BAETEN Sven
De overheid als ondernemer (oorspronkelijke titel van de thesis: Grondslagenonderzoek naar het optreden van de overheid als onderneming : een herijkte rol van de openbare dienst)
Proefschrift voorgedragen tot de toekenning van de academische graad van doctor in de rechten (promotor K. LEUS, copromotor Ph. Colle). VUB - Vrije Universiteit Brussel.
Hardcover, grote in-8, xvii + 543 pp., bibliografische noten, bibliografie, register. Klassieke opbouw met genummerde paragrafen.
In zijn kapitale onderzoeksvraag vertrekt de auteur van de vennootschapsstructuur. Heeft de overheid wel eigen structuren nodig om overheidsbedrijven uit te baten?
Kan het algemeen belang in een beheerscontract worden gegoten en hoe autonoom kan een overheidsbedrijf dan werken? (zie 286) En kan het beheerscontract als een vervanging van toezicht dienst doen? Waar blijft men in voorkomend geval met het 'algemeen belang' als toetsingscriterium? (zie 386)
Commentaar LT:
Paragraaf 347 is veelzeggend: 'Hoewel de werkgelegenheid gecreëerd door de autonome overheidsbedrijven hoegenaamd niet onbelangrijk lijkt te zijn voor de overheid, behoort zulke sociale doelstelling niet tot de hun door de wetgever opgedragen taken.' (in de voetnoot 2517 wordt verwezen naar Belgacom, De Post, NMBS, Belgocontrol en BIAC) Overigens was SB in 2005 betrokken bij de keuze van de strategische partners van BPost. Van 2005 tot 2007 was hij Directeur van het Kabinet van de Staatssecretaris voor Overheidsbedrijven (Bruno Tuybens, SPA) in de regering Verhofstadt-II.

De paragrafen 352 e.v. bepreken de belangrijke notie van de universele dienstverlening, een begrip dat in de telecommunicatiesector nogal wat inkt deed vloeien. Het gaat om een minimumdienst die in de tijd een andere gedaante kan aannemen. De prijsstelling daarvoor is een problematisch punt in een neergaande conjunctuur en een stijgend aantal armen.

Voor zover wij konden nagaan in deze lijvige studie wordt er niet ingegaan op de mogelijke discrepantie tussen een beheerscontract dat tot stand komt onder een 'toevallige politieke meerderheid' en het algemeen belang. Maar wellicht past de bespreking van deze mogelijkheid minder in een rechtsgeleerd werk en meer in een politicologisch kader. Wat er ook van zij, de structurele wijzigingen van de jaren 90 hebben aangetoond dat het - althans in de PERFIDE neo-liberale opvatting - niet tot het algemeen belang behoort de winsten van de overheidsbedrijven te laten toevloeien naar de schatkist. De ongebreidelde privatisering heeft de winst of de capaciteit daartoe stelselmatig en vooraf gepland naar de private spelers gebracht. De liberaliseringsgolf heeft vervolgens sleutelsectoren in de handen van 'global players' gespeeld en de natiestaten schatplichtig aan hen gemaakt. Zie ons Katanga-model .
€ 75.0

BUY