Search our collection of 12.014 BOOKS

Author
Title
Publisher
Keywords
Booknr

Search our 2.650 News Items

INDEX AUTHORS


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

We found 1 books

We found 20 news item(s)

POURQUOI PAS?
Pourquoi Pas? 1910-1960. N° 2164.
Speciaal nummer dd. 20/5/1960 van dit weekblad. De cover werd in een heel eigen stijl getekend door Pinchart. Noteer dat het feest op zaterdag 14 mei 1960 doorging in het Brusselse Justitiepaleis.

Dit nummer bevat facsimiles van een selectie van covers van 1910-1960.
Het informatieweekblad kostte toen 10 Belgische frank.
€ 25.0

BUY

Pourquoi Pas? / MERS
Nu beschikbaar: 75 ans d'histoire et d'histoires au travers des couvertures de Pourquoi Pas?
Edited: 201712281449
We stellen een Jubileumuitgave ter beschikking die 'Pourquoi Pas?' in 1985 in beperkte oplage uitgaf ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van het eigenzinnige Brusselse weekblad (1910-1985).
Het werkje bestond uit een zestigtal fiches met de afbeeldingen van historische covers, telkens voorzien van een kort commentaar. Alle covers van Pourquoi Pas? waren getekend en dat maakt het speciaal.
U vindt de PDF's hier
De eigenaar en directeur-generaal, Marc Naegels (°Bruxelles, 1929), was een bijzonder beminnelijke gentleman.
Hij was ook voorzitter van de Nationale Federatie der Informatie Weekbladen / Fédération Nationale des Hebdomadaires d'Information. (NFIW/FNHI)
wiki
PAN renaît
Edited: 201703111267
PAN était un hebdomadaire satirique belge en langue française paraissant le mercredi à Bruxelles. Le 11 mars 2017, son propriétaire a annoncé sa reparution à partir du 15 avril 2017. Il paraîtra désormais le vendredi.

Créé en 1945 sur le modèle du Canard enchaîné dont il avait gardé les couleurs, le rouge et le noir, mais en quatre pages seulement, Pan paraissait le mercredi et abordait avant tout les questions politiques belges sous l'angle de la satire. Au contraire du Canard, toutefois, les journalistes de Pan ne signaient leurs articles que d'un pseudonyme - comportant le mot "pan" (Pandémonium, Pantalon, Pandecte, Pan Bagnat, etc.) Parmi les fondateurs, le chansonnier Léo Campion, libre-penseur, anarchiste et franc-maçon. Mais celui-ci dut assez vite se séparer du journal, sa carrière de chansonnier l'emmenant à Paris.

Cependant, en partant, Léo Campion léguait à Pan un esprit irrévérencieux qui ne quitta jamais le journal. Malgré cela, ou sans doute à cause de cela, les hommes politiques se plongeaient tous les mercredis dans les quatre pages de Pan où foisonnaient les caricatures, les plaisanteries et les jeux de mots (certains inspirés par le dialecte bruxellois, ce qui les rendait compréhensibles d'une catégorie restreinte d'initiés). Dans ses dernières années, Pan dut affronter une dissidence qui se mit à publier Père Ubu. Sans doute, pour garder sa prééminence, Pan se mit alors à organiser chaque année la cérémonie de remise des "Pandores", des prix qui allaient aux diverses têtes de turc que le journal s'était choisies. C'est de bonne grâce que les victimes se pressaient à cette parodie des Oscars et autres Césars, car être cité dans Pan était un brevet de célébrité. Ce phénomène est le même que celui qui faisait se précipiter la classe politique et le public sur le Pourquoi Pas?, autre hebdomadaire satirique, représentatif d'une presse belge qui n'avait pas encore subi l'influence du style "international".

En 2004, Pan fut racheté par Dominique Janne. Il se sépara rapidement du rédacteur en chef André Gilain, et le journal redéfinit sa ligne éditoriale avec l'arrivée de Nicolas Crousse, un ex-journaliste du quotidien progressiste Le Matin disparu en 1998. Par la suite, Crousse laissera sa place de rédacteur en chef à Thomas-Pierre Gerard.

Le 14 mai 2010, l'hebdomadaire belge Trends-Tendances annonçait le rachat de Pan par son concurrent Père Ubu et la fusion des deux titres en un seul, à savoir Père Ubu, sous le slogan "Père UBU, l'hebdo qui fait PAN dans le mille tous les jeudis". Le titre se modifia ensuite en "Père Ubu - Pan"

Le 11 mars 2017, le propriétaire des marques Père Ubu et Pan a annoncé qu'il mettait fin à l'hebdo Ubu-Pan qu'il n'était « jamais parvenu à débarrasser […] de cette image d’extrême droite anti-PS et anti-immigrés » et qu'il relançait le magazine PAN, désormais aussi en numérique, à partir du 15 avril, sous la direction de l'écrivain, blogueur, chroniqueur et scénariste Marcel Sel.

voir notre collection Pan et le livre sur l'histoire de Pan


Pan selon le CRISP
DE WITTE Ludo
Huurlingen, geheim agenten en diplomaten (voorstelling/bespreking)
Edited: 201508081700
ISBN 9789461313294.

De moord op Lumumba, over de eerste democratisch verkozen regeringsleider van Congo in 1961, deed bij verschijnen in 1999 heel wat stof opwaaien. Ludo De Witte's gedetailleerde en gedocumenteerde relaas verplichtte de Belgische politieke klasse voor het eerst de eigen historische verantwoordelijkheid te erkennen.

Het boek leidde tot de oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie. De commissie-Lumumba leidde wel tot degelijk onderzoek, maar slechts tussen de lijnen van zijn rapport valt voor de kritische lezer te lezen dat de toenmalige regering van Gaston Eyskens (CVP – nu CD&V) en koning Boudewijn niet zomaar toeschouwers waren bij de moord op Patrice Lumumba op 17 januari 1961.

De politieke besluiten van dat onderzoek waren ook typisch Belgisch, een compromis dat niemand tevreden stelde. Eén ding is met het boek van De Witte en de onderzoekscommissie wel veranderd. Niemand die enigszins geloofwaardig wil overkomen, stelt de gebeurtenissen van 1960-1961 nog voor als een louter interne zaak tussen Congolezen.

Vijf jaar chaos


Patrice Lumumba
Na de moord op de enige democratische leider die de Congolezen had samengebracht in al hun etnische, culturele en taalkundige verscheidenheid, volgden vijf jaren van chaos, die het land verder ten gronde richtte. Waar België schoorvoetend enige verantwoordelijkheid heeft aanvaard voor de moord op Lumumba, is dat nog altijd niet het geval met wat gebeurde in de periode die erop volgde en die leidde tot de dictatuur van Mobutu.

Die dictatuur duurde van 1965 tot 1997. Nog steeds zijn er politieke commentatoren die menen dat de staatsgreep van Mobutu een 'noodzakelijk kwaad' was om de vechtende Congolezen tot de orde te roepen. Zij stellen de woelige periode 1961-1965 voor als een louter interne strijd tussen Congolezen, waarbij Belgen en andere Europese ex-kolonisatoren toeschouwers waren, die slechts tussenbeide kwamen om (blanke) mensenlevens te redden. Bovendien, de eerste zes jaar van zijn regime zou Mobutu wel een 'goed' leider geweest zijn, die terug orde en rust bracht.

Goedpraten wordt terug de norm

“Aan die periode van relatieve openheid kwam echter snel een einde, en sinds een jaar of tien gaat het weer de andere kant op.” Vandaag is het terug bon ton om hoogstens kritisch te zijn over de "fouten, overdrijvingen en excessen" van het kolonialisme, de lijfstraffen, het gesegregeerde onderwijs voor de 'évolués', het beroepsverbod voor hogere functies.

Het Belgische koloniale avontuur was slechts een goedbedoelde poging om een volk te emanciperen, waarbij jammer genoeg veel fouten werden gemaakt, de Belgen te Europees dachten, geen rekening hielden met de Afrikaanse karaktertrekken, enzovoort. Weg zijn de economische belangen, het brutale racisme, de collaboratie van de kerk...

“Auteurs als Manu Ruys, Walter Zinzen en David Van Reybrouck houden hun lezers voor dat die coup (van Mobutu in 1965, nvdr) wenselijk en weldoend mag genoemd worden.” De Witte vond slechts één uitzondering op dat discours, het boek van VUB-historicus Guy Van Themsche: Congo. De impact van de kolonie op België (2007), later vertaald als Belgium and the Congo, 1885-1990 (2012)

België was nauw betrokken

Niets is minder waar, stelt Ludo De Witte. De kanker die in 1993-1997 leidde tot de ondergang van Mobutu zat in het systeem ingebakken op de dag zelf dat hij met expliciete goedkeuring van Belgische en Amerikaanse regering de macht greep. Het perscommuniqué, waarin Mobutu zijn coup uitlegde op Radio Leopoldstad1, werd geschreven door Belgisch militair attaché Van Halewijn...

Wanneer na de moord op Lumumba in het oosten van het land ongecoördineerde groepen een opstand beginnen, blijkt het door de Belgen uitgeruste en getrainde Congolese niet bereid zijn leven te wagen tegen tegenstanders die met pijl, boog en machete – tegen beter weten in – niet wegduiken voor het geweervuur van de soldaten.

De simba's ("leeuwen" in het Swahili) geloven immers dat ze onkwetsbaar zijn voor kogels. Waar ieder militair expert een eenzijdige afslachting verwachtte, zoals tijdens de Britse koloniale oorlogen of tijdens de Eerste Wereldoorlog, bleek dit bijgeloof echter een nuttig strategisch wapen.

De ongemotiveerde en nauwelijks betaalde soldaten kozen immers massaal eieren voor hun geld en dropen af voor een tientallen malen kleinere tegenmacht. Voor men in Kinshasa, Brussel en Washington goed en wel doorhad wat er gebeurde, hadden de simba's een groot deel van het land onder controle, een territorium veertig maal groter dan België. Ook de lucratieve mijnen in Katanga kwamen in gevaar.

De leiders van deze simba's, onder wie een jonge Laurent-Désiré Kabila, waren allesbehalve democraten, laat staan dat ze ook maar enige voeling hadden met het communisme. Qua politieke leegheid waren ze de gelijken van de "Binza-boys" die het na de moord op Lumumba in de hoofdstad "Kin" voor het zeggen hadden.

Een allegaartje wint het pleit

Zelfs voor het openlijk neokoloniale weekblad Pourquoi Pas? was de echte oorzaak van deze opstand niet ver te zoeken: “Het is een jacquerie2 van mensen die genoeg hebben van de miserie en de ellendige praktijken van het ANC dat rooft, verkracht en doodt (…) het staat vast dat de beweging spontaan ontstond en aanvankelijk gerechtvaardigd was.”

Het ANC staat hier niet voor de bevrijdingsbeweging van Nelson Mandela maar voor het Armée Nationale Congolaise, het Congolese leger wiens lafheid tegenover gewapende tegenstanders recht evenredig was met zijn gruwelijke roofzucht tegenover de ongewapende bevolking. Dat hun lonen werden gestolen door hun eigen officieren, hielp natuurlijk niet om enige discipline in stand te houden. Bovendien werden de soldaten systematisch gestationeerd in regio's waar ze etnisch of taalkundig geen enkele band mee hadden (een manier van aanpakken die ze van de Belgen hadden overgenomen).

Union Minière

De Belgische regering ging voor een oplossing steeds "te rade" bij de experten ter plaatse. Daar bedoelden ze geenszins Congolese politieke leiders met een basis in de bevolking mee. “Belgische ministers die het beleid in Centraal-Afrika uittekenden, ondernamen weinig zonder de goedkeuring van de bedrijfsleiders van de Union Minière.”


Ooit nog opgericht door koning Leopold II was dit mijnbedrijf onder meer verantwoordelijk voor het delven en verkopen van het uranium in de Shinkolobwe-mijn, dat als brandstof diende voor de bommen op Hiroshima en Nagasaki. Die Belgische verkoop aan de VS in 1941 maakte het mogelijk dat België naast Frankrijk het enige land ter wereld werd dat volop mee mocht genieten van de Amerikaanse nucleaire knowhow. Met een ver gevolg van die geschiedenis zit België vandaag nog steeds. Geen enkel land ter wereld, na Frankrijk, heeft een dergelijk hoog aandeel in kernenergie voor zijn elektriciteitsproductie (zelfs de VS niet).

De Verenigde Naties

België toonde zich in 1961-1965 een onbeschaamd en openlijk schender van VN-resoluties. De afscheiding van de mijnprovincie Katanga werd logistiek ondersteund. Katangees leider Moïse Thsombé werd na het mislukken van die afscheiding zonder enige schroom binnengehaald als de man die de chaos na Lumumba zou redden.

Zowat heel Afrika protesteerde tegen de benoeming van deze "neokoloniale slaaf" als eerste minister. Brussel lag er niet wakker van. Even gemakkelijk liet Brussel hem vier jaar later vallen, toen een dictatuur onder leiding van stafchef van het leger Joseph Désiré Mobutu een betere optie bleek.

Historische indelingen zijn altijd enigszins arbtitrair, maar de zeven hoofdstukken waarin De Witte de periode 1961-1965 indeelt, zijn logisch. Op de periode-Thsombé volgde de Belgische organisatie van een huurlingenleger ten bate van de grote bedrijven. Het "simbarijk" was van bij het begin immers zeer broos. Het was vooral ontstaan omdat het Congolees leger zo inefficiënt en ongemotiveerd was.

Pokeren met blanke levens

In de Belgische pers werd ondertussen de trom geroffeld van de strijd tegen het communisme. Een humanitaire interventie was noodzakelijk om Belgische gijzelaars uit de handen van de simba's te bevrijden. Er waren inderdaad een aantal Belgische colons vermoord door de simba's, maar dat aantal verbleekte bij de duizenden Congolezen die systematisch werden afgemaakt door het ANC en door de door België ingezette Zuid-Afrikaanse en Rhodesische3 huurlingen.

Het klinkt sinds de oorlogen in de Balkans bekend in de oren, maar de invasie van Stanleystad (Kisangani) en Paulis (Isiro) waren geen gevolg van enige massale afslachting van Belgische en andere gijzelaars. Ze waren er de hoofdoorzaak van. De brutale wreedheden van de ingezette huurlingen waren immers niet van aard de simba's mild te stemmen, wat De Witte gevat omschrijft met de titel van het hoofdstuk 'Pokeren met blanke levens'.

"De Belgen lachen met de koude oorlog"

Washington wilde ondertussen wel helpen om de 'communisten' te bestrijden, maar zat met een 'geloofwaardigheidsprobleem'. “De VS was het enige onafhankelijke land ter wereld – afgezien van het apartheidsregime in Zuid-Afrika – waar mensen wegens hun huidskleur tweederangsburgers waren... [Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken] Dean Rusk erkende informeel dat het binnenlands racisme als een molensteen om de nek van Amerikaanse diplomaten in Afrika hing.”

Belgische bedrijfsleiders wisten ondertussen wel beter. “Tot zijn [minister van Buitenlandse Zaken Paul-Henri Spaak] verbazing waren ze het er over eens dat ze met de simbaleiders zaken konden doen als Congo helemaal in hun handen zou vallen.”
De Britten en de VS waren daar niet over te spreken.

“De Britse ambassadeur in Congo... Het Belgisch beleid in Congo is louter dienstig aan de belangen van het bedrijfsleven... Zij zijn niet geïnteresseerd in de Koude Oorlog en lachen met de Amerikanen omdat die achter elke struik een communist zagen.”

Niet bepaald wat in de kranten werd verteld. Bleven Moskou en Beijing afzijdig uit het conflict – al was het maar omdat ze andere interne katten te geselen hadden –, er waren echter wel degelijk 'communisten' aanwezig in het conflict.

De Cubaanse interventie onder leiding van Che Guevara himself was echter nog steeds geheim – satellieten bestonden nog niet – toen ze na enkele maanden al werd afgeblazen. Guevara moest vaststellen dat de leiders van de opstand totaal geen visie hadden op de eigen maatschappij. Het kwam erop neer dat ze zelf aan de macht wilden komen. Daarom alleen hadden ze de leiding van de spontane opstanden van de simba's overgenomen.

'Sterke man Mobutu'


Mobutu Sese Seko
Van het idee dat Mobutu de sterke man zou geweest zijn die boven de strijdende partijen stond, blijft in de analyse van De Witte zo goed als niets over. Meermaals heeft Mobutu tijdens de simba-opstand gevreesd voor zijn overleven.

Hij had ook nauwelijks gezag of controle over zijn troepen, buiten de garnizoenen in Kinshasa zelf. Dat wantrouwen tegenover het eigen leger zou ook tijdens zijn regime blijven voorbestaan. Zonder zijn goed opgeleide en rijkelijk betaalde presidentiële garde liet hij zich nooit zien.

Mobutu was allesbehalve de evidente keuze voor België en de VS, hij was eerder de minst slechte, de minst 'ongeloofwaardige'. Zijn grootste voordeel was dat hij al officieel leider was van het leger. Dat hij geen aanhang had bij de bevolking – zeker niet in de helemaal in het zuiden gelegen hoofdstad Kinshasa, Mobutu kwam uit de noordwestelijke Evenaarsprovincie – was daarbij irrelevant.

Economisch gewin

Wie het boek van De Witte leest ziet een duidelijke lijn in het beleid van de Belgische regering: alles voor het behoud van het economisch gewin, niets voor de Congolese bevolking. Elke Belgische dode was een drama, tienduizenden Congolese doden daarentegen...

De Witte ziet ook een verband met het heden: “Een kritisch onderzoek van het westers beleid inzake Afrika toont aan dat abstracte noties zoals 'de strijd tegen de verspreiding van de Sovjetinvloed' in feite codewoorden waren in de propagandaslag bij de uitbouw van stabiele neokoloniale regimes. Vandaag luiden vanuit dezelfde zorg de codewoorden 'bescherming van fundamentale mensenrechten' en 'plicht tot humanitaire interveniëren'."
Net als toen blijken die nobele principes enkel van toepassing in landen en regimes die tegen westerse economische belangen ingaan.


Ludo De Witte (1956)
Wie liever een geromantiseerd verhaal leest over hoe het goedbedoelde koloniale beschavingsproject is misgelopen kan zijn gade vinden bij vele andere auteurs. Ludo De Witte vertelt daarentegen wat er echt is gebeurd. Dat is meermaals confronterend en voor al wie nog steeds een romantisch beeld koestert van de Belgische kolonisatie onaangenaam om lezen.

Met dit boek neemt De Witte voor de tweede maal het voortouw in een strijd die dit land al zo lang had moeten voeren, voor de eerlijke erkenning van de werkelijkheid van het eigen koloniale verleden.

Ludo De Witte, Huurlingen, geheim agenten en diplomaten, Van Halewyck, Leuven, 2014, ISBN 9789461313294.

1 Leopoldstad, zoals de hoofdstad Kinshasa toen heette. Kinshasa is de naam van het oorspronkelijke dorpje aan de oever van de Congostroom.

2 'Jacquerie', een denigrerende term voor boerenopstanden.

3 Blanke huursoldaten uit de toen nog Britse kolonie Rhodesië, het huidige Zimbabwe.

Lode Vanoost
september 1989: licentiaatsthesis van Koenraad Deridder: De commerciële televisie en de uitgevers in Vlaanderen
Edited: 198909007489
Licentiaatsthesis KU Leuven, Communicatiewetenschap, september 1989. Spiraalbinding, 173 pp. Met bibliografie. Noot LT: De auteur nam interviews af van volgende personen (chronologisch: persoon):
19890210: Luc Hiergens
19890215: Johan Van Overbeke
19890222: Jan Lamers
19890227: Antoon Van Melkebeek
19890302: Louis Croonen
19890307: Rik Duyck
19890307: Romain Van Tongerloo (brief)
19890316: Rik De Nolf
19890317: Guido Verdeyen
19890323: Jan Merckx
19890411: Carlo Gepts
19890502: Jan Merckx (bis)
Alle interviews werden op cassette opgenomen, behalve dat met Carlo Gepts.

Merckx gaf dus twee interviews - en in de rij het laatste -, wat erop wijst dat hij - zoals naar gewoonte - de eindredactie en de interpretatie van de feiten heeft kunnen beïnvloeden. In 1992 ging Merckx nog een stap verder toen hij zijn ingekleurde versie van de feiten liet neerleggen in het boek van Marijke Libert (VTM. De euforie voorbij), journaliste, die in feite optrad als 'ghostwriter' voor Merckx.
In het chronologisch overzicht dat gaat van maart 1981 tot september 1989 (I, Hfdst 2) vallen een aantal opmerkelijke 'gaten' die vooral te maken hebben met de uitvoering van de studie door Tessens, Verhofstadt en Claeys (juli-oktober 1984). Ook het jaar 1981 is slecht afgedekt; Deridder hierover "De uitgevers die we interviewden herinneren zich maar weinig van de gebeurtenissen in maart-mei 1981 en hebben van het bestaan van de geciteerde voorontwerptekst geen weet." (pagina 46)
Noten Lucas Tessens (opgesteld in januari 2018): 1) Dit lijkt ons een georchestreerde amnesie want toen werd bij de weekbladen van de NFIW het cement gemaakt om zich als groep eendrachtig te profileren. Dat zulks onder het NFIW/FNHI-voorzitterschap van de Franstalige Marc Naegels (CEO van Pourquoi Pas?) gebeurde, wordt wellicht liever niet vermeld door de Vlaamse uitgevers. Maar de waarheid heeft haar rechten.
2) Eveneens op pagina 46 lezen we: "Luc Tessens, een man die tot 1986 secretaris-generaal is geweest van de NFIW." In werkelijkheid nam ik die functie waar van 1 oktober 1980 tot 9 juli 1987 en omspant die periode de totstandkoming van het legistieke kader, de lobbying terzake en de research ter voorbereiding van VTM. Dat Jan Merckx tegenover Deridder verklaart: "Ik ben altijd de motor achter de zaak geweest. Ik heb van het begin af in die mogelijkheden geloofd" (p. 152), typeert Merckx volkomen. De insiders die een beetje respect hebben voor de waarheid zullen moeten toegeven dat Merckx inderdaad de motor is geweest maar dat er navigators hem hebben bijgestaan. Het succes van VTM heeft meer dan één vader. De werkelijke geschiedenis van de aanloop tot VTM (1981-1989) moet nog geschreven worden. Daarbij moet niet vergeten worden dat het succes van VTM ook de zwanezang van een aantal weekbladen is geworden; tijdens de aanloop werd luid geschreeuwd dat men VTM gecontroleerd wilde laten groeien om de reclame-inkomsten van de geschreven pers niet te ondermijnen. Dat maakte het uitschrijven van een business-plan en van een financieel plan aartsmoeilijk omdat men moest gaan rijden met een wagen met de handrem op. In september 1989 kon Deridder natuurlijk niet vermoeden dat de miljardendans pas goed op gang was gekomen na de publicatie van zijn overigens puike thesis.
Pourquoi Pas?
75 ans d'histoire et d'histoires au travers des couvertures de Pourquoi Pas?
Edited: 198512311365
Pourquoi Pas?
75 ans d'histoire et d'histoires au travers des couvertures de Pourquoi Pas?
Edited: 198512311364
Pourquoi Pas?
75 ans d'histoire et d'histoires au travers des couvertures de Pourquoi Pas? 1940-1959
Edited: 198512311363
Pourquoi Pas?
75 ans d'Histoire et d'histoires au travers des couvertures de "Pourqoui Pas? 1930-1939
Edited: 198512311362
Pourquoi Pas?
75 ans d'Histoire et d'histoires au travers des couvertures de "Pourqoui Pas? 1910-1929
Edited: 198512311361
VMM
11 februari 1985: Verslag van de Raad van Bestuur VMM met financieel verslag
Edited: 198502111465
Merk op dat geen aanwezigen worden vermeld in het verslag.
In dit verslag wordt ontmoetingen met Karel Van Miert en Gaston Geens vermeld.
In dit verslag wordt de mening van André Leysen genoteerd: "Normaal zouden de weekbladen, steeds volgens de heer Leysen, geen aanspraak mogen maken op evenveel aandelen (als de dagbladen, LT)."
Bedenking LT: indien de Standaardgroep in 1976 niet failliet was gegaan en Jan Merckx dus nog de rechterhand van Albert De Smaele zou zijn geweest, dan had hij wellicht dezelfde houding aangenomen als André Leysen. De weekbladen zouden dan aan het kortste eind hebben getrokken. Ondertussen waren de stellingnamen van de weekbladpers in het tv-dossier echter 'incontournable' geworden. De versterkte positie van de weekbladen was reeds onder NFIW-Voorzitter Marc Naegels (Pourquoi Pas?) uitgebouwd.
NAEGELS Marc, DUJARDIN Jacques, THOUA Jean
Pourquoi Pas? La petite histoire d'une grande réussite ... in: La Presse, n° 108, juin 1981
Edited: 198106300080
FICHE D'IDENTITE
Titre : Pourquoi Pas ?
Adresse ettéléphone : 95, Bd. Emile Jacqmain, 1000 Bruxelles, 218.13.40
Editeur-propriétaire : S.A. Pourquoi Pas ?
Date de fondation : 1910
Directeur: Mare Naegels
Rédacteur en chef:Jacques Dujardin
Langue : francais
Type d'impression : offset
Objectif ou formule rédactionnelle : Panorama de l'actualité danstousles domaines

8 april 1965: Spécial (WBF) gelanceerd
Edited: 196504082398
Brussels weekblad van Pierre Davister. Davister was voormalig redacteur van Pourquoi Pas? Grote rivaliteit tussen Raymond Naegels van PP? en Davister. Pan stond aan de zijde van PP? Davister werd door Pan 'Bwana Matabiche' genoemd.

Bron: STEPHANY 2002: 216

Zie ook: "Mobutu returned to civilian life just as decolonization began to seem possible. His newspaper articles had brought him to the attention of Pierre Davister, a Belgian editor of the Léopoldville paper L’Avenir. At that time, a European patron was of enormous benefit to an ambitious Congolese; under Davister’ s tutelage, Mobutu became an editorial writer for the new African weekly, Actualités Africaines. Davister later would provide valuable services by giving favorable coverage to the Mobutu regime as editor of his own Belgian magazine, Spécial."

Bron: http://www.congo2000.net/english/history/Mobutu1_govt.html

zie ook: "En février 1950, il est enrôlé à la Force publique et envoyé à l'école centrale de Luluabourg (Kananga) pour suivre la formation de secrétaire-comptable dont il obtient le brevet de en 1952. Troisième de sa promotion, il est affecté en 1953 à l'Etat-Major de la Force Publique à Kinshasa. Là, il collabore à la rédaction du journal de l'armée "Sango ya bisu" et, bientôt, à celle de l'Avenir colonial belge, appelé à devenir plus raisonnablement l'Avenir. En effet, le 5 janvier 1956, la direction de ce journal décide d'ouvrir ses colonnes aux Congolais dans les "Actualités Africaines" et fait parître certains articles signés d'un certain "De Banzy", qui n'est autre que le jeune Mobutu. L'utilisation du pseudonyme s'explique par le fait qu'un soldat n'avait pas le droit d'écrire dans un journal civil. de Banzy dérive de Banzyville, son territoire d'origine, actuellement Mobayi Mbongo.Libéré de ses engagements militaires à la fin de son terme le 31 décembre 1956, il entre dans le comité de rédaction des "Actualités Africaines" avec la recommandation de Pierre Davister. il rencontre pour la première fois Patrice Lumumba en juillet 1956 dans les bureaux des "Actualités Africaines". (http://www.congonline.com/Politiq/mobutu.htm)
vonnis inbeslagname Pourquoi Pas?: non-lieu
Edited: 196407031674
GOL 1970: 15
31 januari 1964: Pourquoi Pas? uit de handel genomen
Edited: 196401311666
"La saisie du Pourquoi Pas? a produit en cette fin de janvier une mauvaise impression dans l'opinion publique. Le moment n'était peut-être pas opportun pour publier les déclarations de M. Tshombe sur l'assassinat de Lumumba, mais c'est là une question d'appréciation. Fallait-il pour cela faire donner la grosse artillerie en saisissant le Pourquoi Pas? et en ordonnant au procureur général d'exercer des poursuites contre l'hebdomadaire? Non." (LS 100, 323)

zie ook: GOL 1970: 14 (voetnoot): "L'Edition du vendredi 31 janvier 1964 de l'hebdomadaire Pourquoi Pas? a été saisie à des fins conservatoires sur ordre du ministre de la Justice. L'article incriminé était une interview de M. Tshombe au sujet des circonstances de la mort de P. Lumumba. Dans cette interview, M. Kasa-Vubu, alors président de la République du Congo, était l'objet de graves accusations. Cinq mois plus tard, le 3 juillet 1964, la Chambre du Conseil de Bruxelles rendait une ordonnance de non-lieu sur base de la poursuite intentée pour offenses envers un chef de gouvernement étranger (loi du 20 septembre 1852). En attendant, une édition entière du Pourquoi Pas? avait été retirée de la circulation ..."
Pourquoi Pas?
31 januari 1964: Pourquoi Pas? uit handel genomen wegens interview Tshombe
Edited: 196401311665
"La saisie du Pourquoi Pas? a produit en cette fin de janvier une mauvaise impression dans l'opinion publique. Le moment n'était peut-être pas opportun pour publier les déclarations de M. Tshombe sur l'assassinat de Lumumba, mais c'est là une suestion d'appréciation. Fallait-il pour cela faire donner la grosse artillerie en saisissant le Pourquoi Pas? et en ordonnant au procureur général d'exercer des poursuites contre l'hebdomadaire? Non." (LS 100, 323)

zie ook: GOL 1970: 14 (voetnoot): "L'Edition du vendredi 31 janvier 1964 de l'hebdomadaire Pourquoi Pas? a été saisie à des fins conservatoires sur ordre du ministre de la Justice. L'article incriminé était une interview de M. Tshombe au sujet des circonstances de la mort de P. Lumumba. Dans cette interview, M. Kasa-Vubu, alors président de la République du Congo, était l'objet de graves accusations. Cinq mois plus tard, le 3 juillet 1964, la Chambre du Conseil de Bruxelles rendait une ordonnance de non-lieu sur base de la poursuite intentée pour offenses envers un chef de gouvernement étranger (loi du 20 septembre 1852). En attendant, une édition entière du Pourquoi Pas? avait été retirée de la circulation ..."

uit http://www.urome.be/independance.htm (bezocht op 27/5/2003) citeren we:

Voici la version de Tshombe, chef de l'éphémère Etat du Katanga, recueillie par Pierre Davister, ancien rédacteur en chef du "Courrier d'Afrique" et retrouvée par Jean de la Lune (Vlan, n° du 3& mai 2000) dans le "Pourquoi Pas ?" n° 2357 du 31 janvier 1964, qui fut censuré à l'époque pour cette publication.

"La nécessité de retire Lumumba de la circulation où il gêne beaucoup de monde date de peu après l'indépendance?. Dès le mois d'août 1960, on en parle déjà à Léopoldville. Mais qui veut l'élimination du Premier Ministre de Kasa-Vubu ?

"Des éléments disparates, affirme Tshombe, qui ont raté le coche, des aigris qui souhaitent une nouvelle course au pouvoir. Il y a surtout des délégué de partis….. Moi, ajoute Tshombe, je n'avais aucun intérêt à la disparition de Lumumba. Au contraire, il faisait gaffe sur gaffe et donc donnait à l'indépendance du Katanga son véritable sens.

"En un premier temps, les partisans de l'élimination s'adressent aux représentants en Afrique de la Belgique qui n'a sûrement pas oublié les insultes de Lumumba au Roi le 30 juin 1960. Mais les Belges n'interviendront financièrement qu'avec prudence. Ils auraient versé, selon Tshombe , un acompte de 3 millions, puis d'autres par la suite, pour collaborer à l'élimination politique de Lumumba. L'argent fut employé, paraît-il à des moyens de contre-propagande lumumbiste.

" Une fois son Premier Ministre révoqué par Kasa-Vubu, les événements s'enchaînent, mais, à l'entendre, l'homme fort du Katanga fait des pieds et des mains pour éviter qu'on "lui livre le paquet à Elisabethville.

"Ce n'est pas ce qui se passera. En janvier 1961, l'avion qui emmène le gêneur est interdit d'atterrissage à Bakwanga et file sur Elisabethville où, à court d'essence, il se posera. Mais Lumumba , qui a été frappé, battu, torturé, est mourant.

"Donc, dit Tshombe, il n'y a pas eu crime. Il est mort sans que l'on puisse faire quelque chose. Enterré à la sauvette, le cadavre sera exhumé quelques jours après et dissous dans de l'acide afin d'éviter les conclusions d'une commission spéciale de l'Onu."

zie ook: 19700104: 89
22 september 1962: Tshombe op de cover van Pourquoi Pas?
Edited: 196109220784
Moïse Tshombe: Le Katanga ou la mort! Pierre Davister à Elisabethville.

DAVISTER 1962: 145 (zie scan)
13 februari 1961: Katangese regering (Munongo) meldt dood Lumumba, Okito, Mpolo
Edited: 196102131064
De bekendmaking van dit nieuws leidt tot anti-Belgische manifestaties in verschillende hoofdsteden.

Bron: Verslag Lumumbacommissie, Kamer van Volksvertegenwoordigers, 20011116, blz. 898

Bron 2: facsimile van 'Edition Spéciale' van 'L'Echo du Katanga' in DAVISTER Pierre & TOUSSAINT Philippe (1962), Croisettes et casques blues (Les envoyés spéciaux du 'Pourquoi Pas?' au Congo. L'Affaire Katangaise.) Bruxelles: Eds Actuelles; blz. 217. (zie scan)
POURQUOI Pas?
cover 15 juillet 1960; Honte sur nous!
Edited: 196007151487
Voorpagina van het tijdschrift Pourquoi Pas ?, 15 juli 1960.
ARA, Papieren Ernest Glinne, doos 5.
14 mei 1960: Viering 50 jaar Pourquoi Pas? in Justitiepaleis te Brussel
Edited: 196005141975
De viering van 50 jaar Pourquoi Pas? gaat door met een galadiner in het Brusselse Justitiepaleis, in aanwezigheid van alle hoogwaardigheidsbekleders: ministers, magistraten, provinciegouverneurs, rectoren, parlementsleden, ... (zie de lijst der genodigden in PP?, 19600520, blz. 18 e.v.)

27 oktober 1939: Pourquoi Pas? in beslag genomen
Edited: 193910271574
Op aanklacht van de ambassade van DEU, naar aanleiding van een artikel over de ambassadeur van DEU.

Bron: PP? 19600520