Search our collection of 12.026 BOOKS

Author
Title
Publisher
Keywords
Booknr

Search our 2.627 News Items

INDEX AUTHORS


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

We found 118 books

We found 333 news item(s)

De Tijd
Dit was 2009 - Jaaroverzicht door de redactie van De Tijd
Magazine, 120 pp.
€ 5.0

BUY

Tijdschrift Erfwoord
Tijdschrift Erfwoord, augustus-september-oktober 2006
geniet, 40 pp. Restauratie van met doek bespannen zoldering in Den Wolsack, Antwerpen. Maritieme archeologie. Bornem en zijn erfgoed (kasteel van Hingene, De Notelaar). Sint-Donatustoren te Leuven. Abdijsite Herkenrode: met foto van rotsstenen gevangen in betonijzer, muur vormend in combinatie met waterpartij > zeer geslaagd).
€ 10.0

BUY

The covers of the following books are not yet photographed

DE TIJD, Hoe aantrekkelijk is uw gemeente. De economische parameters op een rij. Uw gemeente ontcijferd, , De Tijd, .

De Tijd, Dit was 2007 - Jaaroverzicht van de (Financieel Economische) Tijd, , Tijd, 2007.

De Tijd, Dit was 2007 - Jaaroverzicht van de (Financieel Economische) Tijd, , Tijd, 2007.

DE TIJD (dagblad), De Tijd van 4 september 1944: Antwerpen bevrijd. Gisternamiddag rukten de zegevierende legers der geallieerde naties onze fiere bewimpelde Sinjorenstad binnen !, Antwerpen, De Tijd, 1944.

Gemeentekrediet. Driemaandelijks tijdschrift [voortgezet als : Tijdschrift van het Gemeentekrediet], Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Ingebonden jaargangen 9 t.e.m. 12, nrs 31 t.e.m. 46, Brussel, Gemeentekrediet, 1955-1958.

Gemeentekrediet. Driemaandelijks tijdschrift [voortgezet als : Tijdschrift van het Gemeentekrediet], Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Ingebonden jaargangen 13 en 14, nrs 47 t.e.m. 54, Brussel, Gemeentekrediet, 1959-1960.

Gemeentekrediet. Driemaandelijks tijdschrift [voortgezet als : Tijdschrift van het Gemeentekrediet], Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Ingebonden jaargangen 15 en 16, nrs 55 t.e.m. 62, Brussel, Gemeentekrediet, 1961-1962.

Gemeentekrediet. Driemaandelijks tijdschrift [voortgezet als : Tijdschrift van het Gemeentekrediet], Hannes J., Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Ingebonden jaargangen 21 en 22, nrs 79 t.e.m. 86., Brussel, Gemeentekrediet, 1967-1968.

Gemeentekrediet. Driemaandelijks tijdschrift [voortgezet als : Tijdschrift van het Gemeentekrediet], SERWEYTENS de MERCKX Ch., MICHEL H., Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Ingebonden jaargangen 17 en 18, nrs 63 t.e.m. 70, Brussel, Gemeentekrediet, 1963-1964.

Het Tijdschrift van Dexia Bank (vh Tijdschrift van het Gemeentekrediet), Het Tijdschrift van Dexia Bank. Jaargang 54, nr 213, De begijnhoven in België: mythe en werkelijkheid , Brussel, Dexia, 2000.

Het Tijdschrift van Dexia Bank (vh Tijdschrift van het Gemeentekrediet), Het Tijdschrift van Dexia Bank. Jaargang 55, nr 215, Bevolking en voeding in een premoderne economie (1750-1850), Brussel, Dexia, 2001.

Het Tijdschrift van Dexia Bank (vh Tijdschrift van het Gemeentekrediet), Het Tijdschrift van Dexia Bank. Jaargang 55, nr 216 , Brussel, Dexia, 2001.

Tijdschrft van de Belgische Senaat, Themanummer 60 jaar vrouwenkiesrecht, Brussel, Belgische Senaat, 2008.

Tijdschrft van de Belgische Senaat, Themanummer 60 jaar vrouwenkiesrecht, Brussel, Belgische Senaat, 2008.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet, Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 34, nr 132 , Brussel, Gemeentekrediet, 1980.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet, Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 35, nr 135 , Brussel, Gemeentekrediet, 1981.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet, Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 35, nr 136 , Brussel, Gemeentekrediet, 1981.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet, Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 35, nr 137 , Brussel, Gemeentekrediet, 1981.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet, Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 37, nr 143 , Brussel, Gemeentekrediet, 1983.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet, Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 40, nr 155, Brussel, Gemeentekrediet, 1986.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet, Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 40, nr 156 , Brussel, Gemeentekrediet, 1986.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet, Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 43, nr 167 , Brussel, Gemeentekrediet, 1989.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet, Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 45, nr 176 , Brussel, Gemeentekrediet, 1991.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet, Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 46, nr 181 , Brussel, Gemeentekrediet, 1992.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet, Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 50, nr 198, SUYKENS Fernand, De waterverdragen met Nederland, Brussel, Gemeentekrediet, 1996.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet, Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 51, nr 200 Jubileumnummer: De Gemeente: anekdoten en instellingen, Brussel, Gemeentekrediet, 1997.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet, Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 51, nr 201, Transport in België. Reconstructie van een database., Brussel, Gemeentekrediet, 1997.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet, Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 51, nr 202 België ruimtelijk doorgelicht, Brussel, Gemeentekrediet, 1997.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet, Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 52, nr 203 , Brussel, Gemeentekrediet, 1998.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet, Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 52, nr 205 , Brussel, Gemeentekrediet, 1998.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet, Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 52, nr 206, Een Henegouws kasteel in de 18de eeuw: het kasteel van Le Roeulx , Brussel, Gemeentekrediet, 1998.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet, Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 53, nr 210, De ontginningspolitiek van de overheid in de Zuidelijke Nederlanden, 1750-1830. Een maat voor niets?, Brussel, Gemeentekrediet, 1999.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet, Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Register Nummers 1 tot 200 (1947-1997). Auteursregister. Plaatsnamenregister. Onderwerpsregister., Brussel, Dexia, 1997.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet, DECONINCK M., Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 36, nr 141 + bijvoegsel: Repertorium van de Lokale en regionale verenigingen en tijdschriften voor geschiedenis, archeologie en folklore, Brussel, Gemeentekrediet, 1982.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet, LEBLICQ, Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 40, nr 157, Brussel, Gemeentekrediet, 1986.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet, SORGELOOS, Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 35, nr 153, Brussel, Gemeentekrediet, 1985.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet, STELANDRE, Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 45, nr 175, Brussel, Gemeentekrediet, 1991.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet, VERMEIRE, Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 47, nr 184. Cholera., Brussel, Gemeentekrediet, 1993.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 44, nr 171, Brussel, Gemeentekrediet, 1990.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 44, nr 172, Brussel, Gemeentekrediet, 1990.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 44, nr 173, Brussel, Gemeentekrediet, 1990.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 44, nr 174, Brussel, Gemeentekrediet, 1990.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 45, nr 176, Brussel, Gemeentekrediet, 1991.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 45, nr 177, Brussel, Gemeentekrediet, 1991.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 45, nr 178, Brussel, Gemeentekrediet, 1991.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 46, nr 179, Brussel, Gemeentekrediet, 1992.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 46, nr 180, Brussel, Gemeentekrediet, 1992.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 46, nr 181: Repertorium Lokale en regionale verenigingen en tijdschriften voor geschiedenis, archeologie en folklore, Brussel, Gemeentekrediet, 1992.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 47, nr 183, Brussel, Gemeentekrediet, 1993.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 47, nr 185, Brussel, Gemeentekrediet, 1993.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 47, nr 186, Brussel, Gemeentekrediet, 1993.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 48, nr 187, Brussel, Gemeentekrediet, 1994.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 48, nr 188, Brussel, Gemeentekrediet, 1994.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 24, nr 91, Brussel, Gemeentekrediet, 1970.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 24, nr 92, Brussel, Gemeentekrediet, 1970.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 27, nr 103 + Repertorium der gewestelijke en plaatselijke maatschappijen en tijdschriften voor geschiedenis en oudheidkunde, Brussel, Gemeentekrediet, 1973.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 29, nr 111 + Lijst der geklasseerde Monumenten en Landschappen op 31/12/1974, Brussel, Gemeentekrediet, 1998.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 4, nr 12: Historiek van onze gemeentelijke financiën sedert de Franse Revolutie, Brussel, Gemeentekrediet, 1950.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 4, nr 13: Historiek van onze gemeentelijke financiën sedert de Franse Revolutie (vervolg), Brussel, Gemeentekrediet, 1950.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 4, nr 14: Historiek van onze gemeentelijke financiën sedert de Franse Revolutie (vervolg), Brussel, Gemeentekrediet, 1950.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 4, nr 15, Brussel, Gemeentekrediet, 1950.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 5, nr 16: De gemeentelijke financiën van 1830 tot 1913., Brussel, Gemeentekrediet, 1951.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 5, nr 17: De intercommunales voor waterbedeling in België, Brussel, Gemeentekrediet, 1951.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 8, nr 27, Brussel, Gemeentekrediet, 1954.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 8, nr 28, Brussel, Gemeentekrediet, 1954.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 8, nr 29, Brussel, Gemeentekrediet, 1954.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 8, nr 30: De gemeentelijke verdelingsfondsen in het buitenland, Brussel, Gemeentekrediet, 1954.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 9, nr 31, Brussel, Gemeentekrediet, 1955.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 9, nr 32: De financiële tussenkomst van de gemeenten voor werklozensteun, Brussel, Gemeentekrediet, 1955.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 9, nr 33: De financiële tussenkomst van de gemeenten voor werklozensteun (vervolg en slot), Brussel, Gemeentekrediet, 1955.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 9, nr 34: De aanleg en het onderhoud der wegen in België door de locale besturen (barrières en tolrechten vanaf de ME tot 1830), Brussel, Gemeentekrediet, 1955.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 10, nr 36, Brussel, Gemeentekrediet, 1956.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 33, nr 127 , Brussel, Gemeentekrediet, 1979.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 32, nr 123 , Brussel, Gemeentekrediet, 1978.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 32, nr 124, Brussel, Gemeentekrediet, 1978.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 32, nr 125, Brussel, Gemeentekrediet, 1978.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 32, nr 126, Brussel, Gemeentekrediet, 1978.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 33, nr 127, Brussel, Gemeentekrediet, 1979.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 33, nr 128, Brussel, Gemeentekrediet, 1979.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 33, nr 129, Brussel, Gemeentekrediet, 1979.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 33, nr 130, Brussel, Gemeentekrediet, 1979.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 34, nr 131, Brussel, Gemeentekrediet, 1980.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 34, nr 132, Brussel, Gemeentekrediet, 1980.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 34, nr 133, Brussel, Gemeentekrediet, 1980.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 34, nr 134, Brussel, Gemeentekrediet, 1980.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 35, nr 135, Brussel, Gemeentekrediet, 1981.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 35, nr 136, Brussel, Gemeentekrediet, 1981.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 35, nr 137, Brussel, Gemeentekrediet, 1981.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 35, nr 138, Brussel, Gemeentekrediet, 1981.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 36, nr 139, Brussel, Gemeentekrediet, 1982.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 36, nr 140, Brussel, Gemeentekrediet, 1982.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 36, nr 142, Brussel, Gemeentekrediet, 1982.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 37, nr 143 + Bijvoegsel: Geschiedenis van de gemeentefinanciën III: Van de grote economische crisis der jaren dertig tot WO II, Brussel, Gemeentekrediet, 1983.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 37, nr 145, Brussel, Gemeentekrediet, 1983.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 37, nr 146, Brussel, Gemeentekrediet, 1983.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 38, nr 147, Brussel, Gemeentekrediet, 1984.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 38, nr 148, Brussel, Gemeentekrediet, 1984.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 38, nr 149, Brussel, Gemeentekrediet, 1984.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 38, nr 150 + Register op nrs 131-150, Brussel, Gemeentekrediet, 1984.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 39, nr 151, Brussel, Gemeentekrediet, 1985.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 35, nr 152, Brussel, Gemeentekrediet, 1985.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 40, nr 155, Brussel, Gemeentekrediet, 1986.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 40, nr 156, Brussel, Gemeentekrediet, 1986.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 40, nr 158, Brussel, Gemeentekrediet, 1986.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 41, nr 159, Brussel, Gemeentekrediet, 1987.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 41, nr 160 + Bijlagen: Geschiedenis van de gemeentefinanciën, Brussel, Gemeentekrediet, 1987.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 41, nr 161, Brussel, Gemeentekrediet, 1987.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 41, nr 162, Brussel, Gemeentekrediet, 1987.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 42, nr 163, Brussel, Gemeentekrediet, 1988.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 42, nr 164, Brussel, Gemeentekrediet, 1988.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 42, nr 165, Brussel, Gemeentekrediet, 1988.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 42, nr 166, Brussel, Gemeentekrediet, 1988.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 43, nr 167 , Brussel, Gemeentekrediet, 1989.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 43, nr 168, Brussel, Gemeentekrediet, 1989.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 43, nr 169 , Brussel, Gemeentekrediet, 1989.

Tijdschrift van het Gemeentekrediet. , Tijdschrift van het Gemeentekrediet. Jaargang 43, nr 170, Brussel, Gemeentekrediet, 1989.

1 januari 1797: uitdrijving abdij Drongen
Edited: 205000009034
De Oude Abdij van Drongen is een abdijcomplex, gelegen aan de Leie in Drongen, een deelgemeente van Gent. Het hele domein, met inbegrip van de tuin, is sinds 1998 als monument beschermd. De abdij herbergt thans een bezinningscentrum, een communauteit van (bejaarde) jezuïeten en enkele gezinnen. De na een brand heropgebouwde abdijkerk uit 1734, achtkantig, in witte steen met een busvormige, kleine koepel, doet dienst als parochiekerk van Drongen-Centrum (zie Sint-Gerolfkerk).

Geschiedenis

De abdij werd vermoedelijk gesticht in de 7e eeuw, dezelfde tijd als de Sint-Baafs- en de Sint-Pietersabdij in Gent, de tijd van Amandus van Gent. De eerste geestelijken waren seculiere kanunniken (koorheren). De Noormannen verwoestten de abdij maar onder Boudewijn II de Kale, graaf van Vlaanderen en heer van Drongen, werd zij heropgericht.

Norbertijnen

In 1136 stichtte Iwein, graaf van Aalst, heer van Waas, Drongen en Liedekerke, een abdij te Salegem (Vrasene, Beveren). Twee jaar later, in 1138, werd de abdij overgebracht naar Drongen, waar de kanunniken de regels van de Premonstratenzers of de Norbertijnen overnamen.

In 1566 had de abdij te lijden onder de Beeldenstorm en in 1578, tijdens de Gentse Republiek, werden de paters verdreven naar een refugehuis Hof van Drongen te Gent. De bezittingen kwamen in handen van Willem van Oranje maar werden door diens erfgenamen in 1609 teruggegeven.

In de 17e eeuw werd de abdij voltooid, ongeveer zoals ze er nu nog staat.

In 1796, onder de Franse bezetting, werden de paters opnieuw verjaagd en werd de abdij verkocht. Lieven Bauwens installeerde er in 1804 een katoenspinnerij, maar die ging failliet in 1836. Er kwam ook een fabriek voor kleurstroffen uit meekrapwortel.

Jezuïeten

In 1837 kochten de jezuïeten een deel van de abdij en vestigden er hun noviciaat; in 1848 kochten zij ook de rest van het domein. De opleidingen blijven er meer dan een eeuw tot laatste verdwijnt in 1968. De bezinningen en de retraites, individueel of in groep, blijven. Zo wordt de abdij een bezinningscentrum. Omdat ook oudere jezuieten er blijven wonen, wordt de abdij ook een rusthuis.

Kadoc-KUL (red.), De Oude Abdij van Drongen, elf eeuwen geschiedenis, 2006, 528 blz.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Oude_Abdij (20070514)

On 1 January 1797 the canons were driven out of their abbey by the civil commissars of the French Republic. The buildings and surrounding lands were confiscated and sold off in lots. From 1797 until 1822 they were in the hands of the ambitious Ghent businessman, Lieven Bauwens, who set up a cotton spinning mill in the abbey.

externe link naar Kadoc (20070514)

20060054: 291
3 mei 1797: verkoop refugie Coolhem (Puurs) afhankelijk van abdij Sint-Bernards (Hemiksem/Bornem)
Edited: 205000007686
De koper is Constantinus Josephus Van Den Nieuwenhuyzen, een fabrikant van religieuze kleren en hoeden uit Mechelen. Deze deed nog andere aankopen van 'zwart goed'.

19990040: 64

Het boek is belangrijk omdat het de procedure vermeldt: betekening van het bevel tot uitdrijving (eind oktober 1796) > rapport aan de ontvanger van Nationale Domeinen (in dit geval te Mechelen) > schatting van het goed opgenomen in een proces-verbaal van schatting (10 februari 1797) > uithangen van de affiche > eerste koopdag (vrijdag 28 april 1797) > definitieve toewijzing (3 mei 1797) op een tweede koopdag > registratie (1 juni 1797). De gehele zaak was dus op 7 maanden tijd afgehandeld.
Persbericht Roularta
Roularta brengt bindend bod uit op Sanoma-magazines en verankert zich in print
Edited: 201801170108



Het beursgenoteerde Roularta Media Group heeft een bindend bod uitgebracht op de Belgische Sanoma-titels met uitzondering van de woonbladen. Het pakket omvat de weekbladen Libelle/Femme d’Aujourd’hui (CIM 245.504 exemplaren) en Flair N/F (CIM 74.222 exemplaren), de maandbladen Feeling/Gaël (CIM 69.132 exemplaren) en de magazines La Maison Victor, Communiekrant, Loving You en She Deals. De websites (met o.a. flair.be en libelle.be met respectievelijk 804.135 en 600.841 real users/maand volgens CIM), line extensions en social mediakanalen van deze titels zijn eveneens in het bod opgenomen. De totale 2017 omzet van deze merken bedraagt circa 78 miljoen euro voor een overnameprijs (inclusief pensioen- en abonnementenverplichting) van 33.7 mio euro.

De (offline/online) doelgroepen van die mediamerken zijn uitgesproken vrouwelijk en dus een mooie aanvulling op de reeds bestaande andere hoogkwalitatieve doelgroepen die bereikt worden via de huidige magazinemerken van Roularta (Knack, Le Vif, Trends, Sportmagazine, Nest, Plus Magazine enz.).

Naar aanleiding van deze belangrijke transactie, verkoopt Roularta de titels “Ik ga Bouwen/ Je vais Construire” voor een prijs van 1 miljoen euro aan Sanoma, die in mindering komt van de overnameprijs voor de Sanoma titels. Het zijn titels die aansluiten bij het portfolio woon- en decobladen van Sanoma.

Roularta wil door deze consolidatie en dankzij de synergie met de magazinemerken van de groep, zorgen voor de continuïteit en de multimediale groei van deze titels.
Indien het bod goedgekeurd wordt door Sanoma, zal de transactie voorgelegd worden aan de Belgische mededingingsautoriteiten .

Vooruitzichten

In 2017 heeft Roularta Media Group te maken gehad met een daling van de reclamebestedingen, met de kosten van de investeringen in de lancering van nieuwe projecten zoals het e-commerceplatform Storesquare en met andere éénmalige kosten. Roularta verwacht dan ook een negatieve EBIT. Voor het boekjaar 2017 wordt geen dividend voorzien.

In 2018 zorgen lagere kosten, de nieuwe 50% participatie in Mediafin (Tijd/Echo), de recente acquisities Landleven (Nederland) en Sterck (Antwerpen en Limburg) en de andere nieuwe activiteiten, voor een positieve bijdrage.

Daarenboven wordt voor 2018 verwacht dat een belangrijke meerwaarde wordt geboekt van ongeveer 145 miljoen euro op de aandelen Medialaan, na de closing van de transactie in het eerste kwartaal.

Vanaf 2019 dalen voor Roularta de financiële kosten met ongeveer 4,5 miljoen door de terugbetaling van een obligatielening van 100 miljoen euro en dalen de leasingkosten met ongeveer 9 miljoen door de afronding van de Econocom-contracten.

Roularta Media Group heeft belangrijke toekomstkeuzes gemaakt door in te zetten op consolidatie en innovatie binnen het kader van haar kernactiviteiten. Na het afstaan van de Medialaan 50%-participatie aan de Persgroep is de beoogde mogelijke overname van de Sanoma-titels, naast de investering in Mediafin en de andere recente overnames, een belangrijke aanzet om ook de komende jaren verder een gezonde groei te realiseren.


aandeelhouders RMG

Uit het persbericht van Sanoma Group, Helsinki:
“We have now finalized our major portfolio restructuring in our Media business in the Netherlands and Belgium with the divestment of the Dutch SBS TV business last year, and now the Belgian women’s magazine titles. The Belgian magazine titles will have more synergies with RMG than with our Dutch magazine business and that will give these titles and the team working on them better prospects for future development. Our remaining magazine and online portfolio predominantly in the Dutch market has good market positions, which provide excellent opportunities for continued success,” says Susan Duinhoven, President and CEO of Sanoma.
LT
Erdogan noemt Turkije 'lichtend voorbeeld voor persvrijheid'
Edited: 201801121132
Nou ja ... er zitten 'maar' 150 journalisten in de gevangenis, ...
Misschien heeft de vertaler Erdogan niet goed verstaan.
Misschien betekenen 'licht' en 'verlichting' iets anders in Turkije.
Misschien betekent 'voorbeeld' gehoorzaamheid of onderwerping.
Misschien moeten we 'pers' en 'vrijheid' anders interpreteren als het over Turkije gaat.
Misschien begrijpen we het allemaal verkeerd, is de westerse mentaliteit perfide en ligt ons aller toekomst in de handen van de genieën van deze wereld.
Natuurlijk wordt het allemaal veel gemakkelijker als we het denken overlaten aan diegenen die het weten en kunnen we best ophouden met zaniken over onze rechten en vrijheden en ze beschouwen als hersenschimmen van verloren gelopen Europeanen, die - verpletterd door de wijsheid van onze buren - terug in de spelonken moeten gaan schuilen en daar - dieren tekenend op de wanden - wachten op de eerste zonnestraal die door een spleet binnenvalt en ons verblijden over de heilzame werking van de onwetendheid.
In die context - le texte des 'cons' - moet u geen boeken meer lezen en kunt u beter ver weg blijven van websites zoals deze. Want lezen schaadt de gezondheid en neemt tijd weg die u beter kunt besteden aan koken en TV-kijken, joggen om kilo's te verliezen en achter Pokemons te jagen. Het is zo leuk als een nar in dwaasheid te leven en de lof der zotheid te verkondigen !
TESSENS Lucas
Gerard Walschap Genootschap stopt in 2018
Edited: 201712290961
Het Genootschap werd opgericht in 1998.
We willen een eresaluut brengen aan de vrijwilligers die zich jarenlang inzetten voor een eerbaar en eerlijk initiatief.
Over Walschap zelf kan ik zeggen: hij heeft de goede strijd gestreden, geen blad voor de mond genomen ... over de katholieke kerk, Congo en het kolonialisme, de repressie, en zo veel meer waarover de conservatieve burgers van dit Vlaamse land liever wilden zwijgen. Hij had ook in barre tijden een verpletterend ethisch en intellectueel overwicht.

klik hier voor de boeken van Walschap

Er zijn twee citaten die mij nauw aan het hart liggen:
1) "(...) wij spraken van nazi's, een nieuw soort barbaren, maar die nazi's zijn gewezen sociaal-democraten, gewezen katholieken, gewezen communisten." (Zwart en Wit - 1948);
2) "De zwarten denken dat al wat de blanke doet uitsluitend dient om hemzelf rijk te maken en dat hij anders absoluut niets voor hen zou doen." (Oproer in Congo - 1953)
Dat zijn toch uitspraken die niet verloren mogen gaan. Ze houden ons een spiegel voor.
In de barre tijden, die cyclisch terug komen, hebben we spiegels nodig. We kunnen dan onszelf de vraag stellen 'Qu'as-tu fait de tes rêves?'
Patrick Op de Beeck (1935-2017), gewezen zaakvoerder Brugsch Handelsblad, overleden. R.I.P.
Edited: 201712211095




Patrick was een gedreven en dynamische uitgever. Ik leerde hem heel goed kennen in de jaren tachtig. Hij was toen bestuurder van de NFIW/FNHI en de verplaatsingen naar Brussel deed hij steevast in een snelle wagen. Tijdens het FIPP-congres van 1983 verzorgden zijn echtgenote, Claudette Herreboudt, en hijzelf het 'ladies programm' te Brugge. Het was een daverend succes dank zij hun persoonlijke inzet. Zij zetten Brugge op de kaart voor het internationale gezelschap. Het was ook Patrick Op de Beeck die ons in 1984 Victor Claeys aanbracht als technisch raadgever bij de voorbereidende studie voor VTM, het eerste commerciële TV-station van Vlaanderen. Want Patrick Op de Beeck zag altijd de dag van morgen als een kans, een belofte, een uitdaging.
In 1985 was het Brugsch Handelsblad gastheer voor de 29ste Algemene Vergadering van de weekbladenfederatie en weerom was alles piekfijn geregeld.

Langs deze weg bieden wij onze oprechte deelneming aan aan Claudette, aan de familie en aan de talloze vrienden die zijn gedrevenheid tenvolle hebben begrepen en aanvaard.


TESSENS Lucas / MERS
Ongelijkheid meten? Doe het dan tegoei !!!
Edited: 201712141051
De Tijd van vandaag heeft het over een studie van de KU Leuven waaruit blijkt dat de ongelijkheid in België niet toeneemt. De studie van Piketty wordt daarmee tegengesproken, aldus de onderzoekers en De Tijd.
De conclusie is totaal ONWAAR.
Immers, de onderzoekers meten enkel het INKOMEN.
Het VERMOGEN blijft volledig buiten de analyse. Wel is er een verwijzing naar de voorlopige resulaten van Du Caju (2016), maar ook daar zijn vraagtekens bij te plaatsen.
Als De Tijd een kwaliteitskrant wil zijn, dan moet hij doordachte en volledige informatie brengen, geen 'geprepareerd' voeder.

Want, wat blijkt ook: de vergoedingen van grootverdieners worden vaak (en meer en meer) na facturatie uitbetaald aan managementvennootschappen en die bedragen worden niet meegeteld in de 'studie'; ze komen immers niet terecht in de inkomensmassa. Het verhaal van oude appelen en nieuwe citroenen.




Wij zonden deze reactie ook naar de hoofdredactie van De Tijd.
Tegelijk stelden wij vast dat de Contactpagina van De Tijd niet werkt.

Hieronder vindt u de Leuvense Economische Standpunten:


hier vindt u wat meer informatie en boeken over ongelijkheid
KOOLS Ingrid, SOULLIAERT Francis, TESSENS Lucas
Gedachtenwisseling tussen de Vlaamse Regulator voor de Media (VRM) en het Media Expert Research System (MERS) over het ontbreken van een analyse van 'media ownership' in de rapporten 'Mediaconcentratie in Vlaanderen'.
Edited: 201712121540


20171222
Geachte heer Tessens,

Uw aanvraag tot afschrift van de volledige schriftelijke rapportering van het overleg tussen de VRM en de VTC dat leidde tot de beslissing om een “gegroepeerde geanonimiseerde weergave” te brengen in de rapporten “Mediaconcentratie in Vlaanderen” werd geregistreerd op 11 december 2017.

Het overleg tussen de VRM en de VTC is uitsluitend mondeling gebeurd tijdens een werkvergadering die plaats vond op 12/05/2016 en resulteerde niet in enig geschreven stuk. Deze opgevraagde documenten bestaan niet en er kan dan logischerwijs ook geen afschrift van worden verleend.

Hiermee is uw vraag van 11 december 2017 beantwoord.

Hoogachtend,

Ingrid Kools




20171212
Geachte heer Tessens,
Uw vraag werd geregistreerd op maandag 11 december 2017 en wordt verder onderzocht.
Met de meeste hoogachting,
Ingrid Kools

20171211
Geachte Mevrouw,
Bedankt voor uw antwoord.
Graag ontving ik de volledige schriftelijke rapportering van het overleg tussen de VRM en de VTC dat leidde tot de beslissing om een “gegroepeerde geanonimiseerde weergave” te brengen in de rapporten “Mediaconcentratie in Vlaanderen”.
Ik doe hierbij beroep op de regels rond de openbaarheid van bestuur.
Met vriendelijke groeten,
Lucas TESSENS

20171208
Geachte heer,
Zoals beschreven onder 2.12 WETTELIJKE FUNCTIEHOUDERS op pagina 147 dienen er bij een rapportering over personen bepaalde privacyregels gerespecteerd te worden.
De gegevensverzameling en –verwerking gebeurde in overleg met de Vlaamse Toezichtcommissie voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, en is om die reden een gegroepeerde geanonimiseerde weergave.
Indien u de figuren 42, 58 en 81 te sterk geconsolideerd vindt, biedt het rapport wel de nodige aanknopingspunten om meer details op te zoeken.
Wanneer u de KBO-nrs die vermeld staan in de organigrammen van de groepen ingeeft in de databank van de balanscentrale of de KBO, vindt immers u alle informatie over mandaten.
https://www.nbb.be/nl/balanscentrale/jaarrekeningen-raadplegen?l=nl
http://kbopub.economie.fgov.be/kbopub/zoeknummerform.html;jsessionid=14E7B0F4F1032C61E07F2D3F672EBE1F.worker4b
Met vriendelijke groeten,
Ingrid Kools

20171208
Van: Soulliaert, Francis
Verzonden: vrijdag 8 december 2017 13:28
Aan: Lucas Tessens
CC: Kools, Ingrid
Onderwerp: RE: bestelling rapport Mediaconcentratie in Vlaanderen

Geachte mevrouw,
Dank alvast voor uw opmerkingen. We vinden het altijd interessant om feedback te krijgen op het rapport.
Ik plaats alvast Ingrid Kools, één van de auteurs van het rapport, in cc van deze mail.
Ik vermoed dat zij nog wel even inhoudelijk zal ingaan op uw opmerkingen.
Vriendelijke groet
Francis Soulliaert
Communicatieverantwoordelijke

Vlaamse overheid
AGENTSCHAP VLAAMSE REGULATOR VOOR DE MEDIA
T 02 553 27 39
francis.soulliaert@vrm.vlaanderen.be
Koning Albert II-laan 20 bus 21, 1000 Brussel
www.vlaamseregulatormedia.be

Van: Lucas Tessens [mailto:lucas.tessens@mers.be]
Verzonden: vrijdag 8 december 2017 12:39
Aan: Soulliaert, Francis
Onderwerp: RE: bestelling rapport Mediaconcentratie in Vlaanderen

Geachte Heer Soulliaert,
Ik heb de 2 exemplaren van het rapport 2017 inderdaad in goede orde ontvangen. Dank daarvoor.
Ziehier de kritiek die ik op mijn website www.mers.be heb geformuleerd:
Kritiek LT: de rapporten van de VRM zouden beter 'Structuur van de mediasector in Vlaanderen' als titel dragen. Inderdaad, er wordt nauwelijks aandacht besteed aan de stroomopwaartse richting, m.a.w. het doorstoten naar de eigenaars van de media. En tenslotte gaat het daar toch om. Wie trekt er aan de touwtjes?
In de VRM-rapporten laat men de gehele superstructuur (of bovenbouw zo u wilt) en de verwevenheid van eigenaars ongemoeid. Je verneemt zelfs niks over de samenstelling van de raden van bestuur. Een rapport over 'media ownership' is dit dus niet. En daar stel ik vragen bij.
In onze rapporten van 1993-1994 (MERS - De Vlaamse Media – Een sector in de stroomversnelling) hadden wij de stroomopwaartse richting – media ownership – wél in detail geanalyseerd. Die rapporten werden gemaakt in opdracht van de Vlaamse Regering.
Versta mij niet verkeerd. Ik vind de rapporten van de VRM goed gemaakt (hier en daar zitten wel wat foutjes) maar ik mis dus een belangrijke component: media ownership.
Heeft de VRM daarover een afzonderlijk rapport ter beschikking?
Met hoogachting,
Lucas TESSENS


From: Soulliaert, Francis [mailto:francis.soulliaert@vrm.vlaanderen.be]
Sent: donderdag 7 december 2017 11:59
To: lucas.tessens@mers.be
Subject: bestelling rapport Mediaconcentratie in Vlaanderen

Geachte heer,
De Vlaamse Regulator voor de Media wenst u graag te bedanken voor uw bestelling van het rapport Mediaconcentratie in Vlaanderen 2017.
De gedrukte exemplaren werden onlangs naar u verzonden. Als alles goed gaat zou u deze dus al ontvangen moeten hebben.
Op de hoogte blijven van het nieuws van de VRM? Dat kan op volgende manieren:
Twitter- www.twitter.com/vrmmedia
Linkedin - Onze pagina kan bereikt worden via deze link.
Of schrijf in op onze nieuwsbrief - http://www.vlaamseregulatormedia.be/nl/nieuws/vrm-nieuwsbrief

Met vriendelijke groet

Francis Soulliaert
Communicatieverantwoordelijke
SIPRI/Statista
Wapenexport: de grootste klanten van de USA
Edited: 201712111824
De statistiek is geen verrassing maar in deze tijden van oplopende spanningen verklaart hij toch een stuk van de geopolitiek.





Noot LT: de grafiek verwijst naar TIV wat de vergelijking met andere parameters, uitgedrukt in dollar bijvoorbeeld, bemoeilijkt.


Voor meer gedetailleerde informatie kunt u terecht bij het SIPRI. Hieronder vindt u de Summary van het Yearbook 2017.
nws
Europa gaat optreden tegen de slavenhandel in Lybië. De slaven worden gerepatrieerd.
Edited: 201711302229

KLIK HIER: 19 werken over slavernij die duidelijk maken dat dit verfoeilijke wereldomvattende fenomeen van alle tijden is

Het dossier van de slavernij is ranzig en nog steeds een taboe.
Afrika is in de geschiedenis hard getroffen door de slavenhandel. De Europeanen en de Amerikanen haalden er voordeel uit, vaak met de medeplichtigheid van Arabieren en corrupte stamhoofden of bendeleiders, die er een riant inkomen uithaalden.
De lotgevallen van de zwarten in Congo zijn bijzonder schrijnend geweest ten tijde van Leopold II. Van slaaf werden zij 'gepromoveerd' tot dwangarbeiders ... voor rubber en ivoor.
Uit tal van geschriften en getuigenissen blijkt steeds weer dat een strijd tegen de slavenhandel andere - meer lucratieve - doeleinden nastreefde. Laat ons hopen dat het die richting niet uitgaat.




zie ook onze nota over de olievelden in Libië
TESSENS Lucas
MERS start met de ontsluiting van het archief van de Vlaamse Media Maatschappij (VMM), de aanloop tot de Vlaamse Televisie Maatschappij (VTM).
Edited: 201711211640




De archivalia worden gescand en in PDF gepresenteerd op onze website (News Items).
MERS wil hiermee de archiefstukken veilig stellen voor verder onderzoek.
Bedenk dat in de jaren tachtig van vorige eeuw quasi alle documenten uitgetikt werden op een typmachine. Van een digitaal archief was dan ook geen sprake.
De kwaliteit van de originele stukken is in een aantal gevallen middelmatig tot slecht. Dat heeft vele oorzaken: beïnkting van het gebruikte typmachinelint, faxen op termisch papier, slechte kwaliteit van telexberichten, slecht gemaakte copies, minderwaardig fotopapier, etc.
Inhoudelijk is het archief rijk. De stukken tonen aan hoe moeilijk het is geweest om eensgezindheid te krijgen binnen de uitgeversgroep (dag- en weekbladen) om in te stappen in de wereld van de commerciële televisie.
Parallel hiermee diende het volledige wettelijk kader (federaal en gewestelijk) te worden geschapen om commerciële TV mogelijk te maken. De inspanningen van de ene lobby-groep werden teniet gedaan door de andere. Bovendien zaten verschillende fracties van eenzelfde groep niet op dezelfde golflengte. Dat was waar binnen de politieke partijen, binnen de dagbladgroepen, de BRT, de vakbonden, ... De weekbladen vormden een uitzondering: zij zaten vanaf 1980 op eenzelfde lijn. Die lijn evolueerde van anti-BRT-reclame naar radicaal pro-commerciële TV in handen van de uitgevers. En dat terwijl de weekbladpers in het begin nauwelijks aan de bak kwam als gesprekspartner voor de regering. De dagbladuitgevers en de BRT bezetten in 1980 nog het forum en de lobby-kanalen.
Een voortdurende dreiging vormde de mogelijke marktbezetting door een Vlaams RTL-kanaal.
Ook het aantal kanalen op de kabel (teledistributie) dreigde uitgeput te raken door de opkomst van satelliettelevisie.
De hele discussie werd dan nog doorkruist door de financieringsperikelen van de openbare omroep en de eis voor de volledige ristornering van het kijk- en luistergeld naar de Gemeenschappen. Zolang dat laatste niet was gebeurd, kon de Vlaamse overheid tegenover de BRT argumenteren dat er een geldgebrek was.
In diezelfde periode kwam ook de Mediaraad tot stand.
Hiermee is voldoende aangeduid hoe complex en chaotisch de aanloop tot VTM wel is geweest.






Voor een stukje van de politieke historiek verwijzen wij naar een tijdlijn die aantoont dat VTM in een wel heel unieke periode tot stand kwam: de socialisten stonden op alle fronten buitenspel.

De Tijd / LT
Woonkrediet: ‘Vanaf bepaalde niveaus moeten we onze klanten beschermen’, zegt Johan Thijs van KBC
Edited: 201711180004
KBC-CEO Johan Thijs herlanceerde het debat over een begrenzing van het woonkrediet. Hij staat open voor een begrenzing van het bedrag van een woonkrediet tot een bepaald percentage (bijvoorbeeld 80 of 90 procent) van de aankoopprijs.

De Nationale Bank, die eerstdaags haar advies over de vastgoedmarkt aan de regering bezorgt, kan als toezichthouder zo'n begrenzing verplichten, boven op de buffers die de banken voor wanbetalingen moeten aanleggen. ‘Het zou goed zijn als we ook de individuele kredietnemer in het oog houden’, zei Thijs.
‘Vanaf bepaalde niveaus moeten we onze klanten beschermen.’

Commentaar LT: En als de banken weer boven een bepaald niveau gaan (het innemen van rommelkredieten bijvoorbeeld) dan mag de gemeenschap de banken beschermen. Serieus blijven hé, meneer Thijs.
LT
Biechtgeheim: strafrecht botst met kerkelijk recht
Edited: 201711151431
Art. 422bis. Met gevangenisstraf van acht dagen tot (een jaar) en met geldboete van vijftig [euro] tot vijfhonderd [euro] of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die verzuimt hulp te verlenen of te verschaffen aan iemand die in groot gevaar verkeert, hetzij hij zelf diens toestand heeft vastgesteld, hetzij die toestand hem is beschreven door degenen die zijn hulp inroepen.
Voor het misdrijf is vereist dat de verzuimer kon helpen zonder ernstig gevaar voor zichzelf of voor anderen. Heeft de verzuimer niet persoonlijk het gevaar vastgesteld waarin de hulpbehoevende verkeerde, dan kan hij niet worden gestraft, indien hij op grond van de omstandigheden waarin hij werd verzocht te helpen, kon geloven dat het verzoek niet ernstig was of dat er gevaar aan verbonden was.
(De straf bedoeld in het eerste lid wordt op twee jaar gebracht indien de persoon die in groot gevaar verkeert, minderjarig is of een persoon is van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk was of de dader bekend was.)

Art. 422ter. Met de straffen in het vorige artikel bepaald wordt gestraft hij die, hoewel hij in staat is het te doen zonder ernstig gevaar voor zichzelf of voor anderen, weigert of nalaat aan iemand die in gevaar verkeert, de hulp te bieden waartoe hij wettelijk wordt opgevorderd; hij die, hoewel daartoe in staat, weigert of nalaat het werk of de dienst te doen of de hulp te verlenen waartoe hij wordt opgevorderd bij ongeval, beroering, schipbreuk, overstroming, brand of andere rampen, evenals in geval van roverij, plundering, ontdekking op heterdaad, vervolging door het openbaar geroep of van gerechtelijke tenuitvoerlegging.

Art. 422quater. In de gevallen bepaald in de artikelen 422bis en 422ter kan het minimum van de bij die artikelen bepaalde correctionele straffen worden verdubbeld, wanneer een van de drijfveren van de misdaad of het wanbedrijf bestaat in de haat tegen, het misprijzen van of de vijandigheid tegen een persoon wegens diens zogenaamd ras, zijn huidskleur, zijn afkomst, zijn nationale of etnische afstamming, zijn nationaliteit, zijn geslacht, zijn seksuele geaardheid, zijn burgerlijke staat, zijn geboorte, zijn leeftijd, zijn fortuin, zijn geloof of levensbeschouwing, zijn huidige of toekomstige gezondheidstoestand, een handicap, zijn taal, zijn politieke overtuiging, zijn syndicale overtuiging, een fysieke of genetische eigenschap of zijn sociale afkomst.











Bron: Codex Juris Canonici



Pietro Longhi (Venezia, 1702-1785), La Confessione, Firenze, Uffizi
ex-NIR en sex, ex-BRT en sex, ex-BRTN en sex, VRT en sex; ...
Edited: 201711120152
Nu heet het grensoverschrijdend gedrag. Wil er iemand een gebruiksaanwijzing voor de relatie man-vrouw schrijven ?


"en moet ik in die serie uit de kleren gaan ?" (...) "aha, alleen tijdens de auditie !"
Avaaz
Petitie Avaaz tegen belastingparadijzen. Hebt u al getekend?
Edited: 201711111054

Aan president Mauricio Macri en alle leiders van de G20:
De economische ongelijkheid heeft een ontstellend niveau bereikt -- 8 mensen bezitten evenveel vermogen als de helft van de wereldbevolking.

En deze kloof wordt steeds groter, mede dankzij de obscure wereld van belastingparadijzen waarin miljarden aan onze economieën worden onttrokken. De rijken worden rijker en de rest betaalt de prijs.

Acht jaar geleden sprak de G20 af een einde te maken aan deze praktijken. Het is tijd om deze afspraak na te komen. Wij roepen u op om onmiddelijk een einde te maken aan belastingparadijzen en ervoor te zorgen dat zij die ze mogelijk maken verantwoordelijk worden gehouden.

Niemand zou mogen ontkomen aan de plicht om belasting te betalen en bij te dragen aan het algemeen belang. Het is uw verantwoordelijkheid om daarop toe te zien. Wij, burgers van over de hele wereld, eisen dat u in actie komt.

Hoogachtend,

teken hier



BBI legt onderzoek naar Luxemburgse belastingconstructies van sommige Rode Duivels stil
Edited: 201710311209
Volgens de blog 'De Rijkste Belgen' zijn er 'geen Belgische aanknopingspunten zijn die toelaten op te treden tegen de voetbalspelers'.
Reeds in de Griekse Tijd was de Olympus te hoog voor gewone stervelingen.
En u moet zelf maar eens opzoeken welke functie de god Hermes er op zich nam.
Nieuws
Spanje: koning Felipe vermaant Catalonië maar zwijgt over geweld van de Guardia Civil en roept niet op tot dialoog of compromis
Edited: 201710050938
Koningen verdedigen altijd de eenheid van de natiestaat omdat zij geen reden van bestaan meer hebben in opgesplitste entiteiten. Een personele unie is een beetje uit de tijd.
Na de centrale regering van Madrid trapt nu ook de monarchie in de val.

Wie denkt dat grenzen onaantastbaar zijn vergist zich. Enkele voorbeelden uit het recente verleden:
De hereniging van Oost- en West-Duitsland gomde een grens weg;
Het uiteengaan van Tsjechië en Slowakije voegde een grens toe;
Het uiteenvallen van Joegoslavië leidde tot zeven nieuwe naties;
Door de Brexit zal er een nieuw type grens ontstaan met de Ierse Republiek;
De Brexit wakkert de afscheiding van Schotland aan;
Het referendum op de Krim zorgde voor een nieuwe grens met Oekraïne.
Er is dus geen reden om rustig achterover te leunen en te geloven dat alles wel bij het oude zal blijven.

zie ook het boek van Thierry Baudet, De aanval op de natiestaat (2014)

The Story of Spain
Persgroep neemt 100 % in Medialaan. Roularta plooit terug op print.
Edited: 201710022333
MEDIALAAN is het moederhuis van VTM, Q2, Vitaya, CAZ, VTMKZOOM, KADET, Stievie FREE, Qmusic, Joe, Mobile Vikings en JIM Mobile.
De Tijd en l'Echo belanden bij de Roularta-groep.
Pikant detail: de journalisten van de twee kranten waren niet op de hoogte van de nakende deal. Dat zegt iets over het bedrijfsklimaat of over de 'intelligence' van de redacties of over beide.


LT
Noord-Korea: geen militaire doelwitten
Edited: 201709042209
In het conflict dat Noord-Korea uitlokt en ondergaat is er geen sprake van militaire doelwitten. Het uitgangspunt lijkt wel een totale oorlog te zijn waarbij de gehele bevolking van de tegenstander van de kaart wordt geveegd.
De beeldvorming van Noord-Korea is die van een staat waar bevolking, leger en leider één zijn, versmolten tot één monolitisch blok. Daar zorgen de eigen staatsmedia voor en de westerse media volgen: als er slachtoffers vallen zullen ze allen schuldig zijn.
In die zin gelijkt de beeldvorming op die van Nazi-Duitsland: ein Volk, ein Land, ein Führer.
In zo'n constellatie is het platbombarderen van Noord-Korea schijnbaar geoorloofd want het zijn allen soldaten. Erger nog, het zijn communistische soldaten.
Ook tijdens de Viëtnamese oorlog werd die logica toegepast om tapijtbombardementen met napalm goed te praten.
eieren: als de productie massaal is, is de vergiftiging mondiaal en moet de leugen dat ook zijn
Edited: 201708120050



Eerst eten we hun vergif en daarna gaan we hun verlies bijpassen.
De logica is steeds dezelfde: privatisering van de winsten, collectivisering van de verliezen.

Erg is het wanneer het Voedselagentschap (FAVV) zegt te hebben gezwegen omdat er een gerechtelijk onderzoek van het parket loopt. Wie heeft die larie in de nek gedraaid van de ongelukkige woordvoerster?

En ik hoor de advocaat van de betichte (binnen een jaar of acht) al pleiten: "Mijn cliënt is aan dit proces moeten beginnen in een sfeer van verdachtmaking door de media. Ik eis de vrijspraak." Vrijspraak. Baf!
Dan wordt er beroep aangetekend door het OM. Dan stilte. En dan verjaart de zaak.
Tegen die tijd bent u langzaam doodgegaan aan asbestose en fijn stof uit versjoemelde diesels.
Bart De Wever contra De Standaard en Bart Brinckman
Edited: 201707252315
"Wie de voormalige kwaliteitskrant De Standaard regelmatig leest - wat ik helaas niemand nog kan aanbevelen - zal vastgesteld hebben dat de heer Bart Brinckman van deze krant een vrijgeleide heeft om een persoonlijke vendetta te voeren jegens mij."
Helemaal ongelijk heeft De Wever niet: er schort iets aan de journalistieke stijl van De Standaard en Brinckman vormt het exponent. Tijd voor de krant om zichzelf in vraag te stellen.
LT
de geschiedenis van de toekomst
Edited: 201705140318
Op 20 september 2053 kon het conglomeraat DOCFEED fier aankondigen dat alle geschriften van de gehele wereld en van alle tijden ingescand waren. Het project OMEGA was daarmee afgerond.
Op 25 september 2054 volgde de grootste cyberaanval ooit, die alle computersystemen, servers en netwerken aantastte. Er was geen vraag om losgeld aan gekoppeld. De encryptie kon niet ongedaan worden gemaakt.
Marina Abramovic & Ulay
Rest Energy - 1981
Edited: 201705040323

De titel had kunnen zijn: 'Can I help you?'
Het beeld roept in ieder geval vele vragen op.
Stelt dit het feminisme in vraag?
Het heeft niet veel te maken met Amor en Cupido, me dunkt.
De officiële uitleg: onvoorwaardelijk vertrouwen in elkaar.
Maar de interpretatie van een beeld kan in de tijd evolueren en dat heeft de kunstenaar niet onder controle. Die legt hij/zij bij de kijker. Zo trotseert het verstilde beeld de tijd, in een voortdurende stroom van wisselende interpretaties en indrukken, net zoals wij de geschiedenis of de wreedheid herinterpreteren, beschimpen, goedpraten, banaliseren, verheerlijken, negeren, ...

(MUHKA, eigen collectie)
Debat Le Pen - Macron op TF1: een afgang voor beiden én voor TF1
Edited: 201705032330

Dat het debat zo chaotisch verliep, dat hebben de kandidaten voor het presidentschap natuurlijk grotendeels aan zichzelf te danken. Maar de twee moderatoren van TF1 hadden een ruim aandeel in de chaos door te laten begaan. Als het in een geminuteerd debat enkel om de tijd gaat en de inhoud er niet toe doet, dan heeft TF1 gefaald als TV-station.
LT
Macron en Le Pen in tweede ronde voor presidentsverkiezingen
Edited: 201704232001



source: Ministère de l'Intérieur


Onze vroege pronostiek van 5 februari is uitgekomen. Zie ons bericht

De parlementsverkiezingen van 11 en 18 juni 2017 zullen duidelijk maken in hoeverre het politieke landschap van Frankrijk is hertekend.
In ieder geval is het klaar dat Frankrijk nu ook een centrumpartij (of liever een centrumBEWEGING) kent, 'En Marche'. Niet toevallig zitten de initialen van Emmanuel Macron erin. De aanduiding van een premier én de samenstelling van de nieuwe regering zijn evenementen van cruciaal belang om tot een gefundeerde evaluatie te komen.
Het uiteenspatten van de Parti Socialiste is een kwestie van weken. Aan de rechterzijde is de rol van Fillon uitgespeeld en moeten Les Républicains op zoek naar nieuwe, jongere kopstukken zonder boter op het hoofd. Bij die keuze lijkt het gespin van Sarkozy door een meerderheid te worden afgewezen.
Met een opvallend resultaat (19,58%) trekt Jean-Luc Mélenchon (La France Insoumise) een wissel op de toekomst en het is niet uitgesloten dat hij in 2022 de tweede ronde haalt. Hij zal dan 71 zijn. Zijn analyse van de socio-economische toestand van Frankrijk wordt door vriend en vijand gedeeld, zijn gedurfde oplossingen vinden minder gehoor. Hij is een gevreesd 'debater' en een uitzonderlijk spreker. In zijn manier van doen ontdek je trekjes van Coluche maar hij maakt foutloos de overgang van spot naar ernst; dan wordt hij Gabin. Vaak in verontwaardiging en uitstekend gedocumenteerd.
Als de nieuwe president er niet in slaagt binnen het jaar resultaten te boeken die opnieuw hoop brengen bij de Fransen, dan is de tijd rijp om de oplossingen van Mélenchon uit te proberen.

Programme Mélenchon 2017
ERDOGAN
'Neem niet drie, maar vijf kinderen'
Edited: 201703171265
Die boodschap had Erdogan vrijdag tijdens een campagnebijeenkomst in het westen van Turkije aan landgenoten die in Europa verblijven. Volgens de Turkse president kunnen Turken zo hun invloed vergroten.
'Daar waar u werkt en woont, daar is nu uw vaderland. Richt meer bedrijven op. Stuur uw kinderen naar betere scholen. Laat uw familie in betere wijken wonen. Stap in de beste auto's. Ga in de mooiste huizen wonen', zei Erdogan nog.
RUTTE Mark
Open brief aan de Nederlanders: Doe normaal of ga weg
Edited: 201701220807
Aan alle Nederlanders,

Er is iets aan de hand met ons land. Hoe komt het toch dat we als land zo welvarend zijn, maar sommige mensen zich zo armzalig gedragen? Mensen die in toenemende mate de stemming in ons land aan het bepalen zijn. Die bereid zijn om alles waar we als Nederland zo hard voor hebben gewerkt, omver te gooien. Dat laten we toch niet gebeuren?

Verreweg de meesten van ons zijn van goede wil. De stille meerderheid. We hebben het beste met ons land voor. We werken hard, helpen elkaar en vinden Nederland best een gaaf land. Maar we maken ons wel grote zorgen over hoe we met elkaar omgaan. Soms lijkt het wel alsof niemand meer normaal doet.

U herkent het vast wel. Mensen die zich steeds asocialer lijken te gedragen. In het verkeer, in het openbaar vervoer en op straat. Die van mening zijn dat ze altijd maar voorrang hebben. Die afval op straat dumpen. Die conducteurs bespugen. Of die in groepjes rondhangen en mensen treiteren, bedreigen of zelfs mishandelen. Niet normaal.

We voelen een groeiend ongemak wanneer mensen onze vrijheid misbruiken om hier de boel te verstieren, terwijl ze juist naar ons land zijn gekomen voor die vrijheid. Mensen die zich niet willen aanpassen, afgeven op onze gewoontes en onze waarden afwijzen. Die homo’s lastigvallen, vrouwen in korte rokjes uitjouwen of gewone Nederlanders uitmaken voor racisten. Ik begrijp heel goed dat mensen denken: als je ons land zo fundamenteel afwijst, heb ik liever dat je weggaat. Dat gevoel heb ik namelijk ook. Doe normaal of ga weg.

Dit gedrag mogen we nooit normaal vinden in ons land. De oplossing is niet om dan maar groepen mensen over één kam te scheren, uit te schelden of hele groepen simpelweg het land uit te zetten. Zo bouwen we toch geen samenleving met elkaar? De oplossing is vooral een mentaliteitskwestie. We zullen glashelder moeten blijven maken wat normaal is en wat niet normaal is in dit land. We zullen onze waarden actief moeten verdedigen.

In Nederland is het namelijk normaal dat je elkaar de hand schudt en gelijk behandelt. Het is normaal dat je van hulpverleners afblijft. Dat je leraren respecteert en mensen niet sart met vlogjes. Het is normaal dat je werkt voor je geld en het beste uit je leven probeert te halen. Elkaar helpt als het even moeilijk gaat en een arm om iemand heen slaat in zware tijden. Het is normaal dat je je inzet en niet wegloopt voor problemen. Dat je fatsoenlijk naar elkaar luistert. In plaats van elkaar te overschreeuwen als je het ergens niet mee eens bent.

De komende tijd is bepalend voor de koers van ons land. Er ligt slechts één vraag voor: wat voor land willen we zijn?

Laten we ervoor strijden dat we ons thuis blijven voelen in ons mooie land. Laten we duidelijk blijven maken wat hier normaal is en wat niet. Ik weet zeker dat we dit voor elkaar gaan krijgen. Dat we alles wat we met elkaar bereikt hebben samen overeind houden. U, ik, wij allemaal. Laten we samenwerken om dit land nóg beter te maken. Want echt, we zijn een ontzettend gaaf land. Ik zou nergens anders willen wonen. U wel?

Groet,
Mark Rutte


(zie ook: verboden toegang )
KAREL CAMBIEN17 JANUARI 2017
ISABEL ALBERS VAN HOT NAAR HER
Edited: 201701171861
De carrière van de West-Vlaamse Isabel Albers in de media maakt gekke sprongen. Maar sowieso blijft het hard gaan. De voormalige hoofdredacteur van De Tijd gaat aan de slag als redactiedirecteur bij Mediafin, uitgever van De Tijd. Terug naar haar oude liefde dus. Ze moet de publicaties vooral digitaal en multimediaal begeleiden. Ze neemt haar nieuwe functie op per 1 februari. Mediafin is de uitgever van de zakenkranten De Tijd en L’Echo en de beleggersbladen De Belegger/L’Investisseur. De positie van redactiedirecteur was vrij sinds Frederik Delaplace op 1 januari Dirk Velghe opvolgde als CEO van Mediafin. Isabel Albers is de voormalige hoofdredactrice van De Tijd maar ging het voorbije jaar aan de slag bij De Persgroep (uitgever van onder meer Het Laatste Nieuws). Isabel Albers is karig met haar commentaar: “Frederik Delaplace vroeg me om hem op te volgen als redactiedirecteur van De Tijd en L’Echo toen hij zelf CEO werd. Ik heb mijn hart gevolgd. Ik zal ook een aantal projecten voor de groep blijven begeleiden.

Haar passage als hoofdredacteur bij Het Laatste Nieuws zal finaal van korte duur zijn geweest. Na amper drie weken werd ze binnen De Persgroep ook overkoepelend zakelijk-journalistiek directeur van Het Laatste Nieuws, De Morgen, Humo en Topics, ofte journalistiek directeur bij De Persgroep, dat voor 50 procent aandeelhouder is van Mediafin. Albers zegt nog dat er bij de Persgroep “een mooi afgerond plan op tafel ligt waarop verder kan worden gebouwd”.

Bron: Made-in-West-Vlaanderen (20170117)

zie ook
VTM
Termont uitgejouwd
Edited: 201701151061
15/01/17 19u46 - Burgemeester Daniel Termont (sp.a) van Gent is vanmorgen tijdens de nieuwjaarsreceptie voor de Gentenaars uitgejouwd. Binnen drie maanden start een nieuw mobiliteitsplan in de stad en dat vinden de Gentenaars duidelijk een slechte zaak. Gent gaat al twee jaar gebukt onder heel wat wegenwerken, en er zijn minder en duurdere parkeerplaatsen in de binnenstad.
GVA
Falcontinnenklooster: restanten blootgelegd
Edited: 201612052343
Antwerpen - Antwerpse stadsarcheologen hebben op de site van het voormalige Zeemanshuis restanten aangetroffen van het Falcontinnenklooster, een klooster uit de middeleeuwen. Dat gebeurde tijdens de voorbereidingen voor het nieuwe stadsproject Falcon dat op die locatie moet verrijzen. De archeologische vondsten zouden onderzoekers meer moeten kunnen vertellen over het dagelijkse leven van de vrouwen die er ooit leefden.

Het ontstond in de 14de eeuw als gasthuis en groeide vervolgens uit tot een omvangrijk ommuurd slotklooster met een kerk, pastorij, kloostercellen, keukens, slaapzaal, tuinen en boomgaarden. Nadat het in verval was geraakt en ernstig beschadigd door een brand, werd het begin 19de eeuw tijdens de Franse overheersing omgebouwd tot een militaire kazerne. Die Falconkazerne werd in 1941 op zijn beurt gesloopt, waarna in 1955 het Internationaal Zeemanshuis er tot de sloop begin 2013 een plek vond. Nu staat er een nieuwbouwproject gepland met woningen, gemeenschapsvoorzieningen en een openbare binnentuin. 
Enkele jaren geleden werden er al muurresten en fundamenten van het oude klooster teruggevonden. Zo werden er onder meer een overwelfde kelder, keramiek, speldjes en een devotiebeeldje uit de 15de eeuw ontdekt.
De opgegraven kloosterfundamenten zijn volgens de stad Antwerpen restanten van de kloosterkerk en enkele bijgebouwen zoals keukens. Daarnaast werden enkele grafstenen van rond de kerk begraven zusters teruggevonden. Alles zal nu in kaart worden gebracht en kleinere opgegraven vondsten zullen naar het stedelijk erfgoeddepot worden overgebracht. Een deel van de fundamenten zal vervolgens weer onder de grond verdwijnen, terwijl de rest afgebroken wordt voor het nieuwbouwproject.
De opgravingen passen in de ruimtelijke ontwikkeling van de wijk tussen het stadscentrum en het Eilandje. De site is niet toegankelijk voor publiek. 
Vereniging Eigen Huis - Nederland
Privégegevens woningbezitter nog steeds op straat
Edited: 201610151134
Geplaatst op 13 okt 2016 , bijgewerkt 13 okt 2016, 16:00
Het is nog altijd heel makkelijk om privégegevens van woningbezitters uit het Kadaster te halen. Dat bewees PowNed, dat zo op de stoep kon staan bij onder andere de privéadressen van AIVD-chef Rob Bertholee en korpschef van de Nationale Politie Erik Akerboom.
Vorig jaar oktober waarschuwde Jacob Kohnstamm, voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens, in het Eigen Huis Magazine dat het via het Kadaster te makkelijk is voor kwaadwillenden om aan privégegevens van huiseigenaren te komen. Bij het Kadaster zijn niet alleen gegevens op te vragen zoals het huisadres, maar ook de leveringsakte van het huis, waarin soms zelfs paspoortnummer en huwelijksdatum staan. 
Niets veranderd

Vereniging Eigen Huis eist dat er snel actie ondernomen wordt. ‘Na een jaar is er nog niets veranderd’, zegt beleidsadviseur Steven Wayenberg. ‘Niet iedereen moet zomaar andermans gegevens kunnen opvragen. Alleen degenen met een gerechtvaardigd belang moeten dat kunnen.’

D66 deed de oproep om een ‘privacyslot’ op het Kadaster en het register van de Kamer van Koophandel. Kamerlid Farshad Bashir (SP) stelde Kamervragen.
Du Caju Ph.
De vermogensverdeling in België: eerste resultaten van de tweede golf van Household Finance and Consumption Survey (HFCS) - september 2016
Edited: 201609001497
Let wel, het gaat hier om steekproefonderzoek én de hier gepresenteerde resultaten zijn voorlopig.
Kritiek Lucas Tessens: Dat een dure en tijdrovende steekproef nodig is om tot resultaten te komen mag enige verwondering wekken. Het staat toch vast dat in de huidige stand van de ICT de datawarehouses van de belastingadministraties (bijvoorbeeld die van de Belastingdienst voor Vlaanderen) correct en volledig cijfermateriaal kunnen leveren. Moeten we hieruit besluiten dat de onderzoeker(s) deze piste niet kennen of ze niet wensen te bewandelen? Of is er meer aan de hand?



Toots Thielemans
Toots Thielemans overleden - R.I.P.
Edited: 201608221243
Jean Baptiste Frédéric Isidor (Toots) baron Thielemans (Brussel, 29 april 1922 - aldaar, 22 augustus 2016) was een Belgisch jazzmuzikant en componist, die behalve als gitarist en mondharmonicaspeler ook bekendheid verwierf als virtuoos fluiter.
In 1983 legden wij hem onder contract en trad hij op tijdens het galabal van het congres van FIPP (Fédération Internationale de la Presse Périodique) in het Brusselse Hilton-hotel. Hij kreeg toen een staande ovatie.

STERKE TOENAME ASBESTSLACHTOFFERS IN CATALONIE
Edited: 201606101413
De Spaanse deelstaat Catalonië signaleert een sterke toename van asbestslachtoffers. Het aantal ziekenhuisopnames vanwege de ziekte asbestose is in 10 jaar tijd met 83% gestegen tot 361 opnames in 2015 van 245 patiënten. Cerdanyola del Valles is de plaats met het hoogste aantal mensen dat mesothelioom krijgt. Dit is ook de vestigingsplaats van producent van bouwmaterialen en voormalig asbestverwerker Uralita. Bron: El Pais, 10 juni 2016
De Redactie
Pakistan: 15-jarig meisje in brand gestoken in Pakistan
Edited: 201605051254
In het conservatieve dorp Makool in Pakistan is op bevel van een traditionele dorpsraad een meisje van 15 jaar omgebracht. Volgens de lokale politie werd ze ontvoerd, verdoofd en in brand gestoken omdat ze een vriendin zou hebben geholpen om te vluchten met een jongen op wie ze verliefd was.
Het verkoolde lichaam van Ambreen werd teruggevonden in een uitgebrande wagen in de buurt van de stad Abottabad. Een foto van het verkoolde lichaam was viraal gegaan op sociale media.

Eerst werd gezegd dat het slachtoffer mentale problemen had en wellicht zelfmoord had gepleegd, maar onderzoek bracht iets anders aan het licht. Het meisje was van bij haar thuis ontvoerd en bedwelmd. Ze werd vastgebonden op de achterzetel waarna het voertuig in brand werd gestoken. Een plaatselijke man had de pers erover getipt, om zo rechtvaardigheid voor de familie van het slachtoffer te krijgen.

Een groep van zestien mannen had tijdens een vergadering, de zogenoemde Jirga, besloten dat het meisje moest sterven, vertelt een lokale politieman. Veertien van de deelnemers zijn al opgepakt, twee anderen zijn nog op de vlucht. De meesten konden worden opgepakt via de analyse van telefoondata.

Ruim 1.000 slachtoffers per jaar

Hoewel moorden op meisjes en vrouwen wegens "moreel verwerpelijk gedrag" dagelijkse kost zijn in Pakistan, is dit gruwelijke geval groot nieuws op plaatselijke media.

Vorig jaar werden meer dan 1.000 slachtoffers geregistreerd, maar volgens vrouwenrechtenactivisten blijven nog veel gevallen onder de radar. Wetgeving voor betere bescherming van vrouwen zit ondertussen vast in het parlement omdat religieuze leiders hun veto stellen.
Lucas TESSENS
MERS-website om 14.17 uur gehacked door MULTIHACK. MERS zal klacht indienen tegen onbekenden.
Edited: 201605011751




De hackers plaatsten bovenstaand beeld met Turkse vlag op onze site.

Wellicht zitten supporters van Erdogan achter deze hacking.
Deze hacking is de tweede in één week tijd.
Mochten collega's meer informatie kunnen verschaffen over de methoden van Multihack dan vernemen wij dat graag.
Isabel Albers (44) van De Tijd naar Het Laatste Nieuws. De Laatste Tijd Circuleert er Raar Nieuws.
Edited: 201604300023
Christian, geef haar honderd dagen ...
Lucas Tessens
de grap om Belg te zijn
Edited: 201604241048
België (en vooral Brussel) heeft steeds een aantrekkingskracht uitgeoefend op Nederlandse kunstenaars en Oranjes die eens onze bossen bezaten. Belgen weten wel waarom maar kunnen het doorgaans niet uitleggen. Nederlanders kunnen het wel uitleggen maar komen vaak niet verder dan het aanhoren van de door henzelf uitgestote klanken met bezuiniging op de medeklinkers. De verklaring zit dus in iets diepers dan het louter cognitieve. Tussen Amsterdam en Parijs ligt voor Nederlanders een voor hen begripvol kruispunt van culturen, een tussenland, een vertaaldoos, een medicijn voor de ziekte van de eigendunk, een ruimte voor twijfel over het eigen grote gelijk, en om de 500 meter een café met paljassen en niet veraf een frietkot. In België wordt niet meer gezocht naar het ultieme Antwoord, de opperste Waarheid, de ontbrekende komma. Nu de Grote Schrift ook hier geen dictaat meer is, groeit de verwarring waaraan wij gewend zijn. Want dit land heeft leren leven met zijn Tradities: dwingelanden uit andere landen, schijnheiligen, bedriegers, lafaards, plunderaars, folteraars, verzetslui van het laatste uur, politiekers van alle slag, grote en minder grote denkers, gelijkhalers vooral, zwemkampioenen en zoetwatermatrozen, uitstellers, aanstellers, bedenkers van problemen en oplossers van niets. Voor het toejuichen van koningen zijn we georganiseerd: wij hebben speciale kinderbataljons met vlaggetjes en achter overbodige dranghekkens gecoiffeerde bomma's met boeketten. Koningen die te lang in de Zwitserse Alpen blijven golfen hebben pech want hier wachten de linten op hun scharen. Overstroomden en journalisten willen vorsten in gummilaarzen zien. Als het hard regent kunnen we het ook met een regent wel stellen, tot een bevend kind met een sabel de monarchie komt redden. Dit land leverde zoeaven aan de Paus, helden voor Den Ijzer, communisten voor de Spaanse burgeroorlog, Oostfronters van zeventien, ISIS-strijders, poolreizigers, Congo-ambtenaren, pedofiele assistent-gewestbeheerders, een paar Nobelprijswinnaars, pedalentrappers, gerstenatbrouwers, leprozenverzorgers en enkele schrijvers. Slechts weinigen overleven zichzelf want dit volk dat er geen is heeft een kort geheugen en veel dorst. En zo te leven als Vlaming, Brusselaar, Duitse Oostkantonner of Waal is niet allen gegeven. Gelukkig is in dit land de bloedvermenging na tomeloze kermissen groot geweest. Het begon al lachend en lallend, de al dan niet gewillige deerne op een ladder vastgebonden als in een passiespel, als een vlezige Maria rondgedragen in een nachtelijke processie. Zo is het bloed der anderen ook telkens ons bloed en daarom vergieten we het in de onderlinge strijd met mate, een beetje schuchter en altijd per ongeluk. Wie België betreedt, weze gewaarschuwd.
Over BRUZZ
Edited: 201604201661
Over BRUZZ


BRUZZ is sinds 20 april 2016 het mediamerk van de vzw Vlaams-Brusselse Media. BRUZZ manifesteert zich online, op radio en tv en in print als de referentie voor Brussel.

Als opvolger van Agenda Magazine, Brussel Deze Week, brusselnieuws.be, FM Brussel en tvbrussel, wil BRUZZ snel inspelen op vernieuwend mediagebruik. Niet alleen via eigen kanalen maar ook op externe platformen.

De centrale redactie en de mediakernen van BRUZZ bevinden zich in het historische Flageygebouw in Elsene. Van daaruit maken we BRUZZ samen met iedereen die actief is in Brussel.

BRUZZ is gevestigd in het iconische Flageygebouw. Vanuit het centrum van Brussel willen we mediagebruikers binnen en buiten de stad nog beter bedienen met een eigentijds media-aanbod. Onze organisatie telt zo’n 70 personeelsleden, stuk voor stuk specialisten op hun domein.

Contacteer ons

BRUZZ, Eugène Flageyplein 18, 1050 Elsene
news
Panama Papers: BBI betreurt dat het geen volledige inzage krijgt in Belgische luik
Edited: 201604111341
De baas van de Bijzondere Belastinginspectie, Frank Philipsen, betreurt dat de informatie uit de zogenoemde Panama Papers te traag bij zijn diensten terechtkomt.
De Tijd schrijft vandaag (20160411) dat de Gentse gewestelijke BBI-directeur, Karel Anthonissen, reeds in 2009 het mechanisme dat in het Dexia-dossier opdook, heeft aangekaart bij de BBI-top, maar dat die naliet de hele Panama-route bloot te leggen. Anthonissen is de ambtenaar die de zaak tegen Karel De Gucht opende én door de top van Financiën en de BBI gewantrouwd wordt.
KB-Lux
Als we verder terug gaan in de tijd dan merken we dat er reeds in 2000-2001 aanwijzingen waren dat Dexia via Cregem klanten aan buitenlandse constructies hielp. Er liep toen een gerechtelijk onderzoek in Charleroi. De mechanismen vertoonden veel gelijkenissen met die van KB-Lux.
In de KB-Lux-affaire oordeelde het Hof van Beroep (hierin gesteund door het Hof van Cassatie) - na 14 jaar procederen! - dat de bewijzen in de zaak op onwettige manier waren verkregen. De speurders hadden zogenaamd fouten begaan bij het verzamelen van bewijzen. Maar in 2015 werden ze door de correctionele rechtbank vrijgesproken. In een cirkelredenering kan je dan ook zeggen dat de uitspraak van het Hof van Beroep op los zand was gebouwd.

Wellicht spookt bij de protagonisten van de Panama Papers ook die achterdocht tegen justitie door het hoofd en worden de namen in het Dexia-dossier (en de talrijke andere dossiers) om taktische redenen achter gehouden.
Op de kabinetten staat de telefoon niet stil.

MO / Le Soir / Redactie / De Tijd / HLN
Panama Papers: Dexia spil in creatie bedrijven in belastingparadijzen - Jean-Luc Dehaene op de hoogte van de constructies - Pierre Mariani weerom in troebel water
Edited: 201604100057


Het Luxemburgse advieskantoor Experta, dat van 2002 tot 2011 via Banque Internationale à Luxembourg (BIL), deel uitmaakte van de Dexia-groep, heeft meer dan 1600 offshores helpen oprichten via Mossack Fonseca. In de raad van bestuur van BIL zetelden onder meer ex-premier Jean-Luc Dehaene (+20140515), Jacques Rogge en voormalig Dexia-topman Pierre Mariani.
Dehaene was voorzitter van de raad van bestuur van Dexia van 20081007 tot 20120630.
Wat Pierre Mariani betreft: uit een reportage van France 2 van 20120510 blijkt dat dit sujet zijn klanten-gemeenten op grote schaal heeft bedrogen en geruïneerd. "DEXIA a vendu des prêts toxiques aux collectivités Françaises en leur faisant croire à des taux fixes. Les villes sont ruinées et l'argent nécessaire à la collectivité sert uniquement à payer les intérêts." Mariani komt uit de kringen van Nicolas Sarkozy.

Wat in de reportage niet aan bod komt is de reële mogelijkheid voor Dexia om via massale aankopen van Zwitserse franken de aan de gemeenten aangerekende intresten kunstmatig te beïnvloeden; het variabele gedeelte van de intresten was immers gekoppeld aan de breuk van Zwitserse frank over Euro. Toch werden de leningen aan de gemeenten verkocht als 'taux fixe'.
LT
Natalie Nougayrède over de wortels van het terrorisme - Een kleine rechtzetting over Congo
Edited: 201604041422
Nougayrède - voormalig hoofdredacteur van Le Monde - schrijft in een column in The Guardian (overgenomen door De Standaard dd. 20160404) het volgende:
'Men verwijst ook naar het koloniale verleden van Frankrijk. Gilles Kepel, een Franse expert in het domein, heeft het over een 'retrokoloniaal tijdperk', waarin jonge Franse moslims van Noord-Afrikaanse afkomst zich op historische grieven beroepen waar hun ouders of grootouders zich overheen hebben gezet. Maar dat verklaart het probleem in België niet, het land met het grootste aantal Syriëstrijders per hoofd van de bevolking. België heeft immers nooit islamitische landen gekoloniseerd.'
Dat laatste is een sterke (journalistieke) vereenvoudiging van de situatie in Belgisch Congo. Ook in Oost-Congo was er een islamitische minderheid aanwezig.
Zie hierover het flamboyante boek van Léon Anciaux, Le Problème Musulman en Afrique Belge (1949)
Daarnaast moet men niet vergeten dat Leopold II de 'Etat Indépendant du Congo' vestigde onder het mom van het brengen van beschaving en het bestrijden van de Arabische slavenhandel.
Tenslotte: België leverde tijdens de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd Algerijnen in het grootste geheim uit aan Frankrijk; het Belgische asielbeleid van toen was op zijn minst schimmig te noemen. Zie hierover Allah weent om Algiers. Algerije tussen militaire en islamitische dictatuur.
Om jongeren te radicaliseren hoef je geen historicus te zijn. Een samenraapsel van hele en halve waarheden, vermengd met regelrechte leugens en verzwegen gruwelijkheden kan in achtergestelde en ongeschoolde middens de vonk snel doen overslaan. Dat is een constante in de geschiedenis.
Hostesses Air France willen geen hoofddoek dragen bij landing in Teheran (IRAN). De directie dreigt met sancties.
Edited: 201604022217
Ook de zaak van de hoofddoeken beroert Frankrijk voor de zoveelste keer. Feministe en filosofe Elisabeth Badinter (°1944): 'In tien jaar tijd zijn steeds meer meisjes in bepaalde wijken (in Frankrijk) een hoofddoek gaan dragen. Omdat ze een goddelijke openbaring kregen? Nee, omdat ze meer onder druk staan vanuit streng islamitische hoek.'
De stelling van Badinter is intellectualistisch. Voor zover wij weten komt de druk vooral van jonge mannen die vrouwen zonder hoofddoek op straat lastig vallen en uitschelden.

zie ook de notitite overdress code in islamitische staten
Greenpeace
april 2016: einde steenkoolcentrale Langerlo
Edited: 201604011841
België neemt definitief afscheid van steenkool
Blogartikel door Mathieu Soete - 1 april, 2016 om 18:41
Eindelijk is het dan zover: België is sinds deze week officieel steenkoolvrij. De laatste tonnen van het CO2-rijke goedje werden woensdag verstookt in de centrale van Langerlo. Hiermee valt definitief het doek over een brandstof die niet meer van deze tijd is.
Na Cyprus, Luxemburg, Malta en de drie Baltische staten wordt België het zevende – en meteen grootste – EU-land dat het voortaan zonder steenkool doet. Ook in Schotland ging de laatste centrale deze week definitief dicht. En deze trend zet zich voort, vooral na het klimaatakkoord van Parijs eind vorig jaar, dat enkel nog een toekomst ziet voor hernieuwbare energie. Het Verenigd Koninkrijk en Oostenrijk plannen een steenkooluitstap tegen 2025 en Portugal zelfs tegen 2020.
Nooit meer steenkool

Steenkool heeft een lange geschiedenis in België. Al in de tijd van de Romeinen werd er in Wallonië steenkool gedolven, maar met de komst van de stoommachine begin 19de eeuw nam de mijnbouw een hoge vlucht. Er volgde een lange daling tot de sluiting van de laatste Belgische mijn in 1992 en ook de ene na de andere steenkoolcentrale sloot de deuren – tot Langerlo de laatste was.
news / VTM / DS / Tijd / LT
Etienne Vermeersch schrijft Nieuwkomersverklaring uit - Federale regering keurt die goed
Edited: 201603311051
Nieuwkomers moeten voortaan een verklaring ondertekenen. Wie weigert, is niet welkom. En wie geen "redelijke inspanning" levert om zich te integreren, kan zijn verblijfsrecht verliezen. Dat schrijven De Standaard en Het Nieuwsblad. Het gaat om een unicum in Europa.

De federale regering keurde woensdag de tekst van de "nieuwkomersverklaring" goed. Elke buitenlander die langer dan drie maanden in België wil verblijven, moet het document ondertekenen. Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) is zeer blij met de verklaring. Zijn partij pleit al jaren voor de koppeling van een verblijfsrecht aan de wil tot integratie.

Voor EU-burgers, asielzoekers en studenten geldt de integratieverplichting niet. Voor de rest, zowat drie vierde van de nieuwkomers, geldt die wel. Een weigering resulteert in een "onontvankelijk dossier" en wie geen "redelijke inspanning" levert om zich te integreren, kan bij de eerstvolgende verlenging zijn verblijfsrecht verliezen.

Voor de opstelling van de nieuwkomersverklaring deed Francken een beroep op professor Etienne Vermeersch. De Dienst Vreemdelingenzaken neemt de controle op zich. Francken hoopt dat de regeling dit najaar van kracht wordt.

Commentaar LT:
De ondertekening van zo'n tekst door inwijkelingen hadden wij reeds eerder voorgesteld en wel op 24 september 2015. De nieuwe regeling mag als een doorbraak in het debat worden beschouwd en geeft de Dienst Vreeemdelingenzaken een houvast. Op een aantal punten gaat de tekst in tegen de geplogenheden binnen de islamitische gemeenschap. Het ontwerp van Koninklijk Besluit moet nog naar de Raad van State voor een (niet bindend) advies.

Lees ook de verklaring die Saoedi-Arabië u laat ondertekenen wanneer u dat land bezoekt.



beluister hier de toelichting en het commentaar dd. 20160331 van Theo Francken op Radio 1 (De Ochtend)
Hans-Dietrich Genscher (Reideburg, 21 maart 1927 – Wachtberg-Pech, 31 maart 2016) overleden. Hij was een liberaal politicus en lange tijd het gezicht van de buitenlandse politieke van West-Duitsland. R.I.P.
Edited: 201603310145
GOVAERTS Bert
Ernest Claes De biografie van een heer uit Zichem
Edited: 201603221130
Verschenen bij Houtekiet, 39,99 EUR

Op 15 februari 1969 keken 3.800.000 Vlamingen naar hetzelfde tv-programma: de 4de aflevering van het feuilleton Wij, Heren van Zichem. De grondstof voor die serie waren romans en novellen van Ernest Claes (1885-1968). De schrijver, zelf geboren in Zichem, overleed kort voor de opnames begonnen. Op zijn oude dag poseerde Ernest Claes graag als de eeuwig minzame, monkelende verteller, die in zijn leven alleen maar goede mensen was tegengekomen. Maar hij behoorde tot de generatie die twee wereldoorlogen onderging. Behalve schrijver van geliefde volksboeken als De Witte (126 keer herdrukt!), was Claes ook soldaat, krijgsgevangene, politiek militant, belijdend katholiek, ambtenaar, journalist, dagboekschrijver en repressieslachtoffer. Hij zocht zich als Vlaams-nationalist een weg in de woelige twintigste eeuw, langs de afgrond van het fascisme.
Ernest Claes, de biografie van een Heer uit Zichem is een afgewogen portret, waarvoor de auteur kon gebruikmaken van het rijke, nooit eerder onderzochte privé-archief én van het gerechtelijke collaboratiedossier van de man die lange tijd Vlaanderens populairste schrijver was.
tijdlijn in Red Star Line Museum vermeldt onafhankelijkheid Congo en moord op Patrice Lumumba niet
Edited: 201603210040


Foto LT, 20160320

Wij lieten een nota voor de directie achter.
Libé / INRIX
Waar verliest u het meeste tijd in de file?
Edited: 201603181124
Na de hoofddoek, de boerka, het onverdoofd slachten, Zwarte Piet, de boerkini, ... nu de Sioux
Edited: 201603171529
Kwestie van u te informeren, natuurlijk ...
Als u ergens een aanstootgevende afbeelding vindt, dan moet u ons dat vooral NIET melden. Ook foto's van Donald Trump nemen we niet op in onze collectie. Filmpjes over Nederlandse voetbalsupporters die in Madrid daklozen vernederen of fonteinen kapot slaan in Rome zijn niet welkom in onze mailbox.
Wij zijn op zoek naar schoonheid en nieuw fatsoen.

En de sofa van Veranneman die we een tijdje geleden op onze website toonden ... neen, die stellen we niet te koop. Die staat heel goed in het Permeke-museum in Jabbeke. U moet dus niet meer bellen.
KU Leuven scant middeleeuwse collegedictaten
Edited: 201603150924
link naar de mooie site van Lectio

In die tijd volgden jongeren nog een voorbereidende cursus 'deugdelijk redeneren' ...
MSK Gent
Marthe Donas (1885-1967) in MSK Gent - een tentoonstelling die een signaal geeft
Edited: 201603060112

Vanaf de jaren 60 krijgt Donas' vroeg werk langzaam terug erkenning. Thans wordt ze in binnen- en buitenland opnieuw ontdekt als een van de pioniers van het Belgisch modernisme. De tentoonstelling in het MSK wordt de eerste belangrijke sinds haar overlijden in 1967 die uitsluitend gewijd is aan haar werk.
De nadruk ligt op Donas' meest creatieve jaren tussen eind 1916 toen ze zich in Parijs vestigde en 1927, het jaar waarin ze voor een lange tijd met schilderen stopte.
Wij bezochten deze tentoonstelling op 19 maart 2016. Een mooi overzicht! De toegangsprijs van 12 EUR/persoon die het MSK Gent aanrekent vinden we te hoog.



naar de site van MSK Gent
HGR
ADVIES VAN DE HOGE GEZONDHEIDSRAAD nr. 9235 Nucleaire ongevallen, leefmilieu en gezondheid in het post-Fukushimatijdperk: Rampenplanning Nuclear accidents, environment and health in the post-Fukushima era: Emergency response Versie gevalideerd op het College van Februari - 2016a
Edited: 201603021501
1. Een ernstig kernongeval kan ook in België voorkomen en vereist snelle herziening van de noodplanning
2. Let op achterliggende oorzaken van een ongeval en vermijd belangenvermenging
3. Er is nood aan kwetsbaarheidanalyses van complexe technologieën met oog voor de menselijke interactie zeker bij noodplanning
4. Maatschappelijke structuren in getroffen gebieden kunnen voor lange perioden zijn verstoord
5. Er is nood aan een transdisciplinair en participatief leerproces bij noodplanning
6. Er is nood aan evenwichtige, tweezijdige communicatie over risico’s
7. Er is aandacht nodig voor de rol van sociale media in crisismanagement
8. Adequate noodmaatregelen zijn het sluitstuk van het nucleaire veiligheidsbeleid
9. Complexe maatregelen in een dichtbevolkt gebied dienen voorbereid ook voor langere duur en grotere afstanden
10. Er is meer aandacht nodig voor medische coördinatie en kwetsbare mensen in crisissituaties
11. Voorzie beschermingsmaatregelen voor externen bij interventie- en opruimingswerken
12. De veiligheidsbenadering dient vervolledigd met ongevalsscenario’s niet voorzien bij het ontwerp en revisie van de installaties
13. Er is aandacht nodig voor bevolkingsdichtheid en mobiliteit
14. Interactie van nucleaire en andere industriële risico’s kunnen een crisis verergeren
15. De structuur en werking van de crisiscentra dient periodiek geëvalueerd
16. Neem scenario’s in acht voor verspreiding van radioactieve stoffen in het aquatisch milieu
17. Voorzie een aanpak voor kernafval bij langdurige nucleaire crisis
18. Elk groot nucleair ongeval vereist een internationale aanpak van noodmaatregelen
19. Er is een geharmoniseerde EU aanpak nodig van noodplanning en verzekeringen
20. Een adequaat nucleair veiligheidsbeleid vereist een voorzorgstrategie met verruimde participatieve aanpak ook in de noodplanning.

Noot LT: Ik lees dit rapport als volgt: De kerncentrale van Doel had nooit zo dicht bij Antwerpen mogen gebouwd zijn, omgeven door een zeer kwetsbare petrochemische industrie want die brengt een kettingreactie op gang. Als er een nucleair ongeval gebeurt, kan je slechts wensen dat je niet in Antwerpen - enfin, ik bedoel Vlaanderen en Zeeland - bent.


lees het volledige rapport
LT
Column Rik Torfs: Voor en tegen islam - Een antwoord
Edited: 201602290903
In De Standaard schrijft Rik Torfs vandaag een column over godsdienst. Zijn vak, denk je dan.

Maar het moet wel op een drafje geschreven zijn want Torfs gooit alles op een hoop: katholicisme, vrijzinnigheid, atheïsme, (militant) antitheïsme, de evolutietheorie, islamofobie, links en rechts, empirie, etcetera.
Bovendien moet Torfs zijn teksten herlezen want op wat slaat volgende zin?: "Dus neen, de stelling dat al dan niet linkse vrijzinnigen het christendom koesteren, maar de islam aanhalen, klopt steeds minder." Er zit geen tegenstelling in de zin dus "maar" is niet op zijn plaats. Tot daar aan toe.

Torfs stelt ook het volgende: "Daarom zullen islamofoben die hebben doorgeleerd zich steeds vaker als antitheïsten vermommen, ook al vinden die laatsten dat een spijtige zaak." Het wordt dus - met de column van Torfs in de hand - ten allen tijde mogelijk om een antitheïst te ontmaskeren als een islamofoob. Tja, die jezuïetenstreken daar genees je ook nooit van.

"Antitheïsten vinden religie schadelijk", zo poneert Torfs. Hij doet geen moeite om die stelling te ontkrachten. Dat is nog zo'n oude methode om het debat niet te voeren of nuancering te mijden. Staat Torfs op het standpunt dat religie onschadelijk is? Ziet hij dan niet dat in de geschiedenis religie/geloof en maatschappijvisie voortdurend vermengd zijn geweest?

Tot slot: "Het antitheïsme brengt heel veel mensen diep geluk, geeft hen een houvast, zekerheid in een complexe wereld. Maar tegelijk maakt het een echt gesprek met drie kwart van de wereldbevolking onmogelijk." Ik vraag me dan af: moeten diegenen die zich antitheïst noemen dan eerst een beetje gaan geloven om een gesprek te kunnen voeren? En waarom zou dat gesprek onmogelijk zijn? Omdat de organisatie van de samenleving naadloos moet aansluiten bij geloof en religie?

Torfs maakt in zijn column (elke maandag, dat moet stresserend zijn!) abstractie van de realiteit, zowel van de historische feiten als van de nijpende hedendaagse gebeurtenissen. Godsdienstoorlogen: nooit van gehoord? De positie van de vrouw, van de holebi's, de vrije meningsuiting, verboden apostasie, ..., onbelangrijk?

De kern van het vraagstuk was, is en blijft: welke maatschappijvisie brengt een religie met zich mee? Vroeger was het christendom - waarvan de mooie leer verkracht werd door de katholieke kerk - dominant, nu streeft de islam ongegeneerd naar dominantie. Het gaat om macht, rector! MACHT. Voilà, u hebt uw thema voor uw volgende column. Beschouwt u het maar als een tweede zit.

Anne Liebhaberg (1955-)
650.000...
Edited: 201602270031




Installatie gezien op de tentoonstelling 'Tout n'est peut-être pas réglé', 13/02 > 20/03/2016, Eghezée: Centre Culturel.

Commentaar LT: Deze installatie laat zich niet vatten in één beeld. Zij verliest aan kracht in het tweedimensionale veld. En die kracht is er wel degelijk. Daar sta je dan met vele vragen: ben ook ik één van die gebogen figuurtjes? en die witte papierrol aan het einde van de tafel, is dat de wals die ons straks verplettert? en als er één figuurtje wordt weggenomen, is het totaalbeeld dan beschadigd? Dit werk van Anne Liebhaberg brengt de filosofie op een confronterende manier binnen in de realiteit van elke dag. Plots zijn de levensvragen heel dichtbij, is er geen afstand meer tussen de anonieme 'andere' en diegene die wij zelf denken te zijn en straks niet meer zijn. Mensen op een lopende band, een digit op een tijdlijn, een vuurvliegje op een verblindend wit canvas van goedkoop wegwerppapier.
In de getoonde groep is geen communicatie aanwezig. Soms ontstaat er een opeenstapeling van figuurtjes - 'un accident de parcours' - en je komt niet te weten of dat het werk is van de kunstenaar of van een groep schoolkinderen die de tentoonstelling zonet heeft bezocht. Ik moest die dag in Namur zijn maar heel even bracht het rustige Eghezée me uit mijn evenwicht (of wat daarvoor moet doorgaan) ...
Autobiografie 'It's what I do' van fotojournaliste Lynsey Addario vertaald
Edited: 201602242337
De Arbeiderspers geeft de biografie uit onder de titel 'Dit is wat ik doe. Fotograferen in tijden van liefde en oorlog.'
Samen met drie anderen die voor de NYT werkten, zat Addario in maart 2011 gevangen bij Kadhafi-getrouwen (al lijkt me dat laatste bijkomstig want door een speling van het lot had ze bij rebellen gevangen kunnen zitten, LT).
Een fragment: 'Zijn vingers gingen traag over mijn wangen, mijn kin, mijn wenkbrauwen. Ik legde mijn gezicht in mijn schoot. Hij tilde het teder weer op en ging door met zijn strelingen. Hij streek met zijn handen door mijn haar en praatte op zachte, kalme toon tegen me; hij herhaalde steeds dezelfde paar woorden. Ik duwde mijn gezicht omlaag en negeerde zijn aanrakingen en zijn woorden. Ik verstond niet wat hij zei. 'Wat zegt hij, Anthony?' Anthony aarzelde een poos en antwoordde: 'Hij zegt dat je vanavond zult sterven.'

De horror van deze scene ligt in de ontkoppeling van de opgelegde intimiteit en de dood. De fysische integriteit van de ander is ondergeschikt aan het eenzijdige genot dat verbonden is met de aanraking van de vrouw. Een verloochening van de identiteit.

Addario fotografeerde oorlogen in Afghanistan, Irak, Soedan, Congo en Libanon. Oorlogsverslaggevers komen in een trance terecht die hen te ver doet gaan in het gevaar.

(zie ook DS Weekblad 20160220)
RT News
Lagarde (IMF) wil dat de multinationals en de rijken belastingen betalen: We need a tax system where multinational companies & wealthy individuals contribute a fair share to the public purse
Edited: 201602221653
Christine Lagarde, head of the International Monetary Fund (IMF), has called for a revolutionary “Robin Hood” tax system in which multinational companies and wealthy individuals actually pay a fair share of tax.

Commentaar LT: als de vos de passie preekt, boer let op uw kippen. Over een supertax kan je veel praten, je moet er ook nog wel iets aan doen. Dit klinkt als: 'Kijk, ik Christine Lagarde, ik ben mee met mijn tijd.' De brave vrouw meent het misschien goed maar ze heeft terzake geen bevoegdheid. Gratuit, dus. En diegenen die wel de bevoegdheid hebben, vertikken het gewoon.
Voor de multinationals is de oplossing toch zo klaar als pompwater: maak één (1) Europees loket voor hun belastingaangifte, dan kunnen ze niet op 28 plaatsen gaan 'shoppen'.

oordeel zelf: lees hier de speech van Christine Lagarde
LT
vluchtelingen verklaring respect EVRM laten ondertekenen; wordt binnenkort besproken; beetje laat, hé regering !
Edited: 201602221154
Wij hadden dat al op 24 september 2015 voorgesteld.
De rellen in Leopoldsburg bewijzen dat je een stok achter de deur nodig hebt.
Geen respect voor onze waarden: geen hulp en geen asiel. Die mening heeft een heel breed draagvlak maar het is niet zeker dat dat doordringt tot in de Wetstraat of tot bij de redacties.
Hoe komt het toch dat onze politici geen TOTAALbeleid kunnen ontwikkelen? Het lijkt wel loodgieterswerk. Nochtans brengt rechtszekerheid (het kennen van rechten en plichten) rust en mettertijd aanvaarding.
Maar die rechtszekerheid moet op alle vlakken gelden. Tegelijkertijd toelaten dat de superrijken hun belastingen niet betalen, schept natuurlijk een klimaat van fundamentele oneerlijkheid.
Tot slot nog iets over de berichtgeving: De Standaard spreekt over 'een massale vechtpartij in Leopoldsburg', Theo Francken spreekt van 'een ruzie'.
Umberto Eco (1932-2016), semioloog en schrijver, overleden. R.I.P.
Edited: 201602200204

De naam van de roos (vertaling van Il nome della Rosa - 1980) gaat over de toegang tot kennis en hoever de krachten gaan die ons daarvan willen weerhouden, tot moord toe.



In Omgekeerde wereld (vertaling van Il secondo diario minimo - 1992) schopt Eco tegen de Italiaanse politiek, de bureaucratie, het bombastisch taalgebruik van kunstcritici en drijft de spot met de onbegrijpelijke taal van gebruiksaanwijzingen. Het vierde hoofdstuk bevat een vermakelijk woordenspel. Bijzonder leerrijk en tegelijk absurd is de berekening van de tijd die UE aan verscheidene bezigheden besteedt op een totaal van 8760 uren die een jaar telt. En in New York willen alle taxichauffeurs een staatsgreep plegen, terwijl die van Parijs de weg in hun stad niet kennen (de Bastille is een metrostation zonder meer); geen van allen heeft wisselgeld op zak. Eco als intellectuele grapjas en taalvirtuoos.

De structuur van de slechte smaak bevat een door Eco gemaakte keuze uit de essaybundels Apocalitticci e integrati (1964) en Il superuomo di massi (1978). Dat is interessant omdat we daardoor weten wat Eco zelf in zijn oeuvre als van blijvende waarde inschatte. Bij herlezing blijken de vaststellingen van Eco inzake de massacultuur ook naadloos van kracht te zijn op de explosie van het internet en de toegepaste technieken ter beïnvloeding. Om u niet langer in spanning te houden, hier is wat Eco onder slechte smaak verstaat: "Slechte smaak, op het terrein van de kunst, willen wij definiêren als het opdringen van een geprefabriceerd effect." (De cursivering is van Eco.) Wij vonden de stellingnamen op volgende pagina's van belang: 53-55 (over kleine menselijke initiatieven in een massacultuur, de voortschrijdende bewustwordingsprocessen, 'zwijgen is geen protest, het is medeplichtigheid, evenals de weigering om een compromis te sluiten.'), 220 ('Maar neem nu onze maatschappij waarin alles is genivelleerd, en waar psychologische verwarring, frustraties en minderwaardigheidscomplexen aan de orde van de dag zijn'.)
wSIECI 17 februari 2016
rechts Pools weekblad gaat wel zeer ver in propaganda-voorstelling 'Rape of Europe'
Edited: 201602170944



De compositie is beslist niet nieuw en werd vaak gebruikt in oorlogstoestanden. Een treffende illustratie is die van Titiaan die Europa in een mythologische scene laat ontvoeren door een witte stier.


Lees de bespreking van Stephen Campbell

Een diepgravende analyse van het misbruiken van vrouwen tijdens (en onmiddellijk na) de Eerste Wereldoorlog vinden we bij Hirschfeld . Beide kampen voeren een haatpropaganda, gebaseerd op het beeld van de vrouw als oorlogsbuit. De Duitse karikaturisten stellen Frankrijk en Engeland voor als oorden waar de rassenvermenging schering en inslag is. Tijdens de bezetting van het Rijnland werd dit schrikbeeld opgehangen om de Duitse bevolking te mobiliseren. Frans Masereel illustreert de rol van de pers tijdens de oorlog met een treffende karikatuur.
Belga - commentaar: Lucas Tessens
Prof em Urbain Vermeulen, verketterde islamoloog, overleden. R.I.P.
Edited: 201602161414
Het Belga-bericht is natuurlijk braaf en neutraal. Maar ... deze paragraaf uit zijn verguisde boek moeten we toch onthouden:
'Aan de echte dialoog moet nog hard gewerkt worden en het zal lang duren voor een mentaliteitswijziging, in de eerste plaats bij de moslims, een einde zal stellen aan de hypocrisie die er nu heerst. Hopelijk leidt het gesprek tot meer begrip. Er wordt wel gesproken, maar elk zegt het zijne: dat is geen dialoog, dat zijn twee monologen. Of daar in de toekomst verandering in zal komen, is nog de vraag.' (slotparagraaf uit 'Islam en christendom. Het onmogelijke gesprek?' - 1999)

Vermeulen kreeg bakken kritiek over zich uitgestort en werd beschuldigd van racisme. 'De Morgen' was daarin de kampioen. De zogenaamd 'links-progressieve' redacties hadden niet begrepen dat Vermeulen een strijd voerde tegen een RECHTSE en FUNDAMENTALISTISCHE islam. Overigens is het hoog tijd dat wij inzien dat het debat over de islam al jaren op een volledig FOUT SPOOR zit. Het Vlaams Belang - toch een ultra-rechtse partij - valt een rechtse godsdienst en een rechtse maatschappijvisie aan; de zogenaamde 'progressieven' namen de islam en zijn aanhangers in bescherming. Dat is pure Kafka !
De laatste tijd is het bij de SPA en bij Groen wat stilletjes. Het zou immers een bocht van 180 graden vergen wanneer men nu zou gaan zeggen dat de islam reactionair is. Politici, journalisten en pseudo-intellectuelen hebben een hekel aan het toegeven van het eigen ongelijk. Ze zijn immers getraind om op te treden als alweters. Zelfs een eerlijke en onderlegde professor zoals Urbain Vermeulen kon niet tegen zoveel LAFFE hypocrisie op.


DS
Ikea vermijdt minstens 1.000.000.000 euro aan belastingen
Edited: 201602132330
Het gaat om een combinatie van franchisevergoedingen, onbelaste intellectuele eigendomsrechten ofte royalties, ruling-afspraken in Luxemburg, een ommetje langs Liechtenstein, kopen met dure leningen van de verkoper, de inzet van een coördinatiecentrum, de Belgische notionele belastingaftrek, ondoorzichtige Stichtingen in Nederland en Liechtenstein, etcetera.

Enkele namen:
Inter Ikea Systems BV (Nederland)
Interogo Finance (Luxemburg)
Interogo Foundation (Liechtenstein)
Ikea Service Center NV (coördinatiecentrum in België tot 2010)
Inter Finance SA (Luxemburg)
Stichting Ingka (Nederland)


Het wordt tijd dat de modale burger beseft dat wat de Groten niet betalen, de kleintjes wel moeten ophoesten om de begroting van vadertje staat te laten kloppen. Misschien iets om over na te denken terwijl u een Ikea-kast voor uw dochtertje in mekaar knutselt. Bedenk dan dat Ikea u met kastenschema's laat werken terwijl zij met belastingschema's goochelen. U kent dat wel: een pijltje naar boven, eentje naar rechts, een factuur voor levering van know how, een vette creditnota, een recuperatiebonus, een overlopende rekening, een doorgeschoten aftrekpost, een in de verf gezet goed doel, ...

De familie Kamprad vaart er wel bij en betaalt met plezier het (uiteraard aftrekbare) belastingadvies.

Staat uw kast er nu bijna?


zie ook het dossier LuxLeaks
VERMEERSCH Etienne in De Standaard
De vluchtelingencrisis: Ad impossibile nemo tenetur - Niemand is verplicht tot het onmogelijke
Edited: 201602131804
Professor Etienne Vermeersch is een enkeling die durft te zeggen waar het op staat.
Kan Europa een ongelimiteerde stroom vluchtelingen aan? Neen.
Hij argumenteert dat noch de sociale zekerheid noch de psychologische draagkracht van de bevolking dat kunnen torsen.
Hij wijst op de verantwoordelijkheid van politici en journalisten: 'zodra het ongenoegen een bepaald peil heeft bereikt, moeten beleidsmensen en journalisten ermee stoppen anderen betweterig te diaboliseren, vertrekkend vanuit hun torenhoog onbevlekt geweten.'
En dan is er het probleem van de islam.
Vermeersch verwijst naar het onderzoek van PEW Research Center in 2013.
We hebben het onderzoek waarnaar Vermeersch verwijst opgezocht en onderaan vindt u de link naar het complete rapport (226 pp.). Daaruit "blijkt dat 91% van de Iraakse moslims vindt dat de sharia de wet van het land zou moeten zijn. Volgens 92% moet de vrouw altijd haar man gehoorzamen en slechts 22% aanvaardt dat dochters hetzelfde erfrecht hebben als zonen. Bijna de helft (42%, LT) is van mening dat geloofsafval de doodstraf verdient," citeert EV.
En Vermeersch vraagt zich dan ook terecht af: "Zijn onze mensen dom als ze intuïtief vrezen dat opinies en gedragingen niet zomaar verdwijnen als mensen een voet op Europese bodem zetten?"
Tenslotte herhaalt V. zijn voorstel: "Een optimale tijdelijke opvang in de kampen en een snelle beëindiging van de oorlog door troepeninzet tegen IS (ISIS/DAESH, LT), vormen de enige mogelijke oplossing. Maar daar pleiten we al heel lang voor."

Totdaar Vermeersch.
En nu de kranten. Wat de redacties eens zouden moeten doen (zij zeggen zo vaak wat anderen moeten doen en denken!) is twee pagina's besteden aan de kernvragen rond de islam. In de zin van: 'Klopt het dat ...?"
Nu vinden we allerlei kletspraat en feiten door mekaar gehaspeld en de lezers krijgen absoluut geen klare kijk op het type godsdienst dat aan de orde is of die de bestaande rechtsorde wil hervormen.
Twee pagina's met feiten is toch niet teveel gevraagd, me dunkt. Niet om de discussie stil te leggen maar om af te raken van de cafépraat.
Wat mij stoort is dat diegenen die vochten tegen een achterlijk katholicisme nu zwijgen over een verdrukkende islam zonder de mogelijkheid tot emanciperende invulling. Alsof het doel niet hetzelfde zou zijn: boetsering van de geesten, onderdrukking van de vrouw en dominantie door een mannelijke kaste. De stilte is stuitend en wijst op het onvermogen om feitengerichte kritiek uit te brengen. Alsof de Verlichting in Europa niet heeft gewerkt !

LT

Hier kunt u het volledige rapport van PEW lezen - 20130430

Herlees de stellingnamen van Vermeersch dd. 20150905

het gebeurde op 7 februari ...
Edited: 201602070118
1561: eerste steenlegging van het stadhuis van Antwerpen, voltooid op 15650227; zie in dit verband Antwerpen & de scheiding der Nederlanden; zie ook het referentiewerk van Soly

1831: Belgische grondwet wordt afgekondigd te Brussel; voor een grondige bespreking van de grondwet verwijzen wij naar het werk van Wouter Pas, e.a.

1833: Griekse koning Otto I, verkozen op 18320830, doet zijn plechtige intrede in Griekenland, te Nauplia; hij een zoon van koning Lodewijk I van Beieren; Griekenland was in 1832 onafhankelijk verklaard door het Congres van Londen; ook de Nederlandse prins Frederik kreeg de Griekse troon aangeboden, maar hij bedankte voor de eer; Otto moest in 1862 gedwongen afstand doen van de troon.

1856: Engeland annexeert Voor-Indië (koninkrijken Agra en Oudh)

1921: tijdens een conferentie te Parijs bepalen de geallieerden de Duitse herstelbetalingen: 11,3 miljard £ sterling; lees in deze context De Zwarte Obelisk van Erich Remarque

1942: Japanse troepen landen te Singapore, dat zich overgeeft op 19420215

1943: Amerikaanse troepen veroveren Guadalcanal eiland (sleutelpositie in de Pacific) op de Japanners

1962: mijnramp te Völklingen, in het Saargebied, waarbij 299 doden en 70 gewonden vallen; de oorzaak van de ramp in de mijn van Luisenthal was de ontploffing van opgehoopt methaangas; Wiki heeft een uitgebreide Duitse pagina over de Grübe Luisenthal.
Statista
The Spread Of The Zika Virus
Edited: 201602050918
Spain has just confirmed that a pregnant woman has been diagnosed with the Zika virus, marking the first such case in Europe. Other European countries including Ireland and Denmark have reported infections but Spain's is the first case involving a pregnant woman.
The Zika virus has been around for over 60 years but it has gone global over the past few weeks with the World Health Organisation warning that it has "explosive pandemic potential". It is a mosquito-borne disease that has symptoms similar to the dengue and chikungunya viruses. Transmission is currently active in several countries across the Americas, Pacific islands and Cape Verde.
Infographic: The Spread Of The Zika Virus | Statista


Microcefalie is een afwijking van het centrale zenuwstelsel waarbij de schedelomvang te klein is. Het is meestal een aangeboren aandoening. De hersenen ontwikkelen zich niet goed waardoor de schedel ook kleiner blijft. Vaak is er sprake van een verstandelijke beperking.
Er bestaat een primaire en secundaire microcefalie. De primaire microcefalie is vaak autosomaal recessief overerfbaar. Bij een secundaire microcefalie, is er sprake van een secundaire oorzaak.
Microcefalie ontstaat door een chromosoomafwijking, een ontwikkelingsstoornis of een infectie tijdens de zwangerschap. Vaak is het een kenmerk van een syndroom.
Stijn Meuris - Monza
Van God los
Edited: 201602050317
Keer op keer werd mij dan weer gezegd
De rest is goed en jij bent slecht
Je bent de slechtste van de klas

Vaak genoeg werd mij dan weer beloofd
De Heer geprezen zij geloofd
Jij bent de traagste van de klas

Van God los
Laat nu toch die God los
Er is niemand in de kosmos
't Is zonde van de tijd.
Van God los
Laat nu toch die God los
Er is niemand in de kosmos
't Is zonde van de tijd.

Duizend maal werd mij dan weer verteld
Je gaat alleen maar voor het geld
Je bent de duurste van de klas
(Terwijl het zeker niet zo was)

Keer op keer werd mij dan weer gevraagd
Of ik geloof in na vandaag
Waarop ik zei dat er niets was

Van God los
Laat nu toch die God los
Er is niemand in de kosmos
't Is zonde van de tijd.
Van God los
Laat nu toch die God los
Er is niets of niemand in de kosmos
't Is zonde van de tijd.


Van God los
Laat nu toch die God los
Er is niemand in de kosmos
't Is zonde van de tijd.
Van God los
Laat die God los
Er is niets of niemand in de kosmos
't Is zonde van de tijd ... de tijd...
persbericht Telenet
Commissie keurt overname Base door Telenet goed
Edited: 201602042240
Donderdag 4 februari 2016 — De Europese Commissie heeft vandaag bekendgemaakt dat zij haar goedkeuring geeft aan de geplande overname van BASE Company door Telenet. In april 2015 kondigde Telenet aan dat het een definitieve overeenkomst had gesloten om BASE Company over te nemen van Koninklijke KPN N.V., om zijn toekomst als toonaangevende aanbieder van geïntegreerde telecomdiensten veilig te stellen. Nu de Europese Commissie haar goedkeuring heeft gegeven zal de overname van BASE Company in de komende dagen juridisch afgerond kunnen worden.

In april 2015 maakte Telenet bekend dat het een definitief akkoord had gesloten om BASE Company voor €1.325 miljoen over te nemen van Koninklijke KPN N.V. De transactie werd op 17 augustus 2015 door Liberty Global (als meerderheidsaandeelhouder van Telenet) aangemeld bij de Europese Commissie. Vandaag maakte de Europese Commissie bekend dat zij na grondig onderzoek haar goedkeuring geeft voor de geplande overname van BASE Company door Telenet. Telenet plant de overname in de komende dagen juridisch af te ronden.

Door deze overname zal Telenet eigenaar worden van een mobiel netwerk. Hierdoor zal Telenet effectief verdere groeiopportuniteiten kunnen benutten in de mobiele telecommarkt. Telenet hoopt op deze manier te kunnen voldoen aan de stijgende vraag van zowel particuliere als zakelijke klanten naar het volledige scala van vaste en mobiele telecomdiensten.

Op 19 november 2015 bevestigde Telenet dat het voorwaardelijke overeenkomsten had afgesloten met MEDIALAAN voor, onder andere, de verkoop door BASE Company van alle JIM Mobile klanten en van haar 50% belang in VikingCo NV, de entiteit die het ‘Mobile Vikings’ merk uitbaat in België, aan MEDIALAAN. Deze overeenkomsten werden aangegaan in het kader van het onderzoek van de Europese Commissie naar de voorgestelde overname van BASE Company.

Door het groen licht van de Europese Commissie en de recente goedkeuring van de transactie met MEDIALAAN door de Belgische Mededingingsautoriteit, zal de verkoop door BASE Company van haar 50% belang in VikingCo NV aan MEDIALAAN kunnen voltooid worden nadat de overname van BASE Company door Telenet afgerond is.

Op termijn zal BASE ook de JIM Mobile klanten overdragen aan MEDIALAAN en zal MEDIALAAN een ‘full MVNO’ speler worden op het BASE netwerk, voor zowel de JIM Mobile als de Mobile Vikings klanten. De transactie creëert voor MEDIALAAN het platform om een nieuwe, performante MVNO-speler te worden.


John Porter, CEO Telenet: “Wij hebben constructief samengewerkt met de Europese Commissie tijdens het onderzoek en hadden het volste vertrouwen in de goedkeuring van de transactie. We zijn erg blij met deze belangrijke strategische en complementaire overname. Dit is een historische stap in de geschiedenis van Telenet en van BASE Company. Nu we verzekerd zijn van het kunnen aanbieden van mobiele diensten op lange termijn, zullen we in staat zijn om een betere ervaring te bieden voor zowel onze klanten als de klanten van BASE Company. We kijken er naar uit om hieraan samen te werken met de collega’s van BASE Company.”
TESSENS Lucas
Wereldliteratuur op tijdlijn geplaatst
Edited: 201602030957
In 'Categories' (Search pagina) werd LITERATURE WORLD gerangschikt op het jaar van de eerste oorspronkelijke editie van de weerhouden titel.
Zo maken we een reis door de tijd, beginnend bij Xenofon (398 v. Chr.) tot Maamoura (2010). In totaal worden 388 titels (incl. dubbels) gepresenteerd.
Marc Vanden Bussche (Open VLD), burgemeester Koksijde
Mannelijke vluchtelingen in het zwembad: 'ze zwemmen niet, ze staren naar de vrouwen'
Edited: 201601251219
VdB wil hen nu weghouden uit het gemeentelijk zwembad 'De Hoge Blekker'.
Een andere oplossing zou kunnen zijn: alle vrouwen in een boerkini steken of hen verplichten te 'crawlen' zodat er altijd een armlengte afstand is. Dat is als grapje bedoeld.
Een ander en ernstiger probleem is de 'overflow' van vluchtelingen van Calais naar de Vlaamse kust met Zeebrugge als mogelijke route naar Engeland.
Commentaar LT: Wat mij opvalt is dat er in heel de discussie veel wordt gerommeld met woorden: procedures, cameranetwerk, mobiel afhandelingscentrum, planning, registratie, mensensmokkelmagistraat, controle, reglementering, illegalen, quota, coördinatiecel, ... Waaraan het ontbreekt is een duidelijke structuur om MENSEN in op te vangen. Alleen van daaruit kan men denken aan het beheersbaar maken van de problemen die zich stellen.

De Tijd
Europees commissaris voor Concurrentie, Margrethe Vestager, eist dat staalbedrijf Duferco 211 miljoen euro Waalse staatssteun terugbetaalt.
Edited: 201601211257
LT
Tom Naegels (ombudsman DS) ontkent bestaan van zelfverklaarde media-elite. Kom nou, Tom !
Edited: 201601141339
Verder heeft TN het over de manklopende reactiemogelijkheid op de website van De Standaard, iets dat al tien maanden aansleept. Dat is te wijten aan een 'technisch euvel'. Misschien is het raadzaam een extern bureau naar de problemen te laten kijken. Die zitten niet 'in-the-box'. Dat laatste is altijd al een probleem geweest voor de pers: het krampachtig navelstaren, het onaantastbare eigen grote gelijk en het missen van opportuniteiten.
De Standaard heeft indertijd naast 'De Tijd' gegrepen en dat laat zich voelen.
********************************************************
We kregen volgend antwoord van Tom Naegels:
Dag Lucas,

Bedankt voor je mail.

Zoals ik al schreef: de cultuurstrijd tussen een "vrij en onafhankelijk denkend volk" tegen een wereldvreemde en manipulatieve media-elite is een van de archetypische verhalen in de hedendaagse Westerse cultuur. Zoals ook de strijd tegen een "rechtse elite", een "blanke elite", een "economische elite", een "culturele elite", een "Europese elite", een "Franstalige" of "Belgicistische elite" of in sommige kringen misschien zelfs nog "een joodse elite" populair is. Een en ander hangt af van waar je je politiek positioneert, maar sowieso ziet de hedendaagse Westerse mens ziet zichzelf als een vrijgevochten individu die alle gezag wantrouwt, en die zich permanent, publiek en met veel retorisch gedruis verweert tegen de kuiperijen van een selecte kring hoge omessen - en je kan dus kiezen wélke selecte kring. De retoriek die jij gebruikt, en die ik al ontelbaar keren heb mogen lezen (krampachtig navelstaren, onaantastbaar, groot gelijk, nieuwe clerus ben je nog vergeten), hoort bij dat verhaal. Zoals ik zei: het is een sterk archetype, erg wervend en gemeenschapsvormend ook. Wie wil er immers een elite verdedigen? Je zou wel gek zijn.

Ik hoop binnenkort weer met je over boeken te kunnen praten.

Zeer hartelijk,
TN
********************************************************
Ons antwoord:
Dag Tom,

Je komt nog niet in de buurt van de essentie van mijn betoog.
25 jaar geleden schreef Frans Crols, hoofdredacteur Trends: "Schandelijk verwaarloosd is de mediakritiek in België. Een handvol scribenten fluit of joelt bij het vertoon op de beeldbuis, maar jaarlijks verschijnen 2,5 miljard kranten en tijdschriften zonder kritische begeleiding. Niemand kraakt in dit land de journalistieke produktie publiekelijk. Absurd is dit."
Ik heb nog een concreet voorstel: verklein de foto’s in jullie krant; die zijn nu belachelijk groot; je krijgt dan plaats voor enkele relevante lezersbrieven. Daar zal toch geen ‘technisch euvel’ in de weg staan, zeker?
Tenslotte schrijf je: "Ik hoop binnenkort weer met je over boeken te kunnen praten." Ik hoop dat je daarmee niet bedoelt: "Lucas, blijf jij maar bij je boeken en hou je weg van kritiek."
Mvg,
Lucas
*********************************************************
En dan weer zijn antwoord:
Nee, dat bedoel ik niet Lucas. Alleen dat ik met je kritiek niet veel kan. Maar dat zal wel aan mijn onverbeterlijk elitarisme liggen.
Groeten uit de ivoren toren.
Tom Naegels
Ombudsman De Standaard
*********************************************************
Nee Tom, dat ligt aan het feit dat je maar de helft van mijn mails leest.
Mvg,
LT
*********************************************************
Hier de mening van prof Paul Janssens:
Erg grappig, die wederzijdse ironie! Maar nu ter zake. Kranten zoals DS lijden aan dezelfde euvel als een aantal VRT-journalisten: ze zijn onverholen tendentieus. Nu vind ik wel dat een krant mag opteren voor de systematische verdediging van de eigen vooroordelen. Uiteindelijk kiezen de lezers zelf of ze de krant blijven kopen of niet. Veel erger is het gesteld met de VRT. De journalisten zijn er voor het leven benoemd. Ze misbruiken de openbare omroep ongegeneerd om de actualiteit dag na dag met hun eigen opinie te verpakken en aan indoctrinatie te doen. Sinds enkele maanden ben ik naar de berichtgeving op VTM overgestapt.
Met beste groeten,
Paul
*********************************************************

Terzake 20160112
Sorry, maar ik denk dat wij meer respect hebben voor vrouwen dan westerse mannen.
Edited: 201601122001


Een doordenker: als deze jonge migrant gelijk heeft dan ziet het er heel slecht uit voor vrouwen.

De uitzending van Terzake was gewijd aan de seksuele agressie in Keulen tijdens de Oudejaarsnacht.
news
Nieuwe CEO voor VRT: Paul Lembrechts
Edited: 201601091432
Directeuren(-generaal) NIR
1930 - 1937: Gust De Muynck (Antwerpen, 5 december 1897 - Hoeilaart, 1986), leeftijd bij aantreden: 33 jaar
1937 - 1939: Theo De Ronde (Ekeren (Antwerpen), 1894 - Leuven, 1939), leeftijd bij aantreden: 43 jaar
1939 - 1960: Jan Boon (Halle, 6 januari 1898 – Ukkel, 31 december 1960), leeftijd bij aantreden: 41 jaar
Administrateurs-generaal BRT/BRTN
1960 - 1986: Paul Vandenbussche (Jette, 9 augustus 1921 - Leuven, 28 mei 2011), leeftijd bij aantreden: 39 jaar
1986 - 1996: Cas Goossens (Itegem, 13 augustus 1937), leeftijd bij aantreden: 49 jaar
Gedelegeerd bestuurders VRT (Aangevuld op 20160418)
1996 - 2002: Bert De Graeve (Avelgem, 24 maart 1955), leeftijd bij aantreden: 41 jaar
2002 - 2006: Tony Mary (Dilbeek, 1950), leeftijd bij aantreden: 52 jaar
2006 - 2007: Piet Van Roe (ad interim) (Antwerpen, 2 mei 1939), leeftijd bij aantreden: 67 jaar
2007 - 2009: Dirk Wauters (Blanden, 1955), leeftijd bij aantreden: 52 jaar
2009 - 2010: Piet Van Roe (ad interim), leeftijd bij aantreden: 70 jaar
2010 - 2014: Sandra De Preter (Brugge, 1962), leeftijd bij aantreden: 48 jaar
2014 - 2014: Willy Wijnants (1951)(ad interim wegens ziekte van Sandra De Preter), leeftijd bij aantreden: 63 jaar
20141017 - 20160229: Leo Hellemans (Puurs, 1951), leeftijd bij aantreden: 63 jaar
20160301 - heden: Paul Lembrechts (°1957) studeerde af als dierenarts vooraleer hij daar opleidingen in bedrijfseconomie en marketing aan toevoegde.Na enkele ervaringen op de VRT als omroeper en scenarioschrijver ging hij aan de slag bij Master Foods België, de producent van o.m. Mars, waar hij diverse management- en directiefuncties bekleedde. Hij stapte in 1995 over naar de banksector. Hij oefendediverse directie- en managementfuncties uit bij de Generale Bank (later Fortis Bank), ABN Amro en Beroepskrediet NV/BKCP Bank.

Link naar VRT Jaarverslag 2014 Opvallend is het ontbreken van het complexe organogram van de VRT. En daar ligt nu net het probleem.

leden van de raad van bestuur van de VRT

de tijdlijn van NIR/BRT/BRTN/VRT

RT
Lybië: 60 doden bij bomaanslag in Zliten - ISIS/DAESH mikt op olie-infrastructuur
Edited: 201601071216
RT meldt: 'Escalation of violence in Libya continues, as two rival governments and parliaments continue to compete for dominance, making it possible for Islamic State (IS, formerly ISIS/ISIL) militants to make gains in the country.
More than 5,000 IS extremists are active in Libya, according to the national Interior Ministry. IS has seized several profitable oil fields in Libya and is eager to win more control over the country, as the land could provide them with millions of dollars to fund terror attacks. The terrorist network is now targeting the Marsa al Brega oil refinery, the biggest in North Africa. If jihadists successfully capture the oil refinery, located between Sirte and Benghazi, they would gain full control of the country’s oil.'

Commentaar LT: als heel de Lybische pijplijn-infrastructuur lam wordt gelegd als transportroute voor olie, is er één grote winnaar: Saoedi-Arabië.
In Marsa el Brega heeft Yara een grote meststoffenfabriek staan. Die bezit de knowhow om chemische wapens te produceren. Yara kwam voort uit de 'demerger' van Norsk Hydro ASA. De groep had steeds goede contacten in het Midden-Oosten, o.m. met Qatar. Zie in dat verband het rapport van de SEC.

Het wordt tijd dat de industriële en economische belangen in de conflictgebieden in kaart worden gebracht.

Persmededeling Duitse regering
Keulen: seksuele agressie oudejaar zal bestraft worden
Edited: 201601060337


PRESSE- UND INFORMATIONSAMT DER BUNDESREGIERUNG
Dienstag, 5. Januar 2016
Pressemitteilung: 3
Ausgabejahr: 2016
Bundeskanzlerin Merkel telefoniert mit der Kölner Oberbürgermeisterin Henriette Reker
Der Sprecher der Bundesregierung, Steffen Seibert, teilt mit:
Bundeskanzlerin Angela Merkel hat am Nachmittag mit der Kölner Oberbürgermeisterin Henriette Reker über die Straftaten in der Silvesternacht im Umfeld des Kölner Hauptbahnhofs gesprochen.
Die Bundeskanzlerin drückte ihre Empörung über diese widerwärtigen Übergriffe und sexuellen Attacken aus, die nach einer harten Antwort des Rechtsstaats verlangen. Es müsse alles daran gesetzt werden, die Schuldigen so schnell und so vollständig wie möglich zu ermitteln und ohne Ansehen ihrer Herkunft oder ihres Hintergrundes zu bestrafen.
Die Bundeskanzlerin ließ sich von der Oberbürgermeisterin über die Ergebnisse des heutigen Krisentreffens von Polizei und städtischen Behörden berichten. Auch mit Bundesinnenminister de Maizière steht die Bundeskanzlerin in engem Kontakt und lässt sich über die Ermittlungsarbeiten informieren.


zie ook het bericht van FAZ

Commentaar LT: het thema van seksueel geweld tegen vrouwen ligt sinds het einde van WO II in Duitsland bijzonder gevoelig; de misdaden van de bezettingstroepen rustten lange tijd in een taboesfeer. In vele kringen is men benieuwd hoe de mainstream-pers met de huidige misdaden zal omgaan. De pers is toch vrij, nietwaar? De media zijn toch de bewakers van de democratie, nietwaar? De journalisten zijn toch onafhankelijk en hebben een redactiestatuut, nietwaar? (...)
Of had Michael Jackson toch gelijk, toen hij zong: 'They don't care about us.' ?

(afbeelding: Hervé Martijn)

Edited: 201512311337


De zotte morgen (1970)

de nacht sluipt weg de lucht verbleekt
de schimmen vluchten zwijgend
en aan de verre horizon
begint de zon te stijgen
en daar trekt uit de nevel op
de klaarte van de dageraad
met in zijn schoot geborgen
de zotte morgen

de stad ontwaakt de eerste trein
breekt door de stilte en op zijn
signaal begint de wildedans der dwazen
de mens kruipt uit zijn ledikant
denkt aan zijn werk en met zijn krant
ijlt hij nog halfslaperig door de straten
de wereld herneemt zijn zotte zorgen
het ritme van de zotte morgen

nu kleurt de einder rood en valt
de kou zacht door de ramen
de stilte vlucht voor al't lawaai
dat opstijgt uit de straten
en daar is dan de morgen weer
een schaterlach en elke keer
verdrijft hij zonder schromen
de nacht de dromen

de stad wordt wild en auto's razen
door zijn poorten en de laatste
rust wordt uit zijn schuilhoek gedreven
vogels vluchten vol verdriet
uit zijn torens want hun lied
wordt nu door niemand meer begrepen
mensen lopen naast elkaar
een verre groet een stil gebaar
want alles wordt nu door de tijd gemeten
de wereld herneemt zijn zotte zorgen
het ritme van de zotte morgen

maar't land zelf slaapt zijn roes nog uit
diep onder't loof verscholen
hier komt geen mens of geen geluid
d'oneindige rust verstoren
terwijl de stad nu raast en schreeuwt
de morgen zijn bevelen geeft
wordt hier bij't ochtendgloren
de dag geboren

en ook de kinderen en de dwazen
blijven tussen de rozen slapen
ver en veilig geborgen
voor het ritme van de zotte morgen


de inspiratiebron

meer kleinkunst op Ultratop
DE LILLE Bruno, HELLINGS Benoit, commentaar: Lucas TESSENS
Geen collectieve Belgische schuld in Congo
Edited: 201512231617
In een aandoenlijke column (DS, 20151217) pleiten beide groene jongens voor een Belgische verontschuldiging voor het koloniaal verleden. Zij schrijven: 'Het leven van de Congolezen was in Belgische ogen zo weinig waard dat het niet uitmaakte hoeveel van hen je precies doodde.' Ik vraag me dan af: in wiens Belgische ogen?
En verder: 'Ook al is het jaren geleden, de wonden zullen maar helen als we onze verantwoordelijkheid openlijk toegeven, onze fouten officieel veroordelen.' Ik vraag me dan af: onze verantwoordelijkheid? onze fouten?
Wat een kletskoek is dit toch! Moeten we op die manier een debat openen?
De Belgen zouden zich dus als volk moeten verontschuldigen voor wat een koning en een klein aantal bedrijven in de 'Etat Indépendant du Congo' - het latere Belgisch Congo - hebben aangericht. Ik pas daarvoor.
Jean Ferrat begreep het heel goed toen hij zich uitsprak over de geschiedenis van Frankrijk: "Celle qui paie toujours vos crimes vos erreurs." Het volk dat altijd opdraait voor de misdaden en de fouten van de groten.

Een echt debat zou kunnen starten met het aanduiden van de echte verantwoordelijken en het benoemen van hun drijfveren. Daarna zou de Belgische overheid het rapport kunnen overhandigen aan het Congolese volk.
Maar natuurlijk ligt dat te gevoelig. Men moet dan het systeem van uitbuiting en moorddadig winstbejag aanklagen. En dat bestaat nog steeds, hier en ginder.
Wat De Lille en Hellings - wellicht zonder het zelf te beseffen - voorstellen is niets minder dan het goedpraten van het moto 'privatisering van de winsten, collectivisering van de lasten', in dit geval 'privatisering van de winsten, collectivisering van de morele schulden'. Dat is oneerlijk en de Congolezen hebben er geen boodschap aan.
Aanvulling 201602181819:
Misschien moeten deze jongens eens het boek van Emile Vandervelde uit 1911 lezen. Daarna kunnen ze zich afvragen waarom onze hooggeleerde historici tussen 1918 en 1985 (Delathuy, Vangroenweghe en later Hochschild) hun mond niet meer open deden over de wantoestanden in Congo of er in een cirkel omheen liepen.

Lucas Tessens
Guido Gryseels kan Leopold II niet typeren
Edited: 201512201607
De directeur van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA), Guido Gryseels , verklaart tegenover De Standaard (20151217): 'Ik kom net uit een vergadering van drie uur waar de vraag voorlag: hoe Leopold II typeren? Eerlijk gezegd: ik weet het niet.'
Commentaar: wellicht moet Gryseels wat verder kijken dan zijn neus lang is. Bijvoorbeeld de boeken van Delathuy (Jules Marchal) en Pierre Joye herlezen, de entourage van Leopold II bekijken, de rol van de Société Générale, de Union Minière, Lever, en anderen onder ogen durven nemen. Durven kijken naar wie de massale grondconcessies in Congo gingen, wie de financiers waren.
Misschien kan Gryseels iets doen met volgende uitspraak: "Het wordt tijd dat het Westen inziet en erkent dat de kolonisering geen zaak was van inpalming van gebieden door Europese staten en de USA, maar door industriële 'global players' die uit waren op de grondstoffen en energiebronnen. Zij bedienden zich van het militaire apparaat, de veiligheidsdiensten, de administratie en de vlag van de koloniserende staat om hun positie te vestigen en te consolideren. Dat was zo in het Midden-Oosten. Dat was ook zo in Congo en in geheel Afrika en Latijns-Amerika. Tot op vandaag."

In het geval van Leopold II viel de staat (de Etat Indépendant du Congo) samen met de 'global player' die Leopold II was. Ascherson geeft in 1963 aan zijn boek overigens de veelzeggende titel 'Leopold, the King Incorporated'.
Het is volkomen onterecht te stellen dat DE BELGEN Congo hebben gekoloniseerd. Dat hebben de grote maatschappijen gedaan, met de hulp van zorgvuldig uitgekozen medestanders: de top van de politieke partijen (ja, ook de socialistische), de goedmenende missionarissen, vooraf gescreende en goed betaalde blanke ambtenaren, volgzame kranten en weekbladen, een braaf blank middenkader.
Ik ben benieuwd of het KMMA in 2017 met een onthullende of een verhullende tentoonstelling gaat komen.

P.S. In augustus 2014 hebben wij - in het kader van een database-project - bij de research-afdeling van het KMMA geïnformeerd of zij over een lijst beschikken met de koloniale vennootschappen. Dit bleek tot onze verbazing NIET het geval te zijn. Dat wil dus zeggen - en dat tot bewijs van het tegendeel - dat de economische component van het koloniale verleden onbekend terrein is voor het KMMA.


Tag: Verdick
Statistica
Twitter: 307 miljoen actieve twitteraars in het 3de kwartaal van 2015 - Turkije zeer actief in censuur
Edited: 201512201202
Dat betekent een vertienvoudiging op 5 jaar tijd.

bron: lees meer


In the first half of 2015, there were 1,003 requests from courts and government agencies to remove content from Twitter. Out of this, 72 percent came from the Turkish authorities. Twitter removal requests leads to tweets no longer being displayed in individual countries rather than being deleted altogether. In the United States, there only 25 requests in the first six months of the year. The number of content removal requests is soaring. In the second half of 2014, 13 percent of these requests were successful; between January and June, it was higher - 42 percent of requests were granted.


Infographic: Turkey Dominates Global Twitter Censorship | Statista
Lucas Tessens
Katanga: een mijnstaat binnen de staat - De rol van Leopold II en de mijnbouw-giganten
Edited: 201512190426
Het jaar 1900 is een moeilijk jaar voor Leopold II. In juli doet de socialist Vandervelde in de Kamer een felle aanval op het koningshuis en pleit openlijk voor een republiek. In het geval van Leopold II kon dat toen nog omdat de vorst zich bij iedereen ongeliefd had gemaakt. De katholiek Beernaert, jarenlang premier en de trouwe dienaar van de vorst, moet zijn wetsvoorstel tot onmiddellijke annexatie van Congo weer intrekken na een scherp en vernederend protest van Leopold II. Het is immers te vroeg; de koning moet nog enkele zaken regelen ...

Met de stichting van het 'Comité Spécial du Katanga' (CSK) op 19 juni 1900 komt een staat binnen de Congo-Staat tot stand. Het semi-officiële 'Le Mouvement Géographique' meldt op 3 juni 1900: "L'Etat du Congo et la Compagnie du Katanga sont sur le point de conclure un accord pour la gestion en commun du territoire dont ils sont propriétaires, dans la proportion de deux tiers pour l'Etat en d'un tiers pour la Compagnie. Cette gestion serait faite par une commission commune. La Compagnie aura à remplir l'obligation contractuelle de jeter deux bateaux à vapeur sur les lacs supérieurs ou le haut fleuve et d'établir à ses frais trois postes. La gestion qui comprend le domaine minier, comporte un partage des charges et avantages dans une proportion donnée naturellement par la part de propriété." De krant zegt niets over de oppervlakte waarover het gaat. Toch is de afbakening van het territorium wellicht de meest brutale geografische omschrijving uit de geschiedenis. In totaal 380.000 vierkante kilometer! De CSK sluit op 30 oktober 1906 een overeenkomst met de 'Union Minière' waarbij "aan laatstgenoemde het recht wordt toegekend om (...) de metaalhoudende lagen te exploiteren, binnen de omtrekken en oppervlakten bij de overeenkomst bepaald". Het schema toont hoe de CSK als een compromis binnen een netwerk van belangengroepen (Belgische en Britse) tot stand kwam.
De voorverkoop van Congo en de annexatie
Op het ogenblik van de discussies over de annexatie is het reusachtige gebied onder te verdelen in zeven grote categorieën: (1) het publiek domein van de staat (wegen, rivieren, meren, ...), (2) het privaat domein van de staat, (3) het domein van de Kroonstichting (of het Kroondomein), (4) de gronden toebehorend aan de inboorlingen, (5) de gronden van niet-inlandse particulieren, (6) de gronden afgestaan, vergund of in pacht gegeven aan vennootschappen (de concessies) en (7) de gronden van de christelijke missies. De juiste oppervlakte van de delen kent men in 1908 niet maar wel dat het privaat domein van de staat 25% vertegenwoordigt en dat het Kroondomein ongeveer 11% van de oppervlakte inneemt. Op het ogenblik van de overname door België is 11,5 % van het grondgebied of 27.100.000 ha in concessie gegeven, waarvan 15.000.000 ha aan de Compagnie du Katanga, en dat voor 99 jaar. De concessies waren alle gelegen in de interessantste gebieden zoals Kivu, Mayumbe en Katanga.
De kwestie van de CSK, in feite een secessie avant-la-lettre van Katanga, het rijkste mijngebied ter wereld, schiet bepaalde parlementsleden tijdens de discussies in het verkeerde keelgat, temeer daar niet alleen de economische maar ook de souvereine rechten (bestuur, politie, publiek domein, ...) waren gedelegeerd aan het CSK.
De feitelijke afscheiding wordt in het Koloniale Charter van 18 oktober 1908 beschermd en wel in artikel 22: "Le pouvoir exécutif ne peut déléguer l'exercice de ses droits qu'aux personnes et aux corps qui lui sont hiérarchiquement subordonnés. Toutefois, la délégation consentie par l'EIC au CSK restera valable jusqu'au 1er janvier 1912, à moins qu'un décret n'y mette fin à une date antérieure. (...)" Deze manifest ongrondwettelijke toestand blijkt onduldbaar en de minister van koloniën, de katholiek Jules Renkin, zet de Koloniale Raad onder druk. Op 1 september 1910 komt aan alle bestuurlijke delegaties van bevoegdheden aan de CSK een einde. Het opheffingsdecreet dateert van 22 maart 1910. Een Koninklijk Besluit creëert tegelijkertijd speciaal voor het district Katanga de functie van Vice-Gouverneur-Generaal en daarmee wordt toch nog het aparte statuut van Katanga gered én de dualiteit in de kolonie bevestigd.
Het is niet overdreven te stellen dat België niet meer dan 'l'état police' (politionele en militaire omkadering) mocht gaan uitbouwen en dat twintig grote vennootschappen de kolonie economisch domineerden. De conclusie mag luiden dat de concessies die door de EIC aan de 'trusts' werden verleend de kaap van een wisseling in regime (van een dictatoriaal naar een quasi democratisch regime) veilig nemen. De annexatie van Congo door België gebeurde immers in het volste respect voor de reeds aangegane contractuele verbintenissen. De voorverkoop van de kolonie was geslaagd. Het industriële en militair-strategische belang van de koperprovincie Katanga is moeilijk te overschatten want het eerste kopergietsel komt nog vóór Wereldoorlog I (in 1911) uit de ovens van de UMHK te Lubumbashi.
[uit: TESSENS Lucas, Fortuin en Confrontatie (1865-1914), in: Jaarverslag Onroerende Voorheffing 2006, 2007, p. 104]
Vogel van het jaar 2016: de heggenmus ofte Prunella modularis
Edited: 201512171121

Het is een Europees vogeltje dat ook niet altijd weet wat hem overkomt. Deze soort is niet met uitsterven bedreigd maar met de telling van de populatie wordt misschien gesjoemeld. Dus je weet maar nooit.
GOETHALS Maarten
150 JAAR NA KRONING VAN TWEEDE KONING VAN BELGIË | ‘Leopold II met Hitler vergelijken gaat niet altijd op’
Edited: 201512170802
De Standaard | 17 DECEMBER 2015 | Maarten Goethals
Een koloniaal genie of een ordinaire misdadiger? De figuur en de erfenis van koning Leopold II blijven de natie verdelen. Ook de directeur van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika weet het niet ‘na uren en uren discussiëren’.
Exact honderdvijftig jaar geleden volgde Leopold II zijn vader op als koning van België. Anderhalve eeuw later roept de lange, rijzige figuur met de volle grijze baard nog steeds felle reacties op.

‘Ofwel krijgt hij het epitaaf bouwmeester van België, die prachtige constructies neerpootte in Oostende en Brussel en het land internationaal, industrieel en cultureel op de kaart zette; een man met visie en daadkracht, een staatkundig genie dus. Ofwel krijgt hij meteen hitleriaanse trekjes. Maar niets daartussen’, zegt Jan Vandersmissen, historicus aan de universiteit van Luik en gespecialiseerd in de figuur van Leopold II. Niet dat Vandersmissen de ‘humanitaire ramp’ en de ‘gruwelen’ in de voormalige kolonie Congo minimaliseert, maar hij pleit wel voor een meer ‘neutraal debat over de vorst, om een juister inzicht te krijgen in diens beleid en persoon. En vergelijkingen met de Duitse Führer drijven de zaken op de spits, en kloppen vaak ook niet. Zo had Leopold helemaal geen uitroeiingsprogramma voor ogen.’

Naast meer nieuw wetenschappelijk onderzoek (dat in eigen land eigenlijk al een paar jaar stil ligt) pleit Vandersmissen ook om nieuwe archieven en bronnen aan te boren. ‘Zoals het archief van zijn privésecretarissen, dat duizenden handgeschreven briefjes bevat, vaak over geld en financiën, en moeilijk leesbaar: de zinnen van Leopold lijken op een horizontale lijn met af en toe een reliëfje.’

Maar toch, meer informatie (lees: meer contextualiseren en meer internationale vergelijkingen maken met andere koloniale machten zoals Frankrijk of Portugal) gaat allicht niet minder polemiek veroorzaken. Leopold II is en blijft omstreden: de Brusselse MR-schepen Geoffroy Coomans, die vandaag een optocht en een lezing wilde organiseren ter ere van het staatshoofd, kreeg de wind van voren en zegde alles af.

Ook het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika worstelt momenteel met de kwestie: was Leopold II een massamoordenaar of een wereldverbeteraar?

Kopzorgen

‘Het museum blijft voor renovatie dicht tot 2017, en die werken gaan goed vooruit’, vertelt directeur Guido Gryseels. ‘Wat ons echter kopzorgen bezorgt, is de opbouw van de nieuwe tentoonstelling. Ik kom net uit een vergadering van drie uur waar de vraag voorlag: hoe Leopold typeren? Eerlijk gezegd: ik weet het niet.’

Gryseels denkt ook nooit een definitief antwoord te kunnen geven. ‘Maar ik weet wel dat bij de opening van het museum honderden buitenlandse journalisten gaan kijken hoe België in de 21ste eeuw omgaat met zijn koloniaal verleden. Voor alle duidelijkheid: de voorstelling gaat de wandaden van de vorst allerminst minimaliseren of goedpraten – ook in de tijd dat hij leefde waren trouwens al kritische geluiden te horen over zijn tomeloze ambities en onstilbare geldzucht, vooral in Angelsaksische landen. Het parcours gaat alle elementen op tafel leggen en het publiek moet dan maar zelf zijn mening vormen.’

Gryseels hoopt enerzijds dat de nieuwe tentoonstelling (waarvoor hij samenwerkt met de Congolese gemeenschap) de jeugd iets bijbrengt over de ‘schaduwzijde van het Belgische succes’. En dat het anderzijds ook het maatschappelijke, ethische debat over de koloniale geschiedenis in alle hevigheid doet losbarsten.

Een hoop die hij deelt met Groen-politicus Bruno De Lille, verder in deze krant, en met VUB-historica Els Witte: ‘Media en politici moeten het onderwerp terug op de agenda plaatsen. De vraag luidt immers niet: was Leopold II een grote of een slechte koning? Maar wel: hoe kon dat gebeuren? Welke systemen lagen aan de basis? Als koning probeerde hij immers, tegen de wil van het parlement, zijn macht te handhaven, en hij leefde in kapitalistische tijden.’

De grootmacht België

‘Niet vergeten’, werpt Gryseels als laatste argument op om het debat te openen. ‘In België wonen ongeveer 70.000 Congolezen, en die worstelen nog dagelijks met dat trauma. Zo vinden velen dat alles wat momenteel misloopt in Congo nog steeds de schuld is van Leopold, wat natuurlijk ook weer niet klopt. En veel Belgen denken nog steeds met veel nostalgie naar die tijd toen ons land nog een grootmacht was. Ook niet gezond.’
Bruno De Lille en Benoit Hellings, Fractieleider Groen Brus­sels Hoofdstedelijk Parle­ment en volksvertegen­woordiger Ecolo
Waar staat het monument voor de Congolese vrijheidsstrijder?
Edited: 201512170801
De Standaard | 17 DECEMBER 2015 | België is mentaal nog niet gedekoloniseerd, zeggen Bruno De Lille en Benoit Hellings. We moeten niet Leopold II herdenken, wel de slachtoffers van zijn koloniaal beleid in Belgisch-Congo.
Vandaag, exact 150 jaar nadat Leopold II de troon had bestegen, wilde de Brusselse schepen van Stedenbouw een eerbetoon organiseren voor onze tweede koning. Er kwam een storm van protest en uiteindelijk besloot Brussel de ‘hommage’ dan toch te annuleren. De schepen begreep de controverse niet. ‘Leopold II is weliswaar een “controversieel” figuur, maar heeft ook veel goede dingen verwezenlijkt’, reageerde hij.

Leopold II een ‘controversieel’ figuur noemen is geen onschuldig eufemisme. Er zijn publicaties genoeg over de wreedheden die onder zijn bewind in Congo gebeurden. Het leven van de Congolezen was in Belgische ogen zo weinig waard dat het niet uitmaakte hoeveel van hen je precies doodde. België was trouwens mee verantwoordelijk: de koning kreeg de toestemming van ons land en werd geholpen een administratief en militair kader op te zetten. België profiteerde er financieel van.

Wanneer stoppen we met ons koloniaal verleden te verheerlijken en geven we de slachtoffers een waardig eerbetoon? Ook al is het jaren geleden, de wonden zullen maar helen als we onze verantwoordelijkheid openlijk toegeven, onze fouten officieel veroordelen.

Ondanks de parlementaire onderzoekscommissie van 2001 en de consensus binnen een groot deel van de bevolking over de wreedheid onder het koloniaal bewind en de rol die België heeft gespeeld bij de moord op Patrice Lumumba, is België nog altijd niet in het reine met zijn koloniaal verleden. België heeft zijn kolonies ‘verloren’, maar is mentaal nog steeds niet gedekoloniseerd.

‘In de context van zijn tijd’

Jammer genoeg is er vandaag een compleet gebrek aan maatschappelijk debat over dat koloniaal verleden. Begin je erover, dan krijg je te horen ‘dat je dat in de context van zijn tijd moet zien’. Het onderwerp wordt zuchtend van tafel geveegd, het wordt een non-discussie genoemd.

Bovendien ontbreekt de stem van de Congolezen volledig in deze kwestie. Het is alsof we nog altijd vinden dat dit een discussie voor blanke Belgen is, waar zij zich niet mee te moeien hebben. Door een divers aanbod aan stemmen aan het woord te laten, zouden we beter begrip kunnen opbrengen voor elkaars pijn en gevoeligheden.

Wij vragen niet om elke herinnering aan dat tijdperk weg te halen. Als je het verleden wegmoffelt, maak je meteen ook de fouten van dat verleden onzichtbaar. We willen wel dat België afstand neemt van die periode. Zet een bord bij de beelden en straatnamen die naar ons koloniale verleden verwijzen. Leg de context uit, verontschuldig je voor je daden én voorzie in alternatieven die tonen dat je een nieuwe start wil nemen.

Duitsland heeft een Antikolonialdenkmal en in Londen vind je een standbeeld voor Ghandi. Bij ons zijn er, in tegenstelling tot de vele standbeelden van Leopold II, geen monumenten voor de slachtoffers van het koloniaal regime of voor Congolese vrijheidsstrijders.

Het wordt tijd dat België, 55 jaar na de Congolese onafhankelijkheid, zijn koloniale verleden echt onder ogen ziet. Misschien kan de stad Brussel de eerste stap zetten? Aan het Troonplein is genoeg plaats om nog een extra monument te plaatsen.
Reuters
Saoedi-Arabië gaat een coalitie van 34 islamstaten leiden. Het doel: alle terroristische organisaties zoals ISIS/DAESH in het Midden-Oosten uitschakelen. Iran doet niet mee.
Edited: 201512150205
De genoemde landen zijn: Jordanië, UAE, Pakistan, Bahrain, Bangladesh, Benin, Turkije, Chad, Togo, Tunisië, Djibouti, Senegal, Soedan, Sierra Leone, Somalia, Gabon, Guinea, the partially-recognized state of Palestine, Islamic Federal Republic of the Comoros, Qatar, Cote d’Ivoire, Kuwait, Libanon, Lybië, Maldives, Mali, Maleisië, Egypte, Marocco, Mauritanië, Niger, Nigeria, Yemen.
Alle genoemde landen zijn lid van de Arabische Liga. Algerije ontbreekt op het appel.

Het HQ van de coalitie zal in Riyad, de hoofdstad van Saoedi-Arabië, liggen.

Er is nog niets bekend over de logistieke middelen en het uitrolplan. Of de operaties met 'boots on the ground' zullen verlopen, is dus ook niet zeker.


De 30-jarige kroonprins van de absolute monarchie SA en tevens minister van defensie, Mohammed bin Salman al Saud, zei tijdens een zelden gehouden persconferentie dat de doelwitten in Irak, Syrië, Libië, Egypte en Afghanistan zullen liggen.

Commentaar LT:
Saoedi-Arabië scoort hiermee gegarandeerd op het westerse nieuwsfront, zeker nu de schending van de mensenrechten in het eigen land onder vuur liggen. Opvallend was ook de sterk in de verf gezette deelname van vrouwen aan de lokale verkiezingen in SA. De propaganda-machines draaien op volle toeren.
Het valt af te wachten of dit bericht meer is dan een bliksemafleider. De jonge kroonprins mag geen gezichtsverlies lijden nu hij als sterke man naar voor wordt geschoven. In de moslimwereld draait immers alles rond viriliteit en voor de troonopvolging is dat een cruciaal gegeven. De huidige koning, Salman , wordt op 31 december 80 jaar.
Wikipedia - LT (correcties en aanvullingen)
geschiedenis: Sykes-Picotverdrag, de val van het Ottomaanse Rijk, nieuwe monarchieën
Edited: 201512141458
Het Sykes-Picotverdrag was een geheime overeenkomst tussen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk in mei 1916, tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het was opgesteld door de Franse onderhandelaar Georges Picot (Paris, 18701221 – 19510620) en de Brit Mark Sykes (18790316 – 19190216). De Italianen en de Russen gingen ermee akkoord.

Volgens dit verdrag zouden de Fransen de kuststrook van Noord-Syrië en Libanon krijgen, met de grote steden Beiroet, Aleppo en Damascus, en de Britten het gebied aan de kop van de Perzische Golf, met als grootste stad Basra. Het binnenland, de eindeloze woestijn, zou worden verdeeld in ‘invloedssferen’, waar een van de beide landen een monopolie op exploitatie van natuurlijke rijkdommen en advisering van lokale potentaten zou hebben. Het zuiden van Syrië tussen de Middellandse Zee en de rivier de Jordaan, dat voor Europeanen met hun Bijbelse opvoeding als ‘Palestina’ een speciale betekenis heeft, zou onder internationaal bestuur komen. Ze besloten ook dat de onafhankelijkheid van de Arabische staten door Frankrijk en Engeland niet erkend zou worden, als het Ottomaanse rijk als verliezer uit de bus zou komen. Een derde macht was in het gebied niet toegestaan.

Op 2 november 1917 had de Britse minister van buitenlandse zaken Arthur Balfour (18480725 – 19300319) ook nog een brief gestuurd aan Lord Lionel Walter Rothschild (18680208 – 19370827), een Joodse bankier die een voorstander was van het Zionisme. In deze brief, die ook wel de Balfour-verklaring wordt genoemd, beloofde hij de steun van de Engelse regering bij de stichting van een nationaal tehuis voor het Joodse volk in Palestina.
His Majesty's government view with favour the establishment in Palestine of a national home for the Jewish people, and will use their best endeavours to facilitate the achievement of this object, it being clearly understood that nothing shall be done which may prejudice the civil and religious rights of existing non-Jewish communities in Palestine, or the rights and political status enjoyed by Jews in any other country.

Al deze onderhandelingen waren prematuur, want het Ottomaanse rijk bestond nog en zijn leger vormde een geduchte tegenstander. De Britten hadden al vroeg in de oorlog een expeditieleger aan wal gezet aan de kop van de Perzische Golf, en dit was geleidelijk opgerukt in de richting van Bagdad. Maar in juli 1916 werd de complete Britse voorhoede, 13.000 man sterk, bij al-Koet tot overgave gedwongen. Dit vertraagde de opmars naar Bagdad met bijna een jaar. Na twee mislukte pogingen om door het Ottomaanse front in het zuiden van Palestina heen te breken, veroverden de Britten met Kerstmis 1917 Jeruzalem. In oktober 1918 zakte de Ottomaanse verdediging uiteindelijk in elkaar en konden de Britten, samen met de Arabische opstandelingen, doordringen tot Aleppo en Mosoel in het noorden. Met de wapenstilstand van Mudros op 31 oktober 1918 was de militaire strijd definitief gewonnen, maar de diplomatieke problemen begonnen nu pas goed.

Arabische nationalisten riepen in Damascus de emir Faisal (1885-1933), de feitelijke leider van de Arabische opstand, uit tot koning van een onafhankelijk Arabië (Arab Kingdom of Syria). De Britten waren geneigd de aanspraken van hun protégé Faisal te erkennen. De Fransen wilden echter van geen wijken weten. Syrië moest en zou Frans worden zoals voorzien in de Sykes-Picot-overeenkomst, en uiteindelijk gaven de Britten toe. De overeenkomst werd bezegeld tijdens een aantal vergaderingen van de vredesconferentie begin 1920 in het Italiaanse San Remo. Frankrijk kreeg Syrië en Libanon, en toen de Arabische nationalisten hiertegen in opstand kwamen, werd die opstand met grof geweld onderdrukt. Faisal ging in augustus 1920 in ballingschap in de UK.

De beloning die de Britten voor hun steun aan Frankrijk bedongen, was aanzienlijk. Het Verenigd Koninkrijk kreeg Zuid-Syrië (dat werd opgedeeld in Palestina en Transjordanië) en de drie Ottomaanse provincies van Mosoel, Bagdad en Basra in het oosten, het gebied dat nu ‘Irak’ werd genoemd. Ook de familie van de Sjarief kreeg zijn deel, al bestond dat uit een serie troostprijzen en niet uit het oorspronkelijk beloofde grote Arabische koninkrijk. De Sjarief (de vader van Faisal) - Hussein ibn Ali al-Hashimi (18540000 – 19310604) - zelf werd koning van de Hejaz (met het dichtbevolkte Jeddah en de heilige steden Mekka en Medina) en zijn zoon Abdullah (18820200 – 19510720) besteeg in het woestijnstadje Amman de troon als emir (vanaf 1946 koning van Jordanië) van Transjordanië. De Britten installeerden de monarchie in Irak en Faisal kreeg in augustus 1921 de troon, nadat het land was ‘gepacificeerd’, een proces waarin Gertrude Bell (18680714 – 19260712) een aanzienlijke rol speelde.

In 1924 versloeg stamhoofd Abdulaziz ibn Saud (18750115 – 19531109) zijn rivaal Hussein ibn Ali al-Hashimi, die eerst naar Cyprus en dan naar Transjordanië vluchtte, waar zijn zoon Abdullah als emir op de troon zat. Abdulaziz legde de grondvesten van het Saoudische Koninkrijk, dat we vandaag kennen. President Roosevelt zou op het einde van WO II met Abdulaziz een akkoord sluiten over de olierijkdommen van het koninkrijk. Voor een biografie van Ibn Saud (Séoud in het Frans) verwijzen wij naar ons boeknummer 19615.

Ook de situatie in Palestina werd onhoudbaar door de verschillende Britse voorstellen die niet verenigbaar waren. Het vertrouwen van zowel de joden als de Arabieren in de Britse regering was verdwenen. Het Verenigd Koninkrijk werd gezien als een zwakke politieagent die niet in staat was de situatie in de hand te houden. De dubbelzinnige Britse houding in de periode tussen 1920 en 1948 tegenover de problemen van Palestina wordt daarom ook gezien als een belangrijke oorzaak van het Palestijns-Israëlisch conflict.

Het Britse mandaat over Irak bleek even impopulair bij de bevolking als het Franse over Syrië. Ook in Irak brak in de zomer van 1920 een heftige volksopstand uit, geleid door een coalitie van stamhoofden, soennitische notabelen en sjiitische geestelijken. De opstand werd met behulp van de Britse Royal Air Force (RAF) in bloed gesmoord. Met name terreurbombardementen van de Britse luchtmacht tegen de inheemse burgerbevolking bleken hierbij zeer effectief, mede door het gebruik van mosterdgas. Dit maakte grote indruk op de militaire experts van die tijd en leidde ertoe dat het bombarderen van burgerdoelen overal in Europa als de strijdwijze van de toekomst werd gezien (cfr. de bombardementen van de Luftwaffe op London en de tapijtbombardementen van de USAF en de RAF op Duitsland tijdens WO II).
BAUWENS Michel (interview in De Standaard Weekblad 20151212)
‘De Belgische regering kiest voor een trek-uw-plansamenleving’
Edited: 201512120903
CYBERFILOSOOF MICHEL BAUWENS EN DE ECONOMIE NA HET KAPITALISME
12 DECEMBER 2015 | Yurek Onzia, foto’s Fred Debrock
Het laatste boek dat wijlen Jean-Luc Dehaene cadeau deed aan zijn partijvoorzitter Wouter Beke, was De wereld redden van Michel Bauwens. Dat is de Belgische peetvader van de peer-to-peerbeweging – een vraag-aanbodeconomie tussen particulieren – vooralsnog niet gelukt, maar zijn alternatieve model maakt wel opgang. ‘Ja, ik ben een wereldverbeteraar.’
Een maandagmiddag in het Grand Café van het Antwerpse kunstencentrum deSingel. Michel Bauwens drinkt een espresso in het gezelschap van vier dames van Actueel Denken en Leven, een vereniging die sinds de jaren 70 voordrachten voor vrouwen organiseert over tendensen in de samenleving. Bauwens is voor deze lezing overgevlogen vanuit Berlijn, waar hij een van de hoofdgasten was op UnICommons, een tweedaagse rond gemeengoed. Straks vertrekt hij voor een tournee naar Nieuw-Zeeland en Australië, in het voorjaar is hij gastdocent aan de universiteit van Madison in de Amerikaanse staat Wisconsin.

Vandaag verwacht Bauwens maar ‘een man of 50, wat oké is, want ik spreek ook graag voor kleinere groepen’. Blijkt dat de Blauwe Zaal bomvol zit, 750 bezoekers, allemaal vrouwen. Ze smullen van zijn met voorbeelden gelardeerde verhaal over de peer-to-peer-economie, met als pijlers open en gedeelde kennis, duurzaamheid en solidariteit. En zij niet alleen. Bauwens’ boek De wereld redden is ook een Franse bestseller, de Engelse en Spaanse vertalingen staan op stapel. Verwante geesten als Jeremy Rifkin en Douglas Rushkoff steken hun appreciatie niet onder stoelen of banken. En in 2012 al nam het Post Growth Institute Bauwens op in de (En)Rich List, een lijst met de 100 meest inspirerende figuren voor een duurzame toekomst. Hij staat er te blinken naast Vandana Shiva, Mahatma Gandhi en Martin Luther King.

Terug naar het Grand Café, waar het gesprek geanimeerd is, jolig bij momenten. Bauwens is zijn bescheiden-charmante zelf, met anekdotes en grapjes over de boeddhistische gewoontes in Thailand. Hij woont al vijftien jaar in Chiang Maimet zijn Thaise vrouw en hun twee kinderen. Vandaaruit trekt hij de wereld rond om zijn visie op een nieuw maatschappijmodel uit te dragen. ‘Mijn vrouw begrijpt het allemaal niet zo goed’, lacht hij. ‘Telkens als ik vertrek, vraagt ze hoe het mogelijk is dat er mensen naar mij komen luisteren en daar nog voor willen betalen ook.’

Op het tandvlees

Het engagement van Michel Bauwens wortelt in de late jaren 90. Terwijl hij kampte met een burn-out, zag hij ook hoe het helemaal verkeerd ging met de wereld. Meer ongelijkheid, meer ecologische problemen. ‘Het leek alsof ons systeem er maar niet in slaagde om daar iets aan te doen’, zegt hij. ‘Dertig jaar geleden hadden we een ozonprobleem. Dat hebben we grotendeels opgelost, dankzij het Montrealprotocol van 1987 en de belofte van 197 landen om geen ozonschadelijke stoffen meer te produceren. Maar een gezamenlijke aanpak van de opwarming van de aarde en de klimaatverandering, dat lukt blijkbaar niet.’

Er was nog een motivatie. Bauwens had gewerkt als kaderlid voor British Petroleum en als e-business-strateeg voor Belgacom, had gezien hoe het er daar aan toe ging, hoeveel stress en burn-outs er waren en hoe kortzichtig het beleid van grote bedrijven was geworden. ‘Een verziekte werksfeer waar zelfs de elite van het kapitalisme vandaag niet aan ontsnapt’, zegt hij. ‘Vijftig jaar geleden gingen de Engelse aristocraten vrolijk naar de gentlemen’s clubs, om te socializen. Nu werkt een kaderlid 80 uur per week. Mensen zitten op hun tandvlees, ze zijn niet gelukkig.’

Bauwens dacht: dit kan toch niet het model voor de toekomst zijn? En ook: was hij een deel van het probleem of van de oplossing? ‘Het antwoord was duidelijk’, zegt hij. ‘Binnen zo’n structuur bleef ik een deel van het probleem. Ik heb toen beslist om me actief bezig te houden met systeemveranderingen. Ik nam een sabbatical, trok twee jaar uit om te lezen, onder meer over de val van het Romeinse Rijk, en reisde een halfjaar rond om dingen van nabij te bestuderen. De neerslag daarvan werd De wereld redden. Met peer-to-peer naar een postkapitalistische samenleving, het boek dat ik schreef met Jean Lievens.’

Peer-to-peer is een begrip dat oorspronkelijk uit de computerwereld komt, het betekent ‘van gelijke tot gelijke’. Wellicht was Bauwens niet de eerste, hij denkt aan het werk van iemand als Yochai Benkler, maar hij was wel een van de eersten die het p2p-principe hebben toegepast als sociale structuur op andere vlakken van de samenleving. Fundamenteel gaat het over de capaciteit van mensen om als gelijken onder elkaar samen waarde te creëren, via speciale licenties die het delen mogelijk maken. Het internet en de nieuwe technologieën laten meer dan ooit toe om makkelijk met elkaar in contact te komen en samen te werken. Zonder de normale hiërarchische structuren, maar door onderlinge coördinatie, op een globale schaal. ‘Peer-to-peer is dus niet zomaar een spelletje’, zegt Bauwens. ‘Het is het verhaal dat onze planeet nodig heeft.’

Parasitaire P2P

Centraal in dat verhaal staat het begrip commons, gemeengoed. Bauwens legt uit. ‘In de middeleeuwen al hadden boeren vaak een gemeenschappelijk stuk eigendom. Daarover maakten ze afspraken, om bijvoorbeeld op bepaalde tijdstippen vruchten te plukken.Commons is geen privaat goed en ook geen eigendom van de overheid, maar wordt beheerd door een gemeenschap van burgers, gebruikers en producenten, die er de voordelen of gevolgen van ondervinden.’

‘In de westerse wereld heeft het kapitalisme dat gemeengoed proberen af te breken. Het evenwicht tussen privé- en gemeenschappelijk bezit werd, zeker in de voorbije decennia, steeds ernstiger verstoord. Maar via het internet is het doodeenvoudig om samen op grote schaal gemeengoed te realiseren. Op die manier komencommons opnieuw in de kijker. En leiden ze naar een nieuwe manier van denken en aanpakken.’

zie onze nota over eigendom en staat

Kunt u daar voorbeelden van geven?

‘Eerst was er de vrije software, Linux. Een groep mensen creëerde die nieuwe software, maar privatiseerde hem niet en begon hem met iedereen te delen. Eén voorwaarde: als je er gebruik van maakt en er iets aan verandert, moet je die verbetering ook delen met de andere gebruikers. Wikipedia is nog een voorbeeld: een digitale bundeling van kennis op basis van vrijwillige bijdragen, die de oude encyclopedieën zo goed als overbodig heeft gemaakt.’

‘Momenteel evolueren we van een kapitalistische economie, gebaseerd op arbeid en kapitaal, naar een p2p-economie, gebaseerd opcommons en een vrijere taakverdeling. Maar omdat het allemaal nog gefragmenteerd is, zien mensen het volledige plaatje niet. Als onderzoeker kijk ik met de P2P Foundation naar die nieuwe initiatieven en vormen waarmee mensen bezig zijn, probeer er de onderliggende structuur en logica van te begrijpen en die inzichten naar het grote publiek te brengen.’

Commons, samenwerken, deeleconomie: het klinkt allemaal goed. Maar wat met bedrijven als Uber en Airbnb? Ze laten uitschijnen dat ze deel uitmaken van die sociaal gedreven p2p-economie, maar zijn evengoed gericht op winstmaximalisatie en beurswaarde.

‘Dat is inderdaad een probleem. In de nieuwe deeleconomie overheersen Uber en Airbnb, en Facebook zwaait de plak over de sociale media. Vandaag heeft het 1,3 miljard actieve gebruikers en het verandert de samenleving door de manier waarop het, via peer-to-peercommunicatie, mensen met elkaar in contact brengt. Maar zonder gebruikers heeft Facebook geen waarde. Het maakt gigawinsten door onze aandacht, het schaarste-element, te verkopen aan andere bedrijven. Wij creëren dus 100 procent van de marktwaarde, maar de opbrengsten gaan integraal naar Mark Zuckerberg. In het kapitalistische systeem betaal je de mensen tenminste nog voor hun arbeid, de toegevoegde waarde. Airbnb en Uber faciliteren, maar voegen zelf niets toe en nemen geen enkele verantwoordelijkheid. Op die manier werken ze veel goedkoper dan hotels en taxibedrijven, kunnen ze de markt innemen en grote winsten maken. Zo’n systeem kan niet blijven werken, want het is parasitair, ook voor het kapitalisme zelf. De p2p-dynamiek kan het huidige maatschappijmodel dus ook enorm verstoren.’

Coalition of the Commons

Hoe los je dat op? Michel Bauwens kijkt naar de politiek. Partijen en overheden die de kracht van het nieuwe model inzien en ermee aan de slag gaan. ‘Zo kun je in Gent of Antwerpen perfect een eigen gemeengoedversie van Uber oprichten en de winst ervan verdelen onder de chauffeurs. Waarom doen we dat niet? De rol van stedelijke overheden kan daarbij cruciaal zijn, door als facilitator van een deeleconomie op te treden.’

Bauwens stelt een Coalition of the Commons voor. ‘Door de digitalisering wordt traditionele arbeid steeds schaarser en kunnen we geen sociale compromissen meer sluiten enkel op basis van klassieke loonarbeid. Het moet wel mogelijk zijn om een nieuwe sociale en politieke meerderheid te creëren rond het idee van de commons. Je hebt het succes van de Piratenpartijen – in IJsland worden ze volgens recente peilingen de grootste partij – die de digitale cultuur vertegenwoordigen. Je hebt de Groenen, die de natuur als gemeengoed vertegenwoordigen. Je hebt nieuwe progressieve partijen, zoals het Griekse Syriza en het Spaanse Podemos en Barcelona en Comù (‘Barcelona Samen’, nieuw burgerplatform dat bij de laatste verkiezingen een meerderheid behaalde en met Ada Colau de nieuwe burgemeester leverde, red.), die zijn voortgekomen uit de Occupy-, de 15 mei- en Syntagma Squarebewegingen: allemaal groeperingen die sterk de peer-to-peer-principes hebben toegepast. Ik denk ook aan de grote mobilisatie die politici als Bernie Sanders in de VS en Jeremy Corbyn in Groot-Brittannië teweegbrengen en aan nieuwe burgerbewegingen zoals Hart Boven Hard/Tout Autre Chose in België.’

(op dreef) ‘We hebben vandaag een negatief sociaal contract. Wat is onze belofte aan onze jongeren? Dat je, áls je een geschikte job vindt, harder en langer zal moeten werken. Dat studeren steeds duurder zal worden, dat je je volwassen leven zult beginnen met schulden. Dat je geen huis zult kunnen kopen, als je geen rijke ouders hebt. De huidige Nederlandse en Britse regering, en ook de Belgische, kiest voor een trek-uw-plansamenleving. Een gevaarlijk model, want het vernietigt in ijltempo de solidariteitsmechanismen en het sociale weefsel. Het nefaste Europese austeritybeleid, gedicteerd door dezelfde grootbanken die ons met hun roekeloze gespeculeer en hebzucht in de crisis hebben gestort, drijft landen naar de bedelstaf. Willen we dat veranderen, dan zullen we, zoals de arbeiders ooit een arbeidersbeweging hebben opgebouwd, een commonsbeweging moeten creëren.’

Ziet u dat zonder slag of stoot gebeuren?

‘Dat moet uiteraard op een democratische manier gebeuren, maar het gaat wel om radicaal andere politieke keuzes – je kunt die niet alleen bewerkstelligen door op je eentje microfabrieken te bouwen. Je moet dan denken aan het grondig veranderen van instituties en instellingen, aan méér democratie en burgerparticipatie. Of dat een gewelddadig proces is of niet, hangt niet van ons af. Wel van het feit of het systeem soepel genoeg is om die innovaties te accepteren. Een systeem wordt pas gewelddadig, als het niet meer kan veranderen zónder geweld. Dat moeten we absoluut vermijden. Ik pleit voor evolutie en samenwerking, in plaats van voor revolutie en onderlinge verdeling.’

Dat de veranderingen volop bezig zijn, toont u in uw boek aan via een reeks succesvolle cases.

‘Ja, ik denk aan Fora do Eixo, een groot p2p-cultuurnetwerk in Brazilië dat erin is geslaagd een grote alternatieve muziekeconomie te creëren. Je hebt er ook Curto Café, een alternatieve koffiegemeenschap die heel wat peer-to-peer-principes gebruikt: openheid in de productie en de boekhouding, een open recept en wie investeert, wordt terugbetaald met gratis koffie. Of het Broodfonds in Nederland, een mooi voorbeeld van onderlinge solidariteit bij ziekte of ongeval tussen kleine zelfstandigen, freelance kenniswerkers en kleine ondernemingen – het nieuwe precariaat, dat zouden de vakbonden dringend moeten beseffen. En in Zwitserland heb je WIR, een p2p-organisatie van 62.000 ondernemers die werkt als een soort ‘nieuwe gilde’ en haar leden helpt en versterkt door kredietverstrekking via een alternatieve munt, de WIR franc, buiten de traditionele banken om. Allemaal dingen die de arbeidersbeweging in de 19de eeuw al deed, maar nu in een nieuw technologisch jasje zitten.’

VAN TINA NAAR TAPAS

U reist vanuit uw thuisbasis in Thailand vrijwel continu de wereld rond, met een onvermoeibare, haast apostolische bevlogenheid. Wat houdt u gaande?

‘Als je iets wilt veranderen, moet je mensen hoop geven en die energie mobiliseren. Misschien lukt het niet, maar als je begaan bent met sociale rechtvaardigheid en de planeet, en iets wilt bereiken, kun je gewoon niet anders. Tijdens mijn burn-out werd het me duidelijk dat een engagement met mijn medemens, van gelijke tot gelijke, een essentieel deel van mijn leven moest zijn. Het peer-to-peer verhaal was daar de logische uitkomst van.’

‘In The Varieties of Religious Experienceheeft Harvard-filosoof William James het over de ‘once born’ en de ‘twice born’. Er zijn mensen die geboren worden en onmiddellijk hun plaats vinden. Je hebt er ook die een strijd moeten leveren, een crisis doormaken. Als die erin slagen, zegt James, om later in hun leven erbovenop te komen, zijn dat de mensen die de wereld veranderen. Ik was als jongeman niet gelukkig. Vond mijn plaats niet, heb moeten worstelen om zingeving te creëren. En dan gebeurt er iets waardoor alles samenvalt en je weet: dit is mijn weg. Ik doe dit dus omdat ik het móét doen.’

Beschouwt u uzelf als een wereldverbeteraar?

(resoluut) ‘Ja.’

Ik vraag het omdat het een woord is dat mensen nauwelijks nog in de mond durven nemen.

‘Ja, maar dat is net het probleem. Dat heersende cynisme, in combinatie met het dominante neoliberale denken. Sommige politici proberen de mensen wijs te maken dat er geen andere opties zijn dan het beleid dat we nu voorgeschoteld krijgen. Dat is een verschrikkelijke onderdrukking van de mens en van het menselijke potentieel. Ik zeg het vaak: we moeten van TINA (There Is No Alternative, red.) naar TAPAS (There Are Plenty of Alternatives’, red.), want er zijn wel degelijk alternatieven.’

‘Momenteel zijn miljoenen mensen hun leven aan het veranderen. Ze accepteren steeds minder het dominante neoliberale economische denken en willen ethisch, duurzaam en solidair handelen. Uit een onderzoek in Finland is gebleken dat maar liefst 95 procent van de Finse designstudenten wil meewerken aan duurzaamheidsinitiatieven. Mensen zetten zich in voor hun wijk en voor natuurbehoud, organiseren repair cafés, zetten coworking spaces en FabLabs op, delen hun wagens en materiaal, en produceren alternatieve energie, geïnspireerd door de succesvolle burgercoöperatieven in Duitsland, waar 96 procent van de hernieuwbare energie wordt geproduceerd buiten de energiemaatschappijen om. Op die manier ontstaat er een tegenmacht die de bestaande macht uitdaagt, met solidariteit, duurzaamheid en gedeelde kennis als belangrijkste pijlers.’

Er is nog hoop?

‘Er is zeker hoop. En het is belangrijk om hoop te hebben. Niet omdat mensen die de wereld willen verbeteren, daar altijd volledig in slagen. Maar beeld je in dat je zelfs niet meer probeert. Dan boer je zeker achteruit.’
DS
Gent weet geen raad met jeugdbende(s) - Antwerpen plant campagne tegen ongewenste intimidatie van meisjes en holebi's
Edited: 201512091205
Wellicht moet burgervader Daniël Termont eens op studiereis naar Napels om het Gomorra te aanschouwen dat daar is ontstaan. Op de terugreis kan hij enige ervaring opdoen in Marseille.
Bart De Wever - altijd goed in metamorfoses en verkleedpartijen - raden wij aan eens als bevallig jong blond meisje door zijn koekenstad te paraderen. Succes verzekerd!
We mogen dan een Zweedse regering hebben, Zweedse toestanden wil niemand.
LT - FR3
Sarkozy en Kadhafi - 'la carte à jouer'
Edited: 201512081645
6 oktober 2005: Sarkozy , minister van BiZ onder Chirac, bezoekt Kadhafi in Tripoli; het contact is ingeleid door Ziad Takieddine, een makelaar in wapens. De nabijgelegen oliestaat Lybië is een gegeerde bruid. Trouwens, had Tony Blair het jaar voordien niet de hand geschud van Kadhafi?
2007: Sarkozy verkozen tot president (53%)
2007: S. lanceert idee van 'Union de la Méditérranée'

juli 2007: de EU staat op het punt om vijf Bulgaarse verpleegsters, door het Lybische gerecht ter dood veroordeeld, vrij te krijgen; achter de schermen onderhandelt S. met K. en weet hun vrijlating als een pluim op zijn hoed te steken; de entourage van K. zegt: 'on lui donnait une carte à jouer'. De methodiek doet denken aan het spel dat werd gespeeld met de gegijselden in Iran ten tijde van de revolutie en de verkiezing van Ronald Reagan (1979-1980); de entourage van Reagan zou de bevrijding vertraagd hebben om Carter geen 'carte à jouer te geven'.
25 juli 2007: S. bezoekt K. in Tripoli; er worden tien handelsakkoorden getekend, ook wapenakkoorden.
10 december 2007: K. op officieel maar clownesk bezoek in Parijs; de Franse staatssecretaris van de mensenrechten verneemt uitgerekend op die dag de ware omstandigheden waarin de vijf Bulgaarse verpleegsters werden vastgehouden en gefolterd en onthult die aan de pers; het bezoek gaat toch door; Bernard Kouchner, de minister van BuZ (van 20070518 tot 20101113), veroordeelt in het parlement de schending van de mensenrechten door Lybië; S. zegt aan de pers dat hij K. heeft aangepakt over de mensenrechten maar K. ontkent voor de camera dat daarover is gesproken; de officiële ondertekening van omvangrijke handels- en wapenakkoorden (o.a. met Dassault) gaat gewoon door maar K. zal die nooit honoreren.
13 juli 2008: Sommet fondateur de l'Union de la Méditerranée; Kadhafi boycot deze top. Voor S. - le petit Napoléon - had het 'un moment de gloire' moeten worden.
2008-2011: stilte in de Frans-Lybische betrekkingen.
2011: Arabische lente in Tunesië en Egypte slaat ook naar Lybië over; Sarkozy: 'Monsieur Kadhafi doit partir.'
maart 2011: Bernard-Henri Lévy duikt op in Benghazi en regelt ontmoeting tussen S. en de rebellenleiders in Parijs. S. maakt die ontmoeting ook bekend en erkent op 10 maart de leiders (Libyan Transitional National Council) als enige vertegenwoordigers van Lybië. De Franse luchtmacht - gesteund door een coalitie - bestookt het Lybische leger. Kadhafi - woedend - verklaart voor de camera dat hij in 2005 geld heeft gegeven aan Sarkozy om diens verkiezing tot president te steunen. (sommige bronnen spreken van 50 miljoen euro)
15 september 2011: S. trekt als overwinnaar naar Tripoli en geeft er een toespraak voor de rebellen.
20 oktober 2011: K. wordt in Sirte levend gevangen genomen maar door een omstaander in het hoofd geschoten en sterft. Er komt dus geen herhaling van een proces van een dictator. Saddam Hoessein kwam in 2006 wel voor een rechtbank.


News - Libération - Figaro - l'Humanité
Front National wint regionale verkiezingen in eerste ronde in 6 regio's - La 'reconquista' de Marine Le Pen
Edited: 201512062336
Le Figaro en L'Humanité gebruiken hetzelfde woord op hun frontpagina: 'le choc'. Toch is de uitslag geen verrassing. De Fransen hebben niet gestemd maar geschreeuwd.
Marine Le Pen spreekt van 'reconquérir la France', een onverholen verwijzing naar de 'reconquista'.
Sarkozy wil niet weten van gezamenlijk opkomen met de socialisten tijdens de tweede ronde.


GVA
Yuka Trans failliet - Doodrijder onvermogend?
Edited: 201512040932
Muhammed Aytekin (21), de man die eind oktober in Vilvoorde Merel De Prins (12) doodreed, vluchtte niet alleen dagenlang naar het buitenland. Hij liet ook zijn transportfirma Yuka Trans op 3 november 2015 failliet verklaren ten tijde van zijn aanhouding. Zo probeert hij een eventuele schadevergoeding te ontlopen.
LT
The 5 pillars of Saoudi-Arabia - De 5 pijlers van Saoedi-Arabië
Edited: 201511272326


Schema deels gebaseerd op RATHMELL Andrew, Saoedi-Arabië, het koninkrijk van de olie, in: Het Midden-Oosten hertekend (boeknummer 19960211) en een tiental andere boeken.
Er is een groeiende bewustwording in Europa rond het feit dat Saoedi-Arabië een cruciale rol speelt in het Syrisch conflict.
Zo werden er in het Belgische parlement vragen gesteld aan minister Reynders (BuZ) over een op til zijnd belastingsverdrag met het land. Zoals gewoonlijk volgt er dan een evasief antwoord. Het is ook jammer dat de oppositie deze vragen stelt: het kalf is dan al verdronken voor het geboren is. De Saoedische investeringen in de Antwerpse haven - goed voor 900 banen gespreid over vijf jaar - leggen blijkbaar meer gewicht in de schaal dan barbaarse onthoofdingen en mateloos geweld. Wiens brood men eet, diens woord men spreekt. Is dat de ethiek van politieke partijen, ondernemers en vakbonden? Of raakt die ondergesneeuwd tijdens het parcours van geven en nemen?
Op het internationale forum stelt men vragen bij de financiering van ISIS/DAESH, de excursie van westerse staatshoofden naar SA in januari 2015, de steun aan Europese moskeeën, de onderdrukking van vrouwen, de (publieke) onthoofdingen onder de sharia-wetgeving, het willekeurige optreden van de gevreesde religeuze politie (Committee on the Promotion of Virtue and Prevention of Vice), aan slavernij grenzende tewerkstelling van buitenlandse werknemers en het racisme tegenover hen, etcetera.
Op het binnenlands vlak ontstaat er in SA een probleem wanneer de olieprijzen laag blijven. Wellicht zien oliestaten met lede ogen aan hoe de wereld zich keert naar alternatieve energiebronnen (zon, wind, schaliegas, hydro, ...) en hoe de Russische energieleveranciers hun netwerk van 'pipelines' gestadig uitbreiden. Overigens zijn de 'global oil players' zowel in SA als in Rusland actief.
De rol van de ulama's (de religieuze klasse) is alles behalve transparant. Zij onderhouden de basis van het wahabisme (genoemd naar de predikant Mohammed ibn Abd al-Wahhab) en zorgen voor de legitimering van het regeringsbeleid. Tegelijk vangt het wahabisme de ontgoochelden op en leidt hen naar een (buitenlands) vijandelijk doel.
De rol van de USA - daaronder verstaan de rol van de oliemaatschappijen - is dubbel: enerzijds de afname en distributie van de olie, anderzijds de leverancier van allerlei wapentuig. De politieke situatie en de mensenrechten in SA zijn zelden het voorwerp van debat. Zo lijkt een directe kritiek van een Amerikaanse presidentskandidaat op het beleid wel op politieke zelfmoord.
Tenslotte nog een woord over Europa. De EU krijgt in het verhaal de rol toebedeeld van lijdend voorwerp: opname van vluchtelingen uit Syrië, Afghanistan, Irak en aanslagen van terroristen. Binnen de driehoek USA - Rusland - SA wordt het Europese model aan diggelen geslagen en we moeten ons durven afvragen of er geen economische oorlog woedt onder de sluier van het fundamentalistisch islamisme. (Wordt vervolgd ...)


News - RT
SYRIE: Turkse F-16 schiet Russische SU-24 neer - Zou gedurende 17 seconden in Turks luchtruim hebben gevlogen.
Edited: 201511250239


Turkije verklaart dat het tien waarschuwingen gaf. Boerenverstand zegt dat dat er veel zijn voor een schending van 17 seconden.
Poetin spreekt van 'een mes in de rug'. Rusland raadt Turkije af als toeristische bestemming.
Obama en NATO zalven.
Het incident verhoogt in ieder geval de complexiteit in het conflict.
Het schema van de (al dan niet openlijk) strijdende partijen, hun coalities, sponsors en vijanden is TENTATIEF.

Volgens Russische bronnen zijn de 'MOD's' (gematigde rebellen) een verzameling van huurlingen die vechten voor de hoogstbiedende, ook als dat ISIS is.
Er zijn ook nog Turkmenen, opererend aan de Syrisch-Turkse grens en gesteund door Turkije; de Turkmeense milities strijden tegen Assad én tegen de Koerden.
Het wordt hoog tijd dat de historische achtergronden en de (olie)belangen in kaart worden gebracht. Het is toch opmerkelijk dat de 'big players', de oliemaatschappijen, in de mediaverhalen niet in het vizier komen. Wiens concessies zijn er in het geding? Een ander probleem is dat van de wapenbevoorrading en de leveranciers van munitie. Tenslotte is het allerminst duidelijk hoe de geldstromen achter de schermen verlopen en wie er verdient aan het conflict.
De journalistiek faalt op verschillende niveau's en dat geeft de propaganda vrije baan.
Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen - Persbericht
Aantal krantenwinkels in België daalt: 4.132 in 2009, 3.606 eind 2013, 3.424 eind 2014 - De trend werd reeds in de jaren 80 ingezet toen benzinestations en warenhuizen kranten gingen verkopen - Maar zelfstandigen maken zelden een vuist
Edited: 201511241216
Het aantal krantenwinkels in ons land is het afgelopen jaar met 5 procent gedaald. Eind 2014 waren er nog 3424 krantenwinkels actief in ons land, zo blijkt uit cijfers van de FOD Economie. Gemiddeld verdwenen er vorig jaar 3,5 krantenwinkels per week. Persverkopers hebben het vooral moeilijk met het contract tussen de overheid en Bpost voor de postbedeling van kranten en magazines. Ze beschouwen het als oneerlijke concurrentie ten opzichte van de krantenrondes die voor hen steeds beperkter worden. Ook de stijgende populariteit van online gokken, aangemoedigd door de Nationale Loterij, zorgt voor inkomstenverlies bij de krantenwinkels. “Vaak zit er voor hen niets anders op dan hun aanbod te diversifiëren met bijvoorbeeld speelgoed, wenskaarten of papierwaren of als afhaalpunt te fungeren voor bestellingen bij webwinkels”, weet Christine Mattheeuws, voorzitter van NSZ.
Het aantal krantenwinkels daalt zienderogen. Eind 2014 bestonden er, zo blijkt uit cijfers van de FOD Economie, nog 3424 krantenwinkels in ons land. Dat zijn er 5 procent minder dan een jaar voorheen (toen er nog 3606 krantenwinkels waren) en maar liefst 17 procent minder dan vijf jaar tevoren (in 2009, toen er nog 4132 persverkopers actief waren). Vorig jaar waren er 182 krantenwinkels minder, dat komt overeen met 3,5 gesloten krantenzaken per week.

Krantenwinkels hebben het vooral moeilijk met de oneerlijke concurrentie die Bpost hen bezorgt qua bedeling van kranten en magazines. Een goede maand geleden haalde Bpost opnieuw het overheidscontract binnen om kranten en magazines te verdelen en dat tot en met 2021. Het bedrijf krijgt daarvoor van de overheid een jaarlijkse vergoeding die naar schatting rond de 170 miljoen euro ligt. Vermits ook steeds meer kranten- en magazine-uitgevers hun lezers middels promoties en incentives aanzetten tot het nemen van een abonnement, die dan door Bpost gebust worden, zien krantenhandelaars niet alleen hun krantenrondes fel terugnemen, maar ook de verkoop in de winkel zelf. Wetende dat de verkoop van kranten en magazines goed is voor één derde van hun omzet, is het duidelijk dat die concurrentie sporen nalaat.

Een ander derde van hun omzet halen krantenwinkels uit de verkoop van allerlei loterijproducten, maar ook op dat vlak ondervinden persverkopers steeds meer concurrentie, voornamelijk van het online gokken dan. Zelfs de Nationale Loterij zet stevig in op online gokken, waardoor de verkoop van krasbiljetten en andere loterijspelletjes in de krantenwinkels achteruitboert. Tot slot valt op dat steeds ook meer niet-gespecialiseerde winkels zoals grootwarenhuizen en tankshops kranten en tijdschriften aanbieden. “De klassieke krantenwinkel raakt door al die evoluties stilaan in de verdrukking en zal sowieso moeten vernieuwen om te overleven”, stelt NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws vast. “Omdat de aankoop van producten via webwinkels in de lift zit, is het bijvoorbeeld raadzaam om als afhaalpunt te fungeren. Daarnaast kan ook het productgamma uitgebreid worden met speelgoed, boeken, wenskaarten of papierwaren. Zo’n breder aanbod zal sowieso meer klanten aantrekken.”
Het zal volgens NSZ in ieder geval de uitdaging zijn voor de uitgevers, maar ook voor de loterij en de overheid om op verstandige manier met de sector om te springen, want krantenwinkels bieden een unieke service. De overgrote meerderheid van de dagbladhandelaars zijn eenmanszaken die reeds om 6 uur ’s morgens hun winkel openen en dat 6 dagen op 7. Deze service kan niet geboden worden door de grootwarenhuizen en zelfs niet door de abonnementendienst van de krant. Bovendien hebben persverkopers vaak een belangrijke rol bij het werven van klanten: de gratis producten bij een krant of tijdschrift kunnen vaak enkel bekomen worden bij de krantenwinkel. In die zin blijven zij een onmisbare partner voor de uitgevers van kranten en magazines. De ondernemersorganisatie is in ieder geval tevreden dat CD&V-kamerleden Griet Smaers en Leen Dierick in een resolutie pleiten voor financiële ondersteuning van de krantenwinkel.
Marc De Vos, [Frank Vandenbroucke], [Anthony Atkinson]
Ongelijk maar fair - Itinera gaat de mist in
Edited: 201511231824
In dit boek zet professor Marc De Vos (directeur van denktank Itinera) vraagtekens bij de stellingen van Piketty. In een interview wordt al gauw duidelijk waar het werkelijk om gaat: de professor wil zichzelf profileren als diegene die 'anders' nadenkt, diegene die wil verhinderen dat de bevindingen van Piketty uitdraaien op een nieuwe ideologie, diegene die Piketty verwijt én economisch historicus, én politiek raadgever te willen zijn. 'Piketty heeft een verborgen agenda en de discussie is een hype', luidt het.
De Vos stelt de beschikbare statistiek in vraag en zou liever naar de evoluties binnen de gelaagdheid gaan kijken, trajecten van mensen binnen de arbeidsmarkt gaan onderzoeken. Enzovoort. In het Frans noemt men die tactiek 'brouiller les pistes'. Er zijn ook passages over genetisch determinisme, versterkt door contextuele variabelen.
Frank Vandenbroucke noemde in een gesprek voor Kanaal Z (20151119) het boek eenzijdig en herhaalt tweemaal 'het mankeert absoluut nuance'. FVDB poneert dat we - willen we armoede en ongelijkheid verminderen - aandacht moeten hebben voor onze kinderen. De Vos kon nauwelijks weerwerk bieden in de discussie, verloor de pedalen in zijn wirwar van nepargumenten en was zichtbaar blij dat de uitzending afliep. Itinera maakte een slechte beurt.
bekijk het gesprek hier
Commentaar LT:
Economen - het zijn ook maar mensen - hebben de neiging mekaar tegen te spreken, al was het maar om te kunnen surfen op de deining die hun succesvolle collega (Piketty) heeft veroorzaakt. We vrezen dat het boek van De Vos met die bedoeling in elkaar is geknutseld.
Het is wellicht waar dat ongelijkheid van alle tijden is. Het is ook waar dat succes mag worden beloond. Het wordt echter een andere zaak als de rijken, de vermogenden, de grootverdieners via allerlei truuks hun bijdragen aan het inkomen van de staat trachten te minimaliseren. We hebben het hier over de belastingconstructies die o.a. LuxLeaks uitbracht. De staat kan dan niet de nodige middelen verzamelen om bijvoorbeeld kinderen via onderwijs uit de kansarmoede te halen. De superrijken kunnen daarentegen via privé en voortgezet onderwijs hun kinderen bijkomende kansen bieden.
Die redenering missen we bij De Vos. Hij mist totaal de trein door niet te willen inzien dat belastingen een directe impact hebben op de uitkering van dividenden. Belastingen noemt hij iets dat komt NA de bruto-inkomensvorming, terwijl de logica zegt dat belastingen inherent geworden zijn aan de strategie van bedrijven, trusts en concerns. De externe fiscale consultants zijn belangrijker geworden dan de financiële directie van een concern. De herverdelende correctiemechanismen die de staat via belastingen wil laten plaatsvinden worden door de 'global players' ontvlucht en dus gesaboteerd. De staat kan op die manier nog slechts de miserie proberen te managen. De vermogensaccumulatie is in die context pure diefstal en een daad van incivisme.

Het werk van Marc De Vos werd verkozen tot LIBERALES BOEK van 2015; dat zegt in dit geval meer over de kwaliteit van de jury dan over die van het boek.


Omdat er belangrijker boeken zijn dan dat van De Vos geven we hier een lijstje met de boeken van Anthony Atkinson:
Atkinson, Anthony B.; Harrison, Allan J. (1978). Distribution of personal wealth in Britain. Cambridge New York: Cambridge University Press. ISBN 9780521217354.
Atkinson, Anthony B.; Stiglitz, Joseph E. (1980). Lectures on public economics. London New York: McGraw-Hill Book Co. ISBN 9780070841055.
Atkinson, Anthony B. (1983). The economics of inequality. Oxford Oxfordshire New York: Clarendon Press Oxford University Press. ISBN 9780198772088.
Atkinson, Anthony B. (1995). Incomes and the welfare state: essays on Britain and Europe. Cambridge New York: Cambridge University Press. ISBN 9780521557962.
Atkinson, Anthony B. (1996). Public economics in action: the basic income/flat tax proposal. Oxford New York: Oxford University Press. ISBN 9780198292166.
Atkinson, Anthony B. (1999). The economic consequences of rolling back the welfare state. Cambridge, Massachusetts: MIT Press. ISBN 9780262011716.
Atkinson, Anthony B.; Bourguignon, François (2000). Handbook of income distribution. Amsterdam New York: Elvesier. ISBN 9780444816313.
Atkinson, Anthony B; Stern, Nicholas H.; Glennerster, Howard (2000). Putting economics to work: volume in honour of Michio Morishima 22. London: London School of Economics and Political Science, and the STICERD – Suntory-Toyota International Centre for Economics and Related Disciplines. ISBN 9780753013991.
Atkinson, Anthony B. (2004). New sources of development finance. Oxford New York: Oxford University Press. ISBN 9780199278558.
Atkinson, Anthony B.; Piketty, Thomas (2007). Top incomes over the Twentieth Century: a contrast between Continental European and English-speaking countries. Oxford New York: Oxford University Press. ISBN 9780199286881.
Atkinson, Anthony B. (2008). The changing distribution of earnings in OECD countries. Oxford New York: Oxford University Press. ISBN 9780199532438.
Atkinson, Anthony B.; Piketty, Thomas (2010). Top incomes: a global perspective. Oxford New York: Oxford University Press. ISBN 9780199286898.
Atkinson, Anthony B. (2014). Public economics in an age of austerity. New York: Routledge. ISBN 9781138018150.
Atkinson, Anthony B. (2014). Inequality: What Can Be Done?. Harvard University Press. p. 384. ISBN 9780674504769.
Dyab Abou Jahjah in De Standaard van 20151120
In Europa is het fascisme racistisch en gebouwd op het idee van blanke superioriteit, in de moslimwereld is het religieus en gebouwd op de superioriteit van de islam.
Edited: 201511201357
In zijn column doet Jahjah een poging om de oorzaken van de aanslagen in Parijs historisch te duiden.
Hij besluit met volgende zin:
'In Europa is het fascisme racistisch en gebouwd op het idee van blanke superioriteit, in de moslimwereld is het religieus en gebouwd op de superioriteit van de islam.'
Ik neem aan dat Jahjah goed nadenkt vooraleer hij zo'n besluit schrijft. Daarom vraagt het een tweede lezing.
Het eerste lid van de zin heeft het over 'het idee van blanke superioriteit', in het tweede lid wordt geponeerd dat het (fascisme) in de moslimwereld religieus is en gebouwd op de superioriteit van de islam. Merk op dat Jahjah niet schrijft: 'en gebouwd op het idee van de superioriteit van de islam.'
Een tweede bemerking hebben we bij de vermeende gelijktijdigheid in de redenering van Jahjah. Hij schrijft: 'In Europa is (sic!) het fascisme racistisch (...)'. Het gebruik van de tegenwoordige tijd wekt de indruk dat de grondstroom in de Europese samenleving fascistisch en racistisch is.
Dat gaat mij iets te ver.

LT/20151120


Ziehier het antwoord van Bart Sturtewagen (20151120, 14:42):
Lucas,
Ik ben ook even aan deze passus blijven hangen en ik denk dat die preciezer geformuleerd had kunnen zijn. De geest van de tekst is anders dan wat jij erin leest, denk ik, maar de tekst is dubbelzinnig. Ik heb je bedenking aan de opinieredactie en aan Abou Jahjah bezorgd.
Bart Sturtewagen
Opiniërend Hoofdredacteur
De Standaard
Gossetlaan 30
1702 Groot-Bijgaarden

Commentaar LT:
Het antwoord van BS neigt naar ons gevoel eveneens naar dubbelzinnigheid, temeer als men weet dat uitgerekend deze zin door de eindredactie werd uitgelicht in BOLD BLUE. BS schrijft: 'de geest van de tekst is anders dan wat jij erin leest'. Welnu, dan stelt zich het vraagstuk van de intentie en de interpretatie, een heikel thema in deze tijden waar de bevolking vraagt om klare wijn te schenken. Een hoofdredactie - wie anders ? - draagt hiervoor de verantwoordelijkheid. Daarom is het wat al te glad om ex post de dubbelzinnigheid vast te stellen.


Wiki
Turkse Republiek Noord-Cyprus
Edited: 201511150349
1) Rauf Denktaş (Paphos, 27 januari 1924 – Lefkoşa, 13 januari 2012) was een Turks-Cypriotisch politicus. Hij was in 1975 de oprichter van de Nationale-eenheidspartij (UBP) en was van 1983 tot 2005 president van de Turkse Republiek Noord-Cyprus. Deze republiek wordt door geen enkel land behalve Turkije erkend. De president van de TRNC wordt evenwel door de VN geaccepteerd als vertegenwoordiger van de Turks-Cypriotische gemeenschap in onderhandelingen over de staatkundige toekomst van het eiland.

Internationaal werd hij sinds 1973 erkend als vicepresident van de republiek Cyprus. Cyprus heeft namelijk als staatshoofd een Grieks-Cypriotische president, die gekozen wordt door de bevolking van Grieks-Cyprus, en een Turks-Cypriotische vicepresident die door de bevolking van Turks-Cyprus gekozen wordt. Sinds 1974 is de vicepresident echter al niet meer verkozen.

Op 15 november 1983 verklaarde vicepresident Rauf Denktaş de Turkse zone eenzijdig soeverein en onafhankelijk. De nieuwe staat werd alleen door Turkije erkend. Hij noemde zichzelf sindsdien 'president van de Turkse Republiek van Noord-Cyprus'. Sinds 1985 heeft Turks-Cyprus een eigen uit vijftig leden bestaand parlement.

In april 2005 kwamen er voor het eerst in lange tijd verkiezingen in Turks-Cyprus, omdat de inmiddels tachtigjarige Denktaş het tijd vond om zijn positie over te dragen aan een opvolger. Deze opvolger werd Mehmet Ali Talat, de voormalige vicepresident van Turks Cyprus.

2) Mehmet Ali Talat (Kyrenia, 6 juli 1952) is een Turks-Cypriotisch politicus. Van april 2005 tot april 2010 was hij president van de Turkse Republiek Noord-Cyprus (TRNC). Deze republiek wordt door geen enkel land behalve Turkije erkend. De president van de TRNC wordt evenwel door de VN geaccepteerd als vertegenwoordiger van de Turks-Cypriotische gemeenschap in onderhandelingen over de staatkundige toekomst van het eiland.

Nadat Talat, destijds leider van de linkse Turkse Republikeinse Partij, tijdens de (vice)presidentsverkiezingen op 17 april 2005 met een meerderheid van 55% tot (vice)president was verkozen volgde hij op 25 april Rauf Denktaş op als machtigste man van Noord-Cyprus. Degene die de presidentsfunctie van de TRNC vervult, moet zijn partijpolitieke binding opgeven.

Op 18 april 2010 werd hij bij de presidentsverkiezingen verslagen door de rechts-nationalistische Derviş Eroğlu van de Nationale-eenheidspartij, die hem op 24 april opvolgde.

Zijn zoon Serdar Denktaş is de Turks-Cypriotische minister van buitenlandse zaken.
3) Derviş Eroğlu (Famagusta, 1938) is een Turks-Cypriotisch politicus. Van 24 april 2010 tot 30 april 2015 was hij de 3e president van de Turkse Republiek Noord-Cyprus. Hij was van 1983 tot 2006 politiek leider van de Nationale-eenheidspartij en werd dat opnieuw in 2008.

Derviş Eroğlu werd in 1938 in de Oost-Cypriotische kuststad Famagusta (Turks: Gazimağusa of Mağusa) geboren. Na de lagere school daar doorlopen te hebben ging hij naar Turkije om er hoger onderwijs te volgen. In de jaren zestig studeerde hij geneeskunde aan de Universiteit van Istanboel.

Tijdens zijn studie ontpopte Eroğlu zich als een Turks-Cypriotisch nationalist. Dit nadat Cyprus in 1960 onafhankelijk was geworden van het Verenigd Koninkrijk en in de jonge republiek etnische onlusten tussen Grieks- en Turkstalige Cyprioten uitbraken.

In 1963, na het behalen van zijn graad in de geneeskunde, keerde hij terug naar Cyprus. In zijn geboortestad Famagusta beoefende hij vijf jaar lang de geneeskunst. Hierna vertrok hij opnieuw naar Turkije, ditmaal om zich in de hoofdstad Ankara te specialiseren in urologie.

In de zomer van 1974 viel het Turkse leger zijn geboorteland binnen als reactie op een Griekse staatsgreep. De Turken veroverden een groot, noordelijk deel van het eiland en riepen er de Turkse Republiek Noord-Cyprus uit. Zo'n 200.000 Turken uit Turkije vestigden zich hierna in deze republiek, die tot op de dag van vandaag internationaal niet erkend wordt. Ook Eroğlu ging weer naar Noord-Cyprus en hij werd er politiek actief.

In 1976 werd hij parlementslid voor de in oktober 1975 door Rauf Denktaş opgerichte Nationale-eenheidspartij, vervolgens in 1976-1977 minister voor onderwijs, cultuur, jeugd en sport. In 1983, het jaar waarin Denktaş Noord-Cyprus soeverein had verklaard en zichzelf tot president had uitgeroepen, werd Eroğlu politiek leider van de UBP. Dit zou hij tot 2005 blijven en vanaf 2008 weer worden. In die eerste periode was hij driemaal minister-president (van 1985 tot 1994 en van 1996 tot 2004; in de tussentijd was hij oppositieleider) en in de tweede periode (vanaf mei 2009) werd hij dat opnieuw.

Op 18 april 2010 nam hij deel aan aan de presidentsverkiezingen. Deze won hij van zijn rivaal, zittend president Mehmet Ali Talat. Deze kreeg 42,8 procent van de stemmen tegenover 50,4 voor Eroğlu. Hij werd op 24 april 2010 geïnstalleerd.

In tegenstelling tot de pro-Europese Talat, die een federatief Cyprus voorstond, is Eroğlu voorstander van een tweestatenoplossing (wat de de facto situatie van Cyprus is), die door Grieks-Cyprus en de internationale gemeenschap wordt verworpen. Evenwel had hij aangegeven ‘niet weg te zullen lopen’ van vredesonderhandelingen met de Grieks-Cyprioten. In september 2008 waren deze onderhandelingen heropend onder toezicht van de Verenigde Naties.

In 2015 deed Eroğlu opnieuw mee aan de presidentsverkiezingen. Op 26 april nam hij het in de tweede ronde op tegen de als gematigd te boek staande Mustafa Akıncı. Deze won het van de zittend president en werd op 30 april beëdigd als diens opvolger.

Eroğlu is getrouwd en heeft vier kinderen.

4) Mustafa Akıncı (Limasol, 28 december 1947) is de vierde president van de eenzijdig uitgeroepen en niet erkende Turkse Republiek Noord-Cyprus.

Hij was tussen 1976 en 1990 de burgemeester van het Turks-Cypriotische deel van de hoofdstad Nicosia. Daar werkte hij nauw samen met zijn Griekse tegenhanger van de gedeelde stad. Daarna was hij afgevaardigde in het parlement.

In de verkiezingen van 2015 was hij presidentskandidaat en won hij het in de tweede ronde met 60,3 procent van de stemmen van de zittend president Derviş Eroğlu. Akıncı wordt gezien als een gematigd politicus die zich verzoeningsgezind opstelt tegenover de Grieken in Cyprus.

News / Lucas Tessens
Armageddon start in Parijs - ca. 130 doden - tientallen zwaargewonden in kritieke toestand
Edited: 201511140250
Terreuraanslagen van ISIS/DAESH houden Parijs in een wurggreep. Zeven daders blazen zichzelf op, één gedood door politie.
Opvallend en onverklaard is dat drie zelfmoordterroristen met bommengordels zich opblazen aan het Stade de France en - buiten zichzelf - slechts één slachtoffer maken. In de concertzaal 'Bataclan' worden 89 mensen vermoord.
President Hollande spreekt van 'une barbarie'. Hij kondigt de noodtoestand af, legt drie dagen nationale rouw op en sluit de grenzen. Het openbare leven in Parijs valt stil.

De aanslagen worden gezien als een vergelding voor de luchtaanvallen van de Franse luchtmacht op stellingen van Isis in Syrië. Het lijkt erop dat een verhoging van de druk op de militaire poot van Isis in Syrië de jihadistische terreurcellen in West-Europa activeert. Communicerende vaten, dus.

Ooggetuigen aarzelen wanneer zij spreken over de daders: 'Ce n'était pas un grand blond.' (France 2)

Geopolitiek. De absolute expert Marc Trévidic (van 12 juni 2006 tot eind augustus 2015 juge d'instruction au Tribunal de grande instance de Paris au pôle antiterrorisme) zegt in de studio van France 2 dat de aanslagen ook diplomatieke gevolgen moeten hebben: 'nu omarmen we de staten die het terrorisme steunen en Frankrijk doet dat om de olieleveringen veilig te stellen'. Letterlijk: 'le wahabisme a diffusé cette idéologie sur la planète depuis le conflit de l'Afghanistan. (...) La politique américaine vous savez ce que c'est? On adore les fondamentalistes religieux s'ils sont libérales économiquement. C'est comme ça depuis des années. C'est leur crédo! C'est super les saoudiens, c'est super le Qatar, parce qu'ils commercent, ils sont libérales économiquement. C'est tout ce qui nous intéresse. Donc ils aiment les fondamentalistes religieux. On est dans un paradoxe total.' Commentaar: Dat is een duidelijke verwijzing naar het wezen van het (neo)kolonialisme: het plunderen van bodemrijkdommen door de grote oliemaatschappijen (The Seven Sisters), het installeren en koesteren van een corrupte bovenklasse (clans met hiërarchische familiale banden) in artificiële natiestaten, geen ontwikkeling van de bevolking in de gekoloniseerde staten; dat vormt de ideale voedingsbodem voor radicaal salafisme. Trévidic doet een merkwaardige verspreking: enerzijds vernoemt hij 'la politique américaine', anderzijds zegt hij 'nous'. Net daarin ligt de verklaring: de Amerikaanse politiek van de bovenklasse verschilt niet wezenlijk van die van de Europese of de Russische of de Aziatische bovenklasse. De essentie van het (neo)kolonialisme is de misdadige collusie van particuliere belangen. Het kolonialisme is geen fenomeen tussen staten maar een feitelijk verbond van particuliere groepen die zich van een staatsstructuur bedienen en die misbruiken.
Sociale psychologie. Het ontbreken van de mogelijkheid tot sublimering van driften (onderwijs, wetenschap, kunst, muziek, werk, ...) laat ruim de plaats voor de verheerlijking van oerdriften: seks en geweld. Het vertrek naar oorlogsgebied (Syrië) kadert in die logica.
Vrijdag 13 november 2015 is een trieste datum in de Franse geschiedenis. [Of de uitgekozen datum ook een symbolische betekenis heeft is niet duidelijk: op vrijdag de dertiende oktober 1307 werden in Frankrijk alle Tempeliers op bevel van Philips de Schone gearresteerd, op grond van valse beschuldigingen; dat was de start van de uiteindelijke vernietiging van de Orde van de Arme Ridders van Christus en de Tempel van Salomo, beter bekend als de Tempeliers. (wiki)]
Westerse staatshoofden zenden de klassieke solidariteitsbetuigingen.
Het is tijd om stil te staan bij de woorden van Malraux: 'Une vie ne vaut rien, mais rien ne vaut une vie.'

laatst aangepast op 20151116, 15:10
wiki
Historique du Groupe Rossel - Le Soir
Edited: 201511111111
Historique
1887 : Pierre-Émile Rossel, avec trois amis, crée à Bruxelles un journal gratuit appelé "Le Soir".
1920 : « Rossel & fils » devient « Rossel & Cie ».
1921 : « L'Agence Rossel » (régie publicitaire) s'installe rue Royale à Bruxelles.
1957 : le siège social est installé 120 rue Royale à Bruxelles.
1966 : Rossel devient un groupe avec l'acquisition des titres de presse de «La Meuse» («La Meuse», «La Lanterne», «La Flandre libérale» et «Le Matin»).
1968 : acquisition des titres de presse de «La Gazette de Charleroi» («La Nouvelle Gazette» et «La Province»).
1970 : le groupe Rossel acquiert la marque «Vlan».
1983 : Robert Hersant entre au conseil d'administration du groupe.
1987 : Robert Hurbain succède à la présidence du groupe Rossel.
1987 : Socpresse (Robert Hersant, France) acquiert 40% du capital du groupe.
1987 : participation dans RTL Belgium (alors TVI SA) au travers d'Audiopresse.
1999 : constitution de la société Sud Presse SA (regroupant les titres La Meuse, La Capitale, La Nouvelle Gazette de Charleroi, et La Province).
2000 : Rossel met un premier pied dans « La Voix du Nord ».
2001 : Patrick Hurbain succède à Robert Urbain.
2003 : en Belgique, lancement du quotidien gratuit Metro en collaboration avec Concentra Media.
2004 : rachat avec De Persgroep de «l’Echo».
2004 : Sud Presse rachète Nord Eclair sur la Belgique.
2005 : prise de contrôle du groupe de presse «La Voix du Nord».
2005 : rachat avec De Persgroep de «De Tijd».
2005 : rachat des 40% du groupe détenus par la Souplesse.
2006 : Sudpresse lance l'hebdomadaire gratuit «7Dimanche ».
2006 : le groupe investit dans l’Internet en rachetant les sites de services www.netevents.be,www.ticketnet.be et www.cinenews.be.
2007 : Rossel déménage au 100 rue Royale à Bruxelles.
2007 : le groupe Vlan lance Fulai à Shanghai.
2007 : rachat du 1er site de rencontre en ligne belge www.rendez-vous.be et lancement d'un site consacré à l’automobile www.carchannel.be.
2008 : Rossel lance sa régie web interne.
2010 : le groupe Rossel acquiert Belgium-iPhone.
2011 : S²media rejoint le groupe Rossel.
2013 : acquisition des journaux français «l’Union», «l’Ardennais», «Est Eclair», «Libération Champagne», «l'Aisne Nouvelle» et de la radio «Champagne FM» auprès du groupe Hersant Media (GHM)4.
2014 : rachat de dix titres de presse à Lagardère Active, France, au sein du consortium 4B Media par Groupe Rossel et Reworld Media 5,6 : Psychologies magazine et Première reviennent à Rossel.
2015 : rachat de 50% de 20 Minutes, quotidien gratuit national français.
SCHUMANN Harald
De Europese pers heeft een probleem: niemand legt de puzzelstukken bij elkaar
Edited: 201511071651


Wikipedia definieert de 'trojka' als volgt:
De Trojka is een samenwerkingsmandaat dat in 2010 werd ingesteld tijdens de Europese staatsschuldencrisis. Ze moet namens de Europese Unie, de Europese Centrale Bank en het Internationale Monetaaire Fonds toezicht houden op de door deze instellingen verstrekte kredieten aan noodlijdende Europese lidstaten.
De trojka bestaat uit afgevaardigden van de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank (ECB) en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en moet tijdens de Europese staatsschuldencrisis onderhandelingen voeren met lidstaten van de eurozone die hun staatsschuld niet binnen de Europese richtlijnen hebben gehouden. Tijdens deze onderhandelingen biedt de Trojka veelal financiële noodsteun aan in ruil voor bezuinigingen.

Documentairemaker Harald Schumann wilde een onderzoek doen naar de democratische controle op de 'trojka' maar geen van de instanties wilde uitleg geven. Het Europees Parlement kan geen controle uitoefenen.
Harald legt het mechanisme bloot waarmee Griekenland werd gechanteerd: niet toegeven betekende een drooglegging van de kredietmarkt.
Omdat de pers de puzzelstukken niet bij elkaar legt deed hij zelf dan maar het grondige onderzoek.
We geven een hallucinant voorbeeld:
1. De verkoop van Duitse goederen aan Griekenland wordt gefinancierd door gulle bankkredieten die niet afhankelijk zijn van solvabiliteit;
2. Griekenland kan niet aan zijn verplichtingen voldoen en de bank dreigt overkop te gaan;
3. Mits nieuwe kredieten (bvb. 4 miljard euro) op de kap van de staat wordt de bank gered en genationaliseerd;
4. De trojka biedt een noodkrediet aan maar in een MOU (Memorandum of Understanding) wordt gestipuleerd dat de bank moet geprivatiseerd worden en dat het snel moet gaan;
5. Op die manier komt er slechts één bieder opdagen en die heeft dan vaak ook nog voorkennis; onder normale omstandigheden wordt de verkoop dan afgeblazen; echter niet in dit geval want de staat heeft het mes op de keel; de bank wordt verkocht voor 500 miljoen euro; de staat (de belastingbetaler) lijdt een verlies van 3,5 miljard euro.
News
Rik De Nolf (19491101) stopt op 1 januari 2016 als CEO van Roularta
Edited: 201510311152
Hij wordt opgevolgd door schoonzoon Xavier Bouckaert (40).


Hierboven een jonge en ontspannen Rik De Nolf (midden) op 28 oktober 1981 in restaurant La Pérouse te Antwerpen op het Avondmaal ter gelegenheid van de tweede vergadering van de Kongreskommissie van het 24ste Wereldkongres van de FIPP aangeboden door het bestuur van de Nationale Federatie der Informatieweekbladen (NFIW).
Op het menu: Turbotin Edouard Berghaud, Faisan du marquisat, Soufflé glacé et mousse au café, Moka, Pousse-café, overgoten met: Champagne Laurent Perrier, Pouilly Fumé-Chateau de Tracy M.O. 1979, Chateau Classe Spleen (Médoc Jeroboams M.D.C. 1976). (bron: menu gezeefdrukt op houten blokje met logo NFIW).
Links op de foto Luk Hiergens (Femmes d'Aujourd'hui/Rijk der Vrouw), rechts Nico Drost (Voorzitter FIPP). (foto LT)

organogram top Roularta

Raad van Bestuur


geschiedenis Roularta-groep

tijdlijn
TESSENS Lucas
Katanga-model: the evaporating public sector - de minimale staat
Edited: 201510310005

AFBEELDING TE KLEIN ? Klik met rechtermuisknop op de afbeelding en open ze in een nieuw tabblad.

Katanga model: de minimale staat
Begin 2014 ontwikkelde het Media Expert Research System bovenstaand analyse-model om een inzicht te krijgen in de evoluties op nationaal, Europees en geopolitiek vlak. Het werd de laatste maanden verfijnd en bijgesteld.
In het schema zijn er drie zones:
A. de wegkwijnende zone van de overheidsdiensten en -bedrijven van de natiestaat (links bovenaan);
B. de beperkte zone van de private sector van een natiestaat (links onderaan);
C. de zone van de zogenaamde 'global players', de multinationals en de supra-nationale conglomeraten (rechts op het speelveld).
Het schema tracht duidelijk te maken dat de private sector zoveel mogelijk winstgevende activiteiten van de staat overneemt. Dit is de privatiseringsgolf die we in Europa vanaf de jaren 90 kennen. De private sector oefent een 'push' uit op de publieke sector en bedient zich daarbij van politieke partijen en lobbying.
Tegelijkertijd is er de 'push' van de 'global players' om de nationale private sector via overnames in handen te krijgen.
De logica zegt dat bij een verzwakking van de natiestaat deze geneigd/verplicht zal zijn om de nog resterende activa ten gelde te maken om de begroting te doen kloppen. Die verzwakking gebeurt op twee manieren:
ten eerste doordat de 'global players' haast geen belastingen afdragen aan de natiestaten (cfr. LuxLeaks);
ten tweede door de sociale verplichtingen en de niet-productieve lasten van de staten zodanig te verzwaren dat privatiseringen noodzaak worden, ook als de overheidsbedrijven winstgevend zijn en voor de financiering van de staat kunnen zorgen.
Wat dit laatste betreft dient de vluchtelingenstroom uit het Midden-Oosten de belangen van de 'global players'. De opvang van vluchtelingen zal immers een gat slaan in de begrotingen van de natiestaten.
De sleutelsectoren van de staten (energie en nutsbedrijven, geld, kredieten, media, ...) zitten nu in de zone van de 'global players'.
In deze neo-liberale beweging moet de band met de oorspronkelijke eigenaar doorgeknipt worden. Een voorbeeld daarvan is de naamswijziging van het landgebonden BELgacom in het neutrale Proximus.

De laatste jaren stellen we nog een ander fenomeen vast: de staat reorganiseert de overheidsbedrijven op kosten van de collectiviteit om ze dan 'rijp' en winstgevend te privatiseren. Drie voorbeelden: opnieuw Proximus, BPost en Belfius.

Waarom we dit het Katanga-model noemen? Omdat ten tijde van de afscheiding van Katanga van Congo nog slechts drie factoren van tel waren: een marionnet als president, een dominante Union Minière en een repressieve gendarme-macht.


GERARD Emmanuel, DE RIDDER Widukind, MULLER Françoise
Wie heeft LAHAUT vermoord? De geheime koude oorlog in België.
Edited: 201510302153
Op 11 augustus 1950 wordt de eedaflegging van Koning Boudewijn door communisten verstoord met de beruchte kreet “Vive la République!”. Een week later wordt de populaire communistische partijleider, Julien Lahaut, voor zijn deur doodgeschoten. Het is de belangrijkste politieke moord in de Belgische geschiedenis, maar ze wordt nooit opgehelderd. Wie heeft Lahaut vermoord? werpt een kritische blik op het gerechtelijk onderzoek en gaat op zoek naar nieuwe sporen.

Zo vonden de auteurs in een archief een ‘vergeten’ document dat verwijst naar André Moyen, een spion die een anticommunistisch netwerk uitbouwde in het naoorlogse België. Het boek bijt zich vast in de levensloop van Moyen en zijn ondergronds netwerk. De auteurs komen een web van leugens en fouten in het gerechtelijk onderzoek op het spoor. Ze leggen de redenen bloot waarom de moord nooit werd opgelost en plaatsen die in de ruimere context van de geheime Koude Oorlog in België.

Het CEGESOMA, het Studiecentrum Oorlog en Maatschappij, doet al sinds 2011 onderzoek naar de moord op Lahaut.
Het onderzoek naar de moord op Lahaut werd in opdracht van CEGESOMA geleid door Emmanuel Gerard, historicus en gewoon hoogleraar aan de KU Leuven. Hij werd bijgestaan door de historici Widukind De Ridder en Françoise Muller.
Uit Humo van 20150512:
In de schemering van die mooie zomeravond stonden ze met zijn tweeën voor de deur van de nieuwbouwwoning, rue de la Vecquée 65, Seraing. De grootste van de twee kondigde zich bij Lahauts vrouw aan als ‘Hendricks’ – zo heette een vriend van Lahaut uit het concentratiekamp Neuengamme. Het moordcommando was goed voorbereid. Vijf kogels uit een automatisch pistool Colt kaliber .45, een dode man op de dorpel.

Wanneer het onderzoek naar de moord in 1972 zonder gevolg werd afgesloten, hadden vier onderzoeksrechters niet één verdachte naar de rechtbank weten te brengen. Het waren een tv-maker en een historicus, Etienne Verhoeyen en Rudi Van Doorslaer, die in 1985 de daders aanwezen (toen nog met een pseudoniem). Leider van het commando was François Goossens (toen 40), een verzekeringsagent uit Halle – ‘de zot van Halle’, zo kenden ze hem daar. Naast hem stond stadsgenoot Eugeen Devillé (toen 25). ‘Ik was het die schoot,’ vertelde deze aan een tv-ploeg van Canvas in 2007, Goossens zou zich niet aan de afspraak gehouden hebben gelijktijdig te schieten. Ook zijn broer Alex Devillé (30) en zijn toekomstige schoonbroer Jan Hemelrijck (24) waren in de buurt. Ze kwamen weg in een auto met gestolen nummerplaat, 100.109.


In een interview met Emmanuel Gerard (Cegesoma, 2015/1) verklaart deze dat in het archief van Albert De Vleeschauwer 'een dik pak inlichtingenrapporten van André Moyen zit.' Over De Vleeschauwer verscheen in 2012 een biografie van de hand van Bert Govaerts (zie ons boeknummer 201508141656).
LT
Verboden films - de erfenis van het nazi-tijdperk
Edited: 201510270048
Op maandag 20151026 toonde Das Erste een interessante documentaire van Felix Moeller over de meer dan duizend films die tijdens het nazi-tijdperk werden geproduceerd. De essentie van de vraagstelling: moet het vrij vertonen van deze films verboden worden en blijven? De verstandigste stelling van een van de geïnterviewden was dat mits een kwalitatief hoogstaand en kritisch onderwijs het risico van hernieuwde indoctrinatie vermeden wordt en dat de films onder die voorwaarden niet verboden dienden te blijven. Meteen is dan de noodzaak van kwalitatief onderwijs een prioriteit. Het herkennen van propagandatechnieken is belangrijk om de huidige media-manipulaties te kunnen plaatsen.
Er werd opgemerkt dat de "Vorbehaltsfilme" ook op YouTube te bekijken zijn.
MERS Antique Books Antwerp biedt in zijn collectie een beperkt aantal boeken aan die onmiskenbaar van nazi-signatuur zijn. Wij hebben hier steeds de stelling verdedigd dat deze geschriften niet moeten verbannen worden uit de antikwarische handel. Zij weerspiegelen een tijdsgeest en kunnen tot een beter begrip leiden van de frustraties, de drijfveren en de misdadigheid van het nazisme en het fascisme. Overigens zou het van kortzichtigheid getuigen om ALLE stellingen van het fascisme neer te sabelen als vals, racistisch en onwaar. Met name de stellingen over de monopolisering van de mondiale grondstoffenmarkten zijn juist gebleken. Het is ook goed te bedenken dat het nationaal-socialisme wel degelijk socialistische origines had en uit 'linkse' hoek kwam. Dit wordt zelden geponeerd.

Hieronder een samenvatting van de presentatie door Das Erste:
Verbotene Filme – Das Erbe des Nazi-Kinos (2013)
Weit über tausend Spielfilme wurden in Deutschland während der Zeit des Nationalsozialismus hergestellt. Über 40 NS-Filme sind bis heute nur unter Auflagen zugänglich – sie sind "Vorbehaltsfilme". Volksverhetzend, kriegsverherrlichend, antisemitisch und rassistisch – so lauten die Begründungen, warum die Filme für die Öffentlichkeit nicht frei zugänglich sind.
Wie soll man mit den Naziflmen umgehen?
Urheberrecht und Jugendschutz sind dabei die juristischen Hebel, denn das deutsche Grundgesetz erlaubt keine Zensur. Der Umgang mit ihnen ist umstritten: Bewahren oder entsorgen, freigeben oder verbieten? "Verbotene Filme" stellt die "Nazifilme aus dem Giftschrank" vor und macht sich auf die Suche nach ihrem Mythos, ihrem Publikum und ihrer Wirkung heute – in Deutschland wie im Ausland. Eine Reise zur dunklen Seite des Kinos.
Experten berichten
Oskar RoehlerOskar Roehler
Über die Brisanz der Propagandafilme des Dritten Reichs und ihre Idee eines angemessenen Umgangs damit geben unter anderem Oskar Roehler, Moshe Zimmermann, Rainer Rother, Margarethe von Trotta, Jörg Jannings, Sonja M. Schultz, Götz Aly sowie Aussteiger aus der Nazi-Szene und Überlebende der Shoah Auskunft.

link Das Erste
Burak Nalli, politiek wetenschapper, in DS 20151026
In Syrië zullen we blijven falen
Edited: 201510261217
In deze tribune stelt Nalli over het Midden-Oosten: 'Na de Eerste Wereldoorlog ontstonden er natiestaten die decennialang werden gekoloniseerd door westerse grootmachten.'


Commentaar LT:
Nalli heeft natuurlijk gelijk maar blijft steken in een gemakkelijke analyse: de grootmachten hebben gekoloniseerd. Hij identificeert die 'grootmachten' niet in zijn exposé. Specifiek voor het Midden-Oosten geldt dat de grote oliemaatschappijen (The Seven Sisters) er concessies wisten te verwerven. Het lot van de natiestaten en van hun bevolking lag in de handen van die oliemaatschappijen en de gedweeë heersers die zich al te graag lieten corrumperen met oliedollars. Geen wonder dat er van echte ontwikkeling geen sprake kon zijn. De bevolking liep er maar wat in de weg.
Het wordt tijd dat het Westen inziet en erkent dat de kolonisering geen zaak was van inpalming van gebieden door Europese staten en de USA, maar door industriële 'global players' die uit waren op de grondstoffen en energiebronnen. Zij bedienden zich van het militaire apparaat, de veiligheidsdiensten, de administratie en de vlag van de koloniserende staat om hun positie te vestigen en te consolideren. Dat was zo in het Midden-Oosten. Dat was ook zo in Congo en in geheel Afrika. Tot op vandaag.
De Tijd 20151024
De zaak Essers: onze externe consultants zeiden ons dat 11 ha beschermd bos kappen mogelijk was
Edited: 201510260030
Bervoets (CEO Essers): "Het is een moeilijk verhaal. Wij zijn geen natuurspecialisten. Dus luisteren wij naar externe specialisten: die van de overheid en de milieu-consultants die we zelf geraadpleegd hebben. En als die zeggen dat het kan, dan gaan wij daarmee verder. Zo simpel is het eigenlijk. De hele tijd hebben wij alleen maar gehoord dat het kan."
Commentaar LT: Eigenlijk is het een simpel verhaal, meneer Bervoets: je trekt je niets aan van de wetgeving op de beschermde bossen.

wie is Essers?
LT
Universiteit Gent ontsluit 19de eeuwse kadastrale leggers - PoppKAD
Edited: 201510231652
Tussen 1842 en 1879 publiceerde Philip-Christian Popp (1805-1879) een kadastrale Atlas van België. Dit werk vormt vandaag een eersterangsbron voor al wie op zoek is naar harde informatie over vastgoed en grondbezit in de 19de eeuw.

Het project POPPKAD streeft de ontsluiting van dit omvangrijke basiswerk na met het oog op een betere kennis van de eigendomsverhoudingen in de negentiende eeuw.

MERS Antique Books Antwerp leverde een groot aantal kadastrale leggers voor dit project. Wij feliciteren het projectteam met de eerste realisaties.

Wouter Ronsijn (De kadasterkaarten van Popp: een sleutel tot uw lokale geschiedenis: historische geografie van Aarschot, Asse, Halle en Tienen aan de hand van de kadasterkaarten van Popp. Peeters-Leuven, 2007, 148 pp. - zie ons boeknummer 20070098 ) legde met zijn boek mee de basis voor dit project.
Stuurgroep:
Philippe De Maeyer, hoogleraar, Vakgroep Geografie, Universiteit Gent
Paul Janssens, hoogleraar emeritus, Katholieke Universiteit Brussel en Universiteit Gent
Wouter Ronsijn, postdoctoraal onderzoeker, Vakgroep Geschiedenis, Universiteit Gent
Stijn Van de Perre, docent, Arteveldehogeschool Gent
Bart Van de Putte, docent, Vakgroep Sociologie, Universiteit Gent
Eric Vanhaute, hoogleraar, Vakgroep Geschiedenis, Universiteit Gent (woordvoerder-promotor)
Projectcoördinator en contactpersoon: Sven Vrielinck, Vakgroep Geschiedenis, Universiteit Gent

Hieronder de kaart van de geanalyseerde gemeenten:




Commentaar:
De raadpleging van kadastrale bronnen is steeds een heikel punt geweest in het historisch onderzoek. Het grondbezit reflecteert immers de ongelijkheid in de verdeling van vermogen. In de 19de eeuw was grond het nec plus ultra van vermogen, rijkdom en macht. De huwelijken in de toplaag hadden een uitbreiding van die macht op het oog en de kadastrale atlas van Popp was net om die reden een handig instrument.
Emile Vandervelde (1866-1938) opende in 1900 met zijn studie 'La propriété foncière en Belgique' de weg maar na Wereldoorlog I viel het onderzoek naar grootgrondbezit zo goed als stil.
Was dat de prijs die het socialistische establishment betaalde voor het enkelvoudig stemrecht? Kwam er met andere woorden een stilzwijgende overeenkomst tot stand om de eigendomsverhoudingen buiten de politieke discussie te houden? Waarom zijn de historici meegegaan op deze weg? Welke acties werden er ondernomen om het Kadaster toe te dekken en niet meer consulteerbaar te maken? Was dat om de schrijnende ongelijkheid in de vermogens verborgen te houden? Gebeurde dat om te verbergen dat tijdens de Franse Revolutie enkele tientallen families hun grote slag hadden geslagen bij de verkoop van de zgn. 'nationale goederen'?
Het zijn vragen die het project POPPKAD niet zal beantwoorden. Maar men kan moeilijk om de vaststelling heen dat een systematische verwerking van de kadastrale leggers van Popp veel eerder had kunnen gebeuren indien de fondsen daarvoor waren vrijgemaakt. Er komt een tijd dat men onderzoek zal doen naar het waarom van niet-uitgevoerde onderzoeken, naar de achterliggende drijfveren, de belangen, de combines, de sturing van budgetten en universitaire centra.
Wij hopen dat PoppKAD niet alleen een analyse-instrument zal opleveren maar dat het ook een antwoord zal geven op volgende vraag: 'Hoeveel procent van de eigenaars had hoeveel procent van de onroerende goederen in handen?'

naar de PoppKAD site

LT
Open Brief aan Bart Sturtewagen, opiniërend hoofdredacteur De Standaard
Edited: 201510221515
Bart,

Met je hoofdartikel van vandaag zit je op één millimeter van de oplossing: centraliseer de belastingdienst voor multinationals op het Europese niveau.
De natiestaten hebben het pleit op fiscaal vlak verloren en je zegt zeer terecht ‘In de race naar nul verliezen ze uiteindelijk allemaal’.

Ik heb 10 jaar de Belastingdienst voor Vlaanderen geadviseerd, o.m. voor Onroerende Voorheffing.
Daar werd de belasting op onroerende goederen dus centraal geïnd en vervolgens geristourneerd aan de gemeenten (een klein stukje aan de provincies en aan het Gewest).
Dat verliep vrij vlot en ik ken maar één geval van een onheuse dading in een geschil (het ging wel om een enorm bedrag).

Een centrale inning van de belasting op multinationals is een piste die veel tegenstand zal opwekken.
Maar als niemand de idee lanceert dan komt het er nooit van. En ik zie het de krijsende Verhofstadt niet onmiddellijk doen.

Wanneer men de klassieke weg bewandelt (het omzetten van richtlijnen in nationale wetgeving) dan is die inderdaad nog lang.
Die tijd hebben we niet. We staan voor een implosie van de nationale begrotingen.
En, voor alle duidelijkheid: als de natiestaten inkomsten mislopen door het fiscale ‘shoppen’ dan zijn niet de staten de verliezers, maar alle burgers, de alleenstaanden én de gezinnen én de KMO’s.

Weerom ter overweging.

Met vriendelijke groeten,


Lucas TESSENS
BRAAMBOS
MINISTER GATZ DOET LICHT UIT BIJ BRAAMBOS
Edited: 201510221234
Persbericht Braambos
Minister Gatz heeft beslist dat vanaf 1 januari 2016 de levensbeschouwelijke verenigingen niet langer zendtijd krijgen op de VRT. Dit betekent dus dat de uitzendingen van Braambos, zowel op radio als televisie ophouden te bestaan.
Uiteraard betreuren wij dat in de Vlaamse regering geen meerderheid kon gevonden worden om die uitzendingen te laten bestaan. Uiteindelijk wordt op die manier slechts 1.153.921 euro bespaard (voor alle levensbeschouwingen samen, zowel op radio als televisie), een peulschil als je dat afzet tegen het geheel van de Vlaamse begroting.
Merkwaardig is dat amper een paar weken gebleken het Vlaamse parlement een resolutie stemde tegen radicalisering. Het zijn juist de erkende levensbeschouwelijke verenigingen die de beste dam opwerpen hiertegen blijkt uit onderzoek.
Met de collega s van de andere levensbeschouwelijke organisaties hebben we tot nu toe in een opbouwende samenwerking gestreefd om bij te dragen aan een open en verdraagzaam Vlaanderen door positief te berichten over geloof en levensbeschouwing. Die opdracht is ons nu ontnomen.

Bekijk brief overheid:

Commentaar LT:
De afschaffing van de zendtijd voor levensbeschouwelijke 'derden' lijkt ons terecht in een staat waar men kerk en staat gescheiden wil houden. De openbare omroep, gefinancierd door de belastingbetaler, mag geen plaats zijn om achterhaalde boodschappen te verspreiden. Overigens vinden wij dat elke subsidiëring van godsdiensten moet stoppen. De secularisering mag geen dode letter blijven.
Lucas Tessens
Eurobarometer-onderzoek: waarover zijn de Europeanen ongerust? Werkloosheid, immigratie en ongelijkheid
Edited: 201510211015
De berichtgeving rond dit onderzoek is nogal naïef.
Niemand lijkt te beseffen dat de cocktail (de gelijktijdigheid) van bekommernissen de intensiteit verhoogt. Dat is nochtans een bewezen stelling uit de dierenpsychologie. Proeven op ratten, muizen, honden en apen hebben aangetoond dat het verhogen van de frequentie van de toegediende prikkels en het vermenigvuldigen van de soort van de prikkels, leiden tot een desoriëntatie van de proefdieren. Deze desoriëntatie verstoort zodanig het normale gedrag van dieren (eten, paren, lichaamsverzorging, slapen, ...) dat zij na enige tijd wegkwijnen in volslagen passiviteit en apathie. De achterliggende theorie is dat het verlies van controle - het vermogen om via een rationeel overwogen actie een ongewenste situatie te wijzigen - leidt tot waanzin en (auto)destructie.
Een van de belangrijkste eigenschappen van proeven op dieren is dat deze niet kunnen ontsnappen uit de ontworpen proefopstelling en dat de toegediende prikkels (of biochemische substanties) dus niet te vermijden zijn.
De controle ligt volledig in de handen van diegene die het experiment opstelde.
Tenzij we zo pretentieus zijn om ons als volledig onderscheiden van de dierenwereld te beschouwen, lijkt het mij een goed idee om de ons toegediende prikkels (berichtgeving, drugs, drank, lawaai, voeding, geloof, films, ...) én hun dosering te herevalueren op hun nut of hun schadelijkheid voor ons welzijn en ons voortbestaan.



lees het rapport
De Standaard 20151020
Oprah Winfrey koopt aandelen Weight Watchers (WTW) en twittert de rijken rijker
Edited: 201510201215


Na haar twitter schiet de koers omhoog en dat maakt haar en de Belgische adellijke aandeelhouders Ullens de Schooten en Wittouck (ex-Tiense Suiker) een pak rijker.
De families werken via een holding met de naam Artal en worden genoemd in LuxLeaks. (zie De Tijd van 20141106)

stock quote WTW




Een toepasselijk boek: DUFTY William, Suikerweeën. Suiker? Gevaarlijker dan... Drugs! (vert. van Sugar Blues - 1975)
Softcover, 8vo, 213 pp., bibliografie. Verhaalt ook de historiek van suiker. Dufty (1916-2002) was een journalist en voeding-activist. In dit boek zet hij zich af tegen het raffineren van suiker. (uitverkocht)
Wim Moesen
Professor emeritus Wim Moesen beweert dat de belastingdruk gedaald is. De zoveelste mythe rond het BBP.
Edited: 201510201052
Moesen staaft die bewering door op de ouderwetse manier de belastingontvangsten te delen door het Bruto Binnenlands Product (BBP). Voor 2016 zou dat neerkomen op 50,6 procent.
Het wordt tijd dat de professor wakker wordt.
In de huidige tijd gaat het over de ONGELIJKE en ONEERLIJKE VERDELING van de belastingdruk.

De door Moesen gehanteerde formule is achterhaald, misleidend en dient enkel politieke doelstellingen. Het probleem is dat Moesen tienduizenden studenten opleidde met deze nonsens. Moet je die nu terugroepen omwille van de bij hen ingeplante sjoemelsoftware?

Overigens houdt Moesen geen rekening met de mistige berekening van het BBP. Sinds kort worden prostitutie en drugs meegerekend in het BBP. Een kleuter weet dat als je de noemer van een breuk doet toenemen, de uitkomst van de deling een lager resultaat geeft: A/B > A/(B+n)

Moesen haalt hier een tweede zit en neemt best bijlessen in elementaire rekenkunde.
News
Chris Yperman overleden. R.I.P.
Edited: 201510180212
Christine (Chris) Yperman (Merksem, 11 augustus 1935 - 7 oktober 2015) was een Vlaams dichteres, roman- en toneelschrijfster. Yperman debuteerde met het publiceren van gedichten in het tijdschrift De Meridiaan. Vervolgens kwam in 1959 haar eerste roman uit; Een heel klein scheepje.
Yperman was gehuwd met beeldhouwer Roel D'Haese.
Werken:
Un mendrugo de pan (1956)
Een heel klein scheepje (1959)
Zon op de weg (1961)
Pour Delphine (1970)
Twee dames (1970)
Robrecht de Vrome (1974)
Jolie Madame (1987)
LT
Komen eten: wansmaak à la Herman Verbruggen
Edited: 201510131453
Normaal zou ik hier geen mooie letter van onze Vlaamse taal aan vuilmaken. Maar het moet me van het hart.
Op TV-zender 'Vier' loopt een programma dat 'Komen eten' als titel draagt.
Wat een wansmaak daarin tentoon wordt gespreid, grenst aan het ongelooflijke.
Ik noem het een aanslag, niet alleen op elk cultureel normbesef maar zelfs op het medium televisie.
Aan dit platte programma werkt ene Herman Verbruggen mee, commentator van dienst. Hoe laag moet je gevallen zijn als acteur en als mens om dit programma op het scherm te helpen?
Ik herinner mij dat deze Herman Verbruggen in 1996 voor de lancering van 'Central Station' (het digitale platform van de Belgische kranten) een korte video had gemaakt. Inhoudelijk zat die sketch totaal naast de kwestie en ook toen gaf Verbruggen blijk van een uitermate platte smaak. Toen Hans Cobben mij vroeg welk 'muziekje' we daarbij zouden afspelen, stelde ik - om uitdrukking te geven aan mijn walg - 'Viva bomma, patatten en saucissen' voor. Ik ben nog altijd een beetje fier dat ik het filmpje van Verbruggen in extremis uit de lancering kon laten weren.
Vlaanderen was toen al doodziek.
News
Erdogan exporteert zijn censuur tijdens officieel bezoek aan België. Ontoelaatbaar, zegt VVJ.
Edited: 201510131101
In het journalistenmilieu zal Erdogan nu wel persona non grata zijn, ondanks zijn Grootlint in de Leopoldsorde. De Koerden kunnen er hun voordeel mee doen.
Maar, waarom gaan journalisten naar een persconferentie waarvan ze bij voorbaat weten dat er geen vragen mogen worden gesteld? Dan kan je toch gewoon het perscommuniqué laten ophalen en je kat sturen.
Thomas Piketty
Voordracht van Thomas Piketty aan de KU Leuven. Louis Tobback als zichzelf en Geert Noels als kleuter.
Edited: 201510092333




Op 8 oktober 2015 was Thomas Piketty te gast aan de KU Leuven en gaf er een voordracht. Terzake vond dat belangrijk genoeg - terecht - om er een reportage aan te wijden en een interview af te nemen. So far so good.
Ook Louis Tobback was aanwezig. Hij dacht dat Piketty engelstalig was. Hij had zogezegd een stuk van het boek gelezen. Op de backcover van het boek niet gezien dat het om een Franse econoom gaat, Louis? De uitnodiging en de affiche niet gezien? Het nieuws niet gevolgd? Te veel tijd besteed aan het troosten van Brunoke?
Maar het ergste moest nog komen. Aan het einde van het interview was er een vraag van Geert Noels (Econopolis) ingelast, en wij citeren: "U bent tegen rijkdom en bent rijk geworden. Bent u bereid om uw rijkdom te delen met economisten zoals ik?" Ik heb het fragment twee keer bekeken en beluisterd want ik kon mijn ogen en oren niet geloven. En ja hoor, het was wel degelijk de echte Geert Noels en de vraag luidde ook de tweede keer hetzelfde en er was niet geknoeid met de klankband. Toen dacht ik heel spontaan, ik kon het niet helpen: Geert Noels is een kleuter.
VVSG
PERSBERICHT: Kadastraal inkomen. Gemeenten verbolgen over Vlaamse besparing op hun kosten
Edited: 201510091006
De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten protesteert met klem tegen het voornemen van de Vlaamse regering om hen niet langer te compenseren voor Vlaamse belastingkortingen toegekend aan industriële bedrijven. ‘Vlaanderen lost de eigen budgettaire problemen op door ze gewoon te verschuiven richting de gemeenten’, zegt Luc Martens, voorzitter van de VVSG.

Waarover gaat het?
Net als gronden en gebouwen krijgen ook machines (in het jargon ‘materieel en outillages’) van industriële bedrijven een kadastraal inkomen (KI) toegekend. De voorbije jaren heeft de Vlaamse overheid stelselmatig stukken van dat KI belastingvrij gemaakt, volgens het ritme waarin bedrijven investeren in nieuwe machines. Om te vermijden dat gemeenten hiervan de dupe zouden worden – via de opcentiemen op de onroerende voorheffing krijgen ze op basis van dat KI ook belastinginkomsten – compenseerde de Vlaamse overheid de gemeenten voor de verloren inkomsten, en trad eigenlijk op als derde betaler. In 2014 was al 22% van de KI’s op machines vrijgesteld, en gaf de Vlaamse overheid voor de gemiste belastingen aan de gemeenten een compensatie van 47,9 miljoen euro.
Voor de begrotingsopmaak van 2016 heeft de Vlaamse regering nu beslist om deze compensatie, op 13 miljoen euro na, stop te zetten. De Vlaamse gemeenten verliezen dus onmiddellijk 35 miljoen euro per jaar. Maar naarmate de bedrijven de komende jaren verder investeren in nieuwe machines, zullen de KI-vrijstellingen toenemen en kunnen de gemeentelijke jaarlijkse verliezen oplopen tot 150 miljoen euro.

Reactie VVSG

Op 8 oktober stuurde de VVSG hierover onderstaande brief naar de top van de Vlaamse regering:

De raad van bestuur van de VVSG wijdde op 7 oktober een uitgebreide bespreking aan de beslissing van de Vlaamse regering om de gemeenten vanaf 2016 niet langer te compenseren voor de gevolgen van het belastingvrij worden van het kadastraal inkomen op materieel en outillage (KI mat&out).
De raad van bestuur reageerde verbolgen op deze begrotingsmaatregel, en wel om verschillende redenen.
Ten eerste leidt de beslissing, in het midden van de lokale budgetopmaak, voor veel gemeenten tot een plotse en onvoorspelbare minderontvangst. U weet dat de opmaak van de meerjarenplanning 2014-2019 in veel gemeenten in zeer moeilijke omstandigheden is verlopen, en dat het allesbehalve vanzelfsprekend geweest om daarbij te voldoen aan de door Vlaanderen opgelegde budgettaire evenwichten, én bovendien ook de dienstverlening en de lokale investeringen maximaal te vrijwaren. Het is dan ook bijzonder pijnlijk dat dezelfde overheid die de financiële evenwichten oplegt aan lokale besturen nu een maatregel neemt die het voor hen nog moeilijker maakt om die te bereiken. De maatregel KI mat&out dreigt het grondige saneringswerk dat op vele plaatsen is gebeurd overhoop te halen, waardoor gemeenten tot nieuwe pijnlijke ingrepen worden verplicht.
Ten tweede vindt de raad van bestuur het absoluut niet kunnen dat deze beslissing zonder enige vorm van voorafgaand overleg werd genomen. Nochtans was de vrijstelling van het KI mat&out, gekoppeld aan een compensatie van de belastingverliezen van de gemeenten, een essentieel onderdeel van het Lokaal Pact van 2008, waarvan na een evaluatie in 2013 trouwens werd beslist om beide elementen (de belastingvrijstelling én de compensatie) voort te zetten. Het politieke akkoord van het Lokaal Pact wordt nu eenzijdig gebroken door de Vlaamse regering, wat niet getuigt van interbestuurlijke loyaliteit.
Ten derde weten we dat de maatregel voor 2016 begroot wordt op netto ca. 35 miljoen, maar door bijkomende bedrijfsinvesteringen de komende jaren kan oplopen tot 150 miljoen euro. Voor zover we nu weten, voorziet de beslissing van de Vlaamse regering nergens in het sluiten van dit open einde. Dit is vanuit de gemeenten bekeken totaal onaanvaardbaar. Het zijn niet de gemeenten die beslist hebben om te voorzien in een graduele vrijstelling van de KI’s op materieel en outillage. De Vlaamse overheid heeft hiertoe besloten en moet hiervoor dan ook zelf de budgettaire verantwoordelijkheid dragen.

We begrijpen dat Vlaanderen gedurende enkele jaren nog zou voorzien in een vaste compensatie van 13 miljoen euro. Voor de verdeling van dat bedrag kijkt men ook naar de groei van het Gemeentefonds 2013-2014. We stellen vast dat dit leidt tot vreemde effecten in de individuele gemeentelijke situaties. De vraag rijst zelfs of dit voorstel de toets aan het gelijkheidsbeginsel kan doorstaan.

De eisen van de VVSG zijn duidelijk:
- Het intrekken van deze maatregel. Als Vlaanderen de compensatie niet langer kan financieren, mag het de factuur ervan niet zo maar naar een andere overheid doorschuiven.
- Als men toch doorgaat met de beslissing, moet op zijn minst het ‘open einde’ (de verder oplopende factuur de komende jaren naarmate meer KI mat&out belastingvrij wordt) worden gesloten.

Gemeenten hebben ons intussen gesignaleerd dat, als Vlaanderen hier toch mee doorgaat, ze niet anders zullen kunnen dan de investeringen verder terugschroeven. Dat zou dramatisch zijn, niet alleen voor de uitbouw en het onderhoud van het publieke patrimonium, maar ook voor de duizenden banen in de bouwsector en elders die rechtstreeks samenhangen met de gemeentelijke investeringen.
Verder vrezen besturen dat deze maatregel wel eens zou kunnen leiden tot een wellicht ongewenste lokale ‘tax shift’, waarbij besturen ter compensatie de belastingen op drijfkracht gaan optrekken (of opnieuw invoeren), of de opcentiemen OV optrekken waardoor gezinnen én bedrijven opdraaien voor deze maatregel.

We vernemen dat tijdens de begrotingsbesprekingen geregeld werd verwezen naar de blijvende 3,5% groei van het Gemeentefonds, ‘terwijl alle andere sectoren en departementen moeten inleveren’. Vooreerst willen we bevestigen dat de raad van bestuur van de VVSG deze aangehouden stijging van het Gemeentefonds sterk apprecieert en naar waarde schat. We verwijzen er ook telkens naar in onze publicaties. Toch weet u ook dat die stijging niet mag los gezien worden van andere (Vlaamse en federale) maatregelen die op de lokale budgetten afkomen. Slechts enkele voorbeelden als illustratie:
- Vlaamse maatregelen: de besparing van ca. 10 miljoen euro op de zeven sectorale subsidies die nu naar het Gemeentefonds gaan, én de beslissing om ze niet langer te indexeren; de besparing van 5% of ca. 18 miljoen euro bij de regularisatie van de gesco’s en de beslissing om de nieuwe subsidie niet te koppelen aan de evolutie van de loonkosten (de vroegere korting werkgeversbijdrage was hier wel aan gekoppeld); het verdwijnen van de middelen voor de milieuconvenant; de verlaging en zelfs schrapping van een aantal stromen voor monumentenzorg
- Federale maatregelen: de vennootschapsbelasting op intercommunales (totaal geschat op 200 miljoen euro, dus ca. 120 miljoen minderontvangsten voor de Vlaamse gemeenten); de vermindering van de federale dotatie voor de politie met 2%; de invoering van de hulpverleningszones, met een ontoereikende financiering; de voortdurende stijging van de pensioenuitgaven, die voor de Vlaamse gemeenten, OCMW’s en politiezones elk jaar ongeveer even groot is als de bijkomende middelen uit het Gemeentefonds. In het pensioendossier nemen de lokale besturen een veel grotere budgettaire verantwoordelijkheid op zich dan de andere overheden.
Daar komen de volgende jaren wellicht nog de gevolgen van de federale tax shift bij. Verder blijven de lokale besturen hoogstwaarschijnlijk verstoken van de positieve effecten van de federale verlaging van de werkgeversbijdragen naar 25% en is het bijzonder onzeker dat de verlaging van de btw op schoolgebouwen (wat overigens een zeer goede maatregel is) binnen Europa zal kunnen stand houden.
De groei van het Gemeentefonds met 3,5% betekent dus in geen geval dat de lokale besturen totaal buiten de budgettaire malaise blijven, integendeel.

Namens de raad van bestuur willen we u uitdrukkelijk vragen om de genoemde maatregel te heroverwegen. De VVSG blijft, zoals voorheen trouwens, bereid om hierover met de Vlaamse regering het debat aan te gaan.

Hoogachtend,

Luc Martens, voorzitter VVSG
Stijn Quaghebeur, voorzitter raad van bestuur VVSG
LT
De CEO en de minister
Edited: 201510081238
CEO: 'Wij willen uitbreiden. Wij willen dat bos daar kappen.'
Minister: 'Maar dat is een beschermd bos.'
CEO: 'Beschermd, beschermd! Wij gaan daar 400 arbeidsplaatsen creëren. Daar kunt ge toch niet neen op zeggen? Ik heb er met de Chris al over geklapt.'
Minister: 'Euh ...'
CEO: 'Trouwens, als we hier niet mogen uitbreiden dan pakken we ons valies en trekken we naar het buitenland. Aan u de keus.'
Minister: 'Euh ... Meent u dat nu?'
CEO: 'Vaneigens !'
Minister: 'Mag ik eens naar het toilet gaan?'
CEO: 't Is de tweede deur rechts. Het licht staat naast de spiegel.'
(Minister verlaat het kantoor.)
CEO tot directiesecretaresse: 'Zeg Annita, heeft die nu buikpijn of haar regels? Die ziet er zo slecht uit. Niet te doen.'
Annita: 'Nee, die trekt altijd zo'n smoel.'
(Minister komt terug binnen.)
Minister: 'En wat wilt ge daar opzetten?'
CEO: 'Hewel, een hangar, loodsen, een werkplaats en een cafetaria voor het personeel. De vakbond vraagt dat.'
Minister: 'En wie gaat dat zetten?'
CEO: 'Dat zal ik eens in uw oor fluisteren.' (Neigt over naar het ministeriële oor) 'ZwwZwwZww.'
Minister: 'Allez !'
CEO: 'En de kantine dat gaan we in onderaanneming geven. Dat zou toch iets voor jullie Jos kunnen zijn, hé. Met dat klein snackbarke kan die toch geen vrouw en drie kinderen onderhouden, hé.'
Minister: 'Euh ... En wat gaat ge met die bomen doen? Ge weet toch dat onze Peter een bedrijfke van spaanderplaten heeft, hé?'
CEO: 'We gaan dat zien. Als Peter de bomen komt omzagen dan mag hij ze meenemen. Gratiez.'
Minister: 'Amai, dat gaat lawaai maken!'
CEO: 'Wat wilt ge zeggen?'
Minister: 'Hewel, gezaag, hé.'

News
Merkel en Hollande voor Europees Parlement: inhoudloos toneelstuk met Verhofstadt in krijsende en armenzwaaiende bijrol.
Edited: 201510081100
Verhofstadt: 'We beleven een polycrisis: de vluchtelingen, de economie, de euro, het duidelijk verlies aan geopolitieke invloed.'
Die analyse kan een klein kind (een 'joengk') maken.
Dat er ook een verregaande lafheid bij politici bestaat door hét probleem van de ongelijkheid niet aan te pakken en de rijken niet mee te laten betalen voor de kosten van de staat, zover kwam Verhofstadt niet want daarvoor is eerlijkheid nodig.
Alle begrotingen bestaan uit inkomsten en uitgaven. Dat is een axioma. Besparen op de uitgaven omdat je de inkomsten niet eerlijk int, is dubbel onrechtvaardig.
De neoliberale taktiek heeft er steeds in bestaan de inboedel van de staat te verkopen om de begrotingen te doen kloppen. Verhofstadt was de kampioen van dat perfide spel. En nu zitten we met private oligarchen die de bevolking naar hartelust kunnen uitzuigen. Zonder democratische controle. En na enige tijd kunnen de politici dan intreden in de raden van bestuur van de geprivatiseerde (nuts-)bedrijven. Als beloning wachten hen dan royale zitpenningen en mega-bonussen.
RTL Nieuws en VTM Nieuws 20150408 meldden:
Zo zit Verhofstadt in de bestuursorganen van APG (NL), Exmar en Sofina (dat belangen heeft in o.a. Danone en GDF/Suez, nu ENGIE). Bij Sofina trok V. in 2014 voor vier vergaderingen zitpenningen ten belope van 138.000 euro.
DS 20151008
72% van de vluchtelingen vlucht voor Assad, 32% voor IS - van statistiek naar statistrik
Edited: 201510080940
Dat blijkt uit een onderzoek van WZB Social Science Research Center in Berlijn op vraag van enkele Syrische activistengroepen. Er waren 889 bevraagden.
De Standaard noemt het onderzoek 'uniek'.
Enkele bedenkingen. Ten eerste is een onderzoek in een oorlogssituatie altijd scheefgetrokken door de sociale druk van de groep.
Ten tweede wordt niet duidelijk uit welk gebied de vluchtelingen afkomstig zijn. Een weging van de resultaten is dan ook niet mogelijk.
Het onderzoek kan dus geen uitspraken doen over het vraagstuk: 'Zou u ook gevlucht zijn uit een door IS gecontroleerd gebied?'
Ook wordt niet gepeild naar de kansen om uit het bedreigde gebied te ontsnappen. Waren die klein, groot of onbestaande?
Toch trekt De Standaard volgende conclusie: 'Als zo'n driekwart vooral op de vlucht is voor Assad en zijn regime de crisis aanwrijft, kunnen de vluchtelingencijfers door de militaire steun van Rusland aan Assad alleen verder oplopen.' Ook de Pool Donald Tusk ventileert nogal voorspelbaar die mening.
Deze redenering raakt kant noch wal. Zij suggereert dat een nederlaag van Assad - met als direct gevolg een overwinning van IS - de zaken in Syrië zou oplossen.
Zoals in elke oorlog draait de propaganda op volle toeren. Dat De Standaard zo naïef meesurft op de desinformatiegolven, is veelzeggend voor het gehalte van deze 'kwaliteitskrant'.

Speciaal voor de redactie van De Standaard dit toemaatje:
Stel: je hebt twee concentratiekampen.
Uit het ene kamp raakt niemand weg; elkeen die wil ontsnappen wordt aan de prikkeldraad neergekogeld. Het kamp heet 'DAESH'.
Uit het andere kamp, dat 'ASSAD' heet (om een beetje in de sfeer te blijven), kunnen 100 mensen ontsnappen.
Op 5 kilometer van de kampen staat een waarnemer op een kruispunt waar alle ontsnapten wel moeten passeren. Die rapporteert: 'Iedereen gaat lopen uit het kamp 'ASSAD', het moet er dus wel heel slecht zijn.'
OK, het is een extreem voorbeeld maar het illustreert hoe relatief statistiekjes zijn.

Ik denk dan: er zijn geen asielzoekers uit Noord-Korea, het zal er dus goed om leven zijn.
En tijdens WO II kwamen er op een bepaald ogenblik geen joodse vluchtelingen meer uit Duitsland ... 'Alles zal er opgelost zijn', hebben de mensen toen gedacht. Inderdaad, Die Endlösung'.

LT
Wat is een taboe ?
Edited: 201510071446
Een taboe is iets dat wordt beschouwd als ongepast om te gebruiken, te doen of over te spreken. Het woord taboe is afkomstig uit het Tongaans van Polynesië (tapu of tabu), waar het stond voor een religieus verbod op bepaalde plaatsen, voorwerpen, personen of acties. Het woord komt, conform de klankwetten voor de Polynesische talen, terug als tapu, kahu etc.

Het schenden van een taboe in een bepaalde cultuur kan leiden tot reputatieschade, sociale uitsluiting of andere vormen van repercussie. Soms kan het schenden van een taboe leiden tot rechterlijke vervolging.
Taboes kunnen betrekking hebben op:

- het dieet (bijvoorbeeld halal/koosjer, boeddhistisch vegetarisme, hindoeïstisch vegetarisme of het verbod op kannibalisme),
- seksuele activiteiten of relaties (bijvoorbeeld tussen rassen, homoseksualiteit, incest, bestialiteit, pedofilie, necrofilie),
- lichamelijke beperkingen of ongewoon lichamelijk functioneren (bijvoorbeeld winderigheid), gewoonten met betrekking tot lichaamsfuncties (bijvoorbeeld neuspeuteren of in het openbaar winden laten),
- drugsgebruik,
- de aanwezigheid van ongeschonden geslachtsorganen (bijvoorbeeld besnijdenis of vrouwenbesnijdenis),
- het ontbloten van lichaamsdelen (bijvoorbeeld enkels in de Victoriaanse tijd, de haren van vrouwen in de Islam, naaktheid in de VS),
- bepaald taalgebruik (bijvoorbeeld politiek incorrect taalgebruik en dirty talk),
- religie (sommige gelovige mensen zullen kritiek of spot met hun god(en) of religieuze leiders als beledigend ervaren),
- ziektes en handicaps (praten over kanker of aids ligt bij sommige mensen gevoelig), of
- het spreken tegen bepaalde familieleden (bij de Aboriginals, zie onder).
Taboes in een sollicitatiegesprek, zoals het bespreken van zwangerschap, seksuele geaardheid, kinderwens, etc.
Andere voorbeelden van taboes in de westerse cultuur zijn de dood of zelfmoord.

Wat een taboe is, wordt bepaald door de culturele, religieuze of politieke context.

In westerse landen dook het begrip taboe op in maatschappelijke discussies rondom politieke correctheid. Ook wordt het gebruikt om strategieën in meer dagelijks taalgedrag te verklaren (zoals eufemistische en pregnante uitdrukkingen). De zogeheten taboes in de westerse cultuur zijn echter meestal geen echte taboes in de antropologische zin van het woord, maar onderwerpen of discussies die over het algemeen gemeden worden bijvoorbeeld omdat ze gênant of pijnlijk zijn of tot ruzies kunnen leiden. Een voorbeeld van een algemeen voorkomend taboe in de Westerse samenleving in de antropologische zin van het woord is het incesttaboe.

Behalve bij de Polynesiërs staan vooral ook de Australische Aboriginals bekend om een streng en uitgewerkt taboesysteem. In de meeste Australische culturen was of is het verboden binnen bepaalde familierelaties, bijvoorbeeld schoonzoon-schoonmoeder, met elkaar te spreken; men behelpt zich met gebarentaal of, als het niet anders kan, met een speciaal soort taal die grammaticaal gelijk is aan de gewone taal maar heel andere, niet belaste woorden gebruikt. (bron: wiki, 20151007)
LT
Van boerkini-verbod naar boerkini-gebod ?
Edited: 201510051405
Er is een intellectualistische discussie aan de gang tussen professoren. Waarover? Of we nu al dan niet een boerkini-verbod mogen uitvaardigen in zwembaden. Herman Van Goethem is van mening dat als we nu de boerkini verbieden, we in de toekomst geen verzet zullen kunnen aantekenen tegen een boerkini-gebod, wanneer orthodoxe moslims de meerderheid gaan vormen.
'Een boerkini-verbod houdt een verplichting in om naakter te zwemmen dan zijzelf willen', aldus Van Goethem.
In die redenering mag het zwembadreglement mij ook niet verbieden naakt te gaan zwemmen. Ik mag toch niet verplicht worden om gekleder te gaan zwemmen dan ikzelf wil. Of zie ik dat verkeerd?

Etienne Vermeersch heeft ons een tijdje geleden al gewaarschuwd voor de professoren met het opgestoken vingertje.

Professoren hebben over het algemeen een privé-zwembad in hun tuin, vlak naast hun ivoren toren. Zij kunnen het dus stellen zonder publieke zwembaden.

Het wordt stilaan vervelend dat de leden van de upper-class de normen uitzetten waaraan zijzelf zich niet houden. Ook belastingen zijn daar een voorbeeld van: jullie gaan hier de belastingen betalen, wij gaan in het G.H. Luxemburg een deal sluiten met het ruling-comité.

Nog een voorbeeld? Op de snelweg richting Nice/Cannes wordt een Ferrari geflitst tegen een snelheid van 210 km/uur. Wanneer de pro justitia in de bus van de overtreder - een steenrijke Fransman, gedomicilieerd in Zwitserland en met een jacht dat vaart onder de vlag van de Kaaimaneilanden - belandt, roept die zijn Indische matroos bij zich. Die moet verklaren dat hij achter het stuur van de Ferrari zat. De baas zou de boete dan betalen. Niet akkoord, dan is daar de loopplank. Bovendien gaan er dan dezelfde dag duizend e-mails de deur uit naar alle vrienden. Nooit meer werk op een jacht.
News
Jongeren en maatschappij stevenen af op mega-probleem: alcoholisme.
Edited: 201510051024
We moeten maar eens op zoek gaan naar de psycho-sociale oorzaken van overmatig alcoholgebruik bij jongeren. Alcohol is een sluipend gif en de dramatische gevolgen laten zich pas voelen na 5 tot 10 jaar. Tegen die tijd zijn ook de partners en de kinderen meegezogen in de verslaving.
Alcohol wordt na een tijd beschouwd als snelwerkend medicijn om problemen niet meer te zien, om te ontkennen dat ze er zijn. Tot de volgende morgen.
Over de gevolgen van coctails - alcohol + canabis + cocaïne + slaapmiddelen + antidepressiva + xtc - is nog te weinig bekend maar het lijkt mij een evidentie dat de negatieve gevolgen exponentieel groeien naarmate er meer drugs worden gecombineerd.
Vergeten we niet dat alcohol (vuurwater) in de geschiedenis hele volkeren afhankelijk heeft gemaakt. Verslaving staat voor 'slaaf worden van'. Geen fraai perspectief.
Alcohol wordt ten onrechte beschouwd als een softdrug. Vanaf bepaalde dosissen (en die verschillen van persoon tot persoon) gedraagt alcohol zich in ons als harddrug en neemt de afhankelijkheid snel toe. Een alarmpeil wordt bereikt als er gedronken wordt voor het beëindigen van de dagtaak en als het drinken stiekem en alleen gebeurt.
LT
getijdemolen te Rupelmonde
Edited: 201510041051
LT
raderwerk van de getijdemolen te Rupelmonde
Edited: 201510041047
News
Na Volkswagen-affaire krijgt nu ook energieverbruik-labeling in de electrosector een ferme knauw
Edited: 201510030124
Is gesjoemel een evidentie en een gewoonte geworden in de zakenwereld? Of is het altijd zo geweest?
Overigens blijken de zogenaamde 'Medaille d'or' op wijnflessen fake.
Ook in de geneesmiddelenindustrie rammelt het langs vele kanten.
Er is moeilijk een sporttak te bedenken waar doping afwezig is.
De mainstream-media worden geplaagd door afluisterpraktijken en gebrek aan eerlijkheid.
De politici "zijn er altijd mee bezig" of zeggen "we zullen zien".
Presidentskandidaten worden gekozen op basis van verzamelde campagnegelden.
Er zijn verhoogde veiligheidsrisico's bij vliegtuigen omdat de kosten van onderhoud en inspectie daarvan de winstmarges drukken.
De voedselkwaliteit blijft een problematisch terrein; bvb. de Genetically Modified Organisms (GMO).
Er is een serieus probleem met hormonenverstoorders of EDC's (parabenen, ftalaten, Bisfenol A, pesticiden, ...).
De belastinginning gebeurt 'à la tête du client' (LuxLeaks) en onthullingen brengen geen actie op gang.
Dyab Abou Jahjah in De Standaard van 20151002
België, waar je echt moslim wordt
Edited: 201510021220
Ik zal kort zijn. In zijn wekelijkse column schrijft Jahjah over islamofobie en islambashing.
Maar er bestaat ook zoiets als 'girlbashing': een meisje zonder hoofddoek wordt al gauw 'hoer' toegeroepen op straat. Benieuwd of Jahjah ook daar een mening over heeft.
Ik zeg dit zonder haat of angst. Maar de fouten komen niet van één kant. Het is de hoogste tijd dat in te zien en er iets aan te doen.
Nederlands Kadaster
Nederlands Kadaster biedt een applicatie aan waarmee je een topografische tijdreis kan maken
Edited: 201509281501
De gedetailleerde digitale kaart is grensoverschrijdend en bestrijkt ook een deel van Vlaanderen. Interessant.

klik op deze link
VW
Martin Winterkorn: pensioen van 28,56 miljoen euro
Edited: 201509251624
Winterkorn verdiende meer dan 15 miljoen euro per jaar.
Toch merkwaardig dat je een smak geld krijgt om niet te weten wat er in je bedrijf omgaat. Tijdens een sollicitatiegesprek wordt er bij een gewone werknemer gepeild naar diens kennis, teamgeest, stressbestendigheid, viertaligheid, software-skills, etcetera. Blijkbaar wordt een CEO benoemd na een verstandig antwoord op de vraag: 'U wilt toch zeker niet alles weten?'
Op de voorstelling van het laatste nieuwe VW-model gaat de man in driedelig pak door de knieën boven een minuskuul kruisje op de vloer en 'inspecteert' hij of achteraan de uitlaat wel goed is bevestigd. Hij ziet niets. Zijn linker oog vangt de flitsen op van fototoestellen van de gehurkte fotografen. De media in aanbidding voor het afgesproken moment. Zijn rechteroog wordt verblind door de LED-spot die handig achter het linker voorwiel is verstopt en onder de juiste hoek gericht is op de linker revers van zijn blauw kostuum. Hij haalt zich de foto's in de kranten van volgende dag voor de geest. Daarboven een grote kop 'Winterkorn: de man die alles controleert. Tot het laatste schroefje'. Dit is beter dan Shakespeare, denkt hij.
News
Tijdens de hadj in de Saoudische stad Mina, nabij Mekka, zijn meer dan 700 doden en bijna 800 gewonden gevallen. De meeste slachtoffers werden vertrappeld.
Edited: 201509251342
De hadj eiste in het verleden al meermaals doden door vertrappeling.
In Mina werpen de moslims stenen naar de Jamarat, symbool van de duivel.
De Saoudische regering wijdt de ramp aan de gelovigen die de consignes niet opvolgden. Anderen zeggen dat het de wil van Allah is geweest.
News
Zwembaddebat: Na de hoofddoek, de boerka, het onverdoofd slachten, Zwarte Piet, nu de boerkini ...
Edited: 201509241021
Er lopen klachten tegen het boerkini-verbod in zwembaden bij het Interfederaal Gelijkekansencentrum (IGK). De godsdienstvrijheid wordt ingeroepen.
Als er nu een godsdienst zou bestaan die naaktzwemmen verplicht, dan wordt het misschien nog een interessant debat in het zwembad.
Overigens is naaktheid de ultieme vorm van nederigheid. Want wie zich kleedt verheft zich boven diegene die geen geld heeft om zich te kleden. De naakten kleden mag dan door Jezus een werk van barmhartigheid worden genoemd, de naakte die niet gekleed wil worden moeten we ook respecteren. Want het kleed leidt al vlug tot ijdelheid en eigenwaan. U merkt het: het wordt een razend interessant debat. Het worden harde tijden voor de modekoningen. Ondertussen kunnen we ook nadenken over de ontwikkeling van stealth-kledij. Die zou de persoon volledig onzichtbaar maken en daarmee zouden dan alle problemen van de baan zijn. En ook dat is natuurlijk totale onzin.
TRINE Ralph Waldo
In harmonie met het oneindige
Edited: 201509211217
'Het is de letter die doodt, het is de geest die levend maakt.' (53)
Wellicht iets om over na te denken bij beschouwingen over godsdiensten die zich baseren op geschriften. Want louter exegese zonder context is een doodlopend pad of een pad naar de dood.
'Vooroordelen en vooropgestelde meningen staan altijd de ware wijsheid in de weg.' (103)
Interview met Etienne Vermeersch in DS 20150905
Het is flauwekul om te zeggen dat we die vluchtelingen nodig hebben. In België hebben we 600.000 werklozen.
Edited: 201509051027
'Grote groepen nieuwkomers integreren is zeer moeilijk.' (...) Homogeniteit van een bevolking is belangrijk. Het is gevaarlijk grote bevolkingsgroepen met een andere cultuur op te nemen. De islam speelt een rol in samenlevingsproblemen in Europa, kijk maar naar die hele discussie over onverdoofd slachten. De Italiaanse gastarbeiders waren met veel meer, maar herinnert u zich grote samenlevingsproblemen met Italianen?'


'Een ander deel van mijn plan is dat de Syrische president Bashar al-Assad onmiddellijk gedwongen wordt te stoppen met burgers te bombarderen en dat Islamic State (IS) verpletterd wordt.'(...)

'Het is geen gezonde situatie wanneer je in een land groepen hebt die getto's vormen.' (...)

'Je hebt altijd de morele plicht om (...) leed te beperken, maar niet door je eigen bevolking in de miserie te storten. Als je de mensen dwingt om rechten af te staan, drijf je ze tot racisme en xenofobie.' (...)
Vraag: Wat zijn de grote samenlevingsproblemen met moslims?
Antwoord: 'Het is een gevaarlijk voorbeeld maar ik zou kunnen verwijzen naar de verkrachtingscijfers in Zweden. Die zijn op korte tijd spectaculair gestegen. Er zullen altijd verscheidene factoren zijn, maar één van de verklaringen is de instroom van grote groepen moslims, onder meer uit Somalië.' (...)
'We hebben hier een mooi sociaal systeem opgebouwd. Als dat straks onbetaalbaar wordt, zullen de slachtoffers niet de professoren zijn die nu met een opgestoken vingertje opiniestukken schrijven. Het zullen de zwaksten zijn.'

VERMEERSCH Etienne, interview: Wouter Woussen,foto: Michiel Hendryckx
INTERVIEW ETIENNE VERMEERSCH OVER DE VLUCHTELINGENCRISIS | ‘Het is flauwekul om te zeggen dat we die vluchtelingen nodig hebben’
Edited: 201509050903
De Standaard | 05 SEPTEMBER 2015 |
De tijd dat vluchtelingencrisissen in België opgelost werden in overleg met Etienne Vermeersch, is voorbij. Maar dat de huidige staatssecretaris nog niet gebeld heeft, wil niet zeggen dat de 81-jarige filosoof geen plan klaar heeft.

Hebt u die foto gezien van die Syrische kleuter die dood is aangespoeld op een Turks strand?

‘Ja, maar ik schrik er niet van. Wie schrikt van deze foto, heeft geen verbeelding. We weten dat daar kinderen verdrinken. Maar ik begrijp de emoties wel, het is een zeer aangrijpend beeld.’

Guy Verhofstadt hoopt dat die foto Europa wakker zal schudden. Volgt u hem daarin?

‘Als die foto mensen wakker schudt, is dat goed. Maar je mag hem niet gebruiken om een moraliserend vingertje op te steken tegen goedmenende politici, die worden terechtgewezen alsof ze geen enkele ethiek hebben en de rechten van de mens niet kennen. Het probleem met moralisten is dat ze soms haalbare oplossingen in de weg staan omdat ze een ideale oplossing willen.’

Wat is volgens u een haalbare oplossing?

‘We moeten af van het verdrag van Dublin, dat nu bepaalt dat je asiel moet vragen in het land waar je Europa binnenkomt. Iedereen die de situatie in Griekenland en Italië kent, weet dat dat waanzin is. Er moeten Europese opvangcentra komen en criteria welke vluchtelingen aanvaard en over de landen verdeeld worden volgens quota.’

Hoe stel je die quota op?

‘Door rekening te houden met de situatie van elk land. Spanje heeft een jeugdwerkloosheid van 50 procent. Als je daar nu nog eens een massa mensen naartoe stuurt, maak je dat alleen maar erger. Slovakije en Hongarije hebben dan weer een probleem met moslims.’

Dat is xenofobie. Moet je daar rekening mee houden?

‘We leven niet in een ideale wereld. Ik praat graag over hoe de wereld is en niet over hoe je zou willen dat hij is. Ook onterechte angsten moet je zo veel mogelijk reduceren. Je zou die landen beter kunnen overtuigen om hun deel te doen, als je vluchtelingen een apart, tijdelijk statuut zou geven. Dat is mijn tweede voorstel.’

U bedoelt: vluchtelingen geen volledige burgerrechten toekennen.

‘Vluchtelingen hebben de hoop en de plicht om terug te keren als de oorlog voorbij is. Een statuut dat dat erkent, heeft ook voor hen voordelen, want dan vallen ze bijvoorbeeld niet onder wetten die zeggen dat ze hier geen sociale woning kunnen krijgen als ze in Syrië een huis bezitten.’

Als een conflict zo lang duurt dat hun kinderen ingeburgerd zijn in België, wilt u hen daarna alsnog terugsturen?

‘Dat kun je dan opnieuw bekijken. België heeft na de Kosovo-crisis zulke mensen teruggestuurd. Ik heb daar de grootste problemen mee. Ik heb dat meegemaakt. Dat is hartverscheurend. Het enige wat je kunt doen, is zorgen dat die problemen zich nu niet opnieuw stellen.’

Kunnen die vluchtelingen niet meer bijdragen aan onze samenleving als ze uitzicht hebben op een duurzaam verblijf?

‘We vangen die mensen op om hen te helpen. Het is flauwekul om te zeggen dat we ze nodig hebben. In België hebben we 600.000 werklozen. In Brussel bedraagt de jongerenwerkloosheid 35 procent. Zeggen dat we extra arbeidskrachten nodig hebben, is cynisch.’

Denkt u dat de oorlog in Syrië snel opgelost zal zijn?

‘Een ander deel van mijn plan is dat de Syrische president Bashar al-Assad onmiddellijk gedwongen wordt te stoppen met burgers te bombarderen en dat IS verpletterd wordt. De tweede Golfoorlog was een kapitale stommiteit, maar dit is iets totaal anders. IS is veel gevaarlijker dan Saddam Hoessein. Dat komt door de manier waarop ze hun aanhang werven: met hun militaire successen en hun letterlijke interpretatie van de Koran. De vereniging van 56 moslimlanden zou een vergadering van godgeleerden moeten samenroepen, die gezamenlijk verklaren dat IS de Koran onjuist interpreteert en dus bestreden moet worden. Zij kunnen oproepen tot jihad. Laat een coalitie met Egypte er korte metten mee maken. President al-Sisi zal daar graag aan meewerken. Daarna kunnen de vluchtelingen terug, al kun je misschien een uitzondering maken voor christenen en jezidi’s.’

Waarom?

‘Omdat de situatie voor hen daar misschien nooit meer leefbaar wordt.’

De reden is niet dat u de moslims liever niet in Europa houdt?

‘Hun integratie zal misschien gemakkelijker zijn, hoewel de Europese bevolking met die jezidi’s ook weinig gemeen heeft. Maar het is wel een kleine groep. Homogeniteit van een bevolking is belangrijk. Het is gevaarlijk grote bevolkingsgroepen met een andere cultuur op te nemen. De islam speelt een rol in samenlevingsproblemen in Europa, kijk maar naar die hele discussie over het onverdoofd slachten. De Italiaanse gastarbeiders waren met veel meer, maar herinnert u zich grote samenlevingsproblemen met Italianen?’

Wat zijn de grote samenlevingsproblemen met moslims?

‘Het is een gevaarlijk voorbeeld, maar ik zou kunnen verwijzen naar de verkrachtingscijfers in Zweden. Die zijn op korte tijd spectaculair gestegen. Er zullen altijd verscheidene factoren zijn, maar één van de verklaringen is de instroom van grote groepen moslims, onder meer uit Somalië.’

Maar u kunt dat niet bewijzen?

‘Het is tendentieus om die ene factor eruit te lichten en daarom is het een gevaarlijk voorbeeld. Wat ik wil zeggen is: grote groepen nieuwkomers integreren is zeer moeilijk. We spreken hier nu over die paar miljoen vluchtelingen uit Syrië, maar er staat ons nog iets te wachten. Afrika heeft nu 1,1 miljard inwoners. Volgens de VN zullen er dat in 2050 2 miljard zijn. Nu komen ze al in stromen naar ons toe. Wat moet er met dat miljard gebeuren?’

U hebt daar wellicht ook een plan voor.

‘Een gigantische campagne voor geboortebeperking. Het is niet rechtvaardig dat wij, die ons geboortecijfer onder controle houden, de dupe worden van de ongebreidelde bevolkingsaangroei elders. Waarom heeft Duitsland de minste werklozen? Omdat daar het minste kinderen zijn geboren.’

Dat is toch niet het gevolg van een bewuste campagne?

‘Nee, van een mentaliteit.’

Leidt welstand niet tot geboortebeperking?

‘Als je bevolking explodeert, kun je die welstand niet creëren. Als een bevolking explodeert, krijg je grotere armoede, opstanden en oorlog. Dat is ook waarom de Arabische lente is losgebroken. Syrië had in 1970 zes miljoen inwoners, in 2011 waren dat er 22 miljoen. De Arabische lente is een crisis die is ontstaan door een mislukte oogst in Rusland, waardoor er niet genoeg graan was in Noord-Afrika. Als er volgend jaar nog eens een Russische oogst mislukt, staat er ons nog iets te wachten.’

U wees net op het belang van de homogeniteit van een samenleving. Is de wereld niet sowieso complexer aan het worden?

‘Het is geen gezonde situatie wanneer je in een land groepen hebt die getto’s vormen. De Verenigde Staten waren lang een voorbeeld van een geslaagde meltingpot, maar zij krijgen een steeds grotere instroom van hispanics, waar ze ook geen antwoord op hebben.’

Die instroom is een gevolg van ongelijkheid, precies zoals de migratiedruk op Europa vanuit Afrika. U voorspelt zelf dat die niet zal afnemen. Hoe stelt u voor dat het Europa daarmee omgaat?

‘Ze moeten verdorie stoppen met de bevolking zo te laten groeien! Dat schrijf ik al dertig jaar.’

En doen ze het?

‘Neen.’

U praat graag over de situatie zoals ze is, en niet zoals ze zou moeten zijn. De Afrikaanse bevolking groeit. Wat wilt u doen, een muur bouwen om ze tegen te houden?

‘Die muur staat er al. Er wordt schande gesproken over dat hek in Hongarije, maar rond de Spaanse enclaves in Marokko staan er al lang zulke muren. Dat wordt nu omzeild met bootjes, wel, ze zullen ervoor moeten zorgen dat er niet één bootje meer vertrekt. Waarom verdrinken ze op zee? Omdat ze geloven dat er altijd wel een paar door geraken.’

Moet je dan stoppen met mensen redden, uit angst voor een aanzuigeffect?

‘Natuurlijk niet. Je redt ze, haalt de oorlogs- en politieke vluchtelingen eruit en zet de rest weer aan land waar ze vandaan komen.’

Is het op zich al niet cynisch dat echte oorlogsvluchtelingen hier pas asiel krijgen als ze hier geraken, waardoor ze met duizenden verdrinken in de Middellandse Zee?

‘Het zou al heel wat zijn als we voldoende kunnen doen voor die zes procent Syriërs die hier geraken.’

Iemand die verhongert, maar niet uit een oorlog komt, vliegt terug. Dat is op zich toch al onmenselijk?

‘Dat onderscheid is inderdaad niet humaan, maar de Conventie van Genève naleven is nu al met moeite haalbaar. Als er morgen een oorlog uitbreekt in China, zullen we de grenzen zelfs moeten sluiten voor oorlogsvluchtelingen. We hebben hier een mooi sociaal systeem opgebouwd. Als dat straks onbetaalbaar wordt, zullen de slachtoffers niet de professoren zijn die nu met een opgestoken vingertje opiniestukken schrijven. Het zullen de zwaksten zijn.’

Dan laat je in 2050 iedereen achter die muur verhongeren?

‘Je hebt altijd de morele plicht om dat leed te beperken, maar niet door je eigen bevolking in de miserie te storten. Als je de mensen dwingt om rechten af te staan, drijf je ze tot racisme en xenofobie.’

U had het in het begin van dit gesprek over goedmenende politici die hun best doen. Vindt u dat België genoeg doet?

‘Niet zolang er mensen buiten moeten slapen. Ik denk ook dat we meer mensen kunnen opvangen. Ik passeer vaak aan het station van Melle. Dat staat al jaren leeg. Met een paar aanpassingen kunnen daar drie gezinnen wonen.’

U woont ook vrij ruim.

‘Ik weet dat het duurzamer is om in de stad te leven. Ik heb het ook geprobeerd, maar ik kon niet leven met het lawaai van mijn buren. Voor mij persoonlijk is dit een zeer gezonde manier van leven, maar ik ben er mij van bewust dat je die niet kunt veralgemenen voor de hele bevolking.’

Het zou een metafoor kunnen zijn voor de situatie van Europa in de wereld.

‘Ja. Natuurlijk.’
Cabinet de Didier Reynders
Alexia Bertrand wordt kabinetchef van Didier Reynders
Edited: 201509020944




Alexia Bertrand is de dochter van Luc Bertrand, CEO van Ackermans & van Haaren.

In 2014 stond zij voor de verkiezingen van de Kamer op de 14de plaats van de lijst van de MR te Brussel.

Bio:
Alexia Bertrand (°1979, Belgische) behaalde het diploma van licentiaat in de rechten aan de Université Catholique de Louvain (2002) en een Master of Laws aan de Harvard Law School (2005). Zij werkt sinds 2012 als adviseur op het kabinet van de Vice-Premier en Minister van Buitenlandse Zaken en werd op 1 oktober benoemd tot kabinetchef algemeen beleid. Ze geeft periodiek opleidingen in onderhandelingstechnieken. Van 2002 tot 2012 was ze actief als advocate, gespecialiseerd in financieel- en vennootschapsrecht (bij Clifford Chance en vervolgens Linklaters). Ze was tijdens een deel van die periode assistente aan de rechtsfaculteit van de Université Catholique de Louvain en wetenschappelijk medewerkster aan de Katholieke Universiteit Leuven. Alexia Bertrand werd in 2013 tot bestuurder van Ackermans & van Haaren benoemd.
DS
Antwerpen: Cocaïne: 1,6 ton in beslag genomen in haven tijdens maanden juni, juli, augustus. Straatwaarde: 62 miljoen euro.
Edited: 201509010957
Per gram betekent dat 38,75 EUR.


Als we even aannemen dat 1 op de 100 trafieken wordt onderschept dan betekent dat een trafiek van ca. 640 ton per jaar. De berekende trafiek is dan 25 miljard EUR waard.

LT
gecontamineerde beelden
Edited: 201508290112
Ik heb er een tijdje over moeten nadenken maar ik realiseer me nu dat een toenemend aantal beelden in mijn brein gecontamineerd zijn. Ik noem er enkele: een treinwagon, een wolkenkrabber, een zonovergoten zandstrand, een rubberboot, een koelwagen, een groen eilandje in een baai, een bisschop in vol ornaat, een kindergezicht, het logo van een bank, een speelgoedhelicopter, ...
Het zijn geen neutrale beelden meer, de associatie met andere beelden raakt verstoord want geconditioneerd.
Het is niet eens angst, het is eerder verwondering over de nieuwe invulling die buiten mij om gebeurt, onvermijdelijk.
Het hele proces is ver verwijderd van het leren van woordjes met bijhorende plaatjes: Jan, kat, bal, muis, ...
De semiotiek wijzigt razendsnel in een gemediatiseerde wereld en die mutatie gebeurt mondiaal.
DS 20150826
Filip Reyntjens bepleit vermogensbelasting en doet oproep tot CD&V
Edited: 201508261119
FR rekent zichzelf bij de vermogenden.
LT: Ook tijdens de Franse Revolutie waren er tal van vermogenden die op tijd van kamp wisselden om de guillotine te ontlopen.
GEUZE Adriaan, Nederlands landschapsarchitect
Tussen de steden is een corridorarchitectuur ontstaan. Dat is een aanslag op onze leefwereld. Wie heeft dat gewild? Het is onomkeerbaar en dat brengt in mij paniekgevoelens naar boven.
Edited: 201508251019
Deze uitspraak deed Geuze in het VPRO-programma 'Zomergasten'. Geuze fotografeerde de kilometerslange mik-mak-bebouwing langs Nederlandse wegen. 'Nederland is een klein land en we bouwen het lelijk vol. Ruimtelijke ordening is een ramp in Nederland. We hebben in het verleden voortdurend ministers gehad die geen voeling hadden met de materie.'
Grondspeculatie is de hoofdoorzaak van het verkwanselen van ruimte en onze behoefte aan visuele schoonheid is aan flarden geschoten. De dimensies kloppen niet, de kleuren 'vloeken' met elkaar, we modderen maar wat aan.

We hebben geen visie ontwikkeld die wortelt in de traditie.
Hoe goed is ons dijkenstelsel en hoe kwetsbaar is Nederland? 'Dat is iets waar ik liever niet over praat, het lijkt mij geen thema voor dit programma.' Geuze liet echter uitschijnen dat enkele strategisch gerichte aanslagen op het dijkenstelsel een nooit geziene ramp kunnen veroorzaken.

P.S. In Frankrijk is onlangs een wet van kracht geworden die de publicitaire vervuiling van het landschap moet tegengaan. Reclameborden nabij gemeenten van minder dan 10.000 inwoners zijn voortaan verboden. De toepassing van de wet wordt een harde noot om kraken. De handelaars hadden vijf jaar de tijd om de toestand te regulariseren maar weinig borden werden verwijderd.
De Tijd
Uitgesteld kijken: Vier en Telenet steken straks reclameboodschap achter de pauzeknop
Edited: 201508190017
De ingreep verraadt hoe wanhopig de TV-sector op zoek is naar het opkrikken van de kijkcijfers van reclameboodschappen. De adem van de adverteerders is heet. Mediaplanning wordt dansen op eieren want het wordt een hele klus om de kost per duizend op een heldere manier uitgelegd te krijgen.
Gaston Durnez in DS Weekblad
Over De Standaard
Edited: 201508140000
"Het is een verkeerd idee dat De Standaard een zuilkrant was. Ja, het was een blad van katholieken huize dat de CVP steunde, maar slechts tot op zekere hoogte. Ik heb nog gewerkt onder E. Troch (pseudoniem van Luc Vandeweghe), een notoir vrijzinnige. Hij kreeg er vaak genoeg last mee met een deel van zijn publiek, maar zijn bazen hebben hem altijd gesteund. Wij hadden een zeer grote vrijheid om te schrijven wat wij wilden."

Noot LT: Durnez (°1928) heeft het hier over de periode vóór 1976 toen De Smaele nog aan het roer stond. Na het faillissement van de Standaardgroep is er met de intrede van André Leysen & Co toch veel veranderd en werd bvb. Troch afgevoerd. En laat nu net dat het probleem van Durnez zijn: het is allemaal wel waar wat hij vertelt, maar hij vertelt heel vaak niet heel het verhaal ... uit voorzichtigheid, om niet in de rol van de rebel te treden. Daarom blijft hij een lakei van de macht. Een vriendelijke en behulpzame dienaar.
LT
Minister van Dierenwelzijn mag zijn rol niet vervullen
Edited: 201508112328
Minister Ben Weyts (NVA) wil het rituele slachten verbieden op alle slachtvloeren. Bravo! Maar kijk, moslims en joden omarmen elkaar om te strijden tegen dit verbod. Ook een hypocriete dame van de CD&V komt vertellen: 'Het staat niet in het regeerakkoord.' Eigenlijk wél, lieve mevrouw, want u hebt een Minister van Dierenwelzijn laten benoemen.

Het wordt de hoogste tijd dat lobbies hun plaats kennen en dat de rede regeert. Weyts stelt zeer terecht dat zijn voorstel niet is gericht tegen bepaalde groepen maar voor het dierenwelzijn.

Gaat hij nu op eigen initiatief een wetsontwerp indienen of moet de ministerraad daar zijn zeg over hebben?
DE WITTE Ludo
Huurlingen, geheim agenten en diplomaten (voorstelling/bespreking)
Edited: 201508081700
ISBN 9789461313294.

De moord op Lumumba, over de eerste democratisch verkozen regeringsleider van Congo in 1961, deed bij verschijnen in 1999 heel wat stof opwaaien. Ludo De Witte's gedetailleerde en gedocumenteerde relaas verplichtte de Belgische politieke klasse voor het eerst de eigen historische verantwoordelijkheid te erkennen.

Het boek leidde tot de oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie. De commissie-Lumumba leidde wel tot degelijk onderzoek, maar slechts tussen de lijnen van zijn rapport valt voor de kritische lezer te lezen dat de toenmalige regering van Gaston Eyskens (CVP – nu CD&V) en koning Boudewijn niet zomaar toeschouwers waren bij de moord op Patrice Lumumba op 17 januari 1961.

De politieke besluiten van dat onderzoek waren ook typisch Belgisch, een compromis dat niemand tevreden stelde. Eén ding is met het boek van De Witte en de onderzoekscommissie wel veranderd. Niemand die enigszins geloofwaardig wil overkomen, stelt de gebeurtenissen van 1960-1961 nog voor als een louter interne zaak tussen Congolezen.

Vijf jaar chaos


Patrice Lumumba
Na de moord op de enige democratische leider die de Congolezen had samengebracht in al hun etnische, culturele en taalkundige verscheidenheid, volgden vijf jaren van chaos, die het land verder ten gronde richtte. Waar België schoorvoetend enige verantwoordelijkheid heeft aanvaard voor de moord op Lumumba, is dat nog altijd niet het geval met wat gebeurde in de periode die erop volgde en die leidde tot de dictatuur van Mobutu.

Die dictatuur duurde van 1965 tot 1997. Nog steeds zijn er politieke commentatoren die menen dat de staatsgreep van Mobutu een 'noodzakelijk kwaad' was om de vechtende Congolezen tot de orde te roepen. Zij stellen de woelige periode 1961-1965 voor als een louter interne strijd tussen Congolezen, waarbij Belgen en andere Europese ex-kolonisatoren toeschouwers waren, die slechts tussenbeide kwamen om (blanke) mensenlevens te redden. Bovendien, de eerste zes jaar van zijn regime zou Mobutu wel een 'goed' leider geweest zijn, die terug orde en rust bracht.

Goedpraten wordt terug de norm

“Aan die periode van relatieve openheid kwam echter snel een einde, en sinds een jaar of tien gaat het weer de andere kant op.” Vandaag is het terug bon ton om hoogstens kritisch te zijn over de "fouten, overdrijvingen en excessen" van het kolonialisme, de lijfstraffen, het gesegregeerde onderwijs voor de 'évolués', het beroepsverbod voor hogere functies.

Het Belgische koloniale avontuur was slechts een goedbedoelde poging om een volk te emanciperen, waarbij jammer genoeg veel fouten werden gemaakt, de Belgen te Europees dachten, geen rekening hielden met de Afrikaanse karaktertrekken, enzovoort. Weg zijn de economische belangen, het brutale racisme, de collaboratie van de kerk...

“Auteurs als Manu Ruys, Walter Zinzen en David Van Reybrouck houden hun lezers voor dat die coup (van Mobutu in 1965, nvdr) wenselijk en weldoend mag genoemd worden.” De Witte vond slechts één uitzondering op dat discours, het boek van VUB-historicus Guy Van Themsche: Congo. De impact van de kolonie op België (2007), later vertaald als Belgium and the Congo, 1885-1990 (2012)

België was nauw betrokken

Niets is minder waar, stelt Ludo De Witte. De kanker die in 1993-1997 leidde tot de ondergang van Mobutu zat in het systeem ingebakken op de dag zelf dat hij met expliciete goedkeuring van Belgische en Amerikaanse regering de macht greep. Het perscommuniqué, waarin Mobutu zijn coup uitlegde op Radio Leopoldstad1, werd geschreven door Belgisch militair attaché Van Halewijn...

Wanneer na de moord op Lumumba in het oosten van het land ongecoördineerde groepen een opstand beginnen, blijkt het door de Belgen uitgeruste en getrainde Congolese niet bereid zijn leven te wagen tegen tegenstanders die met pijl, boog en machete – tegen beter weten in – niet wegduiken voor het geweervuur van de soldaten.

De simba's ("leeuwen" in het Swahili) geloven immers dat ze onkwetsbaar zijn voor kogels. Waar ieder militair expert een eenzijdige afslachting verwachtte, zoals tijdens de Britse koloniale oorlogen of tijdens de Eerste Wereldoorlog, bleek dit bijgeloof echter een nuttig strategisch wapen.

De ongemotiveerde en nauwelijks betaalde soldaten kozen immers massaal eieren voor hun geld en dropen af voor een tientallen malen kleinere tegenmacht. Voor men in Kinshasa, Brussel en Washington goed en wel doorhad wat er gebeurde, hadden de simba's een groot deel van het land onder controle, een territorium veertig maal groter dan België. Ook de lucratieve mijnen in Katanga kwamen in gevaar.

De leiders van deze simba's, onder wie een jonge Laurent-Désiré Kabila, waren allesbehalve democraten, laat staan dat ze ook maar enige voeling hadden met het communisme. Qua politieke leegheid waren ze de gelijken van de "Binza-boys" die het na de moord op Lumumba in de hoofdstad "Kin" voor het zeggen hadden.

Een allegaartje wint het pleit

Zelfs voor het openlijk neokoloniale weekblad Pourquoi Pas? was de echte oorzaak van deze opstand niet ver te zoeken: “Het is een jacquerie2 van mensen die genoeg hebben van de miserie en de ellendige praktijken van het ANC dat rooft, verkracht en doodt (…) het staat vast dat de beweging spontaan ontstond en aanvankelijk gerechtvaardigd was.”

Het ANC staat hier niet voor de bevrijdingsbeweging van Nelson Mandela maar voor het Armée Nationale Congolaise, het Congolese leger wiens lafheid tegenover gewapende tegenstanders recht evenredig was met zijn gruwelijke roofzucht tegenover de ongewapende bevolking. Dat hun lonen werden gestolen door hun eigen officieren, hielp natuurlijk niet om enige discipline in stand te houden. Bovendien werden de soldaten systematisch gestationeerd in regio's waar ze etnisch of taalkundig geen enkele band mee hadden (een manier van aanpakken die ze van de Belgen hadden overgenomen).

Union Minière

De Belgische regering ging voor een oplossing steeds "te rade" bij de experten ter plaatse. Daar bedoelden ze geenszins Congolese politieke leiders met een basis in de bevolking mee. “Belgische ministers die het beleid in Centraal-Afrika uittekenden, ondernamen weinig zonder de goedkeuring van de bedrijfsleiders van de Union Minière.”


Ooit nog opgericht door koning Leopold II was dit mijnbedrijf onder meer verantwoordelijk voor het delven en verkopen van het uranium in de Shinkolobwe-mijn, dat als brandstof diende voor de bommen op Hiroshima en Nagasaki. Die Belgische verkoop aan de VS in 1941 maakte het mogelijk dat België naast Frankrijk het enige land ter wereld werd dat volop mee mocht genieten van de Amerikaanse nucleaire knowhow. Met een ver gevolg van die geschiedenis zit België vandaag nog steeds. Geen enkel land ter wereld, na Frankrijk, heeft een dergelijk hoog aandeel in kernenergie voor zijn elektriciteitsproductie (zelfs de VS niet).

De Verenigde Naties

België toonde zich in 1961-1965 een onbeschaamd en openlijk schender van VN-resoluties. De afscheiding van de mijnprovincie Katanga werd logistiek ondersteund. Katangees leider Moïse Thsombé werd na het mislukken van die afscheiding zonder enige schroom binnengehaald als de man die de chaos na Lumumba zou redden.

Zowat heel Afrika protesteerde tegen de benoeming van deze "neokoloniale slaaf" als eerste minister. Brussel lag er niet wakker van. Even gemakkelijk liet Brussel hem vier jaar later vallen, toen een dictatuur onder leiding van stafchef van het leger Joseph Désiré Mobutu een betere optie bleek.

Historische indelingen zijn altijd enigszins arbtitrair, maar de zeven hoofdstukken waarin De Witte de periode 1961-1965 indeelt, zijn logisch. Op de periode-Thsombé volgde de Belgische organisatie van een huurlingenleger ten bate van de grote bedrijven. Het "simbarijk" was van bij het begin immers zeer broos. Het was vooral ontstaan omdat het Congolees leger zo inefficiënt en ongemotiveerd was.

Pokeren met blanke levens

In de Belgische pers werd ondertussen de trom geroffeld van de strijd tegen het communisme. Een humanitaire interventie was noodzakelijk om Belgische gijzelaars uit de handen van de simba's te bevrijden. Er waren inderdaad een aantal Belgische colons vermoord door de simba's, maar dat aantal verbleekte bij de duizenden Congolezen die systematisch werden afgemaakt door het ANC en door de door België ingezette Zuid-Afrikaanse en Rhodesische3 huurlingen.

Het klinkt sinds de oorlogen in de Balkans bekend in de oren, maar de invasie van Stanleystad (Kisangani) en Paulis (Isiro) waren geen gevolg van enige massale afslachting van Belgische en andere gijzelaars. Ze waren er de hoofdoorzaak van. De brutale wreedheden van de ingezette huurlingen waren immers niet van aard de simba's mild te stemmen, wat De Witte gevat omschrijft met de titel van het hoofdstuk 'Pokeren met blanke levens'.

"De Belgen lachen met de koude oorlog"

Washington wilde ondertussen wel helpen om de 'communisten' te bestrijden, maar zat met een 'geloofwaardigheidsprobleem'. “De VS was het enige onafhankelijke land ter wereld – afgezien van het apartheidsregime in Zuid-Afrika – waar mensen wegens hun huidskleur tweederangsburgers waren... [Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken] Dean Rusk erkende informeel dat het binnenlands racisme als een molensteen om de nek van Amerikaanse diplomaten in Afrika hing.”

Belgische bedrijfsleiders wisten ondertussen wel beter. “Tot zijn [minister van Buitenlandse Zaken Paul-Henri Spaak] verbazing waren ze het er over eens dat ze met de simbaleiders zaken konden doen als Congo helemaal in hun handen zou vallen.”
De Britten en de VS waren daar niet over te spreken.

“De Britse ambassadeur in Congo... Het Belgisch beleid in Congo is louter dienstig aan de belangen van het bedrijfsleven... Zij zijn niet geïnteresseerd in de Koude Oorlog en lachen met de Amerikanen omdat die achter elke struik een communist zagen.”

Niet bepaald wat in de kranten werd verteld. Bleven Moskou en Beijing afzijdig uit het conflict – al was het maar omdat ze andere interne katten te geselen hadden –, er waren echter wel degelijk 'communisten' aanwezig in het conflict.

De Cubaanse interventie onder leiding van Che Guevara himself was echter nog steeds geheim – satellieten bestonden nog niet – toen ze na enkele maanden al werd afgeblazen. Guevara moest vaststellen dat de leiders van de opstand totaal geen visie hadden op de eigen maatschappij. Het kwam erop neer dat ze zelf aan de macht wilden komen. Daarom alleen hadden ze de leiding van de spontane opstanden van de simba's overgenomen.

'Sterke man Mobutu'


Mobutu Sese Seko
Van het idee dat Mobutu de sterke man zou geweest zijn die boven de strijdende partijen stond, blijft in de analyse van De Witte zo goed als niets over. Meermaals heeft Mobutu tijdens de simba-opstand gevreesd voor zijn overleven.

Hij had ook nauwelijks gezag of controle over zijn troepen, buiten de garnizoenen in Kinshasa zelf. Dat wantrouwen tegenover het eigen leger zou ook tijdens zijn regime blijven voorbestaan. Zonder zijn goed opgeleide en rijkelijk betaalde presidentiële garde liet hij zich nooit zien.

Mobutu was allesbehalve de evidente keuze voor België en de VS, hij was eerder de minst slechte, de minst 'ongeloofwaardige'. Zijn grootste voordeel was dat hij al officieel leider was van het leger. Dat hij geen aanhang had bij de bevolking – zeker niet in de helemaal in het zuiden gelegen hoofdstad Kinshasa, Mobutu kwam uit de noordwestelijke Evenaarsprovincie – was daarbij irrelevant.

Economisch gewin

Wie het boek van De Witte leest ziet een duidelijke lijn in het beleid van de Belgische regering: alles voor het behoud van het economisch gewin, niets voor de Congolese bevolking. Elke Belgische dode was een drama, tienduizenden Congolese doden daarentegen...

De Witte ziet ook een verband met het heden: “Een kritisch onderzoek van het westers beleid inzake Afrika toont aan dat abstracte noties zoals 'de strijd tegen de verspreiding van de Sovjetinvloed' in feite codewoorden waren in de propagandaslag bij de uitbouw van stabiele neokoloniale regimes. Vandaag luiden vanuit dezelfde zorg de codewoorden 'bescherming van fundamentale mensenrechten' en 'plicht tot humanitaire interveniëren'."
Net als toen blijken die nobele principes enkel van toepassing in landen en regimes die tegen westerse economische belangen ingaan.


Ludo De Witte (1956)
Wie liever een geromantiseerd verhaal leest over hoe het goedbedoelde koloniale beschavingsproject is misgelopen kan zijn gade vinden bij vele andere auteurs. Ludo De Witte vertelt daarentegen wat er echt is gebeurd. Dat is meermaals confronterend en voor al wie nog steeds een romantisch beeld koestert van de Belgische kolonisatie onaangenaam om lezen.

Met dit boek neemt De Witte voor de tweede maal het voortouw in een strijd die dit land al zo lang had moeten voeren, voor de eerlijke erkenning van de werkelijkheid van het eigen koloniale verleden.

Ludo De Witte, Huurlingen, geheim agenten en diplomaten, Van Halewyck, Leuven, 2014, ISBN 9789461313294.

1 Leopoldstad, zoals de hoofdstad Kinshasa toen heette. Kinshasa is de naam van het oorspronkelijke dorpje aan de oever van de Congostroom.

2 'Jacquerie', een denigrerende term voor boerenopstanden.

3 Blanke huursoldaten uit de toen nog Britse kolonie Rhodesië, het huidige Zimbabwe.

Lode Vanoost
LT
Jonge kunst berekend
Edited: 201507310004
Jonge kunstenaars gaan vandaag veel berekender te werk. Marketing en carrière-planning nemen een groot deel van hun tijd in beslag. Kunstenaars aanvaarden 'het systeem' en galerijen helpen hen daarbij. Na een proefperiode van pakweg drie jaar willen ze er staan.
De prijzen voor werken van beginnende kunstenaars liggen vrij hoog.
SZYMBORSKA Wislawa (Nobelprijs literatuur 1996)
De terrorist - kijkt (uit het Pools vertaald door Gerard Rasch)
Edited: 201507281446
De bom in het café zal om dertien uur twintig ontploffen
Nu is het pas dertien uur zestien
Er kunnen nog een paar mensen naar binnen,
een paar naar buiten.

De terrorist is de straat al overgestoken.
Die afstand behoedt hem voor elk kwaad
en tegelijk ziet hij alles alsof hij in de bioskoop zit:

Een vrouw in een geel jack - gaat naar binnen.
Een man met een donkere bril - komt naar buiten.
Twee jongens in spijkerbroek - staan te praten.
Dertien uur zeventien en vier seconden.
De kleine heeft geluk - hij stapt op zijn scooter,
maar de grote - gaat naar binnen.

Dertien uur zeventien en veertig seconden.
Er komt een meisje aan - ze heeft een groen lint in haar haar.
Maar nu belemmert die bus het uitzicht opeens.
Dertien uur achttien.
Het meisje is verdwenen.
Of ze zo dom is geweest om naar binnen te gaan of niet,
zullen we zien als het uitdragen begint.

Dertien uur negentien.
Om een of andere reden gaat nu niemand naar binnen.
Er komt wel een kale, dikke man naar buiten.
Maar het lijkt alsof hij iets in zijn zakken zoekt en
tien seconden voor dertien uur twintig
gaat hij terug, alleen voor twee rottige handschoentjes.

Het is dertien uur twintig.
De tijd - wat gaat hij toch langzaam.
Nu is het vast zo ver.
Nog niet.
Nu dan.
De bom - ontploft.
Wikipedia
Denemarken : Struensee
Edited: 201507252331
Johann Friedrich Struensee (Halle, 5 augustus 1737 – Kopenhagen, 28 april 1772) was een Duitse arts die enkele jaren de macht uitoefende in het koninkrijk Denemarken.

Struensee werd geboren als zoon van een piëtistisch theoloog, maar onttrok zich tijdens zijn studie geneeskunde aan de strenge geloofsopvoeding. Hij werd aanhanger van de ideeën van de Verlichting.

Hij vestigde zich in 1757 te Altona, in het Deense hertogdom Holstein, in die jaren een bolwerk van de Verlichting. Struensee oefende de geneeskunst uit ten bate van het gewone volk. Hij zette zich met name in voor de ongehuwde moeders en hun kinderen, en voor de vaccinatie tegen pokken.

In 1768 werd Struensee door het Deense hof aangetrokken om de jonge geesteszieke koning Christiaan VII te vergezellen op een toer langs de Europese hoofdsteden. Zo werd hij 's konings lijfarts. Christiaan VII verhief Struensee later in de adelstand, hij werd graaf.

De invloed van Struensee op Christiaan leidde ertoe, dat Struensee vanaf 1770 de feitelijke alleenheerschappij in het land uitoefende. De ministerraad kwam niet meer bijeen en de lijfarts verkreeg van de koning volmacht om decreten uit te vaardigen. Deze strekten tot vrijheid van drukpers en godsdienstvrijheid, tot afschaffing van het "scherp onderzoek" ofwel marteling, en tot bestemming van de tolgelden voor de Sont voor de Rijkskas in plaats van voor het Hof.

In hofkringen groeide het verzet tegen de verlichtingsideeën van Struensee. Ook zijn haast openlijke verhouding met de jonge koningin Caroline Mathilde wekte grote weerstand. Het verzet bundelde zich onder de leiding van de koningin-weduwe Juliana Marie en Guldberg, leraar van haar zoon (de halfbroer van de koning).


De arrestatie van graaf Struensee op 17 januari 1772. Uit: Fabricius illustretet Danmarkshistorie for folket, 1915
Op 17 januari 1772 vond een staatsgreep plaats. Struensee werd gearresteerd. Ook de koningin werd geïnterneerd. Guldberg vestigde een reactionair bewind en maakte alle moderniseringen uit de tijd van Struensee ongedaan.

Struensee werd op 27 april 1772 ter dood veroordeeld en de volgende dag onthoofd.

Louise Augusta, de dochter die hij kreeg bij koningin Caroline Mathilde, werd later de moeder van Caroline Amalia, de tweede gemalin van Christiaan VIII. En zo werd de onthoofde lijfarts alsnog voorvader van vele leden van Europese vorstenhuizen.
LT
Ook IMF gelooft niet dat Griekenland uit het slop geraakt met het gesloten akkoord. Nieuwe Treuhand belooft niet veel goeds.
Edited: 201507161157
Ondertussen beginnen de Europeanen in te zien dat wat Griekenland overkomt, morgen hun lot kan zijn.
Wat een Treuhand betekent: verkoop van activa aan veel te lage prijzen, corruptie, massale afdankingen van personeel, verdere concentratie van vermogen, ... In de ex-DDR weten ze er alles van. Een Treuhand laat een woestijn achter.
Wie iets verder in de geschiedenis kijkt komt terecht bij de uitverkoop van Duitsland na WO II en na WO I. Eind 18de eeuw bracht het Directoire in Frankrijk en België een klasse nieuwe rijken aan de macht: zij verwierven tegen een habbekrats de 'nationale goederen', gronden en gebouwen die aan kloosters en abdijen hadden behoord.
Een Griekse Treuhand zal het land nog verder verarmen. Want wie gelooft dat de winsten van geprivatiseerde bedrijven geherinvesteerd zullen worden in Griekenland, die moet zich laten nakijken. Het wordt tijd dat de neo-liberale kletskoek verdwijnt. En met haar de valse profeten en waterdragers.
LT
André Leysen overleden (19270611-20150711). R.I.P.
Edited: 201507121955
Over deze man bestaat geen degelijk biografisch werk.
Drie episodes uit zijn leven zijn onderbelicht.
Ten eerste is er de vraag of het faillissement van de Standaardgroep (1976) een georchestreerd manoeuver was om de belangrijkste krant in andere handen te spelen. De ongedekte kredietverlening aan de Standaardgroep van De Smaele wijst in die richting. Door een drooglegging kon men van de ene op de andere dag een faillissement uitlokken. Het volstond immers om de schuldeisers te verenigen. Voor de buitenwereld was dat faillissement een donderslag bij heldere hemel, de 'inner circle' (banken, RSZ, Tindemans, collegae krantenbazen, ...) wist wel beter en had alle tijd om een draaiboek aan te maken. Daarbij speelde de eis van het 'waterdicht schot' een cruciale rol.
Ten tweede is er de langdurige episode van de aanloop naar het commerciële TV-station VTM in Vlaanderen. Daarbij kwamen Jan Merckx, voormalige rechterhand van Albert De Smaele, en André Leysen tegenover elkaar te staan, weliswaar 'par personne interposée' van Guido Verdeyen, de CEO van de VUM. Beide heren leefden op oorlogsvoet en om die reden kon de geschreven pers in de jaren 80 geen front vormen om één scenario te schrijven voor een TV-station in handen van de uitgevers. Dat maakte het dossier bijzonder complex. Wegens zijn neoliberale opvattingen kon Leysen zich ook nooit verzoenen met directe perssteun en dat zorgde bij de krantenuitgevers voor een bijkomende splijtzwam. De indirecte staatssteun (BTW 0-tarief, goedkope posttarieven, etc.), die in feite veel belangrijker was, vormde geen item van kritiek. Achter de schermen bestookte Merckx Leysen met niet altijd identificeerbare projectielen. Zo had Merckx een hand in het doen mislukken van het (overigens amateuristische) krantenproject '24 uur' van de VUM. Merckx speelde immers zijn vriendschappelijke contacten met de dagbladhandelaars tenvolle uit en organiseerde een boycot.
De derde vraag is die naar de rol van Leysen in de Treuhandanstalt. Het agentschap ontfermde zich over de herstructurering en verkoop van om en nabij de 8.500 zogenaamde Volkseigene Betriebe (VEB's), firma's die in de DDR openbaar eigendom waren. Het agentschap vernietigde tussen 1990 en 1994 2,5 miljoen banen. Ook enorme grondeigendommen kwamen in andere handen. Deze operaties vertonen gelijkenissen met de uitverkoop van kerkelijke goederen tijdens het Directoire aan het einde van de 18de eeuw.
Wikipedia + aanvullingen LT
DEMEESTER Wivina - politieke biografie
Edited: 201507111001
Wivina C.F. Demeester-De Meyer (Aalst, 13 december 1943) is een Belgisch politica voor de CD&V.

Wivina Demeester-De Meyer is landbouwkundig ingenieur (UGent). Ze gaf eerst een zevental jaar les voor ze in 1974 voor de CVP een zetel kreeg in de Kamer van Volksvertegenwoordigers, een mandaat dat ze tot mei 1995 zou blijven uitoefenen. In de periode april 1974-oktober 1980 zetelde ze als gevolg van het toen bestaande dubbelmandaat ook in de Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap, die op 7 december 1971 werd geïnstalleerd. Vanaf 21 oktober 1980 tot mei 1995 was ze lid van de Vlaamse Raad, de opvolger van de Cultuurraad en de voorloper van het huidige Vlaams Parlement. Vervolgens bleef ze gedurende een maand lid van het Vlaams Parlement na de eerste rechtstreekse verkiezingen van 21 mei 1995, waarna ze opnieuw lid werd van de Vlaamse regering. Ze beëindigde haar parlementaire carrière met een mandaat als Vlaams volksvertegenwoordiger van juni 1999 tot juni 2004. Van 1982 tot 1992 en van 2001 tot 2006 was zij ook gemeenteraadslid van Zoersel.

In 1985 werd ze staatssecretaris voor Volksgezondheid in de regeringen Martens VI en VII. Ze maakte oorspronkelijk geen deel uit van de daaropvolgende regering-Martens VIII, maar ze verving later Herman Van Rompuy als staatssecretaris voor Financiën. Toen de Volksunie eind september 1991 uit protest tegen de wapenhandel uit die regering stapte, nam ze van Hugo Schiltz de ministerportefeuilles Begroting en Wetenschapsbeleid over (regering-Martens IX). Tijdens de lange periode van federale regeringsvorming die volgde op Zwarte Zondag, stapte ze over naar het Vlaamse niveau, waar ze van 1992 tot 1999 minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid was.

In die hoedanigheid was zij de Founding Mother van de Belastingdienst voor Vlaanderen (BVV), die in 1997 de inning van het Kijk- en Luistergeld van Belgacom overnam.



In 1999 ging de BVV ook de Onroerende Voorheffing innen. In beide gevallen werd de organisatie van de inning in outsourcing gegeven aan de intercommunale CIPAL. De efficiëntie van de BVV bereikte hoge toppen, mede door de inzet van een gedreven en vernieuwend team.

Op haar initiatief werd in december 1998 Bob Van Reeth als eerste Vlaamse Bouwmeester aangesteld. In een afscheidsbrief aan de Bouwmeester in 2000 verduidelijkt ze dat ze deze bouwmeester nodig had voor haar droom van een brug over de Schelde om de Antwerpse ring te sluiten en omdat de brug een 'kunstwerk' moet zijn, zowel technisch als architecturaal.

Buiten de politiek heeft ze zich ook actief ingezet rond de opvang van mensen met een mentale handicap, o.a. door de oprichting van Monnikenheide, een dienstencentrum voor personen met een mentale handicap. Ook hedendaagse kunst, architectuur en mode interesseren haar sterk. Zo was ze 3 jaar voorzitter van het Flanders Fashion Institute.

Wivina Demeester heeft momenteel een aantal bestuursmandaten in de gezondheids- en welzijnssector. Zo zetelt zij in de Raad van Bestuur van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Daarnaast is zij ook bestuurder van de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM) die instaat voor de realisatie van het Masterplan Antwerpen en de Oosterweelverbinding, de Karel de Grote Hogeschool Antwerpen, de Singel en van Dexia.

Eind mei 2011 werd bekend dat zij voorzitter wordt van het christelijk geïnspireerd impulsforum, de vzw Logia.

In 2013 nam ze afscheid als voorzitster van het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie, een functie die ze 9 jaar uitoefende.

Onderscheidingen
Op 29 september 2006 nam zij aan de KU Leuven een eredoctoraat in ontvangst voor haar inzet op het vlak van de ontwikkeling van de bio-ethiek in België.
In 2014 werd ze Ridder in de Internationale Orde der Groot Bewakers van de Vrije Schelde voor haar onverdroten inzet van onze Vrije Schelde en de Haven van Antwerpen
Op 11 juli 2015 kreeg ze het Groot Ereteken van de Vlaamse Gemeenschap, dat toegekend wordt aan Vlamingen die zich gedurende lange tijd verdienstelijk maakten.

website Wivina Demeester
LT
Europees Parlement: Verhofstadt gaat hysterisch tekeer tegen Tsipras
Edited: 201507090138
Het deed me denken aan een geniepig schooljongetje. Zelf neemt dat nooit deel aan het gevecht maar als de tegenstander op de grond ligt, verkopen ze hem een venijnige trap in de ribbenkast. Dat soort volkje dus.

Toen Oekraïne in vuur en vlam stond ging diezelfde V. zonder enig mandaat staan schreeuwen: 'Europe will support you.'

En de Belgen zijn natuurlijk vergeten dat indertijd de gaten in de begrotingen stelselmatig werden dichtgereden met de verkopen van de nationale activa. De neoliberale logica is in essentie immers een verarming van de collectiviteit (de staat) ten voordele van de rijke vriendjes. Dat alles onder het mom van efficiëntie-verhogingen.

Naar verluidt wil V. naar Griekenland gaan als adviseur. Op nummer één staat de privatisering van het Parthenon. Vervolgens wordt er een restaurant van gemaakt en worden er opnamen van 'Komen eten' gepland op de locatie. Volgens dezelfde bron heeft Berlusconi interesse voor het afhuren van het Parthenon voor de organisatie van Bunga-Bunga-feestjes. Op de wat koudere avonden wil vriend Poetin wel gasbranders leveren. DSK zou zorgen voor wat men eufemistisch 'casting' noemt; naar de leeftijd van de sollicitantes wordt niet geïnformeerd. Omdat prostitutie en drugshandel mee is opgenomen in de berekening van het BBP verwacht men voor Griekenland een positieve invloed op de groeivooruitzichten.
Vanop een houten platform worden levende witte duiven gekatapulteerd en dan afgeschoten door diegenen die zich zouden vervelen. Griekenland wordt een grote feesttent.
De eilanden zouden reeds grotendeels verkocht zijn aan de meestbiedenden, die daarvoor 0,00005 promille van hun in Dubai geparkeerde spaarcenten hebben aangesproken.
Als toemaatje zou er een geheim akkoord bestaan om het Griekse gedeelte van Cyprus af te staan aan Turkije. De deportatie van de Grieks-Cyprioten naar Kreta zou uitgevoerd worden met schepen van de Luxemburgs-Griekse rederijen. De Lybische reders worden onder druk gezet om geen offerte in te dienen en zich met hun rubberboten verder op de Afrika-Europa-route te richten. De Belgische marine zal de Godetia blijven inzetten om een en ander in goede banen te leiden. Over de bescherming van de konvooien tussen Cyprus en Kreta door Nederlandse blauwhelmen wordt nog onderhandeld maar men wil eerst garanties over het percentage van niet-geholpen drenkelingen. Om dat waar te maken heeft een befaamd merk van verrekijkers een contract aangeboden voor de levering van kijkers waarmee je kan wegkijken van de te observeren noodtoestand.
De Poolse regering heeft toegezegd om enkele scheepsladingen wodka te leveren teneinde de deportatie in de beste voorwaarden te laten plaatsvinden.

In de coulissen van Europa gonst het van de geruchten over de opgedane ervaringen met het laboratorium Griekenland. Een nog onbekende factor van de formule is de rol van het leger en dan meer bepaald de kleinzoons van de kolonels.
Eternit en correctionelle - Eternit doorverwezen naar correctionele rechtbank
Edited: 201506271150
La chambre du conseil de Bruxelles a ordonné vendredi le renvoi en correctionnelle de la société Eternit pour la mort d'un employé, a rapporté la VRT et confirmé le parquet de Hal-Vilvorde. Le parquet poursuit l'entreprise, qui a utilisé pendant des années de l'amiante dans ses produits, pour homicide involontaire.
L'employé en question a travaillé pendant une courte période pour l'entreprise Eternit et a vécu près de l'usine. En 2007, il est mort du cancer de la plèvre, causé par l'amiante. Cinq ans plus tard, soit en 2012, la famille de ce travailleur a déposé une plainte avec constitution de partie civile auprès de la justice bruxelloise. Le juge d'instruction en charge de l'affaire a terminé son enquête et le parquet a décidé de poursuivre la société Eternit. La chambre du conseil a ordonné le renvoi en correctionnelle d'Eternit. La société peut toutefois faire appel de cette décision.
src: 7sur7
De raadkamer in Brussel heeft het asbestbedrijf Eternit uit Kapelle-Op-Den-Bos doorverwezen naar de correctionele rechtbank. Het bedrijf wordt beschuldigd van onopzettelijke doodslag op een ex-werknemer.
Het slachtoffer is een man die in 2007 overleed aan longvlieskanker. De man heeft korte tijd bij Eternit gewerkt en woonde in de buurt van de fabriek. Volgens het parket stierf de man ten gevolge van een asbestvergiftiging en is Eternit daarvoor strafrechtelijk verantwoordelijk.

Eternit werd begin vorige eeuw in ons land opgericht en maakte naam met asbesthoudende dakmaterialen. Al snel bleek echter dat asbeststof erg kankerverwekkend is. Het bedrijf wordt verweten daar niet snel genoeg op gereageerd te hebben.
src: VRT
PUT Eddy, PEERSMAN Catharina
Inventaris van het archief van de Sint-Cornelius en Sint-Cyprianusabdij te Ninove (1092-1796 - 1812)
Edited: 201506170213
Voorstelling inventaris abdij-archief Ninove
Vandaag werd in de dekanale Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk te Ninove, één van de weinige materiële resten van de voormalige norbertijnenabdij, een studienamiddag ingericht naar aanleiding van de publicatie van de inventaris van het abdijarchief.Op het programma stonden onder meer een voordracht over deze inventarisatie door Eddy Put en vier lezingen vanuit het standpunt van gebruikers/kenners van dit archief:

1. Georges Vande Winkel, Het cartografisch werk van Philips De Deyn,
2. Jaak Peersman, De wijdingskronieken van de eerste abdijkerk,
3. Dirk Van de Perre, Het kapittelboek van Ninove,
4. Catharina Peersman, Het chartarium en de studie van het Oudfrans.

De zitting werd opgeluisterd met orgelmuziek door de heer Erik Vernaillen en afgesloten met een receptie aangeboden door het provinciebestuur Oost-Vlaanderen.

Het archief van de norbertijnenabdij van Ninove (1092-1796), bewaard in het Rijksarchief te Beveren en het archief van het Aartsbisdom Mechelen-Brussel, vormde tot voor kort één van de laatste niet geïnventariseerde Vlaamse abdijarchieven uit het ancien régime. Is de betekenis ervan voor de regionale geschiedenis vanzelfsprekend, een aantal topstukken overstijgt ruimschoots dit lokale belang. Het tijdens de officies gebruikte kapittelboek (uit de 12de eeuw) bevat het oudst bewaarde martelarenboek en necrologium van de norbertijnen in de Nederlanden.

De oorkondeschat is onvolledig overgeleverd, maar behelst zeer waardevol materiaal, waaronder een oorkonde met het zegel van Bernardus van Clairvaux. Verder kan er gewezen worden op het belang van de vijf cartularia, de 15de-eeuwse rekeningen en pachtboeken en de rijke dagboeken die de abten in de 17de en de 18de eeuw bijhielden. Ook de prachtige kaarten, getekend door Philips De Dijn in het midden van de 17de eeuw en door Judocus De Deken in het midden van de 18de eeuw, spreken tot de verbeelding.

Inventaris_abdijarchief_5 Thans ligt een wetenschappelijk verantwoorde inventaris voor van dit rijke archief. De beschrijving en de ordening werden verzorgd door Eddy Put (Rijksarchief Leuven) en Catharina Peersman (K.U.Leuven), die als aspirant voor het FWO-Vlaanderen de volledige oorkondecollectie doornam voor haar doctoraatsproject en die ook de omnummeringstabel tussen de actuele nummering en de bekende bronnenuitgave van J.-J. De Smet voor haar rekening nam. De toegankelijkheid van deze inventaris wordt nog vergroot door een gedetailleerde plaats- en persoonsnamenindex.

Eddy PUT en Catharina PEERSMAN, Inventaris van het archief van de Sint-Cornelius- en Sint-Cyprianusabdij te Ninove (met inbegrip van archieven van het leenhof ten Berge in Woubrechtegem en de laathoven van de abdij in Ninove en Kattem) (1092 – 1796 (1812)) (Rijksarchief te Beveren, Inventarissen, 161), Brussel, 2008.

Bestelnummer: 4673
Prijs: 8 euro

Meer informatie:Eddy PUT (Rijksarchief te Leuven), eddy.put@arch.be, 016/31 49 54.
MARCHAL Jules (1924-2003), [interviewer: Syp Wynia]
Interview 13/4/1994 afgenomen door Syp Wynia
Edited: 201506040909
Jules Marchal: postuum interview met eenzaam waarheidsvinder – tegen de Belgische Congo-mythes.
De Belgische koloniale geschiedenis was, vooral in België zelf, nog niet zo lang geleden omgeven met een cordon van zwijgzaamheid. De enkele Belg die de mythe rond de grondlegger van Belgisch Kongo, koning Leopold II (1835-1909) als weldoener van de Kongolezen probeerde te doorbreken werd gemarginaliseerd, om niet te zeggen uitgestoten. Dat gold zeker voor Jules Marchal (1924-2003).
Marchal was wel een heel weinig voor de hand liggende aanklager van het in België gekoesterde beeld van koning Leopold, die in werkelijkheid verantwoordelijk was voor miljoenen doden. Marchal was namelijk zelf koloniaal ambtenaar geweest in Belgisch Congo en heeft daar nog enige tijd meegedaan aan het hardvochtige regime, waar geen eind aan was gekomen na de dagen van koning Leopold II. Marchal was nadien bovendien Belgisch ambassadeur in diverse Afrikaanse landen. Als lid van het Belgische establishment werd hem zijn rol als nestbevuiler extra kwalijk genomen.

Ik bezocht Marchal op 13 april 1994 in zijn huis in Hoepertingen – in Belgisch Limburg – om hem te spreken naar aanleiding van de bloedige burgeroorlog in Rwanda die een week eerder was uitgebroken en waarbij mogelijk een miljoen mensen zijn omgebracht. Rwanda, buurland van Congo, was in het midden van de 20ste eeuw immers ook een Belgische kolonie geweest.
Na dat eerste bezoek aan Marchal en zijn echtgenote Paula (Bellings, LT) ben ik enkele maanden later nog eens naar Hoepertingen afgereisd, omdat Marchal in het eerste gesprek nog te beducht was om publicabele uitspraken te doen: ‘De ruiten worden hier anders ingegooid’. De neerslag van die twee gesprekken is echter – evenmin als de foto’s, al bij het eerste bezoek gemaakt door fotograaf Wubbo de Jong – door een curieuze loop van de geschiedenis nimmer gepubliceerd. (waarom vertelt Wynia er niet bij, LT)

Nu is Marchal toch al weinig geïnterviewd. Een zeldzaam interview met de krant ‘Het Belang van Limburg’ werd door de hoofdredactie uit de krant geweerd. Na de eeuwwisseling kreeg Marchal als auteur van uniek gedocumenteerde boeken over de Belgische koloniale geschiedenis eindelijk de eer die hem toekwam, vooral ook omdat de Amerikaanse schrijver Adam Hochschild ruiterlijk erkende dat hij zijn internationale bestseller over Belgisch Congo vooral op de boeken van Marchal waren gebaseerd. Maar Marchal was nadien te ziek – hij overleed in 2003 – om zijn werk en zijn wedervaren in interviews toe te lichten.
Daarom hieronder alsnog mijn interview met Jules Marchal uit 1994. Ik heb er hoegenaamd niets aan veranderd. Het verhaal is dus gesitueerd in de voorzomer van 1994. Ook de in die dagen gangbare spelling is intact gelaten.

‘Leopold wilde ook een kolonie, net als Nederland’
door SYP WYNIA (°1953)

De voormalige Belgische koloniën in Centraal-Afrika zijn ten prooi gevallen aan massale moordpartijen, volksverhuizingen, bestuurlijke chaos, honger en armoede. De volstrekt corrupte staat Zaïre, het vroegere Belgisch-Kongo, dreigt voortdurend uiteen te vallen nadat dictator Moboetoe het land eerst tientallen jaren uitzoog en gaandeweg zijn greep op het land kwijtraakte.
Het aan Zaïre grenzende, voormalige Belgische mandaatgebied, Roeanda-Boeroendi, werd gesplitst in de republieken Rwanda en Burundi waar de Tutsi’s en de Hutu’s elkaar nu om beurten afmaken. De moordpartijen waarbij Rwandese Hutu’s de afgelopen maanden honderdduizenden Tutsi’s het leven benamen kennen nauwelijks een gelijke in de recente geschiedenis.

De Belgische diplomaat Jules Marchal (69) kwam er twintig jaar geleden tot zijn schrik achter het hoe en waarom van de Belgische aanwezigheid in Afrika. Na twintig jaar als koloniaal ambtenaar en overheidsadviseur in de Kongo te hebben gewerkt geloofde hij nog rotsvast in de Belgische vaderlandse geschiedenis, die wil dat koning Leopold II aan het eind van de vorige eeuw slechts met de beste bedoelingen de Kongo-staat had gevestigd en dat de Belgische aanwezigheid de zwarten niets dan goed had gebracht.
Nadat Marchal, in 1972 Belgisch ambassadeur in Ghana, geen reactie uit Brussel kreeg op zijn verzoek om informatie, zodat hij onmogelijk een door hem als schandelijk ervaren krantenartikel over de Belgische koloniale geschiedenis kon bestrijden, begon bij hem de twijfel te knagen. Sindsdien is Marchal verbeten op zoek naar de waarheid.

Sinds 1985 publiceerde hij onder pseudoniem (‘A.M. Delathuy’) zes, veelal dikke boeken over de eerste 25 jaar van de Belgische aanwezigheid in Kongo: over de trucs die koning Leopold toepaste om dit gigantische gebied in Centraal-Afrika in handen te krijgen, over de bloedige uitbuiting van het land die Brussel grote weelde bracht maar miljoenen Afrikanen het leven kostte. En over de bedenkelijke rol van veel missie-organisaties.

In Marchals zevende boek, dat volgend jaar verschijnt, komt de latere periode aan de orde, die al evenmin zo brandschoon is als Marchal net als de meeste Belgen lange tijd wilde aannemen. Marchal: ‘Sommige Belgische historici willen nu wel toegeven dat Leopold II het te bont gemaakt heeft. Maar, zeggen ze dan, vanaf 1908, toen de Belgische staat de Kongo overnam van de koning, is het net zo geworden als in alle kolonies. Maar dat is niet waar. Hetzelfde koloniale personeel bleef. En België heeft er nooit ene frank in willen steken – anders mocht de regering de Kongo-staat namelijk niet van de koning overnemen. Dat systeem is dus doorgegaan, zij het ontdaan van de scherpste kanten, maar wel met de dwangarbeid en de terreur.’ Na de Tweede Wereldoorlog werd het wel beter, vindt Marchal. ‘Ik kwam er in 1948. Ik ben ervan overtuigd dat het toen begon een normale kolonie te worden. Er was immers overal uitbating, er waren overal dwangcultures.’
In eigen land kregen de boeken van Marchal nauwelijks aandacht, naar hij zegt omdat het thema van de onderdrukking van de Kongo nog steeds taboe is en het Belgische establishment actief poogt hem uit de publiciteit te houden. Oud-kolonialen voeren een lastercampagne tegen hem en zorgden er dit voorjaar nog voor dat ‘Het Belang van Limburg’ afzag van een bijlageartikel over hem en zijn werk. Een uitgever deed zo weinig voor een van zijn boeken, dat Marchal de voorraad uiteindelijk maar zelf opkocht.
In het buitenland lokten zijn studies tot dusver al evenmin veel reacties uit, ook al omdat hij er aanvankelijk voor koos zijn boeken slechts in het Nederlands te publiceren. Daar ziet hij nu van af: zijn eerste boek, ‘E.D. Morel tegen Leopold II en de Kongostaat’, verschijnt dit najaar bij een Parijse uitgever in het Frans. In België was er geen Franstalige uitgever te vinden voor het werk van deze ‘nestbevuiler’.

Ik ontmoet hem de eerste keer in het voorjaar, als de kersenbloesem grote delen van Belgisch Limburg overdekken. De Rwandese presidentiële troepen hebben dan net het grootste deel van de regering vermoord en en passant tien Belgische VN-militairen afgeslacht. De massale moord op de Tutsi’s is dan net begonnen. Marchal wil wel praten over België en Rwanda, als ik er maar niets over opschrijf, want hij vreest als een landverrader af te worden geschilderd als zijn kritische kanttekeningen over de Belgische aanwezigheid in Rwanda naar buiten komen. Dat de Belgische VN-soldaten die het afgelopen jaar in Somalië beschuldigd werden van te hard optreden verbaasde hem niet: hij denkt dat het voortvloeit uit de neerbuigende Belgische traditie ten opzichte van de inheemse bevolking. De Fransen, er al honderd jaar op uit om de Belgen in Afrika te vervangen, krijgen ook een veeg uit de pan. Maar de bandrecorder moet voortdurend uit: ‘Ik moet geweldig voorzichtig zijn, het is een hysterie in België. De ruiten worden hier ingegooid, zeker als ik dat ook nog eens tegen een buitenlandse krant zeg.’
Inmiddels zijn de kersen rijp en Marchal heeft de meeste krieken rond zijn landhuis geoogst. Zijn angst om voor landverrader uit te worden gemaakt is wat geslonken.
Marchal: ‘België kreeg Roeanda-Boeroendi na de Eerste Wereldoorlog als mandaatgebied toegewezen, nadat ze tijdens de oorlog samen met de Engelsen de Duitsers daar hadden verdreven. Het maakte tot dan toe immers deel uit van Duits Oost-Afrika. Dat de Belgen daar überhaupt aan begonnen, was weer die grootsheidswaanzin, nadat eerder de Kongo was doodgebloed door de exploitatie door Leopold II. In plaats van in die uitgebloede Kongo wat te gaan doen en de mensen te beschermen, gingen ze vandaar nog eens Duits Oost-Afrika helpen veroveren.’

Al die tijd lieten de Belgen de Tutsi-minderheid als heersers aan de macht in Rwanda. Maar in 1959 kwam de Gentse kolonel Guy Logiest met zwarte koloniale troepen vanuit Stanleyville in oostelijk Kongo de rust herstellen in Rwanda. Hij is daarna hogelijk geprezen, omdat hij toen alle Tutsi-chefs heeft afgezet en vervangen door Hutu’s, met de goede bedoeling dat de Hutu’s onderdrukt werden. ‘Maar dat was een dommigheid,’ zegt Marchal. ‘Dat blijkt nu wel. Hij heeft die hele samenleving daar ontwricht. En kijk, diezelfde Hutu’s die alles aan de Belgen te danken hebben, beginnen nu meteen Belgische blauwhelmen te vermoorden.’
Marchal denkt dat Frankrijk altijd al probeerde een voet aan de grond te krijgen in Zaïre, Rwanda en Burundi. Het zinde de Fransen vanaf het begin al niet dat de Kongo aan de Belgische koning Leopold toeviel. Maar de Fransen moesten het lijdelijk aanzien omdat de andere grootmachten van die dagen geen toestemming aan Parijs gaven de kolonie van de Belgische koning alsnog in te pikken.
Marchal: ‘Maar de laatste jaren waren de Franse para’s al steeds eerder dan de Belgen in Zaïre als daar onrust was, net zoals dit voorjaar in Rwanda. Het is natuurlijk geen toeval dat Rwanda en Burundi net als Zaïre deelnemen aan de door Frankrijk georganiseerde conferenties over de francofonie. En de Tutsi’s die terugkwamen uit Oeganda om de macht weer in handen te nemen spreken alleen maar Engels.’

Zijn vrouw Paula moet per se mee op de foto. Zij tikte 45 jaar geleden al de processen-verbaal uit, op grond waarvan Marchal als jong koloniaal ambtenaar rechtsprak. Zij maakte soms de wonden schoon van de inlanders die in zijn opdracht zweepslagen toegediend kregen, geheel in de koloniale geest van het Belgisch Kongo van na de Tweede Wereldoorlog. De chicotte van dunne repen nijldierhuid speelde steeds een centrale rol in de Belgische geschiedenis in Afrika.
Zijn vrouw tikt nu op de computer zijn boeken uit, die in twintig jaar van dagen, avonden en weekenden thuiswerk na tijdrovend en kostbaar archiefonderzoek tot stand kwamen. Marchal had na zijn pensionering voor boer willen spelen in het huis dat hij de afgelopen dertig jaar tussen zijn posten als ambassadeur in Afrikaanse landen door liet bouwen nabij het Belgisch-Limburgse Hoepertingen. Het kwam er niet van, ook al heeft hij dan fruitbomen, ganzen en de ezels. Soms sust Paula hem als hij zich al te druk maakt over alle ongeloof, onbegrip en tegenwerking.

Op zijn eigen koloniale verleden kijkt Marchal zonder schuldgevoel terug. Dat geldt ook voor de lijfstraffen die hij zelf toe liet dienen aan de Kongolezen die de katoen die ze verplicht moesten verbouwen onvoldoende verzorgden of andere herendiensten verwaarloosden. Wie de chicotte kreeg moest plat op de grond gaan liggen, waarna de straf in aanwezigheid van de andere dorpelingen werd toegediend.
Marchal: ‘Dat katoen dwangarbeid was, ontging ons. Dat was overal zo, dus daar zie ik geen graten in. Ik heb die lijfstraffen toegediend en ik heb de katoen doen planten. Dat was ook in de Franse Kongo zo, denk ik, en in andere kolonies. Maar tot 1945 was dat allemaal veel erger, veel harder. Ze hebben rond 1930 de spoorlijn langs de watervallen aan de Beneden-Kongo helemaal moeten herbouwen. Dat hebben ze gedaan door dwangarbeiders op te roepen uit de ganse Kongo. Er zijn daar duizenden mensen gestorven, als vliegen. Daar is nooit een woord over geschreven. En weet ge dat de Belgen in de Tweede Wereldoorlog de zwarten opnieuw de bossen ingestuurd hebben om wilde rubber et oogsten, nadat de Japanners de uitvoer van de Indonesische rubber hadden afgesloten? Onze mensen hebben toen gezegd: “Wij gaan u helpen, wij hebben daar nog oerwoud. Wij weten wat rubber is”.’ Hij lacht ongemakkelijk, met een pijnlijke grimas.
Marchal: ‘En toen was het weer hard. Niet meer zoals onder Leopold II, toen ze mensen doodschoten die met te weinig rubber terugkwamen uit het bos, waarna ze de handen afhakten om aan te tonen dat ze goed tekeer waren gegaan. Ze moesten die handen roosteren omdat ze anders onderweg verrotten. Met manden vol handen kwamen ze terug uit de brousse. Zo was het in de jaren veertig niet meer, maar het was weer hard. Dat wil gewoon zeggen dat de Belgen nooit beseft hebben wat ze ginder gedaan hebben. Het is een eeuwige schande. Als ik dan Willy Claes en Jean-Luc Dehaene hoor over de mensenrechten in Zaïre, dan krimp ik in van schaamte – dat wij daarover durven spreken. Dat is een schande als ge zo’n verleden hebt. Dat zouden mijn boeken moeten leren aan de Belgische gezagsdragers, maar ik word niet gelezen. Niemand kent mijn boeken, niemand is daarin geïnteresseerd. Men leeft hier in België in de mythes en legenden van die filantropische Leopold II, die de Arabische slavendrijvers zou hebben vernietigd. Dat terwijl Leopold juist nauw samenwerkte met die slavenhandelaren.’
Ik opper dat de verdringing van het koloniale verleden niet iets typisch Belgisch is. In Engeland en Frankrijk gaat het net zo. Is het in Nederland misschien beter?
‘Ik denk het niet,’ zegt Marchal. ‘Ik verwijs naar professor Jan Breman in Amsterdam, die heeft hetzelfde probleem als ik. Die wordt ook niet geloofd en wordt ook niet gelezen. Gij hebt hetzelfde probleem als wij. Ik weet het, bij u wordt meer aan ontwikkelingssamenwerking gedaan dan in België. En Multatuli was dan wel een Nederlander en hij werd wel een literaire held. Maar ik geloof niet dat de Nederlanders door hem overtuigd zijn. Indonesië heeft nu geweigerd nog iets aan te nemen van Nederland. Ik vind dat fantastisch. Maar Mobutu weigert nog geen hulp, die is zo ver nog niet.’
‘En dan hadden wij nog Rwanda, zoals u Suriname had had, zo’n klein kroonkolonietje waar je alles kon doen wat je wilde. Maar Nederland hoeft niet voortdurend de Nederlanders weg te halen uit Suriname, zoals wij de Belgen bijna jaarlijks moeten evacueren uit Afrika, waarna ze stilletjes met hun duizenden binnen enkele maanden weer terugkeren als Sabena weer gaat vliegen.
In Rwanda hebben we nooit iets verdiend, het heeft alleen geld gekost aan België. Maar in de Kongo hebben we kolossaal fortuin gemaakt. Rwanda was een kolonie zoals alle kolonies, die waren er voor de exploitatie, dat was de geest van de tijd, maar het koloniale verleden is daar heel normaal verlopen. Maar de Kongo, dat is een speciaal geval. Vooral die eerste jaren onder Leopold II. Dat was het wrede systeem dat de Nederlanders in de zeventiende eeuw in Indië toepasten.’

Toen Marchal er eenmaal achter was dat hij net als de andere Belgen met leugens zoet was gehouden over het Kongolese regime van Leopold II – de twijfels over het vervolg kwamen pas later – gebruikte hij zijn periodieke terugkeer in Brussel om de koloniale archieven in te duiken, voor zover ze tenminste niet waren vernietigd. Het ministerie van Buitenlandse Zaken in Brussel was daartoe een prima uitvalsbasis: Marchals bureau stond vijftig meter van de koloniale archieven.
Marchal: ‘Dat is wel een van de redenen waarom ik niet gelezen wordt. Ik heb nooit propaganda kunnen maken. Als ik als diplomaat mijn pensioen wilde halen moest ik een beetje opzij leven en een pseudoniem nemen. Dat werd A.M. Delathuy, net als mijn overgrootmoeder. En ik kon geen persconferenties te geven. Tot ik in 1989 met pensioen ging wist niemand wie Delathuy was. Ook al omdat het in het Nederlands verscheen en het dus niet gelezen werd in Zaïre. Bij Buitenlandse Zaken liet men mij begaan, omdat ik me zo kalm hield en me niet als stokebrand gedroeg. Men kon mij weinig verwijten. Door die andere naam, Delathuy, is de minister nooit in moeilijkheden gebracht. En ik zocht er geen glorie mee.’
‘Een andere reden is, dat ik me niet op kon trekken aan de boodschap die ik breng,’ zegt Marchal. ‘Daar ben ik beschaamd over, daar kan ik het land niet mee afreizen. Ge moet van mij niet verwachten dat ik in Rotterdam ga spreken of naar Amsterdam kom om over het banditisme van die Belgen te spreken. Dat kan toch niet? Het is nu bij mijn laatste boek voor het eerst dat ik me op een perspresentatie heb laten zien.’

Marchal lijdt onder de aanvallen van zijn collega’s van vroeger, de oud-kolonialen die zich ook in Belgisch-Limburg gegroepeerd hebben in een club. ‘Die kunnen maar niet begrijpen dat een Limburger zoiets doet, Leopold II zwartmaken. Toen de krant over de presentatie van dat laatste boek schreef, zijn de oud-kolonialen van Hasselt naar de hoofdredacteur gelopen. Ze wilden een rechtzetting. Een rechtzetting van een verslag van een persconferentie? Ik zie dat niet zo goed. Die reporter was enthousiast over mij. Die zei: ik maak een weekendportret. Zodra die mannen van Hasselt daar achter kwamen zijn ze naar de redactie en de directeur gelopen. “Als ge nog iets durft publiceren van die Delathuy, dan verliest ge 5000 lezers,” dreigden ze. Die reporter is weer bij mij gekomen en heeft mij dat verteld. Die zegt: hoe zit dat met die 5000 lezers? Nu ben ik zelf lid van die club geweest. Ik was het 129ste lid. Maar het gevolg is wel: er is niets meer verschenen in Het Belang van Limburg.
‘En als dat laatste boek nou tegen de missie zou zijn, maar dat boek is vóór de missies, het is zelfs gesubsidieerd door een missiecongregatie. Nou ja, de eerste grote ordes die onder aanmoediging van Leopold II naar Kongo gingen, die komen er niet zo mooi uit, dat waren echte potentaten, daar kun je moeilijk wat goeds van vinden. Maar de kleinere ordes, zoals de paters van Mill Hill bij u vandaan, uit Roosendaal – uw paters komen er toch prachtig uit? Die hebben ook niet de internationale propaganda voor de Kongostaat gevoerd waar Leopold op hoopte. En die hebben ook niet deelgenomen aan het met duizenden kidnappen van kinderen die uit dorpen werden gehaald, soms nadat de rest van de bevolking was uitgemoord of de bossen in waren gejaagd, om vervolgens door het koloniale leger over gigantische afstanden te worden vervoerd om in concentratiekampen van de missie te worden opgeleid. Veel kinderen overleefden de tocht niet eens. Tienduizend gekidnapte kinderen stierven op de missies, een veelvoud onderweg daarheen. Meisjes, vaak heel klein nog, werden onderweg verkracht. Duizenden volwassenen werden door paters gekocht om gedoopt te worden als ze al op sterven lagen. Bij de inheemsen leidde dat tot de reputatie dat de doop tot de dood leidde.’
Marchal: ‘Kijk, Leopold II was zijn Kongostaat begonnen voor te stellen als een paradijs. Hij zou er een internationale kolonie, een vrijhandelsstaat, van maken waar iedereen welkom was. Daarom zijn er ook zoveel protestantse zendelingen op afgekomen, lang voor de katholieken. Die protestanten mochten naar binnen, maar dat was dan ook alles. Tot ze begonnen tegen het koloniale regime te schrijven, toen kregen ze geen enkele concessie voor een zendingspost meer. Leopold moest de katholieken er echt naar toe sleuren. Hij moest de missionarissen hebben om te zeggen dat de protestanten lasteraars waren, hij had ze nodig als bondgenoten. Dat kidnappen is alleen in de Kongo gebeurd. Dat was geen praktijk van het Vaticaan, dat was een praktijk van de Kongostaat.’

Voor Marchal was de gewelddadige, gedwongen kerstening in de Kongo een eye-opener. Hij besefte plotseling dat het in West-Europa niet anders gegaan is. ‘Dat is voor mij zo klaar als een klontje. Alle godsdiensten zijn door de staat opgelegd. Allemaal! Waarom zijn er in Nederland zoveel protestanten – omdat het bestuur protestants was! De Spanjaarden hebben ons katholiek gehouden. En waarom zijn wij christelijk? Omdat keizer Constantijn in de vierde eeuw het christendom tot staatsgodsdienst verklaarde. Op school werd ons verteld dat wij hier gekerstend zijn door Willibrord en Bonifatius, dat die hier begonnen te preken en mirakelen te doen. Allemaal larie! Die mannen zijn hier wel geweest, daar niet van. En denk niet dat ik een goddeloze ben, haha. Maar als ge een boek als dit gemaakt hebt begint ge eindelijk lucide te worden. Anders denkt een mens er niet over na hoe zijn voorouders katholiek zijn geworden.’
Net zoals u er tot 1972 niet aan twijfelde dat Leopold II een voorbeeldig, belangeloos koloniaal heerser was geweest?
Marchal: ‘Natuurlijk, waarom niet. Ik ben geen speciale. Ik heb mijn plicht gedaan als koloniaal ambtenaar – ik heb al een koloniaal pensioen sinds 1967 en dat kwam nog eens bovenop mijn wedde van ambassadeur. Ik heb een mooie carrière achter de rug, hoor. Ik geef toe, dat ik geen man ben die iets tegen het establishment had. Ik zit er, zonder te stoefen, eigenlijk volledig in. Ik ben veel hoger van graad dan die mannekes van Hasselt die mij aan het belagen zijn. Maar ik las toen in Ghana verontwaardigd – zoals elk normaal mens zou doen – dat er tien miljoen zwarten kapot zijn gemaakt in de Kongo. Pas toen ik geen antwoord kreeg is het begonnen. Het is werkelijk ongelooflijk. Hier in België hebben historici honderden boeken geschreven over de tijd van de ontdekkingsreiziger Henry Morton Stanley, die de Kongo optrok en naderhand nog voor Leopold II werkte. Maar je vindt in België nauwelijks een woord over de campagne van de journalist Edmund Morel, die tien jaar lang actie voerde tegen de Kongostaat van Leopold II. Die man stond elke dag met berichten over de terreur, de strafexpedities en de dwangarbeid in de internationale kranten. The Times, dat was bijna zijn spreekbuis. Morels beeld van het koloniale België leeft nog steeds in Engeland en de Verenigde Staten.’

Dat het koloniale verleden van België en dan nog speciaal het koloniale regime van koning Leopold II onbespreekbaar is, verklaart Marchal deels door de betrokkenheid van het koningshuis bij Zaïre, Rwanda en Burundi – een betrokkenheid die tot de dag van vandaag doorgaat. ‘Het is het enige onderwerp dat in België nog onbespreekbaar is. En als die boeken van mij iemand aangaan is het Albert II. Hij zit toch in het kasteel van Laken, dat met koloniaal geld omgebouwd is, zoals Leopold zijn Kongolese goudmijn gebruikte om ook een reeks andere luxeprojekten in België, handelsprojekten in China, een leger op de Nijl en Franse kastelen voor zijn lief te financieren.’
‘Leopold II was gefascineerd door de rijkdom die van Java naar Nederland was gegaan. Toen de Belgen zich van Nederland af hadden gescheurd, was dat tot ongenoegen van Belgische fabrikanten die aan Indonesië leverden. Daarom wilde Leopold II een kolonie hebben – dat brengt fortuin op! Dat heeft hij kunnen flikken door zich als filantroop voor te doen, en dat deed hij onder de vlag van die fictieve Association Internationale Africaine.’
‘In de dorpen in de Kongo weet men nog wat er allemaal gebeurd is,’ zegt Marchal. ‘Ik ben ooit een vrouw tegengekomen die de overlevering nog kende, dat de soldaten bij de mannen de penissen afsneden. Maar mensen als Moboetoe en Loemoemba die bij de paters gestudeerd hadden en niet meer in de dorpen kwamen, die wisten dat niet. Tot de laatste ruzie tussen België en Moboetoe was het grootste compliment dat de zwarten aan Moboetoe konden maken dat hij nu net zo groot was als Leopold de Tweede.’
‘Loemoemba heeft in 1960 met een speech in aanwezigheid van de koning en de eerste minister het spel op de wagen gezet. Dat de Belgen deugnieten waren, dat ze hen geslagen hadden en dat ze niets mochten. Maar Loemoemba had het niet over de periode van de rubber, die had het over de jaren vijftig. Want bij ons in de Kongo was volledige apartheid. De zwarten mochten niks. Die mochten niet in hotels komen, die hadden hun eigen vervoer, ze mochten geen hogere studies doen en ze kregen hongerlonen. De zwarten konden niks, zeiden wij, en die mochten niks. En er wordt hier dan wel afgegeven op de dictatuur van Moboetoe, maar weet goed: in 1959 was in Kinshasa de eerste opstand tegen de blanken en die zijn ongenadig neergekogeld. In onze tijd was er geen kwestie van betogen, hoor. Tegen de grond!’
‘Nu zegt men: de tijd van de Belgen was fantastisch, de Gouden Eeuw. Ja, voor sommigen was het de Gouden Eeuw, zoals voor de oud-kolonialen waarvan de meesten blij zijn dat het ginder nu zo slecht gaat. Het zijn geen deugnieten, hoor, die mensen zijn te beklagen. Hun carrière is daar gebroken toen de onafhankelijkheid kwam. Die smart is gebleven, dat hart is verscheurd en daarom zijn die mensen zo onevenwichtig in hun beoordelingen. Daarom zetten ze mij in hun blaadje neer als iemand die een formidabel koloniaal ambtenaar was, maar een post-koloniaal syndroom heeft gekregen. Ik ben in hun ogen een nestbevuiler, een halve zot.’
‘Ik ben wel teruggegaan naar de Kongo, maar louter als raadgever. Het was gedaan met het chicotte geven. Ook de apartheid was voorbij. Die mensen kwamen toen bij mij over de vloer en ik bij hen – ik vond dat veel aangenamer. Daarmee was ik mentaal voorbereid op de ontdekking die ik later deed, omdat ik de zwarte niet alleen als kolonialist heb gezien maar ook als mens. Dus geloof ik dat ik eigenlijk in de wieg gelegd ben om die boeken te schrijven. Ik heb de tijd van voor 1960 gekend en die van daarna, nadien ben ik diplomaat geworden in Afrikaanse landen. Ik heb gezien wat de Fransen gedaan hebben en wat de Engelsen gedaan hebben. Ik ben geen rijk mens, maar ik ben financieel onafhankelijk, dus ik hoef het niet na te laten om een job te krijgen. Weelde heb ik niet, want ik heb al mijn geld in die opzoekingen gestoken en tot het laatste boek heb ik nooit financiële ondersteuning gehad.’

‘Mijn vrienden, de oud-kolonialen, verwijten mij dat ik niets goeds kon zien in de tijd van Leopold II. Maar wat kan ik daar goed in zien? Dat systeem was slecht, daar was geen enkele goede kant aan. Achteraf is de verdienste van Leopold II dat hij de stichter van Zaïre was. Dat is dus positief, als daar iets positiefs aan is, zo’n groot land dat waarschijnlijk uiteen gaat vallen. Maar goed: dat is hem niet af te nemen, net zoals het hem niet af te nemen is dat Zaïre dankzij Leopold II vandaag de dag het grootste katholieke land van Afrika is. Maar op zich was dat alles geen verdienste: hij had een groot land nodig om veel bos te hebben om veel rubber te kunnen plunderen. Dat was dus gewoon hebzucht, vraatzucht. Overigens begrijp ik imperialisten als hij wel. Wij zijn allemaal imperialisten. Een groot land maken, dat is toch fantastisch?’
(overgenomen van http://www.sypwynia.nl/archief/interview-jules-marchal/)
MARCHAL Jules [DELATHUY]
Jules Marchal over dwangarbeid in Kongo - Interview in Belang van Limburg - 23/03/2002
Edited: 201506040842

Het levend koloniaal geweten van België woont in Zuid-Limburg. Jaren leidde hij een geheim bestaan, verscholen tussen het groen in Hoepertingen en achter de schuilnaam A.M. Delathuy, die verwijst naar zijn overgrootmoeder. De hele tijd is het vuur van de heilige verontwaardiging bij Jules Marchal hevig blijven branden. Alleen wil het lichaam van de 77-jarige oud-diplomaat niet meer echt mee.
Als hij voor de derde keer een document uit zijn indrukwekkende archief haalt, botst hij tegen de boekenkast. «Last van evenwichtsstoornissen. Ik ben maar een halve man meer.» Even later, als we het over de Kongolese avonturen van Jef Geeraerts hebben, lichten de ogen guitig op. «Dat was ne hete. Iedereen in Kongo sprak over de uitspattingen van Geeraerts.»

Maar die middag staan geen wufte verhalen op het programma. Jules Marchal heeft pas de laatste hand aan het derde deel over dwangarbeid in Kongo gelegd. «Dwangarbeid voor de palmolie van Lord Leverhulme», klinkt de titel in het Nederlands - helaas is het boek enkel in het Frans beschikbaar. «Er zijn niet genoeg nederlandstalige lezers voor mijn boeken. Bovendien kunnen de zwarten mijn boeken nu ook lezen», zegt Marchal die zijn carrière als ambassadeur in Ghana, Liberia en Sierra Leone afsloot.
Het nieuwe deel in dit stuk sociale geschiedenis van de Belgische kolonie is een litanie van misbruiken en de meest grove schendingen van de rechten van de zwarte bevolking. Taaie literatuur, maar daarom niet minder uniek en meeslepend. Het onderzoek van Marchal, die een duik in de Belgische archieven nam, lag aan de basis van 'De geest van koning Leopold II en de plundering van de Congo' van de Amerikaanse auteur Adam Hochschild. Jules Marchal beschrijft treffend hoe de Belgische kolonisator het systeem van Leopold II gewoon overnam.

Nijlpaardpees

Jules Marchal heeft de misbruiken in de Belgische kolonie zelf meegemaakt. Van 1948 tot aan de onafhankelijkheid in 1960, was hij territoriaal ambtenaar in Lisala in de Evenaarsprovincie. «Twintig dagen per maand moesten we de brousse intrekken om de zwarten duidelijk te maken wat ze moesten doen. We overnachtten in een gîte d'étape. Die zwarten moesten weten dat wij er waren, dat we hen konden straffen. We reisden rond met zes, zeven zwarte soldaten en onze gevangenen. »

Jules Marchal- Gevangenen?
«Ja, we waren ook politierechter, we konden de zwarten die iets mispeuterd hadden ook in de bak steken. En we konden enkel gevangenen met de chicotte, een gedroogde pees van een nijlpaard laten geven. Dat was zeer vernederend. 's Morgens om zes uur moest de hele bevolking van een dorp acte de présence geven. Daarna werden de gevangenen voorgeleid.
Die mannen waren veroordeeld voor onnozele vergrijpen, maar dat was pure hypocrisie. Ze kregen cel als ze hun katoen niet haalden of als hun hut niet in een perfecte staat was (parfait état de propreté). Er mocht geen sprietje gras in de buurt staan- komaan zeg. Die gevangenen moesten dan hun broek afsteken en dan kregen ze zweepslagen op de billen. In conspectu omnium, waar iedereen bijstond. Zeer vernederend was dat.
Toen ik in '48 in Kongo arriveerde, kregen ze nog 8 slagen met de chicotte. In 1952 is dat verminderd tot 4 - maar dat was even erg. Daarom moesten we 20 dagen per maand de brousse in, om die cinema op te voeren. Dat is de grote leugen in verband met Kongo: onder Leopold II was alles slecht en tijdens de Belgische kolonisatie was alles koek en ei.»

Sunlight

Op papier leek het zo mooi. In 1911 kreeg de Britse industrieel William Lever van de Belgische koloniale overheid niet minder dan 750.000 ha Kongolese plantages in pacht. Lever bouwde op basis van palmolie, de grondstof voor zeep, een heel imperium uit. Trots als een pauw overhandigde de Britse industrieel Lever, die later als Lord Leverhulme in de adelstand werd verheven, in maart 1912 het eerste stuk Kongolese zeep verpakt in een ivoren kistje aan koning Albert I. Leverhulme, de man die de wereld Sunlight en later Lux schonk, gold als een filantroop. «Hij bouwde in de buurt van Liverpool een tuinwijk voor zijn arbeiders. Deze stad, Port Sunlight, stond model voor de tuinwijken die later in Meulenberg, Waterschei en Winterslag zijn gebouwd», zegt Jules Marchal.

Bescheidenheid was Leverhulme vreemd. Het hoofdkwartier van de Huileries du Congo Belge was gelegen in Lusanga, nabij Kikwit. Snel werd Lusanga omgedoopt tot Leverville.
Met de steun van de Kongolese Weermacht en de Belgische overheden bouwde Lever in de buurt van Kikwit immense palmolieplantages uit. Maar hoe kwam Lever, die de basis legde van de Brits-Nederlandse voedingsgigant Unilever, in Kongo terecht?
Jules Marchal: «Hij greep naast de concessies van natuurlijke palmoliebomen in Brits West-Afrika. Die werden daar door de zwarten uitgebaat, de Britten gaven geen palmbossen in concessie. Bij ons moesten de zwarten palmnoten aan Lever leveren. Ze moesten kappen, zoniet vlogen ze de gevangenis in.»

Lever kreeg van de Belgen niet alleen een monopolie, de Belgische autoriteiten leverden hem ook dwangarbeiders die voor een schijntje in zijn plantages moesten werken.
«Lever was geen uitzondering. De administratie deed dat voor iedere colon. De zwarten moesten zogezegd niet voor een loon werken, ze moesten gewoon leren werken, omdat ze lui waren. Maar die zwarten waren geen zotten, he, als ze u niet betalen, dan werkt ge ook niet.»

Orgie

De zwarte bevolking kwam ook in opstand tegen de dwangarbeid in de plantages van Lever. Bijzonder schrijnend is het hoofdstuk waarin Marchal de strafexpeditie tegen de Pende, een plaatselijke stam in het dorpje Kilamba beschrijft.
Bij de komst van territoriaal agent Edouard Burnotte in het dorpje, vluchtten alle mannen de brousse in. Burnotte liet daarop alle vrouwen in een hangar opsluiten. Die avond, op 14 mei 1931, liet Burnotte, die in het gezelschap van enkele andere blanken was, enkele kratten bier aanrukken. «De vijf begonnen te drinken en te zingen. Nadien lieten ze enkele vrouwen halen die in de hangar opgesloten zaten. Het werd een van die monsterachtige orgiën die legendarisch waren onder de blanke vrijgezellen in Kongo», schrijft Marchal.

De dag nadien eiste Matemo, de man van een van de vrouwen bij chef de poste Collignon, naar goede Afrikaanse gewoonte betaling voor het nachtje vertier. Collignon siste Matemo toe dat hij kon oprotten, waarop de zwarte hem enkele klappen verkocht en enkele keren flink beet. Uiteindelijk stuurde de gewestbeheerder zijn medewerker Maximilien Balot ter plaatse om een onderzoek uit voeren.
Op 8 juni arriveerde Balot bij Matemo. Tijdens een gevecht raakte Balot gewond en vluchtte het bos in. Daar werd hij door Matemo afgemaakt. Matemo zou het lijk van Balot in stukken gehakt hebben die hij uitdeelde aan de chefs en Pende-notabelen uit de buurt. De zaken liepen danig uit de hand en uiteindelijk werden 300 tot 500 Pende met machinegeweren afgeslacht.

Dit zou een klassiek verhaal over wilde zwarten en belaagde blanken kunnen zijn, ware het niet dat minister van Koloniën Paul Crockaert in het Belgische parlement enkele vervelende vragen over deze affaire kreeg. Daarop werd de magistraat Eugène Jungers, voorzitter van het Hof van Beroep in Kinshasa, op onderzoek uitgestuurd.
Uit het verslag van Jungers blijkt duidelijk dat de blanken zich bij de Pende absoluut onbehoorlijk gedragen hadden en dat de zwarten wel degelijk redenen hadden om zich tegen de dwangarbeid te verzetten.

Typisch voor de belabberde staat van de Belgische archieven: Jules Marchal heeft het oorspronkelijke verslag van de Jungers zending niet kunnen inkijken. Hij baseerde zich dan maar op de parlementaire tussenkomsten van de socialistische voorman Emile Vandervelde die een jaar later hierover de minister van Koloniën aan de tand voelde. Marchal speelt op: «Alles wat ik schrijf is nieuw. Mijn boeken zijn gebaseerd op archieven die nooit door iemand zijn geconsulteerd, die nooit gebruikt zijn door andere historici.»

Vandaag wordt Kongo opnieuw geplunderd, door de buurlanden Rwanda, Oeganda en Zimbabwe die hun legers naar het land gestuurd hebben. Herhaalt de geschiedenis zich?
«Union Minière en de uitbaters van de Kilo Moto-goudmijnen hebben Kongo veel meer geplunderd. Ik moet lachen met wat men nu plunderingen noemt. Onze bedrijven hebben in die mijnen miljoenen verdiend.»

Het derde deel in de reeks over dwangarbeid is pas klaar. U werkt nu aan deel vier...
«Inderdaad. Het hoogtepunt hierin is de dwangarbeid tijdens de tweede wereldoorlog, de effort de guerre (oorlogsinspanning). Wat dat betreft zijn er nagenoeg geen archieven beschikbaar. In opdracht van de gouverneur-generaal droeg de procureur-generaal de parketten in Kongo op dat ze geen documenten meer moesten bijhouden, dat alles in het teken van de 'effort de guerre' moest staan.
Weet ge dat ze de zwarten terug de bossen hebben ingejaagd, om wilde rubber te tappen? Omdat de rubberplantages in Maleisië en Indonesië door de Japanners bezet waren, was er plots veel natuurlijk rubber nodig. Maar de rubberplantages van Leopold II bestonden niet meer, dus moesten de zwarten op zoek naar natuurlijk rubber in de Kongolese bossen. Verder in dat vierde deel komen de dwangarbeid bij de aanleg van wegen, bij de exploitatie van tin in Maniema en van de teelt van katoen aan bod. Ik vrees echter dat ik dit boek niet zal kunnen afwerken...»

DS Weekend
Philipp Blom: de noodzakelijke fictie om te overleven. Je geeft de mogelijke negatieve scenario's niet zoveel gewicht als de positieve.
Edited: 201505251442
Wij hebben een welvarende, vreedzame maatschappij, maar die berust nog steeds op het geweld tegenover een andere. (...) Wij hebben het paradigma van de 17de eeuw nog niet verlaten: groei gebaseerd op exploitatie. (...) Groei is de grootste politieke fetisj. (...) Het is niet rationeel om in God te geloven. (...) We zitten in een post-ideologisch tijdperk waarin de markt wordt gezien als een natuurwet die je niet kunt tegenspreken.
Tijd
Federale overheid laat overheidsparticipaties doorlichten. Laat de overheid weldra BPost en Proximus los ?
Edited: 201505141223
TESSENS Lucas
VRT desinformeert over het kadastraal inkomen. Dat is sinds 1975 weliswaar nooit aangepast, maar men vergeet er steevast bij te vertellen dat het wel jaarlijks wordt geïndexeerd.
Edited: 201505120125
Ook de provinciale en gemeentelijke opcentiemen gingen in de loop der jaren omhoog. Dat professor Maus geen correctie aanbrengt in de berichtgeving, maar losweg meesurft op tweederangs berichtgeving is jammer en bedenkelijk.
Probeert de regering straks het gat in de begroting dicht te rijden op de kap van ALLE eigenaars van onroerende goederen?
Is dat een tax-shift?
Er wordt een bedrieglijk beeld opgehangen van de staatsfinanciën, dat mag duidelijk zijn. Want wie niet durft te raken aan de hoogste vermogens, die moet het zoeken bij de middenklasse. Ja, toch.
Maar de regering heeft een antwoord op zak: als de belastingen u te zeer verarmen dan mag u morgen aanschuiven voor een één-euro-maaltijd.
Kleren of meubilair nodig? Stap toch naar de kringwinkel.
Geen dak boven uw hoofd? Tegen één euro levert de staat u een golfplaat. Vol asbest weliswaar maar zolang je ze niet zaagt of er gaten in boort, lukt het wel om ook zonder asbestose een paar jaar droog te blijven. En ja, om Uplace bereikbaar te maken moeten we nog een paar bruggen bouwen (met uw belastinggeld). Daaronder kan je dan knus en droog gaan liggen.
U woont in de Denderstreek en uw huis loopt straks vol water? Verhuis naar Wallonië. Dat ligt hoger en stropen is er niet strafbaar.
Op alles een antwoord, voor alles een reden, voor iedereen, voor het algemeen belang. Wat zijn wij fier op onze bewindvoerders en hun goed bestuur.
WINDERS Max
Architect, 23/4/1882 - 10/9/1982
Edited: 201504250141
Maximilien Winders was de zoon van architect Jean Jacques Winders en trad in diens voetsporen. Op 26 november 1907 huwde hij Cornelia Carlier, de dochter van Jean Baptiste Ferdinand Carlier, directeur van de Nationale bank. Max Winders werd gevormd als architect aan de Antwerpse academie en bij zijn vader Jean-Jacques. Hij volgde ook leergangen beeldhouwkunst en schilderkunst en was meermaals laureaat. Hij bouwde een uitgebreid oeuvre op nationaal en internationaal vlak, vooral talrijke banken, bijvoorbeeld in Antwerpen, Sint-Niklaas en Leuven. Hij hanteerde een eclectische stijl, maar ook vaak een klassieke vormentaal met opvallende statigheid. Max Winders was ook een belangrijk figuur binnen de monumentenzorg, door zijn inzet tijdens het interbellum voor de bescherming van Belgische monumenten. Hij was vanaf 1934 lid van de Koninklijke Commissie voor Monumentenzorg, waarvan hij voorzitter was van 1966 tot 1968. Hij was lid van de beheerraad van de musea voor kunst en archeologie van Antwerpen en vice-president van de Vrienden van het Rubenshuis. Hij bekleedde een zetel in l’Institut de France, na de dood van Adolphe Max. Hij zou tevens het geheim van het verdwenen paneel van het Lam Gods gekend, maar dat niet onthuld hebben. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bracht Max Winders in opdracht van zijn schoonvader de goudreserves van ons land met drie schepen naar Groot-Brittannië. Samen met de derde vracht mocht hij ook de Belgische vorstin Elisabeth en haar kinderen in veiligheid brengen. Na de oorlog bracht Max Winders het goud terug. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij betrokken bij de redding van kunstwerken die hij in Wallonië en in Zuid Frankrijk onderbracht. Tevens redde hij een aantal beroemde kerkklokken.

Met dank aan Mia Verbanck voor de informatie.
Bron: gedenkplaatje begraafplaats Berchem/Antwerpen.
Beeldenstorm: ISIS/DAESH vernielt Assyrische stad Nimrud
Edited: 201504141038









Pro memorie: de beeldenstorm raasde in 1566 door de Lage Landen. Ook tijdens de Franse Revolutie werd veel schade aangericht aan religieuze kunstwerken. Na het Tweede Vaticaans concilie werden tal van heiligenbeelden verwijderd uit katholieke kerken.





TESSENS Lucas
JAARVERSLAG ONROERENDE VOORHEFFING 2004 ARGUMENTARIUM PRO BELICHTING FRANS BEWIND 1792-1815
Edited: 201503012145
JAARVERSLAG ONROERENDE VOORHEFFING 2004 ARGUMENTARIUM PRO BELICHTING FRANS BEWIND 1792-1815 Logica MERS leverde voor het JVOV2003 gratis en buiten contract een historische bijlage over het ontstaan van het kadaster onder Frans bewind en legde de verbinding met de evolutie van het kiesrecht. Logischerwijze is dan de periode vlak voor het ontstaan van dat kadaster interessant. Maatschappelijke betekenis van de verschuivingen in de onroerende eigendom De 18de eeuw wordt gekenmerkt door de zgn. ‘Verlichting’. In de periode 1792-1815 veranderde (afhankelijk van de bron en de tijdafbakening) 15 tot 20% van het Belgische grondgebied (uitgedrukt in oppervlakte) van eigenaar. De meerderheid van de verhandelde onroerende goederen was afkomstig van kloosters en abdijen, weliswaar na confiscatie en herkwalifikatie tot ‘nationale goederen’. Het einde van de 18de eeuw is maatschappelijk van uitzonderlijk belang en verklaart voor een deel de grote stromingen in de 19de eeuw. Het reeds verrichte opzoekwerk Vanaf begin augustus werd de periode aftastend onderzocht. Vanaf eind augustus werd het echte opzoekwerk opgestart, erop vertrouwend dat de logica in de opbouw en de maatschappelijke relevantie evident was. Na 15/9 raakte het onderzoek goed op dreef. • Er werd een omvangrijke database aangelegd met een 500-tal feiten: verwijzingen naar decreten uit de Oostenrijkse en uit de Franse periode, uitdrijvingen, openbare verkopen, betrokken aantal hectaren, etcetera. Alle feiten in de database zijn gedocumenteerd. Quasi alle bronnen werden aan een vergelijkende toets onderworpen met aanduiding van inconsistenties. • Aansluitend bij de database zijn er (nog) experimenteel gegenereerde historische tijdlijnen in de maak waarmee het jaarverslag grafisch kan worden opgesmukt. • Vanuit de database werd een tweede – ditmaal geografisch geïnspireerde – database (met toevoeging van NIS-codes) aangemaakt die dan op zijn beurt de ArcView-applicatie kan aansturen voor het genereren van cartografie (target: Vlaams gewest, 308 huidige gemeenten); op 7 oktober 2004 bevatte deze database de kerngegevens van 58 kloosters/abdijen/priorijen; op 8 oktober werden nog belangrijke toevoegingen aangebracht. • Er werden een 50-tal relevante boeken aangekocht. Een gespecialiseerde bibliografie werd op punt gezet. • Gerichte opzoekingen werden verricht in de Stadsbibliotheek Antwerpen. • Contacten werden gelegd met volgende abdijen: Postel, Tongerlo, Averbode, Grimbergen. • Er is een contact in de maak met de abdij van Affligem. Tevens is een contact met de ULB gepland. • Bij het Rijksarchief werd een (dure) microfilm besteld en aansluitend werd er met een gespecialiseerde firma contact gelegd met het oog op hoogwaardige scanning vanaf microfilm. De problematiek van auteurs- en gebruiksrecht werd onderzocht én opgelost. • Ter voorbereiding werd tijdrovend scanning- en fotowerk verricht. Tests met verschillende soorten belichting en fotopapier, aangepast aan de digitale resolutie, werden uitgevoerd en verfijnd met het oog op een maximaal effect in de drukgang. Om het beoogde resultaat te bereiken investeerde MERS in een professionele camera met een bereik van 4 megapixels en grote ‘zoom’. • Voor bijkomend opzoekwerk werd een contract afgesloten met een free lance kracht. • Tenslotte vermelden we nog enkele honderden uren lees- en studiewerk. Hieruit mag blijken dat MERS volop geïnvesteerd heeft en dat zelfs nog in de periode voorafgaand aan de toekenning van het contract of het bekend raken daarvan. De suggestie van het Overlegcomité Op het Overlegcomité van eind september werd het plan voor de historische bijdrage door dhr Franken ter tafel gebracht. Wellicht was het Overlegcomité onwetend over de reeds ver gevorderde opzoekingen want vanuit het Overlegcomité kwam de suggestie om een geheel ander thema uit te diepen: kadastrale perekwatie in Brabant in 1685. Tijdnood en budget Het MERS kan zich onmogelijk binnen de hem nog toegemeten tijdspanne (medio oktober – eindejaar) de ingewikkelde materie van de kadastrale perekwatie in 1685 eigen maken en daarom moet MERS zich – ook om de credibiliteit van alle partijen te vrijwaren - onbevoegd verklaren. Vanaf 1 januari 2005 richten de werkzaamheden zich volledig op het verwerken van de gegevens uit het data warehouse en de verzameling van de administratieve en statistische gegevens. Tegen eind januari 2005 moet de zgn. ‘executive summary’, dienstig voor het jaarverslag 2004 van Cipal, klaar zijn. In vergelijking met vorige jaren werd de afsluitdatum met 15 dagen naar voor geschoven (15/3/2005) en werd MERS (weliswaar onder bepaalde voorwaarden) contractueel beboetbaar bij laattijdigheid. Binnen het toegemeten budget is ook geen ruimte voor een verantwoorde inkoop van een kwalitatief hoogstaand en origineel artikel bij derden. Goodwill Overigens zou de aanlevering van een historische bijdrage weerom goodwill zijn vanwege MERS want in het contract CIPAL-MERS is daarover niets voorzien. Onze betrachting is steeds geweest de (zeer relatieve) aantrekkelijkheid van een jaarverslag te verhogen en daarmee de belangen van onze opdrachtgever en die van de Vlaamse Gemeenschap te dienen. We brengen dit ongaarne in herinnering maar de omstandigheden dwingen ons daartoe. Compromisvoorstel Als compromis stellen wij voor de suggestie van het Overlegcomité (kadastrale perekwatie in Brabant in 1685) te weerhouden voor het jaarverslag 2005 en de periode van het Frans bewind in het jaarverslag 2004 te belichten en aldus de gedane inspanningen te valoriseren. MERS Lucas TESSENS 2004-10-08 Historiek contract JVOV2004 20040622: YH geen bezwaar tegen dat ik ook JVOV 2004 maak; aan JF gemeld op voice mail 20040709: JF deelt punten mee te voorzien in offerte; dead line 1/3/2005! + boete 250 EUR/dag 20040811: meeting JF-LT in extremis door JF afgebeld 20040824: offerte MERS aan dhr Jos Franken, Cipal 20040903: offerte goedgekeurd door Raad van Bestuur Cipal 20040906: eerste mail-contact LT-EDB over Frans bewind 20040908: meeting LT-EDB over confiscatie kerkelijke goederen (Aalst) 20040908: bestelling boek Frans bewind bij heruitgeverij 20040910: draft-opbouw artikel Frans bewind klaar en medegedeeld aan EDB 20040913: bezoek aan abdij Tongerloo + aankoop pakket boeken 20040915: JF deelt goedkeuring offerte telefonisch mee aan LT; LT deelt plan Frans bewind mee aan JF die enthousiast reageert. 20040915: contact met Albertina-bib over rapport Kulberg 20040916: Mail aan EDB: “Gisterenavond kreeg ik een telefoontje van JF: de Raad van Bestuur van CIPAL heeft mijn offerte aanvaard en de brief ter bevestiging is in de maak. Ik heb hem ook gesproken over het plan om de confiscatie van kerkelijke goederen aan het einde van de XVIIIde eeuw als ‘leesstuk’ in het jaarverslag in te lassen. Jos was enthousiast want als ‘boerenzoon’ interesseert hem dat uiteraard. Hij verdedigt dit project richting MVG.” 20040920: datum brief Cipal aan MERS met mededeling goedkeuring 20040922: MERS ontvangt brief Cipal; dus 22 dagen na eerste gepland contact MERS-EB 20040924: mail LT>EB: vragen; EB in verlof tot 28/9 20040928: contacteren Rijksarchief 20040928: optrekken vergoeding EDB wegens hulp opbouw historisch luik 20040929: Overlegcomité MVG-Cipal 20041005: telefonische mededeling JF over suggestie Overlegcomité: perekwatie 1685 20041005: telefonisch contact LT-EB: zij vindt 1685 interessanter dan 1792 20041005: opmaak argumentarium Frans bewind 20041007: verdere verfijning Excel-file door EDB en LT (meeting Aalst) 20041008: aankoop boek 19560021 over de historiek van het kadaster 20041008: correcties in de Masterbase Pro memorie: contractueel is MERS niet gebonden tot het leveren van een historische bijlage.
TESSENS Lucas
Kloosters en abdijen als vastgoedfirma's
Edited: 201502290908
Het wereldlijke facet van kloosters en abdijen was op het einde van de XVIIIde eeuw dominant geworden. Een groot aantal van deze instellingen kunnen beschouwd worden als echte VASTGOEDFIRMA'S, beleggers en financiers. De kloosters en abdijen beschikten over zoveel grond en gebouwen, dat de politieke machthebbers - Jozef II en later de Franse revolutionairen - hun dominante positie maar al te graag aantastten. Bovendien was de clerus sterk uitgedund en miste hij een maatschappelijk draagvlak. In 2004-2005 heeft het Media Expert Research System een onderzoek uitgevoerd naar het grondbezit van kloosters en abdijen en hun vernietiging/opheffing op het einde van de XVIIIde eeuw. De grote Statenabdijen alleen al bleken 62.388 hectaren in hun bezit te hebben. Dat is omgerekend zo'n 624 vierkante kilometer, vaak van de meest productieve gronden. Tijdens de laat-Oostenrijkse periode en in de Franse Tijd kwamen al de goederen door confiscatie in staatsbezit. De Fransen voegden ze toe aan de staatsdomeinen (vooral bossen) die zij verkregen door verovering van de Oostenrijkse Nederlanden. Vervolgens onderzocht het MERS de verkoop van deze nationale goederen. Het Monasticon bleek een onmisbare bron te zijn, vooral voor de identificatie van de talloze abdijen en kloosters en opzoekingen betreffende hun oprichtingsdatum. De problematiek van de verkoop van de nationale goederen komt in het Monasticon slechts zijdelings aan bod.
Binnen de database van het Instituut voor Financiële Archeologie (IFA) zijn de kloosters en abdijen door ons gecatalogeerd als firma's omwille van hun machtige positie in de landbouweconomie.
LT
kind in Doel
Edited: 201502081609
wij verliezen onze kinderjaren
wij verliezen onszelf
en na een tijdje wenen wij niet meer
want niemand luistert, niemand wacht

ach had ik haar maar meegenomen
het kartonnen meisje
dat daar al jaren staat

ze groeit niet meer
is eeuwig droevig
in winter en in zomer

er komt geen einde aan haar wachten
er is geen hand die haar nog zoekt
enkel mijn fotolens ziet
wat ik zelf verloren heb
TESSENS Lucas
auteurs van werken over grondbezit, nationale goederen en het kadaster (1814-2014)
Edited: 201502031317
in dit schema komen 56 auteurs voor met vermelding van de periode tijdens dewelke ze over deze thema's publiceerden. Ivan Delatte mag de peetvader worden genoemd van het onderzoek naar de verkoop der nationale goederen op Belgisch grondgebied. Hij leverde ook meteen een plan van aanpak en een zicht op de beschikbare bronnen.
Stengers (1975) leverde met zijn Index des Eligibles au Sénat (1831-1893) een waardevolle bijdrage die verdere exploitatie verdient.
Dit schema wordt regelmatig bijgewerkt.
OM HET SCHEMA VERGROOT TE ZIEN: RECHTERMUISKLIK : OPEN IN NIEUW TABBLAD

LT
Bart De Wever legt in Groot Terrorismedebat op VTM link tussen Syriëstrijders en Oostfronters
Edited: 201501200217

Niet geheel onterecht poogde BDW een link te leggen tussen de behandeling die Oostfronters kregen na WO II en de manier waarop we met terugkerende Syriëstrijders omgaan. We willen er nog wel een vergelijking aan toevoegen: de stellingname van de Belgische staat ten tijde van de gruwelijke burgeroorlog in Spanje.  

LT
Erkende erediensten in België
Edited: 201501191158

Sinds de zogenaamde Lambermontakkoorden is Vlaanderen bevoegd voor de besturen van de eredienst. De erkenning van de erediensten en de wedden en de pensioenen van de bedienaars van de erediensten bleven wel federale bevoegdheden. In België zijn zes erediensten erkend: anglikaans, islamitisch, israëlitisch, orthodox, protestant, rooms-katholiek.



Wordt het geen tijd om 200 jaar na de val van Napoleon de handen af te trekken van erediensten en deze naar de private sfeer te verwijzen?  Napoleon sloot een Concordaat met de katholieke kerk van Rome om de rust in zijn rijk te verzekeren en om de verkoop van de 'nationale goederen' (voornamelijk kerkelijke goederen) te doen consacreren door het Vatikaan. Willen we die politiek nog steeds verder zetten? Een te voeren debat, me dunkt. 


(tekst aangepast op 20150120)

VAN IMPE Marc
Ik ben helemaal Charlie (blog)
Edited: 201501090951
VILVOORDE 08/01/2015 - Een uurtje na de moord op de redactie van Charlie Hebdo reed ik door Sint-Joost-ten-Node. Het licht sprong op groen maar we konden niet verder. Een karavaan toeterende tweedehands automobielen met opgewonden medeburgers van de derde generatie van elders, zoals dat fatsoenlijk heet, blokkeerde het verkeer. Ik lees deze ochtend een lezersbrief in de krant van een Antwerpse leraar die beschrijft hoe hij op de bus zat tussen juichende Marokkaanse jongeren. In mijn mailbox excuses van enkele van mijn studenten: dat de meerderheid van de moslims echt zo niet zijn. En zij zeker niet.
Het is moeilijk om sereen te blijven. Dit was geen willekeur. De daders hebben in het pand redactieleden naar hun naam gevraagd alvorens zij begonnen te schieten, zegt dokter Gerald Kierzek, die slachtoffers behandelde en sprak met overlevenden, tegen Franse media. Volgens de dokter werden bovendien vrouwen van de mannen gescheiden.
Er was geen sprake van een ongerichte kogelregen, maar van gerichte executies, aldus Kierzek. De tijd van de kamikazevliegtuigen (New York 2001), explosies in treinen (Madrid 2004) of zelfmoordterroristen in bussen en metro's (Londen 2005), is voorbij. Zelfmoordterrorisme is uit. De terrorist van nu wil het er levend vanaf te brengen, wetende dat er een proces volgt en dat de doodstraf in het beschaafde Westen is afgeschaft.
De Franse terrorismedeskundige Roland Jacquard waarschuwde in 2008 al dat er 'een klein legertje in het hart van de samenleving wordt gebracht met als doel om zoveel en zolang mogelijk te doden'. Het jaar daarop doodde de Frans-Algerijnse Mohammed Merrah in korte tijd zeven Fransen. De Frans-Algerijnse ex-Syriëganger Mehdi Nemmouche executeerde drie mensen in het Brussels Joodse museum. Dat is geen toeval. De realiteit is dat er nu duizenden Europese jihadisten in Syrië zijn die daar voldoende expertise opdoen om grootscheepse terreuracties op touw te zetten. Het merendeel van die jongens komt uit Frankrijk. Voor hen heeft het integratiebeleid gefaald. Het wordt tijd dat men dit inziet.
Integratie begint bij opvoeding, thuis en op school. In scholen waar een moslimmeerderheid aan leerlingen is vermijdt men nu al lessen over de evolutieleer en de holocaust, schrijft dezelfde leraar in zijn lezersbrief. Het heet dat men niet wil provoceren. Kwaliteitsvol onderwijs gaat echter over meer dan leren rekenen, lezen en schrijven. Humor en respect voor de mening van anderen bijbrengen is even belangrijk. Ook dat moet aangeleerd worden. Ons onderwijs mist filosofie.
Ik surf naar de website van intelligente Belgisch-Algerijnse Yasmine Kherbache, de voormalige kabinetschef van Elio Di Rupo, op zoek naar een zinnige reactie op de dramatische gebeurtenissen maar lees enkel een pleidooi voor de openstelling van overheidsfuncties voor niet EU'ers. Er zal eerst moeten overlegd worden, vrees ik.
Tenslotte nog deze bedenking: de jihad leeft bij gratie van de sociale media. Op Facebook is men zo kuis dat men de foto van een naakte kleuter weg censureert. Waarom niet elk bericht met het woord Allah erin verbieden? Zijn naam zal dan tenminste niet ijdel gebruikt worden. Gericht doden is overigens geen typische moslim tactiek. De eerste die dit toepaste was de Noorse terrorist Anders Behring Breivik die in juli 2011 69 sociaal-democratische jongeren afslachtte.
Marc van Impe
Marc van Impe is Senior Writer voor MediQuality. Hij is ook voorzitter van het Vlaams Instituut voor Journalistiek.
Lucas Tessens
Paris: aanslag op Charlie Hebdo: 12 doden
Edited: 201501080034
Het ergste wat er nu kan gebeuren is dat er een of andere halve gare een granaat in een moskee binnengooit. Want dan brandt Parijs.

Laten wij met z'n allen hopen dat het niet zover komt.

Europa moet zich herbezinnen over eigen maatschappelijke spelregels en dat is nog wat anders dan wetten. We moeten alle burgers beoordelen op hun gedrag, niet op hun afkomst, 'looks' of overtuiging. Dat zijn de waarden van de Verlichting, de Franse Revolutie, de Rechten van de Mens.
Anderzijds moeten mensen die zich niet houden aan de maatschappelijke spelregels ophouden met diegene die hen wijst op onaanvaardbaar gedrag, onmiddellijk 'racist' te noemen.
Onaanvaardbaar gedrag verdient immers collectieve afkeuring en desnoods repressief optreden.

Er is ook nood aan goede voorbeelden. Vandaag kunnen we niet zeggen dat die van de top komen. De vis rot van de kop af.

Het weze gezegd dat Vrijheid, Gelijkheid en Broederlijkheid niet los van elkaar kunnen bestaan. Want hoe kan ik zonder gelijkheid u in vrijheid mijn broeder of zuster noemen?

Het ONTBREKEN van rechtvaardigheid, gelijke kansen, degelijk onderwijs, gezondheidszorg, een billijk loon, eerlijke verdeling van de lasten, ..., dat is de voedingsbodem van extremisme en verkeerd begrepen religie.

En hoe vaak is godsdienst niet misbruikt om mensen te doen geloven in een beter hiernamaals en hen rechten te ontzeggen tijdens hun leven op aarde? Als godsdienst mij van mijn medemens verwijdert, hoe kan ik dan geloven in het goede? Als de Boodschap mij wordt gebracht door mensen die praten met gespleten tong, hoe kan ik dan naar het Licht streven?

Ik kan heel goed leven in een wereld zonder God, een wereld waarin we voor elkaar zorgen en mekaar Charlie mogen noemen.

(tekst aangepast op 20150111)
De Tijd 20150102
Proximus/Belgacom en Bpost : verder privatiseren zou vergissing zijn
Edited: 201501032357
De Belgische Staat zou er verkeerd aan doen winstgevende overheidsbedrijven te verkopen. Dat is zonneklaar. Behalve dan voor twitteraar Vincent Van Quickenborne (OpenVLD) want die blijft een fervent aanhanger van het perfide neoliberale spel: we verkopen wat rendabel is en we collectiviseren de verliezen.
Bram Verschuere (docent overheidsmanagement UGent) lanceert in De Tijd van 20150102 het denkspoor dat een overheidsbedrijf ook publieke dienstverlening moet verzorgen; dat zou dan hét criterium zijn om de Staat referentieaandeelhouder te laten blijven.
Wij delen deze mening geenszins. De Staat moet zoals een goede huisvader over de rentabiliteit van haar beleggingen waken en het algemeen belang dienen. Een eenmalige operatie om de begroting te doen kloppen is uit den boze. Bovendien is het vrijwel zeker - zoals CEO Dominique Leroy terecht stelt - dat bij een verkoop, Belgacom en Bpost in buitenlandse handen terecht komen.
Blijkbaar worden Belgacom en Bpost nu beter dan vroeger geleid. Dat slaat een argument uit de handen van de neolibs die altijd beweerden dat overheidsbedrijven enkel slecht management kennen. Overigens kan je je dan afvragen of politici de aangewezen personen zijn om de NV België te managen. Kijkend naar de feiten van de laatste 35 jaar blijkt dat de politici wetten hebben gemaakt om hun rijke vriendjes terwille te zijn. Die moeten fiscaal niet mee betalen voor het in stand houden van de collectieve voorzieningen en het welzijnsbeleid.

Na de verkoop van de inboedel rest de Staat enkel het beheer van de miserie. Is het dat wat we willen?
Rekenhof
PERSBERICHT van 19 december 2014. Verslag aan het federale parlement:Beheer van de vastgoedbehoeften van de Staat door de Regie der Gebouwen
Edited: 201412281511
De Regie der Gebouwen beheert sinds 1971 de vastgoedbehoeften van de Staat. In 2006
heeft de wetgever de Regie voorzien van een directiecomité en de grote lijnen uitgezet
voor een nieuwe werking. Zo moest de Regie een interne controle en een interne audit
organiseren en werk maken van een meerjarenplanning van de vastgoedbehoeften
van de klanten. De implementatie van die nieuwe organisatie is niet voltooid. Zo
wordt de Regie nog altijd aangestuurd op basis van het managementplan 2009?2011.
Dat plan werd bijgewerkt noch vervangen, hoewel de regelgeving bepaalt dat het
jaarlijks moet worden aangepast.

In zijn internetverslag onderzoekt het Rekenhof de toepassing van de wet van 20 juli 2006
en de strategie van de Regie om aan de vastgoedbehoeften van haar klanten te voldoen. Het
maakt een algemene analyse van het internecontrolesysteem en evalueert twee van de drie
vakgebonden processen van de Regie (renovatie en grote werken, algemeen onderhoud).

Het Rekenhof stelt vast dat de doelstellingen van het managementplan 2009?2011, dat nog
steeds wordt gebruikt, stroken met de reorganisatie die de wetgever wenste. Ook stemmen
ze overeen met de strategische richtlijnen van de regering, zoals de ontwikkeling van een
doeltreffend vastgoedbeheer. De doelstellingen zijn echter relatief vrijblijvend, moeilijk te
evalueren en worden niet geconcretiseerd voor de verschillende niveaus van de organisatie.
De implementering van de nieuwe, in 2006 gewenste organisatie vereist overigens nog
maatregelen, zoals nieuwe delegatiebesluiten.

De interne controle bij de Regie is ontoereikend. Pas in 2014 werd een interne auditor
aangesteld. Gezien de trage vooruitgang tussen 2008 en 2012 heeft het directiecomité het
risicobeheer nieuw leven ingeblazen door een deskundige in dienst te nemen voor de interne
controle en door een project op te zetten om dat risicobeheer te verbeteren. Dit project moet
worden voortgezet en ontwikkeld.

De Regie beschikt overigens niet over voldoende kennis over de onroerende goederen die ze
beheert en over de bezetting ervan. Met de beschikbare gegevens kan onmogelijk aan
proactief beheer worden gedaan. Het Rekenhof concludeert dat een achterstand van enkele
jaren moet worden ingehaald om een complete en grondige kennis van het patrimonium te
verwerven.

De koninklijke besluiten waarin de wet sinds 2006 voorziet voor het verzamelen, het
analyseren en het programmeren van de behoeften, zijn nog niet genomen. De Ministerraad
keurde pas op 14 oktober 2013 ontwerpen in die zin goed. De Regie heeft heel wat vooruitgang
geboekt in het verzamelen en analyseren van verzoeken van klanten, maar de manier waarop
rekening wordt gehouden met het beschikbare personeel en budget om aan de behoeften te
voldoen, blijft vooralsnog onvoldoende duidelijk.

Het Rekenhof benadrukt ook dat klanten niet financieel geresponsabiliseerd worden voor de
kosten van hun huisvesting en de Regie niet voor haar optreden. Daarover nadenken zou
moeten leiden tot een vorm van contractgebonden werking.
De planning van de vastgoedprojecten is beperkt tot de lijst van de investeringen waarvoor
tijdens het jaar een vastlegging in de begroting is gepland. De planning zou rekening moeten
houden met de stappen vóór en na de begrotingsvastlegging. Informatie over de looptijd van
werkzaamheden kan onder meer klanten ertoe brengen hun behoeften te herzien en zo
nodeloos werk vermijden.

Een groot deel van de geplande investeringen is bovendien niet in de begroting vastgelegd.
De plaatselijke directies van de Regie beschikken niet over één dossier dat een investering
volledig weergeeft. De oorzaken van vertragingen worden niet geregistreerd. Ook worden
klanten niet systematisch op de hoogte gebracht van de vooruitgang en uitvoering van hun
projecten. Werven worden daarentegen wel regelmatig opgevolgd en gedocumenteerd.
In het kader van het risicobeheer zijn er diverse IT?toepassingen en acties gepland om
verzoeken van klanten beter te registreren en op te volgen. Ze zouden sneller moeten worden
ontwikkeld en veralgemeend.



VILT
4de landbouwrapport van het Vlaams Infocentrum Land- en Tuinbouw
Edited: 201412031109
De brochure met kerngegevens over land- en tuinbouw kunt u hier inkijken

VILT (°1996) is een vzw die gestuurd wordt door een voorzitter en een raad van bestuur. Daarin zetelen alle organisaties die werkingsmiddelen ter beschikking stellen van VILT: de Vlaamse overheid, de vijf Vlaamse provincies, Boerenbond, ABS, BEMEFA, Fedagrim, Crelan, KBC en Cera. Daarnaast haalt de vzw ook middelen uit commerciële activiteiten zoals advertentiewerving en sponsoring. De raad van bestuur zet de strategische lijnen uit, de dagelijkse werking wordt waargenomen door de voorzitter (Josse De Baerdemaeker) en de directeur (Griet Lemaire). VILT telt vier voltijdse medewerkers.

Van de 24.884 landbouwbedrijven in Vlaanderen is 88 procent gespecialiseerd in één van de drie grote subsectoren, met veehouderij als veruit de belangrijkste specialisatie, gevolgd door akkerbouw en tuinbouw. Ook biolandbouw is een vorm van specialisatie. Eind vorig jaar telde onze regio 319 actieve bioboeren. Hun aantal vertoont de laatste vijf jaar een gemiddelde groei van zes procent per jaar. De biobedrijven bewerkten in 2013 samen 5.065 hectare of 0,8 procent van het volledige landbouwareaal.
Het aantal landbouwbedrijven in Vlaanderen daalt gemiddeld met bijna vier procent per jaar. De resterende bedrijven worden steeds groter. Enkele factoren die een rol spelen bij schaalvergroting zijn de continue technologische verbetering, samenwerking met andere schakels in de keten en productieverhoging om het inkomen veilig te stellen en de kostprijs te drukken. De gemiddelde oppervlakte cultuurgrond groeit naar 25 hectare per bedrijf. De gemiddelde grootte van de veestapel bedraagt nu 120 runderen, 1.850 varkens en 47.000 stuks pluimvee per gespecialiseerd bedrijf. Op een landbouwbedrijf werkt gemiddeld 1,65 voltijdse arbeidskracht.
Magistratuur ziet plan Geens voor inkorting doorlooptijd processen niet zitten
Edited: 201412022050
DE ROP Janine (Gent, 26.10.1927 - Gent, 02.12.2014) overleden. R.I.P.
Edited: 201412020934
Romanschrijfster en journaliste, geboren in een arbeidersgezin dat woonde in de Groendreef, langs het kanaal Gent-Brugge, dit is de “watergrens” van de Gentse volkswijk Brugse Poort.

Haar belangrijkste werken zijn de roman De wachttijd (1960) waarvoor zij de romanprijs van de Provincie Oost-Vlaanderen kreeg, De traditie (1963) dat haar de letterkundige prijs van de Stad Gent opleverde en De rechter en de beul (1970). Haar leven lang schreef zij ook (niet gepubliceerde) gedichten.


biografie
DS 20141126
Twee medicijnen tegen oogziekte maculadegeneratie: een prijsverschil van 760 EUR !
Edited: 201411261316
Twee medicijnen met blijkbaar dezelfde werking op oogzieken: een verschil van 760 EUR per injectie.
Het gaat om Lucentis (gelanceerd in 2007, 800 EUR/injectie) van Novartis en Avastin (40 EUR/injectie) van Roche. Testaankoop dient klacht in. Het Federale Geneesmiddelenagentschap (FAGG) houdt zich op de vlakte. In Nederland en Italië wordt Avastin wel gebruikt; Frankrijk volgt.



Tot daar in het kort de berichtgeving van De Standaard.


Discussie al jaren aan de gang
Het is wellicht goed om weten dat de discussie reeds een aantal jaren aan de gang is. Zo wijdde het Nederlandse Pharmaceutisch Weekblad in augustus 2011 reeds een discussie aan dit probleem en liet hoogleraar oogheelkunde prof. dr. Carel Hoyng, werkzaam op de afdeling Oogheelkunde van het UMC St Radboud in Nijmegen, aan het woord. Hyong is ook consulent van Novartis (aldus de gepubliceerde 'Richtlijn Leeftijdgebonden Maculadegeneratie' van 2014, Bijlage 6, Belangenverklaringen). Alhoewel de argumenten in dat artikel van PW genuanceerd naar voor worden gebracht, wordt het toch zonneklaar dat financiële (terugverdienen van de research) en commerciële motieven aan de basis liggen van het prijsverschil en van de achterwege blijvende vraag tot erkenning voor de behandeling van maculadegeneratie (Avastin beschikt overigens over een Europese vergunning, maar dan wel voor andere oncologische aandoeningen) van het goedkopere geneesmiddel Avastin. Zo wordt duidelijk dat een geneesmiddel dan al kan bestaan, maar dat het daarom nog niet op de markt wordt gebracht. Weerom een ethische en geen technische kwestie. Regeert het geldgewin dan overal?
Maar wellicht belangrijker dan het antwoord op deze retorische vraag, is het de mechanismen te doorgronden en de medespelers te herkennen in dit verslindende spel. Daarop kan je namelijk een beleid bouwen - zou een minister dan kunnen denken - zodat middelen overgeheveld naar andere prioritaire velden van de gezondheidszorg zonder te raken aan de medische belangen van maculadegeneratiepatiënten.
Lees het artikel uit het Pharmaceutisch Weekblad hier. Maar voor het geval dat u toch niet doorklikt, hebben we hier een passage die duidelijk maakt dat het over een courante aandoening gaat: "Maculadegeneratie is een ziekte die epidemische vormen aanneemt: op dit moment zijn er in Nederland 100.000 mensen met deze aandoening en jaarlijks komen daar 10.000 bij. Als je een middel hiervoor zo duur maakt, legt dat een te grote belasting op de uitgaven in de zorg." Het gaat dus om een groeimarkt, want in de gezondheidszorg wordt ook in die economische termen nagedacht.

Bij Novartis hebben wij het jaarverslag 2013 opgevraagd. Daaruit blijkt dat Lucentis in 2013 goed was voor een netto-verkoop van 2,383 milliard dollar (tegen 2,398 milliard dollar in 2012 en ca. 1,966 miljard $ in 2011). Dat is exclusief de verkopen van Lucentis in de USA, waar het medicijn door Genentech/Roche op de markt wordt gebracht. Novartis heeft een belang van 33,3% in Roche, goed voor een waarde van 14,8 miljard $ terwijl de totale markwaarde van Roche per 20131231 241,2 miljard $ was. Het jaarverslag benadrukt:'Novartis does not exercise control over Roche Holding AG, which is independently governed, managed en operated.' (AR2013:104) Natuurlijk sluit dit geen commerciële deals op wereldniveau uit.



Wat is het FAGG?

Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, FAGG (voorheen Directoraat-generaal Geneesmiddelen van FOD Volksgezondheid)

Oprichtingsdatum: 01.01.2007

Voogdijminister: Maggie De Block (OpenVLD), minister Volksgezondheid [op de website van het FAGG stond tot 20141126 foutief Laurette Onkelinx nog vermeld als voogdijminister - dit is inmiddels bijgesteld]

Administrateur-generaal: Xavier De Cuyper
Instelling van openbaar nut met rechtspersoonlijkheid, ingedeeld in categorie A
Bevoegde overheid op het vlak van de kwaliteit, de veiligheid en de doeltreffendheid van de geneesmiddelen en de gezondheidsproducten
Competentiedomeinen: onderzoek en ontwikkeling (R&D), registratie of vergunning voor het in de handel brengen, productie en distributie (inspectie- en controleactiviteiten), vigilantie, goed gebruik van geneesmiddelen en gezondheidsproducten
Personeel : 390 medewerkers op 01.01.2012 voor het merendeel met een wetenschappelijke vorming (o.a. geneesheren, apothekers, dierenartsen)
Slogan : “Uw geneesmiddelen en gezondheidsproducten, onze zorg”

Bekijk het organogram van het FAGG

Het jaarverslag van het FAGG kunt u hier downloaden








De historiek van Roche vindt u hier

Roche Group Sales 2013: 46,780 milion CHF






Novartis: Kerncijfers 2013: Omzet: 57,9 miljard USD; Netto Resultaat : 9,3 miljard USD

Company History of Novartis

Farmaceutische nota van European Medicines Agency (EMA) over Lucentis ranibizumab

Farmaceutische nota van European Medicines Agency (EMA) over Avastin bevacizumab

Ter info: website van het RIZIV

[tekst aangevuld op 20141202]
LT
Lijst van overheidsbedrijven (in het verleden en het heden)[tentatief en in opbouw]
Edited: 201411260110
Algemene Spaar- en Lijfrentekas (ASLK/CGER, 1865) > ASLK-Bank (1992) + ASLK-verzekeringen (1992)> 50% verkocht aan Fortis-groep > in 1998 volledig overgenomen door Fortis


BAC/COB (1924) > BAC werd ook hoofdaandeelhouder in de Belgische Arbeidersbank of Banque Ouvrière de Belgique, opgericht in 1925, en in 1926 omgedoopt in Spaarbank der Christelijke Werklieden (SCW) of Banque d'Epargne des Ouvriers Chrétiens. > BAC Centrale Depositokas of COB Caisse Centrale de Dépôts > In 1985 werd de naam gewijzigd in BAC Spaarbank of COB Banque d'Epargne.> De naam werd in 1993 veranderd in BACOB en de instelling veranderde verder van een spaarbank naar een commerciële bank.> In 1997 vormde BACOB samen met verzekeringen DVV de financiële groep Artesia Banking Corporation, grotendeels in handen van Arcofin.> In 2001 kwam Artesia in handen van het Frans-Belgische Dexia, nu Belfius.




Belgische Maatschappij voor Internationale Investering: Een gespecialiseerde dochtervennootschap van de FPIM die tot doel heeft het co-financieren van buitenlandse investeringen van Belgische bedrijven, hoofdzakelijk ten behoeve van KMO's die zich in een expansiefase bevinden of die een belangrijk groeipotentieel vertonen.


Belgocontrol (1998): Belgocontrol is in België het autonoom overheidsbedrijf dat belast is met de luchtverkeersleiding, opleiding van operationeel (luchtverkeersleiders) en technisch personeel, en installatie en onderhoud van infrastructuur voor de luchtvaart. > Belgocontrol werkt onder een beheerscontract met een looptijd van 5 jaar (zie 25 APRIL 2014. KB tot goedkeuring
van het derde beheerscontract tussen de Staat en Belgocontrol) > Belgocontrol had op 20131231 829 werknemers waarvan 84 onbeschikbaar > Belgocontrol was in 2013 verlieslatend > Jaarverslag Belgocontrol 2013


BIAC + Regie der Luchtwegen + The Brussels Airport Company NV (BATC)> The Brussels Airport Company NV (2006) > Brussels Airport Company (2013)


BILOBA: De Luxemburgse vennootschap heeft tot doel het nemen van participaties in het Ginkgo Fonds. Het Ginkgo Fonds investeert in projecten ter herontwikkeling van verontreinigde terreinen in Frankijk en in België.


Brussels Airport Company


CERTI-FED: De vennootschap heeft tot doel de verwerving van alle participaties in vennootschappen waarin de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij een participatie bezit, alsook de certificatie van aandelen.

China Belgium Mirror Fund

Congrespaleis: De NV Congrespaleis heeft als doel het organiseren van vergaderingen, congressen, tentoonstellingen, beurzen en evenementen in haar gebouwen te Brussel.

CREDIBE: De vennootschap heeft haar hypothecaire activiteiten overgedragen aan de privé-sector en beheert nog de aflopende dossiers en in beperkte mate vastgoed.

DATANG FUND

Delcredere

Distrigas: On 1 November 2012, Distrigas merged with Nuon Belgium and became Eni Gas & Power NV/SA, a wholly owned subsidiary of Eni.

Federale Investeringsmaatschappij (FIM) + Federale Participatiemaatschappij (FPIM) > FPIM (2006)

Fonds voor Spoorweg-Infrastructuur (FIF-FSI): De vennootschap heeft tot doel terreinen die vroeger tot de spoorweginfrastructuur behoorden, te verkopen aan bouwpromotors en vastgoedinvesteerders.

GIMV (1980):

IRE ELIT: Dochteronderneming van het "Nationaal Instituut voor Radio-elementen". De onderneming legt zich in het bijzonder toe op de ontwikkeling van productie van radio-isiotopen voor radiofarmaceutische toepassingen en analyse, toezicht en ondersteuning bij de ontmanteling van nuclaire bronnen.

Kasteel Cantecroy Beheer (KCB): KCB is een vennootschap die een kasteelsite in Mortsel (Cantecroy) heeft gerenoveerd en omgevormd tot een wooncentrum voor ouderen. Doelstelling is de appartementeenheden op de site te verhuren/verkopen en de nodige zorgdiensten aan te bieden voor ouderen.

Nationale Investeringsmaatschappij (NIM, 1962) > geprivatiseerd in 1994

Nationale Loterij/Loterie Nationale

NMBS/SNCB > Om aan de Europese Unie-regelgeving tegemoet te komen voor een vrije toegang voor alle vervoerders op het Europese spoorwegnet, werd de NMBS op 1 januari 2005 opgesplitst in drie delen: een beheerder van de infrastructuur (Infrabel), een exploitant van de treinen (NMBS) en een overkoepelende holding (NMBS Holding). Zij vormden met hun drieën de NMBS-Groep.> NMBS + NMBS-holding = NMBS (2004)

NMKN > opgeslorpt door ASLK > zie aldaar

Open Sky Technology Fund Belgian Investor Pool: Het investeringsfonds is een parallel fonds van Open Sky Technologies Fund dat werd opgericht op initiatief van het Europees Ruimtevaart Agentschap. Deze investeringsfondsen investeren in jonge bedrijven die commerciële ruimtevaartechnologieën ontwikkelen, en die gevestigd zijn in de landen van de ERA-perimeter.
Paleis voor Schone Kunsten (PSK): De vennootschap heeft als doel het opzetten, uitwerken en uitvoeren van een multidisciplinaire en geïntegreerde culturele programmering.

Participatiefonds

PTT > De Post > BPOST (Belgische Staat (rechtstreeks en via de FPIM + free float + BPOST-werknemers)

Regie der Gebouwen (parastatale)

RTT > Belgacom > werd in maart 2004 beursgenoteerd > 20140929: Belgacom heet voortaan Proximus (o.i. wordt in een perspectief van volledige privatisering de binding met België in de merknaam alvast verbroken) > Op 31/10/2014 bezat de Belgische Staat 53,51% van de aandelen van Belgacom

SNETA (1919) + Sabena (1923) > Sabena > In mei 1995 werd 49,5% van de aandelen verkocht aan Swissair > Sabena op 20011107 failliet > dochter DAT overgenomen door SN Air Holding en die neemt naam SN Brussels Airlaines aan > SN Air Holding neemt in 2005 Virgin Express over en fuseert in 2006 tot Brussels Airlines. > Op 19 januari 2004 is Sabenadochter en chartermaatschappij Sobelair failliet verklaard. Haar vluchten voor Jetair werden overgenomen door TUI Airlines Belgium, dat vandaag vliegt onder de naam Jetairfly.

SOPIMA: De vennootschap beheert, meestal na renovatie, administratieve gebouwen die tot verhuur worden bestemd.

Theodorus III (

ZEPHYR-FIN: De vennootschap heeft als doel het verwerven en beheren van roerende waarden uitgegeven door luchtvaartmaatschappijen of vennootschappen verbonden met deze sector.

REICH Robert B. (1946)
De wereld aan het werk. Politiek en economie in de 21ste eeuw. (vertaling van The work of nations : preparing ourselves for 21st-century capitalism. - 1991)
Edited: 201411260026
Profetisch, hard en razend interessant. Een grensverleggend boek voor de Amerikaanse economische theorie. Over inkomensongelijkheid: "Tegelijkertijd is in de bedrijven de inkomenskloof tussen leidinggevenden en uitvoerenden voortdurend groter geworden. In 1960 verdiende de directeur van een van Amerika's honderd grootste niet-financiële bedrijven gemiddeld 190.000 dollar, ongeveer 40 maal (na belasting 12 maal) zo veel als de gemiddelde fabrieksarbeider. Aan het eind van de jaren 80 evenwel bedroeg het inkomen van de gemiddelde directeur meer dan 2.000.000 dollar - 93 maal het salaris van zijn (hoogst zelden haar) gemiddelde werknemer. Na belastingen hield de directeur nog altijd 70 maal zo veel over als de gemiddelde werknemer. Deze divergentie komt overeen met een toenemende inkomensongelijkheid bij Amerikanen in het algemeen."

zie boek 201506251655
UGent
De Belgische journalist in 2013: een zelfportret. Een onderzoek herbekeken.
Edited: 201411230402
Hoeveel verdient een journalist? Welke zijn de specialisaties? Vinden journalisten hun eigen werk goed? Blijkbaar ontkent bijna niemand dat er een probleem is. Ook de journalisten zelf geven dat toe. Lees meer daarover in dit onderzoeksrapport van de Universiteit Gent
En nog dit: In de aanloop naar de Werelddag voor Persvrijheid op 3 mei 2013 trok Beth Costa, secretaris-generaal van de International Federation of Journalists, aan de alarmbel. ‘De grootste bedreiging voor persvrijheid in Europa is de economische crisis.’ De voorbije jaren hebben minstens 14.790 Europese journalisten hun baan verloren. ‘Hoe kan je nog over persvrijheid spreken in een land zonder journalisten?’
Coste zei toen ook: "Een goede journalist staat met beide benen in de werkelijkheid, maar durft ook een beetje dromen over de toekomst en wil werken aan een eerlijkere maatschappij. Journalisten zijn er om de gemeenschap te dienen en te strijden voor democratie, mensenrechten en gerechtigheid."


Een kritische noot: Ik vraag me dan af of lezers, luisteraars en kijkers niet afhaken omdat ze juist die kwaliteiten niet meer terugvinden in hun kranten en in de journaals op radio en TV. In hoeverre heeft een gericht aanwervings- en ontslagbeleid van uitgevers juist niet geleid tot een verschraling van het nieuws? Want het mag dan beweerd worden dat een redactie een graad van onafhankelijkheid bezit, helemaal waterdicht is die uitspraak niet.

Er wordt ook beweerd dat de kranten zichzelf de das hebben omgedaan door het nieuws gratis op het internet te gooien. Het journalistenkorps vergeet dan dat zij het zijn geweest die in 1996 een betalende electronische persknipseldienst de grond in hebben geboord. Wij geven hier het persbericht van 17 december 1996 integraal weer.


"BELGA/De Tijd 17/12/1996
Knipseldienst Central Station houdt ermee op
(belga/tijd) - Central Station, de elektronische knipseldienst van de uitgevers, houdt ermee op. De Belgische dagbladuitgevers, aandeelhouders van Central Station, zien 'zich genoodzaakt de exploitatie te beëindigen', zo heeft de Belgische Vereniging van Dagbladuitgevers (BVDU) laten weten. De uitgevers, de journalistenbond en twee auteursrechtenverenigingen konden geen overeenstemming bereiken over de auteursrechten voor de elektronische verspreiding van redactionele producten. In het kader van het streven van de dagbladuitgevers om 'een cruciale rol te blijven vervullen in de multimediale samenleving van morgen' werd op 14 juli van vorig jaar Central Station met een kapitaal van 25 miljoen frank opgericht. De aandeelhouders waren elf Belgische uitgevers (zes Vlaamse, vier Franstalige en Grenz-Echo). Reeds verschillende maanden wordt het merendeel van de Belgische kranten door Central Station dagelijks verwerkt. Het belangrijkste probleem voor het jonge initiatief draaide rond de auteursrechten van de journalisten."


Als de geschiedenis van de teloorgang van de gedrukte pers in België ooit op een serieuze manier wordt geschreven, dan zal men alle schuiven moeten open trekken. Niet alleen die die het makkelijkst opengaan. Dat kan men aan historici, die een BV-status ambiëren, overlaten.
Belga
Gewezen Vlaamse ministers die niet opnieuw in de regering zijn opgenomen kunnen nog tot 2019 elk twee medewerkers in dienst houden. Gewezen SP.A-ministers Ingrid Lieten en Freya Van den Bossche maken gebruik van die regeling. De medewerkers worden betaald door minister-president Geert Bourgeois (N-VA). De totale kostprijs loopt tegen 2019 op tot 2,5 miljoen euro. Ook op federaal niveau geldt deze regeling, zo meldt DS van 20141121.
Edited: 201411202304
Vlaamse ministers die na de verkiezingen geen nieuwe ministerpost krijgen, hebben in de volgende legislatuur recht op twee medewerkers, een staflid en een uitvoerend personeelslid. Dat staat in een besluit van de Vlaamse regering uit 2009.

Uit een antwoord van minister-president Geert Bourgeois op een vraag van Vlaams Belang-parlementslid Tom Van Grieken blijkt nu dat er twee Vlaamse ex-ministers van de regeling gebruik maken. Het gaat om gewezen SP.A-ministers Ingrid Lieten en Freya Van den Bossche. De rest van de vorige Vlaamse ministerploeg is trouwens opnieuw aan de slag als minister in de nieuwe Vlaamse regering (Geert Bourgeois, Philippe Muyters, Hilde Crevits, Joke Schauvliege en Jo Vandeurzen) of in een andere regering (Kris Peeters in de federale regering en Pascal Smet in de Brusselse regering).

De totale kostprijs voor de medewerkers voor Lieten en Van den Bossche bedraagt bijna 500.000 euro per jaar en dus bijna 2,5 miljoen tegen 2019. De medewerkers worden ook betaald vanuit het kabinet van de minister-president.

Vlaams minister-president Geert Bourgeois liet afgelopen zomer in De Tijd al verstaan dat hij niet gelukkig is met de regeling. "Je kan je inderdaad vragen stellen bij de huidige regeling. Ze wordt op dit moment onderzocht", aldus Bourgeois in het antwoord op de schriftelijke vraag.

Vraagsteller Tom Van Grieken zelf noemt de regeling "politieke zelfbediening ten top" en een "verkwisting van belastinggeld". Hij roept de Vlaamse regering op de "gunstmaatregel" af te schaffen en dringt er bij de twee ex-ministers op aan afstand te doen van hun recht.
JUSTITIE
PG vraagt verjaring in cassatie-proces Eternit
Edited: 201411201247
Op 13/2/2012 werd Eternit in Turijn (ITA) veroordeeld en verantwoordelijk geacht voor de dood door asbestose van 3.000 mensen: de leiding kende de dodelijke gevolgen van asbestcement maar liet de productie gewoon doorgaan, zo oordeelde de rechter toen. Men spreekt van een misdaad op industriële schaal of een industriële misdaad. Eternit had vier fabrieken in Italië. Bij ons is de fabriek van Kapelle-op-den-Bos berucht. Op de kerkhoven errond is het stil en in de naburige dorpen zwijgt men liever.

De zaak tegen de Zwitserse topman en miljardair Stephan Schmidheiny was sindsdien hangende voor cassatie in Roma. De voorganger van Schmidheiny, de Belgische baron Louis de Cartier de Marchienne (Turnhout, 26/9/1921 – Arendonk, 21/5/ 2013), is inmiddels overleden*.

De PG, Francesco Iacoviello, vroeg nu onverwacht de verjaring en dus de stopzetting van het proces. Normaal verwacht je zo'n vraag van de verdediging. Ook abnormaal is deze vraag omdat ze zo snel volgt na een effectieve veroordeling. Wat twee jaar geleden nog behandeld werd, is vandaag verjaard en je zou denken dat rechtshandelingen de verjaring zouden stuiten. Niet zo dus in het Italiaanse gerecht (en in vele andere staten is het net zo).

De president van de Regio Piemonte, Sergio Chiamparino drukte zijn verrassing, ontgoocheling en diepe verontwaardiging zo uit: "Apprendo con sorpresa e disappunto della decisione della Corte di Cassazione di annullare, causa prescrizione del reato, la sentenza di condanna a Stephan Schmidheiny nel processo Eternit. Non può che destare profonda indignazione".

Het spreekt vanzelf dat de nabestaanden van de slachtoffers van 'de stille dood' in shock, ingedeukt, machteloos en woedend achterblijven. De overtuiging groeit in Italië en daarbuiten dat recht en rechtvaardigheid niet hand in hand lopen. Ook een van mijn vrienden behoort tot de slachtoffers.



*Cartier huwde in 1950 Viviane Emsens (1929) uit de industriële familie Emsens, hoofdaandeelhouder in Eternit. Hij werd actief in de multinational: van 1966 tot 1978 was hij afgevaardigd bestuurder en van 1978 tot 1986 was hij voorzitter van Eternit. De familie Emsens is met duizenden hectare, gelegen in het noorden van de provincie Antwerpen, grootgrondbezitter. (bron: in Trends van 12 oktober 1995 bracht Frans Crols een onthullende reportage over deze miljardairsfamilie; in 2006 bracht Knack een snoeiharde reeks van artikelen over de dodelijke werking van asbest en de verantwoordelijkheid van Eternit).

**Vinck. Cartier was niet de enige Belg die dicht bij de zaak stond. Ook Karel Vinck, die van 1971 tot 1975 werkzaam was bij Eternit-Italië, was eerder betrokken in deze zaak. Hij leidde er sinds 1973 de Eternitfabriek in het Siciliaanse Targia. Van 1975 tot 1978 leidde hij Eternit-België als gedelegeerd bestuurder. In 2006 werd hij in Italië samen met andere topmanagers van Eternit veroordeeld voor onvrijwillige doodslag. De rechtbank was van oordeel dat zij de gezondheidsrisico's verbonden aan het werken met asbest in grove mate veronachtzaamd hadden. Karel Vinck werd veroordeeld tot drie jaar voorwaardelijke gevangenisstraf. Vinck verzette zich tegen deze beschuldigingen. "Een industrieel weegt risico's af met alle beschikbare kennis op het moment van de beslissing. Niet met de kennis die dertig jaar later beschikbaar is", zei hij toen. In augustus 2009 vernietigde het hof van beroep van het Siciliaanse Catania die uitspraak en sprak hem vrij in de zaak.(bron) Karel Vinck was naar eigen zeggen er toen niet van op de hoogte dat asbest kanker kon veroorzaken.



Enkele maanden na die vrijspraak haalde Vinck op een bijzonder negatieve manier het nieuws toen hij voor de camera schamper beweerde "wij leven van fijn stof" (Terzake, 18 oktober 2009).
Toen ging het om de toename van de fijn-stof-concentratie in Antwerpen i.v.m. de bouw van de omstreden Oosterweelverbinding. Vinck is voorzitter van de BAM. In een normale maatschappij neemt men dan ontslag om de eer aan zichzelf te houden.

OVAM. Op 24 oktober 2014 gaf OVAM een persbericht vrij; daaruit blijkt dat er zo'n 3,7 miljoen ton asbest in omloop is. (bron) Navraag bij de woordvoerder Jan Verheyen van OVAM leerde dat het enorme cijfer enkel het Vlaamse Gewest betreft (mail van 20141121). De belastingbetaler draait op voor het opruimen ervan.


Wereldwijde vervuiling
Eternit leverde vanaf 1946 wereldwijd persbuizen van asbestcementstof: West-Europa, USA, Canada, Latijns-Amerika, grote stukken van Afrika, India, het Midden-Oosten. De samenstelling van asbest: "een vezelig gehydrateerd MAGNESIUMSILICAAT, wit of geel, soms groen, soms blauw van kleur, komt uit mijnen in Canada (chrysotiel) en uit Rhodesië (crocidoliet). Deze uiterst fijne vezels (diameter zowat een duizendse millimeter of een mikron) met sterk weerstandsvermogen (trekvastheid: 40 tot 45 kg/mm²) moet worden geopend, gedesintegreerd en goed van elkander gescheiden, zodat elk ervan achteraf volmaakt met cement kan worden omkorst." Gezondheidsproblemen doen zich voor tijdens de productie maar vanzelfsprekend ook bij renovatie- of afbraakwerken (boren, zagen, slijpen, breken, dynamitering, ...).
[Zie ook Asbestos: Risk Assessment, Epidemiology, and Health Effects, Second Edition; geredigeerd door Ronald F. Dodson,Samuel P. Hammar (2012), waarin de historiek van de onderzoeken naar schadelijke/dodelijke gevolgen op wetenschappelijke manier wordt uiteengezet.]
Getuigen

Hieronder de documentaire 'Eternit Casale Monferrato: la fabbrica del cancro', waarin getuigen voor de camera bevestigen dat de directie er alles aan deed om de gevolgen van werken met amiante te camoufleren.



Hieronder een tweede docu waarin o.m. de openbare aanklager en een oncologe aan het woord komen:


Pro memorie: Ook bepaalde vormen van talkpoeder (gehydrateerd waterstof-houdend magnesium-silicaat - H2Mg3(SiO3)4 of Mg3Si4O10(OH)2) zijn kankerverwekkend.
LT
Regering doekt leeg Zilverfonds (°2001) op
Edited: 201411200107
De constructie is die van een overheidslichaam dat een vordering op de eigen overheid heeft.
U kunt dit spelletje thuis naspelen als volgt: u legt in een lade van uw buro een briefje met daarop 'Te ontvangen van ondergetekende de som van 50 miljard Euro'. En u tekent. Als u dan na een tijdje die lade opentrekt dan kunt u breed glimlachend zeggen: 'Aha, dat is nog eens goed nieuws. Ik heb nog een vordering van 50 miljard.' Daarna stapt u vrolijk naar de voedselbank en gaat er in de rij staan.

Nog dit: het Zilverfonds heeft een Raad van Bestuur, een administratie, een jaarverslag, een jaarrekening, een revisor, een eigen logo, een website, een bibliotheek.
TESSENS Lucas
INSEE publiceert vandaag sociale doorlichting van Frankrijk: 'France, portrait social' - Een korte bespreking
Edited: 201411191119
Het Institut national de la statistique et des études économiques (INSEE) publiceert in een rapport van 280 bladzijden de kerncijfers van de sociale toestand in Frankrijk, geplaagd door crisis, werkloosheid en onzekerheid.

Deze balans behandelt volgende indicatoren: onderwijs, arbeidsmarkt, inkomens, levenskwaliteit, werkloosheid (40% is langdurig werkloos), daklozen en sans-domicile (112.000 personen 'sans-domicile' waarvan 31.000 kinderen; in Parijs leven 30% van de 'sans-domicile' in een hotelkamer, betaald door een hulporganisatie - p. 129), leeflonen (RSA=Revenu de Solidarité Active & ASS=Allocution de Solidarité Spécifique) en steuntrekkers, minimumlonen, armoedegrens (977 EUR voor alleenstaande in 2011, 987 EUR in 2012; 13,9% van de bevolking heeft een inkomen dat onder de armoedegrens ligt), stedelijke problematiek, onveiligheid, vrijetijd en mediagebruik, tijdsbudget, enzovoort. Het rapport schenkt ruime aandacht aan de ongelijkheid tussen gesalarieerden en gebruikt de Gini-coëfficiënt.
De situatie in en rond Parijs wanneer het gaat over inkomens is complex en mogelijk explosief. Voor een goede verstaander zegt de volgende tekst voldoende:


L’aire urbaine de Paris, qui rassemble plus de 12 millions d’habitants, fait apparaître une situation plus complexe. La ville-centre concentre 2,2 millions d’habitants et la banlieue 10,2 millions dans plus de 400 communes. La couronne de l’aire urbaine de Paris compte 1,8 million d’habitants répartis sur près de 1 400 communes. La variation des revenus dépend des effets croisés de l’éloignement par rapport au centre du pôle et de la direction. À l’exception de la direction ouest, les revenus sont nettement plus élevés dans la ville-centre que dans la banlieue. Vers le sud et l’est, les revenus demeurent relativement stables. Vers le nord, les revenus les plus faibles sont concentrés dans une ceinture à une
distance du centre allant de 5 à 10 km, puis remontent ensuite. On retrouve à l’ouest, dans la banlieue, des territoires avec des revenus très élevés dans des régions plus éloignées du centre.


Het centrum van Parijs en de Seine-vallei richting Normandië (ten westen van Parijs) is een trekpleister voor hoge inkomens. De lage inkomens zijn geconcentreerd ten noorden van de metropool. (zie het kaartje p. 75) Overigens heeft de wet van 21 februari 2014 de gehele sociale kaart van Frankrijk hertekend en is die nu gebaseerd op één criterium: het inkomen.(zie p.151 e.v.) Men is er eindelijk toe gekomen in te zien dat alle sociale variabelen correleren met dat ene gegeven. Een wat laattijdig inzicht in sociologie, kan men zeggen. Soit, door de vereenvoudiging van de identificatie kan men nu probleemregio's en probleemwijken identificeren en geografische actieplannen opzetten. Dat zoiets een neveneffect heeft - stigmatisering op basis van adres - is niet meer dan een erkenning van iets dat al eeuwenlang gebeurt (bvb. het arrondissement in Parijs bepaalt vaak de perceptie van je sociaal niveau).

Opvallend is de methodologische opsplitsing van de vrijetijd waarbij men een streng onderscheid maakt tussen TV-kijken (écran) en 'loisirs hors écran' (zie p. 98).

Steuntrekkers moeten in toenemende mate verzaken aan het invullen van basisbehoeften zoals voeding, gezondheidszorgen, kleding en verwarming. (zie p. 118-119)

Over de eigen woning: La part de ménages propriétaires de leur résidence principale a sensiblement augmenté entre 2000 et 2009, passant de 55,6 % à 57,6 %. Depuis, elle s’est stabilisée et s’établit à 57,6 % en 2014. Plus de 70 % de ces propriétaires n’ont plus de charges de remboursement d’emprunt pour ce logement ; les 30 % restants représentent les propriétaires « accédants » c’est-à-dire n’ayant pas fini de rembourser leur emprunt.

De totale gezondheidsuitgaven van overheid en privé (DCS) lagen in 2013 op 248 miljard EUR, de consumptieuitgaven voor gezondheid (CSBM) bedroegen 187 miljard EUR. (zie p. 230 e.v.) Het is onmogelijk uit de statistiek de inkomsten van geneesheren-specialisten te extraheren, ook al omdat die verdisconteerd zitten in de rubriek 'Soins hospitaliers', een bijzonder complexe materie. De bruto-verdienste van huisdokter (rubriek 'médecins') zou 20,5 miljard EUR bedragen.

Het werk bevat ook extensieve bibliografische referenties.

Het gehele rapport kunt u hier inkijken
link naar pdf


LINK NAAR PDF
John Crombez (SPA)
we moeten de rulings uitbreiden, dat biedt rechtszekerheid
Edited: 201411151517
Rulings of voorafgaandelijke afspraken van bedrijven met de fiscus, bieden rechtszekerheid, zegt John Crombez.

'Er zijn veel grijze vlekken in de fiscale wetgeving. Ofwel maken we de wet eenvoudiger, ofwel aanvaarden we dat er transparante rulings moeten kunnen worden afgesloten.', aldus Crombez.

Die jongen zit dus ook al aan de coke of de wiet. Want zeg nu zelf, de politici hebben de wetten gemaakt. Kunnen ze wetten ook ongedaan maken? De keuze die Crombez maakt is die van de koehandel. 'Rechtszekerheid'. Ik ga dat woord toch eens opzoeken in van Dale want ik denk dat ik het in mijn leven altijd verkeerd heb gebruikt.

Binnen een paar jaar op café: 'Heb jij je belastingen al laten rulen?'


FIFA/voetbal
Onderzoeker Michael J. Garcia, een voormalig openbaar aanklager in de USA en ingehuurd door FIFA, stelt fraude bij FIFA vast maar die gooit het rapport in de onderste lade en zegt tijdens persconferentie: alles OK.
Edited: 201411142057
ICIJ - The International Consortium of Investigative Journalists
Pepsi, IKEA, AIG, Coach, Deutsche Bank, Abbott Laboratories and nearly 340 other companies have secured secret deals from Luxembourg that allowed many of them to slash their global tax bills. PWC involved.
Edited: 201411060126
see this link

The International Consortium of Investigative Journalists collaborated with more than 80 journalists in 26 countries in its Luxembourg Leaks investigation, exploring the secret tax deals global corporations have made with Luxembourg. For Belgium MO Magazine, De Tijd and Le Soir were involved in the investigation.PricewaterhouseCoopers has helped multinational companies obtain at least 548 tax rulings in Luxembourg from 2002 to 2010. These legal secret deals feature complex financial structures designed to create drastic tax reductions. The rulings provide written assurance that companies’ tax-saving plans will be viewed favorably by Luxembourg authorities.
Companies have channeled hundreds of billions of dollars through Luxembourg and saved billions of dollars in taxes. Some firms have enjoyed effective tax rates of less than 1 percent on the profits they’ve shuffled into Luxembourg.
Many of the tax deals exploited international tax mismatches that allowed companies to avoid taxes both in Luxembourg and elsewhere through the use of so-called hybrid loans.
In many cases Luxembourg subsidiaries handling hundreds of millions of dollars in business maintain little presence and conduct little economic activity in Luxembourg. One popular address – 5, rue Guillaume Kroll – is home to more than 1,600 companies.



Lucas Tessens
Verhuis maatschappelijke zetel naar 'tax heavens' al jaren aan de gang
Edited: 201411042252

Bloomberg en andere Amerikaanse media rapporteren al jaren over het fenomeen dat grote - zelfs beursgenoteerde bedrijven - hun maatschappelijke zetel verhuizen naar belastingparadijzen. (zie U.S. Companies Beat the System With Irish Addresses) In het jargon van fiscale specialisten wordt zo'n operatie 'inversion' genoemd. Tien jaar geleden stemde het Congres van de US een 'anti-inversion'-wet om delocalisatie van maatschappelijke zetels en de daaraan verbonden belastingvlucht tegen te gaan. Die wet van 2004 (in feite een kanjer van een kaderwet die in sneltreinvaart onder de titel American Jobs Creation Act werd goedgekeurd) liet echter een serieus en niet onschuldig republikeins achterpoortje open: tijdens een 'merger' met een niet-Amerikaans bedrijf mogen de Amerikaanse bedrijven hun zetel naar elders verhuizen. In feite ondersteunde de USA op die manier rechtstreeks de jacht op (Europese) bedrijven: met de tax-reductie alleen al kon men een deel van (of geheel) de overname(-s) financieren. Dit laat zich uitdrukken in een formule (hier met een voorbeeld voor Ierland): Pp = PA - (Tusa - Teire) . Deze formule zegt niets anders dan: The price paid equals the price of the acquisition minus the difference between taxes in the USA and the taxes paid in Ireland. In sommige gevallen gaat het om miljarden dollars. Populaire bestemmingen van de verhuizers zijn Zwitserland, Bermuda, Ierland, UK.

Jacob J. Lew, de U.S. Treasury Secretary, deed op 27 juli 2014 in The Washington Post een dringende oproep om de wet van 2004 te wijzigen: Close the tax loophole on inversions. Een dringende oproep dat wel, maar de ondertoon is er een van machteloosheid. Het argument dat de gehele Amerikaanse infrastructuur (inclusief het formidabele defensiebudget) dreigt te kapseizen wanneer de gewone belastingbetaler (lees: de middenklasse) die alleen moet dragen, snijdt hout.
Anderzijds is het klaar dat de klassieke investeringstroeven zoals een hardwerkende en goed opgeleide bevolking, redelijke loonkosten, degelijk universitair onderwijs, goede wegen en havens, ondergeschikt geraken aan die ene vraag: wat is het taxpercentage in een land?

Vanuit Europees oogpunt is 'inversion' een bedreiging omdat - zoals gezegd - het taksvoordeel het wegkopen van Europese bedrijven faciliteert. Maar er is meer. Eens een multinational neerstrijkt in een EU-lidstaat en daar massaal de staatskas spijst, wordt die lidstaat als het ware een natuurlijke bondgenoot in Brussel om de op til zijnde merger niets in de weg te leggen. Wiens brood men eet, diens ... u weet wel. En omdat de concentratie van vermogens op een planetaire schaal gebeurt, is de democratische besluitvorming nationaal en internationaal in gevaar.

De verovering van de Senaat door de Republikeinen zal er geen goed aan doen.


GVA
Boek over kasteelheer Jan Vleminck verschijnt na vijftig jaar research
Edited: 201411040861
WIJNEGEM - Na vijftig jaar onderzoek verschijnt eindelijk een wetenschappelijke studie over ‘Het leven en de tijd van Jan Vleminck, heer van Wijnegem (1526-1568).’ Auteurs zijn Raymond Correns, Hugo Rau en Marc Van de Cruys.
Jan Vleminck was in de zestiende eeuw een man met een internationale betekenis. Deze gefortuneerde koopman woonde in Antwerpen, maar bezat in Wijnegem een buitenverblijf in de vorm van een ‘huys van playsantië”. Van dat Wijnegemse kasteel zijn alleen de Jan Vlemincktoren met bijgebouwen overgebleven. Intussen stelde het gemeentebestuur van Wijnegem een restauratiedossier op. Voor de concrete uitvoering ervan wordt gezocht naar mede-privéinvesteerders. Jan Vleminck werkte vooral in de economische sector, maar stond tevens bekend als een mecenas die van kunst hield en zelf een beperkt aantal gedichten schreef. Hij deed dat onder het pseudoniem Flemingus. 'Het leven en de tijd van Jan Vleminck, heer van Wijnegem (1526-1568) telt 232 blz., is rijkelijk geïllustreerd en kost 27,5 euro. Het is verkrijgbaar bij de dienst Cultuur in GC ’t Gasthuis, Turnhoutsebaan 199 in Wijnegem. Info: uitgeverij Homunculus, Marc Van de Cruys, Krommelei 47, 2110 Wijnegem, 03.293.75.75, homunculus@yucom.be

bron: GVA, 20141104
AGIV-KBR
Reis door de tijd met historische kaarten
Edited: 201410250213


Uit een samenwerking tussen het AGIV en de Koninklijke Bibliotheek groeide een mooi digitaal cartografisch initiatief onder de benaming 'Reis door de tijd'. De eerste link hieronder leidt naar een hybride kaart van onze wijk en de ligging van MERS Antique Books Antwerp.
ligging MERS Antique Books Antwerp, Mevrouw Courtmansstraat 27, 2600 Berchem




De volgende link leidt naar de historische kaarten van de 18de eeuw tot nu voor ons adres: 1712 (Fricx, Carte des Pays-Bas), 1777 (Ferraris, Kabinetskaart der Oostenrijkse Nederlanden), 1846-1854 (Vandermaelen, Carte Topographique de la Belgique), 1842-1879 (Popp, Atlas Cadastrale parcellaire de la Belgique), 1979-1990 (luchtfoto), 2012 (luchtfoto), 2013 (luchtfoto), 2014 (Basiskaart GRB)



Aan bovenstaande reeks kunnen we er nog een paar toevoegen: de kaart van het Dépôt de la Guerre in 1878 op 1/20.000ste, die van het Militair Cartografisch Instituut in 1932 op 1/20.000ste en de kaart die het Militair Geografisch Instituut in 1957 maakte op 1/25.000ste. Zie voor meer informatie ons boeknummer 19680057. Een volledig overzicht van historische kaarten vindt u bij het Nationaal Geografisch Instituut.


Indien u dat wenst kunt u bovenaan de kaart van Geopunt uw eigen adres eens intikken om te zien hoe het er vroeger in uw omgeving uit zag. Veel plezier ermee!

De volgende stap in deze applicatie zou erin kunnen bestaan de kadastrale leggers van Popp te koppelen aan referentiepunten op de kaarten. MERS beschikt over een mooie collectie kadastrale leggers. Op onze thematische pagina vindt u een overzicht van auteurs die publiceerden over grondbezit en het kadaster in de periode 1814-2014.

+Ben Bradley
Ben Bradley, oud-hoofdredacteur van de Washington Post, is op 93-jarige leeftijd overleden. R.I.P.
Edited: 201410221305
NHG - WEW
NEDERLAND. In de eerste drie kwartalen van dit jaar zijn 3.587 huizen gedwongen verkocht.
Edited: 201410211316
In de eerste drie kwartalen van dit jaar zijn 3.587 huizen gedwongen verkocht. Dit is een toename van 5% vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. Dit blijkt uit cijfers van het Waarborgfonds Eigen Woning (WEW), de uitvoerende instantie van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG).


Volgens het WEW kan het aantal gedwongen verkopen de komende tijd nog stijgen als gevolg van het na-ijleffect van de crisis. Dit is te verklaren doordat de afgelopen jaren meer hypotheekgaranties zijn verstrekt. Ook zullen door de aantrekkende woningmarkt meer huizen worden verkocht die 'onder water' staan. In dat geval is de hypotheek hoger dan de actuele waarde van het huis, waardoor bij verkoop een restschuld ontstaat.


Het WEW heeft nog voldoende geld in kas om nieuwe claims op te vangen en hoeft hiervoor geen beroep te doen op het Rijk. Het gemiddelde bedrag dat het waarborgfonds in de eerste drie kwartalen uitkeerde, was € 39.000. Dat is net zoveel als in de eerste negen maanden van 2013.


Meer informatie over NHG en WEW vindt u hier
Leopold III
Het politiek testament van koning Leopold III
Edited: 201410091056



MEMORANDUM, GESCHREVEN OM PERSOONLIJK

EN VERTROUWELIJK AAN DE HEER PIERLOT TE WORDEN OVERHANDIGD,

VOLTOOID OP 25 JANUARI 1944

We zijn in het zesde oorlogsjaar aanbeland. Niets laat ons toe met zekerheid te stellen dat het staken van de vijandelijkheden in Europa of de bevrijding van ons grondgebied dichtbij zijn. Maar een zodanige wending van de gebeurtenissen, die een plotselinge wijziging van het bezettingsregime in België met zich zou brengen, is in de toekomst mogelijk.

Op 29 mei 1940 werd ik, op bevel van de Führer Kanselier van het Reich, van Brugge naar het kasteel van Laken overgebracht. Dat werd mijn verplichte verblijfplaats, ondanks mijn uitdrukkelijke wens om het lot van mijn leger te delen.

Het is niet uitgesloten dat de Duitse overheid mij om militaire of politieke redenen een nieuwe verblijfplaats oplegt en ditmaal buiten het koninkrijk.

Ik vind het belangrijk dat het land, in de misschien lange tussentijd tussen zijn bevrijding en mijn terugkeer uit gevangenschap, in die beslissende dagen niet verstoken zou blijven van adviezen van mijn kant over aangelegenheden van het allergrootste belang.

Dat is de reden waarom ik hier, ten gerieve van hen die de macht tijdelijk zouden uitoefenen, mijn aanbevelingen op papier zet betreffende het te volgen beleid in het hoger belang van de natie.

Om alle vooroordelen en twijfels weg te nemen, meen ik dat het nuttig is om vooraf kort uiteen te zetten welke mijn houding is geweest sedert mei 1940.

1. Vooreerst heb ik op 25 mei geoordeeld - en ik ben inmiddels nooit van gedacht veranderd - dat het strijdig geweest ware met het belang van het land als ik met de ministers naar het buitenland zou zijn vertrokken.

Het leger in de steek laten voordat de strijd beëindigd was, zou een militaire fout zijn geweest, want elke weerstand zou ogenblikkelijk zijn gestaakt.

Vluchten op het moment dat de wapens werden neergelegd, leek mij een daad die strijdig was met de eer van een legeraanvoerder.

Mijn aanwezigheid in het buitenland zonder militaire macht van betekenis, zou een louter symbolische waarde hebben gehad. Daartoe volstonden enkele ministers.

Maar, eens het grondgebied zich in de macht van de aanvaller bevond, was het belangrijk dat het staatshoofd het land slechts verliet, weggevoerd door de overwinnaar. Zijn aanwezigheid was des te noodzakelijker omdat de eenheid van het land was bedreigd door ernstig plichtsverzuim dat plotseling aan het licht was gekomen en omdat als gevolg van een noodlottige verstandsverbijstering, de meeste gezagsdragers waren gevlucht en te veel overheden hun post hadden verlaten.

Op een moment waarop de bondgenoten waren uitgeteld door een verschrikkelijk onheil en de vijand was opgewonden door militaire successen zonder voorgaande, was het door de tegenspoed van mijn leger en van mijn volk te delen dat ik de onverbrekelijke eenheid van het vorstenhuis en van de Staat bevestigde en dat ik de belangen van het vaderland behoedde, welke ook de

afloop van de oorlog zou zijn. De militaire eer, de waardigheid van de kroon en het belang van het land wezen in de dezelfde richting en maakten het mij onmogelijk om samen met de regering België te verlaten.

2. Ik heb het steeds als mijn opperste plicht beschouwd om met al mijn krachten bij te dragen tot het instandhouden van de nationale onafhankelijkheid. Net als al mijn voorgangers heb ik altijd de Grondwet nageleefd. In geen enkele omstandigheid heb ik overwogen om die te schenden. Ik neem een mogelijke herziening ervan slechts in overweging als het Belgische volk zijn wil daartoe vrij tot uitdrukking brengt.

De geruchten die de bedoeling hadden daarover twijfel te zaaien, zijn uit de lucht gegrepen en al wie ze heeft verspreid, heeft het vorstenhuis belasterd en een misdaad tegen België gepleegd.

Voor het overige heb ik me sedert 28 mei 1940 strikt gehouden aan mijn status van krijgsgevangene in handen van de vijand en heb ik geoordeeld dat het niet met de waardigheid van de kroon en met de belangen van het land strookte dat ik daar rechtstreeks of onrechtstreeks ooit van afweek.

Die afzijdigheid op het politieke vlak belette niet dat ik op het humanitaire vlak tussenkwam ten voordele van personen, groepen of zelfs de hele bevolking.

De genadeverzoeken, de vrijlating of op zijn minst de verlichting van het lot van onze krijgsgevangenen, de bevoorrading van de bevolking, daarvoor heb ik voortdurend aandacht gehad. Op dat vlak zijn mijn inspanningen gedeeltelijk met succes bekroond. Inzake de wegvoeringen en de financiële lasten stuitte ik spijtig genoeg op de weigering om terug te komen op de getroffen beslissingen.

Men heeft mij vaak verweten dat ik tussenbeide was gekomen op het administratieve vlak. Ik verklaar dat ik helemaal niets te maken had noch met de keuze noch met het beleid van de secretarissen-generaal, wie ze ook waren. Wel eis ik het initiatief op van de oprichting van de O.T.A.D.

Hiermee is dus voldoende licht geworpen op het verleden, laten we het nu hebben over de opdrachten voor de toekomst.

1. DE VERSTANDHOUDING TUSSEN VLAMINGEN EN WALEN

De verstandhouding tussen Vlamingen en Walen zal de belangrijkste taak van de regering zijn. Het voortbestaan van een onafhankelijk België zal daarvan afhangen.

De historici zullen vaststellen dat België tussen 1914 en 1944 een vreselijke nationaliteitscrisis heeft meegemaakt.

Na een lange periode van ongelijkheden en onmiskenbare onrechtvaardigheden heeft ons Vlaamse volk, trots op zijn schitterend verleden en bewust van zijn mogelijkheden in de toekomst, besloten een einde te maken aan de pesterijen van een egoïstische en bekrompen leidende minderheid die weigerde zijn taal te spreken en deel te nemen aan het volksleven.

Het onbegrip van het parlement en de traagheid van de opeenvolgende regeringen om die rechtmatige

verzuchtingen te voldoen, hebben de eisers verbitterd. Sommigen zijn ertoe gekomen om zich te willen afscheiden van de Walen en om België te vervloeken. Dit lokte een Waalse reactie uit en het zou gevaarlijk zijn de draagwijdte ervan te onderschatten.

Onder het voorwendsel van cultuur en van taal, hebben extremisten, al dan niet onder de bescherming van de bezetter, bewust gewerkt aan de vernietiging van de Belgische Staat – we hebben dat gezien en gehoord.

Anderzijds is onze publieke opinie – die slecht is voorgelicht en te gevoelig is voor de sentimentele verleidingen uit het buitenland – sedert 30 jaar geneigd om te geloven dat haar veiligheid in de eerste plaats afhangt van de gevoelens van genegenheid van het buitenland. Ze schijnt te vergeten dat het behoud van de nationale onafhankelijkheid voortvloeit uit en altijd en vooral zal voortvloeien uit de geografische ligging van het land, zijn natuurlijke rijkdommen, de werklust van zijn inwoners en hun wil om vrij te blijven.

De verkondiging van dit historisch vast gegeven moet het postulaat vormen dat elke internationale samenwerking voorafgaat en die laatste kan alleen worden opgevat op basis van een billijke wederkerigheid.

Omdat ze dezelfde belangen hadden, hebben Vlaanderen en Wallonië sedert heel lang een gemeenschappelijke lotsbestemming gehad en hebben ze een eenheid gevormd die ontembaar aan alle annexatiepogingen het hoofd heeft geboden. Nooit heeft hun eenheid een crisis beleefd die ook maar bij benadering zo erg was als die van de huidige generatie.

Ik hoop dat de hevigheid van de beroering die we nu beleven de ogen van de brave burgers heeft geopend voor sommige aspecten van de werkelijkheid waarvoor ze te weinig belangstelling hadden betoond. Ik hoop dat dit bij Vlamingen en Walen de wil zal hebben aangewakkerd om zich in een nieuw België opnieuw rond de nationale driekleur te scharen en dat zij, verenigd op volstrekt gelijke voet, België met eenzelfde liefde en ijver zullen dienen. Ik reken op het doorzicht van het Brusselse gemeentebestuur opdat de hoofdstad van het koninkrijk eindelijk zijn rol van taalkundig bindteken en bicultureel uitstralingscentrum zou spelen die het nationaal fatsoen hem voorschrijft.

2. DE SOCIALE REORGANISATIE

Deze wereldoorlog is de geboorte van een nieuwe wereld. Goedschiks of kwaadschiks ontwikkelt zich, in de staten die zich beroepen op tradities van vrijheid en individualisme net als in de staten die hebben gekozen voor een autoritair regime, een economische, organieke en sociale revolutie zonder weerga die wezenlijk dezelfde is – zij het dat ze gebeurt onder verschillende vlaggen en door gebruik van uiteenlopende middelen.

Ook al kan men noch het kader noch het eindpunt van die verandering bepalen, toch heeft men het recht te verklaren dat een onomkeerbare stroom alle samenlevingsvormen naar een volkomen nieuwe toekomst meevoert.

Het komt erop aan zich niet uit te sloven om in duigen vallende normen te handhaven. Men moet zich vastberaden aan de onvermijdelijke ontwikkeling aanpassen en België de economische en sociale onderbouw bezorgen die het de nodige sterkte en doelmatigheid geeft opdat het zijn bevolking een waardige en bevredigende levensstandaard kan verschaffen. Die bevolking leeft bijeengepakt op een klein grondgebied en wordt bedreigd door een buitenlandse concurrentie die scherper en oneindig machtiger is dan weleer.

Het individualisme en het economisch liberalisme waarvoor de negentiende eeuw de gouden tijd was, zullen willens nillens plaats ruimen voor een systeem dat meer gelijkheid nastreeft. Het zal de leiders toekomen erover te waken dat onze toekomstige sociale organisatie zal zijn doordrongen van en meer in overeenstemming zal zijn met de christelijke naastenliefde en de menselijke waardigheid.

Mijn rol van grondwettelijke vorst draagt me de taak niet op om een programma van verwezenlijkingen op te stellen noch om te kiezen voor of tegen een of andere leerstelling, maar ik zou in mijn opdracht tekortschieten als ik hier niet enkele beginselen ter overweging meegaf die alleen de uitdrukking zijn van de billijkheid.

Ik beschouw ruime sociale hervormingen als dringend, want de schandalige tegenstelling tussen de armoede waarmee de oorlog tot tweemaal toe de enen heeft overladen en de buitensporige winsten die de anderen zich hebben toegeëigend, stelt de onrechtvaardigheid in het licht van een egoïstisch en kwaadaardig regime, waaraan een einde moet komen.

Zodra het land is bevrijd, zullen de regeringen de plicht hebben het recht op arbeid en de plicht daartoe te bevestigen. Door de vaststelling van rechtvaardige lonen en de uitbreiding van de verplichte verzekeringen, moeten ze de arbeiders de waardigheid en de veiligheid bezorgen die zij in het verleden al te vaak hebben moeten ontberen.

De paritaire verbondenheid van de werkgevers- en werknemersorganisaties in beroepsgroeperingen, alsook een nauwgezette en billijke herschikking tussen arbeid en kapitaal zullen het mogelijk maken in de schoot van de ondernemingen de voorwaarden voor een gezonde samenwerking te vestigen. Door in de wereld van de arbeid een sfeer van stabiliteit en welzijn te scheppen, zal deze vooruitgang een geest van sociale solidariteit doen waaien die voor het land van even wezenlijk belang zal zijn als de verstandhouding en de gelijkheid tussen Vlamingen en Walen. Op het hogere niveau komt het de staat toe het algemeen belang te vertolken, de harmonische werking van het geheel van de grote beroepsgroepen te coördineren en de organisatie van de arbeid en van de sociale verhoudingen te controleren.

Het komt de Staat ook toe de economische ontwikkeling in een richting te leiden die meer is aangepast aan de natuurlijke rijkdommen van onze bodem en aan de mogelijkheden en de levensbehoeften van onze bevolking.

Het is van belang een beter evenwicht tot stand te brengen tussen de verschillende takken van de economische bedrijvigheid van het land door de landbouw, die zo belngrijk is voor ons onafhankelijk bestaan, de plaats te geven die haar toekomt.

Het is ten slotte aangewezen een billijkere verdeling van de verbruiksgoederen te verzekeren.

Arbeidsplicht, recht op arbeid en bescherming van de arbeid – herstel van de beroepseer en de beroepsbekwaamheid – nationale samenwerking en solidariteit – verstandige organisatie van de economie, ordelijke productie en consumptie – ziedaar de grondslagen van de onmiddellijke vernieuwing die een betere toekomst moet voorbereiden.

Ik reken erop dat de gezagsdragers die weg zullen inslaan en elke andere overweging dan het belang van het land en de sociale rechtvaardigheid opzij zullen schuiven.

Als ze dit zouden verzuimen, zou België tijden van gevaarlijke politieke onrust tegemoet gaan.

3. DE POLITIEKE HERVORMINGEN

Zullen de wijzigingen aan de economische en sociale structuren een hervorming van de politieke instellingen teweegbrengen? Dat lijkt onvermijdelijk.

De gebreken van de oude manier van regeren en de ongehoorde incidentendie er in 1940 het sluitstuk van waren, hebben de ogen geopend van de meest behoudsgezinde kringen. Het land zal niet aanvaarden dat men zonder meer naar deze vooroorlogse dwalingen terugkeert. Het wenst dat de macht wordt uitgeoefend door onkreukbare en bekwame mensen, die ermee ophouden het algemeen belang in te vullen op de maat van de partijbelangen. Het wenst dat die mensen de nodige macht krijgen om met gezag en continuïteit de belangrijkste en dringende problemen op te lossen.

Een Raad van State had al lang moeten zijn opgericht. Koning Albert had de oprichting ervan al aanbevolen. Het land heeft nood aan wetten en verordeningen die behoorlijk zijn opgesteld. De burgers hebben het recht te worden beschermd tegen de mogelijke willekeur van een regering waarvan de machten uitgebreider zullen zijn.

De ministeriële verantwoordelijkheid moet ophouden een abstract beginsel te zijn dat nergens in een wetboek is vastgelegd. Ze moet een juridisch werkbaar begrip worden dat het mogelijk maakt de ministers te treffen wier zware fouten de belangen van de Staat hebben geschaad.

In welke mate en op welke wijze is het nodig het politiek statuut van het koninkrijk een nieuwe inhoud te geven?

Het komt het Belgische volk toe daarover te beslissen: zodra de omstandigheden het mogelijk maken, kan het zich daarover vrij uitspreken.

4. DE HERVORMING VAN DE OPVOEDING

Ik pleit ervoor bijzondere aandacht te besteden aan de jeugd, die het lot van het België van morgen in handen houdt.

Indien het land in 1940 zijn geloof in zijn lotsbestemming tijdelijk heeft verloren, dan is dat te wijten aan het feit dat onze kinderen onvoldoende tot burgerzin worden opgevoed, wat een schuldig verzuim is. De toekomst van de natie vereist dat onze jeugd fysiek sterk is, doordrongen van edele verzuchtingen en grootmoedige idealen, gedreven door persoonlijke fierheid en sociale

solidariteit, in hart en nieren en vastberaden patriottisch. Op dat vlak staan we nog bijna nergens.

5. DE MILITAIRE REORGANISATIE

Het einde van de vijandelijkheden zou een gezagscrisis kunnen veroorzaken die weleens de vorm van geweldplegingen kan aannemen. Bij gebrek aan een gewapende macht – die op een wettelijke basis is gevormd en bestaat uit manschappen wier vanderlandsliefde buiten kijf staat en die zijn gespeend van elke partijdige passie – zou het moeilijk zijn om die te beteugelen.

Om redenen van orde en rust in het binnenland en aanzien in het buitenland, beveel ik aan zo spoedig mogelijk weer een Belgisch leger op de been te brengen, bestaande uit sterke beroepsmilitairen, aangevuld met vrijwilligers, bij voorkeur mannen die in het vuur van de strijd hebben gestaan. Met het oog daarop zullen we de onmiddelijke repatriëring moeten eisen van onze officieren en soldaten die in Duitsland gevangen zijn en van al wie zich nog in het buitenland bevindt.

6. DE ORDEHANDHAVING EN DE SANCTIES

Men moet vrezen dat het einde van de vijandelijkheden gepaard zal gaan met de ontketening van een publieke vergelding en het uitvechten van talrijke persoonlijke en groepsvetes. De voorlopige machthebbers zullen de uitingen van de publiek opinie binnen de legale perken moeten houden. Ze zullen evenwel ook de sancties moeten vorderen en toepassen in hoofde van de verantwoordelijken van aanslagen tegen de verdediging en de eenheid van het land.

De daders van deze misdaden tegen de natie hebebn hun verraad voldoende van de daken geschreeuwd, ja zelfs gevierd, opdat de noodzakelijke repressie alleen de werkelijke en grote schuldigen zou treffen.

Het past dat de straffen zonder uitstel worden uitgesproken en uitgevoerd, maar volgens de normale rechtspleging.

7. DE NOODZAKELIJKE GENOEGDOENING

Er is geen enkele patriot die sommige toespraken is vergeten die ten overstaan van de hele wereld werden uitgesproken en waarin Belgische ministers zich hebben veroorloofd, in uitzonderlijke hachelijke omstandigheden, toen de vrijwaring van de nationale waardigheid gebood een uiterste voorzichtigheid aan de dag te leggen, ondoordacht de meest ernstige beschuldigingen te uiten ten overstaan van de houding van ons leger en het optreden van de legeraanvoerder.

Die beschuldigingen die in een eigenzinnige verblindheid de eer van onze soldaten en van hun opperbevelhebber besmeurden, hebben België een onberekenbare en moeilijk te herstellen schade toegebracht.

Men zou vergeefs in de geschiedenis een ander voorbeeld zoeken van een regering die haar vorst en de nationale vlag op zo’n manier en zo ongegrond met schande heeft overladen.

Het aanzien van de kroon en de eer van het land verzetten zich ertegen dat degenen die de redevoeringen hebben gehouden nog enig gezag uitoefenen in het bevrijde België zolang ze hun beslissing niet zullen hebben betreurd en plechtig en volledige genoegdoening zullen hebben gegeven. De natie zou noch begrijpen noch ermee instemmen dat het vorstenhuis in de uitoefening van zijn taak mensen zou betrekken die datzelfde huis een belediging hebben aangedaan waarvan de wereld met ontsteltenis kennisnam

8. DE BUITENLANDSE EN KOLONIALE POLITIEK

Inzake het internationale statuut eis ik in naam van de grondwet dat België in zijn volledige onafhankelijkheid zou worden hersteld en dat het geen verbintenissen of akkoorden met andere staten zou aanvaarden, van welke aard ook, dan in volledige soevereiniteit en mits de noodzakelijke tegenprestaties.

Ik houd er ook aan dat geen afbreuk wordt gedaan aan de banden tussen de kolonie en het moederland.

Ik herinner er bovendien aan dat volgens de grondwet een verdrag geen enkele waarde heeft indien het niet de koninklijke handtekening draagt.

Leopold,

Koning der Belgen,

gevangene in het kasteel van Laken



(onverkorte tekst ter beschikking gesteld door MERS Antique Books Antwerp, om te worden gevoegd bij boeken over de Koningskwestie die nalaten dit document in extenso af te drukken)
Lucas & Manu Tessens
MERS ontwikkelt CMS voor MERS Antique Books Antwerp en partners.
Edited: 201409301736
Deze website is het voorlopige resultaat van eigen research door het Media Expert Research System naar het automatisch aansturen van een kennissysteem vanuit een MySql-database.

De website is de zgn. front end van dit Content Management System. Het achterliggende database-beheer is de zgn. back end.
Om het in een beeld te vatten: het ziet er een beetje uit als een ijsberg waarvan je slechts het topje ziet.
Nog tijdens de research-fase werden wij gevraagd om voor een externe partner een verzameling van ca. 50.000 items te inventariseren en aan te sturen via dit CMS. De basis is een multimediaal platform (Statistics, Text, Image, Movie, Sound - STIMS). Deze uitdaging moet resulteren in een selectieve en toch geïntegreerde vorm van kennis-opslag en kennis-ontsluiting. De toepassing is tailor-made in nauw overleg met de partner maar steunt op het basismodel dat MERS hanteert. Er wordt gestreefd naar een grote gebruiksvriendelijkheid en die laat een dynamisch vernieuwen van de website toe.
Het CMS wil ook zeer gewild losbreken uit het carcan van hyperspecialisatie die de wetenschap teistert sinds WO II. Maatschappelijk heeft dat geleid naar atomisering en vereenzaming van mensen en het wordt tijd dat we onszelf bijeenrapen.
De volgende fase in het onderzoek zal peilen naar de inkoppeling van meerdere databases (datawarehousing). Het systeem draait nu reeds volledig 'in the cloud' zodat aansturing, upload, editing en visualisatie ontkoppeld zijn van een locatie.
DILLEN Simon
Herenthout in de jaren '70
Edited: 201409240034



Interessant filmpje voor zij die van Herenthout houden. Zoals het was en nooit meer terugkomt. We herkennen de kerk, Jeugdklub Selkit, de Jodenstraat, Markt met Kredietbank (nu 't Kameryck), Nijlense steenweg, Bouwelse steenweg, Molenstraat, superette Poelmans, bakkerij Daems. Het regende natuurlijk niet altijd in dit levendige dorp.
Muziek: CCR, Have you ever seen the rain (1971).
Is Rik Daems 'The Bird' die smeergeld opstreek?
Edited: 201409191132
Redactie
19/09/14 - 11u32 Bron: Het Laatste Nieuws

Dertien jaar na de verkoop van de Brusselse Financietoren zijn drie mannen en twee vennootschappen naar de rechter verwezen. Ze zouden 9 miljoen euro smeergeld hebben opgestreken. Opmerkelijk: de spilfiguur wil toenmalig minister van Overheidsbedrijven Rik Daems laten getuigen. Hij zou een rol gespeeld hebben onder de codenaam 'The Bird'.

Her en der in het dossier wordt geopperd dat niemand anders dan Rik Daems schuilgaat achter de codenaam 'The Bird' en dus ook smeergeld zou ontvangen hebben.
Op 20 december 2001 was de Financietoren het voorwerp van een zogenaamde sale-and-leaseback-operatie: de overheid verkocht het gebouw voor 311 miljoen euro aan de Nederlandse groep Breevast om het dezelfde dag nog terug te huren. Na onderhoudswerken wegens asbest werd de huurprijs in 2003 vastgelegd op 42 miljoen euro per jaar. Looptijd van het contract: 33 jaar. Met aftrek van een korting betaalde de overheid in totaal 1,275 miljard euro voor een gebouw dat het verkocht voor 311 miljoen euro. Een merkwaardige deal, die ondertekend werd door toenmalig minister van Overheidsbedrijven Rik Daems (Open Vld).

Zwitserse bankrekeningen
De Bijzondere Belastinginspectie (BBI), die nota bene haar kantoren heeft in het gebouw, opende meteen een onderzoek, waarna ook het gerecht in actie schoot. Uit dat onderzoek bleek dat drie tussenpersonen smeergeld zouden hebben ontvangen, in totaal zo'n 9 miljoen euro. Dat geld belandde op Luxemburgse en - via heel wat omwegen - op Zwitserse bankrekeningen. Michel Bellemans, ex-adviseur van minister Daems, zou die constructie opgezet hebben via zijn vennootschap Caelum en zelf ook geld ontvangen hebben.

'De Vogel'
In het dossier is echter nog sprake van een vierde partij die smeergeld ontvangen zou hebben. Op documenten van Bellemans komt de codenaam The Bird voor. Wie 'De Vogel' is en hoeveel hij ontvangen heeft, is nog onduidelijk. Maar her en der in het dossier wordt geopperd dat niemand anders dan Rik Daems zelf schuilgaat achter de codenaam. "Als de speurders die vraag voorleggen aan mijn cliënt, dan zegt hij dat dit wel mogelijk zou kunnen zijn", zegt advocaat Luc Deleu, die optreedt voor Bellemans.
Karel de Stoute
Edited: 201408290248
Karel de Stoute zet de politiek van zijn vader door Karel de Stoute (1433-1477), zoon van Filips de Goede, zette na 1467 de centralisatiepolitiek van zijn vader verder door. Zo bracht hij de drie bestaande Rekenkamers (Rijsel, Brussel en Den Haag) samen in één enkele te Mechelen. De rechtsprekende bevoegdheid koppelde hij los van de Grote Raad en vertrouwde die toe aan het Parlement van Mechelen, later opnieuw de Grote Raad van Mechelen. Hij verplaatste eveneens officieel de hoofdstad van het hertogdom van Dijon naar Brussel omdat eigenlijk al sinds de tijd van zijn vader alle belangrijke staatszaken in de Lage Landen plaatsvonden. Ook was het logisch om in het verreweg rijkste gebied tevens de hoofdstad te hebben. Het eigenlijke kernland Bourgondië speelde nog maar een marginale rol in het geheel. In 1468 onderwierp hij het prinsbisdom Luik op bloedige wijze. Karel de Stoute steunde de prinsbisschop, maar de Luikenaars zelf kwamen daartegen in opstand. De stedelijke milities, waaronder de 600 Franchimontezen, werden daarop afgeslacht, en vele plaatsen in het prinsbisdom werden verwoest. In 1471 richtte hij de Bourgondische Ordonnantiebenden op als staand leger ter ontlasting van zijn leenmannen. Twee jaar later mislukte een poging om van Bourgondië een zelfstandig koninkrijk te maken door een veto van de Duitse keizer Frederik III. Generaties lang samenleven in de Bourgondische statenbond, met overkoepelende instellingen, samen in oorlog of in vrede, deed een supranationaal samenhorigheidsgevoel ontstaan. Boven de Henegouwse en Brabantse en Hollandse vaderlandsliefde kiemde er dus ook een Bourgondisch samenhorigheidsgevoel, dat later ook Nederlands of in het Latijn Belgisch genoemd werd. [bewerken] Hertogdom gaat verloren In 1477 sneuvelde hertog Karel in de slag bij Nancy en ging een groot deel van het Franse bezit van de Bourgondiërs, waaronder het hertogdom zelf, verloren aan de Franse kroon. Door het huwelijk van Maria van Bourgondië, enige erfgename van Karel de Stoute, met de Duitse kroonprins Maximiliaan I van Oostenrijk kwam de rest, waaronder de Lage Landen, onder de soevereiniteit van het Huis Habsburg. Maria overleed in 1482 en werd als Hertog(in) van Bourgondië opgevolgd door haar zoon Filips de Schone. Bij zijn meerderjarig worden in 1494 nam Filips zelf het bewind in handen. Hij moest echter in 1498 gedwongen afstand doen van zijn aanspraken op Bourgondië. In 1506 werd hij koning van Castilië en daarmee een Spaanse vorst. Dit markeert het aanbreken van de Spaanse tijd. http://nl.wikipedia.org/wiki/Bourgondische_tijd (20090902)
► De Tijd 20140611 - DS 20140612
Edited: 201406111431
2.500 banen op de tocht bij Delhaize. Personeel in shock en woedend. Stakingen aan de gang in meerdere winkels. Dit zijn de veertien niet-rendabele supermarkten die dichtgaan: Aarschot, Berlaar, Diest, Dinant, Eupen, Genk (Stadsplein), Herstal, Kortrijk Ring, La Louvière, Lommel, Dendermonde (Oude Vest), Tubeke, Turnhout en Schaarbeek (Verhaeren).
TESSENS Lucas
brief aan Vandenbrande over project PC op school
Edited: 201406072348
De heer Luc Van den Brande
Minister-President
Martelaarsplein 19
1000 - BRUSSEL


Antwerpen, 15 juli 1997


Betreft: "Het ogenblik is aangebroken om 'Vlaanderen-Europa 2002' te herijken. Daarbij moeten we nieuwe inhoudelijke klem¬tonen leggen. Het volstaat niet langer dat onze kinderen goed kunnen rekenen en schrijven. Zij zullen ook meertalig moeten zijn, maar ze zullen ook moeten kunnen rijden op de informatiesnelweg. We zullen een belangrijke extra inspan¬ning doen om in een meer¬jarenprogramma er voor te zorgen dat alle leerlingen van het zesde leerjaar evengoed kunnen omgaan met een pc als met een boek." (uit uw officiële 11 juli-redevoering)




Geachte Heer Minister-President,




Bovenstaande passage uit uw 11 juli-redevoering heeft onze speciale aan¬dacht getrokken. Proficiat! Zeer terecht plaatst u lezen, rekenen en pc-vaardigheid op één lijn. Een nieuwe vorm van analfabetisme ("digi¬betisme") steekt de kop op. Enkel een practische opleiding die gebruik maakt van training en routine zal kunnen verhinderen dat deze kwaal onze jongeren aantast.

In 1994 hebben wij uw kabinet en daarna de GIMV geadviseerd aan¬gaande de te nemen stappen inzake de kabel (interconnectie van de verzor¬gingsgebieden en creëren van de terugweg). Dit leidde tot Telenet.
Toen hebben wij binnen het "Studiesyndicaat Nieuwe Diensten over de Kabel", waarvan wij in januari 1994 overigens de draft-opdracht schre¬ven, een lans gebroken voor een maatschappelijke en culturele benade¬ring van de infor-matiesnelwegen.


Aansluitend bij Telenet werd 'Medialab' opgestart. Ook hierover dienden wij het Kabinet van advies. Wij kunnen ons echter niet van de indruk ontdoen dat 'Media¬lab' al te theoretische blijft, cirkelend binnen de universitaire milieus.
Het is van essentieel belang:
• de risico's van een gebrek aan pc-vaardigheid onder ogen te zien;
• pragmatische oplossingen aan te reiken;
• de oplossingen te coördineren.
Die oplossingen liggen zeer zeker in de onderwijssfeer.

Niemand twijfelt aan de noodzaak om onze kinderen te leren lezen, schrijven en rekenen. Maar zij die er nog aan twijfelen dat ook het kunnen werken met een pc een basisvaardigheid is, worden best wan¬delen gestuurd.

In deze materie moet men snel en doortastend tewerk gaan. Zo moeten we de kinderen niet gaan vervelen door uit te leggen welke de com¬ponenten van een pc zijn of hoe een pc werkt. Je leert ook geen wagen besturen via weten¬schap over de ontploffingsmotor of de functie van een versnellingsbak.

Ziehier 10 BOUWSTENEN die wij voor een efficiënte aanpak zien:

1

Installatie van een task force (max. 8 mensen) ter begeleiding van het gehele project. Voorzien van secretariaats-ondersteuning en een budget voor deze task force. Overleg met uw collega L. Van den Bossche.

2

Contacten met leveranciers van hardware teneinde maximale sponsoring te voorzien voor nieuwe pc's; gebruik maken van gerecycleerde pc's en betere organisatie van het recyclage-proces; vastlegging van de mini¬mum-basiscon-figuratie van de te gebruiken pc's (CPU 80386DX).

3

Keuze van de software: o.i. heeft Microsoft een zodanige voorsprong ge¬nomen dat men moet kiezen voor de programma's 'Word' voor het nieuwe lezen/schrijven en 'Excel' voor het nieuwe rekenen, alles in Windows-om¬geving; Vlaanderen zou een mega-licentie voor het basison¬derwijs moeten bedingen.

4

Onmiddellijke start van een korte (minder dan 20 uur) en practisch gerichte lerarenop¬leiding voor pc: het zou o.i. een vergissing zijn te denken in de richting van een specifieke pc-leraar; de 'pc-vaardigheid' wordt best geïnte¬greerd in de lessen Nederlands en rekenen omdat dan de link kan gelegd worden met de klas¬sieke lees-, schrijf- en reken¬methodes.

5

Onmiddelijke start van een middelgroot project in een 200-tal basis¬scholen (zo'n 5.000 pc's), provinciaal gespreid; vastlegging van een gefaseerd plan voor een totaal-dekking van het basisonder¬wijs tegen 2002.


6

Avondgebruik van de pc-klassen voor bijscholing, al dan niet betalend (criteria uitwerken).

7

Gefaseerde inkoppeling van 'Telenet' in de scholen en toelevering van Internet over Telenet; afsluiten van een mega-contract.


8

Installatie of renovatie van de interne kablering in scholen waardoor het project gebruik kan maken van servers; inzet van de know how van de kabelmaatschappijen (bijna alle intercommunales); afsluiten van een mega-contract voor toelevering van kabels (coax/fiber).


9

Jaarlijkse grondige evaluatie en bijsturing van het project tijdens een open studiedag mét publicatie van de resultaten en verspreiding via de media.


10

Instellen van een prijs voor de school met de beste pc-basisopleiding (incen-tive op het project).




Geachte Heer Minister-President, begin 1994 schreven wij zoals gezegd de draft-opdracht voor het "Studiesyndicaat". Vandaag bieden wij onze diensten aan onder de vorm van een nieuw project ("PC? Kinderspel").

Eerstdaags zal ik met Mevrouw Yvette Delameilleure contact opnemen teneinde met u een gesprek te kunnen vastleggen.


Met bijzondere Hoogachting,






Lucas TESSENS
Bestuurder/Research Director
► De Tijd 20140528
Edited: 201405290249
ACV pleit voor een taks voor vermogenden en superrijken. Dat zei Ann Vermorgen, nationaal secretaris bij de vakbeweging, in Ieper naar aanleiding van Rerum Novarum. Met dat geld moet een deel van de toekomstige besparingen worden opgevangen.
► De Tijd 20140527
257/1
Edited: 201405280924
Amerikaanse CEO verdient 257 keer meer dan werknemer
De Standaard van 20140513
Positieve reacties op tolvrije Liefkenshoektunnel
Edited: 201405160045
Het project om de Antwerpse Liefkenshoektunnel tolvrij te maken tijdens de spits valt in goede aarde. De filelast is gevoelig verminderd en organisaties als VAB vragen een verlenging van het experiment.

Sinds vorige week maandag en nog tot 20 juni is de Liefkenshoektunnel tolvrij tijdens de spits, om de gevolgen van de werken op de E34 richting Antwerpen op te vangen. Vorig jaar waren er werkzaamheden op dezelfde plaats met lange files tot gevolg.

De files op de E34, de E313 en de Ring richting Gent zijn een stuk afgenomen sinds de maatregel werd ingevoerd, is te horen bij Touring Mobilis, dat informatie over het verkeer verzamelt. Vandaag stond er zelfs bijna geen file op E34 en E313.

De mobiliteitsorganisaties reageren tevreden. ‘De Ring wordt ontlast en het verkeer gaat een stuk vlotter’, zegt Danny Smagghe van Touring. ‘Er is nog geen chaos geweest rond Antwerpen sinds het begin van de werken, dat was vorig jaar wel eens anders, stelt Maarten Matienko van VAB.

De organisatie vraagt om het experiment voort te zetten bij de werken op de E17 in juni. ‘Het duurt immers drie maanden voor iemand zijn reisweg structureel aanpast’, aldus Matienko.

De Vlaamse regering baseerde zich totnogtoe op studies, zoals die van het Vlaams Verkeerscentrum, die uitwezen dat het effect van een tolvrije tunnel minimaal zou zijn op de verkeersdrukte in Antwerpen. Het huidige project is dan ook slechts een experiment.
COUTUER Jo, DataNews 20120604
Deloitte neemt Numius over
Edited: 201405062237
Deloitte Consulting heeft de Leuvense specialist in performance management Numius overgenomen.

Numius werd in 1999 uit de grond gestampt door Geert Hallemeesch en Jo Coutuer, destijds nog onder de naam 'Hallemeesch & Coutuer'. Later voegde ook Thierry Cloetens bij de aandeelhouderstructuur. Vandaag is Numius, een IBM Premier Business Partner, uitgegroeid tot een firma van 33 mensen en een omzet van zo'n 5,5 miljoen euro.

"Deloitte en wijzelf hadden allebei een businessplan over de lange termijn", vertelt Jo Coutuer, managing partner bij Numius. "Na wat gesprekken hebben we beseft dat we ons beider plannen sneller gezamenlijk zouden kunnen verwezenlijken." Het team van de Information Management Service Line van Deloitte Consulting stond vooral sterk in SAP, terwijl Numius voorop liep in IBM. "Ons ook bekwamen in SAP zou jaren gekost hebben", geeft Coutuer toe. "Bovendien waren we zo echt complementair, ook op vlak van klanten." Voorts, zo zegt hij, is de managementstructuur vergelijkbaar en is de manier van diensten aanbieden gelijkaardig. "Numius voegt bovendien zijn business analytics cloudplatform toe en zijn opleidingen via 'Numius Academy'."

De overname heeft voor de klanten van beide bedrijven geen noemenswaardige gevolgen. Intern versmelten de managementstructuren van beide bedrijven. "Beide teams verhuizen binnenkort naar een 'nieuwe zone' in de gebouwen van Deloitte in Diegem, zodat het voor iedereen 'nieuw' is. Juridisch is het wel een overname, maar operationeel zien we het liever als een fusie. De twee teams hebben immers een perfect vergelijkbare omvang." Door het samengaan ontstaat een ploeg van zo'n 75 mensen.

Financieel wilt Coutuer niet teveel details kwijt. "Maar ik wil wel benadrukken dat we door deze overnameovereenkomst veeleer ons risico als ondernemers 'poolen'. Met andere woorden: we blijven ondernemen. Dat het management ook na de overname aan boord blijft - we hebben geen minimumtermijn of iets dergelijks moeten tekenen - bewijst dat volgens mij."
DEDECKER Peter
Een zuil van zelfbediening. ACW, Arco en Dexia
Edited: 201403310925
14 februari 2013. Tijdens een persconferentie brengt N-VA-Kamerlid Peter Dedecker een aantal onregelmatigheden aan het licht die de boekhouding van de christelijke arbeidersbeweging ACW ontsieren. Die fiscale onregelmatigheden blijken op de koop toe gelinkt aan het Dexia-debacle: een heikel dossier dat Dedecker dan al een hele tijd op de voet volgt.

De persconferentie is het begin van een scherpe aanklacht tegen de toplui van een sociale beweging die teert op de inzet van duizenden hardwerkende, goedmenende vrijwilligers. De aanklacht omvat al gauw een hele waslijst aan vergrijpen, waaronder schriftvervalsing, fiscale ontwijking en fraude, misbruik van vennootschapsgoederen en belangenvermenging.

Tot grote verbazing van Dedecker zelf, overigens, die vandaag niet anders kan dan besluiten: “De toplui beloofden mensen het veiligste spaarproduct ter wereld. Maar achter hun rug speelden ze met hun spaarcenten in het casino.”

In de weken en maanden erna zat Dedecker in het oog van de storm. Terwijl de pijnlijke onthullingen elkaar maar bleven opvolgen, maakte zijn aanvankelijke verbazing langzaam maar zeker plaats voor een oprechte verontwaardiging en woede. Vanuit die gevoelens besloot hij zich aan het schrijven te zetten.

Het resultaat is ‘Een zuil van zelfbediening’. In dat boek brengt Dedecker nu een reconstructie van zijn persoonlijke ervaringen in die woelige periode, van zijn kennismaking met figuren en praktijken uit de bankwereld, en van zijn speurtocht door het labyrint dat de christelijke arbeidersbeweging blijkt te zijn. Bij gebrek aan een parlementaire onderzoekscommissie kan enkel de geschiedenis de echte (politieke) verantwoordelijkheid voor dit financiële debacle nog blootleggen. Met zijn boek biedt Peter Dedecker zelf alvast een eerste aanzet daartoe.
bron tekst: De Standaard Boekhandel
Knack Weekend BE
Geëmotioneerde Angelina Jolie voert in Bosnië campagne tegen oorlogsverkrachtingen
Edited: 201403310233

zaterdag 29 maart 2014 om 16u17

Angelina Jolie bezocht samen met de Britse minister van Buitenlandse Zaken William Hague Bosnië en was duidelijk onder de indruk van de verhalen die ze daar hoorde van de inwoners van Srebrenica.Angelina Jolie organiseert in juni samen met Hague een conferentie in Londen over het verkrachten van vrouwen als tactisch middel tijdens een oorlog. Er heerst nog altijd een taboe op dit onderwerp en Jolie wil dit proberen te doorbreken. Ze is er van overtuigd dat de vrede nooit volledig terug kan keren na een oorlog wanneer de verkrachtingen onbestraft blijven.

Taboe

Dat deze campagne nodig is blijft wel uit de stilte die er nog altijd heerst in Bosnië. Munira Subasic van de associatie van de moeders van Srebrenica vertelt aan Reuters dat het tot de traditie behoort om niet over verkrachting te praten. Veel vrouwen hebben het meegemaakt tijdens de oorlog, maar willen er niet over spreken. Daarom vindt ze het bezoek van Angelina Jolie van groot belang. Ze hoopt dat de Bosnische vrouwen zo inzien dat ze niet de enige zijn die er mee moeten leven.

Angelina Jolie, die de film In the Land of Blood and Honey maakte over het seksuele geweld in Bosnië tussen 1992 en 1995, legde ook bloemen op het kerkhof waar de slachtoffers van de oorlog begraven liggen.

Meer dan 100.000 mensen kwamen om tijdens de burgeroorlog tussen de Bosnische Serviërs, moslims en Kroaten. Waarschijnlijk werden zo’n 20.000 vrouwen seksueel misbruikt. (MS)
Noot Lucas Tessens: komen nu ook de Italiaanse vrouwen terug onder de aandacht, verkracht door Goumiers tijdens WO II ?; en welke aandacht voor de Duitse vrouwen ?
EU
Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming (Salduz)
Edited: 201310221445
RICHTLIJN 2013/48/EU VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 22 oktober 2013

betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 82, lid 2, onder b),
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),
Na raadpleging van het Comité van de Regio’s,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),
Overwegende hetgeen volgt:
(1)
In artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het Handvest), artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (het EVRM) en artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (het IVBPR) is het recht op een eerlijk proces vastgelegd. Artikel 48, lid 2, van het Handvest garandeert de eerbiediging van de rechten van de verdediging.
(2)
De Unie stelt zich ten doel een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht te handhaven en te ontwikkelen. Volgens de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van Tampere van 15 en 16 oktober 1999, en met name punt 33, moet het beginsel van wederzijdse erkenning van vonnissen en andere beslissingen van rechterlijke instanties de hoeksteen van de justitiële samenwerking in burgerlijke en in strafzaken binnen de Unie worden, omdat een versterkte wederzijdse erkenning en de noodzakelijke onderlinge aanpassing van de wetgevingen de samenwerking tussen bevoegde autoriteiten en de rechtsbescherming van het individu ten goede zouden komen.
(3)
Krachtens artikel 82, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), „berust de justitiële samenwerking in strafzaken in de Unie op het beginsel van de wederzijdse erkenning van rechterlijke uitspraken en beslissingen …”.
(4)
De toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning van strafrechtelijke beslissingen veronderstelt wederzijds vertrouwen van de lidstaten in elkaars strafrechtstelsels. De omvang van die wederzijdse erkenning hangt nauw samen met het bestaan en de inhoud van bepaalde parameters, waaronder regelingen voor de bescherming van de rechten van verdachten of beklaagden en gemeenschappelijke minimumnormen, die noodzakelijk zijn om de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning te vergemakkelijken.
(5)
Hoewel de lidstaten partij zijn bij het EVRM en bij het IVBPR, heeft de ervaring geleerd dat dit gegeven alleen niet altijd zorgt voor een voldoende mate van vertrouwen in de strafrechtstelsels van andere lidstaten.
(6)
Wederzijdse erkenning van beslissingen in strafzaken kan alleen effectief functioneren in een geest van vertrouwen, waarbij niet alleen de gerechtelijke autoriteiten, maar alle bij de strafprocedure betrokken actoren beslissingen van de gerechtelijke autoriteiten van de andere lidstaten als gelijkwaardig aan hun eigen beslissingen beschouwen; daarbij gaat het niet alleen om het vertrouwen dat de regels van de andere lidstaten adequaat zijn, maar ook om het vertrouwen dat die regels correct worden toegepast. Versterking van wederzijds vertrouwen vereist gedetailleerde regels inzake de bescherming van de procedurele rechten en waarborgen die voortvloeien uit het Handvest, het EVRM en het IVBPR. Versterking van wederzijds vertrouwen vereist evenzeer, middels deze richtlijn en andere maatregelen, een verdere ontwikkeling binnen de Unie van de in het Handvest en in het EVRM vastgelegde minimumnormen.
(7)
Artikel 82, lid 2, VWEU voorziet in de vaststelling van minimumvoorschriften die in de lidstaten van toepassing zijn, ter bevordering van wederzijdse erkenning van vonnissen en rechterlijke beslissingen en van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken met een grensoverschrijdende dimensie. Dat artikel verwijst naar „de rechten van personen in de strafvordering” als een van de gebieden waarop minimumvoorschriften kunnen worden vastgesteld.
(8)
Gemeenschappelijke minimumvoorschriften moeten leiden tot meer vertrouwen in de strafrechtstelsels van alle lidstaten, hetgeen op zijn beurt moet leiden tot efficiëntere justitiële samenwerking in een klimaat van wederzijds vertrouwen, en tot bevordering van een cultuur van grondrechten in de Unie. Dergelijke gemeenschappelijke minimumvoorschriften moeten ook belemmeringen voor het vrije verkeer van burgers wegnemen op het gehele grondgebied van de lidstaten. Dergelijke gemeenschappelijke minimumvoorschriften dienen te worden vastgelegd op het gebied van het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures, het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en het recht om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens die vrijheidsbeneming.
(9)
Op 30 november 2009 keurde de Raad een resolutie goed betreffende een routekaart ter versterking van de procedurele rechten van verdachten of beklaagden in strafprocedures („de routekaart”) (3). In de routekaart, waarin een stapsgewijze benadering wordt voorgestaan, wordt opgeroepen tot de vaststelling van maatregelen met betrekking tot het recht op vertaling en vertolking (maatregel A), het recht op informatie over de rechten en informatie over de beschuldiging (maatregel B), het recht op juridisch advies en rechtsbijstand (maatregel C), het recht te communiceren met familie, werkgever en consulaire autoriteiten (maatregel D), en bijzondere waarborgen voor kwetsbare verdachten of beklaagden (maatregel E). In de routekaart wordt benadrukt dat de volgorde van de rechten slechts indicatief is en dat deze overeenkomstig de prioriteiten dus kan worden verlegd. De routekaart is bedoeld als een totaalpakket: pas wanneer alle onderdelen ten uitvoer zijn gelegd, zal het effect optimaal zijn.
(10)
Op 11 december 2009 verklaarde de Europese Raad zich ingenomen met de routekaart en maakte hij deze tot onderdeel van het Programma van Stockholm — Een open en veilig Europa ten dienste en ter bescherming van de burger (4) (punt 2.4). De Europese Raad onderstreepte het feit dat de routekaart niet uitputtend is, door de Commissie uit te nodigen te onderzoeken welke minimale procedurele rechten verdachten en beklaagden verder kunnen worden toegekend, en te beoordelen of andere vraagstukken, bijvoorbeeld het vermoeden van onschuld, dienen te worden aangepakt om op dit gebied tot een betere samenwerking te komen.
(11)
Tot dusver zijn er twee maatregelen voortvloeiend uit de routekaart vastgesteld, met name: Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures (5), en Richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures (6).
(12)
Deze richtlijn bevat minimumvoorschriften betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures betreffende de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel krachtens Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (7) („procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel”) en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en het recht om met derden en met consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming. Op die manier bevordert de richtlijn de toepassing van het Handvest, met name de artikelen 4, 6, 7, 47 en 48, door voort te bouwen op de artikelen 3, 5, 6 en 8 EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, dat in zijn jurisprudentie, geregeld normen vaststelt betreffende het recht op toegang tot een advocaat. In die jurisprudentie is onder meer geoordeeld dat het eerlijke karakter van het proces vereist dat een verdachte of beklaagde gebruik kan maken van alle specifiek aan rechtsbijstand verbonden diensten. In dat verband moeten de advocaten van verdachten of beklaagden de fundamentele aspecten van de verdediging onverkort kunnen waarborgen.
(13)
Onverminderd de krachtens het EVRM op de lidstaten rustende verplichting om het recht op een eerlijk proces te waarborgen, dienen procedures met betrekking tot lichte strafbare feiten die in de gevangenis zijn gepleegd, of tot in militair verband gepleegde strafbare feiten die door een bevelvoerende officier worden behandeld, in deze richtlijn niet als strafprocedures te worden aangemerkt.
(14)
Bij de uitvoering van deze richtlijn moet rekening gehouden worden met de bepalingen van Richtlijn 2012/13/EU, die voorschrijven dat verdachten of beklaagden onverwijld informatie krijgen over het recht op toegang tot een advocaat en dat verdachten of beklaagden die zijn aangehouden of gedetineerd onverwijld in het bezit worden gesteld van een schriftelijke verklaring van rechten, met informatie over het recht op toegang tot een advocaat.
(15)
In deze richtlijn wordt verstaan onder „advocaat”, eenieder die overeenkomstig het nationale recht, daaronder begrepen op grond van een door een bevoegde instantie verleende machtiging, gekwalificeerd en bevoegd is om verdachten of beklaagden juridisch advies en juridische bijstand te verlenen.
(16)
In sommige lidstaten is een andere autoriteit dan een in strafzaken bevoegde rechtbank bevoegd tot het opleggen van sancties, andere dan vrijheidsbeneming, met betrekking tot relatief lichte strafbare feiten. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn met betrekking tot verkeersovertredingen die op grote schaal worden begaan en die kunnen worden vastgesteld naar aanleiding van een verkeerscontrole. In dergelijke situaties zou het onredelijk zijn de bevoegde autoriteit te verplichten alle rechten te waarborgen waarin deze richtlijn voorziet. Indien het recht van een lidstaat erin voorziet dat voor lichte strafbare feiten een sanctie wordt opgelegd door een dergelijke autoriteit, en daartegen ofwel beroep kan worden ingesteld ofwel dat de zaak anderszins kan worden doorverwezen naar een in strafzaken bevoegde rechtbank, dient deze richtlijn derhalve alleen van toepassing te zijn op de procedure die bij die rechtbank wordt gevoerd naar aanleiding van dat beroep of die verwijzing.
(17)
In sommige lidstaten zijn bepaalde lichte feiten strafbaar gesteld; het betreft met name lichte verkeersovertredingen, lichte overtredingen van algemene gemeentelijke verordeningen en lichte overtredingen tegen de openbare orde. In dergelijke situaties zou het onredelijk zijn de bevoegde autoriteit te verplichten alle rechten te waarborgen waarin deze richtlijn voorziet. Indien het recht van een lidstaat erin voorziet dat voor lichte strafbare feiten geen vrijheidsstraf kan worden opgelegd, dient deze richtlijn derhalve alleen van toepassing te zijn op procedures voor een in strafzaken bevoegde rechtbank.
(18)
Het toepassingsgebied van deze richtlijn ten aanzien van bepaalde lichte strafbare feiten laat de EVRM-verplichting van de lidstaten om het recht op een eerlijk proces te waarborgen, daaronder begrepen het recht op rechtsbijstand van een advocaat, onverlet.
(19)
De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat verdachten of beklaagden overeenkomstig deze richtlijn, het recht hebben zonder onnodig uitstel toegang te krijgen tot een advocaat. Indien zij geen afstand hebben gedaan van het desbetreffende recht, dienen verdachten of beklaagden in ieder geval toegang tot een advocaat te hebben tijdens de strafprocedure voor een rechtbank.
(20)
Voor de toepassing van deze richtlijn geldt niet als verhoor de eerste ondervraging, door de politie of een andere rechtshandhavingsautoriteit, waarvan het doel bestaat uit het identificeren van de betrokkenen, het controleren op wapenbezit of andere gelijkaardige veiligheidskwesties, dan wel het nagaan of een onderzoek moet worden ingesteld, bijvoorbeeld tijdens controles langs de weg, of tijdens regelmatige steekproefsgewijze controles wanneer de identiteit van een verdachte of beklaagde nog niet is vastgesteld.
(21)
In de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is bevestigd, dat indien een persoon die geen verdachte of beklaagde is, zoals een getuige, verdachte of beklaagde wordt, die persoon tegen zelfincriminatie beschermd dient te worden en zwijgrecht heeft. Daarom verwijst deze richtlijn uitdrukkelijk naar de praktische situatie waarin een dergelijke persoon tijdens een verhoor door de politie of een andere rechtshandhavingsautoriteit in het kader van een strafprocedure, verdachte of beklaagde wordt. Indien tijdens een dergelijk verhoor waarin een persoon die geen verdachte of beklaagde is, verdachte of beklaagde wordt, dient het verhoor onmiddellijk te worden stopgezet. Het verhoor kan evenwel worden voortgezet indien de persoon op de hoogte is gesteld van het feit dat hij verdachte of beklaagde is en hij de in deze richtlijn vastgestelde rechten ten volle kan uitoefenen.
(22)
Verdachten of beklaagden dienen het recht te hebben de advocaat die hen vertegenwoordigt onder vier ogen te ontmoeten. De lidstaten kunnen praktische regelingen treffen betreffende de duur en de frequentie van dergelijke ontmoetingen, naargelang van de omstandigheden van de procedures, in het bijzonder de complexiteit van de zaak en de toepasselijke procedurele stappen. De lidstaten kunnen eveneens praktische regelingen treffen om de veiligheid en de zekerheid te waarborgen, in het bijzonder van de advocaat en de verdachte of beklaagde, op de plaats waar dergelijke ontmoeting plaatsvindt. Dergelijke praktische regelingen dienen de daadwerkelijke uitoefening of de essentie van het recht van de verdachten of beklaagden om hun advocaat te ontmoeten, onverlet te laten.
(23)
Verdachten of beklaagden dienen het recht te hebben om te communiceren met de advocaat die hen vertegenwoordigt. Dergelijke communicatie kan in elke fase plaatsvinden, inclusief voorafgaand aan de uitoefening van het recht die advocaat te ontmoeten. De lidstaten kunnen praktische regelingen treffen betreffende de duur en de frequentie van dergelijke communicatie en de daarbij gebruikte middelen, met inbegrip van het gebruik van videoconferenties en andere communicatietechnologie om dergelijke communicatie te doen plaatsvinden. Dergelijke praktische regelingen dienen de daadwerkelijke uitoefening of de essentie van het recht van de verdachten of beklaagden om te communiceren met hun advocaat onverlet te laten.
(24)
Deze richtlijn mag de lidstaten niet beletten voor bepaalde lichte strafbare feiten het recht van de verdachte of beklaagde op toegang tot een advocaat per telefoon te organiseren. Het aldus inperken van dit recht dient evenwel beperkt te blijven tot gevallen waarin een verdachte of beklaagde niet door de politie of een andere rechtshandhavingsautoriteit wordt verhoord.
(25)
De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat verdachten of beklaagden het recht hebben dat hun advocaat aanwezig is en daadwerkelijk kan deelnemen aan het verhoor door de politie of een andere rechtshandhavingsautoriteit of rechterlijke instantie, inclusief tijdens de hoorzittingen voor de rechtbank. Die deelname dient te worden uitgeoefend overeenkomstig de procedures in het nationale recht die mogelijk de deelname van een advocaat regelen tijdens het verhoor van de verdachte of de beklaagde door de politie of een andere rechtshandhavingsautoriteit of rechterlijke instantie, alsmede tijdens de hoorzittingen voor de rechtbank, mits die procedures de daadwerkelijke uitoefening en de essentie van het desbetreffende recht onverlet laten. De advocaat kan tijdens een verhoor van de verdachte of de beklaagde door de politie of een andere rechtshandhavingsautoriteit of rechterlijke instantie, alsmede tijdens een hoorzitting voor de rechtbank, overeenkomstig die procedures onder meer vragen stellen, verduidelijking vragen en verklaringen afleggen, die dienen te worden geregistreerd overeenkomstig het nationale recht.
(26)
Verdachten of beklaagden hebben het recht op de aanwezigheid van hun advocaat bij onderzoekshandelingen of procedures voor het vergaren van bewijsmateriaal, in zoverre deze voorzien zijn in het toepasselijke nationale recht en in zoverre de verdachten of beklaagden verplicht zijn te verschijnen of hen dat is toegestaan. Dergelijke handelingen moeten op zijn minst meervoudige confrontaties, tijdens welke de verdachte of beklaagde naast andere personen staat om door het slachtoffer of een getuige te worden geïdentificeerd; confrontaties, tijdens welke een verdachte of beklaagde met een of meer getuigen wordt samengebracht wanneer onder deze getuigen onenigheid bestaat over belangrijke feiten of aangelegenheden, en reconstructies van de plaats van een delict in aanwezigheid van de verdachte of beklaagde, teneinde beter te begrijpen hoe en in welke omstandigheden het misdrijf is gepleegd en om de verdachte of beklaagde specifieke vragen te kunnen stellen, omvatten. De lidstaten kunnen praktische regelingen treffen betreffende de aanwezigheid van een advocaat tijdens onderzoekshandelingen of procedures voor het vergaren van bewijsmateriaal. Dergelijke praktische regelingen moeten de daadwerkelijke uitoefening en de essentie van de desbetreffende rechten onverlet laten. Indien de advocaat tijdens onderzoekshandelingen of procedures voor het vergaren van bewijsmateriaal aanwezig is, dient dit geregistreerd te worden door gebruik te maken van de registratieprocedure overeenkomstig het recht van de betrokken lidstaat.
(27)
De lidstaten dienen zich ertoe in te spannen om algemene informatie ter beschikking te stellen — bijvoorbeeld op een website of door middel van een folder op het politiebureau — om verdachten of beklaagden te helpen een advocaat te vinden. De lidstaten hoeven evenwel geen actieve stappen te zetten om ervoor te zorgen dat verdachten of beklaagden waarvan de vrijheid niet is ontnomen, bijstand krijgen van een advocaat indien zij zelf niet het nodige hebben gedaan om door een advocaat te worden bijgestaan. Het dient de verdachte of beklaagde vrij te staan contact op te nemen met een advocaat, die te raadplegen en erdoor te worden bijgestaan.
(28)
De lidstaten dienen de noodzakelijke regelingen te treffen om ervoor te zorgen dat, wanneer verdachten of beklaagden hun vrijheid wordt ontnomen, zij hun recht op toegang tot een advocaat daadwerkelijk kunnen uitoefenen, mede doordat in bijstand van een advocaat wordt voorzien als de betrokkene er geen heeft, tenzij zij afstand hebben gedaan van dat recht. Dergelijke regelingen kunnen bijvoorbeeld inhouden dat de bevoegde autoriteiten in de bijstand van een advocaat voorzien aan de hand van een lijst van beschikbare advocaten waaruit de verdachte of beklaagde zou kunnen kiezen. Dergelijke regelingen kunnen, in voorkomend geval, de regels betreffende rechtsbijstand omvatten.
(29)
De omstandigheden waaronder verdachten of beklaagden hun vrijheid wordt ontnomen, dienen volledig in overeenstemming te zijn met de voorschriften van het EVRM, het Handvest, en de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het „Hof van Justitie”) en van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Bij het overeenkomstig deze richtlijn verstrekken van bijstand aan een verdachte of beklaagde wie de vrijheid is ontnomen, dient de betrokken advocaat de mogelijkheid te hebben de bevoegde autoriteiten vragen te stellen over de omstandigheden waarin de betrokkene de vrijheid is ontnomen.
(30)
Ingeval de verdachte of de beklaagde zich op grote geografische afstand bevindt, bijvoorbeeld in overzees gebied of tijdens een buitenlandse militaire operatie die door de lidstaat wordt ondernomen of waaraan deze deelneemt, mogen de lidstaten tijdelijk afwijken van het recht van de verdachte of de beklaagde op toegang tot een advocaat zonder onnodig uitstel na de vrijheidsbeneming. Tijdens een dergelijke tijdelijke afwijking mogen de bevoegde autoriteiten de betrokkene niet verhoren of geen onderzoekshandelingen of procedures voor het vergaren van bewijsmateriaal krachtens deze richtlijn uitvoeren. Indien de grote geografische afstand van de verdachte of beklaagde de onmiddellijke toegang tot een advocaat onmogelijk maakt, dienen de lidstaten in communicatie via telefoon of videoconferentie te voorzien, tenzij dit onmogelijk is.
(31)
De lidstaten dienen tijdelijk te kunnen afwijken van het recht op toegang tot een advocaat in de fase van het voorbereidende onderzoek om, in dringende gevallen, ernstige negatieve gevolgen voor het leven, de vrijheid of de fysieke integriteit van een persoon te voorkomen. Zolang een tijdelijke afwijking op die grond van kracht is, kunnen de bevoegde autoriteiten verdachten of beklaagden verhoren zonder dat een advocaat aanwezig is, op voorwaarde dat de verdachten of beklaagden van hun zwijgrecht op de hoogte zijn gebracht en dat zij dat recht kunnen uitoefenen, en dat dergelijk verhoor de rechten van de verdediging, inclusief het recht van de betrokkene om zichzelf niet te beschuldigen, niet schaadt. Het verhoor dient te worden uitgevoerd met als enig doel en voor zover noodzakelijk om informatie te verkrijgen die essentieel is om ernstige negatieve gevolgen voor het leven, de vrijheid of de fysieke integriteit van een persoon te voorkomen. Elk misbruik van deze afwijking zorgt in beginsel voor een onherstelbare schending van de rechten van de verdediging.
(32)
De lidstaten dienen tevens tijdelijk te kunnen afwijken van het recht op toegang tot een advocaat in de fase van het voorbereidende onderzoek, indien onmiddellijk optreden door de onderzoeksautoriteiten noodzakelijk is om te voorkomen dat strafprocedures substantiële schade wordt toegebracht, in het bijzonder om te voorkomen dat essentieel bewijs wordt vernietigd of veranderd, of dat getuigen worden beïnvloed. Zolang een tijdelijke afwijking op deze grond van kracht is, kunnen de bevoegde autoriteiten verdachten of beklaagden verhoren zonder dat een advocaat aanwezig is, op voorwaarde dat zij van hun zwijgrecht op de hoogte zijn gebracht en dat zij dat recht kunnen uitoefenen, en dat dergelijk verhoor de rechten van de verdediging, inclusief het recht van de betrokkene om zichzelf niet te beschuldigen, niet schendt. Het verhoor dient te worden uitgevoerd met als enig doel en voor zover noodzakelijk om informatie te verkrijgen die van essentieel belang is om te voorkomen dat strafprocedures substantiële schade wordt toegebracht. Elk misbruik van deze afwijking zorgt in beginsel voor een onherstelbare schending van de rechten van de verdediging.
(33)
Het vertrouwelijke karakter van de communicatie tussen verdachten of beklaagden en hun advocaat is van essentieel belang voor de daadwerkelijke uitoefening van de rechten van de verdediging. De lidstaten dienen derhalve het vertrouwelijke karakter van de ontmoetingen en elke andere vorm van communicatie tussen de advocaat en de verdachte of beklaagde bij de uitoefening van het recht op toegang tot een advocaat op grond van deze richtlijn zonder uitzondering te eerbiedigen. Deze richtlijn laat de procedures met betrekking tot de situatie waarin objectieve en feitelijke omstandigheden erop wijzen dat de advocaat ervan wordt verdacht samen met de verdachte of beklaagde bij een strafbaar feit betrokken te zijn, onverlet. Elke criminele handeling van een advocaat mag niet worden beschouwd als rechtmatige bijstand aan verdachten of beklaagden binnen het kader van deze richtlijn. De verplichting het vertrouwelijke karakter te eerbiedigen betekent niet alleen dat de lidstaten die communicatie niet mogen belemmeren noch daar toegang tot mogen hebben, maar ook dat, indien de verdachten of beklaagden hun vrijheid is ontnomen of zich op andere wijze onder de controle van de staat bevinden, de lidstaten ervoor dienen te zorgen dat regelingen voor communicatie de vertrouwelijkheid daarvan handhaven en beschermen. Dit laat in detentiecentra aanwezige mechanismen om te voorkomen dat gedetineerden illegale zendingen ontvangen, zoals bijvoorbeeld het screenen van briefwisseling, onverlet, mits dergelijke mechanismen de bevoegde autoriteiten niet toestaan de communicatie tussen de verdachten of beklaagden en hun advocaat te lezen. Deze richtlijn laat tevens nationaalrechtelijke procedures onverlet op grond waarvan het doorsturen van briefwisseling kan worden geweigerd indien de verzender er niet mee instemt dat de briefwisseling eerst aan een bevoegde rechtbank wordt voorgelegd.
(34)
Een eventuele schending van het vertrouwelijke karakter als louter nevenverschijnsel van een wettige observatie door de bevoegde autoriteiten moet door deze richtlijn onverlet worden gelaten. Ook dient deze richtlijn de werkzaamheden onverlet te laten die, bijvoorbeeld, door de nationale inlichtingendiensten worden verricht met het oog op de bescherming van de nationale veiligheid overeenkomstig artikel 4, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), of die onder het toepassingsgebied vallen van artikel 72 VWEU, op grond waarvan titel V betreffende de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht bepaalt dat de uitoefening van de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de handhaving van de openbare orde en de bescherming van de binnenlandse veiligheid onverlet moet worden gelaten.
(35)
Verdachten of beklaagden wie de vrijheid is ontnomen, moet het recht worden verleend om ten minste één door hen aangeduide persoon, zoals een familielid of een werkgever, zonder onnodig uitstel op de hoogte te laten brengen van de vrijheidsbeneming, op voorwaarde dat geen afbreuk wordt gedaan aan het correcte verloop van de strafprocedure tegen de betrokkene, noch aan enige andere strafprocedures. De lidstaten kunnen praktische regelingen treffen voor de toepassing van dat recht. Dergelijke praktische regelingen dienen de daadwerkelijke uitoefening en de essentie van het recht onverlet te laten. In beperkte, uitzonderlijke gevallen moet echter tijdelijk van dat recht kunnen worden afgeweken wanneer zulks in het licht van bijzondere omstandigheden, op grond van een dwingende, in deze richtlijn bepaalde reden, gerechtvaardigd is. Indien de bevoegde autoriteiten overwegen een dergelijke tijdelijke afwijking in te stellen ten aanzien van een specifieke derde, dienen zij eerst te overwegen of een andere, door de verdachte of beklaagde aangeduide derde van de vrijheidsbeneming op de hoogte kan worden gesteld.
(36)
De verdachten of beklaagden dienen gedurende hun vrijheidsbeneming het recht te hebben zonder onnodig uitstel met ten minste één door hun aangeduide derde, zoals een familielid, te communiceren. De lidstaten kunnen de uitoefening van dat recht beperken of uitstellen met het oog op dwingende of proportionele operationele vereisten. Dergelijke vereisten kunnen onder meer betrekking hebben op de noodzaak om ernstige negatieve gevolgen voor het leven, de vrijheid of de fysieke integriteit van een persoon af te wenden, de noodzaak om te voorkomen dat de strafprocedure wordt geschaad of dat een strafbaar feit wordt gepleegd, de noodzaak om een hoorzitting voor de rechtbank af te wachten en de nood om slachtoffers van een misdrijf te beschermen. Indien de bevoegde autoriteiten overwegen de uitoefening van dit recht ten aanzien van een specifieke derde te beperken of uit te stellen, dienen zij eerst te overwegen of de verdachten of beklaagden met een andere door hen aangeduide derde kunnen communiceren. De lidstaten kunnen praktische regelingen treffen betreffende het tijdstip, de wijze, de duur en de frequentie van contacten met derden, met het oog op het bewaren van de goede orde, veiligheid en zekerheid op de plaats waar de betrokkene wordt vastgehouden.
(37)
Het recht op consulaire bijstand van verdachten en beklaagden wie hun vrijheid is ontnomen, is neergelegd in artikel 36 van het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen van 1963, waarin het wordt omschreven als een recht van staten zich in verbinding te stellen met hun onderdanen. Deze richtlijn verleent, op hun verzoek, een overeenkomstig recht aan verdachten of beklaagden wie hun vrijheid is ontnomen. De consulaire bescherming kan worden uitgeoefend door diplomatieke autoriteiten indien zij optreden als consulaire autoriteiten.
(38)
De lidstaten dienen de motieven en de criteria voor een tijdelijke afwijking van de bij deze richtlijn verleende rechten duidelijk in hun nationale recht vast te leggen, en zij mogen slechts beperkt gebruikmaken van die tijdelijke afwijkingen. Dergelijke tijdelijke afwijkingen dienen proportioneel te zijn, dienen een strikte geldigheidsduur te hebben, en niet uitsluitend gebaseerd te zijn op de categorie waartoe het ten laste gelegde strafbare feit behoort of de ernst ervan, en dienen het globale eerlijke verloop van de procedure niet te schenden. De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat, indien een tijdelijke afwijking krachtens deze richtlijn is toegestaan door een rechterlijke instantie die geen rechter of rechtbank is, het besluit tot toekenning van de tijdelijke afwijking in ieder geval tijdens de procesfase door een rechtbank moet kunnen worden beoordeeld.
(39)
De verdachten of beklaagden moeten de mogelijkheid hebben om afstand te doen van een uit hoofde van deze richtlijn verleend recht, op voorwaarde dat hun informatie is gegeven om met kennis van zaken te oordelen over de inhoud van het betrokken recht en de mogelijke gevolgen van een afstand van dat recht. Bij het verstrekken van dergelijke informatie dient rekening te worden gehouden met de specifieke omstandigheden waarin de betrokken verdachten of beklaagden zich bevinden, zoals hun leeftijd en hun mentale en fysieke gesteldheid.
(40)
De afstand van een recht en de omstandigheden waaronder deze is gedaan, worden geregistreerd volgens de registratieprocedure waarin het recht van de betrokken lidstaat voorziet. Dit mag voor de lidstaten geen enkele aanvullende verplichting tot het invoeren van nieuwe mechanismen of bijkomende administratieve lasten met zich brengen.
(41)
Wanneer een verdachte of een beklaagde overeenkomstig deze richtlijn de afstand van een recht herroept, hoeft niet opnieuw te worden overgegaan tot verhoren of elke andere procedurehandelingen die zijn verricht gedurende de periode waarin de afstand van het betreffende recht gold.
(42)
Personen tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd („gezochte personen”), moeten in de uitvoerende lidstaat recht hebben op toegang tot een advocaat, zodat zij hun rechten op grond van Kaderbesluit 2002/584/JBZ daadwerkelijk kunnen uitoefenen. Wanneer een advocaat deelneemt aan een verhoor van een gezochte persoon door de uitvoerende rechterlijke instantie, kan die advocaat onder meer, volgens procedures in het nationale recht, vragen stellen, verduidelijking vragen en verklaringen afleggen. Het feit dat de advocaat heeft deelgenomen aan een dergelijke verhoor moet worden geregistreerd door gebruik te maken van de registratieprocedure overeenkomstig het recht van de betrokken lidstaat.
(43)
De gezochte personen dienen het recht te hebben de advocaat die hen in de uitvoerende lidstaat vertegenwoordigt, onder vier ogen te ontmoeten. De lidstaten kunnen praktische regelingen treffen betreffende de duur en de frequentie van dergelijke ontmoetingen, met inachtneming van de bijzondere omstandigheden van het geval. De lidstaten kunnen eveneens praktische regelingen treffen om de veiligheid en de zekerheid te waarborgen, met name van de advocaat en de gezochte persoon, op de plaats waar de ontmoeting tussen de advocaat en de gezochte persoon plaatsvindt. Dergelijke praktische regelingen dienen de daadwerkelijke uitoefening en de essentie van het recht van de gezochte personen om hun advocaat te ontmoeten, onverlet te laten.
(44)
De gezochte personen dienen het recht te hebben om te communiceren met de advocaat die hen in de uitvoerende lidstaat vertegenwoordigt. Dergelijke communicatie kan in elke fase plaatsvinden, inclusief voorafgaand aan de uitoefening van het recht die advocaat te ontmoeten. De lidstaten kunnen praktische regelingen treffen betreffende de duur en de frequentie van de communicatie tussen de gezochte personen en hun advocaat en de daarbij gebruikte middelen, met inbegrip van het gebruik van videoconferenties en andere communicatietechnologie om dergelijke communicatie te doen plaatsvinden. Dergelijke praktische regelingen dienen de daadwerkelijke uitoefening en de essentie van het recht van de gezochte personen om te communiceren met hun advocaat onverlet te laten.
(45)
De uitvoerende lidstaten dienen de noodzakelijke regelingen te treffen om ervoor te zorgen dat de gezochte personen in staat zijn hun recht op toegang tot een advocaat in de uitvoerende lidstaat daadwerkelijk uit te oefenen, mede doordat in bijstand van een advocaat wordt voorzien als de gezochte personen er geen hebben, tenzij zij afstand hebben gedaan van dat recht. Dergelijke regelingen, waaronder die betreffende rechtsbijstand in voorkomend geval, dienen door het nationaal recht te worden geregeld. Die kunnen bijvoorbeeld inhouden dat de bevoegde autoriteiten in de bijstand van een advocaat voorzien aan de hand van een lijst van beschikbare advocaten waaruit de gezochte personen kunnen kiezen.
(46)
De bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat moet zonder onnodig uitstel nadat zij ervan op de hoogte is gesteld dat een gezochte persoon in die lidstaat een advocaat wil aanwijzen, informatie aan de gezochte persoon verstrekken om hem te helpen in die lidstaat een advocaat aan te wijzen. Dergelijke informatie kan bijvoorbeeld een bijgewerkte lijst van advocaten omvatten, dan wel de naam van een piketadvocaat in de uitvaardigende lidstaat, die informatie en advies kan verlenen in zaken betreffende het Europees aanhoudingsbevel. De lidstaten kunnen de desbetreffende orde van advocaten verzoeken een dergelijke lijst op te stellen.
(47)
De procedure van overlevering is van cruciaal belang voor de samenwerking in strafzaken tussen de lidstaten. Het naleven van de in Kaderbesluit 2002/584/JBZ vervatte termijnen is van essentieel belang voor deze samenwerking. Gezochte personen moeten in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel hun rechten krachtens deze richtlijn ten volle kunnen uitoefenen, maar die termijnen dienen derhalve wel te worden geëerbiedigd.
(48)
In afwachting van een wetgevingshandeling van de Unie inzake rechtsbijstand, moeten de lidstaten hun nationale recht inzake rechtsbijstand, dat in overeenstemming behoort te zijn met het Handvest, het EVRM en de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, toepassen.
(49)
Overeenkomstig het beginsel van de doeltreffendheid van het Unierecht moeten de lidstaten passende en doeltreffende voorzieningen in rechte instellen om de bij deze richtlijn aan individuen toegekende rechten te waarborgen.
(50)
De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat bij de beoordeling van de verklaringen die de verdachten of beklaagden afleggen of van het bewijs dat is verkregen in strijd met hun recht op een advocaat, of in gevallen waarin overeenkomstig deze richtlijn een afwijking van dat recht was toegestaan, de rechten van de verdediging en het eerlijke verloop van de procedure worden geëerbiedigd. In dit verband dient de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in acht te worden genomen, waarin wordt bepaald dat de rechten van de verdediging in principe onherstelbaar zijn geschonden als belastende verklaringen die tijdens een politieverhoor bij afwezigheid van een advocaat zijn gedaan, worden gebruikt voor een veroordeling. Dit laat onverlet het gebruik van verklaringen voor andere doelen die krachtens het nationale recht zijn toegestaan, zoals de noodzaak om spoedeisende onderzoekshandelingen uit te voeren of om het plegen van andere strafbare feiten of het optreden van ernstige negatieve gevolgen voor een persoon te voorkomen, dan wel de dringende noodzaak om te voorkomen dat strafprocedures substantiële schade wordt toegebracht, wanneer het verlenen van toegang tot een advocaat of het vertragen van het onderzoek onherstelbare schade zou toebrengen aan een lopend onderzoek naar een ernstig misdrijf. Voorts mag dit geen afbreuk doen aan de nationale voorschriften of systemen inzake de toelaatbaarheid van bewijs en mag het de lidstaten niet beletten een systeem te handhaven waarbij al het bestaande bewijs in rechte mag worden aangevoerd zonder dat de toelaatbaarheid ervan afzonderlijk of vooraf wordt beoordeeld.
(51)
De zorgplicht ten aanzien van verdachten of beklaagden die in een mogelijk zwakke positie verkeren, ligt ten grondslag aan een eerlijke rechtsbedeling. Het openbaar ministerie, de rechtshandhavingsautoriteiten en de rechterlijke instanties moeten daarom de daadwerkelijke uitoefening door dergelijke verdachten of beklaagden van de rechten waarin deze richtlijn voorziet, bevorderen, bijvoorbeeld door rekening te houden met mogelijke kwetsbaarheid die hun vermogen aantast om het recht op toegang tot een advocaat en het recht een derde vanaf hun vrijheidsbeneming op de hoogte te laten brengen, uit te oefenen, en door passende maatregelen te nemen die ervoor zorgen dat die rechten gewaarborgd worden.
(52)
Deze richtlijn eerbiedigt de door het Handvest erkende grondrechten en beginselen, zoals het verbod op foltering en onmenselijke en onterende behandeling, het recht op vrijheid en veiligheid, de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, het recht op menselijke integriteit, de rechten van het kind, de integratie van mensen met een handicap, het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en het recht op een eerlijk proces, het vermoeden van onschuld en de rechten van de verdediging. Deze richtlijn dient overeenkomstig deze rechten en beginselen te worden toegepast.
(53)
De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de bepalingen van deze richtlijn die met door het EVRM gewaarborgde rechten overeenkomen, worden toegepast in overeenstemming met de bepalingen van het EVRM, zoals deze zijn ontwikkeld in de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
(54)
In deze richtlijn worden minimumvoorschriften vastgesteld. De lidstaten kunnen de in deze richtlijn vastgestelde rechten uitbreiden om een hoger beschermingsniveau te bieden. Een dergelijk hoger beschermingsniveau mag geen belemmering vormen voor de wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen die die minimumvoorschriften beogen te bevorderen. Het beschermingsniveau mag nooit lager zijn dan de normen die opgenomen zijn in het Handvest en in het EVRM, zoals uitgelegd in de jurisprudentie van het Hof van Justitie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
(55)
In deze richtlijn worden de rechten van kinderen bevorderd en wordt rekening gehouden met de richtsnoeren van de Raad van Europa over kindvriendelijke justitie, in het bijzonder met de bepalingen over de informatie die en het advies dat aan kinderen moeten worden gegeven. Deze richtlijn garandeert dat verdachten en beklaagden, waaronder kinderen, passende informatie wordt gegeven die hen in staat stelt de gevolgen van elke afstand van een uit hoofde van deze richtlijn verleend recht te begrijpen, en dat deze afstand op vrijwillige en ondubbelzinnige wijze wordt gedaan. Wanneer de verdachte of de beklaagde een kind is, moet de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt zo spoedig mogelijk in kennis worden gesteld na de vrijheidsbeneming van het kind en moet deze op de hoogte gebracht worden van de redenen daarvoor. Indien het verstrekken van deze informatie aan de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt voor het kind ingaat tegen het belang van het kind, moet een andere in aanmerking komende volwassene, zoals een familielid, op de hoogte gebracht worden. De bepalingen van het nationale recht die voorschrijven dat de specifieke instanties, instellingen en personen, met name degene die verantwoordelijk zijn voor de bescherming en het welzijn van kinderen, in kennis worden gesteld van het feit dat een kind zijn vrijheid is ontnomen, worden hierdoor onverlet gelaten. Behoudens in de meest uitzonderlijke omstandigheden dienen de lidstaten zich te onthouden van een beperking of uitstel van het recht met een derde contact te hebben ter zake van een verdacht of aangeklaagd kind dat zijn vrijheid is ontnomen. In geval van uitstel mag het kind echter niet van de buitenwereld afgezonderd worden vastgehouden, en moet het bijvoorbeeld worden toegestaan om met een voor de bescherming of het welzijn van kinderen verantwoordelijke instelling of persoon te communiceren.
(56)
Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van de lidstaten en de Commissie van 28 september 2011 over toelichtende stukken (8) hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om in gerechtvaardigde gevallen de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van één of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht. Met betrekking tot deze richtlijn acht de wetgever de toezending van die stukken gerechtvaardigd.
(57)
Aangezien de doelstelling van deze richtlijn, namelijk het vaststellen van minimumvoorschriften betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen van de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens die vrijheidsbeneming, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt maar vanwege de omvang en de gevolgen van de maatregel, beter door de Unie kan worden bereikt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 VEU neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken.
(58)
Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het VEU en het VWEU, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, nemen het Vereningd Koninkrijk en Ierland niet deel aan de vaststelling van deze richtlijn, die bijgevolg niet bindend is voor, noch van toepassing is in die lidstaten.
(59)
Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het VEU en het VWEU, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze richtlijn; deze is bijgevolg niet bindend voor, noch van toepassing in die lidstaat,
HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1

Onderwerp

Deze richtlijn bevat minimumvoorschriften betreffende het recht van verdachten en beklaagden in strafprocedures en van personen tegen wie een procedure ingevolge Kaderbesluit 2002/584/JBZ loopt („procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel”), om toegang tot een advocaat te hebben en om een derde op de hoogte te laten brengen van de vrijheidsbeneming en om met derden en met consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming.
Artikel 2

Toepassingsgebied

1. Deze richtlijn is van toepassing op de verdachten of beklaagden in een strafprocedure, vanaf het ogenblik waarop zij er door de bevoegde autoriteiten van een lidstaat door middel van een officiële kennisgeving of anderszins van in kennis worden gesteld dat zij ervan worden verdacht of beschuldigd een strafbaar feit te hebben begaan, ongeacht of hen hun vrijheid is ontnomen. Zij is van toepassing totdat de procedure is beëindigd, dat wil zeggen totdat definitief is vastgesteld of de verdachte of beklaagde het strafbare feit al dan niet heeft begaan, met inbegrip van, indien van toepassing, de strafoplegging en de uitkomst in een eventuele beroepsprocedure.
2. Deze richtlijn is, in overeenstemming met artikel 10, van toepassing op personen tegen wie een procedure ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel loopt (gezochte personen), vanaf het moment van aanhouding in de uitvoerende lidstaat.
3. Deze richtlijn is, onder dezelfde voorwaarden als genoemd in lid 1, tevens van toepassing op andere personen dan verdachten en beklaagden die in de loop van het verhoor door de politie of door een andere rechtshandhavingsautoriteit, verdachte of beklaagde worden.
4. Onverminderd het recht op een eerlijk proces is deze richtlijn, met betrekking tot lichte feiten:
a)
waarvoor krachtens de wet van een lidstaat een sanctie door een andere autoriteit dan een in strafzaken bevoegde rechtbank wordt opgelegd, en tegen het opleggen van deze sanctie beroep bij een dergelijke rechtbank, kan worden ingesteld, of kan worden verwezen naar een dergelijke rechtbank, of
b)
waarvoor geen vrijheidsstraf kan worden opgelegd,
alleen van toepassing op de procedures voor een in strafzaken bevoegde rechtbank.
Deze richtlijn is in elk geval volledig van toepassing indien de verdachte of beklaagde zijn vrijheid is ontnomen, ongeacht de fase van de strafprocedure.
Artikel 3

Recht op toegang tot een advocaat in een strafprocedure

1. De lidstaten zorgen ervoor dat de verdachten of beklaagden recht hebben op toegang tot een advocaat, op een zodanig moment en op zodanige wijze dat de betrokken personen hun rechten van verdediging in de praktijk daadwerkelijk kunnen uitoefenen.
2. De verdachten of beklaagden hebben zonder onnodig uitstel toegang tot een advocaat. In elk geval, hebben de verdachten of beklaagden toegang tot een advocaat vanaf de volgende momenten, ongeacht welk moment het vroegste is:
a)
voordat zij door de politie of door een andere rechtshandhavingsautoriteit of rechterlijke instantie worden verhoord;
b)
wanneer de onderzoeks- of andere bevoegde autoriteiten een tot onderzoek of andere vorm van bewijsgaring strekkende handeling verrichten, overeenkomstig lid 3, onder c);
c)
zonder onnodig uitstel na de vrijheidsbeneming;
d)
indien zij voor een in strafzaken bevoegde rechtbank zijn opgeroepen, binnen een redelijke termijn voordat zij voor deze rechtbank in rechte verschijnen.
3. Het recht op toegang tot een advocaat houdt het volgende in:
a)
de lidstaten zorgen ervoor dat de verdachten of beklaagden het recht hebben de advocaat die hen vertegenwoordigt onder vier ogen te ontmoeten en met hem te communiceren, ook voordat zij door de politie of een andere rechtshandhavingsautoriteit of rechterlijke instantie worden verhoord;
b)
de lidstaten zorgen ervoor dat de verdachten of beklaagden het recht hebben dat hun advocaat bij het verhoor aanwezig is en daaraan daadwerkelijk kan deelnemen. Deze deelname geschiedt overeenkomstig procedures in het nationale recht, mits die procedures de daadwerkelijke uitoefening en de essentie van het desbetreffende recht onverlet laten. Wanneer een advocaat aan het verhoor deelneemt, wordt het feit dat dergelijke deelname heeft plaatsgevonden, geregistreerd door gebruik te maken van de registratieprocedure overeenkomstig het recht van de betrokken lidstaat;
c)
de lidstaten zorgen ervoor dat de verdachten of beklaagden ten minste het recht hebben hun advocaat de volgende onderzoekshandelingen of procedures voor het vergaren van bewijsmateriaal te laten bijwonen, mits het handelingen betreft waarin het nationale recht voorziet en waarbij de aanwezigheid van de verdachte of beklaagde is vereist of hem dat is toegestaan:
i)
meervoudige confrontaties;
ii)
confrontaties;
iii)
reconstructies van de plaats van een delict.
4. De lidstaten spannen zich ervoor in algemene informatie ter beschikking te stellen om verdachten of beklaagden te helpen een advocaat te vinden.
Onverminderd de bepalingen van het nationale recht betreffende de verplichte aanwezigheid van een advocaat, treffen de lidstaten de noodzakelijke regelingen om ervoor te zorgen dat verdachten of beklaagden wie de vrijheid is ontnomen in staat zijn om hun recht op toegang tot een advocaat daadwerkelijk uit te oefenen, tenzij zij afstand hebben gedaan van dat recht overeenkomstig artikel 9.
5. In uitzonderlijke omstandigheden kunnen de lidstaten, uitsluitend in de fase van het voorbereidende onderzoek, tijdelijk afwijken van de toepassing van lid 2, onder c), indien de geografische afstand waarop een verdachte of beklaagde zich bevindt het onmogelijk maakt om het recht op toegang tot een advocaat onverwijld na de vrijheidsbeneming te kunnen waarborgen.
6. In uitzonderlijke omstandigheden kunnen de lidstaten, uitsluitend in de fase van het voorbereidende onderzoek, tijdelijk afwijken van de toepassing van de in lid 3 vastgestelde rechten, indien en voor zover, gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval, een of meer van de volgende dwingende redenen zulks rechtvaardigen:
a)
indien er sprake is van een dringende noodzaak om ernstige negatieve gevolgen voor het leven, de vrijheid of de fysieke integriteit van een persoon te voorkomen;
b)
indien onmiddellijk optreden door de onderzoeksautoriteiten noodzakelijk is om te voorkomen dat de strafprocedure substantiële schade wordt toegebracht.
Artikel 4

Vertrouwelijkheid

De lidstaten eerbiedigen het vertrouwelijke karakter van de communicatie tussen de verdachten of beklaagden en hun advocaat bij de uitoefening van het recht op toegang tot een advocaat op grond van deze richtlijn. Die communicatie omvat ontmoetingen, briefwisseling, telefoongesprekken en elke andere vorm van communicatie die krachtens het nationale recht is toegestaan.
Artikel 5

Recht om een derde op de hoogte te laten brengen van de vrijheidsbeneming

1. De lidstaten zorgen ervoor dat verdachten of beklaagden wie hun vrijheid is ontnomen het recht hebben om, indien gewenst, ten minste één door hen aangeduide persoon, bijvoorbeeld een familielid of een werkgever, zonder onnodig uitstel op de hoogte te laten brengen van hun vrijheidsbeneming.
2. Indien de verdachte of beklaagde een kind is, zorgen de lidstaten ervoor dat de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid voor het kind draagt zo spoedig mogelijk in kennis wordt gesteld van de vrijheidsbeneming en van de redenen daarvoor, tenzij dit in strijd zou zijn met het belang van het kind, in welk geval een andere volwassene die daarvoor in aanmerking komt op de hoogte wordt gebracht. Voor de toepassing van dit lid wordt een persoon die jonger is dan achttien jaar als kind aangemerkt.
3. De lidstaten kunnen tijdelijk afwijken van de toepassing van de in de leden 1 en 2 bepaalde rechten indien, gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval, een van de volgende dwingende redenen zulks rechtvaardigt:
a)
een dringende noodzaak om ernstige negatieve gevolgen voor het leven, de vrijheid of de fysieke integriteit van een persoon te voorkomen;
b)
een dringende noodzaak om een situatie te voorkomen waarin substantiële schade aan de strafprocedure kan worden toegebracht.
4. Indien de lidstaten tijdelijk afwijken van de toepassing van de in lid 2 bepaalde rechten, zorgen zij ervoor dat een met de bescherming en het welzijn van kinderen belaste autoriteit zonder onnodig uitstel in kennis wordt gesteld van het feit dat het kind zijn vrijheid is ontnomen.
Artikel 6

Recht om gedurende de vrijheidsbeneming met derden te communiceren

1. De lidstaten zorgen ervoor dat verdachten of beklaagden wie hun vrijheid is ontnomen, het recht hebben zonder onnodig uitstel met ten minste één door hem aangeduide derde, zoals een familielid, te communiceren.
2. De lidstaten kunnen de uitoefening van het recht bedoeld in lid 1 beperken of uitstellen op grond van dwingende of proportionele operationele vereisten.
Artikel 7

Het recht op communicatie met de consulaire autoriteiten

1. De lidstaten zorgen ervoor dat verdachten of beklaagden die geen onderdaan zijn en wie hun vrijheid is ontnomen, het recht hebben om, desgewenst, de consulaire autoriteiten van de lidstaat waarvan zij de nationaliteit hebben, zonder onnodig uitstel op de hoogte te laten brengen van de vrijheidsbeneming, en met de consulaire autoriteiten te communiceren. Verdachten of beklaagden die twee of meer nationaliteiten hebben, kunnen evenwel kiezen welke consulaire autoriteiten in voorkomend geval op de hoogte moeten worden gebracht van de vrijheidsbeneming, en met welke consulaire autoriteiten zij wensen te communiceren.
2. Verdachten of beklaagden hebben tevens het recht door hun consulaire autoriteiten te worden bezocht, zich met hen te onderhouden en met hen te corresponderen en het recht om hun vertegenwoordiging in rechte door hun consulaire autoriteiten geregeld te zien, voor zover die autoriteiten daarmee instemmen en de betrokken verdachten of beklaagden zulks wensen.
3. De uitoefening van de in dit artikel bedoelde rechten kan in het nationale recht of bij nationale procedures worden gereguleerd, mits dat recht en die procedures de verwezenlijking van de met deze rechten beoogde doelen volledig waarborgen.
Artikel 8

Algemene voorwaarden voor de toepassing van tijdelijke afwijkingen

1. Een tijdelijke afwijking op grond van artikel 3, lid 5 of 6, of uit hoofde van artikel 5, lid 3:
a)
heeft een evenredig karakter en gaat niet verder dan noodzakelijk;
b)
heeft een strikt beperkte geldigheidsduur;
c)
wordt niet uitsluitend gebaseerd op de soort of de ernst van het vermeende strafbare feit, en
d)
doet geen afbreuk aan het globale eerlijke verloop van de procedure.
2. Tijdelijke afwijkingen op grond van artikel 3, lid 5 of 6, kunnen alleen toegestaan worden bij een naar behoren gemotiveerde en per geval genomen beslissing, die ofwel uitgaat van een rechterlijke instantie of van een andere bevoegde autoriteit op voorwaarde dat de beslissing kan worden onderworpen aan rechterlijke toetsing. De naar behoren gemotiveerde beslissing wordt geregistreerd door gebruik te maken van de registratieprocedure overeenkomstig het recht van de betrokken lidstaat.
3. Tijdelijke afwijkingen op grond van artikel 5, lid 3, kunnen alleen per geval worden toegestaan, ofwel door een rechterlijke instantie of door een andere bevoegde autoriteit op voorwaarde dat de beslissing kan worden onderworpen aan rechterlijke toetsing.
Artikel 9

Afstand

1. Onverminderd de bij het nationale recht voorgeschreven aanwezigheid of bijstand van een advocaat, zorgen de lidstaten ervoor dat, met betrekking tot afstand van een in de artikelen 3 en 10 bedoeld recht:
a)
de verdachte of beklaagde mondeling of schriftelijk duidelijke en toereikende informatie in eenvoudige en begrijpelijke bewoordingen is gegeven over de inhoud van het betrokken recht en over de mogelijke gevolgen van het afstand doen daarvan, en
b)
deze vrijwillig en ondubbelzinnig geschiedt.
2. De afstand, die schriftelijk of mondeling kan geschieden, wordt geregistreerd, alsmede de omstandigheden waaronder de afstand is gedaan door gebruik te maken van de registratieprocedure overeenkomstig het recht van de betrokken lidstaat.
3. De lidstaten zorgen ervoor dat deze afstand later op elk moment tijdens de strafprocedure door de verdachte of de beklaagde kan worden herroepen en dat de verdachte of beklaagde van die mogelijkheid op de hoogte gebracht wordt. Dergelijke herroeping van de afstand wordt van kracht vanaf het moment waarop zij heeft plaatsgevonden.
Artikel 10

Recht op toegang tot een advocaat in een procedure ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel

1. De lidstaten zorgen ervoor dat een gezochte persoon, vanaf zijn aanhouding op grond van een Europees aanhoudingsbevel recht heeft op toegang tot een advocaat in de uitvoerende lidstaat.
2. Met betrekking tot de inhoud van het recht op toegang tot een advocaat in de uitvoerende lidstaat hebben gezochte personen in die lidstaat de volgende rechten:
a)
het recht op toegang tot een advocaat op een zodanig moment en op een zodanige wijze dat de gezochte personen hun rechten daadwerkelijk en in ieder geval zonder onnodig uitstel na de vrijheidsbeneming kunnen uitoefenen;
b)
het recht om te communiceren met de advocaat die hen vertegenwoordigt en deze te ontmoeten;
c)
het recht dat hun advocaat aanwezig is bij en overeenkomstig procedures in het nationale recht deelneemt aan het verhoor van een gezochte persoon door de uitvoerende rechterlijke instantie. Wanneer een advocaat deelneemt aan het verhoor, moet dat geregistreerd worden door gebruik te maken van de registratieprocedure overeenkomstig het recht van de betrokken lidstaat.
3. De bij de artikelen 4, 5, 6, 7, 9, en, in geval van een tijdelijke afwijking uit hoofde van artikel 5, lid 3, de bij artikel 8 bepaalde rechten zijn van overeenkomstige toepassing op de procedures ter uitvoering van het Europees aanhoudingsbevel in de uitvoerende lidstaat.
4. De bevoegde autoriteit in de uitvoerende lidstaat brengt de gezochte personen er zonder onnodig uitstel na de vrijheidsbeneming van op de hoogte dat zij het recht hebben in de uitvaardigende lidstaat een advocaat aan te wijzen. De rol van de advocaat in de uitvaardigende lidstaat is de advocaat in de uitvoerende lidstaat bij te staan, door die advocaat informatie en advies te verstrekken teneinde de gezochte personen hun rechten uit hoofde van Kaderbesluit 2002/584/JBZ daadwerkelijk te doen uitoefenen.
5. Indien de gezochte personen het recht om een advocaat in de uitvaardigende lidstaat aan te wijzen, wensen uit te oefenen en zij nog geen dergelijke advocaat hebben, brengt de bevoegde autoriteit in de uitvoerende lidstaat de bevoegde autoriteit in de uitvaardigende lidstaat hiervan terstond op de hoogte. De bevoegde autoriteit van die lidstaat verstrekt de gezochte personen zonder onnodig uitstel de informatie om hen te helpen in die lidstaat een advocaat te vinden.
6. Het recht van gezochte personen om in de uitvaardigende lidstaat een advocaat aan te wijzen, laat de in Kaderbesluit 2002/584/JBZ bepaalde termijnen of de verplichting voor de uitvoerende rechterlijke instantie om binnen de overeenkomstig dat kaderbesluit bepaalde termijnen en voorwaarden een beslissing te nemen over de overlevering van de betrokkene, onverlet.
Artikel 11

Rechtsbijstand

Deze richtlijn laat het nationale recht inzake rechtsbijstand, dat van toepassing is overeenkomstig het Handvest en het EVRM, onverlet.
Artikel 12

Rechtsmiddelen

1. De lidstaten zorgen ervoor dat verdachten of beklaagden in strafprocedures alsmede gezochte personen in een procedure ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel, op grond van het nationale recht over een doeltreffende voorziening in rechte beschikken in gevallen waarin hun rechten op grond van deze richtlijn zijn geschonden.
2. Onverminderd nationale bepalingen en stelsels inzake de toelaatbaarheid van bewijs zorgen de lidstaten er in strafprocedures voor dat bij de beoordeling van de verklaringen van verdachten of beklaagden of van bewijs dat is verkregen in strijd met hun recht op een advocaat of in gevallen waarin overeenkomstig artikel 3, lid 6, een afwijking van dit recht was toegestaan, de rechten van de verdediging en het eerlijke verloop van de procedure worden geëerbiedigd.
Artikel 13

Kwetsbare personen

De lidstaten zorgen ervoor dat bij de toepassing van deze richtlijn rekening wordt gehouden met de specifieke behoeften van kwetsbare verdachten en kwetsbare beklaagden.
Artikel 14

Non-regressieclausule

Geen enkele bepaling in deze richtlijn mag worden opgevat als een beperking of afwijking van de rechten en procedurele waarborgen die voortvloeien uit het Handvest, het EVRM of andere toepasselijke bepalingen van het internationale recht of het recht van lidstaten en die een hoger beschermingsniveau bieden.
Artikel 15

Omzetting

1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 27 november 2016 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.
2. Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor de verwijzing worden door de lidstaten vastgesteld.
3. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.
Artikel 16

Verslag

Uiterlijk op 28 november 2019 dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in, waarin wordt beoordeeld in hoeverre de lidstaten aan deze richtlijn hebben voldaan, inclusief een beoordeling van de toepassing van artikel 3, lid 6, juncto artikel 8, leden 1 en 2, indien nodig vergezeld van wetgevingsvoorstellen.
Artikel 17

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 18

Adressaten

Deze richtlijn is overeenkomstig de Verdragen gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Straatsburg, 22 oktober 2013.
Voor het Europees Parlement
De voorzitter
M. SCHULZ
Voor de Raad
De voorzitter
V. LEŠKEVIČIUS
(1) PB C 43 van 15.2.2012, blz. 51.
(2) Standpunt van het Europees Parlement van 10 september 2013 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 7 oktober 2013.
(3) PB C 295 van 4.12.2009, blz. 1.
(4) PB C 115 van 4.5.2010, blz. 1.
(5) PB L 280 van 26.10.2010, blz. 1.
(6) PB L 142 van 1.6.2012, blz. 1.
(7) PB L 190 van 18.7.2002, blz. 1.
(8) PB C 369 van 17.12.2011, blz. 14.
FM Brussel/brusselnieuws.be
Renovatie Leopold II-tunnel twee jaar uitgesteld - PPS - Sale-lease-back
Edited: 201309171858
18:58 - 17/09/2013
De grondige vernieuwing van de Leopold II-tunnel zal pas beginnen in 2016 en niet in 2014 zoals eerder aangekondigd. De werken zouden twee tot vier jaar duren. Vijf consortia van privébedrijven zijn kandidaat om de werken uit te voeren en te financieren, in ruil voor een jaarlijkse vergoeding van het Brussels Gewest. Omdat het Gewest de renovatie van de Leopold II-tunnel niet kan dragen wordt geopteerd voor een publiek-private samenwerking. Niet alleen de werken maar ook het onderhoud van de vernieuwde tunnel zullen gedurende een kwarteeuw betaald worden door een consortium van bedrijven. In ruil zal Brussel na de renovatie jaarlijks een bedrag betalen om de tunnel te mogen gebruiken. Over dat bedrag moet nog onderhandeld worden.

Momenteel zijn nog vijf consortia in de running om de opdracht binnen te halen, zo laat minister van Openbare Werken Brigitte Grouwels (CD&V) weten. In 2015 zal het Gewest een laureaat aanduiden. Het jaar nadien zouden de werkzaamheden dan van start gaan.

Hoe lang de werken zullen duren is nog niet duidelijk. Als men de tunnel gedurende langere periodes helemaal sluit, zou de werf maximaal twee jaar duren. Kiest men ervoor om de tunnel enkel tijdens de vakantieperiodes te sluiten, dan spreekt men van een termijn van zeker vier jaar.

De Leopold II-tunnel is met 2,5 kilometer de langste autotunnel van het land. Elke dag rijden ongeveer 65.000 voertuigen door de kokers. Dat betekent dat het geen sinecure wordt om de tunnel te sluiten.

Maar de werken zijn noodzakelijk. Alles aan de tunnel is aan vervanging toe. Eerder moest de oude wandbekleding al worden weggehaald omdat er wandplaten op de rijweg dreigden te vallen. "Alles was onveilig is, is al weggehaald", verzekert Grouwels. "De zaak is dus onder controle." Maar de vernieuwing dringt zich op. "De tunnel is nu bijzonder onaangenaam en niet goed voor het imago van Brussel."

De vijf kandidaat-consortia op een rijtje:

- Besix Group / Schneider Electric France / Sanef (leiders)
Art & Build, Coseas, Ellyps, Ingérop (leden)

- Eiffage / DG Infra+ (leiders)
Antwerpse Bouwwerken, APRR, Cerau, Clemessy, Eiffage TP, Grontmij, PS2, TPF Engineering, Valens, VSE, Yvan Paque, Zwart & Jansma (leden)

- Leoporte, aangestuurd door BAM PPP PGGM Infrastructure Coöperatie U.A. (leider)
Arter, BAM ITM, Betonac, CEI De Meyer, LCC Engineering, Royal Haskoning, SBE, Seco, Siemens, (leden)

- PMF Infrastructure Fund / CIT Blaton / Van Laere / Cegelec (leiders)
Abetec, Cooparch, D+A International, Setec, Vinci Concessions (leden)

- SPC New Leopold II, aangestuurd door CFE / DIF Infrastructure III PPP (leiders)
Cofiroute, Greisch, MBG, Nizet Entreprise, Nutons, SUM Project, Tractebel - Sener, Van Wellen, VMA (leden)

[tunnels]
BELGA news agency
Nieuw licht op het ‘financieel brokkenparcours’ van Leopold II
Edited: 201308270900
De Standaard | 27/08/2013 om 16:44 door jta | Bron: Belga
Historicus Geert Leloup (UGent en Rijksarchief) schetst in zijn doctoraat over het Rekenhof hoe de instelling van de oprichting in 1830 tot aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog evolueerde van een soepele instelling naar een log bureaucratisch apparaat, en hoe de politisering haar intrede maakte. Wat vooral in het oog springt in het onderzoek is de passage die het financiële beleid van Leopold II als vorst van Congo-vrijstaat belicht.

België en Congo vormden aanvankelijk twee afzonderlijke landen die één koning deelden. In 1890 diende Leopold II echter een beroep te doen op steun van de Belgische overheid om ‘zijn Congo’ overeind te houden. In ruil verwierf de Belgische regering inzage in Congolese begrotingen en rekeningen en inspraak in de uitgifte van leningen.

Even dreigde het voor Leopold II helemaal mis te gaan, toen de Belgische regering kritiek uitte op een bijkomende persoonlijke subsidie aan Congo, goed voor 750.000 toenmalige Belgische frank. ‘Cruciaal was dat dit bedrag in de aan België voorgelegde rekening plots omschreven werd als een aan Leopold II terug te betalen voorschot’, aldus Leloup.

‘De uitleg van Leopolds medewerker Camille Janssens dat het geen lening was aangezien geen intrest werd geëist, kon Minister van Financiën Auguste Beernaert niet overtuigen. Die liet eenvoudigweg weten dat elke persoonlijke bijdrage van de koning definitief was’, stelt de historicus.

‘De Affaire de Browne de Tiège’

Leopolds privéfortuin kreeg zo onverwacht een zware klap, maar de vorst gaf zich niet zomaar gewonnen. ‘Hij bleef tot 1894 grote sommen in Congo pompen, maar zorgde er nu wel voor dat dit niet in de begrotingen of rekeningen zichtbaar was. De koning kon deze zwendel niet lang volhouden, want Congo slokte veel geld op.’

‘Hoogtepunt was dan ook de Affaire de Browne de Tiège : Leopold II ‘bekende’ eind 1894 dat hij zonder medeweten van de regering bij deze Antwerpse bankier een lening van 4,5 miljoen frank had afgesloten tegen een woekerrente en met een deel van Congolese grondgebied als onderpand, terwijl het geld eigenlijk van de vorst zelf afkomstig was. Om deze ‘lening’ af te lossen, kreeg hij vervolgens extra geld van België, wat in combinatie met de groeiende Congolese opbrengsten tot grote winsten leidde, winsten die de Leopold ook liet wegsluizen.’

Leloup wijst erop dat het daar niet bij bleef. ‘Congo was al die tijd verboden terrein voor het Rekenhof, zelfs indien Leopolds koloniale avonturen indirect repercussies hadden op de Belgische overheidsfinanciën.’

Hoewel de belangrijkste gegevens met betrekking tot de Congolese financiën al gekend waren, onder meer door het baanbrekend onderzoek van wijlen professor Jean Stengers (ULB), is het de eerste keer dat deze feiten meer in detail onderzocht werden. De inventaris van Geert Leloup van het voordien ontoegankelijke archief van het Rekenhof - zo’n 325 strekkende meter tot 1939 - opent bovendien nieuwe onderzoeksmogelijkheden.


raadpleeg de nota van het Rijksarchief
Arcopar CVBA
Persbericht
Edited: 201306270954
Perscommuniqué

27/06/2013

Algemene vergadering van aandeelhouders van Arcopar cvba in vereffening
Op 27 juni 2013 heeft de algemene vergadering van aandeelhouders van Arcopar CVBA in vereffening plaats gevonden op de maatschappelijke zetel van de vennootschap in aanwezigheid van 178 vennoten.
Op de dagorde van de vergadering stond:
Kennisname van de jaarrekening over het boekjaar 2012-2013.
Verslag van het college van vereffenaars over de vereffeningsactiviteiten met vermelding van de redenen waarom de vereffening niet kon worden voltooid.
Verslag van de commissaris met betrekking tot de jaarrekening over het boekjaar 2012-2013.
Als gevolg van interventies door enkele aandeelhouders is de vergadering verstoord geworden en heeft het verloop van deze jaarvergadering vertraagd. Uiteindelijk heeft dit geleid tot een stemming over de vraag of media, notaris en deurwaarder konden worden toegelaten tot de jaarvergadering enerzijds en of het mogelijk zou zijn een punt op de dagorde toe te voegen anderzijds. Omdat normaliter op de jaarvergadering bij een vereffening niet wordt gestemd, werden de stemmen manueel geteld wat opnieuw vertraging heeft veroorzaakt. Met een overgrote meerderheid van stemmen werd de aanwezigheid van media en het toevoegen van een punt op de dagorde afgewezen. Enkel de aanwezigheid van notaris en deurwaarder werd goedgekeurd.
Door de vereffenaars werd vervolgens omstandig toelichting gegeven over de jaarrekening. Aldus werd uiteengezet dat tijdens het afgelopen boekjaar voor ca 74 mio Eur aan activa werd gerealiseerd waarvan ca 50 mio Eur middels verkoop van aandelen (o.a. Elia, Retail Estates en Home Invest) en ca 24 mio uit de verkoop van obligaties (Dexia Bil, Denizbank). In vergelijking met de situatie per 8 december 2011 (datum in vereffeningstelling) werd met de verkoop van deze activa een meerwaarde gerealiseerd van ca 16 mio Eur.
Bovendien heeft het college ca 18 mio Eur financiële opbrengsten ontvangen (dividenden en intresten).
Daarnaast blijven er nog een aantal belangrijke participaties en diverse obligaties te realiseren (o.a aandelen Elia en Belgacom en obligaties Artesia, Dexia Crédit Local en Ethias) en tevens is ARCOPAR ook nog eigenaar van een deel van het gebouw.
De datum waarop de vereffening zal kunnen worden afgesloten is afhankelijk van de mate waarin de belangrijke participaties aan normale voorwaarden kunnen worden verkocht en de evolutie van de waardering van de obligaties. Bovendien is Arcopar CVBA aandeelhouder van de andere ARCO-vennootschappen die in vereffening zijn gesteld waardoor dus eerst deze vereffeningen moeten worden afgesloten alvorens de vereffening van ARCOPAR CVBA kan worden gesloten.
Tot slot wijzen de vereffenaars nog op de uitspraak van de Raad van State van 21 maart 2013 en op de nog hangende procedure voor het grondwettelijke hof omtrent de staatsgarantie voor de aandeelhouders particulieren. Voor verder informatie hieromtrent wordt verwezen naar de website van ARCOPAR.
Volkskrant van 20130424
Grootgrondbezit: Ook in Europa is landjepik populair
Edited: 201304240909
GERARD REIJN ? 24/04/13, 00:00
Grootgrondbezit wordt altijd geassocieerd met arme landen, maar vooral Oost-Europese landerijen zijn plots in trek. Het Europees landbouwbeleid speelt daar ook een rol in.

In de Europese Unie is de helft van alle landbouwgrond in handen van 3 procent van de landbouwbedrijven. Kapitaalkrachtige bedrijven, oliestaten, vreemde mogendheden en Oost-Europese oligarchen eigenen zich enorme landerijen toe, vooral in Oost-Europa.

Dat constateert een groep onderzoekers onder leiding van de Wageningse hoogleraar Jan Douwe van der Ploeg en Saturnino Borras, een Filipijnse onderzoeker van het Haagse Instituut voor Sociale Studies ISS. Vorige week publiceerden zij delen uit een onderzoek dat in de zomer klaar moet zijn, net op tijd om door het Europees Parlement te worden meegewogen als dat spreekt over het nieuwe landbouwbeleid van de EU. Want, zegt Saturnino Borras, 'het Europees landbouwbeleid stimuleert deze ontwikkeling in hoge mate. Dat wordt nog sterker als straks de agrarische subsidies per hectare zullen worden berekend, zoals in de nieuwe voorstellen het geval is.' De subsidies komen grotendeels in handen van de grootgrondbezitters. In Italië krijgt nu al 0,29 procent van de bedrijven 18 procent van de subsidies. In Hongarije strijkt 8,6 procent van de bedrijven zelfs 72 procent van de subsidies op.

Grootgrondbezit wordt altijd geassocieerd met naargeestige trekjes van Latijns-Amerikaanse landen en met plantages in Afrika en Zuidoost-Azië. Maar, schrijven de onderzoekers, 'landeigendom in Europa is erg ongelijk verdeeld, in sommige landen net zo erg als in Brazilië, Colombia en de Filipijnen'. En dat zijn landen die berucht zijn om hun grootgrondbezit en vooral de nadelen daarvan.

Het tempo van concentratie van land ligt buitengewoon hoog, stelt onderzoeker Borras. In Duitsland waren in 1966 nog 1,246 miljoen boerenbedrijven, in 2010 nog 299 duizend. Een daling van rond 3,5 procent per jaar.

In Oost-Europa gaat het nog veel harder. In Oekraïne bezitten de tien grootste agrarische ondernemingen 2,8 miljoen hectare grond. Ter vergelijking: het Nederlandse grondoppervlak is 3 miljoen hectare, daarvan is 2,2 miljoen hectare agrarische grond. Na de val van het communistische regime werd de grond verdeeld onder de boeren, maar dat gebeurde zodanig dat kleine boeren geen kans op overleven hadden. Zij verpachtten of verkochten hun land. In Roemenië en Bulgarije gebeurde iets soortgelijks.

Net als in Afrika is China een belangrijke partij in het Europese landgrab-spel. In het noorden van Bulgarije, een van de armste streken van Europa, verwierf de Tianjin State Farms Agribusiness Group 20 km2 land om er onder meer mais en melkpoeder te produceren voor China. Nog maar enkele weken geleden kondigde China aan zijn landbouwgronden in Bulgarije te zullen voorzien van een irrigatiesysteem. Qatar en Koeweit onderhandelen ook over investeringen van honderden miljoenen in Bulgarije.

In Hongarije wisten buitenlandse partijen duizenden hectares te bemachtigen, hoewel dat verboden is. Een berucht geval is dat van de Italiaanse familie Benetton, die van de kleding. Die bezit er een landgoed van 7.000 hectare, waar mais en tarwe worden verbouwd, en dat door de lokale bevolking 'Dallas' wordt genoemd, naar de tv-serie over de Texaanse familie Ewing.

De landgrab in Oost- en Midden-Europa is niet wezenlijk anders dan die in Afrika, zegt onderzoeker Borras. In West- en Zuid-Europa verloopt de concentratie langzamer, maar gestaag. 'Sluipende landroof', noemt Borras dat. Een politieke term, geeft hij toe. Maar ook een wetenschappelijke. 'Het betekent dat de controle over het land in weinig handen komt, waardoor het politieke effecten krijgt.' In sommige delen van Spanje is dat te zien. Volgens Borras wordt daar op steeds grotere schaal land bezet door landloze boeren. 'En vaak slagen ze erin die bezetting gelegaliseerd te krijgen. Ze winnen.'

Borras vindt dat een bewijs te over dat de concentratie van landeigendom gevaarlijk is. 'Het belemmert jonge mensen boer te worden. In Europa willen nog steeds mensen boer worden, maar ze kunnen het vaak niet omdat ze niet aan de grond kunnen komen. Door de concentratie van landeigendom wordt dat probleem steeds groter.'

Nederland speelt grote rol bij landgrabbing

Nederlandse financiële partijen spelen een grote rol in landgrabbing. De drie grote banken (ING, ABN Amro, Rabobank) en drie pensioenfondsen (ABP, Bedrijfstak pensioenfonds Bouw en Pensioenfonds Zorg en Welzijn) hebben samen 2,2 miljard euro geïnvesteerd in tientallen bedrijven die soms honderdduizenden hectares bezitten. In totaal hebben ze zo belangen in 14,3 miljoen hectare land. Dat is bijna vijf maal Nederland.

Dat blijkt uit onderzoek dat een jaar geleden werd verricht door het Landbouw Economisch Instituut (LEI), in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. Aan het onderzoek is in de media vrijwel geen aandacht besteed. De Tweede Kamer heeft er begin dit jaar wel een hoorzitting over gehouden.

Het zijn meest onbekende plantage-bedrijven, veelal in Zuidoost- Azië, zoals Bakrie Sumatera Plantations (250 duizend hectare), Indofood Sukses Makmur (550 duizend) en China Huiyuan Group (200 duizend).

Maar ook hebben de zes institutionele bedrijven geld gestoken in papierconcerns die elk goed zijn voor honderdduizenden hectaren in vooral Oost-Azië en Latijns-Amerika. Daarbij gaat het om Nippon Paper (166 duizend hectare), Stora Enso (700 duizend) en Oji Paper (400 duizend).

Het LEI becijferde ook dat Nederlandse boeren en tuinders in totaal een half miljoen hectare land in het buitenland hebben verworven en er agrarische bedrijven op zijn begonnen. Dat is bijna een kwart van het totale Nederlandse areaal aan landbouwgrond (2,2 miljoen hectare).
Hannah Arendt - 2012
Edited: 201213141516
In 2012 kwam een Duitse film in de roulatie met als titel Hannah Arendt, onder regie van Margarethe von Trotta, en met Barbara Sukowa in de hoofdrol. De film concentreert zich op de rol van Hannah Arendt in het Adolf Eichmannproces en de controverse rond het boek dat zij naar aanleiding van dat proces schreef. In die tijd werd haar boek veelal verkeerd begrepen als een verdediging van Eichmann en een aanklacht tegen de joodse leiders (zoals die van de Joodse Raad) voor hun rol in de Holocaust. Daarnaast bevat de film flashbacks naar eerdere momenten in haar leven. (wiki)

Uit één van de dialogen: "Ik hou niet van een volk, ik hou van mensen, van individuen, ik hou van jou."
Als de uitgever van The New Yorker haar aanmaant bepaalde dingen niet te schrijven, antwoordt zij: "Maar die zijn gebaseerd op feiten."
BELGA
Herman Van Thillo veroordeeld voor misbruik van voorkennis
Edited: 201212180815
18/12/12 - 08u15 Bron: belga.be
Het Brusselse hof van beroep heeft Herman Van Thillo, ex-KBC-bestuurder en lid van de bekende zakenfamilie, veroordeeld voor misbruik van voorkennis. Dat schrijft De Tijd.
Vlak voor het einde van zijn mandaat als bestuurder bij KBC, in 2004, ging de nu 76-jarige Van Thillo in de fout, oordeelt het Brusselse hof van beroep. Toen besliste de groep Almanij-KBC zijn structuur te stroomlijnen. De KBC Bankverzekeringsholding nam Almanij over. En de aandeelhouders van de twee bedrijven gaven groen licht voor de herstructurering in maart 2005. Achter de schermen begonnen de voorbereidingen voor de operatie echter al in januari 2004. In oktober waren alle scenario's afgetoetst en viel de beslissing om de twee bedrijven te laten fuseren door een overname.

Eind oktober plaatste Herman Van Thillo verschillende aankoop- en verkooporders van aandelen-Almanij en -KBC. Hij deed dat via zijn patrimoniumvennootschap, Kustinvest, die tot dan alleen investeerde in onroerend goed. De transacties vielen ook de beurswaakhond op die een algemeen onderzoek had geopend naar de koersopstoot van de aandelen-Almanij en -Almancora in de periode voor de officiële bekendmaking van de operatie.

Van Thillo wordt veroordeeld tot 122.500 euro boete. De beurswaakhond was strenger en had een boete van 220.590 euro opgelegd, of drie keer het vermogensvoordeel, berekend op basis van de slotkoers van Almanij op 23 december 2004.
FM Brussel
Ex-adviseur Rik Daems in opspraak rond Financietoren
Edited: 201204260917
door © FM Brussel/brusselnieuws.be
Brussel-Stad
08:17 - 26/04/2012
Drie zakenmensen moeten voor de strafrechter omwille van hun rol bij de verkoop van de Financietoren in 2001. De drie, waaronder een voormalig adviseur van toenmalig minister Rik Daems (Open VLD), zouden 9 miljoen euro geïncasseerd hebben bij de verkoop van de Financietoren.
De federale overheid verkocht de Financietoren in 2001 voor 311 miljoen euro aan de Nederlandse vastgoedgroep Breevast. De drie bemiddelden bij de verkoop en streken daar samen liefst 9 miljoen euro voor op. Nadien huurde de overheid het gebouw terug tegen een tarief dat erg voordelig was voor Breevast.
Het Brusselse parket onderzocht de verkoop nadat de Bijzondere Belastingsinspectie klacht indiende.
Een van de drie verdachten is Michel Bellemans, die een tijdje als adviseur voor toenmalig minister voor Overheidsbedrijven Rik Daems werkte. Het parket zou hem als spilfiguur beschouwen, schrijft De Morgen donderdag. Bellemans ontkent alle betrokkenheid.
De twee overige beschuldigden geven wel toen dat ze de miljoenen opstreken, maar stellen dat het commissielonen voor consultancydiensten betreft voor hun rol bij de transactie.
Guido Van Liefferinge
Over mediaconcentratie en de VRM. Open brief aan Apache
Edited: 201203271311
27 maart 2012 @ 13:11
Ik kijk met belangstelling uit naar de volgende afleveringen van dit dossier dat geen dag te vroeg komt. Dit inleidend stuk schetst de contouren waar binnen de Vlaamse Regulator voor de Media (VRM) werkt en legt al meteen de pijnpunten bloot. De VRM houdt hoofdzakelijk economische maatstaven naar dominantie in het oog , Niet dat die niet medebepalend zouden zijn voor de mediaconcentratie in Vlaanderen die trouwens ook op dat vlak groot is .Het feit dat zo’n doorgedreven concentrate zou nodig zijn om onze mediahuizen te laten overleven is een doekje voor het bloeden. Immers, aanvankelijk heeft de taalbarriere er mogelijke buitenlandse investeerders van weerhouden om hier krantenbedrijven op te kopen. Intussen heeft de internationalisering en globalisering van wat men “de media ” is gaan noemen waarvan de printmedia/pers integraal deel is gaan uitmaken, ervoor gezorgd dat ze vroeg of laat volledig in buitenlandse handen kunnen komen . Dat geldt trouwens al voor een aantal, w.o. Sanoma en Telenet. Aan de wetgever om daar wat aan te doen indien hij dat noodzakelijk acht .
Belengrijker lijkt mij dat de VRM in zijn onderzoek een onderscheidt tussen 1. Mediabedrijven die hoofdzakelijk of alleen maar met entertainment bezig of het doorgeefluik ervan (vb. Alfacam, Belgacom, Mobistar, Telenet) ; 2. Persbedriiven die deel uitmaken van een mediabedrijf en welk aandeel ze daarbinnen hebben. Nog niet zo heel lang geleden was een mediabedrijf een
persbedrijf dat dan nog hoofdzakelijk een printmedium was ( kranten, tijdschriften, huis-aan-huisbladen) met bovendien een specifieke journalistieke opdracht als Vierde Macht en garant van de vrijheden en waarden van de democratische rechtstaat. Met de invoering van het allesomvattend begrip “de media” is deze opdracht steeds meer naar de achtergrond verdwenen of zelfs helemaal ondergesneeuwd geraakt. De nieuwe media tycoons zijn obsessioneel bezig met geld en macht en daarin is steeds minder plaats voor onafhankelijke en kritische journalistiek die bovendien hun belangen kan schaden, en op de koop toe handenvol geld kost.
Indien de VRM zijn onderzoek hierop zou toespitsen, wat eigenlijk haar core business zou moeten zijn te meer niemand en zeker niet zijn opdrachtgever de essentiele taak van de pers als Vierde Macht in een democratische rechtsstaat in vraag durft te stelllen ( dat komt misschien nog wel als geld en macht alles dicteert ) , zou het resultaat op zijn zachtst uitgedrukt schokkend zijn vanuit dat oogpunt. De overdreven mediaconcentratie heeft ervoor gezorgd dat de pers een hond is die misschien nog wel mag blaffen maar al lang niet meer kan bijten, laat staan de waakhond zijn waarvoor hij werd opgeleid. Dat vertaalt zich in gemuilkorfde hoofdredacties en redacties waar integriteit en de onafhankelijkheid zijn opgeheven, , zelfcensuur en zelfpromotie schering en inslag zijn uit puur lijfbehoud, de omerta heerst , waar journalisten God en Klein Pierke aan het kruis mogen nagelen vaak op basis van leugens en halve waarheden, bedenkelijke anonieme getuigenissen , zelfs leugens en pure verzinsels . En waar hoofdredacteuren en journalisten spastische stuiptrekkingen krijgen als ze met terechte en verantwoorde mediakritiek te maken krijgen die zelden of nooit hun kolommen haalt tenzij ze er niet langer onderuit kunnen ( zoals bv. tijdens de recente busramp in Zwitserland).
Het is de hoogste tijd dat de VRM daar eens werk van maakt. Want al hebben we geen Vlaamse Berlusconi ( de economische benadering) we hebben wel een Vlaamse Murdoch ( de journalistieke benadering), en al hebben de excessen op dat vlak in Vlaanderen gelukkig nog de schandelijke en zelfs criminele proporties niet bereikt zoals in het wereldrijk van de machtigste man van de wereld Rupert Murdoch, de VRM ( en alle professionele betrokkenen) doet er beter aan het te voorkomen dan het te
moeten genezen. Ik raad hen overigens aan de soap over de wandaden van Murdoch en zijn kornuiten te volgen via de dagelijkse Media Guardian Briefing (info@mail.guardian.co.uk), gratis en voor niks. The Guardian is overigens de Britse kwaliteitskrant die zich meer dan 10 jaar lang vastbeet in de wansmakelijke journalistieke praktijken van de Murdoch-tabloids News of the World (intussen opgedoekt ) en The Sun en die uiteindelijk voor zijn uitstekende en volgehouden onderzoeksjournalistiek beloond werd en daarmee het nut en de noodzaak van de pers als Vierde Macht in een democratische rechtsstaat op meesterlijke wijze geillustreerd heeft.

lees meer
Vander Taelen Luckas
Brussel! De tijdbom tikt verder
Edited: 201109280856
Auteur: Luckas Vander Taelen
Categorie: Mens & maatschappij
Pagina's: 216
Afwerking: paperback
ISBN: 9789089241993
Publicatiedatum: 28/09/2011
Formaat: 14 x 22
Verkoopprijs: € 18,95
Status: Uitverkocht
Van de achterflap:
Brussel is een tijdbom. In deze geactualiseerde versie van Berichten uit Brussel gaat Luckas Vander Taelen verder met zijn analyse van zijn stad. Hij wijst vooral op de problemen als gevolg van de demografische explosie, die nog zal toenemen. Nu al zijn delen van de stad onleefbaar: bedrijven trekken er weg, vrouwen kunnen ’s avonds niet meer over straat, homo’s krijgen steeds meer met agressie te maken… Sommige wijken zijn heuse no go areas geworden. En de oude politieke krokodillen kijken verlamd toe.
Er moet dringend iets gebeuren, want de huidige structuur van Brussel, met zijn 19 gemeenten en zijn loodzware bureaucratie, is niet aangepast aan de uitdagingen van deze eeuw. Een inspirerende toekomstvisie voor het multiculturele Brussel ontbreekt.
De auteur pleit voor een grootstedelijk gewest met één krachtig bestuurscollege. Vlaanderen verwijt hij dan weer onvoldoende in te zien hoezeer de problemen van de hoofdstad onvermijdelijk ook grote gevolgen hebben voor de zeer brede rand van Brussel. ‘Vanuit een goed begrepen eigenbelang zou het moeten duidelijk zijn dat de welvaart van Vlaanderen niets te winnen heeft met miserie en chaos in Brussel. Een bloeiende metropool biedt Vlaanderen meer kansen dan een bloedende grootstad. Wie nu zijn ogen sluit bezondigt zich aan schuldig verzuim. De feiten zijn gekend. We zullen later niet kunnen zeggen dat we het niet geweten hebben.’
14 mei 2011: IMF-baas Dominique Strauss-Kahn (DSK) aangehouden in New York wegens seksuele agressie t.a.v. kamermeisje
Edited: 201105141261
Dit nieuws slaat in als een bom. DSK is de gedoodverfde kandidaat van de Franse Parti Socialiste voor het presidentschap. De "affaire DSK" neemt een start.
Elementen:
2003: aanranding journaliste Tristane Banon (later niet bewezen geacht);
november 2007: benoemd tot PDG van IMF in Washington;
januari 2008: IMF-medewerkster Piroska Nagy lastig gevallen;
13 mei 2011: zonder duidelijke reden maakt DSK een tussenstop in NY;
14 mei 2011: aanranding kamermeisje in Sofitel;
19 mei 2011: vrij op borg van 750.000 US$;
start van een campagne tegen het aangerande kamermeisje, Nafissatou Diallo;
28 augustus 2011: "non lieu" en vrijlating.

Op de achtergrond van de affaire DSK speelt de affaire Polanski een rol, en wellicht verklaart dit de detentie.

Het rechtstreekse gevolg van de affaire DSK was de kandidatuur van François Hollande voor de verkiezingen van 2012.

Een groot aantal getuigenissen wijzen op "une complicité tacite" tussen pers en politiek. Een methode is de "lunch off": tijdens een maaltijd vertelt een politicus allerlei zaken waarover de pers niet wordt geacht te berichten (off the record). Wie deze afspraak negeert, wordt uit de "cercle des intimes" verwijderd. De politicus houdt daardoor de touwtjes in handen en de journalist geeft een deel van zijn waakhondfunctie uit handen. De berichtgeving wordt in die context genegocieerd, verhandeld.


zie ook Sexus Politicus
Koen Broucke, Kevin De Belder, Norbert Poulain, Koen Verstraeten
JAN COCKX, Een vrolijke kabouter die tragisch eindigt
Edited: 201010150906
Jan Cockx was een belangrijke pionier van de avantgarde in Antwerpen. Hij was een vriend van Paul Van Ostaijen, Floris en Oscar Jespers, Paul Joosten, Michel Seuphor en Prosper De Troyer. Tijdens het interbellum was hij een vaste waarde op de Belgische kunstscène, zowel als schilder als als keramist. Na de Tweede Wereldoorlog raakte hij wat op het achterplan. Bijna 35 jaar geleden werd hij vermoord in zijn atelier in Boechout. De moord heeft de perceptie van de kunstenaar vertroebeld. Tot op vandaag blijft de moord onopgehelderd. Hijj werd gepleegd op een lafhartige manier. De moordenaar benaderde Cockx ongemerkt op een zomeravond en schoot hem door het hoofd en door de ogen. De kunstenaar was doof en zat aan de keukentafel. Hij bladerde in een kunstboek. Geen motief. Geen moordwapen. Geen dader. Dit boek is de eerste monografie die volledig wordt gewijd aan Jan Cockx. Het materiaal is divers en summier. Er zijn slechts een handvol brieven bewaard gebleven. De nalatenschap is onvindbaar. Het gerechtelijk dossier spoorloos. En ondertussen zijn vele getuigen en vrienden overleden. Alle controleerbare feiten staan opgelijst in een chronologische biografie op het einde van dit boek. Koen Broucke en Kevin De Belder belichten in een uitvoerige bijdrage leven en werk van de kunstenaar. Norbert Poulain schreef een stuk over de keramiek van Jan Cockx. Voor vele liefhebbers was en blijft keramiek het belangrijkste aspect van zijn werk. In een apart artikel sprokkelt journalist Koen Verstraeten de verschillende feiten en geruchten uit publicaties van toen, bij elkaar.

ISBN: 978-90-5349-372-4
Publicatiedatum: okt 2010
Pagina's: 96
Illustraties: 55
Afmetingen: 17 x 24 cm


Transport inside Belgium - Free Transport FR-NL-DE 10 euro Other countries will be charged with transport fees - to know the fees please contact anne@snoeckpublishers.be



Softcover
€16,00
News
Guy Verhofstadt wordt bestuurder bij Exmar
Edited: 201004230736
Ex-premier Guy Verhofstadt wordt voorgedragen als bestuurder bij de gastankerrederij Exmar. Dat staat te lezen in de oproeping voor de algemene vergadering van het bedrijf. Verhofstadt wordt voorgedragen als onafhankelijke bestuurder voor een periode van drie jaar.

Verhofstadt zal in de raad van bestuur van Exmar zetelen naast onder meer ex-Tractebelbaas Philippe Bodson (voorzitter), textielondernemer Philippe Vlerick en François Gillet (Sofina).

Verhofstadt is niet de eerste ex-premier die bestuurder wordt. Jean-Luc Dehaene nam al een aantal mandaten op. Hij is voorzitter bij Dexia en bestuurder bij Thrombogenics, Lotus Bakeries, Umicore en AB InBev. Voormalig premier Mark Eyskens was een tijd voorzitter van chemiebedrijf UCB. (belga/vsv)
28 maart 2010: Marc Appel overleden. R.I.P.
Edited: 20100328
Biografie

Marc Appel werkte 25 jaar lang voor de vroegere Vlaamse Uitgeversmaatschappij, het huidige Corelio, de uitgever van de kranten De Standaard en Het Nieuwsblad.

Appel was in 1990 mede-oprichter van de Vlaamse Audiovisuele Regie (VAR), de reclameregie van de VRT, waar hij ook gedelegeerd bestuurder werd. In 1993 kreeg hij de leiding in handen van Sydes, de diversificatieholding van de VUM. Een jaar later werd hij daar bovenop adjunct-directeur-generaal van de VUM, met verantwoordelijkheid voor het commercieel beleid.

In 1998 zette hij een stap opzij en ging hij zich volledig toeleggen op Sydes.

In 2006 legde Appel zijn operationele functies bij de VUM neer. Sindsdien was hij aan de slag als vastgoedmakelaar in de Languedoc, waar hij een klein dorpje had gekocht en een immokantoor had overgenomen.

Marc Appel is op 28 maart 2010 op 62-jarige leeftijd overleden.
Goed beleid onder Verhofstadt ?
Edited: 200905151511
Dagboek
Johan Slembrouck

De Financietoren werd in 2001 samen met het aanpalende Rijksadministratief Centrum verkocht aan het Nederlandse vastgoedbedrijf Breevast. Om een begroting in evenwicht in te dienen werden de gebouwen door de toenmalige paarse regering Verhofstadt I verkocht via een sale-and-lease-back-constructie.

Het Brusselse gerecht onderzocht enkele dubieuze geldstromen rond de verkoop na een klacht van de Bijzondere Belastinginspectie. Het onderzoek is afgerond en het parket heeft nu een eindvordering opgesteld. Het parket stelt vast dat drie zakenlui verdachte commissielonen hebben opgestreken voor hun tussenkomst in de verkoop aan het Nederlandse vastgoedbedrijf. Het gaat over enkele miljoenen euro die via Luxemburgse vennootschappen zijn verborgen gehouden voor de Belgische fiscus.

Eén van de zakenlui is Rony Van Goethem, hij zou de commissies ontvangen hebben via een Luxemburgse vennootschap. Van Goethem zou aan het gerecht verklaard hebben dat het geld enkel en alleen voor hemzelf was bestemd, maar gezien de omvang van het bedrag hechten de speurders weinig geloof aan die uitleg. Er is sprake van commissies van 1 tot 2 miljoen euro, waarvan een deel mogelijk bestemd was voor de omgeving van toenmalig minister van Overheidsbedrijven Rik Daems (Open Vld), die verantwoordelijk was voor de verkoop van de Financietoren. Een andere lobbyist is Michel Bellemans, hij was tot eind 2004 bestuurder bij de federale participatiemaatschappij en werkte tot maart 2000 als adviseur voor minister van Overheidsbedrijven Rik Daems (Open Vld).

In 2006 had ik reeds een artikel gewijd aan de verkoop van de financietoren waarvan de volgende tekst nog steeds actueel is:

Een flagrant voorbeeld van hoe de paarse regering van VERHOFSTADT met belastinggeld morst is de verkoop van de Financietoren in 2001 voor 276.525.227 euro en dit gebeurde zonder gedetailleerde schatting van het gebouw, aldus het Rekenhof.

De Financietoren werd verkocht met de voorwaarde dat de Staat het gebouw na de verkoop voor 25 jaar zou huren. De huurlast per jaar bedroeg: 25.907.229 euro met een duurtijd van 25 jaar. De nieuwe eigenaar verplichtte zich ertoe het asbest te verwijderen en het gebouw te renoveren. De huurprijs na de werken zou worden vastgesteld door de basishuur te vermeerderen met 7,65 % van de kosten van de asbestverwijdering en de renovatiewerken. Beide partijen kwamen overeen dat deze huur echter marktconform moest zijn en stelden 34.705.093 euro als marktconforme huur vast. Het gebouw bleek meer asbest te bevatten dan oorspronkelijk gedacht. Er ontstond een een dispuut over wat verstaan moest worden onder het asbestvrij maken van het gebouw. Om uit de impasse te raken stelde de eigenaar/verhuurder een alternatieve oplossing voor: het gebouw zou bij de renovatie ingrijpend worden gewijzigd waardoor 30.000 m² extra kantoorruimte ter beschikking zou komen. Door die extra kantoorruimte zouden 4.600 ambtenaren kunnen worden gehuisvest in plaats van de oorspronkelijke 3.200. Op basis van dit alternatieve voorstel werd opnieuw onderhandeld. Het alternatieve voorstel werd aanvaard en vastgelegd in een addendum bij het oorspronkelijke huurcontract. De huurprijs werd vastgesteld op 42.700.000 euro. De looptijd van het huurcontract werd vastgesteld op 27 jaar vanaf de datum van aanvaarding van de werken (of een totale looptijd van 33 jaar).

Conclusie: de overheid zal na 33 jaar 1.345.140.744 euro (ongeveer 1,4 miljard euro) betaald hebben voor de financietoren dat voor 276,5 miljoen werd verkocht. Of een verschil met de verkoopprijs van 1.068.615.517 (ongeveer 1,1 miljard euro).

De huur zou intussen oplopen tot bijna 50 miljoen euro, of minstens 900 euro per maand per ambtenaar. Het contract loopt tot in 2031. Dit is volgens Verhofstadt en zijn VLD goed beleid!
VERMEERSCH Etienne in De Standaard
Is dat nu een mens? Etienne Vermeersch vertelt waarom u De welwillenden van Littell moet lezen.
Edited: 200811140722
14 NOVEMBER 2008 | Etienne Vermeersch

Toen ik enkele jaren geleden, om even te bekomen na mijn eerste infarct, besloot eindelijk Célines Voyage au bout de la nuit te lezen, meende ik op het vlak van cynische literatuur het nec plus ultra gevonden te hebben. Maar Jonathan Littell heeft in Les bienveillantes nog enkele registers meer dan Céline. Desondanks, of misschien juist daarom, greep het boek me naar de keel. Bijna dwangmatig las ik door tot de 'welwillende' wraakgodinnen in de laatste zin opdoemen.

Dit is geen werk dat ik aan iedereen zou aanraden; maar wie 894 bladzijden lang het oostfront en de Shoah meebeleeft met een volstrekt cynische figuur die zowel kille waarnemer als mededader is, houdt er iets aan over. Men begint zich bang af te vragen: is dat nu een mens? Is dat misschien de mens? Volstaan fanatisme, ambitie, koele berekening en een welbepaalde context om extreme wreedaardigheid bij daders, en mateloos lijden bij slachtoffers tot een alledaags fait divers te herleiden?

De hoofdfiguur, Max Aue, tegelijk de verteller, is een hoge SS-officier die de gebeurtenissen tijdens de oorlog vanuit een bevoorrechte positie kan volgen. Met zijn scherpe intelligentie doorgrondt hij mensen en situaties. De afwezigheid van enig moreel aanvoelen of medelijden laat hem toe afgrijselijke gebeurtenissen op een afstandelijke wijze te beschrijven.

Een historicus die een zo neutraal en indringend verslag van de massamoord op de Joden van Kiev zou brengen, loopt het gevaar van gevoelskilte verdacht te worden. Maar hier kan dat, want het boek is een roman. Tegenover de 'objectiviteit' in zijn beschrijving van de gruwelen staat dat Max Aue zelf een getormenteerde figuur is, met een complex incestueus en homoseksueel driftleven.

Roman en geschiedenis

Het verhaal van die fascinerende en afstotende man wordt gekaderd binnen een vloed van feitelijke gegevens, waarvan sommige zeker historisch juist zijn. Himmler, Speer, Eichmann, Kaltenbrunner, Höss, Heydrich, Frank, Mengele… ze worden overtuigend gekarakteriseerd en je krijgt de indruk dat ook andere feiten en figuren authentiek zijn; maar waar ligt de grens tussen roman en geschiedenis?

Ergens in het boek zegt Aue dat Degrelle in de buurt is en dat hij die graag zou ontmoeten, 'want voor de oorlog heb ik Brasillach met veel lof over hem horen spreken'. Fictie? Het toeval wil dat ik dertig jaar geleden bij een bouquiniste aan de Seine een brochure van Robert Brasillach gekocht heb waarin die de loftrompet over Degrelle stak.

Brasillach kan voor Littell geen onbekende zijn: hij heeft immers de oorlog en de collaboratie bestudeerd, maar hoe kent hij diens bijzondere relatie met Degrelle?

Niet alleen op het historisch vlak zijn er voortdurend flitsen van verrassing en herkenning. Van Guillaume d'Aquitaine ('ferai un vers de dreyt nien'), over Philippe de Champaigne naar Schoenberg: de hele westerse cultuur komt aan bod. Soms kan dat gratuit lijken, maar nu en dan boort dit kernproblemen aan.

Ondanks zijn cynische houding tegenover de Shoah ontfermt Aue zich over een Joodse jongen die meesterlijk Couperin vertolkt; hij laat zelfs uit Parijs partituren voor hem overkomen. Men heeft het raadselachtig gevonden dat kampcommandanten 's middags gevangenen mishandelden en 's avonds ontroerd naar Beethovens Mondscheinsonate luisterden. Littell komt dicht bij een verklaring hiervoor.

Hoe de talloze historische en culturele verwijzingen overkomen op iemand die op dat vlak weinig of geen voorkennis heeft, valt natuurlijk moeilijk in te schatten. Maar niemand kan ontkomen aan de bekoring die uitgaat van Littells superieure beheersing van de Franse taal, al geeft de Amerikaanse achtergrond van de auteur er misschien een bijzondere tonaliteit aan.

Mijn lectuur werd vooral voortgestuwd door de stijgende aandrang tot begrijpen van het onbegrijpelijke: dat een man zonder mededogen, die geboeid wordt door cultuur en schoonheid, eigenlijk vindt dat de mens alleen zijn basisdrijfveren moet bevredigen: ademen, eten, drinken, zich ontlasten, maar toch ook… streven naar waarheid!
Belga
Rik Daems haalde Belgacombaas Bellens en werd consultant
Edited: 200806050753
Door: redactie
5/06/08 - 07u53

Open Vld-volksvertegenwoordiger Rik Daems, van 1999 tot 2003 minister van Telecommunicatie, is in 2007 consultant geweest voor Belgacom. Hij moest het bedrijf bijstaan bij het zoeken naar mogelijkheden om zaken te doen in Qatar. Dat schrijft Le Soir.

Vergoeding plus onkosten
Zijn vergoeding zou bestaan uit een percentage voor het geheel aan investeringen dat door Belgacom zou gerealiseerd worden in Qatar, met een plafond van 50.000 euro. Alle kosten gemaakt door Daems tijdens de uitoefening van zijn contract zouden gedekt worden door het telecombedrijf.

"Niets gefactureerd"
Daems erkent het bestaan van het contract dat hem logisch lijkt. "Ik wil ook onderstrepen dat de missie vandaag beëindigd is, en dat er, zeer concreet, niets is gefactureerd aan Belgacom", aldus het parlementslid. Iets wat de operator bevestigt.

Licentie
Belgacom heeft nooit een investering aangekondigd in Qatar maar heeft geprobeerd er zich te vestigen. De naam van het bedrijf werd geciteerd voor de toekenning van een licentie voor mobiele telefonie.

Didier Bellens
In de entourage van Belgacom zijn sommigen verbaasd dat zo een gevoelig contract getekend kon worden met een ex-voogdijminister zonder dat de raad van bestuur werd ingelicht. Bovendien was het Daems die in 2003 Didier Bellens ging halen om van hem de baas van Belgacom te maken. (belga/jv)
JANSSENS Paul Prof. Dr
Professor Paul Janssens over prinsen, markiezen en baronnendoor Danny Vileyn © Brussel Deze WeekBrussel07:00 - 28/06/2008
Edited: 200800000901
Ze heten conservatief, francofoon en koningsgezind te zijn, en verdedigers van de traditionele gezinswaarden, maar het meest bijzondere kenmerk van de adel is het vermogen om zich aan te passen. Een gesprek met de historicus Paul Janssens aan de vooravond van de Ommegang - waarin traditioneel edellieden opstappen - en de nationale feestdag van 21 juli, die al even traditioneel voorafgegaan wordt door het toekennen van adellijke titels.

Professor Paul Janssens houdt kantoor in een piepklein kamertje van het Ehsal Research Center, het pand tegenover de hoofdzetel van de Ehsal aan de Stormstraat 2, een van de campussen van de nieuwe HUB, de Hogeschool-Universiteit Brussel. Paul Janssens doceert economische geschiedenis en is gespecialiseerd in fiscale geschiedenis, maar ook de geschiedenis van de adel kent hij op zijn duimpje.



Zelfs de lap grond waarop de campus van de Ehsal gebouwd is, heeft een adellijk verleden - dat moet Janssens erg bevallen. "Halverwege de zeventiende eeuw, toen de Nieuwstraat nog een aristocratische straat was, kocht de markies de Berghes - de markiezen van Bergen op Zoom hadden hun naam verfranst - een aantal huizen op de grond waar nu de campus van de Ehsal is. De adel deed toen wat de banken nu doen: huizen kopen, ze platgooien en er een ander soort pand op bouwen. (Janssens doelt op de KBC, die tegenover de Ehsal panden platgooide voor een bankgebouw, DV.) Ze bouwden er een prachtig hôtel de maître, dat ze bewoond hebben tot aan de Franse Revolutie. Dan is er een cercle littéraire in getrokken, waar de leden onder andere de grote Europese kranten kon lezen, en in de negentiende eeuw kreeg het pand een commercië­le bestemming. Toen de Ehsal hier een paar decennia geleden bouwde, was het pand volledig uitgewoond."



Wij vatten de adel van vandaag voor u samen in tien stellingen.



Belgische adel is Brussels gekleurd

"Het is een merkwaardig fenomeen," legt Paul Janssens uit, "maar er bestaat wel degelijk een Brusselse adel, zeker als we 'omvang' als criterium nemen."



Terwijl in het hoofdstedelijk gewest 'maar' tien procent van de Belgische bevolking woont, heeft zowat 33 procent van de adel er zijn vaste stek. In Wallonië woont veertig procent van de adel en in Vlaanderen - met zestig procent van de bevolking - maar twintig tot 25 procent. Janssens' hypothese is dat de adel in de jaren dertig van de vorige eeuw, toen met de taalwetgeving duidelijk werd dat België geen tweetalig land zou worden (de Walen hadden dat afgewezen), een deel van de Vlaamse adel (die zoals in heel Europa Franstalig was) naar Brussel, het enige tweetalige gebied, is verhuisd.



Jongere edelen zijn meertalig

Eeuwenlang waren de Vlaamse, de Brusselse en de Waalse adel Franstalig. Al wie in de achttiende eeuw in Vlaanderen macht, aanzien en geld had, was Franstalig, dus ook de adel. Dat was het gevolg van een geslaagde Europese taal- en cultuurpolitiek van Lodewijk XIV. "Maar de jongere generaties, de mensen onder de vijftig, hebben begrepen dat de spelverdeling in dit land veranderd is. Ze zijn goed tweetalig, zelfs meertalig. Vaak hebben ze tijdens hun middelbareschooltijd op internaat gezeten in Vlaanderen en hebben ze nadien ook in het buitenland gestudeerd."



Figuren zoals de 75-jarige (niet-benoemde) burgemeester van de faciliteitengemeente Wezembeek-Oppem, François van Hoobrouck d'Aspre (MR), hebben volgens Janssens afgedaan. Ondertussen spreken de meeste edelen in Vlaanderen Nederlands, ook de in ongenade gevallen oom van prinses Mathilde, de mediagenieke Henri d'Udekem d'Acoz, die met een sappig West-Vlaams accent spreekt.



De adel is niet eeuwig

"Het is een wijdverbreid misverstand dat mensen met blauw bloed sinds de kruistochten één grote familie vormen en onder elkaar huwen," zegt Paul Janssens. De meerderheid van de adellijke families is niet ouder dan België zelf, en de samenstelling verandert voortdurend. Families behoren gemiddeld vijf tot zes generaties - of twee eeuwen - tot de adellijke stand. Omdat het adellijk statuut, net als de naam, doorgegeven wordt in mannelijke lijn, houdt het ook op als er geen mannelijke nakomelingen meer zijn. De familie de Merode behoort samen met de Croÿ, de la Faille en de Kerckhove tot de oudste adellijke families van het land en ze zijn ook goed vertegenwoordigd in de hoofdstad. De prinsen de Croÿ behoren al tot de adel sinds de vijftiende eeuw, de prinsen de Merode zelfs iets langer.



Anciënniteit is het belangrijkst

"Hoezeer edellieden ook gehecht zijn aan hun titel, de adellijke anciënniteit vinden ze nog belangrijker," vertelt Janssens.



De 'echte' titels, die voor de Franse Revolutie van 1789 toegekend werden, waren gevestigd op het familiepatrimonium. De oudste titel in ons land is die van graaf van Chimay, een stadje tegen de Franse grens en welbekend voor het bier, en hij dateert uit 1473 - het was Jean de Croÿ die de titel droeg. Deze grondgebonden adellijke titels (die na het overlijden van de vader op de oudste zoon overgingen) dienden om het fami­liaal patrimonium van de grootgrondbezitters te beschermen. Jean de Croÿ bezat de heerlijkheid Chimay en een paar heerlijkheden eromheen die samen het nieuwe graafschap vormden. "Maar de adellijke titulatuur is enorm complex, en in sommige families gaat de titel over op alle kinderen. Vandaar dat België honderden prinsen de Merode en de Croÿ telt," licht Janssens toe.



Meeste edellieden zijn titelloos

Veruit de meeste edellieden moeten het zonder titel stellen. Samen met het grootgrondbezit (de heerlijkheden) had de Franse Revolutie ook de adel afgeschaft. Na het verdwijnen van Napoleon in 1815 herstelde koning Willem I de adel in onze gewesten. Er kwam geen collectieve genoegdoening, maar edelen konden wel individueel een aanvraag indienen. Maar omdat het grootgrondbezit afgeschaft was, werd de titel niet langer aan het patrimonium gelinkt, maar aan de naam. België telt zo'n 25.000 tot 30.000 edellieden, de meesten hebben geen titel.



Zo vader, zo zoon

"Eddy Merckx is eerst in de adelstand opgenomen en nadien baron geworden," legt Janssens uit. Een titel betekent meer prestige, je wordt in de hiërarchie opgenomen. Janssens herinnert aan de verschillende adellijke titels, van hoog naar laag: prins, hertog, markies, graaf, burggraaf, baron en ridder. De eerste drie worden niet toegekend en zijn dus het voorrecht van de oude adel. "De adellijke titels die nu nog toegekend worden, zijn niet erfelijk. Axel Merckx behoort wel tot de adel omdat zijn vader ertoe behoort, maar de titel van baron heeft hij niet. Ook zijn kinderen behoren tot de adel, maar alleen de zonen geven hem door."



Van de Wolstraat naar de Woluwes

Tot halverwege de negentiende eeuw woonde de Brusselse adel binnen de stadswallen, bijvoorbeeld in de Wolstraat en de Warande. Toen in 1860 de belastingen op de invoer van consumptiegoederen werd afgeschaft, kwam de bevolking van de randgemeenten volop tot ontwikkeling. De adel begon toen uit te zwermen, eerst naar de Leopoldswijk en de Wetstraat, later naar de Woluwes, Ukkel en Elsene.



"De edelen wonen vaak in dezelfde wijken of gemeenten." Dat is, legt Janssens uit, duidelijk te zien in het Carnet Mondain, de jaarlijkse adressenlijst waarin heel de beau monde, en dus het gros van de adel, terug te vinden is. "Voor de aristocratische woningen die in de Leo­poldswijk opgetrokken werden, golden strenge voorschriften. Het stratenplan van de wijk vormt een mooi dambord," legt Janssens uit. "Maar lang is de adel niet in de Leopoldswijk gebleven. Tussen 1800 en 1900 is de Brusselse bevolking vertienvoudigd, van 75.000 naar 750.000 inwoners." Na 1860 kwamen de eerste aristocraten in de Leopoldswijk wonen, in het interbellum verlieten ze de buurt alweer. De Leopoldswijk en de Wetstraat werden opgenomen in het stadsgewoel, en daar houdt de adel niet van. Destijds was de Wetstraat een opeenvolging van prestigieuze herenhuizen met koetspoorten. "De edellieden trokken richting Tervurenlaan, Ukkel en de Woluwes." Janssens wil van de gelegenheid gebruikmaken om het wijdverbreide misverstand recht te zetten als zou de Europese Unie verantwoordelijk zijn voor de teloorgang van het aristocratische karakter van de Leopoldswijk: "In de jaren 1930 was de adel er al weg en werden de panden door kantoren en banken ingenomen; de Wetstraat is van in 1958 een autosnelweg: geen omgeving waar mensen met geld en aanzien willen wonen."



Royalistisch, kerkelijk, conservatief

De adel heet kerkelijker te zijn dan de gemiddelde Belg. Maar dat is zeer moeilijk te meten, zegt Paul Janssens. Het aantal roepingen is een slecht criterium geworden, en of de adel vaker ter kerke gaat dan de gemiddelde Belg, is niet bekend.



Kerkelijkheid impliceert meestal een traditionele gezinsmoraal, maar ook binnen de adel is scheiden niet langer een taboe. Wel hebben ze meer kinderen dan de gemiddelde Belg, maar demografisch onderzoek toont aan dat ook de adel ondertussen aan geboorteplanning doet, wat twee generaties geleden volgens Janssens nog ondenkbaar was.



Dat de gehechtheid aan de monarchie groter is dan bij de rest van de bevolking, is volgens Janssens evident. In de huiskamers van prinsen en hertogen hangen niet zelden foto's waarop de koninklijke familie samen met hen te zien is. "De afstand tussen de koninklijke familie en de rest van de adel is kleiner geworden; koningin Astrid was de laatste van koninklijken huize."



Adel is politiek conservatief

In 1830 waren de meeste edellieden vóór de Belgische revolutie en tegen Willem I, zegt Janssens. Aanvankelijk vond je zowel binnen de katholieke als binnen de liberale partij adel. Tegen het einde van de negentiende eeuw, toen de eerste Schoolstrijd losbrak, schakelden de liberale edelen massaal over naar de katholieke partij. Het heeft geduurd tot het Schoolpact van 1958 (liberalen en socialisten waren ervan overtuigd dat dat pact het einde van de christen-democratie in zou luiden) voordat liberaalgezinden van binnen de christendemocratie, ten noorden é
TESSENS Lucas/MERS/CIPAL/VLABEL
Slot Jaarverslag Onroerende Voorheffing 2006 - Een visie op outsourcing en PPS
Edited: 200703150909
De wereldbevolking produceert en kopieert al een tijdje meer digitale informatie in een jaar dan de hele mensheid voordien in haar bestaan deed. Vorig jaar was het 'digitale universum', zoals het studiebureau IDC dat noemt, 161 miljard gigabyte of 161 exabyte groot. Die hoeveelheid is te vergelijken met 3 miljoen keer de informatie in alle boeken die ooit geschreven zijn of het equivalent van 12 stapels boeken die elk de 150
miljoen kilometer tussen de aarde en de zon overbruggen. In 2010 zal de geproduceerde hoeveelheid digitale informatie 988 miljard gigabyte bedragen. Het vergt heel wat inventiviteit van particulieren, bedrijven en de informatica- en telecomindustrie om die groeiende massa digitale informatie in goede banen te leiden en te beheren.
(gelezen in De Tijd van 8 maart 2007)
Die cijfers hoeven geen schrik aan te jagen. De zandkorrels op het strand zijn eveneens ontelbaar. Alleen een gek begint te tellen. Waar we best wel bij stilstaan is het beheer, de selectie en het gebruik van een massa
informatie. Onze kinderen en kleinkinderen staan voor een uitdaging van formaat.
U zult zich afvragen: “Wat heeft dat te maken met Onroerende Voorheffing?” “Alles”, kan dan het antwoord zijn. In het artikel van De Tijd wordt aan de overheid geen rol toebedeeld als het op inventiviteit aankomt. Toch int de Vlaamse overheid sinds 1999, in samenwerking met haar partner CIPAL, de belasting op de onroerende goederen. Zij legde daarvoor een formidabele databank aan. Alle briefwisseling wordt digitaal verwerkt. De toegang tot de statistische informatie in de databank wordt verzekerd door een performant data warehouse. De belastingplichtige krijgt op een veilige manier via het internet zelfs directe toegang tot zijn eigen belastingdossier. De privacy van de gegevens is gegarandeerd. VLABEL realiseert reeds acht jaar lang datgene waar vele andere instanties (publieke of private) nu nog moeten aan beginnen.
Zit er een geheim achter het succes van VLABEL en de outsourcing? Toch wel, en we verklappen het omdat
een overheid die gezag wil uitstralen geen bedrijfsgeheimen hoeft te koesteren. De toverformule bestaat uit
drie componenten: visie, durf en dialoog. Visie wil zeggen verder zien dan wat vandaag waarneembaar is, durf
laat toe onbekende paden te betreden, dialoog betekent openheid en het delen van expertise tussen partners
die samen onderweg zijn. Dat alles was aanwezig.
Vanaf 1 mei 2007, dag van de arbeid, gaan personeelsleden van de OV over naar de Vlaamse overheid in het
kader van de zogenaamde ‘insourcing’. Zij mogen zichzelf, samen met hun ex-collega’s uit Aalst, van de ICTafdeling van CIPAL te Geel en de collega’s van VLABEL-Brussel, beschouwen als de pioniers van het uit te
bouwen Vlaams Fiscaal Platform. CIPAL blijft ook na 1 mei 2007 verantwoordelijk voor het ICT-gedeelte van
de OV-inningen.
TESSENS Lucas
Woodstock 15 augustus 1969
Edited: 200612031489
En toen was er Woodstock. De puriteinse USA wisten niet wat hen overkwam. Het protest tegen de oorlog in Viëtnam (de schrille en schrijnende klanken uit de gitaar van Jimmy Hendrix) en dus het in vraag stellen van de premissen van de Koude Oorlog, de sexuele revolutie (het naaktzwemmen en het gebruik van de pil), het afwijzen van de overconsumptie, het onderhuids verlangen naar samenhorigheid (Need a little help from my friends, Beautiful People, ...), de verzoening tussen blank en zwart, het verwerpen van nationalisme en imperialisme, ... Alles is aanwezig in de smeltkroes van die gevaarlijke generatie die tot transatlantische verstandhouding komt. Het zijn enkele jaren waarin Europa zich in Amerika herkent, en vice versa. De beweging zal echter doodlopen op de perverse, want uitgelokte of - beter - geënsceneerde, oliecrisis van 1973 (*) en de economische crisis met torenhoge werkloosheid die er het gevolg van is. Hebt u er al eens bij stil gestaan dat in 1973 niet de oliesjeiks de lakens uitdeelden in de Arabische oliestaten maar dat het de Amerikaanse en Britse oliemaatschappijen waren. En bedenk eens het volgende: elke spanning die ontstaat of wordt opgewekt in het Midden-Oosten, en die automatisch de olieprijzen de hoogte indrijft, komt de Texaanse oliebaronnen ten goede. Omdat presidentsverkiezingen in de VS gewonnen worden mits de inzet van enorme geldmassa's in publiciteitscampagnes op TV, is het draineren van dollars naar deze of gene staat van kapitaal belang. De blijvende druk op de ketel van het Midden-Oosten garandeert met andere woorden het in stand houden van de republikeinse dominantie in de VS. Aldus heeft de controle over de geopolitieke spanning een rechtstreekse invloed op de binnenlandse VS-politiek.
(*) Over de oliecrisis van 1973 schreef Leonard Mosley in Grof Spel (1974) het volgende: "Het is veelbetekenend, dat terwijl het voornaamste doelwit van het Arabisch olieëmbargo de 'onvriendelijke' Verenigde Staten waren, geen van de Amerikaanse maatschappijen werd genationaliseerd en in Saoedi-Arabië, Koeweit, Aboe Dhabi, de Neutrale Zone, Bahrein en Oman bleven maatschappijen als Exxon, Gulf, Socal, Mobil en Getty haar enorme winsten maken uit de bedragen die de 'vriendelijke' Europese naties gedwongen werden te betalen voor olie uit het Midden-Oosten." (onze cursivering, pagina 465)

Op de knieën zal de generatie van 1968 moeten smeken om werk ... Enkel diegenen die in eer en geweten willen spreken over de periode vóór en na 1968 weten welke kentering er toen heeft plaats gegrepen: het bespreekbaar maken van eender welk onderwerp en het afwijzen van (vaak religieus geïnspireerde) taboes. Op sexueel vlak werd een doorbraak geforceerd en de brede emancipatie beloofde te leiden naar maatschappelijk aanvaarde volwassenheid. In die context was er ook plaats voor welbegrepen feminisme (The woman is the nigger of the world). Juist daarom is het doodjammer en schandalig dat vandaag (in 2005) de westerse maatschappij tenonder gaat in puberale excessen, uitgedragen door massamedia die het alleen te doen is om kijkcijfers en geldgewin.
Is het helemaal onbegrijpelijk dat de islam zo'n maatschappijmodel verwerpt en bestrijdt? Wat hebben de 'blanke honden' te bieden? En hoe diep zit niet de angst dat het afleggen van sluier en burka morgen overgaat in het omarmen van de holle 'cultuur' van de blote tieten en de wiegende konten? Zolang de westerse wereld geen fatsoen en geen eerlijke verdeling van de rijkdom kan bieden, zolang zal de oppositie van de harde kern aan de overzijde groeien.
Vlaanderen is ten prooi gevallen aan media-managers die openlijk het 'opleuken' van de persberichtgeving en zelfs van de informatieve programma's van de openbare omroep propageren. De strijd om de culturele ontvoogding is stil gevallen en in een scherpe U-bocht loopt nu het pad terug naar de onderdrukking die van alle tijden is. We amuseren ons kapot ... gehuld in onmondigheid.
BATTRO Antonio M.
Half a Brain is Enough - The Story of Nico
Edited: 200611061451

Part of Cambridge Studies in Cognitive and Perceptual Development
AUTHOR: BATTRO, Argentine Academy of EducationDATE PUBLISHED: November 2006AVAILABILITY: Available FORMAT: Paperback
ISBN: 9780521031110
Half A Brain Is Enough is the moving and extraordinary story of Nico, a little boy who at the age of three was given a right hemispherectomy to control intractable epilepsy. Antonio Battro, a distinguished neuroscientist and educationalist, charts what he calls Nico's 'neuroeducation' with humour and compassion in an intriguing book which is part case history, part meditation on the nature of consciousness and the brain, and part manifesto. Throughout the book Battro combines the highest standards of scientific scholarship with a warmth and humanity that guide the reader through the intricacies of brain surgery, neuronal architecture and the application of the latest information technology in education, in a way that is accessible and engaging as well as making a significant contribution to the current scientific literature. Half A Brain Is Enough will be compulsory reading for anyone who is interested in the ways we think and learn.

Fascinating and moving account of one boy's recovery and education following major brain surgery
Explores topics such as evolution of the brain, the way the brain works, consciousness, the use of computers in education
Complex science yet written in an engaging and accessible way will appeal to academics and professionals, as well as the general reader.

Ziehier de berichtgeving van TROUW:
In het boek ’Half a brain is enough’ beschrijft de arts Antonio Battro het geval van het jongetje Nico. Nico had heftige epileptische aanvallen in de rechterhersenhelft. Zo heftig, dat er voor zijn overleving niets anders op zat dan een ingrijpende hersenoperatie.
Nico was bij de operatie drie jaar en zeven maanden oud. Eerst werd zijn volledige slaapkwab weggehaald. Wat er van zijn rechterhersenhelft nog overbleef, werd losgesneden van de linkerhersenhelft en van de hersenstam. Dit deel werd niet verwijderd, maar functioneerde niet meer. Als volwassene zal hij het moeten doen met de helft van de normale 1400 gram hersenen.
Na de operatie kon Nico in eerste instantie niet lopen. Maar vijf jaar later rent en speelt hij vrij normaal, alleen een beetje trekkebenend. Wel beweegt zijn linkerarm moeilijk en ziet hij niks in de linkerhelft van zijn gezichtsveld. Met die relatief kleine handicaps kan hij echter goed omgaan. Maar dan het opmerkelijke: Nico’s cognitieve, sociale en emotionele vermogens verschillen niet wezenlijk van die van zijn leeftijdgenoten. Zijn talige vermogens –typisch een vermogen van de linkerhersenhelft– liggen zelfs ruim boven het gemiddelde.
De crux zit in het aanpassingsvermogen van Nico’s overgebleven hersenhelft. Hoe dat precies werkt, is nog onbekend. Specifieke training is wel essentieel. Vermogens die typisch worden geassocieerd met de weggehaalde rechterhersenhelft –onder andere wiskunde, beeldende kunst, muziek– zijn overgenomen door de overgebleven linkerhersenhelft. En hoewel Nico voor die vaardigheden geen speciale aanleg heeft, is hij er ook niet slechter in dan de gemiddelde leeftijdgenoot. Nico had het geluk dat hij op zo’n jonge leeftijd werd geopereerd. Dat beperkte zijn functieverlies nog enigszins.
Wereldwijd zijn er ongeveer honderd patiënten bij wie vanwege heftige epilepsie een hersenhelft is verwijderd. Ook de Duitser Philipp Dörr leed zo zwaar aan epilepsie dat artsen geen andere oplossing zagen dan het verwijderen van de rechterhelft van zijn grote hersenen. Dörr was bij de operatie al elf jaar. Net na de operatie waren alle functies die vroeger door de rechterhelft werden gedaan, verdwenen. Drie jaar revalideerde Dörr na de operatie in het ziekenhuis, een veel langere revalidatieperiode dan bij Nico. Maar ook bij de Duitser bleek de flexibiliteit van het brein verrassend groot.
Hoewel Dörr veel herinneringen mist uit de jaren vóór de operatie, bleken zijn intellectuele vaardigheden nauwelijks onder de verwijdering van de rechterhersenhelft te hebben geleden. Zijn IQ is normaal. Praten en schrijven kan hij nog steeds. Hij schaakt en leest romans. Alleen als zijn brein veel taken tegelijk moet verwerken, heeft hij daar duidelijk moeite mee.
Ja, je kunt dus leven met één hersenhelft. Wat trouwens niet betekent dat er geen functies verloren gaan, of dat we, zoals een hardnekkige mythe beweert, maar de helft of zelfs maar 10 procent van onze hersenen zouden gebruiken. Het betekent wel dat de flexibiliteit van onze hersenen groter is dan we lang hebben gedacht.

wikipedia en Espagnol


see also Awakenings
LT
De Armeense genocide: een obstakel voor Turkije?
Edited: 200609280902
De genocide (Armeense kwestie) staat voor de moorden op ca. één miljoen Armeniërs, die in 1915-1917 gepleegd werden in het Ottomaanse Rijk ten tijde van het regime van de Jonge Turken. Westerse historici, alsmede verschillende Turkse historici, o.a. Taner Akçam, Fatma Muge Gocek en Halil Berktay, zijn het over het algemeen eens dat er een genocide was. Anderen houden het bij een deportatie, waarbij nog vaak een etnische zuivering wordt erkend. Turkije ontkent de genocide en tracht internationaal de erkenning ervan tegen te houden. Een aantal wetenschappers stelt dat te weinig bewijs is gevonden. In 1919 stelde het Britse ministerie van BuZ: "Er is niet één Turk die kan begrijpen dat een Turk opgehangen moet worden omdat hij christenen heeft vermoord."
Zolang deze kwestie niet is uitgeklaard, vormt zij naar onze mening een obstakel voor de toetreding van Turkije tot de EU. Het gaat toch niet op dat aan de conferentietafel het ene land - met name Duitsland - een open politiek voert inzake de holocaust en dat het andere land - Turkije - geen verantwoordelijkheid zou willen dragen voor een genocide. Een tijdsverschil van 25 jaar betekent immers niets in de historie van naties.
Het lijkt ons terecht dat de natie als structuur en niet het volk die verantwoordelijkheid op zich neemt.
HASQUIN Hervé
21 augustus 2005: Le Soir: Hervé Hasquin verdedigt zijn heteroseksualiteit
Edited: 200508210987
"Il n’y a pas de développement de l’humanité sans conjonction de l’homme et de la femme. Je revendique haut et fort mon hétérosexualité. Ce qui, dans l’ambiance du moment, me paraît parfois nécessaire. Il faut pouvoir s’affirmer. Sans complexe. Et je le fais parce que je n’aime pas les atmosphères de décadence comme celle de l’Empire romain."

Vertaald: "Er is geen ontwikkeling in de mensheid zonder het verbond tussen man en vrouw. Ik claim met klem mijn heteroseksualiteit. Wat mij, gegeven het klimaat van deze tijd, soms nodig lijkt. Men moet ergens voor durven staan. Zonder complexen. En ik doe het omdat ik niet houd van een klimaat van decadentie zoals in het Romeinse Rijk."

bron: wiki (201801070312)
4 februari 2005: Tentoonstelling Het geheugen van Congo. De koloniale tijd.
Edited: 200502040900
de tentoonstelling in het KMMA loopt tot 9 oktober 2005.
4 februari 2005: Tentoonstelling Het geheugen van Congo. De koloniale tijd.
Edited: 200502040900
de tentoonstelling in het KMMA loopt tot 9 oktober 2005.
STOX Yves
Een paradoxale scheiding De laïcité van de Staat in de Belgische Grondwet
Edited: 200412320001
jura falconis, jg 41, 2004-2005, nr 1, p. 37-62

Een paradoxale scheiding
De laïcité van de Staat in de Belgische Grondwet
Yves Stox
Onder wetenschappelijk begeleiding van Prof. Dr. A. Alen en F. Judo
VOORWOORD
De Belgische Grondwet bevat met de artikels 20, 21, 22 en 181 een uitgebalanceerd systeem inzake de verhouding Kerk-Staat. Deze bepalingen werden nooit aangepast en zijn een toonbeeld van de degelijkheid van de oorspronkelijke grondwet uit 1831. De huidige laatmoderne maatschappij verschilt echter sterk van de 19e eeuwse maatschappij. Terwijl de culturele diversiteit en de religieuze heterogeniteit[1] gegroeid zijn, zijn de grondwettelijke bepalingen echter onveranderd gebleven.
De verklaring tot herziening van de Grondwet van 9 april 2003 werd door de Mouvement Réformateur aangegrepen om een strikte scheiding tussen Kerk en Staat in art. 1 G.W. op te nemen. Het voorstel werd weliswaar niet aanvaard, maar vormt de ideale aanleiding om, na een inleidende ideeëngeschiedenis, de verhouding tussen Kerk en Staat in België opnieuw voor het voetlicht te brengen. Aangezien in de “Verantwoording” van het eerste amendement bij het “Ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet” uitdrukkelijk verwezen wordt naar Frankrijk, komt vanzelfsprekend ook de verhouding tussen Kerk en Staat bij onze zuiderburen aan bod. Vervolgens wordt het voorstel van de Mouvement Réformateur getoetst aan het juridische kader. Tenslotte wordt een alternatief voorstel onderzocht, namelijk de mogelijkheid van een concordaat.
1. INLEIDENDE IDEEËNGESCHIEDENIS
Op 22 en 23 februari 2003 hield de Mouvement Réformateur in Louvain-la-Neuve een congres met als titel “Engagement citoyen”. De werkgroep “Citoyenneté et Démocratie” van dit congres wees op de waardevolheid van het pluralisme. De maatschappij is een geheel van individuen en elk individu kan zijn eigen opvatting van het “goede leven” kiezen. De overheid dringt de individuen geen opvatting op, maar biedt enkel de mogelijkheid om door een democratisch debat consensus te bereiken. De overheid kan echter deze rol enkel vervullen indien alle burgers de politieke conceptie accepteren die de overheidsinstellingen beheerst. Daarom stelde de werkgroep voor om in de Grondwet de principes te bepalen die de door de overheid erkende organisaties of financieel ondersteunde partijen moeten respecteren.[2] Dergelijk voorstel kan een verregaande invloed hebben op het systeem van erkende erediensten.
Dezelfde politieke filosofie zet de Mouvement Réformateur ertoe aan om de laïcité van de overheid in de Grondwet op te laten nemen. De overheid mag geen religie of filosofische stroming begunstigen, maar moet de meningsvrijheid garanderen aan al haar burgers. Het principe van laïcité houdt in dat de overheid vanuit een dominante positie een gelijke, maar afstandelijke houding aanneemt ten opzichte van alle religies en filosofische overtuigingen: “(Le principe de la laïcité) ne signifie pas que l’Etat privilégie un courant philosophique ou religieux par rapport à un autre. Au contraire, la laïcité de l’Etat est une garantie de pluralisme des convictions philosophiques et religieuses. C’est l’autorité de l’Etat, supérieure à toute autre autorité, qui fait respecter la liberté de pensée et donc de conviction philosophique et religieuse au bénéfice de tous les citoyens. La laïcité de l’Etat, c’est l’Etat équidistant à l’égard de toutes les religions ou convictions philosophiques.”[3]
Het mag dan ook niet verwonderen dat de heer Maingain (FDF/MR) in de Kamer[4] en de heren Roelants de Vivier (MR) en Monfils (MR) in de Senaat[5] het Ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet van de regering op identieke wijze trachtten te amenderen. Dit “humanisme démocratique” maakte ondanks de verwerping van het amendement deel uit van het programma van de MR voor de verkiezingen van 18 mei 2003[6].
2. VERHOUDING TUSSEN KERK EN STAAT
De verhouding tussen Kerk en Staat heeft betrekking op de relaties tussen de verschillende religieuze en levensbeschouwelijke gemeenschappen en hun leden enerzijds en de overheid anderzijds, alsook op de regelgeving die deze relaties beheerst.[7] Hierbij moet opgemerkt worden dat het begrip ‘Kerk’ niet enkel verwijst naar de christelijke godsdiensten, maar ook andere confessies en zelfs niet-confessionele levensbeschouwingen.[8] Het Belgische interne recht hanteert niet het begrip ‘Kerk’, maar wel de begrippen ‘eredienst/culte’ en ‘niet-confessionele levensbeschouwing’. ‘Eredienst’ werd door de auteurs van de Pandectes belges beschouwd als “l’hommage rendu par l’homme à la Divinité”, waarbij vooral “l’exercice public d’une religion” benadrukt wordt.[9] Steeds zal de rechter in concreto nagaan of het om een eredienst gaat.[10] De niet-confessionele levensbeschouwing werd pas in 1993 in de Grondwet opgenomen in het financieel getinte art. 181. Het onderscheid lijkt vooral een historisch karakter te zijn. Men kan zich immers vragen stellen bij de zinvolheid van het hanteren van een al te rigide onderscheid tussen ‘eredienst/culte’ en ‘niet-confessionele levensbeschouwing’.
De houding die de overheid aanneemt ten aanzien van de verschillende levensbeschouwingen is onderhevig aan de gehanteerde politieke opvattingen. Deze houding kan resulteren in een confessioneel systeem, een laïcaal systeem of een mengvorm waarbij samenwerking centraal staat.[11] Deze onderverdeling is archetypisch en moet gerelativeerd worden.
Ten eerste kan de overheid het beginsel van eenheid gebruiken. Zowel de volledige afwezigheid van religieuze neutraliteit is mogelijk, als de positieve religieuze neutraliteit zijn mogelijk. In het eerste geval heeft ofwel de staatsoverheid een overwicht op de religieuze overheid, ofwel de religieuze overheid een overwicht op de staatsoverheid. Soms wordt deze vorm gemilderd door de oprichting van nationale kerken en spreekt men van formeel confessionalisme. In het tweede geval ontstaat een ongelijke behandeling tussen de verschillende erediensten die aanwezig zijn in een bepaalde staat door een systeem van erkenning van erediensten. De positieve religieuze neutraliteit kan men niet alleen in België terugvinden, maar ook in Frankrijk.[12]
Ten tweede kan de overheid het beginsel van scheiding gebruiken. De staat zal zich actief verzetten tegen religieuze groeperingen of zich totaal onthouden. Deze religieuze onverschilligheid beheerst Frankrijk, uitgezonderd Alsace-Moselle.[13]
Ten derde kan een samenwerking ontstaan tussen de staat en de religieuze groeperingen door een systeem van overeenkomsten en verdragen (concordaten), die de belangen van de laatste behartigen. Dit samenwerkingsmodel kan variëren van het beginsel van eenheid tot het beginsel van eerder scheiding zoals in België.[14]
Volgens Ferrari is deze driedeling verouderd. De formele aspecten in de verhouding tussen Kerk en Staat worden te sterk benadrukt, terwijl de inhoudelijke aspecten niet voldoende aan bod kunnen komen.[15] Vandaar dat zowel België als Frankrijk bij twee van de drie systemen ondergebracht kunnen worden. De onderverdeling die op het eerste zicht zeer duidelijk lijkt, blijkt tegenstrijdigheden te generen.
3. VERHOUDING TUSSEN KERK EN STAAT IN BELGIË
3.1. DE GRONDWETTELIJKE POSITIE VAN DE EREDIENSTEN IN BELGIË
3.1.1. Discussie in het Nationaal Congres
In het Zuiden van Koninkrijk der Nederlanden ontstonden er twee oppositiebewegingen. De katholieke oppositie verzette zich tegen de godsdienst- en schoolpolitiek van Willem I. De liberale oppositie ijverde voor een parlementair regime, een rechtstreeks verkozen wetgevende macht, het principe van de ministeriële verantwoordelijkheid en de erkenning van een aantal vrijheden, waaronder de godsdienstvrijheid en de vrijheid van onderwijs. Rond aartsbisschop de Méan was een handvol mensen werkzaam die zochten naar een oplossing voor de gespannen houding tussen Kerk en Staat in de Nederlanden, “de School van Mechelen”. Deze groep vertrok van de theologische opvatting dat God niet twee Machten kan hebben ingesteld die tegenstrijdig waren met elkaar. De Kerk en Staat behoorden in de Nederlanden dus niet gescheiden te zijn, maar er moest een zekere band zijn tussen beiden. De Staat zou effectief moeten waken over het behoud van de cultusvrijheid en zo de cultussen beschermen.[16] De clerus zou ook een wedde moeten krijgen, die als een vergoeding werd beschouwd voor de aangeslagen goederen tijdens de Franse Revolutie.[17] Vanaf 1827 groeiden beide oppositiebewegingen naar elkaar toe en in 1828 was “de Unie der opposities” – het zogenaamde “monsterverbond” – een feit. Oorspronkelijk was slechts een kleine meerderheid voorstander van een afscheuring. Onder invloed van de Juli-revolutie in Parijs op 27 juli 1830 werden de gemoederen opgezweept en de beroerten in Brussel leidden tot dat wat niemand had verwacht, een politieke revolutie.[18]
Nadat het Voorlopig Bewind de onafhankelijkheid van België had uitgeroepen, vatte men aan met de uitbouw van de nieuwbakken staat. Het opstellen van een grondwet was één van de belangrijkste bekommernissen. Een commissie onder leiding van baron de Gerlache redigeerde een ontwerp van grondwet en de Belgen verkozen een grondwetgevende vergadering, het Nationaal Congres. In november 1830 verscheen in Leuven een anonieme brochure[19] van “de School van Mechelen”. Er stond te lezen dat de Grondwet de godsdienstvrijheid onaantastbaar moest maken. Tevens moest de vrijheid van eredienst gegarandeerd worden. Ook kwam men op voor de vrijheid van de cultus: alleen individuen mogen worden vervolgd indien ze in het kader van een cultus de publieke orde verstoren of strafbare feiten plegen. Daarenboven werd gepleit voor een gewaarborgde vrijheid van onderwijs en voor het beginsel van niet-inmenging in kerkelijke aangelegenheden, onder andere denkend aan de briefwisseling tussen de clerus en de Heilige Stoel. Bovendien werd een wedde voor clerici noodzakelijk geacht; deze wedde werd beschouwd als een rechtvaardige compensatie voor de inbeslagname van kerkelijke goederen. Op 17 december 1830 werd in het Nationaal Congres, waarin de meerderheid bestond uit katholieken, een brief voorgelezen van aartsbisschop de Méan, waarin hij de stellingnamen van de anonieme brochure diplomatisch parafraseerde. Toen het debat in het Nationaal Congres op 21 december 1830 aanving, werd al snel duidelijk dat de vrijheden niet alleen ten aanzien van het katholicisme zouden kunnen gelden, maar ook ten aanzien van de minderheidsgodsdiensten. De niet-confessionele levensbeschouwing kwam echter helemaal nog niet aan bod. Het ontwikkelde systeem van vrijheid zou echter vooral de katholieke godsdienst ten goede komen. De ruimdenkendheid van de katholieken had dus eigenlijk weinig om het lijf. De verspreiding van de andere godsdiensten was immers uiterst minimaal.Het is interessant om de uiteindelijke tekst van de Grondwet te vergelijken met de door de Méan voorgestelde tekst: de wensen van de aartsbisschop werden in grote mate ingewilligd door het Nationaal Congres.[20]
Zowel de katholieken als de liberalen deden bij het opstellen van de Grondwet toegevingen. De afschaffing van het capaciteitskiesrecht en de voorrang van het burgerlijk op het kerkelijk huwelijk zijn de voornaamste toegevingen langs katholieke zijde.[21] De liberalen aanvaardden dan weer de vrijheid van eredienst, de staatswedde voor de bedienaars van de eredienst en een staatstoelage voor onderhoud en oprichting van bidhuizen. Ook de vrijheid van onderwijs werd erkend.[22]
De eensgezindheid tussen liberalen en katholieken bleek echter bijzonder broos. Reeds op 22 december viel de liberaal Defacqz het ontwikkelde systeem van vrijheid aan. Hij pleitte voor een overwicht van de Staat op de Kerk “parce que la loi civile étant faite dans l’intérêt de tous, elle doit l’importer sus ce qui n’est que de l’intérêt de quelques-uns”. Door zijn scherp verzet werpt Defacqz een helder licht op sommige van de katholieke drijfveren. Het bleef echter een kleine minderheid van combatieve anti-katholieke liberalen die oppositie voerde. [23] Uiteindelijk aanvaarde het Nationaal Congres de vrijheid van eredienst en een bijzondere scheiding tussen Kerk en Staat.[24] [25]
3.1.2. Godsdienstvrijheid in de Belgische Grondwet
a. Art 19 G.W.
Dit artikel beschermt een aantal facetten van de godsdienstvrijheid. In de eerste plaats wordt de vrijheid van eredienst sensu stricto beschermd. Deze vrijheid moet ruim worden opgevat. Niet alleen het behoren tot een geloofsovertuiging, maar ook de overgang van het ene geloof naar het andere wordt beschermd. De term ‘eredienst/culte’ toont aan dat men vooral aandacht had voor externe aspecten. Een duidelijke definitie van ‘eredienst/culte’ is niet voorhanden, al heeft men dat wel betracht.[26] Het meest belangwekkende element is zeker en vast de uitwendig en publieke manifestatie van religieuze gevoelens.[27]
In de tweede plaats wordt de vrije openbare uitoefening door de Grondwet gewaarborgd. Art. 26, tweede lid bepaald echter dat bijeenkomsten in de open lucht aan de politiewetten onderworpen blijven. Dit artikel wordt door het Hof van Cassatie geïnterpreteerd als een algemeen beginsel dat toegepast kan worden op alle rechten en vrijheden zodra die op openbare wegen en pleinen worden uitgeoefend, zodat preventieve maatregelen mogelijk zijn. De Raad van State is een andere mening toegedaan en vindt dat, behalve voor vergaderingen in open lucht de Grondwet preventieve maatregelen verbiedt. Dit verbod geldt ook voor de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van eredienst indien deze vrijheden op een openbare plaats uitgeoefend zouden worden.[28]
In de derde plaats waarborgt de art. 20 de vrijheid van meningsuiting, een recht dat ontegensprekelijk raakvlakken vertoont met de vrijheid van eredienst.
In de vierde plaats worden de grenzen van de godsdienstvrijheid in het laatste lid van art. 20 afgebakend. De vrijheden gelden enkel behoudens bestraffing van de misdrijven die ter gelegenheid van het gebruikmaken van die vrijheden worden gepleegd. Zo wordt het risico vergroot dat een conflict kan ontstaan tussen aspecten van een religieus systeem en de regels die behoren tot de openbare orde van de overheid indien het gedachtegoed van dat religieus systeem afwijken van het waardepatroon van de maatschappij.[29] Ofwel geeft de overheid dan de rechter de mogelijkheid om de grondrechten ten opzichte van elkaar af te wegen, ofwel acht de overheid bepaalde waarden zo belangrijk dat het strafrecht de afdwingbaarheid van deze waarden veilig moet stellen en zo de discussie eenzijdig te beëindigen.[30]
b. Art. 20 G.W.
De negatieve formulering van deze bepaling toont dat de positieve en de negatieve godsdienstvrijheid – het verbod van dwang om zich te bekennen tot een bepaalde levensbeschouwing – onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Sinds oudsher worden in de rechtsleer een aantal concrete situaties gedetailleerd bestudeerd, dat is echter niet het onderwerp van deze studie.[31]
c. Art. 21 G.W.
Terwijl in art. 19 en 20 de godsdienstvrijheid – met een positief en een negatief aspect –abstract geformuleerd wordt, krijgt in art 21 de godsdienstvrijheid inhoudelijk gestalte. Het biedt religies de vrijheid om zich intern te organiseren zoals zij dat wensen. Deze vrijheid omvat drie concrete aspecten. Ten eerste heeft de Staat niet het recht zich te bemoeien met de benoeming of de installatie van de bedienaren van enige eredienst. Ten tweede de mogelijkheid voor bedienaars van de eredienst om vrij briefwisseling te houden met hun overheid. Ten slotte wordt ook gegarandeerd dat de akten van de kerkelijke overheid openbaar mogen worden gemaakt, maar met behoud van de gewone aansprakelijkheid inzake drukpers en openbaarmaking.[32]
Vrijheid van eredienst betekent dus niet alleen de eerbied voor de individuele overtuiging, maar ook het erkennen van de gemeenschapsvormen van een gelovige overtuiging. Het was mogelijk dat de Belgische grondwetgever zich enkel zou beperkt hebben tot de individuele vrijheid en –zoals in Frankrijk – zich niet ingelaten zou hebben met collectieve vormen. In België bezitten echter ook religieuze genootschappen over eigen fundamentele rechten.[33] Daar vloeit niet uit voort dat de overheid geen enkele vorm van controle mag uitoefenen.[34] Wel vloeit hier uit voort dat de profane rechter geen uitspraak mag doen over theologische vraagstukken. Toch kan men een evolutie vaststellen waarbij seculiere rechters zich meer en meer inmengen, ten nadele van de autonomie van religieuze organisaties.[35]
d. Art. 181 G.W.
Art. 181 is het laatste grondwetsartikel dat rechtsreeks van toepassing op de verhouding tussen Kerk en Staat en organiseert de financiering van de erediensten. Katholieke auteurs beschouwden de staatsbezoldiging van bedienaars van de eredienst als compensatie van de tijdens de Franse Revolutie genaaste kerkelijke goederen.[36] Liberale auteurs benadrukten vooral het sociale nut van de eredienst aan de bevolking.[37] Indien het sociale nut benadrukt wordt, dient de bedienaar van de eredienst de opgedragen taak werkelijk waar te nemen.[38] Door de grondwetsherziening van 1993 kreeg art. 181 een tweede lid, waardoor ook “morele lekenconsulenten” in aanmerking komen voor een staatswedde. Deze uitbreiding is weliswaar juridisch overbodig opdat de Staat lekenconsulenten een wedde zou kunnen toekennen, maar deze grondwettelijke erkenning benadrukt de maatschappelijke waarde van de vrijzinnigheid.[39]
Niet elke eredienst verkrijgt echter dergelijke financiering, art. 181, lid 1 geldt enkel en alleen voor de bedienaars van de erkende erediensten. De erkenning als eredienst van een geloofsovertuiging is niet steeds even vanzelfsprekend en heeft een aantal belangrijke rechtsgevolgen.
3.2. DE ERKENDE EN DE NIET-ERKENDE EREDIENSTEN
Het Nationaal Congres wou in de Grondwet geen privileges ten voordele van een eredienst toekennen, alle erediensten worden op voet van gelijkheid beschouwd. Ondanks deze principiële gelijkwaardigheid van alle erediensten zijn sommige erediensten door de overheid erkend. Deze erkenning is noodzakelijk opdat de bedienaars van de eredienst bezoldigd zouden worden door de overheid. Het Belgische systeem lijkt water en vuur met elkaar te willen verzoenen: er is een systeem van absolute gelijkheid tussen alle maatschappelijk aanvaarde godsdiensten, met een systeem van privileges voor de erkende erediensten.[40]
De erkenning gebeurt door of krachtens de wet. De wetgever moet zich hierbij onthouden van elk waardeoordeel en mag zich enkel laten leiden door de vraag of de bewuste eredienst aan de godsdienstige behoeften van (een deel van) de bevolking beantwoordt.[41] Bij de evaluatie dienen de grote christelijke kerken minstens impliciets als toetssteen. Schijnbaar atypische kenmerken van andere religies worden daardoor vaak negatief ingeschat, waardoor de erkenning niet plaatsvindt.[42]
De erkenning brengt ontegensprekelijk belangrijke voordelen met zich mee. Niet alleen verkrijgen de bedienaars van deze erediensten een wedde en nadien een pensioen, maar ook wordt de rechtspersoonlijkheid toegekend aan de openbare instellingen die zijn belast met het beheer van de goederen die voor de eredienst zijn bestemd.[43] Erediensten die niet erkend zijn mogen dan al genieten van de grondwettelijk beschermde godsdienstvrijheid, zij moeten echter een beroep doen op de vzw-techniek om rechtspersoonlijkheid te verwerven.[44]
Ook aan gemeenten en provincies worden, respectievelijk in de Gemeentewet en in de Provinciewet, verplichtingen opgelegd te voordele van de erkende erediensten. Een eerste reeks bepalingen zijn ten voordele van de bedienaars van de eredienst. Zij hebben betrekking op de huisvesting van de bedienaar van de eredienst. Een tweede reeks bepalingen handelen over het beheer van de goederen van de erkende erediensten. Zo worden financiële tekorten aangezuiverd en ontvangt men financiële steun voor de groeve herstellingen aan of de bouw van gebouwen bestemd voor de eredienst. Daarnaast zijn er nog een aantal suppletieve bepalingen in verband met aalmoezeniers in het leger en in de gevangenissen, zendtijd op de openbare omroep en de organisatie van godsdienstonderricht.[45]
De erkenning van bepaalde erediensten en de daar uit voortvloeiende toekenning van een aantal voordelen is een afwijking van het “beginsel van de gelijke behandeling van alle erediensten”. Toch neemt men aan dat het toekennen van voordelen aan erkende erediensten hieraan geen afbreuk doet. De Belgische grondwetgever beoogde immers geen absolute gelijkheid. Indien de overheid de steun zou beperken tot slechts één eredienst, dan zou men wel kunnen spreken van een inbreuk op het gelijkheidsbeginsel.[46] Het lijkt wel alsof er zich door de tijd heen een bijzondere vorm van het gelijkheidsbeginsel ontwikkeld heeft, waarop de ondertussen klassieke criteria van het Arbitragehof niet van toepassing zijn.
3.3. DE BURGERLIJKE RECHTER IN KERKELIJKE AANGELEGENHEDEN
3.3.1. Problematiek
De fundamentele regels die de verhouding regelen tussen de Belgische Staat en de Kerk kunnen we terugvinden in art. 19, 20, 21, 181 G.W.[47], maar ondanks de vele jurisprudentie en juridische geschriften is de problematiek van de burgerlijke rechter die gevraag wordt om tussen te komen in kerkelijke aangelegenheden gebleven.[48]
Het staat buiten kijf dat art. 21 de hoeksteen vormt van deze problematiek. De Staat mag zich niet bemoeien met de benoeming of de afzetting van de bedienaren van de eredienst. Evenmin mag de burgerlijke rechter zich niet bevoegd verklaren om een religieuze dissidentie te beslechten, de orthodoxie van een stelling te beoordelen of religieuze motieven naar waarde te schatten.[49] De rechter kan zich dus enkel uitspreken over de formele procedure. Maar deze controle is echter niet eenduidig. Men kan variëren van een louter formele toetsing van een kerkelijke beslissing tot een kwalitatief beoordelen van de kerkelijke procedure aan de hand van algemene rechtsbeginselen.[50]
3.3.2. Een formele toetsing
Aanvankelijk is de burgerlijke overheid heel terughoudend. De hoven en rechtbanken beperken hun controle van de kerkelijke beslissingen tot een louter formele toetsing. De rechterlijke macht beperkt zich in zaken van benoeming of afzetting tot de vaststelling dat dit gebeurde door de bevoegde kerkelijke overheid, zonder hierbij de wettigheid van deze beslissing te onderzoeken. [51]
Men kan echter een onderscheid maken tussen twee soorten formele toetsing en zo een minimale wijziging in de rechtspraak – in de lijn der verwachtingen – waarnemen. In principe zal de rechter alleen nagaan of de benoeming van een opvolger door de bevoegde kerkelijke overheid is gebeurd. Geleidelijk gaan de hoven en rechtbanken ook controleren of de beslissing tot herroeping door een bevoegde kerkelijke overheid is genomen.[52] Meer dan een formele toetsing blijft echter uitgesloten.
3.3.3. Een controle van de interne procedure
Deze klassieke leer wordt ter discussie gesteld met het arrest van 5 juni 1967, geveld door het Hof van Beroep van Luik. Het hof bevestigt weliswaar de klassieke 19e eeuwse leer en stelt dat de rechter mag nagaan of een bepaalde beslissing door de bevoegde kerkelijke overheid werd genomen, maar voegt hieraan toe dat deze kerkelijke overheid in alle onafhankelijkheid kan handelen overeenkomstig de eigen regels.[53] Tegen het arrest werd cassatieberoep ingesteld, maar het Hof van Cassatie verwierp het beroep met het arrest van 25 september 1975.[54] Het Hof van Cassatie deed echter geen uitspraak over het respecteren van de eigen regels, maar wees een middel af dat gericht was tegen een ten overvloede gegeven motief.[55] Een impliciete evolutie heeft plaatsgevonden. De louter formele controle wordt namelijk uitgebreider geïnterpreteerd: er vindt nu ook een controle van de interne procedure plaats, maar zonder dat deze als zodanig gekwalificeerd wordt.[56] In de rechtsleer werd echter reeds eerder gepleit voor het respecteren van de eigen regels.[57]
3.3.4. Op zoek naar kwaliteitsgaranties voor procedureregels
Het Hof van Beroep van Bergen zet met het arrest van 8 januari 1993 een nieuwe stap. De rechter mag niet alleen nagaan of de kerkelijke overheid bij het nemen van een beslissing conform de eigen regels heeft gehandeld, maar mag ook oordelen of deze regels voldoende (procedurele) garanties bieden. Hierbij verwijst het Hof naar algemene rechtsbeginselen zoals het recht van verdediging en het beginsel van tegenspraak.[58] De rechter zou zich dus niet beperken tot een louter formele toetsing van de bestreden beslissing en de controle van de kerkelijke procedure, maar zou ook een kwaliteitscontrole uitvoeren op deze procedure.[59]
Tegen dat arrest wordt echter cassatieberoep ingesteld en met het arrest van 20 oktober 1994 verbreekt het Hof van Cassatie het arrest van het Hof van Beroep van Bergen.[60] De vrijheid van eredienst (art. 21 G.W.) laat niet toe dat de hoven en rechtbanken onderzoeken of de kerkelijke procedure voldoende waarborgen biedt. Het Hof zich weliswaar niet uit of de maxime patere legem quam ipse fecisti[61] van toepassing is, maar argumenteert “dat de benoeming en de afzetting van de bedienaren van een eredienst alleen maar door de bevoegde geestelijke overheid kunnen geschieden overeenkomstig de regels van de eredienst[62], en, anderzijds, dat de godsdienstige discipline en rechtsmacht op die bedienaren van de eredienst alleen door dezelfde overheid overeenkomstig dezelfde regels kunnen worden uitgeoefend”. Hof expliciteert niet in hoeverre de toepassing van “de regels van de eredienst” onderworpen kunnen worden aan profaan rechterlijke controle, maar suggereert in ieder geval de mogelijkheid.[63] Met het arrest van 3 juni 1999, in dezelfde zaak, herhaalt het Hof – in verenigde kamers – zichzelf.[64]
De twee arresten van het Hof van Cassatie hebben er niet voor kunnen zorgen dat het onweer is gaan liggen. Een minderheid in de rechtsleer stelt dat de arresten niets verandert hebben en verdedigt de traditionele leer. Een andere minderheid is voorstander van een kwaliteitscontrole. De tussenpositie, die focust op de vraag of de kerkelijke overheden de interne regels gerespecteerd hebben en de maxime patere legem quam ipse fecisti toepassen, lijkt echter het meest voor de hand liggend.[65] [66]
3.4. KWALIFICATIE
In de Grondwet wordt nergens de verhouding tussen de overheid en de erkende erediensten of niet-confessionele levensbeschouwingen gekwalificeerd. Tijdens de voorbereidende werken werd weliswaar geopperd dat de verhouding tussen Kerk en Staat als een totale, volledige en absolute scheiding aangeduid moest worden.[67] Deze scheiding is in de praktijk nooit gerealiseerd. Elementen die enerzijds een scheiding aanduiden zijn bijvoorbeeld de afwezigheid van een staatsgodsdienst, de niet-toepasselijkheid van het canoniek recht in burgerlijke zaken, de laïcisering van de openbare ambten en ambtenaren, de niet toekenning van rechtspersoonlijkheid aan kerkelijke verengingen. Anderzijds worden de erkende erediensten door de overheid gefinancierd, wat duidt op samenwerking.[68] De rechtsleer is zich bewust van deze dubbelzinnigheid. De meeste auteurs trachten dan ook allerlei begrippen in te voeren om deze dubbelzinnigheid te verwoorden. Soms heeft men het over een “onderlinge onafhankelijkheid”, een “gematigde scheiding”, een “positieve neutraliteit”, een “welwillende neutraliteit”, een “regime sui generis”, een “beschermde vrijheid” of een “genuanceerde scheiding”. In ieder geval kan men stellen dat de verhouding in België tussen Kerk en Staat niet bestaat in een absolute scheiding en dat België geen état laïc is.[69]
4. VERHOUDING TUSSEN KERK EN STAAT IN FRANKRIJK
In tegenstelling tot België, wordt in Frankrijk de verhouding tussen Kerk en Staat wel gekwalificeerd in de Grondwet van 1958. De huidige Grondwet is echter niet de eerste tekst waarin het fenomeen religie behandeld wordt. De eerste belangrijke wet is ontegensprekelijk die wet van 9 december 1905 concernant la séparation des Eglises et de l’Etat. Voor de eerste keer werd in Frankrijkun régime de liberté religieuse ingevoerd.[70] De kwalificatie laïque werd echter pas ingevoerd in de Grondwet van 1946, waarbijlaïcité gedefinieerd kan worden alsle principe de la séparation de la société civile et de la religion[71].
4.1. DE WET VAN 9 DECEMBER 1905 CONCERNANT LA SÉPARATION DES EGLISES ET DE L’ETAT : EEN LAÏCITÉ DE COMBAT[72]
Voor Koubi heeft de wet van 9 december 1905 elke pertinentie verloren. Sinds het begin van de 20e eeuw heeft het principe van de laïcité immers fundamentele veranderingen ondergaan.[73] [74] Niettemin achten een aantal auteurs het praktisch belang van art. 2, waarin Frankrijk beschreven wordt als een République indivisible, laïque, démocratique et sociale, van de huidige Grondwet onderworpen aan de lezing van de wet van 1905.[75] In ieder geval biedt een bespreking van deze wet een relevante historische inleiding tot de laïcité à la française.
Voordat de wet van 9 december 1905 aangenomen werd, bevonden de katholieke[76], de protestantse en de israëlitische eredienst zich als erkende eredienst in een bijzondere positie. De bedienaars van de eredienst werden bezoldigd door de overheid, die ook deelnam aan hun benoeming. Duguit deinst er niet voor terug om het te hebben over véritables services publics. De niet-erkende erediensten étaient soumis à un régime de police d’autant plus arbitraire.[77]
Duguit haalt twee kritieken aan op deze uitwerking van de verhouding tussen Kerk en Staat. Aan de ene kant zijn de niet-erkende erediensten zijn onderworpen aan een volstrekte willekeurig stelsel. Zij zouden het recht moeten hebben om vrij hun eredienst uit te oefenen. Het stelsel van de erkende erediensten is la négation même de principe de liberté religieuse et du principe de l’Etat laïque en voor de gelovigen un empiétement intolérable de prince sur le domaine de la conscience religieuse.Aan de andere kant schendt het stelsel van erkende van de erediensten het principe de liberté religieuse omdat burgers gedwongen worden om geld uit te geven aan religies die zij niet praktiseren.[78]
De aanhangers van het principe van delaïcité hebben zich op het einde van de 19e eeuwen en in het begin van de 20e eeuw zowel politiek als filosofisch krachtdadig geprofileerd.[79] De formulering van Duguit lijkt niet meer te zijn dan een abstrahering van de strijd die zich heeft afgespeeld. Delaïcitéfrançaiseheeft vorm gekregen in de strijd die gevoerd werd door de Overheid tegen voornamelijk de katholieke Kerk.[80] De laïcité is in de eerste plaats en strijd geweest tegen het triomferende klerikalisme van de 19e eeuw. Er ontstond een ware polemiek tussen cléricauxen laïcs, die gekenmerkt werd door een haast ongekende heftigheid. Toch was het de bedoeling van de Republiek om met de wet van 9 december 1905 een compromis mogelijk te maken en zo een séparation à l’amiable te creëren.[81]
Het doel van de wet van 9 december 1905 is om godsdienstvrijheid mogelijk te maken, waarbij aan elk individu de vrije uitoefening van zijn of haar eredienst wordt verzekerd (art. 1) Hiertoe wordt een volkomen neutraliteit van de Staat noodzakelijk geacht, zodat geen enkele eredienst erkend kan worden en geen enkele eredienst een bezoldiging of subsidiëring kan verkrijgen (art. 2). Naast de bepalingen in verband met de erkenning en subsidiëring van erediensten, kunnen nog vier andere categorieën onderscheiden worden. Een aantal bepalingen handelen over de gebouwen en voorwerpen van de eredienst. Ook de rechtsovergang van kerkelijke goederen komt aan bod. Hiertoe werd in een vierde categorie bepalingen deassociations cultuelles in het leven geroepen. Een vijfde categorie handelt over de politie van de erediensten.[82]
De katholieke Kerk verzette zich echter sterk tegen deze wet en weigerde om deassociations cultuelles op te richten, maar de overheid greep niet in en liet de katholieken toe om de gebouwen van de eredienst te gebruiken zonder dat die daartoe gerechtigd waren. Langzaam maar zeker ontstond een meer serene relatie tussen de katholieke Kerk en de Staat.[83]
4.2. DECONSTITUTIONALISATIE VAN DE LAÏCITÉ[84]
De kwalificatie laïque was ook in 1946 nog altijd erg beladen.[85] Toch werd in art 1 van de Grondwet van 1946 afgekondigd dat Frankrijk een“République indivisible, laïque, démocratique et sociale” is. In de Grondwet van 1958 werd in het huidige art. 1[86] daaraan toegevoegd dat “elle assure l’égalité devant la loi de tous les citoyens sans distinction d’origine, de race ou de religion. Elle respecte toutes les croyances”.[87] De laïcité heeft haar polemisch karakter verloren en maakt deel uit van de grote vrijheden aangezien de vrijheid van meningsuiting, de godsdienstvrijheid en de vrije uitoefening van een eredienst er door beschermd worden[88]; “juridiquement, la laïcité, c’est la neutralité religieuse de l’Etat”[89].
Het Franse constitutionele recht neemt de godsdienstvrijheid van het individu in ogenschouw en niet de collectieve godsdienstvrijheid.[90] Niet de individuele godsdienstvrijheid is problematisch, maar wel de collectieve uitoefening van de eredienst. De Republiek garandeert weliswaar het pluralisme, maar door haar jacobijnse en centralistische tendensen worden intermediaire lichamen, minderheden of etnische, culturele of religieuze gemeenschappen niet (h)erkend.[91]
4.3.UNE SÉPARATION BIEN TEMPÉRÉE
Toch is de verhouding tussen Kerk en Staat veel complexer en diffuser dan dewet van 9 december 1905 en Franse Grondwet doen vermoeden. De wet van 9 december 1905 kadert in een radicaal antiklerikalisme, terwijl de huidige evenwichtsituatie nog het best omschreven kan worden als une séparation bien tempérée.[92] Terwijl de wet van 9 december 1905 de emanatie is van “la conception idéologique ou négative de la laïcité” bekrachtigen de grondwetten van 1946 en 1958 “la conception juridique ou positive de la laïcité”.[93]
Regelmatige en permanente subsidiëring van erediensten mag dan al niet mogelijk zijn (art. 2 van de wet van 9 december 1905). Toch kan de Franse staat activiteiten subsidiëren die plaatsvinden in een confessioneel kader, maar die van algemene aard zijn (bijvoorbeeld ziekenhuizen, liefdadigheidsinstellingen, enz.). De Franse overheid moet eveneens bepaalde religieuze diensten rechtstreeks ten laste nemen (bijvoorbeeld aalmoezeniers in openbare instellingen, tehuizen en gevangenissen). Vanzelfsprekend moet de Franse overheid ook instaan voor de bezoldiging van de bedienaars van erediensten wanneer zij diensten verstrekken aan de overheid (bijvoorbeeld gemeentesecretaris, enz.). Priesters en geestelijken kunnen ook beroep doen op sociale zekerheid.[94]
Een opmerkelijk kenmerk van de laïcité in Frankrijk is dat de scheiding tussen Kerk en Staat nooit volledig en rigide is geweest. De Republiek heeft steeds een welwillende neutraliteit aan de dag gelegd. Zelfs in 1905 waren er betrekkingen tussen de Republiek en de kerken.[95]
5. VOORSTEL MAINGAIN (FDF/MR)
5.1. EXEGESE
De opstellers van amendement nr. 2 lijken aan alles te hebben gedacht. Zij schetsen niet alleen de (rechts)historische aanknopingspunten van het principe van delaïcité, maar passen het beginsel ook toe en geven de gevolgen aan van de opname in de Grondwet. Niettemin staat de verantwoording bol van contradicties.
Met de eerste zin geven de auteurs de oorsprong aan de verhouding tussen Kerk en Staat in Frankrijk, “de doorslaggevende rol van de Staat ligt aan de oorsprong van de Franse laïciteit”. De auteurs onderscheiden drie etappes in “(de wens van de politieke overheid om) de individuen en de geledingen van het maatschappelijk leven te onttrekken aan de greep van de Katholieke Kerk”. De eerste etappe is blijkbaar niet de Franse Revolutie, die nochtans door Boyer als een ommekeer beschouwd wordt[96], maar hetrégime concordatairevan Napoleon. Het Concordaat van 1802 herbevestigt echter de belangrijke positie van de Katholieke Kerk in Frankrijk, al tonen deArticles organiquesdie Napoleon unilateraal toevoegde duidelijk de macht die de overheid uitoefende. De tweede etappe wordt volgens de auteurs gevormd door “de schoolwetten van de jaren 1880 die een cursus niet-confessionele moraal organiseren”. Onderwijsvrijheid en levensbeschouwelijke vrijheid zijn weliswaar nauw bij elkaar betrokken, maar gedurende de gehele 19e eeuw zou het concordatair regime verder blijven bestaan. Daaraan komt pas een einde met de wet van 9 december 1905concernant laséparation des Eglises et de l’Etat. Deze wet vormt dan ook de derde stap, die culmineert in de Grondwet van 1958: “la France est une République indivisible, laïque, démocratique et sociale”. De volstrekte scheiding tussen Kerk en Staat was een feit. Volgens Boyer waren het echter “les radicaux qui avaient fait de l’anticléricalisme un combat et un programme espéraient arracher à l’Eglise son pouvoir politique, matériel et même spirituel”[97].
De leden van het Nationaal Congres waren volgens de auteurs vrij godsdienstig en verkozen daardoor een liberale oplossing boven het sluiten van een concordaat met de Heilige Stoel. De formulering lijkt aan te geven dat de auteurs eenrégime concordataireverkiezen boven de vooruitstrevende en innovatieve oplossing van het Nationaal Congres.
De auteurs willen niet meer of minder dan de omzetting van het beginsel van de laïcité in de Belgische Grondwet. Ze zijn zich echter bewust van de bijzondere kenmerken van ons grondwettelijk systeem. Toch zou hun voorstel aansluiten bij het opzet van de Grondwet zoals zij door het Nationaal Congres werd geconcipieerd. Het Franse en Belgische systeem verschillen echter formeel helemaal van elkaar. De Franse wet van 9 december 1905 concernant la séparation des Eglises et de l’Etat is tot stand gekomen in een sfeer van antiklerikalisme, terwijl het Nationaal Congres een meer uitgebalanceerd en pragmatisch systeem ontwikkelde. Deze misvatting kan wellicht verklaard worden doordag het Belgische systeem geheel foutief beschouwd wordt als gebaseerd op “het principe van de wederzijdse niet-inmenging tussen de Staat en de (…) erkende en vertegenwoordigde kerken”. Een aantal elementen duiden weliswaar een scheiding aan, terwijl andere elementen dan weer de samenwerking benadrukken.
De auteurs geven in hun historische schets geven aan dat het Franse en het Belgische systeem van verhouding tussen Kerk en Staat een heel andere ontstaansgeschiedenis kennen en daardoor helemaal van elkaar verschillen. Even later poneren ze dat de omzetting van de laïcité geen problemen stelt aangezien het voorstel aan zou sluiten bij het opzet van de Grondwet van 1830 (sic). In tegenstelling tot wat de auteurs beweren heeft de inschrijving van de laïcité heeft tot gevolg dat de grondwettelijke beginselen wat de betrekking tussen de religies en de overheid betreft in het gedrag komen. Daarenboven zijn ze uit het oog verloren dat de hedendaagse Franse rechtsleer een minder formalistisch uitgangspunt inneemt en de verhouding tussen Kerk en Staat beschrijft als une séparation bien tempérée.[98]
In de “Inleidende ideeëngeschiedenis” heb ik reeds aangegeven dat het principe van laïcité voor de MR inhoudt dat de overheid vanuit een dominante positie een gelijke, maar afstandelijke houding aanneemt ten opzichte van alle religies en filosofische overtuigingen.[99] Het gaat kortom om een laïcité de combat. Dergelijke visie is een uiting van een negatieve religieuze neutraliteit: vanuit een scheiding pur sang moet de overheid levensbeschouwelijk neutraal zijn.
De Belgische overheid moedigt echter de vrije ontwikkeling van religieuze en institutionele activiteiten aan, zonder de onafhankelijkheid te beknotten.[100] De overheid maakt een pluralisme van levensbeschouwelijke activiteiten op actieve wijze mogelijk en handelt dus vanuit een positieve religieuze neutraliteit.[101] De opname van de laïcité in de Grondwet zou dus wel degelijk een wijziging betekenen ten opzichte van het huidige regeling.
5.2. HYPOTHETISCHE UITWERKING
De vraag welke wijzigingen zich in concreto zullen voordoen is tot nu toe onbeantwoord gebleven. De bedoeling van dit onderdeel is dan ook kort aan te geven welke gevolgen de opname van de laïcité in de Grondwet, als een uiting van een negatieve religieuze neutraliteit, zal teweegbrengen.
Indien de laïcité in art. 1 G.W. de verwoording zou zijn van een algemeen principe, zullen de regelingen van art. 19, 20, 21 en 181 G.W. slechts uitzonderingen zijn en als zodanig niet meer constituerend voor de verhouding tussen Kerk en Staat. Naast deze indirecte wijziging van de grondwettelijke bepalingen worden een aanzienlijk aantal wettelijke bepalingen – bijna steeds ten voordele van de erkende erediensten – op de helling gezet.
De erkenning van erediensten is weliswaar tegengesteld aan de negatieve religieuze neutraliteit, maar is verankerd in de Grondwet. Art. 181 G.W. vermeldt de erkenning echter enkel indirect in verband met de financiering. De betaling van de wedden en de pensioenen van de bedienaren van de eredienst en de morele lekenconsulenten zal de enige overgebleven consequentie zijn van de erkenning.
De huisvesting van de bedienaars van de eredienst (art. 255, 12° Nieuwe Gemeentewet) , de aanzuivering van negatieve saldo’s door gemeenten en provincies (art. 255, 9° Nieuwe Gemeentewet en art. 69, 9° Provinciewet), de gratis zendtijd op de openbare omroep (radio en televisie) en de bijstand door aalmoezeniers en morele lekenconsulenten in gevangenissen en in het leger zijn uitingen van de positieve religieuze neutraliteit en zijn niet verenigbaar met gepropageerde laïcité. Ook de tussenkomst bij de bouw of het herstel van gebouwen bestemd voor de eredienst is problematisch, al zal de restauratie en onderhoudspremies voor beschermde monumenten een belangrijke indirecte financiering blijven. [102]
De rechtspersoonlijkheid van openbare instellingen die belast zijn met het beheer van tijdelijke goederen (bijvoorbeeld de kerkfabrieken) wordt wellicht niet op de helling gezet. Men zou immers een parallellisme kunnen vaststellen met de associations cultuelles van de Franse wet van 1905, die ook kaderde in een negatieve religieuze neutraliteit. Het godsdienstonderricht en het onderricht in de niet-confessionele moraal in het openbaar onderwijs staan ook haaks op het principe van de laïcité. De Schoolpactwet van 29 mei 1959 werd echter verankerd in art. 24 de G.W.[103] en zou dus ook een uitzondering vormen ten opzichte van art. 1 G.W.. Een doorgedreven uitvoering van het principe van de laïcité, geïnspireerd door een negatieve religieuze vrijheid zou dus verregaande gevolgen kunnen hebben. De welwillende houding van de overheid is immers niet alleen terug te vinden in de Grondwet, maar ook in vele andere wetten en wordt weerspiegeld in een dagdagelijkse pragmatische mentaliteit.
6. HET CONCORDAAT, GEEN ALTERNATIEF
In de wandelgangen van de Apostolische Nuntiatuur te Brussel gaan stemmen op die pleiten voor het sluiten van een Concordaat tussen de Heilige Stoel en België. Zij hebben zich blijkbaar laten inspireren door de reeks concordaten die de Heilige stoel heeft gesloten met landen uit het vroegere Oostblok[104] en zich laten aanmoedigen door L’Osservatore Romano, waarin het verdrag van Lateranen tussen de Heilige Stoel en Italië (1929) beschouwd wordt als een modelverdrag voor andere concordaten[105]. Hier wil ik aantonen dat een dergelijk initiatief onverenigbaar is met de Belgische constitutionele rechtsorde en derhalve geen alternatief kan vormen voor het voorstel Maingain (FDF/MR).
6.1. DEFINITIE
Wagnon definieert een concordaat als “une convention conclue entre le pouvoir ecclésiastique (de Heilige Stoel[106]) et le pouvoir civil (de Staat) en vue de régler leurs rapports mutuels dans les multiples matières où ils sont appelés à se rencontrer. C’est un traité bilatéral, né de l’accord des volontés des deux parties, établissant une règle de droit qu’elles sont tenues en justice de maintenir et d’observer fidèlement.”[107] De reden waarom de Heilige Stoel graag concordaten sluit kunnen we ook terugvinden bij Wagnon. Deze vervolgt zijn definitie met: “(un concordat) est un acte solennel qui instaure entre les deux autorités appelées, à des titres divers, à régir les mêmes individus, un régime d’union, de concorde et de collaboration, hautement profitable non seulement aux sujets qui en bénéficient, mais encore à la religion tout comme à la société civile elle-même”.[108]Deze definitie ademt ontegensprekelijk de geest uit van het Rijke Roomse Leven, maar bevat niettemin een aantal meer dan waardevolle elementen. Het concordaat dat de eerste consul van de Republiek, Napoleon Bonaparte en paus Pius VII op 26 Messidor An IX (15 juli 1801) – Convention entre le Pape et le gouvernement français – kan getypeerd worden als “un traité diplomatique forgé par une modernité de laïcité naissante[109]”.Hoe het begrippenpaar “hautement profitable” ingevuld moet worden is dus niet altijd even duidelijk, het lijkt eerder een eventueel aangenaam gevolg te zijn dan een essentieel kenmerk. Wagnon definieert een concordaat niet als een internationaal verdrag. Nochtans kan men een concordaat als een internationaal verdrag kwalificeren. Art. 2, §1, al. a, Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht van 23 mei 1969 omschrijft een verdrag echter als “een internationale overeenkomst in geschrifte tussen Staten gesloten[110] en beheerst door het volkerenrecht (…)”. Gewoonterechtelijk wordt een verdrag echter gedefinieerd als elk akkoord dat gesloten wordt tussen twee of meer subjecten van het volkerenrecht, met de bedoeling rechtsgevolgen teweeg te brengen en dat beheerst wordt door het volkerenrecht.[111] Deze twee definities spreken elkaar niet tegen: art. 3, Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht van 23 mei 1969 duidt aan dat art. 2 slechts de werkingssfeer afbakent en vermeldt uitdrukkelijk de rechtskracht van internationale overeenkomsten gesloten tussen Staten en andere subjecten van volkerenrecht.[112] Een concordaat lijkt aan uiteindelijk beide definities te voldoen. Algemeen wordt immers aanvaard dat de Heilige Stoel volkenrechtelijke rechtspersoonlijkheid heeft.[113] Wagnon hoedt er zich echter voor om een concordaat als een internationaal verdrag te kwalificeren, al hebben een concordaat en een internationaal verdrag vanzelfsprekend veel met elkaar gemeen. De verschillen mogen dan al eerder theoretisch van aard zijn, voor Wagnon zijn ze onbetwistbaar. Een concordaat is namelijk een overeenkomst tussen een Staat en de Heilige Stoel, waarbij hetzelfde volk in ogenschouw genomen wordt. Een concordaat zou ook vooral gesloten worden met het oog op morele en religieuze belangen, niet met het oog op politieke en economische belangen.[114] De verschijnselen in onze wereld zijn echter slechte een flauwe afspiegeling van de Ideeën.
6.2. DE ONGRONDWETTELIJKHEID VAN EEN NIEUW CONCORDAAT
Toen op 24 september 1830 een administratieve commissie – reeds op 26 september omgevormd tot het Voorlopig Bewind – het bestuur van de afgescheiden provincies in handen nam, werd de Belgische Staat de facto gevormd. Wagnon stelt dat “(…) il faut nécessairement conclure à la cessation du concordat, sauf renouvellement de l’accord antérieurement en vigueur, soit par un arrangement semblable à celui de 1816-1817 entre Rome et La Haye, soit, plus simplement, en vertu d’une manière d’agir concluante du Saint-Siège et du gouvernement du nouvel Etat.” Het Voorlopig Bewind liet met het decreet van 16 oktober 1830 zelfs uitdrukkelijk verstaan het Concordaat van 1801 niet te willen heraanvatten. Door de godsdienstvrijheid in de Grondwet op te nemen (art. 19 en 20) heeft het Nationaal Congres impliciet aangegeven dat de Belgische Staat zich niet meer wil beroepen op de prerogatieven die het Concordaat van 1801 toekende aan de Franse Staat en dat het régime concordataire dus opgehouden heeft te bestaan.[115] De Raad van State heeft dit, wijzend op de onderlinge onafhankelijkheid van het burgerlijke en het kerkelijke gezag, in zijn adviespraktijk uitdrukkelijk bevestigd.[116] De verhoudingen en sommige afspraken tussen de overheid en de rooms katholieke Kerk zijn echter nog op het Concordaat van 1801 gebaseerd en soms wordt er zelfs nog in KB’s naar verwezen, terwijl de Articles organiques als wetten blijven voortbestaan voor zover zij niet onverenigbaar zijn met de Belgische grondwetsbeginselen.[117] Het sluiten van een concordaat zou dus een grondwetswijziging vereisen. Vervolgens zou de overheid gelijkaardige overeenkomsten moeten sluiten met andere (erkende) erediensten[118], zoniet zou men gewag kunnen maken van een ongeoorloofde discriminatie. Het sluiten van een concordaat, zonder een grondwetswijziging zou in ieder geval een schending van de Grondwet inhouden.
BESLUIT
De betekenis van de titel “Een paradoxale scheiding” zou nu volledig ontrafeld moeten zijn, niettemin is een verdere verduidelijking wellicht gewenst. Bij de bespreking van de verhouding tussen Kerk en Staat in België is gebleken de scheiding tussen beiden helemaal niet volledig is. Veel auteurs hebben deze verhouding trachten te kwalificeren en evenveel kwalificaties hebben het licht gezien. Steeds wordt dezelfde paradox in de rechtsleer blootgelegd: enerzijds wordt de godsdienstvrijheid benadrukt en worden alle erediensten als gelijk beschouwd, anderzijds heeft met een systeem van erkenning ontwikkelt met belangrijke financiële gevolgen. In Frankrijk is de verhouding tussen Kerk en Staat in grotere mate een uitgesproken scheiding.Ook het Voorstel Maingain wordt gekenmerkt door een paradox. Enerzijds vult men de verhouding tussen Kerk en Staat in vanuit een Frans geïnspireerde negatieve religieuze vrijheid en lijkt men eenlaïcité de combat te recreëren. Anderzijds zou naar eigen zeggen de voorgestelde grondwetswijziging aansluiten bij het opzet van het Nationaal Congres. Deze ongerijmdheid is slechts schijn. Men wil niet raken aan de bestaande bepalingen inzake de verhouding tussen Kerk en Staat en tegelijkertijd wil men een scheiding pur sang doorvoeren, waardoor uiteindelijk deze verhouding toch helemaal wijzigt. Een nog niet uitdrukkelijk geformuleerd voorstel om opnieuw een régime concordataire in te voeren is in het geheel niet verenigbaar met de Grondwet, van een paradox is er geen sprake.
[1] Zie U.S. DEPARTEMENT OF STATE – BUREAU OF DEMOCRACY, HUMAN RIGHTS AND LABOR, International Religious Freedom Report 2003: Belgium , http://www.state.gov/g/drl/rls/irf/2003/24346.htm, 21 februari 2004, Online: “The population is predominantly Roman Catholic. According to the 2001 Survey and Study of Religion, jointly conducted by a number of the country's universities and based on self-identification, approximately 47 percent of the population identify themselves as belonging to the Catholic Church. The Muslim population numbers approximately 364,000, and there are an estimated 380 mosques in the country. Protestants number between 125,000 and 140,000. The Greek and Russian Orthodox Churches have approximately 70,000 adherents. The Jewish population is estimated at between 45,000 and 55,000. The Anglican Church has approximately 10,800 members. The largest nonrecognized religions are Jehovah's Witnesses, with approximately 27,000 baptized members, and the Church of Jesus Christ of Latter-day Saints (Mormons), with approximately 3,000 members.” Zie ook DOBBELARE, K., ELCHARDUS, M., KERKHOFS, J., VOYE, L. en BAWIN-LEGROS, B., Verloren zekerheid. De Belgen en hun waarden, overtuigingen en houdingen, Tielt, Lannoo, 2000, 272 p.
[2] X, Congrès de Mouvement Réformateur “Engagement citoyen" – Citoyenneté et Démocratie, p 8-9.
[3] Ibid., p 6. Eigen (de)cursivering.
[4] Ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet – Amendementen, Parl. St. Kamer 2002-2003, nr. 50 2389/002.
[5] Ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet – Amendementen, Parl.St. Senaat, 2002-2003, nr. 50 2-1549/2.
[6] X, La vision et le programme des Réformateurs,http://www.mr.be/docs/du_coeur_a_l_ouvrage.pdf, 18 februari 2004, Online, 24.
[7] DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 5.
[8] ALEN, A., Handboek van het Belgische staatsrecht, Deurne, Kluwer,1995, 823.
[9] Pand. b., v° Cultes, nr. 1-2.
[10] MAST, A. en DUJARDIN, J., Overzicht van het Belgisch grondwettelijk recht, Gent, Story, 1985, 554.
[11] DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 17.
[12] DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 16 en voetnoot 45.
[13] Ibid., 16 en voetnoot 47.
[14] Ibid., 16 en voetnoot 48.
[15] FERRARI, S., “Church and State in Europe. Common Patters and Challenges”, in KIDERLEN, H.-J., TEMPEL, H., TORFS, R. (ed.), Which Relationships between Churches and the European Union? Thoughts for the future, Leuven, Peeters, 1995, 33.
[16]Deze leer week af van die van de veroordeelde Franse priester Lamennais, de vader van het liberaal-katholicisme, die door een algehele scheiding tussen Kerk en Staat de vrijheid wou verwerven. WAGNON, H., “Le Congrès national belge de 1830-1837 a-t-il établi la séparation de l’Eglise et de l’Etat”, in X (ed.), Etudes d’histoire du droit canonique dédiées à Gabriel Le Bras, I, Parijs, Sirey, 1965, 761.
[17] VAN GOETHEM, H., “Het beginsel van verdraagzaamheid in de Belgische grondwet: een historische duiding”, in UFSIA, CENTRUM GRONDSLAGEN VAN HET RECHT (ed.), Recht en verdraagzaamheid in de multiculturele samenleving, Antwerpen, Maklu, 1993, 39-41 enVAN GOETHEM, H., “L’église catholique et la liberté de religion et du culte en Belgique dans les constitutions de 1815 et 1831”, in VAN GOETHEM, H., WAELKENS, L., en BREUGELMANS, K. (ed.), Libertés, pluralisme et droit. Une approche historique, Brussel, Bruylant, 1995, 185-187.
[18] LUYCKX, T. en PLATEL, M., Politieke geschiedenis van België, I, Van 1789 tot 1944, Antwerpen, Kluwer, 1985, 40-53.
[19] X., Considérations sur la liberté religieuse par un unioniste, Leuven, Van Linthout, 1830, 24p.
[20] VAN GOETHEM, H., “Het beginsel van verdraagzaamheid in de Belgische grondwet: een historische duiding”, in UFSIA, CENTRUM GRONDSLAGEN VAN HET RECHT (ed.), Recht en verdraagzaamheid in de multiculturele samenleving, Antwerpen, Maklu, 1993, 42.
[21] De voorrang van het burgerlijk op het kerkelijk huwelijk lijkt wel degelijk te zijn gebruikt als pasmunt voor verregaande faciliteiten voor de erediensten. Zie AUBERT, R., “l' Eglise et l’Etat en Belgique du XIXe Siècle”, Res Publica 1968 (Spécial 2), 20-21.
[22] LUYCKX, T. en PLATEL, M., Politieke geschiedenis van België, I, Van 1789 tot 1944, Antwerpen, Kluwer, 1985, 53-54.
[23]VAN GOETHEM, H., “Het beginsel van verdraagzaamheid in de Belgische grondwet: een historische duiding”, inUFSIA, CENTRUM GRONDSLAGEN VAN HET RECHT (ed.), Recht en verdraagzaamheid in de multiculturele samenleving, Antwerpen, Maklu, 1993, 44-46.
[24] ALEN, A., Handboek van het Belgische staatsrecht, Deurne, Kluwer,1995, 817. Andere auteurs gewagen van een “onderlinge onafhankelijkheid van Kerk en Staat” of hebben het over een “gematigde scheiding”, een “positieve neutraliteit”, een “welwillende neutraliteit”, een “regime sui generis”, een “beschermde vrijheid” of een “genuanceerde scheiding” ZieDE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 34-35 en de verwijzingen aldaar (cf. infra).
[25] Ook buiten het Nationaal Congres was er onvrede. Laurent, Gents professor staatsrecht en liberaal, verdedigde de stelling dat alle macht bij de staat moet berusten. (BAERT, G., “Prof. François Laurent een eeuw later (1810-1887-1987)”, T.P.R. 1990, 87.) In Van Espen: étude historique sur l'église et l'état en Belgique behandelt Laurent de verhouding tussen Kerk en Staat. Laurent ziet in de ideeën van Van Espen over het appel du comme d’abus en de vergelijkbare rechtsfiguur van de recursus ad principem zijn thesis bevestigd over de soevereine macht van de Staat: de Staat mag niet dulden dat een andere macht wetten uitvaardigd, zelfs al zijn die slechts in geweten bindend. Hij vindt het betreurenswaardig dat het Nationaal Congres de (bijzondere) scheiding tussen Kerk en Staat heeft aanvaard, want daardoor heeft de Staat alle macht over de Kerk verloren. (LAURENT, F., Van Espen: étude historique sur l'église et l'état en Belgique, Brussel,Lacroix en Van Meenen, 1860, 248 p.) Zie VAN STIPHOUT, M., “Van de Paus of van de Koning? Zeger-Bernard Van Espen en het appel comme d’abus”, Pro Memorie 1999, 100-114 voor de werkelijke opvattingen van Van Espen; zie Pand. b., vis Abus (Appel comme d’), Appel comme d’abus voor een onderzoek naar het voortbestaan van deze rechtsfiguur in het Belgische constitutionele recht. Voor een zoektocht naar sporen van de Recursus ad principem in de hedendaagse verhouding tussen Kerk en Staat, zie VAN STIPHOUT, M., “Legal Continuity and Discontinuity in the Low Countries in Search of a “Recursus ad principem” in Ecclesiastical Cases in the 1990s”, in COOMAN, G., VAN STIPHOUT, M. en WAUTERS, B., Zeger-Bernard Van Espen at the Corssroads of Canon Law, History, Theology and Church-State Relations – Separando certa ab incertis conciliare et explicare, Leuven, Peeters, 2003, XVIII en 498 p, waarin de arresten van het Hof van Cassatie van 20 oktober 1994 en 3 juni 1999 besproken worden, waarna de auteur vaststelt dat de vragen die rezen in het licht van Recursus ad principem in België nog steeds aan de orde zijn en aan de seculiere rechter gesteld worden (cf. infra,).
[26] Zie bijvoorbeeld Pand. b., v° Cultes, nr. 1-2.
[27] TORFS, R., “De Belgische Grondwet over Kerk en Staat, geloof en maatschappij”, in TORFS, R. (ed.), Beheer en beleid van katholieke instellingen, Leuven, Peeters, 1990, 42-43.
[28]ALEN, A., Compendium van het Belgisch staatsrecht, I, Diegem, Kluwer, 2000, 54-55.
[29] Denk bijvoorbeeld aan het maatschappelijke debat over de gelijkheid tussen man en vrouw, euthanasie, de openstelling van het huwelijk voor personen van hetzelfde geslacht, enz.
[30] TORFS, R., “De Belgische Grondwet over Kerk en Staat, geloof en maatschappij”, in TORFS, R. (ed.), Beheer en beleid van katholieke instellingen, Leuven, Peeters, 1990, 45-47.
[31] Zie bijvoorbeeld THONISSEN, J.-J., La constitution belge annotée offrant sous chaque article l’état de la doctrine, de la jurisprudence et de la législation, Brussel, Bruylant, 1879, 60-63 enDE GROOF, J., “Schets van de grondwettelijke beginselen inzake de verhouding Kerk-Staat in België”, Jura Falc. 1979-80, 179-219.
[32] ORBAN, O., Le droit constitutionnel de la Belgique, III, Libertés constitutionnelles et principes de législation, Luik, Dessain, 1911, 590-593.
[33] DE GROOF, J., “Schets van de grondwettelijke beginselen inzake de verhouding Kerk-Staat in België”, Jura Falc. 1979-80, 217.
[34] TORFS, R., “De Belgische Grondwet over Kerk en Staat, geloof en maatschappij”, in TORFS, R. (ed.), Beheer en beleid van katholieke instellingen, Leuven, Peeters, 1990, 51.
[35] MARTENS, K., “Recours aux tribunaux belges en matière ecclésiastique – La position de la cour de Cassation belge à l’aube du troisième millénaire”, European Journal for Church and State Research 2000, 21-29 en TORFS, R., “Autonomy of Churches in Belgium. Status Quaestionis and Current Debate”, in WARNINK, H. (ed.), Legal Position of Churches and Church Autonomy, Leuven, Peeters, 2001, 87-96.(cf. infra)
[36] THONISSEN, J.-J., La constitution belge annotée offrant sous chaque article l’état de la doctrine, de la jurisprudence et de la législation, Brussel, Bruylant, 1879, 363.
[37] GIRON, A., Le droit public de la Belgique, Brussel, Manceaux, 1884, 496.
[38] TORFS, R., “De Belgische Grondwet over Kerk en Staat, geloof en maatschappij”, in TORFS, R. (ed.), Beheer en beleid van katholieke instellingen, Leuven, Peeters, 1990, 61.
[39] ALEN, A., Handboek van het Belgische staatsrecht, Deurne, Kluwer,1995, 823.
[40] DE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 128.
[41] MAST, A. en DUJARDIN, J., Overzicht van het Belgisch grondwettelijk recht, Gent, Story, 1985, 554.
[42] TORFS, R., “De Belgische Grondwet over Kerk en Staat, geloof en maatschappij”, in TORFS, R. (ed.), Beheer en beleid van katholieke instellingen, Leuven, Peeters, 1990, 60-61.
[43] MARTENS, K., “Religie”, in DE GEEST , G., DE RIDDER , R., HOBIN, V. (ed.), Administratieve wegwijzer voor vreemdelingen, vluchtelingen en migranten, Deurne, Kluwer, 1989 (2000), 45-46.
[44] Ibid., 43.
[45] Ibid., 46-47.
[46] DE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 128 en MARTENS, K., “Religie”, in DE GEEST , G., DE RIDDER , R., HOBIN, V. (ed.), Administratieve wegwijzer voor vreemdelingen, vluchtelingen en migranten, Deurne, Kluwer, 1989 (2000), 43
[47] cf. supra
[48] Een historisch voorbeeld kan men terugvinden in VAN STIPHOUT, M., “Van de Paus of van de Koning? Zeger-Bernard Van Espen en het appel comme d’abus’, Pro Memorie 1999, 100-102. Zie ook voetnoot 26.
[49] VERSTEGEN, R., Geestelijken naar Belgisch Recht. Oude en nieuwe vragen, Berchem-Antwerpen, Kluwer, 1977, 95 en VUYE, H., “Hoe gescheiden zijn Kerk en Staat? Interpretatiemogelijkheden omtrent art. 21 van de Grondwet”, (noot onder Cass. 20 oktober 1994), R. Cass. 1995, 50.
[50]Zie de indirecte controle van de canoniekrechterlijke procedure door het EHRMin het arrest Pellegrini/Italië (n° 30882/96) van juli 2001. In dit arrest wordt Italië door het EHRM veroordeeld wegens schending van art. 6 §1 EVRM omdat de Italiaanse rechtbanken exequatur verleend hadden aan een arrest van de Romeinse Rota– een gevolg van het Concordaat – , zonder zich er van te vergewissen of het recht op een eerlijk proces tijdens de canoniekrechterlijke procedure was nageleefd.
[51] MARTENS, K., “Recours aux tribunaux belges en matière ecclésiastique – La position de la cour de Cassation belge à l’aube du troisième millénaire”, European Journal for Church and State Research 2000, 22 en de verwijzingen naar rechterlijke uitspraken in voetnoot 4.
[52] VUYE, H., “Hoe gescheiden zijn Kerk en Staat? Interpretatiemogelijkheden omtrent art. 21 van de Grondwet”, (noot onder Cass. 20 oktober 1994), R. Cass. 1995, 55.
[53] Luik 5 juni 1967, Jur. Liège 1967-68, 138 en MARTENS, K., “Recours aux tribunaux belges en matière ecclésiastique – La position de la cour de Cassation belge à l’aube du troisième millénaire”, European Journal for Church and State Research 2000, 23.
[54] Cass. 25 september 1975, Pas. 1975, I, 111.
[55] VUYE, H., “Hoe gescheiden zijn Kerk en Staat? Interpretatiemogelijkheden omtrent art. 21 van de Grondwet”, (noot onder Cass. 20 oktober 1994), R. Cass. 1995, 55-56.
[56] TORFS, R., “Autonomy of Churches in Belgium . Status Quaestionis and Current Debate”, in WARNINK, H. (ed.), Legal Position of Churches and Church Autonomy, Leuven, Peeters, 2001, 88.
[57] Zie VERSTEGEN, R., Geestelijken naar Belgisch Recht. Oude en nieuwe vragen, Berchem-Antwerpen, Kluwer, 1977, 96 en LEMMENS, P., “De Kerkelijke overheid in de greep van de wereldlijke rechter”, in WARNINK, H. (ed.), Rechtsbescherming in de kerk, Leuven, Peeters, 1991, 80, die verwijst naar het beginsel patere legem quam ipse fecisti.
[58]Bergen, 7 januari 1993, T.S.R. 1993, 69.
[59]TORFS, R., “De verhouding tussen Kerk en Staat op nieuwe wegen?”, (noot onder Bergen 7 januari 1993), T.S.R. 1993, 72-79 enVUYE, H., “Hoe gescheiden zijn Kerk en Staat? Interpretatiemogelijkheden omtrent art. 21 van de Grondwet”, (noot onder Cass. 20 oktober 1994), R. Cass. 1995, 56.
[60] Cass. 20 oktober 1994, Arr.Cass. 1994, 861.
[61]Volgens dit maxime zou de bevoegde kerkelijke overheid bij het nemen van de beslissing de intern voorgeschreven regels moeten respecteren.
[62] Eigen cursivering.
[63] TORFS, R., “Autonomy of Churches in Belgium . Status Quaestionis and Current Debate”, in WARNINK, H. (ed.), Legal Position of Churches and Church Autonomy, Leuven, Peeters, 2001, 90.
[64] Cass. 3 juni 1999, Arr.Cass. 1999, 330 en MARTENS, K., “Het Hof van Cassatie en de interpretatie van artikel 21 G.W.: de verhouding tussen Kerk en Staat dan toch niet op nieuwe wegen?”, C.D.P.K. 2000, 215-218.
[65] TORFS, R., “Autonomy of Churches in Belgium . Status Quaestionis and Current Debate”, in WARNINK, H. (ed.), Legal Position of Churches and Church Autonomy, Leuven, Peeters, 2001, 92-96 en de verwijzingen aldaar. Zie ook de verwijzingen bij MARTENS, K., “Recours aux tribunaux belges en matière ecclésiastique – La position de la cour de Cassation belge à l’aube du troisième millénaire”, European Journal for Church and State Research 2000, 29, voetnoot 4.
[66] Opmerkelijk is hoe Procureur-general du Jardin verwijst naar Torfs (TORFS, R., “Religieuze gemeenschappen en interne autonomie. Fluwelen evolutie?”, in UFSIA (ed.), Jaarboek Mensenrechten 1998- 2000, Antwerpen, Maklu, 2002, 256-264), maar terwijl deze een gematigde tussenpositie inneemt, interpreteert du Jardin hem als een voorstander van de kwaliteitscontrole (DU JARDIN, J., Het recht van verdediging in de rechtspraak van het Hof van Cassatie 1990-2003 – Rede uitgesproken op de plechtige openingszitting van het Hof van Cassatie op 1 september 2003, http://www.juridat.be/cass/cass_nl/p1.php, 23 maart 2003, Online, 57-58).
[67] DE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 34 en de verwijzingen in voetnoot 106.
[68] Pand. b., v° Autorités ecclésiastiques, nr. 2.
[69] DE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 34-35 en de verwijzingen aldaar.
[70] DUGUIT, L., Traité de droit constitutionnel, V, Parijs, Librairie Fontemoing &Cie, 1925, 502.
[71] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, Presses Universitaires de France, 1993, 53, vn. 1.
[72] Waarbij neutraliteit als doel heeft elke religieus of metafysisch element te weren uit de publieke orde. ZieMEERSCHAUT, K. en VANSWEEVELT, N., “De hoofddoek opnieuw uit de kast: godsdienstvrijheid op school in een democratische rechtsstaat”, in INTERUNIVERSITAIR CENTRUM MENSENRECHTEN, Mensenrechten Jaarboek 1998/2000, Antwerpen, Maklu, 2000, 66.
[73] KOUBI, G., “La laïcité dans le texte de la Constitution”, RDP 1997, 1302. Contra BASDEVANT-GAUDEMET, B., “State and Church in France ”, in ROBBERS, G. (ed.), State and Church in the European Union, Baden-Baden , Nomos, 1996, 122
[74] Het lijkt erg onwaarschijnlijk dat de wet van 9 december 1905 niet meer pertinent is. Nog in 1995 heeft men in de Assemblée Nationale een colloquium georganiseerd met als thema: “Faut-il modifier la loi de 1905?”.VOLFF, J., “Régimes des cultes et laïcité”, Gaz. Pal. 2001, 1088.
[75] KOUBI, G., “La laïcité dans le texte de la Constitution”, Revue du droit public et de la science politique, 1997, 1309 en de verwijzingen in voetnoot 29. Al verwijst men in de voorbereiding van de huidige grondwet niet naar de wet van 9 december 1905.
[76] De Franse overheid en Pius VII sloten op 26 Messidor An IX (15 juli 1801) een concordaat, Convention entre le Pape et le gouvernement français. Het Concordaat werd samen met de Articles organiques de la convention du 26 messidor an IX – waartegen Pius VII zich hevig verzette – afgekondigd op 18 Germinal An X (8 april 1802). DE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 28-30 en DUGUIT, L., Traité de droit constitutionnel, V, Parijs, Librairie Fontemoing &Cie, 1925, 478-479. Zie Pand. b., vis Articles organiques en Concordat, waarin onderzocht wordt in welke mate beide teksten nog gelding hebben in het Belgische constitutionele bestel.
[77] DUGUIT, L., Traité de droit constitutionnel, V, Parijs, Librairie Fontemoing &Cie, 1925, 495.
[78] DUGUIT, L., Traité de droit constitutionnel, V, Parijs, Librairie Fontemoing &Cie, 1925, 496-497.
[79] CAPERAN, L., Histoire contemporaine de la laïcité française – La crise dus seize mai et la revanche républicaine, Parijs, Librairie Marcel Rivière et Cie, 1957, IX-XII en 30-36.
[80] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, Presses Universitaires de France, 1993, 78.
[81] Ibid., 55-61.
[82] DUGUIT, L., Traité de droit constitutionnel, V, Parijs, Librairie Fontemoing &Cie, 1925, 502-527.
[83] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, Presses Universitaires de France, 1993, 62-63.
[84] LUCHAIRE, F. en CONAC, G., La constitution de la république française, Parijs, Economica, 1987, 121.
[85] MORANGE, J., “Le régime constitutionnel des cultes en France”, in EUROPEAN CONSORTIUM FOR CHURCH AND STATE RESEARCH (ed.), Le statut constitutionnel des cultes dan les pays de l’union européenne, Parijs, Litec, 1995, 123.
[86] Na de loi constitutionnelle n° 95-880 van 4 augustus 1995, die ervoor zorgde dat het huidige art. 1 bestaat uit de eerste alinea van het oude art. 2, terwijl de andere bepalingen van het oude art. 2 nog steeds deel uitmaken van het huidige art. 2. Deze louter tekstuele verschuiving laat toe om de kenmerken van de Franse Republiek beter te benadrukken. Zie KOUBI, G., “La laïcité dans le texte de la Constitution”, RDP1997, 1309.
[87] CALEWAERT, W., DE DROOGH, L., FIVE, A., KETELAER, A.-F. en VANDERNACHT, P., Verhouding Staat, Kerk en vrijzinnigheid in Europa – Een rechtsvergelijkende studie, Brussel, Centraal Vrijzinnige Raad, 1996, 53-62.
[88] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, Presses Universitaires de France, 1993, 65. Zie ook KOUBI, G., “La laïcité dans le texte de la Constitution”, RDP 1997, 1302 en 1315.
[89] VOLFF, J., “Régimes des cultes et laïcité”, Gaz. Pal. 2001, 1092.
[90] KOUBI, G., “La laïcité dans le texte de la Constitution”, RDP 1997, 1312.
[91] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, PUF, 1993, 75.
[92] Ibid., 19.
[93] VOLFF, J., “Régimes des cultes et laïcité”, Gaz. Pal. 2001, 1091-1092.
[94] CALEWAERT, W., DE DROOGH, L., FIVE, A., KETELAER, A.-F. en VANDERNACHT, P., Verhouding Staat, Kerk en vrijzinnigheid in Europa – Een rechtsvergelijkende studie, Brussel, Centraal Vrijzinnige Raad, 1996, 55-56.
[95] LUCHAIRE, F. en CONAC, G., La constitution de la république française, Parijs, Economica, 1987, 140.
[96] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, PUF, 1993, 29-32.
[97] Ibid., 45.
[98] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, PUF, 1993, 19 en de rechtsvergelijkende bespreking in Deel III.
[99] X, Congrès de Mouvement Réformateur “Engagement citoyen” – Citoyenneté et Démocratie, p 6.
[100] TORFS, R., “State and Church in Belgium ”, in ROBBERS, G. (ed.), State and Church in the European Union, Baden-Baden , Nomos, 1996, 18.
[101] DE GROOF, J., “De bescherming van ideologische en filosofische strekkingen. Een inleiding”, in ALEN, A en SUETENS, L. (ed.), Zeven knelpunten na zeven jaar Staatshervorming, Brussel, Story-Scientia, 1988, 312.
[102] DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 144-196.
[103] Idem., 385-386.
[104]Bijvoorbeeld het concordaat met Slowakije; http://www.kerknet.be, 19 december 2000.
[105] http://www.kerknet.be, 12 februari 2003.
[106] “L’organe représentatif par lequel agit l’Eglise Catholique” MINNERATH, R., L’Eglise et les Etats concordataires (1846-1981) – la souveraineté spirituelle, Parijs, Cerf, 1983, 78.
[107] WAGNON, H., Concordats et droit international, Gembloux, J. Duculot, 1935, 23.
[108] Ibid., 23.
[109] DURAND, J.-P., “Echos français en droit civil ecclésiastique pour l’année universitaire 2000-2001, European Journal for Church and State Research 2001, 133.
[110] Eigen cursivering.
[111]BOSSUYT, M. en WOUTERS, J., Grondlijnen van internationaal recht, Leuven, Instituut voor Internationaal Recht – KULeuven, 2004, 57.
[112] KOCK, H.R., Rechtliche und politische Aspekte von Konkordaten, Berlijn, Duncker &Humblot, 1983, 23.
[113] Idem., 24-30 en MIGLIORE, C., “Ways and Means of the International Activity of the Holy See”, in FACULTEIT KERKELIJK RECHT – KULEUVEN (ed.), Church and State, Changing Paradigms – Monsignor W. Onclin Chair 1999, Leuven, Peeters, 1999, 32-36.
[114] WAGNON, H., Concordats et droit international, Gembloux, J. Duculot, 1935, 109.
[115] WAGNON, H., Concordats et droit international, Gembloux, J. Duculot, 1935, 376-378 en DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 32.
[116]Advies 4 januari 1962, Parl. St. Kamer 1961-1962, nr. 296/1.
[117] DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 32 en de voorbeelden in vn. 103.
[118]Zoals bijvoorbeeld in Italië gebeurd bij de financiering van religieuze organisaties; TORFS, R., “Should Churches Be Subsidized? Different Models. Some Perspectives”, in X (ed.), The Role of the Churches in the Renewing Societies. Lectures and Documents. Budapest Symposium, March 3-5-1997 , St. Alban’s, International Religious Liberty Association, 1998, 48.
BERTREM Lore
De verreikendende kijk van Manu Ruys op Congo over de periode 1958-2000.
Edited: 200406300950
Scriptie voorgelegd aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, voor het behalen van de graad van Licentiaat in de Geschiedenis.
Academiejaar: 2003-2004
Universiteit Gent
Promotor: Prof. Dr. L. François
Commissarissen:Prof. Dr. D. Vangroenweghe en Drs. G. Castryck

Noot LT: deze thesis bevat een recht op antwoord van Manu Ruys himself. Daarin verdedigt hij de federalistische structuur van Congo. Hoe hij stond tegenover de secessie van Katanga is niet zo meteen duidelijk. In ieder geval was Congo zonder het rijke Katanga een onleefbaar model. Dit wordt o.i. te weinig als drijfveer van Lumumba gezien om zich te verzetten tegen de secessie. Lumumba kon onmogelijk gedogen dat het neo-kolonialisme zich onmiddellijk en brutaal manifesteerde op Congolees grondgebied omdat daarmee Congo failliet was voor het kon starten. Noch België, noch de USA konden dat toegeven. Daarom koos men de methode "Lumumba is een communist". Dat werkte altijd in de Koude Oorlog. Het commentaar van Ruys bij deze scriptie is tweeslachtig.


Dirk Van Nijverseel
Een onderzoek naar de vele facetten van het beroep van de Leuvense landmeter tijdens de Oostenrijkse Nederlanden.
Edited: 200406300948
Scriptie voorgelegd aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte,
voor het behalen van de graad van Licentiaat in de Geschiedenis.
Academiejaar: 2003-2004
Katholieke Universiteit Leuven
Promotor: Prof. Dr. E. Van Ermen

DEMEESTER Wivina
Over communicatie, taal en branie
Edited: 200309221503
Toespraak van Wivina Demeester bij de opening van het parlementair werkjaar 2003-2004

Waarde collega’s,

In tegenstelling tot vorig jaar, zal het u vandaag niet verrassen dat ik van de gelegenheid gebruik maak om u enkele van mijn gedachten mee te geven. Wees gerust, na dertig jaar wil ik de fakkel doorgeven, het zal dus de laatste keer zijn dat ik het zittingsjaar open.

Vorige keer deed ik een oproep om in dit Glazen Huis meer spraak en tegenspraak te brengen; ik deed een oproep aan de regering om op een volwassen manier met het parlement om te gaan. Vandaag wil ik een oproep doen om de spraak te voeden door bekommernis, en te ontdoen van branie. Ik zal dit beknopt doen. Mijn beknoptheid is mijn respect voor u, uw aandacht is uw respect voor dit Huis.

Meer spraak en tegenspraak, geen omfloerste taal maar een volwaardig parlementair debat. Het heeft allemaal te maken met communicatie. “Communicatie” was een woord dat dertig jaar geleden nauwelijks bestond, of toch niet courant in de mond werd genomen. Toen had men het over “taal”. “De taalstrijd”, “talenkennis”, “symbolentaal”, het zijn woorden die allemaal veel betekenis hebben in de geschiedenis van Vlaanderen en van de Vlamingen. Vlaanderen was fier op zijn taal, en vocht ervoor. De Vlamingen maakten hun talenkennis tot economische troef.

Gaandeweg is dit gegeven aan het verschuiven. We zijn nog steeds meesters in talen, maar we kennen geen taaltechnologie, wel “speech technology”. We kennen geen “taalmeesters”, maar wel “communicatiespecialisten”. De spraak wordt minder en minder belangrijk, en wordt recht evenredig vervangen door “chatsessies”.

Zo verplaatst zich ook het debat. De spreker gaat niet meer naar het forum, maar het forum komt naar het debat. Daarom wordt de macht van de media groter. De spreker komt niet meer naar het Parlement, het Parlement moet naar de TV-studio.

Schaadt dit de democratie? Niet noodzakelijk. Vorig jaar zei ik: “Tonen en tegentonen van de tegengestelde visies vormen de harmonie van onze democratische gemeenschap”. Zolang de mensen een duidelijk zicht krijgen op de tonen en tegentonen, op de standpunten van ieder van ons, is de democratie gewaarborgd. Vanaf het moment dat standpunten niet meer worden uitgewisseld, vanaf het moment dat standpunten niet meer worden ingenomen, vervlakt onze democratie tot een soort “oligarchie van geïnteresseerden”.

Duidelijke standpunten innemen, vrijmoedig en open debatteren is noodzakelijk. Wat is hiervoor nodig? Visie en taal. De visie halen we uit onze bekommernis om de mensen. Samen met politieke gelijkgezinden nemen we standpunten in. Soms is er moed voor nodig, maar het is onze plicht om die moed te tonen.

De taal die we spreken, evolueert. Dertig jaar geleden spraken politici eerder een soort “notaristaal”. Sommigen deden dit schitterend, anderen hadden er meer moeite mee. Misschien is de slinger nu juist naar de andere kant gegaan, en spreken we vandaag teveel “showbizztaal”.

Politici moeten het juiste evenwicht vinden: verstaanbaar én correct zijn. We moeten geen communicatiespecialisten of taalmeesters zijn om dit in de praktijk te brengen. Integendeel, misschien hebben we teveel geluisterd naar (sommige) taalmeesters, die ons zo verstaanbaar maken dat sommige zaken niet meer correct kunnen voorgesteld worden en de waarheid geweld wordt aangedaan. Ook een negatieve boodschap moet kunnen gebracht worden.

We kunnen best wat leren uit andere beroepen. Ervaringen uit andere sectoren leren de politiek op een andere manier te communiceren. De “corporate governance”-plicht in grote beursgenoteerde bedrijven kan een voorbeeld zijn om ook in de politiek correcte taal te hanteren. Het taalgebruik tussen een bedrijfsleider en een werknemer in een KMO kan in de politiek heel waardevol gebruikt worden. En waar is taal belangrijker dan in de zorgsector, waar men per definitie met mensen werkt, waar men per definitie om de mensen bekommerd is?

Ik pleit voor meer bezorgdheid en minder branie. Het Vlaams Parlement moet de plaats zijn waar mannen en vrouwen zich bekommeren om het geluk van allen die in Vlaanderen leven. Laat branie niet het einde zijn. Laat bekommernis de grondstof van de politiek zijn. Ze drijft de goede politici. Ze kent geen leeftijd. Laat branie voor de woordvoerders. Ze haalt geen twee campagnes.

Waarde collega’s, deze prachtige glazen “praatkamer” moet de plaats zijn waar we samen dit parlementair jaar zinvol en genuanceerd van gedachten wisselen over het welzijn van alle mensen die in Vlaanderen leven.

Zoals ik vóór mijn politieke loopbaan hoopte dat mijn boodschap en mijn handelen in het geheugen van mijn leerlingen zou blijven hangen, hoop ik dat de boodschap die ik vorig jaar bracht, om meer spraak en tegenspraak te brengen, en de oproep en wens van vandaag voor een verstaanbare én correcte boodschap, - met bekommernis ten grondslag - ook ergens in het collectief geheugen van dit Parlement een plaats krijgt.

Zoals u ziet, ben ik een beetje lerares gebleven. Samen met die tienduizenden mannen en vrouwen die nu in onze scholen onze jonge Vlamingen vormen voor de toekomst, ben ik daar nog trots op ook.

Ik wens u allen een vruchtbaar en boeiend parlementair jaar, en daarmee verklaar ik de zitting voor geopend.

Wivina Demeester

22 september 2003

HOSTE Julius Sr (1848-1933)
Edited: 200306017845
Hoste, Juliaan Constantijn (Julius) (Tielt, 23/01/1848-Brussel, 28/03/1933)

eigenaar en uitgever van "Het Laatste Nieuws", "De Vlaamsche Gazet", "De Zweep", journalist, auteur van volkse toneelstukken
- Steyaert, R., in : Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, Tielt-Utrecht, Lannoo, 1973, 2 dl., p. 688-689.
- Verschueren, R., Nationaal Biografisch Woordenboek, Brussel, Koninklijke Vlaamse Academiën van België, 1964-, VII, 1977, kol. 384-390.
- Verschueren, R., in : Woordenboek van Belgische en Nederlandse vrijdenkers, dl. I, Brussel, 1979, p. 157-165.
- De Keyser, F., in : Twintig Eeuwen Vlaanderen, XIII, Hasselt, 1976, p. 371-374.
- Maertens, A., Vader Hoste, in : Het Verbindingsteken, orgaan van het Willemsfonds West-Vlaanderen, november 1946.
- Maerten-Lissnyder, R., Vader Julius Hoste, in : Het Verbindingsteken, orgaan van het Willemsfonds West-Vlaanderen, november 1946.
- Maertens, A., Julius Hoste, in : Gentsche Studentenalmanak 1909-1910, p. 82-90.
- Sieben, L., Van Schoor, J., Bradt, E., Van Eenoo, R. en Desmed, R., Vader Hoste, Gent, Liberaal Archief, 1989, 131 p.
- Teirlinck, H., Jeugdherinneringen bij de 100e verjaardag van Vader Hoste's geboorte, in : De Vlaamse Gids, XXXII, 1948, p. 385-387.
- Teirlinck, H., O Vaderland! O Vrijheid! Spreekbeurt bij een volkshulde aan Julius Hoste, de vader en de zoon, in : De Vlaamse Gids, XXXIX, 1955, p. 385-392.
- Verschueren, R., Vader en Zoon Hoste : hun leven, hun kranten en hun betekenis voor de Vlaamse liberale beweging, Brussel, V.U.B., onuitgegeven licentiaat-verhandeling (sectie pers- en communicatiewetenschappen), 1974.
- Dictionnaire des patrons en Belgique. Les hommes, les entreprises, les reseaux, Brussel, De Boeck Université, 1996, p.371.
- Verstappen, Jack, Lexicon Vlaamsche Toneelschrijvers, Veurne, Heembibliotheek Bachten De Kupe, 1995, p. 88.
- De Schryver, Reginald, De Wever, Bruno, ...[et al.], Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, Tielt-Utrecht, Lannoo, 1998, 3 dl., p. 1471-1472.
- 100 jaar Het Laatste Nieuws en de Familie Hoste. Tentoonstellingscatalogus, Brussel, AMVB, 1988, 191 p.
- Wittevrongel-Liefhooghe, Isabel, Julius Hoste en zijn tijd. Een bijdrage tot de studie van de stedelijke elites in Vlaanderen, Gent, Hogeschool voor Economisch en Grafisch Onderwijs, 1999, 76 p.
- N.N., Vader Hoste (1848-1933), in: Eeuwfeest van het Willemsfonds 1851-1951, p. 69-70.
- Maertens, A., Julius Hoste, in: Vlaanderen en Wallonië tegemoet!, Brussel, Ministerie van Openbaar Onderwijs, 1957, p. 21-24.
http://www.liberaalarchief.be/E-H.html (geraadpleegd 20030601)
HOSTE Julius Jr (1884-1954)
Edited: 200306010069
Hoste, Julius Peter Melania (Julius jr.) (Brussel, 07/06/1884-Brussel, 01/02/1954).
Zoon van Julius Hoste sr. (1848-1933).

Doctor in de rechten, journalist, dagbladeigenaar; parlementslid, minister

gehuwd met Jeanne Persoons;
vader van twee dochters, Elisabeth (1919-2015) en Magda (1923-2011).

- Verschueren, R., Nationaal Biografisch Woordenboek, Brussel, Koninklijke Vlaamse Academiën van België, 1964-, VII, 1977, kol. 390-397.
- Steyaert, R., in : Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, Tielt-Utrecht, Lannoo, 1973, 2 dl., p. 689.
- Devuldere, R., Biografisch repertorium der Belgische parlementairen, senatoren en volksvertegenwoordigers 1830 tot 1.8.1965, Gent, R.U.G. onuitgegeven licentiaatsverhandeling (sectie geschiedenis), 1965, p. 1184-1188.
- Van Molle, P., Het Belgisch parlement 1894-1969, Gent, Erasmus, 1969, p. 180-181.
- Lilar, A., Hoste, de humanist, in : De Vlaamse Gids, jg. XXXIX, 1955, p. 449-453.
- Verschueren R., Vader en Zoon Hoste : hun leven, hun kranten en hun betekenis voor de Vlaamse liberale beweging, Brussel, V.U.B., onuitgegeven licentiaatsverhandeling (sectie pers- en communicatiewetenschappen), 1974.
- Dictionnaire des patrons en Belgique. Les hommes, les entreprises, les reseaux, Brussel, De Boeck Université, 1996, p. 371-372.
- De Schryver, Reginald, De Wever, Bruno, ...[et al.], Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, Tielt-Utrecht, Lannoo, 1998, 3 dl., p. 1469-1470.
- 100 jaar Het Laatste Nieuws en de Familie Hoste. Tentoonstellingscatalogus, Brussel, AMVB, 1988, 191 p.
- Verscheuren, Ronny, Julius Hoste Jr. (1884-1954), in: Gedenkboek 125 jaar Willemsfonds 1851-1976, p. 137-139.
- Wittevrongel-Liefhooghe, Isabel, Julius Hoste en zijn tijd. Een bijdrage tot de studie van de stedelijke elites in Vlaanderen, Gent, Hogeschool voor Economisch en Grafisch Onderwijs, 1999, 76 p.

http://www.liberaalarchief.be/E-H.html (geraadpleegd 20030601) + eigen aanvullingen MERS
TESSENS Lucas
Het geld van de omroep: 1944-1949
Edited: 200300194401
De regeringen
Hubert PIERLOT (26/09/1944 - 7/02/1945) KAT-LIB-SOC-COM
Achille VAN ACKER I (12/02/1945 - 2/08/1945) KAT-LIB-SOC-COM
Achille VAN ACKER II (2/08/1945 - 9/01/1946) SOC-LIB-COM-UDB
Paul-Henri SPAAK I (13/03/1946 - 19/03/1946) SOC
Achille VAN ACKER III (31/03/1946 - 9/07/1946) SOC-LIB-COM
Camille HUYSMANS (3/08/1946 - 12/03/1947) SOC-LIB-COM
Paul-Henri SPAAK II (20/03/1947 - 19/11/1948) PSB/BSP-PSC/CVP
Paul-Henri SPAAK III (27/11/1948 - 27/06/1949) PSB/BSP-PSC/CVP
Gaston EYSKENS I (11/08/1949 - 6/06/1950) CVP/PSC-LIB

De verkiezingen
17 februari 1946
26 juni 1949 mét kiesplicht voor vrouwen

Het oorlogskabinet Pierlot wordt, onder druk van het (vooral linkse) straatgeweld, uitgebreid met de communisten, die zich vanaf 1945 bekeerden tot het unitarisme onder Franstalig gezag. In zes jaar tijd ziet België 9 regeringen opstaan en vallen. De eerste bewindsploegen regeren zonder een mandaat van de kiezer. Daarmee wordt gewacht tot de verkiezingen van 17 februari 1946. De repressiejaren na tweede wereldoorlog zijn de schandelijkste uit onze geschiedenis. Wraak en haat, persoonlijke afrekeningen, moord en daden, opdoemend uit de laagste instinkten van de mens, kunnen gedijen in een klimaat van rechteloosheid. Het gepeupel en de 'verzetsstrijders' van het laatste uur regeren op straat en in de rechtszalen. De overheid kan, durft of wil deze wantoestanden niet onder controle brengen. Een oorlog roeit nooit het kwaad uit waartegen hij wordt gevoerd.
Er worden executies van collaborateurs verricht tussen november 1944 en 4 juni 1949.
De periode kunnen we er een noemen van anarchie en dubieuze rechtspraak. Het justitiedepartement is een heet hangijzer en wisselt veelvuldig van titularis.
In 1948 publiceerde Gerard Walschap zijn moedig 'Zwart en Wit' en dat zorgt voor heel wat herrie, ook bij Nederlandse critici. De noordelijke verontwaardiging culmineert in een artikel van Johan Van der Woude in Vrij Nederland dat Walschap een medeplichtige noemt, zijn boek een verheerlijking van de karakterloosheid en onfatsoen. Walschap is geen ogenblik bij de pakken blijven zitten en heeft zich verdedigd in een agressief ingezonden stuk aan voornoemd weekblad, waarin hij Van der Woude bestempelt als behorende tot "de blaaskaken die zich door het constateren van de evidente, menselijke realiteit beledigd en te kort gedaan achten. Het is uit dat hoovaardig slijk van de straat, vervolgt Walschap, dat jodenvervolgers, inquisiteurs, ketterjagers, onderzoekers van andermans geweten, met één woord al de ongure typen van de onverdraagzaamheid en het fanatisme zijn samengeraapt." (geciteerd in Omtrent, tijdschrift van het Gerard Walschap Genootschap, november 2005, nr 12).
De koningskwestie leidt naar een pré-revolutionaire fase. Tegen de mogelijke terugkeer van Leopold III wordt vanaf medio 1945 een persoffensief gelanceerd door zowat alle kranten, uitgezonderd de Vlaams-katholieke. De hetze is niet zozeer tegen de monarchie, dan wel tegen de figuur van Leopold gericht. Hierbij worden over en weer taktieken gebruikt die weinig met journalistiek maar alles met propaganda te maken hebben. Dit mag in feite geen verwondering wekken: tijdens de oorlogsjaren heeft men in pers- en omroepmiddens geen andere weg bewandeld dan die van de propaganda. Het vijand-denken en het ongenuanceerd culpabiliseren van de tegenpartij overheerst nog steeds in de pers, die sterk partijpolitiek gebonden is. De radio-omroep fungeert als een verlengstuk van de uitvoerende macht.
De macht van de partijpolitiek wordt in deze periode volledig gerestaureerd en naar onze mening is dat de drijvende kracht achter de gehele koningskwestie. Niet de ruzie tussen ministers en de koning omtrent de capitulatie in mei 1940, niet zijn achterblijven in België, niet diens contact met Hitler, niet zijn huwelijk met Liliane Baels ... Dat zijn slechts de drogredenen waarmee men de publieke opinie kon bewerken. Het werkelijke gevaar ligt in het zogenaamde Politieke Testament van Leopold III, een document dat hij begin 1944 had opgesteld. Het bekend raken van de inhoud ervan was dynamiet en zou zeker een oncontroleerbare kettingreactie teweeg brengen waarbij de particratie en de Franstalige bourgeoisie aan het kortste eind zouden trekken. Alhoewel het Politiek Testament reeds op 9 september 1944 aan premier Pierlot en aan Spaak werd overhandigd, zal de integrale tekst pas vijf jaar later, in 1949, bekend raken. Tegen die tijd was de positie van de drie traditionele politieke partijen stevig geconsolideerd. Het voortdurend streven van de drie grote partijen naar consolidatie van de macht is trouwens een constante in de Belgische politiek. De overlevingskansen van partijpolitieke initiatieven buiten het kader van de grote drie zijn dan ook minimaal of onbestaand.
Maar waarover handelde dan dat zgn. politieke testament ? Waarin schuilde het gevaar?
Het is wellicht niet overbodig de integrale tekst hier in herinnering te brengen. Het mag immers verwondering wekken dat gerenommeerde historici, zoals bvb. Velaers en Van Goethem, die in 1994 een boek van 1.152 bladzijden wijdden aan de koningskwestie, nalaten de lezer zelf te laten oordelen over een van de belangwekkendste teksten uit de Belgische geschiedenis.
TESSENS Lucas
Het geld van de omroep: 1930-1939: Crisisjaren - De ruk naar rechts - De massificatie - De radio wordt een massamedium, een propagandamiddel en een instrument voor volksopvoeding - De radio wordt een staatsmonopolie. De minister van PTT zit de Raad van Beheer voor - Opgenomen radioreportages worden mogelijk (klankband en montage) - Radiotaksen als bron voor financiering van de openbare omroep - Radiodistributie - Nieuwe perstitels
Edited: 200300193001
De regeringen
Jaspar II (22/11/1927-21/5/1931) KAT-LIB
Renkin (5/6/1931-18/10/1932) KAT-LIB
de Broqueville (22/10/1932-13/11/1934) KAT-LIB
Theunis II (20/11/1934-19/3/1935) KAT-LIB
Van Zeeland I (25/3/1935-26/5/1936) KAT-SOC-LIB
Van Zeeland II (13/6/1936-25/10/1937) KAT-SOC-LIB
Janson (23/11/1937-13/5/1938) KAT-SOC-LIB
Spaak I (15/5/1938-9/2/1939) KAT-SOC-LIB
Pierlot I (21/2/1939-27/2/1939) KAT-SOC
Pierlot II (18/4/1939-3/9/1939) KAT-LIB
Pierlot III (3/9/1939-10/5/1940) KAT-SOC-LIB
Verkiezingen
27 november 1932
24 mei 1936
2 april 1939

De algemene toestand
Tijdens de eerste maanden van 1930 kan de Belgische economie nog even profiteren van de gunstige effecten die uitgaan van de wereldtentoonstelling (te Antwerpen en te Luik) en de viering van het Belgische eeuwfeest. In het tweede semester doet de wereldcrisis zich echter ook bij ons ten volle voelen. De uitvoer stuikt in elkaar en zal pas in 1935 terug beginnen groeien. Vanaf 1932 maakt de regeringen gebruik van bijzondere machten en dat stelt het geloof in de parlementaire democratie zwaar op de proef. Op het sociale vlak werkt de ellende de massificatie in de hand. De uitzichtloze toestand van velen is een ideale voedingsbodem voor massabeïnvloeding en populistische propaganda, zowel van uiterst rechts als van uiterst links.
Schandalen plagen de katholieke partij. Daarvan maakt Leon Degrelle, zelf katholiek, met zijn Rexisme gebruik om zwaar uit te halen naar de ultra-conservatieve vleugel van de katholieke partij. Tijdens massameetingen en via eigen periodieken ('Rex', 'Vlan', 'Soirées', 'Foyer' en 'Crois') en dagbladen ('Le pays réel' vanaf 2 mei 1936 en 'De nieuwe Staat' vanaf 1 september 1936) vuurt hij zijn aanhangers, zowel in Wallonië als in Vlaanderen, aan om de traditionele partijen in het kieshokje vaarwel te zeggen. (De Bruyne, 1973: 71-130; Gerard, 1985: 30-33; Gerard, 1994: 75-123) De verkiezingen van 24 mei 1936 brengen een zware nederlaag voor de katholieke partij (- 10% van de stemmen) en een overwinning voor Rex. De Vlaams nationalisten en de communisten halen eveneens heel wat stemmen. De socialisten houden stand. Daarmee is de polarisatie in het land een feit. De zetelverdeling in de Kamer na de verkiezingen van 1932, 1936 en 1939 levert volgend beeld op:


De werkloosheid neemt enorme proporties aan: van nauwelijks 17.000 in 1929 naar 319.000 werklozen in 1932. Zij die nog werk hebben, zien hun uurloon tussen 1929 en 1935 met ongeveer 20% dalen. De prijzen dalen echter evenzeer zodat op het eerste gezicht de koopkracht gehandhaafd blijft. De belastingdruk is evenwel geweldig hoog zodat de privé-bestedingen kelderen.
Hieruit groeit vanzelfsprekend sociale onrust en stakingen zijn schering en inslag. Daarbij moet men bedenken dat het in vele gevallen om wilde stakingen gaat, die de vakorganisaties slechts schoorvoetend erkennen vanwege de enorme druk op hun stakingskassen.
In maart 1935 vormt Paul van Zeeland een regering van nationale unie. De socialisten drukken een groot deel van het zgn. Plan De Man (deficit spending) door. De devaluatie van 28% komt snel: op 31 maart 1935. De economie krijgt weer zuurstof en de uitvoer herneemt. Ook de gezinsconsumptie komt even overeind en de kleinhandelaars zien hun omzet stijgen. Het herstel is echter van korte duur. Naar het eind van de jaren 30 belandt de economie terug in een crisis. De inzinking op de internationale markten verzwakt de uitvoer én dus de omzet van de industrie. Om het overheidsdeficit te financieren grijpt de regering opnieuw naar belastingverhogingen.
Daardoor raakt de binnenlandse consumptie aangetast. Met die infernale cirkel is het depressieklimaat weerom aanwezig. Daar bovenop tekent de oorlogsdreiging zich vanaf 1938 duidelijk af. De generatie van de dertiger jaren gaat volledig ontgoocheld en gefrustreerd een nieuwe wereldoorlog tegemoet.

Het NIR-INR
De Wet van 14 mei 1930 (BSB 19300516) schenkt aan de staat het monopolie van de radiocommunicaties. Artikel 1 van deze wet luidt immers als volgt: "De regeering is gemachtigd de radiotelegrafie, de radiotelefonie en alle andere radioverbindingen in te richten en te exploiteren." Toch krijgen in de periode 1930-1940 nog heel wat particuliere stations de toelating om radioprogramma's uit te zenden, zowel in Vlaanderen als in Wallonië. Deze toelatingen zijn echter herroepbaar en er ontstaan vaak hoog oplopende geschillen over. De tweede wereldoorlog zal een einde maken aan het bestaan van deze vergunningen (Van Bol, 1975: 86).
De wet van 18 juni 1930 geeft aan het Nationaal Belgisch Instituut voor Radio-Omroep (NIR/INR) zijn statuut. Artikel 11 van deze wet bepaalt hoe het NIR gefinancierd wordt:
"De inkomsten van het instituut bestaan inzonderheid uit:
a) het bedrag van giften en legaten te zijnen bate, na machtiging of goedkeuring door den Koning;
b) De leeningen die het mocht sluiten (inzonderheid door uitgifte van obligatiën) met machtiging van de regeering. Tot een bedrag van 10.000.000 frank werkelijk ontleend kapitaal, zal de regeering de rente en de delging waarborgen der leeningen welke het instituut mocht sluiten.Een koninklijk besluit bepaalt de voorwaarden van deze waarborg.
c) De jaarlijksche Staatstoelage en, meer bijzonder, een jaarlijksche toelage gelijk aan:
1° 90 t.h. van het voorzien bedrag der ontvangsten, opgeleverd door de jaarlijksche taxe, welke de Staat heft op de private radio-ontvangtoestellen;
2° Eene som gelijk aan het voorzien bedrag van de ontvangsten der belasting, welke de Staat heft op den groothandelsprijs van de electronenlampen of andere gelijkaardige toestellen voor het detecteren of het versterken van de in radio-electrische ontvangtoestellen bruikbare seinen, loodglanskristallen of andere kristallen uitgezonderd;
d) De toelagen welke openbare besturen en instellingen mochten toekennen;
e) De ontvangsten welke het zou bekomen door zijn uitgaven of naar aanleiding van contracten, door den raad van beheer afgesloten binnen de perken van de bedrijvigheid van het instituut."
Artikel 12 bepaalt dat het instituut een boekhouding moet voeren en een jaarverslag moet overmaken aan de minister van PTT.
Artikel 17 bepaalt: "Bij de gewone begroting van het dienstjaar 1930 van het Ministerie van Posterijen, Telegrafen en Telefonen wordt een crediet geopend onder volgende rubriek: Toelage aan het Belgisch nationaal Instituut voor radio-omroep (N.I.R.): 1.600.000 frank."
De openbare radio, die op 1 februari 1931 begint uit te zenden, wordt niet uit het niets opgericht maar neemt de twee zenders van 15 kW te Veltem over, die eind de jaren twintig door een associatie van Radio Belgique en van de Boerenbond (NV Radio) bij SBR besteld waren. Op het ogenblik van de overname waren beide zenders niet operationeel toen zij werden overgenomen door het INR-NIR. (X 1953:5)
Noteer dat Radio Belgique (Theo Fleischman) zijn uitzendingen stopte op de dag van de stichting van het NIR. Zijn personeel werd in de nieuwe staatsinstelling ingeschakeld (Van Pelt, 1973: 240; Boon G., 1988: 29). Men kan stellen dat Radio Belgique werd genationaliseerd met een ruime compensatie voor de eigenaar(s). Hiervoor kan het eerste jaarverslag van de NIR/INR geraadpleegd worden. In dat jaarverslag vinden we Radio Belgique en de NV Radio terug met een schuldvordering op de NIR ten belope van 1.070.011,20 BEF. Anderzijds vinden we er SBR met een schuldvordering van 95.715,50 BEF. (NIR, 1931-1932: 62) Beide schuldvorderingen samen vertegenwoordigen 91% van alle schulden die het NIR op 31 december 1931 heeft. Volgens Paul Vandenbussche, in een vraaggesprek met ons (23/10/2001), is de oprichting van de NIR-INR het directe gevolg van de financiële moeilijkheden van de S.A. Radio-Belgique. Vanuit die optiek is het ontstaan van de openbare omroep het resultaat van het mislukken van het privé-initiatief en ligt niet (alleen) een politiek verlangen maar (ook) een financieel-economisch débâcle aan de basis van het overheidsinitiatief. Hermanus plaatst de oprichting van het NIR-INR en die van de RTT in dat perspectief en wijst erop dat het dezelfde liberale ministers - Pierre Forthomme voor PTT en Paul-Emile Janson voor Justitie - zijn die zowel de oprichting van het NIR als die van de RTT in het parlement bepleiten. (Hermanus, 1990: 26) Volgens Vandenbussche speelde Prof. Arthur Boon (KU Leuven), voorzitter van de KVRO en voorzitter van de Boerenbond (geen familie van de latere directeur-generaal van de NIR) een grote rol bij de totstandkoming van het NIR-INR.
In artikel 14 van het KB van 28 juni 1930 wordt gesteld dat de "nieuwstijdingen in de vorm van persberichten" bondig moesten zijn. Duiding bij het nieuws was uitgesloten. (Goossens C., 1998: 49). Hier duikt de invloed van de dagbladpers op. Die zag namelijk in het radio-instituut een geducht concurrent. De belangen van de (partij)politieke dagbladen vielen in deze samen met die van de partijen zelf.
Verdere uitbouw van het NIR
Van 1935 tot 1938 wordt er gewerkt aan het nieuwe radiogebouw aan het Flageyplein. In 1937 komt de culturele zelfstandigheid van de Franse (o.l.v. Théo Fleischman) en de Vlaamse uitzendingen tot stand. Het jaarverslag van het NIR-INR bevat dan ook voor de eerste keer de uitgesplitste kosten voor de Franse en de Vlaamse uitzendingen, resp. 5.604.055 BEF en 5.533.911 BEF.
Radiotaks
De wet van 20 juni 1930 (BSB 19300626) en het KB van 28 juni 1930 (BSB 19300704) regelen o.m. de heffing van de radiotaksen voor de bezitters van een radio-ontvangsttoestel. De taks wordt op 60 BEF per jaar bepaald. Dat is 30 BEF minder dan oorspronkelijk in het wetsontwerp (18 april 1929) van minister Lippens (PTT) voorzien was. De parlementsleden brengen het bedrag terug tot 60 BEF per jaar (Goossens C., 1998: 44). Een gewoon huishoudbrood kost in 1930 2,14 centiem en voor een krant dient men 35 centiem neer te tellen. De radiotaks weegt m.a.w. flink door in het budget van het modale gezin want met die 60 frank kan het 28 broden kopen of meer dan een half jaar elke dag de krant lezen.
Een ander KB van 28 juni 1930 (BSB 19300704) bepaalt dat de radiotoestellen waarin uitsluitend kristallen (en dus geen radiolampen) gebruikt worden, belast worden met een jaartaks van 20 BEF.
Het is treffend dat zeer vele bepalingen uit de voornoemde wet de tand des tijds hebben doorstaan en tot in 1987 van kracht blijven: het betalen door middel van een storting op een postcheckrekening, de betaling die alle radiotoestellen in dezelfde woning dekt, de verplichting om een adreswijziging te melden, de vrijstellingen voor blinden en andere invaliden, voor onderwijsinstellingen en voor openbare diensten. In die tijden van grote werkloosheid gaan er stemmen op om de werklozen vrij te stellen van het betalen van de radiotaks. (Van Dyck, 1935:135)
De wetgever van 1930 is wel bijzonder streng voor ontduikers: de geldboete kon oplopen tot vijfmaal de ontdoken taks en dat met drie jaar terugwerkende kracht. Van een ontduiker kan m.a.w. een maximale boete van 900 BEF geëist worden ... een klein fortuin.
De wetgever van 1930 had zich blijkbaar goed geïnformeerd want ook de ontvangtoestellen die beelden konden ontvangen waren verplicht de taks te betalen. Zo'n bepaling verraadt de hand van de RTT-administratie, steeds goed geïnformeerd over de technologische ontwikkelingen. Vergeten we niet dat in 1930 de BBC reeds experimenteerde met de eerste openbare televisie-uitzending.
Door de wet van 27 december 1938 wordt de radiotaks van 60 op 78 BEF gebracht.
RTT int de radiotaksen
De inning van de taksen werd opgedragen aan de in 1930 opgerichte Regie voor Telefoon en Telegraaf. De oprichting van de RTT was, althans zo luidt de officiële versie, nodig om de verschillende telefoonnetwerken, tot dan toe in privé-handen, te interconnecteren. Hermanus is echter een andere mening toegedaan en stelt dat de interconnectie slechts een voorwendsel was. "En réalité, ce n'était qu'un prétexte. Les partisans du libéralisme économique défendaient l'idée de l'intervention de l'Etat uniquement dans des activités non rentables mais indispensables au bon fonctionnement de l'Etat." (Hermanus, 1990: 26)
Er zijn voldoende aanwijzingen om Hermanus' stelling voor waar te aanvaarden.
Collectiviseren van verliezen?
Privatiseren van winsten?
We kunnen dan ook vaststellen dat zowel de oprichting van de NIR-INR als die van de RTT geschiedden om verliezen te collectiviseren, naar de staat toe te schuiven. Onderzoek kan aantonen of zulks ook met andere risicodragende initiatieven binnen de communicatiesector (of andere sectoren) het geval is (geweest). Tegelijk kan men dan ook de 'spiegel-hypothese' toetsen: komen overheidsbedrijven (of stukken ervan) enkel in aanmerking om geprivatiseerd te worden wanneer de investering niet of nauwelijks risicodragend is?
Uiteraard mag men hierbij niet in een zwart-wit analyse vervallen en zal de realiteit zeer complex zijn. Dit neemt niet weg dat het een fundamenteel vraagstuk is bij het kijken naar de relatie tussen staats- en privé-initiatief. De vraagstelling heeft ook een ethische component, laat dat duidelijk zijn.
Aantal betalende vergunningen en vrijstellingen
Voor de jaren 30 beschikken we over betrouwbare cijfers uit het archief van Kijk- en Luistergeld (dat werd in 2003 vernietigd maar wij konden enkele belangrijke statistische documenten redden, LT).

In 1930 waren er 76.872 radiotoestellen vergund, in 1939 waren het er 15 maal meer.
Adreslijsten KLG en luisteronderzoek
De massa's adressen die bij de dienst radiotaksen beheerd worden, brengen sommigen op het idee om op basis daarvan te starten met een luisteronderzoek (Van Dyck, 1935: 156-157) of een referendum omtrent de omroep. Dit laatste moet gezien worden tegen de achtergrond van de onvrede met de partijpolitieke uitzendingen op het NIR. "Hoe gemakkelijk nochtans zou het voor haar (bedoeld wordt het NIR, LT) vallen, vermits zij alleen toch (met de Regie) de namen en adressen bezit van allen, die zich van hunne radiotaks kwijten. Zou het dan zoo'n enorme kosten met zich brengen om aan alle die menschen een voor het antwoord gereed gemaakte vragenlijst rond te zenden, welke na invulling vrachtvrij aan het NIR zou kunnen worden weergezonden! (...) Tevens zou door dergelijk referendum de 'Vox Populi' kunnen gekend worden omtrent het ja dan niet toelaten van politieke uitzendingen langs den omroep!" (Van Dyck, 1935: 144)
Gewestelijke verdeling van het radiobezit
Voor het jaar 1939 beschikken we over een gewestelijke verdeling van de 1.112.962 radiotoestellen waarvoor radiotaks betaald wordt: Wallonië (458.124 of 41%), Brussel (209.869 of 19%) en Vlaanderen (444.969 of 41%). De ondervertegenwoordiging van het Vlaamse Gewest heeft o.i. twee oorzaken: a) de inkomensachterstand in het Vlaamse landsgedeelte, en b) de relatieve sterkte van het populaire programma-aanbod van de 12 particuliere radiostations in Wallonië en Brussel, tegenover slechts 4 in het Vlaamse landsgedeelte.


Financiering van de regionale radiostations
De wet van 14 mei 1930 moet in feite de doodsteek betekenen voor de regionale stations. Artikel 8 verbiedt immers voor alle stations het voeren van handelspubliciteit. De druk van de regionale stations - vooral Radio Schaerbeek ging heftig tekeer - op de minister was echter zo groot, dat die besloot een gedoogbeleid te voeren.
De regionale radiostations deden voor hun financiering ook een beroep op jaarlijkse lidgelden. Zo vermeldt Van Dyck (1935: 134) dat Radio Châtelineau kaarten verkocht tegen 12,50 BEF en steun- en erekaarten tegen resp. 25 en 50 BEF. Radio Antwerpen (ON4ED) verkocht kaarten van 25 BEF. De auteur noemt deze vorm van financiering onwettelijk en verwijst hiervoor naar artikel 9 van het ministerieel besluit van 28 augustus 1931.

De franstalige uitzendingen van de private radiostations haalden een hogere luisterdichtheid dan de franstalige programma's van het INR. Men kan zich voorstellen dat dit niet naar de zin was van Fleischman. Greta Boon vermeldt dan ook uitdrukkelijk: "Een van de redenen waarom de leidinggevende personen van het NIR van de oorlogsomstandigheden later gebruik maakten om die particuliere zenders na de oorlog geen uitzendvergunning meer te geven, was dit grote franstalige overwicht." (Boon G., 1988: 29-33).

De wet wordt niet toegepast
De staatstoelage vormde in de periode 1930-1940 de hoofdmoot van de inkomsten van het unitaire NIR-INR. In de wetenschappelijke literatuur wordt steevast vermeld dat het NIR-NIR 90% ontving van de opbrengst van de radiotaksen. Zo stelt Gekiere in 1983: "In de wet van 18.6.1930 tot oprichting van het N.I.R. was bepaald dat 90% van de opbrengst van het kijk- en luistergeld naar de omroep zou toevloeien. Dit principe werd jaren toegepast en gedurende enkele jaren (o.m. voor 1974), bleek de toelage aan de BRT-instituten zelfs hoger te liggen dan de netto-opbrengst." (Gekiere, 1983: 179).
Ook Greta Boon stelt in 1984: "Voor de tweede wereldoorlog ontving de omroep 90% van het luistergeld." (Boon, 1984:95).
Uit ons onderzoek blijkt dat zulks weliswaar wettelijk voorzien was, doch in de realiteit slechts één jaar gehaald werd.
De beweringen van Gekiere en van Boon, beiden op de BRT werkzaam, moeten wellicht gezien worden als een manoeuver van de BRT in zijn veelvuldige disputen in de jaren 80 met de minister omtrent de BRT-dotatie. We komen hierop terug.
In het jaarverslag van de NIR-INR over het jaar 1932 lezen we: "Over het algemeen staat het aantal ontvangtoestellen in rechtstreekse verhouding met de hoedanigheid van den dienst. Door de veldmetingen heeft men er zich rekenschap kunnen van geven dat de kracht der zenders van Veltem niet voldoende is om over gansch het grondgebied (...) een dienst te verzekeren , die wat de hoedanigheid betreft, niets te wenschen overlaat. Logisch mag dus aangenomen worden dat een merkelijke verhooging der zendkracht, bv. tot 60 of 100 kw. zeer snel een verhooging van de ontvangtoestellen en bijgevolg van de ontvangsten voor gevolg zou hebben."
Het NIR-INR geloofde dus nog in de band tussen de opbrengst van de radiotaksen en haar eigen staatstoelage. Hier wordt expliciet verwezen naar de band die er bestaat tussen het aantal radiotoestellen (200.534 eind 1931, 339.635 einde 1932) en de staatstoelage (13,4 miljoen BEF voor het werkingsjaar 1932). De simpele berekening brengt ons op 12,03 miljoen BEF (200.534 toestellen x 60 BEF). Nergens in het jaarverslag wordt de berekening expliciet gemaakt. Men mag echter veronderstellen dat de berekening van de staatstoelage op het niveau van de beheerraad, waarin de voogdijminister als voorzitter zetelde, gebeurde.
Hieronder geven wij de evolutie van de bruto-opbrengst, de inningskosten die de RTT inhield, de staatstoelage aan het NIR-INR en deze laatste uitgedrukt als een percentage van de netto-opbrengst.









TESSENS Lucas
Media Life Cycle - Belgium - 1829-1899 - Tijdlijn
Edited: 200212240901
Oprichtingsjaren persorganen

TESSENS Lucas
Congo: Lumumba's eliminatie - een tijdlijn 1960-1961
Edited: 200211290902

BRUYNEEL Tineke
Historische situering en analyse van politieke aspecten in het oeuvre van de negentiende-eeuwse Gentse volkszanger Karel Waeri (1842-1898)
Edited: 20020081
Scriptie voorgelegd aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte,
voor het behalen van de graad van
Licentiaat in de Geschiedenis.
Academiejaar: 2001-2002
Universiteit Gent
Promotor: Prof. Prof. Dr. G. DENECKERE
Karel Waeri blijkt een veelzijdig volkszanger te zijn geweest. Hij zong niet alleen voor een arbeiderspubliek, maar ook voor de burgerij, op feesten, banketten en in lusthoven aan de stadsrand. Bij zo’n gelegenheden putte Waeri waarschijnlijk uit zijn uitgebreide verzameling kluchtige liederen. Het spreekt vanzelf dat hij op deze momenten moeilijk zijn onvrede met het lot van de arbeidersbevolking en zijn sympathieën voor de socialistische partij kon laten horen. Toch probeerde Waeri ook in deze liedjes, hoewel eerder impliciet en in beperkte mate, zijn ideeën hieromtrent te verwerken. In verband met de liederen in het kader van de sociale strijd valt op dat Waeri enorm veel belang hechtte aan het eergevoel van het werkvolk. Waeri probeerde met zijn liedjes in te gaan tegen het minderwaardigheidsgevoel dat bij veel arbeiders leefde. Men moet dit bekijken binnen het kader van de sociale strijd. Mensen gaan pas in opstand komen tegen iets als ze zich zeker van hun stuk voelen, als ze beseffen dat de ellende die hen overkomt niet rechtvaardig is en als ze weten dat een mooiere toekomst in het verschiet ligt. We zien dan ook dat veel liedjes van Waeri een belangrijk bewustmakend element in zich dragen. Sommige liederen weerspiegelen de realiteit waarin de arbeiders zich bevinden en vertellen wat er oneerlijk aan is. De arbeiders waren zich immers niet altijd bewust dat bijvoorbeeld zoiets als kinderarbeid slecht was. Men mag ook niet vergeten dat de fysieke conditie van de arbeiders waarschijnlijk zeer slecht was en dat ze daardoor in een zekere lethargie vervielen. Het was dus nodig om het werkvolk precies uit te leggen wat hun situatie was en waarom ze ertegen moesten strijden. Waeri geeft in verschillende liedjes als het ware les. Daarnaast toonde Waeri ook de toekomst die bereikt kon worden. Een toekomst waarin iedereen vrij en gelijk zou zijn. Het was die toekomst waarvoor de arbeiders moesten vechten. Rond de politieke eisen en sociale strijdpunten heeft Waeri heel wat liedjes geproduceerd. Een zeer groot aantal handelt over de strijd voor algemeen stemrecht. Het bleek dat Waeri in deze liedjes voornamelijk de ideeën van de socialistische beweging vertolkte. Waeri moet ongetwijfeld een belangrijk onderdeel geweest zijn van de grote propagandamachine van de BWP. Toch stond Waeri soms ook verrassend onafhankelijk tegenover die partij. Dit was meerbepaald het geval toen hij een kritisch lied schreef over het meervoudig stemrecht, dat tegen de propaganda van de socialistische partij in- ging. Toch volgde Waeri bijna altijd de socialistische ideeën. Dit deed hij ook in zijn liedjes over de loting. Deze droegen ook weer dat belangrijke bewustmakende element in zich. De achturendag werd door Waeri vooral bezongen in zijn typische 1 Mei liederen
TESSENS Lucas
De dekolonisatie in beeld - Tijdlijn
Edited: 200200000901
archief Standaardgroep in ARA teruggevonden
Edited: 200200000785
Archief NV De Standaard (ARA, Brussel)

"Aanvankelijk leek het erop als was dit archief vernietigd. Navraag bij verscheidene betrokkenen alsook bij de VUM leverde niets op. Uiteindelijk was het de curator van het faillissement in 1976, mr. De Ridder, die meldde dat hij het archief had overgedragen aan het Algemeen Rijksarchief te Brussel. Daar werd het in een magazijn ondergebracht, waar het erg te lijden heeft gehad van waterschade. Verscheidene mappen zijn half weggerot of beschimmeld. Na verloop van tijd werd het opgeslagen in de kelders van het rijksarchief. Daar bevindt het zich nog steeds in ongeordende staat, d.w.z. zonder dat er enige magazijnstaat of (voorlopige) inventaris van bestaat. Het archief beslaat 258 strekkende meter. Vele van de dossiers hebben betrekking op de verschillende machineparken van de Standaard-groep, op het personeel van de groep (5000 personen in 1976) en op de diverse naamloze vennootschappen die deel uitmaakten van de groep. Het redactiearchief van De Standaard, met o.m. de correspondentie van de redacteurs met externe instanties en personen, bevond zich jammer genoeg niet tussen de stukken. We moeten dan ook aannemen dat dit archief is verloren gegaan.

Niettemin troffen we toch een aantal erg waardevolle stukken aan in het archief. Zo o.m. stukken betreffende de samenstelling van de redactie, de afbakening van de verschillende functies binnen de redactie, verslagen van de directieraad, nota’s en brieven van redacteurs, verslagen van redactielunches, verslagen van redactiedagen, etc."

Bron: EEN STANDAARD IN VLAANDEREN? VLAAMS-KATHOLIEKE KRANT OP ZOEK NAAR KWALITEIT EN POLITIEKE INVLOED 1947 - 1976. Karel van Nieuwenhuyse Scriptie ingediend tot het behalen van de graad van Doctor in de Geschiedenis Katholieke Universiteit Leuven academiejaar 2001-2002 Promotor: Prof. dr. E. GERARD
dagbladprijs omhoog: Vier Vlaamse kranten verhogen prijs met 5 cent tot 85 eurocent
Edited: 200112030865
4 Vlaamse kranten hebben maandag hun dagbladprijs voor een los nummmer met 5 eurocent verhoogd. Het gaat om De Nieuwe Gazet en Het Laatste Nieuws van De Persgroep en Het Nieuwsblad/De Gentenaar en Het Volk van de Vlaamse Uitgeversmaatschappij (VUM).
De reden is een stijging van de productiekosten en de dalende inkomsten uit reclame, zegt Kris Destaercke van de Belgische Vereniging van Dagbladuitgevers (BVDU).
Die vier kranten kosten nu 85 eurocent. Daarmee zijn Het Belang van Limburg en Gazet van Antwerpen, twee titels van het beursgenoteerde Concentra, met 80 eurocent de goedkoopste kranten in Vlaanderen. De Standaard (VUM) en De Morgen (De Persgroep) kosten 1 euro, De Financieel-Economische Tijd 1,25 euro.
bericht 03-12-2002
DS
Van San in een notendop
Edited: 200111290914
Het rapport dat onderzoekster Marion Van San maakte op vraag van minister van Justitie Marc Verwilghen, is nog niet ,,af''. Ze beschouwt het als een eerste deel, een tussentijdse stand van zaken voor een onderzoek naar de oorzaken van verschillen in criminaliteit tussen bevolkingsgroepen. Daar zou ze drie jaar voor nodig gehad hebben, en niet één zoals nu. Of ze voor het vervolg nog zin heeft, is zeer de vraag.
De belangrijkste vaststellingen in een notendop. Ze werden uitgebreid -- en genuanceerder -- beschreven in deze krant van 12 november.

1. Dé allochtoon bestaat niet. Er zijn grote verschillen in crimineel gedrag tussen autochtonen en allochtonen, tussen diverse groepen allochtonen onderling en daarbinnen tussen ouderen en jongeren, jongens en meisjes.
De grootste probleemgroep vormen de Oost-Europese jongeren, wier aandeel in de statistieken in 1997 zesmaal en in 1999 zelfs tienmaal de ,,normale'' waarde overstijgt. Ook Marokkaanse jongens (meisjes niet) veroorzaken overlast.

2. Diverse groepen hebben hun specialiteiten. Jonge Oost-Europeanen zitten in diefstal, Marokkanen in ordeverstoring, Belgen in drugs, Turken in geweld, Afrikanen in oplichting...

3. De klassieke verklaringsmodellen -- selectieve registratie door de politie, sociaal-economische achterstand -- hebben hun waarde, maar kunnen niet de discrepantie tussen de diverse categorieën verklaren.

4. Toch is misdadigheid in achterstandsbuurten niet het grootste probleem, ook niet voor de ,,achtergebleven'' autochtone bevolking. Het wantrouwen tussen etnische groepen is enorm, de relatie tussen politie en jongeren verstoord. De verhalen over criminaliteit worden daardoor vaak aangedikt en komen niet altijd met de realiteit overeen. Er zijn grote inspanningen nodig om de beeldvorming rond allochtonen te verbeteren.
VAN SAN Marion
Criminaliteit en criminalisering; allochtone jongeren in België
Edited: 200111101261

Studie in opdracht van minister Verwilghen.
Samenvatting
Hoewel een meerderheid van de allochtone jeugd in België niet of nauwelijks problemen oplevert, baart het gedrag van een deel van hen zorgen. In deze studie doen Marion van San en Arjen Leerkes verslag van een onderzoek naar de aard en de omvang van de criminaliteit onder allochtone jongeren in België. Zij baseren zich daarbij voor het eerst op landelijke politiecijfers. Op grond van gesprekken met jongeren, buurtbewoners, politieagenten en straathoekwerkers in twee oude wijken van Antwerpen en Brussel gaan de auteurs daarnaast in op de beeldvorming over allochtone jeugdcriminaliteit. Het boek levert een bijdrage aan het inzicht dat allochtone jeugdcriminaliteit niet als een eenvormig verschijnsel kan worden begrepen. Groepen allochtone jongeren blijken noch in dezelfde mate, noch op dezelfde wijze bij te dragen aan de jeugdcriminaliteit.Tegelijkertijd verklaart het boek waarom het thema van de allochtone jeugdcriminaliteit niet los kan worden gezien van de strijd tussen etnische groepen om sociale status, macht en identiteit.
TESSENS Lucas
Afschaffing van Omroepbijdragen in Nederland. Een terugblik.
Edited: 200106221661
Deze nota vormt slechts een inleiding op een problematiek waarmee ook KLG-Aalst hoogstwaarschijnlijk geconfronteerd zal worden.

Beknopte historiek
De Dienst Omroepbijdragen bestond bijna 60 jaar.
• 1945: enkel luistergeld.
• 1956: kijkgeld wordt verplicht.
• 1969: geen luistergeld mee als men reeds kijkgeld betaalt, één keer betalen ongeacht aantal TV-toestellen.
• 1991-1992: mediacampagne "Kijk je zwart, dan zit je fout" doet registraties fors groeien (registraties +14%).
• September 1997: "zelfsturingstraject" opgestart (delegatie, meer verantwoordelijkheid op werkvloer).
• 1998: In september wordt de fiscalisering voor het eerst als mogelijkheid geopperd door de Min. van Financiën; de opvang van de inkomstenderving staat voorop, de personeelsproblematiek komt slechts zijdelings ter sprake.
• 1999: Op 29/3/1999 werd Ideeënmanagement opgestart (valorisatie van kennis bij DOB). In 1999 werd ook nog een project "Benadering zakelijke markt" in het leven geroepen. Ook de training van de buitendienst bleef doorgaan (weerbaarheid, anti-agressie en conflicthantering).
In maart 1999 geloofde Manager Peters nog in voortbestaan. In april 1999 roept Peters op tot goed blijven doorwerken en de moed erin te houden. In mei 1999 worden de jaarresultaten 1998 bekend gemaakt en die zijn uitstekend. In mei stellen de werknemers zich nog combatief en vastberaden op tegen het plan van de Staatssecretaris. Peters kiest de zijde van het personeel; het personeel schept daaruit moed en prijst de openheid in de communicatie. De samenhorigheid groeit.
In juni 2000 wordt aan het MERS opdracht gegeven om een argumentarium tegen de afschaffing te ontwikkelen.
Er werd een Task Force (6 mensen) opgericht die snel en uitgebreid met het personeel communiceerde.
Werkgroep "Phoenix" werd opgericht toen de fiscalisering onafwendbaar bleek.
Op 1 januari 2000 afgeschaft en Omroepbijdragen werden vervangen door fiscalisering.
Plan fiscalisering was opgenomen in voetnoot van regeerakkoord Paars II en goedgekeurd door Eerste Kamer op 21/12/99.
Het ging snel: op 4/1/99 voor de eerste keer aangekaart binnen DOB.


Restitutie
Na 1/1/2000 diende er restitutie (teruggave) te gebeuren: 300 miljoen gulden aan ca. 5 miljoen geregistreerden in 3 maand tijd.


Personeel
Gedurende 1999 waren er gemiddeld 245,3 werknemers in dienst bij DOB (1998: 258,6).
Alle personeel is overgegaan naar de Belastingdienst (wettelijk geregeld en na overleg vanaf eind 1999 in goede banen geleid).
Noteer dat DOB een Ondernemingsraad had.
Op 1 april 2000 zat bijna iedereen op zijn nieuwe werkplek.
Tot 1 juli 2000 zorgde kleine groep voor de afbouw. Daarvoor was een provisie aangelegd ten belope van 60,6 miljoen gulden.


Voorlopige conslusies:
- In Nederland is de afschaffing minder partijpolitiek geladen geweest.
Het lijkt erop dat één staatssecretaris op eigen houtje het dossier heeft afgehandeld. Dat gebeurde snel.
- In de periode vlak voor de afschaffing waren nog belangrijke investeringen gedaan en hervormingen doorgevoerd.
- De cohesie binnen DOB is steeds voorbeeldig geweest. De emotionele kant van de opheffing van een dienst mag niet onderschat worden.
- In Nederland was er voor al het personeel een uniform vangnet: de Belastingdienst.
- Bij DOB was er een ondernemingsraad die de oplaaiende emoties kon kanaliseren. Bovendien werd de Task Force een speerpunt in de strijd tegen de fiscalisering en - daarna - een gecontroleerde herplaatsing van het personeel.
- De afbouwoperatie werd zorgvuldig gebudgetteerd.
- De afbouw in Vlaanderen zal complexer zijn vanwege het bestaan van een outsourcingcontract en de minder grote traditie inzake gestructureerd overleg, openheid en interne/externe communicatie.

Lucas TESSENS/Consultant CIPAL/20010622
VLAAMS PARLEMENT
Commissie voor Leefmilieu, Natuurbehoud en Ruimtelijke Ordening Vergadering van 25/01/2001
Edited: 200101250908
Commissie voor Leefmilieu, Natuurbehoud en Ruimtelijke Ordening Vergadering van 25/01/2001
Interpellatie van de heer Johan Malcorps tot mevrouw Vera Dua, Vlaams minister van Leefmilieu en Landbouw, en tot mevrouw Mieke Vogels, Vlaams minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, over het beleid inzake asbest en volksgezondheid
De voorzitter : Aan de orde is de interpellatie van de heer Malcorps tot mevrouw Dua, Vlaams minister van Leefmilieu en Landbouw, en tot mevrouw Vogels, Vlaams minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, over het beleid inzake asbest en volksgezondheid.
Minister Dua zal ook in naam van minister Vogels antwoorden.
De heer Malcorps heeft het woord.
De heer Johan Malcorps : Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega's, onlangs werd in ons land een vereniging voor asbestslachtoffers opgericht, in navolging van reeds bestaande verenigingen in onder meer Nederland en Frankrijk.
De vereniging vraagt dat er een volwaardig beleid inzake asbestvervuiling en volksgezondheid zou worden gevoerd. Gezien de bevoegdheidsverdelingen is dit zowel een federale opdracht als een taak voor gewesten en gemeenschappen. Zo moet op federaal vlak dringend werk worden gemaakt van het recht op schadevergoeding voor asbestslachtoffers via het Fonds voor Beroepsziekten. Ook niet-werknemers moeten een beroep kunnen doen op de regeling. Het verbod op elke vorm van asbestproductie, -handel of verwerking is een federale aangelegenheid. De uitzonderingen op het koninklijk besluit van 3 februari 1998 kunnen worden opgeheven, omdat er inmiddels voor alle toepassingen vervangproducten bestaan.
Het behoort ook tot de taak van de gemeenschappen om een sluitende inventaris op te maken van alle asbestgerelateerde aandoeningen, zoals de verschillende vormen van asbestose, mesothelioom of buikvlieskanker, asbestgerelateerde longkankers en andere kankers. Het Fonds voor Beroepsziekten levert de cijfers voor werknemers. Er is sprake van een duidelijke toename van het aantal gevallen van asbestose en de voorbije vijftien jaar meer dan een verdubbeling van het aantal gevallen van mesothelioom. Deze informatie komt uit het antwoord dat federaal minister Aelvoet vorig jaar gaf op mijn vraag terzake in de Senaat. De grootste groep van getroffen werknemers komt uit de bouw. Over het aantal asbestgerelateerde kankers bij de rest van de bevolking is geen cijfermateriaal beschikbaar. Het aantal asbestdoden ligt volgens minister Aelvoet tussen de 90 en 110 per jaar. Wellicht is dit een grove onderschatting.
Het probleem van het toenemend aantal asbest-kankerdoden verdient alle aandacht. De internationaal vermaarde specialist Julian Peto voorspelt in The British Journal of Cancer dat in West-Europa de komende 35 jaar maar liefst een kwart miljoen asbestgerelateerde kankerdoden zullen vallen. In een officiële studie in opdracht van het Nederlandse ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voorspelt men 40.000 asbestgerelateerde ziekten onder Nederlandse mannen tegen het jaar 2030.
Uit de Vlaamse Gezondheidsindicatoren 1998 blijkt dat er een verhoogde sterftekans is in onder meer Sint-Niklaas en Dendermonde. Minister Vogels legde de band met de vroegere asbestverwerkende industrie in de streek : de vroegere Eternit-fabriek in Schoonaarde bij Dendermonde, Eternit in Kapelle op-den-Bos en de fabriek Scheerders-Van Kerckhoven - SVK - in Sint-Niklaas. Het is mogelijk dat het niet enkel om werknemers gaat, maar ook om familieleden van werknemers en om omwonenden.
Als deze band tussen asbest en kanker er echt is, en zelfs in die mate dat hij een merkbare piek veroorzaakt in de algemene gezondheidsstatistieken, dan is dit hoegenaamd geen vrijblijvende zaak. De slachtoffers stellen met reden vragen over de verantwoordelijkheid van de betrokken bedrijven in het verleden. Ze waren al decennialang op de hoogte van het gevaar van asbest voor de gezondheid van werknemers en omwonenden. Toch namen ze te weinig voorzorgsmaatregelen. Ook de overheid zelf wordt aansprakelijk gesteld, want ze kende al jaar en dag de risico´s die verbonden zijn aan de asbestproductie, maar trad al die tijd veel te laks op.
Sinds de Tweede Wereldoorlog staat het verband tussen asbest en kanker wetenschappelijk vast. Toch duurde het tot einde van de jaren negentig vooraleer men echt optrad. Die nalatigheid heeft veel mensenlevens gekost, en zal nog veel mensenlevens kosten. In Frankrijk en Nederland wonnen de vertegenwoordigers van asbestslachtoffers in die zin al verschillende schadeprocessen. Er is een wettelijke regeling ingevoerd om tot billijke schadeloosstellingen te komen. Ook in eigen land moet er een dergelijke regeling te komen. Eens het zo ver is, zullen ook de gewestelijke overheden voor hun verantwoordelijkheid worden geplaatst.
In 1998 stelden de heer Stassen en mevrouw Verwimp vragen aan toenmalig milieuminister Kelchtermans over de gezondheidseffecten voor de omwonenden van de asbestbedrijven in Kapelle-op-den-Bos, Tisselt, Sint-Niklaas, Gent en Mol. Ze werden toen met een kluitje in het riet gestuurd met als argumenten : 'Het gaat om een te kleine groep mensen rond die bedrijven om daarover statistisch zinvolle uitspraken te doen ; het is praktisch onmogelijk om productspecifieke gezondheidsgegevens van burgers te verzamelen rond elke site waar met toxische of kankerverwekkende stoffen wordt gewerkt ; de gezondheidsmonitoring van potentiële asbestpuntbronnen zou slechts een 'end-of-the-pipe-benadering' zijn, die in het beste geval iets zegt over de blootstelling decennia geleden.'
Uit het grootschalig Milieu- en Gezondheidsonderzoek dat eind vorig jaar werd afgerond blijkt dat gebiedsgerichte monitoring wel degelijk relevante beleidsgegevens kan opleveren. In elk geval moet het mogelijk zijn om meer accurate gegevens te verzamelen dan mogelijk is op basis van een globaal onderzoek van gezondheidsindicatoren over heel Vlaanderen. Zo zou men alle sites in de omgeving van vroegere asbestverwerkende bedrijven kunnen screenen en vergelijken met sites waar waarschijnlijk minder risico bestonden en nog bestaan op asbestbesmetting. Ook een nauwkeurig opgezet epidemiologisch onderzoek biedt uitzicht op succes, wegens de onbetwistbare band tussen mesothelioom en asbestose enerzijds en asbestvervuiling anderzijds.
Het feit dat de asbestproductie nu bijna geheel is afgebouwd, betekent niet dat er geen belangrijke opdracht meer is voor de Vlaamse milieudiensten, en meer bepaald de OVAM. Zo blijft de titanenopdracht overeind om op basis van de verplichte asbestinventarissen voor bedrijven en openbare gebouwen alle nog aanwezige asbest te verwijderen en op de meest veilige wijze te verwerken. De federale wetgeving ter bescherming van werknemers is daarbij van toepassing. Een algemene bescherming voor de burger is er dus niet, tenzij indirect. Bewoners en bezoekers van gebouwen zijn maar indirect beschermd, omdat ze ook profiteren van de bescherming van eventuele werknemers in dat gebouw. Dat is uitvoerig aangetoond door mevrouw Lieve Ponnet. Ze schreef daarover het dossier 'Asbest : stof tot nadenken', dat in 1996 werd gepubliceerd in het Arbeidsblad van het ministerie van Tewerkstelling en Arbeid.
De gewesten en gemeenschappen, bevoegd voor de bescherming van privé-personen in een niet-werksituatie hebben nog geen aanvullende reglementering voor asbest in gebouwen zoals privé-woningen opgezet. In de particuliere woningbouw is weliswaar veel minder gespoten asbest gebruikt dan in openbare of industriële gebouwen. De kans op blootstelling is er veel beperkter. Toch werd heel wat spuitasbest verwerkt in grote appartementsgebouwen die zijn gebouwd tussen halfweg de jaren zestig en het einde van de jaren zeventig. In België zijn hierover geen gegevens beschikbaar. Hier rijst dus een probleem voor onderhouds- of herstellingswerken die door derden of door doe-het-zelvers worden uitgevoerd. Er is te weinig bewustmaking over mogelijke gevaren en risico's.
Ten slotte is er het probleem dat bij doorverkoop of verhuur mensen zich wellicht niet bewust zijn van de aanwezigheid van asbest in een woning. In Nederland is een asbestvrij-verklaring nodig alvorens men tot de sloop van een woning kan overgaan. De invoering van een asbestvrij-attest, samen met het bodemattest, kan worden overwogen.
Verder is het nog maar de vraag of alle asbestafval - bijvoorbeeld van de sloop van gebouwen - op de juiste bestemming terecht komt. In welke mate wordt asbest van afbraakwerken van privé-personen aanvaard op containerparken, en onder welke omstandigheden? Een ander element van de problematiek is de sanering van asbeststorten. Berucht was het Broek in Willebroek, dat nu eindelijk gesaneerd is, maar dit is nog maar het begin. Denk onder meer aan de asbeststorten in de Gentse Kanaalzone, in Hofstade te Aalst en de asbestberg in Kapelle-op-den-Bos.
De eerste opdracht is de sanering van de omgeving van de vroegere bedrijfssites waar met asbest is gewerkt. In de omgeving van asbestbedrijven als Eternit in Kapelle-op-den-Bos werd immers in het verleden zeer achteloos omgesprongen met het levensgevaarlijke asbeststof.
Vrachtwagens met opwaaiend asbeststof reden door de dorpskern. Het asbeststort diende jaren als speelterrein voor jeugdbewegingen. Pas enkele jaren geleden werd het afgesloten en afgedekt. Asbestafdraaisel was gedurende vele jaren een gegeerde grondstof voor de aanleg van wegen, tuinpaden en opritten van garages.
Er moet dringend een grondige inventaris worden opgemaakt van alle grotere en kleinere black points in gemeenten als Kapelle-op-den-Bos en Tisselt, maar ook van andere sites van nog bestaande of inmiddels gesloten bedrijven die asbest verwerken of verwerkten. In Nederland werd door de VROM een subsidieregeling uitgewerkt waarbij eigenaars van asbestwegen subsidies krijgen voor werken waarbij het asbestbevattend materiaal wordt verwijderd door erkende bedrijven of waarbij het risicomateriaal wordt afgedekt met asfalt, beton of klinkers.
Op welke wijze zal Vlaanderen bijdragen aan een afdoende centrale registratie van asbestgerelateerde ziektes zoals asbestose, mesothelioom of longkanker? Op welke termijn kan een sluitende registratie worden opgezet en welke samenwerkingsverbanden met de federale overheid zijn daarvoor nodig?
Wordt er in opvang voorzien voor asbestslachtoffers in Vlaanderen? Welke informatie is er beschikbaar? Wat is het standpunt van de Vlaamse regering in verband met de vraag naar schadeloosstelling? Zal men met het oog op de schadeloosstelling van asbestslachtoffers ook initiatieven nemen in overleg met de federale overheid?
Welke initiatieven zijn er om de effecten van asbestvervuiling op de gezondheid verder in kaart te brengen voor heel Vlaanderen en specifiek voor de omgeving van bestaande of gesloten bedrijven waar asbest wordt of werd verwerkt? Is het niet wenselijk hiervan een van de speerpunten te maken van verder milieu- en gezondheidsonderzoek?
Hoe ver staat het met de studie 'Risico-evaluatie en saneringsprogramma voor asbestblootstelling in Vlaanderen' en met de beleidsnota over asbestbeheersing? Wat was het resultaat van de asbest-meetcampagne? Wanneer start de geplande sensibiliseringscampagne?
Is er een inventaris van asbeststorten in Vlaanderen? Welke prioriteit krijgt de sanering van deze storten, of kiest men eerder voor een degelijke afbakening en afdekking ervan? Wat is de stand van zaken van de asbestsanering in bedrijven en openbare gebouwen en hoe wordt dit opgevolgd? Is er voldoende verwerkingscapaciteit voor het asbest- en asbestcementafval?
Wordt werk gemaakt van een betere regeling voor de bescherming van particulieren tegen asbest in gebouwen en privé-woningen? Wordt gedacht aan de invoering van een attest 'asbestvrije woning'?
In welke mate wordt asbestafval aanvaard in containerparken? Klopt het dat we asbestcementproducten beschouwen als bouw- en sloopafval zonder vrijzittende asbestvezels, waardoor men ze in containerparken moet aanvaarden? Klopt het dat asbestplaten en isolatie van leidingen daarentegen niet aanvaard mogen worden? Zijn de werknemers in containerparken zich voldoende bewust van het gevaar van asbesthoudend sloopafval bij verbrijzeling ervan waardoor vezels kunnen vrijkomen? Is er toezicht op de naleving van de ARAB-reglementering inzake asbestblootstelling in containerparken?
Heeft men bij de OVAM zicht op de hoeveelheid asbesthoudend afval dat in het gewone huishoudelijk afval terechtkomt, zoals asbestkoord uit kachels, versleten remblokjes, asbesthoudende strijkplankjes, vlamverdelers en ovenwanten. Kunnen deze asbesthoudende afvalstoffen worden ingeleverd als KGA?
Wordt werk gemaakt van de inventarisatie van asbestwegen en andere kleinere black points in de omgeving van vroegere asbestverwerkende bedrijven? Acht de minister een subsidieregeling wenselijk voor de sanering of afdekking van asbestwegen, naar het model van Twente?
De voorzitter : De heer Van Looy heeft het woord.
De heer Jef Van Looy : In Nederland is de verwijdering van golfplaten waarin asbest zit aan zeer strenge reglementering onderworpen. Arbeiders die bijvoorbeeld dergelijke platen van een dak halen, zijn gehuld in beschermende kledij. Is het product werkelijk zo gevaarlijk? Hetzelfde materiaal wordt in Nederland blijkbaar totaal anders benaderd dan in Vlaanderen.
De voorzitter : Minister Dua heeft het woord.
Minister Vera Dua : Mijnheer de voorzitter, mijnheer Malcorps, op uw eerste vier vragen geef ik het antwoord van minister Vogels.
Door de centrale registratie op federaal niveau van de minimale klinische gegevens van gehospitaliseerde patiënten en dus ook van asbestgerelateerde ziektes als asbestose en mesothelioom, zijn er gegevens over het aantal asbestslachtoffers beschikbaar. De Vlaamse regering heeft toegang tot deze gegevens. Ook via de door Vlaanderen gesteunde kankerregistratie is er zicht op de incidentie van kankers die mede veroorzaakt worden door asbest. Momenteel worden trouwens initiatieven genomen om deze registratie nog te verbeteren. Via de mortaliteitsstatistieken die door de Vlaamse administratie worden opgemaakt, zijn ten slotte ook de gegevens inzake asbestgerelateerde overlijdens bekend. Cijfers die een idee geven over asbestgebonden beroepsziekten zijn ook bekend bij het Fonds voor Beroepsziekten.
Er is momenteel niet in specifieke financiële opvang voorzien voor asbestslachtoffers in Vlaanderen. Voor patiënten met een asbestgerelateerde aandoening is er, net zoals voor andere zieken, financiële steun via de sociale zekerheid. Enkel de werknemers-asbestslachtoffers van bedrijven die een bijdrage storten bij het Fonds voor Beroepsziekten kunnen aanspraak maken op specifieke steun.
De vraag is of de Vlaamse regering of de federale overheid het initiatief moet nemen om naast de algemene steun via de sociale zekerheid ook nog in een specifieke schadevergoeding te voorzien. We doen dit voor het ogenblik ook niet voor andere ziektes. Minister Aelvoet zal de wenselijkheid en uitvoerbaarheid van een en ander onderzoeken. Als de resultaten van dit onderzoek bekend zijn, zullen de nodige conclusies worden getrokken. Het zou ook goed zijn om eens na te gaan hoe de buurlanden deze problematiek aanpakken.
In verband met de wenselijkheid om van asbest een van de speerpunten te maken van het verder milieu- en gezondheidsonderzoek, moet worden opgemerkt dat het gevoerde onderzoek en de beleidsconclusies die daaraan gekoppeld zijn, zich toespitsen op biomonitoring van bepaalde polluenten.
Het milieu- en gezondheidsonderzoek spitst zich toe op polluenten die nog steeds in min of meer belangrijke mate in het milieu gebracht worden. Het gebruik van asbest is verboden. Asbest komt dus enkel nog vrij via bestaande asbesthoudende producten. Het beleid moet zich nu dus concentreren op een maximale inperking van de resterende vrijzetting, zolang alle asbesthoudende producten niet definitief en veilig zijn geborgen.
Voor asbest lijkt een biomonitoring medisch gezien een onuitvoerbare opdracht. Het zou neerkomen op het meten van de concentratie van asbestvezels in de longen, de zogenaamde broncho-alveolaire lavage. Die gebeurt door een bronchoscopie, waarbij men met een bronchoscoop in de longen kijkt en waarbij een kleine hoeveelheid vocht in de luchtwegen wordt gebracht en er vervolgens wordt uitgezogen voor verder labo-onderzoek.
Aan de hand van de beschikbare gegevens, bekomen via de centrale registraties, is het ook mogelijk om de asbestslachtoffers in kaart te brengen voor heel Vlaanderen. Op deze manier kunnen de effecten van asbestvervuiling op de gezondheid in principe worden nagegaan.
De studie 'Risico-evaluatie en saneringprogramma voor asbestblootstelling in Vlaanderen' werd afgewerkt in 2000. De studie wordt gebruikt als basis voor de beleidsnota over asbestbeheersing. Deze beleidsnota bevindt zich momenteel in een ontwerpfase. In de beleidsnota zullen concrete bijkomende Vlaamse maatregelen worden voorgesteld. De planning is om in de loop van 2001 van de ontwerpbeleidsnota het onderwerp te maken van een doelgroepenoverleg en van overleg met de federale overheid, die reeds betrokken was bij de studie.
Dan kom ik nu bij de kwestie van de asbest-meetcampagne. In het kader van het actief overheidsbeleid rond preventie en verwijdering van asbest en asbesthoudende stoffen was het aangewezen om kwantitatieve gegevens te verzamelen over de huidige concentratieniveaus en het vóórkomen van inadembare minerale vezels in de omgevingslucht in Vlaanderen. Op dit ogenblik bestaan er in België voor asbest in buitenmilieu geen kwaliteitseisen. Om dit beleid op een efficiënte en doelgerichte manier te kunnen voeren dient een kwantitatief referentiekader inzake risico's gedefinieerd te worden. Daarmee is men dus nu bezig.
Gedurende de periode van december 1998 tot december 1999 zijn in opdracht van de Vlaamse Milieumaatschappij door de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek de concentratieniveaus van asbest en minerale vezels opgevolgd op een aantal typische locaties in Vlaanderen. Een totaal van 319 filters en 43 blanco filters, afkomstig van in totaal 10 meetlocaties, werden geanalyseerd tijdens deze meetcampagne. Hierbij werden 50 monsters genomen in een gebied nabij een verkeersrijke locatie, 52 monsters in een residentiële omgeving, 54 in een stedelijke achtergrond, 48 bemonsteringen in een industriële omgeving en 50 stalen in een gebied nabij een mogelijke asbestbron. Bijkomend werden 65 stalen geanalyseerd afkomstig van het meetnet 'Zware metalen' van de VMM. Vermits het gezondheidsrisico gerelateerd is aan de lengte van de asbestvezels, werd een onderscheid gemaakt tussen korte en lange vezels. De korte vezels worden als onschadelijk beschouwd, de lange vezels worden verantwoordelijk gesteld voor een nefast gezondheidseffect. Op basis van de te verwachten asbestconcentraties en de gerelateerde lokale activiteiten kunnen een aantal typen gebieden onderscheiden worden. Ik heb hier een tabel bij, die ik aan u zal laten bezorgen.
Uit de tabel blijkt duidelijk dat men nabij historische bronnen uiteraard een veel hogere concentratie krijgt. In alle gebieden - stedelijk en landelijk - zijn de verwachtingswaarden van de jaargemiddelde concentratieniveaus lager dan 350 vezels per kubieke meter. In de omgeving van een historische bron, zoals een vroegere asbestverwerkende industrie, werden lange - dus schadelijke - vezels aangetroffen. Nabij een druk verkeerskruispunt wordt eerder de korte - dus onschadelijke - fractie waargenomen. De concentraties asbestvezels liggen echter bij het merendeel van de stalen dicht in de buurt van de detectiegrens.
Wanneer we deze waarden vergelijken met metingen die werden uitgevoerd in 1983, dan is er een globale verbetering merkbaar. Voor het doorvoeren van deze vergelijking moet echter een zekere reserve in acht worden genomen aangezien de aard van de metingen verschillend is. In 1983 betrof het immers geen jaargemiddelde concentraties. Meestal ging het om steekproeven met korte monsternemingsperiodes. Ook deze gegevens staan in een tabel. Een eindrapport met al de meetresultaten zal in februari gepubliceerd en publiek bekendgemaakt worden.
Ik zeg heel kort ook iets over de sensibiliseringscampagne. Dit is inderdaad nodig, maar ik acht het opportuun om dit pas te doen na het doelgroepenoverleg en de politieke beslissing over de in voorbereiding zijnde beleidsnota.
Dan is er nog de kwestie van het afvalprobleem. De vergunde asbeststorten zijn opgenomen in een lijst bij de vergunningverlenende overheid en zijn ook beschikbaar bij de OVAM via de lijsten van erkende verwervers en verwerkers. Er is geen aparte inventaris van asbest-blackpoints in Vlaanderen. In de OVAM-databanken zitten wel een aantal dossiers waarbij asbestproductie of asbeststortactiviteiten plaatsvinden of plaatsvonden. Medio jaren negentig zijn de grotere asbestproblemen aangepakt. Meestal werd als saneringsoptie voor een isolatie gekozen. Inzake prioriteit wordt geopteerd voor een snelle aanpak indien er verspreidingsrisico aan de orde is. Door de actie van een vijftal jaar geleden zijn de bekende gevallen ofwel gesaneerd ofwel via een voorzorgsmaatregel aangepakt.
Met betrekking tot de verwerking van asbestafval dient krachtens de huidige Vlarem-regelgeving een onderscheid te worden gemaakt tussen afvalstoffen die vrije asbestvezels bevatten en asbesthoudend afval dat geen vrije vezels bevat, voornamelijk verharde asbestcement. Verharde asbestcement, meer bepaald golfplaten, dakleien en asbestcementen buizen, kunnen worden afgevoerd naar een categorie 3-stortplaats. Gelet op het verbod om nog asbesthoudende materialen op de markt te brengen, is ook het tweedehandsgebruik van asbestcementen materialen niet langer toegestaan, en wordt er geopteerd voor definitieve verwijdering. Er zijn in Vlaanderen een twintigtal categorie 3-stortplaatsen, zodat er voldoende capaciteit is.
Voor afvalstoffen die vrije vezels bevatten, geldt krachtens Vlarem dat ze eerst gecementeerd moeten worden vooraleer ze gestort kunnen worden op een categorie 1-stortplaats. Slechts in het geval van verpakkingsafval en plastiekafval enerzijds en niet-vershredderbaar materiaal dat met asbesthoudend materiaal bekleed of bedekt is anderzijds, kan het dubbelwandig verpakt afval rechtstreeks worden afgevoerd naar een stortplaats. Er is in het Vlaams Gewest één installatie voor de cementering van asbesthoudend afval, meer bepaald van de firma Rematt in Mol. Het gecementeerde afval gaat daarna naar de stortplaats van Indaver in Antwerpen. In de praktijk blijkt de verwerkingscapaciteit voldoende om alle asbesthoudend afval op te vangen.
Hierbij kan wel melding worden gemaakt van een alternatieve verwerkingsmethode in Frankrijk - van een firma nabij Bordeaux - waar het asbestafval wordt verglaasd. Momenteel is het evenwel afval dat vooral vanuit het Brussels Gewest via Mol naar Frankrijk gaat, dat op die manier behandeld wordt. De hoge energiekosten van het verwerkingsproces en de grote transportafstand maken deze alternatieve verwerking immers dubbel zo duur als cementering en storten, wat op zichzelf ook al een dure verwerkingsmethode is. Hoe dan ook, het is een alternatieve methode, die we zeker niet uit het oog mogen verliezen.
Ten slotte kan nog worden vermeld dat momenteel door de VITO in opdracht van de OVAM een studie wordt uitgevoerd waarbij de criteria zijn onderzocht om asbesthoudend afval verder te kwalificeren, meer bepaald met betrekking tot de kwalificatie 'vrije vezels'. Of particulieren al dan niet afdoende beschermd worden tegen asbest in openbare gebouwen waarin werknemers tewerkgesteld zijn, hangt af van de aanwezigheid van de verplichte asbestinventaris en de kwaliteit van het beheersplan en de uitvoering ervan. Dit is echter een federale materie. Ter bescherming van particulieren in privé-woningen wordt in het kader van de beleidsnota een sensibiliseringscampagne overwogen. Daarin kunnen worden opgenomen : illustraties van asbesttoepassingen die kunnen voorkomen in en rondom een woning, een beschrijving van het onderscheid tussen gevaarlijke en minder gevaarlijke toepassingen, een beschrijving van veilige verwijderingsmethoden en de plaatsen waar het afval gedeponeerd kan worden, en het aangeven dat men voor gevaarlijke toepassingen best een gespecialiseerde firma contacteert.
Een attestering 'asbestvrije woning' zoals in Nederland vereist is, alvorens tot de sloop van een woning kan worden overgegaan, zou een vergaande maatregel zijn. Dit komt immers neer op een asbestinventaris voor alle te slopen woningen, die moet worden opgesteld door een gespecialiseerd bedrijf. In Nederland blijkt dit systeem niet zo vlot te lopen : ten eerste omdat er een enorme hoeveelheid aan mensen en middelen ingezet dient te worden en ten tweede omdat de handhaving niet sluitend is. Vooraleer een dergelijk systeem in Vlaanderen ingevoerd wordt, dienen we de haalbaarheid na te gaan. Misschien moeten we inderdaad ook een differentiatie inbouwen. Hoe dan ook, deze suggestie zal meegenomen worden in het doelgroepenoverleg en in de komende beslissing over de beleidsnota Asbest.
Binnenkort start de evaluatie van het sectoraal uitvoeringsplan Bouw- en Sloopafval. Ook binnen die procedure zullen we overwegen of de invoering van een voorafgaande inventarisatie van te slopen gebouwen op de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen zoals asbest aangewezen is. Dit kan zeer nuttig zijn, want hierdoor kunnen immers ook de kwaliteit en de afzetmogelijkheden van sloopafval verbeteren.
Enkel cementgebonden asbestplaten mogen aanvaard worden op het containerpark. Die platen worden namelijk beschouwd als bouw- en sloopafval. Ze mogen evenwel niet bij het recupereerbare bouw- en sl