Book of the Day
HROCH Miroslav & SKYBOVA Anna
Inquisitie en Contrareformatie
Luxe-editie. Hardcover, linnen met geïllustreerde stofwikkel, 4tp, 276 pp. Illustraties in ZW en kleur. Bibliografie, index, chronologische tabel (algemene geschiedenis, kerkgeschiedenis, cultuurgeschiedenis). Noot: beide auteurs zijn historici aan de Karelsuniversiteit van Praag; de hoofdstukken over de kerkelijke iconografie/propaganda (hemel/hel) zijn interessant.
HROCH Miroslav & SKYBOVA Anna@ wikipedia
€ 20.0
New Arrivals
JOOS Erwin
Kunst van heden 100 jaar later - François Franck-wandeling
Paperback, in-8, 104 pp., illustraties, bibliografische noten, bibliografie.
Gewijd aan de collectie François Franck en een artistieke wandeling door Antwerpen. Met een aantal afbeeldingen van het werk van Eugeen Van Mieghem.
JOOS Erwin@ wikipedia
€ 11.5
RADZINSKY Edward
Alexander II - De laatste grote tsaar (vertaling van Alexander II. The Last Great Tsar - 2005)
Paperback, in-8, 446 pp., illustraties, bibliografische noten, bibliografie, index/register, stamboom van de Romanovs (ca. 1650-1917).
Radzinsky is een Russisch historicus. Eerder schreef hij over Nicolaas II, Stalin en Raspoetin.
The New York Times Book Review schreef: 'Een fascinerende geschiedenis over het hoogtepunt en de ondergang van de Romanov-dynastie'.
Noot over de data: Alle data in dit boek zijn volgens de oude Juliaanse kalender opgemaakt. Rusland heeft pas op 31 januari 1918 de Gregoriaanse kalender ingevoerd. De tot dan toe gebruikte Juliaanse kalender liep dertien dagen achter op de Gregoriaanse, die in het westen werd gebruikt. Zo wordt de Oktoberrevolutie van 1917, die plaatsvond op 25 oktober, tegenwoordig herdacht op 7 november.



RADZINSKY Edward@ wikipedia
€ 15.0
BENNETT Ronan
Hart van Congo (vert. van The Catastrophist - 1998). Roman
Hardcover, stofwikkel, in-8, 316 pp. Uit het Engels vertaald door José Rijnaarts. Speelt zich af in Congo, vlak na de onafhankelijkheid. Overigens is een rol weggelegd voor Patrice Lumumba.
Bennett (1956) is een Iers schrijver; dit is zijn derde roman.

De Financial Times schreef:
'De exotische achtergrond roept een tijdperk van koloniale decadentie op.'
BENNETT Ronan@ wikipedia
€ 15.0
HOOZEE Robert, TAHON-VANROOSE Monique (red.)
Het landschap in de Belgische kunst 1830-1914
Gebrocheerd, kleine 4to, 321 pp., ill. in ZW en kleur, bibliografie, lijst van tentoonstellingen, Résumé en français, Summary in English. Catalogus bevat 289 items.
Verboeckhoven, De Noter, Fourmois, Lamorinière, Huberti, Boulenger, Louis Artan, Rops, Degreef, Verheyden, Courtens, Vogels, James Ensor (duinen), Van Rysselberghe, Van de Velde, Evenepoel, Van den Abeele, Frederic, Emile Claus, e.a.
HOOZEE Robert, TAHON-VANROOSE Monique (red.)@ wikipedia
€ 20.0
BURGDORFF Stephan, HABBE Christian (red.)
De hemel stond in brand. De geallieerde bombardementen op Nazi-Duitsland. (vertaling van Als Feuer vom Himmel fiel - 2003)
Pb, in-8, 220 pp. Uit het Duits vertaald door Margreet De Boer. Met foto's in zwart/wit en kleur en personenregister.
Noot LT: natuurlijk was dit ook een vorm van genocide, voorgesteld als 'oorlogshandelingen'; van 'collateral damage' kan bij een tapijtenbombardement geen sprake zijn.
BURGDORFF Stephan, HABBE Christian (red.)@ wikipedia
€ 10.0
SEBERECHTS Frank
Ieder zijn zwarte. Verzet, collaboratie en repressie
Tweede druk. Pb, in-8, 221 pp., foto's, noten, bibliografie, index. Beschrijving van de situatie rond het verzet, de collaboratie en de berechtiging van landverraders in België tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog.
SEBERECHTS Frank@ wikipedia
€ 12.5
LAUDE Norbert
Le Radium congolais et canadien - [e-book PDF]
E-book 21 pp. With folding map of Canada (Hunter Bay, Echo Bay) and map of Katanga (Shinkolobwe, Luishia). Signed by the author. Note LT: This paper (in French) discusses the price levels of Kantangese and Canadian radium (pechblende, uranium). Although Laude indicates "Shinkolobwe" on the map, he speaks of "Chinkolobwe" (sic!) in the text. This misspelling of the name of the mine persists in later history books. Even today journalists misspell the name. In the computer era this leads to false results in search operations (e.g. on the internet, libraries, ...). Research should pay attention to this detail. Attention: this is an e-book in PDF-format (10,9 Mb), scans 300 dpi BW, 300 dpi grayscale for the 2 maps. Will be sent to you via WeTransfer.

The article pays attention to the global network of Union Minière.
The links with the scientific branches in the US facilitated the work of Edgar Sengier when he sold the necessary quantities of uranium to the US Army. One might even say that the preparations for the atomic bomb were made long before the outbreak of World War II.
Laude points at the importance of the harbour of Lobito and the railway through Angola, colonial property of Portugal. Indirectly Lissabon became gradually a center for secret negociations concerning uranium transits.
LAUDE Norbert@ wikipedia
€ 7.5
DE NIJS Paulina, KROEZE Hans (red.)
De middeleeuwse kloostergeschiedenis van de Nederlanden
Hardcover, grote in-8, 240 pp., illustraties, bibliografische noten, bibliografie, begrippenlijst, index/register.
Met Schema van de globale ontwikkeling van het kloosterwezen (ca. 300 - 1399) > zie p. 71.
DE NIJS Paulina, KROEZE Hans (red.)@ wikipedia
€ 20.0
BIVORT J.-B.
Essai sur le Défrichement des Terres Incultes de la Belgique
Broché, in-8, 82 pp., notes bibliographiques.
A noter: En 1847 BIVORT publiera une suite: Dissertation raisonnée sur les meilleurs moyens de fertiliser les landes de la Campine et des Ardennes, sous le triple point de vue de la création de forets, de prairies et de terres arables.

Le problème continue à occuper les esprits.

En 1847 RAINGO publie De la fertilisation des landes dans la Campine et les Ardennes, considérée sous le triple point de vue de la création de forets, de prairies et de terres arables

En 1847 Ch. DU TRIEU DE TERDONCK CH. lance sa Dissertation sur les meilleurs moyens de fertiliser les landes de la Campine et des Ardennes, sous le triple point de vue de la création de forets, de prairies et de terres arables

En 1848 MOREAU P.J. revient sur la question avec ses Considérations sur les défrichements et particulierement sur ceux de la Campine.

En 1849 A. EENENS publia son Mémoire sur la fertilisation des landes de la Campine et des dunes.

En 1853 Georges PODESTA publia son Essai sur la Campine Anversoise.

En 1860 DELACROIX présenta un rapport, Défrichement des terrains incultes dans la Campine belge et les autres contrées de la Belgique. Rapport à son Exc. le Ministre de l'agriculture, du commerce et des travaux publics.
BIVORT J.-B.@ wikipedia
€ 25.0
HUBERT Eugène
Notes et documents sur l'histoire religieuse des Pays-Bas autrichiens au XVIIIe siècle. Une enquête sur l'état religieux de la partie flamande des Pays-Bas en 1723.
Broché, 4to, 142 pp., notes bibliographiques, index.
HUBERT Eugène@ wikipedia
€ 40.0
KRUITHOF Jaap
Geen dier jankt zo ongenadig als de mens
Paperback, in-8, 207 pp., schema's.
Een cultuurfilosofische benadering van geluid en muziek.
Onze geluidswereld verschraalt onder de druk van pan-industrialisering en pan-commercialisering, zo poneert Kruithof.
Dat hangt samen met de Westerse maatschappelijke, economische en politieke ontwikkelingen.

Jakob (Jaap) Kruithof (Berchem, 13 december 1929 – Boechout, 25 februari 2009) was een Belgisch vrijzinnig en socialistisch filosoof, publicist en opiniemaker. Sinds de jaren 60 gold hij (naast Etienne Vermeersch, Leo Apostel en Rudolf Boehm) als een van de linkse iconen van de Gentse Universiteit. Kruithof was ook organist en doceerde muzieksociologie aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium in Antwerpen. (bron: wiki)
KRUITHOF Jaap@ wikipedia
€ 20.0
DE FACTO ART MAGAZINE
Maskers van West-Afrika - Expo Het Tweede Gezicht - Koninklijk Museum voor Midden-Afrika Tervuren
Magazine, 66 pp., rijkelijk geïllustreerd in kleur, met kaart der volkeren/stammen: Bassa, Baga, Ibo, Bambara, Ogoni, Bidjogo, Guro, Baule, Bwa, Bedik, Malinke, Diola, Toma, Dan, Mende, Dan, Senufo, Tusian, Kutep, Boki, Anang, Ljo, Urhobo, Yoruba, Fon, Fanti, Ligbi, Kulango, Tusian, Nunuma, Dogon, Bobo, Yaure, e.a.
DE FACTO ART MAGAZINE@ wikipedia
€ 15.0
FERRANTE Elena
de nieuwe achternaam - de Napolitaanse romans 2 - Adolescentie (vertaling van Storia del nuovo cognome - 2012)
18de druk. Paperback, in-8, 479 pp. Vervolg op 'de ideale vriendin'.
Uit het Italiaans vertaald door Marieke van Laake.
Omslagontwerp van Karin van der Meer.

Ferrante treedt in de voetsporen van de grote Italiaanse verhalenvertellers: Levi, Moravia, Morante, Pennacchi, ...
FERRANTE Elena@ wikipedia
€ 12.5
VERMEERSCH Etienne
De ogen van de panda. Een milieufilosofisch essay
9de druk. Pb met flappen, 72 pp., bibliografische noten.
Vermeersch durft te zeggen waar het op staat: een hoofdreden van de vervuiling van onze planeet is de OVERBEVOLKING, we zijn met teveel.
Het is een argument dat ondergesneeuwd is geraakt in de huidige (2021) discussies.
Het zogenaamde WTK-bestel (wetenschappelijk, technologisch, kapitalistisch) - tot stand gekomen in de 19de eeuw - heeft een dynamiek op gang gebracht die blijkbaar niet te stuiten valt. De componenten versterken elkaar. (28)
Het middel is doel geworden, het doel middel. M.a.w. de mens is niet meer het doel van de productie. "De doelloosheid, de irrationaliteit van het totaalsysteem wordt versluierd door de uiterste rationaliteit van de deelsystemen." (29)
VERMEERSCH Etienne@ wikipedia
€ 25.0
BONENFANT Paul (archiviste des hospices)
La suppression de la Compagnie de Jésus dans les Pays-Bas autrichiens (1773)
Hardcover, demi cuir à 4 nerfs, couverture conservée, in-8, 262 pp. (T. XIX, fasc. 3 - Lettres, etc.). Ouvrage de référence.
BONENFANT Paul (archiviste des hospices)@ wikipedia
€ 60.0
DETREZ Raymond Prof Em.
Rusland - Een geschiedenis
Vuistdikke paperback, in-8, 528 pp., bibliografische noten, bibliografie, index/register.
DETREZ Raymond Prof Em.@ wikipedia
€ 20.0
VERMEIRE Guido
Legendarisch-mysterieus en religieus België
Paperback, in-8, 290 pp., illustraties.
Toeristische benadering.
De auteur moet zijn teksten nalezen en de uitgeverij Aspekt moet maar eens een goede corrector in dienst nemen want het boek krioelt van de fouten. Jammer.
VERMEIRE Guido@ wikipedia
€ 7.5
DE KOSTER Margo, DE MUNCK Bert, GREEFS Hilde, WINTER Anne (eds.)
Werken aan de stad. Stedelijke actoren en structuren in de Zuidelijke Nederlanden 1500-1900. Liber Alumnorum Catharina Lis en Hugo Soly.
Paperback, in-8, 335 pp., illustraties, bibliografische noten, belangrijke bibliografie.
Bevat twee interessante bijdragen over het politie-optreden te Antwerpen gedurende de 19de eeuw.
DE KOSTER Margo, DE MUNCK Bert, GREEFS Hilde, WINTER Anne (eds.)@ wikipedia
€ 12.5
HARDY Thomas
Tess van de d'Urbervilles. Een zuivere vrouw (vertaling van Tess of the d'Urbervilles. A pure woman. - 1891)
In de reeks Anno. Paperback met flappen, in-8, 414 pp. Uit het Engels vertaald door Ernst van Altena. Met 104 verklarende noten. In het 39ste hoofdstuk verwijst Hardy (1840-1928) naar Wiertz en naar Jan van Beers.
Merk op dat de subtitel "a pure woman" in vroegere vertalingen niet mee werd vertaald en dus werd weggelaten. Mogelijk valt dat te verklaren door de moord door Tess op Alec D'Urberville. Want hoe puur kan een vrouw die een moord pleegde nog zijn?
En hoe puur kan een verkracht meisje nog zijn in de ogen van Angel Clare?
Door het gebruiken van een subtitel geeft Hardy zelf het antwoord: "Ja, een moordenares kan een pure vrouw zijn" en "Ja, een verkrachting berooft een vrouw niet van haar puurheid." In 1891 was dat voldoende om de knuppel in het hoenderhok te gooien. Of hoe subtiel een subtitel kan zijn.
De moord op Alec valt te interpreteren als een 'zuivering', het wegsnijden van een maatschappelijke kanker: het profitariaat.
De kwintessens van Tess is universeel: het kapitaal, de positie van de vrouw, het verkwanselen van de natuur, het geloof.
Over het geloof zegt Tess (hoofdstuk XLVI): "Ik geloof in de geest van de Bergrede, en dat deed mijn lieve man ook ... Maar ik geloof niet ---" Even verder noemt Alec zoiets "een ethisch systeem zonder dogma." Soms gaat Hardy erg ver in zijn vernuft om Tess te laten denken zoals hijzelf denkt. Een voorbeeld: "Zij poogde te redeneren en hem te zeggen, dat hij in zijn trage hersens twee zaken vermengd had, godsdienst en zedenleer, die in vroegere tijden (Hardy bedoelt vóór het christendom de bovenhand haalde, LT) geheel gescheiden waren geweest. Maar door het weinige, wat Angel Clare haar had medegedeeld, door haar volslagen gemis aan opleiding, en doordat ze iemand was, die zich meer door aandoeningen dan door redenen liet leiden, kon ze niet voortgaan."

In deze roman is het opmerkelijk dat Hardy losjes omspringt met de namen van de hoofdpersonen; zo noemt hij Angel Clare bij zijn voornaam, dan weer bij zijn familienaam; hetzelfde doet hij met de fatterige predikant Alec D'Urberville. Tess daarentegen is onveranderlijk Tess.
Het verschil tussen d'Urberville en D'Urberville is ook niet zonder reden: het is het verschil tussen echte adel en gekochte adel, tussen moraliteit en autodeclaratie.
Dit is een belangrijke roman en geen simpel verhaaltje. De problematiek van het onechte en het geconditioneerde blijft tot op vandaag aanwezig in onze maatschappij.
Wij zijn blij dit boek te kunnen aanbieden.

Wij hebben ook enkele goedkope Engelstalige edities in voorraad:










HARDY Thomas@ wikipedia
€ 25.0
CLAUS Hugo
Het leven en de werken van Leopold II. 29 Taferelen uit de Belgische Oudheid.
Literaire Reuzenpocket nr 347. Pb, in-8, 136 pp.


Noot Lucas Tessens: De verkeerd begrepen boodschap van Hugo Claus
Het leven en de werken van Leopold II. 29 Taferelen uit de Belgische Oudheid - Een bespreking. Dit toneelstuk werd oorspronkelijk geschreven in opdracht van de Vereniging Nederlands Toneelverbond voor haar 100-jarig bestaan in 1970. Het toneelstuk verhaalt de collusie van Kerk, Kapitaal en Koning inzake Congo. Sommige critici vonden het toneelstuk burlesk ... Claus weerom misbegrepen! Wie de geschiedenis van de Congostaat, Belgisch Congo en Zaïre nog maar een beetje kent, weet dat Claus de historische feiten op de voet volgt. De ludieke verpakking bevat een bloedserieuze gruwel en de hele Belgische 'santeboetiek' moet er aan geloven, inclusief de Société Générale en de VS, die Leopold verkracht. Vanaf de 26ste scene neemt Claus een loopje met het tijdselement en speelt de chronologie geen enkele rol meer: zowel de tijd als de actoren zijn onbelangrijke details in een zich steeds herhalend cynisch proces van bedrog, haat, onverschilligheid en vooral ongetemde hebzucht. De banaliteit van de gevoerde politiek is een schertsvertoning die de werkelijke drijfveren maskeert. Altijd is er de koehandel, met de kardinaal en natuurlijk de paus als mediatoren in een deal met een niet al te geïnteresseerde God, die wel belooft maar gauw vergeet. Op p. 49 maakt Claus duidelijk hoe de grote buurlanden België bekijken: Duitslands beschermeling, de lijfeigene van Frankrijk, de voet aan het Europese vasteland voor de Engelsen.

De interessante pagina's:
80: lening van 5 miljoen bij Brown de Tiège en waarborg is 16 miljoen ha.
97: de concessies
100: Kroondomein is 1/10de van de oppervlakte van Congo en bevat de meeste mineralen
113: de eenvormigheid van onze normen
114: Katangees uranium zit USA dwars
115 e.v.: de geschiedenis gaat hier wel héél vlug: van annexatie door België naar de onafhankelijkheid
117: Amerika: 'De internationale opinie, waarvan wij, Verenigde Staten, de tolken zijn, kan niet langer tolereren dat de administratie van een land en de commerciële exploitatie samenvallen.'
120: Leopold II eist rechten op gronden ter grootte van 32 miljoen hectare.
126: Leopold II wordt verkracht door Amerika
136: alle trusts opgenoemd: van Union Minière tot Compagnie du Katanga en Saksen-Coburg-Gotha. Daardoor valt het koningshuis samen met een trust.



Noot Lucas Tessens (20180311): De Standaard van 10 maart 2018 berichtte (in een warrig artikel) over een controverse die is ontstaan bij de voorbereidingen van een uitvoering van het toneelstuk in de KVS. Een journaliste, Gia Abrassart, verklaarde over het stuk het volgende: 'Deze satire is een pseudo-zelfkritiek op de kolonisatie. Het geeft geen enkele stem aan de gekoloniseerde slachtoffers.' Abrassart heeft er klaarblijkelijk niets maar dan ook niets van begrepen. Waarom zou Claus in een toneelstuk een stem geven aan de onmondigen van toen? Die hadden ze niet en Patrice Lumumba is vermoord omdat hij zowat de enige was die wel zijn stem liet horen en inging tegen het establishment. Overigens is het onzin een satire te lijf te gaan met zogenaamd rationele argumenten. Gia Abrassart bewijst nog maar eens dat je nog geen zinnige praat vertelt wanneer je wél een stem hebt.
CLAUS Hugo@ wikipedia
€ 20.0
Scoop
TESSENS Lucas, TESSENS Manu
Boeken, bibliografische referenties en feiten over opgeheven/afgeschafte abdijen en kloosters in België - MONASTERIES BELGIUM @ mers.be
ID: 202106310000
Klik op de kaart hieronder en u krijgt ze uitvergroot én dynamisch te zien. Zoom in op het gebied dat u interesseert. Klik dan op een icoontje in de kaart: U krijgt het boeknummer en de titel te zien, maar ook historische gebeurtenissen zijn in de kaart te vinden.
De ligging van de abdijen, kloosters en priorijen is gegeorefereerd tot op straatniveau, c.q. huidig perceelsniveau (decimale breedte lengtegraad). Vaak gaat het om de ligging van ruïnes (bvb. Villers-la-Ville, Aulne), restanten van complexen die een heel andere bestemming kregen (omgebouwd tot een fabriek, een kasteel, een school of een hoeve), gebouwen die geheel verdwenen zijn (bvb. de grote Sint-Michielsabdij aan de Scheldekaai te Antwerpen).
De kaart bevat VIER zogenaamde 'lagen' die naar believen samen of afzonderlijk kunnen getoond worden (klik op het icoontje links bovenaan in de grijze balk).
DE EERSTE LAAG is die met boeken over de abdijen en kloosters. (marker = groen-wit boek-icoontje); bij een 'click' op de marker opent zich links een venster met de essentialia over het boek; de toegevoegde link voert u naar de volledige beschrijving van het boek.
DE TWEEDE LAAG is die met feiten over de ligging van kloosters, uitdrijvingen van de kloosterlingen, de boedelbeschrijving, de verkopen als 'nationale goederen', etcetera. (marker = witte ster op groen cirkeltje) Alle vernoemde feiten hebben in onze database een of meerdere bibliografische referenties tot op pagina-niveau.
DE DERDE LAAG bevat de bibliografische referenties van boeken die we niet (meer) aanbieden. (marker = rood-wit boek-icoontje). Voor de constructie van deze laag konden wij ook rekenen op de gewaardeerde medewerking van onze collega Pieter Judo van Antiquariaat De Lezenaar te Hasselt. Hij bouwde in de loop der jaren een grote expertise en collectie op rond religie, theologie, kloosters en abdijen. Wij zijn hem zeer dankbaar voor het aanleveren van bijkomende bibliografische referenties. Die zijn nog volop in verwerking.
DE VIERDE LAAG toont u waar de twaalf Statenabdijen van Brabant lagen. (marker = kruis) Zij waren de dominante grootgrondbezitters (hun domeinen omvatten duizenden hectaren) en hadden daardoor veel politieke macht én zeggenschap op het terrein en over hun pachters. Je kon de abdij maar beter te vriend houden!

Om alle icoontjes (ook wel 'markers' genoemd) bij een bepaalde plaats te zien, dient u zo diep mogelijk op de Google map in te zoomen.





Bouwwerf: methodiek, updates en bijsturing
Let wel, deze kaart is nog steeds in opbouw. Met name de kloosters en abdijen, gelegen in het huidige Waalse Gewest (waar de Maas een levensader is), zullen we in de volgende weken verwerken in de achterliggende database. Daarna volgt dan een update over Brussel-Hoofdstad. Vervolgens zullen we nog dieper graven en een dubbele controle uitvoeren op de ligging van abdijen en kloosters in de 'grote' steden: Antwerpen, Brugge, Gent, Leuven, Mechelen, Brussel/Bruxelles, Liège, Namur, Charleroi, Mons. De coördinaten zijn moeilijker vast te leggen omdat in een verstedelijkt milieu de mutaties (gehele of gedeeltelijke afbraak, herbestemming, verandering van straatnamen, etc.) groter zijn dan op het platteland. Een mooi voorbeeld daarvan is 'Het verloren klooster van Hoboken', inmiddels een deelgemeente van Antwerpen, waar de industrialisatie zorgde voor veel afbraak en een grondige wijziging van het landschap.
Op 27 maart 2021 kreeg de kaart een forse update en steeg het aantal getoonde items van 245 naar 514, meer dan een verdubbeling dus van de gevisualiseerde informatie. Vooral het aantal bibliografische referenties kende een uitbreiding: van 42 naar 242 titels. In de aansturende database zijn een aantal correcties doorgevoerd. Tenslotte werd door MERS een programma geschreven waardoor de 'markers' elkaar niet meer kunnen bedekken wanneer GPS-coördinaten identiek zijn. ALLE 'markers' zijn nu zichtbaar en aanklikbaar. Voorwaarde is dat u voldoende inzoomt op de plaats die u interesseert.


Superrijken
Het zal duidelijk zijn dat we ons vooral richten op de materiële en economische belangen van abdijen en kloosters en dat we spirituele aspecten niet belichten. Die laatste waren o.i. een scherm waarachter met enorme opgepotte vermogens en toenemende machtsconcentraties werd gespeeld. Zowel keizerin Maria Theresia als haar zoon Jozef II wilden die macht inperken (het woord 'breken' gaat te ver) en rekenden daarvoor op hun regeringen te Brussel. Het is dan ook ironisch dat Jozef II mee een beweging op gang bracht, die 'in fine' zijn eigen zus, Marie-Antoinette ('l'autrichienne'), en zijn schoonbroer, Louis XVI, letterlijk de kop zou kosten.

Twee kaarten uit 2005
Onze interesse voor dit thema gaat terug op onze research, uitgevoerd tussen september 2004 en maart 2005. Die kreeg zijn neerslag in het artikel 'De herschikking van het onroerend goed op het einde van de 18de en het begin van de 19de eeuw'zie boeknummer 20050077 , verschenen in het jaarverslag 2004 Onroerende Voorheffing (Belastingdienst voor Vlaanderen). Daarin belichtten wij toen o.m. de afschaffing van kloosters onder het bewind van keizer Jozef II en de nationalisatie van abdijen en kloosters tijdens de Franse Revolutie en de Franse bezetting en annexatie van de Oostenrijkse Nederlanden en het Prinsbisdom Luik.
Die beide ingrepen hebben we toen in kaart gebracht mits een projectie op de fusiegemeenten van het Vlaamse Gewest met daarbij de nominatieve opsomming van de afgeschafte kloosters. Dat gebeurde met software van Arcview. De inkleuring van de kaarten kon weliswaar vanuit een frequentietabel worden aangestuurd, maar voor het prepareren van een persklare kaart in A3-formaat moesten die toch nog langs een tekenprogramma (Photoshop) passeren. Gelukkig konden we daarvoor een beroep doen op de dienst AEGIS van de intercommunale CIPAL. Beide kaarten kunt u zichtbaar maken door hier te klikken. Dit terzijde.

De bronnen, geconsulteerd in 2004-2005
Oriënterende gesprekken met archivarissen van Grimbergen, Affligem en Postel. Oriënterende bezoeken aan enkele Waalse abdijen. Aankoop, consultatie en verwerking van de 23 delen van het befaamde 'Monasticon belge', met focus op de data over afschaffing (voor een aanzienlijk aantal abdijen stelden we merkwaardige lacunes vast). Aankoop bij het Rijksarchief van een microfilm van het rapport de Kulberg (1785), dat 110 abdijen en kloosters auditeert. Overzichtswerken over religieuze orden. Overzichten per gewest, provincie, streek. Lokale geschiedenis. Bibliografische werken. Overzichten van (al dan niet beschermd) onroerend erfgoed: bijvoorbeeld de reeksen 'Inventaris van het Cultuurbezit' en 'Le patrimoine monumental de la Belgique'. Monografieën over welbepaalde abdijen en kloosters; die zijn niet altijd accuraat in de datering van gebeurtenissen of mijden gewild of ongewild de 'moeilijke periode' van de verkopen van 'zwartgoed'. Encyclopedische werken. Studies over de regeerperiode van Jozef II (en in mindere mate die van Maria-Theresia). Studies over de Franse Revolutie, het Frans Bewind in onze 'départements' en over de niet te omzeilen figuur van Napoléon Bonaparte (met nadruk op zijn juridische en administratieve hervormingen). Enkele specifieke en diepgravende studies over de verkoop van nationale goederen (op één hand te tellen). Inventarissen van het Algemeen Rijksarchief aangaande afgeschafte kloosters en abdijen, hun bewaarde archieven/bibliotheken en de affiches van de verkopen.






Zwartgoed
De kloostergebouwen en gronden, 'nationale goederen' geworden, werden openbaar verkocht, pakweg in de periode 1787-1800. In het katholieke Vlaanderen fluisterden de mensen toen over 'zwartgoed', een woord om aan te duiden dat de onroerende goederen onrechtmatig geconfisceerd en verworven waren. Het bleef overigens een heet hangijzer en een taboe-onderwerp in de Belgische historiografie. Want, was de aankoop van zulk 'zwartgoed' geen vorm van collaboratie met de anti-kerkelijke Franse bezetter geweest? Was de religie, ja zelfs het geloof in God, niet onherstelbaar beschadigd? Was het allemaal geen uiting van de botsing tussen Kerk en Staat, uitgelokt door de wat naïeve Jean-Jacques Rousseau en de perfide Voltaire, en vorm gegeven door een verrader uit eigen katholieke rangen, met name Talleyrand? En was het Concordaat van 1801 tussen Napoleon en het Vatikaan geen valse 'entente', het aanvaarden van smeergeld door de gezalfde Paus hemzelve? Was een pastoor, die betaald werd uit de staatskas, wel een echte zieleherder of eerder een ambtenaar die zich plooide naar de hand waaruit hij een aalmoes ontving? En wat was een bisschop anders dan een gekostumeerde vazal van de nieuwe rijken, zij die spuwden op het volk?

Een kort essay
Waar kwam die gekke Hollander, die Willem, plots vandaan? Opnieuw een koning ergens in een verre stad? Wat kon die keeskop voor ons landeke anders betekenen dan nieuwe belastingen en nog meer combines tussen Brussel, Londen, Parijs en Amsterdam? Hoe kon dat nu, ne protestant, waarvan niemand wist dat hij bestond?
En wie zou er voor de armen zorgen die vroeger al eens een penning of een brood kregen aan de halfgeopende zware deuren van kloosters en abdijen? Kon een burgerlijke liberale staat, gedomineerd door de grootgrondbezitters en de adel, met een nieuwe koning op de koop toe, misschien een antwoord verzinnen op de vraag naar brood en bier? Hoe moest het nu verder met het onderwijs, die uitvinding om jongeren net dom genoeg te houden om de lastige vragen over de verdeling van macht en rijkdom niet te laten opborrelen in hun hersenmassa? En ja, van massa gesproken, hoe hield je die in bedwang, verstoken van licht en 'Verlichting', nauwelijks in staat te overleven, als beesten, altijd bereid om rel te schoppen in dienst van de hoogstbiedende of de meest belovende agitator, buigend voor de baron en even later, laveloos aan de toog, scheldend op de patrons en de huisbazen en op de baron en zijn stoefende 'madam', vergetend dat enkele straten verderop tien kinderen en een veel te vlug oud geworden wijf op zijn loonzakje zitten wachten in een krocht, kijkend in de grote holle ogen van het meisje achter de tapkast, zij die alles begrijpt zelfs als je stevig in haar billen knijpt, zij die na zijn negentiende jenever de godin Diana wordt, die de jacht voor open verklaart, ware het niet dat noch zij, noch hij een geweer bezat, anders zou het hoge volk eens wat meemaken ... ?



Land: BEL
News Items & Facts
LT
18 april 1777: Jozef II bezoekt zijn zus, Marie Antoinette, en schoonbroer, Louis XVI, in Versailles
ID: 177704182501
20060052: 332
Land: FRA
LT
1777: kruisridders (croisiers): orde opgeheven, klooster te Namur opgeheven
ID: 177700005571
19050007: 16 en vn 2
Land: BEL
LT
1776-1782: verkoop goederen Jezuïeten
ID: 177600008841
"Anderzijds schafte zij (Maria-Theresia) in 1775 de Jezuïeten-orde af, en liet zij in de volgende jaren hun goederen verkopen (1776-1782)."

Geschiedenis van Vlaanderen, deel V, blz. 293

zie ook: 20020051: 69
Land: BEL
NN
1775 VIII 12 GENT Criminele Sententie tot laste van GILLIS HELSKENS. Domestiquen Dief. (DOODSTRAF). Gent, Weduwe Michiel de Goesin, 1775, pamflet in-4°, 21 x 17 cm, 4 nn pp. De beklaagde wordt beschuldigd van diefstal bij zijn meester van 14 hemden en een slaaplaken. "Wij condemneren U geëxecuteert te worden met de Koorde, tot dat'er de dood naer volgt.". De executie werd uitgevoerd op het Veerle plein te Gent.
ID: 177508120905
NN
1774 IV 30 GENT, EMANUËL DIRKENS D'OFFICE. (DOODSTRAF). Gent, by de Wed.Jan Meyer, op d'Hoog-poorte in het gekroond Zweird, 1774, pamflet in-4°, 21 x 17 cm, 4 nn pp. Ter dood veroordeling van Emanuël Dirkens wegens een tweevoudige roofmoord op de Wed. Muys en haar nicht, op de Brabanddam te Gent, met uitgebreide beschrijving van de misdaden en het tijdsgebruik van de misdadiger. De veroordeelde werd op de Vrijdagmarkt geradbraakt.
ID: 177404300905
Land: BEL
NN
1774 II 12 GENT Criminele Sententie tot laste van Jan Baptiste Vander Linden , KERKDIEF. (DOODSTRAF). Gent, Weduwe van Michiel De Goesin, 1774, pamflet in-4°, 21 x 17 cm, 4 nn pp. De beklaagde, afkomstig uit Zottegem, wordt beschuldigd van diefstal; "U op een Schavot aan eene stake gebonden te worden, ende aldaer te worden afgekapt uwe rechte hand, gewoelt ende gebrand tot dat'er de dood naer volgt.". De executie werd uitgevoerd op het Veerle-plein te Gent.
ID: 177402120905
Land: BEL
LT
tussen 20 en 23 september 1773: uitdrijving na betekening jezuïeten uit hun huizen in de Oostenrijkse Nederlanden
ID: 177309209275
"Op 20 september 1773 om 7 uur 's morgens boden zich in elk jezuïetenhuis twee of meer commissarissen van overheidswege aan. Overal verliep de betekening volgens hetzelfde stramien."

20020051: 67

19790125: 140
Land: BEL
LT
15 september 1773: Jezuïeten-orde afgeschaft door Maria-Theresia, die concrete instructies geeft
ID: 177309158940
zie facsimile van het bevel aan de rechtbanken in 19870053: 221

19910138 geeft 2/9/1773 op als datum
Land: BEL
LT
21 juli 1773: Jezuieten-orde verboden door de Paus (bul Dominus ac Redemptor) (tot augustus 1814)
ID: 177307216641
http://www.newadvent.org/cathen/14099a.htm (20040425)

EPPERSON 19850005: 79

18920006: 6

BONENFANT (Paul) — La suppression de la Compagnie de Jésus dans les Pays-Bas autrichiens (1773). Bruxelles, Académie Royale de Belgique, 1925. In-8° broché, 262 p., (collection « Classe des Lettres et des Sciences Morales et Politiques - Mémoires - Collection in-8° », T. XIX, fasc. 3), exemplaire en grande partie non coupé. 25 euros

http://www.loiseaulire.com/Belgique/General.html (20040905)

19850064: XXXIV

19870053: 221

19640059: 153 en 235

19910138

19790125: 139
Land: VAT
LT
ontgonnen gronden krijgen vrijstelling van lasten en kloosters en gemeenten moeten hun woeste gronden verkopen (ordonnantie van Maria-Theresia)
ID: 177206251788
19060001, VLIEBERGH E. De landelijke bevolking der Kempen gedurende de 19de eeuw. Bijdrage tot de economische geschiedenis. p. 148

zie ook 18740005: 341

zie ook 19440030: 21 die stelt: "Bij decreet van 25 juni 1772 gebood de Oostenrijkse regering aan de gemeenten een zeker deel van de braakliggende gronden binnen de zes maanden te beplanten (met bomen, LT) of te verkopen."
Land: BEL
NN
1772: ontgonnen gronden krijgen vrijstelling van lasten en kloosters en gemeenten moeten hun woeste gronden verkopen (ordonnantie van Maria-Theresia)
ID: 177206250063
19060001, VLIEBERGH E. De landelijke bevolking der Kempen gedurende de 19de eeuw. Bijdrage tot de economische geschiedenis. p. 148
zie ook 18740005: 341
zie ook 19440030: 21 die stelt: "Bij decreet van 25 juni 1772 gebood de Oostenrijkse regering aan de gemeenten een zeker deel van de braakliggende gronden binnen de zes maanden te beplanten (met bomen, LT) of te verkopen."
Land: BEL
LT
16 mei 1770: dauphin (latere Louis XVI) x Marie-Antoinette van Oostenrijk
ID: 177005161488
16 mai 1770: Mariage du dauphin (futur Louis XVI) avec l’archiduchesse Marie-Antoinette d’Autriche.

20060052: 331

19840100: 408
Land: FRA
LT
1770: afpaling algemeen toegelaten in Oostenrijkse Nederlanden
ID: 177000005543
19700109: 28
Land: BEL
LT
5 februari 1768: jezuïeten verdreven uit Parma
ID: 176802051599
"In 1761 hadden de Bourbonvorsten van Frankrijk en Spanje een 'Familieverdrag' gesloten. Door afstamming waren de koning van Beide Siciliën, zoon van Karel III van Spanje en de hertog van Parma, kleinzoon van Lodewijk XV, betrokken in dit verbond. Choiseul suggereerde na de verbanning van de Sociëteit uit Spanje een gezamenlijke actie tegen de orde. Te Napels werden in de nacht van 3 op 4 november 1767 de jezuïeten buitengezet en in Parma op 5 februari 1768. De reacties van paus Clemens XIII werden gewoon genegeerd. Begin 1769 dienden de Bourbonvorsten een aanvraag in bij Clemens XIII om de jezuïetenorde helemaal af te schaffen."

19910138: 103
Land: ITA
LT
4 november 1767: jezuïeten verdreven uit Napels
ID: 176711047821
"In 1761 hadden de Bourbonvorsten van Frankrijk en Spanje een 'Familieverdrag' gesloten. Door afstamming waren de koning van Beide Siciliën, zoon van Karel III van Spanje en de hertog van Parma, kleinzoon van Lodewijk XV, betrokken in dit verbond. Choiseul suggereerde na de verbanning van de Sociëteit uit Spanje een gezamenlijke actie tegen de orde. Te Napels werden in de nacht van 3 op 4 november 1767 de jezuïeten buitengezet en in Parma op 5 februari 1768. De reacties van paus Clemens XIII werden gewoon genegeerd. Begin 1769 dienden de Bourbonvorsten een aanvraag in bij Clemens XIII om de jezuïetenorde helemaal af te schaffen."

19910138: 103
Land: ITA
LT
2 april 1767: jezuïeten (duizenden -) aangehouden in Spanje
ID: 176704021566
19640059: 152
Land: ESP
wiki
23 mai 1766: Par l'arrêt du Conseil d'État du 23 mai 1766, le roi Louis XV constate des abus dans les monastères et envisage de mener une enquête. Commission des réguliers.
ID: 176605230987
Sauter à la navigationSauter à la recherche
La commission des réguliers (1766-1780) est instituée en France à la demande de Louis XV pour réfréner les abus du clergé régulier et examiner la situation financière des établissements monastiques aux ressources insuffisantes. En fait, il s'agit pour le haut clergé séculier de s'emparer des biens et bénéfices des monastères à leur profit, alors que le royaume traverse une crise financière. Elle intervient après l'expulsion des jésuites de France (décret de Louis XV du 26 novembre 1764).


Sommaire
1 Historique
1.1 Contexte
1.2 Création
1.3 Composition de la Commission
1.4 Actions et conséquences
1.5 Épilogue
2 Ailleurs en Europe
3 Sources
4 Notes
Historique
Contexte
Ayant surmonté le Grand schisme d'Occident et la Réforme protestante, les ordres monastiques avaient retrouvé un essor spirituel au xviie siècle ; cent ans plus tard, ils sont moribonds. Ils vivent sur une économie seigneuriale, assise sur la propriété foncière, économie en partie obsolète depuis les découvertes maritimes des xve et xvie siècles et où les techniques restent traditionnelles avec des rendements agricoles relativement faibles ; d'anciens privilèges assurent une survie relative aux moines qui n'arrivent pas à se libérer du système de la commende1. Ce blocage économique et institutionnel se complique de querelles doctrinales entre un clergé gallican et les partisans de l'autorité du pape : naguère brillants, ces ordres restent, en dépit de notables exceptions, à l'écart du mouvement d'idées au siècle des Lumières.

Or, le siècle des Lumières peine à comprendre l'« oisiveté » de ces hommes inutiles à l'État2, assume une tradition des légistes gallicans qui assimile les vœux de religion à un contrat révocable3, se situe aussi dans une tradition janséniste d'émancipation vis-à-vis du pouvoir pontifical. Cependant, la critique sans doute la plus radicale est exprimée par Rousseau pour qui les moines n'ont aucune raison d'être car : « renoncer à sa liberté, c'est renoncer à sa qualité d'homme. »4.

Au milieu du siècle, on dénombre environ 35 000 religieux en France, mais, après 1750, apparaît une crise de recrutement, très sensible. Les élites se détournent des monastères. Des bâtiments classiques avaient remplacé les constructions romanes ou gothiques, mais restaient vides. Les deux tiers des abbayes masculines françaises avaient des effectifs moyens inférieurs à dix moines :

vingt à trente sont très riches,
environ une centaine ont des ressources convenables mais aléatoires,
plus de deux cents abbayes sont pauvres.
La France compte à cette époque 412 abbayes bénédictines, de dimension importantes ; mais chacune d'entre elles n'est occupée que par une dizaine de religieux en moyenne, d'autant que les commendataires avaient intérêt à limiter le nombre des moines au minimum de trois, pour limiter la part de ceux-ci, dans le revenu de l'abbaye, à leur profit.

Création
À la clôture de la session de l'Assemblée du Clergé en juin 1766, une lettre à destination du pape est remise au roi pour obtenir la nomination d'une commission de cardinaux et d'évêques chargée de réformer les prétendus abus ; Choiseul[Lequel ?] omet de l'envoyer. Or, toute communauté religieuse s'installant dans le royaume est soumise à des lettres patentes d'approbation5. Ainsi, Louis XV s'estime-t-il en droit de régler les abus qui se sont introduits dans les communautés religieuses :

Une commission royale est instituée par l'arrêt du 31 juillet : cinq archevêques et cinq conseillers d'État la composent, aidés d'avocats et de théologiens. La Commission est chargée d'enquêter et de proposer des mesures soumises à l'examen du Conseil des Dépêches6.
Enfin, par l'arrêt du 3 avril 1767, le roi, constatant les insuffisances de l'enquête menée, ordonne la réunion du chapitre de tous les établissements religieux du royaume et décide la suppression des maisons sous-peuplées7.
Cette Commission des Réguliers, c'est-à-dire des religieux soumis à une règle et membres des différents ordres et congrégations, a fonctionné de 1766 à 1780. Elle est suivie jusqu'en 1784 par la Commission des Unions à laquelle succède le Bureau des réguliers jusqu'en 1790.


Loménie de Brienne.
Composition de la Commission
La commission des Réguliers, ouvertement gallicane, et fortement influencée par Loménie de Brienne, ami des philosophes et incroyant notoire, préfère la manière forte à la concertation : elle n'accueille aucun « régulier », ne tient pas compte des remarques formulées par les intéressés, ni des protestations du pape, des abbés ou des évêques.

Les membres de la commission sont :

Charles Antoine de La Roche-Aymon, archevêque de Reims, président de la Commission ;
Henri d'Aguesseau, conseiller d'État ordinaire et au Conseil royal des Dépêches, et au Conseil royal du Commerce ;
Gilbert des Voisins, conseiller d'État ordinaire et au Conseil royal des Dépêches ;
Lefèvre d'Ormesson, conseiller d'État ordinaire et au Conseil royal des Dépêches ;
Jean-François Joly de Fleury, conseiller d'État ;
Pierre Étienne Bourgeois de Boynes, conseiller d'État ;
Jean-Joseph de Jumilhac, archevêque d'Arles ;
Georges-Louis Phélypeaux d'Herbault, archevêque de Bourges ;
Arthur Richard Dillon, archevêque de Narbonne ;
Loménie de Brienne, archevêque de Toulouse, rapporteur de la commission8.
Un greffier, un secrétaire, quatre théologiens et quatre avocats leur sont adjoints9.

Actions et conséquences
La Commission des réguliers fut surnommée « commission de la Hache » par ses détracteurs, car elle remédia à sa façon au déclin des ordres. Ses méthodes furent contestées à plus d'un titre.

Un édit de mars 1768 repoussa l'âge des vœux religieux de seize à vingt-et-un ans pour les garçons et dix-huit ans pour les filles10, et ordonna la rédaction des constitutions. L'abolition de l'exemption, garantie de l'indépendance des monastères, fut décidée en 1773 ; cette dernière mesure permit aux évêques de fermer les monastères aux effectifs jugés trop restreints et d'affecter la mense (revenus) à leur évêché (des hôpitaux et des séminaires récupèrent aussi une partie des biens).

Un monastère indépendant devait comporter seize religieux et une abbaye affiliée à une congrégation, au moins neuf. On ferma 426 abbayes ou prieurés d'effectif inférieur sur un total de 2 972 abbayes. Les bénédictins perdirent 122 établissements sur 410 ; 40 couvents augustins disparurent. Leurs membres furent rattachés au clergé séculier et gratifiés d'une pension viagère, ou bien accueillis dans d'autres ordres monastiques.

Neuf ordres ou congrégations disparurent de 1770 à 1780

Ancienne observance de Cluny ;
Ordre camaldule ;
Ordre de Grandmont ;
Ordre des Célestins ;
Ordre de Saint-Guillaume ;
Les Antonins intégrés à l'ordre de Saint-Jean de Jérusalem en 1777.
Ordre de Saint-Ruf ;
Ordre de la Sainte-Croix ;
Ordre des Servites de Marie.
Quelques abbayes supprimées :

Abbaye Notre-Dame de Boscodon, Hautes-Alpes ;
Prieuré de Grandmont-Villiers à Villeloin-Coulangé, Indre-et-Loire ;
Abbaye des Guillemins à Walincourt-Selvigny, Nord ;
...
Le roi reste sourd aux protestations de l'Assemblée du clergé, qui dénonce avec véhémence le caractère arbitraire des décisions prises, maintient l'intégralité de celles-ci, et parvient malgré les protestations initiales de Clément XIV et de Pie VI à obtenir la ratification de ses décisions. Les résistances émanent aussi des communautés paroissiales qui soulignent les bienfaits des monastères. Des brochures anonymes dénoncent l'incompétence de la Commission en droit canonique et particulièrement son incompréhension profonde du droit monastique. L'abbé de Grandmont, François-Xavier Mondain de La Maison-Rouge11, tente de défendre son ordre pendant six ans, en vain12. Entre-temps, Louis XV meurt et Louis XVI, peu favorable à Loménie de Brienne, monte sur le trône.

Épilogue
La rigueur que le cardinal de Loménie de Brienne met à supprimer ordres et couvents finit par mécontenter tant de gens que la commission est dissoute le 19 mars 1780. Elle est remplacée le jour même par la Commission des Unions, présidée cette fois par le Garde des Sceaux. La Commission des Réguliers jeta cependant le discrédit de l'élite sur les ordres, et à l'exception des Chartreux et des Trappistes : ceux-ci n'avaient pas su se réformer malgré l'intervention de l'État. Et, fait révélateur de l’ambiguïté de la mission de la Commission des Réguliers, comment l'auraient-ils pu, alors que la pratique du Régime de la commende, raison cardinale de bien des dérives, est maintenue ?

Ailleurs en Europe
D'autres souverains catholiques rejetèrent aussi les ordres contemplatifs :

En Autriche, en 1756, l'impératrice Marie-Thérèse institue une commission de contrôle des ordres monastiques. Puis, le joséphisme lancé en 1783 par son fils l'empereur Joseph II supprima 800 monastères, ceux qui, selon lui, n'avaient pas d'utilité sociale ou pastorale immédiate, et en étatisa les biens. Le « fonds religieux » ainsi constitué fut employé à la formation et à l'entretien du clergé. Les couvents qui subsistèrent (par exemple, Melk, Saint-Florian, Göttweig et Kremsmünster) échapperont par la suite à la sécularisation dans l'Empire.
En Espagne, le roi Charles III limita la puissance des ordres religieux dans ses États.

Sources
Pascal Arnoux, Abbayes et Monastères : Principaux ordres monastiques et religieux, Editions TSH, avril 2004 (ISBN 2-907854-42-9, notice BnF no FRBNF37087211)
Gaston et Monique Duchet-Suchaux, Les Ordres Religieux, Flammarion, 1993 (ISBN 2-08-012297-5)
Alain Blondy La Commission des Réguliers (1766-1784). Un joséphisme à la française ? in Stéphane-Marie Morgain éd., Libertas Ecclesiæ. Esquisse d’une généalogie (1650-1800), Toulouse, 2010, 281-295.
Notes
La disparition de la commende à la Révolution a rendu possible la renaissance de la vie monastique au xixe et xxe siècles
Jean Belin, La logique d'une idée force: l'idée d'utilité sociale pendant la Révolution française, Paris, 1939.
Catherine Maire, « La critique gallicane et politique des vœux de religion », Les Cahiers du Centre de Recherches Historiques, 24, 2000, URL : http://ccrh.revues.org/index2052.html [archive].
Rousseau, Du Contrat social, 1re version, Œuvres complètes, Paris, Pléiade, 1964, p. 356. Cité par C. Maire,.
Édit de mars 1667: Édit du Roy contenant les formalités nécessaires pour l'établissement des maisons religieuses, ou autres communautés. Registré en Parlement le 31 mars 1667, Paris, 1667.
Le Conseil des Dépêches, institué vers 1650, réglait les questions d'administration intérieure communes aux secrétaires d'État. On y examinait les affaires rapportées dans des dépêches rédigées par des gouverneurs et intendants des provinces.
François Zanatta, La résistance à la commission des réguliers: l'exemple du Nord (1766-1780), Mémoire de DEA, Lille II, 2001.
Loménie de Brienne, partisan des idées nouvelles de philosophes, en réalité indifférent aux intérêts de l'Église contribue à promouvoir des mesures hardies voire radicales.
Suzanne Lemaire,La Commission des réguliers, Paris, 1926, p. 55-56
Abrogeant les décisions de l'Ordonnance de Blois de 1579 et du Concile de Trente, ses. XXV, ch. 15.
Gilles Bresson, La Malédiction des Grandmontains, 2002, éd. d'Orbestier
Maurice Rousset et Suzanne Lemaire. La Commission des Réguliers, 1766- 1780, Revue d'histoire de l'Église de France, 1927, vol. 13, n° 58, p. 73-76. url : http://www.persee.fr/web/revues/home/prescript/article/rhef_0300-9505_1927_num_13_58_2420_t1_0073_0000_2 [archive]
Land: FRA
LT
7 januari 1765: jezuïeten: bul van paus Clemens XIII looft de werken van de jezuïeten: Apostolicum pascendi
ID: 176501074179
19640059: 152
Land: VAT
NN
1765: Carle Van Loo schildert
ID: 176500001985


Vindplaats: Chenonceaux, Chambre de François Ier

Charles André van Loo, ook wel Carle van Loo (Nice, 15 februari 1705 – Parijs, 15 juli 1765) was een Franse schilder, en de jongere broer van Jean-Baptiste van Loo. Hij schilderde allerlei dingen: religie, geschiedenis, mythologie, portretten, allegorische taferelen en genrestukken.
Land: FRA
LT
1 december 1764: jezuïeten uit FRA verdreven
ID: 176412018721
19640059: 152 en 235
Land: FRA
LT
Voltaire: mensen zijn het zelden waard om zichzelf te regeren
ID: 176400002618
"Mais, en vérité (...) les hommes sont très rarement dignes de se gouverner eux-mêmes."

19940088: 976
Land: FRA
LT
april 1763: kadaster door controleur-generaal van financiën BERTIN voorgesteld in edict
ID: 176304002578
Bertin bleef vaag over het type van kadaster dat hij nastreefde maar had wel de bedoeling om alle gronden - ook die van de Domeinen, van de clerus, van de adel, ... - te inventariseren zonder evenwel aan de privilegies te raken.

De lokale en provinciale overheden verzetten zich echter tegen het centraliserende ontwerp en Bertin trekt het edict in in november 1763 en het ontslag van Bertin in december 1763.

20030047: 12
Land: FRA
LT
3 maart 1762: wegen: reglement van Maria Theresia over de breedte en de herstelling der openbare wegen
ID: 176203031879
18920015: 1038
Land: BEL
LT
1761: jezuïeten: complot Bourbonvorsten: zgn. Familieverdrag tegen de jezuïeten
ID: 176100009954
"In 1761 hadden de Bourbonvorsten van Frankrijk en Spanje een 'Familieverdrag' gesloten. Door afstamming waren de koning van Beide Siciliën, zoon van Karel III van Spanje en de hertog van Parma, kleinzoon van Lodewijk XV, betrokken in dit verbond. Choiseul suggereerde na de verbanning van de Sociëteit uit Spanje een gezamenlijke actie tegen de orde. Te Napels werden in de nacht van 3 op 4 november 1767 de jezuïeten buitengezet en in Parma op 5 februari 1768. De reacties van paus Clemens XIII werden gewoon genegeerd. Begin 1769 dienden de Bourbonvorsten een aanvraag in bij Clemens XIII om de jezuïetenorde helemaal af te schaffen."

19910138: 103
Land: FRA
LT
1760: de Sint-Pietersabdij te Oudenburg bezit 900 hectaren grond
ID: 176000005512
19840050: 108
Land: BEL