Book of the Day
BOUMANS René Dr
Het Antwerps stadsbestuur voor en tijdens de Franse overheersing. Bijdrage tot de ontwikkelingsgeschiedenis van de stedelijke bestuursinstellingen in de Zuidelijke Nederlanden
Softcover, gebrocheerd, in-8, xxxiv + 728 pp., tabellen, bibliografische noten, bibliografie en register. Rijksuniversiteit te Gent. Werken uitgegeven door de Faculteit van de Letteren en Wijsbegeerte. Afl. 135. Genummerd exemplaar 266/550. Dit is de doctoraatsthesis (grootste onderscheiding) van RB (°Antwerpen, 19/10/1924), adjunct-conservator van het Rijksarchief te Antwerpen. Hij overleed tijdens het drukken van het werk op 26/2/1965. Noot Lucas Tessens: Het werk geeft een uitstekend zicht (gebaseerd op tijdrovend archiefonderzoek) op de revolutie binnen de belastingstelsels, de centralisatie en de verpachting van de belastinginning, de plundering door de Franse legerkas, de quasi vernietiging van de gemeentelijke autonomie (fiscale drooglegging), de predominantie van de grondbelasting (en als afgeleide de invoering van beperkte opcentiemen), de administratieve reorganisaties, de kwaliteit van het ambtenarenapparaat, de van bovenaf opgelegde verkoop van gemeentelijke eigendommen in 1813 en de rol van de Amortisatiekas, smeergeld, fraude en omkoperij, enzovoort. Tegen het einde van de Franse periode neemt de gegoede burgerij deel aan het stadsbestuur, wat ook niet verwonderlijk is aangezien de bestuursleden gekozen werden uit de groep van de hoogst aangeslagenen (directe belastingen). Opvallend is wel het ontbreken van het standaardwerk van Georges Bigwood (1900) in de bibliografie. Voor de toetsing van de aanwezigheid van opkopers van nationale goederen in de bestuursorganen van de stad, gebruikt RB meermaals de licentiaatsthesis van Van Loon (1941). Zeldzaam!
BOUMANS René Dr@ wikipedia
€ 145.0
New Arrivals
LE BRAS Gabriel (direction)
Les Ordres Religieux: Tome 1: LA VIE ET L'ART + TOME 2: LES ORDRES RELIGIEUX ACTIFS (complèt)
Deux forts volumes, 4to, emboîtage/slipcase, hardcover, jq ill., 735+789 pp., illustrations en couleurs et en NB.

Tome 1: monastères et communautés - les Bénédictins - les Cisterciens - les Chartreux - les ordres militaires.






Tome 2: l'ordre canonial - le carmel - les franciscains - les dominicains - la compagnie de Jésus (jésuïtes) - les filles de la Charité - les frères des écoles chrétiennes + Dictionnaire des instituts religieux.
LE BRAS Gabriel (direction)@ wikipedia
€ 50.0
FRAÏSSE Chantal Dr
Moissac, histoire d'une abbaye. Mille ans de vie bénédictine.
Broché, in-8, 286 pp., illustrations, cartes, notes bibliographiques, bibliographie, index.
L'abbaye Saint-Pierre de Moissac est une ancienne abbaye des viie – xve siècles qui se trouve dans la commune de Moissac, dans le département de Tarn-et-Garonne en région Occitanie. L'abbaye, fondée au VIIIe siècle, fut rattachée en 1047 à la puissante abbaye de Cluny et devint, au XIIe siècle, le plus éminent centre monastique du sud-ouest de la France.

FRAÏSSE Chantal Dr@ wikipedia
€ 20.0
KHACHIKYAN Armen, HEWSEN Robert H. (maps)
History of Armenia. A Brief Review.
Paperback, small in-8, 264 pp., illustrations, 10 maps, chronology (15th c. B.C. - 2008). The Armenian genocide is a key element in this book.
KHACHIKYAN Armen, HEWSEN Robert H. (maps)@ wikipedia
€ 25.0
THYS Augustin
La Persécution Religieuse en Belgique sous le Directoire exécutif (1798-99) d'après des documents inédits
Hardcover, demi cuir, grand in-8, 326 pp. Appendices. Avec liste alphabétique (régistre/index). Première édition.
THYS Augustin@ wikipedia
€ 25.0
COREMANS Paul (Foreword), RICHERDSON Edgar P.
Flanders in the Fifteenth Century. Art and Civilization. Catalogue of the Exhibition Masterpieces of Flemish Art: Van Eyck to Bosch, Organized by The Detroit Institute of Arts and the City of Bruges. October - December 1960
Paperback, large in-8, 464 pp., illustrations, map of Burgundy, bibliographical notes, bibliography. Contains the list of exhibitions on Flemish art since 1773 until 1960.
COREMANS Paul (Foreword), RICHERDSON Edgar P. @ wikipedia
€ 25.0
COIGNARD Sophie, WICKHAM Alexandre
L'Omerta française
Broché, grand in-8, 366 pp., qqs. notes bibliographiques.
Sujet tabou de l'argent liquide qui peut circuler impunément et en toute légalité dans les ministères.
Pour l'énumeration des affaires, voir les pages 81-84.
" ... emplois fictifs" (80)
" ... à faire payer au contribuable le train de vie des partis." (81)
L'affaire Kravchenko et la censure invisible (165 s.)
COIGNARD Sophie, WICKHAM Alexandre@ wikipedia
€ 15.0
ANSTEY Roger, [RUYS Manu, bespreking boek]
King Leopold's Legacy. The Congo under Belgian Rule 1908-1960
Hardcover, dj, in-8, 293 pp., illustrations, bibliographical notes, bibliography, index. A very critical study.

added: bespreking van dit boek door Manu Ruys in De Standaard van 26-27/2/1966.
ANSTEY Roger, [RUYS Manu, bespreking boek]@ wikipedia
€ 35.0
NOELS Geert
Gigantisme. Van too big to fail naar trager, kleiner en menselijker
Hardcover, stofwikkel, in-8, 236 pp., illustraties, grafieken, bibliografische noten, bibliografie, index/register.

Een anekdote:
Op 8 oktober 2015 was Thomas Piketty te gast aan de KU Leuven en gaf er een voordracht. Terzake vond dat belangrijk genoeg - terecht - om er een reportage aan te wijden en een interview af te nemen. So far so good.
Ook Louis Tobback was aanwezig. Hij dacht dat Piketty engelstalig was. Hij had zogezegd een stuk van het boek gelezen. Op de backcover van het boek niet gezien dat het om een Franse econoom gaat, Louis? De uitnodiging en de affiche niet gezien? Het nieuws niet gevolgd? Te veel tijd besteed aan het troosten van Brunoke?
Maar het ergste moest nog komen. Aan het einde van het interview was er een vraag van Geert Noels (Econopolis) ingelast, en wij citeren: "U bent tegen rijkdom en bent rijk geworden. Bent u bereid om uw rijkdom te delen met economisten zoals ik?" Ik heb het fragment twee keer bekeken en beluisterd want ik kon mijn ogen en oren niet geloven. En ja hoor, het was wel degelijk de echte Geert Noels en de vraag luidde ook de tweede keer hetzelfde en er was niet geknoeid met de klankband. Toen dacht ik heel spontaan, ik kon het niet helpen: Geert Noels is een kleuter.
NOELS Geert@ wikipedia
€ 15.0
BIRMINGHAM David
Geschiedenis van Portugal (vert. van A Concise History of Portugal)
Paperback, in-8, 227 pp., enkele illustraties, bibliografische noten, bibliografie, index/register, stamboom koningshuis Bragança en Bragança-Saksen-Coburg.
Uit het Engels vertaald door Pieter Thomassen.
Voor de koloniale uitbuiting van Mozambique en Angola verwijzen wij naar pp. 153 e.v.
Opvallend is dat B. spreekt over ondernemingen die het bestuur (belastingen en aanwerving van migranten-arbeidskrachten) in Mozambique in handen kregen maar ze niet bij naam noemt. (153)
B. is prof aan de univ van Kent.
BIRMINGHAM David@ wikipedia
€ 20.0
LEMAEN Victor, mariste, missionnaire
Face à la tourmente révolutionnaire. Les frères maristes au Congo.
Poche, 135 pp., ill., carte
LEMAEN Victor, mariste, missionnaire@ wikipedia
€ 12.5
DE BIE Mark
DE COBURGER. Leopold I, een monoloog als zelfportret
hardcover met geïll. stofwikkel, 157 pp. Illustraties, kaartjes (ligging van het hertogdom Saksen-Coburg-Gotha) en foto's in ZW. De illustraties nemen 62 pagina's in beslag!, chronologie, stambomen van Louis-Philippe (FRA), Victoria (GBR) en Leopold (BEL). Foto van L. I op doodsbed. Kaartje van spoorwegnet in 1837 (Tableau indicatif, afstanden, stations, de duur en de prijs van de reizen). Mark De Bie (°1939) is toneelauteur en scenarist. Dit boek diende als basis voor het gelijknamige toneelstuk, een monoloog, dat door Jo De Meyere voor het Arcatheater werd uitgebracht.

zie ook:
DE BIE Mark@ wikipedia
€ 12.5
VAN UYTVEN Raymond
De zinnelijke middeleeuwen
Derde druk. Pb, in-8, 232 pp., illustraties in ZW en kleur, bibliografie. Aan de hand van schriftelijke bronnen en verwijzingen naar afbeeldingen uit de Middeleeuwen wordt een beeld gegeven van de smaak en de levenskunst van de middeleeuwse mens. De beschouwingen over het vrouwelijk schoonheidsideaal (geografisch bepaalde vooroordelen en kenmerken; refererend aan dierlijke kenmerken) zijn bijzonder interessant. Ook het hoofdstuk over wijn en degustatie is knap. Iconografisch zeer relevante studie. Van Uytven (1933) is prof aan UFSIA en KU Leuven. Middeleeuwse mentaliteitsgeschiedenis is zijn favoriete onderzoeksterrein.
VAN UYTVEN Raymond@ wikipedia
€ 13.5
CARNIER Marc, GILLEIR Anke, [SCHOPENHAUER Johanna]
Een vrouw op reis. België anno 1828 volgens Johanna Schopenhauer.
Gebrocheerd, In-8, 192 pp., illustraties in ZW en enkele in kleur. Met bibliografie en een interessant notenapparaat. De reis duurde van 7 t.e.m. 24 augustus 1828. Verloop van de reis: Aken - Herve - Liége - Huy - Namur - Dinant - Namur - Waterloo - Brussel - Gent - Brugge - Gent - Sint-Niklaas - Antwerpen - Mechelen - Leuven - Tienen - Sint-Truiden - Maastricht - Aken.

CARNIER Marc, GILLEIR Anke, [SCHOPENHAUER Johanna]@ wikipedia
€ 15.0
ANTHIERENS Johan en hofhouding
Brief aan een postzegel. Kritisch Koningsboek.
1ste druk. Pb met flappen, 4to, 176 pp., illustraties en satirische strips, gedichten, cartoons. Republikeins schotschrift van JA en anderen. Johan Anthierens (Machelen, 22 augustus 1937 — Dilbeek, 20 maart 2000) was een Vlaams journalist, columnist, publicist, schrijver, satiricus, republikein en tedere anarchist.
ANTHIERENS Johan en hofhouding@ wikipedia
€ 20.0
SCHOLL-LATOUR Peter
Onbegrensde oorlog. De strijd tegen het terrorisme - een strijd tegen de islam? (vertaling van Kampf dem Terror - Kampf dem Islam? Chronik eines unbegrenzten Krieges - 2002)
Paperback met flappen, in-8, 468 pp., illustraties, 2 kaartjes op de schutbladen, index/register.
Uit het Duits vertaald door Tinke Davids.
Scholl-Latour (1924-2014) was een gezaghebbend journalist en auteur. Hij had een onbevangen kijk op het wereldgebeuren.
SCHOLL-LATOUR Peter@ wikipedia
€ 15.0
PAGNOL Marcel
L'Eau des collines: Tome I: Jean de Florette + Tome II: Manon des sources
Poche, 312 + 309 pp.
PAGNOL Marcel@ wikipedia
€ 10.0
REDING H.
Atlas van het Koningrijk België
Gedeeltelijke reprint: 10 hoogwaardige foto's van de kaarten (1 België en 9 provinciale kaarten) uit dit boek, in kleur afgedrukt (600 dpi) op 270 grams fotopapier A4. Losbladig in een map. Geeft een gedetailleerd overzicht van de geografie van België rond 1840. In die periode schreef men koningrijk (sic) en niet koninkrijk.
REDING H.@ wikipedia
€ 45.0
BRUNEEL Alfred, LAURENT René
Documents d'archives relatifs à Bruxelles. Dossier pédagogique destiné à l'enseignement de l'histoire.
Farde avec ca. 500 pp. (papier de 120 grammes) avec facsimile de documents, de cartes et d'illustrations ayant une importance historique.
I. Evolution territoriale
II. Agriculture et alimentation
III. Industries et techniques
IV. Commerce, transports et communications
V. La vie dans la cité
VI. Santé et hygiène
VII. Habitat et environnement
VIII. Institutions, vie politique, défense
IX. Enseignement
X. Vie religieuse (avec une liste des abbayes)

Voir aussi le dossier sur Liège
BRUNEEL Alfred, LAURENT René@ wikipedia
€ 25.0
KENNEDY Paul
De wisselkoers van de macht. De economische en militaire opkomst en neergang van de grote mogendheden tussen 1500 en 2000. (vertaling van The rise and fall of the great powers - 1987)
Vuistdikke hardcover met stofwikkel, 703 pp., 12 kaartjes, 52 tabellen en grafieken, bibliografische noten, bibliografie, register, leeslint. Uit het Engels vertaald door Jan Smit. Paul Kennedy (1945) is een gerenommeerd Brits historicus.
In an interview with the Egyptian weekly Al-Ahram on 28/9/2006, Kennedy said: "My book The Rise and Fall of the Great Powers came out in January 1988. It was strongly attacked by American conservatives who said that the economic recovery of the United States in the 1990s proved the thesis wrong. I would rather say that if they had read my book carefully they would have seen I was talking about the tendency or the dangers of imperial overstretch for America by the year 2010."
Noot LT: ongetwijfeld een van de beste boeken over het verloop van de wereldgeschiedenis; klaar inzicht, goed geschreven en vertaald.
De wereldwijde militaire aanwezigheid van de VS (zie kaartje op p. 467) is tot op vandaag een feit. Het bestaan van die talloze bases stelt Poetin in de mogelijkheid om ook vandaag (april 2018) nog te stellen dat niet Rusland maar de USA een imperialistische mogendheid is en dat van de kant de Russische Federatie geen aanval moet worden gevreesd. Dat Poetin in het Midden-Oosten een alliantie met Erdogan's Turkije (een lid van de NAVO, nota bene) en Iran nastreeft, is de VS een doorn in het oog. De situatie in Syrië en Poetin's steun aan het regime van Assad maakt de complexiteit enkel groter.
KENNEDY Paul @ wikipedia
€ 45.0
CRISP, DE WASSEIGE Yves (supervision), MEYNAUD Jean (préface)
Morphologie des groupes financiers. Structures économiques de la Belgique. 2ième édition
Broché, in-8, 511 pp., organigrammes des groupes, documents, composition des portefeuilles, valeur boursière des participations de la Société Générale, bibliographie, index, table des organigrammes et des tableaux.

Dans son Préface à la première édition Jean Meynaud (1914-1972) écriva déjà: 'En cet ouvrage, le CRISP s'attache à l'analyse de la concentration financière belge. C'est un grand sujet. L'établissement de telles liaisons entre les affaires constitue l'un des éléments originaux, (...), du capitalisme moderne. Il s'agit d'un aspect essentiel de ce vaste mouvement de regroupement des unités économiques dont la conséquence est de placer les décisions importantes de la vie industrielle sous le contrôle d'une oligarchie privée.' (p. 7) et '(...) une poignée d'hommes détienne la direction suprême d'une fraction substantielle de l'économie nationale.' (p. 9)
Note Lucas Tessens (20210711): soixante ans après nous devons constater que ce phénomène de l'oligarchie privée se manifeste sur le plan mondial et que les nations sont incapables d'y remédier.

CRISP, DE WASSEIGE Yves (supervision), MEYNAUD Jean (préface)@ wikipedia
€ 75.0
CRISP, DE WASSEIGE Yves (supervision), MEYNAUD Jean (préface)
Morphologie des groupes financiers. Structures économiques de la Belgique.
Broché, in-8, 486 pp., organigrammes des groupes, documents, liste de 147 sociétés avec leurs appartenance à un groupe, composition des portefeuilles, valeur boursière des participations de la Société Générale, bibliographie, index, table des organigrammes et des tableaux.

Dans son Préface Jean Meynaud (1914-1972) écrit: 'En cet ouvrage, le CRISP s'attache à l'analyse de la concentration financière belge. C'est un grand sujet. L'établissement de telles liaisons entre les affaires constitue l'un des éléments originaux, (...), du capitalisme moderne. Il s'agit d'un aspect essentiel de ce vaste mouvement de regroupement des unités économiques dont la conséquence est de placer les décisions importantes de la vie industrielle sous le contrôle d'une oligarchie privée.' (p. 7) et '(...) une poignée d'hommes détienne la direction suprême d'une fraction substantielle de l'économie nationale.' (p. 9)
Note Lucas Tessens (20210711): soixante ans après nous devons constater que ce phénomène de l'oligarchie privée se manifeste sur le plan mondial et que les nations sont incapables d'y remédier.

CRISP, DE WASSEIGE Yves (supervision), MEYNAUD Jean (préface)@ wikipedia
€ 50.0
DIERKENS Alain, DUVOSQUEL Jean-Marie
Louise Marie, élève de Redouté, et Léopold Ier en Ardenne
Broché, 4to, 103 pp., illustrations, cartes, notes bibliographiques.
Avec le Guide de parcours.
Leopold I (°Coburg, 17901216 Laken, 18651210; 18310721-18651210) x 18160502 Prinses Charlotte Augusta van Wales (°Londen, 17970107 Claremont House (Esher, Surrey), 18171106) xbis 18320809 Louise Marie Thérèse Charlotte Isabelle d'Orléans (°Palermo, 18120403 Oostende, 18501011), kinderen: Leopold II van België, Charlotte van België, Filips van België, Lodewijk Filips van België

• Leopold II (18350409-19091217; 18651217-19091217) x 18530822 aartshertogin Maria, Hendrika van Oostenrijk (°Pest, 18360823 Spa, 19020919) kinderen: Louise (1858-1924), Leopold (1859-1869), Stefanie (1864-1945), Clémentine (1872-1955) xbis 19091212 (kerkelijk) Blanche, Zélie, Joséphine Delacroix, baronne de Vaughan (°Boekarest, 18830513 Cambo-les-Bains, 19480212),

• Albert I (18750408-19340217; 19091223-19340217) x 19001002 Hertogin in Beieren Elisabeth, Gabriele, Valérie, Marie (°Possenhofen, 18760725 Laken, 19651123),

• Leopold III (19011103-19830925; 19340223-19510716 - abdicatie) x 19261104 Astrid (°Stockholm, 19051117 Küssnacht, 19350829) xbis 19410911 Lilian Baels (°London, 19161128 Brussel/Bruxelles, 20020617) ,

• regent Karel (19031010-19830601; 19440920-19500720),

• Boudewijn (19300907-19930731; 19510717-19930731) x 19601215 Doña Fabiola Fernanda María-de-las-Victorias Antonia Adelaida de Mora y Aragón (19280611-20141205),

• Albert II (19340606-; 19930809-20130721 - abdicatie) x 19590702 Paola Margherita Giuseppina Maria Consiglia Ruffo di Calabria (Forte dei Marmi - Lucca, 19370911),

• Filip (19600415-; 20130721-) x 19991204 Mathilde Marie Christine Ghislaine gravin d'Udekem d'Acoz (°Ukkel, 19730120)
DIERKENS Alain, DUVOSQUEL Jean-Marie@ wikipedia
€ 20.0
DAVISTER Pierre, MARRES J. (introduction)
Katanga, enjeu du monde. Récits et documents.
Broché, in-12, Collections Carrefours africains n°5, 315 pp., quelques photos en NB: Mr H. avec le drapeau du Katanga, Tshombe, Mobutu (très jeune), comte Aspremont-Lynden avec Tshombe et Mr H. Citons: "(...) le Katanga représente 42% du revenu national congolais et des rentrées de l'Etat." (p. 12) Il en résulte que le Congo SANS le Katanga ne fut (et n'est) pas viable.
DAVISTER Pierre, MARRES J. (introduction)@ wikipedia
€ 25.0
OP DE BEECK Johan
Leopold II. Het hele verhaal
Hardcover, stofwikkel, grote in-8, 811 pp., illustraties, bibliografische noten, bibliografie, index/register.
OP DE BEECK Johan@ wikipedia
€ 45.0
GIDE André
Voyage au Congo - Le retour du Tchad - Carnets de route
Poche, in-8, 560 pp., cartes de l'Afrique. Voyage au Congo (1927) - Le retour du Tchad (1928). Note Lucas Tessens: Gide (°Paris, 22/11/1869 +Paris, 19/2/1951, Prix Nobel en 1947). Il faut bien noter que Gide a fait un voyage au Congo-Brazaville, ce qui ne veut pas dire que les méfaits et les crimes des grandes compagnies coloniales se limitaient à ce pays africain. Ce qui nous semble important de remarquer est que vraisemblablement dans une république (comme la France) les attaques anti-coloniales visent plutôt les grandes sociétés alors que dans une monarchie (comme la Belgique) les écrivains et historiens anticolonialistes tendent à imputer la responsabilité quasi intégrale au roi (en occurence Léopold II) en oubliant parfois que lui aussi fait partie d'un système qui mène la danse. Après son voyage au Congo (juillet 1925 à mai 1926) Gide - dégouté - suit la voie anticapitaliste. Il a compris "la collusion entre le commerce, l'Eglise et l'Etat qui a fait les belles heures de l'esclavage". Après son voyage en URSS en 1936 il hésite et finalement prend position contre le système soviétique et ses goulags. C'est donc de ces pensées et des convictions de Gide qu'héritent Sartre et surtout Camus. Il faudra attendre Soljénitzine avant de reparler des goulags. Mais comme disait Gide 'Toutes choses sont dites déjà; mais comme personne n'écoute, il faut toujours recommencer.' C'est aussi la tâche d'un libraire: présenter, introduire, guider, critiquer, et bien plus que cela: essayer d'acheter et de vendre les livres qui valent la peine.
A relire: la note 1 à la page 130 sur les pratiques des agents d'une compagnie de caoutchouc.
GIDE André@ wikipedia
€ 12.0
Scoop
TESSENS Lucas, TESSENS Manu
Boeken, bibliografische referenties en feiten over opgeheven/afgeschafte abdijen en kloosters in België - MONASTERIES BELGIUM @ mers.be
ID: 202106310000
Klik op de kaart hieronder en u krijgt ze uitvergroot én dynamisch te zien. Zoom in op het gebied dat u interesseert. Klik dan op een icoontje in de kaart: U krijgt het boeknummer en de titel te zien, maar ook historische gebeurtenissen zijn in de kaart te vinden.
De ligging van de abdijen, kloosters en priorijen is gegeorefereerd tot op straatniveau, c.q. huidig perceelsniveau (decimale breedte lengtegraad). Vaak gaat het om de ligging van ruïnes (bvb. Villers-la-Ville, Aulne), restanten van complexen die een heel andere bestemming kregen (omgebouwd tot een fabriek, een kasteel, een school of een hoeve), gebouwen die geheel verdwenen zijn (bvb. de grote Sint-Michielsabdij aan de Scheldekaai te Antwerpen).
De kaart bevat VIER zogenaamde 'lagen' die naar believen samen of afzonderlijk kunnen getoond worden (klik op het icoontje links bovenaan in de grijze balk).
DE EERSTE LAAG is die met boeken over de abdijen en kloosters. (marker = groen-wit boek-icoontje); bij een 'click' op de marker opent zich links een venster met de essentialia over het boek; de toegevoegde link voert u naar de volledige beschrijving van het boek.
DE TWEEDE LAAG is die met feiten over de ligging van kloosters, uitdrijvingen van de kloosterlingen, de boedelbeschrijving, de verkopen als 'nationale goederen', etcetera. (marker = witte ster op groen cirkeltje) Alle vernoemde feiten hebben in onze database een of meerdere bibliografische referenties tot op pagina-niveau.
DE DERDE LAAG bevat de bibliografische referenties van boeken die we niet (meer) aanbieden. (marker = rood-wit boek-icoontje). Voor de constructie van deze laag konden wij ook rekenen op de gewaardeerde medewerking van onze collega Pieter Judo van Antiquariaat De Lezenaar te Hasselt. Hij bouwde in de loop der jaren een grote expertise en collectie op rond religie, theologie, kloosters en abdijen. Wij zijn hem zeer dankbaar voor het aanleveren van bijkomende bibliografische referenties. Die zijn nog volop in verwerking.
DE VIERDE LAAG toont u waar de twaalf Statenabdijen van Brabant lagen. (marker = kruis) Zij waren de dominante grootgrondbezitters (hun domeinen omvatten duizenden hectaren) en hadden daardoor veel politieke macht én zeggenschap op het terrein en over hun pachters. Je kon de abdij maar beter te vriend houden!

Om alle icoontjes (ook wel 'markers' genoemd) bij een bepaalde plaats te zien, dient u zo diep mogelijk op de Google map in te zoomen.





Bouwwerf: methodiek, updates en bijsturing
Let wel, deze kaart is nog steeds in opbouw. Met name de kloosters en abdijen, gelegen in het huidige Waalse Gewest (waar de Maas een levensader is), zullen we in de volgende weken verwerken in de achterliggende database. Daarna volgt dan een update over Brussel-Hoofdstad. Vervolgens zullen we nog dieper graven en een dubbele controle uitvoeren op de ligging van abdijen en kloosters in de 'grote' steden: Antwerpen, Brugge, Gent, Leuven, Mechelen, Brussel/Bruxelles, Liège, Namur, Charleroi, Mons. De coördinaten zijn moeilijker vast te leggen omdat in een verstedelijkt milieu de mutaties (gehele of gedeeltelijke afbraak, herbestemming, verandering van straatnamen, etc.) groter zijn dan op het platteland. Een mooi voorbeeld daarvan is 'Het verloren klooster van Hoboken', inmiddels een deelgemeente van Antwerpen, waar de industrialisatie zorgde voor veel afbraak en een grondige wijziging van het landschap.
Op 27 maart 2021 kreeg de kaart een forse update en steeg het aantal getoonde items van 245 naar 514, meer dan een verdubbeling dus van de gevisualiseerde informatie. Vooral het aantal bibliografische referenties kende een uitbreiding: van 42 naar 242 titels. In de aansturende database zijn een aantal correcties doorgevoerd. Tenslotte werd door MERS een programma geschreven waardoor de 'markers' elkaar niet meer kunnen bedekken wanneer GPS-coördinaten identiek zijn. ALLE 'markers' zijn nu zichtbaar en aanklikbaar. Voorwaarde is dat u voldoende inzoomt op de plaats die u interesseert.


Superrijken
Het zal duidelijk zijn dat we ons vooral richten op de materiële en economische belangen van abdijen en kloosters en dat we spirituele aspecten niet belichten. Die laatste waren o.i. een scherm waarachter met enorme opgepotte vermogens en toenemende machtsconcentraties werd gespeeld. Zowel keizerin Maria Theresia als haar zoon Jozef II wilden die macht inperken (het woord 'breken' gaat te ver) en rekenden daarvoor op hun regeringen te Brussel. Het is dan ook ironisch dat Jozef II mee een beweging op gang bracht, die 'in fine' zijn eigen zus, Marie-Antoinette ('l'autrichienne'), en zijn schoonbroer, Louis XVI, letterlijk de kop zou kosten.

Twee kaarten uit 2005
Onze interesse voor dit thema gaat terug op onze research, uitgevoerd tussen september 2004 en maart 2005. Die kreeg zijn neerslag in het artikel 'De herschikking van het onroerend goed op het einde van de 18de en het begin van de 19de eeuw'zie boeknummer 20050077 , verschenen in het jaarverslag 2004 Onroerende Voorheffing (Belastingdienst voor Vlaanderen). Daarin belichtten wij toen o.m. de afschaffing van kloosters onder het bewind van keizer Jozef II en de nationalisatie van abdijen en kloosters tijdens de Franse Revolutie en de Franse bezetting en annexatie van de Oostenrijkse Nederlanden en het Prinsbisdom Luik.
Die beide ingrepen hebben we toen in kaart gebracht mits een projectie op de fusiegemeenten van het Vlaamse Gewest met daarbij de nominatieve opsomming van de afgeschafte kloosters. Dat gebeurde met software van Arcview. De inkleuring van de kaarten kon weliswaar vanuit een frequentietabel worden aangestuurd, maar voor het prepareren van een persklare kaart in A3-formaat moesten die toch nog langs een tekenprogramma (Photoshop) passeren. Gelukkig konden we daarvoor een beroep doen op de dienst AEGIS van de intercommunale CIPAL. Beide kaarten kunt u zichtbaar maken door hier te klikken. Dit terzijde.

De bronnen, geconsulteerd in 2004-2005
Oriënterende gesprekken met archivarissen van Grimbergen, Affligem en Postel. Oriënterende bezoeken aan enkele Waalse abdijen. Aankoop, consultatie en verwerking van de 23 delen van het befaamde 'Monasticon belge', met focus op de data over afschaffing (voor een aanzienlijk aantal abdijen stelden we merkwaardige lacunes vast). Aankoop bij het Rijksarchief van een microfilm van het rapport de Kulberg (1785), dat 110 abdijen en kloosters auditeert. Overzichtswerken over religieuze orden. Overzichten per gewest, provincie, streek. Lokale geschiedenis. Bibliografische werken. Overzichten van (al dan niet beschermd) onroerend erfgoed: bijvoorbeeld de reeksen 'Inventaris van het Cultuurbezit' en 'Le patrimoine monumental de la Belgique'. Monografieën over welbepaalde abdijen en kloosters; die zijn niet altijd accuraat in de datering van gebeurtenissen of mijden gewild of ongewild de 'moeilijke periode' van de verkopen van 'zwartgoed'. Encyclopedische werken. Studies over de regeerperiode van Jozef II (en in mindere mate die van Maria-Theresia). Studies over de Franse Revolutie, het Frans Bewind in onze 'départements' en over de niet te omzeilen figuur van Napoléon Bonaparte (met nadruk op zijn juridische en administratieve hervormingen). Enkele specifieke en diepgravende studies over de verkoop van nationale goederen (op één hand te tellen). Inventarissen van het Algemeen Rijksarchief aangaande afgeschafte kloosters en abdijen, hun bewaarde archieven/bibliotheken en de affiches van de verkopen.






Zwartgoed
De kloostergebouwen en gronden, 'nationale goederen' geworden, werden openbaar verkocht, pakweg in de periode 1787-1800. In het katholieke Vlaanderen fluisterden de mensen toen over 'zwartgoed', een woord om aan te duiden dat de onroerende goederen onrechtmatig geconfisceerd en verworven waren. Het bleef overigens een heet hangijzer en een taboe-onderwerp in de Belgische historiografie. Want, was de aankoop van zulk 'zwartgoed' geen vorm van collaboratie met de anti-kerkelijke Franse bezetter geweest? Was de religie, ja zelfs het geloof in God, niet onherstelbaar beschadigd? Was het allemaal geen uiting van de botsing tussen Kerk en Staat, uitgelokt door de wat naïeve Jean-Jacques Rousseau en de perfide Voltaire, en vorm gegeven door een verrader uit eigen katholieke rangen, met name Talleyrand? En was het Concordaat van 1801 tussen Napoleon en het Vatikaan geen valse 'entente', het aanvaarden van smeergeld door de gezalfde Paus hemzelve? Was een pastoor, die betaald werd uit de staatskas, wel een echte zieleherder of eerder een ambtenaar die zich plooide naar de hand waaruit hij een aalmoes ontving? En wat was een bisschop anders dan een gekostumeerde vazal van de nieuwe rijken, zij die spuwden op het volk?

Een kort essay
Waar kwam die gekke Hollander, die Willem, plots vandaan? Opnieuw een koning ergens in een verre stad? Wat kon die keeskop voor ons landeke anders betekenen dan nieuwe belastingen en nog meer combines tussen Brussel, Londen, Parijs en Amsterdam? Hoe kon dat nu, ne protestant, waarvan niemand wist dat hij bestond?
En wie zou er voor de armen zorgen die vroeger al eens een penning of een brood kregen aan de halfgeopende zware deuren van kloosters en abdijen? Kon een burgerlijke liberale staat, gedomineerd door de grootgrondbezitters en de adel, met een nieuwe koning op de koop toe, misschien een antwoord verzinnen op de vraag naar brood en bier? Hoe moest het nu verder met het onderwijs, die uitvinding om jongeren net dom genoeg te houden om de lastige vragen over de verdeling van macht en rijkdom niet te laten opborrelen in hun hersenmassa? En ja, van massa gesproken, hoe hield je die in bedwang, verstoken van licht en 'Verlichting', nauwelijks in staat te overleven, als beesten, altijd bereid om rel te schoppen in dienst van de hoogstbiedende of de meest belovende agitator, buigend voor de baron en even later, laveloos aan de toog, scheldend op de patrons en de huisbazen en op de baron en zijn stoefende 'madam', vergetend dat enkele straten verderop tien kinderen en een veel te vlug oud geworden wijf op zijn loonzakje zitten wachten in een krocht, kijkend in de grote holle ogen van het meisje achter de tapkast, zij die alles begrijpt zelfs als je stevig in haar billen knijpt, zij die na zijn negentiende jenever de godin Diana wordt, die de jacht voor open verklaart, ware het niet dat noch zij, noch hij een geweer bezat, anders zou het hoge volk eens wat meemaken ... ?



Land: BEL
News Items & Facts
Zedenadel
1947: Zedenadel duidt zedige hotels aan de Belgische kust aan: Westende, Blankenberge, Heist-aan-Zee, Oostende, Wenduine, Zeebrugge, Knokke-aan-Zee.
ID: 194700440917
Blijkbaar waren er problemen met gedrag en kledij van de toeristen.

Land: BEL
Solo
1947: reclame voor Solo-margarine: "Levenslust heeft zij te koop"
ID: 194700440905
niet het product maar de positieve gevolgen van het product worden aangeprezen: levenslust, gezondheid en levenskracht

LT
1947: Sengier en Shinkolobwe vernoemd in boek John Gunther
ID: 194700008823
Un épisode de la guerre resté secret jusqu'ici.
L'HOMME MYSTÉRIEUX DE LA BOMBE ATOMIQUE.
Par John Gunther
Un jour de 1941, Edgar Sengier reçoit dans son bureau de New York un colonel de l'armée américaine qui vient lui demander, à brûle-pourpoint, s'il peut aider les États-Unis à se procurer de l'uranium en provenance du Congo belge. Il faut dire que Sengier est belge et directeur d'une importante société minière, et que le colonel agit pour le compte du "projet Manhattan", (nom donné pendant la dernière guerre au programme de recherches atomiques du gouvernement américain) alors ultra-secret.
- Cette démarche, lui dit-il, est d'une importance capitale pour la cause alliée. Après avoir écouté poliment le colonel, M. Sengier le prie de lui montrer les papiers qui justifient sa mission. L'officier s'exécute et Sengier lui déclare qu'il est précisément en mesure de livrer une quantité assez considérable du précieux minerai.
- Quand vous le faut-il?
- Immédiatement, répond le colonel. Je me rends bien compte, évidemment, que c'est impossible...
- Pas du tout! déclare Sengier. Le minerai se trouve ici même à New York. Il y en a un millier de tonnes. Je vous attendais. Cette visite est liée à un épisode de la guerre qui n'a pas encore été dévoilé... Edgar Sengier est une des "éminences grises" les plus importantes de notre époque. L'incognito qui enveloppe cet homme est véritablement surprenant, car sans lui, il n'y aurait pas eu de bombe atomique

Propos 51 -128

pour mettre fin à la guerre contre le Japon en juillet 1945. Sengier a procuré aux États-Unis l'uranium indispensable à la fabrication des premières bombes A. Si l'on n'a jamais rien écrit jusqu'ici sur la carrière d'Edgar Sengier, cela tient à plusieurs raisons, dont la première est qu'il n'aime pas à se mettre en vedette. J'ai dîné récemment avec lui à Paris:
- Si vous écrivez un article à mon sujet, m'a-t-il dit à la fin de la soirée, tâchez de me laisser dans l'ombre. Il me demandait par là de ne pas mettre l'accent sur l'importance du rôle joué par lui ni donner l'impression qu'il s'en glorifiait, ce qui n'est absolument pas le cas. La sécurité constitue la seconde raison du silence observé à son sujet. Nombre de précisions relatives à l'uranium du Congo belge sont encore ultra-secrètes. N'était cette question de sécurité le nom de Sengier serait depuis longtemps sur toutes les lèvres.

Sengier a 73 ans. Il est à la fois ingénieur, financier et chef d'industrie. Indépendamment de son rôle dans la réalisation de la bombe atomique, c'est un des hommes les plus puissants du monde. Il est président du conseil d'administration de l'Union Minière du Haut-Katanga. Situé dans le sud-est du Congo belge, le Haut-Katanga possède non seulement de l'uranium mais encore de vastes gisements du minerai de cuivre le plus riche de la planète. L'Union Minière, qui fait un chiffre d'affaires annuel de $200 millions, produit 7% du cuivre, 5% du zinc et 80% du cobalt consommés dans le monde, sans compter nombre d'autres minéraux.

Elle constitue le pilier de la Société Générale de Belgique, qui représente une énorme puissance financière et industrielle. La Société Générale de Belgique exerce, avec quatre autres groupes financiers belges, une influence considérable sur la vie économique du Congo, et indirectement sur sa vie politique. Si l'on ne craignait de simplifier à l'extrême, on pourrait dire que l'Union Minière anime la Société Générale, qui, à son tour, gouverne le Congo. Maître de l'Union Minière, Edgar Sengier se trouve par là même maître du Congo. Naturellement, si vous le lui disiez, il se récrierait et vous répondrait que le maître du Congo, c'est le peuple belge et le gouvernement qui en est l'émanation. J'ai entendu parler de lui pour la première fois lorsque, préparant un ouvrage sur l'Afrique, j'ai dû rechercher de la documentation sur le Congo belge. J'ai appris que Sengier est né en Belgique où il a reçu une formation d'ingénieur. Il a passé cinq ans en Chine au service d'une société belge qui exploitait là-bas des lignes de tramways. C'est un homme aventureux, tenace, audacieux et d'une intelligence extrêmement brillante. Vers la trentaine, il décida de partir pour l' Afrique, qui depuis lors a toujours joué un grand rôle dans son existence.

L'Union Minière a été fondée en 1906. Le Congo est devenu colonie belge en 1908, Élisabethville, chef-lieu du Katanga, fut créée en 1910, et Sengier y arriva en 1911. Cet homme, l'Union Minière, Élisabethville et le Congo ont, pour ainsi dire, grandi ensemble. Au musée d'Élisabethville, j'ai vu un bloc de pechblende, oxyde naturel d'uranium. Il se présente sous la forme d'une masse noir et or, de la taille d'un gros chien, que l'on dirait recouverte d'une mousse verdâtre. Il provient de la fameuse mine de Chinkoloboué. Sur une pancarte on peut lire: "Attention! Bloc radioactif!" Les photographes savent à quoi s'en tenir: ils ne doivent pas trop s'approcher s'ils ne veulent pas gâcher leurs pellicules.


Propos 51 -129

À Chinkoloboué, on extrait de la pechblende depuis 1921. Mais à cette époque personne ne pensait que l'uranium présentât une valeur quelconque. On ne s'intéressait qu'au radium. Pourtant, en 1938, il se produisit du nouveau. Sengier reçut la visite d'un physicien anglais venu en grand secret l'entretenir de travaux, effectués par certains savants allemands, dans le domaine de la fission nucléaire et de la possibilité de fabriquer une bombe atomique avec de l'uranium. Il importait avant tout d'éviter qu'aucune parcelle d'uranium ne tombât entre les mains des Allemands.

Sous sa propre responsabilité, Sengier fit expédier du Congo aux États-Unis plus de 1,000 tonnes de minerai riche en pechblende.

- J'ai fait cela, m'a-t-il déclaré, à l'insu de tous.

Ce minerai arriva à New York en 1940 où il fut entreposé dans des tonnelets d'acier. Certains incidents curieux devaient se produire en attendant qu'il fût utilisé pour le "projet Manhattan". Sengier fit secrètement connaître aux autorités américaines compétentes la présence de cet uranium. La nouvelle fit une telle impression sur le Département d'État que celui-ci voulut faire transporter en lieu sûr, à Fort Knox, le minerai redoutable. Il y eut des retards cependant, et une année s'écoula avant que le gouvernement américain se décidât à tirer profit de la clairvoyante initiative de Sengier. Entre temps (tel était le secret qui enveloppait toute cette affaire), certains parurent avoir oublié - à moins qu'ils ne l'aient jamais su l'endroit où se trouvait le minerai. C'est alors qu'eut lieu en 1941 la visite historique du colonel américain.

L'entretien dura une heure, et l'officier repartit avec une note, rapidement rédigée sur une feuille de papier jaune et signée de la main de Sengier. L'uranium indispensable au succès des recherches atomiques était désormais la propriété des États-Unis. Lors d'un voyage que Sengier fit aux États-Unis en 1946, le général Leslie Groves lui remit, en présence du président Truman, la médaille américaine du Mérite. Sengier est un des rares civils étrangers à avoir été honorés de cette haute distinction et, bien entendu, il en est fier. La raison de sa nomination fut gardée secrète. Le dossier demeura dans les archives de la Maison Blanche. Le texte de la citation fut rédigé - à dessein - en termes vagues. Je l'ai lu: il y est seulement question des "grands services rendus en temps de guerre par Edgar Sengier dans le domaine des matières premières". L'Angleterre a décerné à Sengier le titre de commandeur de l'Ordre de l'Empire britannique, et la France, celui de chevalier de la Légion d'honneur. Mais plus que toutes ces distinctions honorifiques, il est une chose dont Sengier est vraiment fier: on a donné récemment à un minerai nouveau (composé d'uranium, de vanadium et de cuivre) le nom de "sengierite".

http://site.ifrance.com/mission/propo517.htm (20031026)
Land: USA
LT
Sinterklaasmoorden
ID: 194612051861
Op 5 december 1946 werd in het begin van de avond een pakje afgeleverd bij het huis van de familie Boer aan de Prinsegracht in Den Haag. Twee mannen op een motorfiets hadden voorbijgangers gevraagd het pakje bij het bovenhuis af te geven. Het was Sinterklaasavond en de familie was opgetogen over het onverwachte pakketje. Het was een langwerpig houten kistje dat met een touwtje dicht was gebonden. De heer des huizes maakte het knoopje los en er volgende een enorme explosie. De vader, F.G.J. Boer was op slag dood. Zij vrouw en de dienstbode raakten zwaar gewond en overleden korte tijd later in het ziekenhuis. De schoondochter van de familie sprong aan de achterkant uit het raam. Twee andere aanwezigen raakten gewond. Door de ontploffing ontstond er brand in de woning.

http://www.w8.nl/sinterklm.htm
Land: NLD
LT
22 november 1946: oorlog in Indochina (VNM)
ID: 194611226641
22/11/1946: 22 Fransen komen om bij fusillade in Haïphong

23/11/1946: Franse kruiser Suffren opent het vuur
Land: VNM
NN
14 november 1946: ministerraad wijst op groot belang van uranium voor elektrische energie-opwekking
ID: 194611141765
DUMONT M.E. Dr Sc
Epidemieën en Krotwoningen te Gent in de vorige Eeuw
ID: 194611011465
in: Morgen, 1ste jg, nov 1946, nr 9, pp. 299-302
LT
najaar 1946 en daarna: vluchtelingen (displaced persons) in Belgische mijnen tewerkgesteld
ID: 194611008721
"In het najaar van 1946 sloot Van Acker een akkoord met de Amerikanen voor de inzet van 20.000 ontheemden voor ondergrondse mijnarbeid. Deze 'displaced persons' (DP's) zaten in overvolle vluchtelingenkampen in de geallieerde bezettingszones in Duitsland. Het waren Polen, Balten, Oekraïners, Roemenen, Joegoslaven, Hongaren, Tsjechen, enzovoort, die niet naar hun land konden of wilden terugkeren."

De Rijck 2000: 48-49
Land: BEL
NN
1 augustus 1946: Atomic Energy Act (McMahon)
ID: 194608010966
LT
17 July 1946: Attorney General Tom Clark urges Truman to renew and broaden Roosevelt's 1940 authorization to conduct electronic surveillance on
ID: 194607178722
NIHIL
Land: USA
LT
5 juli 1946: GG Ryckmans houdt afscheidstoespraak in Leo
ID: 194607058824
Pleit voor planmatige ontwikkelingskolonisatie, rekening houdend met het Handvest van de Verenigde Naties.

Bron: VAN BILSEN 1993: 53
Land: COD
LT
4 juli 1946: onafhankelijkheid Filipijnen [USA]
ID: 194607049356
PHL-608
Land: PHL
wiki
De pogrom van Kielce
ID: 194607040900
De pogrom van Kielce vond op 4 juli 1946 plaats in het Poolse stadje Kielce. Van 200 Poolse Holocaust-overlevenden werden er 41 vermoord en 82 verwond toen zij terugkeerden na het eind van de oorlog.
Land: POL
LT
17 april 1946: onafhankelijkheid Syrië (FRA)
ID: 194604178724
SYR-760

Officiële benaming = Syrian Arab Republic

WA2001, 846; Syrië was Frans Uno-mandaat

Hoofdstad = Damascus
Land: SYR
LT
17 april 1946: Franse en Britse troepen weg uit Syrië
ID: 194604172376
Land: SYR
LT
22 januari 1946: Truman richt de Central Intelligence Group op en de functie van Director of Central Intelligence (DCI).
ID: 194601225522
Land: USA
wiki
1/1/1946: Hector Carlier pleegt zelfmoord te Kalmthout
ID: 194601010161
Hector Carlier (?, 1884 - Kalmthout, 1 januari 1946), bankier en industrieel was de zoon van bankier Jean Baptiste Ferdinand Carlier en Marie De Roy. Hij was gehuwd met Amelia Goossens.

Petrofina
Hector Carlier heeft samen met broer Ferdinand de Compagnie d'Anvers opgericht. In verband met de bankenwetgeving is deze later opgesplitst in Banque d'Anvers en Compagnie d'Anvers. Jean-Baptiste, zijn vader, was gedurende 30 jaar directeur van de Nationale Bank in Antwerpen.

In 1920 richtte hij samen met zijn broer Fernand en de toenmalige minister en latere premier Aloys Van de Vyvere de oliemaatschappij Petrofina op. Ze haalden hun olie in Roemenië, nadat ze eerst de Duitse rechthebbenden op die olie hadden vergoed.

Aan het succes kwam met de Tweede Wereldoorlog een abrupt einde. De raffinaderij in Duinkerke, de belangrijkste van Petrofina, werd verwoest. Na de oorlog werden de Carliers gezocht voor economische collaboratie. Hector pleegde zelfmoord op 1 januari 1946 op zijn landgoed De Boterberg in Kalmthout, broer Fernand vluchtte naar Brazilië.

Hector was in 1933 in Dover, in Groot-Brittannië, getrouwd met de 23 jaar jongere Nederlandse Amelia Goossens (overleden in 1989) uit Woensdrecht. Samen hadden ze drie kinderen, Amalia (+2001), Ferdinand (1935-1986) en Marie-Antoinette (1934-2007) die allen ongehuwd bleven.

De zusters Carlier leefden na de dood van hun moeder een eerder sober bestaan in het kasteel De Boterberg in Kalmthout.

Koning Boudewijnstichting
Marie Antoinette overleed in 2007 en schonk het ganse familiefortuin aan enkele particuliere erfgenamen en aan de Koning Boudewijnstichting in de vorm van een duolegaat.

Fusie
Petrofina ging later op in Total S.A. en nog later in Elf Aquitaine om dan de naam te veranderen in Total.
bron: wiki 20170417
Land: BEL
Tempels Placied P. O.F.M., TANGHE Baselis (Woord Vooraf)
Placied Tempels publiceert ophefmakend boek: Bantoe-filosofie
ID: 194600831010
Tempels (1906-1977) plaatst het westerse "beschavingswerk" in Congo voor zijn verantwoordelijkheid. Een ophefmakend en moedig boek dat de gehele kolonisatie in vraag stelt. De westerse cultuur vermoordt de Bantu-cultuur. Tempels schreef de tekst in Kamina tussen juni 1944 en juni 1945. Een eerste versie verscheen in het Congolese tijdschrift "Band". In zijn 'Woord Vooraf' betreurt Baselis Tanghe (Gewezen Apostolisch Vicaris van Ubangi) dat dit boek niet 60 jaar eerder was verschenen: "Wat zou de inhoud van dit wijze geschrift welgekomen geweest zijn bij alle goedmenende kolonialen, Koning Leopold II aan het hoofd! Vooral de missionarissen zou het boek belangrijke diensten bewezen hebben, vermits het de denkwijze en de mentaliteit der Congolese Zwarten belicht, waarmede dan de missionarissen bij het godsdienstonderricht rekening hadden kunnen houden." Deze woorden zijn wellicht ingegeven door de barbarij die de blanke (met een kleine b) tijdens W.O. II tentoon had gespreid. De blanke kon niet volhouden dat hij superieur was en dat de Zwarte de 'wilde' was.

Noot Lucas Tessens: Volgens mijn oom - toen koloniaal ambtenaar in Congo - veroorzaakte dit boek een aardverschuiving in het denken van de jonge blanke intelligentsia in Congo. De geesten waren rijp voor heel materieel gericht ontwikkelingswerk en de missionarissen gingen zich ook vragen stellen. De zwarte mens kwam op de voorgrond, ten koste van het 'zieltjes winnen'.
Palyam.org
1946-1949: Britten sluiten duizenden joden op in kampen op Cyprus
ID: 194600000914
As the rate of ma’apilim (illegal immigrants) increased dramatically in the summer of 1946, the Atlit Detention Camp became crowded with detainees to its full capacity. The British decided to deport future ma’apilim to Cyprus, and thought that this would be a deterrent to continued illegal immigration. The first to be deported to Cyprus were the 1,300 ma’apilim of the ‘Henrietta Szold’ and the ‘Yagur’ vessels. The event – named “Operation Igloo” by the British - took place in August 1946.


By the middle of 1947, some 15,000 ma’apilim were already detained in the Cyprus camps. Their status was that of prisoners of war. The camps were operated jointly by the British Foreign Office, the Colonial Office, the Mandatory Government and the British Army. However, the internal affairs of the camps were entirely in the hands of the ma’apilim through the representatives of the various Zionist parties and the representatives of the Hagana. The covert activity of the Hagana among the ma’apilim was run by the Palmach and the Palyam and was called “The Defenders’ Rank”. Within the framework of this organization 11,000 young ma’apilim were given basic army training, using wooden guns and revolvers, in preparation for their arrival in Palestine and the inevitable outbreak of the War of Independence. About 7,000 of those that received training did actually participate in the War of Independence after their liberation from the camps.


Many Palyamniks who had accompanied the ma’apilim to Eretz Israel, as well as many of the foreign crews and of the volunteers from the USA and Canada who also served as crew on vessels that came from the States, were deported to Cyprus together with the ma’apilim, following the interception of their vessels. The Palmachniks/Palyamniks in the camps had continuous radio contact with the Palmach HQ in Eretz Israel. There was practically free movement of Palmach/Palyam personnel between Eretz Israel and the camps, thanks to the tunnels that were dug under the camps’ fences and the fishing boats that carried personnel back and forth (the boat named ‘Shark’ was the “Palyam taxi” that had a shuttle run between Palestine and Cyprus). Every month, about 750 people - half of the total monthly quota established by the British - would be freed from the camps and given certificates to enter Palestine legally, and some of these certificates were used to free Aliya Bet operatives as needed. The Palmach organization within the camps also supported Ha'Chulya - the Palyam's underwater sabotage unit - with operations against British Navy targets in Cyprus after this unit transfered its activity to the island in March 1947.


Camps in which tents had been erected were called “summer camps” whereas those in which corrugated iron had been used to build Nissen huts were called “winter camps”. The living conditions within the camps were harsh. The food was poor, in summer the heat was difficult to bear as there was no shade, and in winter it was bitter cold. Mitigating factors were the help that was given to the ma’apilim from the Yishuv in Eretz Israel and from the Joint Distribution Committee (JDC). The period of the camps lasted for 30 months. During this period schools and kindergartens were established for the children. There were clinics, cultural activities and even an internal court. Close to 2,200 babies were born on the island. The first one to give worldwide publicity to what went on in the camps was the Jewish journalist Ruth Gruber who visited the camps in July 1947. This followed her coverage of the ‘Exodus’ story, as she had expected that the ma’apilim of the ‘Exodus’ would be sent there (this did not happen, as the British tried to send the ma’apilim back to France). In her book “Witness” one can find unique photos of life in the camps. Towards the end of 1947, Golda Meir managed to negotiate with the British a special early release and immigration to Eretz Israel of about 2,000 babies with their parents (click here for Golda's personal account of this accomplishment).


By the end of the British mandate, about 52,000 ma’apilim had been deported to Cyprus (this includes the 15,000 who arrived there directly on the two ‘Pans’, following an agreement between the commander of the ships and the British Navy). Shortly before the establishment of the State of Israel, the British started to set free small groups of detainees. In June 1948, a mission of the I.D.F (Tzahal) arrived at the camps to arrange for the conscription of people to the army. However, the hope that all the detainees would be freed shortly after the creation of the state was not fulfilled. There were all sort of technical and security issues, but the biggest problem was the refusal of the British to release those detainees who were of draft age. The majority of the detainees were freed and brought to Israel by the ‘Pans’ in the summer of 1948, but about 10,000 were kept behind, mostly those of draft age and members of their families who chose to remain in the camps with them. On January 24th,1949, “Operation P’dut” (p’dut in Hebrew means setting free) began, during which the ships ‘Galila’ and ‘Atzma’ut’ made several trips between Haifa and Cyprus and brought the remainder of the detainees to Israel. On February 10th,1949, the last detainee left, and the chapter of the Cyprus camps in the history of Zionism came to an end.
Land: CYP
LT/MERS
28 december 1945: Belgavox opgericht
ID: 194512282187
Oprichting van Belgavox, de eerste Belgische firma voor gefilmde actualiteit. Bronnen: KVB 861 en 865.




Histoire:
En 1937, Georges Fannoy fonde la Société belge de distribution cinématographique (SBDC) et distribue dans les salles des films de longs métrages mais également les actualités françaises Éclair Journal. La société Belgavox fut fondée en 1945 pour répondre au besoin que ressentaient les Belges de posséder leurs propres canaux d’information.

Entre 1945 et 1994, les actualités cinématographiques Belgavox, diffusées dans les salles de cinéma belges, ont proposé au public un panorama national et international de l’actualité.

En 1956, Georges Fannoy fonde l’Association internationale de la presse filmée (INNA) réunissant l’ensemble des producteurs d’actualités filmées du monde entier. Belgavox a toujours exercé en son sein un rôle actif, ce qui a permis à la société d’échanger régulièrement des reportages provenant du monde entier avec les autres membres de l’association.

En 1955, Belgavidéo est créée pour assurer la programmation internationale des journaux télévisés belges de la RTB (maintenant RTBF) et la BRT (maintenant VRT).

Pierre Fannoy crée en 1965 la Télévision congolaise (RTNC) et Congovox, l’équivalent africain de Belgavox. Pierre Fannoy est aussi l'inventeur de la télévision à la demande (1960). La VOD s'appelait alors la Sélévision.

En 1985, avec l’aide de ses fils Philippe et Vincent il fournit à la télévision camerounaise naissante (la CRTV-Télé) les équipes nécessaires à la production de ses programmes.

L’avènement de la télévision et son rôle croissant en tant qu’instrument d’information ont amené Belgavox à changer la formule de ses actualités : les actualités diffusées dans les salles de cinéma ont été progressivement remplacées par des magazines.

Belgavox a aujourd’hui quitté les salles obscures pour se consacrer notamment à la réalisation de programmes de types émission thématique et film documentaire. Belgavox est aussi très active dans la recherche pour l'amélioration de la gestion des archives tant d'un point de vue support que d'un point de vue sémantique.

Les images de Belgavox sont aujourd'hui accessibles via le site de la SONUMA.
src=wiki
Land: BEL