Search our collection of 12.012 BOOKS

Author
Title
Publisher
Keywords
Booknr

Search our 2.649 News Items

INDEX AUTHORS


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

We found 13 books

We found 144 news item(s)

LAMERS Han (edit.)
Op zoek naar Utopia. Tentoonstellingsgids Museum M te Leuven 20/10/2016 - 17/1/2017
Speciale uitgave van Openbaar Kunstbezit Vlaanderen. Pb, 4to, 40 pp., rijkelijk geïllustreerd in kleur.
Hulde aan Thomas More en zijn Utopia.
meer Utopia
€ 10.0

BUY

Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - CIPAL - MERS - Tessens Lucas
Belastingdienst voor Vlaanderen - Onroerende Voorheffing - Jaarverslag 2001
In 4to, geniet, illustraties en kaarten in ZW en kleur, 76 pp. verscheen op slechts 250 ex. Geeft een compleet inzicht in de inning van deze belasting. Bevat ook de evolutie van de Gini-coëfficiënt voor en na belastingen voor de periode 1982-1997. Van 0.340 in 1982 naar 0.373 in 1997 voor belastingen en van 0.263 naar 0.304 na belastingen.


€ 10.0

BUY

Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - CIPAL - MERS - Tessens Lucas
Belastingdienst voor Vlaanderen - Onroerende Voorheffing - Jaarverslag 2002
In 4to, geniet, illustraties en kaarten in ZW en kleur, 84 pp. verscheen op slechts 250 ex. Geeft een compleet inzicht in de inning van deze belasting.
€ 15.0

BUY

SOMERS Herman H.
Geheim en wijsheid der Jezuïeten - Het epos van een militante orde (1540-1990)
Paperback 252 pp. 15x23cm Bibliografie, index. Noot LT: Herman Somers is doctor in de psychologie, de theologie en de filosofie en letteren; het boek kwam tot stand na uitvoerige studie, observatie en analyse en met de hulp van inside-informatie en van een veertigjarige ervaring van het leven binnen de sociëteit. Het boek hangt een haast ongeloofwaardig beeld op van de talloze intriges waarin deze orde de hand had. Delen van de tekst gaan terug op de "Monita Secreta" (arcana) van 1612, waarvan wordt aangenomen dat het om een vervalsing van de regels van de orde gaat.
€ 15.0

BUY

TIMMERS J.J. Prof Dr
Kleine atlas van de Nederlandse beschaving
1st Gebonden, linnen, met originele stofomslag, 13,5*20 cm, rijk geillustreerd (236 ill), kaarten, tekeningen, Register, 232p,
€ 10.0

BUY

de privatisering van Belfius is een beroving van de Staat, dus van ons allen
Edited: 201801111307



Halt aan de privatisering van Belfius. Wij vragen een publiek debat over de toekomst van de bank.
De overheid heeft de verkoop van Belfius aangekondigd. De bank is vandaag voor 100 % in handen van de Staat en dus van de bevolking. Voorafgaand aan deze beslissing vond er geen enkel debat plaats. De beslissing om Belfius in een logica van korte-termijn winsten te duwen door een verkoop, zelfs al is die maar gedeeltelijk, zal nochtans een belangrijke impact hebben op de Belgische maatschappij en haar economie :

We ontnemen ons de mogelijkheid om een echte toegang tot bancaire diensten te garanderen : direct contact met het personeel en niet enkel online, bankkantoren in dorpen,…

We ontnemen ons de mogelijkheid om de kredieten te oriënteren in het belang van de maatschappij en de gemeenten: financiering van de energietransitie, investeringen in publieke infrastructuur, …

We ontnemen ons een echt alternatief : een bank waarvan de voornaamste doelstelling is om het publieke belang te dienen en niet de zakken van de aandeelhouders te vullen.

Daarom eisen we :

– De onmiddellijke stopzetting van het privatiseringsproject van Belfius en het einde van het mandaat dat aan de zakenbanken gegeven werd.

– Het openen van een publiek debat (met parlementairen, het middenveld en de werknemers uit de sector) over de toekomst van de bank en over het nut van een publieke bank in België.

We kunnen niet toelaten dat de uitvoerende macht in zijn eentje een lichtzinnige beslissing neemt over de toekomst van één van de voornaamste banken in België. We roepen op tot dringende actie van het Federale Parlement met betrekking tot dit onderwerp.


teken de petitie


zie ook de studie van Dierckx
TESSENS Lucas / MERS
Ongelijkheid meten? Doe het dan tegoei !!!
Edited: 201712141051
De Tijd van vandaag heeft het over een studie van de KU Leuven waaruit blijkt dat de ongelijkheid in België niet toeneemt. De studie van Piketty wordt daarmee tegengesproken, aldus de onderzoekers en De Tijd.
De conclusie is totaal ONWAAR.
Immers, de onderzoekers meten enkel het INKOMEN.
Het VERMOGEN blijft volledig buiten de analyse. Wel is er een verwijzing naar de voorlopige resulaten van Du Caju (2016), maar ook daar zijn vraagtekens bij te plaatsen.
Als De Tijd een kwaliteitskrant wil zijn, dan moet hij doordachte en volledige informatie brengen, geen 'geprepareerd' voeder.

Want, wat blijkt ook: de vergoedingen van grootverdieners worden vaak (en meer en meer) na facturatie uitbetaald aan managementvennootschappen en die bedragen worden niet meegeteld in de 'studie'; ze komen immers niet terecht in de inkomensmassa. Het verhaal van oude appelen en nieuwe citroenen.




Wij zonden deze reactie ook naar de hoofdredactie van De Tijd.
Tegelijk stelden wij vast dat de Contactpagina van De Tijd niet werkt.

Hieronder vindt u de Leuvense Economische Standpunten:


hier vindt u wat meer informatie en boeken over ongelijkheid
KOOLS Ingrid, SOULLIAERT Francis, TESSENS Lucas
Gedachtenwisseling tussen de Vlaamse Regulator voor de Media (VRM) en het Media Expert Research System (MERS) over het ontbreken van een analyse van 'media ownership' in de rapporten 'Mediaconcentratie in Vlaanderen'.
Edited: 201712121540


20171222
Geachte heer Tessens,

Uw aanvraag tot afschrift van de volledige schriftelijke rapportering van het overleg tussen de VRM en de VTC dat leidde tot de beslissing om een “gegroepeerde geanonimiseerde weergave” te brengen in de rapporten “Mediaconcentratie in Vlaanderen” werd geregistreerd op 11 december 2017.

Het overleg tussen de VRM en de VTC is uitsluitend mondeling gebeurd tijdens een werkvergadering die plaats vond op 12/05/2016 en resulteerde niet in enig geschreven stuk. Deze opgevraagde documenten bestaan niet en er kan dan logischerwijs ook geen afschrift van worden verleend.

Hiermee is uw vraag van 11 december 2017 beantwoord.

Hoogachtend,

Ingrid Kools




20171212
Geachte heer Tessens,
Uw vraag werd geregistreerd op maandag 11 december 2017 en wordt verder onderzocht.
Met de meeste hoogachting,
Ingrid Kools

20171211
Geachte Mevrouw,
Bedankt voor uw antwoord.
Graag ontving ik de volledige schriftelijke rapportering van het overleg tussen de VRM en de VTC dat leidde tot de beslissing om een “gegroepeerde geanonimiseerde weergave” te brengen in de rapporten “Mediaconcentratie in Vlaanderen”.
Ik doe hierbij beroep op de regels rond de openbaarheid van bestuur.
Met vriendelijke groeten,
Lucas TESSENS

20171208
Geachte heer,
Zoals beschreven onder 2.12 WETTELIJKE FUNCTIEHOUDERS op pagina 147 dienen er bij een rapportering over personen bepaalde privacyregels gerespecteerd te worden.
De gegevensverzameling en –verwerking gebeurde in overleg met de Vlaamse Toezichtcommissie voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, en is om die reden een gegroepeerde geanonimiseerde weergave.
Indien u de figuren 42, 58 en 81 te sterk geconsolideerd vindt, biedt het rapport wel de nodige aanknopingspunten om meer details op te zoeken.
Wanneer u de KBO-nrs die vermeld staan in de organigrammen van de groepen ingeeft in de databank van de balanscentrale of de KBO, vindt immers u alle informatie over mandaten.
https://www.nbb.be/nl/balanscentrale/jaarrekeningen-raadplegen?l=nl
http://kbopub.economie.fgov.be/kbopub/zoeknummerform.html;jsessionid=14E7B0F4F1032C61E07F2D3F672EBE1F.worker4b
Met vriendelijke groeten,
Ingrid Kools

20171208
Van: Soulliaert, Francis
Verzonden: vrijdag 8 december 2017 13:28
Aan: Lucas Tessens
CC: Kools, Ingrid
Onderwerp: RE: bestelling rapport Mediaconcentratie in Vlaanderen

Geachte mevrouw,
Dank alvast voor uw opmerkingen. We vinden het altijd interessant om feedback te krijgen op het rapport.
Ik plaats alvast Ingrid Kools, één van de auteurs van het rapport, in cc van deze mail.
Ik vermoed dat zij nog wel even inhoudelijk zal ingaan op uw opmerkingen.
Vriendelijke groet
Francis Soulliaert
Communicatieverantwoordelijke

Vlaamse overheid
AGENTSCHAP VLAAMSE REGULATOR VOOR DE MEDIA
T 02 553 27 39
francis.soulliaert@vrm.vlaanderen.be
Koning Albert II-laan 20 bus 21, 1000 Brussel
www.vlaamseregulatormedia.be

Van: Lucas Tessens [mailto:lucas.tessens@mers.be]
Verzonden: vrijdag 8 december 2017 12:39
Aan: Soulliaert, Francis
Onderwerp: RE: bestelling rapport Mediaconcentratie in Vlaanderen

Geachte Heer Soulliaert,
Ik heb de 2 exemplaren van het rapport 2017 inderdaad in goede orde ontvangen. Dank daarvoor.
Ziehier de kritiek die ik op mijn website www.mers.be heb geformuleerd:
Kritiek LT: de rapporten van de VRM zouden beter 'Structuur van de mediasector in Vlaanderen' als titel dragen. Inderdaad, er wordt nauwelijks aandacht besteed aan de stroomopwaartse richting, m.a.w. het doorstoten naar de eigenaars van de media. En tenslotte gaat het daar toch om. Wie trekt er aan de touwtjes?
In de VRM-rapporten laat men de gehele superstructuur (of bovenbouw zo u wilt) en de verwevenheid van eigenaars ongemoeid. Je verneemt zelfs niks over de samenstelling van de raden van bestuur. Een rapport over 'media ownership' is dit dus niet. En daar stel ik vragen bij.
In onze rapporten van 1993-1994 (MERS - De Vlaamse Media – Een sector in de stroomversnelling) hadden wij de stroomopwaartse richting – media ownership – wél in detail geanalyseerd. Die rapporten werden gemaakt in opdracht van de Vlaamse Regering.
Versta mij niet verkeerd. Ik vind de rapporten van de VRM goed gemaakt (hier en daar zitten wel wat foutjes) maar ik mis dus een belangrijke component: media ownership.
Heeft de VRM daarover een afzonderlijk rapport ter beschikking?
Met hoogachting,
Lucas TESSENS


From: Soulliaert, Francis [mailto:francis.soulliaert@vrm.vlaanderen.be]
Sent: donderdag 7 december 2017 11:59
To: lucas.tessens@mers.be
Subject: bestelling rapport Mediaconcentratie in Vlaanderen

Geachte heer,
De Vlaamse Regulator voor de Media wenst u graag te bedanken voor uw bestelling van het rapport Mediaconcentratie in Vlaanderen 2017.
De gedrukte exemplaren werden onlangs naar u verzonden. Als alles goed gaat zou u deze dus al ontvangen moeten hebben.
Op de hoogte blijven van het nieuws van de VRM? Dat kan op volgende manieren:
Twitter- www.twitter.com/vrmmedia
Linkedin - Onze pagina kan bereikt worden via deze link.
Of schrijf in op onze nieuwsbrief - http://www.vlaamseregulatormedia.be/nl/nieuws/vrm-nieuwsbrief

Met vriendelijke groet

Francis Soulliaert
Communicatieverantwoordelijke
TESSENS Lucas / MERS
Overzicht van de mediagroepen in Vlaanderen - Links naar de KBO
Edited: 201712082258
KBO Mediahuis

KBO Persgroep NV + organogram

KBO De Vijver Media NV

KBO Medialaan NV

KBO Proximus NV

KBO Roularta Media Group NV

KBO Sanoma Media Belgium NV

KBO Studio 100 NV

KBO Telenet Group Holding NV

KBO VRT NV



Hieronder vindt u de lijst van de mandaten die het MERS samenstelde en die u dus NIET terugvindt in de rapporten van de Vlaamse Regulator voor de Media, zogenaamd om de privacyregels niet te overtreden. Wij hebben op 11 december 2017 bij de VRM de stukken in verband met die beslissing tot niet-publicatie opgevraagd en zulks in het kader van openbaarheid van bestuur. Wij hechten hier nogal belang aan want de rapporten van de VRM over de mediaconcentratie kunnen niet doorstoten tot het niveau van het 'media ownership'. Het zijn dus maar halve rapporten; zij belichten de structuur van de mediasector, niet wie er aan de touwtjes trekt.

In deze lijst zijn een aantal ondernemingsnummers opgenomen die doorverwijzen naar managementvennootschappen of naar aandeelhouders die bestuursfuncties bekleden.

Statista
Afghanistan: opiumproductie stijgt fors
Edited: 201711230605



Afghan opium production has jumped to record levels this year. According to the latest "Afghanistan Opium Survey" released jointly by the Afghan Ministry of Counter Narcotics and United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC), overall production rose by 87 percent compared to last year, to 9,000 metric tons. This is partly due to a 63 percent increase in poppy cultivated cropland, to 328,000 hectares in 2017. Also, the yield has increased by 15 percent to around 27 kilos of opium per hectare.

Afghanistan is the world's top cultivator of poppy from which opium and heroin are produced. The cultivation and sale is a source of revenue for the Taliban insurgency and other terrorist groups, as they levy taxes from farmers cultivating the crop. At the beginning of this week, the U.S. Air Force bombed production facilities in the south Afghan province of Helmand, which is the most prolific production area within Afghanistan.

The steep rise in production also means that more cheap but high quality heroin will be available on illicit markets across the world.

on the consumption side: overdoses rise in the USA


Pro memorie: Op 11 november 2017 bracht de VRT in het journaal een propaganda-reportage: de boeren in Afghanistan waren begonnen met het planten en oogsten van saffraan ... op 3.000 hectaren. Hoe goedgelovig kan je zijn? Met geen woord werd gerept over de enorme productiestijging in de opium-business.

TESSENS Lucas
MERS start met de ontsluiting van het archief van de Vlaamse Media Maatschappij (VMM), de aanloop tot de Vlaamse Televisie Maatschappij (VTM).
Edited: 201711211640




De archivalia worden gescand en in PDF gepresenteerd op onze website (News Items).
MERS wil hiermee de archiefstukken veilig stellen voor verder onderzoek.
Bedenk dat in de jaren tachtig van vorige eeuw quasi alle documenten uitgetikt werden op een typmachine. Van een digitaal archief was dan ook geen sprake.
De kwaliteit van de originele stukken is in een aantal gevallen middelmatig tot slecht. Dat heeft vele oorzaken: beïnkting van het gebruikte typmachinelint, faxen op termisch papier, slechte kwaliteit van telexberichten, slecht gemaakte copies, minderwaardig fotopapier, etc.
Inhoudelijk is het archief rijk. De stukken tonen aan hoe moeilijk het is geweest om eensgezindheid te krijgen binnen de uitgeversgroep (dag- en weekbladen) om in te stappen in de wereld van de commerciële televisie.
Parallel hiermee diende het volledige wettelijk kader (federaal en gewestelijk) te worden geschapen om commerciële TV mogelijk te maken. De inspanningen van de ene lobby-groep werden teniet gedaan door de andere. Bovendien zaten verschillende fracties van eenzelfde groep niet op dezelfde golflengte. Dat was waar binnen de politieke partijen, binnen de dagbladgroepen, de BRT, de vakbonden, ... De weekbladen vormden een uitzondering: zij zaten vanaf 1980 op eenzelfde lijn. Die lijn evolueerde van anti-BRT-reclame naar radicaal pro-commerciële TV in handen van de uitgevers. En dat terwijl de weekbladpers in het begin nauwelijks aan de bak kwam als gesprekspartner voor de regering. De dagbladuitgevers en de BRT bezetten in 1980 nog het forum en de lobby-kanalen.
Een voortdurende dreiging vormde de mogelijke marktbezetting door een Vlaams RTL-kanaal.
Ook het aantal kanalen op de kabel (teledistributie) dreigde uitgeput te raken door de opkomst van satelliettelevisie.
De hele discussie werd dan nog doorkruist door de financieringsperikelen van de openbare omroep en de eis voor de volledige ristornering van het kijk- en luistergeld naar de Gemeenschappen. Zolang dat laatste niet was gebeurd, kon de Vlaamse overheid tegenover de BRT argumenteren dat er een geldgebrek was.
In diezelfde periode kwam ook de Mediaraad tot stand.
Hiermee is voldoende aangeduid hoe complex en chaotisch de aanloop tot VTM wel is geweest.






Voor een stukje van de politieke historiek verwijzen wij naar een tijdlijn die aantoont dat VTM in een wel heel unieke periode tot stand kwam: de socialisten stonden op alle fronten buitenspel.

VRT-Nieuws
Maggie De Block (Open VLD) vindt graaicultuur dokters normaal
Edited: 201711111827


"De stijging is niet nieuw, die is al jaren aan de gang", zegt De Block. "Het was te verwachten. Vroeger waren er ook ereloonsuplementen in tweepersoonskamers en op de daghospitalisatie. Die hebben we allemaal afgeschaft en natuurlijk zie je dan dat diegene die overblijven, meer gaan stijgen."
Als de overheid dus een deur sluit, dan vindt de minister het normaal dat men de achterdeur gebruikt. Want raken aan de inkomens van de geneesheren-specialisten, it's not done.
Hoe ethisch het allemaal is, dat is zelfs de vraag niet meer.
In discussies over de explosie van de ziekenhuiskosten komen de erelonen nooit aan bod. Het is steevast het verplegend personeel dat mag inleveren.
Spanje/Catalonië: 200 Catalaanse burgemeesters zakken af naar Brussel
Edited: 201711072137


De stelling van Juncker - Catalonië is een binnenlandse aangelegenheid - houdt geen stand.
Op tragische wijze wordt nog maar eens aangetoond dat de EU er is voor de ondernemers en niet voor de bevolking.

Spanje/Calalonië: referendum aan de gang. Rusland kijkt alert toe.
Edited: 201710011225
In Moskou wordt dit referendum scherp in de gaten gehouden. Immers, als de EU nog maar een kleine toegeving zou doen, dan zou dat een impliciete erkenning inhouden van het referendum op de Krim (16 maart 2014).

We kijken even naar het economisch belang van Catalonië binnen Spanje:
grondgebied: 6,3%
BBP: 20%
toerisme: 23,5%.
Madrid heeft veel te verliezen bij deze - zeg maar: 'revolte'.
Reedit 201710011733/201710012359: Guardia Civil - de nationale politie met een bedenkelijke reputatie - treedt hardhandig op en schiet met rubberkogels; meer dan 400 gewonden. (RT = The Russian Telegraph) Tegen het einde van de dag liep het aantal gewonden op tot meer dan 800. Op video-beelden (en die zijn er in overvloed) is te zien dat een Guardia van een trap springt bovenop de borst van een neerliggende burger ... combat boots vooruit !
Waarnemers brengen de repressie in verband met de methodes van het Franco-regime.
De Spaanse minister van Buz verklaarde doodleuk dat er geen disproportioneel geweld was gebruikt. De beelden tonen het tegenovergestelde.
Voor Mariano Rajoy, de premier van Spanje, is er helemaal geen referendum geweest in Catalonië.
Laat het ons hierop houden: de Catalanen hebben hun stem laten horen, de Spaanse staat heeft zijn ware gelaat getoond.


zie ook The Tragic Week, revolte in Barcelona in juli 1909
Nieuws
Alstom en Siemens fuseren rail-activiteiten (MOU) - Grote brok voor grote appetijt?
Edited: 201709301214


Volgens de 1M van Frankrijk, Edouard Philippe, moet de fusie leiden tot een grotere Europese rail-groep die moet kunnen opboksen tegen de concurrentie van China.
Commentaar: Ik zie niet in hoe een schaalvergroting een voordeel zou kunnen zijn, gegeven de significant lagere productiekosten in China. Het conglomeraat Siemens/Alstom wordt eerder een aantrekkelijker prooi voor de grote appetijt van de Chinese investeerders (of Big Players die zich voor Chinezen laten doorgaan). En dus is het best mogelijk dat Siemans/Alstom binnen enkele jaren opgeslokt wordt door het netwerk van de Big Players.

Hieronder het perspericht van Alstom, vrijgegeven op 26/9/2017.

Siemens and Alstom join forces to create a European Champion in Mobility
26/09/2017
Signed Memorandum of Understanding grants exclusivity to combine mobility businesses in a merger of equals
Listing in France and group headquarters in Paris area; led by Alstom CEO with 50 percent shares of the new entity owned by Siemens
Business headquarter for Mobility Solutions in Germany and for Rolling Stock in France
Comprehensive offering and global presence will offer best value to customers all over the world
Combined company’s revenue €15.3 billion, adjusted EBIT of €1.2 billion
Annual synergies of €470 million expected latest four years after closing
Today, Siemens and Alstom have signed a Memorandum of Understanding to combine Siemens’ mobility business including its rail traction drives business with Alstom. The transaction brings together two innovative players of the railway market with unique customer value and operational potential. The two businesses are largely complementary in terms of activities and geographies. Siemens will receive newly issued shares in the combined company representing 50 percent of Alstom’s share capital on a fully diluted basis.

“This Franco-German merger of equals sends a strong signal in many ways. We put the European idea to work and together with our friends at Alstom, we are creating a new European champion in the rail industry for the long term. This will give our customers around the world a more innovative and more competitive portfolio”, said Joe Kaeser, President and CEO of Siemens AG. “The global market-place has changed significantly over the last few years. A dominant player in Asia has changed global market dynamics and digitalization will impact the future of mobility. Together, we can offer more choices and will be driving this transformation for our customers, employees and shareholders in a responsible and sustainable way”, Kaeser added.

“Today is a key moment in Alstom’s history, confirming its position as the platform for the rail sector consolidation. Mobility is at the heart of today’s world challenges. Future modes of transportation are bound to be clean and competitive. Thanks to its global reach across all continents, its scale, its technological know-how and its unique positioning on digital transportation, the combination of Alstom and Siemens Mobility will bring to its customers and ultimately to all citizens smarter and more efficient systems to meet mobility challenges of cities and countries. By combining Siemens Mobility’s experienced teams, complementary geographies and innovative expertise with ours, the new entity will create value for customers, employees and shareholders,” said Henri Poupart-Lafarge, Chairman and Chief Executive Officer of Alstom SA. “I am particularly proud to lead the creation of such a group which will undoubtedly shape the future of mobility.”

The new entity will benefit from an order backlog of €61.2 billion, revenue of €15.3 billion, an adjusted EBIT of €1.2 billion and an adjusted EBIT-margin of 8.0 percent, based on information extracted from the last annual financial statements of Alstom and Siemens. In a combined setup, Siemens and Alstom expect to generate annual synergies of €470 million latest in year four post-closing and targets net-cash at closing between €0.5 billion to €1.0 billion. Global headquarters as well as the management team for rolling stock will be located in Paris area and the combined entity will remain listed in France. Headquarters for the Mobility Solutions business will be located in Berlin, Germany. In total, the new entity will have 62,300 employees in over 60 countries.

As part of the combination, Alstom existing shareholders at the close of the day preceding the closing date, will receive two special dividends: a control premium of €4.00 per share (in total = €0.9 billion) to be paid shortly after closing of the transaction and an extraordinary dividend of up to €4.00 per share (in total = €0.9 billion) to be paid out of the proceeds of Alstom’s put options for the General Electric joint ventures of approximately €2.5 billion subject to the cash position of Alstom. Siemens will receive warrants allowing it to acquire Alstom shares representing two percentage points of its share capital that can be exercised earliest four years after closing.

The businesses of the two companies are largely complementary. The combined entity will offer a significantly increased range of diversified product and solution offerings to meet multi-facetted, customer-specific needs, from cost-efficient mass-market platforms to high-end technologies. The global footprint enables the merged company to access growth markets in Middle East and Africa, India, and Middle and South America where Alstom is present, and China, United States and Russia where Siemens is present. Customers will significantly benefit from a well-balanced larger geographic footprint, a comprehensive portfolio offering and significant investment into digital services. The combination of know-how and innovation power of both companies will drive crucial innovations, cost efficiency and faster response, which will allow the combined entity to better address customer needs.

The Board of Directors of the combined group will consist of 11 members and will be comprised of 6 directors designated by Siemens, one of which being the Chairman, 4 independent directors and the CEO. In order to ensure management continuity, Henri Poupart-Lafarge, will continue to lead the company as CEO and will be a board member. Jochen Eickholt, CEO of Siemens Mobility, shall assume an important responsibility in the merged entity. The corporate name of the combined group will be Siemens Alstom.

The envisaged transaction is unanimously supported by Alstom’s board (further to a review process of the preparation of the transaction by the Audit Committee acting as an ad hoc committee) and Siemens’s supervisory board. Bouygues fully supports the transaction and will vote in favor of the transaction at the Alstom’s board of directors and at the extraordinary general meeting deciding on the transaction to be held before July 31, 2018, in line with Alstom board of director decision. The French State also supports the transaction based on undertakings by Siemens, including a standstill at 50.5 percent of Alstom’s share capital for four years after closing and certain governance and organizational and employment protections. The French State confirms that the loan of Alstom shares from Bouygues SA will be terminated in accordance with its terms no later than October 17, 2017 and that it will not exercise the options granted by Bouygues. Bouygues has committed to keep its shares until the earlier of the extraordinary general meeting deciding on the transaction and July 31, 2018.

In France, Alstom and Siemens will initiate Works Councils’ information and consultation procedure according to French law prior to the signing of the transaction documents. If Alstom were not to pursue the transaction, it would have to pay a €140 million break-fee. The transaction will take the form of a contribution in kind of the Siemens Mobility business including its rail traction drives business to Alstom for newly issued shares of Alstom and will be subject to Alstom’s shareholders’ approval, including for purposes of cancelling the double voting rights, anticipated to be held in the second quarter of 2018. The transaction is also subject to clearance from relevant regulatory authorities, including foreign investment clearance in France and anti-trust authorities as well as the confirmation by the French capital market authority (AMF) that no mandatory takeover offer has to be launched by Siemens following completion of the contribution. Closing is expected at the end of calendar year 2018.

de geschiedenis van Siemens

histoire d'Alstom France
Nieuws
Antwerpse OCMW gaat sociale fraude aanpakken. Twee maten, twee gewichten.
Edited: 201709262315
Het OCMW gaat privé-onderzoeksbureaus inzetten om na te gaan of steuntrekkers onroerende goederen bezitten in het buitenland en aldus onterecht een leefloon opstrijken. Probleem daarbij is dat vele landen niet over een kadaster beschikken.
Op zich kan niemand bezwaar hebben tegen het hard aanpakken van sociale fraude.
Het is immers een lek in de uitgavenbegroting.

De kritiek die zich opdringt is deze: een begroting heeft ook een inkomstenzijde en daar is een reuzegroot lek, namelijk de massale ontduiking van belastingen door de superrijken en de multinationals. Ondanks de stapel rapporten daarover blijkt er in die hoek weinig te bewegen.

TESSENS Lucas
Wikipedia heeft uw steun nodig
Edited: 201709251224
Volg het voorbeeld van MERS en doneer een bedrag aan Wikipedia.
Zij verdienen dat!
Trump at UN
'we will have no choice but to totally destroy North Korea'
Edited: 201709191561


zie ook ons bericht van 4 september

Commentaar: De vraag rijst of een bevel tot een nucleaire aanval van Trump genegeerd kan worden door de militaire leiding. Het antwoord hierop is 'neen'. Enkel een staatsgreep (een soort paleisrevolutie) zou dan kunnen verhinderen dat de USA effectief aanvalt. Het probleem daarbij is dat alle vertrouwensposten in het Witte Huis in handen zijn van haviken en dat de invloed van het militair-industrieel complex op Trump wel heel sterk aanwezig is.
Daarbij moet men bedenken dat geen enkele aanvalsgolf op Noord-Korea het gehele wapenarsenaal in één klap kan vernietigen. De raketinstallaties van NK zijn immers mobiel en de conventionele artillerie zou in ieder geval Seoul (gelegen op 60 km van de grens) kunnen vernietigen.
De retoriek van Trump dient als cement voor het Noord-Koreaanse regime van Kim Jong-Un. Daardoor wordt dat regime zo goed als onkwetsbaar op binnenlands niveau en kan het oproepen tot een suïcidale strijd. In die context groeit de aversie van de Zuid-Koreaanse bevolking tegen de dreigementen van Trump.
Hoogste inkomens in België groeiden fors in periode 1985-2013
Edited: 201708071226
De laagste inkomens groeiden veel trager. Dat blijkt uit een studie van Wim Van Lancker (UA).
Commentaar LT: Dat is allemaal wel interessant om weten maar het zou relevanter zijn de vermogensongelijkheid te onderzoeken. Het vermogen zorgt immers voor de dominantie in de betrekkingen en dat op lange termijn.

De tekst van Van Lancker vindt u hier
FILLON François
Fillon blijft gaan - LR schaart zich unaniem (?) achter hem
Edited: 201703070013
Een en ander mag niet verwonderen: het campagnegeld - zo'n 6 miljoen euro - is immers opgesoupeerd.
TESSENS Lucas
Optreden van Potingue in een Antwerpse huiskamer
Edited: 201703042111
Een ontdekking was het: een optreden van het trio van Potingue. Zomaar in een huiskamer neerstrijken en een concert van de bovenste plank brengen. Een aandachtig publiek voor bossa, jazz, Antwerps chanson (ja, dat bestaat), Charles Trenet, Sting (Fragile), en nog veel meer.

Met veel genoegen geven we de website van Potingue mee: Potingue
Klik ook eens door naar hun nummers op Soundcloud.

Hieronder de lyrics van 'Schoon', een ode aan de muziek én aan het Aantwaarps.

De Wannes luistert zeker mee.
Edited: 201701011231
MERS Antique Books Antwerp wenst u een gezond en zinvol
website MERS was hacked by El-Behram
Edited: 201608250008
De Redactie
Pakistan: 15-jarig meisje in brand gestoken in Pakistan
Edited: 201605051254
In het conservatieve dorp Makool in Pakistan is op bevel van een traditionele dorpsraad een meisje van 15 jaar omgebracht. Volgens de lokale politie werd ze ontvoerd, verdoofd en in brand gestoken omdat ze een vriendin zou hebben geholpen om te vluchten met een jongen op wie ze verliefd was.
Het verkoolde lichaam van Ambreen werd teruggevonden in een uitgebrande wagen in de buurt van de stad Abottabad. Een foto van het verkoolde lichaam was viraal gegaan op sociale media.

Eerst werd gezegd dat het slachtoffer mentale problemen had en wellicht zelfmoord had gepleegd, maar onderzoek bracht iets anders aan het licht. Het meisje was van bij haar thuis ontvoerd en bedwelmd. Ze werd vastgebonden op de achterzetel waarna het voertuig in brand werd gestoken. Een plaatselijke man had de pers erover getipt, om zo rechtvaardigheid voor de familie van het slachtoffer te krijgen.

Een groep van zestien mannen had tijdens een vergadering, de zogenoemde Jirga, besloten dat het meisje moest sterven, vertelt een lokale politieman. Veertien van de deelnemers zijn al opgepakt, twee anderen zijn nog op de vlucht. De meesten konden worden opgepakt via de analyse van telefoondata.

Ruim 1.000 slachtoffers per jaar

Hoewel moorden op meisjes en vrouwen wegens "moreel verwerpelijk gedrag" dagelijkse kost zijn in Pakistan, is dit gruwelijke geval groot nieuws op plaatselijke media.

Vorig jaar werden meer dan 1.000 slachtoffers geregistreerd, maar volgens vrouwenrechtenactivisten blijven nog veel gevallen onder de radar. Wetgeving voor betere bescherming van vrouwen zit ondertussen vast in het parlement omdat religieuze leiders hun veto stellen.
Lucas TESSENS
MERS-website om 14.17 uur gehacked door MULTIHACK. MERS zal klacht indienen tegen onbekenden.
Edited: 201605011751




De hackers plaatsten bovenstaand beeld met Turkse vlag op onze site.

Wellicht zitten supporters van Erdogan achter deze hacking.
Deze hacking is de tweede in één week tijd.
Mochten collega's meer informatie kunnen verschaffen over de methoden van Multihack dan vernemen wij dat graag.
Lucas TESSENS
MERS-website om 12.42 uur gehacked door MULTIHACK. MERS zal klacht indienen tegen onbekenden.
Edited: 201604241443


De hackers plaatsten bovenstaand beeld met Turkse vlag op onze site.
Wellicht zitten supporters van Erdogan achter deze hacking.
Mochten collega's meer informatie kunnen verschaffen over de methoden van Multihack dan vernemen wij dat graag.
MO / Le Soir / Redactie / De Tijd / HLN
Panama Papers: Dexia spil in creatie bedrijven in belastingparadijzen - Jean-Luc Dehaene op de hoogte van de constructies - Pierre Mariani weerom in troebel water
Edited: 201604100057


Het Luxemburgse advieskantoor Experta, dat van 2002 tot 2011 via Banque Internationale à Luxembourg (BIL), deel uitmaakte van de Dexia-groep, heeft meer dan 1600 offshores helpen oprichten via Mossack Fonseca. In de raad van bestuur van BIL zetelden onder meer ex-premier Jean-Luc Dehaene (+20140515), Jacques Rogge en voormalig Dexia-topman Pierre Mariani.
Dehaene was voorzitter van de raad van bestuur van Dexia van 20081007 tot 20120630.
Wat Pierre Mariani betreft: uit een reportage van France 2 van 20120510 blijkt dat dit sujet zijn klanten-gemeenten op grote schaal heeft bedrogen en geruïneerd. "DEXIA a vendu des prêts toxiques aux collectivités Françaises en leur faisant croire à des taux fixes. Les villes sont ruinées et l'argent nécessaire à la collectivité sert uniquement à payer les intérêts." Mariani komt uit de kringen van Nicolas Sarkozy.

Wat in de reportage niet aan bod komt is de reële mogelijkheid voor Dexia om via massale aankopen van Zwitserse franken de aan de gemeenten aangerekende intresten kunstmatig te beïnvloeden; het variabele gedeelte van de intresten was immers gekoppeld aan de breuk van Zwitserse frank over Euro. Toch werden de leningen aan de gemeenten verkocht als 'taux fixe'.
9 april 2016: Follow the Money - laatste aflevering van deze reeks op Canvas
Edited: 201604091111
In deze aflevering wordt het energiebedrijf Energreen failliet verklaard. Het middle management wordt 'opgeofferd' en gaat de gevangenis in of pleegt zelfmoord. De CEO, blijkbaar toch slechts een pion in het mondiale bedrog, wordt in zijn vluchtoord aan een zonovergoten kust door de insider/huurmoordenaar uitgeschakeld met één schot in het hoofd en twee in de hartstreek. De officier van justitie van de fraudecel wordt door de minister gemaand het verdere strafonderzoek stop te zetten. Er is immers één procedurefout gemaakt. De ultratop ontspringt de dans.

Nog dit: vanaf een bepaald niveau wordt er bij Energreen geen salaris meer betaald maar zwijggeld.
Niet zo maar een serie ...
LT
Natalie Nougayrède over de wortels van het terrorisme - Een kleine rechtzetting over Congo
Edited: 201604041422
Nougayrède - voormalig hoofdredacteur van Le Monde - schrijft in een column in The Guardian (overgenomen door De Standaard dd. 20160404) het volgende:
'Men verwijst ook naar het koloniale verleden van Frankrijk. Gilles Kepel, een Franse expert in het domein, heeft het over een 'retrokoloniaal tijdperk', waarin jonge Franse moslims van Noord-Afrikaanse afkomst zich op historische grieven beroepen waar hun ouders of grootouders zich overheen hebben gezet. Maar dat verklaart het probleem in België niet, het land met het grootste aantal Syriëstrijders per hoofd van de bevolking. België heeft immers nooit islamitische landen gekoloniseerd.'
Dat laatste is een sterke (journalistieke) vereenvoudiging van de situatie in Belgisch Congo. Ook in Oost-Congo was er een islamitische minderheid aanwezig.
Zie hierover het flamboyante boek van Léon Anciaux, Le Problème Musulman en Afrique Belge (1949)
Daarnaast moet men niet vergeten dat Leopold II de 'Etat Indépendant du Congo' vestigde onder het mom van het brengen van beschaving en het bestrijden van de Arabische slavenhandel.
Tenslotte: België leverde tijdens de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd Algerijnen in het grootste geheim uit aan Frankrijk; het Belgische asielbeleid van toen was op zijn minst schimmig te noemen. Zie hierover Allah weent om Algiers. Algerije tussen militaire en islamitische dictatuur.
Om jongeren te radicaliseren hoef je geen historicus te zijn. Een samenraapsel van hele en halve waarheden, vermengd met regelrechte leugens en verzwegen gruwelijkheden kan in achtergestelde en ongeschoolde middens de vonk snel doen overslaan. Dat is een constante in de geschiedenis.
Learning to Code Yields Diminishing Returns - The future of jobs - A review of Rushkoff's book
Edited: 201604011318

Looking for job security in the knowledge economy? Just learn to code. At least, that’s what we’ve been telling young professionals and mid-career workers alike who want to hack it in the modern workforce—in fact, it’s advice I’ve given myself. And judging by the proliferation of coding schools and bootcamps we’ve seen over the past few years, not a few have eagerly heeded that instruction, thinking they’re shoring up their livelihoods in the process.

Unfortunately, many have already learned the hard way that even the best coding chops have their limits. More and more, "learn to code" is looking like bad advice.

CODING CAN’T SAVE YOU
Anyone competent in languages such as Python, Java, or even web coding like HTML and CSS, is currently in high demand by businesses that are still just gearing up for the digital marketplace. However, as coding becomes more commonplace, particularly in developing nations like India, we find a lot of that work is being assigned piecemeal by computerized services such as Upwork to low-paid workers in digital sweatshops.

This trend is bound to increase. The better opportunity may be to use your coding skills to develop an app or platform yourself, but this means competing against thousands of others doing the same thing—and in an online marketplace ruled by just about the same power dynamics as the digital music business.

Besides, learning code is hard, particularly for adults who don’t remember their algebra and haven’t been raised thinking algorithmically. Learning code well enough to be a competent programmer is even harder.

Although I certainly believe that any member of our highly digital society should be familiar with how these platforms work, universal code literacy won’t solve our employment crisis any more than the universal ability to read and write would result in a full-employment economy of book publishing.

It’s actually worse. A single computer program written by perhaps a dozen developers can wipe out hundreds of jobs. As the author and entrepreneur Andrew Keen has pointed out, digital companies employ 10 times fewer people per dollar earned than traditional companies. Every time a company decides to relegate its computing to the cloud, it's free to release a few more IT employees.

Most of the technologies we're currently developing replace or obsolesce far more employment opportunities than they create. Those that don’t—technologies that require ongoing human maintenance or participation in order to work—are not supported by venture capital for precisely this reason. They are considered unscalable because they demand more paid human employees as the business grows.

TRAINING OUR ROBO-REPLACEMENTS
Finally, there are jobs for those willing to assist with our transition to a more computerized society. As employment counselors like to point out, self-checkout stations may have cost you your job as a supermarket cashier, but there’s a new opening for that person who assists customers having trouble scanning their items at the kiosk, swiping their debit cards, or finding the SKU code for Swiss chard. It’s a slightly more skilled job and may even pay better than working as a regular cashier.

But it’s a temporary position: Soon enough, consumers will be as proficient at self-checkout as they are at getting cash from the bank machine, and the self-checkout tutor will be unnecessary. By then, digital tagging technology may have advanced to the point where shoppers just leave stores with the items they want and get billed automatically.

For the moment, we’ll need more of those specialists than we’ll be able to find—mechanics to fit our current cars with robot drivers, engineers to replace medical staff with sensors, and to write software for postal drones. There will be an increase in specialized jobs before there's a precipitous drop. Already in China, the implementation of 3-D printing and other automated solutions is threatening hundreds of thousands of high-tech manufacturing jobs, many of which have existed for less than a decade.

American factories would be winning back this business but for a shortage of workers with the training necessary to run an automated factory. Still, this wealth of opportunity will likely be only temporary. Once the robots are in place, their continued upkeep and a large part of their improvement will be automated as well. Humans may have to learn to live with it.

HIGH-TECH UNEMPLOYMENT

This conundrum was first articulated back in the 1940s by the cybernetics pioneer Norbert Wiener, whose work influenced members of the Eisenhower Administration to start worrying about what would come after industrialism. By 1966, the United States convened the first and only sessions of the National Commission on Technology, Automation, and Economic Progress, which published six (mostly ignored) volumes sizing up what would later be termed the "post-industrial economy."

Today, it’s MIT’s Erik Brynjolfsson and Andrew McAfee who appear to be leading the conversation about technology’s impact on the future of employment—what they call the "great decoupling." Their extensive research shows, beyond reasonable doubt, that technological progress eliminates jobs and leaves average workers worse off than they were before.

Yet it’s hard to see this great decoupling as a mere unintended consequence of digital technology. It is not a paradox but the realization of the industrial drive to remove humans from the value equation. That’s the big news: The growth of an economy does not mean more jobs or prosperity for the people living in it.

"I would like to be wrong," a flummoxed McAfee confided in the same article, "but when all these science-fiction technologies are deployed, what will we need all the people for?"

When technology increases productivity, a company has a new excuse to eliminate jobs and use the savings to reward its shareholders with dividends and stock buybacks. What would've been lost to wages is instead turned back into capital. So the middle class hollows out, and the only ones left making money are those depending on the passive returns from their investments.

It turns out that digital technology merely accelerates this process to the point where we can all see it occurring. It's just that we haven't all taken notice yet—we’ve been busy coding.

"It’s the great paradox of our era," Brynjolfsson explained to MIT Technology Reviewin 2013. "Productivity is at record levels, innovation has never been faster, and yet at the same time, we have a falling median income and we have fewer jobs. People are falling behind because technology is advancing so fast and our skills and organizations aren’t keeping up."

[This post is based on Douglas Rushkoff’s new book, Throwing Rocks at the Google Bus: How Growth Became the Enemy of Prosperity and originally appeared in Fast Company.]
news / VTM / DS / Tijd / LT
Etienne Vermeersch schrijft Nieuwkomersverklaring uit - Federale regering keurt die goed
Edited: 201603311051
Nieuwkomers moeten voortaan een verklaring ondertekenen. Wie weigert, is niet welkom. En wie geen "redelijke inspanning" levert om zich te integreren, kan zijn verblijfsrecht verliezen. Dat schrijven De Standaard en Het Nieuwsblad. Het gaat om een unicum in Europa.

De federale regering keurde woensdag de tekst van de "nieuwkomersverklaring" goed. Elke buitenlander die langer dan drie maanden in België wil verblijven, moet het document ondertekenen. Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) is zeer blij met de verklaring. Zijn partij pleit al jaren voor de koppeling van een verblijfsrecht aan de wil tot integratie.

Voor EU-burgers, asielzoekers en studenten geldt de integratieverplichting niet. Voor de rest, zowat drie vierde van de nieuwkomers, geldt die wel. Een weigering resulteert in een "onontvankelijk dossier" en wie geen "redelijke inspanning" levert om zich te integreren, kan bij de eerstvolgende verlenging zijn verblijfsrecht verliezen.

Voor de opstelling van de nieuwkomersverklaring deed Francken een beroep op professor Etienne Vermeersch. De Dienst Vreemdelingenzaken neemt de controle op zich. Francken hoopt dat de regeling dit najaar van kracht wordt.

Commentaar LT:
De ondertekening van zo'n tekst door inwijkelingen hadden wij reeds eerder voorgesteld en wel op 24 september 2015. De nieuwe regeling mag als een doorbraak in het debat worden beschouwd en geeft de Dienst Vreeemdelingenzaken een houvast. Op een aantal punten gaat de tekst in tegen de geplogenheden binnen de islamitische gemeenschap. Het ontwerp van Koninklijk Besluit moet nog naar de Raad van State voor een (niet bindend) advies.

Lees ook de verklaring die Saoedi-Arabië u laat ondertekenen wanneer u dat land bezoekt.



beluister hier de toelichting en het commentaar dd. 20160331 van Theo Francken op Radio 1 (De Ochtend)
Tessens Lucas
onderzoek UGent gebaseerd op bbp/capita goed voor de prullenmand
Edited: 201603141136
Nieuw onderzoek van Pieter Van Rymenant, Freddy Heylen, Brecht Boone, Tim Buyse. Langdurige stagnatie in België? Hoe reëel is de mogelijkheid, en wat zijn de drijvende krachten?
Een samenvatting van dit onderzoek zal op 15 maart 2016 op de website van sherppa gepubliceerd worden, zo meldt De Standaard van vandaag.

Maar ... Noreena Hertz bestreed in 'De stille overname' (2002) het gebruik van het bbp voor economische analyses: "Traditionele meetinstrumenten van de economische groei, zoals bbp per hoofd of bbp-groei, verbloemen de werkelijkheid."
Waarom de onderzoekers van de UGent net dit meetinstrument nemen om hun analyse te onderbouwen, is mij een raadsel.
Het bbp/capita meet als nietszeggend gemiddelde immers geen realiteit en gaat het vraagstuk van de verdeling van de 'groei' uit de weg. Want wat doe je als negentig procent van de vruchten naar tien procent van de eters gaat? In het economie-debat is één vraag van belang: "wiens economie is het eigenlijk?"

Uit de inleidende paragraaf deze twee zinnen: "Toenemende ongelijkheid is in onze huidige simulaties geen significante oorzaak van stagnatie. Maar het blijft o.i. wel een risicofactor." Je kan dus m.a.w. de fiscaliteit ongemoeid laten en toch 'groei' hebben. Of dat ethisch aanvaardbaar is, blijft onbesproken. Ook het psychologische aspect van verregaande ongelijkheid, waardoor demotivatie en burn-out de productiviteit omlaag duwen, wordt niet onder ogen genomen.


DS
aantal erkende asbestslachtoffers piekt van 181 in 2014 naar 292 in 2015
Edited: 201602191403
Op de website van het Asbestfonds moet u deze informatie niet gaan zoeken. Het laatste nieuwsbericht aldaar dateert van 28 maart 2012 (!).

Wij hebben het AFA op 20160219 volgend bericht gezonden:
Geachte,

De jaarcijfers 2015 van het Asbestfonds werden vandaag besproken in De Standaard.
Tot mijn verwondering is het laatste nieuwsbericht (persbericht) op uw website dat van 28 maart 2012 (!).
Heeft de wetgever u geen verplichting opgelegd tot jaarlijkse rapportering?

Graag enige verduidelijking.

Met hoogachting,
LT

Op 20160222 kregen wij volgend antwoord van de Communicatieverantwoordelijke van het Fonds voor de beroepsziekten (FBZ):
"Geacte heer Tessens,

We publiceren jaarlijks enkele cijfers over het Asbestfonds (AFA) in het jaarverslag van het Fonds voor de beroepsziekten (FBZ). Het AFA behoort immers tot het FBZ.
U vind deze jaarverslagen hier:
jaarverslagen
Daarnaast publiceren we op regelmatige basis ook een nieuwsbrief met meer informatie over het Asbestfonds.
De afgelopen twee jaren was er onder meer informatie te vinden over het AFA in de nieuwsbrieven 34, 35, 38 en 44. U kan deze hier vinden:
nieuwsbrieven

Zoals u ziet, staat al deze informatie op de website van het FBZ en niet op deze van het AFA. We begrijpen dat dit vreemd kan lijken.
Uw vraag is dus terecht. We gaan proberen dat hier op te lossen.
Ondertussen adviseer ik te kijken op de bovenvermelde pagina's.
Met vriendelijke groeten,
Alexander Van de Sande
Communicatieverantwoordelijke
Fonds voor de beroepsziekten
Sterrenkundelaan 1 - B-1210 Brussel
Tel : +32 (0)2 - 226 67 27
Gsm: +32 (0)485 - 58 73 96"

Er is dus beterschap in de maak.

Toch nog een inhoudelijke bemerking:
De wet bepaalt (...) dat een vergoeding door het Asbestfonds het slachtoffer de mogelijkheid ontneemt een vordering voor de rechtbank in te stellen tegen de aansprakelijke derde (bijvoorbeeld de werkgever), behalve wanneer deze de ziekte opzettelijk heeft veroorzaakt.
Commentaar LT: De verantwoordelijkheid van de werkgever (bvb. Eternit) wordt hierdoor dus afgewenteld op de gemeenschap en dat volgens het adagium 'privatisering van de baten, collectivisering van de lasten'. De vergoeding die het Asbestfonds uitkeert staat in feite gelijk met een ordinaire afkoopsom. Rest de vraag of deze regeling de toets aan art. 1382 BW doorstaat.


website Asbestfonds

news
De staalbetoging tegen China in Brussel: eerst delocaliseren, dan janken
Edited: 201602161616
De betoging van de staalindustrie tegen China werd gisteren in het VRT-journaal voorgesteld als een unicum: werkgevers en vakbonden trekken aan hetzelfde zeel. Misschien toch even nuanceren: CEO's en kaderleden zijn ook maar loontrekkenden, werknemers dus.

De EIGENAARS van de bedrijven hebben grote stukken van de staalindustrie gedelocaliseerd richting het Verre Oosten. De CEO's die dat voor mekaar brachten waren toen de gewillige huurlingen van de 'global players' die geen werknemers kennen, enkel winstcijfers.

De pedalen kwijt op de redactie?


Belga - commentaar: Lucas Tessens
Prof em Urbain Vermeulen, verketterde islamoloog, overleden. R.I.P.
Edited: 201602161414
Het Belga-bericht is natuurlijk braaf en neutraal. Maar ... deze paragraaf uit zijn verguisde boek moeten we toch onthouden:
'Aan de echte dialoog moet nog hard gewerkt worden en het zal lang duren voor een mentaliteitswijziging, in de eerste plaats bij de moslims, een einde zal stellen aan de hypocrisie die er nu heerst. Hopelijk leidt het gesprek tot meer begrip. Er wordt wel gesproken, maar elk zegt het zijne: dat is geen dialoog, dat zijn twee monologen. Of daar in de toekomst verandering in zal komen, is nog de vraag.' (slotparagraaf uit 'Islam en christendom. Het onmogelijke gesprek?' - 1999)

Vermeulen kreeg bakken kritiek over zich uitgestort en werd beschuldigd van racisme. 'De Morgen' was daarin de kampioen. De zogenaamd 'links-progressieve' redacties hadden niet begrepen dat Vermeulen een strijd voerde tegen een RECHTSE en FUNDAMENTALISTISCHE islam. Overigens is het hoog tijd dat wij inzien dat het debat over de islam al jaren op een volledig FOUT SPOOR zit. Het Vlaams Belang - toch een ultra-rechtse partij - valt een rechtse godsdienst en een rechtse maatschappijvisie aan; de zogenaamde 'progressieven' namen de islam en zijn aanhangers in bescherming. Dat is pure Kafka !
De laatste tijd is het bij de SPA en bij Groen wat stilletjes. Het zou immers een bocht van 180 graden vergen wanneer men nu zou gaan zeggen dat de islam reactionair is. Politici, journalisten en pseudo-intellectuelen hebben een hekel aan het toegeven van het eigen ongelijk. Ze zijn immers getraind om op te treden als alweters. Zelfs een eerlijke en onderlegde professor zoals Urbain Vermeulen kon niet tegen zoveel LAFFE hypocrisie op.


RT News
Women in Saudi Arabia: no coffee at Starbucks
Edited: 201602051253
Women in Riyadh have been banned from local Starbucks after a barrier designed to keep the genders apart collapsed. The company suggested female customers send their drivers to pick up drinks.
The coffee shop now has a sign in Arabic and English: “Please no entry for ladies only. Send your driver to order. Thank you.”
A woman tweeted the warning, saying “Starbucks store in Riyadh refused to serve me just because I’m a woman and asked me to send a man instead.”
Female segregation is enshrined in Saudi Arabian law. Women are required the approval of a male to leave the house. Last December, women in Saudi Arabia were given the right to vote in local elections, but they are still forbidden to drive.
LT
voor de meeste Belgen zag kolonialisme er zo uit - for many Belgians this is how colonialism looked like - le colonialisme selon les Belges
Edited: 201601261320

Private collection MERS
AFP
Macron à Moscou : la France a pour a pour objectif la levée des sanctions contre la Russie l'été prochain
Edited: 201601251203
Dit zou dan het gevolg zijn van de zgn. Minsk-akkoorden over Oekraïne, de aanleiding om de wederzijdse economische embargo's neer te zetten.
De aanvaring tussen Rusland enerzijds en USA/Europa anderzijds kwam er na het onbesuisd optreden van bepaalde Europese politici, w.o. Guy Verhofstadt. De voorzichtige diplomatie kreeg geen kans.
Dat Frankrijk het voortouw zou nemen bij een regularisatie van de betrekkingen was voorspelbaar. De banden tussen Rusland en Frankrijk zijn immers historisch goed te noemen. Ook Duitsland wenst een verbetering van de relaties.
Of Turkije de afkoeling goed zal verteren, blijft een open vraag.

LT
55 jaar geleden werd de eerste Congolese premier, Patrice Lumumba, vermoord
Edited: 201601172323
Tot op vandaag worden de WARE REDENEN voor die moord, waarin het Belgische establishment een hoofdrol speelde, onder de mat geveegd. Ons koloniaal verleden wensen we niet te kennen of te begrijpen.



collectie: privébezit MERS
LT
Tom Naegels (ombudsman DS) ontkent bestaan van zelfverklaarde media-elite. Kom nou, Tom !
Edited: 201601141339
Verder heeft TN het over de manklopende reactiemogelijkheid op de website van De Standaard, iets dat al tien maanden aansleept. Dat is te wijten aan een 'technisch euvel'. Misschien is het raadzaam een extern bureau naar de problemen te laten kijken. Die zitten niet 'in-the-box'. Dat laatste is altijd al een probleem geweest voor de pers: het krampachtig navelstaren, het onaantastbare eigen grote gelijk en het missen van opportuniteiten.
De Standaard heeft indertijd naast 'De Tijd' gegrepen en dat laat zich voelen.
********************************************************
We kregen volgend antwoord van Tom Naegels:
Dag Lucas,

Bedankt voor je mail.

Zoals ik al schreef: de cultuurstrijd tussen een "vrij en onafhankelijk denkend volk" tegen een wereldvreemde en manipulatieve media-elite is een van de archetypische verhalen in de hedendaagse Westerse cultuur. Zoals ook de strijd tegen een "rechtse elite", een "blanke elite", een "economische elite", een "culturele elite", een "Europese elite", een "Franstalige" of "Belgicistische elite" of in sommige kringen misschien zelfs nog "een joodse elite" populair is. Een en ander hangt af van waar je je politiek positioneert, maar sowieso ziet de hedendaagse Westerse mens ziet zichzelf als een vrijgevochten individu die alle gezag wantrouwt, en die zich permanent, publiek en met veel retorisch gedruis verweert tegen de kuiperijen van een selecte kring hoge omessen - en je kan dus kiezen wélke selecte kring. De retoriek die jij gebruikt, en die ik al ontelbaar keren heb mogen lezen (krampachtig navelstaren, onaantastbaar, groot gelijk, nieuwe clerus ben je nog vergeten), hoort bij dat verhaal. Zoals ik zei: het is een sterk archetype, erg wervend en gemeenschapsvormend ook. Wie wil er immers een elite verdedigen? Je zou wel gek zijn.

Ik hoop binnenkort weer met je over boeken te kunnen praten.

Zeer hartelijk,
TN
********************************************************
Ons antwoord:
Dag Tom,

Je komt nog niet in de buurt van de essentie van mijn betoog.
25 jaar geleden schreef Frans Crols, hoofdredacteur Trends: "Schandelijk verwaarloosd is de mediakritiek in België. Een handvol scribenten fluit of joelt bij het vertoon op de beeldbuis, maar jaarlijks verschijnen 2,5 miljard kranten en tijdschriften zonder kritische begeleiding. Niemand kraakt in dit land de journalistieke produktie publiekelijk. Absurd is dit."
Ik heb nog een concreet voorstel: verklein de foto’s in jullie krant; die zijn nu belachelijk groot; je krijgt dan plaats voor enkele relevante lezersbrieven. Daar zal toch geen ‘technisch euvel’ in de weg staan, zeker?
Tenslotte schrijf je: "Ik hoop binnenkort weer met je over boeken te kunnen praten." Ik hoop dat je daarmee niet bedoelt: "Lucas, blijf jij maar bij je boeken en hou je weg van kritiek."
Mvg,
Lucas
*********************************************************
En dan weer zijn antwoord:
Nee, dat bedoel ik niet Lucas. Alleen dat ik met je kritiek niet veel kan. Maar dat zal wel aan mijn onverbeterlijk elitarisme liggen.
Groeten uit de ivoren toren.
Tom Naegels
Ombudsman De Standaard
*********************************************************
Nee Tom, dat ligt aan het feit dat je maar de helft van mijn mails leest.
Mvg,
LT
*********************************************************
Hier de mening van prof Paul Janssens:
Erg grappig, die wederzijdse ironie! Maar nu ter zake. Kranten zoals DS lijden aan dezelfde euvel als een aantal VRT-journalisten: ze zijn onverholen tendentieus. Nu vind ik wel dat een krant mag opteren voor de systematische verdediging van de eigen vooroordelen. Uiteindelijk kiezen de lezers zelf of ze de krant blijven kopen of niet. Veel erger is het gesteld met de VRT. De journalisten zijn er voor het leven benoemd. Ze misbruiken de openbare omroep ongegeneerd om de actualiteit dag na dag met hun eigen opinie te verpakken en aan indoctrinatie te doen. Sinds enkele maanden ben ik naar de berichtgeving op VTM overgestapt.
Met beste groeten,
Paul
*********************************************************

MERS & MERS Antique Books Antwerp
Lucas Tessens deleted his Facebook-page. He stays on Linked and is active on Twitter.
Edited: 201601120210
Opinie: wij vinden dat Facebook als concept te weinig op de buitenwereld betrokken is en teveel op de persoon die de boodschap verspreidt; het nut van Facebook als maatschappelijke emancipator is twijfelachtig.
Lucas Tessens
Tussen 1885 en 1892 werden in Congo 55.300 olifanten gedood voor hun ivoor
Edited: 201512260038
Zie de onderstaande tabel:



Vanaf 1889 had de haven van Antwerpen een groeiend aandeel in de ivoorhandel en dat ten nadele van London en Liverpool.

Deze tabel was bedoeld om in 2007 in het Jaarverslag 'Onroerende Voorheffing' te worden gepubliceerd in de historische bijlage 'Fortuin en Confrontatie', maar de vertegenwoordiger van de Vlaamse Overheid gaf om onduidelijke redenen geen toestemming om de tabel te publiceren. Wij betreurden deze beslissing.

Tot op vandaag worden er in Afrika olifanten afgeslacht. Hun slagtanden worden illegaal geëxporteerd naar de Aziatische markten. CNN en talrijke waarnemers hebben deze illegale handel, die in handen is van de georganiseerde misdaadkartels, aangeklaagd. Vaak zijn de controle-organismen onderbemand. De strooptochten vinden ook plaats in de nationale parken.


lees meer over de Chinese ivoorhandel: The Expanding Elephant and Mammoth ivory trade in Beijing and Shanghai
Lucas Tessens
Katanga: een mijnstaat binnen de staat - De rol van Leopold II en de mijnbouw-giganten
Edited: 201512190426
Het jaar 1900 is een moeilijk jaar voor Leopold II. In juli doet de socialist Vandervelde in de Kamer een felle aanval op het koningshuis en pleit openlijk voor een republiek. In het geval van Leopold II kon dat toen nog omdat de vorst zich bij iedereen ongeliefd had gemaakt. De katholiek Beernaert, jarenlang premier en de trouwe dienaar van de vorst, moet zijn wetsvoorstel tot onmiddellijke annexatie van Congo weer intrekken na een scherp en vernederend protest van Leopold II. Het is immers te vroeg; de koning moet nog enkele zaken regelen ...

Met de stichting van het 'Comité Spécial du Katanga' (CSK) op 19 juni 1900 komt een staat binnen de Congo-Staat tot stand. Het semi-officiële 'Le Mouvement Géographique' meldt op 3 juni 1900: "L'Etat du Congo et la Compagnie du Katanga sont sur le point de conclure un accord pour la gestion en commun du territoire dont ils sont propriétaires, dans la proportion de deux tiers pour l'Etat en d'un tiers pour la Compagnie. Cette gestion serait faite par une commission commune. La Compagnie aura à remplir l'obligation contractuelle de jeter deux bateaux à vapeur sur les lacs supérieurs ou le haut fleuve et d'établir à ses frais trois postes. La gestion qui comprend le domaine minier, comporte un partage des charges et avantages dans une proportion donnée naturellement par la part de propriété." De krant zegt niets over de oppervlakte waarover het gaat. Toch is de afbakening van het territorium wellicht de meest brutale geografische omschrijving uit de geschiedenis. In totaal 380.000 vierkante kilometer! De CSK sluit op 30 oktober 1906 een overeenkomst met de 'Union Minière' waarbij "aan laatstgenoemde het recht wordt toegekend om (...) de metaalhoudende lagen te exploiteren, binnen de omtrekken en oppervlakten bij de overeenkomst bepaald". Het schema toont hoe de CSK als een compromis binnen een netwerk van belangengroepen (Belgische en Britse) tot stand kwam.
De voorverkoop van Congo en de annexatie
Op het ogenblik van de discussies over de annexatie is het reusachtige gebied onder te verdelen in zeven grote categorieën: (1) het publiek domein van de staat (wegen, rivieren, meren, ...), (2) het privaat domein van de staat, (3) het domein van de Kroonstichting (of het Kroondomein), (4) de gronden toebehorend aan de inboorlingen, (5) de gronden van niet-inlandse particulieren, (6) de gronden afgestaan, vergund of in pacht gegeven aan vennootschappen (de concessies) en (7) de gronden van de christelijke missies. De juiste oppervlakte van de delen kent men in 1908 niet maar wel dat het privaat domein van de staat 25% vertegenwoordigt en dat het Kroondomein ongeveer 11% van de oppervlakte inneemt. Op het ogenblik van de overname door België is 11,5 % van het grondgebied of 27.100.000 ha in concessie gegeven, waarvan 15.000.000 ha aan de Compagnie du Katanga, en dat voor 99 jaar. De concessies waren alle gelegen in de interessantste gebieden zoals Kivu, Mayumbe en Katanga.
De kwestie van de CSK, in feite een secessie avant-la-lettre van Katanga, het rijkste mijngebied ter wereld, schiet bepaalde parlementsleden tijdens de discussies in het verkeerde keelgat, temeer daar niet alleen de economische maar ook de souvereine rechten (bestuur, politie, publiek domein, ...) waren gedelegeerd aan het CSK.
De feitelijke afscheiding wordt in het Koloniale Charter van 18 oktober 1908 beschermd en wel in artikel 22: "Le pouvoir exécutif ne peut déléguer l'exercice de ses droits qu'aux personnes et aux corps qui lui sont hiérarchiquement subordonnés. Toutefois, la délégation consentie par l'EIC au CSK restera valable jusqu'au 1er janvier 1912, à moins qu'un décret n'y mette fin à une date antérieure. (...)" Deze manifest ongrondwettelijke toestand blijkt onduldbaar en de minister van koloniën, de katholiek Jules Renkin, zet de Koloniale Raad onder druk. Op 1 september 1910 komt aan alle bestuurlijke delegaties van bevoegdheden aan de CSK een einde. Het opheffingsdecreet dateert van 22 maart 1910. Een Koninklijk Besluit creëert tegelijkertijd speciaal voor het district Katanga de functie van Vice-Gouverneur-Generaal en daarmee wordt toch nog het aparte statuut van Katanga gered én de dualiteit in de kolonie bevestigd.
Het is niet overdreven te stellen dat België niet meer dan 'l'état police' (politionele en militaire omkadering) mocht gaan uitbouwen en dat twintig grote vennootschappen de kolonie economisch domineerden. De conclusie mag luiden dat de concessies die door de EIC aan de 'trusts' werden verleend de kaap van een wisseling in regime (van een dictatoriaal naar een quasi democratisch regime) veilig nemen. De annexatie van Congo door België gebeurde immers in het volste respect voor de reeds aangegane contractuele verbintenissen. De voorverkoop van de kolonie was geslaagd. Het industriële en militair-strategische belang van de koperprovincie Katanga is moeilijk te overschatten want het eerste kopergietsel komt nog vóór Wereldoorlog I (in 1911) uit de ovens van de UMHK te Lubumbashi.
[uit: TESSENS Lucas, Fortuin en Confrontatie (1865-1914), in: Jaarverslag Onroerende Voorheffing 2006, 2007, p. 104]
GOETHALS Maarten
150 JAAR NA KRONING VAN TWEEDE KONING VAN BELGIË | ‘Leopold II met Hitler vergelijken gaat niet altijd op’
Edited: 201512170802
De Standaard | 17 DECEMBER 2015 | Maarten Goethals
Een koloniaal genie of een ordinaire misdadiger? De figuur en de erfenis van koning Leopold II blijven de natie verdelen. Ook de directeur van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika weet het niet ‘na uren en uren discussiëren’.
Exact honderdvijftig jaar geleden volgde Leopold II zijn vader op als koning van België. Anderhalve eeuw later roept de lange, rijzige figuur met de volle grijze baard nog steeds felle reacties op.

‘Ofwel krijgt hij het epitaaf bouwmeester van België, die prachtige constructies neerpootte in Oostende en Brussel en het land internationaal, industrieel en cultureel op de kaart zette; een man met visie en daadkracht, een staatkundig genie dus. Ofwel krijgt hij meteen hitleriaanse trekjes. Maar niets daartussen’, zegt Jan Vandersmissen, historicus aan de universiteit van Luik en gespecialiseerd in de figuur van Leopold II. Niet dat Vandersmissen de ‘humanitaire ramp’ en de ‘gruwelen’ in de voormalige kolonie Congo minimaliseert, maar hij pleit wel voor een meer ‘neutraal debat over de vorst, om een juister inzicht te krijgen in diens beleid en persoon. En vergelijkingen met de Duitse Führer drijven de zaken op de spits, en kloppen vaak ook niet. Zo had Leopold helemaal geen uitroeiingsprogramma voor ogen.’

Naast meer nieuw wetenschappelijk onderzoek (dat in eigen land eigenlijk al een paar jaar stil ligt) pleit Vandersmissen ook om nieuwe archieven en bronnen aan te boren. ‘Zoals het archief van zijn privésecretarissen, dat duizenden handgeschreven briefjes bevat, vaak over geld en financiën, en moeilijk leesbaar: de zinnen van Leopold lijken op een horizontale lijn met af en toe een reliëfje.’

Maar toch, meer informatie (lees: meer contextualiseren en meer internationale vergelijkingen maken met andere koloniale machten zoals Frankrijk of Portugal) gaat allicht niet minder polemiek veroorzaken. Leopold II is en blijft omstreden: de Brusselse MR-schepen Geoffroy Coomans, die vandaag een optocht en een lezing wilde organiseren ter ere van het staatshoofd, kreeg de wind van voren en zegde alles af.

Ook het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika worstelt momenteel met de kwestie: was Leopold II een massamoordenaar of een wereldverbeteraar?

Kopzorgen

‘Het museum blijft voor renovatie dicht tot 2017, en die werken gaan goed vooruit’, vertelt directeur Guido Gryseels. ‘Wat ons echter kopzorgen bezorgt, is de opbouw van de nieuwe tentoonstelling. Ik kom net uit een vergadering van drie uur waar de vraag voorlag: hoe Leopold typeren? Eerlijk gezegd: ik weet het niet.’

Gryseels denkt ook nooit een definitief antwoord te kunnen geven. ‘Maar ik weet wel dat bij de opening van het museum honderden buitenlandse journalisten gaan kijken hoe België in de 21ste eeuw omgaat met zijn koloniaal verleden. Voor alle duidelijkheid: de voorstelling gaat de wandaden van de vorst allerminst minimaliseren of goedpraten – ook in de tijd dat hij leefde waren trouwens al kritische geluiden te horen over zijn tomeloze ambities en onstilbare geldzucht, vooral in Angelsaksische landen. Het parcours gaat alle elementen op tafel leggen en het publiek moet dan maar zelf zijn mening vormen.’

Gryseels hoopt enerzijds dat de nieuwe tentoonstelling (waarvoor hij samenwerkt met de Congolese gemeenschap) de jeugd iets bijbrengt over de ‘schaduwzijde van het Belgische succes’. En dat het anderzijds ook het maatschappelijke, ethische debat over de koloniale geschiedenis in alle hevigheid doet losbarsten.

Een hoop die hij deelt met Groen-politicus Bruno De Lille, verder in deze krant, en met VUB-historica Els Witte: ‘Media en politici moeten het onderwerp terug op de agenda plaatsen. De vraag luidt immers niet: was Leopold II een grote of een slechte koning? Maar wel: hoe kon dat gebeuren? Welke systemen lagen aan de basis? Als koning probeerde hij immers, tegen de wil van het parlement, zijn macht te handhaven, en hij leefde in kapitalistische tijden.’

De grootmacht België

‘Niet vergeten’, werpt Gryseels als laatste argument op om het debat te openen. ‘In België wonen ongeveer 70.000 Congolezen, en die worstelen nog dagelijks met dat trauma. Zo vinden velen dat alles wat momenteel misloopt in Congo nog steeds de schuld is van Leopold, wat natuurlijk ook weer niet klopt. En veel Belgen denken nog steeds met veel nostalgie naar die tijd toen ons land nog een grootmacht was. Ook niet gezond.’
Reuters
Saoedi-Arabië gaat een coalitie van 34 islamstaten leiden. Het doel: alle terroristische organisaties zoals ISIS/DAESH in het Midden-Oosten uitschakelen. Iran doet niet mee.
Edited: 201512150205
De genoemde landen zijn: Jordanië, UAE, Pakistan, Bahrain, Bangladesh, Benin, Turkije, Chad, Togo, Tunisië, Djibouti, Senegal, Soedan, Sierra Leone, Somalia, Gabon, Guinea, the partially-recognized state of Palestine, Islamic Federal Republic of the Comoros, Qatar, Cote d’Ivoire, Kuwait, Libanon, Lybië, Maldives, Mali, Maleisië, Egypte, Marocco, Mauritanië, Niger, Nigeria, Yemen.
Alle genoemde landen zijn lid van de Arabische Liga. Algerije ontbreekt op het appel.

Het HQ van de coalitie zal in Riyad, de hoofdstad van Saoedi-Arabië, liggen.

Er is nog niets bekend over de logistieke middelen en het uitrolplan. Of de operaties met 'boots on the ground' zullen verlopen, is dus ook niet zeker.


De 30-jarige kroonprins van de absolute monarchie SA en tevens minister van defensie, Mohammed bin Salman al Saud, zei tijdens een zelden gehouden persconferentie dat de doelwitten in Irak, Syrië, Libië, Egypte en Afghanistan zullen liggen.

Commentaar LT:
Saoedi-Arabië scoort hiermee gegarandeerd op het westerse nieuwsfront, zeker nu de schending van de mensenrechten in het eigen land onder vuur liggen. Opvallend was ook de sterk in de verf gezette deelname van vrouwen aan de lokale verkiezingen in SA. De propaganda-machines draaien op volle toeren.
Het valt af te wachten of dit bericht meer is dan een bliksemafleider. De jonge kroonprins mag geen gezichtsverlies lijden nu hij als sterke man naar voor wordt geschoven. In de moslimwereld draait immers alles rond viriliteit en voor de troonopvolging is dat een cruciaal gegeven. De huidige koning, Salman , wordt op 31 december 80 jaar.
BAUWENS Michel (interview in De Standaard Weekblad 20151212)
‘De Belgische regering kiest voor een trek-uw-plansamenleving’
Edited: 201512120903
CYBERFILOSOOF MICHEL BAUWENS EN DE ECONOMIE NA HET KAPITALISME
12 DECEMBER 2015 | Yurek Onzia, foto’s Fred Debrock
Het laatste boek dat wijlen Jean-Luc Dehaene cadeau deed aan zijn partijvoorzitter Wouter Beke, was De wereld redden van Michel Bauwens. Dat is de Belgische peetvader van de peer-to-peerbeweging – een vraag-aanbodeconomie tussen particulieren – vooralsnog niet gelukt, maar zijn alternatieve model maakt wel opgang. ‘Ja, ik ben een wereldverbeteraar.’
Een maandagmiddag in het Grand Café van het Antwerpse kunstencentrum deSingel. Michel Bauwens drinkt een espresso in het gezelschap van vier dames van Actueel Denken en Leven, een vereniging die sinds de jaren 70 voordrachten voor vrouwen organiseert over tendensen in de samenleving. Bauwens is voor deze lezing overgevlogen vanuit Berlijn, waar hij een van de hoofdgasten was op UnICommons, een tweedaagse rond gemeengoed. Straks vertrekt hij voor een tournee naar Nieuw-Zeeland en Australië, in het voorjaar is hij gastdocent aan de universiteit van Madison in de Amerikaanse staat Wisconsin.

Vandaag verwacht Bauwens maar ‘een man of 50, wat oké is, want ik spreek ook graag voor kleinere groepen’. Blijkt dat de Blauwe Zaal bomvol zit, 750 bezoekers, allemaal vrouwen. Ze smullen van zijn met voorbeelden gelardeerde verhaal over de peer-to-peer-economie, met als pijlers open en gedeelde kennis, duurzaamheid en solidariteit. En zij niet alleen. Bauwens’ boek De wereld redden is ook een Franse bestseller, de Engelse en Spaanse vertalingen staan op stapel. Verwante geesten als Jeremy Rifkin en Douglas Rushkoff steken hun appreciatie niet onder stoelen of banken. En in 2012 al nam het Post Growth Institute Bauwens op in de (En)Rich List, een lijst met de 100 meest inspirerende figuren voor een duurzame toekomst. Hij staat er te blinken naast Vandana Shiva, Mahatma Gandhi en Martin Luther King.

Terug naar het Grand Café, waar het gesprek geanimeerd is, jolig bij momenten. Bauwens is zijn bescheiden-charmante zelf, met anekdotes en grapjes over de boeddhistische gewoontes in Thailand. Hij woont al vijftien jaar in Chiang Maimet zijn Thaise vrouw en hun twee kinderen. Vandaaruit trekt hij de wereld rond om zijn visie op een nieuw maatschappijmodel uit te dragen. ‘Mijn vrouw begrijpt het allemaal niet zo goed’, lacht hij. ‘Telkens als ik vertrek, vraagt ze hoe het mogelijk is dat er mensen naar mij komen luisteren en daar nog voor willen betalen ook.’

Op het tandvlees

Het engagement van Michel Bauwens wortelt in de late jaren 90. Terwijl hij kampte met een burn-out, zag hij ook hoe het helemaal verkeerd ging met de wereld. Meer ongelijkheid, meer ecologische problemen. ‘Het leek alsof ons systeem er maar niet in slaagde om daar iets aan te doen’, zegt hij. ‘Dertig jaar geleden hadden we een ozonprobleem. Dat hebben we grotendeels opgelost, dankzij het Montrealprotocol van 1987 en de belofte van 197 landen om geen ozonschadelijke stoffen meer te produceren. Maar een gezamenlijke aanpak van de opwarming van de aarde en de klimaatverandering, dat lukt blijkbaar niet.’

Er was nog een motivatie. Bauwens had gewerkt als kaderlid voor British Petroleum en als e-business-strateeg voor Belgacom, had gezien hoe het er daar aan toe ging, hoeveel stress en burn-outs er waren en hoe kortzichtig het beleid van grote bedrijven was geworden. ‘Een verziekte werksfeer waar zelfs de elite van het kapitalisme vandaag niet aan ontsnapt’, zegt hij. ‘Vijftig jaar geleden gingen de Engelse aristocraten vrolijk naar de gentlemen’s clubs, om te socializen. Nu werkt een kaderlid 80 uur per week. Mensen zitten op hun tandvlees, ze zijn niet gelukkig.’

Bauwens dacht: dit kan toch niet het model voor de toekomst zijn? En ook: was hij een deel van het probleem of van de oplossing? ‘Het antwoord was duidelijk’, zegt hij. ‘Binnen zo’n structuur bleef ik een deel van het probleem. Ik heb toen beslist om me actief bezig te houden met systeemveranderingen. Ik nam een sabbatical, trok twee jaar uit om te lezen, onder meer over de val van het Romeinse Rijk, en reisde een halfjaar rond om dingen van nabij te bestuderen. De neerslag daarvan werd De wereld redden. Met peer-to-peer naar een postkapitalistische samenleving, het boek dat ik schreef met Jean Lievens.’

Peer-to-peer is een begrip dat oorspronkelijk uit de computerwereld komt, het betekent ‘van gelijke tot gelijke’. Wellicht was Bauwens niet de eerste, hij denkt aan het werk van iemand als Yochai Benkler, maar hij was wel een van de eersten die het p2p-principe hebben toegepast als sociale structuur op andere vlakken van de samenleving. Fundamenteel gaat het over de capaciteit van mensen om als gelijken onder elkaar samen waarde te creëren, via speciale licenties die het delen mogelijk maken. Het internet en de nieuwe technologieën laten meer dan ooit toe om makkelijk met elkaar in contact te komen en samen te werken. Zonder de normale hiërarchische structuren, maar door onderlinge coördinatie, op een globale schaal. ‘Peer-to-peer is dus niet zomaar een spelletje’, zegt Bauwens. ‘Het is het verhaal dat onze planeet nodig heeft.’

Parasitaire P2P

Centraal in dat verhaal staat het begrip commons, gemeengoed. Bauwens legt uit. ‘In de middeleeuwen al hadden boeren vaak een gemeenschappelijk stuk eigendom. Daarover maakten ze afspraken, om bijvoorbeeld op bepaalde tijdstippen vruchten te plukken.Commons is geen privaat goed en ook geen eigendom van de overheid, maar wordt beheerd door een gemeenschap van burgers, gebruikers en producenten, die er de voordelen of gevolgen van ondervinden.’

‘In de westerse wereld heeft het kapitalisme dat gemeengoed proberen af te breken. Het evenwicht tussen privé- en gemeenschappelijk bezit werd, zeker in de voorbije decennia, steeds ernstiger verstoord. Maar via het internet is het doodeenvoudig om samen op grote schaal gemeengoed te realiseren. Op die manier komencommons opnieuw in de kijker. En leiden ze naar een nieuwe manier van denken en aanpakken.’

zie onze nota over eigendom en staat

Kunt u daar voorbeelden van geven?

‘Eerst was er de vrije software, Linux. Een groep mensen creëerde die nieuwe software, maar privatiseerde hem niet en begon hem met iedereen te delen. Eén voorwaarde: als je er gebruik van maakt en er iets aan verandert, moet je die verbetering ook delen met de andere gebruikers. Wikipedia is nog een voorbeeld: een digitale bundeling van kennis op basis van vrijwillige bijdragen, die de oude encyclopedieën zo goed als overbodig heeft gemaakt.’

‘Momenteel evolueren we van een kapitalistische economie, gebaseerd op arbeid en kapitaal, naar een p2p-economie, gebaseerd opcommons en een vrijere taakverdeling. Maar omdat het allemaal nog gefragmenteerd is, zien mensen het volledige plaatje niet. Als onderzoeker kijk ik met de P2P Foundation naar die nieuwe initiatieven en vormen waarmee mensen bezig zijn, probeer er de onderliggende structuur en logica van te begrijpen en die inzichten naar het grote publiek te brengen.’

Commons, samenwerken, deeleconomie: het klinkt allemaal goed. Maar wat met bedrijven als Uber en Airbnb? Ze laten uitschijnen dat ze deel uitmaken van die sociaal gedreven p2p-economie, maar zijn evengoed gericht op winstmaximalisatie en beurswaarde.

‘Dat is inderdaad een probleem. In de nieuwe deeleconomie overheersen Uber en Airbnb, en Facebook zwaait de plak over de sociale media. Vandaag heeft het 1,3 miljard actieve gebruikers en het verandert de samenleving door de manier waarop het, via peer-to-peercommunicatie, mensen met elkaar in contact brengt. Maar zonder gebruikers heeft Facebook geen waarde. Het maakt gigawinsten door onze aandacht, het schaarste-element, te verkopen aan andere bedrijven. Wij creëren dus 100 procent van de marktwaarde, maar de opbrengsten gaan integraal naar Mark Zuckerberg. In het kapitalistische systeem betaal je de mensen tenminste nog voor hun arbeid, de toegevoegde waarde. Airbnb en Uber faciliteren, maar voegen zelf niets toe en nemen geen enkele verantwoordelijkheid. Op die manier werken ze veel goedkoper dan hotels en taxibedrijven, kunnen ze de markt innemen en grote winsten maken. Zo’n systeem kan niet blijven werken, want het is parasitair, ook voor het kapitalisme zelf. De p2p-dynamiek kan het huidige maatschappijmodel dus ook enorm verstoren.’

Coalition of the Commons

Hoe los je dat op? Michel Bauwens kijkt naar de politiek. Partijen en overheden die de kracht van het nieuwe model inzien en ermee aan de slag gaan. ‘Zo kun je in Gent of Antwerpen perfect een eigen gemeengoedversie van Uber oprichten en de winst ervan verdelen onder de chauffeurs. Waarom doen we dat niet? De rol van stedelijke overheden kan daarbij cruciaal zijn, door als facilitator van een deeleconomie op te treden.’

Bauwens stelt een Coalition of the Commons voor. ‘Door de digitalisering wordt traditionele arbeid steeds schaarser en kunnen we geen sociale compromissen meer sluiten enkel op basis van klassieke loonarbeid. Het moet wel mogelijk zijn om een nieuwe sociale en politieke meerderheid te creëren rond het idee van de commons. Je hebt het succes van de Piratenpartijen – in IJsland worden ze volgens recente peilingen de grootste partij – die de digitale cultuur vertegenwoordigen. Je hebt de Groenen, die de natuur als gemeengoed vertegenwoordigen. Je hebt nieuwe progressieve partijen, zoals het Griekse Syriza en het Spaanse Podemos en Barcelona en Comù (‘Barcelona Samen’, nieuw burgerplatform dat bij de laatste verkiezingen een meerderheid behaalde en met Ada Colau de nieuwe burgemeester leverde, red.), die zijn voortgekomen uit de Occupy-, de 15 mei- en Syntagma Squarebewegingen: allemaal groeperingen die sterk de peer-to-peer-principes hebben toegepast. Ik denk ook aan de grote mobilisatie die politici als Bernie Sanders in de VS en Jeremy Corbyn in Groot-Brittannië teweegbrengen en aan nieuwe burgerbewegingen zoals Hart Boven Hard/Tout Autre Chose in België.’

(op dreef) ‘We hebben vandaag een negatief sociaal contract. Wat is onze belofte aan onze jongeren? Dat je, áls je een geschikte job vindt, harder en langer zal moeten werken. Dat studeren steeds duurder zal worden, dat je je volwassen leven zult beginnen met schulden. Dat je geen huis zult kunnen kopen, als je geen rijke ouders hebt. De huidige Nederlandse en Britse regering, en ook de Belgische, kiest voor een trek-uw-plansamenleving. Een gevaarlijk model, want het vernietigt in ijltempo de solidariteitsmechanismen en het sociale weefsel. Het nefaste Europese austeritybeleid, gedicteerd door dezelfde grootbanken die ons met hun roekeloze gespeculeer en hebzucht in de crisis hebben gestort, drijft landen naar de bedelstaf. Willen we dat veranderen, dan zullen we, zoals de arbeiders ooit een arbeidersbeweging hebben opgebouwd, een commonsbeweging moeten creëren.’

Ziet u dat zonder slag of stoot gebeuren?

‘Dat moet uiteraard op een democratische manier gebeuren, maar het gaat wel om radicaal andere politieke keuzes – je kunt die niet alleen bewerkstelligen door op je eentje microfabrieken te bouwen. Je moet dan denken aan het grondig veranderen van instituties en instellingen, aan méér democratie en burgerparticipatie. Of dat een gewelddadig proces is of niet, hangt niet van ons af. Wel van het feit of het systeem soepel genoeg is om die innovaties te accepteren. Een systeem wordt pas gewelddadig, als het niet meer kan veranderen zónder geweld. Dat moeten we absoluut vermijden. Ik pleit voor evolutie en samenwerking, in plaats van voor revolutie en onderlinge verdeling.’

Dat de veranderingen volop bezig zijn, toont u in uw boek aan via een reeks succesvolle cases.

‘Ja, ik denk aan Fora do Eixo, een groot p2p-cultuurnetwerk in Brazilië dat erin is geslaagd een grote alternatieve muziekeconomie te creëren. Je hebt er ook Curto Café, een alternatieve koffiegemeenschap die heel wat peer-to-peer-principes gebruikt: openheid in de productie en de boekhouding, een open recept en wie investeert, wordt terugbetaald met gratis koffie. Of het Broodfonds in Nederland, een mooi voorbeeld van onderlinge solidariteit bij ziekte of ongeval tussen kleine zelfstandigen, freelance kenniswerkers en kleine ondernemingen – het nieuwe precariaat, dat zouden de vakbonden dringend moeten beseffen. En in Zwitserland heb je WIR, een p2p-organisatie van 62.000 ondernemers die werkt als een soort ‘nieuwe gilde’ en haar leden helpt en versterkt door kredietverstrekking via een alternatieve munt, de WIR franc, buiten de traditionele banken om. Allemaal dingen die de arbeidersbeweging in de 19de eeuw al deed, maar nu in een nieuw technologisch jasje zitten.’

VAN TINA NAAR TAPAS

U reist vanuit uw thuisbasis in Thailand vrijwel continu de wereld rond, met een onvermoeibare, haast apostolische bevlogenheid. Wat houdt u gaande?

‘Als je iets wilt veranderen, moet je mensen hoop geven en die energie mobiliseren. Misschien lukt het niet, maar als je begaan bent met sociale rechtvaardigheid en de planeet, en iets wilt bereiken, kun je gewoon niet anders. Tijdens mijn burn-out werd het me duidelijk dat een engagement met mijn medemens, van gelijke tot gelijke, een essentieel deel van mijn leven moest zijn. Het peer-to-peer verhaal was daar de logische uitkomst van.’

‘In The Varieties of Religious Experienceheeft Harvard-filosoof William James het over de ‘once born’ en de ‘twice born’. Er zijn mensen die geboren worden en onmiddellijk hun plaats vinden. Je hebt er ook die een strijd moeten leveren, een crisis doormaken. Als die erin slagen, zegt James, om later in hun leven erbovenop te komen, zijn dat de mensen die de wereld veranderen. Ik was als jongeman niet gelukkig. Vond mijn plaats niet, heb moeten worstelen om zingeving te creëren. En dan gebeurt er iets waardoor alles samenvalt en je weet: dit is mijn weg. Ik doe dit dus omdat ik het móét doen.’

Beschouwt u uzelf als een wereldverbeteraar?

(resoluut) ‘Ja.’

Ik vraag het omdat het een woord is dat mensen nauwelijks nog in de mond durven nemen.

‘Ja, maar dat is net het probleem. Dat heersende cynisme, in combinatie met het dominante neoliberale denken. Sommige politici proberen de mensen wijs te maken dat er geen andere opties zijn dan het beleid dat we nu voorgeschoteld krijgen. Dat is een verschrikkelijke onderdrukking van de mens en van het menselijke potentieel. Ik zeg het vaak: we moeten van TINA (There Is No Alternative, red.) naar TAPAS (There Are Plenty of Alternatives’, red.), want er zijn wel degelijk alternatieven.’

‘Momenteel zijn miljoenen mensen hun leven aan het veranderen. Ze accepteren steeds minder het dominante neoliberale economische denken en willen ethisch, duurzaam en solidair handelen. Uit een onderzoek in Finland is gebleken dat maar liefst 95 procent van de Finse designstudenten wil meewerken aan duurzaamheidsinitiatieven. Mensen zetten zich in voor hun wijk en voor natuurbehoud, organiseren repair cafés, zetten coworking spaces en FabLabs op, delen hun wagens en materiaal, en produceren alternatieve energie, geïnspireerd door de succesvolle burgercoöperatieven in Duitsland, waar 96 procent van de hernieuwbare energie wordt geproduceerd buiten de energiemaatschappijen om. Op die manier ontstaat er een tegenmacht die de bestaande macht uitdaagt, met solidariteit, duurzaamheid en gedeelde kennis als belangrijkste pijlers.’

Er is nog hoop?

‘Er is zeker hoop. En het is belangrijk om hoop te hebben. Niet omdat mensen die de wereld willen verbeteren, daar altijd volledig in slagen. Maar beeld je in dat je zelfs niet meer probeert. Dan boer je zeker achteruit.’
News
Koppeling vluchtelingencrisis aan EU-lidmaatschap Turkije
Edited: 201511300015

Een Europese top in Brussel heeft zondag ingestemd met een hulp van 3 miljard euro aan Turkije om de vluchtelingencrisis in te dijken. Verder wordt de gesprekken over de toetreding van Turkije tot de EU geheractiveerd.
Commentaar:
Indien mocht blijken dat Turkije wapens levert aan ISIS dan is dit een merkwaardige en verontrustende ontwikkeling. De EU zou dan immers zelf de terroristische aanslagen financieren, weliswaar op indirecte wijze. Uitgerekend op dit moment zijn er aanwijzingen - uitgebracht door de Turkse oppositiekrant Cumhuriyet - dat de wapenleveringen aan het zogenaamde 'gemodereerde Syrische verzet' (o.a. aan de Turkmen) moeiteloos doorgesluisd worden naar ISIS/DAESH. Dat zou gebeuren met medeweten van de Turkse geheime dienst (Millî İstihbarat Teşkilâtı of afgekort MİT).
De toetreding van Turkije wordt overwogen en dichterbij gebracht niettegenstaande ernstige schendingen van de persvrijheid en andere mensenrechten door de regering van president Erdogan.
De vriendelijke bejegening van Turkije, kort na het neerschieten van een Russische jager, brengt de EU op ramkoers met Poetin.
Ook nog dit: op televisiebeelden was duidelijk te zien dat Jean-Claude Juncker dronken verscheen op de vergadering. Het drankprobleem van Juncker is een toegedekt geheim in Brussel maar de camera's van tientallen televisiestations lopen natuurlijk wel.


BBC 20151128
Poetin legt zware sancties op aan Turkije na neerhalen jager
Edited: 201511290034
President Poetin tekende een decreet dat de handelsrelaties tussen Rusland en Turkije zwaar treft: import groenten en fruit, visaplicht voor Turken, zo'n 90.000 Turkse werknemers in Rusland worden geviseerd, chartervluchten tussen beide landen worden beëindigd.
Erdogan weigert nog steeds zich te excuseren maar betuigt 'spijt over het incident'. In diplomatieke taal is dat een hemelsbreed verschil.
LT
The 5 pillars of Saoudi-Arabia - De 5 pijlers van Saoedi-Arabië
Edited: 201511272326


Schema deels gebaseerd op RATHMELL Andrew, Saoedi-Arabië, het koninkrijk van de olie, in: Het Midden-Oosten hertekend (boeknummer 19960211) en een tiental andere boeken.
Er is een groeiende bewustwording in Europa rond het feit dat Saoedi-Arabië een cruciale rol speelt in het Syrisch conflict.
Zo werden er in het Belgische parlement vragen gesteld aan minister Reynders (BuZ) over een op til zijnd belastingsverdrag met het land. Zoals gewoonlijk volgt er dan een evasief antwoord. Het is ook jammer dat de oppositie deze vragen stelt: het kalf is dan al verdronken voor het geboren is. De Saoedische investeringen in de Antwerpse haven - goed voor 900 banen gespreid over vijf jaar - leggen blijkbaar meer gewicht in de schaal dan barbaarse onthoofdingen en mateloos geweld. Wiens brood men eet, diens woord men spreekt. Is dat de ethiek van politieke partijen, ondernemers en vakbonden? Of raakt die ondergesneeuwd tijdens het parcours van geven en nemen?
Op het internationale forum stelt men vragen bij de financiering van ISIS/DAESH, de excursie van westerse staatshoofden naar SA in januari 2015, de steun aan Europese moskeeën, de onderdrukking van vrouwen, de (publieke) onthoofdingen onder de sharia-wetgeving, het willekeurige optreden van de gevreesde religeuze politie (Committee on the Promotion of Virtue and Prevention of Vice), aan slavernij grenzende tewerkstelling van buitenlandse werknemers en het racisme tegenover hen, etcetera.
Op het binnenlands vlak ontstaat er in SA een probleem wanneer de olieprijzen laag blijven. Wellicht zien oliestaten met lede ogen aan hoe de wereld zich keert naar alternatieve energiebronnen (zon, wind, schaliegas, hydro, ...) en hoe de Russische energieleveranciers hun netwerk van 'pipelines' gestadig uitbreiden. Overigens zijn de 'global oil players' zowel in SA als in Rusland actief.
De rol van de ulama's (de religieuze klasse) is alles behalve transparant. Zij onderhouden de basis van het wahabisme (genoemd naar de predikant Mohammed ibn Abd al-Wahhab) en zorgen voor de legitimering van het regeringsbeleid. Tegelijk vangt het wahabisme de ontgoochelden op en leidt hen naar een (buitenlands) vijandelijk doel.
De rol van de USA - daaronder verstaan de rol van de oliemaatschappijen - is dubbel: enerzijds de afname en distributie van de olie, anderzijds de leverancier van allerlei wapentuig. De politieke situatie en de mensenrechten in SA zijn zelden het voorwerp van debat. Zo lijkt een directe kritiek van een Amerikaanse presidentskandidaat op het beleid wel op politieke zelfmoord.
Tenslotte nog een woord over Europa. De EU krijgt in het verhaal de rol toebedeeld van lijdend voorwerp: opname van vluchtelingen uit Syrië, Afghanistan, Irak en aanslagen van terroristen. Binnen de driehoek USA - Rusland - SA wordt het Europese model aan diggelen geslagen en we moeten ons durven afvragen of er geen economische oorlog woedt onder de sluier van het fundamentalistisch islamisme. (Wordt vervolgd ...)


UK
Colin Chalmers lanceert petitie om PKK van de terroristenlijst te schrappen in de UK.
Edited: 201511271826
De petitie werd op vrijdag 20151127 gelanceerd. Alleen Britse burgers kunnen ze ondertekenen.
De tekst luidt als volgt:


site Parlement UK

De petitie is een teken aan de wand dat de rol van Turkije en van Erdogan in het Syrië-conflict dubieus wordt geacht. Waarnemers zeggen dat Turkije de vrijgeleide, die het land van de NATO kreeg om in Syrië te gaan bombarderen, misbruikt om het conflict met de Koerden uit te vechten. Turkije zou op de zwarte markt olie aankopen die uit ISIS/DAESH-gebied afkomstig is.
De NATO zit ook verveeld met het neerschieten van een Russisch gevechtsvliegtuig dat 17 seconden boven Turks grondgebied vloog.
Het mag duidelijk zijn dat de Koerden elke gelegenheid te baat nemen om Koerdistan te vestigen in het gebied waar een machtvacuüm ontstaat.
News
Hotelgroep Marriott koopt concurrent Starwood voor 12,2 miljard US$.
Edited: 201511171324
Zo ontstaat een groep met 1,1 miljoen hotelkamers in 5.500 hotels in meer dan 100 landen.
Andere grote hotelgroepen zijn: Hilton en Intercontinental (Crowne Plaza en Holliday Inn).
LT
AIRBNB drijft hotelsector naar verkoop van hotelkamers. Xior trekt met studentenkamers naar de beurs.
Edited: 201511051235
De aandacht voor het 'kleinere vastgoed' weerspiegelt de trend naar kleiner wonen, armoede, overbevolking in steden, onvoldoende startkapitaal bij jongeren, toenemende belastingdruk op wonen, zero-rendement op spaargelden.
TESSENS Lucas
Katanga-model: the evaporating public sector - de minimale staat
Edited: 201510310005

AFBEELDING TE KLEIN ? Klik met rechtermuisknop op de afbeelding en open ze in een nieuw tabblad.

Katanga model: de minimale staat
Begin 2014 ontwikkelde het Media Expert Research System bovenstaand analyse-model om een inzicht te krijgen in de evoluties op nationaal, Europees en geopolitiek vlak. Het werd de laatste maanden verfijnd en bijgesteld.
In het schema zijn er drie zones:
A. de wegkwijnende zone van de overheidsdiensten en -bedrijven van de natiestaat (links bovenaan);
B. de beperkte zone van de private sector van een natiestaat (links onderaan);
C. de zone van de zogenaamde 'global players', de multinationals en de supra-nationale conglomeraten (rechts op het speelveld).
Het schema tracht duidelijk te maken dat de private sector zoveel mogelijk winstgevende activiteiten van de staat overneemt. Dit is de privatiseringsgolf die we in Europa vanaf de jaren 90 kennen. De private sector oefent een 'push' uit op de publieke sector en bedient zich daarbij van politieke partijen en lobbying.
Tegelijkertijd is er de 'push' van de 'global players' om de nationale private sector via overnames in handen te krijgen.
De logica zegt dat bij een verzwakking van de natiestaat deze geneigd/verplicht zal zijn om de nog resterende activa ten gelde te maken om de begroting te doen kloppen. Die verzwakking gebeurt op twee manieren:
ten eerste doordat de 'global players' haast geen belastingen afdragen aan de natiestaten (cfr. LuxLeaks);
ten tweede door de sociale verplichtingen en de niet-productieve lasten van de staten zodanig te verzwaren dat privatiseringen noodzaak worden, ook als de overheidsbedrijven winstgevend zijn en voor de financiering van de staat kunnen zorgen.
Wat dit laatste betreft dient de vluchtelingenstroom uit het Midden-Oosten de belangen van de 'global players'. De opvang van vluchtelingen zal immers een gat slaan in de begrotingen van de natiestaten.
De sleutelsectoren van de staten (energie en nutsbedrijven, geld, kredieten, media, ...) zitten nu in de zone van de 'global players'.
In deze neo-liberale beweging moet de band met de oorspronkelijke eigenaar doorgeknipt worden. Een voorbeeld daarvan is de naamswijziging van het landgebonden BELgacom in het neutrale Proximus.

De laatste jaren stellen we nog een ander fenomeen vast: de staat reorganiseert de overheidsbedrijven op kosten van de collectiviteit om ze dan 'rijp' en winstgevend te privatiseren. Drie voorbeelden: opnieuw Proximus, BPost en Belfius.

Waarom we dit het Katanga-model noemen? Omdat ten tijde van de afscheiding van Katanga van Congo nog slechts drie factoren van tel waren: een marionnet als president, een dominante Union Minière en een repressieve gendarme-macht.


Studie Univ Gent
Ryanair-piloten vliegen onder bedenkelijk statuut
Edited: 201510282110
De piloot heeft een eigen firma, factureert aan een interimkantoor, dat op zijn beurt factureert aan Ryanair. De piloot draait dus zelf op voor de sociale lasten. Dit ruikt naar een systeem van schijnzelfstandigheid.
Low fares but not fair?

Hoe wordt schijnzelfstandigheid beschouwd in het Belgische recht? Definitie.
Schijnzelfstandigen zijn werknemers die het statuut van zelfstandige hebben, hoewel ze in werkelijkheid een beroepsactiviteit uitoefenen onder het gezag van een werkgever. Dat betekent dat zij normaal gezien in loondienst zouden moeten zijn.
Het gaat hier om sociale fraude die zware schade berokkent aan de solidariteit waarop het hele Belgische systeem van sociale zekerheid gebouwd is. Deze vorm van sociale fraude kan zwaar bestraft worden.

zie ook: Y. Jorens, D. Gillis, L. Valcke & J. De Coninck, ‘Atypical Forms of Employment in the Aviation Sector’, European Social Dialogue, European Commission, 2015.
LT
Verboden films - de erfenis van het nazi-tijdperk
Edited: 201510270048
Op maandag 20151026 toonde Das Erste een interessante documentaire van Felix Moeller over de meer dan duizend films die tijdens het nazi-tijdperk werden geproduceerd. De essentie van de vraagstelling: moet het vrij vertonen van deze films verboden worden en blijven? De verstandigste stelling van een van de geïnterviewden was dat mits een kwalitatief hoogstaand en kritisch onderwijs het risico van hernieuwde indoctrinatie vermeden wordt en dat de films onder die voorwaarden niet verboden dienden te blijven. Meteen is dan de noodzaak van kwalitatief onderwijs een prioriteit. Het herkennen van propagandatechnieken is belangrijk om de huidige media-manipulaties te kunnen plaatsen.
Er werd opgemerkt dat de "Vorbehaltsfilme" ook op YouTube te bekijken zijn.
MERS Antique Books Antwerp biedt in zijn collectie een beperkt aantal boeken aan die onmiskenbaar van nazi-signatuur zijn. Wij hebben hier steeds de stelling verdedigd dat deze geschriften niet moeten verbannen worden uit de antikwarische handel. Zij weerspiegelen een tijdsgeest en kunnen tot een beter begrip leiden van de frustraties, de drijfveren en de misdadigheid van het nazisme en het fascisme. Overigens zou het van kortzichtigheid getuigen om ALLE stellingen van het fascisme neer te sabelen als vals, racistisch en onwaar. Met name de stellingen over de monopolisering van de mondiale grondstoffenmarkten zijn juist gebleken. Het is ook goed te bedenken dat het nationaal-socialisme wel degelijk socialistische origines had en uit 'linkse' hoek kwam. Dit wordt zelden geponeerd.

Hieronder een samenvatting van de presentatie door Das Erste:
Verbotene Filme – Das Erbe des Nazi-Kinos (2013)
Weit über tausend Spielfilme wurden in Deutschland während der Zeit des Nationalsozialismus hergestellt. Über 40 NS-Filme sind bis heute nur unter Auflagen zugänglich – sie sind "Vorbehaltsfilme". Volksverhetzend, kriegsverherrlichend, antisemitisch und rassistisch – so lauten die Begründungen, warum die Filme für die Öffentlichkeit nicht frei zugänglich sind.
Wie soll man mit den Naziflmen umgehen?
Urheberrecht und Jugendschutz sind dabei die juristischen Hebel, denn das deutsche Grundgesetz erlaubt keine Zensur. Der Umgang mit ihnen ist umstritten: Bewahren oder entsorgen, freigeben oder verbieten? "Verbotene Filme" stellt die "Nazifilme aus dem Giftschrank" vor und macht sich auf die Suche nach ihrem Mythos, ihrem Publikum und ihrer Wirkung heute – in Deutschland wie im Ausland. Eine Reise zur dunklen Seite des Kinos.
Experten berichten
Oskar RoehlerOskar Roehler
Über die Brisanz der Propagandafilme des Dritten Reichs und ihre Idee eines angemessenen Umgangs damit geben unter anderem Oskar Roehler, Moshe Zimmermann, Rainer Rother, Margarethe von Trotta, Jörg Jannings, Sonja M. Schultz, Götz Aly sowie Aussteiger aus der Nazi-Szene und Überlebende der Shoah Auskunft.

link Das Erste
Guardian 20151024
Britain's EU exit would devastate nation's farmers, says study of AGRA-Europe.
Edited: 201510260007
Only the top 10% of farmers would be able to survive due to severe drops in EU subsidies.
Comment LT: this could trigger a further concentration of land ownership in Britain.
LT
Universiteit Gent ontsluit 19de eeuwse kadastrale leggers - PoppKAD
Edited: 201510231652
Tussen 1842 en 1879 publiceerde Philip-Christian Popp (1805-1879) een kadastrale Atlas van België. Dit werk vormt vandaag een eersterangsbron voor al wie op zoek is naar harde informatie over vastgoed en grondbezit in de 19de eeuw.

Het project POPPKAD streeft de ontsluiting van dit omvangrijke basiswerk na met het oog op een betere kennis van de eigendomsverhoudingen in de negentiende eeuw.

MERS Antique Books Antwerp leverde een groot aantal kadastrale leggers voor dit project. Wij feliciteren het projectteam met de eerste realisaties.

Wouter Ronsijn (De kadasterkaarten van Popp: een sleutel tot uw lokale geschiedenis: historische geografie van Aarschot, Asse, Halle en Tienen aan de hand van de kadasterkaarten van Popp. Peeters-Leuven, 2007, 148 pp. - zie ons boeknummer 20070098 ) legde met zijn boek mee de basis voor dit project.
Stuurgroep:
Philippe De Maeyer, hoogleraar, Vakgroep Geografie, Universiteit Gent
Paul Janssens, hoogleraar emeritus, Katholieke Universiteit Brussel en Universiteit Gent
Wouter Ronsijn, postdoctoraal onderzoeker, Vakgroep Geschiedenis, Universiteit Gent
Stijn Van de Perre, docent, Arteveldehogeschool Gent
Bart Van de Putte, docent, Vakgroep Sociologie, Universiteit Gent
Eric Vanhaute, hoogleraar, Vakgroep Geschiedenis, Universiteit Gent (woordvoerder-promotor)
Projectcoördinator en contactpersoon: Sven Vrielinck, Vakgroep Geschiedenis, Universiteit Gent

Hieronder de kaart van de geanalyseerde gemeenten:




Commentaar:
De raadpleging van kadastrale bronnen is steeds een heikel punt geweest in het historisch onderzoek. Het grondbezit reflecteert immers de ongelijkheid in de verdeling van vermogen. In de 19de eeuw was grond het nec plus ultra van vermogen, rijkdom en macht. De huwelijken in de toplaag hadden een uitbreiding van die macht op het oog en de kadastrale atlas van Popp was net om die reden een handig instrument.
Emile Vandervelde (1866-1938) opende in 1900 met zijn studie 'La propriété foncière en Belgique' de weg maar na Wereldoorlog I viel het onderzoek naar grootgrondbezit zo goed als stil.
Was dat de prijs die het socialistische establishment betaalde voor het enkelvoudig stemrecht? Kwam er met andere woorden een stilzwijgende overeenkomst tot stand om de eigendomsverhoudingen buiten de politieke discussie te houden? Waarom zijn de historici meegegaan op deze weg? Welke acties werden er ondernomen om het Kadaster toe te dekken en niet meer consulteerbaar te maken? Was dat om de schrijnende ongelijkheid in de vermogens verborgen te houden? Gebeurde dat om te verbergen dat tijdens de Franse Revolutie enkele tientallen families hun grote slag hadden geslagen bij de verkoop van de zgn. 'nationale goederen'?
Het zijn vragen die het project POPPKAD niet zal beantwoorden. Maar men kan moeilijk om de vaststelling heen dat een systematische verwerking van de kadastrale leggers van Popp veel eerder had kunnen gebeuren indien de fondsen daarvoor waren vrijgemaakt. Er komt een tijd dat men onderzoek zal doen naar het waarom van niet-uitgevoerde onderzoeken, naar de achterliggende drijfveren, de belangen, de combines, de sturing van budgetten en universitaire centra.
Wij hopen dat PoppKAD niet alleen een analyse-instrument zal opleveren maar dat het ook een antwoord zal geven op volgende vraag: 'Hoeveel procent van de eigenaars had hoeveel procent van de onroerende goederen in handen?'

naar de PoppKAD site

Richard Dawkins
over godsdienst, het Midden-Oosten en geweld in 'Kapelaan van de duivel' (A devil's chaplain, 2003, pagina 187)
Edited: 201510060141
'De bittere haatgevoelens die op dit moment de politiek van het Midden-Oosten vergiftigen zijn geworteld in het reële of vermeende onrecht van de instelling van een joodse staat in een islamitische regio. Gelet op alles wat de joden hadden doorgemaakt moet dat een eerlijke en humane oplossing hebben geleken. Een diepe vertrouwdheid met het Oude Testament had de Europese en Amerikaanse besluitvormers waarschijnlijk een idee gegeven dat dit werkelijk het 'historische thuisland' van de joden was (hoewel de verschrikkelijke bijbelverhalen over de manier waarop Jozua en anderen hun Lebensraum veroverden hun te denken hadden kunnen geven). En zelfs al was die beslissing op dat moment niet gerechtvaardigd, zijn er nu goede gronden om ervoor te pleiten dat, nu Israël eenmaal bestaat, het terugdraaien van de status-quo een nog groter onrecht zou inhouden.
Ik ben niet van plan om me in deze discussie te begeven. Maar als er geen godsdienst had geweest, zou het idee van een joodse staat van meet af aan nooit enige betekenis hebben gehad. En evenmin het idee van een islamitisch grondgebied als iets dat kan worden binnengevallen en ontheiligd. In een wereld zonder godsdienst zouden er geen kruistochten zijn geweest, geen inquisitie, geen anti-semitische pogroms (de mensen van de diaspora zouden allang met andere bevolkingsgroepen vermengd zijn, en niet langer te onderscheiden van hun gastheerpopulaties), geen onlusten in Noord-Ierland (geen etiket om de twee 'gemeenschappen' van elkaar te onderscheiden en geen sektarische scholen om kinderen historische haatgevoelens aan te leren - het zou simpelweg één gemeenschap zijn).'
Denise Bauer, US-ambassadeur in België
België moet defensie-uitgaven verhogen
Edited: 201510021318
Met de aanschaf van nieuwe gevechtsvliegtuigen voor de deur is dat een begrijpelijke vraag van de USA. Het past in de logica van 'political fundraising'. De F-35 is immers duurder dan de Rafale van Dassault. Binnen een laag defensiebudget scoort de Rafale beter als return on investment; bovendien is de Rafale een 'bimoteur'. Michel en Reynders waren er als de kippen bij om Bauer terug te fluiten. Dassault heeft 53 procent van de aandelen van SABCA. Op 5 maart 2015 bracht Bauer een bezoek aan SABCA, dat fungeert als 'trait d'union' tussen Dassault en Lockheed-Martin.


F-35:
Topsnelheid: 1.930 km/h
Bereik: 2.220 km
Lengte: 16 m
Spanwijdte: 11 m
In gebruik genomen: december 2015

Rafale:
Topsnelheid: 2.130 km/h
Bereik: 3.700 km (niet geconfirmeerd)
Lengte: 15 m
Spanwijdte: 11 m
News
Kleding bevat giftige stoffen. Dat is slecht voor de werknemers die ze maken en slecht voor hen die ze dragen. Het verrijkt enkel diegenen die ze laten maken.
Edited: 201509300127
DS 20150928
BBP België: prostitutie goed voor 870 miljoen euro
Edited: 201509281008



De KU Leuven onderzocht het fenomeen op vraag van de Nationale Bank van België. De Europese Unie neemt immers ook zwart geld op in de economische statistieken.


lees de studie
LT
Het wegtrekken van Terzake uit prime time is een dommigheid van jewelste.
Edited: 201509250127
Canvas (VRT) programmeert Terzake nu rond 22.45 uur. Dan liggen de Vlamingen al onder de wol. Handig als je ze dom wilt houden.
Overigens zijn wij van mening - en dat is echt geen pleidooi pro domo - dat u beter een goed boek leest dan televisie te kijken. Televisie is immers gehakt stro voor het kijkcijfer-vee.
News
VW: Martin Winterkorn neemt ontslag. Verklaring van Executive Committee suggereert dat geen van de eigen leden op de hoogte was van het bedrog. Dat lijkt ongeloofwaardig en geen garantie voor 'a credible new beginning'.
Edited: 201509240055
Wolfsburg, 2015-09-23
Statement by Prof. Dr. Winterkorn
"“I am shocked by the events of the past few days. Above all, I am stunned that misconduct on such a scale was possible in the Volkswagen Group.

As CEO I accept responsibility for the irregularities that have been found in diesel engines and have therefore requested the Supervisory Board to agree on terminating my function as CEO of the Volkswagen Group. I am doing this in the interests of the company even though I am not aware of any wrong doing on my part.

Volkswagen needs a fresh start – also in terms of personnel. I am clearing the way for this fresh start with my resignation.

I have always been driven by my desire to serve this company, especially our customers and employees. Volkswagen has been, is and will always be my life.

The process of clarification and transparency must continue. This is the only way to win back trust. I am convinced that the Volkswagen Group and its team will overcome this grave crisis."

_________________________________________________________

Wolfsburg, 2015-09-23
Statement from the Executive Committee of Volkswagen AG’s Supervisory Board
In a meeting on Wednesday, September 23, the Executive Committee of the Supervisory Board of Volkswagen AG discussed in detail the manipulation of emissions data of Volkswagen Group diesel engines and came to the following conclusions:
1. The Executive Committee takes this matter extremely seriously. The Executive Committee recognizes not only the economic damage caused, but also the loss of trust among many customers worldwide.

2. The Executive Committee agrees that these incidents need to be clarified with great conviction and that mistakes are corrected. At the same time, the Executive Committee is adamant that it will take the necessary decisive steps to ensure a credible new beginning.

3. The Executive Committee has great respect for Chairman Professor Dr. Winterkorn’s offer to resign his position and to ask that his employment agreement be terminated. The Executive Committee notes that Professor Dr. Winterkorn had no knowledge of the manipulation of emissions data. The Executive Committee has tremendous respect for his willingness to nevertheless assume responsibility and, in so doing, to send a strong signal both internally and externally. Dr. Winterkorn has made invaluable contributions to Volkswagen. The company’s rise to global company is inextricably linked to his name. The Executive Committee thanks Dr. Winterkorn for towering contributions in the past decades and for his willingness to take responsibility in this criticall phase for the company. This attitude is illustrious.

4. Recommendations for new personnel will be presented at the upcoming meeting of the Supervisory Board this Friday.

5. The Executive Committee is expecting further personnel consequences in the next days. The internal Group investigations are continuing at a high tempo. All participants in these proceedings that has resulted in unmeasurable harm for Volkswagen, will be subject to the full consequences.

6. The Executive Committee have decided that the company will voluntarily submit a complaint to the State Prosecutors’ office in Brunswick. In the view of the Executive Committee criminal proceedings may be relevant due to the irregularities. The investigations of the State Prosecutor will be supported in all form from the side of Volkswagen.

7. The Executive Committee proposes that the Supervisory Board of Volkswagen AG create a special committee, under whose leadership further clarifying steps will follow, including the preparation of the necessary consequences. In this regard, the Special Committee would make use of external advice. Further details about this will be decided at the Supervisory Board meeting on Friday.

8. The Executive Committee is aware that coming to terms with the crisis of trust will be a long term task that requires a high degree of consistency and thoroughness.

9. The Executive Committee will work on these tasks together with the employees and the Management Board. Volkswagen is a magnificent company that depends on the efforts of hundreds of thousands of people. We consider it our task that this company regains the trust of our customers in every respect.

________________________________
Commentaar: gezien de extreme wereldwijde verwevenheid in de automobielindustrie (onderlinge levering van componenten - zie ons boeknummer 20000215) is het niet ondenkbaar dat het bedrog planetaire afmetingen heeft aangenomen en dat ook Franse, Italiaanse, Japanese en Amerikaanse groepen betrokken zijn geraakt bij wat nu 'dieselgate' wordt genoemd.
studie SD Worx
tevredenheid en engagement werknemers daalde tussen 2009 en 2015
Edited: 201509231736
Zingeving en uitdagingen vaak zoek. Leidinggevenden geven zelden de juiste feedback en ondersteuning.
LT
we zijn op weg naar vrije meningsuiting 'light'
Edited: 201509160037
Vrije meningsuiting kan enkel gedijen in een land waar wij de andere het recht toekennen zich te vergissen. Dat is immers de toetssteen om na te gaan of wij onszelf niet vergissen.
Interview met Etienne Vermeersch in DS 20150905
Het is flauwekul om te zeggen dat we die vluchtelingen nodig hebben. In België hebben we 600.000 werklozen.
Edited: 201509051027
'Grote groepen nieuwkomers integreren is zeer moeilijk.' (...) Homogeniteit van een bevolking is belangrijk. Het is gevaarlijk grote bevolkingsgroepen met een andere cultuur op te nemen. De islam speelt een rol in samenlevingsproblemen in Europa, kijk maar naar die hele discussie over onverdoofd slachten. De Italiaanse gastarbeiders waren met veel meer, maar herinnert u zich grote samenlevingsproblemen met Italianen?'


'Een ander deel van mijn plan is dat de Syrische president Bashar al-Assad onmiddellijk gedwongen wordt te stoppen met burgers te bombarderen en dat Islamic State (IS) verpletterd wordt.'(...)

'Het is geen gezonde situatie wanneer je in een land groepen hebt die getto's vormen.' (...)

'Je hebt altijd de morele plicht om (...) leed te beperken, maar niet door je eigen bevolking in de miserie te storten. Als je de mensen dwingt om rechten af te staan, drijf je ze tot racisme en xenofobie.' (...)
Vraag: Wat zijn de grote samenlevingsproblemen met moslims?
Antwoord: 'Het is een gevaarlijk voorbeeld maar ik zou kunnen verwijzen naar de verkrachtingscijfers in Zweden. Die zijn op korte tijd spectaculair gestegen. Er zullen altijd verscheidene factoren zijn, maar één van de verklaringen is de instroom van grote groepen moslims, onder meer uit Somalië.' (...)
'We hebben hier een mooi sociaal systeem opgebouwd. Als dat straks onbetaalbaar wordt, zullen de slachtoffers niet de professoren zijn die nu met een opgestoken vingertje opiniestukken schrijven. Het zullen de zwaksten zijn.'

VERMEERSCH Etienne, interview: Wouter Woussen,foto: Michiel Hendryckx
INTERVIEW ETIENNE VERMEERSCH OVER DE VLUCHTELINGENCRISIS | ‘Het is flauwekul om te zeggen dat we die vluchtelingen nodig hebben’
Edited: 201509050903
De Standaard | 05 SEPTEMBER 2015 |
De tijd dat vluchtelingencrisissen in België opgelost werden in overleg met Etienne Vermeersch, is voorbij. Maar dat de huidige staatssecretaris nog niet gebeld heeft, wil niet zeggen dat de 81-jarige filosoof geen plan klaar heeft.

Hebt u die foto gezien van die Syrische kleuter die dood is aangespoeld op een Turks strand?

‘Ja, maar ik schrik er niet van. Wie schrikt van deze foto, heeft geen verbeelding. We weten dat daar kinderen verdrinken. Maar ik begrijp de emoties wel, het is een zeer aangrijpend beeld.’

Guy Verhofstadt hoopt dat die foto Europa wakker zal schudden. Volgt u hem daarin?

‘Als die foto mensen wakker schudt, is dat goed. Maar je mag hem niet gebruiken om een moraliserend vingertje op te steken tegen goedmenende politici, die worden terechtgewezen alsof ze geen enkele ethiek hebben en de rechten van de mens niet kennen. Het probleem met moralisten is dat ze soms haalbare oplossingen in de weg staan omdat ze een ideale oplossing willen.’

Wat is volgens u een haalbare oplossing?

‘We moeten af van het verdrag van Dublin, dat nu bepaalt dat je asiel moet vragen in het land waar je Europa binnenkomt. Iedereen die de situatie in Griekenland en Italië kent, weet dat dat waanzin is. Er moeten Europese opvangcentra komen en criteria welke vluchtelingen aanvaard en over de landen verdeeld worden volgens quota.’

Hoe stel je die quota op?

‘Door rekening te houden met de situatie van elk land. Spanje heeft een jeugdwerkloosheid van 50 procent. Als je daar nu nog eens een massa mensen naartoe stuurt, maak je dat alleen maar erger. Slovakije en Hongarije hebben dan weer een probleem met moslims.’

Dat is xenofobie. Moet je daar rekening mee houden?

‘We leven niet in een ideale wereld. Ik praat graag over hoe de wereld is en niet over hoe je zou willen dat hij is. Ook onterechte angsten moet je zo veel mogelijk reduceren. Je zou die landen beter kunnen overtuigen om hun deel te doen, als je vluchtelingen een apart, tijdelijk statuut zou geven. Dat is mijn tweede voorstel.’

U bedoelt: vluchtelingen geen volledige burgerrechten toekennen.

‘Vluchtelingen hebben de hoop en de plicht om terug te keren als de oorlog voorbij is. Een statuut dat dat erkent, heeft ook voor hen voordelen, want dan vallen ze bijvoorbeeld niet onder wetten die zeggen dat ze hier geen sociale woning kunnen krijgen als ze in Syrië een huis bezitten.’

Als een conflict zo lang duurt dat hun kinderen ingeburgerd zijn in België, wilt u hen daarna alsnog terugsturen?

‘Dat kun je dan opnieuw bekijken. België heeft na de Kosovo-crisis zulke mensen teruggestuurd. Ik heb daar de grootste problemen mee. Ik heb dat meegemaakt. Dat is hartverscheurend. Het enige wat je kunt doen, is zorgen dat die problemen zich nu niet opnieuw stellen.’

Kunnen die vluchtelingen niet meer bijdragen aan onze samenleving als ze uitzicht hebben op een duurzaam verblijf?

‘We vangen die mensen op om hen te helpen. Het is flauwekul om te zeggen dat we ze nodig hebben. In België hebben we 600.000 werklozen. In Brussel bedraagt de jongerenwerkloosheid 35 procent. Zeggen dat we extra arbeidskrachten nodig hebben, is cynisch.’

Denkt u dat de oorlog in Syrië snel opgelost zal zijn?

‘Een ander deel van mijn plan is dat de Syrische president Bashar al-Assad onmiddellijk gedwongen wordt te stoppen met burgers te bombarderen en dat IS verpletterd wordt. De tweede Golfoorlog was een kapitale stommiteit, maar dit is iets totaal anders. IS is veel gevaarlijker dan Saddam Hoessein. Dat komt door de manier waarop ze hun aanhang werven: met hun militaire successen en hun letterlijke interpretatie van de Koran. De vereniging van 56 moslimlanden zou een vergadering van godgeleerden moeten samenroepen, die gezamenlijk verklaren dat IS de Koran onjuist interpreteert en dus bestreden moet worden. Zij kunnen oproepen tot jihad. Laat een coalitie met Egypte er korte metten mee maken. President al-Sisi zal daar graag aan meewerken. Daarna kunnen de vluchtelingen terug, al kun je misschien een uitzondering maken voor christenen en jezidi’s.’

Waarom?

‘Omdat de situatie voor hen daar misschien nooit meer leefbaar wordt.’

De reden is niet dat u de moslims liever niet in Europa houdt?

‘Hun integratie zal misschien gemakkelijker zijn, hoewel de Europese bevolking met die jezidi’s ook weinig gemeen heeft. Maar het is wel een kleine groep. Homogeniteit van een bevolking is belangrijk. Het is gevaarlijk grote bevolkingsgroepen met een andere cultuur op te nemen. De islam speelt een rol in samenlevingsproblemen in Europa, kijk maar naar die hele discussie over het onverdoofd slachten. De Italiaanse gastarbeiders waren met veel meer, maar herinnert u zich grote samenlevingsproblemen met Italianen?’

Wat zijn de grote samenlevingsproblemen met moslims?

‘Het is een gevaarlijk voorbeeld, maar ik zou kunnen verwijzen naar de verkrachtingscijfers in Zweden. Die zijn op korte tijd spectaculair gestegen. Er zullen altijd verscheidene factoren zijn, maar één van de verklaringen is de instroom van grote groepen moslims, onder meer uit Somalië.’

Maar u kunt dat niet bewijzen?

‘Het is tendentieus om die ene factor eruit te lichten en daarom is het een gevaarlijk voorbeeld. Wat ik wil zeggen is: grote groepen nieuwkomers integreren is zeer moeilijk. We spreken hier nu over die paar miljoen vluchtelingen uit Syrië, maar er staat ons nog iets te wachten. Afrika heeft nu 1,1 miljard inwoners. Volgens de VN zullen er dat in 2050 2 miljard zijn. Nu komen ze al in stromen naar ons toe. Wat moet er met dat miljard gebeuren?’

U hebt daar wellicht ook een plan voor.

‘Een gigantische campagne voor geboortebeperking. Het is niet rechtvaardig dat wij, die ons geboortecijfer onder controle houden, de dupe worden van de ongebreidelde bevolkingsaangroei elders. Waarom heeft Duitsland de minste werklozen? Omdat daar het minste kinderen zijn geboren.’

Dat is toch niet het gevolg van een bewuste campagne?

‘Nee, van een mentaliteit.’

Leidt welstand niet tot geboortebeperking?

‘Als je bevolking explodeert, kun je die welstand niet creëren. Als een bevolking explodeert, krijg je grotere armoede, opstanden en oorlog. Dat is ook waarom de Arabische lente is losgebroken. Syrië had in 1970 zes miljoen inwoners, in 2011 waren dat er 22 miljoen. De Arabische lente is een crisis die is ontstaan door een mislukte oogst in Rusland, waardoor er niet genoeg graan was in Noord-Afrika. Als er volgend jaar nog eens een Russische oogst mislukt, staat er ons nog iets te wachten.’

U wees net op het belang van de homogeniteit van een samenleving. Is de wereld niet sowieso complexer aan het worden?

‘Het is geen gezonde situatie wanneer je in een land groepen hebt die getto’s vormen. De Verenigde Staten waren lang een voorbeeld van een geslaagde meltingpot, maar zij krijgen een steeds grotere instroom van hispanics, waar ze ook geen antwoord op hebben.’

Die instroom is een gevolg van ongelijkheid, precies zoals de migratiedruk op Europa vanuit Afrika. U voorspelt zelf dat die niet zal afnemen. Hoe stelt u voor dat het Europa daarmee omgaat?

‘Ze moeten verdorie stoppen met de bevolking zo te laten groeien! Dat schrijf ik al dertig jaar.’

En doen ze het?

‘Neen.’

U praat graag over de situatie zoals ze is, en niet zoals ze zou moeten zijn. De Afrikaanse bevolking groeit. Wat wilt u doen, een muur bouwen om ze tegen te houden?

‘Die muur staat er al. Er wordt schande gesproken over dat hek in Hongarije, maar rond de Spaanse enclaves in Marokko staan er al lang zulke muren. Dat wordt nu omzeild met bootjes, wel, ze zullen ervoor moeten zorgen dat er niet één bootje meer vertrekt. Waarom verdrinken ze op zee? Omdat ze geloven dat er altijd wel een paar door geraken.’

Moet je dan stoppen met mensen redden, uit angst voor een aanzuigeffect?

‘Natuurlijk niet. Je redt ze, haalt de oorlogs- en politieke vluchtelingen eruit en zet de rest weer aan land waar ze vandaan komen.’

Is het op zich al niet cynisch dat echte oorlogsvluchtelingen hier pas asiel krijgen als ze hier geraken, waardoor ze met duizenden verdrinken in de Middellandse Zee?

‘Het zou al heel wat zijn als we voldoende kunnen doen voor die zes procent Syriërs die hier geraken.’

Iemand die verhongert, maar niet uit een oorlog komt, vliegt terug. Dat is op zich toch al onmenselijk?

‘Dat onderscheid is inderdaad niet humaan, maar de Conventie van Genève naleven is nu al met moeite haalbaar. Als er morgen een oorlog uitbreekt in China, zullen we de grenzen zelfs moeten sluiten voor oorlogsvluchtelingen. We hebben hier een mooi sociaal systeem opgebouwd. Als dat straks onbetaalbaar wordt, zullen de slachtoffers niet de professoren zijn die nu met een opgestoken vingertje opiniestukken schrijven. Het zullen de zwaksten zijn.’

Dan laat je in 2050 iedereen achter die muur verhongeren?

‘Je hebt altijd de morele plicht om dat leed te beperken, maar niet door je eigen bevolking in de miserie te storten. Als je de mensen dwingt om rechten af te staan, drijf je ze tot racisme en xenofobie.’

U had het in het begin van dit gesprek over goedmenende politici die hun best doen. Vindt u dat België genoeg doet?

‘Niet zolang er mensen buiten moeten slapen. Ik denk ook dat we meer mensen kunnen opvangen. Ik passeer vaak aan het station van Melle. Dat staat al jaren leeg. Met een paar aanpassingen kunnen daar drie gezinnen wonen.’

U woont ook vrij ruim.

‘Ik weet dat het duurzamer is om in de stad te leven. Ik heb het ook geprobeerd, maar ik kon niet leven met het lawaai van mijn buren. Voor mij persoonlijk is dit een zeer gezonde manier van leven, maar ik ben er mij van bewust dat je die niet kunt veralgemenen voor de hele bevolking.’

Het zou een metafoor kunnen zijn voor de situatie van Europa in de wereld.

‘Ja. Natuurlijk.’
LT
Een politiek regime moet men afrekenen op zijn methodes, niet op de gehanteerde doelstellingen. Die laatste kunnen immers op zich het resultaat zijn van manipulatie.
Edited: 201509031237
LT
Bosal Oevel failliet: Fonds voor Sluiting van Ondernemingen draait op voor de ontslagvergoedingen
Edited: 201509020950
De Nederlandse multinational speelt het handig en zonder scrupules. Het faillissement betekent voor 350 werknemers ontslag. De vergoeding moet nu betaald worden door het FSO. Door de boeken neer te leggen creëert Bosal ook een waterdicht schot tussen het verleden en het heden. Dat is waarschijnlijk een eis geweest van de (mogelijke) overnemer.

Eerder sloot Bosal reeds fabrieken in Engeland en Frankrijk en ook toen was 'een handig faillissement' de gebruikte methode. Tekenend is ook dat het logo van Bosal onmiddellijk van de bedrijfsgebouwen werd gehaald.

Het is het bekende verhaal: privatisering van de winsten, collectivisering van de verliezen.



Een blik op de groep Bosal (bron: groepsbrochure 2012):
Lummen, België

Oevel, België (+)

Praag, Tsjechië

Randers, Denemarken

Sorø, Denemarken

Béthune, Frankrijk

Mitry Mory, Frankrijk

Reims, Frankrijk

Hannover, Duitsland

Mannheim, Duitsland

Markgröningen, Duitsland

Sachsen, Duitsland

Viersen, Duitsland

Cegléd, Hongarije

Kecskemét, Hongarije

Dublin, Ierland

Vianen, Nederland

Łódz, Polen

Pitesti, Roemenië

Kaluga, Rusland

Moskou, Rusland

Novoorsk, Rusland

Nizhny Novgorod, Rusland

Madrid, Spanje

Sagunto, Spanje

Zaragoza, Spanje

Bursa, Turkije

Gebze, Turkije

Pelitli, Turkije

Zaporozhye, Oekraïne

Preston, Verenigd Koninkrijk

AZIË & MIDDEN-OOSTEN

 Sjanghai, China

 Yantai, China

 Pune, India

 Nashik, India

 Teheran, Iran

 Asan, Zuid-Korea

 Haman, Zuid-Korea

 Gunsan, Zuid-Korea

 Rayong, Thailand

 Hanoi, Vietnam

 Andisan, Oezbekistan

AFRIKA

 Casablanca, Marokko

 Kaapstad, Zuid-Afrika

 Durban, Zuid-Afrika

 Port Elizabeth, Zuid-Afrika

 Pretoria, Zuid-Afrika

 Pretoria, Zuid-Afrika

 Bulawayo, Zimbabwe

NOORD-AMERIKA

 Queretaro, Mexico

 Acton, MA, Verenigde Staten

 Indianapolis, IN, Verenigde Staten

 Lavonia, GA, Verenigde Staten

 Whippany, NJ, Verenigde Staten

 Ypsilanti, MI, Verenigde Staten

 Ypsilanti, MI, Verenigde Staten

ZUID-AMERIKA

Cordoba, Argentinië

Gravatai, Brazilië

São Paulo, Brazilië

Medellín, Colombia
DE WITTE Ludo
Huurlingen, geheim agenten en diplomaten (voorstelling/bespreking)
Edited: 201508081700
ISBN 9789461313294.

De moord op Lumumba, over de eerste democratisch verkozen regeringsleider van Congo in 1961, deed bij verschijnen in 1999 heel wat stof opwaaien. Ludo De Witte's gedetailleerde en gedocumenteerde relaas verplichtte de Belgische politieke klasse voor het eerst de eigen historische verantwoordelijkheid te erkennen.

Het boek leidde tot de oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie. De commissie-Lumumba leidde wel tot degelijk onderzoek, maar slechts tussen de lijnen van zijn rapport valt voor de kritische lezer te lezen dat de toenmalige regering van Gaston Eyskens (CVP – nu CD&V) en koning Boudewijn niet zomaar toeschouwers waren bij de moord op Patrice Lumumba op 17 januari 1961.

De politieke besluiten van dat onderzoek waren ook typisch Belgisch, een compromis dat niemand tevreden stelde. Eén ding is met het boek van De Witte en de onderzoekscommissie wel veranderd. Niemand die enigszins geloofwaardig wil overkomen, stelt de gebeurtenissen van 1960-1961 nog voor als een louter interne zaak tussen Congolezen.

Vijf jaar chaos


Patrice Lumumba
Na de moord op de enige democratische leider die de Congolezen had samengebracht in al hun etnische, culturele en taalkundige verscheidenheid, volgden vijf jaren van chaos, die het land verder ten gronde richtte. Waar België schoorvoetend enige verantwoordelijkheid heeft aanvaard voor de moord op Lumumba, is dat nog altijd niet het geval met wat gebeurde in de periode die erop volgde en die leidde tot de dictatuur van Mobutu.

Die dictatuur duurde van 1965 tot 1997. Nog steeds zijn er politieke commentatoren die menen dat de staatsgreep van Mobutu een 'noodzakelijk kwaad' was om de vechtende Congolezen tot de orde te roepen. Zij stellen de woelige periode 1961-1965 voor als een louter interne strijd tussen Congolezen, waarbij Belgen en andere Europese ex-kolonisatoren toeschouwers waren, die slechts tussenbeide kwamen om (blanke) mensenlevens te redden. Bovendien, de eerste zes jaar van zijn regime zou Mobutu wel een 'goed' leider geweest zijn, die terug orde en rust bracht.

Goedpraten wordt terug de norm

“Aan die periode van relatieve openheid kwam echter snel een einde, en sinds een jaar of tien gaat het weer de andere kant op.” Vandaag is het terug bon ton om hoogstens kritisch te zijn over de "fouten, overdrijvingen en excessen" van het kolonialisme, de lijfstraffen, het gesegregeerde onderwijs voor de 'évolués', het beroepsverbod voor hogere functies.

Het Belgische koloniale avontuur was slechts een goedbedoelde poging om een volk te emanciperen, waarbij jammer genoeg veel fouten werden gemaakt, de Belgen te Europees dachten, geen rekening hielden met de Afrikaanse karaktertrekken, enzovoort. Weg zijn de economische belangen, het brutale racisme, de collaboratie van de kerk...

“Auteurs als Manu Ruys, Walter Zinzen en David Van Reybrouck houden hun lezers voor dat die coup (van Mobutu in 1965, nvdr) wenselijk en weldoend mag genoemd worden.” De Witte vond slechts één uitzondering op dat discours, het boek van VUB-historicus Guy Van Themsche: Congo. De impact van de kolonie op België (2007), later vertaald als Belgium and the Congo, 1885-1990 (2012)

België was nauw betrokken

Niets is minder waar, stelt Ludo De Witte. De kanker die in 1993-1997 leidde tot de ondergang van Mobutu zat in het systeem ingebakken op de dag zelf dat hij met expliciete goedkeuring van Belgische en Amerikaanse regering de macht greep. Het perscommuniqué, waarin Mobutu zijn coup uitlegde op Radio Leopoldstad1, werd geschreven door Belgisch militair attaché Van Halewijn...

Wanneer na de moord op Lumumba in het oosten van het land ongecoördineerde groepen een opstand beginnen, blijkt het door de Belgen uitgeruste en getrainde Congolese niet bereid zijn leven te wagen tegen tegenstanders die met pijl, boog en machete – tegen beter weten in – niet wegduiken voor het geweervuur van de soldaten.

De simba's ("leeuwen" in het Swahili) geloven immers dat ze onkwetsbaar zijn voor kogels. Waar ieder militair expert een eenzijdige afslachting verwachtte, zoals tijdens de Britse koloniale oorlogen of tijdens de Eerste Wereldoorlog, bleek dit bijgeloof echter een nuttig strategisch wapen.

De ongemotiveerde en nauwelijks betaalde soldaten kozen immers massaal eieren voor hun geld en dropen af voor een tientallen malen kleinere tegenmacht. Voor men in Kinshasa, Brussel en Washington goed en wel doorhad wat er gebeurde, hadden de simba's een groot deel van het land onder controle, een territorium veertig maal groter dan België. Ook de lucratieve mijnen in Katanga kwamen in gevaar.

De leiders van deze simba's, onder wie een jonge Laurent-Désiré Kabila, waren allesbehalve democraten, laat staan dat ze ook maar enige voeling hadden met het communisme. Qua politieke leegheid waren ze de gelijken van de "Binza-boys" die het na de moord op Lumumba in de hoofdstad "Kin" voor het zeggen hadden.

Een allegaartje wint het pleit

Zelfs voor het openlijk neokoloniale weekblad Pourquoi Pas? was de echte oorzaak van deze opstand niet ver te zoeken: “Het is een jacquerie2 van mensen die genoeg hebben van de miserie en de ellendige praktijken van het ANC dat rooft, verkracht en doodt (…) het staat vast dat de beweging spontaan ontstond en aanvankelijk gerechtvaardigd was.”

Het ANC staat hier niet voor de bevrijdingsbeweging van Nelson Mandela maar voor het Armée Nationale Congolaise, het Congolese leger wiens lafheid tegenover gewapende tegenstanders recht evenredig was met zijn gruwelijke roofzucht tegenover de ongewapende bevolking. Dat hun lonen werden gestolen door hun eigen officieren, hielp natuurlijk niet om enige discipline in stand te houden. Bovendien werden de soldaten systematisch gestationeerd in regio's waar ze etnisch of taalkundig geen enkele band mee hadden (een manier van aanpakken die ze van de Belgen hadden overgenomen).

Union Minière

De Belgische regering ging voor een oplossing steeds "te rade" bij de experten ter plaatse. Daar bedoelden ze geenszins Congolese politieke leiders met een basis in de bevolking mee. “Belgische ministers die het beleid in Centraal-Afrika uittekenden, ondernamen weinig zonder de goedkeuring van de bedrijfsleiders van de Union Minière.”


Ooit nog opgericht door koning Leopold II was dit mijnbedrijf onder meer verantwoordelijk voor het delven en verkopen van het uranium in de Shinkolobwe-mijn, dat als brandstof diende voor de bommen op Hiroshima en Nagasaki. Die Belgische verkoop aan de VS in 1941 maakte het mogelijk dat België naast Frankrijk het enige land ter wereld werd dat volop mee mocht genieten van de Amerikaanse nucleaire knowhow. Met een ver gevolg van die geschiedenis zit België vandaag nog steeds. Geen enkel land ter wereld, na Frankrijk, heeft een dergelijk hoog aandeel in kernenergie voor zijn elektriciteitsproductie (zelfs de VS niet).

De Verenigde Naties

België toonde zich in 1961-1965 een onbeschaamd en openlijk schender van VN-resoluties. De afscheiding van de mijnprovincie Katanga werd logistiek ondersteund. Katangees leider Moïse Thsombé werd na het mislukken van die afscheiding zonder enige schroom binnengehaald als de man die de chaos na Lumumba zou redden.

Zowat heel Afrika protesteerde tegen de benoeming van deze "neokoloniale slaaf" als eerste minister. Brussel lag er niet wakker van. Even gemakkelijk liet Brussel hem vier jaar later vallen, toen een dictatuur onder leiding van stafchef van het leger Joseph Désiré Mobutu een betere optie bleek.

Historische indelingen zijn altijd enigszins arbtitrair, maar de zeven hoofdstukken waarin De Witte de periode 1961-1965 indeelt, zijn logisch. Op de periode-Thsombé volgde de Belgische organisatie van een huurlingenleger ten bate van de grote bedrijven. Het "simbarijk" was van bij het begin immers zeer broos. Het was vooral ontstaan omdat het Congolees leger zo inefficiënt en ongemotiveerd was.

Pokeren met blanke levens

In de Belgische pers werd ondertussen de trom geroffeld van de strijd tegen het communisme. Een humanitaire interventie was noodzakelijk om Belgische gijzelaars uit de handen van de simba's te bevrijden. Er waren inderdaad een aantal Belgische colons vermoord door de simba's, maar dat aantal verbleekte bij de duizenden Congolezen die systematisch werden afgemaakt door het ANC en door de door België ingezette Zuid-Afrikaanse en Rhodesische3 huurlingen.

Het klinkt sinds de oorlogen in de Balkans bekend in de oren, maar de invasie van Stanleystad (Kisangani) en Paulis (Isiro) waren geen gevolg van enige massale afslachting van Belgische en andere gijzelaars. Ze waren er de hoofdoorzaak van. De brutale wreedheden van de ingezette huurlingen waren immers niet van aard de simba's mild te stemmen, wat De Witte gevat omschrijft met de titel van het hoofdstuk 'Pokeren met blanke levens'.

"De Belgen lachen met de koude oorlog"

Washington wilde ondertussen wel helpen om de 'communisten' te bestrijden, maar zat met een 'geloofwaardigheidsprobleem'. “De VS was het enige onafhankelijke land ter wereld – afgezien van het apartheidsregime in Zuid-Afrika – waar mensen wegens hun huidskleur tweederangsburgers waren... [Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken] Dean Rusk erkende informeel dat het binnenlands racisme als een molensteen om de nek van Amerikaanse diplomaten in Afrika hing.”

Belgische bedrijfsleiders wisten ondertussen wel beter. “Tot zijn [minister van Buitenlandse Zaken Paul-Henri Spaak] verbazing waren ze het er over eens dat ze met de simbaleiders zaken konden doen als Congo helemaal in hun handen zou vallen.”
De Britten en de VS waren daar niet over te spreken.

“De Britse ambassadeur in Congo... Het Belgisch beleid in Congo is louter dienstig aan de belangen van het bedrijfsleven... Zij zijn niet geïnteresseerd in de Koude Oorlog en lachen met de Amerikanen omdat die achter elke struik een communist zagen.”

Niet bepaald wat in de kranten werd verteld. Bleven Moskou en Beijing afzijdig uit het conflict – al was het maar omdat ze andere interne katten te geselen hadden –, er waren echter wel degelijk 'communisten' aanwezig in het conflict.

De Cubaanse interventie onder leiding van Che Guevara himself was echter nog steeds geheim – satellieten bestonden nog niet – toen ze na enkele maanden al werd afgeblazen. Guevara moest vaststellen dat de leiders van de opstand totaal geen visie hadden op de eigen maatschappij. Het kwam erop neer dat ze zelf aan de macht wilden komen. Daarom alleen hadden ze de leiding van de spontane opstanden van de simba's overgenomen.

'Sterke man Mobutu'


Mobutu Sese Seko
Van het idee dat Mobutu de sterke man zou geweest zijn die boven de strijdende partijen stond, blijft in de analyse van De Witte zo goed als niets over. Meermaals heeft Mobutu tijdens de simba-opstand gevreesd voor zijn overleven.

Hij had ook nauwelijks gezag of controle over zijn troepen, buiten de garnizoenen in Kinshasa zelf. Dat wantrouwen tegenover het eigen leger zou ook tijdens zijn regime blijven voorbestaan. Zonder zijn goed opgeleide en rijkelijk betaalde presidentiële garde liet hij zich nooit zien.

Mobutu was allesbehalve de evidente keuze voor België en de VS, hij was eerder de minst slechte, de minst 'ongeloofwaardige'. Zijn grootste voordeel was dat hij al officieel leider was van het leger. Dat hij geen aanhang had bij de bevolking – zeker niet in de helemaal in het zuiden gelegen hoofdstad Kinshasa, Mobutu kwam uit de noordwestelijke Evenaarsprovincie – was daarbij irrelevant.

Economisch gewin

Wie het boek van De Witte leest ziet een duidelijke lijn in het beleid van de Belgische regering: alles voor het behoud van het economisch gewin, niets voor de Congolese bevolking. Elke Belgische dode was een drama, tienduizenden Congolese doden daarentegen...

De Witte ziet ook een verband met het heden: “Een kritisch onderzoek van het westers beleid inzake Afrika toont aan dat abstracte noties zoals 'de strijd tegen de verspreiding van de Sovjetinvloed' in feite codewoorden waren in de propagandaslag bij de uitbouw van stabiele neokoloniale regimes. Vandaag luiden vanuit dezelfde zorg de codewoorden 'bescherming van fundamentale mensenrechten' en 'plicht tot humanitaire interveniëren'."
Net als toen blijken die nobele principes enkel van toepassing in landen en regimes die tegen westerse economische belangen ingaan.


Ludo De Witte (1956)
Wie liever een geromantiseerd verhaal leest over hoe het goedbedoelde koloniale beschavingsproject is misgelopen kan zijn gade vinden bij vele andere auteurs. Ludo De Witte vertelt daarentegen wat er echt is gebeurd. Dat is meermaals confronterend en voor al wie nog steeds een romantisch beeld koestert van de Belgische kolonisatie onaangenaam om lezen.

Met dit boek neemt De Witte voor de tweede maal het voortouw in een strijd die dit land al zo lang had moeten voeren, voor de eerlijke erkenning van de werkelijkheid van het eigen koloniale verleden.

Ludo De Witte, Huurlingen, geheim agenten en diplomaten, Van Halewyck, Leuven, 2014, ISBN 9789461313294.

1 Leopoldstad, zoals de hoofdstad Kinshasa toen heette. Kinshasa is de naam van het oorspronkelijke dorpje aan de oever van de Congostroom.

2 'Jacquerie', een denigrerende term voor boerenopstanden.

3 Blanke huursoldaten uit de toen nog Britse kolonie Rhodesië, het huidige Zimbabwe.

Lode Vanoost
LT
Greece: who was responsible in government? Who cleans up the mess?
Edited: 201507160041


De linkse Griekse regering mag onder geen beding in staat zijn de crisis te bedwingen. Een Grieks succes zou immers een linkse olievlek kunnen worden in het zuiden (Portugal, Spanje, Frankrijk, Italië). Dat is de politieke kant van de tragedie.
LT
André Leysen overleden (19270611-20150711). R.I.P.
Edited: 201507121955
Over deze man bestaat geen degelijk biografisch werk.
Drie episodes uit zijn leven zijn onderbelicht.
Ten eerste is er de vraag of het faillissement van de Standaardgroep (1976) een georchestreerd manoeuver was om de belangrijkste krant in andere handen te spelen. De ongedekte kredietverlening aan de Standaardgroep van De Smaele wijst in die richting. Door een drooglegging kon men van de ene op de andere dag een faillissement uitlokken. Het volstond immers om de schuldeisers te verenigen. Voor de buitenwereld was dat faillissement een donderslag bij heldere hemel, de 'inner circle' (banken, RSZ, Tindemans, collegae krantenbazen, ...) wist wel beter en had alle tijd om een draaiboek aan te maken. Daarbij speelde de eis van het 'waterdicht schot' een cruciale rol.
Ten tweede is er de langdurige episode van de aanloop naar het commerciële TV-station VTM in Vlaanderen. Daarbij kwamen Jan Merckx, voormalige rechterhand van Albert De Smaele, en André Leysen tegenover elkaar te staan, weliswaar 'par personne interposée' van Guido Verdeyen, de CEO van de VUM. Beide heren leefden op oorlogsvoet en om die reden kon de geschreven pers in de jaren 80 geen front vormen om één scenario te schrijven voor een TV-station in handen van de uitgevers. Dat maakte het dossier bijzonder complex. Wegens zijn neoliberale opvattingen kon Leysen zich ook nooit verzoenen met directe perssteun en dat zorgde bij de krantenuitgevers voor een bijkomende splijtzwam. De indirecte staatssteun (BTW 0-tarief, goedkope posttarieven, etc.), die in feite veel belangrijker was, vormde geen item van kritiek. Achter de schermen bestookte Merckx Leysen met niet altijd identificeerbare projectielen. Zo had Merckx een hand in het doen mislukken van het (overigens amateuristische) krantenproject '24 uur' van de VUM. Merckx speelde immers zijn vriendschappelijke contacten met de dagbladhandelaars tenvolle uit en organiseerde een boycot.
De derde vraag is die naar de rol van Leysen in de Treuhandanstalt. Het agentschap ontfermde zich over de herstructurering en verkoop van om en nabij de 8.500 zogenaamde Volkseigene Betriebe (VEB's), firma's die in de DDR openbaar eigendom waren. Het agentschap vernietigde tussen 1990 en 1994 2,5 miljoen banen. Ook enorme grondeigendommen kwamen in andere handen. Deze operaties vertonen gelijkenissen met de uitverkoop van kerkelijke goederen tijdens het Directoire aan het einde van de 18de eeuw.
LT
Europees Parlement: Verhofstadt gaat hysterisch tekeer tegen Tsipras
Edited: 201507090138
Het deed me denken aan een geniepig schooljongetje. Zelf neemt dat nooit deel aan het gevecht maar als de tegenstander op de grond ligt, verkopen ze hem een venijnige trap in de ribbenkast. Dat soort volkje dus.

Toen Oekraïne in vuur en vlam stond ging diezelfde V. zonder enig mandaat staan schreeuwen: 'Europe will support you.'

En de Belgen zijn natuurlijk vergeten dat indertijd de gaten in de begrotingen stelselmatig werden dichtgereden met de verkopen van de nationale activa. De neoliberale logica is in essentie immers een verarming van de collectiviteit (de staat) ten voordele van de rijke vriendjes. Dat alles onder het mom van efficiëntie-verhogingen.

Naar verluidt wil V. naar Griekenland gaan als adviseur. Op nummer één staat de privatisering van het Parthenon. Vervolgens wordt er een restaurant van gemaakt en worden er opnamen van 'Komen eten' gepland op de locatie. Volgens dezelfde bron heeft Berlusconi interesse voor het afhuren van het Parthenon voor de organisatie van Bunga-Bunga-feestjes. Op de wat koudere avonden wil vriend Poetin wel gasbranders leveren. DSK zou zorgen voor wat men eufemistisch 'casting' noemt; naar de leeftijd van de sollicitantes wordt niet geïnformeerd. Omdat prostitutie en drugshandel mee is opgenomen in de berekening van het BBP verwacht men voor Griekenland een positieve invloed op de groeivooruitzichten.
Vanop een houten platform worden levende witte duiven gekatapulteerd en dan afgeschoten door diegenen die zich zouden vervelen. Griekenland wordt een grote feesttent.
De eilanden zouden reeds grotendeels verkocht zijn aan de meestbiedenden, die daarvoor 0,00005 promille van hun in Dubai geparkeerde spaarcenten hebben aangesproken.
Als toemaatje zou er een geheim akkoord bestaan om het Griekse gedeelte van Cyprus af te staan aan Turkije. De deportatie van de Grieks-Cyprioten naar Kreta zou uitgevoerd worden met schepen van de Luxemburgs-Griekse rederijen. De Lybische reders worden onder druk gezet om geen offerte in te dienen en zich met hun rubberboten verder op de Afrika-Europa-route te richten. De Belgische marine zal de Godetia blijven inzetten om een en ander in goede banen te leiden. Over de bescherming van de konvooien tussen Cyprus en Kreta door Nederlandse blauwhelmen wordt nog onderhandeld maar men wil eerst garanties over het percentage van niet-geholpen drenkelingen. Om dat waar te maken heeft een befaamd merk van verrekijkers een contract aangeboden voor de levering van kijkers waarmee je kan wegkijken van de te observeren noodtoestand.
De Poolse regering heeft toegezegd om enkele scheepsladingen wodka te leveren teneinde de deportatie in de beste voorwaarden te laten plaatsvinden.

In de coulissen van Europa gonst het van de geruchten over de opgedane ervaringen met het laboratorium Griekenland. Een nog onbekende factor van de formule is de rol van het leger en dan meer bepaald de kleinzoons van de kolonels.
MARCHAL Jules (1924-2003), [interviewer: Syp Wynia]
Interview 13/4/1994 afgenomen door Syp Wynia
Edited: 201506040909
Jules Marchal: postuum interview met eenzaam waarheidsvinder – tegen de Belgische Congo-mythes.
De Belgische koloniale geschiedenis was, vooral in België zelf, nog niet zo lang geleden omgeven met een cordon van zwijgzaamheid. De enkele Belg die de mythe rond de grondlegger van Belgisch Kongo, koning Leopold II (1835-1909) als weldoener van de Kongolezen probeerde te doorbreken werd gemarginaliseerd, om niet te zeggen uitgestoten. Dat gold zeker voor Jules Marchal (1924-2003).
Marchal was wel een heel weinig voor de hand liggende aanklager van het in België gekoesterde beeld van koning Leopold, die in werkelijkheid verantwoordelijk was voor miljoenen doden. Marchal was namelijk zelf koloniaal ambtenaar geweest in Belgisch Congo en heeft daar nog enige tijd meegedaan aan het hardvochtige regime, waar geen eind aan was gekomen na de dagen van koning Leopold II. Marchal was nadien bovendien Belgisch ambassadeur in diverse Afrikaanse landen. Als lid van het Belgische establishment werd hem zijn rol als nestbevuiler extra kwalijk genomen.

Ik bezocht Marchal op 13 april 1994 in zijn huis in Hoepertingen – in Belgisch Limburg – om hem te spreken naar aanleiding van de bloedige burgeroorlog in Rwanda die een week eerder was uitgebroken en waarbij mogelijk een miljoen mensen zijn omgebracht. Rwanda, buurland van Congo, was in het midden van de 20ste eeuw immers ook een Belgische kolonie geweest.
Na dat eerste bezoek aan Marchal en zijn echtgenote Paula (Bellings, LT) ben ik enkele maanden later nog eens naar Hoepertingen afgereisd, omdat Marchal in het eerste gesprek nog te beducht was om publicabele uitspraken te doen: ‘De ruiten worden hier anders ingegooid’. De neerslag van die twee gesprekken is echter – evenmin als de foto’s, al bij het eerste bezoek gemaakt door fotograaf Wubbo de Jong – door een curieuze loop van de geschiedenis nimmer gepubliceerd. (waarom vertelt Wynia er niet bij, LT)

Nu is Marchal toch al weinig geïnterviewd. Een zeldzaam interview met de krant ‘Het Belang van Limburg’ werd door de hoofdredactie uit de krant geweerd. Na de eeuwwisseling kreeg Marchal als auteur van uniek gedocumenteerde boeken over de Belgische koloniale geschiedenis eindelijk de eer die hem toekwam, vooral ook omdat de Amerikaanse schrijver Adam Hochschild ruiterlijk erkende dat hij zijn internationale bestseller over Belgisch Congo vooral op de boeken van Marchal waren gebaseerd. Maar Marchal was nadien te ziek – hij overleed in 2003 – om zijn werk en zijn wedervaren in interviews toe te lichten.
Daarom hieronder alsnog mijn interview met Jules Marchal uit 1994. Ik heb er hoegenaamd niets aan veranderd. Het verhaal is dus gesitueerd in de voorzomer van 1994. Ook de in die dagen gangbare spelling is intact gelaten.

‘Leopold wilde ook een kolonie, net als Nederland’
door SYP WYNIA (°1953)

De voormalige Belgische koloniën in Centraal-Afrika zijn ten prooi gevallen aan massale moordpartijen, volksverhuizingen, bestuurlijke chaos, honger en armoede. De volstrekt corrupte staat Zaïre, het vroegere Belgisch-Kongo, dreigt voortdurend uiteen te vallen nadat dictator Moboetoe het land eerst tientallen jaren uitzoog en gaandeweg zijn greep op het land kwijtraakte.
Het aan Zaïre grenzende, voormalige Belgische mandaatgebied, Roeanda-Boeroendi, werd gesplitst in de republieken Rwanda en Burundi waar de Tutsi’s en de Hutu’s elkaar nu om beurten afmaken. De moordpartijen waarbij Rwandese Hutu’s de afgelopen maanden honderdduizenden Tutsi’s het leven benamen kennen nauwelijks een gelijke in de recente geschiedenis.

De Belgische diplomaat Jules Marchal (69) kwam er twintig jaar geleden tot zijn schrik achter het hoe en waarom van de Belgische aanwezigheid in Afrika. Na twintig jaar als koloniaal ambtenaar en overheidsadviseur in de Kongo te hebben gewerkt geloofde hij nog rotsvast in de Belgische vaderlandse geschiedenis, die wil dat koning Leopold II aan het eind van de vorige eeuw slechts met de beste bedoelingen de Kongo-staat had gevestigd en dat de Belgische aanwezigheid de zwarten niets dan goed had gebracht.
Nadat Marchal, in 1972 Belgisch ambassadeur in Ghana, geen reactie uit Brussel kreeg op zijn verzoek om informatie, zodat hij onmogelijk een door hem als schandelijk ervaren krantenartikel over de Belgische koloniale geschiedenis kon bestrijden, begon bij hem de twijfel te knagen. Sindsdien is Marchal verbeten op zoek naar de waarheid.

Sinds 1985 publiceerde hij onder pseudoniem (‘A.M. Delathuy’) zes, veelal dikke boeken over de eerste 25 jaar van de Belgische aanwezigheid in Kongo: over de trucs die koning Leopold toepaste om dit gigantische gebied in Centraal-Afrika in handen te krijgen, over de bloedige uitbuiting van het land die Brussel grote weelde bracht maar miljoenen Afrikanen het leven kostte. En over de bedenkelijke rol van veel missie-organisaties.

In Marchals zevende boek, dat volgend jaar verschijnt, komt de latere periode aan de orde, die al evenmin zo brandschoon is als Marchal net als de meeste Belgen lange tijd wilde aannemen. Marchal: ‘Sommige Belgische historici willen nu wel toegeven dat Leopold II het te bont gemaakt heeft. Maar, zeggen ze dan, vanaf 1908, toen de Belgische staat de Kongo overnam van de koning, is het net zo geworden als in alle kolonies. Maar dat is niet waar. Hetzelfde koloniale personeel bleef. En België heeft er nooit ene frank in willen steken – anders mocht de regering de Kongo-staat namelijk niet van de koning overnemen. Dat systeem is dus doorgegaan, zij het ontdaan van de scherpste kanten, maar wel met de dwangarbeid en de terreur.’ Na de Tweede Wereldoorlog werd het wel beter, vindt Marchal. ‘Ik kwam er in 1948. Ik ben ervan overtuigd dat het toen begon een normale kolonie te worden. Er was immers overal uitbating, er waren overal dwangcultures.’
In eigen land kregen de boeken van Marchal nauwelijks aandacht, naar hij zegt omdat het thema van de onderdrukking van de Kongo nog steeds taboe is en het Belgische establishment actief poogt hem uit de publiciteit te houden. Oud-kolonialen voeren een lastercampagne tegen hem en zorgden er dit voorjaar nog voor dat ‘Het Belang van Limburg’ afzag van een bijlageartikel over hem en zijn werk. Een uitgever deed zo weinig voor een van zijn boeken, dat Marchal de voorraad uiteindelijk maar zelf opkocht.
In het buitenland lokten zijn studies tot dusver al evenmin veel reacties uit, ook al omdat hij er aanvankelijk voor koos zijn boeken slechts in het Nederlands te publiceren. Daar ziet hij nu van af: zijn eerste boek, ‘E.D. Morel tegen Leopold II en de Kongostaat’, verschijnt dit najaar bij een Parijse uitgever in het Frans. In België was er geen Franstalige uitgever te vinden voor het werk van deze ‘nestbevuiler’.

Ik ontmoet hem de eerste keer in het voorjaar, als de kersenbloesem grote delen van Belgisch Limburg overdekken. De Rwandese presidentiële troepen hebben dan net het grootste deel van de regering vermoord en en passant tien Belgische VN-militairen afgeslacht. De massale moord op de Tutsi’s is dan net begonnen. Marchal wil wel praten over België en Rwanda, als ik er maar niets over opschrijf, want hij vreest als een landverrader af te worden geschilderd als zijn kritische kanttekeningen over de Belgische aanwezigheid in Rwanda naar buiten komen. Dat de Belgische VN-soldaten die het afgelopen jaar in Somalië beschuldigd werden van te hard optreden verbaasde hem niet: hij denkt dat het voortvloeit uit de neerbuigende Belgische traditie ten opzichte van de inheemse bevolking. De Fransen, er al honderd jaar op uit om de Belgen in Afrika te vervangen, krijgen ook een veeg uit de pan. Maar de bandrecorder moet voortdurend uit: ‘Ik moet geweldig voorzichtig zijn, het is een hysterie in België. De ruiten worden hier ingegooid, zeker als ik dat ook nog eens tegen een buitenlandse krant zeg.’
Inmiddels zijn de kersen rijp en Marchal heeft de meeste krieken rond zijn landhuis geoogst. Zijn angst om voor landverrader uit te worden gemaakt is wat geslonken.
Marchal: ‘België kreeg Roeanda-Boeroendi na de Eerste Wereldoorlog als mandaatgebied toegewezen, nadat ze tijdens de oorlog samen met de Engelsen de Duitsers daar hadden verdreven. Het maakte tot dan toe immers deel uit van Duits Oost-Afrika. Dat de Belgen daar überhaupt aan begonnen, was weer die grootsheidswaanzin, nadat eerder de Kongo was doodgebloed door de exploitatie door Leopold II. In plaats van in die uitgebloede Kongo wat te gaan doen en de mensen te beschermen, gingen ze vandaar nog eens Duits Oost-Afrika helpen veroveren.’

Al die tijd lieten de Belgen de Tutsi-minderheid als heersers aan de macht in Rwanda. Maar in 1959 kwam de Gentse kolonel Guy Logiest met zwarte koloniale troepen vanuit Stanleyville in oostelijk Kongo de rust herstellen in Rwanda. Hij is daarna hogelijk geprezen, omdat hij toen alle Tutsi-chefs heeft afgezet en vervangen door Hutu’s, met de goede bedoeling dat de Hutu’s onderdrukt werden. ‘Maar dat was een dommigheid,’ zegt Marchal. ‘Dat blijkt nu wel. Hij heeft die hele samenleving daar ontwricht. En kijk, diezelfde Hutu’s die alles aan de Belgen te danken hebben, beginnen nu meteen Belgische blauwhelmen te vermoorden.’
Marchal denkt dat Frankrijk altijd al probeerde een voet aan de grond te krijgen in Zaïre, Rwanda en Burundi. Het zinde de Fransen vanaf het begin al niet dat de Kongo aan de Belgische koning Leopold toeviel. Maar de Fransen moesten het lijdelijk aanzien omdat de andere grootmachten van die dagen geen toestemming aan Parijs gaven de kolonie van de Belgische koning alsnog in te pikken.
Marchal: ‘Maar de laatste jaren waren de Franse para’s al steeds eerder dan de Belgen in Zaïre als daar onrust was, net zoals dit voorjaar in Rwanda. Het is natuurlijk geen toeval dat Rwanda en Burundi net als Zaïre deelnemen aan de door Frankrijk georganiseerde conferenties over de francofonie. En de Tutsi’s die terugkwamen uit Oeganda om de macht weer in handen te nemen spreken alleen maar Engels.’

Zijn vrouw Paula moet per se mee op de foto. Zij tikte 45 jaar geleden al de processen-verbaal uit, op grond waarvan Marchal als jong koloniaal ambtenaar rechtsprak. Zij maakte soms de wonden schoon van de inlanders die in zijn opdracht zweepslagen toegediend kregen, geheel in de koloniale geest van het Belgisch Kongo van na de Tweede Wereldoorlog. De chicotte van dunne repen nijldierhuid speelde steeds een centrale rol in de Belgische geschiedenis in Afrika.
Zijn vrouw tikt nu op de computer zijn boeken uit, die in twintig jaar van dagen, avonden en weekenden thuiswerk na tijdrovend en kostbaar archiefonderzoek tot stand kwamen. Marchal had na zijn pensionering voor boer willen spelen in het huis dat hij de afgelopen dertig jaar tussen zijn posten als ambassadeur in Afrikaanse landen door liet bouwen nabij het Belgisch-Limburgse Hoepertingen. Het kwam er niet van, ook al heeft hij dan fruitbomen, ganzen en de ezels. Soms sust Paula hem als hij zich al te druk maakt over alle ongeloof, onbegrip en tegenwerking.

Op zijn eigen koloniale verleden kijkt Marchal zonder schuldgevoel terug. Dat geldt ook voor de lijfstraffen die hij zelf toe liet dienen aan de Kongolezen die de katoen die ze verplicht moesten verbouwen onvoldoende verzorgden of andere herendiensten verwaarloosden. Wie de chicotte kreeg moest plat op de grond gaan liggen, waarna de straf in aanwezigheid van de andere dorpelingen werd toegediend.
Marchal: ‘Dat katoen dwangarbeid was, ontging ons. Dat was overal zo, dus daar zie ik geen graten in. Ik heb die lijfstraffen toegediend en ik heb de katoen doen planten. Dat was ook in de Franse Kongo zo, denk ik, en in andere kolonies. Maar tot 1945 was dat allemaal veel erger, veel harder. Ze hebben rond 1930 de spoorlijn langs de watervallen aan de Beneden-Kongo helemaal moeten herbouwen. Dat hebben ze gedaan door dwangarbeiders op te roepen uit de ganse Kongo. Er zijn daar duizenden mensen gestorven, als vliegen. Daar is nooit een woord over geschreven. En weet ge dat de Belgen in de Tweede Wereldoorlog de zwarten opnieuw de bossen ingestuurd hebben om wilde rubber et oogsten, nadat de Japanners de uitvoer van de Indonesische rubber hadden afgesloten? Onze mensen hebben toen gezegd: “Wij gaan u helpen, wij hebben daar nog oerwoud. Wij weten wat rubber is”.’ Hij lacht ongemakkelijk, met een pijnlijke grimas.
Marchal: ‘En toen was het weer hard. Niet meer zoals onder Leopold II, toen ze mensen doodschoten die met te weinig rubber terugkwamen uit het bos, waarna ze de handen afhakten om aan te tonen dat ze goed tekeer waren gegaan. Ze moesten die handen roosteren omdat ze anders onderweg verrotten. Met manden vol handen kwamen ze terug uit de brousse. Zo was het in de jaren veertig niet meer, maar het was weer hard. Dat wil gewoon zeggen dat de Belgen nooit beseft hebben wat ze ginder gedaan hebben. Het is een eeuwige schande. Als ik dan Willy Claes en Jean-Luc Dehaene hoor over de mensenrechten in Zaïre, dan krimp ik in van schaamte – dat wij daarover durven spreken. Dat is een schande als ge zo’n verleden hebt. Dat zouden mijn boeken moeten leren aan de Belgische gezagsdragers, maar ik word niet gelezen. Niemand kent mijn boeken, niemand is daarin geïnteresseerd. Men leeft hier in België in de mythes en legenden van die filantropische Leopold II, die de Arabische slavendrijvers zou hebben vernietigd. Dat terwijl Leopold juist nauw samenwerkte met die slavenhandelaren.’
Ik opper dat de verdringing van het koloniale verleden niet iets typisch Belgisch is. In Engeland en Frankrijk gaat het net zo. Is het in Nederland misschien beter?
‘Ik denk het niet,’ zegt Marchal. ‘Ik verwijs naar professor Jan Breman in Amsterdam, die heeft hetzelfde probleem als ik. Die wordt ook niet geloofd en wordt ook niet gelezen. Gij hebt hetzelfde probleem als wij. Ik weet het, bij u wordt meer aan ontwikkelingssamenwerking gedaan dan in België. En Multatuli was dan wel een Nederlander en hij werd wel een literaire held. Maar ik geloof niet dat de Nederlanders door hem overtuigd zijn. Indonesië heeft nu geweigerd nog iets aan te nemen van Nederland. Ik vind dat fantastisch. Maar Mobutu weigert nog geen hulp, die is zo ver nog niet.’
‘En dan hadden wij nog Rwanda, zoals u Suriname had had, zo’n klein kroonkolonietje waar je alles kon doen wat je wilde. Maar Nederland hoeft niet voortdurend de Nederlanders weg te halen uit Suriname, zoals wij de Belgen bijna jaarlijks moeten evacueren uit Afrika, waarna ze stilletjes met hun duizenden binnen enkele maanden weer terugkeren als Sabena weer gaat vliegen.
In Rwanda hebben we nooit iets verdiend, het heeft alleen geld gekost aan België. Maar in de Kongo hebben we kolossaal fortuin gemaakt. Rwanda was een kolonie zoals alle kolonies, die waren er voor de exploitatie, dat was de geest van de tijd, maar het koloniale verleden is daar heel normaal verlopen. Maar de Kongo, dat is een speciaal geval. Vooral die eerste jaren onder Leopold II. Dat was het wrede systeem dat de Nederlanders in de zeventiende eeuw in Indië toepasten.’

Toen Marchal er eenmaal achter was dat hij net als de andere Belgen met leugens zoet was gehouden over het Kongolese regime van Leopold II – de twijfels over het vervolg kwamen pas later – gebruikte hij zijn periodieke terugkeer in Brussel om de koloniale archieven in te duiken, voor zover ze tenminste niet waren vernietigd. Het ministerie van Buitenlandse Zaken in Brussel was daartoe een prima uitvalsbasis: Marchals bureau stond vijftig meter van de koloniale archieven.
Marchal: ‘Dat is wel een van de redenen waarom ik niet gelezen wordt. Ik heb nooit propaganda kunnen maken. Als ik als diplomaat mijn pensioen wilde halen moest ik een beetje opzij leven en een pseudoniem nemen. Dat werd A.M. Delathuy, net als mijn overgrootmoeder. En ik kon geen persconferenties te geven. Tot ik in 1989 met pensioen ging wist niemand wie Delathuy was. Ook al omdat het in het Nederlands verscheen en het dus niet gelezen werd in Zaïre. Bij Buitenlandse Zaken liet men mij begaan, omdat ik me zo kalm hield en me niet als stokebrand gedroeg. Men kon mij weinig verwijten. Door die andere naam, Delathuy, is de minister nooit in moeilijkheden gebracht. En ik zocht er geen glorie mee.’
‘Een andere reden is, dat ik me niet op kon trekken aan de boodschap die ik breng,’ zegt Marchal. ‘Daar ben ik beschaamd over, daar kan ik het land niet mee afreizen. Ge moet van mij niet verwachten dat ik in Rotterdam ga spreken of naar Amsterdam kom om over het banditisme van die Belgen te spreken. Dat kan toch niet? Het is nu bij mijn laatste boek voor het eerst dat ik me op een perspresentatie heb laten zien.’

Marchal lijdt onder de aanvallen van zijn collega’s van vroeger, de oud-kolonialen die zich ook in Belgisch-Limburg gegroepeerd hebben in een club. ‘Die kunnen maar niet begrijpen dat een Limburger zoiets doet, Leopold II zwartmaken. Toen de krant over de presentatie van dat laatste boek schreef, zijn de oud-kolonialen van Hasselt naar de hoofdredacteur gelopen. Ze wilden een rechtzetting. Een rechtzetting van een verslag van een persconferentie? Ik zie dat niet zo goed. Die reporter was enthousiast over mij. Die zei: ik maak een weekendportret. Zodra die mannen van Hasselt daar achter kwamen zijn ze naar de redactie en de directeur gelopen. “Als ge nog iets durft publiceren van die Delathuy, dan verliest ge 5000 lezers,” dreigden ze. Die reporter is weer bij mij gekomen en heeft mij dat verteld. Die zegt: hoe zit dat met die 5000 lezers? Nu ben ik zelf lid van die club geweest. Ik was het 129ste lid. Maar het gevolg is wel: er is niets meer verschenen in Het Belang van Limburg.
‘En als dat laatste boek nou tegen de missie zou zijn, maar dat boek is vóór de missies, het is zelfs gesubsidieerd door een missiecongregatie. Nou ja, de eerste grote ordes die onder aanmoediging van Leopold II naar Kongo gingen, die komen er niet zo mooi uit, dat waren echte potentaten, daar kun je moeilijk wat goeds van vinden. Maar de kleinere ordes, zoals de paters van Mill Hill bij u vandaan, uit Roosendaal – uw paters komen er toch prachtig uit? Die hebben ook niet de internationale propaganda voor de Kongostaat gevoerd waar Leopold op hoopte. En die hebben ook niet deelgenomen aan het met duizenden kidnappen van kinderen die uit dorpen werden gehaald, soms nadat de rest van de bevolking was uitgemoord of de bossen in waren gejaagd, om vervolgens door het koloniale leger over gigantische afstanden te worden vervoerd om in concentratiekampen van de missie te worden opgeleid. Veel kinderen overleefden de tocht niet eens. Tienduizend gekidnapte kinderen stierven op de missies, een veelvoud onderweg daarheen. Meisjes, vaak heel klein nog, werden onderweg verkracht. Duizenden volwassenen werden door paters gekocht om gedoopt te worden als ze al op sterven lagen. Bij de inheemsen leidde dat tot de reputatie dat de doop tot de dood leidde.’
Marchal: ‘Kijk, Leopold II was zijn Kongostaat begonnen voor te stellen als een paradijs. Hij zou er een internationale kolonie, een vrijhandelsstaat, van maken waar iedereen welkom was. Daarom zijn er ook zoveel protestantse zendelingen op afgekomen, lang voor de katholieken. Die protestanten mochten naar binnen, maar dat was dan ook alles. Tot ze begonnen tegen het koloniale regime te schrijven, toen kregen ze geen enkele concessie voor een zendingspost meer. Leopold moest de katholieken er echt naar toe sleuren. Hij moest de missionarissen hebben om te zeggen dat de protestanten lasteraars waren, hij had ze nodig als bondgenoten. Dat kidnappen is alleen in de Kongo gebeurd. Dat was geen praktijk van het Vaticaan, dat was een praktijk van de Kongostaat.’

Voor Marchal was de gewelddadige, gedwongen kerstening in de Kongo een eye-opener. Hij besefte plotseling dat het in West-Europa niet anders gegaan is. ‘Dat is voor mij zo klaar als een klontje. Alle godsdiensten zijn door de staat opgelegd. Allemaal! Waarom zijn er in Nederland zoveel protestanten – omdat het bestuur protestants was! De Spanjaarden hebben ons katholiek gehouden. En waarom zijn wij christelijk? Omdat keizer Constantijn in de vierde eeuw het christendom tot staatsgodsdienst verklaarde. Op school werd ons verteld dat wij hier gekerstend zijn door Willibrord en Bonifatius, dat die hier begonnen te preken en mirakelen te doen. Allemaal larie! Die mannen zijn hier wel geweest, daar niet van. En denk niet dat ik een goddeloze ben, haha. Maar als ge een boek als dit gemaakt hebt begint ge eindelijk lucide te worden. Anders denkt een mens er niet over na hoe zijn voorouders katholiek zijn geworden.’
Net zoals u er tot 1972 niet aan twijfelde dat Leopold II een voorbeeldig, belangeloos koloniaal heerser was geweest?
Marchal: ‘Natuurlijk, waarom niet. Ik ben geen speciale. Ik heb mijn plicht gedaan als koloniaal ambtenaar – ik heb al een koloniaal pensioen sinds 1967 en dat kwam nog eens bovenop mijn wedde van ambassadeur. Ik heb een mooie carrière achter de rug, hoor. Ik geef toe, dat ik geen man ben die iets tegen het establishment had. Ik zit er, zonder te stoefen, eigenlijk volledig in. Ik ben veel hoger van graad dan die mannekes van Hasselt die mij aan het belagen zijn. Maar ik las toen in Ghana verontwaardigd – zoals elk normaal mens zou doen – dat er tien miljoen zwarten kapot zijn gemaakt in de Kongo. Pas toen ik geen antwoord kreeg is het begonnen. Het is werkelijk ongelooflijk. Hier in België hebben historici honderden boeken geschreven over de tijd van de ontdekkingsreiziger Henry Morton Stanley, die de Kongo optrok en naderhand nog voor Leopold II werkte. Maar je vindt in België nauwelijks een woord over de campagne van de journalist Edmund Morel, die tien jaar lang actie voerde tegen de Kongostaat van Leopold II. Die man stond elke dag met berichten over de terreur, de strafexpedities en de dwangarbeid in de internationale kranten. The Times, dat was bijna zijn spreekbuis. Morels beeld van het koloniale België leeft nog steeds in Engeland en de Verenigde Staten.’

Dat het koloniale verleden van België en dan nog speciaal het koloniale regime van koning Leopold II onbespreekbaar is, verklaart Marchal deels door de betrokkenheid van het koningshuis bij Zaïre, Rwanda en Burundi – een betrokkenheid die tot de dag van vandaag doorgaat. ‘Het is het enige onderwerp dat in België nog onbespreekbaar is. En als die boeken van mij iemand aangaan is het Albert II. Hij zit toch in het kasteel van Laken, dat met koloniaal geld omgebouwd is, zoals Leopold zijn Kongolese goudmijn gebruikte om ook een reeks andere luxeprojekten in België, handelsprojekten in China, een leger op de Nijl en Franse kastelen voor zijn lief te financieren.’
‘Leopold II was gefascineerd door de rijkdom die van Java naar Nederland was gegaan. Toen de Belgen zich van Nederland af hadden gescheurd, was dat tot ongenoegen van Belgische fabrikanten die aan Indonesië leverden. Daarom wilde Leopold II een kolonie hebben – dat brengt fortuin op! Dat heeft hij kunnen flikken door zich als filantroop voor te doen, en dat deed hij onder de vlag van die fictieve Association Internationale Africaine.’
‘In de dorpen in de Kongo weet men nog wat er allemaal gebeurd is,’ zegt Marchal. ‘Ik ben ooit een vrouw tegengekomen die de overlevering nog kende, dat de soldaten bij de mannen de penissen afsneden. Maar mensen als Moboetoe en Loemoemba die bij de paters gestudeerd hadden en niet meer in de dorpen kwamen, die wisten dat niet. Tot de laatste ruzie tussen België en Moboetoe was het grootste compliment dat de zwarten aan Moboetoe konden maken dat hij nu net zo groot was als Leopold de Tweede.’
‘Loemoemba heeft in 1960 met een speech in aanwezigheid van de koning en de eerste minister het spel op de wagen gezet. Dat de Belgen deugnieten waren, dat ze hen geslagen hadden en dat ze niets mochten. Maar Loemoemba had het niet over de periode van de rubber, die had het over de jaren vijftig. Want bij ons in de Kongo was volledige apartheid. De zwarten mochten niks. Die mochten niet in hotels komen, die hadden hun eigen vervoer, ze mochten geen hogere studies doen en ze kregen hongerlonen. De zwarten konden niks, zeiden wij, en die mochten niks. En er wordt hier dan wel afgegeven op de dictatuur van Moboetoe, maar weet goed: in 1959 was in Kinshasa de eerste opstand tegen de blanken en die zijn ongenadig neergekogeld. In onze tijd was er geen kwestie van betogen, hoor. Tegen de grond!’
‘Nu zegt men: de tijd van de Belgen was fantastisch, de Gouden Eeuw. Ja, voor sommigen was het de Gouden Eeuw, zoals voor de oud-kolonialen waarvan de meesten blij zijn dat het ginder nu zo slecht gaat. Het zijn geen deugnieten, hoor, die mensen zijn te beklagen. Hun carrière is daar gebroken toen de onafhankelijkheid kwam. Die smart is gebleven, dat hart is verscheurd en daarom zijn die mensen zo onevenwichtig in hun beoordelingen. Daarom zetten ze mij in hun blaadje neer als iemand die een formidabel koloniaal ambtenaar was, maar een post-koloniaal syndroom heeft gekregen. Ik ben in hun ogen een nestbevuiler, een halve zot.’
‘Ik ben wel teruggegaan naar de Kongo, maar louter als raadgever. Het was gedaan met het chicotte geven. Ook de apartheid was voorbij. Die mensen kwamen toen bij mij over de vloer en ik bij hen – ik vond dat veel aangenamer. Daarmee was ik mentaal voorbereid op de ontdekking die ik later deed, omdat ik de zwarte niet alleen als kolonialist heb gezien maar ook als mens. Dus geloof ik dat ik eigenlijk in de wieg gelegd ben om die boeken te schrijven. Ik heb de tijd van voor 1960 gekend en die van daarna, nadien ben ik diplomaat geworden in Afrikaanse landen. Ik heb gezien wat de Fransen gedaan hebben en wat de Engelsen gedaan hebben. Ik ben geen rijk mens, maar ik ben financieel onafhankelijk, dus ik hoef het niet na te laten om een job te krijgen. Weelde heb ik niet, want ik heb al mijn geld in die opzoekingen gestoken en tot het laatste boek heb ik nooit financiële ondersteuning gehad.’

‘Mijn vrienden, de oud-kolonialen, verwijten mij dat ik niets goeds kon zien in de tijd van Leopold II. Maar wat kan ik daar goed in zien? Dat systeem was slecht, daar was geen enkele goede kant aan. Achteraf is de verdienste van Leopold II dat hij de stichter van Zaïre was. Dat is dus positief, als daar iets positiefs aan is, zo’n groot land dat waarschijnlijk uiteen gaat vallen. Maar goed: dat is hem niet af te nemen, net zoals het hem niet af te nemen is dat Zaïre dankzij Leopold II vandaag de dag het grootste katholieke land van Afrika is. Maar op zich was dat alles geen verdienste: hij had een groot land nodig om veel bos te hebben om veel rubber te kunnen plunderen. Dat was dus gewoon hebzucht, vraatzucht. Overigens begrijp ik imperialisten als hij wel. Wij zijn allemaal imperialisten. Een groot land maken, dat is toch fantastisch?’
(overgenomen van http://www.sypwynia.nl/archief/interview-jules-marchal/)
Augustinus
Belijdenissen: een visie op journalistiek en romans
Edited: 201504280130
Maar wat heeft tenslotte dat medelijden te betekenen bij gefantaseerde gebeurtenissen, die op een toneel worden voorgesteld? Tot hulpverlening immers wordt de hoorder niet aangezet! Hij wordt alleen maar uitgenodigd om verdriet te voelen, en hoe meer verdriet hij voelt, des te meer waardeert hij degene die die beelden ten beste geeft. En wordt die door mensen ondergane rampspoed, uit het verre verleden genomen of gefantaseerd, zo gespeeld dat de toeschouwer geen verdriet voelt, dan gaat hij er verveeld en vol kritiek van weg; wordt hij echter smartelijk aangedaan, dan blijft hij, vol aandacht en genoegen.
OIVO stopt - werknemers moeten rekenen op uitbetaling door Fonds voor Sluiting van Ondernemingen
Edited: 201504151153
CHAGALL
Les grenouilles qui demandent un roi - De kikkers die een koning wilden - The Frogs Asking for a King
Edited: 201503150048
Gouache sur papier - Gouache op papier - Gouache on paper. Production year: 1927 - Private collection. - Foto MERS 20150314.
Compare:
THE FROGS, grieved at having no established Ruler, sent ambassadors to Jupiter entreating for a King. He, perceiving their simplicity, cast down a huge log into the lake. The Frogs, terrified at the splash occasioned by its fall, hid themselves in the depth of the pool. But no sooner did they see that the huge log continued motionless, than they swam again to the top of the water, dismissed their fears, and came so to despise it as to climb up, and to squat upon it... After some time they began to think themselves ill-treated in the appointment of so inert a Ruler, and sent a second deputation to Jupiter to pray that he would set over them another sovereign. He then gave them an Eel to govern them. When the Frogs discovered his easy good nature, they yet a third time sent to Jupiter to beg that he would once more choose for them another King.
Jupiter, displeased with all their complaints, sent a Heron, who preyed upon the Frogs day by day, till there were none left to complain ...
Source:
Aesop's Fables
Copyright 1881
Translator: unknown
WM. L. Allison, New York
Illustrator: Harrison Weir, John Tenniel, Ernest Griset, et.al.
TESSENS Lucas
JAARVERSLAG ONROERENDE VOORHEFFING 2004 ARGUMENTARIUM PRO BELICHTING FRANS BEWIND 1792-1815
Edited: 201503012145
JAARVERSLAG ONROERENDE VOORHEFFING 2004 ARGUMENTARIUM PRO BELICHTING FRANS BEWIND 1792-1815 Logica MERS leverde voor het JVOV2003 gratis en buiten contract een historische bijlage over het ontstaan van het kadaster onder Frans bewind en legde de verbinding met de evolutie van het kiesrecht. Logischerwijze is dan de periode vlak voor het ontstaan van dat kadaster interessant. Maatschappelijke betekenis van de verschuivingen in de onroerende eigendom De 18de eeuw wordt gekenmerkt door de zgn. ‘Verlichting’. In de periode 1792-1815 veranderde (afhankelijk van de bron en de tijdafbakening) 15 tot 20% van het Belgische grondgebied (uitgedrukt in oppervlakte) van eigenaar. De meerderheid van de verhandelde onroerende goederen was afkomstig van kloosters en abdijen, weliswaar na confiscatie en herkwalifikatie tot ‘nationale goederen’. Het einde van de 18de eeuw is maatschappelijk van uitzonderlijk belang en verklaart voor een deel de grote stromingen in de 19de eeuw. Het reeds verrichte opzoekwerk Vanaf begin augustus werd de periode aftastend onderzocht. Vanaf eind augustus werd het echte opzoekwerk opgestart, erop vertrouwend dat de logica in de opbouw en de maatschappelijke relevantie evident was. Na 15/9 raakte het onderzoek goed op dreef. • Er werd een omvangrijke database aangelegd met een 500-tal feiten: verwijzingen naar decreten uit de Oostenrijkse en uit de Franse periode, uitdrijvingen, openbare verkopen, betrokken aantal hectaren, etcetera. Alle feiten in de database zijn gedocumenteerd. Quasi alle bronnen werden aan een vergelijkende toets onderworpen met aanduiding van inconsistenties. • Aansluitend bij de database zijn er (nog) experimenteel gegenereerde historische tijdlijnen in de maak waarmee het jaarverslag grafisch kan worden opgesmukt. • Vanuit de database werd een tweede – ditmaal geografisch geïnspireerde – database (met toevoeging van NIS-codes) aangemaakt die dan op zijn beurt de ArcView-applicatie kan aansturen voor het genereren van cartografie (target: Vlaams gewest, 308 huidige gemeenten); op 7 oktober 2004 bevatte deze database de kerngegevens van 58 kloosters/abdijen/priorijen; op 8 oktober werden nog belangrijke toevoegingen aangebracht. • Er werden een 50-tal relevante boeken aangekocht. Een gespecialiseerde bibliografie werd op punt gezet. • Gerichte opzoekingen werden verricht in de Stadsbibliotheek Antwerpen. • Contacten werden gelegd met volgende abdijen: Postel, Tongerlo, Averbode, Grimbergen. • Er is een contact in de maak met de abdij van Affligem. Tevens is een contact met de ULB gepland. • Bij het Rijksarchief werd een (dure) microfilm besteld en aansluitend werd er met een gespecialiseerde firma contact gelegd met het oog op hoogwaardige scanning vanaf microfilm. De problematiek van auteurs- en gebruiksrecht werd onderzocht én opgelost. • Ter voorbereiding werd tijdrovend scanning- en fotowerk verricht. Tests met verschillende soorten belichting en fotopapier, aangepast aan de digitale resolutie, werden uitgevoerd en verfijnd met het oog op een maximaal effect in de drukgang. Om het beoogde resultaat te bereiken investeerde MERS in een professionele camera met een bereik van 4 megapixels en grote ‘zoom’. • Voor bijkomend opzoekwerk werd een contract afgesloten met een free lance kracht. • Tenslotte vermelden we nog enkele honderden uren lees- en studiewerk. Hieruit mag blijken dat MERS volop geïnvesteerd heeft en dat zelfs nog in de periode voorafgaand aan de toekenning van het contract of het bekend raken daarvan. De suggestie van het Overlegcomité Op het Overlegcomité van eind september werd het plan voor de historische bijdrage door dhr Franken ter tafel gebracht. Wellicht was het Overlegcomité onwetend over de reeds ver gevorderde opzoekingen want vanuit het Overlegcomité kwam de suggestie om een geheel ander thema uit te diepen: kadastrale perekwatie in Brabant in 1685. Tijdnood en budget Het MERS kan zich onmogelijk binnen de hem nog toegemeten tijdspanne (medio oktober – eindejaar) de ingewikkelde materie van de kadastrale perekwatie in 1685 eigen maken en daarom moet MERS zich – ook om de credibiliteit van alle partijen te vrijwaren - onbevoegd verklaren. Vanaf 1 januari 2005 richten de werkzaamheden zich volledig op het verwerken van de gegevens uit het data warehouse en de verzameling van de administratieve en statistische gegevens. Tegen eind januari 2005 moet de zgn. ‘executive summary’, dienstig voor het jaarverslag 2004 van Cipal, klaar zijn. In vergelijking met vorige jaren werd de afsluitdatum met 15 dagen naar voor geschoven (15/3/2005) en werd MERS (weliswaar onder bepaalde voorwaarden) contractueel beboetbaar bij laattijdigheid. Binnen het toegemeten budget is ook geen ruimte voor een verantwoorde inkoop van een kwalitatief hoogstaand en origineel artikel bij derden. Goodwill Overigens zou de aanlevering van een historische bijdrage weerom goodwill zijn vanwege MERS want in het contract CIPAL-MERS is daarover niets voorzien. Onze betrachting is steeds geweest de (zeer relatieve) aantrekkelijkheid van een jaarverslag te verhogen en daarmee de belangen van onze opdrachtgever en die van de Vlaamse Gemeenschap te dienen. We brengen dit ongaarne in herinnering maar de omstandigheden dwingen ons daartoe. Compromisvoorstel Als compromis stellen wij voor de suggestie van het Overlegcomité (kadastrale perekwatie in Brabant in 1685) te weerhouden voor het jaarverslag 2005 en de periode van het Frans bewind in het jaarverslag 2004 te belichten en aldus de gedane inspanningen te valoriseren. MERS Lucas TESSENS 2004-10-08 Historiek contract JVOV2004 20040622: YH geen bezwaar tegen dat ik ook JVOV 2004 maak; aan JF gemeld op voice mail 20040709: JF deelt punten mee te voorzien in offerte; dead line 1/3/2005! + boete 250 EUR/dag 20040811: meeting JF-LT in extremis door JF afgebeld 20040824: offerte MERS aan dhr Jos Franken, Cipal 20040903: offerte goedgekeurd door Raad van Bestuur Cipal 20040906: eerste mail-contact LT-EDB over Frans bewind 20040908: meeting LT-EDB over confiscatie kerkelijke goederen (Aalst) 20040908: bestelling boek Frans bewind bij heruitgeverij 20040910: draft-opbouw artikel Frans bewind klaar en medegedeeld aan EDB 20040913: bezoek aan abdij Tongerloo + aankoop pakket boeken 20040915: JF deelt goedkeuring offerte telefonisch mee aan LT; LT deelt plan Frans bewind mee aan JF die enthousiast reageert. 20040915: contact met Albertina-bib over rapport Kulberg 20040916: Mail aan EDB: “Gisterenavond kreeg ik een telefoontje van JF: de Raad van Bestuur van CIPAL heeft mijn offerte aanvaard en de brief ter bevestiging is in de maak. Ik heb hem ook gesproken over het plan om de confiscatie van kerkelijke goederen aan het einde van de XVIIIde eeuw als ‘leesstuk’ in het jaarverslag in te lassen. Jos was enthousiast want als ‘boerenzoon’ interesseert hem dat uiteraard. Hij verdedigt dit project richting MVG.” 20040920: datum brief Cipal aan MERS met mededeling goedkeuring 20040922: MERS ontvangt brief Cipal; dus 22 dagen na eerste gepland contact MERS-EB 20040924: mail LT>EB: vragen; EB in verlof tot 28/9 20040928: contacteren Rijksarchief 20040928: optrekken vergoeding EDB wegens hulp opbouw historisch luik 20040929: Overlegcomité MVG-Cipal 20041005: telefonische mededeling JF over suggestie Overlegcomité: perekwatie 1685 20041005: telefonisch contact LT-EB: zij vindt 1685 interessanter dan 1792 20041005: opmaak argumentarium Frans bewind 20041007: verdere verfijning Excel-file door EDB en LT (meeting Aalst) 20041008: aankoop boek 19560021 over de historiek van het kadaster 20041008: correcties in de Masterbase Pro memorie: contractueel is MERS niet gebonden tot het leveren van een historische bijlage.
TESSENS Lucas
Kloosters en abdijen als vastgoedfirma's
Edited: 201502290908
Het wereldlijke facet van kloosters en abdijen was op het einde van de XVIIIde eeuw dominant geworden. Een groot aantal van deze instellingen kunnen beschouwd worden als echte VASTGOEDFIRMA'S, beleggers en financiers. De kloosters en abdijen beschikten over zoveel grond en gebouwen, dat de politieke machthebbers - Jozef II en later de Franse revolutionairen - hun dominante positie maar al te graag aantastten. Bovendien was de clerus sterk uitgedund en miste hij een maatschappelijk draagvlak. In 2004-2005 heeft het Media Expert Research System een onderzoek uitgevoerd naar het grondbezit van kloosters en abdijen en hun vernietiging/opheffing op het einde van de XVIIIde eeuw. De grote Statenabdijen alleen al bleken 62.388 hectaren in hun bezit te hebben. Dat is omgerekend zo'n 624 vierkante kilometer, vaak van de meest productieve gronden. Tijdens de laat-Oostenrijkse periode en in de Franse Tijd kwamen al de goederen door confiscatie in staatsbezit. De Fransen voegden ze toe aan de staatsdomeinen (vooral bossen) die zij verkregen door verovering van de Oostenrijkse Nederlanden. Vervolgens onderzocht het MERS de verkoop van deze nationale goederen. Het Monasticon bleek een onmisbare bron te zijn, vooral voor de identificatie van de talloze abdijen en kloosters en opzoekingen betreffende hun oprichtingsdatum. De problematiek van de verkoop van de nationale goederen komt in het Monasticon slechts zijdelings aan bod.
Binnen de database van het Instituut voor Financiële Archeologie (IFA) zijn de kloosters en abdijen door ons gecatalogeerd als firma's omwille van hun machtige positie in de landbouweconomie.
LT
wetsvoorstel belasting op grote vermogens neergelegd in de Kamer
Edited: 201501201808
Hieronder geven we de Memorie van Toelichting.
DAMES EN HEREN,
Het is van heel groot belang dat voor iedereen toegankelijke openbare diensten en alle vormen van sociale bescherming behouden blijven, om aldus de economische en de sociale ongelijkheden weg te werken.
Die doelstellingen impliceren een fiscaal beleid dat uitgaat van een billijke bijdrage tot de overheidsfinanciën.
De fiscale ontvangsten zijn echter nog steeds voor ruim 70% afkomstig van de belasting op de inkomsten uit arbeid en van heffingen op de consumptie van de gezinnen (btw en accijnzen); een heel groot deel van die consumptie wordt overigens betaald met de inkomsten uit arbeid.
De gelijke spreiding van het vermogen neemt gaandeweg af, niet alleen doordat vermogen steeds meer met inkomsten uit kapitaal wordt opgebouwd, maar ook doordat vooral de inkomsten uit arbeid en de consumptie van de gezinnen worden belast. Die vaststelling toont aan dat het absoluut noodzakelijk is dat het kapitaal meer bijdraagt tot de financiering van de collectieve behoeften.
De indieners van dit wetsvoorstel menen dat die bijdrage tot de collectieve behoeften, om rechtvaardig en billijk te zijn, rekening moet houden met de bijdragecapaciteit van elkeen en moet steunen op het beginsel van de progressiviteit van de belastingen via een belastingschaal met progressief hogere schijven, waarbij “drempeleffecten” worden voorkomen.
De bijdragecapaciteit van de belastingplichtige kan worden bepaald op grond van zijn vermogen. Een vermogen biedt immers zekerheid, en verschaft de belastingplichtige de mogelijkheid inkomsten te verkrijgen.
Dit wetsvoorstel beoogt een heffing in te stellen op de grote vermogens wanneer die 1 250 000 euro netto overschrijden. Het ligt dus niet in de bedoeling de middenklasse,
de lagere inkomens of de kleine spaarders te treffen. Deze belasting geldt evenmin voor de vennootschappen, noch voor de bezittingen die worden aangewend voor een beroepsactiviteit. Dit wetsvoorstel beoogt dus “slapend kapitaal” te doen bijdragen, niet het kapitaal dat wordt gebruikt voor economische activiteiten die banen scheppen en inkomsten genereren.
Dat bedrag van 1 250 000 euro wordt berekend per natuurlijke persoon die onderworpen is aan de belasting op de grote vermogens (de belastingplichtige). Wanneer een natuurlijke persoon samen met een andere belastingplichtige een goed bezit, zal de waarde die voor de belasting op de grote vermogens in aanmerking wordt genomen, worden berekend in verhouding tot diens aandeel in de onverdeelde eigendom van het goed dat hij in mede-eigendom bezit.
Het vermogen omvat alle roerende en onroerende goederen, alsook alle waarden en rechten die een belastingplichtige volledig of deels bezit.
Er is in een aantal uitzonderingen voorzien. De indieners hebben onder meer beslist bij de vermogensberekening geen rekening te houden met de goederen die uitsluitend voor de uitoefening van een beroepsbezigheid worden aangewend. Zoals al is aangegeven, is het
immers niet de bedoeling de economische activiteit te benadelen.
Voorts komt de eigen woning evenmin in aanmerking voor de vermogensberekening. De belasting zal omwille van de fiscale billijkheid progressief stijgen (per schijf) en een regeling omvatten die ertoe strekt ongewenste drempeleffecten te voorkomen. Er wordt voorzien in verschillende percentages opdat de belastingdruk niet contraproductief wordt, want die
percentages worden jaarlijks toegepast op een vermogen, niet op een inkomen.
De indieners beogen meer fiscale rechtvaardigheid, waarbij men zeker niet mag vervallen in een fiscale regeling die al te forse happen uit vermogens haalt.
De voorgestelde regeling houdt aangifteplicht in: elke belastingplichtige die deze belasting verschuldigd is, moet bij de belastingadministratie een aangifte indienen, volgens de door de Koning te bepalen nadere regels.

lees hier het wetsvoorstel 


 

Media Expert Research System
Recueil Financier, Demeur, Trioen
Edited: 201501151910



Het MERS werkt mee aan een grootschalig project waarbij de Recueil Financier wordt gescand en digitaal ontsloten. Ook de belangrijke boekwerken van Adolphe Demeur en Trioen worden verwerkt. Dat gebeurt in het kader van de uitbouw van een CMS (Content Management System). Het ontwerpen van een analysemodel is cruciaal in de ontwikkelingsfase en vergt een doorgedreven studie van de (on)ontgonnen bronnen. De kanalenbouw, de steenkoolmijnen en de spoorwegen zijn - naast de bancaire ontwikkelingen - voorname aandachtspunten.

Zodoende worden belangrijke 19de-eeuwse secundaire bronnen van de vennootschapsgeschiedenis van België toegankelijk gemaakt. Als primaire bronnen kunnen gelden: de Wet (tot 1873) en de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad (vanaf 1873 tot heden).
Lucas Tessens
Paris: aanslag op Charlie Hebdo: 12 doden
Edited: 201501080034
Het ergste wat er nu kan gebeuren is dat er een of andere halve gare een granaat in een moskee binnengooit. Want dan brandt Parijs.

Laten wij met z'n allen hopen dat het niet zover komt.

Europa moet zich herbezinnen over eigen maatschappelijke spelregels en dat is nog wat anders dan wetten. We moeten alle burgers beoordelen op hun gedrag, niet op hun afkomst, 'looks' of overtuiging. Dat zijn de waarden van de Verlichting, de Franse Revolutie, de Rechten van de Mens.
Anderzijds moeten mensen die zich niet houden aan de maatschappelijke spelregels ophouden met diegene die hen wijst op onaanvaardbaar gedrag, onmiddellijk 'racist' te noemen.
Onaanvaardbaar gedrag verdient immers collectieve afkeuring en desnoods repressief optreden.

Er is ook nood aan goede voorbeelden. Vandaag kunnen we niet zeggen dat die van de top komen. De vis rot van de kop af.

Het weze gezegd dat Vrijheid, Gelijkheid en Broederlijkheid niet los van elkaar kunnen bestaan. Want hoe kan ik zonder gelijkheid u in vrijheid mijn broeder of zuster noemen?

Het ONTBREKEN van rechtvaardigheid, gelijke kansen, degelijk onderwijs, gezondheidszorg, een billijk loon, eerlijke verdeling van de lasten, ..., dat is de voedingsbodem van extremisme en verkeerd begrepen religie.

En hoe vaak is godsdienst niet misbruikt om mensen te doen geloven in een beter hiernamaals en hen rechten te ontzeggen tijdens hun leven op aarde? Als godsdienst mij van mijn medemens verwijdert, hoe kan ik dan geloven in het goede? Als de Boodschap mij wordt gebracht door mensen die praten met gespleten tong, hoe kan ik dan naar het Licht streven?

Ik kan heel goed leven in een wereld zonder God, een wereld waarin we voor elkaar zorgen en mekaar Charlie mogen noemen.

(tekst aangepast op 20150111)
NULTY Thomas
Back to the land
Edited: 201412271246
The Most Reverend Dr. Thomas Nulty or Thomas McNulty (1818-1898) was born to a farming family in Fennor, Oldcastle, Co. Meath,[1][2] on July 7, 1818 and died in office as the Irish Roman Catholic Bishop of Meath[3] on Christmas Eve, 1898. Nulty was educated at Gilson School, Oldcastle, County Meath, St. Finians, Navan Seminary and Maynooth College. He was ordained in 1846. Nulty was a cleric during the Irish Potato Famine. During the course of his first pastoral appointment, he officiated at an average 11 funerals of famine victims (most children or the aged) a day, and in 1848 he described a large-scale eviction of 700 tenants in the diocese.[4]

Nulty rose to become the Most Reverend Bishop of Meath and was known as a fierce defender of the tenant rights of Irish tenant farmers throughout the 34 years that he served in that office from 1864 to 1898.[5][6] Thomas Nulty is famed for his 1881 tract Back to the Land, wherein he makes the case for land reform of the Irish land tenure system.[7] Nulty was a friend and supporter of the Irish nationalist Charles Stewart Parnell until Parnell's divorce crisis in 1889.[8][9]

Dr. Thomas Nulty, who had attended the First Vatican Council in 1870, said his last mass on December 21, 1898.

To the Clergy and Laity of the Diocese of Meath:

Dearly Beloved Brethren,-

I venture to take the liberty of dedicating the following Essay to you, as a mark of my respect and affection. In this Essay I do not, of course, address myself to you as your Bishop, for I have no divine commission to enlighten you on your civil rights, or to instruct you in the principles of Land Tenure or Political Economy. I feel, however, a deep concern even in your temporal interests — deeper, indeed, than in my own; for what temporal interests can I have save those I must always feel in your welfare? It is, then, because the Land Question is one not merely of vital importance, but one of life and death to you, as well as to the majority of my countrymen, that I have ventured to write on it at all.

With a due sense of my responsibility, I have examined this great question with all the care and consideration I had time to bestow on it. A subject so abstruse and so difficult could not, by any possibility, be made attractive and interesting. My only great regret, then, is that my numerous duties in nearly every part of the Diocese for the last month have not left me sufficient time to put my views before you with the perspicuity, the order and the persuasiveness that I should desire. However, even in the crude, unfinished form in which this Essay is now submitted to you, I hope it will prove of some use in assisting you to form a correct estimate of the real value and merit of Mr. Gladstone’s coming Bill.

For my own part, I confess I am not very sanguine in my expectations of this Bill — at any rate, when it shall have passed the Lords. The hereditary legislators will, I fear, never surrender the monopoly in the land which they have usurped for centuries past; at least till it has become quite plain to them that they have lost the power of holding it any longer. It is, however, now quite manifest to all the world — except, perhaps, to themselves — that they hold that power no longer.

We, however, can afford calmly to wait. While we are, therefore, prepared to receive with gratitude any settlement of the question which will substantially secure to us our just rights, we will never be satisfied with less. Nothing short of a full and comprehensive measure of justice will ever satisfy the tenant farmers of Ireland, or put an end to the Land League agitation.

The people of Ireland are now keenly alive to the important fact that if they are loyal and true to themselves, and that they set their faces against every form of violence and crime, they have the power to compel the landlords to surrender all their just rights in their entirety.

If the tenant farmers refuse to pay more than a just rent for their farms, and no one takes a farm from which a tenant has been evicted for the non-payment of an unjust or exorbitant rent, then our cause is practically gained. The landlords may, no doubt, wreak their vengeance on a few, whom they may regard as the leaders of the movement; but the patriotism and generosity of their countrymen will compensate these abundantly for their losses, and superabundantly reward them for the essential and important services they have rendered to their country at the critical period of its history.

You know but too well, and perhaps to your cost, that there are bad landlords in Meath, and worse still in Westmeath, and perhaps also in the other Counties of this Diocese. We are, unfortunately, too familiar with all forms of extermination, from the eviction of a Parish Priest, who was willing to pay his rent, to the wholesale clearance of the honest, industrious people of an entire district. But we have, thank God, a few good landlords, too. Some of these, like the Earl of Fingal, belong to our own faith; some, like the late Lord Athlumny, are Protestants; and some among the very best are Tories of the highest type of conservatism.

You have always cherished feelings of the deepest gratitude and affection for every landlord, irrespective of his politics or his creed, who treated you with justice, consideration and kindness. I have always heartily commended you for these feelings.

For my own part, I can assure you, I entertain no unfriendly feelings for any landlord living, and in this Essay I write of them not as individuals, but as a class, and further, I freely admit that there are individual landlords who are highly honourable exceptions to the class to which they belong. But that I heartily dislike the existing system of Land Tenure, and the frightful extent to which it has been abused, by the vast majority of landlords, will be evident to anyone who reads this Essay through.

I remain, Dearly Beloved Brethren, respectfully yours,
+THOMAS NULTY.

BACK TO THE LAND
Our Land System Not justified by its General Acceptance.

Anyone who ventures to question the justice or the policy of maintaining the present system of Irish Land Tenure will be met at once by a pretty general feeling which will warn him emphatically that its venerable antiquity entitles it, if not to reverence and respect, at least to tenderness and forbearance.

I freely admit that feeling to be most natural and perhaps very general also; but I altogether deny its reasonableness. It proves too much. Any existing social institution is undoubtedly entitled to justice and fair play; but no institution, no matter what may have been its standing or its popularity, is entitled to exceptional tenderness and forbearance if it can be shown that it is intrinsically unjust and cruel. Worse institutions by far than any system of Land Tenure can and have had a long and prosperous career, till their true character became generally known and then they were suffered to exist no longer.

Human Slavery Once Generally Accepted.

Slavery is found to have existed, as a social institution, in almost all nations, civilised as well as barbarous, and in every age of the world, up almost to our own times. We hardly ever find it in the state of a merely passing phenomenon, or as a purely temporary result of conquest or of war, but always as a settled, established and recognised state of social existence, in which generation followed generation in unbroken succession, and in which thousands upon thousands of human beings lived and died. Hardly anyone had the public spirit to question its character or to denounce its excesses; it had no struggle to make for its existence, and the degradation in which it held its unhappy victims was universally regarded as nothing worse than a mere sentimental grievance.

On the other hand, the justice of the right of property which a master claimed in his slaves was universally accepted in the light of a first principle of morality. His slaves were either born on his estate, and he had to submit to the labour and the cost of rearing and maintaining them to manhood, or he acquired them by inheritance or by free gift, or, failing these, he acquired them by the right of purchase — having paid in exchange for them what, according to the usages of society and the common estimation of his countrymen, was regarded as their full pecuniary value. Property, therefore, in slaves was regarded as sacred, and as inviolable as any other species of property.

Even Christians Recognised Slavery.

So deeply rooted and so universally received was this conviction that the Christian religion itself, though it recognised no distinction between Jew and Gentile, between slave or freeman, cautiously abstained from denouncing slavery itself as an injustice or a wrong. It prudently tolerated this crying evil, because in the state of public feeling then existing, and at the low standard of enlightenment and intelligence then prevailing, it was simply impossible to remedy it.

Thus then had slavery come down almost to our own time as an established social institution, carrying with it the practical sanction and approval of ages and nations, and surrounded with a prestige of standing and general acceptance well calculated to recommend it to men’s feelings and sympathies. And yet it was the embodiment of the most odious and cruel injustice that ever afflicted humanity. To claim a right of property in man was to lower a rational creature to the level of the beast of the field; it was a revolting and an unnatural degradation of the nobility of human nature itself. (etc, see link)

Back to the land
LT
Kosmetische tax shift à la Van Rompuy brengt geen herverdeling van de lasten. - Jezus over belastingen
Edited: 201412171128
Een tax shift die enkel het onrechtvaardigheidsGEVOEL zou wegnemen is een blunder. Belastingen moeten verdeeld worden naar draagkracht, dat heet rechtvaardigheid. Een christen-democraat zou dat moeten weten zo hij de parabel van de offergave in de tempel kent: het kleine offer van de arme weduwe was vele malen groter dat het handvol goudstukken die de rijke offerde, zo zei Jezus.

Als offergave en tevens voor het onderhoud van de tempel wierpen de joden ook hun aalmoezen in een voor allen zichtbare plaats, de schatkist. Op een dag bevond Jezus zich bij deze plek en keek toe hoe het volk koperstukken daarin wierp, terwijl menige rijke er veel in liet vallen. Hij zag ook hoe een arme weduwe naderbij kwam en er twee kleine munten in wierp. Marcus heeft ons zelfs gewezen op de waarde van die muntstukken: ter waarde van een cent, een onbetekenend bedrag. Toch raakte de Heer ontroerd bij de stap die deze vrouw zette, want Hij begreep aanstonds dat dit alles voor haar betekende. Haar offer was voor God voornamer dan dat van alle anderen. Die arme weduwe gaf immers alles wat zij bezat, alles waar ze van leven moest. De anderen hadden gegeven van wat hun overschoot, zij daarentegen van wat zij nodig had. (cfr. Marcus, 12:41)

Herontdek deze parabel ...
Trends
Mannen en vrouwen niet gelijk
Edited: 201412120031
Mannen verdienen tien procent meer dan vrouwen, zo blijkt uit de jongste editie van de Top 30.000. Dat cijfer komt uit de sociale balansen, waar voor het eerst de personeelskosten per geslacht in werden opgenomen. Voor heel België bedraagt de loonkloof 10,2%. Maar in sommige gewesten is er meer gelijkheid dan in andere. In Wallonië is een mannelijke werknemer amper 1,8% duurder dan zijn vrouwelijke collega. In Vlaanderen neemt de kloof toe tot 12,7% en in Brussel is ze met 14,7% het grootst.

Per uur bekeken is de kloof kleiner
De loonkloof tussen mannen en vrouwen bedraagt afgerond 10%. Dat percentage houdt echter geen rekening met een mogelijk belangrijke vertekenende factor. Mannen en vrouwen werken immers niet evenveel uren. Een man presteert gemiddeld 1.528 uren per jaar, een vrouw 1.465 uren. Dat verschil kan als natuurlijk worden beschouwd, in die zin dat het grotendeels kan worden verklaard door de duur van het bevallingsverlof. Die fout kan echter worden uitgeschakeld door het verschil in loon per gepresteerd uur te berekenen. In dat geval daalt het nationale verschil tussen mannen en vrouwen tot 5,6% voor het hele land. Dat nationale gemiddelde varieert uiteraard afhankelijk van het gewest. In Vlaanderen bedraagt het 8,1%, in Brussel 8,6% en in Wallonië neigt het naar een evenwicht: daar bedraagt het slechts 0,7%.
Wie haalt Indaver binnen? Katoennatie van Fernand Huts blijft in de running
Edited: 201412022102
DELTA NV (Nederlandse vennootschap) bezit 75 % van de aandelen van Indaver. De Vlaamse Milieuholding bezit 16 % en een groep industriële aandeelhouders (Janssen Pharmaceutica nv, BASF Antwerpen nv, Solvay nv, Tessenderlo Chemie nv, Bayer Global Investments bv., Borealis Polymers nv) bezit 9 % van de aandelen.

Kerncijfers 2013:

Totale hoeveelheid afval in beheer: 5 149 624 ton.

Totale hoeveelheid eigen verwerking: 3 517 552 ton

Jaarlijkse productie van energie equivalent met de energiebehoefte van 240 000 gezinnen

Personeelsbestand: 1 665 werknemers

Bedrijfsopbrengsten: 526 miljoen euro, winst na belasting: 40 miljoen euro

Bedrijfsopbrengsten in België 207 miljoen euro, in Duitsland 130 miljoen euro, in Nederland 110 miljoen euro, in Ierland/ UK 72 miljoen euro, in andere Europese landen 7 miljoen euro
LT
Lijst van overheidsbedrijven (in het verleden en het heden)[tentatief en in opbouw]
Edited: 201411260110
Algemene Spaar- en Lijfrentekas (ASLK/CGER, 1865) > ASLK-Bank (1992) + ASLK-verzekeringen (1992)> 50% verkocht aan Fortis-groep > in 1998 volledig overgenomen door Fortis


BAC/COB (1924) > BAC werd ook hoofdaandeelhouder in de Belgische Arbeidersbank of Banque Ouvrière de Belgique, opgericht in 1925, en in 1926 omgedoopt in Spaarbank der Christelijke Werklieden (SCW) of Banque d'Epargne des Ouvriers Chrétiens. > BAC Centrale Depositokas of COB Caisse Centrale de Dépôts > In 1985 werd de naam gewijzigd in BAC Spaarbank of COB Banque d'Epargne.> De naam werd in 1993 veranderd in BACOB en de instelling veranderde verder van een spaarbank naar een commerciële bank.> In 1997 vormde BACOB samen met verzekeringen DVV de financiële groep Artesia Banking Corporation, grotendeels in handen van Arcofin.> In 2001 kwam Artesia in handen van het Frans-Belgische Dexia, nu Belfius.




Belgische Maatschappij voor Internationale Investering: Een gespecialiseerde dochtervennootschap van de FPIM die tot doel heeft het co-financieren van buitenlandse investeringen van Belgische bedrijven, hoofdzakelijk ten behoeve van KMO's die zich in een expansiefase bevinden of die een belangrijk groeipotentieel vertonen.


Belgocontrol (1998): Belgocontrol is in België het autonoom overheidsbedrijf dat belast is met de luchtverkeersleiding, opleiding van operationeel (luchtverkeersleiders) en technisch personeel, en installatie en onderhoud van infrastructuur voor de luchtvaart. > Belgocontrol werkt onder een beheerscontract met een looptijd van 5 jaar (zie 25 APRIL 2014. KB tot goedkeuring
van het derde beheerscontract tussen de Staat en Belgocontrol) > Belgocontrol had op 20131231 829 werknemers waarvan 84 onbeschikbaar > Belgocontrol was in 2013 verlieslatend > Jaarverslag Belgocontrol 2013


BIAC + Regie der Luchtwegen + The Brussels Airport Company NV (BATC)> The Brussels Airport Company NV (2006) > Brussels Airport Company (2013)


BILOBA: De Luxemburgse vennootschap heeft tot doel het nemen van participaties in het Ginkgo Fonds. Het Ginkgo Fonds investeert in projecten ter herontwikkeling van verontreinigde terreinen in Frankijk en in België.


Brussels Airport Company


CERTI-FED: De vennootschap heeft tot doel de verwerving van alle participaties in vennootschappen waarin de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij een participatie bezit, alsook de certificatie van aandelen.

China Belgium Mirror Fund

Congrespaleis: De NV Congrespaleis heeft als doel het organiseren van vergaderingen, congressen, tentoonstellingen, beurzen en evenementen in haar gebouwen te Brussel.

CREDIBE: De vennootschap heeft haar hypothecaire activiteiten overgedragen aan de privé-sector en beheert nog de aflopende dossiers en in beperkte mate vastgoed.

DATANG FUND

Delcredere

Distrigas: On 1 November 2012, Distrigas merged with Nuon Belgium and became Eni Gas & Power NV/SA, a wholly owned subsidiary of Eni.

Federale Investeringsmaatschappij (FIM) + Federale Participatiemaatschappij (FPIM) > FPIM (2006)

Fonds voor Spoorweg-Infrastructuur (FIF-FSI): De vennootschap heeft tot doel terreinen die vroeger tot de spoorweginfrastructuur behoorden, te verkopen aan bouwpromotors en vastgoedinvesteerders.

GIMV (1980):

IRE ELIT: Dochteronderneming van het "Nationaal Instituut voor Radio-elementen". De onderneming legt zich in het bijzonder toe op de ontwikkeling van productie van radio-isiotopen voor radiofarmaceutische toepassingen en analyse, toezicht en ondersteuning bij de ontmanteling van nuclaire bronnen.

Kasteel Cantecroy Beheer (KCB): KCB is een vennootschap die een kasteelsite in Mortsel (Cantecroy) heeft gerenoveerd en omgevormd tot een wooncentrum voor ouderen. Doelstelling is de appartementeenheden op de site te verhuren/verkopen en de nodige zorgdiensten aan te bieden voor ouderen.

Nationale Investeringsmaatschappij (NIM, 1962) > geprivatiseerd in 1994

Nationale Loterij/Loterie Nationale

NMBS/SNCB > Om aan de Europese Unie-regelgeving tegemoet te komen voor een vrije toegang voor alle vervoerders op het Europese spoorwegnet, werd de NMBS op 1 januari 2005 opgesplitst in drie delen: een beheerder van de infrastructuur (Infrabel), een exploitant van de treinen (NMBS) en een overkoepelende holding (NMBS Holding). Zij vormden met hun drieën de NMBS-Groep.> NMBS + NMBS-holding = NMBS (2004)

NMKN > opgeslorpt door ASLK > zie aldaar

Open Sky Technology Fund Belgian Investor Pool: Het investeringsfonds is een parallel fonds van Open Sky Technologies Fund dat werd opgericht op initiatief van het Europees Ruimtevaart Agentschap. Deze investeringsfondsen investeren in jonge bedrijven die commerciële ruimtevaartechnologieën ontwikkelen, en die gevestigd zijn in de landen van de ERA-perimeter.
Paleis voor Schone Kunsten (PSK): De vennootschap heeft als doel het opzetten, uitwerken en uitvoeren van een multidisciplinaire en geïntegreerde culturele programmering.

Participatiefonds

PTT > De Post > BPOST (Belgische Staat (rechtstreeks en via de FPIM + free float + BPOST-werknemers)

Regie der Gebouwen (parastatale)

RTT > Belgacom > werd in maart 2004 beursgenoteerd > 20140929: Belgacom heet voortaan Proximus (o.i. wordt in een perspectief van volledige privatisering de binding met België in de merknaam alvast verbroken) > Op 31/10/2014 bezat de Belgische Staat 53,51% van de aandelen van Belgacom

SNETA (1919) + Sabena (1923) > Sabena > In mei 1995 werd 49,5% van de aandelen verkocht aan Swissair > Sabena op 20011107 failliet > dochter DAT overgenomen door SN Air Holding en die neemt naam SN Brussels Airlaines aan > SN Air Holding neemt in 2005 Virgin Express over en fuseert in 2006 tot Brussels Airlines. > Op 19 januari 2004 is Sabenadochter en chartermaatschappij Sobelair failliet verklaard. Haar vluchten voor Jetair werden overgenomen door TUI Airlines Belgium, dat vandaag vliegt onder de naam Jetairfly.

SOPIMA: De vennootschap beheert, meestal na renovatie, administratieve gebouwen die tot verhuur worden bestemd.

Theodorus III (

ZEPHYR-FIN: De vennootschap heeft als doel het verwerven en beheren van roerende waarden uitgegeven door luchtvaartmaatschappijen of vennootschappen verbonden met deze sector.

Belga
Overnemers Sanoma-magazines moeilijk te vinden. Onzekerheid duurt voort. Fins Sanoma stopt uitgaven in Oekraïne.
Edited: 201411180057
The LandReport
The Land Report 100 - 100 largest landowners in the United States - private empires
Edited: 201411161449
In the USA the magazine 'The LandReport 2014' published for the fourth time its list of the 100 largest landowners in the USA. Some of them own large estates in Canada too. And things go fast: in all, private holdings increased by nearly 500,000 acres since the 2013 Land Report 100 was completed.

On 1 is cable tycoon John Malone, owner of Liberty Global (Telenet Vlaanderen, UPC Holland, Ziggo Holland, etc.), with 2,2 million acres (history: +290.100 acres - the Bell Ranch from the Lane family - in 2010; + 1.000.000 acres - in Maine and New Hampshire from GMO Renewable Resources - in 2011). On 2 is Ted Turner with 2 million acres. On 3 is the Emmerson Family with 1,860 million acres. To estimate the span: on Number 100, the Butler Heirs, own 0.1 million acres.



The names:
1. John Malone
2. Ted Turner
3. Emmerson Family
4. Brad Kelley
5. Reed Family
6. Irving family
7. Singleton Family
8. King Ranch Heirs
9. Stan Kroenke
10. Pingree Heirs

11. Ford Family
12. Lykes Heirs
13. Briscoe Family
14. W.T. Waggoner Estate
15. O’Connor Heirs
16. Philip Anschutz
17. Drummond Family
18. Simplot Family
19. Holding Family
20. Hughes Family

21. Malone Mitchell 3rd
22. Wilks Brothers
23. Collins Family
24. Nunley Family
25. Jeff Bezos
26. Collier Family
27. Kokernot Heirs
28. Anne Marion
29. Babbitt Heirs
30. Llano Partners

31. Mike Smith
32. D.R. Horton
33. Lyda Family
34. Jones Family
34. Killam Family
34. True Family
37. Reynolds Family
38. Paul Fireman
39. D.K. Boyd
40. Koch Family

41. Bidegain Family
41. Benjy Griffith III
43. Scott Heirs
44. Louis Moore Bacon
45. East Family Foundation
46. Hearst Family
47. Gage Heirs
48. Cassidy Heirs
49. Eugene Gabrych
49. Langdale Family

51. Bogle Family
52. Hunt Family
53. Williams Family
54. Robert A. Funk
55. McCoy & Remme Families
56. Russell Gordy
57. Broadbent Family
57. Irwin Heirs
59. Sugg Family
60. Fasken Family

61. Mike Mechenbier
62. Cogdell Family
62. Fanjul Family
64. JA Ranch Heirs
65. Ellison Family
66. Bass Family
66. Boswell Family
66. Eddy Family
66. Emily Garvey Bonavia
66. William Henry Green Heirs

71. David Murdock
72. Wells Family
73. L-A-D Foundation
74. Gerald J. Ford
75. Stefan Soloviev
76. Patrick Broe
77. Harrison Family
77. Lane Family
77. Oppliger Family
80. Crosby Family

81. Ellwood Heirs
81. Monahan Family
83. Davis Heirs
84. Booth Family
84. Brite Heirs
86. Reese Family
87. Milliken Family
88. Roxanne Quimby
89. Moursund Family
90. Scharbauer Family

91. Clayton Williams Jr.
92. Stan Harper
93. Frank VanderSloot
94. Linnebur Family
95. Richard Evans
96. Luther King
97. Arthur Nicholas
98. Robinson Family
99. Riggs Family
100. Butler Heirs (0.1 million acres)

See the full list with comments here (link to the website of The LandReport)

P.M.: 1 acre = 0,4047 ha = 0,0040469 km²



Reminder: In 2002 Kevin Cahill published a book 'Who owns Britain. The hidden facts behind landownership in the UK and Ireland' (ref MERS 20020079). In 2006 his book 'Who owns the World' (ref MERS 20060030) gave a global scoop. Both books didn't get the media attention they diserved.
Kris Van Dijck (NVA) Koen Van den Heuvel (CD&V) en Bart Somers (Open-VLD)
willen naam prov. Antwerpen wijzigen in Midden-Brabant.
Edited: 201411150242
Blijkbaar spreken de heren eerst en gaan ze dan pas nadenken. Genant, ook qua timing.
Lucas Tessens
Materie en Goede Smaak
Edited: 201411082145
Neen, dit is geen advertentie voor een wagen maar wel een argument dat het onderhouden van een oldtimer niets met materialisme hoeft te maken te hebben. In een verspillende materialistische samenleving is er geen respect voor het materiële. De materie wordt misbruikt en weggeworpen.
Het koesteren van een auto in zijn oorspronkelijke staat is een ode aan de geest, aan de passie en aan de inventiviteit van de ontwerpers en de makers van het product. Net zoals een mooi oud gebouw, een meubel, een degelijk kledingstuk, een schilderij, een beeldhouwwerk en zelfs een paar goedzittende schoenen respect verdienen. Daar ligt ook de diepere betekenis van onze musea.
Want de verspillende mens is de echte materialist. Hij ziet groei als het voortdurend reproduceren van identieke goederen. Om ze zonder spijt te kunnen weggooien. Alsof het geluk daarin zou kunnen liggen.

En zoals een auto mooi oud kan worden, zo ook kan een mens dat. Zeker voor een boek kan dat waar zijn. Want welke pretentie schuilt er niet in de (weliswaar nooit expliciete) bewering dat vandaag de beste inzichten zouden groeien, dat enkel filosofen, economisten, schrijvers van heden de essenties naar voor zouden brengen. Dat is de logica achter de boekenindustrie die steeds op zoek is naar wat u graag leest en minder en minder geïnteresseerd is in wat u eigenlijk zou moeten lezen. Wie zijn verleden niet kent, kan geen gefundeerde uitspraken doen over de kwaliteit van de hedendaagse inzichten en plannen.
En laat ons eens terugkeren naar de notie 'groei'. Een BBP dat enkel kwantitatief wordt gepresenteerd, maakt abstractie van de kwaliteit van wat wordt geproduceerd. Het doet er dan niet toe. De werknemers die de zaken maken doen er dan niet toe. Dan telt ENKEL het cijfer, het getal, de procentuele 'vooruitgang', de gemiddelde stijging, de gerealiseerde winst.
Een verkregen of gekregen product is geen bron van blijdschap meer, zoals kinderen die soms beleven. Het product wordt beheerst door de dwanggedachte van de noodzakelijke vervanging in de nabije toekomst. En de mens verwordt tot louter consument, éénling in een publicitaire doelgroep. Eveneens vervangbaar.

Ik heb me afgevraagd hoe het toch komt dat vele superrijken smakeloos wonen. Misschien omdat ze precies de voeling missen met het esthetische aspect van de materie, en dus zichzelf en de anderen willen imponeren met de prijs ervan. Zo zijn ook zij slachtoffers van de materiële mythe en is hun leven - even eindig als het onze - mogelijk holler. Het is een vermoeden dat mij niet blijer maakt.

P.S. De auto op de foto is een BMW type 535i van 30 jaar oud
AGIV-KBR
Reis door de tijd met historische kaarten
Edited: 201410250213


Uit een samenwerking tussen het AGIV en de Koninklijke Bibliotheek groeide een mooi digitaal cartografisch initiatief onder de benaming 'Reis door de tijd'. De eerste link hieronder leidt naar een hybride kaart van onze wijk en de ligging van MERS Antique Books Antwerp.
ligging MERS Antique Books Antwerp, Mevrouw Courtmansstraat 27, 2600 Berchem




De volgende link leidt naar de historische kaarten van de 18de eeuw tot nu voor ons adres: 1712 (Fricx, Carte des Pays-Bas), 1777 (Ferraris, Kabinetskaart der Oostenrijkse Nederlanden), 1846-1854 (Vandermaelen, Carte Topographique de la Belgique), 1842-1879 (Popp, Atlas Cadastrale parcellaire de la Belgique), 1979-1990 (luchtfoto), 2012 (luchtfoto), 2013 (luchtfoto), 2014 (Basiskaart GRB)



Aan bovenstaande reeks kunnen we er nog een paar toevoegen: de kaart van het Dépôt de la Guerre in 1878 op 1/20.000ste, die van het Militair Cartografisch Instituut in 1932 op 1/20.000ste en de kaart die het Militair Geografisch Instituut in 1957 maakte op 1/25.000ste. Zie voor meer informatie ons boeknummer 19680057. Een volledig overzicht van historische kaarten vindt u bij het Nationaal Geografisch Instituut.


Indien u dat wenst kunt u bovenaan de kaart van Geopunt uw eigen adres eens intikken om te zien hoe het er vroeger in uw omgeving uit zag. Veel plezier ermee!

De volgende stap in deze applicatie zou erin kunnen bestaan de kadastrale leggers van Popp te koppelen aan referentiepunten op de kaarten. MERS beschikt over een mooie collectie kadastrale leggers. Op onze thematische pagina vindt u een overzicht van auteurs die publiceerden over grondbezit en het kadaster in de periode 1814-2014.

FOD Economie
Volkstelling België 2011 - Resultaten bekend
Edited: 201410242019
De resultaten van de Volkstelling 2011 zijn bekend gemaakt.
11.000.638 inwoners (inclusief de asielzoekers die in het Wachtregister zijn opgenomen), gemiddeld 40,8 jaar oud en voor 50,90% vrouwen. Aantal particuliere huishoudens (de 'institutionele huishoudens' - vroeger 'collectieve huishoudens' genoemd, dit zijn rusthuizen, gevangenissen, religieuze instellingen e.d. komen niet in aanmerking; in zo'n type huishouden wonen, aldus de Census, 136.334 personen): 4.727.831. Ongeveer één derde van de huishoudens bestaat uit één persoon. De vergrijzingsgraad bedraagt 26%. Van de woningen worden 66% bewoond door hun eigenaar, maar in Brussel ligt dat percentage veel lager. 17% van de woningen bevinden zich in gebouwen die na 1991 werden gebouwd. Sint-Pieters-Woluwe is de gemeente met het grootste aandeel personen dat een diploma van het hoger onderwijs heeft. Knokke-Heist heeft de oudste bevolking en Sint-Joost-ten-Node de jongste.


Deze volkstelling is er geen 'sensu stricto' - op basis van een exhaustieve enquête met rechtstreekse bevraging - maar is het resultaat van de koppeling van administratieve databanken:
• het Rijksregister,
• het Datawarehouse Arbeidsmarkt en Sociale Bescherming van de Kruispuntbank Sociale Zekerheid (kortweg Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid),
• de Kruispuntbank van Ondernemingen,
• de databank van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie (het vroegere Kadaster) voor de identificatie van de bebouwde percelen,
• het Centraal Referentieadressenbestand (dit bestand bevat de nummers van de gebouwen en de straatnamen, maar ook de geografische situatie van de adressen - de zgn. Lambertcoördinaten; het bevat eveneens voor heel het land een exhaustieve lijst van alle straatnamen met een unieke identificatiecode;deze databank werd gebruikt bij het creëren van het woningbestand),
• bepaalde fiscale gegevens van de FOD Financiën,
• de verschillende databanken over het onderwijs (Gemeenschapsmaterie; waarbij te noteren valt dat de Franse Gemeenschap niet over een geïntegreerde databank beschikt).


Lees meer ...


Directe toegang tot de Censusdatabank ...


Bemerkingen Lucas Tessens: (1) Wij vragen ons af of de resultaten niet jaarlijks kunnen worden vrijgegeven aangezien het om een koppeling van actieve databanken gaat. (2) De evolutie van het aantal 'institutionele huishoudens' en hun bewoners vraagt naar onze mening meer aandacht. Overigens kunnen de metadata hierover best meegegeven worden in de dataset. (3) Ook deze Census maakt het niet mogelijk te peilen naar het aantal eigenaars van meerdere woningen en daardoor ontbreekt een vermogenscomponent in de studie.
TESSENS Lucas
A selection of books on Italy - click to play
Edited: 201410180008
A trial video produced by MERS for the project BOS600 (later renamed BOS451) in november 2013.
The project was stopped for three reasons:
1) production time of the video was too long for a small firm like ours;

2) although mp4 has a considerable compression ratio, files stay rather heavy for handling and publishing over the network;

3) the app proved to be unsuccessfull in terms of directly generated ROI.
However, the results of the R&D were beneficial to later improvements and the enhancement of the multimedia CMS (Content Management System) that was developed during the year 2014.


Nieuws
MERS start project digitalisering en visualisering historische kaarten van Congo
Edited: 201410131229
Met een directe toegang tot meer dan 1.000 Congo-boeken is MERS Antique Books Antwerp goed geplaatst om zijn kaartencollectie (COMAPBASE) te koppelen aan beschrijvende records. De kennis over Belgisch Congo (zo groot als West-Europa) wordt aangewend om tot een logische klassificering, toegang en duiding te komen. Om de collectie te ontsluiten worden diverse technieken getest op kwaliteit, verwerkingssnelheid, bron- en locatievermelding en 'end user'-gemak. Een en ander verrijkt het Content Management System (CMS) dat MERS ontwikkelde.



MERS bvba
logodans
Edited: 201410110310


Leopold III
Het politiek testament van koning Leopold III
Edited: 201410091056



MEMORANDUM, GESCHREVEN OM PERSOONLIJK

EN VERTROUWELIJK AAN DE HEER PIERLOT TE WORDEN OVERHANDIGD,

VOLTOOID OP 25 JANUARI 1944

We zijn in het zesde oorlogsjaar aanbeland. Niets laat ons toe met zekerheid te stellen dat het staken van de vijandelijkheden in Europa of de bevrijding van ons grondgebied dichtbij zijn. Maar een zodanige wending van de gebeurtenissen, die een plotselinge wijziging van het bezettingsregime in België met zich zou brengen, is in de toekomst mogelijk.

Op 29 mei 1940 werd ik, op bevel van de Führer Kanselier van het Reich, van Brugge naar het kasteel van Laken overgebracht. Dat werd mijn verplichte verblijfplaats, ondanks mijn uitdrukkelijke wens om het lot van mijn leger te delen.

Het is niet uitgesloten dat de Duitse overheid mij om militaire of politieke redenen een nieuwe verblijfplaats oplegt en ditmaal buiten het koninkrijk.

Ik vind het belangrijk dat het land, in de misschien lange tussentijd tussen zijn bevrijding en mijn terugkeer uit gevangenschap, in die beslissende dagen niet verstoken zou blijven van adviezen van mijn kant over aangelegenheden van het allergrootste belang.

Dat is de reden waarom ik hier, ten gerieve van hen die de macht tijdelijk zouden uitoefenen, mijn aanbevelingen op papier zet betreffende het te volgen beleid in het hoger belang van de natie.

Om alle vooroordelen en twijfels weg te nemen, meen ik dat het nuttig is om vooraf kort uiteen te zetten welke mijn houding is geweest sedert mei 1940.

1. Vooreerst heb ik op 25 mei geoordeeld - en ik ben inmiddels nooit van gedacht veranderd - dat het strijdig geweest ware met het belang van het land als ik met de ministers naar het buitenland zou zijn vertrokken.

Het leger in de steek laten voordat de strijd beëindigd was, zou een militaire fout zijn geweest, want elke weerstand zou ogenblikkelijk zijn gestaakt.

Vluchten op het moment dat de wapens werden neergelegd, leek mij een daad die strijdig was met de eer van een legeraanvoerder.

Mijn aanwezigheid in het buitenland zonder militaire macht van betekenis, zou een louter symbolische waarde hebben gehad. Daartoe volstonden enkele ministers.

Maar, eens het grondgebied zich in de macht van de aanvaller bevond, was het belangrijk dat het staatshoofd het land slechts verliet, weggevoerd door de overwinnaar. Zijn aanwezigheid was des te noodzakelijker omdat de eenheid van het land was bedreigd door ernstig plichtsverzuim dat plotseling aan het licht was gekomen en omdat als gevolg van een noodlottige verstandsverbijstering, de meeste gezagsdragers waren gevlucht en te veel overheden hun post hadden verlaten.

Op een moment waarop de bondgenoten waren uitgeteld door een verschrikkelijk onheil en de vijand was opgewonden door militaire successen zonder voorgaande, was het door de tegenspoed van mijn leger en van mijn volk te delen dat ik de onverbrekelijke eenheid van het vorstenhuis en van de Staat bevestigde en dat ik de belangen van het vaderland behoedde, welke ook de

afloop van de oorlog zou zijn. De militaire eer, de waardigheid van de kroon en het belang van het land wezen in de dezelfde richting en maakten het mij onmogelijk om samen met de regering België te verlaten.

2. Ik heb het steeds als mijn opperste plicht beschouwd om met al mijn krachten bij te dragen tot het instandhouden van de nationale onafhankelijkheid. Net als al mijn voorgangers heb ik altijd de Grondwet nageleefd. In geen enkele omstandigheid heb ik overwogen om die te schenden. Ik neem een mogelijke herziening ervan slechts in overweging als het Belgische volk zijn wil daartoe vrij tot uitdrukking brengt.

De geruchten die de bedoeling hadden daarover twijfel te zaaien, zijn uit de lucht gegrepen en al wie ze heeft verspreid, heeft het vorstenhuis belasterd en een misdaad tegen België gepleegd.

Voor het overige heb ik me sedert 28 mei 1940 strikt gehouden aan mijn status van krijgsgevangene in handen van de vijand en heb ik geoordeeld dat het niet met de waardigheid van de kroon en met de belangen van het land strookte dat ik daar rechtstreeks of onrechtstreeks ooit van afweek.

Die afzijdigheid op het politieke vlak belette niet dat ik op het humanitaire vlak tussenkwam ten voordele van personen, groepen of zelfs de hele bevolking.

De genadeverzoeken, de vrijlating of op zijn minst de verlichting van het lot van onze krijgsgevangenen, de bevoorrading van de bevolking, daarvoor heb ik voortdurend aandacht gehad. Op dat vlak zijn mijn inspanningen gedeeltelijk met succes bekroond. Inzake de wegvoeringen en de financiële lasten stuitte ik spijtig genoeg op de weigering om terug te komen op de getroffen beslissingen.

Men heeft mij vaak verweten dat ik tussenbeide was gekomen op het administratieve vlak. Ik verklaar dat ik helemaal niets te maken had noch met de keuze noch met het beleid van de secretarissen-generaal, wie ze ook waren. Wel eis ik het initiatief op van de oprichting van de O.T.A.D.

Hiermee is dus voldoende licht geworpen op het verleden, laten we het nu hebben over de opdrachten voor de toekomst.

1. DE VERSTANDHOUDING TUSSEN VLAMINGEN EN WALEN

De verstandhouding tussen Vlamingen en Walen zal de belangrijkste taak van de regering zijn. Het voortbestaan van een onafhankelijk België zal daarvan afhangen.

De historici zullen vaststellen dat België tussen 1914 en 1944 een vreselijke nationaliteitscrisis heeft meegemaakt.

Na een lange periode van ongelijkheden en onmiskenbare onrechtvaardigheden heeft ons Vlaamse volk, trots op zijn schitterend verleden en bewust van zijn mogelijkheden in de toekomst, besloten een einde te maken aan de pesterijen van een egoïstische en bekrompen leidende minderheid die weigerde zijn taal te spreken en deel te nemen aan het volksleven.

Het onbegrip van het parlement en de traagheid van de opeenvolgende regeringen om die rechtmatige

verzuchtingen te voldoen, hebben de eisers verbitterd. Sommigen zijn ertoe gekomen om zich te willen afscheiden van de Walen en om België te vervloeken. Dit lokte een Waalse reactie uit en het zou gevaarlijk zijn de draagwijdte ervan te onderschatten.

Onder het voorwendsel van cultuur en van taal, hebben extremisten, al dan niet onder de bescherming van de bezetter, bewust gewerkt aan de vernietiging van de Belgische Staat – we hebben dat gezien en gehoord.

Anderzijds is onze publieke opinie – die slecht is voorgelicht en te gevoelig is voor de sentimentele verleidingen uit het buitenland – sedert 30 jaar geneigd om te geloven dat haar veiligheid in de eerste plaats afhangt van de gevoelens van genegenheid van het buitenland. Ze schijnt te vergeten dat het behoud van de nationale onafhankelijkheid voortvloeit uit en altijd en vooral zal voortvloeien uit de geografische ligging van het land, zijn natuurlijke rijkdommen, de werklust van zijn inwoners en hun wil om vrij te blijven.

De verkondiging van dit historisch vast gegeven moet het postulaat vormen dat elke internationale samenwerking voorafgaat en die laatste kan alleen worden opgevat op basis van een billijke wederkerigheid.

Omdat ze dezelfde belangen hadden, hebben Vlaanderen en Wallonië sedert heel lang een gemeenschappelijke lotsbestemming gehad en hebben ze een eenheid gevormd die ontembaar aan alle annexatiepogingen het hoofd heeft geboden. Nooit heeft hun eenheid een crisis beleefd die ook maar bij benadering zo erg was als die van de huidige generatie.

Ik hoop dat de hevigheid van de beroering die we nu beleven de ogen van de brave burgers heeft geopend voor sommige aspecten van de werkelijkheid waarvoor ze te weinig belangstelling hadden betoond. Ik hoop dat dit bij Vlamingen en Walen de wil zal hebben aangewakkerd om zich in een nieuw België opnieuw rond de nationale driekleur te scharen en dat zij, verenigd op volstrekt gelijke voet, België met eenzelfde liefde en ijver zullen dienen. Ik reken op het doorzicht van het Brusselse gemeentebestuur opdat de hoofdstad van het koninkrijk eindelijk zijn rol van taalkundig bindteken en bicultureel uitstralingscentrum zou spelen die het nationaal fatsoen hem voorschrijft.

2. DE SOCIALE REORGANISATIE

Deze wereldoorlog is de geboorte van een nieuwe wereld. Goedschiks of kwaadschiks ontwikkelt zich, in de staten die zich beroepen op tradities van vrijheid en individualisme net als in de staten die hebben gekozen voor een autoritair regime, een economische, organieke en sociale revolutie zonder weerga die wezenlijk dezelfde is – zij het dat ze gebeurt onder verschillende vlaggen en door gebruik van uiteenlopende middelen.

Ook al kan men noch het kader noch het eindpunt van die verandering bepalen, toch heeft men het recht te verklaren dat een onomkeerbare stroom alle samenlevingsvormen naar een volkomen nieuwe toekomst meevoert.

Het komt erop aan zich niet uit te sloven om in duigen vallende normen te handhaven. Men moet zich vastberaden aan de onvermijdelijke ontwikkeling aanpassen en België de economische en sociale onderbouw bezorgen die het de nodige sterkte en doelmatigheid geeft opdat het zijn bevolking een waardige en bevredigende levensstandaard kan verschaffen. Die bevolking leeft bijeengepakt op een klein grondgebied en wordt bedreigd door een buitenlandse concurrentie die scherper en oneindig machtiger is dan weleer.

Het individualisme en het economisch liberalisme waarvoor de negentiende eeuw de gouden tijd was, zullen willens nillens plaats ruimen voor een systeem dat meer gelijkheid nastreeft. Het zal de leiders toekomen erover te waken dat onze toekomstige sociale organisatie zal zijn doordrongen van en meer in overeenstemming zal zijn met de christelijke naastenliefde en de menselijke waardigheid.

Mijn rol van grondwettelijke vorst draagt me de taak niet op om een programma van verwezenlijkingen op te stellen noch om te kiezen voor of tegen een of andere leerstelling, maar ik zou in mijn opdracht tekortschieten als ik hier niet enkele beginselen ter overweging meegaf die alleen de uitdrukking zijn van de billijkheid.

Ik beschouw ruime sociale hervormingen als dringend, want de schandalige tegenstelling tussen de armoede waarmee de oorlog tot tweemaal toe de enen heeft overladen en de buitensporige winsten die de anderen zich hebben toegeëigend, stelt de onrechtvaardigheid in het licht van een egoïstisch en kwaadaardig regime, waaraan een einde moet komen.

Zodra het land is bevrijd, zullen de regeringen de plicht hebben het recht op arbeid en de plicht daartoe te bevestigen. Door de vaststelling van rechtvaardige lonen en de uitbreiding van de verplichte verzekeringen, moeten ze de arbeiders de waardigheid en de veiligheid bezorgen die zij in het verleden al te vaak hebben moeten ontberen.

De paritaire verbondenheid van de werkgevers- en werknemersorganisaties in beroepsgroeperingen, alsook een nauwgezette en billijke herschikking tussen arbeid en kapitaal zullen het mogelijk maken in de schoot van de ondernemingen de voorwaarden voor een gezonde samenwerking te vestigen. Door in de wereld van de arbeid een sfeer van stabiliteit en welzijn te scheppen, zal deze vooruitgang een geest van sociale solidariteit doen waaien die voor het land van even wezenlijk belang zal zijn als de verstandhouding en de gelijkheid tussen Vlamingen en Walen. Op het hogere niveau komt het de staat toe het algemeen belang te vertolken, de harmonische werking van het geheel van de grote beroepsgroepen te coördineren en de organisatie van de arbeid en van de sociale verhoudingen te controleren.

Het komt de Staat ook toe de economische ontwikkeling in een richting te leiden die meer is aangepast aan de natuurlijke rijkdommen van onze bodem en aan de mogelijkheden en de levensbehoeften van onze bevolking.

Het is van belang een beter evenwicht tot stand te brengen tussen de verschillende takken van de economische bedrijvigheid van het land door de landbouw, die zo belngrijk is voor ons onafhankelijk bestaan, de plaats te geven die haar toekomt.

Het is ten slotte aangewezen een billijkere verdeling van de verbruiksgoederen te verzekeren.

Arbeidsplicht, recht op arbeid en bescherming van de arbeid – herstel van de beroepseer en de beroepsbekwaamheid – nationale samenwerking en solidariteit – verstandige organisatie van de economie, ordelijke productie en consumptie – ziedaar de grondslagen van de onmiddellijke vernieuwing die een betere toekomst moet voorbereiden.

Ik reken erop dat de gezagsdragers die weg zullen inslaan en elke andere overweging dan het belang van het land en de sociale rechtvaardigheid opzij zullen schuiven.

Als ze dit zouden verzuimen, zou België tijden van gevaarlijke politieke onrust tegemoet gaan.

3. DE POLITIEKE HERVORMINGEN

Zullen de wijzigingen aan de economische en sociale structuren een hervorming van de politieke instellingen teweegbrengen? Dat lijkt onvermijdelijk.

De gebreken van de oude manier van regeren en de ongehoorde incidentendie er in 1940 het sluitstuk van waren, hebben de ogen geopend van de meest behoudsgezinde kringen. Het land zal niet aanvaarden dat men zonder meer naar deze vooroorlogse dwalingen terugkeert. Het wenst dat de macht wordt uitgeoefend door onkreukbare en bekwame mensen, die ermee ophouden het algemeen belang in te vullen op de maat van de partijbelangen. Het wenst dat die mensen de nodige macht krijgen om met gezag en continuïteit de belangrijkste en dringende problemen op te lossen.

Een Raad van State had al lang moeten zijn opgericht. Koning Albert had de oprichting ervan al aanbevolen. Het land heeft nood aan wetten en verordeningen die behoorlijk zijn opgesteld. De burgers hebben het recht te worden beschermd tegen de mogelijke willekeur van een regering waarvan de machten uitgebreider zullen zijn.

De ministeriële verantwoordelijkheid moet ophouden een abstract beginsel te zijn dat nergens in een wetboek is vastgelegd. Ze moet een juridisch werkbaar begrip worden dat het mogelijk maakt de ministers te treffen wier zware fouten de belangen van de Staat hebben geschaad.

In welke mate en op welke wijze is het nodig het politiek statuut van het koninkrijk een nieuwe inhoud te geven?

Het komt het Belgische volk toe daarover te beslissen: zodra de omstandigheden het mogelijk maken, kan het zich daarover vrij uitspreken.

4. DE HERVORMING VAN DE OPVOEDING

Ik pleit ervoor bijzondere aandacht te besteden aan de jeugd, die het lot van het België van morgen in handen houdt.

Indien het land in 1940 zijn geloof in zijn lotsbestemming tijdelijk heeft verloren, dan is dat te wijten aan het feit dat onze kinderen onvoldoende tot burgerzin worden opgevoed, wat een schuldig verzuim is. De toekomst van de natie vereist dat onze jeugd fysiek sterk is, doordrongen van edele verzuchtingen en grootmoedige idealen, gedreven door persoonlijke fierheid en sociale

solidariteit, in hart en nieren en vastberaden patriottisch. Op dat vlak staan we nog bijna nergens.

5. DE MILITAIRE REORGANISATIE

Het einde van de vijandelijkheden zou een gezagscrisis kunnen veroorzaken die weleens de vorm van geweldplegingen kan aannemen. Bij gebrek aan een gewapende macht – die op een wettelijke basis is gevormd en bestaat uit manschappen wier vanderlandsliefde buiten kijf staat en die zijn gespeend van elke partijdige passie – zou het moeilijk zijn om die te beteugelen.

Om redenen van orde en rust in het binnenland en aanzien in het buitenland, beveel ik aan zo spoedig mogelijk weer een Belgisch leger op de been te brengen, bestaande uit sterke beroepsmilitairen, aangevuld met vrijwilligers, bij voorkeur mannen die in het vuur van de strijd hebben gestaan. Met het oog daarop zullen we de onmiddelijke repatriëring moeten eisen van onze officieren en soldaten die in Duitsland gevangen zijn en van al wie zich nog in het buitenland bevindt.

6. DE ORDEHANDHAVING EN DE SANCTIES

Men moet vrezen dat het einde van de vijandelijkheden gepaard zal gaan met de ontketening van een publieke vergelding en het uitvechten van talrijke persoonlijke en groepsvetes. De voorlopige machthebbers zullen de uitingen van de publiek opinie binnen de legale perken moeten houden. Ze zullen evenwel ook de sancties moeten vorderen en toepassen in hoofde van de verantwoordelijken van aanslagen tegen de verdediging en de eenheid van het land.

De daders van deze misdaden tegen de natie hebebn hun verraad voldoende van de daken geschreeuwd, ja zelfs gevierd, opdat de noodzakelijke repressie alleen de werkelijke en grote schuldigen zou treffen.

Het past dat de straffen zonder uitstel worden uitgesproken en uitgevoerd, maar volgens de normale rechtspleging.

7. DE NOODZAKELIJKE GENOEGDOENING

Er is geen enkele patriot die sommige toespraken is vergeten die ten overstaan van de hele wereld werden uitgesproken en waarin Belgische ministers zich hebben veroorloofd, in uitzonderlijke hachelijke omstandigheden, toen de vrijwaring van de nationale waardigheid gebood een uiterste voorzichtigheid aan de dag te leggen, ondoordacht de meest ernstige beschuldigingen te uiten ten overstaan van de houding van ons leger en het optreden van de legeraanvoerder.

Die beschuldigingen die in een eigenzinnige verblindheid de eer van onze soldaten en van hun opperbevelhebber besmeurden, hebben België een onberekenbare en moeilijk te herstellen schade toegebracht.

Men zou vergeefs in de geschiedenis een ander voorbeeld zoeken van een regering die haar vorst en de nationale vlag op zo’n manier en zo ongegrond met schande heeft overladen.

Het aanzien van de kroon en de eer van het land verzetten zich ertegen dat degenen die de redevoeringen hebben gehouden nog enig gezag uitoefenen in het bevrijde België zolang ze hun beslissing niet zullen hebben betreurd en plechtig en volledige genoegdoening zullen hebben gegeven. De natie zou noch begrijpen noch ermee instemmen dat het vorstenhuis in de uitoefening van zijn taak mensen zou betrekken die datzelfde huis een belediging hebben aangedaan waarvan de wereld met ontsteltenis kennisnam

8. DE BUITENLANDSE EN KOLONIALE POLITIEK

Inzake het internationale statuut eis ik in naam van de grondwet dat België in zijn volledige onafhankelijkheid zou worden hersteld en dat het geen verbintenissen of akkoorden met andere staten zou aanvaarden, van welke aard ook, dan in volledige soevereiniteit en mits de noodzakelijke tegenprestaties.

Ik houd er ook aan dat geen afbreuk wordt gedaan aan de banden tussen de kolonie en het moederland.

Ik herinner er bovendien aan dat volgens de grondwet een verdrag geen enkele waarde heeft indien het niet de koninklijke handtekening draagt.

Leopold,

Koning der Belgen,

gevangene in het kasteel van Laken



(onverkorte tekst ter beschikking gesteld door MERS Antique Books Antwerp, om te worden gevoegd bij boeken over de Koningskwestie die nalaten dit document in extenso af te drukken)
Lucas & Manu Tessens
MERS ontwikkelt CMS voor MERS Antique Books Antwerp en partners.
Edited: 201409301736
Deze website is het voorlopige resultaat van eigen research door het Media Expert Research System naar het automatisch aansturen van een kennissysteem vanuit een MySql-database.

De website is de zgn. front end van dit Content Management System. Het achterliggende database-beheer is de zgn. back end.
Om het in een beeld te vatten: het ziet er een beetje uit als een ijsberg waarvan je slechts het topje ziet.
Nog tijdens de research-fase werden wij gevraagd om voor een externe partner een verzameling van ca. 50.000 items te inventariseren en aan te sturen via dit CMS. De basis is een multimediaal platform (Statistics, Text, Image, Movie, Sound - STIMS). Deze uitdaging moet resulteren in een selectieve en toch geïntegreerde vorm van kennis-opslag en kennis-ontsluiting. De toepassing is tailor-made in nauw overleg met de partner maar steunt op het basismodel dat MERS hanteert. Er wordt gestreefd naar een grote gebruiksvriendelijkheid en die laat een dynamisch vernieuwen van de website toe.
Het CMS wil ook zeer gewild losbreken uit het carcan van hyperspecialisatie die de wetenschap teistert sinds WO II. Maatschappelijk heeft dat geleid naar atomisering en vereenzaming van mensen en het wordt tijd dat we onszelf bijeenrapen.
De volgende fase in het onderzoek zal peilen naar de inkoppeling van meerdere databases (datawarehousing). Het systeem draait nu reeds volledig 'in the cloud' zodat aansturing, upload, editing en visualisatie ontkoppeld zijn van een locatie.
ETWIE, BERTRAND Guy
studiedag 'Van Affiche tot Zakenkrant. Papieren bronnen voor de studie van het technisch, wetenschappelijk en industrieel erfgoed'
Edited: 201408310203
Op zaterdag 27 september 2014 organiseert ETWIE in Middelkerke de studiedag 'Van Affiche tot Zakenkrant. Papieren bronnen voor de studie van het technisch, wetenschappelijk en industrieel erfgoed'.

Deze studiedag zal een overzicht bieden van de verschillende soorten papieren bronnen die relevant kunnen zijn voor het technisch, wetenschappelijk en industrieel erfgoed (archieven, handelscatalogi, reclamefolders, stalenboeken, kranten, octrooien, aandelen, plannen...). Aan de hand van een aantal case-studies wordt het potentieel van dit soort bronnen geïllustreerd.


Programma

10u00: Onthaal met koffie

10u30: Welkomstwoord door Janna Rommel-Opstaele, burgemeester van Middelkerke

10u40: Inleiding op het onderwerp van de dag door prof. Peter Scholliers, voorzitter ETWIE



Sessie 1: welke bronnen zijn beschikbaar?
11u00: Wegwijs in de papiermolen: een overzicht van relevante archiefbronnen (Filip Strubbe, Rijksarchief)

11u30: Een papieren wereld: het nut van handelsdrukwerk bij (kunst)historisch onderzoek (Mario Baeck, ETWIE / UGent)



Sessie 2: enkele bronnen van naderbij bekeken
12u00: Affiches: in de naam van de waarheid of de schoonheid? (Karl Scheerlinck, onderzoeker)

12u20: Aandelen: verloren kapitaal, maar een blijvende schat aan informatie (Guy Bertrand, Instituut voor Financiële Archeologie)

12u40: Reclame ontmoet kunst: 19e-eeuwse ambachten en nijverheid op een porseleinkaart (Bart D’Hondt, Liberaal Archief)



13u00: Broodjeslunch



Sessie 3: wat kunnen deze bronnen ons leren?
14u00: Historische belastingdocumenten. Kleurloze lastposten of bonte relieken voor de geschiedenis van bedrijf en industrie? (Pieter De Reu, UGent)

14u20: Van korrel tot borrel: het archief van de ambachtelijke jeneverstokerij Van Damme (Sophie Bossaert, ADVN)

14u40: Bier en brouwen! Bronnen voor een vloeibare brouwerijgeschiedenis (Chris Vandewalle, brouwerijhistoricus en Seizoensbrouwerij Vandewalle)

15u00: Mobiliteitserfgoed op het spoor: archieven van openbaar stads- en streekvervoer in Vlaanderen (Lieze Neyts, META)

15u20: De 'gidsen voor badgasten': een boeiende bron (Marc Constandt, Gemeente Middelkerke)



15u40: Discussiemoment / afsluitende beschouwingen

16u00: afsluitend drankje en mogelijkheid tot deelname aan rondleiding in museum Kusthistories. Inschrijven voor deze rondleiding is noodzakelijk!



Praktisch

De studiedag vindt plaats op zaterdag 27 september in CC De Branding (Populierenlaan 35, 8430 Middelkerke). Dit centrum bevindt zich op korte afstand van tramhalte 'De Greefplein'. Deelname aan deze studiedag kost 10 euro per persoon (inclusief broodjeslunch). Studenten betalen 5 euro. Inschrijven kan tot 20 september en gebeurt bij voorkeur via onderstaand formulier (of op het nummer 015/27.23.34). Het aantal deelnemers is beperkt tot 80. De betaling dient te gebeuren op het rekeningnummer BE84 9730 2909 2859 van ETWIE vzw (BIC: ARSPBE22).
Karel de Stoute
Edited: 201408290248
Karel de Stoute zet de politiek van zijn vader door Karel de Stoute (1433-1477), zoon van Filips de Goede, zette na 1467 de centralisatiepolitiek van zijn vader verder door. Zo bracht hij de drie bestaande Rekenkamers (Rijsel, Brussel en Den Haag) samen in één enkele te Mechelen. De rechtsprekende bevoegdheid koppelde hij los van de Grote Raad en vertrouwde die toe aan het Parlement van Mechelen, later opnieuw de Grote Raad van Mechelen. Hij verplaatste eveneens officieel de hoofdstad van het hertogdom van Dijon naar Brussel omdat eigenlijk al sinds de tijd van zijn vader alle belangrijke staatszaken in de Lage Landen plaatsvonden. Ook was het logisch om in het verreweg rijkste gebied tevens de hoofdstad te hebben. Het eigenlijke kernland Bourgondië speelde nog maar een marginale rol in het geheel. In 1468 onderwierp hij het prinsbisdom Luik op bloedige wijze. Karel de Stoute steunde de prinsbisschop, maar de Luikenaars zelf kwamen daartegen in opstand. De stedelijke milities, waaronder de 600 Franchimontezen, werden daarop afgeslacht, en vele plaatsen in het prinsbisdom werden verwoest. In 1471 richtte hij de Bourgondische Ordonnantiebenden op als staand leger ter ontlasting van zijn leenmannen. Twee jaar later mislukte een poging om van Bourgondië een zelfstandig koninkrijk te maken door een veto van de Duitse keizer Frederik III. Generaties lang samenleven in de Bourgondische statenbond, met overkoepelende instellingen, samen in oorlog of in vrede, deed een supranationaal samenhorigheidsgevoel ontstaan. Boven de Henegouwse en Brabantse en Hollandse vaderlandsliefde kiemde er dus ook een Bourgondisch samenhorigheidsgevoel, dat later ook Nederlands of in het Latijn Belgisch genoemd werd. [bewerken] Hertogdom gaat verloren In 1477 sneuvelde hertog Karel in de slag bij Nancy en ging een groot deel van het Franse bezit van de Bourgondiërs, waaronder het hertogdom zelf, verloren aan de Franse kroon. Door het huwelijk van Maria van Bourgondië, enige erfgename van Karel de Stoute, met de Duitse kroonprins Maximiliaan I van Oostenrijk kwam de rest, waaronder de Lage Landen, onder de soevereiniteit van het Huis Habsburg. Maria overleed in 1482 en werd als Hertog(in) van Bourgondië opgevolgd door haar zoon Filips de Schone. Bij zijn meerderjarig worden in 1494 nam Filips zelf het bewind in handen. Hij moest echter in 1498 gedwongen afstand doen van zijn aanspraken op Bourgondië. In 1506 werd hij koning van Castilië en daarmee een Spaanse vorst. Dit markeert het aanbreken van de Spaanse tijd. http://nl.wikipedia.org/wiki/Bourgondische_tijd (20090902)
book explosion
Edited: 201405180113


On this page you can follow in real time the books we're uploading for sale. They appear on the left side of the page. In some cases a video gives an intro on the subject. The right side is our playground for comments and short articles. This Content Management System was developed by ©MERS - 2014.
De Standaard van 20140513
Positieve reacties op tolvrije Liefkenshoektunnel
Edited: 201405160045
Het project om de Antwerpse Liefkenshoektunnel tolvrij te maken tijdens de spits valt in goede aarde. De filelast is gevoelig verminderd en organisaties als VAB vragen een verlenging van het experiment.

Sinds vorige week maandag en nog tot 20 juni is de Liefkenshoektunnel tolvrij tijdens de spits, om de gevolgen van de werken op de E34 richting Antwerpen op te vangen. Vorig jaar waren er werkzaamheden op dezelfde plaats met lange files tot gevolg.

De files op de E34, de E313 en de Ring richting Gent zijn een stuk afgenomen sinds de maatregel werd ingevoerd, is te horen bij Touring Mobilis, dat informatie over het verkeer verzamelt. Vandaag stond er zelfs bijna geen file op E34 en E313.

De mobiliteitsorganisaties reageren tevreden. ‘De Ring wordt ontlast en het verkeer gaat een stuk vlotter’, zegt Danny Smagghe van Touring. ‘Er is nog geen chaos geweest rond Antwerpen sinds het begin van de werken, dat was vorig jaar wel eens anders, stelt Maarten Matienko van VAB.

De organisatie vraagt om het experiment voort te zetten bij de werken op de E17 in juni. ‘Het duurt immers drie maanden voor iemand zijn reisweg structureel aanpast’, aldus Matienko.

De Vlaamse regering baseerde zich totnogtoe op studies, zoals die van het Vlaams Verkeerscentrum, die uitwezen dat het effect van een tolvrije tunnel minimaal zou zijn op de verkeersdrukte in Antwerpen. Het huidige project is dan ook slechts een experiment.
COUTUER Jo, DataNews 20120604
Deloitte neemt Numius over
Edited: 201405062237
Deloitte Consulting heeft de Leuvense specialist in performance management Numius overgenomen.

Numius werd in 1999 uit de grond gestampt door Geert Hallemeesch en Jo Coutuer, destijds nog onder de naam 'Hallemeesch & Coutuer'. Later voegde ook Thierry Cloetens bij de aandeelhouderstructuur. Vandaag is Numius, een IBM Premier Business Partner, uitgegroeid tot een firma van 33 mensen en een omzet van zo'n 5,5 miljoen euro.

"Deloitte en wijzelf hadden allebei een businessplan over de lange termijn", vertelt Jo Coutuer, managing partner bij Numius. "Na wat gesprekken hebben we beseft dat we ons beider plannen sneller gezamenlijk zouden kunnen verwezenlijken." Het team van de Information Management Service Line van Deloitte Consulting stond vooral sterk in SAP, terwijl Numius voorop liep in IBM. "Ons ook bekwamen in SAP zou jaren gekost hebben", geeft Coutuer toe. "Bovendien waren we zo echt complementair, ook op vlak van klanten." Voorts, zo zegt hij, is de managementstructuur vergelijkbaar en is de manier van diensten aanbieden gelijkaardig. "Numius voegt bovendien zijn business analytics cloudplatform toe en zijn opleidingen via 'Numius Academy'."

De overname heeft voor de klanten van beide bedrijven geen noemenswaardige gevolgen. Intern versmelten de managementstructuren van beide bedrijven. "Beide teams verhuizen binnenkort naar een 'nieuwe zone' in de gebouwen van Deloitte in Diegem, zodat het voor iedereen 'nieuw' is. Juridisch is het wel een overname, maar operationeel zien we het liever als een fusie. De twee teams hebben immers een perfect vergelijkbare omvang." Door het samengaan ontstaat een ploeg van zo'n 75 mensen.

Financieel wilt Coutuer niet teveel details kwijt. "Maar ik wil wel benadrukken dat we door deze overnameovereenkomst veeleer ons risico als ondernemers 'poolen'. Met andere woorden: we blijven ondernemen. Dat het management ook na de overname aan boord blijft - we hebben geen minimumtermijn of iets dergelijks moeten tekenen - bewijst dat volgens mij."
Steinbeck
The Grapes of Wrath - character map
Edited: 201405010159
Summary of Chapter 19

When the Americans first came to settle in California, they were hungry for land. Driven by a desire for property, they dominated the complacent Mexican natives, successfully stripping them of their claim to this fertile farmland. Soon, these Californians were no longer squatters, but owners. Farming became an industry, not a passion, and success was measured in dollars only. Farms became larger and owners fewer.

As the dispossessed come to California, they bring with them a wild, desperate hunger for land. History had told them that when all land is held by a few, it is taken away. And when great masses are going hungry, while a few are well fed, there will be a revolt. In an effort to diffuse the strength of the migrant workers, the owners make laws, and law officials enforce them. Any man farming on a small strip of land is charged with trespassing, and squatter's camps — "Hoovervilles" — are closed and burned for being a threat to public health. Meanwhile, children in the Hoovervilles are dying from hunger while their parents pray for food. When the parents stop praying and start acting, the end for the owners will be near.

Analysis

Together with Chapters 21 and 23, this chapter presents historical background on the development of land ownership in California, tracing the American settlement of the land taken from the Mexicans. Fundamentally, the chapter explores the conflict between farming solely as a means of profit making and farming as a way of life. Steinbeck criticizes the industrialization of farming in which a love of the land is replaced by a capitalist mentality. With the advent of this industrialization came a shift toward commercial farming. With the focus only on the moneymaking aspects of growth, the corporate farmers increasingly exploit immigrant and migratory workers who are willing to work for a low wage. Like the machines that pushed the sharecroppers off their land, these great landowners had "become through their holdings both more and less than men." A key image of agrarian sympathy is found in the patch of jimson weed. Here Steinbeck effectively illustrates the crimes committed by the frightened owners with a picture of a hungry migrant stealthily clearing a jimson weed patch so that he might grow a few vegetables to feed his family, only to have it gleefully destroyed by a local sheriff.

A distinct contrast is also made here between existing immigrant workers (the Chinese, Mexican, and Filipinos) and the recently arrived "Okies" who feel strongly that they are Americans. Perceiving themselves as coming from a similar background as the rest of the inhabitants of the Golden State, the "Okies" insist on similar rights. This knowledge that they deserve the same decencies as any other American citizens gives strength and credence to their demands and makes them appear more dangerous to the California natives.
DE REU P.
Kopen en verkopen van vastgoed (1795 tot heden). Zoekwijzers 38
Edited: 20120012
pdf-file onder dit nummer; bestaat ook als uitgave en kost bij het Rijksarchief 5 EUR. Wie een huis of perceel grond aankoopt of verkoopt, laat vele sporen na in de talrijke documenten van notaris en belastingambtenaar. Voor wie door het archiefbos de bomen niet meer ziet: een nieuwe zoekwijzer giet de uitgebreide zoektocht nu in een handzaam schema.
Notariaat, registratie en domeinen, hypotheekbewaring of kadaster: het zijn stoffige termen die weinig tot de verbeelding spreken. Daarom ook zijn de archiefreeksen die in deze diensten worden aangemaakt amper gekend en laten onderzoekers ze al te vaak links liggen. Nochtans leveren deze archieven voor de sociaal-economische geschiedschrijving een goudmijn aan gegevens over vastgoed en vastgoedeigenaars op. Vrijwel elk Belgisch gezin komt hierin voor (periode 1795 tot heden). De notaris maakt immers een vastgoedtransactie in een akte officieel en rekent hiervoor administratieve kosten aan. Hij is tevens degene die concrete gegevens over de verkoop en de partijen doorgeeft aan de ambtenaren van lokale belastingkantoren, want de fiscus krijgt steeds een deel van de koek. De ontvanger van de registratie en de hypotheekbewaarder halen uit al die gegevens fiscale en burgerrechtelijke inlichtingen; het kadaster brengt alle veranderingen in kaart. Dit geheel van ‘patrimoniale informatie’ vindt uiteindelijk zijn weg naar het Rijksarchief en kan door elke leeszaalbezoeker worden geraadpleegd. De patrimoniale gegevens zijn onmisbaar bij de studie naar lokale bezitsstructuren, huizenonderzoek, vermogensonderzoek, bedrijfsgeschiedenis, familiegeschiedenis, enz. De recent verschenen zoekwijzer ‘Kopen en verkopen van vastgoed (1795 tot heden)’ brengt de relevante bronnen in kaart en schetst de gebruikswaarde van de talrijke archiefdocumenten. Naast een bondige opsomming van de troeven en beperkingen van de voornaamste archiefdocumenten worden concrete aanknooppunten aangereikt. Heeft de onderzoeker genoeg aan de naam van een (voormalige) eigenaar of moet hij ook het perceelnummer kennen? Waar kan hij deze basisgegevens terugvinden? De zoekwijzer ‘Kopen en verkopen’ maakt het mogelijk om een individuele opzoeking (eigenaarsgeschiedenis van een huis, eigendomsgeschiedenis van een persoon) of een geïntegreerde studie naar vastgoedrelaties tot een goed einde te brengen.

ARCO
Historiek ARCO-groep ACW
Edited: 201112310961
Historiek

Onze organisatie is voortdurend in beweging. Hieronder de belangrijkste mijlpalen in onze geschiedenis.

2011::

Arcofin CVBA, Arcopar CVBA, Arcoplus CVBA en Arcosyn CVBA worden in vereffening gesteld.
2008 ::
Groep ARCO (voornamelijk ARCOPAR) brengt haar participatie in Elia NV op 10 %.
2007 ::
Groep ARCO neemt deel aan de oprichting van het door GIMV en Dexia beheerde infrastructuurfonds 'DG Infra'.

Groep ARCO richt samen met Dexia, Gemeentelijke Holding en GVA 'Dexia Immorent' op. Deze vennootschap biedt vernieuwende oplossingen voor het beheer van het vastgoedpatrimonium van de lokale besturen en de sociale sector.

Groep ARCO verhoogt haar participatie in Retail Estates tot 6,98 %.

Als maatschappelijke investering neemt ARCOPAR een participatie van 8,43 % in de grootste Vlaamse Erkende Kredietmaatschappij 'Sint-Jozefskredietmaatschappij'.
2006 ::
Groep ARCO verwerft meer dan 5% van transmissienetbeheerder Elia NV.

Groep ARCO (voornamelijk ARCOFIN) volgt integraal de kapitaalsverhoging van Dexia NV ter financiering van de overname van de Turkse Denizbanken en brengt haar participatie eind 2006 op 17,66 %.

ARCOPAR zorgt mee voor de voorfinanciering van de Antwerpse sociale economieprojecten via de oprichting van cvba De Schoring.
2005 ::
Groep ARCO breidt haar investeringen in de energiesector drastisch uit door haar intekening op de beursintroductie van Elia, de beheerder van het Belgische hoogspanningsnet voor elektriciteit en door haar deelname samen met Aspiravi en Hefboom in het windenergieproject Gislom.

In het kader van haar maatschappelijke investeringen verhoogt ARCOPAR haar participatie in apothekergroep De Lindeboom NV en in sociale economiefinancier Hefboom cvba. Daarnaast start ARCOPAR met 3 Brusselse sociale verhuurkantoren de cvba Livingstones.
2004 ::
ARCOPAR voorziet in haar statuten de vorming van een bonusreserve. De aandeelhouders die reeds aandeelhouder waren vóór de Dexia-operatie, zullen bij hun uittreding recht hebben op een proportioneel deel van deze nog te vormen bonusreserve.

ARCOPAR en AUXIPAR verwerven samen een belangrijke minderheidsparticipatie in de vastgoedbevak Home Invest NV, een beleggingsfonds dat nagenoeg uitsluitend investeert in residentieel vastgoed (appartementen, woningen en bejaardentehuizen) in de Brusselse regio.
2003 ::
ARCOPAR keert aan haar aandeelhouders die reeds aandeelhouder waren vóór de Dexia-operatie, voor het eerst een bonusdividend uit. Door de inbreng van haar bank- en verzekeringsactiviteiten in Dexia NV zijn de resultaten van ARCOPAR immers verbeterd.

ARCOPAR en AUXIPAR verwerven samen een belangrijke minderheidsparticipatie in de vastgoedbevak Retail Estates NV, een vennootschap die rechtstreeks investeert in perifeer winkelvastgoed gelegen aan de rand van woonkernen of langs invalswegen naar stedelijke centra.
2001 ::
Groep ARCO brengt een belangrijke wijziging aan in haar portefeuille: ARCOFIN brengt haar aandelen Artesia Banking Corporation (waartoe BACOB Bank en DVV behoort) in de groep Dexia in, in ruil voor nieuw gecreëerde aandelen van Dexia. Groep ARCO verwerft zo 15,3 % van Dexia NV.
1999 ::
In dat jaar wordt gestart met de vorming van de internationale financiëledienstengroep Artesia Banking Corporation, waarin de diverse bank- en verzekeringsentiteiten van de groep worden ondergebracht.
1997 ::
Groep ARCO verstevigt substantieel haar financiële structuur om de realisatie van een gefaseerde overname van de zakenbank Paribas (België en Nederland) door BACOB mogelijk te maken.
1990 ::
De structuur van de groep wordt hertekend. De 28 verbondelijke coöperatieve vennootschappen worden gefusioneerd. Coöperanten gaan daardoor rechtstreeks participeren in de centrale coöperatieve financieringsmaatschappij ARCOPAR CV.

Het L.V.C.C. wordt omgevormd tot ARCOFIN CV, de participatie-maatschappij van de groep die haar activiteiten toespitst op de financiële sector.

De bestaande investeringsmaatschappij AUXIPAR NV wordt geherdynamiseerd als investeringsmaatschappij met belangen in de handels- en dienstensector.

De geherstructureerde groep krijgt de nieuwe naam "Groep ARCO".
1983 ::
Het KB nr. 15 van 8 maart 1982 (wet Monory-Declercq) geeft aanleiding tot de oprichting van de beleggingsmaatschappij Coplus (voorloper van het het huidige ARCOPLUS).
1978 ::
Oprichting van de verbruikersadviesdienst. Consumenten kunnen er terecht voor gratis juridisch advies.
1974 ::
Oprichting van de participatiemaatschappij AUXIPAR NV.
1972 ::
Op de Algemene Vergadering wordt gekozen voor een nadrukkelijk beleid ter bevordering van de consumentenbelangen.
1960 ::
Dankzij de expansie van deze bedrijven neemt de vraag naar kapitaal toe. Het instapbedrag van de coöperatieve aandelen wordt stapsgewijs verhoogd van 500 BEF in 1967 naar 2500 BEF in 1983. Later komen er nog aanpassingen naar 3000 BEF (1987) en 5000 BEF (1991).
1945 ::
L.V.C.C. wordt samen met de verbondelijke coöperatieve vennootschappen opgenomen bij de deelorganisaties van het ACW. Ze krijgt de coöperatieve organisatie en propaganda als opdracht. Ze bouwt een eigen secretariaat uit en pakt systematisch het aantrekken van coöperanten aan. L.V.C.C. neemt in de daarop volgende jaren participaties in verschillende bedrijven uit de uitgeverij-, de drukkerij-, de huisvestings- en de reissector.
1935 ::
Oprichting van het Landelijk Verbond van Christelijke Coöperaties (L.V.C.C.). als groepering van verbondelijke coöperatieve vennootschappen. L.V.C.C. wordt nadien aandeelhouder van Welvaart, de uitbatingscentrale van coöperatieve winkels; van BAC-Centrale Depositokas en Antwerpse Volksspaarkas voor de spaarafdelingen; van De Volksverzekering, de centrale voor het verzekeren van risico's van arbeidersgezinnen.

aanverwante studies
VERMEERSCH Etienne in De Standaard
Is dat nu een mens? Etienne Vermeersch vertelt waarom u De welwillenden van Littell moet lezen.
Edited: 200811140722
14 NOVEMBER 2008 | Etienne Vermeersch

Toen ik enkele jaren geleden, om even te bekomen na mijn eerste infarct, besloot eindelijk Célines Voyage au bout de la nuit te lezen, meende ik op het vlak van cynische literatuur het nec plus ultra gevonden te hebben. Maar Jonathan Littell heeft in Les bienveillantes nog enkele registers meer dan Céline. Desondanks, of misschien juist daarom, greep het boek me naar de keel. Bijna dwangmatig las ik door tot de 'welwillende' wraakgodinnen in de laatste zin opdoemen.

Dit is geen werk dat ik aan iedereen zou aanraden; maar wie 894 bladzijden lang het oostfront en de Shoah meebeleeft met een volstrekt cynische figuur die zowel kille waarnemer als mededader is, houdt er iets aan over. Men begint zich bang af te vragen: is dat nu een mens? Is dat misschien de mens? Volstaan fanatisme, ambitie, koele berekening en een welbepaalde context om extreme wreedaardigheid bij daders, en mateloos lijden bij slachtoffers tot een alledaags fait divers te herleiden?

De hoofdfiguur, Max Aue, tegelijk de verteller, is een hoge SS-officier die de gebeurtenissen tijdens de oorlog vanuit een bevoorrechte positie kan volgen. Met zijn scherpe intelligentie doorgrondt hij mensen en situaties. De afwezigheid van enig moreel aanvoelen of medelijden laat hem toe afgrijselijke gebeurtenissen op een afstandelijke wijze te beschrijven.

Een historicus die een zo neutraal en indringend verslag van de massamoord op de Joden van Kiev zou brengen, loopt het gevaar van gevoelskilte verdacht te worden. Maar hier kan dat, want het boek is een roman. Tegenover de 'objectiviteit' in zijn beschrijving van de gruwelen staat dat Max Aue zelf een getormenteerde figuur is, met een complex incestueus en homoseksueel driftleven.

Roman en geschiedenis

Het verhaal van die fascinerende en afstotende man wordt gekaderd binnen een vloed van feitelijke gegevens, waarvan sommige zeker historisch juist zijn. Himmler, Speer, Eichmann, Kaltenbrunner, Höss, Heydrich, Frank, Mengele… ze worden overtuigend gekarakteriseerd en je krijgt de indruk dat ook andere feiten en figuren authentiek zijn; maar waar ligt de grens tussen roman en geschiedenis?

Ergens in het boek zegt Aue dat Degrelle in de buurt is en dat hij die graag zou ontmoeten, 'want voor de oorlog heb ik Brasillach met veel lof over hem horen spreken'. Fictie? Het toeval wil dat ik dertig jaar geleden bij een bouquiniste aan de Seine een brochure van Robert Brasillach gekocht heb waarin die de loftrompet over Degrelle stak.

Brasillach kan voor Littell geen onbekende zijn: hij heeft immers de oorlog en de collaboratie bestudeerd, maar hoe kent hij diens bijzondere relatie met Degrelle?

Niet alleen op het historisch vlak zijn er voortdurend flitsen van verrassing en herkenning. Van Guillaume d'Aquitaine ('ferai un vers de dreyt nien'), over Philippe de Champaigne naar Schoenberg: de hele westerse cultuur komt aan bod. Soms kan dat gratuit lijken, maar nu en dan boort dit kernproblemen aan.

Ondanks zijn cynische houding tegenover de Shoah ontfermt Aue zich over een Joodse jongen die meesterlijk Couperin vertolkt; hij laat zelfs uit Parijs partituren voor hem overkomen. Men heeft het raadselachtig gevonden dat kampcommandanten 's middags gevangenen mishandelden en 's avonds ontroerd naar Beethovens Mondscheinsonate luisterden. Littell komt dicht bij een verklaring hiervoor.

Hoe de talloze historische en culturele verwijzingen overkomen op iemand die op dat vlak weinig of geen voorkennis heeft, valt natuurlijk moeilijk in te schatten. Maar niemand kan ontkomen aan de bekoring die uitgaat van Littells superieure beheersing van de Franse taal, al geeft de Amerikaanse achtergrond van de auteur er misschien een bijzondere tonaliteit aan.

Mijn lectuur werd vooral voortgestuwd door de stijgende aandrang tot begrijpen van het onbegrijpelijke: dat een man zonder mededogen, die geboeid wordt door cultuur en schoonheid, eigenlijk vindt dat de mens alleen zijn basisdrijfveren moet bevredigen: ademen, eten, drinken, zich ontlasten, maar toch ook… streven naar waarheid!
JANSSENS Paul Prof. Dr
Professor Paul Janssens over prinsen, markiezen en baronnendoor Danny Vileyn © Brussel Deze WeekBrussel07:00 - 28/06/2008
Edited: 200800000901
Ze heten conservatief, francofoon en koningsgezind te zijn, en verdedigers van de traditionele gezinswaarden, maar het meest bijzondere kenmerk van de adel is het vermogen om zich aan te passen. Een gesprek met de historicus Paul Janssens aan de vooravond van de Ommegang - waarin traditioneel edellieden opstappen - en de nationale feestdag van 21 juli, die al even traditioneel voorafgegaan wordt door het toekennen van adellijke titels.

Professor Paul Janssens houdt kantoor in een piepklein kamertje van het Ehsal Research Center, het pand tegenover de hoofdzetel van de Ehsal aan de Stormstraat 2, een van de campussen van de nieuwe HUB, de Hogeschool-Universiteit Brussel. Paul Janssens doceert economische geschiedenis en is gespecialiseerd in fiscale geschiedenis, maar ook de geschiedenis van de adel kent hij op zijn duimpje.



Zelfs de lap grond waarop de campus van de Ehsal gebouwd is, heeft een adellijk verleden - dat moet Janssens erg bevallen. "Halverwege de zeventiende eeuw, toen de Nieuwstraat nog een aristocratische straat was, kocht de markies de Berghes - de markiezen van Bergen op Zoom hadden hun naam verfranst - een aantal huizen op de grond waar nu de campus van de Ehsal is. De adel deed toen wat de banken nu doen: huizen kopen, ze platgooien en er een ander soort pand op bouwen. (Janssens doelt op de KBC, die tegenover de Ehsal panden platgooide voor een bankgebouw, DV.) Ze bouwden er een prachtig hôtel de maître, dat ze bewoond hebben tot aan de Franse Revolutie. Dan is er een cercle littéraire in getrokken, waar de leden onder andere de grote Europese kranten kon lezen, en in de negentiende eeuw kreeg het pand een commercië­le bestemming. Toen de Ehsal hier een paar decennia geleden bouwde, was het pand volledig uitgewoond."



Wij vatten de adel van vandaag voor u samen in tien stellingen.



Belgische adel is Brussels gekleurd

"Het is een merkwaardig fenomeen," legt Paul Janssens uit, "maar er bestaat wel degelijk een Brusselse adel, zeker als we 'omvang' als criterium nemen."



Terwijl in het hoofdstedelijk gewest 'maar' tien procent van de Belgische bevolking woont, heeft zowat 33 procent van de adel er zijn vaste stek. In Wallonië woont veertig procent van de adel en in Vlaanderen - met zestig procent van de bevolking - maar twintig tot 25 procent. Janssens' hypothese is dat de adel in de jaren dertig van de vorige eeuw, toen met de taalwetgeving duidelijk werd dat België geen tweetalig land zou worden (de Walen hadden dat afgewezen), een deel van de Vlaamse adel (die zoals in heel Europa Franstalig was) naar Brussel, het enige tweetalige gebied, is verhuisd.



Jongere edelen zijn meertalig

Eeuwenlang waren de Vlaamse, de Brusselse en de Waalse adel Franstalig. Al wie in de achttiende eeuw in Vlaanderen macht, aanzien en geld had, was Franstalig, dus ook de adel. Dat was het gevolg van een geslaagde Europese taal- en cultuurpolitiek van Lodewijk XIV. "Maar de jongere generaties, de mensen onder de vijftig, hebben begrepen dat de spelverdeling in dit land veranderd is. Ze zijn goed tweetalig, zelfs meertalig. Vaak hebben ze tijdens hun middelbareschooltijd op internaat gezeten in Vlaanderen en hebben ze nadien ook in het buitenland gestudeerd."



Figuren zoals de 75-jarige (niet-benoemde) burgemeester van de faciliteitengemeente Wezembeek-Oppem, François van Hoobrouck d'Aspre (MR), hebben volgens Janssens afgedaan. Ondertussen spreken de meeste edelen in Vlaanderen Nederlands, ook de in ongenade gevallen oom van prinses Mathilde, de mediagenieke Henri d'Udekem d'Acoz, die met een sappig West-Vlaams accent spreekt.



De adel is niet eeuwig

"Het is een wijdverbreid misverstand dat mensen met blauw bloed sinds de kruistochten één grote familie vormen en onder elkaar huwen," zegt Paul Janssens. De meerderheid van de adellijke families is niet ouder dan België zelf, en de samenstelling verandert voortdurend. Families behoren gemiddeld vijf tot zes generaties - of twee eeuwen - tot de adellijke stand. Omdat het adellijk statuut, net als de naam, doorgegeven wordt in mannelijke lijn, houdt het ook op als er geen mannelijke nakomelingen meer zijn. De familie de Merode behoort samen met de Croÿ, de la Faille en de Kerckhove tot de oudste adellijke families van het land en ze zijn ook goed vertegenwoordigd in de hoofdstad. De prinsen de Croÿ behoren al tot de adel sinds de vijftiende eeuw, de prinsen de Merode zelfs iets langer.



Anciënniteit is het belangrijkst

"Hoezeer edellieden ook gehecht zijn aan hun titel, de adellijke anciënniteit vinden ze nog belangrijker," vertelt Janssens.



De 'echte' titels, die voor de Franse Revolutie van 1789 toegekend werden, waren gevestigd op het familiepatrimonium. De oudste titel in ons land is die van graaf van Chimay, een stadje tegen de Franse grens en welbekend voor het bier, en hij dateert uit 1473 - het was Jean de Croÿ die de titel droeg. Deze grondgebonden adellijke titels (die na het overlijden van de vader op de oudste zoon overgingen) dienden om het fami­liaal patrimonium van de grootgrondbezitters te beschermen. Jean de Croÿ bezat de heerlijkheid Chimay en een paar heerlijkheden eromheen die samen het nieuwe graafschap vormden. "Maar de adellijke titulatuur is enorm complex, en in sommige families gaat de titel over op alle kinderen. Vandaar dat België honderden prinsen de Merode en de Croÿ telt," licht Janssens toe.



Meeste edellieden zijn titelloos

Veruit de meeste edellieden moeten het zonder titel stellen. Samen met het grootgrondbezit (de heerlijkheden) had de Franse Revolutie ook de adel afgeschaft. Na het verdwijnen van Napoleon in 1815 herstelde koning Willem I de adel in onze gewesten. Er kwam geen collectieve genoegdoening, maar edelen konden wel individueel een aanvraag indienen. Maar omdat het grootgrondbezit afgeschaft was, werd de titel niet langer aan het patrimonium gelinkt, maar aan de naam. België telt zo'n 25.000 tot 30.000 edellieden, de meesten hebben geen titel.



Zo vader, zo zoon

"Eddy Merckx is eerst in de adelstand opgenomen en nadien baron geworden," legt Janssens uit. Een titel betekent meer prestige, je wordt in de hiërarchie opgenomen. Janssens herinnert aan de verschillende adellijke titels, van hoog naar laag: prins, hertog, markies, graaf, burggraaf, baron en ridder. De eerste drie worden niet toegekend en zijn dus het voorrecht van de oude adel. "De adellijke titels die nu nog toegekend worden, zijn niet erfelijk. Axel Merckx behoort wel tot de adel omdat zijn vader ertoe behoort, maar de titel van baron heeft hij niet. Ook zijn kinderen behoren tot de adel, maar alleen de zonen geven hem door."



Van de Wolstraat naar de Woluwes

Tot halverwege de negentiende eeuw woonde de Brusselse adel binnen de stadswallen, bijvoorbeeld in de Wolstraat en de Warande. Toen in 1860 de belastingen op de invoer van consumptiegoederen werd afgeschaft, kwam de bevolking van de randgemeenten volop tot ontwikkeling. De adel begon toen uit te zwermen, eerst naar de Leopoldswijk en de Wetstraat, later naar de Woluwes, Ukkel en Elsene.



"De edelen wonen vaak in dezelfde wijken of gemeenten." Dat is, legt Janssens uit, duidelijk te zien in het Carnet Mondain, de jaarlijkse adressenlijst waarin heel de beau monde, en dus het gros van de adel, terug te vinden is. "Voor de aristocratische woningen die in de Leo­poldswijk opgetrokken werden, golden strenge voorschriften. Het stratenplan van de wijk vormt een mooi dambord," legt Janssens uit. "Maar lang is de adel niet in de Leopoldswijk gebleven. Tussen 1800 en 1900 is de Brusselse bevolking vertienvoudigd, van 75.000 naar 750.000 inwoners." Na 1860 kwamen de eerste aristocraten in de Leopoldswijk wonen, in het interbellum verlieten ze de buurt alweer. De Leopoldswijk en de Wetstraat werden opgenomen in het stadsgewoel, en daar houdt de adel niet van. Destijds was de Wetstraat een opeenvolging van prestigieuze herenhuizen met koetspoorten. "De edellieden trokken richting Tervurenlaan, Ukkel en de Woluwes." Janssens wil van de gelegenheid gebruikmaken om het wijdverbreide misverstand recht te zetten als zou de Europese Unie verantwoordelijk zijn voor de teloorgang van het aristocratische karakter van de Leopoldswijk: "In de jaren 1930 was de adel er al weg en werden de panden door kantoren en banken ingenomen; de Wetstraat is van in 1958 een autosnelweg: geen omgeving waar mensen met geld en aanzien willen wonen."



Royalistisch, kerkelijk, conservatief

De adel heet kerkelijker te zijn dan de gemiddelde Belg. Maar dat is zeer moeilijk te meten, zegt Paul Janssens. Het aantal roepingen is een slecht criterium geworden, en of de adel vaker ter kerke gaat dan de gemiddelde Belg, is niet bekend.



Kerkelijkheid impliceert meestal een traditionele gezinsmoraal, maar ook binnen de adel is scheiden niet langer een taboe. Wel hebben ze meer kinderen dan de gemiddelde Belg, maar demografisch onderzoek toont aan dat ook de adel ondertussen aan geboorteplanning doet, wat twee generaties geleden volgens Janssens nog ondenkbaar was.



Dat de gehechtheid aan de monarchie groter is dan bij de rest van de bevolking, is volgens Janssens evident. In de huiskamers van prinsen en hertogen hangen niet zelden foto's waarop de koninklijke familie samen met hen te zien is. "De afstand tussen de koninklijke familie en de rest van de adel is kleiner geworden; koningin Astrid was de laatste van koninklijken huize."



Adel is politiek conservatief

In 1830 waren de meeste edellieden vóór de Belgische revolutie en tegen Willem I, zegt Janssens. Aanvankelijk vond je zowel binnen de katholieke als binnen de liberale partij adel. Tegen het einde van de negentiende eeuw, toen de eerste Schoolstrijd losbrak, schakelden de liberale edelen massaal over naar de katholieke partij. Het heeft geduurd tot het Schoolpact van 1958 (liberalen en socialisten waren ervan overtuigd dat dat pact het einde van de christen-democratie in zou luiden) voordat liberaalgezinden van binnen de christendemocratie, ten noorden é
LT
De Armeense genocide: een obstakel voor Turkije?
Edited: 200609280902
De genocide (Armeense kwestie) staat voor de moorden op ca. één miljoen Armeniërs, die in 1915-1917 gepleegd werden in het Ottomaanse Rijk ten tijde van het regime van de Jonge Turken. Westerse historici, alsmede verschillende Turkse historici, o.a. Taner Akçam, Fatma Muge Gocek en Halil Berktay, zijn het over het algemeen eens dat er een genocide was. Anderen houden het bij een deportatie, waarbij nog vaak een etnische zuivering wordt erkend. Turkije ontkent de genocide en tracht internationaal de erkenning ervan tegen te houden. Een aantal wetenschappers stelt dat te weinig bewijs is gevonden. In 1919 stelde het Britse ministerie van BuZ: "Er is niet één Turk die kan begrijpen dat een Turk opgehangen moet worden omdat hij christenen heeft vermoord."
Zolang deze kwestie niet is uitgeklaard, vormt zij naar onze mening een obstakel voor de toetreding van Turkije tot de EU. Het gaat toch niet op dat aan de conferentietafel het ene land - met name Duitsland - een open politiek voert inzake de holocaust en dat het andere land - Turkije - geen verantwoordelijkheid zou willen dragen voor een genocide. Een tijdsverschil van 25 jaar betekent immers niets in de historie van naties.
Het lijkt ons terecht dat de natie als structuur en niet het volk die verantwoordelijkheid op zich neemt.
TESSENS Lucas / MERS
onderzoek voor de Universiteit Gent: analyse archief kijk- en luistergeld
Edited: 200602022164
Professor Erik Dejonghe
Koning Boudewijnlaan 14
9840 De Pinte

A A N G E TE K E N D



Antwerpen, 2 februari 2006

Betreft: opdracht analyse archief kijk- en luistergeld

Professor,

Ingevolge de opdracht, waarvan u het detail in bijlage vindt, en die als volgt moet worden beschreven:


Aanlevering van de cijfers betreffende radio- en TV-bezit, geïdentificeerd als betalers/vrijgestelden van kijk- en/of luistergeld en betrokken uit analyses van de archieven van de Dienst Kijk- en Luistergeld.
De analyse dekt de gehele periode (tot 2001) waarin luistergeld, later ook kijkgeld, werd geïnd.

zend ik u hierbij (in opvolging van de e-mail die u reeds ontving) de analyse onder de vorm van een Excel-file bestaande uit drie werkbladen:
• de gevraagde cijfergegevens,
• de algemene verwerking tot een grafiek,
• de detailgrafiek betreffende Wereldoorlog II.
De Excel-file werd uitgeprint en bevindt zich eveneens op de bijgevoegde CD-Rom.





Aangezien de gevraagde cijfers naar onze mening beter tot hun recht komen in een bredere context, hebben wij - buiten opdracht - volgende cijfergegevens toegevoegd aan de reeksen: abonnees radiodistributie (1933-1992), particuliere huishoudens (1920-1939, volkstellingen 1947, 1960, 1970, 1980, 1991 en vervolgens de cijfers van het Rijksregister) en abonnees teledistributie (1970-2001).



Dit dossier werd door ons aangevuld met een bundel belangrijke bijlagen, hieronder summier beschreven.

Graag breng ik enkele zaken in herinnering:
- KLG = kijk- en luistergeld / redevance radio-télévision
- Noteer dat in 1931 het NIR/INR met radio-uitzendingen start.
- Noteer dat het fichesysteem van KLG eind 1943 & begin 1944 vernietigd werd. Vandaar de plotse daling en geleidelijke heropbouw van het bestand.
- Noteer dat vanaf 1960 een gecombineerde taks wordt geheven op radio en televisie.
- Noteer dat vanaf 1970 de zuivere radiodistributie de concurrentie ondergaat van de teledistributie
- Noteer dat in 1987 en 1997 "zwartkijkers" van een amnestiemaatregel konden genieten.
- Noteer dat vanaf 1977 de draagbare radio's niet meer afzonderlijk geteld worden (van toestellen tellen naar houders tellen; 1 licentie voor alle radiotoestellen, uitgezonderd radiotoestellen).
- Noteer dat vanaf 1977 het aantal TV-vergunningen in éénzelfde woning wordt geteld. Tweede verblijven hebben nog wel afzonderlijke vergunning nodig.
- Noteer dat vanaf 1988 nog enkel autoradio's vergunningsplichtig zijn (per toestel)
- Schattingen particuliere huishoudens tot 1940 gebaseerd op SCHROEVEN C. (1994), Consumer expenditure in interwar Belgium: the reconstruction of a database.
- Kabelabonnees: voor de jaren 1994-2001 beschikt het MERS over detailcijfers per gemeente voor het Vlaamse Gewest (resultaten enquêtes voor Telenet, IBM & KLG) (buiten opdracht).
- Voor methodologische commentaar verwijzen we naar de nota van Lucas Tessens “Bevolking, huishoudens, televisiebezit, kabelabonnees en ontduiking van kijkgeld in Vlaanderen. De globale analyse kritisch bekeken”, zoals toegevoegd aan het bundel. De hierin aangehaalde aandachtspunten omtrent de waarde van het statistisch materiaal en de correcte interpretatie daarvan, lijken mij waardevol als omkadering van de voorliggende analyse.
- Zie ook: COUR DES COMPTES, La perception de la redevance ... voorkomend op de bijgeleverde CD-Rom in pdf-formaat. Dit rapport van het Rekenhof wijst op de ondermaatse inning van het kijk- en luistergeld in het Waalse landsgedeelte. Naar de voorliggende analyse toe houdt zulks in dat de cijfers van de dienst kijk- en luistergeld een onderschatting inhouden van het werkelijke bezit van (auto-)radio’s en TV-toestellen. Dit tengevolge van ontduiking en povere inning/invordering/controles.
- Voor het Vlaamse Gewest worden een aantal kleurkaarten aan het bundel toegevoegd.
- Verder: Jaarverslagen Kijk- en Luistergeld 1997, 1998 en 2001 en Eindverslag toegevoegd aan het bundel. De analyses in deze jaarverslagen zijn naar onze mening waardevol voor een beter begrip van de materie.
- Groeifactor TV-toestellen in 20 landen (1997 versus 1970) toegevoegd aan het bundel. Het leek ons interessant deze cijfers toe te voegen omdat zij de analyse in een internationale context plaatsen.


Voor de historische en wettelijke context verwijs ik graag naar de website van MERS en met name naar de sectie ‘Chronologie Dienst’.





Het komt mij voor dat hiermee de opdracht uitgevoerd is.
Mocht u nog vragen hebben, dan houd ik mij ter uwer beschikking.




Met hoogachting,








Lic. Lucas TESSENS




Bijlagen: bundel zoals beschreven met CD-Rom.

OPDRACHTGEVER/CLIENT
Universiteit Gent
Vakgroep Communicatiewetenschappen
Korte Meer 7-9-11
9000 Gent
Tel 09/ 264 68 80

Onze offertes 20050826 & 20060128
Uw bestelbonnummer: 4203331316
Bestelbondatum: 31.01.2006
Leveranciersnummer: 2000048730


LEVERANCIER
MERS BVBA - Media Expert Research System
vertegenwoordigd door Lic. Lucas Tessens
M. Courtmansstraat 27
2600 - Antwerpen
BTW: 464.141.832
Tel: 03-218.51.13
GSM: 0475-20.95.00


Dienstverlening
Aanlevering van de cijfers betreffende radio- en TV-bezit, geïdentificeerd als betalers/vrijgestelden van kijk- en/of luistergeld en betrokken uit analyses van de archieven van de Dienst Kijk- en Luistergeld.
De analyse dekt de gehele periode (tot 2001) waarin luistergeld, later ook kijkgeld, werd geïnd.
MERS garandeert dat de gepresenteerde cijfers op wetenschappelijke wijze werden vergaard en verwerkt.
Commentaren en methodologische noten worden bijgeleverd op de meest aangepaste drager (files en/of scans in attachment aan een e-mail, op CD-Rom, op fotocopie, ...).
Orale ondersteuning betreffende het cijfermateriaal t.b.v. Prof. Dr Erik Dejonghe (facultatief en indien gewenst).

Wijze van aanlevering
Excel-files via attach aan e-mail te richten aan erik.dejonghe@pandora.be met bevestiging van ontvangst.

Gebruiksrecht
Bij publicatie of publieke presentatie van de cijfers, of afgeleiden daarvan, zullen deze steeds vergezeld zijn van volgende bronvermelding: "Analyse MERS".



STOX Yves
Een paradoxale scheiding De laïcité van de Staat in de Belgische Grondwet
Edited: 200412320001
jura falconis, jg 41, 2004-2005, nr 1, p. 37-62

Een paradoxale scheiding
De laïcité van de Staat in de Belgische Grondwet
Yves Stox
Onder wetenschappelijk begeleiding van Prof. Dr. A. Alen en F. Judo
VOORWOORD
De Belgische Grondwet bevat met de artikels 20, 21, 22 en 181 een uitgebalanceerd systeem inzake de verhouding Kerk-Staat. Deze bepalingen werden nooit aangepast en zijn een toonbeeld van de degelijkheid van de oorspronkelijke grondwet uit 1831. De huidige laatmoderne maatschappij verschilt echter sterk van de 19e eeuwse maatschappij. Terwijl de culturele diversiteit en de religieuze heterogeniteit[1] gegroeid zijn, zijn de grondwettelijke bepalingen echter onveranderd gebleven.
De verklaring tot herziening van de Grondwet van 9 april 2003 werd door de Mouvement Réformateur aangegrepen om een strikte scheiding tussen Kerk en Staat in art. 1 G.W. op te nemen. Het voorstel werd weliswaar niet aanvaard, maar vormt de ideale aanleiding om, na een inleidende ideeëngeschiedenis, de verhouding tussen Kerk en Staat in België opnieuw voor het voetlicht te brengen. Aangezien in de “Verantwoording” van het eerste amendement bij het “Ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet” uitdrukkelijk verwezen wordt naar Frankrijk, komt vanzelfsprekend ook de verhouding tussen Kerk en Staat bij onze zuiderburen aan bod. Vervolgens wordt het voorstel van de Mouvement Réformateur getoetst aan het juridische kader. Tenslotte wordt een alternatief voorstel onderzocht, namelijk de mogelijkheid van een concordaat.
1. INLEIDENDE IDEEËNGESCHIEDENIS
Op 22 en 23 februari 2003 hield de Mouvement Réformateur in Louvain-la-Neuve een congres met als titel “Engagement citoyen”. De werkgroep “Citoyenneté et Démocratie” van dit congres wees op de waardevolheid van het pluralisme. De maatschappij is een geheel van individuen en elk individu kan zijn eigen opvatting van het “goede leven” kiezen. De overheid dringt de individuen geen opvatting op, maar biedt enkel de mogelijkheid om door een democratisch debat consensus te bereiken. De overheid kan echter deze rol enkel vervullen indien alle burgers de politieke conceptie accepteren die de overheidsinstellingen beheerst. Daarom stelde de werkgroep voor om in de Grondwet de principes te bepalen die de door de overheid erkende organisaties of financieel ondersteunde partijen moeten respecteren.[2] Dergelijk voorstel kan een verregaande invloed hebben op het systeem van erkende erediensten.
Dezelfde politieke filosofie zet de Mouvement Réformateur ertoe aan om de laïcité van de overheid in de Grondwet op te laten nemen. De overheid mag geen religie of filosofische stroming begunstigen, maar moet de meningsvrijheid garanderen aan al haar burgers. Het principe van laïcité houdt in dat de overheid vanuit een dominante positie een gelijke, maar afstandelijke houding aanneemt ten opzichte van alle religies en filosofische overtuigingen: “(Le principe de la laïcité) ne signifie pas que l’Etat privilégie un courant philosophique ou religieux par rapport à un autre. Au contraire, la laïcité de l’Etat est une garantie de pluralisme des convictions philosophiques et religieuses. C’est l’autorité de l’Etat, supérieure à toute autre autorité, qui fait respecter la liberté de pensée et donc de conviction philosophique et religieuse au bénéfice de tous les citoyens. La laïcité de l’Etat, c’est l’Etat équidistant à l’égard de toutes les religions ou convictions philosophiques.”[3]
Het mag dan ook niet verwonderen dat de heer Maingain (FDF/MR) in de Kamer[4] en de heren Roelants de Vivier (MR) en Monfils (MR) in de Senaat[5] het Ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet van de regering op identieke wijze trachtten te amenderen. Dit “humanisme démocratique” maakte ondanks de verwerping van het amendement deel uit van het programma van de MR voor de verkiezingen van 18 mei 2003[6].
2. VERHOUDING TUSSEN KERK EN STAAT
De verhouding tussen Kerk en Staat heeft betrekking op de relaties tussen de verschillende religieuze en levensbeschouwelijke gemeenschappen en hun leden enerzijds en de overheid anderzijds, alsook op de regelgeving die deze relaties beheerst.[7] Hierbij moet opgemerkt worden dat het begrip ‘Kerk’ niet enkel verwijst naar de christelijke godsdiensten, maar ook andere confessies en zelfs niet-confessionele levensbeschouwingen.[8] Het Belgische interne recht hanteert niet het begrip ‘Kerk’, maar wel de begrippen ‘eredienst/culte’ en ‘niet-confessionele levensbeschouwing’. ‘Eredienst’ werd door de auteurs van de Pandectes belges beschouwd als “l’hommage rendu par l’homme à la Divinité”, waarbij vooral “l’exercice public d’une religion” benadrukt wordt.[9] Steeds zal de rechter in concreto nagaan of het om een eredienst gaat.[10] De niet-confessionele levensbeschouwing werd pas in 1993 in de Grondwet opgenomen in het financieel getinte art. 181. Het onderscheid lijkt vooral een historisch karakter te zijn. Men kan zich immers vragen stellen bij de zinvolheid van het hanteren van een al te rigide onderscheid tussen ‘eredienst/culte’ en ‘niet-confessionele levensbeschouwing’.
De houding die de overheid aanneemt ten aanzien van de verschillende levensbeschouwingen is onderhevig aan de gehanteerde politieke opvattingen. Deze houding kan resulteren in een confessioneel systeem, een laïcaal systeem of een mengvorm waarbij samenwerking centraal staat.[11] Deze onderverdeling is archetypisch en moet gerelativeerd worden.
Ten eerste kan de overheid het beginsel van eenheid gebruiken. Zowel de volledige afwezigheid van religieuze neutraliteit is mogelijk, als de positieve religieuze neutraliteit zijn mogelijk. In het eerste geval heeft ofwel de staatsoverheid een overwicht op de religieuze overheid, ofwel de religieuze overheid een overwicht op de staatsoverheid. Soms wordt deze vorm gemilderd door de oprichting van nationale kerken en spreekt men van formeel confessionalisme. In het tweede geval ontstaat een ongelijke behandeling tussen de verschillende erediensten die aanwezig zijn in een bepaalde staat door een systeem van erkenning van erediensten. De positieve religieuze neutraliteit kan men niet alleen in België terugvinden, maar ook in Frankrijk.[12]
Ten tweede kan de overheid het beginsel van scheiding gebruiken. De staat zal zich actief verzetten tegen religieuze groeperingen of zich totaal onthouden. Deze religieuze onverschilligheid beheerst Frankrijk, uitgezonderd Alsace-Moselle.[13]
Ten derde kan een samenwerking ontstaan tussen de staat en de religieuze groeperingen door een systeem van overeenkomsten en verdragen (concordaten), die de belangen van de laatste behartigen. Dit samenwerkingsmodel kan variëren van het beginsel van eenheid tot het beginsel van eerder scheiding zoals in België.[14]
Volgens Ferrari is deze driedeling verouderd. De formele aspecten in de verhouding tussen Kerk en Staat worden te sterk benadrukt, terwijl de inhoudelijke aspecten niet voldoende aan bod kunnen komen.[15] Vandaar dat zowel België als Frankrijk bij twee van de drie systemen ondergebracht kunnen worden. De onderverdeling die op het eerste zicht zeer duidelijk lijkt, blijkt tegenstrijdigheden te generen.
3. VERHOUDING TUSSEN KERK EN STAAT IN BELGIË
3.1. DE GRONDWETTELIJKE POSITIE VAN DE EREDIENSTEN IN BELGIË
3.1.1. Discussie in het Nationaal Congres
In het Zuiden van Koninkrijk der Nederlanden ontstonden er twee oppositiebewegingen. De katholieke oppositie verzette zich tegen de godsdienst- en schoolpolitiek van Willem I. De liberale oppositie ijverde voor een parlementair regime, een rechtstreeks verkozen wetgevende macht, het principe van de ministeriële verantwoordelijkheid en de erkenning van een aantal vrijheden, waaronder de godsdienstvrijheid en de vrijheid van onderwijs. Rond aartsbisschop de Méan was een handvol mensen werkzaam die zochten naar een oplossing voor de gespannen houding tussen Kerk en Staat in de Nederlanden, “de School van Mechelen”. Deze groep vertrok van de theologische opvatting dat God niet twee Machten kan hebben ingesteld die tegenstrijdig waren met elkaar. De Kerk en Staat behoorden in de Nederlanden dus niet gescheiden te zijn, maar er moest een zekere band zijn tussen beiden. De Staat zou effectief moeten waken over het behoud van de cultusvrijheid en zo de cultussen beschermen.[16] De clerus zou ook een wedde moeten krijgen, die als een vergoeding werd beschouwd voor de aangeslagen goederen tijdens de Franse Revolutie.[17] Vanaf 1827 groeiden beide oppositiebewegingen naar elkaar toe en in 1828 was “de Unie der opposities” – het zogenaamde “monsterverbond” – een feit. Oorspronkelijk was slechts een kleine meerderheid voorstander van een afscheuring. Onder invloed van de Juli-revolutie in Parijs op 27 juli 1830 werden de gemoederen opgezweept en de beroerten in Brussel leidden tot dat wat niemand had verwacht, een politieke revolutie.[18]
Nadat het Voorlopig Bewind de onafhankelijkheid van België had uitgeroepen, vatte men aan met de uitbouw van de nieuwbakken staat. Het opstellen van een grondwet was één van de belangrijkste bekommernissen. Een commissie onder leiding van baron de Gerlache redigeerde een ontwerp van grondwet en de Belgen verkozen een grondwetgevende vergadering, het Nationaal Congres. In november 1830 verscheen in Leuven een anonieme brochure[19] van “de School van Mechelen”. Er stond te lezen dat de Grondwet de godsdienstvrijheid onaantastbaar moest maken. Tevens moest de vrijheid van eredienst gegarandeerd worden. Ook kwam men op voor de vrijheid van de cultus: alleen individuen mogen worden vervolgd indien ze in het kader van een cultus de publieke orde verstoren of strafbare feiten plegen. Daarenboven werd gepleit voor een gewaarborgde vrijheid van onderwijs en voor het beginsel van niet-inmenging in kerkelijke aangelegenheden, onder andere denkend aan de briefwisseling tussen de clerus en de Heilige Stoel. Bovendien werd een wedde voor clerici noodzakelijk geacht; deze wedde werd beschouwd als een rechtvaardige compensatie voor de inbeslagname van kerkelijke goederen. Op 17 december 1830 werd in het Nationaal Congres, waarin de meerderheid bestond uit katholieken, een brief voorgelezen van aartsbisschop de Méan, waarin hij de stellingnamen van de anonieme brochure diplomatisch parafraseerde. Toen het debat in het Nationaal Congres op 21 december 1830 aanving, werd al snel duidelijk dat de vrijheden niet alleen ten aanzien van het katholicisme zouden kunnen gelden, maar ook ten aanzien van de minderheidsgodsdiensten. De niet-confessionele levensbeschouwing kwam echter helemaal nog niet aan bod. Het ontwikkelde systeem van vrijheid zou echter vooral de katholieke godsdienst ten goede komen. De ruimdenkendheid van de katholieken had dus eigenlijk weinig om het lijf. De verspreiding van de andere godsdiensten was immers uiterst minimaal.Het is interessant om de uiteindelijke tekst van de Grondwet te vergelijken met de door de Méan voorgestelde tekst: de wensen van de aartsbisschop werden in grote mate ingewilligd door het Nationaal Congres.[20]
Zowel de katholieken als de liberalen deden bij het opstellen van de Grondwet toegevingen. De afschaffing van het capaciteitskiesrecht en de voorrang van het burgerlijk op het kerkelijk huwelijk zijn de voornaamste toegevingen langs katholieke zijde.[21] De liberalen aanvaardden dan weer de vrijheid van eredienst, de staatswedde voor de bedienaars van de eredienst en een staatstoelage voor onderhoud en oprichting van bidhuizen. Ook de vrijheid van onderwijs werd erkend.[22]
De eensgezindheid tussen liberalen en katholieken bleek echter bijzonder broos. Reeds op 22 december viel de liberaal Defacqz het ontwikkelde systeem van vrijheid aan. Hij pleitte voor een overwicht van de Staat op de Kerk “parce que la loi civile étant faite dans l’intérêt de tous, elle doit l’importer sus ce qui n’est que de l’intérêt de quelques-uns”. Door zijn scherp verzet werpt Defacqz een helder licht op sommige van de katholieke drijfveren. Het bleef echter een kleine minderheid van combatieve anti-katholieke liberalen die oppositie voerde. [23] Uiteindelijk aanvaarde het Nationaal Congres de vrijheid van eredienst en een bijzondere scheiding tussen Kerk en Staat.[24] [25]
3.1.2. Godsdienstvrijheid in de Belgische Grondwet
a. Art 19 G.W.
Dit artikel beschermt een aantal facetten van de godsdienstvrijheid. In de eerste plaats wordt de vrijheid van eredienst sensu stricto beschermd. Deze vrijheid moet ruim worden opgevat. Niet alleen het behoren tot een geloofsovertuiging, maar ook de overgang van het ene geloof naar het andere wordt beschermd. De term ‘eredienst/culte’ toont aan dat men vooral aandacht had voor externe aspecten. Een duidelijke definitie van ‘eredienst/culte’ is niet voorhanden, al heeft men dat wel betracht.[26] Het meest belangwekkende element is zeker en vast de uitwendig en publieke manifestatie van religieuze gevoelens.[27]
In de tweede plaats wordt de vrije openbare uitoefening door de Grondwet gewaarborgd. Art. 26, tweede lid bepaald echter dat bijeenkomsten in de open lucht aan de politiewetten onderworpen blijven. Dit artikel wordt door het Hof van Cassatie geïnterpreteerd als een algemeen beginsel dat toegepast kan worden op alle rechten en vrijheden zodra die op openbare wegen en pleinen worden uitgeoefend, zodat preventieve maatregelen mogelijk zijn. De Raad van State is een andere mening toegedaan en vindt dat, behalve voor vergaderingen in open lucht de Grondwet preventieve maatregelen verbiedt. Dit verbod geldt ook voor de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van eredienst indien deze vrijheden op een openbare plaats uitgeoefend zouden worden.[28]
In de derde plaats waarborgt de art. 20 de vrijheid van meningsuiting, een recht dat ontegensprekelijk raakvlakken vertoont met de vrijheid van eredienst.
In de vierde plaats worden de grenzen van de godsdienstvrijheid in het laatste lid van art. 20 afgebakend. De vrijheden gelden enkel behoudens bestraffing van de misdrijven die ter gelegenheid van het gebruikmaken van die vrijheden worden gepleegd. Zo wordt het risico vergroot dat een conflict kan ontstaan tussen aspecten van een religieus systeem en de regels die behoren tot de openbare orde van de overheid indien het gedachtegoed van dat religieus systeem afwijken van het waardepatroon van de maatschappij.[29] Ofwel geeft de overheid dan de rechter de mogelijkheid om de grondrechten ten opzichte van elkaar af te wegen, ofwel acht de overheid bepaalde waarden zo belangrijk dat het strafrecht de afdwingbaarheid van deze waarden veilig moet stellen en zo de discussie eenzijdig te beëindigen.[30]
b. Art. 20 G.W.
De negatieve formulering van deze bepaling toont dat de positieve en de negatieve godsdienstvrijheid – het verbod van dwang om zich te bekennen tot een bepaalde levensbeschouwing – onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Sinds oudsher worden in de rechtsleer een aantal concrete situaties gedetailleerd bestudeerd, dat is echter niet het onderwerp van deze studie.[31]
c. Art. 21 G.W.
Terwijl in art. 19 en 20 de godsdienstvrijheid – met een positief en een negatief aspect –abstract geformuleerd wordt, krijgt in art 21 de godsdienstvrijheid inhoudelijk gestalte. Het biedt religies de vrijheid om zich intern te organiseren zoals zij dat wensen. Deze vrijheid omvat drie concrete aspecten. Ten eerste heeft de Staat niet het recht zich te bemoeien met de benoeming of de installatie van de bedienaren van enige eredienst. Ten tweede de mogelijkheid voor bedienaars van de eredienst om vrij briefwisseling te houden met hun overheid. Ten slotte wordt ook gegarandeerd dat de akten van de kerkelijke overheid openbaar mogen worden gemaakt, maar met behoud van de gewone aansprakelijkheid inzake drukpers en openbaarmaking.[32]
Vrijheid van eredienst betekent dus niet alleen de eerbied voor de individuele overtuiging, maar ook het erkennen van de gemeenschapsvormen van een gelovige overtuiging. Het was mogelijk dat de Belgische grondwetgever zich enkel zou beperkt hebben tot de individuele vrijheid en –zoals in Frankrijk – zich niet ingelaten zou hebben met collectieve vormen. In België bezitten echter ook religieuze genootschappen over eigen fundamentele rechten.[33] Daar vloeit niet uit voort dat de overheid geen enkele vorm van controle mag uitoefenen.[34] Wel vloeit hier uit voort dat de profane rechter geen uitspraak mag doen over theologische vraagstukken. Toch kan men een evolutie vaststellen waarbij seculiere rechters zich meer en meer inmengen, ten nadele van de autonomie van religieuze organisaties.[35]
d. Art. 181 G.W.
Art. 181 is het laatste grondwetsartikel dat rechtsreeks van toepassing op de verhouding tussen Kerk en Staat en organiseert de financiering van de erediensten. Katholieke auteurs beschouwden de staatsbezoldiging van bedienaars van de eredienst als compensatie van de tijdens de Franse Revolutie genaaste kerkelijke goederen.[36] Liberale auteurs benadrukten vooral het sociale nut van de eredienst aan de bevolking.[37] Indien het sociale nut benadrukt wordt, dient de bedienaar van de eredienst de opgedragen taak werkelijk waar te nemen.[38] Door de grondwetsherziening van 1993 kreeg art. 181 een tweede lid, waardoor ook “morele lekenconsulenten” in aanmerking komen voor een staatswedde. Deze uitbreiding is weliswaar juridisch overbodig opdat de Staat lekenconsulenten een wedde zou kunnen toekennen, maar deze grondwettelijke erkenning benadrukt de maatschappelijke waarde van de vrijzinnigheid.[39]
Niet elke eredienst verkrijgt echter dergelijke financiering, art. 181, lid 1 geldt enkel en alleen voor de bedienaars van de erkende erediensten. De erkenning als eredienst van een geloofsovertuiging is niet steeds even vanzelfsprekend en heeft een aantal belangrijke rechtsgevolgen.
3.2. DE ERKENDE EN DE NIET-ERKENDE EREDIENSTEN
Het Nationaal Congres wou in de Grondwet geen privileges ten voordele van een eredienst toekennen, alle erediensten worden op voet van gelijkheid beschouwd. Ondanks deze principiële gelijkwaardigheid van alle erediensten zijn sommige erediensten door de overheid erkend. Deze erkenning is noodzakelijk opdat de bedienaars van de eredienst bezoldigd zouden worden door de overheid. Het Belgische systeem lijkt water en vuur met elkaar te willen verzoenen: er is een systeem van absolute gelijkheid tussen alle maatschappelijk aanvaarde godsdiensten, met een systeem van privileges voor de erkende erediensten.[40]
De erkenning gebeurt door of krachtens de wet. De wetgever moet zich hierbij onthouden van elk waardeoordeel en mag zich enkel laten leiden door de vraag of de bewuste eredienst aan de godsdienstige behoeften van (een deel van) de bevolking beantwoordt.[41] Bij de evaluatie dienen de grote christelijke kerken minstens impliciets als toetssteen. Schijnbaar atypische kenmerken van andere religies worden daardoor vaak negatief ingeschat, waardoor de erkenning niet plaatsvindt.[42]
De erkenning brengt ontegensprekelijk belangrijke voordelen met zich mee. Niet alleen verkrijgen de bedienaars van deze erediensten een wedde en nadien een pensioen, maar ook wordt de rechtspersoonlijkheid toegekend aan de openbare instellingen die zijn belast met het beheer van de goederen die voor de eredienst zijn bestemd.[43] Erediensten die niet erkend zijn mogen dan al genieten van de grondwettelijk beschermde godsdienstvrijheid, zij moeten echter een beroep doen op de vzw-techniek om rechtspersoonlijkheid te verwerven.[44]
Ook aan gemeenten en provincies worden, respectievelijk in de Gemeentewet en in de Provinciewet, verplichtingen opgelegd te voordele van de erkende erediensten. Een eerste reeks bepalingen zijn ten voordele van de bedienaars van de eredienst. Zij hebben betrekking op de huisvesting van de bedienaar van de eredienst. Een tweede reeks bepalingen handelen over het beheer van de goederen van de erkende erediensten. Zo worden financiële tekorten aangezuiverd en ontvangt men financiële steun voor de groeve herstellingen aan of de bouw van gebouwen bestemd voor de eredienst. Daarnaast zijn er nog een aantal suppletieve bepalingen in verband met aalmoezeniers in het leger en in de gevangenissen, zendtijd op de openbare omroep en de organisatie van godsdienstonderricht.[45]
De erkenning van bepaalde erediensten en de daar uit voortvloeiende toekenning van een aantal voordelen is een afwijking van het “beginsel van de gelijke behandeling van alle erediensten”. Toch neemt men aan dat het toekennen van voordelen aan erkende erediensten hieraan geen afbreuk doet. De Belgische grondwetgever beoogde immers geen absolute gelijkheid. Indien de overheid de steun zou beperken tot slechts één eredienst, dan zou men wel kunnen spreken van een inbreuk op het gelijkheidsbeginsel.[46] Het lijkt wel alsof er zich door de tijd heen een bijzondere vorm van het gelijkheidsbeginsel ontwikkeld heeft, waarop de ondertussen klassieke criteria van het Arbitragehof niet van toepassing zijn.
3.3. DE BURGERLIJKE RECHTER IN KERKELIJKE AANGELEGENHEDEN
3.3.1. Problematiek
De fundamentele regels die de verhouding regelen tussen de Belgische Staat en de Kerk kunnen we terugvinden in art. 19, 20, 21, 181 G.W.[47], maar ondanks de vele jurisprudentie en juridische geschriften is de problematiek van de burgerlijke rechter die gevraag wordt om tussen te komen in kerkelijke aangelegenheden gebleven.[48]
Het staat buiten kijf dat art. 21 de hoeksteen vormt van deze problematiek. De Staat mag zich niet bemoeien met de benoeming of de afzetting van de bedienaren van de eredienst. Evenmin mag de burgerlijke rechter zich niet bevoegd verklaren om een religieuze dissidentie te beslechten, de orthodoxie van een stelling te beoordelen of religieuze motieven naar waarde te schatten.[49] De rechter kan zich dus enkel uitspreken over de formele procedure. Maar deze controle is echter niet eenduidig. Men kan variëren van een louter formele toetsing van een kerkelijke beslissing tot een kwalitatief beoordelen van de kerkelijke procedure aan de hand van algemene rechtsbeginselen.[50]
3.3.2. Een formele toetsing
Aanvankelijk is de burgerlijke overheid heel terughoudend. De hoven en rechtbanken beperken hun controle van de kerkelijke beslissingen tot een louter formele toetsing. De rechterlijke macht beperkt zich in zaken van benoeming of afzetting tot de vaststelling dat dit gebeurde door de bevoegde kerkelijke overheid, zonder hierbij de wettigheid van deze beslissing te onderzoeken. [51]
Men kan echter een onderscheid maken tussen twee soorten formele toetsing en zo een minimale wijziging in de rechtspraak – in de lijn der verwachtingen – waarnemen. In principe zal de rechter alleen nagaan of de benoeming van een opvolger door de bevoegde kerkelijke overheid is gebeurd. Geleidelijk gaan de hoven en rechtbanken ook controleren of de beslissing tot herroeping door een bevoegde kerkelijke overheid is genomen.[52] Meer dan een formele toetsing blijft echter uitgesloten.
3.3.3. Een controle van de interne procedure
Deze klassieke leer wordt ter discussie gesteld met het arrest van 5 juni 1967, geveld door het Hof van Beroep van Luik. Het hof bevestigt weliswaar de klassieke 19e eeuwse leer en stelt dat de rechter mag nagaan of een bepaalde beslissing door de bevoegde kerkelijke overheid werd genomen, maar voegt hieraan toe dat deze kerkelijke overheid in alle onafhankelijkheid kan handelen overeenkomstig de eigen regels.[53] Tegen het arrest werd cassatieberoep ingesteld, maar het Hof van Cassatie verwierp het beroep met het arrest van 25 september 1975.[54] Het Hof van Cassatie deed echter geen uitspraak over het respecteren van de eigen regels, maar wees een middel af dat gericht was tegen een ten overvloede gegeven motief.[55] Een impliciete evolutie heeft plaatsgevonden. De louter formele controle wordt namelijk uitgebreider geïnterpreteerd: er vindt nu ook een controle van de interne procedure plaats, maar zonder dat deze als zodanig gekwalificeerd wordt.[56] In de rechtsleer werd echter reeds eerder gepleit voor het respecteren van de eigen regels.[57]
3.3.4. Op zoek naar kwaliteitsgaranties voor procedureregels
Het Hof van Beroep van Bergen zet met het arrest van 8 januari 1993 een nieuwe stap. De rechter mag niet alleen nagaan of de kerkelijke overheid bij het nemen van een beslissing conform de eigen regels heeft gehandeld, maar mag ook oordelen of deze regels voldoende (procedurele) garanties bieden. Hierbij verwijst het Hof naar algemene rechtsbeginselen zoals het recht van verdediging en het beginsel van tegenspraak.[58] De rechter zou zich dus niet beperken tot een louter formele toetsing van de bestreden beslissing en de controle van de kerkelijke procedure, maar zou ook een kwaliteitscontrole uitvoeren op deze procedure.[59]
Tegen dat arrest wordt echter cassatieberoep ingesteld en met het arrest van 20 oktober 1994 verbreekt het Hof van Cassatie het arrest van het Hof van Beroep van Bergen.[60] De vrijheid van eredienst (art. 21 G.W.) laat niet toe dat de hoven en rechtbanken onderzoeken of de kerkelijke procedure voldoende waarborgen biedt. Het Hof zich weliswaar niet uit of de maxime patere legem quam ipse fecisti[61] van toepassing is, maar argumenteert “dat de benoeming en de afzetting van de bedienaren van een eredienst alleen maar door de bevoegde geestelijke overheid kunnen geschieden overeenkomstig de regels van de eredienst[62], en, anderzijds, dat de godsdienstige discipline en rechtsmacht op die bedienaren van de eredienst alleen door dezelfde overheid overeenkomstig dezelfde regels kunnen worden uitgeoefend”. Hof expliciteert niet in hoeverre de toepassing van “de regels van de eredienst” onderworpen kunnen worden aan profaan rechterlijke controle, maar suggereert in ieder geval de mogelijkheid.[63] Met het arrest van 3 juni 1999, in dezelfde zaak, herhaalt het Hof – in verenigde kamers – zichzelf.[64]
De twee arresten van het Hof van Cassatie hebben er niet voor kunnen zorgen dat het onweer is gaan liggen. Een minderheid in de rechtsleer stelt dat de arresten niets verandert hebben en verdedigt de traditionele leer. Een andere minderheid is voorstander van een kwaliteitscontrole. De tussenpositie, die focust op de vraag of de kerkelijke overheden de interne regels gerespecteerd hebben en de maxime patere legem quam ipse fecisti toepassen, lijkt echter het meest voor de hand liggend.[65] [66]
3.4. KWALIFICATIE
In de Grondwet wordt nergens de verhouding tussen de overheid en de erkende erediensten of niet-confessionele levensbeschouwingen gekwalificeerd. Tijdens de voorbereidende werken werd weliswaar geopperd dat de verhouding tussen Kerk en Staat als een totale, volledige en absolute scheiding aangeduid moest worden.[67] Deze scheiding is in de praktijk nooit gerealiseerd. Elementen die enerzijds een scheiding aanduiden zijn bijvoorbeeld de afwezigheid van een staatsgodsdienst, de niet-toepasselijkheid van het canoniek recht in burgerlijke zaken, de laïcisering van de openbare ambten en ambtenaren, de niet toekenning van rechtspersoonlijkheid aan kerkelijke verengingen. Anderzijds worden de erkende erediensten door de overheid gefinancierd, wat duidt op samenwerking.[68] De rechtsleer is zich bewust van deze dubbelzinnigheid. De meeste auteurs trachten dan ook allerlei begrippen in te voeren om deze dubbelzinnigheid te verwoorden. Soms heeft men het over een “onderlinge onafhankelijkheid”, een “gematigde scheiding”, een “positieve neutraliteit”, een “welwillende neutraliteit”, een “regime sui generis”, een “beschermde vrijheid” of een “genuanceerde scheiding”. In ieder geval kan men stellen dat de verhouding in België tussen Kerk en Staat niet bestaat in een absolute scheiding en dat België geen état laïc is.[69]
4. VERHOUDING TUSSEN KERK EN STAAT IN FRANKRIJK
In tegenstelling tot België, wordt in Frankrijk de verhouding tussen Kerk en Staat wel gekwalificeerd in de Grondwet van 1958. De huidige Grondwet is echter niet de eerste tekst waarin het fenomeen religie behandeld wordt. De eerste belangrijke wet is ontegensprekelijk die wet van 9 december 1905 concernant la séparation des Eglises et de l’Etat. Voor de eerste keer werd in Frankrijkun régime de liberté religieuse ingevoerd.[70] De kwalificatie laïque werd echter pas ingevoerd in de Grondwet van 1946, waarbijlaïcité gedefinieerd kan worden alsle principe de la séparation de la société civile et de la religion[71].
4.1. DE WET VAN 9 DECEMBER 1905 CONCERNANT LA SÉPARATION DES EGLISES ET DE L’ETAT : EEN LAÏCITÉ DE COMBAT[72]
Voor Koubi heeft de wet van 9 december 1905 elke pertinentie verloren. Sinds het begin van de 20e eeuw heeft het principe van de laïcité immers fundamentele veranderingen ondergaan.[73] [74] Niettemin achten een aantal auteurs het praktisch belang van art. 2, waarin Frankrijk beschreven wordt als een République indivisible, laïque, démocratique et sociale, van de huidige Grondwet onderworpen aan de lezing van de wet van 1905.[75] In ieder geval biedt een bespreking van deze wet een relevante historische inleiding tot de laïcité à la française.
Voordat de wet van 9 december 1905 aangenomen werd, bevonden de katholieke[76], de protestantse en de israëlitische eredienst zich als erkende eredienst in een bijzondere positie. De bedienaars van de eredienst werden bezoldigd door de overheid, die ook deelnam aan hun benoeming. Duguit deinst er niet voor terug om het te hebben over véritables services publics. De niet-erkende erediensten étaient soumis à un régime de police d’autant plus arbitraire.[77]
Duguit haalt twee kritieken aan op deze uitwerking van de verhouding tussen Kerk en Staat. Aan de ene kant zijn de niet-erkende erediensten zijn onderworpen aan een volstrekte willekeurig stelsel. Zij zouden het recht moeten hebben om vrij hun eredienst uit te oefenen. Het stelsel van de erkende erediensten is la négation même de principe de liberté religieuse et du principe de l’Etat laïque en voor de gelovigen un empiétement intolérable de prince sur le domaine de la conscience religieuse.Aan de andere kant schendt het stelsel van erkende van de erediensten het principe de liberté religieuse omdat burgers gedwongen worden om geld uit te geven aan religies die zij niet praktiseren.[78]
De aanhangers van het principe van delaïcité hebben zich op het einde van de 19e eeuwen en in het begin van de 20e eeuw zowel politiek als filosofisch krachtdadig geprofileerd.[79] De formulering van Duguit lijkt niet meer te zijn dan een abstrahering van de strijd die zich heeft afgespeeld. Delaïcitéfrançaiseheeft vorm gekregen in de strijd die gevoerd werd door de Overheid tegen voornamelijk de katholieke Kerk.[80] De laïcité is in de eerste plaats en strijd geweest tegen het triomferende klerikalisme van de 19e eeuw. Er ontstond een ware polemiek tussen cléricauxen laïcs, die gekenmerkt werd door een haast ongekende heftigheid. Toch was het de bedoeling van de Republiek om met de wet van 9 december 1905 een compromis mogelijk te maken en zo een séparation à l’amiable te creëren.[81]
Het doel van de wet van 9 december 1905 is om godsdienstvrijheid mogelijk te maken, waarbij aan elk individu de vrije uitoefening van zijn of haar eredienst wordt verzekerd (art. 1) Hiertoe wordt een volkomen neutraliteit van de Staat noodzakelijk geacht, zodat geen enkele eredienst erkend kan worden en geen enkele eredienst een bezoldiging of subsidiëring kan verkrijgen (art. 2). Naast de bepalingen in verband met de erkenning en subsidiëring van erediensten, kunnen nog vier andere categorieën onderscheiden worden. Een aantal bepalingen handelen over de gebouwen en voorwerpen van de eredienst. Ook de rechtsovergang van kerkelijke goederen komt aan bod. Hiertoe werd in een vierde categorie bepalingen deassociations cultuelles in het leven geroepen. Een vijfde categorie handelt over de politie van de erediensten.[82]
De katholieke Kerk verzette zich echter sterk tegen deze wet en weigerde om deassociations cultuelles op te richten, maar de overheid greep niet in en liet de katholieken toe om de gebouwen van de eredienst te gebruiken zonder dat die daartoe gerechtigd waren. Langzaam maar zeker ontstond een meer serene relatie tussen de katholieke Kerk en de Staat.[83]
4.2. DECONSTITUTIONALISATIE VAN DE LAÏCITÉ[84]
De kwalificatie laïque was ook in 1946 nog altijd erg beladen.[85] Toch werd in art 1 van de Grondwet van 1946 afgekondigd dat Frankrijk een“République indivisible, laïque, démocratique et sociale” is. In de Grondwet van 1958 werd in het huidige art. 1[86] daaraan toegevoegd dat “elle assure l’égalité devant la loi de tous les citoyens sans distinction d’origine, de race ou de religion. Elle respecte toutes les croyances”.[87] De laïcité heeft haar polemisch karakter verloren en maakt deel uit van de grote vrijheden aangezien de vrijheid van meningsuiting, de godsdienstvrijheid en de vrije uitoefening van een eredienst er door beschermd worden[88]; “juridiquement, la laïcité, c’est la neutralité religieuse de l’Etat”[89].
Het Franse constitutionele recht neemt de godsdienstvrijheid van het individu in ogenschouw en niet de collectieve godsdienstvrijheid.[90] Niet de individuele godsdienstvrijheid is problematisch, maar wel de collectieve uitoefening van de eredienst. De Republiek garandeert weliswaar het pluralisme, maar door haar jacobijnse en centralistische tendensen worden intermediaire lichamen, minderheden of etnische, culturele of religieuze gemeenschappen niet (h)erkend.[91]
4.3.UNE SÉPARATION BIEN TEMPÉRÉE
Toch is de verhouding tussen Kerk en Staat veel complexer en diffuser dan dewet van 9 december 1905 en Franse Grondwet doen vermoeden. De wet van 9 december 1905 kadert in een radicaal antiklerikalisme, terwijl de huidige evenwichtsituatie nog het best omschreven kan worden als une séparation bien tempérée.[92] Terwijl de wet van 9 december 1905 de emanatie is van “la conception idéologique ou négative de la laïcité” bekrachtigen de grondwetten van 1946 en 1958 “la conception juridique ou positive de la laïcité”.[93]
Regelmatige en permanente subsidiëring van erediensten mag dan al niet mogelijk zijn (art. 2 van de wet van 9 december 1905). Toch kan de Franse staat activiteiten subsidiëren die plaatsvinden in een confessioneel kader, maar die van algemene aard zijn (bijvoorbeeld ziekenhuizen, liefdadigheidsinstellingen, enz.). De Franse overheid moet eveneens bepaalde religieuze diensten rechtstreeks ten laste nemen (bijvoorbeeld aalmoezeniers in openbare instellingen, tehuizen en gevangenissen). Vanzelfsprekend moet de Franse overheid ook instaan voor de bezoldiging van de bedienaars van erediensten wanneer zij diensten verstrekken aan de overheid (bijvoorbeeld gemeentesecretaris, enz.). Priesters en geestelijken kunnen ook beroep doen op sociale zekerheid.[94]
Een opmerkelijk kenmerk van de laïcité in Frankrijk is dat de scheiding tussen Kerk en Staat nooit volledig en rigide is geweest. De Republiek heeft steeds een welwillende neutraliteit aan de dag gelegd. Zelfs in 1905 waren er betrekkingen tussen de Republiek en de kerken.[95]
5. VOORSTEL MAINGAIN (FDF/MR)
5.1. EXEGESE
De opstellers van amendement nr. 2 lijken aan alles te hebben gedacht. Zij schetsen niet alleen de (rechts)historische aanknopingspunten van het principe van delaïcité, maar passen het beginsel ook toe en geven de gevolgen aan van de opname in de Grondwet. Niettemin staat de verantwoording bol van contradicties.
Met de eerste zin geven de auteurs de oorsprong aan de verhouding tussen Kerk en Staat in Frankrijk, “de doorslaggevende rol van de Staat ligt aan de oorsprong van de Franse laïciteit”. De auteurs onderscheiden drie etappes in “(de wens van de politieke overheid om) de individuen en de geledingen van het maatschappelijk leven te onttrekken aan de greep van de Katholieke Kerk”. De eerste etappe is blijkbaar niet de Franse Revolutie, die nochtans door Boyer als een ommekeer beschouwd wordt[96], maar hetrégime concordatairevan Napoleon. Het Concordaat van 1802 herbevestigt echter de belangrijke positie van de Katholieke Kerk in Frankrijk, al tonen deArticles organiquesdie Napoleon unilateraal toevoegde duidelijk de macht die de overheid uitoefende. De tweede etappe wordt volgens de auteurs gevormd door “de schoolwetten van de jaren 1880 die een cursus niet-confessionele moraal organiseren”. Onderwijsvrijheid en levensbeschouwelijke vrijheid zijn weliswaar nauw bij elkaar betrokken, maar gedurende de gehele 19e eeuw zou het concordatair regime verder blijven bestaan. Daaraan komt pas een einde met de wet van 9 december 1905concernant laséparation des Eglises et de l’Etat. Deze wet vormt dan ook de derde stap, die culmineert in de Grondwet van 1958: “la France est une République indivisible, laïque, démocratique et sociale”. De volstrekte scheiding tussen Kerk en Staat was een feit. Volgens Boyer waren het echter “les radicaux qui avaient fait de l’anticléricalisme un combat et un programme espéraient arracher à l’Eglise son pouvoir politique, matériel et même spirituel”[97].
De leden van het Nationaal Congres waren volgens de auteurs vrij godsdienstig en verkozen daardoor een liberale oplossing boven het sluiten van een concordaat met de Heilige Stoel. De formulering lijkt aan te geven dat de auteurs eenrégime concordataireverkiezen boven de vooruitstrevende en innovatieve oplossing van het Nationaal Congres.
De auteurs willen niet meer of minder dan de omzetting van het beginsel van de laïcité in de Belgische Grondwet. Ze zijn zich echter bewust van de bijzondere kenmerken van ons grondwettelijk systeem. Toch zou hun voorstel aansluiten bij het opzet van de Grondwet zoals zij door het Nationaal Congres werd geconcipieerd. Het Franse en Belgische systeem verschillen echter formeel helemaal van elkaar. De Franse wet van 9 december 1905 concernant la séparation des Eglises et de l’Etat is tot stand gekomen in een sfeer van antiklerikalisme, terwijl het Nationaal Congres een meer uitgebalanceerd en pragmatisch systeem ontwikkelde. Deze misvatting kan wellicht verklaard worden doordag het Belgische systeem geheel foutief beschouwd wordt als gebaseerd op “het principe van de wederzijdse niet-inmenging tussen de Staat en de (…) erkende en vertegenwoordigde kerken”. Een aantal elementen duiden weliswaar een scheiding aan, terwijl andere elementen dan weer de samenwerking benadrukken.
De auteurs geven in hun historische schets geven aan dat het Franse en het Belgische systeem van verhouding tussen Kerk en Staat een heel andere ontstaansgeschiedenis kennen en daardoor helemaal van elkaar verschillen. Even later poneren ze dat de omzetting van de laïcité geen problemen stelt aangezien het voorstel aan zou sluiten bij het opzet van de Grondwet van 1830 (sic). In tegenstelling tot wat de auteurs beweren heeft de inschrijving van de laïcité heeft tot gevolg dat de grondwettelijke beginselen wat de betrekking tussen de religies en de overheid betreft in het gedrag komen. Daarenboven zijn ze uit het oog verloren dat de hedendaagse Franse rechtsleer een minder formalistisch uitgangspunt inneemt en de verhouding tussen Kerk en Staat beschrijft als une séparation bien tempérée.[98]
In de “Inleidende ideeëngeschiedenis” heb ik reeds aangegeven dat het principe van laïcité voor de MR inhoudt dat de overheid vanuit een dominante positie een gelijke, maar afstandelijke houding aanneemt ten opzichte van alle religies en filosofische overtuigingen.[99] Het gaat kortom om een laïcité de combat. Dergelijke visie is een uiting van een negatieve religieuze neutraliteit: vanuit een scheiding pur sang moet de overheid levensbeschouwelijk neutraal zijn.
De Belgische overheid moedigt echter de vrije ontwikkeling van religieuze en institutionele activiteiten aan, zonder de onafhankelijkheid te beknotten.[100] De overheid maakt een pluralisme van levensbeschouwelijke activiteiten op actieve wijze mogelijk en handelt dus vanuit een positieve religieuze neutraliteit.[101] De opname van de laïcité in de Grondwet zou dus wel degelijk een wijziging betekenen ten opzichte van het huidige regeling.
5.2. HYPOTHETISCHE UITWERKING
De vraag welke wijzigingen zich in concreto zullen voordoen is tot nu toe onbeantwoord gebleven. De bedoeling van dit onderdeel is dan ook kort aan te geven welke gevolgen de opname van de laïcité in de Grondwet, als een uiting van een negatieve religieuze neutraliteit, zal teweegbrengen.
Indien de laïcité in art. 1 G.W. de verwoording zou zijn van een algemeen principe, zullen de regelingen van art. 19, 20, 21 en 181 G.W. slechts uitzonderingen zijn en als zodanig niet meer constituerend voor de verhouding tussen Kerk en Staat. Naast deze indirecte wijziging van de grondwettelijke bepalingen worden een aanzienlijk aantal wettelijke bepalingen – bijna steeds ten voordele van de erkende erediensten – op de helling gezet.
De erkenning van erediensten is weliswaar tegengesteld aan de negatieve religieuze neutraliteit, maar is verankerd in de Grondwet. Art. 181 G.W. vermeldt de erkenning echter enkel indirect in verband met de financiering. De betaling van de wedden en de pensioenen van de bedienaren van de eredienst en de morele lekenconsulenten zal de enige overgebleven consequentie zijn van de erkenning.
De huisvesting van de bedienaars van de eredienst (art. 255, 12° Nieuwe Gemeentewet) , de aanzuivering van negatieve saldo’s door gemeenten en provincies (art. 255, 9° Nieuwe Gemeentewet en art. 69, 9° Provinciewet), de gratis zendtijd op de openbare omroep (radio en televisie) en de bijstand door aalmoezeniers en morele lekenconsulenten in gevangenissen en in het leger zijn uitingen van de positieve religieuze neutraliteit en zijn niet verenigbaar met gepropageerde laïcité. Ook de tussenkomst bij de bouw of het herstel van gebouwen bestemd voor de eredienst is problematisch, al zal de restauratie en onderhoudspremies voor beschermde monumenten een belangrijke indirecte financiering blijven. [102]
De rechtspersoonlijkheid van openbare instellingen die belast zijn met het beheer van tijdelijke goederen (bijvoorbeeld de kerkfabrieken) wordt wellicht niet op de helling gezet. Men zou immers een parallellisme kunnen vaststellen met de associations cultuelles van de Franse wet van 1905, die ook kaderde in een negatieve religieuze neutraliteit. Het godsdienstonderricht en het onderricht in de niet-confessionele moraal in het openbaar onderwijs staan ook haaks op het principe van de laïcité. De Schoolpactwet van 29 mei 1959 werd echter verankerd in art. 24 de G.W.[103] en zou dus ook een uitzondering vormen ten opzichte van art. 1 G.W.. Een doorgedreven uitvoering van het principe van de laïcité, geïnspireerd door een negatieve religieuze vrijheid zou dus verregaande gevolgen kunnen hebben. De welwillende houding van de overheid is immers niet alleen terug te vinden in de Grondwet, maar ook in vele andere wetten en wordt weerspiegeld in een dagdagelijkse pragmatische mentaliteit.
6. HET CONCORDAAT, GEEN ALTERNATIEF
In de wandelgangen van de Apostolische Nuntiatuur te Brussel gaan stemmen op die pleiten voor het sluiten van een Concordaat tussen de Heilige Stoel en België. Zij hebben zich blijkbaar laten inspireren door de reeks concordaten die de Heilige stoel heeft gesloten met landen uit het vroegere Oostblok[104] en zich laten aanmoedigen door L’Osservatore Romano, waarin het verdrag van Lateranen tussen de Heilige Stoel en Italië (1929) beschouwd wordt als een modelverdrag voor andere concordaten[105]. Hier wil ik aantonen dat een dergelijk initiatief onverenigbaar is met de Belgische constitutionele rechtsorde en derhalve geen alternatief kan vormen voor het voorstel Maingain (FDF/MR).
6.1. DEFINITIE
Wagnon definieert een concordaat als “une convention conclue entre le pouvoir ecclésiastique (de Heilige Stoel[106]) et le pouvoir civil (de Staat) en vue de régler leurs rapports mutuels dans les multiples matières où ils sont appelés à se rencontrer. C’est un traité bilatéral, né de l’accord des volontés des deux parties, établissant une règle de droit qu’elles sont tenues en justice de maintenir et d’observer fidèlement.”[107] De reden waarom de Heilige Stoel graag concordaten sluit kunnen we ook terugvinden bij Wagnon. Deze vervolgt zijn definitie met: “(un concordat) est un acte solennel qui instaure entre les deux autorités appelées, à des titres divers, à régir les mêmes individus, un régime d’union, de concorde et de collaboration, hautement profitable non seulement aux sujets qui en bénéficient, mais encore à la religion tout comme à la société civile elle-même”.[108]Deze definitie ademt ontegensprekelijk de geest uit van het Rijke Roomse Leven, maar bevat niettemin een aantal meer dan waardevolle elementen. Het concordaat dat de eerste consul van de Republiek, Napoleon Bonaparte en paus Pius VII op 26 Messidor An IX (15 juli 1801) – Convention entre le Pape et le gouvernement français – kan getypeerd worden als “un traité diplomatique forgé par une modernité de laïcité naissante[109]”.Hoe het begrippenpaar “hautement profitable” ingevuld moet worden is dus niet altijd even duidelijk, het lijkt eerder een eventueel aangenaam gevolg te zijn dan een essentieel kenmerk. Wagnon definieert een concordaat niet als een internationaal verdrag. Nochtans kan men een concordaat als een internationaal verdrag kwalificeren. Art. 2, §1, al. a, Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht van 23 mei 1969 omschrijft een verdrag echter als “een internationale overeenkomst in geschrifte tussen Staten gesloten[110] en beheerst door het volkerenrecht (…)”. Gewoonterechtelijk wordt een verdrag echter gedefinieerd als elk akkoord dat gesloten wordt tussen twee of meer subjecten van het volkerenrecht, met de bedoeling rechtsgevolgen teweeg te brengen en dat beheerst wordt door het volkerenrecht.[111] Deze twee definities spreken elkaar niet tegen: art. 3, Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht van 23 mei 1969 duidt aan dat art. 2 slechts de werkingssfeer afbakent en vermeldt uitdrukkelijk de rechtskracht van internationale overeenkomsten gesloten tussen Staten en andere subjecten van volkerenrecht.[112] Een concordaat lijkt aan uiteindelijk beide definities te voldoen. Algemeen wordt immers aanvaard dat de Heilige Stoel volkenrechtelijke rechtspersoonlijkheid heeft.[113] Wagnon hoedt er zich echter voor om een concordaat als een internationaal verdrag te kwalificeren, al hebben een concordaat en een internationaal verdrag vanzelfsprekend veel met elkaar gemeen. De verschillen mogen dan al eerder theoretisch van aard zijn, voor Wagnon zijn ze onbetwistbaar. Een concordaat is namelijk een overeenkomst tussen een Staat en de Heilige Stoel, waarbij hetzelfde volk in ogenschouw genomen wordt. Een concordaat zou ook vooral gesloten worden met het oog op morele en religieuze belangen, niet met het oog op politieke en economische belangen.[114] De verschijnselen in onze wereld zijn echter slechte een flauwe afspiegeling van de Ideeën.
6.2. DE ONGRONDWETTELIJKHEID VAN EEN NIEUW CONCORDAAT
Toen op 24 september 1830 een administratieve commissie – reeds op 26 september omgevormd tot het Voorlopig Bewind – het bestuur van de afgescheiden provincies in handen nam, werd de Belgische Staat de facto gevormd. Wagnon stelt dat “(…) il faut nécessairement conclure à la cessation du concordat, sauf renouvellement de l’accord antérieurement en vigueur, soit par un arrangement semblable à celui de 1816-1817 entre Rome et La Haye, soit, plus simplement, en vertu d’une manière d’agir concluante du Saint-Siège et du gouvernement du nouvel Etat.” Het Voorlopig Bewind liet met het decreet van 16 oktober 1830 zelfs uitdrukkelijk verstaan het Concordaat van 1801 niet te willen heraanvatten. Door de godsdienstvrijheid in de Grondwet op te nemen (art. 19 en 20) heeft het Nationaal Congres impliciet aangegeven dat de Belgische Staat zich niet meer wil beroepen op de prerogatieven die het Concordaat van 1801 toekende aan de Franse Staat en dat het régime concordataire dus opgehouden heeft te bestaan.[115] De Raad van State heeft dit, wijzend op de onderlinge onafhankelijkheid van het burgerlijke en het kerkelijke gezag, in zijn adviespraktijk uitdrukkelijk bevestigd.[116] De verhoudingen en sommige afspraken tussen de overheid en de rooms katholieke Kerk zijn echter nog op het Concordaat van 1801 gebaseerd en soms wordt er zelfs nog in KB’s naar verwezen, terwijl de Articles organiques als wetten blijven voortbestaan voor zover zij niet onverenigbaar zijn met de Belgische grondwetsbeginselen.[117] Het sluiten van een concordaat zou dus een grondwetswijziging vereisen. Vervolgens zou de overheid gelijkaardige overeenkomsten moeten sluiten met andere (erkende) erediensten[118], zoniet zou men gewag kunnen maken van een ongeoorloofde discriminatie. Het sluiten van een concordaat, zonder een grondwetswijziging zou in ieder geval een schending van de Grondwet inhouden.
BESLUIT
De betekenis van de titel “Een paradoxale scheiding” zou nu volledig ontrafeld moeten zijn, niettemin is een verdere verduidelijking wellicht gewenst. Bij de bespreking van de verhouding tussen Kerk en Staat in België is gebleken de scheiding tussen beiden helemaal niet volledig is. Veel auteurs hebben deze verhouding trachten te kwalificeren en evenveel kwalificaties hebben het licht gezien. Steeds wordt dezelfde paradox in de rechtsleer blootgelegd: enerzijds wordt de godsdienstvrijheid benadrukt en worden alle erediensten als gelijk beschouwd, anderzijds heeft met een systeem van erkenning ontwikkelt met belangrijke financiële gevolgen. In Frankrijk is de verhouding tussen Kerk en Staat in grotere mate een uitgesproken scheiding.Ook het Voorstel Maingain wordt gekenmerkt door een paradox. Enerzijds vult men de verhouding tussen Kerk en Staat in vanuit een Frans geïnspireerde negatieve religieuze vrijheid en lijkt men eenlaïcité de combat te recreëren. Anderzijds zou naar eigen zeggen de voorgestelde grondwetswijziging aansluiten bij het opzet van het Nationaal Congres. Deze ongerijmdheid is slechts schijn. Men wil niet raken aan de bestaande bepalingen inzake de verhouding tussen Kerk en Staat en tegelijkertijd wil men een scheiding pur sang doorvoeren, waardoor uiteindelijk deze verhouding toch helemaal wijzigt. Een nog niet uitdrukkelijk geformuleerd voorstel om opnieuw een régime concordataire in te voeren is in het geheel niet verenigbaar met de Grondwet, van een paradox is er geen sprake.
[1] Zie U.S. DEPARTEMENT OF STATE – BUREAU OF DEMOCRACY, HUMAN RIGHTS AND LABOR, International Religious Freedom Report 2003: Belgium , http://www.state.gov/g/drl/rls/irf/2003/24346.htm, 21 februari 2004, Online: “The population is predominantly Roman Catholic. According to the 2001 Survey and Study of Religion, jointly conducted by a number of the country's universities and based on self-identification, approximately 47 percent of the population identify themselves as belonging to the Catholic Church. The Muslim population numbers approximately 364,000, and there are an estimated 380 mosques in the country. Protestants number between 125,000 and 140,000. The Greek and Russian Orthodox Churches have approximately 70,000 adherents. The Jewish population is estimated at between 45,000 and 55,000. The Anglican Church has approximately 10,800 members. The largest nonrecognized religions are Jehovah's Witnesses, with approximately 27,000 baptized members, and the Church of Jesus Christ of Latter-day Saints (Mormons), with approximately 3,000 members.” Zie ook DOBBELARE, K., ELCHARDUS, M., KERKHOFS, J., VOYE, L. en BAWIN-LEGROS, B., Verloren zekerheid. De Belgen en hun waarden, overtuigingen en houdingen, Tielt, Lannoo, 2000, 272 p.
[2] X, Congrès de Mouvement Réformateur “Engagement citoyen" – Citoyenneté et Démocratie, p 8-9.
[3] Ibid., p 6. Eigen (de)cursivering.
[4] Ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet – Amendementen, Parl. St. Kamer 2002-2003, nr. 50 2389/002.
[5] Ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet – Amendementen, Parl.St. Senaat, 2002-2003, nr. 50 2-1549/2.
[6] X, La vision et le programme des Réformateurs,http://www.mr.be/docs/du_coeur_a_l_ouvrage.pdf, 18 februari 2004, Online, 24.
[7] DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 5.
[8] ALEN, A., Handboek van het Belgische staatsrecht, Deurne, Kluwer,1995, 823.
[9] Pand. b., v° Cultes, nr. 1-2.
[10] MAST, A. en DUJARDIN, J., Overzicht van het Belgisch grondwettelijk recht, Gent, Story, 1985, 554.
[11] DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 17.
[12] DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 16 en voetnoot 45.
[13] Ibid., 16 en voetnoot 47.
[14] Ibid., 16 en voetnoot 48.
[15] FERRARI, S., “Church and State in Europe. Common Patters and Challenges”, in KIDERLEN, H.-J., TEMPEL, H., TORFS, R. (ed.), Which Relationships between Churches and the European Union? Thoughts for the future, Leuven, Peeters, 1995, 33.
[16]Deze leer week af van die van de veroordeelde Franse priester Lamennais, de vader van het liberaal-katholicisme, die door een algehele scheiding tussen Kerk en Staat de vrijheid wou verwerven. WAGNON, H., “Le Congrès national belge de 1830-1837 a-t-il établi la séparation de l’Eglise et de l’Etat”, in X (ed.), Etudes d’histoire du droit canonique dédiées à Gabriel Le Bras, I, Parijs, Sirey, 1965, 761.
[17] VAN GOETHEM, H., “Het beginsel van verdraagzaamheid in de Belgische grondwet: een historische duiding”, in UFSIA, CENTRUM GRONDSLAGEN VAN HET RECHT (ed.), Recht en verdraagzaamheid in de multiculturele samenleving, Antwerpen, Maklu, 1993, 39-41 enVAN GOETHEM, H., “L’église catholique et la liberté de religion et du culte en Belgique dans les constitutions de 1815 et 1831”, in VAN GOETHEM, H., WAELKENS, L., en BREUGELMANS, K. (ed.), Libertés, pluralisme et droit. Une approche historique, Brussel, Bruylant, 1995, 185-187.
[18] LUYCKX, T. en PLATEL, M., Politieke geschiedenis van België, I, Van 1789 tot 1944, Antwerpen, Kluwer, 1985, 40-53.
[19] X., Considérations sur la liberté religieuse par un unioniste, Leuven, Van Linthout, 1830, 24p.
[20] VAN GOETHEM, H., “Het beginsel van verdraagzaamheid in de Belgische grondwet: een historische duiding”, in UFSIA, CENTRUM GRONDSLAGEN VAN HET RECHT (ed.), Recht en verdraagzaamheid in de multiculturele samenleving, Antwerpen, Maklu, 1993, 42.
[21] De voorrang van het burgerlijk op het kerkelijk huwelijk lijkt wel degelijk te zijn gebruikt als pasmunt voor verregaande faciliteiten voor de erediensten. Zie AUBERT, R., “l' Eglise et l’Etat en Belgique du XIXe Siècle”, Res Publica 1968 (Spécial 2), 20-21.
[22] LUYCKX, T. en PLATEL, M., Politieke geschiedenis van België, I, Van 1789 tot 1944, Antwerpen, Kluwer, 1985, 53-54.
[23]VAN GOETHEM, H., “Het beginsel van verdraagzaamheid in de Belgische grondwet: een historische duiding”, inUFSIA, CENTRUM GRONDSLAGEN VAN HET RECHT (ed.), Recht en verdraagzaamheid in de multiculturele samenleving, Antwerpen, Maklu, 1993, 44-46.
[24] ALEN, A., Handboek van het Belgische staatsrecht, Deurne, Kluwer,1995, 817. Andere auteurs gewagen van een “onderlinge onafhankelijkheid van Kerk en Staat” of hebben het over een “gematigde scheiding”, een “positieve neutraliteit”, een “welwillende neutraliteit”, een “regime sui generis”, een “beschermde vrijheid” of een “genuanceerde scheiding” ZieDE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 34-35 en de verwijzingen aldaar (cf. infra).
[25] Ook buiten het Nationaal Congres was er onvrede. Laurent, Gents professor staatsrecht en liberaal, verdedigde de stelling dat alle macht bij de staat moet berusten. (BAERT, G., “Prof. François Laurent een eeuw later (1810-1887-1987)”, T.P.R. 1990, 87.) In Van Espen: étude historique sur l'église et l'état en Belgique behandelt Laurent de verhouding tussen Kerk en Staat. Laurent ziet in de ideeën van Van Espen over het appel du comme d’abus en de vergelijkbare rechtsfiguur van de recursus ad principem zijn thesis bevestigd over de soevereine macht van de Staat: de Staat mag niet dulden dat een andere macht wetten uitvaardigd, zelfs al zijn die slechts in geweten bindend. Hij vindt het betreurenswaardig dat het Nationaal Congres de (bijzondere) scheiding tussen Kerk en Staat heeft aanvaard, want daardoor heeft de Staat alle macht over de Kerk verloren. (LAURENT, F., Van Espen: étude historique sur l'église et l'état en Belgique, Brussel,Lacroix en Van Meenen, 1860, 248 p.) Zie VAN STIPHOUT, M., “Van de Paus of van de Koning? Zeger-Bernard Van Espen en het appel comme d’abus”, Pro Memorie 1999, 100-114 voor de werkelijke opvattingen van Van Espen; zie Pand. b., vis Abus (Appel comme d’), Appel comme d’abus voor een onderzoek naar het voortbestaan van deze rechtsfiguur in het Belgische constitutionele recht. Voor een zoektocht naar sporen van de Recursus ad principem in de hedendaagse verhouding tussen Kerk en Staat, zie VAN STIPHOUT, M., “Legal Continuity and Discontinuity in the Low Countries in Search of a “Recursus ad principem” in Ecclesiastical Cases in the 1990s”, in COOMAN, G., VAN STIPHOUT, M. en WAUTERS, B., Zeger-Bernard Van Espen at the Corssroads of Canon Law, History, Theology and Church-State Relations – Separando certa ab incertis conciliare et explicare, Leuven, Peeters, 2003, XVIII en 498 p, waarin de arresten van het Hof van Cassatie van 20 oktober 1994 en 3 juni 1999 besproken worden, waarna de auteur vaststelt dat de vragen die rezen in het licht van Recursus ad principem in België nog steeds aan de orde zijn en aan de seculiere rechter gesteld worden (cf. infra,).
[26] Zie bijvoorbeeld Pand. b., v° Cultes, nr. 1-2.
[27] TORFS, R., “De Belgische Grondwet over Kerk en Staat, geloof en maatschappij”, in TORFS, R. (ed.), Beheer en beleid van katholieke instellingen, Leuven, Peeters, 1990, 42-43.
[28]ALEN, A., Compendium van het Belgisch staatsrecht, I, Diegem, Kluwer, 2000, 54-55.
[29] Denk bijvoorbeeld aan het maatschappelijke debat over de gelijkheid tussen man en vrouw, euthanasie, de openstelling van het huwelijk voor personen van hetzelfde geslacht, enz.
[30] TORFS, R., “De Belgische Grondwet over Kerk en Staat, geloof en maatschappij”, in TORFS, R. (ed.), Beheer en beleid van katholieke instellingen, Leuven, Peeters, 1990, 45-47.
[31] Zie bijvoorbeeld THONISSEN, J.-J., La constitution belge annotée offrant sous chaque article l’état de la doctrine, de la jurisprudence et de la législation, Brussel, Bruylant, 1879, 60-63 enDE GROOF, J., “Schets van de grondwettelijke beginselen inzake de verhouding Kerk-Staat in België”, Jura Falc. 1979-80, 179-219.
[32] ORBAN, O., Le droit constitutionnel de la Belgique, III, Libertés constitutionnelles et principes de législation, Luik, Dessain, 1911, 590-593.
[33] DE GROOF, J., “Schets van de grondwettelijke beginselen inzake de verhouding Kerk-Staat in België”, Jura Falc. 1979-80, 217.
[34] TORFS, R., “De Belgische Grondwet over Kerk en Staat, geloof en maatschappij”, in TORFS, R. (ed.), Beheer en beleid van katholieke instellingen, Leuven, Peeters, 1990, 51.
[35] MARTENS, K., “Recours aux tribunaux belges en matière ecclésiastique – La position de la cour de Cassation belge à l’aube du troisième millénaire”, European Journal for Church and State Research 2000, 21-29 en TORFS, R., “Autonomy of Churches in Belgium. Status Quaestionis and Current Debate”, in WARNINK, H. (ed.), Legal Position of Churches and Church Autonomy, Leuven, Peeters, 2001, 87-96.(cf. infra)
[36] THONISSEN, J.-J., La constitution belge annotée offrant sous chaque article l’état de la doctrine, de la jurisprudence et de la législation, Brussel, Bruylant, 1879, 363.
[37] GIRON, A., Le droit public de la Belgique, Brussel, Manceaux, 1884, 496.
[38] TORFS, R., “De Belgische Grondwet over Kerk en Staat, geloof en maatschappij”, in TORFS, R. (ed.), Beheer en beleid van katholieke instellingen, Leuven, Peeters, 1990, 61.
[39] ALEN, A., Handboek van het Belgische staatsrecht, Deurne, Kluwer,1995, 823.
[40] DE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 128.
[41] MAST, A. en DUJARDIN, J., Overzicht van het Belgisch grondwettelijk recht, Gent, Story, 1985, 554.
[42] TORFS, R., “De Belgische Grondwet over Kerk en Staat, geloof en maatschappij”, in TORFS, R. (ed.), Beheer en beleid van katholieke instellingen, Leuven, Peeters, 1990, 60-61.
[43] MARTENS, K., “Religie”, in DE GEEST , G., DE RIDDER , R., HOBIN, V. (ed.), Administratieve wegwijzer voor vreemdelingen, vluchtelingen en migranten, Deurne, Kluwer, 1989 (2000), 45-46.
[44] Ibid., 43.
[45] Ibid., 46-47.
[46] DE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 128 en MARTENS, K., “Religie”, in DE GEEST , G., DE RIDDER , R., HOBIN, V. (ed.), Administratieve wegwijzer voor vreemdelingen, vluchtelingen en migranten, Deurne, Kluwer, 1989 (2000), 43
[47] cf. supra
[48] Een historisch voorbeeld kan men terugvinden in VAN STIPHOUT, M., “Van de Paus of van de Koning? Zeger-Bernard Van Espen en het appel comme d’abus’, Pro Memorie 1999, 100-102. Zie ook voetnoot 26.
[49] VERSTEGEN, R., Geestelijken naar Belgisch Recht. Oude en nieuwe vragen, Berchem-Antwerpen, Kluwer, 1977, 95 en VUYE, H., “Hoe gescheiden zijn Kerk en Staat? Interpretatiemogelijkheden omtrent art. 21 van de Grondwet”, (noot onder Cass. 20 oktober 1994), R. Cass. 1995, 50.
[50]Zie de indirecte controle van de canoniekrechterlijke procedure door het EHRMin het arrest Pellegrini/Italië (n° 30882/96) van juli 2001. In dit arrest wordt Italië door het EHRM veroordeeld wegens schending van art. 6 §1 EVRM omdat de Italiaanse rechtbanken exequatur verleend hadden aan een arrest van de Romeinse Rota– een gevolg van het Concordaat – , zonder zich er van te vergewissen of het recht op een eerlijk proces tijdens de canoniekrechterlijke procedure was nageleefd.
[51] MARTENS, K., “Recours aux tribunaux belges en matière ecclésiastique – La position de la cour de Cassation belge à l’aube du troisième millénaire”, European Journal for Church and State Research 2000, 22 en de verwijzingen naar rechterlijke uitspraken in voetnoot 4.
[52] VUYE, H., “Hoe gescheiden zijn Kerk en Staat? Interpretatiemogelijkheden omtrent art. 21 van de Grondwet”, (noot onder Cass. 20 oktober 1994), R. Cass. 1995, 55.
[53] Luik 5 juni 1967, Jur. Liège 1967-68, 138 en MARTENS, K., “Recours aux tribunaux belges en matière ecclésiastique – La position de la cour de Cassation belge à l’aube du troisième millénaire”, European Journal for Church and State Research 2000, 23.
[54] Cass. 25 september 1975, Pas. 1975, I, 111.
[55] VUYE, H., “Hoe gescheiden zijn Kerk en Staat? Interpretatiemogelijkheden omtrent art. 21 van de Grondwet”, (noot onder Cass. 20 oktober 1994), R. Cass. 1995, 55-56.
[56] TORFS, R., “Autonomy of Churches in Belgium . Status Quaestionis and Current Debate”, in WARNINK, H. (ed.), Legal Position of Churches and Church Autonomy, Leuven, Peeters, 2001, 88.
[57] Zie VERSTEGEN, R., Geestelijken naar Belgisch Recht. Oude en nieuwe vragen, Berchem-Antwerpen, Kluwer, 1977, 96 en LEMMENS, P., “De Kerkelijke overheid in de greep van de wereldlijke rechter”, in WARNINK, H. (ed.), Rechtsbescherming in de kerk, Leuven, Peeters, 1991, 80, die verwijst naar het beginsel patere legem quam ipse fecisti.
[58]Bergen, 7 januari 1993, T.S.R. 1993, 69.
[59]TORFS, R., “De verhouding tussen Kerk en Staat op nieuwe wegen?”, (noot onder Bergen 7 januari 1993), T.S.R. 1993, 72-79 enVUYE, H., “Hoe gescheiden zijn Kerk en Staat? Interpretatiemogelijkheden omtrent art. 21 van de Grondwet”, (noot onder Cass. 20 oktober 1994), R. Cass. 1995, 56.
[60] Cass. 20 oktober 1994, Arr.Cass. 1994, 861.
[61]Volgens dit maxime zou de bevoegde kerkelijke overheid bij het nemen van de beslissing de intern voorgeschreven regels moeten respecteren.
[62] Eigen cursivering.
[63] TORFS, R., “Autonomy of Churches in Belgium . Status Quaestionis and Current Debate”, in WARNINK, H. (ed.), Legal Position of Churches and Church Autonomy, Leuven, Peeters, 2001, 90.
[64] Cass. 3 juni 1999, Arr.Cass. 1999, 330 en MARTENS, K., “Het Hof van Cassatie en de interpretatie van artikel 21 G.W.: de verhouding tussen Kerk en Staat dan toch niet op nieuwe wegen?”, C.D.P.K. 2000, 215-218.
[65] TORFS, R., “Autonomy of Churches in Belgium . Status Quaestionis and Current Debate”, in WARNINK, H. (ed.), Legal Position of Churches and Church Autonomy, Leuven, Peeters, 2001, 92-96 en de verwijzingen aldaar. Zie ook de verwijzingen bij MARTENS, K., “Recours aux tribunaux belges en matière ecclésiastique – La position de la cour de Cassation belge à l’aube du troisième millénaire”, European Journal for Church and State Research 2000, 29, voetnoot 4.
[66] Opmerkelijk is hoe Procureur-general du Jardin verwijst naar Torfs (TORFS, R., “Religieuze gemeenschappen en interne autonomie. Fluwelen evolutie?”, in UFSIA (ed.), Jaarboek Mensenrechten 1998- 2000, Antwerpen, Maklu, 2002, 256-264), maar terwijl deze een gematigde tussenpositie inneemt, interpreteert du Jardin hem als een voorstander van de kwaliteitscontrole (DU JARDIN, J., Het recht van verdediging in de rechtspraak van het Hof van Cassatie 1990-2003 – Rede uitgesproken op de plechtige openingszitting van het Hof van Cassatie op 1 september 2003, http://www.juridat.be/cass/cass_nl/p1.php, 23 maart 2003, Online, 57-58).
[67] DE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 34 en de verwijzingen in voetnoot 106.
[68] Pand. b., v° Autorités ecclésiastiques, nr. 2.
[69] DE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 34-35 en de verwijzingen aldaar.
[70] DUGUIT, L., Traité de droit constitutionnel, V, Parijs, Librairie Fontemoing &Cie, 1925, 502.
[71] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, Presses Universitaires de France, 1993, 53, vn. 1.
[72] Waarbij neutraliteit als doel heeft elke religieus of metafysisch element te weren uit de publieke orde. ZieMEERSCHAUT, K. en VANSWEEVELT, N., “De hoofddoek opnieuw uit de kast: godsdienstvrijheid op school in een democratische rechtsstaat”, in INTERUNIVERSITAIR CENTRUM MENSENRECHTEN, Mensenrechten Jaarboek 1998/2000, Antwerpen, Maklu, 2000, 66.
[73] KOUBI, G., “La laïcité dans le texte de la Constitution”, RDP 1997, 1302. Contra BASDEVANT-GAUDEMET, B., “State and Church in France ”, in ROBBERS, G. (ed.), State and Church in the European Union, Baden-Baden , Nomos, 1996, 122
[74] Het lijkt erg onwaarschijnlijk dat de wet van 9 december 1905 niet meer pertinent is. Nog in 1995 heeft men in de Assemblée Nationale een colloquium georganiseerd met als thema: “Faut-il modifier la loi de 1905?”.VOLFF, J., “Régimes des cultes et laïcité”, Gaz. Pal. 2001, 1088.
[75] KOUBI, G., “La laïcité dans le texte de la Constitution”, Revue du droit public et de la science politique, 1997, 1309 en de verwijzingen in voetnoot 29. Al verwijst men in de voorbereiding van de huidige grondwet niet naar de wet van 9 december 1905.
[76] De Franse overheid en Pius VII sloten op 26 Messidor An IX (15 juli 1801) een concordaat, Convention entre le Pape et le gouvernement français. Het Concordaat werd samen met de Articles organiques de la convention du 26 messidor an IX – waartegen Pius VII zich hevig verzette – afgekondigd op 18 Germinal An X (8 april 1802). DE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 28-30 en DUGUIT, L., Traité de droit constitutionnel, V, Parijs, Librairie Fontemoing &Cie, 1925, 478-479. Zie Pand. b., vis Articles organiques en Concordat, waarin onderzocht wordt in welke mate beide teksten nog gelding hebben in het Belgische constitutionele bestel.
[77] DUGUIT, L., Traité de droit constitutionnel, V, Parijs, Librairie Fontemoing &Cie, 1925, 495.
[78] DUGUIT, L., Traité de droit constitutionnel, V, Parijs, Librairie Fontemoing &Cie, 1925, 496-497.
[79] CAPERAN, L., Histoire contemporaine de la laïcité française – La crise dus seize mai et la revanche républicaine, Parijs, Librairie Marcel Rivière et Cie, 1957, IX-XII en 30-36.
[80] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, Presses Universitaires de France, 1993, 78.
[81] Ibid., 55-61.
[82] DUGUIT, L., Traité de droit constitutionnel, V, Parijs, Librairie Fontemoing &Cie, 1925, 502-527.
[83] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, Presses Universitaires de France, 1993, 62-63.
[84] LUCHAIRE, F. en CONAC, G., La constitution de la république française, Parijs, Economica, 1987, 121.
[85] MORANGE, J., “Le régime constitutionnel des cultes en France”, in EUROPEAN CONSORTIUM FOR CHURCH AND STATE RESEARCH (ed.), Le statut constitutionnel des cultes dan les pays de l’union européenne, Parijs, Litec, 1995, 123.
[86] Na de loi constitutionnelle n° 95-880 van 4 augustus 1995, die ervoor zorgde dat het huidige art. 1 bestaat uit de eerste alinea van het oude art. 2, terwijl de andere bepalingen van het oude art. 2 nog steeds deel uitmaken van het huidige art. 2. Deze louter tekstuele verschuiving laat toe om de kenmerken van de Franse Republiek beter te benadrukken. Zie KOUBI, G., “La laïcité dans le texte de la Constitution”, RDP1997, 1309.
[87] CALEWAERT, W., DE DROOGH, L., FIVE, A., KETELAER, A.-F. en VANDERNACHT, P., Verhouding Staat, Kerk en vrijzinnigheid in Europa – Een rechtsvergelijkende studie, Brussel, Centraal Vrijzinnige Raad, 1996, 53-62.
[88] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, Presses Universitaires de France, 1993, 65. Zie ook KOUBI, G., “La laïcité dans le texte de la Constitution”, RDP 1997, 1302 en 1315.
[89] VOLFF, J., “Régimes des cultes et laïcité”, Gaz. Pal. 2001, 1092.
[90] KOUBI, G., “La laïcité dans le texte de la Constitution”, RDP 1997, 1312.
[91] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, PUF, 1993, 75.
[92] Ibid., 19.
[93] VOLFF, J., “Régimes des cultes et laïcité”, Gaz. Pal. 2001, 1091-1092.
[94] CALEWAERT, W., DE DROOGH, L., FIVE, A., KETELAER, A.-F. en VANDERNACHT, P., Verhouding Staat, Kerk en vrijzinnigheid in Europa – Een rechtsvergelijkende studie, Brussel, Centraal Vrijzinnige Raad, 1996, 55-56.
[95] LUCHAIRE, F. en CONAC, G., La constitution de la république française, Parijs, Economica, 1987, 140.
[96] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, PUF, 1993, 29-32.
[97] Ibid., 45.
[98] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, PUF, 1993, 19 en de rechtsvergelijkende bespreking in Deel III.
[99] X, Congrès de Mouvement Réformateur “Engagement citoyen” – Citoyenneté et Démocratie, p 6.
[100] TORFS, R., “State and Church in Belgium ”, in ROBBERS, G. (ed.), State and Church in the European Union, Baden-Baden , Nomos, 1996, 18.
[101] DE GROOF, J., “De bescherming van ideologische en filosofische strekkingen. Een inleiding”, in ALEN, A en SUETENS, L. (ed.), Zeven knelpunten na zeven jaar Staatshervorming, Brussel, Story-Scientia, 1988, 312.
[102] DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 144-196.
[103] Idem., 385-386.
[104]Bijvoorbeeld het concordaat met Slowakije; http://www.kerknet.be, 19 december 2000.
[105] http://www.kerknet.be, 12 februari 2003.
[106] “L’organe représentatif par lequel agit l’Eglise Catholique” MINNERATH, R., L’Eglise et les Etats concordataires (1846-1981) – la souveraineté spirituelle, Parijs, Cerf, 1983, 78.
[107] WAGNON, H., Concordats et droit international, Gembloux, J. Duculot, 1935, 23.
[108] Ibid., 23.
[109] DURAND, J.-P., “Echos français en droit civil ecclésiastique pour l’année universitaire 2000-2001, European Journal for Church and State Research 2001, 133.
[110] Eigen cursivering.
[111]BOSSUYT, M. en WOUTERS, J., Grondlijnen van internationaal recht, Leuven, Instituut voor Internationaal Recht – KULeuven, 2004, 57.
[112] KOCK, H.R., Rechtliche und politische Aspekte von Konkordaten, Berlijn, Duncker &Humblot, 1983, 23.
[113] Idem., 24-30 en MIGLIORE, C., “Ways and Means of the International Activity of the Holy See”, in FACULTEIT KERKELIJK RECHT – KULEUVEN (ed.), Church and State, Changing Paradigms – Monsignor W. Onclin Chair 1999, Leuven, Peeters, 1999, 32-36.
[114] WAGNON, H., Concordats et droit international, Gembloux, J. Duculot, 1935, 109.
[115] WAGNON, H., Concordats et droit international, Gembloux, J. Duculot, 1935, 376-378 en DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 32.
[116]Advies 4 januari 1962, Parl. St. Kamer 1961-1962, nr. 296/1.
[117] DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 32 en de voorbeelden in vn. 103.
[118]Zoals bijvoorbeeld in Italië gebeurd bij de financiering van religieuze organisaties; TORFS, R., “Should Churches Be Subsidized? Different Models. Some Perspectives”, in X (ed.), The Role of the Churches in the Renewing Societies. Lectures and Documents. Budapest Symposium, March 3-5-1997 , St. Alban’s, International Religious Liberty Association, 1998, 48.
TESSENS Lucas
Het geld van de omroep: 1944-1949
Edited: 200300194401
De regeringen
Hubert PIERLOT (26/09/1944 - 7/02/1945) KAT-LIB-SOC-COM
Achille VAN ACKER I (12/02/1945 - 2/08/1945) KAT-LIB-SOC-COM
Achille VAN ACKER II (2/08/1945 - 9/01/1946) SOC-LIB-COM-UDB
Paul-Henri SPAAK I (13/03/1946 - 19/03/1946) SOC
Achille VAN ACKER III (31/03/1946 - 9/07/1946) SOC-LIB-COM
Camille HUYSMANS (3/08/1946 - 12/03/1947) SOC-LIB-COM
Paul-Henri SPAAK II (20/03/1947 - 19/11/1948) PSB/BSP-PSC/CVP
Paul-Henri SPAAK III (27/11/1948 - 27/06/1949) PSB/BSP-PSC/CVP
Gaston EYSKENS I (11/08/1949 - 6/06/1950) CVP/PSC-LIB

De verkiezingen
17 februari 1946
26 juni 1949 mét kiesplicht voor vrouwen

Het oorlogskabinet Pierlot wordt, onder druk van het (vooral linkse) straatgeweld, uitgebreid met de communisten, die zich vanaf 1945 bekeerden tot het unitarisme onder Franstalig gezag. In zes jaar tijd ziet België 9 regeringen opstaan en vallen. De eerste bewindsploegen regeren zonder een mandaat van de kiezer. Daarmee wordt gewacht tot de verkiezingen van 17 februari 1946. De repressiejaren na tweede wereldoorlog zijn de schandelijkste uit onze geschiedenis. Wraak en haat, persoonlijke afrekeningen, moord en daden, opdoemend uit de laagste instinkten van de mens, kunnen gedijen in een klimaat van rechteloosheid. Het gepeupel en de 'verzetsstrijders' van het laatste uur regeren op straat en in de rechtszalen. De overheid kan, durft of wil deze wantoestanden niet onder controle brengen. Een oorlog roeit nooit het kwaad uit waartegen hij wordt gevoerd.
Er worden executies van collaborateurs verricht tussen november 1944 en 4 juni 1949.
De periode kunnen we er een noemen van anarchie en dubieuze rechtspraak. Het justitiedepartement is een heet hangijzer en wisselt veelvuldig van titularis.
In 1948 publiceerde Gerard Walschap zijn moedig 'Zwart en Wit' en dat zorgt voor heel wat herrie, ook bij Nederlandse critici. De noordelijke verontwaardiging culmineert in een artikel van Johan Van der Woude in Vrij Nederland dat Walschap een medeplichtige noemt, zijn boek een verheerlijking van de karakterloosheid en onfatsoen. Walschap is geen ogenblik bij de pakken blijven zitten en heeft zich verdedigd in een agressief ingezonden stuk aan voornoemd weekblad, waarin hij Van der Woude bestempelt als behorende tot "de blaaskaken die zich door het constateren van de evidente, menselijke realiteit beledigd en te kort gedaan achten. Het is uit dat hoovaardig slijk van de straat, vervolgt Walschap, dat jodenvervolgers, inquisiteurs, ketterjagers, onderzoekers van andermans geweten, met één woord al de ongure typen van de onverdraagzaamheid en het fanatisme zijn samengeraapt." (geciteerd in Omtrent, tijdschrift van het Gerard Walschap Genootschap, november 2005, nr 12).
De koningskwestie leidt naar een pré-revolutionaire fase. Tegen de mogelijke terugkeer van Leopold III wordt vanaf medio 1945 een persoffensief gelanceerd door zowat alle kranten, uitgezonderd de Vlaams-katholieke. De hetze is niet zozeer tegen de monarchie, dan wel tegen de figuur van Leopold gericht. Hierbij worden over en weer taktieken gebruikt die weinig met journalistiek maar alles met propaganda te maken hebben. Dit mag in feite geen verwondering wekken: tijdens de oorlogsjaren heeft men in pers- en omroepmiddens geen andere weg bewandeld dan die van de propaganda. Het vijand-denken en het ongenuanceerd culpabiliseren van de tegenpartij overheerst nog steeds in de pers, die sterk partijpolitiek gebonden is. De radio-omroep fungeert als een verlengstuk van de uitvoerende macht.
De macht van de partijpolitiek wordt in deze periode volledig gerestaureerd en naar onze mening is dat de drijvende kracht achter de gehele koningskwestie. Niet de ruzie tussen ministers en de koning omtrent de capitulatie in mei 1940, niet zijn achterblijven in België, niet diens contact met Hitler, niet zijn huwelijk met Liliane Baels ... Dat zijn slechts de drogredenen waarmee men de publieke opinie kon bewerken. Het werkelijke gevaar ligt in het zogenaamde Politieke Testament van Leopold III, een document dat hij begin 1944 had opgesteld. Het bekend raken van de inhoud ervan was dynamiet en zou zeker een oncontroleerbare kettingreactie teweeg brengen waarbij de particratie en de Franstalige bourgeoisie aan het kortste eind zouden trekken. Alhoewel het Politiek Testament reeds op 9 september 1944 aan premier Pierlot en aan Spaak werd overhandigd, zal de integrale tekst pas vijf jaar later, in 1949, bekend raken. Tegen die tijd was de positie van de drie traditionele politieke partijen stevig geconsolideerd. Het voortdurend streven van de drie grote partijen naar consolidatie van de macht is trouwens een constante in de Belgische politiek. De overlevingskansen van partijpolitieke initiatieven buiten het kader van de grote drie zijn dan ook minimaal of onbestaand.
Maar waarover handelde dan dat zgn. politieke testament ? Waarin schuilde het gevaar?
Het is wellicht niet overbodig de integrale tekst hier in herinnering te brengen. Het mag immers verwondering wekken dat gerenommeerde historici, zoals bvb. Velaers en Van Goethem, die in 1994 een boek van 1.152 bladzijden wijdden aan de koningskwestie, nalaten de lezer zelf te laten oordelen over een van de belangwekkendste teksten uit de Belgische geschiedenis.
TESSENS Lucas
Het geld van de omroep: 1930-1939: Crisisjaren - De ruk naar rechts - De massificatie - De radio wordt een massamedium, een propagandamiddel en een instrument voor volksopvoeding - De radio wordt een staatsmonopolie. De minister van PTT zit de Raad van Beheer voor - Opgenomen radioreportages worden mogelijk (klankband en montage) - Radiotaksen als bron voor financiering van de openbare omroep - Radiodistributie - Nieuwe perstitels
Edited: 200300193001
De regeringen
Jaspar II (22/11/1927-21/5/1931) KAT-LIB
Renkin (5/6/1931-18/10/1932) KAT-LIB
de Broqueville (22/10/1932-13/11/1934) KAT-LIB
Theunis II (20/11/1934-19/3/1935) KAT-LIB
Van Zeeland I (25/3/1935-26/5/1936) KAT-SOC-LIB
Van Zeeland II (13/6/1936-25/10/1937) KAT-SOC-LIB
Janson (23/11/1937-13/5/1938) KAT-SOC-LIB
Spaak I (15/5/1938-9/2/1939) KAT-SOC-LIB
Pierlot I (21/2/1939-27/2/1939) KAT-SOC
Pierlot II (18/4/1939-3/9/1939) KAT-LIB
Pierlot III (3/9/1939-10/5/1940) KAT-SOC-LIB
Verkiezingen
27 november 1932
24 mei 1936
2 april 1939

De algemene toestand
Tijdens de eerste maanden van 1930 kan de Belgische economie nog even profiteren van de gunstige effecten die uitgaan van de wereldtentoonstelling (te Antwerpen en te Luik) en de viering van het Belgische eeuwfeest. In het tweede semester doet de wereldcrisis zich echter ook bij ons ten volle voelen. De uitvoer stuikt in elkaar en zal pas in 1935 terug beginnen groeien. Vanaf 1932 maakt de regeringen gebruik van bijzondere machten en dat stelt het geloof in de parlementaire democratie zwaar op de proef. Op het sociale vlak werkt de ellende de massificatie in de hand. De uitzichtloze toestand van velen is een ideale voedingsbodem voor massabeïnvloeding en populistische propaganda, zowel van uiterst rechts als van uiterst links.
Schandalen plagen de katholieke partij. Daarvan maakt Leon Degrelle, zelf katholiek, met zijn Rexisme gebruik om zwaar uit te halen naar de ultra-conservatieve vleugel van de katholieke partij. Tijdens massameetingen en via eigen periodieken ('Rex', 'Vlan', 'Soirées', 'Foyer' en 'Crois') en dagbladen ('Le pays réel' vanaf 2 mei 1936 en 'De nieuwe Staat' vanaf 1 september 1936) vuurt hij zijn aanhangers, zowel in Wallonië als in Vlaanderen, aan om de traditionele partijen in het kieshokje vaarwel te zeggen. (De Bruyne, 1973: 71-130; Gerard, 1985: 30-33; Gerard, 1994: 75-123) De verkiezingen van 24 mei 1936 brengen een zware nederlaag voor de katholieke partij (- 10% van de stemmen) en een overwinning voor Rex. De Vlaams nationalisten en de communisten halen eveneens heel wat stemmen. De socialisten houden stand. Daarmee is de polarisatie in het land een feit. De zetelverdeling in de Kamer na de verkiezingen van 1932, 1936 en 1939 levert volgend beeld op:


De werkloosheid neemt enorme proporties aan: van nauwelijks 17.000 in 1929 naar 319.000 werklozen in 1932. Zij die nog werk hebben, zien hun uurloon tussen 1929 en 1935 met ongeveer 20% dalen. De prijzen dalen echter evenzeer zodat op het eerste gezicht de koopkracht gehandhaafd blijft. De belastingdruk is evenwel geweldig hoog zodat de privé-bestedingen kelderen.
Hieruit groeit vanzelfsprekend sociale onrust en stakingen zijn schering en inslag. Daarbij moet men bedenken dat het in vele gevallen om wilde stakingen gaat, die de vakorganisaties slechts schoorvoetend erkennen vanwege de enorme druk op hun stakingskassen.
In maart 1935 vormt Paul van Zeeland een regering van nationale unie. De socialisten drukken een groot deel van het zgn. Plan De Man (deficit spending) door. De devaluatie van 28% komt snel: op 31 maart 1935. De economie krijgt weer zuurstof en de uitvoer herneemt. Ook de gezinsconsumptie komt even overeind en de kleinhandelaars zien hun omzet stijgen. Het herstel is echter van korte duur. Naar het eind van de jaren 30 belandt de economie terug in een crisis. De inzinking op de internationale markten verzwakt de uitvoer én dus de omzet van de industrie. Om het overheidsdeficit te financieren grijpt de regering opnieuw naar belastingverhogingen.
Daardoor raakt de binnenlandse consumptie aangetast. Met die infernale cirkel is het depressieklimaat weerom aanwezig. Daar bovenop tekent de oorlogsdreiging zich vanaf 1938 duidelijk af. De generatie van de dertiger jaren gaat volledig ontgoocheld en gefrustreerd een nieuwe wereldoorlog tegemoet.

Het NIR-INR
De Wet van 14 mei 1930 (BSB 19300516) schenkt aan de staat het monopolie van de radiocommunicaties. Artikel 1 van deze wet luidt immers als volgt: "De regeering is gemachtigd de radiotelegrafie, de radiotelefonie en alle andere radioverbindingen in te richten en te exploiteren." Toch krijgen in de periode 1930-1940 nog heel wat particuliere stations de toelating om radioprogramma's uit te zenden, zowel in Vlaanderen als in Wallonië. Deze toelatingen zijn echter herroepbaar en er ontstaan vaak hoog oplopende geschillen over. De tweede wereldoorlog zal een einde maken aan het bestaan van deze vergunningen (Van Bol, 1975: 86).
De wet van 18 juni 1930 geeft aan het Nationaal Belgisch Instituut voor Radio-Omroep (NIR/INR) zijn statuut. Artikel 11 van deze wet bepaalt hoe het NIR gefinancierd wordt:
"De inkomsten van het instituut bestaan inzonderheid uit:
a) het bedrag van giften en legaten te zijnen bate, na machtiging of goedkeuring door den Koning;
b) De leeningen die het mocht sluiten (inzonderheid door uitgifte van obligatiën) met machtiging van de regeering. Tot een bedrag van 10.000.000 frank werkelijk ontleend kapitaal, zal de regeering de rente en de delging waarborgen der leeningen welke het instituut mocht sluiten.Een koninklijk besluit bepaalt de voorwaarden van deze waarborg.
c) De jaarlijksche Staatstoelage en, meer bijzonder, een jaarlijksche toelage gelijk aan:
1° 90 t.h. van het voorzien bedrag der ontvangsten, opgeleverd door de jaarlijksche taxe, welke de Staat heft op de private radio-ontvangtoestellen;
2° Eene som gelijk aan het voorzien bedrag van de ontvangsten der belasting, welke de Staat heft op den groothandelsprijs van de electronenlampen of andere gelijkaardige toestellen voor het detecteren of het versterken van de in radio-electrische ontvangtoestellen bruikbare seinen, loodglanskristallen of andere kristallen uitgezonderd;
d) De toelagen welke openbare besturen en instellingen mochten toekennen;
e) De ontvangsten welke het zou bekomen door zijn uitgaven of naar aanleiding van contracten, door den raad van beheer afgesloten binnen de perken van de bedrijvigheid van het instituut."
Artikel 12 bepaalt dat het instituut een boekhouding moet voeren en een jaarverslag moet overmaken aan de minister van PTT.
Artikel 17 bepaalt: "Bij de gewone begroting van het dienstjaar 1930 van het Ministerie van Posterijen, Telegrafen en Telefonen wordt een crediet geopend onder volgende rubriek: Toelage aan het Belgisch nationaal Instituut voor radio-omroep (N.I.R.): 1.600.000 frank."
De openbare radio, die op 1 februari 1931 begint uit te zenden, wordt niet uit het niets opgericht maar neemt de twee zenders van 15 kW te Veltem over, die eind de jaren twintig door een associatie van Radio Belgique en van de Boerenbond (NV Radio) bij SBR besteld waren. Op het ogenblik van de overname waren beide zenders niet operationeel toen zij werden overgenomen door het INR-NIR. (X 1953:5)
Noteer dat Radio Belgique (Theo Fleischman) zijn uitzendingen stopte op de dag van de stichting van het NIR. Zijn personeel werd in de nieuwe staatsinstelling ingeschakeld (Van Pelt, 1973: 240; Boon G., 1988: 29). Men kan stellen dat Radio Belgique werd genationaliseerd met een ruime compensatie voor de eigenaar(s). Hiervoor kan het eerste jaarverslag van de NIR/INR geraadpleegd worden. In dat jaarverslag vinden we Radio Belgique en de NV Radio terug met een schuldvordering op de NIR ten belope van 1.070.011,20 BEF. Anderzijds vinden we er SBR met een schuldvordering van 95.715,50 BEF. (NIR, 1931-1932: 62) Beide schuldvorderingen samen vertegenwoordigen 91% van alle schulden die het NIR op 31 december 1931 heeft. Volgens Paul Vandenbussche, in een vraaggesprek met ons (23/10/2001), is de oprichting van de NIR-INR het directe gevolg van de financiële moeilijkheden van de S.A. Radio-Belgique. Vanuit die optiek is het ontstaan van de openbare omroep het resultaat van het mislukken van het privé-initiatief en ligt niet (alleen) een politiek verlangen maar (ook) een financieel-economisch débâcle aan de basis van het overheidsinitiatief. Hermanus plaatst de oprichting van het NIR-INR en die van de RTT in dat perspectief en wijst erop dat het dezelfde liberale ministers - Pierre Forthomme voor PTT en Paul-Emile Janson voor Justitie - zijn die zowel de oprichting van het NIR als die van de RTT in het parlement bepleiten. (Hermanus, 1990: 26) Volgens Vandenbussche speelde Prof. Arthur Boon (KU Leuven), voorzitter van de KVRO en voorzitter van de Boerenbond (geen familie van de latere directeur-generaal van de NIR) een grote rol bij de totstandkoming van het NIR-INR.
In artikel 14 van het KB van 28 juni 1930 wordt gesteld dat de "nieuwstijdingen in de vorm van persberichten" bondig moesten zijn. Duiding bij het nieuws was uitgesloten. (Goossens C., 1998: 49). Hier duikt de invloed van de dagbladpers op. Die zag namelijk in het radio-instituut een geducht concurrent. De belangen van de (partij)politieke dagbladen vielen in deze samen met die van de partijen zelf.
Verdere uitbouw van het NIR
Van 1935 tot 1938 wordt er gewerkt aan het nieuwe radiogebouw aan het Flageyplein. In 1937 komt de culturele zelfstandigheid van de Franse (o.l.v. Théo Fleischman) en de Vlaamse uitzendingen tot stand. Het jaarverslag van het NIR-INR bevat dan ook voor de eerste keer de uitgesplitste kosten voor de Franse en de Vlaamse uitzendingen, resp. 5.604.055 BEF en 5.533.911 BEF.
Radiotaks
De wet van 20 juni 1930 (BSB 19300626) en het KB van 28 juni 1930 (BSB 19300704) regelen o.m. de heffing van de radiotaksen voor de bezitters van een radio-ontvangsttoestel. De taks wordt op 60 BEF per jaar bepaald. Dat is 30 BEF minder dan oorspronkelijk in het wetsontwerp (18 april 1929) van minister Lippens (PTT) voorzien was. De parlementsleden brengen het bedrag terug tot 60 BEF per jaar (Goossens C., 1998: 44). Een gewoon huishoudbrood kost in 1930 2,14 centiem en voor een krant dient men 35 centiem neer te tellen. De radiotaks weegt m.a.w. flink door in het budget van het modale gezin want met die 60 frank kan het 28 broden kopen of meer dan een half jaar elke dag de krant lezen.
Een ander KB van 28 juni 1930 (BSB 19300704) bepaalt dat de radiotoestellen waarin uitsluitend kristallen (en dus geen radiolampen) gebruikt worden, belast worden met een jaartaks van 20 BEF.
Het is treffend dat zeer vele bepalingen uit de voornoemde wet de tand des tijds hebben doorstaan en tot in 1987 van kracht blijven: het betalen door middel van een storting op een postcheckrekening, de betaling die alle radiotoestellen in dezelfde woning dekt, de verplichting om een adreswijziging te melden, de vrijstellingen voor blinden en andere invaliden, voor onderwijsinstellingen en voor openbare diensten. In die tijden van grote werkloosheid gaan er stemmen op om de werklozen vrij te stellen van het betalen van de radiotaks. (Van Dyck, 1935:135)
De wetgever van 1930 is wel bijzonder streng voor ontduikers: de geldboete kon oplopen tot vijfmaal de ontdoken taks en dat met drie jaar terugwerkende kracht. Van een ontduiker kan m.a.w. een maximale boete van 900 BEF geëist worden ... een klein fortuin.
De wetgever van 1930 had zich blijkbaar goed geïnformeerd want ook de ontvangtoestellen die beelden konden ontvangen waren verplicht de taks te betalen. Zo'n bepaling verraadt de hand van de RTT-administratie, steeds goed geïnformeerd over de technologische ontwikkelingen. Vergeten we niet dat in 1930 de BBC reeds experimenteerde met de eerste openbare televisie-uitzending.
Door de wet van 27 december 1938 wordt de radiotaks van 60 op 78 BEF gebracht.
RTT int de radiotaksen
De inning van de taksen werd opgedragen aan de in 1930 opgerichte Regie voor Telefoon en Telegraaf. De oprichting van de RTT was, althans zo luidt de officiële versie, nodig om de verschillende telefoonnetwerken, tot dan toe in privé-handen, te interconnecteren. Hermanus is echter een andere mening toegedaan en stelt dat de interconnectie slechts een voorwendsel was. "En réalité, ce n'était qu'un prétexte. Les partisans du libéralisme économique défendaient l'idée de l'intervention de l'Etat uniquement dans des activités non rentables mais indispensables au bon fonctionnement de l'Etat." (Hermanus, 1990: 26)
Er zijn voldoende aanwijzingen om Hermanus' stelling voor waar te aanvaarden.
Collectiviseren van verliezen?
Privatiseren van winsten?
We kunnen dan ook vaststellen dat zowel de oprichting van de NIR-INR als die van de RTT geschiedden om verliezen te collectiviseren, naar de staat toe te schuiven. Onderzoek kan aantonen of zulks ook met andere risicodragende initiatieven binnen de communicatiesector (of andere sectoren) het geval is (geweest). Tegelijk kan men dan ook de 'spiegel-hypothese' toetsen: komen overheidsbedrijven (of stukken ervan) enkel in aanmerking om geprivatiseerd te worden wanneer de investering niet of nauwelijks risicodragend is?
Uiteraard mag men hierbij niet in een zwart-wit analyse vervallen en zal de realiteit zeer complex zijn. Dit neemt niet weg dat het een fundamenteel vraagstuk is bij het kijken naar de relatie tussen staats- en privé-initiatief. De vraagstelling heeft ook een ethische component, laat dat duidelijk zijn.
Aantal betalende vergunningen en vrijstellingen
Voor de jaren 30 beschikken we over betrouwbare cijfers uit het archief van Kijk- en Luistergeld (dat werd in 2003 vernietigd maar wij konden enkele belangrijke statistische documenten redden, LT).

In 1930 waren er 76.872 radiotoestellen vergund, in 1939 waren het er 15 maal meer.
Adreslijsten KLG en luisteronderzoek
De massa's adressen die bij de dienst radiotaksen beheerd worden, brengen sommigen op het idee om op basis daarvan te starten met een luisteronderzoek (Van Dyck, 1935: 156-157) of een referendum omtrent de omroep. Dit laatste moet gezien worden tegen de achtergrond van de onvrede met de partijpolitieke uitzendingen op het NIR. "Hoe gemakkelijk nochtans zou het voor haar (bedoeld wordt het NIR, LT) vallen, vermits zij alleen toch (met de Regie) de namen en adressen bezit van allen, die zich van hunne radiotaks kwijten. Zou het dan zoo'n enorme kosten met zich brengen om aan alle die menschen een voor het antwoord gereed gemaakte vragenlijst rond te zenden, welke na invulling vrachtvrij aan het NIR zou kunnen worden weergezonden! (...) Tevens zou door dergelijk referendum de 'Vox Populi' kunnen gekend worden omtrent het ja dan niet toelaten van politieke uitzendingen langs den omroep!" (Van Dyck, 1935: 144)
Gewestelijke verdeling van het radiobezit
Voor het jaar 1939 beschikken we over een gewestelijke verdeling van de 1.112.962 radiotoestellen waarvoor radiotaks betaald wordt: Wallonië (458.124 of 41%), Brussel (209.869 of 19%) en Vlaanderen (444.969 of 41%). De ondervertegenwoordiging van het Vlaamse Gewest heeft o.i. twee oorzaken: a) de inkomensachterstand in het Vlaamse landsgedeelte, en b) de relatieve sterkte van het populaire programma-aanbod van de 12 particuliere radiostations in Wallonië en Brussel, tegenover slechts 4 in het Vlaamse landsgedeelte.


Financiering van de regionale radiostations
De wet van 14 mei 1930 moet in feite de doodsteek betekenen voor de regionale stations. Artikel 8 verbiedt immers voor alle stations het voeren van handelspubliciteit. De druk van de regionale stations - vooral Radio Schaerbeek ging heftig tekeer - op de minister was echter zo groot, dat die besloot een gedoogbeleid te voeren.
De regionale radiostations deden voor hun financiering ook een beroep op jaarlijkse lidgelden. Zo vermeldt Van Dyck (1935: 134) dat Radio Châtelineau kaarten verkocht tegen 12,50 BEF en steun- en erekaarten tegen resp. 25 en 50 BEF. Radio Antwerpen (ON4ED) verkocht kaarten van 25 BEF. De auteur noemt deze vorm van financiering onwettelijk en verwijst hiervoor naar artikel 9 van het ministerieel besluit van 28 augustus 1931.

De franstalige uitzendingen van de private radiostations haalden een hogere luisterdichtheid dan de franstalige programma's van het INR. Men kan zich voorstellen dat dit niet naar de zin was van Fleischman. Greta Boon vermeldt dan ook uitdrukkelijk: "Een van de redenen waarom de leidinggevende personen van het NIR van de oorlogsomstandigheden later gebruik maakten om die particuliere zenders na de oorlog geen uitzendvergunning meer te geven, was dit grote franstalige overwicht." (Boon G., 1988: 29-33).

De wet wordt niet toegepast
De staatstoelage vormde in de periode 1930-1940 de hoofdmoot van de inkomsten van het unitaire NIR-INR. In de wetenschappelijke literatuur wordt steevast vermeld dat het NIR-NIR 90% ontving van de opbrengst van de radiotaksen. Zo stelt Gekiere in 1983: "In de wet van 18.6.1930 tot oprichting van het N.I.R. was bepaald dat 90% van de opbrengst van het kijk- en luistergeld naar de omroep zou toevloeien. Dit principe werd jaren toegepast en gedurende enkele jaren (o.m. voor 1974), bleek de toelage aan de BRT-instituten zelfs hoger te liggen dan de netto-opbrengst." (Gekiere, 1983: 179).
Ook Greta Boon stelt in 1984: "Voor de tweede wereldoorlog ontving de omroep 90% van het luistergeld." (Boon, 1984:95).
Uit ons onderzoek blijkt dat zulks weliswaar wettelijk voorzien was, doch in de realiteit slechts één jaar gehaald werd.
De beweringen van Gekiere en van Boon, beiden op de BRT werkzaam, moeten wellicht gezien worden als een manoeuver van de BRT in zijn veelvuldige disputen in de jaren 80 met de minister omtrent de BRT-dotatie. We komen hierop terug.
In het jaarverslag van de NIR-INR over het jaar 1932 lezen we: "Over het algemeen staat het aantal ontvangtoestellen in rechtstreekse verhouding met de hoedanigheid van den dienst. Door de veldmetingen heeft men er zich rekenschap kunnen van geven dat de kracht der zenders van Veltem niet voldoende is om over gansch het grondgebied (...) een dienst te verzekeren , die wat de hoedanigheid betreft, niets te wenschen overlaat. Logisch mag dus aangenomen worden dat een merkelijke verhooging der zendkracht, bv. tot 60 of 100 kw. zeer snel een verhooging van de ontvangtoestellen en bijgevolg van de ontvangsten voor gevolg zou hebben."
Het NIR-INR geloofde dus nog in de band tussen de opbrengst van de radiotaksen en haar eigen staatstoelage. Hier wordt expliciet verwezen naar de band die er bestaat tussen het aantal radiotoestellen (200.534 eind 1931, 339.635 einde 1932) en de staatstoelage (13,4 miljoen BEF voor het werkingsjaar 1932). De simpele berekening brengt ons op 12,03 miljoen BEF (200.534 toestellen x 60 BEF). Nergens in het jaarverslag wordt de berekening expliciet gemaakt. Men mag echter veronderstellen dat de berekening van de staatstoelage op het niveau van de beheerraad, waarin de voogdijminister als voorzitter zetelde, gebeurde.
Hieronder geven wij de evolutie van de bruto-opbrengst, de inningskosten die de RTT inhield, de staatstoelage aan het NIR-INR en deze laatste uitgedrukt als een percentage van de netto-opbrengst.









TESSENS Lucas
MEDIA EXPERT RESEARCH SYSTEM - MERS - insigne
Edited: 200212181108
BRUYNEEL Tineke
Historische situering en analyse van politieke aspecten in het oeuvre van de negentiende-eeuwse Gentse volkszanger Karel Waeri (1842-1898)
Edited: 20020081
Scriptie voorgelegd aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte,
voor het behalen van de graad van
Licentiaat in de Geschiedenis.
Academiejaar: 2001-2002
Universiteit Gent
Promotor: Prof. Prof. Dr. G. DENECKERE
Karel Waeri blijkt een veelzijdig volkszanger te zijn geweest. Hij zong niet alleen voor een arbeiderspubliek, maar ook voor de burgerij, op feesten, banketten en in lusthoven aan de stadsrand. Bij zo’n gelegenheden putte Waeri waarschijnlijk uit zijn uitgebreide verzameling kluchtige liederen. Het spreekt vanzelf dat hij op deze momenten moeilijk zijn onvrede met het lot van de arbeidersbevolking en zijn sympathieën voor de socialistische partij kon laten horen. Toch probeerde Waeri ook in deze liedjes, hoewel eerder impliciet en in beperkte mate, zijn ideeën hieromtrent te verwerken. In verband met de liederen in het kader van de sociale strijd valt op dat Waeri enorm veel belang hechtte aan het eergevoel van het werkvolk. Waeri probeerde met zijn liedjes in te gaan tegen het minderwaardigheidsgevoel dat bij veel arbeiders leefde. Men moet dit bekijken binnen het kader van de sociale strijd. Mensen gaan pas in opstand komen tegen iets als ze zich zeker van hun stuk voelen, als ze beseffen dat de ellende die hen overkomt niet rechtvaardig is en als ze weten dat een mooiere toekomst in het verschiet ligt. We zien dan ook dat veel liedjes van Waeri een belangrijk bewustmakend element in zich dragen. Sommige liederen weerspiegelen de realiteit waarin de arbeiders zich bevinden en vertellen wat er oneerlijk aan is. De arbeiders waren zich immers niet altijd bewust dat bijvoorbeeld zoiets als kinderarbeid slecht was. Men mag ook niet vergeten dat de fysieke conditie van de arbeiders waarschijnlijk zeer slecht was en dat ze daardoor in een zekere lethargie vervielen. Het was dus nodig om het werkvolk precies uit te leggen wat hun situatie was en waarom ze ertegen moesten strijden. Waeri geeft in verschillende liedjes als het ware les. Daarnaast toonde Waeri ook de toekomst die bereikt kon worden. Een toekomst waarin iedereen vrij en gelijk zou zijn. Het was die toekomst waarvoor de arbeiders moesten vechten. Rond de politieke eisen en sociale strijdpunten heeft Waeri heel wat liedjes geproduceerd. Een zeer groot aantal handelt over de strijd voor algemeen stemrecht. Het bleek dat Waeri in deze liedjes voornamelijk de ideeën van de socialistische beweging vertolkte. Waeri moet ongetwijfeld een belangrijk onderdeel geweest zijn van de grote propagandamachine van de BWP. Toch stond Waeri soms ook verrassend onafhankelijk tegenover die partij. Dit was meerbepaald het geval toen hij een kritisch lied schreef over het meervoudig stemrecht, dat tegen de propaganda van de socialistische partij in- ging. Toch volgde Waeri bijna altijd de socialistische ideeën. Dit deed hij ook in zijn liedjes over de loting. Deze droegen ook weer dat belangrijke bewustmakende element in zich. De achturendag werd door Waeri vooral bezongen in zijn typische 1 Mei liederen
TESSENS Lucas
Afschaffing van Omroepbijdragen in Nederland. Een terugblik.
Edited: 200106221661
Deze nota vormt slechts een inleiding op een problematiek waarmee ook KLG-Aalst hoogstwaarschijnlijk geconfronteerd zal worden.

Beknopte historiek
De Dienst Omroepbijdragen bestond bijna 60 jaar.
• 1945: enkel luistergeld.
• 1956: kijkgeld wordt verplicht.
• 1969: geen luistergeld mee als men reeds kijkgeld betaalt, één keer betalen ongeacht aantal TV-toestellen.
• 1991-1992: mediacampagne "Kijk je zwart, dan zit je fout" doet registraties fors groeien (registraties +14%).
• September 1997: "zelfsturingstraject" opgestart (delegatie, meer verantwoordelijkheid op werkvloer).
• 1998: In september wordt de fiscalisering voor het eerst als mogelijkheid geopperd door de Min. van Financiën; de opvang van de inkomstenderving staat voorop, de personeelsproblematiek komt slechts zijdelings ter sprake.
• 1999: Op 29/3/1999 werd Ideeënmanagement opgestart (valorisatie van kennis bij DOB). In 1999 werd ook nog een project "Benadering zakelijke markt" in het leven geroepen. Ook de training van de buitendienst bleef doorgaan (weerbaarheid, anti-agressie en conflicthantering).
In maart 1999 geloofde Manager Peters nog in voortbestaan. In april 1999 roept Peters op tot goed blijven doorwerken en de moed erin te houden. In mei 1999 worden de jaarresultaten 1998 bekend gemaakt en die zijn uitstekend. In mei stellen de werknemers zich nog combatief en vastberaden op tegen het plan van de Staatssecretaris. Peters kiest de zijde van het personeel; het personeel schept daaruit moed en prijst de openheid in de communicatie. De samenhorigheid groeit.
In juni 2000 wordt aan het MERS opdracht gegeven om een argumentarium tegen de afschaffing te ontwikkelen.
Er werd een Task Force (6 mensen) opgericht die snel en uitgebreid met het personeel communiceerde.
Werkgroep "Phoenix" werd opgericht toen de fiscalisering onafwendbaar bleek.
Op 1 januari 2000 afgeschaft en Omroepbijdragen werden vervangen door fiscalisering.
Plan fiscalisering was opgenomen in voetnoot van regeerakkoord Paars II en goedgekeurd door Eerste Kamer op 21/12/99.
Het ging snel: op 4/1/99 voor de eerste keer aangekaart binnen DOB.


Restitutie
Na 1/1/2000 diende er restitutie (teruggave) te gebeuren: 300 miljoen gulden aan ca. 5 miljoen geregistreerden in 3 maand tijd.


Personeel
Gedurende 1999 waren er gemiddeld 245,3 werknemers in dienst bij DOB (1998: 258,6).
Alle personeel is overgegaan naar de Belastingdienst (wettelijk geregeld en na overleg vanaf eind 1999 in goede banen geleid).
Noteer dat DOB een Ondernemingsraad had.
Op 1 april 2000 zat bijna iedereen op zijn nieuwe werkplek.
Tot 1 juli 2000 zorgde kleine groep voor de afbouw. Daarvoor was een provisie aangelegd ten belope van 60,6 miljoen gulden.


Voorlopige conslusies:
- In Nederland is de afschaffing minder partijpolitiek geladen geweest.
Het lijkt erop dat één staatssecretaris op eigen houtje het dossier heeft afgehandeld. Dat gebeurde snel.
- In de periode vlak voor de afschaffing waren nog belangrijke investeringen gedaan en hervormingen doorgevoerd.
- De cohesie binnen DOB is steeds voorbeeldig geweest. De emotionele kant van de opheffing van een dienst mag niet onderschat worden.
- In Nederland was er voor al het personeel een uniform vangnet: de Belastingdienst.
- Bij DOB was er een ondernemingsraad die de oplaaiende emoties kon kanaliseren. Bovendien werd de Task Force een speerpunt in de strijd tegen de fiscalisering en - daarna - een gecontroleerde herplaatsing van het personeel.
- De afbouwoperatie werd zorgvuldig gebudgetteerd.
- De afbouw in Vlaanderen zal complexer zijn vanwege het bestaan van een outsourcingcontract en de minder grote traditie inzake gestructureerd overleg, openheid en interne/externe communicatie.

Lucas TESSENS/Consultant CIPAL/20010622
VLAAMS PARLEMENT
Commissie voor Leefmilieu, Natuurbehoud en Ruimtelijke Ordening Vergadering van 25/01/2001
Edited: 200101250908
Commissie voor Leefmilieu, Natuurbehoud en Ruimtelijke Ordening Vergadering van 25/01/2001
Interpellatie van de heer Johan Malcorps tot mevrouw Vera Dua, Vlaams minister van Leefmilieu en Landbouw, en tot mevrouw Mieke Vogels, Vlaams minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, over het beleid inzake asbest en volksgezondheid
De voorzitter : Aan de orde is de interpellatie van de heer Malcorps tot mevrouw Dua, Vlaams minister van Leefmilieu en Landbouw, en tot mevrouw Vogels, Vlaams minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, over het beleid inzake asbest en volksgezondheid.
Minister Dua zal ook in naam van minister Vogels antwoorden.
De heer Malcorps heeft het woord.
De heer Johan Malcorps : Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega's, onlangs werd in ons land een vereniging voor asbestslachtoffers opgericht, in navolging van reeds bestaande verenigingen in onder meer Nederland en Frankrijk.
De vereniging vraagt dat er een volwaardig beleid inzake asbestvervuiling en volksgezondheid zou worden gevoerd. Gezien de bevoegdheidsverdelingen is dit zowel een federale opdracht als een taak voor gewesten en gemeenschappen. Zo moet op federaal vlak dringend werk worden gemaakt van het recht op schadevergoeding voor asbestslachtoffers via het Fonds voor Beroepsziekten. Ook niet-werknemers moeten een beroep kunnen doen op de regeling. Het verbod op elke vorm van asbestproductie, -handel of verwerking is een federale aangelegenheid. De uitzonderingen op het koninklijk besluit van 3 februari 1998 kunnen worden opgeheven, omdat er inmiddels voor alle toepassingen vervangproducten bestaan.
Het behoort ook tot de taak van de gemeenschappen om een sluitende inventaris op te maken van alle asbestgerelateerde aandoeningen, zoals de verschillende vormen van asbestose, mesothelioom of buikvlieskanker, asbestgerelateerde longkankers en andere kankers. Het Fonds voor Beroepsziekten levert de cijfers voor werknemers. Er is sprake van een duidelijke toename van het aantal gevallen van asbestose en de voorbije vijftien jaar meer dan een verdubbeling van het aantal gevallen van mesothelioom. Deze informatie komt uit het antwoord dat federaal minister Aelvoet vorig jaar gaf op mijn vraag terzake in de Senaat. De grootste groep van getroffen werknemers komt uit de bouw. Over het aantal asbestgerelateerde kankers bij de rest van de bevolking is geen cijfermateriaal beschikbaar. Het aantal asbestdoden ligt volgens minister Aelvoet tussen de 90 en 110 per jaar. Wellicht is dit een grove onderschatting.
Het probleem van het toenemend aantal asbest-kankerdoden verdient alle aandacht. De internationaal vermaarde specialist Julian Peto voorspelt in The British Journal of Cancer dat in West-Europa de komende 35 jaar maar liefst een kwart miljoen asbestgerelateerde kankerdoden zullen vallen. In een officiële studie in opdracht van het Nederlandse ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voorspelt men 40.000 asbestgerelateerde ziekten onder Nederlandse mannen tegen het jaar 2030.
Uit de Vlaamse Gezondheidsindicatoren 1998 blijkt dat er een verhoogde sterftekans is in onder meer Sint-Niklaas en Dendermonde. Minister Vogels legde de band met de vroegere asbestverwerkende industrie in de streek : de vroegere Eternit-fabriek in Schoonaarde bij Dendermonde, Eternit in Kapelle op-den-Bos en de fabriek Scheerders-Van Kerckhoven - SVK - in Sint-Niklaas. Het is mogelijk dat het niet enkel om werknemers gaat, maar ook om familieleden van werknemers en om omwonenden.
Als deze band tussen asbest en kanker er echt is, en zelfs in die mate dat hij een merkbare piek veroorzaakt in de algemene gezondheidsstatistieken, dan is dit hoegenaamd geen vrijblijvende zaak. De slachtoffers stellen met reden vragen over de verantwoordelijkheid van de betrokken bedrijven in het verleden. Ze waren al decennialang op de hoogte van het gevaar van asbest voor de gezondheid van werknemers en omwonenden. Toch namen ze te weinig voorzorgsmaatregelen. Ook de overheid zelf wordt aansprakelijk gesteld, want ze kende al jaar en dag de risico´s die verbonden zijn aan de asbestproductie, maar trad al die tijd veel te laks op.
Sinds de Tweede Wereldoorlog staat het verband tussen asbest en kanker wetenschappelijk vast. Toch duurde het tot einde van de jaren negentig vooraleer men echt optrad. Die nalatigheid heeft veel mensenlevens gekost, en zal nog veel mensenlevens kosten. In Frankrijk en Nederland wonnen de vertegenwoordigers van asbestslachtoffers in die zin al verschillende schadeprocessen. Er is een wettelijke regeling ingevoerd om tot billijke schadeloosstellingen te komen. Ook in eigen land moet er een dergelijke regeling te komen. Eens het zo ver is, zullen ook de gewestelijke overheden voor hun verantwoordelijkheid worden geplaatst.
In 1998 stelden de heer Stassen en mevrouw Verwimp vragen aan toenmalig milieuminister Kelchtermans over de gezondheidseffecten voor de omwonenden van de asbestbedrijven in Kapelle-op-den-Bos, Tisselt, Sint-Niklaas, Gent en Mol. Ze werden toen met een kluitje in het riet gestuurd met als argumenten : 'Het gaat om een te kleine groep mensen rond die bedrijven om daarover statistisch zinvolle uitspraken te doen ; het is praktisch onmogelijk om productspecifieke gezondheidsgegevens van burgers te verzamelen rond elke site waar met toxische of kankerverwekkende stoffen wordt gewerkt ; de gezondheidsmonitoring van potentiële asbestpuntbronnen zou slechts een 'end-of-the-pipe-benadering' zijn, die in het beste geval iets zegt over de blootstelling decennia geleden.'
Uit het grootschalig Milieu- en Gezondheidsonderzoek dat eind vorig jaar werd afgerond blijkt dat gebiedsgerichte monitoring wel degelijk relevante beleidsgegevens kan opleveren. In elk geval moet het mogelijk zijn om meer accurate gegevens te verzamelen dan mogelijk is op basis van een globaal onderzoek van gezondheidsindicatoren over heel Vlaanderen. Zo zou men alle sites in de omgeving van vroegere asbestverwerkende bedrijven kunnen screenen en vergelijken met sites waar waarschijnlijk minder risico bestonden en nog bestaan op asbestbesmetting. Ook een nauwkeurig opgezet epidemiologisch onderzoek biedt uitzicht op succes, wegens de onbetwistbare band tussen mesothelioom en asbestose enerzijds en asbestvervuiling anderzijds.
Het feit dat de asbestproductie nu bijna geheel is afgebouwd, betekent niet dat er geen belangrijke opdracht meer is voor de Vlaamse milieudiensten, en meer bepaald de OVAM. Zo blijft de titanenopdracht overeind om op basis van de verplichte asbestinventarissen voor bedrijven en openbare gebouwen alle nog aanwezige asbest te verwijderen en op de meest veilige wijze te verwerken. De federale wetgeving ter bescherming van werknemers is daarbij van toepassing. Een algemene bescherming voor de burger is er dus niet, tenzij indirect. Bewoners en bezoekers van gebouwen zijn maar indirect beschermd, omdat ze ook profiteren van de bescherming van eventuele werknemers in dat gebouw. Dat is uitvoerig aangetoond door mevrouw Lieve Ponnet. Ze schreef daarover het dossier 'Asbest : stof tot nadenken', dat in 1996 werd gepubliceerd in het Arbeidsblad van het ministerie van Tewerkstelling en Arbeid.
De gewesten en gemeenschappen, bevoegd voor de bescherming van privé-personen in een niet-werksituatie hebben nog geen aanvullende reglementering voor asbest in gebouwen zoals privé-woningen opgezet. In de particuliere woningbouw is weliswaar veel minder gespoten asbest gebruikt dan in openbare of industriële gebouwen. De kans op blootstelling is er veel beperkter. Toch werd heel wat spuitasbest verwerkt in grote appartementsgebouwen die zijn gebouwd tussen halfweg de jaren zestig en het einde van de jaren zeventig. In België zijn hierover geen gegevens beschikbaar. Hier rijst dus een probleem voor onderhouds- of herstellingswerken die door derden of door doe-het-zelvers worden uitgevoerd. Er is te weinig bewustmaking over mogelijke gevaren en risico's.
Ten slotte is er het probleem dat bij doorverkoop of verhuur mensen zich wellicht niet bewust zijn van de aanwezigheid van asbest in een woning. In Nederland is een asbestvrij-verklaring nodig alvorens men tot de sloop van een woning kan overgaan. De invoering van een asbestvrij-attest, samen met het bodemattest, kan worden overwogen.
Verder is het nog maar de vraag of alle asbestafval - bijvoorbeeld van de sloop van gebouwen - op de juiste bestemming terecht komt. In welke mate wordt asbest van afbraakwerken van privé-personen aanvaard op containerparken, en onder welke omstandigheden? Een ander element van de problematiek is de sanering van asbeststorten. Berucht was het Broek in Willebroek, dat nu eindelijk gesaneerd is, maar dit is nog maar het begin. Denk onder meer aan de asbeststorten in de Gentse Kanaalzone, in Hofstade te Aalst en de asbestberg in Kapelle-op-den-Bos.
De eerste opdracht is de sanering van de omgeving van de vroegere bedrijfssites waar met asbest is gewerkt. In de omgeving van asbestbedrijven als Eternit in Kapelle-op-den-Bos werd immers in het verleden zeer achteloos omgesprongen met het levensgevaarlijke asbeststof.
Vrachtwagens met opwaaiend asbeststof reden door de dorpskern. Het asbeststort diende jaren als speelterrein voor jeugdbewegingen. Pas enkele jaren geleden werd het afgesloten en afgedekt. Asbestafdraaisel was gedurende vele jaren een gegeerde grondstof voor de aanleg van wegen, tuinpaden en opritten van garages.
Er moet dringend een grondige inventaris worden opgemaakt van alle grotere en kleinere black points in gemeenten als Kapelle-op-den-Bos en Tisselt, maar ook van andere sites van nog bestaande of inmiddels gesloten bedrijven die asbest verwerken of verwerkten. In Nederland werd door de VROM een subsidieregeling uitgewerkt waarbij eigenaars van asbestwegen subsidies krijgen voor werken waarbij het asbestbevattend materiaal wordt verwijderd door erkende bedrijven of waarbij het risicomateriaal wordt afgedekt met asfalt, beton of klinkers.
Op welke wijze zal Vlaanderen bijdragen aan een afdoende centrale registratie van asbestgerelateerde ziektes zoals asbestose, mesothelioom of longkanker? Op welke termijn kan een sluitende registratie worden opgezet en welke samenwerkingsverbanden met de federale overheid zijn daarvoor nodig?
Wordt er in opvang voorzien voor asbestslachtoffers in Vlaanderen? Welke informatie is er beschikbaar? Wat is het standpunt van de Vlaamse regering in verband met de vraag naar schadeloosstelling? Zal men met het oog op de schadeloosstelling van asbestslachtoffers ook initiatieven nemen in overleg met de federale overheid?
Welke initiatieven zijn er om de effecten van asbestvervuiling op de gezondheid verder in kaart te brengen voor heel Vlaanderen en specifiek voor de omgeving van bestaande of gesloten bedrijven waar asbest wordt of werd verwerkt? Is het niet wenselijk hiervan een van de speerpunten te maken van verder milieu- en gezondheidsonderzoek?
Hoe ver staat het met de studie 'Risico-evaluatie en saneringsprogramma voor asbestblootstelling in Vlaanderen' en met de beleidsnota over asbestbeheersing? Wat was het resultaat van de asbest-meetcampagne? Wanneer start de geplande sensibiliseringscampagne?
Is er een inventaris van asbeststorten in Vlaanderen? Welke prioriteit krijgt de sanering van deze storten, of kiest men eerder voor een degelijke afbakening en afdekking ervan? Wat is de stand van zaken van de asbestsanering in bedrijven en openbare gebouwen en hoe wordt dit opgevolgd? Is er voldoende verwerkingscapaciteit voor het asbest- en asbestcementafval?
Wordt werk gemaakt van een betere regeling voor de bescherming van particulieren tegen asbest in gebouwen en privé-woningen? Wordt gedacht aan de invoering van een attest 'asbestvrije woning'?
In welke mate wordt asbestafval aanvaard in containerparken? Klopt het dat we asbestcementproducten beschouwen als bouw- en sloopafval zonder vrijzittende asbestvezels, waardoor men ze in containerparken moet aanvaarden? Klopt het dat asbestplaten en isolatie van leidingen daarentegen niet aanvaard mogen worden? Zijn de werknemers in containerparken zich voldoende bewust van het gevaar van asbesthoudend sloopafval bij verbrijzeling ervan waardoor vezels kunnen vrijkomen? Is er toezicht op de naleving van de ARAB-reglementering inzake asbestblootstelling in containerparken?
Heeft men bij de OVAM zicht op de hoeveelheid asbesthoudend afval dat in het gewone huishoudelijk afval terechtkomt, zoals asbestkoord uit kachels, versleten remblokjes, asbesthoudende strijkplankjes, vlamverdelers en ovenwanten. Kunnen deze asbesthoudende afvalstoffen worden ingeleverd als KGA?
Wordt werk gemaakt van de inventarisatie van asbestwegen en andere kleinere black points in de omgeving van vroegere asbestverwerkende bedrijven? Acht de minister een subsidieregeling wenselijk voor de sanering of afdekking van asbestwegen, naar het model van Twente?
De voorzitter : De heer Van Looy heeft het woord.
De heer Jef Van Looy : In Nederland is de verwijdering van golfplaten waarin asbest zit aan zeer strenge reglementering onderworpen. Arbeiders die bijvoorbeeld dergelijke platen van een dak halen, zijn gehuld in beschermende kledij. Is het product werkelijk zo gevaarlijk? Hetzelfde materiaal wordt in Nederland blijkbaar totaal anders benaderd dan in Vlaanderen.
De voorzitter : Minister Dua heeft het woord.
Minister Vera Dua : Mijnheer de voorzitter, mijnheer Malcorps, op uw eerste vier vragen geef ik het antwoord van minister Vogels.
Door de centrale registratie op federaal niveau van de minimale klinische gegevens van gehospitaliseerde patiënten en dus ook van asbestgerelateerde ziektes als asbestose en mesothelioom, zijn er gegevens over het aantal asbestslachtoffers beschikbaar. De Vlaamse regering heeft toegang tot deze gegevens. Ook via de door Vlaanderen gesteunde kankerregistratie is er zicht op de incidentie van kankers die mede veroorzaakt worden door asbest. Momenteel worden trouwens initiatieven genomen om deze registratie nog te verbeteren. Via de mortaliteitsstatistieken die door de Vlaamse administratie worden opgemaakt, zijn ten slotte ook de gegevens inzake asbestgerelateerde overlijdens bekend. Cijfers die een idee geven over asbestgebonden beroepsziekten zijn ook bekend bij het Fonds voor Beroepsziekten.
Er is momenteel niet in specifieke financiële opvang voorzien voor asbestslachtoffers in Vlaanderen. Voor patiënten met een asbestgerelateerde aandoening is er, net zoals voor andere zieken, financiële steun via de sociale zekerheid. Enkel de werknemers-asbestslachtoffers van bedrijven die een bijdrage storten bij het Fonds voor Beroepsziekten kunnen aanspraak maken op specifieke steun.
De vraag is of de Vlaamse regering of de federale overheid het initiatief moet nemen om naast de algemene steun via de sociale zekerheid ook nog in een specifieke schadevergoeding te voorzien. We doen dit voor het ogenblik ook niet voor andere ziektes. Minister Aelvoet zal de wenselijkheid en uitvoerbaarheid van een en ander onderzoeken. Als de resultaten van dit onderzoek bekend zijn, zullen de nodige conclusies worden getrokken. Het zou ook goed zijn om eens na te gaan hoe de buurlanden deze problematiek aanpakken.
In verband met de wenselijkheid om van asbest een van de speerpunten te maken van het verder milieu- en gezondheidsonderzoek, moet worden opgemerkt dat het gevoerde onderzoek en de beleidsconclusies die daaraan gekoppeld zijn, zich toespitsen op biomonitoring van bepaalde polluenten.
Het milieu- en gezondheidsonderzoek spitst zich toe op polluenten die nog steeds in min of meer belangrijke mate in het milieu gebracht worden. Het gebruik van asbest is verboden. Asbest komt dus enkel nog vrij via bestaande asbesthoudende producten. Het beleid moet zich nu dus concentreren op een maximale inperking van de resterende vrijzetting, zolang alle asbesthoudende producten niet definitief en veilig zijn geborgen.
Voor asbest lijkt een biomonitoring medisch gezien een onuitvoerbare opdracht. Het zou neerkomen op het meten van de concentratie van asbestvezels in de longen, de zogenaamde broncho-alveolaire lavage. Die gebeurt door een bronchoscopie, waarbij men met een bronchoscoop in de longen kijkt en waarbij een kleine hoeveelheid vocht in de luchtwegen wordt gebracht en er vervolgens wordt uitgezogen voor verder labo-onderzoek.
Aan de hand van de beschikbare gegevens, bekomen via de centrale registraties, is het ook mogelijk om de asbestslachtoffers in kaart te brengen voor heel Vlaanderen. Op deze manier kunnen de effecten van asbestvervuiling op de gezondheid in principe worden nagegaan.
De studie 'Risico-evaluatie en saneringprogramma voor asbestblootstelling in Vlaanderen' werd afgewerkt in 2000. De studie wordt gebruikt als basis voor de beleidsnota over asbestbeheersing. Deze beleidsnota bevindt zich momenteel in een ontwerpfase. In de beleidsnota zullen concrete bijkomende Vlaamse maatregelen worden voorgesteld. De planning is om in de loop van 2001 van de ontwerpbeleidsnota het onderwerp te maken van een doelgroepenoverleg en van overleg met de federale overheid, die reeds betrokken was bij de studie.
Dan kom ik nu bij de kwestie van de asbest-meetcampagne. In het kader van het actief overheidsbeleid rond preventie en verwijdering van asbest en asbesthoudende stoffen was het aangewezen om kwantitatieve gegevens te verzamelen over de huidige concentratieniveaus en het vóórkomen van inadembare minerale vezels in de omgevingslucht in Vlaanderen. Op dit ogenblik bestaan er in België voor asbest in buitenmilieu geen kwaliteitseisen. Om dit beleid op een efficiënte en doelgerichte manier te kunnen voeren dient een kwantitatief referentiekader inzake risico's gedefinieerd te worden. Daarmee is men dus nu bezig.
Gedurende de periode van december 1998 tot december 1999 zijn in opdracht van de Vlaamse Milieumaatschappij door de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek de concentratieniveaus van asbest en minerale vezels opgevolgd op een aantal typische locaties in Vlaanderen. Een totaal van 319 filters en 43 blanco filters, afkomstig van in totaal 10 meetlocaties, werden geanalyseerd tijdens deze meetcampagne. Hierbij werden 50 monsters genomen in een gebied nabij een verkeersrijke locatie, 52 monsters in een residentiële omgeving, 54 in een stedelijke achtergrond, 48 bemonsteringen in een industriële omgeving en 50 stalen in een gebied nabij een mogelijke asbestbron. Bijkomend werden 65 stalen geanalyseerd afkomstig van het meetnet 'Zware metalen' van de VMM. Vermits het gezondheidsrisico gerelateerd is aan de lengte van de asbestvezels, werd een onderscheid gemaakt tussen korte en lange vezels. De korte vezels worden als onschadelijk beschouwd, de lange vezels worden verantwoordelijk gesteld voor een nefast gezondheidseffect. Op basis van de te verwachten asbestconcentraties en de gerelateerde lokale activiteiten kunnen een aantal typen gebieden onderscheiden worden. Ik heb hier een tabel bij, die ik aan u zal laten bezorgen.
Uit de tabel blijkt duidelijk dat men nabij historische bronnen uiteraard een veel hogere concentratie krijgt. In alle gebieden - stedelijk en landelijk - zijn de verwachtingswaarden van de jaargemiddelde concentratieniveaus lager dan 350 vezels per kubieke meter. In de omgeving van een historische bron, zoals een vroegere asbestverwerkende industrie, werden lange - dus schadelijke - vezels aangetroffen. Nabij een druk verkeerskruispunt wordt eerder de korte - dus onschadelijke - fractie waargenomen. De concentraties asbestvezels liggen echter bij het merendeel van de stalen dicht in de buurt van de detectiegrens.
Wanneer we deze waarden vergelijken met metingen die werden uitgevoerd in 1983, dan is er een globale verbetering merkbaar. Voor het doorvoeren van deze vergelijking moet echter een zekere reserve in acht worden genomen aangezien de aard van de metingen verschillend is. In 1983 betrof het immers geen jaargemiddelde concentraties. Meestal ging het om steekproeven met korte monsternemingsperiodes. Ook deze gegevens staan in een tabel. Een eindrapport met al de meetresultaten zal in februari gepubliceerd en publiek bekendgemaakt worden.
Ik zeg heel kort ook iets over de sensibiliseringscampagne. Dit is inderdaad nodig, maar ik acht het opportuun om dit pas te doen na het doelgroepenoverleg en de politieke beslissing over de in voorbereiding zijnde beleidsnota.
Dan is er nog de kwestie van het afvalprobleem. De vergunde asbeststorten zijn opgenomen in een lijst bij de vergunningverlenende overheid en zijn ook beschikbaar bij de OVAM via de lijsten van erkende verwervers en verwerkers. Er is geen aparte inventaris van asbest-blackpoints in Vlaanderen. In de OVAM-databanken zitten wel een aantal dossiers waarbij asbestproductie of asbeststortactiviteiten plaatsvinden of plaatsvonden. Medio jaren negentig zijn de grotere asbestproblemen aangepakt. Meestal werd als saneringsoptie voor een isolatie gekozen. Inzake prioriteit wordt geopteerd voor een snelle aanpak indien er verspreidingsrisico aan de orde is. Door de actie van een vijftal jaar geleden zijn de bekende gevallen ofwel gesaneerd ofwel via een voorzorgsmaatregel aangepakt.
Met betrekking tot de verwerking van asbestafval dient krachtens de huidige Vlarem-regelgeving een onderscheid te worden gemaakt tussen afvalstoffen die vrije asbestvezels bevatten en asbesthoudend afval dat geen vrije vezels bevat, voornamelijk verharde asbestcement. Verharde asbestcement, meer bepaald golfplaten, dakleien en asbestcementen buizen, kunnen worden afgevoerd naar een categorie 3-stortplaats. Gelet op het verbod om nog asbesthoudende materialen op de markt te brengen, is ook het tweedehandsgebruik van asbestcementen materialen niet langer toegestaan, en wordt er geopteerd voor definitieve verwijdering. Er zijn in Vlaanderen een twintigtal categorie 3-stortplaatsen, zodat er voldoende capaciteit is.
Voor afvalstoffen die vrije vezels bevatten, geldt krachtens Vlarem dat ze eerst gecementeerd moeten worden vooraleer ze gestort kunnen worden op een categorie 1-stortplaats. Slechts in het geval van verpakkingsafval en plastiekafval enerzijds en niet-vershredderbaar materiaal dat met asbesthoudend materiaal bekleed of bedekt is anderzijds, kan het dubbelwandig verpakt afval rechtstreeks worden afgevoerd naar een stortplaats. Er is in het Vlaams Gewest één installatie voor de cementering van asbesthoudend afval, meer bepaald van de firma Rematt in Mol. Het gecementeerde afval gaat daarna naar de stortplaats van Indaver in Antwerpen. In de praktijk blijkt de verwerkingscapaciteit voldoende om alle asbesthoudend afval op te vangen.
Hierbij kan wel melding worden gemaakt van een alternatieve verwerkingsmethode in Frankrijk - van een firma nabij Bordeaux - waar het asbestafval wordt verglaasd. Momenteel is het evenwel afval dat vooral vanuit het Brussels Gewest via Mol naar Frankrijk gaat, dat op die manier behandeld wordt. De hoge energiekosten van het verwerkingsproces en de grote transportafstand maken deze alternatieve verwerking immers dubbel zo duur als cementering en storten, wat op zichzelf ook al een dure verwerkingsmethode is. Hoe dan ook, het is een alternatieve methode, die we zeker niet uit het oog mogen verliezen.
Ten slotte kan nog worden vermeld dat momenteel door de VITO in opdracht van de OVAM een studie wordt uitgevoerd waarbij de criteria zijn onderzocht om asbesthoudend afval verder te kwalificeren, meer bepaald met betrekking tot de kwalificatie 'vrije vezels'. Of particulieren al dan niet afdoende beschermd worden tegen asbest in openbare gebouwen waarin werknemers tewerkgesteld zijn, hangt af van de aanwezigheid van de verplichte asbestinventaris en de kwaliteit van het beheersplan en de uitvoering ervan. Dit is echter een federale materie. Ter bescherming van particulieren in privé-woningen wordt in het kader van de beleidsnota een sensibiliseringscampagne overwogen. Daarin kunnen worden opgenomen : illustraties van asbesttoepassingen die kunnen voorkomen in en rondom een woning, een beschrijving van het onderscheid tussen gevaarlijke en minder gevaarlijke toepassingen, een beschrijving van veilige verwijderingsmethoden en de plaatsen waar het afval gedeponeerd kan worden, en het aangeven dat men voor gevaarlijke toepassingen best een gespecialiseerde firma contacteert.
Een attestering 'asbestvrije woning' zoals in Nederland vereist is, alvorens tot de sloop van een woning kan worden overgegaan, zou een vergaande maatregel zijn. Dit komt immers neer op een asbestinventaris voor alle te slopen woningen, die moet worden opgesteld door een gespecialiseerd bedrijf. In Nederland blijkt dit systeem niet zo vlot te lopen : ten eerste omdat er een enorme hoeveelheid aan mensen en middelen ingezet dient te worden en ten tweede omdat de handhaving niet sluitend is. Vooraleer een dergelijk systeem in Vlaanderen ingevoerd wordt, dienen we de haalbaarheid na te gaan. Misschien moeten we inderdaad ook een differentiatie inbouwen. Hoe dan ook, deze suggestie zal meegenomen worden in het doelgroepenoverleg en in de komende beslissing over de beleidsnota Asbest.
Binnenkort start de evaluatie van het sectoraal uitvoeringsplan Bouw- en Sloopafval. Ook binnen die procedure zullen we overwegen of de invoering van een voorafgaande inventarisatie van te slopen gebouwen op de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen zoals asbest aangewezen is. Dit kan zeer nuttig zijn, want hierdoor kunnen immers ook de kwaliteit en de afzetmogelijkheden van sloopafval verbeteren.
Enkel cementgebonden asbestplaten mogen aanvaard worden op het containerpark. Die platen worden namelijk beschouwd als bouw- en sloopafval. Ze mogen evenwel niet bij het recupereerbare bouw- en sloopafval gevoegd worden. Deze platen moeten te allen tijde apart gehouden worden omdat ze niet mee gerecupereerd mogen worden. De cementgebonden asbestplaten moeten afgevoerd worden naar een klasse 3-stortplaats.
Niet-cementgebonden asbestvezels of producten die asbestvezels bevatten, mogen in geen geval aanvaard worden op een containerpark, maar dienen steeds door een erkende verwijderaar ter plaatse opgehaald en verwerkt te worden. In Vlaanderen zijn er momenteel twee bedrijven die over een milieuvergunning beschikken voor het behandelen van asbestafval. Na behandeling van het asbestafval bij deze bedrijven wordt het afgevoerd naar een klasse 1-stortplaats voor gevaarlijke afvalstoffen. Zoals hoger vermeld, is er ook nog het systeem van verglazing, maar dat is misschien iets wat we op langere termijn moeten bekijken. Op het cementgebonden asbest mag in geen enkel geval ter plaatse een bewerking worden uitgevoerd. Dat staat zo in de Vlarem-reglementering.
Inzake de bescherming van de werknemers op containerparken kunnen we er van uitgaan dat zij normaal gezien een opleiding hebben gekregen waardoor ze zich voldoende bewust moeten zijn van alle gevaarlijke producten waarmee zij in contact komen. Bovendien dient er, zoals bij alle professionele bedrijvigheden, een bedrijfsgezondheidskundig- en veiligheidstoezicht te zijn. Ik wil daarover bij OVAM nog eens navraag doen.
Meer informatie over asbest en asbestafval is te vinden op de website van OVAM, waar zich een document van 28 april 2000 bevindt dat de hele problematiek van verwijdering en verwerking, evenals de mogelijke voorzorgen bij de behandeling ervan, beschrijft. In het overleg tussen gewesten en gemeenten zal worden bekeken hoe gemeenten het best kunnen worden geïnformeerd over hoe om te gaan met asbestafval.
De hoeveelheid asbestkoord, remblokjes, strijkplankjes, vlamverdelers, ovenwanten, enzovoort, die als afvalstoffen ontstaan bij particulieren, is zeer klein in Vlaanderen. Dit is waarschijnlijk te wijten aan het feit dat particulieren deze producten niet herkennen. Wanneer ze zich van deze voorwerpen ontdoen, zullen zij ze hoogstwaarschijnlijk meegeven met het huisvuil. Indien ze niet werden verwijderd uit de toestellen waarin ze zijn verwerkt, bijvoorbeeld kachels en dergelijke, dan zullen ze ook in andere huishoudelijke afvalstromen terug te vinden zijn. Dit is een gevolg van het feit dat er geen apart inzamelkanaal voor dit soort afvalstof bestaat ten behoeve van de privé-huishoudens.
Deze afvalstoffen worden hoogstwaarschijnlijk ook niet aangeboden als Klein Gevaarlijk Afval. De mensen leggen die link niet. Trouwens, in de lijst van de KGA-afvalstoffen van het VLAREA worden ze niet expliciet vermeld. Wanneer ze toch als KGA worden aangeboden, zullen ze worden verzameld onder de noemer "KGA van gemengde samenstelling" samen met nog andere niet-identificeerbare en potentieel gevaarlijke afvalstoffen. Momenteel beschikt OVAM niet over concrete informatie met betrekking tot de aanwezigheid van asbesthoudende afvalstoffen in het KGA.
Ook over de aanwezigheid van deze afvalstoffen in het huisvuil of andere huishoudelijke afvalstromen is er momenteel geen concrete informatie beschikbaar. De beleidsnota Asbest zal aangeven hoe deze afvalstromen beter kunnen worden beheerst.
Voor de beleidsnota Asbestbeheersing worden maatregelen overwogen in verband met asbest op wegen. Mogelijkheden zijn voorlichting en sensibilisering van de bevolking. Er komt bijvoorbeeld een brochure die de gevaren en mogelijke saneringswijzen verduidelijkt en een verhoogde responsabilisering van de wegbeheerder - vaak gemeentelijke instanties - onder andere bij asbesthoudend materiaal op openbare wegen.
Bij de subsidieregeling naar het Nederlands model van Twente worden particulieren, bedrijven en instellingen een maatregel toegewezen ter sanering die dan wordt uitgevoerd door de provincie. Daaraan is subsidiëring gekoppeld. Voor een dergelijke subsidieregeling zijn momenteel nog geen budgetten ingeschreven. In het geval de veroorzaker van de verontreiniging bekend is, geldt in elk geval het principe dat de vervuiler betaalt.
Er is momenteel geen initiatief tot inventarisatie van asbestwegen en andere kleinere blackpoints. De gevallen die gemeld worden, zijn schaars. Hierbij is er niet zozeer sprake van een bodemsaneringsprobleem, maar eerder van een probleem inzake het onoordeelkundig gebruik van afvalstoffen die via opwaaiing een mogelijk gezondheidsrisico kunnen inhouden.
De voorzitter : De heer Malcorps heeft het woord.
De heer Johan Malcorps : Ik ben blij verrast dat er toch cijfers zijn over asbestgerelateerde aandoeningen. Ik had de vraag ook aan minister Aelvoet gesteld. Buiten het Fonds voor Beroepsziekten kon ze geen cijfers geven. Het is goed nieuws dat er wel zijn op Vlaamse niveau.
Wat betreft biomonitoring in bepaalde risicogebieden rond vroegere asbestbedrijven : het is uiteraard niet de bedoeling om asbestvezels in de longen te meten. Professor Pluyvers wijst er wel op dat via biomonitoring biologische effecten kunnen worden gemeten. Zo kan men preventief optreden. Dat is in gebieden waar men quasi zeker is dat bepaalde personen zware gezondheidsproblemen hebben door de blootstelling aan asbest, uitermate belangrijk.
Nog een derde opmerking in verband met concentraties van asbest in de lucht die in het verleden werden gemeten. Ik stel een verbetering vast en dat is goed nieuws. De concentratie die de WHO als gevaarlijk voor de volksgezondheid heeft vastgelegd, bedraagt 1000 vezels per kubieke meter. De metingen die aan het begin van de jaren tachtig zijn gebeurd in de omgeving van een asbestbedrijf bedroegen concentraties van 20.000 tot 640.000 vezels per kubieke meter. De latentieperiode is dertig tot veertig jaar. Dat illustreert dat we nog een en ander aan problemen kunnen verwachten. Het probleem mag dan ook niet worden onderschat, ook al is de asbestproductie nu stilgelegd.
Tot slot wil ik het nog even hebben over de asbestwegen. Ik weet niet of het probleem schaars is. In Kapelle-op-den-Bos en Tisselt is asbest op grote schaal gebruikt. Natuurlijk moet de vervuiler betalen. Ik daag OVAM echter uit om Eternit daarvoor te laten opdraaien. In elk geval moet het probleem worden opgelost. Zo niet, blijft dit aanslepen voor de volksgezondheid.
De voorzitter : Het incident is gesloten.
22 januari 2001: Woestijnvis lanceert weekblad Bonanza (WBN)
Edited: 200101223545
Het blad stopt na 31 nummers op 20 augustus 2001 (nr 31)

Hieronder de cover van nr 1
bibliografie van Belgische schandalen en affaires
Edited: 199812314545
ALGEMENE INLEIDINGEN

Het land van de 1000 schandalen : encyclopedie van een kwarteeuw Belgische affaires / door Dirk Barrez. - Groot-Bijgaarden : Globe, 1997. 332/BARR

Het riool van België : de waarheid achter de affaires / door André Rogge ; vert. door Marijke Arijs en Karin Kustermans. - Antwerpen : Kritak, 1996. 395.66/ROGG

De walm van de Wetstraat : 20 jaar onfrisse politieke praktijken / door Eva Coeck en Jan Willems. - Antwerpen : Coda, 1994. 332/COEC

HET AGUSTA-SCHANDAAL

Agusta : overleven met een affaire / door Fons van Dyck. - Leuven : Van Halewyck, 1995. 330.91/DYCK

De Agusta-affaire : kroniek van een omstreden helikopteraankoop / door Johny Vansevenant. - Antwerpen : De Standaard, 1994. 330.91/VANS

De Agusta-crash : het jaar nul in de Wetstraat / door Rik van Cauwelaert. - Groot-Bijgaarden : Globe, 1995. 330.91/CAUW

Willy-Gate / door Ann Bats. - Antwerpen : Dedalus, 1995. 330.91/BATS

POLITIEK EN CORRUPTIE

Een Belgisch politicus / door Raf Sauviller en Danny Ilegems. - Amsterdam : Atlas, 1997. 333.2/SAUV

De doofpotten : de sabotage van het Hoog Comité van Toezicht / door Georges Timmerman. - Antwerpen : Hadewijch, 1997. 393.39/TIMM

Het leugenpaleis van VdB / door Hugo Gijsels. - Leuven : Kritak, 1990. 333.2/GIJS

Over de 'drie Guy's' en andere voornamen van de Parti Socialiste / door Guido Fonteyn. - Groot-Bijgaarden : Scoop, 1994.

Witte olifanten : de miljardenschandalen van de Belgische ontwikkelingssamenwerking / door Douglas de Coninck. - Leuven : Van Halewyck, 1996. 354.72/CONI

De zaak Raoul Stuyck : fraude en corruptie in Antwerpen / door Georges Timmerman en René de Witte. - Antwerpen : Hadewijch, 1996. 346.2/TIMM

JUSTITIE

Het bos en de bomen : justitie hervormen / door Stefaan de Clerck. - Tielt : Lannoo, 1997. 393.71/CLER

Een Kafkaiaanse nachtmerrie : de Belgische Justitie : analyse & remedie / door Bruno Schoenaerts en Manuel Lamiroy ; met een woord vooraf door Rogier de Corte. - Gent : Mys & Breesch, 1995. 393.7/SCHO

De lange weg naar Neufchâteau / door Luc Huyse. - Leuven : Van Halewyck, 1996. 332/HUYS

Man bijt hond : over pers, politiek en gerecht / door Pol Deltour. - Antwerpen : Icarus, 1996. 092.2/DELT

De vierde macht : de gespannen driehoeksverhouding tussen media, gerecht en politiek / samengest. door Jan Clement en Mieke van de Putte. - Groot-Bijgaarden : Globe, 1996. 092.2/VIER

Zwartboek justitie : van halve waarheden en hele leugens / door Inge Ghijs. - Antwerpen : Icarus, 1997. 393.7/GHIJ

POLITIE- EN INLICHTINGENDIENSTEN

De staatsveiligheid : geschiedenis van een destabilisatie / door Christian Carpentier en Frédéric Moser. - Leuven : Kritak, 1994. 395.74/CARP

Netwerk Gladio / door Hugo Gijsels. - Leuven : Kritak, 1991. 399.62/GIJS

Reyniers : superflik / door Paul Koeck. - Leuven : Van Halewyck, 1998. 395.74/KOEC

De blauwe ridders : van rijkswacht tot eenheidspolitie / door Jos Vander Velpen. - Berchem : EPO, 1998. 395.74/VELP

De gewapende lieden : een historisch-kritische benadering van de Rijkswacht in een evoluerend politielandschap (1795-1995) : van militair politiekorps met civiele en militaire taken naar een civiel politiekorps met een militair karakter / door Willy van Geet. – Antwerpen : Standaard, 1996. 395.74/GEET

Gladio / onder red. van Jan Willems. - Berchem : EPO, 1991. 399.62/GLAD

Sire, ik ben ongerust : geschiedenis van de Belgische politie 1794-1991 / door Lode van Outrive, Yves Cartuyvels en Paul Ponsaers. - Leuven : Kritak, 1992. 395.74/OUTR

De weg naar de wanorde : de schokkende onthullingen van ex-geheim agent Robert Chevalier / door Jeroen Wils. - Leuven : Van Halewyck, 1996. 395.74/WILS

DE ZAAK DUTROUX

De affaire-Dutroux : van verdwenen meisjes tot de witte mars / door Mark Morren en Mike de Mulder. - Antwerpen : De Standaard, 1996. 395.66/MORR

Les cahiers d'un commissaire : les coulisses de la commission Dutroux / par Serge Kalisz et Patrick Moriau. - Bruxelles : Pire, 1997. 395.69/KALI

De Commissie-Dutroux : het rapport (met commentaar) / door Wim Winckelmans. - Leuven : Van Halewyck, 1997. 395.69/WINC

Geruchten en feiten : autobiografie / door Michel Nihoul. - Brussel : Dark & Light Publication, 1998. 395.66/NIHO

In naam van mijn zus / door Nabela Benaïssa ; onder red. van Marie-Paule Eskénazi ; vert. door Ann de Laet. - Berchem : EPO, 1997. 395.69/BENA

Kritische reflecties omtrent de zaak Dutroux : ouders, justitie, nieuwe burger, media / onder red. van Christian Eliaerts. - Brussel : VUB-Press, 1997. 395.69/KRIT

Meisjes verdwijnen niet zomaar : de zaak-Dutroux : het falen van de Belgische justitie en politie / door Fred Vandenbussche. - Utrecht : Kosmos, 1996. 395.66/VAND

Op zoek naar An en Eefje / door Paul Marchal. - Antwerpen : Hadewijch, 1997. 395.69/MARC

Rechter Connerotte : de witte ridder / door Michel Petit en Dominique Moreau. - Antwerpen : Hadewijch, 1997. 393.71/PETI

Het spaghetti-arrest : recht en democratie / door Fernand Tanghe. - Antwerpen : Hadewijch, 1997. 393.7/TANG

Het witte ongenoegen : hoop en illusie van een uniek experiment / door Marc Hooghe. - Groot-Bijgaarden : Globe, 1997. 332/HOOG

Witte stippen : de zaak-Dutroux : een reconstructie / door Anne de Graaf. - Groot-Bijgaarden : Scoop, 1998. 395.66/GRAA

De zaak-Dutroux van A tot Z / door Mike de Mulder en Mark Morren. - Antwerpen : Icarus, 1998. 395.66/MULD

DE BENDE VAN NIJVEL

De bende : een documentaire / door Paul Ponsaers en Gilbert Dupont. - Berchem : EPO, 1988. 395.66/PONS

De Bende : het rapport : het verslag van de parlementaire commissie, belast met het onderzoek naar de wijze waarop de bestrijding van het banditisme en het terrorisme georganiseerd wordt / ingeleid door Hugo Coveliers. - Berchem : EPO, 1990. 395.66/BEND

De bende en Co : 20 jaar destabilisering in België / door Hugo Gijsels. - Leuven : Kritak, 1990. 395.66/GIJS

De Bende tapes / door Danny Ilegems, Raf Sauviller en Jan Willems. - Leuven : Kritak, 1990. 395.66/ILEG

De Bende van Nijvel : tien jaar blunders van het gerecht / door Raf Sauviller en Jan Willems. - Antwerpen : Icarus, 1995. 395.66/SAUV

Het onderzoek : een bende : over het onderzoek naar de bende van Nijvel / door Dirk Barrez. - Antwerpen : De Standaard, 1996. 395.66/BARR

Popolino : mémoires van een ex-gangster / door Léopold van Esbroeck. - Leuven : Van Halewyck, 1998. 395.66/ESBR

Twee jaar Bendecommissie : een schimmengevecht / door Hugo Coveliers. - Antwerpen : Hadewijch, 1992. 395.66/COVE

DE MOORD OP ANDRE COOLS

Maffia aan de Maas : over Luik, het Agusta-dossier en de moord op André Cools / door Johny Vansevenant. - Antwerpen : Standaard, 1993. 395.66/VANS

Wie vermoordde André Cools ? : studie van de politieke zeden in België / door Jean-Pierre van Rossem. - [s.l.] : Loempia, 1993. 395.66/ROSS

VROUWENHANDEL

'Ze zijn zo lief, meneer' : over vrouwenhandel, meisjesballetten en de bende van de miljardair / door Chris de Stoop. - Leuven : Kritak, 1992. 319.2/STOO

Boter op het hoofd / door Dirk Trioen. - Antwerpen : Hadewijch, 1993. 395.66/TRIO

FISCALE FRAUDE EN WITWASSEN

Beaulieu pleit onschuldig / door Ludwig Verduyn. - Leuven : Kritak, 1992. 386.5/VERD

De discrete charme van een Luxemburgs bankier / door Ludwig Verduyn. - Leuven : Van Halewyck, 1997. 345.4/VERD

De familie De Clerck : de verborgen miljarden / door René De Witte. - Antwerpen : Hadewijch, 1998. 346.2/WITT

Jean-Pierre van Rossem : opkomst en val van een financieel stroman / door Ludwig Verduyn. - Leuven : Kritak, 1994. 345.7/VERD

Kirschen en Co : het blauwe netwerk / door André van Bosbeke en Jan Willems. - Berchem : EPO, 1987. 346.2/BOSB

De miljarden van KS / door Ivo Vandekerckhove. - Antwerpen : CODA, 1993. 355.1/VAND

Super Club : scenario van een kaskraker / door Dirk Barrez. - Leuven : Kritak, 1991. 798.17/BARR

De val van De Prins : Super Club, Philips & Cie / door René de Witte. - Berchem : EPO, 1992. 388/WITT

Witwassen : de praktijk / door Jean Vanempten en Ludwig Verduyn. - Leuven : van Halewyck, 1995. 345/VANE

Witwassen in België : crimineel geld in de wereld van de haute finance / door Jean Vanempten en Ludwig Verduyn. - Leuven : Kritak, 1993. 345/VANE

RUIMTELIJKE ORDENING, VOEDING EN MILIEU

De hormonenmaffia / door Jaak Vandemeulebroucke. - Antwerpen : Hadewijch, 1993. 633/VAND

http://www.ieper.be/nl/bibliotheek/schandalen.htm (20051106)

In Brussel mag alles : geld, macht en beton / door Georges Timmerman. - Berchem : EPO, 1991. 719.22/TIMM

Leren om te keren : milieu- en natuurrapport Vlaanderen / onder red. van Aviel Verbuggen. - Leuven : Garant, 1994. 614.61/LERE

Milieumaffia in Vlaanderen / door Leo Verschueren en Raf Willems. - Berchem : EPO, 1991. 614.61/VERS

Moord op een veearts : het testament van Karel Van Noppen / door Paul Keysers. - Antwerpen : Icarus, 1996. 614.4/KEYS

Moorddadig milieu in Vlaanderen / door Raf Willems, Peter Cremers en Bob van Laerhoven ; foto's van Monica Gorissen. - Antwerpen : Icarus, 1997. 614.62/WILL

Het vlees is zwak / door Jaak Vandemeulebroucke en Bart Staes. - Antwerpen : Hadewijch, 1996. 633/VAND

Wat kan ik voor u doen ? : ruimtelijke wanorde in België : een hypotheek op onze toekomst / door Peter Renard. - Antwerpen : Icarus, 1995. 719.12/RENA
TESSENS Lucas
Kritisch verslag van het European Licence Management Seminar London, 19981119-19981120
Edited: 199811241610
Kritisch verslag van het European Licence Management Seminar
London, 19981119-19981120
Deelnemende landen (11): Austria, Belgium (VL), Denmark, Finland, Germany, Ireland, Italy, Netherlands, Norway, Switzerland, United Kingdom
Organisator: BBC

1. Op donderdagavond vond een eerste en nuttige kennismaking plaats tussen de deelnemers; het eigenlijke seminarie begon op vrijdag.

2. Uit de diverse uiteenzettingen hebben wij het volgende onthouden:

• UK (BBC): int zelf de licence fee; gooit geweldig veel research tegen de inningsactiviteit aan en gaat hierbij tot in het extreme; BBC heeft het makkelijk om campagne te voeren op de eigen TV-stations (bvb. spot met een lengte van 4,5 minuten); hun policy bestaat erin de betalingsmogelijkheden zo ruim mogelijk te maken (tailor made) teneinde de TV-houders tot registratie aan te zetten; vervolgens dirigeren zij de betalers naar een minder kostelijke inningswijze; BBC is afgestapt van een politiek waarbij steeds maar op de inningskosten bespaard wordt en lanceert zich in een policy van return on investment; daarbij wordt wel erkend dat ook in de inningsactiviteit de wet van de verminderde meeropbrengsten geldt; BBC spreekt van "selling a licence" wat aanduidt dat zij de gehele marketing-batterij afvuren op hun "klanten"; voor de bestrijding van ontduiking "on the field" worden hi-tech spionage-technieken gebruikt (BBC geeft zelfs toe hiervoor contact te hebben gezocht met inlichtingendiensten): zo kan men van op de straat detecteren waar een TV-toestel in werking is, naar welk TV-station en naar welk programma er wordt gekeken, is de betrokkene niet geregistreerd dan neemt men een foto van de voordeur van het huis met die gegevens + het uur van de controle erop afgeprint; de "continentalen" hadden hun bedenkingen bij deze inbreuk op de privacy; immers, de gebruikte techniek laat ook toe dat gesprekken binnenskamers gevolgd worden (worden wel weggefilterd, maar toch …); ten aanzien van armen en marginalen wordt een gedoogbeleid gevoerd wegens te hoge kosten bij gedwongen invordering.

• Italy (RAI): ook de RAI int zelf; de wetgeving is verouderd (1938); de databases staan niet op punt; de privacy-wetgeving speelt hen parten; de ontduiking is groot tot enorm (hoe zuidelijker, hoe mee ontduiking > zie tabellen); RAI is volop aan het investeren in een eigen mega-call-center.


• Belgium (VL): uiteenzetting met slides door L. Tessens "Fighting Tax Evasion and the use of a Call Center" (zie slides).

• Germany (GEZ)(Joerg Scholz): TV-houders worden ab initio in het bestand opgenomen en kunnen er in principe niet uit verwijderd worden; 80% van de betalingen geschiedt per domiciliëring; korte en warrige uiteenzetting wegens onvoldoende beheersing van de Engelse taal.


• Netherlands (Omroepbijdragen)(Ruud Peters): Omroepbijdragen is op zoek naar nieuw beheerssysteem en lanceert oproep om samen te investeren in een software-platform; pleit voor hechtere samenwerking, een permanente structuur en een secretariaat. Alle voorstellen van Peters worden verworpen, c.q. "gecommissioneerd". Er is enige animositeit merkbaar tussen David Lane (BBC) en Peters: Omroepbijdragen heeft getracht know how te verkopen aan BBC en zulks is mislukt.


3. In de "wandelgangen" konden we nog volgende interessante feiten optekenen:

• Denmark: worstelt met het feit dat het inzetten van een call center volgens de Europese regels van toewijzing moet gebeuren.

• Switzerland (Thomas Rudin tijdens lunch): Inninigsorganisme (Billag) heeft een verzelfstandigd statuut verkregen na decennia-lange inning door Swiss Telecom; overgeërfde database werd verminkt onder druk van privacy-wetgeving (telefoonnummers geschrapt uit het bestand); bij outsourcing dient Switzerland zich te richten naar firma's in de GATT-landen.


• Ireland (Gerry O'Brien tijdens lunch): inning geschiedt door de Irish Post; database-management is geweldig oubollig; Post redeneert zoals EDP-manager van de jaren 70 (alles is moeilijk en tijdrovend, het systeem laat dit niet toe); RTE is zeer ongelukkig met de bestaande situatie; alle hulp is welkom.

4. Permanente structuur en secretariaat
Tijdens het seminarie heeft Belgium (VL) in samenspraak met Netherlands de idee gelanceerd van een permanente structuur (met lidgeld) met een permanent secretariaat/clearing house te Aalst (CIPAL/Kijk- en Luistergeld). Dit was vrij moeilijk omdat een discussie hierover niet op het agenda voorzien was. Toch zijn wij erin geslaagd deze discussie te laten plaatsvinden.
Tijdens de rondvraag bleek Marti Partanen (Finland/YLE) gekant tegen een eigen structuur en een eigen secretariaat. Volgens MP was de opvolging van licence fee een taak voor de EBU (European Broadcasting Union), die deze problematiek sinds jaar en dag had gevolgd maar de laatste jaren de teugels vierde. We kunnen spreken van een typische RECUPERATIEREFLEX. Na de uiteenzetting van MP sloten de EBU-leden de rangen: RAI (Italy), RTE (Ireland), ORF (Austria), DR (Denmark), WDR (Germany). De BBC had zich slechts neer te leggen bij de meerderheid en trok de coördinatie-werkzaamheden en het de facto voorzitterschap voor het komende jaar naar zich toe.
Noteer dat BBC hiermee een punt scoort. Immers, BBC krijgt nu een pak know how toegeschoven.

5. Conclusies
Licence fee management wordt naar ons gevoel gekenmerkt door 3 tendenzen:
5.1. Database improvement: software om de eigen database te beheersen, matching met analoge bestanden (rijksregister, posterijen, kabel, telefonie). Hier ligt een markt voor IT-bedrijven. Moeilijkheid vormt de nationale en Europese regelgeving inzake privacy. Meerderheid worstelt met overgang van oud naar nieuw bestand in een verzelfstandigde omgeving (nood aan training en input database know how).
5.2. Marketing know how: segmentering en vorming van target groups voor inning en invordering, creatief bespelen van allerlei betalingsmogelijkheden (billing), etcetera.
5.3. Communication know how en opvang feedback: kennis van de media mix en de performantie van de ingezette middelen, capabilities van call centers, creëren van "visibility on the field" teneinde perceptie van pakkans op te voeren (vooral belangrijk in zwak bekabelde regios en niet-voorziene matching met bestanden cable subscribers).

Wij geloven niet in het aanhouden van het losse samenwerkingsverband, meer een gevolg van EBU-recuperatiereflex dan van ratio. Men gooit de oppurtuniteit van een grote "learning zone" weg. Op termijn zal blijken dat meer structuur en professionalisering zich opdringt. Wij verwachten een doorbraak na het interim-presidentschap van Italy.
Een steeds wisselende coördinator in het zgn. clearing house is een slechte zaak voor de continuïteit in de verspreiding van know how. Het is bovendien niet zeker dat voor de full digital option (alle communicatie en info over e-mail) wordt gekozen bij het managen van de informatie (nog communicatie per fax en dus op papier). Op die manier behoudt de beheerder van de digitale info in het clearing house, in casu de BBC, een voorsprong.

Bijgevolg zijn wij tot nader order aangewezen op bilaterale contacten willen wij een voorsprong opbouwen en behouden. Deze kunnen o.i. het best samen met Netherlands opgevolgd worden teneinde een platform van een zekere dimensie te vormen.
Willen we ons profileren als de aanreikers van een "total solution" dan is een verticale integratie van know how een must: mainframe, inter- en intranetworking, datawarehouse, document and information flow, communication and feedback management, call center capabilities, budgetbewaking. Het is onze overtuiging dat wie zich (in teamverband) met deze bagage het eerst Europees als problem solver profileert mooie groeikansen heeft. Deze liggen immers in het bredere veld van de tax collecting.

Lucas TESSENS - MERS (Media Expert Research System) - 1998-11-24
TESSENS Lucas
NOTA voor dhr Jos FRANKEN, Project Manager KLG
Edited: 199810282020
1998-10-28


Geachte Heer Franken,
Beste Jos,


Vooreerst wens ik u te danken voor het prettige en open gesprek dat wij maandagavond konden voeren.

Als aanvulling op het bundel dat ik u toen overhandigde vindt u hierbij de nota "Bekabelingsgraad van de particuliere gezinnen in het Vlaams gewest".
94 % van de particuliere gezinnen is bekabeld (cijfer zonder seizoenzuivering voor de Kust).
Deze nota vormt een aanvulling op de statistische benadering in het jaarverslag KLG en kan een aanloop betekenen naar de nominatieve matching waarop nu toch wel sterk wordt aangedrongen. Het spreekt immers vanzelf dat gemeenten met een zeer hoge bekabelingsgraad en een relatief hoog aantal ontduikers bij een nominatieve matching de beste resultaten zullen opleveren. Van de andere kant dient er m.i. een concrete afspraak te worden gemaakt met het controle-team opdat het zich zou bezighouden met taken in gemeenten die moeilijker liggen (waar de resultaten van database matching niet zo evident zullen zijn). Deze taakverdeling zal een groter effect hebben in de bestrijding van de ontduiking. Want zelfs al heeft CIPAL niet de bevoegdheid om de bestrijding van de ontduiking te orchestreren, toch zal CIPAL jaarlijks beoordeeld worden op de geboekte resultaten.

Ik herhaal bij dezer mijn grote interesse voor het OV-dossier.
Vooral de strategische kant van de zaak én de mogelijke synergieën met KLG interesseren mij. Het statistische luik, alle vormen van presentatie, de aanmaak van management-boordtabellen en de opbouw van een OV-expertsysteem lijken mij terreinen te zijn waar ik mijn steentje zou kunnen bijdragen. Wat mij betreft kan de consultancy voor KLG en OV perfect in mekaar overvloeien.

Tot zeer binnenkort.
Met vriendelijke groeten,





Lucas TESSENS
MERS
Draft Press Release on Licence Fee Collection in Flanders by CIPAL
Edited: 199810270938
Recently the National Institute for Statistics (NIS) in Belgium published the statistics of the private households in Belgium.
These figures are important for a good comprehension of the structure of a state since the household is still to be considered as the main consumption unit of cable services. Licence fee collecting also has the household as main target.

The Kingdom of Belgium is a federalized nation.
Belgium comprises of three communities (based upon language): the Dutch (Flemish), the French (Walloon) and the German speaking community.
On the other hand Belgium consists of three regions (based upon territory): Flanders, Brussels and Wallonia. Each of these three regions their own government with growing responsabilities. Flanders is by far the most important region, both in demographic and in economic terms.
Provinces are administrative/territorial divisions of Belgium. There are 10 provinces, 5 in Flanders and 5 in Wallonia.

CIPAL is the firm responsable for the licence fee collection in the region Flanders since 1997. After a competition with the big informatic firms (IBM, EDS, Orda-B, Siemens, …) CIPAL obtained the outsourcing contract for a five year period (1997-2001).
The core business of CIPAL was and still is the treatment of digital data for the municipalities in the provinces Antwerp and Limburg.
The outsourcing of the licence fee collection must be seen as a deliberate new political option of the Flemish government: to delegate jobs to those who are considered to be the best in the market.
The responsabilities of CIPAL are considerable and complex:
• building a strong and visionary management team,
• the complete reorganisation and the training of personnel on new machines and new software,
• the installation of a full digital workflow where paperwork is banned "at the border" of the administrative process,
• the coordination of campaigns against tax evasion,
• the matching of its own database with those of the 21 cable companies in Flanders,
• the constant verification of names and adresses, and so on.

MERS is a consultant in media, communication and cable affairs. Lucas Tessens, managing director, iniated commercial television in Flanders in the 80s and cable telephony in 1994. He also advised the Flemish government and private firms in media and telecom matters. CIPAL and MERS work together from the start of CIPALs new business.

MERS believes that the collection of licence fee is much more than a pure technical matter. The huge penetration of television in households makes tax collecting a fine tuned barometer for financial and sociological trends in society. And a better comprehension of society helps to make better tax consultants and better governments.
LT
Persbericht MERS
Edited: 199810270926
Zopas heeft het NIS het aantal particuliere huishoudens per 1 januari 1998 vrijgegeven. Deze statistiek is geput uit het Rijksregister.

Het MERS had eerder dit jaar het aantal kabelabonnees per 31 december 1997 opgevraagd bij de diverse kabelmaatschappijen.

De bijgaande tabel berekent voor elk van de 308 gemeenten in het Vlaams gewest de BEKABELINGSGRAAD of het percentage particuliere huishoudens dat kabelabonnee is. We maken gewild abstractie van de 3.261 collectieve huishoudens.

De fusiegemeenten werden per provincie gesorteerd en van laag naar hoog qua bekabelingsgraad.

Voor geheel het Vlaams gewest komt de bekabelingsgraad neer op 94 %.
Vlaanderen heeft daarmee de hoogste bekabeling ter wereld.

In de provincie Antwerpen scoren Wuustwezel en Essen, met resp. 76 en 79 procent, eerder laag: de bekabeling kwam er laat op gang en het zijn dun bevolkte gemeenten.
Ook in een aantal steden ligt de bekabelingsgraad aan de lage kant: Antwerpen (81%), Leuven (78%), Tienen (87%), Gent (86%). Zulks heeft te maken met relatieve armoede en een hogere concentratie allochtonen in stedelijke agglomeraties.

Aan de Kust vinden we - vanwege het groot aantal vakantieverblijven - scores boven de 100%, gaande tot 247% voor Koksijde. Nieuwpoort vormt met 85% een uitzondering vanwege een andere abonneetelling (per sindicus) bij de kabelmaatschappij WVEM.

De bekabelingsgraad heeft repercussies voor de nominatieve matching tussen het KLG-bestand en de bestanden van de kabelmaatschappijen.

LT/1998-10-27
LT
Letter to Mme Judith Stelmach (ORF)
Edited: 199810160928
ORF
Mme Judith Stelmach
Audience Research Department
Würzburggasse 30
A - 1136 - WIEN
Austria

Antwerp (Belgium), 1998-10-16


Dear Judith,


Please find hereby the Annual Report of the Flemish Licence Fee organisation (Dienst Kijk- en Luistergeld).

MERS is the external consultant for licence fee collection in Flanders, the Flemish speaking community of federalised Belgium.

On April 1st 1997 the service gained autonomy. Before that date the licence fee organisation was a part of Belgacom, the telecom operator of Belgium, privatised for some years now.
CIPAL, a service company in the informatic field and owned by a large number of cities in Flanders, took over the job (computer technology, organisation and management, etcetera). The Flemish government is the final responsable for and beneficiant of the tax collection. The public broadcast company (VRT) gets a dotation from the Flemish government but one can not say that there is an direct link between the taxes collected and the funding of the public broadcaster. This stays a political decision on a yearly basis. In some respect this situation makes the communication with the public rather difficult ("why you should pay licence fee"). Yet the collected licence fees are considered by the large majority as the main financial source for the VRT.

Note also that taxes are collected per household for TV-sets and per car for car radio.

As of April 1997 CIPAL undertook a number of successfull and speedy actions to improve the organisation of the service: new software, upgrading and training of personnel, large media campaign against tax evasion, etc.
All these efforts resulted in a dramatic rise of the registration rate in Flanders (see the tables in the annual report).
The situation in Flanders is somewhat special because of the very high penetration of cable (teledistribution). This makes it possible to match the databases of cable companies and the licence fee organisation on a nominative basis. This matching proces was made possible by law.
Great efforts go to the improvement of the matching methods because this is one of the keys for evasion rate reduction. The maps at the end of the annual report gives an insight in the evasion rate per province/city/village in Flanders (308 in total). The maps indicate where TV and car radio tax evasion is prominent and this information is to be considered as a management tool for specific and punctual action in the field.

It is my firm belief that international cooperation and data interchange can improve our business. Permanent improvement in tax collection can only evolve when brains work together and ideas flow around the globe.

Kind regards,







Lucas TESSENS
Managing Director MERS
LT
informatiepakket Central Station
Edited: 199711020901
BERICHT


To : BVDU, t.a.v. dhr Alex Fordyn, Secretaris-gene¬raal, Paapsem-laan 22 bus 7, 1070 Brussel
From : Lucas TESSENS, Bestuurder/Research Director MERS
Date : 19971103
Ref : infopakket CS
Pages (this one included) : 1
Fax : 02-522.60.04
Tel : 02-522.96.60



Geachte Heer Secretaris-Generaal,


Vooreerst wens ik u proficiat met uw benoeming tot Secretaris-Generaal van de Vlaamse vleugel van de BVDU.

Op uw verzoek zenden wij u hierbij het informatiepakket dat t.g.v. de lancering van "Central Station" (19960508) werd verspreid.

U zult het mij niet kwalijk nemen dat ik de mislukking van CS beschouw als een van de dieptepunten in de persgeschiedenis van dit land. Het gezichtsverlies is immers niet in te schatten.

Indien de dagbladpers er niet in slaagt het tweede (digitale) spoor te bewandelen dan ziet haar toekomst er alles behalve rooskleurig uit.


Met Hoogachting,




Lucas TESSENS
Bestuurder/Research Director
LT
Evaluatie van de KLG-anti-ontduikingscampagne
Edited: 199710120901
Evaluatie van de KLG-anti-ontduikingscampagne
via 0900/10.203
Resultaten 19971002 - 19971010


1. Basisgegevens

Op 10 oktober ontvingen wij via e-mail van SITEL de resultaten over de periode 2 oktober - 10 oktober 1997 (diskette RAPP1010.xls, Excel 4.O).
Er moet door SITEL nog nauwkeuriger worden opgegeven voor welke periode (van welk uur tot welk uur) de rapportering geldig is.

Dit bestand bevatte per gemeente (op NIS-code) volgende elementen:
• aantal calls
• totale duur van de gesprekken in seconden
• aantal aangegeven autoradio's
• aantal aangegeven zwart-wit-TV's
• aantal kleuren-TV's
• aantal aangevraagde folders in de nederlandse taal
• aantal aangevraagde folders in de franse taal
Het door Sitel aangeleverde bestand beantwoordt daarmee aan de opdracht tot statistische rapportering zoals door MERS opgedragen bij fax van 199710¬02. Eén gegeven werd niet verstrekt: het aantal doorver¬wijzigingen naar back end nummer Aalst. Dit gegeven is echter van secundair belang.



2. Correctie

Het MERS stelde vast dat in het bestand een dubbeltelling voorkomt van 132 calls, met name deze afkomstig uit het Brussels gewest (19 ge¬meenten). SITEL heeft blijkbaar alle calls uit deze 19 gemeenten samen¬gebracht onder Brussel (NIS-code 21004) maar dezelfde calls ook nog eens onder Bruxelles (eveneens NIS-code 21004) vermeld.
Het MERS heeft de cijfers voor deze 132 calls geëlimineerd.


3. Resultaten na correctie

In de beschouwde periode werden 4.249 calls ontvangen. De totale ge¬spreks-duur bedroeg 637.350 seconden of 10.622 minuten of 177 uur.
Een gemiddelde call nam aldus 2,50 minuut in beslag.
Zoals te verwachten was kwam het gros van de calls vanuit het Vlaams gewest: 4.106 calls. Uit Brussel kwamen er 132 en uit het Waals gewest 11.

3.1. Aangegeven autoradio's (toestellen)
In totaal werden er 2.139 autoradio's geregistreerd.
• Vlaams gewest: 2.094
• Brussels gewest: 39
• Waals gewest: 6

3.2. Aangegeven kleurentelevisies (houders)
In totaal deden 2.313 personen (huishoudens) aangifte van één of meer kleuren-TV's.

• Vlaams gewest: 2.225
• Brussels gewest: 84
• Waals gewest: 4

Uit de nominatieve CIPAL-matching zal moeten blijken welke en hoeveel van de 88 aangiften, afkomstig uit het Waalse en het Brusselse gewest, slaan op tweede verblijven (thuishorend in het Vlaamse KLG-bestand) dan wel of er een overdracht van gegevens naar de andere gewesten dient te geschieden. Ook de voorwaarden van de overdracht dienen dan nog te worden bekeken.

3.3. Aangegeven zwart-wit-televisies (houders)
In totaal deden toch nog 21 personen (huishoudens) aangifte van een zwart-wit-televisietoestel.

• Vlaams gewest: 19
• Brussels gewest: 2



4. Folders

In totaal werden er 487 folders verdeeld (485 NL, 2 FR).
Hiermee is 1,6 % van de 30.000 bij SITEL gestockeerde folders ver¬deeld.




5. Opbrengsten (bruto)

Overeenkomstig de beslissing van het Kabinet zullen alle aangiften aangere¬kend worden vanaf 1 oktober 1997. In de praktijk wil dit zeggen dat er voor autoradio, z/w-TV en kleuren-TV resp. 1.068 BEF, 5.136 BEF en 7.368 BEF zal worden aangerekend (geldende taksbedragen 1997).
De totale bruto-opbrengst voor de beschouwde periode bedraagt aldus 19.434.492 BEF.

gewest
AR z/w TV kl TV Totaal
VL 2.236.392 97.584 16.393¬.800 18.727¬.776
BR 41.652 10.272 618.912 670.836
WAL 6.408 0 29.472 35.880
totaal 2.284.452 107¬.856 17.042¬.184 19.434¬.492

Opgelet! De bovenstaande berekening is voorlopig en bruto. Inderdaad, de netto-opbrengst kan slechts berekend worden na de nominatieve matching door CIPAL: eliminatie van nep-aangiften, grappenmakers, dubbele aangiften, niet-traceerbare aangiften wegen foutieve input door TO, enz...


Incidentie op begrotingsjaar 1997

Aangezien de aangiften alle vanaf 1 oktober 1997 aangerekend worden zullen de uiteindelijke netto-bedragen slechts voor 3/12de aan het begro¬tingsjaar 1997 mogen worden toegewezen. Het saldo (9/12de) is over te dragen op het begrotingsjaar 1998 (overlopende rekening).

6. Outbound calls & audiotex

Tijdens de betrokken periode (19971002 - 19971010) zijn er piek¬momenten geweest die niet direct en live door het dedicated KLG-team van SITEL konden worden opgevangen.
Van een deel van deze calls werd enkel het telefoonnummer door een non-dedicated TO genoteerd en werd er daarna (tijdens daluren) in outbound call gewerkt.
Van deze activiteit kregen wij tot op heden nog geen rapportering.

Ook van de inzet van de audiotex-formule (nalaten van telefoonnummer door opbeller via intoetsen) tijdens 'outlogged periods' (bvb. 's nachts) werd nog geen rapportering ontvangen. Het is overi¬gens niet duidelijk of deze techniek wel effectief werd ingezet. Het is ons bekend dat er hierrond technische problemen gerezen zijn en dat men minstens tijdens één nacht een formule heeft gehanteerd waarbij één TO een gecom¬bineerde Proximus/KLG-opdracht kreeg.

Wij herinneren eraan dat een outboundgesprek à 125 BEF/call zal gefac¬tureerd worden door SITEL.


7. Andere respons-kanalen (feedback)

Andere gebruikte respons-kanalen buiten het 0900-nummer zijn:
• back end nummers Aalst (production teams)
• loket Aalst
• Kabinet van de Minister
• inzendingen aangifteformulier (folder)

Vooral het eerste en het laatste respons-kanaal kan nog voor een serieuze upgrading van het effect zorgen. De inzendingen van aangif¬teformulieren ex folder zullen echter met vertraging zichtbaar en kwan¬tificeerbaar worden. Het folder-effect is van een informatiever aard en daardoor diepgaander en moet op langere termijn beschouwd worden.

8. Retributie op telecom-kost


Over de periode werden voor 10.622 minuten inbound gesprekken genoteerd.
Dit zou betekenen dat Belgacom hierop een maximale omzet scoorde van 192.789 BEF (6,05 BEF x 3 x 10.622). De helft wordt geristorneerd aan CIPAL, zijnde 96.695 BEF.
De berekening is theoretisch want mede afhankelijk van het tijdstip van de call (zwart tarief van 18u30 tot 08u00 + weekends en wettelijke feestdagen = 6,05 BEF/40 sec.).


9. Verslaggeving pers & TV

Op basis van dit rapport kan gedacht worden aan een kort en factueel persbericht met distributie via het agentschap Belga.

Overigens mag gezegd worden dat de Vlaamse dagbladen zeer veel interesse betonen voor de campagne, ook nog een week na de perscon¬ferentie. Deze weerklank in de pers versterkt ongetwijfeld het effect van de campagne.

Ook de regionale TV-zenders hebben er aandacht aan. Zo ging Focus Tele¬visie uitgebreid (street interviews, vertoning kleurenkaart provincie West-Vlaanderen) in op de problematiek van de zware ontduiking in tweede verblijven aan de Kust. Via het uitwisselingsprogramma tussen de regionale TV-stations kwam dit Focus-thema ook in andere provincies aan de orde (met name op zondag via ATV in de provincie Antwerpen). De 'carroussel'-bericht¬geving verhoogt de visibi¬liteit en dus de con¬tactkans en bijgevolg de respons-rate.


10. Tweemaal een gemeentelijke TOP-20

In de bijlagen bij dit rapport geven wij de 20 gemeenten die het hoogst aantal aangiften opleverde, éénmaal voor autoradio, éénmaal voor kleurentelevisie.
Het is o.i. nog iets te vroeg (niet-representatief) om per gemeente relatieve scores te berekenen (aangiften gerelateerd aan de gemeten ontduiking).




Lucas TESSENS
Bestuurder/Research Director
19971012
LT
PC's in basisscholen
Edited: 199707160914
*FAXBERICHT • FAX MESSAGE

To: Kabinet van de Vlaamse Minister van Onderwijs, ter attentie van dhr Marc Wouters, Secundair Onderwijs & Informatica-projecten, Mar¬telaarsplein 7, 1000 - Brussel
From: Lucas TESSENS, Bestuurder/Research Director MERS
Date: 19970716
Ref: PC's in basisscholen
Pages (this one included): 1+2+3
Tel: 02-227.21.26 (RL)
Fax: 02-227.27.05



Geachte Heer Wouters,


Aansluitend bij ons telefoongesprek doe ik u hierbij de 10 "bouw¬stenen" geworden die wij aan de evaluatie van de Minister-President voorleg¬den in ons schrijven van 19970715.

Het voornemen van de Vlaamse regering om een substantiële investering te realiseren in het basisonderwijs juich ik toe. Dit ligt in het verlengde van hetgeen het "Studiesyndicaat Nieuwe Diensten via Kabel" (GIMV/¬Vlaamse Gemeenschap) in 1994 voorstelde (het MERS schreef de draft-opdracht voor dit studiesyndicaat en maakte deel uit van de werkgroep) en wat leidde tot Telenet. Het komt er immers op aan de jongeren van de vaardigheden en de middelen te voorzien om een maximaal nut uit de informatiesnelwegen te putten. In een economie die tendeert naar "gewichtloosheid" (des¬industrialisering) is dit voor het vrijwaren van de werkgelegenheid van cruciaal belang.

Tevens zend ik u een nota die de activiteiten van het MERS belicht.

Het MERS wil via de voorgestelde "task force" (punt 1) of op een andere manier een bijdrage leveren aan dit toekomst¬gerichte project.

Met hoogachting,




Lucas TESSENS
Bestuurder/Research Director

(uittreksel uit ons schrijven van 19970715 aan de Minister-President)

Ziehier 10 BOUWSTENEN die wij voor een efficiënte aanpak zien:

1

Installatie van een task force (max. 8 mensen) ter begeleiding van het gehele project. Voorzien van secretariaats-ondersteuning en een budget voor deze task force. Overleg met uw collega L. Van den Bossche.

2

Contacten met leveranciers van hardware teneinde maximale sponsoring te voorzien voor nieuwe pc's; gebruik maken van gerecycleerde pc's en betere organisatie van het recyclage-proces; vastlegging van de mini¬mum-basiscon-figuratie van de te gebruiken pc's (CPU 80386DX).

3

Keuze van de software: o.i. heeft Microsoft een zodanige voorsprong ge¬nomen dat men moet kiezen voor de programma's 'Word' voor het nieuwe lezen/schrijven en 'Excel' voor het nieuwe rekenen, alles in Windows-om¬geving; Vlaanderen zou een mega-licentie voor het basison¬derwijs moeten bedingen.

4

Onmiddellijke start van een korte (minder dan 20 uur) en practisch gerichte lerarenop¬leiding voor pc: het zou o.i. een vergissing zijn te denken in de richting van een specifieke pc-leraar; de 'pc-vaardigheid' wordt best geïnte¬greerd in de lessen Nederlands en rekenen omdat dan de link kan gelegd worden met de klas¬sieke lees-, schrijf- en reken¬methodes.

5

Onmiddelijke start van een middelgroot project in een 200-tal basis¬scholen (zo'n 5.000 pc's), provinciaal gespreid; vastlegging van een gefaseerd plan voor een totaal-dekking van het basisonder¬wijs tegen 2002.


6

Avondgebruik van de pc-klassen voor bijscholing, al dan niet betalend (criteria uitwerken).

7

Gefaseerde inkoppeling van 'Telenet' in de scholen en toelevering van Internet over Telenet; afsluiten van een mega-contract.


8

Installatie of renovatie van de interne kablering in scholen waardoor het project gebruik kan maken van servers; inzet van de know how van de kabelmaatschappijen (bijna alle intercommunales); afsluiten van een mega-contract voor toelevering van kabels (coax/fiber).


9

Jaarlijkse grondige evaluatie en bijsturing van het project tijdens een open studiedag mét publicatie van de resultaten en verspreiding via de media.


10

Instellen van een prijs voor de school met de beste pc-basisopleiding (ince¬n-tive op het project).
LT
Kijk- en luistergeld zorgt voor druk jaar.
Edited: 199701281015
Tekst voor het CIPAL-jaarverslag 1997

Kijk- en luistergeld zorgt voor druk jaar.

In het najaar 1996 schreef de Vlaamse overheid een offerteronde uit voor de outsourcing van de inning en de invordering van het kijk- en luistergeld. Veertien kandidaten, onder wie enkele wereldreuzen, schreven in.
Tot nog toe viel de inning van deze taks onder de bevoegdheid van Belgacom.
Na een zware onderhandelingsronde kwam CIPAL als de beste uit de bus en op 28 januari 1997 werd een contract voor 5 jaar getekend. De overeenkomst is verlengbaar met een nieuwe termijn van 5 jaar.
De opdracht is omvangrijk want zij bestaat niet alleen uit de informatisering maar omvat ook het gehele management en de totale reorganisatie van de Dienst.
Op 27 maart leverde CIPAL de Due Diligence in bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Hierin werd de toestand van de Dienst omstandig beschreven.
Op 28 maart ging in de gebouwen van de Dienst Kijk- en Luistergeld te Aalst een ontmoeting met de 176 personeelsleden door. CIPAL stelde in heldere taal de doelstellingen en de verantwoordelijkheden voorop. De dienst kreeg meteen een nieuwe huisstijl en ook een klaar 'mission statement'. De toon voor de nieuwe aanpak was gezet.

Op 1 april nam CIPAL dan het management in handen en duidde dhr Jos Franken, adjunct van de directeur-generaal, aan als project-verantwoordelijke. Het aanwezige management werd evenwel erkend en vlot ingeschakeld in de nieuwe werking. De reorganisatie startte onmiddellijk.
Op 1 juni startte de IT-training van het personeel. De talrijke instanties waarmee het Kijk- en Luistergeld in verbinding staat (Dienst Inschrijvingen Voertuigen, Rijksregister, kabelmaatschappijen, etcetera) werden gecontacteerd en ingelicht over de nieuwe procedures.

Op 1 september nam CIPAL de gehele informatica-verwerking van Belgacom over. De verzending van 2.108.486 betalingsformulieren vanaf 1 oktober betekende de vuurdoop.

Op 1 oktober gaf Vlaams Minister Wivina Demeester - De Meyer het startschot voor een mediacampagne (pers, TV, folders, internet-site) ter bestrijding van de ontduiking. Men had immers vastgesteld dat het aantal kabelabonnees in Vlaanderen hoger lag dan het aantal geregistreerde TV-houders. Ook de bezitters van niet aangegeven autoradio's vormden een doelgroep.


KERNCIJFERS PER 1.1.97
HUISHOUDENS 2.335.718
KABELABONNEES 2.194.105
GEREGISTREERDE TV-HOUDERS 2.038.804
PERSONENWAGENS 2.589.298
GEREGISTREERDE AUTORADIO'S 1.827.013
TOTAALOPBRENGST 1996 15,7 miljard

De campagne leverde op twee maand tijd meer dan 70.000 nieuwe aangiften op. Een schot in de roos voor al wie de rechtvaardigheid in fiscaliteit ter harte neemt.

Gedurende het jaar 1998 moet de reorganisatie geconsolideerd worden. Het vertrek van tientallen personeelsleden, die gebruik maken van de Belgacom-uitstapregeling, mag de werkzaamheden in geen geval verstoren. Aanwervingen zijn alvast geprogrammeerd. Verder wordt in 1998 de matching van de bestanden van de kabelmaatschappijen met het KLG-bestand opgevoerd om de nog steeds bestaande ontduiking verder terug te dringen. Tenslotte sleutelt CIPAL aan een geheel nieuwe computertoepassing voor de inning. Deze wordt operationeel vanaf 1 januari 1999.




In ieder geval mag gezegd worden dat CIPAL erin geslaagd is twee verschillende bedrijfsculturen op een nieuwe noemer te brengen en in harmonie te laten samenwerken. Zulks vergt de inzet van veel menselijk kapitaal en dit blijkt in onze organisatie ruim voorhanden te zijn.




LT/1998-01-28
TESSENS Lucas
Telenet - Lange aanloop (gepubliceerd in Trends Top Informatica 1997)
Edited: 199700001001

De geboorte van Telenet is recent. Toch mogen we niet vergeten welke lange geschiedenis eraan vooraf is gegaan. In feite behoort de gehele uitbouw van de teledistributie sinds 1970 tot de aanloopperiode. Nergens ter wereld heeft men op zo'n grote schaal aan bekabeling gedaan als in België.
Het aantal abonnees van dit netwerk groeide van 213.350 abonnees in 1972 tot 3.657.648 eind 1996. In Vlaanderen zijn er vandaag zo'n 2,2 miljoen kabelabonnees, na correctie voor seizoenabonnees in de kustgemeenten geeft dit ongeveer 91 % van de huishoudens.

De groei viel vanaf de jaren tachtig onder de 5 % om sinds 1995 onder de één procent te duiken. De komst van VTM, dat sinds februari 1989 exclusief via de kabel te ontvangen is, zorgde in Vlaanderen nog voor een korte groeistoot. Tegelijk bond VTM de abonnee als het ware aan de kabelmaatschappijen. Dit is ook één van de redenen waarom privé-schotelantennes in België een randfenomeen bleven. VTM was voor de kabel een geschenk uit de hemel. Hieruit is alvast een les te trekken: inhoud is een sterk bindmiddel tussen hardware en consument.

Twee factoren verklaren kabelsucces: de kabel bracht bijkomend entertainment onder technisch voortreffelijke omstandigheden en tegen een lage prijs naar een kijker die meer dan ooit tevoren over koopkracht en vrije tijd beschikte. Een aansluiting op de kabel en het kiezen van programma's vergde van de eindgebruiker ook geen speciale vaardigheden, een voordeel wanneer men een technisch massaproduct op de markt gaat neerzetten.

In België zijn er via Belgacom zo'n 4,7 miljoen vaste telefoonaansluitingen actief. De telefoon was nuttig zonder meer maar men kon er weinig plezier aan beleven. Telefonie leverde niet meer dan een relatieve bereikbaarheid op. Ook is het opvallend dat antwoord- en faxapparaten zo traag ingang vonden in ons land. Telefonie heeft bovendien het nadeel dat een intensief gebruik ook meteen de rekening de hoogte injaagt. Na honderd jaar kent de telefoon een nieuwe boom dankzij de GSM, die mobiliteit toevoegt aan bereikbaarheid. Een paar jaar na de introductie lopen 800.000 Belgen met een zaktelefoon rond en bij de eeuwwisseling zouden het er twee miljoen kunnen zijn. Ook een zekere vorm van snobisme heeft de spectaculaire groei aangestuurd: een GSM-toestel aan de broeksband suggereert belangrijkheid van de omgorde.
De meest opvallende evolutie die bij de kabel te bemerken viel, was het stijgend aantal geleverde programma's: van negen in 1972 naar meer dan dertig vandaag. Vooral de opkomst van de satelliet-tv-stations vanaf het midden van de jaren tachtig heeft hiertoe bijgedragen.

Rond 1990 groeide bij de kabelmaatschappijen dan het besef dat de sector een saturatieniveau had bereikt. Eens de laat op gang gekomen bekabeling van Limburg achter de rug, ging de groei van het aantal abonnees zich uitdrukken in tienden van procenten. Bovendien zorgde een streng prijsbeleid, een lage inflatie en een tanende koopkracht (drop outs) voor een markt waaruit de 'rek' weg was.

De kabelmaatschappijen - over het algemeen samenwerkingsverbanden tussen gemeenten, de intercommunales - waren echter niet bij machte om complementaire markten te gaan bespelen. Enerzijds ontbrak het aan strategisch inzicht, anderzijds zorgde de probleemloos geïnde kabelfrank voor een zekere gemakzucht. Een redelijke groei van de dividenden in de gemeentebegroting was meestal voldoende om 'avonturen' of nieuwe inzichten in de kiem te smoren. Bovendien waren de gas- en vooral de elektriciteitsbelangen van de intercommunales veel lucratiever. Een enkeling zoals Electrabelkabeldirecteur Norbert De Muynck was een roepende in de woestijn.

Het voorbeeld van FilmNet, sinds eind 1985 actief op de markt met een betaaltelevisiekanaal, dat maar niet op break-evenpositie geraakte, versterkte de trend van voorzichtigheid. Een segmentatie van het programma-aanbod werd uitgesteld wegens onzeker.

AL GORE. In januari 1993 zond de aantredende Vice-President Al Gore een duidelijk signaal uit. Internet, en netwerken in het algemeen, zouden de wereld veroveren. Ook Europa raakte in de ban van dit toekomstbeeld en de information highways werden constanten in toespraken. Op het Europese continent was een sterke penetratie van de breedbandige kabel enkel in de kleine, dichtbevolkte Benelux een realiteit. Hier stond men dus het dichtst bij die highways. In vele andere landen diende men nog te beginnen. Niet te verwonderen dat een echt Europees kabelbeleid in feite nooit bestaan heeft vóór het jaar 1994.

LAPPENDEKEN. In maart 1993 heeft het MERS in een rapport over de Vlaamse mediasector ("De Vlaamse Media"), opgesteld voor het Kabinet Van den Brande, gewezen op de "massale onderbezetting van de mogelijkheden van de kabel". Ook de structuur van de teledistributiesector kwam in het rapport uitgebreid aan bod. De verzorgingsgebieden van de 21 kabelmaatschappijen vormen op de kaart van Vlaanderen een 'lappendeken'.
In augustus 1997 besliste Leuven dan nog om tegen 1999 via Iverlek III een nieuw kabelnet in de stad uit te bouwen, in rechtstreekse concurrentie met het bestaande net van Radio Public. Versnippering was altijd al het meest opvallende kenmerk van de sector.
Het rapport bepleitte een interconnectie van de verzorgingsgebieden. Een signaal, te Maaseik ingespoten, zou dan in De Panne ontvangen moeten kunnen worden. Weg met de muurtjes, leve de ontsluiting!
Het Vlaamse teledistributienetwerk is ongeveer 53.000 km lang. Het zijn de kabels die men langs de gevels en op palen ziet. Slechts een klein deel ligt ondergronds. Het distributienetwerk wordt gevoed door circa 11.000 km primair net, vertrekkend vanuit de zogenaamde kopstations. De verhouding tussen beide delen van het TVD-netwerk ligt op ongeveer 5 km distributienet voor één km primair net. Het aantal abonnees per kilometer distributienet varieert enorm omdat de ene kabelmaatschappij actief is in een stedelijk gebied en de andere in een rurale streek. We hebben te maken met een vork van 31 (PBE) tot 74 (Integan) abonnees per km. Dit heeft natuurlijk zijn gevolgen voor de return on investment (ROI) bij ingrepen op het net die het telefonierijp moeten maken. De fasering in de ombouw van het net (de plaatsing van terugwegversterkers, e.d.) zal normaal de ROI-logica volgen.
Statutair gezien zijn er vier soorten kabelmaatschappijen: de zuivere en de gemengde intercommunale, de privé-maatschappij en de gemeentelijke regie. Eind 1996 was zo'n 67 % van de abonnees aangesloten bij gemengde intercommunales, het samengaan van gemeenten en Electrabel. De zuivere intercommunales namen 31 % van de abonnees voor hun rekening.
Electrabel werd en wordt gedomineerd door Franse maatschappijen. Deze situatie stond haaks op de Vlaamse verzuchtingen die neergelegd waren in het zgn. 'verankeringsbeleid'. Het differentiëren van het kabelgebruik (welzijnsalarmering, telecontrole, video op aanvraag, enzovoort) zou meteen ook een versterking van de Fransen in de plots strategisch genoemde kabelsector betekenen. Anderzijds moest een kabelbeleid oog hebben voor de gemeentelijke autonomie, iets waaraan zowel de zuivere als de gemengde intercommunales sterk gehecht zijn. Een al te autoritair optreden van de Vlaamse regering of van het coördinerende GIMV tegenover de gemeenten kon vlug in het verkeerde keelgat schieten. Dansen op eieren leek een makkelijker bezigheid.

SPRAAKMAKENDE TELEFONIE. Een resem adviezen vulde het MERS-rapport van maart 1993 aan. Luc Van den Brande mag als de echte 'vader' van het Telenetproject worden bestempeld, want in oktober 1993 kondigde hij in zijn beleidsbrief de oprichting aan van een 'Studiesyndicaat Kabel'. In januari 1994 werd het MERS verzocht om een draft-opdracht voor dit studiesyndicaat uit te schrijven (zie ook onze vrije tribune in Trends van 13.1.1994 on de titel Koop de kabel ! ). Vervolgens kreeg de Gewestelijke Investeringsmaatschappij (GIMV) de taak toegewezen om de werkzaamheden van het onderzoeksteam te coördineren. De kabelsector was voor de GIMV onbekend terrein. De overheidsholding had aanvankelijk absoluut geen klare kijk op de mogelijkheden, al wil men dat vandaag niet meer toegeven. In juni 1994 kwam de werkgroep een eerste keer bijeen. In de prille beginfase lag het niet in de bedoeling om telefonie over het kabelnetwerk te gaan doen. Die optie kwam er een maand later, in juli 1994, en het is nog steeds niet uitgemaakt wie die optie heeft doorgedrukt. Een direct gevolg van die keuze was dat een vertegenwoordiger van Belgacom uit de werkgroep geweerd werd.
De 'hype' rond de liberalisering van de spraaktelefonie vanaf 1998 heeft zeer zeker bijgedragen tot het kiezen van de telefoniepiste. Het eindrapport van het Studiesyndikaat kwam er, rekening houdend met de draagwijdte van wat voorgesteld werd, ontzettend vlug. Ook de Vlaamse regering heeft qua decision making alle records gebroken, want op 26 oktober 1994 reeds was het eindrapport van het SNDKT in de Ministerraad goedgekeurd en was Telenet beleidsmaterie geworden. Vlaamse beleidsmaterie weliswaar. In telecomland was nog nooit zo hard gefietst. Ook de federale regering was op snelheid gekomen en werd onverhoeds geconfronteerd met een pril Vlaams telecombeleid dat roet in het eten kon gooien bij de gedeeltelijke privatisering van het nationale Belgacom. Telenet drukte de prijs van de Belgacomaandelen, zo werd beweerd. Het communautaire duiveltje liet zijn staart zien!

De verantwoordelijkheid die men op zich laadde was enorm: zowel de samenwerking tussen de kabelmaatschappijen als de financiering van het Telenetplan waren een uitdaging van formaat. Ook op technisch vlak diende men een wereldprimeur uit te dokteren. Het distributief opgebouwde kabelnetwerk (point - multipoint) zou drager worden van zowel televisiesignalen (het klassieke gebruik) als van spraaktelefonie, een per definitie punt-tot-punt-aangelegenheid. Dit laatste veronderstelt dat men over de kabel een zogenaamde 'terugweg' vanuit de huiskamer naar een schakelpunt creëert. De diverse schakelpunten moeten met elkaar verbonden worden door glasvezelkabels met hoog debiet.
Megacentrales worden gebouwd in volgende 7 gemeenten: Hoboken (Antwerpen), Brugge, Kortrijk, Gent, Brussegem (Asse), Leuven en Hasselt.

GEVOLGEN. Aangezien de keuze voor telefonie over de kabel zoveel aandacht en knowhow vereiste, is het verklaarbaar dat de multimediatoepassingen, waarvoor de kabel eigenlijk het meest aangewezen is, naar achter werden geschoven. De concurrentie met het federale Belgacom, inmiddels opgenomen in een internationaal consortium (met Ameritech, Singapore Telecom en Tele Danmark), stond in het brandpunt van de belangstelling. De intrede van US West, één van de Amerikaanse Baby Bell's, in Telenet moest tegelijk voor cash en voor de zo noodzakelijke technologiepush zorgen. De aanspraken van bijvoorbeeld Alcatel, met de belangrijke Bellvestigingen te Antwerpen en te Geel, waren daarmee zo goed als teruggefloten. Daar werd meteen geschermd met het zo gevoelige punt van de werkgelegenheid. Later werd Alcatel wel als leverancier aangesproken. Maar achter de schermen bleef het 'verankeringsdossier' toch een sleutelrol spelen. Bij de keuze van de telefoniepartner heeft men zeer zeker geopteerd voor een verre Amerikaan, liever dan voor een nabije Fransman. Of de knowhow van US West inzake kabeltelefonie zo uniek was, valt te betwijfelen. Immers, de ervaring die US West via haar dochter Telewest had opgebouwd in Groot-Brittannië was gestoeld op het gebruik van de klassieke telefoonkabel (twisted pair) naast de klassieke teledistributiekabel (coax). In de UK duwt men dus twee kabels bij de abonnee binnen. In feite kan men zeggen dat nooit eerder een telefonieproject op zo'n grote schaal was uitgetest waarbij televisie- én telefoniesignalen over één en dezelfde kabel getransporteerd werden. In de latere engineeringfase zou blijken dat de technische uitdaging groter was dan verwacht en dat nog veel labowerk nodig was om het netwerk effectief te doen functioneren.

FINANCIERING. De financiële inspuiting die Telenet vergde werd door het SNDKT geraamd op 47 miljard BEF, te spreiden over 15 jaar. Het project oversteeg daarmee niet zozeer de financiële slagkracht van Vlaams kapitaal, maar vooral het durfpotentieel dat in onze contreien aanwezig is. Ook de al te zwakke want versnipperde organisatie van het Vlaamse kapitaal kwam hiermee aan het licht. De gemengde kabelintercommunales hebben zich via een ingewikkeld financieringssysteem laten indekken door Electrabel. Hierdoor kunnen de gemeenten blijven rekenen op de klassieke kabeldividenden en toch meesnoepen van zodra telefonie begint op te brengen. Voor dit ontwijken van risico betalen de gemeenten natuurlijk een prijs. In feite trekt Electrabel haar dominante positie die zij in kabelland al had nu ook door binnen de kabeltelefonie. De dimensie van het investeringspakket en van de risico's moest haast onvermijdelijk leiden tot een dans tussen groten. De onderhandelingen om de aandeelhouders bijeen te krijgen hebben uiteindelijk tot september 1996 geduurd.

BELGACOM ALERT. Straks krijgt het oude en grote - maar op wereldvlak onbeduidende - Belgacom dus te maken met een Vlaamse concurrent. Bij Telenet wil men niet zoveel kwijt over hoe men die concurrentie gaat aanvatten. Men zou de nationale operator met prijsverminderingen te lijf gaan, zo werd in januari 1997 nog gezegd.
Die marketingkeuze was cruciaal én gevaarlijk. Mocht dit waar zijn geweest dan onderschatte men het ontwakingsproces dat Belgacom sinds 1992 heeft doorgemaakt. De periode van Bessel Kok mag dan turbulent geweest zijn, zij heeft aangetoond dat de revolutie niet aan Belgacom zou voorbijgaan. Ook heeft Belgacom heel wat concurrentie-ervaring opgebouwd met het GSM-dossier en heeft het bewezen snel een draadloos netwerk uit de grond te kunnen stampen. Belgacom is dus alert en kan putten uit de opbrengsten van de klassieke en de moderne mobiele telefonie. Dat Telenet en Mobistar gedoemd zijn om samen op te tornen tegen Belgacom-Proximus lijkt volgens sommigen dan ook een evidentie. Mobistar geeft toe dat er gepraat wordt.
Wat er ook van zij, met zijn 139 miljard BEF omzet in 1996 is Belgacom een geducht concurrent voor Telenet en eerstgenoemde zou wel eens een langere 'prijsadem' kunnen hebben dan Telenet.
In augustus '97 laat men een ander geluid horen. "Telenet start waar ISDN stopt", klinkt het nu. Daarmee wisselt het geweer van schouder: de diensten en de breedbandigheid worden naar het voorplan geschoven. Ook in de sfeer van de aangeboden eindapparatuur zou Telenet voor een verrassing zorgen.


BREEDBANDIGHEID EN MARKETING. Natuurlijk geeft Telenet niet al zijn troefkaarten zomaar bloot. De ultrasnelle toegang tot (een selectief gedeelte van) internet is zo'n troef. Deze dienst wordt aangeboden onder de benaming 'Pandora'. Hierbij worden een aantal databanken ingeladen in een zogenaamde proxi-server die rechtstreeks op het breedbandige fiber-coax-netwerk (HFC, hybrid fiber coax) van Telenet is aangekoppeld. De bottle neck van het smalbandige klassieke telefonienet wordt daardoor omzeild. Een maandabonnement op Pandora kost 1.500 BEF en dat bedrag dekt ook alle communicatiekosten. De eenmalige installatiekost, inclusief de kabelmodem, bedraagt 10.000 BEF. De testfase is veelbelovend. Toch komen we hier bij de sleutelkwestie rond Telenet: hoe haal je uit de breedbandigheid van het gebruikte netwerk een comparatief voordeel op Belgacom? We zitten dan dicht bij de vraag welke inhoud er in de proxi-server moet worden gestopt. Die kwestie wordt op statistische basis opgelost. Internetsites die veel geconsulteerd worden, komen bovenaan het lijstje om ingeladen te worden in de proxi-server. Het kijkcijfer gaat ook hier dus een cruciale rol vervullen. Probleem blijft de extreem lage penetratie van internet in Vlaanderen.
De proxi-server zal in feite een draaischijf worden van door derden aangeboden inhouden. De digitalisering van alle informatie-inhouden en van de gehele entertainmentproductie opent perspectieven die in het begin van de XXIste eeuw voor een ware revolutie zullen zorgen. Heel ons cultureel erfgoed en alle onderwijspakketten worden immers gemakkelijk transporteerbaar over die netwerken. Dit is geen droom. De vraag is niet meer of dat soort informatiemaatschappij eraan komt, wél hoe snel het zal gaan.
Dit facet van Telenet wordt voorlopig nog op de achtergrond gehouden. Het gehele project is nog al te zeer techno-driven om met zulke kwesties bezig te zijn.

BIG BROTHER? Een voorbeeld toont aan hoe maatschappelijk en hoe ethisch de aangelegenheid wel kan worden. Neem nu de affaire Dutroux. De wanstaltigheid ligt natuurlijk in de aard van het delict zelf. Maar ligt ze niet evenzeer in het gebrek aan communicatie? Is het verstoppertje spelen van politiediensten en parketten niet misdadig? Hoe zwaar weegt de verantwoordelijkheid op het beleid indien men de technologie niet inzet daar waar ze moet ingezet worden? Quid indien men opteert voor geslotenheid i.p.v. voor openheid in een zo essentieel dossier als de burgerlijke veiligheid?
Het al dan niet inschakelen van performante netwerken en databases is vandaag geen technologische optie, maar een maatschappelijke én dus een politieke. De trage maar gestage popularisering van internet heeft voor velen duidelijk gemaakt dat afstand niet langer een rol speelt in de informatieoverdracht. De afstand tussen Brussel en Buenos Aires is even kort als die tussen Luik en Charleroi. Na miljoenen jaren drijven de continenten terug naar elkaar toe. Nu het technische 'non possumus' van de baan is geveegd, wordt in de discussie vrij vlug geschermd met gemeenplaatsen zoals Big Brother en privacy. Maar de maatschappelijke evolutie is van die aard dat vandaag enkel criminele organisaties en financiële sjoemelaars profiteren van het niet-bestaan van goed georganiseerde computernetwerken waarin op gecontroleerde manier wordt omgegaan met vitale veiligheidsinformatie. De breedbandigheid én dus de snelheid waarmee enorme pakketten via Telenet getransporteerd kunnen worden, zijn morgen argumenten om de beleidsmakers tot creativiteit en het afleggen van verantwoording te dwingen.

ONDERWIJS EN PC-VAARDIGHEID. Een laatste teer punt ligt in het opleidingsniveau van het publiek. Waar haalt de gewone burger straks de vaardigheid vandaan om met ingewikkelde eindapparatuur om te gaan? Worden de installatieprocedures sterk vereenvoudigd? Wat investeren we in opleiding en begeleidende communicatie? Wanneer confronteren we onze kinderen met de pc: op 4, op 6 of pas op 12 jaar? Welke software maken we hen eigen? Of moet dit debat niet gevoerd worden en klaart in de markt alles vanzelf uit? De 11-juli-toespraak van Luc Van den Brande is terzake vrij radicaal. Tegen 2001 wil de Vlaamse regering alle jongeren van 12 jaar een pc-opleiding bezorgen. Het prijskaartje bedraagt 2 miljard BEF. Een peulenschil. Toch schrikken sommigen van een investering van enkele duizenden franken per leerling. Net alsof opleiding een luxe zou zijn. Allerminst. Een maatschappij in mutatie kan het zich niet permitteren eenzijdig te kiezen voor een technologiestoot zonder onderwijsverandering. Indien een bedrijf zoals Belgacom met miljarden het grootste intern herscholingsprogramma in België gaat realiseren, dan moet dat toch een niet mis te verstaan signaal zijn dat opleiding vitaal is. Telenet krijgt pas echt zin als het een rol gaat spelen in een breed sociocultureel kader. Pure telefonie met enkele ingenieuze toeters en bellen vormt een te smalle basis om de markt te bekoren.
TESSENS Lucas
Vlaamse Audiovisuele Regie - VAR.V.A.R. - Korte Historiek
Edited: 199511011695
Korte historiek :

Het zgn. "mini-dekreet" van 13 juni 1990 voorziet in de mogelijkheid van reklame op radio en sponsoring op televisie (openbare zender) . Op 18 juli 1990 tekent de BRTN met VUM de ontwerp-overeenkomst om de VAR als publiciteitsregie op te richten. Op 10 augustus 1990 wordt de oprichtingsakte ondertekend; dhr Marc Appel wordt benoemd tot afgevaardigd bestuurder . De VAR heeft een kapitaal van 100 miljoen BEF waarvan 50 volstort; BRTN (BTWnummer : 244.142.664) onderschrijft 55 %, VUM 45 %. Op 6.9.1990 wordt dhr Cas Goossens benoemd tot voorzitter van de raad van bestuur en wordt de maatschappelijke en administratieve zetel verplaatst van Groot-Bijgaarden naar Sint-Stevens-Woluwe. Op 1 oktober 1990 worden de eerste reklameboodschappen op de BRTN-zenders uitgezonden. Op 11 november 1991 start het continu (CLO) luisteronderzoek op met de dagboektech¬niek. Op 27 november 1991 beslist de Raad van Be¬stuur om de zendtijd voor radioreklame uit te breiden. Op 18 december 1991 wordt het takenpakket van de VAR uitge¬breid (merchandising en rechten). Op 31.12.1991, na 15 maand werking heeft de VAR 710 miljoen bedrijfsopbrengsten geboekt waarvan 590 miljoen BEF naar de BRTN gaan. Op 28 januari 1992 maakt de BRTN bekend met een nieuw radionet te zullen starten . Uitgevers en VTM protesteren : VTM droomt immers al jaren van een radiostation voor Vlaanderen (zie hoger). Administrateur-generaal van de BRTN, dhr Cas Goossens, plaatst Radio Donna - zo heet het nieuwe radiostation - in het kader van de problematiek van de openbare omroep. Hij verklaart zich tot voorstander van een ruime commerciële armslag voor de BRTN. Op 28 maart 1992 gaat Radio Donna dan in de ether. In mei 1992 verkoopt de VAR haar eerste 'open scherm' : daluren op tv worden verkocht aan derden. In september 1992 sluit de VAR een akkoord met een aantal vrije radio's uit 48 Vlaamse gemeenten, verenigd onder de koepel van de Belgische Radio Maatschappij (443.945.937), om hen via een combinatietarief met de BRTN-radio's de publiciteitsacquisitie te vergemakkelijken. De VAR neemt ook de dossiers voor co-produktie en cofinanciering van BRTN-programma's onder haar hoede, welke door de BRTN 'de randmogelijkheden van het decreet' genoemd worden. In juli 1993 komt de VAR tot een akkoord met Roularta om samen de Regionale Audiovisuele Regie op te richten; de RAR verzorgt de publiciteitsacquisitie van TV-Brussel (later wordt ook een akkoord gesloten met Audio Video Studio, AVS) . De participatie in de RAR zal echter opgenomen worden door Sydes, dochter van de VUM, en niet door de VAR (zie ook het overzichtsorganogram in de bijlagen). Sinds het nieuwe decreet van 15 december 1993 is het de VAR ook toegelaten privé-sponsoring voor de BRTN-televisie te werven.

Bestuursmandaten :
Voorzitter : Dhr Cas Goossens
Afgev. Best. : Dhr Marc Appel
Bestuurders : Dhr Jan Ceuleers
Mevr. Carla Galle
Dhr Thomas Leysen
Dhr Jan Scheerlinck
Dhr Petrus Thys
Dhr Guy Vanhengel
Dhr Toon Van Overstraeten
Dhr Piet Van Roe
Dhr Guido Verdeyen
Dhr Frans Vreys
Comm.-rev. : Marcel Asselberghs & Co
TESSENS Lucas
Beknopte historiek van De Persgroep (tot 1995) - Uittreksel uit 'De Vlaamse Media. Een sector in de stroomversnelling'
Edited: 199511001461
Beknopte historiek :

Op 7.6.1888 wordt te Brussel het dagblad Het Laatste Nieuws gesticht ter gelegenheid van de wetgevende verkiezingen van 12.6.1888. Het blad, dat slechts twee pagina's telde, wordt verkocht tegen een prijs van 2 cent ("centenblaadje"). De eerste nummers verschenen onder leiding van een comité onder wie Julius Hoste sr (°Tielt, 25.1.1848 - +Brussel, 28.3.1933). Onmiddellijk na de verkiezingen zet vader Hoste de publikatie van het nieuwe dagblad alleen verder. Daarin polemiseerde hij hevig tegen de klerikalen, de franskiljons en het sociale onrecht. In 1897 wordt het dagblad De Nieu¬we Gazet gesticht. In 1900 richt Julius Hoste te Brussel het dagblad 'Vlaamsche Gazet' op, bedoeld voor de liberale intelligentsia. In 1914 verdwijnt dit dagblad. Tijdens WO I vallen ook de persen van Het Laatste Nieuws stil. Na de eerste wereld¬brand wordt vader Hoste opgevolgd door zijn zoon, Julius Hoste junior. Hoste jr had aan de VUB rechten gestudeerd en deed er zich door zijn welsprekendheid opmerken in de Vlaamsgezinde kringen. Hij gaf de krant een volkser en gematigder karakter en mede daardoor steeg de oplage pijlsnel (van 63.000 in 1919 naar 285.557 in 1939). Julius Hoste jr wordt in 1936, als extra-parlementair, minister van Onderwijs in de regering Van Zeeland; in 1937 treedt hij in de regering Janson; tijdens WO II hij als staatssecretaris in de regering Pierlot te Londen. Na WO II wordt hij liberaal senator tot aan zijn plotse overlijden op 1.2.1954. Slechts dan wordt de NV Uitgeverij Hoste opgericht en dit onder leiding van dhr Albert Maertens. Voordien was Het Laatste Nieuws immers de persoonlijke eigendom van Julius Hoste jr. Op 3.5.1955 komt ook de "Stichting Het Laatste Nieuws" tot stand; die stichting moet - aldus de wens van de overledene - waken over het behoud van de geest en het eigen karakter van het blad. De schoonzoon van Julius Hoste jr., dhr Frans Vink, treedt aan en wordt weldra directeur-generaal van de uitgeverij.

Op 7.11.1957 koopt Uitgeverij Hoste 90 % van de aandelen van De Nieuwe Gazet (Antwerpen), die tot dan toe in handen waren van de Burton Uitgeverij NM (familie Burton), en vertrouwt de leiding van De Nieuwe Gazet toe aan dhr Frans Grootjans.
Op 12.12.1958 wordt Zondag¬nieuws door Uit¬geverij Hoste gelanceerd. Op 1.5.1962 lan¬ceert men het week¬blad Kwik. Op 12.7.1963 versmelt de Burton Uitgeverij De Nieuwe Gazet volledig met de NV Uitgeverij Hoste. Op 7.1.1967 wordt het Franstalig weekblad Sport door Hoste gelanceerd. Op 18.1.1967 verschijnt de nederlandstalige tegenhanger Sport. In 1969 wordt het weekblad Telstar door Het Laatste Nieuws gelanceerd. In 1971 grijpt een fusie plaats tussen twee weekbladen van de Hoste-groep: Telstar wordt opgeslorpt door Zondagnieuws. In 1976, na het faillissement van de Standaard-groep, kan de groep Maertens-Van Thillo-Brébart, een aantal weekbladtitels kopen van de curatoren. Hieronder Ons Volk, Chez Nous, Echo de la Mode, e.a. Aanvankelijk had deze groep ook voorstellen gedaan om, parallel aan de redding van de dagbladen van de Standaardgroep door dhr A. Leysen en co, een oplossing te zoeken voor de weekblad-poot, inclusief personeelsovername, 677 man, en koop van de infrastructuur. Voor de weekbladen kon toen echter geen 'waterdicht schot' met het verleden worden gecreëerd wegens panden op titels. In de jaren daarna gaat het niet goed met de Uitgeverij Hoste. Het Laatste Nieuws lijkt een beetje ingedommeld en is duidelijk aan een herpositionering toe tegenover Het Nieuwsblad van de Standaardgroep. Over het boekjaar 1984 lijdt Hoste zelfs plots een recordverlies van 117 miljoen BEF. Ook de weekblad-poot Het Rijk der Vrouw/Femmes d'Aujourd'hui wordt continu geplaagd door hoge verliezen (-164 miljoen in 1983, -347 miljoen in 1984, -17 miljoen in 1985) en genereert bijgevolg geen enkele return voor Hoste. (zie onze balansanalyse van eind oktober 1986 zoals medegedeeld aan de voorzitter van de NFIW)
In de jaren tachtig verzet Uitgeverij Hoste zich heftig tegen elk plan om commerciële tv in Vlaanderen op te starten. Dit niettegenstaande het feit dat binnen de Vlaamse Executieve de liberale coalitiepartner hard aan de kar duwt om het project doorgang te doen vinden. Door toedoen van de familie Van Thillo en op aandringen van niet aflatend protagonist Jan Merckx wordt de uitgeverij toch bij de plannen van de Vlaamse Media Maatschappij betrokken en op 28.11.1987 behoort de groep dan toch tot de medeoprichters van VTM. Ondertussen werd wel op 15.11.1984 het weekblad Dag Allemaal door de NV Sparta op de markt gebracht. Dit weekblad zou gaandeweg, en parallel met VTM, tot een succes zonder voorgaande uitgroeien. In januari 1989 neemt de groep Hoste De Morgen op. Deze overname wordt volbracht onder het mandaat van dhr Rik Duyck, directeur-generaal. Op 17.9.1989 fusioneren Dag Allemaal en Zondag Nieuws inhoudelijk. Op 5.9.1990 gaan de titels Het Rijk der Vrouw en Femmes d'Aujourd'hui over in handen van de Internationale Uitgeversmaatschappij (IUM). Tengevolge hiervan stopt Publicité d'Aujourd'hui vanaf 1.1.1991 met zijn aktiviteiten. Kiosk, behorend tot de groep IP-Havas, neemt de regie van Dag Allemaal en van Joepie in handen (verder verzorgt Kiosk de acquisitie van reklame voor Le Moniteur de l'Automobile/Autogids, Ciné Télé Revue, Téléstar, 7 Extra, Top Santé, Goed Gevoel, Time en Madame Figaro). De keuze van deze regie is strategisch van aard en heeft alles te maken met de druk op de magazine-tarieven vanwege de aankoopcentrales voor publiciteit ('centrales d'achat') die in de jaren tachtig ook in België tot wasdom zijn gekomen. Ook het aanbieden van een nationale dekking - een klassieke vraag van de adverteerders - is een belangrijke drijfveer geweest. In 1990 verkoopt Frans VINK zijn 33%-aandeel in de groep Hoste aan de Van Thillo's. In hetzelfde jaar vervangt de zeer jonge Christian Van Thillo Rik Duyck aan het hoofd van de groep. Op 20.6.1991 wordt de ASAR-drukkerij met 320 werknemers op bekentenis failliet verklaard na een ingewikkelde herstruktureringspoging tussen Aurex, Finimco, Edibel en met hulp van de GIMB (Brussels Gewest). De laatste jaren gaat het goed met de groep en worden er voor Het Laatste Nieuws/De Nieuwe Gazet oplagestijgingen genoteerd (zie bijlage). Op 19.2.1993 wordt het verlieslatende Lotus Reizen - reisagent met 23 kantoren - verkocht was aan United Professionals rond de Antwerpse investeerder Paul Pierre. Hoste bevestigt hiermee de wil om zich uitsluitend op de 'core business' te richten. Medio november 1993 komt hoofdredacteur Karel Anthierens over van Het Volk (zie aldaar).
De vennootschap raakte eind 1993 betrokken bij de alliantie 'Belgian Multimedia' (Hoste, Belgian Media Holding, Concentra, Rossel-Le Soir, telecom-groep US West ) die de uitgave van de 'Gouden Gids' wilde gaan realiseren maar Belgacom besliste zelf als uitgever te gaan optreden. Begin mei 1994 stopt De Persgroep het project "De Week" (weekendkrant genre Sunday Times) in de koelkast. Tijdens het WK-voetbal '94 (juni-juli) verkoopt HLN zijn Limburgse editie aan 20 i.p.v. aan 26 BEF hetgeen bij Het Belang van Limburg uiteraard niet in goede aarde valt. In augustus 1994 verklaart De Persgroep geïnteresseerd te zijn in samenwerkingsverbanden met 'Het Volk'. In september 1994 start HLN in de provincie Oost-Vlaanderen met een grootscheepse promotiecampagne, ondersteund door VTM-spots, waarbij men stafkaarten van de provincie in het dagblad aantreft.

De NV De Nieuwe Morgen, opgericht op 15.1.1987, is de uitgever van het dagblad 'De Morgen', gesticht op 1.12.1978 door NV De Roos, een uitloper van het faillissement van 'Volksgazet' . De vennootschap groeide uit het faillissement van de SV De Morgen die op 30.10.1986 de boeken neerlegde. De SV De Morgen had op 1.6.1981 al de aktiviteiteiten van de NV De Roos overgenomen en werd tot 19.3.1985 op de persen van Het Licht te Gent gedrukt. Op die datum komt het dagblad uit in tabloid-formaat en wordt gedrukt op de persen van Nevada-Nimifi. Tengevolge daarvan moet Het Licht eind 1985 de boeken neerleggen. Het noodlijdende dagblad werd midden januari 1989 door Hoste overgenomen en verschijnt sinds 1.1.1991 op groot formaat aangezien het gedrukt wordt op de persen van Hoste. De onderhandelingen daarover dateren van medio 1988 toen eens temeer gebleken was dat de financiële toestand fel achteruitging. De helft van de titel, in het bezit van de NV Studin werd op 16.1.1989 overgedragen aan de NV De Nieuwe Morgen voor een symbolische frank. De tweede helft van de titel, in het bezit van de CV D.O.P. werd op 19.12.1989 omgezet in kapitaal (inbreng in natura) ten belope van 4 miljoen frank. Op 1.7.1991 werd de editie 'Vooruit' (°1884) opgegeven. Op 4.12.1991 neemt Dhr Paul Goossens ontslag als hoofdredacteur maar blijft editorialist. Dhr Piet Piryns volgt hem op. Eind 1992 ontstonden moeilijkheden tussen de leiding van Hoste en de redactie over het afsluitingsuur van de kopij (dead-line). Sindsdien is er van de NV Drukkerij Het Volk een aanbod gekomen om de krant te gaan drukken. De gesprekken hierrond zijn nooit gefinaliseerd (noteer dat het samenwerkingsverband tussen Hoste en De Morgen liep tot eind 1993). Ondertussen heeft de hoofdredactie ontslag genomen en werd redacteur Walter De Bock aangesteld tot hoofdredacteur a.i. 1993 was niet goed voor De Morgen. De Morgen ging stelselmatig achteruit qua betaalde verspreiding en de merkreklame stagneerde op een te laag peil (zie grafiek in de bijlagen). In 1993 hebben wij dan ook volgende stelling naar voor gebracht : "Naar onze mening zou De Morgen overigens beter af zijn in een WEEKBLADFORMULE. De redactionele aanpak leent zich ook uitstekend om die stap te zetten. De opiniewaaier hangt immers niet - zoals traditionalisten onterecht menen - samen met de periodiciteit van een medium. Reeds in november 1986, ten tijde van het faillissement van De Morgen, hadden wij deze idee gelanceerd. Als overgangsmaatregel zou men de perssteun die De Morgen nu geniet kunnen blijven uitkeren. Bedrijfseconomisch lijkt ons de weekbladformule veel haalbaarder omdat het break-even-point veel lager ligt dan in de dure dagbladformule." Begin 1993 heeft De Morgen aan Andersen Consulting een beleidsadvies gevraagd. Het is onbekend of deze doorlichting veel resultaat heeft opgeleverd.

Tegenover ons bevestigde het management van De Persgroep medio februari 1994 nogmaals dat de verkoopintentie voor De Morgen gehandhaafd blijft. Hoste houdt De Nieuwe Morgen overigens buiten de consolidatiekring omdat "de aandelen uitsluitend gehouden worden met het oog op latere vervreemding" .
Terwijl de andere dagbladen op 1.10.1993 hun prijs voor een los nummer verhoogden bleef De Morgen staan op 30 BEF. Op 12.10.1993 houdt de 'Antwerpse De Morgen' (°1.3.1983) op te bestaan. De overnamegesprekken raakten in het slop.
Voor de eerste drie maanden van 1994 meldt De Morgen een licht gestegen verkoopcijfer (23.783 ex.), voornamelijk te wijten aan een stijging van het aantal abonnementen. Medio september 1994 verklaart dhr Christian Van Thillo dat de verkoop van De Morgen geen prioriteit meer is voor de Persgroep. Terzelfdertijd raakt bekend dat de krant per 1.10.1994 een nieuwe hoofdredacteur krijgt : Humo-journalist Yves Desmet (°1960), die vroeger ook al bij De Morgen werkte als politiek verslaggever .
Sindsdien gaat het qua verkoop beter met De Morgen. In de periode juli 1994 - juni 1995 werden gemiddeld 27.161 ex. verkocht. Het dagblad moet echter een relatief hoge gedrukte oplage (39.455 ex.) in de markt zetten om de verkoop te ondersteu¬nen. Met een verspreidingspercentage dat op 68,8 % ligt scoort De Morgen het laagst van alle Vlaamse dagbladen. Gezien de gestegen papierprijzen is dit een kwalijke zaak. De vastgestelde zwakte kan vele oorzaken hebben maar wijst toch in de richting van een moeilijk verlopende fidelisering van de lezer.


Noot over het faillissement van Volksgazet:
Op 14.7.1978 waren de vennootschappen Excelsior en Ontwikkeling, resp. drukkerij en uitgeverij van het socialistische dagblad 'Volksgazet' (°3.6.1914 - +18.7.1978) in faling verklaard. De rechtbank van koophandel bracht bij vonnis van 27.7.1978 de datum van staking van betaling op 14.1.1978, de klassieke 6 maanden. Een nieuwe vennootschap 'De Roos', opgericht enkele dagen na het faillissement kreeg van de curatoren de toelating om de uitgave verder te zetten tot 15.9.1978. Problemen met de overname van personeel en het niet vrijgeven van de titel leidden echter tot de definitieve stopzetting van de uitgave op 18.7.1978. (uit : X, De teleurgang van Volksgazet, in : De Pers/La Presse, nr 98, Brussel, BVDU/ABEJ, juli 1978, blz. 7). Zie ook : VAN WASSENHOVE, Ph., (De) Volksgazet, (onuitgegeven verhandeling), RITCS, Brussel, 1979, 248 blz. (dit goed gedocumenteerde werk, geschreven kort na het verdwijnen van 'Volksgazet', bevat bovendien een uitgebreid bronnenoverzicht) (ref MERS 19790426).
TESSENS Lucas / MERS
19 juli 1995: De kwintessens van de Vlaamse kabel. Jaarrekeningen-analyse, netwerk-infrastructuur (summier schema), programma-segmentatie. Een onderzoek voor MultiChoice België. Inhoudstafel.
Edited: 199507192501
De opdracht werd gegeven op 26 juni en het rapport werd opgeleverd op 19 juni 1995. Dankzij de opbouw en het onderhoud van een database over kabel kon het MERS up-to-date informatie snel samenstellen en becommentariëren.
De know how werd vanaf het midden van de jaren tachtig opgebouwd omdat het VTM-signaal rechtstreeks in de kabel moest worden ingespoten en contacten met de kabelmaatschappijen dus legio waren. Ook voor onderzoeksrapporten voor de Vlaamse regering (1993-1994) werden de gegevens van de kabelmaatschappijen verzameld en werden contacten gelegd met Electrabel. In 1994 konden wij de GIMV en het 'Studiesyndicaat Nieuwe Diensten op kabel/telefonie' overtuigen van de expertise van MERS en hard op de bal spelen. Daardoor kon ik mijn gezin voeden.

TESSENS Lucas / MERS
19 juli 1995: De kwintessens van de Vlaamse kabel. Jaarrekeningen-analyse, netwerk-infrastructuur (summier schema), programma-segmentatie. Een onderzoek voor MultiChoice België. Inhoudstafel.
Edited: 199507192501
De opdracht werd gegeven op 26 juni en het rapport werd opgeleverd op 19 juni 1995. Dankzij de opbouw en het onderhoud van een database over kabel kon het MERS up-to-date informatie snel samenstellen en becommentariëren.
De know how werd vanaf het midden van de jaren tachtig opgebouwd omdat het VTM-signaal rechtstreeks in de kabel moest worden ingespoten en contacten met de kabelmaatschappijen dus legio waren. Ook voor onderzoeksrapporten voor de Vlaamse regering (1993-1994) werden de gegevens van de kabelmaatschappijen verzameld en werden contacten gelegd met Electrabel. In 1994 konden wij de GIMV en het 'Studiesyndicaat Nieuwe Diensten op kabel/telefonie' overtuigen van de expertise van MERS en hard op de bal spelen. Daardoor kon ik mijn gezin voeden.

TESSENS Lucas / MERS
19 juli 1995: De kwintessens van de Vlaamse kabel. Jaarrekeningen-analyse, netwerk-infrastructuur (summier schema), programma-segmentatie. Een onderzoek voor MultiChoice België. Inhoudstafel.
Edited: 199507192501
De opdracht werd gegeven op 26 juni en het rapport werd opgeleverd op 19 juni 1995. Dankzij de opbouw en het onderhoud van een database over kabel kon het MERS up-to-date informatie snel samenstellen en becommentariëren.
De know how werd vanaf het midden van de jaren tachtig opgebouwd omdat het VTM-signaal rechtstreeks in de kabel moest worden ingespoten en contacten met de kabelmaatschappijen dus legio waren. Ook voor onderzoeksrapporten voor de Vlaamse regering (1993-1994) werden de gegevens van de kabelmaatschappijen verzameld en werden contacten gelegd met Electrabel. In 1994 konden wij de GIMV en het 'Studiesyndicaat Nieuwe Diensten op kabel/telefonie' overtuigen van de expertise van MERS en hard op de bal spelen. Daardoor kon ik mijn gezin voeden.

DE WERGIFOSSE Pierre
11 mei 1995: RTD wordt wakker en wil PR-acties/lobbying lanceren. MERS wordt gecontacteerd voor offerte.
Edited: 199505111765
Op 12 juni 1995 legde A&P/MERS een gedetailleerde offerte neer. Op 12 juli 1995 hielden Lou Michiels en Lucas Tessens een presentatie voor RTD van een uur en een kwart. In november had RTD nog geen bureau aangeduid en naar ons weten kwam van de PR-actie niets in huis.
Merk op dat het secretariaat van RTD vrijwel ééntalig in het Frans opereerde.
Bovendien was RTD de nationale koepelorganisatie van zuivere en gemengde intercommunales en een paar privé-kabelmaatschappijen. Dat vereenvoudigde gemeenschappelijke actie geenszins.
VERVENNE Luk - TESSENS Lucas
contacten MERS met NetVision - immago-campagne RTD - voorstelling NetVision
Edited: 199505091694
Bemerk in deze documentatie dat in 1995 in België het internet enkel gekend was in universitaire milieus en bij enkele 'nerds'. NetVision wilde hierin als vroege speler verandering in brengen en zag in het opengooien van de kabel een kans: eindelijk krijgt internet voldoende bandbreedte, zo schreef Luk Vervenne.
Noteer dat de terugweg op de kabel (teleDISTRIBUTIE) toen nog niet bestond.
TESSENS Lucas - Media Expert Research System (MERS)
Beknopte historiek van de Standaardgroep (1914-1994) en Het Volk (1891-1994)
Edited: 199411100901


DE STANDAARD

Op 2.5.1914 wordt de NV De Standaard opgericht. Wegens WO I kan het eerste nummer van De Standaard slechts op 4.12.1918 verschijnen. Op 28.7.1919 koopt De Standaard een gebouw aan de E. Jacqmainlaan te Brussel. Vanaf 11.7.1921 laat de uitgeverij te Antwerpen het dagblad 'De Morgenpost' (1921-1940) verschijnen. In 1924 koopt de NV De Standaard de SA Imprimerie Nationale, omgedoopt tot NV Periodica. In 1927 verwerft Gustaaf Sap de meerderheid van de aandelen van de NV De Standaard n.a.v. een kapitaalsverhoging. In 1929 start men met de polulaire editie 'Het Nieuwsblad'. In datzelfde jaar wordt Sap volledig meester van NV De Standaard. In 1937 slorpt Het Nieuwsblad 'Sportwereld' op. In 1940 overlijdt Gustaaf Sap en tijdens WO II verschijnen de kranten van de groep niet. Na het lichten van het sekwester op Periodica kan 'De Nieuwe Standaard' opnieuw verschijnen op 10.11.1944 maar ditmaal onder verantwoordelijkheid van een groep mensen rond Tony Herbert . In 1947 slagen de erven Sap erin de controle terug te krijgen en op 1 mei 1947 verschijnt 'De Standaard' opnieuw. De schoonzoon van Gustaaf Sap, Albert De Smaele, neemt de leiding op zich. In 1957 slorpt 'De Standaard' 'Het Nieuws van den Dag' en 't Vrije Volksblad' op. In mei 1957 verwerft de Standaardgroep 'Het Handelsblad' (8.12.1844-1979) uit Antwerpen. In 1962 koopt de groep de dagbladen 'De Gentenaar' (1879-heden) en 'De Landwacht' (1890-1979) op en schakelt de inhoud van 'Het Handelsblad' gelijk met die van 'Het Nieuwsblad'. In 1966 laat men twee titels vallen : 'Het Nieuws van den Dag' en 't Vrije Volksblad', subtitels geworden van 'Het Nieuwsblad'. In 1969 richten NV De Standaard en NV De Vlijt op paritaire basis de NV Perexma op die het tv-blad 'TV-Ekspres' zal gaan uitgeven. Tegelijk verwerft De Standaard de exploitatierechten op het weekblad ZIE van De Vlijt. Vanaf 1970 gaat de groep zich echt interesseren voor haar inmiddels uitgebouwde aktiviteiten in Frankrijk. In 1972 neemt de NV Periodica twee drukkerijen over van de groep Lambert. In 1974 en daarna gooit de Standaardgroep zich op de touroperator-sektor. In 1975 richten De Vlijt, Concentra en De Standaard samen de Groep I Dagbladen NV op; de samenwerking tussen deze drie voor de gezamelijke acquisitie van nationale themareklame bestond al van in 1968. In 1975 komt de dépistage-dienst van de Rechtbank van Koophandel te Brussel zware financiële moeilijkheden van de Standaardgroep op het spoor. De ministerraad van de regering Tindemans bespreekt de moeilijkheden van drukkerij Periodica en de Standaardgroep op volgende vergaderingen: 5, 12 en 15 december 1975, 27 februari, 5 maart en 14 juni 1976. PDG De Smaele slaat de raad van zijn invloedrijke en uitstekend geïnformeerde hoofdredacteur, dhr Manu Ruys, om de gezonde kranten uit het concern te lichten voor het te laat is, in de wind. Op 19 mei 1976 wordt de NV Periodica, grootste drukkerij van de groep, ambtshalve in faling verklaard. De rest van de groep wordt meegesleurd in dé mega-faling van de Belgische pers. Na mislukte concordataire plannen van de aandeelhouders, politieke interventies, nachtelijke beraadslagingen, komt dhr André Leysen met een reddingsplan. Hij slaagt erin een waterdicht schot te slaan tussen de gefailleerde vennootschappen en de toekomst van de dagbladen, waarvan hij - weliswaar na een justitiële procedure over de waardebepaling - de titels voor 52 miljoen van de curatoren kan kopen. De weekbladen-poot van de groep gaat grotendeels over in de handen van de zgn. groep Maertens-Van Thillo-Brébart. De sociale kost van het faillissement is enorm hoog : meer dan duizend werknemers staan op straat. Voor de dagbladen wordt de oplossing op 26.6.1976 gevonden en op 29 juni 1976 verschijnen ze onder verantwoordelijkheid van de NV Vlaamse Uitgeversmaatschappij - afgekort VUM - een vennootschap met een kapitaal van 120 miljoen BEF. De aandeelhouders situeerden zich in de Antwerpse zakenwereld en de scheepvaart. De stroomopwaartse bindingen van de redders van de Standaardgroep stonden toen niet ter discussie. Reeds in 1977 is de VUM winstgevend en dat niettegenstaande de voortdurende weigering van VUM om de directe perssteun te aanvaarden. Op 15.2.1979 laat de VUM Het Handelsblad verdwijnen. In 1979 laat de VUM, als eerste een onderzoek doen dat gaat in de richting van redactionele marketing. Op 30.5.1979 wordt beslist om zowel de maatschappelijke zetel als de administratieve zetel van de VUM over te plaatsen van Antwerpen naar Groot-Bijgaarden. In 1980 trekt de VUM zich terug uit de publicitaire pool Groep I Dagbladen. In 1981 boekt de VUM een rekordwinst van 87 miljoen BEF. Vanaf 1982 begint VUM met een nieuw opmaaksysteem voor de kranten. In 1982 staat dhr Verdeyen, directeur-generaal, aan de wieg van Mediatel, een onderzoekscel van de BVDU, die moet speuren naar de nieuwe mogelijkheden van electronic publishing voor dagbladen. In oktober 1982 verklaart de VUM niet meer mee te willen zoeken met de andere uitgevers naar mogelijkheden voor commerciële tv in Vlaanderen. Op 26.5.1982 beslist de buitengewone algemene vergadering van de VUM bij eenparigheid van stemmen om het kapitaal terug te brengen van 200 miljoen tot 100 miljoen BEF. In juni 1984 sticht VUM samen met Het Belang van Limburg, de Financieel Ekonomische Tijd, Electrafina en Gevaert de vennootschap Onafhankelijke Televisie Vlaanderen. De rest van de Vlaamse pers sticht een CV Vlaamse Media Maatschappij, eveneens erop gericht om in Vlaanderen een commercieel station op te zetten. In 1984 brengt dhr André Leysen een boek uit waarin hij, sprekend over de winstcapaciteit van de VUM, stelt : "We stellen nu vast dat de belasting die we op onze winst betalen, ongeveer overeenkomt met de overheidssteun aan de Vlaamse pers. We voelen ons dan ook de weldoeners van de andere kranten." Die arrogantie zet veel kwaad bloed bij de collegae-uitgevers. Op 20.9.1984 start de VUM, via haar dochter Infotex, met een tabloïd volksdagblad '24 uur' dat echter reeds op 26.10.1984 haar uitgave moet staken; het dagblad werd zwaar geboycot door de dagbladverkopers die het niet namen dat het dagblad ook buiten hun circuit gedistribueerd werd. Op 4.11.1985 beslist OTV bij monde van DG Verdeyen om niet meer deel te nemen aan de zgn. Astoria-gesprekken (de gesprekken tussen de Vaste Commissie van de BRT en VMM en OTV met als thema de overdracht van het tweede BRT-net aan de uitgevers); OTV is van mening dat alleen een volledige privatisering van dat net een volwaardig alternatief is voor een commercieel net. Tussen OTV en VMM komt het uiteindelijk ook niet tot een akkoord om samen zo'n commercieel TV-station op te zetten; ook politieke druk brengt geen aarde aan de dijk. Op 11.7.1986 verpreidt het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond te Leuven een strooibiljet met daarop de kop van De Standaard en de tekst "Alles voor Leysen, Leysen voor RTL. Leysen toont de weg. VUM - GBL - Frère - Generale - RTL", daarmee doelend op die stroomopwaartse binding. Op 17.10.1986 creëert de VUM winstbewijzen voor het personeel en wil het daarmee belonen voor hun bijdrage tot het resultaat van de onderneming. In 1987 schrijft dhr Leysen in een boek : "We hebben ook een tijdlang in commerciële tv geloofd, maar onze ambities op dat vlak zijn nu merkelijk afgekoeld". De VUM is er dan ook niet bij wanneer op 27.10.1987 VTM wordt opgericht. Concentra, met het Belang van Limburg, had zich tevoren losgemaakt van OTV en de overstap gedaan naar VMM en participeerde zodoende wél in het tv-station. In juli 1988 verlaat dhr Piet Antierens, commercieel direkteur van de VUM, de vennootschap om dezelfde funktie te gaan waarnemen bij de nog op te starten VTM. Op 15.3.1990 verkoopt VUM de belangrijkste produkten en aktiviteiten van de NV Sydes en de NV Infotex aan Delaware Computing NV; het personeel wordt door deze laatste overgenomen. In juni 1990 beslissen BRTN en VUM om samen een publiciteitsregie op te richten voor radioreklame, de VAR. In juli 1990 koopt de VUM het tweetalige blad voor kaderleden 'Intermediair/Intermédiaire' over van Diligentia Business Press. In december 1990 zegt VTM-Voorzitter J. Merckx over een toetreding van de VUM tot de VTM : "VTM est une maison close, mais pas un bordel". In 1991 weigert de VUM haar medewerking aan een sectoriële doorlichting van de pers door Ernst & Young, uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse economie-minister De Batselier. Op 14.11.1991, in een interview in Humo zegt dhr Leysen : "Ik heb me vergist inzake het commercile succes van VTM op korte termijn. Maar ik ben nog altijd blij met onze beslissing omdat De Standaard het boegbeeld zou geworden zijn van die VTM, en ik vreesde dat het cultureel niveau zo laag zou zijn, dat ik niet graag had dat de Standaard-lezer daarmee verbonden werd. En dat gevoel heb ik nog altijd : de programma's zijn niet bijzonder hoogstaand. En ik zou ook vandaag niet participeren." Op 17.3.1992 antwoordt dhr Leysen, in een vraaggesprek met de lezers van De Standaard, op de vraag of onze cultuur in een Europees verband niet in de verdrukking dreigt te komen : "De vervlakking van de Vlaamse cultuur vindt niet zozeer plaats door Engelse of Franse invloeden, als wel door de VTM." Op 20.5.1992 deelt de VUM via haar dagblad De Standaard mee dat, voor de eerste keer in haar geschiedenis, haar omzet gedaald was (-3,61 % in 1991 tegenover 1990). Volgens een mededeling van VUM (DS, 5.6.1993) bedroeg de nettowinst over 1992 148 miljoen tegen 110 miljoen over 1991; de omzet zou gestegen zijn tot 3,74 miljard; terwijl de verkochte oplage van Het Nieuwsblad en De Gentenaar, de populaire bladen van de VUM, daalde, steeg de verspreiding van De Standaard met 1,7 procent in 1992; VUM betaalde over het exploitatiejaar 1992 111 miljoen frank belastingen; het bedrijf investeerde in een derde moderne Wifag-pers. Op 29.1.1993 lanceert VUM Standaard-magazine, een gratis bijlage op vrijdag bij De Standaard. Standaard Magazine wordt gedrukt op de persen van Concentra (Belang van Limburg). Wellicht door deze gratis bijlage steeg de verkochte oplage van De Standaard over de eerste vier maanden van 1993 met 5.000 ex. tot 76.000 ex., aldus een mededeling van VUM. Voor de tweede helft 1993 kondigde de VUM een weekbladinitiatief maar op 3 juli 1993 wordt dit project afgeblazen omdat het bedrijfseconomisch niet haalbaar zou zijn. Verder wordt er in 1993 een vierde Wifag-pers geïnstalleerd (in gebruik sinds juli 1993) en investeert men 250 miljoen in electronische pagina-opmaak. Op 1 oktober 1993 verhoogt De Standaard zijn losse verkoopprijs van 25 naar 28 frank terwijl Het Nieuwsblad en De Gentenaar van 25 naar 26 frank stijgen. De Standaard doet daarmee 3 zaken : het bevestigt zijn karakter van elitekrant, doorbreekt het sinds WO II bestaande prijskartel van de dagbladen en rekent op de inelasticiteit van de vraag naar kranten (zie ook de grafiek betreffende de evolutie van de dagbladprijs sinds 1947 in de bijlagen). De vennootschap raakt eind 1993 betrokken bij de alliantie 'Mediabel' (Nynex-USA, Déficom, Roularta, VUM) die de uitgave van de 'Gouden Gids' wilde gaan realiseren maar uiteindelijk besliste Belgacom de uitgave in eigen beheer te nemen. In februari 1994 komt De Standaardgroep met de Het Volk tot een akkoord om een gezamenlijke reklameregie - 'Scripta Plus' (later omgedoopt tot Scripta) - uit te bouwen tegen het najaar. De VUM neemt een aandeel van 50 % voor zijn rekening. Ook Concentra en Roularta Media Group (RMG) sluiten aan en het aandeel van ieder wordt op 25 % gebracht. Daarmee is, na de totstandkoming van 'Full Page', een tweede grote dagbladregie gecreëerd. Op 5 maart 1994 lanceert 'Het Nieuwsblad' een vaste weekendbijlage 'Zaterdag' (16 blz. tabloïd-formaat, life-style en culturele onderwerpen). Op 4 mei 1994 bevestigt Directeur-Generaal Verdeyen dat er gesprekken over samenwerking aan de gang zijn met SBS, de groep die een commercieel tv-net, naast VTM, wil opstarten in Vlaanderen (zie verder); toch draagt de mogelijkheid van reklame op de BRTN-tv de voorkeur van VUM weg; een participatie van VUM in VTM zou niet meer actueel zijn, aldus de DG. Eind mei 1994 treedt de Concentra-groep met Het Belang van Limburg toe tot de regie Scripta Plus. Tijdens de zomervakantie biedt de VUM Het Nieuwsblad aan de Belgische kust aan tegen een prijs van 15 BEF . Eind augustus 1994 treedt de VUM, in samenspraak met de Roularta-groep, op in de overnamegesprekken voor Het Volk. Ook De Persgroep en De Vlijt waren in de running. Op 4.11.1994 neemt de VUM de NV Drukkerij Het Volk over. In een aantal perscommentaren werd gesteld dat er politieke tussenkomsten waren gevraagd door VUM om Het Volk te kunnen inkopen. In een opiniestuk in De Standaard van 10 november 1994 reageert dhr Leysen, VUM-Voorzitter, hierop als volgt, en wij citeren : "Wij kregen de voorkeur omdat we een betere offerte deden, ook wat de tewerkstelling in Oost-Vlaanderen betreft. Dura veritas, sed veritas." In hetzelfde artikel herneemt dhr Leysen zijn stelling uit 1984 betreffende perssteun en belastingen : "Wij hebben als enige dagbladgroep nooit subsidies aanvaard en hebben meer belasting betaald dan alle andere dagbladgroepen samen, de Belgische weekbladgroepen waarschijnlijk incluis." Prosperitate rerum in vanitatem uti!
(...)
Vanaf 30 september 1999 verdwijnt het AVV-VVK-symbool van de front(sic!)pagina.

(...)
In 2005 lanceert VUM een pulpdagblad onder de titel 'Espresso'. Het blad wordt weldra van de markt gehaald.





HET VOLK
Het Volk is steeds het dagblad in de handen van de Christelijke Arbeidersbeweging geweest en werd gesticht in 1891. In 1928 neemt Het Volk het Brusselse 'De Tijd' over. Na WO II wordt Het Volk geherkapitaliseerd door Adolf Peeters, een Mechels handelaar die zich in 1950 terugtrekt; zijn inbreng wordt vervangen door een lening bij de BAC. Op 9.8.1950 wordt de rotatie geteisterd door brand maar kan blijven verschijnen door hulp van 'De Gentenaar'. Vanaf midden september 1950 wordt 'De Nieuwe Gids' (met het kopblad 'De Antwerpse Gids') gedrukt op de persen van Het Volk. In juni 1951 lanceert Het Volk in Kongo het weekblad "De Week", gedrukt op de persen van "Le Courrier d'Afrique"; De Week is het eerste en enige Vlaamse weekblad in Kongo. Op 1.3.1952 lanceert Het Volk het weekblad 'Zondagsblad'. Op 29.4.1962 lanceert Het Volk 'Spectator'. Op 15.11.1983 brengt de uitgeverij het populair-wetenschappelijk maandblad 'EOS' op de markt. Op 2.3.1985 wordt bij Het Volk een nieuwe coldset rotatie (Colorman) in gebruik genomen en wordt het tabloid-formaat verlaten voor het Belgisch formaat. In augustus 1985 verlaat dhr Van Tongerloo, directeur-generaal, het bedrijf om als directeur-generaal in dienst te treden bij De Vlijt. Hoe raar het ook mag klinken: de overstap van Van Tongerloo was bedisseld door Jan Merckx en werd aan de goedkeuring van o.a. Het Laatste Nieuws voorgelegd tijdens een diner in restaurant 'L'Oasis' te Brussel. In 1986 treedt dhr Antoon Van Melkebeek in dienst als directeur-generaal. Als op 28.10.1987 VTM wordt opgericht participeert NV Drukkerij Het Volk voor 11,11 % in het kapitaal. In februari 1989 komt de uitgeverij met 'TV-Gids' op de markt, een rechtstreekse concurrent voor 'TeVe-Blad' van Perexma. In 1990 voert Het Volk het Electronisch Redactioneel Systeem (ERS) in. In juni 1991 verlaat dhr Antoon Van Melkebeek de uitgeverij. Hij wordt tijdelijk vervangen door een driemanschap bestaande uit de verantwoordelijke van de technische directie (dhr De Geeter), van de redactie (dhr E. Van Den Bergh) en van de administratie (dhr Vandenbussche). Per 16.1.1992 komt dhr Elmar Korntheuer (°1942), voorheen management consultant, in dienst als directeur-generaal en werkt samen met de Direktieraad een strategisch plan uit voor 1992-1996. Dit plan wordt op 25.9.1992 unaniem goedgekeurd door de veelkoppige Raad van Bestuur. Het doel is de oplagedaling om te buigen en de bedrijfsexploitatie opnieuw rendabel te maken; men zal zich concentreren op uitgeven (Het Volk, De Nieuwe Gids, Zondagsblad, TV-Gids, EOS, Jommeke-strips) en drukken in rotatie-offset terwijl andere aktiviteiten die niet tot de core-business behoren zullen worden afgebouwd (8 boekhandels, boekendistributie/grossierderij en de distributie van tijdschriften voor derden). Op 1.7.1992 komt Mevr. M. Moonen (ex-VUM) in dienst als commercieel direkteur. Per 1.1.1993 neemt dhr Karel Anthierens, voordien hoofdredacteur van het weekblad 'Panorama/De Post', de hoofdredactie van Het Volk op zich. Vanaf 16.3.1993 worden de lay-out (Phill Nesbitt, USA) en de redactionele formule van Het Volk gewijzigd. Een en ander gaat gepaard met een dure promotiecampagne die zijn sporen nalaat in de exploitatierekening. In de opmaak is er een belangrijke evolutie : de pagina's komen full-page uit de computer. Voor de drukkerij worden ook in 1992/93 grote investeringen gedaan ter vervanging van de 32 p. heatset rotatiepers. In 1992 werden op het industrieterrein van Erpe-Mere gebouwen aangekocht en wordt er een nieuwe heatset rotatie geïnstalleerd die in november 1993 operationeel werd. Bijkomende investeringen : encartagesysteem voor publicitaire folders, aanpassing van de verzendingszaal en informatisering. Totaal investeringsbedrag 1992-1994 : 850 miljoen BEF geprogrammeerd, 900 miljoen BEF geïnvesteerd. Tegen eind 1993 moest een personeelsinkrimping van 600 naar 550 gerealiseerd zijn (115 afvloeiïngen, waarvan 2/3 door brugpensioen en 65 aanwervingen voor voornamelijk nieuwe funkties). Tijdens het tweede trimester van 1993 neemt Het Volk deel aan de herschikking van de VTM-aandelen in het kader van de oprichting van de Vlaamse Media Holding (VMH). Dit komt per saldo neer op een desinvestering in VTM (van 11,11 % naar onrechtstreeks 7,8 %) hetgeen de financiële struktuur van de uitgeverij ten goede komt (al is die nooit slecht geweest en bleef de solvabiliteit altijd op een meer dan behoorlijk peil) en haar zware investeringen helpt te financieren.

uittreksel uit 'De Vlaamse Media. Een sector in de stroomversnelling' (1994)
Enkele aanvullingen betreffende de vergaderingen van de ministerraad (20180110)
BLEIER Ronald, [DAVID Ron]
The following book review of Ron David's Arabs and Israel for Beginners was published (with minor changes) in Middle East Policy, Volume III, 1994, Number 3, pp. 170-173.
Edited: 199409001014
ARABS AND ISRAEL FOR BEGINNERS, review by Ronald Bleier

ARABS & ISRAEL FOR BEGINNERS, by Ron David
Illustrated by Susan David
Writers and Readers Publishing, Inc.
New York, 1993. 210 pp.
Ron David begins Arabs and Israel for Beginners by explaining that he wants to let the reader know "where his book is heading. That way, if you consider it despicable, you can leave it in the bookstore." David's embattled stance is understandable because his book challenges the popular, pro-Israeli version of the Israeli-Arab conflict. In his view, the Palestinian Arabs, who had populated Palestine for many generations before the Jewish settlers began to arrive in the tens of thousands in the late nineteenth century, were robbed of their country by the successful Zionist effort to create a Jewish state there. Ron David's book is an attempt to tell the "real" story of the struggle for Palestine stripped of Zionist mythology which misrepresents the essential elements of how the Pales tinians lost their land.
In his review of the history of the Middle East, the author reminds us that the name "Israel" comes from Genesis in the Old Testament when Jacob changed his name to Israel after fighting with an angel and that from Jacob's twelve sons came the twelve tribes of Israel. He explains that the name Canaan, meaning "land of purple" came from the precious purple dyes that were traded in the Mediterrane an coastal plain. The author suggests an explanation for the biblical story that the Jews spent forty years in the desert after escaping from Egypt. When Moses sent spies out to the land of Canaan "their report was discouraging: 'It's full of people.'" So the Jews waited in the desert until they were strong enough militarily to conquer the native inhabitants.

The author presents a useful "Summary of Jewish Countries in the Middle East" detailing the Jewish Kingdoms from 1020 BC to 586 BC. By 6 A.D., however, the author writes, the Romans made Judah a Rom an province and although "there were a couple last gasps of Jewish revolt -- Masada and Bar Kokhba ... the Jews and the ancient Middle East had had enough of each other."

Perhaps for reasons of space -- or perhaps such a task is too complicated for the purposes of this book -- Ron David decided not to provide a similar chart of Jewish habitation in the Middle East after the fall of the Jewish kingdoms and the fall of the second temple in 70 A.D. Such a chart might have been useful if only in order to give the reader a better idea of the strength of present Jewish claims to the area.

Ron David makes a point of covering Islam in some depth. The well established Arab / Bedouin code of virtue, the muruwwah, is explained. We learn that Muhammad's inspiration came from his understanding that the wealthy and powerful merchant class were ignoring their duty to the poor, an essential tenet of the muruwwah. Perhaps because of Islam's dramatic appeal to the masses, barely a century a fter the death of Mohammad in 632, "Muslims controlled an empire that stretched from Spain to the borders of China and the Arabs were entering a Golden Age."

Some of the examples of the flowering of Arab civilization in literature, psychology, science, medicine and mathematics are detailed. It is also emphasized that Islam (which means surrender to God) nurtured and was nurtured by the cultures it embraced, especially Jewish culture. "Teaching the knowledge-hungry Muslims got the Jewish scholars' creative juices flowing. The result was a Jewish Golden Age, especially in Spain, during which doctors, poets, and scholars combined secular and religious knowledge in a way that has never been achieved since."

As Ron David tells it, the Crusades (1096 - 1270) and then the Mongol invasions (1218 - 1258) brought an end to the zenith of Arab culture. After 200 years of fighting "in their own backyards, the Arabs were all used up." At the same time, the author emphasizes the irony that "the knowledge that [the Crusaders] got from the Arabs helped them break out of the brain - dead Middle Ages into the Renaissance ..."

A crucial section of the book is devoted to the events leading up to the emergence of the State of Israel in 1948. This momentous event, a huge victory for world Jewry, is at the same time for Palestinians, al-Nakbah, the catastrophe.

THE OTTOMAN LAND CODE

The new Ottoman land code of 1850 over time led to the removal of the Palestinian peasants from their land. Previously Palestinian peasants could live on and cultivate their land and pass it on to their heirs. The new land law changed that and as a result, through land purchases, often from absentee Arab landlords in Beirut, Jewish settlers began to move Palestinian peasants off the land that they had farmed for generations.
Note Lucas Tessens (201602020): This is a difficult matter in Ron David's exposé but it is key and needs more attention than it gets: If the Jews really bought the land, the Arabs no longer owned it in a legal sense. If the French buy half of Belgium they become the legal owners. In my view it is the inequality in purchasing power that leads to desinheritance of the land and the expulsion of their former tenants/farmers. Refusing to accept this process is in fact rejecting the whole capitalist system. Or should land be excluded from the list of goods that can be bought? If the answer is 'YES' then you are in a new system.


The expulsion of Palestinian farmers by the Jewish settlers frequently led to confrontations between the two sides as early as the last decade of the 19th century. The fierce rioting of 1929 in which there were hundreds of casualties on both sides resulted in a new British policy statement in late 1930 which was meant to restrict Jewish immigration and land purchases. If the new policy had held for the long term, the Palestinians might not have lost their country. However, in only a few months, the Zionists in England were powerful enough to cause the British Prime Minister, Ramsay MacDonald, to rescind the new policy statement and revert back to the pro-Jewish policies of the Balfour Declaration (1917) which stated that the British government would "view with favor the establishment in Palestine of a national home for the Jewish people ... "

The advent of Hitler in 1933 and the pro-Jewish immigration policies of the British led to the Arab revolt of 1936 - 1939. Afterwards, when the British tried to redress the balance in favor of the Arabs it became the turn of the Jews to rebel and their successful terrorist actions played a key role in forcing the British to give up their mandate in Palestine in favor of the U.N.

THE U.N. PARTITION RESOLUTION

The U.N. Partition Resolution of November 29, 1947, recommended the division of Palestine into a Jewish state and an Arab state. While the Jews hailed it as a major breakthrough, the Arabs rejected it because it gave much of what was theirs to the Jews. The Jewish community in Palestine which at that time made up about a third of the population and held less than 7% of the land, were "given" more than 50% of the area of Palestine, including prime Arab farmland in the Galilee and on the Mediterranean coast and elsewhere. Equally important, the U.N. scheme placed hundreds of thousands of Palestinian Arabs in areas that were to be controlled by the Jews. This would mean that there would be about 500,000 Arabs in a state of about 650,000 Jews -- a plan that both sides, in effect, rejected.
It is widely believed that the war between the Arabs and the Jews began with the Arab invasion on May 15, 1948, immediately after the Jews declared their state. In reality, the war actually began after the U.N. Partition Resolution, in December 1947. In this communal war the much better organized and equipped Jews captured the areas that the British were evacuating. As Israeli historian Simha F lapan writes, so successful were the Jewish forces that by the beginning of May 1948, they held most of the territory that was designated for their state by the U.N. Resolution.

The success of the Jewish campaign against the Palestinian forces may be gauged by the 300,000 Arab refugees who were forced to flee their homeland before the middle of May 1948. The situation was such an international scandal -- comparable to the ethnic cleansing in the former Yugoslavia -- that the U.S. and other countries actually entertained plans to substitute a trusteeship for Palestine rather than allow the U.N. Partition Resolution to stand. In the event, the Truman administration, with its eye on the Jewish lobby at home, withdrew its objections and was quick to recognize the new Jewish state.

When the Jewish leaders declared their new state on May 14, 1948, there were still about 400,000 Palestinians in areas that became Israel. Ben Gurion's government decided to risk war because they wished to increase their territorial gains and to cleanse the area of more Palestinians. Viewed in the light of Jewish military victories, the Arab invasion of May 15, becomes not, as pictured by the Zionists, an attempt by implacable enemy forces to drive the Jews into the sea, but rather, in large part, a pan-Arab effort to stave off further Jewish gains in Palestine and to stem the flow of even more Palestinian refugees.

Moreover, in Zionist mythology, no credit is given to Jordan, Lebanon, Syria and Egypt for sheltering and sustaining the hundreds of thousands of Palestinian refugees. Indeed Zionists frequently say that the Arab countries created and maintained the Palestinian refugee problem as a way of scoring propaganda points against Israel. It turns out that the opposite is the case. In Michael Palumbo's The Palestinian Catastrophe: The 1948 Expulsion of a People From Their Homeland (1987), evidence is presented which indicates that Ben-Gurion flatly rejected proposals by the U.S. and Syria to permanently resettle hundreds of thousands of Palestinian refugees. Palumbo thinks that Ben-Gurion's motivation was the idea that "as long as the refugee problem remained unsolved there would be tensions in the region which could eventually be used to ignite a new war of conquest."

Palumbo points to the territory that Israel conquered in 1967 in Palestine, Jordan, and Syria as evidence of Israel's expansionist program. Ron David's section on Lebanon provides more support to Palumbo's thesis as well as it adds perspective on Israel's control of its self-designated "security zone" in Southern Lebanon which it has held illegally since 1982. Ron David cites evidence from the diaries of Moshe Sharett, Israel's second Prime Minister, that as early as the 1950s, Israel was planning to destabilize Lebanon by pitting the Moslem community against the Lebanese Christians. The idea was to create a puppet state there so that Israel could control the land and water resources in the south.

In view of Zionist responsibility for the carnage and instability in the Middle East for much of this century, it's understandable that Ron David should raise the question at the end of his book of the billions of dollars in aid that the U.S. gives Israel every year. The author quotes an article by Jeffrey Blankfort in Lies of Our Times, pointing out how secretive our own media is on the issue of U.S. aid to Israel. "February 1989," Blankfort writes, "was the last time the New York Times ran a story describing Congress' role in approving aid to Israel." In a wonderful quote, Ron David writes, "I would rather flush that money down the toilet than give it to Israel.... At least when you flush money down the toilet, it doesn't hurt anybody."

Arabs and Israel for Beginners, one of a series of "documentary comic books," with its format of illustrations on every page, is easy to read and is highly recommended for those interested in a controversial and more objective point of view. Unfortunately, it is marred by a score or more of typos, frequent use of street language, and some mistakes: the 35,000 Arabs that Ron David says were expelled in the '56 war is silently corrected two pages later to 3,000 to 5,000; and "Eretz Yisrael" means not only, as Ron David has it, the biblical land of Israel but also the modern state of Israel . However, these lapses are a small price to pay for an extremely important book which challenges old assumptions on an issue that may be with us for generations despite the promise of the Oslo Accords.
Tessens Lucas
Roularta: een beknopte historiek (tot 1994)
Edited: 199408000961
Het ritme waarmee de Roularta-groep ingrijpt in de eigen structuur, samenwerkingsverbanden smeedt, zelf titels lanceert of in joint venture, ze opkoopt, samen¬voegt of afvoert, is opmerkelijk.

De beknopte historiek illustreert dit ten overvloede :

De Roularta-groep ontstond bescheiden in januari 1954 uit het samengaan van 'De Roeselaarse Weekbode' (300 ex.) en 'Advertentie' (10.000 ex.), twee lokale weekbladen die werden overgeno¬men door Dr. Jur. Willy De Nolf (°Eine, 28.12.1917 +Leuven, 6.10.1981). Vandaag is de groep aktief in volgende sektoren : drukkerij, nieuwsmagazi¬nes in beide landstalen, weekbla¬den voor managers en bedrijfsleiders, magazines voor de industrie, sportbladen, seniorentijd¬schriften, jaarboeken, tijdschriften die zich richten tot jonge gezinnen met kinderen, betalende regionale weekbladen, gratis huis-aan-huis-bladen die een quasi volledige dekking van Vlaande¬ren ver¬zekeren, boekenuitge¬verij en boekenclub, evenementen-organisatie, media-research en media-advies, publiciteitsregie voor de eigen bladen en die van derden, regionale televisie.

In 1955 wordt gestart met twee nieuwe edities 'Izegem' (13.000 ex.) en 'Tielt' (14.000 ex.) naast de inmiddels omgedoopte editie 'Advertentie Roeselare' (25.000 ex.). In 1956 is de 'Roeselaarse Weekbode' uitgegroeid tot buiten de stadsgrenzen en wordt de naam gewijzigd in 'Weekbode'; een tweedehands-typo-rotatiepers wordt aangekocht. In 1957 wordt het concurre¬rend lokale weekblad 'De Mandelbode' overgenomen. In 1958 start de 4de editie van 'Adverten¬tie' : Ieper (21.000 ex.). De capaciteit van de drukkerij wordt opgevoerd door de aankoop van een tweede typo-rotatiepers. In 1960 wordt het weekblad 'De Oude Thorhoutenaar' overgeno¬men en omge¬vormd tot de 5de streekeditie. In 1963, na jaren van groei, wordt besloten een nieuwe drukkerij te bouwen aan de Meiboomlaan te Roeselare, ook vandaag nog het hoofdkwar¬tier van de groep.
In 1964 wordt 'Advertentie Groot-Antwerpen' (178.000 ex.) gelanceerd en daarmee treedt Roularta voor het eerst buiten haar geboortegrond West-Vlaanderen. Begin 1965 wordt met de uitgave van 'Advertentie Groot-Gent' (87.000 ex.) gestart. Tussen 1965 en 1971 worden nog volgende edities uitgebouwd van de groep huis-aan-huisbladen die toen de naam GROEP E3 - verwijzend naar deze belangrijke verkeersader, thans E17 - kregen opgeplakt : E3 Diksmuide (1966; 9.000 ex.), E3 Veurne (1967, 16.500 ex.), E3 Groot-Brugge (80.000 ex.), Waasland (75.000 ex.), Eeklo (29.000 ex.), Zuid-Vlaanderen (90.000 ex.), Vlaamse Ardennen (1968). In 1969 bereikt de wekelijkse oplage van deze bladen meer dan 1 miljoen exemplaren. In 1970-1971 worden de resterende streken afgedekt : Groot-Aalst, Dendermonde, Ninove, Geraardsber¬gen, Leuven, Mechelen, Oostende. Parallel worden regionale bureaus opgericht die instaan voor de publiciteitsacquisitie. Het spreekt vanzelf dat de bestaande regionale weekbladen uit de veroverde streken deze opgang met node aanzien. Een tweede bemerking is deze : via de uitgave van een zeer dicht netwerk van huis-aan-huis-bladen in geheel Vlaanderen ontwikkelt Roularta een diepgaande know-how van de publici¬teitsmarkt en van het economisch weefsel van het gewest.
Met de overname van 'Het Ypersch Nieuws' verovert 'De Weekbode' een belangrijk nieuw territorium. De drukkerij wordt dan ook uitgebreid met nog een nieuwe rotatiepers, ditmaal met kleurmogelijkheid. Het kapitaal wordt daartoe overigens opgetrokken tot 25 miljoen BEF.

In februari 1971 wordt 'Knack' gelanceerd. Vanaf 1972 neemt de zoon van dhr Willy De Nolf, dhr Rik De Nolf, de magazine-poot van Roularta onder zijn hoede. Ook diens zwager, dhr Leo Claeys, zoon van Louis Claeys uit Zedelgem, treedt aan in de groep en neemt de technische zaken van de drukkerij ter harte. 'Knack' vestigt zich te Brussel en, eveneens in de hoofdstad, wordt een bureau voor nationale reklameregie geopend. 'Knack' wordt de springplank naar de nationale uitbouw van Roularta. Tegelijkertijd (1972) wordt de drukkerij uitgebreid met offset-kleurenpersen (rotatie- en vellendruk) en wordt het kapitaal op 110 miljoen BEF gebracht.
Op 15.3.1975 wordt Trends, een financieel-economisch veertiendagelijks blad, op de markt gebracht. In 1976 verschijnt de franstalige tegenhanger 'Tendances'. Het betreft echter geen vertaling van 'Trends'. Beide bladen hebben onafhankelijke redacties en kunnen daardoor de verschillende gevoeligheden van de beide landsdelen ook beter bespelen. Daarmee zet Roularta de eerste stap over de taalgrens, wat toen zeker geen evidentie was. 1976 is ook het jaar van de lancering van 'Family' (h-a-h, vierkleuren, magazineformaat, 1,1 miljoen ex.). Ook de Weekbode-groep wordt aangevuld met een Tieltse editie : 'De Zondag'.
In 1977 wordt er weer gebouwd : een produktiehall van 5.000 m² en voorzieningen voor het personeel, ondertussen reeds 350 man te Roeselare. De drukkerij is volledig overgegaan van lood naar fotografisch zetwerk. In maart 1978 wordt een nieuwe Harris-kleurenrotatiepers voor o.a. de magazines in gebruik genomen. In 1979 wordt verder geïnvesteerd in fotografische zetap¬paratuur en wordt de administratie voorzien van een geïntegreerd computernetwerk. Ook in 1979 krijgen de oude 'Advertentie'-bladen een nieuwe 'look' en wordt de titel gewijzigd in 'De Streekkrant'. De oplage ligt dan op 2,1 miljoen exemplaren, gespreid over 44 edities en 10 lokale kantoren in Vlaanderen. De Weekbode-groep wordt uitgebreid met een 8ste editie via de overname van 'De Zeewacht' en in 1981 neemt dit weekblad het 'Nieuwsblad van de Kust' over. Inmiddels was op 20.3.1980 "Sport Magazine" gelanceerd. Twee nieuwe Harris-offset krantenpersen worden geïnstalleerd zodat alle edities van 'De Streekkrant' in eigen huis kunnen gedrukt worden. In het begin van de jaren 80 begint de groep aan de juridische opsplitsing van haar structuren. In 1981 wordt gestart met een wekelijkse extra-bijlage bij 'Knack', een city-magazine voor Antwerpen : 'Knack-Antwerpen'. In februari 1981 lanceert Roularta een franstalige tegenhanger van 'Sport Magazine'. In september 1981 lanceert Roularta 'De Sportkrant', een sportweekblad voor West-Vlaanderen. Op 6 oktober 1981 ontvalt de stichter van de Roularta groep, dhr Willy De Nolf, aan de familie en aan het bedrijf; hij wordt onder massale belangstel¬ling ten grave gedragen : plots wordt duidelijk welke invloed uitgaat van de groep. Zijn echtgenote, Marie-Thérèse De Clerck, neemt echter de rol van mater familias in de beste Westvlaamse industriële traditie over. Begin 1982 wordt 'De Nieuwe Boekenkrant' gelanceerd. In mei 1982 wordt het 'Belang van West-Vlaanderen' opgericht : het gaat hier om een samenwerkingsakkoord voor de werving van merkreklame tussen Roul¬arta en het 'Brugsch Handelsblad' (van de familie Herreboudt; niet alle leden van deze familie zijn even blij met deze samenwerking waarin zij enkel de voorbode zien van een dreigende overname). Later zal deze benaming gecontesteerd worden door 'Het Belang van Limburg' (Concentra) en wordt de naam gewijzigd in 'Krant van West-Vlaanderen' (september 1982). Op 24 februari 1983 wordt een franstalig nieuwsweekblad, 'Le Vif Magazine', op de markt gebracht dat het instituut 'Pourquoi Pas ?' van Marc Naegels naar de kroon steekt op de Brusselse markt . In maart 1984 wordt 'Industrie Magazine' gelanceerd in samenwerking met de uitgeverij Biblo. Daarmee slaat de groep een nieuwe weg in : deze van de joint-ventures. In 1984 wordt ook het kwaliteitsblad 'Culinair' overgenomen, dat twee jaar later zou overgaan in het hernieuwde VTB-blad 'Uit' (1986). In 1985 is 'De Weekbode'-groep nogmaals aan uitbreiding toe met de overname van 'De Torhoutse Bode' (°1860) van de familie Becelaere. Het blad wordt samengesmolten met 'De Torhoutenaar'.

In februari 1986 sluit 'Le Vif' een samenwerkingsakkoord met de Franse groep L'Express en wordt de titel gewijzigd in 'Le Vif-L'Express'; het weekblad wordt bovendien aangevuld met een bijlage 'Weekend L'Express'. Daarmee volgt 'Le Vif' het voorbeeld van 'Knack' dat in 1984 ook zo'n gekoppelde bijlage kreeg (gegroeid uit de zelfstandige uitgave 'Weekendblad' die op 3.1.1983 op de markt was gebracht). Ook 'Sport Magazine' (°1980) ondergaat in 1986 een gedaanteverwisse¬ling : via een samenwerking met Hoste, toen nog in handen van de 'groep Vink', wordt het omgewerkt tot Sport 80, later Sport 90, dat wekelijks verschijnt. In 1990 wordt de participatie van uitgerij Hoste overgenomen, en in 1992 leidt een nieuwe samenwer¬king met het grote Rossel (Le Soir) tot het ontstaan van twee magazines : 'Sport Magazine' voor de algemene sport, en 'Voetbalmagazine' (°5.8.1992) als gespecialiseerde evenknie. Beide bladen verschijnen in de twee landstalen. In 1987 nemen 'Trends' en 'Tendances' de wekelijkse periodiciteit aan. In datzelfde jaar wordt de formule 'Deze week in ..." uitgewerkt, gericht op de grote Vlaamse steden. Op 28 oktober 1987 wordt de NV Vlaamse Televisie Maatschap¬pij (VTM) voor de notaris opgericht en daarin neemt Roularta een participatie van 11,11 %. In 1988 ontstaat het adviesbureau 'Top Consult' (zie verder). In 1988 wordt 'Pourquoi Pas ?' (°1910) overgenomen, volgens het vakblad 'Pub' voor 360 miljoen BEF. Het blad had het aartsmoeilijk gekregen door de onverbiddelijke concurrentie van 'Le Vif/L'Express' ('PP ?' wordt op 6.1.1989 gekoppeld aan 'Le Vif'). Deze overname zet in franstalig België veel (politiek) kwaad bloed (en het is zeer wel mogelijk dat deze overname de rechtstreekse aanleiding is geweest tot de latere politiek geïnspireerde lancering van 'L'Instant' op 7 september 1991 - zie onze bespreking van de groep TVV/EFB). Eveneens in 1988 wordt 'Baby' overgeno¬men en lanceert Roularta in samen-werking met het Parijse Bayard Presse de dubbeltitel 'Onze Tijd' en 'Notre Temps', een maandblad voor senioren, op de Belgische markt. En aan de overnames - vooral van regionale bladen - lijkt geen eind te komen : 'De Aankondiger' (1989), het Turnhoutse huis-aan-huis-blad 'Ekspres' (1990, 71.000 ex.), ''t Reklaam' (1991), het Kempense 'Het Zoeklicht' (1991), 'Uw Annoncenblad' (1992), 'Vilvoordse Post' (1992). Ook 'Belgian Business' wordt opgeslorpt (februari 1992, samen met 'Industrie' versmolten tot het maandblad 'Belgian Business & Industrie').
In 1990 nemen Roularta, tapijtfabrikant Beaulieu, de Bank van Roesela¬re, de vzw Kristelijke Zieken-fondsen en de immobiliënmaatschappij Dandi¬mo van de groep Bouc¬quillon het regio¬nale televisiestation RTVO uit Kortrijk over.
Vanaf eind november 1991 turnt Roularta de tele¬visiekaternen van het 'Weekend L'Express' en van 'Weekend Knack' om tot volwaar¬dige televisiemagazines : beter papier en uitge¬diepte redaktionele informatie met portretten en achtergrondge¬gevens, 'Télévif' en 'Teleknack'. Ze blijven beide echter een onderdeel van de zgn. weekend bijlage en zijn dus niet zonder het hoofdmagazine verkrijg¬baar. Met de overname in 1990 van het 'Brugsch Handelsblad' (°23.6.1906), en het 'Kortrijks Handelsblad' verwezenlijkt Roularta een jarenlange droom : de aanwezig¬heid met de Weekbode-groep op de belangrijke stedelijke Brugse markt. De oplage stijgt hierdoor ook uit tot boven de 100.000 ex. Door die aanwezigheid in de Westvlaam¬se hoofdstad concreti¬seert de 'Krant van West-Vlaanderen' immers nu pas tenvolle haar identiteit.
Rond de uitgaven worden ook allerlei initiatieven ontwikkeld, zoals Roularta Books (boekenuitge¬ve¬rij, 1989), Mediaclub (lezersservice) en Roularta Events (organisatie van evenementen, 1990). Mede daardoor wordt de Roularta-groep 'incontournable'.
Door de gestage schaalvergroting diende eens temeer de drukcapaciteit uitgebreid : in 1991 een magazinepers (Harris M 4000) en een hybride krantenpers (Harris M 1600); in 1993 nog een Mitsubishi-magazinepers. Verder worden de prepress-activiteiten verder geïntegreerd en geïnforma¬tiseerd (modemlijnen, DTP, duplicaatdia rechtstreeks vanuit diatheek op film).
In februari 1992 wordt 'Style' gelanceerd, een maandelijks life-style supplement voor Trends. Augustus 1992 brengt een joint venture tussen Roularta en de groep Rossel in de uitgave van twee nieuwe sportbladen 'Sportmagazine' en 'Voetbal/Foot', waarin het oude 'Sport 90' overgaat.

Sinds 14.1.1993 wordt 'Talent' (per¬soneelsadver¬tenties) wekelijkse als bijlage aan 'Trends' toegevoegd. Het betreft hier een joint venture die volgende uitgeverijen verenigt rond het initiatief : Tijd, Roularta, La Libre Belgique en Editeco (L'Echo).
In het najaar van 1993 raakt de groep betrokken bij de alliantie 'Mediabel' (Nynex-USA, Déficom, Roularta, VUM) die de uitgave van de 'Gouden Gids' wil gaan realiseren maar uiteindelijk besliste Belgacom de uitgave in eigen beheer te nemen. In oktober 1993 lekt uit dat tussen de groep en de VUM plannen bestaan om samen een goedkoop (15 BEF) dagblad, gecentreerd op het televisiege-beuren, uit te brengen. Eind december wordt dit plan echter afgeblazen. In maart 1994 raakt bekend dat Roularta samen met VUM en de Financieel Ekonomische Tijd electronisch uitgeven aan het bestuderen is. Vanaf 30 mei 1994 verschijnen de weekbladen Trends en Tendances op maandag; dit heeft te maken met de fusie van het weekblad 'Kapitaal' en het 'Beleggen'-katern van Trends tot 'Cash ! Trends' (tabloïd-bijlage van ca. 32 blz. op roze papier à la 'Financial Times'). In augustus 1994 start Roularta, aan de zijde van VUM, onderhandelingen over de overname van de groep Het Volk en verklaart in oktober niet geïnteresseerd te zijn in het dagblad, wél in de drukkerij en in de weekbladen .

Roularta heeft zich toegelegd op 'narrow casting' of doelgroepen-media (RMG zelf spreekt van 'the targeted media' ) en blijft daardoor ook weg uit de zuigkracht die het nog steeds oprukken¬de televisiemedium teweegbrengt .
TESSENS Lucas / MERS
8 februari 1994: Bevestiging eerste contact MERS - GIMV dat zou handelen over telecom, kabel en het op te richten studiesyndikaat (het latere SNDKT) dat zou leiden tot Telenet
Edited: 199402081574
GORE Al (US vice-president)
The Information Superhighway: What it will mean (1994) (ref MERS 6.21: 35-36)
Edited: 199401011679
src: bijlagen rapport 'De Vlaamse Media' (1994)

VAN DEN BRANDE Luc
Selectie uit: Vlaamse Regering, De Minister-President, Het economisch beleid in Vlaanderen - Beleidsprioriteiten voor 1994. Beleidsbrief neergelegd door de heer Luc Van den Brande, Minister-President van de Vlaamse Regering in de bevoegde Commissie van de Vlaamse Raad, Brussel, oktober 1993, 44 blz. (ref MERS 19931000) [SNDKT]
Edited: 199310001894


Deze tekst werd geschreven door Kris Rogiers, Adjunct-Kabinetschef van de Minister-President.
boek Dewael o.a. over voorbereiding VTM (citaten) - commentaren LT
Edited: 199100000465
DEWAEL, P., De warme hand, Cultuur maakt het verschil, Kritak, Leuven, 1991, 182 blz.

Citaten uit dit boek :

blz. 121 : "Poma is erin geslaagd drie belangrijke doorbraken te forceren. Naast het decreet op de vrije radio's en het installeren van een mediaraad was hij een boogscheut verwijderd van de goedkeuring van het kabeldekreet waarin de oprichting van een eigen, Vlaams, commercieel televisiestation naar voren werd geschoven. Toch tekenden zich binnen de PVV en de grotere liberale familie verschillende motieven af voor het opstarten van een commercieel televisiestation. Hierbij kwam een duidelijk verschil in benadering aan het licht tussen de pragmatici en de jongere generatie. Voor deze laatste primeerde ideologische zuiverheid. Financieminister Willy de Clercq vond het allemaal prima zolang het hem geen centen kostte. De uitgeversgroep Hoste was bang voor een ideologisch?filosofische minorisering in het Vlaamse krantenlandschap. Adriaan Verhulst, toen nog voorzitter van de Raad van Bestuur van de BRT, pleitte voor meer centen voor de openbare omroep vooraleer er sprake kon zijn van een commercieel station. De groep rond de broers Verhofstadt en ikzelf vertrok vanuit een puur ideologische stelling : de monopoliepositie was onhoudbaar en stond bovendien haaks op de technologische innovaties en de televisie?evolutie in de wereld. Onze visie werd zeker niet door de hele partij gedeeld. Net zoals bij de CVP leefde in onze parij vooral onvrede met het BRT?nieuws."(...)"De groep Hoste dacht aan bedreigde middelen en vreesde voor een moeilijke toekomst van de krant Het Laatste Nieuws."(...)

Blz. 123 : "Met een boutade zou men kunnen stellen : de BRT heeft de CVP ertoe gedwongen het mediadossier open te gooien."

Blz. 123-124 : "Verschillende denkpistes deden de ronde. Sommigen wilden het tweede BRT?televisiekanaal opengooien voor zendgemachtigde verenigingen naar Nederlands model." Bedoeld PDW hier niet de zogenaamde 'derden'? Dat was toch een idee van Dirk Verhofstadt !

"Een idee dat vooral in partijpolitieke kringen enthousiast werd onthaald en het gelukkig niet heeft gehaald : een emanatie van de jarenoude verzuilingspolitiek kon Vlaanderen in dit dossier naar mijn gevoel missen als kiespijn. Vervolgens kwamen de uitgevers van de schrijvende pers op het toneel. Twee kandidaat?initiatiefnemers dienden zich aan. André Leysen, afgevaardigd?bestuurder van de Standaard?groep, die in zijn kielzog ook het Limburgse Concentra, uitgever van Het Belang van Limburg, en de FET (Financieel?Ekonomische Tijd) had meegetrokken. Aan de andere kant stond Jan Merckx, voorzitter van de VMM (Vlaamse Media Maatschappij), een brede paraplu waaronder alle andere uitgevers beschutting zochten. De groep Hoste, uitgever van Het Laatste Nieuws, bleek het minst enthousiast. De waarschuwing van Frans Grootjans (voormalig hoofdredakteur van de zusterkrant De Nieuwe Gazet en eminence grise van de Vlaamse liberalen) ? 'We hebben maar één gazet' ? zou de komende maanden nog vaak in gesprekken opduiken. Later zou overigens blijken dat de groep Hoste door VMM het veld werd ingestuurd om de kastanjes voor de hele VMM?groep uit het vuur te halen. Hiervoor huurde VMM, op vraag van de groep Hoste, Dirk Verhofstadt in, die op twee maanden tijd een omvangrijke studie maakte over de mogelijke invoering van commerciële televisie in Vlaanderen. In de loop van de jaren groeide Dirk als vanzelf naar een verantwoordelijke functie bij de nieuwe zender, hierin aangemoedigd door voorzitter Merckx. Maar hij werd omwille van zijn familienaam opzij geschoven."

Blz. 125 : "Toen ik in december 1985 achter mijn bureau plaatsnam, had ik de nodige voorkennis om me in het mediadossier vast te bijten. Bovendien speelde mijn ministeriële maagdelijkheid op dat moment in mijn voordeel. Het gerommel in de uitgeverswereld had ik echt niet van nabij gevolgd. Bij de diverse onderhandelingsrondes was ik nooit rechtstreeks betrokken en het voortdurend lobbyen was aan mij voorbijgegaan. Niet voor lang evenwel. Onmiddellijk na mijn installatie zochten de uitgevers mij op. Opnieuw bleek de grote angst van de groep Hoste om aan invloed te verliezen en in de raad van bestuur van de nog op te richten zender in de minderheid te worden gesteld. Tijdens informele gesprekken haalden socialisten dit argument ook aan. Ze beschreven apocalyptische scenario's waarin de uitgevers van katholieke signatuur de hele commerciële zender naar hun hand zouden zetten. In dit verband moet ik eveneens een informele ontmoeting aanhalen in het Knokse hotel 'La Reserve' op 8 november 1986 waar naast de top van de liberale uitgeversgroep Hoste, met Frans Grootjans, Frans Vinck (PDW spelt de naam verkeerd want het is Frans Vink, LT) en Carlo Gepts, ook Annemie en Freddy Neyts, de kopstukken van het Liberaal Vlaams Verbond Camille Paulus en Piet Van Brabant, Roland Lommé (wiens aanwezigheid mij niet helemaal duidelijk was) de broers Guy en Dirk Verhofstadt en ikzelf rond de tafel zaten. Ik voelde er in elk geval niets voor een wettelijke beveiliging soortgelijk of identiek aan de Cultuurpaktwet in te bouwen wanneer het om de raad van bestuur van een commercieel station gaat. Eén BRT leek me ook toen al voldoende. Ik heb aandachtig naar hun verzuchtingen geluisterd maar voor Guy Verhofstadt en mezelf stond het vast : de commerciële zender komt er."
GEPTS Carlo, GOOSSENS Cas, VAN ROMPAEY Jan, BORMS Kris
Argus van december 1988 - Vraaggesprek over VTM, 5 weken voor eerste uitzending - Kost uur uitzending, nieuws, programma's
Edited: 198812202065


MERS claimt geen rechten.
Overname van YouTube.
Wetenschappelijk oogmerk.
JANSEN Yves
Vlaanderen ziet sterren, in: Kapitaal, herfst 1984
Edited: 198409001465
Afgelopen twee jaar hebben de verschillende politieke families al dan niet ronkende verklaringen afgelegd over het mediabeleid en over de invoering van reklame op radio en televisie in het bijzonder. Maar het medialandschap roerde zich even, om nadien zijn oude plooi terug te vinden. Kapitaal&Busines smaakt een round-up en onderzoekt in welke mate reklame op de provinciale onafhankelijke televisie mogelijk is. Wij kwamen tot de onthutsende vaststelling dat de politici geen kaas hebben gegeten van cijferwerk. Reklame op de OTV is niet haalbaar. K & B heeft noch oor noch oog gehad voor RTL, neen wij hebben ons doelbewust beperkt tot Vlaanderen en kijken geregeld bij de STER binnen omdat de Nederlandse omroepen een goede penetratie hebben in de Vlaamse huiskamers en omdat de reklamespotjes geregeld appeleren aan de Vlaamse kijker. Een verkenning door het Vlaamse medialandschap met fokus op de toekomst en de satelliettelevisie.

wiki
16 oktober 1954: Georges Duplat overleden. R.I.P.
Edited: 195410160961
Georges François Duplat (Sint-Joost-ten-Node, 25 oktober 1882 - Etterbeek, 16 oktober 1954) was een Belgisch volksvertegenwoordiger.
Duplat promoveerde tot doctor in de rechten en tot doctor in de politieke en sociale wetenschappen. Hij werd advocaat in Brussel. Van 1912 tot 1914 was hij voorzitter van het Vlaams Pleitgenootschap bij de Balie te Brussel. Hij werd ook redacteur bij Het Nieuws van de Dag, een krant waar hij en zijn familie nauw mee verbonden waren.

In mei 1919 volgde hij de overleden Jean de Jonghe d'Ardoye op als katholiek volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Brussel. Hij behield het mandaat slechts tot aan de wetgevende verkiezingen van november 1919.

Hij was ook gemeenteraadslid van Brussel, van 1919 tot 1926.
Voor de Eerste Wereldoorlog publiceerde hij veel over juridische onderwerpen, vooral over zaken die de pers aanbelangden. Hij was immers getrouwd met Maria Huyghe, dochter van Jan Huyghe (1856-1906), de stichter van het Brusselse dagblad Het Nieuws van de Dag (1885-1965). Hij stond de weduwe Huyghe, geboren Maria de Myttenaere (overleden in 1932) en nadien haar zus Georgina De Myttenaere bij, die na de vroege dood van Huyghe opeenvolgend de leiding namen. Het boek dat hij over de pers schreef was lang een standaardwerk en is nog steeds te koop, in de formule 'on demand'.

Op het Congres van de Belgische pers in 1912 in Oostende, bracht hij kritiek uit op de grote bedragen voor morele schadevergoeding die door rechtbanken en hoven werden toegekend ten nadele van persorganen en van individuele journalisten.

In 1940 onderhandelde hij, namens zijn vrouw die de leiding over het blad had genomen, met de Duitse bezetter over het verder verschijnen van het Nieuws van de Dag. Nadien verdween hij uit de krant, toen hij en zijn vrouw uit elkaar gingen. De krant werd na de oorlog geleid door hun zoon, advocaat Jan Duplat (1909-2000), en dit tot aan de opslorping ervan door De Standaard - Het Nieuwsblad. Jan Duplat was getrouwd met Yvonne Colson (1912-2001) en ze kregen negen kinderen, van wie de oudste, advocaat Jean-Louis Duplat (1937), voorzitter werd van de Handelsrechtbank van Brussel en gedurende twaalf jaar voorzitter was van de Belgische Bankcommissie.
Publicaties[bewerken]
Le journal. Sa vie juridique, ses responsabilités civiles, Parijs, 1909.
La critique et le droit. Etude de philosophie juridique. in: Revue catholique de droit, 1908.
La politique scolaire en Hollande, in: La Revue générale, 1910.
Le jury civil en matière de presse, Leuven, 1913.
Le cours de religion a l'école primaire. Le droit des chefs de famille, Brussel, 1913.
La classe moyenne. Son role social, son action politique, sa situation économique, les reformes urgente, Brussel, 1914.
La loi scolaire de 1914 et ses nouvelles applications, Brussel, 1914.
Le Président Wilson et son programme politique, in: La Revue générale", 1914.
Les classes moyennes pendant la crise, Brussel, 1915.
Le journal. Sa vie juridique, ses responsabilites civiles. Le droit de réponse, Brussel, 1929.
Bond van het Heilig Hart - RKK
Algemene intentie van FEBRUARI 1938: Volkomen uitroeïing der pest van het goddeloos communisme - Missie-intentie: Opdat in Indië de 60.000.000 'onaanraakbaren' door de christelijke liefde tot Christus mogen gevoerd worden - Bidprentje recto/verso, Kerkelijk Goedgekeurd
Edited: 193802001000
Commentaar LT: Godsdiensten zoals de RKK richten zich in hun bekeringswerken steeds op de onderlaag, in dit geval de kaste van de 'onaanraakbaren'. Ook de islam spreekt bij voorkeur tot de minstbedeelden, de armen. Het recruteringsveld is immers zoveel groter. Of de intenties ook eervol zijn, is dan weer een andere vraag.

Les dirigeants du Reich en 1938 - Leiders Duitse Rijk 1938
Edited: 193801010908
Hitler (Führer & chancelier),
Goebbels (propagande),
Göring (air),
Hess (représentant du Führer),
von Neurath (aff. étr.),
von Blomberg (guerre),
Frick (intérieur),
Schacht (Reichsbank & Economie),
Dorpmüller (communications),
Ley (organisation du Reich),
Seldte (travail),
baron von Fritsch (cdt en chef de l'armée),
Räder (marine),
Darré (agriculture),
comte Lutz Schwerin von Krosigk (finances),
Gürtner (justice),
Rust (sciences),
Rosenberg (idéologue),
von Ribbentrop (ambassadeur du Reich),
Frank (sans portefeuille),
Kerrl (affaires ecclésiastiques, Kirche),
Ohnesorge (Postes), Lutze (SA),
Himmler (SS et police),
Hühnlein (chef du corps automobiliste),
Meissner (chancellerie),
Lammers (chancellerie),
Funk (presse du Reich),
Kleinmann (communications),
Hierl (travail),
Reinhardt (finances),
Bohle (organisation du parti à l'étranger),
Gertrud Scholtz-Klink (org. féminines),
von Schirach (jeunesse),
Todt (routes),
Bürckel (commissaire pour la Sarre),
von Tschammer und Osten (Sport)

src: Santoro (1938)
wiki
Louis Dreyfus Company - LDC
Edited: 185108011465
Louis Dreyfus Company is a global merchant company that is involved in agriculture, food processing, international shipping, and finance. It also owns and manages hedge funds, ocean vessels, develops and operates telecommunications infrastructures and is involved in real estate development, management and ownership.[1] Louis Dreyfus is one of the "ABCD" quartet of companies - alongside Archer Daniels Midland, Bunge and Cargill - that dominates world agricultural commodity trading.[2]

Dreyfus makes up about 10% of the world's agricultural product trade flows. They also are the world's largest cotton and rice trader.[3] They are also regarded by many as the second-largest player in the world's sugar market.[4]

The company Louis Dreyfus Holding BV has its headquarters in the World Trade Center Amsterdam in Amsterdam.[5]

Louis Dreyfus companies are present in more than 100 countries, with 72 offices. Major offices are located in Geneva, London, Beijing, Buenos Aires, Paris, São Paulo, Singapore, New York City and Connecticut.[6]

Aggregate average annual gross sales in recent years have exceeded $120 billion. The company employs more than 22,000 people globally at peak season.

In 1851, the company was founded in the Alsace region of France by Léopold Dreyfus, the 18-year-old son of a farmer from Sierentz, under the name of his father, Louis Dreyfus. Léopold purchased wheat from local farmers in Alsace and transported it to Basel in Switzerland, 13 kilometres (8 mi) away.[7] Léopold developed a fortune whilst still a teenager through cross border cereal trading. He rapidly diversified across shipping, weapons manufacturing, agriculture, oil and banking, thus establishing one of the wealthiest dynasties in Europe.[8] His descendants still own the company to this day. By the early 20th century, the Louis-Dreyfus family was described as one of the "five great fortunes of France". However, as a Jewish family during the Second World War much of the family assets were confiscated by the Vichy government and some members of the family fled to America.[9]

Leopold Louis-Dreyfus's great-grandson, Gérard Louis-Dreyfus, was chairman of Louis Dreyfus Energy Services, a subsidiary of the group involved in crude-oil trading, gas investments and infrastructure. Gérard is also the father of American actress Julia Louis-Dreyfus, the Emmy-winning star of Seinfeld. Another branch of the dynasty, based in Paris, was headed by Robert Louis-Dreyfus (who was also the CEO of Adidas) until his death in 2009. It is currently overseen by his widow, Russian-born Margarita Bogdanova Louis-Dreyfus.[10] A third branch of the family's business is headed by Philippe Louis-Dreyfus (born 1945) and is concerned primarily with offshore industrial activities and freight shipping operations.[11]

read more