe. "Bovendien waren we zo echt complementair, ook op vlak van klanten." Voorts, zo zegt hij, is de managementstructuur vergelijkbaar en is de manier van diensten aanbieden gelijkaardig. "Numius voegt bovendien zijn business analytics cloudplatform toe en zijn opleidingen via 'Numius Academy'."

De overname heeft voor de klanten van beide bedrijven geen noemenswaardige gevolgen. Intern versmelten de managementstructuren van beide bedrijven. "Beide teams verhuizen binnenkort naar een 'nieuwe zone' in de gebouwen van Deloitte in Diegem, zodat het voor iedereen 'nieuw' is. Juridisch is het wel een overname, maar operationeel zien we het liever als een fusie. De twee teams hebben immers een perfect vergelijkbare omvang." Door het samengaan ontstaat een ploeg van zo'n 75 mensen.

Financieel wilt Coutuer niet teveel details kwijt. "Maar ik wil wel benadrukken dat we door deze overnameovereenkomst veeleer ons risico als ondernemers 'poolen'. Met andere woorden: we blijven ondernemen. Dat het management ook na de overname aan boord blijft - we hebben geen minimumtermijn of iets dergelijks moeten tekenen - bewijst dat volgens mij."
Knack Weekend BE
Geëmotioneerde Angelina Jolie voert in Bosnië campagne tegen oorlogsverkrachtingen
Edited: 201403310233

zaterdag 29 maart 2014 om 16u17

Angelina Jolie bezocht samen met de Britse minister van Buitenlandse Zaken William Hague Bosnië en was duidelijk onder de indruk van de verhalen die ze daar hoorde van de inwoners van Srebrenica.Angelina Jolie organiseert in juni samen met Hague een conferentie in Londen over het verkrachten van vrouwen als tactisch middel tijdens een oorlog. Er heerst nog altijd een taboe op dit onderwerp en Jolie wil dit proberen te doorbreken. Ze is er van overtuigd dat de vrede nooit volledig terug kan keren na een oorlog wanneer de verkrachtingen onbestraft blijven.

Taboe

Dat deze campagne nodig is blijft wel uit de stilte die er nog altijd heerst in Bosnië. Munira Subasic van de associatie van de moeders van Srebrenica vertelt aan Reuters dat het tot de traditie behoort om niet over verkrachting te praten. Veel vrouwen hebben het meegemaakt tijdens de oorlog, maar willen er niet over spreken. Daarom vindt ze het bezoek van Angelina Jolie van groot belang. Ze hoopt dat de Bosnische vrouwen zo inzien dat ze niet de enige zijn die er mee moeten leven.

Angelina Jolie, die de film In the Land of Blood and Honey maakte over het seksuele geweld in Bosnië tussen 1992 en 1995, legde ook bloemen op het kerkhof waar de slachtoffers van de oorlog begraven liggen.

Meer dan 100.000 mensen kwamen om tijdens de burgeroorlog tussen de Bosnische Serviërs, moslims en Kroaten. Waarschijnlijk werden zo’n 20.000 vrouwen seksueel misbruikt. (MS)
Noot Lucas Tessens: komen nu ook de Italiaanse vrouwen terug onder de aandacht, verkracht door Goumiers tijdens WO II ?; en welke aandacht voor de Duitse vrouwen ?
EU
Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming (Salduz)
Edited: 201310221445
RICHTLIJN 2013/48/EU VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 22 oktober 2013

betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 82, lid 2, onder b),
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),
Na raadpleging van het Comité van de Regio’s,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),
Overwegende hetgeen volgt:
(1)
In artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het Handvest), artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (het EVRM) en artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (het IVBPR) is het recht op een eerlijk proces vastgelegd. Artikel 48, lid 2, van het Handvest garandeert de eerbiediging van de rechten van de verdediging.
(2)
De Unie stelt zich ten doel een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht te handhaven en te ontwikkelen. Volgens de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van Tampere van 15 en 16 oktober 1999, en met name punt 33, moet het beginsel van wederzijdse erkenning van vonnissen en andere beslissingen van rechterlijke instanties de hoeksteen van de justitiële samenwerking in burgerlijke en in strafzaken binnen de Unie worden, omdat een versterkte wederzijdse erkenning en de noodzakelijke onderlinge aanpassing van de wetgevingen de samenwerking tussen bevoegde autoriteiten en de rechtsbescherming van het individu ten goede zouden komen.
(3)
Krachtens artikel 82, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), „berust de justitiële samenwerking in strafzaken in de Unie op het beginsel van de wederzijdse erkenning van rechterlijke uitspraken en beslissingen …”.
(4)
De toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning van strafrechtelijke beslissingen veronderstelt wederzijds vertrouwen van de lidstaten in elkaars strafrechtstelsels. De omvang van die wederzijdse erkenning hangt nauw samen met het bestaan en de inhoud van bepaalde parameters, waaronder regelingen voor de bescherming van de rechten van verdachten of beklaagden en gemeenschappelijke minimumnormen, die noodzakelijk zijn om de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning te vergemakkelijken.
(5)
Hoewel de lidstaten partij zijn bij het EVRM en bij het IVBPR, heeft de ervaring geleerd dat dit gegeven alleen niet altijd zorgt voor een voldoende mate van vertrouwen in de strafrechtstelsels van andere lidstaten.
(6)
Wederzijdse erkenning van beslissingen in strafzaken kan alleen effectief functioneren in een geest van vertrouwen, waarbij niet alleen de gerechtelijke autoriteiten, maar alle bij de strafprocedure betrokken actoren beslissingen van de gerechtelijke autoriteiten van de andere lidstaten als gelijkwaardig aan hun eigen beslissingen beschouwen; daarbij gaat het niet alleen om het vertrouwen dat de regels van de andere lidstaten adequaat zijn, maar ook om het vertrouwen dat die regels correct worden toegepast. Versterking van wederzijds vertrouwen vereist gedetailleerde regels inzake de bescherming van de procedurele rechten en waarborgen die voortvloeien uit het Handvest, het EVRM en het IVBPR. Versterking van wederzijds vertrouwen vereist evenzeer, middels deze richtlijn en andere maatregelen, een verdere ontwikkeling binnen de Unie van de in het Handvest en in het EVRM vastgelegde minimumnormen.
(7)
Artikel 82, lid 2, VWEU voorziet in de vaststelling van minimumvoorschriften die in de lidstaten van toepassing zijn, ter bevordering van wederzijdse erkenning van vonnissen en rechterlijke beslissingen en van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken met een grensoverschrijdende dimensie. Dat artikel verwijst naar „de rechten van personen in de strafvordering” als een van de gebieden waarop minimumvoorschriften kunnen worden vastgesteld.
(8)
Gemeenschappelijke minimumvoorschriften moeten leiden tot meer vertrouwen in de strafrechtstelsels van alle lidstaten, hetgeen op zijn beurt moet leiden tot efficiëntere justitiële samenwerking in een klimaat van wederzijds vertrouwen, en tot bevordering van een cultuur van grondrechten in de Unie. Dergelijke gemeenschappelijke minimumvoorschriften moeten ook belemmeringen voor het vrije verkeer van burgers wegnemen op het gehele grondgebied van de lidstaten. Dergelijke gemeenschappelijke minimumvoorschriften dienen te worden vastgelegd op het gebied van het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures, het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en het recht om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens die vrijheidsbeneming.
(9)
Op 30 november 2009 keurde de Raad een resolutie goed betreffende een routekaart ter versterking van de procedurele rechten van verdachten of beklaagden in strafprocedures („de routekaart”) (3). In de routekaart, waarin een stapsgewijze benadering wordt voorgestaan, wordt opgeroepen tot de vaststelling van maatregelen met betrekking tot het recht op vertaling en vertolking (maatregel A), het recht op informatie over de rechten en informatie over de beschuldiging (maatregel B), het recht op juridisch advies en rechtsbijstand (maatregel C), het recht te communiceren met familie, werkgever en consulaire autoriteiten (maatregel D), en bijzondere waarborgen voor kwetsbare verdachten of beklaagden (maatregel E). In de routekaart wordt benadrukt dat de volgorde van de rechten slechts indicatief is en dat deze overeenkomstig de prioriteiten dus kan worden verlegd. De routekaart is bedoeld als een totaalpakket: pas wanneer alle onderdelen ten uitvoer zijn gelegd, zal het effect optimaal zijn.
(10)
Op 11 december 2009 verklaarde de Europese Raad zich ingenomen met de routekaart en maakte hij deze tot onderdeel van het Programma van Stockholm — Een open en veilig Europa ten dienste en ter bescherming van de burger (4) (punt 2.4). De Europese Raad onderstreepte het feit dat de routekaart niet uitputtend is, door de Commissie uit te nodigen te onderzoeken welke minimale procedurele rechten verdachten en beklaagden verder kunnen worden toegekend, en te beoordelen of andere vraagstukken, bijvoorbeeld het vermoeden van onschuld, dienen te worden aangepakt om op dit gebied tot een betere samenwerking te komen.
(11)
Tot dusver zijn er twee maatregelen voortvloeiend uit de routekaart vastgesteld, met name: Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures (5), en Richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures (6).
(12)
Deze richtlijn bevat minimumvoorschriften betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures betreffende de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel krachtens Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (7) („procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel”) en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en het recht om met derden en met consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming. Op die manier bevordert de richtlijn de toepassing van het Handvest, met name de artikelen 4, 6, 7, 47 en 48, door voort te bouwen op de artikelen 3, 5, 6 en 8 EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, dat in zijn jurisprudentie, geregeld normen vaststelt betreffende het recht op toegang tot een advocaat. In die jurisprudentie is onder meer geoordeeld dat het eerlijke karakter van het proces vereist dat een verdachte of beklaagde gebruik kan maken van alle specifiek aan rechtsbijstand verbonden diensten. In dat verband moeten de advocaten van verdachten of beklaagden de fundamentele aspecten van de verdediging onverkort kunnen waarborgen.
(13)
Onverminderd de krachtens het EVRM op de lidstaten rustende verplichting om het recht op een eerlijk proces te waarborgen, dienen procedures met betrekking tot lichte strafbare feiten die in de gevangenis zijn gepleegd, of tot in militair verband gepleegde strafbare feiten die door een bevelvoerende officier worden behandeld, in deze richtlijn niet als strafprocedures te worden aangemerkt.
(14)
Bij de uitvoering van deze richtlijn moet rekening gehouden worden met de bepalingen van Richtlijn 2012/13/EU, die voorschrijven dat verdachten of beklaagden onverwijld informatie krijgen over het recht op toegang tot een advocaat en dat verdachten of beklaagden die zijn aangehouden of gedetineerd onverwijld in het bezit worden gesteld van een schriftelijke verklaring van rechten, met informatie over het recht op toegang tot een advocaat.
(15)
In deze richtlijn wordt verstaan onder „advocaat”, eenieder die overeenkomstig het nationale recht, daaronder begrepen op grond van een door een bevoegde instantie verleende machtiging, gekwalificeerd en bevoegd is om verdachten of beklaagden juridisch advies en juridische bijstand te verlenen.
(16)
In sommige lidstaten is een andere autoriteit dan een in strafzaken bevoegde rechtbank bevoegd tot het opleggen van sancties, andere dan vrijheidsbeneming, met betrekking tot relatief lichte strafbare feiten. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn met betrekking tot verkeersovertredingen die op grote schaal worden begaan en die kunnen worden vastgesteld naar aanleiding van een verkeerscontrole. In dergelijke situaties zou het onredelijk zijn de bevoegde autoriteit te verplichten alle rechten te waarborgen waarin deze richtlijn voorziet. Indien het recht van een lidstaat erin voorziet dat voor lichte strafbare feiten een sanctie wordt opgelegd door een dergelijke autoriteit, en daartegen ofwel beroep kan worden ingesteld ofwel dat de zaak anderszins kan worden doorverwezen naar een in strafzaken bevoegde rechtbank, dient deze richtlijn derhalve alleen van toepassing te zijn op de procedure die bij die rechtbank wordt gevoerd naar aanleiding van dat beroep of die verwijzing.
(17)
In sommige lidstaten zijn bepaalde lichte feiten strafbaar gesteld; het betreft met name lichte verkeersovertredingen, lichte overtredingen van algemene gemeentelijke verordeningen en lichte overtredingen tegen de openbare orde. In dergelijke situaties zou het onredelijk zijn de bevoegde autoriteit te verplichten alle rechten te waarborgen waarin deze richtlijn voorziet. Indien het recht van een lidstaat erin voorziet dat voor lichte strafbare feiten geen vrijheidsstraf kan worden opgelegd, dient deze richtlijn derhalve alleen van toepassing te zijn op procedures voor een in strafzaken bevoegde rechtbank.
(18)
Het toepassingsgebied van deze richtlijn ten aanzien van bepaalde lichte strafbare feiten laat de EVRM-verplichting van de lidstaten om het recht op een eerlijk proces te waarborgen, daaronder begrepen het recht op rechtsbijstand van een advocaat, onverlet.
(19)
De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat verdachten of beklaagden overeenkomstig deze richtlijn, het recht hebben zonder onnodig uitstel toegang te krijgen tot een advocaat. Indien zij geen afstand hebben gedaan van het desbetreffende recht, dienen verdachten of beklaagden in ieder geval toegang tot een advocaat te hebben tijdens de strafprocedure voor een rechtbank.
(20)
Voor de toepassing van deze richtlijn geldt niet als verhoor de eerste ondervraging, door de politie of een andere rechtshandhavingsautoriteit, waarvan het doel bestaat uit het identificeren van de betrokkenen, het controleren op wapenbezit of andere gelijkaardige veiligheidskwesties, dan wel het nagaan of een onderzoek moet worden ingesteld, bijvoorbeeld tijdens controles langs de weg, of tijdens regelmatige steekproefsgewijze controles wanneer de identiteit van een verdachte of beklaagde nog niet is vastgesteld.
(21)
In de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is bevestigd, dat indien een persoon die geen verdachte of beklaagde is, zoals een getuige, verdachte of beklaagde wordt, die persoon tegen zelfincriminatie beschermd dient te worden en zwijgrecht heeft. Daarom verwijst deze richtlijn uitdrukkelijk naar de praktische situatie waarin een dergelijke persoon tijdens een verhoor door de politie of een andere rechtshandhavingsautoriteit in het kader van een strafprocedure, verdachte of beklaagde wordt. Indien tijdens een dergelijk verhoor waarin een persoon die geen verdachte of beklaagde is, verdachte of beklaagde wordt, dient het verhoor onmiddellijk te worden stopgezet. Het verhoor kan evenwel worden voortgezet indien de persoon op de hoogte is gesteld van het feit dat hij verdachte of beklaagde is en hij de in deze richtlijn vastgestelde rechten ten volle kan uitoefenen.
(22)
Verdachten of beklaagden dienen het recht te hebben de advocaat die hen vertegenwoordigt onder vier ogen te ontmoeten. De lidstaten kunnen praktische regelingen treffen betreffende de duur en de frequentie van dergelijke ontmoetingen, naargelang van de omstandigheden van de procedures, in het bijzonder de complexiteit van de zaak en de toepasselijke procedurele stappen. De lidstaten kunnen eveneens praktische regelingen treffen om de veiligheid en de zekerheid te waarborgen, in het bijzonder van de advocaat en de verdachte of beklaagde, op de plaats waar dergelijke ontmoeting plaatsvindt. Dergelijke praktische regelingen dienen de daadwerkelijke uitoefening of de essentie van het recht van de verdachten of beklaagden om hun advocaat te ontmoeten, onverlet te laten.
(23)
Verdachten of beklaagden dienen het recht te hebben om te communiceren met de advocaat die hen vertegenwoordigt. Dergelijke communicatie kan in elke fase plaatsvinden, inclusief voorafgaand aan de uitoefening van het recht die advocaat te ontmoeten. De lidstaten kunnen praktische regelingen treffen betreffende de duur en de frequentie van dergelijke communicatie en de daarbij gebruikte middelen, met inbegrip van het gebruik van videoconferenties en andere communicatietechnologie om dergelijke communicatie te doen plaatsvinden. Dergelijke praktische regelingen dienen de daadwerkelijke uitoefening of de essentie van het recht van de verdachten of beklaagden om te communiceren met hun advocaat onverlet te laten.
(24)
Deze richtlijn mag de lidstaten niet beletten voor bepaalde lichte strafbare feiten het recht van de verdachte of beklaagde op toegang tot een advocaat per telefoon te organiseren. Het aldus inperken van dit recht dient evenwel beperkt te blijven tot gevallen waarin een verdachte of beklaagde niet door de politie of een andere rechtshandhavingsautoriteit wordt verhoord.
(25)
De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat verdachten of beklaagden het recht hebben dat hun advocaat aanwezig is en daadwerkelijk kan deelnemen aan het verhoor door de politie of een andere rechtshandhavingsautoriteit of rechterlijke instantie, inclusief tijdens de hoorzittingen voor de rechtbank. Die deelname dient te worden uitgeoefend overeenkomstig de procedures in het nationale recht die mogelijk de deelname van een advocaat regelen tijdens het verhoor van de verdachte of de beklaagde door de politie of een andere rechtshandhavingsautoriteit of rechterlijke instantie, alsmede tijdens de hoorzittingen voor de rechtbank, mits die procedures de daadwerkelijke uitoefening en de essentie van het desbetreffende recht onverlet laten. De advocaat kan tijdens een verhoor van de verdachte of de beklaagde door de politie of een andere rechtshandhavingsautoriteit of rechterlijke instantie, alsmede tijdens een hoorzitting voor de rechtbank, overeenkomstig die procedures onder meer vragen stellen, verduidelijking vragen en verklaringen afleggen, die dienen te worden geregistreerd overeenkomstig het nationale recht.
(26)
Verdachten of beklaagden hebben het recht op de aanwezigheid van hun advocaat bij onderzoekshandelingen of procedures voor het vergaren van bewijsmateriaal, in zoverre deze voorzien zijn in het toepasselijke nationale recht en in zoverre de verdachten of beklaagden verplicht zijn te verschijnen of hen dat is toegestaan. Dergelijke handelingen moeten op zijn minst meervoudige confrontaties, tijdens welke de verdachte of beklaagde naast andere personen staat om door het slachtoffer of een getuige te worden geïdentificeerd; confrontaties, tijdens welke een verdachte of beklaagde met een of meer getuigen wordt samengebracht wanneer onder deze getuigen onenigheid bestaat over belangrijke feiten of aangelegenheden, en reconstructies van de plaats van een delict in aanwezigheid van de verdachte of beklaagde, teneinde beter te begrijpen hoe en in welke omstandigheden het misdrijf is gepleegd en om de verdachte of beklaagde specifieke vragen te kunnen stellen, omvatten. De lidstaten kunnen praktische regelingen treffen betreffende de aanwezigheid van een advocaat tijdens onderzoekshandelingen of procedures voor het vergaren van bewijsmateriaal. Dergelijke praktische regelingen moeten de daadwerkelijke uitoefening en de essentie van de desbetreffende rechten onverlet laten. Indien de advocaat tijdens onderzoekshandelingen of procedures voor het vergaren van bewijsmateriaal aanwezig is, dient dit geregistreerd te worden door gebruik te maken van de registratieprocedure overeenkomstig het recht van de betrokken lidstaat.
(27)
De lidstaten dienen zich ertoe in te spannen om algemene informatie ter beschikking te stellen — bijvoorbeeld op een website of door middel van een folder op het politiebureau — om verdachten of beklaagden te helpen een advocaat te vinden. De lidstaten hoeven evenwel geen actieve stappen te zetten om ervoor te zorgen dat verdachten of beklaagden waarvan de vrijheid niet is ontnomen, bijstand krijgen van een advocaat indien zij zelf niet het nodige hebben gedaan om door een advocaat te worden bijgestaan. Het dient de verdachte of beklaagde vrij te staan contact op te nemen met een advocaat, die te raadplegen en erdoor te worden bijgestaan.
(28)
De lidstaten dienen de noodzakelijke regelingen te treffen om ervoor te zorgen dat, wanneer verdachten of beklaagden hun vrijheid wordt ontnomen, zij hun recht op toegang tot een advocaat daadwerkelijk kunnen uitoefenen, mede doordat in bijstand van een advocaat wordt voorzien als de betrokkene er geen heeft, tenzij zij afstand hebben gedaan van dat recht. Dergelijke regelingen kunnen bijvoorbeeld inhouden dat de bevoegde autoriteiten in de bijstand van een advocaat voorzien aan de hand van een lijst van beschikbare advocaten waaruit de verdachte of beklaagde zou kunnen kiezen. Dergelijke regelingen kunnen, in voorkomend geval, de regels betreffende rechtsbijstand omvatten.
(29)
De omstandigheden waaronder verdachten of beklaagden hun vrijheid wordt ontnomen, dienen volledig in overeenstemming te zijn met de voorschriften van het EVRM, het Handvest, en de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het „Hof van Justitie”) en van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Bij het overeenkomstig deze richtlijn verstrekken van bijstand aan een verdachte of beklaagde wie de vrijheid is ontnomen, dient de betrokken advocaat de mogelijkheid te hebben de bevoegde autoriteiten vragen te stellen over de omstandigheden waarin de betrokkene de vrijheid is ontnomen.
(30)
Ingeval de verdachte of de beklaagde zich op grote geografische afstand bevindt, bijvoorbeeld in overzees gebied of tijdens een buitenlandse militaire operatie die door de lidstaat wordt ondernomen of waaraan deze deelneemt, mogen de lidstaten tijdelijk afwijken van het recht van de verdachte of de beklaagde op toegang tot een advocaat zonder onnodig uitstel na de vrijheidsbeneming. Tijdens een dergelijke tijdelijke afwijking mogen de bevoegde autoriteiten de betrokkene niet verhoren of geen onderzoekshandelingen of procedures voor het vergaren van bewijsmateriaal krachtens deze richtlijn uitvoeren. Indien de grote geografische afstand van de verdachte of beklaagde de onmiddellijke toegang tot een advocaat onmogelijk maakt, dienen de lidstaten in communicatie via telefoon of videoconferentie te voorzien, tenzij dit onmogelijk is.
(31)
De lidstaten dienen tijdelijk te kunnen afwijken van het recht op toegang tot een advocaat in de fase van het voorbereidende onderzoek om, in dringende gevallen, ernstige negatieve gevolgen voor het leven, de vrijheid of de fysieke integriteit van een persoon te voorkomen. Zolang een tijdelijke afwijking op die grond van kracht is, kunnen de bevoegde autoriteiten verdachten of beklaagden verhoren zonder dat een advocaat aanwezig is, op voorwaarde dat de verdachten of beklaagden van hun zwijgrecht op de hoogte zijn gebracht en dat zij dat recht kunnen uitoefenen, en dat dergelijk verhoor de rechten van de verdediging, inclusief het recht van de betrokkene om zichzelf niet te beschuldigen, niet schaadt. Het verhoor dient te worden uitgevoerd met als enig doel en voor zover noodzakelijk om informatie te verkrijgen die essentieel is om ernstige negatieve gevolgen voor het leven, de vrijheid of de fysieke integriteit van een persoon te voorkomen. Elk misbruik van deze afwijking zorgt in beginsel voor een onherstelbare schending van de rechten van de verdediging.
(32)
De lidstaten dienen tevens tijdelijk te kunnen afwijken van het recht op toegang tot een advocaat in de fase van het voorbereidende onderzoek, indien onmiddellijk optreden door de onderzoeksautoriteiten noodzakelijk is om te voorkomen dat strafprocedures substantiële schade wordt toegebracht, in het bijzonder om te voorkomen dat essentieel bewijs wordt vernietigd of veranderd, of dat getuigen worden beïnvloed. Zolang een tijdelijke afwijking op deze grond van kracht is, kunnen de bevoegde autoriteiten verdachten of beklaagden verhoren zonder dat een advocaat aanwezig is, op voorwaarde dat zij van hun zwijgrecht op de hoogte zijn gebracht en dat zij dat recht kunnen uitoefenen, en dat dergelijk verhoor de rechten van de verdediging, inclusief het recht van de betrokkene om zichzelf niet te beschuldigen, niet schendt. Het verhoor dient te worden uitgevoerd met als enig doel en voor zover noodzakelijk om informatie te verkrijgen die van essentieel belang is om te voorkomen dat strafprocedures substantiële schade wordt toegebracht. Elk misbruik van deze afwijking zorgt in beginsel voor een onherstelbare schending van de rechten van de verdediging.
(33)
Het vertrouwelijke karakter van de communicatie tussen verdachten of beklaagden en hun advocaat is van essentieel belang voor de daadwerkelijke uitoefening van de rechten van de verdediging. De lidstaten dienen derhalve het vertrouwelijke karakter van de ontmoetingen en elke andere vorm van communicatie tussen de advocaat en de verdachte of beklaagde bij de uitoefening van het recht op toegang tot een advocaat op grond van deze richtlijn zonder uitzondering te eerbiedigen. Deze richtlijn laat de procedures met betrekking tot de situatie waarin objectieve en feitelijke omstandigheden erop wijzen dat de advocaat ervan wordt verdacht samen met de verdachte of beklaagde bij een strafbaar feit betrokken te zijn, onverlet. Elke criminele handeling van een advocaat mag niet worden beschouwd als rechtmatige bijstand aan verdachten of beklaagden binnen het kader van deze richtlijn. De verplichting het vertrouwelijke karakter te eerbiedigen betekent niet alleen dat de lidstaten die communicatie niet mogen belemmeren noch daar toegang tot mogen hebben, maar ook dat, indien de verdachten of beklaagden hun vrijheid is ontnomen of zich op andere wijze onder de controle van de staat bevinden, de lidstaten ervoor dienen te zorgen dat regelingen voor communicatie de vertrouwelijkheid daarvan handhaven en beschermen. Dit laat in detentiecentra aanwezige mechanismen om te voorkomen dat gedetineerden illegale zendingen ontvangen, zoals bijvoorbeeld het screenen van briefwisseling, onverlet, mits dergelijke mechanismen de bevoegde autoriteiten niet toestaan de communicatie tussen de verdachten of beklaagden en hun advocaat te lezen. Deze richtlijn laat tevens nationaalrechtelijke procedures onverlet op grond waarvan het doorsturen van briefwisseling kan worden geweigerd indien de verzender er niet mee instemt dat de briefwisseling eerst aan een bevoegde rechtbank wordt voorgelegd.
(34)
Een eventuele schending van het vertrouwelijke karakter als louter nevenverschijnsel van een wettige observatie door de bevoegde autoriteiten moet door deze richtlijn onverlet worden gelaten. Ook dient deze richtlijn de werkzaamheden onverlet te laten die, bijvoorbeeld, door de nationale inlichtingendiensten worden verricht met het oog op de bescherming van de nationale veiligheid overeenkomstig artikel 4, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), of die onder het toepassingsgebied vallen van artikel 72 VWEU, op grond waarvan titel V betreffende de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht bepaalt dat de uitoefening van de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de handhaving van de openbare orde en de bescherming van de binnenlandse veiligheid onverlet moet worden gelaten.
(35)
Verdachten of beklaagden wie de vrijheid is ontnomen, moet het recht worden verleend om ten minste één door hen aangeduide persoon, zoals een familielid of een werkgever, zonder onnodig uitstel op de hoogte te laten brengen van de vrijheidsbeneming, op voorwaarde dat geen afbreuk wordt gedaan aan het correcte verloop van de strafprocedure tegen de betrokkene, noch aan enige andere strafprocedures. De lidstaten kunnen praktische regelingen treffen voor de toepassing van dat recht. Dergelijke praktische regelingen dienen de daadwerkelijke uitoefening en de essentie van het recht onverlet te laten. In beperkte, uitzonderlijke gevallen moet echter tijdelijk van dat recht kunnen worden afgeweken wanneer zulks in het licht van bijzondere omstandigheden, op grond van een dwingende, in deze richtlijn bepaalde reden, gerechtvaardigd is. Indien de bevoegde autoriteiten overwegen een dergelijke tijdelijke afwijking in te stellen ten aanzien van een specifieke derde, dienen zij eerst te overwegen of een andere, door de verdachte of beklaagde aangeduide derde van de vrijheidsbeneming op de hoogte kan worden gesteld.
(36)
De verdachten of beklaagden dienen gedurende hun vrijheidsbeneming het recht te hebben zonder onnodig uitstel met ten minste één door hun aangeduide derde, zoals een familielid, te communiceren. De lidstaten kunnen de uitoefening van dat recht beperken of uitstellen met het oog op dwingende of proportionele operationele vereisten. Dergelijke vereisten kunnen onder meer betrekking hebben op de noodzaak om ernstige negatieve gevolgen voor het leven, de vrijheid of de fysieke integriteit van een persoon af te wenden, de noodzaak om te voorkomen dat de strafprocedure wordt geschaad of dat een strafbaar feit wordt gepleegd, de noodzaak om een hoorzitting voor de rechtbank af te wachten en de nood om slachtoffers van een misdrijf te beschermen. Indien de bevoegde autoriteiten overwegen de uitoefening van dit recht ten aanzien van een specifieke derde te beperken of uit te stellen, dienen zij eerst te overwegen of de verdachten of beklaagden met een andere door hen aangeduide derde kunnen communiceren. De lidstaten kunnen praktische regelingen treffen betreffende het tijdstip, de wijze, de duur en de frequentie van contacten met derden, met het oog op het bewaren van de goede orde, veiligheid en zekerheid op de plaats waar de betrokkene wordt vastgehouden.
(37)
Het recht op consulaire bijstand van verdachten en beklaagden wie hun vrijheid is ontnomen, is neergelegd in artikel 36 van het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen van 1963, waarin het wordt omschreven als een recht van staten zich in verbinding te stellen met hun onderdanen. Deze richtlijn verleent, op hun verzoek, een overeenkomstig recht aan verdachten of beklaagden wie hun vrijheid is ontnomen. De consulaire bescherming kan worden uitgeoefend door diplomatieke autoriteiten indien zij optreden als consulaire autoriteiten.
(38)
De lidstaten dienen de motieven en de criteria voor een tijdelijke afwijking van de bij deze richtlijn verleende rechten duidelijk in hun nationale recht vast te leggen, en zij mogen slechts beperkt gebruikmaken van die tijdelijke afwijkingen. Dergelijke tijdelijke afwijkingen dienen proportioneel te zijn, dienen een strikte geldigheidsduur te hebben, en niet uitsluitend gebaseerd te zijn op de categorie waartoe het ten laste gelegde strafbare feit behoort of de ernst ervan, en dienen het globale eerlijke verloop van de procedure niet te schenden. De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat, indien een tijdelijke afwijking krachtens deze richtlijn is toegestaan door een rechterlijke instantie die geen rechter of rechtbank is, het besluit tot toekenning van de tijdelijke afwijking in ieder geval tijdens de procesfase door een rechtbank moet kunnen worden beoordeeld.
(39)
De verdachten of beklaagden moeten de mogelijkheid hebben om afstand te doen van een uit hoofde van deze richtlijn verleend recht, op voorwaarde dat hun informatie is gegeven om met kennis van zaken te oordelen over de inhoud van het betrokken recht en de mogelijke gevolgen van een afstand van dat recht. Bij het verstrekken van dergelijke informatie dient rekening te worden gehouden met de specifieke omstandigheden waarin de betrokken verdachten of beklaagden zich bevinden, zoals hun leeftijd en hun mentale en fysieke gesteldheid.
(40)
De afstand van een recht en de omstandigheden waaronder deze is gedaan, worden geregistreerd volgens de registratieprocedure waarin het recht van de betrokken lidstaat voorziet. Dit mag voor de lidstaten geen enkele aanvullende verplichting tot het invoeren van nieuwe mechanismen of bijkomende administratieve lasten met zich brengen.
(41)
Wanneer een verdachte of een beklaagde overeenkomstig deze richtlijn de afstand van een recht herroept, hoeft niet opnieuw te worden overgegaan tot verhoren of elke andere procedurehandelingen die zijn verricht gedurende de periode waarin de afstand van het betreffende recht gold.
(42)
Personen tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd („gezochte personen”), moeten in de uitvoerende lidstaat recht hebben op toegang tot een advocaat, zodat zij hun rechten op grond van Kaderbesluit 2002/584/JBZ daadwerkelijk kunnen uitoefenen. Wanneer een advocaat deelneemt aan een verhoor van een gezochte persoon door de uitvoerende rechterlijke instantie, kan die advocaat onder meer, volgens procedures in het nationale recht, vragen stellen, verduidelijking vragen en verklaringen afleggen. Het feit dat de advocaat heeft deelgenomen aan een dergelijke verhoor moet worden geregistreerd door gebruik te maken van de registratieprocedure overeenkomstig het recht van de betrokken lidstaat.
(43)
De gezochte personen dienen het recht te hebben de advocaat die hen in de uitvoerende lidstaat vertegenwoordigt, onder vier ogen te ontmoeten. De lidstaten kunnen praktische regelingen treffen betreffende de duur en de frequentie van dergelijke ontmoetingen, met inachtneming van de bijzondere omstandigheden van het geval. De lidstaten kunnen eveneens praktische regelingen treffen om de veiligheid en de zekerheid te waarborgen, met name van de advocaat en de gezochte persoon, op de plaats waar de ontmoeting tussen de advocaat en de gezochte persoon plaatsvindt. Dergelijke praktische regelingen dienen de daadwerkelijke uitoefening en de essentie van het recht van de gezochte personen om hun advocaat te ontmoeten, onverlet te laten.
(44)
De gezochte personen dienen het recht te hebben om te communiceren met de advocaat die hen in de uitvoerende lidstaat vertegenwoordigt. Dergelijke communicatie kan in elke fase plaatsvinden, inclusief voorafgaand aan de uitoefening van het recht die advocaat te ontmoeten. De lidstaten kunnen praktische regelingen treffen betreffende de duur en de frequentie van de communicatie tussen de gezochte personen en hun advocaat en de daarbij gebruikte middelen, met inbegrip van het gebruik van videoconferenties en andere communicatietechnologie om dergelijke communicatie te doen plaatsvinden. Dergelijke praktische regelingen dienen de daadwerkelijke uitoefening en de essentie van het recht van de gezochte personen om te communiceren met hun advocaat onverlet te laten.
(45)
De uitvoerende lidstaten dienen de noodzakelijke regelingen te treffen om ervoor te zorgen dat de gezochte personen in staat zijn hun recht op toegang tot een advocaat in de uitvoerende lidstaat daadwerkelijk uit te oefenen, mede doordat in bijstand van een advocaat wordt voorzien als de gezochte personen er geen hebben, tenzij zij afstand hebben gedaan van dat recht. Dergelijke regelingen, waaronder die betreffende rechtsbijstand in voorkomend geval, dienen door het nationaal recht te worden geregeld. Die kunnen bijvoorbeeld inhouden dat de bevoegde autoriteiten in de bijstand van een advocaat voorzien aan de hand van een lijst van beschikbare advocaten waaruit de gezochte personen kunnen kiezen.
(46)
De bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat moet zonder onnodig uitstel nadat zij ervan op de hoogte is gesteld dat een gezochte persoon in die lidstaat een advocaat wil aanwijzen, informatie aan de gezochte persoon verstrekken om hem te helpen in die lidstaat een advocaat aan te wijzen. Dergelijke informatie kan bijvoorbeeld een bijgewerkte lijst van advocaten omvatten, dan wel de naam van een piketadvocaat in de uitvaardigende lidstaat, die informatie en advies kan verlenen in zaken betreffende het Europees aanhoudingsbevel. De lidstaten kunnen de desbetreffende orde van advocaten verzoeken een dergelijke lijst op te stellen.
(47)
De procedure van overlevering is van cruciaal belang voor de samenwerking in strafzaken tussen de lidstaten. Het naleven van de in Kaderbesluit 2002/584/JBZ vervatte termijnen is van essentieel belang voor deze samenwerking. Gezochte personen moeten in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel hun rechten krachtens deze richtlijn ten volle kunnen uitoefenen, maar die termijnen dienen derhalve wel te worden geëerbiedigd.
(48)
In afwachting van een wetgevingshandeling van de Unie inzake rechtsbijstand, moeten de lidstaten hun nationale recht inzake rechtsbijstand, dat in overeenstemming behoort te zijn met het Handvest, het EVRM en de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, toepassen.
(49)
Overeenkomstig het beginsel van de doeltreffendheid van het Unierecht moeten de lidstaten passende en doeltreffende voorzieningen in rechte instellen om de bij deze richtlijn aan individuen toegekende rechten te waarborgen.
(50)
De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat bij de beoordeling van de verklaringen die de verdachten of beklaagden afleggen of van het bewijs dat is verkregen in strijd met hun recht op een advocaat, of in gevallen waarin overeenkomstig deze richtlijn een afwijking van dat recht was toegestaan, de rechten van de verdediging en het eerlijke verloop van de procedure worden geëerbiedigd. In dit verband dient de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in acht te worden genomen, waarin wordt bepaald dat de rechten van de verdediging in principe onherstelbaar zijn geschonden als belastende verklaringen die tijdens een politieverhoor bij afwezigheid van een advocaat zijn gedaan, worden gebruikt voor een veroordeling. Dit laat onverlet het gebruik van verklaringen voor andere doelen die krachtens het nationale recht zijn toegestaan, zoals de noodzaak om spoedeisende onderzoekshandelingen uit te voeren of om het plegen van andere strafbare feiten of het optreden van ernstige negatieve gevolgen voor een persoon te voorkomen, dan wel de dringende noodzaak om te voorkomen dat strafprocedures substantiële schade wordt toegebracht, wanneer het verlenen van toegang tot een advocaat of het vertragen van het onderzoek onherstelbare schade zou toebrengen aan een lopend onderzoek naar een ernstig misdrijf. Voorts mag dit geen afbreuk doen aan de nationale voorschriften of systemen inzake de toelaatbaarheid van bewijs en mag het de lidstaten niet beletten een systeem te handhaven waarbij al het bestaande bewijs in rechte mag worden aangevoerd zonder dat de toelaatbaarheid ervan afzonderlijk of vooraf wordt beoordeeld.
(51)
De zorgplicht ten aanzien van verdachten of beklaagden die in een mogelijk zwakke positie verkeren, ligt ten grondslag aan een eerlijke rechtsbedeling. Het openbaar ministerie, de rechtshandhavingsautoriteiten en de rechterlijke instanties moeten daarom de daadwerkelijke uitoefening door dergelijke verdachten of beklaagden van de rechten waarin deze richtlijn voorziet, bevorderen, bijvoorbeeld door rekening te houden met mogelijke kwetsbaarheid die hun vermogen aantast om het recht op toegang tot een advocaat en het recht een derde vanaf hun vrijheidsbeneming op de hoogte te laten brengen, uit te oefenen, en door passende maatregelen te nemen die ervoor zorgen dat die rechten gewaarborgd worden.
(52)
Deze richtlijn eerbiedigt de door het Handvest erkende grondrechten en beginselen, zoals het verbod op foltering en onmenselijke en onterende behandeling, het recht op vrijheid en veiligheid, de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, het recht op menselijke integriteit, de rechten van het kind, de integratie van mensen met een handicap, het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en het recht op een eerlijk proces, het vermoeden van onschuld en de rechten van de verdediging. Deze richtlijn dient overeenkomstig deze rechten en beginselen te worden toegepast.
(53)
De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de bepalingen van deze richtlijn die met door het EVRM gewaarborgde rechten overeenkomen, worden toegepast in overeenstemming met de bepalingen van het EVRM, zoals deze zijn ontwikkeld in de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
(54)
In deze richtlijn worden minimumvoorschriften vastgesteld. De lidstaten kunnen de in deze richtlijn vastgestelde rechten uitbreiden om een hoger beschermingsniveau te bieden. Een dergelijk hoger beschermingsniveau mag geen belemmering vormen voor de wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen die die minimumvoorschriften beogen te bevorderen. Het beschermingsniveau mag nooit lager zijn dan de normen die opgenomen zijn in het Handvest en in het EVRM, zoals uitgelegd in de jurisprudentie van het Hof van Justitie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
(55)
In deze richtlijn worden de rechten van kinderen bevorderd en wordt rekening gehouden met de richtsnoeren van de Raad van Europa over kindvriendelijke justitie, in het bijzonder met de bepalingen over de informatie die en het advies dat aan kinderen moeten worden gegeven. Deze richtlijn garandeert dat verdachten en beklaagden, waaronder kinderen, passende informatie wordt gegeven die hen in staat stelt de gevolgen van elke afstand van een uit hoofde van deze richtlijn verleend recht te begrijpen, en dat deze afstand op vrijwillige en ondubbelzinnige wijze wordt gedaan. Wanneer de verdachte of de beklaagde een kind is, moet de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt zo spoedig mogelijk in kennis worden gesteld na de vrijheidsbeneming van het kind en moet deze op de hoogte gebracht worden van de redenen daarvoor. Indien het verstrekken van deze informatie aan de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt voor het kind ingaat tegen het belang van het kind, moet een andere in aanmerking komende volwassene, zoals een familielid, op de hoogte gebracht worden. De bepalingen van het nationale recht die voorschrijven dat de specifieke instanties, instellingen en personen, met name degene die verantwoordelijk zijn voor de bescherming en het welzijn van kinderen, in kennis worden gesteld van het feit dat een kind zijn vrijheid is ontnomen, worden hierdoor onverlet gelaten. Behoudens in de meest uitzonderlijke omstandigheden dienen de lidstaten zich te onthouden van een beperking of uitstel van het recht met een derde contact te hebben ter zake van een verdacht of aangeklaagd kind dat zijn vrijheid is ontnomen. In geval van uitstel mag het kind echter niet van de buitenwereld afgezonderd worden vastgehouden, en moet het bijvoorbeeld worden toegestaan om met een voor de bescherming of het welzijn van kinderen verantwoordelijke instelling of persoon te communiceren.
(56)
Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van de lidstaten en de Commissie van 28 september 2011 over toelichtende stukken (8) hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om in gerechtvaardigde gevallen de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van één of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht. Met betrekking tot deze richtlijn acht de wetgever de toezending van die stukken gerechtvaardigd.
(57)
Aangezien de doelstelling van deze richtlijn, namelijk het vaststellen van minimumvoorschriften betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen van de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens die vrijheidsbeneming, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt maar vanwege de omvang en de gevolgen van de maatregel, beter door de Unie kan worden bereikt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 VEU neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken.
(58)
Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het VEU en het VWEU, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, nemen het Vereningd Koninkrijk en Ierland niet deel aan de vaststelling van deze richtlijn, die bijgevolg niet bindend is voor, noch van toepassing is in die lidstaten.
(59)
Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het VEU en het VWEU, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze richtlijn; deze is bijgevolg niet bindend voor, noch van toepassing in die lidstaat,
HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1

Onderwerp

Deze richtlijn bevat minimumvoorschriften betreffende het recht van verdachten en beklaagden in strafprocedures en van personen tegen wie een procedure ingevolge Kaderbesluit 2002/584/JBZ loopt („procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel”), om toegang tot een advocaat te hebben en om een derde op de hoogte te laten brengen van de vrijheidsbeneming en om met derden en met consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming.
Artikel 2

Toepassingsgebied

1. Deze richtlijn is van toepassing op de verdachten of beklaagden in een strafprocedure, vanaf het ogenblik waarop zij er door de bevoegde autoriteiten van een lidstaat door middel van een officiële kennisgeving of anderszins van in kennis worden gesteld dat zij ervan worden verdacht of beschuldigd een strafbaar feit te hebben begaan, ongeacht of hen hun vrijheid is ontnomen. Zij is van toepassing totdat de procedure is beëindigd, dat wil zeggen totdat definitief is vastgesteld of de verdachte of beklaagde het strafbare feit al dan niet heeft begaan, met inbegrip van, indien van toepassing, de strafoplegging en de uitkomst in een eventuele beroepsprocedure.
2. Deze richtlijn is, in overeenstemming met artikel 10, van toepassing op personen tegen wie een procedure ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel loopt (gezochte personen), vanaf het moment van aanhouding in de uitvoerende lidstaat.
3. Deze richtlijn is, onder dezelfde voorwaarden als genoemd in lid 1, tevens van toepassing op andere personen dan verdachten en beklaagden die in de loop van het verhoor door de politie of door een andere rechtshandhavingsautoriteit, verdachte of beklaagde worden.
4. Onverminderd het recht op een eerlijk proces is deze richtlijn, met betrekking tot lichte feiten:
a)
waarvoor krachtens de wet van een lidstaat een sanctie door een andere autoriteit dan een in strafzaken bevoegde rechtbank wordt opgelegd, en tegen het opleggen van deze sanctie beroep bij een dergelijke rechtbank, kan worden ingesteld, of kan worden verwezen naar een dergelijke rechtbank, of
b)
waarvoor geen vrijheidsstraf kan worden opgelegd,
alleen van toepassing op de procedures voor een in strafzaken bevoegde rechtbank.
Deze richtlijn is in elk geval volledig van toepassing indien de verdachte of beklaagde zijn vrijheid is ontnomen, ongeacht de fase van de strafprocedure.
Artikel 3

Recht op toegang tot een advocaat in een strafprocedure

1. De lidstaten zorgen ervoor dat de verdachten of beklaagden recht hebben op toegang tot een advocaat, op een zodanig moment en op zodanige wijze dat de betrokken personen hun rechten van verdediging in de praktijk daadwerkelijk kunnen uitoefenen.
2. De verdachten of beklaagden hebben zonder onnodig uitstel toegang tot een advocaat. In elk geval, hebben de verdachten of beklaagden toegang tot een advocaat vanaf de volgende momenten, ongeacht welk moment het vroegste is:
a)
voordat zij door de politie of door een andere rechtshandhavingsautoriteit of rechterlijke instantie worden verhoord;
b)
wanneer de onderzoeks- of andere bevoegde autoriteiten een tot onderzoek of andere vorm van bewijsgaring strekkende handeling verrichten, overeenkomstig lid 3, onder c);
c)
zonder onnodig uitstel na de vrijheidsbeneming;
d)
indien zij voor een in strafzaken bevoegde rechtbank zijn opgeroepen, binnen een redelijke termijn voordat zij voor deze rechtbank in rechte verschijnen.
3. Het recht op toegang tot een advocaat houdt het volgende in:
a)
de lidstaten zorgen ervoor dat de verdachten of beklaagden het recht hebben de advocaat die hen vertegenwoordigt onder vier ogen te ontmoeten en met hem te communiceren, ook voordat zij door de politie of een andere rechtshandhavingsautoriteit of rechterlijke instantie worden verhoord;
b)
de lidstaten zorgen ervoor dat de verdachten of beklaagden het recht hebben dat hun advocaat bij het verhoor aanwezig is en daaraan daadwerkelijk kan deelnemen. Deze deelname geschiedt overeenkomstig procedures in het nationale recht, mits die procedures de daadwerkelijke uitoefening en de essentie van het desbetreffende recht onverlet laten. Wanneer een advocaat aan het verhoor deelneemt, wordt het feit dat dergelijke deelname heeft plaatsgevonden, geregistreerd door gebruik te maken van de registratieprocedure overeenkomstig het recht van de betrokken lidstaat;
c)
de lidstaten zorgen ervoor dat de verdachten of beklaagden ten minste het recht hebben hun advocaat de volgende onderzoekshandelingen of procedures voor het vergaren van bewijsmateriaal te laten bijwonen, mits het handelingen betreft waarin het nationale recht voorziet en waarbij de aanwezigheid van de verdachte of beklaagde is vereist of hem dat is toegestaan:
i)
meervoudige confrontaties;
ii)
confrontaties;
iii)
reconstructies van de plaats van een delict.
4. De lidstaten spannen zich ervoor in algemene informatie ter beschikking te stellen om verdachten of beklaagden te helpen een advocaat te vinden.
Onverminderd de bepalingen van het nationale recht betreffende de verplichte aanwezigheid van een advocaat, treffen de lidstaten de noodzakelijke regelingen om ervoor te zorgen dat verdachten of beklaagden wie de vrijheid is ontnomen in staat zijn om hun recht op toegang tot een advocaat daadwerkelijk uit te oefenen, tenzij zij afstand hebben gedaan van dat recht overeenkomstig artikel 9.
5. In uitzonderlijke omstandigheden kunnen de lidstaten, uitsluitend in de fase van het voorbereidende onderzoek, tijdelijk afwijken van de toepassing van lid 2, onder c), indien de geografische afstand waarop een verdachte of beklaagde zich bevindt het onmogelijk maakt om het recht op toegang tot een advocaat onverwijld na de vrijheidsbeneming te kunnen waarborgen.
6. In uitzonderlijke omstandigheden kunnen de lidstaten, uitsluitend in de fase van het voorbereidende onderzoek, tijdelijk afwijken van de toepassing van de in lid 3 vastgestelde rechten, indien en voor zover, gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval, een of meer van de volgende dwingende redenen zulks rechtvaardigen:
a)
indien er sprake is van een dringende noodzaak om ernstige negatieve gevolgen voor het leven, de vrijheid of de fysieke integriteit van een persoon te voorkomen;
b)
indien onmiddellijk optreden door de onderzoeksautoriteiten noodzakelijk is om te voorkomen dat de strafprocedure substantiële schade wordt toegebracht.
Artikel 4

Vertrouwelijkheid

De lidstaten eerbiedigen het vertrouwelijke karakter van de communicatie tussen de verdachten of beklaagden en hun advocaat bij de uitoefening van het recht op toegang tot een advocaat op grond van deze richtlijn. Die communicatie omvat ontmoetingen, briefwisseling, telefoongesprekken en elke andere vorm van communicatie die krachtens het nationale recht is toegestaan.
Artikel 5

Recht om een derde op de hoogte te laten brengen van de vrijheidsbeneming

1. De lidstaten zorgen ervoor dat verdachten of beklaagden wie hun vrijheid is ontnomen het recht hebben om, indien gewenst, ten minste één door hen aangeduide persoon, bijvoorbeeld een familielid of een werkgever, zonder onnodig uitstel op de hoogte te laten brengen van hun vrijheidsbeneming.
2. Indien de verdachte of beklaagde een kind is, zorgen de lidstaten ervoor dat de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid voor het kind draagt zo spoedig mogelijk in kennis wordt gesteld van de vrijheidsbeneming en van de redenen daarvoor, tenzij dit in strijd zou zijn met het belang van het kind, in welk geval een andere volwassene die daarvoor in aanmerking komt op de hoogte wordt gebracht. Voor de toepassing van dit lid wordt een persoon die jonger is dan achttien jaar als kind aangemerkt.
3. De lidstaten kunnen tijdelijk afwijken van de toepassing van de in de leden 1 en 2 bepaalde rechten indien, gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval, een van de volgende dwingende redenen zulks rechtvaardigt:
a)
een dringende noodzaak om ernstige negatieve gevolgen voor het leven, de vrijheid of de fysieke integriteit van een persoon te voorkomen;
b)
een dringende noodzaak om een situatie te voorkomen waarin substantiële schade aan de strafprocedure kan worden toegebracht.
4. Indien de lidstaten tijdelijk afwijken van de toepassing van de in lid 2 bepaalde rechten, zorgen zij ervoor dat een met de bescherming en het welzijn van kinderen belaste autoriteit zonder onnodig uitstel in kennis wordt gesteld van het feit dat het kind zijn vrijheid is ontnomen.
Artikel 6

Recht om gedurende de vrijheidsbeneming met derden te communiceren

1. De lidstaten zorgen ervoor dat verdachten of beklaagden wie hun vrijheid is ontnomen, het recht hebben zonder onnodig uitstel met ten minste één door hem aangeduide derde, zoals een familielid, te communiceren.
2. De lidstaten kunnen de uitoefening van het recht bedoeld in lid 1 beperken of uitstellen op grond van dwingende of proportionele operationele vereisten.
Artikel 7

Het recht op communicatie met de consulaire autoriteiten

1. De lidstaten zorgen ervoor dat verdachten of beklaagden die geen onderdaan zijn en wie hun vrijheid is ontnomen, het recht hebben om, desgewenst, de consulaire autoriteiten van de lidstaat waarvan zij de nationaliteit hebben, zonder onnodig uitstel op de hoogte te laten brengen van de vrijheidsbeneming, en met de consulaire autoriteiten te communiceren. Verdachten of beklaagden die twee of meer nationaliteiten hebben, kunnen evenwel kiezen welke consulaire autoriteiten in voorkomend geval op de hoogte moeten worden gebracht van de vrijheidsbeneming, en met welke consulaire autoriteiten zij wensen te communiceren.
2. Verdachten of beklaagden hebben tevens het recht door hun consulaire autoriteiten te worden bezocht, zich met hen te onderhouden en met hen te corresponderen en het recht om hun vertegenwoordiging in rechte door hun consulaire autoriteiten geregeld te zien, voor zover die autoriteiten daarmee instemmen en de betrokken verdachten of beklaagden zulks wensen.
3. De uitoefening van de in dit artikel bedoelde rechten kan in het nationale recht of bij nationale procedures worden gereguleerd, mits dat recht en die procedures de verwezenlijking van de met deze rechten beoogde doelen volledig waarborgen.
Artikel 8

Algemene voorwaarden voor de toepassing van tijdelijke afwijkingen

1. Een tijdelijke afwijking op grond van artikel 3, lid 5 of 6, of uit hoofde van artikel 5, lid 3:
a)
heeft een evenredig karakter en gaat niet verder dan noodzakelijk;
b)
heeft een strikt beperkte geldigheidsduur;
c)
wordt niet uitsluitend gebaseerd op de soort of de ernst van het vermeende strafbare feit, en
d)
doet geen afbreuk aan het globale eerlijke verloop van de procedure.
2. Tijdelijke afwijkingen op grond van artikel 3, lid 5 of 6, kunnen alleen toegestaan worden bij een naar behoren gemotiveerde en per geval genomen beslissing, die ofwel uitgaat van een rechterlijke instantie of van een andere bevoegde autoriteit op voorwaarde dat de beslissing kan worden onderworpen aan rechterlijke toetsing. De naar behoren gemotiveerde beslissing wordt geregistreerd door gebruik te maken van de registratieprocedure overeenkomstig het recht van de betrokken lidstaat.
3. Tijdelijke afwijkingen op grond van artikel 5, lid 3, kunnen alleen per geval worden toegestaan, ofwel door een rechterlijke instantie of door een andere bevoegde autoriteit op voorwaarde dat de beslissing kan worden onderworpen aan rechterlijke toetsing.
Artikel 9

Afstand

1. Onverminderd de bij het nationale recht voorgeschreven aanwezigheid of bijstand van een advocaat, zorgen de lidstaten ervoor dat, met betrekking tot afstand van een in de artikelen 3 en 10 bedoeld recht:
a)
de verdachte of beklaagde mondeling of schriftelijk duidelijke en toereikende informatie in eenvoudige en begrijpelijke bewoordingen is gegeven over de inhoud van het betrokken recht en over de mogelijke gevolgen van het afstand doen daarvan, en
b)
deze vrijwillig en ondubbelzinnig geschiedt.
2. De afstand, die schriftelijk of mondeling kan geschieden, wordt geregistreerd, alsmede de omstandigheden waaronder de afstand is gedaan door gebruik te maken van de registratieprocedure overeenkomstig het recht van de betrokken lidstaat.
3. De lidstaten zorgen ervoor dat deze afstand later op elk moment tijdens de strafprocedure door de verdachte of de beklaagde kan worden herroepen en dat de verdachte of beklaagde van die mogelijkheid op de hoogte gebracht wordt. Dergelijke herroeping van de afstand wordt van kracht vanaf het moment waarop zij heeft plaatsgevonden.
Artikel 10

Recht op toegang tot een advocaat in een procedure ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel

1. De lidstaten zorgen ervoor dat een gezochte persoon, vanaf zijn aanhouding op grond van een Europees aanhoudingsbevel recht heeft op toegang tot een advocaat in de uitvoerende lidstaat.
2. Met betrekking tot de inhoud van het recht op toegang tot een advocaat in de uitvoerende lidstaat hebben gezochte personen in die lidstaat de volgende rechten:
a)
het recht op toegang tot een advocaat op een zodanig moment en op een zodanige wijze dat de gezochte personen hun rechten daadwerkelijk en in ieder geval zonder onnodig uitstel na de vrijheidsbeneming kunnen uitoefenen;
b)
het recht om te communiceren met de advocaat die hen vertegenwoordigt en deze te ontmoeten;
c)
het recht dat hun advocaat aanwezig is bij en overeenkomstig procedures in het nationale recht deelneemt aan het verhoor van een gezochte persoon door de uitvoerende rechterlijke instantie. Wanneer een advocaat deelneemt aan het verhoor, moet dat geregistreerd worden door gebruik te maken van de registratieprocedure overeenkomstig het recht van de betrokken lidstaat.
3. De bij de artikelen 4, 5, 6, 7, 9, en, in geval van een tijdelijke afwijking uit hoofde van artikel 5, lid 3, de bij artikel 8 bepaalde rechten zijn van overeenkomstige toepassing op de procedures ter uitvoering van het Europees aanhoudingsbevel in de uitvoerende lidstaat.
4. De bevoegde autoriteit in de uitvoerende lidstaat brengt de gezochte personen er zonder onnodig uitstel na de vrijheidsbeneming van op de hoogte dat zij het recht hebben in de uitvaardigende lidstaat een advocaat aan te wijzen. De rol van de advocaat in de uitvaardigende lidstaat is de advocaat in de uitvoerende lidstaat bij te staan, door die advocaat informatie en advies te verstrekken teneinde de gezochte personen hun rechten uit hoofde van Kaderbesluit 2002/584/JBZ daadwerkelijk te doen uitoefenen.
5. Indien de gezochte personen het recht om een advocaat in de uitvaardigende lidstaat aan te wijzen, wensen uit te oefenen en zij nog geen dergelijke advocaat hebben, brengt de bevoegde autoriteit in de uitvoerende lidstaat de bevoegde autoriteit in de uitvaardigende lidstaat hiervan terstond op de hoogte. De bevoegde autoriteit van die lidstaat verstrekt de gezochte personen zonder onnodig uitstel de informatie om hen te helpen in die lidstaat een advocaat te vinden.
6. Het recht van gezochte personen om in de uitvaardigende lidstaat een advocaat aan te wijzen, laat de in Kaderbesluit 2002/584/JBZ bepaalde termijnen of de verplichting voor de uitvoerende rechterlijke instantie om binnen de overeenkomstig dat kaderbesluit bepaalde termijnen en voorwaarden een beslissing te nemen over de overlevering van de betrokkene, onverlet.
Artikel 11

Rechtsbijstand

Deze richtlijn laat het nationale recht inzake rechtsbijstand, dat van toepassing is overeenkomstig het Handvest en het EVRM, onverlet.
Artikel 12

Rechtsmiddelen

1. De lidstaten zorgen ervoor dat verdachten of beklaagden in strafprocedures alsmede gezochte personen in een procedure ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel, op grond van het nationale recht over een doeltreffende voorziening in rechte beschikken in gevallen waarin hun rechten op grond van deze richtlijn zijn geschonden.
2. Onverminderd nationale bepalingen en stelsels inzake de toelaatbaarheid van bewijs zorgen de lidstaten er in strafprocedures voor dat bij de beoordeling van de verklaringen van verdachten of beklaagden of van bewijs dat is verkregen in strijd met hun recht op een advocaat of in gevallen waarin overeenkomstig artikel 3, lid 6, een afwijking van dit recht was toegestaan, de rechten van de verdediging en het eerlijke verloop van de procedure worden geëerbiedigd.
Artikel 13

Kwetsbare personen

De lidstaten zorgen ervoor dat bij de toepassing van deze richtlijn rekening wordt gehouden met de specifieke behoeften van kwetsbare verdachten en kwetsbare beklaagden.
Artikel 14

Non-regressieclausule

Geen enkele bepaling in deze richtlijn mag worden opgevat als een beperking of afwijking van de rechten en procedurele waarborgen die voortvloeien uit het Handvest, het EVRM of andere toepasselijke bepalingen van het internationale recht of het recht van lidstaten en die een hoger beschermingsniveau bieden.
Artikel 15

Omzetting

1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 27 november 2016 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.
2. Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor de verwijzing worden door de lidstaten vastgesteld.
3. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.
Artikel 16

Verslag

Uiterlijk op 28 november 2019 dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in, waarin wordt beoordeeld in hoeverre de lidstaten aan deze richtlijn hebben voldaan, inclusief een beoordeling van de toepassing van artikel 3, lid 6, juncto artikel 8, leden 1 en 2, indien nodig vergezeld van wetgevingsvoorstellen.
Artikel 17

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 18

Adressaten

Deze richtlijn is overeenkomstig de Verdragen gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Straatsburg, 22 oktober 2013.
Voor het Europees Parlement
De voorzitter
M. SCHULZ
Voor de Raad
De voorzitter
V. LEŠKEVIČIUS
(1) PB C 43 van 15.2.2012, blz. 51.
(2) Standpunt van het Europees Parlement van 10 september 2013 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 7 oktober 2013.
(3) PB C 295 van 4.12.2009, blz. 1.
(4) PB C 115 van 4.5.2010, blz. 1.
(5) PB L 280 van 26.10.2010, blz. 1.
(6) PB L 142 van 1.6.2012, blz. 1.
(7) PB L 190 van 18.7.2002, blz. 1.
(8) PB C 369 van 17.12.2011, blz. 14.
wiki
De Bank Degroof - La Banque Degroof
Edited: 201309300961
Opgericht in 1871

Als onafhankelijke bank wordt Bank Degroof gecontroleerd door haar management. Zij is niet beursgenoteerd.

Cijfers per 30 september 2013

1. Cobepa nv, CLdN Finance sa en families Philippson, Siaens, Schockert en Haegelsteen 62,21%
2. Management en personeel, andere dan hierboven 12,76%
3. Financiële partners 18,91%
4. Autocontrole 6,12%
FM Brussel/brusselnieuws.be
Renovatie Leopold II-tunnel twee jaar uitgesteld - PPS - Sale-lease-back
Edited: 201309171858
18:58 - 17/09/2013
De grondige vernieuwing van de Leopold II-tunnel zal pas beginnen in 2016 en niet in 2014 zoals eerder aangekondigd. De werken zouden twee tot vier jaar duren. Vijf consortia van privébedrijven zijn kandidaat om de werken uit te voeren en te financieren, in ruil voor een jaarlijkse vergoeding van het Brussels Gewest. Omdat het Gewest de renovatie van de Leopold II-tunnel niet kan dragen wordt geopteerd voor een publiek-private samenwerking. Niet alleen de werken maar ook het onderhoud van de vernieuwde tunnel zullen gedurende een kwarteeuw betaald worden door een consortium van bedrijven. In ruil zal Brussel na de renovatie jaarlijks een bedrag betalen om de tunnel te mogen gebruiken. Over dat bedrag moet nog onderhandeld worden.

Momenteel zijn nog vijf consortia in de running om de opdracht binnen te halen, zo laat minister van Openbare Werken Brigitte Grouwels (CD&V) weten. In 2015 zal het Gewest een laureaat aanduiden. Het jaar nadien zouden de werkzaamheden dan van start gaan.

Hoe lang de werken zullen duren is nog niet duidelijk. Als men de tunnel gedurende langere periodes helemaal sluit, zou de werf maximaal twee jaar duren. Kiest men ervoor om de tunnel enkel tijdens de vakantieperiodes te sluiten, dan spreekt men van een termijn van zeker vier jaar.

De Leopold II-tunnel is met 2,5 kilometer de langste autotunnel van het land. Elke dag rijden ongeveer 65.000 voertuigen door de kokers. Dat betekent dat het geen sinecure wordt om de tunnel te sluiten.

Maar de werken zijn noodzakelijk. Alles aan de tunnel is aan vervanging toe. Eerder moest de oude wandbekleding al worden weggehaald omdat er wandplaten op de rijweg dreigden te vallen. "Alles was onveilig is, is al weggehaald", verzekert Grouwels. "De zaak is dus onder controle." Maar de vernieuwing dringt zich op. "De tunnel is nu bijzonder onaangenaam en niet goed voor het imago van Brussel."

De vijf kandidaat-consortia op een rijtje:

- Besix Group / Schneider Electric France / Sanef (leiders)
Art & Build, Coseas, Ellyps, Ingérop (leden)

- Eiffage / DG Infra+ (leiders)
Antwerpse Bouwwerken, APRR, Cerau, Clemessy, Eiffage TP, Grontmij, PS2, TPF Engineering, Valens, VSE, Yvan Paque, Zwart & Jansma (leden)

- Leoporte, aangestuurd door BAM PPP PGGM Infrastructure Coöperatie U.A. (leider)
Arter, BAM ITM, Betonac, CEI De Meyer, LCC Engineering, Royal Haskoning, SBE, Seco, Siemens, (leden)

- PMF Infrastructure Fund / CIT Blaton / Van Laere / Cegelec (leiders)
Abetec, Cooparch, D+A International, Setec, Vinci Concessions (leden)

- SPC New Leopold II, aangestuurd door CFE / DIF Infrastructure III PPP (leiders)
Cofiroute, Greisch, MBG, Nizet Entreprise, Nutons, SUM Project, Tractebel - Sener, Van Wellen, VMA (leden)

[tunnels]
BPOST
2013: Op 21 juni 2013 wordt bpost een beursgenoteerd bedrijf. Aankoop Landmark Global in VS
Edited: 201306215524
Amerikaanse ambassadeur Gutman bestuurder bij Exmar
Edited: 201305230718
Het gastankerbedrijf Exmar heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om Gutman een bestuursfunctie in het bedrijf aan te bieden. Topman Nicolas Saverys viseert daarbij ongetwijfeld de goede contacten die Gutman in de Verenigde Staten heeft. De man is oa. een goede persoonlijke vriend van de Amerikaanse president Obama. Saverys is van oordeel dat de Democratische Partij van Obama nog vele jaren aan de macht zal blijven. Indien de kandidaat-opvolgster van Obama, Hillary Clinton ten minste in goede gezondheid blijft.

De link van Exmar naar de Verenigde Staten toe heeft alles te maken met de langetermijnplannen die Washington heeft op het vlak van schaliegas. De Amerikanen hebben verscheidene projecten opgezet om het schaliegas te exploiteren. In Amerika zullen daardoor grote voorraden gas voor export vrij komen. Als gastankerbedrijf zou Exmar zich daar goed kunnen positioneren.

Exmar heeft toonaangevende technologie in huis voor het vervoer van gas. De schepen zijn uitgerust met de meest moderne technologie. Exmar tekende in 2012 voor een omzet van 489 miljoen dollar (+8%).
Volkskrant van 20130424
Grootgrondbezit: Ook in Europa is landjepik populair
Edited: 201304240909
GERARD REIJN ? 24/04/13, 00:00
Grootgrondbezit wordt altijd geassocieerd met arme landen, maar vooral Oost-Europese landerijen zijn plots in trek. Het Europees landbouwbeleid speelt daar ook een rol in.

In de Europese Unie is de helft van alle landbouwgrond in handen van 3 procent van de landbouwbedrijven. Kapitaalkrachtige bedrijven, oliestaten, vreemde mogendheden en Oost-Europese oligarchen eigenen zich enorme landerijen toe, vooral in Oost-Europa.

Dat constateert een groep onderzoekers onder leiding van de Wageningse hoogleraar Jan Douwe van der Ploeg en Saturnino Borras, een Filipijnse onderzoeker van het Haagse Instituut voor Sociale Studies ISS. Vorige week publiceerden zij delen uit een onderzoek dat in de zomer klaar moet zijn, net op tijd om door het Europees Parlement te worden meegewogen als dat spreekt over het nieuwe landbouwbeleid van de EU. Want, zegt Saturnino Borras, 'het Europees landbouwbeleid stimuleert deze ontwikkeling in hoge mate. Dat wordt nog sterker als straks de agrarische subsidies per hectare zullen worden berekend, zoals in de nieuwe voorstellen het geval is.' De subsidies komen grotendeels in handen van de grootgrondbezitters. In Italië krijgt nu al 0,29 procent van de bedrijven 18 procent van de subsidies. In Hongarije strijkt 8,6 procent van de bedrijven zelfs 72 procent van de subsidies op.

Grootgrondbezit wordt altijd geassocieerd met naargeestige trekjes van Latijns-Amerikaanse landen en met plantages in Afrika en Zuidoost-Azië. Maar, schrijven de onderzoekers, 'landeigendom in Europa is erg ongelijk verdeeld, in sommige landen net zo erg als in Brazilië, Colombia en de Filipijnen'. En dat zijn landen die berucht zijn om hun grootgrondbezit en vooral de nadelen daarvan.

Het tempo van concentratie van land ligt buitengewoon hoog, stelt onderzoeker Borras. In Duitsland waren in 1966 nog 1,246 miljoen boerenbedrijven, in 2010 nog 299 duizend. Een daling van rond 3,5 procent per jaar.

In Oost-Europa gaat het nog veel harder. In Oekraïne bezitten de tien grootste agrarische ondernemingen 2,8 miljoen hectare grond. Ter vergelijking: het Nederlandse grondoppervlak is 3 miljoen hectare, daarvan is 2,2 miljoen hectare agrarische grond. Na de val van het communistische regime werd de grond verdeeld onder de boeren, maar dat gebeurde zodanig dat kleine boeren geen kans op overleven hadden. Zij verpachtten of verkochten hun land. In Roemenië en Bulgarije gebeurde iets soortgelijks.

Net als in Afrika is China een belangrijke partij in het Europese landgrab-spel. In het noorden van Bulgarije, een van de armste streken van Europa, verwierf de Tianjin State Farms Agribusiness Group 20 km2 land om er onder meer mais en melkpoeder te produceren voor China. Nog maar enkele weken geleden kondigde China aan zijn landbouwgronden in Bulgarije te zullen voorzien van een irrigatiesysteem. Qatar en Koeweit onderhandelen ook over investeringen van honderden miljoenen in Bulgarije.

In Hongarije wisten buitenlandse partijen duizenden hectares te bemachtigen, hoewel dat verboden is. Een berucht geval is dat van de Italiaanse familie Benetton, die van de kleding. Die bezit er een landgoed van 7.000 hectare, waar mais en tarwe worden verbouwd, en dat door de lokale bevolking 'Dallas' wordt genoemd, naar de tv-serie over de Texaanse familie Ewing.

De landgrab in Oost- en Midden-Europa is niet wezenlijk anders dan die in Afrika, zegt onderzoeker Borras. In West- en Zuid-Europa verloopt de concentratie langzamer, maar gestaag. 'Sluipende landroof', noemt Borras dat. Een politieke term, geeft hij toe. Maar ook een wetenschappelijke. 'Het betekent dat de controle over het land in weinig handen komt, waardoor het politieke effecten krijgt.' In sommige delen van Spanje is dat te zien. Volgens Borras wordt daar op steeds grotere schaal land bezet door landloze boeren. 'En vaak slagen ze erin die bezetting gelegaliseerd te krijgen. Ze winnen.'

Borras vindt dat een bewijs te over dat de concentratie van landeigendom gevaarlijk is. 'Het belemmert jonge mensen boer te worden. In Europa willen nog steeds mensen boer worden, maar ze kunnen het vaak niet omdat ze niet aan de grond kunnen komen. Door de concentratie van landeigendom wordt dat probleem steeds groter.'

Nederland speelt grote rol bij landgrabbing

Nederlandse financiële partijen spelen een grote rol in landgrabbing. De drie grote banken (ING, ABN Amro, Rabobank) en drie pensioenfondsen (ABP, Bedrijfstak pensioenfonds Bouw en Pensioenfonds Zorg en Welzijn) hebben samen 2,2 miljard euro geïnvesteerd in tientallen bedrijven die soms honderdduizenden hectares bezitten. In totaal hebben ze zo belangen in 14,3 miljoen hectare land. Dat is bijna vijf maal Nederland.

Dat blijkt uit onderzoek dat een jaar geleden werd verricht door het Landbouw Economisch Instituut (LEI), in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. Aan het onderzoek is in de media vrijwel geen aandacht besteed. De Tweede Kamer heeft er begin dit jaar wel een hoorzitting over gehouden.

Het zijn meest onbekende plantage-bedrijven, veelal in Zuidoost- Azië, zoals Bakrie Sumatera Plantations (250 duizend hectare), Indofood Sukses Makmur (550 duizend) en China Huiyuan Group (200 duizend).

Maar ook hebben de zes institutionele bedrijven geld gestoken in papierconcerns die elk goed zijn voor honderdduizenden hectaren in vooral Oost-Azië en Latijns-Amerika. Daarbij gaat het om Nippon Paper (166 duizend hectare), Stora Enso (700 duizend) en Oji Paper (400 duizend).

Het LEI becijferde ook dat Nederlandse boeren en tuinders in totaal een half miljoen hectare land in het buitenland hebben verworven en er agrarische bedrijven op zijn begonnen. Dat is bijna een kwart van het totale Nederlandse areaal aan landbouwgrond (2,2 miljoen hectare).
BELGA
Herman Van Thillo veroordeeld voor misbruik van voorkennis
Edited: 201212180815
18/12/12 - 08u15 Bron: belga.be
Het Brusselse hof van beroep heeft Herman Van Thillo, ex-KBC-bestuurder en lid van de bekende zakenfamilie, veroordeeld voor misbruik van voorkennis. Dat schrijft De Tijd.
Vlak voor het einde van zijn mandaat als bestuurder bij KBC, in 2004, ging de nu 76-jarige Van Thillo in de fout, oordeelt het Brusselse hof van beroep. Toen besliste de groep Almanij-KBC zijn structuur te stroomlijnen. De KBC Bankverzekeringsholding nam Almanij over. En de aandeelhouders van de twee bedrijven gaven groen licht voor de herstructurering in maart 2005. Achter de schermen begonnen de voorbereidingen voor de operatie echter al in januari 2004. In oktober waren alle scenario's afgetoetst en viel de beslissing om de twee bedrijven te laten fuseren door een overname.

Eind oktober plaatste Herman Van Thillo verschillende aankoop- en verkooporders van aandelen-Almanij en -KBC. Hij deed dat via zijn patrimoniumvennootschap, Kustinvest, die tot dan alleen investeerde in onroerend goed. De transacties vielen ook de beurswaakhond op die een algemeen onderzoek had geopend naar de koersopstoot van de aandelen-Almanij en -Almancora in de periode voor de officiële bekendmaking van de operatie.

Van Thillo wordt veroordeeld tot 122.500 euro boete. De beurswaakhond was strenger en had een boete van 220.590 euro opgelegd, of drie keer het vermogensvoordeel, berekend op basis van de slotkoers van Almanij op 23 december 2004.
DS
Vijf groepsverkrachtingen per week
Edited: 20121106
DUMOLYN Thomas
De Industriële Transformatie van België. Economische Groei en Investeringen 1953-1966. (thesis U Gent 2012)
Edited: 201206311405


Commentaar LT: Onze speciale aandacht ging naar paragraaf 4.2.2. over Steenkool.
Het aantal mijnwerkers daalde tussen 1954 en 1962 met 50.000 eenheden.
De auteur vernoemt wel de overschotten die niet verkocht raakten vanaf 1958 (6 miljoen ton) maar we hadden toch ook graag importcijfers van steenkool en olie gezien.
De thesis is o.i. teveel gebaseerd op het werk van Baudhuin (1970).
FM Brussel
Ex-adviseur Rik Daems in opspraak rond Financietoren
Edited: 201204260917
door © FM Brussel/brusselnieuws.be
Brussel-Stad
08:17 - 26/04/2012
Drie zakenmensen moeten voor de strafrechter omwille van hun rol bij de verkoop van de Financietoren in 2001. De drie, waaronder een voormalig adviseur van toenmalig minister Rik Daems (Open VLD), zouden 9 miljoen euro geïncasseerd hebben bij de verkoop van de Financietoren.
De federale overheid verkocht de Financietoren in 2001 voor 311 miljoen euro aan de Nederlandse vastgoedgroep Breevast. De drie bemiddelden bij de verkoop en streken daar samen liefst 9 miljoen euro voor op. Nadien huurde de overheid het gebouw terug tegen een tarief dat erg voordelig was voor Breevast.
Het Brusselse parket onderzocht de verkoop nadat de Bijzondere Belastingsinspectie klacht indiende.
Een van de drie verdachten is Michel Bellemans, die een tijdje als adviseur voor toenmalig minister voor Overheidsbedrijven Rik Daems werkte. Het parket zou hem als spilfiguur beschouwen, schrijft De Morgen donderdag. Bellemans ontkent alle betrokkenheid.
De twee overige beschuldigden geven wel toen dat ze de miljoenen opstreken, maar stellen dat het commissielonen voor consultancydiensten betreft voor hun rol bij de transactie.
Asbestfonds (°2007) brengt verslag uit na 5 jaar werking: 1.505 slachtoffers vergoed
Edited: 201203280951
AFA brengt verslag uit n.a.v. 5-jarig bestaan
28-03-2012
Het Asbestfonds (AFA) werd op 1 april 2007 opgericht binnen het Fonds voor de beroepsziekten na jaren van lange en moeilijke besprekingen over zijn vorm, zijn werkterrein, zijn financiering,... Naar aanleiding van zijn 5-jarige bestaan werd de balans opgemaakt in de vorm van een verslag dat op een toegankelijke, menselijke en didactische manier werd opgesteld.
Wie?
Het Asbestfonds vergoedt de slachtoffers (en hun rechthebbenden) van asbestose (longfibrose) en van mesothelioom (hoofdzakelijk pleurakanker), twee ziekten die slechts kunnen worden opgelopen na in contact te zijn geweest met asbest. Iedere persoon die aan één van deze ziekten lijdt, kan vergoed worden, ongeacht of de persoon beroepsziekteslachtoffer (loontrekkende of zelfstandige) dan wel omgevingsslachtoffer (familie van een werknemer, iemand die in de buurt van een asbestfabriek woont, beoefenaar van een hobby,...) is.
Van april 2007 tot einde februari 2012 werden 1505 asbestslachtoffers vergoed: 887 voor mesothelioom en 618 voor asbestose. Die cijfers zijn min of meer stabiel van jaar tot jaar en zullen dit waarschijnlijk blijven gedurende nog een tiental jaar. Die cijfers zouden vervolgens moeten dalen omdat het gebruik van asbest sterk beperkt werd en daarna definitief verboden werd eind jaren '90.
In België zijn er gemiddeld 2,5 mesothelioomgevallen per 100.000 inwoners.
Wanneer?
Gezien de ernst van deze ziekten (mesothelioom is een dodelijke kanker, ook al duurt het ongeveer 40 jaar na de eerste asbestblootstelling vóór de ziekte uitbreekt) worden de beslissingen binnen een zeer korte termijn genomen (binnen 90 kalenderdagen voor mesothelioom).

De meest getroffen sector is uiteraard de sector die ruwe asbest verwerkte, maar onder de slachtoffers vinden we ook loodgieters, lassers, metaalarbeiders, bouwvakkers of ook nog dokwerkers.
De privésector is veruit het meest getroffen (78% van de slachtoffers). 18% zijn omgevingsslachtoffers. De openbare sector is veel minder getroffen, omdat er aanzienlijk minder gebruik werd gemaakt van asbest.
Voor mesothelioom is het aantal vergoede vrouwen 7x lager dan het aantal mannen (110 vrouwen tegenover 777 mannen). Voor de beroepsziekteslachtoffers is dit uiteraard te verklaren door het feit dat de arbeidsmarkt vijftig jaar geleden vooral een mannenzaak was. Dit is nog opvallender voor asbestose omdat het hier uitsluitend om een beroepsgebonden blootstelling aan asbest gaat gedurende een lange periode (hier telt men 604 mannen tegenover 14 vrouwen).
De meeste slachtoffers ontwikkelen de ziekte (mesothelioom of asbestose) tussen hun 65e en hun 74e verjaardag.
Welke vergoedingen?
Het AFA wordt in gelijke proporties gefinancierd door de Staat en de ondernemingen. Het vergoedt de zieken hetzij in de vorm van een maandelijkse rente, hetzij in de vorm van een kapitaal dat in één keer wordt uitbetaald. De slachtoffers ontvangen een maandelijkse rente van € 1689 voor mesothelioom en van € 16,89 per % lichamelijke ongeschiktheid voor asbestose. Bij overlijden ontvangen de rechthebbenden eenmalige bedragen volgens hun graad van verwantschap met het slachtoffer, van € 16.893 tot € 33.786 voor mesothelioom en van € 8.446 tot € 16.893 voor asbestose.
"In dit rapport hebben we doelbewust een belangrijke plaats ingeruimd voor interviews en getuigenissen", verklaart Jan Uytterhoeven, administrateur-generaal van het Asbestfonds. " We hebben het woord willen geven aan politici die betrokken zijn bij de werking van het Fonds (Philippe Courard, Georges Dallemagne), aan verenigingen die opkomen voor de slachtoffers (Abeva), maar ook aan de slachtoffers die nog in leven zijn en de getuigen die een verwante verloren hebben door een asbestziekte. We wilden geen formeel rapport maar wel een tekst die het menselijke tot uiting laat komen."
"Gezien de omvang van de schade veroorzaakt door asbest in ons land was de oprichting van het Asbestfonds (AFA) een noodzaak", zegt Philippe Courard, Staatssecretaris voor Sociale Zaken, belast met Beroepsrisico's. "Eerst en vooral omdat het de schadeloosstelling van personen mogelijk maakt die getroffen zijn door de vreselijke ziekten die die stof veroorzaakt, maar ook omdat het de duidelijke wil van de overheid weergeeft om concreet hulp te bieden aan diegenen die hieraan lijden of geleden hebben. Dit is naar mijn mening belangrijk voor de slachtoffers en hun gezinnen. Wat de toekomst van het Asbestfonds betreft, moet het eerst alle nodige zaken behandelen. Er zijn zeker en vast asbetsslachtoffers die zich nog niet gemeld hebben, vaak omdat ze het bestaan van het Asbestfonds niet kennen - ik denk hier vooral aan de zelfstandigen. Ik kan die personen alleen maar aanmoedigen om hun rechten te doen gelden. Tot slot wil ik ook dat men de mogelijkheid bestudeert om andere ziekten te erkennen die voortvloeien uit een contact met asbest. Maar dat kan alleen gebeuren op basis van epidemiologische elementen en doorgedreven statistieken en uiteraard in overleg met het Beheerscomité van het Asbestfonds."



bron en website
Guido Van Liefferinge
Over mediaconcentratie en de VRM. Open brief aan Apache
Edited: 201203271311
27 maart 2012 @ 13:11
Ik kijk met belangstelling uit naar de volgende afleveringen van dit dossier dat geen dag te vroeg komt. Dit inleidend stuk schetst de contouren waar binnen de Vlaamse Regulator voor de Media (VRM) werkt en legt al meteen de pijnpunten bloot. De VRM houdt hoofdzakelijk economische maatstaven naar dominantie in het oog , Niet dat die niet medebepalend zouden zijn voor de mediaconcentratie in Vlaanderen die trouwens ook op dat vlak groot is .Het feit dat zo’n doorgedreven concentrate zou nodig zijn om onze mediahuizen te laten overleven is een doekje voor het bloeden. Immers, aanvankelijk heeft de taalbarriere er mogelijke buitenlandse investeerders van weerhouden om hier krantenbedrijven op te kopen. Intussen heeft de internationalisering en globalisering van wat men “de media ” is gaan noemen waarvan de printmedia/pers integraal deel is gaan uitmaken, ervoor gezorgd dat ze vroeg of laat volledig in buitenlandse handen kunnen komen . Dat geldt trouwens al voor een aantal, w.o. Sanoma en Telenet. Aan de wetgever om daar wat aan te doen indien hij dat noodzakelijk acht .
Belengrijker lijkt mij dat de VRM in zijn onderzoek een onderscheidt tussen 1. Mediabedrijven die hoofdzakelijk of alleen maar met entertainment bezig of het doorgeefluik ervan (vb. Alfacam, Belgacom, Mobistar, Telenet) ; 2. Persbedriiven die deel uitmaken van een mediabedrijf en welk aandeel ze daarbinnen hebben. Nog niet zo heel lang geleden was een mediabedrijf een
persbedrijf dat dan nog hoofdzakelijk een printmedium was ( kranten, tijdschriften, huis-aan-huisbladen) met bovendien een specifieke journalistieke opdracht als Vierde Macht en garant van de vrijheden en waarden van de democratische rechtstaat. Met de invoering van het allesomvattend begrip “de media” is deze opdracht steeds meer naar de achtergrond verdwenen of zelfs helemaal ondergesneeuwd geraakt. De nieuwe media tycoons zijn obsessioneel bezig met geld en macht en daarin is steeds minder plaats voor onafhankelijke en kritische journalistiek die bovendien hun belangen kan schaden, en op de koop toe handenvol geld kost.
Indien de VRM zijn onderzoek hierop zou toespitsen, wat eigenlijk haar core business zou moeten zijn te meer niemand en zeker niet zijn opdrachtgever de essentiele taak van de pers als Vierde Macht in een democratische rechtsstaat in vraag durft te stelllen ( dat komt misschien nog wel als geld en macht alles dicteert ) , zou het resultaat op zijn zachtst uitgedrukt schokkend zijn vanuit dat oogpunt. De overdreven mediaconcentratie heeft ervoor gezorgd dat de pers een hond is die misschien nog wel mag blaffen maar al lang niet meer kan bijten, laat staan de waakhond zijn waarvoor hij werd opgeleid. Dat vertaalt zich in gemuilkorfde hoofdredacties en redacties waar integriteit en de onafhankelijkheid zijn opgeheven, , zelfcensuur en zelfpromotie schering en inslag zijn uit puur lijfbehoud, de omerta heerst , waar journalisten God en Klein Pierke aan het kruis mogen nagelen vaak op basis van leugens en halve waarheden, bedenkelijke anonieme getuigenissen , zelfs leugens en pure verzinsels . En waar hoofdredacteuren en journalisten spastische stuiptrekkingen krijgen als ze met terechte en verantwoorde mediakritiek te maken krijgen die zelden of nooit hun kolommen haalt tenzij ze er niet langer onderuit kunnen ( zoals bv. tijdens de recente busramp in Zwitserland).
Het is de hoogste tijd dat de VRM daar eens werk van maakt. Want al hebben we geen Vlaamse Berlusconi ( de economische benadering) we hebben wel een Vlaamse Murdoch ( de journalistieke benadering), en al hebben de excessen op dat vlak in Vlaanderen gelukkig nog de schandelijke en zelfs criminele proporties niet bereikt zoals in het wereldrijk van de machtigste man van de wereld Rupert Murdoch, de VRM ( en alle professionele betrokkenen) doet er beter aan het te voorkomen dan het te
moeten genezen. Ik raad hen overigens aan de soap over de wandaden van Murdoch en zijn kornuiten te volgen via de dagelijkse Media Guardian Briefing (info@mail.guardian.co.uk), gratis en voor niks. The Guardian is overigens de Britse kwaliteitskrant die zich meer dan 10 jaar lang vastbeet in de wansmakelijke journalistieke praktijken van de Murdoch-tabloids News of the World (intussen opgedoekt ) en The Sun en die uiteindelijk voor zijn uitstekende en volgehouden onderzoeksjournalistiek beloond werd en daarmee het nut en de noodzaak van de pers als Vierde Macht in een democratische rechtsstaat op meesterlijke wijze geillustreerd heeft.

lees meer
DE REU P.
Kopen en verkopen van vastgoed (1795 tot heden). Zoekwijzers 38
Edited: 20120012
pdf-file onder dit nummer; bestaat ook als uitgave en kost bij het Rijksarchief 5 EUR. Wie een huis of perceel grond aankoopt of verkoopt, laat vele sporen na in de talrijke documenten van notaris en belastingambtenaar. Voor wie door het archiefbos de bomen niet meer ziet: een nieuwe zoekwijzer giet de uitgebreide zoektocht nu in een handzaam schema.
Notariaat, registratie en domeinen, hypotheekbewaring of kadaster: het zijn stoffige termen die weinig tot de verbeelding spreken. Daarom ook zijn de archiefreeksen die in deze diensten worden aangemaakt amper gekend en laten onderzoekers ze al te vaak links liggen. Nochtans leveren deze archieven voor de sociaal-economische geschiedschrijving een goudmijn aan gegevens over vastgoed en vastgoedeigenaars op. Vrijwel elk Belgisch gezin komt hierin voor (periode 1795 tot heden). De notaris maakt immers een vastgoedtransactie in een akte officieel en rekent hiervoor administratieve kosten aan. Hij is tevens degene die concrete gegevens over de verkoop en de partijen doorgeeft aan de ambtenaren van lokale belastingkantoren, want de fiscus krijgt steeds een deel van de koek. De ontvanger van de registratie en de hypotheekbewaarder halen uit al die gegevens fiscale en burgerrechtelijke inlichtingen; het kadaster brengt alle veranderingen in kaart. Dit geheel van ‘patrimoniale informatie’ vindt uiteindelijk zijn weg naar het Rijksarchief en kan door elke leeszaalbezoeker worden geraadpleegd. De patrimoniale gegevens zijn onmisbaar bij de studie naar lokale bezitsstructuren, huizenonderzoek, vermogensonderzoek, bedrijfsgeschiedenis, familiegeschiedenis, enz. De recent verschenen zoekwijzer ‘Kopen en verkopen van vastgoed (1795 tot heden)’ brengt de relevante bronnen in kaart en schetst de gebruikswaarde van de talrijke archiefdocumenten. Naast een bondige opsomming van de troeven en beperkingen van de voornaamste archiefdocumenten worden concrete aanknooppunten aangereikt. Heeft de onderzoeker genoeg aan de naam van een (voormalige) eigenaar of moet hij ook het perceelnummer kennen? Waar kan hij deze basisgegevens terugvinden? De zoekwijzer ‘Kopen en verkopen’ maakt het mogelijk om een individuele opzoeking (eigenaarsgeschiedenis van een huis, eigendomsgeschiedenis van een persoon) of een geïntegreerde studie naar vastgoedrelaties tot een goed einde te brengen.

ARCO
Persbericht : Vennoten van de coöperatieve ARCO-vennootschappen beslissen tot vereffening
Edited: 201112080954

08/12/2011

Brussel, 8 december 2011. – De buitengewone algemene vergaderingen van de coöperatieve vennootschappen Arcopar, Arcoplus en Arcofin – die alle behoren tot Groep ARCO – beslisten vandaag hun vennootschap in vereffening te stellen en benoemden een college van vereffenaars. De vereffenaars zullen alle vennoten informeren over hun persoonlijke situatie in het kader van deze vereffening.

De Buitengewone algemene vergaderingen van Arcofin CVBA, Arcopar CVBA en Arcoplus CVBA hebben het voorstel van hun raad van bestuur om over te gaan tot een vrijwillige ontbinding van de vennootschappen met ruime meerderheid goedgekeurd.

Zij benoemden meteen ook een college van 3 vereffenaars, bestaande uit bedrijfsrevisor Ludo Foqué, mevrouw Francine Swiggers en de heer Marc Tinant. De heer Foqué wordt voorzitter van het college van vereffenaars.

De taak van de vereffenaars bestaat erin om de activa van voormelde ARCO-vennootschappen op een geordende wijze te gelde maken. Daarbij streven zij uiteraard naar een optimale prijs zodat de openstaande schulden maximaal kunnen worden terugbetaald en het eventuele saldo bij afsluiting van de vereffening kan worden verdeeld onder de vennoten naar evenredigheid met hun aandeel in het coöperatieve kapitaal.



Voortaan zullen de vereffenaars instaan voor de communicatie met de vennoten.

Coöperatieve vennoten met vragen kunnen terecht op de website van Groep ARCO of op het gratis nummer van het contactcenter: tel. 0800 94 306.

tag: Dexia
Koen Broucke, Kevin De Belder, Norbert Poulain, Koen Verstraeten
JAN COCKX, Een vrolijke kabouter die tragisch eindigt
Edited: 201010150906
Jan Cockx was een belangrijke pionier van de avantgarde in Antwerpen. Hij was een vriend van Paul Van Ostaijen, Floris en Oscar Jespers, Paul Joosten, Michel Seuphor en Prosper De Troyer. Tijdens het interbellum was hij een vaste waarde op de Belgische kunstscène, zowel als schilder als als keramist. Na de Tweede Wereldoorlog raakte hij wat op het achterplan. Bijna 35 jaar geleden werd hij vermoord in zijn atelier in Boechout. De moord heeft de perceptie van de kunstenaar vertroebeld. Tot op vandaag blijft de moord onopgehelderd. Hijj werd gepleegd op een lafhartige manier. De moordenaar benaderde Cockx ongemerkt op een zomeravond en schoot hem door het hoofd en door de ogen. De kunstenaar was doof en zat aan de keukentafel. Hij bladerde in een kunstboek. Geen motief. Geen moordwapen. Geen dader. Dit boek is de eerste monografie die volledig wordt gewijd aan Jan Cockx. Het materiaal is divers en summier. Er zijn slechts een handvol brieven bewaard gebleven. De nalatenschap is onvindbaar. Het gerechtelijk dossier spoorloos. En ondertussen zijn vele getuigen en vrienden overleden. Alle controleerbare feiten staan opgelijst in een chronologische biografie op het einde van dit boek. Koen Broucke en Kevin De Belder belichten in een uitvoerige bijdrage leven en werk van de kunstenaar. Norbert Poulain schreef een stuk over de keramiek van Jan Cockx. Voor vele liefhebbers was en blijft keramiek het belangrijkste aspect van zijn werk. In een apart artikel sprokkelt journalist Koen Verstraeten de verschillende feiten en geruchten uit publicaties van toen, bij elkaar.

ISBN: 978-90-5349-372-4
Publicatiedatum: okt 2010
Pagina's: 96
Illustraties: 55
Afmetingen: 17 x 24 cm


Transport inside Belgium - Free Transport FR-NL-DE 10 euro Other countries will be charged with transport fees - to know the fees please contact anne@snoeckpublishers.be



Softcover
€16,00
News
Guy Verhofstadt wordt bestuurder bij Exmar
Edited: 201004230736
Ex-premier Guy Verhofstadt wordt voorgedragen als bestuurder bij de gastankerrederij Exmar. Dat staat te lezen in de oproeping voor de algemene vergadering van het bedrijf. Verhofstadt wordt voorgedragen als onafhankelijke bestuurder voor een periode van drie jaar.

Verhofstadt zal in de raad van bestuur van Exmar zetelen naast onder meer ex-Tractebelbaas Philippe Bodson (voorzitter), textielondernemer Philippe Vlerick en François Gillet (Sofina).

Verhofstadt is niet de eerste ex-premier die bestuurder wordt. Jean-Luc Dehaene nam al een aantal mandaten op. Hij is voorzitter bij Dexia en bestuurder bij Thrombogenics, Lotus Bakeries, Umicore en AB InBev. Voormalig premier Mark Eyskens was een tijd voorzitter van chemiebedrijf UCB. (belga/vsv)
Goed beleid onder Verhofstadt ?
Edited: 200905151511
Dagboek
Johan Slembrouck

De Financietoren werd in 2001 samen met het aanpalende Rijksadministratief Centrum verkocht aan het Nederlandse vastgoedbedrijf Breevast. Om een begroting in evenwicht in te dienen werden de gebouwen door de toenmalige paarse regering Verhofstadt I verkocht via een sale-and-lease-back-constructie.

Het Brusselse gerecht onderzocht enkele dubieuze geldstromen rond de verkoop na een klacht van de Bijzondere Belastinginspectie. Het onderzoek is afgerond en het parket heeft nu een eindvordering opgesteld. Het parket stelt vast dat drie zakenlui verdachte commissielonen hebben opgestreken voor hun tussenkomst in de verkoop aan het Nederlandse vastgoedbedrijf. Het gaat over enkele miljoenen euro die via Luxemburgse vennootschappen zijn verborgen gehouden voor de Belgische fiscus.

Eén van de zakenlui is Rony Van Goethem, hij zou de commissies ontvangen hebben via een Luxemburgse vennootschap. Van Goethem zou aan het gerecht verklaard hebben dat het geld enkel en alleen voor hemzelf was bestemd, maar gezien de omvang van het bedrag hechten de speurders weinig geloof aan die uitleg. Er is sprake van commissies van 1 tot 2 miljoen euro, waarvan een deel mogelijk bestemd was voor de omgeving van toenmalig minister van Overheidsbedrijven Rik Daems (Open Vld), die verantwoordelijk was voor de verkoop van de Financietoren. Een andere lobbyist is Michel Bellemans, hij was tot eind 2004 bestuurder bij de federale participatiemaatschappij en werkte tot maart 2000 als adviseur voor minister van Overheidsbedrijven Rik Daems (Open Vld).

In 2006 had ik reeds een artikel gewijd aan de verkoop van de financietoren waarvan de volgende tekst nog steeds actueel is:

Een flagrant voorbeeld van hoe de paarse regering van VERHOFSTADT met belastinggeld morst is de verkoop van de Financietoren in 2001 voor 276.525.227 euro en dit gebeurde zonder gedetailleerde schatting van het gebouw, aldus het Rekenhof.

De Financietoren werd verkocht met de voorwaarde dat de Staat het gebouw na de verkoop voor 25 jaar zou huren. De huurlast per jaar bedroeg: 25.907.229 euro met een duurtijd van 25 jaar. De nieuwe eigenaar verplichtte zich ertoe het asbest te verwijderen en het gebouw te renoveren. De huurprijs na de werken zou worden vastgesteld door de basishuur te vermeerderen met 7,65 % van de kosten van de asbestverwijdering en de renovatiewerken. Beide partijen kwamen overeen dat deze huur echter marktconform moest zijn en stelden 34.705.093 euro als marktconforme huur vast. Het gebouw bleek meer asbest te bevatten dan oorspronkelijk gedacht. Er ontstond een een dispuut over wat verstaan moest worden onder het asbestvrij maken van het gebouw. Om uit de impasse te raken stelde de eigenaar/verhuurder een alternatieve oplossing voor: het gebouw zou bij de renovatie ingrijpend worden gewijzigd waardoor 30.000 m² extra kantoorruimte ter beschikking zou komen. Door die extra kantoorruimte zouden 4.600 ambtenaren kunnen worden gehuisvest in plaats van de oorspronkelijke 3.200. Op basis van dit alternatieve voorstel werd opnieuw onderhandeld. Het alternatieve voorstel werd aanvaard en vastgelegd in een addendum bij het oorspronkelijke huurcontract. De huurprijs werd vastgesteld op 42.700.000 euro. De looptijd van het huurcontract werd vastgesteld op 27 jaar vanaf de datum van aanvaarding van de werken (of een totale looptijd van 33 jaar).

Conclusie: de overheid zal na 33 jaar 1.345.140.744 euro (ongeveer 1,4 miljard euro) betaald hebben voor de financietoren dat voor 276,5 miljoen werd verkocht. Of een verschil met de verkoopprijs van 1.068.615.517 (ongeveer 1,1 miljard euro).

De huur zou intussen oplopen tot bijna 50 miljoen euro, of minstens 900 euro per maand per ambtenaar. Het contract loopt tot in 2031. Dit is volgens Verhofstadt en zijn VLD goed beleid!
HLN
PCM Uitgevers en De Persgroep sluiten overeenkomst
Edited: 200903031117
3/03/09 - 11u17
PCM Uitgevers BV en De Persgroep NV (de uitgever van deze website) hebben een principeovereenkomst getekend na overleg met aandeelhouders van PCM. De overeenkomst houdt in dat PCM nieuwe aandelen zal plaatsen bij De Persgroep ter waarde van 100 miljoen euro, waardoor De Persgroep een belang van 51 procent in PCM neemt. Dankzij deze kapitaalverhoging kan PCM zijn schuldpositie reduceren en de strategie van de onderneming financieren.

PCM heeft de dagbladen De Volkskrant, NRC Handelsblad, Het Algemeen Dagblad, nrc.next en Trouw in huis. Daarnaast is het bedrijf ook eigenaar van PcM Algemene Uitgeverijen die zes boekenuitgeverijen overkoepelt waaronder de Belgische Standaard Uitgeverij.

Onderdeel De Persgroep
PCM blijft een onderneming naar Nederlands recht die gaat functioneren als onderdeel van De Persgroep. De bestaande aandeelhouders - Stichting Democratie en Media, Stichting de Volkskrant, Stichter ter Bevordering van de Christelijke Pers en Stichting Lux et Libertas - behouden hun prioriteitsaandelen in de dagbladtitels en hun doelstellingen met betrekking tot de pluriformiteit, continuïteit en de identiteit worden gerespecteerd, luidt het nog. De transactie kan in de loop van mei 2009 worden afgerond.

Ook Q Music en Parool
"Voor onze groep die actief wil zijn in Nederland en België is dit een belangrijke strategische stap", aldus Christian Van Thillo, gedelegeerd bestuurder van De Persgroep. "Wij zien en erkennen de grote maatschappelijke waarde die PCM en zijn uitgaven in Nederland vertegenwoordigen. Wij zijn dan ook trots om de samenwerking met PCM en zijn werkmaatschappijen te mogen aangaan en hen te helpen bij het realiseren van hun ambities. Het is onze gezamenlijke ambitie om de activiteiten van het concern ook te verbreden naar andere media. Om die reden zullen in een latere fase ook de bestaande Nederlandse activiteiten van De Persgroep - Het Parool en Q Music - worden ingebracht in PCM."

PCM en De Persgroep hebben ook afgesproken dat zorgvuldig gekeken zal worden naar de vraag of het strategisch beter is om één van de dagbladtitels te vervreemden, in het belang van de concurrentiekracht en de kwaliteit van die titels.
VERMEERSCH Etienne in De Standaard
Is dat nu een mens? Etienne Vermeersch vertelt waarom u De welwillenden van Littell moet lezen.
Edited: 200811140722
14 NOVEMBER 2008 | Etienne Vermeersch

Toen ik enkele jaren geleden, om even te bekomen na mijn eerste infarct, besloot eindelijk Célines Voyage au bout de la nuit te lezen, meende ik op het vlak van cynische literatuur het nec plus ultra gevonden te hebben. Maar Jonathan Littell heeft in Les bienveillantes nog enkele registers meer dan Céline. Desondanks, of misschien juist daarom, greep het boek me naar de keel. Bijna dwangmatig las ik door tot de 'welwillende' wraakgodinnen in de laatste zin opdoemen.

Dit is geen werk dat ik aan iedereen zou aanraden; maar wie 894 bladzijden lang het oostfront en de Shoah meebeleeft met een volstrekt cynische figuur die zowel kille waarnemer als mededader is, houdt er iets aan over. Men begint zich bang af te vragen: is dat nu een mens? Is dat misschien de mens? Volstaan fanatisme, ambitie, koele berekening en een welbepaalde context om extreme wreedaardigheid bij daders, en mateloos lijden bij slachtoffers tot een alledaags fait divers te herleiden?

De hoofdfiguur, Max Aue, tegelijk de verteller, is een hoge SS-officier die de gebeurtenissen tijdens de oorlog vanuit een bevoorrechte positie kan volgen. Met zijn scherpe intelligentie doorgrondt hij mensen en situaties. De afwezigheid van enig moreel aanvoelen of medelijden laat hem toe afgrijselijke gebeurtenissen op een afstandelijke wijze te beschrijven.

Een historicus die een zo neutraal en indringend verslag van de massamoord op de Joden van Kiev zou brengen, loopt het gevaar van gevoelskilte verdacht te worden. Maar hier kan dat, want het boek is een roman. Tegenover de 'objectiviteit' in zijn beschrijving van de gruwelen staat dat Max Aue zelf een getormenteerde figuur is, met een complex incestueus en homoseksueel driftleven.

Roman en geschiedenis

Het verhaal van die fascinerende en afstotende man wordt gekaderd binnen een vloed van feitelijke gegevens, waarvan sommige zeker historisch juist zijn. Himmler, Speer, Eichmann, Kaltenbrunner, Höss, Heydrich, Frank, Mengele… ze worden overtuigend gekarakteriseerd en je krijgt de indruk dat ook andere feiten en figuren authentiek zijn; maar waar ligt de grens tussen roman en geschiedenis?

Ergens in het boek zegt Aue dat Degrelle in de buurt is en dat hij die graag zou ontmoeten, 'want voor de oorlog heb ik Brasillach met veel lof over hem horen spreken'. Fictie? Het toeval wil dat ik dertig jaar geleden bij een bouquiniste aan de Seine een brochure van Robert Brasillach gekocht heb waarin die de loftrompet over Degrelle stak.

Brasillach kan voor Littell geen onbekende zijn: hij heeft immers de oorlog en de collaboratie bestudeerd, maar hoe kent hij diens bijzondere relatie met Degrelle?

Niet alleen op het historisch vlak zijn er voortdurend flitsen van verrassing en herkenning. Van Guillaume d'Aquitaine ('ferai un vers de dreyt nien'), over Philippe de Champaigne naar Schoenberg: de hele westerse cultuur komt aan bod. Soms kan dat gratuit lijken, maar nu en dan boort dit kernproblemen aan.

Ondanks zijn cynische houding tegenover de Shoah ontfermt Aue zich over een Joodse jongen die meesterlijk Couperin vertolkt; hij laat zelfs uit Parijs partituren voor hem overkomen. Men heeft het raadselachtig gevonden dat kampcommandanten 's middags gevangenen mishandelden en 's avonds ontroerd naar Beethovens Mondscheinsonate luisterden. Littell komt dicht bij een verklaring hiervoor.

Hoe de talloze historische en culturele verwijzingen overkomen op iemand die op dat vlak weinig of geen voorkennis heeft, valt natuurlijk moeilijk in te schatten. Maar niemand kan ontkomen aan de bekoring die uitgaat van Littells superieure beheersing van de Franse taal, al geeft de Amerikaanse achtergrond van de auteur er misschien een bijzondere tonaliteit aan.

Mijn lectuur werd vooral voortgestuwd door de stijgende aandrang tot begrijpen van het onbegrijpelijke: dat een man zonder mededogen, die geboeid wordt door cultuur en schoonheid, eigenlijk vindt dat de mens alleen zijn basisdrijfveren moet bevredigen: ademen, eten, drinken, zich ontlasten, maar toch ook… streven naar waarheid!
Belga
Rik Daems haalde Belgacombaas Bellens en werd consultant
Edited: 200806050753
Door: redactie
5/06/08 - 07u53

Open Vld-volksvertegenwoordiger Rik Daems, van 1999 tot 2003 minister van Telecommunicatie, is in 2007 consultant geweest voor Belgacom. Hij moest het bedrijf bijstaan bij het zoeken naar mogelijkheden om zaken te doen in Qatar. Dat schrijft Le Soir.

Vergoeding plus onkosten
Zijn vergoeding zou bestaan uit een percentage voor het geheel aan investeringen dat door Belgacom zou gerealiseerd worden in Qatar, met een plafond van 50.000 euro. Alle kosten gemaakt door Daems tijdens de uitoefening van zijn contract zouden gedekt worden door het telecombedrijf.

"Niets gefactureerd"
Daems erkent het bestaan van het contract dat hem logisch lijkt. "Ik wil ook onderstrepen dat de missie vandaag beëindigd is, en dat er, zeer concreet, niets is gefactureerd aan Belgacom", aldus het parlementslid. Iets wat de operator bevestigt.

Licentie
Belgacom heeft nooit een investering aangekondigd in Qatar maar heeft geprobeerd er zich te vestigen. De naam van het bedrijf werd geciteerd voor de toekenning van een licentie voor mobiele telefonie.

Didier Bellens
In de entourage van Belgacom zijn sommigen verbaasd dat zo een gevoelig contract getekend kon worden met een ex-voogdijminister zonder dat de raad van bestuur werd ingelicht. Bovendien was het Daems die in 2003 Didier Bellens ging halen om van hem de baas van Belgacom te maken. (belga/jv)
JANSSENS Paul Prof. Dr
Professor Paul Janssens over prinsen, markiezen en baronnendoor Danny Vileyn © Brussel Deze WeekBrussel07:00 - 28/06/2008
Edited: 200800000901
Ze heten conservatief, francofoon en koningsgezind te zijn, en verdedigers van de traditionele gezinswaarden, maar het meest bijzondere kenmerk van de adel is het vermogen om zich aan te passen. Een gesprek met de historicus Paul Janssens aan de vooravond van de Ommegang - waarin traditioneel edellieden opstappen - en de nationale feestdag van 21 juli, die al even traditioneel voorafgegaan wordt door het toekennen van adellijke titels.

Professor Paul Janssens houdt kantoor in een piepklein kamertje van het Ehsal Research Center, het pand tegenover de hoofdzetel van de Ehsal aan de Stormstraat 2, een van de campussen van de nieuwe HUB, de Hogeschool-Universiteit Brussel. Paul Janssens doceert economische geschiedenis en is gespecialiseerd in fiscale geschiedenis, maar ook de geschiedenis van de adel kent hij op zijn duimpje.



Zelfs de lap grond waarop de campus van de Ehsal gebouwd is, heeft een adellijk verleden - dat moet Janssens erg bevallen. "Halverwege de zeventiende eeuw, toen de Nieuwstraat nog een aristocratische straat was, kocht de markies de Berghes - de markiezen van Bergen op Zoom hadden hun naam verfranst - een aantal huizen op de grond waar nu de campus van de Ehsal is. De adel deed toen wat de banken nu doen: huizen kopen, ze platgooien en er een ander soort pand op bouwen. (Janssens doelt op de KBC, die tegenover de Ehsal panden platgooide voor een bankgebouw, DV.) Ze bouwden er een prachtig hôtel de maître, dat ze bewoond hebben tot aan de Franse Revolutie. Dan is er een cercle littéraire in getrokken, waar de leden onder andere de grote Europese kranten kon lezen, en in de negentiende eeuw kreeg het pand een commercië­le bestemming. Toen de Ehsal hier een paar decennia geleden bouwde, was het pand volledig uitgewoond."



Wij vatten de adel van vandaag voor u samen in tien stellingen.



Belgische adel is Brussels gekleurd

"Het is een merkwaardig fenomeen," legt Paul Janssens uit, "maar er bestaat wel degelijk een Brusselse adel, zeker als we 'omvang' als criterium nemen."



Terwijl in het hoofdstedelijk gewest 'maar' tien procent van de Belgische bevolking woont, heeft zowat 33 procent van de adel er zijn vaste stek. In Wallonië woont veertig procent van de adel en in Vlaanderen - met zestig procent van de bevolking - maar twintig tot 25 procent. Janssens' hypothese is dat de adel in de jaren dertig van de vorige eeuw, toen met de taalwetgeving duidelijk werd dat België geen tweetalig land zou worden (de Walen hadden dat afgewezen), een deel van de Vlaamse adel (die zoals in heel Europa Franstalig was) naar Brussel, het enige tweetalige gebied, is verhuisd.



Jongere edelen zijn meertalig

Eeuwenlang waren de Vlaamse, de Brusselse en de Waalse adel Franstalig. Al wie in de achttiende eeuw in Vlaanderen macht, aanzien en geld had, was Franstalig, dus ook de adel. Dat was het gevolg van een geslaagde Europese taal- en cultuurpolitiek van Lodewijk XIV. "Maar de jongere generaties, de mensen onder de vijftig, hebben begrepen dat de spelverdeling in dit land veranderd is. Ze zijn goed tweetalig, zelfs meertalig. Vaak hebben ze tijdens hun middelbareschooltijd op internaat gezeten in Vlaanderen en hebben ze nadien ook in het buitenland gestudeerd."



Figuren zoals de 75-jarige (niet-benoemde) burgemeester van de faciliteitengemeente Wezembeek-Oppem, François van Hoobrouck d'Aspre (MR), hebben volgens Janssens afgedaan. Ondertussen spreken de meeste edelen in Vlaanderen Nederlands, ook de in ongenade gevallen oom van prinses Mathilde, de mediagenieke Henri d'Udekem d'Acoz, die met een sappig West-Vlaams accent spreekt.



De adel is niet eeuwig

"Het is een wijdverbreid misverstand dat mensen met blauw bloed sinds de kruistochten één grote familie vormen en onder elkaar huwen," zegt Paul Janssens. De meerderheid van de adellijke families is niet ouder dan België zelf, en de samenstelling verandert voortdurend. Families behoren gemiddeld vijf tot zes generaties - of twee eeuwen - tot de adellijke stand. Omdat het adellijk statuut, net als de naam, doorgegeven wordt in mannelijke lijn, houdt het ook op als er geen mannelijke nakomelingen meer zijn. De familie de Merode behoort samen met de Croÿ, de la Faille en de Kerckhove tot de oudste adellijke families van het land en ze zijn ook goed vertegenwoordigd in de hoofdstad. De prinsen de Croÿ behoren al tot de adel sinds de vijftiende eeuw, de prinsen de Merode zelfs iets langer.



Anciënniteit is het belangrijkst

"Hoezeer edellieden ook gehecht zijn aan hun titel, de adellijke anciënniteit vinden ze nog belangrijker," vertelt Janssens.



De 'echte' titels, die voor de Franse Revolutie van 1789 toegekend werden, waren gevestigd op het familiepatrimonium. De oudste titel in ons land is die van graaf van Chimay, een stadje tegen de Franse grens en welbekend voor het bier, en hij dateert uit 1473 - het was Jean de Croÿ die de titel droeg. Deze grondgebonden adellijke titels (die na het overlijden van de vader op de oudste zoon overgingen) dienden om het fami­liaal patrimonium van de grootgrondbezitters te beschermen. Jean de Croÿ bezat de heerlijkheid Chimay en een paar heerlijkheden eromheen die samen het nieuwe graafschap vormden. "Maar de adellijke titulatuur is enorm complex, en in sommige families gaat de titel over op alle kinderen. Vandaar dat België honderden prinsen de Merode en de Croÿ telt," licht Janssens toe.



Meeste edellieden zijn titelloos

Veruit de meeste edellieden moeten het zonder titel stellen. Samen met het grootgrondbezit (de heerlijkheden) had de Franse Revolutie ook de adel afgeschaft. Na het verdwijnen van Napoleon in 1815 herstelde koning Willem I de adel in onze gewesten. Er kwam geen collectieve genoegdoening, maar edelen konden wel individueel een aanvraag indienen. Maar omdat het grootgrondbezit afgeschaft was, werd de titel niet langer aan het patrimonium gelinkt, maar aan de naam. België telt zo'n 25.000 tot 30.000 edellieden, de meesten hebben geen titel.



Zo vader, zo zoon

"Eddy Merckx is eerst in de adelstand opgenomen en nadien baron geworden," legt Janssens uit. Een titel betekent meer prestige, je wordt in de hiërarchie opgenomen. Janssens herinnert aan de verschillende adellijke titels, van hoog naar laag: prins, hertog, markies, graaf, burggraaf, baron en ridder. De eerste drie worden niet toegekend en zijn dus het voorrecht van de oude adel. "De adellijke titels die nu nog toegekend worden, zijn niet erfelijk. Axel Merckx behoort wel tot de adel omdat zijn vader ertoe behoort, maar de titel van baron heeft hij niet. Ook zijn kinderen behoren tot de adel, maar alleen de zonen geven hem door."



Van de Wolstraat naar de Woluwes

Tot halverwege de negentiende eeuw woonde de Brusselse adel binnen de stadswallen, bijvoorbeeld in de Wolstraat en de Warande. Toen in 1860 de belastingen op de invoer van consumptiegoederen werd afgeschaft, kwam de bevolking van de randgemeenten volop tot ontwikkeling. De adel begon toen uit te zwermen, eerst naar de Leopoldswijk en de Wetstraat, later naar de Woluwes, Ukkel en Elsene.



"De edelen wonen vaak in dezelfde wijken of gemeenten." Dat is, legt Janssens uit, duidelijk te zien in het Carnet Mondain, de jaarlijkse adressenlijst waarin heel de beau monde, en dus het gros van de adel, terug te vinden is. "Voor de aristocratische woningen die in de Leo­poldswijk opgetrokken werden, golden strenge voorschriften. Het stratenplan van de wijk vormt een mooi dambord," legt Janssens uit. "Maar lang is de adel niet in de Leopoldswijk gebleven. Tussen 1800 en 1900 is de Brusselse bevolking vertienvoudigd, van 75.000 naar 750.000 inwoners." Na 1860 kwamen de eerste aristocraten in de Leopoldswijk wonen, in het interbellum verlieten ze de buurt alweer. De Leopoldswijk en de Wetstraat werden opgenomen in het stadsgewoel, en daar houdt de adel niet van. Destijds was de Wetstraat een opeenvolging van prestigieuze herenhuizen met koetspoorten. "De edellieden trokken richting Tervurenlaan, Ukkel en de Woluwes." Janssens wil van de gelegenheid gebruikmaken om het wijdverbreide misverstand recht te zetten als zou de Europese Unie verantwoordelijk zijn voor de teloorgang van het aristocratische karakter van de Leopoldswijk: "In de jaren 1930 was de adel er al weg en werden de panden door kantoren en banken ingenomen; de Wetstraat is van in 1958 een autosnelweg: geen omgeving waar mensen met geld en aanzien willen wonen."



Royalistisch, kerkelijk, conservatief

De adel heet kerkelijker te zijn dan de gemiddelde Belg. Maar dat is zeer moeilijk te meten, zegt Paul Janssens. Het aantal roepingen is een slecht criterium geworden, en of de adel vaker ter kerke gaat dan de gemiddelde Belg, is niet bekend.



Kerkelijkheid impliceert meestal een traditionele gezinsmoraal, maar ook binnen de adel is scheiden niet langer een taboe. Wel hebben ze meer kinderen dan de gemiddelde Belg, maar demografisch onderzoek toont aan dat ook de adel ondertussen aan geboorteplanning doet, wat twee generaties geleden volgens Janssens nog ondenkbaar was.



Dat de gehechtheid aan de monarchie groter is dan bij de rest van de bevolking, is volgens Janssens evident. In de huiskamers van prinsen en hertogen hangen niet zelden foto's waarop de koninklijke familie samen met hen te zien is. "De afstand tussen de koninklijke familie en de rest van de adel is kleiner geworden; koningin Astrid was de laatste van koninklijken huize."



Adel is politiek conservatief

In 1830 waren de meeste edellieden vóór de Belgische revolutie en tegen Willem I, zegt Janssens. Aanvankelijk vond je zowel binnen de katholieke als binnen de liberale partij adel. Tegen het einde van de negentiende eeuw, toen de eerste Schoolstrijd losbrak, schakelden de liberale edelen massaal over naar de katholieke partij. Het heeft geduurd tot het Schoolpact van 1958 (liberalen en socialisten waren ervan overtuigd dat dat pact het einde van de christen-democratie in zou luiden) voordat liberaalgezinden van binnen de christendemocratie, ten noorden é
De Weerdt Denise
Mijn Waarheid. Herinneringen aan een Gentse jeugd (1930-1958).
Edited: 200710101451
194 p., ill., 17 x 23 cm, soft cover
Mijn Waarheid is het verhaal van Denise De Weerdt vanaf haar kleuterjaren in de jaren dertig tot het einde van de jaren vijftig. Denise komt uit het Gentse, socialistische arbeidersmilieu en wordt opgevoed in de volkse Bloemekenswijk door een oudere zuster van haar moeder die een snoepwinkeltje heeft. Bij het uitbreken van WO II moet ze verhuizen naar het café van haar ouders. Een van de stamgasten werpt zich op als haar mentor en dringt erop aan dat ze naar het meisjeslyceum gaat. De beschrijving van haar schoolleven, dat zich afspeelt in de context van WO II, is soms hilarisch, soms ontroerend.
Na de oorlog schrijft Denise zich in aan de universiteit. Ze kiest voor geschiedenis want ze wil het leven en de strijd van de arbeidersklasse onderzoeken. Daar ontmoet ze haar toekomstige echtgenoot. De twee jonge mensen kunnen niet méér van elkaar verschillen: hij is de zoon van een uitgeweken Wit-Russische edelman, protestant, een progressief dichter met burgerlijke opvattingen over de rol van de echtgenote. Thuis slaat het ongeluk toe, vader is een alcoholist, moeder overlijdt in de maand dat Denise haar laatste examen heeft afgelegd.
Dit verhaal, dat alles in zich heeft voor een stationsromannetje, is ver van banaal. Het levert in een vlotte, dikwijls humoristische stijl een gedocumenteerd stuk geschiedenis van het leven en de omgeving van een Gents volksmeisje dat het uiteindelijk zal maken.
TESSENS Lucas/MERS/CIPAL/VLABEL
Slot Jaarverslag Onroerende Voorheffing 2006 - Een visie op outsourcing en PPS
Edited: 200703150909
De wereldbevolking produceert en kopieert al een tijdje meer digitale informatie in een jaar dan de hele mensheid voordien in haar bestaan deed. Vorig jaar was het 'digitale universum', zoals het studiebureau IDC dat noemt, 161 miljard gigabyte of 161 exabyte groot. Die hoeveelheid is te vergelijken met 3 miljoen keer de informatie in alle boeken die ooit geschreven zijn of het equivalent van 12 stapels boeken die elk de 150
miljoen kilometer tussen de aarde en de zon overbruggen. In 2010 zal de geproduceerde hoeveelheid digitale informatie 988 miljard gigabyte bedragen. Het vergt heel wat inventiviteit van particulieren, bedrijven en de informatica- en telecomindustrie om die groeiende massa digitale informatie in goede banen te leiden en te beheren.
(gelezen in De Tijd van 8 maart 2007)
Die cijfers hoeven geen schrik aan te jagen. De zandkorrels op het strand zijn eveneens ontelbaar. Alleen een gek begint te tellen. Waar we best wel bij stilstaan is het beheer, de selectie en het gebruik van een massa
informatie. Onze kinderen en kleinkinderen staan voor een uitdaging van formaat.
U zult zich afvragen: “Wat heeft dat te maken met Onroerende Voorheffing?” “Alles”, kan dan het antwoord zijn. In het artikel van De Tijd wordt aan de overheid geen rol toebedeeld als het op inventiviteit aankomt. Toch int de Vlaamse overheid sinds 1999, in samenwerking met haar partner CIPAL, de belasting op de onroerende goederen. Zij legde daarvoor een formidabele databank aan. Alle briefwisseling wordt digitaal verwerkt. De toegang tot de statistische informatie in de databank wordt verzekerd door een performant data warehouse. De belastingplichtige krijgt op een veilige manier via het internet zelfs directe toegang tot zijn eigen belastingdossier. De privacy van de gegevens is gegarandeerd. VLABEL realiseert reeds acht jaar lang datgene waar vele andere instanties (publieke of private) nu nog moeten aan beginnen.
Zit er een geheim achter het succes van VLABEL en de outsourcing? Toch wel, en we verklappen het omdat
een overheid die gezag wil uitstralen geen bedrijfsgeheimen hoeft te koesteren. De toverformule bestaat uit
drie componenten: visie, durf en dialoog. Visie wil zeggen verder zien dan wat vandaag waarneembaar is, durf
laat toe onbekende paden te betreden, dialoog betekent openheid en het delen van expertise tussen partners
die samen onderweg zijn. Dat alles was aanwezig.
Vanaf 1 mei 2007, dag van de arbeid, gaan personeelsleden van de OV over naar de Vlaamse overheid in het
kader van de zogenaamde ‘insourcing’. Zij mogen zichzelf, samen met hun ex-collega’s uit Aalst, van de ICTafdeling van CIPAL te Geel en de collega’s van VLABEL-Brussel, beschouwen als de pioniers van het uit te
bouwen Vlaams Fiscaal Platform. CIPAL blijft ook na 1 mei 2007 verantwoordelijk voor het ICT-gedeelte van
de OV-inningen.
TESSENS Lucas
Woodstock 15 augustus 1969
Edited: 200612031489
En toen was er Woodstock. De puriteinse USA wisten niet wat hen overkwam. Het protest tegen de oorlog in Viëtnam (de schrille en schrijnende klanken uit de gitaar van Jimmy Hendrix) en dus het in vraag stellen van de premissen van de Koude Oorlog, de sexuele revolutie (het naaktzwemmen en het gebruik van de pil), het afwijzen van de overconsumptie, het onderhuids verlangen naar samenhorigheid (Need a little help from my friends, Beautiful People, ...), de verzoening tussen blank en zwart, het verwerpen van nationalisme en imperialisme, ... Alles is aanwezig in de smeltkroes van die gevaarlijke generatie die tot transatlantische verstandhouding komt. Het zijn enkele jaren waarin Europa zich in Amerika herkent, en vice versa. De beweging zal echter doodlopen op de perverse, want uitgelokte of - beter - geënsceneerde, oliecrisis van 1973 (*) en de economische crisis met torenhoge werkloosheid die er het gevolg van is. Hebt u er al eens bij stil gestaan dat in 1973 niet de oliesjeiks de lakens uitdeelden in de Arabische oliestaten maar dat het de Amerikaanse en Britse oliemaatschappijen waren. En bedenk eens het volgende: elke spanning die ontstaat of wordt opgewekt in het Midden-Oosten, en die automatisch de olieprijzen de hoogte indrijft, komt de Texaanse oliebaronnen ten goede. Omdat presidentsverkiezingen in de VS gewonnen worden mits de inzet van enorme geldmassa's in publiciteitscampagnes op TV, is het draineren van dollars naar deze of gene staat van kapitaal belang. De blijvende druk op de ketel van het Midden-Oosten garandeert met andere woorden het in stand houden van de republikeinse dominantie in de VS. Aldus heeft de controle over de geopolitieke spanning een rechtstreekse invloed op de binnenlandse VS-politiek.
(*) Over de oliecrisis van 1973 schreef Leonard Mosley in Grof Spel (1974) het volgende: "Het is veelbetekenend, dat terwijl het voornaamste doelwit van het Arabisch olieëmbargo de 'onvriendelijke' Verenigde Staten waren, geen van de Amerikaanse maatschappijen werd genationaliseerd en in Saoedi-Arabië, Koeweit, Aboe Dhabi, de Neutrale Zone, Bahrein en Oman bleven maatschappijen als Exxon, Gulf, Socal, Mobil en Getty haar enorme winsten maken uit de bedragen die de 'vriendelijke' Europese naties gedwongen werden te betalen voor olie uit het Midden-Oosten." (onze cursivering, pagina 465)

Op de knieën zal de generatie van 1968 moeten smeken om werk ... Enkel diegenen die in eer en geweten willen spreken over de periode vóór en na 1968 weten welke kentering er toen heeft plaats gegrepen: het bespreekbaar maken van eender welk onderwerp en het afwijzen van (vaak religieus geïnspireerde) taboes. Op sexueel vlak werd een doorbraak geforceerd en de brede emancipatie beloofde te leiden naar maatschappelijk aanvaarde volwassenheid. In die context was er ook plaats voor welbegrepen feminisme (The woman is the nigger of the world). Juist daarom is het doodjammer en schandalig dat vandaag (in 2005) de westerse maatschappij tenonder gaat in puberale excessen, uitgedragen door massamedia die het alleen te doen is om kijkcijfers en geldgewin.
Is het helemaal onbegrijpelijk dat de islam zo'n maatschappijmodel verwerpt en bestrijdt? Wat hebben de 'blanke honden' te bieden? En hoe diep zit niet de angst dat het afleggen van sluier en burka morgen overgaat in het omarmen van de holle 'cultuur' van de blote tieten en de wiegende konten? Zolang de westerse wereld geen fatsoen en geen eerlijke verdeling van de rijkdom kan bieden, zolang zal de oppositie van de harde kern aan de overzijde groeien.
Vlaanderen is ten prooi gevallen aan media-managers die openlijk het 'opleuken' van de persberichtgeving en zelfs van de informatieve programma's van de openbare omroep propageren. De strijd om de culturele ontvoogding is stil gevallen en in een scherpe U-bocht loopt nu het pad terug naar de onderdrukking die van alle tijden is. We amuseren ons kapot ... gehuld in onmondigheid.
BATTRO Antonio M.
Half a Brain is Enough - The Story of Nico
Edited: 200611061451

Part of Cambridge Studies in Cognitive and Perceptual Development
AUTHOR: BATTRO, Argentine Academy of EducationDATE PUBLISHED: November 2006AVAILABILITY: Available FORMAT: Paperback
ISBN: 9780521031110
Half A Brain Is Enough is the moving and extraordinary story of Nico, a little boy who at the age of three was given a right hemispherectomy to control intractable epilepsy. Antonio Battro, a distinguished neuroscientist and educationalist, charts what he calls Nico's 'neuroeducation' with humour and compassion in an intriguing book which is part case history, part meditation on the nature of consciousness and the brain, and part manifesto. Throughout the book Battro combines the highest standards of scientific scholarship with a warmth and humanity that guide the reader through the intricacies of brain surgery, neuronal architecture and the application of the latest information technology in education, in a way that is accessible and engaging as well as making a significant contribution to the current scientific literature. Half A Brain Is Enough will be compulsory reading for anyone who is interested in the ways we think and learn.

Fascinating and moving account of one boy's recovery and education following major brain surgery
Explores topics such as evolution of the brain, the way the brain works, consciousness, the use of computers in education
Complex science yet written in an engaging and accessible way will appeal to academics and professionals, as well as the general reader.

Ziehier de berichtgeving van TROUW:
In het boek ’Half a brain is enough’ beschrijft de arts Antonio Battro het geval van het jongetje Nico. Nico had heftige epileptische aanvallen in de rechterhersenhelft. Zo heftig, dat er voor zijn overleving niets anders op zat dan een ingrijpende hersenoperatie.
Nico was bij de operatie drie jaar en zeven maanden oud. Eerst werd zijn volledige slaapkwab weggehaald. Wat er van zijn rechterhersenhelft nog overbleef, werd losgesneden van de linkerhersenhelft en van de hersenstam. Dit deel werd niet verwijderd, maar functioneerde niet meer. Als volwassene zal hij het moeten doen met de helft van de normale 1400 gram hersenen.
Na de operatie kon Nico in eerste instantie niet lopen. Maar vijf jaar later rent en speelt hij vrij normaal, alleen een beetje trekkebenend. Wel beweegt zijn linkerarm moeilijk en ziet hij niks in de linkerhelft van zijn gezichtsveld. Met die relatief kleine handicaps kan hij echter goed omgaan. Maar dan het opmerkelijke: Nico’s cognitieve, sociale en emotionele vermogens verschillen niet wezenlijk van die van zijn leeftijdgenoten. Zijn talige vermogens –typisch een vermogen van de linkerhersenhelft– liggen zelfs ruim boven het gemiddelde.
De crux zit in het aanpassingsvermogen van Nico’s overgebleven hersenhelft. Hoe dat precies werkt, is nog onbekend. Specifieke training is wel essentieel. Vermogens die typisch worden geassocieerd met de weggehaalde rechterhersenhelft –onder andere wiskunde, beeldende kunst, muziek– zijn overgenomen door de overgebleven linkerhersenhelft. En hoewel Nico voor die vaardigheden geen speciale aanleg heeft, is hij er ook niet slechter in dan de gemiddelde leeftijdgenoot. Nico had het geluk dat hij op zo’n jonge leeftijd werd geopereerd. Dat beperkte zijn functieverlies nog enigszins.
Wereldwijd zijn er ongeveer honderd patiënten bij wie vanwege heftige epilepsie een hersenhelft is verwijderd. Ook de Duitser Philipp Dörr leed zo zwaar aan epilepsie dat artsen geen andere oplossing zagen dan het verwijderen van de rechterhelft van zijn grote hersenen. Dörr was bij de operatie al elf jaar. Net na de operatie waren alle functies die vroeger door de rechterhelft werden gedaan, verdwenen. Drie jaar revalideerde Dörr na de operatie in het ziekenhuis, een veel langere revalidatieperiode dan bij Nico. Maar ook bij de Duitser bleek de flexibiliteit van het brein verrassend groot.
Hoewel Dörr veel herinneringen mist uit de jaren vóór de operatie, bleken zijn intellectuele vaardigheden nauwelijks onder de verwijdering van de rechterhersenhelft te hebben geleden. Zijn IQ is normaal. Praten en schrijven kan hij nog steeds. Hij schaakt en leest romans. Alleen als zijn brein veel taken tegelijk moet verwerken, heeft hij daar duidelijk moeite mee.
Ja, je kunt dus leven met één hersenhelft. Wat trouwens niet betekent dat er geen functies verloren gaan, of dat we, zoals een hardnekkige mythe beweert, maar de helft of zelfs maar 10 procent van onze hersenen zouden gebruiken. Het betekent wel dat de flexibiliteit van onze hersenen groter is dan we lang hebben gedacht.

wikipedia en Espagnol


see also Awakenings
Persbericht
Regnier Haegelsteen zal op 1 oktober 2006 Alain Siaens opvolgen als voorzitter van het Directiecomitévan Bank Degroof.
Edited: 200608180945
NIEUWE VOORZITTER VOOR BANK DEGROOF
Regnier Haegelsteen zal op 1 oktober 2006 Alain Siaens opvolgen als voorzitter van het Directiecomité
van Bank Degroof.
Alain Siaens wordt op zijn beurt vanaf de volgende Algemene vergadering in februari 2007 voorzitter
van de Raad van Bestuur van Bank Degroof en volgt daarbij Baron Philippson op.
Als bestuurder bij de Bank, zal Baron Philippson, onder andere, het voorzitterschap van Bank Degroof
Luxemburg en Bearbull Degroof Banque Privée S.A. in Zwitserland waarnemen.
Ter info, wij verspreiden deze informatie onder voorbehoud van de goedkeuring door de CBFA.
Regnier Haegelsteen
Na diverse verantwoordelijke functies te hebben vervuld bij JP Morgan in België en New York, wordt Regnier
Haegelsteen in 1985 bij de Groep Brussel Lambert belast met het beheer van de financiële participaties. Hij
ontwikkelt er de activiteit Investment Banking. Vervolgens neemt hij de leiding over van Prominvest, een
beursgenoteerde vennootschap gespecialiseerd in ‘capital development’. In 1990 wordt hij directeur bij Bank
Degroof. Hij wordt belast met de holdingactiviteiten en stippelt het algemeen commercieel beleid inzake de
bedrijfscliënten uit. Sinds 1993 is hij samen met Alain Schockert verantwoordelijk voor de Investment Banking
activiteiten. Regnier Haegelsteen is Licentiaat in de Rechten aan de UCL en volgde een MBA programma in New
York in het kader van het training program van de Morgan Bank.
Bank Degroof
Bank Degroof is een zelfstandige zakenbank die gespecialiseerd is in vermogensadvies en vermogensbeheer. De
Bank telt ongeveer 900 medewerkers in België, Spanje, Frankrijk, Luxemburg, Nederland en Zwitserland. De
activiteiten van de bank overkoepelen vermogensbeheer, institutioneel beheer, corporate finance, marktactiviteiten,
kredieten en vermogensstructurering.


la Saga Degroof
TESSENS Lucas / MERS
onderzoek voor de Universiteit Gent: analyse archief kijk- en luistergeld
Edited: 200602022164
Professor Erik Dejonghe
Koning Boudewijnlaan 14
9840 De Pinte

A A N G E TE K E N D



Antwerpen, 2 februari 2006

Betreft: opdracht analyse archief kijk- en luistergeld

Professor,

Ingevolge de opdracht, waarvan u het detail in bijlage vindt, en die als volgt moet worden beschreven:


Aanlevering van de cijfers betreffende radio- en TV-bezit, geïdentificeerd als betalers/vrijgestelden van kijk- en/of luistergeld en betrokken uit analyses van de archieven van de Dienst Kijk- en Luistergeld.
De analyse dekt de gehele periode (tot 2001) waarin luistergeld, later ook kijkgeld, werd geïnd.

zend ik u hierbij (in opvolging van de e-mail die u reeds ontving) de analyse onder de vorm van een Excel-file bestaande uit drie werkbladen:
• de gevraagde cijfergegevens,
• de algemene verwerking tot een grafiek,
• de detailgrafiek betreffende Wereldoorlog II.
De Excel-file werd uitgeprint en bevindt zich eveneens op de bijgevoegde CD-Rom.





Aangezien de gevraagde cijfers naar onze mening beter tot hun recht komen in een bredere context, hebben wij - buiten opdracht - volgende cijfergegevens toegevoegd aan de reeksen: abonnees radiodistributie (1933-1992), particuliere huishoudens (1920-1939, volkstellingen 1947, 1960, 1970, 1980, 1991 en vervolgens de cijfers van het Rijksregister) en abonnees teledistributie (1970-2001).



Dit dossier werd door ons aangevuld met een bundel belangrijke bijlagen, hieronder summier beschreven.

Graag breng ik enkele zaken in herinnering:
- KLG = kijk- en luistergeld / redevance radio-télévision
- Noteer dat in 1931 het NIR/INR met radio-uitzendingen start.
- Noteer dat het fichesysteem van KLG eind 1943 & begin 1944 vernietigd werd. Vandaar de plotse daling en geleidelijke heropbouw van het bestand.
- Noteer dat vanaf 1960 een gecombineerde taks wordt geheven op radio en televisie.
- Noteer dat vanaf 1970 de zuivere radiodistributie de concurrentie ondergaat van de teledistributie
- Noteer dat in 1987 en 1997 "zwartkijkers" van een amnestiemaatregel konden genieten.
- Noteer dat vanaf 1977 de draagbare radio's niet meer afzonderlijk geteld worden (van toestellen tellen naar houders tellen; 1 licentie voor alle radiotoestellen, uitgezonderd radiotoestellen).
- Noteer dat vanaf 1977 het aantal TV-vergunningen in éénzelfde woning wordt geteld. Tweede verblijven hebben nog wel afzonderlijke vergunning nodig.
- Noteer dat vanaf 1988 nog enkel autoradio's vergunningsplichtig zijn (per toestel)
- Schattingen particuliere huishoudens tot 1940 gebaseerd op SCHROEVEN C. (1994), Consumer expenditure in interwar Belgium: the reconstruction of a database.
- Kabelabonnees: voor de jaren 1994-2001 beschikt het MERS over detailcijfers per gemeente voor het Vlaamse Gewest (resultaten enquêtes voor Telenet, IBM & KLG) (buiten opdracht).
- Voor methodologische commentaar verwijzen we naar de nota van Lucas Tessens “Bevolking, huishoudens, televisiebezit, kabelabonnees en ontduiking van kijkgeld in Vlaanderen. De globale analyse kritisch bekeken”, zoals toegevoegd aan het bundel. De hierin aangehaalde aandachtspunten omtrent de waarde van het statistisch materiaal en de correcte interpretatie daarvan, lijken mij waardevol als omkadering van de voorliggende analyse.
- Zie ook: COUR DES COMPTES, La perception de la redevance ... voorkomend op de bijgeleverde CD-Rom in pdf-formaat. Dit rapport van het Rekenhof wijst op de ondermaatse inning van het kijk- en luistergeld in het Waalse landsgedeelte. Naar de voorliggende analyse toe houdt zulks in dat de cijfers van de dienst kijk- en luistergeld een onderschatting inhouden van het werkelijke bezit van (auto-)radio’s en TV-toestellen. Dit tengevolge van ontduiking en povere inning/invordering/controles.
- Voor het Vlaamse Gewest worden een aantal kleurkaarten aan het bundel toegevoegd.
- Verder: Jaarverslagen Kijk- en Luistergeld 1997, 1998 en 2001 en Eindverslag toegevoegd aan het bundel. De analyses in deze jaarverslagen zijn naar onze mening waardevol voor een beter begrip van de materie.
- Groeifactor TV-toestellen in 20 landen (1997 versus 1970) toegevoegd aan het bundel. Het leek ons interessant deze cijfers toe te voegen omdat zij de analyse in een internationale context plaatsen.


Voor de historische en wettelijke context verwijs ik graag naar de website van MERS en met name naar de sectie ‘Chronologie Dienst’.





Het komt mij voor dat hiermee de opdracht uitgevoerd is.
Mocht u nog vragen hebben, dan houd ik mij ter uwer beschikking.




Met hoogachting,








Lic. Lucas TESSENS




Bijlagen: bundel zoals beschreven met CD-Rom.

OPDRACHTGEVER/CLIENT
Universiteit Gent
Vakgroep Communicatiewetenschappen
Korte Meer 7-9-11
9000 Gent
Tel 09/ 264 68 80

Onze offertes 20050826 & 20060128
Uw bestelbonnummer: 4203331316
Bestelbondatum: 31.01.2006
Leveranciersnummer: 2000048730


LEVERANCIER
MERS BVBA - Media Expert Research System
vertegenwoordigd door Lic. Lucas Tessens
M. Courtmansstraat 27
2600 - Antwerpen
BTW: 464.141.832
Tel: 03-218.51.13
GSM: 0475-20.95.00


Dienstverlening
Aanlevering van de cijfers betreffende radio- en TV-bezit, geïdentificeerd als betalers/vrijgestelden van kijk- en/of luistergeld en betrokken uit analyses van de archieven van de Dienst Kijk- en Luistergeld.
De analyse dekt de gehele periode (tot 2001) waarin luistergeld, later ook kijkgeld, werd geïnd.
MERS garandeert dat de gepresenteerde cijfers op wetenschappelijke wijze werden vergaard en verwerkt.
Commentaren en methodologische noten worden bijgeleverd op de meest aangepaste drager (files en/of scans in attachment aan een e-mail, op CD-Rom, op fotocopie, ...).
Orale ondersteuning betreffende het cijfermateriaal t.b.v. Prof. Dr Erik Dejonghe (facultatief en indien gewenst).

Wijze van aanlevering
Excel-files via attach aan e-mail te richten aan erik.dejonghe@pandora.be met bevestiging van ontvangst.

Gebruiksrecht
Bij publicatie of publieke presentatie van de cijfers, of afgeleiden daarvan, zullen deze steeds vergezeld zijn van volgende bronvermelding: "Analyse MERS".



De Post
2006: Post Danmark A/S en CVC nemen een gezamenlijk belang van 49,99 % in De Post.
Edited: 200600001978
2006
De Post krijgt hulp van een strategische partner om het bedrijf in staat te stellen om verder te moderniseren en om zich voor te bereiden op de volledige vrijmaking van de postmarkt: Post Danmark A/S en CVC[i] nemen een gezamenlijk belang van 49.99 % in De Post.

De markt voor post van meer dan 50 gram wordt opengesteld voor de concurrentie.
In 2006 worden ook drie nieuwe sorteercentra geopend: Gent X (mei),
Charleroi X (augustus) en Antwerpen X (november).
DS, Bloomberg
Aramco verkoopt aandelen
Edited: 200505100901
BRUSSEL (bloomberg) - Saudi-Arabië, de grootste producent van olie ter wereld, is van plan om voor het eerst aandelen in de staatsgeleide energiesector te verkopen. Zo hoopt het land zijn inwoners ervan te overtuigen in eigen land te investeren en hun geld niet in buitenlandse projecten te pompen. Saudi-Arabië maakt dankzij de hoge olieprijs recordwinsten uit de olieproductie.

HET staatsolieconcern Saudi Aramco wil aandelen verkopen in een joint venture die het samen met een buitenlandse partner zal opzetten om een nieuwe raffinaderij te bouwen. Het bedrijf is verwikkeld in ,,ernstige gesprekken'' met meerdere internationale oliebedrijven over een partnerschap in de nieuwe raffinaderij.

De installatie zal een capaciteit van 400.000 vaten per dag hebben, zei Isam al-Bayat, een directielid van Aramco, in een interview. Volgens al-Bayat zal de installatie, een investering van 5 miljard dollar, ,,hoge kwaliteitsproducten'' verkopen aan Aziatische en Europese landen en aan de VS.

Saudi-Arabië heeft vijf raffinaderijen in staatshanden en nog twee joint ventures met buitenlandse oliegroepen als Exxon Mobile en Royal Dutch/Shell. Vorig jaar nog vormde Aramco een joint venture met het Japanse Sumitomo Chemical om de Rabigh raffinaderij, met een capaciteit van 400.000 vaten, te moderniseren om zowel olieproducten als petrochemische producten te produceren. Aramco heeft ook investeringsplannen in de raffinage in India en China.

Saudi-Arabië verwerkt bijna 2,5 miljoen vaten olie per dag tot brandstof.

Ook Koeweit heeft aangekondigd dat het aandelen wil verkopen van een nieuwe raffinaderij met een capaciteit van 600.000 vaten per dag, zij het dan alleen aan inwoners van de kleine oliestaat.

De nieuwe raffinaderij wordt de grootste in de Perzische Golf. Zowat alle Golfstaten zoeken manieren om hun olierijkdom met hun inwoners te delen.

Saudi-Arabië en de andere leden van de Opec, de organisatie van olieproducerende en exporterende landen, zijn volop aan het investeren in raffinaderijen om de olietekorten wereldwijd te helpen opvangen.
STOX Yves
Een paradoxale scheiding De laïcité van de Staat in de Belgische Grondwet
Edited: 200412320001
jura falconis, jg 41, 2004-2005, nr 1, p. 37-62

Een paradoxale scheiding
De laïcité van de Staat in de Belgische Grondwet
Yves Stox
Onder wetenschappelijk begeleiding van Prof. Dr. A. Alen en F. Judo
VOORWOORD
De Belgische Grondwet bevat met de artikels 20, 21, 22 en 181 een uitgebalanceerd systeem inzake de verhouding Kerk-Staat. Deze bepalingen werden nooit aangepast en zijn een toonbeeld van de degelijkheid van de oorspronkelijke grondwet uit 1831. De huidige laatmoderne maatschappij verschilt echter sterk van de 19e eeuwse maatschappij. Terwijl de culturele diversiteit en de religieuze heterogeniteit[1] gegroeid zijn, zijn de grondwettelijke bepalingen echter onveranderd gebleven.
De verklaring tot herziening van de Grondwet van 9 april 2003 werd door de Mouvement Réformateur aangegrepen om een strikte scheiding tussen Kerk en Staat in art. 1 G.W. op te nemen. Het voorstel werd weliswaar niet aanvaard, maar vormt de ideale aanleiding om, na een inleidende ideeëngeschiedenis, de verhouding tussen Kerk en Staat in België opnieuw voor het voetlicht te brengen. Aangezien in de “Verantwoording” van het eerste amendement bij het “Ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet” uitdrukkelijk verwezen wordt naar Frankrijk, komt vanzelfsprekend ook de verhouding tussen Kerk en Staat bij onze zuiderburen aan bod. Vervolgens wordt het voorstel van de Mouvement Réformateur getoetst aan het juridische kader. Tenslotte wordt een alternatief voorstel onderzocht, namelijk de mogelijkheid van een concordaat.
1. INLEIDENDE IDEEËNGESCHIEDENIS
Op 22 en 23 februari 2003 hield de Mouvement Réformateur in Louvain-la-Neuve een congres met als titel “Engagement citoyen”. De werkgroep “Citoyenneté et Démocratie” van dit congres wees op de waardevolheid van het pluralisme. De maatschappij is een geheel van individuen en elk individu kan zijn eigen opvatting van het “goede leven” kiezen. De overheid dringt de individuen geen opvatting op, maar biedt enkel de mogelijkheid om door een democratisch debat consensus te bereiken. De overheid kan echter deze rol enkel vervullen indien alle burgers de politieke conceptie accepteren die de overheidsinstellingen beheerst. Daarom stelde de werkgroep voor om in de Grondwet de principes te bepalen die de door de overheid erkende organisaties of financieel ondersteunde partijen moeten respecteren.[2] Dergelijk voorstel kan een verregaande invloed hebben op het systeem van erkende erediensten.
Dezelfde politieke filosofie zet de Mouvement Réformateur ertoe aan om de laïcité van de overheid in de Grondwet op te laten nemen. De overheid mag geen religie of filosofische stroming begunstigen, maar moet de meningsvrijheid garanderen aan al haar burgers. Het principe van laïcité houdt in dat de overheid vanuit een dominante positie een gelijke, maar afstandelijke houding aanneemt ten opzichte van alle religies en filosofische overtuigingen: “(Le principe de la laïcité) ne signifie pas que l’Etat privilégie un courant philosophique ou religieux par rapport à un autre. Au contraire, la laïcité de l’Etat est une garantie de pluralisme des convictions philosophiques et religieuses. C’est l’autorité de l’Etat, supérieure à toute autre autorité, qui fait respecter la liberté de pensée et donc de conviction philosophique et religieuse au bénéfice de tous les citoyens. La laïcité de l’Etat, c’est l’Etat équidistant à l’égard de toutes les religions ou convictions philosophiques.”[3]
Het mag dan ook niet verwonderen dat de heer Maingain (FDF/MR) in de Kamer[4] en de heren Roelants de Vivier (MR) en Monfils (MR) in de Senaat[5] het Ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet van de regering op identieke wijze trachtten te amenderen. Dit “humanisme démocratique” maakte ondanks de verwerping van het amendement deel uit van het programma van de MR voor de verkiezingen van 18 mei 2003[6].
2. VERHOUDING TUSSEN KERK EN STAAT
De verhouding tussen Kerk en Staat heeft betrekking op de relaties tussen de verschillende religieuze en levensbeschouwelijke gemeenschappen en hun leden enerzijds en de overheid anderzijds, alsook op de regelgeving die deze relaties beheerst.[7] Hierbij moet opgemerkt worden dat het begrip ‘Kerk’ niet enkel verwijst naar de christelijke godsdiensten, maar ook andere confessies en zelfs niet-confessionele levensbeschouwingen.[8] Het Belgische interne recht hanteert niet het begrip ‘Kerk’, maar wel de begrippen ‘eredienst/culte’ en ‘niet-confessionele levensbeschouwing’. ‘Eredienst’ werd door de auteurs van de Pandectes belges beschouwd als “l’hommage rendu par l’homme à la Divinité”, waarbij vooral “l’exercice public d’une religion” benadrukt wordt.[9] Steeds zal de rechter in concreto nagaan of het om een eredienst gaat.[10] De niet-confessionele levensbeschouwing werd pas in 1993 in de Grondwet opgenomen in het financieel getinte art. 181. Het onderscheid lijkt vooral een historisch karakter te zijn. Men kan zich immers vragen stellen bij de zinvolheid van het hanteren van een al te rigide onderscheid tussen ‘eredienst/culte’ en ‘niet-confessionele levensbeschouwing’.
De houding die de overheid aanneemt ten aanzien van de verschillende levensbeschouwingen is onderhevig aan de gehanteerde politieke opvattingen. Deze houding kan resulteren in een confessioneel systeem, een laïcaal systeem of een mengvorm waarbij samenwerking centraal staat.[11] Deze onderverdeling is archetypisch en moet gerelativeerd worden.
Ten eerste kan de overheid het beginsel van eenheid gebruiken. Zowel de volledige afwezigheid van religieuze neutraliteit is mogelijk, als de positieve religieuze neutraliteit zijn mogelijk. In het eerste geval heeft ofwel de staatsoverheid een overwicht op de religieuze overheid, ofwel de religieuze overheid een overwicht op de staatsoverheid. Soms wordt deze vorm gemilderd door de oprichting van nationale kerken en spreekt men van formeel confessionalisme. In het tweede geval ontstaat een ongelijke behandeling tussen de verschillende erediensten die aanwezig zijn in een bepaalde staat door een systeem van erkenning van erediensten. De positieve religieuze neutraliteit kan men niet alleen in België terugvinden, maar ook in Frankrijk.[12]
Ten tweede kan de overheid het beginsel van scheiding gebruiken. De staat zal zich actief verzetten tegen religieuze groeperingen of zich totaal onthouden. Deze religieuze onverschilligheid beheerst Frankrijk, uitgezonderd Alsace-Moselle.[13]
Ten derde kan een samenwerking ontstaan tussen de staat en de religieuze groeperingen door een systeem van overeenkomsten en verdragen (concordaten), die de belangen van de laatste behartigen. Dit samenwerkingsmodel kan variëren van het beginsel van eenheid tot het beginsel van eerder scheiding zoals in België.[14]
Volgens Ferrari is deze driedeling verouderd. De formele aspecten in de verhouding tussen Kerk en Staat worden te sterk benadrukt, terwijl de inhoudelijke aspecten niet voldoende aan bod kunnen komen.[15] Vandaar dat zowel België als Frankrijk bij twee van de drie systemen ondergebracht kunnen worden. De onderverdeling die op het eerste zicht zeer duidelijk lijkt, blijkt tegenstrijdigheden te generen.
3. VERHOUDING TUSSEN KERK EN STAAT IN BELGIË
3.1. DE GRONDWETTELIJKE POSITIE VAN DE EREDIENSTEN IN BELGIË
3.1.1. Discussie in het Nationaal Congres
In het Zuiden van Koninkrijk der Nederlanden ontstonden er twee oppositiebewegingen. De katholieke oppositie verzette zich tegen de godsdienst- en schoolpolitiek van Willem I. De liberale oppositie ijverde voor een parlementair regime, een rechtstreeks verkozen wetgevende macht, het principe van de ministeriële verantwoordelijkheid en de erkenning van een aantal vrijheden, waaronder de godsdienstvrijheid en de vrijheid van onderwijs. Rond aartsbisschop de Méan was een handvol mensen werkzaam die zochten naar een oplossing voor de gespannen houding tussen Kerk en Staat in de Nederlanden, “de School van Mechelen”. Deze groep vertrok van de theologische opvatting dat God niet twee Machten kan hebben ingesteld die tegenstrijdig waren met elkaar. De Kerk en Staat behoorden in de Nederlanden dus niet gescheiden te zijn, maar er moest een zekere band zijn tussen beiden. De Staat zou effectief moeten waken over het behoud van de cultusvrijheid en zo de cultussen beschermen.[16] De clerus zou ook een wedde moeten krijgen, die als een vergoeding werd beschouwd voor de aangeslagen goederen tijdens de Franse Revolutie.[17] Vanaf 1827 groeiden beide oppositiebewegingen naar elkaar toe en in 1828 was “de Unie der opposities” – het zogenaamde “monsterverbond” – een feit. Oorspronkelijk was slechts een kleine meerderheid voorstander van een afscheuring. Onder invloed van de Juli-revolutie in Parijs op 27 juli 1830 werden de gemoederen opgezweept en de beroerten in Brussel leidden tot dat wat niemand had verwacht, een politieke revolutie.[18]
Nadat het Voorlopig Bewind de onafhankelijkheid van België had uitgeroepen, vatte men aan met de uitbouw van de nieuwbakken staat. Het opstellen van een grondwet was één van de belangrijkste bekommernissen. Een commissie onder leiding van baron de Gerlache redigeerde een ontwerp van grondwet en de Belgen verkozen een grondwetgevende vergadering, het Nationaal Congres. In november 1830 verscheen in Leuven een anonieme brochure[19] van “de School van Mechelen”. Er stond te lezen dat de Grondwet de godsdienstvrijheid onaantastbaar moest maken. Tevens moest de vrijheid van eredienst gegarandeerd worden. Ook kwam men op voor de vrijheid van de cultus: alleen individuen mogen worden vervolgd indien ze in het kader van een cultus de publieke orde verstoren of strafbare feiten plegen. Daarenboven werd gepleit voor een gewaarborgde vrijheid van onderwijs en voor het beginsel van niet-inmenging in kerkelijke aangelegenheden, onder andere denkend aan de briefwisseling tussen de clerus en de Heilige Stoel. Bovendien werd een wedde voor clerici noodzakelijk geacht; deze wedde werd beschouwd als een rechtvaardige compensatie voor de inbeslagname van kerkelijke goederen. Op 17 december 1830 werd in het Nationaal Congres, waarin de meerderheid bestond uit katholieken, een brief voorgelezen van aartsbisschop de Méan, waarin hij de stellingnamen van de anonieme brochure diplomatisch parafraseerde. Toen het debat in het Nationaal Congres op 21 december 1830 aanving, werd al snel duidelijk dat de vrijheden niet alleen ten aanzien van het katholicisme zouden kunnen gelden, maar ook ten aanzien van de minderheidsgodsdiensten. De niet-confessionele levensbeschouwing kwam echter helemaal nog niet aan bod. Het ontwikkelde systeem van vrijheid zou echter vooral de katholieke godsdienst ten goede komen. De ruimdenkendheid van de katholieken had dus eigenlijk weinig om het lijf. De verspreiding van de andere godsdiensten was immers uiterst minimaal.Het is interessant om de uiteindelijke tekst van de Grondwet te vergelijken met de door de Méan voorgestelde tekst: de wensen van de aartsbisschop werden in grote mate ingewilligd door het Nationaal Congres.[20]
Zowel de katholieken als de liberalen deden bij het opstellen van de Grondwet toegevingen. De afschaffing van het capaciteitskiesrecht en de voorrang van het burgerlijk op het kerkelijk huwelijk zijn de voornaamste toegevingen langs katholieke zijde.[21] De liberalen aanvaardden dan weer de vrijheid van eredienst, de staatswedde voor de bedienaars van de eredienst en een staatstoelage voor onderhoud en oprichting van bidhuizen. Ook de vrijheid van onderwijs werd erkend.[22]
De eensgezindheid tussen liberalen en katholieken bleek echter bijzonder broos. Reeds op 22 december viel de liberaal Defacqz het ontwikkelde systeem van vrijheid aan. Hij pleitte voor een overwicht van de Staat op de Kerk “parce que la loi civile étant faite dans l’intérêt de tous, elle doit l’importer sus ce qui n’est que de l’intérêt de quelques-uns”. Door zijn scherp verzet werpt Defacqz een helder licht op sommige van de katholieke drijfveren. Het bleef echter een kleine minderheid van combatieve anti-katholieke liberalen die oppositie voerde. [23] Uiteindelijk aanvaarde het Nationaal Congres de vrijheid van eredienst en een bijzondere scheiding tussen Kerk en Staat.[24] [25]
3.1.2. Godsdienstvrijheid in de Belgische Grondwet
a. Art 19 G.W.
Dit artikel beschermt een aantal facetten van de godsdienstvrijheid. In de eerste plaats wordt de vrijheid van eredienst sensu stricto beschermd. Deze vrijheid moet ruim worden opgevat. Niet alleen het behoren tot een geloofsovertuiging, maar ook de overgang van het ene geloof naar het andere wordt beschermd. De term ‘eredienst/culte’ toont aan dat men vooral aandacht had voor externe aspecten. Een duidelijke definitie van ‘eredienst/culte’ is niet voorhanden, al heeft men dat wel betracht.[26] Het meest belangwekkende element is zeker en vast de uitwendig en publieke manifestatie van religieuze gevoelens.[27]
In de tweede plaats wordt de vrije openbare uitoefening door de Grondwet gewaarborgd. Art. 26, tweede lid bepaald echter dat bijeenkomsten in de open lucht aan de politiewetten onderworpen blijven. Dit artikel wordt door het Hof van Cassatie geïnterpreteerd als een algemeen beginsel dat toegepast kan worden op alle rechten en vrijheden zodra die op openbare wegen en pleinen worden uitgeoefend, zodat preventieve maatregelen mogelijk zijn. De Raad van State is een andere mening toegedaan en vindt dat, behalve voor vergaderingen in open lucht de Grondwet preventieve maatregelen verbiedt. Dit verbod geldt ook voor de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van eredienst indien deze vrijheden op een openbare plaats uitgeoefend zouden worden.[28]
In de derde plaats waarborgt de art. 20 de vrijheid van meningsuiting, een recht dat ontegensprekelijk raakvlakken vertoont met de vrijheid van eredienst.
In de vierde plaats worden de grenzen van de godsdienstvrijheid in het laatste lid van art. 20 afgebakend. De vrijheden gelden enkel behoudens bestraffing van de misdrijven die ter gelegenheid van het gebruikmaken van die vrijheden worden gepleegd. Zo wordt het risico vergroot dat een conflict kan ontstaan tussen aspecten van een religieus systeem en de regels die behoren tot de openbare orde van de overheid indien het gedachtegoed van dat religieus systeem afwijken van het waardepatroon van de maatschappij.[29] Ofwel geeft de overheid dan de rechter de mogelijkheid om de grondrechten ten opzichte van elkaar af te wegen, ofwel acht de overheid bepaalde waarden zo belangrijk dat het strafrecht de afdwingbaarheid van deze waarden veilig moet stellen en zo de discussie eenzijdig te beëindigen.[30]
b. Art. 20 G.W.
De negatieve formulering van deze bepaling toont dat de positieve en de negatieve godsdienstvrijheid – het verbod van dwang om zich te bekennen tot een bepaalde levensbeschouwing – onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Sinds oudsher worden in de rechtsleer een aantal concrete situaties gedetailleerd bestudeerd, dat is echter niet het onderwerp van deze studie.[31]
c. Art. 21 G.W.
Terwijl in art. 19 en 20 de godsdienstvrijheid – met een positief en een negatief aspect –abstract geformuleerd wordt, krijgt in art 21 de godsdienstvrijheid inhoudelijk gestalte. Het biedt religies de vrijheid om zich intern te organiseren zoals zij dat wensen. Deze vrijheid omvat drie concrete aspecten. Ten eerste heeft de Staat niet het recht zich te bemoeien met de benoeming of de installatie van de bedienaren van enige eredienst. Ten tweede de mogelijkheid voor bedienaars van de eredienst om vrij briefwisseling te houden met hun overheid. Ten slotte wordt ook gegarandeerd dat de akten van de kerkelijke overheid openbaar mogen worden gemaakt, maar met behoud van de gewone aansprakelijkheid inzake drukpers en openbaarmaking.[32]
Vrijheid van eredienst betekent dus niet alleen de eerbied voor de individuele overtuiging, maar ook het erkennen van de gemeenschapsvormen van een gelovige overtuiging. Het was mogelijk dat de Belgische grondwetgever zich enkel zou beperkt hebben tot de individuele vrijheid en –zoals in Frankrijk – zich niet ingelaten zou hebben met collectieve vormen. In België bezitten echter ook religieuze genootschappen over eigen fundamentele rechten.[33] Daar vloeit niet uit voort dat de overheid geen enkele vorm van controle mag uitoefenen.[34] Wel vloeit hier uit voort dat de profane rechter geen uitspraak mag doen over theologische vraagstukken. Toch kan men een evolutie vaststellen waarbij seculiere rechters zich meer en meer inmengen, ten nadele van de autonomie van religieuze organisaties.[35]
d. Art. 181 G.W.
Art. 181 is het laatste grondwetsartikel dat rechtsreeks van toepassing op de verhouding tussen Kerk en Staat en organiseert de financiering van de erediensten. Katholieke auteurs beschouwden de staatsbezoldiging van bedienaars van de eredienst als compensatie van de tijdens de Franse Revolutie genaaste kerkelijke goederen.[36] Liberale auteurs benadrukten vooral het sociale nut van de eredienst aan de bevolking.[37] Indien het sociale nut benadrukt wordt, dient de bedienaar van de eredienst de opgedragen taak werkelijk waar te nemen.[38] Door de grondwetsherziening van 1993 kreeg art. 181 een tweede lid, waardoor ook “morele lekenconsulenten” in aanmerking komen voor een staatswedde. Deze uitbreiding is weliswaar juridisch overbodig opdat de Staat lekenconsulenten een wedde zou kunnen toekennen, maar deze grondwettelijke erkenning benadrukt de maatschappelijke waarde van de vrijzinnigheid.[39]
Niet elke eredienst verkrijgt echter dergelijke financiering, art. 181, lid 1 geldt enkel en alleen voor de bedienaars van de erkende erediensten. De erkenning als eredienst van een geloofsovertuiging is niet steeds even vanzelfsprekend en heeft een aantal belangrijke rechtsgevolgen.
3.2. DE ERKENDE EN DE NIET-ERKENDE EREDIENSTEN
Het Nationaal Congres wou in de Grondwet geen privileges ten voordele van een eredienst toekennen, alle erediensten worden op voet van gelijkheid beschouwd. Ondanks deze principiële gelijkwaardigheid van alle erediensten zijn sommige erediensten door de overheid erkend. Deze erkenning is noodzakelijk opdat de bedienaars van de eredienst bezoldigd zouden worden door de overheid. Het Belgische systeem lijkt water en vuur met elkaar te willen verzoenen: er is een systeem van absolute gelijkheid tussen alle maatschappelijk aanvaarde godsdiensten, met een systeem van privileges voor de erkende erediensten.[40]
De erkenning gebeurt door of krachtens de wet. De wetgever moet zich hierbij onthouden van elk waardeoordeel en mag zich enkel laten leiden door de vraag of de bewuste eredienst aan de godsdienstige behoeften van (een deel van) de bevolking beantwoordt.[41] Bij de evaluatie dienen de grote christelijke kerken minstens impliciets als toetssteen. Schijnbaar atypische kenmerken van andere religies worden daardoor vaak negatief ingeschat, waardoor de erkenning niet plaatsvindt.[42]
De erkenning brengt ontegensprekelijk belangrijke voordelen met zich mee. Niet alleen verkrijgen de bedienaars van deze erediensten een wedde en nadien een pensioen, maar ook wordt de rechtspersoonlijkheid toegekend aan de openbare instellingen die zijn belast met het beheer van de goederen die voor de eredienst zijn bestemd.[43] Erediensten die niet erkend zijn mogen dan al genieten van de grondwettelijk beschermde godsdienstvrijheid, zij moeten echter een beroep doen op de vzw-techniek om rechtspersoonlijkheid te verwerven.[44]
Ook aan gemeenten en provincies worden, respectievelijk in de Gemeentewet en in de Provinciewet, verplichtingen opgelegd te voordele van de erkende erediensten. Een eerste reeks bepalingen zijn ten voordele van de bedienaars van de eredienst. Zij hebben betrekking op de huisvesting van de bedienaar van de eredienst. Een tweede reeks bepalingen handelen over het beheer van de goederen van de erkende erediensten. Zo worden financiële tekorten aangezuiverd en ontvangt men financiële steun voor de groeve herstellingen aan of de bouw van gebouwen bestemd voor de eredienst. Daarnaast zijn er nog een aantal suppletieve bepalingen in verband met aalmoezeniers in het leger en in de gevangenissen, zendtijd op de openbare omroep en de organisatie van godsdienstonderricht.[45]
De erkenning van bepaalde erediensten en de daar uit voortvloeiende toekenning van een aantal voordelen is een afwijking van het “beginsel van de gelijke behandeling van alle erediensten”. Toch neemt men aan dat het toekennen van voordelen aan erkende erediensten hieraan geen afbreuk doet. De Belgische grondwetgever beoogde immers geen absolute gelijkheid. Indien de overheid de steun zou beperken tot slechts één eredienst, dan zou men wel kunnen spreken van een inbreuk op het gelijkheidsbeginsel.[46] Het lijkt wel alsof er zich door de tijd heen een bijzondere vorm van het gelijkheidsbeginsel ontwikkeld heeft, waarop de ondertussen klassieke criteria van het Arbitragehof niet van toepassing zijn.
3.3. DE BURGERLIJKE RECHTER IN KERKELIJKE AANGELEGENHEDEN
3.3.1. Problematiek
De fundamentele regels die de verhouding regelen tussen de Belgische Staat en de Kerk kunnen we terugvinden in art. 19, 20, 21, 181 G.W.[47], maar ondanks de vele jurisprudentie en juridische geschriften is de problematiek van de burgerlijke rechter die gevraag wordt om tussen te komen in kerkelijke aangelegenheden gebleven.[48]
Het staat buiten kijf dat art. 21 de hoeksteen vormt van deze problematiek. De Staat mag zich niet bemoeien met de benoeming of de afzetting van de bedienaren van de eredienst. Evenmin mag de burgerlijke rechter zich niet bevoegd verklaren om een religieuze dissidentie te beslechten, de orthodoxie van een stelling te beoordelen of religieuze motieven naar waarde te schatten.[49] De rechter kan zich dus enkel uitspreken over de formele procedure. Maar deze controle is echter niet eenduidig. Men kan variëren van een louter formele toetsing van een kerkelijke beslissing tot een kwalitatief beoordelen van de kerkelijke procedure aan de hand van algemene rechtsbeginselen.[50]
3.3.2. Een formele toetsing
Aanvankelijk is de burgerlijke overheid heel terughoudend. De hoven en rechtbanken beperken hun controle van de kerkelijke beslissingen tot een louter formele toetsing. De rechterlijke macht beperkt zich in zaken van benoeming of afzetting tot de vaststelling dat dit gebeurde door de bevoegde kerkelijke overheid, zonder hierbij de wettigheid van deze beslissing te onderzoeken. [51]
Men kan echter een onderscheid maken tussen twee soorten formele toetsing en zo een minimale wijziging in de rechtspraak – in de lijn der verwachtingen – waarnemen. In principe zal de rechter alleen nagaan of de benoeming van een opvolger door de bevoegde kerkelijke overheid is gebeurd. Geleidelijk gaan de hoven en rechtbanken ook controleren of de beslissing tot herroeping door een bevoegde kerkelijke overheid is genomen.[52] Meer dan een formele toetsing blijft echter uitgesloten.
3.3.3. Een controle van de interne procedure
Deze klassieke leer wordt ter discussie gesteld met het arrest van 5 juni 1967, geveld door het Hof van Beroep van Luik. Het hof bevestigt weliswaar de klassieke 19e eeuwse leer en stelt dat de rechter mag nagaan of een bepaalde beslissing door de bevoegde kerkelijke overheid werd genomen, maar voegt hieraan toe dat deze kerkelijke overheid in alle onafhankelijkheid kan handelen overeenkomstig de eigen regels.[53] Tegen het arrest werd cassatieberoep ingesteld, maar het Hof van Cassatie verwierp het beroep met het arrest van 25 september 1975.[54] Het Hof van Cassatie deed echter geen uitspraak over het respecteren van de eigen regels, maar wees een middel af dat gericht was tegen een ten overvloede gegeven motief.[55] Een impliciete evolutie heeft plaatsgevonden. De louter formele controle wordt namelijk uitgebreider geïnterpreteerd: er vindt nu ook een controle van de interne procedure plaats, maar zonder dat deze als zodanig gekwalificeerd wordt.[56] In de rechtsleer werd echter reeds eerder gepleit voor het respecteren van de eigen regels.[57]
3.3.4. Op zoek naar kwaliteitsgaranties voor procedureregels
Het Hof van Beroep van Bergen zet met het arrest van 8 januari 1993 een nieuwe stap. De rechter mag niet alleen nagaan of de kerkelijke overheid bij het nemen van een beslissing conform de eigen regels heeft gehandeld, maar mag ook oordelen of deze regels voldoende (procedurele) garanties bieden. Hierbij verwijst het Hof naar algemene rechtsbeginselen zoals het recht van verdediging en het beginsel van tegenspraak.[58] De rechter zou zich dus niet beperken tot een louter formele toetsing van de bestreden beslissing en de controle van de kerkelijke procedure, maar zou ook een kwaliteitscontrole uitvoeren op deze procedure.[59]
Tegen dat arrest wordt echter cassatieberoep ingesteld en met het arrest van 20 oktober 1994 verbreekt het Hof van Cassatie het arrest van het Hof van Beroep van Bergen.[60] De vrijheid van eredienst (art. 21 G.W.) laat niet toe dat de hoven en rechtbanken onderzoeken of de kerkelijke procedure voldoende waarborgen biedt. Het Hof zich weliswaar niet uit of de maxime patere legem quam ipse fecisti[61] van toepassing is, maar argumenteert “dat de benoeming en de afzetting van de bedienaren van een eredienst alleen maar door de bevoegde geestelijke overheid kunnen geschieden overeenkomstig de regels van de eredienst[62], en, anderzijds, dat de godsdienstige discipline en rechtsmacht op die bedienaren van de eredienst alleen door dezelfde overheid overeenkomstig dezelfde regels kunnen worden uitgeoefend”. Hof expliciteert niet in hoeverre de toepassing van “de regels van de eredienst” onderworpen kunnen worden aan profaan rechterlijke controle, maar suggereert in ieder geval de mogelijkheid.[63] Met het arrest van 3 juni 1999, in dezelfde zaak, herhaalt het Hof – in verenigde kamers – zichzelf.[64]
De twee arresten van het Hof van Cassatie hebben er niet voor kunnen zorgen dat het onweer is gaan liggen. Een minderheid in de rechtsleer stelt dat de arresten niets verandert hebben en verdedigt de traditionele leer. Een andere minderheid is voorstander van een kwaliteitscontrole. De tussenpositie, die focust op de vraag of de kerkelijke overheden de interne regels gerespecteerd hebben en de maxime patere legem quam ipse fecisti toepassen, lijkt echter het meest voor de hand liggend.[65] [66]
3.4. KWALIFICATIE
In de Grondwet wordt nergens de verhouding tussen de overheid en de erkende erediensten of niet-confessionele levensbeschouwingen gekwalificeerd. Tijdens de voorbereidende werken werd weliswaar geopperd dat de verhouding tussen Kerk en Staat als een totale, volledige en absolute scheiding aangeduid moest worden.[67] Deze scheiding is in de praktijk nooit gerealiseerd. Elementen die enerzijds een scheiding aanduiden zijn bijvoorbeeld de afwezigheid van een staatsgodsdienst, de niet-toepasselijkheid van het canoniek recht in burgerlijke zaken, de laïcisering van de openbare ambten en ambtenaren, de niet toekenning van rechtspersoonlijkheid aan kerkelijke verengingen. Anderzijds worden de erkende erediensten door de overheid gefinancierd, wat duidt op samenwerking.[68] De rechtsleer is zich bewust van deze dubbelzinnigheid. De meeste auteurs trachten dan ook allerlei begrippen in te voeren om deze dubbelzinnigheid te verwoorden. Soms heeft men het over een “onderlinge onafhankelijkheid”, een “gematigde scheiding”, een “positieve neutraliteit”, een “welwillende neutraliteit”, een “regime sui generis”, een “beschermde vrijheid” of een “genuanceerde scheiding”. In ieder geval kan men stellen dat de verhouding in België tussen Kerk en Staat niet bestaat in een absolute scheiding en dat België geen état laïc is.[69]
4. VERHOUDING TUSSEN KERK EN STAAT IN FRANKRIJK
In tegenstelling tot België, wordt in Frankrijk de verhouding tussen Kerk en Staat wel gekwalificeerd in de Grondwet van 1958. De huidige Grondwet is echter niet de eerste tekst waarin het fenomeen religie behandeld wordt. De eerste belangrijke wet is ontegensprekelijk die wet van 9 december 1905 concernant la séparation des Eglises et de l’Etat. Voor de eerste keer werd in Frankrijkun régime de liberté religieuse ingevoerd.[70] De kwalificatie laïque werd echter pas ingevoerd in de Grondwet van 1946, waarbijlaïcité gedefinieerd kan worden alsle principe de la séparation de la société civile et de la religion[71].
4.1. DE WET VAN 9 DECEMBER 1905 CONCERNANT LA SÉPARATION DES EGLISES ET DE L’ETAT : EEN LAÏCITÉ DE COMBAT[72]
Voor Koubi heeft de wet van 9 december 1905 elke pertinentie verloren. Sinds het begin van de 20e eeuw heeft het principe van de laïcité immers fundamentele veranderingen ondergaan.[73] [74] Niettemin achten een aantal auteurs het praktisch belang van art. 2, waarin Frankrijk beschreven wordt als een République indivisible, laïque, démocratique et sociale, van de huidige Grondwet onderworpen aan de lezing van de wet van 1905.[75] In ieder geval biedt een bespreking van deze wet een relevante historische inleiding tot de laïcité à la française.
Voordat de wet van 9 december 1905 aangenomen werd, bevonden de katholieke[76], de protestantse en de israëlitische eredienst zich als erkende eredienst in een bijzondere positie. De bedienaars van de eredienst werden bezoldigd door de overheid, die ook deelnam aan hun benoeming. Duguit deinst er niet voor terug om het te hebben over véritables services publics. De niet-erkende erediensten étaient soumis à un régime de police d’autant plus arbitraire.[77]
Duguit haalt twee kritieken aan op deze uitwerking van de verhouding tussen Kerk en Staat. Aan de ene kant zijn de niet-erkende erediensten zijn onderworpen aan een volstrekte willekeurig stelsel. Zij zouden het recht moeten hebben om vrij hun eredienst uit te oefenen. Het stelsel van de erkende erediensten is la négation même de principe de liberté religieuse et du principe de l’Etat laïque en voor de gelovigen un empiétement intolérable de prince sur le domaine de la conscience religieuse.Aan de andere kant schendt het stelsel van erkende van de erediensten het principe de liberté religieuse omdat burgers gedwongen worden om geld uit te geven aan religies die zij niet praktiseren.[78]
De aanhangers van het principe van delaïcité hebben zich op het einde van de 19e eeuwen en in het begin van de 20e eeuw zowel politiek als filosofisch krachtdadig geprofileerd.[79] De formulering van Duguit lijkt niet meer te zijn dan een abstrahering van de strijd die zich heeft afgespeeld. Delaïcitéfrançaiseheeft vorm gekregen in de strijd die gevoerd werd door de Overheid tegen voornamelijk de katholieke Kerk.[80] De laïcité is in de eerste plaats en strijd geweest tegen het triomferende klerikalisme van de 19e eeuw. Er ontstond een ware polemiek tussen cléricauxen laïcs, die gekenmerkt werd door een haast ongekende heftigheid. Toch was het de bedoeling van de Republiek om met de wet van 9 december 1905 een compromis mogelijk te maken en zo een séparation à l’amiable te creëren.[81]
Het doel van de wet van 9 december 1905 is om godsdienstvrijheid mogelijk te maken, waarbij aan elk individu de vrije uitoefening van zijn of haar eredienst wordt verzekerd (art. 1) Hiertoe wordt een volkomen neutraliteit van de Staat noodzakelijk geacht, zodat geen enkele eredienst erkend kan worden en geen enkele eredienst een bezoldiging of subsidiëring kan verkrijgen (art. 2). Naast de bepalingen in verband met de erkenning en subsidiëring van erediensten, kunnen nog vier andere categorieën onderscheiden worden. Een aantal bepalingen handelen over de gebouwen en voorwerpen van de eredienst. Ook de rechtsovergang van kerkelijke goederen komt aan bod. Hiertoe werd in een vierde categorie bepalingen deassociations cultuelles in het leven geroepen. Een vijfde categorie handelt over de politie van de erediensten.[82]
De katholieke Kerk verzette zich echter sterk tegen deze wet en weigerde om deassociations cultuelles op te richten, maar de overheid greep niet in en liet de katholieken toe om de gebouwen van de eredienst te gebruiken zonder dat die daartoe gerechtigd waren. Langzaam maar zeker ontstond een meer serene relatie tussen de katholieke Kerk en de Staat.[83]
4.2. DECONSTITUTIONALISATIE VAN DE LAÏCITÉ[84]
De kwalificatie laïque was ook in 1946 nog altijd erg beladen.[85] Toch werd in art 1 van de Grondwet van 1946 afgekondigd dat Frankrijk een“République indivisible, laïque, démocratique et sociale” is. In de Grondwet van 1958 werd in het huidige art. 1[86] daaraan toegevoegd dat “elle assure l’égalité devant la loi de tous les citoyens sans distinction d’origine, de race ou de religion. Elle respecte toutes les croyances”.[87] De laïcité heeft haar polemisch karakter verloren en maakt deel uit van de grote vrijheden aangezien de vrijheid van meningsuiting, de godsdienstvrijheid en de vrije uitoefening van een eredienst er door beschermd worden[88]; “juridiquement, la laïcité, c’est la neutralité religieuse de l’Etat”[89].
Het Franse constitutionele recht neemt de godsdienstvrijheid van het individu in ogenschouw en niet de collectieve godsdienstvrijheid.[90] Niet de individuele godsdienstvrijheid is problematisch, maar wel de collectieve uitoefening van de eredienst. De Republiek garandeert weliswaar het pluralisme, maar door haar jacobijnse en centralistische tendensen worden intermediaire lichamen, minderheden of etnische, culturele of religieuze gemeenschappen niet (h)erkend.[91]
4.3.UNE SÉPARATION BIEN TEMPÉRÉE
Toch is de verhouding tussen Kerk en Staat veel complexer en diffuser dan dewet van 9 december 1905 en Franse Grondwet doen vermoeden. De wet van 9 december 1905 kadert in een radicaal antiklerikalisme, terwijl de huidige evenwichtsituatie nog het best omschreven kan worden als une séparation bien tempérée.[92] Terwijl de wet van 9 december 1905 de emanatie is van “la conception idéologique ou négative de la laïcité” bekrachtigen de grondwetten van 1946 en 1958 “la conception juridique ou positive de la laïcité”.[93]
Regelmatige en permanente subsidiëring van erediensten mag dan al niet mogelijk zijn (art. 2 van de wet van 9 december 1905). Toch kan de Franse staat activiteiten subsidiëren die plaatsvinden in een confessioneel kader, maar die van algemene aard zijn (bijvoorbeeld ziekenhuizen, liefdadigheidsinstellingen, enz.). De Franse overheid moet eveneens bepaalde religieuze diensten rechtstreeks ten laste nemen (bijvoorbeeld aalmoezeniers in openbare instellingen, tehuizen en gevangenissen). Vanzelfsprekend moet de Franse overheid ook instaan voor de bezoldiging van de bedienaars van erediensten wanneer zij diensten verstrekken aan de overheid (bijvoorbeeld gemeentesecretaris, enz.). Priesters en geestelijken kunnen ook beroep doen op sociale zekerheid.[94]
Een opmerkelijk kenmerk van de laïcité in Frankrijk is dat de scheiding tussen Kerk en Staat nooit volledig en rigide is geweest. De Republiek heeft steeds een welwillende neutraliteit aan de dag gelegd. Zelfs in 1905 waren er betrekkingen tussen de Republiek en de kerken.[95]
5. VOORSTEL MAINGAIN (FDF/MR)
5.1. EXEGESE
De opstellers van amendement nr. 2 lijken aan alles te hebben gedacht. Zij schetsen niet alleen de (rechts)historische aanknopingspunten van het principe van delaïcité, maar passen het beginsel ook toe en geven de gevolgen aan van de opname in de Grondwet. Niettemin staat de verantwoording bol van contradicties.
Met de eerste zin geven de auteurs de oorsprong aan de verhouding tussen Kerk en Staat in Frankrijk, “de doorslaggevende rol van de Staat ligt aan de oorsprong van de Franse laïciteit”. De auteurs onderscheiden drie etappes in “(de wens van de politieke overheid om) de individuen en de geledingen van het maatschappelijk leven te onttrekken aan de greep van de Katholieke Kerk”. De eerste etappe is blijkbaar niet de Franse Revolutie, die nochtans door Boyer als een ommekeer beschouwd wordt[96], maar hetrégime concordatairevan Napoleon. Het Concordaat van 1802 herbevestigt echter de belangrijke positie van de Katholieke Kerk in Frankrijk, al tonen deArticles organiquesdie Napoleon unilateraal toevoegde duidelijk de macht die de overheid uitoefende. De tweede etappe wordt volgens de auteurs gevormd door “de schoolwetten van de jaren 1880 die een cursus niet-confessionele moraal organiseren”. Onderwijsvrijheid en levensbeschouwelijke vrijheid zijn weliswaar nauw bij elkaar betrokken, maar gedurende de gehele 19e eeuw zou het concordatair regime verder blijven bestaan. Daaraan komt pas een einde met de wet van 9 december 1905concernant laséparation des Eglises et de l’Etat. Deze wet vormt dan ook de derde stap, die culmineert in de Grondwet van 1958: “la France est une République indivisible, laïque, démocratique et sociale”. De volstrekte scheiding tussen Kerk en Staat was een feit. Volgens Boyer waren het echter “les radicaux qui avaient fait de l’anticléricalisme un combat et un programme espéraient arracher à l’Eglise son pouvoir politique, matériel et même spirituel”[97].
De leden van het Nationaal Congres waren volgens de auteurs vrij godsdienstig en verkozen daardoor een liberale oplossing boven het sluiten van een concordaat met de Heilige Stoel. De formulering lijkt aan te geven dat de auteurs eenrégime concordataireverkiezen boven de vooruitstrevende en innovatieve oplossing van het Nationaal Congres.
De auteurs willen niet meer of minder dan de omzetting van het beginsel van de laïcité in de Belgische Grondwet. Ze zijn zich echter bewust van de bijzondere kenmerken van ons grondwettelijk systeem. Toch zou hun voorstel aansluiten bij het opzet van de Grondwet zoals zij door het Nationaal Congres werd geconcipieerd. Het Franse en Belgische systeem verschillen echter formeel helemaal van elkaar. De Franse wet van 9 december 1905 concernant la séparation des Eglises et de l’Etat is tot stand gekomen in een sfeer van antiklerikalisme, terwijl het Nationaal Congres een meer uitgebalanceerd en pragmatisch systeem ontwikkelde. Deze misvatting kan wellicht verklaard worden doordag het Belgische systeem geheel foutief beschouwd wordt als gebaseerd op “het principe van de wederzijdse niet-inmenging tussen de Staat en de (…) erkende en vertegenwoordigde kerken”. Een aantal elementen duiden weliswaar een scheiding aan, terwijl andere elementen dan weer de samenwerking benadrukken.
De auteurs geven in hun historische schets geven aan dat het Franse en het Belgische systeem van verhouding tussen Kerk en Staat een heel andere ontstaansgeschiedenis kennen en daardoor helemaal van elkaar verschillen. Even later poneren ze dat de omzetting van de laïcité geen problemen stelt aangezien het voorstel aan zou sluiten bij het opzet van de Grondwet van 1830 (sic). In tegenstelling tot wat de auteurs beweren heeft de inschrijving van de laïcité heeft tot gevolg dat de grondwettelijke beginselen wat de betrekking tussen de religies en de overheid betreft in het gedrag komen. Daarenboven zijn ze uit het oog verloren dat de hedendaagse Franse rechtsleer een minder formalistisch uitgangspunt inneemt en de verhouding tussen Kerk en Staat beschrijft als une séparation bien tempérée.[98]
In de “Inleidende ideeëngeschiedenis” heb ik reeds aangegeven dat het principe van laïcité voor de MR inhoudt dat de overheid vanuit een dominante positie een gelijke, maar afstandelijke houding aanneemt ten opzichte van alle religies en filosofische overtuigingen.[99] Het gaat kortom om een laïcité de combat. Dergelijke visie is een uiting van een negatieve religieuze neutraliteit: vanuit een scheiding pur sang moet de overheid levensbeschouwelijk neutraal zijn.
De Belgische overheid moedigt echter de vrije ontwikkeling van religieuze en institutionele activiteiten aan, zonder de onafhankelijkheid te beknotten.[100] De overheid maakt een pluralisme van levensbeschouwelijke activiteiten op actieve wijze mogelijk en handelt dus vanuit een positieve religieuze neutraliteit.[101] De opname van de laïcité in de Grondwet zou dus wel degelijk een wijziging betekenen ten opzichte van het huidige regeling.
5.2. HYPOTHETISCHE UITWERKING
De vraag welke wijzigingen zich in concreto zullen voordoen is tot nu toe onbeantwoord gebleven. De bedoeling van dit onderdeel is dan ook kort aan te geven welke gevolgen de opname van de laïcité in de Grondwet, als een uiting van een negatieve religieuze neutraliteit, zal teweegbrengen.
Indien de laïcité in art. 1 G.W. de verwoording zou zijn van een algemeen principe, zullen de regelingen van art. 19, 20, 21 en 181 G.W. slechts uitzonderingen zijn en als zodanig niet meer constituerend voor de verhouding tussen Kerk en Staat. Naast deze indirecte wijziging van de grondwettelijke bepalingen worden een aanzienlijk aantal wettelijke bepalingen – bijna steeds ten voordele van de erkende erediensten – op de helling gezet.
De erkenning van erediensten is weliswaar tegengesteld aan de negatieve religieuze neutraliteit, maar is verankerd in de Grondwet. Art. 181 G.W. vermeldt de erkenning echter enkel indirect in verband met de financiering. De betaling van de wedden en de pensioenen van de bedienaren van de eredienst en de morele lekenconsulenten zal de enige overgebleven consequentie zijn van de erkenning.
De huisvesting van de bedienaars van de eredienst (art. 255, 12° Nieuwe Gemeentewet) , de aanzuivering van negatieve saldo’s door gemeenten en provincies (art. 255, 9° Nieuwe Gemeentewet en art. 69, 9° Provinciewet), de gratis zendtijd op de openbare omroep (radio en televisie) en de bijstand door aalmoezeniers en morele lekenconsulenten in gevangenissen en in het leger zijn uitingen van de positieve religieuze neutraliteit en zijn niet verenigbaar met gepropageerde laïcité. Ook de tussenkomst bij de bouw of het herstel van gebouwen bestemd voor de eredienst is problematisch, al zal de restauratie en onderhoudspremies voor beschermde monumenten een belangrijke indirecte financiering blijven. [102]
De rechtspersoonlijkheid van openbare instellingen die belast zijn met het beheer van tijdelijke goederen (bijvoorbeeld de kerkfabrieken) wordt wellicht niet op de helling gezet. Men zou immers een parallellisme kunnen vaststellen met de associations cultuelles van de Franse wet van 1905, die ook kaderde in een negatieve religieuze neutraliteit. Het godsdienstonderricht en het onderricht in de niet-confessionele moraal in het openbaar onderwijs staan ook haaks op het principe van de laïcité. De Schoolpactwet van 29 mei 1959 werd echter verankerd in art. 24 de G.W.[103] en zou dus ook een uitzondering vormen ten opzichte van art. 1 G.W.. Een doorgedreven uitvoering van het principe van de laïcité, geïnspireerd door een negatieve religieuze vrijheid zou dus verregaande gevolgen kunnen hebben. De welwillende houding van de overheid is immers niet alleen terug te vinden in de Grondwet, maar ook in vele andere wetten en wordt weerspiegeld in een dagdagelijkse pragmatische mentaliteit.
6. HET CONCORDAAT, GEEN ALTERNATIEF
In de wandelgangen van de Apostolische Nuntiatuur te Brussel gaan stemmen op die pleiten voor het sluiten van een Concordaat tussen de Heilige Stoel en België. Zij hebben zich blijkbaar laten inspireren door de reeks concordaten die de Heilige stoel heeft gesloten met landen uit het vroegere Oostblok[104] en zich laten aanmoedigen door L’Osservatore Romano, waarin het verdrag van Lateranen tussen de Heilige Stoel en Italië (1929) beschouwd wordt als een modelverdrag voor andere concordaten[105]. Hier wil ik aantonen dat een dergelijk initiatief onverenigbaar is met de Belgische constitutionele rechtsorde en derhalve geen alternatief kan vormen voor het voorstel Maingain (FDF/MR).
6.1. DEFINITIE
Wagnon definieert een concordaat als “une convention conclue entre le pouvoir ecclésiastique (de Heilige Stoel[106]) et le pouvoir civil (de Staat) en vue de régler leurs rapports mutuels dans les multiples matières où ils sont appelés à se rencontrer. C’est un traité bilatéral, né de l’accord des volontés des deux parties, établissant une règle de droit qu’elles sont tenues en justice de maintenir et d’observer fidèlement.”[107] De reden waarom de Heilige Stoel graag concordaten sluit kunnen we ook terugvinden bij Wagnon. Deze vervolgt zijn definitie met: “(un concordat) est un acte solennel qui instaure entre les deux autorités appelées, à des titres divers, à régir les mêmes individus, un régime d’union, de concorde et de collaboration, hautement profitable non seulement aux sujets qui en bénéficient, mais encore à la religion tout comme à la société civile elle-même”.[108]Deze definitie ademt ontegensprekelijk de geest uit van het Rijke Roomse Leven, maar bevat niettemin een aantal meer dan waardevolle elementen. Het concordaat dat de eerste consul van de Republiek, Napoleon Bonaparte en paus Pius VII op 26 Messidor An IX (15 juli 1801) – Convention entre le Pape et le gouvernement français – kan getypeerd worden als “un traité diplomatique forgé par une modernité de laïcité naissante[109]”.Hoe het begrippenpaar “hautement profitable” ingevuld moet worden is dus niet altijd even duidelijk, het lijkt eerder een eventueel aangenaam gevolg te zijn dan een essentieel kenmerk. Wagnon definieert een concordaat niet als een internationaal verdrag. Nochtans kan men een concordaat als een internationaal verdrag kwalificeren. Art. 2, §1, al. a, Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht van 23 mei 1969 omschrijft een verdrag echter als “een internationale overeenkomst in geschrifte tussen Staten gesloten[110] en beheerst door het volkerenrecht (…)”. Gewoonterechtelijk wordt een verdrag echter gedefinieerd als elk akkoord dat gesloten wordt tussen twee of meer subjecten van het volkerenrecht, met de bedoeling rechtsgevolgen teweeg te brengen en dat beheerst wordt door het volkerenrecht.[111] Deze twee definities spreken elkaar niet tegen: art. 3, Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht van 23 mei 1969 duidt aan dat art. 2 slechts de werkingssfeer afbakent en vermeldt uitdrukkelijk de rechtskracht van internationale overeenkomsten gesloten tussen Staten en andere subjecten van volkerenrecht.[112] Een concordaat lijkt aan uiteindelijk beide definities te voldoen. Algemeen wordt immers aanvaard dat de Heilige Stoel volkenrechtelijke rechtspersoonlijkheid heeft.[113] Wagnon hoedt er zich echter voor om een concordaat als een internationaal verdrag te kwalificeren, al hebben een concordaat en een internationaal verdrag vanzelfsprekend veel met elkaar gemeen. De verschillen mogen dan al eerder theoretisch van aard zijn, voor Wagnon zijn ze onbetwistbaar. Een concordaat is namelijk een overeenkomst tussen een Staat en de Heilige Stoel, waarbij hetzelfde volk in ogenschouw genomen wordt. Een concordaat zou ook vooral gesloten worden met het oog op morele en religieuze belangen, niet met het oog op politieke en economische belangen.[114] De verschijnselen in onze wereld zijn echter slechte een flauwe afspiegeling van de Ideeën.
6.2. DE ONGRONDWETTELIJKHEID VAN EEN NIEUW CONCORDAAT
Toen op 24 september 1830 een administratieve commissie – reeds op 26 september omgevormd tot het Voorlopig Bewind – het bestuur van de afgescheiden provincies in handen nam, werd de Belgische Staat de facto gevormd. Wagnon stelt dat “(…) il faut nécessairement conclure à la cessation du concordat, sauf renouvellement de l’accord antérieurement en vigueur, soit par un arrangement semblable à celui de 1816-1817 entre Rome et La Haye, soit, plus simplement, en vertu d’une manière d’agir concluante du Saint-Siège et du gouvernement du nouvel Etat.” Het Voorlopig Bewind liet met het decreet van 16 oktober 1830 zelfs uitdrukkelijk verstaan het Concordaat van 1801 niet te willen heraanvatten. Door de godsdienstvrijheid in de Grondwet op te nemen (art. 19 en 20) heeft het Nationaal Congres impliciet aangegeven dat de Belgische Staat zich niet meer wil beroepen op de prerogatieven die het Concordaat van 1801 toekende aan de Franse Staat en dat het régime concordataire dus opgehouden heeft te bestaan.[115] De Raad van State heeft dit, wijzend op de onderlinge onafhankelijkheid van het burgerlijke en het kerkelijke gezag, in zijn adviespraktijk uitdrukkelijk bevestigd.[116] De verhoudingen en sommige afspraken tussen de overheid en de rooms katholieke Kerk zijn echter nog op het Concordaat van 1801 gebaseerd en soms wordt er zelfs nog in KB’s naar verwezen, terwijl de Articles organiques als wetten blijven voortbestaan voor zover zij niet onverenigbaar zijn met de Belgische grondwetsbeginselen.[117] Het sluiten van een concordaat zou dus een grondwetswijziging vereisen. Vervolgens zou de overheid gelijkaardige overeenkomsten moeten sluiten met andere (erkende) erediensten[118], zoniet zou men gewag kunnen maken van een ongeoorloofde discriminatie. Het sluiten van een concordaat, zonder een grondwetswijziging zou in ieder geval een schending van de Grondwet inhouden.
BESLUIT
De betekenis van de titel “Een paradoxale scheiding” zou nu volledig ontrafeld moeten zijn, niettemin is een verdere verduidelijking wellicht gewenst. Bij de bespreking van de verhouding tussen Kerk en Staat in België is gebleken de scheiding tussen beiden helemaal niet volledig is. Veel auteurs hebben deze verhouding trachten te kwalificeren en evenveel kwalificaties hebben het licht gezien. Steeds wordt dezelfde paradox in de rechtsleer blootgelegd: enerzijds wordt de godsdienstvrijheid benadrukt en worden alle erediensten als gelijk beschouwd, anderzijds heeft met een systeem van erkenning ontwikkelt met belangrijke financiële gevolgen. In Frankrijk is de verhouding tussen Kerk en Staat in grotere mate een uitgesproken scheiding.Ook het Voorstel Maingain wordt gekenmerkt door een paradox. Enerzijds vult men de verhouding tussen Kerk en Staat in vanuit een Frans geïnspireerde negatieve religieuze vrijheid en lijkt men eenlaïcité de combat te recreëren. Anderzijds zou naar eigen zeggen de voorgestelde grondwetswijziging aansluiten bij het opzet van het Nationaal Congres. Deze ongerijmdheid is slechts schijn. Men wil niet raken aan de bestaande bepalingen inzake de verhouding tussen Kerk en Staat en tegelijkertijd wil men een scheiding pur sang doorvoeren, waardoor uiteindelijk deze verhouding toch helemaal wijzigt. Een nog niet uitdrukkelijk geformuleerd voorstel om opnieuw een régime concordataire in te voeren is in het geheel niet verenigbaar met de Grondwet, van een paradox is er geen sprake.
[1] Zie U.S. DEPARTEMENT OF STATE – BUREAU OF DEMOCRACY, HUMAN RIGHTS AND LABOR, International Religious Freedom Report 2003: Belgium , http://www.state.gov/g/drl/rls/irf/2003/24346.htm, 21 februari 2004, Online: “The population is predominantly Roman Catholic. According to the 2001 Survey and Study of Religion, jointly conducted by a number of the country's universities and based on self-identification, approximately 47 percent of the population identify themselves as belonging to the Catholic Church. The Muslim population numbers approximately 364,000, and there are an estimated 380 mosques in the country. Protestants number between 125,000 and 140,000. The Greek and Russian Orthodox Churches have approximately 70,000 adherents. The Jewish population is estimated at between 45,000 and 55,000. The Anglican Church has approximately 10,800 members. The largest nonrecognized religions are Jehovah's Witnesses, with approximately 27,000 baptized members, and the Church of Jesus Christ of Latter-day Saints (Mormons), with approximately 3,000 members.” Zie ook DOBBELARE, K., ELCHARDUS, M., KERKHOFS, J., VOYE, L. en BAWIN-LEGROS, B., Verloren zekerheid. De Belgen en hun waarden, overtuigingen en houdingen, Tielt, Lannoo, 2000, 272 p.
[2] X, Congrès de Mouvement Réformateur “Engagement citoyen" – Citoyenneté et Démocratie, p 8-9.
[3] Ibid., p 6. Eigen (de)cursivering.
[4] Ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet – Amendementen, Parl. St. Kamer 2002-2003, nr. 50 2389/002.
[5] Ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet – Amendementen, Parl.St. Senaat, 2002-2003, nr. 50 2-1549/2.
[6] X, La vision et le programme des Réformateurs,http://www.mr.be/docs/du_coeur_a_l_ouvrage.pdf, 18 februari 2004, Online, 24.
[7] DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 5.
[8] ALEN, A., Handboek van het Belgische staatsrecht, Deurne, Kluwer,1995, 823.
[9] Pand. b., v° Cultes, nr. 1-2.
[10] MAST, A. en DUJARDIN, J., Overzicht van het Belgisch grondwettelijk recht, Gent, Story, 1985, 554.
[11] DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 17.
[12] DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 16 en voetnoot 45.
[13] Ibid., 16 en voetnoot 47.
[14] Ibid., 16 en voetnoot 48.
[15] FERRARI, S., “Church and State in Europe. Common Patters and Challenges”, in KIDERLEN, H.-J., TEMPEL, H., TORFS, R. (ed.), Which Relationships between Churches and the European Union? Thoughts for the future, Leuven, Peeters, 1995, 33.
[16]Deze leer week af van die van de veroordeelde Franse priester Lamennais, de vader van het liberaal-katholicisme, die door een algehele scheiding tussen Kerk en Staat de vrijheid wou verwerven. WAGNON, H., “Le Congrès national belge de 1830-1837 a-t-il établi la séparation de l’Eglise et de l’Etat”, in X (ed.), Etudes d’histoire du droit canonique dédiées à Gabriel Le Bras, I, Parijs, Sirey, 1965, 761.
[17] VAN GOETHEM, H., “Het beginsel van verdraagzaamheid in de Belgische grondwet: een historische duiding”, in UFSIA, CENTRUM GRONDSLAGEN VAN HET RECHT (ed.), Recht en verdraagzaamheid in de multiculturele samenleving, Antwerpen, Maklu, 1993, 39-41 enVAN GOETHEM, H., “L’église catholique et la liberté de religion et du culte en Belgique dans les constitutions de 1815 et 1831”, in VAN GOETHEM, H., WAELKENS, L., en BREUGELMANS, K. (ed.), Libertés, pluralisme et droit. Une approche historique, Brussel, Bruylant, 1995, 185-187.
[18] LUYCKX, T. en PLATEL, M., Politieke geschiedenis van België, I, Van 1789 tot 1944, Antwerpen, Kluwer, 1985, 40-53.
[19] X., Considérations sur la liberté religieuse par un unioniste, Leuven, Van Linthout, 1830, 24p.
[20] VAN GOETHEM, H., “Het beginsel van verdraagzaamheid in de Belgische grondwet: een historische duiding”, in UFSIA, CENTRUM GRONDSLAGEN VAN HET RECHT (ed.), Recht en verdraagzaamheid in de multiculturele samenleving, Antwerpen, Maklu, 1993, 42.
[21] De voorrang van het burgerlijk op het kerkelijk huwelijk lijkt wel degelijk te zijn gebruikt als pasmunt voor verregaande faciliteiten voor de erediensten. Zie AUBERT, R., “l' Eglise et l’Etat en Belgique du XIXe Siècle”, Res Publica 1968 (Spécial 2), 20-21.
[22] LUYCKX, T. en PLATEL, M., Politieke geschiedenis van België, I, Van 1789 tot 1944, Antwerpen, Kluwer, 1985, 53-54.
[23]VAN GOETHEM, H., “Het beginsel van verdraagzaamheid in de Belgische grondwet: een historische duiding”, inUFSIA, CENTRUM GRONDSLAGEN VAN HET RECHT (ed.), Recht en verdraagzaamheid in de multiculturele samenleving, Antwerpen, Maklu, 1993, 44-46.
[24] ALEN, A., Handboek van het Belgische staatsrecht, Deurne, Kluwer,1995, 817. Andere auteurs gewagen van een “onderlinge onafhankelijkheid van Kerk en Staat” of hebben het over een “gematigde scheiding”, een “positieve neutraliteit”, een “welwillende neutraliteit”, een “regime sui generis”, een “beschermde vrijheid” of een “genuanceerde scheiding” ZieDE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 34-35 en de verwijzingen aldaar (cf. infra).
[25] Ook buiten het Nationaal Congres was er onvrede. Laurent, Gents professor staatsrecht en liberaal, verdedigde de stelling dat alle macht bij de staat moet berusten. (BAERT, G., “Prof. François Laurent een eeuw later (1810-1887-1987)”, T.P.R. 1990, 87.) In Van Espen: étude historique sur l'église et l'état en Belgique behandelt Laurent de verhouding tussen Kerk en Staat. Laurent ziet in de ideeën van Van Espen over het appel du comme d’abus en de vergelijkbare rechtsfiguur van de recursus ad principem zijn thesis bevestigd over de soevereine macht van de Staat: de Staat mag niet dulden dat een andere macht wetten uitvaardigd, zelfs al zijn die slechts in geweten bindend. Hij vindt het betreurenswaardig dat het Nationaal Congres de (bijzondere) scheiding tussen Kerk en Staat heeft aanvaard, want daardoor heeft de Staat alle macht over de Kerk verloren. (LAURENT, F., Van Espen: étude historique sur l'église et l'état en Belgique, Brussel,Lacroix en Van Meenen, 1860, 248 p.) Zie VAN STIPHOUT, M., “Van de Paus of van de Koning? Zeger-Bernard Van Espen en het appel comme d’abus”, Pro Memorie 1999, 100-114 voor de werkelijke opvattingen van Van Espen; zie Pand. b., vis Abus (Appel comme d’), Appel comme d’abus voor een onderzoek naar het voortbestaan van deze rechtsfiguur in het Belgische constitutionele recht. Voor een zoektocht naar sporen van de Recursus ad principem in de hedendaagse verhouding tussen Kerk en Staat, zie VAN STIPHOUT, M., “Legal Continuity and Discontinuity in the Low Countries in Search of a “Recursus ad principem” in Ecclesiastical Cases in the 1990s”, in COOMAN, G., VAN STIPHOUT, M. en WAUTERS, B., Zeger-Bernard Van Espen at the Corssroads of Canon Law, History, Theology and Church-State Relations – Separando certa ab incertis conciliare et explicare, Leuven, Peeters, 2003, XVIII en 498 p, waarin de arresten van het Hof van Cassatie van 20 oktober 1994 en 3 juni 1999 besproken worden, waarna de auteur vaststelt dat de vragen die rezen in het licht van Recursus ad principem in België nog steeds aan de orde zijn en aan de seculiere rechter gesteld worden (cf. infra,).
[26] Zie bijvoorbeeld Pand. b., v° Cultes, nr. 1-2.
[27] TORFS, R., “De Belgische Grondwet over Kerk en Staat, geloof en maatschappij”, in TORFS, R. (ed.), Beheer en beleid van katholieke instellingen, Leuven, Peeters, 1990, 42-43.
[28]ALEN, A., Compendium van het Belgisch staatsrecht, I, Diegem, Kluwer, 2000, 54-55.
[29] Denk bijvoorbeeld aan het maatschappelijke debat over de gelijkheid tussen man en vrouw, euthanasie, de openstelling van het huwelijk voor personen van hetzelfde geslacht, enz.
[30] TORFS, R., “De Belgische Grondwet over Kerk en Staat, geloof en maatschappij”, in TORFS, R. (ed.), Beheer en beleid van katholieke instellingen, Leuven, Peeters, 1990, 45-47.
[31] Zie bijvoorbeeld THONISSEN, J.-J., La constitution belge annotée offrant sous chaque article l’état de la doctrine, de la jurisprudence et de la législation, Brussel, Bruylant, 1879, 60-63 enDE GROOF, J., “Schets van de grondwettelijke beginselen inzake de verhouding Kerk-Staat in België”, Jura Falc. 1979-80, 179-219.
[32] ORBAN, O., Le droit constitutionnel de la Belgique, III, Libertés constitutionnelles et principes de législation, Luik, Dessain, 1911, 590-593.
[33] DE GROOF, J., “Schets van de grondwettelijke beginselen inzake de verhouding Kerk-Staat in België”, Jura Falc. 1979-80, 217.
[34] TORFS, R., “De Belgische Grondwet over Kerk en Staat, geloof en maatschappij”, in TORFS, R. (ed.), Beheer en beleid van katholieke instellingen, Leuven, Peeters, 1990, 51.
[35] MARTENS, K., “Recours aux tribunaux belges en matière ecclésiastique – La position de la cour de Cassation belge à l’aube du troisième millénaire”, European Journal for Church and State Research 2000, 21-29 en TORFS, R., “Autonomy of Churches in Belgium. Status Quaestionis and Current Debate”, in WARNINK, H. (ed.), Legal Position of Churches and Church Autonomy, Leuven, Peeters, 2001, 87-96.(cf. infra)
[36] THONISSEN, J.-J., La constitution belge annotée offrant sous chaque article l’état de la doctrine, de la jurisprudence et de la législation, Brussel, Bruylant, 1879, 363.
[37] GIRON, A., Le droit public de la Belgique, Brussel, Manceaux, 1884, 496.
[38] TORFS, R., “De Belgische Grondwet over Kerk en Staat, geloof en maatschappij”, in TORFS, R. (ed.), Beheer en beleid van katholieke instellingen, Leuven, Peeters, 1990, 61.
[39] ALEN, A., Handboek van het Belgische staatsrecht, Deurne, Kluwer,1995, 823.
[40] DE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 128.
[41] MAST, A. en DUJARDIN, J., Overzicht van het Belgisch grondwettelijk recht, Gent, Story, 1985, 554.
[42] TORFS, R., “De Belgische Grondwet over Kerk en Staat, geloof en maatschappij”, in TORFS, R. (ed.), Beheer en beleid van katholieke instellingen, Leuven, Peeters, 1990, 60-61.
[43] MARTENS, K., “Religie”, in DE GEEST , G., DE RIDDER , R., HOBIN, V. (ed.), Administratieve wegwijzer voor vreemdelingen, vluchtelingen en migranten, Deurne, Kluwer, 1989 (2000), 45-46.
[44] Ibid., 43.
[45] Ibid., 46-47.
[46] DE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 128 en MARTENS, K., “Religie”, in DE GEEST , G., DE RIDDER , R., HOBIN, V. (ed.), Administratieve wegwijzer voor vreemdelingen, vluchtelingen en migranten, Deurne, Kluwer, 1989 (2000), 43
[47] cf. supra
[48] Een historisch voorbeeld kan men terugvinden in VAN STIPHOUT, M., “Van de Paus of van de Koning? Zeger-Bernard Van Espen en het appel comme d’abus’, Pro Memorie 1999, 100-102. Zie ook voetnoot 26.
[49] VERSTEGEN, R., Geestelijken naar Belgisch Recht. Oude en nieuwe vragen, Berchem-Antwerpen, Kluwer, 1977, 95 en VUYE, H., “Hoe gescheiden zijn Kerk en Staat? Interpretatiemogelijkheden omtrent art. 21 van de Grondwet”, (noot onder Cass. 20 oktober 1994), R. Cass. 1995, 50.
[50]Zie de indirecte controle van de canoniekrechterlijke procedure door het EHRMin het arrest Pellegrini/Italië (n° 30882/96) van juli 2001. In dit arrest wordt Italië door het EHRM veroordeeld wegens schending van art. 6 §1 EVRM omdat de Italiaanse rechtbanken exequatur verleend hadden aan een arrest van de Romeinse Rota– een gevolg van het Concordaat – , zonder zich er van te vergewissen of het recht op een eerlijk proces tijdens de canoniekrechterlijke procedure was nageleefd.
[51] MARTENS, K., “Recours aux tribunaux belges en matière ecclésiastique – La position de la cour de Cassation belge à l’aube du troisième millénaire”, European Journal for Church and State Research 2000, 22 en de verwijzingen naar rechterlijke uitspraken in voetnoot 4.
[52] VUYE, H., “Hoe gescheiden zijn Kerk en Staat? Interpretatiemogelijkheden omtrent art. 21 van de Grondwet”, (noot onder Cass. 20 oktober 1994), R. Cass. 1995, 55.
[53] Luik 5 juni 1967, Jur. Liège 1967-68, 138 en MARTENS, K., “Recours aux tribunaux belges en matière ecclésiastique – La position de la cour de Cassation belge à l’aube du troisième millénaire”, European Journal for Church and State Research 2000, 23.
[54] Cass. 25 september 1975, Pas. 1975, I, 111.
[55] VUYE, H., “Hoe gescheiden zijn Kerk en Staat? Interpretatiemogelijkheden omtrent art. 21 van de Grondwet”, (noot onder Cass. 20 oktober 1994), R. Cass. 1995, 55-56.
[56] TORFS, R., “Autonomy of Churches in Belgium . Status Quaestionis and Current Debate”, in WARNINK, H. (ed.), Legal Position of Churches and Church Autonomy, Leuven, Peeters, 2001, 88.
[57] Zie VERSTEGEN, R., Geestelijken naar Belgisch Recht. Oude en nieuwe vragen, Berchem-Antwerpen, Kluwer, 1977, 96 en LEMMENS, P., “De Kerkelijke overheid in de greep van de wereldlijke rechter”, in WARNINK, H. (ed.), Rechtsbescherming in de kerk, Leuven, Peeters, 1991, 80, die verwijst naar het beginsel patere legem quam ipse fecisti.
[58]Bergen, 7 januari 1993, T.S.R. 1993, 69.
[59]TORFS, R., “De verhouding tussen Kerk en Staat op nieuwe wegen?”, (noot onder Bergen 7 januari 1993), T.S.R. 1993, 72-79 enVUYE, H., “Hoe gescheiden zijn Kerk en Staat? Interpretatiemogelijkheden omtrent art. 21 van de Grondwet”, (noot onder Cass. 20 oktober 1994), R. Cass. 1995, 56.
[60] Cass. 20 oktober 1994, Arr.Cass. 1994, 861.
[61]Volgens dit maxime zou de bevoegde kerkelijke overheid bij het nemen van de beslissing de intern voorgeschreven regels moeten respecteren.
[62] Eigen cursivering.
[63] TORFS, R., “Autonomy of Churches in Belgium . Status Quaestionis and Current Debate”, in WARNINK, H. (ed.), Legal Position of Churches and Church Autonomy, Leuven, Peeters, 2001, 90.
[64] Cass. 3 juni 1999, Arr.Cass. 1999, 330 en MARTENS, K., “Het Hof van Cassatie en de interpretatie van artikel 21 G.W.: de verhouding tussen Kerk en Staat dan toch niet op nieuwe wegen?”, C.D.P.K. 2000, 215-218.
[65] TORFS, R., “Autonomy of Churches in Belgium . Status Quaestionis and Current Debate”, in WARNINK, H. (ed.), Legal Position of Churches and Church Autonomy, Leuven, Peeters, 2001, 92-96 en de verwijzingen aldaar. Zie ook de verwijzingen bij MARTENS, K., “Recours aux tribunaux belges en matière ecclésiastique – La position de la cour de Cassation belge à l’aube du troisième millénaire”, European Journal for Church and State Research 2000, 29, voetnoot 4.
[66] Opmerkelijk is hoe Procureur-general du Jardin verwijst naar Torfs (TORFS, R., “Religieuze gemeenschappen en interne autonomie. Fluwelen evolutie?”, in UFSIA (ed.), Jaarboek Mensenrechten 1998- 2000, Antwerpen, Maklu, 2002, 256-264), maar terwijl deze een gematigde tussenpositie inneemt, interpreteert du Jardin hem als een voorstander van de kwaliteitscontrole (DU JARDIN, J., Het recht van verdediging in de rechtspraak van het Hof van Cassatie 1990-2003 – Rede uitgesproken op de plechtige openingszitting van het Hof van Cassatie op 1 september 2003, http://www.juridat.be/cass/cass_nl/p1.php, 23 maart 2003, Online, 57-58).
[67] DE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 34 en de verwijzingen in voetnoot 106.
[68] Pand. b., v° Autorités ecclésiastiques, nr. 2.
[69] DE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 34-35 en de verwijzingen aldaar.
[70] DUGUIT, L., Traité de droit constitutionnel, V, Parijs, Librairie Fontemoing &Cie, 1925, 502.
[71] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, Presses Universitaires de France, 1993, 53, vn. 1.
[72] Waarbij neutraliteit als doel heeft elke religieus of metafysisch element te weren uit de publieke orde. ZieMEERSCHAUT, K. en VANSWEEVELT, N., “De hoofddoek opnieuw uit de kast: godsdienstvrijheid op school in een democratische rechtsstaat”, in INTERUNIVERSITAIR CENTRUM MENSENRECHTEN, Mensenrechten Jaarboek 1998/2000, Antwerpen, Maklu, 2000, 66.
[73] KOUBI, G., “La laïcité dans le texte de la Constitution”, RDP 1997, 1302. Contra BASDEVANT-GAUDEMET, B., “State and Church in France ”, in ROBBERS, G. (ed.), State and Church in the European Union, Baden-Baden , Nomos, 1996, 122
[74] Het lijkt erg onwaarschijnlijk dat de wet van 9 december 1905 niet meer pertinent is. Nog in 1995 heeft men in de Assemblée Nationale een colloquium georganiseerd met als thema: “Faut-il modifier la loi de 1905?”.VOLFF, J., “Régimes des cultes et laïcité”, Gaz. Pal. 2001, 1088.
[75] KOUBI, G., “La laïcité dans le texte de la Constitution”, Revue du droit public et de la science politique, 1997, 1309 en de verwijzingen in voetnoot 29. Al verwijst men in de voorbereiding van de huidige grondwet niet naar de wet van 9 december 1905.
[76] De Franse overheid en Pius VII sloten op 26 Messidor An IX (15 juli 1801) een concordaat, Convention entre le Pape et le gouvernement français. Het Concordaat werd samen met de Articles organiques de la convention du 26 messidor an IX – waartegen Pius VII zich hevig verzette – afgekondigd op 18 Germinal An X (8 april 1802). DE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 28-30 en DUGUIT, L., Traité de droit constitutionnel, V, Parijs, Librairie Fontemoing &Cie, 1925, 478-479. Zie Pand. b., vis Articles organiques en Concordat, waarin onderzocht wordt in welke mate beide teksten nog gelding hebben in het Belgische constitutionele bestel.
[77] DUGUIT, L., Traité de droit constitutionnel, V, Parijs, Librairie Fontemoing &Cie, 1925, 495.
[78] DUGUIT, L., Traité de droit constitutionnel, V, Parijs, Librairie Fontemoing &Cie, 1925, 496-497.
[79] CAPERAN, L., Histoire contemporaine de la laïcité française – La crise dus seize mai et la revanche républicaine, Parijs, Librairie Marcel Rivière et Cie, 1957, IX-XII en 30-36.
[80] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, Presses Universitaires de France, 1993, 78.
[81] Ibid., 55-61.
[82] DUGUIT, L., Traité de droit constitutionnel, V, Parijs, Librairie Fontemoing &Cie, 1925, 502-527.
[83] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, Presses Universitaires de France, 1993, 62-63.
[84] LUCHAIRE, F. en CONAC, G., La constitution de la république française, Parijs, Economica, 1987, 121.
[85] MORANGE, J., “Le régime constitutionnel des cultes en France”, in EUROPEAN CONSORTIUM FOR CHURCH AND STATE RESEARCH (ed.), Le statut constitutionnel des cultes dan les pays de l’union européenne, Parijs, Litec, 1995, 123.
[86] Na de loi constitutionnelle n° 95-880 van 4 augustus 1995, die ervoor zorgde dat het huidige art. 1 bestaat uit de eerste alinea van het oude art. 2, terwijl de andere bepalingen van het oude art. 2 nog steeds deel uitmaken van het huidige art. 2. Deze louter tekstuele verschuiving laat toe om de kenmerken van de Franse Republiek beter te benadrukken. Zie KOUBI, G., “La laïcité dans le texte de la Constitution”, RDP1997, 1309.
[87] CALEWAERT, W., DE DROOGH, L., FIVE, A., KETELAER, A.-F. en VANDERNACHT, P., Verhouding Staat, Kerk en vrijzinnigheid in Europa – Een rechtsvergelijkende studie, Brussel, Centraal Vrijzinnige Raad, 1996, 53-62.
[88] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, Presses Universitaires de France, 1993, 65. Zie ook KOUBI, G., “La laïcité dans le texte de la Constitution”, RDP 1997, 1302 en 1315.
[89] VOLFF, J., “Régimes des cultes et laïcité”, Gaz. Pal. 2001, 1092.
[90] KOUBI, G., “La laïcité dans le texte de la Constitution”, RDP 1997, 1312.
[91] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, PUF, 1993, 75.
[92] Ibid., 19.
[93] VOLFF, J., “Régimes des cultes et laïcité”, Gaz. Pal. 2001, 1091-1092.
[94] CALEWAERT, W., DE DROOGH, L., FIVE, A., KETELAER, A.-F. en VANDERNACHT, P., Verhouding Staat, Kerk en vrijzinnigheid in Europa – Een rechtsvergelijkende studie, Brussel, Centraal Vrijzinnige Raad, 1996, 55-56.
[95] LUCHAIRE, F. en CONAC, G., La constitution de la république française, Parijs, Economica, 1987, 140.
[96] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, PUF, 1993, 29-32.
[97] Ibid., 45.
[98] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, PUF, 1993, 19 en de rechtsvergelijkende bespreking in Deel III.
[99] X, Congrès de Mouvement Réformateur “Engagement citoyen” – Citoyenneté et Démocratie, p 6.
[100] TORFS, R., “State and Church in Belgium ”, in ROBBERS, G. (ed.), State and Church in the European Union, Baden-Baden , Nomos, 1996, 18.
[101] DE GROOF, J., “De bescherming van ideologische en filosofische strekkingen. Een inleiding”, in ALEN, A en SUETENS, L. (ed.), Zeven knelpunten na zeven jaar Staatshervorming, Brussel, Story-Scientia, 1988, 312.
[102] DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 144-196.
[103] Idem., 385-386.
[104]Bijvoorbeeld het concordaat met Slowakije; http://www.kerknet.be, 19 december 2000.
[105] http://www.kerknet.be, 12 februari 2003.
[106] “L’organe représentatif par lequel agit l’Eglise Catholique” MINNERATH, R., L’Eglise et les Etats concordataires (1846-1981) – la souveraineté spirituelle, Parijs, Cerf, 1983, 78.
[107] WAGNON, H., Concordats et droit international, Gembloux, J. Duculot, 1935, 23.
[108] Ibid., 23.
[109] DURAND, J.-P., “Echos français en droit civil ecclésiastique pour l’année universitaire 2000-2001, European Journal for Church and State Research 2001, 133.
[110] Eigen cursivering.
[111]BOSSUYT, M. en WOUTERS, J., Grondlijnen van internationaal recht, Leuven, Instituut voor Internationaal Recht – KULeuven, 2004, 57.
[112] KOCK, H.R., Rechtliche und politische Aspekte von Konkordaten, Berlijn, Duncker &Humblot, 1983, 23.
[113] Idem., 24-30 en MIGLIORE, C., “Ways and Means of the International Activity of the Holy See”, in FACULTEIT KERKELIJK RECHT – KULEUVEN (ed.), Church and State, Changing Paradigms – Monsignor W. Onclin Chair 1999, Leuven, Peeters, 1999, 32-36.
[114] WAGNON, H., Concordats et droit international, Gembloux, J. Duculot, 1935, 109.
[115] WAGNON, H., Concordats et droit international, Gembloux, J. Duculot, 1935, 376-378 en DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 32.
[116]Advies 4 januari 1962, Parl. St. Kamer 1961-1962, nr. 296/1.
[117] DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 32 en de voorbeelden in vn. 103.
[118]Zoals bijvoorbeeld in Italië gebeurd bij de financiering van religieuze organisaties; TORFS, R., “Should Churches Be Subsidized? Different Models. Some Perspectives”, in X (ed.), The Role of the Churches in the Renewing Societies. Lectures and Documents. Budapest Symposium, March 3-5-1997 , St. Alban’s, International Religious Liberty Association, 1998, 48.
BERTREM Lore
De verreikendende kijk van Manu Ruys op Congo over de periode 1958-2000.
Edited: 200406300950
Scriptie voorgelegd aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, voor het behalen van de graad van Licentiaat in de Geschiedenis.
Academiejaar: 2003-2004
Universiteit Gent
Promotor: Prof. Dr. L. François
Commissarissen:Prof. Dr. D. Vangroenweghe en Drs. G. Castryck

Noot LT: deze thesis bevat een recht op antwoord van Manu Ruys himself. Daarin verdedigt hij de federalistische structuur van Congo. Hoe hij stond tegenover de secessie van Katanga is niet zo meteen duidelijk. In ieder geval was Congo zonder het rijke Katanga een onleefbaar model. Dit wordt o.i. te weinig als drijfveer van Lumumba gezien om zich te verzetten tegen de secessie. Lumumba kon onmogelijk gedogen dat het neo-kolonialisme zich onmiddellijk en brutaal manifesteerde op Congolees grondgebied omdat daarmee Congo failliet was voor het kon starten. Noch België, noch de USA konden dat toegeven. Daarom koos men de methode "Lumumba is een communist". Dat werkte altijd in de Koude Oorlog. Het commentaar van Ruys bij deze scriptie is tweeslachtig.


Plattelandswijzer
2004: broodprijs niet meer vastgelegd - evolutie 1950-2003
Edited: 2004001012501
Ons dagelijks brood
De prijs van ons brood wordt al lang niet meer bepaald door de graanprijs, al blijft bloem het belangrijkste bestanddeel ervan.

Tot voor 1940 werd de broodprijs vastgelegd door de plaatselijke of gewestelijke bakkersgilden, en niet door het ministerie van Economische Zaken. Vóór 1940 kostte een brood dan ook niet overal evenveel. Bovendien was er voor de bakkers de concurrentie van nijverheidsbakkerijen en de syndicale bakkerijen. Zowel het ACV als de Socialistische Partij beschikten toen over een eigen bakkerij die de leden brood met korting bezorgde.

Bij het ontstaan van de bakkersbond in 1898 probeerde men meteen de leden te overtuigen te concurreren met kwaliteit en niet met de prijszetting. Toch was het zeer moeilijk om een vaste prijs vast te leggen. De broodprijs werd begin onze eeuw bepaald in cants (halve centiem), centiemen en suous (5 centiemen); later kwamen daar de dikkens (10 centiemen) en de kwartjes bij.

Na de Eerste Wereldoorlog werd de broodprijs vastgelegd op 1,10 BEF/kg. In mei 1940 werd de broodprijs vanuit Brussel voor het hele land opgelegd, aan 2,40 BEF voor een brood van 900 g en vier rantsoenzegels van 225 g per dag en per persoon. In 1949 was de rantsoenering van het brood voorbij en werd opnieuw gerekend met broden van één kilogram, die toen 6,90 BEF kostten. De verdere evolutie tot 2004 lees je in de tabel hieronder.




link naar Plattelandswijzer

zie ook het werk van VANDER VAEREN over de geschiedenis van de landbouw
DEMEESTER Wivina
Over communicatie, taal en branie
Edited: 200309221503
Toespraak van Wivina Demeester bij de opening van het parlementair werkjaar 2003-2004

Waarde collega’s,

In tegenstelling tot vorig jaar, zal het u vandaag niet verrassen dat ik van de gelegenheid gebruik maak om u enkele van mijn gedachten mee te geven. Wees gerust, na dertig jaar wil ik de fakkel doorgeven, het zal dus de laatste keer zijn dat ik het zittingsjaar open.

Vorige keer deed ik een oproep om in dit Glazen Huis meer spraak en tegenspraak te brengen; ik deed een oproep aan de regering om op een volwassen manier met het parlement om te gaan. Vandaag wil ik een oproep doen om de spraak te voeden door bekommernis, en te ontdoen van branie. Ik zal dit beknopt doen. Mijn beknoptheid is mijn respect voor u, uw aandacht is uw respect voor dit Huis.

Meer spraak en tegenspraak, geen omfloerste taal maar een volwaardig parlementair debat. Het heeft allemaal te maken met communicatie. “Communicatie” was een woord dat dertig jaar geleden nauwelijks bestond, of toch niet courant in de mond werd genomen. Toen had men het over “taal”. “De taalstrijd”, “talenkennis”, “symbolentaal”, het zijn woorden die allemaal veel betekenis hebben in de geschiedenis van Vlaanderen en van de Vlamingen. Vlaanderen was fier op zijn taal, en vocht ervoor. De Vlamingen maakten hun talenkennis tot economische troef.

Gaandeweg is dit gegeven aan het verschuiven. We zijn nog steeds meesters in talen, maar we kennen geen taaltechnologie, wel “speech technology”. We kennen geen “taalmeesters”, maar wel “communicatiespecialisten”. De spraak wordt minder en minder belangrijk, en wordt recht evenredig vervangen door “chatsessies”.

Zo verplaatst zich ook het debat. De spreker gaat niet meer naar het forum, maar het forum komt naar het debat. Daarom wordt de macht van de media groter. De spreker komt niet meer naar het Parlement, het Parlement moet naar de TV-studio.

Schaadt dit de democratie? Niet noodzakelijk. Vorig jaar zei ik: “Tonen en tegentonen van de tegengestelde visies vormen de harmonie van onze democratische gemeenschap”. Zolang de mensen een duidelijk zicht krijgen op de tonen en tegentonen, op de standpunten van ieder van ons, is de democratie gewaarborgd. Vanaf het moment dat standpunten niet meer worden uitgewisseld, vanaf het moment dat standpunten niet meer worden ingenomen, vervlakt onze democratie tot een soort “oligarchie van geïnteresseerden”.

Duidelijke standpunten innemen, vrijmoedig en open debatteren is noodzakelijk. Wat is hiervoor nodig? Visie en taal. De visie halen we uit onze bekommernis om de mensen. Samen met politieke gelijkgezinden nemen we standpunten in. Soms is er moed voor nodig, maar het is onze plicht om die moed te tonen.

De taal die we spreken, evolueert. Dertig jaar geleden spraken politici eerder een soort “notaristaal”. Sommigen deden dit schitterend, anderen hadden er meer moeite mee. Misschien is de slinger nu juist naar de andere kant gegaan, en spreken we vandaag teveel “showbizztaal”.

Politici moeten het juiste evenwicht vinden: verstaanbaar én correct zijn. We moeten geen communicatiespecialisten of taalmeesters zijn om dit in de praktijk te brengen. Integendeel, misschien hebben we teveel geluisterd naar (sommige) taalmeesters, die ons zo verstaanbaar maken dat sommige zaken niet meer correct kunnen voorgesteld worden en de waarheid geweld wordt aangedaan. Ook een negatieve boodschap moet kunnen gebracht worden.

We kunnen best wat leren uit andere beroepen. Ervaringen uit andere sectoren leren de politiek op een andere manier te communiceren. De “corporate governance”-plicht in grote beursgenoteerde bedrijven kan een voorbeeld zijn om ook in de politiek correcte taal te hanteren. Het taalgebruik tussen een bedrijfsleider en een werknemer in een KMO kan in de politiek heel waardevol gebruikt worden. En waar is taal belangrijker dan in de zorgsector, waar men per definitie met mensen werkt, waar men per definitie om de mensen bekommerd is?

Ik pleit voor meer bezorgdheid en minder branie. Het Vlaams Parlement moet de plaats zijn waar mannen en vrouwen zich bekommeren om het geluk van allen die in Vlaanderen leven. Laat branie niet het einde zijn. Laat bekommernis de grondstof van de politiek zijn. Ze drijft de goede politici. Ze kent geen leeftijd. Laat branie voor de woordvoerders. Ze haalt geen twee campagnes.

Waarde collega’s, deze prachtige glazen “praatkamer” moet de plaats zijn waar we samen dit parlementair jaar zinvol en genuanceerd van gedachten wisselen over het welzijn van alle mensen die in Vlaanderen leven.

Zoals ik vóór mijn politieke loopbaan hoopte dat mijn boodschap en mijn handelen in het geheugen van mijn leerlingen zou blijven hangen, hoop ik dat de boodschap die ik vorig jaar bracht, om meer spraak en tegenspraak te brengen, en de oproep en wens van vandaag voor een verstaanbare én correcte boodschap, - met bekommernis ten grondslag - ook ergens in het collectief geheugen van dit Parlement een plaats krijgt.

Zoals u ziet, ben ik een beetje lerares gebleven. Samen met die tienduizenden mannen en vrouwen die nu in onze scholen onze jonge Vlamingen vormen voor de toekomst, ben ik daar nog trots op ook.

Ik wens u allen een vruchtbaar en boeiend parlementair jaar, en daarmee verklaar ik de zitting voor geopend.

Wivina Demeester

22 september 2003

TESSENS Lucas
Het geld van de omroep: 1944-1949
Edited: 200300194401
De regeringen
Hubert PIERLOT (26/09/1944 - 7/02/1945) KAT-LIB-SOC-COM
Achille VAN ACKER I (12/02/1945 - 2/08/1945) KAT-LIB-SOC-COM
Achille VAN ACKER II (2/08/1945 - 9/01/1946) SOC-LIB-COM-UDB
Paul-Henri SPAAK I (13/03/1946 - 19/03/1946) SOC
Achille VAN ACKER III (31/03/1946 - 9/07/1946) SOC-LIB-COM
Camille HUYSMANS (3/08/1946 - 12/03/1947) SOC-LIB-COM
Paul-Henri SPAAK II (20/03/1947 - 19/11/1948) PSB/BSP-PSC/CVP
Paul-Henri SPAAK III (27/11/1948 - 27/06/1949) PSB/BSP-PSC/CVP
Gaston EYSKENS I (11/08/1949 - 6/06/1950) CVP/PSC-LIB

De verkiezingen
17 februari 1946
26 juni 1949 mét kiesplicht voor vrouwen

Het oorlogskabinet Pierlot wordt, onder druk van het (vooral linkse) straatgeweld, uitgebreid met de communisten, die zich vanaf 1945 bekeerden tot het unitarisme onder Franstalig gezag. In zes jaar tijd ziet België 9 regeringen opstaan en vallen. De eerste bewindsploegen regeren zonder een mandaat van de kiezer. Daarmee wordt gewacht tot de verkiezingen van 17 februari 1946. De repressiejaren na tweede wereldoorlog zijn de schandelijkste uit onze geschiedenis. Wraak en haat, persoonlijke afrekeningen, moord en daden, opdoemend uit de laagste instinkten van de mens, kunnen gedijen in een klimaat van rechteloosheid. Het gepeupel en de 'verzetsstrijders' van het laatste uur regeren op straat en in de rechtszalen. De overheid kan, durft of wil deze wantoestanden niet onder controle brengen. Een oorlog roeit nooit het kwaad uit waartegen hij wordt gevoerd.
Er worden executies van collaborateurs verricht tussen november 1944 en 4 juni 1949.
De periode kunnen we er een noemen van anarchie en dubieuze rechtspraak. Het justitiedepartement is een heet hangijzer en wisselt veelvuldig van titularis.
In 1948 publiceerde Gerard Walschap zijn moedig 'Zwart en Wit' en dat zorgt voor heel wat herrie, ook bij Nederlandse critici. De noordelijke verontwaardiging culmineert in een artikel van Johan Van der Woude in Vrij Nederland dat Walschap een medeplichtige noemt, zijn boek een verheerlijking van de karakterloosheid en onfatsoen. Walschap is geen ogenblik bij de pakken blijven zitten en heeft zich verdedigd in een agressief ingezonden stuk aan voornoemd weekblad, waarin hij Van der Woude bestempelt als behorende tot "de blaaskaken die zich door het constateren van de evidente, menselijke realiteit beledigd en te kort gedaan achten. Het is uit dat hoovaardig slijk van de straat, vervolgt Walschap, dat jodenvervolgers, inquisiteurs, ketterjagers, onderzoekers van andermans geweten, met één woord al de ongure typen van de onverdraagzaamheid en het fanatisme zijn samengeraapt." (geciteerd in Omtrent, tijdschrift van het Gerard Walschap Genootschap, november 2005, nr 12).
De koningskwestie leidt naar een pré-revolutionaire fase. Tegen de mogelijke terugkeer van Leopold III wordt vanaf medio 1945 een persoffensief gelanceerd door zowat alle kranten, uitgezonderd de Vlaams-katholieke. De hetze is niet zozeer tegen de monarchie, dan wel tegen de figuur van Leopold gericht. Hierbij worden over en weer taktieken gebruikt die weinig met journalistiek maar alles met propaganda te maken hebben. Dit mag in feite geen verwondering wekken: tijdens de oorlogsjaren heeft men in pers- en omroepmiddens geen andere weg bewandeld dan die van de propaganda. Het vijand-denken en het ongenuanceerd culpabiliseren van de tegenpartij overheerst nog steeds in de pers, die sterk partijpolitiek gebonden is. De radio-omroep fungeert als een verlengstuk van de uitvoerende macht.
De macht van de partijpolitiek wordt in deze periode volledig gerestaureerd en naar onze mening is dat de drijvende kracht achter de gehele koningskwestie. Niet de ruzie tussen ministers en de koning omtrent de capitulatie in mei 1940, niet zijn achterblijven in België, niet diens contact met Hitler, niet zijn huwelijk met Liliane Baels ... Dat zijn slechts de drogredenen waarmee men de publieke opinie kon bewerken. Het werkelijke gevaar ligt in het zogenaamde Politieke Testament van Leopold III, een document dat hij begin 1944 had opgesteld. Het bekend raken van de inhoud ervan was dynamiet en zou zeker een oncontroleerbare kettingreactie teweeg brengen waarbij de particratie en de Franstalige bourgeoisie aan het kortste eind zouden trekken. Alhoewel het Politiek Testament reeds op 9 september 1944 aan premier Pierlot en aan Spaak werd overhandigd, zal de integrale tekst pas vijf jaar later, in 1949, bekend raken. Tegen die tijd was de positie van de drie traditionele politieke partijen stevig geconsolideerd. Het voortdurend streven van de drie grote partijen naar consolidatie van de macht is trouwens een constante in de Belgische politiek. De overlevingskansen van partijpolitieke initiatieven buiten het kader van de grote drie zijn dan ook minimaal of onbestaand.
Maar waarover handelde dan dat zgn. politieke testament ? Waarin schuilde het gevaar?
Het is wellicht niet overbodig de integrale tekst hier in herinnering te brengen. Het mag immers verwondering wekken dat gerenommeerde historici, zoals bvb. Velaers en Van Goethem, die in 1994 een boek van 1.152 bladzijden wijdden aan de koningskwestie, nalaten de lezer zelf te laten oordelen over een van de belangwekkendste teksten uit de Belgische geschiedenis.
TESSENS Lucas
Het geld van de omroep: 1930-1939: Crisisjaren - De ruk naar rechts - De massificatie - De radio wordt een massamedium, een propagandamiddel en een instrument voor volksopvoeding - De radio wordt een staatsmonopolie. De minister van PTT zit de Raad van Beheer voor - Opgenomen radioreportages worden mogelijk (klankband en montage) - Radiotaksen als bron voor financiering van de openbare omroep - Radiodistributie - Nieuwe perstitels
Edited: 200300193001
De regeringen
Jaspar II (22/11/1927-21/5/1931) KAT-LIB
Renkin (5/6/1931-18/10/1932) KAT-LIB
de Broqueville (22/10/1932-13/11/1934) KAT-LIB
Theunis II (20/11/1934-19/3/1935) KAT-LIB
Van Zeeland I (25/3/1935-26/5/1936) KAT-SOC-LIB
Van Zeeland II (13/6/1936-25/10/1937) KAT-SOC-LIB
Janson (23/11/1937-13/5/1938) KAT-SOC-LIB
Spaak I (15/5/1938-9/2/1939) KAT-SOC-LIB
Pierlot I (21/2/1939-27/2/1939) KAT-SOC
Pierlot II (18/4/1939-3/9/1939) KAT-LIB
Pierlot III (3/9/1939-10/5/1940) KAT-SOC-LIB
Verkiezingen
27 november 1932
24 mei 1936
2 april 1939

De algemene toestand
Tijdens de eerste maanden van 1930 kan de Belgische economie nog even profiteren van de gunstige effecten die uitgaan van de wereldtentoonstelling (te Antwerpen en te Luik) en de viering van het Belgische eeuwfeest. In het tweede semester doet de wereldcrisis zich echter ook bij ons ten volle voelen. De uitvoer stuikt in elkaar en zal pas in 1935 terug beginnen groeien. Vanaf 1932 maakt de regeringen gebruik van bijzondere machten en dat stelt het geloof in de parlementaire democratie zwaar op de proef. Op het sociale vlak werkt de ellende de massificatie in de hand. De uitzichtloze toestand van velen is een ideale voedingsbodem voor massabeïnvloeding en populistische propaganda, zowel van uiterst rechts als van uiterst links.
Schandalen plagen de katholieke partij. Daarvan maakt Leon Degrelle, zelf katholiek, met zijn Rexisme gebruik om zwaar uit te halen naar de ultra-conservatieve vleugel van de katholieke partij. Tijdens massameetingen en via eigen periodieken ('Rex', 'Vlan', 'Soirées', 'Foyer' en 'Crois') en dagbladen ('Le pays réel' vanaf 2 mei 1936 en 'De nieuwe Staat' vanaf 1 september 1936) vuurt hij zijn aanhangers, zowel in Wallonië als in Vlaanderen, aan om de traditionele partijen in het kieshokje vaarwel te zeggen. (De Bruyne, 1973: 71-130; Gerard, 1985: 30-33; Gerard, 1994: 75-123) De verkiezingen van 24 mei 1936 brengen een zware nederlaag voor de katholieke partij (- 10% van de stemmen) en een overwinning voor Rex. De Vlaams nationalisten en de communisten halen eveneens heel wat stemmen. De socialisten houden stand. Daarmee is de polarisatie in het land een feit. De zetelverdeling in de Kamer na de verkiezingen van 1932, 1936 en 1939 levert volgend beeld op:


De werkloosheid neemt enorme proporties aan: van nauwelijks 17.000 in 1929 naar 319.000 werklozen in 1932. Zij die nog werk hebben, zien hun uurloon tussen 1929 en 1935 met ongeveer 20% dalen. De prijzen dalen echter evenzeer zodat op het eerste gezicht de koopkracht gehandhaafd blijft. De belastingdruk is evenwel geweldig hoog zodat de privé-bestedingen kelderen.
Hieruit groeit vanzelfsprekend sociale onrust en stakingen zijn schering en inslag. Daarbij moet men bedenken dat het in vele gevallen om wilde stakingen gaat, die de vakorganisaties slechts schoorvoetend erkennen vanwege de enorme druk op hun stakingskassen.
In maart 1935 vormt Paul van Zeeland een regering van nationale unie. De socialisten drukken een groot deel van het zgn. Plan De Man (deficit spending) door. De devaluatie van 28% komt snel: op 31 maart 1935. De economie krijgt weer zuurstof en de uitvoer herneemt. Ook de gezinsconsumptie komt even overeind en de kleinhandelaars zien hun omzet stijgen. Het herstel is echter van korte duur. Naar het eind van de jaren 30 belandt de economie terug in een crisis. De inzinking op de internationale markten verzwakt de uitvoer én dus de omzet van de industrie. Om het overheidsdeficit te financieren grijpt de regering opnieuw naar belastingverhogingen.
Daardoor raakt de binnenlandse consumptie aangetast. Met die infernale cirkel is het depressieklimaat weerom aanwezig. Daar bovenop tekent de oorlogsdreiging zich vanaf 1938 duidelijk af. De generatie van de dertiger jaren gaat volledig ontgoocheld en gefrustreerd een nieuwe wereldoorlog tegemoet.

Het NIR-INR
De Wet van 14 mei 1930 (BSB 19300516) schenkt aan de staat het monopolie van de radiocommunicaties. Artikel 1 van deze wet luidt immers als volgt: "De regeering is gemachtigd de radiotelegrafie, de radiotelefonie en alle andere radioverbindingen in te richten en te exploiteren." Toch krijgen in de periode 1930-1940 nog heel wat particuliere stations de toelating om radioprogramma's uit te zenden, zowel in Vlaanderen als in Wallonië. Deze toelatingen zijn echter herroepbaar en er ontstaan vaak hoog oplopende geschillen over. De tweede wereldoorlog zal een einde maken aan het bestaan van deze vergunningen (Van Bol, 1975: 86).
De wet van 18 juni 1930 geeft aan het Nationaal Belgisch Instituut voor Radio-Omroep (NIR/INR) zijn statuut. Artikel 11 van deze wet bepaalt hoe het NIR gefinancierd wordt:
"De inkomsten van het instituut bestaan inzonderheid uit:
a) het bedrag van giften en legaten te zijnen bate, na machtiging of goedkeuring door den Koning;
b) De leeningen die het mocht sluiten (inzonderheid door uitgifte van obligatiën) met machtiging van de regeering. Tot een bedrag van 10.000.000 frank werkelijk ontleend kapitaal, zal de regeering de rente en de delging waarborgen der leeningen welke het instituut mocht sluiten.Een koninklijk besluit bepaalt de voorwaarden van deze waarborg.
c) De jaarlijksche Staatstoelage en, meer bijzonder, een jaarlijksche toelage gelijk aan:
1° 90 t.h. van het voorzien bedrag der ontvangsten, opgeleverd door de jaarlijksche taxe, welke de Staat heft op de private radio-ontvangtoestellen;
2° Eene som gelijk aan het voorzien bedrag van de ontvangsten der belasting, welke de Staat heft op den groothandelsprijs van de electronenlampen of andere gelijkaardige toestellen voor het detecteren of het versterken van de in radio-electrische ontvangtoestellen bruikbare seinen, loodglanskristallen of andere kristallen uitgezonderd;
d) De toelagen welke openbare besturen en instellingen mochten toekennen;
e) De ontvangsten welke het zou bekomen door zijn uitgaven of naar aanleiding van contracten, door den raad van beheer afgesloten binnen de perken van de bedrijvigheid van het instituut."
Artikel 12 bepaalt dat het instituut een boekhouding moet voeren en een jaarverslag moet overmaken aan de minister van PTT.
Artikel 17 bepaalt: "Bij de gewone begroting van het dienstjaar 1930 van het Ministerie van Posterijen, Telegrafen en Telefonen wordt een crediet geopend onder volgende rubriek: Toelage aan het Belgisch nationaal Instituut voor radio-omroep (N.I.R.): 1.600.000 frank."
De openbare radio, die op 1 februari 1931 begint uit te zenden, wordt niet uit het niets opgericht maar neemt de twee zenders van 15 kW te Veltem over, die eind de jaren twintig door een associatie van Radio Belgique en van de Boerenbond (NV Radio) bij SBR besteld waren. Op het ogenblik van de overname waren beide zenders niet operationeel toen zij werden overgenomen door het INR-NIR. (X 1953:5)
Noteer dat Radio Belgique (Theo Fleischman) zijn uitzendingen stopte op de dag van de stichting van het NIR. Zijn personeel werd in de nieuwe staatsinstelling ingeschakeld (Van Pelt, 1973: 240; Boon G., 1988: 29). Men kan stellen dat Radio Belgique werd genationaliseerd met een ruime compensatie voor de eigenaar(s). Hiervoor kan het eerste jaarverslag van de NIR/INR geraadpleegd worden. In dat jaarverslag vinden we Radio Belgique en de NV Radio terug met een schuldvordering op de NIR ten belope van 1.070.011,20 BEF. Anderzijds vinden we er SBR met een schuldvordering van 95.715,50 BEF. (NIR, 1931-1932: 62) Beide schuldvorderingen samen vertegenwoordigen 91% van alle schulden die het NIR op 31 december 1931 heeft. Volgens Paul Vandenbussche, in een vraaggesprek met ons (23/10/2001), is de oprichting van de NIR-INR het directe gevolg van de financiële moeilijkheden van de S.A. Radio-Belgique. Vanuit die optiek is het ontstaan van de openbare omroep het resultaat van het mislukken van het privé-initiatief en ligt niet (alleen) een politiek verlangen maar (ook) een financieel-economisch débâcle aan de basis van het overheidsinitiatief. Hermanus plaatst de oprichting van het NIR-INR en die van de RTT in dat perspectief en wijst erop dat het dezelfde liberale ministers - Pierre Forthomme voor PTT en Paul-Emile Janson voor Justitie - zijn die zowel de oprichting van het NIR als die van de RTT in het parlement bepleiten. (Hermanus, 1990: 26) Volgens Vandenbussche speelde Prof. Arthur Boon (KU Leuven), voorzitter van de KVRO en voorzitter van de Boerenbond (geen familie van de latere directeur-generaal van de NIR) een grote rol bij de totstandkoming van het NIR-INR.
In artikel 14 van het KB van 28 juni 1930 wordt gesteld dat de "nieuwstijdingen in de vorm van persberichten" bondig moesten zijn. Duiding bij het nieuws was uitgesloten. (Goossens C., 1998: 49). Hier duikt de invloed van de dagbladpers op. Die zag namelijk in het radio-instituut een geducht concurrent. De belangen van de (partij)politieke dagbladen vielen in deze samen met die van de partijen zelf.
Verdere uitbouw van het NIR
Van 1935 tot 1938 wordt er gewerkt aan het nieuwe radiogebouw aan het Flageyplein. In 1937 komt de culturele zelfstandigheid van de Franse (o.l.v. Théo Fleischman) en de Vlaamse uitzendingen tot stand. Het jaarverslag van het NIR-INR bevat dan ook voor de eerste keer de uitgesplitste kosten voor de Franse en de Vlaamse uitzendingen, resp. 5.604.055 BEF en 5.533.911 BEF.
Radiotaks
De wet van 20 juni 1930 (BSB 19300626) en het KB van 28 juni 1930 (BSB 19300704) regelen o.m. de heffing van de radiotaksen voor de bezitters van een radio-ontvangsttoestel. De taks wordt op 60 BEF per jaar bepaald. Dat is 30 BEF minder dan oorspronkelijk in het wetsontwerp (18 april 1929) van minister Lippens (PTT) voorzien was. De parlementsleden brengen het bedrag terug tot 60 BEF per jaar (Goossens C., 1998: 44). Een gewoon huishoudbrood kost in 1930 2,14 centiem en voor een krant dient men 35 centiem neer te tellen. De radiotaks weegt m.a.w. flink door in het budget van het modale gezin want met die 60 frank kan het 28 broden kopen of meer dan een half jaar elke dag de krant lezen.
Een ander KB van 28 juni 1930 (BSB 19300704) bepaalt dat de radiotoestellen waarin uitsluitend kristallen (en dus geen radiolampen) gebruikt worden, belast worden met een jaartaks van 20 BEF.
Het is treffend dat zeer vele bepalingen uit de voornoemde wet de tand des tijds hebben doorstaan en tot in 1987 van kracht blijven: het betalen door middel van een storting op een postcheckrekening, de betaling die alle radiotoestellen in dezelfde woning dekt, de verplichting om een adreswijziging te melden, de vrijstellingen voor blinden en andere invaliden, voor onderwijsinstellingen en voor openbare diensten. In die tijden van grote werkloosheid gaan er stemmen op om de werklozen vrij te stellen van het betalen van de radiotaks. (Van Dyck, 1935:135)
De wetgever van 1930 is wel bijzonder streng voor ontduikers: de geldboete kon oplopen tot vijfmaal de ontdoken taks en dat met drie jaar terugwerkende kracht. Van een ontduiker kan m.a.w. een maximale boete van 900 BEF geëist worden ... een klein fortuin.
De wetgever van 1930 had zich blijkbaar goed geïnformeerd want ook de ontvangtoestellen die beelden konden ontvangen waren verplicht de taks te betalen. Zo'n bepaling verraadt de hand van de RTT-administratie, steeds goed geïnformeerd over de technologische ontwikkelingen. Vergeten we niet dat in 1930 de BBC reeds experimenteerde met de eerste openbare televisie-uitzending.
Door de wet van 27 december 1938 wordt de radiotaks van 60 op 78 BEF gebracht.
RTT int de radiotaksen
De inning van de taksen werd opgedragen aan de in 1930 opgerichte Regie voor Telefoon en Telegraaf. De oprichting van de RTT was, althans zo luidt de officiële versie, nodig om de verschillende telefoonnetwerken, tot dan toe in privé-handen, te interconnecteren. Hermanus is echter een andere mening toegedaan en stelt dat de interconnectie slechts een voorwendsel was. "En réalité, ce n'était qu'un prétexte. Les partisans du libéralisme économique défendaient l'idée de l'intervention de l'Etat uniquement dans des activités non rentables mais indispensables au bon fonctionnement de l'Etat." (Hermanus, 1990: 26)
Er zijn voldoende aanwijzingen om Hermanus' stelling voor waar te aanvaarden.
Collectiviseren van verliezen?
Privatiseren van winsten?
We kunnen dan ook vaststellen dat zowel de oprichting van de NIR-INR als die van de RTT geschiedden om verliezen te collectiviseren, naar de staat toe te schuiven. Onderzoek kan aantonen of zulks ook met andere risicodragende initiatieven binnen de communicatiesector (of andere sectoren) het geval is (geweest). Tegelijk kan men dan ook de 'spiegel-hypothese' toetsen: komen overheidsbedrijven (of stukken ervan) enkel in aanmerking om geprivatiseerd te worden wanneer de investering niet of nauwelijks risicodragend is?
Uiteraard mag men hierbij niet in een zwart-wit analyse vervallen en zal de realiteit zeer complex zijn. Dit neemt niet weg dat het een fundamenteel vraagstuk is bij het kijken naar de relatie tussen staats- en privé-initiatief. De vraagstelling heeft ook een ethische component, laat dat duidelijk zijn.
Aantal betalende vergunningen en vrijstellingen
Voor de jaren 30 beschikken we over betrouwbare cijfers uit het archief van Kijk- en Luistergeld (dat werd in 2003 vernietigd maar wij konden enkele belangrijke statistische documenten redden, LT).

In 1930 waren er 76.872 radiotoestellen vergund, in 1939 waren het er 15 maal meer.
Adreslijsten KLG en luisteronderzoek
De massa's adressen die bij de dienst radiotaksen beheerd worden, brengen sommigen op het idee om op basis daarvan te starten met een luisteronderzoek (Van Dyck, 1935: 156-157) of een referendum omtrent de omroep. Dit laatste moet gezien worden tegen de achtergrond van de onvrede met de partijpolitieke uitzendingen op het NIR. "Hoe gemakkelijk nochtans zou het voor haar (bedoeld wordt het NIR, LT) vallen, vermits zij alleen toch (met de Regie) de namen en adressen bezit van allen, die zich van hunne radiotaks kwijten. Zou het dan zoo'n enorme kosten met zich brengen om aan alle die menschen een voor het antwoord gereed gemaakte vragenlijst rond te zenden, welke na invulling vrachtvrij aan het NIR zou kunnen worden weergezonden! (...) Tevens zou door dergelijk referendum de 'Vox Populi' kunnen gekend worden omtrent het ja dan niet toelaten van politieke uitzendingen langs den omroep!" (Van Dyck, 1935: 144)
Gewestelijke verdeling van het radiobezit
Voor het jaar 1939 beschikken we over een gewestelijke verdeling van de 1.112.962 radiotoestellen waarvoor radiotaks betaald wordt: Wallonië (458.124 of 41%), Brussel (209.869 of 19%) en Vlaanderen (444.969 of 41%). De ondervertegenwoordiging van het Vlaamse Gewest heeft o.i. twee oorzaken: a) de inkomensachterstand in het Vlaamse landsgedeelte, en b) de relatieve sterkte van het populaire programma-aanbod van de 12 particuliere radiostations in Wallonië en Brussel, tegenover slechts 4 in het Vlaamse landsgedeelte.


Financiering van de regionale radiostations
De wet van 14 mei 1930 moet in feite de doodsteek betekenen voor de regionale stations. Artikel 8 verbiedt immers voor alle stations het voeren van handelspubliciteit. De druk van de regionale stations - vooral Radio Schaerbeek ging heftig tekeer - op de minister was echter zo groot, dat die besloot een gedoogbeleid te voeren.
De regionale radiostations deden voor hun financiering ook een beroep op jaarlijkse lidgelden. Zo vermeldt Van Dyck (1935: 134) dat Radio Châtelineau kaarten verkocht tegen 12,50 BEF en steun- en erekaarten tegen resp. 25 en 50 BEF. Radio Antwerpen (ON4ED) verkocht kaarten van 25 BEF. De auteur noemt deze vorm van financiering onwettelijk en verwijst hiervoor naar artikel 9 van het ministerieel besluit van 28 augustus 1931.

De franstalige uitzendingen van de private radiostations haalden een hogere luisterdichtheid dan de franstalige programma's van het INR. Men kan zich voorstellen dat dit niet naar de zin was van Fleischman. Greta Boon vermeldt dan ook uitdrukkelijk: "Een van de redenen waarom de leidinggevende personen van het NIR van de oorlogsomstandigheden later gebruik maakten om die particuliere zenders na de oorlog geen uitzendvergunning meer te geven, was dit grote franstalige overwicht." (Boon G., 1988: 29-33).

De wet wordt niet toegepast
De staatstoelage vormde in de periode 1930-1940 de hoofdmoot van de inkomsten van het unitaire NIR-INR. In de wetenschappelijke literatuur wordt steevast vermeld dat het NIR-NIR 90% ontving van de opbrengst van de radiotaksen. Zo stelt Gekiere in 1983: "In de wet van 18.6.1930 tot oprichting van het N.I.R. was bepaald dat 90% van de opbrengst van het kijk- en luistergeld naar de omroep zou toevloeien. Dit principe werd jaren toegepast en gedurende enkele jaren (o.m. voor 1974), bleek de toelage aan de BRT-instituten zelfs hoger te liggen dan de netto-opbrengst." (Gekiere, 1983: 179).
Ook Greta Boon stelt in 1984: "Voor de tweede wereldoorlog ontving de omroep 90% van het luistergeld." (Boon, 1984:95).
Uit ons onderzoek blijkt dat zulks weliswaar wettelijk voorzien was, doch in de realiteit slechts één jaar gehaald werd.
De beweringen van Gekiere en van Boon, beiden op de BRT werkzaam, moeten wellicht gezien worden als een manoeuver van de BRT in zijn veelvuldige disputen in de jaren 80 met de minister omtrent de BRT-dotatie. We komen hierop terug.
In het jaarverslag van de NIR-INR over het jaar 1932 lezen we: "Over het algemeen staat het aantal ontvangtoestellen in rechtstreekse verhouding met de hoedanigheid van den dienst. Door de veldmetingen heeft men er zich rekenschap kunnen van geven dat de kracht der zenders van Veltem niet voldoende is om over gansch het grondgebied (...) een dienst te verzekeren , die wat de hoedanigheid betreft, niets te wenschen overlaat. Logisch mag dus aangenomen worden dat een merkelijke verhooging der zendkracht, bv. tot 60 of 100 kw. zeer snel een verhooging van de ontvangtoestellen en bijgevolg van de ontvangsten voor gevolg zou hebben."
Het NIR-INR geloofde dus nog in de band tussen de opbrengst van de radiotaksen en haar eigen staatstoelage. Hier wordt expliciet verwezen naar de band die er bestaat tussen het aantal radiotoestellen (200.534 eind 1931, 339.635 einde 1932) en de staatstoelage (13,4 miljoen BEF voor het werkingsjaar 1932). De simpele berekening brengt ons op 12,03 miljoen BEF (200.534 toestellen x 60 BEF). Nergens in het jaarverslag wordt de berekening expliciet gemaakt. Men mag echter veronderstellen dat de berekening van de staatstoelage op het niveau van de beheerraad, waarin de voogdijminister als voorzitter zetelde, gebeurde.
Hieronder geven wij de evolutie van de bruto-opbrengst, de inningskosten die de RTT inhield, de staatstoelage aan het NIR-INR en deze laatste uitgedrukt als een percentage van de netto-opbrengst.









PEVENAGE Herman, HANTSON Yves, TESSENS Lucas (red.)
Kijk- en luistergeld: eindverslag 2002 - Kerncijfers
Edited: 200212201351
BRUYNEEL Tineke
Historische situering en analyse van politieke aspecten in het oeuvre van de negentiende-eeuwse Gentse volkszanger Karel Waeri (1842-1898)
Edited: 20020081
Scriptie voorgelegd aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte,
voor het behalen van de graad van
Licentiaat in de Geschiedenis.
Academiejaar: 2001-2002
Universiteit Gent
Promotor: Prof. Prof. Dr. G. DENECKERE
Karel Waeri blijkt een veelzijdig volkszanger te zijn geweest. Hij zong niet alleen voor een arbeiderspubliek, maar ook voor de burgerij, op feesten, banketten en in lusthoven aan de stadsrand. Bij zo’n gelegenheden putte Waeri waarschijnlijk uit zijn uitgebreide verzameling kluchtige liederen. Het spreekt vanzelf dat hij op deze momenten moeilijk zijn onvrede met het lot van de arbeidersbevolking en zijn sympathieën voor de socialistische partij kon laten horen. Toch probeerde Waeri ook in deze liedjes, hoewel eerder impliciet en in beperkte mate, zijn ideeën hieromtrent te verwerken. In verband met de liederen in het kader van de sociale strijd valt op dat Waeri enorm veel belang hechtte aan het eergevoel van het werkvolk. Waeri probeerde met zijn liedjes in te gaan tegen het minderwaardigheidsgevoel dat bij veel arbeiders leefde. Men moet dit bekijken binnen het kader van de sociale strijd. Mensen gaan pas in opstand komen tegen iets als ze zich zeker van hun stuk voelen, als ze beseffen dat de ellende die hen overkomt niet rechtvaardig is en als ze weten dat een mooiere toekomst in het verschiet ligt. We zien dan ook dat veel liedjes van Waeri een belangrijk bewustmakend element in zich dragen. Sommige liederen weerspiegelen de realiteit waarin de arbeiders zich bevinden en vertellen wat er oneerlijk aan is. De arbeiders waren zich immers niet altijd bewust dat bijvoorbeeld zoiets als kinderarbeid slecht was. Men mag ook niet vergeten dat de fysieke conditie van de arbeiders waarschijnlijk zeer slecht was en dat ze daardoor in een zekere lethargie vervielen. Het was dus nodig om het werkvolk precies uit te leggen wat hun situatie was en waarom ze ertegen moesten strijden. Waeri geeft in verschillende liedjes als het ware les. Daarnaast toonde Waeri ook de toekomst die bereikt kon worden. Een toekomst waarin iedereen vrij en gelijk zou zijn. Het was die toekomst waarvoor de arbeiders moesten vechten. Rond de politieke eisen en sociale strijdpunten heeft Waeri heel wat liedjes geproduceerd. Een zeer groot aantal handelt over de strijd voor algemeen stemrecht. Het bleek dat Waeri in deze liedjes voornamelijk de ideeën van de socialistische beweging vertolkte. Waeri moet ongetwijfeld een belangrijk onderdeel geweest zijn van de grote propagandamachine van de BWP. Toch stond Waeri soms ook verrassend onafhankelijk tegenover die partij. Dit was meerbepaald het geval toen hij een kritisch lied schreef over het meervoudig stemrecht, dat tegen de propaganda van de socialistische partij in- ging. Toch volgde Waeri bijna altijd de socialistische ideeën. Dit deed hij ook in zijn liedjes over de loting. Deze droegen ook weer dat belangrijke bewustmakende element in zich. De achturendag werd door Waeri vooral bezongen in zijn typische 1 Mei liederen
DS
Taboe allochtone criminaliteit sneuvelt
Edited: 200111291445
BRUSSEL -- Achteraf bekeken was het dom het onderzoek van Marion Van San naar criminaliteit en allochtone jongeren als gevaarlijk of racistisch te bestempelen. Er is niet te veel onderzoek geweest, maar te weinig: één jaar was te kort, er moet vervolgonderzoek komen.
In uiteenlopende toonaarden speelden alle fracties in de kamercommissie Justitie gisteren dit liedje. ,,De allochtone gemeenschap staat daar zelf ook achter'', zei Fauzaya Talhaoui (Agalev).

Onverwachte eensgezindheid in de kamercommissie gisteren, bij de voorstelling door Marion Van San van haar rapport naar criminaliteit onder jongeren in de vijf grootste Belgische steden.

,,INTERESSANT WAT U DAAR VERTELT, MEVROUW VAN SAN, WAT JAMMER DAT IK DAAR NIETS VAN LEES IN UW RAPPORT''

Nu ja, eensgezind. Er was een groot verschil tussen de reacties, met aan het ene uiterste het Vlaams Blok en aan het andere uiteinde PS en Ecolo. De enen bedankten -- bij monde van Gerolf Annemans -- Van San hartelijk voor het doorbreken van een taboe.

Een van de conclusies in Van Sans onderzoek is namelijk dat latent racisme onder de politie en sociaal-economische achterstand wel gedeeltelijk het grotere aandeel van allochtonen in de jeugdcriminaliteit kan verklaren, maar niet volledig.

Het percentage jonge delinquenten ligt onder Marokkanen driemaal hoger en onder Oost-Europeanen achtmaal hoger dan onder Belgen. ,,Eindelijk krijgen we gelijk dat je ook naar culturele verklaringen moet kijken'', zei Annemans. Waarop zijn partijgenoot Bart Laeremans de vraag van minister Verwilghen om een sereen en verstandig debat te houden in de wind sloeg, en de deportatie van criminele jongeren naar hun ,,land van herkomst'' bepleitte.

Niet verrassend. Wel verrassend was de reactie aan Franstalige linkerzijde. Niet dat ze er warm van worden bij PS en Ecolo maar politiek correcte verontwaardiging bleef achterwege.

,,De commotie rond dit onderzoek was niet nodig geweest, als de overheid vanaf het begin duidelijker had uitgelegd wat de bedoeling was'', meende Agalev-kamerlid Fauzaya Talhaoui. ,,Een groot deel van de allochtonen in dit land zal graag meewerken aan de uitwerking van de aanbevelingen van Van San: dat zie je aan het enthousiasme om het project van de Marokkaanse buurtvaders over te nemen.'' Talhaoui drong er wel op aan de allochtone gemeenschappen te betrekken bij de aanpak van het probleem.

Verschillende fracties noemden het rapport-Van San een gemiste kans. Er waren te weinig statistieken beschikbaar om een bruikbaar beeld te schetsen. Het onderzoek aan Franstalige zijde stelde weinig voor.

,,Uw studie komt dicht in de buurt van de overbodigheid'', zei Pieter De Crem (CD&V), ,,tenzij uw opdrachtgever u de kans geeft het werk af te maken''.

Wie duidelijk niet enthousiast was, was Diane Reynders van de Dienst voor Strafrechtelijk Beleid (DSB). Zoals verwacht zorgde haar confrontatie met Van San voor vuurwerk. Formeel steunt Reynders zich voor haar beleidsopties op het rapport-Van San. Maar eigenlijk vind ze het broddelwerk. IJzig kalm somde Reynders punten van kritiek op. De mogelijkheid om criminaliteit te registreren op grond van etniciteit is volgens haar onhaalbaar. Ze gaat wel akkoord met enkele evidente aanbevelingen zoals een betere statistische verwerking van criminaliteit.

Maar de waarde van criminaliteitsprofielen -- de kern van Van Sans onderzoek -- is volgens Reynders ,,miniem''. Ze ziet ook niet in hoe die tot specifiek strafbeleid kan leiden ,,zonder het gelijkheidsbeginsel te schenden of bevolkingsgroepen te stigmatiseren''.

Met stijgende verbazing stelden de leden van de commissie de tastbare vijandigheid tussen beide dames vast. Die heeft vooral met een verschil in visie te maken, maar ook met een verschil in rol. Van San is de externe, in het buitenland werkende sociologe die een reeks praktische oplossingen voorstelt, maar daarbij weinig rekening houdt met wie in dit moeilijke land waarvoor bevoegd is.

Reynders is veel sterker aan het justitiebeleid gebonden, en valt daardoor snel terug op opmerkingen als ,,daar waren we al mee bezig'' of ,,dat is onze bevoegdheid niet''. Sommigen vermoeden bovendien sturing door minister Verwilghen, die zo onder vuur heeft gelegen van de PS en Ecolo dat hij de lont uit het rapport wil halen.

Maar Van San liet zich niet naar de slachtbank voeren. Dat draaide uit op een venijnig steekspel. ,,Dat u criminaliteitsprofielen van de hand wijst, verbaast me, mevrouw Reynders. Ik moet u toch aanraden eens wat buitenlandse boeken te raadplegen, onze buurlanden baseren zich er wél op. U wil het beleid nog steeds van bovenaf bepalen en leuke symposia houden, terwijl wij juist duidelijk maken hoe desastreus dat is. Wij willen de allochtonen zelf betrekken bij de aanpak van de criminaliteit. Het verbaast me dat u niet inziet dat dit beter werkt.''

Waarop Reynders, even afgemeten: ,,Heel interessant wat u daar vertelt, mevrouw Van San, wat jammer dat ik daar niets van lees in het rapport waar u een jaar aan gewerkt heeft.'' Enzovoort.

Reynders rondde af met de conclusie dat er verder onderzoek nodig is, gebaseerd op ,,de vele onderzoeken die er al over deze materie zijn gevoerd''.
VAN SAN Marion
Criminaliteit en criminalisering; allochtone jongeren in België
Edited: 200111101261

Studie in opdracht van minister Verwilghen.
Samenvatting
Hoewel een meerderheid van de allochtone jeugd in België niet of nauwelijks problemen oplevert, baart het gedrag van een deel van hen zorgen. In deze studie doen Marion van San en Arjen Leerkes verslag van een onderzoek naar de aard en de omvang van de criminaliteit onder allochtone jongeren in België. Zij baseren zich daarbij voor het eerst op landelijke politiecijfers. Op grond van gesprekken met jongeren, buurtbewoners, politieagenten en straathoekwerkers in twee oude wijken van Antwerpen en Brussel gaan de auteurs daarnaast in op de beeldvorming over allochtone jeugdcriminaliteit. Het boek levert een bijdrage aan het inzicht dat allochtone jeugdcriminaliteit niet als een eenvormig verschijnsel kan worden begrepen. Groepen allochtone jongeren blijken noch in dezelfde mate, noch op dezelfde wijze bij te dragen aan de jeugdcriminaliteit.Tegelijkertijd verklaart het boek waarom het thema van de allochtone jeugdcriminaliteit niet los kan worden gezien van de strijd tussen etnische groepen om sociale status, macht en identiteit.
TESSENS Lucas / MERS
Brief aan Cas Goossens dd. 22 oktober 2001
Edited: 200110221497
Faxbericht voor Cas Goossens
015-24.37.95

2001-10-22


Cas,


Bedankt voor de cursus van Paul Vandenbussche. Ik heb morgen om 10 uur een afspraak bij hem thuis. Hij lijkt zeer geïnteresseerd.

Ik wil je nog speciaal danken voor de prettige ontvangst in Itegem.

Het jaarverslag BRT 1985 bezorg ik zo snel als mogelijk terug.

Kan je me ook de referenties bezorgen van de boekenreeks omtrent de historiek van de BBC?

Bij gelegenheid zou ik toch nog eens van gedachten willen wisselen over een groots opgezet onderzoeksproject naar de historiek van de openbare omroep.
We zijn het er over eens dat wat tot nu toe gepubliceerd is, te fragmentarisch is. De Vlaamse gemeenschap is het me dunkt aan zichzelf verplicht zo'n historiek - uitgewerkt door een multidisciplinair team - te ondersteunen.

Onlangs herlas ik enkele passages uit de referaten van het 8ste Vlaams Congres voor Communicatiewetenschap (26-27/10/1978). Mijn oog viel op het referaat van mijn diepbetreurde prof en vriend Luk Boone "Synthese en aanbevelingen voor verder onderzoek". Daarin stelt hij dat zijn collega, G. Van Parijs (RU-Gent), twaalf (sic!) jaar voordien (congres te Evian in 1966) de kenmerken van het communicatiewetenschappelijk onderzoek had beschreven.
Eén van die kenmerken was: de geringe contacten tussen (overwegend universitaire) onderzoekscentra en individuele onderzoekers.
M.i. gelden een aantal kenmerken ook vandaag nog. Dat betekent dat het onderzoek gemonopoliseerd zit bij de univ's. Bovendien slagen die "eilanden van kennis" er maar niet in met mekaar te communiceren.
Gezien de (groeiende) complexiteit van de mediasector is er m.i. samenspraak nodig tussen volgende disciplines: communicatiewetenschap, geschiedenis (onvoldragen mediahistoriek), rechten, bedrijfseconomie (de financiële implicaties van de mediabusiness zijn onderbelicht), fiscaliteit, politologie (de drijveren achter mediapolitieke beslissingen; het ontbreken van een "beleidsvisie"), sociologie (sociale draagvlakken waarop bepaalde media-uitingen drijven; de media als spiegel van de maatschappij; we hebben de media die we verdienen), ...
Daarmee is gezegd dat de kennis-basis waarop de huidige mediastudies gebaseerd zijn, te smal is.
Dit als introductie bij een discussie die ooit toch eens zou moeten gevoerd worden.

Een ander idee, dat hier niet totaal los van staat, betreft de digitalisering van het gehele NIR-BRT-BRTN-VRT-archief. In de huidige stand van de ICT-technologie behoort zulks tot de mogelijkheden. Bij de Belastingdienst voor Vlaanderen (Kijk- en Luistergeld & Onroerende Voorheffing) bijvoorbeeld wordt alle inkomende briefwisseling gecodeerd en ingescand en vervolgens verwerkt. Door digitalisering van de archieven van de omroep zouden de stukken voor meerdere gebruikers beschikbaar komen en zou het archief meteen beveiligd worden (brand, waterschade, verlies, diefstal, ...).


Met vriendelijke groeten,





Lucas Tessens
VLAAMS PARLEMENT
Commissie voor Leefmilieu, Natuurbehoud en Ruimtelijke Ordening Vergadering van 25/01/2001
Edited: 200101250908
Commissie voor Leefmilieu, Natuurbehoud en Ruimtelijke Ordening Vergadering van 25/01/2001
Interpellatie van de heer Johan Malcorps tot mevrouw Vera Dua, Vlaams minister van Leefmilieu en Landbouw, en tot mevrouw Mieke Vogels, Vlaams minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, over het beleid inzake asbest en volksgezondheid
De voorzitter : Aan de orde is de interpellatie van de heer Malcorps tot mevrouw Dua, Vlaams minister van Leefmilieu en Landbouw, en tot mevrouw Vogels, Vlaams minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, over het beleid inzake asbest en volksgezondheid.
Minister Dua zal ook in naam van minister Vogels antwoorden.
De heer Malcorps heeft het woord.
De heer Johan Malcorps : Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega's, onlangs werd in ons land een vereniging voor asbestslachtoffers opgericht, in navolging van reeds bestaande verenigingen in onder meer Nederland en Frankrijk.
De vereniging vraagt dat er een volwaardig beleid inzake asbestvervuiling en volksgezondheid zou worden gevoerd. Gezien de bevoegdheidsverdelingen is dit zowel een federale opdracht als een taak voor gewesten en gemeenschappen. Zo moet op federaal vlak dringend werk worden gemaakt van het recht op schadevergoeding voor asbestslachtoffers via het Fonds voor Beroepsziekten. Ook niet-werknemers moeten een beroep kunnen doen op de regeling. Het verbod op elke vorm van asbestproductie, -handel of verwerking is een federale aangelegenheid. De uitzonderingen op het koninklijk besluit van 3 februari 1998 kunnen worden opgeheven, omdat er inmiddels voor alle toepassingen vervangproducten bestaan.
Het behoort ook tot de taak van de gemeenschappen om een sluitende inventaris op te maken van alle asbestgerelateerde aandoeningen, zoals de verschillende vormen van asbestose, mesothelioom of buikvlieskanker, asbestgerelateerde longkankers en andere kankers. Het Fonds voor Beroepsziekten levert de cijfers voor werknemers. Er is sprake van een duidelijke toename van het aantal gevallen van asbestose en de voorbije vijftien jaar meer dan een verdubbeling van het aantal gevallen van mesothelioom. Deze informatie komt uit het antwoord dat federaal minister Aelvoet vorig jaar gaf op mijn vraag terzake in de Senaat. De grootste groep van getroffen werknemers komt uit de bouw. Over het aantal asbestgerelateerde kankers bij de rest van de bevolking is geen cijfermateriaal beschikbaar. Het aantal asbestdoden ligt volgens minister Aelvoet tussen de 90 en 110 per jaar. Wellicht is dit een grove onderschatting.
Het probleem van het toenemend aantal asbest-kankerdoden verdient alle aandacht. De internationaal vermaarde specialist Julian Peto voorspelt in The British Journal of Cancer dat in West-Europa de komende 35 jaar maar liefst een kwart miljoen asbestgerelateerde kankerdoden zullen vallen. In een officiële studie in opdracht van het Nederlandse ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voorspelt men 40.000 asbestgerelateerde ziekten onder Nederlandse mannen tegen het jaar 2030.
Uit de Vlaamse Gezondheidsindicatoren 1998 blijkt dat er een verhoogde sterftekans is in onder meer Sint-Niklaas en Dendermonde. Minister Vogels legde de band met de vroegere asbestverwerkende industrie in de streek : de vroegere Eternit-fabriek in Schoonaarde bij Dendermonde, Eternit in Kapelle op-den-Bos en de fabriek Scheerders-Van Kerckhoven - SVK - in Sint-Niklaas. Het is mogelijk dat het niet enkel om werknemers gaat, maar ook om familieleden van werknemers en om omwonenden.
Als deze band tussen asbest en kanker er echt is, en zelfs in die mate dat hij een merkbare piek veroorzaakt in de algemene gezondheidsstatistieken, dan is dit hoegenaamd geen vrijblijvende zaak. De slachtoffers stellen met reden vragen over de verantwoordelijkheid van de betrokken bedrijven in het verleden. Ze waren al decennialang op de hoogte van het gevaar van asbest voor de gezondheid van werknemers en omwonenden. Toch namen ze te weinig voorzorgsmaatregelen. Ook de overheid zelf wordt aansprakelijk gesteld, want ze kende al jaar en dag de risico´s die verbonden zijn aan de asbestproductie, maar trad al die tijd veel te laks op.
Sinds de Tweede Wereldoorlog staat het verband tussen asbest en kanker wetenschappelijk vast. Toch duurde het tot einde van de jaren negentig vooraleer men echt optrad. Die nalatigheid heeft veel mensenlevens gekost, en zal nog veel mensenlevens kosten. In Frankrijk en Nederland wonnen de vertegenwoordigers van asbestslachtoffers in die zin al verschillende schadeprocessen. Er is een wettelijke regeling ingevoerd om tot billijke schadeloosstellingen te komen. Ook in eigen land moet er een dergelijke regeling te komen. Eens het zo ver is, zullen ook de gewestelijke overheden voor hun verantwoordelijkheid worden geplaatst.
In 1998 stelden de heer Stassen en mevrouw Verwimp vragen aan toenmalig milieuminister Kelchtermans over de gezondheidseffecten voor de omwonenden van de asbestbedrijven in Kapelle-op-den-Bos, Tisselt, Sint-Niklaas, Gent en Mol. Ze werden toen met een kluitje in het riet gestuurd met als argumenten : 'Het gaat om een te kleine groep mensen rond die bedrijven om daarover statistisch zinvolle uitspraken te doen ; het is praktisch onmogelijk om productspecifieke gezondheidsgegevens van burgers te verzamelen rond elke site waar met toxische of kankerverwekkende stoffen wordt gewerkt ; de gezondheidsmonitoring van potentiële asbestpuntbronnen zou slechts een 'end-of-the-pipe-benadering' zijn, die in het beste geval iets zegt over de blootstelling decennia geleden.'
Uit het grootschalig Milieu- en Gezondheidsonderzoek dat eind vorig jaar werd afgerond blijkt dat gebiedsgerichte monitoring wel degelijk relevante beleidsgegevens kan opleveren. In elk geval moet het mogelijk zijn om meer accurate gegevens te verzamelen dan mogelijk is op basis van een globaal onderzoek van gezondheidsindicatoren over heel Vlaanderen. Zo zou men alle sites in de omgeving van vroegere asbestverwerkende bedrijven kunnen screenen en vergelijken met sites waar waarschijnlijk minder risico bestonden en nog bestaan op asbestbesmetting. Ook een nauwkeurig opgezet epidemiologisch onderzoek biedt uitzicht op succes, wegens de onbetwistbare band tussen mesothelioom en asbestose enerzijds en asbestvervuiling anderzijds.
Het feit dat de asbestproductie nu bijna geheel is afgebouwd, betekent niet dat er geen belangrijke opdracht meer is voor de Vlaamse milieudiensten, en meer bepaald de OVAM. Zo blijft de titanenopdracht overeind om op basis van de verplichte asbestinventarissen voor bedrijven en openbare gebouwen alle nog aanwezige asbest te verwijderen en op de meest veilige wijze te verwerken. De federale wetgeving ter bescherming van werknemers is daarbij van toepassing. Een algemene bescherming voor de burger is er dus niet, tenzij indirect. Bewoners en bezoekers van gebouwen zijn maar indirect beschermd, omdat ze ook profiteren van de bescherming van eventuele werknemers in dat gebouw. Dat is uitvoerig aangetoond door mevrouw Lieve Ponnet. Ze schreef daarover het dossier 'Asbest : stof tot nadenken', dat in 1996 werd gepubliceerd in het Arbeidsblad van het ministerie van Tewerkstelling en Arbeid.
De gewesten en gemeenschappen, bevoegd voor de bescherming van privé-personen in een niet-werksituatie hebben nog geen aanvullende reglementering voor asbest in gebouwen zoals privé-woningen opgezet. In de particuliere woningbouw is weliswaar veel minder gespoten asbest gebruikt dan in openbare of industriële gebouwen. De kans op blootstelling is er veel beperkter. Toch werd heel wat spuitasbest verwerkt in grote appartementsgebouwen die zijn gebouwd tussen halfweg de jaren zestig en het einde van de jaren zeventig. In België zijn hierover geen gegevens beschikbaar. Hier rijst dus een probleem voor onderhouds- of herstellingswerken die door derden of door doe-het-zelvers worden uitgevoerd. Er is te weinig bewustmaking over mogelijke gevaren en risico's.
Ten slotte is er het probleem dat bij doorverkoop of verhuur mensen zich wellicht niet bewust zijn van de aanwezigheid van asbest in een woning. In Nederland is een asbestvrij-verklaring nodig alvorens men tot de sloop van een woning kan overgaan. De invoering van een asbestvrij-attest, samen met het bodemattest, kan worden overwogen.
Verder is het nog maar de vraag of alle asbestafval - bijvoorbeeld van de sloop van gebouwen - op de juiste bestemming terecht komt. In welke mate wordt asbest van afbraakwerken van privé-personen aanvaard op containerparken, en onder welke omstandigheden? Een ander element van de problematiek is de sanering van asbeststorten. Berucht was het Broek in Willebroek, dat nu eindelijk gesaneerd is, maar dit is nog maar het begin. Denk onder meer aan de asbeststorten in de Gentse Kanaalzone, in Hofstade te Aalst en de asbestberg in Kapelle-op-den-Bos.
De eerste opdracht is de sanering van de omgeving van de vroegere bedrijfssites waar met asbest is gewerkt. In de omgeving van asbestbedrijven als Eternit in Kapelle-op-den-Bos werd immers in het verleden zeer achteloos omgesprongen met het levensgevaarlijke asbeststof.
Vrachtwagens met opwaaiend asbeststof reden door de dorpskern. Het asbeststort diende jaren als speelterrein voor jeugdbewegingen. Pas enkele jaren geleden werd het afgesloten en afgedekt. Asbestafdraaisel was gedurende vele jaren een gegeerde grondstof voor de aanleg van wegen, tuinpaden en opritten van garages.
Er moet dringend een grondige inventaris worden opgemaakt van alle grotere en kleinere black points in gemeenten als Kapelle-op-den-Bos en Tisselt, maar ook van andere sites van nog bestaande of inmiddels gesloten bedrijven die asbest verwerken of verwerkten. In Nederland werd door de VROM een subsidieregeling uitgewerkt waarbij eigenaars van asbestwegen subsidies krijgen voor werken waarbij het asbestbevattend materiaal wordt verwijderd door erkende bedrijven of waarbij het risicomateriaal wordt afgedekt met asfalt, beton of klinkers.
Op welke wijze zal Vlaanderen bijdragen aan een afdoende centrale registratie van asbestgerelateerde ziektes zoals asbestose, mesothelioom of longkanker? Op welke termijn kan een sluitende registratie worden opgezet en welke samenwerkingsverbanden met de federale overheid zijn daarvoor nodig?
Wordt er in opvang voorzien voor asbestslachtoffers in Vlaanderen? Welke informatie is er beschikbaar? Wat is het standpunt van de Vlaamse regering in verband met de vraag naar schadeloosstelling? Zal men met het oog op de schadeloosstelling van asbestslachtoffers ook initiatieven nemen in overleg met de federale overheid?
Welke initiatieven zijn er om de effecten van asbestvervuiling op de gezondheid verder in kaart te brengen voor heel Vlaanderen en specifiek voor de omgeving van bestaande of gesloten bedrijven waar asbest wordt of werd verwerkt? Is het niet wenselijk hiervan een van de speerpunten te maken van verder milieu- en gezondheidsonderzoek?
Hoe ver staat het met de studie 'Risico-evaluatie en saneringsprogramma voor asbestblootstelling in Vlaanderen' en met de beleidsnota over asbestbeheersing? Wat was het resultaat van de asbest-meetcampagne? Wanneer start de geplande sensibiliseringscampagne?
Is er een inventaris van asbeststorten in Vlaanderen? Welke prioriteit krijgt de sanering van deze storten, of kiest men eerder voor een degelijke afbakening en afdekking ervan? Wat is de stand van zaken van de asbestsanering in bedrijven en openbare gebouwen en hoe wordt dit opgevolgd? Is er voldoende verwerkingscapaciteit voor het asbest- en asbestcementafval?
Wordt werk gemaakt van een betere regeling voor de bescherming van particulieren tegen asbest in gebouwen en privé-woningen? Wordt gedacht aan de invoering van een attest 'asbestvrije woning'?
In welke mate wordt asbestafval aanvaard in containerparken? Klopt het dat we asbestcementproducten beschouwen als bouw- en sloopafval zonder vrijzittende asbestvezels, waardoor men ze in containerparken moet aanvaarden? Klopt het dat asbestplaten en isolatie van leidingen daarentegen niet aanvaard mogen worden? Zijn de werknemers in containerparken zich voldoende bewust van het gevaar van asbesthoudend sloopafval bij verbrijzeling ervan waardoor vezels kunnen vrijkomen? Is er toezicht op de naleving van de ARAB-reglementering inzake asbestblootstelling in containerparken?
Heeft men bij de OVAM zicht op de hoeveelheid asbesthoudend afval dat in het gewone huishoudelijk afval terechtkomt, zoals asbestkoord uit kachels, versleten remblokjes, asbesthoudende strijkplankjes, vlamverdelers en ovenwanten. Kunnen deze asbesthoudende afvalstoffen worden ingeleverd als KGA?
Wordt werk gemaakt van de inventarisatie van asbestwegen en andere kleinere black points in de omgeving van vroegere asbestverwerkende bedrijven? Acht de minister een subsidieregeling wenselijk voor de sanering of afdekking van asbestwegen, naar het model van Twente?
De voorzitter : De heer Van Looy heeft het woord.
De heer Jef Van Looy : In Nederland is de verwijdering van golfplaten waarin asbest zit aan zeer strenge reglementering onderworpen. Arbeiders die bijvoorbeeld dergelijke platen van een dak halen, zijn gehuld in beschermende kledij. Is het product werkelijk zo gevaarlijk? Hetzelfde materiaal wordt in Nederland blijkbaar totaal anders benaderd dan in Vlaanderen.
De voorzitter : Minister Dua heeft het woord.
Minister Vera Dua : Mijnheer de voorzitter, mijnheer Malcorps, op uw eerste vier vragen geef ik het antwoord van minister Vogels.
Door de centrale registratie op federaal niveau van de minimale klinische gegevens van gehospitaliseerde patiënten en dus ook van asbestgerelateerde ziektes als asbestose en mesothelioom, zijn er gegevens over het aantal asbestslachtoffers beschikbaar. De Vlaamse regering heeft toegang tot deze gegevens. Ook via de door Vlaanderen gesteunde kankerregistratie is er zicht op de incidentie van kankers die mede veroorzaakt worden door asbest. Momenteel worden trouwens initiatieven genomen om deze registratie nog te verbeteren. Via de mortaliteitsstatistieken die door de Vlaamse administratie worden opgemaakt, zijn ten slotte ook de gegevens inzake asbestgerelateerde overlijdens bekend. Cijfers die een idee geven over asbestgebonden beroepsziekten zijn ook bekend bij het Fonds voor Beroepsziekten.
Er is momenteel niet in specifieke financiële opvang voorzien voor asbestslachtoffers in Vlaanderen. Voor patiënten met een asbestgerelateerde aandoening is er, net zoals voor andere zieken, financiële steun via de sociale zekerheid. Enkel de werknemers-asbestslachtoffers van bedrijven die een bijdrage storten bij het Fonds voor Beroepsziekten kunnen aanspraak maken op specifieke steun.
De vraag is of de Vlaamse regering of de federale overheid het initiatief moet nemen om naast de algemene steun via de sociale zekerheid ook nog in een specifieke schadevergoeding te voorzien. We doen dit voor het ogenblik ook niet voor andere ziektes. Minister Aelvoet zal de wenselijkheid en uitvoerbaarheid van een en ander onderzoeken. Als de resultaten van dit onderzoek bekend zijn, zullen de nodige conclusies worden getrokken. Het zou ook goed zijn om eens na te gaan hoe de buurlanden deze problematiek aanpakken.
In verband met de wenselijkheid om van asbest een van de speerpunten te maken van het verder milieu- en gezondheidsonderzoek, moet worden opgemerkt dat het gevoerde onderzoek en de beleidsconclusies die daaraan gekoppeld zijn, zich toespitsen op biomonitoring van bepaalde polluenten.
Het milieu- en gezondheidsonderzoek spitst zich toe op polluenten die nog steeds in min of meer belangrijke mate in het milieu gebracht worden. Het gebruik van asbest is verboden. Asbest komt dus enkel nog vrij via bestaande asbesthoudende producten. Het beleid moet zich nu dus concentreren op een maximale inperking van de resterende vrijzetting, zolang alle asbesthoudende producten niet definitief en veilig zijn geborgen.
Voor asbest lijkt een biomonitoring medisch gezien een onuitvoerbare opdracht. Het zou neerkomen op het meten van de concentratie van asbestvezels in de longen, de zogenaamde broncho-alveolaire lavage. Die gebeurt door een bronchoscopie, waarbij men met een bronchoscoop in de longen kijkt en waarbij een kleine hoeveelheid vocht in de luchtwegen wordt gebracht en er vervolgens wordt uitgezogen voor verder labo-onderzoek.
Aan de hand van de beschikbare gegevens, bekomen via de centrale registraties, is het ook mogelijk om de asbestslachtoffers in kaart te brengen voor heel Vlaanderen. Op deze manier kunnen de effecten van asbestvervuiling op de gezondheid in principe worden nagegaan.
De studie 'Risico-evaluatie en saneringprogramma voor asbestblootstelling in Vlaanderen' werd afgewerkt in 2000. De studie wordt gebruikt als basis voor de beleidsnota over asbestbeheersing. Deze beleidsnota bevindt zich momenteel in een ontwerpfase. In de beleidsnota zullen concrete bijkomende Vlaamse maatregelen worden voorgesteld. De planning is om in de loop van 2001 van de ontwerpbeleidsnota het onderwerp te maken van een doelgroepenoverleg en van overleg met de federale overheid, die reeds betrokken was bij de studie.
Dan kom ik nu bij de kwestie van de asbest-meetcampagne. In het kader van het actief overheidsbeleid rond preventie en verwijdering van asbest en asbesthoudende stoffen was het aangewezen om kwantitatieve gegevens te verzamelen over de huidige concentratieniveaus en het vóórkomen van inadembare minerale vezels in de omgevingslucht in Vlaanderen. Op dit ogenblik bestaan er in België voor asbest in buitenmilieu geen kwaliteitseisen. Om dit beleid op een efficiënte en doelgerichte manier te kunnen voeren dient een kwantitatief referentiekader inzake risico's gedefinieerd te worden. Daarmee is men dus nu bezig.
Gedurende de periode van december 1998 tot december 1999 zijn in opdracht van de Vlaamse Milieumaatschappij door de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek de concentratieniveaus van asbest en minerale vezels opgevolgd op een aantal typische locaties in Vlaanderen. Een totaal van 319 filters en 43 blanco filters, afkomstig van in totaal 10 meetlocaties, werden geanalyseerd tijdens deze meetcampagne. Hierbij werden 50 monsters genomen in een gebied nabij een verkeersrijke locatie, 52 monsters in een residentiële omgeving, 54 in een stedelijke achtergrond, 48 bemonsteringen in een industriële omgeving en 50 stalen in een gebied nabij een mogelijke asbestbron. Bijkomend werden 65 stalen geanalyseerd afkomstig van het meetnet 'Zware metalen' van de VMM. Vermits het gezondheidsrisico gerelateerd is aan de lengte van de asbestvezels, werd een onderscheid gemaakt tussen korte en lange vezels. De korte vezels worden als onschadelijk beschouwd, de lange vezels worden verantwoordelijk gesteld voor een nefast gezondheidseffect. Op basis van de te verwachten asbestconcentraties en de gerelateerde lokale activiteiten kunnen een aantal typen gebieden onderscheiden worden. Ik heb hier een tabel bij, die ik aan u zal laten bezorgen.
Uit de tabel blijkt duidelijk dat men nabij historische bronnen uiteraard een veel hogere concentratie krijgt. In alle gebieden - stedelijk en landelijk - zijn de verwachtingswaarden van de jaargemiddelde concentratieniveaus lager dan 350 vezels per kubieke meter. In de omgeving van een historische bron, zoals een vroegere asbestverwerkende industrie, werden lange - dus schadelijke - vezels aangetroffen. Nabij een druk verkeerskruispunt wordt eerder de korte - dus onschadelijke - fractie waargenomen. De concentraties asbestvezels liggen echter bij het merendeel van de stalen dicht in de buurt van de detectiegrens.
Wanneer we deze waarden vergelijken met metingen die werden uitgevoerd in 1983, dan is er een globale verbetering merkbaar. Voor het doorvoeren van deze vergelijking moet echter een zekere reserve in acht worden genomen aangezien de aard van de metingen verschillend is. In 1983 betrof het immers geen jaargemiddelde concentraties. Meestal ging het om steekproeven met korte monsternemingsperiodes. Ook deze gegevens staan in een tabel. Een eindrapport met al de meetresultaten zal in februari gepubliceerd en publiek bekendgemaakt worden.
Ik zeg heel kort ook iets over de sensibiliseringscampagne. Dit is inderdaad nodig, maar ik acht het opportuun om dit pas te doen na het doelgroepenoverleg en de politieke beslissing over de in voorbereiding zijnde beleidsnota.
Dan is er nog de kwestie van het afvalprobleem. De vergunde asbeststorten zijn opgenomen in een lijst bij de vergunningverlenende overheid en zijn ook beschikbaar bij de OVAM via de lijsten van erkende verwervers en verwerkers. Er is geen aparte inventaris van asbest-blackpoints in Vlaanderen. In de OVAM-databanken zitten wel een aantal dossiers waarbij asbestproductie of asbeststortactiviteiten plaatsvinden of plaatsvonden. Medio jaren negentig zijn de grotere asbestproblemen aangepakt. Meestal werd als saneringsoptie voor een isolatie gekozen. Inzake prioriteit wordt geopteerd voor een snelle aanpak indien er verspreidingsrisico aan de orde is. Door de actie van een vijftal jaar geleden zijn de bekende gevallen ofwel gesaneerd ofwel via een voorzorgsmaatregel aangepakt.
Met betrekking tot de verwerking van asbestafval dient krachtens de huidige Vlarem-regelgeving een onderscheid te worden gemaakt tussen afvalstoffen die vrije asbestvezels bevatten en asbesthoudend afval dat geen vrije vezels bevat, voornamelijk verharde asbestcement. Verharde asbestcement, meer bepaald golfplaten, dakleien en asbestcementen buizen, kunnen worden afgevoerd naar een categorie 3-stortplaats. Gelet op het verbod om nog asbesthoudende materialen op de markt te brengen, is ook het tweedehandsgebruik van asbestcementen materialen niet langer toegestaan, en wordt er geopteerd voor definitieve verwijdering. Er zijn in Vlaanderen een twintigtal categorie 3-stortplaatsen, zodat er voldoende capaciteit is.
Voor afvalstoffen die vrije vezels bevatten, geldt krachtens Vlarem dat ze eerst gecementeerd moeten worden vooraleer ze gestort kunnen worden op een categorie 1-stortplaats. Slechts in het geval van verpakkingsafval en plastiekafval enerzijds en niet-vershredderbaar materiaal dat met asbesthoudend materiaal bekleed of bedekt is anderzijds, kan het dubbelwandig verpakt afval rechtstreeks worden afgevoerd naar een stortplaats. Er is in het Vlaams Gewest één installatie voor de cementering van asbesthoudend afval, meer bepaald van de firma Rematt in Mol. Het gecementeerde afval gaat daarna naar de stortplaats van Indaver in Antwerpen. In de praktijk blijkt de verwerkingscapaciteit voldoende om alle asbesthoudend afval op te vangen.
Hierbij kan wel melding worden gemaakt van een alternatieve verwerkingsmethode in Frankrijk - van een firma nabij Bordeaux - waar het asbestafval wordt verglaasd. Momenteel is het evenwel afval dat vooral vanuit het Brussels Gewest via Mol naar Frankrijk gaat, dat op die manier behandeld wordt. De hoge energiekosten van het verwerkingsproces en de grote transportafstand maken deze alternatieve verwerking immers dubbel zo duur als cementering en storten, wat op zichzelf ook al een dure verwerkingsmethode is. Hoe dan ook, het is een alternatieve methode, die we zeker niet uit het oog mogen verliezen.
Ten slotte kan nog worden vermeld dat momenteel door de VITO in opdracht van de OVAM een studie wordt uitgevoerd waarbij de criteria zijn onderzocht om asbesthoudend afval verder te kwalificeren, meer bepaald met betrekking tot de kwalificatie 'vrije vezels'. Of particulieren al dan niet afdoende beschermd worden tegen asbest in openbare gebouwen waarin werknemers tewerkgesteld zijn, hangt af van de aanwezigheid van de verplichte asbestinventaris en de kwaliteit van het beheersplan en de uitvoering ervan. Dit is echter een federale materie. Ter bescherming van particulieren in privé-woningen wordt in het kader van de beleidsnota een sensibiliseringscampagne overwogen. Daarin kunnen worden opgenomen : illustraties van asbesttoepassingen die kunnen voorkomen in en rondom een woning, een beschrijving van het onderscheid tussen gevaarlijke en minder gevaarlijke toepassingen, een beschrijving van veilige verwijderingsmethoden en de plaatsen waar het afval gedeponeerd kan worden, en het aangeven dat men voor gevaarlijke toepassingen best een gespecialiseerde firma contacteert.
Een attestering 'asbestvrije woning' zoals in Nederland vereist is, alvorens tot de sloop van een woning kan worden overgegaan, zou een vergaande maatregel zijn. Dit komt immers neer op een asbestinventaris voor alle te slopen woningen, die moet worden opgesteld door een gespecialiseerd bedrijf. In Nederland blijkt dit systeem niet zo vlot te lopen : ten eerste omdat er een enorme hoeveelheid aan mensen en middelen ingezet dient te worden en ten tweede omdat de handhaving niet sluitend is. Vooraleer een dergelijk systeem in Vlaanderen ingevoerd wordt, dienen we de haalbaarheid na te gaan. Misschien moeten we inderdaad ook een differentiatie inbouwen. Hoe dan ook, deze suggestie zal meegenomen worden in het doelgroepenoverleg en in de komende beslissing over de beleidsnota Asbest.
Binnenkort start de evaluatie van het sectoraal uitvoeringsplan Bouw- en Sloopafval. Ook binnen die procedure zullen we overwegen of de invoering van een voorafgaande inventarisatie van te slopen gebouwen op de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen zoals asbest aangewezen is. Dit kan zeer nuttig zijn, want hierdoor kunnen immers ook de kwaliteit en de afzetmogelijkheden van sloopafval verbeteren.
Enkel cementgebonden asbestplaten mogen aanvaard worden op het containerpark. Die platen worden namelijk beschouwd als bouw- en sloopafval. Ze mogen evenwel niet bij het recupereerbare bouw- en sloopafval gevoegd worden. Deze platen moeten te allen tijde apart gehouden worden omdat ze niet mee gerecupereerd mogen worden. De cementgebonden asbestplaten moeten afgevoerd worden naar een klasse 3-stortplaats.
Niet-cementgebonden asbestvezels of producten die asbestvezels bevatten, mogen in geen geval aanvaard worden op een containerpark, maar dienen steeds door een erkende verwijderaar ter plaatse opgehaald en verwerkt te worden. In Vlaanderen zijn er momenteel twee bedrijven die over een milieuvergunning beschikken voor het behandelen van asbestafval. Na behandeling van het asbestafval bij deze bedrijven wordt het afgevoerd naar een klasse 1-stortplaats voor gevaarlijke afvalstoffen. Zoals hoger vermeld, is er ook nog het systeem van verglazing, maar dat is misschien iets wat we op langere termijn moeten bekijken. Op het cementgebonden asbest mag in geen enkel geval ter plaatse een bewerking worden uitgevoerd. Dat staat zo in de Vlarem-reglementering.
Inzake de bescherming van de werknemers op containerparken kunnen we er van uitgaan dat zij normaal gezien een opleiding hebben gekregen waardoor ze zich voldoende bewust moeten zijn van alle gevaarlijke producten waarmee zij in contact komen. Bovendien dient er, zoals bij alle professionele bedrijvigheden, een bedrijfsgezondheidskundig- en veiligheidstoezicht te zijn. Ik wil daarover bij OVAM nog eens navraag doen.
Meer informatie over asbest en asbestafval is te vinden op de website van OVAM, waar zich een document van 28 april 2000 bevindt dat de hele problematiek van verwijdering en verwerking, evenals de mogelijke voorzorgen bij de behandeling ervan, beschrijft. In het overleg tussen gewesten en gemeenten zal worden bekeken hoe gemeenten het best kunnen worden geïnformeerd over hoe om te gaan met asbestafval.
De hoeveelheid asbestkoord, remblokjes, strijkplankjes, vlamverdelers, ovenwanten, enzovoort, die als afvalstoffen ontstaan bij particulieren, is zeer klein in Vlaanderen. Dit is waarschijnlijk te wijten aan het feit dat particulieren deze producten niet herkennen. Wanneer ze zich van deze voorwerpen ontdoen, zullen zij ze hoogstwaarschijnlijk meegeven met het huisvuil. Indien ze niet werden verwijderd uit de toestellen waarin ze zijn verwerkt, bijvoorbeeld kachels en dergelijke, dan zullen ze ook in andere huishoudelijke afvalstromen terug te vinden zijn. Dit is een gevolg van het feit dat er geen apart inzamelkanaal voor dit soort afvalstof bestaat ten behoeve van de privé-huishoudens.
Deze afvalstoffen worden hoogstwaarschijnlijk ook niet aangeboden als Klein Gevaarlijk Afval. De mensen leggen die link niet. Trouwens, in de lijst van de KGA-afvalstoffen van het VLAREA worden ze niet expliciet vermeld. Wanneer ze toch als KGA worden aangeboden, zullen ze worden verzameld onder de noemer "KGA van gemengde samenstelling" samen met nog andere niet-identificeerbare en potentieel gevaarlijke afvalstoffen. Momenteel beschikt OVAM niet over concrete informatie met betrekking tot de aanwezigheid van asbesthoudende afvalstoffen in het KGA.
Ook over de aanwezigheid van deze afvalstoffen in het huisvuil of andere huishoudelijke afvalstromen is er momenteel geen concrete informatie beschikbaar. De beleidsnota Asbest zal aangeven hoe deze afvalstromen beter kunnen worden beheerst.
Voor de beleidsnota Asbestbeheersing worden maatregelen overwogen in verband met asbest op wegen. Mogelijkheden zijn voorlichting en sensibilisering van de bevolking. Er komt bijvoorbeeld een brochure die de gevaren en mogelijke saneringswijzen verduidelijkt en een verhoogde responsabilisering van de wegbeheerder - vaak gemeentelijke instanties - onder andere bij asbesthoudend materiaal op openbare wegen.
Bij de subsidieregeling naar het Nederlands model van Twente worden particulieren, bedrijven en instellingen een maatregel toegewezen ter sanering die dan wordt uitgevoerd door de provincie. Daaraan is subsidiëring gekoppeld. Voor een dergelijke subsidieregeling zijn momenteel nog geen budgetten ingeschreven. In het geval de veroorzaker van de verontreiniging bekend is, geldt in elk geval het principe dat de vervuiler betaalt.
Er is momenteel geen initiatief tot inventarisatie van asbestwegen en andere kleinere blackpoints. De gevallen die gemeld worden, zijn schaars. Hierbij is er niet zozeer sprake van een bodemsaneringsprobleem, maar eerder van een probleem inzake het onoordeelkundig gebruik van afvalstoffen die via opwaaiing een mogelijk gezondheidsrisico kunnen inhouden.
De voorzitter : De heer Malcorps heeft het woord.
De heer Johan Malcorps : Ik ben blij verrast dat er toch cijfers zijn over asbestgerelateerde aandoeningen. Ik had de vraag ook aan minister Aelvoet gesteld. Buiten het Fonds voor Beroepsziekten kon ze geen cijfers geven. Het is goed nieuws dat er wel zijn op Vlaamse niveau.
Wat betreft biomonitoring in bepaalde risicogebieden rond vroegere asbestbedrijven : het is uiteraard niet de bedoeling om asbestvezels in de longen te meten. Professor Pluyvers wijst er wel op dat via biomonitoring biologische effecten kunnen worden gemeten. Zo kan men preventief optreden. Dat is in gebieden waar men quasi zeker is dat bepaalde personen zware gezondheidsproblemen hebben door de blootstelling aan asbest, uitermate belangrijk.
Nog een derde opmerking in verband met concentraties van asbest in de lucht die in het verleden werden gemeten. Ik stel een verbetering vast en dat is goed nieuws. De concentratie die de WHO als gevaarlijk voor de volksgezondheid heeft vastgelegd, bedraagt 1000 vezels per kubieke meter. De metingen die aan het begin van de jaren tachtig zijn gebeurd in de omgeving van een asbestbedrijf bedroegen concentraties van 20.000 tot 640.000 vezels per kubieke meter. De latentieperiode is dertig tot veertig jaar. Dat illustreert dat we nog een en ander aan problemen kunnen verwachten. Het probleem mag dan ook niet worden onderschat, ook al is de asbestproductie nu stilgelegd.
Tot slot wil ik het nog even hebben over de asbestwegen. Ik weet niet of het probleem schaars is. In Kapelle-op-den-Bos en Tisselt is asbest op grote schaal gebruikt. Natuurlijk moet de vervuiler betalen. Ik daag OVAM echter uit om Eternit daarvoor te laten opdraaien. In elk geval moet het probleem worden opgelost. Zo niet, blijft dit aanslepen voor de volksgezondheid.
De voorzitter : Het incident is gesloten.
TESSENS Lucas
NOTA voor dhr Jos FRANKEN, Project Manager KLG
Edited: 199810282020
1998-10-28


Geachte Heer Franken,
Beste Jos,


Vooreerst wens ik u te danken voor het prettige en open gesprek dat wij maandagavond konden voeren.

Als aanvulling op het bundel dat ik u toen overhandigde vindt u hierbij de nota "Bekabelingsgraad van de particuliere gezinnen in het Vlaams gewest".
94 % van de particuliere gezinnen is bekabeld (cijfer zonder seizoenzuivering voor de Kust).
Deze nota vormt een aanvulling op de statistische benadering in het jaarverslag KLG en kan een aanloop betekenen naar de nominatieve matching waarop nu toch wel sterk wordt aangedrongen. Het spreekt immers vanzelf dat gemeenten met een zeer hoge bekabelingsgraad en een relatief hoog aantal ontduikers bij een nominatieve matching de beste resultaten zullen opleveren. Van de andere kant dient er m.i. een concrete afspraak te worden gemaakt met het controle-team opdat het zich zou bezighouden met taken in gemeenten die moeilijker liggen (waar de resultaten van database matching niet zo evident zullen zijn). Deze taakverdeling zal een groter effect hebben in de bestrijding van de ontduiking. Want zelfs al heeft CIPAL niet de bevoegdheid om de bestrijding van de ontduiking te orchestreren, toch zal CIPAL jaarlijks beoordeeld worden op de geboekte resultaten.

Ik herhaal bij dezer mijn grote interesse voor het OV-dossier.
Vooral de strategische kant van de zaak én de mogelijke synergieën met KLG interesseren mij. Het statistische luik, alle vormen van presentatie, de aanmaak van management-boordtabellen en de opbouw van een OV-expertsysteem lijken mij terreinen te zijn waar ik mijn steentje zou kunnen bijdragen. Wat mij betreft kan de consultancy voor KLG en OV perfect in mekaar overvloeien.

Tot zeer binnenkort.
Met vriendelijke groeten,





Lucas TESSENS
MINISTERIE VAN VERKEER EN INFRASTRUCTUUR
3 SEPTEMBER 1998. - Ministerieel besluit houdende aanpassing voor 1999 van kijk- en luistergeld voor autoradio- en televisietoestellen vastgesteld door de wet van 13 juli 1987 (BSB 19981003)
Edited: 199809030918
MINISTERIE VAN VERKEER EN INFRASTRUCTUUR

3 SEPTEMBER 1998. - Ministerieel besluit houdende aanpassing voor 1999 van kijk- en luistergeld voor autoradio- en televisietoestellen vastgesteld door de wet van 13 juli 1987 (BSB 19981003)

De Minister van Economie en Telecommunicatie,
Gelet op de wet van 13 juli 1987 betreffende het kijk- en luistergeld (1) inzonderheid op de artikelen 2, 3, 4, 6, 7 en 11;
Gelet op de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Koninkrijk tussen de maanden juni 1997 (2) en juni 1998 (3);
Gelet op de dringende noodzakelijkheid de voor 1999 verschuldigde bedragen vast te stellen, ten einde de betrokken dienst de mogelijkheid te bieden de inning ervan tijdig voor te bereiden,
Besluit :
Artikel 1. Bij toepassing van de artikelen 2, 3, 6 en 7 van de wet van 13 juli 1987 wordt het bedrag van kijk- en luistergeld dat wordt geïnd in 1999 gebracht op :
1° 1 104 F voor een autoradiotoestel;
2° 5 304 F voor een zwart-wit-televisietoestel;
3° 7 608 F voor een kleurentelevisietoestel.
Art. 2. De houders die gebruik maken van de mogelijkheid, die bij artikel 14 van de wet van 13 juli 1987 wordt geboden, om te betalen in twee delen gelijk aan de helft van het jaarlijks kijkgeld bedoeld in artikel 1 van dit besluit, dienen de volgende bedragen te betalen :
1° 2 652 F voor een zwart-wit-televisietoestel;
2° 3 804 F voor een kleurentelevisietoestel.
Art. 3. Wanneer de houder van een zwart-wittelevisietoestel zich een kleurentelevisietoestel aanschaft is hij verplicht zoveel maal 192 F te betalen als er nog maanden moeten verlopen tot het einde van de periode waartoe hij behoort naargelang van de eerste letter van zijn naam of zijn benaming.
Art. 4. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.
Brussel, 3 september 1998.
E. DI RUPO
_______
Nota's
(1) Belgisch Staatsblad van 12 augustus 1987.
(2) Belgisch Staatsblad van 28 juni 1997.
(3) Belgisch Staatsblad van 30 juni 1998.
JANSSENS Frederik
Congo Vrijstaat, een blinde vlek in ons collectief geheugen: bespreking van het boek van Hochschild. Met een naschrift over Union Minière.
Edited: 199804090921
Uit het naschrift bij deze bespreking:
De periode die Jules Marchal momenteel bestudeert is de periode tussen 1910 en 1945, de tijd van Belgisch Congo. Hij beschrijft de activiteiten van de Union Minière en wat er gebeurde in de goudmijnen van Kilo-moto. Volgens Marchal is de toestand in Congo na de overdracht door Leopold II verschrikkelijk gebleven. Alle arbeid was dwangarbeid. Slaven werden geleverd door de staat. Hij beseft wel: "Wat ik schrijf zal door de Union Minière resoluut ontkend worden, maar ik houd mij strict aan de gedocumenteerde feiten!". Pas in de jaren vijftig werd de toestand beter in Belgisch-Congo.


SEGERS Yves
De huishuren in België, 1800-1920. Voorstelling van een databank.
Edited: 19980102
Abstract. Deze paper draagt de bouwstenen aan voor een diepgaande analyse van de huurprijsontwikkeling in enkele Belgische steden gedurende de jaren 1800-1920. Nieuw onderzoek in archieven van openbare instellingen (OCMW’s en steden), gecombineerd met reeds gepubliceerd cijfermateriaal, leverde een uitgebreide databank op met huurprijsgegevens van acht Vlaamse en Waalse steden: Antwerpen, Brugge, Brussel, Gent, Kortrijk, Leuven, Luik en Namen. Aan de hand van deze data werden -volgens de methode van een schakelindex- stedelijke indices berekend. Deze vormden op hun beurt de basis voor de berekening van een nationale huurprijsindex. Workshop in Quantitative Economic History, Center for Economic Studies, Katholieke Universiteit Leuven. Juni 1998

Evaluatie van de KLG-anti-ontduikingscampagne via 0900/10.203 - EINDRESULTATEN
Edited: 199712071515
• 1ste periode = 19971001 tot 19971010, 12.00 u
• 2de periode = 19971010, 12.00 u tot 19971017, 12.00 u
• 3de periode = 19971017, 12.00 u tot 19971024, 12.00 u
• 4de periode = 19971024, 12.00 u tot 19971031, 12.00 u
• 5de periode = 19971031, 12.00 u tot 19971107, 12.00 u
• 6de periode = 19971107, 12.00 u tot 19971114, 12.00 u
• 7de periode = 19971114, 12.00 u tot 19971121, 12.00 u
• 8ste periode = 19971121, 12.00 u tot 19971128, 12.00 u
• 9de periode = 19971128, 12.00 u tot 19971205, 12.00 u


1. Tabel 3 gewesten: globaal overzicht van de aangiften

• Vlaams gewest: 29.095 calls leverden 31.689 aangiften op. Per 100 calls worden er dus gemiddeld 109 aangiften ge¬daan.

• Spreiding van de aangiften voor het Vlaams gewest:
 49,74 % auto¬radio's,
 0,37 % zwart-wit-TV
 49,89 % kleuren¬televisie.

• Gecumuleerde bruto-opbrengst uit Vlaams gewest:
 134 miljoen BEF (gerekend aan de taksbedragen 1997).

• Gecumuleerde bruto-opbrengst uit het Rijk:
 135 miljoen BEF (gerekend aan de taksbedragen 1997).

• Pro memorie: bruto-aangiften - 'waste' = netto-aangiften.

Bemerking: Naast de aangiften via het 0900-nummer zijn er nog de schrif¬telijke aangiften via Aalst, de di¬recte stortingen op het reke¬ningnummer, de aangiften via het loket en die via de web-site. De op¬brengst van de anti-ontduikings¬campagne schatten wij op dit ogenblik (5 dec.) op
233 miljoen B¬EF.

2. Tabel/grafiek: analyse van de 9 periodes (Vlaams gewest).

Vervolgens geven wij een overzicht van de resultaten per periode + het totaal. Teneinde de evolutie te visualiseren werden grafieken gemaakt voor elk van de parameters (aantal calls, duur van de gesprekken in uren, aantal aangegeven autoradio's, aantal op¬gedoken houders van zwart-wit-televisies, aantal opgedoken houders van kleuren¬televisies, aantal verdeelde folders).

De laatste periode was een "uitbolperiode".
Op 5 december om 12.00 uur werd - gegeven het snel teruglopend aantal calls - de mogelijkheid om zich via 0900/10.203 aan te melden afgesloten. Een audio-boodschap verwijst naar de verplichting om zich schriftelijk aan te melden te Aalst.


3. "Opgekuiste" ontduiking van kijkgeld. Gemeentelijke benadering.

Men zal zich herinneren dat wij de STATISTISCH MEETBARE ontduiking van kijkgeld als volgt gedefinieerd hebben:

aantal kabelabonnees MINUS het aantal TV-vergunningen.


• Voor een eerste groep van 38 gemeenten gaf dit een negatief cijfer omdat het aantal TV-vergun¬ningen er groter is dan het aantal kabelabonnees. Toch werden uit deze gemeenten in totaal 739 aangiften van TV's ontvangen.


• Een tweede groep betreft 12 gemeenten uit dewelke meer TV-aangiften werden ontvangen dan het verschil uit de formule (kabelabs. - TV-vergunnin¬gen).

Deze 12 gemeenten zijn:
1. Rijkevorsel (22 TV-aangiften tegen 3 statis¬tisch gemeten ontduikers)
2. Waas¬munster (13 tegen 3)
3. Beernem (26 tegen 8)
4. Hoegaarden (12 tegen 5)
5. Vosselaar (9 tegen 4)
6. Avelgem (15 tegen 6)
7. Meeuwen-Gruitrode (27 tegen 20)
8. Herk-de-Stad (35 tegen 27)
9. Wijnegem (12 tegen 9)
10. Boechout (34 tegen 28).
11. Alveringem (9 tegen 8).
12. Nevele (27 tegen 26)


• In de derde en grootste groep van in totaal 258 gemeenten is de statistisch gemeten ontdui¬king in meerdere of mindere mate "opgekuist".

We geven hier het aantal TV-aangiften (enkel diegene die via het 0900-nummer binnen¬liepen!) weer als een percentage van de statistisch gemeten ontduiking.

Een voor¬beeld maakt dit duidelijk: In Hooglede hadden we 25 ontduikers gemeten en er werden uit die gemeente 25 TV-aangiften ontvangen via het call center; de "opkuis" bedraagt er dus 100%.


Hieronder vindt men de TOP 20:

1. Hooglede 100 procent
2. Houthulst 86 procent
3. Bree 85 procent
4. Zandhoven 83 procent
5. Bierbeek 79 procent
6. Wervik 72 procent
7. Ternat 68 procent
8. Lovendegem 64 procent
9. Wingene 61 procent
10. Berlare 60 procent
11. Kalmthout 60 procent
12. Kruishoutem 58 procent
13. Opglabbeek 51 procent
14. Rotselaar 48 procent
15. Poperinge 46 procent
16. Borgloon 44 procent
17. Galmaarden 42 procent
18. Kortemark 42 procent
19. Kuurne 42 procent
20. Liedekerke 42 procent

Hierbij vindt u ook de ALFABETISCHE LIJST van de 308 gemeenten met de relevante cijfers.

4. Een voorlopige conclusie

 Alhoewel diepgaander onderzoek nodig is om deze stelling te bevestigen, durven we nu toch al stellen dat Vlaanderen na deze campagne afstevent op een Europees record: het laagste percentage qua ontduiking van kijkgeld.
Een diepgaand en nog lopend MERS-onderzoek wijst uit dat Vlaanderen reeds gunstig afstak bij de situatie in het Waalse en het Brusselse gewest. Vooral Brussel is een echt probleemgebied wat ontduiking betreft. Na deze campagne zal de "kloof" tussen de gewesten nog verbreed zijn.

 Dat zulks gerealiseerd wordt met een minumum aan middelen (cfr. het klein aantal contro¬leurs) en dat we - internationaal gezien - toch op een hoog bedrag aan "licence fee" zitten, wat ontduiking "lucratief" maakt, vormt een (te verifiëren) merk¬waardige vast¬stel¬ling.

 De hoge penetratie van de kabel en de wettelijk voorziene matchingsmoge-lijkheid met de abonneelijsten zijn niet te onderschatten troeven omdat zij
de PERCEPTIE van de PAKKANS gunstig beïnvloeden.

 De campagne heeft hierop inhoudelijk ingespeeld en gewild deze perceptie versterkt. De gebruikte mediamix en de gefaseerde overgang van 'nationale' media (BRTN, dag- en weekbladen) naar 'regionale' media (regio-TV) hebben de 'nabijheid' van de pakkans gevoelig verhoogd. De bijkomende redactionele aandacht ('free publicity') heeft een katalysator-effect gehad.

 Ook vanuit media-technisch én sociologisch oogpunt vormen de campag-neresultaten een unicum omdat zelden een zo hoge graad van meetbaar¬heid van de feedback ('response rate') wordt bereikt.








Lucas TESSENS/19971207

De Tijd
Financietoren wordt in de loop van volgend jaar verkocht
Edited: 199712051111
05 december 1997 00:00
(tijd) - Minister van Ambtenarenzaken André Flahaut (PS) heeft de Regie der Gebouwen de opdracht gegeven de verkoop van 15 overheidsgebouwen in de loop van 1998 voor te bereiden. De twee pronkstukken op de lijst zijn zonder twijfel de Financietoren en het gebouw van het Rekenhof. De verkoop moet minstens 9 miljard frank opbrengen.Flahaut bevestigde dit donderdag in de Kamer in antwoord op een vraag van VLD-kamerlid Van Aperen. Het bestaan van de lijst was een dag eerder gesignaleerd door de socialistische ambtenarenbond ACOD. De Financietoren, de imposante toren in Noord-Brussel waarin het grootste deel van de centrale fiscale administratie gehuisvest is, is zonder twijfel het meest opvallende bouwwerk op de lijst. Verderop, zij het met een lagere verkoopprioriteit, vinden we nog de classicistische 'residentie' waarin het Rekenhof huist. Ook gebouwen van de ministeries van Verkeer en Buitenlandse Zaken en een aantal gronden en terreinen in de provincie prijken op het lijstje.
TESSENS Lucas
Kijk- en luistergeld CIPAL - Adres- en telefoonlijstje
Edited: 199711300908

CIPAL, Cipalstraat 1, 2440 GEEL
algemeen faxnummer: 014-58.35.00
• Jos FRANKEN (JF)
Tel: 014-576.553 (RL)
GSM: 075-23.79.20
pr. Hoogstraat 20 2400 - Mol • Marcel GEYPEN (MGe)
Tel: 014-563.616

• Bob TIMMERMAN (BT)
Tel: 014-576.473
Privé: 03-542.50.45 • Mia WIELOCKX (MW)
Informatica-opleiding
Tel: 014-576.341

• Willy MOERMANS (WM)
Tel: 014-576.494


• Paul VANDENBROEK (PV¬DB)
Tel: 014-576.247
Pr: Kan. Pee¬tersstraat 132
2600 - Ber¬chem
Tel/fax: 03-230.03.59
• Viviane CNAEPKENS (VC)
Tel: 014-576.552
• François VANDEURZEN (FVD)
Matching RR/DIV/cable
Tel: 014-563.629
• Els HELSEN (web-site)
Tel: 014-576.272 (Marconi) • Patrick ROTEN (PR)
Tel: 014-576.554

KLG-Aalst, Bauwensplaats 13, 9300 AALST (open: 9-16 uur)
• Eddy DEBAETS (ED), District Manager • Jos FRANKEN (JF)
Tel: 053-77.28.40 (RL) Tel: 053-72.25.05 (RL)
GSM: 075-64.74.03 Fax: 053-70.02.84
Fax: 053-70.02.84 • Herman PEVENAGE
• Privé: 053-77.24.00 Tel: 053-72.25.01 (RL)
Binnenstraat 230, 9300 Aalst

Advies & Produktie, Vilvoordelaan 114, 1930 - ZAVENTEM
• Lou MICHIELS, Afgevaardigd Bestuurder
Tel: 02-725.62.72 • Auto: 017-19.98.20 • Fax: 02-725.01.30
• Thomas PAUWELS, Bestuurder/Art Director
Tel: 02-725.62.72 • GSM: 075-42.04.61 • Fax: 02-725.01.30

MERS, P. de Coninckstraat 26, 2600 - ANTWERPEN
• Lucas TESSENS, Bestuurder/Research Director
Tel: 03-218.51.13 • GSM: 075-20.95.00 • Fax: 03-218.72.88

KLG-Brussel, Solvayplein 4, 1210 BRUSSEL
• Frans Van Snick, Director Radio & TV Taxes
• Ingrid Hallaert, Secretaresse
Tel: 02-207.74.10 • Fax: 02-207.74.09

IS Belgacom, Evere
Jos Vanderstappen • Tel: 02-202.56.15

Toerisme Vlaanderen, Grasmarkt 63, 1000 Brussel
1) Hoteldienst
• Jos Vercruysse, Diensthoofd • Ria Bogaert, Medewerkster
Tel: 02-504.03.14 • Fax: 02-504.03.66
2) Studiedienst
Jan Van Praet • Tel: 02-504.03.50 • Fax: 02-504.03.77
DIV - Dienst Inschrijvingen Voertuigen
• Jacques Gallien • Tel: 02-287.45.86

NIS - Nationaal Instituut voor de Statistiek
• Leuvenseweg 44, 1000 Brussel, Henri Laes, e.a. Statisticus • Tel: 02-548.63.00
• Rubenslei 2, 2018 Antwerpen, Viviane Vertommen • Tel: 03-231.19.20 • Fax: 03-233.28.30

Kabinet WDM, Koolstraat 35, 1000 Brussel
Tel: 02-227.24.11 • Fax: 02-227.24.05
• Hedwig Van der Borght, KC • Dirk De Keuster, Adviseur
• Carl Buyck, Woordvoerder

Vlaamse Gemeenschap, ABAFIM, Boudewijnlaan 30, 1000 Brussel
• Yves Hantson, Directeur, Tel: 02-507.52.82 • GSM: 075-27.86.31 • Fax: 02-507.55.42
• ontvangsten VG: H. Pierreux, Adjunct v/d Dir., Tel: 02-507.54.59, Fax: 02-507.54.61

Drukkerij Joos NV, Everdongenlaan 14, 2300 - Turnhout
Tel: 014-44.21.21 • Fax: 014-44.21.29

Web-site: http://www.cipal.be/kijkenluistergeld

SITEL, Woluwelaan 158, 1831 - Diegem
• Kathleen Blomme Tel: 02-713.95.11 Fax: 02-713.95.06
• Anne-Marie V.d. Bosch Tel: 02-713.95.11 Fax: 02-713.95.06 GSM: 075-46.37.94
• Philippe Weyers Tel: 02-713.95.11 Fax: 713.95.00
• Bob Winderix, Floor manager

Dienst Omroepbijdragen, Mr R.M. Peters, Directeur
Kanonstraat 4, NL - 2514 - AR - 's-GRAVENHAGE - Nederland
Tel: 00-31-70.361.97.80 • Fax: 00-31-70.361.97.90
Yvonne Bliekendaal (mee getelefoneerd op 19971106)

laatste aanpassing: 19971130
LT
Bestaansminimumtrekkers
Edited: 199710200901
*FAXBERICHT • FAX MESSAGE

To: Kabinet van de Minister van Financiën, Begroting en Gezond¬heidsbe¬leid¬, ter attentie van dhr Dirk De Keuster, Adviseur, Kool¬straat 35, 1000 Brussel
From: Lucas TESSENS, Bestuurder/Research Director MERS
Date: 19971020
Ref: Bestaansminimumtrekkers
Pages (this one included): 1+2
Tel: 02-227.24.11
Fax: 02-227.24.05

Geachte Heer De Keuster,
Beste Dirk,

Uit de Financieel Economische Tijd van 19971018:
"Aantal bestaansminimumtrekkers stijgt.
(belga) - Het voorbije jaar is het aantal bestaansminimumtrekkers in België met 6 procent toegenomen. Sinds 1990 steeg het aantal onafgebroken met 61 procent. De sterke con¬centratie van bestaansminimumtrekkers in de steden blijft. Dat blijkt uit het Jaarboek Armoede en Sociale Uitsluiting 1997 dat door de UFSIA in Antwerpen werd samengesteld en dat eind november wordt gepubliceerd. Ter gelegenheid van de VN-werelddag tegen extreme armoede op 17 oktober werden enkele gegevens uit het boek vrijgegeven. Voorts blijkt dat ook het aantal gezinnen met afbetalingsproblemen en schuldenlast verder stijgt en dat 10 procent van de Belgische gezinnen slecht gehuisvest blijft."

Omdat ontduiking van kijk- en luistergeld in vele gevallen ook het gezicht van de armoede en de sociale uitsluiting draagt, hadden wij begin van dit jaar een mini-onderzoek opgestart naar deze parameters. U vindt de kerncijfers die wij hierrond verzamelden in bijlage. De problematiek is complex. Toch zal men - vanuit een sociale reflex in het beleid - oog moeten hebben voor de vereen¬zaamde pauper die weliswaar een TV-toestel bezit als enig venster op de wereld, maar het hoge kijkgeld NIET KAN betalen. Tijdens één van onze laatste gesprekken heb ik aangeduid hoe, niettegenstaande het feit dat de KLG-wetgeving federaal is, geageerd kan worden in deze materie. Dit alles ter overweging. Ik mag erop wijzen dat deze zienswijze van persoonlijke aard is.

Zeer vriendelijk,



Lucas TESSENS

Bijlagen:
- Aantal bestaansminimumtrekkers VL, WAL, BR, B (1990-1996)(klgarm1.xls)
- Evolutie aantal rechthebbenden tegemoetkoming aan gehandicapten (90-95)
- Centrale voor Kredieten aan Particulieren, Kerncijfers (kredcent.xls)
LT
Evaluatie van de KLG-anti-ontduikingscampagne
Edited: 199710120901
Evaluatie van de KLG-anti-ontduikingscampagne
via 0900/10.203
Resultaten 19971002 - 19971010


1. Basisgegevens

Op 10 oktober ontvingen wij via e-mail van SITEL de resultaten over de periode 2 oktober - 10 oktober 1997 (diskette RAPP1010.xls, Excel 4.O).
Er moet door SITEL nog nauwkeuriger worden opgegeven voor welke periode (van welk uur tot welk uur) de rapportering geldig is.

Dit bestand bevatte per gemeente (op NIS-code) volgende elementen:
• aantal calls
• totale duur van de gesprekken in seconden
• aantal aangegeven autoradio's
• aantal aangegeven zwart-wit-TV's
• aantal kleuren-TV's
• aantal aangevraagde folders in de nederlandse taal
• aantal aangevraagde folders in de franse taal
Het door Sitel aangeleverde bestand beantwoordt daarmee aan de opdracht tot statistische rapportering zoals door MERS opgedragen bij fax van 199710¬02. Eén gegeven werd niet verstrekt: het aantal doorver¬wijzigingen naar back end nummer Aalst. Dit gegeven is echter van secundair belang.



2. Correctie

Het MERS stelde vast dat in het bestand een dubbeltelling voorkomt van 132 calls, met name deze afkomstig uit het Brussels gewest (19 ge¬meenten). SITEL heeft blijkbaar alle calls uit deze 19 gemeenten samen¬gebracht onder Brussel (NIS-code 21004) maar dezelfde calls ook nog eens onder Bruxelles (eveneens NIS-code 21004) vermeld.
Het MERS heeft de cijfers voor deze 132 calls geëlimineerd.


3. Resultaten na correctie

In de beschouwde periode werden 4.249 calls ontvangen. De totale ge¬spreks-duur bedroeg 637.350 seconden of 10.622 minuten of 177 uur.
Een gemiddelde call nam aldus 2,50 minuut in beslag.
Zoals te verwachten was kwam het gros van de calls vanuit het Vlaams gewest: 4.106 calls. Uit Brussel kwamen er 132 en uit het Waals gewest 11.

3.1. Aangegeven autoradio's (toestellen)
In totaal werden er 2.139 autoradio's geregistreerd.
• Vlaams gewest: 2.094
• Brussels gewest: 39
• Waals gewest: 6

3.2. Aangegeven kleurentelevisies (houders)
In totaal deden 2.313 personen (huishoudens) aangifte van één of meer kleuren-TV's.

• Vlaams gewest: 2.225
• Brussels gewest: 84
• Waals gewest: 4

Uit de nominatieve CIPAL-matching zal moeten blijken welke en hoeveel van de 88 aangiften, afkomstig uit het Waalse en het Brusselse gewest, slaan op tweede verblijven (thuishorend in het Vlaamse KLG-bestand) dan wel of er een overdracht van gegevens naar de andere gewesten dient te geschieden. Ook de voorwaarden van de overdracht dienen dan nog te worden bekeken.

3.3. Aangegeven zwart-wit-televisies (houders)
In totaal deden toch nog 21 personen (huishoudens) aangifte van een zwart-wit-televisietoestel.

• Vlaams gewest: 19
• Brussels gewest: 2



4. Folders

In totaal werden er 487 folders verdeeld (485 NL, 2 FR).
Hiermee is 1,6 % van de 30.000 bij SITEL gestockeerde folders ver¬deeld.




5. Opbrengsten (bruto)

Overeenkomstig de beslissing van het Kabinet zullen alle aangiften aangere¬kend worden vanaf 1 oktober 1997. In de praktijk wil dit zeggen dat er voor autoradio, z/w-TV en kleuren-TV resp. 1.068 BEF, 5.136 BEF en 7.368 BEF zal worden aangerekend (geldende taksbedragen 1997).
De totale bruto-opbrengst voor de beschouwde periode bedraagt aldus 19.434.492 BEF.

gewest
AR z/w TV kl TV Totaal
VL 2.236.392 97.584 16.393¬.800 18.727¬.776
BR 41.652 10.272 618.912 670.836
WAL 6.408 0 29.472 35.880
totaal 2.284.452 107¬.856 17.042¬.184 19.434¬.492

Opgelet! De bovenstaande berekening is voorlopig en bruto. Inderdaad, de netto-opbrengst kan slechts berekend worden na de nominatieve matching door CIPAL: eliminatie van nep-aangiften, grappenmakers, dubbele aangiften, niet-traceerbare aangiften wegen foutieve input door TO, enz...


Incidentie op begrotingsjaar 1997

Aangezien de aangiften alle vanaf 1 oktober 1997 aangerekend worden zullen de uiteindelijke netto-bedragen slechts voor 3/12de aan het begro¬tingsjaar 1997 mogen worden toegewezen. Het saldo (9/12de) is over te dragen op het begrotingsjaar 1998 (overlopende rekening).

6. Outbound calls & audiotex

Tijdens de betrokken periode (19971002 - 19971010) zijn er piek¬momenten geweest die niet direct en live door het dedicated KLG-team van SITEL konden worden opgevangen.
Van een deel van deze calls werd enkel het telefoonnummer door een non-dedicated TO genoteerd en werd er daarna (tijdens daluren) in outbound call gewerkt.
Van deze activiteit kregen wij tot op heden nog geen rapportering.

Ook van de inzet van de audiotex-formule (nalaten van telefoonnummer door opbeller via intoetsen) tijdens 'outlogged periods' (bvb. 's nachts) werd nog geen rapportering ontvangen. Het is overi¬gens niet duidelijk of deze techniek wel effectief werd ingezet. Het is ons bekend dat er hierrond technische problemen gerezen zijn en dat men minstens tijdens één nacht een formule heeft gehanteerd waarbij één TO een gecom¬bineerde Proximus/KLG-opdracht kreeg.

Wij herinneren eraan dat een outboundgesprek à 125 BEF/call zal gefac¬tureerd worden door SITEL.


7. Andere respons-kanalen (feedback)

Andere gebruikte respons-kanalen buiten het 0900-nummer zijn:
• back end nummers Aalst (production teams)
• loket Aalst
• Kabinet van de Minister
• inzendingen aangifteformulier (folder)

Vooral het eerste en het laatste respons-kanaal kan nog voor een serieuze upgrading van het effect zorgen. De inzendingen van aangif¬teformulieren ex folder zullen echter met vertraging zichtbaar en kwan¬tificeerbaar worden. Het folder-effect is van een informatiever aard en daardoor diepgaander en moet op langere termijn beschouwd worden.

8. Retributie op telecom-kost


Over de periode werden voor 10.622 minuten inbound gesprekken genoteerd.
Dit zou betekenen dat Belgacom hierop een maximale omzet scoorde van 192.789 BEF (6,05 BEF x 3 x 10.622). De helft wordt geristorneerd aan CIPAL, zijnde 96.695 BEF.
De berekening is theoretisch want mede afhankelijk van het tijdstip van de call (zwart tarief van 18u30 tot 08u00 + weekends en wettelijke feestdagen = 6,05 BEF/40 sec.).


9. Verslaggeving pers & TV

Op basis van dit rapport kan gedacht worden aan een kort en factueel persbericht met distributie via het agentschap Belga.

Overigens mag gezegd worden dat de Vlaamse dagbladen zeer veel interesse betonen voor de campagne, ook nog een week na de perscon¬ferentie. Deze weerklank in de pers versterkt ongetwijfeld het effect van de campagne.

Ook de regionale TV-zenders hebben er aandacht aan. Zo ging Focus Tele¬visie uitgebreid (street interviews, vertoning kleurenkaart provincie West-Vlaanderen) in op de problematiek van de zware ontduiking in tweede verblijven aan de Kust. Via het uitwisselingsprogramma tussen de regionale TV-stations kwam dit Focus-thema ook in andere provincies aan de orde (met name op zondag via ATV in de provincie Antwerpen). De 'carroussel'-bericht¬geving verhoogt de visibi¬liteit en dus de con¬tactkans en bijgevolg de respons-rate.


10. Tweemaal een gemeentelijke TOP-20

In de bijlagen bij dit rapport geven wij de 20 gemeenten die het hoogst aantal aangiften opleverde, éénmaal voor autoradio, éénmaal voor kleurentelevisie.
Het is o.i. nog iets te vroeg (niet-representatief) om per gemeente relatieve scores te berekenen (aangiften gerelateerd aan de gemeten ontduiking).




Lucas TESSENS
Bestuurder/Research Director
19971012
LT
persverslaggeving KLG-persconferentie
Edited: 199710020902
*FAXBERICHT • FAX MESSAGE

To: Dienst Kijk- en Luistergeld, ter attentie van de heer Eddy DEBAETS, Manager, Bauwensplaats 13, 9300 AALST
From: Lucas TESSENS, Bestuurder/Research Director MERS
Date: 19971002
Ref: persverslaggeving KLG-persconferentie
Pages (this one included): 1+5
Tel: 053-72.25.00
Fax: 053-70.02.84



Geachte Heer Debaets,
Beste Eddy,



Hierbij zend ik u de persverslaggeving uit volgende dagbladen:
FET, De Standaard, Het Laatste Nieuws, De Morgen.

Commentaar:
U merkt dat de onderscheiden dagbladen op verschillende wijze het thema belichten en dat er enkele fouten slopen in de cijfergegevens (zelfs de gezaghebbende FET ontsnapt er niet aan: 150.000 "zwartluis¬teraars").
De titel van HLN "7 controleurs voor 150.000 zwartkijkers" minima¬liseert impliciet de pakkans, terwijl toch matching het meest effectieve in¬strument is voor het opsporen van de zwartkijkers. HLN is de enige krant die het 0900-nummer vermeldt.
De Morgen geeft een foutieve interpretatie aan de notie "Mission State¬ment".

Toch is de toon overwegend positief en krijgen de berichten een goede plaats (cover + blz. 2 of 3). Er mag dan ook gesproken worden van een uitstekend "gecoverde" boodschap. Vergeten we ook niet dat de TV-spot, integraal opgenomen in het BRTN-nieuws, zorgt voor "free publi¬city" voor het 0900-nummer. De carroussel-formule van het Journaal (TV1) in de late avond zorgde dan nog eens voor een mul¬tiplicator-effect.

Met vriendelijke groet,



Lucas TESSENS
Bestuurder/Research Director
LT
Ontduiking kijkgeld in het Waals gewest (262 gemeenten)
Edited: 199709210901
*FAXBERICHT • FAX MESSAGE

To: CIPAL, t.a.v. dhr Jos Franken, Adjunct van de Directeur-Gene¬raal/¬Team Leader KLG, Cipalstraat 1, 2440 GEEL.
From: Lucas TESSENS, Bestuurder/Research Director
Date: 19970921
Ref: Ontduiking kijkgeld in het Waals gewest (262 gemeenten)
Pages (this one included): 2
Tel: 014-57.65.52
GSM: 075-23.79.20
Fax: 014-58.35.00


Geachte Heer Franken,
Beste Jos,

Teneinde voorbereid te zijn op een eventuele opdracht vanwege de com¬binatie IBM-CIPAL hebben wij alvast een analyse doorgevoerd van de ontdui¬king van kijkgeld in het Waals gewest (262 gemeenten).
Aangezien wij (nog) niet beschikken over kabel-cijfers per gemeente, hebben wij het aantal geregistreerde TV-houders (per 31.12.1996, excl. hotels en verhuring) gedeeld door het aantal particuliere huishoudens (cijfers Rijks¬register per 1.1.1997).
Het Waals gewest scoort hier met 79% beduidend lager dan het Vlaams gewest (87,4%). Het verschil tussen beide gewesten is concordant met de resultaten van recent onderzoek naar normbesef en waarden.
We geven hieronder de TOP 10 van de gemeenten waar de ontduiking, gemeten naar dit criterium, (hoogstwaarschijnlijk) het grootst is. U merkt dat de afwijking van het gewest-gemiddelde enorm kan zijn en dat het stedelijk fenomeen weer tenvolle speelt.

1. Liège 61
2. Ottignies-Louvain-la-Neuve 62
3. Mons 68
4. Froidchapelle 70
5. Huy 71
6. Mont-Saint-Guibert 71
7. Lasne 71
8. Verviers 72
9. Chaumont-Gistoux 72
10. Charleroi 72


Commentaar:

1) Het Waals gewest is (mede) wegens de kleinere bevolkingsdichtheid minder bekabeld dan Vlaan¬deren (83.9% tegen 93.3%)(zie noot). Een matching met kabel¬abonnee-bestanden laat aldus een grotere proportie ontduikers (antenne-bezitters) ongemoeid. Zulks betekent dan weer dat de inzet van meer contro¬leurs ten velde aan¬gewezen is.
2) Anders dan in Vlaanderen zou men met de Franse gemeenschap moeten kunnen bedingen dat IBM(-CIPAL) de vrije hand krijgt in de methodische bestrijding van de ontdui¬king. Alsdan zou men kunnen bedingen dat de resultaten van de strijd tegen de ontduiking gelieerd zouden zijn aan een commissie voor de outsourcing-contractant, i.c. IBM (en dus onrechtstreeks CIPAL).
3) Er zijn aanwijzingen (cfr. normbesef en kleinere pakkans) dat bij gelijkblij¬vende inzet van middelen de strijd tegen de ontduiking in Wal¬lonië minder resultaat zal opleveren dan in Vlaanderen.
4) Men zal bij de interpretatie van ontduikingscijfers ook rekening houden met productiviteitsverschillen tussen de inningscentra (Namur < Aalst). Verschillen in 'managerial skills' kunnen deze distorsies nog versterken.
5) Een diepgaand 'due diligence'-onderzoek met een aantal 'nulmetingen' is meer dan aangewezen alvorens zich contractueel vast te spijkeren.


Met vriendelijke groet,






Noot:
benaderende kabelpenetratie bij particuliere gezinnen in de 3 gewesten
(RTD 19960930/R¬R 19970101):
• Vlaams gewest: 93.3%
• Brussels gewest: 75.2%
• Waals gewest: 83.9%
LT
PC's in basisscholen
Edited: 199707160914
*FAXBERICHT • FAX MESSAGE

To: Kabinet van de Vlaamse Minister van Onderwijs, ter attentie van dhr Marc Wouters, Secundair Onderwijs & Informatica-projecten, Mar¬telaarsplein 7, 1000 - Brussel
From: Lucas TESSENS, Bestuurder/Research Director MERS
Date: 19970716
Ref: PC's in basisscholen
Pages (this one included): 1+2+3
Tel: 02-227.21.26 (RL)
Fax: 02-227.27.05



Geachte Heer Wouters,


Aansluitend bij ons telefoongesprek doe ik u hierbij de 10 "bouw¬stenen" geworden die wij aan de evaluatie van de Minister-President voorleg¬den in ons schrijven van 19970715.

Het voornemen van de Vlaamse regering om een substantiële investering te realiseren in het basisonderwijs juich ik toe. Dit ligt in het verlengde van hetgeen het "Studiesyndicaat Nieuwe Diensten via Kabel" (GIMV/¬Vlaamse Gemeenschap) in 1994 voorstelde (het MERS schreef de draft-opdracht voor dit studiesyndicaat en maakte deel uit van de werkgroep) en wat leidde tot Telenet. Het komt er immers op aan de jongeren van de vaardigheden en de middelen te voorzien om een maximaal nut uit de informatiesnelwegen te putten. In een economie die tendeert naar "gewichtloosheid" (des¬industrialisering) is dit voor het vrijwaren van de werkgelegenheid van cruciaal belang.

Tevens zend ik u een nota die de activiteiten van het MERS belicht.

Het MERS wil via de voorgestelde "task force" (punt 1) of op een andere manier een bijdrage leveren aan dit toekomst¬gerichte project.

Met hoogachting,




Lucas TESSENS
Bestuurder/Research Director

(uittreksel uit ons schrijven van 19970715 aan de Minister-President)

Ziehier 10 BOUWSTENEN die wij voor een efficiënte aanpak zien:

1

Installatie van een task force (max. 8 mensen) ter begeleiding van het gehele project. Voorzien van secretariaats-ondersteuning en een budget voor deze task force. Overleg met uw collega L. Van den Bossche.

2

Contacten met leveranciers van hardware teneinde maximale sponsoring te voorzien voor nieuwe pc's; gebruik maken van gerecycleerde pc's en betere organisatie van het recyclage-proces; vastlegging van de mini¬mum-basiscon-figuratie van de te gebruiken pc's (CPU 80386DX).

3

Keuze van de software: o.i. heeft Microsoft een zodanige voorsprong ge¬nomen dat men moet kiezen voor de programma's 'Word' voor het nieuwe lezen/schrijven en 'Excel' voor het nieuwe rekenen, alles in Windows-om¬geving; Vlaanderen zou een mega-licentie voor het basison¬derwijs moeten bedingen.

4

Onmiddellijke start van een korte (minder dan 20 uur) en practisch gerichte lerarenop¬leiding voor pc: het zou o.i. een vergissing zijn te denken in de richting van een specifieke pc-leraar; de 'pc-vaardigheid' wordt best geïnte¬greerd in de lessen Nederlands en rekenen omdat dan de link kan gelegd worden met de klas¬sieke lees-, schrijf- en reken¬methodes.

5

Onmiddelijke start van een middelgroot project in een 200-tal basis¬scholen (zo'n 5.000 pc's), provinciaal gespreid; vastlegging van een gefaseerd plan voor een totaal-dekking van het basisonder¬wijs tegen 2002.


6

Avondgebruik van de pc-klassen voor bijscholing, al dan niet betalend (criteria uitwerken).

7

Gefaseerde inkoppeling van 'Telenet' in de scholen en toelevering van Internet over Telenet; afsluiten van een mega-contract.


8

Installatie of renovatie van de interne kablering in scholen waardoor het project gebruik kan maken van servers; inzet van de know how van de kabelmaatschappijen (bijna alle intercommunales); afsluiten van een mega-contract voor toelevering van kabels (coax/fiber).


9

Jaarlijkse grondige evaluatie en bijsturing van het project tijdens een open studiedag mét publicatie van de resultaten en verspreiding via de media.


10

Instellen van een prijs voor de school met de beste pc-basisopleiding (ince¬n-tive op het project).
LT
PC-project in basisscholen
Edited: 199707150916
*Enkele namen i.v.m. PC-project in basisscholen
█ ARGO
• Mevr. Martine De Vos, Hoofd afdeling informatieverwerking, tel: 02-505.¬19.31, fax: 02-505.19.30, e-mail: mdevos@argo.be, Belliardstraat 12, 1040 - Brussel. Afspraak 19970820 om 10.30 uur. Wil meewerken om de zaak op gang te trekken. De Vos heeft wel bevoegdheid voor informatica maar is op pedagogisch vlak niet bevoegd. Pedago¬gische bevoegdheid ligt provinciaal versnipperd. Volgens MDV moeten de leerkrachten toch wel een incentive krijgen, bvb. een notebook-pc voor thuisgebruik.
• Dhr Jan Seynaeve & Freddy De Grendel, informatica voor basisonderwijs, tel: 02-234.59.53
• Mevr. Chantal De Meuter, Perschef/PR, tel: 02-505.17.27
• Documentatiedienst (Frank Bombeke, Hendrik Van Eeghem), tel: 02-505.18.14, fax: 02-505.17.73. Frank Bombeke is goede doorverwijspersoon.
• Site: http://www.argo.be
█ Katholiek Onderwijs (VSKO). Binnen het VSKO bestaat het Vlaams Verbond van het Katholiek Basisonderwijs (VVKBaO).
Aan Guido Van Horebeek en Dirk Rooman zullen wij vragen ons in contact te brengen met de juiste persoon voor het basisonderwijs. Wellicht is ook in het KO een splitsing gemaakt informatica/pedagogisch luik en is er bovendien decentralisatie naar het niveau van de bisdommen.
█ Departement Onderwijs, Centrum voor Documentatie & Informatie, Koningstraat 71, 1000 Brussel, tel: 02-219.18.00, fax: 02-219.77.73, Freddy Deprez (assistente = Sandra)
█ Kab. LVDBrande, Luc Vanfleteren, Wetenschapsbeleid & Technologie, Mar¬telaarsplein 19, 1000 - Brussel, tel. 02-227.29.11, fax: 02-227.29.05. Telefoon¬gesprek 19970715: voor kabinet is vastgelegd krijgen van substantieel bedrag in begroting 1998 prioritair; voor de toelevering van Internet aan de scholen worden geen specifieke maatregelen genomen om Telenet voorrang te geven, de markt moet kunnen spelen; LV zal zijn budgetberekeningen doorfaxen; naar het onderwijs toe is er tot nog toe weinig gedaan en men wenst er nog niet zoveel ruchtbaarheid aan te geven; het klopt dat Medialab in academische milieus blijft rondcirkelen en dat Medialab weinig visibel is voor de gewone burger.
█ Kab. LVDBossche, René Bauwens, Adviseur Basis- en Buitengewoon onderwijs, Mar¬telaarsplein 7, 1000 - Brussel, tel. 02-227.27.11, fax: 02-227.27.05. Telefoongesprek 19970716 met Marc Wouters: Wetenschapsbeleid zal ook budgetbijdrage leveren; nota aan Minister kan binnen enkele weken ten vertrouwelijken titel aan ons worden doorgezonden; 10 bouwstenen per fax doorgezonden naar Wouters.
Pro memorie
5.000 PC's x 40.000 = 200 miljoen BEF (Vanfleteren zou 50.000 BEF/pc budgetteren)
Vragen:
• Quid met opvolging PC-gebruik na basisonderwijs??? Indien geen opvolging dan ebt effect van PC-opleiding vlug weg.
• Cijfers aangaande PC-gebruik en PC-bezit in basisonderwijs en secundair.
• Cijfers leraars Nederlands en wiskunde? Is dat gelijk aan aantal zesde leerjaren?
• Cijfers 12-jarigen > bevolkingsstatistieken + prognoses Planbureau. Van 67.679 kinderen in 1997 naar 73.618 in 2005.
• Recentste VRIND (1996) te consulteren.
• Invloed Georges Monard aan te wenden?
TESSENS Lucas
Nota aan de Minister-President
Edited: 199707150915
De heer Luc Van den Brande
Minister-President
Martelaarsplein 19
1000 - BRUSSEL


Antwerpen, 15 juli 1997


Betreft: "Het ogenblik is aangebroken om 'Vlaanderen-Europa 2002' te herijken. Daarbij moeten we nieuwe inhoudelijke klem¬tonen leggen. Het volstaat niet langer dat onze kinderen goed kunnen rekenen en schrijven. Zij zullen ook meertalig moeten zijn, maar ze zullen ook moeten kunnen rijden op de informatiesnelweg. We zullen een belangrijke extra inspan¬ning doen om in een meer¬jarenprogramma er voor te zorgen dat alle leerlingen van het zesde leerjaar evengoed kunnen omgaan met een pc als met een boek." (uit uw officiële 11 juli-redevoering)




Geachte Heer Minister-President,




Bovenstaande passage uit uw 11 juli-redevoering heeft onze speciale aan¬dacht getrokken. Proficiat! Zeer terecht plaatst u lezen, rekenen en pc-vaardigheid op één lijn. Een nieuwe vorm van analfabetisme ("digi¬betisme") steekt de kop op. Enkel een practische opleiding die gebruik maakt van training en routine zal kunnen verhinderen dat deze kwaal onze jongeren aantast.

In 1994 hebben wij uw kabinet en daarna de GIMV geadviseerd aan¬gaande de te nemen stappen inzake de kabel (interconnectie van de verzor¬gingsgebieden en creëren van de terugweg). Dit leidde tot Telenet.
Toen hebben wij binnen het "Studiesyndicaat Nieuwe Diensten over de Kabel", waarvan wij in januari 1994 overigens de draft-opdracht schre¬ven, een lans gebroken voor een maatschappelijke en culturele benade¬ring van de infor-matiesnelwegen.


Aansluitend bij Telenet werd 'Medialab' opgestart. Ook hierover dienden wij het Kabinet van advies. Wij kunnen ons echter niet van de indruk ontdoen dat 'Media¬lab' al te theoretische blijft, cirkelend binnen de universitaire milieus.
Het is van essentieel belang:
• de risico's van een gebrek aan pc-vaardigheid onder ogen te zien;
• pragmatische oplossingen aan te reiken;
• de oplossingen te coördineren.
Die oplossingen liggen zeer zeker in de onderwijssfeer.

Niemand twijfelt aan de noodzaak om onze kinderen te leren lezen, schrijven en rekenen. Maar zij die er nog aan twijfelen dat ook het kunnen werken met een pc een basisvaardigheid is, worden best wan¬delen gestuurd.

In deze materie moet men snel en doortastend tewerk gaan. Zo moeten we de kinderen niet gaan vervelen door uit te leggen welke de com¬ponenten van een pc zijn of hoe een pc werkt. Je leert ook geen wagen besturen via weten¬schap over de ontploffingsmotor of de functie van een versnellingsbak.

Ziehier 10 BOUWSTENEN die wij voor een efficiënte aanpak zien:

1

Installatie van een task force (max. 8 mensen) ter begeleiding van het gehele project. Voorzien van secretariaats-ondersteuning en een budget voor deze task force. Overleg met uw collega L. Van den Bossche.

2

Contacten met leveranciers van hardware teneinde maximale sponsoring te voorzien voor nieuwe pc's; gebruik maken van gerecycleerde pc's en betere organisatie van het recyclage-proces; vastlegging van de mini¬mum-basiscon-figuratie van de te gebruiken pc's (CPU 80386DX).

3

Keuze van de software: o.i. heeft Microsoft een zodanige voorsprong ge¬nomen dat men moet kiezen voor de programma's 'Word' voor het nieuwe lezen/schrijven en 'Excel' voor het nieuwe rekenen, alles in Windows-om¬geving; Vlaanderen zou een mega-licentie voor het basison¬derwijs moeten bedingen.

4

Onmiddellijke start van een korte (minder dan 20 uur) en practisch gerichte lerarenop¬leiding voor pc: het zou o.i. een vergissing zijn te denken in de richting van een specifieke pc-leraar; de 'pc-vaardigheid' wordt best geïnte¬greerd in de lessen Nederlands en rekenen omdat dan de link kan gelegd worden met de klas¬sieke lees-, schrijf- en reken¬methodes.

5

Onmiddelijke start van een middelgroot project in een 200-tal basis¬scholen (zo'n 5.000 pc's), provinciaal gespreid; vastlegging van een gefaseerd plan voor een totaal-dekking van het basisonder¬wijs tegen 2002.


6

Avondgebruik van de pc-klassen voor bijscholing, al dan niet betalend (criteria uitwerken).

7

Gefaseerde inkoppeling van 'Telenet' in de scholen en toelevering van Internet over Telenet; afsluiten van een mega-contract.


8

Installatie of renovatie van de interne kablering in scholen waardoor het project gebruik kan maken van servers; inzet van de know how van de kabelmaatschappijen (bijna alle intercommunales); afsluiten van een mega-contract voor toelevering van kabels (coax/fiber).


9

Jaarlijkse grondige evaluatie en bijsturing van het project tijdens een open studiedag mét publicatie van de resultaten en verspreiding via de media.


10

Instellen van een prijs voor de school met de beste pc-basisopleiding (incen-tive op het project).




Geachte Heer Minister-President, begin 1994 schreven wij zoals gezegd de draft-opdracht voor het "Studiesyndicaat". Vandaag bieden wij onze diensten aan onder de vorm van een nieuw project ("PC? Kinderspel").

Eerstdaags zal ik met Mevrouw Yvette Delameilleure contact opnemen teneinde met u een gesprek te kunnen vastleggen.


Met bijzondere Hoogachting,






Lucas TESSENS
Bestuurder/Research Director
LT
Bevolking, huishoudens, televisiebezit, kabelabon¬nees en ontduiking van kijkgeld in Vlaanderen. De globale analyse kritisch bekeken.
Edited: 199707040918
*NOTA

To: CIPAL, t.a.v. dhr Jos Franken, Adjunct van de Directeur-Generaal/¬Team Leader KLG, Cipalstraat 1, 2440 GEEL.
From: Lucas TESSENS, Bestuurder/Research Director
Date: 19970707
Ref: PERSCONFERENTIE KLG 19971001 • Wetenschappelijke onderbouw
Pages (this one included): 1 + rapport
Tel: 014-57.65.52 • GSM: 075-23.79.20 • Fax: 014-58.35.00


Geachte Heer Franken,
Beste Jos,


Hierbij vindt u het rapport
"Bevolking, huishoudens, televisiebezit, kabelabon¬nees en ontduiking van kijkgeld in Vlaanderen. De globale analyse kritisch bekeken."
Het rapport maakt gebruik van de meest recente cijfergegevens.

M.i. kan dit rapport dienen als basistekst voor een presentatie van ca. 10 minuten door onder¬getekende tijdens de geplande persconferentie van 1997¬1001. Meteen zou daarmee de KLG-actie als methodisch en weten¬schappelijk onderbouwd over¬komen, een troef voor de Vlaamse Gemeen¬schap en voor CIPAL (meerwaarde door outsourcing), zo dunkt me.
Het rapport, aangevuld met kleurkaarten, zou meege¬geven worden in de persmap. Ook een vulgariserende samenvatting van max. 1 pagina, direct bruikbaar voor journalisten, zou worden voorzien. Deze samenvat¬ting zou ook in ASCI op diskette worden gezet, een service die door journalisten op prijs wordt gesteld.

Uiteraard is dit slechts een voorstel en dient de procedure de goed¬keuring weg te dragen van de Vlaamse Gemeenschap (Kabinet en administratie) en van CIPAL.

Voor verder gevolg.

Met vriendelijke groet,



Lucas TESSENS
LT
Geamendeerde nota betreffende het call center
Edited: 199707040917
*FAXBERICHT - FAX MESSAGE

To: CIPAL, t.a.v. dhr Jos Franken, Adjunct van de Directeur-Generaal/¬Team Leader KLG, Cipalstraat 1, 2440 GEEL.
From: Lucas TESSENS, Bestuurder/Research Director
Date: 19970704
Ref: Geamendeerde nota betreffende het call center
Pages (this one included): 1+2
Tel: 014-57.65.52
GSM: 075-23.79.20
Fax: 014-58.35.00


Geachte Heer Franken,
Beste Jos,


Aansluitend bij Lou's memo (overleg stuurgroep KLG-campagne) zend ik u hierbij de geamendeerde nota betref¬fende het call center voor KLG (0900-nummer).

Van kapitaal belang hierin is de directe link tussen call center en het integrale DIV-bestand. Ook reeds voor de offerte-aanvraag bij 3 call centers (beïnvloedt scenario!). Wil zo vlug mogelijk uitsluitsel geven.

U zult deze nota wel willen doorspelen aan de betrokkenen binnen CIPAL.


Met vriendelijke groet,




Lucas TESSENS









DISCUSSIENOTA 19970703
Mediacampagne KLG & organisatie van een call center.
Geamendeerde versie na overleg 19970703 tussen: Danielle Mes¬maekers, Els Helsen, Filip De Graeve, Patrick Roten, Eddy Debaets, Lou Michiels, Lucas Tessens. Aansluitend overleg met Dirk De Keuster (Kab. WDM) en Jos Franken.

• Call center operationeel op donderdag 19971002, d.i. dag na perscon¬feren¬tie!
• Idealiter beschikt het externe call center (d.i. buiten KLG-Aalst) over een rechtstreekse link op het centrale KLG-bestand. Principe = aanvaard door Kabinet.
• Er wordt geopteerd voor een 0900-nummer (beslissing Kabinet WDM).
• In ieder geval dienen de tele-operatoren opgeleid te worden via korte maar intensieve briefing (schematisch overzicht verloop gesprek). Supervisie door KLG-expert aan te raden (bijsturen procedure en opvang probleemgevallen). Rollenspel in testfase inbouwen. Hiervoor zal men een beroep doen op de ervaring van district manager, diens assistants, de sectiechefs en controleurs. • Er moet een keuze gemaakt worden betreffende de UREN dat het call center gedurende 8 maanden bereik¬baar is.

Mogelijke intro's bij call center

1.1. Het gaat over autoradio

• Mag ik uw nummerplaat? >>> Veronderstelt dat alle nr-platen van DIV in KLG-base ingeput zijn (zoniet wordt call center zeker duurder want input-tijd is groter). Persoonsgegevens verschijnen onmiddellijk op sch¬erm + gegevens over AR én TV. Check op de naam (veiligheid!).

• Actie:
1.1.1. nr-plaat zonder KLG-nummer > input aanmelding > overschij¬vingsfor¬mulier via printshop (Joos?) naar persoon in kwestie / hebt u ook een TV op dat adres? > ja (zie verder) of neen (beëindigen ge¬sprek)

1.1.2. nr-plaat mét KLG-nummer > hebt u misschien nog een wagen met AR? > ja (zie 1.1.1.) of neen > hebt u misschien ook een TV? > zie 1.2.

Noteer dat bovenstaande situatie een normaal gesprek zou zijn. Indien de opbeller zijn nummerplaat niet kent ziet het scenario er geheel anders uit. Bij de aankondiging van het 0900-nummer in de campagne: "Zorg dat u uw plaatnummer bij de hand hebt!".


1.2. Het gaat over TV

• Mag ik uw naam (evt. spellen) + gemeente + straat + nr? > search

Actie:

1.2.1. TV-bezitter zit mét KLG-nummer in bestand > u bent in regel > hebt u misschien ook een TV in een tweede verblijf? > ja (adres op¬nemen, zie 1.2.2.) of neen > hebt u een autoradio? ja (zie 1.1.) of neen (beëindigen gesprek).

1.2.2. TV-bezitter zonder KLG-nummer > input aanmelding > over¬schij-vingsformulier via printshop (Joos?) naar persoon in kwestie / hebt u ook een AR? > ja (zie hoger) of neen (beëindigen gesprek)


1.3. Men wil specifieke of algemene info

• Specifieke vraag (anoniem) > mondeling antwoord (beëindigen ge¬sprek).

• Specifieke vraag met overgang naar 1.1. of 1.2. (zie aldaar).

• Algemene info > input naam en adres > printshop Joos of eigen printshop call center voor toezending leaflet > link met bestaande naam in KLG-bestand (spoor dat betrokkene info heeft opgevraagd) of new record in KLG-bestand (nog zonder dossier¬nummer).


1.4. "Specials"
• Voor speciale gevallen (betaalproblemen, deurwaarderszaken, etc.) denkt men aan een rechtstreekse tele-doorverbinding (leased line) naar KLG-Aalst = special branch. Buiten de kantooruren van KLG-Aalst wordt het telefoonnum¬mer van het betrokken Production Team te Aalst door¬gegeven (afhankelijk van adres op-beller/ligging hoofd- of tweede ver¬blijf).

• In het scenario dienen ook de vragen betreffende VRIJSTELLINGEN te worden vermeld.


LT/19970704

TESSENS Lucas
Mediacampagne KLG & organisatie van een call center.
Edited: 199707020918
DISCUSSIENOTA 19970703
Mediacampagne KLG & organisatie van een call center.
Aangereikt ter amendering/verfijning.


• Idealiter beschikt het externe call center (d.i. buiten KLG-Aalst) over een rechtstreekse link op het centrale KLG-bestand.

• In ieder geval dienen de tele-operatoren opgeleid te worden via korte maar intensieve briefing (schematisch overzicht verloop gesprek). Supervisie door KLG-expert aan te raden (bijsturen procedure en opvang probleemgevallen). Rollenspel in testfase inbouwen. Hiervoor zal men een beroep doen op de ervaring van district manager, sectiechefs en controleurs.

• Er moet een keuze gemaakt worden betreffende de UREN dat het call center bereikbaar is.


Mogelijke intro's bij call center

1.1. Het gaat over autoradio

• Mag ik uw nummerplaat? >>> Veronderstelt dat alle nr-platen van DIV in KLG-base ingeput zijn (zoniet wordt call center zeker duurder want input-tijd is groter). Persoonsgegevens verschijnen onmiddellijk op sch¬erm + gegevens over AR én TV. Check op de naam (veiligheid!).

• Actie:

1.1.1. nr-plaat zonder KLG-nummer > input aanmelding > over¬schij-vingsformulier via printshop (Joos?) naar persoon in kwestie / hebt u ook een TV? > ja (zie verder) of neen (beëindigen gesprek)

1.1.2. nr-plaat mét KLG-nummer > hebt u misschien nog een wagen met AR? > ja (zie 1.1.1.) of neen > hebt u misschien ook een TV? > zie 1.2.

Noteer dat bovenstaande situatie een normaal gesprek zou zijn. Indien de opbeller zijn nummerplaat niet kent ziet het scenario er geheel anders uit. Bij de aankondiging van het 0800-nummer in de campagne: "Zorg dat u uw plaatnummer bij de hand hebt!".


1.2. Het gaat over TV

• Mag ik uw naam (evt. spellen) + gemeente + straat + nr? > search

Actie:

1.2.1. TV-bezitter zit mét KLG-nummer in bestand > u bent in regel > hebt u misschien ook een TV in een tweede verblijf? > ja (adres opnemen, zie 1.2.2.) of neen > hebt u een autoradio? ja (zie 1.1.) of neen (beëindigen gesprek).

1.2.2. TV-bezitter zonder KLG-nummer > input aanmelding > over¬schij-vingsformulier via printshop (Joos?) naar persoon in kwestie / hebt u ook een AR? > ja (zie hoger) of neen (beëindigen gesprek)


1.3. Men wil specifieke of algemene info

• Specifieke vraag (anoniem) > mondeling antwoord (beëindigen ge¬sprek).

• Specifieke vraag met overgang naar 1.1. of 1.2. (zie aldaar).

• Algemene info > input naam en adres > printshop Joos of eigen printshop call center voor toezending leaflet > link met bestaande naam in KLG-bestand (spoor dat betrokkene info heeft opgev¬raagd) of new record in KLG-bestand (nog zonder dossier¬num¬mer).


1.4. "Specials"

• Voor speciale gevallen (betaalproblemen, deurwaarderszaken, etc.) zou men kunnen denken aan een rechtstreekse tele-doorver¬binding (leased line) naar KLG-Aalst = special branch. Denk om de openings¬uren!


• In het scenario dienen ook de vragen betreffende VRIJSTELLINGEN te worden vermeld.



LT/19970702
LT
Kijk- en luistergeld zorgt voor druk jaar.
Edited: 199701281015
Tekst voor het CIPAL-jaarverslag 1997

Kijk- en luistergeld zorgt voor druk jaar.

In het najaar 1996 schreef de Vlaamse overheid een offerteronde uit voor de outsourcing van de inning en de invordering van het kijk- en luistergeld. Veertien kandidaten, onder wie enkele wereldreuzen, schreven in.
Tot nog toe viel de inning van deze taks onder de bevoegdheid van Belgacom.
Na een zware onderhandelingsronde kwam CIPAL als de beste uit de bus en op 28 januari 1997 werd een contract voor 5 jaar getekend. De overeenkomst is verlengbaar met een nieuwe termijn van 5 jaar.
De opdracht is omvangrijk want zij bestaat niet alleen uit de informatisering maar omvat ook het gehele management en de totale reorganisatie van de Dienst.
Op 27 maart leverde CIPAL de Due Diligence in bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Hierin werd de toestand van de Dienst omstandig beschreven.
Op 28 maart ging in de gebouwen van de Dienst Kijk- en Luistergeld te Aalst een ontmoeting met de 176 personeelsleden door. CIPAL stelde in heldere taal de doelstellingen en de verantwoordelijkheden voorop. De dienst kreeg meteen een nieuwe huisstijl en ook een klaar 'mission statement'. De toon voor de nieuwe aanpak was gezet.

Op 1 april nam CIPAL dan het management in handen en duidde dhr Jos Franken, adjunct van de directeur-generaal, aan als project-verantwoordelijke. Het aanwezige management werd evenwel erkend en vlot ingeschakeld in de nieuwe werking. De reorganisatie startte onmiddellijk.
Op 1 juni startte de IT-training van het personeel. De talrijke instanties waarmee het Kijk- en Luistergeld in verbinding staat (Dienst Inschrijvingen Voertuigen, Rijksregister, kabelmaatschappijen, etcetera) werden gecontacteerd en ingelicht over de nieuwe procedures.

Op 1 september nam CIPAL de gehele informatica-verwerking van Belgacom over. De verzending van 2.108.486 betalingsformulieren vanaf 1 oktober betekende de vuurdoop.

Op 1 oktober gaf Vlaams Minister Wivina Demeester - De Meyer het startschot voor een mediacampagne (pers, TV, folders, internet-site) ter bestrijding van de ontduiking. Men had immers vastgesteld dat het aantal kabelabonnees in Vlaanderen hoger lag dan het aantal geregistreerde TV-houders. Ook de bezitters van niet aangegeven autoradio's vormden een doelgroep.


KERNCIJFERS PER 1.1.97
HUISHOUDENS 2.335.718
KABELABONNEES 2.194.105
GEREGISTREERDE TV-HOUDERS 2.038.804
PERSONENWAGENS 2.589.298
GEREGISTREERDE AUTORADIO'S 1.827.013
TOTAALOPBRENGST 1996 15,7 miljard

De campagne leverde op twee maand tijd meer dan 70.000 nieuwe aangiften op. Een schot in de roos voor al wie de rechtvaardigheid in fiscaliteit ter harte neemt.

Gedurende het jaar 1998 moet de reorganisatie geconsolideerd worden. Het vertrek van tientallen personeelsleden, die gebruik maken van de Belgacom-uitstapregeling, mag de werkzaamheden in geen geval verstoren. Aanwervingen zijn alvast geprogrammeerd. Verder wordt in 1998 de matching van de bestanden van de kabelmaatschappijen met het KLG-bestand opgevoerd om de nog steeds bestaande ontduiking verder terug te dringen. Tenslotte sleutelt CIPAL aan een geheel nieuwe computertoepassing voor de inning. Deze wordt operationeel vanaf 1 januari 1999.




In ieder geval mag gezegd worden dat CIPAL erin geslaagd is twee verschillende bedrijfsculturen op een nieuwe noemer te brengen en in harmonie te laten samenwerken. Zulks vergt de inzet van veel menselijk kapitaal en dit blijkt in onze organisatie ruim voorhanden te zijn.




LT/1998-01-28
TESSENS Lucas
Telenet - Lange aanloop (in Trends Top Informatica 1997)
Edited: 199700001001

De geboorte van Telenet is recent. Toch mogen we niet vergeten welke lange geschiedenis eraan vooraf is gegaan. In feite behoort de gehele uitbouw van de teledistributie sinds 1970 tot de aanloopperiode. Nergens ter wereld heeft men op zo'n grote schaal aan bekabeling gedaan als in België.
Het aantal abonnees van dit netwerk groeide van 213.350 abonnees in 1972 tot 3.657.648 eind 1996. In Vlaanderen zijn er vandaag zo'n 2,2 miljoen kabelabonnees, na correctie voor seizoenabonnees in de kustgemeenten geeft dit ongeveer 91 % van de huishoudens.

De groei viel vanaf de jaren tachtig onder de 5 % om sinds 1995 onder de één procent te duiken. De komst van VTM, dat sinds februari 1989 exclusief via de kabel te ontvangen is, zorgde in Vlaanderen nog voor een korte groeistoot. Tegelijk bond VTM de abonnee als het ware aan de kabelmaatschappijen. Dit is ook één van de redenen waarom privé-schotelantennes in België een randfenomeen bleven. VTM was voor de kabel een geschenk uit de hemel. Hieruit is alvast een les te trekken: inhoud is een sterk bindmiddel tussen hardware en consument.

Twee factoren verklaren kabelsucces: de kabel bracht bijkomend entertainment onder technisch voortreffelijke omstandigheden en tegen een lage prijs naar een kijker die meer dan ooit tevoren over koopkracht en vrije tijd beschikte. Een aansluiting op de kabel en het kiezen van programma's vergde van de eindgebruiker ook geen speciale vaardigheden, een voordeel wanneer men een technisch massaproduct op de markt gaat neerzetten.

In België zijn er via Belgacom zo'n 4,7 miljoen vaste telefoonaansluitingen actief. De telefoon was nuttig zonder meer maar men kon er weinig plezier aan beleven. Telefonie leverde niet meer dan een relatieve bereikbaarheid op. Ook is het opvallend dat antwoord- en faxapparaten zo traag ingang vonden in ons land. Telefonie heeft bovendien het nadeel dat een intensief gebruik ook meteen de rekening de hoogte injaagt. Na honderd jaar kent de telefoon een nieuwe boom dankzij de GSM, die mobiliteit toevoegt aan bereikbaarheid. Een paar jaar na de introductie lopen 800.000 Belgen met een zaktelefoon rond en bij de eeuwwisseling zouden het er twee miljoen kunnen zijn. Ook een zekere vorm van snobisme heeft de spectaculaire groei aangestuurd: een GSM-toestel aan de broeksband suggereert belangrijkheid van de omgorde.
De meest opvallende evolutie die bij de kabel te bemerken viel, was het stijgend aantal geleverde programma's: van negen in 1972 naar meer dan dertig vandaag. Vooral de opkomst van de satelliet-tv-stations vanaf het midden van de jaren tachtig heeft hiertoe bijgedragen.

Rond 1990 groeide bij de kabelmaatschappijen dan het besef dat de sector een saturatieniveau had bereikt. Eens de laat op gang gekomen bekabeling van Limburg achter de rug, ging de groei van het aantal abonnees zich uitdrukken in tienden van procenten. Bovendien zorgde een streng prijsbeleid, een lage inflatie en een tanende koopkracht (drop outs) voor een markt waaruit de 'rek' weg was.

De kabelmaatschappijen - over het algemeen samenwerkingsverbanden tussen gemeenten, de intercommunales - waren echter niet bij machte om complementaire markten te gaan bespelen. Enerzijds ontbrak het aan strategisch inzicht, anderzijds zorgde de probleemloos geïnde kabelfrank voor een zekere gemakzucht. Een redelijke groei van de dividenden in de gemeentebegroting was meestal voldoende om 'avonturen' of nieuwe inzichten in de kiem te smoren. Bovendien waren de gas- en vooral de elektriciteitsbelangen van de intercommunales veel lucratiever. Een enkeling zoals Electrabelkabeldirecteur Norbert De Muynck was een roepende in de woestijn.

Het voorbeeld van FilmNet, sinds eind 1985 actief op de markt met een betaaltelevisiekanaal, dat maar niet op break-evenpositie geraakte, versterkte de trend van voorzichtigheid. Een segmentatie van het programma-aanbod werd uitgesteld wegens onzeker.

AL GORE. In januari 1993 zond de aantredende Vice-President Al Gore een duidelijk signaal uit. Internet, en netwerken in het algemeen, zouden de wereld veroveren. Ook Europa raakte in de ban van dit toekomstbeeld en de information highways werden constanten in toespraken. Op het Europese continent was een sterke penetratie van de breedbandige kabel enkel in de kleine, dichtbevolkte Benelux een realiteit. Hier stond men dus het dichtst bij die highways. In vele andere landen diende men nog te beginnen. Niet te verwonderen dat een echt Europees kabelbeleid in feite nooit bestaan heeft vóór het jaar 1994.

LAPPENDEKEN. In maart 1993 heeft het MERS in een rapport over de Vlaamse mediasector ("De Vlaamse Media"), opgesteld voor het Kabinet Van den Brande, gewezen op de "massale onderbezetting van de mogelijkheden van de kabel". Ook de structuur van de teledistributiesector kwam in het rapport uitgebreid aan bod. De verzorgingsgebieden van de 21 kabelmaatschappijen vormen op de kaart van Vlaanderen een 'lappendeken'.
In augustus 1997 besliste Leuven dan nog om tegen 1999 via Iverlek III een nieuw kabelnet in de stad uit te bouwen, in rechtstreekse concurrentie met het bestaande net van Radio Public. Versnippering was altijd al het meest opvallende kenmerk van de sector.
Het rapport bepleitte een interconnectie van de verzorgingsgebieden. Een signaal, te Maaseik ingespoten, zou dan in De Panne ontvangen moeten kunnen worden. Weg met de muurtjes, leve de ontsluiting!
Het Vlaamse teledistributienetwerk is ongeveer 53.000 km lang. Het zijn de kabels die men langs de gevels en op palen ziet. Slechts een klein deel ligt ondergronds. Het distributienetwerk wordt gevoed door circa 11.000 km primair net, vertrekkend vanuit de zogenaamde kopstations. De verhouding tussen beide delen van het TVD-netwerk ligt op ongeveer 5 km distributienet voor één km primair net. Het aantal abonnees per kilometer distributienet varieert enorm omdat de ene kabelmaatschappij actief is in een stedelijk gebied en de andere in een rurale streek. We hebben te maken met een vork van 31 (PBE) tot 74 (Integan) abonnees per km. Dit heeft natuurlijk zijn gevolgen voor de return on investment (ROI) bij ingrepen op het net die het telefonierijp moeten maken. De fasering in de ombouw van het net (de plaatsing van terugwegversterkers, e.d.) zal normaal de ROI-logica volgen.
Statutair gezien zijn er vier soorten kabelmaatschappijen: de zuivere en de gemengde intercommunale, de privé-maatschappij en de gemeentelijke regie. Eind 1996 was zo'n 67 % van de abonnees aangesloten bij gemengde intercommunales, het samengaan van gemeenten en Electrabel. De zuivere intercommunales namen 31 % van de abonnees voor hun rekening.
Electrabel werd en wordt gedomineerd door Franse maatschappijen. Deze situatie stond haaks op de Vlaamse verzuchtingen die neergelegd waren in het zgn. 'verankeringsbeleid'. Het differentiëren van het kabelgebruik (welzijnsalarmering, telecontrole, video op aanvraag, enzovoort) zou meteen ook een versterking van de Fransen in de plots strategisch genoemde kabelsector betekenen. Anderzijds moest een kabelbeleid oog hebben voor de gemeentelijke autonomie, iets waaraan zowel de zuivere als de gemengde intercommunales sterk gehecht zijn. Een al te autoritair optreden van de Vlaamse regering of van het coördinerende GIMV tegenover de gemeenten kon vlug in het verkeerde keelgat schieten. Dansen op eieren leek een makkelijker bezigheid.

SPRAAKMAKENDE TELEFONIE. Een resem adviezen vulde het MERS-rapport van maart 1993 aan. Luc Van den Brande mag als de echte 'vader' van het Telenetproject worden bestempeld, want in oktober 1993 kondigde hij in zijn beleidsbrief de oprichting aan van een 'Studiesyndicaat Kabel'. In januari 1994 werd het MERS verzocht om een draft-opdracht voor dit studiesyndicaat uit te schrijven (zie ook onze vrije tribune in Trends van 13.1.1994 on de titel Koop de kabel ! ). Vervolgens kreeg de Gewestelijke Investeringsmaatschappij (GIMV) de taak toegewezen om de werkzaamheden van het onderzoeksteam te coördineren. De kabelsector was voor de GIMV onbekend terrein. De overheidsholding had aanvankelijk absoluut geen klare kijk op de mogelijkheden, al wil men dat vandaag niet meer toegeven. In juni 1994 kwam de werkgroep een eerste keer bijeen. In de prille beginfase lag het niet in de bedoeling om telefonie over het kabelnetwerk te gaan doen. Die optie kwam er een maand later, in juli 1994, en het is nog steeds niet uitgemaakt wie die optie heeft doorgedrukt. Een direct gevolg van die keuze was dat een vertegenwoordiger van Belgacom uit de werkgroep geweerd werd.
De 'hype' rond de liberalisering van de spraaktelefonie vanaf 1998 heeft zeer zeker bijgedragen tot het kiezen van de telefoniepiste. Het eindrapport van het Studiesyndikaat kwam er, rekening houdend met de draagwijdte van wat voorgesteld werd, ontzettend vlug. Ook de Vlaamse regering heeft qua decision making alle records gebroken, want op 26 oktober 1994 reeds was het eindrapport van het SNDKT in de Ministerraad goedgekeurd en was Telenet beleidsmaterie geworden. Vlaamse beleidsmaterie weliswaar. In telecomland was nog nooit zo hard gefietst. Ook de federale regering was op snelheid gekomen en werd onverhoeds geconfronteerd met een pril Vlaams telecombeleid dat roet in het eten kon gooien bij de gedeeltelijke privatisering van het nationale Belgacom. Telenet drukte de prijs van de Belgacomaandelen, zo werd beweerd. Het communautaire duiveltje liet zijn staart zien!

De verantwoordelijkheid die men op zich laadde was enorm: zowel de samenwerking tussen de kabelmaatschappijen als de financiering van het Telenetplan waren een uitdaging van formaat. Ook op technisch vlak diende men een wereldprimeur uit te dokteren. Het distributief opgebouwde kabelnetwerk (point - multipoint) zou drager worden van zowel televisiesignalen (het klassieke gebruik) als van spraaktelefonie, een per definitie punt-tot-punt-aangelegenheid. Dit laatste veronderstelt dat men over de kabel een zogenaamde 'terugweg' vanuit de huiskamer naar een schakelpunt creëert. De diverse schakelpunten moeten met elkaar verbonden worden door glasvezelkabels met hoog debiet.
Megacentrales worden gebouwd in volgende 7 gemeenten: Hoboken (Antwerpen), Brugge, Kortrijk, Gent, Brussegem (Asse), Leuven en Hasselt.

GEVOLGEN. A