Manu van der AA
Manu van der Aa (° Turnhout, 1964) studeerde Germaanse Filologie aan de Universiteit Antwerpen. Na een korte carrière als boekhandelaar in Antwerpens laatste ‘echte’ boekhandel, Veritas, begon hij in 1994 leraar Nederlands aan het Technisch Instituut Sint-Paulus te Mol. Hij was van april 2002 tot januari 2004 als onderzoeksmedewerker verbonden aan de toenmalige Ufsia voor de realisatie van de eerste fase van een project, o.l.v. de professoren K. Wauters en J. Gerits, dat de editie van Walschaps kritische werk uit het interbellum tot doel heeft (verschenen bij de KANTL in 2006). Doceerde Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Antwerpen en de Université Libre de Bruxelles.
Vanaf 1987 publiceert hij geregeld over voornamelijk Nederlandse literatuur in o. m. Streven, Knack, Kunsttijdschrift Vlaanderen & De Morgen. In 1994 verscheen van zijn hand E. du Perron en de avant-garde. Kroniek van een heilzame ziekte (Bas Lubberhuizen, Amsterdam). Hij is bestuurslid van het Gerard Walschapgenootschap en bestuurslid/sommelier van het E. du Perrongenootschap. In 2001 stond hij mee aan de wieg van het literair-historische tijdschrift 'Zacht Lawijd', waarin hij als redacteur publiceerde over o.a. Richard Minne, Henri Vandeputte, Jef Leynen & André de Ridder. In 2008 promoveerde hij aan de Rijksuniversiteit Groningen op een biografie van Alice Nahon, verschenen als 'Ik heb de liefde liefgehad'. Het leven van Alice Nahon (Lannoo, Tielt).
In 2013 bezorgde hij 'Fashion en andere dada's. Verzameld Nerderlandstaligwerk 1907-1921' van Paul-Gustave van Hecke. Momenteel werkt hij aan een biografie van P.-G. van Hecke (1887-1967).
196400000063