Search our collection of 12.065 BOOKS

Author
Title
Publisher
Keywords
Booknr

Search our 2.819 News Items

INDEX AUTHORS


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

We found 41 books

We found 399 news item(s)

ANCIAUX Vic
Brussel. Stuk van ons.
Softcover, geniet, 8vo, 46 pp.
€ 10.0

BUY

ASSOCIATION DES VETERANS DE L'ETAT INDEPENDANT DU CONGO ET DES VETERANS DU CONGO BELGE
Revue Belgo-Congolaise Illustrée, N° 1, janvier 1964
4to, 20 pp., photos en NB
€ 10.0

BUY

ASSOCIATION DES VETERANS DE L'ETAT INDEPENDANT DU CONGO ET DES VETERANS DU CONGO BELGE
Revue Belgo-Congolaise Illustrée, N° 3, juillet 1966. En couverture le Colonel médecin A. Thomas
4to, 80 pp., photos en NB
€ 10.0

BUY

CASCIANI Stefano
L'architettura Presa Per Mano. La maniglia moderna e la produzione Olivari
Hardcover, dj, small folio, oblong, 119 pp., illustrations, bibliography. Texts in Italian and English. Mainly on modern door handles and italian design.
€ 35.0

BUY

CASTELEIN A. s.j. (Professeur de Philosophie Morale et Sociale)
Le socialisme et le droit de propriété
Hardcover, reliure cart. avec dos en cuir (plats marbrés, titre soré au dos), 584 pp. L'auteur se déclare contre un minimum légal de salaire. 'Ce serait aussi nuisible à l'intérêt des bons ouvriers qu'à celui de l'industrie.' (575) Pour cet auteur, tout va très bien en Belgique: 'On peut affirmer que le progrès accompli depuis 50 ans (1846-1896), a permis à l'ouvrier de doubler son bien-être et son épargne.' Cette conclusion part de statistiques fort discutables. En conclusion Castelein fait appèl à la charité: '(...) cherchons cet avenir en aidant le travailleur, sous le régime de la justice, de la charité et des saines libertés, à mieux exercer son droit de propriété.' (584)
€ 90.0

BUY

CRUCIANI François
Marcel Proust
Hardcover, jq, 136 pp., photos, illustrations en noir et en couleurs, bibliographie. Matières: La vie - Marcel Proust secret - L'Oeuvre - Les peintres qu'il aimait - Anthologie - Les personnages - L'Univers Proustien - Proust et ses amis - L'Affaire Dreyfus - Marcel Proust face aux juges. Collections Les Géants.
€ 20.0

BUY

FITSCHY P., KLUTZ E., PARENT E., TIBAUX A., associés sous la raison sociale 'Bureau d'Architecture et d'Urbanisme L'Equerre'
Le Plan d'Aménagement de la Région Liègeoise. Première partie: L'Enquête.
Hardcover, grand folio, 390 pp., cartes (voir l'exemple), photos, statistiques, diagrammes. Ouvrage de grand luxe. Emboitage. Le Groupe l'Équerre est une agence d'architecture et d'urbanisme moderniste fondée en 1935 à Liège qui a influencé l’histoire de l’aménagement du territoire en Belgique et a occupé une place significative sur la scène urbanistique internationale. Fondé en 1935 et tirant son nom d'une revue d'architecture liégeoise, le Groupe L’Équerre est composé des architectes Émile Parent (1910-1985), Albert Tibaux (1908-1985), Edgard Klutz (1909-1987), Paul Fitschy (1908-1993) et Ivon Falize (1908-1979). Des architectes comme Jean Moutschen - architecte en chef de la Ville de Liège - ou Victor Rogister apporteront également leur collaboration. (source: wiki)
€ 50.0

BUY

GRACIAN Baltasar s.j.
Handorakel en kunst van de voorzichtigheid (vertaling van Oraculo manual y arte de prudentia - 1647)
Vierde druk (Salamander Klassiek). Vertaald uit het Spaans en van een nawoord voorzien door Theo Kars. Hardcover, kleine in-8, 157 pp. Bevat 300 wijsheden om voorzichtig en berekend te leven. Baltasar Gracián y Morales S.J. (Belmonte (bij Calatayud), 1601 - Tarazona (in Aragón), 1658) was een Spaanse jezuïet die bekend is als schrijver van amorele, illusieloze, 'machiavellistische', vaak cynisch genoemde boeken. De uitdrukking 'jezuïetenstreken' vindt waarschijnlijk in dit soort raadgevingen zijn oorsprong.
€ 15.0

BUY

MARQUEZ Gabriel Garcia
De gelukkige zomer van mevrouw Forbes. Twaalf zwerfverhalen.
Pocket, 233 pp.
€ 5.0

BUY

MARQUEZ Gabriel Garcia
Liefde in tijden van cholera (vert. van El amor en los tiempos del colera - 1985)
Pb, 8vo, 521 pp. Marquez, Nobelprijs Literatuur 1982. Werd verfilmd.
€ 15.0

BUY

MARQUEZ Gabriel Garcia
De kolonel krijgt nooit post (vertaling van El colonel no tiene quien le escriba - 1961)
Pocket, 98 pp.
€ 5.0

BUY

NN (Associated Press)
Triomf en tragedie. Het verhaal van de Kennedy's.
Illustrated hardcover, 254 pp. Illustraties en foto's in ZW (enkele in kleur)
€ 10.0

BUY

VAN DEN EECKHOUT Patricia & VANTHEMSCHE Guy (editors)
Bronnen voor de studie van het hedendaagse België, 19de - 20ste eeuw
Hardcover, 1439 pp. Met een index op onderwerpen, auteurs- en persoonsnamen opgesteld door Karel VELLE.
€ 30.0

BUY

The covers of the following books are not yet photographed

ANCIAUX Lt. Kol. Léon, Mercator en zijn tijd. Lezing ter gelegenheid van het Mercatorjaar. Overdruk uit Annalen van de Oudheidkundige Kring van het Land van Waas. Jubileumnummer Nr. 15 - 1962., , , 1962.

BERTI Luciano, Les Offices et le Couleur de Vasari, Florence, Becocci Editore, 1989.

BUERMAN Luc, VAN DAELE Henri, DE CLIPPELE François, MAYER-FALK Isola, CARSON Patricia, Oost-Vlaanderen, Tielt, Lannoo, 1992.

Bureau voor Sociaal Onderzoek [DE MAN Hendrik], De uitvoering van het plan van den arbeid, Antwerpen, De Sikkel, 1935.

CARSON Patricia, CHARLIER Georges (original photography), Flanders in creative contrasts., Tielt, Lannoo, 1990.

CIANO Galeazzo, Discours de son Exc. Le Comte Galeazzo Ciano Ministre Italien des Affaires Etrangères prononcé à la Chambre des Faisceaux et des Corporations. Le Samedi 16 Décembre 1939., Roma, Novissima, 1939.

Comité Spécial du Katanga - CSK, Supplément à l'Agence Economique & Financière: Edition spéciale du 1 août 1950 consacrée au 50ième anniversaire du Comité Spécial du Katanga (CSK), Bruxelles, AGEFI, 1950.

DE BEULE OSCAR pr. (dr in de politieke en sociale wetenschappen), Moerzeke, religieus-sociale monografie van een plattelandsgemeente, Gent, , 1962.

DUJARDIN Jean, RYMENANS Lucia, GOTOVITCH José , Inventaire de la presse clandestine 1940-1944 conservée en Belgique/ Inventaris van de sluikpers 1940-1944 in Belgie bewaard, Bruxelles/Brussel, Centre National d'Histoire des deux Guèrres Mondiales/Nationaal Centrum voor Wetenschappelijke Navorsing op het gebied der geschiedenis van Wereldoorlogen I en II, 1966.

GENICOT Luc-Fr., BUTIL Patricia, Le patrimoine rural de Wallonie. La maison paysanne. (2 vols), Bruxelles, CCB, 1996.

GIUSTO Hedwig, voorwoord door Luciano Santilli, Spraakmakende biografie van Adolf Hitler, Brussel, Het Laatste Nieuws, 2005.

KNACK SPECIAL , Politieke Encyclopedie - Deel 2 - Editie 2004, Roeselare, Roularta., 2004.

MARQUEZ Gabriel Garcia, Le général dans son labyrinthe (traduction de El general en su laberinto), Paris, Grasset, 1990.

MARQUEZ Gabriel Garcia, Over liefde en andere duivels., Amsterdam, Meulenhoff, 1994.

MARQUEZ Gabriel Garcia, Ontvoeringsbericht, Amsterdam, Meulenhoff, 1996.

MARQUEZ Gabriel Garcia, Erendira, Amsterdam, Rainbow, 1975.

MARQUEZ Gabriel Garcia, De generaal in zijn labyrint., Amsterdam, Rainbow, 1989.

MARQUEZ Gabriel Garcia, La mala hora., Paris, Grasset, 1986.

MARQUEZ Gabriel Garcia, L'automne du patriarche., Paris, Grasset, 1976.

MARQUEZ Gabriel Garcia, Honderd jaar eenzaamheid (vert. van Cien anos de soledad - 1967), Amsterdam, Meulenhoff, 1982.

MARQUEZ Gabriel Garcia, One hundred years of solitude., Middlesex, Penguin Books, 1977.

PAULUS Jean-Pierre, Magistrat honoraire, Chef de Cabinet ad. honor. de S.M. le Roi, Président de l'Institut Supérieur des Etudes Sociales du Congo Belge et du Ruanda Urundi., Droit public du Congo Belge, Bruxelles, ULB/Institut de Sociologie Solvay, 1959.

PAUWELS Achiel, advocaat en dr in de politieke en sociale wetenschappen, Polders en Wateringen., Brussel, Standaard Boekhandel, 1935.

PAUWELS Achiel, vrederechter en dr in de politieke en sociale wetenschappen, Polders en Wateringen., Brugge, die Keure, 1969.

Provinciale Commissie voor Geschiedenis en Volkskunde, Jaarboek van de Provinciale Commissie voor Geschiedenis en Volkskunde I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, XI, XII, XIII, XIV. Jaarboeken I t.e.m. XIV (1988/1989 - 2002/2003). Nr X is verkocht., Antwerpen, Provinciebestuur, 1988-2003.

Sales Promotion Executives Association International , Bijdrage tot de studie van het probleem van de reklame in de Belgische Radio en Televisie, Brussel, , 1970.

VAN DEN EECKHOUT Patricia, Naslagwerken voor de studie van de hedendaagse samenleving, Brussel, VUBpress, 1991.

VANSUMMEREN Patricia, ENGELS Katharina, THERRY Françoise, HUYSMANS Bart (foto's), Droomwereld van poppen. Uit de verzameling van het Volkskundemuseum Antwerpen. Tentoonstelling 17 december 1994 - 31 maart 1995., Antwerpen, Snoeck-Ducaju & Zoon/Pandora, 1994.

LT
Gaat de Franse Staat zijn aandeel in het zeer rendabele Renault verkopen?
Edited: 201803311352
Dit is weerom "privatisering van de winsten, collectivisering van de lasten".
Enfin, de perfide neo-liberale politiek, zeg maar.

We herinneren aan wat Galbraith zei in 'The Affluent Society' (1958): "The book sought to clearly outline the manner in which the post-World War II America was becoming wealthy in the private sector but remained poor in the public sector, lacking social and physical infrastructure, and perpetuating income disparities." Is het dat wat de neoliberaal Macron wil ? Dan moet hij gestopt worden.
UVCW
Waalse gemeenten willen hun deel uit opbrengst verkoop Belfius
Edited: 201802211118
L’Union des Villes et communes de Wallonie monte au créneau dans le contexte de la prochaine mise en bourse d’une part du capital de Belfius par l’Etat fédéral. L’association municipaliste souhaite avant tout la garantie du maintien d’une majorité publique dans le capital de la banque. Elle n’entend pas non plus que ses membres, actionnaires historiques du Holding communal, soient discriminés par rapport à d’autres et exige une compensation par rapport au geste qui semble vouloir être consenti en faveur des ex-coopérateurs d’Arco.

lire plus ...

LT
Erik Zwysen schrijft over de geschiedenis van de pleegzorg
Edited: 201802091555
Erik Zwysen is maatschappelijk assistent (1977) en licentiaat in de politieke en sociale wetenschappen (1990). Werkte als bureelbediende (1972) en arbeider (1974). Was in Antwerpen vast afgevaardigde bij het jeugdbeschermingscomité (1978), maatschappelijk werker en coördinator voor de private plaatsingen bij de dienst voor pleegzorg De Mutsaard (1978-2001), directeur bij de thuisbegeleidingsdienst Joba en administratief directeur bij de vzw De Hand (2001-2008). Was redacteur bij het Tijdschrift voor Welzijnswerk en bij het Tijdschrift voor Pleegzorg. Schreef artikels over de geschiedenis van de pleegzorg in Vlaanderen en over het Antwerpse muziekleven in het interbellum.

Zijn website is meer dan de moeite waard en bevat een schat aan gegevens over een thema dat weinig besproken wordt.


website erik zwysen
Op Gedichtendag wordt Maud Vanhauwaert aangesteld als nieuwe stadsdichter van Antwerpen
Edited: 201801230002
verneem meer over Maud Vanhauwaert



Dubbel en dik verdiend, meiske! Proficiat !!!

Creativity is intelligence having fun
Persbericht Roularta
Roularta brengt bindend bod uit op Sanoma-magazines en verankert zich in print
Edited: 201801170108



Het beursgenoteerde Roularta Media Group heeft een bindend bod uitgebracht op de Belgische Sanoma-titels met uitzondering van de woonbladen. Het pakket omvat de weekbladen Libelle/Femme d’Aujourd’hui (CIM 245.504 exemplaren) en Flair N/F (CIM 74.222 exemplaren), de maandbladen Feeling/Gaël (CIM 69.132 exemplaren) en de magazines La Maison Victor, Communiekrant, Loving You en She Deals. De websites (met o.a. flair.be en libelle.be met respectievelijk 804.135 en 600.841 real users/maand volgens CIM), line extensions en social mediakanalen van deze titels zijn eveneens in het bod opgenomen. De totale 2017 omzet van deze merken bedraagt circa 78 miljoen euro voor een overnameprijs (inclusief pensioen- en abonnementenverplichting) van 33.7 mio euro.

De (offline/online) doelgroepen van die mediamerken zijn uitgesproken vrouwelijk en dus een mooie aanvulling op de reeds bestaande andere hoogkwalitatieve doelgroepen die bereikt worden via de huidige magazinemerken van Roularta (Knack, Le Vif, Trends, Sportmagazine, Nest, Plus Magazine enz.).

Naar aanleiding van deze belangrijke transactie, verkoopt Roularta de titels “Ik ga Bouwen/ Je vais Construire” voor een prijs van 1 miljoen euro aan Sanoma, die in mindering komt van de overnameprijs voor de Sanoma titels. Het zijn titels die aansluiten bij het portfolio woon- en decobladen van Sanoma.

Roularta wil door deze consolidatie en dankzij de synergie met de magazinemerken van de groep, zorgen voor de continuïteit en de multimediale groei van deze titels.
Indien het bod goedgekeurd wordt door Sanoma, zal de transactie voorgelegd worden aan de Belgische mededingingsautoriteiten .

Vooruitzichten

In 2017 heeft Roularta Media Group te maken gehad met een daling van de reclamebestedingen, met de kosten van de investeringen in de lancering van nieuwe projecten zoals het e-commerceplatform Storesquare en met andere éénmalige kosten. Roularta verwacht dan ook een negatieve EBIT. Voor het boekjaar 2017 wordt geen dividend voorzien.

In 2018 zorgen lagere kosten, de nieuwe 50% participatie in Mediafin (Tijd/Echo), de recente acquisities Landleven (Nederland) en Sterck (Antwerpen en Limburg) en de andere nieuwe activiteiten, voor een positieve bijdrage.

Daarenboven wordt voor 2018 verwacht dat een belangrijke meerwaarde wordt geboekt van ongeveer 145 miljoen euro op de aandelen Medialaan, na de closing van de transactie in het eerste kwartaal.

Vanaf 2019 dalen voor Roularta de financiële kosten met ongeveer 4,5 miljoen door de terugbetaling van een obligatielening van 100 miljoen euro en dalen de leasingkosten met ongeveer 9 miljoen door de afronding van de Econocom-contracten.

Roularta Media Group heeft belangrijke toekomstkeuzes gemaakt door in te zetten op consolidatie en innovatie binnen het kader van haar kernactiviteiten. Na het afstaan van de Medialaan 50%-participatie aan de Persgroep is de beoogde mogelijke overname van de Sanoma-titels, naast de investering in Mediafin en de andere recente overnames, een belangrijke aanzet om ook de komende jaren verder een gezonde groei te realiseren.


aandeelhouders RMG

Uit het persbericht van Sanoma Group, Helsinki:
“We have now finalized our major portfolio restructuring in our Media business in the Netherlands and Belgium with the divestment of the Dutch SBS TV business last year, and now the Belgian women’s magazine titles. The Belgian magazine titles will have more synergies with RMG than with our Dutch magazine business and that will give these titles and the team working on them better prospects for future development. Our remaining magazine and online portfolio predominantly in the Dutch market has good market positions, which provide excellent opportunities for continued success,” says Susan Duinhoven, President and CEO of Sanoma.
nws
Premier verdedigt via Facebook zijn vluchtelingenbeleid - Eéntalig in het Frans -Een kreet van onmacht, volgens Carl Devos
Edited: 201801022244
Le sens de la nuance et des responsabilités
CHARLES MICHEL· Mardi 2 janvier 2018
Le gouvernement applique depuis 3 ans une politique migratoire humaine et ferme.
Il n’y a pas en Belgique de jungle de Calais sur la route de la Grande Bretagne. Tout est mis en œuvre pour qu’il n’y en ait pas.
Il n’y a pas de situation non maîtrisée comme dans d’autres pays. Mettant en danger la cohésion sociale et alimentant toutes les formes d’extrémisme.
Le gouvernement a pris ses responsabilités. Nous accueillons ceux qui sont dans les conditions du droit d’asile. Et nous travaillons sur le plan européen pour contrôler les frontières et éviter une situation d’appel d’air qui deviendrait rapidement ingérable.
Malgré la grave crise de l’asile depuis 2015, la situation a été gardée en permanence sous contrôle dans notre pays.
C’est le fruit de l’action coordonnée et résolue du gouvernement et de l’ensemble des services administratifs et policiers.
La Belgique met un point d’honneur à respecter les obligations européennes et internationales.
La politique menée est humaine et appuyée par le respect des décisions des juridictions administratives et judiciaires.
Les campagnes de désinformation régulières m’amènent à mettre les points sur les « i ». J’ai délibérément choisi de le faire avec le recul nécessaire.
La politique de retour en particulier vers le Soudan est un sujet sensible qui appelle de la nuance. Et mérite mieux que les simplismes ou les caricatures dans un sens ou dans un autre.
Je veux ici rétablir quelques vérités très éloignées de la perception que d’aucuns tentent de créer.
- Tout d’abord, cette question est européenne. De nombreux pays appliquent la même politique. Le Royaume-Uni, la France, l’Italie et la Norvège organisent également des missions techniques d’identification avec le Soudan. En 2016, l’Italie a renvoyé 40 ressortissants soudanais, la Suède 15, l’Irlande 5. La Norvège en a renvoyé 60 entre 2015 et 2016 (source: Eurostat). Le Haut Commissariat des Nations unies pour les réfugiés (HCR) a commencé, ce mois de décembre, les rapatriements volontaires vers le Soudan et indique travailler directement avec le gouvernement soudanais pour mener à bien ces opérations de réintégration (source: UNHCR).
- Ensuite les décisions, qu’elles soient administratives ou judiciaires, se prennent toujours au cas par cas, sur base des éléments qui composent le dossier individuel de la personne et son parcours personnel.
Les décisions d’éloignement sont prises par l’Office des étrangers. À cette occasion, l’Office des étrangers est chargé de réaliser une analyse du risque éventuel de violation de l’article 3 de la Convention européenne des droits de l’homme (CEDH) interdisant les traitements inhumains et dégradants. Tout retour doit faire l’objet d’un examen de conformité à l’article 3 de la CEDH, cela a été confirmé par le Directeur général de l’Office des étrangers. Il a aussi précisé que les retours n’ont pas lieu vers des régions jugées dangereuses par le CGRA.
Concrètement, suite à la mission technique d’identification, l’Office des étrangers a décidé du renvoi de 9 ressortissants soudanais (un départ volontaire, trois sans escorte et cinq avec escorte).
- Les décisions sont susceptibles de recours devant des juridictions indépendantes. La personne qui fait l’objet d’une décision d’éloignement peut introduire un recours devant le Conseil du contentieux des étrangers. En cas de recours en extrême urgence, la décision d’éloignement sera suspendue. Si cette personne fait état de sa crainte de subir des répercussions à son retour dans son pays d’origine, elle peut, y compris après la décision d’éloignement de l’Office des étrangers et après identification, introduire une demande d’asile, ce qui aura pour conséquence de suspendre l’éloignement.
Le 20 décembre dernier, la Cour d’Appel de Liège a donné gain de cause à l’Etat en réformant l’ordonnance du Président du Tribunal de Première Instance qui interdisait à l’Etat belge de rapatrier des personnes soudanaises, à la suite d’une procédure introduite par la Ligue des Droits de l’Homme.
- Le Commissaire général aux réfugiés et apatrides a, par ailleurs, analysé la situation spécifique du Soudan dans une récente note d’octobre. Cette note est bien plus nuancée que l’interprétation unilatérale qui en a été donnée. Elle distingue, tout d’abord, différents types de dossiers de personnes d’origine soudanaise et précise le traitement réservé généralement aux demandes d’asile pour chacun des cas. En substance, pour 11 états (provinces), soit la grande majorité du territoire soudanais, la protection subsidiaire n’est pas accordée. Mais bien entendu, comme pour toute autre nationalité, la personne soudanaise qui fait preuve d’une crainte individuelle pourra se voir reconnaitre le statut de réfugié.
Il découle donc de cette note que toute personne d’origine soudanaise n’a pas d’office droit à une protection internationale. Preuve en est, le taux de reconnaissance pour les personnes d’origine soudanaise est en 2017 de 54,7%.
En outre, comme l’indique aussi la note, la question d’une alternative d’asile dans d’autres régions du Soudan est, dans certains cas, évaluée par le CGRA. Ce qui démontre encore que la situation de conflit n’est pas étendue à l’ensemble du territoire, mais concerne uniquement certaines régions.
- Les personnes concernées, pour la plupart, trompées par des passeurs sans scrupules, choisissent de ne pas introduire de demande d’asile en Belgique parce qu’elles souhaitent se rendre au Royaume-Uni. Dans certains cas, l’introduction d’une telle demande impliquerait, conformément au Règlement Dublin, un retour vers l’Italie qui autorise aussi, dans certains cas, le renvoi vers le Soudan.
- Enfin, la Belgique assume largement sa part de solidarité dans un souci de dignité et d’humanité. La protection internationale a en effet été accordée chez nous à (source: CGRA) :
- 10.783 personnes en 2015 ;
- 15.478 personnes en 2016 ;
- 12.679 personnes de janvier à novembre 2017.
En outre, le gouvernement depuis 3 ans délivre bien davantage de visas humanitaires que sous les législatures précédentes : 1.616 en 2017 jusqu’à fin septembre ; 1.185 en 2016 ; 849 en 2015 (contre 208 en 2014 ; 270 en 2013 ; 211 en 2012 ; 270 en 2011 et 357 en 2010).
Voici les éléments objectifs très éloignés des caricatures et simplismes, dans tous les sens, qui peuvent abîmer l’image et la crédibilité de notre pays. Chaque fois que je l’ai jugé nécessaire, j’ai appelé cette exigence de responsabilité et de nuance qui vaut pour l’opposition et la majorité.
En 2016 aussi, un autre dossier de migration avait suscité de vifs débats et des attaques dures contre le gouvernement. Une famille syrienne avait introduit une demande de visa court séjour expressément motivée par l’objectif de venir en Belgique pour y introduire une demande d’asile. Dans une affaire similaire, la Cour de justice de l’Union européenne a rendu un arrêt en mars 2017 en donnant raison sur la toute la ligne à la position défendue par le Gouvernement belge. La Commission européenne et 13 pays européens avaient d’ailleurs soutenu la Belgique dans cette procédure. Cette décision a été suivie... du silence assourdissant des acteurs comme des commentateurs qui avaient pourtant nourri avec hargne la polémique contre le gouvernement quelques semaines plus tôt.
La presse a rapporté des faits de maltraitance et de torture lors de retours au Soudan. Mesurant la gravité de ces allégations, le lancement d’une enquête a été immédiatement décidé. Elle doit être indépendante et à dimension européenne et internationale. Il s’agit de faire la clarté et de permettre l’information transparente pour le Parlement. Ce n’est - fort logiquement - qu’après le résultat de cette enquête que les appréciations politiques pourront être évaluées en connaissance de cause. Dans l’attente des résultats, espérés pour janvier, j’ai annoncé qu’il n’y aurait pas de rapatriements vers le Soudan.
Je souhaite aussi saluer le travail des différents services administratifs, policiers et judiciaires confrontés au quotidien à des situations humaines souvent douloureuses et complexes. Je sais qu’ils veillent à appliquer de bonne foi les lois belges, européennes et internationales. Ils sont les moteurs de notre Etat de droit.
La dignité des personnes concernées doit être au cœur de toutes les décisions. Dans un souci de justice et d’humanité.
C’est dans ce cadre que chaque semaine, le gouvernement rend compte au parlement.
Nous maintiendrons le cap pour une politique humaine et ferme. Avec le sens de la nuance et des responsabilités.
Vous pouvez compter sur ma détermination.
Charles Michel
Premier Ministre
TESSENS Lucas
Gerard Walschap Genootschap stopt in 2018
Edited: 201712290961
Het Genootschap werd opgericht in 1998.
We willen een eresaluut brengen aan de vrijwilligers die zich jarenlang inzetten voor een eerbaar en eerlijk initiatief.
Over Walschap zelf kan ik zeggen: hij heeft de goede strijd gestreden, geen blad voor de mond genomen ... over de katholieke kerk, Congo en het kolonialisme, de repressie, en zo veel meer waarover de conservatieve burgers van dit Vlaamse land liever wilden zwijgen. Hij had ook in barre tijden een verpletterend ethisch en intellectueel overwicht.

klik hier voor de boeken van Walschap

Er zijn twee citaten die mij nauw aan het hart liggen:
1) "(...) wij spraken van nazi's, een nieuw soort barbaren, maar die nazi's zijn gewezen sociaal-democraten, gewezen katholieken, gewezen communisten." (Zwart en Wit - 1948);
2) "De zwarten denken dat al wat de blanke doet uitsluitend dient om hemzelf rijk te maken en dat hij anders absoluut niets voor hen zou doen." (Oproer in Congo - 1953)
Dat zijn toch uitspraken die niet verloren mogen gaan. Ze houden ons een spiegel voor.
In de barre tijden, die cyclisch terug komen, hebben we spiegels nodig. We kunnen dan onszelf de vraag stellen 'Qu'as-tu fait de tes rêves?'
Pourquoi Pas? / MERS
Nu beschikbaar: 75 ans d'histoire et d'histoires au travers des couvertures de Pourquoi Pas?
Edited: 201712281449
We stellen een Jubileumuitgave ter beschikking die 'Pourquoi Pas?' in 1985 in beperkte oplage uitgaf ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van het eigenzinnige Brusselse weekblad (1910-1985).
Het werkje bestond uit een zestigtal fiches met de afbeeldingen van historische covers, telkens voorzien van een kort commentaar. Alle covers van Pourquoi Pas? waren getekend en dat maakt het speciaal.
U vindt de PDF's hier
De eigenaar en directeur-generaal, Marc Naegels (°Bruxelles, 1929), was een bijzonder beminnelijke gentleman.
Hij was ook voorzitter van de Nationale Federatie der Informatie Weekbladen / Fédération Nationale des Hebdomadaires d'Information. (NFIW/FNHI)
Metropolitan (NY) onder vuur voor tonen van Thérèse Dreaming (1938) van Balthus (1908-2001). Petitie tegen zgn. voyeuristisch doek.
Edited: 201712071210
Therese Dreaming (1938)
This work was created the year after Girl and Cat, and towards the end of the period during which he painted Therese. While this girl is in a similar pose to the earlier work, there is a heightened sense of agitation for the subject in the composition. Her eyes are closed and face turned away from the viewer. Therese's body is more defined as an adult; her legs are longer and her face and arms have shed their prepubescent extra weight. Overlapping the title's indication of dreaming, her facial expressions suggest the mixture of possible ecstatic pleasure and an uncertain, uncomfortable or even pained response to unwanted shared sensual experience.

Here, even the cat assumes a different role, no longer a would-be stalwart sentinel but now a predator, albeit a domestic one, intently and sensually lapping at the bowl at Therese's feet.

The heightening of both the sensual experience depicted and the ambivalence of its subject may hint also at the impending loss of innocence in the painter's relationship with Therese at the time of the piece's production, as the following year he ceased painting her.
Oil on canvas - Metropolitan Museum of Art, New York

meer werk van Balthus op de site van The Art Story

Willen we dan maar gelijk Lolita van Nabokov uit de rekken verwijderen ?
En moeten we nu ook Louis Paul Boon opnieuw gaan screenen ?
Alizée verbannen, misschien?
Gainsbourg opgraven?
Te gek.

In het antwoord van de Met kan ik me volledig vinden: “Moments such as this provide an opportunity for conversation, and visual art is one of the most significant means we have for reflecting on both the past and the present and encouraging the continuing evolution of existing culture through informed discussion and respect for creative expression.” (zoals gemeld door de NYT)

Over de geschiedenis van de preutsheid vindt u meer in Girls lean back everywhere.
Als preutsheid je ding is, dan voel je je misschien beter dan de rest, maar wellicht is dat niet zo en ben je gewoon zoals de anderen.
Libération/Laurent Joffrin
Gaat Corsica Catalonië achterna? De verschillen.
Edited: 201712041813
De Barcelone à Ajaccio
La Corse comme la Catalogne ? Cela y ressemble, mais c’est très différent. Certes, les nationalistes ont remporté un succès éclatant en frisant la majorité absolue au premier tour de ces élections régionales (avec une très forte abstention, toutefois) ; certes, l’idée d’indépendance progresse sans cesse en Corse ; certes, les autonomismes et les dissidences émergent partout en Europe ; certes, la Corse n’est pas tout à fait en France (elle est loin, près de l’Italie, elle a gardé sa personnalité malgré l’annexion violente survenue un peu avant la Révolution) ; deux siècles d’intégration républicaine minée par le clientélisme clanique ne l’ont pas effacée comme tant de régions françaises.
Mais les différences sautent aux yeux. A l’inverse de la Catalogne, la Corse est plus pauvre que le reste du pays ; les aides venues de Paris jouent un rôle important dans son économie, même si elle n’est pas «sous perfusion», comme on le dit abusivement (son économie progresse, notamment grâce au tourisme) ; aussi bien, malgré le vote d’hier, personne ne peut affirmer que les Corses veulent couper les ponts avec la France ; il y faudrait un référendum, que les nationalistes sont loin d’avoir gagné d’avance pour la bonne raison qu’on peut parier, dans ce cas, sur une participation beaucoup plus importante ; enfin les vainqueurs, Talamoni et Simeoni, sont des indépendantistes… qui ne veulent pas l’indépendance. En tout cas pas maintenant. Ajaccio est loin de Barcelone…
Pas de panique républicano-patriote, donc. Le grand avantage dans cette affaire, c’est que le nationalisme corse a déposé les armes. Comme toujours, le terrorisme a échoué : c’est l’action politique qui permet aux revendications d’avancer. L’île n’est pas pacifiée pour autant : le banditisme y sévit à un niveau extravagant. Mais au moins, il n’y a plus d’attentats. Les nationalistes vont maintenant pousser les feux vers une plus grande autonomie, ce qui peut se comprendre : la majorité des grandes îles de la Méditerranée ont un statut à part. Langue corse, transfèrement des prisonniers, statut de résident corse : on va négocier. Les mots remplacent les balles, les orateurs sonores – il y a une éloquence corse, spécifique – prennent la suite des tueurs microcéphales. Dans cette approche réformiste, l’indépendance reste un mythe lointain qui laisse l’avenir ouvert. Si le triomphe nationaliste ne débouche pas sur une intolérance c oupable à l’égard de ce qui n’est pas corse (les musulmans, les pinzutti, les étrangers) et qu’on sent parfois dans les motivations des électeurs on aura progressé. Indépendance ou pas.
Et aussi
On dit parfois que les élections n’ont guère d’effet sur la marche des nations, que la politique n’a plus guère d’influence sur la société. En remportant son premier succès législatif, Trump démontre le contraire. Sa réforme fiscale, qui a passé l’obstacle du Sénat et devrait franchir sans trop de mal celui de la Chambre de Représentants, marquera l’histoire économique et sociale du pays.
Baisse de l’impôt sur les sociétés, simplification fiscale profitant d’abord aux plus hauts revenus : le capitalisme américain est exonéré massivement ; les plus riches seront à terme encore plus riches ; la lutte contre les paradis fiscaux est affaiblie. Au passage, Trump et les républicains ont dézingué un peu plus l’Obamacare (qui ressemble désormais à une peau de chagrin), ont autorisé les forages en Alaska et introduit quelques clauses protectionnistes bien senties. Les Etats-Unis, au terme de ce traitement de cheval, seront plus que jamais le continent des milliardaires et des inégalités. Trump est un Reagan isolationniste. Décidément, le clown de la Maison Blanche ne fait pas rire. Pendant la campagne, Trump devait aider la classe moyenne et les oubliés de la mondialisation : il vole au secours du capital et des classes supérieures. Le populisme, décidément, est le moyen le plus sûr de tromper le peuple.
TESSENS Lucas
MERS start met de ontsluiting van het archief van de Vlaamse Media Maatschappij (VMM), de aanloop tot de Vlaamse Televisie Maatschappij (VTM).
Edited: 201711211640




De archivalia worden gescand en in PDF gepresenteerd op onze website (News Items).
MERS wil hiermee de archiefstukken veilig stellen voor verder onderzoek.
Bedenk dat in de jaren tachtig van vorige eeuw quasi alle documenten uitgetikt werden op een typmachine. Van een digitaal archief was dan ook geen sprake.
De kwaliteit van de originele stukken is in een aantal gevallen middelmatig tot slecht. Dat heeft vele oorzaken: beïnkting van het gebruikte typmachinelint, faxen op termisch papier, slechte kwaliteit van telexberichten, slecht gemaakte copies, minderwaardig fotopapier, etc.
Inhoudelijk is het archief rijk. De stukken tonen aan hoe moeilijk het is geweest om eensgezindheid te krijgen binnen de uitgeversgroep (dag- en weekbladen) om in te stappen in de wereld van de commerciële televisie.
Parallel hiermee diende het volledige wettelijk kader (federaal en gewestelijk) te worden geschapen om commerciële TV mogelijk te maken. De inspanningen van de ene lobby-groep werden teniet gedaan door de andere. Bovendien zaten verschillende fracties van eenzelfde groep niet op dezelfde golflengte. Dat was waar binnen de politieke partijen, binnen de dagbladgroepen, de BRT, de vakbonden, ... De weekbladen vormden een uitzondering: zij zaten vanaf 1980 op eenzelfde lijn. Die lijn evolueerde van anti-BRT-reclame naar radicaal pro-commerciële TV in handen van de uitgevers. En dat terwijl de weekbladpers in het begin nauwelijks aan de bak kwam als gesprekspartner voor de regering. De dagbladuitgevers en de BRT bezetten in 1980 nog het forum en de lobby-kanalen.
Een voortdurende dreiging vormde de mogelijke marktbezetting door een Vlaams RTL-kanaal.
Ook het aantal kanalen op de kabel (teledistributie) dreigde uitgeput te raken door de opkomst van satelliettelevisie.
De hele discussie werd dan nog doorkruist door de financieringsperikelen van de openbare omroep en de eis voor de volledige ristornering van het kijk- en luistergeld naar de Gemeenschappen. Zolang dat laatste niet was gebeurd, kon de Vlaamse overheid tegenover de BRT argumenteren dat er een geldgebrek was.
In diezelfde periode kwam ook de Mediaraad tot stand.
Hiermee is voldoende aangeduid hoe complex en chaotisch de aanloop tot VTM wel is geweest.






Voor een stukje van de politieke historiek verwijzen wij naar een tijdlijn die aantoont dat VTM in een wel heel unieke periode tot stand kwam: de socialisten stonden op alle fronten buitenspel.

LT
Biechtgeheim: strafrecht botst met kerkelijk recht
Edited: 201711151431
Art. 422bis. Met gevangenisstraf van acht dagen tot (een jaar) en met geldboete van vijftig [euro] tot vijfhonderd [euro] of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die verzuimt hulp te verlenen of te verschaffen aan iemand die in groot gevaar verkeert, hetzij hij zelf diens toestand heeft vastgesteld, hetzij die toestand hem is beschreven door degenen die zijn hulp inroepen.
Voor het misdrijf is vereist dat de verzuimer kon helpen zonder ernstig gevaar voor zichzelf of voor anderen. Heeft de verzuimer niet persoonlijk het gevaar vastgesteld waarin de hulpbehoevende verkeerde, dan kan hij niet worden gestraft, indien hij op grond van de omstandigheden waarin hij werd verzocht te helpen, kon geloven dat het verzoek niet ernstig was of dat er gevaar aan verbonden was.
(De straf bedoeld in het eerste lid wordt op twee jaar gebracht indien de persoon die in groot gevaar verkeert, minderjarig is of een persoon is van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk was of de dader bekend was.)

Art. 422ter. Met de straffen in het vorige artikel bepaald wordt gestraft hij die, hoewel hij in staat is het te doen zonder ernstig gevaar voor zichzelf of voor anderen, weigert of nalaat aan iemand die in gevaar verkeert, de hulp te bieden waartoe hij wettelijk wordt opgevorderd; hij die, hoewel daartoe in staat, weigert of nalaat het werk of de dienst te doen of de hulp te verlenen waartoe hij wordt opgevorderd bij ongeval, beroering, schipbreuk, overstroming, brand of andere rampen, evenals in geval van roverij, plundering, ontdekking op heterdaad, vervolging door het openbaar geroep of van gerechtelijke tenuitvoerlegging.

Art. 422quater. In de gevallen bepaald in de artikelen 422bis en 422ter kan het minimum van de bij die artikelen bepaalde correctionele straffen worden verdubbeld, wanneer een van de drijfveren van de misdaad of het wanbedrijf bestaat in de haat tegen, het misprijzen van of de vijandigheid tegen een persoon wegens diens zogenaamd ras, zijn huidskleur, zijn afkomst, zijn nationale of etnische afstamming, zijn nationaliteit, zijn geslacht, zijn seksuele geaardheid, zijn burgerlijke staat, zijn geboorte, zijn leeftijd, zijn fortuin, zijn geloof of levensbeschouwing, zijn huidige of toekomstige gezondheidstoestand, een handicap, zijn taal, zijn politieke overtuiging, zijn syndicale overtuiging, een fysieke of genetische eigenschap of zijn sociale afkomst.











Bron: Codex Juris Canonici



Pietro Longhi (Venezia, 1702-1785), La Confessione, Firenze, Uffizi
Libé
Consentement sexuel : à quand une barrière d’âge ?
Edited: 201711140924
Après l’acquittement d’un homme de 30 ans jugé pour le viol d’une fille de 11 ans, la colère des associations féministes monte. Elles réclament l’inscription dans la loi d’un âge de présomption de non-consentement.


consulter le site de l'AIVI
VRT-Nieuws
Maggie De Block (Open VLD) vindt graaicultuur dokters normaal
Edited: 201711111827


"De stijging is niet nieuw, die is al jaren aan de gang", zegt De Block. "Het was te verwachten. Vroeger waren er ook ereloonsuplementen in tweepersoonskamers en op de daghospitalisatie. Die hebben we allemaal afgeschaft en natuurlijk zie je dan dat diegene die overblijven, meer gaan stijgen."
Als de overheid dus een deur sluit, dan vindt de minister het normaal dat men de achterdeur gebruikt. Want raken aan de inkomens van de geneesheren-specialisten, it's not done.
Hoe ethisch het allemaal is, dat is zelfs de vraag niet meer.
In discussies over de explosie van de ziekenhuiskosten komen de erelonen nooit aan bod. Het is steevast het verplegend personeel dat mag inleveren.
controle op een werf in Zottegem
Edited: 201711010018
U werkt hier?
Jaja, ikke Pool.
Papieren graag.
Ik zie dat u het minimumloon trekt.
Jaja, goe betaald, ikke content.
Deze papieren zijn opgemaakt in Ierland, merk ik.
Ja, kan wel zijn.
En uw baas betaalt sociale lasten in Polen volgens het Poolse tarief.
Ja maar, ikke daar niks van kennen. Ikke wel weten baas dikwijls naar Zwitserland gaan.
Hebt u familieleden die in België wonen en ten uwen laste zijn?
Ikke heb dochter van 18; die zijn op kot in Leuven; hele mooie kot; mijn baas iele goeie; hij betale kot en brenge pralines naar ons Aniela.
Vlaamse Regering
27 oktober 2017: Strategische transformatiesteun Mediahuis nv in Antwerpen
Edited: 201710271365
De Vlaamse Regering kent 919.000 euro strategische transformatiesteun toe aan Mediahuis nv in Antwerpen. Door de opkomst van internet en gratis verspreiding van nieuws staat de krantenwereld voor een enorme uitdaging. Mediahuis tracht met de transformatie deze uitdaging vanuit de kern aan te pakken door van de (papieren) krant een nieuwsmerk te maken dat voor elke lezer op het meest relevante moment van de dag op de dan meest relevante drager het meest relevante nieuws brengt in de best mogelijke ervaring. Dit vergt een volledige transformatie van heel het bedrijf en het einddoel is om tegen 2020 volledig digital first te zijn. Mediahuis wil zich met de transformatie differentiëren ten opzichte van haar traditionele concurrenten maar vooral ten opzichte van nieuwe concurrenten: sociale media bedrijven en buitenlandse nieuwsgroepen.

Commentaar LT: een merkwaardige bevoordeling van één mediaspeler met geld van de gemeenschap. Dan rijst de vraag wat de anderen krijgen of reeds gekregen hebben.

wettelijk kader voor het bekomen van strategische transformatiesteun
Nieuws
Alstom en Siemens fuseren rail-activiteiten (MOU) - Grote brok voor grote appetijt?
Edited: 201709301214


Volgens de 1M van Frankrijk, Edouard Philippe, moet de fusie leiden tot een grotere Europese rail-groep die moet kunnen opboksen tegen de concurrentie van China.
Commentaar: Ik zie niet in hoe een schaalvergroting een voordeel zou kunnen zijn, gegeven de significant lagere productiekosten in China. Het conglomeraat Siemens/Alstom wordt eerder een aantrekkelijker prooi voor de grote appetijt van de Chinese investeerders (of Big Players die zich voor Chinezen laten doorgaan). En dus is het best mogelijk dat Siemans/Alstom binnen enkele jaren opgeslokt wordt door het netwerk van de Big Players.

Hieronder het perspericht van Alstom, vrijgegeven op 26/9/2017.

Siemens and Alstom join forces to create a European Champion in Mobility
26/09/2017
Signed Memorandum of Understanding grants exclusivity to combine mobility businesses in a merger of equals
Listing in France and group headquarters in Paris area; led by Alstom CEO with 50 percent shares of the new entity owned by Siemens
Business headquarter for Mobility Solutions in Germany and for Rolling Stock in France
Comprehensive offering and global presence will offer best value to customers all over the world
Combined company’s revenue €15.3 billion, adjusted EBIT of €1.2 billion
Annual synergies of €470 million expected latest four years after closing
Today, Siemens and Alstom have signed a Memorandum of Understanding to combine Siemens’ mobility business including its rail traction drives business with Alstom. The transaction brings together two innovative players of the railway market with unique customer value and operational potential. The two businesses are largely complementary in terms of activities and geographies. Siemens will receive newly issued shares in the combined company representing 50 percent of Alstom’s share capital on a fully diluted basis.

“This Franco-German merger of equals sends a strong signal in many ways. We put the European idea to work and together with our friends at Alstom, we are creating a new European champion in the rail industry for the long term. This will give our customers around the world a more innovative and more competitive portfolio”, said Joe Kaeser, President and CEO of Siemens AG. “The global market-place has changed significantly over the last few years. A dominant player in Asia has changed global market dynamics and digitalization will impact the future of mobility. Together, we can offer more choices and will be driving this transformation for our customers, employees and shareholders in a responsible and sustainable way”, Kaeser added.

“Today is a key moment in Alstom’s history, confirming its position as the platform for the rail sector consolidation. Mobility is at the heart of today’s world challenges. Future modes of transportation are bound to be clean and competitive. Thanks to its global reach across all continents, its scale, its technological know-how and its unique positioning on digital transportation, the combination of Alstom and Siemens Mobility will bring to its customers and ultimately to all citizens smarter and more efficient systems to meet mobility challenges of cities and countries. By combining Siemens Mobility’s experienced teams, complementary geographies and innovative expertise with ours, the new entity will create value for customers, employees and shareholders,” said Henri Poupart-Lafarge, Chairman and Chief Executive Officer of Alstom SA. “I am particularly proud to lead the creation of such a group which will undoubtedly shape the future of mobility.”

The new entity will benefit from an order backlog of €61.2 billion, revenue of €15.3 billion, an adjusted EBIT of €1.2 billion and an adjusted EBIT-margin of 8.0 percent, based on information extracted from the last annual financial statements of Alstom and Siemens. In a combined setup, Siemens and Alstom expect to generate annual synergies of €470 million latest in year four post-closing and targets net-cash at closing between €0.5 billion to €1.0 billion. Global headquarters as well as the management team for rolling stock will be located in Paris area and the combined entity will remain listed in France. Headquarters for the Mobility Solutions business will be located in Berlin, Germany. In total, the new entity will have 62,300 employees in over 60 countries.

As part of the combination, Alstom existing shareholders at the close of the day preceding the closing date, will receive two special dividends: a control premium of €4.00 per share (in total = €0.9 billion) to be paid shortly after closing of the transaction and an extraordinary dividend of up to €4.00 per share (in total = €0.9 billion) to be paid out of the proceeds of Alstom’s put options for the General Electric joint ventures of approximately €2.5 billion subject to the cash position of Alstom. Siemens will receive warrants allowing it to acquire Alstom shares representing two percentage points of its share capital that can be exercised earliest four years after closing.

The businesses of the two companies are largely complementary. The combined entity will offer a significantly increased range of diversified product and solution offerings to meet multi-facetted, customer-specific needs, from cost-efficient mass-market platforms to high-end technologies. The global footprint enables the merged company to access growth markets in Middle East and Africa, India, and Middle and South America where Alstom is present, and China, United States and Russia where Siemens is present. Customers will significantly benefit from a well-balanced larger geographic footprint, a comprehensive portfolio offering and significant investment into digital services. The combination of know-how and innovation power of both companies will drive crucial innovations, cost efficiency and faster response, which will allow the combined entity to better address customer needs.

The Board of Directors of the combined group will consist of 11 members and will be comprised of 6 directors designated by Siemens, one of which being the Chairman, 4 independent directors and the CEO. In order to ensure management continuity, Henri Poupart-Lafarge, will continue to lead the company as CEO and will be a board member. Jochen Eickholt, CEO of Siemens Mobility, shall assume an important responsibility in the merged entity. The corporate name of the combined group will be Siemens Alstom.

The envisaged transaction is unanimously supported by Alstom’s board (further to a review process of the preparation of the transaction by the Audit Committee acting as an ad hoc committee) and Siemens’s supervisory board. Bouygues fully supports the transaction and will vote in favor of the transaction at the Alstom’s board of directors and at the extraordinary general meeting deciding on the transaction to be held before July 31, 2018, in line with Alstom board of director decision. The French State also supports the transaction based on undertakings by Siemens, including a standstill at 50.5 percent of Alstom’s share capital for four years after closing and certain governance and organizational and employment protections. The French State confirms that the loan of Alstom shares from Bouygues SA will be terminated in accordance with its terms no later than October 17, 2017 and that it will not exercise the options granted by Bouygues. Bouygues has committed to keep its shares until the earlier of the extraordinary general meeting deciding on the transaction and July 31, 2018.

In France, Alstom and Siemens will initiate Works Councils’ information and consultation procedure according to French law prior to the signing of the transaction documents. If Alstom were not to pursue the transaction, it would have to pay a €140 million break-fee. The transaction will take the form of a contribution in kind of the Siemens Mobility business including its rail traction drives business to Alstom for newly issued shares of Alstom and will be subject to Alstom’s shareholders’ approval, including for purposes of cancelling the double voting rights, anticipated to be held in the second quarter of 2018. The transaction is also subject to clearance from relevant regulatory authorities, including foreign investment clearance in France and anti-trust authorities as well as the confirmation by the French capital market authority (AMF) that no mandatory takeover offer has to be launched by Siemens following completion of the contribution. Closing is expected at the end of calendar year 2018.

de geschiedenis van Siemens

histoire d'Alstom France
Nieuws
Antwerpse OCMW gaat sociale fraude aanpakken. Twee maten, twee gewichten.
Edited: 201709262315
Het OCMW gaat privé-onderzoeksbureaus inzetten om na te gaan of steuntrekkers onroerende goederen bezitten in het buitenland en aldus onterecht een leefloon opstrijken. Probleem daarbij is dat vele landen niet over een kadaster beschikken.
Op zich kan niemand bezwaar hebben tegen het hard aanpakken van sociale fraude.
Het is immers een lek in de uitgavenbegroting.

De kritiek die zich opdringt is deze: een begroting heeft ook een inkomstenzijde en daar is een reuzegroot lek, namelijk de massale ontduiking van belastingen door de superrijken en de multinationals. Ondanks de stapel rapporten daarover blijkt er in die hoek weinig te bewegen.

La France Insoumise
Paris: marche du 23 septembre contre le coup d'État social
Edited: 201709231400


Le samedi 23 septembre 2017, 150 000 personnes se sont rassemblées place de la République pour s'opposer au coup d'État social d'Emmanuel Macron. Jean-Luc Mélenchon a expliqué que la bataille contre les ordonnances de Macron ne faisait que commencer et a appelé la jeunesse à se mobiliser. Il a lancé un appel aux organisations syndicales pour qu'elles prennent la tête d'une ample mobilisation à laquelle les insoumis apporteront leur appui.

In het Nieuws van de VRT geen woord hierover !
LT
gepland referendum over onafhankelijkheid Catalonië niet ongevaarlijk
Edited: 201709180115
De Spaanse grondwet voorziet niet in een referendum van deze aard.
Madrid dreigt met zware sancties tegen ambtenaren die hun medewerking verlenen en de Guardia Civil is op zoek naar de producenten van de stemurnen en alle materiële middelen die het referendum kunnen waarmaken.
De Catalaanse regering dreigt ermee een feitelijke toestand te creëren, ook indien die onwettig is. Lees: burgerlijke ongehoorzaamheid, inclusief manifestaties.
Voor de Europese Unie dreigt een impasse, maar Juncker zwijgt. Voor Frankrijk stelt zich het probleem van een grens erbij, en de stilte van Macron is veelbetekenend. In eigen land heeft hij de handen vol met zijn 'coup d'état social' die heel Frankrijk in tweeën splijt. En een Catalaanse afscheiding wordt nauwgelet in het oog gehouden in Corsica.
Geopolitiek is de toestand verre van onbelangrijk want staat men in Catalonië toe wat men inzake de Krim veroordeelde? En het confederalisme in België, speerpunt van de NVA? Het wordt alvast geen thema van de verkiezingen in 2019.
Het zijn vele kaarten die op tafel liggen en ze worden niet enkel geschud, ze worden hertekend.
Afspraak op 1 oktober.
Jean-Luc Mélenchon à Marseille: 'Plus de blabla, mais du combat !'
Edited: 201708271106
En op zaterdag 23 september organiseert La France Insoumise een grote optocht in Parijs tegen de sociale afbraak.
vandaag gehoord
"alles is uitgecommercialiseerd", "we leven in een zeepbel van onechtheid", "de betekenis van dingen en gebeurtenissen is zoek"
Edited: 201708250216
John Crombez
'Wat is het waard dat kinderarbeid hier verboden is, als kinderen in een ander land onze spullen maken?'
Edited: 201708232251
Deze tweet van Crombez roept vele andere vragen op.
Een antwoord kan zijn: het is al heel goed dat het hier verboden is, door acties van sociaalvoelende mensen.
Een ander antwoord: misschien moeten we die spullen niet kopen en moeten we diegenen die ze aanbieden straffen.
Maar de doorsnee consument weet niet meer waar 'onze spullen' gemaakt worden. Enkel de producent weet dat. Op de ministeries weet men het ook maar een minister put niet uit die wetenschap om een beleid op gang te brengen.
Een idee: verplicht de distributieketens om de producten die in onwaardige omstandigheden geproduceerd worden, in aparte rekken te plaatsen.

En ja, er zijn nog slaven op de wereld. Ook in België leven er huisslaven. Begin met dat aan te pakken. Doe iets en lul wat minder.
Amnesty Int
Amnesty International nagelt dictatuur in Turkije en het stilzwijgen van de EU aan de schandpaal
Edited: 201707251205
Dit is een samenvatting van de stellingname van Amnesty:

An attempted coup prompted a massive government crackdown on civil servants and civil society. Those accused of links to the Fethullah Gülen movement were the main target. Over 40,000 people were remanded in pre-trial detention during six months of emergency rule. There was evidence of torture of detainees in the wake of the coup attempt. Nearly 90,000 civil servants were dismissed; hundreds of media outlets and NGOs were closed down and journalists, activists and MPs were detained. Violations of human rights by security forces continued with impunity, especially in the predominantly Kurdish southeast of the country, where urban populations were held under 24-hour curfew. Up to half a million people were displaced in the country. The EU and Turkey agreed a “migration deal” to prevent irregular migration to the EU; this led to the return of hundreds of refugees and asylum-seekers and less criticism by EU bodies of Turkey’s human rights record.



vergelijk met het Bruinboek van 1933
Putin geeft interview aan Le Figaro
Edited: 201705310961
TESSENS Lucas (foto)
De Lierse Polder
Edited: 201705112318


De Lierse polder paalt aan het centrum van de stad. Dit beschermd natuurverbindingsgebied is met 156 ha een van de kleinste polders van België.

meer info over de Lierse polder en het speciaal statuut
Louis Tobback in De Standaard van 29 april 2017
Edited: 201705010137
"Zo'n Dijsselbloem, die collaborateur van het kapitalisme, ik word daar mottig van."
Commentaar: Tobback was zelf ook niet vies van samenwerking met die andere collabo van het kapitalisme: Jean-Luc Dehaene.
In de politiek trapt men enkel na als de tegenstander op de grond ligt (cfr. het verkiezingsresultaat van de socialisten in Nederland).

resultaten Nederlandse verkiezingen 2017
LT
Macron en Le Pen in tweede ronde voor presidentsverkiezingen
Edited: 201704232001



source: Ministère de l'Intérieur


Onze vroege pronostiek van 5 februari is uitgekomen. Zie ons bericht

De parlementsverkiezingen van 11 en 18 juni 2017 zullen duidelijk maken in hoeverre het politieke landschap van Frankrijk is hertekend.
In ieder geval is het klaar dat Frankrijk nu ook een centrumpartij (of liever een centrumBEWEGING) kent, 'En Marche'. Niet toevallig zitten de initialen van Emmanuel Macron erin. De aanduiding van een premier én de samenstelling van de nieuwe regering zijn evenementen van cruciaal belang om tot een gefundeerde evaluatie te komen.
Het uiteenspatten van de Parti Socialiste is een kwestie van weken. Aan de rechterzijde is de rol van Fillon uitgespeeld en moeten Les Républicains op zoek naar nieuwe, jongere kopstukken zonder boter op het hoofd. Bij die keuze lijkt het gespin van Sarkozy door een meerderheid te worden afgewezen.
Met een opvallend resultaat (19,58%) trekt Jean-Luc Mélenchon (La France Insoumise) een wissel op de toekomst en het is niet uitgesloten dat hij in 2022 de tweede ronde haalt. Hij zal dan 71 zijn. Zijn analyse van de socio-economische toestand van Frankrijk wordt door vriend en vijand gedeeld, zijn gedurfde oplossingen vinden minder gehoor. Hij is een gevreesd 'debater' en een uitzonderlijk spreker. In zijn manier van doen ontdek je trekjes van Coluche maar hij maakt foutloos de overgang van spot naar ernst; dan wordt hij Gabin. Vaak in verontwaardiging en uitstekend gedocumenteerd.
Als de nieuwe president er niet in slaagt binnen het jaar resultaten te boeken die opnieuw hoop brengen bij de Fransen, dan is de tijd rijp om de oplossingen van Mélenchon uit te proberen.

Programme Mélenchon 2017
Monique Pinçon-Charlot, Michel Pinçon
Les prédateurs au pouvoir
Edited: 201704121661
ISBN : 2845975856
Paru chez TEXTUEL, le 12/04/2017

Résumé :
Le célèbre couple de sociologues Michel Pinçon et Monique Pinçon-Charlot livre ici une dénonciation impitoyable de la complicité des gouvernements avec le destructeur Dieu Argent. Fidèles à leur méthode rigoureuse, ils démontrent, preuves à l'appui, comment l'argent s'est transformé en une arme de destruction massive aux mains d'une aristocratie de l'argent qui fraye intensément avec celle du pouvoir. A l'heure du "Fillongate", de la violence délirante de Trump, de l'arrogance de Marine Le Pen face à la justice, ou de la mondialisation du droit de polluer à coups de "crédits carbone", l'indignation sociologique des Pinçon-Charlot est indispensable.

La colère sociologique des auteurs est plus vive que jamais : plus de droite ni de gauche. Tous réunis autour du veau d'or. Cynisme et déni de la règle sont devenus le mode de fonctionnement "normal" des dominants. C'est en toute impunité que s'organise la corruption au profit d'une petite caste affamée d'argent sous l’œil bienveillant des gouvernements. Il y a bien sûr Donald, François, Marine et les autres, sur lesquels les deux auteurs alignent des chiffres et faits irréfutables. Ils jettent aussi leur lumière crue sur des pratiques d'une extrême violence : celle de la financiarisation des services à la personne ou à la mondialisation du droit à polluer avec le juteux trafic des "crédits carbone". C'est une guerre que le couple mythique dénonce ici, avec l'argent comme arme de destruction massive .
Une guerre de classe qui menace l'avenir de l'humanité .
INS Congo
République Démocratique du Congo publiceert statistisch jaarboek 2015 - RDC publie son rapport statistique sur 2015
Edited: 201703004573




L’Institut National de la Statistique est heureux de mettre à la disposition du public l’Annuaire statistique édition 2015 de la République démocratique du Congo (RDC). La présente édition est la deuxième réalisée par l’Institut National de la Statistique (INS) après la relance de son élaboration et de sa production en 2015. Comme pour l’ édition 2014, il regroupe en un seul volume, les statistiques démographiques, politiques, économiques et sociales de la RDC pour la période 2010- 2015.

Ce précieux document constitue un vade-mecum à l’usage des politiques, des chercheurs et des toutes autres catégories d’utilisateurs.
L’Annuaire statistique 2015 renferme plus de 550 tableaux à indicateurs et s’articule autour de trois parties. La première donne un aperçu général de la RDC, la deuxième est consacrée aux statistiques démographiques et sociales et la troisième partie présente les statistiques économiques.


France: Fillon: ouverture d'une instruction judiciaire
Edited: 201702251229
RUTTE Mark
Open brief aan de Nederlanders: Doe normaal of ga weg
Edited: 201701220807
Aan alle Nederlanders,

Er is iets aan de hand met ons land. Hoe komt het toch dat we als land zo welvarend zijn, maar sommige mensen zich zo armzalig gedragen? Mensen die in toenemende mate de stemming in ons land aan het bepalen zijn. Die bereid zijn om alles waar we als Nederland zo hard voor hebben gewerkt, omver te gooien. Dat laten we toch niet gebeuren?

Verreweg de meesten van ons zijn van goede wil. De stille meerderheid. We hebben het beste met ons land voor. We werken hard, helpen elkaar en vinden Nederland best een gaaf land. Maar we maken ons wel grote zorgen over hoe we met elkaar omgaan. Soms lijkt het wel alsof niemand meer normaal doet.

U herkent het vast wel. Mensen die zich steeds asocialer lijken te gedragen. In het verkeer, in het openbaar vervoer en op straat. Die van mening zijn dat ze altijd maar voorrang hebben. Die afval op straat dumpen. Die conducteurs bespugen. Of die in groepjes rondhangen en mensen treiteren, bedreigen of zelfs mishandelen. Niet normaal.

We voelen een groeiend ongemak wanneer mensen onze vrijheid misbruiken om hier de boel te verstieren, terwijl ze juist naar ons land zijn gekomen voor die vrijheid. Mensen die zich niet willen aanpassen, afgeven op onze gewoontes en onze waarden afwijzen. Die homo’s lastigvallen, vrouwen in korte rokjes uitjouwen of gewone Nederlanders uitmaken voor racisten. Ik begrijp heel goed dat mensen denken: als je ons land zo fundamenteel afwijst, heb ik liever dat je weggaat. Dat gevoel heb ik namelijk ook. Doe normaal of ga weg.

Dit gedrag mogen we nooit normaal vinden in ons land. De oplossing is niet om dan maar groepen mensen over één kam te scheren, uit te schelden of hele groepen simpelweg het land uit te zetten. Zo bouwen we toch geen samenleving met elkaar? De oplossing is vooral een mentaliteitskwestie. We zullen glashelder moeten blijven maken wat normaal is en wat niet normaal is in dit land. We zullen onze waarden actief moeten verdedigen.

In Nederland is het namelijk normaal dat je elkaar de hand schudt en gelijk behandelt. Het is normaal dat je van hulpverleners afblijft. Dat je leraren respecteert en mensen niet sart met vlogjes. Het is normaal dat je werkt voor je geld en het beste uit je leven probeert te halen. Elkaar helpt als het even moeilijk gaat en een arm om iemand heen slaat in zware tijden. Het is normaal dat je je inzet en niet wegloopt voor problemen. Dat je fatsoenlijk naar elkaar luistert. In plaats van elkaar te overschreeuwen als je het ergens niet mee eens bent.

De komende tijd is bepalend voor de koers van ons land. Er ligt slechts één vraag voor: wat voor land willen we zijn?

Laten we ervoor strijden dat we ons thuis blijven voelen in ons mooie land. Laten we duidelijk blijven maken wat hier normaal is en wat niet. Ik weet zeker dat we dit voor elkaar gaan krijgen. Dat we alles wat we met elkaar bereikt hebben samen overeind houden. U, ik, wij allemaal. Laten we samenwerken om dit land nóg beter te maken. Want echt, we zijn een ontzettend gaaf land. Ik zou nergens anders willen wonen. U wel?

Groet,
Mark Rutte


(zie ook: verboden toegang )
Publifin: la Wallonie hors contrôle
Edited: 201701200248



1923 : création de l'Association liégeoise d'électricité
1970 : création de Télédis qui permet l’accès à la télédistribution dans la région de Liège
2006 : création de la marque VOO en collaboration avec Brutélé. VOO propose des services d'accès à Internet, de téléphonie et de télévision analogique et digitale en Wallonie et à Bruxelles. Création de Tecteo Energy qui produit de l'énergie renouvelable.
2009 : rachat du réseau de télécommunication wallon WIN.
2010 : intégration de l'Association liégeoise du gaz (ALG)
2013 : rachat des Éditions de l'Avenir.
2014 : Tecteo devient Publifin et crée deux nouvelles sociétés : Finanpart et Nethys.
Turkish Minute / BOZKURT Abdullah
Erdogan’s fifth column in Europe
Edited: 201612040965
Abdullah Bozkurt

The plain, simple and bitter truth is that Turkey’s Islamist rulers have supported and maintained parallel networks in Europe; thrown political, diplomatic and financial support to front NGOs whose role is to promote hatred; and run a campaign of intimidation and curtailed free speech in European nations that are home to large Turkish and Muslim expatriate communities.

Delivering a very passionate speech last month at the European Parliament, Guy Verhofstadt, president of the Alliance of Liberals and Democrats for Europe, called this a fifth column that is being operated by the cronies of autocratic president Recep Tayyip Erdoğan to undermine Europe from within. He called on lawmakers to fight for European values and send a strong message to Erdoğan by freezing the accession talks with Turkey, which will most likely threaten this autocrat’s economic lifeline.

Turkey’s top Islamist has been secretly organizing clandestine networks in Europe to extend his influence and to create a network of supporters among Turkish and Muslim communities (especially from Egypt, Syria, Somalia and the Balkans) that could be called to serve the political goals of Erdogan. Just last week, we saw how this network was mobilized by Erdoğan in Germany, Belgium, Austria and Luxembourg where crowds gathered to show their support for this autocrat’s goals. The drive ran in parallel with similar rallies held by youth and women’s branches of the ruling Justice and Development Party (AKP) in front of the embassies of these countries in Ankara. With this showdown, Erdoğan hopes that the EU will give in on critical issues where the EU has shown resistance.

As opposed to a constructive engagement that would help Turkish and Muslim immigrant communities to better integrate with host nations, Erdoğan’s plan is rather based on playing a “spoiler card” in the heart of Europe by creating a groundswell of public support that will be difficult to restrain when push comes to shove. For that, he funds shell companies to run the fuel line for these networks and even pours in cash from a secret stash of state discretionary funds using the diplomatic pouch. It is not surprising to see that some European politicians including several EU lawmakers were hooked by this. Some have already been exposed by name and shamed publicly, while others are waiting their turn as confidential investigations close in. These Erdoğan apologists, who are now paying their dues by taking a position against his critics and opponents, will be sidelined and marginalized.

The heavyweights in Erdoğan’s fifth column in Europe comprise three major organizations that were set up on political and religious grounds to cater to different constituencies. There are hundreds of other NGOs clustered around these big boys that move in unison when given orders. In addition to raising funds and local recruitment, they are well financed by the Turkish government and supported diplomatically and politically. To volunteers they offer perks such as facilitation of their business and family dealings in the motherland, or positions in the Turkish government or government-linked institutions for their relatives. For Erdoğan critics, they run an intimidation campaign by profiling them and alerting authorities back in Turkey so that friends and families face repression and even jail time.

The easiest way to discern the pattern among these NGOs and Erdoğan’s political machinations is by looking at how they quickly pile on when Erdoğan wants. The first organization is the Union of European Turkish Democrats (UETD), founded in Germany in 2004 but later expanded to other European countries — France, Belgium, Austria, Netherlands and the UK. It has been totally transformed into an Islamist grassroot base for Erdoğan. The organization, working closely with Turkish embassies, is an important vehicle in delivering results for Erdoğan from get-out-to-vote campaigns to lobbying activities in European capitals. Turkish government officials are encouraged to spare time to meet and attend events organized by the UETD when they go to Europe. President Erdoğan’s travel itinerary often includes a meeting with UETD officials on the sidelines of his official visits.

While the UETD focuses exclusively on Turkish expat communities, the Union of NGOs of the Islamic World (UNIW), another NGO set up by Turkish Islamist rulers in 2005, actively works among Muslim communities in Europe and other continents. Among its members are controversial charity groups such as International Humanitarian Relief (IHH), accused of arms smuggling to rebels in Syria, and the Ensar Foundation, which was involved in a spree of rapes of dozens of children in the conservative Turkish district of Karaman. Erdoğan orchestrated the coverup of criminal investigations into both and protected them from prosecution. The UNIW has been running various schemes in Europe, linking up with Muslim groups in order to secure their loyalty to the undeclared Caliph Erdoğan.

The leaked emails of Erdoğan’s son-in-law Berat Albayrak, authenticated inadvertently by a court complaint, revealed that both the UETD and UNIW have worked together in Europe to promote goals set up by the Erdoğan family. In an email dated Jan. 21, 2013 and sent to Albayrak, a man named İsmail Emanet, then head of the youth branches of the UNIW, sent a detailed report to Erdoğan’s son-in-law on activities in Europe. In the 19-page report, Emanet, who is now advisor to Energy Minister Albayrak, said the UETD must be overhauled to better realign with the Islamist government’s goals and suggested that the Turkish-Islamic Union for Religious Affairs (DİTİB), the wealthy organization that is run by imams and was sent by the Turkish government to Europe, work closely with the UETD.

The DİTİB, which used be an apolitical religious network that was relied upon by secular governments in the past, has for some time now been transformed into an instrument of hate-mongering and anti-Western political machinations by President Erdoğan. With its control of so many mosques in Europe and the huge financial resources at its disposal, the DİTİB presents serious challenges to the integration policies of all European countries that host sizable Turkish communities. In November 2015, the UETD awarded DİTİB-affiliated imams in Germany certificates of appreciations for their role in the Nov. 1 elections, which restored the parliamentary majority to Erdoğan’s AKP.

As European politicians are hobbled by internal divisions, Erdoğan sees a moment of opportunity to advance his fifth column in the heart of Europe. Using the front NGOs and transformed grassroot networks, his intelligence operatives have stepped up their intel collection efforts, run clandestine schemes, plan false flags and even plot assassinations and murders of dissidents and critics. Using the migrant deal to blackmail the EU, Erdoğan is twisting arms and threatens Europe with a flood of refugees. It is not hard to imagine what he is planning secretly.

With this trajectory of boosting radicals and hooligans among the Turkish and Muslim communities of Europe, Turkey’s Islamists have set relations with the EU back further. What is more troubling is that Erdoğan’s xenophobic and anti-Western policies give more ammunition to far-right Islamophobic European politicians at the expense of moderate conservatives, liberals and social democrats. In other words, Erdoğan is undermining European values not just by advancing the fifth column of Islamist zealotry in the midst of Europe but also by giving a huge impetus to the extreme right. In the meantime law-abiding and peaceful Turks and Muslims in Europe find themselves under greater suspicion from the larger majority because of closer scrutiny as European authorities are scrambling to defuse the risk of Erdoğan’s fifth column from developing effectively.

As a result, Turkey’s autocratic president has not only migrants to mobilize in order to destabilize Europe but also an Islamist fifth column in the heart of Europe to march forward when the time comes. The militant religious networks are already mushrooming in Europe on fertile ground provided by this fifth column’s clandestine activities.
news
specialisten dwingen patiënten éénpersoonskamer te nemen in ziekenhuis
Edited: 201611290037
op die manier kunnen zij een ereloonsupplement aanrekenen.
Afpersing of hoe noem je dat?
En wat doet het parket in zo'n geval van flagrant misbruik?
ERDOGAN Asli
Même le silence n'est plus à toi
Edited: 201611220961
Actes Sud : Communiqué – Aslı Erdoğan
Publié le 22 novembre 2016
Dans la nuit du 16 au 17 août 2016, l’écrivaine et journaliste Aslı Erdoğan a été arrêtée à son domicile et incarcérée. À ce jour, elle est toujours emprisonnée à Istanbul et risque la prison à vie.

« Je continuerai à rapporter tout ce qu’il se passe dans les « Marches pour la Liberté », et cela devant comme derrière les barreaux — y a-t-il encore une différence entre les deux ? »


Le 4 janvier 2017 paraîtra Même le silence n’est plus à toi, recueil de chroniques traduites du turc par Julien Lapeyre de Cabanes.
Ce recueil rassemble vingt-sept textes d’Aslı Erdoğan parus au cours des dix dernières années dans le journal Özgür Gündem, quotidien soutenant les revendications kurdes et dont la 8ème cour criminelle d’Istanbul a ordonné le 16 août, la fermeture et l’arrestation des collaborateurs.

Ces chroniques politiques, réflexions sur l’écriture et l’exil, essais sur les actions gouvernementales, les pesanteurs archaïques et les clichés à l’œuvre dans la vie quotidienne en Turquie, éclaireront le profil d’essayiste engagée d’Aslı Erdoğan et permettront de comprendre pourquoi l’auteur, victime de la chasse aux sorcières déclenchée en juillet 2016, est actuellement en prison.

Son écriture toujours soignée et traversée de fulgurances poétiques trouve ici un autre terrain d’expression que le roman, non moins convaincant.

Relations presse : Emanuèle Gaulier

– e.gaulier@actes-sud.fr – 01 55 42 63 24

« L’écriture est soit un verdict, soit un cri… L’écriture, comme cri, naissant avec le cri… Une écriture à même de susciter un grand cri qui recouvrirait toute l’immensité de l’univers… Qui aurait assez de souffle pour hurler à l’infini, pour ressusciter tous les morts… »

Aslı Erdoğan (dont le patronyme, courant en Turquie, n’a pas de lien avec le président du pays) est née en 1967 et vit à Istanbul. Physicienne de formation, elle a travaillé au Centre européen de recherches nucléaires de Genève. Elle a vécu et travaillé deux ans à Rio de Janeiro.

Romancière et nouvelliste, lauréate de nombreux prix et traduite dans plusieurs langues, Aslı Erdoğan incarne le rayonnement de la nouvelle littérature turque, celle de la génération d’après Orhan Pamuk.

À ce jour, cette intellectuelle engagée est toujours en détention dans la prison stambouliote pour femmes, Barkirköy, et le parquet a réclamé sa détention à vie pour des chefs d’accusation accablants : « propagande en faveur d’une organisation terroriste », « appartenance à une organisation terroriste », « incitation au désordre ».

La date de son procès n’est pas encore connue.

L’arrestation d’Aslı Erdoğan a provoqué une vague d’indignation en Turquie et dans le monde, relayée par de nombreux artistes, intellectuels et écrivains.

Une pétition a été lancée après son arrestation sur le site change.org et a récolté, depuis, plus de 39 000 signatures.

Audrey Azoulay, ministre de la Culture et de la Communication, dans le cadre d’un entretien accordé à Livres Hebdo le 10 novembre, a qualifié « d’intolérable » son maintien en détention.

« CETTE LETTRE EST UN APPEL D’URGENCE ! »
Depuis la prison de Bakırköy où elle est détenue, Aslı Erdoğan a fait passer le 1er novembre 2016 un appel d’urgence que voici :

Chers amis, collègues, journalistes, et membres de la presse,

Je vous écris cette lettre depuis la prison de Bakırköy, au lendemain de l’opération policière à l’encontre du journal Cumhuriyet, un des journaux les plus anciens et voix des sociaux démocrates. Actuellement plus de 10 auteurs de ce journal sont en garde-à-vue. Quatre personnes dont Can Dündar (ex) rédacteur en chef, sont recherchées par la police. Même moi, je suis sous le choc.

Ceci démontre clairement que la Turquie a décidé de ne respecter aucune de ses lois, ni le droit. En ce moment, plus de 130 journalistes sont en prison. C’est un record mondial. En deux mois, 170 journaux, magazines, radios et télés ont été fermés. Notre gouvernement actuel veut monopoliser la « vérité » et la « réalité », et toute opinion un tant soit peu différente de celle du pouvoir est réprimée avec violence : la violence policière, des jours et des nuits de garde-à-vue (jusqu’à 30 jours)…

Moi, j’ai été arrêtée seulement parce que j’étais une des conseillères d’Özgür Gündem, « journal kurde ». Malgré le fait que les conseillères, n’ont aucune responsabilité sur le journal, selon l’article n°11 de la Loi de la presse qui le notifie clairement, je n’ai pas été emmenée encore devant un tribunal qui écoutera mon histoire.

Dans ce procès kafkaïen, Necmiye Alpay, scientifique linguiste de 70 ans, est également arrêtée avec moi, et jugée pour terrorisme.

Cette lettre est un appel d’urgence !

La situation est très grave, terrifiante et extrêmement inquiétante. Je suis convaincue que l’existence d’un régime totalitaire en Turquie, secouerait inévitablement, d’une façon ou d’une autre, aussi l’Europe entière. L’Europe est actuellement focalisée sur la « crise de réfugiés » et semble ne pas se rendre compte des dangers de la disparition de la démocratie en Turquie. Actuellement, nous, – auteurs, journalistes, Kurdes, Alévis, et bien sûr les femmes- payons le prix lourd de la « crise de démocratie ». L’Europe doit prendre ses responsabilités, en revenant vers les valeurs qu’elle avait définies, après des siècles de sang versé, et qui font que « l’Europe est l’Europe » : La démocratie, les droits humains, la liberté d’opinion et d’expression…

Nous avons besoin de votre soutien et de solidarité. Nous vous remercions pour tout ce que vous avez fait pour nous, jusqu’à maintenant.

Cordialement,

Aslı Erdoğan

1.11.2016, Bakırköy Cezaevi, C-9

Traduit du turc par Kedistan

Soirée de soutien

Le 12 décembre 2016 à 20h, La Maison de la Poésie accueillera une soirée de soutien et de solidarité à Aslı Erdoğan en présence notamment de Mine Aydoslu, la mère d’Asli Erdoğan, Françoise Nyssen, présidente d’Actes Sud, Timour Muhidine, son éditeur, Pierre Astier, son agent littéraire. Cette soirée sera animée par le journaliste Christian Tortel et la comédienne Sophie Bourel lira des textes du recueil à paraître Même le silence n’est plus à toi.

À lire en avant-première, deux extraits du recueil :

Le Silence même n’est plus à toi

(parution janvier 2017)

Nous sommes coupables

Que faut-il écrire ? Que peut bien faire l’écriture (la tienne), que peut-elle bien mettre en « mots », et au nom de quel monde peut-elle transformer celui-ci ? Jusqu’où peut-elle se baser sur la réalité ? Trois heures du matin, la pluie tombe par intermittences, bientôt à verse. Comme si c’était le bruit des secondes qu’on entendait battre sur le pavé. Je suis à ma place habituelle, dans ma nuit où j’entre comme on se faufile dans une tente. Problèmes « éternels », s’obscurcissant à mesure que l’ombre s’étend, pris dans l’étroit défilé qui coupe toute issue… « L’écriture est soit un verdict, soit un cri. »

Mot tant de fois prononcé, il lui arrive parfois de s’accrocher à l’homme telle une anaphore, de l’éparpiller entre ciel et terre. Puis il le jette subitement dehors, et l’abandonne sur les rives du silence. L’écriture, comme cri, naissant avec le cri… Une écriture à même de susciter un grand cri qui recouvrirait toute l’immensité de l’univers… Qui aurait assez de souffle pour hurler à l’infini, pour ressusciter tous les morts… Quel mot peut reprendre et apaiser le cri de ces enfants arméniens jetés à la fosse ? Quels mots pour être le ferment d’un monde nouveau, d’un autre monde où tout retrouverait son sens véritable, sur les cendres de celui-ci ?

Les limites de l’écriture, limites qui ne peuvent être franchies sans incendie, sans désintégration, sans retour à la cendre, aux os et au silence… Si loin qu’elle puisse s’aventurer dans le Pays des Morts, l’écriture n’en ramènera jamais un seul. Si longtemps puisse-t-elle hanter les corridors, jamais elle n’ouvrira les verrous des cellules de torture. Si elle se risque à pénétrer dans les camps de concentration où les condamnés furent pendus aux portes décorées et rehaussées de maximes, elle pressent qu’elle n’en ressortira plus. Et si elle en revient pour pouvoir le raconter, ce sera au prix de l’abandon d’elle-même, en arrière, là-bas, derrière les barbelés infranchissables… Face à la mort, elle porte tous les masques qu’elle peut trouver. Lorsqu’elle essaie de résonner depuis le gouffre qui sépare les bourreaux des victimes, ce n’est que sa propre voix qu’elle entend, des mots qui s’étouffent avant même d’atteindre l’autre bord, avant les rives de la réalité et de l’avenir… La plupart de temps, elle choisit de rester à une distance relativement sûre, se contentant peut-être, pour la surmonter, de la responsabilité du « témoignage »…

Aussi excessivement facile, tardif et vain que cela soit, il faut le dire explicitement : nous sommes coupables. Nous avons commis, dans ce pays, un crime atroce ; ceux qui en ont été les victimes ont trouvé ces mots pour le nommer, « Grande Catastrophe », nous avons éradiqué un peuple. Après avoir appelé les hommes à combattre dans nos armées, nous avons massacré à la pelle leurs femmes et leurs enfants, en les faisant marcher le ventre vide sur des routes interminables. Mais le crime des hommes est dans leurs actes autant que dans leur façon de les assumer. En niant nos agissements, nous avons commis un crime plus grand encore, en refusant de regarder cette femme qui nous appelait à l’aide, cette pauvre femme prise dans l’un des cortèges qu’on envoyait à la mort, cette femme qui depuis 99 ans nous fait désespérément signe… Voilà le pire crime, car c’est voler à un être humain jusqu’à ses traumatismes. Accuser la victime de mensonge, c’est rejeter le crime sur ceux qui en sont les martyrs… Voilà sans doute pourquoi nos terres sont couvertes de fosses, que nous creusons et refermons sans cesse. Jonchées d’os, de cendres, de silence… Nous ne sommes pas capables ni de regarder dans les yeux cette femme battue à mort puis jetée sur le bord de l’autoroute, ni les restes du squelette du partisan… Nous vieillissons pour oublier, oublions en assassinant, et oublions sans cesse que ces cadavres, nous les portons en nous.

Faire face est tout autre chose qu’accepter. C’est être capable d’affronter le regard des victimes, savoir leur laisser la parole. Il est peut-être trop tard, bien trop tard pour les morts, mais laissons ceux qui en ont réchappé nous la raconter, cette Grande Catastrophe. Nous, qui sommes désormais un autre « nous ».

Un dernier mot avant le 1er mai : la place Taksim est à nous, ceux qui y sont morts à tout le monde… Chaque fois que nous marcherons vers cette place méconnaissable, malgré les matraques, les canons à eau, les lacrymos, chaque fois que nous en prendrons le chemin, elle sera « à nous ».
ERDOGAN Asli
PEN
Edited: 201611151161
15 November 2016 – On the Day of the Imprisoned Writer take action with PEN for writers imprisoned for their work.

On 17 August 2016, renowned novelist and PEN member Aslı Erdoğan was arrested at her home in Istanbul, Turkey. A columnist and member of the pro-Kurdish opposition daily Özgür Gündem’s advisory board, which was shut down under the state of emergency that followed the failed coup of 15 July 2016, her arrest came alongside that of more than 20 other journalists and employees of the paper.

Erdoğan, who suffers from asthma, chronic obstructive pulmonary disease and diabetes, was sent to a jail in Istanbul on preliminary charges of “membership of a terrorist organisation” and “undermining national unity.” She has been in pre-trial detention since her arrest, and no date has currently been set for her trial.

Erdoğan’s arrest comes amid heightened concerns for rights and freedoms following the failed coup attempt in July. As of 24 October 2016, 135 journalists had been charged and were in pre- trial detention; at least 8 others were detained without charge and others were in police custody under investigation.

The Turkish authorities have shut down more than 100 media outlets, censored at least 30 news websites, and stripped more than 600 members of the press of their credentials; 29 publishing houses have been ordered closed and there have been reports of wide-spread ill-treatment in custody. Over 70,000 people have detained, placed under investigation, suspended or fired, including teachers, civil servants, academics and others.

Earlier this month, Turkish President Recep Tayyip Erdogan declared that he would extend the country’s state of emergency by 90 days, holding on to his almost unlimited discretionary powers to rule by decree. The extension came into effect on 19 October and will last for an additional 90 days, and could be renewed.

While recognizing the right of the Turkish authorities to bring those responsible for crimes during the attempted coup to justice, PEN International calls on the Turkish authorities to safeguard freedom of expression, human rights and respect their obligations under international law during the declared state of emergency and to release all journalists and writers held solely in connection with their peaceful exercise of their right to freedom of expression, as appears to be the case with Aslı Erdoğan.

‘I have been very happy and honoured to be chosen as an honorary member of Danish PEN. On August 16, my apartment was busted by special forces policemen… I spent 72 hours in custody, in a cage. I have declared several times to the police, prosecutor and the judge that as a member of the ‘board of advisors’ of Özgür Gündem, I have no legal responsibility for the paper. I hope to be released as soon as I face the real trial.’ – Excerpt from a letter Erdoğan sent to Danish PEN.

Take Action – share on Twitter, Facebook and other social media

Send Appeals to the Turkish authorities:

Urging them to immediately release Aslı Erdoğan who PEN believes is held solely in connection with her peaceful exercise of her right to freedom of expression;
Calling for all detained writers and journalists to have access to lawyers and to be released if they are not to be charged with a recognizably criminal offence and tried promptly in accordance with international fair trial standards;
Calling on them not to use the state of emergency to crack down on peaceful dissent, civil society, media and education.
Council of Europe
MSI-MED (2016)09rev2 - Recommendation CM/Rec(2017x)xx of the Committee of Ministers to member states on media pluralism and transparency of media ownership - Second revised draft
Edited: 201609201696
MSI-MED (2016)09rev2
Recommendation CM/Rec(2017x)xx of the Committee of Ministers to member states on media pluralism and transparency of media ownership
Second revised draft
Preamble

1. Media freedom and pluralism are crucial components of the right to freedom of expression, as guaranteed by Article 10 of the Convention for the Protection of Human Rights and Fundamental Freedoms (ETS No. 5, hereinafter “the Convention”). They are central to the functioning of a democratic society as they help to ensure the availability and accessibility of diverse information and views, on the basis of which individuals can form and express their opinions and exchange information and ideas.
2. The media play essential roles in democratic society, by widely disseminating information, ideas, analysis and opinions; acting as public watchdogs, and providing forums for public debate. In the present multi-media ecosystem, these roles continue to be fulfilled by traditional media, but are also increasingly performed by other media and non-media actors, from multinational corporations to non-governmental organisations and individuals.
3. Pluralist democratic societies are made up of a wide range of identities, ideas and interests. It is imperative that this diversity can be communicated through a range of independent and autonomous channels and outlets, thus creating an informed society, contributing to mutual understanding and fostering social cohesion.
4. Different types of media, along with different genres or forms of editorial content or programming contribute to diversity of content. Although content focusing on news and current affairs is of most direct relevance for fostering an informed society, other genres are also very important. Examples include cultural and educational content and entertainment, as well as content aimed at specific sections of society, such as local content.
5. In the present multi-media environment, online media and other internet platforms enable access to a growing range of information from diverse sources. This transformation in how media content is made available and used creates new opportunities for more and more people to interact and communicate with each other and to participate in public debate.
6. This technological evolution also raises concerns for media pluralism. While variety in media sources and types can be instrumental in enhancing diversity of media content and exposure to such diversity, it does not of itself guarantee it. Individuals still have to select what media to use and what content to watch, listen to or read among vast quantities of diverse content distributed across various media. This may result in them selecting or being exposed to information confirming their existing views and opinions, which can, in turn, generate fragmentation and result in a polarised society. While limited news resources and self-imposed restrictions on the choice of content are not new phenomena, the media and internet intermediaries may amplify their inherent risks, through their ability to control the flow, availability, findability and accessibility of information and other content online. This is particularly troubling if the individual users are not aware of these processes or do not understand them.
7. As new actors enter the evolving online market, the ensuing competitive pressures and a shift in advertising revenues towards the internet have contributed to an increase in media consolidation and convergence. Single or a few media owners or groups acquire positions of considerable power where they can separately or jointly set the agenda of public debate and significantly influence or shape public opinion, reproducing the same content across all platforms on which they are present. Convergence trends also lead to cost-cutting, job losses in journalism and media sectors, and the risk of financial dependencies for journalists and the media. These developments may cause a reduction in diversity of news and content generally and ultimately impoverish public debate.
8. Fresh appraisals of existing approaches to media pluralism are called for in order to address the challenges for pluralism resulting from how users and businesses have adapted their behaviour to technological developments. New policy responses and strategic solutions are needed to sustain independent, quality journalism and diverse content across all media types and formats.
9. There is a need for an enhanced role for independent public service media to counteract on-going processes of concentration and convergence in the media. By virtue of their remit, public service media are particularly suited to address the informational needs and interests of all sections of society, as is true of community media in respect of their constituent users. It is of utmost importance for public service media to have within their mandates the responsibility to foster political pluralism and awareness of diverse opinions, notably by providing different groups in society – including cultural, linguistic, ethnic, religious or other minorities – with an opportunity to receive and impart information, to express themselves and to exchange ideas.
10. In light of the increased range of media and content, it is very important for individuals to possess the cognitive, technical and social skills and capacities that enable them to critically analyse media content, and to understand the ethical implications of media and technology. Media literacy contributes to media pluralism and diversity by empowering individuals to effectively access, evaluate and create diverse types of content; by reducing the digital divide; facilitating informed decision-making, especially in respect of political and public affairs and commercial content, and by enabling the identification and countering of false or misleading information and harmful and illegal online content.
11. The adoption and effective implementation of media-ownership regulation plays an important role in respect of media pluralism. Such regulation should ensure transparency in media ownership; it should address issues such as cross-media ownership, direct and indirect media ownership and effective control and influence over the media. It should also ensure that there is effective and manifest separation between the exercise of political authority or influence and control of the media or decision making as regards media content.
12. Transparency of media ownership, organisation and financing help to increase media accountability. Transparency and media literacy are therefore indispensable tools for individuals to make informed decisions about which media they use and how they use them, to search for, access and impart information and ideas of all kinds. This makes them practical instruments of effective pluralism.
13. Against this background, the present Recommendation reaffirms the importance of existing Council of Europe standards dealing with different aspects of media pluralism and transparency of media ownership and the need to fully implement them in democratic societies. The Recommendation builds further on those standards, adjusting, supplementing and reinforcing them, as necessary, to ensure their continued relevance in the current multi-media ecosystem.
Under the terms of Article 15.b of the Statute of the Council of Europe (ETS No. 1), the Committee of Ministers recommends that governments of member States:
i. fully implement the guidelines set out in the appendix to this recommendation;
ii. remain vigilant to, and address, threats to media pluralism and transparency of media ownership by regularly monitoring the state of media pluralism in their national media markets, assessing risks to media freedom and pluralism and adopting appropriate regulatory responses, including by paying systematic attention to such focuses in the on-going reviews of their national laws and practices;
iii. fully implement, if they have not already done so, previous Committee of Ministers’ Recommendations and Declarations dealing with different aspects of media pluralism and transparency of media ownership, in particular those specified in the guidelines appended to the present Recommendation;
iv. promote the goals of this recommendation at the national and international levels and engage and co-operate with all interested parties to achieve those goals.

Appendix to Recommendation

Guidelines

In the context of this Recommendation, unless otherwise specified, the media are generally understood as including print, broadcast and online media.
I. A favourable environment for freedom of expression and media freedom

1. The principles of freedom of expression and media freedom, as grounded in the Convention, must continue to be developed in a way that takes full account of the features of the present multi-media ecosystem, in which a range of new media actors have come to the fore.
2. States have a positive obligation to foster a favourable environment for freedom of expression, in which everyone can exercise their right to freedom of expression and participate in public debate effectively, irrespective of whether or not their views are received favourably by the State or others. States should guarantee free and pluralistic media for their valuable contribution to robust public debate in which societal diversity can be articulated and explored.
3. National legislative and policy frameworks should safeguard the editorial independence and operational autonomy of all media so that they can carry out their key tasks in democratic society. The frameworks should be designed and implemented in such ways as to prevent the State, or any powerful political, economic, religious or other groups from acquiring dominance and exerting pressure on the media.
4. Relevant legislation should ensure that the media have the freedom at all times to provide accurate and reliable reporting on matters of public interest, in particular concerning vital democratic processes and activities, such as elections, referenda and public consultations on matters of general interest. Adequate safeguards should also be put in place to prevent interference with editorial independence of the media in relation to coverage of conflicts, crises and other sensitive situations where quality journalism and reporting are key tools in countering propaganda and disinformation.
5. In a favourable environment for freedom of expression, media regulatory authorities and other authorities or entities entrusted with responsibility for regulating or monitoring other (media) service providers or media pluralism must be able to carry out their remit in an effective, transparent and accountable manner. A prerequisite for them to be able to do so is that they themselves enjoy independence that is guaranteed in law and borne out in practice.
6. The independence of the authorities and entities referred to in the previous paragraph should be guaranteed by ensuring that they: have open and transparent appointment and dismissal procedures; have adequate human and financial resources and autonomous budget allocation; work to transparent procedures and decision-making; have the power to take autonomous decisions and enforce them, and that their decisions are subject to appeal.

7. States should ensure transparency of media ownership, organisation and financing, as well as promote media literacy, in order to provide individuals with the information and critical awareness that they need in order to access diverse information and participate fully in the present multi-media ecosystem.
II. Media pluralism and diversity of media content

General requirements of pluralism
1. As ultimate guarantors of pluralism, States have a positive obligation to put in place an appropriate legislative and policy framework to that end. This implies adopting appropriate measures to ensure sufficient variety in the overall range of media types, bearing in mind differences in terms of their purposes, functions and geographical reach. The complementary nature of different media types strengthens external pluralism and can contribute to creating and maintaining diversity of media content.
2. States are called upon to ensure that there is periodic independent monitoring and evaluation of the state of media pluralism in their jurisdictions based on a set of objective and transparent criteria for identifying risks to the variety in ownership of media sources and outlets, the diversity of media types, the diversity of viewpoints represented by political, ideological, cultural and social groups, and the diversity of interests and viewpoints relevant to local and regional communities. States are further urged to develop and enforce appropriate regulatory and policy responses effectively addressing any risks found.

Specific requirements of pluralism
Diversity of content
3. States should adopt regulatory and policy measures to promote the availability and accessibility of the broadest possible diversity of media content as well as the representation of the whole diversity of society in the media, including by supporting initiatives by media to those ends.

States should encourage the development of open, independent, transparent and participatory initiatives by social media, media stakeholders, civil society and academia, that seek to improve effective exposure of users to the broadest possible diversity of media content online.

Wherever the visibility, findability and accessibility of media content online is influenced by automated processes, whether they are purely automated processes or used in combination with human decisions, States should encourage social media, media stakeholders, civil society and academia to engage in open, independent, transparent and participatory initiatives that:

- increase the transparency of the processes of online distribution of media content, including automated processes;

- assess the impact of such processes on users’ effective exposure to a broad diversity of media content, and

- seek to improve these distribution processes in order to improve users’ exposure to the broadest possible diversity of media content.

4. States should make particular efforts, taking advantage of technological developments, to ensure that the broadest possible diversity of media content, including in different languages, is accessible to all groups in society, particularly those which may have specific needs or face disadvantage or obstacles when accessing media content, such as minority groups, children, the elderly and persons with cognitive or physical disabilities.
5. Diversity of media content can only be properly gauged when there are high levels of transparency about editorial and commercial content: media and other actors should adhere to the highest standards of transparency regarding the provenance of their content and always signal clearly when content is provided by political sources or involves advertising or other forms of commercial communications, such as sponsoring and product placement. This also applies to user-generated content and to hybrid forms of content, including branded content, native advertising and advertorials and infotainment.
Institutional arrangement of media pluralism
6. States should recognise the crucial role of public service media in fostering public debate, political pluralism and awareness of diverse opinions. States should accordingly guarantee adequate conditions for public service media to continue to play this role in the multi-media landscape, including by providing them with appropriate support for innovation and the development of digital strategies and new services.
7. States should adopt appropriate specific measures to protect the editorial independence and operational autonomy of public service media by keeping the influence of the State at arm’s length. The supervisory and management boards of public service media must be able to operate in a fully independent manner and the rules governing their composition and appointment procedures must contain adequate checks and balances to ensure that independence.
8. States should also ensure stable, sustainable, transparent and adequate funding for public service media in order to guarantee their independence from governmental, political and commercial pressures and enable them to provide a broad range of pluralistic information and diverse content. This can also help to counterbalance any risks caused by a situation of media concentration.
9. States should encourage and support the establishment and functioning of community, minority, regional and local media, including by providing financial mechanisms to foster their development. Such independent media give a voice to communities and individuals on topics relevant to their needs and interests, and are thus instrumental in creating public exposure for issues that may not be represented in the mainstream media and in facilitating inclusive and participatory processes of dialogue within and across communities and at regional and local levels.
10. States should facilitate access to cross-border media, which serve communities outside the country where they are established, supplement national media and can help certain groups in society, including immigrants, refugees and diaspora communities, to maintain ties with their countries of origin, native cultures and languages.

Support measures for the media and media pluralism
11. For the purpose of enhancing media pluralism, States should develop strategies and mechanisms to support professional news media and quality journalism, including news production capable of addressing diverse needs and interests of groups that may not be sufficiently represented in the media. They should explore a wide range of measures, including various forms of non-financial and financial support such as advertising and subsidies, which would be available to different media types and platforms, including those of online media. States are also encouraged to support projects relating to journalism education, media research and innovative approaches to strengthen media pluralism and freedom of expression.
12. Support measures should have clearly defined purposes; be based on pre-determined clear, precise, equitable, objective and transparent criteria, and be implemented in full respect of the editorial and operational autonomy of the media. Such measures could include positive measures to enhance the quantity and quality of media coverage of issues that are of interest and relevance to groups which are underrepresented in the media.
13. Support measures should be administered in a non-discriminatory and transparent manner by a body enjoying functional and operational autonomy such as an independent media regulatory authority. An effective monitoring system should also be introduced to supervise such measures, to ensure that they serve the purpose for which they are intended.
III. Regulation of media ownership: ownership, control and concentration

1. In order to guarantee effective pluralism in their jurisdictions, States should adopt and implement a comprehensive regulatory framework for media ownership and control that is adapted to the current state of the media industry. Such a framework should take full account of media convergence and the impact of online media.
Ownership and control
2. Regulation of competition in the media market including merger control should prevent individual actors from acquiring significant market power in the overall national media sector or in a specific media market/sector at the national level or sub-national levels, to the extent that such concentration of ownership limits meaningful choice in the available media content.
3. Media ownership regulation should apply to all media and could include restrictions on horizontal, vertical and cross-media ownership, including by determining thresholds of ownership in line with Recommendation CM/Rec 2007(2) of the Committee of Ministers to member states on media pluralism and diversity of media content. Those thresholds may be based on a number of criteria such as capital shares, voting rights, circulation, revenues, audience share or audience reach.
4. States should set criteria for determining ownership and control of media companies by explicitly addressing direct and beneficial ownership and control. Relevant criteria can include proprietary, financial or voting strength within a media company or companies and the determination of the different levels of strength that lead to exercising control or direct or indirect influence over the strategic decision-making of the company or companies including their editorial policy.
5. As the key democratic tasks of the media include holding authorities to account, legislation should stipulate that the exercise of political authority or influence is incompatible with involvement in the ownership, management or editorial decision-making of the media. The incompatibility of these functions should be recognised as a matter of principle and should not be made conditional on the existence of particular conditions. The criteria of incompatibility and a range of appropriate measures for addressing conflicts of interest should be set out clearly in law.
6. Any restrictions on the extent of foreign ownership of media should apply in a non-discriminatory manner to all such companies and should take full account of the States’ positive obligation to guarantee pluralism and of the relevant guidelines set out in this Recommendation.
Concentration
7. States are also encouraged to develop and apply suitable methodologies for the assessment of media concentration. In addition to measuring the availability of media sources, this assessment should reflect the real influence of individual media by adopting an audience-based approach and using appropriate sets of criteria to measure the use and impact of individual media on opinion-forming.
8. Media ownership regulation should include procedures to prevent media mergers or acquisitions that could adversely affect pluralism of media ownership or diversity of media content. Such procedures could involve a requirement for media owners to notify the relevant independent regulatory authority of any proposed media merger or acquisition whenever the ownership and control thresholds, as set out in legislation, are met.
9. The relevant independent regulatory authority should be vested with powers to assess the expected impact of any proposed concentration on media pluralism and to make recommendations or decisions, as appropriate, about whether the proposed merger or acquisition should be cleared, subject or not to any restrictions or conditions, including divestiture. Decisions of the independent authority should be subject to judicial review.
IV. Transparency of media ownership, organisation and financing

1. States should guarantee a regime of transparency regarding media ownership that ensures the availability of the data necessary for informed regulation and decision-making and enables the public to access those data in order to help them to analyse and evaluate the information, ideas and opinions disseminated by the media.
2. To this end, States should adopt and implement legislation that sets out enforceable disclosure/transparency obligations for media in a clear and precise way. Such obligations should, as a minimum, include the following information:
- Legal name and contact details of a media outlet;
- Name(s) and contact details of the direct owner(s) with shareholdings enabling them to exercise influence on the operation and strategic decision-making of the media outlet. States are recommended to apply a threshold of 5% shareholding for the purpose of the disclosure obligations.
- Identity and contact details of natural persons with beneficial shareholdings. Beneficial shareholding applies to natural persons who ultimately own or control shares in a media outlet or on whose behalf those shares are held, enabling them to indirectly exercise control or significant influence on the operation and strategic decision-making of the media outlet.
- Information on the nature and extent of the share-holdings or voting rights of the above legal and/or natural persons in other media, media-related or advertising companies which could lead to decision-making influence over those companies, or positions held in political parties;
- Name(s) of the persons with actual editorial responsibility or the actual authors of editorial content;
- Changes in ownership and control arrangements of a media outlet.
3. The scope of the above minima for disclosure/transparency obligations for the media includes legal and natural persons based in other jurisdictions and their relevant interests in other jurisdictions.
4. High levels of transparency should also be ensured with regard to the sources of financing of media outlets in order to provide a comprehensive picture of the different sources of potential interference with the editorial and operational independence of the media and allow for effective monitoring and controlling of such risks.
5. To this end, States should adopt and implement legislation that sets out enforceable disclosure of the following information:
- Information on the sources of the media outlet’s income, including from State and other funding mechanisms and (State) advertising.
- The existence of structural relationships or contractual cooperation with other media or advertising companies, political parties or the State, including in respect of State advertising;
6. Legislation should set out clear criteria as to which media are subject to these reporting obligations. The obligations may be limited with regard to factors such as the commercial nature of the media outlet, a wide audience reach, exercise of editorial control, frequency and regularity of publication or broadcast, etc., or a combination thereof. Legislation should also determine the timeframe within which reporting obligations must be met.
7. Such legislation should also require the maintenance of a public, online database of media ownership and control arrangements in the State, with disaggregated data about different types of media (markets/sectors) and regional and/or local levels, as relevant. Those databases should be kept up to date on a rolling basis and they should be available to the public free of charge. They should be accessible and searchable; their contents should be made available in open formats and there should not be restrictions on their re-use.

8. Reporting requirements relating to media ownership should include the provision of:
- A description of media ownership and control arrangements for media under its jurisdiction (including media whose services are directed at other countries);
- A description of changes to the media ownership and control arrangements within the State during the reporting period;
- An analysis of the impact of those changes on media pluralism in the State.
9. Legislation should provide for the publication of reports on media ownership to be accompanied by appropriate explanations of the data and the methodologies used to collect and organise them, in order to help members of the public to interpret the data and understand their significance.
10. States should issue clear, up-to-date guidance on the interrelationship and implications of the different regulatory regimes and on how to implement them correctly and coherently. That guidance could take the form of user-friendly guidelines, handbooks, manuals, etc.
11. States should also facilitate inter-agency cooperation, including the relevant exchange of information about media ownership held by media regulatory authorities, competition authorities and company registers. Similarly, the exchange of information and best practices with other national authorities, both within their own jurisdiction and in other jurisdictions, should be facilitated.
V. Media literacy/education

1. States should introduce legislative provisions or strengthen existing ones that promote media literacy with a view to enabling individuals to access, understand, critically analyse, evaluate, use and create content through a range of legacy and digital (including social) media.
2. States should also develop a national media literacy policy and ensure its operationalisation and implementation through (multi-)annual action plans. A key strategy for that purpose could be to support the creation of a national media literacy network comprising a wide range of stakeholders, or the further development of such a network where it already exists.
3. In the multi-media ecosystem, media literacy is essential for people of all ages and all walks of life. Law and/or policy measures promoting media literacy should thus help to develop the teaching of media literacy in school curricula at all levels and as part of lifelong learning cycles, including by providing suitable training and adequate resources for teachers and educational institutions to develop teaching programmes. Any measures adopted should be developed in consultation with teachers and trainers with a view to ensuring a fair and appropriate integration of relevant activities in work-flows. Any measures adopted should not interfere with the academic autonomy of educational institutions in curricular matters.
4. States should encourage all media, without interfering with their editorial independence, to promote media literacy through policies, strategies and activities. They should also promote media literacy through support schemes for media, taking into account the particular roles of public service media and community media.
5. States should ensure that independent national regulatory authorities have the scope and resources to promote media literacy in ways that are relevant to their mandates and encourage them to do so.
6. States are encouraged to include in their national media literacy programmes focuses on media pluralism and transparency of media ownership in order to help citizens to make an informed and critical evaluation of the information and ideas propagated via the media. To this end, States are called upon to include in their strategies for ensuring transparency in the media sector educational content which enables individuals to use information relating to media ownership, organisation and financing, in order to better understand the different influences on the production, collection, curation and dissemination of media content.
ISENBERG Nancy
White Trash: The 400-Year Untold History of Class in America
Edited: 201606210914


In her groundbreaking history of the class system in America, extending from colonial times to the present, Nancy Isenberg takes on our comforting myths about equality, uncovering the crucial legacy of the ever-present, always embarrassing––if occasionally entertaining––"poor white trash."

The wretched and landless poor have existed from the time of the earliest British colonial settlement. They were alternately known as “waste people,” “offals,” “rubbish,” “lazy lubbers,” and “crackers.” By the 1850s, the downtrodden included so-called “clay eaters” and “sandhillers,” known for prematurely aged children distinguished by their yellowish skin, ragged clothing, and listless minds.

Surveying political rhetoric and policy, popular literature and scientific theories over four hundred years, Isenberg upends assumptions about America’s supposedly class-free society––where liberty and hard work were meant to ensure real social mobility. Poor whites were central to the rise of the Republican Party in the early nineteenth century, and the Civil War itself was fought over class issues nearly as much as it was fought over slavery.

Reconstruction pitted "poor white trash" against newly freed slaves, which factored in the rise of eugenics–-a widely popular movement embraced by Theodore Roosevelt that targeted poor whites for sterilization. These poor were at the heart of New Deal reforms and LBJ’s Great Society; they haunt us in reality TV shows like Here Comes Honey Boo Boo and Duck Dynasty. Marginalized as a class, "white trash" have always been at or near the center of major political debates over the character of the American identity.

We acknowledge racial injustice as an ugly stain on our nation’s history. With Isenberg’s landmark book, we will have to face the truth about the enduring, malevolent nature of class as well.
(source:goodreads)
journal Romandie
Eternit
Edited: 201606011702
Procès Eternit: la Cour constitutionnelle italienne se penche sur "Eternit bis"
Rome (awp/ats) - La Cour constitutionnelle italienne s'est penchée mardi sur les procédures judiciaires contre l'industriel Stephan Schmidheiny concernant les morts de l'amiante. Elle doit décider si un deuxième procès contre l'homme d'affaires suisse est conforme à la Constitution.


Les procédures concernent des décès liés à l'amiante dans les régions transalpines qui abritaient des usines de la société Eternit S.p.a Gênes. Le groupe suisse Eternit - dirigé depuis 1976 par M. Schmidheiny - était le plus gros actionnaire, puis l'actionnaire principal de cette société, de 1973 jusqu'à sa faillite en 1986.


Mis en cause par le parquet de Turin, le milliardaire suisse a déjà eu maille à partir avec la justice italienne. En juin 2013, il avait été condamné en appel à 18 ans de prison pour avoir provoqué volontairement une catastrophe environnementale. La Cour de cassation l'a acquitté en novembre 2014, jugeant les faits prescrits.


Le parquet de Turin et certains des plaignants exigent aujourd'hui un nouveau procès. Dans l'affaire "Eternit bis", Stephan Schmidheiny est accusé d'homicide volontaire et aggravé pour 258 décès suspects liés à l'amiante.


En juillet dernier, la juge turinoise en charge de l'affaire a saisi la Cour constitutionnelle. Elle veut savoir si cette procédure porte sur les mêmes faits que ceux du premier procès qui s'est clos fin 2014. Ce scénario violerait l'interdiction de la double incrimination ("ne bis in idem"), un principe classique de la procédure pénale selon lequel nul ne peut être poursuivi ou puni pénalement deux fois pour les mêmes faits.


Au coeur du débat: la question de savoir si l'interdiction de la double incrimination se réfère à des faits déjà établis, ou si on considère qu'il y a de nouveaux chefs d'accusation. Sur ce point, l'application du droit en Italie diffère du reste de l'Europe.


Durant les audiences préliminaires à Turin, la défense a souligné que dans le premier procès Eternit, tous les éléments pertinents ont déjà été étudiés, a déclaré à l'ats la porte-parole de M. Schmidheiny, Lisa Meyerhans. L'accusation estime pour sa part qu'un deuxième procès ne violerait ni la Constitution italienne, ni la Convention européenne des droits de l'homme.


NI CONDAMNÉ NI ACQUITTÉ


Au contraire, en cas d'arrêt de la procédure, l'Italie violerait le principe d'obligation de la loi pénale et risquerait de se faire condamner à Strasbourg pour refus de protéger les victimes, a déclaré mardi l'avocate des victimes, Laura D'Amico, citée par l'agence de presse Ansa.


Selon elle, Stephan Schmidheiny ne peut prétendre être jugé deux fois pour les mêmes faits. Il n'a en effet ni été condamné ni acquitté, mais a bénéficié en cassation de la prescription, a-t-elle fait valoir.


Les avocats de l'homme d'affaires ont de leur côté demandé à la Cour constitutionnelle de renvoyer la question devant la justice européenne pour souligner l'"incompatibilité" entre les normes italiennes et celles de l'UE ou de reconnaître l'inconstitutionnalité d'un second procès.


Si la Cour constitutionnelle décide que l'interdiction de la double incrimination porte sur des faits établis, elle fermerait définitivement la voie à un deuxième procès.


Les juges romains peuvent toutefois également renvoyer le dossier à la Cour européenne des droits de l'homme (CEDH) ou refuser de s'en saisir. Dans ce cas, ce serait au tribunal de Turin de décider si Stephan Schmidheiny devra affronter un nouveau procès. On ignore quand la Cour rendra sa décision.


ats/al


(AWP / 31.05.2016 13h50)
France3
Amiante: Eternit seul responsable du décès d'un salarié de Saint-Grégoire (35)
Edited: 201605141132
Eternit, le premier producteur français d'amiante-ciment jusqu'à l'interdiction de la fibre, est le seul responsable de la maladie d'un de ses salariés, a considéré la justice, une première qui pourrait faire jurisprudence.
Dans une décision rendue mercredi, la cour d'appel administrative de Versailles a annulé une décision de première instance qui avait condamné l'État à partager, pour moitié, les dommages et intérêts à la famille d'un ouvrier victime de l'amiante. Les magistrats ont considéré que la carence de règlementation des autorités administratives n'engage pas la responsabilité de l'État.

L'ouvrier, préposé à l'usinage des pièces et aux broyeurs de déchets secs sur le site de Saint-Grégoire (Ille-et-Vilaine) de 1974 à 2005, avait développé un cancer de la plèvre dont il avait succombé en juin 2005.

L'entreprise condamnée puis indemnisée par l'Etat
Condamnée, la société Eternit (devenue ECCF) s'était ensuite retournée contre l'État, en estimant que l'absence de règlementation avant 1977 d'une part, une législation insuffisante après 1977 d'autre part, le rendait co-auteur du dommage. Le tribunal administratif de Versailles avait donné raison à la société dans une décision rendue en 2014, en condamnant l'Etat à verser à Eternit plus de 160 000 euros, correspondant à la moitié de la somme versée par la société.

Mais selon les magistrats en appel, Eternit "connaissait ou aurait dû connaître les dangers liés à l'utilisation de l'amiante", même avant la règlementation de 1977, eut égard à "la littérature scientifique" ou "les colloques" portant sur le sujet dès les années 50.

Une décision inédite qui pourrait faire jurisprudence
Dès lors, la faute d'Eternit "a le caractère d'une faute d'une particulière gravité délibérément commise, qui fait obstacle à ce que cette société puisse se prévaloir de la faute de l'administration", a souligné la cour d'appel administrative. Par ailleurs, concernant la période postérieure à 1977, "la société n'établit pas que les maladies professionnelles (de son salarié) développées du fait d'une exposition à l'amiante trouveraient directement leur cause dans une quelconque carence fautive de l'Etat", ont relevé les magistrats.

"Nous sommes satisfaits, parce que la décision de première instance, qui avait condamné l'État, avait inspiré d'autres tribunaux. Cette décision d'appel est inédite et pourrait désormais faire jurisprudence", a commenté auprès de l'AFP le président de l'association nationale de défense des victimes de l'amiante (Andeva), François
Desriaux, partie à la procédure.

Selon les autorités sanitaires, l'amiante pourrait provoquer jusqu'à 100 000 décès d'ici à 2025. Selon l'Andeva, 3 000 personnes meurent chaque année et les autorités sanitaires imputent à l'amiante 10 à 20% des cancers du poumon.

Noot LT: Deze uitspraak haalt de argumentatie voor de vrijspraak (2009) van Karel Vinck onderuit. Algemener: een bedrijf dat gevaarlijke stoffen produceert moet de wetenschappelijke vakliteratuur op de voet volgen en maatregelen nemen, ook als er nog geen wetgeving terzake is uitgewerkt.
De Redactie
Pakistan: 15-jarig meisje in brand gestoken in Pakistan
Edited: 201605051254
In het conservatieve dorp Makool in Pakistan is op bevel van een traditionele dorpsraad een meisje van 15 jaar omgebracht. Volgens de lokale politie werd ze ontvoerd, verdoofd en in brand gestoken omdat ze een vriendin zou hebben geholpen om te vluchten met een jongen op wie ze verliefd was.
Het verkoolde lichaam van Ambreen werd teruggevonden in een uitgebrande wagen in de buurt van de stad Abottabad. Een foto van het verkoolde lichaam was viraal gegaan op sociale media.

Eerst werd gezegd dat het slachtoffer mentale problemen had en wellicht zelfmoord had gepleegd, maar onderzoek bracht iets anders aan het licht. Het meisje was van bij haar thuis ontvoerd en bedwelmd. Ze werd vastgebonden op de achterzetel waarna het voertuig in brand werd gestoken. Een plaatselijke man had de pers erover getipt, om zo rechtvaardigheid voor de familie van het slachtoffer te krijgen.

Een groep van zestien mannen had tijdens een vergadering, de zogenoemde Jirga, besloten dat het meisje moest sterven, vertelt een lokale politieman. Veertien van de deelnemers zijn al opgepakt, twee anderen zijn nog op de vlucht. De meesten konden worden opgepakt via de analyse van telefoondata.

Ruim 1.000 slachtoffers per jaar

Hoewel moorden op meisjes en vrouwen wegens "moreel verwerpelijk gedrag" dagelijkse kost zijn in Pakistan, is dit gruwelijke geval groot nieuws op plaatselijke media.

Vorig jaar werden meer dan 1.000 slachtoffers geregistreerd, maar volgens vrouwenrechtenactivisten blijven nog veel gevallen onder de radar. Wetgeving voor betere bescherming van vrouwen zit ondertussen vast in het parlement omdat religieuze leiders hun veto stellen.
Lucas Tessens
de grap om Belg te zijn
Edited: 201604241048
België (en vooral Brussel) heeft steeds een aantrekkingskracht uitgeoefend op Nederlandse kunstenaars en Oranjes die eens onze bossen bezaten. Belgen weten wel waarom maar kunnen het doorgaans niet uitleggen. Nederlanders kunnen het wel uitleggen maar komen vaak niet verder dan het aanhoren van de door henzelf uitgestote klanken met bezuiniging op de medeklinkers. De verklaring zit dus in iets diepers dan het louter cognitieve. Tussen Amsterdam en Parijs ligt voor Nederlanders een voor hen begripvol kruispunt van culturen, een tussenland, een vertaaldoos, een medicijn voor de ziekte van de eigendunk, een ruimte voor twijfel over het eigen grote gelijk, en om de 500 meter een café met paljassen en niet veraf een frietkot. In België wordt niet meer gezocht naar het ultieme Antwoord, de opperste Waarheid, de ontbrekende komma. Nu de Grote Schrift ook hier geen dictaat meer is, groeit de verwarring waaraan wij gewend zijn. Want dit land heeft leren leven met zijn Tradities: dwingelanden uit andere landen, schijnheiligen, bedriegers, lafaards, plunderaars, folteraars, verzetslui van het laatste uur, politiekers van alle slag, grote en minder grote denkers, gelijkhalers vooral, zwemkampioenen en zoetwatermatrozen, uitstellers, aanstellers, bedenkers van problemen en oplossers van niets. Voor het toejuichen van koningen zijn we georganiseerd: wij hebben speciale kinderbataljons met vlaggetjes en achter overbodige dranghekkens gecoiffeerde bomma's met boeketten. Koningen die te lang in de Zwitserse Alpen blijven golfen hebben pech want hier wachten de linten op hun scharen. Overstroomden en journalisten willen vorsten in gummilaarzen zien. Als het hard regent kunnen we het ook met een regent wel stellen, tot een bevend kind met een sabel de monarchie komt redden. Dit land leverde zoeaven aan de Paus, helden voor Den Ijzer, communisten voor de Spaanse burgeroorlog, Oostfronters van zeventien, ISIS-strijders, poolreizigers, Congo-ambtenaren, pedofiele assistent-gewestbeheerders, een paar Nobelprijswinnaars, pedalentrappers, gerstenatbrouwers, leprozenverzorgers en enkele schrijvers. Slechts weinigen overleven zichzelf want dit volk dat er geen is heeft een kort geheugen en veel dorst. En zo te leven als Vlaming, Brusselaar, Duitse Oostkantonner of Waal is niet allen gegeven. Gelukkig is in dit land de bloedvermenging na tomeloze kermissen groot geweest. Het begon al lachend en lallend, de al dan niet gewillige deerne op een ladder vastgebonden als in een passiespel, als een vlezige Maria rondgedragen in een nachtelijke processie. Zo is het bloed der anderen ook telkens ons bloed en daarom vergieten we het in de onderlinge strijd met mate, een beetje schuchter en altijd per ongeluk. Wie België betreedt, weze gewaarschuwd.
Over BRUZZ
Edited: 201604201661
Over BRUZZ


BRUZZ is sinds 20 april 2016 het mediamerk van de vzw Vlaams-Brusselse Media. BRUZZ manifesteert zich online, op radio en tv en in print als de referentie voor Brussel.

Als opvolger van Agenda Magazine, Brussel Deze Week, brusselnieuws.be, FM Brussel en tvbrussel, wil BRUZZ snel inspelen op vernieuwend mediagebruik. Niet alleen via eigen kanalen maar ook op externe platformen.

De centrale redactie en de mediakernen van BRUZZ bevinden zich in het historische Flageygebouw in Elsene. Van daaruit maken we BRUZZ samen met iedereen die actief is in Brussel.

BRUZZ is gevestigd in het iconische Flageygebouw. Vanuit het centrum van Brussel willen we mediagebruikers binnen en buiten de stad nog beter bedienen met een eigentijds media-aanbod. Onze organisatie telt zo’n 70 personeelsleden, stuk voor stuk specialisten op hun domein.

Contacteer ons

BRUZZ, Eugène Flageyplein 18, 1050 Elsene
Le Journal de Saône--et-Loire
Amiante : des militants mis en examen Un groupe de militants contre qui la société Eternit avait déposé plainte en 2011 est convoqué jeudi au tribunal pour une mise en examen.
Edited: 201604131101
[Mise à jour à 14h46] Une erreur étant survenue dans la convocation envoyée aux personnes concernées, la venue de ces dernières au tribunal est annulée. Une nouvelle convocation leur sera envoyée pour une date ultérieure.

Ci-dessous, le communiqué du Comité amiante prévenir et réparer (Caper) Bourgogne :

"Alors qu'une juge d'instructions de Versailles avait décidé de notifier en vertu de l'article 175 du Code de procédure pénal, un avis de clôture de l'information dans la procédure ouverte à la suite d'une plainte de la société Eternit déposée en 2011, évoquant des faits survenus au siège de la société, une lettre de l'avocat d'Eternit a su convaincre l'autorité judiciaire de procéder autrement et de convoquer six anciens militants de la CGT et le président du CAPER, Jean-François Borde, en vue de leur mise en examen le 14 avril prochain.

Au moment des faits, notamment, dans un contexte social plus large de blocage des négociations salariales de s'opposer à l'ouverture d'une décharge à Vitry-en-Charollais, destinée à devenir le dépotoir national de l'un des principaux producteurs de déchets d'amiante.

L'ouverture de cette décharge bénéficiant de la longue tradition de complaisance de l'administration à l'égard d'Eternit créait une situation collective de mise en danger locale affectant notamment des familles de travailleurs d'Eternit décimées par les choix industriels délibérément faits par la direction.

La justice administrative d'ailleurs ne s'y trompera pas en annulant l'autorisation abusivement accordée...

Mais la mobilisation des travailleurs et de l'association des victimes de l'amiante en 2011 n'aura pu empêcher les conséquences de décennies de cynisme industriel qui a vu le groupe Eternit envoyer délibérément à la mort des centaines de travailleurs et de membres de leur famille en France et des milliers en Europe.

Ce n'est certes pas un hasard si le PDG de la branche suisse du groupe a été condamné à 18 ans d'emprisonnement pour catastrophe industrielle par la cour d'appel de Turin, la cour de cassation italienne n'ayant cassé cet arrêt qu'en raison d'un désaccord sur la seule question de la prescription.

En France, des plaintes circonstanciées ont été déposées par les associations des victimes et les syndicats en 1996, mais jamais le parquet ne sera à l'origine des poursuites.

Elles suivront un cours chaotique entre désintérêt de certains juges et encombrement des cabinets d'instruction pour aboutir à des mises en examen généralisées de dirigeants industriels en particulier pour Eternit, puis après 20 ans d'information à une surprenante décision d'expertise de physiopathologie de l'amiante.

Mais aucun renvoi devant le tribunal compétent, les différents ministres de la Justice et le procureur général de Paris n'ont cessé d'assurer les associations de l'attention soutenue qu'ils portaient à ce dossier et de la fin prochaine de la phase d'instruction.

Entre temps, Eternit a été condamnée des centaines de fois pour faute inexcusable de l'employeur par les juridictions de sécurité sociale...

Bref, la justice pénale française pour son incurie ajoute un scandale judiciaire au scandale industriel et sanitaire en délaissant comme elle le fait les victimes et leurs famille et la prochaine mise en examen de Jean-François Borde apparaît dans ce contexte comme un nouveau triomphe judiciaire du lobby de l'amiante."
Worldometers / PEW
Kaart der overheersende religies
Edited: 201604122149



According to a recent study (based on the 2010 world population of 6.9 billion) by The Pew Forum, there are:

2,173,180,000 Christians (31% of world population), of which 50% are Catholic, 37% Protestant, 12% Orthodox, and 1% other.
1,598,510,000 Muslims (23%), of which 87-90% are Sunnis, 10-13% Shia.
1,126,500,000 No Religion affiliation (16%): atheists, agnostics and people who do not identify with any particular religion. One-in-five people (20%) in the United States are religiously unaffiliated.
1,033,080,000 Hindus (15%), the overwhelming majority (94%) of which live in India.
487,540,000 Buddhists (7%), of which half live in China.
405,120,000 Folk Religionists (6%): faiths that are closely associated with a particular group of people, ethnicity or tribe.
58,110,000 Other Religions (1%): Baha’i faith, Taoism, Jainism, Shintoism, Sikhism, Tenrikyo, Wicca, Zoroastrianism and many others.
13,850,000 Jews (0.2%), four-fifths of which live in two countries: United States (41%) and Israel (41%).




bron: http://www.worldometers.info/world-population/#table-historical
Statista
The Most Popular Tax Havens In The Panama Papers
Edited: 201604051622
A massive leak of eleven million documents has revealed how the rich and powerful are hiding their wealth in tax havens around the world. Spanning 40 years, the 2.6 terabyte data trove shows how Panamanian law firm Mossack Fonseca has helped its clients evade tax and launder money. The Panama Papers include information on over 210,000 companies in 21 offshore jurisdictions and show that 142 politicians, their families and close associates have been using offshore tax havens. Twelve current or former national heads of state are also counted within the data.

The British Virgin Islands proved the most popular tax haven in Mossack Fonseca’s files. One out of every two companies incorporated by the law firm was in that jurisdiction, over 113,000 in total. Panama was the second most popular jurisdiction with just over 48,000 companies incorporated there while the Bahamas rounded off the top three with just under 16,000.


Infographic: The Most Popular Tax Havens In The Panama Papers | Statista
RT
persoonsgegevens van 49.611.709 Turkse burgers gehackt
Edited: 201604042235
A database reportedly containing the personal information of nearly 50 million Turkish citizens, including that of the country’s president, Recep Tayyip Erdogan, was posted online by a hacking group.
The database, which comprises 49,611,709 documents, was posted on the website of an Icelandic group that specializes in divulging leaks on Monday.

Hacktivists claim the leaked information uploaded in the 6.6 GB file includes the first and last names, parents’ names, national ID number, gender, place of birth, date of birth, full address, current city and district of those in the database.

The url of the server where the data were stored by the hackers: http://185.100.87.84/

LT
Natalie Nougayrède over de wortels van het terrorisme - Een kleine rechtzetting over Congo
Edited: 201604041422
Nougayrède - voormalig hoofdredacteur van Le Monde - schrijft in een column in The Guardian (overgenomen door De Standaard dd. 20160404) het volgende:
'Men verwijst ook naar het koloniale verleden van Frankrijk. Gilles Kepel, een Franse expert in het domein, heeft het over een 'retrokoloniaal tijdperk', waarin jonge Franse moslims van Noord-Afrikaanse afkomst zich op historische grieven beroepen waar hun ouders of grootouders zich overheen hebben gezet. Maar dat verklaart het probleem in België niet, het land met het grootste aantal Syriëstrijders per hoofd van de bevolking. België heeft immers nooit islamitische landen gekoloniseerd.'
Dat laatste is een sterke (journalistieke) vereenvoudiging van de situatie in Belgisch Congo. Ook in Oost-Congo was er een islamitische minderheid aanwezig.
Zie hierover het flamboyante boek van Léon Anciaux, Le Problème Musulman en Afrique Belge (1949)
Daarnaast moet men niet vergeten dat Leopold II de 'Etat Indépendant du Congo' vestigde onder het mom van het brengen van beschaving en het bestrijden van de Arabische slavenhandel.
Tenslotte: België leverde tijdens de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd Algerijnen in het grootste geheim uit aan Frankrijk; het Belgische asielbeleid van toen was op zijn minst schimmig te noemen. Zie hierover Allah weent om Algiers. Algerije tussen militaire en islamitische dictatuur.
Om jongeren te radicaliseren hoef je geen historicus te zijn. Een samenraapsel van hele en halve waarheden, vermengd met regelrechte leugens en verzwegen gruwelijkheden kan in achtergestelde en ongeschoolde middens de vonk snel doen overslaan. Dat is een constante in de geschiedenis.
Learning to Code Yields Diminishing Returns - The future of jobs - A review of Rushkoff's book
Edited: 201604011318

Looking for job security in the knowledge economy? Just learn to code. At least, that’s what we’ve been telling young professionals and mid-career workers alike who want to hack it in the modern workforce—in fact, it’s advice I’ve given myself. And judging by the proliferation of coding schools and bootcamps we’ve seen over the past few years, not a few have eagerly heeded that instruction, thinking they’re shoring up their livelihoods in the process.

Unfortunately, many have already learned the hard way that even the best coding chops have their limits. More and more, "learn to code" is looking like bad advice.

CODING CAN’T SAVE YOU
Anyone competent in languages such as Python, Java, or even web coding like HTML and CSS, is currently in high demand by businesses that are still just gearing up for the digital marketplace. However, as coding becomes more commonplace, particularly in developing nations like India, we find a lot of that work is being assigned piecemeal by computerized services such as Upwork to low-paid workers in digital sweatshops.

This trend is bound to increase. The better opportunity may be to use your coding skills to develop an app or platform yourself, but this means competing against thousands of others doing the same thing—and in an online marketplace ruled by just about the same power dynamics as the digital music business.

Besides, learning code is hard, particularly for adults who don’t remember their algebra and haven’t been raised thinking algorithmically. Learning code well enough to be a competent programmer is even harder.

Although I certainly believe that any member of our highly digital society should be familiar with how these platforms work, universal code literacy won’t solve our employment crisis any more than the universal ability to read and write would result in a full-employment economy of book publishing.

It’s actually worse. A single computer program written by perhaps a dozen developers can wipe out hundreds of jobs. As the author and entrepreneur Andrew Keen has pointed out, digital companies employ 10 times fewer people per dollar earned than traditional companies. Every time a company decides to relegate its computing to the cloud, it's free to release a few more IT employees.

Most of the technologies we're currently developing replace or obsolesce far more employment opportunities than they create. Those that don’t—technologies that require ongoing human maintenance or participation in order to work—are not supported by venture capital for precisely this reason. They are considered unscalable because they demand more paid human employees as the business grows.

TRAINING OUR ROBO-REPLACEMENTS
Finally, there are jobs for those willing to assist with our transition to a more computerized society. As employment counselors like to point out, self-checkout stations may have cost you your job as a supermarket cashier, but there’s a new opening for that person who assists customers having trouble scanning their items at the kiosk, swiping their debit cards, or finding the SKU code for Swiss chard. It’s a slightly more skilled job and may even pay better than working as a regular cashier.

But it’s a temporary position: Soon enough, consumers will be as proficient at self-checkout as they are at getting cash from the bank machine, and the self-checkout tutor will be unnecessary. By then, digital tagging technology may have advanced to the point where shoppers just leave stores with the items they want and get billed automatically.

For the moment, we’ll need more of those specialists than we’ll be able to find—mechanics to fit our current cars with robot drivers, engineers to replace medical staff with sensors, and to write software for postal drones. There will be an increase in specialized jobs before there's a precipitous drop. Already in China, the implementation of 3-D printing and other automated solutions is threatening hundreds of thousands of high-tech manufacturing jobs, many of which have existed for less than a decade.

American factories would be winning back this business but for a shortage of workers with the training necessary to run an automated factory. Still, this wealth of opportunity will likely be only temporary. Once the robots are in place, their continued upkeep and a large part of their improvement will be automated as well. Humans may have to learn to live with it.

HIGH-TECH UNEMPLOYMENT

This conundrum was first articulated back in the 1940s by the cybernetics pioneer Norbert Wiener, whose work influenced members of the Eisenhower Administration to start worrying about what would come after industrialism. By 1966, the United States convened the first and only sessions of the National Commission on Technology, Automation, and Economic Progress, which published six (mostly ignored) volumes sizing up what would later be termed the "post-industrial economy."

Today, it’s MIT’s Erik Brynjolfsson and Andrew McAfee who appear to be leading the conversation about technology’s impact on the future of employment—what they call the "great decoupling." Their extensive research shows, beyond reasonable doubt, that technological progress eliminates jobs and leaves average workers worse off than they were before.

Yet it’s hard to see this great decoupling as a mere unintended consequence of digital technology. It is not a paradox but the realization of the industrial drive to remove humans from the value equation. That’s the big news: The growth of an economy does not mean more jobs or prosperity for the people living in it.

"I would like to be wrong," a flummoxed McAfee confided in the same article, "but when all these science-fiction technologies are deployed, what will we need all the people for?"

When technology increases productivity, a company has a new excuse to eliminate jobs and use the savings to reward its shareholders with dividends and stock buybacks. What would've been lost to wages is instead turned back into capital. So the middle class hollows out, and the only ones left making money are those depending on the passive returns from their investments.

It turns out that digital technology merely accelerates this process to the point where we can all see it occurring. It's just that we haven't all taken notice yet—we’ve been busy coding.

"It’s the great paradox of our era," Brynjolfsson explained to MIT Technology Reviewin 2013. "Productivity is at record levels, innovation has never been faster, and yet at the same time, we have a falling median income and we have fewer jobs. People are falling behind because technology is advancing so fast and our skills and organizations aren’t keeping up."

[This post is based on Douglas Rushkoff’s new book, Throwing Rocks at the Google Bus: How Growth Became the Enemy of Prosperity and originally appeared in Fast Company.]
in spanje
MADRID - Om het Spaanse kadaster weer in overeenstemming te brengen met de werkelijke situatie in het land, zet de Spaanse belastingdienst al sinds 2013 helikopters en zelfs drones in die de grond afspeuren naar onregelmatigheden aan woningen.
Edited: 201603300824
Inspecteurs zoeken naar alles dat zonder dit op te geven bij de belastingdienst of gemeente bij, op of aan een huis is gebouwd. Door garages, zwembaden en uitbouwen aan de woning toe te voegen of balkons of dakterrassen dicht te bouwen, stijgt deze in waarde. Een woning die meer waard is, levert ook de balstingdienst meer geld op.

Als er illegale zaken waargenomen worden, worden boetes uitgedeeld en belastingen verhoogd. Ook voor de gemeente stijgt het bedrag aan onroerendgoedbelasting (IBI) dat in zo'n geval gevraagd kan worden.

De helicopters en drones van 'Hacienda' vlogen al boven een paar duizend gemeenten. Ik eerste instantie werden grote urbanisaties gecontroleerd, met name die langs de Spaanse kusten. Maar ook bebouwing in het binnenland ontkomt niet aan het arendsoog van de inspecteurs.

Spekken schatkist

Wordt er een zaak waargenomen die niet lijkt te kloppen en op basis daarvan een zaak geopend, dan krijgt de eigenaar een brief met een boete van 60 euro wegens het niet aangeven van een constructie. De krant Negocios.com voorspelde twee jaar geleden dat tot 2016 ruim 3 miljoen huishoudens dit bedrag moeten gaan betalen. Dat is dus al gauw een slordige 180 miljoen euro voor de Spaanse schatkist.

IBI betalen met terugwerkende kracht

Daarmee is het echter nog niet gedaan. De toegenomen IBI als gevolg van de waardestijging van het onroerend goed zal met terugwerkende kracht van 4 jaar kunnen worden geïnd plus een bedrag aan rente over die jaren.

15 dagen voor bezwaar

Wie een brief van Hacienda ontvangt over een waargenomen onregelmatigheid ten opzichte van het bestaande kadaster, krijgt 15 dagen om bezwaar aan te tekenen en met bewijzen te komen waarom er wel aan alle regels zou zijn voldaan. Blijft het stil, dan beschouwen de autoriteiten dit als een volledige instemming met het oordeel van de Spaanse belastingdienst.

Tienduizenden onregelmatigheden

Hier en daar verschenen krantenartikelen met aantallen onregelmatigheden die werden aangetroffen door de inspecteurs (in het Spaans 'peritos' genoemd). Zo werden op Menorca bij 2.500 woningen en andere type gebouwen illegaliteiten geconstateerd. In Valladolid gaat het om onregelmatigheden aan 10.515 gebouwen in 91 dorpen. In A Coruña werden aan ruim 26.000 objecten zaken toegevoegd of gewijzigd zonder dit aan te geven. In Lugo stegen de inkomsten uit de IBI zelfs met 11 miljoen euro ten opzichte van voor de check van de belastingdienst. In 90 Galisische gemeenten werden 106.000 objecten genoteerd die niet in het kadaster geregistreerd stonden en waarover dus geen IBI werd betaald. In de regio Valencia beïnvloedt de revisie van de kadastrale waarde al 900.000 onroerend goedobjecten.

Onorthodox en weinig realistisch

Onlangs haalde het Spaanse hooggerechtshof de praktijken om meer waarde toe te kennen aan onroerend goed met het doel om meer belasting te kunnen innen van de belastingdienst onderuit. Er werd gesproken over de onorthodoxe en weinig realistische manier waarop criteria worden toegepast. Vaak wordt de taxatie van woningen alleen op marktprijzen en kadastrale waarde gebaseerd, zonder dat er in de meeste gevallen een fysiek bezoek van een inspecteur aan te pas kwam. Ook komt het vaak voor dat de omvang van plots vanuit de lucht als veel groter wordt geregistreerd waardoor mensen soms tot de helft meer IBI moeten betalen. Zaken zoals achterstallig onderhoud of slechte kwaliteit van een gebouw blijven achterwege terwijl die wel van invloed zijn op de waarde van een object.

Het hooggerechtshof bereid nu een uitspraak voor op basis waarvan de extra waarde geannuleerd kan worden zolang niet tot in details bewezen wordt waarop deze waardering precies is gebaseerd.

bron: inspanje/nl (20160330)
RT
Fighters from the Kurdistan Workers' Party (PKK) have kidnapped Salih Zeki Cetinkaya, a leading official from the Justice and Development Party (AKP), formerly led by President Recep Tayyip Erdogan, according to a party official.
Edited: 201603292359
Press Release Tata Steel HQ
Tata Steel board reviews its European portfolio - TS UK under fire
Edited: 201603291014
March 29, 2016
Mumbai: The Tata Steel board today reviewed the recent performance of the European business of the company, more specifically, of Tata Steel UK. It noted with deep concern the deteriorating financial performance of the UK subsidiary in the last twelve months. While the global steel demand, especially in developed markets like Europe has remained muted following the financial crisis of 2008, trading conditions in the UK and Europe have rapidly deteriorated more recently, due to structural factors including global oversupply of steel, significant increase in third country exports into Europe, high manufacturing costs, continued weakness in domestic market demand in steel and a volatile currency. These factors are likely to continue into the future and have significantly impacted the long term competitive position of the UK operations in spite of several initiatives undertaken by the management and the workers of the business in recent years. Even under these adverse market conditions, the Tata Steel has extended substantial financial support to the UK business and suffered asset impairment of more than £2 billion in the last five years.



The Tata Steel board also reviewed the proposed restructuring and transformation plan for Strip Products UK, prepared by the European subsidiary in consultation with an independent and internationally reputed consultancy firm. Based on the review conducted, the Tata Steel board came to a unanimous conclusion that the plan is unaffordable, requires material funding support in the next two years in addition to significant capital commitments over the long term, the assumptions behind it are inherently very risky, and its likelihood of delivery is highly uncertain. Therefore, the board concluded that it would not be able to support the investment necessary to proceed with the proposed Strip Products UK transformation plan.

The company has also been in deep engagement with the UK government in recent months seeking its support to achieve the best possible outcome for the UK business, within the restrictions of State Aid Rules and other statutory limits. These discussions are ongoing and will continue. Discussions will also continue with Greybull in relation to a sale of the UK Long Products business. The UK government is also involved in the latter discussions.

Following the strategic view taken by the Tata Steel board regarding the UK business, it has advised the board of its European holding company ie Tata Steel Europe, to explore all options for portfolio restructuring including the potential divestment of Tata Steel UK, in whole or in parts. Given the severity of the funding requirement in the foreseeable future, the Tata Steel Europe board will be advised to evaluate and implement the most feasible option in a time bound manner.
Akram Belkaïd dans Le Quotidien d'Oran (Algérie)
Une guerre hybride appelée à durer
Edited: 201603240314
Les attentats de Bruxelles viennent de rappeler plusieurs vérités qu'il ne sert à rien d'éluder. Ces événements dramatiques nous disent que le terrorisme qui endeuille régulièrement le monde, et pas simplement l'Europe, ne va pas disparaître du jour au lendemain. Malgré les promesses et les déclarations martiales des politiciens, malgré les lois liberticides, malgré le « toujours plus » en matière de législation d'exception, ces tueries qui tétanisent les opinions publiques vont continuer.

Elles vont se répéter tant que la situation restera ce qu'elle est au Proche-Orient et notamment en Syrie et en Irak. Dans son ranch du Texas où il peint à ses heures perdues, l'ancien président américain George W. Bush doit être satisfait de son œuvre magistrale. L'invasion de l'Irak en 2003 continue de tuer. Ses conséquences directes et indirectes tuent en Irak mais aussi en Syrie et ailleurs en Europe. A Londres il y a plus de dix ans, à Paris en novembre et à Bruxelles il y a quelques jours. Dans un monde idéal, cet homme devrait être poursuivi par la justice internationale. Mais passons.

Le terrorisme va perdurer parce que, contrairement à ce que racontent des hommes politiques aux affaires - responsables dont il est désormais aisé de constater l'incompétence -, ce n'est pas par « haine de la liberté et de la démocratie » que les terroristes de Daech tuent. Ce n'est pas par « haine de ce qu'est la société occidentale » qu'ils font exploser des bombes. Ces gens-là rendent coup pour coup. Ils sont inscrits dans un projet de création d'une entité politique et religieuse qui a trouvé les forces occidentales sur son chemin. Autrement dit, le terrorisme durera et continuera de frapper l'Europe tant que la Syrie et l'Irak seront confrontés aux ambitions territoriales et religieuses de l'Organisation de l'Etat islamique (OEI).

Ce qui se déroule actuellement en Europe sur ce front invisible et mouvant où des cellules plus ou moins dormantes tentent de prendre de vitesse les services de sécurité n'est pas une guerre classique. Mais ce n'est pas non plus « que » du terrorisme. C'est une guerre hybride. La projection d'un conflit qui se déroule à des milliers de kilomètres de Bruxelles ou de Paris et où des armées européennes sont impliquées. Il y a une dimension politique dans cette bataille qu'il serait dangereux d'éluder. Là-bas, des civils meurent aussi, tous les jours, sous les bombes qu'elles soient russes, syriennes ou occidentales. Pour ceux qui veulent embraser l'Europe, ces victimes sont le symétrique des morts de Bruxelles ou de Paris. C'est une pensée qui peut paraître irrationnelle ou illogique mais c'est ainsi, et il faut en tenir compte. Pour sortir de cette nasse mortifère, les Européens doivent absolument peser pour que la paix revienne en Syrie et en Irak. Cela signifie faire pression sur des puissances régionales au jeu plus que trouble parmi lesquelles l'Arabie saoudite et la Turquie. Cela signifie, on peut toujours rêver, l'urgence de décréter un embargo général sur les armes pour cette région.

Ce terrorisme, ce bruit continu des sirènes, cette peur diffuse qui s'installe avant que la vie ne reprenne ses droits jusqu'au prochain attentat, ce terrorisme donc ne va pas disparaître parce qu'il peut se développer sur le double terreau de la misère sociale et du désarroi identitaire. La lecture attentive des profils et des itinéraires des individus responsables de cette actualité sanglante depuis plusieurs années est édifiante. Elle met en exergue non pas l'échec de l'intégration des populations d'origine maghrébine ou subsaharienne mais, en réalité, l'abandon, délibéré ou non, et l'absence de volonté de les intégrer. Que peut-on attendre de bon quand des populations entières sont oubliées, ghettoïsées durant plusieurs décennies et livrées au premier prêcheur venu ?

Les attentats continueront tant qu'il subsistera aussi une certaine indulgence à l'égard des criminels qui en sont les auteurs. Il suffit de relever les réactions des uns et des autres pour découvrir, effaré, que les théories du complot n'ont jamais été aussi populaires. Par classes entières, des adolescents sont convaincus que les attentats de Paris ou de Bruxelles ne sont pas l'œuvre de Daech. Leurs aînés sont encore plus virulents dans la dénonciation de ce qui ne serait qu'une immense manipulation américano-sioniste. Tant que la réalité sera niée par les populations de confession ou de cultures musulmanes, les brèches dans la raison commune persisteront et il se trouvera toujours des gens pour attenter sans aucun remord à la vie d'autrui.

L'Europe de l'Ouest va au-devant de jours difficiles. La cohésion de ce continent, le « vivre-ensemble » de ses multiples composantes humaines, son modèle social, tout cela est menacé. La réponse sécuritaire est nécessaire. On notera d'ailleurs qu'elle est minée par un manque de moyens qui résulte de décennies de politiques économiques bâties autour du culte de la réduction des dépenses publiques et de la nécessaire rémunération des actionnaires (sinon comment expliquer que des aéroports et des gares rechignent à installer des portiques et des scanners et cela contrairement à ce qui existe en Asie ou en Afrique ?).

Mais la force seule ne suffira pas. On attend encore la révolution que constituerait une remise en cause rigoureuse des politiques d'intervention des Européens au Proche-Orient. Cela, en attendant aussi un règlement de la question palestinienne qui demeure la mère de toutes les frustrations dans le monde arabe et au sein des communautés européennes d'origine maghrébine ou proche-orientale.
Robert Reich noemt Donald Trump een fascist
Edited: 201603151013
In de verkiezingsrace zijn er de facto nog drie kandidaten in de running: Donald Trump, Hillary Clinton en 'socialist' Bernie Sanders.
Obama heeft de puinhoop die Bush achterliet niet kunnen opkuisen. Met dank aan het door de republikeinen gedomineerde Congres.
De USA was al een sociaal kerkhof, weliswaar verpakt in glitter. Nu is het dramatisch. Trumps retoriek - de Mexicanen en de Chinezen zijn de schuld - mikt op het intellectuele onvermogen van de ontevreden massa. Hij slaagt er in de groeiende ongelijkheid weg te moffelen onder zijn geraaskaal.

De uitgeklede staat mag nog enkel de miserie managen. Maar zonder voldoende middelen lukt ook dat niet meer. Overigens is dat geen typisch Amerikaans fenomeen. In Europa doet zich na de neoliberale uitverkoop hetzelfde voor. En Turkije? Daar steunt Erdogan eveneens op de onwetende rurale massa's. Wie hardop nadenkt wordt het zwijgen opgelegd.

Robert Reich was minister van arbeid onder Bill Clinton en is een belangrijk opinion leader.


zie ook het boek van Reich
Islamization and Demographic Denialism in France
Edited: 201603141661
by Michel Gurfinkiel
PJ Media
March 14, 2016

Excerpt of an article originally published under the title "Latest Survey Finds 25% of French Teenagers Are Muslims."

One of the most striking cases of reality denial in contemporary France is demography: issues like birthrate, life expectancy, immigration, and emigration. On the face of it, you can hardly ignore such things, since they constantly reshape your environment and your way of life. Even without resorting to statistics, you are bound to perceive, out of day-to-day experience, what the current balance is between younger and older people, how many kids are to be found at an average home, and the ethnicity or religion of your neighbors, or the people you relate to at work or in business.

The French elites, both on the right and left, managed for five decades at least to dismiss the drastic demographic changes that had been taking place in their country, including the rise of Islam, since they clashed with too many political concepts – or fantasies – they had been brainwashed into accepting: the superiority of the "French social model;" the unique assimilative capacity of French society; equality for equality's sake; the primacy of individual values over family values; secularism; francophonie, or the assumption that all French-speaking nations in the world were a mere extension of France, and that all nations that defined themselves as "Francophone" did speak French or were subdued by French culture; and finally la politique arabe et islamique de la France, a supposed political and strategic affinity with the Arab and Muslim world.

Until 2004, compilation of ethnic, racial, and religious statistics was prohibited under French law.

One way for the elites to deny demographics was to reject ethnic-related investigation on legal or ethical grounds. Until 2004, ethnic, racial, and religious statistics were not allowed under French law – ostensibly to prevent a return of Vichy State-style racial persecutions. Even as the law was somehow relaxed, first in 2004 and again in 2007, many statisticians or demographers insisted on retaining a de facto ban on such investigations.

The issue turned into a nasty civil war among demographers, and especially within INED (the French National Institute for Demographic Studies) between a "classic" wing led by older demographers like Henri Léridon and Gérard Calot and then by the younger Michèle Tribalat, and a liberal or radical wing led by Hervé Le Bras.



Michèle Tribalat
In a recent interview with the French weekly Le Point, Tribalat dryly observed that the "well-connected" Le Bras described her as "the National Front Darling," an assertion that "destroyed her professional reputation." The son of a prestigious Catholic historian, Le Bras is indeed a very powerful man in his own right, who managed throughout his own career to accumulate tenures, honors, and positions of influence both in France and abroad.

The irony about his accusation against Tribalat is that, while intent to discuss the issue of immigration, she is an extremely cautious and conservative expert when it comes to actual figures. She has always tended to play down, in particular, the size of the French Muslim community.

In 1997, I observed in an essay for Middle East Quarterly that figures about French Islam were simply chaotic: there was too much discrepancy between sources:

The Ministry of Interior and Ined routinely speak of a Muslim population in France of 3 million. Sheikh Abbas, head of the Great Mosque in Paris, in 1987 spoke of twice as many – 6 million. Journalists usually adopt an estimate somewhere in the middle: for example, Philippe Bernard of Le Monde uses the figure of 3 to 4 million. The Catholic Church, a reliable source of information on religious trends in France, also estimates 4 million. Arabies, a French-Arab journal published in Paris, provides the following breakdown: 3.1 million Muslims of North African origin, 400,000 from the Middle East, 300,000 from Africa, 50,000 Asians, 50,000 converts of ethnic French origin, and 300,000 illegal immigrants from unknown countries. This brings the total to 4.2 million. One can state with reasonable certainty that the Muslim population of France numbers over 3 million (about 5 percent of the total French population) and quite probably over 4 million (6.6 percent).
Nineteen years later, accuracy has hardly improved in this respect. All sources agree that France as a whole underwent a moderate demographic growth: from 57 to 67 million, a 15% increase. (Throughout the same period of time, the U.S. enjoyed a 22% population increase, and China, under a government-enforced one-child policy, a 27% increase.) All sources agree also that there was a much sharper increase in French Muslim demographics – and that, accordingly, the moderate national growth may in fact just reflect the Muslim growth.

For all that, however, there are still no coherent figures about the Muslim community. According to CSA, a pollster that specializes in religious surveys, 6% of the citizens and residents of France identified with Islam in 2012: about 4 million people out of 65 million. IFOP, a leading national pollster, settled for 7% in 2011: 4.5 million. Pew concluded in 2010 a figure of 7.5%: 4.8 million. The CIA World Factbook mentioned 7% to 9% in 2015: from 4.6 to almost 6 million out of 66 million. INED claimed as early as 2009 an 8% figure: 5.1 million. Later, INED and French government sources gave 9% in 2014: 5.8 million.

Over two decades, the French Muslim population is thus supposed to have increased by 25% according to the lowest estimations, by 50% according to median estimations, or even by 100% if one compares the INED and government figures of 1997 to those of 2014, from 3 million to almost 6 million.

This is respectively almost two times, three times, or six times the French average population growth.

An impressive leap forward, whatever the estimation. But even more impressive is, just as was the case in 1997, the discrepancy between the estimates. Clearly, one set of estimates, at least, must be entirely erroneous. And it stands to reason that the lowest estimates are the least reliable.

First, we have a long-term pattern according to which, even within the lowest estimates, the Muslim population increase is accelerating. One explanation is that the previous low estimates were inaccurate.

Second, low estimates tend to focus on the global French population on one hand and on the global French Muslim population on the other hand, and to bypass a generational factor. The younger the population cohorts, the higher the proportion of Muslims. This is reflected in colloquial French by the widespread metonymical substitution of the word "jeune" (youth) for "jeune issu de l'immigration" (immigrant youth), or "jeune issu de la diversité" (non-European or non-Caucasian youth).

According to the first ethnic-related surveys released in early 2010, fully a fifth of French citizens or residents under twenty-four were Muslims.

Proportions were even higher in some places: 50% of the youth were estimated to be Muslim in the département (county) of Seine-Saint-Denis in the northern suburbs of Paris, or in the Lille conurbation in Northern France. A more recent survey validates these numbers.

Once proven wrong, deniers do not make amends. They move straight from fantasy to surrender.

An investigation of the French youths' religious beliefs was conducted last spring by Ipsos. It surveyed nine thousand high school pupils in their teens on behalf of the French National Center for Scientific Research (CNRS) and Sciences Po Grenoble.

The data was released on February 4, 2016, by L'Obs, France's leading liberal newsmagazine. Here are its findings:

38.8% of French youths do not identify with a religion.
33.2% describe themselves as Christian.
25.5% call themselves Muslim.
1.6% identify as Jewish.
Only 40% of the young non-Muslim believers (and 22% of the Catholics) describe religion as "something important or very important."
But 83% of young Muslims agree with that statement.
Such figures should deal the death blow to demographic deniers. Except that once proven wrong, deniers do not make amends. Rather, they contend that since there is after all a demographic, ethnic, and religious revolution, it should be welcomed as a good and positive thing. Straight from fantasy to surrender.

Michel Gurfinkiel, a Shillman-Ginsburg Fellow at the Middle East Forum, is the founder and president of the Jean-Jacques Rousseau Institute, a conservative think tank in France.
news
Turkije legt sociale media (Twitter, Facebook) lam na aanslag met 37 doden in Ankara
Edited: 201603132228

Appeasementpolitiek wordt in het algemeen gebruikt om te verwijzen naar het diplomatieke beleid gericht op het vermijden van oorlog door concessies te doen aan een andere macht. Historicus Paul Kennedy omschrijft het als "het beleid tot het oplossen van internationale ruzies door het accepteren en te voldoen aan grieven van een andere partij door middel van rationele onderhandelingen en compromissen, waardoor een gewapend conflict vermeden kan worden dat mogelijk duur, bloederig en gevaarlijk zou kunnen zijn."
Welke definitie Paul Kennedy aan de huidige onderhandelingen tussen Turkije en de EU zou geven, is niet bekend maar het woord 'rationeel' zou wellicht niet vallen.
RT news
Sergey Lavrov beroept zich op de geschiedenis en pleit voor Eurasian Economic Union
Edited: 201603031314
Western attempts to exclude Russia from shaping European and global affairs have led to countless historical tragedies over the centuries, according to Russia’s foreign minister, who added lasting stability can only be reached through cooperation.

In an article for the Russia in Global Affairs magazine, Foreign Minister Sergey Lavrov outlines the historical importance of Russian foreign policy over the course of the last 1,000 years, arguing that Russian policy has always been based on preserving the fragile balance of peace and stability in international relations. Any attempts to isolate Moscow as a major world power have led to historical defeats and countless deaths, he says.

“During at least the past two centuries any attempts to unite Europe without Russia and against it have inevitably led to grim tragedies, the consequences of which were always overcome with the decisive participation of our country,” Lavrov wrote.

Being the largest country on earth with a unique “cultural matrix,” Russia has always followed its own national interests, Lavrov argues. Yet at the same time it has served as a bridge between the East and the West, while Russians have always welcomed and respected numerous religions and cultures.

While welcoming Western ideas and applying them to modernize Russia, Moscow has never allowed itself to be consumed by Western culture. At the same time Moscow has always advocated working with the West to achieve common objectives.

Lavrov stressed the constructive role Moscow has played in European affairs, especially during the Napoleonic Wars, as well as in First and Second World Wars. The influence of the Soviet Union in shaping modern Western values should also not be underestimated, the minister argues, highlighting the USSR’s role in decolonization and shaping the European socio-economic system.

“The Soviet Union, for all its evils, never aimed to destroy entire nations,” Lavrov said. “Winston Churchill, who all his life was a principled opponent of the Soviet Union and played a major role in going from the World War II alliance to a new confrontation with the Soviet Union, said that graciousness, i.e. life in accordance with conscience, is the Russian way of doing things,” he added.

The post-Soviet world, Lavrov argues, offered the unique opportunity for European states to unite with Moscow and work towards a wider and more solid security mechanism in Europe – a mechanism that would enable long-lasting peace on the wider continent.

“Logically, we should have created a new foundation for European security by strengthening the military and political components of the Organization for Security and Cooperation in Europe (OSCE),” the minister wrote.

Instead of uniting, some European countries chose to ally themselves with NATO and Washington, and once again embarked on the centuries-old matrix of trying to isolate Russia and expand the military alliance’s borders further east, while pursuing a global agenda of regime change and ‘color’ revolutions.

“It is notable that George Kennan, the architect of the US policy of containment of the Soviet Union, said that the ratification of NATO expansion was ‘a tragic mistake,’” Lavrov said.

Rather than serving as architects of peace, NATO and its member states, Lavrov said, continued to engage in destructive policies that threaten international stability and have already led to the collapse of states, starting from the bombings of Yugoslavia, to the invasions of Iraq and Libya.

Arguing that the liberal system of globalization has failed, the minister stressed that the world is standing at crossroads, where a new system of international relations is taking shape. At such an important historical junction, Lavrov says it is wrong to accuse Russia of “revisionism” just because Moscow refuses to bow or close its eyes to NATO’s policies.

“A reliable solution to the problems of the modern world can only be achieved through serious and honest cooperation between the leading states and their associations in order to address common challenges,” Lavrov wrote.

The most pressing issue in the modern world is the threat of terrorism, which can only be defeated by a united front, he added.

The foreign minister stressed that Russia is not seeking any “confrontation” with the US or the EU. On the contrary, Moscow is and has always been open to “the widest possible cooperation with its Western partners.”

Russia continues to support the notion that the best way to ensure the interests of Europeans would be “to form a common economic and humanitarian space from the Atlantic to the Pacific, so that the newly formed Eurasian Economic Union could be an integrating link between Europe and Asia Pacific.”


biography Sergey Lavrov
HGR
ADVIES VAN DE HOGE GEZONDHEIDSRAAD nr. 9235 Nucleaire ongevallen, leefmilieu en gezondheid in het post-Fukushimatijdperk: Rampenplanning Nuclear accidents, environment and health in the post-Fukushima era: Emergency response Versie gevalideerd op het College van Februari - 2016a
Edited: 201603021501
1. Een ernstig kernongeval kan ook in België voorkomen en vereist snelle herziening van de noodplanning
2. Let op achterliggende oorzaken van een ongeval en vermijd belangenvermenging
3. Er is nood aan kwetsbaarheidanalyses van complexe technologieën met oog voor de menselijke interactie zeker bij noodplanning
4. Maatschappelijke structuren in getroffen gebieden kunnen voor lange perioden zijn verstoord
5. Er is nood aan een transdisciplinair en participatief leerproces bij noodplanning
6. Er is nood aan evenwichtige, tweezijdige communicatie over risico’s
7. Er is aandacht nodig voor de rol van sociale media in crisismanagement
8. Adequate noodmaatregelen zijn het sluitstuk van het nucleaire veiligheidsbeleid
9. Complexe maatregelen in een dichtbevolkt gebied dienen voorbereid ook voor langere duur en grotere afstanden
10. Er is meer aandacht nodig voor medische coördinatie en kwetsbare mensen in crisissituaties
11. Voorzie beschermingsmaatregelen voor externen bij interventie- en opruimingswerken
12. De veiligheidsbenadering dient vervolledigd met ongevalsscenario’s niet voorzien bij het ontwerp en revisie van de installaties
13. Er is aandacht nodig voor bevolkingsdichtheid en mobiliteit
14. Interactie van nucleaire en andere industriële risico’s kunnen een crisis verergeren
15. De structuur en werking van de crisiscentra dient periodiek geëvalueerd
16. Neem scenario’s in acht voor verspreiding van radioactieve stoffen in het aquatisch milieu
17. Voorzie een aanpak voor kernafval bij langdurige nucleaire crisis
18. Elk groot nucleair ongeval vereist een internationale aanpak van noodmaatregelen
19. Er is een geharmoniseerde EU aanpak nodig van noodplanning en verzekeringen
20. Een adequaat nucleair veiligheidsbeleid vereist een voorzorgstrategie met verruimde participatieve aanpak ook in de noodplanning.

Noot LT: Ik lees dit rapport als volgt: De kerncentrale van Doel had nooit zo dicht bij Antwerpen mogen gebouwd zijn, omgeven door een zeer kwetsbare petrochemische industrie want die brengt een kettingreactie op gang. Als er een nucleair ongeval gebeurt, kan je slechts wensen dat je niet in Antwerpen - enfin, ik bedoel Vlaanderen en Zeeland - bent.


lees het volledige rapport
RT news
Duitse politie gaat Trojan virus gebruiken om verdachten te volgen
Edited: 201602230144
The German Interior Ministry has approved a measure allowing federal police to use a special Trojan virus to hack the computers and smartphones of their suspects, giving them almost unlimited opportunities to conduct surveillance on them.

read more
The Center for Public Integrity
Ford gaf 40 miljoen $ uit om mesothelioom (longvlieskanker) door asbest-remblokjes 'weg te schrijven' - Fordgate
Edited: 201602162013
Science for Sale - Ford spent $40 million to reshape asbestos science - Stung by lawsuits, the automaker hired consultants to change the narrative on the risks of asbestos brakes.
In 2001, toxicologist Dennis Paustenbach got a phone call from a lawyer for Ford Motor Company.

The lawyer, Darrell Grams, explained that Ford had been losing lawsuits filed by former auto mechanics alleging asbestos in brakes had given them mesothelioma, an aggressive cancer virtually always tied to asbestos exposure. Grams asked Paustenbach, then a vice president with the consulting firm Exponent, if he had any interest in studying the disease’s possible association with brake work. A meeting cemented the deal.

Paustenbach, a prolific author of scientific papers who’d worked with Grams on Dow Corning’s defense against silicone breast-implant illness claims, had barely looked at asbestos to that point. “I really started to get serious about studying asbestos after I met Mr. Grams, that’s for sure,” Paustenbach testified in a sworn deposition in June 2015. Before that, he said, the topic “wasn’t that interesting to me.”

Thus began a relationship that, according to recent depositions, has enriched Exponent by $18.2 million and brought another $21 million to Cardno ChemRisk, a similar firm Paustenbach founded in 1985, left and restarted in 2003. All told, testimony shows, Ford has spent nearly $40 million funding journal articles and expert testimony concluding there is no evidence brake mechanics are at increased risk of developing mesothelioma. This finding, repeated countless times in courtrooms and law offices over the past 15 years, is an attempt at scientific misdirection aimed at extricating Ford from lawsuits, critics say.


read more on CPI

zie ook de Eternit-case en het proces in Italië

RT News
Golfstaten in gesprek met Israël?
Edited: 201602151422
'Persian Gulf states are seeking nuclear weapons to counter “bad guy” Iran and have held clandestine meetings with Israel despite not having official ties with Tel Aviv, Defense Minister Moshe Ya’alon revealed at the Munich Security Conference in Germany.'

Dat meldt RT.
VERMEERSCH Etienne in De Standaard
De vluchtelingencrisis: Ad impossibile nemo tenetur - Niemand is verplicht tot het onmogelijke
Edited: 201602131804
Professor Etienne Vermeersch is een enkeling die durft te zeggen waar het op staat.
Kan Europa een ongelimiteerde stroom vluchtelingen aan? Neen.
Hij argumenteert dat noch de sociale zekerheid noch de psychologische draagkracht van de bevolking dat kunnen torsen.
Hij wijst op de verantwoordelijkheid van politici en journalisten: 'zodra het ongenoegen een bepaald peil heeft bereikt, moeten beleidsmensen en journalisten ermee stoppen anderen betweterig te diaboliseren, vertrekkend vanuit hun torenhoog onbevlekt geweten.'
En dan is er het probleem van de islam.
Vermeersch verwijst naar het onderzoek van PEW Research Center in 2013.
We hebben het onderzoek waarnaar Vermeersch verwijst opgezocht en onderaan vindt u de link naar het complete rapport (226 pp.). Daaruit "blijkt dat 91% van de Iraakse moslims vindt dat de sharia de wet van het land zou moeten zijn. Volgens 92% moet de vrouw altijd haar man gehoorzamen en slechts 22% aanvaardt dat dochters hetzelfde erfrecht hebben als zonen. Bijna de helft (42%, LT) is van mening dat geloofsafval de doodstraf verdient," citeert EV.
En Vermeersch vraagt zich dan ook terecht af: "Zijn onze mensen dom als ze intuïtief vrezen dat opinies en gedragingen niet zomaar verdwijnen als mensen een voet op Europese bodem zetten?"
Tenslotte herhaalt V. zijn voorstel: "Een optimale tijdelijke opvang in de kampen en een snelle beëindiging van de oorlog door troepeninzet tegen IS (ISIS/DAESH, LT), vormen de enige mogelijke oplossing. Maar daar pleiten we al heel lang voor."

Totdaar Vermeersch.
En nu de kranten. Wat de redacties eens zouden moeten doen (zij zeggen zo vaak wat anderen moeten doen en denken!) is twee pagina's besteden aan de kernvragen rond de islam. In de zin van: 'Klopt het dat ...?"
Nu vinden we allerlei kletspraat en feiten door mekaar gehaspeld en de lezers krijgen absoluut geen klare kijk op het type godsdienst dat aan de orde is of die de bestaande rechtsorde wil hervormen.
Twee pagina's met feiten is toch niet teveel gevraagd, me dunkt. Niet om de discussie stil te leggen maar om af te raken van de cafépraat.
Wat mij stoort is dat diegenen die vochten tegen een achterlijk katholicisme nu zwijgen over een verdrukkende islam zonder de mogelijkheid tot emanciperende invulling. Alsof het doel niet hetzelfde zou zijn: boetsering van de geesten, onderdrukking van de vrouw en dominantie door een mannelijke kaste. De stilte is stuitend en wijst op het onvermogen om feitengerichte kritiek uit te brengen. Alsof de Verlichting in Europa niet heeft gewerkt !

LT

Hier kunt u het volledige rapport van PEW lezen - 20130430

Herlees de stellingnamen van Vermeersch dd. 20150905

Persmedeling PVDA
PVDA gaat wetsvoorstel indienen om “Excess Profit Ruling” af te schaffen
Edited: 201602040928
(04/02/2016) De fiscale voordelen die de Belgische overheid toekent aan multinationals via het systeem van “excess profit rulings” kunnen voor de Europese Commissie niet door de beugel. De Commissie noemt het systeem een vorm van illegale staatssteun. De PVDA is al jaren gekant tegen dit systeem en ziet in de uitspraak van de Commissie een bevestiging van haar stelling.

Al jarenlang hekelt de linkse partij de onwettige toepassing van art. 185 §2 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen. Volgens de praktijken van de Dienst Voorafgaande Beslissingen kan een Belgisch filiaal van een multinational verkrijgen dat het geen belastingen moet betalen op zijn winst, zelfs zonder dat een ander filiaal in het buitenland gelijkwaardig belast wordt. Nochtans is net dit evenwicht vastgelegd in art. 185 §2 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen.

PVDA-volksvertegenwoordiger en fiscaal specialist Marco Van Hees ziet twee mogelijke verklaringen: “Ofwel past de Dienst Voorafgaande Beslissingen het belastingwetboek onwettig toe. Ofwel had de wet – in 2004 ontsproten uit de koker van toenmalig minister van Financiën Reynders – zonder dit expliciet te vermelden, van bij het begin de bedoeling wat de Europese Commissie noemt ‘een dubbele niet-taxering’ toe te kennen aan multinationals. In beide gevallen kunnen we beter beslissen het mechanisme van de ‘excess profit rulings’ af te voeren. Dit mechanisme betekent een ware BelgoLeaks dat niet moet onderdoen voor de LuxLeaks. De PVDA zal in de Kamer dan ook een wetsvoorstel indienen om heel klaar en duidelijk art. 185 §2 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen te schrappen.”

“De ‘excess profit rulings’ vervingen in 2004 – discreet – een andere bepaling, namelijk de ‘ruling infocap’. Dat systeem was toen door de Europese Commissie veroordeeld. In feite wordt België hier dubbel veroordeeld”, aldus Van Hees. “Het lijkt wel een traditie in dit belastingparadijs voor multinationals.”


Pro memorie:
Afdeling II : Belastinggrondslag
Artikel 185, WIB 92
§ 1. Vennootschappen zijn belastbaar op het totale bedrag van de winst, uitgekeerde dividenden inbegrepen.
§ 2. Onverminderd het tweede lid, voor twee vennootschappen die deel uitmaken van een multinationale groep van verbonden vennootschappen en met betrekking tot hun grensoverschrijdende onderlinge relaties:
a) indien tussen de twee vennootschappen in hun handelsbetrekkingen of financiële betrekkingen, voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke vennootschappen, mag winst die één van de vennootschappen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald, maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald, worden begrepen in de winst van die vennootschap;
b) indien in de winst van een vennootschap winst is opgenomen die eveneens is opgenomen in de winst van een andere vennootschap, en de aldus opgenomen winst bestaat uit winst die deze andere vennootschap zou hebben behaald indien tussen de twee vennootschappen zodanige voorwaarden zouden zijn overeengekomen als tussen onafhankelijke vennootschappen zouden zijn overeengekomen, wordt de winst van de eerstbedoelde vennootschap op passende wijze herzien.
Het eerste lid vindt toepassing bij voorafgaande beslissing onverminderd de toepassing van het Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen (90/436) van 23 juli 1990 en de internationale overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting.

§ 3. Het bedrag van de beroepsverliezen geleden binnen buitenlandse inrichtingen of met betrekking tot in het buitenland gelegen activa waarover de vennootschap beschikt en die gelegen zijn in een Staat waarmee België een overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten, blijft buiten aanmerking voor het vaststellen van de belastbare basis, tenzij voor wat betreft het proportioneel gedeelte van deze verliezen waarvoor de vennootschap aantoont dat dit niet is afgetrokken van belastbare winsten van deze inrichting in de Staat waar deze gevestigd is, en niet verrekend is met in België vrijgestelde winsten van andere buitenlandse inrichtingen van de vennootschap.
WOLF Martin
On income inequality: One cause of disquiet is the sense that those at the top are corrupt, complacent and incompetent (FT)
Edited: 201602020918
Who is Martin Wolf?
Martin Wolf is chief economics commentator at the Financial Times, London. He was awarded the CBE (Commander of the British Empire) in 2000 “for services to financial journalism”. Mr Wolf is an honorary fellow of Nuffield College, Oxford, honorary fellow of Corpus Christi College, Oxford University, an honorary fellow of the Oxford Institute for Economic Policy (Oxonia) and an honorary professor at the University of Nottingham.

He has been a forum fellow at the annual meeting of the World Economic Forum in Davos since 1999 and a member of its International Media Council since 2006. He was made a Doctor of Letters, honoris causa, by Nottingham University in July 2006. He was made a Doctor of Science (Economics) of London University, honoris causa, by the London School of Economics in December 2006. He was a member of the UK government's Independent Commission on Banking in 2010-2011. Martin's most recent publications are Why Globalization Works and Fixing Global Finance.
De Standaard 20160127
Lijst van de 36 multinationals die sinds 2005 gebruik maakten van de Excess Profit Rulings (EPR) - Artikel 185 §2 WIB92
Edited: 201601270901
Atlas Copco Airpower nv: 517 mEUR
BP Aromatics Ltd nv: 164,3 mEUR
AB Inbev: 163,7 mEUR
Ampar: 129,8 mEUR
Celio International nv: 127,2 mEUR
Wabco Europe bvba: 126,6 mEUR
BASF: 110,8 mEUR
Belgacom International Carrier Services (nu Proximus): 95,8 mEUR
St Jude Medical CC bvba: 81,3 mEUR
VF Europe bvba: 64,8 mEUR
Pfizer Animal Health sa: 62,6 mEUR
Flir Systems Trading bvba: 60,3 mEUR
Eval Europa nv: 44,4 mEUR
Capsugel Belgium nv: 44,4 mEUR
Chep Equipment Pooling nv: 32,5 mEUR
Ontex bvba: 31,4 mEUR
LMS International: 31 mEUR
Soudal: 23,5 mEUR
Tekelec International sprl: 22,2 mEUR
The Heating Company: 20,1 mEUR
Dow Corning Europe sa: 14,1 mEUR
Kinepolis Group nv: 12,4 mEUR
Bridgestone Europe nv: 11,8 mEUR
Puratos: 10,3 mEUR
Noble International Europe: 10,2 mEUR
Esko Graphics bvba: 8,2 mEUR
Trane bvba: 8 mEUR
Knauf Insulation: 7,6 mEUR
Delta Light nv: 5,4 mEUR
Evonik Oxena Antwerp nv: 4 mEUR
Luciad: 3,9 mEUR
Omega Pharma International: 3 mEUR
Magnetrol International nv: 2,1 mEUR
Punch Powertrain: 1,7 mEUR
Nomacorc: 1,1 mEUR
Mayckawa Europe nv: 0,9 mEUR
De hierboven genoemde cijfers zijn de miljoenen euro's die niet belast werden. In totaal werd ruim 2 miljard euro aan winsten niet belast. Tegen een tarief van 34 procent vennootschapsbelasting komt dat overeen met 700 miljoen euro. België wordt door de Europese Commissie verplicht om dat bedrag bij de bedrijven bijkomend te innen.

Pro memorie:
Afdeling II : Belastinggrondslag
Artikel 185, WIB 92
§ 1. Vennootschappen zijn belastbaar op het totale bedrag van de winst, uitgekeerde dividenden inbegrepen.
§ 2. Onverminderd het tweede lid, voor twee vennootschappen die deel uitmaken van een multinationale groep van verbonden vennootschappen en met betrekking tot hun grensoverschrijdende onderlinge relaties:
a) indien tussen de twee vennootschappen in hun handelsbetrekkingen of financiële betrekkingen, voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke vennootschappen, mag winst die één van de vennootschappen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald, maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald, worden begrepen in de winst van die vennootschap;
b) indien in de winst van een vennootschap winst is opgenomen die eveneens is opgenomen in de winst van een andere vennootschap, en de aldus opgenomen winst bestaat uit winst die deze andere vennootschap zou hebben behaald indien tussen de twee vennootschappen zodanige voorwaarden zouden zijn overeengekomen als tussen onafhankelijke vennootschappen zouden zijn overeengekomen, wordt de winst van de eerstbedoelde vennootschap op passende wijze herzien.
Het eerste lid vindt toepassing bij voorafgaande beslissing onverminderd de toepassing van het Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen (90/436) van 23 juli 1990 en de internationale overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting.

§ 3. Het bedrag van de beroepsverliezen geleden binnen buitenlandse inrichtingen of met betrekking tot in het buitenland gelegen activa waarover de vennootschap beschikt en die gelegen zijn in een Staat waarmee België een overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten, blijft buiten aanmerking voor het vaststellen van de belastbare basis, tenzij voor wat betreft het proportioneel gedeelte van deze verliezen waarvoor de vennootschap aantoont dat dit niet is afgetrokken van belastbare winsten van deze inrichting in de Staat waar deze gevestigd is, en niet verrekend is met in België vrijgestelde winsten van andere buitenlandse inrichtingen van de vennootschap.
Piketty Thomas dans Libération
«Les réformes promises mais non tenues tuent l’idée même de démocratie»
Edited: 201601251001
Critique face au bilan du gouvernement, l’économiste déploie ses idées pour plus de justice sociale, et veut réorienter les politiques tant françaises qu’européennes.

Oui, il est possible de combattre les inégalités, en France et en Europe, ici et maintenant. Contrairement à ce que prétendent les conservateurs, il existe toujours des alternatives, entre la gauche et la droite, bien sûr, mais aussi entre plusieurs politiques de gauche, toutes respectables a priori, mais entre lesquelles il va falloir choisir. Pour redéfinir une alternative de gauche face à la droitisation ambiante, il faut commencer par débattre, au grand jour, de façon exigeante et rigoureuse : c’est la seule façon d’éviter que les décisions soient ensuite confisquées par d’autres.

Pour combattre les inégalités, il faut marcher sur deux jambes : il faut tout à la fois imposer une réorientation de la politique européenne, permettant de sortir de l’austérité et du dumping fiscal et social, et mettre en place en France les réformes progressistes qui s’imposent, dès maintenant, sans se servir de l’inaction européenne comme d’une mauvaise excuse.

La question européenne d’abord. On peut imaginer trois grandes séries de positions, avec toutes sortes de nuances : la recherche de meilleures politiques, dans le cadre des institutions actuelles ; la refondation démocratique et sociale de ces institutions ; la porte de sortie. Première position : certains pensent qu’il est possible, dans le cadre des institutions européennes actuelles, de relancer la croissance et l’emploi et d’améliorer graduellement la situation économique et sociale. C’est la thèse du gouvernement en place depuis 2012 et les résultats n’ont guère été probants. On peut toutefois plaider qu’il est possible de mieux faire à l’avenir et que réformer les traités ne sera pas simple. La seconde position, que je défends, est qu’il est possible et nécessaire, si l’on souhaite mener des politiques de progrès social en Europe, de renégocier le traité budgétaire de 2012. Il faut notamment y ajouter de la démocratie et de la justice. Le choix du niveau de déficit et de la politique de relance doit se faire suivant la règle de la majorité, dans un Parlement de la zone euro représentant tous les citoyens de façon égale et non pas en appliquant des critères budgétaires aveugles. Et il faut sortir de la règle de l’unanimité pour mettre en place un impôt commun sur les grandes sociétés et un minimum de justice fiscale. Si la France, avec l’Italie et l’Espagne (qui ensemble représentent 50 % du PIB et de la population de la zone euro), propose un projet précis, alors l’Allemagne (à peine plus de 25 %) devra accepter un compromis. Et si elle le refuse, alors la position eurosceptique sera irrémédiablement renforcée.

La troisième position, c’est précisément la porte de sortie : on constate l’échec de la zone euro et on envisage un scénario permettant de retrouver de la souveraineté monétaire et budgétaire. Cette position me semble prématurée : je pense qu’il faut d’abord donner une vraie chance à une refondation démocratique et sociale de la zone euro et de l’idée européenne. Mais je comprends l’exaspération. Ce débat ne doit pas être tabou à gauche : certains pays restés à l’extérieur de la zone euro, comme la Suède et le Danemark, mènent des politiques de progrès social au moins aussi performantes que les nôtres. Ils connaissent également les mêmes crises xénophobiques : ils ne font ni mieux ni moins bien, en quelque sorte. Aucun débat ne doit être interdit.

Les réformes progressistes en France, ensuite. Il en existe de nombreuses qui peuvent être menées immédiatement, quelle que soit l’issue des négociations européennes. Comme beaucoup de citoyens, je persiste à penser qu’il est possible de mettre en place un grand impôt progressif sur tous les revenus, prélevé à la source pour plus d’efficacité et de réactivité, individualisé pour favoriser l’égalité hommes-femmes et l’autonomie. Ce nouvel impôt pourrait également permettre de refonder le modèle de financement de notre protection sociale, qui repose trop lourdement sur les cotisations et la masse salariale du secteur privé. Il pourrait être complété par un grand impôt progressif sur le patrimoine, issu du rapprochement de la taxe foncière et de l’impôt sur la fortune, afin d’alléger la charge de ceux qui tentent d’accéder à la propriété et non plus de ceux qui possèdent déjà beaucoup. Mais, là encore, il existe plusieurs positions possibles, dont il va falloir débattre. Certains préféreront maintenir le quotient conjugal, d’autres souhaiteront conserver les cotisations actuelles, ou bien la proportionnalité de la CSG afin d’éviter qu’elle ne devienne elle aussi truffée de niches fiscales de toutes natures. On peut enfin penser qu’aucune réforme fiscale ambitieuse n’est possible et que prétendre le contraire est mentir.

Toutes ces positions sont respectables a priori, à condition toutefois de le dire précisément et clairement avant les élections. Et non de découvrir, après que les électeurs se sont exprimés, que les réformes promises sont impossibles à mettre en œuvre et qu’il faut se résoudre à augmenter la TVA, sans jamais l’avoir évoqué auparavant dans le débat public. Ces mensonges tuent l’idée même de démocratie. Au-delà de la fiscalité, il en va de même dans de multiples autres domaines, qui ne peuvent être qu’effleurés ici : formation, retraites, santé, démocratie sociale. Le système français d’enseignement supérieur est l’un des plus inégaux du monde : il est temps d’investir massivement dans les universités et de les réformer profondément, en conciliant égalité et liberté. Sur les retraites, il est possible d’unifier les régimes privés et publics pour mieux garantir les droits des nouvelles générations et adapter le système à la complexité de leurs trajectoires professionnelles. Les salariés doivent être par ailleurs mieux impliqués dans les stratégies des entreprises et leurs conseils d’administration : c’est la voie choisie en Suède et en Allemagne, cela marche bien mieux qu’ici et cela pourrait encore être amélioré. Sur toutes ces questions, il faut du débat, de la clarté, de la démocratie. C’est la condition pour recréer de l’espoir et sortir de l’ornière.


Kapitaal in de 21ste eeuw

Le Capital au XXIe siècle
Libé
Opnieuw zware rellen in Kasserine (Tunesië) - werkloosheid voornaamste reden misnoegen
Edited: 201601220923
Dit is een gedroomde voedingsbodem voor het extreme islamisme: armoede en uitzichtloze toestanden leiden naar terrorisme als 'antwoord'.
Ziehier het reisadvies van BuZ:
Vanwege de aanhoudende terreurdreiging in het land, blijven alle niet-essentiële reizen naar Tunesië afgeraden. Na de aanslag van 24 november 2015, die aan 13 personen in Tunis het leven kostte, hebben de Tunesische overheden de noodtoestand afgekondigd over het gehele grondgebied. Omwille van betogingen en sociale onlusten in het hele land, is de avondklok ingesteld in het volledige Tunesische grondgebied vanaf 22 januari 2016 tussen 20.00u 's avonds en 05.00u 's morgens.
ICIJ
LUXLEAKS WHISTLEBLOWERS THANKED AS TAX PROBES CONTINUE
Edited: 201601130925
ICIJ, 20160113
Belgium has been ordered to recover $765 million in unpaid taxes from 35 multinational corporations after the European Commission said tax breaks granted to the companies were illegal.

The ruling was the latest in a series of investigations, led by European Union competition commissioner Margrethe Vestager, into special tax concessions offered by European countries to lure the business of multinational corporations.

Last year the commission made similar rulings against Luxembourg and the Netherlands concerning their tax deals with Fiat and Starbucks respectively. Investigations into Ireland’s tax arrangements with Apple and Luxembourg’s agreement with Amazon are ongoing.

The commission has not named the 35 companies affected by the Belgium ruling, but brewer ABInBev (which produces Budweiser, Stella Artois and other popular brands of beer) and BP are reported to be among them.

ICIJ’s Luxemourg Leaks investigation, published in 2014, revealed the inner workings of many of these types of secret arrangements that some of the world’s biggest companies make with government authorities in order to slash their tax bills.

On the same day the commission’s latest ruling was announced, an interview with commissioner Vestager was published by EurActiv in which she denounced Luxembourg’s decision to prosecute two whistleblowers and a journalist in relation to leaked tax documents.

“LuxLeaks could not have happened if it was not for the whistleblower and the team of investigative journalists. The two worked very well together to change the momentum of the debate about corporate taxation in Europe,” Vestager said.

“I think everyone should thank both the whistleblower and the investigative journalists who put a lot of work into this.”

The trial of whistleblower and former PricewaterhouseCoopers employee Antoine Deltour, another unnamed whistleblower, and journalist and ICIJ member Edouard Perrin is set to begin in Luxembourg on April 26.
EDELMAN Asher
China? Oil Prices? Saudi Arabia? Iran? Why Volatility? The Grand Surprise. Trump hero of the uneducated masses.
Edited: 201601120910
We were saving these ideas for the last chapter of the book. Sadly, things are going so fast; the convergence of factors, other than the obvious, pushing us towards the vortex of a storm touching on the ideas behind our next to last chapter, the last chapter being a description of the ills brought on by the coming worldwide economic cataclysm


America

On September 28th, 2015, we wrote of the driving factor behind increased market volatility, “excessive debt, prime and subprime with no liquidity, a reminder of 2007-2008.” It is clear that new, small, and medium sized businesses can not finance or refinance in such an environment. A recovery propelled by business growth is impossible in the current debt environment. In 2006 63.4% of the U.S. population over 16 years of age was employed. Entering 2016, 59.5% of the population is employed. In constant dollars from 2006 to the present average hourly wages have remained at approximately $20.50 while real (inflation adjusted) mean household income of the middle quadrille has hovered at about $54,000 per annum. Poverty statistics as a ratio of the population from 2006 to 2016 have increased from about 16.8% to more than 19.5%. It is difficult to envision a consumer led exit from the U.S. economic malaise given these statistics. Finance is in the throws of a second “Big Short” for those of you who have seen the movie. Derivatives outstanding within American financial institutions have a face value of more than the world’s total financial assets. Don’t assume that these positions are being managed or regulated by folks smarter and more careful then those in control in 2007. They are not! The cracks are beginning to show and spread whilst the underlying banking assets, severely impaired previously, have yet to be marked to market. Financial institutions are not likely to lead the charge towards a growing economy. In fact, it is more likely we will see a repeat of “The Big Short” in the near future. Government – Helpless – After years of monetary manipulation which accomplished little or nothing the Fed continues to bumble along! There has been little fiscal stimulation and none on the horizon. Helpless!

It is unlikely America will lead the world out of the present morass. With Donald Trump heralded as a hero by the uneducated masses we have only ourselves to thank for the inept economic management of our country. Intelligent leadership seems a dream of the past.

CHINA

What can China do? Nothing. China is in free-fall. Communist dictatorships are not and were never known for forward thinking in economically trying times. China arrests its businessmen, politicians et all (perhaps warranted), closes and manipulates markets, destroys it’s currency, overextends its credit markets in the hope of masking it’s economic catastrophe. It will not lead the world out of recession

EMERGING NATIONS

Emerging nations? Totally dependent on selling natural recourses to China et al. No help there.

EUROPE

Europe? Perhaps the greatest catastrophe on the cusp of discovery. We know that Sovereign debt and bank finance are interdependent. We have seen evidence of that everywhere and evidence of the results when the interdependence breaks down such as in Cyprus and Greece. Neither Cyprus nor Greece is healed with Greece heading for another meaningful debacle. What goes unsaid, for now, is the tightrope the rest of Europe walks. The Southern nations – Italy, Spain and Portugal are on the line of no return with Portugal probably having crossed it. Northern Europe is not far behind with France closest on the heels of the four other significant impending failures. The seriousness of further European defaults to the world economy cannot be overemphasized. With one currency as one nation goes down the rest follow. Diverse currencies allow escapes not available to a large currency block such as the Euro. Compounding the problems of Europe are the long standing banking mores which obfuscate the depth of European banks’ illiquidity and careless lending policies, sometimes bordering on corruption. As regulations and, more so transparency, are enforced on the European banking community it will become apparent that all is not right in the States of Euroland. Prior to the “European Crisis” in, some say 2010 or 2011, practices in play in most banking institutions included reciprocity in lending (you wash my hand I wash yours, we protect each other’s back) - not possible after 2011, careless analysis and regulation as to quality of lending, lassitude as to tracking use of funds (lots of Euros wandered off to the pockets of favored parties), little or no tracking and follow up as to “friend’s loans”, no marks to market or, at least, delayed and inadequate marks against delinquent loans, the creation of vehicles to house gone bad loans which would reduce or eliminate the requirements for mark downs of the bank’s equity, outright conflict of interest and fraudulent transactions. The list is long and goes on but, suffice it to say, the European banking system is awash with mortal problems which are just beginning to surface and are unlikely to be concealed as effectively as in the U.S. – There are too many conflicting political interests within Euroland to preserve the silence of the pack ( the countries and banks themselves.) In the next to last chapter of the book which, I’m afraid, will come out subsequent to the impending crisis we will delineate in detail the methodology by which the many European banks function. It is a lively topic.

In conclusion, 2007-2008 is likely to be repeated in the foreseeable future. This time there are no engines of restoration on the horizon. The catalyst will not be the usual blah blah we read in the financial press. It will be the collapse of the financial structure of Europe, both Sovereign and private. World liquidity, which is strained today, will find its home at “zero”. The recovery will be long and painful.



Asher Edelman

January 12th, 2016
TESSENS Lucas
The fundamentals of modern society & islam
Edited: 201601092327
Some things to consider. We hope you appreciate.

Newsmonkey - DS
Maggie De Block: je kunt geen limiet zetten op het aantal vluchtelingen
Edited: 201512300905
Voluit was de uitspraak: 'We moeten realistisch zijn: alle vluchtelingen die hier nu zijn, gaan niet meer terugkeren. Je kunt ook geen limiet zetten op het aantal vluchtelingen'.
Commentaar LT: De eerste stelling is een voorspelling, de tweede is beleid. Het lijkt allemaal nogal gemakkelijk: je laat domweg begaan tot het scheepje zinkt. Iedereen aan boord en dan nergens heen. Zo doe je dat in de politiek.

In Nederland acht Diederik Samson (PVDA) 200.000 vluchtelingen haalbaar, maar krijgt de wind van voor.
Of en hoe het stelsel van de sociale zekerheid zo'n aantallen verteert, wordt er niet bij gezegd.

We brengen hier de wijze woorden van Etienne Vermeersch in herinnering.
JOYE Pierre
Pierre Joye - portret & biografie
Edited: 201512261615


Lieux et dates de naissance et de mort : Ixelles, 25 janvier 1909 - Bruxelles, 29 février 1984.
Métiers :
Economiste et journaliste Engagement politique : Membre du PCB (1933),
Membre de la Direction Fédérale du PCB,
Rédacteur du Drapeau Rouge,
Rédacteur en chef de La Voix du peuple (1936),
commandant des Partisans armés,
membre du Comité central du Parti communiste belge,
Coopté au Comité Central du PCB (1957-1982)
Engagement syndical : /
Mandats politiques : Conseiller provincial du Brabant (1936)
Autres : Déporté au camp du Vernet d’Ariège (1940),
Fondateur du Front de l’indépendance,
Fondateur des Partisans Armés (1943),
Déporté à Breendonck, puis à Sachsenhausen,
9 juillet 1943, à Breendonk,
Contribue à la parution des Cahiers Marxistes (1969)
Lucas Tessens
Guido Gryseels kan Leopold II niet typeren
Edited: 201512201607
De directeur van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA), Guido Gryseels , verklaart tegenover De Standaard (20151217): 'Ik kom net uit een vergadering van drie uur waar de vraag voorlag: hoe Leopold II typeren? Eerlijk gezegd: ik weet het niet.'
Commentaar: wellicht moet Gryseels wat verder kijken dan zijn neus lang is. Bijvoorbeeld de boeken van Delathuy (Jules Marchal) en Pierre Joye herlezen, de entourage van Leopold II bekijken, de rol van de Société Générale, de Union Minière, Lever, en anderen onder ogen durven nemen. Durven kijken naar wie de massale grondconcessies in Congo gingen, wie de financiers waren.
Misschien kan Gryseels iets doen met volgende uitspraak: "Het wordt tijd dat het Westen inziet en erkent dat de kolonisering geen zaak was van inpalming van gebieden door Europese staten en de USA, maar door industriële 'global players' die uit waren op de grondstoffen en energiebronnen. Zij bedienden zich van het militaire apparaat, de veiligheidsdiensten, de administratie en de vlag van de koloniserende staat om hun positie te vestigen en te consolideren. Dat was zo in het Midden-Oosten. Dat was ook zo in Congo en in geheel Afrika en Latijns-Amerika. Tot op vandaag."

In het geval van Leopold II viel de staat (de Etat Indépendant du Congo) samen met de 'global player' die Leopold II was. Ascherson geeft in 1963 aan zijn boek overigens de veelzeggende titel 'Leopold, the King Incorporated'.
Het is volkomen onterecht te stellen dat DE BELGEN Congo hebben gekoloniseerd. Dat hebben de grote maatschappijen gedaan, met de hulp van zorgvuldig uitgekozen medestanders: de top van de politieke partijen (ja, ook de socialistische), de goedmenende missionarissen, vooraf gescreende en goed betaalde blanke ambtenaren, volgzame kranten en weekbladen, een braaf blank middenkader.
Ik ben benieuwd of het KMMA in 2017 met een onthullende of een verhullende tentoonstelling gaat komen.

P.S. In augustus 2014 hebben wij - in het kader van een database-project - bij de research-afdeling van het KMMA geïnformeerd of zij over een lijst beschikken met de koloniale vennootschappen. Dit bleek tot onze verbazing NIET het geval te zijn. Dat wil dus zeggen - en dat tot bewijs van het tegendeel - dat de economische component van het koloniale verleden onbekend terrein is voor het KMMA.


Tag: Verdick
Lucas Tessens
Katanga: een mijnstaat binnen de staat - De rol van Leopold II en de mijnbouw-giganten
Edited: 201512190426
Het jaar 1900 is een moeilijk jaar voor Leopold II. In juli doet de socialist Vandervelde in de Kamer een felle aanval op het koningshuis en pleit openlijk voor een republiek. In het geval van Leopold II kon dat toen nog omdat de vorst zich bij iedereen ongeliefd had gemaakt. De katholiek Beernaert, jarenlang premier en de trouwe dienaar van de vorst, moet zijn wetsvoorstel tot onmiddellijke annexatie van Congo weer intrekken na een scherp en vernederend protest van Leopold II. Het is immers te vroeg; de koning moet nog enkele zaken regelen ...

Met de stichting van het 'Comité Spécial du Katanga' (CSK) op 19 juni 1900 komt een staat binnen de Congo-Staat tot stand. Het semi-officiële 'Le Mouvement Géographique' meldt op 3 juni 1900: "L'Etat du Congo et la Compagnie du Katanga sont sur le point de conclure un accord pour la gestion en commun du territoire dont ils sont propriétaires, dans la proportion de deux tiers pour l'Etat en d'un tiers pour la Compagnie. Cette gestion serait faite par une commission commune. La Compagnie aura à remplir l'obligation contractuelle de jeter deux bateaux à vapeur sur les lacs supérieurs ou le haut fleuve et d'établir à ses frais trois postes. La gestion qui comprend le domaine minier, comporte un partage des charges et avantages dans une proportion donnée naturellement par la part de propriété." De krant zegt niets over de oppervlakte waarover het gaat. Toch is de afbakening van het territorium wellicht de meest brutale geografische omschrijving uit de geschiedenis. In totaal 380.000 vierkante kilometer! De CSK sluit op 30 oktober 1906 een overeenkomst met de 'Union Minière' waarbij "aan laatstgenoemde het recht wordt toegekend om (...) de metaalhoudende lagen te exploiteren, binnen de omtrekken en oppervlakten bij de overeenkomst bepaald". Het schema toont hoe de CSK als een compromis binnen een netwerk van belangengroepen (Belgische en Britse) tot stand kwam.
De voorverkoop van Congo en de annexatie
Op het ogenblik van de discussies over de annexatie is het reusachtige gebied onder te verdelen in zeven grote categorieën: (1) het publiek domein van de staat (wegen, rivieren, meren, ...), (2) het privaat domein van de staat, (3) het domein van de Kroonstichting (of het Kroondomein), (4) de gronden toebehorend aan de inboorlingen, (5) de gronden van niet-inlandse particulieren, (6) de gronden afgestaan, vergund of in pacht gegeven aan vennootschappen (de concessies) en (7) de gronden van de christelijke missies. De juiste oppervlakte van de delen kent men in 1908 niet maar wel dat het privaat domein van de staat 25% vertegenwoordigt en dat het Kroondomein ongeveer 11% van de oppervlakte inneemt. Op het ogenblik van de overname door België is 11,5 % van het grondgebied of 27.100.000 ha in concessie gegeven, waarvan 15.000.000 ha aan de Compagnie du Katanga, en dat voor 99 jaar. De concessies waren alle gelegen in de interessantste gebieden zoals Kivu, Mayumbe en Katanga.
De kwestie van de CSK, in feite een secessie avant-la-lettre van Katanga, het rijkste mijngebied ter wereld, schiet bepaalde parlementsleden tijdens de discussies in het verkeerde keelgat, temeer daar niet alleen de economische maar ook de souvereine rechten (bestuur, politie, publiek domein, ...) waren gedelegeerd aan het CSK.
De feitelijke afscheiding wordt in het Koloniale Charter van 18 oktober 1908 beschermd en wel in artikel 22: "Le pouvoir exécutif ne peut déléguer l'exercice de ses droits qu'aux personnes et aux corps qui lui sont hiérarchiquement subordonnés. Toutefois, la délégation consentie par l'EIC au CSK restera valable jusqu'au 1er janvier 1912, à moins qu'un décret n'y mette fin à une date antérieure. (...)" Deze manifest ongrondwettelijke toestand blijkt onduldbaar en de minister van koloniën, de katholiek Jules Renkin, zet de Koloniale Raad onder druk. Op 1 september 1910 komt aan alle bestuurlijke delegaties van bevoegdheden aan de CSK een einde. Het opheffingsdecreet dateert van 22 maart 1910. Een Koninklijk Besluit creëert tegelijkertijd speciaal voor het district Katanga de functie van Vice-Gouverneur-Generaal en daarmee wordt toch nog het aparte statuut van Katanga gered én de dualiteit in de kolonie bevestigd.
Het is niet overdreven te stellen dat België niet meer dan 'l'état police' (politionele en militaire omkadering) mocht gaan uitbouwen en dat twintig grote vennootschappen de kolonie economisch domineerden. De conclusie mag luiden dat de concessies die door de EIC aan de 'trusts' werden verleend de kaap van een wisseling in regime (van een dictatoriaal naar een quasi democratisch regime) veilig nemen. De annexatie van Congo door België gebeurde immers in het volste respect voor de reeds aangegane contractuele verbintenissen. De voorverkoop van de kolonie was geslaagd. Het industriële en militair-strategische belang van de koperprovincie Katanga is moeilijk te overschatten want het eerste kopergietsel komt nog vóór Wereldoorlog I (in 1911) uit de ovens van de UMHK te Lubumbashi.
[uit: TESSENS Lucas, Fortuin en Confrontatie (1865-1914), in: Jaarverslag Onroerende Voorheffing 2006, 2007, p. 104]
LT - Reuters
USA gaat terug olie exporteren - dat was sinds de jaren 70 verboden
Edited: 201512171248

De republikeinen en de olie-industrie halen hun slag thuis.
De maatregel heeft verregaande geopolitieke gevolgen.
Het verzwakt de posities van Rusland en Iran op de wereldmarkt.
Iran heeft op 30 november een 'bidding' uitgeschreven voor nieuwe boringen. BP, Shell, Total en Statoil zijn daarin geïnteresseerd en hun biedprijs kan nu lager uitvallen.
Achter de lage olieprijs (< 40 $/barrel) schuilt een ware economische oorlog. Zo worden op korte termijn alle offshore-boringen onrendabel en speciaal die in ruwe zee. De Noordzee-olie krijgt felle klappen en zelfs het onderhoud van boorplatforms wordt problematisch. Saoedi-Arabië - bulkend van cash - kan weldra 'koopjes' doen.

meer info


GOETHALS Maarten
150 JAAR NA KRONING VAN TWEEDE KONING VAN BELGIË | ‘Leopold II met Hitler vergelijken gaat niet altijd op’
Edited: 201512170802
De Standaard | 17 DECEMBER 2015 | Maarten Goethals
Een koloniaal genie of een ordinaire misdadiger? De figuur en de erfenis van koning Leopold II blijven de natie verdelen. Ook de directeur van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika weet het niet ‘na uren en uren discussiëren’.
Exact honderdvijftig jaar geleden volgde Leopold II zijn vader op als koning van België. Anderhalve eeuw later roept de lange, rijzige figuur met de volle grijze baard nog steeds felle reacties op.

‘Ofwel krijgt hij het epitaaf bouwmeester van België, die prachtige constructies neerpootte in Oostende en Brussel en het land internationaal, industrieel en cultureel op de kaart zette; een man met visie en daadkracht, een staatkundig genie dus. Ofwel krijgt hij meteen hitleriaanse trekjes. Maar niets daartussen’, zegt Jan Vandersmissen, historicus aan de universiteit van Luik en gespecialiseerd in de figuur van Leopold II. Niet dat Vandersmissen de ‘humanitaire ramp’ en de ‘gruwelen’ in de voormalige kolonie Congo minimaliseert, maar hij pleit wel voor een meer ‘neutraal debat over de vorst, om een juister inzicht te krijgen in diens beleid en persoon. En vergelijkingen met de Duitse Führer drijven de zaken op de spits, en kloppen vaak ook niet. Zo had Leopold helemaal geen uitroeiingsprogramma voor ogen.’

Naast meer nieuw wetenschappelijk onderzoek (dat in eigen land eigenlijk al een paar jaar stil ligt) pleit Vandersmissen ook om nieuwe archieven en bronnen aan te boren. ‘Zoals het archief van zijn privésecretarissen, dat duizenden handgeschreven briefjes bevat, vaak over geld en financiën, en moeilijk leesbaar: de zinnen van Leopold lijken op een horizontale lijn met af en toe een reliëfje.’

Maar toch, meer informatie (lees: meer contextualiseren en meer internationale vergelijkingen maken met andere koloniale machten zoals Frankrijk of Portugal) gaat allicht niet minder polemiek veroorzaken. Leopold II is en blijft omstreden: de Brusselse MR-schepen Geoffroy Coomans, die vandaag een optocht en een lezing wilde organiseren ter ere van het staatshoofd, kreeg de wind van voren en zegde alles af.

Ook het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika worstelt momenteel met de kwestie: was Leopold II een massamoordenaar of een wereldverbeteraar?

Kopzorgen

‘Het museum blijft voor renovatie dicht tot 2017, en die werken gaan goed vooruit’, vertelt directeur Guido Gryseels. ‘Wat ons echter kopzorgen bezorgt, is de opbouw van de nieuwe tentoonstelling. Ik kom net uit een vergadering van drie uur waar de vraag voorlag: hoe Leopold typeren? Eerlijk gezegd: ik weet het niet.’

Gryseels denkt ook nooit een definitief antwoord te kunnen geven. ‘Maar ik weet wel dat bij de opening van het museum honderden buitenlandse journalisten gaan kijken hoe België in de 21ste eeuw omgaat met zijn koloniaal verleden. Voor alle duidelijkheid: de voorstelling gaat de wandaden van de vorst allerminst minimaliseren of goedpraten – ook in de tijd dat hij leefde waren trouwens al kritische geluiden te horen over zijn tomeloze ambities en onstilbare geldzucht, vooral in Angelsaksische landen. Het parcours gaat alle elementen op tafel leggen en het publiek moet dan maar zelf zijn mening vormen.’

Gryseels hoopt enerzijds dat de nieuwe tentoonstelling (waarvoor hij samenwerkt met de Congolese gemeenschap) de jeugd iets bijbrengt over de ‘schaduwzijde van het Belgische succes’. En dat het anderzijds ook het maatschappelijke, ethische debat over de koloniale geschiedenis in alle hevigheid doet losbarsten.

Een hoop die hij deelt met Groen-politicus Bruno De Lille, verder in deze krant, en met VUB-historica Els Witte: ‘Media en politici moeten het onderwerp terug op de agenda plaatsen. De vraag luidt immers niet: was Leopold II een grote of een slechte koning? Maar wel: hoe kon dat gebeuren? Welke systemen lagen aan de basis? Als koning probeerde hij immers, tegen de wil van het parlement, zijn macht te handhaven, en hij leefde in kapitalistische tijden.’

De grootmacht België

‘Niet vergeten’, werpt Gryseels als laatste argument op om het debat te openen. ‘In België wonen ongeveer 70.000 Congolezen, en die worstelen nog dagelijks met dat trauma. Zo vinden velen dat alles wat momenteel misloopt in Congo nog steeds de schuld is van Leopold, wat natuurlijk ook weer niet klopt. En veel Belgen denken nog steeds met veel nostalgie naar die tijd toen ons land nog een grootmacht was. Ook niet gezond.’
LT
Waarom er twee vliegdekschepen in de Perzische Golf gaan liggen
Edited: 201512160018
Updated on 20160101 - 22.42
The French carrier 'Charles De Gaulle' will be joined by the Truman CSG in mid-December in the Persian Gulf. Military planners had weighed keeping the flotilla in the Eastern Mediterranean Sea for airstrikes, but decided that the Persian Gulf was a more effective region from which to launch strikes, according to Navy officials. (Navy Times 20151201)
Commentaar LT:
De Middellandse Zee zou op het eerste gezicht de aangewezen aanvliegroute naar Syrië zijn. Maar er is een andere strategie. Met een Frans en een Amerikaans vliegdekschip in de Perzische Golf zal Iran wel twee keer nadenken voor het de Straat van Hormuz afsluit.


Logbook CVN-75 Harry S. Truman with Air Wing CVW-7 (AG):
20151116: departed Norfolk for a scheduled Middle East deployment
20151116-20151128:Lant
20151129: transited the Strait of Gibraltar and entered the Med
20151130-20151204: Med
20151205-20151208: anchored off the coast of Split City Port, Croatia
20151209-20151213: Med
20151214: transited the Suez Canal and entered U.S. 5th Fleet area of operations
20151215: Red Sea
20151217: transited the Gulf of Aden
20151218-20151225: North Arabian Sea
20151226: transited the Straight of Hormuz
20151227-now: Persian Gulf

locatie US Fleet

site Marine Nationale Française

P.S. De passage van de Charles De Gaulle door het Suez-kanaal in de nacht van 6 op 7 december 2015 zou 270.000 euro gekost hebben.
Reuters
Saoedi-Arabië gaat een coalitie van 34 islamstaten leiden. Het doel: alle terroristische organisaties zoals ISIS/DAESH in het Midden-Oosten uitschakelen. Iran doet niet mee.
Edited: 201512150205
De genoemde landen zijn: Jordanië, UAE, Pakistan, Bahrain, Bangladesh, Benin, Turkije, Chad, Togo, Tunisië, Djibouti, Senegal, Soedan, Sierra Leone, Somalia, Gabon, Guinea, the partially-recognized state of Palestine, Islamic Federal Republic of the Comoros, Qatar, Cote d’Ivoire, Kuwait, Libanon, Lybië, Maldives, Mali, Maleisië, Egypte, Marocco, Mauritanië, Niger, Nigeria, Yemen.
Alle genoemde landen zijn lid van de Arabische Liga. Algerije ontbreekt op het appel.

Het HQ van de coalitie zal in Riyad, de hoofdstad van Saoedi-Arabië, liggen.

Er is nog niets bekend over de logistieke middelen en het uitrolplan. Of de operaties met 'boots on the ground' zullen verlopen, is dus ook niet zeker.


De 30-jarige kroonprins van de absolute monarchie SA en tevens minister van defensie, Mohammed bin Salman al Saud, zei tijdens een zelden gehouden persconferentie dat de doelwitten in Irak, Syrië, Libië, Egypte en Afghanistan zullen liggen.

Commentaar LT:
Saoedi-Arabië scoort hiermee gegarandeerd op het westerse nieuwsfront, zeker nu de schending van de mensenrechten in het eigen land onder vuur liggen. Opvallend was ook de sterk in de verf gezette deelname van vrouwen aan de lokale verkiezingen in SA. De propaganda-machines draaien op volle toeren.
Het valt af te wachten of dit bericht meer is dan een bliksemafleider. De jonge kroonprins mag geen gezichtsverlies lijden nu hij als sterke man naar voor wordt geschoven. In de moslimwereld draait immers alles rond viriliteit en voor de troonopvolging is dat een cruciaal gegeven. De huidige koning, Salman , wordt op 31 december 80 jaar.
Wikipedia - LT (correcties en aanvullingen)
geschiedenis: Sykes-Picotverdrag, de val van het Ottomaanse Rijk, nieuwe monarchieën
Edited: 201512141458
Het Sykes-Picotverdrag was een geheime overeenkomst tussen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk in mei 1916, tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het was opgesteld door de Franse onderhandelaar Georges Picot (Paris, 18701221 – 19510620) en de Brit Mark Sykes (18790316 – 19190216). De Italianen en de Russen gingen ermee akkoord.

Volgens dit verdrag zouden de Fransen de kuststrook van Noord-Syrië en Libanon krijgen, met de grote steden Beiroet, Aleppo en Damascus, en de Britten het gebied aan de kop van de Perzische Golf, met als grootste stad Basra. Het binnenland, de eindeloze woestijn, zou worden verdeeld in ‘invloedssferen’, waar een van de beide landen een monopolie op exploitatie van natuurlijke rijkdommen en advisering van lokale potentaten zou hebben. Het zuiden van Syrië tussen de Middellandse Zee en de rivier de Jordaan, dat voor Europeanen met hun Bijbelse opvoeding als ‘Palestina’ een speciale betekenis heeft, zou onder internationaal bestuur komen. Ze besloten ook dat de onafhankelijkheid van de Arabische staten door Frankrijk en Engeland niet erkend zou worden, als het Ottomaanse rijk als verliezer uit de bus zou komen. Een derde macht was in het gebied niet toegestaan.

Op 2 november 1917 had de Britse minister van buitenlandse zaken Arthur Balfour (18480725 – 19300319) ook nog een brief gestuurd aan Lord Lionel Walter Rothschild (18680208 – 19370827), een Joodse bankier die een voorstander was van het Zionisme. In deze brief, die ook wel de Balfour-verklaring wordt genoemd, beloofde hij de steun van de Engelse regering bij de stichting van een nationaal tehuis voor het Joodse volk in Palestina.
His Majesty's government view with favour the establishment in Palestine of a national home for the Jewish people, and will use their best endeavours to facilitate the achievement of this object, it being clearly understood that nothing shall be done which may prejudice the civil and religious rights of existing non-Jewish communities in Palestine, or the rights and political status enjoyed by Jews in any other country.

Al deze onderhandelingen waren prematuur, want het Ottomaanse rijk bestond nog en zijn leger vormde een geduchte tegenstander. De Britten hadden al vroeg in de oorlog een expeditieleger aan wal gezet aan de kop van de Perzische Golf, en dit was geleidelijk opgerukt in de richting van Bagdad. Maar in juli 1916 werd de complete Britse voorhoede, 13.000 man sterk, bij al-Koet tot overgave gedwongen. Dit vertraagde de opmars naar Bagdad met bijna een jaar. Na twee mislukte pogingen om door het Ottomaanse front in het zuiden van Palestina heen te breken, veroverden de Britten met Kerstmis 1917 Jeruzalem. In oktober 1918 zakte de Ottomaanse verdediging uiteindelijk in elkaar en konden de Britten, samen met de Arabische opstandelingen, doordringen tot Aleppo en Mosoel in het noorden. Met de wapenstilstand van Mudros op 31 oktober 1918 was de militaire strijd definitief gewonnen, maar de diplomatieke problemen begonnen nu pas goed.

Arabische nationalisten riepen in Damascus de emir Faisal (1885-1933), de feitelijke leider van de Arabische opstand, uit tot koning van een onafhankelijk Arabië (Arab Kingdom of Syria). De Britten waren geneigd de aanspraken van hun protégé Faisal te erkennen. De Fransen wilden echter van geen wijken weten. Syrië moest en zou Frans worden zoals voorzien in de Sykes-Picot-overeenkomst, en uiteindelijk gaven de Britten toe. De overeenkomst werd bezegeld tijdens een aantal vergaderingen van de vredesconferentie begin 1920 in het Italiaanse San Remo. Frankrijk kreeg Syrië en Libanon, en toen de Arabische nationalisten hiertegen in opstand kwamen, werd die opstand met grof geweld onderdrukt. Faisal ging in augustus 1920 in ballingschap in de UK.

De beloning die de Britten voor hun steun aan Frankrijk bedongen, was aanzienlijk. Het Verenigd Koninkrijk kreeg Zuid-Syrië (dat werd opgedeeld in Palestina en Transjordanië) en de drie Ottomaanse provincies van Mosoel, Bagdad en Basra in het oosten, het gebied dat nu ‘Irak’ werd genoemd. Ook de familie van de Sjarief kreeg zijn deel, al bestond dat uit een serie troostprijzen en niet uit het oorspronkelijk beloofde grote Arabische koninkrijk. De Sjarief (de vader van Faisal) - Hussein ibn Ali al-Hashimi (18540000 – 19310604) - zelf werd koning van de Hejaz (met het dichtbevolkte Jeddah en de heilige steden Mekka en Medina) en zijn zoon Abdullah (18820200 – 19510720) besteeg in het woestijnstadje Amman de troon als emir (vanaf 1946 koning van Jordanië) van Transjordanië. De Britten installeerden de monarchie in Irak en Faisal kreeg in augustus 1921 de troon, nadat het land was ‘gepacificeerd’, een proces waarin Gertrude Bell (18680714 – 19260712) een aanzienlijke rol speelde.

In 1924 versloeg stamhoofd Abdulaziz ibn Saud (18750115 – 19531109) zijn rivaal Hussein ibn Ali al-Hashimi, die eerst naar Cyprus en dan naar Transjordanië vluchtte, waar zijn zoon Abdullah als emir op de troon zat. Abdulaziz legde de grondvesten van het Saoudische Koninkrijk, dat we vandaag kennen. President Roosevelt zou op het einde van WO II met Abdulaziz een akkoord sluiten over de olierijkdommen van het koninkrijk. Voor een biografie van Ibn Saud (Séoud in het Frans) verwijzen wij naar ons boeknummer 19615.

Ook de situatie in Palestina werd onhoudbaar door de verschillende Britse voorstellen die niet verenigbaar waren. Het vertrouwen van zowel de joden als de Arabieren in de Britse regering was verdwenen. Het Verenigd Koninkrijk werd gezien als een zwakke politieagent die niet in staat was de situatie in de hand te houden. De dubbelzinnige Britse houding in de periode tussen 1920 en 1948 tegenover de problemen van Palestina wordt daarom ook gezien als een belangrijke oorzaak van het Palestijns-Israëlisch conflict.

Het Britse mandaat over Irak bleek even impopulair bij de bevolking als het Franse over Syrië. Ook in Irak brak in de zomer van 1920 een heftige volksopstand uit, geleid door een coalitie van stamhoofden, soennitische notabelen en sjiitische geestelijken. De opstand werd met behulp van de Britse Royal Air Force (RAF) in bloed gesmoord. Met name terreurbombardementen van de Britse luchtmacht tegen de inheemse burgerbevolking bleken hierbij zeer effectief, mede door het gebruik van mosterdgas. Dit maakte grote indruk op de militaire experts van die tijd en leidde ertoe dat het bombarderen van burgerdoelen overal in Europa als de strijdwijze van de toekomst werd gezien (cfr. de bombardementen van de Luftwaffe op London en de tapijtbombardementen van de USAF en de RAF op Duitsland tijdens WO II).
BAUWENS Michel (interview in De Standaard Weekblad 20151212)
‘De Belgische regering kiest voor een trek-uw-plansamenleving’
Edited: 201512120903
CYBERFILOSOOF MICHEL BAUWENS EN DE ECONOMIE NA HET KAPITALISME
12 DECEMBER 2015 | Yurek Onzia, foto’s Fred Debrock
Het laatste boek dat wijlen Jean-Luc Dehaene cadeau deed aan zijn partijvoorzitter Wouter Beke, was De wereld redden van Michel Bauwens. Dat is de Belgische peetvader van de peer-to-peerbeweging – een vraag-aanbodeconomie tussen particulieren – vooralsnog niet gelukt, maar zijn alternatieve model maakt wel opgang. ‘Ja, ik ben een wereldverbeteraar.’
Een maandagmiddag in het Grand Café van het Antwerpse kunstencentrum deSingel. Michel Bauwens drinkt een espresso in het gezelschap van vier dames van Actueel Denken en Leven, een vereniging die sinds de jaren 70 voordrachten voor vrouwen organiseert over tendensen in de samenleving. Bauwens is voor deze lezing overgevlogen vanuit Berlijn, waar hij een van de hoofdgasten was op UnICommons, een tweedaagse rond gemeengoed. Straks vertrekt hij voor een tournee naar Nieuw-Zeeland en Australië, in het voorjaar is hij gastdocent aan de universiteit van Madison in de Amerikaanse staat Wisconsin.

Vandaag verwacht Bauwens maar ‘een man of 50, wat oké is, want ik spreek ook graag voor kleinere groepen’. Blijkt dat de Blauwe Zaal bomvol zit, 750 bezoekers, allemaal vrouwen. Ze smullen van zijn met voorbeelden gelardeerde verhaal over de peer-to-peer-economie, met als pijlers open en gedeelde kennis, duurzaamheid en solidariteit. En zij niet alleen. Bauwens’ boek De wereld redden is ook een Franse bestseller, de Engelse en Spaanse vertalingen staan op stapel. Verwante geesten als Jeremy Rifkin en Douglas Rushkoff steken hun appreciatie niet onder stoelen of banken. En in 2012 al nam het Post Growth Institute Bauwens op in de (En)Rich List, een lijst met de 100 meest inspirerende figuren voor een duurzame toekomst. Hij staat er te blinken naast Vandana Shiva, Mahatma Gandhi en Martin Luther King.

Terug naar het Grand Café, waar het gesprek geanimeerd is, jolig bij momenten. Bauwens is zijn bescheiden-charmante zelf, met anekdotes en grapjes over de boeddhistische gewoontes in Thailand. Hij woont al vijftien jaar in Chiang Maimet zijn Thaise vrouw en hun twee kinderen. Vandaaruit trekt hij de wereld rond om zijn visie op een nieuw maatschappijmodel uit te dragen. ‘Mijn vrouw begrijpt het allemaal niet zo goed’, lacht hij. ‘Telkens als ik vertrek, vraagt ze hoe het mogelijk is dat er mensen naar mij komen luisteren en daar nog voor willen betalen ook.’

Op het tandvlees

Het engagement van Michel Bauwens wortelt in de late jaren 90. Terwijl hij kampte met een burn-out, zag hij ook hoe het helemaal verkeerd ging met de wereld. Meer ongelijkheid, meer ecologische problemen. ‘Het leek alsof ons systeem er maar niet in slaagde om daar iets aan te doen’, zegt hij. ‘Dertig jaar geleden hadden we een ozonprobleem. Dat hebben we grotendeels opgelost, dankzij het Montrealprotocol van 1987 en de belofte van 197 landen om geen ozonschadelijke stoffen meer te produceren. Maar een gezamenlijke aanpak van de opwarming van de aarde en de klimaatverandering, dat lukt blijkbaar niet.’

Er was nog een motivatie. Bauwens had gewerkt als kaderlid voor British Petroleum en als e-business-strateeg voor Belgacom, had gezien hoe het er daar aan toe ging, hoeveel stress en burn-outs er waren en hoe kortzichtig het beleid van grote bedrijven was geworden. ‘Een verziekte werksfeer waar zelfs de elite van het kapitalisme vandaag niet aan ontsnapt’, zegt hij. ‘Vijftig jaar geleden gingen de Engelse aristocraten vrolijk naar de gentlemen’s clubs, om te socializen. Nu werkt een kaderlid 80 uur per week. Mensen zitten op hun tandvlees, ze zijn niet gelukkig.’

Bauwens dacht: dit kan toch niet het model voor de toekomst zijn? En ook: was hij een deel van het probleem of van de oplossing? ‘Het antwoord was duidelijk’, zegt hij. ‘Binnen zo’n structuur bleef ik een deel van het probleem. Ik heb toen beslist om me actief bezig te houden met systeemveranderingen. Ik nam een sabbatical, trok twee jaar uit om te lezen, onder meer over de val van het Romeinse Rijk, en reisde een halfjaar rond om dingen van nabij te bestuderen. De neerslag daarvan werd De wereld redden. Met peer-to-peer naar een postkapitalistische samenleving, het boek dat ik schreef met Jean Lievens.’

Peer-to-peer is een begrip dat oorspronkelijk uit de computerwereld komt, het betekent ‘van gelijke tot gelijke’. Wellicht was Bauwens niet de eerste, hij denkt aan het werk van iemand als Yochai Benkler, maar hij was wel een van de eersten die het p2p-principe hebben toegepast als sociale structuur op andere vlakken van de samenleving. Fundamenteel gaat het over de capaciteit van mensen om als gelijken onder elkaar samen waarde te creëren, via speciale licenties die het delen mogelijk maken. Het internet en de nieuwe technologieën laten meer dan ooit toe om makkelijk met elkaar in contact te komen en samen te werken. Zonder de normale hiërarchische structuren, maar door onderlinge coördinatie, op een globale schaal. ‘Peer-to-peer is dus niet zomaar een spelletje’, zegt Bauwens. ‘Het is het verhaal dat onze planeet nodig heeft.’

Parasitaire P2P

Centraal in dat verhaal staat het begrip commons, gemeengoed. Bauwens legt uit. ‘In de middeleeuwen al hadden boeren vaak een gemeenschappelijk stuk eigendom. Daarover maakten ze afspraken, om bijvoorbeeld op bepaalde tijdstippen vruchten te plukken.Commons is geen privaat goed en ook geen eigendom van de overheid, maar wordt beheerd door een gemeenschap van burgers, gebruikers en producenten, die er de voordelen of gevolgen van ondervinden.’

‘In de westerse wereld heeft het kapitalisme dat gemeengoed proberen af te breken. Het evenwicht tussen privé- en gemeenschappelijk bezit werd, zeker in de voorbije decennia, steeds ernstiger verstoord. Maar via het internet is het doodeenvoudig om samen op grote schaal gemeengoed te realiseren. Op die manier komencommons opnieuw in de kijker. En leiden ze naar een nieuwe manier van denken en aanpakken.’

zie onze nota over eigendom en staat

Kunt u daar voorbeelden van geven?

‘Eerst was er de vrije software, Linux. Een groep mensen creëerde die nieuwe software, maar privatiseerde hem niet en begon hem met iedereen te delen. Eén voorwaarde: als je er gebruik van maakt en er iets aan verandert, moet je die verbetering ook delen met de andere gebruikers. Wikipedia is nog een voorbeeld: een digitale bundeling van kennis op basis van vrijwillige bijdragen, die de oude encyclopedieën zo goed als overbodig heeft gemaakt.’

‘Momenteel evolueren we van een kapitalistische economie, gebaseerd op arbeid en kapitaal, naar een p2p-economie, gebaseerd opcommons en een vrijere taakverdeling. Maar omdat het allemaal nog gefragmenteerd is, zien mensen het volledige plaatje niet. Als onderzoeker kijk ik met de P2P Foundation naar die nieuwe initiatieven en vormen waarmee mensen bezig zijn, probeer er de onderliggende structuur en logica van te begrijpen en die inzichten naar het grote publiek te brengen.’

Commons, samenwerken, deeleconomie: het klinkt allemaal goed. Maar wat met bedrijven als Uber en Airbnb? Ze laten uitschijnen dat ze deel uitmaken van die sociaal gedreven p2p-economie, maar zijn evengoed gericht op winstmaximalisatie en beurswaarde.

‘Dat is inderdaad een probleem. In de nieuwe deeleconomie overheersen Uber en Airbnb, en Facebook zwaait de plak over de sociale media. Vandaag heeft het 1,3 miljard actieve gebruikers en het verandert de samenleving door de manier waarop het, via peer-to-peercommunicatie, mensen met elkaar in contact brengt. Maar zonder gebruikers heeft Facebook geen waarde. Het maakt gigawinsten door onze aandacht, het schaarste-element, te verkopen aan andere bedrijven. Wij creëren dus 100 procent van de marktwaarde, maar de opbrengsten gaan integraal naar Mark Zuckerberg. In het kapitalistische systeem betaal je de mensen tenminste nog voor hun arbeid, de toegevoegde waarde. Airbnb en Uber faciliteren, maar voegen zelf niets toe en nemen geen enkele verantwoordelijkheid. Op die manier werken ze veel goedkoper dan hotels en taxibedrijven, kunnen ze de markt innemen en grote winsten maken. Zo’n systeem kan niet blijven werken, want het is parasitair, ook voor het kapitalisme zelf. De p2p-dynamiek kan het huidige maatschappijmodel dus ook enorm verstoren.’

Coalition of the Commons

Hoe los je dat op? Michel Bauwens kijkt naar de politiek. Partijen en overheden die de kracht van het nieuwe model inzien en ermee aan de slag gaan. ‘Zo kun je in Gent of Antwerpen perfect een eigen gemeengoedversie van Uber oprichten en de winst ervan verdelen onder de chauffeurs. Waarom doen we dat niet? De rol van stedelijke overheden kan daarbij cruciaal zijn, door als facilitator van een deeleconomie op te treden.’

Bauwens stelt een Coalition of the Commons voor. ‘Door de digitalisering wordt traditionele arbeid steeds schaarser en kunnen we geen sociale compromissen meer sluiten enkel op basis van klassieke loonarbeid. Het moet wel mogelijk zijn om een nieuwe sociale en politieke meerderheid te creëren rond het idee van de commons. Je hebt het succes van de Piratenpartijen – in IJsland worden ze volgens recente peilingen de grootste partij – die de digitale cultuur vertegenwoordigen. Je hebt de Groenen, die de natuur als gemeengoed vertegenwoordigen. Je hebt nieuwe progressieve partijen, zoals het Griekse Syriza en het Spaanse Podemos en Barcelona en Comù (‘Barcelona Samen’, nieuw burgerplatform dat bij de laatste verkiezingen een meerderheid behaalde en met Ada Colau de nieuwe burgemeester leverde, red.), die zijn voortgekomen uit de Occupy-, de 15 mei- en Syntagma Squarebewegingen: allemaal groeperingen die sterk de peer-to-peer-principes hebben toegepast. Ik denk ook aan de grote mobilisatie die politici als Bernie Sanders in de VS en Jeremy Corbyn in Groot-Brittannië teweegbrengen en aan nieuwe burgerbewegingen zoals Hart Boven Hard/Tout Autre Chose in België.’

(op dreef) ‘We hebben vandaag een negatief sociaal contract. Wat is onze belofte aan onze jongeren? Dat je, áls je een geschikte job vindt, harder en langer zal moeten werken. Dat studeren steeds duurder zal worden, dat je je volwassen leven zult beginnen met schulden. Dat je geen huis zult kunnen kopen, als je geen rijke ouders hebt. De huidige Nederlandse en Britse regering, en ook de Belgische, kiest voor een trek-uw-plansamenleving. Een gevaarlijk model, want het vernietigt in ijltempo de solidariteitsmechanismen en het sociale weefsel. Het nefaste Europese austeritybeleid, gedicteerd door dezelfde grootbanken die ons met hun roekeloze gespeculeer en hebzucht in de crisis hebben gestort, drijft landen naar de bedelstaf. Willen we dat veranderen, dan zullen we, zoals de arbeiders ooit een arbeidersbeweging hebben opgebouwd, een commonsbeweging moeten creëren.’

Ziet u dat zonder slag of stoot gebeuren?

‘Dat moet uiteraard op een democratische manier gebeuren, maar het gaat wel om radicaal andere politieke keuzes – je kunt die niet alleen bewerkstelligen door op je eentje microfabrieken te bouwen. Je moet dan denken aan het grondig veranderen van instituties en instellingen, aan méér democratie en burgerparticipatie. Of dat een gewelddadig proces is of niet, hangt niet van ons af. Wel van het feit of het systeem soepel genoeg is om die innovaties te accepteren. Een systeem wordt pas gewelddadig, als het niet meer kan veranderen zónder geweld. Dat moeten we absoluut vermijden. Ik pleit voor evolutie en samenwerking, in plaats van voor revolutie en onderlinge verdeling.’

Dat de veranderingen volop bezig zijn, toont u in uw boek aan via een reeks succesvolle cases.

‘Ja, ik denk aan Fora do Eixo, een groot p2p-cultuurnetwerk in Brazilië dat erin is geslaagd een grote alternatieve muziekeconomie te creëren. Je hebt er ook Curto Café, een alternatieve koffiegemeenschap die heel wat peer-to-peer-principes gebruikt: openheid in de productie en de boekhouding, een open recept en wie investeert, wordt terugbetaald met gratis koffie. Of het Broodfonds in Nederland, een mooi voorbeeld van onderlinge solidariteit bij ziekte of ongeval tussen kleine zelfstandigen, freelance kenniswerkers en kleine ondernemingen – het nieuwe precariaat, dat zouden de vakbonden dringend moeten beseffen. En in Zwitserland heb je WIR, een p2p-organisatie van 62.000 ondernemers die werkt als een soort ‘nieuwe gilde’ en haar leden helpt en versterkt door kredietverstrekking via een alternatieve munt, de WIR franc, buiten de traditionele banken om. Allemaal dingen die de arbeidersbeweging in de 19de eeuw al deed, maar nu in een nieuw technologisch jasje zitten.’

VAN TINA NAAR TAPAS

U reist vanuit uw thuisbasis in Thailand vrijwel continu de wereld rond, met een onvermoeibare, haast apostolische bevlogenheid. Wat houdt u gaande?

‘Als je iets wilt veranderen, moet je mensen hoop geven en die energie mobiliseren. Misschien lukt het niet, maar als je begaan bent met sociale rechtvaardigheid en de planeet, en iets wilt bereiken, kun je gewoon niet anders. Tijdens mijn burn-out werd het me duidelijk dat een engagement met mijn medemens, van gelijke tot gelijke, een essentieel deel van mijn leven moest zijn. Het peer-to-peer verhaal was daar de logische uitkomst van.’

‘In The Varieties of Religious Experienceheeft Harvard-filosoof William James het over de ‘once born’ en de ‘twice born’. Er zijn mensen die geboren worden en onmiddellijk hun plaats vinden. Je hebt er ook die een strijd moeten leveren, een crisis doormaken. Als die erin slagen, zegt James, om later in hun leven erbovenop te komen, zijn dat de mensen die de wereld veranderen. Ik was als jongeman niet gelukkig. Vond mijn plaats niet, heb moeten worstelen om zingeving te creëren. En dan gebeurt er iets waardoor alles samenvalt en je weet: dit is mijn weg. Ik doe dit dus omdat ik het móét doen.’

Beschouwt u uzelf als een wereldverbeteraar?

(resoluut) ‘Ja.’

Ik vraag het omdat het een woord is dat mensen nauwelijks nog in de mond durven nemen.

‘Ja, maar dat is net het probleem. Dat heersende cynisme, in combinatie met het dominante neoliberale denken. Sommige politici proberen de mensen wijs te maken dat er geen andere opties zijn dan het beleid dat we nu voorgeschoteld krijgen. Dat is een verschrikkelijke onderdrukking van de mens en van het menselijke potentieel. Ik zeg het vaak: we moeten van TINA (There Is No Alternative, red.) naar TAPAS (There Are Plenty of Alternatives’, red.), want er zijn wel degelijk alternatieven.’

‘Momenteel zijn miljoenen mensen hun leven aan het veranderen. Ze accepteren steeds minder het dominante neoliberale economische denken en willen ethisch, duurzaam en solidair handelen. Uit een onderzoek in Finland is gebleken dat maar liefst 95 procent van de Finse designstudenten wil meewerken aan duurzaamheidsinitiatieven. Mensen zetten zich in voor hun wijk en voor natuurbehoud, organiseren repair cafés, zetten coworking spaces en FabLabs op, delen hun wagens en materiaal, en produceren alternatieve energie, geïnspireerd door de succesvolle burgercoöperatieven in Duitsland, waar 96 procent van de hernieuwbare energie wordt geproduceerd buiten de energiemaatschappijen om. Op die manier ontstaat er een tegenmacht die de bestaande macht uitdaagt, met solidariteit, duurzaamheid en gedeelde kennis als belangrijkste pijlers.’

Er is nog hoop?

‘Er is zeker hoop. En het is belangrijk om hoop te hebben. Niet omdat mensen die de wereld willen verbeteren, daar altijd volledig in slagen. Maar beeld je in dat je zelfs niet meer probeert. Dan boer je zeker achteruit.’
The Economist
Banking in Congo - Cash in a canoe
Edited: 201512120901
IMAGINE if, to collect your salary each month, you had to walk to the nearest town, perhaps tens of miles away, to congregate in a school or a football pitch or a church. There, you and your colleagues wait for a man to arrive from the capital, perhaps a thousand miles away, with a suitcase of cash. Most of the time, you do not receive as much money as you should. Sometimes the man does not arrive at all.

Until recently, that is how most government employees in the Democratic Republic of Congo were paid. But over the past three years the government has been urging civil servants to open bank accounts, to which their pay can be transferred directly. In the process, it is accelerating the spread of banking in an economy that, according to Michel Losembe, the bow-tied president of the Congolese Banking Association, is “not very far off barter”.

Few countries are as corrupt as Congo. A persistent national joke concerns a mythical “Article 15” of the constitution, which reads “Débrouillez-vous”—“You’re on your own”. Mobutu Sese Seko, a former strongman, used state funds to charter a Concorde to take him on shopping trips to Paris. By the time of his overthrow in 1997, graft was endemic. Government employees were not paid but rather expected to use their positions to make a living.

Civil war engulfed Congo in the 1990s and 2000s. As it wound down, government was rebuilt and money again began to flow out of Kinshasa, the capital, to roughly 1m functionaries in the rest of the country. But corruption did not disappear. Among the most prized government jobs was that of accountant: the people responsible for transporting bags of cash to the provinces to hand out to employees.

In 2012, however, the Congolese government started helping civil servants to open bank accounts. Around three-quarters of them—some 670,000 people—now have one. In the process, the government has weeded out tens of thousands of ghost employees, since the embezzlers who invented them could not open accounts in their names without a matching ID.

Yet in a vast country with fewer roads than Luxembourg, hardly anyone lives anywhere near a bank branch. So Congolese banks must now do the work the government accountants used to: shipping money to the back of beyond. Cash has to be transported to branches in regional capitals, and thence to account-holders on the backs of motorbikes, in canoes or by foot, explains Oliver Meisenberg, the German boss of Trust Merchant Bank, one of Congo’s biggest.

Bank staff with suitcases of cash make easy targets, just as they did in the west of America in the 19th century. Though they usually travel with army escorts, there have been at least ten armed robberies of bank employees since January, says Mr Losembe. One particularly brutal raid in September in South Kivu, in the wild east of the country, killed 13 people.

Congolese bankers hope that the new system will spur the growth of a proper banking sector. At the moment banks are little more than money-transfer companies, and not very sophisticated ones at that. The transfers tend to go only one way—out of Kinshasa—so cannot be netted against each other; instead cash almost always has to be moved physically. Depositors mistrust both banks and the Congolese franc. To attract dollar deposits, banks must pay at least 6% annual interest; rates for borrowers are generally as high as 25%. There is hardly any corporate lending beyond short-term overdraft facilities.

A decade ago there were just 50,000 bank accounts in the whole country, which has a population somewhere between 60m and 80m. Now there are 3m. As more employees get accounts, selling them loans and insurance, and moving them from cash to mobile transactions, becomes more realistic. In the meantime, actually receiving their salaries at all marks a big step forward for civil servants.
AFP - La Libre
Procès Hervé Falciani - HSBC - SwissLeaks
Edited: 201512120108
Procès HSBC-Suisse: Hervé Falciani condamné par défaut à 5 ans de prison
Publié le 27 novembre 2015 à 17h06


L'ex-informaticien de la banque HSBC-Suisse, Hervé Falciani, a été condamné pour espionnage économique par la justice suisse, qui ne le considère pas comme un lanceur d'alerte comme il l'affirme.

La décision du Tribunal pénal fédéral (TPF) de Bellinzone (canton du Tessin), a été annoncée vendredi, trois semaines après la fin du procès d'Hervé Falciani, qui a eu lieu en son absence du 2 au 6 novembre.

Selon le tribunal, Hervé Falciani, qui a subtilisé des dizaines de milliers de documents bancaires à son ex-employeur, s'est rendu coupable d'espionnage économique et a été condamné à ce titre à cinq ans de prison.

Le responsable du scandale "Swissleaks" n'a assisté ni au procès ni à la lecture de la décision, car il a indiqué à plusieurs reprises ne faire aucune confiance à la justice suisse.

Hervé Falciani était poursuivi pour plusieurs motifs, dont l'espionnage économique. Il a en revanche été acquitté d'autres chefs d'accusation, comme celui de la violation du secret commercial.

Etant français et domicilié en France, Hervé Falciani ne peut être extradé.

Ce jugement n'est pas définitif, et un recours peut être intenté devant le Tribunal fédéral, la plus haute instance juridique suisse.

Dès l'annonce du verdict, la banque HSBC s'est "félicitée" de cette décision.

"HSBC a toujours soutenu qu'Hervé Falciani avait dérobé des informations confidentielles relatives aux clients de la banque d'une manière systématique dans le seul but de les revendre pour son propre enrichissement. Les témoignages reçus par le tribunal démontrent que les intentions de Hervé Falciani n'étaient pas celles d'un lanceur d?alertes", a indiqué la banque dans un communiqué.

- Des évadés fiscaux par milliers -

L'avocat de la banque a en outre affirmé à l'AFP que dans le résumé de sa décision, le "Tribunal pénal fédéral a estimé que Hervé Falciani avait agi par appât du gain", sans autre précision.

La sanction prononcée par le TPF est cependant inférieure à ce qu'avait demandé dans son réquisitoire le procureur Carlo Bulletti, qui avait prôné une peine de six ans de prison.

L'avocat commis d'office d'Hervé Falciani, Me Marc Henzelin, avait plaidé pour son client une peine compatible avec le sursis.

Les révélations d'Hervé Falciani ont permis de découvrir des milliers d'évadés fiscaux dans le monde qui avaient ouvert des comptes non déclarés auprès de la banque genevoise HSBC.

Parmi les riches contribuables accusés d'avoir fraudé le fisc de leur pays et à avoir été rattrapés par la justice grâce aux listes Falciani, figurent Arlette Ricci, 73 ans, héritière des parfums Nina Ricci, et le banquier Emilio Bottin, condamné à payer 299 millions d'euros au fisc espagnol.

Selon l'avocat de la banque HSBC, Hervé Falciani a commis le "plus grand pillage d'une banque jamais commis dans le monde". "L'ex-informaticien s'est approprié l'équivalent de 76 gigabits de données brutes, l'équivalent du contenu de 5.300 grands classeurs", avait déclaré l'avocat au moment du procès.

Le défenseur d'Hervé Falciani avait de son côté dénoncé les failles du système de sécurité de la banque, qui avaient permis à son client de récolter autant de données.

"Au niveau international, on est en train d'abandonner le secret bancaire. On juge un combat d'arrière-garde", avait encore asséné l'avocat.

La Suisse abandonnera définitivement le secret bancaire en 2017, promettant de livrer tous les ans aux autorités fiscales des clients étrangers des banques suisses toutes les informations sur leurs comptes.

© 2015 AFP. Tous droits de reproduction et de représentation réservés. Toutes les informations reproduites dans cette rubrique (dépêches, photos, logos) sont protégées par des droits de propriété intellectuelle détenus par l'AFP. Par conséquent, aucune de ces informations ne peut être reproduite, modifiée, rediffusée, traduite, exploitée commercialement ou réutilisée de quelque manière que ce soit sans l'accord préalable écrit de l'AFP.
RTS - Radio Télévision Suisse
Interview 2012 avec Jean Ziegler, un homme vrai et sincère - A REVOIR !
Edited: 201512120054


Ziegler témoigne entre autre sur:
La faim dans le monde;
2,2 million d'enfants en Espagne ont faim;
L'argent de sang dans les banques suisses;
Le rôle du Crédit Suisse;
L'argent et les crimes de Mobutu au Congo;
L'argent criminelle placé en Suisse;
Son passage au Katanga (1962);
L'Egypte et l'argent de Mubarak (682 millions de FS);
L'argent du Yemen en Suisse;
Les crimes d'Assad ("l'incarnation du mal") en Syrie;
Le rôle du Conseil Fédéral en Suisse;
etcetera.

A propos du procès HSBC-Suisse (SwissLeaks): Hervé Falciani fut condamné par défaut à 5 ans de prison le 20151127.

"En Suisse on est passé de la négation à la répression (les procès) et puis à l'arrogance sans masque vis-à-vis la fraude fiscale et l'argent criminelle."
"La jungle avance en Europe."

Pour information, voici comment le système politique suisse fonctionne. On peut dire qu'il prend la forme de Directoire.
Le Conseil fédéral est l'organe exécutif de la Confédération suisse. Il est formé de sept membres, élus ou réélus — le même jour mais l'un après l'autre — pour un mandat de quatre ans renouvelable par l'Assemblée fédérale. Traditionnellement, un conseiller fédéral est réélu jusqu'à sa démission et les cas de non-réélection sont extrêmement rares (quatre entre 1848 et 2007).

Chacun des membres du Conseil est responsable de l'un des sept départements de l'administration fédérale mais le conseil lui-même fonctionne selon le principe de la collégialité. Le président de la Confédération est élu en son sein par l'Assemblée fédérale pour un an. Celui-ci est un primus inter pares avec un simple rôle de représentation. Son élection se fait traditionnellement par rotation (tournus) sur base de l'ancienneté entre les membres. (src: wiki, 20151212)
LT
De structuur van IS - INPUT-OUTPUT-schema aangepast
Edited: 201512111331
Army Colonel Steve Warren told a Pentagon briefing that coalition strikes had killed Abu Salah (aka Muwaffaq Mustafa Mohammed al-Karmoush), ISIS' financial minister. (src: NBC 20151210)

Het ​OFAC (Office of Foreign Assets Control - US Department of the Treasury) had Abu Salah op 20150929 toegevoegd aan de SDN (Specially Designated Nationals) en wel als volgt:
AL-KARMUSH, Muwaffaq Mustafa Muhammad (a.k.a. AL KASAB, Muwafaq Mustafa Muhammad Ali; a.k.a. AL-KARMOUSH, Muafaq Mustafa Mohammed; a.k.a. AL-KARMUSH, Muwafaq Mustafa; a.k.a. AL-KARMUSH, Muwafaq Mustafa Muhammad 'Ali; a.k.a. AL-KARMUSH, Muwaffaq Mustafa; a.k.a. AL-KARMUSH, Muwaffaq Mustafa Muhammad 'Ali Mahmud; a.k.a. EL KHARMOUSH, Muwaffaq Mustafa Mohammad; a.k.a. KARMOOSH, Muwafaq Mustafa Mohammed Ali; a.k.a. KARMUSH, Muwaffaq; a.k.a. MUHAMMAD, Muwaffaq Mustafa; a.k.a. "Abu Salah"; a.k.a. "AL-'AFRI, Abu Salah"); DOB 01 Feb 1973 (19730201); citizen Iraq; Gender Male; Passport A5476394 (Iraq) (individual) [SDGT].
raadpleeg de lijst van OFAC-SDN
Ondertussen blijft de discussie over de olie-export aanhouden. Volgens Reuters zou het gaan om 500 miljoen $ maar er wordt niet bij gezegd over welke periode het gaat. Het is onwaarschijnlijk dat de opbrengsten in cash worden aangehouden.

RTL Nieuws
13 mei 2014 10:00, in: Bijklussen VerhofstadtKandidaat-voorzitter EC klust voor tonnen bij
Edited: 201512090110
Guy Verhofstadt is de grootverdiener onder de vier kandidaat-voorzitters voor de Europese Commissie. De liberale lijsttrekker verdient dit jaar zeker 230.000 euro bovenop zijn basissalaris van Brussel.

Dat blijkt uit een analyse van RTL Z. De overige drie kandidaten hadden afgelopen jaar geen noemenswaardige neveninkomsten.

Bij pensioenuitvoerder APG is Verhofstadt vice-voorzitter van de Raad van Commissarissen. Hoewel het jaarverslag over 2013 nog niet online staat, kreeg hij daar volgens een woordvoerder 43.100 euro voor. Daarnaast is Verhofstadt commissaris bij het Belgische Exmar, een internationale scheepvaartgroep, groot in de gas- en olie-industrie. Exmar maakte vorig jaar 60.000 euro over aan de Europarlementariër.


Zie ook: Twitteraars slaan Verhofstadt met grappen om de oren

Maar de grootste pot toucheert Verhofstadt bij het Belgische beursfonds Sofina. Sofina is een holdingmaatschappij, met belangen in onder meer Danone en GDF Suez. Afgelopen jaar werd Verhofstadt beloond met een bedrag van 130.500 euro. Daarmee komt het totaalbedrag uit op 233.340 euro. Onduidelijk blijft in hoeverre Verhofstadt ook voor andere functies, beloond wordt.
KBO Sofina

Het voorzitterschap bij het Europees Instituut voor Bestuurskunde zou maandelijks nog een bedrag op kunnen leveren tussen de 1.000 en 5.000 euro per maand. Het EIB, dat gesubsidieerd wordt door de lidstaten, wil de exacte bedragen niet bekend maken. Zelfs bij een conservatieve schatting echter zou het al kunnen gaan om tienduizenden euro's per jaar. In alle gevallen gaat het om klussen waarvoor Verhofstadt toestemming heeft gekregen van Brussel.

12.500 voor een spreekbeurt
Los van de commissariaten, is Verhofstadt ook in te huren voor dagvoorzitterschappen en speeches. En ook daar is de prijs niet mals. Verhofstadt zou zo'n 12.500 euro voor een spreekbeurt vragen. RTL Z belde anoniem met sprekersbureau Assemblee, voor een grove prijsopgaaf voor 'een uurtje Verhofstadt' die die suggesties bevestigt. Onduidelijk is hoeveel van dit soort klussen Verhofstadt nog doet op persoonlijke titel.

Lees ook het opmerkelijke boek van Leo Goovaerts.


De andere twee kandidaten, waarvan overigens nog lang niet vast staat of de keuze überhaupt op één van de genoemde heren valt, hadden geen noemenswaardige neveninkomsten. Martin Schulz, op dit moment voorzitter van het Europees Parlement en kandidaat namens de sociaaldemocraten, had geen nevenfuncties. Wel ontving hij royalties voor een boek dat hij schreef. Ska Keller, kandidaat van de Europese Groenen, gaf eveneens aan geen nevenfuncties te bekleden. Oud-eurogroep voorzitter en christendemocraat Juncker is recentelijk afgetreden als premier van Luxemburg, en slechts nog actief als bewindvoerder van het IMF.
Le Monde
Bernard Tapie moet 404 miljoen euro terugbetalen in de zaak Adidas maar maakte nog vlug al zijn activa over aan een gerechtelijk beheerder
Edited: 201512080900
Le Monde révèle mardi matin qu'il avait pris soin, avant la décision de la Cour d'appel de Paris, de confier l'ensemble de ses actifs à un administrateur judiciaire dans le cadre d'une procédure de sauvegarde. (MetroNews)
La procédure de sauvegarde est une procédure collective qui protège les entreprises en difficulté en suspendant le paiement de dettes à l'ouverture de la procédure. Elle a été introduite en droit français par la loi 2005-845 du 26 juillet 2005. (wiki)
News - Libération - Figaro - l'Humanité
Front National wint regionale verkiezingen in eerste ronde in 6 regio's - La 'reconquista' de Marine Le Pen
Edited: 201512062336
Le Figaro en L'Humanité gebruiken hetzelfde woord op hun frontpagina: 'le choc'. Toch is de uitslag geen verrassing. De Fransen hebben niet gestemd maar geschreeuwd.
Marine Le Pen spreekt van 'reconquérir la France', een onverholen verwijzing naar de 'reconquista'.
Sarkozy wil niet weten van gezamenlijk opkomen met de socialisten tijdens de tweede ronde.


Erdogan
Erdogan on official mission to Qatar 20151201-20151202
Edited: 201512030100
France 5 - Yves Calvi
Le double jeu de la Turquie - Emission du 20151202
Edited: 201512030003


Les experts autour de la table:
Dorothée Schmid, Chercheuse spécialiste de la Turquie à l'IFRI;
Frédéric Encel, Docteur en géopolitique;
Pierre Servent, Expert en stratégie militaire et spécialiste des questions de défense;
Jean-Dominique Giuliani, Président de la fondation Robert Schuman.
Présentation: Yves Calvi
Sommaire:
C’est un pacte inédit. Alors que la guerre des mots continue entre Moscou et Ankara, une semaine après que des chasseurs turcs ont abattu un bombardier Soukhoï russe à la frontière syrienne, les Européens ont scellé dimanche un plan d'action avec les Turcs pour freiner le flux de migrants vers l'Union européenne. Trois milliards d’euros vont être accordés à la Turquie pour l’aider à accueillir les 2,2 millions de réfugiés syriens qui sont sur son territoire. En échange de l’engagement d’Ankara à endiguer le flot des migrants, les 28 ont également accepté de faciliter l’obtention de visas pour les Turcs souhaitant séjourner en Europe tandis que le processus d'adhésion de la Turquie à l'UE, ouvert depuis 2005 mais au point mort depuis des années, va être "redynamisé". Est-ce que l’on peut parler d’ "une journée historique", comme l’a fait le Premier ministre turc ? Un nouveau chapitre s’ouvre-t-il dans les relations avec la Turquie ?

Principale porte de sortie des migrants, à commencer par les Syriens, la Turquie est devenue un allié incontournable d’une Europe divisée, inquiète des risques terroristes et déstabilisée par l’afflux des réfugiés. Mais rarement, la Turquie ne s’est montrée aussi ambiguë et aussi imprévisible. Que ce soit sur le dossier des réfugiés, la lutte contre l’Etat islamique ou sur le règlement du conflit syrien, comme l’a montré la semaine dernière la destruction de l’avion russe, qui complique toujours sérieusement la donne d’une coalition élargie contre Daech.

Le groupe Etat islamique contrôle désormais un territoire vaste comme la Grande-Bretagne et poursuit son ancrage hors de la zone irako-syrienne, notamment en Libye "le grand dossier des mois qui viennent", a averti hier le Premier ministre Manuel Valls. "Le terrorisme, cette idéologie totalitaire, mute en permanence", a assuré le chef du gouvernement laissant entendre que des combattants de l'organisation EI ont quitté l’Irak et la Syrie pour poursuivre le combat sur le sol libyen. Un pays où les djihadistes ont mis la main sur la ville de Syrte et profitent du chaos qui y règne pour étendre leur influence. Lundi, on a appris que deux Français qui voulaient rejoindre les camps libyens de Daech ont été arrêtés en Tunisie et remis aux autorités françaises, le 13 novembre 2015.

Remarques:
Giuliani: je suis contre l'adhésion de la Turquie à l'Union européenne; il faut savoir que la Turquie touche 1 mia d'euros par an dans le cadre de la pré-adhésion; Erdogan est en train d'effacer le Kemalisme.
Servent: Poetin va vers le tsarisme, Erdogan rêve de l'empire ottomane; il faut attaquer ISIS/DAESH en Lybie (Syrte) même SANS mandat de la communauté internationale.
Les experts sont d'accord sur le fait qu'une contrebande de pétrole existe entre la Syrie et la Turquie.



France 5 est une chaîne de télévision généraliste française de service public
LT
The 5 pillars of Saoudi-Arabia - De 5 pijlers van Saoedi-Arabië
Edited: 201511272326


Schema deels gebaseerd op RATHMELL Andrew, Saoedi-Arabië, het koninkrijk van de olie, in: Het Midden-Oosten hertekend (boeknummer 19960211) en een tiental andere boeken.
Er is een groeiende bewustwording in Europa rond het feit dat Saoedi-Arabië een cruciale rol speelt in het Syrisch conflict.
Zo werden er in het Belgische parlement vragen gesteld aan minister Reynders (BuZ) over een op til zijnd belastingsverdrag met het land. Zoals gewoonlijk volgt er dan een evasief antwoord. Het is ook jammer dat de oppositie deze vragen stelt: het kalf is dan al verdronken voor het geboren is. De Saoedische investeringen in de Antwerpse haven - goed voor 900 banen gespreid over vijf jaar - leggen blijkbaar meer gewicht in de schaal dan barbaarse onthoofdingen en mateloos geweld. Wiens brood men eet, diens woord men spreekt. Is dat de ethiek van politieke partijen, ondernemers en vakbonden? Of raakt die ondergesneeuwd tijdens het parcours van geven en nemen?
Op het internationale forum stelt men vragen bij de financiering van ISIS/DAESH, de excursie van westerse staatshoofden naar SA in januari 2015, de steun aan Europese moskeeën, de onderdrukking van vrouwen, de (publieke) onthoofdingen onder de sharia-wetgeving, het willekeurige optreden van de gevreesde religeuze politie (Committee on the Promotion of Virtue and Prevention of Vice), aan slavernij grenzende tewerkstelling van buitenlandse werknemers en het racisme tegenover hen, etcetera.
Op het binnenlands vlak ontstaat er in SA een probleem wanneer de olieprijzen laag blijven. Wellicht zien oliestaten met lede ogen aan hoe de wereld zich keert naar alternatieve energiebronnen (zon, wind, schaliegas, hydro, ...) en hoe de Russische energieleveranciers hun netwerk van 'pipelines' gestadig uitbreiden. Overigens zijn de 'global oil players' zowel in SA als in Rusland actief.
De rol van de ulama's (de religieuze klasse) is alles behalve transparant. Zij onderhouden de basis van het wahabisme (genoemd naar de predikant Mohammed ibn Abd al-Wahhab) en zorgen voor de legitimering van het regeringsbeleid. Tegelijk vangt het wahabisme de ontgoochelden op en leidt hen naar een (buitenlands) vijandelijk doel.
De rol van de USA - daaronder verstaan de rol van de oliemaatschappijen - is dubbel: enerzijds de afname en distributie van de olie, anderzijds de leverancier van allerlei wapentuig. De politieke situatie en de mensenrechten in SA zijn zelden het voorwerp van debat. Zo lijkt een directe kritiek van een Amerikaanse presidentskandidaat op het beleid wel op politieke zelfmoord.
Tenslotte nog een woord over Europa. De EU krijgt in het verhaal de rol toebedeeld van lijdend voorwerp: opname van vluchtelingen uit Syrië, Afghanistan, Irak en aanslagen van terroristen. Binnen de driehoek USA - Rusland - SA wordt het Europese model aan diggelen geslagen en we moeten ons durven afvragen of er geen economische oorlog woedt onder de sluier van het fundamentalistisch islamisme. (Wordt vervolgd ...)


27 november 2015: Press Release of the Kurdistan National Congress: Stop Turkish Aggression!
Edited: 201511271624
Stop Turkish Aggression!
November 23, 2015

To The International Democratic Opinion: Stop Turkish Aggression!

While the International Coalition, democracies and many decent people around the world are preoccupied with ISIS´s terrorist activities far beyond Syria and Iraq, Turkey is deepening its war against the Kurdish people as never before. Turkey’s war against the indigenous people in the Middle East comprises prohibiting the mother-tongue, culture and music of these people. Displacements, confiscating properties, imprisonment, persecution and committing preplanned crimes are characteristics of Turkey’s outright war.

On July 23rd Turkey declared that it would become a part of the International Coalition against ISIS, but unfortunately Turkey’s overall support for ISIS has since been intensified rather than reduced. Instead of fighting ISIS, Turkey started to attack Kurdish guerrilla forces, the only forces which are fighting and have fought successfully against ISIS/DAESH.

Turkey has been fighting Kurds despite the Kurdish people’s wish for peace and a political solution. The PKK’s leadership has extended the hand of peace and reconciliation to the Turkish people, presented a road map and concrete models for political solutions and made the proposal for countries and organizations such as the US and EU to mediate. In addition, the HPG (Kurdistan People’s Protection Force) has announced and put into practice many unilateral ceasefires, but Turkey has so far refused to enter into a bilateral ceasefire.

Turkish aggresssion, which intensifies day by day, is not only through its support for ISIS.

Repeated suicide bombs against Kurdish peaceful demonstrators, even in Ankara, gunning down children, women and the elderly, destroying Kurdish cemeteries, burning Kurdish shops and homes and enforcing arbitrary curfews are among the Turkish atrocities. The Turkish special military forces [“police”] are everywhere in Kurdistan. These forces are supported by paramilitary gangs whose identities are unknown. They use tanks, armored vehicles, cannons and helicopters. Kurdish cities such as Diyarbakır, Cizre, Gever, Şırnak, Silopi, Hakkâri and Van are turned into war-zones. The city of Nuseiybin is under Turkish military siege now for the 10th day. Only in Nuseiybin at least 8 civilians have been killed.

At the same time Turkey is attacking Rojawa Kurds (Syrian Kurds), specifically in the areas of Gire Spi and East of the Euphrates river. Turkey wants to provoke a war with Kurds inside Syria too. Its aim is to find “security” excuses to go inside Rojawa (Syria´s territory) and occupy an buffer area.

Turkey is denying the existence of the Kurdish people and waging an extermination war through assimilation and barbaric oppressive policies and ignoring the Kurds’ cry for peace. The AKP government has a problem-focusing approach not a problem-solving perspective, and therefore it does not respond for calls for dialogue and negotiation.

The Kurdish people’s call for peace, democracy and justice must not go unheard. We call on everyone who believes in peace, stability, friendship, justice and democracy to support Kurds and make a stand against this brutal campaign waged to suppress Kurds into silence and surrender. We ask everyone to contribute to a peaceful solution.

Rebwar Rashed
Co-Chairman of the Kurdistan National Congress/ KNK
November 23nd, 2015
Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen - Persbericht
Aantal krantenwinkels in België daalt: 4.132 in 2009, 3.606 eind 2013, 3.424 eind 2014 - De trend werd reeds in de jaren 80 ingezet toen benzinestations en warenhuizen kranten gingen verkopen - Maar zelfstandigen maken zelden een vuist
Edited: 201511241216
Het aantal krantenwinkels in ons land is het afgelopen jaar met 5 procent gedaald. Eind 2014 waren er nog 3424 krantenwinkels actief in ons land, zo blijkt uit cijfers van de FOD Economie. Gemiddeld verdwenen er vorig jaar 3,5 krantenwinkels per week. Persverkopers hebben het vooral moeilijk met het contract tussen de overheid en Bpost voor de postbedeling van kranten en magazines. Ze beschouwen het als oneerlijke concurrentie ten opzichte van de krantenrondes die voor hen steeds beperkter worden. Ook de stijgende populariteit van online gokken, aangemoedigd door de Nationale Loterij, zorgt voor inkomstenverlies bij de krantenwinkels. “Vaak zit er voor hen niets anders op dan hun aanbod te diversifiëren met bijvoorbeeld speelgoed, wenskaarten of papierwaren of als afhaalpunt te fungeren voor bestellingen bij webwinkels”, weet Christine Mattheeuws, voorzitter van NSZ.
Het aantal krantenwinkels daalt zienderogen. Eind 2014 bestonden er, zo blijkt uit cijfers van de FOD Economie, nog 3424 krantenwinkels in ons land. Dat zijn er 5 procent minder dan een jaar voorheen (toen er nog 3606 krantenwinkels waren) en maar liefst 17 procent minder dan vijf jaar tevoren (in 2009, toen er nog 4132 persverkopers actief waren). Vorig jaar waren er 182 krantenwinkels minder, dat komt overeen met 3,5 gesloten krantenzaken per week.

Krantenwinkels hebben het vooral moeilijk met de oneerlijke concurrentie die Bpost hen bezorgt qua bedeling van kranten en magazines. Een goede maand geleden haalde Bpost opnieuw het overheidscontract binnen om kranten en magazines te verdelen en dat tot en met 2021. Het bedrijf krijgt daarvoor van de overheid een jaarlijkse vergoeding die naar schatting rond de 170 miljoen euro ligt. Vermits ook steeds meer kranten- en magazine-uitgevers hun lezers middels promoties en incentives aanzetten tot het nemen van een abonnement, die dan door Bpost gebust worden, zien krantenhandelaars niet alleen hun krantenrondes fel terugnemen, maar ook de verkoop in de winkel zelf. Wetende dat de verkoop van kranten en magazines goed is voor één derde van hun omzet, is het duidelijk dat die concurrentie sporen nalaat.

Een ander derde van hun omzet halen krantenwinkels uit de verkoop van allerlei loterijproducten, maar ook op dat vlak ondervinden persverkopers steeds meer concurrentie, voornamelijk van het online gokken dan. Zelfs de Nationale Loterij zet stevig in op online gokken, waardoor de verkoop van krasbiljetten en andere loterijspelletjes in de krantenwinkels achteruitboert. Tot slot valt op dat steeds ook meer niet-gespecialiseerde winkels zoals grootwarenhuizen en tankshops kranten en tijdschriften aanbieden. “De klassieke krantenwinkel raakt door al die evoluties stilaan in de verdrukking en zal sowieso moeten vernieuwen om te overleven”, stelt NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws vast. “Omdat de aankoop van producten via webwinkels in de lift zit, is het bijvoorbeeld raadzaam om als afhaalpunt te fungeren. Daarnaast kan ook het productgamma uitgebreid worden met speelgoed, boeken, wenskaarten of papierwaren. Zo’n breder aanbod zal sowieso meer klanten aantrekken.”
Het zal volgens NSZ in ieder geval de uitdaging zijn voor de uitgevers, maar ook voor de loterij en de overheid om op verstandige manier met de sector om te springen, want krantenwinkels bieden een unieke service. De overgrote meerderheid van de dagbladhandelaars zijn eenmanszaken die reeds om 6 uur ’s morgens hun winkel openen en dat 6 dagen op 7. Deze service kan niet geboden worden door de grootwarenhuizen en zelfs niet door de abonnementendienst van de krant. Bovendien hebben persverkopers vaak een belangrijke rol bij het werven van klanten: de gratis producten bij een krant of tijdschrift kunnen vaak enkel bekomen worden bij de krantenwinkel. In die zin blijven zij een onmisbare partner voor de uitgevers van kranten en magazines. De ondernemersorganisatie is in ieder geval tevreden dat CD&V-kamerleden Griet Smaers en Leen Dierick in een resolutie pleiten voor financiële ondersteuning van de krantenwinkel.
LT
Documenten over het Midden-Oosten
Edited: 201511201322
The Avalon Project van Yale Law School biedt online een collectie aan van documenten over de diplomatieke geschiedenis van het Midden-Oosten.
De collectie belicht de periode 1916 tot 2003 en brengt ook alle VN-resoluties over het Israëlisch-Palestijns conflict.
De stichting van artificiële natiestaten, gebaseerd op een verdeling van bodemrijkdommen en OLIEvelden, door de Britse en Franse regeringen, is aan te duiden als oorzaak van de vele conflicten. We kunnen dit wild kolonialisme noemen. Daarin ontbreekt de sociale component totaal en gaat het enkel om de belangen van particuliere groepen: de oliemaatschappijen en hun corrupte lokale handlangers (zie ook de notie 'puppet states').


link naar Avalon Project Middle East
Wiki
Turkse Republiek Noord-Cyprus
Edited: 201511150349
1) Rauf Denktaş (Paphos, 27 januari 1924 – Lefkoşa, 13 januari 2012) was een Turks-Cypriotisch politicus. Hij was in 1975 de oprichter van de Nationale-eenheidspartij (UBP) en was van 1983 tot 2005 president van de Turkse Republiek Noord-Cyprus. Deze republiek wordt door geen enkel land behalve Turkije erkend. De president van de TRNC wordt evenwel door de VN geaccepteerd als vertegenwoordiger van de Turks-Cypriotische gemeenschap in onderhandelingen over de staatkundige toekomst van het eiland.

Internationaal werd hij sinds 1973 erkend als vicepresident van de republiek Cyprus. Cyprus heeft namelijk als staatshoofd een Grieks-Cypriotische president, die gekozen wordt door de bevolking van Grieks-Cyprus, en een Turks-Cypriotische vicepresident die door de bevolking van Turks-Cyprus gekozen wordt. Sinds 1974 is de vicepresident echter al niet meer verkozen.

Op 15 november 1983 verklaarde vicepresident Rauf Denktaş de Turkse zone eenzijdig soeverein en onafhankelijk. De nieuwe staat werd alleen door Turkije erkend. Hij noemde zichzelf sindsdien 'president van de Turkse Republiek van Noord-Cyprus'. Sinds 1985 heeft Turks-Cyprus een eigen uit vijftig leden bestaand parlement.

In april 2005 kwamen er voor het eerst in lange tijd verkiezingen in Turks-Cyprus, omdat de inmiddels tachtigjarige Denktaş het tijd vond om zijn positie over te dragen aan een opvolger. Deze opvolger werd Mehmet Ali Talat, de voormalige vicepresident van Turks Cyprus.

2) Mehmet Ali Talat (Kyrenia, 6 juli 1952) is een Turks-Cypriotisch politicus. Van april 2005 tot april 2010 was hij president van de Turkse Republiek Noord-Cyprus (TRNC). Deze republiek wordt door geen enkel land behalve Turkije erkend. De president van de TRNC wordt evenwel door de VN geaccepteerd als vertegenwoordiger van de Turks-Cypriotische gemeenschap in onderhandelingen over de staatkundige toekomst van het eiland.

Nadat Talat, destijds leider van de linkse Turkse Republikeinse Partij, tijdens de (vice)presidentsverkiezingen op 17 april 2005 met een meerderheid van 55% tot (vice)president was verkozen volgde hij op 25 april Rauf Denktaş op als machtigste man van Noord-Cyprus. Degene die de presidentsfunctie van de TRNC vervult, moet zijn partijpolitieke binding opgeven.

Op 18 april 2010 werd hij bij de presidentsverkiezingen verslagen door de rechts-nationalistische Derviş Eroğlu van de Nationale-eenheidspartij, die hem op 24 april opvolgde.

Zijn zoon Serdar Denktaş is de Turks-Cypriotische minister van buitenlandse zaken.
3) Derviş Eroğlu (Famagusta, 1938) is een Turks-Cypriotisch politicus. Van 24 april 2010 tot 30 april 2015 was hij de 3e president van de Turkse Republiek Noord-Cyprus. Hij was van 1983 tot 2006 politiek leider van de Nationale-eenheidspartij en werd dat opnieuw in 2008.

Derviş Eroğlu werd in 1938 in de Oost-Cypriotische kuststad Famagusta (Turks: Gazimağusa of Mağusa) geboren. Na de lagere school daar doorlopen te hebben ging hij naar Turkije om er hoger onderwijs te volgen. In de jaren zestig studeerde hij geneeskunde aan de Universiteit van Istanboel.

Tijdens zijn studie ontpopte Eroğlu zich als een Turks-Cypriotisch nationalist. Dit nadat Cyprus in 1960 onafhankelijk was geworden van het Verenigd Koninkrijk en in de jonge republiek etnische onlusten tussen Grieks- en Turkstalige Cyprioten uitbraken.

In 1963, na het behalen van zijn graad in de geneeskunde, keerde hij terug naar Cyprus. In zijn geboortestad Famagusta beoefende hij vijf jaar lang de geneeskunst. Hierna vertrok hij opnieuw naar Turkije, ditmaal om zich in de hoofdstad Ankara te specialiseren in urologie.

In de zomer van 1974 viel het Turkse leger zijn geboorteland binnen als reactie op een Griekse staatsgreep. De Turken veroverden een groot, noordelijk deel van het eiland en riepen er de Turkse Republiek Noord-Cyprus uit. Zo'n 200.000 Turken uit Turkije vestigden zich hierna in deze republiek, die tot op de dag van vandaag internationaal niet erkend wordt. Ook Eroğlu ging weer naar Noord-Cyprus en hij werd er politiek actief.

In 1976 werd hij parlementslid voor de in oktober 1975 door Rauf Denktaş opgerichte Nationale-eenheidspartij, vervolgens in 1976-1977 minister voor onderwijs, cultuur, jeugd en sport. In 1983, het jaar waarin Denktaş Noord-Cyprus soeverein had verklaard en zichzelf tot president had uitgeroepen, werd Eroğlu politiek leider van de UBP. Dit zou hij tot 2005 blijven en vanaf 2008 weer worden. In die eerste periode was hij driemaal minister-president (van 1985 tot 1994 en van 1996 tot 2004; in de tussentijd was hij oppositieleider) en in de tweede periode (vanaf mei 2009) werd hij dat opnieuw.

Op 18 april 2010 nam hij deel aan aan de presidentsverkiezingen. Deze won hij van zijn rivaal, zittend president Mehmet Ali Talat. Deze kreeg 42,8 procent van de stemmen tegenover 50,4 voor Eroğlu. Hij werd op 24 april 2010 geïnstalleerd.

In tegenstelling tot de pro-Europese Talat, die een federatief Cyprus voorstond, is Eroğlu voorstander van een tweestatenoplossing (wat de de facto situatie van Cyprus is), die door Grieks-Cyprus en de internationale gemeenschap wordt verworpen. Evenwel had hij aangegeven ‘niet weg te zullen lopen’ van vredesonderhandelingen met de Grieks-Cyprioten. In september 2008 waren deze onderhandelingen heropend onder toezicht van de Verenigde Naties.

In 2015 deed Eroğlu opnieuw mee aan de presidentsverkiezingen. Op 26 april nam hij het in de tweede ronde op tegen de als gematigd te boek staande Mustafa Akıncı. Deze won het van de zittend president en werd op 30 april beëdigd als diens opvolger.

Eroğlu is getrouwd en heeft vier kinderen.

4) Mustafa Akıncı (Limasol, 28 december 1947) is de vierde president van de eenzijdig uitgeroepen en niet erkende Turkse Republiek Noord-Cyprus.

Hij was tussen 1976 en 1990 de burgemeester van het Turks-Cypriotische deel van de hoofdstad Nicosia. Daar werkte hij nauw samen met zijn Griekse tegenhanger van de gedeelde stad. Daarna was hij afgevaardigde in het parlement.

In de verkiezingen van 2015 was hij presidentskandidaat en won hij het in de tweede ronde met 60,3 procent van de stemmen van de zittend president Derviş Eroğlu. Akıncı wordt gezien als een gematigd politicus die zich verzoeningsgezind opstelt tegenover de Grieken in Cyprus.

News / Lucas Tessens
Armageddon start in Parijs - ca. 130 doden - tientallen zwaargewonden in kritieke toestand
Edited: 201511140250
Terreuraanslagen van ISIS/DAESH houden Parijs in een wurggreep. Zeven daders blazen zichzelf op, één gedood door politie.
Opvallend en onverklaard is dat drie zelfmoordterroristen met bommengordels zich opblazen aan het Stade de France en - buiten zichzelf - slechts één slachtoffer maken. In de concertzaal 'Bataclan' worden 89 mensen vermoord.
President Hollande spreekt van 'une barbarie'. Hij kondigt de noodtoestand af, legt drie dagen nationale rouw op en sluit de grenzen. Het openbare leven in Parijs valt stil.

De aanslagen worden gezien als een vergelding voor de luchtaanvallen van de Franse luchtmacht op stellingen van Isis in Syrië. Het lijkt erop dat een verhoging van de druk op de militaire poot van Isis in Syrië de jihadistische terreurcellen in West-Europa activeert. Communicerende vaten, dus.

Ooggetuigen aarzelen wanneer zij spreken over de daders: 'Ce n'était pas un grand blond.' (France 2)

Geopolitiek. De absolute expert Marc Trévidic (van 12 juni 2006 tot eind augustus 2015 juge d'instruction au Tribunal de grande instance de Paris au pôle antiterrorisme) zegt in de studio van France 2 dat de aanslagen ook diplomatieke gevolgen moeten hebben: 'nu omarmen we de staten die het terrorisme steunen en Frankrijk doet dat om de olieleveringen veilig te stellen'. Letterlijk: 'le wahabisme a diffusé cette idéologie sur la planète depuis le conflit de l'Afghanistan. (...) La politique américaine vous savez ce que c'est? On adore les fondamentalistes religieux s'ils sont libérales économiquement. C'est comme ça depuis des années. C'est leur crédo! C'est super les saoudiens, c'est super le Qatar, parce qu'ils commercent, ils sont libérales économiquement. C'est tout ce qui nous intéresse. Donc ils aiment les fondamentalistes religieux. On est dans un paradoxe total.' Commentaar: Dat is een duidelijke verwijzing naar het wezen van het (neo)kolonialisme: het plunderen van bodemrijkdommen door de grote oliemaatschappijen (The Seven Sisters), het installeren en koesteren van een corrupte bovenklasse (clans met hiërarchische familiale banden) in artificiële natiestaten, geen ontwikkeling van de bevolking in de gekoloniseerde staten; dat vormt de ideale voedingsbodem voor radicaal salafisme. Trévidic doet een merkwaardige verspreking: enerzijds vernoemt hij 'la politique américaine', anderzijds zegt hij 'nous'. Net daarin ligt de verklaring: de Amerikaanse politiek van de bovenklasse verschilt niet wezenlijk van die van de Europese of de Russische of de Aziatische bovenklasse. De essentie van het (neo)kolonialisme is de misdadige collusie van particuliere belangen. Het kolonialisme is geen fenomeen tussen staten maar een feitelijk verbond van particuliere groepen die zich van een staatsstructuur bedienen en die misbruiken.
Sociale psychologie. Het ontbreken van de mogelijkheid tot sublimering van driften (onderwijs, wetenschap, kunst, muziek, werk, ...) laat ruim de plaats voor de verheerlijking van oerdriften: seks en geweld. Het vertrek naar oorlogsgebied (Syrië) kadert in die logica.
Vrijdag 13 november 2015 is een trieste datum in de Franse geschiedenis. [Of de uitgekozen datum ook een symbolische betekenis heeft is niet duidelijk: op vrijdag de dertiende oktober 1307 werden in Frankrijk alle Tempeliers op bevel van Philips de Schone gearresteerd, op grond van valse beschuldigingen; dat was de start van de uiteindelijke vernietiging van de Orde van de Arme Ridders van Christus en de Tempel van Salomo, beter bekend als de Tempeliers. (wiki)]
Westerse staatshoofden zenden de klassieke solidariteitsbetuigingen.
Het is tijd om stil te staan bij de woorden van Malraux: 'Une vie ne vaut rien, mais rien ne vaut une vie.'

laatst aangepast op 20151116, 15:10
wiki
Historique du Groupe Rossel - Le Soir
Edited: 201511111111
Historique
1887 : Pierre-Émile Rossel, avec trois amis, crée à Bruxelles un journal gratuit appelé "Le Soir".
1920 : « Rossel & fils » devient « Rossel & Cie ».
1921 : « L'Agence Rossel » (régie publicitaire) s'installe rue Royale à Bruxelles.
1957 : le siège social est installé 120 rue Royale à Bruxelles.
1966 : Rossel devient un groupe avec l'acquisition des titres de presse de «La Meuse» («La Meuse», «La Lanterne», «La Flandre libérale» et «Le Matin»).
1968 : acquisition des titres de presse de «La Gazette de Charleroi» («La Nouvelle Gazette» et «La Province»).
1970 : le groupe Rossel acquiert la marque «Vlan».
1983 : Robert Hersant entre au conseil d'administration du groupe.
1987 : Robert Hurbain succède à la présidence du groupe Rossel.
1987 : Socpresse (Robert Hersant, France) acquiert 40% du capital du groupe.
1987 : participation dans RTL Belgium (alors TVI SA) au travers d'Audiopresse.
1999 : constitution de la société Sud Presse SA (regroupant les titres La Meuse, La Capitale, La Nouvelle Gazette de Charleroi, et La Province).
2000 : Rossel met un premier pied dans « La Voix du Nord ».
2001 : Patrick Hurbain succède à Robert Urbain.
2003 : en Belgique, lancement du quotidien gratuit Metro en collaboration avec Concentra Media.
2004 : rachat avec De Persgroep de «l’Echo».
2004 : Sud Presse rachète Nord Eclair sur la Belgique.
2005 : prise de contrôle du groupe de presse «La Voix du Nord».
2005 : rachat avec De Persgroep de «De Tijd».
2005 : rachat des 40% du groupe détenus par la Souplesse.
2006 : Sudpresse lance l'hebdomadaire gratuit «7Dimanche ».
2006 : le groupe investit dans l’Internet en rachetant les sites de services www.netevents.be,www.ticketnet.be et www.cinenews.be.
2007 : Rossel déménage au 100 rue Royale à Bruxelles.
2007 : le groupe Vlan lance Fulai à Shanghai.
2007 : rachat du 1er site de rencontre en ligne belge www.rendez-vous.be et lancement d'un site consacré à l’automobile www.carchannel.be.
2008 : Rossel lance sa régie web interne.
2010 : le groupe Rossel acquiert Belgium-iPhone.
2011 : S²media rejoint le groupe Rossel.
2013 : acquisition des journaux français «l’Union», «l’Ardennais», «Est Eclair», «Libération Champagne», «l'Aisne Nouvelle» et de la radio «Champagne FM» auprès du groupe Hersant Media (GHM)4.
2014 : rachat de dix titres de presse à Lagardère Active, France, au sein du consortium 4B Media par Groupe Rossel et Reworld Media 5,6 : Psychologies magazine et Première reviennent à Rossel.
2015 : rachat de 50% de 20 Minutes, quotidien gratuit national français.
POPP Philippe Christian (ancien controleur du Cadastre)
Biographie
Edited: 201511101237
Biographie de Philippe-Christian Popp

Philippe-Christian Popp est né le 10 février 1805 à Utrecht (Pays-Bas) d'un père allemand et d'une mère hollandaise. Il est décédé à Bruges le 3 mars 1879.

À la suite du décès de son époux, Mme Popp, née Jeanne Henriette Vanderpant, vient s'établir en Belgique en 1818, accompagnée de ses cinq enfants, une fille et quatre fils

Après avoir terminé ses études moyennes, Philippe-Christian Popp effectue un stage dans les bureaux du Gouvernement provincial à Mons puis entre comme surnuméraire au cadastre. En 1827, il est nommé contrôleur du cadastre à Bruges; cette même année, il épouse Caroline-Clémence Boussart, née à Binche en 1808 et décédée en 1891, qui lui donnera huit enfants.

Dans la foulée de l'indépendance de la Belgique, Popp fait le choix de la nationalité belge et obtient la grande naturalisation le 31 mars 1831. Très rapidement, il s'intéresse à la politique de son pays d'adoption et fonde, le 4 avril 1837, un journal libéral à Bruges sous le nom de "Journal de Bruges", en réaction au lancement, trois jours plus tôt, d'un journal catholique appelé "Nouvelliste de Bruges", et rebaptisé ultérieurement "La Patrie". Jusqu'à la fin de sa vie, il resta directeur de cette gazette dont l'infatigable cheville ouvrière fut toutefois sa femme, Popp étant avec le temps de plus en plus absorbé par ses travaux cartographiques qui resteront uniques en leur genre.

En 1842, Philippe-Christian Popp entame l'édition de son "Atlas parcellaire de la Belgique" à laquelle il se consacrera pleinement jusqu'à sa mort en 1879; à cette date, avaient paru le plan et la matrice cadastrale de toutes les communes des provinces du Brabant, du Hainaut, de Liège et des deux Flandres, le tout composé et imprimé dans les ateliers d'imprimerie dont Philippe-Christian Popp était propriétaire à Bruges.

Tout en consacrant son activité à l'Atlas cadastral, Popp avait nourri un autre projet cartographique ambitieux, à savoir publier la carte topographique au 1/40.000 de toutes les provinces belges. Seule la carte de la Flandre occidentale a pu être dressée en 1856.

Bien que les travaux cartographiques de Philippe-Christian Popp ne soient pas le résultat de relevés effectués sur le terrain, ils n'en sont pas d'excellente qualité. Ils ont d'ailleurs valu à leur auteur maintes distinctions honorifiques et son admission dans plusieurs sociétés savantes.

Noot: Een van de dochters van Popp was Antoinette-Octavie Popp (18410123-19180521), ongehuwd gebleven; zij was lid van de Bond der Belgische Drukpers.
Daarnaast was er nog mejuffer Nelly Popp die zeker tot 1918 de kadastrale plans aanbood via een kleine advertentie in de Stadsbode; zij woonde op de Memlingplaats te Brugge. (bron: Stadbode Brugge)
Lucas Tessens
Katholieke kerk mist weer eens de trein
Edited: 201511100037
De RKK laat een momentum voorbijgaan.
Zij zou zich aangepaster kunnen tonen dan de islam door NU vrouwen tot het priesterambt toe te laten en het celibaat op te heffen.
Overigens zou het opheffen van het celibaat andere kandidaten aantrekken.
In de bestaande configuratie is het priesterschap al te vaak een magneet voor pedofielen gebleken. De sociale controle van een partner ontbreekt in de huidige situatie.
Anderzijds lijden vele priesters onder het feit dat zij zich onmogelijk als homofiel kunnen 'outen'. Dat deze 'eerlijkheid-met-zichzelf' wel kan in de seculiere maatschappij, is een van de oorzaken geweest van het teruglopend aantal 'roepingen'.
De RKK staat niet meer IN de samenleving maar is een randfenomeen geworden. Dat heeft alles te maken met de restauratie onder Paulus VI en zijn opvolgers. De RKK heeft de nieuwe wind die Johannes XXIII door de vermolmde structuur liet waaien volledig teruggedraaid. Ook toen miste dit instituut de trein.

Noch de katholieke kerk noch de islam erkennen de gelijkheid van man en vrouw. Dat is een criterium waarop beide zullen afgerekend worden en dat is geen vaststelling maar een opdracht voor gelovigen en ongelovigen. Dat behoort tot de ethiek. Zolang de gelijkheid tussen man en vrouw ontkend wordt, bestaat er een fundamentele onrechtvaardigheid en dan moeten we de vraag durven stellen of we die laten voortduren met subsidies van de seculiere staat erbovenop. Onze politici verkondigen dat ze dictaturen afwijzen. Dat mag niet alleen slaan op natiestaten.

Aanbevolen boek: WEST Morris, In de schoenen van de visser - 1963
El Pais / De Morgen / The Guardian
Nobelprijswinnaar Pablo Neruda hoogstwaarschijnlijk vermoord in 1973
Edited: 201511071259

El Pais kon de hand leggen op de voorlopige conclusies van een aanslepend gerechtelijk onderzoek.
Neruda overleed op zondag 23 september 1973, twaalf dagen nadat Augusto Pinochet met hulp van de CIA in Chili een staatsgreep pleegde en de macht overnam van president - en Nerudas vriend - Salvador Allende. Volgens historische bronnen stond Neruda op het punt naar Mexico te vertrekken om een regering in ballingschap te leiden tegen Pinochet. Op zijn sterfdag zou Neruda, volgens het document, in het ziekenhuis van Santiago mogelijk door een injectie of oraal iets hebben binnengekregen waardoor hij 6,5 uur later overleed.
Neruda (Chile, Parral, 12 juli 1904 – Santiago, 23 september 1973) schrijft in Canto General (verschenen in 1950) de geschiedenis van Latijns-Amerika in versvorm. Deze poëzie vormt de felste aanklacht tegen de kolonisatie, het neo-kolonialisme van de Verenigde Staten, de hielenlikkers in de bananenrepublieken, de uitbuiting, het moorden en verkrachten, de ontvoeringen, de verdwijningen, het folteren, de façades, het grootgrondbezit, de plundering van de grondstoffen door multinationals, en alles wat Latam tot zo'n tragisch continent maakt.
VERMEREN Pierre
Le choc des décolonisations - de la guerre d'Algérie aux printemps arabes
Edited: 201511041534
Le temps semble loin où la France était un empire. Les territoires autrefois colonisés ont été rendus à eux-mêmes et sont désormais maîtres de leur histoire. C’est contre cette vision simpliste et historiquement fausse que s’insurge Pierre Vermeren : les révolutions arabes de 2011 et 2012 sont la conséquence directe, le dernier chapitre de l’histoire de la décolonisation.

De guerre lasse, dans un mélange de bonne conscience et de culpabilité, l’État et les élites de France ont laissé leurs successeurs à la tête du Maroc, de l’Algérie, de la Tunisie et des pays d’Afrique agir en toute impunité. Le silence et l’aveuglement de la France, mais aussi de l’Europe tout entière, ont permis dans ces anciennes colonies l’accaparement des richesses, la confiscation des libertés et la soumission des peuples.

Pierre Vermeren apporte aux événements les plus récents, qu’il s’agisse des explosions de colère au Maghreb comme de la lutte contre le djihadisme, l’éclairage irremplaçable de l’histoire.

Pierre Vermeren est professeur d’histoire contemporaine à l’université Paris-I-Panthéon- Sorbonne, spécialiste des mondes arabes et africains du Nord et de la décolonisation.
Pervenche BERES Députée européenne S&D, membre de la Commission spéciale TAXE , Karine BERGER Députée socialiste , Jean-Paul Fitoussi Economiste , Yann Galut Député socialiste , Pierre-Alain MUET Député socialiste , Thomas Piketty Economiste , Romano PRODI Ancien Premier ministre italien et ancien président de la Commission européenne , Sergio Cofferati Rapporteur du Parlement européen sur la directive droits des actionnaires , Emmanuel Maurel Député européen S&D, membre de la Commission spéciale TAXE , Gianni Pittella Président du Groupe S&D au Parlement européen
Lettre ouverte: Un an après LuxLeaks, rien n’a changé. L’Union européenne a besoin d’un nouveau départ pour lutter contre la fraude et l’évasion fiscales.
Edited: 201511041427
Le 5 novembre 2014, un groupe de journalistes internationaux révélait que plus de 300 multinationales avaient conclu entre 2002 et 2010 des accords secrets - rescrits fiscaux -au Luxembourg dans le but de réduire drastiquement le montant de leurs impôts.

Le scandale LuxLeaks est né ce jour-là. L’ampleur de la tromperie a suscité l’indignation dans le monde entier. Des géants économiques qui réalisent des milliards d’euros de chiffre d’affaires sont parvenus à payer jusqu’à moins de 1 % d’impôts sur les bénéfices transférés au Grand-Duché alors que le petit commerçant ou le citoyen européen - qui n’a pas la chance de bénéficier de tels avantages - subissait de plein fouet cette concurrence déloyale.

Au sein de ce grand marché intérieur, les Etats membres de l’Union européenne pratiquent donc allègrement la concurrence fiscale. Leur imagination est débordante lorsqu’il s’agit d’offrir une variété d’avantages fiscaux pour attirer des entreprises. Ils augmentent ainsi artificiellement leurs revenus et siphonnent une partie des revenus fiscaux de leurs partenaires européens. De l’argent que ces pays auraient pu investir dans des services publics de qualité, des hôpitaux ou des écoles.

Un an s’est écoulé. Rien n’a vraiment changé à l’exception de quelques annonces. L’Europe déçoit. Elle déçoit ses citoyens et ses entreprises. Le 6 octobre, par exemple, les ministres européens des Finances avaient l’opportunité de tirer enfin les leçons du LuxLeaks. Las, leur accord sur l’échange automatique des rescrits fiscaux est bien en-deçà des ambitions de la proposition originale de la Commission européenne. La transparence sur ces accords secrets n’aura donc pas lieu.

Cette situation sape grandement la base fiscale des Etats membres et met à mal le projet européen. Le temps presse. Le marché intérieur ne peut fonctionner de manière efficace qu’en s’appuyant sur un système d’imposition des sociétés transparent et coordonné. Le statu quo n’est pas une option.

L’Union européenne doit s’assurer que les multinationales paient leurs impôts là où elles réalisent leurs profits. Nous demandons des réformes ambitieuses pour réduire la fraude fiscale, combler les trous dans la législation, sanctionner les paradis fiscaux et pour combattre la corruption et le blanchiment d’argent. Nous devons améliorer la transparence et la coopération transfrontière.

Dans ce contexte, nous appelons les Etats membres à soutenir la proposition de «reporting pays par pays» actuellement en discussion dans le cadre de la directive sur les droits des actionnaires. Il s’agit d’obliger les entreprises cotées en Bourse à rendre publiques des informations sur leurs activités et les impôts qu’elles paient dans tous les pays où elles sont actives. Cette mesure permettrait aux autorités fiscales, aux investisseurs, y compris aux citoyens, d’agir en cas de comportement inapproprié ou illicite. Les banques européennes sont aujourd’hui soumises à ces exigences de transparence. Elles n’ont pas entamé leur compétitivité comme l’ont démontré les recherches conduites par la Commission européenne.

Un an après le scandale LuxLeaks, les citoyens européens et les entreprises attendent des résultats concrets. Un accord sur le «reporting pays par pays» représenterait un pas en avant important dans la lutte contre l’évasion et l’évitement fiscaux. Il est grand temps de mettre en place un système fiscal plus juste et plus transparent en Europe. Il s’agit là d’une condition essentielle pour que l’Europe retrouve le chemin d’une croissance économique soutenue. Les enjeux ne sauraient être plus importants.
Obs 20151103
France: Air Cocaïne et Nicolas Sarkozy
Edited: 201511040958
L'affaire "Air Cocaïne" concerne l'enquête sur un trafic de stupéfiants entre la République dominicaine et la France, mis au jour en mars 2013 avec la saisie de 700 kilos de cocaïne, à bord d'un avion en partance pour la France. Depuis quelques jours, l'affaire fait de nouveau les gros titres car les deux pilotes français condamné en République dominicaine à 20 ans de prison ont fui le pays pour se réfugier en France... où ils viennent d'être écroués, en attendant une possible mise en examen.

En tout, 34 personnes ont été interpellées dans le cadre de l'enquête sur ce trafic, parmi lesquelles figure le dirigeant d'une société de transport (SNTHS) ayant affrété l'avion, Pierre-Marc Dreyfus.

Devant la juge marseillaise en charge du dossier, Pierre-Marc Dreyfus, mis en examen dans cette affaire, a reconnu avoir eu l'ex-président de la République comme passager sur plusieurs destinations. Il a également indiqué avoir eu comme client "Lov Group", la société de l'homme d'affaires Stéphane Courbit, par ailleurs ami intime de Nicolas Sarkozy.

Par ailleurs, le parquet de Paris a ouvert une information judiciaire le 19 décembre pour abus de biens sociaux, complicité et recel, au préjudice éventuel de la société Lov Group de Stéphane Courbit.

L'abus de bien social punit le fait pour un dirigeant de faire, avec sa société et de mauvaise foi, des actes contraires à l'intérêt de celle-ci, dans un but personnel ou celui d'une autre société dans laquelle il a un intérêt.
LT
90 procent van de rechtszaken in Congo gaat over grondbezit
Edited: 201511031142
Minister van Grondzaken (Ministre des Affaires Foncières du RDC Congo), Dr Robert Mbwinga Bila (°1954, Bakongo), wil orde op zaken stellen via de uitbouw van een kadaster. Nu heerst er anarchie, corruptie en een slechte bevoegdheidsverdeling in deze materie. De minister wil rechtszekerheid. Is hij een roepende in de woestijn?
Het spreekt vanzelf dat de gevestigde belangen zich tegen een wettelijke regeling verzetten. Vaak komt grondbezit overeen met 'occupatio' of bezetting door (gewapende) macht. Een ontwikkeling die de Congolees ten goede komt is op deze manier onmogelijk.
De wet op de grondzaken dateert van 1973.
In het huidige systeem wordt bij verkoop het origineel van het concessie-document aan de nieuwe eigenaar-concessiehouder overhandigd. Dat leidt tot misbruiken en remt investeringen af. De centrale en provinciale administraties zijn te zwak om de mutaties bij te houden en te controleren.
Voor Mbwinga Bila is het vanzelfsprekend dat het in deze kwesties gaat over grond én ondergrond (mijnen). Dat maakt van hem een 'key player' in dit immense land.
HOUELLEBECQ Michel
Onderworpen. Roman (vertaling van Soumission - 2015)
Edited: 201511030052
Paperback. Pp: 224. Een professor aan de Sorbonne, groot kenner van het oeuvre van Joris-Karl Huysmans, ziet zijn land in 2024 aan de vooravond van de presidentsverkiezingen steeds verder polariseren: een burgeroorlog lijkt onvermijdelijk. De traditionele partijen zijn uitgespeeld, de strijd gaat tussen het Front National en de Fraternité musulmane (Moslimbroederschap). Op de valreep doet een van de leiders een politieke meesterzet.Na de kalme triomf van De kaart het gebied, waarmee hij de Prix Goncourt won, is Michel Houellebecq helemaal terug als Frankrijks grootste provocateur. Ook zijn bekende thema's keren terug: liefde, seks, eenzaamheid. Maar voor het eerst eindigt hij met een verrassend majeurakkoord. ISBN: 9789029538619.

Zijn controversiële maatschappijkritische toekomstroman Soumission, - Frans voor 'onderworpenheid/onderwerping', wat 'islam' ook in het Arabisch betekent - verscheen op 7 januari 2015. Na de Franse presidentsverkiezingen van 2022 wordt de leider van de partij La Fraternité musulmane (De Islamitische broederschap), de ambitieuze Mohammed Ben Abbes, in de tweede ronde verkozen, nadat andere partijen in een poging het Front National van de macht te weren, diens kandidatuur ondersteunden. Frankrijk wordt een islamitische staat die de sharia invoert. De roman beschrijft het leven van de misantropische docent Franse letteren aan de Sorbonne, François (een subtiele verwijzing van Houellebecq naar zichzelf), die een specialist en bewonderaar is van het werk van Joris-Karl Huysmans. Na zijn bekering tot de islam, vindt François opnieuw wat geborgenheid en geluk. In het boek haalt Houellebecq ook scherp uit naar politici zoals François Hollande, die aan zijn tweede ambtstermijn als president bezig is, en François Bayrou die een islamitisch premier wordt.[7]. De Nederlandse vertaling heeft als titel Onderworpen en is verschenen op 12 mei 2015[8].

Het werk van Houellebecq wordt in het Nederlands vertaald door Martin de Haan.
Stad Antwerpen
Stad Antwerpen motiveert beslissing verbod boerkini/burkini in zwembaden
Edited: 201511020227





Op 24 september 2015 hadden wij het volgende geschreven aan Fons Duchateau:
Dag Fons,


Zwemdebat: Na de hoofddoek, de boerka, het onverdoofd slachten, Zwarte Piet, nu de boerkini ...
Er lopen klachten tegen het boerkini-verbod in zwembaden bij het Interfederaal Gelijkekansencentrum (IGK). De godsdienstvrijheid wordt ingeroepen.
Als er nu een godsdienst zou bestaan die naaktzwemmen verplicht, dan wordt het misschien nog een interessant debat in het zwembad.

LT

Op 1 november 2015 kwam er een antwoord:
Geachte heer Tessens,
Het standpunt van de stad om het verbod op niet aangepaste kledij in de openbare zwembaden te handhaven is niet alleen ingegeven door hygiënische redenen, die op zich reeds voldoende zouden zijn.
Onze diensten kunnen onmogelijk controleren of de persoon in kwestie al dan niet ondergoed draagt onder de burkini en of de burkini pas werd aangetrokken in het zwembad of reeds gedragen werd onder de kledij.
Het is tevens niet wenselijk dat mensen in het zwembad zich religieus profileren. Bij dergelijke toelatingen in het buitenland, bleek dit steeds weer neer te komen op het creëren van gescheiden autochtone en allochtone zwembaden. Dat is niet het toekomstbeeld dat wij als stadsbestuur hebben van onze samenleving.
Ik hoop dat deze informatie voldoende voor u was.

Met vriendelijke groeten

Fons Duchateau

OCMW-voorzitter
Schepen voor sociale zaken,
wonen, diversiteit & inburgering en samenlevingsopbouw.
VAN BEEMEN Olivier
Heineken in Afrika
Edited: 201511001501
Samenvatting
Uitgever: Prometheus Bert Bakker
400 pagina's
Prometheus Bert Bakker
november 2015
Alle productspecificaties
Als geen ander bedrijf dringt Heineken door tot de nerven van Afrikaanse samenlevingen. De multinational, al sinds de jaren dertig actief op het continent, beseft dat toekomstige groei grotendeels hiervandaan moet komen. Heineken in Afrika is het resultaat van drie jaar baanbrekend journalistiek onderzoek. Daarbij bezocht de auteur alle Afrikaanse landen waar Heineken brouwerijen bezit, sprak hij bijna 300 betrokkenen en deed hij diepgravend archief- en literatuuronderzoek. Met zijn levendige en toegankelijke stijl geeft Olivier van Beemen bovendien inzicht in het moderne Afrika en de rol die het bedrijfsleven daar speelt. De onthullingen in Heineken in Afrika, onder meer over belastingontwijking, medeplichtigheid bij mensenrechtenschendingen en omstreden zakenpartners, hebben inmiddels tot vragen geleid in de Tweede Kamer en het Europees Parlement. Het inspireerde toonaangevende columnisten, zoals Bas Heijne en Sheila Sitalsing, tot vlammende betogen. Heineken negeerde het boek aanvankelijk.

De bierindustrie ziet Afrika als het continent van de toekomst. Markten in Azië, Europa en Amerika lijken over hun hoogtepunt heen: de consumptie per hoofd loopt terug en het massaproduct van de grote brouwers verliest terrein aan de speciaalbieren van kleine, meer ambachtelijke bedrijven. Afrika biedt nog wel groeimogelijkheden, want het verbruik per hoofd ligt laag. Maar het is een erg lastige markt, waar grote sociale en politieke problemen productie en afzet bemoeilijken. Heineken behoort sinds tientallen jaren tot de grote spelers met een reeks fabrieken bijna overal in Afrika. Van Beemens boek analyseert, steunend op grondig onderzoek en veldwerk in tien landen, hoe het bedrijf daar functioneert en vooral hoe het omgaat met die sociale en politieke problemen. Het resultaat is geen requisitoir tegen de brouwer, maar een afgewogen onderzoeksjournalistiek relaas over wat er wel en niet kan en over wat er beter kan en beter zou moeten. Afbeeldingen ontbreken, handige kaartjes zijn er wel, net als een verzorgde annotatie en bronnenopgave.
Noteer dat Jean Pierre Bemba zakenpartner is van Bralima, een dochter van Heineken in Congo.
Zie ook het interview met Van Beemen op FOLLOW THE MONEY en de rol van het Belgische IBECOR
IFA
Le Recueil Financier - Digital version by Institute for Financial Archaeology
Edited: 201510310035

Brussels used to be an important financial centre and attracted countless foreign companies, just as London does today. Brussels held a quasi monopoly on tramway and light railway companies, such as Tramways de Koursk, Tramways Napolitains, Tramways de Rosario, Tramways de Tientsin,… These companies were quoted on the big board on a daily basis.

In the now legendary year of 1929, more than 1.000 companies had been listed in Brussels. All types of shares and bonds combined, the big black board included more than 1.500 quote lines. One third of these companies were foreign (France, United Kingdom, Netherlands, Germany,…)

Only one yearbook covered the world of finance and financiers during the 1893-1975 period: “LE RECUEIL FINANCIER: annuaire des valeurs cotées aux bourses de Belgique”. This yearbook has proven to be of inestimable value to those researching the history of the Belgian stock exchanges.

The Recueil Financier contains a wealth of information on stock exchange prices, corporate financial results and balance sheets. The directors of the companies listed get a separate mention, referenced with all their mandates in the listed companies.

Every year a report is published on all companies, highlighting the commercial activities during the course of the year and giving a detailed list of corporate actions (investments, dividends, spin-offs, take-overs, splits…).

Until now the Recueil Financier was only available in printed form, which made research very time consuming. Worse still, no complete series of the yearbooks had survived and only scattered copies could be found in libraries.

All 82 years, encompassing 240.000 pages in 221 volumes, have been digitised by IFA over the last 2 years! IFA owns the reproduction rights.


link to the RFI-page of IFA
TESSENS Lucas
Katanga-model: the evaporating public sector - de minimale staat
Edited: 201510310005

AFBEELDING TE KLEIN ? Klik met rechtermuisknop op de afbeelding en open ze in een nieuw tabblad.

Katanga model: de minimale staat
Begin 2014 ontwikkelde het Media Expert Research System bovenstaand analyse-model om een inzicht te krijgen in de evoluties op nationaal, Europees en geopolitiek vlak. Het werd de laatste maanden verfijnd en bijgesteld.
In het schema zijn er drie zones:
A. de wegkwijnende zone van de overheidsdiensten en -bedrijven van de natiestaat (links bovenaan);
B. de beperkte zone van de private sector van een natiestaat (links onderaan);
C. de zone van de zogenaamde 'global players', de multinationals en de supra-nationale conglomeraten (rechts op het speelveld).
Het schema tracht duidelijk te maken dat de private sector zoveel mogelijk winstgevende activiteiten van de staat overneemt. Dit is de privatiseringsgolf die we in Europa vanaf de jaren 90 kennen. De private sector oefent een 'push' uit op de publieke sector en bedient zich daarbij van politieke partijen en lobbying.
Tegelijkertijd is er de 'push' van de 'global players' om de nationale private sector via overnames in handen te krijgen.
De logica zegt dat bij een verzwakking van de natiestaat deze geneigd/verplicht zal zijn om de nog resterende activa ten gelde te maken om de begroting te doen kloppen. Die verzwakking gebeurt op twee manieren:
ten eerste doordat de 'global players' haast geen belastingen afdragen aan de natiestaten (cfr. LuxLeaks);
ten tweede door de sociale verplichtingen en de niet-productieve lasten van de staten zodanig te verzwaren dat privatiseringen noodzaak worden, ook als de overheidsbedrijven winstgevend zijn en voor de financiering van de staat kunnen zorgen.
Wat dit laatste betreft dient de vluchtelingenstroom uit het Midden-Oosten de belangen van de 'global players'. De opvang van vluchtelingen zal immers een gat slaan in de begrotingen van de natiestaten.
De sleutelsectoren van de staten (energie en nutsbedrijven, geld, kredieten, media, ...) zitten nu in de zone van de 'global players'.
In deze neo-liberale beweging moet de band met de oorspronkelijke eigenaar doorgeknipt worden. Een voorbeeld daarvan is de naamswijziging van het landgebonden BELgacom in het neutrale Proximus.

De laatste jaren stellen we nog een ander fenomeen vast: de staat reorganiseert de overheidsbedrijven op kosten van de collectiviteit om ze dan 'rijp' en winstgevend te privatiseren. Drie voorbeelden: opnieuw Proximus, BPost en Belfius.

Waarom we dit het Katanga-model noemen? Omdat ten tijde van de afscheiding van Katanga van Congo nog slechts drie factoren van tel waren: een marionnet als president, een dominante Union Minière en een repressieve gendarme-macht.


Studie Univ Gent
Ryanair-piloten vliegen onder bedenkelijk statuut
Edited: 201510282110
De piloot heeft een eigen firma, factureert aan een interimkantoor, dat op zijn beurt factureert aan Ryanair. De piloot draait dus zelf op voor de sociale lasten. Dit ruikt naar een systeem van schijnzelfstandigheid.
Low fares but not fair?

Hoe wordt schijnzelfstandigheid beschouwd in het Belgische recht? Definitie.
Schijnzelfstandigen zijn werknemers die het statuut van zelfstandige hebben, hoewel ze in werkelijkheid een beroepsactiviteit uitoefenen onder het gezag van een werkgever. Dat betekent dat zij normaal gezien in loondienst zouden moeten zijn.
Het gaat hier om sociale fraude die zware schade berokkent aan de solidariteit waarop het hele Belgische systeem van sociale zekerheid gebouwd is. Deze vorm van sociale fraude kan zwaar bestraft worden.

zie ook: Y. Jorens, D. Gillis, L. Valcke & J. De Coninck, ‘Atypical Forms of Employment in the Aviation Sector’, European Social Dialogue, European Commission, 2015.
ZUCMAN Gabriel
The Hidden Wealth of Nations
Edited: 201510281653
A web of tax havens holds almost a tenth of the world’s financial wealth. Evasion by the super-rich has pushed trillions of dollars out of governments’ reach. Only by prising open the secrets of the offshore centres can politicians rescue their debt-ridden economies and reverse the tide of rising inequality.
He estimates that at least $7.6tn is held in tax havens, largely in what he describes as the “sinister trio” of the British Virgin Islands, Luxembourg and Switzerland.

Alyas Karmani, Britse imam
"Seksuele frustratie bij jonge westerse moslims is voor ISIS/DAESH een machtig wervingsmiddel. Het gaat allemaal om seks. Deze knapen willen meisjes. En dat kan in het kalifaat."
Edited: 201510271245
Commentaar LT: In dit verband moet u beslist eens lezen wat er in 1944 in Napels is gebeurd. Zie het beklemmende boek van Norman LEWIS, Napels '44

Zie ook het boek van Magnus Hirschfeld, Sittengeschichte des Weltkrieges

Zie ook MORAVIA Alberto, La ciociara. Twee vrouwen (vertaling van La Ciociara - 1957)

Oorlog speelt zich niet alleen op het slagveld af.
NEURINK Judit
De vrouwen van het kalifaat · Slavinnen, moeders en jihadbruiden
Edited: 201510271100
Dit boek verschijnt bij uitgeverij Jurgen Maas, telt 140 pagina's en kost 18,95 euro.
Een samenvatting:
Honderden yezidi-vrouwen leven als seksslavinnen in eigendom van de radicale moslimgroepering ISIS. Jonge vrouwen uit het Westen worden geworven als toekomstige moeders van een nieuwe generatie strijders. Een klein aantal is getraind voor een speciaal politiekorps dat vooral vrouwen moet controleren op het naleven van de regels – maar meedoen aan de strijd mogen ze niet.
Wat is het lot van de yezidi-vrouwen die ISIS in augustus 2014 roofde? Wat voor invloed hebben vrouwen binnen ISIS? Hoe kijken ze aan tegen de rol van de man en het feit dat hij zal gaan sneuvelen – hen alleen achterlatend met de kinderen? Is er liefde binnen ISIS? Zijn er vriendschappen onder vrouwen? Neurink sprak met tientallen aan ISIS ontsnapte yezidi-vrouwen, belde met vrouwen in de bezette stad Mosoel, analyseerde propagandamateriaal van ISIS, verrichtte literatuuronderzoek en volgde de wereldpers over het onderwerp op de voet. Ze werd geraakt door de zwarte werkelijkheid in het kalifaat: hoe yezidi-vrouwen als dieren worden behandeld en hoe de vrouwen binnen ISIS/DAESH in bruutheid niet onderdoen voor mannen. En ook door het feit dat velen die werkelijkheid ontkennen of accepteren om in het kalifaat te kunnen overleven.

Judit Neurink (Goor, 1957) woont in Erbil, het Koerdische gedeelte van Irak. Sinds 2008 werkt ze in dit deel van het Midden-Oosten als correspondent van Trouw. Ook zette ze daar het mediacentrum IMCK op, gesteund door de Nederlandse organisatie Free Press Unlimited. Ze verzorgde trainingen voor Koerdische en Iraakse (Arabischtalige) journalisten om zo de kwaliteit van pers en democratie te verbeteren. Naast journalist is Neurink ook auteur. Over de laatste Joden in Irak schreef Neurink 'De Joodse bruid', over haar leven in Irak 'Mijn Iraakse familie' (2011), over families in Bagdad 'De bange stad' (2009) en over de Iraanse radicale groepering Moedjahedien Khalq 'Misleide martelaren' (2005).
LEMAÎTRE Jean, VAN GEYT Louis
La Passion du Trait d'Union, Regards croisés sur le Parti communiste de Belgique (1945-1985)
Edited: 201510271028
Louis Van Geyt (1927-2016), la Passion du Trait d’Union, un livre de 440 pages format B5, préfacé par Philippe Moureaux. Le journaliste Jean Lemaître a interviewé l’ancien président du PC belge de 2012 à 2015, à raison de 3 heures hebdomadaires. Des entretiens qui nous font revivre 40 ans de luttes de la Gauche… pour les droits sociaux, l’égalité hommes-femmes, la paix dans le monde, la dépénalisation de l’avortement, …
LT
Verboden films - de erfenis van het nazi-tijdperk
Edited: 201510270048
Op maandag 20151026 toonde Das Erste een interessante documentaire van Felix Moeller over de meer dan duizend films die tijdens het nazi-tijdperk werden geproduceerd. De essentie van de vraagstelling: moet het vrij vertonen van deze films verboden worden en blijven? De verstandigste stelling van een van de geïnterviewden was dat mits een kwalitatief hoogstaand en kritisch onderwijs het risico van hernieuwde indoctrinatie vermeden wordt en dat de films onder die voorwaarden niet verboden dienden te blijven. Meteen is dan de noodzaak van kwalitatief onderwijs een prioriteit. Het herkennen van propagandatechnieken is belangrijk om de huidige media-manipulaties te kunnen plaatsen.
Er werd opgemerkt dat de "Vorbehaltsfilme" ook op YouTube te bekijken zijn.
MERS Antique Books Antwerp biedt in zijn collectie een beperkt aantal boeken aan die onmiskenbaar van nazi-signatuur zijn. Wij hebben hier steeds de stelling verdedigd dat deze geschriften niet moeten verbannen worden uit de antikwarische handel. Zij weerspiegelen een tijdsgeest en kunnen tot een beter begrip leiden van de frustraties, de drijfveren en de misdadigheid van het nazisme en het fascisme. Overigens zou het van kortzichtigheid getuigen om ALLE stellingen van het fascisme neer te sabelen als vals, racistisch en onwaar. Met name de stellingen over de monopolisering van de mondiale grondstoffenmarkten zijn juist gebleken. Het is ook goed te bedenken dat het nationaal-socialisme wel degelijk socialistische origines had en uit 'linkse' hoek kwam. Dit wordt zelden geponeerd.

Hieronder een samenvatting van de presentatie door Das Erste:
Verbotene Filme – Das Erbe des Nazi-Kinos (2013)
Weit über tausend Spielfilme wurden in Deutschland während der Zeit des Nationalsozialismus hergestellt. Über 40 NS-Filme sind bis heute nur unter Auflagen zugänglich – sie sind "Vorbehaltsfilme". Volksverhetzend, kriegsverherrlichend, antisemitisch und rassistisch – so lauten die Begründungen, warum die Filme für die Öffentlichkeit nicht frei zugänglich sind.
Wie soll man mit den Naziflmen umgehen?
Urheberrecht und Jugendschutz sind dabei die juristischen Hebel, denn das deutsche Grundgesetz erlaubt keine Zensur. Der Umgang mit ihnen ist umstritten: Bewahren oder entsorgen, freigeben oder verbieten? "Verbotene Filme" stellt die "Nazifilme aus dem Giftschrank" vor und macht sich auf die Suche nach ihrem Mythos, ihrem Publikum und ihrer Wirkung heute – in Deutschland wie im Ausland. Eine Reise zur dunklen Seite des Kinos.
Experten berichten
Oskar RoehlerOskar Roehler
Über die Brisanz der Propagandafilme des Dritten Reichs und ihre Idee eines angemessenen Umgangs damit geben unter anderem Oskar Roehler, Moshe Zimmermann, Rainer Rother, Margarethe von Trotta, Jörg Jannings, Sonja M. Schultz, Götz Aly sowie Aussteiger aus der Nazi-Szene und Überlebende der Shoah Auskunft.

link Das Erste
De Tijd 20151024
De zaak Essers: onze externe consultants zeiden ons dat 11 ha beschermd bos kappen mogelijk was
Edited: 201510260030
Bervoets (CEO Essers): "Het is een moeilijk verhaal. Wij zijn geen natuurspecialisten. Dus luisteren wij naar externe specialisten: die van de overheid en de milieu-consultants die we zelf geraadpleegd hebben. En als die zeggen dat het kan, dan gaan wij daarmee verder. Zo simpel is het eigenlijk. De hele tijd hebben wij alleen maar gehoord dat het kan."
Commentaar LT: Eigenlijk is het een simpel verhaal, meneer Bervoets: je trekt je niets aan van de wetgeving op de beschermde bossen.

wie is Essers?
Telegraph
Eurosceptic party wins Poland's election Poland tossed out the centrist party that had governed for eight years for a socially conservative and Right-wing party that wants to keep migrants out and spend more on Poland's own poor
Edited: 201510260001
LT
Universiteit Gent ontsluit 19de eeuwse kadastrale leggers - PoppKAD
Edited: 201510231652
Tussen 1842 en 1879 publiceerde Philip-Christian Popp (1805-1879) een kadastrale Atlas van België. Dit werk vormt vandaag een eersterangsbron voor al wie op zoek is naar harde informatie over vastgoed en grondbezit in de 19de eeuw.

Het project POPPKAD streeft de ontsluiting van dit omvangrijke basiswerk na met het oog op een betere kennis van de eigendomsverhoudingen in de negentiende eeuw.

MERS Antique Books Antwerp leverde een groot aantal kadastrale leggers voor dit project. Wij feliciteren het projectteam met de eerste realisaties.

Wouter Ronsijn (De kadasterkaarten van Popp: een sleutel tot uw lokale geschiedenis: historische geografie van Aarschot, Asse, Halle en Tienen aan de hand van de kadasterkaarten van Popp. Peeters-Leuven, 2007, 148 pp. - zie ons boeknummer 20070098 ) legde met zijn boek mee de basis voor dit project.
Stuurgroep:
Philippe De Maeyer, hoogleraar, Vakgroep Geografie, Universiteit Gent
Paul Janssens, hoogleraar emeritus, Katholieke Universiteit Brussel en Universiteit Gent
Wouter Ronsijn, postdoctoraal onderzoeker, Vakgroep Geschiedenis, Universiteit Gent
Stijn Van de Perre, docent, Arteveldehogeschool Gent
Bart Van de Putte, docent, Vakgroep Sociologie, Universiteit Gent
Eric Vanhaute, hoogleraar, Vakgroep Geschiedenis, Universiteit Gent (woordvoerder-promotor)
Projectcoördinator en contactpersoon: Sven Vrielinck, Vakgroep Geschiedenis, Universiteit Gent

Hieronder de kaart van de geanalyseerde gemeenten:




Commentaar:
De raadpleging van kadastrale bronnen is steeds een heikel punt geweest in het historisch onderzoek. Het grondbezit reflecteert immers de ongelijkheid in de verdeling van vermogen. In de 19de eeuw was grond het nec plus ultra van vermogen, rijkdom en macht. De huwelijken in de toplaag hadden een uitbreiding van die macht op het oog en de kadastrale atlas van Popp was net om die reden een handig instrument.
Emile Vandervelde (1866-1938) opende in 1900 met zijn studie 'La propriété foncière en Belgique' de weg maar na Wereldoorlog I viel het onderzoek naar grootgrondbezit zo goed als stil.
Was dat de prijs die het socialistische establishment betaalde voor het enkelvoudig stemrecht? Kwam er met andere woorden een stilzwijgende overeenkomst tot stand om de eigendomsverhoudingen buiten de politieke discussie te houden? Waarom zijn de historici meegegaan op deze weg? Welke acties werden er ondernomen om het Kadaster toe te dekken en niet meer consulteerbaar te maken? Was dat om de schrijnende ongelijkheid in de vermogens verborgen te houden? Gebeurde dat om te verbergen dat tijdens de Franse Revolutie enkele tientallen families hun grote slag hadden geslagen bij de verkoop van de zgn. 'nationale goederen'?
Het zijn vragen die het project POPPKAD niet zal beantwoorden. Maar men kan moeilijk om de vaststelling heen dat een systematische verwerking van de kadastrale leggers van Popp veel eerder had kunnen gebeuren indien de fondsen daarvoor waren vrijgemaakt. Er komt een tijd dat men onderzoek zal doen naar het waarom van niet-uitgevoerde onderzoeken, naar de achterliggende drijfveren, de belangen, de combines, de sturing van budgetten en universitaire centra.
Wij hopen dat PoppKAD niet alleen een analyse-instrument zal opleveren maar dat het ook een antwoord zal geven op volgende vraag: 'Hoeveel procent van de eigenaars had hoeveel procent van de onroerende goederen in handen?'

naar de PoppKAD site

Grondwet
Een samenvatting van de grondrechten van de Belgen. Omdat het ogenblik gekomen is om die rechten in herinnering te brengen.
Edited: 201510210153

Alle Belgen zijn gelijk voor de wet (art. 10)
Discriminatie in de toepassing van rechten en vrijheden is verboden. De gelijkheid van vrouwen en mannen is gewaarborgd. (art. 11)
Het recht waarborgt voor vrouwen en mannen de gelijke uitoefening van hun rechten en vrijheden, en bevorderen meer bepaald hun gelijke toegang tot de door verkiezing verkregen mandaten en de openbare mandaten. (art. 11bis)
De vrijheid van de persoon is gewaarborgd. Niemand kan worden vervolgd dan in de gevallen die de wet bepaalt en overeenkomstig wettelijke procedures. (art. 12)
Ieder heeft het recht naar een rechter te stappen overeenkomstig de wettelijke voorwaarden. (art. 13)
Straffen kunnen enkel worden ingevoerd of toegepast krachtens een wet. (art. 14)
De woning is onschendbaar, huiszoekingen kunnen enkel in die gevallen die de wet voorschrijft. (art. 15)
Het recht op eigendom moet gerespecteerd worden. Onteigening kan enkel in het algemeen belang, in die gevallen en volgens de procedure door de wet bepaald en tegen een billijke en voorafgaande schadeloosstelling. (art. 16) De straf van verbeurdverklaring van (alle) goederen kan niet worden ingevoerd (art. 17).
De burgerlijke dood is afgeschaft en kan niet opnieuw worden ingevoerd. (art. 18)
De vrijheid van eredienst en de vrije openbare uitoefening ervan zijn gewaarborgd. Misbruik van deze vrijheden kan evenwel bestraft worden. (art. 19, 20 en 21)
De vrijheid van meningsuiting is gewaarborgd. Misbruik van deze vrijheden kan evenwel bestraft worden. (art. 19)
Ieder heeft het recht op eerbiediging van zijn privéleven en zijn gezinsleven. Uitzonderingen kunnen enkel bij wet ingevoerd worden. (art. 22)
Elk kind heeft recht op eerbiediging van zijn morele, lichamelijke, geestelijke en seksuele integriteit. (art. 22bis)
Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden. (art. 23) Dit recht omvat meer bepaald de volgende rechten:
het recht op arbeid en op de vrije keuze van beroepsarbeid in het raam van een algemeen werkgelegenheidsbeleid dat onder meer gericht is op het waarborgen van een zo hoog en stabiel mogelijk werkgelegenheidspeil, het recht op billijke arbeidsvoorwaarden en een billijke beloning, alsmede het recht op informatie, overleg en collectief onderhandelen;
het recht op sociale zekerheid, bescherming van de gezondheid en sociale, geneeskundige en juridische bijstand;
het recht op een behoorlijke huisvesting;
het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu;
het recht op culturele en maatschappelijke ontplooiing.
Het onderwijs is vrij. De gemeenschap waarborgt de keuzevrijheid van de ouders. De gemeenschap richt neutraal onderwijs in. De neutraliteit houdt onder meer in, de eerbied voor de filosofische, ideologische of godsdienstige opvattingen van de ouders en de leerlingen. Ieder heeft recht op onderwijs, met eerbiediging van de fundamentele rechten en vrijheden. De toegang tot het onderwijs is kosteloos tot het einde van de leerplicht. (art. 24)
De drukpers is vrij. Censuur kan niet worden ingevoerd. (art. 25)
De Belgen hebben het recht vreedzaam en ongewapend te vergaderen (art. 26)
De Belgen hebben het recht van vereniging. (art. 27)
Ieder heeft het recht verzoekschriften bij de openbare overheden in te dienen (art. 28).
Het briefgeheim is onschendbaar. (art. 29)
Het gebruik van een bepaalde taal mag enkel opgelegd worden voor handelingen van het openbaar gezag en voor gerechtszaken. (art. 30)
Eenieder heeft het recht openbare ambtenaren voor hun daden van bestuur te vervolgen, volgens de procedure in de wet bepaald. (art. 31)
Ieder heeft het recht elk bestuursdocument te raadplegen en er een kopie van te krijgen. Uitzonderingen moeten door de wet bepaald worden. (art. 32)
Naast de mensenrechten die in titel II van de Grondwet worden opgesomd, genieten de Belgen ook de rechten die vervat liggen in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat gesloten werd in het kader van de Raad van Europa. Op de naleving van dat verdrag wordt toegezien door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg.
Standaard Boekhandel - geschiedenis van deze groep
Edited: 201510160027
Een beetje geschiedenis

1919 (1 april): opening van de eerste "Afdeling Boekhandel van de N.V. De Standaard"
1924: boekhandel en uitgeverij worden ondergebracht in een aparte nv
1976: boekhandel en uitgeverij komen in handen van Bührmann-Tetterode als Scriptoria nv
1983: boekhandel realiseert een omzet van bijna 17 miljoen euro met een verlies van 2,7 miljoen euro
1985: oprichting van Standaard Boekhandel nv en Standaard Uitgeverij nv. De juridische band tussen uitgeverij en boekhandel verdwijnt definitief. Eind 1985 telt Standaard Boekhandel 40 winkels.
1990: Bührmann-Tetterode verkoopt Standaard Boekhandel aan haar management, de GIMV, de groep Scholte BV en de groep Malherbe BV
1994: Standaard Boekhandel haalt voor het eerst de grens van 50 miljoen euro omzet
1999: de kaap van 75 miljoen euro wordt overschreden
2001 (maart): oprichting van Standaard Boekhandel Logistiek, die vanaf mei 2001 de volledige logistiek van Standaard Boekhandel organiseert
2002: de Zuidnederlandse Uitgeverij (ZNU) wordt volledig eigenaar van Standaard Boekhandel
2003: de totale omzet gaat voor het eerst boven 100 miljoen euro
2006 (maart): opening van de honderdste Standaard Boekhandel in Merchtem
2006 (juni): opening van de eerste shop-in-the-shop bij Fun, onder de naam Standaard Bookshop
2008: de kaap van 150 miljoen euro wordt overschreden
2011 (oktober): Standaard Boekhandel gaat online met de introductie van een webwinkel, in nauwe aansluiting op het fysieke winkelnet en de integratie van sociale media.
2014 (april): Standaard Boekhandel neemt de winkelketen Club over en wordt een Belgische groep
2014 (juli): Standaard Boekhandel lanceert het tolino-platform en bijhorende e-reader
2015: de omzet van het voorbije jaar stijgt tot meer dan 200 miljoen euro
LT
Integratie en massacultuur: de cesuur
Edited: 201510131144



Het is bewezen dat integratie van immigranten makkelijker verloopt als zij kunnen opkijken naar de cultuur van het gastland.
Europa en de USA hebben op dat vlak een zwaar probleem.
Immers, een immigrant zal eerst geconfronteerd worden met onze beeldcultuur omdat hij/zij de taal (nog) niet machtig is.
Gaat hij zappend door het aanbod van de televisiestations dan ziet hij/zij meteen de onderkant van de cultuur: kookprogramma's of wat daarvoor moet doorgaan, halfnaakte deernes, stupiede spelletjes en series, gokken, om de haverklap reclame, etcetera ...
Integratie wordt dan vlug als 'besmetting' ervaren. Het is een constante in de islam: het westen heeft niets goeds te bieden en is 'kafir'.
De mate van afwijzen van integratie is recht evenredig aan de "westernization" van ons 'cultuur'aanbod via massamedia.
De cesuur of breuk tussen hogere en lagere cultuur loopt over de lijn van de commercialiseerbaarheid van het aanbod, over de lijn van het potentiële bereik, de kijkcijfers. Wanneer we de vitrine van onze cultuur met slechte smaak vullen, dan mogen we niet verwachten dat daar een gezonde aantrekkingskracht van uit gaat.
News
Nobelprijs Economie 2015 voor Angus Deaton (°1945)
Edited: 201510131021
De laureaat is een specialist in armoede en ongelijkheid. Zijn laatste publicatie is die van 2013: The Great Escape: Health, Wealth, and the Origins of Inequality. Princeton: Princeton University Press.
Het thema ligt dicht bij de onderwerpen waarmee Piketty de wereldpers domineert. De gezichtshoek is echter fundamenteel anders. Deaton's analyses zijn veel meer beschrijvend, daar waar Piketty de polemiek niet uit de weg gaat.
La République Française
Charte de la laïcité à l’école.
Edited: 201510090957
La Nation confie à l’école la mission de faire partager aux élèves les valeurs de la République. La République est laïque. L’école est laïque.
1) La France est une République indivisible, laïque, démocratique et sociale. Elle assure l’égalité devant la loi, sur l’ensemble de son territoire, de tous les citoyens. Elle respecte toutes les croyances.
2) La République laïque organise la séparation des religions et de l’État. L’État est neutre à l’égard des convictions religieuses ou spirituelles. Il n’y a pas de religion d’État.
3) La laïcité garantit la liberté de conscience à tous. Chacun est libre de croire ou de ne pas croire. Elle permet la libre expression de ses convictions, dans le respect de celles d’autrui et dans les limites de l’ordre public.
4) La laïcité permet l’exercice de la citoyenneté, en conciliant la liberté de chacun avec l’égalité et la fraternité de tous dans le souci de l’intérêt général.
5) La République assure dans les établissements scolaires le respect de chacun de ces principes.
6) La laïcité de l’École offre aux élèves les conditions pour forger leur personnalité, exercer leur libre arbitre et faire l’apprentissage de la citoyenneté. Elle les protège de tout prosélytisme et de toute pression qui les empêcheraient de faire leurs propres choix.
7) La laïcité assure aux élèves l’accès à une culture commune et partagée.
8) La laïcité permet l’exercice de la liberté d’expression des élèves dans la limite du bon fonctionnement de l’École comme du respect des valeurs républicaines et du pluralisme des convictions.
9) La laïcité implique le rejet de toutes les violences et de toutes les discriminations, garantit l’égalité entre les filles et les garçons et repose sur une culture du respect et de la compréhension de l’autre.
10) Il appartient à tous les personnels de transmettre aux élèves le sens et la valeur de la laïcité, ainsi que des autres principes fondamentaux de la République. Ils veillent à leur application dans le cadre scolaire. Il leur revient de porter la présente charte à la connaissance des parents d’élèves.
11) Les personnels ont le devoir de stricte neutralité : ils ne doivent pas manifester leurs convictions politiques ou religieuses dans l’exercice de leurs fonctions.
12) Les enseignements sont laïques. Afin de garantir aux élèves l’ouverture la plus objective possible à la diversité des visions du monde ainsi qu’à l’étendue et à la précision des savoirs, aucun sujet n’est a priori exclu du questionnement scientifique et pédagogique. Aucun élève ne peut invoquer une conviction religieuse ou politique pour contester à un enseignant le droit de traiter une question au programme.
13) Nul ne peut se prévaloir de son appartenance religieuse pour refuser de se conformer aux règles applicables dans l’École de la République.
14) Dans les établissements scolaires publics, les règles de vie des différents espaces, précisées dans le règlement intérieur, sont respectueuses de la laïcité. Le port de signes ou tenues par lesquels les élèves manifestent ostensiblement une appartenance religieuse est interdit.
15) Par leurs réflexions et leurs activités, les élèves contribuent à faire vivre la laïcité au sein de leur établissement.
DS 20151008
72% van de vluchtelingen vlucht voor Assad, 32% voor IS - van statistiek naar statistrik
Edited: 201510080940
Dat blijkt uit een onderzoek van WZB Social Science Research Center in Berlijn op vraag van enkele Syrische activistengroepen. Er waren 889 bevraagden.
De Standaard noemt het onderzoek 'uniek'.
Enkele bedenkingen. Ten eerste is een onderzoek in een oorlogssituatie altijd scheefgetrokken door de sociale druk van de groep.
Ten tweede wordt niet duidelijk uit welk gebied de vluchtelingen afkomstig zijn. Een weging van de resultaten is dan ook niet mogelijk.
Het onderzoek kan dus geen uitspraken doen over het vraagstuk: 'Zou u ook gevlucht zijn uit een door IS gecontroleerd gebied?'
Ook wordt niet gepeild naar de kansen om uit het bedreigde gebied te ontsnappen. Waren die klein, groot of onbestaande?
Toch trekt De Standaard volgende conclusie: 'Als zo'n driekwart vooral op de vlucht is voor Assad en zijn regime de crisis aanwrijft, kunnen de vluchtelingencijfers door de militaire steun van Rusland aan Assad alleen verder oplopen.' Ook de Pool Donald Tusk ventileert nogal voorspelbaar die mening.
Deze redenering raakt kant noch wal. Zij suggereert dat een nederlaag van Assad - met als direct gevolg een overwinning van IS - de zaken in Syrië zou oplossen.
Zoals in elke oorlog draait de propaganda op volle toeren. Dat De Standaard zo naïef meesurft op de desinformatiegolven, is veelzeggend voor het gehalte van deze 'kwaliteitskrant'.

Speciaal voor de redactie van De Standaard dit toemaatje:
Stel: je hebt twee concentratiekampen.
Uit het ene kamp raakt niemand weg; elkeen die wil ontsnappen wordt aan de prikkeldraad neergekogeld. Het kamp heet 'DAESH'.
Uit het andere kamp, dat 'ASSAD' heet (om een beetje in de sfeer te blijven), kunnen 100 mensen ontsnappen.
Op 5 kilometer van de kampen staat een waarnemer op een kruispunt waar alle ontsnapten wel moeten passeren. Die rapporteert: 'Iedereen gaat lopen uit het kamp 'ASSAD', het moet er dus wel heel slecht zijn.'
OK, het is een extreem voorbeeld maar het illustreert hoe relatief statistiekjes zijn.

Ik denk dan: er zijn geen asielzoekers uit Noord-Korea, het zal er dus goed om leven zijn.
En tijdens WO II kwamen er op een bepaald ogenblik geen joodse vluchtelingen meer uit Duitsland ... 'Alles zal er opgelost zijn', hebben de mensen toen gedacht. Inderdaad, Die Endlösung'.

LT
Wat is een taboe ?
Edited: 201510071446
Een taboe is iets dat wordt beschouwd als ongepast om te gebruiken, te doen of over te spreken. Het woord taboe is afkomstig uit het Tongaans van Polynesië (tapu of tabu), waar het stond voor een religieus verbod op bepaalde plaatsen, voorwerpen, personen of acties. Het woord komt, conform de klankwetten voor de Polynesische talen, terug als tapu, kahu etc.

Het schenden van een taboe in een bepaalde cultuur kan leiden tot reputatieschade, sociale uitsluiting of andere vormen van repercussie. Soms kan het schenden van een taboe leiden tot rechterlijke vervolging.
Taboes kunnen betrekking hebben op:

- het dieet (bijvoorbeeld halal/koosjer, boeddhistisch vegetarisme, hindoeïstisch vegetarisme of het verbod op kannibalisme),
- seksuele activiteiten of relaties (bijvoorbeeld tussen rassen, homoseksualiteit, incest, bestialiteit, pedofilie, necrofilie),
- lichamelijke beperkingen of ongewoon lichamelijk functioneren (bijvoorbeeld winderigheid), gewoonten met betrekking tot lichaamsfuncties (bijvoorbeeld neuspeuteren of in het openbaar winden laten),
- drugsgebruik,
- de aanwezigheid van ongeschonden geslachtsorganen (bijvoorbeeld besnijdenis of vrouwenbesnijdenis),
- het ontbloten van lichaamsdelen (bijvoorbeeld enkels in de Victoriaanse tijd, de haren van vrouwen in de Islam, naaktheid in de VS),
- bepaald taalgebruik (bijvoorbeeld politiek incorrect taalgebruik en dirty talk),
- religie (sommige gelovige mensen zullen kritiek of spot met hun god(en) of religieuze leiders als beledigend ervaren),
- ziektes en handicaps (praten over kanker of aids ligt bij sommige mensen gevoelig), of
- het spreken tegen bepaalde familieleden (bij de Aboriginals, zie onder).
Taboes in een sollicitatiegesprek, zoals het bespreken van zwangerschap, seksuele geaardheid, kinderwens, etc.
Andere voorbeelden van taboes in de westerse cultuur zijn de dood of zelfmoord.

Wat een taboe is, wordt bepaald door de culturele, religieuze of politieke context.

In westerse landen dook het begrip taboe op in maatschappelijke discussies rondom politieke correctheid. Ook wordt het gebruikt om strategieën in meer dagelijks taalgedrag te verklaren (zoals eufemistische en pregnante uitdrukkingen). De zogeheten taboes in de westerse cultuur zijn echter meestal geen echte taboes in de antropologische zin van het woord, maar onderwerpen of discussies die over het algemeen gemeden worden bijvoorbeeld omdat ze gênant of pijnlijk zijn of tot ruzies kunnen leiden. Een voorbeeld van een algemeen voorkomend taboe in de Westerse samenleving in de antropologische zin van het woord is het incesttaboe.

Behalve bij de Polynesiërs staan vooral ook de Australische Aboriginals bekend om een streng en uitgewerkt taboesysteem. In de meeste Australische culturen was of is het verboden binnen bepaalde familierelaties, bijvoorbeeld schoonzoon-schoonmoeder, met elkaar te spreken; men behelpt zich met gebarentaal of, als het niet anders kan, met een speciaal soort taal die grammaticaal gelijk is aan de gewone taal maar heel andere, niet belaste woorden gebruikt. (bron: wiki, 20151007)
OESO - OECD - Press Release
OECD presents outputs of OECD/G20 BEPS Project for discussion at G20 Finance Ministers meeting - Reforms to the international tax system for curbing avoidance by multinational enterprises
Edited: 201510070027
05/10/2015 - The OECD presented today the final package of measures for a comprehensive, coherent and co-ordinated reform of the international tax rules to be discussed by G20 Finance Ministers at their meeting on 8 October, in Lima, Peru. The OECD/G20 Base Erosion and Profit Shifting (BEPS) Project provides governments with solutions for closing the gaps in existing international rules that allow corporate profits to « disappear » or be artificially shifted to low/no tax environments, where little or no economic activity takes place.

Revenue losses from BEPS are conservatively estimated at USD 100-240 billion annually, or anywhere from 4-10% of global corporate income tax (CIT) revenues. Given developing countries’ greater reliance on CIT revenues as a percentage of tax revenue, the impact of BEPS on these countries is particularly significant.

“Base erosion and profit shifting affects all countries, not only economically, but also as a matter of trust,” said OECD Secretary-General Angel Gurría. “BEPS is depriving countries of precious resources to jump-start growth, tackle the effects of the global economic crisis and create more and better opportunities for all. But beyond this, BEPS has been also eroding the trust of citizens in the fairness of tax systems worldwide. The measures we are presenting today represent the most fundamental changes to international tax rules in almost a century: they will put an end to double non-taxation, facilitate a better alignment of taxation with economic activity and value creation, and when fully implemented, these measures will render BEPS-inspired tax planning structures ineffective,” Mr Gurría said.

Undertaken at the request of the G20 Leaders, the work to address BEPS is based on the 2013 G20/OECD BEPS Action Plan, which identified 15 actions to put an end to international tax avoidance. The plan was structured around three fundamental pillars: introducing coherence in the domestic rules that affect cross-border activities; reinforcing substance requirements in the existing international standards, to ensure alignment of taxation with the location of economic activity and value creation; and improving transparency, as well as certainty for businesses and governments.

The OECD will present the BEPS measures to G20 Finance Ministers during the meeting hosted by Turkey’s Deputy Prime Minister Cevdet Yilmaz on 8 October, in Lima, Peru.

Following delivery of the BEPS measures to G20 Leaders during their annual summit on 15-16 November in Antalya, Turkey, the focus will shift to designing and putting in place an inclusive framework for monitoring BEPS and supporting implementation of the measures, with all interested countries and jurisdictions invited to participate on an equal footing.

The final package of BEPS measures includes new minimum standards on: country-by-country reporting, which for the first time will give tax administrations a global picture of the operations of multinational enterprises; treaty shopping, to put an end to the use of conduit companies to channel investments; curbing harmful tax practices, in particular in the area of intellectual property and through automatic exchange of tax rulings; and effective mutual agreement procedures, to ensure that the fight against double non-taxation does not result in double taxation.

The BEPS package also revises the guidance on the application of transfer pricing rules to prevent taxpayers from using so-called “cash box” entities to shelter profits in low or no-tax jurisdictions, and redefines the key concept of Permanent Establishment, to curb arrangements which avoid the creation of a taxable presence in a country by reliance on an outdated definition.

The BEPS package offers governments a series of new measures to be implemented through domestic law changes, including strengthened rules on Controlled Foreign Corporations, a common approach to limiting base erosion through interest deductibility and new rules to prevent hybrid mismatch arrangements from making profits disappear for tax purposes through the use of complex financial instruments.

Nearly 90 countries are working together on the development of a multilateral instrument capable of incorporating the tax treaty-related BEPS measures into the existing network of bilateral treaties. The instrument will be open for signature by all interested countries in 2016.

The BEPS measures were agreed after a transparent and intensive two-year consultation process between OECD, G20 and developing countries and stakeholders from business, labour, academia and civil society organisations.

“Everyone has a stake in reversing base erosion and profit shifting,” Mr Gurria said. “The BEPS Project has shown that all stakeholders can come together to bring about change. Swift implementation by governments will ensure a more certain and more sustainable international tax environment for the benefit of all, not just a few.”
News
Jongeren en maatschappij stevenen af op mega-probleem: alcoholisme.
Edited: 201510051024
We moeten maar eens op zoek gaan naar de psycho-sociale oorzaken van overmatig alcoholgebruik bij jongeren. Alcohol is een sluipend gif en de dramatische gevolgen laten zich pas voelen na 5 tot 10 jaar. Tegen die tijd zijn ook de partners en de kinderen meegezogen in de verslaving.
Alcohol wordt na een tijd beschouwd als snelwerkend medicijn om problemen niet meer te zien, om te ontkennen dat ze er zijn. Tot de volgende morgen.
Over de gevolgen van coctails - alcohol + canabis + cocaïne + slaapmiddelen + antidepressiva + xtc - is nog te weinig bekend maar het lijkt mij een evidentie dat de negatieve gevolgen exponentieel groeien naarmate er meer drugs worden gecombineerd.
Vergeten we niet dat alcohol (vuurwater) in de geschiedenis hele volkeren afhankelijk heeft gemaakt. Verslaving staat voor 'slaaf worden van'. Geen fraai perspectief.
Alcohol wordt ten onrechte beschouwd als een softdrug. Vanaf bepaalde dosissen (en die verschillen van persoon tot persoon) gedraagt alcohol zich in ons als harddrug en neemt de afhankelijkheid snel toe. Een alarmpeil wordt bereikt als er gedronken wordt voor het beëindigen van de dagtaak en als het drinken stiekem en alleen gebeurt.
ABC
WWYD is een TV-format van ABC en focust op gedragingen van mensen in situaties die appeleren aan hun ethisch vermogen. Met verborgen camera, ingehuurde acteurs en onwetende actoren.
Edited: 201510020044
Enkele thema's:
reageren op aanschouwd geweld;
eerlijk zijn wanneer je in een winkel teveel wisselgeld krijgt;
homosexualiteit verdragen in je directe omgeving;
hulp bieden aan jonge vrouwen die op straat worden lastig gevallen (wisselende rolmodellen);
reactie op moeders die hun dochtertjes kleden als hoertjes;
reactie op borstvoeding in het openbaar;
verkoop van een villa in een blanke wijk aan moslims of zwarten;
reageren op racistische taal;
hulpvaardigheid aan mannen, vrouwen, moslims, bij het vervangen van een platte autoband;
cyber bullying door tienermeisjes;
pesten van zwaarlijvige tieners;
reactie van ouders op outing;
waargenomen winkeldiefstal al dan niet signaleren;
gevonden geld (anoniem en eigenaar bekend);
reageren op het aanbieden van alcohol aan minderjarigen;
roken met kleine kinderen in dezelfde ruimte;
inschakeling van politiediensten (calling 911);
differentiële reactie van beroepsgroepen;
rol van de eigen situatie bij reactie;
reageren op een foute relatie werkgever-werknemer;
machteloosheid van een illegale werknemer;
rol van godsdienstige achtergronden (katholiek, islam, ...);
etcetera ...
De hele reeks staat in het teken van de vraag: 'hoe sociale cohesie verhogen door sociale controle ?'. Speelt in op cognitieve dissonantie (ik denk dit en doe iets anders), opvoeding en sociale normen. Opmerkelijk en bemoedigend is ook dat de acteurs die de rol van 'slechterik' spelen zich achteraf schuldig voelen.
link naar de officiële website.
De meeste afleveringen zijn te zien op YouTube.
Een verrassend en verrijkend beeld van de Amerikaanse samenleving! Gezond moraliserend, not just for fun. Wetenschappelijk onderbouwd. Een aanrader voor ons allen en voor Europese programmamakers. Het zou eens wat anders zijn dan de talloze kookprogramma's op onze televisieschermen.

News
VW: Martin Winterkorn neemt ontslag. Verklaring van Executive Committee suggereert dat geen van de eigen leden op de hoogte was van het bedrog. Dat lijkt ongeloofwaardig en geen garantie voor 'a credible new beginning'.
Edited: 201509240055
Wolfsburg, 2015-09-23
Statement by Prof. Dr. Winterkorn
"“I am shocked by the events of the past few days. Above all, I am stunned that misconduct on such a scale was possible in the Volkswagen Group.

As CEO I accept responsibility for the irregularities that have been found in diesel engines and have therefore requested the Supervisory Board to agree on terminating my function as CEO of the Volkswagen Group. I am doing this in the interests of the company even though I am not aware of any wrong doing on my part.

Volkswagen needs a fresh start – also in terms of personnel. I am clearing the way for this fresh start with my resignation.

I have always been driven by my desire to serve this company, especially our customers and employees. Volkswagen has been, is and will always be my life.

The process of clarification and transparency must continue. This is the only way to win back trust. I am convinced that the Volkswagen Group and its team will overcome this grave crisis."

_________________________________________________________

Wolfsburg, 2015-09-23
Statement from the Executive Committee of Volkswagen AG’s Supervisory Board
In a meeting on Wednesday, September 23, the Executive Committee of the Supervisory Board of Volkswagen AG discussed in detail the manipulation of emissions data of Volkswagen Group diesel engines and came to the following conclusions:
1. The Executive Committee takes this matter extremely seriously. The Executive Committee recognizes not only the economic damage caused, but also the loss of trust among many customers worldwide.

2. The Executive Committee agrees that these incidents need to be clarified with great conviction and that mistakes are corrected. At the same time, the Executive Committee is adamant that it will take the necessary decisive steps to ensure a credible new beginning.

3. The Executive Committee has great respect for Chairman Professor Dr. Winterkorn’s offer to resign his position and to ask that his employment agreement be terminated. The Executive Committee notes that Professor Dr. Winterkorn had no knowledge of the manipulation of emissions data. The Executive Committee has tremendous respect for his willingness to nevertheless assume responsibility and, in so doing, to send a strong signal both internally and externally. Dr. Winterkorn has made invaluable contributions to Volkswagen. The company’s rise to global company is inextricably linked to his name. The Executive Committee thanks Dr. Winterkorn for towering contributions in the past decades and for his willingness to take responsibility in this criticall phase for the company. This attitude is illustrious.

4. Recommendations for new personnel will be presented at the upcoming meeting of the Supervisory Board this Friday.

5. The Executive Committee is expecting further personnel consequences in the next days. The internal Group investigations are continuing at a high tempo. All participants in these proceedings that has resulted in unmeasurable harm for Volkswagen, will be subject to the full consequences.

6. The Executive Committee have decided that the company will voluntarily submit a complaint to the State Prosecutors’ office in Brunswick. In the view of the Executive Committee criminal proceedings may be relevant due to the irregularities. The investigations of the State Prosecutor will be supported in all form from the side of Volkswagen.

7. The Executive Committee proposes that the Supervisory Board of Volkswagen AG create a special committee, under whose leadership further clarifying steps will follow, including the preparation of the necessary consequences. In this regard, the Special Committee would make use of external advice. Further details about this will be decided at the Supervisory Board meeting on Friday.

8. The Executive Committee is aware that coming to terms with the crisis of trust will be a long term task that requires a high degree of consistency and thoroughness.

9. The Executive Committee will work on these tasks together with the employees and the Management Board. Volkswagen is a magnificent company that depends on the efforts of hundreds of thousands of people. We consider it our task that this company regains the trust of our customers in every respect.

________________________________
Commentaar: gezien de extreme wereldwijde verwevenheid in de automobielindustrie (onderlinge levering van componenten - zie ons boeknummer 20000215) is het niet ondenkbaar dat het bedrog planetaire afmetingen heeft aangenomen en dat ook Franse, Italiaanse, Japanese en Amerikaanse groepen betrokken zijn geraakt bij wat nu 'dieselgate' wordt genoemd.
Histoire des droits sociaux en Suisse
Edited: 201509230901
LT
Griekenland: Syriza wint opnieuw verkiezingen. Tsipras terug aan zet.
Edited: 201509210916
De verkiezingsuitslag verklaren is eerder voer voor sociaal-psychologen dan wel voor politologen.
Stefan Zweig
over de nazi's in 'Schaaknovelle'
Edited: 201509161743
'Nu waren de nationaal-socialisten, lang voordat ze hun legers tegen de wereld bewapenden, begonnen een even gevaarlijk en getraind leger te organiseren in alle buurlanden, het legioen van de benadeelden, de achtergestelden, de vernederden.' (45)

Corbyn
20150912: Corbyn takes Labour
Edited: 201509131146
Jeremy Bernard Corbyn (born 26 May 1949) is a British Labour Party politician who, on 12 September 2015, was elected as Leader of the Labour Party and thereby Leader of the Opposition. Since 1983 he has served as Member of Parliament (MP) for Islington North.

As a self-described democratic socialist, Corbyn has advocated the re-nationalisation of public utilities and railways, re-opening coal mines, combating corporate tax evasion and avoidance as an alternative to austerity, abolishing university tuition fees and restoring student grants, a unilateral policy of nuclear disarmament and cancellation of the Trident nuclear weapons programme, quantitative easing to fund infrastructure and renewable energy projects, and reversing cuts to the public sector and welfare made since 2010 by the government of David Cameron.
wiki
Mustang is a 2015 internationally co-produced drama film directed by Turkish-French film director Deniz Gamze Ergüven.
Edited: 201509060061
The film starts with Lale, the youngest of the five sisters and the protagonist, bidding an emotional farewell at school to her female teacher, who is moving to Istanbul. The sisters decide to walk home instead of taking a van, to enjoy the sunny day. Along the way, they play in the water at the beach with their classmates. For one game, they sit on boys' shoulders and try to knock each other off. When they reach home, their grandmother scolds and hits them for their having this kind of bodily contact with boys and thus "pleasuring themselves" with them. Their uncle Erol is equally furious. From then on, the girls are forbidden from leaving the house, even for school.

The sisters feel stifled in their home as their grandmother tries to make them suitable for marriage. When in public they must now dress in drab, conservative clothing. Instead of attending school, they must stay home, where they are taught how to cook, clean and sew by their female relatives. Even so, the oldest sister, Sonay, sneaks out occasionally to meet her lover, and Lale looks for various ways to escape.

Lale, who loves football, is forbidden from attending Trabzonspor matches. She resolves to go to a match from which men have been banned due to hooliganism. A friend tells her that the girls in the village are going together on a bus. The sisters, who are happy for an opportunity to leave the house, sneak out of the house with Lale. When they miss the bus, they hitch a ride with a passing truck driver, Yasin, who helps them catch up to it. They’re ecstatic in the exuberant atmosphere of the all-female crowd cheering for their team. Back home, their aunt catches a glimpse of them at the match on TV, just as their uncle and other village men are about to tune in. To prevent the men from finding out, she cuts the house's, and then the whole village's, electricity.

When the girls return, their grandmother decides to start marrying the sisters off. They’re taken to town, ostensibly "to get lemonade", which is actually an opportunity to show them off to potential suitors. Soon enough, a suitor and his family arrive to meet them. Sonay vows to only marry her lover and refuses to meet the prospective suitor and his family. Selma is sent instead and becomes engaged. Sonay gets engaged a short while later to her lover. At the two sisters' joint wedding, Sonay is clearly happy while Selma is not. On the night of her wedding, Selma's in-laws come to view the bed sheets in a traditional ritual to establish that Selma was a virgin before her wedding night. Because there is no blood on the sheet, her in-laws take her to a physician to have her virginity tested.

Next in line for marriage is Ece. It’s revealed that her uncle is sexually abusing her at night. In Lale’s words, she starts acting “dangerously.” When the three remaining girls stop with their uncle near a bank, Ece allows a boy to have sexual contact with her in their car. She makes jokes at the lunch table, inciting loud laughs from her sisters, and is told to go to her room, where she shoots herself and dies. The surviving sisters and their family attend the funeral.

Now it is just the two youngest sisters, Nur and Lale, at home. Lale continues sneaking out. On one impulsive attempt to walk to Istanbul alone she is encountered by Yasin, the truck driver, who is kind to her. At Lale's request, he later teaches her how to drive. When she is caught on the way back into her house, the house is again reinforced to try to make it impossible for them to leave.

It becomes evident that the uncle starts abusing Nur and that their grandmother knows about it. She says that now it is time for her to be married off. Though she is young, she is found a suitor and engaged to be married. On the night of Nur's wedding, Lale convinces her to resist, and the girls bar themselves inside the house while the whole wedding party is outside, much to the embarrassment of their family. As the wedding party disperses, their uncle violently tries to get inside. Lale finds the phone hidden in a cupboard and plugs it in to call Yasin for help. The girls gather up money and a few supplies, grab the uncle's car keys, and sneak out of the house. They manage to escape in the car, crashing it close to their house. They hide and wait for Yasin, who picks them up and takes them to the local bus station. The girls take the bus to Istanbul, where they find their former teacher, who greets them warmly.
Interview met Etienne Vermeersch in DS 20150905
Het is flauwekul om te zeggen dat we die vluchtelingen nodig hebben. In België hebben we 600.000 werklozen.
Edited: 201509051027
'Grote groepen nieuwkomers integreren is zeer moeilijk.' (...) Homogeniteit van een bevolking is belangrijk. Het is gevaarlijk grote bevolkingsgroepen met een andere cultuur op te nemen. De islam speelt een rol in samenlevingsproblemen in Europa, kijk maar naar die hele discussie over onverdoofd slachten. De Italiaanse gastarbeiders waren met veel meer, maar herinnert u zich grote samenlevingsproblemen met Italianen?'


'Een ander deel van mijn plan is dat de Syrische president Bashar al-Assad onmiddellijk gedwongen wordt te stoppen met burgers te bombarderen en dat Islamic State (IS) verpletterd wordt.'(...)

'Het is geen gezonde situatie wanneer je in een land groepen hebt die getto's vormen.' (...)

'Je hebt altijd de morele plicht om (...) leed te beperken, maar niet door je eigen bevolking in de miserie te storten. Als je de mensen dwingt om rechten af te staan, drijf je ze tot racisme en xenofobie.' (...)
Vraag: Wat zijn de grote samenlevingsproblemen met moslims?
Antwoord: 'Het is een gevaarlijk voorbeeld maar ik zou kunnen verwijzen naar de verkrachtingscijfers in Zweden. Die zijn op korte tijd spectaculair gestegen. Er zullen altijd verscheidene factoren zijn, maar één van de verklaringen is de instroom van grote groepen moslims, onder meer uit Somalië.' (...)
'We hebben hier een mooi sociaal systeem opgebouwd. Als dat straks onbetaalbaar wordt, zullen de slachtoffers niet de professoren zijn die nu met een opgestoken vingertje opiniestukken schrijven. Het zullen de zwaksten zijn.'

VERMEERSCH Etienne, interview: Wouter Woussen,foto: Michiel Hendryckx
INTERVIEW ETIENNE VERMEERSCH OVER DE VLUCHTELINGENCRISIS | ‘Het is flauwekul om te zeggen dat we die vluchtelingen nodig hebben’
Edited: 201509050903
De Standaard | 05 SEPTEMBER 2015 |
De tijd dat vluchtelingencrisissen in België opgelost werden in overleg met Etienne Vermeersch, is voorbij. Maar dat de huidige staatssecretaris nog niet gebeld heeft, wil niet zeggen dat de 81-jarige filosoof geen plan klaar heeft.

Hebt u die foto gezien van die Syrische kleuter die dood is aangespoeld op een Turks strand?

‘Ja, maar ik schrik er niet van. Wie schrikt van deze foto, heeft geen verbeelding. We weten dat daar kinderen verdrinken. Maar ik begrijp de emoties wel, het is een zeer aangrijpend beeld.’

Guy Verhofstadt hoopt dat die foto Europa wakker zal schudden. Volgt u hem daarin?

‘Als die foto mensen wakker schudt, is dat goed. Maar je mag hem niet gebruiken om een moraliserend vingertje op te steken tegen goedmenende politici, die worden terechtgewezen alsof ze geen enkele ethiek hebben en de rechten van de mens niet kennen. Het probleem met moralisten is dat ze soms haalbare oplossingen in de weg staan omdat ze een ideale oplossing willen.’

Wat is volgens u een haalbare oplossing?

‘We moeten af van het verdrag van Dublin, dat nu bepaalt dat je asiel moet vragen in het land waar je Europa binnenkomt. Iedereen die de situatie in Griekenland en Italië kent, weet dat dat waanzin is. Er moeten Europese opvangcentra komen en criteria welke vluchtelingen aanvaard en over de landen verdeeld worden volgens quota.’

Hoe stel je die quota op?

‘Door rekening te houden met de situatie van elk land. Spanje heeft een jeugdwerkloosheid van 50 procent. Als je daar nu nog eens een massa mensen naartoe stuurt, maak je dat alleen maar erger. Slovakije en Hongarije hebben dan weer een probleem met moslims.’

Dat is xenofobie. Moet je daar rekening mee houden?

‘We leven niet in een ideale wereld. Ik praat graag over hoe de wereld is en niet over hoe je zou willen dat hij is. Ook onterechte angsten moet je zo veel mogelijk reduceren. Je zou die landen beter kunnen overtuigen om hun deel te doen, als je vluchtelingen een apart, tijdelijk statuut zou geven. Dat is mijn tweede voorstel.’

U bedoelt: vluchtelingen geen volledige burgerrechten toekennen.

‘Vluchtelingen hebben de hoop en de plicht om terug te keren als de oorlog voorbij is. Een statuut dat dat erkent, heeft ook voor hen voordelen, want dan vallen ze bijvoorbeeld niet onder wetten die zeggen dat ze hier geen sociale woning kunnen krijgen als ze in Syrië een huis bezitten.’

Als een conflict zo lang duurt dat hun kinderen ingeburgerd zijn in België, wilt u hen daarna alsnog terugsturen?

‘Dat kun je dan opnieuw bekijken. België heeft na de Kosovo-crisis zulke mensen teruggestuurd. Ik heb daar de grootste problemen mee. Ik heb dat meegemaakt. Dat is hartverscheurend. Het enige wat je kunt doen, is zorgen dat die problemen zich nu niet opnieuw stellen.’

Kunnen die vluchtelingen niet meer bijdragen aan onze samenleving als ze uitzicht hebben op een duurzaam verblijf?

‘We vangen die mensen op om hen te helpen. Het is flauwekul om te zeggen dat we ze nodig hebben. In België hebben we 600.000 werklozen. In Brussel bedraagt de jongerenwerkloosheid 35 procent. Zeggen dat we extra arbeidskrachten nodig hebben, is cynisch.’

Denkt u dat de oorlog in Syrië snel opgelost zal zijn?

‘Een ander deel van mijn plan is dat de Syrische president Bashar al-Assad onmiddellijk gedwongen wordt te stoppen met burgers te bombarderen en dat IS verpletterd wordt. De tweede Golfoorlog was een kapitale stommiteit, maar dit is iets totaal anders. IS is veel gevaarlijker dan Saddam Hoessein. Dat komt door de manier waarop ze hun aanhang werven: met hun militaire successen en hun letterlijke interpretatie van de Koran. De vereniging van 56 moslimlanden zou een vergadering van godgeleerden moeten samenroepen, die gezamenlijk verklaren dat IS de Koran onjuist interpreteert en dus bestreden moet worden. Zij kunnen oproepen tot jihad. Laat een coalitie met Egypte er korte metten mee maken. President al-Sisi zal daar graag aan meewerken. Daarna kunnen de vluchtelingen terug, al kun je misschien een uitzondering maken voor christenen en jezidi’s.’

Waarom?

‘Omdat de situatie voor hen daar misschien nooit meer leefbaar wordt.’

De reden is niet dat u de moslims liever niet in Europa houdt?

‘Hun integratie zal misschien gemakkelijker zijn, hoewel de Europese bevolking met die jezidi’s ook weinig gemeen heeft. Maar het is wel een kleine groep. Homogeniteit van een bevolking is belangrijk. Het is gevaarlijk grote bevolkingsgroepen met een andere cultuur op te nemen. De islam speelt een rol in samenlevingsproblemen in Europa, kijk maar naar die hele discussie over het onverdoofd slachten. De Italiaanse gastarbeiders waren met veel meer, maar herinnert u zich grote samenlevingsproblemen met Italianen?’

Wat zijn de grote samenlevingsproblemen met moslims?

‘Het is een gevaarlijk voorbeeld, maar ik zou kunnen verwijzen naar de verkrachtingscijfers in Zweden. Die zijn op korte tijd spectaculair gestegen. Er zullen altijd verscheidene factoren zijn, maar één van de verklaringen is de instroom van grote groepen moslims, onder meer uit Somalië.’

Maar u kunt dat niet bewijzen?

‘Het is tendentieus om die ene factor eruit te lichten en daarom is het een gevaarlijk voorbeeld. Wat ik wil zeggen is: grote groepen nieuwkomers integreren is zeer moeilijk. We spreken hier nu over die paar miljoen vluchtelingen uit Syrië, maar er staat ons nog iets te wachten. Afrika heeft nu 1,1 miljard inwoners. Volgens de VN zullen er dat in 2050 2 miljard zijn. Nu komen ze al in stromen naar ons toe. Wat moet er met dat miljard gebeuren?’

U hebt daar wellicht ook een plan voor.

‘Een gigantische campagne voor geboortebeperking. Het is niet rechtvaardig dat wij, die ons geboortecijfer onder controle houden, de dupe worden van de ongebreidelde bevolkingsaangroei elders. Waarom heeft Duitsland de minste werklozen? Omdat daar het minste kinderen zijn geboren.’

Dat is toch niet het gevolg van een bewuste campagne?

‘Nee, van een mentaliteit.’

Leidt welstand niet tot geboortebeperking?

‘Als je bevolking explodeert, kun je die welstand niet creëren. Als een bevolking explodeert, krijg je grotere armoede, opstanden en oorlog. Dat is ook waarom de Arabische lente is losgebroken. Syrië had in 1970 zes miljoen inwoners, in 2011 waren dat er 22 miljoen. De Arabische lente is een crisis die is ontstaan door een mislukte oogst in Rusland, waardoor er niet genoeg graan was in Noord-Afrika. Als er volgend jaar nog eens een Russische oogst mislukt, staat er ons nog iets te wachten.’

U wees net op het belang van de homogeniteit van een samenleving. Is de wereld niet sowieso complexer aan het worden?

‘Het is geen gezonde situatie wanneer je in een land groepen hebt die getto’s vormen. De Verenigde Staten waren lang een voorbeeld van een geslaagde meltingpot, maar zij krijgen een steeds grotere instroom van hispanics, waar ze ook geen antwoord op hebben.’

Die instroom is een gevolg van ongelijkheid, precies zoals de migratiedruk op Europa vanuit Afrika. U voorspelt zelf dat die niet zal afnemen. Hoe stelt u voor dat het Europa daarmee omgaat?

‘Ze moeten verdorie stoppen met de bevolking zo te laten groeien! Dat schrijf ik al dertig jaar.’

En doen ze het?

‘Neen.’

U praat graag over de situatie zoals ze is, en niet zoals ze zou moeten zijn. De Afrikaanse bevolking groeit. Wat wilt u doen, een muur bouwen om ze tegen te houden?

‘Die muur staat er al. Er wordt schande gesproken over dat hek in Hongarije, maar rond de Spaanse enclaves in Marokko staan er al lang zulke muren. Dat wordt nu omzeild met bootjes, wel, ze zullen ervoor moeten zorgen dat er niet één bootje meer vertrekt. Waarom verdrinken ze op zee? Omdat ze geloven dat er altijd wel een paar door geraken.’

Moet je dan stoppen met mensen redden, uit angst voor een aanzuigeffect?

‘Natuurlijk niet. Je redt ze, haalt de oorlogs- en politieke vluchtelingen eruit en zet de rest weer aan land waar ze vandaan komen.’

Is het op zich al niet cynisch dat echte oorlogsvluchtelingen hier pas asiel krijgen als ze hier geraken, waardoor ze met duizenden verdrinken in de Middellandse Zee?

‘Het zou al heel wat zijn als we voldoende kunnen doen voor die zes procent Syriërs die hier geraken.’

Iemand die verhongert, maar niet uit een oorlog komt, vliegt terug. Dat is op zich toch al onmenselijk?

‘Dat onderscheid is inderdaad niet humaan, maar de Conventie van Genève naleven is nu al met moeite haalbaar. Als er morgen een oorlog uitbreekt in China, zullen we de grenzen zelfs moeten sluiten voor oorlogsvluchtelingen. We hebben hier een mooi sociaal systeem opgebouwd. Als dat straks onbetaalbaar wordt, zullen de slachtoffers niet de professoren zijn die nu met een opgestoken vingertje opiniestukken schrijven. Het zullen de zwaksten zijn.’

Dan laat je in 2050 iedereen achter die muur verhongeren?

‘Je hebt altijd de morele plicht om dat leed te beperken, maar niet door je eigen bevolking in de miserie te storten. Als je de mensen dwingt om rechten af te staan, drijf je ze tot racisme en xenofobie.’

U had het in het begin van dit gesprek over goedmenende politici die hun best doen. Vindt u dat België genoeg doet?

‘Niet zolang er mensen buiten moeten slapen. Ik denk ook dat we meer mensen kunnen opvangen. Ik passeer vaak aan het station van Melle. Dat staat al jaren leeg. Met een paar aanpassingen kunnen daar drie gezinnen wonen.’

U woont ook vrij ruim.

‘Ik weet dat het duurzamer is om in de stad te leven. Ik heb het ook geprobeerd, maar ik kon niet leven met het lawaai van mijn buren. Voor mij persoonlijk is dit een zeer gezonde manier van leven, maar ik ben er mij van bewust dat je die niet kunt veralgemenen voor de hele bevolking.’

Het zou een metafoor kunnen zijn voor de situatie van Europa in de wereld.

‘Ja. Natuurlijk.’
Cabinet de Didier Reynders
Alexia Bertrand wordt kabinetchef van Didier Reynders
Edited: 201509020944




Alexia Bertrand is de dochter van Luc Bertrand, CEO van Ackermans & van Haaren.

In 2014 stond zij voor de verkiezingen van de Kamer op de 14de plaats van de lijst van de MR te Brussel.

Bio:
Alexia Bertrand (°1979, Belgische) behaalde het diploma van licentiaat in de rechten aan de Université Catholique de Louvain (2002) en een Master of Laws aan de Harvard Law School (2005). Zij werkt sinds 2012 als adviseur op het kabinet van de Vice-Premier en Minister van Buitenlandse Zaken en werd op 1 oktober benoemd tot kabinetchef algemeen beleid. Ze geeft periodiek opleidingen in onderhandelingstechnieken. Van 2002 tot 2012 was ze actief als advocate, gespecialiseerd in financieel- en vennootschapsrecht (bij Clifford Chance en vervolgens Linklaters). Ze was tijdens een deel van die periode assistente aan de rechtsfaculteit van de Université Catholique de Louvain en wetenschappelijk medewerkster aan de Katholieke Universiteit Leuven. Alexia Bertrand werd in 2013 tot bestuurder van Ackermans & van Haaren benoemd.
LT
gecontamineerde beelden
Edited: 201508290112
Ik heb er een tijdje over moeten nadenken maar ik realiseer me nu dat een toenemend aantal beelden in mijn brein gecontamineerd zijn. Ik noem er enkele: een treinwagon, een wolkenkrabber, een zonovergoten zandstrand, een rubberboot, een koelwagen, een groen eilandje in een baai, een bisschop in vol ornaat, een kindergezicht, het logo van een bank, een speelgoedhelicopter, ...
Het zijn geen neutrale beelden meer, de associatie met andere beelden raakt verstoord want geconditioneerd.
Het is niet eens angst, het is eerder verwondering over de nieuwe invulling die buiten mij om gebeurt, onvermijdelijk.
Het hele proces is ver verwijderd van het leren van woordjes met bijhorende plaatjes: Jan, kat, bal, muis, ...
De semiotiek wijzigt razendsnel in een gemediatiseerde wereld en die mutatie gebeurt mondiaal.
14 augustus 2015: Denise De Weerdt overleden. R.I.P.
Edited: 201508141715
Denise De Weerdt (Gent, 3 mei 1930 – Gent 14 augustus 2015) was historica, bibliothecaris, socialiste en feministe.
Het was haar grote verdienste dat zij de positie van de vrouw en de ongelijkheid documenteerde en voortdurend aankloeg.
LT
Rober Boulin assassiné le 29 octobre 1979: Crime d'état
Edited: 201508130233
“Robert Boulin en savait long sur les circuits financiers opaques de notre République”


La démonstration est implacable, la conclusion sans appel : pour Pierre Aknine, réalisateur du téléfilm-choc Crime d'Etat, (diffusé sur France 3 ce mardi 29 janvier 2013) Robert Boulin, ministre du Travail et de la Participation sous la présidence de Valéry Giscard d'Estaing a été assassiné pour des raisons politiques. Balayée, la thèse du suicide : le résistant et gaulliste de la première heure, dont le corps a été retrouvé dans un étang de la forêt de Rambouillet le 30 octobre 1979 a été éliminé parce qu'il en savait trop sur les dossiers sulfureux de la Ve République...
Quelle réalité derrière cette fiction passionnante aux allures de film noir ? Pour nous éclairer, Benoît Collombat, journaliste à France Inter et auteur d'Un homme à abattre : contre-enquête sur la mort de Robert Boulin, a accepté de décrypter deux scènes-clé du film, en retissant les liens entre la fiction et la réalité plus que troublante exhumée au fil de ses recherches au long cours.

« Avant sa mort, Robert Boulin avait bien conscience que son propre camp politique, le RPR, tentait de le déstabiliser politiquement en instrumentalisant dans la presse une affaire “bidon” de terrain à Ramatuelle. L’ancien résistant gaulliste savait aussi qu’il avait en face de lui des adversaires dangereux, prêts à utiliser des hommes de main du SAC, le service d’ordre du parti gaulliste, alors en pleine dérive sanglante. Robert Boulin était menacé physiquement.
Pour répliquer, il disposait de dossiers susceptibles de faire taire ses adversaires. Ce recordman du nombre d’années passées dans les ministères de la République (quinze ans) en savait long sur les circuits financiers opaques de notre République.
Secrétaire d’Etat au budget lors de la création en 1965 de l’ERAP (Entreprise de recherches et d’activités pétrolières) puis d’Elf, ministre délégué à l’Economie et aux Finances de 1977 à 1978, Robert Boulin avait connaissance du montant des commissions (légales) dont il autorisait les versements lors de la passation de contrats liés aux affaires pétrolières et africaines. Mais il connaissait aussi l’envers du décor, l’“argent noir” de la Françafrique et les turpitudes de sa propre famille politique : Elf, le Gabon et les réseaux Foccart au service du RPR de Jacques Chirac, à la fin des années 1970. Des mallettes de billets transitent entre Paris et Libreville. Les fonctionnaires des douanes qui connaissent l’intégrité de Boulin font remonter les informations dont ils disposent.
Au cœur du dispositif se trouve une tirelire : la FIBA, la banque d’Elf et du régime gabonais. Or, le conseiller pour la presse de Robert Boulin, Patrice Blank (qui a joué un rôle extrêmement trouble la nuit de la disparition en se rendant au domicile du ministre) était justement membre du conseil d’administration de la FIBA. Autrement dit, un relais important des intérêts qu’entendait dénoncer Boulin se trouvait dans son entourage très proche.
Le corps de Robert Boulin a été retrouvé à proximité de la maison du “monsieur Afrique” de Giscard, René Journiac, comme si Boulin avait voulu “négocier” avec cet ancien bras droit de Jacques Foccart. René Journiac trouvera la mort quelques mois plus tard, en février 1980, dans un accident d’avion suspect en Afrique. L’avion utilisé par Journiac avait été prêté par Omar Bongo…
Aujourd’hui, des témoins sortent de leur silence et confirment la conclusion de mes investigations.
Par exemple, l’ancien assistant parlementaire du suppléant de Boulin, à l’époque, explique qu’avant que les archives de Boulin ne soient toutes détruites par le SAC, il a pu lire une partie de ces documents : Boulin parlait de répliquer en évoquant Elf-Gabon. La fille d’Alexandre Sanguinetti (co-fondateur du SAC) raconte que son père lui a tout de suite dit qu’il s’agissait d’un assassinat et que Boulin voulait contre-attaquer en menaçant d’évoquer le financement occulte des partis. L’ancien “monsieur Afrique” du RPR, Jean-François Probst, estime, lui aussi, que Boulin a été assassiné et fait le lien avec le Gabon.
Avant sa mort en 2005, un homme du sérail m’avait éclairé sur le sujet. L’ancien proche de Foccart et du mercenaire Bob Dénard, Maurice Robert, (ex-responsable du service Afrique des services secrets, espion chez Elf puis ambassadeur de France au Gabon), a clairement parlé devant moi de “crime” en parlant de l’affaire Boulin. Il était bien placé pour le savoir. »

« Dès la découverte du corps, de nombreux témoins expliquent que Boulin avait plus une tête de boxeur qu’une tête de noyé. Le visage est traumatisé, avec du sang sous le nez (or un noyé ne saigne pas du nez), le bras droit est recroquevillé avec une entaille au poignet visible sur certains clichés de l’identité judiciaire.
Les gendarmes sont les premiers à se rendre sur place, à l’étang Rompu. Le colonel de gendarmerie Jean Pépin pense immédiatement qu’il est impossible que Robert Boulin ait pu arriver seul dans cet étang. Un élément médico-légal va d’ailleurs le prouver : le corps du ministre a été retrouvé “dans la position du musulman qui prie”, la tête face au sol de l’étang. Logiquement, les lividités cadavériques, c'est-à-dire les marbrures qui se fixent sur les parties basses du corps après la mort, auraient dû se trouver sur le ventre et les jambes de Boulin. Or, elles se dont fixées sur le dos ! Cela signifie, de manière certaine, que le corps de Boulin a bien été transporté dans l’étang, après sa mort.
Un “bristol d’adieu” grandiloquent avec deux encres différentes est retrouvé dans la voiture du ministre, mais il est truffé d’incohérences, comme les lettres posthumes attribuées à Boulin. Il y a des mégots de cigarette, alors que Boulin ne fumait que des cigares. Les gendarmes n’ont pas le temps d’en savoir plus. L’affaire leur est immédiatement retirée au profit des policiers du SRPJ de Versailles par un personnage trouble : le Procureur général de la Cour d’appel de Versailles, Louis-Bruno Chalret.
Cet homme était, à l’époque une “barbouze judiciaire” au service des réseaux Foccart et du SAC. Il avait déjà fait libérer des truands sur ordre, comme le prouve des écoutes téléphoniques.
Au cours de mes investigations, j’ai établi que ce Procureur très spécial a été prévenu de la découverte du corps de Robert Boulin plus de six heures avant la découverte officielle, à 8 heures 40 du matin. Certains services de l’Etat ont également été prévenus dans la nuit. Le Procureur Chalret s’est immédiatement rendu sur place avec une équipe d’hommes “sûrs”, sans doute pour “arranger” la version officielle du suicide.
L’autopsie du corps est sabotée : il n’y a pas d’examen du crâne, sur ordre du Procureur. Officiellement, pour ne pas “charcuter” le corps à la demande de la famille Boulin qui n’avait pourtant rien demandée. Le corps est ensuite embaumé illégalement. Quant aux prélèvements d’organes du ministre, qui auraient pu faire l’objet de contre-expertises, ils sont tous détruits dans des conditions rocambolesques dans les années 1980.
En 1983, une deuxième autopsie démontre pourtant l’existence de fractures importantes (“traumatisme appuyé du massif facial”) du vivant de Robert Boulin. L’assistant de ces légistes m’explique qu’il avait alors constaté un hématome derrière le crâne du ministre, consécutif à un objet contondant, et une coupure au poignet droit correspondant, selon lui, à un lien.
Ce témoin, comme beaucoup d’autres, attend toujours d’être entendu par un juge d’instruction, indépendant du pouvoir politique. Mais il faudrait pour cela que la justice accepte, enfin, de rouvrir le dossier Boulin. Il est encore temps, puisque l’affaire ne sera prescrite qu’en 2017. »
(1) Publié chez Fayard en 2007


BBC
Slave owners got compensation in GBR
Edited: 201507282303
The Slavery Abolition Act of 1833 formally freed 800,000 Africans who were then the legal property of Britain’s slave owners. What is less well known is that the same act contained a provision for the financial compensation of the owners of those slaves, by the British taxpayer, for the loss of their “property”. The compensation commission was the government body established to evaluate the claims of the slave owners and administer the distribution of the £20m the government had set aside to pay them off. That sum represented 40% of the total government expenditure for 1834. It is the modern equivalent of between £16bn and £17bn.


The compensation of Britain’s 46,000 slave owners was the largest bailout in British history until the bailout of the banks in 2009. Not only did the slaves receive nothing, under another clause of the act they were compelled to provide 45 hours of unpaid labour each week for their former masters, for a further four years after their supposed liberation. In effect, the enslaved paid part of the bill for their own manumission.


Read more



Note LT: Note that Charlotte and Denis Plimmer, Slavery, The Anglo-American Involvement commented on these matters in 1973 (see our booknumber 23604). But we tend to forget willingly the disturbing tragedies of our history. Fact is that the rich always find ways to avoid losses or to be compensated for them by the state (the taxpayer). Historians should move ahead to indicate the redundant strategies and tactics of tax evasion and profitary by the upper class.
LT
André Leysen overleden (19270611-20150711). R.I.P.
Edited: 201507121955
Over deze man bestaat geen degelijk biografisch werk.
Drie episodes uit zijn leven zijn onderbelicht.
Ten eerste is er de vraag of het faillissement van de Standaardgroep (1976) een georchestreerd manoeuver was om de belangrijkste krant in andere handen te spelen. De ongedekte kredietverlening aan de Standaardgroep van De Smaele wijst in die richting. Door een drooglegging kon men van de ene op de andere dag een faillissement uitlokken. Het volstond immers om de schuldeisers te verenigen. Voor de buitenwereld was dat faillissement een donderslag bij heldere hemel, de 'inner circle' (banken, RSZ, Tindemans, collegae krantenbazen, ...) wist wel beter en had alle tijd om een draaiboek aan te maken. Daarbij speelde de eis van het 'waterdicht schot' een cruciale rol.
Ten tweede is er de langdurige episode van de aanloop naar het commerciële TV-station VTM in Vlaanderen. Daarbij kwamen Jan Merckx, voormalige rechterhand van Albert De Smaele, en André Leysen tegenover elkaar te staan, weliswaar 'par personne interposée' van Guido Verdeyen, de CEO van de VUM. Beide heren leefden op oorlogsvoet en om die reden kon de geschreven pers in de jaren 80 geen front vormen om één scenario te schrijven voor een TV-station in handen van de uitgevers. Dat maakte het dossier bijzonder complex. Wegens zijn neoliberale opvattingen kon Leysen zich ook nooit verzoenen met directe perssteun en dat zorgde bij de krantenuitgevers voor een bijkomende splijtzwam. De indirecte staatssteun (BTW 0-tarief, goedkope posttarieven, etc.), die in feite veel belangrijker was, vormde geen item van kritiek. Achter de schermen bestookte Merckx Leysen met niet altijd identificeerbare projectielen. Zo had Merckx een hand in het doen mislukken van het (overigens amateuristische) krantenproject '24 uur' van de VUM. Merckx speelde immers zijn vriendschappelijke contacten met de dagbladhandelaars tenvolle uit en organiseerde een boycot.
De derde vraag is die naar de rol van Leysen in de Treuhandanstalt. Het agentschap ontfermde zich over de herstructurering en verkoop van om en nabij de 8.500 zogenaamde Volkseigene Betriebe (VEB's), firma's die in de DDR openbaar eigendom waren. Het agentschap vernietigde tussen 1990 en 1994 2,5 miljoen banen. Ook enorme grondeigendommen kwamen in andere handen. Deze operaties vertonen gelijkenissen met de uitverkoop van kerkelijke goederen tijdens het Directoire aan het einde van de 18de eeuw.
LT
Europe in trouble
Edited: 201506301413
In het westen: stroeve contacten met de USA; spionage door de USA; dreigende uittreding van United Kingdom.
In het oosten en het zuidoosten: embargo's Rusland en toestand in Oekraïne; Griekenland uit Eurozone; riskante relaties met Turkije; groei kalifaat Isis rond Middellandse Zee - van Syrië tot Marokko; concurrentie China.
In het zuiden: toevloed van vluchtelingen.
Intern: werkloosheid, toenemende corruptie, geweld, polarisering, technocratie versus democratie, nationale tax rulings, sociale zekerheid op de helling, ongelijkheid, terrorisme, gebrek aan charismatisch leiderschap.


Libération 20150630
En collaboration avec WikiLeaks, «Libération» et «Mediapart» révèlent comment la NSA s'est penchée, dès 2002, sur les intérêts commerciaux français.
Edited: 201506301328
Après les écoutes politiques, l’espionnage économique. Les nouveaux documents publiés par WikiLeaks, en partenariat avec Libération et Mediapart, dévoilent l’ampleur des opérations menées par les services de renseignement américains contre les intérêts français. Cinq rapports de synthèse de l’Agence nationale de sécurité (NSA) montrent que des responsables et diplomates ont été espionnés entre 2004 et 2012, notamment Pierre Moscovici et François Baroin lors de leur passage à Bercy. Une stratégie offensive qui apparaît dans un document secret fixant les objectifs prioritaires des Etats-Unis dans le domaine économique. Baptisée «France : développements économiques» et datée de 2012, cette note constitue la doctrine de la NSA en la matière. Elle vise à recueillir toutes informations pertinentes sur les pratiques commerciales françaises, les relations entre Paris et les institutions financières internationales, l’approche des questions liées au G8 et au G20 ou encore les grands contrats étrangers impliquant la France. Ce dernier point, un des plus sensibles, est détaillé dans une sous-section intitulée «Contrats étrangers-études de faisabilité-négociations». Il s’agit de récupérer toutes les informations possibles sur les contrats d’envergure impliquant des entreprises françaises, notamment ceux dépassant les 200 millions de dollars. Des révélations qui risquent de jeter un froid sur les négociations autour du Tafta, le traité de libre-échange entre l’Europe et les Etats-Unis, dont le prochain round est prévu mi-juillet, à Bruxelles. La plupart des secteurs stratégiques sont visés par la NSA : technologies de l’information, électricité, gaz, pétrole, nucléaire, transports, biotechnologies, etc. Toutes les informations recueillies sont ensuite partagées avec les principales administrations américaines : département de la Sécurité intérieure, département du Commerce, département de l’Energie, agence de renseignement de la Défense, Réserve fédérale, Trésor et même commandement des forces américaines en Europe. Jamais la preuve d’un espionnage économique massif de la France, orchestré au plus haut niveau de l’Etat américain, n’avait été établie aussi clairement.
WARREN Elizabeth
A Fighting Chance
Edited: 201506290023
As a politician and activist, Warren’s great strength is that she retains the outsider’s perspective, and the outsider’s sense of moral outrage, which runs throughout A Fighting Chance. As she sees it, there are at least two sets of villains conspiring to rob ordinary Americans of the decent and improving livelihoods to which their hard work entitles them.
The first are the big banks and other financial concerns, which burden people of modest means with credit card debt, lure them into reckless mortgages they can’t hope to repay, and chisel them with all sorts of outlandish fees.

In Warren’s worldview, the second set of miscreants is the Washington political class, which coddled the banks, encouraged their reckless lending, and eventually bailed them out on extremely generous terms, without any real effort to hold their senior executives accountable.

src: nybooks.com
MARCHAL Jules (1924-2003)
Interview
Edited: 201506211131
Jules Marchal est né en 1924 en Belgique, et est décédé le 21 juin 2003 à Hoepertingen. Docteur ès philosophie et lettres de l’Université Catholique de Louvain, il a été fonctionnaire territorial au Congo belge de 1948 à 1960, conseiller technique au Congo-Zaïre de 1960 à 1967 et enfin diplomate jusqu’en 1989. Ses travaux de recherche, entrepris depuis 1975, ainsi que ses nombreuses publications, concernent la période de l’histoire de la colonisation belge du Congo.

PC: Cela fait 25 ans que vous avez débuté vos recherches concernant l’Histoire de la colonisation du Congo. Qu’est-ce qui vous pousse à continuer ?

JM: "Je continue parce qu’il reste beaucoup à révéler sur la période totalement inconnue de 1910 à 1945 dont les archives ont été rarement explorées".

PC: D’où provient la majeure partie de vos sources ?

JM: "De l’ancien Ministère des Colonies à Bruxelles".

PC: Ces sources sont-elles irréfutables, autrement dit, peut-on historiquement les mettre en doute?

JM: "Elles sont irréfutables parce qu’il s’agit des correspondances entre le Ministère des Colonies et son administration en Afrique".

PC: Avez-vous des détracteurs ? Si oui, qui sont-ils?

JM: "Comme détracteurs, je n’ai que les associations des anciens coloniaux créées à une époque lointaine pour défendre l’honneur de Léopold II et de la colonisation belge".

PC: Est-ce que des Belges vous contactent pour avoir des informations à ce propos? Des Congolais? Si non, pourquoi à votre avis?

JM: "Des Belges me téléphonent au sujet de mes livres, les Congolais vivant en Belgique, rarement. Je n’ai pas de contacts avec les Congolais d’Afrique. Je comprends le peu d’intérêt marqué par les Congolais vivant en Belgique, occupés par les problèmes des nécessités de la vie. Sans le moindre privilège par rapport aux autres étrangers, vivant souvent des allocations payées par la Belgique, cherchant un emploi, essayant d’obtenir la nationalité belge, ils se trouvent dans une situation inconfortable pour clamer les méfaits passés des belges au Congo".

PC: Comment jugez-vous le livre d’A.Hochschild Les fantômes du roi Léopold II ?

JM: "Un chef-d’oeuvre, sans une seule erreur quant aux faits historiques relatés"

PC: Vous avez vécu et travaillé pendant 19 ans au Congo (et au Zaïre) dont 12 ans pendant la colonisation. Vous parlez d’un grand nombre d’exactions sur les Congolais dans vos livres. Avez-vous été le témoin de telles exactions? Si oui, quels étaient vos sentiments à cet égard (le régime de la chicotte p.ex.) ?

JM: "J’ai vécu certaines exactions sous une forme adoucie: la culture obligatoire du coton (mal payé), l’établissement de paysannats pour le coton (agriculture planifiée), l’entretien de routes et la construction de gîtes d’étape sans paiement adéquat, l’usage de la chicotte (8 coups par séance à mon arrivée en 1948, ramenés à 4 coups quelque 3 ans plus tard). En tant qu’administrateur territorial, je n’avais aucun sentiment à avoir à l’égard de ces matières, dont l’exécution ou l’application m’incombait. Je me rends compte actuellement que le prestige du service territorial, dont moi et mes collègues étions si fiers a l’époque, reposait principalement sur la peur pour la chicotte que l’administrateur pouvait faire infliger à l’Africain, en le condamnant à la prison où son usage était réglementaire."

PC: Le Journal Le Soir des 24 et 25 juin 2000 a présenté un dossier sur le Congo. Il parle de belgitude, des amours passées entre la Belgique et le Congo. Comment qualifiez-vous ces propos?

JM: "Ces propos sont ridicules, tenus par des gens qui ne connaissent rien de l’Histoire du Congo. Mais ces gens sont souvent de bonne foi, cette Histoire n’ayant jamais été exposée objectivement auparavant."

PC: On parle souvent des écoles, des universités, des hôpitaux qui ont été construits par les Belges pour les Congolais. Qu’en est-il ?

JM: "Des écoles primaires, il y en avait partout. On a poussé l’enseignement secondaire à partir de 1950, et introduit l’enseignement universitaire à partir de 1955. Selon Crawford Young (History of Africa-Vol 8), en 1960, 136 écolières terminèrent l’enseignement secondaire et 14 universitaires congolais furent diplômés. On le voit une situation dont il n’y a pas lieu de se vanter. Quant aux hôpitaux, dans les territoires à l’intérieur du pays, chaque médecin avait son hôpital, parfois rudimentaire. Il y avait de un à quatre médecins (soit de l’état voire d’une entreprise ou encore d’une mission catholique ou protestante) pour un territoire grand comme la Belgique. Il n’y avait pas d’ambulance. Ce n’était donc pas fameux. Mais il y avait nombre de dispensaires dans les missions et des agents sanitaires parcouraient le pays, ce qui fait qu’au point de vue médical, la situation au Congo était comparable à d’autres pays africains.

PC: Quelle était la différence entre colonie scolaire et école ?

JM: "Les colonies d’enfants, baptisées plus tard colonies scolaires, étaient des établissements créés par l’état pour héberger des enfants, destinés à recevoir un enseignement rudimentaire en vue de leur incorporation dans la Force Publique. Actuellement, on dirait école avec internat. Elles étaient dirigées par des missionnaires catholiques et furent intégrées dans le système de l’enseignement catholique mis sur pied par ceux-ci et subventionné par l’état. On peut dire qu’au Congo, l’enseignement était l’affaire des missions catholiques jusqu’à la veille de l’indépendance."

PC: A votre connaissance, est-ce qu’un politicien belge n’a jamais émis l'idée d’une éventuelle commémoration des victimes Congolaises de la colonisation ?

JM: Non

PC: Les 100 ans de l’avenue de Tervuren ont été fêtés en grande pompe à BXL il y a quelques années. On serait tenté de penser que les belges ne connaissent pas les crimes qui se sont passés au Congo ?

JM: "Les Belges ne connaissent en effet pas les crimes qui se sont passés au Congo. Ils s’imaginent que leur système colonial était le meilleur d’Afrique. Alors que le contraire semble plutôt vrai…Beaucoup de Belges veulent pourtant savoir et liraient mes livres si la presse en parlait. C’est là que le bât blesse. Le seul article paru à ce jour sur mes écrits dans la presse francophone, est celui de la ‘Libre Belgique’ [ "Le rail: pages noires de l’histoire coloniale, article paru le 27juin 2000"]
source: www.cobelco.org
MARCHAL Jules (1924-2003), [interviewer: Syp Wynia]
Interview 13/4/1994 afgenomen door Syp Wynia
Edited: 201506040909
Jules Marchal: postuum interview met eenzaam waarheidsvinder – tegen de Belgische Congo-mythes.
De Belgische koloniale geschiedenis was, vooral in België zelf, nog niet zo lang geleden omgeven met een cordon van zwijgzaamheid. De enkele Belg die de mythe rond de grondlegger van Belgisch Kongo, koning Leopold II (1835-1909) als weldoener van de Kongolezen probeerde te doorbreken werd gemarginaliseerd, om niet te zeggen uitgestoten. Dat gold zeker voor Jules Marchal (1924-2003).
Marchal was wel een heel weinig voor de hand liggende aanklager van het in België gekoesterde beeld van koning Leopold, die in werkelijkheid verantwoordelijk was voor miljoenen doden. Marchal was namelijk zelf koloniaal ambtenaar geweest in Belgisch Congo en heeft daar nog enige tijd meegedaan aan het hardvochtige regime, waar geen eind aan was gekomen na de dagen van koning Leopold II. Marchal was nadien bovendien Belgisch ambassadeur in diverse Afrikaanse landen. Als lid van het Belgische establishment werd hem zijn rol als nestbevuiler extra kwalijk genomen.

Ik bezocht Marchal op 13 april 1994 in zijn huis in Hoepertingen – in Belgisch Limburg – om hem te spreken naar aanleiding van de bloedige burgeroorlog in Rwanda die een week eerder was uitgebroken en waarbij mogelijk een miljoen mensen zijn omgebracht. Rwanda, buurland van Congo, was in het midden van de 20ste eeuw immers ook een Belgische kolonie geweest.
Na dat eerste bezoek aan Marchal en zijn echtgenote Paula (Bellings, LT) ben ik enkele maanden later nog eens naar Hoepertingen afgereisd, omdat Marchal in het eerste gesprek nog te beducht was om publicabele uitspraken te doen: ‘De ruiten worden hier anders ingegooid’. De neerslag van die twee gesprekken is echter – evenmin als de foto’s, al bij het eerste bezoek gemaakt door fotograaf Wubbo de Jong – door een curieuze loop van de geschiedenis nimmer gepubliceerd. (waarom vertelt Wynia er niet bij, LT)

Nu is Marchal toch al weinig geïnterviewd. Een zeldzaam interview met de krant ‘Het Belang van Limburg’ werd door de hoofdredactie uit de krant geweerd. Na de eeuwwisseling kreeg Marchal als auteur van uniek gedocumenteerde boeken over de Belgische koloniale geschiedenis eindelijk de eer die hem toekwam, vooral ook omdat de Amerikaanse schrijver Adam Hochschild ruiterlijk erkende dat hij zijn internationale bestseller over Belgisch Congo vooral op de boeken van Marchal waren gebaseerd. Maar Marchal was nadien te ziek – hij overleed in 2003 – om zijn werk en zijn wedervaren in interviews toe te lichten.
Daarom hieronder alsnog mijn interview met Jules Marchal uit 1994. Ik heb er hoegenaamd niets aan veranderd. Het verhaal is dus gesitueerd in de voorzomer van 1994. Ook de in die dagen gangbare spelling is intact gelaten.

‘Leopold wilde ook een kolonie, net als Nederland’
door SYP WYNIA (°1953)

De voormalige Belgische koloniën in Centraal-Afrika zijn ten prooi gevallen aan massale moordpartijen, volksverhuizingen, bestuurlijke chaos, honger en armoede. De volstrekt corrupte staat Zaïre, het vroegere Belgisch-Kongo, dreigt voortdurend uiteen te vallen nadat dictator Moboetoe het land eerst tientallen jaren uitzoog en gaandeweg zijn greep op het land kwijtraakte.
Het aan Zaïre grenzende, voormalige Belgische mandaatgebied, Roeanda-Boeroendi, werd gesplitst in de republieken Rwanda en Burundi waar de Tutsi’s en de Hutu’s elkaar nu om beurten afmaken. De moordpartijen waarbij Rwandese Hutu’s de afgelopen maanden honderdduizenden Tutsi’s het leven benamen kennen nauwelijks een gelijke in de recente geschiedenis.

De Belgische diplomaat Jules Marchal (69) kwam er twintig jaar geleden tot zijn schrik achter het hoe en waarom van de Belgische aanwezigheid in Afrika. Na twintig jaar als koloniaal ambtenaar en overheidsadviseur in de Kongo te hebben gewerkt geloofde hij nog rotsvast in de Belgische vaderlandse geschiedenis, die wil dat koning Leopold II aan het eind van de vorige eeuw slechts met de beste bedoelingen de Kongo-staat had gevestigd en dat de Belgische aanwezigheid de zwarten niets dan goed had gebracht.
Nadat Marchal, in 1972 Belgisch ambassadeur in Ghana, geen reactie uit Brussel kreeg op zijn verzoek om informatie, zodat hij onmogelijk een door hem als schandelijk ervaren krantenartikel over de Belgische koloniale geschiedenis kon bestrijden, begon bij hem de twijfel te knagen. Sindsdien is Marchal verbeten op zoek naar de waarheid.

Sinds 1985 publiceerde hij onder pseudoniem (‘A.M. Delathuy’) zes, veelal dikke boeken over de eerste 25 jaar van de Belgische aanwezigheid in Kongo: over de trucs die koning Leopold toepaste om dit gigantische gebied in Centraal-Afrika in handen te krijgen, over de bloedige uitbuiting van het land die Brussel grote weelde bracht maar miljoenen Afrikanen het leven kostte. En over de bedenkelijke rol van veel missie-organisaties.

In Marchals zevende boek, dat volgend jaar verschijnt, komt de latere periode aan de orde, die al evenmin zo brandschoon is als Marchal net als de meeste Belgen lange tijd wilde aannemen. Marchal: ‘Sommige Belgische historici willen nu wel toegeven dat Leopold II het te bont gemaakt heeft. Maar, zeggen ze dan, vanaf 1908, toen de Belgische staat de Kongo overnam van de koning, is het net zo geworden als in alle kolonies. Maar dat is niet waar. Hetzelfde koloniale personeel bleef. En België heeft er nooit ene frank in willen steken – anders mocht de regering de Kongo-staat namelijk niet van de koning overnemen. Dat systeem is dus doorgegaan, zij het ontdaan van de scherpste kanten, maar wel met de dwangarbeid en de terreur.’ Na de Tweede Wereldoorlog werd het wel beter, vindt Marchal. ‘Ik kwam er in 1948. Ik ben ervan overtuigd dat het toen begon een normale kolonie te worden. Er was immers overal uitbating, er waren overal dwangcultures.’
In eigen land kregen de boeken van Marchal nauwelijks aandacht, naar hij zegt omdat het thema van de onderdrukking van de Kongo nog steeds taboe is en het Belgische establishment actief poogt hem uit de publiciteit te houden. Oud-kolonialen voeren een lastercampagne tegen hem en zorgden er dit voorjaar nog voor dat ‘Het Belang van Limburg’ afzag van een bijlageartikel over hem en zijn werk. Een uitgever deed zo weinig voor een van zijn boeken, dat Marchal de voorraad uiteindelijk maar zelf opkocht.
In het buitenland lokten zijn studies tot dusver al evenmin veel reacties uit, ook al omdat hij er aanvankelijk voor koos zijn boeken slechts in het Nederlands te publiceren. Daar ziet hij nu van af: zijn eerste boek, ‘E.D. Morel tegen Leopold II en de Kongostaat’, verschijnt dit najaar bij een Parijse uitgever in het Frans. In België was er geen Franstalige uitgever te vinden voor het werk van deze ‘nestbevuiler’.

Ik ontmoet hem de eerste keer in het voorjaar, als de kersenbloesem grote delen van Belgisch Limburg overdekken. De Rwandese presidentiële troepen hebben dan net het grootste deel van de regering vermoord en en passant tien Belgische VN-militairen afgeslacht. De massale moord op de Tutsi’s is dan net begonnen. Marchal wil wel praten over België en Rwanda, als ik er maar niets over opschrijf, want hij vreest als een landverrader af te worden geschilderd als zijn kritische kanttekeningen over de Belgische aanwezigheid in Rwanda naar buiten komen. Dat de Belgische VN-soldaten die het afgelopen jaar in Somalië beschuldigd werden van te hard optreden verbaasde hem niet: hij denkt dat het voortvloeit uit de neerbuigende Belgische traditie ten opzichte van de inheemse bevolking. De Fransen, er al honderd jaar op uit om de Belgen in Afrika te vervangen, krijgen ook een veeg uit de pan. Maar de bandrecorder moet voortdurend uit: ‘Ik moet geweldig voorzichtig zijn, het is een hysterie in België. De ruiten worden hier ingegooid, zeker als ik dat ook nog eens tegen een buitenlandse krant zeg.’
Inmiddels zijn de kersen rijp en Marchal heeft de meeste krieken rond zijn landhuis geoogst. Zijn angst om voor landverrader uit te worden gemaakt is wat geslonken.
Marchal: ‘België kreeg Roeanda-Boeroendi na de Eerste Wereldoorlog als mandaatgebied toegewezen, nadat ze tijdens de oorlog samen met de Engelsen de Duitsers daar hadden verdreven. Het maakte tot dan toe immers deel uit van Duits Oost-Afrika. Dat de Belgen daar überhaupt aan begonnen, was weer die grootsheidswaanzin, nadat eerder de Kongo was doodgebloed door de exploitatie door Leopold II. In plaats van in die uitgebloede Kongo wat te gaan doen en de mensen te beschermen, gingen ze vandaar nog eens Duits Oost-Afrika helpen veroveren.’

Al die tijd lieten de Belgen de Tutsi-minderheid als heersers aan de macht in Rwanda. Maar in 1959 kwam de Gentse kolonel Guy Logiest met zwarte koloniale troepen vanuit Stanleyville in oostelijk Kongo de rust herstellen in Rwanda. Hij is daarna hogelijk geprezen, omdat hij toen alle Tutsi-chefs heeft afgezet en vervangen door Hutu’s, met de goede bedoeling dat de Hutu’s onderdrukt werden. ‘Maar dat was een dommigheid,’ zegt Marchal. ‘Dat blijkt nu wel. Hij heeft die hele samenleving daar ontwricht. En kijk, diezelfde Hutu’s die alles aan de Belgen te danken hebben, beginnen nu meteen Belgische blauwhelmen te vermoorden.’
Marchal denkt dat Frankrijk altijd al probeerde een voet aan de grond te krijgen in Zaïre, Rwanda en Burundi. Het zinde de Fransen vanaf het begin al niet dat de Kongo aan de Belgische koning Leopold toeviel. Maar de Fransen moesten het lijdelijk aanzien omdat de andere grootmachten van die dagen geen toestemming aan Parijs gaven de kolonie van de Belgische koning alsnog in te pikken.
Marchal: ‘Maar de laatste jaren waren de Franse para’s al steeds eerder dan de Belgen in Zaïre als daar onrust was, net zoals dit voorjaar in Rwanda. Het is natuurlijk geen toeval dat Rwanda en Burundi net als Zaïre deelnemen aan de door Frankrijk georganiseerde conferenties over de francofonie. En de Tutsi’s die terugkwamen uit Oeganda om de macht weer in handen te nemen spreken alleen maar Engels.’

Zijn vrouw Paula moet per se mee op de foto. Zij tikte 45 jaar geleden al de processen-verbaal uit, op grond waarvan Marchal als jong koloniaal ambtenaar rechtsprak. Zij maakte soms de wonden schoon van de inlanders die in zijn opdracht zweepslagen toegediend kregen, geheel in de koloniale geest van het Belgisch Kongo van na de Tweede Wereldoorlog. De chicotte van dunne repen nijldierhuid speelde steeds een centrale rol in de Belgische geschiedenis in Afrika.
Zijn vrouw tikt nu op de computer zijn boeken uit, die in twintig jaar van dagen, avonden en weekenden thuiswerk na tijdrovend en kostbaar archiefonderzoek tot stand kwamen. Marchal had na zijn pensionering voor boer willen spelen in het huis dat hij de afgelopen dertig jaar tussen zijn posten als ambassadeur in Afrikaanse landen door liet bouwen nabij het Belgisch-Limburgse Hoepertingen. Het kwam er niet van, ook al heeft hij dan fruitbomen, ganzen en de ezels. Soms sust Paula hem als hij zich al te druk maakt over alle ongeloof, onbegrip en tegenwerking.

Op zijn eigen koloniale verleden kijkt Marchal zonder schuldgevoel terug. Dat geldt ook voor de lijfstraffen die hij zelf toe liet dienen aan de Kongolezen die de katoen die ze verplicht moesten verbouwen onvoldoende verzorgden of andere herendiensten verwaarloosden. Wie de chicotte kreeg moest plat op de grond gaan liggen, waarna de straf in aanwezigheid van de andere dorpelingen werd toegediend.
Marchal: ‘Dat katoen dwangarbeid was, ontging ons. Dat was overal zo, dus daar zie ik geen graten in. Ik heb die lijfstraffen toegediend en ik heb de katoen doen planten. Dat was ook in de Franse Kongo zo, denk ik, en in andere kolonies. Maar tot 1945 was dat allemaal veel erger, veel harder. Ze hebben rond 1930 de spoorlijn langs de watervallen aan de Beneden-Kongo helemaal moeten herbouwen. Dat hebben ze gedaan door dwangarbeiders op te roepen uit de ganse Kongo. Er zijn daar duizenden mensen gestorven, als vliegen. Daar is nooit een woord over geschreven. En weet ge dat de Belgen in de Tweede Wereldoorlog de zwarten opnieuw de bossen ingestuurd hebben om wilde rubber et oogsten, nadat de Japanners de uitvoer van de Indonesische rubber hadden afgesloten? Onze mensen hebben toen gezegd: “Wij gaan u helpen, wij hebben daar nog oerwoud. Wij weten wat rubber is”.’ Hij lacht ongemakkelijk, met een pijnlijke grimas.
Marchal: ‘En toen was het weer hard. Niet meer zoals onder Leopold II, toen ze mensen doodschoten die met te weinig rubber terugkwamen uit het bos, waarna ze de handen afhakten om aan te tonen dat ze goed tekeer waren gegaan. Ze moesten die handen roosteren omdat ze anders onderweg verrotten. Met manden vol handen kwamen ze terug uit de brousse. Zo was het in de jaren veertig niet meer, maar het was weer hard. Dat wil gewoon zeggen dat de Belgen nooit beseft hebben wat ze ginder gedaan hebben. Het is een eeuwige schande. Als ik dan Willy Claes en Jean-Luc Dehaene hoor over de mensenrechten in Zaïre, dan krimp ik in van schaamte – dat wij daarover durven spreken. Dat is een schande als ge zo’n verleden hebt. Dat zouden mijn boeken moeten leren aan de Belgische gezagsdragers, maar ik word niet gelezen. Niemand kent mijn boeken, niemand is daarin geïnteresseerd. Men leeft hier in België in de mythes en legenden van die filantropische Leopold II, die de Arabische slavendrijvers zou hebben vernietigd. Dat terwijl Leopold juist nauw samenwerkte met die slavenhandelaren.’
Ik opper dat de verdringing van het koloniale verleden niet iets typisch Belgisch is. In Engeland en Frankrijk gaat het net zo. Is het in Nederland misschien beter?
‘Ik denk het niet,’ zegt Marchal. ‘Ik verwijs naar professor Jan Breman in Amsterdam, die heeft hetzelfde probleem als ik. Die wordt ook niet geloofd en wordt ook niet gelezen. Gij hebt hetzelfde probleem als wij. Ik weet het, bij u wordt meer aan ontwikkelingssamenwerking gedaan dan in België. En Multatuli was dan wel een Nederlander en hij werd wel een literaire held. Maar ik geloof niet dat de Nederlanders door hem overtuigd zijn. Indonesië heeft nu geweigerd nog iets aan te nemen van Nederland. Ik vind dat fantastisch. Maar Mobutu weigert nog geen hulp, die is zo ver nog niet.’
‘En dan hadden wij nog Rwanda, zoals u Suriname had had, zo’n klein kroonkolonietje waar je alles kon doen wat je wilde. Maar Nederland hoeft niet voortdurend de Nederlanders weg te halen uit Suriname, zoals wij de Belgen bijna jaarlijks moeten evacueren uit Afrika, waarna ze stilletjes met hun duizenden binnen enkele maanden weer terugkeren als Sabena weer gaat vliegen.
In Rwanda hebben we nooit iets verdiend, het heeft alleen geld gekost aan België. Maar in de Kongo hebben we kolossaal fortuin gemaakt. Rwanda was een kolonie zoals alle kolonies, die waren er voor de exploitatie, dat was de geest van de tijd, maar het koloniale verleden is daar heel normaal verlopen. Maar de Kongo, dat is een speciaal geval. Vooral die eerste jaren onder Leopold II. Dat was het wrede systeem dat de Nederlanders in de zeventiende eeuw in Indië toepasten.’

Toen Marchal er eenmaal achter was dat hij net als de andere Belgen met leugens zoet was gehouden over het Kongolese regime van Leopold II – de twijfels over het vervolg kwamen pas later – gebruikte hij zijn periodieke terugkeer in Brussel om de koloniale archieven in te duiken, voor zover ze tenminste niet waren vernietigd. Het ministerie van Buitenlandse Zaken in Brussel was daartoe een prima uitvalsbasis: Marchals bureau stond vijftig meter van de koloniale archieven.
Marchal: ‘Dat is wel een van de redenen waarom ik niet gelezen wordt. Ik heb nooit propaganda kunnen maken. Als ik als diplomaat mijn pensioen wilde halen moest ik een beetje opzij leven en een pseudoniem nemen. Dat werd A.M. Delathuy, net als mijn overgrootmoeder. En ik kon geen persconferenties te geven. Tot ik in 1989 met pensioen ging wist niemand wie Delathuy was. Ook al omdat het in het Nederlands verscheen en het dus niet gelezen werd in Zaïre. Bij Buitenlandse Zaken liet men mij begaan, omdat ik me zo kalm hield en me niet als stokebrand gedroeg. Men kon mij weinig verwijten. Door die andere naam, Delathuy, is de minister nooit in moeilijkheden gebracht. En ik zocht er geen glorie mee.’
‘Een andere reden is, dat ik me niet op kon trekken aan de boodschap die ik breng,’ zegt Marchal. ‘Daar ben ik beschaamd over, daar kan ik het land niet mee afreizen. Ge moet van mij niet verwachten dat ik in Rotterdam ga spreken of naar Amsterdam kom om over het banditisme van die Belgen te spreken. Dat kan toch niet? Het is nu bij mijn laatste boek voor het eerst dat ik me op een perspresentatie heb laten zien.’

Marchal lijdt onder de aanvallen van zijn collega’s van vroeger, de oud-kolonialen die zich ook in Belgisch-Limburg gegroepeerd hebben in een club. ‘Die kunnen maar niet begrijpen dat een Limburger zoiets doet, Leopold II zwartmaken. Toen de krant over de presentatie van dat laatste boek schreef, zijn de oud-kolonialen van Hasselt naar de hoofdredacteur gelopen. Ze wilden een rechtzetting. Een rechtzetting van een verslag van een persconferentie? Ik zie dat niet zo goed. Die reporter was enthousiast over mij. Die zei: ik maak een weekendportret. Zodra die mannen van Hasselt daar achter kwamen zijn ze naar de redactie en de directeur gelopen. “Als ge nog iets durft publiceren van die Delathuy, dan verliest ge 5000 lezers,” dreigden ze. Die reporter is weer bij mij gekomen en heeft mij dat verteld. Die zegt: hoe zit dat met die 5000 lezers? Nu ben ik zelf lid van die club geweest. Ik was het 129ste lid. Maar het gevolg is wel: er is niets meer verschenen in Het Belang van Limburg.
‘En als dat laatste boek nou tegen de missie zou zijn, maar dat boek is vóór de missies, het is zelfs gesubsidieerd door een missiecongregatie. Nou ja, de eerste grote ordes die onder aanmoediging van Leopold II naar Kongo gingen, die komen er niet zo mooi uit, dat waren echte potentaten, daar kun je moeilijk wat goeds van vinden. Maar de kleinere ordes, zoals de paters van Mill Hill bij u vandaan, uit Roosendaal – uw paters komen er toch prachtig uit? Die hebben ook niet de internationale propaganda voor de Kongostaat gevoerd waar Leopold op hoopte. En die hebben ook niet deelgenomen aan het met duizenden kidnappen van kinderen die uit dorpen werden gehaald, soms nadat de rest van de bevolking was uitgemoord of de bossen in waren gejaagd, om vervolgens door het koloniale leger over gigantische afstanden te worden vervoerd om in concentratiekampen van de missie te worden opgeleid. Veel kinderen overleefden de tocht niet eens. Tienduizend gekidnapte kinderen stierven op de missies, een veelvoud onderweg daarheen. Meisjes, vaak heel klein nog, werden onderweg verkracht. Duizenden volwassenen werden door paters gekocht om gedoopt te worden als ze al op sterven lagen. Bij de inheemsen leidde dat tot de reputatie dat de doop tot de dood leidde.’
Marchal: ‘Kijk, Leopold II was zijn Kongostaat begonnen voor te stellen als een paradijs. Hij zou er een internationale kolonie, een vrijhandelsstaat, van maken waar iedereen welkom was. Daarom zijn er ook zoveel protestantse zendelingen op afgekomen, lang voor de katholieken. Die protestanten mochten naar binnen, maar dat was dan ook alles. Tot ze begonnen tegen het koloniale regime te schrijven, toen kregen ze geen enkele concessie voor een zendingspost meer. Leopold moest de katholieken er echt naar toe sleuren. Hij moest de missionarissen hebben om te zeggen dat de protestanten lasteraars waren, hij had ze nodig als bondgenoten. Dat kidnappen is alleen in de Kongo gebeurd. Dat was geen praktijk van het Vaticaan, dat was een praktijk van de Kongostaat.’

Voor Marchal was de gewelddadige, gedwongen kerstening in de Kongo een eye-opener. Hij besefte plotseling dat het in West-Europa niet anders gegaan is. ‘Dat is voor mij zo klaar als een klontje. Alle godsdiensten zijn door de staat opgelegd. Allemaal! Waarom zijn er in Nederland zoveel protestanten – omdat het bestuur protestants was! De Spanjaarden hebben ons katholiek gehouden. En waarom zijn wij christelijk? Omdat keizer Constantijn in de vierde eeuw het christendom tot staatsgodsdienst verklaarde. Op school werd ons verteld dat wij hier gekerstend zijn door Willibrord en Bonifatius, dat die hier begonnen te preken en mirakelen te doen. Allemaal larie! Die mannen zijn hier wel geweest, daar niet van. En denk niet dat ik een goddeloze ben, haha. Maar als ge een boek als dit gemaakt hebt begint ge eindelijk lucide te worden. Anders denkt een mens er niet over na hoe zijn voorouders katholiek zijn geworden.’
Net zoals u er tot 1972 niet aan twijfelde dat Leopold II een voorbeeldig, belangeloos koloniaal heerser was geweest?
Marchal: ‘Natuurlijk, waarom niet. Ik ben geen speciale. Ik heb mijn plicht gedaan als koloniaal ambtenaar – ik heb al een koloniaal pensioen sinds 1967 en dat kwam nog eens bovenop mijn wedde van ambassadeur. Ik heb een mooie carrière achter de rug, hoor. Ik geef toe, dat ik geen man ben die iets tegen het establishment had. Ik zit er, zonder te stoefen, eigenlijk volledig in. Ik ben veel hoger van graad dan die mannekes van Hasselt die mij aan het belagen zijn. Maar ik las toen in Ghana verontwaardigd – zoals elk normaal mens zou doen – dat er tien miljoen zwarten kapot zijn gemaakt in de Kongo. Pas toen ik geen antwoord kreeg is het begonnen. Het is werkelijk ongelooflijk. Hier in België hebben historici honderden boeken geschreven over de tijd van de ontdekkingsreiziger Henry Morton Stanley, die de Kongo optrok en naderhand nog voor Leopold II werkte. Maar je vindt in België nauwelijks een woord over de campagne van de journalist Edmund Morel, die tien jaar lang actie voerde tegen de Kongostaat van Leopold II. Die man stond elke dag met berichten over de terreur, de strafexpedities en de dwangarbeid in de internationale kranten. The Times, dat was bijna zijn spreekbuis. Morels beeld van het koloniale België leeft nog steeds in Engeland en de Verenigde Staten.’

Dat het koloniale verleden van België en dan nog speciaal het koloniale regime van koning Leopold II onbespreekbaar is, verklaart Marchal deels door de betrokkenheid van het koningshuis bij Zaïre, Rwanda en Burundi – een betrokkenheid die tot de dag van vandaag doorgaat. ‘Het is het enige onderwerp dat in België nog onbespreekbaar is. En als die boeken van mij iemand aangaan is het Albert II. Hij zit toch in het kasteel van Laken, dat met koloniaal geld omgebouwd is, zoals Leopold zijn Kongolese goudmijn gebruikte om ook een reeks andere luxeprojekten in België, handelsprojekten in China, een leger op de Nijl en Franse kastelen voor zijn lief te financieren.’
‘Leopold II was gefascineerd door de rijkdom die van Java naar Nederland was gegaan. Toen de Belgen zich van Nederland af hadden gescheurd, was dat tot ongenoegen van Belgische fabrikanten die aan Indonesië leverden. Daarom wilde Leopold II een kolonie hebben – dat brengt fortuin op! Dat heeft hij kunnen flikken door zich als filantroop voor te doen, en dat deed hij onder de vlag van die fictieve Association Internationale Africaine.’
‘In de dorpen in de Kongo weet men nog wat er allemaal gebeurd is,’ zegt Marchal. ‘Ik ben ooit een vrouw tegengekomen die de overlevering nog kende, dat de soldaten bij de mannen de penissen afsneden. Maar mensen als Moboetoe en Loemoemba die bij de paters gestudeerd hadden en niet meer in de dorpen kwamen, die wisten dat niet. Tot de laatste ruzie tussen België en Moboetoe was het grootste compliment dat de zwarten aan Moboetoe konden maken dat hij nu net zo groot was als Leopold de Tweede.’
‘Loemoemba heeft in 1960 met een speech in aanwezigheid van de koning en de eerste minister het spel op de wagen gezet. Dat de Belgen deugnieten waren, dat ze hen geslagen hadden en dat ze niets mochten. Maar Loemoemba had het niet over de periode van de rubber, die had het over de jaren vijftig. Want bij ons in de Kongo was volledige apartheid. De zwarten mochten niks. Die mochten niet in hotels komen, die hadden hun eigen vervoer, ze mochten geen hogere studies doen en ze kregen hongerlonen. De zwarten konden niks, zeiden wij, en die mochten niks. En er wordt hier dan wel afgegeven op de dictatuur van Moboetoe, maar weet goed: in 1959 was in Kinshasa de eerste opstand tegen de blanken en die zijn ongenadig neergekogeld. In onze tijd was er geen kwestie van betogen, hoor. Tegen de grond!’
‘Nu zegt men: de tijd van de Belgen was fantastisch, de Gouden Eeuw. Ja, voor sommigen was het de Gouden Eeuw, zoals voor de oud-kolonialen waarvan de meesten blij zijn dat het ginder nu zo slecht gaat. Het zijn geen deugnieten, hoor, die mensen zijn te beklagen. Hun carrière is daar gebroken toen de onafhankelijkheid kwam. Die smart is gebleven, dat hart is verscheurd en daarom zijn die mensen zo onevenwichtig in hun beoordelingen. Daarom zetten ze mij in hun blaadje neer als iemand die een formidabel koloniaal ambtenaar was, maar een post-koloniaal syndroom heeft gekregen. Ik ben in hun ogen een nestbevuiler, een halve zot.’
‘Ik ben wel teruggegaan naar de Kongo, maar louter als raadgever. Het was gedaan met het chicotte geven. Ook de apartheid was voorbij. Die mensen kwamen toen bij mij over de vloer en ik bij hen – ik vond dat veel aangenamer. Daarmee was ik mentaal voorbereid op de ontdekking die ik later deed, omdat ik de zwarte niet alleen als kolonialist heb gezien maar ook als mens. Dus geloof ik dat ik eigenlijk in de wieg gelegd ben om die boeken te schrijven. Ik heb de tijd van voor 1960 gekend en die van daarna, nadien ben ik diplomaat geworden in Afrikaanse landen. Ik heb gezien wat de Fransen gedaan hebben en wat de Engelsen gedaan hebben. Ik ben geen rijk mens, maar ik ben financieel onafhankelijk, dus ik hoef het niet na te laten om een job te krijgen. Weelde heb ik niet, want ik heb al mijn geld in die opzoekingen gestoken en tot het laatste boek heb ik nooit financiële ondersteuning gehad.’

‘Mijn vrienden, de oud-kolonialen, verwijten mij dat ik niets goeds kon zien in de tijd van Leopold II. Maar wat kan ik daar goed in zien? Dat systeem was slecht, daar was geen enkele goede kant aan. Achteraf is de verdienste van Leopold II dat hij de stichter van Zaïre was. Dat is dus positief, als daar iets positiefs aan is, zo’n groot land dat waarschijnlijk uiteen gaat vallen. Maar goed: dat is hem niet af te nemen, net zoals het hem niet af te nemen is dat Zaïre dankzij Leopold II vandaag de dag het grootste katholieke land van Afrika is. Maar op zich was dat alles geen verdienste: hij had een groot land nodig om veel bos te hebben om veel rubber te kunnen plunderen. Dat was dus gewoon hebzucht, vraatzucht. Overigens begrijp ik imperialisten als hij wel. Wij zijn allemaal imperialisten. Een groot land maken, dat is toch fantastisch?’
(overgenomen van http://www.sypwynia.nl/archief/interview-jules-marchal/)
MARCHAL Jules [DELATHUY]
Jules Marchal over dwangarbeid in Kongo - Interview in Belang van Limburg - 23/03/2002
Edited: 201506040842

Het levend koloniaal geweten van België woont in Zuid-Limburg. Jaren leidde hij een geheim bestaan, verscholen tussen het groen in Hoepertingen en achter de schuilnaam A.M. Delathuy, die verwijst naar zijn overgrootmoeder. De hele tijd is het vuur van de heilige verontwaardiging bij Jules Marchal hevig blijven branden. Alleen wil het lichaam van de 77-jarige oud-diplomaat niet meer echt mee.
Als hij voor de derde keer een document uit zijn indrukwekkende archief haalt, botst hij tegen de boekenkast. «Last van evenwichtsstoornissen. Ik ben maar een halve man meer.» Even later, als we het over de Kongolese avonturen van Jef Geeraerts hebben, lichten de ogen guitig op. «Dat was ne hete. Iedereen in Kongo sprak over de uitspattingen van Geeraerts.»

Maar die middag staan geen wufte verhalen op het programma. Jules Marchal heeft pas de laatste hand aan het derde deel over dwangarbeid in Kongo gelegd. «Dwangarbeid voor de palmolie van Lord Leverhulme», klinkt de titel in het Nederlands - helaas is het boek enkel in het Frans beschikbaar. «Er zijn niet genoeg nederlandstalige lezers voor mijn boeken. Bovendien kunnen de zwarten mijn boeken nu ook lezen», zegt Marchal die zijn carrière als ambassadeur in Ghana, Liberia en Sierra Leone afsloot.
Het nieuwe deel in dit stuk sociale geschiedenis van de Belgische kolonie is een litanie van misbruiken en de meest grove schendingen van de rechten van de zwarte bevolking. Taaie literatuur, maar daarom niet minder uniek en meeslepend. Het onderzoek van Marchal, die een duik in de Belgische archieven nam, lag aan de basis van 'De geest van koning Leopold II en de plundering van de Congo' van de Amerikaanse auteur Adam Hochschild. Jules Marchal beschrijft treffend hoe de Belgische kolonisator het systeem van Leopold II gewoon overnam.

Nijlpaardpees

Jules Marchal heeft de misbruiken in de Belgische kolonie zelf meegemaakt. Van 1948 tot aan de onafhankelijkheid in 1960, was hij territoriaal ambtenaar in Lisala in de Evenaarsprovincie. «Twintig dagen per maand moesten we de brousse intrekken om de zwarten duidelijk te maken wat ze moesten doen. We overnachtten in een gîte d'étape. Die zwarten moesten weten dat wij er waren, dat we hen konden straffen. We reisden rond met zes, zeven zwarte soldaten en onze gevangenen. »

Jules Marchal- Gevangenen?
«Ja, we waren ook politierechter, we konden de zwarten die iets mispeuterd hadden ook in de bak steken. En we konden enkel gevangenen met de chicotte, een gedroogde pees van een nijlpaard laten geven. Dat was zeer vernederend. 's Morgens om zes uur moest de hele bevolking van een dorp acte de présence geven. Daarna werden de gevangenen voorgeleid.
Die mannen waren veroordeeld voor onnozele vergrijpen, maar dat was pure hypocrisie. Ze kregen cel als ze hun katoen niet haalden of als hun hut niet in een perfecte staat was (parfait état de propreté). Er mocht geen sprietje gras in de buurt staan- komaan zeg. Die gevangenen moesten dan hun broek afsteken en dan kregen ze zweepslagen op de billen. In conspectu omnium, waar iedereen bijstond. Zeer vernederend was dat.
Toen ik in '48 in Kongo arriveerde, kregen ze nog 8 slagen met de chicotte. In 1952 is dat verminderd tot 4 - maar dat was even erg. Daarom moesten we 20 dagen per maand de brousse in, om die cinema op te voeren. Dat is de grote leugen in verband met Kongo: onder Leopold II was alles slecht en tijdens de Belgische kolonisatie was alles koek en ei.»

Sunlight

Op papier leek het zo mooi. In 1911 kreeg de Britse industrieel William Lever van de Belgische koloniale overheid niet minder dan 750.000 ha Kongolese plantages in pacht. Lever bouwde op basis van palmolie, de grondstof voor zeep, een heel imperium uit. Trots als een pauw overhandigde de Britse industrieel Lever, die later als Lord Leverhulme in de adelstand werd verheven, in maart 1912 het eerste stuk Kongolese zeep verpakt in een ivoren kistje aan koning Albert I. Leverhulme, de man die de wereld Sunlight en later Lux schonk, gold als een filantroop. «Hij bouwde in de buurt van Liverpool een tuinwijk voor zijn arbeiders. Deze stad, Port Sunlight, stond model voor de tuinwijken die later in Meulenberg, Waterschei en Winterslag zijn gebouwd», zegt Jules Marchal.

Bescheidenheid was Leverhulme vreemd. Het hoofdkwartier van de Huileries du Congo Belge was gelegen in Lusanga, nabij Kikwit. Snel werd Lusanga omgedoopt tot Leverville.
Met de steun van de Kongolese Weermacht en de Belgische overheden bouwde Lever in de buurt van Kikwit immense palmolieplantages uit. Maar hoe kwam Lever, die de basis legde van de Brits-Nederlandse voedingsgigant Unilever, in Kongo terecht?
Jules Marchal: «Hij greep naast de concessies van natuurlijke palmoliebomen in Brits West-Afrika. Die werden daar door de zwarten uitgebaat, de Britten gaven geen palmbossen in concessie. Bij ons moesten de zwarten palmnoten aan Lever leveren. Ze moesten kappen, zoniet vlogen ze de gevangenis in.»

Lever kreeg van de Belgen niet alleen een monopolie, de Belgische autoriteiten leverden hem ook dwangarbeiders die voor een schijntje in zijn plantages moesten werken.
«Lever was geen uitzondering. De administratie deed dat voor iedere colon. De zwarten moesten zogezegd niet voor een loon werken, ze moesten gewoon leren werken, omdat ze lui waren. Maar die zwarten waren geen zotten, he, als ze u niet betalen, dan werkt ge ook niet.»

Orgie

De zwarte bevolking kwam ook in opstand tegen de dwangarbeid in de plantages van Lever. Bijzonder schrijnend is het hoofdstuk waarin Marchal de strafexpeditie tegen de Pende, een plaatselijke stam in het dorpje Kilamba beschrijft.
Bij de komst van territoriaal agent Edouard Burnotte in het dorpje, vluchtten alle mannen de brousse in. Burnotte liet daarop alle vrouwen in een hangar opsluiten. Die avond, op 14 mei 1931, liet Burnotte, die in het gezelschap van enkele andere blanken was, enkele kratten bier aanrukken. «De vijf begonnen te drinken en te zingen. Nadien lieten ze enkele vrouwen halen die in de hangar opgesloten zaten. Het werd een van die monsterachtige orgiën die legendarisch waren onder de blanke vrijgezellen in Kongo», schrijft Marchal.

De dag nadien eiste Matemo, de man van een van de vrouwen bij chef de poste Collignon, naar goede Afrikaanse gewoonte betaling voor het nachtje vertier. Collignon siste Matemo toe dat hij kon oprotten, waarop de zwarte hem enkele klappen verkocht en enkele keren flink beet. Uiteindelijk stuurde de gewestbeheerder zijn medewerker Maximilien Balot ter plaatse om een onderzoek uit voeren.
Op 8 juni arriveerde Balot bij Matemo. Tijdens een gevecht raakte Balot gewond en vluchtte het bos in. Daar werd hij door Matemo afgemaakt. Matemo zou het lijk van Balot in stukken gehakt hebben die hij uitdeelde aan de chefs en Pende-notabelen uit de buurt. De zaken liepen danig uit de hand en uiteindelijk werden 300 tot 500 Pende met machinegeweren afgeslacht.

Dit zou een klassiek verhaal over wilde zwarten en belaagde blanken kunnen zijn, ware het niet dat minister van Koloniën Paul Crockaert in het Belgische parlement enkele vervelende vragen over deze affaire kreeg. Daarop werd de magistraat Eugène Jungers, voorzitter van het Hof van Beroep in Kinshasa, op onderzoek uitgestuurd.
Uit het verslag van Jungers blijkt duidelijk dat de blanken zich bij de Pende absoluut onbehoorlijk gedragen hadden en dat de zwarten wel degelijk redenen hadden om zich tegen de dwangarbeid te verzetten.

Typisch voor de belabberde staat van de Belgische archieven: Jules Marchal heeft het oorspronkelijke verslag van de Jungers zending niet kunnen inkijken. Hij baseerde zich dan maar op de parlementaire tussenkomsten van de socialistische voorman Emile Vandervelde die een jaar later hierover de minister van Koloniën aan de tand voelde. Marchal speelt op: «Alles wat ik schrijf is nieuw. Mijn boeken zijn gebaseerd op archieven die nooit door iemand zijn geconsulteerd, die nooit gebruikt zijn door andere historici.»

Vandaag wordt Kongo opnieuw geplunderd, door de buurlanden Rwanda, Oeganda en Zimbabwe die hun legers naar het land gestuurd hebben. Herhaalt de geschiedenis zich?
«Union Minière en de uitbaters van de Kilo Moto-goudmijnen hebben Kongo veel meer geplunderd. Ik moet lachen met wat men nu plunderingen noemt. Onze bedrijven hebben in die mijnen miljoenen verdiend.»

Het derde deel in de reeks over dwangarbeid is pas klaar. U werkt nu aan deel vier...
«Inderdaad. Het hoogtepunt hierin is de dwangarbeid tijdens de tweede wereldoorlog, de effort de guerre (oorlogsinspanning). Wat dat betreft zijn er nagenoeg geen archieven beschikbaar. In opdracht van de gouverneur-generaal droeg de procureur-generaal de parketten in Kongo op dat ze geen documenten meer moesten bijhouden, dat alles in het teken van de 'effort de guerre' moest staan.
Weet ge dat ze de zwarten terug de bossen hebben ingejaagd, om wilde rubber te tappen? Omdat de rubberplantages in Maleisië en Indonesië door de Japanners bezet waren, was er plots veel natuurlijk rubber nodig. Maar de rubberplantages van Leopold II bestonden niet meer, dus moesten de zwarten op zoek naar natuurlijk rubber in de Kongolese bossen. Verder in dat vierde deel komen de dwangarbeid bij de aanleg van wegen, bij de exploitatie van tin in Maniema en van de teelt van katoen aan bod. Ik vrees echter dat ik dit boek niet zal kunnen afwerken...»

TESSENS Lucas
VRT desinformeert over het kadastraal inkomen. Het basisbedrag is sinds 1975 weliswaar nooit aangepast, maar men vergeet er steevast bij te vertellen dat het wel jaarlijks wordt geïndexeerd.
Edited: 201505120125
Ook de provinciale en gemeentelijke opcentiemen gingen in de loop der jaren omhoog. Dat professor Maus geen correctie aanbrengt in de berichtgeving, maar losweg meesurft op tweederangs berichtgeving is jammer en bedenkelijk.
Probeert de regering straks het gat in de begroting dicht te rijden op de kap van ALLE eigenaars van onroerende goederen?
Is dat een tax-shift?
Er wordt een bedrieglijk beeld opgehangen van de staatsfinanciën, dat mag duidelijk zijn. Want wie niet durft te raken aan de hoogste vermogens, die moet het zoeken bij de middenklasse. Ja, toch.
Maar de regering heeft een antwoord op zak: als de belastingen u te zeer verarmen dan mag u morgen aanschuiven voor een één-euro-maaltijd.
Kleren of meubilair nodig? Stap toch naar de kringwinkel.
Geen dak boven uw hoofd? Tegen één euro levert de staat u een golfplaat. Vol asbest weliswaar maar zolang je ze niet zaagt of er gaten in boort, lukt het wel om ook zonder asbestose een paar jaar droog te blijven. En ja, om Uplace bereikbaar te maken moeten we nog een paar bruggen bouwen (met uw belastinggeld). Daaronder kan je dan knus en droog gaan liggen.
U woont in de Denderstreek en uw huis loopt straks vol water? Verhuis naar Wallonië. Dat ligt hoger en stropen is er niet strafbaar.
Op alles een antwoord, voor alles een reden, voor iedereen, voor het algemeen belang. Wat zijn wij fier op onze bewindvoerders en hun goed bestuur.
MARCHAL Jules
Poursuite du travail forcé après Léopold II
Edited: 201505031615
Interview de Jules Maréchal
TOUDI
JULES MARCHAL
Toudi mensuel n°42-43, décembre-janvier 2001-2002
Histoire de la monarchie belge

Les faces cachées de la dynastie belge.




TOUDI - Jean Stengers prétend qu'à partir de la reprise du Congo par la Belgique en 1908, les abus ont cessé?

JULES MARCHAL - Rien n'a changé. Et d'ailleurs c'est le même personnel qui est resté sur place. Si la Colonie a été administrée convenablement ce n'est qu'après 1945 voire 1950...

TOUDI - Pourtant on entend tant de coloniaux dire qu'ils sont été déçus parce que le Congo avait été merveilleusement équipé de routes, de chemins de fer, d'hôpitaux et que la décolonisation a détruit tout cela...

JULES MARCHAL - Tout cela a été fait pour les Blancs pas pour les Noirs. Ces routes ont été construites dans les années 1920 et 1930 par des gens qui n'étaient même pas payés. Ou alors 50 centimes par jour, ce qui est à comparer au prix du pain plusieurs fois supérieur ou d'une simple couverture qui coûtait 115 f en 1945. Le chemin de fer Matadi-Kinshasa a été reconstruit dans les années 1920. On a recruté des gens dans tout le Congo et on les a contraints à venir y travailler la corde au cou. Ce sont les soi-disant chefs coutumiers qui étaient chargés de désigner les gens à prendre pour ces besognes. Bien sûr ces travailleurs forcés tentaient de s'enfuir mais ils étaient exilés loin de leurs régions natales... Beaucoup moururent.

TOUDI - Mais le régime n'était-il pas aussi dur dans les autres colonies?

JULES MARCHAL - Certaines sociétés payaient 1 F par jour, dans les années 40 au Kivu. Le maximum était de 3 F à l'Union Minière du Haut Katanga. Mais à la même époque, au Kenya, les gens étaient payés un shilling par jour ce qui signifie sept fois plus. Bien sûr l'employeur était obligé de loger et de nourrir des travailleurs aussi peu payés, mais cela se faisait dans de misérables conditions. Et pourtant les maintenir en bonne santé était quand même un minimum. En fait de logement, les travailleurs recevaient un jour de congé pour construire leur hutte. C'est à partir du plan décennal 1950-1960 que les gens ont commencé à être mieux payés.

TOUDI - Les chemins de fer ont fait combien de morts?

JULES MARCHAL - Dans mon livre Travail forcé pour le rail, j'ai établi un nécrologe où apparaissent 3684 noms. Ces gens mourraient des conditions de travail qui leur étaient imposées. Il y avait tellement de morts partout où les gens étaient soumis au travail forcé que le gouverneur général a demandé que l'on en établisse des listes mensuelles. Le total des morts est le double de ceux figurant sur les listes..

TOUDI - Quel était le nombre de morts. Morel parle de 10 millions de morts durant l'époque de Léopold II (1985-1908) ou de l'État indépendant du Congo...

JULES MARCHAL - La dépopulation du Congo a causé de l'inquiétude jusqu'en 1950. Quand la Belgique a repris le Congo on a fait l'estimation d'une population de 7 millions et par après on a monté l'estimation jusqu'à 10 millions, ce qui était la population en 1960. Maintenant, on estime la population au Congo à 30 à 40 millions d'habitants. Je sais que l'on parle toujours de la misère du Congo après la décolonisation. Mais le Congo n'a jamais été aussi peuplé. On parle aussi actuellement d'une mise en coupe réglée du Congo par les sociétés étrangères mais le pillage était bien plus grave sous la domination belge.

TOUDI - Hochschild parle lui aussi de 10 millions de morts...

JULES MARCHAL - Tout ce qu'il dit est exact, il n'y aucune exagération. Ni dans les affirmations de Morel selon lesquelles la colonisation belge - dans son premier stade - a été la plus effroyable des colonisations après celle des Espagnols en Amérique indienne au 16e siècle. Quand Stanley a pénétré la première fois au Congo il a estimé la population - on ne peut jamais faire que des estimations à l'époque - à 40 millions d'habitants. Puis les estimations ont été revues à la baisse: à 17 millions. Au premier recensement de 1910, on a compté 7 millions d'habitants. La différence donne le chiffre de Morel de 10 millions de morts. J'estime que, durant les 30 ou 40 ans qui suivent la reprise du Congo par la Belgique, il y a eu encore d'innombrables milliers de morts à cause du travail forcé et des conditions générales de vie imposées par la colonisation. C'est à peine si la population a augmenté durant toute la colonisation alors que depuis 60 elle s'est multipliée par trois, passant de 10 à 30 millions d'habitants.

TOUDI - Vous avez été fonctionnaire colonial et donc vous avez vécu toutes ces réalités-là sur le terrain mais comment vous documentez-vous?

JULES MARCHAL - Depuis 25 ans, je vais constamment consulter les archives à l'ancien ministère des colonies. Aucun autre historien ne réalise ce travail.

TOUDI - Y avait-il une telle différence entre le Congo et les autres colonies?

JULES MARCHAL - Dans de nombreux coins d'Afrique poussaient autour des villages des palmeraies naturelles ou semi-naturelles. Dans les colonies britanniques les Anglais laissèrent les Noirs les exploiter. Au Congo, l'État s'en déclara propriétaire et les attribua e.a. à Unilever qui devint un grand exportateur d'huile de palme. Non seulement les Noirs étaient privés du fruit de cette culture mais encore étaient-ils recrutés pour y travailler dans des conditions très pénibles. Au Nigeria par exemple, le gouvernement britannique a laissé l'exploitation de ces palmeraies aux Noirs et le Nigeria a été longtemps le premier exportateur d'huile de palme. Cela fait toute une différence...

TOUDI - Si vous avez été fonctionnaire colonial, vous avez dû être le témoin direct du système léopoldien (ou des traces qui en demeuraient peut-être), puis de ce qui a suivi?

JULES MARCHAL - Quand je suis arrivé au Congo en 1948, il y avait déjà une amélioration. Le travail forcé avait cessé. On commençait à payer un peu mieux les gens et on traitait mieux la main d'oeuvre. Mais vous savez, même à mon époque, la contrainte existait encore. Je l'avoue, comme fonctionnaire, j'avais les pouvoirs d'un juge de tribunal de simple police. Et en tant que tel je condamnais les Noirs, dont se plaignait la société cotonnière, à quelques jours de prison. Je les condamnais à la suite d'un dialogue de ce genre : - Pourquoi n'as-tu pas fait ton champ de coton? - Ma femme était malade. - Ce n'est pas ta femme qui doit le faire. Sept jours de prison. Et je le mettais en prison. C'était une prison ambulante. Chaque matin on sortait trois ou quatre prisonniers à qui on donnait la chicotte pour effrayer les autres Noirs astreints aux travaux dans les champs de coton. La chicotte, c'était un instrument de torture tellement c'était douloureux. De mon temps, on en donnait encore 8 puis quatre coups de chicotte par séance. À l'époque, on en donnait jusque 100, entraînant parfois la mort. Et le coton que les Noirs étaient obligés de récolter, c'était payé à vil prix par les Belges. On comprend que dans ces conditions le Congolais n'a pas pu s'épanouir. Nous l'avons pillé.

TOUDI - Vous avez participé à ce système?

JULES MARCHAL - J'étais fier de ce que je faisais. Je ne me rendais pas compte à quel système je participais. Lorsque j'ai été ambassadeur au Liberia, j'ai lu dans un journal ce qui est bien connu dans tous les pays de langue anglaise à savoir que la colonisation du Congo par Léopold II y a diminué de moitié la population, entraînant un nombre de morts estimé à 10 millions. J'ai aussitôt cherché à rassembler les preuves que ce n'était qu'un mensonge, et cela pour défendre la réputation de la Belgique dont j'étais responsable en tant qu'ambassadeur. Mais les preuves que c'était un mensonge, évidemment, je ne les ai jamais trouvées. Je me suis mis alors à chercher, chercher et j'ai écrit plusieurs milliers de pages sur le Congo en compulsant à l'infini les archives. Quand Hochschild a eu le projet d'écrire son livre sur le Congo de Léopold II, il a contacté l'un des grands historiens belges spécialistes de la colonisation, Van Sina qui enseigne à l'Université du Wisconsin. Van Sina n'a pas recommandé ses propres collègues à Hochschild, ni Stengers, ni Vellut (etc.), mais il a dit à Hoschild d'aller me trouver. L'histoire, la recherche scientifique sur le Congo... Ces gens devraient s'offusquer de ce que j'ai fait leur travail. Car tous ces historiens n'ont jamais exposé le système à l'exception de Jean-Philippe Peemans mais qui n'a écrit que sporadiquement. Savez-vous que l'Union Minière finance encore aujourd'hui une chaire africaine à Louvain-la-neuve?

TOUDI - Comment expliquer qu'un tel silence se soit maintenu durant la colonisation, du moins en Belgique?

JULES MARCHAL - Il y a tout de même quelqu'un qui s'en tire avec honneur, c'est Émile Vandervelde qui n'a cessé de dénoncer les atrocités avant et après la reprise du Congo et encore en 1931 par exemple. Mais les gouvernements belges, après Léopold II et les rois qui lui ont succédé se sont faits les complices de l'exploitation. La Belgique s'est vantée de sa mission civilisatrice, d'avoir libéré le Congo de l'esclavage alors qu'elle l'a plongé dans une forme de travail forcé qui est encore pire que l'esclavage.

TOUDI - Mais qui pouvait couvrir cela?

JULES MARCHAL - La hiérarchie des missions catholiques. Les sociétés l'aidaient à construire des églises et des écoles pour l'évangélisation. Les missions étaient subsidiées par l'État et ceux qui arrivaient piller le Congo et, derrière la façade missionnaire, l'exploitation a pu se poursuivre. Quand Vandervelde dénonçait, les évêques le démentaient. En revanche, les missionnaire protestants, ne jouissant pas de subsides, étaient libres de ce qu'ils pouvaient dire. Les missionnaires catholiques ont couvert les crimes de la colonisation. C'est grâce aux missionnaires protestants que Morel a pu dénoncer la politique néfaste de Léopold II et qu'une Commission internationale a pu la constater, forçant le roi à céder le Congo à la Belgique qui devait y mettre bon ordre, ce qu'elle n'a pas réellement fait... À noter que le missionnaire catholique individuel, travaillant avec beaucoup d'abnégation, n'est pas à blâmer. J'ai toujours été son ami au Congo.

TOUDI - Peut-on utiliser le mot d'holocauste?

JULES MARCHAL- Faites attention d'utiliser ce terme, car il fait penser à génocide. Ce mot fait partie du vocabulaire juif et il n'est pas approprié à la décimation des Congolais (même si Hochschild l'utilise). Léopold II n'avait pas du tout l'intention d'exterminer les Congelais, mais il voulait se faire beaucoup d'argent sur leur compte et financer sa colonie et c'est ainsi que des millions de gens sont morts, mais uniquement pour l'argent pas en fonction d'une idéologie.

TOUDI - Les Congolais sont-ils conscients de tout cela?

JULES MARCHAL - Je crois, comme on le voit dans le discours de Lumumba du 30 juin 1960, qu'ils ont été conscients des humiliations infligées. Vous savez, le Congo belge c'était l'apartheid. Cet apartheid était aussi grave qu'en Afrique du Sud. Les Congolais ne pouvaient venir en Belgique, car ils y auraient vu des Blancs moins riches, des misérables, de pauvres diables etc. Et cela aurait cassé l'image de supériorité du Blanc qu'on voulait donner aux Congolais. Les Congolais ne sont pas conscients de l'exploitation effrénée dont ils ont été l'objet.

TOUDI - On se souvient que les coloniaux ont terriblement critiqué la venue de Noirs à l'exposition de 1958, visite considérée par eux comme la première erreur ayant mené à une certaine émancipation des esprits ou prise de conscience. Les Belges sont-ils plus conscients que les Congolais?

JULES MARCHAL - Les Belges n'en sont pas plus conscients. On sent même percer cela chez Colette Braeckman à l'occasion de ses reportages: elle se montre nostalgique des réalisations du Congo belge, tout en condamnant le régime de Léopold II. Les Belges ont le sentiment, à cause des mensonges de l'époque coloniale, qu'ils ont apporté au Congo tout un système sanitaire et scolaire entre autres. Mais ce système scolaire n'a été mis en place que pour l'enseignement primaire: on ne peut parler de réussite sociale dans le système que je vous ai narré.

TOUDI - Pourtant on souligne souvent que le Congo a été une réussite sociale ou matérielle mais un échec politique, notamment parce que l'on n'a pas formé d'élites.

JULES MARCHAL - Les " réussites matérielles " profitaient uniquement aux Blancs. Il y a avait un hôpital par territoire (correspondant à la moitié de la Belgique) au Congo, vous trouvez que c'est une réussite cela?

TOUDI - Pensez-vous que le personnage de Kurz dans Au coeur des ténèbres de Joseph Conrad serait un bon représentant de ce qu'a été la colonisation du Congo?

JULES MARCHAL - Kurz avait entouré sa maison de piquets auxquels étaient accrochées des têtes humaines décapitées. Il montre que l'environnement colonial peut créer un homme capable d'aller jusqu'au bout du crime et de l'horreur, c'est ce que veut faire sentir Joseph Conrad. Mais il n'est pas à considérer comme représentant de la généralité des Blancs.

TOUDI - Mais enfin cela, c'est les débuts de la colonisation?

JULES MARCHAL - Je voudrais bien insister ici. c'est vrai que le Congo léopoldien a été terrible, mais seulement la Terreur inaugurée par l'État indépendant du Congo a prolongé ses effets très loin sous le régime proprement belge. Vous comprenez, les Africains n'y touchant que des salaires de famine, n'avaient aucune envie d'aller travailler dans les plantations, les usines et les mines de cuivre, de diamants etc. La Terreur instaurée du temps de l'État indépendant du Congo a été soutenue jusqu'en 1950 par des méthodes qu'on appelait (par gradation): 1. les occupations militaires 2. les opérations militaires. On est même allée jusqu'à tirer sur des hommes désarmés avec des mitrailleuses comme chez les Pende au Kwilu en 1931. Ce dernier fait, le ministre des colonies Paul Tschoffen l'a reconnu à la Chambre le 21 juin 1932.

Il faut bien le voir: après la cession du Congo à la Belgique par Léopold II, le régime est resté pratiquement le même jusqu'en 1945, le nombre de morts diminuant quantitativement, mais l'exploitation étant demeurée la même sur le plan qualitatif d'un nouvel esclavagisme.

Le texte de cette conversation a été établi par Jules Marchal et la rédaction de la revue TOUDI.

Très bonne actualisation (ajout du 9/12/2009): Des millions de morts au Congo, l'avis d'un médecin en 1930.

link
de Pradel de Lamase, Paul (1849-1936)
Le Pillage des biens nationaux. Une Famille française sous la Révolution
Edited: 201504070912
L'extrait qui fait suite, est tiré de l'ouvrage de Paul de Pradel de Lamase (1849-1936), "Le Pillage des biens nationaux. Une Famille française sous la Révolution". Il illustre une bien courte partie de la vie du château d'allassac (mais pas que lui) sur lequel je faisais quelques recherches.

Malgré le caractère "conséquent" de la citation, j'ai tenu pourtant à garder ce chapitre intact et complet car sa richesse et son contenu donne un éclairage très particulier, que je n'ai pas souvent rencontré, de la révolution Française dans son ensemble et une vue précise de l'agonie du château d'allassac.

Il me semble évident qu'une certaine forme de partialité concernant la période révolutionnaire se dégage de ce texte, même si les faits exposés semblent avoir été vérifiés et prouvés, il n'en reste pas moins que les actions décrites mettent surtout l'accent sur le vandalisme de la révolution, et laissent plus largement sous silence les motivations souvent justifiées de certains de sortir d'un régime que nous n'avons toutefois jamais vraiment quitté. N'ayant pas souvent sous les yeux la vision qua pu avoir l'auteur il m'a semblé interessant de la partager.

A plusieurs reprises lors de la lecture, l'auteur se livre à des analyses qui semblent pertinentes et il sait mettre en avant les arguments que nous utiliserions encore aujourd'hui. De même, une fois passé le vocabulaire tranchant qu'il utilise pour qualifier certains groupes on découvre une personnes avisée et clairvoyante sur la nature humaine.

Pour le reste, la description des biens et de l'histoire de leur disparition est une pure merveille de rédaction et de précision qu'il m'est difficile de couper. Jugez en par vous même :

La curée

Le plus important est fait; la famille de Lamase est en exil; ses grands biens sont privés de l'oeil du maître ; il s'agit maintenant de les priver du maître lui même, de les nationaliser, en un mot. Pour cet objet, il n'y a plus qu'à laisser le plan révolutionnaire se développer dans toute sa beauté. Ce plan est simple : les propriétaires dont la fortune est adjugée d'avance aux affiliés sont d'abord contraints de sortir de France ; on les empêchera ensuite d'y rentrer; on les punira de la confiscation pour être sortis ou pour n'être pas rentrés, et le tour sera joué.

L'Assemblée Constituante accomplit en deux ans la première partie du programme. Elle provoque le désordre, elle encourage l'émeute, l'assassinat et le pillage; elle renverse les lois et coutumes établies depuis des siècles; elle anéantit les parlements et les anciennes juridictions indépendantes; elle les remplace par des tribunaux dont les juges sont à la nomination du pouvoir politique, par conséquent à sa dévotion. Toutes les institutions garantissant la vie et les propriétés des sujets du roi sont supprimées en théorie quand cette assemblée de malheur passe la main à la Législative, au mois d'octobre 1791. Les bons citoyens ne peuvent plus se faire aucune illusion. Le roi, avili et sans force, est incapable de les protéger; plus de cent mille familles vont chercher à l'étranger le minimum de protection auquel a droit tout homme civilisé.

Il ne faut qu'un an à la Législative pour exécuter la deuxième partie du programme, pour ouvrir l'ère des injustices les plus criantes, des scélératesses les plus effrontées.

Quand elle aura terminé son oeuvre, toutes les victimes désignées seront solidement ligotées; la Convention et le Directoire n'auront plus qu'à frapper dans le tas, les yeux fermés. Il ne sera même plus nécessaire de disposer de tribunaux dociles pour priver les citoyens de leur liberté, de leur fortune, au besoin de leur tête. Celle-ci sera parfois à la discrétion des geôliers qui s'amuseront à massacrer vingt-cinq ou trente mille prisonniers dans les premiers jours de septembre 1792; les survivants, on les laissera mourir de faim au fond des geôles puantes, ou on les guillotinera. Le résultat sera le même. Ni les uns ni les autres ne viendront réclamer leurs biens, et c'est le seul point essentiel.

J'ai dit que la Législative avait rétabli la loi de confiscation et aboli le droit naturel d'aller et de venir dont les Français avaient toujours joui.

L'acte d'émigration ayant passé « crime » digne de mort et de confiscation, l'heure avait sonné en Limousin de faire main basse sur le patrimoine du plus incontestablement riche et du plus bienfaisant seigneur de la contrée. Dès le mois de septembre 1792, mon bisaïeul fût inscrit sur la liste des émigrés. De quel droit ? Ses bourreaux ignoraient le lieu de sa retraite et ils ne firent aucune démarche pour la découvrir. M. de Lamase vivait à l'écart; dès que les jours devinrent très sombres, il avait pris un correspondant à Strasbourg, et toutes les lettres qu'il fit parvenir de sa retraite à ses compatriotes sont datées de cette ville alors française. Les prescripteurs devaient présumer qu'il n'avait pas franchi la frontière .

En l'inscrivant, sans plus ample informé, sur les tablettes de l'émigration, les administrateurs du district d'Uzerche, préjugeant le « crime » sans le constater, commettaient une première forfaiture. Je la signale ici pour mémoire, le chapitre suivant devant établir que le « coupable » ne fut jamais émigré, au sens que les lois homicides de l'époque attachaient à ce mot.

Les scellés furent apposés sur ses meubles et ses biens-fonds placés sous séquestre. C'était la première formalité de la dispersion aux quatre vents d'une fortune acquise par dix générations, au prix de mille efforts d'intelligence et d'économie.

Deux des frères de Jean de Lamase et un de ses fils, qui tous trois étaient restés dans leur province ou y étaient revenus, essayèrent d'obvier aux effets désastreux de cette mesure préparatoire en opposant à son exécution des moyens dilatoires, soit en revendiquant leur légitime sur les héritages, soit en se faisant nommer séquestres de quelques domaines, soit encore en rachetant aux enchères les meubles auxquels ils étaient particulièrement attachés.



Pauvres moyens ! Au jeu de l'intrigue les honnêtes gens en lutte avec les malfaiteurs ont toutes chances de succomber, car il est écrit depuis trois mille ans que « les enfants des ténèbres sont mieux avisés que les enfants de lumière dans la conduite des affaires temporelles ».

On le fit bien voir à ces infortunés. Les persécutions qu'ils endurèrent sur place furent parfois plus amères que celles de l'exil. Ils furent aussi bien et aussi complètement volés que le chef de famille... et bernés, par-dessus le marché ; ce qui est plus humiliant que d'être assassiné.

Quand on voulut mettre en vente les immeubles séquestrés, aucun acquéreur sérieux ne se présenta, tout d'abord.

C'était au commencement de 1793. Les fermiers seuls auraient eu l'audace de s'approprier les terres qu'ils avaient le cynisme de faire valoir, pour le compte de la nation; mais comme ils ne croyaient point à la durée de l'orgie; comme, d'autre part, ils ne payaient au département qu'un prix de fermage dérisoire, ils préféraient de beaucoup profiter de l'aubaine pour épuiser les champs et les vignes, en tirer le plus possible de revenus annuels et mettre ces revenus, convertis en numéraire, à l'abri des retours de la fortune.

Les paysans, les vrais, ceux qui mangent leur pain à la sueur de leur front, éprouvaient une horreur invincible à se souiller d'un vol perpétré à la face du soleil.

Leur conscience était restée et reste encore foncièrement respectueuse de la propriété d'autrui. Il existait, sur la question, un précédent qui leur fait trop d'honneur pour que je m'abstienne de le raconter ici où il trouve naturellement sa place.

Vers le commencement du seizième siècle, un Pérusse des Cars avait consumé sa fortune en fondations d'hôpitaux et d'autres bonne oeuvres. Afin de subvenir aux besoins de ses onéreuses créations, il avait hypothéqué la part de patrimoine que la loi lui interdisait formellement d'aliéner, sous n'importe quelle forme.

Ses dettes étaient donc nulles légalement ; mais le pieux seigneur n'entendait point rendre des créanciers confiants victimes de libéralités exagérées. En un testament admirable de piété et d'honneur il rendit compte à ses enfants de la situation, les suppliant, en vue du repos de son âme, de tenir pour bons et valables les engagements prohibés qu'il avait pris.

Ceux-ci cherchèrent à se conformer à ses désirs, mais ils rencontrèrent, pour l'exécution, une résistance opiniâtre dans la volonté des créanciers qui ne voulaient pas être payés et dans le refus des habitants d'acheter les terres qui servaient de gages aux créances. De guerre lasse, les des Cars abandonnèrent les domaines engagés, purement et simplement.

L'un de ceux-ci consistait en une vaste prairie attenant au fief de Roffignac. Pendant cent ans et plus cette prairie resta close comme lieu sacré, tabou. La cloture tomba enfin d'elle-même et l'enclos devint, par la force de l'habitude, bien communal où chacun menait, à son gré, paître son bétail ; c'était, plutôt qu'un bien communal, une prairie nullius. Elle a traversé même la révolution dans ces conditions, et ce n'est qu'après 1860 qu'elle a trouvé un acquéreur, lequel a déposé le prix d'achat dans la caisse municipale.

Si les vrais paysans persistaient dans leur aversion du bien d'autrui, les autres, les petits bourgeois des environs et les passe-paysans, pour qui la révolution semblait avoir été faite, témoignaient encore de la méfiance.

Les propriétés de mon arrière-grand-père étaient d'ailleurs offertes en bloc, et j'ai pu me convaincre qu'à cette époque, il en avait été de même dans presque toute la France.

En refusant de morceler les latifundia, la république montrait ainsi qu'elle entendait ne rien faire pour le menu peuple et qu'elle désirait simplement présider à la substitution de riches par d'autres riches... Mais allez faire comprendre cette claire vérité aux malheureux enivrés des mots sonores de Liberté et d'Egalité !...

En attendant que la Convention autorisât le morcellement, d'abord en gros lots, puis en lots minuscules, on s'attaqua aux divers mobiliers qui garnissaient les châteaux ou les simples maisons de l'exilé.

Je ne m'occuperai que du mobilier de Roffignac et de celui d'Uzerche.

L'invasion de Roffignac, le 25 janvier 1790, par les émeutiers et les gardes nationaux de Brive, complices du désordre et du pillage, avait considérablement détérioré les richesses amoncelées dans l'antique demeure. Les procès-verbaux officiels, rédigés quelques jours après l'événement, ne parlent que de placards éventrés, d'étoffes lacérées, de barriques de vin et d'eau-de-vie défoncées, de glaces brisées, et sont muets d'ailleurs sur le nombre et la nature des meubles emportés, quoiqu'il fût notoire que chacun des envahisseurs en eût pris à sa convenance, sans être le moins du monde inquiété !

Les chaumières des environs et aussi nombre de maisons bourgeoises s'étaient largement approvisionnées de lits, de couvertures, de draps, de serviettes, de fauteuils, de chaises, de tableaux de prix et de miniatures représentant de petits amours devant lesquels les femmes des voleurs s'agenouillaient pieusement, les prenant pour des Enfants Jésus.

Cependant la conscience des paysans se tourmente facilement ; elle est plus craintive que celle des messieurs ; la peur d'un retour offensif de la justice humaine les talonnait. Ils se défirent, moyennant quelques sous, des objets de valeur qu'ils étaient d'ailleurs incapables d'apprécier.

Les beaux meubles ne tardèrent pas à orner les logis bourgeois de la contrée ; ce fut bientôt un luxe à la mode, parmi les familles comme il faut et inclinées dans le sens de la révolution, de se faire honneur d'objets artistiques ayant appartenu bien authentiquement au château de Roffignac.

Cette mode n'est pas tout à fait éteinte au bout d'un siècle révolu.

Je sais un grand prêtre du droit, aujourd'hui mort, forcé de son vivant, — fait unique dans les annales de son Ordre — de vendre sa charge pour y avoir exécuté des tours de sa façon, qui s'est rendu acquéreur, au prix de 400 francs, d'une vaste armoire armoriée et sculptée, laquelle vaut vingt fois plus, au cours actuel des meubles anciens. Mais un de ses parents pauvres la détenait, et il a saisi l'occasion de faire la bonne affaire, à ses dépens et aux miens. Car ce meuble m'appartient toujours, il n'y a pas de révolution qui tienne.

Si je m'étais avisé pourtant de la réclamer à ce ruffian, il m'aurait répondu certainement que « possession vaut titre. »

Nous verrons bien !

Quoique découronné de ses pièces les plus belles et les plus apparentes, le mobilier de Roffignac, où l'utile était mêlé au somptueux, avait de quoi satisfaire encore bien des cupidités et bien des curiosités.

L'administration républicaine en jugea ainsi, espérant que les amateurs se présenteraient aussi nombreux que les acquéreurs des biens-fonds se faisaient rares. Voler un meuble ne semble pas, en effet, aussi coupable ni surtout aussi accusateur que voler un champ. Le meuble se détruit à l'usage, et quand il est usé il n'en est plus question ; un champ reste, au contraire, et le blé qu'il produit chaque année reproche son crime au larron, et ceci à perpétuité.

Le calcul était juste. On commença par le mobilier d'Uzerche. Celui-ci était intact ou semblait intact, car je dirai tout à l'heure ce qu'il y manquait d'essentiel.

Il fut divisé en huit cent soixante lots, sauf légères erreurs dans mes additions,car j'ai la nomenclature sous les yeux et je tiens à être précis. Ces huit cent soixante lots furent adjugés pour la somme totale de 7.083 livres 8 sols 3 deniers.

Cette vente, présidée par le citoyen Roume,semble avoir été effectuée en un seul encan, le 25 mars 1793, ce qui montre à quel point on avait hâte d'en finir avec cette opération véreuse.

Les prix s'en ressentirent. Les acheteurs payant en assignats, et les assignats étant tombés déjà à ce moment à 50 p. 100 de leur valeur nominale, il convient de fixer à 3.500 francs environ la somme réellement perçue par le Trésor.

Quant à l'estimation véritable de tous ces objets, dont la possession allait embellir et empoisonner tant de maisons, on s'en fera une idée quand j'aurai noté que deux fauteuils en bon état et recouverts de velours d'Utrecht furent vendus 8 livres en assignats; et une excellente bergère 10 livres de la même monnaie.

En évaluant à 50.000 francs le prix marchand de notre mobilier meublant d'Uzerche, je crois rester au-dessous de la vérité.

Que de noms on relève dans cette longue liste d'acheteurs, qui seraient étonnés de s'y voir couchés tout vifs ! Mais il me plaît d'être discret.

Il est d'ailleurs probable, qu'un certain nombre d'entre eux, obligés de donner des gages de civisme, avaient, en s'appropriant certains objets, la bonne intention de les rendre plus tard au légitime possesseur et même de s'en faire accroire à ses yeux, au cas où la contre-révolution eût été victorieuse et où M. de Lamase serait revenu en maître.

Mais voilà ! Le contraire s'est produit et l'enfer est pavé de bonnes intentions. Presque tous ces enchérisseurs ont pensé que ce qui est bon à prendre est bon à garder... et ils ont tout gardé! Peut-être en est-il encore, parmi leurs descendants, qui se couchent dans nos draps et s'essuient avec nos serviettes, tant, dans les anciennes maisons, le linge était abondant et de qualité durable.

Je ne connais, dans l'espèce, que deux cas de restitution.

En 1837, un de mes grands-oncles, accablé par l'âge, désira mourir sinon dans le lit, du moins dans le fac-similé du lit à baldaquin où il était né. Il connaissait le paroissien qui, moyennant 17 livres 10 sols, se l'était approprié et, depuis un demi-siècle, y étendait tous les soirs ses membres maintenant engourdis par la vieillesse.

Mon oncle lui demanda par lettre de permettre à son ébéniste d'en prendre le dessin et la mesure. Le bonhomme, qui était devenu dévot, non par crainte de dieu mais par peur du diable, répondit en envoyant l'objet et ses accessoires, regrettant que tout cela ne fût plus très neuf. J'ajoute qu'il restituait un vieux lit, mais qu'il retenait une terre importante qui n'avait pas vieilli.

En 1910, un pauvre artisan d'Uzerche l'a imité, en rendant spontanément un papier de famille; c'est un diplôme de l'Université de Bordeaux, concernant un de mes ancêtres; ce parchemin n'a aucune valeur, même à mes yeux; le geste ayant été honnête, je tiens à le noter.

L'opération de la vente d'Uzerche s'étant effectuée sans trop de scandale, on procéda à celle de Roffignac, mais celle-ci fut singulièrement plus longue et ne dura pas moins de dix décadis consécutifs.

La valeur en était beaucoup plus importante, tellement importante que le citoyen Lavergne, commissaire du district de Brive, vint s'installer au château pour y diriger l'encan et y vivre grassement aux frais de la princesse, assisté des citoyens Chicou et Deyzat.

Commencées le 1er septembre, les enchères ne furent terminées qu'en décembre et produisirent un total d'environ 50.000 livres en assignats, équivalant à un peu plus de 25.000 en numéraire, ce qui porte la valeur marchande aux alentours de 300.000.

Et une bonne partie de la marchandise avait été abîmée par le passage des barbares.

Les réflexions suggérées par les opérations effectuées à Uzerche s'imposent au sujet de celles d'Allassac. J'userai d'une égale discrétion en ce qui concerne les noms des profiteurs d'occasion, évidemment plus nombreux... cinq ou six cents ! Je ne me permettrai qu'une observation au point de vue de l'art.

Mon arrière-grand-père, jaloux de moderniser Roffignac et de lui imprimer le cachet de distinction alors à la mode, avait orné l'escalier d'honneur d'une rampe magnifique en fer forgé. Ce chef-d'oeuvre était calqué exactement sur la rampe du palais ducal de Nancy qui passait pour une merveille de ferronnerie et qui est réputée de nos jours encore pour une chose remarquable. Les brutes officielles la cassèrent en vingt et un morceaux et la subdivisèrent en autant de lots qu'achetèrent vingt et une autres brutes sans épithète.

Qu'ont-ils fait de ces lots ? Quelques-uns sans doute portèrent les leurs au forgeron qui dut les transformer en instruments aratoires. Mais j'en soupçonne d'autres, déjà messieurs quoique sans-culottes, de les avoir gardés jusqu'à des temps plus calmes pour les revendre à bénéfice, car la belle orfèvrerie de fer a toujours été prisée des connaisseurs.

Je ne dois pas terminer ce rappel de la venté nationale de nos mobiliers sans faire une constatation d'ordre général, car elle s'applique à toutes les rapines du même genre, sur toute la surface du territoire de la république.

Dans les inventaires interminables qui défilent sous mes yeux, je vois bien aligner des lits, des draps, du linge, des fauteuils, des canapés, des chaises, des pots de chambre, des balais, des bahuts, des bois de bibliothèques, des ustensiles de ménage et de cuisine, etc., etc.; je ne vois jamais figurer de bijoux, d'argenterie, de tableaux et de livres précieux. Et Dieu sait si mon arrière-grand-père était fourni de ces objets de luxe, aussi bien d'ailleurs que la plupart des châtelains, des bourgeois et même des campagnards aisés de son temps ! Rien que son argenterie de table représentait une fortune. Et cependant on ne met en vente ni un seul couvert ni un seul plat d'argent. Tout cela est évanoui. L'invasion bestiale des émeutiers de Roffignac a mutilé et brisé des meubles qui se voient, des pendules, des glaces, laissant intacts l'or et l'argent rangés dans des coffres qu'ils ont négligé d'éventrer. Mais à l'invasion des rustres en blouse et en sabots ont succédé plusieurs invasions de gens bien mis et bien chaussés, qui, sous prétexte d'apposition de scellés ou de formalités d'inventaires, ont clandestinement pénétré dans les riches demeures, fracturant les serrures et emportant le solide; tout ce qui, sous un volume médiocre, représente la forte somme réalisable à toute heure et dont personne ne s'avise de demander compte. Ils laissent les miettes du festin au menu peuple, fabriquent ainsi des milliers de complices et, grossissent la responsabilité de ces complices, dans le but de les déterminer à persister à jamais dans l'hérésie révolutionnaire ; ils se dissimulent dans l'ombre et s'emparent de l'or et de l'argent, sûrs que la possession de ces métaux les mettra à l'abri des réclamations futures; car l'argent ni l'or ne portent avec eux la marque du possesseur légitime, ou, s'ils la portent, il est facile de l'effacer.

Ce phénomène, encore une fois, s'est produit partout, d'abord secrètement, puis ouvertement, à la face du soleil. Les grands guillotineurs forcent les détenteurs de numéraire et d'orfèvrerie à les déposer, sans reçu, entre leurs mains. Ils volent les calices et les ciboires des églises, brûlent les chapes sacerdotales pour en extraire les fils précieux.

Fouché, après son proconsulat de Nevers, entasse les produits métalliques de ses exploits dans quatre fourgons qu'il expédie tranquillement vers sa maison de Paris. Lequinio fait faire des perquisitions domiciliaires à Rochefort et remplit trois tonnes d'écus de six livres, qui constituent ses petits profits. On verra plus loin qu'on allait jusqu'à fouiller dans les poches pour en extraire la monnaie.

Cette raréfaction de l'or et de l'argent, opérée par les chefs de la révolution et à leur avantage exclusif, produisait fatalement la disette, laquelle occasionnait les accaparements du blé et, finalement, déterminait la banqueroute. Ces trois dénouements, faciles à prévoir, devaient être trois nouvelles sources de lucre pour les bandits. Ils les escomptaient, et ce calcul odieux n'est pas un des côtés les moins intéressants de la philosophie révolutionnaire.

La France, on ne saurait trop insister sur cette vérité, possédait cinq milliards de métaux d'échange en 1789, beaucoup plus proportionnellement qu'aujourd'hui, étant donnés les besoins décuplés du commerce. La moitié de ce trésor national était monnayée; l'autre était convertie en objets d'art. Cette joaillerie était la réserve de la France, car, dans un besoin pressant de l'Etat, ses détenteurs n'hésitaient jamais à la porter au trésor public pour y être traduite en numéraire.

La révolution n'avait pas sévi trois ans qu'il ne circulait plus en France une seule pièce d'or et d'argent, et qu'on ne mangeait plus que dans des assiettes de faïence avec des fourchettes de fer.

Les divers hôtels des Monnaies, autrefois et depuis si actifs, tombèrent en sommeil comme les Loges. C'est à peine s'il a été frappé, de 1790 à 1801, pour quinze millions de numéraire jaune et blanc. La frappe du billon, dont la valeur intrinsèque est insignifiante, fut seule intarissable, comme l'impression des assignats.

Où avaient donc passé ces cinq milliards ? Evidemment dans les poches des chefs de la conspiration.

Aussitôt l'ordre matériel rétabli et la Banque de France instituée, on vit s'engouffrer dans ce réservoir national tous les métaux précieux naguère introuvables. Après les avoir liquidés les fripons éprouvaient le besoin de les solidifier à nouveau ("Sarepta dicitur Gallia, ubi metallis rapiendis et liquandis" Exégèse rabbinique de la Bible). Si, de 1790 à 1802, la Monnaie n'a fabriqué que quinze millions de pièces métalliques, elle en a jeté en circulation pour plus de quatre milliards dans les dix années qui suivent.

Il semble bien que voler soit le propre de l'homme, presque autant que forniquer. Il faut une grande vertu naturelle et beaucoup de religion pour résister à la tentation de pratiquer ces deux vices, quand le diable les présente dénués de danger et abrités contre la honte.

En 1793 vertu et religion étaient également bafouées.

Quand les gens demi-honnêtes eurent compris qu'on pouvait, en prenant quelques précautions légales, s'approprier le mobilier d'autrui, sans éprouver de trop cuisants remords et sans être montrés au doigt par le voisin aussi peu innocent qu'eux-mêmes, ils estimèrent que la prise de possession des maisons et des terres du prochain ne tirerait pas beaucoup plus à conséquence.

Il se présenta donc des acquéreurs pour concourir aux adjudications des biens-fonds.

On avait vite renoncé à former des lots considérables auxquels seuls auraient pu prétendre les gros bonnets du pays, du moins ceux qui ne refusaient point de se déshonorer mais prétendaient y mettre des formes.

Il convenait donc de laisser les paysans s'engager les premiers dans cette opération malhonnête. Ils en auraient la honte et, plus tard, on s'arrangerait pour racheter leurs petites parcelles, d'autant plus aisément que les cahiers des charges contenaient une clause de rescission de vente en cas de non-paiement dans les délais stipulés. En outre, il fallait payer comptant le premier dixième de l'adjudication; c'était un moyen de vider à fond les bas de laine des cultivateurs et de « liquider » tous les métaux de France, jusqu'au dernier louis, jusqu'au dernier écu de six livres, conformément au programme.

D'ailleurs, le conventionnel Cambon, le receleur en chef de tous les biens volés, criait misère. Les biens, dits nationaux, étaient les gages des assignats et les assignats baissaient, baissaient toujours.

La Convention ordonna alors de diviser les latifundia en plusieurs lots, de vendre chaque parcelle à n'importe quel prix et d'accorder aux acheteurs de grandes facilités de paiement.

En ce qui concerne les domaines de mon arrière-grand-père, les administrateurs de la Corrèze décidèrent qu'il serait politique de commencer par la mise en vente d'une vaste prairie qui s'étendait au pied de sa maison patrimoniale d'Uzerche, et qui, par sa situation en contre-bas des anciens remparts, était d'une fécondité rare. Constamment arrosée par la Vézère et engraissée par les eaux de la ville, elle excitait la convoitise des sans-culottes peu délicats.

La prairie, d'une contenance de 24.800 toises carrées d'après l'inventaire officiel, c'est-à dire de dix hectares environ, fut divisée en huit lots.

Sept furent vendus le 19 ventôse de l'an II, ce qui correspond au 9 mars 1794.

Oh ! par cher. Cette propriété, qui vaut certainement aujourd'hui plus de 100.000 fr. en bloc, pouvait être évaluée à cette époque 60.000 livres. Elle fut cédée aux amateurs pour le prix de 15.925 fr.

Un peu plus du quart, dira-t-on. Il est donc exagéré de prétendre que les biens nationaux ont perdu sur le marché 95 p. 100 de leur valeur.

Attendez ! Le prix de 15.925 francs existe bien sur le papier officiel, mais la somme effectivement versée au Trésor fut réduite au chiffre plus modeste de 1.218 fr. 55. La dépréciation réelle subie par notre prairie d'Uzerche fut donc de 98 p. 100.

Par quel miracle d'opération mathématique et de rouerie fiscale en est-on arrivé à ce résultat fantastique ?

Oh ! bien simple. Les acquéreurs avaient la faculté de se libérer en assignats reçus à leur taux nominal, et ils en usaient avec d'autant plus d'enthousiasme que l'assignat était déjà tombé au commencement de 1794 à 40 p. 100 de sa valeur fiduciaire ; mais ils avaient aussi le droit d'anticiper les payements fixés à dix échéances annuelles, toutes égales.

Ils en usèrent de même ; cependant ce ne fut point par excès de zèle.

Je prends comme exemple l'individu qui se rendit adjudicataire du lot n° 1 au prix officiel de 2.400 francs. Le jour de l'enchère il versa deux cent quarante livres en assignats, soit quatre-vingt-dix francs convertis en numéraire. L'année suivante, cent francs d'assignats ne valaient plus que vingt francs. Il donna encore deux cent quarante livres, soit cinquante francs en numéraire. Au commencement de 1796, la troisième année de l'acquisition, un vent de ruine soufflait sur toute la France. On achetait couramment mille livres en assignats avec un louis d'or authentique ou avec quatre écus de six livres.

Tous les acheteurs du pré Lamase jugèrent le moment favorable pour anticiper les payements. Ils acquittèrent huit annuités d'avance. L'adjudicataire du premier lot paya donc les 1.920 francs qu'il devait encore en monnaie de singe, je veux dire avec huit ou dix écus de six livres, en sorte que sa nouvelle propriété, si elle lui coûta son honneur et peut-être le salut de son âme, ne l'appauvrit que de 161 fr. 55, pas même la valeur de la moitié d'une récolte de foin.

Cette spéculation était à la portée de toutes les intelligences. Parmi les soixante-dix à quatre-vingts voleurs de nos immeubles je n'en ai remarqué qu'un seul n'ayant pas su profiter de l'occasion. C'était un sot qui paya cher sa sottise. En effet, vers la fin de 1796, les grands chefs de la révolution, ayant jugé que la vaste escroquerie des assignats avait procuré le maximum de profit qu'ils pouvaient raisonnablement en attendre, décrétèrent leur première banqueroute. Disqualifiant eux-mêmes les quarante-sept milliards de petits papiers revêtus de leurs signatures, ils décidèrent que ceux-ci ne seraient plus reçus, à aucun taux, dans aucune caisse publique. Il fallut payer en numéraire et bon nombre d'acheteurs de biens nationaux en étant démunis furent déchus de leur acquisition. Le vol leur coûta au lieu de leur rapporter, et beaucoup de paysans apprirent à leurs dépens qu'il en cuit parfois de s'acoquiner avec les fripons des villes.

Les bourgeois et les gentilshommes dévoyés attendaient ce moment-là pour reprendre, à meilleur marché encore qu'en 1793 et 94, les parcelles qu'on avait abandonnées aux miséreux et arrondir les gros lots dont ils étaient déjà nantis. Ce mouvement tournant et enveloppant leur fut facilité par le gouvernement du Directoire qui décida dès lors qu'on ne mettrait plus les biens nationaux aux enchères mais qu'on les céderait de gré à gré.

On peut imaginer la nouvelle gabegie à laquelle donna lieu cette mesure.

Voici pourquoi les latifundia, qu'on ne voulait plus souffrir aux mains des nobles, se reconstituèrent entre les griffes des clercs d'huissiers, hommes de loi, secrétaires de mairie, magisters de villages, prêtres défroqués et autres espèces qui composèrent l'immense majorité des gros acheteurs, et dont quelques-uns ont fait souche d'honnêtes gens, défenseurs du trône, de l'autel, surtout partisans irréductibles du principe sacro-saint de la propriété. Leurs descendants croiraient manquer à toutes les traditions de la chevalerie s'ils n'ornaient point leurs noms de la particule, s'ils ne le flanquaient point même parfois d'un titre ronflant.

Cette note historique et philosophique m'a éloigné un peu du sujet principal du chapitre. Aussi bien, dois-je supposer que les digressions de cette nature offrent un intérêt plus général que la nomenclature un peu sèche des biens ravis, alors même que j'imprimerais tout vifs les noms des personnages qui ne rougirent pas de s'enrichir de ces dépouilles, noms qui sont au bout de ma plume mais qui n'en sortiront pas encore. Il me suffit, pour l'instant, de troubler leurs héritiers dans une possession... moralement irrégulière.

Je me suis étendu assez longuement sur la vente de la prairie d'Uzerche, afin de mettre à nu les procédés de liquidation de l'époque révolutionnaire, et pour expliquer pourquoi l'immense vol des biens nationaux ne constitua finalement qu'une opération financière des plus médiocres. Cinq cent quarante millions seulement sont tombés dans les poches du détrousseur en chef, Cambon, et l'on estime à vingt-cinq milliards la valeur marchande des propriétés qui furent confisquées, soit huit milliards au clergé tant régulier que séculier, quinze milliards aux émigrés et deux milliards aux décapités. Cela fait à peine du 3 p. 100, moins que les brocanteurs louches ne donnent aux cambrioleurs et moins que les banqueroutiers frauduleux qui se respectent, après fortune faite, n'attribuent à leurs clients.

Il semble d'ailleurs que ce soit un prix fait. Le milliard des congrégations, je l'ai dit dans la préface, ne produit que trente millions, soit 3 p. 100 de l'estimation, et les prolétaires septuagénaires n'en tirent pas plus de profit que les pauvres de 93 n'ont tiré de revenant-bon de la spoliation des nobles et des prêtres. C'est le métier des déshérités de la fortune d'être toujours dupes.





Si le pré Lamase n'a procuré que 1.218 fr. 55 net au Trésor, la belle terre de Roffignac a rapporté moins encore proportionnellement. En 1789, elle était estimée un million environ. Sa valeur s'est beaucoup accrue depuis, tant à cause de la bonification de la culture qu'en raison de l'exploitation d'ardoisières d'un excellent rapport (Ces ardoisières sont exploitées par une société en actions, en sorte qu'un nombre notable de mes compatriotes se partagent nos trésors souterrains. On trouve parmi les actionnaires, non seulement la quantité mais parfois aussi la qualité, je veux dire certains noms qu'on aimerait autant ne pas rencontrer sur la liste). Jusqu'en 1796 c'est à peine si l'on en avait détaché quelques lambeaux, achetés par des paysans ambitieux d'agrandir le champ dont ils étaient riverains. En 1795 on divisa le bloc en quatre lots qui furent acquis par trois petits bourgeois d'Allassac et un ancien valet de chambre du château. Celui-ci consacra à l'accomplissement de sa mauvaise action les économies de ses gages; ce qui constitua un placement avantageux, car ses descendants vivent encore sur la terre plantureuse acquise ainsi par l'ancêtre, en bons rentiers, craignant Dieu et les gendarmes. Je respecte leur quiétude en ne les nommant pas. Par charité je tais aussi le nom de ses trois camarades qui expièrent, de leur vivant, par des fins lamentables, leur faute jugée par Dieu impardonnable en ce monde.

Les quatre gros lots et les petits furent adjugés au prix global de 252.000 livres, payées sur-le-champ ou en deux termes, avec des assignats valant un louis les mille livres, — mettons deux pour faire bonne mesure — ce qui ramène la somme versée au Trésor au maximum de dix ou douze mille livres — un peu plus de 1 p. 100.

La terre de Vignols fut divisée en neuf lots. L'un d'eux fut généreusement abandonné à mon grand-père qui, n'ayant pas émigré, avait droit au quart des biens de son père, c'est-à-dire au septième du quart, puisqu'il ne représentait qu'un septième de la descendance. Mais on lui rogna quand même ce vingt-huitième de portion. Après ventilation, il n'obtint qu'une maison d'habitation et une quinzaine d'hectares de prés, terres, bois et vignes. Il dut s'en contenter, car il y allait de la vie de protester, et j'ignore s'il ne fut pas même contraint de dire merci! Coûte que coûte, il importait de sauver du naufrage universel ce lopin de l'héritage des Maulmont, l'illustre famille qui a eu l'honneur de donner deux papes à l'Église, Clément VI et Grégoire XI.

Les terres possédées sur le territoire de la ville d'Uzerche, y compris la prairie Lamase, furent adjugées au prix total de 262.000 livres, qui rapportèrent à Cambon dans les trente mille francs ; ce qui fait presque du 9 p. 100 sur l'adjudication; mais pour obtenir la valeur réelle il faut, comme dans les autres cas, multiplier 262.000 par 4.

Dans la commune de Vigeois, huit cents hectares environ, subdivisés en vingt-cinq ou vingt-six domaines et constituant cinq seigneuries, Roupeyroux, Haute et Basse-Mase, Charliac, Charliaguet et La Nauche évitèrent le morcellement à l'infini. Il semble que chacune de ces propriétés ait été adjugée à un seul enchérisseur, et les prix atteints furent relativement élevés. C'est ainsi qu'on paya la Haute-Mase 31.000 livres et la Basse-Mase 32.000. La Nauche fut adjugée à un métayer, nommé Lacroix, qui emprunta à un usurier l'argent qu'il jugeait utile à la faisance-valoir. Au bout de deux ans le prêteur le fit exproprier, et Lacroix, sans ressources, se fit bandit et coupeur de routes, estimant ce métier plus honorable que celui de voleur de biens. Les gendarmes le massacrèrent dans un chemin creux, en 1799, au cours d'une de ses expéditions nocturnes. Un des domaines de Charliac fut laissé à mon grand-père, soit disant pour compléter, avec les quinze hectares de Vignols, la part de sa légitime.

Le reste de la propriété de Charliac fut morcelé, mais les divers acquéreurs subirent, plus ou moins, la fâcheuse destinée de Lacroix. Leurs premiers successeurs ne furent pas plus heureux. Quand les drames parurent oubliés, un spéculateur patient fit masse de tous les morceaux et en constitua, en les joignant à la terre et au château de la Nauche, une des plus belles propriétés du pays.

Le Roupeyroux fut adjugé à un ancien huissier, le nommé B..., celui-là même qui a rendu en 1837 le lit à baldaquin. Il l'a transmis à ses enfants et c'est maintenant son petit-gendre qui l'occupe, quand il n'occupe pas au tribunal.

Le domaine de Fleyniat à Lagraulière fut adjugé au prix officiel de 25.000 livres. Les beaux et nombreux domaines de Perpezac-le-Blanc, de Perpezac-le-Noir, d'Orgnac, de Voutezac, du Lonzac, etc., furent vendus à des aigrefins dont j'ai la liste (Un des acquéreurs, sans le sou, se porta adjudicataire d'un domaine pour le prix de 30.000 livres. II courut à sa nouvelle propriété, en détacha une paire de boeufs et s'empressa de les vendre à la foire voisine au prix de 40.000 livres en assignats. Il en donna 30.000 au fisc, et avec le reste acheta deux veaux. Je défie bien les apologistes les plus déterminés de la révolution de démontrer qu'une propriété constituée de cette façon repose sur des bases inébranlables.).

Je me dispense de la divulguer; mais j'exprime un regret cuisant en songeant à la perte de la terre de Montéruc, au demeurant d'assez mince valeur. Elle nous venait des Roffignac qui la tenaient eux-mêmes, par suite de trois alliances consécutives, du cardinal Aubert de Montéruc, neveu du pape Pierre Aubert des Monts, connu dans l'histoire sous le nom d'Innocent VI (1352-1362) (Si Montéruc n'avait pas grande importance, en tant que terre régie par le seigneur, elle en avait une inappréciable par le nombre des redevances auxquelles étaient astreints les habitants du pays. Je n'ai pas compté moins de trois cents de ces tributaires, payant qui une géline, qui une douzaine d'oeufs, ou une gerbe de blé ou une gerle de vin, etc. Ces redevances ou servitudes provenaient de ventes régulières ou de donations à titre légèrement onéreux; elles servaient à maintenir un lien très ténu mais indéchirable entre le maître primitif et les familles de ses anciens tenanciers ; c'était un rappel de propriété. En détruisant tous ces titres dans la fatale nuit du 4 août, l'Assemblée Constituante a donc commis un attentat contre le bien d'autrui, premier crime qui a facilité les autres.).

Avant de clore ce chapitre des spoliations, il est juste de consacrer quelques pages à la destinée du château de Roffignac, dont les conjurés du Bas-Limousin ne pouvaient considérer l'aspect majestueux sans qu'une basse envie ne pénétrât leurs âmes cupides et n'échauffât la haine qu'ils avaient vouée au châtelain.

Aucun cependant n'avait osé l'acheter pour s'y prélasser en maître. Même aux heures de complet bouleversement et de travestissement de toutes les conditions sociales, les usurpateurs les plus osés reculent devant certains ridicules.

En sus des quatre gros lots du bloc domanial, il existait une réserve assez importante entourant la demeure seigneuriale. L'administration de l'enregistrement l'avait affermée à un sans-culotte qui était, en même temps, un sans-soutane, car c'était un prêtre défroqué (J'ai longtemps cru que ce malheureux était le curé d'Allassac, mais des renseignements plus précis m'ont appris qu'il était curé d'une paroisse voisine où nous avions aussi des biens. Le scandale reste d'ailleurs le même.).

Cet apostat y faisait bombance tandis qu'une affreuse disette sévissait sur toute la contrée, et il s'efforçait de donner tous les jours des gages de plus en plus irrécusables de son sans-culottisme. Les novices du crime ont toujours peur de n'y être point enfoncés assez profondément pour étouffer leur conscience et pour donner aux professionnels des preuves suffisantes de leur sincérité. Ce double sentiment explique pourquoi les plus forcenés terroristes furent généralement des prêtres ou des ex-dévots.

Le spectre du vieil exilé, dont il dévorait audacieusement les revenus, hantait ses rêves. Il lui aurait volontiers fait couper le cou, mais la victime était hors de portée. Ne pouvant lui prendre la tête, il résolut de s'en prendre à son château et de détruire ainsi une demeure de gens de bien.

La démolition de Roffignac ne pouvait rien rapporter à personne. Le peuple criait la faim : on lui offrait des pierres. Il paraît que le système a du bon puisqu'il réussit encore quelquefois.

Quand l'ex-curé proposa à la municipalité de la commune d'Allassac de découronner le château, celle-ci fut choquée qu'il prît une initiative aussi radicale. L'apostat menaça alors les officiers municipaux de porter contre eux une accusation de modérantisme. Epouvantés, ils le supplièrent de faire du moins les choses régulièrement, de présenter une requête officielle sur laquelle ils prendraient une délibération conforme à ses désirs. Le déprêtrisé s'exécuta, mais comme c'était un prévoyant de l'avenir le texte de sa pétition a totalement disparu.

Il reste pourtant les procès-verbaux des actes officiels auxquels donna lieu ce document.

C'est d'abord le récit des événements qui provoquèrent la première réunion du conseil municipal d'Allassac :

La pétition avait été transmise par l'intermédiaire de deux jacobins de la commune et renvoyée à une commission; mais sans attendre que la municipalité eût statué sur sa demande, l'apostat avait ameuté deux fois le peuple, et le peuple avait menacé de procéder sans autorisation à la démolition. On l'avait calmé en le « pérorant », et en promettant d'envoyer sur-le-champ deux commissaires à Brive, chargés de solliciter des administrateurs du district, « seuls investis du pouvoir d'ordonner la destruction d'un bien national, la permission d'abattre Roffignac ».

Manifestement, les officiers municipaux ne cherchaient qu'à gagner du temps. Mais ils n'avaient pas eu la main heureuse dans le choix des commissaires expédiés au district de Brive. L'un de ceux-ci, fesse-mathieu de la localité, était capable de marcher sur le cadavre de son père pour parvenir à faire parler de lui.

Les bruits les plus sinistres couraient sur l'autre, tout jeune homme, étranger au pays. Il y était apparu depuis six mois à peine, amené de très loin par un marchand roulier qui, le sachant réfractaire à la conscription, l'avait caché dans le chenil de sa carriole pour le dérober aux recherches des gendarmes. On assurait que, levantin d'origine et conduit en France par un officier de marine qui l'avait fait instruire, il avait livré son libérateur au bourreau. Audacieux et bavard intarissable, il n'avait pas tardé à prendre la tête des sans-culottes du pays, et les honnêtes gens le redoutaient.

La municipalité d'Allassac lui avait donné, ainsi qu'à son collègue, l'instruction secrète de rapporter à tout prix un arrêté du district de Brive prescrivant de surseoir indéfiniment à la démolition du château.

Par la lecture de l'arrêté qui suit on va voir comment les deux drôles s'étaient acquittés de cette mission de confiance.

Je passe sur les préliminaires, rappelant la pétition du mauvais prêtre R...

"L'administration du district, n'entendant pas contrarier la voix du peuple pour la démolition du cy-devant château de Roffignac, déclare recommander à la loyauté du peuple de la Commune d'Allassac la conservation du mobilier et des denrées, tant en vins qu'en grains, qui sont dans les bâtiments de ce cy-devant château, dont le peuple serait responsable tant collectivement qu'individuellement, en cas de dilapidation ou dégradation; sous la même responsabilité, de pourvoir à la sûreté des dits objets, soit par le moyen des scellés sur les portes des bâtiments qui les contiennent, s'ils ne doivent pas être démolis, soit par le déplacement, s'il y a lieu, après en avoir préalablement constaté les quantités et qualités par un procès-verbal énumératif régulièrement fait, avec recommandation expresse à la dite municipalité de prendre toutes les autres mesures de précaution que sa prudence lui suggérera suivant les circonstances, pour la conservation des dits objets.

Fait au conseil d'administration du district de Brive, le 1er germinal, an II, de la Rép. fr., une et indivisible.

Suivent cinq signatures."

Il n'y avait plus qu'à s'exécuter et, dès le lendemain, la municipalité d'Allassac faisait procéder à la nomenclature du mobilier restant encore dans le château.

Cet inventaire n'offre point par lui-même grand intérêt ; il témoigne seulement de l'inquiétude des malheureux obligés de le dresser et des précautions qu'ils prennent pour accroître, le plus possible, le nombre des responsables. Neuf signatures, en effet, sont apposées au bas de ce long document, et l'une d'elles a même été, ultérieurement, grattée frénétiquement. A ces neuf noms sont ajoutés ceux de douze commissaires désignés pour surveiller les travaux de la démolition et prendre garde que les matériaux ne soient point détériorés. Tout le long du papier, ces infortunés officiers municipaux protestent qu'ils agissent ainsi à leur corps défendant.

La destruction méthodique dura quatorze jours, du 4 au 18 germinal de l'an II. La population, que les citoyens R... et X... avaient représentée comme désireuse d'accomplir au plus vite cet acte de vandalisme, fit preuve, au contraire, d'une remarquable tiédeur, et il fallut menacer les paysans poulies forcer à coopérer à l'enlèvement gratuit et obligatoire de pierres qui ne serviraient plus à rien. Beaucoup se demandaient si c'était pour aboutir à pareil résultat qu'on avait supprimé la corvée avec tant de fracas (la corvée avait été abolie en Limousin par Turgot, dès 1761 ; elle le fut également pour toute la France en 1789, non seulement la corvée seigneuriale mais encore la corvée publique, autrement dite « prestation ». Elle fut rétablie le 20 prairial an II, sous le nom de réquisition, et dans les conditions les plus abusives, puisque les citoyens furent contraints de travailler les uns pour les autres, sous peine de déportation).

Les tyranneaux des départements trouvèrent moyen d'exaspérer encore l'arbitraire de la Convention. J'ai sous les yeux une circulaire des administrateurs d'Uzerche adressée par eux à tous les maires du district en leur transmettant le décret du 20 prairial. A la peine de déportation édictée par la Convention contre les ouvriers agricoles qui se déroberaient à l'obligation de la corvée, ils substituent, de leur propre autorité, la menace de la guillotine, et ce n'était point un vain épouvantail ; le men-

Enfin la partie du château condamnée à mort était tombée le 18 germinal, comme le constate une pièce officielle datée de ce jour et revêtue de la signature du maire et de deux de ses officiers municipaux. Le défroqué requis de signer également s'y refusa avec énergie. Ce n'était pas seulement un misérable, c'était un roué. On ne peut rien invoquer contre une signature authentique, mais on peut toujours nier avoir participé à un acte criminel quand la culpabilité ne laisse pas de témoignages décisifs.

Toujours harcelé par l'esprit de prudence, il ne voulait pas se rendre acquéreur des restes du château et des jardins, quoiqu'on lui offrit le tout à vil prix. Cependant; il fallait que le décret des Loges fût exécuté. Mes parents, quoi qu'il advînt, ne devaient pas rentrer en maîtres dans leur vieille demeure, même en ruinés, et c'est pour cette raison — rien que pour cette raison — qu'on les fit languir dix-huit mois à Paris.

Un petit bourgeois d'Allassac se laissa tenter, en 1802, par l'esprit de Spéculation.

Il morcela les terrains aplanis par la démolition de germinal, an II, ainsi que les beaux jardins escarpés qui grimpaient jusqu'au mur d'enceinte de là petite ville. On a construit sur ces emplacements des masures, maintenant lamentables de vétusté;

Le corps du château, en dépit de son émasculation vandalique, gardait encore belle apparence avec sa tour carrée centrale décapitée, abritant à droite et à gauche deux corps de logis.

N'en pouvant rien tirer et n'osant l'habiter de peur d'être l'objet des moqueries de ses concitoyens, le premier spéculateur le céda à un second.

Celui-ci emprunta de l'argent à un homme qui avait le plus grand intérêt moral à faire disparaître les derniers témoins muets de ses hypocrisies d'antan.

Cet homme n'eut garde de faire exproprier son débiteur, mais il avait assez d'influence sur le conseil municipal pour le déterminer à acheter le monument, sous le prétexte de bâtir une maison d'école. Le marché fut conclu. Le créancier commença naturellement par se rembourser avec les deniers publics; puis Roffignac fut rasé et la maison d'école, telle qu'on la voit encore aujourd'hui, a été construite sur les fondements du château.

En l'édifiant on avait évité, par motif d'économie, de défoncer les caves voûtées qui témoignaient toujours de l'importance et de la solidité des antiques constructions.

En 1897, la municipalité d'Allassac, composée d'ailleurs de braves gens, gênée par ces voûtes pour ses opérations de voirie, en décréta l'effondrement ainsi que la suppression d'une porte gothique, dernier reste des fortifications de la petite ville.

...etiam periere ruinae.

Il n'y a plus rien !... rien de ce Roffignac qui fut, suivant les traditions les mieux accréditées, le berceau du christianisme dans les Gaules; qui aurait abrité saint Martial; qui, sûrement, a donné l'hospitalité au pape Innocent VI, à quatre rois de France, au duc d'Anjou, vainqueur de Jarnac et de Moncontour, à Henri IV, au duc de Bouillon et à son illustre fils, le maréchal de Turenne, à nombre d'autres personnages éminents;... qui avait étendu, à travers les siècles, son ombre bienfaisante sur toute la contrée.

Il existe encore à Allassac une grosse tour ronde ayant toujours dépendu du fief seigneurial. Edifiée par Pépin le Bref, lors de ses guerres contre les aquitains, elle est d'une allure imposante et constitue un beau joyau pour son propriétaire, — sans utilité pratique d'ailleurs.

Elle n'avait pas été vendue et, depuis 1814 jusqu'en 1846 environ, mon grand-père et ses frères avaient exigé de la ville d'Allassac un fermage de deux francs, établissant leur droit de propriété et interrompant la prescription. A cette dernière date, le maire du lieu, sous couleur d'ardente amitié, confia à mon père, avec des tremblements dans la voix, qu'il aurait la douleur de lui faire un procès au nom de la commune, s'il ne renonçait pas à sa rente de quarante sous. Mon père, qui n'était pas processif, céda.

Je fais mention de cette tour parce que les voyageurs la remarquent dans le trajet du chemin de fer de Paris à Toulouse, dominant la plaine, et parce que je ne dois rien oublier de nos revendications.

On l'avait rendue à mon arrière-grand-père, après le décret d'amnistie de 1802, mais il n'en pouvait rien faire.

On lui avait aussi rendu sa maison d'Uzerche, mais dans quel état ?

Diminuée des trois quarts comme son château de Roffignac. Pendant la période jacobine, l'administration d'Uzerche avait, elle aussi, pris un arrêté prescrivant de la démolir sous prétexte qu'elle affectait les allures d'une forteresse et qu'elle flanquait la porte « Pradel », ce qui constituait évidemment une double injure à la liberté.

Ce qu'on voit maintenant de notre vieille demeure ne représente pas même l'ombre de son aspect d'autrefois, quand elle était rapprochée du mur d'enceinte, ornée de tours à ses quatre angles, entourée de murs et de fossés, rendant l'accès de la ville presque impraticable à l'ennemi.

Il est extrêmement probable qu'elle avait été bâtie par mon premier ancêtre limousin, Géraud ; son style architectural est indiscutablement du quinzième siècle, comme on peut s'en assurer par la photographie publiée ci-contre, qui reproduit une gravure ancienne conservée à la mairie d'Uzerche.

La partie de la maison laissée debout, et servant autrefois de communs, avait été convertie en prison où l'on entassa, sous la Terreur, les femmes suspectes du district, et Dieu sait si elles étaient nombreuses !

C'est à cause de cette particularité qu'elle n'avait pas été mise en vente et qu'elle fit retour à son légitime possesseur, mais aussi nue qu'au jour lointain où le maître « ès-art maconnerie » l'avait livrée à son premier propriétaire.

Impossible en 1802 d'acheter des meubles, faute d'argent; donc, impossible de l'habiter.

Mes parents furent réduits à accepter l'hospitalité de l'un de leurs proches.

Ces deux vieillards, qui avaient été les rois de leur pays, rois par l'opulence et la dignité de leur vie, rentrèrent chez eux dénués des ressources les plus élémentaires. La révolution les avait contraints à cette détresse, parce qu'ils auraient commis le crime d'émigration, inexistant en droit pur et rayé expressément du code au mois de septembre 1791.

Le plus étrange, c'est que ce crime, même entendu et interprété dans le sens le plus révolutionnaire, mon arrière-grand-père ne l'a jamais commis.

Titre : Le Pillage des biens nationaux. Une Famille française sous la Révolution
Auteur : Pradel de Lamase, Paul de (1849-1936)
Éditeur : Perrin (Paris)
Date d'édition : 1912
GEBHARDT Miriam
Als die Soldaten kamen. Die Vergewaltigung deutscher Frauen am Ende des Zweiten Weltkriegs.
Edited: 201503150814

ISBN 978-3-421-04633-8
Darin werden insbesondere Vergewaltigungen durch westliche Alliierte thematisiert, wodurch das Werk eine kontroverse Debatte auslöste. Gebhardt fordert unter anderem, Vergewaltigungen nach Kriegsende stärker aufzuarbeiten.Rezensenten lobten, Gebhardt habe eine „Stärkung der Empathiekompetenz der Öffentlichkeit“ zum Ziel.
Miriam Gebhardt (* 28. Januar 1962 in Freiburg) ist eine deutsche Historikerin, Autorin und Journalistin.

Comment in English:
A million women were raped by Allied soldiers in Germany in the immediate aftermath of World War II, a new books claims.
‘When The Soldiers Came,’ by historian Miriam Gebhardt, is hailed as the definitive account of the treatment meted out to the defeated women of Nazi Germany which they remained silent about for decades out of shame and humiliaton.
‘At the very least 860,000 women and girls – and also men and young boys – were raped by the occupying Allied soldiers and their helpers. It happened everywhere,’ begins the book.
Until now it was widely thought that only the Red Army, which advanced on Germany with rape as a weapon sanctioned by Soviet dictator Josef Stalin, committed the mass rapes upon tens of thousands of women, many of whom committed suicide.
‘Soldiers of the western Allies were also guilty,’ said Mrs. Gebhardt, a renowned historian in Germany who tracked down some victims to interview them about their ordeal at the hands of British and American soldiers.
‘I researched the book for over a year and-a-half,’ she said. ‘I wanted to tell the story of what ‘happened from the perspective of the victims. I wanted to reconstruct the crimes as gently as I could.’
She said the ‘terrible crimes’ did not only take place in the Soviet zones of occupation – long chronicled and well-known about – but also in French, British and American sectors.
A familiar slogan of the times was: ‘It took six years for the Americans to struggle against the German armies but it only took a day and a slab of chocolate for them to conquer German women.’
But not all collaboration in the bedroom was voluntary, writes Gebhardt.
She said the false impression grew up after the war that German women gave themselves to western soldiers because they brought with them things they desperately needed – nylons, food, cigarettes, coffee.
‘The impression grew that there was no rape in the west but rather a kind of prostitution grew up,’ said the author.
But in fact countless women were raped, she said, with soldiers believing they could treat them as they wanted after bearing coveted gifts.
‘Post-war society was hardly ready to differentiate between voluntary and forced sexual contact.
‘Between women who prostituted themselves out of emergency needs and those who had become victims of rape.’
Added to the trauma of the western victims was the shame suffered by the children they bore from their attackers.
‘Their fathers were, mostly, unknown, and the women received no financial help at all,’ said Gebhardt.
She said in parts of southern Germany, occupied by American troops, there were often ‘free nights’ where soldiers were encouraged to abuse women at will for up to 48 hours at a time.
The alleged victims are ‘relieved’ their hardship is coming to light, she added.

Source Credits: Allan Hall in the Daily Mail from Berlin.
TESSENS Lucas
JAARVERSLAG ONROERENDE VOORHEFFING 2004 ARGUMENTARIUM PRO BELICHTING FRANS BEWIND 1792-1815
Edited: 201503012145
JAARVERSLAG ONROERENDE VOORHEFFING 2004 ARGUMENTARIUM PRO BELICHTING FRANS BEWIND 1792-1815 Logica MERS leverde voor het JVOV2003 gratis en buiten contract een historische bijlage over het ontstaan van het kadaster onder Frans bewind en legde de verbinding met de evolutie van het kiesrecht. Logischerwijze is dan de periode vlak voor het ontstaan van dat kadaster interessant. Maatschappelijke betekenis van de verschuivingen in de onroerende eigendom De 18de eeuw wordt gekenmerkt door de zgn. ‘Verlichting’. In de periode 1792-1815 veranderde (afhankelijk van de bron en de tijdafbakening) 15 tot 20% van het Belgische grondgebied (uitgedrukt in oppervlakte) van eigenaar. De meerderheid van de verhandelde onroerende goederen was afkomstig van kloosters en abdijen, weliswaar na confiscatie en herkwalifikatie tot ‘nationale goederen’. Het einde van de 18de eeuw is maatschappelijk van uitzonderlijk belang en verklaart voor een deel de grote stromingen in de 19de eeuw. Het reeds verrichte opzoekwerk Vanaf begin augustus werd de periode aftastend onderzocht. Vanaf eind augustus werd het echte opzoekwerk opgestart, erop vertrouwend dat de logica in de opbouw en de maatschappelijke relevantie evident was. Na 15/9 raakte het onderzoek goed op dreef. • Er werd een omvangrijke database aangelegd met een 500-tal feiten: verwijzingen naar decreten uit de Oostenrijkse en uit de Franse periode, uitdrijvingen, openbare verkopen, betrokken aantal hectaren, etcetera. Alle feiten in de database zijn gedocumenteerd. Quasi alle bronnen werden aan een vergelijkende toets onderworpen met aanduiding van inconsistenties. • Aansluitend bij de database zijn er (nog) experimenteel gegenereerde historische tijdlijnen in de maak waarmee het jaarverslag grafisch kan worden opgesmukt. • Vanuit de database werd een tweede – ditmaal geografisch geïnspireerde – database (met toevoeging van NIS-codes) aangemaakt die dan op zijn beurt de ArcView-applicatie kan aansturen voor het genereren van cartografie (target: Vlaams gewest, 308 huidige gemeenten); op 7 oktober 2004 bevatte deze database de kerngegevens van 58 kloosters/abdijen/priorijen; op 8 oktober werden nog belangrijke toevoegingen aangebracht. • Er werden een 50-tal relevante boeken aangekocht. Een gespecialiseerde bibliografie werd op punt gezet. • Gerichte opzoekingen werden verricht in de Stadsbibliotheek Antwerpen. • Contacten werden gelegd met volgende abdijen: Postel, Tongerlo, Averbode, Grimbergen. • Er is een contact in de maak met de abdij van Affligem. Tevens is een contact met de ULB gepland. • Bij het Rijksarchief werd een (dure) microfilm besteld en aansluitend werd er met een gespecialiseerde firma contact gelegd met het oog op hoogwaardige scanning vanaf microfilm. De problematiek van auteurs- en gebruiksrecht werd onderzocht én opgelost. • Ter voorbereiding werd tijdrovend scanning- en fotowerk verricht. Tests met verschillende soorten belichting en fotopapier, aangepast aan de digitale resolutie, werden uitgevoerd en verfijnd met het oog op een maximaal effect in de drukgang. Om het beoogde resultaat te bereiken investeerde MERS in een professionele camera met een bereik van 4 megapixels en grote ‘zoom’. • Voor bijkomend opzoekwerk werd een contract afgesloten met een free lance kracht. • Tenslotte vermelden we nog enkele honderden uren lees- en studiewerk. Hieruit mag blijken dat MERS volop geïnvesteerd heeft en dat zelfs nog in de periode voorafgaand aan de toekenning van het contract of het bekend raken daarvan. De suggestie van het Overlegcomité Op het Overlegcomité van eind september werd het plan voor de historische bijdrage door dhr Franken ter tafel gebracht. Wellicht was het Overlegcomité onwetend over de reeds ver gevorderde opzoekingen want vanuit het Overlegcomité kwam de suggestie om een geheel ander thema uit te diepen: kadastrale perekwatie in Brabant in 1685. Tijdnood en budget Het MERS kan zich onmogelijk binnen de hem nog toegemeten tijdspanne (medio oktober – eindejaar) de ingewikkelde materie van de kadastrale perekwatie in 1685 eigen maken en daarom moet MERS zich – ook om de credibiliteit van alle partijen te vrijwaren - onbevoegd verklaren. Vanaf 1 januari 2005 richten de werkzaamheden zich volledig op het verwerken van de gegevens uit het data warehouse en de verzameling van de administratieve en statistische gegevens. Tegen eind januari 2005 moet de zgn. ‘executive summary’, dienstig voor het jaarverslag 2004 van Cipal, klaar zijn. In vergelijking met vorige jaren werd de afsluitdatum met 15 dagen naar voor geschoven (15/3/2005) en werd MERS (weliswaar onder bepaalde voorwaarden) contractueel beboetbaar bij laattijdigheid. Binnen het toegemeten budget is ook geen ruimte voor een verantwoorde inkoop van een kwalitatief hoogstaand en origineel artikel bij derden. Goodwill Overigens zou de aanlevering van een historische bijdrage weerom goodwill zijn vanwege MERS want in het contract CIPAL-MERS is daarover niets voorzien. Onze betrachting is steeds geweest de (zeer relatieve) aantrekkelijkheid van een jaarverslag te verhogen en daarmee de belangen van onze opdrachtgever en die van de Vlaamse Gemeenschap te dienen. We brengen dit ongaarne in herinnering maar de omstandigheden dwingen ons daartoe. Compromisvoorstel Als compromis stellen wij voor de suggestie van het Overlegcomité (kadastrale perekwatie in Brabant in 1685) te weerhouden voor het jaarverslag 2005 en de periode van het Frans bewind in het jaarverslag 2004 te belichten en aldus de gedane inspanningen te valoriseren. MERS Lucas TESSENS 2004-10-08 Historiek contract JVOV2004 20040622: YH geen bezwaar tegen dat ik ook JVOV 2004 maak; aan JF gemeld op voice mail 20040709: JF deelt punten mee te voorzien in offerte; dead line 1/3/2005! + boete 250 EUR/dag 20040811: meeting JF-LT in extremis door JF afgebeld 20040824: offerte MERS aan dhr Jos Franken, Cipal 20040903: offerte goedgekeurd door Raad van Bestuur Cipal 20040906: eerste mail-contact LT-EDB over Frans bewind 20040908: meeting LT-EDB over confiscatie kerkelijke goederen (Aalst) 20040908: bestelling boek Frans bewind bij heruitgeverij 20040910: draft-opbouw artikel Frans bewind klaar en medegedeeld aan EDB 20040913: bezoek aan abdij Tongerloo + aankoop pakket boeken 20040915: JF deelt goedkeuring offerte telefonisch mee aan LT; LT deelt plan Frans bewind mee aan JF die enthousiast reageert. 20040915: contact met Albertina-bib over rapport Kulberg 20040916: Mail aan EDB: “Gisterenavond kreeg ik een telefoontje van JF: de Raad van Bestuur van CIPAL heeft mijn offerte aanvaard en de brief ter bevestiging is in de maak. Ik heb hem ook gesproken over het plan om de confiscatie van kerkelijke goederen aan het einde van de XVIIIde eeuw als ‘leesstuk’ in het jaarverslag in te lassen. Jos was enthousiast want als ‘boerenzoon’ interesseert hem dat uiteraard. Hij verdedigt dit project richting MVG.” 20040920: datum brief Cipal aan MERS met mededeling goedkeuring 20040922: MERS ontvangt brief Cipal; dus 22 dagen na eerste gepland contact MERS-EB 20040924: mail LT>EB: vragen; EB in verlof tot 28/9 20040928: contacteren Rijksarchief 20040928: optrekken vergoeding EDB wegens hulp opbouw historisch luik 20040929: Overlegcomité MVG-Cipal 20041005: telefonische mededeling JF over suggestie Overlegcomité: perekwatie 1685 20041005: telefonisch contact LT-EB: zij vindt 1685 interessanter dan 1792 20041005: opmaak argumentarium Frans bewind 20041007: verdere verfijning Excel-file door EDB en LT (meeting Aalst) 20041008: aankoop boek 19560021 over de historiek van het kadaster 20041008: correcties in de Masterbase Pro memorie: contractueel is MERS niet gebonden tot het leveren van een historische bijlage.
Neurath Otto
Vermögensverteilung im Deutschen Reich 1930
Edited: 201502121845
One of the essential arguments for socialism: the rich and the state own 70% of Germany’s capital, while the poor masses have to share less than a third of the country’s wealth. Title: Distribution of assets in the German Empire Publication: Gesellschaft und Wirtschaft Editor: Otto Neurath Art director: Gerd Arntz Year: 1930, Leipzig Filenumber: GMDH02_50016
ICIJ
Banking Giant HSBC Sheltered Murky Cash Linked to Dictators and Arms Dealers
Edited: 201502091714
Team of journalists from 45 countries unearths secret bank accounts maintained for criminals, traffickers, tax dodgers, politicians and celebrities.
read more ...
DEMEUR Adolphe
Les sociétés anonymes ...
Edited: 201501212334
DEMEUR Adolphe : Les sociétés anonymes de Belgique en 1857. Collection complète des statuts collationnés sur les textes officiels, Bruxelles : Chez l'Editeur, 1859.




DEMEUR Adolphe : Les sociétés anonymes de Belgique à partir du 1er janvier 1858. Suite et complément de la collection complète des statuts en 1857, Bruxelles : Chez l'Editeur, 1859.




DEMEUR Adolphe : Les sociétés anonymes de Belgique années 1870-1873 jusqu'à la mise en vigueur de la loi du 18 mai 1873. Suite et complément de la collection complète des statuts en 1857, Bruxelles : Chez l'Editeur, 1874.



Résumé




La publicité des actes et documents relatifs aux sociétés commerciales est un principe important qui est inscrit dans la législation commerciale belge depuis le début du XIXème siècle.


Le statut de société anonyme (SA) apparaît dans le Code de commerce de 1807 et sa création est soumises à des dispositions très restrictives. Parmi les conditions de formation des nouvelles sociétés et de modification de statuts des anciennes, il fallait que l'entreprise dépasse par son besoin de grands capitaux ou son côté chanceux les portées des sociétés "normales". La nouvelle SA ne pouvait pas porter préjudice aux entreprises déjà en place. La publication de tous les actes officiels est obligatoire. Enfin, la société devait avoir un caractère purement commercial. De par ces mesures restrictives, on compte seulement cinq cent quarante quatre (544) créations de société anonymes belges entre 1819 et 1873.


Le juriste A. Demeur publie de 1859 à 1876 son ouvrage : Les sociétés anonymes en Belgique. Collection complète de statuts en vigueur collationnés sur les textes officiels avec une introduction et des notes. La publication compte quatre volumes. Elle reprend les statuts d'une grande partie des sociétés anonymes crées en Belgique entre 1819 et 1873. Plus de 478 statuts et modifications de statuts sont enregistrés dans leur intégralité. Cinq cents documents (jurisprudence, bilans, etc.) accompagnent les actes. Les sociétés sont regroupées en fonction de leur secteur d'activité. Chaque volume est précédé d'une introduction juridique et historique. Cet ouvrage est idéal pour connaître les publications antérieures à 1830 et peut servir d'index au Moniteur.


Aujourd'hui, les ouvrages de Demeur forment un outil fondamental et indispensable pour les historiens qui étudient les sphères financières et économiques de la Belgique du XIXème siècle. La numérisation de ces ouvrages vise à répondre aux difficultés croissantes de consultation dues à la détérioration rapide et à la rareté de ces volumes.


DEMEUR Adolphe : Les sociétés commerciales : actes et documents à partir de la mise en vigueur de la loi du 18 mai 1873 jusqu'au 1er janvier 1876, Bruxelles : Chez l'Editeur, nd.


DEMEUR Adolphe : Les sociétés commerciales de la Belgique : actes et documents : statuts, documents divers, jurisprudence, années 1876, 1877, 1878, Chez l'Editeur, nd.


DEMEUR Adolphe : Les sociétés commerciales de la Belgique : actes et documents : statuts, documents divers, jurisprudence, années 1879-1884 Chez l'Editeur, nd..


La publicité des actes et documents relatifs aux sociétés commerciales est un principe important qui est inscrit dans la législation commerciale belge depuis le début du XIXème siècle.


Alors que la publication des statuts dans le Moniteur belge était seulement nécessaire pour les sociétés anonymes, les grandes réformes de 1873 vont rendre cette publication obligatoire pour l'ensemble des types de sociétés. A cette fin, le gouvernement crée des Annexes au Moniteur belge, Recueil des actes, extraits d'actes, procès-verbaux et documents relatifs aux sociétés.




L'utilisation de cette publication est rendue extrêmement difficile par une absence totale d'index jusqu'en 1876. A partir de ce moment, un index annuel classé selon le statut des sociétés est publié au quatrième trimestre de l'année. Cette organisation est fort peu pratique si l'on ne connaît pas le statut de la société que l'on recherche. De plus, les modalités de classement de cet index répondent à des lois qui sont très incohérentes.


Pour faciliter le travail des juristes et notaires, ainsi que l'information des investisseurs potentiels A. Demeur va publier de 1876 à 1886 trois volumes des Sociétés commerciales de la Belgique, actes et documents. Cette publication va reprendre dans leur intégralité les actes concernant les sociétés les plus importantes et pour les autres un intitulé et une référence aux Annexes du Moniteur.
LT
wetsvoorstel belasting op grote vermogens neergelegd in de Kamer
Edited: 201501201808
Hieronder geven we de Memorie van Toelichting.
DAMES EN HEREN,
Het is van heel groot belang dat voor iedereen toegankelijke openbare diensten en alle vormen van sociale bescherming behouden blijven, om aldus de economische en de sociale ongelijkheden weg te werken.
Die doelstellingen impliceren een fiscaal beleid dat uitgaat van een billijke bijdrage tot de overheidsfinanciën.
De fiscale ontvangsten zijn echter nog steeds voor ruim 70% afkomstig van de belasting op de inkomsten uit arbeid en van heffingen op de consumptie van de gezinnen (btw en accijnzen); een heel groot deel van die consumptie wordt overigens betaald met de inkomsten uit arbeid.
De gelijke spreiding van het vermogen neemt gaandeweg af, niet alleen doordat vermogen steeds meer met inkomsten uit kapitaal wordt opgebouwd, maar ook doordat vooral de inkomsten uit arbeid en de consumptie van de gezinnen worden belast. Die vaststelling toont aan dat het absoluut noodzakelijk is dat het kapitaal meer bijdraagt tot de financiering van de collectieve behoeften.
De indieners van dit wetsvoorstel menen dat die bijdrage tot de collectieve behoeften, om rechtvaardig en billijk te zijn, rekening moet houden met de bijdragecapaciteit van elkeen en moet steunen op het beginsel van de progressiviteit van de belastingen via een belastingschaal met progressief hogere schijven, waarbij “drempeleffecten” worden voorkomen.
De bijdragecapaciteit van de belastingplichtige kan worden bepaald op grond van zijn vermogen. Een vermogen biedt immers zekerheid, en verschaft de belastingplichtige de mogelijkheid inkomsten te verkrijgen.
Dit wetsvoorstel beoogt een heffing in te stellen op de grote vermogens wanneer die 1 250 000 euro netto overschrijden. Het ligt dus niet in de bedoeling de middenklasse,
de lagere inkomens of de kleine spaarders te treffen. Deze belasting geldt evenmin voor de vennootschappen, noch voor de bezittingen die worden aangewend voor een beroepsactiviteit. Dit wetsvoorstel beoogt dus “slapend kapitaal” te doen bijdragen, niet het kapitaal dat wordt gebruikt voor economische activiteiten die banen scheppen en inkomsten genereren.
Dat bedrag van 1 250 000 euro wordt berekend per natuurlijke persoon die onderworpen is aan de belasting op de grote vermogens (de belastingplichtige). Wanneer een natuurlijke persoon samen met een andere belastingplichtige een goed bezit, zal de waarde die voor de belasting op de grote vermogens in aanmerking wordt genomen, worden berekend in verhouding tot diens aandeel in de onverdeelde eigendom van het goed dat hij in mede-eigendom bezit.
Het vermogen omvat alle roerende en onroerende goederen, alsook alle waarden en rechten die een belastingplichtige volledig of deels bezit.
Er is in een aantal uitzonderingen voorzien. De indieners hebben onder meer beslist bij de vermogensberekening geen rekening te houden met de goederen die uitsluitend voor de uitoefening van een beroepsbezigheid worden aangewend. Zoals al is aangegeven, is het
immers niet de bedoeling de economische activiteit te benadelen.
Voorts komt de eigen woning evenmin in aanmerking voor de vermogensberekening. De belasting zal omwille van de fiscale billijkheid progressief stijgen (per schijf) en een regeling omvatten die ertoe strekt ongewenste drempeleffecten te voorkomen. Er wordt voorzien in verschillende percentages opdat de belastingdruk niet contraproductief wordt, want die
percentages worden jaarlijks toegepast op een vermogen, niet op een inkomen.
De indieners beogen meer fiscale rechtvaardigheid, waarbij men zeker niet mag vervallen in een fiscale regeling die al te forse happen uit vermogens haalt.
De voorgestelde regeling houdt aangifteplicht in: elke belastingplichtige die deze belasting verschuldigd is, moet bij de belastingadministratie een aangifte indienen, volgens de door de Koning te bepalen nadere regels.

lees hier het wetsvoorstel 


 

VERMEREN Pierre
Le choc des décolonisations - de la guerre d'Algérie aux printemps arabes
Edited: 201501201534
Le temps semble loin où notre pays était un empire. Les territoires autrefois colonisés ont été rendus à eux-mêmes et sont désormais maîtres de leur histoire. C’est contre cette vision simpliste et historiquement fausse que s’insurge Pierre Vermeren : les révolutions arabes de 2011 et 2012 sont la conséquence directe, le dernier chapitre de l’histoire de la décolonisation.

De guerre lasse, dans un mélange de bonne conscience et de culpabilité, l’État et les élites de France ont laissé leurs successeurs à la tête du Maroc, de l’Algérie, de la Tunisie et des pays d’Afrique agir en toute impunité. Le silence et l’aveuglement de la France, mais aussi de l’Europe tout entière, ont permis dans ces anciennes colonies l’accaparement des richesses, la confiscation des libertés et la soumission des peuples.

Pierre Vermeren apporte aux événements les plus récents, qu’il s’agisse des explosions de colère au Maghreb comme de la lutte contre le djihadisme, l’éclairage irremplaçable de l’histoire.

Pierre Vermeren est professeur d’histoire contemporaine à l’université Paris-I-Panthéon- Sorbonne, spécialiste des mondes arabes et africains du Nord et de la décolonisation.
NN
WEF 2015
Edited: 201501191132

On 21 January, 300 heads of state, politicians and public figures, along with 1,500 business leaders from more than 140 countries will gather at the World Economic Forum annual meeting in Davos, Switzerland. 

Media Expert Research System
Recueil Financier, Demeur, Trioen
Edited: 201501151910



Het MERS werkt mee aan een grootschalig project waarbij de Recueil Financier wordt gescand en digitaal ontsloten. Ook de belangrijke boekwerken van Adolphe Demeur en Trioen worden verwerkt. Dat gebeurt in het kader van de uitbouw van een CMS (Content Management System). Het ontwerpen van een analysemodel is cruciaal in de ontwikkelingsfase en vergt een doorgedreven studie van de (on)ontgonnen bronnen. De kanalenbouw, de steenkoolmijnen en de spoorwegen zijn - naast de bancaire ontwikkelingen - voorname aandachtspunten.

Zodoende worden belangrijke 19de-eeuwse secundaire bronnen van de vennootschapsgeschiedenis van België toegankelijk gemaakt. Als primaire bronnen kunnen gelden: de Wet (tot 1873) en de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad (vanaf 1873 tot heden).
VAN IMPE Marc
Ik ben helemaal Charlie (blog)
Edited: 201501090951
VILVOORDE 08/01/2015 - Een uurtje na de moord op de redactie van Charlie Hebdo reed ik door Sint-Joost-ten-Node. Het licht sprong op groen maar we konden niet verder. Een karavaan toeterende tweedehands automobielen met opgewonden medeburgers van de derde generatie van elders, zoals dat fatsoenlijk heet, blokkeerde het verkeer. Ik lees deze ochtend een lezersbrief in de krant van een Antwerpse leraar die beschrijft hoe hij op de bus zat tussen juichende Marokkaanse jongeren. In mijn mailbox excuses van enkele van mijn studenten: dat de meerderheid van de moslims echt zo niet zijn. En zij zeker niet.
Het is moeilijk om sereen te blijven. Dit was geen willekeur. De daders hebben in het pand redactieleden naar hun naam gevraagd alvorens zij begonnen te schieten, zegt dokter Gerald Kierzek, die slachtoffers behandelde en sprak met overlevenden, tegen Franse media. Volgens de dokter werden bovendien vrouwen van de mannen gescheiden.
Er was geen sprake van een ongerichte kogelregen, maar van gerichte executies, aldus Kierzek. De tijd van de kamikazevliegtuigen (New York 2001), explosies in treinen (Madrid 2004) of zelfmoordterroristen in bussen en metro's (Londen 2005), is voorbij. Zelfmoordterrorisme is uit. De terrorist van nu wil het er levend vanaf te brengen, wetende dat er een proces volgt en dat de doodstraf in het beschaafde Westen is afgeschaft.
De Franse terrorismedeskundige Roland Jacquard waarschuwde in 2008 al dat er 'een klein legertje in het hart van de samenleving wordt gebracht met als doel om zoveel en zolang mogelijk te doden'. Het jaar daarop doodde de Frans-Algerijnse Mohammed Merrah in korte tijd zeven Fransen. De Frans-Algerijnse ex-Syriëganger Mehdi Nemmouche executeerde drie mensen in het Brussels Joodse museum. Dat is geen toeval. De realiteit is dat er nu duizenden Europese jihadisten in Syrië zijn die daar voldoende expertise opdoen om grootscheepse terreuracties op touw te zetten. Het merendeel van die jongens komt uit Frankrijk. Voor hen heeft het integratiebeleid gefaald. Het wordt tijd dat men dit inziet.
Integratie begint bij opvoeding, thuis en op school. In scholen waar een moslimmeerderheid aan leerlingen is vermijdt men nu al lessen over de evolutieleer en de holocaust, schrijft dezelfde leraar in zijn lezersbrief. Het heet dat men niet wil provoceren. Kwaliteitsvol onderwijs gaat echter over meer dan leren rekenen, lezen en schrijven. Humor en respect voor de mening van anderen bijbrengen is even belangrijk. Ook dat moet aangeleerd worden. Ons onderwijs mist filosofie.
Ik surf naar de website van intelligente Belgisch-Algerijnse Yasmine Kherbache, de voormalige kabinetschef van Elio Di Rupo, op zoek naar een zinnige reactie op de dramatische gebeurtenissen maar lees enkel een pleidooi voor de openstelling van overheidsfuncties voor niet EU'ers. Er zal eerst moeten overlegd worden, vrees ik.
Tenslotte nog deze bedenking: de jihad leeft bij gratie van de sociale media. Op Facebook is men zo kuis dat men de foto van een naakte kleuter weg censureert. Waarom niet elk bericht met het woord Allah erin verbieden? Zijn naam zal dan tenminste niet ijdel gebruikt worden. Gericht doden is overigens geen typische moslim tactiek. De eerste die dit toepaste was de Noorse terrorist Anders Behring Breivik die in juli 2011 69 sociaal-democratische jongeren afslachtte.
Marc van Impe
Marc van Impe is Senior Writer voor MediQuality. Hij is ook voorzitter van het Vlaams Instituut voor Journalistiek.
Prix Goncourt
Prix Goncourt - Le Palmares (1903-2016)
Edited: 201501012311


Le Palmarès
2016 Leïla Slimani, Chanson douce
2015 Mathias Enard Boussole Actes Sud
2014 Lydie Salvayre Pas pleurer Seuil
2013 Pierre Lemaitre Au revoir là-haut Albin-Michel
2012 Jérôme Ferrari Le sermon sur la chute de Rome Actes Sud
2011 Alexis Jenni L'Art français de la guerre Gallimard
2010 Michel Houellebecq La Carte et le Territoire Flammarion
2009 Marie NDiaye Trois Femmes puissantes Gallimard
2008 Atiq Rahimi Syngué Sabour. Pierre de Patience POL
2007 Gilles Leroy Alabama Song Mercure de France
2006 Jonathan Littell Les Bienveillantes Gallimard
2005 François Weyergans Trois jours chez ma mère Grasset
2004 Laurent Gaudé Le soleil des Scorta Actes Sud
2003 Jacques-Pierre Amette La maîtresse de Brecht Albin Michel
2002 Pascal Quignard Les ombres errantes Grasset
2001 Jean-Christophe Rufin Rouge Brésil Gallimard
2000 Jean-Jacques Schuhl Ingrid Caven Gallimard
1999 Jean Echenoz Je m'en vais Minuit
1998 Paule Constant Confidence pour confidence Gallimard
1997 Patrick Rambaud La Bataille Grasset
1996 Pascale Roze Le Chasseur zéro Albin Michel
1995 Andreï Makine Le Testament français Mercure de France
1994 Didier Van Cauwelaert Un aller simple Albin Michel
1993 Amin Maalouf Le rocher de Tanios Grasset
1992 Patrick Chamoiseau Texaco Gallimard
1991 Pierre Combescot Les filles du calvaire Grasset
1990 Jean Rouaud Les champs d'honneur Minuit
1989 Jean Vautrin Un grand pas vers le Bon Dieu Grasset
1988 Erik Orsenna L'exposition coloniale Seuil
1987 Tahar Ben Jelloun La nuit sacrée Seuil
1986 Michel Host Valet de nuit Grasset
1985 Yann Quéffelec Les noces barbares Gallimard
1984 Marguerite Duras L'amant Minuit
1983 Fréderick Tristan Les Egarés Balland
1982 Dominique Fernandez Dans la main de l'ange Grasset
1981 Lucien Bodard Anne-Marie Grasset
1980 Yves Navarre Le jardin d'acclimatation Flammarion
1979 Antonine Maillet Pélagie la charette Grasset
1978 Patrick Modiano Rue des boutiques obscures Gallimard
1977 Didier Decoin John l'Enfer Seuil
1976 Patrick Grainville Les Flamboyants Seuil
1975 Emile Ajar La vie devant soi Mercure de France
1974 Pascal Laîné La dentellière Gallimard
1973 Jacques Chessex L'ogre Grasset
1972 Jean Carrière L'Epervier de Maheux J-J. Pauvert
1971 Jacques Laurent Les Bétises Grasset
1970 Michel Tournier Le roi des Aulnes Gallimard
1969 Félicien Marceau Creezy Gallimard
1968 Bernard Clavel Les fruits de l'hiver Laffont
1967 André Pieyre de Mandiargues LaMarge Gallimard
1966 Edmonde Charles-Roux Oublier Palerme Grasset
1965 Jacques Borel L'adoration Gallimard
1964 Georges Conchon L'état sauvage Albin Michel
1963 Armand Lanoux Quand la mer se retire Julliard
1962 Anna Langfus Les bagages de sable Gallimard
1961 Jean Cau La pitié de Dieu Gallimard
1960 prix attribué à Vintila Horia et non décerné à cause du passé politique de l'auteur, inopinément révélé (zie fascistische Ijzeren Garde)
1959 André Schwart-Bart Le dernier des justes Seuil
1958 Francis Walder Saint-Germain ou la négociation Gallimard
1957 Roger Vailland LaLoi Gallimard
1956 Romain Gary Les racines du Ciel Gallimard
1955 Roger Ikor Les eaux mêlées (T.II Les fils d'Avrom) Albin Michel
1954 Simone de Beauvoir Les Mandarins Gallimard
1953 Pierre Gascar Les Bêtes Le temps des morts Gallimard
1952 Beatrix Beck Léon Morin, prêtre Gallimard
1951 Julien Gracq Le rivage des Syrtes J.Corti
1950 Paul Colin Les jeux sauvages Gallimard
1949 Robert Merle Week-end à Zuydcoote Gallimard
1948 Maurice Druon Les grandes familles Julliard
1947 Jean-Louis Curtis Les forêts de la nuit Julliard
1946 Jean-Jacques Gautier Histoire d'un fait divers Julliard
1945 Jean-Louis Bory Mon village à l'heure allemande Flammarion
1944 Elsa Triolet Le premier accroc coûte deux cents francs Gallimard
1943 Marius Grout Passage de l'homme Gallimard
1942 Marc Bernard Pareils à des enfants Gallimard
1941 Henri Pourrat Vent de Mars Gallimard
1940 Francis Ambrière Les grandes vacances Nouvelle France
1939 Philippe Hériat Les enfants gâtés Gallimard
1938 Henri Troyat L'araigne Plon
1937 Charles Plisnier Faux-passeports CorrÍa
1936 Maxence Van der Meersch L'empreinte de Dieu Albin Michel
1935 Joseph Peyré Sang et Lumière Grasset
1934 Roger Vercel Capitaine Conan Albin Michel
1933 André Malraux La condition humaine Gallimard
1932 Guy Mazeline Les loups Gallimard
1931 Jean Fayard Mal d'amour Fayard
1930 Henri Fauconnier Malaisie Stock
1929 Marcel Arland L'ordre Gallimard
1928 Maurice Constantin-Weyer Un homme se penche sur son passé Rieder
1927 Maurice Bedel Jérôme, 60° latitude nord Gallimard
1926 Henry Deberly Le supplice de Phèdre Gallimard
1925 Maurice Genevoix Raboliot Grasset
1924 Thierry Sandre Le chèvrefeuille Gallimard
1923 Lucien Fabre Rabevel ou le mal des ardents Gallimard
1922 Henri Béraud Le vitriol de lune et Le Martyre de l'obèse Albin Michel
1921 René Maran Batouala Albin Michel
1920 Ernest Pérochon Nêne Clouzot (puis Plon)
1919 Marcel Proust A l'ombre des jeunes filles en fleurs Gallimard
1918 Georges Duhamel Civilisation Mercure de France
1917 Henri Malherbe La flamme au poing Albin Michel
1916 Henri Barbusse Le feu Flammarion
1915 René Benjamin Gaspard Fayard
1914 Adrien Bertrand L'appel du sol Calmann-Lévy
1913 Marc Elder Le peuple de la mer Calmann-Lévy
1912 André Savignon Filles de Pluie Grasset
1911 Alphonse de Chateaubriant Monsieur de Lourdines Grasset
1910 Louis Pergaud De Goupil à Margot Mercure de France
1909 Marius-Ary Leblond En France Fasquelle
1908 Francis de Miomandre Ecrit sur l'eau Emile-Paul
1907 Emile Moselly Terres lorraines Plon
1906 Jérôme et Jean Tharaud Dingley, l'illustre écrivain Plon
1905 Claude Farrère Les civilisés Flammarion
1904 Léon Frapié La maternelle Albin Michel
1903 John-Antoine Nau Force ennemie La Plume
NULTY Thomas
Back to the land
Edited: 201412271246
The Most Reverend Dr. Thomas Nulty or Thomas McNulty (1818-1898) was born to a farming family in Fennor, Oldcastle, Co. Meath,[1][2] on July 7, 1818 and died in office as the Irish Roman Catholic Bishop of Meath[3] on Christmas Eve, 1898. Nulty was educated at Gilson School, Oldcastle, County Meath, St. Finians, Navan Seminary and Maynooth College. He was ordained in 1846. Nulty was a cleric during the Irish Potato Famine. During the course of his first pastoral appointment, he officiated at an average 11 funerals of famine victims (most children or the aged) a day, and in 1848 he described a large-scale eviction of 700 tenants in the diocese.[4]

Nulty rose to become the Most Reverend Bishop of Meath and was known as a fierce defender of the tenant rights of Irish tenant farmers throughout the 34 years that he served in that office from 1864 to 1898.[5][6] Thomas Nulty is famed for his 1881 tract Back to the Land, wherein he makes the case for land reform of the Irish land tenure system.[7] Nulty was a friend and supporter of the Irish nationalist Charles Stewart Parnell until Parnell's divorce crisis in 1889.[8][9]

Dr. Thomas Nulty, who had attended the First Vatican Council in 1870, said his last mass on December 21, 1898.

To the Clergy and Laity of the Diocese of Meath:

Dearly Beloved Brethren,-

I venture to take the liberty of dedicating the following Essay to you, as a mark of my respect and affection. In this Essay I do not, of course, address myself to you as your Bishop, for I have no divine commission to enlighten you on your civil rights, or to instruct you in the principles of Land Tenure or Political Economy. I feel, however, a deep concern even in your temporal interests — deeper, indeed, than in my own; for what temporal interests can I have save those I must always feel in your welfare? It is, then, because the Land Question is one not merely of vital importance, but one of life and death to you, as well as to the majority of my countrymen, that I have ventured to write on it at all.

With a due sense of my responsibility, I have examined this great question with all the care and consideration I had time to bestow on it. A subject so abstruse and so difficult could not, by any possibility, be made attractive and interesting. My only great regret, then, is that my numerous duties in nearly every part of the Diocese for the last month have not left me sufficient time to put my views before you with the perspicuity, the order and the persuasiveness that I should desire. However, even in the crude, unfinished form in which this Essay is now submitted to you, I hope it will prove of some use in assisting you to form a correct estimate of the real value and merit of Mr. Gladstone’s coming Bill.

For my own part, I confess I am not very sanguine in my expectations of this Bill — at any rate, when it shall have passed the Lords. The hereditary legislators will, I fear, never surrender the monopoly in the land which they have usurped for centuries past; at least till it has become quite plain to them that they have lost the power of holding it any longer. It is, however, now quite manifest to all the world — except, perhaps, to themselves — that they hold that power no longer.

We, however, can afford calmly to wait. While we are, therefore, prepared to receive with gratitude any settlement of the question which will substantially secure to us our just rights, we will never be satisfied with less. Nothing short of a full and comprehensive measure of justice will ever satisfy the tenant farmers of Ireland, or put an end to the Land League agitation.

The people of Ireland are now keenly alive to the important fact that if they are loyal and true to themselves, and that they set their faces against every form of violence and crime, they have the power to compel the landlords to surrender all their just rights in their entirety.

If the tenant farmers refuse to pay more than a just rent for their farms, and no one takes a farm from which a tenant has been evicted for the non-payment of an unjust or exorbitant rent, then our cause is practically gained. The landlords may, no doubt, wreak their vengeance on a few, whom they may regard as the leaders of the movement; but the patriotism and generosity of their countrymen will compensate these abundantly for their losses, and superabundantly reward them for the essential and important services they have rendered to their country at the critical period of its history.

You know but too well, and perhaps to your cost, that there are bad landlords in Meath, and worse still in Westmeath, and perhaps also in the other Counties of this Diocese. We are, unfortunately, too familiar with all forms of extermination, from the eviction of a Parish Priest, who was willing to pay his rent, to the wholesale clearance of the honest, industrious people of an entire district. But we have, thank God, a few good landlords, too. Some of these, like the Earl of Fingal, belong to our own faith; some, like the late Lord Athlumny, are Protestants; and some among the very best are Tories of the highest type of conservatism.

You have always cherished feelings of the deepest gratitude and affection for every landlord, irrespective of his politics or his creed, who treated you with justice, consideration and kindness. I have always heartily commended you for these feelings.

For my own part, I can assure you, I entertain no unfriendly feelings for any landlord living, and in this Essay I write of them not as individuals, but as a class, and further, I freely admit that there are individual landlords who are highly honourable exceptions to the class to which they belong. But that I heartily dislike the existing system of Land Tenure, and the frightful extent to which it has been abused, by the vast majority of landlords, will be evident to anyone who reads this Essay through.

I remain, Dearly Beloved Brethren, respectfully yours,
+THOMAS NULTY.

BACK TO THE LAND
Our Land System Not justified by its General Acceptance.

Anyone who ventures to question the justice or the policy of maintaining the present system of Irish Land Tenure will be met at once by a pretty general feeling which will warn him emphatically that its venerable antiquity entitles it, if not to reverence and respect, at least to tenderness and forbearance.

I freely admit that feeling to be most natural and perhaps very general also; but I altogether deny its reasonableness. It proves too much. Any existing social institution is undoubtedly entitled to justice and fair play; but no institution, no matter what may have been its standing or its popularity, is entitled to exceptional tenderness and forbearance if it can be shown that it is intrinsically unjust and cruel. Worse institutions by far than any system of Land Tenure can and have had a long and prosperous career, till their true character became generally known and then they were suffered to exist no longer.

Human Slavery Once Generally Accepted.

Slavery is found to have existed, as a social institution, in almost all nations, civilised as well as barbarous, and in every age of the world, up almost to our own times. We hardly ever find it in the state of a merely passing phenomenon, or as a purely temporary result of conquest or of war, but always as a settled, established and recognised state of social existence, in which generation followed generation in unbroken succession, and in which thousands upon thousands of human beings lived and died. Hardly anyone had the public spirit to question its character or to denounce its excesses; it had no struggle to make for its existence, and the degradation in which it held its unhappy victims was universally regarded as nothing worse than a mere sentimental grievance.

On the other hand, the justice of the right of property which a master claimed in his slaves was universally accepted in the light of a first principle of morality. His slaves were either born on his estate, and he had to submit to the labour and the cost of rearing and maintaining them to manhood, or he acquired them by inheritance or by free gift, or, failing these, he acquired them by the right of purchase — having paid in exchange for them what, according to the usages of society and the common estimation of his countrymen, was regarded as their full pecuniary value. Property, therefore, in slaves was regarded as sacred, and as inviolable as any other species of property.

Even Christians Recognised Slavery.

So deeply rooted and so universally received was this conviction that the Christian religion itself, though it recognised no distinction between Jew and Gentile, between slave or freeman, cautiously abstained from denouncing slavery itself as an injustice or a wrong. It prudently tolerated this crying evil, because in the state of public feeling then existing, and at the low standard of enlightenment and intelligence then prevailing, it was simply impossible to remedy it.

Thus then had slavery come down almost to our own time as an established social institution, carrying with it the practical sanction and approval of ages and nations, and surrounded with a prestige of standing and general acceptance well calculated to recommend it to men’s feelings and sympathies. And yet it was the embodiment of the most odious and cruel injustice that ever afflicted humanity. To claim a right of property in man was to lower a rational creature to the level of the beast of the field; it was a revolting and an unnatural degradation of the nobility of human nature itself. (etc, see link)

Back to the land
Roermond
Asbest-alarm na grote brand in Roermond (NL) - Stad neemt strenge maatregelen - Schoonmaak wordt sowieso problematisch
Edited: 201412171033
Bij een grote brand gisterenavond rond 21.45 uur bij jachthaven Het Steel in Roermond is asbest vrijgekomen. De asbest is neergekomen in een deel van de binnenstad van Roermond. Dit gebied is inmiddels afgezet.
Om besmetting te voorkomen is een aantal voorzorgsmaatregelen getroffen:
Bewoners en werkenden in het gebied kunnen het gebied verlaten via daarvoor speciaal ingerichte ontsmettingspunten. Mensen die niet per sé in het gebied hoeven zijn, worden niet toegelaten.
Mensen in het gebied moeten hun schoenen uitdoen bij hun voordeur of ingang van een gebouw. Zo wordt voorkomen dat de asbest mee naar binnen wordt genomen.
Winkels in het afgezette gebied zijn voorlopig gesloten tot 12.00 uur.
Er zijn toegangsbeperkende maatregelen voor bevoorraders.
Treinen rijden wel, maar stoppen niet in Roermond totdat het station is schoongemaakt.
Aan iedereen het dringende verzoek om zich aan deze maatregelen te houden.

Roermond heeft zo'n 54.000 inwoners.



Lees meer ...
IMF
IMF on tax shift in Belgium
Edited: 201412162207
Tax policy. The tax policy measures of the government program contain a net reduction in labor taxes and a useful simplification of various social security abatement schemes, which should help limit unwanted distortions. At the same time we see scope for going further in tax reform. Income from capital is not taxed uniformly, and a more harmonized treatment would put the taxation of such income on a more equal footing with labor income. Property taxes could be rebalanced from transaction taxes to recurrent taxes on immovable property. This would stabilize tax collection and enhance labor mobility. We also see scope for reducing deviations from the standard VAT rate, e.g., for electricity, and to increase environmental taxes. Revenue gains from such reforms would be available to reduce labor taxes further.

Read more ...
Malaparte - Liliana Cavani
The Skin (1981) - De Huid - Pelle
Edited: 201412130026
The Skin (1981) Blu-ray Detailed
Posted December 12, 2014 11:49 AM by Webmaster

Cohen Media GroupCohen Media Group has detailed the Cohen Film Collection Blu-ray release of director Liliana Cavani's The Skin (La Pelle), which stars Marcello Mastroianni, Burt Lancaster and Claudia Cardinale. Digitally remastered, the Palme d'Or nominee arrives on Blu-ray on January 13, 2015.

Liliana Cavani (Ripley's Game) gained international fame with her daring 1974 breakthrough The Night Porter, a controversial drama about a concentration camp survivor's sadomasochistic relationship with a former Nazi SS officer. Sex-as-commodity also figures in Cavani's 1981 film The Skin. Based on the short stories of Curzio Malaparte, the film is Cavani's controversial look at the aftermath of German occupation of Italy during World War II. After the Allies liberate Naples in 1943, life for the locals is not much easier, especially for women; many must sacrifice their dignity and morals in order to survive.

An international cast of superstars brings Malaparte's stories to life. Marcello Mastroianni plays Malaparte, a diplomatic liaison between the Allied and Italian forces, who chronicled the desperate measures taken by his Italian countrymen to endure even after the defeat of their enemy. Burt Lancaster plays liberating American Gen. Mark Clark, who struggles to fathom the devastation around him. Also starring is Claudia Cardinale, famed for her performances in masterpieces by Federico Fellini, Luchino Visconti and Sergio Leone.

This unforgettable and disturbing film, an epic Italian-French co-production, was nominated for the top prize, the Palme d'Or, at the Cannes Film Festival; Cardinale was named best supporting actress by the Italian National Syndicate of Film Journalists.

The Skin has been restored and remastered for its U.S. Blu-ray debut, and is presented in 1080p with Italian DTS-HD Master Audio 5.1 surround and English subtitles. Extras include:
Feature-length audio commentary by critics Wade Major and Andy Klein
Four featurettes, including three with director Liliana Cavani and one with production designer Dante Ferretti:
At the Frontier of the Apocalypse
Malaparte, Great Reporter
The Individual and History
Dante Ferretti Revisits Naples
Original French trailer
2014 re-release trailer

Trends
Mannen en vrouwen niet gelijk
Edited: 201412120031
Mannen verdienen tien procent meer dan vrouwen, zo blijkt uit de jongste editie van de Top 30.000. Dat cijfer komt uit de sociale balansen, waar voor het eerst de personeelskosten per geslacht in werden opgenomen. Voor heel België bedraagt de loonkloof 10,2%. Maar in sommige gewesten is er meer gelijkheid dan in andere. In Wallonië is een mannelijke werknemer amper 1,8% duurder dan zijn vrouwelijke collega. In Vlaanderen neemt de kloof toe tot 12,7% en in Brussel is ze met 14,7% het grootst.

Per uur bekeken is de kloof kleiner
De loonkloof tussen mannen en vrouwen bedraagt afgerond 10%. Dat percentage houdt echter geen rekening met een mogelijk belangrijke vertekenende factor. Mannen en vrouwen werken immers niet evenveel uren. Een man presteert gemiddeld 1.528 uren per jaar, een vrouw 1.465 uren. Dat verschil kan als natuurlijk worden beschouwd, in die zin dat het grotendeels kan worden verklaard door de duur van het bevallingsverlof. Die fout kan echter worden uitgeschakeld door het verschil in loon per gepresteerd uur te berekenen. In dat geval daalt het nationale verschil tussen mannen en vrouwen tot 5,6% voor het hele land. Dat nationale gemiddelde varieert uiteraard afhankelijk van het gewest. In Vlaanderen bedraagt het 8,1%, in Brussel 8,6% en in Wallonië neigt het naar een evenwicht: daar bedraagt het slechts 0,7%.
USA
US Senate geeft rapport vrij over folterpraktijken CIA
Edited: 201412111001
Vele andere landen waren (zijn) betrokken bij facilitering en herbergen geheime gevangenissen. Westers discours over mensenrechten en democratie op losse schroeven.
Lees het rapport van 525 pp. hier ...
CINGANO Federico
OECD SOCIAL, EMPLOYMENT AND MIGRATION WORKING PAPERS No. 163 - TRENDS IN INCOME INEQUALITY AND ITS IMPACT ON ECONOMIC GROWTH
Edited: 201412090905
20141209 - ABSTRACT

1. In most OECD countries, the gap between rich and poor is at its highest level since 30 years.
Today, the richest 10 per cent of the population in the OECD area earn 9.5 times the income of the poorest
10 per cent; in the 1980s this ratio stood at 7:1 and has been rising continuously ever since. However, the
rise in overall income inequality is not (only) about surging top income shares: often, incomes at the
bottom grew much slower during the prosperous years and fell during downturns, putting relative (and in
some countries, absolute) income poverty on the radar of policy concerns. This paper explores whether
such developments may have an impact on economic performance.

2. Drawing on harmonised data covering the OECD countries over the past 30 years, the
econometric analysis suggests that income inequality has a negative and statistically significant impact on
subsequent growth. In particular, what matters most is the gap between low income households and the rest
of the population. In contrast, no evidence is found that those with high incomes pulling away from the rest
of the population harms growth. The paper also evaluates the “human capital accumulation theory” finding
evidence for human capital as a channel through which inequality may affect growth. Analysis based on
micro data from the Adult Skills Survey (PIAAC) shows that increased income disparities depress skills
development among individuals with poorer parental education background, both in terms of the quantity
of education attained (e.g. years of schooling), and in terms of its quality (i.e. skill proficiency).
Educational outcomes of individuals from richer backgrounds, however, are not affected by inequality.

3. It follows that policies to reduce income inequalities should not only be pursued to improve
social outcomes but also to sustain long-term growth. Redistribution policies via taxes and transfers are a
key tool to ensure the benefits of growth are more broadly distributed and the results suggest they need not
be expected to undermine growth. But it is also important to promote equality of opportunity in access to
and quality of education. This implies a focus on families with children and youths – as this is when
decisions about human capital accumulation are made -- promoting employment for disadvantaged groups
through active labour market policies, childcare supports and in-work benefits.

Note LT: the famous book of Piketty (Capital) is not mentioned in the bibliography of this report!; Methodology: measurement of inequality with the use of Gini.
Read the report in PDF here ...
OECD - OESO
OECD Foreign Bribery ReportAn Analysis of the Crime of Bribery of Foreign Public OfficialsPublished on December 02, 2014
Edited: 201412031140
VILT
4de landbouwrapport van het Vlaams Infocentrum Land- en Tuinbouw
Edited: 201412031109
De brochure met kerngegevens over land- en tuinbouw kunt u hier inkijken

VILT (°1996) is een vzw die gestuurd wordt door een voorzitter en een raad van bestuur. Daarin zetelen alle organisaties die werkingsmiddelen ter beschikking stellen van VILT: de Vlaamse overheid, de vijf Vlaamse provincies, Boerenbond, ABS, BEMEFA, Fedagrim, Crelan, KBC en Cera. Daarnaast haalt de vzw ook middelen uit commerciële activiteiten zoals advertentiewerving en sponsoring. De raad van bestuur zet de strategische lijnen uit, de dagelijkse werking wordt waargenomen door de voorzitter (Josse De Baerdemaeker) en de directeur (Griet Lemaire). VILT telt vier voltijdse medewerkers.

Van de 24.884 landbouwbedrijven in Vlaanderen is 88 procent gespecialiseerd in één van de drie grote subsectoren, met veehouderij als veruit de belangrijkste specialisatie, gevolgd door akkerbouw en tuinbouw. Ook biolandbouw is een vorm van specialisatie. Eind vorig jaar telde onze regio 319 actieve bioboeren. Hun aantal vertoont de laatste vijf jaar een gemiddelde groei van zes procent per jaar. De biobedrijven bewerkten in 2013 samen 5.065 hectare of 0,8 procent van het volledige landbouwareaal.
Het aantal landbouwbedrijven in Vlaanderen daalt gemiddeld met bijna vier procent per jaar. De resterende bedrijven worden steeds groter. Enkele factoren die een rol spelen bij schaalvergroting zijn de continue technologische verbetering, samenwerking met andere schakels in de keten en productieverhoging om het inkomen veilig te stellen en de kostprijs te drukken. De gemiddelde oppervlakte cultuurgrond groeit naar 25 hectare per bedrijf. De gemiddelde grootte van de veestapel bedraagt nu 120 runderen, 1.850 varkens en 47.000 stuks pluimvee per gespecialiseerd bedrijf. Op een landbouwbedrijf werkt gemiddeld 1,65 voltijdse arbeidskracht.
MATTHIJS Herman
professor en zogenaamd begrotingsexpert Herman Matthijs bepleit verkoop Belgacom/Proximus en BPost
Edited: 201411292331
Matthijs gaat dus verder met de verkondiging van de neo-liberale nonsens: de staat moet de nog rendabele inboedel verkopen! We privatiseren al jaren wat rendabel is en we collectiviseren wat verlieslatend is. Matthijs, een expert?

Matthijs is samen met andere professoren lid van een studiegroep



Die heeft als doel, en wij citeren: "De werkgroep 'Fiscaal Correct' stelt zich tot doel te werken vanuit een volstrekte onafhankelijkheid. Objectiviteit staat hoog in het vaandel. De werkgroep wenst in geen enkel opzicht in zijn denken en werken begrensd te zijn door politieke of levensbeschouwelijke stromingen. De werkgroep is trouwens niet ontsproten als denktank van één of andere belangengroepering (noch van werkgeverszijde noch van werknemerszijde noch anderszins). Er is evenmin enige directe of indirecte band met dergelijke belangengroeperingen. Een en ander moet de werkgroep in staat stellen vanuit een volledig neutrale geestesgesteldheid te werken en voorstellen te lanceren. Er zijn geen taboes. De enige doelstelling is te komen tot een betere en correctere fiscaliteit en dit zowel ten behoeve van de ondernemer als van de burger in het algemeen."

Andere leden van dit selecte clubje: Dhr. Eddy Claesen, Familiebedrijfadviseur – bemiddelaar, Accountant – belastingsconsulent & gastdocent; Prof. Eric Spruyt, Notaris, docent KU Leuven, HUB-EHSAL en Fiscale Hogeschool; Prof. Luc Maes, Voorzitter Hogere Leergangen voor Fiscale en Sociale Wetenschappen (Fiscale Hogeschool, HUB), Docent HUB, UA en Fiscale Hogeschool; Mark Delanote, docent VUB, ESSF; Prof. Dr. Michel Maus, docent VUB, UGent en UA; Prof. Dr. Miguel De Jonckheere, Hoogleraar VUB, Bijzonder hoogleraar Erasmusuniversiteit Rotterdam; Prof. Dr. Paul Beghin, Gewoon Hoogleraar UGent; Prof. Patrick Wille, docent VUB, UG, Fiscale Hogeschool en Groep T; Mr. Victor Dauginet, advocaat.


LT
Lijst van overheidsbedrijven (in het verleden en het heden)[tentatief en in opbouw]
Edited: 201411260110
Algemene Spaar- en Lijfrentekas (ASLK/CGER, 1865) > ASLK-Bank (1992) + ASLK-verzekeringen (1992)> 50% verkocht aan Fortis-groep > in 1998 volledig overgenomen door Fortis


BAC/COB (1924) > BAC werd ook hoofdaandeelhouder in de Belgische Arbeidersbank of Banque Ouvrière de Belgique, opgericht in 1925, en in 1926 omgedoopt in Spaarbank der Christelijke Werklieden (SCW) of Banque d'Epargne des Ouvriers Chrétiens. > BAC Centrale Depositokas of COB Caisse Centrale de Dépôts > In 1985 werd de naam gewijzigd in BAC Spaarbank of COB Banque d'Epargne.> De naam werd in 1993 veranderd in BACOB en de instelling veranderde verder van een spaarbank naar een commerciële bank.> In 1997 vormde BACOB samen met verzekeringen DVV de financiële groep Artesia Banking Corporation, grotendeels in handen van Arcofin.> In 2001 kwam Artesia in handen van het Frans-Belgische Dexia, nu Belfius.




Belgische Maatschappij voor Internationale Investering: Een gespecialiseerde dochtervennootschap van de FPIM die tot doel heeft het co-financieren van buitenlandse investeringen van Belgische bedrijven, hoofdzakelijk ten behoeve van KMO's die zich in een expansiefase bevinden of die een belangrijk groeipotentieel vertonen.


Belgocontrol (1998): Belgocontrol is in België het autonoom overheidsbedrijf dat belast is met de luchtverkeersleiding, opleiding van operationeel (luchtverkeersleiders) en technisch personeel, en installatie en onderhoud van infrastructuur voor de luchtvaart. > Belgocontrol werkt onder een beheerscontract met een looptijd van 5 jaar (zie 25 APRIL 2014. KB tot goedkeuring
van het derde beheerscontract tussen de Staat en Belgocontrol) > Belgocontrol had op 20131231 829 werknemers waarvan 84 onbeschikbaar > Belgocontrol was in 2013 verlieslatend > Jaarverslag Belgocontrol 2013


BIAC + Regie der Luchtwegen + The Brussels Airport Company NV (BATC)> The Brussels Airport Company NV (2006) > Brussels Airport Company (2013)


BILOBA: De Luxemburgse vennootschap heeft tot doel het nemen van participaties in het Ginkgo Fonds. Het Ginkgo Fonds investeert in projecten ter herontwikkeling van verontreinigde terreinen in Frankijk en in België.


Brussels Airport Company


CERTI-FED: De vennootschap heeft tot doel de verwerving van alle participaties in vennootschappen waarin de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij een participatie bezit, alsook de certificatie van aandelen.

China Belgium Mirror Fund

Congrespaleis: De NV Congrespaleis heeft als doel het organiseren van vergaderingen, congressen, tentoonstellingen, beurzen en evenementen in haar gebouwen te Brussel.

CREDIBE: De vennootschap heeft haar hypothecaire activiteiten overgedragen aan de privé-sector en beheert nog de aflopende dossiers en in beperkte mate vastgoed.

DATANG FUND

Delcredere

Distrigas: On 1 November 2012, Distrigas merged with Nuon Belgium and became Eni Gas & Power NV/SA, a wholly owned subsidiary of Eni.

Federale Investeringsmaatschappij (FIM) + Federale Participatiemaatschappij (FPIM) > FPIM (2006)

Fonds voor Spoorweg-Infrastructuur (FIF-FSI): De vennootschap heeft tot doel terreinen die vroeger tot de spoorweginfrastructuur behoorden, te verkopen aan bouwpromotors en vastgoedinvesteerders.

GIMV (1980):

IRE ELIT: Dochteronderneming van het "Nationaal Instituut voor Radio-elementen". De onderneming legt zich in het bijzonder toe op de ontwikkeling van productie van radio-isiotopen voor radiofarmaceutische toepassingen en analyse, toezicht en ondersteuning bij de ontmanteling van nuclaire bronnen.

Kasteel Cantecroy Beheer (KCB): KCB is een vennootschap die een kasteelsite in Mortsel (Cantecroy) heeft gerenoveerd en omgevormd tot een wooncentrum voor ouderen. Doelstelling is de appartementeenheden op de site te verhuren/verkopen en de nodige zorgdiensten aan te bieden voor ouderen.

Nationale Investeringsmaatschappij (NIM, 1962) > geprivatiseerd in 1994

Nationale Loterij/Loterie Nationale

NMBS/SNCB > Om aan de Europese Unie-regelgeving tegemoet te komen voor een vrije toegang voor alle vervoerders op het Europese spoorwegnet, werd de NMBS op 1 januari 2005 opgesplitst in drie delen: een beheerder van de infrastructuur (Infrabel), een exploitant van de treinen (NMBS) en een overkoepelende holding (NMBS Holding). Zij vormden met hun drieën de NMBS-Groep.> NMBS + NMBS-holding = NMBS (2004)

NMKN > opgeslorpt door ASLK > zie aldaar

Open Sky Technology Fund Belgian Investor Pool: Het investeringsfonds is een parallel fonds van Open Sky Technologies Fund dat werd opgericht op initiatief van het Europees Ruimtevaart Agentschap. Deze investeringsfondsen investeren in jonge bedrijven die commerciële ruimtevaartechnologieën ontwikkelen, en die gevestigd zijn in de landen van de ERA-perimeter.
Paleis voor Schone Kunsten (PSK): De vennootschap heeft als doel het opzetten, uitwerken en uitvoeren van een multidisciplinaire en geïntegreerde culturele programmering.

Participatiefonds

PTT > De Post > BPOST (Belgische Staat (rechtstreeks en via de FPIM + free float + BPOST-werknemers)

Regie der Gebouwen (parastatale)

RTT > Belgacom > werd in maart 2004 beursgenoteerd > 20140929: Belgacom heet voortaan Proximus (o.i. wordt in een perspectief van volledige privatisering de binding met België in de merknaam alvast verbroken) > Op 31/10/2014 bezat de Belgische Staat 53,51% van de aandelen van Belgacom

SNETA (1919) + Sabena (1923) > Sabena > In mei 1995 werd 49,5% van de aandelen verkocht aan Swissair > Sabena op 20011107 failliet > dochter DAT overgenomen door SN Air Holding en die neemt naam SN Brussels Airlaines aan > SN Air Holding neemt in 2005 Virgin Express over en fuseert in 2006 tot Brussels Airlines. > Op 19 januari 2004 is Sabenadochter en chartermaatschappij Sobelair failliet verklaard. Haar vluchten voor Jetair werden overgenomen door TUI Airlines Belgium, dat vandaag vliegt onder de naam Jetairfly.

SOPIMA: De vennootschap beheert, meestal na renovatie, administratieve gebouwen die tot verhuur worden bestemd.

Theodorus III (

ZEPHYR-FIN: De vennootschap heeft als doel het verwerven en beheren van roerende waarden uitgegeven door luchtvaartmaatschappijen of vennootschappen verbonden met deze sector.

UGent
De Belgische journalist in 2013: een zelfportret. Een onderzoek herbekeken.
Edited: 201411230402
Hoeveel verdient een journalist? Welke zijn de specialisaties? Vinden journalisten hun eigen werk goed? Blijkbaar ontkent bijna niemand dat er een probleem is. Ook de journalisten zelf geven dat toe. Lees meer daarover in dit onderzoeksrapport van de Universiteit Gent
En nog dit: In de aanloop naar de Werelddag voor Persvrijheid op 3 mei 2013 trok Beth Costa, secretaris-generaal van de International Federation of Journalists, aan de alarmbel. ‘De grootste bedreiging voor persvrijheid in Europa is de economische crisis.’ De voorbije jaren hebben minstens 14.790 Europese journalisten hun baan verloren. ‘Hoe kan je nog over persvrijheid spreken in een land zonder journalisten?’
Coste zei toen ook: "Een goede journalist staat met beide benen in de werkelijkheid, maar durft ook een beetje dromen over de toekomst en wil werken aan een eerlijkere maatschappij. Journalisten zijn er om de gemeenschap te dienen en te strijden voor democratie, mensenrechten en gerechtigheid."


Een kritische noot: Ik vraag me dan af of lezers, luisteraars en kijkers niet afhaken omdat ze juist die kwaliteiten niet meer terugvinden in hun kranten en in de journaals op radio en TV. In hoeverre heeft een gericht aanwervings- en ontslagbeleid van uitgevers juist niet geleid tot een verschraling van het nieuws? Want het mag dan beweerd worden dat een redactie een graad van onafhankelijkheid bezit, helemaal waterdicht is die uitspraak niet.

Er wordt ook beweerd dat de kranten zichzelf de das hebben omgedaan door het nieuws gratis op het internet te gooien. Het journalistenkorps vergeet dan dat zij het zijn geweest die in 1996 een betalende electronische persknipseldienst de grond in hebben geboord. Wij geven hier het persbericht van 17 december 1996 integraal weer.


"BELGA/De Tijd 17/12/1996
Knipseldienst Central Station houdt ermee op
(belga/tijd) - Central Station, de elektronische knipseldienst van de uitgevers, houdt ermee op. De Belgische dagbladuitgevers, aandeelhouders van Central Station, zien 'zich genoodzaakt de exploitatie te beëindigen', zo heeft de Belgische Vereniging van Dagbladuitgevers (BVDU) laten weten. De uitgevers, de journalistenbond en twee auteursrechtenverenigingen konden geen overeenstemming bereiken over de auteursrechten voor de elektronische verspreiding van redactionele producten. In het kader van het streven van de dagbladuitgevers om 'een cruciale rol te blijven vervullen in de multimediale samenleving van morgen' werd op 14 juli van vorig jaar Central Station met een kapitaal van 25 miljoen frank opgericht. De aandeelhouders waren elf Belgische uitgevers (zes Vlaamse, vier Franstalige en Grenz-Echo). Reeds verschillende maanden wordt het merendeel van de Belgische kranten door Central Station dagelijks verwerkt. Het belangrijkste probleem voor het jonge initiatief draaide rond de auteursrechten van de journalisten."


Als de geschiedenis van de teloorgang van de gedrukte pers in België ooit op een serieuze manier wordt geschreven, dan zal men alle schuiven moeten open trekken. Niet alleen die die het makkelijkst opengaan. Dat kan men aan historici, die een BV-status ambiëren, overlaten.
The Legatum Institute
LI publishes The prosperity index
Edited: 201411192113
Is a nation’s prosperity defined solely by its GDP? Prosperity is more than just the accumulation of material wealth, it is also the joy of everyday life and the prospect of an even better life in the future. This is true for individuals as well as nations. The Prosperity Index is a global measurement of prosperity based on both income and wellbeing.

Find out more here


The econometric analysis of LI has identified 89 variables, which are spread across eight sub-indices:

1) Economy;

2) Governance;

3) Entrepreneurship & Opportunity;

4) Education;

5) Health;

6) Personal freedom;

7) Safety & Security;

8) Sociale Capital & Social Values.
Each of the 8 variables are subdivided in two: 1) having an effect on income 2) having an impact on wellbeing.

The sociological data were mainly retrieved from the Gallup World Poll.

Methodology for income and wellbeing scores. For each country, the latest data available in 2013 were gathered for the 89 variables. The raw values are standardised and multiplied by the weights. The weighted variable values are then summed to produce a country’s wellbeing and income score in each sub-index. The income and wellbeing scores are then standardised so that they can be compared.

Critical note LT: a) What we miss in the Prosperity Index is some kind of measurement of inequality and the measured effect of taxes on income redistribution (e.g. Gini before and after taxation). b) The GDP/capita is not critisized by Legatum Institute for being a variable not taking into account inequality.
TESSENS Lucas
INSEE publiceert vandaag sociale doorlichting van Frankrijk: 'France, portrait social' - Een korte bespreking
Edited: 201411191119
Het Institut national de la statistique et des études économiques (INSEE) publiceert in een rapport van 280 bladzijden de kerncijfers van de sociale toestand in Frankrijk, geplaagd door crisis, werkloosheid en onzekerheid.

Deze balans behandelt volgende indicatoren: onderwijs, arbeidsmarkt, inkomens, levenskwaliteit, werkloosheid (40% is langdurig werkloos), daklozen en sans-domicile (112.000 personen 'sans-domicile' waarvan 31.000 kinderen; in Parijs leven 30% van de 'sans-domicile' in een hotelkamer, betaald door een hulporganisatie - p. 129), leeflonen (RSA=Revenu de Solidarité Active & ASS=Allocution de Solidarité Spécifique) en steuntrekkers, minimumlonen, armoedegrens (977 EUR voor alleenstaande in 2011, 987 EUR in 2012; 13,9% van de bevolking heeft een inkomen dat onder de armoedegrens ligt), stedelijke problematiek, onveiligheid, vrijetijd en mediagebruik, tijdsbudget, enzovoort. Het rapport schenkt ruime aandacht aan de ongelijkheid tussen gesalarieerden en gebruikt de Gini-coëfficiënt.
De situatie in en rond Parijs wanneer het gaat over inkomens is complex en mogelijk explosief. Voor een goede verstaander zegt de volgende tekst voldoende:


L’aire urbaine de Paris, qui rassemble plus de 12 millions d’habitants, fait apparaître une situation plus complexe. La ville-centre concentre 2,2 millions d’habitants et la banlieue 10,2 millions dans plus de 400 communes. La couronne de l’aire urbaine de Paris compte 1,8 million d’habitants répartis sur près de 1 400 communes. La variation des revenus dépend des effets croisés de l’éloignement par rapport au centre du pôle et de la direction. À l’exception de la direction ouest, les revenus sont nettement plus élevés dans la ville-centre que dans la banlieue. Vers le sud et l’est, les revenus demeurent relativement stables. Vers le nord, les revenus les plus faibles sont concentrés dans une ceinture à une
distance du centre allant de 5 à 10 km, puis remontent ensuite. On retrouve à l’ouest, dans la banlieue, des territoires avec des revenus très élevés dans des régions plus éloignées du centre.


Het centrum van Parijs en de Seine-vallei richting Normandië (ten westen van Parijs) is een trekpleister voor hoge inkomens. De lage inkomens zijn geconcentreerd ten noorden van de metropool. (zie het kaartje p. 75) Overigens heeft de wet van 21 februari 2014 de gehele sociale kaart van Frankrijk hertekend en is die nu gebaseerd op één criterium: het inkomen.(zie p.151 e.v.) Men is er eindelijk toe gekomen in te zien dat alle sociale variabelen correleren met dat ene gegeven. Een wat laattijdig inzicht in sociologie, kan men zeggen. Soit, door de vereenvoudiging van de identificatie kan men nu probleemregio's en probleemwijken identificeren en geografische actieplannen opzetten. Dat zoiets een neveneffect heeft - stigmatisering op basis van adres - is niet meer dan een erkenning van iets dat al eeuwenlang gebeurt (bvb. het arrondissement in Parijs bepaalt vaak de perceptie van je sociaal niveau).

Opvallend is de methodologische opsplitsing van de vrijetijd waarbij men een streng onderscheid maakt tussen TV-kijken (écran) en 'loisirs hors écran' (zie p. 98).

Steuntrekkers moeten in toenemende mate verzaken aan het invullen van basisbehoeften zoals voeding, gezondheidszorgen, kleding en verwarming. (zie p. 118-119)

Over de eigen woning: La part de ménages propriétaires de leur résidence principale a sensiblement augmenté entre 2000 et 2009, passant de 55,6 % à 57,6 %. Depuis, elle s’est stabilisée et s’établit à 57,6 % en 2014. Plus de 70 % de ces propriétaires n’ont plus de charges de remboursement d’emprunt pour ce logement ; les 30 % restants représentent les propriétaires « accédants » c’est-à-dire n’ayant pas fini de rembourser leur emprunt.

De totale gezondheidsuitgaven van overheid en privé (DCS) lagen in 2013 op 248 miljard EUR, de consumptieuitgaven voor gezondheid (CSBM) bedroegen 187 miljard EUR. (zie p. 230 e.v.) Het is onmogelijk uit de statistiek de inkomsten van geneesheren-specialisten te extraheren, ook al omdat die verdisconteerd zitten in de rubriek 'Soins hospitaliers', een bijzonder complexe materie. De bruto-verdienste van huisdokter (rubriek 'médecins') zou 20,5 miljard EUR bedragen.

Het werk bevat ook extensieve bibliografische referenties.

Het gehele rapport kunt u hier inkijken
link naar pdf


LINK NAAR PDF
UK
Britten denken na over 'mansion tax' die 1,2 miljard pond zou moeten opbrengen
Edited: 201411190236
Mansion-tax

De 'mansion tax' zou gevestigd worden op grote huizen met een waarde van 2 miljoen pond en meer. Het is een idee van Labour die hiermee de National Health Service (NHS) wil redden. In een interview zegt Labour-leader Ed Milliband dat zo'n 80% van die 'mansions' in London ligt. Daar zou het gaan over zo'n 100.000 eenheden.

Er zitten een paar adders onder gras:

1) is er nagegaan of de NHS qua kostenstructuur niet drijft op een begunstiging van hoge inkomens, met name specialisten-dokters? Deze groep grootverdieners komen haast nooit 'in the picture'. Hun lobbying moet erg efficiënt zijn.

2) Zitten de 0,1% rijksten niet te wachten op een ineenstorting van de mansion-prijzen om goedkoop in te kopen? Het zogenaamde 'buy to rent'-mechanisme: kopen om tegen een hoog rendement van het geïnvesteerde kapitaal te kunnen verhuren. Huurprijzen in London zijn - dat is bekend - bij de hoogste ter wereld.


Living high

Waarom wonen de 'superrich' graag in een hoge building in het centrum?
Een belangrijk deel van de security-uitgaven gaat naar de beveiliging van de City en de toeristische trekpleisters. (dat is ook in Parijs zo) Binnen die perimeter is het dus veilig wonen voor de 'superrich'. Laat ons dat even de 'horizontal safe perimeter' noemen. Er bestaat ook zoiets als een 'vertical safe perimeter' en dat is dan gelieerd aan het feit dat je op het gelijkvloers van een hoge building een private beveiligingsdienst kan laten postvatten. Die bewaakt tegen een relatief gunstige - want gedeelde - prijs bvb. 35 verdiepingen. Heb je een villa of een kasteel op het platteland dan lopen de security-kosten hoog op omdat je die alleen moet dragen. In een hoge building zijn straat en plebs ver weg. Verplaatsingen gebeuren vanuit de ondergrondse garage - eveneens bewaakt met geëncrypteerde beveiliging, personeel en camera's - naar de ondergrondse garages van werkplek, verwanten, vrienden of de luchthaven met VIP-entrance. Op die manier zijn veilige corridors gecreëerd. Gespecialiseerde immobiliënmakelaars spelen volop in op die trend.

Bij een terroristische luchtaanval zit je natuurlijk op de 72ste verdieping ook niet veilig.
Patrick Verelst (Photographer)
From our man in Colombia ©PaVer
Edited: 201411181359


The red house with the palm trees was the dwelling of Gabriel Garcia Marquez (1927-2014) in Cartagena. One of the photos was given the title 'Dog choice'.

Colombia: 1.141.748 km² (38x Belgium), Population: 46 million, 46% live in poverty (src: UN 2011)


FIFA/voetbal
Onderzoeker Michael J. Garcia, een voormalig openbaar aanklager in de USA en ingehuurd door FIFA, stelt fraude bij FIFA vast maar die gooit het rapport in de onderste lade en zegt tijdens persconferentie: alles OK.
Edited: 201411142057
TESSENS Lucas
the creation of private empires
Edited: 201411141158


A portion of the growing wealth of the superrich, not reinjected in the economy, goes to investment in land ownership; land - by nature - is limited; private empires emerge.

This is exacty the same process that took place in Western Europe before the French Revolution. The Noblesse and the abbeys owned a very large portion of the arable land and of the woods (energy). By means of privileges they were exempted of paying taxes. Loyalty to King and Crown was considered more important.

During the French Revolution land property of the Church was redistributed but - again - only the rich could benefit from it. Napoleon's cadastre confirmed the new situation.

During the 19th Century collective land property was privatised to create even larger domains. At the end of that century the existence of large domains was heavily critisized by the socialists. After WW1 that discussion was burried and forgotten. The socialists aimed at political dominance but this strategy failed.

Now, after a century, the (re)distribution of wealth is again a topic.


Sources:

TESSENS Lucas & DEBAETS Eddy, De herschikking van het onroerend goed op het einde van de 18de en het begin van de 19de eeuw (ca. 1770 tot 1815), in: Belastingdienst voor Vlaanderen, Jaarverslag Onroerende Voorheffing 2004, pp. 70-86;

TESSENS Lucas, De tweede schepping. Het landschap in mutatie (1813-1865), in: Belastingdienst voor Vlaanderen, Jaarverslag Onroerende Voorheffing 2005, pp. 92-116;

TESSENS Lucas, Fortuin en Confrontatie (1865-1914) in: Belastingdienst voor Vlaanderen, Jaarverslag Onroerende Voorheffing 2006, pp. 82-114.

More than 1.200 sources were consulted to write these three articles.
De 30 grootste systeembanken - de huidige lijst
'to big to fail' gaan eigen vermogen aandikken
Edited: 201411121038
HSBC

JP Morgan Chase

Barclays

BNP Paribas

Citigroup

Deutsche Bank

Bank of America

Crédit Suisse

Goldman Sachs

Mitsubishi UFJ FG

Morgan Stanley

Royal Bank of Scotland

Agricultural Bank of China

Bank of China

Bank of New York Mellon

BBVA

Groupe BPCE

Groupe Crédit Agricole

Industrial and Commercial Bank of China Ltd

ING Bank

Mizuho FG

Nordea

Santander

Société Générale

Standard Chartered

State Street

Sumitomo Mitsui FG

UBS

Unicredit Group

Wells Fargo

src:DS20141112
Rolling Stone, Huffpost, USA Today, wiki, a.o.
Ex-JPMorgan Chase lawyer Alayne Fleischmann tells what really happened at the bank
Edited: 201411091931
The marketing of toxic mortgage investments like those that contributed to the national financial crisis of 2008, was not accidental, Fleischmann states in an interview with Huffpost Live (20141107). Fleischmann is the 9 billion $ wistleblower in this affair and so far a secret witness.

Attorney General Eric Holder said in May 2014 that no company that breaks the law should be considered too large or too profitable to be immune from criminal prosecution. But Holder also said prosecutors should coordinate with regulators to avoid damaging the economy when major financial institutions are hit with criminal charges.

Fleischmann considered that, since there was a settlement with JP, she had to come out with the truth.

President Obama nominated Loretta Lynch, the current United States Attorney for the Eastern District of New York, to succeed Holder as the next Attorney General of the United States on November 8, 2014. The Senate has to confirm her appointment.
BOGAERT Christine Dr
Verontwaardiging van cardiologe leidt tot open brief aan de Minister van Financiën en aan Bart De Wever
Edited: 201411082003

Met toelating van de betrokken cardiologe publiceren wij hieronder deze Open Brief



Geachte Heer,



Ik ben 61 j., weduwe sinds 1996 en werkzaam als cardioloog in een Antwerps ziekenhuis.
Ik werk nog 3 dagen/week, mits het goedvinden van mijn collegae.
Sociale bijdrage en fiscaliteit maken dat ik eigenlijk voor een hongerloon werk. Toch blijf ik mijn werk met veel enthousiasme verder zetten en zal dat blijven doen.
Mijn studie heeft aan de maatschappij veel centen gekost en ik (moet en) wil daar iets voor teruggeven, vind ik. Mijn beroepservaring is aldus niet verloren.

Ik ben trouwens volledig akkoord dat we langer moeten werken, dat er moet gebudgetteerd worden enzo..

Maar ik kan de huidige berichtgeving betreffende Luxemburgse constructies, betreffende mega deals Omega Pharma enzovoort... en de fiscale 'hiaten' hierbij zeer slecht begrijpen, laat staan verteren.
Ik voel me momenteel eerder een naïeve onnozelaar en dit na 37 j. hard werken + 7 jaar opleiding.

Ik ben niet gesyndiceerd. Vakbondsoproer helpt ons geen stap verder, denk ik. Maar ook voor mij is de maat vol!
Ik voel me echt bespot en bedrogen!
Graag wil ik mijn loopbaan verder afwerken als een tevreden mens. En ik behoef daarvoor absoluut geen miljoenen euro's, maar wel enige rechtschapenheid!

Ik hoop dat Uw regering, die mijn volle steun geniet, deze financiële 'miskleunen' niet alleen naar de toekomst onmogelijk maakt, maar nu ook rechtzet met een aangepaste fiscale inning.
Dit is elementaire ethiek.



hoogachtend,



Dr. Christine Bogaert

cardioloog (bedrijf)check-up's

Sint Augustinus ziekenhuis
ICIJ - The International Consortium of Investigative Journalists
Pepsi, IKEA, AIG, Coach, Deutsche Bank, Abbott Laboratories and nearly 340 other companies have secured secret deals from Luxembourg that allowed many of them to slash their global tax bills. PWC involved.
Edited: 201411060126
see this link

The International Consortium of Investigative Journalists collaborated with more than 80 journalists in 26 countries in its Luxembourg Leaks investigation, exploring the secret tax deals global corporations have made with Luxembourg. For Belgium MO Magazine, De Tijd and Le Soir were involved in the investigation.PricewaterhouseCoopers has helped multinational companies obtain at least 548 tax rulings in Luxembourg from 2002 to 2010. These legal secret deals feature complex financial structures designed to create drastic tax reductions. The rulings provide written assurance that companies’ tax-saving plans will be viewed favorably by Luxembourg authorities.
Companies have channeled hundreds of billions of dollars through Luxembourg and saved billions of dollars in taxes. Some firms have enjoyed effective tax rates of less than 1 percent on the profits they’ve shuffled into Luxembourg.
Many of the tax deals exploited international tax mismatches that allowed companies to avoid taxes both in Luxembourg and elsewhere through the use of so-called hybrid loans.
In many cases Luxembourg subsidiaries handling hundreds of millions of dollars in business maintain little presence and conduct little economic activity in Luxembourg. One popular address – 5, rue Guillaume Kroll – is home to more than 1,600 companies.



Lucas Tessens
Verhuis maatschappelijke zetel naar 'tax heavens' al jaren aan de gang
Edited: 201411042252

Bloomberg en andere Amerikaanse media rapporteren al jaren over het fenomeen dat grote - zelfs beursgenoteerde bedrijven - hun maatschappelijke zetel verhuizen naar belastingparadijzen. (zie U.S. Companies Beat the System With Irish Addresses) In het jargon van fiscale specialisten wordt zo'n operatie 'inversion' genoemd. Tien jaar geleden stemde het Congres van de US een 'anti-inversion'-wet om delocalisatie van maatschappelijke zetels en de daaraan verbonden belastingvlucht tegen te gaan. Die wet van 2004 (in feite een kanjer van een kaderwet die in sneltreinvaart onder de titel American Jobs Creation Act werd goedgekeurd) liet echter een serieus en niet onschuldig republikeins achterpoortje open: tijdens een 'merger' met een niet-Amerikaans bedrijf mogen de Amerikaanse bedrijven hun zetel naar elders verhuizen. In feite ondersteunde de USA op die manier rechtstreeks de jacht op (Europese) bedrijven: met de tax-reductie alleen al kon men een deel van (of geheel) de overname(-s) financieren. Dit laat zich uitdrukken in een formule (hier met een voorbeeld voor Ierland): Pp = PA - (Tusa - Teire) . Deze formule zegt niets anders dan: The price paid equals the price of the acquisition minus the difference between taxes in the USA and the taxes paid in Ireland. In sommige gevallen gaat het om miljarden dollars. Populaire bestemmingen van de verhuizers zijn Zwitserland, Bermuda, Ierland, UK.

Jacob J. Lew, de U.S. Treasury Secretary, deed op 27 juli 2014 in The Washington Post een dringende oproep om de wet van 2004 te wijzigen: Close the tax loophole on inversions. Een dringende oproep dat wel, maar de ondertoon is er een van machteloosheid. Het argument dat de gehele Amerikaanse infrastructuur (inclusief het formidabele defensiebudget) dreigt te kapseizen wanneer de gewone belastingbetaler (lees: de middenklasse) die alleen moet dragen, snijdt hout.
Anderzijds is het klaar dat de klassieke investeringstroeven zoals een hardwerkende en goed opgeleide bevolking, redelijke loonkosten, degelijk universitair onderwijs, goede wegen en havens, ondergeschikt geraken aan die ene vraag: wat is het taxpercentage in een land?

Vanuit Europees oogpunt is 'inversion' een bedreiging omdat - zoals gezegd - het taksvoordeel het wegkopen van Europese bedrijven faciliteert. Maar er is meer. Eens een multinational neerstrijkt in een EU-lidstaat en daar massaal de staatskas spijst, wordt die lidstaat als het ware een natuurlijke bondgenoot in Brussel om de op til zijnde merger niets in de weg te leggen. Wiens brood men eet, diens ... u weet wel. En omdat de concentratie van vermogens op een planetaire schaal gebeurt, is de democratische besluitvorming nationaal en internationaal in gevaar.

De verovering van de Senaat door de Republikeinen zal er geen goed aan doen.


Geert Schuermans (red.)
Ongelijkheid & herverdeling
Edited: 201411040036
Het zou een quizvraag kunnen zijn: welke trend noemde econoom en bestsellerauteur Thomas Piketty 'gevaarlijk', professor Richard Wilkinson 'een soort algemene wijdverspreide vervuiling' en de maatpakken op het Wereld Economisch Forum in Davos 'een mogelijke bedreiging op wereldwijde schaal'? Antwoord: de groeiende ongelijkheid. Dat we die galopperende ongelijkheid een halt moeten toeroepen is stilaan een stelling in dezelfde categorie als 'de aarde draait rond de zon'. Van rechts tot links: niemand ontkent nog het probleem. Waarom vinden mensen ongelijkheid zo problematisch? En vooral: waarom neemt die ongelijkheid dan niet af?

Samenlevingsopbouw Vlaanderen zwengelt het debat aan. We leggen prominente specialisten en politici op de rooster. Waar hebben ze het over, als ze over ongelijkheid spreken? Wat bedoelen ze precies wanneer ze over 'herverdeling' spreken? Kiezen ze voor liefdadigheid of voor sociale zekerheid? En zijn er grenzen aan solidariteit?

Colofon:
isbn: 9789462670075 · 2015 · paperback (15 x 22,5 cm) - ca. 200p. · prijs: circa € 24.90 · het boek verschijnt januari 2015.
Geert Schuermans is socioloog. Hij werkt als stafmedewerker communicatie bij Samenlevingsopbouw Vlaanderen.
KENNIS Ignace (Mechelen 1888-1973)
De paria (s.d.)
Edited: 201410252136



ref 19580111

Ignace Jacques Lucien Kennis werd geboren te Mechelen op 26 juni 1888 en overleed er op 25 januari 1973. Hij was een schilder van intimistische landschappen, wintertaferelen, interieurs, sociale scènes, karakterportretten en religieuse en bijbelse composities. Hij was vooral een geniaal tekenaar, zoals 'De paria' (waarschijnlijk uit de jaren dertig) illustreert.

Hij was leerling bij Jan-Willem Rosier en Albert Geudens alsook aan de Kunstschool van South-Kensington in Groot-Brittanië.

Hij gaf les aan het Sint-Romboutscollege en de Academie van Schone Kunsten te Mechelen.

In de algemene pers sprak men over hem in lyrische termen : “Hij zoekt de ziel van de mensen met een gevoeligheid van een gedicht, waar alles dat het omgeeft de stilte uitstraalt (Il cherche l’âme des gens avec sensibilité à travers une poésie où tout ce qui l’entoure n’est que silence)”.

Ignace Kennis nam deel aan vele exposities in België en ontving heel wat onderscheidingen.

Werken van Kennis zijn te bewonderen in de musea van Mechelen en in het Kabinet van de Zegel / Cabinet des Estampes in Brussel. (bron: mechelen.mapt; herschreven)
LT
Lijst van de Belgische kunstschilders met geboorte- en sterfdatum (uiteraard niet exhaustief)
Edited: 201410251109
Pierre Abattucci 1871-1942, Victor Abeloos 1881-1965, Léon Abry 1857-1905, Robert Aerens 1883-1969, Pierre Alechinsky 1927, Fernand Allard l'Olivier 1883-1933, Gerard Alsteens 1940, Henri Anspach 1882-1979, Armand Apol 1879-1950, Berthe Art 1857-193, Alphonse Asselbergs 1839-1916, Alphonse Backeljau, Albert Baertsoen 1866-1922, Edgar Baes 1837-1909, Firmin Baes 1874-1934, Lionel Baes 1839-1913, Giljom Ballewijns 1875-1944, Georges-Marie Baltus 1874-1967, Willem Battaille 1867-1933, Charles Baugniet 1814-1886, Euphrosine Beernaert 1831-1901, Charles-Louis Bellis 1837-?, Hubert Bellis 1831-1902, Fred Bervoets 1942, Franz Binjé 1835-1900, Charles Bisschops 1894-1975 Maurice Blieck 1876-1922 Anna Boch 1848-1936 Eugène Boch 1855-1941, Gaston Bogaert 1918 Jean-Marie Boomputte 1947 Guglielmo Borremans 1672-? Michaël Borremans 1963 Andrée Bosquet 1900-1980 Paul Boudry 1913-1976 François-Joseph Boulanger 1819-1873 Hippolyte Boulenger 1837-1874 Paul Bril 1554-1626 Eugène Broerman 1861-1932 Jean Brusselmans 1884-1953, Félix Buelens 1850-1921, Gustaaf Buffel 1886-1972, François Bulens 1857-1939, Pol Bury 1922-2005, Buysse Georges 1864-1916 Henriëtte Calais 1863-1951 Jacques Callaert 1921-1996 Charles-René Callewaert 1893-1936 Jean Capeinick 1838-1890 Jan-Karel Carpentero 1784-1823 Evariste Carpentier 1845-1922 François Cautaerts 1810-1881 Ceramano 1831-1909 Achille Chainaye 1862-1915 Philippe de Champaigne 1602-1674 Frantz Charlet 1862-1928 Albert Ciamberlani 1864-1956 Alexandre Clarys 1857-1920 Emile Claus 1849-1924 Henri Cleenewerck 1818-1901 Emile Clerico 1902-1976 Louis Clesse 1889-1961 Jan Cobbaert 1909-1995 Hubert Coeck 1871-1944 André Collin 1862-1930 (20030076:72) Willie Cools 1932-2011 Joseph Coosemans (zie 19820116) Eugène Jean Copman 1839-1930 Omer Coppens 1864-1926 Albéric Coppieters 1878-1902 Oscar Cornu 1866-1939 Albert Cortvriendt 1875-? Edouard-Louis Cottart 1842-1913 Jan Cox 1919-1980 Jules Cran 1876-1926 Paul Craps 1877-1937 Luc-Peter Crombé 1920-2005 Louis Crépin 1828-1887 Freddy Danneel 1929-2008 Robert Davaux ca. 1885-1965 Hugo Debaere 1958-1994 Julien De Beul 1868-? Laurent De Beul 1841-1872 Gaston De Biemme Marie De Bièvre 1865-1940 Nathalie de Bourtzoff Sophie de Bourtzoff Adriaan De Braekeleer 1818-1904 Evarist De Buck 1892-1974 Gilbert Declercq 1946 René De Coninck 1907-1978 Jan De Cooman 1893-1949 Herman De Cuyper 1904-1992 William Degouve de Nuncques 1867-1935 Babette Degraeve 1965 Henri De Graer 1856-1915 Henry de Groux 1866-1930 Carlos De Haes 1826-1898 Louise De Hem 1866-1933 Nicaise De Keyser 1813-1887 (zie 19790122) Raoul De Keyser 1930 Victor De Knop 1883-1979 Raymond de la Haye 1882-1914 Roland Delcol (1942- Willem Delsaux 1862-1945 Paul Delvaux 1897-1994 Jean Delville 1867-1953 Jean Delvin 1853-1922 Ghislaine de Menten de Horne 1908-1995 Pieter De Mets (zie 19790122) Thomas Deputter 1896-1972 Michel De Roeck 1954-2005 Valerius De Saedeleer 1867-1941 Edmond De Schampheleer 1824-1899 Jan de Smedt 1905-1954 Prosper De Troyer 1880-1961 Edouard De Vigne 1808-1866 Emma De Vigne 1850-1898 Félix De Vigne 1806-1842 Albert De Vos 1868-1950 Liéven De Winne 1821-1880 Marguérite Dielman 1865-1942 Leon Dieperinck 1917 Marthe Donas 1885-1967 Christian Dotremont 1922-1979 Albert Droesbeke 1896-1929 Edmond Dubrunfaut 1920-2007 Hugo Duchateau 1938 Julien Joseph Ducorron 1770-1848 Henri Dupont 1890-1961 Mathilde Dupré-Lesprit 1836-1913 Jef Dutillieu 1876-1960 Albert Dutry 1860-1918 Marie Dutry-Tibbaut 1871-1953 Edmond Dutry 1897-1959 Jean-Marie Dutry 1899-1986 Jacobus Josephus Eeckhout 1793-1861 Alfred Elsen 1850-1914 Albert Embrechts 1914-1997 Peter Engels 1959 Joe English 1882-1918 Henri Evenepoel 1872-1899 Desire Everaerts 1824-1879 Emile Fabry 1865-1966 Pieter Faes 1750-1814 Rombout Faydherbe 1649-1674 Willy Finch 1854-1930 Gustave Flasschoen 1868-1940 Jules Fonteyne 1878-1964 Jean-Jacques Gailliard 1890-1976 Louis Gallait 1810-1887 Mary Gasparioli 1856-? Lucas Gassel 1500-1570 Willem Geets 1838-1919 Joseph Louis Geirnaert 1790-1859 Victor-Jules Génisson 1805-1860 Ferdinand Giele 1867-1929 Joseph Gindra 1862-1938 Hubert Glansdorff 1877-1963 Albert Gregorius 1774-1853 Godfried Guffens 1823-1901 Lucien Guinotte 1925-1989 Paul Hagemans 1884-1959 Louis Haghe 1806-1885 René Hansoul 1910-1979 Gaston Haustraete 1878-1949 Pierre-Jean Hellemans 1787-1845, Valentin Henneman 1861-1930, Charles Hermans 1839-1924, Paul Hermans 1898-1972, Paul Hermanus 1859-1911, Adrien-Joseph Heymans 1839-1921, Marie Howet 1897-1984 Henri Huklenbrok ca. 1870-1952 Léon Huygens 1876-1919 Florent Isenbaert 1827-? Jacob Jacobs 1812-1879 William Jelley 1856-1932 Antoine Jorissen 1884-1962 Luc Kaisin 1900-1963 Franz Kegeljan 1847-1921 Ignace Kennis 1888- 1973 Anna Kernkamp 1868-1947 Renée Keuller 1899-1981 Fernand Khnopff 1858-1921 Margot Knockaert 1910-1997 Eugène Laermans 1864-1940 Pierre Langlet 1848-? Paul Lauters 1806-1875 Georges-Émile Lebacq 1876-1950 Stéphanie Leblon, 1970 Henri Lehon 1809-1872 Charles Leickert 1816-1907 Hendrik Leys 1815-1869 Anne Liebhaberg 1955- Peter Joseph Linnig 1777-1836 Jan Jozef Linnig 1815-1891 Willem Jozef Linnig Sr. 1819-1885 Willem Linnig Jr. 1842-1890 Benjamin Linnig 1860-1929 Zoë Linnig 1893-1979 Diane Linnig 1894-1978 Lambert Lombard 1505-1566 Jean-François Luypaert 1893-1954 Henry Luyten 1859-1945 Armand Maclot 1877-1959 (zie 19820116) Jacques Madyol 1871-1950 Jo Maes 1923 Mil Maeyens 1882-1952 René Magritte 1898-1967 Maurice Mareels 1893-1976 Ferdinand Marinus 1808-1890 Paul-Jean Martel 1878-1944 Hervé Martijn 1961- Armand Massonet 1892-1979 Paul Masui-Castrique 1888-1981 Joseph Maswiens 1828-1880 Didier Matrige 1961-2008 Jean Mayné 1854-1924 Marten Melsen (zie 19790122) Jules Merckaert 1872-1924 Charles Mertens 1865-1919 Guillaume Michiels 1909-1997 Sonja Michiels 1945 Ernest Midy 1877-1938 Frans Minnaert 1929-2011 Willy Minders 1913-1977 (zie 19820116) Florent Mols 1811-1896 Robert Mols 1848-1903 Constant Montald 1862-1944 Louis Adrien Moons 1769-1844 Frank Mortelmans (zie 19790122) Auguste Musin 1852-1923 François Musin 1820-1888 Balthasar-Paul Ommeganck 1755-1826 Marie Ommeganck 1784-1857 Maria-Jacoba Ommeganck 1760-1849 Alfred Ost 1884-1945 Henri Ottevaere 1870 -1944 Pierre Paulus 1881-1959 Kurt Peiser 1887-1962 Henri Louis Permeke 1848-1912 Constant Permeke 1886-1952 Erik Pevernagie 1939 Louis Pevernagie 1904-1970 Léon Philippet 1843-1906 Rudi Pillen 1931-2014 Albert Pinot 1875-1962 Marc Plettinck 1923-2006 André Plumot 1829-1906 Pieter-Frans Poelman 1801-1826 Renée Prinz 1883-1973 Joseph Quinaux 1822-1895 Jean Raine 1927-1986 Armand Rassenfosse 1862-1934 Roger Raveel 1921-2013 Frans Regoudt 1906-1977 Georges Reinheimer 1850-? Julia Rijsheuvels Léon Riket 1876-1938 Lucien Rion 1875-1939 Louis Robbe 1806-1887 Daniël-Adolphe Roberts-Jones 1806-1874 Jean-Baptiste Robie 1821-1910 Ernest Rocher 1872-1938 François Roffiaen 1820-1898 Georges Rogy 1897-1981 Alfred Ronner 1851-1901 Alice Ronner 1857-1957 Emma Ronner 1860-1936 Renée Rops 1887-1973 Alfred Ruytincx 1871-1908 Albert Saverys 1886-1964 Jules Schmalzigaug 1882-1917 Antoine Schyrgens 1890-1981 Jacques Schyrgens 1923 Joseph Schubert 1816-1885 Lode Sebregts 1906-2002 Auguste-Ernest Sembach 1854-? Albert Servaes 1883-1966 Michel Seuphor 1901-1999 Victor Simonin 1877-1946 Frans Balthasar Solvyns 1760-1824 Michel-Joseph Speeckaert 1748-1838 Leon Spilliaert 1881-1946 Alfred Stevens 1823-1906 Joseph Stevens 1816-1892 Jan Stobbaerts 1838-1914 Ildephonse Stocquart 1819-1889 François Stroobant 1819-1916 Michael Sweerts 1618-1664 Jan Swerts 1820-1879 Charles Swyncop 1895-1970 Philippe Swyncop 1878-1949 Jean-Baptiste Tency Georges Teugels 1937-2007 Louis Thevenet 1874-1930 Daan Thulliez 1903-1965 Emile Thysebaert 1873-1963 Pierre Toebente 1919-1997 Léon Tombu 1866-1958 Jef Toune 1887-1940 Charles Tschaggeny 1815-1894 Edmond Tschaggeny 1818-1873 Luc Tuymans 1958 Edgard Tytgat 1879-1957 Leon Valckenaere 1853-1932 Jan Van Beers 1852-1927 Hilaire Vanbiervliet 1890-1981 Louis Pierre Van Biesbroeck 1839-1919 Willem Van Buscom 1797-1834 Jan Van Campenhout 1907-1972 Jef Van Campen 1934 Frans Van Damme 1858-1925 Frits Van den Berghe 1883-1939 Louis Van den Eynde 1881-1966 Serge Vandercam 1924-2005 Benoni Van der Gheynst 1876-1946 Edmond Van der Haeghen 1836-1919 Jan Van Der Smissen 1944-1995 Theo Van de Velde 1921-2005 Martine Van de Walle 1968 Gustave Van de Woestyne 1881-1947 Gabriel Van Dievoet 1875-1934 Emile Van Doren 1865-1949 (zie 19820116) Raymond Van Doren 1906-1991 Adolf Van Elstraete 1862-1939 Frans Van Giel 1892-1975 Louis Van Gorp 1932-2008 José Van Gucht 1913-1980 Willem Van Hecke 1893-1976 Gustaaf Van Heste 1887-1975 Edith Van Leckwyck 1899-1987 Louis Van Lint 1909-1986 Leo Van Paemel 1914-1995 George Van Raemdonck 1888-1966 Jozef Van Ruyssevelt 1941-1985 Théo van Rysselberghe 1862-1926 Achiel Van Sassenbrouck 1886-1979 Petrus van Schendel 1806-1870 Dan Van Severen 1927-2009 Eugeen Vansteenkiste 1896-1963 Georges Vantongerloo 1886-1965 Jef van Tuerenhout 1926-2006 Georges Van Zevenberghen 1877-1968 Gerard Vekeman 1933 Charles-Louis Verboeckhoven 1802-1889 Eugène Verboeckhoven 1798-1881 Marguerite Verboeckhoven 1865-1949 Jos Verdegem 1897-1957 Marcel-Henri Verdren 1933-1976 Paul Verdussen 1868-1945 Piet Verhaert 1852-1908 Séraphin Vermote 1788-1837 Barth Verschaeren 1888-1946 Karel-Willem Verschaeren 1881-1928 Theodoor Verschaeren 1874-1937 Alfred Verwee 1838-1895 Emma Verwee Louis-Charles Verwee 1836-1882 Louis-Pierre Verwee 1807-1877 Frans Vinck 1827-1903 Jozef-Xavier Vindevogel 1859-1941 Charles-Louis Voets 1876-? Henry Voordecker 1779-1861 Victor Wagemaekers 1876-1953 Maurice Wagemans 1877-1927 Gustave Walckiers 1831-1891 Taf Wallet 1902-2001 Antoine Wiertz 1806-1865 Edgard Wiethase 1881-1965 Wilchar 1910-2005 Georges Wilson 1850-1931 Roger Wittevrongel 1933 Rik Wouters 1882 - 1916 Juliëtte Wytsman 1866-1925 Joris-Frederik Ziesel 1755-1809
FOD Economie
Volkstelling België 2011 - Resultaten bekend
Edited: 201410242019
De resultaten van de Volkstelling 2011 zijn bekend gemaakt.
11.000.638 inwoners (inclusief de asielzoekers die in het Wachtregister zijn opgenomen), gemiddeld 40,8 jaar oud en voor 50,90% vrouwen. Aantal particuliere huishoudens (de 'institutionele huishoudens' - vroeger 'collectieve huishoudens' genoemd, dit zijn rusthuizen, gevangenissen, religieuze instellingen e.d. komen niet in aanmerking; in zo'n type huishouden wonen, aldus de Census, 136.334 personen): 4.727.831. Ongeveer één derde van de huishoudens bestaat uit één persoon. De vergrijzingsgraad bedraagt 26%. Van de woningen worden 66% bewoond door hun eigenaar, maar in Brussel ligt dat percentage veel lager. 17% van de woningen bevinden zich in gebouwen die na 1991 werden gebouwd. Sint-Pieters-Woluwe is de gemeente met het grootste aandeel personen dat een diploma van het hoger onderwijs heeft. Knokke-Heist heeft de oudste bevolking en Sint-Joost-ten-Node de jongste.


Deze volkstelling is er geen 'sensu stricto' - op basis van een exhaustieve enquête met rechtstreekse bevraging - maar is het resultaat van de koppeling van administratieve databanken:
• het Rijksregister,
• het Datawarehouse Arbeidsmarkt en Sociale Bescherming van de Kruispuntbank Sociale Zekerheid (kortweg Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid),
• de Kruispuntbank van Ondernemingen,
• de databank van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie (het vroegere Kadaster) voor de identificatie van de bebouwde percelen,
• het Centraal Referentieadressenbestand (dit bestand bevat de nummers van de gebouwen en de straatnamen, maar ook de geografische situatie van de adressen - de zgn. Lambertcoördinaten; het bevat eveneens voor heel het land een exhaustieve lijst van alle straatnamen met een unieke identificatiecode;deze databank werd gebruikt bij het creëren van het woningbestand),
• bepaalde fiscale gegevens van de FOD Financiën,
• de verschillende databanken over het onderwijs (Gemeenschapsmaterie; waarbij te noteren valt dat de Franse Gemeenschap niet over een geïntegreerde databank beschikt).


Lees meer ...


Directe toegang tot de Censusdatabank ...


Bemerkingen Lucas Tessens: (1) Wij vragen ons af of de resultaten niet jaarlijks kunnen worden vrijgegeven aangezien het om een koppeling van actieve databanken gaat. (2) De evolutie van het aantal 'institutionele huishoudens' en hun bewoners vraagt naar onze mening meer aandacht. Overigens kunnen de metadata hierover best meegegeven worden in de dataset. (3) Ook deze Census maakt het niet mogelijk te peilen naar het aantal eigenaars van meerdere woningen en daardoor ontbreekt een vermogenscomponent in de studie.
John Davis
Edited: 201410232342
Community Land Trust: grond loskoppelen van huis dat er op staat. Een nieuw sociaal woonbeleid?

DS 20141023
WARNTZ William (1922-1988)
Macrogeography and income fronts (1965)
Edited: 201410230209


Warntz introduced the concept of social mass: 'Whatever is artificially produced or is transported for social purposes is social mass.' Today we talk about 'ecological footprint'.
The USA fall for Piketty's book and that's all right.

But perhaps the Americans should read their own intellectuals more often. For example the writings of late William Warntz on income distribution. Inequality should not be a shock, it was always there.
Here are some of his best works on the subject:

Harvard Papers in Theoretical Geography

GEOGRAPHY OF INCOME SERIES


I. Macroscopic Aspects of Metropolitan Evolution, GH Dutton, 1970

II. Tabulations of Data on Area, Population, Income and Certain Derived Quantities for the 3070
Counties of the 48 Conterminous States of the United States, 1967, GH Dutton, K Kiernan, D Kingsbury, W Warntz, 1971

III. The Geographical Distribution of Income in the Conterminous United States, 1967–68, and the Income Fronts by States, W Warntz, 1971

IV. A Description of the 1967–78 United States Income Potential Surface, D Kingsbury, 1971

V. National and Regional Parameters of Growth and Distribution of Urban Population in the United States, 1790–1970, GH Dutton, 1971

VI. Allometric Growth in Social Systems, MJ Woldenberg, 1971

GILLON Luc
L'uranium du Congo Belge et la découverte de l'énergie atomique. Deuxième partie: le projet Manhattan
Edited: 201410221402
article de 4 pages; bron: zie inleiding.Rés. abr.: En 1913 fut découvert le gisement de pechblende de Shinkolobwe (Katanga, Congo belge; l'actuel Zaïre). Ce gisement, extrêmement riche, fut exploité par l'Union Minière du Haut-Katanga (UMHK), d'abord pour son minerai de radium. Mais la découverte du neutron, en 1932, suscita un intérêt pour l'uranium lui-même. Dès mai 1939, F. Joliot proposa à E. Sengier, de l'UMHK, une association pour le développement de cette énergie nouvelle et un contrat fut même signé entre l'UMHK et le CNRS français. Mais en octobre 1939, Sengier s'installa à New York; il fit transférer au Royaume-Uni puis aux USA les stocks de radium de Belgique, puis les minerais d'uranium du Congo belge. Pour développer les applications militaires de la fission de l'uranium, les USA créèrent le 'Manhattan Engineering District' dont les besoins en uranium furent satisfaits à 90 pour cent par le Congo belge. La Belgique insista pour obtenir un supplément de prix pour l'uranium. Finalement, une surtaxe de 0,4 $ par lb. pour les livraisons postérieures au 13 juillet 1951 servit à financer la recherche nucléaire en Belgique. Le Congo ne fut cependant pas oublié. Le physicien qui aurait dû développer l'énergie nucléaire en Belgique fut envoyé au Congo en 1954 pour y fonder et y développer l'Université Lovanium; il y fit installer en 1959 le réacteur Triga, toujours en service comme réacteur de recherche. Notes.
TESSENS Lucas
A selection of books on Italy - click to play
Edited: 201410180008
A trial video produced by MERS for the project BOS600 (later renamed BOS451) in november 2013.
The project was stopped for three reasons:
1) production time of the video was too long for a small firm like ours;

2) although mp4 has a considerable compression ratio, files stay rather heavy for handling and publishing over the network;

3) the app proved to be unsuccessfull in terms of directly generated ROI.
However, the results of the R&D were beneficial to later improvements and the enhancement of the multimedia CMS (Content Management System) that was developed during the year 2014.


EIC, Société Générale de Belgique, Tanganyika Concessions Ltd
Oprichting UMHK
Edited: 201410100201
De staatssecretaris van de Onafhankelijke Congostaat en de vertegenwoordigers van de Generale Maatschappij van België, van Tanganyika Concessions Ltd. en van het Comité Spécial du Katanga onderschrijven hun aandeel in het kapitaal van het pas opgerichte Union Minière du Haut-Katanga, 1906.
ARA, Archief Union Minière du Haut-Katanga, nr. 1.
Noot LT: Merk op dat Droogmans tekent voor de EIC en voor de CSK.
Leopold III
Het politiek testament van koning Leopold III
Edited: 201410091056



MEMORANDUM, GESCHREVEN OM PERSOONLIJK

EN VERTROUWELIJK AAN DE HEER PIERLOT TE WORDEN OVERHANDIGD,

VOLTOOID OP 25 JANUARI 1944

We zijn in het zesde oorlogsjaar aanbeland. Niets laat ons toe met zekerheid te stellen dat het staken van de vijandelijkheden in Europa of de bevrijding van ons grondgebied dichtbij zijn. Maar een zodanige wending van de gebeurtenissen, die een plotselinge wijziging van het bezettingsregime in België met zich zou brengen, is in de toekomst mogelijk.

Op 29 mei 1940 werd ik, op bevel van de Führer Kanselier van het Reich, van Brugge naar het kasteel van Laken overgebracht. Dat werd mijn verplichte verblijfplaats, ondanks mijn uitdrukkelijke wens om het lot van mijn leger te delen.

Het is niet uitgesloten dat de Duitse overheid mij om militaire of politieke redenen een nieuwe verblijfplaats oplegt en ditmaal buiten het koninkrijk.

Ik vind het belangrijk dat het land, in de misschien lange tussentijd tussen zijn bevrijding en mijn terugkeer uit gevangenschap, in die beslissende dagen niet verstoken zou blijven van adviezen van mijn kant over aangelegenheden van het allergrootste belang.

Dat is de reden waarom ik hier, ten gerieve van hen die de macht tijdelijk zouden uitoefenen, mijn aanbevelingen op papier zet betreffende het te volgen beleid in het hoger belang van de natie.

Om alle vooroordelen en twijfels weg te nemen, meen ik dat het nuttig is om vooraf kort uiteen te zetten welke mijn houding is geweest sedert mei 1940.

1. Vooreerst heb ik op 25 mei geoordeeld - en ik ben inmiddels nooit van gedacht veranderd - dat het strijdig geweest ware met het belang van het land als ik met de ministers naar het buitenland zou zijn vertrokken.

Het leger in de steek laten voordat de strijd beëindigd was, zou een militaire fout zijn geweest, want elke weerstand zou ogenblikkelijk zijn gestaakt.

Vluchten op het moment dat de wapens werden neergelegd, leek mij een daad die strijdig was met de eer van een legeraanvoerder.

Mijn aanwezigheid in het buitenland zonder militaire macht van betekenis, zou een louter symbolische waarde hebben gehad. Daartoe volstonden enkele ministers.

Maar, eens het grondgebied zich in de macht van de aanvaller bevond, was het belangrijk dat het staatshoofd het land slechts verliet, weggevoerd door de overwinnaar. Zijn aanwezigheid was des te noodzakelijker omdat de eenheid van het land was bedreigd door ernstig plichtsverzuim dat plotseling aan het licht was gekomen en omdat als gevolg van een noodlottige verstandsverbijstering, de meeste gezagsdragers waren gevlucht en te veel overheden hun post hadden verlaten.

Op een moment waarop de bondgenoten waren uitgeteld door een verschrikkelijk onheil en de vijand was opgewonden door militaire successen zonder voorgaande, was het door de tegenspoed van mijn leger en van mijn volk te delen dat ik de onverbrekelijke eenheid van het vorstenhuis en van de Staat bevestigde en dat ik de belangen van het vaderland behoedde, welke ook de

afloop van de oorlog zou zijn. De militaire eer, de waardigheid van de kroon en het belang van het land wezen in de dezelfde richting en maakten het mij onmogelijk om samen met de regering België te verlaten.

2. Ik heb het steeds als mijn opperste plicht beschouwd om met al mijn krachten bij te dragen tot het instandhouden van de nationale onafhankelijkheid. Net als al mijn voorgangers heb ik altijd de Grondwet nageleefd. In geen enkele omstandigheid heb ik overwogen om die te schenden. Ik neem een mogelijke herziening ervan slechts in overweging als het Belgische volk zijn wil daartoe vrij tot uitdrukking brengt.

De geruchten die de bedoeling hadden daarover twijfel te zaaien, zijn uit de lucht gegrepen en al wie ze heeft verspreid, heeft het vorstenhuis belasterd en een misdaad tegen België gepleegd.

Voor het overige heb ik me sedert 28 mei 1940 strikt gehouden aan mijn status van krijgsgevangene in handen van de vijand en heb ik geoordeeld dat het niet met de waardigheid van de kroon en met de belangen van het land strookte dat ik daar rechtstreeks of onrechtstreeks ooit van afweek.

Die afzijdigheid op het politieke vlak belette niet dat ik op het humanitaire vlak tussenkwam ten voordele van personen, groepen of zelfs de hele bevolking.

De genadeverzoeken, de vrijlating of op zijn minst de verlichting van het lot van onze krijgsgevangenen, de bevoorrading van de bevolking, daarvoor heb ik voortdurend aandacht gehad. Op dat vlak zijn mijn inspanningen gedeeltelijk met succes bekroond. Inzake de wegvoeringen en de financiële lasten stuitte ik spijtig genoeg op de weigering om terug te komen op de getroffen beslissingen.

Men heeft mij vaak verweten dat ik tussenbeide was gekomen op het administratieve vlak. Ik verklaar dat ik helemaal niets te maken had noch met de keuze noch met het beleid van de secretarissen-generaal, wie ze ook waren. Wel eis ik het initiatief op van de oprichting van de O.T.A.D.

Hiermee is dus voldoende licht geworpen op het verleden, laten we het nu hebben over de opdrachten voor de toekomst.

1. DE VERSTANDHOUDING TUSSEN VLAMINGEN EN WALEN

De verstandhouding tussen Vlamingen en Walen zal de belangrijkste taak van de regering zijn. Het voortbestaan van een onafhankelijk België zal daarvan afhangen.

De historici zullen vaststellen dat België tussen 1914 en 1944 een vreselijke nationaliteitscrisis heeft meegemaakt.

Na een lange periode van ongelijkheden en onmiskenbare onrechtvaardigheden heeft ons Vlaamse volk, trots op zijn schitterend verleden en bewust van zijn mogelijkheden in de toekomst, besloten een einde te maken aan de pesterijen van een egoïstische en bekrompen leidende minderheid die weigerde zijn taal te spreken en deel te nemen aan het volksleven.

Het onbegrip van het parlement en de traagheid van de opeenvolgende regeringen om die rechtmatige

verzuchtingen te voldoen, hebben de eisers verbitterd. Sommigen zijn ertoe gekomen om zich te willen afscheiden van de Walen en om België te vervloeken. Dit lokte een Waalse reactie uit en het zou gevaarlijk zijn de draagwijdte ervan te onderschatten.

Onder het voorwendsel van cultuur en van taal, hebben extremisten, al dan niet onder de bescherming van de bezetter, bewust gewerkt aan de vernietiging van de Belgische Staat – we hebben dat gezien en gehoord.

Anderzijds is onze publieke opinie – die slecht is voorgelicht en te gevoelig is voor de sentimentele verleidingen uit het buitenland – sedert 30 jaar geneigd om te geloven dat haar veiligheid in de eerste plaats afhangt van de gevoelens van genegenheid van het buitenland. Ze schijnt te vergeten dat het behoud van de nationale onafhankelijkheid voortvloeit uit en altijd en vooral zal voortvloeien uit de geografische ligging van het land, zijn natuurlijke rijkdommen, de werklust van zijn inwoners en hun wil om vrij te blijven.

De verkondiging van dit historisch vast gegeven moet het postulaat vormen dat elke internationale samenwerking voorafgaat en die laatste kan alleen worden opgevat op basis van een billijke wederkerigheid.

Omdat ze dezelfde belangen hadden, hebben Vlaanderen en Wallonië sedert heel lang een gemeenschappelijke lotsbestemming gehad en hebben ze een eenheid gevormd die ontembaar aan alle annexatiepogingen het hoofd heeft geboden. Nooit heeft hun eenheid een crisis beleefd die ook maar bij benadering zo erg was als die van de huidige generatie.

Ik hoop dat de hevigheid van de beroering die we nu beleven de ogen van de brave burgers heeft geopend voor sommige aspecten van de werkelijkheid waarvoor ze te weinig belangstelling hadden betoond. Ik hoop dat dit bij Vlamingen en Walen de wil zal hebben aangewakkerd om zich in een nieuw België opnieuw rond de nationale driekleur te scharen en dat zij, verenigd op volstrekt gelijke voet, België met eenzelfde liefde en ijver zullen dienen. Ik reken op het doorzicht van het Brusselse gemeentebestuur opdat de hoofdstad van het koninkrijk eindelijk zijn rol van taalkundig bindteken en bicultureel uitstralingscentrum zou spelen die het nationaal fatsoen hem voorschrijft.

2. DE SOCIALE REORGANISATIE

Deze wereldoorlog is de geboorte van een nieuwe wereld. Goedschiks of kwaadschiks ontwikkelt zich, in de staten die zich beroepen op tradities van vrijheid en individualisme net als in de staten die hebben gekozen voor een autoritair regime, een economische, organieke en sociale revolutie zonder weerga die wezenlijk dezelfde is – zij het dat ze gebeurt onder verschillende vlaggen en door gebruik van uiteenlopende middelen.

Ook al kan men noch het kader noch het eindpunt van die verandering bepalen, toch heeft men het recht te verklaren dat een onomkeerbare stroom alle samenlevingsvormen naar een volkomen nieuwe toekomst meevoert.

Het komt erop aan zich niet uit te sloven om in duigen vallende normen te handhaven. Men moet zich vastberaden aan de onvermijdelijke ontwikkeling aanpassen en België de economische en sociale onderbouw bezorgen die het de nodige sterkte en doelmatigheid geeft opdat het zijn bevolking een waardige en bevredigende levensstandaard kan verschaffen. Die bevolking leeft bijeengepakt op een klein grondgebied en wordt bedreigd door een buitenlandse concurrentie die scherper en oneindig machtiger is dan weleer.

Het individualisme en het economisch liberalisme waarvoor de negentiende eeuw de gouden tijd was, zullen willens nillens plaats ruimen voor een systeem dat meer gelijkheid nastreeft. Het zal de leiders toekomen erover te waken dat onze toekomstige sociale organisatie zal zijn doordrongen van en meer in overeenstemming zal zijn met de christelijke naastenliefde en de menselijke waardigheid.

Mijn rol van grondwettelijke vorst draagt me de taak niet op om een programma van verwezenlijkingen op te stellen noch om te kiezen voor of tegen een of andere leerstelling, maar ik zou in mijn opdracht tekortschieten als ik hier niet enkele beginselen ter overweging meegaf die alleen de uitdrukking zijn van de billijkheid.

Ik beschouw ruime sociale hervormingen als dringend, want de schandalige tegenstelling tussen de armoede waarmee de oorlog tot tweemaal toe de enen heeft overladen en de buitensporige winsten die de anderen zich hebben toegeëigend, stelt de onrechtvaardigheid in het licht van een egoïstisch en kwaadaardig regime, waaraan een einde moet komen.

Zodra het land is bevrijd, zullen de regeringen de plicht hebben het recht op arbeid en de plicht daartoe te bevestigen. Door de vaststelling van rechtvaardige lonen en de uitbreiding van de verplichte verzekeringen, moeten ze de arbeiders de waardigheid en de veiligheid bezorgen die zij in het verleden al te vaak hebben moeten ontberen.

De paritaire verbondenheid van de werkgevers- en werknemersorganisaties in beroepsgroeperingen, alsook een nauwgezette en billijke herschikking tussen arbeid en kapitaal zullen het mogelijk maken in de schoot van de ondernemingen de voorwaarden voor een gezonde samenwerking te vestigen. Door in de wereld van de arbeid een sfeer van stabiliteit en welzijn te scheppen, zal deze vooruitgang een geest van sociale solidariteit doen waaien die voor het land van even wezenlijk belang zal zijn als de verstandhouding en de gelijkheid tussen Vlamingen en Walen. Op het hogere niveau komt het de staat toe het algemeen belang te vertolken, de harmonische werking van het geheel van de grote beroepsgroepen te coördineren en de organisatie van de arbeid en van de sociale verhoudingen te controleren.

Het komt de Staat ook toe de economische ontwikkeling in een richting te leiden die meer is aangepast aan de natuurlijke rijkdommen van onze bodem en aan de mogelijkheden en de levensbehoeften van onze bevolking.

Het is van belang een beter evenwicht tot stand te brengen tussen de verschillende takken van de economische bedrijvigheid van het land door de landbouw, die zo belngrijk is voor ons onafhankelijk bestaan, de plaats te geven die haar toekomt.

Het is ten slotte aangewezen een billijkere verdeling van de verbruiksgoederen te verzekeren.

Arbeidsplicht, recht op arbeid en bescherming van de arbeid – herstel van de beroepseer en de beroepsbekwaamheid – nationale samenwerking en solidariteit – verstandige organisatie van de economie, ordelijke productie en consumptie – ziedaar de grondslagen van de onmiddellijke vernieuwing die een betere toekomst moet voorbereiden.

Ik reken erop dat de gezagsdragers die weg zullen inslaan en elke andere overweging dan het belang van het land en de sociale rechtvaardigheid opzij zullen schuiven.

Als ze dit zouden verzuimen, zou België tijden van gevaarlijke politieke onrust tegemoet gaan.

3. DE POLITIEKE HERVORMINGEN

Zullen de wijzigingen aan de economische en sociale structuren een hervorming van de politieke instellingen teweegbrengen? Dat lijkt onvermijdelijk.

De gebreken van de oude manier van regeren en de ongehoorde incidentendie er in 1940 het sluitstuk van waren, hebben de ogen geopend van de meest behoudsgezinde kringen. Het land zal niet aanvaarden dat men zonder meer naar deze vooroorlogse dwalingen terugkeert. Het wenst dat de macht wordt uitgeoefend door onkreukbare en bekwame mensen, die ermee ophouden het algemeen belang in te vullen op de maat van de partijbelangen. Het wenst dat die mensen de nodige macht krijgen om met gezag en continuïteit de belangrijkste en dringende problemen op te lossen.

Een Raad van State had al lang moeten zijn opgericht. Koning Albert had de oprichting ervan al aanbevolen. Het land heeft nood aan wetten en verordeningen die behoorlijk zijn opgesteld. De burgers hebben het recht te worden beschermd tegen de mogelijke willekeur van een regering waarvan de machten uitgebreider zullen zijn.

De ministeriële verantwoordelijkheid moet ophouden een abstract beginsel te zijn dat nergens in een wetboek is vastgelegd. Ze moet een juridisch werkbaar begrip worden dat het mogelijk maakt de ministers te treffen wier zware fouten de belangen van de Staat hebben geschaad.

In welke mate en op welke wijze is het nodig het politiek statuut van het koninkrijk een nieuwe inhoud te geven?

Het komt het Belgische volk toe daarover te beslissen: zodra de omstandigheden het mogelijk maken, kan het zich daarover vrij uitspreken.

4. DE HERVORMING VAN DE OPVOEDING

Ik pleit ervoor bijzondere aandacht te besteden aan de jeugd, die het lot van het België van morgen in handen houdt.

Indien het land in 1940 zijn geloof in zijn lotsbestemming tijdelijk heeft verloren, dan is dat te wijten aan het feit dat onze kinderen onvoldoende tot burgerzin worden opgevoed, wat een schuldig verzuim is. De toekomst van de natie vereist dat onze jeugd fysiek sterk is, doordrongen van edele verzuchtingen en grootmoedige idealen, gedreven door persoonlijke fierheid en sociale

solidariteit, in hart en nieren en vastberaden patriottisch. Op dat vlak staan we nog bijna nergens.

5. DE MILITAIRE REORGANISATIE

Het einde van de vijandelijkheden zou een gezagscrisis kunnen veroorzaken die weleens de vorm van geweldplegingen kan aannemen. Bij gebrek aan een gewapende macht – die op een wettelijke basis is gevormd en bestaat uit manschappen wier vanderlandsliefde buiten kijf staat en die zijn gespeend van elke partijdige passie – zou het moeilijk zijn om die te beteugelen.

Om redenen van orde en rust in het binnenland en aanzien in het buitenland, beveel ik aan zo spoedig mogelijk weer een Belgisch leger op de been te brengen, bestaande uit sterke beroepsmilitairen, aangevuld met vrijwilligers, bij voorkeur mannen die in het vuur van de strijd hebben gestaan. Met het oog daarop zullen we de onmiddelijke repatriëring moeten eisen van onze officieren en soldaten die in Duitsland gevangen zijn en van al wie zich nog in het buitenland bevindt.

6. DE ORDEHANDHAVING EN DE SANCTIES

Men moet vrezen dat het einde van de vijandelijkheden gepaard zal gaan met de ontketening van een publieke vergelding en het uitvechten van talrijke persoonlijke en groepsvetes. De voorlopige machthebbers zullen de uitingen van de publiek opinie binnen de legale perken moeten houden. Ze zullen evenwel ook de sancties moeten vorderen en toepassen in hoofde van de verantwoordelijken van aanslagen tegen de verdediging en de eenheid van het land.

De daders van deze misdaden tegen de natie hebebn hun verraad voldoende van de daken geschreeuwd, ja zelfs gevierd, opdat de noodzakelijke repressie alleen de werkelijke en grote schuldigen zou treffen.

Het past dat de straffen zonder uitstel worden uitgesproken en uitgevoerd, maar volgens de normale rechtspleging.

7. DE NOODZAKELIJKE GENOEGDOENING

Er is geen enkele patriot die sommige toespraken is vergeten die ten overstaan van de hele wereld werden uitgesproken en waarin Belgische ministers zich hebben veroorloofd, in uitzonderlijke hachelijke omstandigheden, toen de vrijwaring van de nationale waardigheid gebood een uiterste voorzichtigheid aan de dag te leggen, ondoordacht de meest ernstige beschuldigingen te uiten ten overstaan van de houding van ons leger en het optreden van de legeraanvoerder.

Die beschuldigingen die in een eigenzinnige verblindheid de eer van onze soldaten en van hun opperbevelhebber besmeurden, hebben België een onberekenbare en moeilijk te herstellen schade toegebracht.

Men zou vergeefs in de geschiedenis een ander voorbeeld zoeken van een regering die haar vorst en de nationale vlag op zo’n manier en zo ongegrond met schande heeft overladen.

Het aanzien van de kroon en de eer van het land verzetten zich ertegen dat degenen die de redevoeringen hebben gehouden nog enig gezag uitoefenen in het bevrijde België zolang ze hun beslissing niet zullen hebben betreurd en plechtig en volledige genoegdoening zullen hebben gegeven. De natie zou noch begrijpen noch ermee instemmen dat het vorstenhuis in de uitoefening van zijn taak mensen zou betrekken die datzelfde huis een belediging hebben aangedaan waarvan de wereld met ontsteltenis kennisnam

8. DE BUITENLANDSE EN KOLONIALE POLITIEK

Inzake het internationale statuut eis ik in naam van de grondwet dat België in zijn volledige onafhankelijkheid zou worden hersteld en dat het geen verbintenissen of akkoorden met andere staten zou aanvaarden, van welke aard ook, dan in volledige soevereiniteit en mits de noodzakelijke tegenprestaties.

Ik houd er ook aan dat geen afbreuk wordt gedaan aan de banden tussen de kolonie en het moederland.

Ik herinner er bovendien aan dat volgens de grondwet een verdrag geen enkele waarde heeft indien het niet de koninklijke handtekening draagt.

Leopold,

Koning der Belgen,

gevangene in het kasteel van Laken



(onverkorte tekst ter beschikking gesteld door MERS Antique Books Antwerp, om te worden gevoegd bij boeken over de Koningskwestie die nalaten dit document in extenso af te drukken)
University of Michigan
How people in Muslim countries prefer women to dress in public
Edited: 201410041408



An important issue in the Muslim world is how women should dress in public. A recent survey from the University of Michigan’s Institute for Social Research conducted in seven Muslim-majority countries (Tunisia, Egypt, Iraq, Lebanon, Pakistan, Saudi Arabia and Turkey), finds that most people prefer that a woman completely cover her hair, but not necessarily her face. Only in Turkey and Lebanon do more than one-in-four think it is appropriate for a woman to not cover her head at all in public.


The survey treated the question of women’s dress as a visual preference. Each respondent was given a card depicting six styles of women’s headdress and asked to choose the woman most appropriately outfitted for a public place. Although no labels were included on the card, the styles ranged from a fully-hooded burqa (woman #1) and niqab (#2) to the less conservative hijab (women #4 and #5). There was also the option of a woman wearing no head covering of any type.

Overall, most respondents say woman #4, whose hair and ears are completely covered by a white hijab, is the most appropriately dressed for public. This includes 57% in Tunisia, 52% in Egypt, 46% in Turkey and 44% in Iraq. In Iraq and Egypt, woman #3, whose hair and ears are covered by a more conservative black hijab, is the second most popular choice.

In Pakistan, there is an even split (31% vs. 32%) between woman #3 and woman #2, who is wearing a niqab that exposes only her eyes, while nearly a quarter (24%) choose woman #4. In Saudi Arabia, a 63%-majority prefer woman #2, while an additional 11% say that the burqa worn by woman #1 is the most appropriate style of public dress for women.

In several countries, substantial minorities say it is acceptable for a woman to not cover her hair in public. Roughly a third (32%) of Turks take this view, as do 15% of Tunisians. Nearly half (49%) in Lebanon also agree that it is acceptable for a woman to appear in public without a head covering, although this may partly reflect the fact that the sample in Lebanon was 27% Christian. Demographic information, including results by gender, were not included in the public release of this survey.
MILANOVIC Branko
Worlds Apart. Measuring International and Global Inequality.
Edited: 201410041358

We are used to thinking about inequality within countries--about rich Americans versus poor Americans, for instance. But what about inequality between all citizens of the world? Worlds Apart addresses just how to measure global inequality among individuals, and shows that inequality is shaped by complex forces often working in different directions. Branko Milanovic, a top World Bank economist, analyzes income distribution worldwide using, for the first time, household survey data from more than 100 countries. He evenhandedly explains the main approaches to the problem, offers a more accurate way of measuring inequality among individuals, and discusses the relevant policies of first-world countries and nongovernmental organizations.

Inequality has increased between nations over the last half century (richer countries have generally grown faster than poorer countries). And yet the two most populous nations, China and India, have also grown fast. But over the past two decades inequality within countries has increased. As complex as reconciling these three data trends may be, it is clear: the inequality between the world's individuals is staggering. At the turn of the twenty-first century, the richest 5 percent of people receive one-third of total global income, as much as the poorest 80 percent. While a few poor countries are catching up with the rich world, the differences between the richest and poorest individuals around the globe are huge and likely growing.

Branko Milanovic is Lead Economist in the World Bank research department, working on income inequality and poverty. The author of Income, Inequality, and Poverty during the Transition and the coauthor of Income and Influence: Social Policy in Emerging Market Economies, he is currently an associate scholar with the Carnegie Endowment for International Peace and a visiting professor at the School for Advanced International Studies, Johns Hopkins University.
Lucas & Manu Tessens
MERS ontwikkelt CMS voor MERS Antique Books Antwerp en partners.
Edited: 201409301736
Deze website is het voorlopige resultaat van eigen research door het Media Expert Research System naar het automatisch aansturen van een kennissysteem vanuit een MySql-database.

De website is de zgn. front end van dit Content Management System. Het achterliggende database-beheer is de zgn. back end.
Om het in een beeld te vatten: het ziet er een beetje uit als een ijsberg waarvan je slechts het topje ziet.
Nog tijdens de research-fase werden wij gevraagd om voor een externe partner een verzameling van ca. 50.000 items te inventariseren en aan te sturen via dit CMS. De basis is een multimediaal platform (Statistics, Text, Image, Movie, Sound - STIMS). Deze uitdaging moet resulteren in een selectieve en toch geïntegreerde vorm van kennis-opslag en kennis-ontsluiting. De toepassing is tailor-made in nauw overleg met de partner maar steunt op het basismodel dat MERS hanteert. Er wordt gestreefd naar een grote gebruiksvriendelijkheid en die laat een dynamisch vernieuwen van de website toe.
Het CMS wil ook zeer gewild losbreken uit het carcan van hyperspecialisatie die de wetenschap teistert sinds WO II. Maatschappelijk heeft dat geleid naar atomisering en vereenzaming van mensen en het wordt tijd dat we onszelf bijeenrapen.
De volgende fase in het onderzoek zal peilen naar de inkoppeling van meerdere databases (datawarehousing). Het systeem draait nu reeds volledig 'in the cloud' zodat aansturing, upload, editing en visualisatie ontkoppeld zijn van een locatie.
WITTE Els
Het verloren koninkrijk. Het harde verzet van de Belgische orangisten tegen de revolutie 1828-1850
Edited: 201409230965



Verschijningsdatum: 23 september 2014
Uitgeverij: De Bezige Bij Antwerpen
Aantal bladzijden: 688
PAPERBACK
ISBN: 9789085426561
Adviesprijs: € 29.99
Dit is het boek waar Els Witte jaren aan heeft gewerkt: een standaardwerk over een cruciale periode uit de geschiedenis van de Lage Landen

Na een korte Belgische revolutie kwam erin oktober 1830 een einde aan het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Een onvermijdelijke wending in de geschiedenis, zo lijkt het nu, maar dan wordt geen rekening gehouden met de felle oppositie van de orangisten. Die beweging van Oranjegezinden uit de elite in Vlaanderen, Brussel en Wallonië stelde alles in het werk om weer aansluiting te vinden bij het Nederlandse koninkrijk.
Zeker in de jaren 1830 - toen nog duchtig werd gebakkeleid over de verdeling van de inboedel - converseerden de orangisten in het grootste geheim met gelijkgezinden boven de Moerdijk. Niet zonder gevaar, want zij werden door het Belgische gezag hardhandig onderdrukt, van alle macht beroofd en zelfs weggejaagd naar het noorden.

Historica Els Witte gaat op ontdekkingstocht naar de wortels van het orangisme. Uit nauwelijks onderzochte archieven haalde zij veelzeggende correspondentie, die vaak in geheimschrift was opgesteld. Aan de hand van die bronnen weet Witte een uniek en rijkgeschakeerd beeld te schetsen van de orangistische organisaties, gedragscodes en strategieën. Ook werpt zij een licht op de druk beoefende Oranjecultus, die nog lang niet is doodgebloed.
RT
American-allied nations are secretly helping ISIS to grow - US Colonel Ann Wright
Edited: 201409080901
The US invasion of Iraq in 2003 came with many warnings that it would lead to a dire consequences for the whole region. A decade later, and the brutal jihadists from ISIS are dominating the north of the devastated country. Now, the US is again mulling the possibility of sending its army to Iraq once more - but would that actually help solve the issue? From where does the money come for the Islamic State? Is America obliged to save Iraq after what it's done to that nation? We ask these questions to American Colonel and former diplomat Ann Wright on Sophie&Co today.

Follow @SophieCo_RT

Sophie Shevardnadze:Colonel, the 2003 war in Iraq was a reason you left the U.S. military after many years. Do you feel the roots of what’s happening now lie back then?

Ann Wright: Well, yes. In 2003 I did resign from the Federal government. I actually had order to retire from the military; I was a U.S. diplomat, and I was one of the three diplomats who resigned in opposition to the war in Iraq. And I do feel that there are so many similarities now, 11 years later with the issue that the Obama administration is bringing forward, and they are seeming intent that they will be using military force to resolve the further issues in Iraq, and perhaps even in Syria.

SS: But what I really meant was that… I’m talking about ISIS expansion and the will of the ISIS to create a caliphate. Do you think that, what’s going on right now, has to do something with the invasion in Iraq in 2003, or those are two separate things?

AW: I think they are two separate things. Certainly, the U.S. invasion and occupation of Iraq has precipitated what we now see, 11 years later, with the growth of ISIS and other forces that initially came in to the region to battle with Assad in Syria, but are taking the opportunity with the disarray that came starting with the U.S. invasion and occupation of Iraq. And then, the Al-Maliki government that has been so brutal towards the Sunnis in Iraq, that the ability of ISIS to move remarkably quickly, to gain territories in Syria and now in Iraq is very worrisome and dangerous.

SS: Now, president Obama has authorized deployment of additional 350 american troops to Iraq. Last month, the U.S. launched an aerial campaign against the Islamic State. Will any good come out of this?

AW: Well, the issue of the protection of the U.S. facilities in Baghdad and other cities of Iraq by U.S. military forces is one rational for the deployment of certain number of military folks. And then, the administration has already said that they will be sending in special forces to help train or re-train Iraq military to battle ISIS. And also, the use of CIA operatives up in the north, in northern Iraq and the Kurdish area of Iraq - one could argue that this does give the Iraqi military and the Kurdish Peshmerga a better opportunity to battle ISIS. One of the fears, though, is that the continuation of the U.S. providing U.S. military equipment will end up as we've seen what has happened now, when ISIS has overrun Iraqi military facilities and have taken U.S. military equipment that has been given to the Iraqi military. So, one of the great dilemmas is when you start funneling more military equipment into this type of situation, it may be turned up on you as we've seen - that equipment now being in hands of ISIS and being used to battle almost in one way the remnants of the Iraqi military.

SS: Steven Sotloff was the second journalist executed by the Islamic State. Let’s hear president Obama’s response to this:

OBAMA: And those who make a mistake of harming Americans will learn that we will not forget, and that our reach is long and that justice will be served.

SS: Now, the U.S. president has vowed to avenge the death of U.S. journalist and called for the war plan to be drawn up. Should there be further involvement?

AW: Well, indeed, it’s horrific what ISIS is doing, not only to the international media, to U.S. reporters that are being beheaded, but in even greater measure, what ISIS is doing to Iraqis and Syrians that they have captured. The wholesale murder, massacre of large numbers of Iraqi military and people in villages who have repelled or attempted to repel the ISIS military onslaught. There’s no doubt about it, ISIS is very brutal, terrible group of people who are rampaging across that area of the world.

SS: Well, yeah, but that’s my question - does the U.S. really have any other choice but to get involved and act in the face of these kidnappings?

AW: The people that have been kidnapped - I mean, the international folks have been in the hands of ISIS for quite a few months now. The beheadings of course are horrific, and as vice-president Biden has said...something about the “gates of hell” being opened; I think the administration certainly feels the pressure that something needs to be done about it, about this group of horrific people. Now, whether it is further american military on the ground - I suspect not, because the feeling in the U.S. is that we do not want our military involved in ground operations any further in Iraq or in Syria. However, I do believe that the types of pressure that can be put on groups that do support ISIS, that have allowed ISIS to purchase military equipment, that are working with ISIS to buy on the black market oil from the oil fields that ISIS has captured - I think that’s really where ultimately the pressure points are…

SS: Which groups are you talking about? Could you be more precise?

AW: If you look at who is behind the oil, who is behind the oil from those oil fields, where it is going, through what borders is it going - some of it is going up into Turkey, so you've got to put pressure on the Turkish government to stop the flow of oil; you've got to put pressure on the Turkish government to stop allowing these large groups of international fighters that have crossed the border from Turkey for the last several years. I would say, you have to put pressure on the Saudis: the Saudis have been pouring a large amounts of money, as have the governments of Kuwait and of Qatar, into various groups of the foreign fighters.

SS: But so had the Americans, I don’t think these are the only people that are funding the foreign fighters in Syria. Americans are the ones who are funding them just as much as are the Qataris or the Saudis…

AW: Yes, I totally agree with you on that; I do not believe that they are funding ISIS, the U.S. is funding other, what they think are more moderate groups that are fighting the Assad government, but the ones I was actually talking about were those that either by turning a blind eye, or by actually funneling money and weapons into ISIS are giving it the power to gain territory and hold it.

SS: So there’s my question - the U.S. has propped up many allies that it later had to confront. The likes of Al-Qaeda, or Taliban - do you feel like it contributed to the rise of ISIS in Syria as well - involuntarily, of course - by funding the rebels?

AW: Certainly, the instability that has been caused by the U.S., starting 10, 11 years ago, from 2003, with the U.S. invasion and occupation of Iraq and earlier than that, the U.S. going in to Afghanistan after 9/11 - all of those events have triggered a large number of people from Arab and Muslim worlds, who have to the U.S.: “we don’t like what you’re doing in those areas”, and they have been coming in to Iraq and in Afghanistan and have been trained, and equipped and then have been available to go to other parts of the world, including Libya, to act as mercenaries for whomever wants to hire them.

SS:Now, if president Obama had launched a bombing campaign in Syria in 2013, do you think that could have stopped the rise of ISIS?

AW: One could argue that yes, bombing of not only ISIS but of other radical groups in Syria could perhaps have decimated some of their fighting force. However, the thing that people are very concerned about is that that in itself is drawing more of the foreign fighters to the fight, that indeed the U.S. bombing of Muslim fighters does draw in even more of the Muslim fighters.

SS: Just to wrap the subject of ISIS in Iraq - do you feeling like that Washington has the responsibility for the future of Iraq and what becomes of it?

AW: Part of the problem is, first, the initial invasion and occupation by the Bush administration; then, you have the Al-Maliki government that was… many people say that U.S. put that government in: Al-Maliki who brought in more Shia leaders and pushed out the Sunni leaders that should have been brought in to the government that was all-inclusive of all of the groups in Iraq. One could say that the U.S. has spent billions of dollars on the training and equipping Iraqi military and it folded against the force that was not nearly as large as it actually was. I personally, as a person that resigned initially over the theory that military force was going to resolve the issue of Saddam Hussein regime, I don’t believe that further use of our military is what ultimately going to resolve the issues in that region.

SS: Afghanistan is another unresolved issue - the U.S. troops may leave for good by the end of this year, but will the weak Afghan government be left to deal with the Taliban like Iraq was left to deal with ISIS, what do you think?

AW: You’re exactly right - here we have Afghanistan after 13 years that U.S. has been involved in there, and weak government, in fact, it is still disputed on who’s going to be the next president of the country. You have many of the people who were called warlord prior to the U.S. invasion, or the groups of people that the U.S. hired to work with it to push the Taliban and Al-Qaeda out, many of them with severe human rights abuses allegations to start with… I myself am not too optimistic that here, 13 years later and hundreds of billions of dollars later and the expenditure of tens of thousands if not hundreds of thousands of lives, that the future of Afghanistan is a stable secure country, where all groups will be treated honestly and fairly and that country will progress in a way that one would hope it would - I myself am not very optimistic about it.

SS: Now, ISIS is being called the “new Al-Qaeda”, but the actual Al-Qaeda has declared a new front in India. How do these groups fit together? Are we seeing expansion into new territory after ISIS took over the old “feeding grounds”?

AW: It’s kind of “targets of opportunity” it looks like that various groups are using. As ISIS fills into one area of Iraq and Syria and becomes the dominant force there, Al-Qaeda is looking for another place where it can stake its own territory. Certainly it had its inroads into Pakistan… It’s interesting here that they indeed have claimed that they are going to India.

SS: So, what are we going to see? Jihadist corporate rivalry unraveling?

AW: Indeed, “Jihadist inc.” When we really look at it, sadly, throughout the North Africa and the Middle East and then going on into South Asia, you do see the rise of various types of militant groups, to include not only Al-Qaeda, ISIS, Al-Nusra; you've got the Afghan Taliban, the Pakistani Taliban. It is a growth industry. You look also to Libya, where there are many groups, each fighting for different parts of the territory of the country, to the extent that the U.S. had to close its embassy there, because none of the locations where we had embassies or consulates are safe enough, in the opinion of the State Department, that we can leave our diplomats. So, it is a tragic function in this era, that we see the growth and expansion of these jihadist groups.

SS: You've mentioned earlier on in the program that the pressure should be put on groups that are actually helping ISIS to get money from the oil sales - it’s true that ISIS is raking in billions through things like oil. Could this movement be more about money than establishing a religious state?

AW: I think it certainly is a movement about money, it’s a very well-funded organisation, but from I gather, it is a group that is intent on establishing a geographical location for it’s beliefs, the caliphate that they talk about. They intent to hold territory and indeed they have, to the extent that they control major cities, that they are generating their own income through oil and I think it is going to be a challenge for the international community to go in and push them back from these established areas that they've had some of them for almost a year now.

SS: Israeli-Palestinian conflict is something that you've also spoken a lot about, spoken strongly against the Israeli offensive in Gaza. Is there any way that international pressure can push Israel into a genuine peace process?

AW: It’s a very good question. How the international community has pressured Israel - has been ineffective, mainly because it really hasn't used the full force that it has at its disposal. The U.S. itself could do much more to pressure Israel to stop the illegal settlements of which they have just announced that they are annexing a thousand acres of Palestinian land into Israel. The pressure to stop the occupation of the West Bank and to lift the siege of Gaza - these are things that have been demands of the Palestinians for the longest time. The U.S. is the greatest pressure point of Israel, because we give Israel almost $3 bn a year in military assistance alone, plus all sorts of economic incentives. The U.S. is allowing itself to be pressured by very large and well-funded Zionist lobby that works for the protection of the State of Israel, and works primarily in the U.S. Congress to threaten the U.S. Congress people that if they don’t vote for pro-Israeli issues then they will be turned out of office; we've seen that AIPAC, the American-Israeli Public Affairs committee, the big lobby for Israel, has been very effective at threatening and scaring and then trowing out of office people that say that they are going to look honestly at what’s happening there, and may support the Palestinian cause in cases.

SS: I want to talk a little bit about Hamas. You know how the appearance of ISIS with its deliberate focus on cruelty and no compromises, does it make you feel like it’s easier to treat groups like Hamas with more respect? As a matter of fact, you know, “we don’t negotiate with the terrorists” - that attitude is almost universal, but do you feel like maybe these days there are groups of terrorists that you can talk to and that slogan actually should change?

AW: Yes, I certainly think so, and the latest of this week, the Israeli propaganda is that “ISIS is Hamas, Hamas is ISIS” - well, that’s just not true. Hamas was elected as the governing body of Gaza. I don’t agree with the rockets that Hamas and other groups in Gaza have sent into Israel, but the level of violence that is between Palestinians and Israelis is overwhelmingly from the Israeli side towards the Palestinian side - there’s no doubt about that. Over 2000 Palestinians were killed versus 64 Israelis in this latest attack, and in 2009, fourteen hundred Palestinians versus 11 Israelis… Hamas does not have 24 hour drone coverage over Israel, it does not have F-16 that are bombing Israel every single day as is happening with the Israelis in their naval attacks and ground attacks, and air attacks on Gaza. So, there’s a very distinct difference in the level and the proportion of violence in there.

SS: Thank you so much for this wonderful interview. Colonel Ann Wright, U.S. veteran and former diplomat. We were talking about what brought upon the spread of ISIS and could it be contained, and also are there terrorists that we can talk to, and are there groups that we can’t. That’s it for this edition of Sophie&Co, we’ll see you next time.
Thomas Piketty dans Libération 20140903
La pensée économique
Edited: 201409040125
«Il y a un risque d’appauvrissement de la pensée économique. Quoi qu’on en dise, on n’écrit pas de la même manière sur l’économie qu’on soit à New York, Paris ou Madrid», estime-t-il, assurant que la discipline est en France plus connectée aux sciences sociales (histoire, sociologie...). Commentaire LT: qu'en dirait Chomsky?
HOWARD Ebenezer
Tomorrow: A Peaceful Path to Real Reform (1898)
Edited: 201407112356
Het 3-magnetenmodel van Howard waarbij hij inging op de vraag "Waar zullen de mensen heen gaan?" met als keuzes 'Town' (stad), 'Country' (platteland) of 'Town Country' (stad-platteland), waarbij de laatste magneet alle positieve zaken van beide anderen combineert. Uit Howard's boek Tomorrow: A Peaceful Path to Real Reform (1898)
Sir Ebenezer Howard (1850-1928) travelled to the USA and was inspired by the rebuilding of Chicago, as well as his interest in social welfare, to found the Garden City Association in 1899. Howard believed that the solution to overcrowding and poor conditions in modern industrial towns was to produce new planned communities which created a 'joyous union' of town and country. The goal of the garden city was to combine the attractions of town life with access to nature and a healthier lifestyle. The first of these communities, Letchworth Garden City, was established in the early 1900s, followed by Welwyn Garden City in the 1920s. This volume, first published in 1898, sets out Howard's utopian vision in full; explaining how a garden city would be financed, planned and administered. Energetic and conversational in style, this book is a charming introduction to Howard's ground-breaking and influential ideas.
Jacques AMURI
Gouvernement provincial du Katanga et recouvrement de l'impot foncier "regard sur la DRKAT"
Edited: 201406301930
Université de Lubumbashi - Licence en SPA 2014


TESSENS Lucas
brief aan Vandenbrande over project PC op school
Edited: 201406072348
De heer Luc Van den Brande
Minister-President
Martelaarsplein 19
1000 - BRUSSEL


Antwerpen, 15 juli 1997


Betreft: "Het ogenblik is aangebroken om 'Vlaanderen-Europa 2002' te herijken. Daarbij moeten we nieuwe inhoudelijke klem¬tonen leggen. Het volstaat niet langer dat onze kinderen goed kunnen rekenen en schrijven. Zij zullen ook meertalig moeten zijn, maar ze zullen ook moeten kunnen rijden op de informatiesnelweg. We zullen een belangrijke extra inspan¬ning doen om in een meer¬jarenprogramma er voor te zorgen dat alle leerlingen van het zesde leerjaar evengoed kunnen omgaan met een pc als met een boek." (uit uw officiële 11 juli-redevoering)




Geachte Heer Minister-President,




Bovenstaande passage uit uw 11 juli-redevoering heeft onze speciale aan¬dacht getrokken. Proficiat! Zeer terecht plaatst u lezen, rekenen en pc-vaardigheid op één lijn. Een nieuwe vorm van analfabetisme ("digi¬betisme") steekt de kop op. Enkel een practische opleiding die gebruik maakt van training en routine zal kunnen verhinderen dat deze kwaal onze jongeren aantast.

In 1994 hebben wij uw kabinet en daarna de GIMV geadviseerd aan¬gaande de te nemen stappen inzake de kabel (interconnectie van de verzor¬gingsgebieden en creëren van de terugweg). Dit leidde tot Telenet.
Toen hebben wij binnen het "Studiesyndicaat Nieuwe Diensten over de Kabel", waarvan wij in januari 1994 overigens de draft-opdracht schre¬ven, een lans gebroken voor een maatschappelijke en culturele benade¬ring van de infor-matiesnelwegen.


Aansluitend bij Telenet werd 'Medialab' opgestart. Ook hierover dienden wij het Kabinet van advies. Wij kunnen ons echter niet van de indruk ontdoen dat 'Media¬lab' al te theoretische blijft, cirkelend binnen de universitaire milieus.
Het is van essentieel belang:
• de risico's van een gebrek aan pc-vaardigheid onder ogen te zien;
• pragmatische oplossingen aan te reiken;
• de oplossingen te coördineren.
Die oplossingen liggen zeer zeker in de onderwijssfeer.

Niemand twijfelt aan de noodzaak om onze kinderen te leren lezen, schrijven en rekenen. Maar zij die er nog aan twijfelen dat ook het kunnen werken met een pc een basisvaardigheid is, worden best wan¬delen gestuurd.

In deze materie moet men snel en doortastend tewerk gaan. Zo moeten we de kinderen niet gaan vervelen door uit te leggen welke de com¬ponenten van een pc zijn of hoe een pc werkt. Je leert ook geen wagen besturen via weten¬schap over de ontploffingsmotor of de functie van een versnellingsbak.

Ziehier 10 BOUWSTENEN die wij voor een efficiënte aanpak zien:

1

Installatie van een task force (max. 8 mensen) ter begeleiding van het gehele project. Voorzien van secretariaats-ondersteuning en een budget voor deze task force. Overleg met uw collega L. Van den Bossche.

2

Contacten met leveranciers van hardware teneinde maximale sponsoring te voorzien voor nieuwe pc's; gebruik maken van gerecycleerde pc's en betere organisatie van het recyclage-proces; vastlegging van de mini¬mum-basiscon-figuratie van de te gebruiken pc's (CPU 80386DX).

3

Keuze van de software: o.i. heeft Microsoft een zodanige voorsprong ge¬nomen dat men moet kiezen voor de programma's 'Word' voor het nieuwe lezen/schrijven en 'Excel' voor het nieuwe rekenen, alles in Windows-om¬geving; Vlaanderen zou een mega-licentie voor het basison¬derwijs moeten bedingen.

4

Onmiddellijke start van een korte (minder dan 20 uur) en practisch gerichte lerarenop¬leiding voor pc: het zou o.i. een vergissing zijn te denken in de richting van een specifieke pc-leraar; de 'pc-vaardigheid' wordt best geïnte¬greerd in de lessen Nederlands en rekenen omdat dan de link kan gelegd worden met de klas¬sieke lees-, schrijf- en reken¬methodes.

5

Onmiddelijke start van een middelgroot project in een 200-tal basis¬scholen (zo'n 5.000 pc's), provinciaal gespreid; vastlegging van een gefaseerd plan voor een totaal-dekking van het basisonder¬wijs tegen 2002.


6

Avondgebruik van de pc-klassen voor bijscholing, al dan niet betalend (criteria uitwerken).

7

Gefaseerde inkoppeling van 'Telenet' in de scholen en toelevering van Internet over Telenet; afsluiten van een mega-contract.


8

Installatie of renovatie van de interne kablering in scholen waardoor het project gebruik kan maken van servers; inzet van de know how van de kabelmaatschappijen (bijna alle intercommunales); afsluiten van een mega-contract voor toelevering van kabels (coax/fiber).


9

Jaarlijkse grondige evaluatie en bijsturing van het project tijdens een open studiedag mét publicatie van de resultaten en verspreiding via de media.


10

Instellen van een prijs voor de school met de beste pc-basisopleiding (incen-tive op het project).




Geachte Heer Minister-President, begin 1994 schreven wij zoals gezegd de draft-opdracht voor het "Studiesyndicaat". Vandaag bieden wij onze diensten aan onder de vorm van een nieuw project ("PC? Kinderspel").

Eerstdaags zal ik met Mevrouw Yvette Delameilleure contact opnemen teneinde met u een gesprek te kunnen vastleggen.


Met bijzondere Hoogachting,






Lucas TESSENS
Bestuurder/Research Director
PIKETTY Thomas
Aanval op Piketty lijkt afgeslagen
Edited: 201405262121
Journailist Chris Giles van de Financial Times had de cijfers van P. in twijfel getrokken. Een poging tot beschadiging van een imago ? DS 20140526.

In de link een zeer goed artikel van The New Statesman van 3 april 2014. Daarin een perfecte synthese van het boek: "The central thesis of Piketty’s latest book is that in societies where the rate of return on capital outstrips economic growth, wealth inequality ineluctably rises. Once constituted, capital reproduces itself faster than economic output increases. The entrepreneur becomes a rentier and inequalities harden. We are returning to the 19th-century world of the novels of Balzac and Jane Austen, whose characters are caught up in the trials and tribulations of inheriting, living off or losing wealth."

The New Statesman
TESSENS Lucas
Antiglobalisme: Joye en Mandel
Edited: 201405190144
De anti-globalistische strekking is geen nieuw fenomeen maar verschijnt steeds weer onder een andere gedaante. De diepere motivaties moeten gezocht worden in de links-rechtse tegenstelling en dus ook in de tegenpolen arm en rijk. Beperken we ons tot de na-oorlogse periode dan zien we dat een auteur als Pierre JOYE (°1909), van 1936 tot 1961 hoofdredacteur van het Belgische communistische dagblad ‘Le Drapeau Rouge’, diepgaand en gedreven research-werk verrichtte naar de bindingen die bestaan tussen economische en financiële groepen. De toenmalige term was ‘trust’.
We noemen enkele van zijn werken:
JOYE Pierre La Presse et les Trusts en Belgique IN-8 Illustré 118 pp. Index. Pierre Joye, né à Ixelles en 1909; docteur en droit et licencié en sc. économiques (ULB); chroniqueur économique et ancien rédacteur en chef (1936-1961) du Drapeau Rouge; membre du Comité central du PCB. Bruxelles Société Populaire d'Editions 1958
JOYE Pierre Les trusts en Belgique: la concentration capitaliste Paperback 272 pp., 14x21cm, 2e édition revue et augmentée, index, bibliography. Note LT: Pierre Joye, né à Ixelles en 1909; docteur en droit et licencié en sc. économiques (ULB); chroniqueur économique et ancien rédacteur en chef (1936-1961) du Drapeau Rouge; membre du Comité central du PCB. La première édition de cet ouvrage parut au début de 1956 et fut rapidement épuisée. Bruxelles SPE 1960
JOYE Pierre & LEWIN Rosine Les trusts au Congo. Broché 318 pp. Bibliographie dans les notes, index des noms cités. "l'empire du silence" (p. 7), "domaine des monopoles" (p. 8). Note LT: achevé le 1/3/1961. Scan cover available. Pierre Joye, né à Ixelles en 1909; docteur en droit et licencié en sc. économiques (ULB); chroniqueur économique et ancien rédacteur en chef (1936-1961) du Drapeau Rouge; membre du Comité central du PCB. Rosine Lewin, née à Anvers en 1920, licencié en sciences sociales (ULB), rédacteur en chef du Drapeau Rouge, membre du Comité central du PCB. Bruxelles SPE 1961

Joye’s werken hadden een sterk onthullend karakter en legden de financieel-economische onderbouw van de Belgische maatschappij bloot. Ook de dominantie van een groep als Union Minière in de Belgische kolonie werd onder de loep genomen. Wat tot dan toe opgeslagen lag in sterk gespecialiseerde werken (naslagwerken over beursverrichtingen bijvoorbeeld) bood hij in een vlotte schrijfstijl aan het grote publiek aan.

Op het einde van de jaren zestig en in de jaren zeventig volgde dan een nieuwe golf van kritiek. Ditmaal viel de term ‘multinationals’.
Vooral het werkje van journalist Jan Bohets zorgde voor nogal wat ophef, niet in het minst omdat Bohets bij de gematigd conservatieve krant ‘De Standaard’ werkte.

19750002 X 9 BOHETS Jan België en de multinationals Paperback 80 pp. Citaten: 7: "Tegenover welk een werkloosheidsprobleem zou België zich geplaatst zien als in Eindhoven zou worden beslist dat Philips zijn Belgische bedrijven sluit en de aktiviteit verplaatst naar een land met lage lonen? (...) Hoeveel sektoren van de Belgische ekonomie worden nagenoeg geheel of voor een flink deel vanuit buitenlandse hoofdkwartieren geleid en gekontroleerd?"; blz. 80: "(...) de overheid, de privé-sektor en de vakbonden hadden gemeenschappelijk schuld aan het ekonomisch vacuüm dat in de jaren vijftig is ontstaan en dat door de multinationals is opgevuld." - worldwide 50 biggest, General Motors, Exxon, Ford, Royal Dutch/Shell, Chrysler, General Electric, Texaco, Mobil Oil, Philips, Standard Oil, British Petroleum, Nippon Steel, Western Electric, US Steel, Volkswagen, Hitachi, Westinghouse, Hoechst, Daimler-Benz, Toyota, Siemens, BASF, ICI, Du Pont de Nemours, Mitsubishi, Nestlé, GTE, Shell, Nissan, Goodyear, Renault, Bayer, Montedison, Matsushita, British Steel, ENI, RCA, Thyssen-Hütte, Continental Oil, International Harvester, AEG-Telefunken, LTV, Bethlehem Steel, Fiat, Cie Française des Pétroles. Leuven Davidsfonds. 1975

De Belgische econoom professor Ernest Mandel stond achter structuurhervormingen. Hij poneerde dat het Westerse economische stelsel in de laatste tientallen jaren wel van gedaante was veranderd, maar in wezen kapitalistisch was gebleven (MANDEL Ernest (1975), Het laatkapitalisme. Proeve van een marxistische benadering. Amsterdam. Van Gennep.)

De economische crisis die volgde op de oliecrisis (1973) en die in feite duurde tot medio de jaren negentig verlamde de kritiek. Als klap op de vuurpijl stortte in 1989 het gehele communistische economische blok in elkaar en kwamen de excessen van het Sovjetsysteem aan het licht. De communistisch geïnspireerde kritiek op het kapitalisme had een dodelijke klap gekregen en kon niet meer als voedingsbodem dienen. Toch blijft de voedingsbodem van het anti-globalisme marxistisch van inspiratie en hertaalt deze beweging in feite gewoon de fundamentele bezwaren van Marx tegen het kapitalistische wereldsysteem en de dominantie van het geld. Dit is tegelijk haar sterkte en zwakte: sterkte omdat het conceptueel denkkader aanwezig is, zwakte ook omdat het marxistische communisme onder de sovjets tot een dictatuur is verworden en bij de publieke opinie elk krediet heeft verloren.
Lucas Tessens - 20040823
ABBELOOS Jan-Frederik in DS 20140506
Vermogenskloof 45 keer groter dan inkomenskloof
Edited: 201405172132
gebaseerd op enquête die de ECB in 2010 uitvoerde bij 2.364 Belgen, omgezet naar huishoudens. Sarah Kuypers en Ive Marx van het Centrum voor Sociaal Beleid van de Univ Antwerpen brachten die cijfers naar buiten. Het onderzoek én het artikel rammelt methodologisch aan alle kanten. De bijgevoegde grafiek (zie hieronder) lijkt op een Lorenz-curve maar is het dat niet! Daarvoor hadden op de Y-as percentages moeten staan.
TESSENS Lucas
Sociale pyramide 1880 - Antisemitisme - Leger - Geestelijkheid - Juif - Paysan
Edited: 201405101453
TESSENS Lucas
ideeën over eigendom en staat - tentatief werkschema voor niet-Angelsaksische rechtssystemen
Edited: 201405101443
Romeins recht, Thomas van Aquino, Machiavelli, Erasmus, Thomas More, natuurrecht, Grotius, Lessius,
Vico, Descartes, Hobbes, Locke, Quesnay, Fysiocraten, Montesquieu, Hume, Voltaire, Rousseau, Kant, Condorcet, Franse Revolutie, Napoleon, Fourier, Hegel, Colins, Fichte, Malthus, Darwin, Savigny, Kropotkin, Proudhon, Marx, Jhering, Ketteler, Mill, Ketteler, George, De Paepe, Thorbecke, paus Leo XIII, Vandervelde, Daens, katholicisme, liberalisme, socialisme.
Aanpassingen en correcties:
- op 20151220 Daens - eigenlijk een slachtoffer van Rerum Novarum - toegevoegd aan dit schema.
- onvermeld: anarchisme, communisme, fascisme en nationaal-socialisme; geen rechtssystemen maar invullingen van het publieke recht of verwerping daarvan.


[uit: TESSENS Lucas, Fortuin en Confrontatie (1865-1914), in: Jaarverslag Onroerende Voorheffing 2006, pp. 82-114]
COUTUER Jo, DataNews 20120604
Deloitte neemt Numius over
Edited: 201405062237
Deloitte Consulting heeft de Leuvense specialist in performance management Numius overgenomen.

Numius werd in 1999 uit de grond gestampt door Geert Hallemeesch en Jo Coutuer, destijds nog onder de naam 'Hallemeesch & Coutuer'. Later voegde ook Thierry Cloetens bij de aandeelhouderstructuur. Vandaag is Numius, een IBM Premier Business Partner, uitgegroeid tot een firma van 33 mensen en een omzet van zo'n 5,5 miljoen euro.

"Deloitte en wijzelf hadden allebei een businessplan over de lange termijn", vertelt Jo Coutuer, managing partner bij Numius. "Na wat gesprekken hebben we beseft dat we ons beider plannen sneller gezamenlijk zouden kunnen verwezenlijken." Het team van de Information Management Service Line van Deloitte Consulting stond vooral sterk in SAP, terwijl Numius voorop liep in IBM. "Ons ook bekwamen in SAP zou jaren gekost hebben", geeft Coutuer toe. "Bovendien waren we zo echt complementair, ook op vlak van klanten." Voorts, zo zegt hij, is de managementstructuur vergelijkbaar en is de manier van diensten aanbieden gelijkaardig. "Numius voegt bovendien zijn business analytics cloudplatform toe en zijn opleidingen via 'Numius Academy'."

De overname heeft voor de klanten van beide bedrijven geen noemenswaardige gevolgen. Intern versmelten de managementstructuren van beide bedrijven. "Beide teams verhuizen binnenkort naar een 'nieuwe zone' in de gebouwen van Deloitte in Diegem, zodat het voor iedereen 'nieuw' is. Juridisch is het wel een overname, maar operationeel zien we het liever als een fusie. De twee teams hebben immers een perfect vergelijkbare omvang." Door het samengaan ontstaat een ploeg van zo'n 75 mensen.

Financieel wilt Coutuer niet teveel details kwijt. "Maar ik wil wel benadrukken dat we door deze overnameovereenkomst veeleer ons risico als ondernemers 'poolen'. Met andere woorden: we blijven ondernemen. Dat het management ook na de overname aan boord blijft - we hebben geen minimumtermijn of iets dergelijks moeten tekenen - bewijst dat volgens mij."
Steinbeck
The Grapes of Wrath - character map
Edited: 201405010159
Summary of Chapter 19

When the Americans first came to settle in California, they were hungry for land. Driven by a desire for property, they dominated the complacent Mexican natives, successfully stripping them of their claim to this fertile farmland. Soon, these Californians were no longer squatters, but owners. Farming became an industry, not a passion, and success was measured in dollars only. Farms became larger and owners fewer.

As the dispossessed come to California, they bring with them a wild, desperate hunger for land. History had told them that when all land is held by a few, it is taken away. And when great masses are going hungry, while a few are well fed, there will be a revolt. In an effort to diffuse the strength of the migrant workers, the owners make laws, and law officials enforce them. Any man farming on a small strip of land is charged with trespassing, and squatter's camps — "Hoovervilles" — are closed and burned for being a threat to public health. Meanwhile, children in the Hoovervilles are dying from hunger while their parents pray for food. When the parents stop praying and start acting, the end for the owners will be near.

Analysis

Together with Chapters 21 and 23, this chapter presents historical background on the development of land ownership in California, tracing the American settlement of the land taken from the Mexicans. Fundamentally, the chapter explores the conflict between farming solely as a means of profit making and farming as a way of life. Steinbeck criticizes the industrialization of farming in which a love of the land is replaced by a capitalist mentality. With the advent of this industrialization came a shift toward commercial farming. With the focus only on the moneymaking aspects of growth, the corporate farmers increasingly exploit immigrant and migratory workers who are willing to work for a low wage. Like the machines that pushed the sharecroppers off their land, these great landowners had "become through their holdings both more and less than men." A key image of agrarian sympathy is found in the patch of jimson weed. Here Steinbeck effectively illustrates the crimes committed by the frightened owners with a picture of a hungry migrant stealthily clearing a jimson weed patch so that he might grow a few vegetables to feed his family, only to have it gleefully destroyed by a local sheriff.

A distinct contrast is also made here between existing immigrant workers (the Chinese, Mexican, and Filipinos) and the recently arrived "Okies" who feel strongly that they are Americans. Perceiving themselves as coming from a similar background as the rest of the inhabitants of the Golden State, the "Okies" insist on similar rights. This knowledge that they deserve the same decencies as any other American citizens gives strength and credence to their demands and makes them appear more dangerous to the California natives.
Socialistische partij - Parti Ouvrier Belge
Affiche de verkiezingen van 1912: het schrikbeeld van het Algemeen Enkelvoudig Stemrecht - Le Triomphe du Suffrage Universel - Un Gouvernement à la mer - Elections générales -
Edited: 201404301202
DEHAENE Jean-Luc
Politicus
Edited: 201404261109
Studies
Oude Humaniora aan het Jezuïetencollege te Aalst
Licentiaat in de Rechten en Economie, Facultés Universitaires Notre-Dame de la Paix en Katholieke Universiteit Leuven
Beroepsactiviteiten
1963-1967: Verbondscommissaris voor het Vlaams Verbond van Katholieke Scouts
1965-1972: Verbonden aan de Studiedienst van het ACW

Politieke activiteiten

1967-1971 - Nationaal Ondervoorzitter van de C.V.P.-Jongeren
Sinds 1972 - Lid van het National C.V.P.-Bureau
1977-1981 - C.V.P.-Voorzitter van het arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde
1972-1973 - Adviseur bij het Kabinet van Openbare Werken (Minister Jos De Saeger)
1973-1974 - Adviseur bij het Kabinet van Volksgezondheid (Minister Jos De Saeger)
1974-1977 - Adviseur en daarna Kabinetschef bij het Kabinet van Economische Zaken (Ministers Oleffe en Herman)
1977-1978 - Kabinetschef bij de Minister van Vlaamse Aangelegenheden (Mevrouw Rika De Backer-Van Ocken)
1979-1981 - Kabinetschef bij de Eerste Minister (Wilfried Martens)
1981 - Kabinetschef bij de Minister van Institutionele Hervormingen (Minister Jos Chabert)

Regeringsfuncties

1981-1988 - Minister van Sociale Zaken en Institutionele Hervormingen (N) (1981-1988)
1988-1992 - Vice-eersteminister en minister van Verkeerswezen en Institutionele Hervormingen
1992-1995 - Eerste Minister (Dehaene I)
1995-1999 - Eerste Minister (Dehaene II)

Andere functies

1999-2000 - Senator
2000-2009 - Voorzitter van de Raad van Bestuur van het Europacollege
2000-2007 - Burgemeester van Vilvoorde (tot 1 augustus 2007)
2001 - Ondervoorzitter van de Europese Conventie (met ontwerptekst Europese grondwet)
2004 - Europees parlementslid
2007 - Lid van de Amatogroep (Actiecomité voor Europese Democratie)
Bestuurder van verschillende vennootschappen
TESSENS Lucas
Privatisering, nationalisering en algemeen belang. Mag het algemeen belang een prijs hebben?
Edited: 201404201149
In het gehele neoliberale verhaal ontbrak en ontbreekt stelselmatig de component van het 'algemeen belang'. Overheidsdiensten zijn inderdaad vaak verlieslatend. Maar dat is met een commerciële meetlat meten wat eigenlijk niet meetbaar is.
De kernvraag moet zijn: 'Wil de gemeenschap een prijs hanteren die voor de gebruikers haalbaar is en het verschil tussen kostprijs en gevraagde prijs collectief dragen?' Vanuit dat perspectief is er geen verlies maar een samen afgesproken afwenteling van kosten op de gemeenschap. Die afspraak kan velerlei intenties hebben.
Willen we bijvoorbeeld de mobiliteit met de trein stimuleren dan moeten we de prijs laag houden. De effecten zullen ook neveneffecten genereren: bvb. minder nood aan 18-vaksbanen op de snelwegen. De collectieve voorzieningen moeten sociale correcties aanbrengen en hebben ook milieu-effecten. Een blinde privatisering is een ideologie zonder perspectief, tenzij voor enkele particulieren die de controle veroveren over de dienstverlening en de prijszetting.
Bouquet Tim, Ousey Byron
Cold Steel: Lakshmi Mittal and the Multi-billion-dollar Battle for a Global Empire (2008)
Edited: 201404140053
When the world's two largest steel producers went head to head in a bitter struggle for market domination, an epic corporate battle ensued that sent shockwaves through the political corridors of Europe, overheated the world's financial markets and transformed the steel industry. Billions of dollars were at stake. At the heart of the battle were two men: Guy Dollé, Chairman and CEO of Luxembourg-based Arcelor, the world's largest steel producer by turnover and Lakshmi Mittal, a self-made Indian industrialist and the richest man in Great Britain. Only one could prevail . . .
news
the connection between Chodiev and Kubla
Edited: 201404111250
Patokh Chodiev was born in Uzbekistan. He studied international law and Japanese in Moscow, Russia. Chodiev lived in Japan.[2] Chodiev later established the Chodiev Group.
The Trio and Eurasian Natural Resources Corporation

With his partners Mashkevich and Ibragimov, Chodiev is a major shareholder in Eurasian Natural Resources Corporation (ENRC), one of the world's leading natural resources groups. ENRC, based in London, operates a number of metals assets in Kazakhstan and Africa, having acquired numerous mining operations in Eastern Europe and Africa. In 2009, ENRC generated a $1,462 million profit on sales of $3.8 billion.

ENRC was floated on the London Stock Exchange in December 2007, with a market capitalisation on Admission of approximately £6.8 billion.
Acquisition of Belgian citizenship

Chodiev acquired the Belgian citizenship on 27 June 1997 with help from the mayor of Waterloo, Serge Kubla (Mouvement Réformateur), of Czech origin and his closest neighbour, and later (1999-2004) Minister of Economy and Foreign Commerce in the regional Walloon Government. That naturalization was irregularly obtained as knowledge of at least one official language of Belgium (Dutch, French or German) was then compulsory to become a Belgian citizen, and Chodiev spoke none of them. Moreover, the Belgian State Security Service had sent beforehand a report to the local police informing it of the mafia connections of Chodiev.[3][4]
BORGER Julian - The Guardian 20140404
Dag Hammarskjöld's plane may have been shot down, ambassador warned. Newly declassified 1961 cable called for grounding of Belgian mercenary hours after UN secretary general crashed in Africa theguardian.com, Friday 4 April 2014 14.27 BST
Edited: 201404091004
Hours after a plane carrying the UN secretary general, Dag Hammarskjöld, crashed over central Africa in September 1961, the US ambassador to Congo sent a cable to Washington claiming that the aircraft could have been shot down by a Belgian mercenary pilot.

In the newly declassified document, the ambassador, Ed Gullion, does not directly implicate the Belgian or Rhodesian governments in what he calls "this operation", but calls for US pressure on them to ground the mercenary, adding it was "obviously [a] matter of highest importance". He said the pilot had been hampering UN operations and warned that if not stopped "he may paralyse air-rescue operations".

The document was released after an international panel of retired judges called last year for a fresh inquiry into the Hammarskjöld crash, saying that new evidence "undoubtedly" existed. The UN secretary general, Ban Ki-moon, decided in February to put the panel's findings on the agenda of the UN general assembly.

The Gullion cable was not seen by previous official inquiries. A commission formed by the Rhodesian colonial authorities blamed the crash on pilot error, while a later UN investigation recorded an open verdict.A Guardian investigation in 2011 found surviving witnesses near the crash site outside Ndola, in what is now Zambia, saying they saw a second plane shooting at the DC-6 aeroplane carrying Hammarskjöld and his aides. A book published later that year, Who Killed Hammarskjöld? by Susan Williams, a University of London researcher, found further evidence of foul play.

Williams's book pointed to the existence of US National Security Agency (NSA) radio intercepts of warplanes in the area, which are still top secret after 52 years. Hammarskjöld's death came at the height of a conflict between the UN-backed Congolese government in Leopoldville, now Kinshasa, and secessionists from the mineral-rich province of Katanga, supported by Belgian colonialists.

The US and British were angry at an abortive UN military operation that the secretary general had ordered days before his death on behalf of the Congolese government against the rebellion in Katanga, which was backed by western mining companies and mercenaries.

The Hammarskjöld commission, chaired by a former British court of appeal judge, Sir Stephen Sedley, called for the NSA intercepts to be released.

The commission highlighted several key pieces of evidence, including the testimony of two policemen of seeing sparks and a flash in the sky, and the account of a local official who said he saw a smaller aeroplane flying above and then alongside the DC-6, known as the Albertina.

In his cable, sent at 11am on 18 September, Gullion correctly identifies the Ndola area as the crash site. He also names the suspected Belgian pilot as "Vak Riesseghel", almost certainly a mis-spelling of Jan van Risseghem, who had served in the South African and Rhodesian air forces, and commanded the small Katanga air force.


In another cable sent two days before the crash, Gullion passed on a commercial pilot's report that the Belgian mercenary, flying a Katangese jet, "flew wing to wing" with him – a highly dangerous manoeuvre.

Gullion's two telegrams call into question Van Risseghem's insistence that he had not been in Katanga in September 1961. Van Risseghem was never questioned by any of the official inquiries.

"The telegram reveals that on the morning after the crash, the ambassador thought it credible that the plane had been shot down by a mercenary pilot – so credible, in fact, as to justify asking US diplomats in Brussels and Salisbury [now Harare] to put pressure on the Belgian and Rhodesian governments to ground the pilot," said Williams, a senior researcher at the University of London's Institute of Commonwealth Studies.

In her book, Williams provides the account of an American naval pilot, Commander Charles Southall, who was working at the NSA listening station in Cyprus in 1961. Shortly after midnight on the night of the crash, Southall and other officers heard an intercept of a pilot's commentary in the air over Ndola – 3,000 miles away.

Southall recalled the pilot saying: "I see a transport plane coming low. All the lights are on. I'm going down to make a run on it. Yes, it is the Transair DC-6. It's the plane," adding that his voice was "cool and professional". Then he heard the sound of gunfire and the pilot exclaiming: "I've hit it. There are flames! It's going down. It's crashing!"

Williams said: "We need to know if the US state department holds the raw intelligence that led Gullion to think [the plane could have been shot down] and … if there is other intelligence, notably in the form of intercepts, that is held by the NSA in relation to Hammarskjöld's flight on the night of 17-18 September 1961.

"This newly released document reinforces the argument that the UN general assembly should ask US agencies, including the NSA, to produce the evidence they hold."
DEDECKER Peter
Een zuil van zelfbediening. ACW, Arco en Dexia
Edited: 201403310925
14 februari 2013. Tijdens een persconferentie brengt N-VA-Kamerlid Peter Dedecker een aantal onregelmatigheden aan het licht die de boekhouding van de christelijke arbeidersbeweging ACW ontsieren. Die fiscale onregelmatigheden blijken op de koop toe gelinkt aan het Dexia-debacle: een heikel dossier dat Dedecker dan al een hele tijd op de voet volgt.

De persconferentie is het begin van een scherpe aanklacht tegen de toplui van een sociale beweging die teert op de inzet van duizenden hardwerkende, goedmenende vrijwilligers. De aanklacht omvat al gauw een hele waslijst aan vergrijpen, waaronder schriftvervalsing, fiscale ontwijking en fraude, misbruik van vennootschapsgoederen en belangenvermenging.

Tot grote verbazing van Dedecker zelf, overigens, die vandaag niet anders kan dan besluiten: “De toplui beloofden mensen het veiligste spaarproduct ter wereld. Maar achter hun rug speelden ze met hun spaarcenten in het casino.”

In de weken en maanden erna zat Dedecker in het oog van de storm. Terwijl de pijnlijke onthullingen elkaar maar bleven opvolgen, maakte zijn aanvankelijke verbazing langzaam maar zeker plaats voor een oprechte verontwaardiging en woede. Vanuit die gevoelens besloot hij zich aan het schrijven te zetten.

Het resultaat is ‘Een zuil van zelfbediening’. In dat boek brengt Dedecker nu een reconstructie van zijn persoonlijke ervaringen in die woelige periode, van zijn kennismaking met figuren en praktijken uit de bankwereld, en van zijn speurtocht door het labyrint dat de christelijke arbeidersbeweging blijkt te zijn. Bij gebrek aan een parlementaire onderzoekscommissie kan enkel de geschiedenis de echte (politieke) verantwoordelijkheid voor dit financiële debacle nog blootleggen. Met zijn boek biedt Peter Dedecker zelf alvast een eerste aanzet daartoe.
bron tekst: De Standaard Boekhandel
Knack Weekend BE
Geëmotioneerde Angelina Jolie voert in Bosnië campagne tegen oorlogsverkrachtingen
Edited: 201403310233

zaterdag 29 maart 2014 om 16u17

Angelina Jolie bezocht samen met de Britse minister van Buitenlandse Zaken William Hague Bosnië en was duidelijk onder de indruk van de verhalen die ze daar hoorde van de inwoners van Srebrenica.Angelina Jolie organiseert in juni samen met Hague een conferentie in Londen over het verkrachten van vrouwen als tactisch middel tijdens een oorlog. Er heerst nog altijd een taboe op dit onderwerp en Jolie wil dit proberen te doorbreken. Ze is er van overtuigd dat de vrede nooit volledig terug kan keren na een oorlog wanneer de verkrachtingen onbestraft blijven.

Taboe

Dat deze campagne nodig is blijft wel uit de stilte die er nog altijd heerst in Bosnië. Munira Subasic van de associatie van de moeders van Srebrenica vertelt aan Reuters dat het tot de traditie behoort om niet over verkrachting te praten. Veel vrouwen hebben het meegemaakt tijdens de oorlog, maar willen er niet over spreken. Daarom vindt ze het bezoek van Angelina Jolie van groot belang. Ze hoopt dat de Bosnische vrouwen zo inzien dat ze niet de enige zijn die er mee moeten leven.

Angelina Jolie, die de film In the Land of Blood and Honey maakte over het seksuele geweld in Bosnië tussen 1992 en 1995, legde ook bloemen op het kerkhof waar de slachtoffers van de oorlog begraven liggen.

Meer dan 100.000 mensen kwamen om tijdens de burgeroorlog tussen de Bosnische Serviërs, moslims en Kroaten. Waarschijnlijk werden zo’n 20.000 vrouwen seksueel misbruikt. (MS)
Noot Lucas Tessens: komen nu ook de Italiaanse vrouwen terug onder de aandacht, verkracht door Goumiers tijdens WO II ?; en welke aandacht voor de Duitse vrouwen ?
Human Rights Watch
Saudi Arabia: New Terrorism Regulations Assault Rights
Edited: 201403200901
(Beirut) – Saudi Arabia’s new terrorism law and a series of related royal decrees create a legal framework that appears to criminalize virtually all dissident thought or expression as terrorism. The sweeping provisions in the measures, all issued since January 2014, threaten to close down altogether Saudi Arabia’s already extremely restricted space for free expression.

“Saudi authorities have never tolerated criticism of their policies, but these recent laws and regulations turn almost any critical expression or independent association into crimes of terrorism,” said Joe Stork, deputy Middle East and North Africa director at Human Rights Watch. “These regulations dash any hope that King Abdullah intends to open a space for peaceful dissent or independent groups.”

The new regulations come amid a campaign to silence independent activists and peaceful dissidents through intimidation, investigations, arrests, prosecutions, and imprisonment. On March 9, the prominent human rights activists Abdullah al-Hamid and Mohammed al-Qahtani completed their first year in prison, serving 11 and 10-year sentences, respectively, for criticizing the government’s human rights abuses and for membership in an unlicensed political and civil rights organization.

Two other human rights activists, Waleed Abu al-Khair and Mikhlif al-Shammari, recently lost appeals and will probably begin their three-month and five-year respective sentences soon for criticizing Saudi authorities.

On January 31, Saudi authorities promulgated the Penal Law for Crimes of Terrorism and its Financing (the “terrorism law”). The law has serious flaws, including vague and overly broad provisions that allow authorities to criminalize free expression, and the creation of excessive police powers without judicial oversight. The law cites violence as an essential element only in reference to attacks carried out against Saudis outside the kingdom or onboard Saudi transportation carriers. Inside the kingdom, “terrorism” can be non-violent – consisting of “any act” intended to, among other things, “insult the reputation of the state,” “harm public order,” or “shake the security of society,” which the law fails to clearly define.

On February 3, two days after the terrorism law came into force, King Abdullah issued Royal Decree 44, which criminalizes “participating in hostilities outside the kingdom” with prison sentences of between three and 20 years. On March 7, the Interior Ministry issued further regulations designating an initial list of groups the government considers terrorist organizations, including the Muslim Brotherhood and the Houthi group in Yemen, along with “Al-Qaeda, Al-Qaeda in the Arabian Peninsula, Al-Qaeda in Yemen, Al-Qaeda in Iraq, Da`ish [the Islamic State of Iraq and Sham, or ISIS], Jabhat al-Nusra, and Hezbollah inside the kingdom.”

The interior ministry regulations include other sweeping provisions that authorities can use to criminalize virtually any expression or association critical of the government and its understanding of Islam. These “terrorism” provisions include the following:

Article 1: “Calling for atheist thought in any form, or calling into question the fundamentals of the Islamic religion on which this country is based.”
Article 2: “Anyone who throws away their loyalty to the country’s rulers, or who swears allegiance to any party, organization, current [of thought], group, or individual inside or outside [the kingdom].”
Article 4: “Anyone who aids [“terrorist”] organizations, groups, currents [of thought], associations, or parties, or demonstrates affiliation with them, or sympathy with them, or promotes them, or holds meetings under their umbrella, either inside or outside the kingdom; this includes participation in audio, written, or visual media; social media in its audio, written, or visual forms; internet websites; or circulating their contents in any form, or using slogans of these groups and currents [of thought], or any symbols which point to support or sympathy with them.”
Article 6: “Contact or correspondence with any groups, currents [of thought], or individuals hostile to the kingdom.”
Article 8: “Seeking to shake the social fabric or national cohesion, or calling, participating, promoting, or inciting sit-ins, protests, meetings, or group statements in any form, or anyone who harms the unity or stability of the kingdom by any means.”
Jean-Robert Viallet, Hugues Nancy, Jean-Robert Viallet
La France en face
Edited: 201311141561
RÉSUMÉ
Résultat de trente ans de changements, la France a aujourd'hui deux visages. Dans les 25 métropoles qui totalisent 40% de la population sont concentrés les cadres, les techniciens spécialisés et l'essentiel des immigrés. C'est là que 80% du PIB du pays est produit. Hors de ces villes, dans le reste de la France, se retrouvent des millions d'employés et d'ouvriers, qui constituent la «France des fragilités». Ils vivent dans la précarité et constatent le fossé grandissant qui les sépare des urbains entrés dans l'ère numérique. A travers des rencontres, des témoignages et l'étude de travaux de spécialistes, c'est le portrait d'une France oubliée qui apparaît.


EU
Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming (Salduz)
Edited: 201310221445
RICHTLIJN 2013/48/EU VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 22 oktober 2013

betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 82, lid 2, onder b),
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),
Na raadpleging van het Comité van de Regio’s,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),
Overwegende hetgeen volgt:
(1)
In artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het Handvest), artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (het EVRM) en artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (het IVBPR) is het recht op een eerlijk proces vastgelegd. Artikel 48, lid 2, van het Handvest garandeert de eerbiediging van de rechten van de verdediging.
(2)
De Unie stelt zich ten doel een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht te handhaven en te ontwikkelen. Volgens de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van Tampere van 15 en 16 oktober 1999, en met name punt 33, moet het beginsel van wederzijdse erkenning van vonnissen en andere beslissingen van rechterlijke instanties de hoeksteen van de justitiële samenwerking in burgerlijke en in strafzaken binnen de Unie worden, omdat een versterkte wederzijdse erkenning en de noodzakelijke onderlinge aanpassing van de wetgevingen de samenwerking tussen bevoegde autoriteiten en de rechtsbescherming van het individu ten goede zouden komen.
(3)
Krachtens artikel 82, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), „berust de justitiële samenwerking in strafzaken in de Unie op het beginsel van de wederzijdse erkenning van rechterlijke uitspraken en beslissingen …”.
(4)
De toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning van strafrechtelijke beslissingen veronderstelt wederzijds vertrouwen van de lidstaten in elkaars strafrechtstelsels. De omvang van die wederzijdse erkenning hangt nauw samen met het bestaan en de inhoud van bepaalde parameters, waaronder regelingen voor de bescherming van de rechten van verdachten of beklaagden en gemeenschappelijke minimumnormen, die noodzakelijk zijn om de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning te vergemakkelijken.
(5)
Hoewel de lidstaten partij zijn bij het EVRM en bij het IVBPR, heeft de ervaring geleerd dat dit gegeven alleen niet altijd zorgt voor een voldoende mate van vertrouwen in de strafrechtstelsels van andere lidstaten.
(6)
Wederzijdse erkenning van beslissingen in strafzaken kan alleen effectief functioneren in een geest van vertrouwen, waarbij niet alleen de gerechtelijke autoriteiten, maar alle bij de strafprocedure betrokken actoren beslissingen van de gerechtelijke autoriteiten van de andere lidstaten als gelijkwaardig aan hun eigen beslissingen beschouwen; daarbij gaat het niet alleen om het vertrouwen dat de regels van de andere lidstaten adequaat zijn, maar ook om het vertrouwen dat die regels correct worden toegepast. Versterking van wederzijds vertrouwen vereist gedetailleerde regels inzake de bescherming van de procedurele rechten en waarborgen die voortvloeien uit het Handvest, het EVRM en het IVBPR. Versterking van wederzijds vertrouwen vereist evenzeer, middels deze richtlijn en andere maatregelen, een verdere ontwikkeling binnen de Unie van de in het Handvest en in het EVRM vastgelegde minimumnormen.
(7)
Artikel 82, lid 2, VWEU voorziet in de vaststelling van minimumvoorschriften die in de lidstaten van toepassing zijn, ter bevordering van wederzijdse erkenning van vonnissen en rechterlijke beslissingen en van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken met een grensoverschrijdende dimensie. Dat artikel verwijst naar „de rechten van personen in de strafvordering” als een van de gebieden waarop minimumvoorschriften kunnen worden vastgesteld.
(8)
Gemeenschappelijke minimumvoorschriften moeten leiden tot meer vertrouwen in de strafrechtstelsels van alle lidstaten, hetgeen op zijn beurt moet leiden tot efficiëntere justitiële samenwerking in een klimaat van wederzijds vertrouwen, en tot bevordering van een cultuur van grondrechten in de Unie. Dergelijke gemeenschappelijke minimumvoorschriften moeten ook belemmeringen voor het vrije verkeer van burgers wegnemen op het gehele grondgebied van de lidstaten. Dergelijke gemeenschappelijke minimumvoorschriften dienen te worden vastgelegd op het gebied van het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures, het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en het recht om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens die vrijheidsbeneming.
(9)
Op 30 november 2009 keurde de Raad een resolutie goed betreffende een routekaart ter versterking van de procedurele rechten van verdachten of beklaagden in strafprocedures („de routekaart”) (3). In de routekaart, waarin een stapsgewijze benadering wordt voorgestaan, wordt opgeroepen tot de vaststelling van maatregelen met betrekking tot het recht op vertaling en vertolking (maatregel A), het recht op informatie over de rechten en informatie over de beschuldiging (maatregel B), het recht op juridisch advies en rechtsbijstand (maatregel C), het recht te communiceren met familie, werkgever en consulaire autoriteiten (maatregel D), en bijzondere waarborgen voor kwetsbare verdachten of beklaagden (maatregel E). In de routekaart wordt benadrukt dat de volgorde van de rechten slechts indicatief is en dat deze overeenkomstig de prioriteiten dus kan worden verlegd. De routekaart is bedoeld als een totaalpakket: pas wanneer alle onderdelen ten uitvoer zijn gelegd, zal het effect optimaal zijn.
(10)
Op 11 december 2009 verklaarde de Europese Raad zich ingenomen met de routekaart en maakte hij deze tot onderdeel van het Programma van Stockholm — Een open en veilig Europa ten dienste en ter bescherming van de burger (4) (punt 2.4). De Europese Raad onderstreepte het feit dat de routekaart niet uitputtend is, door de Commissie uit te nodigen te onderzoeken welke minimale procedurele rechten verdachten en beklaagden verder kunnen worden toegekend, en te beoordelen of andere vraagstukken, bijvoorbeeld het vermoeden van onschuld, dienen te worden aangepakt om op dit gebied tot een betere samenwerking te komen.
(11)
Tot dusver zijn er twee maatregelen voortvloeiend uit de routekaart vastgesteld, met name: Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures (5), en Richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures (6).
(12)
Deze richtlijn bevat minimumvoorschriften betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures betreffende de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel krachtens Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (7) („procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel”) en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en het recht om met derden en met consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming. Op die manier bevordert de richtlijn de toepassing van het Handvest, met name de artikelen 4, 6, 7, 47 en 48, door voort te bouwen op de artikelen 3, 5, 6 en 8 EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, dat in zijn jurisprudentie, geregeld normen vaststelt betreffende het recht op toegang tot een advocaat. In die jurisprudentie is onder meer geoordeeld dat het eerlijke karakter van het proces vereist dat een verdachte of beklaagde gebruik kan maken van alle specifiek aan rechtsbijstand verbonden diensten. In dat verband moeten de advocaten van verdachten of beklaagden de fundamentele aspecten van de verdediging onverkort kunnen waarborgen.
(13)
Onverminderd de krachtens het EVRM op de lidstaten rustende verplichting om het recht op een eerlijk proces te waarborgen, dienen procedures met betrekking tot lichte strafbare feiten die in de gevangenis zijn gepleegd, of tot in militair verband gepleegde strafbare feiten die door een bevelvoerende officier worden behandeld, in deze richtlijn niet als strafprocedures te worden aangemerkt.
(14)
Bij de uitvoering van deze richtlijn moet rekening gehouden worden met de bepalingen van Richtlijn 2012/13/EU, die voorschrijven dat verdachten of beklaagden onverwijld informatie krijgen over het recht op toegang tot een advocaat en dat verdachten of beklaagden die zijn aangehouden of gedetineerd onverwijld in het bezit worden gesteld van een schriftelijke verklaring van rechten, met informatie over het recht op toegang tot een advocaat.
(15)
In deze richtlijn wordt verstaan onder „advocaat”, eenieder die overeenkomstig het nationale recht, daaronder begrepen op grond van een door een bevoegde instantie verleende machtiging, gekwalificeerd en bevoegd is om verdachten of beklaagden juridisch advies en juridische bijstand te verlenen.
(16)
In sommige lidstaten is een andere autoriteit dan een in strafzaken bevoegde rechtbank bevoegd tot het opleggen van sancties, andere dan vrijheidsbeneming, met betrekking tot relatief lichte strafbare feiten. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn met betrekking tot verkeersovertredingen die op grote schaal worden begaan en die kunnen worden vastgesteld naar aanleiding van een verkeerscontrole. In dergelijke situaties zou het onredelijk zijn de bevoegde autoriteit te verplichten alle rechten te waarborgen waarin deze richtlijn voorziet. Indien het recht van een lidstaat erin voorziet dat voor lichte strafbare feiten een sanctie wordt opgelegd door een dergelijke autoriteit, en daartegen ofwel beroep kan worden ingesteld ofwel dat de zaak anderszins kan worden doorverwezen naar een in strafzaken bevoegde rechtbank, dient deze richtlijn derhalve alleen van toepassing te zijn op de procedure die bij die rechtbank wordt gevoerd naar aanleiding van dat beroep of die verwijzing.
(17)
In sommige lidstaten zijn bepaalde lichte feiten strafbaar gesteld; het betreft met name lichte verkeersovertredingen, lichte overtredingen van algemene gemeentelijke verordeningen en lichte overtredingen tegen de openbare orde. In dergelijke situaties zou het onredelijk zijn de bevoegde autoriteit te verplichten alle rechten te waarborgen waarin deze richtlijn voorziet. Indien het recht van een lidstaat erin voorziet dat voor lichte strafbare feiten geen vrijheidsstraf kan worden opgelegd, dient deze richtlijn derhalve alleen van toepassing te zijn op procedures voor een in strafzaken bevoegde rechtbank.
(18)
Het toepassingsgebied van deze richtlijn ten aanzien van bepaalde lichte strafbare feiten laat de EVRM-verplichting van de lidstaten om het recht op een eerlijk proces te waarborgen, daaronder begrepen het recht op rechtsbijstand van een advocaat, onverlet.
(19)
De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat verdachten of beklaagden overeenkomstig deze richtlijn, het recht hebben zonder onnodig uitstel toegang te krijgen tot een advocaat. Indien zij geen afstand hebben gedaan van het desbetreffende recht, dienen verdachten of beklaagden in ieder geval toegang tot een advocaat te hebben tijdens de strafprocedure voor een rechtbank.
(20)
Voor de toepassing van deze richtlijn geldt niet als verhoor de eerste ondervraging, door de politie of een andere rechtshandhavingsautoriteit, waarvan het doel bestaat uit het identificeren van de betrokkenen, het controleren op wapenbezit of andere gelijkaardige veiligheidskwesties, dan wel het nagaan of een onderzoek moet worden ingesteld, bijvoorbeeld tijdens controles langs de weg, of tijdens regelmatige steekproefsgewijze controles wanneer de identiteit van een verdachte of beklaagde nog niet is vastgesteld.
(21)
In de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is bevestigd, dat indien een persoon die geen verdachte of beklaagde is, zoals een getuige, verdachte of beklaagde wordt, die persoon tegen zelfincriminatie beschermd dient te worden en zwijgrecht heeft. Daarom verwijst deze richtlijn uitdrukkelijk naar de praktische situatie waarin een dergelijke persoon tijdens een verhoor door de politie of een andere rechtshandhavingsautoriteit in het kader van een strafprocedure, verdachte of beklaagde wordt. Indien tijdens een dergelijk verhoor waarin een persoon die geen verdachte of beklaagde is, verdachte of beklaagde wordt, dient het verhoor onmiddellijk te worden stopgezet. Het verhoor kan evenwel worden voortgezet indien de persoon op de hoogte is gesteld van het feit dat hij verdachte of beklaagde is en hij de in deze richtlijn vastgestelde rechten ten volle kan uitoefenen.
(22)
Verdachten of beklaagden dienen het recht te hebben de advocaat die hen vertegenwoordigt onder vier ogen te ontmoeten. De lidstaten kunnen praktische regelingen treffen betreffende de duur en de frequentie van dergelijke ontmoetingen, naargelang van de omstandigheden van de procedures, in het bijzonder de complexiteit van de zaak en de toepasselijke procedurele stappen. De lidstaten kunnen eveneens praktische regelingen treffen om de veiligheid en de zekerheid te waarborgen, in het bijzonder van de advocaat en de verdachte of beklaagde, op de plaats waar dergelijke ontmoeting plaatsvindt. Dergelijke praktische regelingen dienen de daadwerkelijke uitoefening of de essentie van het recht van de verdachten of beklaagden om hun advocaat te ontmoeten, onverlet te laten.
(23)
Verdachten of beklaagden dienen het recht te hebben om te communiceren met de advocaat die hen vertegenwoordigt. Dergelijke communicatie kan in elke fase plaatsvinden, inclusief voorafgaand aan de uitoefening van het recht die advocaat te ontmoeten. De lidstaten kunnen praktische regelingen treffen betreffende de duur en de frequentie van dergelijke communicatie en de daarbij gebruikte middelen, met inbegrip van het gebruik van videoconferenties en andere communicatietechnologie om dergelijke communicatie te doen plaatsvinden. Dergelijke praktische regelingen dienen de daadwerkelijke uitoefening of de essentie van het recht van de verdachten of beklaagden om te communiceren met hun advocaat onverlet te laten.
(24)
Deze richtlijn mag de lidstaten niet beletten voor bepaalde lichte strafbare feiten het recht van de verdachte of beklaagde op toegang tot een advocaat per telefoon te organiseren. Het aldus inperken van dit recht dient evenwel beperkt te blijven tot gevallen waarin een verdachte of beklaagde niet door de politie of een andere rechtshandhavingsautoriteit wordt verhoord.
(25)
De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat verdachten of beklaagden het recht hebben dat hun advocaat aanwezig is en daadwerkelijk kan deelnemen aan het verhoor door de politie of een andere rechtshandhavingsautoriteit of rechterlijke instantie, inclusief tijdens de hoorzittingen voor de rechtbank. Die deelname dient te worden uitgeoefend overeenkomstig de procedures in het nationale recht die mogelijk de deelname van een advocaat regelen tijdens het verhoor van de verdachte of de beklaagde door de politie of een andere rechtshandhavingsautoriteit of rechterlijke instantie, alsmede tijdens de hoorzittingen voor de rechtbank, mits die procedures de daadwerkelijke uitoefening en de essentie van het desbetreffende recht onverlet laten. De advocaat kan tijdens een verhoor van de verdachte of de beklaagde door de politie of een andere rechtshandhavingsautoriteit of rechterlijke instantie, alsmede tijdens een hoorzitting voor de rechtbank, overeenkomstig die procedures onder meer vragen stellen, verduidelijking vragen en verklaringen afleggen, die dienen te worden geregistreerd overeenkomstig het nationale recht.
(26)
Verdachten of beklaagden hebben het recht op de aanwezigheid van hun advocaat bij onderzoekshandelingen of procedures voor het vergaren van bewijsmateriaal, in zoverre deze voorzien zijn in het toepasselijke nationale recht en in zoverre de verdachten of beklaagden verplicht zijn te verschijnen of hen dat is toegestaan. Dergelijke handelingen moeten op zijn minst meervoudige confrontaties, tijdens welke de verdachte of beklaagde naast andere personen staat om door het slachtoffer of een getuige te worden geïdentificeerd; confrontaties, tijdens welke een verdachte of beklaagde met een of meer getuigen wordt samengebracht wanneer onder deze getuigen onenigheid bestaat over belangrijke feiten of aangelegenheden, en reconstructies van de plaats van een delict in aanwezigheid van de verdachte of beklaagde, teneinde beter te begrijpen hoe en in welke omstandigheden het misdrijf is gepleegd en om de verdachte of beklaagde specifieke vragen te kunnen stellen, omvatten. De lidstaten kunnen praktische regelingen treffen betreffende de aanwezigheid van een advocaat tijdens onderzoekshandelingen of procedures voor het vergaren van bewijsmateriaal. Dergelijke praktische regelingen moeten de daadwerkelijke uitoefening en de essentie van de desbetreffende rechten onverlet laten. Indien de advocaat tijdens onderzoekshandelingen of procedures voor het vergaren van bewijsmateriaal aanwezig is, dient dit geregistreerd te worden door gebruik te maken van de registratieprocedure overeenkomstig het recht van de betrokken lidstaat.
(27)
De lidstaten dienen zich ertoe in te spannen om algemene informatie ter beschikking te stellen — bijvoorbeeld op een website of door middel van een folder op het politiebureau — om verdachten of beklaagden te helpen een advocaat te vinden. De lidstaten hoeven evenwel geen actieve stappen te zetten om ervoor te zorgen dat verdachten of beklaagden waarvan de vrijheid niet is ontnomen, bijstand krijgen van een advocaat indien zij zelf niet het nodige hebben gedaan om door een advocaat te worden bijgestaan. Het dient de verdachte of beklaagde vrij te staan contact op te nemen met een advocaat, die te raadplegen en erdoor te worden bijgestaan.
(28)
De lidstaten dienen de noodzakelijke regelingen te treffen om ervoor te zorgen dat, wanneer verdachten of beklaagden hun vrijheid wordt ontnomen, zij hun recht op toegang tot een advocaat daadwerkelijk kunnen uitoefenen, mede doordat in bijstand van een advocaat wordt voorzien als de betrokkene er geen heeft, tenzij zij afstand hebben gedaan van dat recht. Dergelijke regelingen kunnen bijvoorbeeld inhouden dat de bevoegde autoriteiten in de bijstand van een advocaat voorzien aan de hand van een lijst van beschikbare advocaten waaruit de verdachte of beklaagde zou kunnen kiezen. Dergelijke regelingen kunnen, in voorkomend geval, de regels betreffende rechtsbijstand omvatten.
(29)
De omstandigheden waaronder verdachten of beklaagden hun vrijheid wordt ontnomen, dienen volledig in overeenstemming te zijn met de voorschriften van het EVRM, het Handvest, en de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het „Hof van Justitie”) en van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Bij het overeenkomstig deze richtlijn verstrekken van bijstand aan een verdachte of beklaagde wie de vrijheid is ontnomen, dient de betrokken advocaat de mogelijkheid te hebben de bevoegde autoriteiten vragen te stellen over de omstandigheden waarin de betrokkene de vrijheid is ontnomen.
(30)
Ingeval de verdachte of de beklaagde zich op grote geografische afstand bevindt, bijvoorbeeld in overzees gebied of tijdens een buitenlandse militaire operatie die door de lidstaat wordt ondernomen of waaraan deze deelneemt, mogen de lidstaten tijdelijk afwijken van het recht van de verdachte of de beklaagde op toegang tot een advocaat zonder onnodig uitstel na de vrijheidsbeneming. Tijdens een dergelijke tijdelijke afwijking mogen de bevoegde autoriteiten de betrokkene niet verhoren of geen onderzoekshandelingen of procedures voor het vergaren van bewijsmateriaal krachtens deze richtlijn uitvoeren. Indien de grote geografische afstand van de verdachte of beklaagde de onmiddellijke toegang tot een advocaat onmogelijk maakt, dienen de lidstaten in communicatie via telefoon of videoconferentie te voorzien, tenzij dit onmogelijk is.
(31)
De lidstaten dienen tijdelijk te kunnen afwijken van het recht op toegang tot een advocaat in de fase van het voorbereidende onderzoek om, in dringende gevallen, ernstige negatieve gevolgen voor het leven, de vrijheid of de fysieke integriteit van een persoon te voorkomen. Zolang een tijdelijke afwijking op die grond van kracht is, kunnen de bevoegde autoriteiten verdachten of beklaagden verhoren zonder dat een advocaat aanwezig is, op voorwaarde dat de verdachten of beklaagden van hun zwijgrecht op de hoogte zijn gebracht en dat zij dat recht kunnen uitoefenen, en dat dergelijk verhoor de rechten van de verdediging, inclusief het recht van de betrokkene om zichzelf niet te beschuldigen, niet schaadt. Het verhoor dient te worden uitgevoerd met als enig doel en voor zover noodzakelijk om informatie te verkrijgen die essentieel is om ernstige negatieve gevolgen voor het leven, de vrijheid of de fysieke integriteit van een persoon te voorkomen. Elk misbruik van deze afwijking zorgt in beginsel voor een onherstelbare schending van de rechten van de verdediging.
(32)
De lidstaten dienen tevens tijdelijk te kunnen afwijken van het recht op toegang tot een advocaat in de fase van het voorbereidende onderzoek, indien onmiddellijk optreden door de onderzoeksautoriteiten noodzakelijk is om te voorkomen dat strafprocedures substantiële schade wordt toegebracht, in het bijzonder om te voorkomen dat essentieel bewijs wordt vernietigd of veranderd, of dat getuigen worden beïnvloed. Zolang een tijdelijke afwijking op deze grond van kracht is, kunnen de bevoegde autoriteiten verdachten of beklaagden verhoren zonder dat een advocaat aanwezig is, op voorwaarde dat zij van hun zwijgrecht op de hoogte zijn gebracht en dat zij dat recht kunnen uitoefenen, en dat dergelijk verhoor de rechten van de verdediging, inclusief het recht van de betrokkene om zichzelf niet te beschuldigen, niet schendt. Het verhoor dient te worden uitgevoerd met als enig doel en voor zover noodzakelijk om informatie te verkrijgen die van essentieel belang is om te voorkomen dat strafprocedures substantiële schade wordt toegebracht. Elk misbruik van deze afwijking zorgt in beginsel voor een onherstelbare schending van de rechten van de verdediging.
(33)
Het vertrouwelijke karakter van de communicatie tussen verdachten of beklaagden en hun advocaat is van essentieel belang voor de daadwerkelijke uitoefening van de rechten van de verdediging. De lidstaten dienen derhalve het vertrouwelijke karakter van de ontmoetingen en elke andere vorm van communicatie tussen de advocaat en de verdachte of beklaagde bij de uitoefening van het recht op toegang tot een advocaat op grond van deze richtlijn zonder uitzondering te eerbiedigen. Deze richtlijn laat de procedures met betrekking tot de situatie waarin objectieve en feitelijke omstandigheden erop wijzen dat de advocaat ervan wordt verdacht samen met de verdachte of beklaagde bij een strafbaar feit betrokken te zijn, onverlet. Elke criminele handeling van een advocaat mag niet worden beschouwd als rechtmatige bijstand aan verdachten of beklaagden binnen het kader van deze richtlijn. De verplichting het vertrouwelijke karakter te eerbiedigen betekent niet alleen dat de lidstaten die communicatie niet mogen belemmeren noch daar toegang tot mogen hebben, maar ook dat, indien de verdachten of beklaagden hun vrijheid is ontnomen of zich op andere wijze onder de controle van de staat bevinden, de lidstaten ervoor dienen te zorgen dat regelingen voor communicatie de vertrouwelijkheid daarvan handhaven en beschermen. Dit laat in detentiecentra aanwezige mechanismen om te voorkomen dat gedetineerden illegale zendingen ontvangen, zoals bijvoorbeeld het screenen van briefwisseling, onverlet, mits dergelijke mechanismen de bevoegde autoriteiten niet toestaan de communicatie tussen de verdachten of beklaagden en hun advocaat te lezen. Deze richtlijn laat tevens nationaalrechtelijke procedures onverlet op grond waarvan het doorsturen van briefwisseling kan worden geweigerd indien de verzender er niet mee instemt dat de briefwisseling eerst aan een bevoegde rechtbank wordt voorgelegd.
(34)
Een eventuele schending van het vertrouwelijke karakter als louter nevenverschijnsel van een wettige observatie door de bevoegde autoriteiten moet door deze richtlijn onverlet worden gelaten. Ook dient deze richtlijn de werkzaamheden onverlet te laten die, bijvoorbeeld, door de nationale inlichtingendiensten worden verricht met het oog op de bescherming van de nationale veiligheid overeenkomstig artikel 4, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), of die onder het toepassingsgebied vallen van artikel 72 VWEU, op grond waarvan titel V betreffende de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht bepaalt dat de uitoefening van de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de handhaving van de openbare orde en de bescherming van de binnenlandse veiligheid onverlet moet worden gelaten.
(35)
Verdachten of beklaagden wie de vrijheid is ontnomen, moet het recht worden verleend om ten minste één door hen aangeduide persoon, zoals een familielid of een werkgever, zonder onnodig uitstel op de hoogte te laten brengen van de vrijheidsbeneming, op voorwaarde dat geen afbreuk wordt gedaan aan het correcte verloop van de strafprocedure tegen de betrokkene, noch aan enige andere strafprocedures. De lidstaten kunnen praktische regelingen treffen voor de toepassing van dat recht. Dergelijke praktische regelingen dienen de daadwerkelijke uitoefening en de essentie van het recht onverlet te laten. In beperkte, uitzonderlijke gevallen moet echter tijdelijk van dat recht kunnen worden afgeweken wanneer zulks in het licht van bijzondere omstandigheden, op grond van een dwingende, in deze richtlijn bepaalde reden, gerechtvaardigd is. Indien de bevoegde autoriteiten overwegen een dergelijke tijdelijke afwijking in te stellen ten aanzien van een specifieke derde, dienen zij eerst te overwegen of een andere, door de verdachte of beklaagde aangeduide derde van de vrijheidsbeneming op de hoogte kan worden gesteld.
(36)
De verdachten of beklaagden dienen gedurende hun vrijheidsbeneming het recht te hebben zonder onnodig uitstel met ten minste één door hun aangeduide derde, zoals een familielid, te communiceren. De lidstaten kunnen de uitoefening van dat recht beperken of uitstellen met het oog op dwingende of proportionele operationele vereisten. Dergelijke vereisten kunnen onder meer betrekking hebben op de noodzaak om ernstige negatieve gevolgen voor het leven, de vrijheid of de fysieke integriteit van een persoon af te wenden, de noodzaak om te voorkomen dat de strafprocedure wordt geschaad of dat een strafbaar feit wordt gepleegd, de noodzaak om een hoorzitting voor de rechtbank af te wachten en de nood om slachtoffers van een misdrijf te beschermen. Indien de bevoegde autoriteiten overwegen de uitoefening van dit recht ten aanzien van een specifieke derde te beperken of uit te stellen, dienen zij eerst te overwegen of de verdachten of beklaagden met een andere door hen aangeduide derde kunnen communiceren. De lidstaten kunnen praktische regelingen treffen betreffende het tijdstip, de wijze, de duur en de frequentie van contacten met derden, met het oog op het bewaren van de goede orde, veiligheid en zekerheid op de plaats waar de betrokkene wordt vastgehouden.
(37)
Het recht op consulaire bijstand van verdachten en beklaagden wie hun vrijheid is ontnomen, is neergelegd in artikel 36 van het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen van 1963, waarin het wordt omschreven als een recht van staten zich in verbinding te stellen met hun onderdanen. Deze richtlijn verleent, op hun verzoek, een overeenkomstig recht aan verdachten of beklaagden wie hun vrijheid is ontnomen. De consulaire bescherming kan worden uitgeoefend door diplomatieke autoriteiten indien zij optreden als consulaire autoriteiten.
(38)
De lidstaten dienen de motieven en de criteria voor een tijdelijke afwijking van de bij deze richtlijn verleende rechten duidelijk in hun nationale recht vast te leggen, en zij mogen slechts beperkt gebruikmaken van die tijdelijke afwijkingen. Dergelijke tijdelijke afwijkingen dienen proportioneel te zijn, dienen een strikte geldigheidsduur te hebben, en niet uitsluitend gebaseerd te zijn op de categorie waartoe het ten laste gelegde strafbare feit behoort of de ernst ervan, en dienen het globale eerlijke verloop van de procedure niet te schenden. De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat, indien een tijdelijke afwijking krachtens deze richtlijn is toegestaan door een rechterlijke instantie die geen rechter of rechtbank is, het besluit tot toekenning van de tijdelijke afwijking in ieder geval tijdens de procesfase door een rechtbank moet kunnen worden beoordeeld.
(39)
De verdachten of beklaagden moeten de mogelijkheid hebben om afstand te doen van een uit hoofde van deze richtlijn verleend recht, op voorwaarde dat hun informatie is gegeven om met kennis van zaken te oordelen over de inhoud van het betrokken recht en de mogelijke gevolgen van een afstand van dat recht. Bij het verstrekken van dergelijke informatie dient rekening te worden gehouden met de specifieke omstandigheden waarin de betrokken verdachten of beklaagden zich bevinden, zoals hun leeftijd en hun mentale en fysieke gesteldheid.
(40)
De afstand van een recht en de omstandigheden waaronder deze is gedaan, worden geregistreerd volgens de registratieprocedure waarin het recht van de betrokken lidstaat voorziet. Dit mag voor de lidstaten geen enkele aanvullende verplichting tot het invoeren van nieuwe mechanismen of bijkomende administratieve lasten met zich brengen.
(41)
Wanneer een verdachte of een beklaagde overeenkomstig deze richtlijn de afstand van een recht herroept, hoeft niet opnieuw te worden overgegaan tot verhoren of elke andere procedurehandelingen die zijn verricht gedurende de periode waarin de afstand van het betreffende recht gold.
(42)
Personen tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd („gezochte personen”), moeten in de uitvoerende lidstaat recht hebben op toegang tot een advocaat, zodat zij hun rechten op grond van Kaderbesluit 2002/584/JBZ daadwerkelijk kunnen uitoefenen. Wanneer een advocaat deelneemt aan een verhoor van een gezochte persoon door de uitvoerende rechterlijke instantie, kan die advocaat onder meer, volgens procedures in het nationale recht, vragen stellen, verduidelijking vragen en verklaringen afleggen. Het feit dat de advocaat heeft deelgenomen aan een dergelijke verhoor moet worden geregistreerd door gebruik te maken van de registratieprocedure overeenkomstig het recht van de betrokken lidstaat.
(43)
De gezochte personen dienen het recht te hebben de advocaat die hen in de uitvoerende lidstaat vertegenwoordigt, onder vier ogen te ontmoeten. De lidstaten kunnen praktische regelingen treffen betreffende de duur en de frequentie van dergelijke ontmoetingen, met inachtneming van de bijzondere omstandigheden van het geval. De lidstaten kunnen eveneens praktische regelingen treffen om de veiligheid en de zekerheid te waarborgen, met name van de advocaat en de gezochte persoon, op de plaats waar de ontmoeting tussen de advocaat en de gezochte persoon plaatsvindt. Dergelijke praktische regelingen dienen de daadwerkelijke uitoefening en de essentie van het recht van de gezochte personen om hun advocaat te ontmoeten, onverlet te laten.
(44)
De gezochte personen dienen het recht te hebben om te communiceren met de advocaat die hen in de uitvoerende lidstaat vertegenwoordigt. Dergelijke communicatie kan in elke fase plaatsvinden, inclusief voorafgaand aan de uitoefening van het recht die advocaat te ontmoeten. De lidstaten kunnen praktische regelingen treffen betreffende de duur en de frequentie van de communicatie tussen de gezochte personen en hun advocaat en de daarbij gebruikte middelen, met inbegrip van het gebruik van videoconferenties en andere communicatietechnologie om dergelijke communicatie te doen plaatsvinden. Dergelijke praktische regelingen dienen de daadwerkelijke uitoefening en de essentie van het recht van de gezochte personen om te communiceren met hun advocaat onverlet te laten.
(45)
De uitvoerende lidstaten dienen de noodzakelijke regelingen te treffen om ervoor te zorgen dat de gezochte personen in staat zijn hun recht op toegang tot een advocaat in de uitvoerende lidstaat daadwerkelijk uit te oefenen, mede doordat in bijstand van een advocaat wordt voorzien als de gezochte personen er geen hebben, tenzij zij afstand hebben gedaan van dat recht. Dergelijke regelingen, waaronder die betreffende rechtsbijstand in voorkomend geval, dienen door het nationaal recht te worden geregeld. Die kunnen bijvoorbeeld inhouden dat de bevoegde autoriteiten in de bijstand van een advocaat voorzien aan de hand van een lijst van beschikbare advocaten waaruit de gezochte personen kunnen kiezen.
(46)
De bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat moet zonder onnodig uitstel nadat zij ervan op de hoogte is gesteld dat een gezochte persoon in die lidstaat een advocaat wil aanwijzen, informatie aan de gezochte persoon verstrekken om hem te helpen in die lidstaat een advocaat aan te wijzen. Dergelijke informatie kan bijvoorbeeld een bijgewerkte lijst van advocaten omvatten, dan wel de naam van een piketadvocaat in de uitvaardigende lidstaat, die informatie en advies kan verlenen in zaken betreffende het Europees aanhoudingsbevel. De lidstaten kunnen de desbetreffende orde van advocaten verzoeken een dergelijke lijst op te stellen.
(47)
De procedure van overlevering is van cruciaal belang voor de samenwerking in strafzaken tussen de lidstaten. Het naleven van de in Kaderbesluit 2002/584/JBZ vervatte termijnen is van essentieel belang voor deze samenwerking. Gezochte personen moeten in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel hun rechten krachtens deze richtlijn ten volle kunnen uitoefenen, maar die termijnen dienen derhalve wel te worden geëerbiedigd.
(48)
In afwachting van een wetgevingshandeling van de Unie inzake rechtsbijstand, moeten de lidstaten hun nationale recht inzake rechtsbijstand, dat in overeenstemming behoort te zijn met het Handvest, het EVRM en de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, toepassen.
(49)
Overeenkomstig het beginsel van de doeltreffendheid van het Unierecht moeten de lidstaten passende en doeltreffende voorzieningen in rechte instellen om de bij deze richtlijn aan individuen toegekende rechten te waarborgen.
(50)
De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat bij de beoordeling van de verklaringen die de verdachten of beklaagden afleggen of van het bewijs dat is verkregen in strijd met hun recht op een advocaat, of in gevallen waarin overeenkomstig deze richtlijn een afwijking van dat recht was toegestaan, de rechten van de verdediging en het eerlijke verloop van de procedure worden geëerbiedigd. In dit verband dient de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in acht te worden genomen, waarin wordt bepaald dat de rechten van de verdediging in principe onherstelbaar zijn geschonden als belastende verklaringen die tijdens een politieverhoor bij afwezigheid van een advocaat zijn gedaan, worden gebruikt voor een veroordeling. Dit laat onverlet het gebruik van verklaringen voor andere doelen die krachtens het nationale recht zijn toegestaan, zoals de noodzaak om spoedeisende onderzoekshandelingen uit te voeren of om het plegen van andere strafbare feiten of het optreden van ernstige negatieve gevolgen voor een persoon te voorkomen, dan wel de dringende noodzaak om te voorkomen dat strafprocedures substantiële schade wordt toegebracht, wanneer het verlenen van toegang tot een advocaat of het vertragen van het onderzoek onherstelbare schade zou toebrengen aan een lopend onderzoek naar een ernstig misdrijf. Voorts mag dit geen afbreuk doen aan de nationale voorschriften of systemen inzake de toelaatbaarheid van bewijs en mag het de lidstaten niet beletten een systeem te handhaven waarbij al het bestaande bewijs in rechte mag worden aangevoerd zonder dat de toelaatbaarheid ervan afzonderlijk of vooraf wordt beoordeeld.
(51)
De zorgplicht ten aanzien van verdachten of beklaagden die in een mogelijk zwakke positie verkeren, ligt ten grondslag aan een eerlijke rechtsbedeling. Het openbaar ministerie, de rechtshandhavingsautoriteiten en de rechterlijke instanties moeten daarom de daadwerkelijke uitoefening door dergelijke verdachten of beklaagden van de rechten waarin deze richtlijn voorziet, bevorderen, bijvoorbeeld door rekening te houden met mogelijke kwetsbaarheid die hun vermogen aantast om het recht op toegang tot een advocaat en het recht een derde vanaf hun vrijheidsbeneming op de hoogte te laten brengen, uit te oefenen, en door passende maatregelen te nemen die ervoor zorgen dat die rechten gewaarborgd worden.
(52)
Deze richtlijn eerbiedigt de door het Handvest erkende grondrechten en beginselen, zoals het verbod op foltering en onmenselijke en onterende behandeling, het recht op vrijheid en veiligheid, de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, het recht op menselijke integriteit, de rechten van het kind, de integratie van mensen met een handicap, het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en het recht op een eerlijk proces, het vermoeden van onschuld en de rechten van de verdediging. Deze richtlijn dient overeenkomstig deze rechten en beginselen te worden toegepast.
(53)
De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de bepalingen van deze richtlijn die met door het EVRM gewaarborgde rechten overeenkomen, worden toegepast in overeenstemming met de bepalingen van het EVRM, zoals deze zijn ontwikkeld in de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
(54)
In deze richtlijn worden minimumvoorschriften vastgesteld. De lidstaten kunnen de in deze richtlijn vastgestelde rechten uitbreiden om een hoger beschermingsniveau te bieden. Een dergelijk hoger beschermingsniveau mag geen belemmering vormen voor de wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen die die minimumvoorschriften beogen te bevorderen. Het beschermingsniveau mag nooit lager zijn dan de normen die opgenomen zijn in het Handvest en in het EVRM, zoals uitgelegd in de jurisprudentie van het Hof van Justitie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
(55)
In deze richtlijn worden de rechten van kinderen bevorderd en wordt rekening gehouden met de richtsnoeren van de Raad van Europa over kindvriendelijke justitie, in het bijzonder met de bepalingen over de informatie die en het advies dat aan kinderen moeten worden gegeven. Deze richtlijn garandeert dat verdachten en beklaagden, waaronder kinderen, passende informatie wordt gegeven die hen in staat stelt de gevolgen van elke afstand van een uit hoofde van deze richtlijn verleend recht te begrijpen, en dat deze afstand op vrijwillige en ondubbelzinnige wijze wordt gedaan. Wanneer de verdachte of de beklaagde een kind is, moet de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt zo spoedig mogelijk in kennis worden gesteld na de vrijheidsbeneming van het kind en moet deze op de hoogte gebracht worden van de redenen daarvoor. Indien het verstrekken van deze informatie aan de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt voor het kind ingaat tegen het belang van het kind, moet een andere in aanmerking komende volwassene, zoals een familielid, op de hoogte gebracht worden. De bepalingen van het nationale recht die voorschrijven dat de specifieke instanties, instellingen en personen, met name degene die verantwoordelijk zijn voor de bescherming en het welzijn van kinderen, in kennis worden gesteld van het feit dat een kind zijn vrijheid is ontnomen, worden hierdoor onverlet gelaten. Behoudens in de meest uitzonderlijke omstandigheden dienen de lidstaten zich te onthouden van een beperking of uitstel van het recht met een derde contact te hebben ter zake van een verdacht of aangeklaagd kind dat zijn vrijheid is ontnomen. In geval van uitstel mag het kind echter niet van de buitenwereld afgezonderd worden vastgehouden, en moet het bijvoorbeeld worden toegestaan om met een voor de bescherming of het welzijn van kinderen verantwoordelijke instelling of persoon te communiceren.
(56)
Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van de lidstaten en de Commissie van 28 september 2011 over toelichtende stukken (8) hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om in gerechtvaardigde gevallen de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van één of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht. Met betrekking tot deze richtlijn acht de wetgever de toezending van die stukken gerechtvaardigd.
(57)
Aangezien de doelstelling van deze richtlijn, namelijk het vaststellen van minimumvoorschriften betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen van de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens die vrijheidsbeneming, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt maar vanwege de omvang en de gevolgen van de maatregel, beter door de Unie kan worden bereikt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 VEU neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken.
(58)
Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het VEU en het VWEU, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, nemen het Vereningd Koninkrijk en Ierland niet deel aan de vaststelling van deze richtlijn, die bijgevolg niet bindend is voor, noch van toepassing is in die lidstaten.
(59)
Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het VEU en het VWEU, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze richtlijn; deze is bijgevolg niet bindend voor, noch van toepassing in die lidstaat,
HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1

Onderwerp

Deze richtlijn bevat minimumvoorschriften betreffende het recht van verdachten en beklaagden in strafprocedures en van personen tegen wie een procedure ingevolge Kaderbesluit 2002/584/JBZ loopt („procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel”), om toegang tot een advocaat te hebben en om een derde op de hoogte te laten brengen van de vrijheidsbeneming en om met derden en met consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming.
Artikel 2

Toepassingsgebied

1. Deze richtlijn is van toepassing op de verdachten of beklaagden in een strafprocedure, vanaf het ogenblik waarop zij er door de bevoegde autoriteiten van een lidstaat door middel van een officiële kennisgeving of anderszins van in kennis worden gesteld dat zij ervan worden verdacht of beschuldigd een strafbaar feit te hebben begaan, ongeacht of hen hun vrijheid is ontnomen. Zij is van toepassing totdat de procedure is beëindigd, dat wil zeggen totdat definitief is vastgesteld of de verdachte of beklaagde het strafbare feit al dan niet heeft begaan, met inbegrip van, indien van toepassing, de strafoplegging en de uitkomst in een eventuele beroepsprocedure.
2. Deze richtlijn is, in overeenstemming met artikel 10, van toepassing op personen tegen wie een procedure ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel loopt (gezochte personen), vanaf het moment van aanhouding in de uitvoerende lidstaat.
3. Deze richtlijn is, onder dezelfde voorwaarden als genoemd in lid 1, tevens van toepassing op andere personen dan verdachten en beklaagden die in de loop van het verhoor door de politie of door een andere rechtshandhavingsautoriteit, verdachte of beklaagde worden.
4. Onverminderd het recht op een eerlijk proces is deze richtlijn, met betrekking tot lichte feiten:
a)
waarvoor krachtens de wet van een lidstaat een sanctie door een andere autoriteit dan een in strafzaken bevoegde rechtbank wordt opgelegd, en tegen het opleggen van deze sanctie beroep bij een dergelijke rechtbank, kan worden ingesteld, of kan worden verwezen naar een dergelijke rechtbank, of
b)
waarvoor geen vrijheidsstraf kan worden opgelegd,
alleen van toepassing op de procedures voor een in strafzaken bevoegde rechtbank.
Deze richtlijn is in elk geval volledig van toepassing indien de verdachte of beklaagde zijn vrijheid is ontnomen, ongeacht de fase van de strafprocedure.
Artikel 3

Recht op toegang tot een advocaat in een strafprocedure

1. De lidstaten zorgen ervoor dat de verdachten of beklaagden recht hebben op toegang tot een advocaat, op een zodanig moment en op zodanige wijze dat de betrokken personen hun rechten van verdediging in de praktijk daadwerkelijk kunnen uitoefenen.
2. De verdachten of beklaagden hebben zonder onnodig uitstel toegang tot een advocaat. In elk geval, hebben de verdachten of beklaagden toegang tot een advocaat vanaf de volgende momenten, ongeacht welk moment het vroegste is:
a)
voordat zij door de politie of door een andere rechtshandhavingsautoriteit of rechterlijke instantie worden verhoord;
b)
wanneer de onderzoeks- of andere bevoegde autoriteiten een tot onderzoek of andere vorm van bewijsgaring strekkende handeling verrichten, overeenkomstig lid 3, onder c);
c)
zonder onnodig uitstel na de vrijheidsbeneming;
d)
indien zij voor een in strafzaken bevoegde rechtbank zijn opgeroepen, binnen een redelijke termijn voordat zij voor deze rechtbank in rechte verschijnen.
3. Het recht op toegang tot een advocaat houdt het volgende in:
a)
de lidstaten zorgen ervoor dat de verdachten of beklaagden het recht hebben de advocaat die hen vertegenwoordigt onder vier ogen te ontmoeten en met hem te communiceren, ook voordat zij door de politie of een andere rechtshandhavingsautoriteit of rechterlijke instantie worden verhoord;
b)
de lidstaten zorgen ervoor dat de verdachten of beklaagden het recht hebben dat hun advocaat bij het verhoor aanwezig is en daaraan daadwerkelijk kan deelnemen. Deze deelname geschiedt overeenkomstig procedures in het nationale recht, mits die procedures de daadwerkelijke uitoefening en de essentie van het desbetreffende recht onverlet laten. Wanneer een advocaat aan het verhoor deelneemt, wordt het feit dat dergelijke deelname heeft plaatsgevonden, geregistreerd door gebruik te maken van de registratieprocedure overeenkomstig het recht van de betrokken lidstaat;
c)
de lidstaten zorgen ervoor dat de verdachten of beklaagden ten minste het recht hebben hun advocaat de volgende onderzoekshandelingen of procedures voor het vergaren van bewijsmateriaal te laten bijwonen, mits het handelingen betreft waarin het nationale recht voorziet en waarbij de aanwezigheid van de verdachte of beklaagde is vereist of hem dat is toegestaan:
i)
meervoudige confrontaties;
ii)
confrontaties;
iii)
reconstructies van de plaats van een delict.
4. De lidstaten spannen zich ervoor in algemene informatie ter beschikking te stellen om verdachten of beklaagden te helpen een advocaat te vinden.
Onverminderd de bepalingen van het nationale recht betreffende de verplichte aanwezigheid van een advocaat, treffen de lidstaten de noodzakelijke regelingen om ervoor te zorgen dat verdachten of beklaagden wie de vrijheid is ontnomen in staat zijn om hun recht op toegang tot een advocaat daadwerkelijk uit te oefenen, tenzij zij afstand hebben gedaan van dat recht overeenkomstig artikel 9.
5. In uitzonderlijke omstandigheden kunnen de lidstaten, uitsluitend in de fase van het voorbereidende onderzoek, tijdelijk afwijken van de toepassing van lid 2, onder c), indien de geografische afstand waarop een verdachte of beklaagde zich bevindt het onmogelijk maakt om het recht op toegang tot een advocaat onverwijld na de vrijheidsbeneming te kunnen waarborgen.
6. In uitzonderlijke omstandigheden kunnen de lidstaten, uitsluitend in de fase van het voorbereidende onderzoek, tijdelijk afwijken van de toepassing van de in lid 3 vastgestelde rechten, indien en voor zover, gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval, een of meer van de volgende dwingende redenen zulks rechtvaardigen:
a)
indien er sprake is van een dringende noodzaak om ernstige negatieve gevolgen voor het leven, de vrijheid of de fysieke integriteit van een persoon te voorkomen;
b)
indien onmiddellijk optreden door de onderzoeksautoriteiten noodzakelijk is om te voorkomen dat de strafprocedure substantiële schade wordt toegebracht.
Artikel 4

Vertrouwelijkheid

De lidstaten eerbiedigen het vertrouwelijke karakter van de communicatie tussen de verdachten of beklaagden en hun advocaat bij de uitoefening van het recht op toegang tot een advocaat op grond van deze richtlijn. Die communicatie omvat ontmoetingen, briefwisseling, telefoongesprekken en elke andere vorm van communicatie die krachtens het nationale recht is toegestaan.
Artikel 5

Recht om een derde op de hoogte te laten brengen van de vrijheidsbeneming

1. De lidstaten zorgen ervoor dat verdachten of beklaagden wie hun vrijheid is ontnomen het recht hebben om, indien gewenst, ten minste één door hen aangeduide persoon, bijvoorbeeld een familielid of een werkgever, zonder onnodig uitstel op de hoogte te laten brengen van hun vrijheidsbeneming.
2. Indien de verdachte of beklaagde een kind is, zorgen de lidstaten ervoor dat de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid voor het kind draagt zo spoedig mogelijk in kennis wordt gesteld van de vrijheidsbeneming en van de redenen daarvoor, tenzij dit in strijd zou zijn met het belang van het kind, in welk geval een andere volwassene die daarvoor in aanmerking komt op de hoogte wordt gebracht. Voor de toepassing van dit lid wordt een persoon die jonger is dan achttien jaar als kind aangemerkt.
3. De lidstaten kunnen tijdelijk afwijken van de toepassing van de in de leden 1 en 2 bepaalde rechten indien, gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval, een van de volgende dwingende redenen zulks rechtvaardigt:
a)
een dringende noodzaak om ernstige negatieve gevolgen voor het leven, de vrijheid of de fysieke integriteit van een persoon te voorkomen;
b)
een dringende noodzaak om een situatie te voorkomen waarin substantiële schade aan de strafprocedure kan worden toegebracht.
4. Indien de lidstaten tijdelijk afwijken van de toepassing van de in lid 2 bepaalde rechten, zorgen zij ervoor dat een met de bescherming en het welzijn van kinderen belaste autoriteit zonder onnodig uitstel in kennis wordt gesteld van het feit dat het kind zijn vrijheid is ontnomen.
Artikel 6

Recht om gedurende de vrijheidsbeneming met derden te communiceren

1. De lidstaten zorgen ervoor dat verdachten of beklaagden wie hun vrijheid is ontnomen, het recht hebben zonder onnodig uitstel met ten minste één door hem aangeduide derde, zoals een familielid, te communiceren.
2. De lidstaten kunnen de uitoefening van het recht bedoeld in lid 1 beperken of uitstellen op grond van dwingende of proportionele operationele vereisten.
Artikel 7

Het recht op communicatie met de consulaire autoriteiten

1. De lidstaten zorgen ervoor dat verdachten of beklaagden die geen onderdaan zijn en wie hun vrijheid is ontnomen, het recht hebben om, desgewenst, de consulaire autoriteiten van de lidstaat waarvan zij de nationaliteit hebben, zonder onnodig uitstel op de hoogte te laten brengen van de vrijheidsbeneming, en met de consulaire autoriteiten te communiceren. Verdachten of beklaagden die twee of meer nationaliteiten hebben, kunnen evenwel kiezen welke consulaire autoriteiten in voorkomend geval op de hoogte moeten worden gebracht van de vrijheidsbeneming, en met welke consulaire autoriteiten zij wensen te communiceren.
2. Verdachten of beklaagden hebben tevens het recht door hun consulaire autoriteiten te worden bezocht, zich met hen te onderhouden en met hen te corresponderen en het recht om hun vertegenwoordiging in rechte door hun consulaire autoriteiten geregeld te zien, voor zover die autoriteiten daarmee instemmen en de betrokken verdachten of beklaagden zulks wensen.
3. De uitoefening van de in dit artikel bedoelde rechten kan in het nationale recht of bij nationale procedures worden gereguleerd, mits dat recht en die procedures de verwezenlijking van de met deze rechten beoogde doelen volledig waarborgen.
Artikel 8

Algemene voorwaarden voor de toepassing van tijdelijke afwijkingen

1. Een tijdelijke afwijking op grond van artikel 3, lid 5 of 6, of uit hoofde van artikel 5, lid 3:
a)
heeft een evenredig karakter en gaat niet verder dan noodzakelijk;
b)
heeft een strikt beperkte geldigheidsduur;
c)
wordt niet uitsluitend gebaseerd op de soort of de ernst van het vermeende strafbare feit, en
d)
doet geen afbreuk aan het globale eerlijke verloop van de procedure.
2. Tijdelijke afwijkingen op grond van artikel 3, lid 5 of 6, kunnen alleen toegestaan worden bij een naar behoren gemotiveerde en per geval genomen beslissing, die ofwel uitgaat van een rechterlijke instantie of van een andere bevoegde autoriteit op voorwaarde dat de beslissing kan worden onderworpen aan rechterlijke toetsing. De naar behoren gemotiveerde beslissing wordt geregistreerd door gebruik te maken van de registratieprocedure overeenkomstig het recht van de betrokken lidstaat.
3. Tijdelijke afwijkingen op grond van artikel 5, lid 3, kunnen alleen per geval worden toegestaan, ofwel door een rechterlijke instantie of door een andere bevoegde autoriteit op voorwaarde dat de beslissing kan worden onderworpen aan rechterlijke toetsing.
Artikel 9

Afstand

1. Onverminderd de bij het nationale recht voorgeschreven aanwezigheid of bijstand van een advocaat, zorgen de lidstaten ervoor dat, met betrekking tot afstand van een in de artikelen 3 en 10 bedoeld recht:
a)
de verdachte of beklaagde mondeling of schriftelijk duidelijke en toereikende informatie in eenvoudige en begrijpelijke bewoordingen is gegeven over de inhoud van het betrokken recht en over de mogelijke gevolgen van het afstand doen daarvan, en
b)
deze vrijwillig en ondubbelzinnig geschiedt.
2. De afstand, die schriftelijk of mondeling kan geschieden, wordt geregistreerd, alsmede de omstandigheden waaronder de afstand is gedaan door gebruik te maken van de registratieprocedure overeenkomstig het recht van de betrokken lidstaat.
3. De lidstaten zorgen ervoor dat deze afstand later op elk moment tijdens de strafprocedure door de verdachte of de beklaagde kan worden herroepen en dat de verdachte of beklaagde van die mogelijkheid op de hoogte gebracht wordt. Dergelijke herroeping van de afstand wordt van kracht vanaf het moment waarop zij heeft plaatsgevonden.
Artikel 10

Recht op toegang tot een advocaat in een procedure ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel

1. De lidstaten zorgen ervoor dat een gezochte persoon, vanaf zijn aanhouding op grond van een Europees aanhoudingsbevel recht heeft op toegang tot een advocaat in de uitvoerende lidstaat.
2. Met betrekking tot de inhoud van het recht op toegang tot een advocaat in de uitvoerende lidstaat hebben gezochte personen in die lidstaat de volgende rechten:
a)
het recht op toegang tot een advocaat op een zodanig moment en op een zodanige wijze dat de gezochte personen hun rechten daadwerkelijk en in ieder geval zonder onnodig uitstel na de vrijheidsbeneming kunnen uitoefenen;
b)
het recht om te communiceren met de advocaat die hen vertegenwoordigt en deze te ontmoeten;
c)
het recht dat hun advocaat aanwezig is bij en overeenkomstig procedures in het nationale recht deelneemt aan het verhoor van een gezochte persoon door de uitvoerende rechterlijke instantie. Wanneer een advocaat deelneemt aan het verhoor, moet dat geregistreerd worden door gebruik te maken van de registratieprocedure overeenkomstig het recht van de betrokken lidstaat.
3. De bij de artikelen 4, 5, 6, 7, 9, en, in geval van een tijdelijke afwijking uit hoofde van artikel 5, lid 3, de bij artikel 8 bepaalde rechten zijn van overeenkomstige toepassing op de procedures ter uitvoering van het Europees aanhoudingsbevel in de uitvoerende lidstaat.
4. De bevoegde autoriteit in de uitvoerende lidstaat brengt de gezochte personen er zonder onnodig uitstel na de vrijheidsbeneming van op de hoogte dat zij het recht hebben in de uitvaardigende lidstaat een advocaat aan te wijzen. De rol van de advocaat in de uitvaardigende lidstaat is de advocaat in de uitvoerende lidstaat bij te staan, door die advocaat informatie en advies te verstrekken teneinde de gezochte personen hun rechten uit hoofde van Kaderbesluit 2002/584/JBZ daadwerkelijk te doen uitoefenen.
5. Indien de gezochte personen het recht om een advocaat in de uitvaardigende lidstaat aan te wijzen, wensen uit te oefenen en zij nog geen dergelijke advocaat hebben, brengt de bevoegde autoriteit in de uitvoerende lidstaat de bevoegde autoriteit in de uitvaardigende lidstaat hiervan terstond op de hoogte. De bevoegde autoriteit van die lidstaat verstrekt de gezochte personen zonder onnodig uitstel de informatie om hen te helpen in die lidstaat een advocaat te vinden.
6. Het recht van gezochte personen om in de uitvaardigende lidstaat een advocaat aan te wijzen, laat de in Kaderbesluit 2002/584/JBZ bepaalde termijnen of de verplichting voor de uitvoerende rechterlijke instantie om binnen de overeenkomstig dat kaderbesluit bepaalde termijnen en voorwaarden een beslissing te nemen over de overlevering van de betrokkene, onverlet.
Artikel 11

Rechtsbijstand

Deze richtlijn laat het nationale recht inzake rechtsbijstand, dat van toepassing is overeenkomstig het Handvest en het EVRM, onverlet.
Artikel 12

Rechtsmiddelen

1. De lidstaten zorgen ervoor dat verdachten of beklaagden in strafprocedures alsmede gezochte personen in een procedure ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel, op grond van het nationale recht over een doeltreffende voorziening in rechte beschikken in gevallen waarin hun rechten op grond van deze richtlijn zijn geschonden.
2. Onverminderd nationale bepalingen en stelsels inzake de toelaatbaarheid van bewijs zorgen de lidstaten er in strafprocedures voor dat bij de beoordeling van de verklaringen van verdachten of beklaagden of van bewijs dat is verkregen in strijd met hun recht op een advocaat of in gevallen waarin overeenkomstig artikel 3, lid 6, een afwijking van dit recht was toegestaan, de rechten van de verdediging en het eerlijke verloop van de procedure worden geëerbiedigd.
Artikel 13

Kwetsbare personen

De lidstaten zorgen ervoor dat bij de toepassing van deze richtlijn rekening wordt gehouden met de specifieke behoeften van kwetsbare verdachten en kwetsbare beklaagden.
Artikel 14

Non-regressieclausule

Geen enkele bepaling in deze richtlijn mag worden opgevat als een beperking of afwijking van de rechten en procedurele waarborgen die voortvloeien uit het Handvest, het EVRM of andere toepasselijke bepalingen van het internationale recht of het recht van lidstaten en die een hoger beschermingsniveau bieden.
Artikel 15

Omzetting

1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 27 november 2016 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.
2. Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor de verwijzing worden door de lidstaten vastgesteld.
3. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.
Artikel 16

Verslag

Uiterlijk op 28 november 2019 dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in, waarin wordt beoordeeld in hoeverre de lidstaten aan deze richtlijn hebben voldaan, inclusief een beoordeling van de toepassing van artikel 3, lid 6, juncto artikel 8, leden 1 en 2, indien nodig vergezeld van wetgevingsvoorstellen.
Artikel 17

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 18

Adressaten

Deze richtlijn is overeenkomstig de Verdragen gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Straatsburg, 22 oktober 2013.
Voor het Europees Parlement
De voorzitter
M. SCHULZ
Voor de Raad
De voorzitter
V. LEŠKEVIČIUS
(1) PB C 43 van 15.2.2012, blz. 51.
(2) Standpunt van het Europees Parlement van 10 september 2013 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 7 oktober 2013.
(3) PB C 295 van 4.12.2009, blz. 1.
(4) PB C 115 van 4.5.2010, blz. 1.
(5) PB L 280 van 26.10.2010, blz. 1.
(6) PB L 142 van 1.6.2012, blz. 1.
(7) PB L 190 van 18.7.2002, blz. 1.
(8) PB C 369 van 17.12.2011, blz. 14.
BELGA news agency
Nieuw licht op het ‘financieel brokkenparcours’ van Leopold II
Edited: 201308270900
De Standaard | 27/08/2013 om 16:44 door jta | Bron: Belga
Historicus Geert Leloup (UGent en Rijksarchief) schetst in zijn doctoraat over het Rekenhof hoe de instelling van de oprichting in 1830 tot aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog evolueerde van een soepele instelling naar een log bureaucratisch apparaat, en hoe de politisering haar intrede maakte. Wat vooral in het oog springt in het onderzoek is de passage die het financiële beleid van Leopold II als vorst van Congo-vrijstaat belicht.

België en Congo vormden aanvankelijk twee afzonderlijke landen die één koning deelden. In 1890 diende Leopold II echter een beroep te doen op steun van de Belgische overheid om ‘zijn Congo’ overeind te houden. In ruil verwierf de Belgische regering inzage in Congolese begrotingen en rekeningen en inspraak in de uitgifte van leningen.

Even dreigde het voor Leopold II helemaal mis te gaan, toen de Belgische regering kritiek uitte op een bijkomende persoonlijke subsidie aan Congo, goed voor 750.000 toenmalige Belgische frank. ‘Cruciaal was dat dit bedrag in de aan België voorgelegde rekening plots omschreven werd als een aan Leopold II terug te betalen voorschot’, aldus Leloup.

‘De uitleg van Leopolds medewerker Camille Janssens dat het geen lening was aangezien geen intrest werd geëist, kon Minister van Financiën Auguste Beernaert niet overtuigen. Die liet eenvoudigweg weten dat elke persoonlijke bijdrage van de koning definitief was’, stelt de historicus.

‘De Affaire de Browne de Tiège’

Leopolds privéfortuin kreeg zo onverwacht een zware klap, maar de vorst gaf zich niet zomaar gewonnen. ‘Hij bleef tot 1894 grote sommen in Congo pompen, maar zorgde er nu wel voor dat dit niet in de begrotingen of rekeningen zichtbaar was. De koning kon deze zwendel niet lang volhouden, want Congo slokte veel geld op.’

‘Hoogtepunt was dan ook de Affaire de Browne de Tiège : Leopold II ‘bekende’ eind 1894 dat hij zonder medeweten van de regering bij deze Antwerpse bankier een lening van 4,5 miljoen frank had afgesloten tegen een woekerrente en met een deel van Congolese grondgebied als onderpand, terwijl het geld eigenlijk van de vorst zelf afkomstig was. Om deze ‘lening’ af te lossen, kreeg hij vervolgens extra geld van België, wat in combinatie met de groeiende Congolese opbrengsten tot grote winsten leidde, winsten die de Leopold ook liet wegsluizen.’

Leloup wijst erop dat het daar niet bij bleef. ‘Congo was al die tijd verboden terrein voor het Rekenhof, zelfs indien Leopolds koloniale avonturen indirect repercussies hadden op de Belgische overheidsfinanciën.’

Hoewel de belangrijkste gegevens met betrekking tot de Congolese financiën al gekend waren, onder meer door het baanbrekend onderzoek van wijlen professor Jean Stengers (ULB), is het de eerste keer dat deze feiten meer in detail onderzocht werden. De inventaris van Geert Leloup van het voordien ontoegankelijke archief van het Rekenhof - zo’n 325 strekkende meter tot 1939 - opent bovendien nieuwe onderzoeksmogelijkheden.


raadpleeg de nota van het Rijksarchief
Daily Record / White Ribbon Scotland
One in four young Scots believe rape victims are partly to blame if drunk or dressed 'provocatively' when attacked
Edited: 201308140001
A QUARTER of young people in Scotland believe that a rape victim is partly to blame if she was attacked when she was drunk or dressed “provocatively”.

The shocking attitude was revealed among 16 to 24-year-olds in a new survey of our nation’s view of violence against women.

One-sixth of all respondents believed that rapists are men who can’t control their sexual urges and a third thinks it’s a woman’s responsibilty to walk out if she is the victim of domestic violence.

Callum Hendry, campaign co-ordinator of White Ribbon Scotland, said the survey results showed drastic action was needed to address ignorant attitudes in Scotland.

He said: “The fact that almost one in four young people believe that a woman can be held responsible for being raped because of her clothing or for being drunk is a huge concern.

“We need to continue to deliver education messages that change this attitude.

“This type of victim blaming prevents women from coming forward for support. We just cannot allow that to continue – it is a disservice to all women.”

The research exposes dangerous myths that exist around the issue of violence against women, which was apparent in all age groups but particularly in youngsters.

Ten per cent of people thought that rapes were carried out by a stranger to the victim while in reality that happens in only eight per cent of cases.

This misinformed view doubled in the 16 to 24 age group.

The survey was designed as a snapshot of attitudes in Scotland, using just less than 2000 people from every local authority.

It is seven years since a similar analysis was conducted north of the border.

The research involved focus groups in Falkirk, Inverclyde and Edinburgh, two of which were with men under the age of 25 and two were conducted with men over 25.

White Ribbon was set up in 2010 to involve men in ending violence against women through education and campaigning.

In the focus groups it found, there was a consensus that “others” raped, not “normal” people and that they had to be “sick”.

The report said: “The idea that it is something abnormal or “sick” can lead people to believe that those around them are incapable of being violent towards women.

“This belief can easily lead to absolving rapists of responsibilty unless they fit a violent or “sick” stereotype, which, as we know, is not the case.

“Such attitudes create an environment in which victims may feel less able to come forward for support as they feel they will not be believed or receive the justice they deserve.”

A commonly held myth was that men raped because they couldn’t control their sexual urges.

The report said: “Believing men are unable to control themselves against subconscious sexual urges implies that they are not entirely accountable for their actions but rather are victims themselves to their needs.”

The truth is that rape is often about power and control over a victim and not about sexual urges.

Much of White Ribbon Scotland’s work exists to combat myths that can blame the victim rather than the perpetrator.

Some of the views in relation to domestic abuse were just as disturbing. A third believe it is a woman’s responsibility to leave an abusive relationship.

The report said this underestimates the trauma, the fear, control and difficulties faced by women in abusive relationships, which create significant obstacles in attempts to escape abuse.

But there was awareness that domestic violence was not only about physical abuse, with only eight per cent believing that was the case.

But 80 per cent thought alcohol and drugs caused men to be violent to their partners, which detracts from the abuser’s responsibilty for his actions and the fact that domestic violence is about maintaining power and control over victims.

Lily Greenan from Scottish Women’s Aid said she was encouraged that respondents realised that domestic abuse could be mental and verbal torture, not just physical abuse.

But she said: “Victim blaming stops women reporting it. It stops them from seeking support and it stops them from getting justice. We need to work with young people to change the question from ‘Why does she stay?’ to ‘Why does he abuse?’.”

When asked if the purchase of sex or sexual images can create harmful attitudes towards women, two-thirds agreed it did. Linda Thompson from The Women’s Support Project said she was heartened to find most people agreed that prostitution and pornography were damaging.

She said: “This highlights that men and women are aware of the wider potential cultural impact of the opportunity to buy sexual activity from, and view sexual images of, women on how women are viewed and treated.”

The report also gives a fascinating insight into how society views masculinity – there was still a view of men as being stereotypically macho.

Seven in 10 associated the word “control” with men, eight in 10 said they were expected be physically strong and two-thirds said they should be viewed as powerful.

Yet only three in every hundred thought they should be emotional and five per cent thought they should be sensitive.

The report said: “This narrow view of masculinity is reflected in the difference in how young boys and girls are spoken to as they grow up, and even in how products are marketed.

“The emphasis on physical strength and the lack of emphasis of sensitivity may influence how men behave in relationships and towards women.”

Almost 90 per cent of people agreed that sexual inequality contributes to a society where violence against women is acceptable.

And 97 per cent said everyone in society shared a duty in ending violence against women.

The report recommends that campaigning on issues such as gender gaps in pay and sexual inequality could help change the attitudes that perpetuate violence.

It suggests parents should be targeted to encourage them to educate children about sexual inequality, preventing violence and sexual consent.

It also emphasises the need to redefine its definition of masculinity and encourage men to stand up against violence and change controlling behaviour.



Read the full report here
paperjam
Experta Luxembourg: Giuliano Bidoli: « Les clients recherchent des structures qui leur permettent d’avoir l’efficience fiscale.»
Edited: 201304241600
Si 2013 s’inscrit encore à l’encre noire, les perspectives pour 2014 semblent plus positives. Giuliano Bidoli, head of tax au sein d’Experta, voit matière à relancer la machine, avec plus que jamais l’excellence en point de mire.

Monsieur Bidoli, la crise a, dit-on, modifié les demandes des clients. Comment percevez-vous la situation ?

« Oui, la crise a rendu la clientèle plus exigeante. Ses demandes sont plus spécifiques, elle sait ce qu’elle veut et prend son temps afin de comparer, notamment, la qualité des services des différents prestataires. Les clients sont également bien plus regardants sur les prix : lorsqu’ils paient, ils veulent pouvoir contrôler l’avancement et la qualité des services. Aujourd’hui, les fiduciaires du Luxembourg pâtissent encore trop d’une mauvaise réputation née du travail douteux de quelques petits acteurs du marché. L’amalgame, facile entre Chypre et le Grand-Duché, fait par certains, prouve que cette réputation est encore vivace. Pourtant, une majorité d’acteurs travaillent en toute transparence, respectant les principes fiscaux et les normes législatives. De toute manière, les clients recherchent des structures qui permettent d’avoir l’efficience fiscale et de dormir sur leurs deux oreilles. Enfin, on constate une concentration des prestataires sur le marché : regrouper toutes les compétences nécessaires sous un même toit permet de mieux répondre aux exigences des clients.

Comment voyez-vous l’évolution à court et moyen termes ?

« 2013 sera encore une année difficile. J’utiliserais le terme de turnaround pour la définir. Je pense que, pour passer ce cap, il faut changer les mentalités quant à la façon de travailler, il faut se remettre en question, ne plus se reposer sur ses acquis. Certains domaines connaîtront un exercice plus difficile que d’autres. Dans le private equity par exemple, les entreprises réfléchissent à deux fois avant de faire des investis­sements. Notre secteur devrait, pour quelques mois encore, avancer dans le brouillard. Mais j’espère que l’activité connaîtra un nouvel élan en 2014. Les soubresauts sont là. Par exemple, le Luxembourg a d’ores et déjà mis en place de nouvelles réglementations concernant le family office. L’AIFMD a été transposée au Luxembourg bien avant les autres pays et pourrait à terme attirer des fonds qui, pour le moment, sont essentiellement basés à Jersey et Guernesey.

Recherchez-vous actuellement des profils particuliers ?

« Nous avons besoin de bons comptables, de juristes et de fiscalistes. De plus, comme nous nous dirigeons de plus en plus vers des véhicules régulés, nous cherchons également des comptables de fonds. Dans tous les cas, pour nous, il est important que des spécialistes soient opérationnels dès le deuxième jour. De tels professionnels sont, avouons-le, peu évidents à trouver. Ce n’est donc pas un hasard si les délais de recrutement augmentent et que nous multiplions les entretiens et les tests divers. Parfois en vain. Nous ne trouvons pas de comptable sachant parler l’allemand, par exemple.

Que modifier ici pour que l’économie reprenne sa marche en avant ?

« Même si je peux comprendre le gouvernement luxembourgeois, je pense que l’augmentation de l’impôt minimum n’est pas une bonne chose, car cette disposition réduit fortement la volonté d’implantation d’une certaine catégorie de clients, PME et TPE essentiellement. Il aurait peut-être été plus judicieux de pousser sur la substance exigée lors­que l’on crée une société, pour permettre aux sociétés de s’implanter effectivement. Je pense que l’État doit passer par cette étape, peut-être pas facile à mettre en place. Mais il faut insuffler un changement qui aura des répercussions positives sur le marché.  »