Article

DS

Van San in een notendop

ID: 200111290914

Het rapport dat onderzoekster Marion Van San maakte op vraag van minister van Justitie Marc Verwilghen, is nog niet ,,af''. Ze beschouwt het als een eerste deel, een tussentijdse stand van zaken voor een onderzoek naar de oorzaken van verschillen in criminaliteit tussen bevolkingsgroepen. Daar zou ze drie jaar voor nodig gehad hebben, en niet één zoals nu. Of ze voor het vervolg nog zin heeft, is zeer de vraag.
De belangrijkste vaststellingen in een notendop. Ze werden uitgebreid -- en genuanceerder -- beschreven in deze krant van 12 november.

1. Dé allochtoon bestaat niet. Er zijn grote verschillen in crimineel gedrag tussen autochtonen en allochtonen, tussen diverse groepen allochtonen onderling en daarbinnen tussen ouderen en jongeren, jongens en meisjes.
De grootste probleemgroep vormen de Oost-Europese jongeren, wier aandeel in de statistieken in 1997 zesmaal en in 1999 zelfs tienmaal de ,,normale'' waarde overstijgt. Ook Marokkaanse jongens (meisjes niet) veroorzaken overlast.

2. Diverse groepen hebben hun specialiteiten. Jonge Oost-Europeanen zitten in diefstal, Marokkanen in ordeverstoring, Belgen in drugs, Turken in geweld, Afrikanen in oplichting...

3. De klassieke verklaringsmodellen -- selectieve registratie door de politie, sociaal-economische achterstand -- hebben hun waarde, maar kunnen niet de discrepantie tussen de diverse categorieën verklaren.

4. Toch is misdadigheid in achterstandsbuurten niet het grootste probleem, ook niet voor de ,,achtergebleven'' autochtone bevolking. Het wantrouwen tussen etnische groepen is enorm, de relatie tussen politie en jongeren verstoord. De verhalen over criminaliteit worden daardoor vaak aangedikt en komen niet altijd met de realiteit overeen. Er zijn grote inspanningen nodig om de beeldvorming rond allochtonen te verbeteren.