Article

FRANKEN Jos

Kijken en luisteren naar geld, tafelspeech door Jos Franken op 18 juni 2016

ID: 201606181588


Toen ik begin 1997 op een morgen Aalst binnenreed kon ik mijn ogen niet geloven: overal roze en groene pruiken, gescheurde netkousen en waggelende mensen die steun zochten aan de vensterbanken. Dit zou de komende acht jaar mijn werkplek worden.


Vanaf oktober 1996 was er bij CIPAL een koorts uitgebroken: we wilden het contract voor het innen van het KLG binnen halen. We vormden een kleine ploeg die echt dag en nacht bezig was om het beste voorstel neer te leggen. Een aantal van die Jos-boys zijn hier aanwezig.
Wij Kempenaars gingen opboksen tegen IBM, Siemens en andere grootmachten.
Voor CIPAL was het het eerste grote contract en we voelden ons geroepen om de lokale contractsfeer te verlaten en hoger te gaan mikken. Het samengaan van CIPAL en het MIK maakte dat operationeel mogelijk. KLG was daarvoor een uitgelezen kans.
Outsourcing was in 1996 nog een woord dat weinig bellen deed rinkelen. In die dagen was het neo-liberalisme al de roep. De overheid moest minder doen, liberaliseren, verkopen, privatiseren ... Outsourcing zweefde tussen de uitersten: aan de ene kant het staatsmonopolie en aan de andere kant de ‘minimal state’. Outsourcing is zo gezien uiteindelijk ook een politieke keuze en ik denk een goeie.
Het groepje dat de offerte voorbereidde geloofde dat wij het verschil konden maken. Een hecht team kan bergen verzetten. Ik denk dat we dat zijn blijven geloven. Anders was u niet hier. De meesten van ons hebben een stap terug gezet of zijn met pensioen. Maar ergens blijft dat vuur toch branden. Het is wellicht een boodschap die we moeten doorgeven aan diegenen die na ons komen: “samen lukt het”.
Ik wil enkele cijfers geven:
in 1996 boekte CIPAL een omzet van 1,6 miljard BEF,
in 1998 was dat reeds 2,3 miljard,
in 2000 stond de teller net boven de 4 miljard.
Zo’n flux kunnen weinig bedrijven voorleggen.
In Aalst was er werk aan de winkel. Ik had de 49 meetings en het maken van een Due diligence rapport in de twee maanden voor de start. We vonden er een dienst die qua ICT in de kinderschoenen stond (overigens zat de ICT-kennis bij Belgacom en niet bij KLG, KLG was dus een weeskind toen Belgacom wegviel), er werd nauwelijks aan auditing gedaan, men werkte er meer op automatische piloot, maar de 21ste eeuw binnenvliegen zou een probleem worden.

Op 1 april 1997 kwam het beheer - met een resultaatsverbintenis én met penalisatie-clausules - in handen van CIPAL. Wilden we slagen dan moesten we het bestaande personeel meetrekken in een veranderingstraject dat ingrijpend zou zijn. Change ! En dat was nog voor Obama die kreet lanceerde.
Het is zonder meer een feit dat de vonk van onze kleine stuurgroep oversloeg op het middle management dat binnen de oude RTT-burcht aanwezig was. We hebben hen (na enkele strubbelingen) weten te begeesteren met ons nieuw project. Het zijn geen loze woorden te zeggen dat het kabinet van Wivina daar veel heeft toe bijgedragen. Wivina liet Dirk begaan omdat zij wel wist wat hij in zijn mars had. Telefonische afspraken werden gehonoreerd, de beslissingslijnen waren kort in die dagen. Het klikte!
Er was vertrouwen en enthousiasme en eigenlijk was het feit dat het om belastingen ging slechts een detail. Wij mochten ervaren dat de ‘spirit’ uitsteeg boven de materie, het onderwerp. Ik voel me – nu ik na zovele jaren terug kijk – als een wielrenner die na de gewonnen rit – verklaart dat het allemaal te danken is aan zijn ploegmaats. Flandriens: ploeteren en eerst aankomen.
Ik ga weinig namen noemen maar ge moogt u allemaal aangesproken voelen, ook de andere uitgenodigden die spijtig genoeg niet aanwezig konden zijn.


MEDIACAMPAGNE
Van bij het begin vonden we dat KLG een gezicht moest krijgen en er werd dus een logo gemaakt. Aansluitend kwam er een ‘mission statement’: “De Belastingdienst voor Vlaanderen heeft als opdracht de taksen op een efficiënte en productieve wijze te innen en in te vorderen. Hierbij huldigen zijn medewerkers de gedragscode van dienstbaarheid aan de Vlaamse bevolking en van gelijkberechtiging van alle belastingplichtigen.” Het lijkt bijna archaïsch in tijden van LuxLeaks en Panama Papers.
Eind 1997 zijn we dan gestart met een campagne die het zwartkijken, de ontduiking ging aanpakken. We hebben toen alle registers van de mediamix bespeeld: nationale en regionale TV-spots, radio, folders, krantenadvertenties, een call center. Via matching met de bestanden van de kabelmaatschappijen konden we greep krijgen op de resultaten. Met kaartjes konden we onze vooruitgang visualiseren. Hier was weerom een klein en gemotiveerd team aan het werk. Op het blad dat jullie daarnet kregen hebben we een kaartje afgedrukt dat de ontduiking van kijkgeld in die dagen treffend illustreert. Vlamingen ontduiken weliswaar belastingen maar in Wallonië is het schering en inslag. Dat is geen verwijt maar een vaststelling. De erbarmelijke organisatie van de inning gaat er hand in hand met een eigen mentaliteit. (een stuk van Griekenland ligt aan de Maas) Het zijn zo’n toestanden die het imago van de overheid aantasten. Naast een al te enge partijpolitieke aanpak, natuurlijk.

DATAWAREHOUSE
Er was natuurlijk het dagdagelijkse werk om de database van KLG te beheersen. We moesten de neuzen in dezelfde richting zetten. En we hebben toen ook een ‘scoop’ gebracht: het datawarehouse-verhaal.
Vandaag moet ik daar geen kwartier over uitwijden, maar in 1997 wisten de meesten van ons niet wat het betekende. Eens door Jo uitgelegd werd het voor de insiders duidelijk dat het bouwen van een datawarehouse nieuwe mogelijkheden bood voor de toekomst, dat het snel inzicht krijgen in cijfers - cijfers doen spreken, statistiek met een verhaal - boeiend en beleidsondersteunend zou zijn.
Binnen de kleine groep kwam een kern tot stand: de mensen die het project vorm zouden geven. Dat vergde opnieuw een open en vrije uitwisseling van kennis en inzichten. Om het ‘out of the box’-denken te benadrukken had Lucas op 4 mei 1999 een ruimte afgehuurd in Hotel La Réserve en daar heeft een groepje van 5 een dag lang gebrainstormd. ’s Avonds reed ik naar Knokke en daar lag voor mij de blauwdruk klaar van wat het ‘house’ zou worden. Ambitieus, want we waren zowat de eersten in Europa die die weg opgingen. Onzen toenmalige DG vond de 21.000 frank die de dag had gekost overdreven en de locatie wat te hoog gegrepen voor simpel voetvolk, maar hij heeft wel gedokt.


HET EINDE
Ik wil nu een ferme sprong maken naar het einde van KLG. Steve Stevaert zaliger voelde dat hij electoraal kon scoren door het KLG af te schaffen. Ik heb niet nagegaan of die strategie ook vruchten heeft afgeworpen. Op de korte termijn voor hem zeker.

Maar wat niet werd afgeschaft was de verstandhouding en de visie die was onstaan op het platform van de Vlaamse overheid en de mensen in Aalst. Ik weet het wel ... er zijn dingen die verloren gaan maar er blijft ook een parfum hangen van geslaagde projecten, van mooie dingen, van memorabele ontmoetingen, van zinvolle disputen en vriendschappen voor het leven.
Het KLG-project vormde een perfecte leercurve die later van groot nut was:
- voor de outsourcing van Onroerende Voorheffing (januari 1999),
- voor MVG-ICT outsourcing (juli 1999),
- voor het tussentijdse onderzoek naar de Verkeersbelasting (december 2000).

De ervaring heeft bewezen dat verandering mogelijk is, dat samenwerking tussen heel verschillende bedrijfsculturen doenbaar is. Er zijn echter voorwaarden: de beste moet mogen winnen, het gezond verstand moet op de eerste plaats komen, het doel moet duidelijk zijn, het algemeen belang (dat begrip is de laatste jaren ondergesneeuwd geraakt) moet primeren, we moeten een gemeenschappelijke taal vinden om te communiceren – dat is luisteren, verstaan en spreken - tussen diverse disciplines (we hebben data vaak voorgesteld als water in een reservoir, met aan- en afvoerbuizen) en vooral: tussen de pioniers moet er vertrouwen zijn. We moeten boos kunnen zijn om wat niet direct lukt. Dàt houdt de ‘drive’ erin. Daarna is hard lachen de beste remedie. Dat werkt altijd. En echt lachen is geen opdracht, het komt vanzelf. Dat gaan we de rest van de avond nog mogen mogen!

Ik ga zwijgen want mijn keel staat droog.