Search our collection of 11.955 BOOKS

Author
Title
Publisher
Keywords
Booknr

Search our 2.878 News Items

INDEX AUTHORS


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

We found 15 books

We found 264 news item(s)

BOGAERTS Rudy (hoofdredacteur)
PAF! (nr 001), [Verhofstadt Guy]
Eerste nummer van dit satirisch weekblad (van rechtse signatuur), gedateerd 6/1/2005. Gedrukt op krantenpapier, tabloid-formaat, 12 pp. Bevat op p. 1 een artikel waarin beweerd wordt dat premier Guy Verhofstadt reeds twee keer betrapt werd op overspel. Het blad doorbreekt hiermee de muur van stilte: het gerucht doet bij insiders dan al een jaar lang de ronde. De titel van het blad refereert aan die van het Brusselse satirische blad 'Pan'. Dit soort bladen doorbreekt het spel van de stilzwijgende medeplichtigheid (la complicité tacite) tussen pers en politiek. Officieel worden ze niet ernstig genomen, binnenskamers zijn ze gevreesd. ? Het nieuws (?) werd op 20050121 overgenomen door 'BrusselsNieuws. ? Ook Antwerpse blad 't Scheldt' nam het bericht over en gaf iets meer details. ??? 24/10/2007 (LVB.net). In Brussel overleed gisteravond op 62-jarige leeftijd Rudy Bogaerts, uitgever en hoofdredacteur van het Franstalige satirische weekblad Père Ubu. Beroepshalve was de man privéleraar, en één van zijn bekendste leerlingen was Prins Laurent. Bogaerts was een boek aan het schrijven, "Le Fossoyeur de la Monarchie", dat binnenkort zou verschijnen en waarin hij vooral Jacques van Ypersele de Strihou, de kabinetschef van de koning, op de korrel nam. Bogaerts was een workaholic en had al enige tijd van zijn dokter de raad gekregen om het wat rustiger aan te doen. Maandagochtend kreeg hij een hartaanval, waaraan hij gisteravond overleed. Begin 2005 probeerde Bogaerts een Nederlandstalig zusterblad van Père Ubu op de Vlaamse markt te lanceren onder de naam "PAF!". Het initiatief hield het maar enkele maanden uit. Over de reden van de mislukking verklaarde Bogaerts dat Guy Verhofstadt bij de distributeur was tussengekomen om de verspreiding van het blad in Vlaanderen te verhinderen, een beschuldiging die hij evenwel niet kon hardmaken. Bogaerts was als uitgever van Père Ubu het voorwerp van talloze rechtszaken, meestal aangespannen door politici van PS-signatuur, die hij meestal ook won.
€ 20.0

BUY

DE ROOVER Peter (hoofdredacteur), RUYS Manu (columnist)
PUNT: weekblad voor feiten, duiding en debat, 1ste jaargang, nr 1, 6 februari 2002
Magazineformaat, 66 pp. , prijs per nr 2,50 EUR. Guy Verhofstadt op de cover. Bevat artikel over de Ijzeren Rijn (sc). Algemeen directeur = Dirk Melkebeek
€ 10.0

BUY

DE SMET Gustave, VANBESELAERE W. (hoofdconservator KMSKA), e.a.
Gustave de Smet. Retrospectieve tentoonstelling 1/7 - 3/9/1961. Catalogus Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen.
Geïllustreerde softcover (Vrouw met blauwe sjaal - 1935), 4to, 172 pp. Reproducties en foto's in kleur in ZW en enkele in kleur. Met verzamelde kunstkritieken. Met chronologie, bibliografie, chronologisch opgebouwde catalogus met 373 items. Dit is één van de 100 genummerde exemplaren: nr 92. Gustave/Gustaaf De Smet (Gent, 21 januari 1877 – Deurle, 8 oktober 1943) was een Vlaams kunstschilder. Samen met Constant Permeke en Frits Van den Berghe behoort hij tot de grote drie van het Vlaamse Expressionisme.
€ 20.0

BUY

VAN DE WALLE Werner (hoofdredacteur), DECAVELE Johan, VERMAUT Claudia, DE JONGE Pit, e.a.
RUIMSCHOOTS, Nautisch & Sociaal Nieuws, driemaandelijks tijdschrift
Jaargangen 2001-2006: 1 (nrs 2, 3, 4), 2 (nrs 1, 2, 3, 4), 3 (nrs 1, 2, 3, 4), 4 (nrs 1, 2, 3, 4), 5 (nrs 1, 2, 3, 4), 6 (nrs 1, 2). Elk nummer bevat 32 pp. Noot LT: dit is de voortzetting van het tijdschrift "Steenschuit". We putten uit de rijke inhoud van dit goed gemaakte en rijk geïllustreerde tijdschrift: Opleidingsschip Mercator; Baasrode herleeft; Veren in Vlaanderen; Platbodems: een klein lexicon; VOC-Schip Duyfken: vierkant getuigd; 50 jaar na de ramp (overstroming 1953); De barge naar Gent; Oostende viert (visserij)feest; Tolerant gaat weer aan land; Oostende belegerd; Antwerpen en de tall ships; Loodsen op de Rijn; Steenschuit bouwt steenschuit; Loodsen op de Schelde; Denderen in september; 200 jaar Trafalgar. Bevat o.m. historische bijdragen van Johan Decavele
€ 75.0

BUY

VAN DER KELEN Leon K. (Hoofdcommissaris voor gerechtelijke opdrachten bij het parket te Gent)
De strafrechtelijke tussenkomst der parketten bij onregelmatigheden in erfenissen en testamenten
Pb, in-8, 259 pp.
€ 25.0

BUY

The covers of the following books are not yet photographed

CLARK Peter, BLOCKMANS Wim (hoofdred.), BOONE Marc, Ontwikkeling van de Stad. De wording van Europa., Weert, M&P, 1992.

DE BERSAQUES J. Prof. (afdeling huidziekten UZ Gent), Een visuele geschiedenis van dermatologie en mycologie. De kunst van het kijken., Beerse , Janssen Pharma (sponsor van de uitgave), s.d..

DE MERODE Alexandre prins, DE LICHTERVELDE Emmanuel graaf, SCHAFFERS Isabelle (Hoofdredactie), De Woonstede door de Eeuwen Heen (driemaandelijks tijdschrift) 13 nummers, Brussel, Koninklijk Vereniging der Historische Woonsteden van België v.z.w., 1985-1991.

INDEUROP Clio (hoofdredactie), Geschiedkundige Encyclopedie Indeurop: Frankrijk - Volumes 2, 3 en 4 (=onvolledig!), Veldwezelt-Maastricht-Milaan, Indeurop, 1957.

INDEUROP Clio (hoofdredactie), Geschiedkundige Encyclopedie Indeurop: Italië - 4 volumes (=volledig!), Veldwezelt-Maastricht-Keulen, Indeurop, 1963.

INDEUROP Clio (hoofdredactie), Geschiedkundige Encyclopedie Indeurop: Italië - enkel Volumes 2 en 4, Veldwezelt-Maastricht-Keulen, Indeurop, 1963.

INDEUROP Clio (hoofdredactie), Geschiedkundige Encyclopedie Indeurop: Iberia (Spanje en Portugal) - enkel deel II, Antwerpen, Indeurop, 1964.

Nationale Belgische Dienst voor Toerisme. Afdeling Koloniaal Toerisme., De nationale parken van Belgisch Kongo, Brussel, Nationale Belgische Dienst voor Toerisme. Afdeling Koloniaal Toerisme., 1938.

ONS ERFDEEL 1/75, DEJONGHE Huib, ONS ERFDEEL 1/75, bevat o.m. De BRT en de alternatieve zuilen (derden, gastprogramma's), Rekkem, Ons Erfdeel, 1975.

PAUWELS Luc (hoofdred.), Teksten, kommentaren en studies. Kultureel Tijdschrift. 16e jaargang. Nr. 73-74. 1994. "Hoezo Multikultureel?", Antwerpen, Deltapapers, 1994.

Trump wil ruimteleger
Edited: 201806190944
Trump wil dus loskomen van territoriale imperatieven (basissen op de continenten, vliegdekschepen) en het onderhouden van vazalstaten.
Elk land van de planeet wordt aldus een mogelijk doelwit en binnen enkele seconden kunnen de communicatiesatellieten van de tegenstrever worden uitgeschakeld.
Met een geostationair kanon komt een nieuwe dominantie tot stand en hangt het zwaard van Damokles letterlijk boven de hoofden van niet-bevriende staten.
Dat de USA over de technologische capaciteit beschikt, leidt geen twijfel.

Pro memorie: de dampkring is zo'n 1000 km dik en alle doelwitten komen in de ruimte-optie dus dichterbij te liggen, veel dichter dan voor intercontinentale raketten het geval is. De stuwkracht van raketten kan aanzienlijk verminderd worden omdat de aantrekkingskracht van de aarde als magneet functioneert.

Vergelijk deze strategie van Trump met die van Ronald Reagan in 1983, het zgn. Star Wars programma.
LT
Na de Brexit blijven er 73 zetels in het Europarlement leeg. Of toch niet?
Edited: 201801260255

Straatsburg, 15 juli 2017
(...)
François: Dan kunnen we de kosten verlagen.
Ulrich: Allez François, dat laten we toch niet gebeuren. We eisen die bijkomende zitjes op en verdelen ze.
François: Maar waarom?
Ulrich: Héwel, een politicus is na twee à drie jaar al behoorlijk aangebrand in ons land. Deals, verdachtmakingen, sexschandaaltje, ... Ge kent dat hé.
We moeten die gasten toch ergens kunnen parkeren.
François: Ja, eigenlijk hebt ge gelijk. Bij ons is dat 't zelfde.
Ulrich: Héwel dan, dat is dan afgesproken. Pakt gij ook nog een cognac?


TESSENS Lucas / MERS
Ongelijkheid meten? Doe het dan tegoei !!!
Edited: 201712141051
De Tijd van vandaag heeft het over een studie van de KU Leuven waaruit blijkt dat de ongelijkheid in België niet toeneemt. De studie van Piketty wordt daarmee tegengesproken, aldus de onderzoekers en De Tijd.
De conclusie is totaal ONWAAR.
Immers, de onderzoekers meten enkel het INKOMEN.
Het VERMOGEN blijft volledig buiten de analyse. Wel is er een verwijzing naar de voorlopige resulaten van Du Caju (2016), maar ook daar zijn vraagtekens bij te plaatsen.
Als De Tijd een kwaliteitskrant wil zijn, dan moet hij doordachte en volledige informatie brengen, geen 'geprepareerd' voeder.

Want, wat blijkt ook: de vergoedingen van grootverdieners worden vaak (en meer en meer) na facturatie uitbetaald aan managementvennootschappen en die bedragen worden niet meegeteld in de 'studie'; ze komen immers niet terecht in de inkomensmassa. Het verhaal van oude appelen en nieuwe citroenen.




Wij zonden deze reactie ook naar de hoofdredactie van De Tijd.
Tegelijk stelden wij vast dat de Contactpagina van De Tijd niet werkt.

Hieronder vindt u de Leuvense Economische Standpunten:


hier vindt u wat meer informatie en boeken over ongelijkheid
nws
Donald Trump erkent Jeruzalem als hoofdstad van Israël
Edited: 201712062133
Avaaz
stop de ivoorhandel. Laat je stem horen !
Edited: 201712031035










Europa heeft net een openbare hoorzitting gelanceerd over een totaalverbod op ivoorhandel!

Geldbeluste ivoorhandelaren doen hun best om de handel levend te houden, maar als we massaal oproepen tot een verbod kunnen we dit winnen.

Avaaz zal onze reacties via de officiële weg inzenden. Iedere stem telt! Door genoeg reacties in te sturen kunnen we een verbod op de ivoorhandel afdwingen -- en voorkomen dat deze prachtige dieren uitsterven.



stem hier door een simpele klik
HLN
Karel De Gucht schrijft monarchie-onvriendelijke column in HLN
Edited: 201712012302
De Rijkste Belgen schrijft hierover vandaag:
"Het Belgische koningshuis is voorbijgestreefd en zinloos. En katholiek daar bovenop. Daarmee is de column samengevat die de vroegere Belgische minister van Buitenlandse Zaken, Europese commissaris, logebroeder en liberale politicus Karel De Gucht vandaag publiceert in de krant Het Laatste Nieuws. Hij kant zich daarmee meteen tegen alle Europese koningshuizen. "Erfelijke macht, invloed en aanzien zijn niet meer van deze wereld en zijn fundamenteel niet-democratisch." aldus De Gucht. (...)"
Iedere insider weet dat zoiets niet ongestraft blijft. Achter de schermen en in de krochten van de macht ratelen de raderen om de onverlaat mores te leren, tot in de derde generatie van zijn nageslacht ...

nws
Europa gaat optreden tegen de slavenhandel in Lybië. De slaven worden gerepatrieerd.
Edited: 201711302229

KLIK HIER: 19 werken over slavernij die duidelijk maken dat dit verfoeilijke wereldomvattende fenomeen van alle tijden is

Het dossier van de slavernij is ranzig en nog steeds een taboe.
Afrika is in de geschiedenis hard getroffen door de slavenhandel. De Europeanen en de Amerikanen haalden er voordeel uit, vaak met de medeplichtigheid van Arabieren en corrupte stamhoofden of bendeleiders, die er een riant inkomen uithaalden.
De lotgevallen van de zwarten in Congo zijn bijzonder schrijnend geweest ten tijde van Leopold II. Van slaaf werden zij 'gepromoveerd' tot dwangarbeiders ... voor rubber en ivoor.
Uit tal van geschriften en getuigenissen blijkt steeds weer dat een strijd tegen de slavenhandel andere - meer lucratieve - doeleinden nastreefde. Laat ons hopen dat het die richting niet uitgaat.




zie ook onze nota over de olievelden in Libië
FD
Nederland: huizenverkoop piekt
Edited: 201711221051
Het Nederlandse Kadaster maakte afgelopen vrijdag al bekend dat er in oktober 20.143 verkochte woningen zijn geregistreerd. In de eerste tien maanden van 2017 zijn 195.815 huizen verkocht. Dat is ruim 14% meer dan in dezelfde periode van 2016.
Waarom dat zo is, is niet duidelijk.
Wie verkoopt aan wie evenmin.
Is er een verschuiving naar meer huren?
Hebben we te maken met een verder groeiende concentratie van vastgoed in de handen van weinigen?
TESSENS Lucas
MERS start met de ontsluiting van het archief van de Vlaamse Media Maatschappij (VMM), de aanloop tot de Vlaamse Televisie Maatschappij (VTM).
Edited: 201711211640




De archivalia worden gescand en in PDF gepresenteerd op onze website (News Items).
MERS wil hiermee de archiefstukken veilig stellen voor verder onderzoek.
Bedenk dat in de jaren tachtig van vorige eeuw quasi alle documenten uitgetikt werden op een typmachine. Van een digitaal archief was dan ook geen sprake.
De kwaliteit van de originele stukken is in een aantal gevallen middelmatig tot slecht. Dat heeft vele oorzaken: beïnkting van het gebruikte typmachinelint, faxen op termisch papier, slechte kwaliteit van telexberichten, slecht gemaakte copies, minderwaardig fotopapier, etc.
Inhoudelijk is het archief rijk. De stukken tonen aan hoe moeilijk het is geweest om eensgezindheid te krijgen binnen de uitgeversgroep (dag- en weekbladen) om in te stappen in de wereld van de commerciële televisie.
Parallel hiermee diende het volledige wettelijk kader (federaal en gewestelijk) te worden geschapen om commerciële TV mogelijk te maken. De inspanningen van de ene lobby-groep werden teniet gedaan door de andere. Bovendien zaten verschillende fracties van eenzelfde groep niet op dezelfde golflengte. Dat was waar binnen de politieke partijen, binnen de dagbladgroepen, de BRT, de vakbonden, ... De weekbladen vormden een uitzondering: zij zaten vanaf 1980 op eenzelfde lijn. Die lijn evolueerde van anti-BRT-reclame naar radicaal pro-commerciële TV in handen van de uitgevers. En dat terwijl de weekbladpers in het begin nauwelijks aan de bak kwam als gesprekspartner voor de regering. De dagbladuitgevers en de BRT bezetten in 1980 nog het forum en de lobby-kanalen.
Een voortdurende dreiging vormde de mogelijke marktbezetting door een Vlaams RTL-kanaal.
Ook het aantal kanalen op de kabel (teledistributie) dreigde uitgeput te raken door de opkomst van satelliettelevisie.
De hele discussie werd dan nog doorkruist door de financieringsperikelen van de openbare omroep en de eis voor de volledige ristornering van het kijk- en luistergeld naar de Gemeenschappen. Zolang dat laatste niet was gebeurd, kon de Vlaamse overheid tegenover de BRT argumenteren dat er een geldgebrek was.
In diezelfde periode kwam ook de Mediaraad tot stand.
Hiermee is voldoende aangeduid hoe complex en chaotisch de aanloop tot VTM wel is geweest.






Voor een stukje van de politieke historiek verwijzen wij naar een tijdlijn die aantoont dat VTM in een wel heel unieke periode tot stand kwam: de socialisten stonden op alle fronten buitenspel.

Nieuws en commentaar Lucas Tessens
Brussel: vernieling en plundering op de Lemonnierlaan. Geen aanhoudingen.
Edited: 201711122247
De Staat faalt ... en nog wel in zijn basisopdracht: veiligheid.
De overwinning van het Marokkaanse voetbalelftal brengt geen elfen maar vandalen op de straat. De hamvraag: Is dit georchestreerd? Door wie? Tegen wie? Met welk doel?


Een juridisch staartje?
Mogen de getroffen burgers troost en verheffing vinden in het decreet van 2 oktober 1795:


De gemeente is inderdaad, ingevolge het decreet van 10 Vendémiaire jaar IV verantwoordelijk voor de schade aan personen en eigendommen, welke gewelddadig door samenscholingen veroorzaakt wordt. Uit de berichtgeving over de plunderingen blijkt geenszins dat de politiediensten overmand waren door het aantal plunderaars en vernielers. Mocht dat wel het geval zijn - en de Brusselse overheid zal ongetwijfeld in een eventuele rechtszaak deze omstandigheid trachten in te roepen - dan zou Brussel zich kunnen beroepen op overmacht (W. 19190510, art. 2, in fine) en de benadeelden in de kou laten staan. (REF MERS: 19320022:74(n2), 151-152)
Tenslotte rijst bij dit alles voor de zoveelste keer de vraag naar het deficit in de politionele paraatheid ingevolge de versplintering van de hoofdstad in 19 gemeenten en 6 politiezones. Maar dat is politieke koek. Politici die verklaren dat zij hun verantwoordelijkheid zullen opnemen, debiteren een ingestudeerd adagium zonder concrete gevolgen op het terrein.
Onveranderlijk gaat het over hun vermeende bekwaamheid, hun nietsontziende doeltreffendheid, hun 'bewezen' expertise en dossierkennis, hun niet aflatende inzet, hun voortreffelijkheid, de plannen die in de steigers staan, het ongelijk van de andere, ... In wezen gaat het om hun machtsbastion en de herverkiesbaarheid van hun eigenste zelf.
In het Kunstmuseum Bern en de Bundeskunsthalle in Bonn loopt van 2/11/2017 tot 4/3/2018 een tentoonstelling rond de Cornelius Gurlitt verzameling, geroofde kunst.
Edited: 201711021224
boekhandelaar en collega Hugo Boelaert (1949-2017) overleden. R.I.P.
Edited: 201710231461



Misschien schuilde er onder die harde bast toch een goed mens
Maar ik heb de barst in die bast niet gevonden
Zo zijn wij vreemden gebleven op hetzelfde narrenschip
Op weg naar de onvermijdelijke klippen
Daphne Caruana Galizia, Maltese journaliste, vermoord met bom onder haar wagen
Edited: 201710162061
Zij durfde het aan het Maltese establishment - waaronder de premier - in verband te brengen met The Panama Papers.
Haar blog bepaalde mee de publieke opinie en dan ben je niet veilig.
Duitsland: regeringspartijen verliezen verkiezingen, AfD wint; SPD wil in oppositie
Edited: 201709252158
Nieuws
besnijdenis jongens is aantasting fysische integriteit, vindt Comité voor Bio-Ethiek
Edited: 201709201240
De kosten van de besnijdenis mogen niet terugbetaald worden door de gemeenschap.
In feite gaat het hier om een strijd tussen de rechten van het individu en de dogma's van de religies. En eens temeer is het seksuele in het geding.

De Standaard tekende volgende uitspraak van Michael Freilich (hoofdredacteur Joods Actueel) op: 'Besnijdenis raakt aan de kern van ons geloof.'
Als dat waar is dan vormt een ritueel dus een essentieel bestanddeel van het joodse geloof. Ik moest het nog even herfraseren om de ware draagwijdte van die uitspraak tot me te laten doordringen.
Ofwel is de uitspraak uit zijn context gerukt, ofwel is de uitspraak onwaar, ofwel is uitspraak waar maar dan is ze absurd.
Voor de evolutietheorie is de naam van het schip waarmee Darwin reisde niet essentieel.
LT
Noord-Korea: geen militaire doelwitten
Edited: 201709042209
In het conflict dat Noord-Korea uitlokt en ondergaat is er geen sprake van militaire doelwitten. Het uitgangspunt lijkt wel een totale oorlog te zijn waarbij de gehele bevolking van de tegenstander van de kaart wordt geveegd.
De beeldvorming van Noord-Korea is die van een staat waar bevolking, leger en leider één zijn, versmolten tot één monolitisch blok. Daar zorgen de eigen staatsmedia voor en de westerse media volgen: als er slachtoffers vallen zullen ze allen schuldig zijn.
In die zin gelijkt de beeldvorming op die van Nazi-Duitsland: ein Volk, ein Land, ein Führer.
In zo'n constellatie is het platbombarderen van Noord-Korea schijnbaar geoorloofd want het zijn allen soldaten. Erger nog, het zijn communistische soldaten.
Ook tijdens de Viëtnamese oorlog werd die logica toegepast om tapijtbombardementen met napalm goed te praten.
LT
De romaanse toren van het Sint-Annakerkje van Oud-Heverlee, Vlaams-Brabant
Edited: 201708151145

Van dit kerkje uit de 11de eeuw is enkel de toren bewaard.
In 1758 sloopte men het hoofdgebouw.
Buitenrestauratie in 1992.
Binnenrestauratie in 2001.
De Sint-Annakerk is bij de KB's van 25/3/1938 en 26/2/1980 wettelijk beschermd als monument.
eieren: als de productie massaal is, is de vergiftiging mondiaal en moet de leugen dat ook zijn
Edited: 201708120050



Eerst eten we hun vergif en daarna gaan we hun verlies bijpassen.
De logica is steeds dezelfde: privatisering van de winsten, collectivisering van de verliezen.

Erg is het wanneer het Voedselagentschap (FAVV) zegt te hebben gezwegen omdat er een gerechtelijk onderzoek van het parket loopt. Wie heeft die larie in de nek gedraaid van de ongelukkige woordvoerster?

En ik hoor de advocaat van de betichte (binnen een jaar of acht) al pleiten: "Mijn cliënt is aan dit proces moeten beginnen in een sfeer van verdachtmaking door de media. Ik eis de vrijspraak." Vrijspraak. Baf!
Dan wordt er beroep aangetekend door het OM. Dan stilte. En dan verjaart de zaak.
Tegen die tijd bent u langzaam doodgegaan aan asbestose en fijn stof uit versjoemelde diesels.
LT
De hoofdkerk van Veere
Edited: 201707231430
Nieuws
Lijkdienst voor Helmut Kohl in Europees Parlement
Edited: 201707011361
Ik vraag me dan af: welk precedent wordt hier gecreëerd? Voor welke staatshoofden en regeringsleiders zal dit nog worden toegepast?
LT
Macron en Le Pen in tweede ronde voor presidentsverkiezingen
Edited: 201704232001



source: Ministère de l'Intérieur


Onze vroege pronostiek van 5 februari is uitgekomen. Zie ons bericht

De parlementsverkiezingen van 11 en 18 juni 2017 zullen duidelijk maken in hoeverre het politieke landschap van Frankrijk is hertekend.
In ieder geval is het klaar dat Frankrijk nu ook een centrumpartij (of liever een centrumBEWEGING) kent, 'En Marche'. Niet toevallig zitten de initialen van Emmanuel Macron erin. De aanduiding van een premier én de samenstelling van de nieuwe regering zijn evenementen van cruciaal belang om tot een gefundeerde evaluatie te komen.
Het uiteenspatten van de Parti Socialiste is een kwestie van weken. Aan de rechterzijde is de rol van Fillon uitgespeeld en moeten Les Républicains op zoek naar nieuwe, jongere kopstukken zonder boter op het hoofd. Bij die keuze lijkt het gespin van Sarkozy door een meerderheid te worden afgewezen.
Met een opvallend resultaat (19,58%) trekt Jean-Luc Mélenchon (La France Insoumise) een wissel op de toekomst en het is niet uitgesloten dat hij in 2022 de tweede ronde haalt. Hij zal dan 71 zijn. Zijn analyse van de socio-economische toestand van Frankrijk wordt door vriend en vijand gedeeld, zijn gedurfde oplossingen vinden minder gehoor. Hij is een gevreesd 'debater' en een uitzonderlijk spreker. In zijn manier van doen ontdek je trekjes van Coluche maar hij maakt foutloos de overgang van spot naar ernst; dan wordt hij Gabin. Vaak in verontwaardiging en uitstekend gedocumenteerd.
Als de nieuwe president er niet in slaagt binnen het jaar resultaten te boeken die opnieuw hoop brengen bij de Fransen, dan is de tijd rijp om de oplossingen van Mélenchon uit te proberen.

Programme Mélenchon 2017
Magnette: geen wapenembargo tegen Saoedi-Arabië
Edited: 201703282122
P.M.: het Waalse gewest is hoofdaandeelhouder van FN Herstal.
dichteres Maud Vanhauwaert: Het is de moeite
Edited: 201702032015
Altena-kapel, Kontich, 3 februari 2017




Wervelende poëzie, een ode aan de woordkunst en aan ... Pessoa. Ik was licht betoverd en geloofde enkele momenten opnieuw in de kracht van cultuur. Bedankt, Maud !
CATHERINE Lucas
Kongo - Een voorgeschiedenis
Edited: 201701312229

Verschenen bij EPO:
Dit is het verhaal van toen Congo nog gewoon Kongo met hoofdletter K heette. Een relaas uit een periode toen men nog geloofde dat kolonisatie vooruitgang betekende en blanken nog een heel andere kijk op zwarten hadden. De hoofdrollen zijn weggelegd voor Brusselaars. Voor Albert Thys, de man die 33 koloniale compagnies stichtte, Joseph Conrad naar the Heart of Darkness haalde en de eerste spoorweg in Kongo aanlegde. Voor burgemeester Karel Buls, die Thys zijn spoorweg mee inhuldigde. Voor journalist Camille Verhé van Het Laatste Nieuws, die in diens kielzog meereisde. Maar er is ook een zekere Marguerite waarop zowel Conrad als Buls verliefd zijn. Plus, niet vergeten: Pieter van den Broecke, die al in 1608 (!) naar Kongo reisde en schreef over zijn ontmoetingen met mens (over de zus van de koning van Kongo: ‘ontbood mij om bij haar te slapen’) en dier (over gorilla’s: ‘kunnen niet spreken, lopen naakt’). Tot slot is er nog een geradicaliseerde bourgeois, Maurice Calmeyn, een van de eerste radicale critici van de Kongo-Vrijstaat. En Stanley, vraagt u? Hij krijgt maar een bijrol. Voor een sensatiejournalist en koloniale held volstaat dat.
meer over Maurice Calmeyn
KAREL CAMBIEN17 JANUARI 2017
ISABEL ALBERS VAN HOT NAAR HER
Edited: 201701171861
De carrière van de West-Vlaamse Isabel Albers in de media maakt gekke sprongen. Maar sowieso blijft het hard gaan. De voormalige hoofdredacteur van De Tijd gaat aan de slag als redactiedirecteur bij Mediafin, uitgever van De Tijd. Terug naar haar oude liefde dus. Ze moet de publicaties vooral digitaal en multimediaal begeleiden. Ze neemt haar nieuwe functie op per 1 februari. Mediafin is de uitgever van de zakenkranten De Tijd en L’Echo en de beleggersbladen De Belegger/L’Investisseur. De positie van redactiedirecteur was vrij sinds Frederik Delaplace op 1 januari Dirk Velghe opvolgde als CEO van Mediafin. Isabel Albers is de voormalige hoofdredactrice van De Tijd maar ging het voorbije jaar aan de slag bij De Persgroep (uitgever van onder meer Het Laatste Nieuws). Isabel Albers is karig met haar commentaar: “Frederik Delaplace vroeg me om hem op te volgen als redactiedirecteur van De Tijd en L’Echo toen hij zelf CEO werd. Ik heb mijn hart gevolgd. Ik zal ook een aantal projecten voor de groep blijven begeleiden.

Haar passage als hoofdredacteur bij Het Laatste Nieuws zal finaal van korte duur zijn geweest. Na amper drie weken werd ze binnen De Persgroep ook overkoepelend zakelijk-journalistiek directeur van Het Laatste Nieuws, De Morgen, Humo en Topics, ofte journalistiek directeur bij De Persgroep, dat voor 50 procent aandeelhouder is van Mediafin. Albers zegt nog dat er bij de Persgroep “een mooi afgerond plan op tafel ligt waarop verder kan worden gebouwd”.

Bron: Made-in-West-Vlaanderen (20170117)

zie ook
GVA
Falcontinnenklooster: restanten blootgelegd
Edited: 201612052343
Antwerpen - Antwerpse stadsarcheologen hebben op de site van het voormalige Zeemanshuis restanten aangetroffen van het Falcontinnenklooster, een klooster uit de middeleeuwen. Dat gebeurde tijdens de voorbereidingen voor het nieuwe stadsproject Falcon dat op die locatie moet verrijzen. De archeologische vondsten zouden onderzoekers meer moeten kunnen vertellen over het dagelijkse leven van de vrouwen die er ooit leefden.

Het ontstond in de 14de eeuw als gasthuis en groeide vervolgens uit tot een omvangrijk ommuurd slotklooster met een kerk, pastorij, kloostercellen, keukens, slaapzaal, tuinen en boomgaarden. Nadat het in verval was geraakt en ernstig beschadigd door een brand, werd het begin 19de eeuw tijdens de Franse overheersing omgebouwd tot een militaire kazerne. Die Falconkazerne werd in 1941 op zijn beurt gesloopt, waarna in 1955 het Internationaal Zeemanshuis er tot de sloop begin 2013 een plek vond. Nu staat er een nieuwbouwproject gepland met woningen, gemeenschapsvoorzieningen en een openbare binnentuin. 
Enkele jaren geleden werden er al muurresten en fundamenten van het oude klooster teruggevonden. Zo werden er onder meer een overwelfde kelder, keramiek, speldjes en een devotiebeeldje uit de 15de eeuw ontdekt.
De opgegraven kloosterfundamenten zijn volgens de stad Antwerpen restanten van de kloosterkerk en enkele bijgebouwen zoals keukens. Daarnaast werden enkele grafstenen van rond de kerk begraven zusters teruggevonden. Alles zal nu in kaart worden gebracht en kleinere opgegraven vondsten zullen naar het stedelijk erfgoeddepot worden overgebracht. Een deel van de fundamenten zal vervolgens weer onder de grond verdwijnen, terwijl de rest afgebroken wordt voor het nieuwbouwproject.
De opgravingen passen in de ruimtelijke ontwikkeling van de wijk tussen het stadscentrum en het Eilandje. De site is niet toegankelijk voor publiek. 
VIER / LT
Jan Jambon in Sint-Jans-Molenbeek (Brussel)
Edited: 201610120006
Jan Jambon, minister van BiZ, nam deel aan een nachtelijke patrouille van de politie van SJM. Die werd gevolgd door de TV-ploeg van VIER in het puike programma Niveau 4.
De hoofdinspecteurs kloegen de straffeloosheid t.a.v. jeugddelinquentie aan en legden de vinger op de wonde: justitie (parket en strafuitvoering) en te weinig gevangeniscellen. Tot 18 jaar plegen jongeren vooral diefstallen en vandalisme; na hun 18de stappen zij in het drugsnetwerk. In dat opzicht zijn er parallellen met de situatie in Napels .
Veel antwoorden had Jambon niet.
Zorgwekkend.
Persbericht Vivaqua
VIVAQUA -2015 in enkele cijfers
Edited: 201606061461
06 juni 2016

Omzet: 292,4 miljoen euro
VIVAQUA heeft onlangs zijn balans voor 2015 voorgesteld. Het jaar is afgesloten met een omzet van 292,4 miljoen euro voor al zijn activiteiten samen: productie en distributie van drinkwater en sanering van afvalwater.

Productie: 135,6 miljoen m³
VIVAQUA is een zuivere intercommunale die actief is in de drie gewesten van het land en drinkwater levert aan ongeveer 2,25 miljoen mensen. In 2015 heeft VIVAQUA 135,6 miljoen m³ water geproduceerd, waarvan 59 % grondwater en 41 % oppervlaktewater. Van de totale productie is zowat 69 miljoen m³ geleverd aan het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, waar VIVAQUA de enige waterleverancier is. 46 miljoen m³ ging naar het Vlaamse Gewest en 17 miljoen m³ naar het Waalse Gewest.

Stabiel verbruik
Het leidingwaterverbruik van de Belgische gezinnen is het laagste in Europa. In het Brusselse Gewest bedraagt het zo ongeveer 96 liter per dag en per persoon. We zijn ver verwijderd van de 122 liter per dag en per persoon van 2002 ... Doordat de Brusselse bevolking elk jaar met ongeveer 1,5 % toeneemt, blijft het totale verbruik wel stabiel, net als de volumes die VIVAQUA levert.

Prijs van het water
Dankzij zijn inspanningen om de kosten te beheersen, heeft VIVAQUA in 2015 de waterverkoopprijs aan zijn intercommunales en gemeenten-klanten op het niveau van 2013 kunnen houden (geen indexering).
Voor 2016 zal deze prijs voor water in 't groot worden beïnvloed door de beslissing van het Waalse Gewest om de belasting op de winning van water dat tot drinkbaar water kan worden verwerkt, jaarlijks te indexeren. Deze automatische indexering wordt van kracht op 1 januari van elk jaar en gebeurt op basis van het indexcijfer van de consumptieprijzen. Voor 2016 stijgt de Waalse belasting van 0,0756 euro/m³ naar 0,0769 euro/m³. Deze verhoging van 0,0013 euro/m³ wordt dus doorberekend in de prijs van het water dat VIVAQUA verkoopt aan zijn intercommunales en gemeenten-klanten. Voor 2016 werd de prijs van het water vastgelegd op 0,8207 euro/m³. Bij deze prijs komt, voor de gemeenten en instellingen die door het verdeelnet worden bevoorraad, nog de prijs voor deze dienstverlening (0,0584 euro/m³).
De Redactie
Pakistan: 15-jarig meisje in brand gestoken in Pakistan
Edited: 201605051254
In het conservatieve dorp Makool in Pakistan is op bevel van een traditionele dorpsraad een meisje van 15 jaar omgebracht. Volgens de lokale politie werd ze ontvoerd, verdoofd en in brand gestoken omdat ze een vriendin zou hebben geholpen om te vluchten met een jongen op wie ze verliefd was.
Het verkoolde lichaam van Ambreen werd teruggevonden in een uitgebrande wagen in de buurt van de stad Abottabad. Een foto van het verkoolde lichaam was viraal gegaan op sociale media.

Eerst werd gezegd dat het slachtoffer mentale problemen had en wellicht zelfmoord had gepleegd, maar onderzoek bracht iets anders aan het licht. Het meisje was van bij haar thuis ontvoerd en bedwelmd. Ze werd vastgebonden op de achterzetel waarna het voertuig in brand werd gestoken. Een plaatselijke man had de pers erover getipt, om zo rechtvaardigheid voor de familie van het slachtoffer te krijgen.

Een groep van zestien mannen had tijdens een vergadering, de zogenoemde Jirga, besloten dat het meisje moest sterven, vertelt een lokale politieman. Veertien van de deelnemers zijn al opgepakt, twee anderen zijn nog op de vlucht. De meesten konden worden opgepakt via de analyse van telefoondata.

Ruim 1.000 slachtoffers per jaar

Hoewel moorden op meisjes en vrouwen wegens "moreel verwerpelijk gedrag" dagelijkse kost zijn in Pakistan, is dit gruwelijke geval groot nieuws op plaatselijke media.

Vorig jaar werden meer dan 1.000 slachtoffers geregistreerd, maar volgens vrouwenrechtenactivisten blijven nog veel gevallen onder de radar. Wetgeving voor betere bescherming van vrouwen zit ondertussen vast in het parlement omdat religieuze leiders hun veto stellen.
news
Panama Papers: BBI betreurt dat het geen volledige inzage krijgt in Belgische luik
Edited: 201604111341
De baas van de Bijzondere Belastinginspectie, Frank Philipsen, betreurt dat de informatie uit de zogenoemde Panama Papers te traag bij zijn diensten terechtkomt.
De Tijd schrijft vandaag (20160411) dat de Gentse gewestelijke BBI-directeur, Karel Anthonissen, reeds in 2009 het mechanisme dat in het Dexia-dossier opdook, heeft aangekaart bij de BBI-top, maar dat die naliet de hele Panama-route bloot te leggen. Anthonissen is de ambtenaar die de zaak tegen Karel De Gucht opende én door de top van Financiën en de BBI gewantrouwd wordt.
KB-Lux
Als we verder terug gaan in de tijd dan merken we dat er reeds in 2000-2001 aanwijzingen waren dat Dexia via Cregem klanten aan buitenlandse constructies hielp. Er liep toen een gerechtelijk onderzoek in Charleroi. De mechanismen vertoonden veel gelijkenissen met die van KB-Lux.
In de KB-Lux-affaire oordeelde het Hof van Beroep (hierin gesteund door het Hof van Cassatie) - na 14 jaar procederen! - dat de bewijzen in de zaak op onwettige manier waren verkregen. De speurders hadden zogenaamd fouten begaan bij het verzamelen van bewijzen. Maar in 2015 werden ze door de correctionele rechtbank vrijgesproken. In een cirkelredenering kan je dan ook zeggen dat de uitspraak van het Hof van Beroep op los zand was gebouwd.

Wellicht spookt bij de protagonisten van de Panama Papers ook die achterdocht tegen justitie door het hoofd en worden de namen in het Dexia-dossier (en de talrijke andere dossiers) om taktische redenen achter gehouden.
Op de kabinetten staat de telefoon niet stil.

9 april 2016: Follow the Money - laatste aflevering van deze reeks op Canvas
Edited: 201604091111
In deze aflevering wordt het energiebedrijf Energreen failliet verklaard. Het middle management wordt 'opgeofferd' en gaat de gevangenis in of pleegt zelfmoord. De CEO, blijkbaar toch slechts een pion in het mondiale bedrog, wordt in zijn vluchtoord aan een zonovergoten kust door de insider/huurmoordenaar uitgeschakeld met één schot in het hoofd en twee in de hartstreek. De officier van justitie van de fraudecel wordt door de minister gemaand het verdere strafonderzoek stop te zetten. Er is immers één procedurefout gemaakt. De ultratop ontspringt de dans.

Nog dit: vanaf een bepaald niveau wordt er bij Energreen geen salaris meer betaald maar zwijggeld.
Niet zo maar een serie ...
Guardian / Wiki
Panama Papers: David Cameron heeft uiteindelijk toegegeven dat hij profiteerde van de in Panama gelegen offshore Blairmore Investment Trust, opgezet door zijn overleden vader.
Edited: 201604081228
zie de lijst van tot nu toe vrijgegeven namen

Koningen, staatshoofden, regeringsleiders, zakenmensen, aandeelhouders, sportvedetten, drugsbaronnen en andere criminelen. De vis rot van de kop af.
VANDER TAELEN Luckas
De grote verwarring. Hoe moeten we reageren op het islamitisch fundamentalisme?
Edited: 201604080856

Publicatiedatum: 8 april 2016
Tekst van de backcover:
Jaren van vrede hebben ons verwend en weerloos gemaakt. We zijn vergeten dat niet alle conflicten op te lossen zijn door een goed gesprek en we weten niet meer hoe we op geweld moeten reageren. De ideologische verwarring is totaal. De opvang van asielzoekers is een morele plicht. Dat staat buiten kijf. Maar de maatschappij zal onvermijdelijk veranderen als grote groepen mensen met radicaal verschillende culturele en religieuze opvattingen opgenomen worden. Wie hoopt dat de problemen zullen verdwijnen met een krachtig voluntarisme à la Angela Merkels ‘Wir schaffen das’, negeert de werkelijkheid. En zorgt er vooral voor dat de blinde xenofobie toeneemt en de steun van de bevolking voor elke vorm van solidariteit afkalft.
13 november 2015 was een mokerslag voor het linkse politiek correcte denken dat de tekens van het groeiende islamitische fundamentalisme niet wou zien uit angst beschuldigd te worden van islamofobie. De ruk naar rechts in de publieke opinie had echter vermeden kunnen worden als linkse partijen het vroeger hadden aangedurfd om het naïeve multiculturele harmoniemodel bij te stellen en de angst van de gewone mens au sérieux hadden genomen. Als ze de problemen in Brussel bijvoorbeeld niet weg hadden gerelativeerd.
Misschien bieden de Parijse aanslagen van november 2015 dan ook een historische kans aan links om zich te herbronnen. De grote verwarring wil daartoe een eerste aanzet geven. Want blijven zweren bij vertrouwde versleten mantra’s zal de nu al danig aangetaste geloofwaardigheid van links helemaal laten verdwijnen.
Dr. Anna Whitelock of Royal Holloway, University of London
Britse monarchie eindigt tegen 2030
Edited: 201604051129
Whitelock voorspelt een golf van kritiek op de Britse monarchie na de dood van Elizabeth II. Noteer dat Elizabeth niet alleen staatshoofd is maar ook de hoogste post waarneemt in de Anglikaanse kerk en in The Commonwealth .
Formeel is de koningin ook eigenares van alle gronden in die staten.
LT
Natalie Nougayrède over de wortels van het terrorisme - Een kleine rechtzetting over Congo
Edited: 201604041422
Nougayrède - voormalig hoofdredacteur van Le Monde - schrijft in een column in The Guardian (overgenomen door De Standaard dd. 20160404) het volgende:
'Men verwijst ook naar het koloniale verleden van Frankrijk. Gilles Kepel, een Franse expert in het domein, heeft het over een 'retrokoloniaal tijdperk', waarin jonge Franse moslims van Noord-Afrikaanse afkomst zich op historische grieven beroepen waar hun ouders of grootouders zich overheen hebben gezet. Maar dat verklaart het probleem in België niet, het land met het grootste aantal Syriëstrijders per hoofd van de bevolking. België heeft immers nooit islamitische landen gekoloniseerd.'
Dat laatste is een sterke (journalistieke) vereenvoudiging van de situatie in Belgisch Congo. Ook in Oost-Congo was er een islamitische minderheid aanwezig.
Zie hierover het flamboyante boek van Léon Anciaux, Le Problème Musulman en Afrique Belge (1949)
Daarnaast moet men niet vergeten dat Leopold II de 'Etat Indépendant du Congo' vestigde onder het mom van het brengen van beschaving en het bestrijden van de Arabische slavenhandel.
Tenslotte: België leverde tijdens de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd Algerijnen in het grootste geheim uit aan Frankrijk; het Belgische asielbeleid van toen was op zijn minst schimmig te noemen. Zie hierover Allah weent om Algiers. Algerije tussen militaire en islamitische dictatuur.
Om jongeren te radicaliseren hoef je geen historicus te zijn. Een samenraapsel van hele en halve waarheden, vermengd met regelrechte leugens en verzwegen gruwelijkheden kan in achtergestelde en ongeschoolde middens de vonk snel doen overslaan. Dat is een constante in de geschiedenis.
ICIJ
The Panama Papers - ICIJ onthult wereldwijde fraude en noemt namen - Terrorisme als rookgordijn?
Edited: 201604041221


Jammer dat het bovenstaande filmpje van ICIJ zo tendentieus is ten aanzien van het conflict in Syrië. De teneur staat haaks op het onderzoek dat ICIJ uitvoerde en waarvan de conclusie luidt: iedereen die aan het conflict verdient heeft boter op het hoofd. Hebzucht (snel en belastingvrij geld verdienen en verduisteren) en niet politiek dicteert de ingenomen stellingen.

Terwijl de hele wereld in de ban is van islamistisch en fundamentalistisch terrorisme, doen de 'superrich' achter de schermen zaken. Fungeert terrorisme als een rookgordijn? De internationale fraude gebeurt in alle gevallen ten koste van de gewone belastingbetaler, de gewone burgers, kinderen, zieken, vrouwen, ...

Na LuxLeaks en SwissLeaks zijn er nu de Panama Papers. De offshoreconstructies komen voor in alle sectoren. (wordt vervolgd ...)
Hostesses Air France willen geen hoofddoek dragen bij landing in Teheran (IRAN). De directie dreigt met sancties.
Edited: 201604022217
Ook de zaak van de hoofddoeken beroert Frankrijk voor de zoveelste keer. Feministe en filosofe Elisabeth Badinter (°1944): 'In tien jaar tijd zijn steeds meer meisjes in bepaalde wijken (in Frankrijk) een hoofddoek gaan dragen. Omdat ze een goddelijke openbaring kregen? Nee, omdat ze meer onder druk staan vanuit streng islamitische hoek.'
De stelling van Badinter is intellectualistisch. Voor zover wij weten komt de druk vooral van jonge mannen die vrouwen zonder hoofddoek op straat lastig vallen en uitschelden.

zie ook de notitite overdress code in islamitische staten
Kertesz Imre
Imre Kertész (Boedapest, 9 november 1929 – aldaar, 31 maart 2016) overleden. R.I.P.
Edited: 201603311412
Hij was een Joods-Hongaars schrijver; hij overleefde de Holocaust en won de Nobelprijs voor de Literatuur (2002). Centraal in zijn oeuvre: De ontmenslijking en de mens die ervoor moet kiezen slachtoffer of dader te worden. De ondergang van Europa.
In het Nederlands vertaald werk:
- Kaddisj voor een niet geboren kind. Henry Kammer, 1994. Uitgever Van Gennep, Amsterdam.
- Onbepaald door het lot. Henry Kammer, 1995. Uitgever Van Gennep, Amsterdam.
- Het fiasco. Henry Kammer, 1999. Uitgever Van Gennep, Amsterdam.
- Ik, de ander. Henry Kammer, 2001. Uitgever Van Gennep, Amsterdam.
- Dagboek van een galeislaaf. Henry Kammer, 2003. Uitgever Van Gennep, Amsterdam.
- Sporenzoeker. Henry Kammer, 2004. Uitgever Van Gennep, Amsterdam.
- Liquidatie. Mari Alföldy, 2004. Uitgever De Bezige Bij, Amsterdam.
LT
Turken reeds lid van de EU - het geval Cyprus
Edited: 201603250106
Cyprus ligt in het noordoostelijk deel van de Middellandse Zee, ten zuiden van Turkije. Het is het grootste eiland (9.251 km²) in die regio, maar tegelijk het op twee na kleinste land van de EU, na Malta en Luxemburg. Cyprus is op 1 mei 2004 lid geworden van de EU als een eiland dat de facto verdeeld is, maar het hele eiland is EU-grondgebied. De Turkse Cyprioten zijn EU-burgers omdat ze onderdaan zijn van een EU-land, de Republiek Cyprus, ook al wonen ze in een deel van Cyprus dat niet door de regering wordt gecontroleerd. Geen enkel land - behalve Turkije - erkent het Turkse gedeelte van Cyprus als staat.


Hoofdstad: Nicosia
Oppervlakte: 9 251 km²
Bevolking: 858 000 (2014)
Bevolking in % van de totale EU-bevolking: 0,2 % (2014)
Bbp: 17,506 miljard EUR (2014)
Officiële EU-talen: Grieks
Staatsbestel: presidentiële republiek
EU-lidstaat sinds: 1 mei 2004
Aantal zetels in het Europees Parlement: 6

Cyprus is lid van de Eurozone.
Cyprus is geen lid van de Schengen-zone.

GOVAERTS Bert
Ernest Claes De biografie van een heer uit Zichem
Edited: 201603221130
Verschenen bij Houtekiet, 39,99 EUR

Op 15 februari 1969 keken 3.800.000 Vlamingen naar hetzelfde tv-programma: de 4de aflevering van het feuilleton Wij, Heren van Zichem. De grondstof voor die serie waren romans en novellen van Ernest Claes (1885-1968). De schrijver, zelf geboren in Zichem, overleed kort voor de opnames begonnen. Op zijn oude dag poseerde Ernest Claes graag als de eeuwig minzame, monkelende verteller, die in zijn leven alleen maar goede mensen was tegengekomen. Maar hij behoorde tot de generatie die twee wereldoorlogen onderging. Behalve schrijver van geliefde volksboeken als De Witte (126 keer herdrukt!), was Claes ook soldaat, krijgsgevangene, politiek militant, belijdend katholiek, ambtenaar, journalist, dagboekschrijver en repressieslachtoffer. Hij zocht zich als Vlaams-nationalist een weg in de woelige twintigste eeuw, langs de afgrond van het fascisme.
Ernest Claes, de biografie van een Heer uit Zichem is een afgewogen portret, waarvoor de auteur kon gebruikmaken van het rijke, nooit eerder onderzochte privé-archief én van het gerechtelijke collaboratiedossier van de man die lange tijd Vlaanderens populairste schrijver was.
news
zware terrroristische aanvallen op Zaventem en metrostel tussen Maalbeek en Kunst-Wet: 11 doden en 35 gewonden in Zaventem, 10 doden en onbekend aantal gewonden in Maalbeek, tientallen gewonden - cijfers lopen nog op
Edited: 201603220825
Het openbaar vervoer (metro, treinstations, trams, bussen) ligt stil in de hoofdstad.
Zaventem-Luchthaven is gesloten voor alle luchtverkeer en vliegtuigen worden afgeleid naar Liège, Charleroi, Deurne en Frankfurt.
Er is een zogenaamde 'lock down' afgekondigd, wat wil zeggen dat iedereen gevraagd wordt binnen te blijven. De 'lock down' werd om 16 uur opgeheven.
Het dreigingsniveau is in de voormiddag op 4 gesteld, dat is het maximum.
De zittingen van de rechtbanken zijn opgeschort.
De nationale veiligheidsraad is in crisisberaad.
Makkelijke toegang tot vertrekhall Zaventem ter discussie.
Vandaag, morgen en overmorgen dagen van nationale rouw.
Aanslagen opgeëist door IS/DAESH.
Politie verspreidt foto van mogelijke daders.


Last update: 201603221745
Na de hoofddoek, de boerka, het onverdoofd slachten, Zwarte Piet, de boerkini, ... nu de Sioux
Edited: 201603171529
Kwestie van u te informeren, natuurlijk ...
Als u ergens een aanstootgevende afbeelding vindt, dan moet u ons dat vooral NIET melden. Ook foto's van Donald Trump nemen we niet op in onze collectie. Filmpjes over Nederlandse voetbalsupporters die in Madrid daklozen vernederen of fonteinen kapot slaan in Rome zijn niet welkom in onze mailbox.
Wij zijn op zoek naar schoonheid en nieuw fatsoen.

En de sofa van Veranneman die we een tijdje geleden op onze website toonden ... neen, die stellen we niet te koop. Die staat heel goed in het Permeke-museum in Jabbeke. U moet dus niet meer bellen.
Robert Reich noemt Donald Trump een fascist
Edited: 201603151013
In de verkiezingsrace zijn er de facto nog drie kandidaten in de running: Donald Trump, Hillary Clinton en 'socialist' Bernie Sanders.
Obama heeft de puinhoop die Bush achterliet niet kunnen opkuisen. Met dank aan het door de republikeinen gedomineerde Congres.
De USA was al een sociaal kerkhof, weliswaar verpakt in glitter. Nu is het dramatisch. Trumps retoriek - de Mexicanen en de Chinezen zijn de schuld - mikt op het intellectuele onvermogen van de ontevreden massa. Hij slaagt er in de groeiende ongelijkheid weg te moffelen onder zijn geraaskaal.

De uitgeklede staat mag nog enkel de miserie managen. Maar zonder voldoende middelen lukt ook dat niet meer. Overigens is dat geen typisch Amerikaans fenomeen. In Europa doet zich na de neoliberale uitverkoop hetzelfde voor. En Turkije? Daar steunt Erdogan eveneens op de onwetende rurale massa's. Wie hardop nadenkt wordt het zwijgen opgelegd.

Robert Reich was minister van arbeid onder Bill Clinton en is een belangrijk opinion leader.


zie ook het boek van Reich
Tessens Lucas
onderzoek UGent gebaseerd op bbp/capita goed voor de prullenmand
Edited: 201603141136
Nieuw onderzoek van Pieter Van Rymenant, Freddy Heylen, Brecht Boone, Tim Buyse. Langdurige stagnatie in België? Hoe reëel is de mogelijkheid, en wat zijn de drijvende krachten?
Een samenvatting van dit onderzoek zal op 15 maart 2016 op de website van sherppa gepubliceerd worden, zo meldt De Standaard van vandaag.

Maar ... Noreena Hertz bestreed in 'De stille overname' (2002) het gebruik van het bbp voor economische analyses: "Traditionele meetinstrumenten van de economische groei, zoals bbp per hoofd of bbp-groei, verbloemen de werkelijkheid."
Waarom de onderzoekers van de UGent net dit meetinstrument nemen om hun analyse te onderbouwen, is mij een raadsel.
Het bbp/capita meet als nietszeggend gemiddelde immers geen realiteit en gaat het vraagstuk van de verdeling van de 'groei' uit de weg. Want wat doe je als negentig procent van de vruchten naar tien procent van de eters gaat? In het economie-debat is één vraag van belang: "wiens economie is het eigenlijk?"

Uit de inleidende paragraaf deze twee zinnen: "Toenemende ongelijkheid is in onze huidige simulaties geen significante oorzaak van stagnatie. Maar het blijft o.i. wel een risicofactor." Je kan dus m.a.w. de fiscaliteit ongemoeid laten en toch 'groei' hebben. Of dat ethisch aanvaardbaar is, blijft onbesproken. Ook het psychologische aspect van verregaande ongelijkheid, waardoor demotivatie en burn-out de productiviteit omlaag duwen, wordt niet onder ogen genomen.


Hier alvast mijn vingerafdruk. Ik beken dat ik niets gedaan heb.
Edited: 201603032343
Zaman Vandaag
De Arabische Golfstaten Bahrein, Qatar, Koeweit, Oman, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten hebben Hezbollah officieel uitgeroepen tot terroristische organisatie.
Edited: 201603021337
Dat heeft Abdullatif al-Zayani, de secretaris-generaal van de Samenwerkingsraad van de Arabische Golfstaten, waarvan de zes landen lid zijn, woensdag bekendgemaakt, meldt AFP.

Hezbollah is een door Iran gesteunde Libanese sjiitische politieke organisatie met een militante vleugel. Iran is de aartsvijand van het soennitische Saoedi-Arabië. De twee landen staan tegenover elkaar in de oorlogen in Syrië en Jemen. In Syrië vecht Iran net als Hezbollah en Rusland aan de kant van het regime van Bashar al-Assad. De Golfstaten steunen anti-Assad-rebellen. Saoedi-Arabië verbrak vorige maand de diplomatieke banden met Iran als reactie op de bestorming van de Saoedische ambassade in de Iraanse hoofdstad Teheran. Daarbij stichtte een menigte demonstranten brand in het gebouw. Dat protest was weer een reactie op de executie van de prominente sjiitische geestelijke Nimr al-Nimr in Saoedi-Arabië.

Ook onder meer Israël, Frankrijk, Canada, de Verenigde Staten en Nederland beschouwen Hezbollah als terroristische organisatie. De Europese Unie beschouwt alleen de gewapende tak van Hezbollah als terroristisch.
news
Algerijns journalist en schrijver Daoud trekt zich terug uit islam-debat
Edited: 201602250117
De Algerijn Kamel Daoud (45) trekt zich terug uit het publieke debat. De schrijver is beticht van „islamofobie” en „koloniaal paternalisme”.

Hij had o.m. geschreven: "met de instroom van migranten uit het Midden-Oosten en Afrika, doet de pathologische relatie van sommige Arabische landen met vrouwen zijn intree (sic, LT) in Europa".

lees het volledige bericht in NRC

lees het bericht in le Quotidien d'Oran

lire l'article osé de Kamel Daoud dans Le Monde 31/1/2016


lire la lettre ouverte des 'scientifiques' dans Le Monde du 11 février 2016
Et voici les noms de ces 'scientifiques': Noureddine Amara (historien), Joel Beinin (historien), Houda Ben Hamouda (historienne), Benoît Challand (sociologue), Jocelyne Dakhlia (historienne), Sonia Dayan-Herzbrun (sociologue), Muriam Haleh Davis (historienne), Giulia Fabbiano (anthropologue), Darcie Fontaine (historienne), David Theo Goldberg (philosophe), Ghassan Hage (anthropologue), Laleh Khalili (anthropologue), Tristan Leperlier (sociologue), Nadia Marzouki (politiste), Pascal Ménoret (anthropologue), Stéphanie Pouessel (anthropologue), Elizabeth Shakman Hurd (politiste), Thomas Serres (politiste), Seif Soudani (journaliste).


lire la réponse de Kamel Daoud dans Le Monde du 20 février 2016

Commentaar LT: Kamel Daoud neemt de vrijheid om het onderdrukkende element van de islam aan te klagen. Hij maakt gebruik van de vrijheid van meningsuiting. Hij wil vrij zijn. Dat zegt en schrijft hij ook uitdrukkelijk en met verve. Hij spreekt vanuit zijn eigen ervaring, zijn doorleefd verlangen naar een leven met zin, een zinvol leven waarin hij eigen accenten mag leggen. Je kan niet zeggen dat deze man het zichzelf gemakkelijk heeft gemaakt. Dat is nu eenmaal het lot van zij die vrij willen zijn en er ook iets aan doen. Dat hij daarmee tegen de kar rijdt van diegenen die geen enkele ingenomen egelstelling willen verlaten, is normaal.
Er is een schrijnende parallel met het zwijgen van Albert Camus. Camus plooide voor de haatcampagne van Sartre en De Beauvoir (Les Mandarins de Paris) en trok zich terug in Lourmarin.
Zoals bij Camus zit ook hier weer waarschijnlijk veel jaloezie in het spel: te vlug een ster-auteur, teveel media-aandacht, teveel prijzen, te bekend. Dan slaat het academisch gespuis vanuit de ivoren toren terug met bakken pseudo-wetenschappelijk gewauwel. Dat er een diepe kloof bestaat tussen een vrouw-onderdrukkende islam en een gelaïsciseerd Westen, is zonder meer waar. Wie dat ontkent maakt zichzelf wat wijs, maar erger ... wordt medeplichtig aan de onderdrukking. Er is een kafkaiaanse toestand ontstaan rond het begrip 'progressief'. De gelijkheid tussen man en vrouw erkennen en propageren, dat noem ik progressief vooruit-gaan. Gisteren (en vandaag) was het nodig de rooms katholieke kerk daarover aan te pakken, waarom zouden we dan onze mond houden als de islam in hetzelfde bed ziek is?
Het is mogelijk dat mijn mening niet de uwe is, maar weet dat ik de uwe respecteer zelfs al vergist u zich.



Autobiografie 'It's what I do' van fotojournaliste Lynsey Addario vertaald
Edited: 201602242337
De Arbeiderspers geeft de biografie uit onder de titel 'Dit is wat ik doe. Fotograferen in tijden van liefde en oorlog.'
Samen met drie anderen die voor de NYT werkten, zat Addario in maart 2011 gevangen bij Kadhafi-getrouwen (al lijkt me dat laatste bijkomstig want door een speling van het lot had ze bij rebellen gevangen kunnen zitten, LT).
Een fragment: 'Zijn vingers gingen traag over mijn wangen, mijn kin, mijn wenkbrauwen. Ik legde mijn gezicht in mijn schoot. Hij tilde het teder weer op en ging door met zijn strelingen. Hij streek met zijn handen door mijn haar en praatte op zachte, kalme toon tegen me; hij herhaalde steeds dezelfde paar woorden. Ik duwde mijn gezicht omlaag en negeerde zijn aanrakingen en zijn woorden. Ik verstond niet wat hij zei. 'Wat zegt hij, Anthony?' Anthony aarzelde een poos en antwoordde: 'Hij zegt dat je vanavond zult sterven.'

De horror van deze scene ligt in de ontkoppeling van de opgelegde intimiteit en de dood. De fysische integriteit van de ander is ondergeschikt aan het eenzijdige genot dat verbonden is met de aanraking van de vrouw. Een verloochening van de identiteit.

Addario fotografeerde oorlogen in Afghanistan, Irak, Soedan, Congo en Libanon. Oorlogsverslaggevers komen in een trance terecht die hen te ver doet gaan in het gevaar.

(zie ook DS Weekblad 20160220)
Umberto Eco (1932-2016), semioloog en schrijver, overleden. R.I.P.
Edited: 201602200204

De naam van de roos (vertaling van Il nome della Rosa - 1980) gaat over de toegang tot kennis en hoever de krachten gaan die ons daarvan willen weerhouden, tot moord toe.



In Omgekeerde wereld (vertaling van Il secondo diario minimo - 1992) schopt Eco tegen de Italiaanse politiek, de bureaucratie, het bombastisch taalgebruik van kunstcritici en drijft de spot met de onbegrijpelijke taal van gebruiksaanwijzingen. Het vierde hoofdstuk bevat een vermakelijk woordenspel. Bijzonder leerrijk en tegelijk absurd is de berekening van de tijd die UE aan verscheidene bezigheden besteedt op een totaal van 8760 uren die een jaar telt. En in New York willen alle taxichauffeurs een staatsgreep plegen, terwijl die van Parijs de weg in hun stad niet kennen (de Bastille is een metrostation zonder meer); geen van allen heeft wisselgeld op zak. Eco als intellectuele grapjas en taalvirtuoos.

De structuur van de slechte smaak bevat een door Eco gemaakte keuze uit de essaybundels Apocalitticci e integrati (1964) en Il superuomo di massi (1978). Dat is interessant omdat we daardoor weten wat Eco zelf in zijn oeuvre als van blijvende waarde inschatte. Bij herlezing blijken de vaststellingen van Eco inzake de massacultuur ook naadloos van kracht te zijn op de explosie van het internet en de toegepaste technieken ter beïnvloeding. Om u niet langer in spanning te houden, hier is wat Eco onder slechte smaak verstaat: "Slechte smaak, op het terrein van de kunst, willen wij definiêren als het opdringen van een geprefabriceerd effect." (De cursivering is van Eco.) Wij vonden de stellingnamen op volgende pagina's van belang: 53-55 (over kleine menselijke initiatieven in een massacultuur, de voortschrijdende bewustwordingsprocessen, 'zwijgen is geen protest, het is medeplichtigheid, evenals de weigering om een compromis te sluiten.'), 220 ('Maar neem nu onze maatschappij waarin alles is genivelleerd, en waar psychologische verwarring, frustraties en minderwaardigheidscomplexen aan de orde van de dag zijn'.)
LT
Harper LEE (1926-2016) overleden. R.I.P.
Edited: 201602200147
Met haar belangrijke roman 'To Kill a Mockingbird' (1960) sleepte ze in 1961 de Pulitzer in de wacht. In het Nederlands vertaald als 'Spaar de spotvogels' .
Thema: Zogenaamde Bildungsroman over vooroordelen en racisme tegen zwarten in het diepe Amerikaanse zuiden; advokaat Atticus Finch trekt ten strijde.
In 1962 verfilmd door Robert Mulligan met Gregory Peck in de hoofdrol. Peck kreeg een Oscar.

Een uitspraak van haar over boeken: "Now, 75 years later in an abundant society where people have laptops, cell phones, iPods and minds like empty rooms, I still plod along with books".

Ik ben het eens gaan opzoeken: to plod along = to move along slowly but deliberately ... Een mooi afscheidscadeau van Harper.
LT
Bataclan
Edited: 201602180158
is het links
omdat rechts het aanvalt ?
is het rechts
omdat links het aanvalt ?

mijn waarheid hoeft de uwe toch niet te zijn
laat de uwe dan ook niet de mijne zijn
zo laat ik u
en zo laat u mij

met muziek in onze hoofden

The Center for Public Integrity
Ford gaf 40 miljoen $ uit om mesothelioom (longvlieskanker) door asbest-remblokjes 'weg te schrijven' - Fordgate
Edited: 201602162013
Science for Sale - Ford spent $40 million to reshape asbestos science - Stung by lawsuits, the automaker hired consultants to change the narrative on the risks of asbestos brakes.
In 2001, toxicologist Dennis Paustenbach got a phone call from a lawyer for Ford Motor Company.

The lawyer, Darrell Grams, explained that Ford had been losing lawsuits filed by former auto mechanics alleging asbestos in brakes had given them mesothelioma, an aggressive cancer virtually always tied to asbestos exposure. Grams asked Paustenbach, then a vice president with the consulting firm Exponent, if he had any interest in studying the disease’s possible association with brake work. A meeting cemented the deal.

Paustenbach, a prolific author of scientific papers who’d worked with Grams on Dow Corning’s defense against silicone breast-implant illness claims, had barely looked at asbestos to that point. “I really started to get serious about studying asbestos after I met Mr. Grams, that’s for sure,” Paustenbach testified in a sworn deposition in June 2015. Before that, he said, the topic “wasn’t that interesting to me.”

Thus began a relationship that, according to recent depositions, has enriched Exponent by $18.2 million and brought another $21 million to Cardno ChemRisk, a similar firm Paustenbach founded in 1985, left and restarted in 2003. All told, testimony shows, Ford has spent nearly $40 million funding journal articles and expert testimony concluding there is no evidence brake mechanics are at increased risk of developing mesothelioma. This finding, repeated countless times in courtrooms and law offices over the past 15 years, is an attempt at scientific misdirection aimed at extricating Ford from lawsuits, critics say.


read more on CPI

zie ook de Eternit-case en het proces in Italië

news
De staalbetoging tegen China in Brussel: eerst delocaliseren, dan janken
Edited: 201602161616
De betoging van de staalindustrie tegen China werd gisteren in het VRT-journaal voorgesteld als een unicum: werkgevers en vakbonden trekken aan hetzelfde zeel. Misschien toch even nuanceren: CEO's en kaderleden zijn ook maar loontrekkenden, werknemers dus.

De EIGENAARS van de bedrijven hebben grote stukken van de staalindustrie gedelocaliseerd richting het Verre Oosten. De CEO's die dat voor mekaar brachten waren toen de gewillige huurlingen van de 'global players' die geen werknemers kennen, enkel winstcijfers.

De pedalen kwijt op de redactie?


RT News
Hoofdkwartier HSBC blijft dan toch in London. Verhuis naar Hong Kong gaat niet door.
Edited: 201602151431
Of het allemaal een spelletje is geweest om de Britse regering onder druk te zetten, zal later wel blijken ...
Volgens de top van de bank zijn er geen onderhandelingen met de regering Cameron geweest.
VERMEERSCH Etienne in De Standaard
De vluchtelingencrisis: Ad impossibile nemo tenetur - Niemand is verplicht tot het onmogelijke
Edited: 201602131804
Professor Etienne Vermeersch is een enkeling die durft te zeggen waar het op staat.
Kan Europa een ongelimiteerde stroom vluchtelingen aan? Neen.
Hij argumenteert dat noch de sociale zekerheid noch de psychologische draagkracht van de bevolking dat kunnen torsen.
Hij wijst op de verantwoordelijkheid van politici en journalisten: 'zodra het ongenoegen een bepaald peil heeft bereikt, moeten beleidsmensen en journalisten ermee stoppen anderen betweterig te diaboliseren, vertrekkend vanuit hun torenhoog onbevlekt geweten.'
En dan is er het probleem van de islam.
Vermeersch verwijst naar het onderzoek van PEW Research Center in 2013.
We hebben het onderzoek waarnaar Vermeersch verwijst opgezocht en onderaan vindt u de link naar het complete rapport (226 pp.). Daaruit "blijkt dat 91% van de Iraakse moslims vindt dat de sharia de wet van het land zou moeten zijn. Volgens 92% moet de vrouw altijd haar man gehoorzamen en slechts 22% aanvaardt dat dochters hetzelfde erfrecht hebben als zonen. Bijna de helft (42%, LT) is van mening dat geloofsafval de doodstraf verdient," citeert EV.
En Vermeersch vraagt zich dan ook terecht af: "Zijn onze mensen dom als ze intuïtief vrezen dat opinies en gedragingen niet zomaar verdwijnen als mensen een voet op Europese bodem zetten?"
Tenslotte herhaalt V. zijn voorstel: "Een optimale tijdelijke opvang in de kampen en een snelle beëindiging van de oorlog door troepeninzet tegen IS (ISIS/DAESH, LT), vormen de enige mogelijke oplossing. Maar daar pleiten we al heel lang voor."

Totdaar Vermeersch.
En nu de kranten. Wat de redacties eens zouden moeten doen (zij zeggen zo vaak wat anderen moeten doen en denken!) is twee pagina's besteden aan de kernvragen rond de islam. In de zin van: 'Klopt het dat ...?"
Nu vinden we allerlei kletspraat en feiten door mekaar gehaspeld en de lezers krijgen absoluut geen klare kijk op het type godsdienst dat aan de orde is of die de bestaande rechtsorde wil hervormen.
Twee pagina's met feiten is toch niet teveel gevraagd, me dunkt. Niet om de discussie stil te leggen maar om af te raken van de cafépraat.
Wat mij stoort is dat diegenen die vochten tegen een achterlijk katholicisme nu zwijgen over een verdrukkende islam zonder de mogelijkheid tot emanciperende invulling. Alsof het doel niet hetzelfde zou zijn: boetsering van de geesten, onderdrukking van de vrouw en dominantie door een mannelijke kaste. De stilte is stuitend en wijst op het onvermogen om feitengerichte kritiek uit te brengen. Alsof de Verlichting in Europa niet heeft gewerkt !

LT

Hier kunt u het volledige rapport van PEW lezen - 20130430

Herlees de stellingnamen van Vermeersch dd. 20150905

het gebeurde op 11 februari ...
Edited: 201602111201
385: eerste pauselijk besluit, van paus Siricius, betreffende de kerkelijke discipline

1229: vrede van Jaffa, tussen Frederik II en Egyt, sultan Saladin, die de heilige plaatsen Jerusalem, Bethlehem en Nazareth afstaat aan de christenen

1477: Algemeen Groot-Privilege der Nederlandse gewesten, door Maria van Bourgondië uitgevaardigd te Gent

1543: verdrag tussen Karel V van Spanje en Hendrik VIII [Henry VIII] van Engeland gericht tegen paus Paulus III

1596: Aartshertog Albrecht van Oostenrijk doet zijn intrede te Brussel

1681: Russisch-Poolse vrede van Radzyn, waarbij Polen delen van Polodië en Oekraïne terugkrijgt

1689: Mary Stuart komt toe in Engeland, komende van Holland

1786: Edict van Jozef II, bepalende dat alle kermissen op dezelfde dag (1ste zondag na Pasen) moeten plaats vinden

1858: eerste verschijning van O.L. Vrouw aan Bernadette Soubirous, in Masabiele-grot te Lourdes

1873: Spaanse koning Amadeus I abdiceert en keert naar Turijn terug; Spanje wordt een republiek (tot 18741228)

1889: Japan wordt een wettelijke monarchie

1906: pauselijk encycliek van Pius X 'Vehementer Nos', die scheiding tussen kerk en staat veroordeelt

1914: Zwitser Agénor Parmelin vliegt voor de eerste keer over de Mont-Blanc van Genève naar Aosta in 1,5 uur

1919: Friedrich Ebert wordt tot 1ste Duitse rijkspresident benoemd

1924: inhuldiging van het kasteel van Gaasbeek dat een museum wordt

1929: stichting van Vaticaanstad, door het Verdrag van Lateranen tussen paus Pius XI en Mussolini waarbij de Garantiewet van 18710513 vervalt
het gebeurde op 8 februari ...
Edited: 201602080012
1519: Engeland/Frankrijk: Hendrik VIII van Engeland schenkt Doornik terug aan Frankrijk

1538: Heilige Liga gesloten te Rome, tussen paus Paulus III, Karel V, Ferdinand van Oostenrijk en Venetië tegen de Turken

1550: Julius III (Giovanni Maria del Monte) tot nieuwe paus verkozen

1587: Engeland/Schotland: Schotse koningin Maria Stuart, verdacht van samenzwering tegen Engeland, onthoofd op kasteel te Fotheringay

1635: Alliantieverdrag tussen Frankrijk en Verenigde Provinciën betreffende de verdeling der Nederlanden

1807: Slag van Eylau tussen Napoleon en de Russen onder Bennigsen, met onbesliste uitslag

1814: Deens-Russische vrede gesloten te Hannover

1864: Pruisische troepen veroveren't Danewirk (Deense grenswal) in 2de Deens-Duitse oorlog

1867: Dubbele monarchie, het keizerrijk Oostenrijk-Hongarije komt tot stand door overeenkomst. Tot 19190910.

1884: Pauselijke Encycliek 'Nobilissima gallorum gens' van Leo XIII, gericht tegen godsdiensthaat; klik hier voor meer info

1904: Japanse aanval op Russische vloot te Port Arthur als begin Russisch-Japanse oorlog

1909: Frans-Duitse overeenkomst getekend met betrekking tot Marokko

1941: Engelse troepen veroveren Benghasi in Lybië en einde van de veldtocht in Lybië

1949: Hongarije/Boedapest: kardinaal Josef Mindszenty door Hongaarse communisten tot levenslange tuchthuisstraf veroordeeld; proces begonnen op 19490203.

1955: Rusland: Malenkov wordt door Boelganin als premier vervangen

1958: Tunesië: Tunesisch grensdorp Sakhiet door Franse vliegtuigen gebombardeerd: 69 doden

1963: Irak: staatsgreep, gericht tegen premier generaal Kassem, die vermoord wordt; kolonel Abdel Salem Aref tot president gekozen.
Stijn Meuris - Monza
Van God los
Edited: 201602050317
Keer op keer werd mij dan weer gezegd
De rest is goed en jij bent slecht
Je bent de slechtste van de klas

Vaak genoeg werd mij dan weer beloofd
De Heer geprezen zij geloofd
Jij bent de traagste van de klas

Van God los
Laat nu toch die God los
Er is niemand in de kosmos
't Is zonde van de tijd.
Van God los
Laat nu toch die God los
Er is niemand in de kosmos
't Is zonde van de tijd.

Duizend maal werd mij dan weer verteld
Je gaat alleen maar voor het geld
Je bent de duurste van de klas
(Terwijl het zeker niet zo was)

Keer op keer werd mij dan weer gevraagd
Of ik geloof in na vandaag
Waarop ik zei dat er niets was

Van God los
Laat nu toch die God los
Er is niemand in de kosmos
't Is zonde van de tijd.
Van God los
Laat nu toch die God los
Er is niets of niemand in de kosmos
't Is zonde van de tijd.


Van God los
Laat nu toch die God los
Er is niemand in de kosmos
't Is zonde van de tijd.
Van God los
Laat die God los
Er is niets of niemand in de kosmos
't Is zonde van de tijd ... de tijd...
LT
het gebeurde op 4 februari ...
Edited: 201602041521
1515: Karel V doet zijn plechtige intrede te Mechelen, na de regering over de Nederlanden te hebben aanvaard op 5 januari 1515. Een jaar na zijn aantreden veroverde het Osmaanse Rijk Syrië en Egypte en rukten de legers stelselmatig noordwaarts op. Langs de Dalmatische kust brokkelde het Venetiaanse zeerijk af en werd Apulië bedreigd; in 1521 viel Belgrado in Turkse handen, in 1526 het grootste deel van Hongarije met de koninklijke hoofdstad Buda. Het christelijke Imperium zag zich plots geplaatst tegenover de aanhoudende maritieme en continentale bedreiging van sultan Süleyman de Grote (1520-1566). (19990200:33-35)

1805: huisnummering ingesteld te Parijs door een decreet van Napoleon; dat zal het werk van Fouché, minister van politie aanzienlijk vergemakkelijkt hebben.

1875: Huwelijk van Belgische prinses Louise met Philip van Saksen-Coburg-Gotha, te Brussel. Louise Marie Amélie (Laken, 18 februari 1858 - Wiesbaden, 1 maart 1924), Prinses van België, Prinses van Saksen-Coburg-Gotha was het eerste kind van de latere koning Leopold II van België en diens vrouw Maria Henriëtta.
Persmedeling PVDA
PVDA gaat wetsvoorstel indienen om “Excess Profit Ruling” af te schaffen
Edited: 201602040928
(04/02/2016) De fiscale voordelen die de Belgische overheid toekent aan multinationals via het systeem van “excess profit rulings” kunnen voor de Europese Commissie niet door de beugel. De Commissie noemt het systeem een vorm van illegale staatssteun. De PVDA is al jaren gekant tegen dit systeem en ziet in de uitspraak van de Commissie een bevestiging van haar stelling.

Al jarenlang hekelt de linkse partij de onwettige toepassing van art. 185 §2 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen. Volgens de praktijken van de Dienst Voorafgaande Beslissingen kan een Belgisch filiaal van een multinational verkrijgen dat het geen belastingen moet betalen op zijn winst, zelfs zonder dat een ander filiaal in het buitenland gelijkwaardig belast wordt. Nochtans is net dit evenwicht vastgelegd in art. 185 §2 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen.

PVDA-volksvertegenwoordiger en fiscaal specialist Marco Van Hees ziet twee mogelijke verklaringen: “Ofwel past de Dienst Voorafgaande Beslissingen het belastingwetboek onwettig toe. Ofwel had de wet – in 2004 ontsproten uit de koker van toenmalig minister van Financiën Reynders – zonder dit expliciet te vermelden, van bij het begin de bedoeling wat de Europese Commissie noemt ‘een dubbele niet-taxering’ toe te kennen aan multinationals. In beide gevallen kunnen we beter beslissen het mechanisme van de ‘excess profit rulings’ af te voeren. Dit mechanisme betekent een ware BelgoLeaks dat niet moet onderdoen voor de LuxLeaks. De PVDA zal in de Kamer dan ook een wetsvoorstel indienen om heel klaar en duidelijk art. 185 §2 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen te schrappen.”

“De ‘excess profit rulings’ vervingen in 2004 – discreet – een andere bepaling, namelijk de ‘ruling infocap’. Dat systeem was toen door de Europese Commissie veroordeeld. In feite wordt België hier dubbel veroordeeld”, aldus Van Hees. “Het lijkt wel een traditie in dit belastingparadijs voor multinationals.”


Pro memorie:
Afdeling II : Belastinggrondslag
Artikel 185, WIB 92
§ 1. Vennootschappen zijn belastbaar op het totale bedrag van de winst, uitgekeerde dividenden inbegrepen.
§ 2. Onverminderd het tweede lid, voor twee vennootschappen die deel uitmaken van een multinationale groep van verbonden vennootschappen en met betrekking tot hun grensoverschrijdende onderlinge relaties:
a) indien tussen de twee vennootschappen in hun handelsbetrekkingen of financiële betrekkingen, voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke vennootschappen, mag winst die één van de vennootschappen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald, maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald, worden begrepen in de winst van die vennootschap;
b) indien in de winst van een vennootschap winst is opgenomen die eveneens is opgenomen in de winst van een andere vennootschap, en de aldus opgenomen winst bestaat uit winst die deze andere vennootschap zou hebben behaald indien tussen de twee vennootschappen zodanige voorwaarden zouden zijn overeengekomen als tussen onafhankelijke vennootschappen zouden zijn overeengekomen, wordt de winst van de eerstbedoelde vennootschap op passende wijze herzien.
Het eerste lid vindt toepassing bij voorafgaande beslissing onverminderd de toepassing van het Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen (90/436) van 23 juli 1990 en de internationale overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting.

§ 3. Het bedrag van de beroepsverliezen geleden binnen buitenlandse inrichtingen of met betrekking tot in het buitenland gelegen activa waarover de vennootschap beschikt en die gelegen zijn in een Staat waarmee België een overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten, blijft buiten aanmerking voor het vaststellen van de belastbare basis, tenzij voor wat betreft het proportioneel gedeelte van deze verliezen waarvoor de vennootschap aantoont dat dit niet is afgetrokken van belastbare winsten van deze inrichting in de Staat waar deze gevestigd is, en niet verrekend is met in België vrijgestelde winsten van andere buitenlandse inrichtingen van de vennootschap.
De Standaard 20160127
Lijst van de 36 multinationals die sinds 2005 gebruik maakten van de Excess Profit Rulings (EPR) - Artikel 185 §2 WIB92
Edited: 201601270901
Atlas Copco Airpower nv: 517 mEUR
BP Aromatics Ltd nv: 164,3 mEUR
AB Inbev: 163,7 mEUR
Ampar: 129,8 mEUR
Celio International nv: 127,2 mEUR
Wabco Europe bvba: 126,6 mEUR
BASF: 110,8 mEUR
Belgacom International Carrier Services (nu Proximus): 95,8 mEUR
St Jude Medical CC bvba: 81,3 mEUR
VF Europe bvba: 64,8 mEUR
Pfizer Animal Health sa: 62,6 mEUR
Flir Systems Trading bvba: 60,3 mEUR
Eval Europa nv: 44,4 mEUR
Capsugel Belgium nv: 44,4 mEUR
Chep Equipment Pooling nv: 32,5 mEUR
Ontex bvba: 31,4 mEUR
LMS International: 31 mEUR
Soudal: 23,5 mEUR
Tekelec International sprl: 22,2 mEUR
The Heating Company: 20,1 mEUR
Dow Corning Europe sa: 14,1 mEUR
Kinepolis Group nv: 12,4 mEUR
Bridgestone Europe nv: 11,8 mEUR
Puratos: 10,3 mEUR
Noble International Europe: 10,2 mEUR
Esko Graphics bvba: 8,2 mEUR
Trane bvba: 8 mEUR
Knauf Insulation: 7,6 mEUR
Delta Light nv: 5,4 mEUR
Evonik Oxena Antwerp nv: 4 mEUR
Luciad: 3,9 mEUR
Omega Pharma International: 3 mEUR
Magnetrol International nv: 2,1 mEUR
Punch Powertrain: 1,7 mEUR
Nomacorc: 1,1 mEUR
Mayckawa Europe nv: 0,9 mEUR
De hierboven genoemde cijfers zijn de miljoenen euro's die niet belast werden. In totaal werd ruim 2 miljard euro aan winsten niet belast. Tegen een tarief van 34 procent vennootschapsbelasting komt dat overeen met 700 miljoen euro. België wordt door de Europese Commissie verplicht om dat bedrag bij de bedrijven bijkomend te innen.

Pro memorie:
Afdeling II : Belastinggrondslag
Artikel 185, WIB 92
§ 1. Vennootschappen zijn belastbaar op het totale bedrag van de winst, uitgekeerde dividenden inbegrepen.
§ 2. Onverminderd het tweede lid, voor twee vennootschappen die deel uitmaken van een multinationale groep van verbonden vennootschappen en met betrekking tot hun grensoverschrijdende onderlinge relaties:
a) indien tussen de twee vennootschappen in hun handelsbetrekkingen of financiële betrekkingen, voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke vennootschappen, mag winst die één van de vennootschappen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald, maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald, worden begrepen in de winst van die vennootschap;
b) indien in de winst van een vennootschap winst is opgenomen die eveneens is opgenomen in de winst van een andere vennootschap, en de aldus opgenomen winst bestaat uit winst die deze andere vennootschap zou hebben behaald indien tussen de twee vennootschappen zodanige voorwaarden zouden zijn overeengekomen als tussen onafhankelijke vennootschappen zouden zijn overeengekomen, wordt de winst van de eerstbedoelde vennootschap op passende wijze herzien.
Het eerste lid vindt toepassing bij voorafgaande beslissing onverminderd de toepassing van het Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen (90/436) van 23 juli 1990 en de internationale overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting.

§ 3. Het bedrag van de beroepsverliezen geleden binnen buitenlandse inrichtingen of met betrekking tot in het buitenland gelegen activa waarover de vennootschap beschikt en die gelegen zijn in een Staat waarmee België een overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten, blijft buiten aanmerking voor het vaststellen van de belastbare basis, tenzij voor wat betreft het proportioneel gedeelte van deze verliezen waarvoor de vennootschap aantoont dat dit niet is afgetrokken van belastbare winsten van deze inrichting in de Staat waar deze gevestigd is, en niet verrekend is met in België vrijgestelde winsten van andere buitenlandse inrichtingen van de vennootschap.
LT
55 jaar geleden werd de eerste Congolese premier, Patrice Lumumba, vermoord
Edited: 201601172323
Tot op vandaag worden de WARE REDENEN voor die moord, waarin het Belgische establishment een hoofdrol speelde, onder de mat geveegd. Ons koloniaal verleden wensen we niet te kennen of te begrijpen.



collectie: privébezit MERS
LT
Tom Naegels (ombudsman DS) ontkent bestaan van zelfverklaarde media-elite. Kom nou, Tom !
Edited: 201601141339
Verder heeft TN het over de manklopende reactiemogelijkheid op de website van De Standaard, iets dat al tien maanden aansleept. Dat is te wijten aan een 'technisch euvel'. Misschien is het raadzaam een extern bureau naar de problemen te laten kijken. Die zitten niet 'in-the-box'. Dat laatste is altijd al een probleem geweest voor de pers: het krampachtig navelstaren, het onaantastbare eigen grote gelijk en het missen van opportuniteiten.
De Standaard heeft indertijd naast 'De Tijd' gegrepen en dat laat zich voelen.
********************************************************
We kregen volgend antwoord van Tom Naegels:
Dag Lucas,

Bedankt voor je mail.

Zoals ik al schreef: de cultuurstrijd tussen een "vrij en onafhankelijk denkend volk" tegen een wereldvreemde en manipulatieve media-elite is een van de archetypische verhalen in de hedendaagse Westerse cultuur. Zoals ook de strijd tegen een "rechtse elite", een "blanke elite", een "economische elite", een "culturele elite", een "Europese elite", een "Franstalige" of "Belgicistische elite" of in sommige kringen misschien zelfs nog "een joodse elite" populair is. Een en ander hangt af van waar je je politiek positioneert, maar sowieso ziet de hedendaagse Westerse mens ziet zichzelf als een vrijgevochten individu die alle gezag wantrouwt, en die zich permanent, publiek en met veel retorisch gedruis verweert tegen de kuiperijen van een selecte kring hoge omessen - en je kan dus kiezen wélke selecte kring. De retoriek die jij gebruikt, en die ik al ontelbaar keren heb mogen lezen (krampachtig navelstaren, onaantastbaar, groot gelijk, nieuwe clerus ben je nog vergeten), hoort bij dat verhaal. Zoals ik zei: het is een sterk archetype, erg wervend en gemeenschapsvormend ook. Wie wil er immers een elite verdedigen? Je zou wel gek zijn.

Ik hoop binnenkort weer met je over boeken te kunnen praten.

Zeer hartelijk,
TN
********************************************************
Ons antwoord:
Dag Tom,

Je komt nog niet in de buurt van de essentie van mijn betoog.
25 jaar geleden schreef Frans Crols, hoofdredacteur Trends: "Schandelijk verwaarloosd is de mediakritiek in België. Een handvol scribenten fluit of joelt bij het vertoon op de beeldbuis, maar jaarlijks verschijnen 2,5 miljard kranten en tijdschriften zonder kritische begeleiding. Niemand kraakt in dit land de journalistieke produktie publiekelijk. Absurd is dit."
Ik heb nog een concreet voorstel: verklein de foto’s in jullie krant; die zijn nu belachelijk groot; je krijgt dan plaats voor enkele relevante lezersbrieven. Daar zal toch geen ‘technisch euvel’ in de weg staan, zeker?
Tenslotte schrijf je: "Ik hoop binnenkort weer met je over boeken te kunnen praten." Ik hoop dat je daarmee niet bedoelt: "Lucas, blijf jij maar bij je boeken en hou je weg van kritiek."
Mvg,
Lucas
*********************************************************
En dan weer zijn antwoord:
Nee, dat bedoel ik niet Lucas. Alleen dat ik met je kritiek niet veel kan. Maar dat zal wel aan mijn onverbeterlijk elitarisme liggen.
Groeten uit de ivoren toren.
Tom Naegels
Ombudsman De Standaard
*********************************************************
Nee Tom, dat ligt aan het feit dat je maar de helft van mijn mails leest.
Mvg,
LT
*********************************************************
Hier de mening van prof Paul Janssens:
Erg grappig, die wederzijdse ironie! Maar nu ter zake. Kranten zoals DS lijden aan dezelfde euvel als een aantal VRT-journalisten: ze zijn onverholen tendentieus. Nu vind ik wel dat een krant mag opteren voor de systematische verdediging van de eigen vooroordelen. Uiteindelijk kiezen de lezers zelf of ze de krant blijven kopen of niet. Veel erger is het gesteld met de VRT. De journalisten zijn er voor het leven benoemd. Ze misbruiken de openbare omroep ongegeneerd om de actualiteit dag na dag met hun eigen opinie te verpakken en aan indoctrinatie te doen. Sinds enkele maanden ben ik naar de berichtgeving op VTM overgestapt.
Met beste groeten,
Paul
*********************************************************

LT
België - Saoedi-Arabië: diplomatie zonder ethiek
Edited: 201601051230
Didier Reynders heeft zijn rekensom gemaakt.



Het gaat over de Saudische investeringen ten belope van 3,7 miljard euro (Energy Recovery Systems) en 900 banen in de Antwerpse haven, de Waalse wapenexport (lees: FN) goed voor ca. 400 miljoen euro in 2014 en olieleveringen. In de equatie zijn mensenrechten niet te kwantificeren.

De Belgische diplomatie heeft nooit uitgeblonken door haar onafhankelijkheid. Enerzijds is er de link SAU - USA en België kan de leider van de NATO niet voor het hoofd stoten.
De andere as loopt van Parijs naar Riyad en ook daarop zijn wapenleveringen geënt. Daarom zit president Hollande verveeld met de keuze tussen Iran en SAU.

Kiezen voor mensenrechten brengt niks op, dus blijft het bij holle oproepen tot dialoog. Zoals steeds zegt Reynders "we zullen zien", een zinnetje dat in bijna elk interview valt.
De huidige troebelen in het Midden-Oosten zetten de gehanteerde waarden in de geopolitiek in de schijnwerpers. Die waren, zijn en zullen zijn: geld.
News
Dievenstaat Centraal Afrikaanse Republiek (CAR) oncontroleerbaar
Edited: 201512311235
Na het vertrek van de corrupte president François Bozizé begin 2013, namen criminele bendes en krijgsheren de macht over. Etnisch en religieus geweld werd hun strategie, goud en diamant hun brandstof.

Het Belgisch ministerie van BuZ beschrijft de situatie als volgt:
De Centraal-Afrikaanse Republiek heeft een lange periode van instabiliteit en burgeroorlog meegemaakt, die gekenmerkt werd door frequente en gewelddadige botsingen tussen rivaliserende godsdienstige en etnische groepen, met veel slachtoffers als resultaat. Een transitieproces is nu aan de gang, met een transitieregering die eigenlijk slechts een deel van de hoofdstad controleert. De transitieregering wordt niet erkend door alle groepen en is verdeeld. Het uiteindelijke succes van dit transitieproces is verre van verzekerd, geplande verkiezingen werden stelselmatig uitgesteld. Een zeker niveau van rust, dat zeker niet absoluut is, kan slechts verzekerd worden dankzij de aanwezigheid van verschillende militaire vredesmachten, al hebben recente confrontaties uitgewezen dat dodelijk en sectair geweld op elk moment, op eender welke plaats in het land en zelfs in de hoofdstad plots kan uitbreken.
Criminaliteit
Het wordt ten stelligste afgeraden zich alleen of te voet te verplaatsen, zelfs in de hoofdstad Bangui en zeker ’s avonds. Het is afgeraden om grote hoeveelheden geld of waardevolle zaken mee te nemen.
Hotelgasten worden aangeraden steeds hun deur op slot te houden en enkel te openen voor gekende personen en hotelbedienden, na controle van hun identiteit en hun aanmelding bij de receptie.
Er bestaan tamelijk veel hotels, maar de lokale en internationale veiligheidsmachten raden aan om in het “Ledger” hotel te verblijven omdat het gelegen is in een stadsgedeelte dat meer systematisch door internationale veiligheidsmachten bewaakt wordt.
Lucas Tessens
Guido Gryseels kan Leopold II niet typeren
Edited: 201512201607
De directeur van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA), Guido Gryseels , verklaart tegenover De Standaard (20151217): 'Ik kom net uit een vergadering van drie uur waar de vraag voorlag: hoe Leopold II typeren? Eerlijk gezegd: ik weet het niet.'
Commentaar: wellicht moet Gryseels wat verder kijken dan zijn neus lang is. Bijvoorbeeld de boeken van Delathuy (Jules Marchal) en Pierre Joye herlezen, de entourage van Leopold II bekijken, de rol van de Société Générale, de Union Minière, Lever, en anderen onder ogen durven nemen. Durven kijken naar wie de massale grondconcessies in Congo gingen, wie de financiers waren.
Misschien kan Gryseels iets doen met volgende uitspraak: "Het wordt tijd dat het Westen inziet en erkent dat de kolonisering geen zaak was van inpalming van gebieden door Europese staten en de USA, maar door industriële 'global players' die uit waren op de grondstoffen en energiebronnen. Zij bedienden zich van het militaire apparaat, de veiligheidsdiensten, de administratie en de vlag van de koloniserende staat om hun positie te vestigen en te consolideren. Dat was zo in het Midden-Oosten. Dat was ook zo in Congo en in geheel Afrika en Latijns-Amerika. Tot op vandaag."

In het geval van Leopold II viel de staat (de Etat Indépendant du Congo) samen met de 'global player' die Leopold II was. Ascherson geeft in 1963 aan zijn boek overigens de veelzeggende titel 'Leopold, the King Incorporated'.
Het is volkomen onterecht te stellen dat DE BELGEN Congo hebben gekoloniseerd. Dat hebben de grote maatschappijen gedaan, met de hulp van zorgvuldig uitgekozen medestanders: de top van de politieke partijen (ja, ook de socialistische), de goedmenende missionarissen, vooraf gescreende en goed betaalde blanke ambtenaren, volgzame kranten en weekbladen, een braaf blank middenkader.
Ik ben benieuwd of het KMMA in 2017 met een onthullende of een verhullende tentoonstelling gaat komen.

P.S. In augustus 2014 hebben wij - in het kader van een database-project - bij de research-afdeling van het KMMA geïnformeerd of zij over een lijst beschikken met de koloniale vennootschappen. Dit bleek tot onze verbazing NIET het geval te zijn. Dat wil dus zeggen - en dat tot bewijs van het tegendeel - dat de economische component van het koloniale verleden onbekend terrein is voor het KMMA.


Tag: Verdick
Lucas Tessens
Katanga: een mijnstaat binnen de staat - De rol van Leopold II en de mijnbouw-giganten
Edited: 201512190426
Het jaar 1900 is een moeilijk jaar voor Leopold II. In juli doet de socialist Vandervelde in de Kamer een felle aanval op het koningshuis en pleit openlijk voor een republiek. In het geval van Leopold II kon dat toen nog omdat de vorst zich bij iedereen ongeliefd had gemaakt. De katholiek Beernaert, jarenlang premier en de trouwe dienaar van de vorst, moet zijn wetsvoorstel tot onmiddellijke annexatie van Congo weer intrekken na een scherp en vernederend protest van Leopold II. Het is immers te vroeg; de koning moet nog enkele zaken regelen ...

Met de stichting van het 'Comité Spécial du Katanga' (CSK) op 19 juni 1900 komt een staat binnen de Congo-Staat tot stand. Het semi-officiële 'Le Mouvement Géographique' meldt op 3 juni 1900: "L'Etat du Congo et la Compagnie du Katanga sont sur le point de conclure un accord pour la gestion en commun du territoire dont ils sont propriétaires, dans la proportion de deux tiers pour l'Etat en d'un tiers pour la Compagnie. Cette gestion serait faite par une commission commune. La Compagnie aura à remplir l'obligation contractuelle de jeter deux bateaux à vapeur sur les lacs supérieurs ou le haut fleuve et d'établir à ses frais trois postes. La gestion qui comprend le domaine minier, comporte un partage des charges et avantages dans une proportion donnée naturellement par la part de propriété." De krant zegt niets over de oppervlakte waarover het gaat. Toch is de afbakening van het territorium wellicht de meest brutale geografische omschrijving uit de geschiedenis. In totaal 380.000 vierkante kilometer! De CSK sluit op 30 oktober 1906 een overeenkomst met de 'Union Minière' waarbij "aan laatstgenoemde het recht wordt toegekend om (...) de metaalhoudende lagen te exploiteren, binnen de omtrekken en oppervlakten bij de overeenkomst bepaald". Het schema toont hoe de CSK als een compromis binnen een netwerk van belangengroepen (Belgische en Britse) tot stand kwam.
De voorverkoop van Congo en de annexatie
Op het ogenblik van de discussies over de annexatie is het reusachtige gebied onder te verdelen in zeven grote categorieën: (1) het publiek domein van de staat (wegen, rivieren, meren, ...), (2) het privaat domein van de staat, (3) het domein van de Kroonstichting (of het Kroondomein), (4) de gronden toebehorend aan de inboorlingen, (5) de gronden van niet-inlandse particulieren, (6) de gronden afgestaan, vergund of in pacht gegeven aan vennootschappen (de concessies) en (7) de gronden van de christelijke missies. De juiste oppervlakte van de delen kent men in 1908 niet maar wel dat het privaat domein van de staat 25% vertegenwoordigt en dat het Kroondomein ongeveer 11% van de oppervlakte inneemt. Op het ogenblik van de overname door België is 11,5 % van het grondgebied of 27.100.000 ha in concessie gegeven, waarvan 15.000.000 ha aan de Compagnie du Katanga, en dat voor 99 jaar. De concessies waren alle gelegen in de interessantste gebieden zoals Kivu, Mayumbe en Katanga.
De kwestie van de CSK, in feite een secessie avant-la-lettre van Katanga, het rijkste mijngebied ter wereld, schiet bepaalde parlementsleden tijdens de discussies in het verkeerde keelgat, temeer daar niet alleen de economische maar ook de souvereine rechten (bestuur, politie, publiek domein, ...) waren gedelegeerd aan het CSK.
De feitelijke afscheiding wordt in het Koloniale Charter van 18 oktober 1908 beschermd en wel in artikel 22: "Le pouvoir exécutif ne peut déléguer l'exercice de ses droits qu'aux personnes et aux corps qui lui sont hiérarchiquement subordonnés. Toutefois, la délégation consentie par l'EIC au CSK restera valable jusqu'au 1er janvier 1912, à moins qu'un décret n'y mette fin à une date antérieure. (...)" Deze manifest ongrondwettelijke toestand blijkt onduldbaar en de minister van koloniën, de katholiek Jules Renkin, zet de Koloniale Raad onder druk. Op 1 september 1910 komt aan alle bestuurlijke delegaties van bevoegdheden aan de CSK een einde. Het opheffingsdecreet dateert van 22 maart 1910. Een Koninklijk Besluit creëert tegelijkertijd speciaal voor het district Katanga de functie van Vice-Gouverneur-Generaal en daarmee wordt toch nog het aparte statuut van Katanga gered én de dualiteit in de kolonie bevestigd.
Het is niet overdreven te stellen dat België niet meer dan 'l'état police' (politionele en militaire omkadering) mocht gaan uitbouwen en dat twintig grote vennootschappen de kolonie economisch domineerden. De conclusie mag luiden dat de concessies die door de EIC aan de 'trusts' werden verleend de kaap van een wisseling in regime (van een dictatoriaal naar een quasi democratisch regime) veilig nemen. De annexatie van Congo door België gebeurde immers in het volste respect voor de reeds aangegane contractuele verbintenissen. De voorverkoop van de kolonie was geslaagd. Het industriële en militair-strategische belang van de koperprovincie Katanga is moeilijk te overschatten want het eerste kopergietsel komt nog vóór Wereldoorlog I (in 1911) uit de ovens van de UMHK te Lubumbashi.
[uit: TESSENS Lucas, Fortuin en Confrontatie (1865-1914), in: Jaarverslag Onroerende Voorheffing 2006, 2007, p. 104]
GOETHALS Maarten
150 JAAR NA KRONING VAN TWEEDE KONING VAN BELGIË | ‘Leopold II met Hitler vergelijken gaat niet altijd op’
Edited: 201512170802
De Standaard | 17 DECEMBER 2015 | Maarten Goethals
Een koloniaal genie of een ordinaire misdadiger? De figuur en de erfenis van koning Leopold II blijven de natie verdelen. Ook de directeur van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika weet het niet ‘na uren en uren discussiëren’.
Exact honderdvijftig jaar geleden volgde Leopold II zijn vader op als koning van België. Anderhalve eeuw later roept de lange, rijzige figuur met de volle grijze baard nog steeds felle reacties op.

‘Ofwel krijgt hij het epitaaf bouwmeester van België, die prachtige constructies neerpootte in Oostende en Brussel en het land internationaal, industrieel en cultureel op de kaart zette; een man met visie en daadkracht, een staatkundig genie dus. Ofwel krijgt hij meteen hitleriaanse trekjes. Maar niets daartussen’, zegt Jan Vandersmissen, historicus aan de universiteit van Luik en gespecialiseerd in de figuur van Leopold II. Niet dat Vandersmissen de ‘humanitaire ramp’ en de ‘gruwelen’ in de voormalige kolonie Congo minimaliseert, maar hij pleit wel voor een meer ‘neutraal debat over de vorst, om een juister inzicht te krijgen in diens beleid en persoon. En vergelijkingen met de Duitse Führer drijven de zaken op de spits, en kloppen vaak ook niet. Zo had Leopold helemaal geen uitroeiingsprogramma voor ogen.’

Naast meer nieuw wetenschappelijk onderzoek (dat in eigen land eigenlijk al een paar jaar stil ligt) pleit Vandersmissen ook om nieuwe archieven en bronnen aan te boren. ‘Zoals het archief van zijn privésecretarissen, dat duizenden handgeschreven briefjes bevat, vaak over geld en financiën, en moeilijk leesbaar: de zinnen van Leopold lijken op een horizontale lijn met af en toe een reliëfje.’

Maar toch, meer informatie (lees: meer contextualiseren en meer internationale vergelijkingen maken met andere koloniale machten zoals Frankrijk of Portugal) gaat allicht niet minder polemiek veroorzaken. Leopold II is en blijft omstreden: de Brusselse MR-schepen Geoffroy Coomans, die vandaag een optocht en een lezing wilde organiseren ter ere van het staatshoofd, kreeg de wind van voren en zegde alles af.

Ook het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika worstelt momenteel met de kwestie: was Leopold II een massamoordenaar of een wereldverbeteraar?

Kopzorgen

‘Het museum blijft voor renovatie dicht tot 2017, en die werken gaan goed vooruit’, vertelt directeur Guido Gryseels. ‘Wat ons echter kopzorgen bezorgt, is de opbouw van de nieuwe tentoonstelling. Ik kom net uit een vergadering van drie uur waar de vraag voorlag: hoe Leopold typeren? Eerlijk gezegd: ik weet het niet.’

Gryseels denkt ook nooit een definitief antwoord te kunnen geven. ‘Maar ik weet wel dat bij de opening van het museum honderden buitenlandse journalisten gaan kijken hoe België in de 21ste eeuw omgaat met zijn koloniaal verleden. Voor alle duidelijkheid: de voorstelling gaat de wandaden van de vorst allerminst minimaliseren of goedpraten – ook in de tijd dat hij leefde waren trouwens al kritische geluiden te horen over zijn tomeloze ambities en onstilbare geldzucht, vooral in Angelsaksische landen. Het parcours gaat alle elementen op tafel leggen en het publiek moet dan maar zelf zijn mening vormen.’

Gryseels hoopt enerzijds dat de nieuwe tentoonstelling (waarvoor hij samenwerkt met de Congolese gemeenschap) de jeugd iets bijbrengt over de ‘schaduwzijde van het Belgische succes’. En dat het anderzijds ook het maatschappelijke, ethische debat over de koloniale geschiedenis in alle hevigheid doet losbarsten.

Een hoop die hij deelt met Groen-politicus Bruno De Lille, verder in deze krant, en met VUB-historica Els Witte: ‘Media en politici moeten het onderwerp terug op de agenda plaatsen. De vraag luidt immers niet: was Leopold II een grote of een slechte koning? Maar wel: hoe kon dat gebeuren? Welke systemen lagen aan de basis? Als koning probeerde hij immers, tegen de wil van het parlement, zijn macht te handhaven, en hij leefde in kapitalistische tijden.’

De grootmacht België

‘Niet vergeten’, werpt Gryseels als laatste argument op om het debat te openen. ‘In België wonen ongeveer 70.000 Congolezen, en die worstelen nog dagelijks met dat trauma. Zo vinden velen dat alles wat momenteel misloopt in Congo nog steeds de schuld is van Leopold, wat natuurlijk ook weer niet klopt. En veel Belgen denken nog steeds met veel nostalgie naar die tijd toen ons land nog een grootmacht was. Ook niet gezond.’
Bruno De Lille en Benoit Hellings, Fractieleider Groen Brus­sels Hoofdstedelijk Parle­ment en volksvertegen­woordiger Ecolo
Waar staat het monument voor de Congolese vrijheidsstrijder?
Edited: 201512170801
De Standaard | 17 DECEMBER 2015 | België is mentaal nog niet gedekoloniseerd, zeggen Bruno De Lille en Benoit Hellings. We moeten niet Leopold II herdenken, wel de slachtoffers van zijn koloniaal beleid in Belgisch-Congo.
Vandaag, exact 150 jaar nadat Leopold II de troon had bestegen, wilde de Brusselse schepen van Stedenbouw een eerbetoon organiseren voor onze tweede koning. Er kwam een storm van protest en uiteindelijk besloot Brussel de ‘hommage’ dan toch te annuleren. De schepen begreep de controverse niet. ‘Leopold II is weliswaar een “controversieel” figuur, maar heeft ook veel goede dingen verwezenlijkt’, reageerde hij.

Leopold II een ‘controversieel’ figuur noemen is geen onschuldig eufemisme. Er zijn publicaties genoeg over de wreedheden die onder zijn bewind in Congo gebeurden. Het leven van de Congolezen was in Belgische ogen zo weinig waard dat het niet uitmaakte hoeveel van hen je precies doodde. België was trouwens mee verantwoordelijk: de koning kreeg de toestemming van ons land en werd geholpen een administratief en militair kader op te zetten. België profiteerde er financieel van.

Wanneer stoppen we met ons koloniaal verleden te verheerlijken en geven we de slachtoffers een waardig eerbetoon? Ook al is het jaren geleden, de wonden zullen maar helen als we onze verantwoordelijkheid openlijk toegeven, onze fouten officieel veroordelen.

Ondanks de parlementaire onderzoekscommissie van 2001 en de consensus binnen een groot deel van de bevolking over de wreedheid onder het koloniaal bewind en de rol die België heeft gespeeld bij de moord op Patrice Lumumba, is België nog altijd niet in het reine met zijn koloniaal verleden. België heeft zijn kolonies ‘verloren’, maar is mentaal nog steeds niet gedekoloniseerd.

‘In de context van zijn tijd’

Jammer genoeg is er vandaag een compleet gebrek aan maatschappelijk debat over dat koloniaal verleden. Begin je erover, dan krijg je te horen ‘dat je dat in de context van zijn tijd moet zien’. Het onderwerp wordt zuchtend van tafel geveegd, het wordt een non-discussie genoemd.

Bovendien ontbreekt de stem van de Congolezen volledig in deze kwestie. Het is alsof we nog altijd vinden dat dit een discussie voor blanke Belgen is, waar zij zich niet mee te moeien hebben. Door een divers aanbod aan stemmen aan het woord te laten, zouden we beter begrip kunnen opbrengen voor elkaars pijn en gevoeligheden.

Wij vragen niet om elke herinnering aan dat tijdperk weg te halen. Als je het verleden wegmoffelt, maak je meteen ook de fouten van dat verleden onzichtbaar. We willen wel dat België afstand neemt van die periode. Zet een bord bij de beelden en straatnamen die naar ons koloniale verleden verwijzen. Leg de context uit, verontschuldig je voor je daden én voorzie in alternatieven die tonen dat je een nieuwe start wil nemen.

Duitsland heeft een Antikolonialdenkmal en in Londen vind je een standbeeld voor Ghandi. Bij ons zijn er, in tegenstelling tot de vele standbeelden van Leopold II, geen monumenten voor de slachtoffers van het koloniaal regime of voor Congolese vrijheidsstrijders.

Het wordt tijd dat België, 55 jaar na de Congolese onafhankelijkheid, zijn koloniale verleden echt onder ogen ziet. Misschien kan de stad Brussel de eerste stap zetten? Aan het Troonplein is genoeg plaats om nog een extra monument te plaatsen.
Reuters
Saoedi-Arabië gaat een coalitie van 34 islamstaten leiden. Het doel: alle terroristische organisaties zoals ISIS/DAESH in het Midden-Oosten uitschakelen. Iran doet niet mee.
Edited: 201512150205
De genoemde landen zijn: Jordanië, UAE, Pakistan, Bahrain, Bangladesh, Benin, Turkije, Chad, Togo, Tunisië, Djibouti, Senegal, Soedan, Sierra Leone, Somalia, Gabon, Guinea, the partially-recognized state of Palestine, Islamic Federal Republic of the Comoros, Qatar, Cote d’Ivoire, Kuwait, Libanon, Lybië, Maldives, Mali, Maleisië, Egypte, Marocco, Mauritanië, Niger, Nigeria, Yemen.
Alle genoemde landen zijn lid van de Arabische Liga. Algerije ontbreekt op het appel.

Het HQ van de coalitie zal in Riyad, de hoofdstad van Saoedi-Arabië, liggen.

Er is nog niets bekend over de logistieke middelen en het uitrolplan. Of de operaties met 'boots on the ground' zullen verlopen, is dus ook niet zeker.


De 30-jarige kroonprins van de absolute monarchie SA en tevens minister van defensie, Mohammed bin Salman al Saud, zei tijdens een zelden gehouden persconferentie dat de doelwitten in Irak, Syrië, Libië, Egypte en Afghanistan zullen liggen.

Commentaar LT:
Saoedi-Arabië scoort hiermee gegarandeerd op het westerse nieuwsfront, zeker nu de schending van de mensenrechten in het eigen land onder vuur liggen. Opvallend was ook de sterk in de verf gezette deelname van vrouwen aan de lokale verkiezingen in SA. De propaganda-machines draaien op volle toeren.
Het valt af te wachten of dit bericht meer is dan een bliksemafleider. De jonge kroonprins mag geen gezichtsverlies lijden nu hij als sterke man naar voor wordt geschoven. In de moslimwereld draait immers alles rond viriliteit en voor de troonopvolging is dat een cruciaal gegeven. De huidige koning, Salman , wordt op 31 december 80 jaar.
Wikipedia - LT (correcties en aanvullingen)
geschiedenis: Sykes-Picotverdrag, de val van het Ottomaanse Rijk, nieuwe monarchieën
Edited: 201512141458
Het Sykes-Picotverdrag was een geheime overeenkomst tussen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk in mei 1916, tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het was opgesteld door de Franse onderhandelaar Georges Picot (Paris, 18701221 – 19510620) en de Brit Mark Sykes (18790316 – 19190216). De Italianen en de Russen gingen ermee akkoord.

Volgens dit verdrag zouden de Fransen de kuststrook van Noord-Syrië en Libanon krijgen, met de grote steden Beiroet, Aleppo en Damascus, en de Britten het gebied aan de kop van de Perzische Golf, met als grootste stad Basra. Het binnenland, de eindeloze woestijn, zou worden verdeeld in ‘invloedssferen’, waar een van de beide landen een monopolie op exploitatie van natuurlijke rijkdommen en advisering van lokale potentaten zou hebben. Het zuiden van Syrië tussen de Middellandse Zee en de rivier de Jordaan, dat voor Europeanen met hun Bijbelse opvoeding als ‘Palestina’ een speciale betekenis heeft, zou onder internationaal bestuur komen. Ze besloten ook dat de onafhankelijkheid van de Arabische staten door Frankrijk en Engeland niet erkend zou worden, als het Ottomaanse rijk als verliezer uit de bus zou komen. Een derde macht was in het gebied niet toegestaan.

Op 2 november 1917 had de Britse minister van buitenlandse zaken Arthur Balfour (18480725 – 19300319) ook nog een brief gestuurd aan Lord Lionel Walter Rothschild (18680208 – 19370827), een Joodse bankier die een voorstander was van het Zionisme. In deze brief, die ook wel de Balfour-verklaring wordt genoemd, beloofde hij de steun van de Engelse regering bij de stichting van een nationaal tehuis voor het Joodse volk in Palestina.
His Majesty's government view with favour the establishment in Palestine of a national home for the Jewish people, and will use their best endeavours to facilitate the achievement of this object, it being clearly understood that nothing shall be done which may prejudice the civil and religious rights of existing non-Jewish communities in Palestine, or the rights and political status enjoyed by Jews in any other country.

Al deze onderhandelingen waren prematuur, want het Ottomaanse rijk bestond nog en zijn leger vormde een geduchte tegenstander. De Britten hadden al vroeg in de oorlog een expeditieleger aan wal gezet aan de kop van de Perzische Golf, en dit was geleidelijk opgerukt in de richting van Bagdad. Maar in juli 1916 werd de complete Britse voorhoede, 13.000 man sterk, bij al-Koet tot overgave gedwongen. Dit vertraagde de opmars naar Bagdad met bijna een jaar. Na twee mislukte pogingen om door het Ottomaanse front in het zuiden van Palestina heen te breken, veroverden de Britten met Kerstmis 1917 Jeruzalem. In oktober 1918 zakte de Ottomaanse verdediging uiteindelijk in elkaar en konden de Britten, samen met de Arabische opstandelingen, doordringen tot Aleppo en Mosoel in het noorden. Met de wapenstilstand van Mudros op 31 oktober 1918 was de militaire strijd definitief gewonnen, maar de diplomatieke problemen begonnen nu pas goed.

Arabische nationalisten riepen in Damascus de emir Faisal (1885-1933), de feitelijke leider van de Arabische opstand, uit tot koning van een onafhankelijk Arabië (Arab Kingdom of Syria). De Britten waren geneigd de aanspraken van hun protégé Faisal te erkennen. De Fransen wilden echter van geen wijken weten. Syrië moest en zou Frans worden zoals voorzien in de Sykes-Picot-overeenkomst, en uiteindelijk gaven de Britten toe. De overeenkomst werd bezegeld tijdens een aantal vergaderingen van de vredesconferentie begin 1920 in het Italiaanse San Remo. Frankrijk kreeg Syrië en Libanon, en toen de Arabische nationalisten hiertegen in opstand kwamen, werd die opstand met grof geweld onderdrukt. Faisal ging in augustus 1920 in ballingschap in de UK.

De beloning die de Britten voor hun steun aan Frankrijk bedongen, was aanzienlijk. Het Verenigd Koninkrijk kreeg Zuid-Syrië (dat werd opgedeeld in Palestina en Transjordanië) en de drie Ottomaanse provincies van Mosoel, Bagdad en Basra in het oosten, het gebied dat nu ‘Irak’ werd genoemd. Ook de familie van de Sjarief kreeg zijn deel, al bestond dat uit een serie troostprijzen en niet uit het oorspronkelijk beloofde grote Arabische koninkrijk. De Sjarief (de vader van Faisal) - Hussein ibn Ali al-Hashimi (18540000 – 19310604) - zelf werd koning van de Hejaz (met het dichtbevolkte Jeddah en de heilige steden Mekka en Medina) en zijn zoon Abdullah (18820200 – 19510720) besteeg in het woestijnstadje Amman de troon als emir (vanaf 1946 koning van Jordanië) van Transjordanië. De Britten installeerden de monarchie in Irak en Faisal kreeg in augustus 1921 de troon, nadat het land was ‘gepacificeerd’, een proces waarin Gertrude Bell (18680714 – 19260712) een aanzienlijke rol speelde.

In 1924 versloeg stamhoofd Abdulaziz ibn Saud (18750115 – 19531109) zijn rivaal Hussein ibn Ali al-Hashimi, die eerst naar Cyprus en dan naar Transjordanië vluchtte, waar zijn zoon Abdullah als emir op de troon zat. Abdulaziz legde de grondvesten van het Saoudische Koninkrijk, dat we vandaag kennen. President Roosevelt zou op het einde van WO II met Abdulaziz een akkoord sluiten over de olierijkdommen van het koninkrijk. Voor een biografie van Ibn Saud (Séoud in het Frans) verwijzen wij naar ons boeknummer 19615.

Ook de situatie in Palestina werd onhoudbaar door de verschillende Britse voorstellen die niet verenigbaar waren. Het vertrouwen van zowel de joden als de Arabieren in de Britse regering was verdwenen. Het Verenigd Koninkrijk werd gezien als een zwakke politieagent die niet in staat was de situatie in de hand te houden. De dubbelzinnige Britse houding in de periode tussen 1920 en 1948 tegenover de problemen van Palestina wordt daarom ook gezien als een belangrijke oorzaak van het Palestijns-Israëlisch conflict.

Het Britse mandaat over Irak bleek even impopulair bij de bevolking als het Franse over Syrië. Ook in Irak brak in de zomer van 1920 een heftige volksopstand uit, geleid door een coalitie van stamhoofden, soennitische notabelen en sjiitische geestelijken. De opstand werd met behulp van de Britse Royal Air Force (RAF) in bloed gesmoord. Met name terreurbombardementen van de Britse luchtmacht tegen de inheemse burgerbevolking bleken hierbij zeer effectief, mede door het gebruik van mosterdgas. Dit maakte grote indruk op de militaire experts van die tijd en leidde ertoe dat het bombarderen van burgerdoelen overal in Europa als de strijdwijze van de toekomst werd gezien (cfr. de bombardementen van de Luftwaffe op London en de tapijtbombardementen van de USAF en de RAF op Duitsland tijdens WO II).
BAUWENS Michel (interview in De Standaard Weekblad 20151212)
‘De Belgische regering kiest voor een trek-uw-plansamenleving’
Edited: 201512120903
CYBERFILOSOOF MICHEL BAUWENS EN DE ECONOMIE NA HET KAPITALISME
12 DECEMBER 2015 | Yurek Onzia, foto’s Fred Debrock
Het laatste boek dat wijlen Jean-Luc Dehaene cadeau deed aan zijn partijvoorzitter Wouter Beke, was De wereld redden van Michel Bauwens. Dat is de Belgische peetvader van de peer-to-peerbeweging – een vraag-aanbodeconomie tussen particulieren – vooralsnog niet gelukt, maar zijn alternatieve model maakt wel opgang. ‘Ja, ik ben een wereldverbeteraar.’
Een maandagmiddag in het Grand Café van het Antwerpse kunstencentrum deSingel. Michel Bauwens drinkt een espresso in het gezelschap van vier dames van Actueel Denken en Leven, een vereniging die sinds de jaren 70 voordrachten voor vrouwen organiseert over tendensen in de samenleving. Bauwens is voor deze lezing overgevlogen vanuit Berlijn, waar hij een van de hoofdgasten was op UnICommons, een tweedaagse rond gemeengoed. Straks vertrekt hij voor een tournee naar Nieuw-Zeeland en Australië, in het voorjaar is hij gastdocent aan de universiteit van Madison in de Amerikaanse staat Wisconsin.

Vandaag verwacht Bauwens maar ‘een man of 50, wat oké is, want ik spreek ook graag voor kleinere groepen’. Blijkt dat de Blauwe Zaal bomvol zit, 750 bezoekers, allemaal vrouwen. Ze smullen van zijn met voorbeelden gelardeerde verhaal over de peer-to-peer-economie, met als pijlers open en gedeelde kennis, duurzaamheid en solidariteit. En zij niet alleen. Bauwens’ boek De wereld redden is ook een Franse bestseller, de Engelse en Spaanse vertalingen staan op stapel. Verwante geesten als Jeremy Rifkin en Douglas Rushkoff steken hun appreciatie niet onder stoelen of banken. En in 2012 al nam het Post Growth Institute Bauwens op in de (En)Rich List, een lijst met de 100 meest inspirerende figuren voor een duurzame toekomst. Hij staat er te blinken naast Vandana Shiva, Mahatma Gandhi en Martin Luther King.

Terug naar het Grand Café, waar het gesprek geanimeerd is, jolig bij momenten. Bauwens is zijn bescheiden-charmante zelf, met anekdotes en grapjes over de boeddhistische gewoontes in Thailand. Hij woont al vijftien jaar in Chiang Maimet zijn Thaise vrouw en hun twee kinderen. Vandaaruit trekt hij de wereld rond om zijn visie op een nieuw maatschappijmodel uit te dragen. ‘Mijn vrouw begrijpt het allemaal niet zo goed’, lacht hij. ‘Telkens als ik vertrek, vraagt ze hoe het mogelijk is dat er mensen naar mij komen luisteren en daar nog voor willen betalen ook.’

Op het tandvlees

Het engagement van Michel Bauwens wortelt in de late jaren 90. Terwijl hij kampte met een burn-out, zag hij ook hoe het helemaal verkeerd ging met de wereld. Meer ongelijkheid, meer ecologische problemen. ‘Het leek alsof ons systeem er maar niet in slaagde om daar iets aan te doen’, zegt hij. ‘Dertig jaar geleden hadden we een ozonprobleem. Dat hebben we grotendeels opgelost, dankzij het Montrealprotocol van 1987 en de belofte van 197 landen om geen ozonschadelijke stoffen meer te produceren. Maar een gezamenlijke aanpak van de opwarming van de aarde en de klimaatverandering, dat lukt blijkbaar niet.’

Er was nog een motivatie. Bauwens had gewerkt als kaderlid voor British Petroleum en als e-business-strateeg voor Belgacom, had gezien hoe het er daar aan toe ging, hoeveel stress en burn-outs er waren en hoe kortzichtig het beleid van grote bedrijven was geworden. ‘Een verziekte werksfeer waar zelfs de elite van het kapitalisme vandaag niet aan ontsnapt’, zegt hij. ‘Vijftig jaar geleden gingen de Engelse aristocraten vrolijk naar de gentlemen’s clubs, om te socializen. Nu werkt een kaderlid 80 uur per week. Mensen zitten op hun tandvlees, ze zijn niet gelukkig.’

Bauwens dacht: dit kan toch niet het model voor de toekomst zijn? En ook: was hij een deel van het probleem of van de oplossing? ‘Het antwoord was duidelijk’, zegt hij. ‘Binnen zo’n structuur bleef ik een deel van het probleem. Ik heb toen beslist om me actief bezig te houden met systeemveranderingen. Ik nam een sabbatical, trok twee jaar uit om te lezen, onder meer over de val van het Romeinse Rijk, en reisde een halfjaar rond om dingen van nabij te bestuderen. De neerslag daarvan werd De wereld redden. Met peer-to-peer naar een postkapitalistische samenleving, het boek dat ik schreef met Jean Lievens.’

Peer-to-peer is een begrip dat oorspronkelijk uit de computerwereld komt, het betekent ‘van gelijke tot gelijke’. Wellicht was Bauwens niet de eerste, hij denkt aan het werk van iemand als Yochai Benkler, maar hij was wel een van de eersten die het p2p-principe hebben toegepast als sociale structuur op andere vlakken van de samenleving. Fundamenteel gaat het over de capaciteit van mensen om als gelijken onder elkaar samen waarde te creëren, via speciale licenties die het delen mogelijk maken. Het internet en de nieuwe technologieën laten meer dan ooit toe om makkelijk met elkaar in contact te komen en samen te werken. Zonder de normale hiërarchische structuren, maar door onderlinge coördinatie, op een globale schaal. ‘Peer-to-peer is dus niet zomaar een spelletje’, zegt Bauwens. ‘Het is het verhaal dat onze planeet nodig heeft.’

Parasitaire P2P

Centraal in dat verhaal staat het begrip commons, gemeengoed. Bauwens legt uit. ‘In de middeleeuwen al hadden boeren vaak een gemeenschappelijk stuk eigendom. Daarover maakten ze afspraken, om bijvoorbeeld op bepaalde tijdstippen vruchten te plukken.Commons is geen privaat goed en ook geen eigendom van de overheid, maar wordt beheerd door een gemeenschap van burgers, gebruikers en producenten, die er de voordelen of gevolgen van ondervinden.’

‘In de westerse wereld heeft het kapitalisme dat gemeengoed proberen af te breken. Het evenwicht tussen privé- en gemeenschappelijk bezit werd, zeker in de voorbije decennia, steeds ernstiger verstoord. Maar via het internet is het doodeenvoudig om samen op grote schaal gemeengoed te realiseren. Op die manier komencommons opnieuw in de kijker. En leiden ze naar een nieuwe manier van denken en aanpakken.’

zie onze nota over eigendom en staat

Kunt u daar voorbeelden van geven?

‘Eerst was er de vrije software, Linux. Een groep mensen creëerde die nieuwe software, maar privatiseerde hem niet en begon hem met iedereen te delen. Eén voorwaarde: als je er gebruik van maakt en er iets aan verandert, moet je die verbetering ook delen met de andere gebruikers. Wikipedia is nog een voorbeeld: een digitale bundeling van kennis op basis van vrijwillige bijdragen, die de oude encyclopedieën zo goed als overbodig heeft gemaakt.’

‘Momenteel evolueren we van een kapitalistische economie, gebaseerd op arbeid en kapitaal, naar een p2p-economie, gebaseerd opcommons en een vrijere taakverdeling. Maar omdat het allemaal nog gefragmenteerd is, zien mensen het volledige plaatje niet. Als onderzoeker kijk ik met de P2P Foundation naar die nieuwe initiatieven en vormen waarmee mensen bezig zijn, probeer er de onderliggende structuur en logica van te begrijpen en die inzichten naar het grote publiek te brengen.’

Commons, samenwerken, deeleconomie: het klinkt allemaal goed. Maar wat met bedrijven als Uber en Airbnb? Ze laten uitschijnen dat ze deel uitmaken van die sociaal gedreven p2p-economie, maar zijn evengoed gericht op winstmaximalisatie en beurswaarde.

‘Dat is inderdaad een probleem. In de nieuwe deeleconomie overheersen Uber en Airbnb, en Facebook zwaait de plak over de sociale media. Vandaag heeft het 1,3 miljard actieve gebruikers en het verandert de samenleving door de manier waarop het, via peer-to-peercommunicatie, mensen met elkaar in contact brengt. Maar zonder gebruikers heeft Facebook geen waarde. Het maakt gigawinsten door onze aandacht, het schaarste-element, te verkopen aan andere bedrijven. Wij creëren dus 100 procent van de marktwaarde, maar de opbrengsten gaan integraal naar Mark Zuckerberg. In het kapitalistische systeem betaal je de mensen tenminste nog voor hun arbeid, de toegevoegde waarde. Airbnb en Uber faciliteren, maar voegen zelf niets toe en nemen geen enkele verantwoordelijkheid. Op die manier werken ze veel goedkoper dan hotels en taxibedrijven, kunnen ze de markt innemen en grote winsten maken. Zo’n systeem kan niet blijven werken, want het is parasitair, ook voor het kapitalisme zelf. De p2p-dynamiek kan het huidige maatschappijmodel dus ook enorm verstoren.’

Coalition of the Commons

Hoe los je dat op? Michel Bauwens kijkt naar de politiek. Partijen en overheden die de kracht van het nieuwe model inzien en ermee aan de slag gaan. ‘Zo kun je in Gent of Antwerpen perfect een eigen gemeengoedversie van Uber oprichten en de winst ervan verdelen onder de chauffeurs. Waarom doen we dat niet? De rol van stedelijke overheden kan daarbij cruciaal zijn, door als facilitator van een deeleconomie op te treden.’

Bauwens stelt een Coalition of the Commons voor. ‘Door de digitalisering wordt traditionele arbeid steeds schaarser en kunnen we geen sociale compromissen meer sluiten enkel op basis van klassieke loonarbeid. Het moet wel mogelijk zijn om een nieuwe sociale en politieke meerderheid te creëren rond het idee van de commons. Je hebt het succes van de Piratenpartijen – in IJsland worden ze volgens recente peilingen de grootste partij – die de digitale cultuur vertegenwoordigen. Je hebt de Groenen, die de natuur als gemeengoed vertegenwoordigen. Je hebt nieuwe progressieve partijen, zoals het Griekse Syriza en het Spaanse Podemos en Barcelona en Comù (‘Barcelona Samen’, nieuw burgerplatform dat bij de laatste verkiezingen een meerderheid behaalde en met Ada Colau de nieuwe burgemeester leverde, red.), die zijn voortgekomen uit de Occupy-, de 15 mei- en Syntagma Squarebewegingen: allemaal groeperingen die sterk de peer-to-peer-principes hebben toegepast. Ik denk ook aan de grote mobilisatie die politici als Bernie Sanders in de VS en Jeremy Corbyn in Groot-Brittannië teweegbrengen en aan nieuwe burgerbewegingen zoals Hart Boven Hard/Tout Autre Chose in België.’

(op dreef) ‘We hebben vandaag een negatief sociaal contract. Wat is onze belofte aan onze jongeren? Dat je, áls je een geschikte job vindt, harder en langer zal moeten werken. Dat studeren steeds duurder zal worden, dat je je volwassen leven zult beginnen met schulden. Dat je geen huis zult kunnen kopen, als je geen rijke ouders hebt. De huidige Nederlandse en Britse regering, en ook de Belgische, kiest voor een trek-uw-plansamenleving. Een gevaarlijk model, want het vernietigt in ijltempo de solidariteitsmechanismen en het sociale weefsel. Het nefaste Europese austeritybeleid, gedicteerd door dezelfde grootbanken die ons met hun roekeloze gespeculeer en hebzucht in de crisis hebben gestort, drijft landen naar de bedelstaf. Willen we dat veranderen, dan zullen we, zoals de arbeiders ooit een arbeidersbeweging hebben opgebouwd, een commonsbeweging moeten creëren.’

Ziet u dat zonder slag of stoot gebeuren?

‘Dat moet uiteraard op een democratische manier gebeuren, maar het gaat wel om radicaal andere politieke keuzes – je kunt die niet alleen bewerkstelligen door op je eentje microfabrieken te bouwen. Je moet dan denken aan het grondig veranderen van instituties en instellingen, aan méér democratie en burgerparticipatie. Of dat een gewelddadig proces is of niet, hangt niet van ons af. Wel van het feit of het systeem soepel genoeg is om die innovaties te accepteren. Een systeem wordt pas gewelddadig, als het niet meer kan veranderen zónder geweld. Dat moeten we absoluut vermijden. Ik pleit voor evolutie en samenwerking, in plaats van voor revolutie en onderlinge verdeling.’

Dat de veranderingen volop bezig zijn, toont u in uw boek aan via een reeks succesvolle cases.

‘Ja, ik denk aan Fora do Eixo, een groot p2p-cultuurnetwerk in Brazilië dat erin is geslaagd een grote alternatieve muziekeconomie te creëren. Je hebt er ook Curto Café, een alternatieve koffiegemeenschap die heel wat peer-to-peer-principes gebruikt: openheid in de productie en de boekhouding, een open recept en wie investeert, wordt terugbetaald met gratis koffie. Of het Broodfonds in Nederland, een mooi voorbeeld van onderlinge solidariteit bij ziekte of ongeval tussen kleine zelfstandigen, freelance kenniswerkers en kleine ondernemingen – het nieuwe precariaat, dat zouden de vakbonden dringend moeten beseffen. En in Zwitserland heb je WIR, een p2p-organisatie van 62.000 ondernemers die werkt als een soort ‘nieuwe gilde’ en haar leden helpt en versterkt door kredietverstrekking via een alternatieve munt, de WIR franc, buiten de traditionele banken om. Allemaal dingen die de arbeidersbeweging in de 19de eeuw al deed, maar nu in een nieuw technologisch jasje zitten.’

VAN TINA NAAR TAPAS

U reist vanuit uw thuisbasis in Thailand vrijwel continu de wereld rond, met een onvermoeibare, haast apostolische bevlogenheid. Wat houdt u gaande?

‘Als je iets wilt veranderen, moet je mensen hoop geven en die energie mobiliseren. Misschien lukt het niet, maar als je begaan bent met sociale rechtvaardigheid en de planeet, en iets wilt bereiken, kun je gewoon niet anders. Tijdens mijn burn-out werd het me duidelijk dat een engagement met mijn medemens, van gelijke tot gelijke, een essentieel deel van mijn leven moest zijn. Het peer-to-peer verhaal was daar de logische uitkomst van.’

‘In The Varieties of Religious Experienceheeft Harvard-filosoof William James het over de ‘once born’ en de ‘twice born’. Er zijn mensen die geboren worden en onmiddellijk hun plaats vinden. Je hebt er ook die een strijd moeten leveren, een crisis doormaken. Als die erin slagen, zegt James, om later in hun leven erbovenop te komen, zijn dat de mensen die de wereld veranderen. Ik was als jongeman niet gelukkig. Vond mijn plaats niet, heb moeten worstelen om zingeving te creëren. En dan gebeurt er iets waardoor alles samenvalt en je weet: dit is mijn weg. Ik doe dit dus omdat ik het móét doen.’

Beschouwt u uzelf als een wereldverbeteraar?

(resoluut) ‘Ja.’

Ik vraag het omdat het een woord is dat mensen nauwelijks nog in de mond durven nemen.

‘Ja, maar dat is net het probleem. Dat heersende cynisme, in combinatie met het dominante neoliberale denken. Sommige politici proberen de mensen wijs te maken dat er geen andere opties zijn dan het beleid dat we nu voorgeschoteld krijgen. Dat is een verschrikkelijke onderdrukking van de mens en van het menselijke potentieel. Ik zeg het vaak: we moeten van TINA (There Is No Alternative, red.) naar TAPAS (There Are Plenty of Alternatives’, red.), want er zijn wel degelijk alternatieven.’

‘Momenteel zijn miljoenen mensen hun leven aan het veranderen. Ze accepteren steeds minder het dominante neoliberale economische denken en willen ethisch, duurzaam en solidair handelen. Uit een onderzoek in Finland is gebleken dat maar liefst 95 procent van de Finse designstudenten wil meewerken aan duurzaamheidsinitiatieven. Mensen zetten zich in voor hun wijk en voor natuurbehoud, organiseren repair cafés, zetten coworking spaces en FabLabs op, delen hun wagens en materiaal, en produceren alternatieve energie, geïnspireerd door de succesvolle burgercoöperatieven in Duitsland, waar 96 procent van de hernieuwbare energie wordt geproduceerd buiten de energiemaatschappijen om. Op die manier ontstaat er een tegenmacht die de bestaande macht uitdaagt, met solidariteit, duurzaamheid en gedeelde kennis als belangrijkste pijlers.’

Er is nog hoop?

‘Er is zeker hoop. En het is belangrijk om hoop te hebben. Niet omdat mensen die de wereld willen verbeteren, daar altijd volledig in slagen. Maar beeld je in dat je zelfs niet meer probeert. Dan boer je zeker achteruit.’
LT - FR3
Sarkozy en Kadhafi - 'la carte à jouer'
Edited: 201512081645
6 oktober 2005: Sarkozy , minister van BiZ onder Chirac, bezoekt Kadhafi in Tripoli; het contact is ingeleid door Ziad Takieddine, een makelaar in wapens. De nabijgelegen oliestaat Lybië is een gegeerde bruid. Trouwens, had Tony Blair het jaar voordien niet de hand geschud van Kadhafi?
2007: Sarkozy verkozen tot president (53%)
2007: S. lanceert idee van 'Union de la Méditérranée'

juli 2007: de EU staat op het punt om vijf Bulgaarse verpleegsters, door het Lybische gerecht ter dood veroordeeld, vrij te krijgen; achter de schermen onderhandelt S. met K. en weet hun vrijlating als een pluim op zijn hoed te steken; de entourage van K. zegt: 'on lui donnait une carte à jouer'. De methodiek doet denken aan het spel dat werd gespeeld met de gegijselden in Iran ten tijde van de revolutie en de verkiezing van Ronald Reagan (1979-1980); de entourage van Reagan zou de bevrijding vertraagd hebben om Carter geen 'carte à jouer te geven'.
25 juli 2007: S. bezoekt K. in Tripoli; er worden tien handelsakkoorden getekend, ook wapenakkoorden.
10 december 2007: K. op officieel maar clownesk bezoek in Parijs; de Franse staatssecretaris van de mensenrechten verneemt uitgerekend op die dag de ware omstandigheden waarin de vijf Bulgaarse verpleegsters werden vastgehouden en gefolterd en onthult die aan de pers; het bezoek gaat toch door; Bernard Kouchner, de minister van BuZ (van 20070518 tot 20101113), veroordeelt in het parlement de schending van de mensenrechten door Lybië; S. zegt aan de pers dat hij K. heeft aangepakt over de mensenrechten maar K. ontkent voor de camera dat daarover is gesproken; de officiële ondertekening van omvangrijke handels- en wapenakkoorden (o.a. met Dassault) gaat gewoon door maar K. zal die nooit honoreren.
13 juli 2008: Sommet fondateur de l'Union de la Méditerranée; Kadhafi boycot deze top. Voor S. - le petit Napoléon - had het 'un moment de gloire' moeten worden.
2008-2011: stilte in de Frans-Lybische betrekkingen.
2011: Arabische lente in Tunesië en Egypte slaat ook naar Lybië over; Sarkozy: 'Monsieur Kadhafi doit partir.'
maart 2011: Bernard-Henri Lévy duikt op in Benghazi en regelt ontmoeting tussen S. en de rebellenleiders in Parijs. S. maakt die ontmoeting ook bekend en erkent op 10 maart de leiders (Libyan Transitional National Council) als enige vertegenwoordigers van Lybië. De Franse luchtmacht - gesteund door een coalitie - bestookt het Lybische leger. Kadhafi - woedend - verklaart voor de camera dat hij in 2005 geld heeft gegeven aan Sarkozy om diens verkiezing tot president te steunen. (sommige bronnen spreken van 50 miljoen euro)
15 september 2011: S. trekt als overwinnaar naar Tripoli en geeft er een toespraak voor de rebellen.
20 oktober 2011: K. wordt in Sirte levend gevangen genomen maar door een omstaander in het hoofd geschoten en sterft. Er komt dus geen herhaling van een proces van een dictator. Saddam Hoessein kwam in 2006 wel voor een rechtbank.


News - Libération - Figaro - l'Humanité
Front National wint regionale verkiezingen in eerste ronde in 6 regio's - La 'reconquista' de Marine Le Pen
Edited: 201512062336
Le Figaro en L'Humanité gebruiken hetzelfde woord op hun frontpagina: 'le choc'. Toch is de uitslag geen verrassing. De Fransen hebben niet gestemd maar geschreeuwd.
Marine Le Pen spreekt van 'reconquérir la France', een onverholen verwijzing naar de 'reconquista'.
Sarkozy wil niet weten van gezamenlijk opkomen met de socialisten tijdens de tweede ronde.


LT
The 5 pillars of Saoudi-Arabia - De 5 pijlers van Saoedi-Arabië
Edited: 201511272326


Schema deels gebaseerd op RATHMELL Andrew, Saoedi-Arabië, het koninkrijk van de olie, in: Het Midden-Oosten hertekend (boeknummer 19960211) en een tiental andere boeken.
Er is een groeiende bewustwording in Europa rond het feit dat Saoedi-Arabië een cruciale rol speelt in het Syrisch conflict.
Zo werden er in het Belgische parlement vragen gesteld aan minister Reynders (BuZ) over een op til zijnd belastingsverdrag met het land. Zoals gewoonlijk volgt er dan een evasief antwoord. Het is ook jammer dat de oppositie deze vragen stelt: het kalf is dan al verdronken voor het geboren is. De Saoedische investeringen in de Antwerpse haven - goed voor 900 banen gespreid over vijf jaar - leggen blijkbaar meer gewicht in de schaal dan barbaarse onthoofdingen en mateloos geweld. Wiens brood men eet, diens woord men spreekt. Is dat de ethiek van politieke partijen, ondernemers en vakbonden? Of raakt die ondergesneeuwd tijdens het parcours van geven en nemen?
Op het internationale forum stelt men vragen bij de financiering van ISIS/DAESH, de excursie van westerse staatshoofden naar SA in januari 2015, de steun aan Europese moskeeën, de onderdrukking van vrouwen, de (publieke) onthoofdingen onder de sharia-wetgeving, het willekeurige optreden van de gevreesde religeuze politie (Committee on the Promotion of Virtue and Prevention of Vice), aan slavernij grenzende tewerkstelling van buitenlandse werknemers en het racisme tegenover hen, etcetera.
Op het binnenlands vlak ontstaat er in SA een probleem wanneer de olieprijzen laag blijven. Wellicht zien oliestaten met lede ogen aan hoe de wereld zich keert naar alternatieve energiebronnen (zon, wind, schaliegas, hydro, ...) en hoe de Russische energieleveranciers hun netwerk van 'pipelines' gestadig uitbreiden. Overigens zijn de 'global oil players' zowel in SA als in Rusland actief.
De rol van de ulama's (de religieuze klasse) is alles behalve transparant. Zij onderhouden de basis van het wahabisme (genoemd naar de predikant Mohammed ibn Abd al-Wahhab) en zorgen voor de legitimering van het regeringsbeleid. Tegelijk vangt het wahabisme de ontgoochelden op en leidt hen naar een (buitenlands) vijandelijk doel.
De rol van de USA - daaronder verstaan de rol van de oliemaatschappijen - is dubbel: enerzijds de afname en distributie van de olie, anderzijds de leverancier van allerlei wapentuig. De politieke situatie en de mensenrechten in SA zijn zelden het voorwerp van debat. Zo lijkt een directe kritiek van een Amerikaanse presidentskandidaat op het beleid wel op politieke zelfmoord.
Tenslotte nog een woord over Europa. De EU krijgt in het verhaal de rol toebedeeld van lijdend voorwerp: opname van vluchtelingen uit Syrië, Afghanistan, Irak en aanslagen van terroristen. Binnen de driehoek USA - Rusland - SA wordt het Europese model aan diggelen geslagen en we moeten ons durven afvragen of er geen economische oorlog woedt onder de sluier van het fundamentalistisch islamisme. (Wordt vervolgd ...)


News
ISIS eist de verantwoordelijkheid op voor de aanslag op een bus van de presidentiële wacht in de Tunesische hoofdstad Tunis. Bij de explosie zijn twaalf mensen omgekomen.
Edited: 201511261149
Volgens de Tunesische autoriteiten strijden duizenden Tunesiërs aan de zijde van de extremisten in Irak, Syrië en Libië.
Bertrand Russell
Wat we moeten doen: niet bang zijn te leven
Edited: 201511231730
We moeten op onze eigen benen staan en de wereld frank en vrij tegemoet zien - de goede feiten, de slechte feiten, de schoonheden en de lelijkheid; zie de wereld zoals deze is en wees er niet bang voor. Verover de wereld met intelligentie en niet alleen door slaafs onderworpen te zijn aan de verschrikkingen die met het leven verbonden zijn. Het hele begrip god is een begrip dat is ontleend aan antiek oriëntaals despotisme. Het is een begrip dat de vrije mens niet waardig is. Als je hoort hoe mensen zichzelf in de kerken vernederen, en hoe ze zeggen dat ze ellendige zondaren zijn en nog veel meer, dan lijkt dit verachtelijk en onwaardig voor zichzelf respecterende mensen. We horen op te staan en de wereld open in het gelaat te zien. We horen van deze wereld het beste te maken dat we kunnen, en als het niet zo goed lukt als we zouden willen, dan zal het uiteindelijk toch beter zijn dat wat die anderen er in al die eeuwen van hebben gemaakt. Een goede wereld heeft kennis nodig, vriendelijkheid en moed; ze heeft niets aan vol spijt hunkeren naar het verleden of aan het beperken van de vrije intelligentie door woorden die lang geleden zijn geuit door mensen zonder kennis. Deze wereld moet zonder angst zijn en onze intelligentie moet zich vrij kunnen ontwikkelen. Er is hoop voor de toekomst nodig, de wereld heeft niets aan steeds terugkijken naar een verleden dat dood is, en dat naar ons vertrouwen ver voorbijgestreefd zal worden door de toekomst die onze intelligentie kan creëren.

Uit: Deze lezing werd door Russell gehouden op 6 maart 1927 voor de Zuid-Londense afdeling van de National Secular Society, in de Battersea Town Hall.
Vertaling: Els Geuzebroek
de hele lezing consulteren
Dyab Abou Jahjah in De Standaard van 20151120
In Europa is het fascisme racistisch en gebouwd op het idee van blanke superioriteit, in de moslimwereld is het religieus en gebouwd op de superioriteit van de islam.
Edited: 201511201357
In zijn column doet Jahjah een poging om de oorzaken van de aanslagen in Parijs historisch te duiden.
Hij besluit met volgende zin:
'In Europa is het fascisme racistisch en gebouwd op het idee van blanke superioriteit, in de moslimwereld is het religieus en gebouwd op de superioriteit van de islam.'
Ik neem aan dat Jahjah goed nadenkt vooraleer hij zo'n besluit schrijft. Daarom vraagt het een tweede lezing.
Het eerste lid van de zin heeft het over 'het idee van blanke superioriteit', in het tweede lid wordt geponeerd dat het (fascisme) in de moslimwereld religieus is en gebouwd op de superioriteit van de islam. Merk op dat Jahjah niet schrijft: 'en gebouwd op het idee van de superioriteit van de islam.'
Een tweede bemerking hebben we bij de vermeende gelijktijdigheid in de redenering van Jahjah. Hij schrijft: 'In Europa is (sic!) het fascisme racistisch (...)'. Het gebruik van de tegenwoordige tijd wekt de indruk dat de grondstroom in de Europese samenleving fascistisch en racistisch is.
Dat gaat mij iets te ver.

LT/20151120


Ziehier het antwoord van Bart Sturtewagen (20151120, 14:42):
Lucas,
Ik ben ook even aan deze passus blijven hangen en ik denk dat die preciezer geformuleerd had kunnen zijn. De geest van de tekst is anders dan wat jij erin leest, denk ik, maar de tekst is dubbelzinnig. Ik heb je bedenking aan de opinieredactie en aan Abou Jahjah bezorgd.
Bart Sturtewagen
Opiniërend Hoofdredacteur
De Standaard
Gossetlaan 30
1702 Groot-Bijgaarden

Commentaar LT:
Het antwoord van BS neigt naar ons gevoel eveneens naar dubbelzinnigheid, temeer als men weet dat uitgerekend deze zin door de eindredactie werd uitgelicht in BOLD BLUE. BS schrijft: 'de geest van de tekst is anders dan wat jij erin leest'. Welnu, dan stelt zich het vraagstuk van de intentie en de interpretatie, een heikel thema in deze tijden waar de bevolking vraagt om klare wijn te schenken. Een hoofdredactie - wie anders ? - draagt hiervoor de verantwoordelijkheid. Daarom is het wat al te glad om ex post de dubbelzinnigheid vast te stellen.


Wiki
Turkse Republiek Noord-Cyprus
Edited: 201511150349
1) Rauf Denktaş (Paphos, 27 januari 1924 – Lefkoşa, 13 januari 2012) was een Turks-Cypriotisch politicus. Hij was in 1975 de oprichter van de Nationale-eenheidspartij (UBP) en was van 1983 tot 2005 president van de Turkse Republiek Noord-Cyprus. Deze republiek wordt door geen enkel land behalve Turkije erkend. De president van de TRNC wordt evenwel door de VN geaccepteerd als vertegenwoordiger van de Turks-Cypriotische gemeenschap in onderhandelingen over de staatkundige toekomst van het eiland.

Internationaal werd hij sinds 1973 erkend als vicepresident van de republiek Cyprus. Cyprus heeft namelijk als staatshoofd een Grieks-Cypriotische president, die gekozen wordt door de bevolking van Grieks-Cyprus, en een Turks-Cypriotische vicepresident die door de bevolking van Turks-Cyprus gekozen wordt. Sinds 1974 is de vicepresident echter al niet meer verkozen.

Op 15 november 1983 verklaarde vicepresident Rauf Denktaş de Turkse zone eenzijdig soeverein en onafhankelijk. De nieuwe staat werd alleen door Turkije erkend. Hij noemde zichzelf sindsdien 'president van de Turkse Republiek van Noord-Cyprus'. Sinds 1985 heeft Turks-Cyprus een eigen uit vijftig leden bestaand parlement.

In april 2005 kwamen er voor het eerst in lange tijd verkiezingen in Turks-Cyprus, omdat de inmiddels tachtigjarige Denktaş het tijd vond om zijn positie over te dragen aan een opvolger. Deze opvolger werd Mehmet Ali Talat, de voormalige vicepresident van Turks Cyprus.

2) Mehmet Ali Talat (Kyrenia, 6 juli 1952) is een Turks-Cypriotisch politicus. Van april 2005 tot april 2010 was hij president van de Turkse Republiek Noord-Cyprus (TRNC). Deze republiek wordt door geen enkel land behalve Turkije erkend. De president van de TRNC wordt evenwel door de VN geaccepteerd als vertegenwoordiger van de Turks-Cypriotische gemeenschap in onderhandelingen over de staatkundige toekomst van het eiland.

Nadat Talat, destijds leider van de linkse Turkse Republikeinse Partij, tijdens de (vice)presidentsverkiezingen op 17 april 2005 met een meerderheid van 55% tot (vice)president was verkozen volgde hij op 25 april Rauf Denktaş op als machtigste man van Noord-Cyprus. Degene die de presidentsfunctie van de TRNC vervult, moet zijn partijpolitieke binding opgeven.

Op 18 april 2010 werd hij bij de presidentsverkiezingen verslagen door de rechts-nationalistische Derviş Eroğlu van de Nationale-eenheidspartij, die hem op 24 april opvolgde.

Zijn zoon Serdar Denktaş is de Turks-Cypriotische minister van buitenlandse zaken.
3) Derviş Eroğlu (Famagusta, 1938) is een Turks-Cypriotisch politicus. Van 24 april 2010 tot 30 april 2015 was hij de 3e president van de Turkse Republiek Noord-Cyprus. Hij was van 1983 tot 2006 politiek leider van de Nationale-eenheidspartij en werd dat opnieuw in 2008.

Derviş Eroğlu werd in 1938 in de Oost-Cypriotische kuststad Famagusta (Turks: Gazimağusa of Mağusa) geboren. Na de lagere school daar doorlopen te hebben ging hij naar Turkije om er hoger onderwijs te volgen. In de jaren zestig studeerde hij geneeskunde aan de Universiteit van Istanboel.

Tijdens zijn studie ontpopte Eroğlu zich als een Turks-Cypriotisch nationalist. Dit nadat Cyprus in 1960 onafhankelijk was geworden van het Verenigd Koninkrijk en in de jonge republiek etnische onlusten tussen Grieks- en Turkstalige Cyprioten uitbraken.

In 1963, na het behalen van zijn graad in de geneeskunde, keerde hij terug naar Cyprus. In zijn geboortestad Famagusta beoefende hij vijf jaar lang de geneeskunst. Hierna vertrok hij opnieuw naar Turkije, ditmaal om zich in de hoofdstad Ankara te specialiseren in urologie.

In de zomer van 1974 viel het Turkse leger zijn geboorteland binnen als reactie op een Griekse staatsgreep. De Turken veroverden een groot, noordelijk deel van het eiland en riepen er de Turkse Republiek Noord-Cyprus uit. Zo'n 200.000 Turken uit Turkije vestigden zich hierna in deze republiek, die tot op de dag van vandaag internationaal niet erkend wordt. Ook Eroğlu ging weer naar Noord-Cyprus en hij werd er politiek actief.

In 1976 werd hij parlementslid voor de in oktober 1975 door Rauf Denktaş opgerichte Nationale-eenheidspartij, vervolgens in 1976-1977 minister voor onderwijs, cultuur, jeugd en sport. In 1983, het jaar waarin Denktaş Noord-Cyprus soeverein had verklaard en zichzelf tot president had uitgeroepen, werd Eroğlu politiek leider van de UBP. Dit zou hij tot 2005 blijven en vanaf 2008 weer worden. In die eerste periode was hij driemaal minister-president (van 1985 tot 1994 en van 1996 tot 2004; in de tussentijd was hij oppositieleider) en in de tweede periode (vanaf mei 2009) werd hij dat opnieuw.

Op 18 april 2010 nam hij deel aan aan de presidentsverkiezingen. Deze won hij van zijn rivaal, zittend president Mehmet Ali Talat. Deze kreeg 42,8 procent van de stemmen tegenover 50,4 voor Eroğlu. Hij werd op 24 april 2010 geïnstalleerd.

In tegenstelling tot de pro-Europese Talat, die een federatief Cyprus voorstond, is Eroğlu voorstander van een tweestatenoplossing (wat de de facto situatie van Cyprus is), die door Grieks-Cyprus en de internationale gemeenschap wordt verworpen. Evenwel had hij aangegeven ‘niet weg te zullen lopen’ van vredesonderhandelingen met de Grieks-Cyprioten. In september 2008 waren deze onderhandelingen heropend onder toezicht van de Verenigde Naties.

In 2015 deed Eroğlu opnieuw mee aan de presidentsverkiezingen. Op 26 april nam hij het in de tweede ronde op tegen de als gematigd te boek staande Mustafa Akıncı. Deze won het van de zittend president en werd op 30 april beëdigd als diens opvolger.

Eroğlu is getrouwd en heeft vier kinderen.

4) Mustafa Akıncı (Limasol, 28 december 1947) is de vierde president van de eenzijdig uitgeroepen en niet erkende Turkse Republiek Noord-Cyprus.

Hij was tussen 1976 en 1990 de burgemeester van het Turks-Cypriotische deel van de hoofdstad Nicosia. Daar werkte hij nauw samen met zijn Griekse tegenhanger van de gedeelde stad. Daarna was hij afgevaardigde in het parlement.

In de verkiezingen van 2015 was hij presidentskandidaat en won hij het in de tweede ronde met 60,3 procent van de stemmen van de zittend president Derviş Eroğlu. Akıncı wordt gezien als een gematigd politicus die zich verzoeningsgezind opstelt tegenover de Grieken in Cyprus.

News / Lucas Tessens
Armageddon start in Parijs - ca. 130 doden - tientallen zwaargewonden in kritieke toestand
Edited: 201511140250
Terreuraanslagen van ISIS/DAESH houden Parijs in een wurggreep. Zeven daders blazen zichzelf op, één gedood door politie.
Opvallend en onverklaard is dat drie zelfmoordterroristen met bommengordels zich opblazen aan het Stade de France en - buiten zichzelf - slechts één slachtoffer maken. In de concertzaal 'Bataclan' worden 89 mensen vermoord.
President Hollande spreekt van 'une barbarie'. Hij kondigt de noodtoestand af, legt drie dagen nationale rouw op en sluit de grenzen. Het openbare leven in Parijs valt stil.

De aanslagen worden gezien als een vergelding voor de luchtaanvallen van de Franse luchtmacht op stellingen van Isis in Syrië. Het lijkt erop dat een verhoging van de druk op de militaire poot van Isis in Syrië de jihadistische terreurcellen in West-Europa activeert. Communicerende vaten, dus.

Ooggetuigen aarzelen wanneer zij spreken over de daders: 'Ce n'était pas un grand blond.' (France 2)

Geopolitiek. De absolute expert Marc Trévidic (van 12 juni 2006 tot eind augustus 2015 juge d'instruction au Tribunal de grande instance de Paris au pôle antiterrorisme) zegt in de studio van France 2 dat de aanslagen ook diplomatieke gevolgen moeten hebben: 'nu omarmen we de staten die het terrorisme steunen en Frankrijk doet dat om de olieleveringen veilig te stellen'. Letterlijk: 'le wahabisme a diffusé cette idéologie sur la planète depuis le conflit de l'Afghanistan. (...) La politique américaine vous savez ce que c'est? On adore les fondamentalistes religieux s'ils sont libérales économiquement. C'est comme ça depuis des années. C'est leur crédo! C'est super les saoudiens, c'est super le Qatar, parce qu'ils commercent, ils sont libérales économiquement. C'est tout ce qui nous intéresse. Donc ils aiment les fondamentalistes religieux. On est dans un paradoxe total.' Commentaar: Dat is een duidelijke verwijzing naar het wezen van het (neo)kolonialisme: het plunderen van bodemrijkdommen door de grote oliemaatschappijen (The Seven Sisters), het installeren en koesteren van een corrupte bovenklasse (clans met hiërarchische familiale banden) in artificiële natiestaten, geen ontwikkeling van de bevolking in de gekoloniseerde staten; dat vormt de ideale voedingsbodem voor radicaal salafisme. Trévidic doet een merkwaardige verspreking: enerzijds vernoemt hij 'la politique américaine', anderzijds zegt hij 'nous'. Net daarin ligt de verklaring: de Amerikaanse politiek van de bovenklasse verschilt niet wezenlijk van die van de Europese of de Russische of de Aziatische bovenklasse. De essentie van het (neo)kolonialisme is de misdadige collusie van particuliere belangen. Het kolonialisme is geen fenomeen tussen staten maar een feitelijk verbond van particuliere groepen die zich van een staatsstructuur bedienen en die misbruiken.
Sociale psychologie. Het ontbreken van de mogelijkheid tot sublimering van driften (onderwijs, wetenschap, kunst, muziek, werk, ...) laat ruim de plaats voor de verheerlijking van oerdriften: seks en geweld. Het vertrek naar oorlogsgebied (Syrië) kadert in die logica.
Vrijdag 13 november 2015 is een trieste datum in de Franse geschiedenis. [Of de uitgekozen datum ook een symbolische betekenis heeft is niet duidelijk: op vrijdag de dertiende oktober 1307 werden in Frankrijk alle Tempeliers op bevel van Philips de Schone gearresteerd, op grond van valse beschuldigingen; dat was de start van de uiteindelijke vernietiging van de Orde van de Arme Ridders van Christus en de Tempel van Salomo, beter bekend als de Tempeliers. (wiki)]
Westerse staatshoofden zenden de klassieke solidariteitsbetuigingen.
Het is tijd om stil te staan bij de woorden van Malraux: 'Une vie ne vaut rien, mais rien ne vaut une vie.'

laatst aangepast op 20151116, 15:10
El Pais / De Morgen / The Guardian
Nobelprijswinnaar Pablo Neruda hoogstwaarschijnlijk vermoord in 1973
Edited: 201511071259

El Pais kon de hand leggen op de voorlopige conclusies van een aanslepend gerechtelijk onderzoek.
Neruda overleed op zondag 23 september 1973, twaalf dagen nadat Augusto Pinochet met hulp van de CIA in Chili een staatsgreep pleegde en de macht overnam van president - en Nerudas vriend - Salvador Allende. Volgens historische bronnen stond Neruda op het punt naar Mexico te vertrekken om een regering in ballingschap te leiden tegen Pinochet. Op zijn sterfdag zou Neruda, volgens het document, in het ziekenhuis van Santiago mogelijk door een injectie of oraal iets hebben binnengekregen waardoor hij 6,5 uur later overleed.
Neruda (Chile, Parral, 12 juli 1904 – Santiago, 23 september 1973) schrijft in Canto General (verschenen in 1950) de geschiedenis van Latijns-Amerika in versvorm. Deze poëzie vormt de felste aanklacht tegen de kolonisatie, het neo-kolonialisme van de Verenigde Staten, de hielenlikkers in de bananenrepublieken, de uitbuiting, het moorden en verkrachten, de ontvoeringen, de verdwijningen, het folteren, de façades, het grootgrondbezit, de plundering van de grondstoffen door multinationals, en alles wat Latam tot zo'n tragisch continent maakt.
HOUELLEBECQ Michel
Onderworpen. Roman (vertaling van Soumission - 2015)
Edited: 201511030052
Paperback. Pp: 224. Een professor aan de Sorbonne, groot kenner van het oeuvre van Joris-Karl Huysmans, ziet zijn land in 2024 aan de vooravond van de presidentsverkiezingen steeds verder polariseren: een burgeroorlog lijkt onvermijdelijk. De traditionele partijen zijn uitgespeeld, de strijd gaat tussen het Front National en de Fraternité musulmane (Moslimbroederschap). Op de valreep doet een van de leiders een politieke meesterzet.Na de kalme triomf van De kaart het gebied, waarmee hij de Prix Goncourt won, is Michel Houellebecq helemaal terug als Frankrijks grootste provocateur. Ook zijn bekende thema's keren terug: liefde, seks, eenzaamheid. Maar voor het eerst eindigt hij met een verrassend majeurakkoord. ISBN: 9789029538619.

Zijn controversiële maatschappijkritische toekomstroman Soumission, - Frans voor 'onderworpenheid/onderwerping', wat 'islam' ook in het Arabisch betekent - verscheen op 7 januari 2015. Na de Franse presidentsverkiezingen van 2022 wordt de leider van de partij La Fraternité musulmane (De Islamitische broederschap), de ambitieuze Mohammed Ben Abbes, in de tweede ronde verkozen, nadat andere partijen in een poging het Front National van de macht te weren, diens kandidatuur ondersteunden. Frankrijk wordt een islamitische staat die de sharia invoert. De roman beschrijft het leven van de misantropische docent Franse letteren aan de Sorbonne, François (een subtiele verwijzing van Houellebecq naar zichzelf), die een specialist en bewonderaar is van het werk van Joris-Karl Huysmans. Na zijn bekering tot de islam, vindt François opnieuw wat geborgenheid en geluk. In het boek haalt Houellebecq ook scherp uit naar politici zoals François Hollande, die aan zijn tweede ambtstermijn als president bezig is, en François Bayrou die een islamitisch premier wordt.[7]. De Nederlandse vertaling heeft als titel Onderworpen en is verschenen op 12 mei 2015[8].

Het werk van Houellebecq wordt in het Nederlands vertaald door Martin de Haan.
Avaaz
Persbericht: Stop de Nederlandse vriendjespolitiek - Pleidooi tegen enge partijpolitiek
Edited: 201511022351
Beste vrienden,

Sinds decennia worden de burgemeesters, leden van adviesraden and hogere ambtenaren grotendeels benoemd in achterkamertjes, waarbij de grote politieke partijen bepalen wie de baan krijgt. Dit is in strijd met onze meest basale democratische principes.

We zien het steeds opnieuw. Wanneer een baan in het openbaar bestuur open komt, kan iedereen solliciteren, maar “Als je geen partijlid bent, maak je geen schijn van kans” -- hoe gekwalificeerd of ervaren je ook bent.

Maar er is een oplossing. Meer Democratie heeft een campagne gelanceerd om de juridische loopholes te schrappen en een onafhankelijke commissie in te stellen die de eerlijkheid en openheid van alle benoemingen bewaakt. Volgens peilingen steunt 70% van de Nederlanders deze hervorming.

Als we nu op korte termijn 40.000 handtekeningen indienen, dan is de Tweede Kamer verplicht om ons voorstel te bespreken en erover te stemmen -- dit is de beste kans die we hebben om ervoor te zorgen dat onze stem luid en duidelijk wordt gehoord. Klik hieronder om een einde te maken aan deze vriendjespolitiek die in strijd is met onze grondwet.


Slechts 2,5% van de volwassen Nederlanders zijn lid van een politieke partij. Wij, de overige 97,5%, worden vanaf het begin uitgesloten. Dat is niet alleen oneerlijk, het is ook een verspilling van talent, omdat de overheid de skills mist van een enorme hoeveelheid hoog gekwalificeerde mensen.
Laten we eens de burgemeesters bekijken. Van de circa 400 gemeenten hebben er niet minder dan 336 een CDA-, PvdA- of VVD-burgemeester (in 2014). De lokale partijen kregen 24% van de stemmen in 2014, maar slechts 3% van alle burgemeestersposten.

Het is ook slecht voor de onafhankelijkheid van alle adviesraden en onderzoekscommissies. Er zijn er honderden -- van de Raad van State en de Nationale Rekenkamer tot aan het Commissariaat voor de Media. Zij moeten de regering onafhankelijk advies geven en hun daden controleren. Het is niet goed als zij gevuld zijn met mensen die allemaal uit dezelfde partijen komen, die elkaar persoonlijk kennen en die elkaar aan banen helpen.

Onze Grondwet zegt dat alle Nederlanders op gelijke voet in openbare dienst benoembaar zijn en dat discriminatie op politieke gronden is verboden. Maar een weinig bekend artikel 5.4 in de Wet Gelijke Behandeling maakt opeens een uitzondering voor publieke benoemingen. Op die manier kunnen zelfs rechters niets doen voor mensen die vermoeden dat zij werden gediscrimineerd.

Deze juridische loophole moet worden afgeschaft. In plaats daarvan zou Nederland het Britse systeem kunnen volgen, dat sinds 150 jaar een Civil Service Commission heeft wiens belangrijkste taak is het voorkomen van partijpolitieke benoemingen en het zorgen voor eerlijke en open benoemingen die zijn gebaseerd op verdienste.

Laten we dit systeem nu veranderen en onze democratie naar een hoger niveau tillen.

Avaaz is een internationaal campagnenetwerk van 41 miljoen mensen en streeft ernaar dat internationale besluitvorming wordt bepaald door inzichten en waarden van de wereldbevolking. ("Avaaz" betekent "stem" of "lied" in veel talen.) Avaaz heeft leden in alle landen van de wereld; ons team is verspreid over 18 landen in 6 werelddelen en werkt in 17 talen.
Stad Antwerpen
Stad Antwerpen motiveert beslissing verbod boerkini/burkini in zwembaden
Edited: 201511020227





Op 24 september 2015 hadden wij het volgende geschreven aan Fons Duchateau:
Dag Fons,


Zwemdebat: Na de hoofddoek, de boerka, het onverdoofd slachten, Zwarte Piet, nu de boerkini ...
Er lopen klachten tegen het boerkini-verbod in zwembaden bij het Interfederaal Gelijkekansencentrum (IGK). De godsdienstvrijheid wordt ingeroepen.
Als er nu een godsdienst zou bestaan die naaktzwemmen verplicht, dan wordt het misschien nog een interessant debat in het zwembad.

LT

Op 1 november 2015 kwam er een antwoord:
Geachte heer Tessens,
Het standpunt van de stad om het verbod op niet aangepaste kledij in de openbare zwembaden te handhaven is niet alleen ingegeven door hygiënische redenen, die op zich reeds voldoende zouden zijn.
Onze diensten kunnen onmogelijk controleren of de persoon in kwestie al dan niet ondergoed draagt onder de burkini en of de burkini pas werd aangetrokken in het zwembad of reeds gedragen werd onder de kledij.
Het is tevens niet wenselijk dat mensen in het zwembad zich religieus profileren. Bij dergelijke toelatingen in het buitenland, bleek dit steeds weer neer te komen op het creëren van gescheiden autochtone en allochtone zwembaden. Dat is niet het toekomstbeeld dat wij als stadsbestuur hebben van onze samenleving.
Ik hoop dat deze informatie voldoende voor u was.

Met vriendelijke groeten

Fons Duchateau

OCMW-voorzitter
Schepen voor sociale zaken,
wonen, diversiteit & inburgering en samenlevingsopbouw.
VAN BEEMEN Olivier
Heineken in Afrika
Edited: 201511001501
Samenvatting
Uitgever: Prometheus Bert Bakker
400 pagina's
Prometheus Bert Bakker
november 2015
Alle productspecificaties
Als geen ander bedrijf dringt Heineken door tot de nerven van Afrikaanse samenlevingen. De multinational, al sinds de jaren dertig actief op het continent, beseft dat toekomstige groei grotendeels hiervandaan moet komen. Heineken in Afrika is het resultaat van drie jaar baanbrekend journalistiek onderzoek. Daarbij bezocht de auteur alle Afrikaanse landen waar Heineken brouwerijen bezit, sprak hij bijna 300 betrokkenen en deed hij diepgravend archief- en literatuuronderzoek. Met zijn levendige en toegankelijke stijl geeft Olivier van Beemen bovendien inzicht in het moderne Afrika en de rol die het bedrijfsleven daar speelt. De onthullingen in Heineken in Afrika, onder meer over belastingontwijking, medeplichtigheid bij mensenrechtenschendingen en omstreden zakenpartners, hebben inmiddels tot vragen geleid in de Tweede Kamer en het Europees Parlement. Het inspireerde toonaangevende columnisten, zoals Bas Heijne en Sheila Sitalsing, tot vlammende betogen. Heineken negeerde het boek aanvankelijk.

De bierindustrie ziet Afrika als het continent van de toekomst. Markten in Azië, Europa en Amerika lijken over hun hoogtepunt heen: de consumptie per hoofd loopt terug en het massaproduct van de grote brouwers verliest terrein aan de speciaalbieren van kleine, meer ambachtelijke bedrijven. Afrika biedt nog wel groeimogelijkheden, want het verbruik per hoofd ligt laag. Maar het is een erg lastige markt, waar grote sociale en politieke problemen productie en afzet bemoeilijken. Heineken behoort sinds tientallen jaren tot de grote spelers met een reeks fabrieken bijna overal in Afrika. Van Beemens boek analyseert, steunend op grondig onderzoek en veldwerk in tien landen, hoe het bedrijf daar functioneert en vooral hoe het omgaat met die sociale en politieke problemen. Het resultaat is geen requisitoir tegen de brouwer, maar een afgewogen onderzoeksjournalistiek relaas over wat er wel en niet kan en over wat er beter kan en beter zou moeten. Afbeeldingen ontbreken, handige kaartjes zijn er wel, net als een verzorgde annotatie en bronnenopgave.
Noteer dat Jean Pierre Bemba zakenpartner is van Bralima, een dochter van Heineken in Congo.
Zie ook het interview met Van Beemen op FOLLOW THE MONEY en de rol van het Belgische IBECOR
News
Rik De Nolf (19491101) stopt op 1 januari 2016 als CEO van Roularta
Edited: 201510311152
Hij wordt opgevolgd door schoonzoon Xavier Bouckaert (40).


Hierboven een jonge en ontspannen Rik De Nolf (midden) op 28 oktober 1981 in restaurant La Pérouse te Antwerpen op het Avondmaal ter gelegenheid van de tweede vergadering van de Kongreskommissie van het 24ste Wereldkongres van de FIPP aangeboden door het bestuur van de Nationale Federatie der Informatieweekbladen (NFIW).
Op het menu: Turbotin Edouard Berghaud, Faisan du marquisat, Soufflé glacé et mousse au café, Moka, Pousse-café, overgoten met: Champagne Laurent Perrier, Pouilly Fumé-Chateau de Tracy M.O. 1979, Chateau Classe Spleen (Médoc Jeroboams M.D.C. 1976). (bron: menu gezeefdrukt op houten blokje met logo NFIW).
Links op de foto Luk Hiergens (Femmes d'Aujourd'hui/Rijk der Vrouw), rechts Nico Drost (Voorzitter FIPP). (foto LT)

organogram top Roularta

Raad van Bestuur


geschiedenis Roularta-groep

tijdlijn
TESSENS Lucas
Katanga-model: the evaporating public sector - de minimale staat
Edited: 201510310005

AFBEELDING TE KLEIN ? Klik met rechtermuisknop op de afbeelding en open ze in een nieuw tabblad.

Katanga model: de minimale staat
Begin 2014 ontwikkelde het Media Expert Research System bovenstaand analyse-model om een inzicht te krijgen in de evoluties op nationaal, Europees en geopolitiek vlak. Het werd de laatste maanden verfijnd en bijgesteld.
In het schema zijn er drie zones:
A. de wegkwijnende zone van de overheidsdiensten en -bedrijven van de natiestaat (links bovenaan);
B. de beperkte zone van de private sector van een natiestaat (links onderaan);
C. de zone van de zogenaamde 'global players', de multinationals en de supra-nationale conglomeraten (rechts op het speelveld).
Het schema tracht duidelijk te maken dat de private sector zoveel mogelijk winstgevende activiteiten van de staat overneemt. Dit is de privatiseringsgolf die we in Europa vanaf de jaren 90 kennen. De private sector oefent een 'push' uit op de publieke sector en bedient zich daarbij van politieke partijen en lobbying.
Tegelijkertijd is er de 'push' van de 'global players' om de nationale private sector via overnames in handen te krijgen.
De logica zegt dat bij een verzwakking van de natiestaat deze geneigd/verplicht zal zijn om de nog resterende activa ten gelde te maken om de begroting te doen kloppen. Die verzwakking gebeurt op twee manieren:
ten eerste doordat de 'global players' haast geen belastingen afdragen aan de natiestaten (cfr. LuxLeaks);
ten tweede door de sociale verplichtingen en de niet-productieve lasten van de staten zodanig te verzwaren dat privatiseringen noodzaak worden, ook als de overheidsbedrijven winstgevend zijn en voor de financiering van de staat kunnen zorgen.
Wat dit laatste betreft dient de vluchtelingenstroom uit het Midden-Oosten de belangen van de 'global players'. De opvang van vluchtelingen zal immers een gat slaan in de begrotingen van de natiestaten.
De sleutelsectoren van de staten (energie en nutsbedrijven, geld, kredieten, media, ...) zitten nu in de zone van de 'global players'.
In deze neo-liberale beweging moet de band met de oorspronkelijke eigenaar doorgeknipt worden. Een voorbeeld daarvan is de naamswijziging van het landgebonden BELgacom in het neutrale Proximus.

De laatste jaren stellen we nog een ander fenomeen vast: de staat reorganiseert de overheidsbedrijven op kosten van de collectiviteit om ze dan 'rijp' en winstgevend te privatiseren. Drie voorbeelden: opnieuw Proximus, BPost en Belfius.

Waarom we dit het Katanga-model noemen? Omdat ten tijde van de afscheiding van Katanga van Congo nog slechts drie factoren van tel waren: een marionnet als president, een dominante Union Minière en een repressieve gendarme-macht.


Tweede Kamer Nederland
Fyra-rapport 'De reiziger in de kou' leidt tot ontslag staatssecretaris Wilma Masveldt (PvdA). Burger betaalt voor het geklungel.
Edited: 201510291047


Toch hadden meerdere 'verantwoordelijken' boter op het hoofd.
De Belgische staat en de NMBS worden in het rapport onbetrouwbare partners genoemd. De commissie hoorde ook ex-NMBS-baas Marc Descheemaecker.
Opmerkelijk is dat de NMBS van in den beginne voor een echte HST pleitte, terwijl NS uit zuinigheid voor een trager treinstel (tot 220 km/uur) koos.
Het rapport bulkt van de voorbeelden over halve afspraken, eenzijdige Nederlandse beslissingen, aarzelende offerterondes, wijzigingen van criteria en het aantal treinstellen op het laatste moment. Tegen die achtergrond moest AnsaldoBreda, een volle dochter van Finmeccanica, treinen maken. En als u mijn mening vraagt: het waren lelijke treinen met een afschuwelijke smoel en een botte aerodynamica.
De Fyra-blunders worden betaald door de belastingbetalers.
Tenslotte: Finmeccanica is een Italiaanse groep die geplaagd wordt door corruptieschandelen waarin ook de naam van Silvio Berlusconi gevallen is (zie de berichtgeving van The Guardian hieromtrent). Opvallend in het Nederlandse rapport is dat de stroomopwaartse structuur van AnsaldoBreda, die toch leidt naar Italië, op geen enkel moment wordt belicht. De internationale belangen en connecties blijven daardoor buiten schot. Ook de namen Agusta of AgustaWestland vallen dus niet. Enige historische kennis had moeten leiden tot voorzichtigheid met een groep met een bedenkelijke bedrijfscultuur. De NMBS of de NS had bijvoorbeeld Willy Claes op de koffie kunnen vragen.
lees het volledige rapport van 519 pagina's hier

zie ook ons boek over de Agusta-affaire
NEURINK Judit
De vrouwen van het kalifaat · Slavinnen, moeders en jihadbruiden
Edited: 201510271100
Dit boek verschijnt bij uitgeverij Jurgen Maas, telt 140 pagina's en kost 18,95 euro.
Een samenvatting:
Honderden yezidi-vrouwen leven als seksslavinnen in eigendom van de radicale moslimgroepering ISIS. Jonge vrouwen uit het Westen worden geworven als toekomstige moeders van een nieuwe generatie strijders. Een klein aantal is getraind voor een speciaal politiekorps dat vooral vrouwen moet controleren op het naleven van de regels – maar meedoen aan de strijd mogen ze niet.
Wat is het lot van de yezidi-vrouwen die ISIS in augustus 2014 roofde? Wat voor invloed hebben vrouwen binnen ISIS? Hoe kijken ze aan tegen de rol van de man en het feit dat hij zal gaan sneuvelen – hen alleen achterlatend met de kinderen? Is er liefde binnen ISIS? Zijn er vriendschappen onder vrouwen? Neurink sprak met tientallen aan ISIS ontsnapte yezidi-vrouwen, belde met vrouwen in de bezette stad Mosoel, analyseerde propagandamateriaal van ISIS, verrichtte literatuuronderzoek en volgde de wereldpers over het onderwerp op de voet. Ze werd geraakt door de zwarte werkelijkheid in het kalifaat: hoe yezidi-vrouwen als dieren worden behandeld en hoe de vrouwen binnen ISIS/DAESH in bruutheid niet onderdoen voor mannen. En ook door het feit dat velen die werkelijkheid ontkennen of accepteren om in het kalifaat te kunnen overleven.

Judit Neurink (Goor, 1957) woont in Erbil, het Koerdische gedeelte van Irak. Sinds 2008 werkt ze in dit deel van het Midden-Oosten als correspondent van Trouw. Ook zette ze daar het mediacentrum IMCK op, gesteund door de Nederlandse organisatie Free Press Unlimited. Ze verzorgde trainingen voor Koerdische en Iraakse (Arabischtalige) journalisten om zo de kwaliteit van pers en democratie te verbeteren. Naast journalist is Neurink ook auteur. Over de laatste Joden in Irak schreef Neurink 'De Joodse bruid', over haar leven in Irak 'Mijn Iraakse familie' (2011), over families in Bagdad 'De bange stad' (2009) en over de Iraanse radicale groepering Moedjahedien Khalq 'Misleide martelaren' (2005).
LT
De affaire Essers. Schauvliege gaat kopje onder in mediamoeras. De minister wil na bomen ook journalistenhoofden afhakken.
Edited: 201510231211
Wel bij de zaak blijven: een beschermd bos hak je niet om.
LT
Open Brief aan Bart Sturtewagen, opiniërend hoofdredacteur De Standaard
Edited: 201510221515
Bart,

Met je hoofdartikel van vandaag zit je op één millimeter van de oplossing: centraliseer de belastingdienst voor multinationals op het Europese niveau.
De natiestaten hebben het pleit op fiscaal vlak verloren en je zegt zeer terecht ‘In de race naar nul verliezen ze uiteindelijk allemaal’.

Ik heb 10 jaar de Belastingdienst voor Vlaanderen geadviseerd, o.m. voor Onroerende Voorheffing.
Daar werd de belasting op onroerende goederen dus centraal geïnd en vervolgens geristourneerd aan de gemeenten (een klein stukje aan de provincies en aan het Gewest).
Dat verliep vrij vlot en ik ken maar één geval van een onheuse dading in een geschil (het ging wel om een enorm bedrag).

Een centrale inning van de belasting op multinationals is een piste die veel tegenstand zal opwekken.
Maar als niemand de idee lanceert dan komt het er nooit van. En ik zie het de krijsende Verhofstadt niet onmiddellijk doen.

Wanneer men de klassieke weg bewandelt (het omzetten van richtlijnen in nationale wetgeving) dan is die inderdaad nog lang.
Die tijd hebben we niet. We staan voor een implosie van de nationale begrotingen.
En, voor alle duidelijkheid: als de natiestaten inkomsten mislopen door het fiscale ‘shoppen’ dan zijn niet de staten de verliezers, maar alle burgers, de alleenstaanden én de gezinnen én de KMO’s.

Weerom ter overweging.

Met vriendelijke groeten,


Lucas TESSENS
BRAAMBOS
MINISTER GATZ DOET LICHT UIT BIJ BRAAMBOS
Edited: 201510221234
Persbericht Braambos
Minister Gatz heeft beslist dat vanaf 1 januari 2016 de levensbeschouwelijke verenigingen niet langer zendtijd krijgen op de VRT. Dit betekent dus dat de uitzendingen van Braambos, zowel op radio als televisie ophouden te bestaan.
Uiteraard betreuren wij dat in de Vlaamse regering geen meerderheid kon gevonden worden om die uitzendingen te laten bestaan. Uiteindelijk wordt op die manier slechts 1.153.921 euro bespaard (voor alle levensbeschouwingen samen, zowel op radio als televisie), een peulschil als je dat afzet tegen het geheel van de Vlaamse begroting.
Merkwaardig is dat amper een paar weken gebleken het Vlaamse parlement een resolutie stemde tegen radicalisering. Het zijn juist de erkende levensbeschouwelijke verenigingen die de beste dam opwerpen hiertegen blijkt uit onderzoek.
Met de collega s van de andere levensbeschouwelijke organisaties hebben we tot nu toe in een opbouwende samenwerking gestreefd om bij te dragen aan een open en verdraagzaam Vlaanderen door positief te berichten over geloof en levensbeschouwing. Die opdracht is ons nu ontnomen.

Bekijk brief overheid:

Commentaar LT:
De afschaffing van de zendtijd voor levensbeschouwelijke 'derden' lijkt ons terecht in een staat waar men kerk en staat gescheiden wil houden. De openbare omroep, gefinancierd door de belastingbetaler, mag geen plaats zijn om achterhaalde boodschappen te verspreiden. Overigens vinden wij dat elke subsidiëring van godsdiensten moet stoppen. De secularisering mag geen dode letter blijven.
DAWKINS Richard, HASAN Mehdi
Mohammed stijgt ten hemel op het paard Boerak
Edited: 201510211642
‘Geloof je heus dat Mohammed op een gevleugeld paard de hemel heeft bezocht?’ vroeg Richard Dawkins met geamuseerde verbazing aan zijn ondervrager bij het debat over geloof en wetenschap dat in 2013 in de fameuze Oxford Union Chamber werd gehouden. Ja, dat geloofde de reporter van Al Jazeera TV, Mehdi Hasan, die zelf in Oxford had gestudeerd. Hij vertelde het ook als geloofswaarheid aan zijn dochter. Het gaat om het hemelbezoek dat Mohammed op het paard Boerak zou hebben gemaakt om door de eerdere profeten Abraham, Mozes en Jezus bevestigd te worden in zijn missie, die tot dan toe weinig succesvol was verlopen.
Commentaar LT:
Nu kan je stellen dat een hoogopgeleide reporter best zoiets niet zegt op TV.
Maar we moeten wel bedenken dat elke godsdienst zulke waanideeën uitdraagt.
Jezus - zo beweert het Nieuwe Testament - steeg ook ten hemel, liep op het water, rees doden tot leven, etcetera.
Nog geen vijftig jaar geleden werd je in Vlaanderen scheef bekeken als je die geloofspunten afzwoer als nonsens. Ik heb het aan den lijve ondervonden.
Lucas Tessens
Eurobarometer-onderzoek: waarover zijn de Europeanen ongerust? Werkloosheid, immigratie en ongelijkheid
Edited: 201510211015
De berichtgeving rond dit onderzoek is nogal naïef.
Niemand lijkt te beseffen dat de cocktail (de gelijktijdigheid) van bekommernissen de intensiteit verhoogt. Dat is nochtans een bewezen stelling uit de dierenpsychologie. Proeven op ratten, muizen, honden en apen hebben aangetoond dat het verhogen van de frequentie van de toegediende prikkels en het vermenigvuldigen van de soort van de prikkels, leiden tot een desoriëntatie van de proefdieren. Deze desoriëntatie verstoort zodanig het normale gedrag van dieren (eten, paren, lichaamsverzorging, slapen, ...) dat zij na enige tijd wegkwijnen in volslagen passiviteit en apathie. De achterliggende theorie is dat het verlies van controle - het vermogen om via een rationeel overwogen actie een ongewenste situatie te wijzigen - leidt tot waanzin en (auto)destructie.
Een van de belangrijkste eigenschappen van proeven op dieren is dat deze niet kunnen ontsnappen uit de ontworpen proefopstelling en dat de toegediende prikkels (of biochemische substanties) dus niet te vermijden zijn.
De controle ligt volledig in de handen van diegene die het experiment opstelde.
Tenzij we zo pretentieus zijn om ons als volledig onderscheiden van de dierenwereld te beschouwen, lijkt het mij een goed idee om de ons toegediende prikkels (berichtgeving, drugs, drank, lawaai, voeding, geloof, films, ...) én hun dosering te herevalueren op hun nut of hun schadelijkheid voor ons welzijn en ons voortbestaan.



lees het rapport
Le Soir
Christian Dauriac, hoofdredacteur JT RTBF, op staande voet ontslagen wegens homofobe mail
Edited: 201510161320
Standaard Boekhandel - geschiedenis van deze groep
Edited: 201510160027
Een beetje geschiedenis

1919 (1 april): opening van de eerste "Afdeling Boekhandel van de N.V. De Standaard"
1924: boekhandel en uitgeverij worden ondergebracht in een aparte nv
1976: boekhandel en uitgeverij komen in handen van Bührmann-Tetterode als Scriptoria nv
1983: boekhandel realiseert een omzet van bijna 17 miljoen euro met een verlies van 2,7 miljoen euro
1985: oprichting van Standaard Boekhandel nv en Standaard Uitgeverij nv. De juridische band tussen uitgeverij en boekhandel verdwijnt definitief. Eind 1985 telt Standaard Boekhandel 40 winkels.
1990: Bührmann-Tetterode verkoopt Standaard Boekhandel aan haar management, de GIMV, de groep Scholte BV en de groep Malherbe BV
1994: Standaard Boekhandel haalt voor het eerst de grens van 50 miljoen euro omzet
1999: de kaap van 75 miljoen euro wordt overschreden
2001 (maart): oprichting van Standaard Boekhandel Logistiek, die vanaf mei 2001 de volledige logistiek van Standaard Boekhandel organiseert
2002: de Zuidnederlandse Uitgeverij (ZNU) wordt volledig eigenaar van Standaard Boekhandel
2003: de totale omzet gaat voor het eerst boven 100 miljoen euro
2006 (maart): opening van de honderdste Standaard Boekhandel in Merchtem
2006 (juni): opening van de eerste shop-in-the-shop bij Fun, onder de naam Standaard Bookshop
2008: de kaap van 150 miljoen euro wordt overschreden
2011 (oktober): Standaard Boekhandel gaat online met de introductie van een webwinkel, in nauwe aansluiting op het fysieke winkelnet en de integratie van sociale media.
2014 (april): Standaard Boekhandel neemt de winkelketen Club over en wordt een Belgische groep
2014 (juli): Standaard Boekhandel lanceert het tolino-platform en bijhorende e-reader
2015: de omzet van het voorbije jaar stijgt tot meer dan 200 miljoen euro
News
België: Taksen op roltabak worden fors verhoogd
Edited: 201510150136
De armere tabakverslaafde wordt zwaarder belast.
News
Vlaamse verkeersbelasting vanaf volgend jaar fors hoger. 'Dieselgate' alibi voor hogere fiscale druk.
Edited: 201510150115
Wie niet (meer) werkt wordt dus zwaarder belast voor hetzelfde goed. Ongrondwettelijk?
Leasingwagens blijven buiten schot omdat Vlaamse regering de fiscale concurrentie van de andere gewesten vreest.
Wat zich op Europees niveau afspeelt met de 'rulings', kent zijn gelijke op gewestelijk vlak.
Thomas Piketty
Voordracht van Thomas Piketty aan de KU Leuven. Louis Tobback als zichzelf en Geert Noels als kleuter.
Edited: 201510092333




Op 8 oktober 2015 was Thomas Piketty te gast aan de KU Leuven en gaf er een voordracht. Terzake vond dat belangrijk genoeg - terecht - om er een reportage aan te wijden en een interview af te nemen. So far so good.
Ook Louis Tobback was aanwezig. Hij dacht dat Piketty engelstalig was. Hij had zogezegd een stuk van het boek gelezen. Op de backcover van het boek niet gezien dat het om een Franse econoom gaat, Louis? De uitnodiging en de affiche niet gezien? Het nieuws niet gevolgd? Te veel tijd besteed aan het troosten van Brunoke?
Maar het ergste moest nog komen. Aan het einde van het interview was er een vraag van Geert Noels (Econopolis) ingelast, en wij citeren: "U bent tegen rijkdom en bent rijk geworden. Bent u bereid om uw rijkdom te delen met economisten zoals ik?" Ik heb het fragment twee keer bekeken en beluisterd want ik kon mijn ogen en oren niet geloven. En ja hoor, het was wel degelijk de echte Geert Noels en de vraag luidde ook de tweede keer hetzelfde en er was niet geknoeid met de klankband. Toen dacht ik heel spontaan, ik kon het niet helpen: Geert Noels is een kleuter.
VVSG
PERSBERICHT: Kadastraal inkomen. Gemeenten verbolgen over Vlaamse besparing op hun kosten
Edited: 201510091006
De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten protesteert met klem tegen het voornemen van de Vlaamse regering om hen niet langer te compenseren voor Vlaamse belastingkortingen toegekend aan industriële bedrijven. ‘Vlaanderen lost de eigen budgettaire problemen op door ze gewoon te verschuiven richting de gemeenten’, zegt Luc Martens, voorzitter van de VVSG.

Waarover gaat het?
Net als gronden en gebouwen krijgen ook machines (in het jargon ‘materieel en outillages’) van industriële bedrijven een kadastraal inkomen (KI) toegekend. De voorbije jaren heeft de Vlaamse overheid stelselmatig stukken van dat KI belastingvrij gemaakt, volgens het ritme waarin bedrijven investeren in nieuwe machines. Om te vermijden dat gemeenten hiervan de dupe zouden worden – via de opcentiemen op de onroerende voorheffing krijgen ze op basis van dat KI ook belastinginkomsten – compenseerde de Vlaamse overheid de gemeenten voor de verloren inkomsten, en trad eigenlijk op als derde betaler. In 2014 was al 22% van de KI’s op machines vrijgesteld, en gaf de Vlaamse overheid voor de gemiste belastingen aan de gemeenten een compensatie van 47,9 miljoen euro.
Voor de begrotingsopmaak van 2016 heeft de Vlaamse regering nu beslist om deze compensatie, op 13 miljoen euro na, stop te zetten. De Vlaamse gemeenten verliezen dus onmiddellijk 35 miljoen euro per jaar. Maar naarmate de bedrijven de komende jaren verder investeren in nieuwe machines, zullen de KI-vrijstellingen toenemen en kunnen de gemeentelijke jaarlijkse verliezen oplopen tot 150 miljoen euro.

Reactie VVSG

Op 8 oktober stuurde de VVSG hierover onderstaande brief naar de top van de Vlaamse regering:

De raad van bestuur van de VVSG wijdde op 7 oktober een uitgebreide bespreking aan de beslissing van de Vlaamse regering om de gemeenten vanaf 2016 niet langer te compenseren voor de gevolgen van het belastingvrij worden van het kadastraal inkomen op materieel en outillage (KI mat&out).
De raad van bestuur reageerde verbolgen op deze begrotingsmaatregel, en wel om verschillende redenen.
Ten eerste leidt de beslissing, in het midden van de lokale budgetopmaak, voor veel gemeenten tot een plotse en onvoorspelbare minderontvangst. U weet dat de opmaak van de meerjarenplanning 2014-2019 in veel gemeenten in zeer moeilijke omstandigheden is verlopen, en dat het allesbehalve vanzelfsprekend geweest om daarbij te voldoen aan de door Vlaanderen opgelegde budgettaire evenwichten, én bovendien ook de dienstverlening en de lokale investeringen maximaal te vrijwaren. Het is dan ook bijzonder pijnlijk dat dezelfde overheid die de financiële evenwichten oplegt aan lokale besturen nu een maatregel neemt die het voor hen nog moeilijker maakt om die te bereiken. De maatregel KI mat&out dreigt het grondige saneringswerk dat op vele plaatsen is gebeurd overhoop te halen, waardoor gemeenten tot nieuwe pijnlijke ingrepen worden verplicht.
Ten tweede vindt de raad van bestuur het absoluut niet kunnen dat deze beslissing zonder enige vorm van voorafgaand overleg werd genomen. Nochtans was de vrijstelling van het KI mat&out, gekoppeld aan een compensatie van de belastingverliezen van de gemeenten, een essentieel onderdeel van het Lokaal Pact van 2008, waarvan na een evaluatie in 2013 trouwens werd beslist om beide elementen (de belastingvrijstelling én de compensatie) voort te zetten. Het politieke akkoord van het Lokaal Pact wordt nu eenzijdig gebroken door de Vlaamse regering, wat niet getuigt van interbestuurlijke loyaliteit.
Ten derde weten we dat de maatregel voor 2016 begroot wordt op netto ca. 35 miljoen, maar door bijkomende bedrijfsinvesteringen de komende jaren kan oplopen tot 150 miljoen euro. Voor zover we nu weten, voorziet de beslissing van de Vlaamse regering nergens in het sluiten van dit open einde. Dit is vanuit de gemeenten bekeken totaal onaanvaardbaar. Het zijn niet de gemeenten die beslist hebben om te voorzien in een graduele vrijstelling van de KI’s op materieel en outillage. De Vlaamse overheid heeft hiertoe besloten en moet hiervoor dan ook zelf de budgettaire verantwoordelijkheid dragen.

We begrijpen dat Vlaanderen gedurende enkele jaren nog zou voorzien in een vaste compensatie van 13 miljoen euro. Voor de verdeling van dat bedrag kijkt men ook naar de groei van het Gemeentefonds 2013-2014. We stellen vast dat dit leidt tot vreemde effecten in de individuele gemeentelijke situaties. De vraag rijst zelfs of dit voorstel de toets aan het gelijkheidsbeginsel kan doorstaan.

De eisen van de VVSG zijn duidelijk:
- Het intrekken van deze maatregel. Als Vlaanderen de compensatie niet langer kan financieren, mag het de factuur ervan niet zo maar naar een andere overheid doorschuiven.
- Als men toch doorgaat met de beslissing, moet op zijn minst het ‘open einde’ (de verder oplopende factuur de komende jaren naarmate meer KI mat&out belastingvrij wordt) worden gesloten.

Gemeenten hebben ons intussen gesignaleerd dat, als Vlaanderen hier toch mee doorgaat, ze niet anders zullen kunnen dan de investeringen verder terugschroeven. Dat zou dramatisch zijn, niet alleen voor de uitbouw en het onderhoud van het publieke patrimonium, maar ook voor de duizenden banen in de bouwsector en elders die rechtstreeks samenhangen met de gemeentelijke investeringen.
Verder vrezen besturen dat deze maatregel wel eens zou kunnen leiden tot een wellicht ongewenste lokale ‘tax shift’, waarbij besturen ter compensatie de belastingen op drijfkracht gaan optrekken (of opnieuw invoeren), of de opcentiemen OV optrekken waardoor gezinnen én bedrijven opdraaien voor deze maatregel.

We vernemen dat tijdens de begrotingsbesprekingen geregeld werd verwezen naar de blijvende 3,5% groei van het Gemeentefonds, ‘terwijl alle andere sectoren en departementen moeten inleveren’. Vooreerst willen we bevestigen dat de raad van bestuur van de VVSG deze aangehouden stijging van het Gemeentefonds sterk apprecieert en naar waarde schat. We verwijzen er ook telkens naar in onze publicaties. Toch weet u ook dat die stijging niet mag los gezien worden van andere (Vlaamse en federale) maatregelen die op de lokale budgetten afkomen. Slechts enkele voorbeelden als illustratie:
- Vlaamse maatregelen: de besparing van ca. 10 miljoen euro op de zeven sectorale subsidies die nu naar het Gemeentefonds gaan, én de beslissing om ze niet langer te indexeren; de besparing van 5% of ca. 18 miljoen euro bij de regularisatie van de gesco’s en de beslissing om de nieuwe subsidie niet te koppelen aan de evolutie van de loonkosten (de vroegere korting werkgeversbijdrage was hier wel aan gekoppeld); het verdwijnen van de middelen voor de milieuconvenant; de verlaging en zelfs schrapping van een aantal stromen voor monumentenzorg
- Federale maatregelen: de vennootschapsbelasting op intercommunales (totaal geschat op 200 miljoen euro, dus ca. 120 miljoen minderontvangsten voor de Vlaamse gemeenten); de vermindering van de federale dotatie voor de politie met 2%; de invoering van de hulpverleningszones, met een ontoereikende financiering; de voortdurende stijging van de pensioenuitgaven, die voor de Vlaamse gemeenten, OCMW’s en politiezones elk jaar ongeveer even groot is als de bijkomende middelen uit het Gemeentefonds. In het pensioendossier nemen de lokale besturen een veel grotere budgettaire verantwoordelijkheid op zich dan de andere overheden.
Daar komen de volgende jaren wellicht nog de gevolgen van de federale tax shift bij. Verder blijven de lokale besturen hoogstwaarschijnlijk verstoken van de positieve effecten van de federale verlaging van de werkgeversbijdragen naar 25% en is het bijzonder onzeker dat de verlaging van de btw op schoolgebouwen (wat overigens een zeer goede maatregel is) binnen Europa zal kunnen stand houden.
De groei van het Gemeentefonds met 3,5% betekent dus in geen geval dat de lokale besturen totaal buiten de budgettaire malaise blijven, integendeel.

Namens de raad van bestuur willen we u uitdrukkelijk vragen om de genoemde maatregel te heroverwegen. De VVSG blijft, zoals voorheen trouwens, bereid om hierover met de Vlaamse regering het debat aan te gaan.

Hoogachtend,

Luc Martens, voorzitter VVSG
Stijn Quaghebeur, voorzitter raad van bestuur VVSG
LT
Van boerkini-verbod naar boerkini-gebod ?
Edited: 201510051405
Er is een intellectualistische discussie aan de gang tussen professoren. Waarover? Of we nu al dan niet een boerkini-verbod mogen uitvaardigen in zwembaden. Herman Van Goethem is van mening dat als we nu de boerkini verbieden, we in de toekomst geen verzet zullen kunnen aantekenen tegen een boerkini-gebod, wanneer orthodoxe moslims de meerderheid gaan vormen.
'Een boerkini-verbod houdt een verplichting in om naakter te zwemmen dan zijzelf willen', aldus Van Goethem.
In die redenering mag het zwembadreglement mij ook niet verbieden naakt te gaan zwemmen. Ik mag toch niet verplicht worden om gekleder te gaan zwemmen dan ikzelf wil. Of zie ik dat verkeerd?

Etienne Vermeersch heeft ons een tijdje geleden al gewaarschuwd voor de professoren met het opgestoken vingertje.

Professoren hebben over het algemeen een privé-zwembad in hun tuin, vlak naast hun ivoren toren. Zij kunnen het dus stellen zonder publieke zwembaden.

Het wordt stilaan vervelend dat de leden van de upper-class de normen uitzetten waaraan zijzelf zich niet houden. Ook belastingen zijn daar een voorbeeld van: jullie gaan hier de belastingen betalen, wij gaan in het G.H. Luxemburg een deal sluiten met het ruling-comité.

Nog een voorbeeld? Op de snelweg richting Nice/Cannes wordt een Ferrari geflitst tegen een snelheid van 210 km/uur. Wanneer de pro justitia in de bus van de overtreder - een steenrijke Fransman, gedomicilieerd in Zwitserland en met een jacht dat vaart onder de vlag van de Kaaimaneilanden - belandt, roept die zijn Indische matroos bij zich. Die moet verklaren dat hij achter het stuur van de Ferrari zat. De baas zou de boete dan betalen. Niet akkoord, dan is daar de loopplank. Bovendien gaan er dan dezelfde dag duizend e-mails de deur uit naar alle vrienden. Nooit meer werk op een jacht.
LT
Namiddag in Temse
Edited: 201510032328
We hadden de wagen nabij de grote markt van Temse geparkeerd en liepen rechtdoor, lichtjes bergaf richting Schelde. Voorbij de Molens van Temse en zo naar de kade.
Verblind door het zonlicht zag ik slechts de contouren van twee mannen en twee vislijnen.
'Waarop vissen jullie', vroeg ik.
Op paling. We wachten tot het tij tot hier komt.
Dat duurt nog even, dacht ik en dat zei ik ook.
Toen hoorde ik een plons links van ons.
'Polen', zei de man. Ik zag twee mannen in onderbroek op het ponton staan en één lag in het water te crawlen tegen de stroming in.
'Polen', zei de man, 'en ze drinken wodka.'
En van waar kom jij, vroeg ik. Van Marokko, zei de man.
'Kijk, schapen, zei de andere man. Ik draaide mij om en inderdaad, op het asfalt van de parking stapten - ze liepen niet - twee wolwitte schapen op ons toe. In hun ogen lag geen uitdrukking: geen verbazing over wat ze daar deden, ook geen angst. De schapen waren gewoon schapen op een parking in Temse.
Toen zette de Marokkaan een blikje Jupiler op de kademuur.
Hé, zei ik, jij drinkt Jupiler, alcohol, is dat wel OK?
Hij lachtte wat verlegen, maar last scheen hij niet te hebben van mijn bemerking, bedoeld als goedlachse terechtwijzing. Misschien een Marokkaan die geen moslim is of een moslim die niet alle regels volgt, zo dacht ik even.
We liepen verder langs de kade. De schapen waren verdwenen. In het niets opgelost. We keken naar de drie Polen op het ponton. Last van de kou hadden ze blijkbaar niet want ze stonden zich niet te drogen. Ze rilden ook niet. Ze lachten luid en toen dook er weer een in de grijze Schelde.
We gingen langs de trappen naar beneden, de parking op. En weer zag ik de contouren van de beide vissers in tegenlicht. Twee Marokkanen, wist ik nu.
We staken de straat over en gingen langs de huizenkant lopen.
We passeerden een openstaande garagepoort. Een man riep 'hallo' en wij zeiden 'hallo'.
Toen we enkele meters verderop waren, zei Monique: 'Heb je dat gezien? Die man had een lang smal mes in zijn handen. Ik zag het blinken in de zon.'
Dat had ik niet gezien. Ik dacht aan de verdwenen schapen.
Toen reden we over de nieuwe Scheldebrug naar de overkant. Links lag de oude brug in matte grijze verf te baden. Hier en daar een roestplek, zoals oude stalen bruggen nu eenmaal zijn. Ik keek naar rechts over het water en zei 'ik denk dat De Pillecijn het een zilveren lint noemde, de Schelde'. En zo was het ook. Misschien wel van dezelfde kleur als het blikje bier van de Marokkaan of het vignet op de fles wodka van de Polen. En in de ogen van de schapen zal het lemmet van het mes ook wel op zilver lijken. Temse verdween in mijn achteruitkijkspiegel.
Dyab Abou Jahjah in De Standaard van 20151002
België, waar je echt moslim wordt
Edited: 201510021220
Ik zal kort zijn. In zijn wekelijkse column schrijft Jahjah over islamofobie en islambashing.
Maar er bestaat ook zoiets als 'girlbashing': een meisje zonder hoofddoek wordt al gauw 'hoer' toegeroepen op straat. Benieuwd of Jahjah ook daar een mening over heeft.
Ik zeg dit zonder haat of angst. Maar de fouten komen niet van één kant. Het is de hoogste tijd dat in te zien en er iets aan te doen.
ABC
WWYD is een TV-format van ABC en focust op gedragingen van mensen in situaties die appeleren aan hun ethisch vermogen. Met verborgen camera, ingehuurde acteurs en onwetende actoren.
Edited: 201510020044
Enkele thema's:
reageren op aanschouwd geweld;
eerlijk zijn wanneer je in een winkel teveel wisselgeld krijgt;
homosexualiteit verdragen in je directe omgeving;
hulp bieden aan jonge vrouwen die op straat worden lastig gevallen (wisselende rolmodellen);
reactie op moeders die hun dochtertjes kleden als hoertjes;
reactie op borstvoeding in het openbaar;
verkoop van een villa in een blanke wijk aan moslims of zwarten;
reageren op racistische taal;
hulpvaardigheid aan mannen, vrouwen, moslims, bij het vervangen van een platte autoband;
cyber bullying door tienermeisjes;
pesten van zwaarlijvige tieners;
reactie van ouders op outing;
waargenomen winkeldiefstal al dan niet signaleren;
gevonden geld (anoniem en eigenaar bekend);
reageren op het aanbieden van alcohol aan minderjarigen;
roken met kleine kinderen in dezelfde ruimte;
inschakeling van politiediensten (calling 911);
differentiële reactie van beroepsgroepen;
rol van de eigen situatie bij reactie;
reageren op een foute relatie werkgever-werknemer;
machteloosheid van een illegale werknemer;
rol van godsdienstige achtergronden (katholiek, islam, ...);
etcetera ...
De hele reeks staat in het teken van de vraag: 'hoe sociale cohesie verhogen door sociale controle ?'. Speelt in op cognitieve dissonantie (ik denk dit en doe iets anders), opvoeding en sociale normen. Opmerkelijk en bemoedigend is ook dat de acteurs die de rol van 'slechterik' spelen zich achteraf schuldig voelen.
link naar de officiële website.
De meeste afleveringen zijn te zien op YouTube.
Een verrassend en verrijkend beeld van de Amerikaanse samenleving! Gezond moraliserend, not just for fun. Wetenschappelijk onderbouwd. Een aanrader voor ons allen en voor Europese programmamakers. Het zou eens wat anders zijn dan de talloze kookprogramma's op onze televisieschermen.

VRT
Uitschuiver in VRT-Nieuws 20150928: 'De Amerikaanse President Obama noemt de Russische president Poetin een tiran'
Edited: 201509290028
De nieuwslezer leest de tekst van de autocue zonder verpinken voor. In feite moest het luiden: 'President Obama noemt de Syrische president Assad een tiran.' Er komt geen rechtzetting, ook niet op de website van de VRT-nieuwsdienst.

Jammer dat de VRT-Nieuwsdienst de pedalen verliest op een moment dat er geklaagd wordt over een afslanking en besparingen. De eindredactie en de hoofdredactie gaan hier grondig in de fout. Je moet je zelfs gaan afvragen of de redactie wel beseft dat er überhaupt een fout is gemaakt.
News
Bijstelling van de Millennium Development Goals: veel meer doelen, complexer, verwarrend ...
Edited: 201509250105
Door de batterij doelstellingen uitgebreider en complexer te maken kan je meer experten en consultants inschakelen om de prestatie-indicatoren te ontwikkelen, te verfijnen, bij te schaven, te beheren, etcetera. Die moeten rondvliegen, logeren in dure hotels, goed eten geserveerd krijgen, op recepties elkaar kunnen ontmoeten en peptalk verkopen, etcetera. Kassa.
Ziehier de 17 hoofddoelen:
1. Geen armoede
2. Geen honger
3. Goede gezondheid en welzijn
4. Kwaliteitsonderwijs
5. Gendergelijkheid (gelijkheid tussen man en vrouw)
6. Schoon water en sanitair
7. Betaalbare en duurzame energie
8. Eerlijk werk en economische groei
9. Industrie, innovatie en infrastructuur
10. Ongelijkheid verminderen
11. Duurzame steden en gemeenschappen
12. Verantwoorde consumptie
13. Klimaatactie
14. Leven in het water (ecologie)
15. Leven op het land (ecologie)
16. Vrede, veiligheid, openbare dienstverlening
17. Partnerschap om doelstellingen
Commentaar: Fiscale rechtvaardigheid en een eerlijke spreiding van de lasten zijn NIET opgenomen als doelstellingen. Laat het ontbreken daarvan nu net de redenen zijn voor de vele mistoestanden die er bestaan.
Bogdan Vanden Berghe (11.11.11): 'De landen uit het Zuiden waren vragende partij om een internationaal fiscaal orgaan op te richten, waardoor bedrijven die in arme landen produceren hun winsten niet meer kunnen versluizen naar belastingparadijzen elders in de wereld, maar moeten afstaan aan het land waar hun fabrieken zijn gevestigd. Dat idee is niet in de eindtekst geraakt.' (DS 20150915)
News
Zwembaddebat: Na de hoofddoek, de boerka, het onverdoofd slachten, Zwarte Piet, nu de boerkini ...
Edited: 201509241021
Er lopen klachten tegen het boerkini-verbod in zwembaden bij het Interfederaal Gelijkekansencentrum (IGK). De godsdienstvrijheid wordt ingeroepen.
Als er nu een godsdienst zou bestaan die naaktzwemmen verplicht, dan wordt het misschien nog een interessant debat in het zwembad.
Overigens is naaktheid de ultieme vorm van nederigheid. Want wie zich kleedt verheft zich boven diegene die geen geld heeft om zich te kleden. De naakten kleden mag dan door Jezus een werk van barmhartigheid worden genoemd, de naakte die niet gekleed wil worden moeten we ook respecteren. Want het kleed leidt al vlug tot ijdelheid en eigenwaan. U merkt het: het wordt een razend interessant debat. Het worden harde tijden voor de modekoningen. Ondertussen kunnen we ook nadenken over de ontwikkeling van stealth-kledij. Die zou de persoon volledig onzichtbaar maken en daarmee zouden dan alle problemen van de baan zijn. En ook dat is natuurlijk totale onzin.
ABICHT Ludo (°1936) in Doorbraak van 24/9/2015
GODSDIENSTVRIJHEID BELANGRIJKER DAN GELIJKHEID MAN-VROUW?
Edited: 201509240938
Ludo Abicht schrok zich een hoedje toen hij las dat volgens sommigen godsdienstvrijheid primeert op de gelijkheid van mannen en vrouwen.
Bij het lezen van deze titel boven een artikel in De Standaard van 24 september 2015 kon ik eerst mijn ogen niet geloven. 'Dat moet een citaat zijn, ' dacht ik, 'of ironisch bedoeld.' Uit het artikel, dat ging over het verbod van islamitische zwempakken voor vrouwen, kledingstukken die onterecht 'boerkini’s' genoemd worden omdat ze, in tegenstelling tot de explosieve (nucleaire) echte bikini, het hele lichaam bedekken, bleek dat het geen van beide was. De discussie tussen de Antwerpse schepen en de eveneens onterecht 'Gelijkekansencentrum' genoemde parastatale instelling ontweek alweer de kern van het debat: men concentreerde zich op het argument dat zo’n boerkini onveilig en onhygiënisch zou zijn, wat het Centrum moeiteloos kon weerleggen. Het andere argument, dat het dragen van dit badpak 'een regelrechte aanval op onze waarden en normen' zou zijn, kon uiteraard ook weerlegd worden, wanneer men kon aantonen dat de meisjes en vrouwen die het wilden dragen dit helemaal niet onder dwang deden en daarmee dus gewoon hun recht op een vrije vestimentaire keuze uitoefenden.
Elk logisch argument heeft twee kanten, wat wil zeggen dat men, ingeval er wél dwang bij te pas komt, als democratische overheid dan ook het recht en de plicht heeft, de meisjes en vrouwen tegen deze dwang vanuit de familie of de gemeenschap te beschermen. In die zin lijkt deze nieuwe discussie op het onzalige debat over de hoofddoeken, want ook daar moet men dwang in de ene of de andere richting als ondemocratisch verwerpen, of die nu uitgaat van de vaders of broers of, - aan de andere kant - van de school of een onderwijsnet. Punt.
Mijn verbijstering en verontrusting gaat dus niet over die boerkini op zich, maar over het schijnbare gemak waarmee één van de meest fundamentele verworvenheden van onze moderne beschaving zo een beetje nebenbei, ni vu ni connu, als het ware op kousenvoeten in de krant en dus in de openbaarheid gebracht wordt, alsof er niets aan de hand zou zijn. Tot vandaag had ik gedacht dat een aantal fundamentele mensenrechten, waaronder de gelijkheid van man en vrouw, op zijn minst in principe onaantastbaar en dus niet langer bespreekbaar geworden waren. Maar ik heb me blijkbaar vergist. En wanneer we de deur zelfs voor gesprekken, laat staan onderhandelingen over deze basiswaarde van onze samenleving openzetten, zal het niet lang duren of de andere waarden zullen volgen. Is godsdienstvrijheid belangrijker dan de mensen- en burgerrechten van homoseksuelen en lesbiennes? Is ze belangrijker dan het wetenschappelijke vrij onderzoek? Primeert godsdienstvrijheid boven de vrijheid van denken en van meningsuiting of eventueel boven het recht om desnoods te beledigen?
Ik vrees dat de brave lieden van het Kansencentrum de kans gemist hebben om dit debat ten gronde te voeren, omdat ze blijkbaar niet beseft hebben wat hier in feite aan het gebeuren is. Neen, godsdiensten kunnen het recht op vrijheid en gelijkheid, die zij voor zover ik de geschiedenis ken niet zelf afgedwongen hebben, niet inroepen om deze fundamentele mensenrechten zelfs ter discussie te stellen. Het Centrum, dat geen andere opdracht heeft dan deze mensenrechten van álle burgers met klem en juridische argumenten te verdedigen, heeft dit volgens mij jammerlijk nagelaten. Of ze nu het recht op het dragen van zo’n badpak verdedigen of afkeuren is hier volkomen naast de kwestie. Wél het feit dat de vertegenwoordigers van om het even welke godsdienst vanuit hun ideologie, die wij in een pluralistische democratie principieel respecteren zonder ervoor te moeten vallen, in dit debat niet als gelijke gesprekspartners kunnen of mogen optreden. Wie de absurditeit van deze verdediging van de absolute godsdienstvrijheid niet inziet heeft dringend behoefte aan een spoedcursus elementaire logica. Wie het nog bonter maakt en begint te zaniken – ik vind geen betere term – over 'wat is deze gelijkheid anders dan een westers, lees imperialistisch begrip?' , plaatst zichzelf buiten het rationele en redelijke discours waarop onze samenleving gebouwd is.
LT
35 jaar geleden: Coluche stelt zich kandidaat voor president
Edited: 201509231809
In de peilingen van het najaar 1980 haalt hij 16 procent. De nar wordt lastig voor het establishment. Hij ontvangt doodsbedreigingen van een groep die opereert onder de benaming 'Honneur de la police'. Hij wordt geweerd uit de televisiestudio's van TF1, uit de radiostations en de pers zwijgt hem dood. Een golf van censuur overspoelt hem. Uiteindelijk trekt hij zijn kandidatuur op 7 april 1981 in. Mitterand wint de verkiezingen.
Coluche begon in 1985 met de "Restos du Cœur", een organisatie die voedsel, geld en kleding inzamelt voor daklozen. Zijn actie zette de politici in hun blootje want Coluche voerde ook uit wat hij beloofde.
Op 19 juni 1986 verongelukte Coluche met zijn motor.
News
Volkswagen knoeit met emissiewaarden van diesels. Aandeel crasht. Winterkorn geeft fraude toe.
Edited: 201509220010
Dienen hoge verloningen van CEO's als zwijggeld?
De merken van de VW-groep: Volkswagen-Personenkraftwagen, Audi, Lamborghini, Bugatti, Ducati, Škoda, Seat, Bentley, Porsche; Bedrijfsvoertuigen: Volkswagen-Lastkraftwagen, Scania, MAN.

Persbericht VW:
Erklärung des Vorstandsvorsitzenden der Volkswagen AG, Professor Dr. Martin Winterkorn:
Die US-Behörden CARB und EPA haben die Öffentlichkeit in den USA darüber informiert, dass bei Abgastests an Fahrzeugen mit Dieselmotoren des Volkswagen Konzerns Manipulationen festgestellt worden sind und damit gegen amerikanische Umweltgesetze verstoßen worden ist.
Der Vorstand der Volkswagen AG nimmt die festgestellten Verstöße sehr ernst. Ich persönlich bedauere zutiefst, dass wir das Vertrauen unserer Kunden und der Öffentlichkeit enttäuscht haben. Wir arbeiten mit den zuständigen Behörden offen und umfassend zusammen, um den Sachverhalt schnell und transparent vollumfänglich zu klären. Hierzu hat Volkswagen eine externe Untersuchung beauftragt.
Klar ist: Volkswagen duldet keine Regel- oder Gesetzesverstöße jedweder Art.
Das Vertrauen unserer Kunden und der Öffentlichkeit ist und bleibt unser wichtigstes Gut. Wir bei Volkswagen werden alles daran setzen, das Vertrauen, das uns so viele Menschen schenken, vollständig wiederzugewinnen und dafür alles Erforderliche tun, um Schaden abzuwenden. Die Geschehnisse haben für uns im Vorstand und für mich ganz persönlich höchste Priorität.

Technische truuk: Die bestaat erin dat een chip detecteert wanneer de VW-diesel op de rollentestbank werd gezet; de emissie wordt dan teruggeschroefd.

Wellicht is de affaire slechts het topje van de ijsberg en wordt er op grote schaal geknoeid met de emissiewaarden. Voor alle duidelijkheid: in de Belgische stations voor Technische Controle worden de wagens op CO²-uitstoot gemeten niet op rollen maar in neutraal en plankgas.
LT
Vluchtelingen in tenten in een park in het centrum van de hoofdstad. Wat kan een cameraploeg meer wensen?
Edited: 201509170035
Interview met Etienne Vermeersch in DS 20150905
Het is flauwekul om te zeggen dat we die vluchtelingen nodig hebben. In België hebben we 600.000 werklozen.
Edited: 201509051027
'Grote groepen nieuwkomers integreren is zeer moeilijk.' (...) Homogeniteit van een bevolking is belangrijk. Het is gevaarlijk grote bevolkingsgroepen met een andere cultuur op te nemen. De islam speelt een rol in samenlevingsproblemen in Europa, kijk maar naar die hele discussie over onverdoofd slachten. De Italiaanse gastarbeiders waren met veel meer, maar herinnert u zich grote samenlevingsproblemen met Italianen?'


'Een ander deel van mijn plan is dat de Syrische president Bashar al-Assad onmiddellijk gedwongen wordt te stoppen met burgers te bombarderen en dat Islamic State (IS) verpletterd wordt.'(...)

'Het is geen gezonde situatie wanneer je in een land groepen hebt die getto's vormen.' (...)

'Je hebt altijd de morele plicht om (...) leed te beperken, maar niet door je eigen bevolking in de miserie te storten. Als je de mensen dwingt om rechten af te staan, drijf je ze tot racisme en xenofobie.' (...)
Vraag: Wat zijn de grote samenlevingsproblemen met moslims?
Antwoord: 'Het is een gevaarlijk voorbeeld maar ik zou kunnen verwijzen naar de verkrachtingscijfers in Zweden. Die zijn op korte tijd spectaculair gestegen. Er zullen altijd verscheidene factoren zijn, maar één van de verklaringen is de instroom van grote groepen moslims, onder meer uit Somalië.' (...)
'We hebben hier een mooi sociaal systeem opgebouwd. Als dat straks onbetaalbaar wordt, zullen de slachtoffers niet de professoren zijn die nu met een opgestoken vingertje opiniestukken schrijven. Het zullen de zwaksten zijn.'

VERMEERSCH Etienne, interview: Wouter Woussen,foto: Michiel Hendryckx
INTERVIEW ETIENNE VERMEERSCH OVER DE VLUCHTELINGENCRISIS | ‘Het is flauwekul om te zeggen dat we die vluchtelingen nodig hebben’
Edited: 201509050903
De Standaard | 05 SEPTEMBER 2015 |
De tijd dat vluchtelingencrisissen in België opgelost werden in overleg met Etienne Vermeersch, is voorbij. Maar dat de huidige staatssecretaris nog niet gebeld heeft, wil niet zeggen dat de 81-jarige filosoof geen plan klaar heeft.

Hebt u die foto gezien van die Syrische kleuter die dood is aangespoeld op een Turks strand?

‘Ja, maar ik schrik er niet van. Wie schrikt van deze foto, heeft geen verbeelding. We weten dat daar kinderen verdrinken. Maar ik begrijp de emoties wel, het is een zeer aangrijpend beeld.’

Guy Verhofstadt hoopt dat die foto Europa wakker zal schudden. Volgt u hem daarin?

‘Als die foto mensen wakker schudt, is dat goed. Maar je mag hem niet gebruiken om een moraliserend vingertje op te steken tegen goedmenende politici, die worden terechtgewezen alsof ze geen enkele ethiek hebben en de rechten van de mens niet kennen. Het probleem met moralisten is dat ze soms haalbare oplossingen in de weg staan omdat ze een ideale oplossing willen.’

Wat is volgens u een haalbare oplossing?

‘We moeten af van het verdrag van Dublin, dat nu bepaalt dat je asiel moet vragen in het land waar je Europa binnenkomt. Iedereen die de situatie in Griekenland en Italië kent, weet dat dat waanzin is. Er moeten Europese opvangcentra komen en criteria welke vluchtelingen aanvaard en over de landen verdeeld worden volgens quota.’

Hoe stel je die quota op?

‘Door rekening te houden met de situatie van elk land. Spanje heeft een jeugdwerkloosheid van 50 procent. Als je daar nu nog eens een massa mensen naartoe stuurt, maak je dat alleen maar erger. Slovakije en Hongarije hebben dan weer een probleem met moslims.’

Dat is xenofobie. Moet je daar rekening mee houden?

‘We leven niet in een ideale wereld. Ik praat graag over hoe de wereld is en niet over hoe je zou willen dat hij is. Ook onterechte angsten moet je zo veel mogelijk reduceren. Je zou die landen beter kunnen overtuigen om hun deel te doen, als je vluchtelingen een apart, tijdelijk statuut zou geven. Dat is mijn tweede voorstel.’

U bedoelt: vluchtelingen geen volledige burgerrechten toekennen.

‘Vluchtelingen hebben de hoop en de plicht om terug te keren als de oorlog voorbij is. Een statuut dat dat erkent, heeft ook voor hen voordelen, want dan vallen ze bijvoorbeeld niet onder wetten die zeggen dat ze hier geen sociale woning kunnen krijgen als ze in Syrië een huis bezitten.’

Als een conflict zo lang duurt dat hun kinderen ingeburgerd zijn in België, wilt u hen daarna alsnog terugsturen?

‘Dat kun je dan opnieuw bekijken. België heeft na de Kosovo-crisis zulke mensen teruggestuurd. Ik heb daar de grootste problemen mee. Ik heb dat meegemaakt. Dat is hartverscheurend. Het enige wat je kunt doen, is zorgen dat die problemen zich nu niet opnieuw stellen.’

Kunnen die vluchtelingen niet meer bijdragen aan onze samenleving als ze uitzicht hebben op een duurzaam verblijf?

‘We vangen die mensen op om hen te helpen. Het is flauwekul om te zeggen dat we ze nodig hebben. In België hebben we 600.000 werklozen. In Brussel bedraagt de jongerenwerkloosheid 35 procent. Zeggen dat we extra arbeidskrachten nodig hebben, is cynisch.’

Denkt u dat de oorlog in Syrië snel opgelost zal zijn?

‘Een ander deel van mijn plan is dat de Syrische president Bashar al-Assad onmiddellijk gedwongen wordt te stoppen met burgers te bombarderen en dat IS verpletterd wordt. De tweede Golfoorlog was een kapitale stommiteit, maar dit is iets totaal anders. IS is veel gevaarlijker dan Saddam Hoessein. Dat komt door de manier waarop ze hun aanhang werven: met hun militaire successen en hun letterlijke interpretatie van de Koran. De vereniging van 56 moslimlanden zou een vergadering van godgeleerden moeten samenroepen, die gezamenlijk verklaren dat IS de Koran onjuist interpreteert en dus bestreden moet worden. Zij kunnen oproepen tot jihad. Laat een coalitie met Egypte er korte metten mee maken. President al-Sisi zal daar graag aan meewerken. Daarna kunnen de vluchtelingen terug, al kun je misschien een uitzondering maken voor christenen en jezidi’s.’

Waarom?

‘Omdat de situatie voor hen daar misschien nooit meer leefbaar wordt.’

De reden is niet dat u de moslims liever niet in Europa houdt?

‘Hun integratie zal misschien gemakkelijker zijn, hoewel de Europese bevolking met die jezidi’s ook weinig gemeen heeft. Maar het is wel een kleine groep. Homogeniteit van een bevolking is belangrijk. Het is gevaarlijk grote bevolkingsgroepen met een andere cultuur op te nemen. De islam speelt een rol in samenlevingsproblemen in Europa, kijk maar naar die hele discussie over het onverdoofd slachten. De Italiaanse gastarbeiders waren met veel meer, maar herinnert u zich grote samenlevingsproblemen met Italianen?’

Wat zijn de grote samenlevingsproblemen met moslims?

‘Het is een gevaarlijk voorbeeld, maar ik zou kunnen verwijzen naar de verkrachtingscijfers in Zweden. Die zijn op korte tijd spectaculair gestegen. Er zullen altijd verscheidene factoren zijn, maar één van de verklaringen is de instroom van grote groepen moslims, onder meer uit Somalië.’

Maar u kunt dat niet bewijzen?

‘Het is tendentieus om die ene factor eruit te lichten en daarom is het een gevaarlijk voorbeeld. Wat ik wil zeggen is: grote groepen nieuwkomers integreren is zeer moeilijk. We spreken hier nu over die paar miljoen vluchtelingen uit Syrië, maar er staat ons nog iets te wachten. Afrika heeft nu 1,1 miljard inwoners. Volgens de VN zullen er dat in 2050 2 miljard zijn. Nu komen ze al in stromen naar ons toe. Wat moet er met dat miljard gebeuren?’

U hebt daar wellicht ook een plan voor.

‘Een gigantische campagne voor geboortebeperking. Het is niet rechtvaardig dat wij, die ons geboortecijfer onder controle houden, de dupe worden van de ongebreidelde bevolkingsaangroei elders. Waarom heeft Duitsland de minste werklozen? Omdat daar het minste kinderen zijn geboren.’

Dat is toch niet het gevolg van een bewuste campagne?

‘Nee, van een mentaliteit.’

Leidt welstand niet tot geboortebeperking?

‘Als je bevolking explodeert, kun je die welstand niet creëren. Als een bevolking explodeert, krijg je grotere armoede, opstanden en oorlog. Dat is ook waarom de Arabische lente is losgebroken. Syrië had in 1970 zes miljoen inwoners, in 2011 waren dat er 22 miljoen. De Arabische lente is een crisis die is ontstaan door een mislukte oogst in Rusland, waardoor er niet genoeg graan was in Noord-Afrika. Als er volgend jaar nog eens een Russische oogst mislukt, staat er ons nog iets te wachten.’

U wees net op het belang van de homogeniteit van een samenleving. Is de wereld niet sowieso complexer aan het worden?

‘Het is geen gezonde situatie wanneer je in een land groepen hebt die getto’s vormen. De Verenigde Staten waren lang een voorbeeld van een geslaagde meltingpot, maar zij krijgen een steeds grotere instroom van hispanics, waar ze ook geen antwoord op hebben.’

Die instroom is een gevolg van ongelijkheid, precies zoals de migratiedruk op Europa vanuit Afrika. U voorspelt zelf dat die niet zal afnemen. Hoe stelt u voor dat het Europa daarmee omgaat?

‘Ze moeten verdorie stoppen met de bevolking zo te laten groeien! Dat schrijf ik al dertig jaar.’

En doen ze het?

‘Neen.’

U praat graag over de situatie zoals ze is, en niet zoals ze zou moeten zijn. De Afrikaanse bevolking groeit. Wat wilt u doen, een muur bouwen om ze tegen te houden?

‘Die muur staat er al. Er wordt schande gesproken over dat hek in Hongarije, maar rond de Spaanse enclaves in Marokko staan er al lang zulke muren. Dat wordt nu omzeild met bootjes, wel, ze zullen ervoor moeten zorgen dat er niet één bootje meer vertrekt. Waarom verdrinken ze op zee? Omdat ze geloven dat er altijd wel een paar door geraken.’

Moet je dan stoppen met mensen redden, uit angst voor een aanzuigeffect?

‘Natuurlijk niet. Je redt ze, haalt de oorlogs- en politieke vluchtelingen eruit en zet de rest weer aan land waar ze vandaan komen.’

Is het op zich al niet cynisch dat echte oorlogsvluchtelingen hier pas asiel krijgen als ze hier geraken, waardoor ze met duizenden verdrinken in de Middellandse Zee?

‘Het zou al heel wat zijn als we voldoende kunnen doen voor die zes procent Syriërs die hier geraken.’

Iemand die verhongert, maar niet uit een oorlog komt, vliegt terug. Dat is op zich toch al onmenselijk?

‘Dat onderscheid is inderdaad niet humaan, maar de Conventie van Genève naleven is nu al met moeite haalbaar. Als er morgen een oorlog uitbreekt in China, zullen we de grenzen zelfs moeten sluiten voor oorlogsvluchtelingen. We hebben hier een mooi sociaal systeem opgebouwd. Als dat straks onbetaalbaar wordt, zullen de slachtoffers niet de professoren zijn die nu met een opgestoken vingertje opiniestukken schrijven. Het zullen de zwaksten zijn.’

Dan laat je in 2050 iedereen achter die muur verhongeren?

‘Je hebt altijd de morele plicht om dat leed te beperken, maar niet door je eigen bevolking in de miserie te storten. Als je de mensen dwingt om rechten af te staan, drijf je ze tot racisme en xenofobie.’

U had het in het begin van dit gesprek over goedmenende politici die hun best doen. Vindt u dat België genoeg doet?

‘Niet zolang er mensen buiten moeten slapen. Ik denk ook dat we meer mensen kunnen opvangen. Ik passeer vaak aan het station van Melle. Dat staat al jaren leeg. Met een paar aanpassingen kunnen daar drie gezinnen wonen.’

U woont ook vrij ruim.

‘Ik weet dat het duurzamer is om in de stad te leven. Ik heb het ook geprobeerd, maar ik kon niet leven met het lawaai van mijn buren. Voor mij persoonlijk is dit een zeer gezonde manier van leven, maar ik ben er mij van bewust dat je die niet kunt veralgemenen voor de hele bevolking.’

Het zou een metafoor kunnen zijn voor de situatie van Europa in de wereld.

‘Ja. Natuurlijk.’
DS 20150826
Hoofdeconoom Etienne de Gallataÿ weg bij Bank Degroof
Edited: 201508261053
De fusie tussen Petercam en Degroof zorgt voor deining op het schip.
GEUZE Adriaan, Nederlands landschapsarchitect
Tussen de steden is een corridorarchitectuur ontstaan. Dat is een aanslag op onze leefwereld. Wie heeft dat gewild? Het is onomkeerbaar en dat brengt in mij paniekgevoelens naar boven.
Edited: 201508251019
Deze uitspraak deed Geuze in het VPRO-programma 'Zomergasten'. Geuze fotografeerde de kilometerslange mik-mak-bebouwing langs Nederlandse wegen. 'Nederland is een klein land en we bouwen het lelijk vol. Ruimtelijke ordening is een ramp in Nederland. We hebben in het verleden voortdurend ministers gehad die geen voeling hadden met de materie.'
Grondspeculatie is de hoofdoorzaak van het verkwanselen van ruimte en onze behoefte aan visuele schoonheid is aan flarden geschoten. De dimensies kloppen niet, de kleuren 'vloeken' met elkaar, we modderen maar wat aan.

We hebben geen visie ontwikkeld die wortelt in de traditie.
Hoe goed is ons dijkenstelsel en hoe kwetsbaar is Nederland? 'Dat is iets waar ik liever niet over praat, het lijkt mij geen thema voor dit programma.' Geuze liet echter uitschijnen dat enkele strategisch gerichte aanslagen op het dijkenstelsel een nooit geziene ramp kunnen veroorzaken.

P.S. In Frankrijk is onlangs een wet van kracht geworden die de publicitaire vervuiling van het landschap moet tegengaan. Reclameborden nabij gemeenten van minder dan 10.000 inwoners zijn voortaan verboden. De toepassing van de wet wordt een harde noot om kraken. De handelaars hadden vijf jaar de tijd om de toestand te regulariseren maar weinig borden werden verwijderd.
GVA
Het Belgisch Staatsblad publiceerde vrijdag een lijst met 46 politici en hoge ambtenaren die dit jaar zijn 'vergeten' hun vermogen aan te geven bij het Rekenhof.
Edited: 201508160042
Publicatie : 2015-08-14

Numac : 2015018256
Publicatie in uitvoering van artikel 7, º 3, van de bijzondere en de gewone wetten van 26 juni 2004 tot uitvoering en aanvulling van de bijzondere en de gewone wetten van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen (elfde toepassingsjaar)
Definitieve lijst van mandaten, ambten en beroepen uitgeoefend in het jaar 2014 of een gedeelte van dat jaar
DE WITTE Ludo
Huurlingen, geheim agenten en diplomaten (voorstelling/bespreking)
Edited: 201508081700
ISBN 9789461313294.

De moord op Lumumba, over de eerste democratisch verkozen regeringsleider van Congo in 1961, deed bij verschijnen in 1999 heel wat stof opwaaien. Ludo De Witte's gedetailleerde en gedocumenteerde relaas verplichtte de Belgische politieke klasse voor het eerst de eigen historische verantwoordelijkheid te erkennen.

Het boek leidde tot de oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie. De commissie-Lumumba leidde wel tot degelijk onderzoek, maar slechts tussen de lijnen van zijn rapport valt voor de kritische lezer te lezen dat de toenmalige regering van Gaston Eyskens (CVP – nu CD&V) en koning Boudewijn niet zomaar toeschouwers waren bij de moord op Patrice Lumumba op 17 januari 1961.

De politieke besluiten van dat onderzoek waren ook typisch Belgisch, een compromis dat niemand tevreden stelde. Eén ding is met het boek van De Witte en de onderzoekscommissie wel veranderd. Niemand die enigszins geloofwaardig wil overkomen, stelt de gebeurtenissen van 1960-1961 nog voor als een louter interne zaak tussen Congolezen.

Vijf jaar chaos


Patrice Lumumba
Na de moord op de enige democratische leider die de Congolezen had samengebracht in al hun etnische, culturele en taalkundige verscheidenheid, volgden vijf jaren van chaos, die het land verder ten gronde richtte. Waar België schoorvoetend enige verantwoordelijkheid heeft aanvaard voor de moord op Lumumba, is dat nog altijd niet het geval met wat gebeurde in de periode die erop volgde en die leidde tot de dictatuur van Mobutu.

Die dictatuur duurde van 1965 tot 1997. Nog steeds zijn er politieke commentatoren die menen dat de staatsgreep van Mobutu een 'noodzakelijk kwaad' was om de vechtende Congolezen tot de orde te roepen. Zij stellen de woelige periode 1961-1965 voor als een louter interne strijd tussen Congolezen, waarbij Belgen en andere Europese ex-kolonisatoren toeschouwers waren, die slechts tussenbeide kwamen om (blanke) mensenlevens te redden. Bovendien, de eerste zes jaar van zijn regime zou Mobutu wel een 'goed' leider geweest zijn, die terug orde en rust bracht.

Goedpraten wordt terug de norm

“Aan die periode van relatieve openheid kwam echter snel een einde, en sinds een jaar of tien gaat het weer de andere kant op.” Vandaag is het terug bon ton om hoogstens kritisch te zijn over de "fouten, overdrijvingen en excessen" van het kolonialisme, de lijfstraffen, het gesegregeerde onderwijs voor de 'évolués', het beroepsverbod voor hogere functies.

Het Belgische koloniale avontuur was slechts een goedbedoelde poging om een volk te emanciperen, waarbij jammer genoeg veel fouten werden gemaakt, de Belgen te Europees dachten, geen rekening hielden met de Afrikaanse karaktertrekken, enzovoort. Weg zijn de economische belangen, het brutale racisme, de collaboratie van de kerk...

“Auteurs als Manu Ruys, Walter Zinzen en David Van Reybrouck houden hun lezers voor dat die coup (van Mobutu in 1965, nvdr) wenselijk en weldoend mag genoemd worden.” De Witte vond slechts één uitzondering op dat discours, het boek van VUB-historicus Guy Van Themsche: Congo. De impact van de kolonie op België (2007), later vertaald als Belgium and the Congo, 1885-1990 (2012)

België was nauw betrokken

Niets is minder waar, stelt Ludo De Witte. De kanker die in 1993-1997 leidde tot de ondergang van Mobutu zat in het systeem ingebakken op de dag zelf dat hij met expliciete goedkeuring van Belgische en Amerikaanse regering de macht greep. Het perscommuniqué, waarin Mobutu zijn coup uitlegde op Radio Leopoldstad1, werd geschreven door Belgisch militair attaché Van Halewijn...

Wanneer na de moord op Lumumba in het oosten van het land ongecoördineerde groepen een opstand beginnen, blijkt het door de Belgen uitgeruste en getrainde Congolese niet bereid zijn leven te wagen tegen tegenstanders die met pijl, boog en machete – tegen beter weten in – niet wegduiken voor het geweervuur van de soldaten.

De simba's ("leeuwen" in het Swahili) geloven immers dat ze onkwetsbaar zijn voor kogels. Waar ieder militair expert een eenzijdige afslachting verwachtte, zoals tijdens de Britse koloniale oorlogen of tijdens de Eerste Wereldoorlog, bleek dit bijgeloof echter een nuttig strategisch wapen.

De ongemotiveerde en nauwelijks betaalde soldaten kozen immers massaal eieren voor hun geld en dropen af voor een tientallen malen kleinere tegenmacht. Voor men in Kinshasa, Brussel en Washington goed en wel doorhad wat er gebeurde, hadden de simba's een groot deel van het land onder controle, een territorium veertig maal groter dan België. Ook de lucratieve mijnen in Katanga kwamen in gevaar.

De leiders van deze simba's, onder wie een jonge Laurent-Désiré Kabila, waren allesbehalve democraten, laat staan dat ze ook maar enige voeling hadden met het communisme. Qua politieke leegheid waren ze de gelijken van de "Binza-boys" die het na de moord op Lumumba in de hoofdstad "Kin" voor het zeggen hadden.

Een allegaartje wint het pleit

Zelfs voor het openlijk neokoloniale weekblad Pourquoi Pas? was de echte oorzaak van deze opstand niet ver te zoeken: “Het is een jacquerie2 van mensen die genoeg hebben van de miserie en de ellendige praktijken van het ANC dat rooft, verkracht en doodt (…) het staat vast dat de beweging spontaan ontstond en aanvankelijk gerechtvaardigd was.”

Het ANC staat hier niet voor de bevrijdingsbeweging van Nelson Mandela maar voor het Armée Nationale Congolaise, het Congolese leger wiens lafheid tegenover gewapende tegenstanders recht evenredig was met zijn gruwelijke roofzucht tegenover de ongewapende bevolking. Dat hun lonen werden gestolen door hun eigen officieren, hielp natuurlijk niet om enige discipline in stand te houden. Bovendien werden de soldaten systematisch gestationeerd in regio's waar ze etnisch of taalkundig geen enkele band mee hadden (een manier van aanpakken die ze van de Belgen hadden overgenomen).

Union Minière

De Belgische regering ging voor een oplossing steeds "te rade" bij de experten ter plaatse. Daar bedoelden ze geenszins Congolese politieke leiders met een basis in de bevolking mee. “Belgische ministers die het beleid in Centraal-Afrika uittekenden, ondernamen weinig zonder de goedkeuring van de bedrijfsleiders van de Union Minière.”


Ooit nog opgericht door koning Leopold II was dit mijnbedrijf onder meer verantwoordelijk voor het delven en verkopen van het uranium in de Shinkolobwe-mijn, dat als brandstof diende voor de bommen op Hiroshima en Nagasaki. Die Belgische verkoop aan de VS in 1941 maakte het mogelijk dat België naast Frankrijk het enige land ter wereld werd dat volop mee mocht genieten van de Amerikaanse nucleaire knowhow. Met een ver gevolg van die geschiedenis zit België vandaag nog steeds. Geen enkel land ter wereld, na Frankrijk, heeft een dergelijk hoog aandeel in kernenergie voor zijn elektriciteitsproductie (zelfs de VS niet).

De Verenigde Naties

België toonde zich in 1961-1965 een onbeschaamd en openlijk schender van VN-resoluties. De afscheiding van de mijnprovincie Katanga werd logistiek ondersteund. Katangees leider Moïse Thsombé werd na het mislukken van die afscheiding zonder enige schroom binnengehaald als de man die de chaos na Lumumba zou redden.

Zowat heel Afrika protesteerde tegen de benoeming van deze "neokoloniale slaaf" als eerste minister. Brussel lag er niet wakker van. Even gemakkelijk liet Brussel hem vier jaar later vallen, toen een dictatuur onder leiding van stafchef van het leger Joseph Désiré Mobutu een betere optie bleek.

Historische indelingen zijn altijd enigszins arbtitrair, maar de zeven hoofdstukken waarin De Witte de periode 1961-1965 indeelt, zijn logisch. Op de periode-Thsombé volgde de Belgische organisatie van een huurlingenleger ten bate van de grote bedrijven. Het "simbarijk" was van bij het begin immers zeer broos. Het was vooral ontstaan omdat het Congolees leger zo inefficiënt en ongemotiveerd was.

Pokeren met blanke levens

In de Belgische pers werd ondertussen de trom geroffeld van de strijd tegen het communisme. Een humanitaire interventie was noodzakelijk om Belgische gijzelaars uit de handen van de simba's te bevrijden. Er waren inderdaad een aantal Belgische colons vermoord door de simba's, maar dat aantal verbleekte bij de duizenden Congolezen die systematisch werden afgemaakt door het ANC en door de door België ingezette Zuid-Afrikaanse en Rhodesische3 huurlingen.

Het klinkt sinds de oorlogen in de Balkans bekend in de oren, maar de invasie van Stanleystad (Kisangani) en Paulis (Isiro) waren geen gevolg van enige massale afslachting van Belgische en andere gijzelaars. Ze waren er de hoofdoorzaak van. De brutale wreedheden van de ingezette huurlingen waren immers niet van aard de simba's mild te stemmen, wat De Witte gevat omschrijft met de titel van het hoofdstuk 'Pokeren met blanke levens'.

"De Belgen lachen met de koude oorlog"

Washington wilde ondertussen wel helpen om de 'communisten' te bestrijden, maar zat met een 'geloofwaardigheidsprobleem'. “De VS was het enige onafhankelijke land ter wereld – afgezien van het apartheidsregime in Zuid-Afrika – waar mensen wegens hun huidskleur tweederangsburgers waren... [Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken] Dean Rusk erkende informeel dat het binnenlands racisme als een molensteen om de nek van Amerikaanse diplomaten in Afrika hing.”

Belgische bedrijfsleiders wisten ondertussen wel beter. “Tot zijn [minister van Buitenlandse Zaken Paul-Henri Spaak] verbazing waren ze het er over eens dat ze met de simbaleiders zaken konden doen als Congo helemaal in hun handen zou vallen.”
De Britten en de VS waren daar niet over te spreken.

“De Britse ambassadeur in Congo... Het Belgisch beleid in Congo is louter dienstig aan de belangen van het bedrijfsleven... Zij zijn niet geïnteresseerd in de Koude Oorlog en lachen met de Amerikanen omdat die achter elke struik een communist zagen.”

Niet bepaald wat in de kranten werd verteld. Bleven Moskou en Beijing afzijdig uit het conflict – al was het maar omdat ze andere interne katten te geselen hadden –, er waren echter wel degelijk 'communisten' aanwezig in het conflict.

De Cubaanse interventie onder leiding van Che Guevara himself was echter nog steeds geheim – satellieten bestonden nog niet – toen ze na enkele maanden al werd afgeblazen. Guevara moest vaststellen dat de leiders van de opstand totaal geen visie hadden op de eigen maatschappij. Het kwam erop neer dat ze zelf aan de macht wilden komen. Daarom alleen hadden ze de leiding van de spontane opstanden van de simba's overgenomen.

'Sterke man Mobutu'


Mobutu Sese Seko
Van het idee dat Mobutu de sterke man zou geweest zijn die boven de strijdende partijen stond, blijft in de analyse van De Witte zo goed als niets over. Meermaals heeft Mobutu tijdens de simba-opstand gevreesd voor zijn overleven.

Hij had ook nauwelijks gezag of controle over zijn troepen, buiten de garnizoenen in Kinshasa zelf. Dat wantrouwen tegenover het eigen leger zou ook tijdens zijn regime blijven voorbestaan. Zonder zijn goed opgeleide en rijkelijk betaalde presidentiële garde liet hij zich nooit zien.

Mobutu was allesbehalve de evidente keuze voor België en de VS, hij was eerder de minst slechte, de minst 'ongeloofwaardige'. Zijn grootste voordeel was dat hij al officieel leider was van het leger. Dat hij geen aanhang had bij de bevolking – zeker niet in de helemaal in het zuiden gelegen hoofdstad Kinshasa, Mobutu kwam uit de noordwestelijke Evenaarsprovincie – was daarbij irrelevant.

Economisch gewin

Wie het boek van De Witte leest ziet een duidelijke lijn in het beleid van de Belgische regering: alles voor het behoud van het economisch gewin, niets voor de Congolese bevolking. Elke Belgische dode was een drama, tienduizenden Congolese doden daarentegen...

De Witte ziet ook een verband met het heden: “Een kritisch onderzoek van het westers beleid inzake Afrika toont aan dat abstracte noties zoals 'de strijd tegen de verspreiding van de Sovjetinvloed' in feite codewoorden waren in de propagandaslag bij de uitbouw van stabiele neokoloniale regimes. Vandaag luiden vanuit dezelfde zorg de codewoorden 'bescherming van fundamentale mensenrechten' en 'plicht tot humanitaire interveniëren'."
Net als toen blijken die nobele principes enkel van toepassing in landen en regimes die tegen westerse economische belangen ingaan.


Ludo De Witte (1956)
Wie liever een geromantiseerd verhaal leest over hoe het goedbedoelde koloniale beschavingsproject is misgelopen kan zijn gade vinden bij vele andere auteurs. Ludo De Witte vertelt daarentegen wat er echt is gebeurd. Dat is meermaals confronterend en voor al wie nog steeds een romantisch beeld koestert van de Belgische kolonisatie onaangenaam om lezen.

Met dit boek neemt De Witte voor de tweede maal het voortouw in een strijd die dit land al zo lang had moeten voeren, voor de eerlijke erkenning van de werkelijkheid van het eigen koloniale verleden.

Ludo De Witte, Huurlingen, geheim agenten en diplomaten, Van Halewyck, Leuven, 2014, ISBN 9789461313294.

1 Leopoldstad, zoals de hoofdstad Kinshasa toen heette. Kinshasa is de naam van het oorspronkelijke dorpje aan de oever van de Congostroom.

2 'Jacquerie', een denigrerende term voor boerenopstanden.

3 Blanke huursoldaten uit de toen nog Britse kolonie Rhodesië, het huidige Zimbabwe.

Lode Vanoost
Wikipedia
Denemarken : Struensee
Edited: 201507252331
Johann Friedrich Struensee (Halle, 5 augustus 1737 – Kopenhagen, 28 april 1772) was een Duitse arts die enkele jaren de macht uitoefende in het koninkrijk Denemarken.

Struensee werd geboren als zoon van een piëtistisch theoloog, maar onttrok zich tijdens zijn studie geneeskunde aan de strenge geloofsopvoeding. Hij werd aanhanger van de ideeën van de Verlichting.

Hij vestigde zich in 1757 te Altona, in het Deense hertogdom Holstein, in die jaren een bolwerk van de Verlichting. Struensee oefende de geneeskunst uit ten bate van het gewone volk. Hij zette zich met name in voor de ongehuwde moeders en hun kinderen, en voor de vaccinatie tegen pokken.

In 1768 werd Struensee door het Deense hof aangetrokken om de jonge geesteszieke koning Christiaan VII te vergezellen op een toer langs de Europese hoofdsteden. Zo werd hij 's konings lijfarts. Christiaan VII verhief Struensee later in de adelstand, hij werd graaf.

De invloed van Struensee op Christiaan leidde ertoe, dat Struensee vanaf 1770 de feitelijke alleenheerschappij in het land uitoefende. De ministerraad kwam niet meer bijeen en de lijfarts verkreeg van de koning volmacht om decreten uit te vaardigen. Deze strekten tot vrijheid van drukpers en godsdienstvrijheid, tot afschaffing van het "scherp onderzoek" ofwel marteling, en tot bestemming van de tolgelden voor de Sont voor de Rijkskas in plaats van voor het Hof.

In hofkringen groeide het verzet tegen de verlichtingsideeën van Struensee. Ook zijn haast openlijke verhouding met de jonge koningin Caroline Mathilde wekte grote weerstand. Het verzet bundelde zich onder de leiding van de koningin-weduwe Juliana Marie en Guldberg, leraar van haar zoon (de halfbroer van de koning).


De arrestatie van graaf Struensee op 17 januari 1772. Uit: Fabricius illustretet Danmarkshistorie for folket, 1915
Op 17 januari 1772 vond een staatsgreep plaats. Struensee werd gearresteerd. Ook de koningin werd geïnterneerd. Guldberg vestigde een reactionair bewind en maakte alle moderniseringen uit de tijd van Struensee ongedaan.

Struensee werd op 27 april 1772 ter dood veroordeeld en de volgende dag onthoofd.

Louise Augusta, de dochter die hij kreeg bij koningin Caroline Mathilde, werd later de moeder van Caroline Amalia, de tweede gemalin van Christiaan VIII. En zo werd de onthoofde lijfarts alsnog voorvader van vele leden van Europese vorstenhuizen.
LT
Ook IMF gelooft niet dat Griekenland uit het slop geraakt met het gesloten akkoord. Nieuwe Treuhand belooft niet veel goeds.
Edited: 201507161157
Ondertussen beginnen de Europeanen in te zien dat wat Griekenland overkomt, morgen hun lot kan zijn.
Wat een Treuhand betekent: verkoop van activa aan veel te lage prijzen, corruptie, massale afdankingen van personeel, verdere concentratie van vermogen, ... In de ex-DDR weten ze er alles van. Een Treuhand laat een woestijn achter.
Wie iets verder in de geschiedenis kijkt komt terecht bij de uitverkoop van Duitsland na WO II en na WO I. Eind 18de eeuw bracht het Directoire in Frankrijk en België een klasse nieuwe rijken aan de macht: zij verwierven tegen een habbekrats de 'nationale goederen', gronden en gebouwen die aan kloosters en abdijen hadden behoord.
Een Griekse Treuhand zal het land nog verder verarmen. Want wie gelooft dat de winsten van geprivatiseerde bedrijven geherinvesteerd zullen worden in Griekenland, die moet zich laten nakijken. Het wordt tijd dat de neo-liberale kletskoek verdwijnt. En met haar de valse profeten en waterdragers.
NN
Griekenland door het slijk gehaald. Niet de kolonels maar de EU pleegt coup. De rol van Varoufakis.
Edited: 201507131308
Het akkoord over de Griekse schuld plaatst het land onder curatele.
Zelfs de realisatie van activa (privatiseringen dus) komt in handen van een buitenlands organisme. Het lijkt wel een heruitgave van de Treuhandanstalt.
Hoe Tsipras dat programma gaat verkopen in zijn eigen partij en in het parlement is de grote onbekende.
Het lijkt wel een wraak voor de onthullingen van Varoufakis (zie zijn interview met Schumann). Die legt de ware mechanismen bloot.
De gehele operatie komt erop neer dat de schuldeisers van Griekenland hun vorderingen gevrijwaard weten op de rug van de Europese belastingbetaler. Sinds de onthullingen van Luxleaks weten we wie dat is: de modale burger.
Niemand weet hoe ver we nog verwijderd zijn van een implosie van de euro.

Omdat een militaire coup zeker in Griekenland geen optie leek, koos men voor de technocratische weg om de linkse regering elke geloofwaardigheid te ontnemen.
De erfvijand Turkije, waar Duitse bedrijven enorme belangen hebben opgebouwd, kan enkel garen spinnen bij een Grieks débâcle. Bovendien kan Turkije beter dan Griekenland de rol van bufferstaat vervullen tussen Europa en het explosieve Midden-Oosten met Syrië in de frontlinie.

Hoe de Griekse politieke scene er binnen een paar maanden uitziet, is koffiedik kijken. Maar de stap terug van Varoufakis zou een aanloop kunnen zijn naar een grote linkse overwinning bij nieuwe verkiezingen in een land waar de grote meerderheid van de burgers niets te verliezen heeft. Tsipras wordt dan de pineut die de uitslag van het referendum verloochende, Varoufakis de held die de eer aan zichzelf hield. Dat het emotionele element een hoofdrol gaat spelen staat buiten kijf. Een ongezien democratisch experiment kan het gevolg zijn. In zo'n constellatie dreigt dan weer het Chileense scenario.
LT
André Leysen overleden (19270611-20150711). R.I.P.
Edited: 201507121955
Over deze man bestaat geen degelijk biografisch werk.
Drie episodes uit zijn leven zijn onderbelicht.
Ten eerste is er de vraag of het faillissement van de Standaardgroep (1976) een georchestreerd manoeuver was om de belangrijkste krant in andere handen te spelen. De ongedekte kredietverlening aan de Standaardgroep van De Smaele wijst in die richting. Door een drooglegging kon men van de ene op de andere dag een faillissement uitlokken. Het volstond immers om de schuldeisers te verenigen. Voor de buitenwereld was dat faillissement een donderslag bij heldere hemel, de 'inner circle' (banken, RSZ, Tindemans, collegae krantenbazen, ...) wist wel beter en had alle tijd om een draaiboek aan te maken. Daarbij speelde de eis van het 'waterdicht schot' een cruciale rol.
Ten tweede is er de langdurige episode van de aanloop naar het commerciële TV-station VTM in Vlaanderen. Daarbij kwamen Jan Merckx, voormalige rechterhand van Albert De Smaele, en André Leysen tegenover elkaar te staan, weliswaar 'par personne interposée' van Guido Verdeyen, de CEO van de VUM. Beide heren leefden op oorlogsvoet en om die reden kon de geschreven pers in de jaren 80 geen front vormen om één scenario te schrijven voor een TV-station in handen van de uitgevers. Dat maakte het dossier bijzonder complex. Wegens zijn neoliberale opvattingen kon Leysen zich ook nooit verzoenen met directe perssteun en dat zorgde bij de krantenuitgevers voor een bijkomende splijtzwam. De indirecte staatssteun (BTW 0-tarief, goedkope posttarieven, etc.), die in feite veel belangrijker was, vormde geen item van kritiek. Achter de schermen bestookte Merckx Leysen met niet altijd identificeerbare projectielen. Zo had Merckx een hand in het doen mislukken van het (overigens amateuristische) krantenproject '24 uur' van de VUM. Merckx speelde immers zijn vriendschappelijke contacten met de dagbladhandelaars tenvolle uit en organiseerde een boycot.
De derde vraag is die naar de rol van Leysen in de Treuhandanstalt. Het agentschap ontfermde zich over de herstructurering en verkoop van om en nabij de 8.500 zogenaamde Volkseigene Betriebe (VEB's), firma's die in de DDR openbaar eigendom waren. Het agentschap vernietigde tussen 1990 en 1994 2,5 miljoen banen. Ook enorme grondeigendommen kwamen in andere handen. Deze operaties vertonen gelijkenissen met de uitverkoop van kerkelijke goederen tijdens het Directoire aan het einde van de 18de eeuw.
LT
Europees Parlement: Verhofstadt gaat hysterisch tekeer tegen Tsipras
Edited: 201507090138
Het deed me denken aan een geniepig schooljongetje. Zelf neemt dat nooit deel aan het gevecht maar als de tegenstander op de grond ligt, verkopen ze hem een venijnige trap in de ribbenkast. Dat soort volkje dus.

Toen Oekraïne in vuur en vlam stond ging diezelfde V. zonder enig mandaat staan schreeuwen: 'Europe will support you.'

En de Belgen zijn natuurlijk vergeten dat indertijd de gaten in de begrotingen stelselmatig werden dichtgereden met de verkopen van de nationale activa. De neoliberale logica is in essentie immers een verarming van de collectiviteit (de staat) ten voordele van de rijke vriendjes. Dat alles onder het mom van efficiëntie-verhogingen.

Naar verluidt wil V. naar Griekenland gaan als adviseur. Op nummer één staat de privatisering van het Parthenon. Vervolgens wordt er een restaurant van gemaakt en worden er opnamen van 'Komen eten' gepland op de locatie. Volgens dezelfde bron heeft Berlusconi interesse voor het afhuren van het Parthenon voor de organisatie van Bunga-Bunga-feestjes. Op de wat koudere avonden wil vriend Poetin wel gasbranders leveren. DSK zou zorgen voor wat men eufemistisch 'casting' noemt; naar de leeftijd van de sollicitantes wordt niet geïnformeerd. Omdat prostitutie en drugshandel mee is opgenomen in de berekening van het BBP verwacht men voor Griekenland een positieve invloed op de groeivooruitzichten.
Vanop een houten platform worden levende witte duiven gekatapulteerd en dan afgeschoten door diegenen die zich zouden vervelen. Griekenland wordt een grote feesttent.
De eilanden zouden reeds grotendeels verkocht zijn aan de meestbiedenden, die daarvoor 0,00005 promille van hun in Dubai geparkeerde spaarcenten hebben aangesproken.
Als toemaatje zou er een geheim akkoord bestaan om het Griekse gedeelte van Cyprus af te staan aan Turkije. De deportatie van de Grieks-Cyprioten naar Kreta zou uitgevoerd worden met schepen van de Luxemburgs-Griekse rederijen. De Lybische reders worden onder druk gezet om geen offerte in te dienen en zich met hun rubberboten verder op de Afrika-Europa-route te richten. De Belgische marine zal de Godetia blijven inzetten om een en ander in goede banen te leiden. Over de bescherming van de konvooien tussen Cyprus en Kreta door Nederlandse blauwhelmen wordt nog onderhandeld maar men wil eerst garanties over het percentage van niet-geholpen drenkelingen. Om dat waar te maken heeft een befaamd merk van verrekijkers een contract aangeboden voor de levering van kijkers waarmee je kan wegkijken van de te observeren noodtoestand.
De Poolse regering heeft toegezegd om enkele scheepsladingen wodka te leveren teneinde de deportatie in de beste voorwaarden te laten plaatsvinden.

In de coulissen van Europa gonst het van de geruchten over de opgedane ervaringen met het laboratorium Griekenland. Een nog onbekende factor van de formule is de rol van het leger en dan meer bepaald de kleinzoons van de kolonels.
LT
GR-EXIT en POET-IN
Edited: 201506201157
De toetreding van Griekenland was in de jaren 70 bedoeld om het land uit de handen van de Russen te houden. In 2015 staat Poetin klaar om alsnog door te stoten naar de Middellandse Zee.
Een procédé: men neme 650.000 Russen en parkeert die op Kreta. Vervolgens organiseert men een referendum dat zich moet uitspreken over aansluiting bij de Russische Federatie. De 622.000 Kretenzers zijn in de minderheid. Kreta wordt democratisch ingelijfd.
KR-IM en KR-ETA. Simpel, toch.
MARCHAL Jules (1924-2003), [interviewer: Syp Wynia]
Interview 13/4/1994 afgenomen door Syp Wynia
Edited: 201506040909
Jules Marchal: postuum interview met eenzaam waarheidsvinder – tegen de Belgische Congo-mythes.
De Belgische koloniale geschiedenis was, vooral in België zelf, nog niet zo lang geleden omgeven met een cordon van zwijgzaamheid. De enkele Belg die de mythe rond de grondlegger van Belgisch Kongo, koning Leopold II (1835-1909) als weldoener van de Kongolezen probeerde te doorbreken werd gemarginaliseerd, om niet te zeggen uitgestoten. Dat gold zeker voor Jules Marchal (1924-2003).
Marchal was wel een heel weinig voor de hand liggende aanklager van het in België gekoesterde beeld van koning Leopold, die in werkelijkheid verantwoordelijk was voor miljoenen doden. Marchal was namelijk zelf koloniaal ambtenaar geweest in Belgisch Congo en heeft daar nog enige tijd meegedaan aan het hardvochtige regime, waar geen eind aan was gekomen na de dagen van koning Leopold II. Marchal was nadien bovendien Belgisch ambassadeur in diverse Afrikaanse landen. Als lid van het Belgische establishment werd hem zijn rol als nestbevuiler extra kwalijk genomen.

Ik bezocht Marchal op 13 april 1994 in zijn huis in Hoepertingen – in Belgisch Limburg – om hem te spreken naar aanleiding van de bloedige burgeroorlog in Rwanda die een week eerder was uitgebroken en waarbij mogelijk een miljoen mensen zijn omgebracht. Rwanda, buurland van Congo, was in het midden van de 20ste eeuw immers ook een Belgische kolonie geweest.
Na dat eerste bezoek aan Marchal en zijn echtgenote Paula (Bellings, LT) ben ik enkele maanden later nog eens naar Hoepertingen afgereisd, omdat Marchal in het eerste gesprek nog te beducht was om publicabele uitspraken te doen: ‘De ruiten worden hier anders ingegooid’. De neerslag van die twee gesprekken is echter – evenmin als de foto’s, al bij het eerste bezoek gemaakt door fotograaf Wubbo de Jong – door een curieuze loop van de geschiedenis nimmer gepubliceerd. (waarom vertelt Wynia er niet bij, LT)

Nu is Marchal toch al weinig geïnterviewd. Een zeldzaam interview met de krant ‘Het Belang van Limburg’ werd door de hoofdredactie uit de krant geweerd. Na de eeuwwisseling kreeg Marchal als auteur van uniek gedocumenteerde boeken over de Belgische koloniale geschiedenis eindelijk de eer die hem toekwam, vooral ook omdat de Amerikaanse schrijver Adam Hochschild ruiterlijk erkende dat hij zijn internationale bestseller over Belgisch Congo vooral op de boeken van Marchal waren gebaseerd. Maar Marchal was nadien te ziek – hij overleed in 2003 – om zijn werk en zijn wedervaren in interviews toe te lichten.
Daarom hieronder alsnog mijn interview met Jules Marchal uit 1994. Ik heb er hoegenaamd niets aan veranderd. Het verhaal is dus gesitueerd in de voorzomer van 1994. Ook de in die dagen gangbare spelling is intact gelaten.

‘Leopold wilde ook een kolonie, net als Nederland’
door SYP WYNIA (°1953)

De voormalige Belgische koloniën in Centraal-Afrika zijn ten prooi gevallen aan massale moordpartijen, volksverhuizingen, bestuurlijke chaos, honger en armoede. De volstrekt corrupte staat Zaïre, het vroegere Belgisch-Kongo, dreigt voortdurend uiteen te vallen nadat dictator Moboetoe het land eerst tientallen jaren uitzoog en gaandeweg zijn greep op het land kwijtraakte.
Het aan Zaïre grenzende, voormalige Belgische mandaatgebied, Roeanda-Boeroendi, werd gesplitst in de republieken Rwanda en Burundi waar de Tutsi’s en de Hutu’s elkaar nu om beurten afmaken. De moordpartijen waarbij Rwandese Hutu’s de afgelopen maanden honderdduizenden Tutsi’s het leven benamen kennen nauwelijks een gelijke in de recente geschiedenis.

De Belgische diplomaat Jules Marchal (69) kwam er twintig jaar geleden tot zijn schrik achter het hoe en waarom van de Belgische aanwezigheid in Afrika. Na twintig jaar als koloniaal ambtenaar en overheidsadviseur in de Kongo te hebben gewerkt geloofde hij nog rotsvast in de Belgische vaderlandse geschiedenis, die wil dat koning Leopold II aan het eind van de vorige eeuw slechts met de beste bedoelingen de Kongo-staat had gevestigd en dat de Belgische aanwezigheid de zwarten niets dan goed had gebracht.
Nadat Marchal, in 1972 Belgisch ambassadeur in Ghana, geen reactie uit Brussel kreeg op zijn verzoek om informatie, zodat hij onmogelijk een door hem als schandelijk ervaren krantenartikel over de Belgische koloniale geschiedenis kon bestrijden, begon bij hem de twijfel te knagen. Sindsdien is Marchal verbeten op zoek naar de waarheid.

Sinds 1985 publiceerde hij onder pseudoniem (‘A.M. Delathuy’) zes, veelal dikke boeken over de eerste 25 jaar van de Belgische aanwezigheid in Kongo: over de trucs die koning Leopold toepaste om dit gigantische gebied in Centraal-Afrika in handen te krijgen, over de bloedige uitbuiting van het land die Brussel grote weelde bracht maar miljoenen Afrikanen het leven kostte. En over de bedenkelijke rol van veel missie-organisaties.

In Marchals zevende boek, dat volgend jaar verschijnt, komt de latere periode aan de orde, die al evenmin zo brandschoon is als Marchal net als de meeste Belgen lange tijd wilde aannemen. Marchal: ‘Sommige Belgische historici willen nu wel toegeven dat Leopold II het te bont gemaakt heeft. Maar, zeggen ze dan, vanaf 1908, toen de Belgische staat de Kongo overnam van de koning, is het net zo geworden als in alle kolonies. Maar dat is niet waar. Hetzelfde koloniale personeel bleef. En België heeft er nooit ene frank in willen steken – anders mocht de regering de Kongo-staat namelijk niet van de koning overnemen. Dat systeem is dus doorgegaan, zij het ontdaan van de scherpste kanten, maar wel met de dwangarbeid en de terreur.’ Na de Tweede Wereldoorlog werd het wel beter, vindt Marchal. ‘Ik kwam er in 1948. Ik ben ervan overtuigd dat het toen begon een normale kolonie te worden. Er was immers overal uitbating, er waren overal dwangcultures.’
In eigen land kregen de boeken van Marchal nauwelijks aandacht, naar hij zegt omdat het thema van de onderdrukking van de Kongo nog steeds taboe is en het Belgische establishment actief poogt hem uit de publiciteit te houden. Oud-kolonialen voeren een lastercampagne tegen hem en zorgden er dit voorjaar nog voor dat ‘Het Belang van Limburg’ afzag van een bijlageartikel over hem en zijn werk. Een uitgever deed zo weinig voor een van zijn boeken, dat Marchal de voorraad uiteindelijk maar zelf opkocht.
In het buitenland lokten zijn studies tot dusver al evenmin veel reacties uit, ook al omdat hij er aanvankelijk voor koos zijn boeken slechts in het Nederlands te publiceren. Daar ziet hij nu van af: zijn eerste boek, ‘E.D. Morel tegen Leopold II en de Kongostaat’, verschijnt dit najaar bij een Parijse uitgever in het Frans. In België was er geen Franstalige uitgever te vinden voor het werk van deze ‘nestbevuiler’.

Ik ontmoet hem de eerste keer in het voorjaar, als de kersenbloesem grote delen van Belgisch Limburg overdekken. De Rwandese presidentiële troepen hebben dan net het grootste deel van de regering vermoord en en passant tien Belgische VN-militairen afgeslacht. De massale moord op de Tutsi’s is dan net begonnen. Marchal wil wel praten over België en Rwanda, als ik er maar niets over opschrijf, want hij vreest als een landverrader af te worden geschilderd als zijn kritische kanttekeningen over de Belgische aanwezigheid in Rwanda naar buiten komen. Dat de Belgische VN-soldaten die het afgelopen jaar in Somalië beschuldigd werden van te hard optreden verbaasde hem niet: hij denkt dat het voortvloeit uit de neerbuigende Belgische traditie ten opzichte van de inheemse bevolking. De Fransen, er al honderd jaar op uit om de Belgen in Afrika te vervangen, krijgen ook een veeg uit de pan. Maar de bandrecorder moet voortdurend uit: ‘Ik moet geweldig voorzichtig zijn, het is een hysterie in België. De ruiten worden hier ingegooid, zeker als ik dat ook nog eens tegen een buitenlandse krant zeg.’
Inmiddels zijn de kersen rijp en Marchal heeft de meeste krieken rond zijn landhuis geoogst. Zijn angst om voor landverrader uit te worden gemaakt is wat geslonken.
Marchal: ‘België kreeg Roeanda-Boeroendi na de Eerste Wereldoorlog als mandaatgebied toegewezen, nadat ze tijdens de oorlog samen met de Engelsen de Duitsers daar hadden verdreven. Het maakte tot dan toe immers deel uit van Duits Oost-Afrika. Dat de Belgen daar überhaupt aan begonnen, was weer die grootsheidswaanzin, nadat eerder de Kongo was doodgebloed door de exploitatie door Leopold II. In plaats van in die uitgebloede Kongo wat te gaan doen en de mensen te beschermen, gingen ze vandaar nog eens Duits Oost-Afrika helpen veroveren.’

Al die tijd lieten de Belgen de Tutsi-minderheid als heersers aan de macht in Rwanda. Maar in 1959 kwam de Gentse kolonel Guy Logiest met zwarte koloniale troepen vanuit Stanleyville in oostelijk Kongo de rust herstellen in Rwanda. Hij is daarna hogelijk geprezen, omdat hij toen alle Tutsi-chefs heeft afgezet en vervangen door Hutu’s, met de goede bedoeling dat de Hutu’s onderdrukt werden. ‘Maar dat was een dommigheid,’ zegt Marchal. ‘Dat blijkt nu wel. Hij heeft die hele samenleving daar ontwricht. En kijk, diezelfde Hutu’s die alles aan de Belgen te danken hebben, beginnen nu meteen Belgische blauwhelmen te vermoorden.’
Marchal denkt dat Frankrijk altijd al probeerde een voet aan de grond te krijgen in Zaïre, Rwanda en Burundi. Het zinde de Fransen vanaf het begin al niet dat de Kongo aan de Belgische koning Leopold toeviel. Maar de Fransen moesten het lijdelijk aanzien omdat de andere grootmachten van die dagen geen toestemming aan Parijs gaven de kolonie van de Belgische koning alsnog in te pikken.
Marchal: ‘Maar de laatste jaren waren de Franse para’s al steeds eerder dan de Belgen in Zaïre als daar onrust was, net zoals dit voorjaar in Rwanda. Het is natuurlijk geen toeval dat Rwanda en Burundi net als Zaïre deelnemen aan de door Frankrijk georganiseerde conferenties over de francofonie. En de Tutsi’s die terugkwamen uit Oeganda om de macht weer in handen te nemen spreken alleen maar Engels.’

Zijn vrouw Paula moet per se mee op de foto. Zij tikte 45 jaar geleden al de processen-verbaal uit, op grond waarvan Marchal als jong koloniaal ambtenaar rechtsprak. Zij maakte soms de wonden schoon van de inlanders die in zijn opdracht zweepslagen toegediend kregen, geheel in de koloniale geest van het Belgisch Kongo van na de Tweede Wereldoorlog. De chicotte van dunne repen nijldierhuid speelde steeds een centrale rol in de Belgische geschiedenis in Afrika.
Zijn vrouw tikt nu op de computer zijn boeken uit, die in twintig jaar van dagen, avonden en weekenden thuiswerk na tijdrovend en kostbaar archiefonderzoek tot stand kwamen. Marchal had na zijn pensionering voor boer willen spelen in het huis dat hij de afgelopen dertig jaar tussen zijn posten als ambassadeur in Afrikaanse landen door liet bouwen nabij het Belgisch-Limburgse Hoepertingen. Het kwam er niet van, ook al heeft hij dan fruitbomen, ganzen en de ezels. Soms sust Paula hem als hij zich al te druk maakt over alle ongeloof, onbegrip en tegenwerking.

Op zijn eigen koloniale verleden kijkt Marchal zonder schuldgevoel terug. Dat geldt ook voor de lijfstraffen die hij zelf toe liet dienen aan de Kongolezen die de katoen die ze verplicht moesten verbouwen onvoldoende verzorgden of andere herendiensten verwaarloosden. Wie de chicotte kreeg moest plat op de grond gaan liggen, waarna de straf in aanwezigheid van de andere dorpelingen werd toegediend.
Marchal: ‘Dat katoen dwangarbeid was, ontging ons. Dat was overal zo, dus daar zie ik geen graten in. Ik heb die lijfstraffen toegediend en ik heb de katoen doen planten. Dat was ook in de Franse Kongo zo, denk ik, en in andere kolonies. Maar tot 1945 was dat allemaal veel erger, veel harder. Ze hebben rond 1930 de spoorlijn langs de watervallen aan de Beneden-Kongo helemaal moeten herbouwen. Dat hebben ze gedaan door dwangarbeiders op te roepen uit de ganse Kongo. Er zijn daar duizenden mensen gestorven, als vliegen. Daar is nooit een woord over geschreven. En weet ge dat de Belgen in de Tweede Wereldoorlog de zwarten opnieuw de bossen ingestuurd hebben om wilde rubber et oogsten, nadat de Japanners de uitvoer van de Indonesische rubber hadden afgesloten? Onze mensen hebben toen gezegd: “Wij gaan u helpen, wij hebben daar nog oerwoud. Wij weten wat rubber is”.’ Hij lacht ongemakkelijk, met een pijnlijke grimas.
Marchal: ‘En toen was het weer hard. Niet meer zoals onder Leopold II, toen ze mensen doodschoten die met te weinig rubber terugkwamen uit het bos, waarna ze de handen afhakten om aan te tonen dat ze goed tekeer waren gegaan. Ze moesten die handen roosteren omdat ze anders onderweg verrotten. Met manden vol handen kwamen ze terug uit de brousse. Zo was het in de jaren veertig niet meer, maar het was weer hard. Dat wil gewoon zeggen dat de Belgen nooit beseft hebben wat ze ginder gedaan hebben. Het is een eeuwige schande. Als ik dan Willy Claes en Jean-Luc Dehaene hoor over de mensenrechten in Zaïre, dan krimp ik in van schaamte – dat wij daarover durven spreken. Dat is een schande als ge zo’n verleden hebt. Dat zouden mijn boeken moeten leren aan de Belgische gezagsdragers, maar ik word niet gelezen. Niemand kent mijn boeken, niemand is daarin geïnteresseerd. Men leeft hier in België in de mythes en legenden van die filantropische Leopold II, die de Arabische slavendrijvers zou hebben vernietigd. Dat terwijl Leopold juist nauw samenwerkte met die slavenhandelaren.’
Ik opper dat de verdringing van het koloniale verleden niet iets typisch Belgisch is. In Engeland en Frankrijk gaat het net zo. Is het in Nederland misschien beter?
‘Ik denk het niet,’ zegt Marchal. ‘Ik verwijs naar professor Jan Breman in Amsterdam, die heeft hetzelfde probleem als ik. Die wordt ook niet geloofd en wordt ook niet gelezen. Gij hebt hetzelfde probleem als wij. Ik weet het, bij u wordt meer aan ontwikkelingssamenwerking gedaan dan in België. En Multatuli was dan wel een Nederlander en hij werd wel een literaire held. Maar ik geloof niet dat de Nederlanders door hem overtuigd zijn. Indonesië heeft nu geweigerd nog iets aan te nemen van Nederland. Ik vind dat fantastisch. Maar Mobutu weigert nog geen hulp, die is zo ver nog niet.’
‘En dan hadden wij nog Rwanda, zoals u Suriname had had, zo’n klein kroonkolonietje waar je alles kon doen wat je wilde. Maar Nederland hoeft niet voortdurend de Nederlanders weg te halen uit Suriname, zoals wij de Belgen bijna jaarlijks moeten evacueren uit Afrika, waarna ze stilletjes met hun duizenden binnen enkele maanden weer terugkeren als Sabena weer gaat vliegen.
In Rwanda hebben we nooit iets verdiend, het heeft alleen geld gekost aan België. Maar in de Kongo hebben we kolossaal fortuin gemaakt. Rwanda was een kolonie zoals alle kolonies, die waren er voor de exploitatie, dat was de geest van de tijd, maar het koloniale verleden is daar heel normaal verlopen. Maar de Kongo, dat is een speciaal geval. Vooral die eerste jaren onder Leopold II. Dat was het wrede systeem dat de Nederlanders in de zeventiende eeuw in Indië toepasten.’

Toen Marchal er eenmaal achter was dat hij net als de andere Belgen met leugens zoet was gehouden over het Kongolese regime van Leopold II – de twijfels over het vervolg kwamen pas later – gebruikte hij zijn periodieke terugkeer in Brussel om de koloniale archieven in te duiken, voor zover ze tenminste niet waren vernietigd. Het ministerie van Buitenlandse Zaken in Brussel was daartoe een prima uitvalsbasis: Marchals bureau stond vijftig meter van de koloniale archieven.
Marchal: ‘Dat is wel een van de redenen waarom ik niet gelezen wordt. Ik heb nooit propaganda kunnen maken. Als ik als diplomaat mijn pensioen wilde halen moest ik een beetje opzij leven en een pseudoniem nemen. Dat werd A.M. Delathuy, net als mijn overgrootmoeder. En ik kon geen persconferenties te geven. Tot ik in 1989 met pensioen ging wist niemand wie Delathuy was. Ook al omdat het in het Nederlands verscheen en het dus niet gelezen werd in Zaïre. Bij Buitenlandse Zaken liet men mij begaan, omdat ik me zo kalm hield en me niet als stokebrand gedroeg. Men kon mij weinig verwijten. Door die andere naam, Delathuy, is de minister nooit in moeilijkheden gebracht. En ik zocht er geen glorie mee.’
‘Een andere reden is, dat ik me niet op kon trekken aan de boodschap die ik breng,’ zegt Marchal. ‘Daar ben ik beschaamd over, daar kan ik het land niet mee afreizen. Ge moet van mij niet verwachten dat ik in Rotterdam ga spreken of naar Amsterdam kom om over het banditisme van die Belgen te spreken. Dat kan toch niet? Het is nu bij mijn laatste boek voor het eerst dat ik me op een perspresentatie heb laten zien.’

Marchal lijdt onder de aanvallen van zijn collega’s van vroeger, de oud-kolonialen die zich ook in Belgisch-Limburg gegroepeerd hebben in een club. ‘Die kunnen maar niet begrijpen dat een Limburger zoiets doet, Leopold II zwartmaken. Toen de krant over de presentatie van dat laatste boek schreef, zijn de oud-kolonialen van Hasselt naar de hoofdredacteur gelopen. Ze wilden een rechtzetting. Een rechtzetting van een verslag van een persconferentie? Ik zie dat niet zo goed. Die reporter was enthousiast over mij. Die zei: ik maak een weekendportret. Zodra die mannen van Hasselt daar achter kwamen zijn ze naar de redactie en de directeur gelopen. “Als ge nog iets durft publiceren van die Delathuy, dan verliest ge 5000 lezers,” dreigden ze. Die reporter is weer bij mij gekomen en heeft mij dat verteld. Die zegt: hoe zit dat met die 5000 lezers? Nu ben ik zelf lid van die club geweest. Ik was het 129ste lid. Maar het gevolg is wel: er is niets meer verschenen in Het Belang van Limburg.
‘En als dat laatste boek nou tegen de missie zou zijn, maar dat boek is vóór de missies, het is zelfs gesubsidieerd door een missiecongregatie. Nou ja, de eerste grote ordes die onder aanmoediging van Leopold II naar Kongo gingen, die komen er niet zo mooi uit, dat waren echte potentaten, daar kun je moeilijk wat goeds van vinden. Maar de kleinere ordes, zoals de paters van Mill Hill bij u vandaan, uit Roosendaal – uw paters komen er toch prachtig uit? Die hebben ook niet de internationale propaganda voor de Kongostaat gevoerd waar Leopold op hoopte. En die hebben ook niet deelgenomen aan het met duizenden kidnappen van kinderen die uit dorpen werden gehaald, soms nadat de rest van de bevolking was uitgemoord of de bossen in waren gejaagd, om vervolgens door het koloniale leger over gigantische afstanden te worden vervoerd om in concentratiekampen van de missie te worden opgeleid. Veel kinderen overleefden de tocht niet eens. Tienduizend gekidnapte kinderen stierven op de missies, een veelvoud onderweg daarheen. Meisjes, vaak heel klein nog, werden onderweg verkracht. Duizenden volwassenen werden door paters gekocht om gedoopt te worden als ze al op sterven lagen. Bij de inheemsen leidde dat tot de reputatie dat de doop tot de dood leidde.’
Marchal: ‘Kijk, Leopold II was zijn Kongostaat begonnen voor te stellen als een paradijs. Hij zou er een internationale kolonie, een vrijhandelsstaat, van maken waar iedereen welkom was. Daarom zijn er ook zoveel protestantse zendelingen op afgekomen, lang voor de katholieken. Die protestanten mochten naar binnen, maar dat was dan ook alles. Tot ze begonnen tegen het koloniale regime te schrijven, toen kregen ze geen enkele concessie voor een zendingspost meer. Leopold moest de katholieken er echt naar toe sleuren. Hij moest de missionarissen hebben om te zeggen dat de protestanten lasteraars waren, hij had ze nodig als bondgenoten. Dat kidnappen is alleen in de Kongo gebeurd. Dat was geen praktijk van het Vaticaan, dat was een praktijk van de Kongostaat.’

Voor Marchal was de gewelddadige, gedwongen kerstening in de Kongo een eye-opener. Hij besefte plotseling dat het in West-Europa niet anders gegaan is. ‘Dat is voor mij zo klaar als een klontje. Alle godsdiensten zijn door de staat opgelegd. Allemaal! Waarom zijn er in Nederland zoveel protestanten – omdat het bestuur protestants was! De Spanjaarden hebben ons katholiek gehouden. En waarom zijn wij christelijk? Omdat keizer Constantijn in de vierde eeuw het christendom tot staatsgodsdienst verklaarde. Op school werd ons verteld dat wij hier gekerstend zijn door Willibrord en Bonifatius, dat die hier begonnen te preken en mirakelen te doen. Allemaal larie! Die mannen zijn hier wel geweest, daar niet van. En denk niet dat ik een goddeloze ben, haha. Maar als ge een boek als dit gemaakt hebt begint ge eindelijk lucide te worden. Anders denkt een mens er niet over na hoe zijn voorouders katholiek zijn geworden.’
Net zoals u er tot 1972 niet aan twijfelde dat Leopold II een voorbeeldig, belangeloos koloniaal heerser was geweest?
Marchal: ‘Natuurlijk, waarom niet. Ik ben geen speciale. Ik heb mijn plicht gedaan als koloniaal ambtenaar – ik heb al een koloniaal pensioen sinds 1967 en dat kwam nog eens bovenop mijn wedde van ambassadeur. Ik heb een mooie carrière achter de rug, hoor. Ik geef toe, dat ik geen man ben die iets tegen het establishment had. Ik zit er, zonder te stoefen, eigenlijk volledig in. Ik ben veel hoger van graad dan die mannekes van Hasselt die mij aan het belagen zijn. Maar ik las toen in Ghana verontwaardigd – zoals elk normaal mens zou doen – dat er tien miljoen zwarten kapot zijn gemaakt in de Kongo. Pas toen ik geen antwoord kreeg is het begonnen. Het is werkelijk ongelooflijk. Hier in België hebben historici honderden boeken geschreven over de tijd van de ontdekkingsreiziger Henry Morton Stanley, die de Kongo optrok en naderhand nog voor Leopold II werkte. Maar je vindt in België nauwelijks een woord over de campagne van de journalist Edmund Morel, die tien jaar lang actie voerde tegen de Kongostaat van Leopold II. Die man stond elke dag met berichten over de terreur, de strafexpedities en de dwangarbeid in de internationale kranten. The Times, dat was bijna zijn spreekbuis. Morels beeld van het koloniale België leeft nog steeds in Engeland en de Verenigde Staten.’

Dat het koloniale verleden van België en dan nog speciaal het koloniale regime van koning Leopold II onbespreekbaar is, verklaart Marchal deels door de betrokkenheid van het koningshuis bij Zaïre, Rwanda en Burundi – een betrokkenheid die tot de dag van vandaag doorgaat. ‘Het is het enige onderwerp dat in België nog onbespreekbaar is. En als die boeken van mij iemand aangaan is het Albert II. Hij zit toch in het kasteel van Laken, dat met koloniaal geld omgebouwd is, zoals Leopold zijn Kongolese goudmijn gebruikte om ook een reeks andere luxeprojekten in België, handelsprojekten in China, een leger op de Nijl en Franse kastelen voor zijn lief te financieren.’
‘Leopold II was gefascineerd door de rijkdom die van Java naar Nederland was gegaan. Toen de Belgen zich van Nederland af hadden gescheurd, was dat tot ongenoegen van Belgische fabrikanten die aan Indonesië leverden. Daarom wilde Leopold II een kolonie hebben – dat brengt fortuin op! Dat heeft hij kunnen flikken door zich als filantroop voor te doen, en dat deed hij onder de vlag van die fictieve Association Internationale Africaine.’
‘In de dorpen in de Kongo weet men nog wat er allemaal gebeurd is,’ zegt Marchal. ‘Ik ben ooit een vrouw tegengekomen die de overlevering nog kende, dat de soldaten bij de mannen de penissen afsneden. Maar mensen als Moboetoe en Loemoemba die bij de paters gestudeerd hadden en niet meer in de dorpen kwamen, die wisten dat niet. Tot de laatste ruzie tussen België en Moboetoe was het grootste compliment dat de zwarten aan Moboetoe konden maken dat hij nu net zo groot was als Leopold de Tweede.’
‘Loemoemba heeft in 1960 met een speech in aanwezigheid van de koning en de eerste minister het spel op de wagen gezet. Dat de Belgen deugnieten waren, dat ze hen geslagen hadden en dat ze niets mochten. Maar Loemoemba had het niet over de periode van de rubber, die had het over de jaren vijftig. Want bij ons in de Kongo was volledige apartheid. De zwarten mochten niks. Die mochten niet in hotels komen, die hadden hun eigen vervoer, ze mochten geen hogere studies doen en ze kregen hongerlonen. De zwarten konden niks, zeiden wij, en die mochten niks. En er wordt hier dan wel afgegeven op de dictatuur van Moboetoe, maar weet goed: in 1959 was in Kinshasa de eerste opstand tegen de blanken en die zijn ongenadig neergekogeld. In onze tijd was er geen kwestie van betogen, hoor. Tegen de grond!’
‘Nu zegt men: de tijd van de Belgen was fantastisch, de Gouden Eeuw. Ja, voor sommigen was het de Gouden Eeuw, zoals voor de oud-kolonialen waarvan de meesten blij zijn dat het ginder nu zo slecht gaat. Het zijn geen deugnieten, hoor, die mensen zijn te beklagen. Hun carrière is daar gebroken toen de onafhankelijkheid kwam. Die smart is gebleven, dat hart is verscheurd en daarom zijn die mensen zo onevenwichtig in hun beoordelingen. Daarom zetten ze mij in hun blaadje neer als iemand die een formidabel koloniaal ambtenaar was, maar een post-koloniaal syndroom heeft gekregen. Ik ben in hun ogen een nestbevuiler, een halve zot.’
‘Ik ben wel teruggegaan naar de Kongo, maar louter als raadgever. Het was gedaan met het chicotte geven. Ook de apartheid was voorbij. Die mensen kwamen toen bij mij over de vloer en ik bij hen – ik vond dat veel aangenamer. Daarmee was ik mentaal voorbereid op de ontdekking die ik later deed, omdat ik de zwarte niet alleen als kolonialist heb gezien maar ook als mens. Dus geloof ik dat ik eigenlijk in de wieg gelegd ben om die boeken te schrijven. Ik heb de tijd van voor 1960 gekend en die van daarna, nadien ben ik diplomaat geworden in Afrikaanse landen. Ik heb gezien wat de Fransen gedaan hebben en wat de Engelsen gedaan hebben. Ik ben geen rijk mens, maar ik ben financieel onafhankelijk, dus ik hoef het niet na te laten om een job te krijgen. Weelde heb ik niet, want ik heb al mijn geld in die opzoekingen gestoken en tot het laatste boek heb ik nooit financiële ondersteuning gehad.’

‘Mijn vrienden, de oud-kolonialen, verwijten mij dat ik niets goeds kon zien in de tijd van Leopold II. Maar wat kan ik daar goed in zien? Dat systeem was slecht, daar was geen enkele goede kant aan. Achteraf is de verdienste van Leopold II dat hij de stichter van Zaïre was. Dat is dus positief, als daar iets positiefs aan is, zo’n groot land dat waarschijnlijk uiteen gaat vallen. Maar goed: dat is hem niet af te nemen, net zoals het hem niet af te nemen is dat Zaïre dankzij Leopold II vandaag de dag het grootste katholieke land van Afrika is. Maar op zich was dat alles geen verdienste: hij had een groot land nodig om veel bos te hebben om veel rubber te kunnen plunderen. Dat was dus gewoon hebzucht, vraatzucht. Overigens begrijp ik imperialisten als hij wel. Wij zijn allemaal imperialisten. Een groot land maken, dat is toch fantastisch?’
(overgenomen van http://www.sypwynia.nl/archief/interview-jules-marchal/)
MARCHAL Jules [DELATHUY]
Jules Marchal over dwangarbeid in Kongo - Interview in Belang van Limburg - 23/03/2002
Edited: 201506040842

Het levend koloniaal geweten van België woont in Zuid-Limburg. Jaren leidde hij een geheim bestaan, verscholen tussen het groen in Hoepertingen en achter de schuilnaam A.M. Delathuy, die verwijst naar zijn overgrootmoeder. De hele tijd is het vuur van de heilige verontwaardiging bij Jules Marchal hevig blijven branden. Alleen wil het lichaam van de 77-jarige oud-diplomaat niet meer echt mee.
Als hij voor de derde keer een document uit zijn indrukwekkende archief haalt, botst hij tegen de boekenkast. «Last van evenwichtsstoornissen. Ik ben maar een halve man meer.» Even later, als we het over de Kongolese avonturen van Jef Geeraerts hebben, lichten de ogen guitig op. «Dat was ne hete. Iedereen in Kongo sprak over de uitspattingen van Geeraerts.»

Maar die middag staan geen wufte verhalen op het programma. Jules Marchal heeft pas de laatste hand aan het derde deel over dwangarbeid in Kongo gelegd. «Dwangarbeid voor de palmolie van Lord Leverhulme», klinkt de titel in het Nederlands - helaas is het boek enkel in het Frans beschikbaar. «Er zijn niet genoeg nederlandstalige lezers voor mijn boeken. Bovendien kunnen de zwarten mijn boeken nu ook lezen», zegt Marchal die zijn carrière als ambassadeur in Ghana, Liberia en Sierra Leone afsloot.
Het nieuwe deel in dit stuk sociale geschiedenis van de Belgische kolonie is een litanie van misbruiken en de meest grove schendingen van de rechten van de zwarte bevolking. Taaie literatuur, maar daarom niet minder uniek en meeslepend. Het onderzoek van Marchal, die een duik in de Belgische archieven nam, lag aan de basis van 'De geest van koning Leopold II en de plundering van de Congo' van de Amerikaanse auteur Adam Hochschild. Jules Marchal beschrijft treffend hoe de Belgische kolonisator het systeem van Leopold II gewoon overnam.

Nijlpaardpees

Jules Marchal heeft de misbruiken in de Belgische kolonie zelf meegemaakt. Van 1948 tot aan de onafhankelijkheid in 1960, was hij territoriaal ambtenaar in Lisala in de Evenaarsprovincie. «Twintig dagen per maand moesten we de brousse intrekken om de zwarten duidelijk te maken wat ze moesten doen. We overnachtten in een gîte d'étape. Die zwarten moesten weten dat wij er waren, dat we hen konden straffen. We reisden rond met zes, zeven zwarte soldaten en onze gevangenen. »

Jules Marchal- Gevangenen?
«Ja, we waren ook politierechter, we konden de zwarten die iets mispeuterd hadden ook in de bak steken. En we konden enkel gevangenen met de chicotte, een gedroogde pees van een nijlpaard laten geven. Dat was zeer vernederend. 's Morgens om zes uur moest de hele bevolking van een dorp acte de présence geven. Daarna werden de gevangenen voorgeleid.
Die mannen waren veroordeeld voor onnozele vergrijpen, maar dat was pure hypocrisie. Ze kregen cel als ze hun katoen niet haalden of als hun hut niet in een perfecte staat was (parfait état de propreté). Er mocht geen sprietje gras in de buurt staan- komaan zeg. Die gevangenen moesten dan hun broek afsteken en dan kregen ze zweepslagen op de billen. In conspectu omnium, waar iedereen bijstond. Zeer vernederend was dat.
Toen ik in '48 in Kongo arriveerde, kregen ze nog 8 slagen met de chicotte. In 1952 is dat verminderd tot 4 - maar dat was even erg. Daarom moesten we 20 dagen per maand de brousse in, om die cinema op te voeren. Dat is de grote leugen in verband met Kongo: onder Leopold II was alles slecht en tijdens de Belgische kolonisatie was alles koek en ei.»

Sunlight

Op papier leek het zo mooi. In 1911 kreeg de Britse industrieel William Lever van de Belgische koloniale overheid niet minder dan 750.000 ha Kongolese plantages in pacht. Lever bouwde op basis van palmolie, de grondstof voor zeep, een heel imperium uit. Trots als een pauw overhandigde de Britse industrieel Lever, die later als Lord Leverhulme in de adelstand werd verheven, in maart 1912 het eerste stuk Kongolese zeep verpakt in een ivoren kistje aan koning Albert I. Leverhulme, de man die de wereld Sunlight en later Lux schonk, gold als een filantroop. «Hij bouwde in de buurt van Liverpool een tuinwijk voor zijn arbeiders. Deze stad, Port Sunlight, stond model voor de tuinwijken die later in Meulenberg, Waterschei en Winterslag zijn gebouwd», zegt Jules Marchal.

Bescheidenheid was Leverhulme vreemd. Het hoofdkwartier van de Huileries du Congo Belge was gelegen in Lusanga, nabij Kikwit. Snel werd Lusanga omgedoopt tot Leverville.
Met de steun van de Kongolese Weermacht en de Belgische overheden bouwde Lever in de buurt van Kikwit immense palmolieplantages uit. Maar hoe kwam Lever, die de basis legde van de Brits-Nederlandse voedingsgigant Unilever, in Kongo terecht?
Jules Marchal: «Hij greep naast de concessies van natuurlijke palmoliebomen in Brits West-Afrika. Die werden daar door de zwarten uitgebaat, de Britten gaven geen palmbossen in concessie. Bij ons moesten de zwarten palmnoten aan Lever leveren. Ze moesten kappen, zoniet vlogen ze de gevangenis in.»

Lever kreeg van de Belgen niet alleen een monopolie, de Belgische autoriteiten leverden hem ook dwangarbeiders die voor een schijntje in zijn plantages moesten werken.
«Lever was geen uitzondering. De administratie deed dat voor iedere colon. De zwarten moesten zogezegd niet voor een loon werken, ze moesten gewoon leren werken, omdat ze lui waren. Maar die zwarten waren geen zotten, he, als ze u niet betalen, dan werkt ge ook niet.»

Orgie

De zwarte bevolking kwam ook in opstand tegen de dwangarbeid in de plantages van Lever. Bijzonder schrijnend is het hoofdstuk waarin Marchal de strafexpeditie tegen de Pende, een plaatselijke stam in het dorpje Kilamba beschrijft.
Bij de komst van territoriaal agent Edouard Burnotte in het dorpje, vluchtten alle mannen de brousse in. Burnotte liet daarop alle vrouwen in een hangar opsluiten. Die avond, op 14 mei 1931, liet Burnotte, die in het gezelschap van enkele andere blanken was, enkele kratten bier aanrukken. «De vijf begonnen te drinken en te zingen. Nadien lieten ze enkele vrouwen halen die in de hangar opgesloten zaten. Het werd een van die monsterachtige orgiën die legendarisch waren onder de blanke vrijgezellen in Kongo», schrijft Marchal.

De dag nadien eiste Matemo, de man van een van de vrouwen bij chef de poste Collignon, naar goede Afrikaanse gewoonte betaling voor het nachtje vertier. Collignon siste Matemo toe dat hij kon oprotten, waarop de zwarte hem enkele klappen verkocht en enkele keren flink beet. Uiteindelijk stuurde de gewestbeheerder zijn medewerker Maximilien Balot ter plaatse om een onderzoek uit voeren.
Op 8 juni arriveerde Balot bij Matemo. Tijdens een gevecht raakte Balot gewond en vluchtte het bos in. Daar werd hij door Matemo afgemaakt. Matemo zou het lijk van Balot in stukken gehakt hebben die hij uitdeelde aan de chefs en Pende-notabelen uit de buurt. De zaken liepen danig uit de hand en uiteindelijk werden 300 tot 500 Pende met machinegeweren afgeslacht.

Dit zou een klassiek verhaal over wilde zwarten en belaagde blanken kunnen zijn, ware het niet dat minister van Koloniën Paul Crockaert in het Belgische parlement enkele vervelende vragen over deze affaire kreeg. Daarop werd de magistraat Eugène Jungers, voorzitter van het Hof van Beroep in Kinshasa, op onderzoek uitgestuurd.
Uit het verslag van Jungers blijkt duidelijk dat de blanken zich bij de Pende absoluut onbehoorlijk gedragen hadden en dat de zwarten wel degelijk redenen hadden om zich tegen de dwangarbeid te verzetten.

Typisch voor de belabberde staat van de Belgische archieven: Jules Marchal heeft het oorspronkelijke verslag van de Jungers zending niet kunnen inkijken. Hij baseerde zich dan maar op de parlementaire tussenkomsten van de socialistische voorman Emile Vandervelde die een jaar later hierover de minister van Koloniën aan de tand voelde. Marchal speelt op: «Alles wat ik schrijf is nieuw. Mijn boeken zijn gebaseerd op archieven die nooit door iemand zijn geconsulteerd, die nooit gebruikt zijn door andere historici.»

Vandaag wordt Kongo opnieuw geplunderd, door de buurlanden Rwanda, Oeganda en Zimbabwe die hun legers naar het land gestuurd hebben. Herhaalt de geschiedenis zich?
«Union Minière en de uitbaters van de Kilo Moto-goudmijnen hebben Kongo veel meer geplunderd. Ik moet lachen met wat men nu plunderingen noemt. Onze bedrijven hebben in die mijnen miljoenen verdiend.»

Het derde deel in de reeks over dwangarbeid is pas klaar. U werkt nu aan deel vier...
«Inderdaad. Het hoogtepunt hierin is de dwangarbeid tijdens de tweede wereldoorlog, de effort de guerre (oorlogsinspanning). Wat dat betreft zijn er nagenoeg geen archieven beschikbaar. In opdracht van de gouverneur-generaal droeg de procureur-generaal de parketten in Kongo op dat ze geen documenten meer moesten bijhouden, dat alles in het teken van de 'effort de guerre' moest staan.
Weet ge dat ze de zwarten terug de bossen hebben ingejaagd, om wilde rubber te tappen? Omdat de rubberplantages in Maleisië en Indonesië door de Japanners bezet waren, was er plots veel natuurlijk rubber nodig. Maar de rubberplantages van Leopold II bestonden niet meer, dus moesten de zwarten op zoek naar natuurlijk rubber in de Kongolese bossen. Verder in dat vierde deel komen de dwangarbeid bij de aanleg van wegen, bij de exploitatie van tin in Maniema en van de teelt van katoen aan bod. Ik vrees echter dat ik dit boek niet zal kunnen afwerken...»

Frank Judo, Kurt Martens (eds)
Handboek Erediensten - Bestuur en organisatie
Edited: 201505270052
Het werk bevat bijdragen van : Frédéric Amez, Patrick De Pooter, Thibault Denotte, Frank Judo, Dirk Lambrecht, Kurt Martens, Adriaan Overbeeke
Reeks Bibliotheek Staats- en Bestuursrecht
Uitgever : Larcier
Ondanks hun wat gedateerde naam spelen de "kerkfabrieken", of moderner: kerkbesturen een niet te verwaarlozen rol in onze samenleving. Zij vervullen hun taak als ondersteuner van religieuze gemeenschappen, en komen zo in contact met vele andere maatschappelijke actoren, zowel particulieren als overheden. De eigen aard van de kerkbesturen zorgt soms voor verwarring, niet alleen bij derden, maar ook bij de verantwoordelijken voor de kerkbesturen zelf. Het bestaan van een versnipperde en soms oudere regelgeving draagt hier zeker toe bij.


Het "Handboek Erediensten" heeft dan ook de ambitie klaarheid te scheppen in de wereld van de kerkbesturen. Daarbij wil het zich even ver houden van academisme als van simplisme. Het is een handboek, dat er in de eerste plaats op gericht is praktisch nuttig te zijn voor wie te maken heeft met een kerkbestuur, hetzij van binnenuit, hetzij van buitenaf. Tegelijk wil het echter meer zijn dan een louter vademecum, en plaatst het de kerkbesturen en de rechtsregels die erop betrekking hebben in een ruimere context, wat duidelijk praktisch nut heeft voor het oplossen van complexere vraagstukken.

Daartoe wordt in een eerste hoofdstuk herinnerd aan de algemene beginselen inzake religierecht, zoals godsdienstvrijheid en wederzijdse onafhankelijkheid van kerkelijke en burgerlijke instanties.

Een tweede hoofdstuk maakt duidelijk hoe het eredienstenrecht kan worden ingepast in de federale staatsordening, met alle praktische gevolgen van dien om te beoordelen welke overheid bevoegd is voor welke materie.

Een derde hoofdstuk bespreekt het praktisch functioneren van de katholieke kerkbesturen, de kerkfabrieken in de klassieke zin van het woord. Het gaat in op concrete vragen inzake samenstelling, organisatie en algemene werking van de kerkfabrieken, met bijzondere aandacht voor heikele vraagstukken als budgetten, jaarrekeningen, meerjarenplannen en overheidsopdrachten. Ook wordt dieper ingegaan op de relatie van de kerkfabrieken met andere instanties, en met name met het gemeentebestuur.

Door de staatshervorming is er een zekere afstand gegroeid tussen het eredienstenrecht in de verschillende gewesten. Een vierde hoofdstuk gaat dan ook nader in op de specifieke regelingen voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

In een vijfde hoofdstuk ten slotte wordt nagegaan in welke mate niet-katholieke erediensten recht hebben op een eigen benadering, dan wel genoopt zijn zich aan te passen aan het traditionele model, dat voornamelijk geïnspireerd is door de katholieke eredienst. Ook hier ligt de nadruk op de praktische gevolgen van een en ander voor de werking van de betrokken kerkbesturen.

Het "Handboek erediensten" is een onmisbaar hulpmiddel voor wie als vrijwilliger of professioneel te maken heeft met de dagelijkse werking van kerkbesturen. Zijn praktijkgerichte opbouw en wetenschappelijke fundering maken het tot een trefzeker instrument voor een modern bestuur van deze traditionele instelling.

Prijs: 109 EUR

Inhoudstafel: zie File1
TESSENS Lucas
VRT desinformeert over het kadastraal inkomen. Het basisbedrag is sinds 1975 weliswaar nooit aangepast, maar men vergeet er steevast bij te vertellen dat het wel jaarlijks wordt geïndexeerd.
Edited: 201505120125
Ook de provinciale en gemeentelijke opcentiemen gingen in de loop der jaren omhoog. Dat professor Maus geen correctie aanbrengt in de berichtgeving, maar losweg meesurft op tweederangs berichtgeving is jammer en bedenkelijk.
Probeert de regering straks het gat in de begroting dicht te rijden op de kap van ALLE eigenaars van onroerende goederen?
Is dat een tax-shift?
Er wordt een bedrieglijk beeld opgehangen van de staatsfinanciën, dat mag duidelijk zijn. Want wie niet durft te raken aan de hoogste vermogens, die moet het zoeken bij de middenklasse. Ja, toch.
Maar de regering heeft een antwoord op zak: als de belastingen u te zeer verarmen dan mag u morgen aanschuiven voor een één-euro-maaltijd.
Kleren of meubilair nodig? Stap toch naar de kringwinkel.
Geen dak boven uw hoofd? Tegen één euro levert de staat u een golfplaat. Vol asbest weliswaar maar zolang je ze niet zaagt of er gaten in boort, lukt het wel om ook zonder asbestose een paar jaar droog te blijven. En ja, om Uplace bereikbaar te maken moeten we nog een paar bruggen bouwen (met uw belastinggeld). Daaronder kan je dan knus en droog gaan liggen.
U woont in de Denderstreek en uw huis loopt straks vol water? Verhuis naar Wallonië. Dat ligt hoger en stropen is er niet strafbaar.
Op alles een antwoord, voor alles een reden, voor iedereen, voor het algemeen belang. Wat zijn wij fier op onze bewindvoerders en hun goed bestuur.
Jef Geeraerts (1930-2015) overleden. R.I.P.
Edited: 201505111815
Schroot (1963) is zonder meer de betere roman van Geeraerts; een langgerekte schreeuw naar Congo, vol heimwee en eenzaamheid, op het depressieve af. Alcohol en sex spelen een haast rituele en therapeutische rol. Het is ook een hekelschrift aan het adres van België en de politici, die hun beloften niet nakomen.
Geeraerts durfde verwoorden wat vele oud-kolonialen voelden en dachten: wij zijn het schroot van het kolonialisme.
ICIJ
Banking Giant HSBC Sheltered Murky Cash Linked to Dictators and Arms Dealers
Edited: 201502091714
Team of journalists from 45 countries unearths secret bank accounts maintained for criminals, traffickers, tax dodgers, politicians and celebrities.
read more ...
Westerse staatshoofden op hun buik naar Saoedi-Arabië
Edited: 201501272323
VAN IMPE Marc
Ik ben helemaal Charlie (blog)
Edited: 201501090951
VILVOORDE 08/01/2015 - Een uurtje na de moord op de redactie van Charlie Hebdo reed ik door Sint-Joost-ten-Node. Het licht sprong op groen maar we konden niet verder. Een karavaan toeterende tweedehands automobielen met opgewonden medeburgers van de derde generatie van elders, zoals dat fatsoenlijk heet, blokkeerde het verkeer. Ik lees deze ochtend een lezersbrief in de krant van een Antwerpse leraar die beschrijft hoe hij op de bus zat tussen juichende Marokkaanse jongeren. In mijn mailbox excuses van enkele van mijn studenten: dat de meerderheid van de moslims echt zo niet zijn. En zij zeker niet.
Het is moeilijk om sereen te blijven. Dit was geen willekeur. De daders hebben in het pand redactieleden naar hun naam gevraagd alvorens zij begonnen te schieten, zegt dokter Gerald Kierzek, die slachtoffers behandelde en sprak met overlevenden, tegen Franse media. Volgens de dokter werden bovendien vrouwen van de mannen gescheiden.
Er was geen sprake van een ongerichte kogelregen, maar van gerichte executies, aldus Kierzek. De tijd van de kamikazevliegtuigen (New York 2001), explosies in treinen (Madrid 2004) of zelfmoordterroristen in bussen en metro's (Londen 2005), is voorbij. Zelfmoordterrorisme is uit. De terrorist van nu wil het er levend vanaf te brengen, wetende dat er een proces volgt en dat de doodstraf in het beschaafde Westen is afgeschaft.
De Franse terrorismedeskundige Roland Jacquard waarschuwde in 2008 al dat er 'een klein legertje in het hart van de samenleving wordt gebracht met als doel om zoveel en zolang mogelijk te doden'. Het jaar daarop doodde de Frans-Algerijnse Mohammed Merrah in korte tijd zeven Fransen. De Frans-Algerijnse ex-Syriëganger Mehdi Nemmouche executeerde drie mensen in het Brussels Joodse museum. Dat is geen toeval. De realiteit is dat er nu duizenden Europese jihadisten in Syrië zijn die daar voldoende expertise opdoen om grootscheepse terreuracties op touw te zetten. Het merendeel van die jongens komt uit Frankrijk. Voor hen heeft het integratiebeleid gefaald. Het wordt tijd dat men dit inziet.
Integratie begint bij opvoeding, thuis en op school. In scholen waar een moslimmeerderheid aan leerlingen is vermijdt men nu al lessen over de evolutieleer en de holocaust, schrijft dezelfde leraar in zijn lezersbrief. Het heet dat men niet wil provoceren. Kwaliteitsvol onderwijs gaat echter over meer dan leren rekenen, lezen en schrijven. Humor en respect voor de mening van anderen bijbrengen is even belangrijk. Ook dat moet aangeleerd worden. Ons onderwijs mist filosofie.
Ik surf naar de website van intelligente Belgisch-Algerijnse Yasmine Kherbache, de voormalige kabinetschef van Elio Di Rupo, op zoek naar een zinnige reactie op de dramatische gebeurtenissen maar lees enkel een pleidooi voor de openstelling van overheidsfuncties voor niet EU'ers. Er zal eerst moeten overlegd worden, vrees ik.
Tenslotte nog deze bedenking: de jihad leeft bij gratie van de sociale media. Op Facebook is men zo kuis dat men de foto van een naakte kleuter weg censureert. Waarom niet elk bericht met het woord Allah erin verbieden? Zijn naam zal dan tenminste niet ijdel gebruikt worden. Gericht doden is overigens geen typische moslim tactiek. De eerste die dit toepaste was de Noorse terrorist Anders Behring Breivik die in juli 2011 69 sociaal-democratische jongeren afslachtte.
Marc van Impe
Marc van Impe is Senior Writer voor MediQuality. Hij is ook voorzitter van het Vlaams Instituut voor Journalistiek.
VRM - Vlaamse Regulator voor de Media
Rapport Mediaconcentratie 2014 : Verhoogde mediaconcentratie zet diversiteit van het aanbod onder druk
Edited: 201412111058
De Vlaamse Regulator voor de Media publiceert vandaag het rapport 'Mediaconcentratie in Vlaanderen 2014'.


Algemene conclusie van het rapport:

• De oefening om de Vlaamse mediasector af te bakenen wordt steeds moeilijker. Steeds meer crossmediale en convergente tendensen worden waargenomen. Vlaamse mediagroepen raken onderling steeds meer verstrengeld. Zo bestaan reeds drie mediagroepen uit intersecties van andere Vlaamse mediagroepen (De Vijver Media, Mediahuis en Medialaan). Mediagroepen zoeken vaker naar mogelijkheden om multimediaal sterk te staan en gaan daarbij wisselende allianties aan.

• Distributiebedrijven hebben steeds meer interesse in de voorliggende schakels van de waardeketen. Dit leidt tot toegenomen verticale concentratie.

• Hoewel er niet één speler is die de hele Vlaamse mediasector domineert, blijken vele vormen van concentratie (horizontaal, verticaal en crossmediaal) te bestaan binnen en tussen bepaalde mediavormen. Dit zet de diversiteit van het aanbod onder druk. Daarom beschrijft de VRM voor het eerst in het rapport de verschillende wijzen waarop de Vlaamse overheid reeds intervenieert om diversiteit en concurrentie in de mediasector te behouden en te stimuleren. De VRM somt in deze context extra uitbreidingsmogelijkheden op en geeft ook enkele beleidsaanbevelingen.


Belangrijkste conclusies per mediasoort:


Bij het medium televisie zijn door nieuwe technologieën de inkomstenmodellen gewijzigd. Contentproducenten, aggregatoren en distributeurs willen elk een zo groot mogelijk aandeel van de inkomsten voor zich houden. De VRM merkt op dat de totale hoeveelheid Video On Demand-opvragingen (en de gegenereerde inkomsten) voor het eerst stagneren. Dit heeft mogelijks te maken met het verschijnen van alternatieven.


De slechte financiële situatie van de regionale televisieomroeporganisaties blijft aanhouden. De voorgaande minister van media heeft hier een nieuwe regeling opgesteld. Deze wordt in 2015 effectief.


De markt van de gedrukte media blijft algemeen een dalende tendens kennen. De periodieke bladen werden geconfronteerd met toenemende concurrentie vanwege de weekendbijlagen van dagbladen. Het aantal verkochte exemplaren van de kranten is, net zoals het voorgaande jaar, gedaald. Lichtpunt is dat de betaalde digitale oplage wel stijgt. Mediahuis, de samenwerking tussen Concentra en Corelio werd mede opgericht om deze situatie het hoofd te kunnen bieden. Dit heeft echter ook gezorgd voor een verhoging van de concentratie. De kans op verschraling van het nieuwsaanbod is dan ook niet denkbeeldig.


Bij het medium radio valt de aanhoudende ketenvorming bij de lokale radio's op. In 2013 was de opkomst van lokale radioketen Story FM (onderdeel van de Sanoma-groep) een opvallend gegeven. In 2014 nam het belang van deze keten toe doordat het aantal aangesloten radio's steeg tot 16. Het percentage ketenvorming bij de lokale radio's ligt op 72%. Doordat radio Nostalgie in 2012 officieel een landelijke radio geworden is, is binnen de radiomarkt de mediaconcentratie op basis van marktaandelen afgenomen. VRT blijft echter de dominate speler binnen dit zeer geconcentreerde mediasegment.


De concentratiemaatstaven, en dus ook de verhoudingen tussen de spelers, bij het medium internet zijn nagenoeg gelijk gebleven. Het gebruik van mobiel internet neemt steeds meer toe. Dit is onder andere toe te schrijven aan de toenemende populariteit van apps.


Het inhoudelijke luik van het rapport werd op 1 oktober 2014 afgesloten. Wijzigingen die nadien werden aangekondigd zijn niet meer opgenomen in het rapport.


Het volledige PDF-rapport is downloadbaar vanaf de site van VRM ...

Politie
De VUB-moorden: Moord op Peter De Greef : 22/11/1980 - 23/11/1980 & Daniëlle Girardin : 06/02/1993 - 07/02/1993
Edited: 201412041521
1980
Een groepje jongeren (15 à 20 personen) vanuit de regio Antwerpen, allemaal gestart aan het Atheneum van Hoboken, besluiten naar de universiteit van Brussel te gaan.
Daniëlle Girardin, ook afkomstig uit de regio Antwerpen, kwam niet van het Atheneum maar kende wel enkele van die mensen vanuit de lagere school.
Aan de VUB werd de vriendenkring nog uitgebreid met ondermeer Peter de Greef. Die was in 1980 opnieuw van plan aan de VUB te gaan studeren (hij had al enkele diploma’s op zak, o.a. licentiaat geschiedenis), Hij woonde toen nog in de omgeving van de VUB omdat hij geen afscheid kon nemen van het studentenleven.
22 – 23/11/1980 omstreeks 04.00 uur
In de nacht van zaterdag 22 op zondag 23 november 1980 werd Peter de Greef, toen 24 jaar, doodgeschoten met één kogel in het hart.
Zijn lichaam lag in de Nieuwelaan ter hoogte van n° 179 in Etterbeek.
Een politieman paste nog een hartmassage toe maar Peter was vermoedelijk op slag dood.
Hij had die avond op zijn appartement doorgebracht, samen met Linda Simons, een vriendin, in de Generaal Jacqueslaan 183 te Elsene (Etterbeek).
Rond 3 uur heeft Peter dan Linda te voet naar huis, naar haar kot gebracht 1n de Generaal Bernheimlaan n° 15. Op de terugweg van het kot van Linda naar zijn eigen appartement werd hij beschoten. Hij werd getroffen door een kogel 6.35 uit een klein vuurwapen. (de huls werd teruggevonden) Het motief is nog steeds niet gekend.
Reisweg naar appt. Van Linda (samen): Generaal Jacqueslaan - Nieuwelaan - Generaal Bernheimlaan.
1993
Mevrouw Girardin was heel erg geliefd en werkte aan de VUB van Brussel . De Filosofieprofessor Hubert Dethier kan Daniëlle Girardin goed beschrijven.
Daniëlle had haar doctoraat in de cultuurfilosofie bij hem gemaakt en ze was een tijd lang zijn assistente.
Ze was intellectueel heel erg onderlegd en leefde in de alternatieve sfeer. Zo ging ze bijvoorbeeld overal te voet naar toe, ging ze samen leven bij indianenstammen en sliep ze op de grond. Daniëlle was heel erg begaan met andere mensen.
06 - 07/02/1993 omstreeks 03.45 uur
In de nacht van zaterdag 6 februari op 7 februari 1993 werd Daniëlle Girardin, toen 34 jaar; vermoord met één messteek (in de lever, mespunt reikte tot in het hart).
Ze had net een praatavond bijgewoond over de Aka-stam (Thaise indianenstam), samen met vrienden in Antwerpen.
Iets na 4 uur 's nachts had Danielle de woning van haar vrienden in de Anselmostraat, nabij het oude justitiegebouw, verlaten om te voet terug naar huis te keren.
Ze wandelde vermoedelijk via de volgende straten : Ballaerstraat - Pyckestraat - Markgravelei - Jan van Rijswijcklaan - Populierenlaan - Kruishofstraat - Varenlaan
Danielle woonde toen in de Eglantierlaan in Wilrijk, net om de hoek van de Varenlaan, ruim een half uur stappen van de Anselmostraat.
Haar lichaam lag in de Varenlaan lag ter hoogte van het huis n° 31 en werd ontdekt door een buurtbewoner die naar zijn werk vertrok.
De nacht van de moord stond in de Varenlaan een koppeltje dubbel geparkeerd in een witte pickup. Het meisje had wel iemand op de grond zien liggen maar stond er verder niet bij stil. Buurtbewoners hoorden wel rond 04.30 uur een kreet .
OPSPORINGSVRAGEN
Misschien zijn er mensen die meer over de feiten weten, maar die al die jaren hebben gezwegen omdat ze dat toen niet konden of durfden praten. Hun levenssituatie kan veranderd zijn waardoor ze dit nu wel kunnen.

Heeft Danielle Girardin , misschien tijdens haar buitenlandse reizen, iemand leren die geen goede bedoelingen met haar had. Of heeft ze pech gehad en is ze in handen gevallen van de messentrekker die toen in Antwerpen lelijk huis hield.
Is er een link tussen de twee moorden? Dat is een vraag waar zelfs de speurders geen sluitend antwoord kunnen op kunnen geven. Het bindmiddel tussen Peter en Daniëlle zijn de jaren ‘80 en hun gemeenschappelijke vriendenkring tijdens studieperiode aan de VUB van Brussel. Alle hypotheses en vragen moeten gesteld worden om een goed onderzoek te kunnen voeren.
Het kan zijn Dat Danielle, na al die jaren plots is te weten gekomen wie Peter in 1980 heeft vermoord, maar zelf heeft ze dat tegen niemand gezegd.
Getuigenissen

Alle tips zijn welkom via het gratis telefoonnummer 0800 30.30.0. Discretie wordt gewaarborgd.

of via het emailadres opsporingen@politie.be

Dit opsporingsbericht werd uitgezonden op VTM tijdens de uitzending "TELE FACTS CRIME " op 01/02/2010
Arcopar CVBA
bericht aan de vennoten
Edited: 201412010954
01/12/2014

ARCOPAR CVBA is in vereffening gegaan op 8 december 2011. Een vereffening betekent dat de activa van de vennootschap ten gelde worden gemaakt.

De netto - opbrengst van de activa zullen eerst worden aangewend ter aflossing van de schulden van ARCOPAR CVBA in hoofdsom en op de intresten.

Het eventueel overblijvend saldo zal daarna onder de vennoten worden verdeeld naar evenredigheid van hun scheidingsaandeel en saldo van hun wachtrekening - verworven op datum van de invereffeningstelling - zoals bepaald in de statuten.

Derhalve zal bij het sluiten van de rekeningen van de vereffening kunnen bepaald worden welk bedrag desgevallend kan uitbetaald worden.

Wat betreft de staatswaarborg geconcretiseerd in het Koninklijk Besluit van 10 oktober 2011 kunnen we u volgende informatie meedelen: dit besluit gaf uitvoering aan het wettelijk kader om de depositogarantie toe te kennen aan houders van deelbewijzen van erkende financiële coöperatieven. De staatswaarborg werd toegekend aan de particuliere vennoten van ARCOPAR CVBA bij Koninklijk Besluit van 7 november 2011.

De beroepen, ingesteld door een aantal partijen, tegen de Koninklijke Besluiten van 10 oktober 2011 en 7 november 2011 werden met de arresten van de Raad van State van 25 maart 2013 en 15 januari 2014 verworpen.

Op 25 maart 2013 stelde de Nederlandstalige Kamer van de Raad van State aan het Grondwettelijk Hof een reeks prejudiciële vragen. De Franstalige Kamer van de Raad van State heeft dit ook gedaan op 15 januari 2014.

Het Grondwettelijk Hof heeft bij arrest van 24 april 2014 beslist om de Nederlandse en Franstalige prejudiciële vragen samen te voegen. Een uitspraak houdende deze prejudiciële vragen kan worden verwacht rond de jaarwisseling.

De Europese Commissie van haar kant heeft op 3 juli 2014 beslist dat de staatsgarantie voor Arco strijdig is met de EU regels voor staatssteun.

De Belgische staat en de vereffenaars van de Arco-vennootschappen hebben beslist tegen deze beslissing op te komen. Zowel de Belgische staat als de vereffenaars hebben terzake respectievelijk op 13 september en op 7 oktober 2014 een procedure ingeleid voor het Gerecht van de Europese Unie.

In de regeringsverklaring wordt vermeld dat er sprake zou zijn van een alternatieve regeling die ten voordele van de coöperanten zou uitgewerkt worden.
Het College van vereffenaars


tag: Dexia
DS 20141126
Twee medicijnen tegen oogziekte maculadegeneratie: een prijsverschil van 760 EUR !
Edited: 201411261316
Twee medicijnen met blijkbaar dezelfde werking op oogzieken: een verschil van 760 EUR per injectie.
Het gaat om Lucentis (gelanceerd in 2007, 800 EUR/injectie) van Novartis en Avastin (40 EUR/injectie) van Roche. Testaankoop dient klacht in. Het Federale Geneesmiddelenagentschap (FAGG) houdt zich op de vlakte. In Nederland en Italië wordt Avastin wel gebruikt; Frankrijk volgt.



Tot daar in het kort de berichtgeving van De Standaard.


Discussie al jaren aan de gang
Het is wellicht goed om weten dat de discussie reeds een aantal jaren aan de gang is. Zo wijdde het Nederlandse Pharmaceutisch Weekblad in augustus 2011 reeds een discussie aan dit probleem en liet hoogleraar oogheelkunde prof. dr. Carel Hoyng, werkzaam op de afdeling Oogheelkunde van het UMC St Radboud in Nijmegen, aan het woord. Hyong is ook consulent van Novartis (aldus de gepubliceerde 'Richtlijn Leeftijdgebonden Maculadegeneratie' van 2014, Bijlage 6, Belangenverklaringen). Alhoewel de argumenten in dat artikel van PW genuanceerd naar voor worden gebracht, wordt het toch zonneklaar dat financiële (terugverdienen van de research) en commerciële motieven aan de basis liggen van het prijsverschil en van de achterwege blijvende vraag tot erkenning voor de behandeling van maculadegeneratie (Avastin beschikt overigens over een Europese vergunning, maar dan wel voor andere oncologische aandoeningen) van het goedkopere geneesmiddel Avastin. Zo wordt duidelijk dat een geneesmiddel dan al kan bestaan, maar dat het daarom nog niet op de markt wordt gebracht. Weerom een ethische en geen technische kwestie. Regeert het geldgewin dan overal?
Maar wellicht belangrijker dan het antwoord op deze retorische vraag, is het de mechanismen te doorgronden en de medespelers te herkennen in dit verslindende spel. Daarop kan je namelijk een beleid bouwen - zou een minister dan kunnen denken - zodat middelen overgeheveld naar andere prioritaire velden van de gezondheidszorg zonder te raken aan de medische belangen van maculadegeneratiepatiënten.
Lees het artikel uit het Pharmaceutisch Weekblad hier. Maar voor het geval dat u toch niet doorklikt, hebben we hier een passage die duidelijk maakt dat het over een courante aandoening gaat: "Maculadegeneratie is een ziekte die epidemische vormen aanneemt: op dit moment zijn er in Nederland 100.000 mensen met deze aandoening en jaarlijks komen daar 10.000 bij. Als je een middel hiervoor zo duur maakt, legt dat een te grote belasting op de uitgaven in de zorg." Het gaat dus om een groeimarkt, want in de gezondheidszorg wordt ook in die economische termen nagedacht.

Bij Novartis hebben wij het jaarverslag 2013 opgevraagd. Daaruit blijkt dat Lucentis in 2013 goed was voor een netto-verkoop van 2,383 milliard dollar (tegen 2,398 milliard dollar in 2012 en ca. 1,966 miljard $ in 2011). Dat is exclusief de verkopen van Lucentis in de USA, waar het medicijn door Genentech/Roche op de markt wordt gebracht. Novartis heeft een belang van 33,3% in Roche, goed voor een waarde van 14,8 miljard $ terwijl de totale markwaarde van Roche per 20131231 241,2 miljard $ was. Het jaarverslag benadrukt:'Novartis does not exercise control over Roche Holding AG, which is independently governed, managed en operated.' (AR2013:104) Natuurlijk sluit dit geen commerciële deals op wereldniveau uit.



Wat is het FAGG?

Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, FAGG (voorheen Directoraat-generaal Geneesmiddelen van FOD Volksgezondheid)

Oprichtingsdatum: 01.01.2007

Voogdijminister: Maggie De Block (OpenVLD), minister Volksgezondheid [op de website van het FAGG stond tot 20141126 foutief Laurette Onkelinx nog vermeld als voogdijminister - dit is inmiddels bijgesteld]

Administrateur-generaal: Xavier De Cuyper
Instelling van openbaar nut met rechtspersoonlijkheid, ingedeeld in categorie A
Bevoegde overheid op het vlak van de kwaliteit, de veiligheid en de doeltreffendheid van de geneesmiddelen en de gezondheidsproducten
Competentiedomeinen: onderzoek en ontwikkeling (R&D), registratie of vergunning voor het in de handel brengen, productie en distributie (inspectie- en controleactiviteiten), vigilantie, goed gebruik van geneesmiddelen en gezondheidsproducten
Personeel : 390 medewerkers op 01.01.2012 voor het merendeel met een wetenschappelijke vorming (o.a. geneesheren, apothekers, dierenartsen)
Slogan : “Uw geneesmiddelen en gezondheidsproducten, onze zorg”

Bekijk het organogram van het FAGG

Het jaarverslag van het FAGG kunt u hier downloaden








De historiek van Roche vindt u hier

Roche Group Sales 2013: 46,780 milion CHF






Novartis: Kerncijfers 2013: Omzet: 57,9 miljard USD; Netto Resultaat : 9,3 miljard USD

Company History of Novartis

Farmaceutische nota van European Medicines Agency (EMA) over Lucentis ranibizumab

Farmaceutische nota van European Medicines Agency (EMA) over Avastin bevacizumab

Ter info: website van het RIZIV

[tekst aangevuld op 20141202]
LT
Lijst van overheidsbedrijven (in het verleden en het heden)[tentatief en in opbouw]
Edited: 201411260110
Algemene Spaar- en Lijfrentekas (ASLK/CGER, 1865) > ASLK-Bank (1992) + ASLK-verzekeringen (1992)> 50% verkocht aan Fortis-groep > in 1998 volledig overgenomen door Fortis


BAC/COB (1924) > BAC werd ook hoofdaandeelhouder in de Belgische Arbeidersbank of Banque Ouvrière de Belgique, opgericht in 1925, en in 1926 omgedoopt in Spaarbank der Christelijke Werklieden (SCW) of Banque d'Epargne des Ouvriers Chrétiens. > BAC Centrale Depositokas of COB Caisse Centrale de Dépôts > In 1985 werd de naam gewijzigd in BAC Spaarbank of COB Banque d'Epargne.> De naam werd in 1993 veranderd in BACOB en de instelling veranderde verder van een spaarbank naar een commerciële bank.> In 1997 vormde BACOB samen met verzekeringen DVV de financiële groep Artesia Banking Corporation, grotendeels in handen van Arcofin.> In 2001 kwam Artesia in handen van het Frans-Belgische Dexia, nu Belfius.




Belgische Maatschappij voor Internationale Investering: Een gespecialiseerde dochtervennootschap van de FPIM die tot doel heeft het co-financieren van buitenlandse investeringen van Belgische bedrijven, hoofdzakelijk ten behoeve van KMO's die zich in een expansiefase bevinden of die een belangrijk groeipotentieel vertonen.


Belgocontrol (1998): Belgocontrol is in België het autonoom overheidsbedrijf dat belast is met de luchtverkeersleiding, opleiding van operationeel (luchtverkeersleiders) en technisch personeel, en installatie en onderhoud van infrastructuur voor de luchtvaart. > Belgocontrol werkt onder een beheerscontract met een looptijd van 5 jaar (zie 25 APRIL 2014. KB tot goedkeuring
van het derde beheerscontract tussen de Staat en Belgocontrol) > Belgocontrol had op 20131231 829 werknemers waarvan 84 onbeschikbaar > Belgocontrol was in 2013 verlieslatend > Jaarverslag Belgocontrol 2013


BIAC + Regie der Luchtwegen + The Brussels Airport Company NV (BATC)> The Brussels Airport Company NV (2006) > Brussels Airport Company (2013)


BILOBA: De Luxemburgse vennootschap heeft tot doel het nemen van participaties in het Ginkgo Fonds. Het Ginkgo Fonds investeert in projecten ter herontwikkeling van verontreinigde terreinen in Frankijk en in België.


Brussels Airport Company


CERTI-FED: De vennootschap heeft tot doel de verwerving van alle participaties in vennootschappen waarin de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij een participatie bezit, alsook de certificatie van aandelen.

China Belgium Mirror Fund

Congrespaleis: De NV Congrespaleis heeft als doel het organiseren van vergaderingen, congressen, tentoonstellingen, beurzen en evenementen in haar gebouwen te Brussel.

CREDIBE: De vennootschap heeft haar hypothecaire activiteiten overgedragen aan de privé-sector en beheert nog de aflopende dossiers en in beperkte mate vastgoed.

DATANG FUND

Delcredere

Distrigas: On 1 November 2012, Distrigas merged with Nuon Belgium and became Eni Gas & Power NV/SA, a wholly owned subsidiary of Eni.

Federale Investeringsmaatschappij (FIM) + Federale Participatiemaatschappij (FPIM) > FPIM (2006)

Fonds voor Spoorweg-Infrastructuur (FIF-FSI): De vennootschap heeft tot doel terreinen die vroeger tot de spoorweginfrastructuur behoorden, te verkopen aan bouwpromotors en vastgoedinvesteerders.

GIMV (1980):

IRE ELIT: Dochteronderneming van het "Nationaal Instituut voor Radio-elementen". De onderneming legt zich in het bijzonder toe op de ontwikkeling van productie van radio-isiotopen voor radiofarmaceutische toepassingen en analyse, toezicht en ondersteuning bij de ontmanteling van nuclaire bronnen.

Kasteel Cantecroy Beheer (KCB): KCB is een vennootschap die een kasteelsite in Mortsel (Cantecroy) heeft gerenoveerd en omgevormd tot een wooncentrum voor ouderen. Doelstelling is de appartementeenheden op de site te verhuren/verkopen en de nodige zorgdiensten aan te bieden voor ouderen.

Nationale Investeringsmaatschappij (NIM, 1962) > geprivatiseerd in 1994

Nationale Loterij/Loterie Nationale

NMBS/SNCB > Om aan de Europese Unie-regelgeving tegemoet te komen voor een vrije toegang voor alle vervoerders op het Europese spoorwegnet, werd de NMBS op 1 januari 2005 opgesplitst in drie delen: een beheerder van de infrastructuur (Infrabel), een exploitant van de treinen (NMBS) en een overkoepelende holding (NMBS Holding). Zij vormden met hun drieën de NMBS-Groep.> NMBS + NMBS-holding = NMBS (2004)

NMKN > opgeslorpt door ASLK > zie aldaar

Open Sky Technology Fund Belgian Investor Pool: Het investeringsfonds is een parallel fonds van Open Sky Technologies Fund dat werd opgericht op initiatief van het Europees Ruimtevaart Agentschap. Deze investeringsfondsen investeren in jonge bedrijven die commerciële ruimtevaartechnologieën ontwikkelen, en die gevestigd zijn in de landen van de ERA-perimeter.
Paleis voor Schone Kunsten (PSK): De vennootschap heeft als doel het opzetten, uitwerken en uitvoeren van een multidisciplinaire en geïntegreerde culturele programmering.

Participatiefonds

PTT > De Post > BPOST (Belgische Staat (rechtstreeks en via de FPIM + free float + BPOST-werknemers)

Regie der Gebouwen (parastatale)

RTT > Belgacom > werd in maart 2004 beursgenoteerd > 20140929: Belgacom heet voortaan Proximus (o.i. wordt in een perspectief van volledige privatisering de binding met België in de merknaam alvast verbroken) > Op 31/10/2014 bezat de Belgische Staat 53,51% van de aandelen van Belgacom

SNETA (1919) + Sabena (1923) > Sabena > In mei 1995 werd 49,5% van de aandelen verkocht aan Swissair > Sabena op 20011107 failliet > dochter DAT overgenomen door SN Air Holding en die neemt naam SN Brussels Airlaines aan > SN Air Holding neemt in 2005 Virgin Express over en fuseert in 2006 tot Brussels Airlines. > Op 19 januari 2004 is Sabenadochter en chartermaatschappij Sobelair failliet verklaard. Haar vluchten voor Jetair werden overgenomen door TUI Airlines Belgium, dat vandaag vliegt onder de naam Jetairfly.

SOPIMA: De vennootschap beheert, meestal na renovatie, administratieve gebouwen die tot verhuur worden bestemd.

Theodorus III (

ZEPHYR-FIN: De vennootschap heeft als doel het verwerven en beheren van roerende waarden uitgegeven door luchtvaartmaatschappijen of vennootschappen verbonden met deze sector.

JUSTITIE
PG vraagt verjaring in cassatie-proces Eternit
Edited: 201411201247
Op 13/2/2012 werd Eternit in Turijn (ITA) veroordeeld en verantwoordelijk geacht voor de dood door asbestose van 3.000 mensen: de leiding kende de dodelijke gevolgen van asbestcement maar liet de productie gewoon doorgaan, zo oordeelde de rechter toen. Men spreekt van een misdaad op industriële schaal of een industriële misdaad. Eternit had vier fabrieken in Italië. Bij ons is de fabriek van Kapelle-op-den-Bos berucht. Op de kerkhoven errond is het stil en in de naburige dorpen zwijgt men liever.

De zaak tegen de Zwitserse topman en miljardair Stephan Schmidheiny was sindsdien hangende voor cassatie in Roma. De voorganger van Schmidheiny, de Belgische baron Louis de Cartier de Marchienne (Turnhout, 26/9/1921 – Arendonk, 21/5/ 2013), is inmiddels overleden*.

De PG, Francesco Iacoviello, vroeg nu onverwacht de verjaring en dus de stopzetting van het proces. Normaal verwacht je zo'n vraag van de verdediging. Ook abnormaal is deze vraag omdat ze zo snel volgt na een effectieve veroordeling. Wat twee jaar geleden nog behandeld werd, is vandaag verjaard en je zou denken dat rechtshandelingen de verjaring zouden stuiten. Niet zo dus in het Italiaanse gerecht (en in vele andere staten is het net zo).

De president van de Regio Piemonte, Sergio Chiamparino drukte zijn verrassing, ontgoocheling en diepe verontwaardiging zo uit: "Apprendo con sorpresa e disappunto della decisione della Corte di Cassazione di annullare, causa prescrizione del reato, la sentenza di condanna a Stephan Schmidheiny nel processo Eternit. Non può che destare profonda indignazione".

Het spreekt vanzelf dat de nabestaanden van de slachtoffers van 'de stille dood' in shock, ingedeukt, machteloos en woedend achterblijven. De overtuiging groeit in Italië en daarbuiten dat recht en rechtvaardigheid niet hand in hand lopen. Ook een van mijn vrienden behoort tot de slachtoffers.



*Cartier huwde in 1950 Viviane Emsens (1929) uit de industriële familie Emsens, hoofdaandeelhouder in Eternit. Hij werd actief in de multinational: van 1966 tot 1978 was hij afgevaardigd bestuurder en van 1978 tot 1986 was hij voorzitter van Eternit. De familie Emsens is met duizenden hectare, gelegen in het noorden van de provincie Antwerpen, grootgrondbezitter. (bron: in Trends van 12 oktober 1995 bracht Frans Crols een onthullende reportage over deze miljardairsfamilie; in 2006 bracht Knack een snoeiharde reeks van artikelen over de dodelijke werking van asbest en de verantwoordelijkheid van Eternit).

**Vinck. Cartier was niet de enige Belg die dicht bij de zaak stond. Ook Karel Vinck, die van 1971 tot 1975 werkzaam was bij Eternit-Italië, was eerder betrokken in deze zaak. Hij leidde er sinds 1973 de Eternitfabriek in het Siciliaanse Targia. Van 1975 tot 1978 leidde hij Eternit-België als gedelegeerd bestuurder. In 2006 werd hij in Italië samen met andere topmanagers van Eternit veroordeeld voor onvrijwillige doodslag. De rechtbank was van oordeel dat zij de gezondheidsrisico's verbonden aan het werken met asbest in grove mate veronachtzaamd hadden. Karel Vinck werd veroordeeld tot drie jaar voorwaardelijke gevangenisstraf. Vinck verzette zich tegen deze beschuldigingen. "Een industrieel weegt risico's af met alle beschikbare kennis op het moment van de beslissing. Niet met de kennis die dertig jaar later beschikbaar is", zei hij toen. In augustus 2009 vernietigde het hof van beroep van het Siciliaanse Catania die uitspraak en sprak hem vrij in de zaak.(bron) Karel Vinck was naar eigen zeggen er toen niet van op de hoogte dat asbest kanker kon veroorzaken.



Enkele maanden na die vrijspraak haalde Vinck op een bijzonder negatieve manier het nieuws toen hij voor de camera schamper beweerde "wij leven van fijn stof" (Terzake, 18 oktober 2009).
Toen ging het om de toename van de fijn-stof-concentratie in Antwerpen i.v.m. de bouw van de omstreden Oosterweelverbinding. Vinck is voorzitter van de BAM. In een normale maatschappij neemt men dan ontslag om de eer aan zichzelf te houden.

OVAM. Op 24 oktober 2014 gaf OVAM een persbericht vrij; daaruit blijkt dat er zo'n 3,7 miljoen ton asbest in omloop is. (bron) Navraag bij de woordvoerder Jan Verheyen van OVAM leerde dat het enorme cijfer enkel het Vlaamse Gewest betreft (mail van 20141121). De belastingbetaler draait op voor het opruimen ervan.


Wereldwijde vervuiling
Eternit leverde vanaf 1946 wereldwijd persbuizen van asbestcementstof: West-Europa, USA, Canada, Latijns-Amerika, grote stukken van Afrika, India, het Midden-Oosten. De samenstelling van asbest: "een vezelig gehydrateerd MAGNESIUMSILICAAT, wit of geel, soms groen, soms blauw van kleur, komt uit mijnen in Canada (chrysotiel) en uit Rhodesië (crocidoliet). Deze uiterst fijne vezels (diameter zowat een duizendse millimeter of een mikron) met sterk weerstandsvermogen (trekvastheid: 40 tot 45 kg/mm²) moet worden geopend, gedesintegreerd en goed van elkander gescheiden, zodat elk ervan achteraf volmaakt met cement kan worden omkorst." Gezondheidsproblemen doen zich voor tijdens de productie maar vanzelfsprekend ook bij renovatie- of afbraakwerken (boren, zagen, slijpen, breken, dynamitering, ...).
[Zie ook Asbestos: Risk Assessment, Epidemiology, and Health Effects, Second Edition; geredigeerd door Ronald F. Dodson,Samuel P. Hammar (2012), waarin de historiek van de onderzoeken naar schadelijke/dodelijke gevolgen op wetenschappelijke manier wordt uiteengezet.]
Getuigen

Hieronder de documentaire 'Eternit Casale Monferrato: la fabbrica del cancro', waarin getuigen voor de camera bevestigen dat de directie er alles aan deed om de gevolgen van werken met amiante te camoufleren.



Hieronder een tweede docu waarin o.m. de openbare aanklager en een oncologe aan het woord komen:


Pro memorie: Ook bepaalde vormen van talkpoeder (gehydrateerd waterstof-houdend magnesium-silicaat - H2Mg3(SiO3)4 of Mg3Si4O10(OH)2) zijn kankerverwekkend.
PIKETTY Thomas
boek vertaald in 32 talen, 1 miljoen exemplaren verkocht
Edited: 201411200201
src: Le Nouvel Obs 20141119

Tax-shift
De discussie verzandt in gemiddelden en gezinswoning komt in het vizier
Edited: 201411170916
De discussie over een vermogensbelasting is nu al in een verkeerde richting gedraaid. De eerste stap weg van het echte probleem - en dat is dat vermogenden er in slagen om zich te desolidariseren van de maatschappij waaruit ze profijt trekken - was van te gaan spreken over vermogensWINSTbelasting. De tweede stap wordt nu gezet door met OESO-gemiddelden te gaan rommelen. Mag de modale burger straks 14,4 % belasting gaan afdragen op de meerwaarde van zijn gezinswoning? Perverse piste. Ik geef een voorbeeld: Jan en Mie kochten in 2000 een huis voor 125.000 EUR; van hun spaarcenten renoveerden en onderhielden ze hun huis; Jan deed veel zelf want hij was een handige jongen; ze hebben nu een fraaie woning; met de meeropbrengst en hun karig pensioen denken ze hun verblijf in het rusthuis te zullen kunnen betalen; laat ons zeggen dat het huis in 2015 zo'n 250.000 EUR opbrengt; en dan passeert de fiscus en zegt: 'graag even 18.000 EUR afgeven' (14,4% op de meerwaarde van 125.000 EUR). Worden de kosten voor het waarmaken van die meerwaarde in aftrek aanvaard? Of hoe gaat dat eigenlijk?

Raken aan het vermogen van de 1% rijksten verdwijnt uit de 'picture'. En LuxLeaks? Wat zegt u? Ah ja, maar dat is geen probleem meer, alle landen bieden 'rulings' aan.

En Geert Noels plaatst de meerwaarde van 1,3 miljard bij Coucke naast de 1,3 miljard minwaarde bij Arco en zoekt naar de logica in de publieke verontwaardiging. Noels kan er blijkbaar niet bij dat er toch nog mensen zijn die én belastingen op meerwaarden willen én die niet willen weten van het overnemen van de verliezen bij Arco door de staat. Want de ongeschreven verderfelijke wet bestaat blijkbaar nog steeds: privatisering van de winsten, collectivisering van de verliezen.
IS
ISIS/DAESH onthoofdt Amerikaanse hulpverlener Peter Kassig. Volgens De Standaard werden er ook 14 Syrische soldaten gedood. Volgens Libération waren het er 18.
Edited: 201411170904
Koningin Elisabeth over haar zoon Leopold III op 26 mei 1945
'als het de ideeën van Leopold kende, rechts zou verbaasd zijn, misschien wel afgeschrikt'
Edited: 201411151359

Marc Reynebeau brengt in De Standaard van 20141115 deze uitspraak van de 'rode' koningin in herinnering. De slotvraag van zijn column luidt: 'Is er iets wat historici nog niet weten?'

Het is een beetje aanmatigend van MR te beweren dat hij weet wat historici weten en niet weten. Maar tot daar nog aan toe.

Erger is het te moeten vaststellen dat Reynebeau blijkbaar nog geen aandachtige lezing van het 'Politieke Testament' van Leopold III heeft gedaan. Hij zou dan weten dat Leopold III tegen de schenen van het establishment durfde te schoppen. En dat is nu niet bepaald 'rechts' te noemen.

Wie enkele feiten op een rij zet, kijkt misschien anders tegen de koningskwestie aan:

1) Spaak en Pierlot, ministers op de vlucht, zetten in mei 1940 de vader van Lilian (en latere schoonvader van Leopold), Hendrik Baels, de Vlaamsvoelende gouverneur van West-Vlaanderen af omdat die zijn post zou hebben verlaten;

2) Leopold huwt Lilian Baels;

3) Leopold pleit in zijn Politiek Testament voor de erkenning van de Vlaamse eisen;

4) Leopold kon de uraniumakkoorden die de Londense regering met de Amerikanen en de Engelsen had gesloten, afkeuren;

5) De particratie wilde af van een te bemoeizuchtige koning.

Het probleem met een aantal historici is dat alle elementen van een relaas in hun interpretatie moeten passen. Dissonante feiten worden verzwegen, slechts terloops aangeraakt of niet uitgespit. Er bestaat zoiets als een stilzwijgende 'code' om te conformeren aan de gevestigde interpretatie van het korps. Ook economen en gewillig volgende politici zijn in dat bedje ziek; we voelen dat in onze portemonnee.
STATBEL maakt kadastrale inkomens 2014 bekend
Edited: 201411041244
Statbel (het vroegere NIS) maakte de officiële statistiek van het kadastraal inkomen voor het jaar 2014 (situatie op 1/1) op. Voor België bedraagt het totaal kadastraal inkomen 8,4 miljard euro. Dat spreidt zich over de Gewesten als volgt: Vlaams Gewest: 5,0 miljard euro; Brussels Hoofdstedelijk Gewest: 1,3 miljard euro; Waals Gewest: 2,2 miljard euro. Voor een goed begrip: deze cijfers zeggen iets over de relatieve waarde van de onroerende goederen in elk van de drie gewesten en niets over de eigenaars van die onroerende goederen.
In de komende jaren worden de 'gebouwen voor de eredienst' een topic; in het Vlaamse Gewest zijn er 8.496, in Brussel 379 en in het Waalse Gewest 8.466 percelen met deze bestemming in het kadaster ingeschreven. Een herbestemming vinden is voor vele gebouwen geen evidentie. De klassering vormt vaak een hinderpaal om heel creatief uit de hoek te komen. Ook afbraak behoort tot de mogelijkheden om ruimte te scheppen voor nieuwe initiatieven. Wellicht zullen de drie gewesten andere plannen van aanpak ontwikkelen.
Geert Schuermans (red.)
Ongelijkheid & herverdeling
Edited: 201411040036
Het zou een quizvraag kunnen zijn: welke trend noemde econoom en bestsellerauteur Thomas Piketty 'gevaarlijk', professor Richard Wilkinson 'een soort algemene wijdverspreide vervuiling' en de maatpakken op het Wereld Economisch Forum in Davos 'een mogelijke bedreiging op wereldwijde schaal'? Antwoord: de groeiende ongelijkheid. Dat we die galopperende ongelijkheid een halt moeten toeroepen is stilaan een stelling in dezelfde categorie als 'de aarde draait rond de zon'. Van rechts tot links: niemand ontkent nog het probleem. Waarom vinden mensen ongelijkheid zo problematisch? En vooral: waarom neemt die ongelijkheid dan niet af?

Samenlevingsopbouw Vlaanderen zwengelt het debat aan. We leggen prominente specialisten en politici op de rooster. Waar hebben ze het over, als ze over ongelijkheid spreken? Wat bedoelen ze precies wanneer ze over 'herverdeling' spreken? Kiezen ze voor liefdadigheid of voor sociale zekerheid? En zijn er grenzen aan solidariteit?

Colofon:
isbn: 9789462670075 · 2015 · paperback (15 x 22,5 cm) - ca. 200p. · prijs: circa € 24.90 · het boek verschijnt januari 2015.
Geert Schuermans is socioloog. Hij werkt als stafmedewerker communicatie bij Samenlevingsopbouw Vlaanderen.
LT
Lijst van de Belgische kunstschilders met geboorte- en sterfdatum (uiteraard niet exhaustief)
Edited: 201410251109
Pierre Abattucci 1871-1942, Victor Abeloos 1881-1965, Léon Abry 1857-1905, Robert Aerens 1883-1969, Pierre Alechinsky 1927, Fernand Allard l'Olivier 1883-1933, Gerard Alsteens 1940, Henri Anspach 1882-1979, Armand Apol 1879-1950, Berthe Art 1857-193, Alphonse Asselbergs 1839-1916, Alphonse Backeljau, Albert Baertsoen 1866-1922, Edgar Baes 1837-1909, Firmin Baes 1874-1934, Lionel Baes 1839-1913, Giljom Ballewijns 1875-1944, Georges-Marie Baltus 1874-1967, Willem Battaille 1867-1933, Charles Baugniet 1814-1886, Euphrosine Beernaert 1831-1901, Charles-Louis Bellis 1837-?, Hubert Bellis 1831-1902, Fred Bervoets 1942, Franz Binjé 1835-1900, Charles Bisschops 1894-1975 Maurice Blieck 1876-1922 Anna Boch 1848-1936 Eugène Boch 1855-1941, Gaston Bogaert 1918 Jean-Marie Boomputte 1947 Guglielmo Borremans 1672-? Michaël Borremans 1963 Andrée Bosquet 1900-1980 Paul Boudry 1913-1976 François-Joseph Boulanger 1819-1873 Hippolyte Boulenger 1837-1874 Paul Bril 1554-1626 Eugène Broerman 1861-1932 Jean Brusselmans 1884-1953, Félix Buelens 1850-1921, Gustaaf Buffel 1886-1972, François Bulens 1857-1939, Pol Bury 1922-2005, Buysse Georges 1864-1916 Henriëtte Calais 1863-1951 Jacques Callaert 1921-1996 Charles-René Callewaert 1893-1936 Jean Capeinick 1838-1890 Jan-Karel Carpentero 1784-1823 Evariste Carpentier 1845-1922 François Cautaerts 1810-1881 Ceramano 1831-1909 Achille Chainaye 1862-1915 Philippe de Champaigne 1602-1674 Frantz Charlet 1862-1928 Albert Ciamberlani 1864-1956 Alexandre Clarys 1857-1920 Emile Claus 1849-1924 Henri Cleenewerck 1818-1901 Emile Clerico 1902-1976 Louis Clesse 1889-1961 Jan Cobbaert 1909-1995 Hubert Coeck 1871-1944 André Collin 1862-1930 (20030076:72) Willie Cools 1932-2011 Joseph Coosemans (zie 19820116) Eugène Jean Copman 1839-1930 Omer Coppens 1864-1926 Albéric Coppieters 1878-1902 Oscar Cornu 1866-1939 Albert Cortvriendt 1875-? Edouard-Louis Cottart 1842-1913 Jan Cox 1919-1980 Jules Cran 1876-1926 Paul Craps 1877-1937 Luc-Peter Crombé 1920-2005 Louis Crépin 1828-1887 Freddy Danneel 1929-2008 Robert Davaux ca. 1885-1965 Hugo Debaere 1958-1994 Julien De Beul 1868-? Laurent De Beul 1841-1872 Gaston De Biemme Marie De Bièvre 1865-1940 Nathalie de Bourtzoff Sophie de Bourtzoff Adriaan De Braekeleer 1818-1904 Evarist De Buck 1892-1974 Gilbert Declercq 1946 René De Coninck 1907-1978 Jan De Cooman 1893-1949 Herman De Cuyper 1904-1992 William Degouve de Nuncques 1867-1935 Babette Degraeve 1965 Henri De Graer 1856-1915 Henry de Groux 1866-1930 Carlos De Haes 1826-1898 Louise De Hem 1866-1933 Nicaise De Keyser 1813-1887 (zie 19790122) Raoul De Keyser 1930 Victor De Knop 1883-1979 Raymond de la Haye 1882-1914 Roland Delcol (1942- Willem Delsaux 1862-1945 Paul Delvaux 1897-1994 Jean Delville 1867-1953 Jean Delvin 1853-1922 Ghislaine de Menten de Horne 1908-1995 Pieter De Mets (zie 19790122) Thomas Deputter 1896-1972 Michel De Roeck 1954-2005 Valerius De Saedeleer 1867-1941 Edmond De Schampheleer 1824-1899 Jan de Smedt 1905-1954 Prosper De Troyer 1880-1961 Edouard De Vigne 1808-1866 Emma De Vigne 1850-1898 Félix De Vigne 1806-1842 Albert De Vos 1868-1950 Liéven De Winne 1821-1880 Marguérite Dielman 1865-1942 Leon Dieperinck 1917 Marthe Donas 1885-1967 Christian Dotremont 1922-1979 Albert Droesbeke 1896-1929 Edmond Dubrunfaut 1920-2007 Hugo Duchateau 1938 Julien Joseph Ducorron 1770-1848 Henri Dupont 1890-1961 Mathilde Dupré-Lesprit 1836-1913 Jef Dutillieu 1876-1960 Albert Dutry 1860-1918 Marie Dutry-Tibbaut 1871-1953 Edmond Dutry 1897-1959 Jean-Marie Dutry 1899-1986 Jacobus Josephus Eeckhout 1793-1861 Alfred Elsen 1850-1914 Albert Embrechts 1914-1997 Peter Engels 1959 Joe English 1882-1918 Henri Evenepoel 1872-1899 Desire Everaerts 1824-1879 Emile Fabry 1865-1966 Pieter Faes 1750-1814 Rombout Faydherbe 1649-1674 Willy Finch 1854-1930 Gustave Flasschoen 1868-1940 Jules Fonteyne 1878-1964 Jean-Jacques Gailliard 1890-1976 Louis Gallait 1810-1887 Mary Gasparioli 1856-? Lucas Gassel 1500-1570 Willem Geets 1838-1919 Joseph Louis Geirnaert 1790-1859 Victor-Jules Génisson 1805-1860 Ferdinand Giele 1867-1929 Joseph Gindra 1862-1938 Hubert Glansdorff 1877-1963 Albert Gregorius 1774-1853 Godfried Guffens 1823-1901 Lucien Guinotte 1925-1989 Paul Hagemans 1884-1959 Louis Haghe 1806-1885 René Hansoul 1910-1979 Gaston Haustraete 1878-1949 Pierre-Jean Hellemans 1787-1845, Valentin Henneman 1861-1930, Charles Hermans 1839-1924, Paul Hermans 1898-1972, Paul Hermanus 1859-1911, Adrien-Joseph Heymans 1839-1921, Marie Howet 1897-1984 Henri Huklenbrok ca. 1870-1952 Léon Huygens 1876-1919 Florent Isenbaert 1827-? Jacob Jacobs 1812-1879 William Jelley 1856-1932 Antoine Jorissen 1884-1962 Luc Kaisin 1900-1963 Franz Kegeljan 1847-1921 Ignace Kennis 1888- 1973 Anna Kernkamp 1868-1947 Renée Keuller 1899-1981 Fernand Khnopff 1858-1921 Margot Knockaert 1910-1997 Eugène Laermans 1864-1940 Pierre Langlet 1848-? Paul Lauters 1806-1875 Georges-Émile Lebacq 1876-1950 Stéphanie Leblon, 1970 Henri Lehon 1809-1872 Charles Leickert 1816-1907 Hendrik Leys 1815-1869 Anne Liebhaberg 1955- Peter Joseph Linnig 1777-1836 Jan Jozef Linnig 1815-1891 Willem Jozef Linnig Sr. 1819-1885 Willem Linnig Jr. 1842-1890 Benjamin Linnig 1860-1929 Zoë Linnig 1893-1979 Diane Linnig 1894-1978 Lambert Lombard 1505-1566 Jean-François Luypaert 1893-1954 Henry Luyten 1859-1945 Armand Maclot 1877-1959 (zie 19820116) Jacques Madyol 1871-1950 Jo Maes 1923 Mil Maeyens 1882-1952 René Magritte 1898-1967 Maurice Mareels 1893-1976 Ferdinand Marinus 1808-1890 Paul-Jean Martel 1878-1944 Hervé Martijn 1961- Armand Massonet 1892-1979 Paul Masui-Castrique 1888-1981 Joseph Maswiens 1828-1880 Didier Matrige 1961-2008 Jean Mayné 1854-1924 Marten Melsen (zie 19790122) Jules Merckaert 1872-1924 Charles Mertens 1865-1919 Guillaume Michiels 1909-1997 Sonja Michiels 1945 Ernest Midy 1877-1938 Frans Minnaert 1929-2011 Willy Minders 1913-1977 (zie 19820116) Florent Mols 1811-1896 Robert Mols 1848-1903 Constant Montald 1862-1944 Louis Adrien Moons 1769-1844 Frank Mortelmans (zie 19790122) Auguste Musin 1852-1923 François Musin 1820-1888 Balthasar-Paul Ommeganck 1755-1826 Marie Ommeganck 1784-1857 Maria-Jacoba Ommeganck 1760-1849 Alfred Ost 1884-1945 Henri Ottevaere 1870 -1944 Pierre Paulus 1881-1959 Kurt Peiser 1887-1962 Henri Louis Permeke 1848-1912 Constant Permeke 1886-1952 Erik Pevernagie 1939 Louis Pevernagie 1904-1970 Léon Philippet 1843-1906 Rudi Pillen 1931-2014 Albert Pinot 1875-1962 Marc Plettinck 1923-2006 André Plumot 1829-1906 Pieter-Frans Poelman 1801-1826 Renée Prinz 1883-1973 Joseph Quinaux 1822-1895 Jean Raine 1927-1986 Armand Rassenfosse 1862-1934 Roger Raveel 1921-2013 Frans Regoudt 1906-1977 Georges Reinheimer 1850-? Julia Rijsheuvels Léon Riket 1876-1938 Lucien Rion 1875-1939 Louis Robbe 1806-1887 Daniël-Adolphe Roberts-Jones 1806-1874 Jean-Baptiste Robie 1821-1910 Ernest Rocher 1872-1938 François Roffiaen 1820-1898 Georges Rogy 1897-1981 Alfred Ronner 1851-1901 Alice Ronner 1857-1957 Emma Ronner 1860-1936 Renée Rops 1887-1973 Alfred Ruytincx 1871-1908 Albert Saverys 1886-1964 Jules Schmalzigaug 1882-1917 Antoine Schyrgens 1890-1981 Jacques Schyrgens 1923 Joseph Schubert 1816-1885 Lode Sebregts 1906-2002 Auguste-Ernest Sembach 1854-? Albert Servaes 1883-1966 Michel Seuphor 1901-1999 Victor Simonin 1877-1946 Frans Balthasar Solvyns 1760-1824 Michel-Joseph Speeckaert 1748-1838 Leon Spilliaert 1881-1946 Alfred Stevens 1823-1906 Joseph Stevens 1816-1892 Jan Stobbaerts 1838-1914 Ildephonse Stocquart 1819-1889 François Stroobant 1819-1916 Michael Sweerts 1618-1664 Jan Swerts 1820-1879 Charles Swyncop 1895-1970 Philippe Swyncop 1878-1949 Jean-Baptiste Tency Georges Teugels 1937-2007 Louis Thevenet 1874-1930 Daan Thulliez 1903-1965 Emile Thysebaert 1873-1963 Pierre Toebente 1919-1997 Léon Tombu 1866-1958 Jef Toune 1887-1940 Charles Tschaggeny 1815-1894 Edmond Tschaggeny 1818-1873 Luc Tuymans 1958 Edgard Tytgat 1879-1957 Leon Valckenaere 1853-1932 Jan Van Beers 1852-1927 Hilaire Vanbiervliet 1890-1981 Louis Pierre Van Biesbroeck 1839-1919 Willem Van Buscom 1797-1834 Jan Van Campenhout 1907-1972 Jef Van Campen 1934 Frans Van Damme 1858-1925 Frits Van den Berghe 1883-1939 Louis Van den Eynde 1881-1966 Serge Vandercam 1924-2005 Benoni Van der Gheynst 1876-1946 Edmond Van der Haeghen 1836-1919 Jan Van Der Smissen 1944-1995 Theo Van de Velde 1921-2005 Martine Van de Walle 1968 Gustave Van de Woestyne 1881-1947 Gabriel Van Dievoet 1875-1934 Emile Van Doren 1865-1949 (zie 19820116) Raymond Van Doren 1906-1991 Adolf Van Elstraete 1862-1939 Frans Van Giel 1892-1975 Louis Van Gorp 1932-2008 José Van Gucht 1913-1980 Willem Van Hecke 1893-1976 Gustaaf Van Heste 1887-1975 Edith Van Leckwyck 1899-1987 Louis Van Lint 1909-1986 Leo Van Paemel 1914-1995 George Van Raemdonck 1888-1966 Jozef Van Ruyssevelt 1941-1985 Théo van Rysselberghe 1862-1926 Achiel Van Sassenbrouck 1886-1979 Petrus van Schendel 1806-1870 Dan Van Severen 1927-2009 Eugeen Vansteenkiste 1896-1963 Georges Vantongerloo 1886-1965 Jef van Tuerenhout 1926-2006 Georges Van Zevenberghen 1877-1968 Gerard Vekeman 1933 Charles-Louis Verboeckhoven 1802-1889 Eugène Verboeckhoven 1798-1881 Marguerite Verboeckhoven 1865-1949 Jos Verdegem 1897-1957 Marcel-Henri Verdren 1933-1976 Paul Verdussen 1868-1945 Piet Verhaert 1852-1908 Séraphin Vermote 1788-1837 Barth Verschaeren 1888-1946 Karel-Willem Verschaeren 1881-1928 Theodoor Verschaeren 1874-1937 Alfred Verwee 1838-1895 Emma Verwee Louis-Charles Verwee 1836-1882 Louis-Pierre Verwee 1807-1877 Frans Vinck 1827-1903 Jozef-Xavier Vindevogel 1859-1941 Charles-Louis Voets 1876-? Henry Voordecker 1779-1861 Victor Wagemaekers 1876-1953 Maurice Wagemans 1877-1927 Gustave Walckiers 1831-1891 Taf Wallet 1902-2001 Antoine Wiertz 1806-1865 Edgard Wiethase 1881-1965 Wilchar 1910-2005 Georges Wilson 1850-1931 Roger Wittevrongel 1933 Rik Wouters 1882 - 1916 Juliëtte Wytsman 1866-1925 Joris-Frederik Ziesel 1755-1809
+Ben Bradley
Ben Bradley, oud-hoofdredacteur van de Washington Post, is op 93-jarige leeftijd overleden. R.I.P.
Edited: 201410221305
NHG - WEW
NEDERLAND. In de eerste drie kwartalen van dit jaar zijn 3.587 huizen gedwongen verkocht.
Edited: 201410211316
In de eerste drie kwartalen van dit jaar zijn 3.587 huizen gedwongen verkocht. Dit is een toename van 5% vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. Dit blijkt uit cijfers van het Waarborgfonds Eigen Woning (WEW), de uitvoerende instantie van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG).


Volgens het WEW kan het aantal gedwongen verkopen de komende tijd nog stijgen als gevolg van het na-ijleffect van de crisis. Dit is te verklaren doordat de afgelopen jaren meer hypotheekgaranties zijn verstrekt. Ook zullen door de aantrekkende woningmarkt meer huizen worden verkocht die 'onder water' staan. In dat geval is de hypotheek hoger dan de actuele waarde van het huis, waardoor bij verkoop een restschuld ontstaat.


Het WEW heeft nog voldoende geld in kas om nieuwe claims op te vangen en hoeft hiervoor geen beroep te doen op het Rijk. Het gemiddelde bedrag dat het waarborgfonds in de eerste drie kwartalen uitkeerde, was € 39.000. Dat is net zoveel als in de eerste negen maanden van 2013.


Meer informatie over NHG en WEW vindt u hier
Paris
Les plaisirs du jeu de la lumière au coeur de l'Europe des Lumières
Edited: 201410171643





Mix de photos prises en 1999 (avec mon tout premier appareil digital Sony aux disquettes 3,5"", la Mavica MVC-FD91, XGA=0,786432 Megapixels, avec un formidable zoom X 14, qui marche d'ailleurs toujours; voir la fiche technique ) et en 2012 (avec Sony DSC-W530, 4XOZ, 14,1 Megapixels). Vous reconnaissez sûrement les colonnes du Palais Royal. L'installation au Grand Palais (Excentrique(s) - Monumenta 5 - 2012) est aussi de Daniel Buren (° Boulogne-Billancourt, 1938). Visitez son site ici
Leopold III
Het politiek testament van koning Leopold III
Edited: 201410091056



MEMORANDUM, GESCHREVEN OM PERSOONLIJK

EN VERTROUWELIJK AAN DE HEER PIERLOT TE WORDEN OVERHANDIGD,

VOLTOOID OP 25 JANUARI 1944

We zijn in het zesde oorlogsjaar aanbeland. Niets laat ons toe met zekerheid te stellen dat het staken van de vijandelijkheden in Europa of de bevrijding van ons grondgebied dichtbij zijn. Maar een zodanige wending van de gebeurtenissen, die een plotselinge wijziging van het bezettingsregime in België met zich zou brengen, is in de toekomst mogelijk.

Op 29 mei 1940 werd ik, op bevel van de Führer Kanselier van het Reich, van Brugge naar het kasteel van Laken overgebracht. Dat werd mijn verplichte verblijfplaats, ondanks mijn uitdrukkelijke wens om het lot van mijn leger te delen.

Het is niet uitgesloten dat de Duitse overheid mij om militaire of politieke redenen een nieuwe verblijfplaats oplegt en ditmaal buiten het koninkrijk.

Ik vind het belangrijk dat het land, in de misschien lange tussentijd tussen zijn bevrijding en mijn terugkeer uit gevangenschap, in die beslissende dagen niet verstoken zou blijven van adviezen van mijn kant over aangelegenheden van het allergrootste belang.

Dat is de reden waarom ik hier, ten gerieve van hen die de macht tijdelijk zouden uitoefenen, mijn aanbevelingen op papier zet betreffende het te volgen beleid in het hoger belang van de natie.

Om alle vooroordelen en twijfels weg te nemen, meen ik dat het nuttig is om vooraf kort uiteen te zetten welke mijn houding is geweest sedert mei 1940.

1. Vooreerst heb ik op 25 mei geoordeeld - en ik ben inmiddels nooit van gedacht veranderd - dat het strijdig geweest ware met het belang van het land als ik met de ministers naar het buitenland zou zijn vertrokken.

Het leger in de steek laten voordat de strijd beëindigd was, zou een militaire fout zijn geweest, want elke weerstand zou ogenblikkelijk zijn gestaakt.

Vluchten op het moment dat de wapens werden neergelegd, leek mij een daad die strijdig was met de eer van een legeraanvoerder.

Mijn aanwezigheid in het buitenland zonder militaire macht van betekenis, zou een louter symbolische waarde hebben gehad. Daartoe volstonden enkele ministers.

Maar, eens het grondgebied zich in de macht van de aanvaller bevond, was het belangrijk dat het staatshoofd het land slechts verliet, weggevoerd door de overwinnaar. Zijn aanwezigheid was des te noodzakelijker omdat de eenheid van het land was bedreigd door ernstig plichtsverzuim dat plotseling aan het licht was gekomen en omdat als gevolg van een noodlottige verstandsverbijstering, de meeste gezagsdragers waren gevlucht en te veel overheden hun post hadden verlaten.

Op een moment waarop de bondgenoten waren uitgeteld door een verschrikkelijk onheil en de vijand was opgewonden door militaire successen zonder voorgaande, was het door de tegenspoed van mijn leger en van mijn volk te delen dat ik de onverbrekelijke eenheid van het vorstenhuis en van de Staat bevestigde en dat ik de belangen van het vaderland behoedde, welke ook de

afloop van de oorlog zou zijn. De militaire eer, de waardigheid van de kroon en het belang van het land wezen in de dezelfde richting en maakten het mij onmogelijk om samen met de regering België te verlaten.

2. Ik heb het steeds als mijn opperste plicht beschouwd om met al mijn krachten bij te dragen tot het instandhouden van de nationale onafhankelijkheid. Net als al mijn voorgangers heb ik altijd de Grondwet nageleefd. In geen enkele omstandigheid heb ik overwogen om die te schenden. Ik neem een mogelijke herziening ervan slechts in overweging als het Belgische volk zijn wil daartoe vrij tot uitdrukking brengt.

De geruchten die de bedoeling hadden daarover twijfel te zaaien, zijn uit de lucht gegrepen en al wie ze heeft verspreid, heeft het vorstenhuis belasterd en een misdaad tegen België gepleegd.

Voor het overige heb ik me sedert 28 mei 1940 strikt gehouden aan mijn status van krijgsgevangene in handen van de vijand en heb ik geoordeeld dat het niet met de waardigheid van de kroon en met de belangen van het land strookte dat ik daar rechtstreeks of onrechtstreeks ooit van afweek.

Die afzijdigheid op het politieke vlak belette niet dat ik op het humanitaire vlak tussenkwam ten voordele van personen, groepen of zelfs de hele bevolking.

De genadeverzoeken, de vrijlating of op zijn minst de verlichting van het lot van onze krijgsgevangenen, de bevoorrading van de bevolking, daarvoor heb ik voortdurend aandacht gehad. Op dat vlak zijn mijn inspanningen gedeeltelijk met succes bekroond. Inzake de wegvoeringen en de financiële lasten stuitte ik spijtig genoeg op de weigering om terug te komen op de getroffen beslissingen.

Men heeft mij vaak verweten dat ik tussenbeide was gekomen op het administratieve vlak. Ik verklaar dat ik helemaal niets te maken had noch met de keuze noch met het beleid van de secretarissen-generaal, wie ze ook waren. Wel eis ik het initiatief op van de oprichting van de O.T.A.D.

Hiermee is dus voldoende licht geworpen op het verleden, laten we het nu hebben over de opdrachten voor de toekomst.

1. DE VERSTANDHOUDING TUSSEN VLAMINGEN EN WALEN

De verstandhouding tussen Vlamingen en Walen zal de belangrijkste taak van de regering zijn. Het voortbestaan van een onafhankelijk België zal daarvan afhangen.

De historici zullen vaststellen dat België tussen 1914 en 1944 een vreselijke nationaliteitscrisis heeft meegemaakt.

Na een lange periode van ongelijkheden en onmiskenbare onrechtvaardigheden heeft ons Vlaamse volk, trots op zijn schitterend verleden en bewust van zijn mogelijkheden in de toekomst, besloten een einde te maken aan de pesterijen van een egoïstische en bekrompen leidende minderheid die weigerde zijn taal te spreken en deel te nemen aan het volksleven.

Het onbegrip van het parlement en de traagheid van de opeenvolgende regeringen om die rechtmatige

verzuchtingen te voldoen, hebben de eisers verbitterd. Sommigen zijn ertoe gekomen om zich te willen afscheiden van de Walen en om België te vervloeken. Dit lokte een Waalse reactie uit en het zou gevaarlijk zijn de draagwijdte ervan te onderschatten.

Onder het voorwendsel van cultuur en van taal, hebben extremisten, al dan niet onder de bescherming van de bezetter, bewust gewerkt aan de vernietiging van de Belgische Staat – we hebben dat gezien en gehoord.

Anderzijds is onze publieke opinie – die slecht is voorgelicht en te gevoelig is voor de sentimentele verleidingen uit het buitenland – sedert 30 jaar geneigd om te geloven dat haar veiligheid in de eerste plaats afhangt van de gevoelens van genegenheid van het buitenland. Ze schijnt te vergeten dat het behoud van de nationale onafhankelijkheid voortvloeit uit en altijd en vooral zal voortvloeien uit de geografische ligging van het land, zijn natuurlijke rijkdommen, de werklust van zijn inwoners en hun wil om vrij te blijven.

De verkondiging van dit historisch vast gegeven moet het postulaat vormen dat elke internationale samenwerking voorafgaat en die laatste kan alleen worden opgevat op basis van een billijke wederkerigheid.

Omdat ze dezelfde belangen hadden, hebben Vlaanderen en Wallonië sedert heel lang een gemeenschappelijke lotsbestemming gehad en hebben ze een eenheid gevormd die ontembaar aan alle annexatiepogingen het hoofd heeft geboden. Nooit heeft hun eenheid een crisis beleefd die ook maar bij benadering zo erg was als die van de huidige generatie.

Ik hoop dat de hevigheid van de beroering die we nu beleven de ogen van de brave burgers heeft geopend voor sommige aspecten van de werkelijkheid waarvoor ze te weinig belangstelling hadden betoond. Ik hoop dat dit bij Vlamingen en Walen de wil zal hebben aangewakkerd om zich in een nieuw België opnieuw rond de nationale driekleur te scharen en dat zij, verenigd op volstrekt gelijke voet, België met eenzelfde liefde en ijver zullen dienen. Ik reken op het doorzicht van het Brusselse gemeentebestuur opdat de hoofdstad van het koninkrijk eindelijk zijn rol van taalkundig bindteken en bicultureel uitstralingscentrum zou spelen die het nationaal fatsoen hem voorschrijft.

2. DE SOCIALE REORGANISATIE

Deze wereldoorlog is de geboorte van een nieuwe wereld. Goedschiks of kwaadschiks ontwikkelt zich, in de staten die zich beroepen op tradities van vrijheid en individualisme net als in de staten die hebben gekozen voor een autoritair regime, een economische, organieke en sociale revolutie zonder weerga die wezenlijk dezelfde is – zij het dat ze gebeurt onder verschillende vlaggen en door gebruik van uiteenlopende middelen.

Ook al kan men noch het kader noch het eindpunt van die verandering bepalen, toch heeft men het recht te verklaren dat een onomkeerbare stroom alle samenlevingsvormen naar een volkomen nieuwe toekomst meevoert.

Het komt erop aan zich niet uit te sloven om in duigen vallende normen te handhaven. Men moet zich vastberaden aan de onvermijdelijke ontwikkeling aanpassen en België de economische en sociale onderbouw bezorgen die het de nodige sterkte en doelmatigheid geeft opdat het zijn bevolking een waardige en bevredigende levensstandaard kan verschaffen. Die bevolking leeft bijeengepakt op een klein grondgebied en wordt bedreigd door een buitenlandse concurrentie die scherper en oneindig machtiger is dan weleer.

Het individualisme en het economisch liberalisme waarvoor de negentiende eeuw de gouden tijd was, zullen willens nillens plaats ruimen voor een systeem dat meer gelijkheid nastreeft. Het zal de leiders toekomen erover te waken dat onze toekomstige sociale organisatie zal zijn doordrongen van en meer in overeenstemming zal zijn met de christelijke naastenliefde en de menselijke waardigheid.

Mijn rol van grondwettelijke vorst draagt me de taak niet op om een programma van verwezenlijkingen op te stellen noch om te kiezen voor of tegen een of andere leerstelling, maar ik zou in mijn opdracht tekortschieten als ik hier niet enkele beginselen ter overweging meegaf die alleen de uitdrukking zijn van de billijkheid.

Ik beschouw ruime sociale hervormingen als dringend, want de schandalige tegenstelling tussen de armoede waarmee de oorlog tot tweemaal toe de enen heeft overladen en de buitensporige winsten die de anderen zich hebben toegeëigend, stelt de onrechtvaardigheid in het licht van een egoïstisch en kwaadaardig regime, waaraan een einde moet komen.

Zodra het land is bevrijd, zullen de regeringen de plicht hebben het recht op arbeid en de plicht daartoe te bevestigen. Door de vaststelling van rechtvaardige lonen en de uitbreiding van de verplichte verzekeringen, moeten ze de arbeiders de waardigheid en de veiligheid bezorgen die zij in het verleden al te vaak hebben moeten ontberen.

De paritaire verbondenheid van de werkgevers- en werknemersorganisaties in beroepsgroeperingen, alsook een nauwgezette en billijke herschikking tussen arbeid en kapitaal zullen het mogelijk maken in de schoot van de ondernemingen de voorwaarden voor een gezonde samenwerking te vestigen. Door in de wereld van de arbeid een sfeer van stabiliteit en welzijn te scheppen, zal deze vooruitgang een geest van sociale solidariteit doen waaien die voor het land van even wezenlijk belang zal zijn als de verstandhouding en de gelijkheid tussen Vlamingen en Walen. Op het hogere niveau komt het de staat toe het algemeen belang te vertolken, de harmonische werking van het geheel van de grote beroepsgroepen te coördineren en de organisatie van de arbeid en van de sociale verhoudingen te controleren.

Het komt de Staat ook toe de economische ontwikkeling in een richting te leiden die meer is aangepast aan de natuurlijke rijkdommen van onze bodem en aan de mogelijkheden en de levensbehoeften van onze bevolking.

Het is van belang een beter evenwicht tot stand te brengen tussen de verschillende takken van de economische bedrijvigheid van het land door de landbouw, die zo belngrijk is voor ons onafhankelijk bestaan, de plaats te geven die haar toekomt.

Het is ten slotte aangewezen een billijkere verdeling van de verbruiksgoederen te verzekeren.

Arbeidsplicht, recht op arbeid en bescherming van de arbeid – herstel van de beroepseer en de beroepsbekwaamheid – nationale samenwerking en solidariteit – verstandige organisatie van de economie, ordelijke productie en consumptie – ziedaar de grondslagen van de onmiddellijke vernieuwing die een betere toekomst moet voorbereiden.

Ik reken erop dat de gezagsdragers die weg zullen inslaan en elke andere overweging dan het belang van het land en de sociale rechtvaardigheid opzij zullen schuiven.

Als ze dit zouden verzuimen, zou België tijden van gevaarlijke politieke onrust tegemoet gaan.

3. DE POLITIEKE HERVORMINGEN

Zullen de wijzigingen aan de economische en sociale structuren een hervorming van de politieke instellingen teweegbrengen? Dat lijkt onvermijdelijk.

De gebreken van de oude manier van regeren en de ongehoorde incidentendie er in 1940 het sluitstuk van waren, hebben de ogen geopend van de meest behoudsgezinde kringen. Het land zal niet aanvaarden dat men zonder meer naar deze vooroorlogse dwalingen terugkeert. Het wenst dat de macht wordt uitgeoefend door onkreukbare en bekwame mensen, die ermee ophouden het algemeen belang in te vullen op de maat van de partijbelangen. Het wenst dat die mensen de nodige macht krijgen om met gezag en continuïteit de belangrijkste en dringende problemen op te lossen.

Een Raad van State had al lang moeten zijn opgericht. Koning Albert had de oprichting ervan al aanbevolen. Het land heeft nood aan wetten en verordeningen die behoorlijk zijn opgesteld. De burgers hebben het recht te worden beschermd tegen de mogelijke willekeur van een regering waarvan de machten uitgebreider zullen zijn.

De ministeriële verantwoordelijkheid moet ophouden een abstract beginsel te zijn dat nergens in een wetboek is vastgelegd. Ze moet een juridisch werkbaar begrip worden dat het mogelijk maakt de ministers te treffen wier zware fouten de belangen van de Staat hebben geschaad.

In welke mate en op welke wijze is het nodig het politiek statuut van het koninkrijk een nieuwe inhoud te geven?

Het komt het Belgische volk toe daarover te beslissen: zodra de omstandigheden het mogelijk maken, kan het zich daarover vrij uitspreken.

4. DE HERVORMING VAN DE OPVOEDING

Ik pleit ervoor bijzondere aandacht te besteden aan de jeugd, die het lot van het België van morgen in handen houdt.

Indien het land in 1940 zijn geloof in zijn lotsbestemming tijdelijk heeft verloren, dan is dat te wijten aan het feit dat onze kinderen onvoldoende tot burgerzin worden opgevoed, wat een schuldig verzuim is. De toekomst van de natie vereist dat onze jeugd fysiek sterk is, doordrongen van edele verzuchtingen en grootmoedige idealen, gedreven door persoonlijke fierheid en sociale

solidariteit, in hart en nieren en vastberaden patriottisch. Op dat vlak staan we nog bijna nergens.

5. DE MILITAIRE REORGANISATIE

Het einde van de vijandelijkheden zou een gezagscrisis kunnen veroorzaken die weleens de vorm van geweldplegingen kan aannemen. Bij gebrek aan een gewapende macht – die op een wettelijke basis is gevormd en bestaat uit manschappen wier vanderlandsliefde buiten kijf staat en die zijn gespeend van elke partijdige passie – zou het moeilijk zijn om die te beteugelen.

Om redenen van orde en rust in het binnenland en aanzien in het buitenland, beveel ik aan zo spoedig mogelijk weer een Belgisch leger op de been te brengen, bestaande uit sterke beroepsmilitairen, aangevuld met vrijwilligers, bij voorkeur mannen die in het vuur van de strijd hebben gestaan. Met het oog daarop zullen we de onmiddelijke repatriëring moeten eisen van onze officieren en soldaten die in Duitsland gevangen zijn en van al wie zich nog in het buitenland bevindt.

6. DE ORDEHANDHAVING EN DE SANCTIES

Men moet vrezen dat het einde van de vijandelijkheden gepaard zal gaan met de ontketening van een publieke vergelding en het uitvechten van talrijke persoonlijke en groepsvetes. De voorlopige machthebbers zullen de uitingen van de publiek opinie binnen de legale perken moeten houden. Ze zullen evenwel ook de sancties moeten vorderen en toepassen in hoofde van de verantwoordelijken van aanslagen tegen de verdediging en de eenheid van het land.

De daders van deze misdaden tegen de natie hebebn hun verraad voldoende van de daken geschreeuwd, ja zelfs gevierd, opdat de noodzakelijke repressie alleen de werkelijke en grote schuldigen zou treffen.

Het past dat de straffen zonder uitstel worden uitgesproken en uitgevoerd, maar volgens de normale rechtspleging.

7. DE NOODZAKELIJKE GENOEGDOENING

Er is geen enkele patriot die sommige toespraken is vergeten die ten overstaan van de hele wereld werden uitgesproken en waarin Belgische ministers zich hebben veroorloofd, in uitzonderlijke hachelijke omstandigheden, toen de vrijwaring van de nationale waardigheid gebood een uiterste voorzichtigheid aan de dag te leggen, ondoordacht de meest ernstige beschuldigingen te uiten ten overstaan van de houding van ons leger en het optreden van de legeraanvoerder.

Die beschuldigingen die in een eigenzinnige verblindheid de eer van onze soldaten en van hun opperbevelhebber besmeurden, hebben België een onberekenbare en moeilijk te herstellen schade toegebracht.

Men zou vergeefs in de geschiedenis een ander voorbeeld zoeken van een regering die haar vorst en de nationale vlag op zo’n manier en zo ongegrond met schande heeft overladen.

Het aanzien van de kroon en de eer van het land verzetten zich ertegen dat degenen die de redevoeringen hebben gehouden nog enig gezag uitoefenen in het bevrijde België zolang ze hun beslissing niet zullen hebben betreurd en plechtig en volledige genoegdoening zullen hebben gegeven. De natie zou noch begrijpen noch ermee instemmen dat het vorstenhuis in de uitoefening van zijn taak mensen zou betrekken die datzelfde huis een belediging hebben aangedaan waarvan de wereld met ontsteltenis kennisnam

8. DE BUITENLANDSE EN KOLONIALE POLITIEK

Inzake het internationale statuut eis ik in naam van de grondwet dat België in zijn volledige onafhankelijkheid zou worden hersteld en dat het geen verbintenissen of akkoorden met andere staten zou aanvaarden, van welke aard ook, dan in volledige soevereiniteit en mits de noodzakelijke tegenprestaties.

Ik houd er ook aan dat geen afbreuk wordt gedaan aan de banden tussen de kolonie en het moederland.

Ik herinner er bovendien aan dat volgens de grondwet een verdrag geen enkele waarde heeft indien het niet de koninklijke handtekening draagt.

Leopold,

Koning der Belgen,

gevangene in het kasteel van Laken



(onverkorte tekst ter beschikking gesteld door MERS Antique Books Antwerp, om te worden gevoegd bij boeken over de Koningskwestie die nalaten dit document in extenso af te drukken)
Lucas & Manu Tessens
MERS ontwikkelt CMS voor MERS Antique Books Antwerp en partners.
Edited: 201409301736
Deze website is het voorlopige resultaat van eigen research door het Media Expert Research System naar het automatisch aansturen van een kennissysteem vanuit een MySql-database.

De website is de zgn. front end van dit Content Management System. Het achterliggende database-beheer is de zgn. back end.
Om het in een beeld te vatten: het ziet er een beetje uit als een ijsberg waarvan je slechts het topje ziet.
Nog tijdens de research-fase werden wij gevraagd om voor een externe partner een verzameling van ca. 50.000 items te inventariseren en aan te sturen via dit CMS. De basis is een multimediaal platform (Statistics, Text, Image, Movie, Sound - STIMS). Deze uitdaging moet resulteren in een selectieve en toch geïntegreerde vorm van kennis-opslag en kennis-ontsluiting. De toepassing is tailor-made in nauw overleg met de partner maar steunt op het basismodel dat MERS hanteert. Er wordt gestreefd naar een grote gebruiksvriendelijkheid en die laat een dynamisch vernieuwen van de website toe.
Het CMS wil ook zeer gewild losbreken uit het carcan van hyperspecialisatie die de wetenschap teistert sinds WO II. Maatschappelijk heeft dat geleid naar atomisering en vereenzaming van mensen en het wordt tijd dat we onszelf bijeenrapen.
De volgende fase in het onderzoek zal peilen naar de inkoppeling van meerdere databases (datawarehousing). Het systeem draait nu reeds volledig 'in the cloud' zodat aansturing, upload, editing en visualisatie ontkoppeld zijn van een locatie.
WITTE Els
Het verloren koninkrijk. Het harde verzet van de Belgische orangisten tegen de revolutie 1828-1850
Edited: 201409230965



Verschijningsdatum: 23 september 2014
Uitgeverij: De Bezige Bij Antwerpen
Aantal bladzijden: 688
PAPERBACK
ISBN: 9789085426561
Adviesprijs: € 29.99
Dit is het boek waar Els Witte jaren aan heeft gewerkt: een standaardwerk over een cruciale periode uit de geschiedenis van de Lage Landen

Na een korte Belgische revolutie kwam erin oktober 1830 een einde aan het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Een onvermijdelijke wending in de geschiedenis, zo lijkt het nu, maar dan wordt geen rekening gehouden met de felle oppositie van de orangisten. Die beweging van Oranjegezinden uit de elite in Vlaanderen, Brussel en Wallonië stelde alles in het werk om weer aansluiting te vinden bij het Nederlandse koninkrijk.
Zeker in de jaren 1830 - toen nog duchtig werd gebakkeleid over de verdeling van de inboedel - converseerden de orangisten in het grootste geheim met gelijkgezinden boven de Moerdijk. Niet zonder gevaar, want zij werden door het Belgische gezag hardhandig onderdrukt, van alle macht beroofd en zelfs weggejaagd naar het noorden.

Historica Els Witte gaat op ontdekkingstocht naar de wortels van het orangisme. Uit nauwelijks onderzochte archieven haalde zij veelzeggende correspondentie, die vaak in geheimschrift was opgesteld. Aan de hand van die bronnen weet Witte een uniek en rijkgeschakeerd beeld te schetsen van de orangistische organisaties, gedragscodes en strategieën. Ook werpt zij een licht op de druk beoefende Oranjecultus, die nog lang niet is doodgebloed.
Is Rik Daems 'The Bird' die smeergeld opstreek?
Edited: 201409191132
Redactie
19/09/14 - 11u32 Bron: Het Laatste Nieuws

Dertien jaar na de verkoop van de Brusselse Financietoren zijn drie mannen en twee vennootschappen naar de rechter verwezen. Ze zouden 9 miljoen euro smeergeld hebben opgestreken. Opmerkelijk: de spilfiguur wil toenmalig minister van Overheidsbedrijven Rik Daems laten getuigen. Hij zou een rol gespeeld hebben onder de codenaam 'The Bird'.

Her en der in het dossier wordt geopperd dat niemand anders dan Rik Daems schuilgaat achter de codenaam 'The Bird' en dus ook smeergeld zou ontvangen hebben.
Op 20 december 2001 was de Financietoren het voorwerp van een zogenaamde sale-and-leaseback-operatie: de overheid verkocht het gebouw voor 311 miljoen euro aan de Nederlandse groep Breevast om het dezelfde dag nog terug te huren. Na onderhoudswerken wegens asbest werd de huurprijs in 2003 vastgelegd op 42 miljoen euro per jaar. Looptijd van het contract: 33 jaar. Met aftrek van een korting betaalde de overheid in totaal 1,275 miljard euro voor een gebouw dat het verkocht voor 311 miljoen euro. Een merkwaardige deal, die ondertekend werd door toenmalig minister van Overheidsbedrijven Rik Daems (Open Vld).

Zwitserse bankrekeningen
De Bijzondere Belastinginspectie (BBI), die nota bene haar kantoren heeft in het gebouw, opende meteen een onderzoek, waarna ook het gerecht in actie schoot. Uit dat onderzoek bleek dat drie tussenpersonen smeergeld zouden hebben ontvangen, in totaal zo'n 9 miljoen euro. Dat geld belandde op Luxemburgse en - via heel wat omwegen - op Zwitserse bankrekeningen. Michel Bellemans, ex-adviseur van minister Daems, zou die constructie opgezet hebben via zijn vennootschap Caelum en zelf ook geld ontvangen hebben.

'De Vogel'
In het dossier is echter nog sprake van een vierde partij die smeergeld ontvangen zou hebben. Op documenten van Bellemans komt de codenaam The Bird voor. Wie 'De Vogel' is en hoeveel hij ontvangen heeft, is nog onduidelijk. Maar her en der in het dossier wordt geopperd dat niemand anders dan Rik Daems zelf schuilgaat achter de codenaam. "Als de speurders die vraag voorleggen aan mijn cliënt, dan zegt hij dat dit wel mogelijk zou kunnen zijn", zegt advocaat Luc Deleu, die optreedt voor Bellemans.
Lucas Tessens
jonge kunstenaars exposeren in Atheneum te Deurne
Edited: 201409141832
Op 14 september 2014 - Open Monumentendag - exposeerden een aantal jonge kunstenaars van academies uit het Antwerpse hun werk in het Atheneum te Deurne. • Als Image of the Day kozen wij op die dag het werk van ? Winnie Lemmens [zonder titel, olie op carton brut, gewild niet ingekaderd]. Intrigerend, verhalend werk ... want waarover gaat het gesprek in de auto? wat is er net gebeurd? Ondertussen kregen wij meer werk van Winnie te zien.
• En dan nog een woordje over de school.

Zij werd ontworpen door architect Eduard Van Steenbergen (1889-1952) en in 1940-1941 in gebruik genomen. De leerlingen zullen het wellicht niet elke dag beseffen maar zij studeren en ravotten in een kunstwerk. De verhoudingen van het bouwwerk kloppen. De art deco-elementen zijn wel degelijk aanwezig en het geheel ademt evenwicht, multi-functionaliteit (bvb. de overdekte speelplaats die door de huidige directie voorzien is van ping-pong-tafels) en degelijkheid. De lichtinvallen maken er haast een openluchtschool van. Dat men in die jaren nog met ronde vormen durfde te spelen, staat in schril contrast met de rechthoekige banaliteit die onze 'moderne' dozen-architectuur kenmerkt. • In 1993 schreef Anne Malliet een puik artikel over het oeuvre van Eduard Van Steenbergen (Monumenten & Landschappen, zie ons nr 201409142033).
TESSENS Lucas
1999: Kijk- en Luistergeld: Informatiebrochure met aangifteformulier.
Edited: 201409131628
Proefdruk Drukkerij Binst. Go for Press gehandtekend door Yves Hantson, Directeur, 19990315. Brochure geproduceerd door MERS.
TESSENS Lucas
Europese Top der Staatshoofden te Parijs in juni 1983 - Press room van de top - Sommet du Château de Versailles
Edited: 201409061722
we waren er met een ploeg journalisten van de NFIW - Lou De Clerck, perschef van de premier, ontving ons

PAUL JANSSENS
Vermogen van de adel intact
Edited: 20140904114600
"(...) illustreert (...) hoezeer de meest vermogende adel zijn patrimonium behoudt: onder de belangrijkste belastingplichtigen van België zijn de edelen in 1892 talrijker dan in 1842. Noch de Revolutie, noch de gelijkheid van de erfdelen, noch de industrialisering hebben het grootgrondbezit van de adel kunnen aantasten. In 1899 zijn de grote domeinen, die zich over meer dan 100 ha uitstrekken, nog even talrijk als in het begin van de onafhankelijkheid. Zij hebben een totale oppervlakte van 400.000 ha, verdeeld over 1.800 eenheden." Pro memorie: Deze oppervlakte - 4.000 vierkante kilometer - beslaat meer dan 13 procent van het Belgisch grondgebied.
Karel de Stoute
Edited: 201408290248
Karel de Stoute zet de politiek van zijn vader door Karel de Stoute (1433-1477), zoon van Filips de Goede, zette na 1467 de centralisatiepolitiek van zijn vader verder door. Zo bracht hij de drie bestaande Rekenkamers (Rijsel, Brussel en Den Haag) samen in één enkele te Mechelen. De rechtsprekende bevoegdheid koppelde hij los van de Grote Raad en vertrouwde die toe aan het Parlement van Mechelen, later opnieuw de Grote Raad van Mechelen. Hij verplaatste eveneens officieel de hoofdstad van het hertogdom van Dijon naar Brussel omdat eigenlijk al sinds de tijd van zijn vader alle belangrijke staatszaken in de Lage Landen plaatsvonden. Ook was het logisch om in het verreweg rijkste gebied tevens de hoofdstad te hebben. Het eigenlijke kernland Bourgondië speelde nog maar een marginale rol in het geheel. In 1468 onderwierp hij het prinsbisdom Luik op bloedige wijze. Karel de Stoute steunde de prinsbisschop, maar de Luikenaars zelf kwamen daartegen in opstand. De stedelijke milities, waaronder de 600 Franchimontezen, werden daarop afgeslacht, en vele plaatsen in het prinsbisdom werden verwoest. In 1471 richtte hij de Bourgondische Ordonnantiebenden op als staand leger ter ontlasting van zijn leenmannen. Twee jaar later mislukte een poging om van Bourgondië een zelfstandig koninkrijk te maken door een veto van de Duitse keizer Frederik III. Generaties lang samenleven in de Bourgondische statenbond, met overkoepelende instellingen, samen in oorlog of in vrede, deed een supranationaal samenhorigheidsgevoel ontstaan. Boven de Henegouwse en Brabantse en Hollandse vaderlandsliefde kiemde er dus ook een Bourgondisch samenhorigheidsgevoel, dat later ook Nederlands of in het Latijn Belgisch genoemd werd. [bewerken] Hertogdom gaat verloren In 1477 sneuvelde hertog Karel in de slag bij Nancy en ging een groot deel van het Franse bezit van de Bourgondiërs, waaronder het hertogdom zelf, verloren aan de Franse kroon. Door het huwelijk van Maria van Bourgondië, enige erfgename van Karel de Stoute, met de Duitse kroonprins Maximiliaan I van Oostenrijk kwam de rest, waaronder de Lage Landen, onder de soevereiniteit van het Huis Habsburg. Maria overleed in 1482 en werd als Hertog(in) van Bourgondië opgevolgd door haar zoon Filips de Schone. Bij zijn meerderjarig worden in 1494 nam Filips zelf het bewind in handen. Hij moest echter in 1498 gedwongen afstand doen van zijn aanspraken op Bourgondië. In 1506 werd hij koning van Castilië en daarmee een Spaanse vorst. Dit markeert het aanbreken van de Spaanse tijd. http://nl.wikipedia.org/wiki/Bourgondische_tijd (20090902)
TESSENS Lucas
l'Abbaye cistercienne de Silvacane - Met hart en ziel
Edited: 201408062137
Dit is wellicht de meest serene plek die ik ooit bezocht.
De redenen: de zin voor maat, de proporties, eerlijke materialen en ongekunstelde, niet-verwaande architectuur, de lichtinval op de natuurstenen muren en vloeren, het beslotene, het omsloten waterkanaal, de rust.
Ook het ontbreken van meubilair terwijl je het niet mist. Je hoeft niets weg te bergen want je hebt niets.
Ben je moe, zit dan op een muurtje. Ben je heel moe, lig dan op het muurtje. De tafels en stoelen zijn van steen en je weet dat je opvolgers, de volgende generatie aan diezelfde stenen tafel zal zitten.
Er is geen sprake van verhuizen want hier ben je op je plaats, nergens anders wacht de rust, is het leven eenvoudiger en meer in zichzelf gekeerd. Net daardoor - door de onthechting en de focus op de essentie - komt er kalmte.
Je haalt ook maar zoveel uit het land, uit de bodem, als nodig is om te overleven. Wat over is, schenk je weg en ergens diep in jezelf weet je dat ook jij zal geholpen worden als dat ooit nodig is.
Want het is de angst om te verliezen wat je hebt die ons leven vergalt. Met minder ben je ook geen slaaf meer. Het is net de roes naar steeds meer die onrust en onenigheid baart.
Silvacane is een plek om te bezoeken en eigenlijk blijft je hart er achter. Misschien omdat het hart bij de ziel wil blijven.

THULLIEZ Daan
Vissersboten te Oostende (olie op doek 59x70)
Edited: 201407182325
Geachte Heer Tessens,

Er berust in de kunstcollectie van de Stad Tielt inderdaad een werk van Daan Thulliez.
Het gaat om het werk “Vissersboten te Oostende”, een ongedateerd oliewerk op doek (afmeting binnenskader 59 op 70cm).


Sinds de renovatie van het stadhuis in 2007-2008, wordt het niet langer permanent geëxposeerd.
In bijlage kan u wel een kleine foto terugvinden van dit werk.

Met vriendelijke groet
Hannes Vanhauwaert
Stads- & OCMW-archivaris

tel 051 42 81 75
archivaris@tielt.be

Leeszaal open woe 9-12u, don 14-18u of op afspraak.
Leeszaal gesloten van 21/7/2014 t/e/m 15/8/2014 (zomerverlof)
Ontdek het Stadsarchief online via www.west-vlaanderen.be/probat


Stadsbestuur Tielt
t.a.v. Stedelijke Archiefdienst
Markt 13 - 8700 Tielt (West-Vlaanderen)
www.tielt.be
TESSENS Lucas
Antiglobalisme: Joye en Mandel
Edited: 201405190144
De anti-globalistische strekking is geen nieuw fenomeen maar verschijnt steeds weer onder een andere gedaante. De diepere motivaties moeten gezocht worden in de links-rechtse tegenstelling en dus ook in de tegenpolen arm en rijk. Beperken we ons tot de na-oorlogse periode dan zien we dat een auteur als Pierre JOYE (°1909), van 1936 tot 1961 hoofdredacteur van het Belgische communistische dagblad ‘Le Drapeau Rouge’, diepgaand en gedreven research-werk verrichtte naar de bindingen die bestaan tussen economische en financiële groepen. De toenmalige term was ‘trust’.
We noemen enkele van zijn werken:
JOYE Pierre La Presse et les Trusts en Belgique IN-8 Illustré 118 pp. Index. Pierre Joye, né à Ixelles en 1909; docteur en droit et licencié en sc. économiques (ULB); chroniqueur économique et ancien rédacteur en chef (1936-1961) du Drapeau Rouge; membre du Comité central du PCB. Bruxelles Société Populaire d'Editions 1958
JOYE Pierre Les trusts en Belgique: la concentration capitaliste Paperback 272 pp., 14x21cm, 2e édition revue et augmentée, index, bibliography. Note LT: Pierre Joye, né à Ixelles en 1909; docteur en droit et licencié en sc. économiques (ULB); chroniqueur économique et ancien rédacteur en chef (1936-1961) du Drapeau Rouge; membre du Comité central du PCB. La première édition de cet ouvrage parut au début de 1956 et fut rapidement épuisée. Bruxelles SPE 1960
JOYE Pierre & LEWIN Rosine Les trusts au Congo. Broché 318 pp. Bibliographie dans les notes, index des noms cités. "l'empire du silence" (p. 7), "domaine des monopoles" (p. 8). Note LT: achevé le 1/3/1961. Scan cover available. Pierre Joye, né à Ixelles en 1909; docteur en droit et licencié en sc. économiques (ULB); chroniqueur économique et ancien rédacteur en chef (1936-1961) du Drapeau Rouge; membre du Comité central du PCB. Rosine Lewin, née à Anvers en 1920, licencié en sciences sociales (ULB), rédacteur en chef du Drapeau Rouge, membre du Comité central du PCB. Bruxelles SPE 1961

Joye’s werken hadden een sterk onthullend karakter en legden de financieel-economische onderbouw van de Belgische maatschappij bloot. Ook de dominantie van een groep als Union Minière in de Belgische kolonie werd onder de loep genomen. Wat tot dan toe opgeslagen lag in sterk gespecialiseerde werken (naslagwerken over beursverrichtingen bijvoorbeeld) bood hij in een vlotte schrijfstijl aan het grote publiek aan.

Op het einde van de jaren zestig en in de jaren zeventig volgde dan een nieuwe golf van kritiek. Ditmaal viel de term ‘multinationals’.
Vooral het werkje van journalist Jan Bohets zorgde voor nogal wat ophef, niet in het minst omdat Bohets bij de gematigd conservatieve krant ‘De Standaard’ werkte.

19750002 X 9 BOHETS Jan België en de multinationals Paperback 80 pp. Citaten: 7: "Tegenover welk een werkloosheidsprobleem zou België zich geplaatst zien als in Eindhoven zou worden beslist dat Philips zijn Belgische bedrijven sluit en de aktiviteit verplaatst naar een land met lage lonen? (...) Hoeveel sektoren van de Belgische ekonomie worden nagenoeg geheel of voor een flink deel vanuit buitenlandse hoofdkwartieren geleid en gekontroleerd?"; blz. 80: "(...) de overheid, de privé-sektor en de vakbonden hadden gemeenschappelijk schuld aan het ekonomisch vacuüm dat in de jaren vijftig is ontstaan en dat door de multinationals is opgevuld." - worldwide 50 biggest, General Motors, Exxon, Ford, Royal Dutch/Shell, Chrysler, General Electric, Texaco, Mobil Oil, Philips, Standard Oil, British Petroleum, Nippon Steel, Western Electric, US Steel, Volkswagen, Hitachi, Westinghouse, Hoechst, Daimler-Benz, Toyota, Siemens, BASF, ICI, Du Pont de Nemours, Mitsubishi, Nestlé, GTE, Shell, Nissan, Goodyear, Renault, Bayer, Montedison, Matsushita, British Steel, ENI, RCA, Thyssen-Hütte, Continental Oil, International Harvester, AEG-Telefunken, LTV, Bethlehem Steel, Fiat, Cie Française des Pétroles. Leuven Davidsfonds. 1975

De Belgische econoom professor Ernest Mandel stond achter structuurhervormingen. Hij poneerde dat het Westerse economische stelsel in de laatste tientallen jaren wel van gedaante was veranderd, maar in wezen kapitalistisch was gebleven (MANDEL Ernest (1975), Het laatkapitalisme. Proeve van een marxistische benadering. Amsterdam. Van Gennep.)

De economische crisis die volgde op de oliecrisis (1973) en die in feite duurde tot medio de jaren negentig verlamde de kritiek. Als klap op de vuurpijl stortte in 1989 het gehele communistische economische blok in elkaar en kwamen de excessen van het Sovjetsysteem aan het licht. De communistisch geïnspireerde kritiek op het kapitalisme had een dodelijke klap gekregen en kon niet meer als voedingsbodem dienen. Toch blijft de voedingsbodem van het anti-globalisme marxistisch van inspiratie en hertaalt deze beweging in feite gewoon de fundamentele bezwaren van Marx tegen het kapitalistische wereldsysteem en de dominantie van het geld. Dit is tegelijk haar sterkte en zwakte: sterkte omdat het conceptueel denkkader aanwezig is, zwakte ook omdat het marxistische communisme onder de sovjets tot een dictatuur is verworden en bij de publieke opinie elk krediet heeft verloren.
Lucas Tessens - 20040823
De Standaard van 20140513
Positieve reacties op tolvrije Liefkenshoektunnel
Edited: 201405160045
Het project om de Antwerpse Liefkenshoektunnel tolvrij te maken tijdens de spits valt in goede aarde. De filelast is gevoelig verminderd en organisaties als VAB vragen een verlenging van het experiment.

Sinds vorige week maandag en nog tot 20 juni is de Liefkenshoektunnel tolvrij tijdens de spits, om de gevolgen van de werken op de E34 richting Antwerpen op te vangen. Vorig jaar waren er werkzaamheden op dezelfde plaats met lange files tot gevolg.

De files op de E34, de E313 en de Ring richting Gent zijn een stuk afgenomen sinds de maatregel werd ingevoerd, is te horen bij Touring Mobilis, dat informatie over het verkeer verzamelt. Vandaag stond er zelfs bijna geen file op E34 en E313.

De mobiliteitsorganisaties reageren tevreden. ‘De Ring wordt ontlast en het verkeer gaat een stuk vlotter’, zegt Danny Smagghe van Touring. ‘Er is nog geen chaos geweest rond Antwerpen sinds het begin van de werken, dat was vorig jaar wel eens anders, stelt Maarten Matienko van VAB.

De organisatie vraagt om het experiment voort te zetten bij de werken op de E17 in juni. ‘Het duurt immers drie maanden voor iemand zijn reisweg structureel aanpast’, aldus Matienko.

De Vlaamse regering baseerde zich totnogtoe op studies, zoals die van het Vlaams Verkeerscentrum, die uitwezen dat het effect van een tolvrije tunnel minimaal zou zijn op de verkeersdrukte in Antwerpen. Het huidige project is dan ook slechts een experiment.
DEDECKER Peter
Een zuil van zelfbediening. ACW, Arco en Dexia
Edited: 201403310925
14 februari 2013. Tijdens een persconferentie brengt N-VA-Kamerlid Peter Dedecker een aantal onregelmatigheden aan het licht die de boekhouding van de christelijke arbeidersbeweging ACW ontsieren. Die fiscale onregelmatigheden blijken op de koop toe gelinkt aan het Dexia-debacle: een heikel dossier dat Dedecker dan al een hele tijd op de voet volgt.

De persconferentie is het begin van een scherpe aanklacht tegen de toplui van een sociale beweging die teert op de inzet van duizenden hardwerkende, goedmenende vrijwilligers. De aanklacht omvat al gauw een hele waslijst aan vergrijpen, waaronder schriftvervalsing, fiscale ontwijking en fraude, misbruik van vennootschapsgoederen en belangenvermenging.

Tot grote verbazing van Dedecker zelf, overigens, die vandaag niet anders kan dan besluiten: “De toplui beloofden mensen het veiligste spaarproduct ter wereld. Maar achter hun rug speelden ze met hun spaarcenten in het casino.”

In de weken en maanden erna zat Dedecker in het oog van de storm. Terwijl de pijnlijke onthullingen elkaar maar bleven opvolgen, maakte zijn aanvankelijke verbazing langzaam maar zeker plaats voor een oprechte verontwaardiging en woede. Vanuit die gevoelens besloot hij zich aan het schrijven te zetten.

Het resultaat is ‘Een zuil van zelfbediening’. In dat boek brengt Dedecker nu een reconstructie van zijn persoonlijke ervaringen in die woelige periode, van zijn kennismaking met figuren en praktijken uit de bankwereld, en van zijn speurtocht door het labyrint dat de christelijke arbeidersbeweging blijkt te zijn. Bij gebrek aan een parlementaire onderzoekscommissie kan enkel de geschiedenis de echte (politieke) verantwoordelijkheid voor dit financiële debacle nog blootleggen. Met zijn boek biedt Peter Dedecker zelf alvast een eerste aanzet daartoe.
bron tekst: De Standaard Boekhandel
ABICHT Ludo (°1936)
een overzicht van de werken van Ludo Abicht, Vlaams filosoof, publicist en dichter.
Edited: 201403031020
Dialoog, gedichten, 1962.
Paul Adler, ein Dichter aus Prag, 1972.
De joden van Antwerpen, 1986.
Oorlogskinderen hebben grote ogen, 1987.
De put van Babel, 1989.
Mensen in Israël en Palestina: één maat en één gewicht, 1990.
Filosofie is voor iedereen, 1992.
Humor, vrijheid en wijsheid van de joden, 1992.
Goed leven is goed samenleven, 1993.
Brood, rozen en utopie, 1994.
De joden van België, 1994.
De zure druiven van de oorlog, 1994.
De tocht door de woestijn: het vredesproces in het Beloofde Land, 1996.
Hoe Vlaams zijn de Vlamingen?: over identiteit, 2000.
Intelligente emotie, 2001.
Vlaamse Beweging: welke toekomst?, 2002.
Eén maat en één gewicht. Een kritisch essay over Israël-Palestina, 2002.
De joden van Antwerpen, 2004.
Ware Geuzen zijn Turks noch Paaps: het vrijzinnige humanisme vandaag, 2005.
Geschiedenis van de Joden van de Lage Landen, 2006
De Verlichting vandaag, 2007.
Het lunapark en andere plekken. Autobiografisch materiaal, 2008.
Israël-Palestina. Tweespraak over oorzaken en oplossingen, 2009.
De haan van Asklepios, 2010.
Voorbij het atheïsme, 2011.
Interculturaliteit, 2011.
Gewoon volk eerst, 2012.
Mijn Amerika, 2012.
Democratieën sterven liggend. Kritiek van de tactische rede, 2014.
Patriottisme kent geen grenzen, 2014.
EU
Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming (Salduz)
Edited: 201310221445
RICHTLIJN 2013/48/EU VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 22 oktober 2013

betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 82, lid 2, onder b),
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),
Na raadpleging van het Comité van de Regio’s,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),
Overwegende hetgeen volgt:
(1)
In artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het Handvest), artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (het EVRM) en artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (het IVBPR) is het recht op een eerlijk proces vastgelegd. Artikel 48, lid 2, van het Handvest garandeert de eerbiediging van de rechten van de verdediging.
(2)
De Unie stelt zich ten doel een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht te handhaven en te ontwikkelen. Volgens de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van Tampere van 15 en 16 oktober 1999, en met name punt 33, moet het beginsel van wederzijdse erkenning van vonnissen en andere beslissingen van rechterlijke instanties de hoeksteen van de justitiële samenwerking in burgerlijke en in strafzaken binnen de Unie worden, omdat een versterkte wederzijdse erkenning en de noodzakelijke onderlinge aanpassing van de wetgevingen de samenwerking tussen bevoegde autoriteiten en de rechtsbescherming van het individu ten goede zouden komen.
(3)
Krachtens artikel 82, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), „berust de justitiële samenwerking in strafzaken in de Unie op het beginsel van de wederzijdse erkenning van rechterlijke uitspraken en beslissingen …”.
(4)
De toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning van strafrechtelijke beslissingen veronderstelt wederzijds vertrouwen van de lidstaten in elkaars strafrechtstelsels. De omvang van die wederzijdse erkenning hangt nauw samen met het bestaan en de inhoud van bepaalde parameters, waaronder regelingen voor de bescherming van de rechten van verdachten of beklaagden en gemeenschappelijke minimumnormen, die noodzakelijk zijn om de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning te vergemakkelijken.
(5)
Hoewel de lidstaten partij zijn bij het EVRM en bij het IVBPR, heeft de ervaring geleerd dat dit gegeven alleen niet altijd zorgt voor een voldoende mate van vertrouwen in de strafrechtstelsels van andere lidstaten.
(6)
Wederzijdse erkenning van beslissingen in strafzaken kan alleen effectief functioneren in een geest van vertrouwen, waarbij niet alleen de gerechtelijke autoriteiten, maar alle bij de strafprocedure betrokken actoren beslissingen van de gerechtelijke autoriteiten van de andere lidstaten als gelijkwaardig aan hun eigen beslissingen beschouwen; daarbij gaat het niet alleen om het vertrouwen dat de regels van de andere lidstaten adequaat zijn, maar ook om het vertrouwen dat die regels correct worden toegepast. Versterking van wederzijds vertrouwen vereist gedetailleerde regels inzake de bescherming van de procedurele rechten en waarborgen die voortvloeien uit het Handvest, het EVRM en het IVBPR. Versterking van wederzijds vertrouwen vereist evenzeer, middels deze richtlijn en andere maatregelen, een verdere ontwikkeling binnen de Unie van de in het Handvest en in het EVRM vastgelegde minimumnormen.
(7)
Artikel 82, lid 2, VWEU voorziet in de vaststelling van minimumvoorschriften die in de lidstaten van toepassing zijn, ter bevordering van wederzijdse erkenning van vonnissen en rechterlijke beslissingen en van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken met een grensoverschrijdende dimensie. Dat artikel verwijst naar „de rechten van personen in de strafvordering” als een van de gebieden waarop minimumvoorschriften kunnen worden vastgesteld.
(8)
Gemeenschappelijke minimumvoorschriften moeten leiden tot meer vertrouwen in de strafrechtstelsels van alle lidstaten, hetgeen op zijn beurt moet leiden tot efficiëntere justitiële samenwerking in een klimaat van wederzijds vertrouwen, en tot bevordering van een cultuur van grondrechten in de Unie. Dergelijke gemeenschappelijke minimumvoorschriften moeten ook belemmeringen voor het vrije verkeer van burgers wegnemen op het gehele grondgebied van de lidstaten. Dergelijke gemeenschappelijke minimumvoorschriften dienen te worden vastgelegd op het gebied van het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures, het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en het recht om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens die vrijheidsbeneming.
(9)
Op 30 november 2009 keurde de Raad een resolutie goed betreffende een routekaart ter versterking van de procedurele rechten van verdachten of beklaagden in strafprocedures („de routekaart”) (3). In de routekaart, waarin een stapsgewijze benadering wordt voorgestaan, wordt opgeroepen tot de vaststelling van maatregelen met betrekking tot het recht op vertaling en vertolking (maatregel A), het recht op informatie over de rechten en informatie over de beschuldiging (maatregel B), het recht op juridisch advies en rechtsbijstand (maatregel C), het recht te communiceren met familie, werkgever en consulaire autoriteiten (maatregel D), en bijzondere waarborgen voor kwetsbare verdachten of beklaagden (maatregel E). In de routekaart wordt benadrukt dat de volgorde van de rechten slechts indicatief is en dat deze overeenkomstig de prioriteiten dus kan worden verlegd. De routekaart is bedoeld als een totaalpakket: pas wanneer alle onderdelen ten uitvoer zijn gelegd, zal het effect optimaal zijn.
(10)
Op 11 december 2009 verklaarde de Europese Raad zich ingenomen met de routekaart en maakte hij deze tot onderdeel van het Programma van Stockholm — Een open en veilig Europa ten dienste en ter bescherming van de burger (4) (punt 2.4). De Europese Raad onderstreepte het feit dat de routekaart niet uitputtend is, door de Commissie uit te nodigen te onderzoeken welke minimale procedurele rechten verdachten en beklaagden verder kunnen worden toegekend, en te beoordelen of andere vraagstukken, bijvoorbeeld het vermoeden van onschuld, dienen te worden aangepakt om op dit gebied tot een betere samenwerking te komen.
(11)
Tot dusver zijn er twee maatregelen voortvloeiend uit de routekaart vastgesteld, met name: Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures (5), en Richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures (6).
(12)
Deze richtlijn bevat minimumvoorschriften betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures betreffende de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel krachtens Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (7) („procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel”) en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en het recht om met derden en met consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming. Op die manier bevordert de richtlijn de toepassing van het Handvest, met name de artikelen 4, 6, 7, 47 en 48, door voort te bouwen op de artikelen 3, 5, 6 en 8 EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, dat in zijn jurisprudentie, geregeld normen vaststelt betreffende het recht op toegang tot een advocaat. In die jurisprudentie is onder meer geoordeeld dat het eerlijke karakter van het proces vereist dat een verdachte of beklaagde gebruik kan maken van alle specifiek aan rechtsbijstand verbonden diensten. In dat verband moeten de advocaten van verdachten of beklaagden de fundamentele aspecten van de verdediging onverkort kunnen waarborgen.
(13)
Onverminderd de krachtens het EVRM op de lidstaten rustende verplichting om het recht op een eerlijk proces te waarborgen, dienen procedures met betrekking tot lichte strafbare feiten die in de gevangenis zijn gepleegd, of tot in militair verband gepleegde strafbare feiten die door een bevelvoerende officier worden behandeld, in deze richtlijn niet als strafprocedures te worden aangemerkt.
(14)
Bij de uitvoering van deze richtlijn moet rekening gehouden worden met de bepalingen van Richtlijn 2012/13/EU, die voorschrijven dat verdachten of beklaagden onverwijld informatie krijgen over het recht op toegang tot een advocaat en dat verdachten of beklaagden die zijn aangehouden of gedetineerd onverwijld in het bezit worden gesteld van een schriftelijke verklaring van rechten, met informatie over het recht op toegang tot een advocaat.
(15)
In deze richtlijn wordt verstaan onder „advocaat”, eenieder die overeenkomstig het nationale recht, daaronder begrepen op grond van een door een bevoegde instantie verleende machtiging, gekwalificeerd en bevoegd is om verdachten of beklaagden juridisch advies en juridische bijstand te verlenen.
(16)
In sommige lidstaten is een andere autoriteit dan een in strafzaken bevoegde rechtbank bevoegd tot het opleggen van sancties, andere dan vrijheidsbeneming, met betrekking tot relatief lichte strafbare feiten. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn met betrekking tot verkeersovertredingen die op grote schaal worden begaan en die kunnen worden vastgesteld naar aanleiding van een verkeerscontrole. In dergelijke situaties zou het onredelijk zijn de bevoegde autoriteit te verplichten alle rechten te waarborgen waarin deze richtlijn voorziet. Indien het recht van een lidstaat erin voorziet dat voor lichte strafbare feiten een sanctie wordt opgelegd door een dergelijke autoriteit, en daartegen ofwel beroep kan worden ingesteld ofwel dat de zaak anderszins kan worden doorverwezen naar een in strafzaken bevoegde rechtbank, dient deze richtlijn derhalve alleen van toepassing te zijn op de procedure die bij die rechtbank wordt gevoerd naar aanleiding van dat beroep of die verwijzing.
(17)
In sommige lidstaten zijn bepaalde lichte feiten strafbaar gesteld; het betreft met name lichte verkeersovertredingen, lichte overtredingen van algemene gemeentelijke verordeningen en lichte overtredingen tegen de openbare orde. In dergelijke situaties zou het onredelijk zijn de bevoegde autoriteit te verplichten alle rechten te waarborgen waarin deze richtlijn voorziet. Indien het recht van een lidstaat erin voorziet dat voor lichte strafbare feiten geen vrijheidsstraf kan worden opgelegd, dient deze richtlijn derhalve alleen van toepassing te zijn op procedures voor een in strafzaken bevoegde rechtbank.
(18)
Het toepassingsgebied van deze richtlijn ten aanzien van bepaalde lichte strafbare feiten laat de EVRM-verplichting van de lidstaten om het recht op een eerlijk proces te waarborgen, daaronder begrepen het recht op rechtsbijstand van een advocaat, onverlet.
(19)
De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat verdachten of beklaagden overeenkomstig deze richtlijn, het recht hebben zonder onnodig uitstel toegang te krijgen tot een advocaat. Indien zij geen afstand hebben gedaan van het desbetreffende recht, dienen verdachten of beklaagden in ieder geval toegang tot een advocaat te hebben tijdens de strafprocedure voor een rechtbank.
(20)
Voor de toepassing van deze richtlijn geldt niet als verhoor de eerste ondervraging, door de politie of een andere rechtshandhavingsautoriteit, waarvan het doel bestaat uit het identificeren van de betrokkenen, het controleren op wapenbezit of andere gelijkaardige veiligheidskwesties, dan wel het nagaan of een onderzoek moet worden ingesteld, bijvoorbeeld tijdens controles langs de weg, of tijdens regelmatige steekproefsgewijze controles wanneer de identiteit van een verdachte of beklaagde nog niet is vastgesteld.
(21)
In de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is bevestigd, dat indien een persoon die geen verdachte of beklaagde is, zoals een getuige, verdachte of beklaagde wordt, die persoon tegen zelfincriminatie beschermd dient te worden en zwijgrecht heeft. Daarom verwijst deze richtlijn uitdrukkelijk naar de praktische situatie waarin een dergelijke persoon tijdens een verhoor door de politie of een andere rechtshandhavingsautoriteit in het kader van een strafprocedure, verdachte of beklaagde wordt. Indien tijdens een dergelijk verhoor waarin een persoon die geen verdachte of beklaagde is, verdachte of beklaagde wordt, dient het verhoor onmiddellijk te worden stopgezet. Het verhoor kan evenwel worden voortgezet indien de persoon op de hoogte is gesteld van het feit dat hij verdachte of beklaagde is en hij de in deze richtlijn vastgestelde rechten ten volle kan uitoefenen.
(22)
Verdachten of beklaagden dienen het recht te hebben de advocaat die hen vertegenwoordigt onder vier ogen te ontmoeten. De lidstaten kunnen praktische regelingen treffen betreffende de duur en de frequentie van dergelijke ontmoetingen, naargelang van de omstandigheden van de procedures, in het bijzonder de complexiteit van de zaak en de toepasselijke procedurele stappen. De lidstaten kunnen eveneens praktische regelingen treffen om de veiligheid en de zekerheid te waarborgen, in het bijzonder van de advocaat en de verdachte of beklaagde, op de plaats waar dergelijke ontmoeting plaatsvindt. Dergelijke praktische regelingen dienen de daadwerkelijke uitoefening of de essentie van het recht van de verdachten of beklaagden om hun advocaat te ontmoeten, onverlet te laten.
(23)
Verdachten of beklaagden dienen het recht te hebben om te communiceren met de advocaat die hen vertegenwoordigt. Dergelijke communicatie kan in elke fase plaatsvinden, inclusief voorafgaand aan de uitoefening van het recht die advocaat te ontmoeten. De lidstaten kunnen praktische regelingen treffen betreffende de duur en de frequentie van dergelijke communicatie en de daarbij gebruikte middelen, met inbegrip van het gebruik van videoconferenties en andere communicatietechnologie om dergelijke communicatie te doen plaatsvinden. Dergelijke praktische regelingen dienen de daadwerkelijke uitoefening of de essentie van het recht van de verdachten of beklaagden om te communiceren met hun advocaat onverlet te laten.
(24)
Deze richtlijn mag de lidstaten niet beletten voor bepaalde lichte strafbare feiten het recht van de verdachte of beklaagde op toegang tot een advocaat per telefoon te organiseren. Het aldus inperken van dit recht dient evenwel beperkt te blijven tot gevallen waarin een verdachte of beklaagde niet door de politie of een andere rechtshandhavingsautoriteit wordt verhoord.
(25)
De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat verdachten of beklaagden het recht hebben dat hun advocaat aanwezig is en daadwerkelijk kan deelnemen aan het verhoor door de politie of een andere rechtshandhavingsautoriteit of rechterlijke instantie, inclusief tijdens de hoorzittingen voor de rechtbank. Die deelname dient te worden uitgeoefend overeenkomstig de procedures in het nationale recht die mogelijk de deelname van een advocaat regelen tijdens het verhoor van de verdachte of de beklaagde door de politie of een andere rechtshandhavingsautoriteit of rechterlijke instantie, alsmede tijdens de hoorzittingen voor de rechtbank, mits die procedures de daadwerkelijke uitoefening en de essentie van het desbetreffende recht onverlet laten. De advocaat kan tijdens een verhoor van de verdachte of de beklaagde door de politie of een andere rechtshandhavingsautoriteit of rechterlijke instantie, alsmede tijdens een hoorzitting voor de rechtbank, overeenkomstig die procedures onder meer vragen stellen, verduidelijking vragen en verklaringen afleggen, die dienen te worden geregistreerd overeenkomstig het nationale recht.
(26)
Verdachten of beklaagden hebben het recht op de aanwezigheid van hun advocaat bij onderzoekshandelingen of procedures voor het vergaren van bewijsmateriaal, in zoverre deze voorzien zijn in het toepasselijke nationale recht en in zoverre de verdachten of beklaagden verplicht zijn te verschijnen of hen dat is toegestaan. Dergelijke handelingen moeten op zijn minst meervoudige confrontaties, tijdens welke de verdachte of beklaagde naast andere personen staat om door het slachtoffer of een getuige te worden geïdentificeerd; confrontaties, tijdens welke een verdachte of beklaagde met een of meer getuigen wordt samengebracht wanneer onder deze getuigen onenigheid bestaat over belangrijke feiten of aangelegenheden, en reconstructies van de plaats van een delict in aanwezigheid van de verdachte of beklaagde, teneinde beter te begrijpen hoe en in welke omstandigheden het misdrijf is gepleegd en om de verdachte of beklaagde specifieke vragen te kunnen stellen, omvatten. De lidstaten kunnen praktische regelingen treffen betreffende de aanwezigheid van een advocaat tijdens onderzoekshandelingen of procedures voor het vergaren van bewijsmateriaal. Dergelijke praktische regelingen moeten de daadwerkelijke uitoefening en de essentie van de desbetreffende rechten onverlet laten. Indien de advocaat tijdens onderzoekshandelingen of procedures voor het vergaren van bewijsmateriaal aanwezig is, dient dit geregistreerd te worden door gebruik te maken van de registratieprocedure overeenkomstig het recht van de betrokken lidstaat.
(27)
De lidstaten dienen zich ertoe in te spannen om algemene informatie ter beschikking te stellen — bijvoorbeeld op een website of door middel van een folder op het politiebureau — om verdachten of beklaagden te helpen een advocaat te vinden. De lidstaten hoeven evenwel geen actieve stappen te zetten om ervoor te zorgen dat verdachten of beklaagden waarvan de vrijheid niet is ontnomen, bijstand krijgen van een advocaat indien zij zelf niet het nodige hebben gedaan om door een advocaat te worden bijgestaan. Het dient de verdachte of beklaagde vrij te staan contact op te nemen met een advocaat, die te raadplegen en erdoor te worden bijgestaan.
(28)
De lidstaten dienen de noodzakelijke regelingen te treffen om ervoor te zorgen dat, wanneer verdachten of beklaagden hun vrijheid wordt ontnomen, zij hun recht op toegang tot een advocaat daadwerkelijk kunnen uitoefenen, mede doordat in bijstand van een advocaat wordt voorzien als de betrokkene er geen heeft, tenzij zij afstand hebben gedaan van dat recht. Dergelijke regelingen kunnen bijvoorbeeld inhouden dat de bevoegde autoriteiten in de bijstand van een advocaat voorzien aan de hand van een lijst van beschikbare advocaten waaruit de verdachte of beklaagde zou kunnen kiezen. Dergelijke regelingen kunnen, in voorkomend geval, de regels betreffende rechtsbijstand omvatten.
(29)
De omstandigheden waaronder verdachten of beklaagden hun vrijheid wordt ontnomen, dienen volledig in overeenstemming te zijn met de voorschriften van het EVRM, het Handvest, en de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het „Hof van Justitie”) en van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Bij het overeenkomstig deze richtlijn verstrekken van bijstand aan een verdachte of beklaagde wie de vrijheid is ontnomen, dient de betrokken advocaat de mogelijkheid te hebben de bevoegde autoriteiten vragen te stellen over de omstandigheden waarin de betrokkene de vrijheid is ontnomen.
(30)
Ingeval de verdachte of de beklaagde zich op grote geografische afstand bevindt, bijvoorbeeld in overzees gebied of tijdens een buitenlandse militaire operatie die door de lidstaat wordt ondernomen of waaraan deze deelneemt, mogen de lidstaten tijdelijk afwijken van het recht van de verdachte of de beklaagde op toegang tot een advocaat zonder onnodig uitstel na de vrijheidsbeneming. Tijdens een dergelijke tijdelijke afwijking mogen de bevoegde autoriteiten de betrokkene niet verhoren of geen onderzoekshandelingen of procedures voor het vergaren van bewijsmateriaal krachtens deze richtlijn uitvoeren. Indien de grote geografische afstand van de verdachte of beklaagde de onmiddellijke toegang tot een advocaat onmogelijk maakt, dienen de lidstaten in communicatie via telefoon of videoconferentie te voorzien, tenzij dit onmogelijk is.
(31)
De lidstaten dienen tijdelijk te kunnen afwijken van het recht op toegang tot een advocaat in de fase van het voorbereidende onderzoek om, in dringende gevallen, ernstige negatieve gevolgen voor het leven, de vrijheid of de fysieke integriteit van een persoon te voorkomen. Zolang een tijdelijke afwijking op die grond van kracht is, kunnen de bevoegde autoriteiten verdachten of beklaagden verhoren zonder dat een advocaat aanwezig is, op voorwaarde dat de verdachten of beklaagden van hun zwijgrecht op de hoogte zijn gebracht en dat zij dat recht kunnen uitoefenen, en dat dergelijk verhoor de rechten van de verdediging, inclusief het recht van de betrokkene om zichzelf niet te beschuldigen, niet schaadt. Het verhoor dient te worden uitgevoerd met als enig doel en voor zover noodzakelijk om informatie te verkrijgen die essentieel is om ernstige negatieve gevolgen voor het leven, de vrijheid of de fysieke integriteit van een persoon te voorkomen. Elk misbruik van deze afwijking zorgt in beginsel voor een onherstelbare schending van de rechten van de verdediging.
(32)
De lidstaten dienen tevens tijdelijk te kunnen afwijken van het recht op toegang tot een advocaat in de fase van het voorbereidende onderzoek, indien onmiddellijk optreden door de onderzoeksautoriteiten noodzakelijk is om te voorkomen dat strafprocedures substantiële schade wordt toegebracht, in het bijzonder om te voorkomen dat essentieel bewijs wordt vernietigd of veranderd, of dat getuigen worden beïnvloed. Zolang een tijdelijke afwijking op deze grond van kracht is, kunnen de bevoegde autoriteiten verdachten of beklaagden verhoren zonder dat een advocaat aanwezig is, op voorwaarde dat zij van hun zwijgrecht op de hoogte zijn gebracht en dat zij dat recht kunnen uitoefenen, en dat dergelijk verhoor de rechten van de verdediging, inclusief het recht van de betrokkene om zichzelf niet te beschuldigen, niet schendt. Het verhoor dient te worden uitgevoerd met als enig doel en voor zover noodzakelijk om informatie te verkrijgen die van essentieel belang is om te voorkomen dat strafprocedures substantiële schade wordt toegebracht. Elk misbruik van deze afwijking zorgt in beginsel voor een onherstelbare schending van de rechten van de verdediging.
(33)
Het vertrouwelijke karakter van de communicatie tussen verdachten of beklaagden en hun advocaat is van essentieel belang voor de daadwerkelijke uitoefening van de rechten van de verdediging. De lidstaten dienen derhalve het vertrouwelijke karakter van de ontmoetingen en elke andere vorm van communicatie tussen de advocaat en de verdachte of beklaagde bij de uitoefening van het recht op toegang tot een advocaat op grond van deze richtlijn zonder uitzondering te eerbiedigen. Deze richtlijn laat de procedures met betrekking tot de situatie waarin objectieve en feitelijke omstandigheden erop wijzen dat de advocaat ervan wordt verdacht samen met de verdachte of beklaagde bij een strafbaar feit betrokken te zijn, onverlet. Elke criminele handeling van een advocaat mag niet worden beschouwd als rechtmatige bijstand aan verdachten of beklaagden binnen het kader van deze richtlijn. De verplichting het vertrouwelijke karakter te eerbiedigen betekent niet alleen dat de lidstaten die communicatie niet mogen belemmeren noch daar toegang tot mogen hebben, maar ook dat, indien de verdachten of beklaagden hun vrijheid is ontnomen of zich op andere wijze onder de controle van de staat bevinden, de lidstaten ervoor dienen te zorgen dat regelingen voor communicatie de vertrouwelijkheid daarvan handhaven en beschermen. Dit laat in detentiecentra aanwezige mechanismen om te voorkomen dat gedetineerden illegale zendingen ontvangen, zoals bijvoorbeeld het screenen van briefwisseling, onverlet, mits dergelijke mechanismen de bevoegde autoriteiten niet toestaan de communicatie tussen de verdachten of beklaagden en hun advocaat te lezen. Deze richtlijn laat tevens nationaalrechtelijke procedures onverlet op grond waarvan het doorsturen van briefwisseling kan worden geweigerd indien de verzender er niet mee instemt dat de briefwisseling eerst aan een bevoegde rechtbank wordt voorgelegd.
(34)
Een eventuele schending van het vertrouwelijke karakter als louter nevenverschijnsel van een wettige observatie door de bevoegde autoriteiten moet door deze richtlijn onverlet worden gelaten. Ook dient deze richtlijn de werkzaamheden onverlet te laten die, bijvoorbeeld, door de nationale inlichtingendiensten worden verricht met het oog op de bescherming van de nationale veiligheid overeenkomstig artikel 4, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), of die onder het toepassingsgebied vallen van artikel 72 VWEU, op grond waarvan titel V betreffende de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht bepaalt dat de uitoefening van de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de handhaving van de openbare orde en de bescherming van de binnenlandse veiligheid onverlet moet worden gelaten.
(35)
Verdachten of beklaagden wie de vrijheid is ontnomen, moet het recht worden verleend om ten minste één door hen aangeduide persoon, zoals een familielid of een werkgever, zonder onnodig uitstel op de hoogte te laten brengen van de vrijheidsbeneming, op voorwaarde dat geen afbreuk wordt gedaan aan het correcte verloop van de strafprocedure tegen de betrokkene, noch aan enige andere strafprocedures. De lidstaten kunnen praktische regelingen treffen voor de toepassing van dat recht. Dergelijke praktische regelingen dienen de daadwerkelijke uitoefening en de essentie van het recht onverlet te laten. In beperkte, uitzonderlijke gevallen moet echter tijdelijk van dat recht kunnen worden afgeweken wanneer zulks in het licht van bijzondere omstandigheden, op grond van een dwingende, in deze richtlijn bepaalde reden, gerechtvaardigd is. Indien de bevoegde autoriteiten overwegen een dergelijke tijdelijke afwijking in te stellen ten aanzien van een specifieke derde, dienen zij eerst te overwegen of een andere, door de verdachte of beklaagde aangeduide derde van de vrijheidsbeneming op de hoogte kan worden gesteld.
(36)
De verdachten of beklaagden dienen gedurende hun vrijheidsbeneming het recht te hebben zonder onnodig uitstel met ten minste één door hun aangeduide derde, zoals een familielid, te communiceren. De lidstaten kunnen de uitoefening van dat recht beperken of uitstellen met het oog op dwingende of proportionele operationele vereisten. Dergelijke vereisten kunnen onder meer betrekking hebben op de noodzaak om ernstige negatieve gevolgen voor het leven, de vrijheid of de fysieke integriteit van een persoon af te wenden, de noodzaak om te voorkomen dat de strafprocedure wordt geschaad of dat een strafbaar feit wordt gepleegd, de noodzaak om een hoorzitting voor de rechtbank af te wachten en de nood om slachtoffers van een misdrijf te beschermen. Indien de bevoegde autoriteiten overwegen de uitoefening van dit recht ten aanzien van een specifieke derde te beperken of uit te stellen, dienen zij eerst te overwegen of de verdachten of beklaagden met een andere door hen aangeduide derde kunnen communiceren. De lidstaten kunnen praktische regelingen treffen betreffende het tijdstip, de wijze, de duur en de frequentie van contacten met derden, met het oog op het bewaren van de goede orde, veiligheid en zekerheid op de plaats waar de betrokkene wordt vastgehouden.
(37)
Het recht op consulaire bijstand van verdachten en beklaagden wie hun vrijheid is ontnomen, is neergelegd in artikel 36 van het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen van 1963, waarin het wordt omschreven als een recht van staten zich in verbinding te stellen met hun onderdanen. Deze richtlijn verleent, op hun verzoek, een overeenkomstig recht aan verdachten of beklaagden wie hun vrijheid is ontnomen. De consulaire bescherming kan worden uitgeoefend door diplomatieke autoriteiten indien zij optreden als consulaire autoriteiten.
(38)
De lidstaten dienen de motieven en de criteria voor een tijdelijke afwijking van de bij deze richtlijn verleende rechten duidelijk in hun nationale recht vast te leggen, en zij mogen slechts beperkt gebruikmaken van die tijdelijke afwijkingen. Dergelijke tijdelijke afwijkingen dienen proportioneel te zijn, dienen een strikte geldigheidsduur te hebben, en niet uitsluitend gebaseerd te zijn op de categorie waartoe het ten laste gelegde strafbare feit behoort of de ernst ervan, en dienen het globale eerlijke verloop van de procedure niet te schenden. De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat, indien een tijdelijke afwijking krachtens deze richtlijn is toegestaan door een rechterlijke instantie die geen rechter of rechtbank is, het besluit tot toekenning van de tijdelijke afwijking in ieder geval tijdens de procesfase door een rechtbank moet kunnen worden beoordeeld.
(39)
De verdachten of beklaagden moeten de mogelijkheid hebben om afstand te doen van een uit hoofde van deze richtlijn verleend recht, op voorwaarde dat hun informatie is gegeven om met kennis van zaken te oordelen over de inhoud van het betrokken recht en de mogelijke gevolgen van een afstand van dat recht. Bij het verstrekken van dergelijke informatie dient rekening te worden gehouden met de specifieke omstandigheden waarin de betrokken verdachten of beklaagden zich bevinden, zoals hun leeftijd en hun mentale en fysieke gesteldheid.
(40)
De afstand van een recht en de omstandigheden waaronder deze is gedaan, worden geregistreerd volgens de registratieprocedure waarin het recht van de betrokken lidstaat voorziet. Dit mag voor de lidstaten geen enkele aanvullende verplichting tot het invoeren van nieuwe mechanismen of bijkomende administratieve lasten met zich brengen.
(41)
Wanneer een verdachte of een beklaagde overeenkomstig deze richtlijn de afstand van een recht herroept, hoeft niet opnieuw te worden overgegaan tot verhoren of elke andere procedurehandelingen die zijn verricht gedurende de periode waarin de afstand van het betreffende recht gold.
(42)
Personen tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd („gezochte personen”), moeten in de uitvoerende lidstaat recht hebben op toegang tot een advocaat, zodat zij hun rechten op grond van Kaderbesluit 2002/584/JBZ daadwerkelijk kunnen uitoefenen. Wanneer een advocaat deelneemt aan een verhoor van een gezochte persoon door de uitvoerende rechterlijke instantie, kan die advocaat onder meer, volgens procedures in het nationale recht, vragen stellen, verduidelijking vragen en verklaringen afleggen. Het feit dat de advocaat heeft deelgenomen aan een dergelijke verhoor moet worden geregistreerd door gebruik te maken van de registratieprocedure overeenkomstig het recht van de betrokken lidstaat.
(43)
De gezochte personen dienen het recht te hebben de advocaat die hen in de uitvoerende lidstaat vertegenwoordigt, onder vier ogen te ontmoeten. De lidstaten kunnen praktische regelingen treffen betreffende de duur en de frequentie van dergelijke ontmoetingen, met inachtneming van de bijzondere omstandigheden van het geval. De lidstaten kunnen eveneens praktische regelingen treffen om de veiligheid en de zekerheid te waarborgen, met name van de advocaat en de gezochte persoon, op de plaats waar de ontmoeting tussen de advocaat en de gezochte persoon plaatsvindt. Dergelijke praktische regelingen dienen de daadwerkelijke uitoefening en de essentie van het recht van de gezochte personen om hun advocaat te ontmoeten, onverlet te laten.
(44)
De gezochte personen dienen het recht te hebben om te communiceren met de advocaat die hen in de uitvoerende lidstaat vertegenwoordigt. Dergelijke communicatie kan in elke fase plaatsvinden, inclusief voorafgaand aan de uitoefening van het recht die advocaat te ontmoeten. De lidstaten kunnen praktische regelingen treffen betreffende de duur en de frequentie van de communicatie tussen de gezochte personen en hun advocaat en de daarbij gebruikte middelen, met inbegrip van het gebruik van videoconferenties en andere communicatietechnologie om dergelijke communicatie te doen plaatsvinden. Dergelijke praktische regelingen dienen de daadwerkelijke uitoefening en de essentie van het recht van de gezochte personen om te communiceren met hun advocaat onverlet te laten.
(45)
De uitvoerende lidstaten dienen de noodzakelijke regelingen te treffen om ervoor te zorgen dat de gezochte personen in staat zijn hun recht op toegang tot een advocaat in de uitvoerende lidstaat daadwerkelijk uit te oefenen, mede doordat in bijstand van een advocaat wordt voorzien als de gezochte personen er geen hebben, tenzij zij afstand hebben gedaan van dat recht. Dergelijke regelingen, waaronder die betreffende rechtsbijstand in voorkomend geval, dienen door het nationaal recht te worden geregeld. Die kunnen bijvoorbeeld inhouden dat de bevoegde autoriteiten in de bijstand van een advocaat voorzien aan de hand van een lijst van beschikbare advocaten waaruit de gezochte personen kunnen kiezen.
(46)
De bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat moet zonder onnodig uitstel nadat zij ervan op de hoogte is gesteld dat een gezochte persoon in die lidstaat een advocaat wil aanwijzen, informatie aan de gezochte persoon verstrekken om hem te helpen in die lidstaat een advocaat aan te wijzen. Dergelijke informatie kan bijvoorbeeld een bijgewerkte lijst van advocaten omvatten, dan wel de naam van een piketadvocaat in de uitvaardigende lidstaat, die informatie en advies kan verlenen in zaken betreffende het Europees aanhoudingsbevel. De lidstaten kunnen de desbetreffende orde van advocaten verzoeken een dergelijke lijst op te stellen.
(47)
De procedure van overlevering is van cruciaal belang voor de samenwerking in strafzaken tussen de lidstaten. Het naleven van de in Kaderbesluit 2002/584/JBZ vervatte termijnen is van essentieel belang voor deze samenwerking. Gezochte personen moeten in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel hun rechten krachtens deze richtlijn ten volle kunnen uitoefenen, maar die termijnen dienen derhalve wel te worden geëerbiedigd.
(48)
In afwachting van een wetgevingshandeling van de Unie inzake rechtsbijstand, moeten de lidstaten hun nationale recht inzake rechtsbijstand, dat in overeenstemming behoort te zijn met het Handvest, het EVRM en de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, toepassen.
(49)
Overeenkomstig het beginsel van de doeltreffendheid van het Unierecht moeten de lidstaten passende en doeltreffende voorzieningen in rechte instellen om de bij deze richtlijn aan individuen toegekende rechten te waarborgen.
(50)
De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat bij de beoordeling van de verklaringen die de verdachten of beklaagden afleggen of van het bewijs dat is verkregen in strijd met hun recht op een advocaat, of in gevallen waarin overeenkomstig deze richtlijn een afwijking van dat recht was toegestaan, de rechten van de verdediging en het eerlijke verloop van de procedure worden geëerbiedigd. In dit verband dient de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in acht te worden genomen, waarin wordt bepaald dat de rechten van de verdediging in principe onherstelbaar zijn geschonden als belastende verklaringen die tijdens een politieverhoor bij afwezigheid van een advocaat zijn gedaan, worden gebruikt voor een veroordeling. Dit laat onverlet het gebruik van verklaringen voor andere doelen die krachtens het nationale recht zijn toegestaan, zoals de noodzaak om spoedeisende onderzoekshandelingen uit te voeren of om het plegen van andere strafbare feiten of het optreden van ernstige negatieve gevolgen voor een persoon te voorkomen, dan wel de dringende noodzaak om te voorkomen dat strafprocedures substantiële schade wordt toegebracht, wanneer het verlenen van toegang tot een advocaat of het vertragen van het onderzoek onherstelbare schade zou toebrengen aan een lopend onderzoek naar een ernstig misdrijf. Voorts mag dit geen afbreuk doen aan de nationale voorschriften of systemen inzake de toelaatbaarheid van bewijs en mag het de lidstaten niet beletten een systeem te handhaven waarbij al het bestaande bewijs in rechte mag worden aangevoerd zonder dat de toelaatbaarheid ervan afzonderlijk of vooraf wordt beoordeeld.
(51)
De zorgplicht ten aanzien van verdachten of beklaagden die in een mogelijk zwakke positie verkeren, ligt ten grondslag aan een eerlijke rechtsbedeling. Het openbaar ministerie, de rechtshandhavingsautoriteiten en de rechterlijke instanties moeten daarom de daadwerkelijke uitoefening door dergelijke verdachten of beklaagden van de rechten waarin deze richtlijn voorziet, bevorderen, bijvoorbeeld door rekening te houden met mogelijke kwetsbaarheid die hun vermogen aantast om het recht op toegang tot een advocaat en het recht een derde vanaf hun vrijheidsbeneming op de hoogte te laten brengen, uit te oefenen, en door passende maatregelen te nemen die ervoor zorgen dat die rechten gewaarborgd worden.
(52)
Deze richtlijn eerbiedigt de door het Handvest erkende grondrechten en beginselen, zoals het verbod op foltering en onmenselijke en onterende behandeling, het recht op vrijheid en veiligheid, de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, het recht op menselijke integriteit, de rechten van het kind, de integratie van mensen met een handicap, het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en het recht op een eerlijk proces, het vermoeden van onschuld en de rechten van de verdediging. Deze richtlijn dient overeenkomstig deze rechten en beginselen te worden toegepast.
(53)
De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de bepalingen van deze richtlijn die met door het EVRM gewaarborgde rechten overeenkomen, worden toegepast in overeenstemming met de bepalingen van het EVRM, zoals deze zijn ontwikkeld in de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
(54)
In deze richtlijn worden minimumvoorschriften vastgesteld. De lidstaten kunnen de in deze richtlijn vastgestelde rechten uitbreiden om een hoger beschermingsniveau te bieden. Een dergelijk hoger beschermingsniveau mag geen belemmering vormen voor de wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen die die minimumvoorschriften beogen te bevorderen. Het beschermingsniveau mag nooit lager zijn dan de normen die opgenomen zijn in het Handvest en in het EVRM, zoals uitgelegd in de jurisprudentie van het Hof van Justitie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
(55)
In deze richtlijn worden de rechten van kinderen bevorderd en wordt rekening gehouden met de richtsnoeren van de Raad van Europa over kindvriendelijke justitie, in het bijzonder met de bepalingen over de informatie die en het advies dat aan kinderen moeten worden gegeven. Deze richtlijn garandeert dat verdachten en beklaagden, waaronder kinderen, passende informatie wordt gegeven die hen in staat stelt de gevolgen van elke afstand van een uit hoofde van deze richtlijn verleend recht te begrijpen, en dat deze afstand op vrijwillige en ondubbelzinnige wijze wordt gedaan. Wanneer de verdachte of de beklaagde een kind is, moet de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt zo spoedig mogelijk in kennis worden gesteld na de vrijheidsbeneming van het kind en moet deze op de hoogte gebracht worden van de redenen daarvoor. Indien het verstrekken van deze informatie aan de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt voor het kind ingaat tegen het belang van het kind, moet een andere in aanmerking komende volwassene, zoals een familielid, op de hoogte gebracht worden. De bepalingen van het nationale recht die voorschrijven dat de specifieke instanties, instellingen en personen, met name degene die verantwoordelijk zijn voor de bescherming en het welzijn van kinderen, in kennis worden gesteld van het feit dat een kind zijn vrijheid is ontnomen, worden hierdoor onverlet gelaten. Behoudens in de meest uitzonderlijke omstandigheden dienen de lidstaten zich te onthouden van een beperking of uitstel van het recht met een derde contact te hebben ter zake van een verdacht of aangeklaagd kind dat zijn vrijheid is ontnomen. In geval van uitstel mag het kind echter niet van de buitenwereld afgezonderd worden vastgehouden, en moet het bijvoorbeeld worden toegestaan om met een voor de bescherming of het welzijn van kinderen verantwoordelijke instelling of persoon te communiceren.
(56)
Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van de lidstaten en de Commissie van 28 september 2011 over toelichtende stukken (8) hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om in gerechtvaardigde gevallen de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van één of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht. Met betrekking tot deze richtlijn acht de wetgever de toezending van die stukken gerechtvaardigd.
(57)
Aangezien de doelstelling van deze richtlijn, namelijk het vaststellen van minimumvoorschriften betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen van de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens die vrijheidsbeneming, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt maar vanwege de omvang en de gevolgen van de maatregel, beter door de Unie kan worden bereikt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 VEU neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken.
(58)
Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het VEU en het VWEU, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, nemen het Vereningd Koninkrijk en Ierland niet deel aan de vaststelling van deze richtlijn, die bijgevolg niet bindend is voor, noch van toepassing is in die lidstaten.
(59)
Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het VEU en het VWEU, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze richtlijn; deze is bijgevolg niet bindend voor, noch van toepassing in die lidstaat,
HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1

Onderwerp

Deze richtlijn bevat minimumvoorschriften betreffende het recht van verdachten en beklaagden in strafprocedures en van personen tegen wie een procedure ingevolge Kaderbesluit 2002/584/JBZ loopt („procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel”), om toegang tot een advocaat te hebben en om een derde op de hoogte te laten brengen van de vrijheidsbeneming en om met derden en met consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming.
Artikel 2

Toepassingsgebied

1. Deze richtlijn is van toepassing op de verdachten of beklaagden in een strafprocedure, vanaf het ogenblik waarop zij er door de bevoegde autoriteiten van een lidstaat door middel van een officiële kennisgeving of anderszins van in kennis worden gesteld dat zij ervan worden verdacht of beschuldigd een strafbaar feit te hebben begaan, ongeacht of hen hun vrijheid is ontnomen. Zij is van toepassing totdat de procedure is beëindigd, dat wil zeggen totdat definitief is vastgesteld of de verdachte of beklaagde het strafbare feit al dan niet heeft begaan, met inbegrip van, indien van toepassing, de strafoplegging en de uitkomst in een eventuele beroepsprocedure.
2. Deze richtlijn is, in overeenstemming met artikel 10, van toepassing op personen tegen wie een procedure ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel loopt (gezochte personen), vanaf het moment van aanhouding in de uitvoerende lidstaat.
3. Deze richtlijn is, onder dezelfde voorwaarden als genoemd in lid 1, tevens van toepassing op andere personen dan verdachten en beklaagden die in de loop van het verhoor door de politie of door een andere rechtshandhavingsautoriteit, verdachte of beklaagde worden.
4. Onverminderd het recht op een eerlijk proces is deze richtlijn, met betrekking tot lichte feiten:
a)
waarvoor krachtens de wet van een lidstaat een sanctie door een andere autoriteit dan een in strafzaken bevoegde rechtbank wordt opgelegd, en tegen het opleggen van deze sanctie beroep bij een dergelijke rechtbank, kan worden ingesteld, of kan worden verwezen naar een dergelijke rechtbank, of
b)
waarvoor geen vrijheidsstraf kan worden opgelegd,
alleen van toepassing op de procedures voor een in strafzaken bevoegde rechtbank.
Deze richtlijn is in elk geval volledig van toepassing indien de verdachte of beklaagde zijn vrijheid is ontnomen, ongeacht de fase van de strafprocedure.
Artikel 3

Recht op toegang tot een advocaat in een strafprocedure

1. De lidstaten zorgen ervoor dat de verdachten of beklaagden recht hebben op toegang tot een advocaat, op een zodanig moment en op zodanige wijze dat de betrokken personen hun rechten van verdediging in de praktijk daadwerkelijk kunnen uitoefenen.
2. De verdachten of beklaagden hebben zonder onnodig uitstel toegang tot een advocaat. In elk geval, hebben de verdachten of beklaagden toegang tot een advocaat vanaf de volgende momenten, ongeacht welk moment het vroegste is:
a)
voordat zij door de politie of door een andere rechtshandhavingsautoriteit of rechterlijke instantie worden verhoord;
b)
wanneer de onderzoeks- of andere bevoegde autoriteiten een tot onderzoek of andere vorm van bewijsgaring strekkende handeling verrichten, overeenkomstig lid 3, onder c);
c)
zonder onnodig uitstel na de vrijheidsbeneming;
d)
indien zij voor een in strafzaken bevoegde rechtbank zijn opgeroepen, binnen een redelijke termijn voordat zij voor deze rechtbank in rechte verschijnen.
3. Het recht op toegang tot een advocaat houdt het volgende in:
a)
de lidstaten zorgen ervoor dat de verdachten of beklaagden het recht hebben de advocaat die hen vertegenwoordigt onder vier ogen te ontmoeten en met hem te communiceren, ook voordat zij door de politie of een andere rechtshandhavingsautoriteit of rechterlijke instantie worden verhoord;
b)
de lidstaten zorgen ervoor dat de verdachten of beklaagden het recht hebben dat hun advocaat bij het verhoor aanwezig is en daaraan daadwerkelijk kan deelnemen. Deze deelname geschiedt overeenkomstig procedures in het nationale recht, mits die procedures de daadwerkelijke uitoefening en de essentie van het desbetreffende recht onverlet laten. Wanneer een advocaat aan het verhoor deelneemt, wordt het feit dat dergelijke deelname heeft plaatsgevonden, geregistreerd door gebruik te maken van de registratieprocedure overeenkomstig het recht van de betrokken lidstaat;
c)
de lidstaten zorgen ervoor dat de verdachten of beklaagden ten minste het recht hebben hun advocaat de volgende onderzoekshandelingen of procedures voor het vergaren van bewijsmateriaal te laten bijwonen, mits het handelingen betreft waarin het nationale recht voorziet en waarbij de aanwezigheid van de verdachte of beklaagde is vereist of hem dat is toegestaan:
i)
meervoudige confrontaties;
ii)
confrontaties;
iii)
reconstructies van de plaats van een delict.
4. De lidstaten spannen zich ervoor in algemene informatie ter beschikking te stellen om verdachten of beklaagden te helpen een advocaat te vinden.
Onverminderd de bepalingen van het nationale recht betreffende de verplichte aanwezigheid van een advocaat, treffen de lidstaten de noodzakelijke regelingen om ervoor te zorgen dat verdachten of beklaagden wie de vrijheid is ontnomen in staat zijn om hun recht op toegang tot een advocaat daadwerkelijk uit te oefenen, tenzij zij afstand hebben gedaan van dat recht overeenkomstig artikel 9.
5. In uitzonderlijke omstandigheden kunnen de lidstaten, uitsluitend in de fase van het voorbereidende onderzoek, tijdelijk afwijken van de toepassing van lid 2, onder c), indien de geografische afstand waarop een verdachte of beklaagde zich bevindt het onmogelijk maakt om het recht op toegang tot een advocaat onverwijld na de vrijheidsbeneming te kunnen waarborgen.
6. In uitzonderlijke omstandigheden kunnen de lidstaten, uitsluitend in de fase van het voorbereidende onderzoek, tijdelijk afwijken van de toepassing van de in lid 3 vastgestelde rechten, indien en voor zover, gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval, een of meer van de volgende dwingende redenen zulks rechtvaardigen:
a)
indien er sprake is van een dringende noodzaak om ernstige negatieve gevolgen voor het leven, de vrijheid of de fysieke integriteit van een persoon te voorkomen;
b)
indien onmiddellijk optreden door de onderzoeksautoriteiten noodzakelijk is om te voorkomen dat de strafprocedure substantiële schade wordt toegebracht.
Artikel 4

Vertrouwelijkheid

De lidstaten eerbiedigen het vertrouwelijke karakter van de communicatie tussen de verdachten of beklaagden en hun advocaat bij de uitoefening van het recht op toegang tot een advocaat op grond van deze richtlijn. Die communicatie omvat ontmoetingen, briefwisseling, telefoongesprekken en elke andere vorm van communicatie die krachtens het nationale recht is toegestaan.
Artikel 5

Recht om een derde op de hoogte te laten brengen van de vrijheidsbeneming

1. De lidstaten zorgen ervoor dat verdachten of beklaagden wie hun vrijheid is ontnomen het recht hebben om, indien gewenst, ten minste één door hen aangeduide persoon, bijvoorbeeld een familielid of een werkgever, zonder onnodig uitstel op de hoogte te laten brengen van hun vrijheidsbeneming.
2. Indien de verdachte of beklaagde een kind is, zorgen de lidstaten ervoor dat de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid voor het kind draagt zo spoedig mogelijk in kennis wordt gesteld van de vrijheidsbeneming en van de redenen daarvoor, tenzij dit in strijd zou zijn met het belang van het kind, in welk geval een andere volwassene die daarvoor in aanmerking komt op de hoogte wordt gebracht. Voor de toepassing van dit lid wordt een persoon die jonger is dan achttien jaar als kind aangemerkt.
3. De lidstaten kunnen tijdelijk afwijken van de toepassing van de in de leden 1 en 2 bepaalde rechten indien, gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval, een van de volgende dwingende redenen zulks rechtvaardigt:
a)
een dringende noodzaak om ernstige negatieve gevolgen voor het leven, de vrijheid of de fysieke integriteit van een persoon te voorkomen;
b)
een dringende noodzaak om een situatie te voorkomen waarin substantiële schade aan de strafprocedure kan worden toegebracht.
4. Indien de lidstaten tijdelijk afwijken van de toepassing van de in lid 2 bepaalde rechten, zorgen zij ervoor dat een met de bescherming en het welzijn van kinderen belaste autoriteit zonder onnodig uitstel in kennis wordt gesteld van het feit dat het kind zijn vrijheid is ontnomen.
Artikel 6

Recht om gedurende de vrijheidsbeneming met derden te communiceren

1. De lidstaten zorgen ervoor dat verdachten of beklaagden wie hun vrijheid is ontnomen, het recht hebben zonder onnodig uitstel met ten minste één door hem aangeduide derde, zoals een familielid, te communiceren.
2. De lidstaten kunnen de uitoefening van het recht bedoeld in lid 1 beperken of uitstellen op grond van dwingende of proportionele operationele vereisten.
Artikel 7

Het recht op communicatie met de consulaire autoriteiten

1. De lidstaten zorgen ervoor dat verdachten of beklaagden die geen onderdaan zijn en wie hun vrijheid is ontnomen, het recht hebben om, desgewenst, de consulaire autoriteiten van de lidstaat waarvan zij de nationaliteit hebben, zonder onnodig uitstel op de hoogte te laten brengen van de vrijheidsbeneming, en met de consulaire autoriteiten te communiceren. Verdachten of beklaagden die twee of meer nationaliteiten hebben, kunnen evenwel kiezen welke consulaire autoriteiten in voorkomend geval op de hoogte moeten worden gebracht van de vrijheidsbeneming, en met welke consulaire autoriteiten zij wensen te communiceren.
2. Verdachten of beklaagden hebben tevens het recht door hun consulaire autoriteiten te worden bezocht, zich met hen te onderhouden en met hen te corresponderen en het recht om hun vertegenwoordiging in rechte door hun consulaire autoriteiten geregeld te zien, voor zover die autoriteiten daarmee instemmen en de betrokken verdachten of beklaagden zulks wensen.
3. De uitoefening van de in dit artikel bedoelde rechten kan in het nationale recht of bij nationale procedures worden gereguleerd, mits dat recht en die procedures de verwezenlijking van de met deze rechten beoogde doelen volledig waarborgen.
Artikel 8

Algemene voorwaarden voor de toepassing van tijdelijke afwijkingen

1. Een tijdelijke afwijking op grond van artikel 3, lid 5 of 6, of uit hoofde van artikel 5, lid 3:
a)
heeft een evenredig karakter en gaat niet verder dan noodzakelijk;
b)
heeft een strikt beperkte geldigheidsduur;
c)
wordt niet uitsluitend gebaseerd op de soort of de ernst van het vermeende strafbare feit, en
d)
doet geen afbreuk aan het globale eerlijke verloop van de procedure.
2. Tijdelijke afwijkingen op grond van artikel 3, lid 5 of 6, kunnen alleen toegestaan worden bij een naar behoren gemotiveerde en per geval genomen beslissing, die ofwel uitgaat van een rechterlijke instantie of van een andere bevoegde autoriteit op voorwaarde dat de beslissing kan worden onderworpen aan rechterlijke toetsing. De naar behoren gemotiveerde beslissing wordt geregistreerd door gebruik te maken van de registratieprocedure overeenkomstig het recht van de betrokken lidstaat.
3. Tijdelijke afwijkingen op grond van artikel 5, lid 3, kunnen alleen per geval worden toegestaan, ofwel door een rechterlijke instantie of door een andere bevoegde autoriteit op voorwaarde dat de beslissing kan worden onderworpen aan rechterlijke toetsing.
Artikel 9

Afstand

1. Onverminderd de bij het nationale recht voorgeschreven aanwezigheid of bijstand van een advocaat, zorgen de lidstaten ervoor dat, met betrekking tot afstand van een in de artikelen 3 en 10 bedoeld recht:
a)
de verdachte of beklaagde mondeling of schriftelijk duidelijke en toereikende informatie in eenvoudige en begrijpelijke bewoordingen is gegeven over de inhoud van het betrokken recht en over de mogelijke gevolgen van het afstand doen daarvan, en
b)
deze vrijwillig en ondubbelzinnig geschiedt.
2. De afstand, die schriftelijk of mondeling kan geschieden, wordt geregistreerd, alsmede de omstandigheden waaronder de afstand is gedaan door gebruik te maken van de registratieprocedure overeenkomstig het recht van de betrokken lidstaat.
3. De lidstaten zorgen ervoor dat deze afstand later op elk moment tijdens de strafprocedure door de verdachte of de beklaagde kan worden herroepen en dat de verdachte of beklaagde van die mogelijkheid op de hoogte gebracht wordt. Dergelijke herroeping van de afstand wordt van kracht vanaf het moment waarop zij heeft plaatsgevonden.
Artikel 10

Recht op toegang tot een advocaat in een procedure ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel

1. De lidstaten zorgen ervoor dat een gezochte persoon, vanaf zijn aanhouding op grond van een Europees aanhoudingsbevel recht heeft op toegang tot een advocaat in de uitvoerende lidstaat.
2. Met betrekking tot de inhoud van het recht op toegang tot een advocaat in de uitvoerende lidstaat hebben gezochte personen in die lidstaat de volgende rechten:
a)
het recht op toegang tot een advocaat op een zodanig moment en op een zodanige wijze dat de gezochte personen hun rechten daadwerkelijk en in ieder geval zonder onnodig uitstel na de vrijheidsbeneming kunnen uitoefenen;
b)
het recht om te communiceren met de advocaat die hen vertegenwoordigt en deze te ontmoeten;
c)
het recht dat hun advocaat aanwezig is bij en overeenkomstig procedures in het nationale recht deelneemt aan het verhoor van een gezochte persoon door de uitvoerende rechterlijke instantie. Wanneer een advocaat deelneemt aan het verhoor, moet dat geregistreerd worden door gebruik te maken van de registratieprocedure overeenkomstig het recht van de betrokken lidstaat.
3. De bij de artikelen 4, 5, 6, 7, 9, en, in geval van een tijdelijke afwijking uit hoofde van artikel 5, lid 3, de bij artikel 8 bepaalde rechten zijn van overeenkomstige toepassing op de procedures ter uitvoering van het Europees aanhoudingsbevel in de uitvoerende lidstaat.
4. De bevoegde autoriteit in de uitvoerende lidstaat brengt de gezochte personen er zonder onnodig uitstel na de vrijheidsbeneming van op de hoogte dat zij het recht hebben in de uitvaardigende lidstaat een advocaat aan te wijzen. De rol van de advocaat in de uitvaardigende lidstaat is de advocaat in de uitvoerende lidstaat bij te staan, door die advocaat informatie en advies te verstrekken teneinde de gezochte personen hun rechten uit hoofde van Kaderbesluit 2002/584/JBZ daadwerkelijk te doen uitoefenen.
5. Indien de gezochte personen het recht om een advocaat in de uitvaardigende lidstaat aan te wijzen, wensen uit te oefenen en zij nog geen dergelijke advocaat hebben, brengt de bevoegde autoriteit in de uitvoerende lidstaat de bevoegde autoriteit in de uitvaardigende lidstaat hiervan terstond op de hoogte. De bevoegde autoriteit van die lidstaat verstrekt de gezochte personen zonder onnodig uitstel de informatie om hen te helpen in die lidstaat een advocaat te vinden.
6. Het recht van gezochte personen om in de uitvaardigende lidstaat een advocaat aan te wijzen, laat de in Kaderbesluit 2002/584/JBZ bepaalde termijnen of de verplichting voor de uitvoerende rechterlijke instantie om binnen de overeenkomstig dat kaderbesluit bepaalde termijnen en voorwaarden een beslissing te nemen over de overlevering van de betrokkene, onverlet.
Artikel 11

Rechtsbijstand

Deze richtlijn laat het nationale recht inzake rechtsbijstand, dat van toepassing is overeenkomstig het Handvest en het EVRM, onverlet.
Artikel 12

Rechtsmiddelen

1. De lidstaten zorgen ervoor dat verdachten of beklaagden in strafprocedures alsmede gezochte personen in een procedure ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel, op grond van het nationale recht over een doeltreffende voorziening in rechte beschikken in gevallen waarin hun rechten op grond van deze richtlijn zijn geschonden.
2. Onverminderd nationale bepalingen en stelsels inzake de toelaatbaarheid van bewijs zorgen de lidstaten er in strafprocedures voor dat bij de beoordeling van de verklaringen van verdachten of beklaagden of van bewijs dat is verkregen in strijd met hun recht op een advocaat of in gevallen waarin overeenkomstig artikel 3, lid 6, een afwijking van dit recht was toegestaan, de rechten van de verdediging en het eerlijke verloop van de procedure worden geëerbiedigd.
Artikel 13

Kwetsbare personen

De lidstaten zorgen ervoor dat bij de toepassing van deze richtlijn rekening wordt gehouden met de specifieke behoeften van kwetsbare verdachten en kwetsbare beklaagden.
Artikel 14

Non-regressieclausule

Geen enkele bepaling in deze richtlijn mag worden opgevat als een beperking of afwijking van de rechten en procedurele waarborgen die voortvloeien uit het Handvest, het EVRM of andere toepasselijke bepalingen van het internationale recht of het recht van lidstaten en die een hoger beschermingsniveau bieden.
Artikel 15

Omzetting

1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 27 november 2016 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.
2. Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor de verwijzing worden door de lidstaten vastgesteld.
3. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.
Artikel 16

Verslag

Uiterlijk op 28 november 2019 dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in, waarin wordt beoordeeld in hoeverre de lidstaten aan deze richtlijn hebben voldaan, inclusief een beoordeling van de toepassing van artikel 3, lid 6, juncto artikel 8, leden 1 en 2, indien nodig vergezeld van wetgevingsvoorstellen.
Artikel 17

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 18

Adressaten

Deze richtlijn is overeenkomstig de Verdragen gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Straatsburg, 22 oktober 2013.
Voor het Europees Parlement
De voorzitter
M. SCHULZ
Voor de Raad
De voorzitter
V. LEŠKEVIČIUS
(1) PB C 43 van 15.2.2012, blz. 51.
(2) Standpunt van het Europees Parlement van 10 september 2013 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 7 oktober 2013.
(3) PB C 295 van 4.12.2009, blz. 1.
(4) PB C 115 van 4.5.2010, blz. 1.
(5) PB L 280 van 26.10.2010, blz. 1.
(6) PB L 142 van 1.6.2012, blz. 1.
(7) PB L 190 van 18.7.2002, blz. 1.
(8) PB C 369 van 17.12.2011, blz. 14.
Hannah Arendt - 2012
Edited: 201213141516
In 2012 kwam een Duitse film in de roulatie met als titel Hannah Arendt, onder regie van Margarethe von Trotta, en met Barbara Sukowa in de hoofdrol. De film concentreert zich op de rol van Hannah Arendt in het Adolf Eichmannproces en de controverse rond het boek dat zij naar aanleiding van dat proces schreef. In die tijd werd haar boek veelal verkeerd begrepen als een verdediging van Eichmann en een aanklacht tegen de joodse leiders (zoals die van de Joodse Raad) voor hun rol in de Holocaust. Daarnaast bevat de film flashbacks naar eerdere momenten in haar leven. (wiki)

Uit één van de dialogen: "Ik hou niet van een volk, ik hou van mensen, van individuen, ik hou van jou."
Als de uitgever van The New Yorker haar aanmaant bepaalde dingen niet te schrijven, antwoordt zij: "Maar die zijn gebaseerd op feiten."
news
9 oktober 2012: Malala Yousafzai (°1997) neergeschoten door Taliban
Edited: 201210091530
Terwijl ze op 9 oktober 2012 in de bus terugkeerde van school, pleegde een Talibanstrijder een doelgerichte aanslag op haar, waarbij ze zwaargewond raakte door een kogel in haar hoofd en haar hals. Artsen verwijderden in een ziekenhuis in Rawalpindi de kogel uit haar hoofd. De Taliban dreigde haar alsnog te zullen ombrengen.
Asbestfonds (°2007) brengt verslag uit na 5 jaar werking: 1.505 slachtoffers vergoed
Edited: 201203280951
AFA brengt verslag uit n.a.v. 5-jarig bestaan
28-03-2012
Het Asbestfonds (AFA) werd op 1 april 2007 opgericht binnen het Fonds voor de beroepsziekten na jaren van lange en moeilijke besprekingen over zijn vorm, zijn werkterrein, zijn financiering,... Naar aanleiding van zijn 5-jarige bestaan werd de balans opgemaakt in de vorm van een verslag dat op een toegankelijke, menselijke en didactische manier werd opgesteld.
Wie?
Het Asbestfonds vergoedt de slachtoffers (en hun rechthebbenden) van asbestose (longfibrose) en van mesothelioom (hoofdzakelijk pleurakanker), twee ziekten die slechts kunnen worden opgelopen na in contact te zijn geweest met asbest. Iedere persoon die aan één van deze ziekten lijdt, kan vergoed worden, ongeacht of de persoon beroepsziekteslachtoffer (loontrekkende of zelfstandige) dan wel omgevingsslachtoffer (familie van een werknemer, iemand die in de buurt van een asbestfabriek woont, beoefenaar van een hobby,...) is.
Van april 2007 tot einde februari 2012 werden 1505 asbestslachtoffers vergoed: 887 voor mesothelioom en 618 voor asbestose. Die cijfers zijn min of meer stabiel van jaar tot jaar en zullen dit waarschijnlijk blijven gedurende nog een tiental jaar. Die cijfers zouden vervolgens moeten dalen omdat het gebruik van asbest sterk beperkt werd en daarna definitief verboden werd eind jaren '90.
In België zijn er gemiddeld 2,5 mesothelioomgevallen per 100.000 inwoners.
Wanneer?
Gezien de ernst van deze ziekten (mesothelioom is een dodelijke kanker, ook al duurt het ongeveer 40 jaar na de eerste asbestblootstelling vóór de ziekte uitbreekt) worden de beslissingen binnen een zeer korte termijn genomen (binnen 90 kalenderdagen voor mesothelioom).

De meest getroffen sector is uiteraard de sector die ruwe asbest verwerkte, maar onder de slachtoffers vinden we ook loodgieters, lassers, metaalarbeiders, bouwvakkers of ook nog dokwerkers.
De privésector is veruit het meest getroffen (78% van de slachtoffers). 18% zijn omgevingsslachtoffers. De openbare sector is veel minder getroffen, omdat er aanzienlijk minder gebruik werd gemaakt van asbest.
Voor mesothelioom is het aantal vergoede vrouwen 7x lager dan het aantal mannen (110 vrouwen tegenover 777 mannen). Voor de beroepsziekteslachtoffers is dit uiteraard te verklaren door het feit dat de arbeidsmarkt vijftig jaar geleden vooral een mannenzaak was. Dit is nog opvallender voor asbestose omdat het hier uitsluitend om een beroepsgebonden blootstelling aan asbest gaat gedurende een lange periode (hier telt men 604 mannen tegenover 14 vrouwen).
De meeste slachtoffers ontwikkelen de ziekte (mesothelioom of asbestose) tussen hun 65e en hun 74e verjaardag.
Welke vergoedingen?
Het AFA wordt in gelijke proporties gefinancierd door de Staat en de ondernemingen. Het vergoedt de zieken hetzij in de vorm van een maandelijkse rente, hetzij in de vorm van een kapitaal dat in één keer wordt uitbetaald. De slachtoffers ontvangen een maandelijkse rente van € 1689 voor mesothelioom en van € 16,89 per % lichamelijke ongeschiktheid voor asbestose. Bij overlijden ontvangen de rechthebbenden eenmalige bedragen volgens hun graad van verwantschap met het slachtoffer, van € 16.893 tot € 33.786 voor mesothelioom en van € 8.446 tot € 16.893 voor asbestose.
"In dit rapport hebben we doelbewust een belangrijke plaats ingeruimd voor interviews en getuigenissen", verklaart Jan Uytterhoeven, administrateur-generaal van het Asbestfonds. " We hebben het woord willen geven aan politici die betrokken zijn bij de werking van het Fonds (Philippe Courard, Georges Dallemagne), aan verenigingen die opkomen voor de slachtoffers (Abeva), maar ook aan de slachtoffers die nog in leven zijn en de getuigen die een verwante verloren hebben door een asbestziekte. We wilden geen formeel rapport maar wel een tekst die het menselijke tot uiting laat komen."
"Gezien de omvang van de schade veroorzaakt door asbest in ons land was de oprichting van het Asbestfonds (AFA) een noodzaak", zegt Philippe Courard, Staatssecretaris voor Sociale Zaken, belast met Beroepsrisico's. "Eerst en vooral omdat het de schadeloosstelling van personen mogelijk maakt die getroffen zijn door de vreselijke ziekten die die stof veroorzaakt, maar ook omdat het de duidelijke wil van de overheid weergeeft om concreet hulp te bieden aan diegenen die hieraan lijden of geleden hebben. Dit is naar mijn mening belangrijk voor de slachtoffers en hun gezinnen. Wat de toekomst van het Asbestfonds betreft, moet het eerst alle nodige zaken behandelen. Er zijn zeker en vast asbetsslachtoffers die zich nog niet gemeld hebben, vaak omdat ze het bestaan van het Asbestfonds niet kennen - ik denk hier vooral aan de zelfstandigen. Ik kan die personen alleen maar aanmoedigen om hun rechten te doen gelden. Tot slot wil ik ook dat men de mogelijkheid bestudeert om andere ziekten te erkennen die voortvloeien uit een contact met asbest. Maar dat kan alleen gebeuren op basis van epidemiologische elementen en doorgedreven statistieken en uiteraard in overleg met het Beheerscomité van het Asbestfonds."



bron en website
Guido Van Liefferinge
Over mediaconcentratie en de VRM. Open brief aan Apache
Edited: 201203271311
27 maart 2012 @ 13:11
Ik kijk met belangstelling uit naar de volgende afleveringen van dit dossier dat geen dag te vroeg komt. Dit inleidend stuk schetst de contouren waar binnen de Vlaamse Regulator voor de Media (VRM) werkt en legt al meteen de pijnpunten bloot. De VRM houdt hoofdzakelijk economische maatstaven naar dominantie in het oog , Niet dat die niet medebepalend zouden zijn voor de mediaconcentratie in Vlaanderen die trouwens ook op dat vlak groot is .Het feit dat zo’n doorgedreven concentrate zou nodig zijn om onze mediahuizen te laten overleven is een doekje voor het bloeden. Immers, aanvankelijk heeft de taalbarriere er mogelijke buitenlandse investeerders van weerhouden om hier krantenbedrijven op te kopen. Intussen heeft de internationalisering en globalisering van wat men “de media ” is gaan noemen waarvan de printmedia/pers integraal deel is gaan uitmaken, ervoor gezorgd dat ze vroeg of laat volledig in buitenlandse handen kunnen komen . Dat geldt trouwens al voor een aantal, w.o. Sanoma en Telenet. Aan de wetgever om daar wat aan te doen indien hij dat noodzakelijk acht .
Belengrijker lijkt mij dat de VRM in zijn onderzoek een onderscheidt tussen 1. Mediabedrijven die hoofdzakelijk of alleen maar met entertainment bezig of het doorgeefluik ervan (vb. Alfacam, Belgacom, Mobistar, Telenet) ; 2. Persbedriiven die deel uitmaken van een mediabedrijf en welk aandeel ze daarbinnen hebben. Nog niet zo heel lang geleden was een mediabedrijf een
persbedrijf dat dan nog hoofdzakelijk een printmedium was ( kranten, tijdschriften, huis-aan-huisbladen) met bovendien een specifieke journalistieke opdracht als Vierde Macht en garant van de vrijheden en waarden van de democratische rechtstaat. Met de invoering van het allesomvattend begrip “de media” is deze opdracht steeds meer naar de achtergrond verdwenen of zelfs helemaal ondergesneeuwd geraakt. De nieuwe media tycoons zijn obsessioneel bezig met geld en macht en daarin is steeds minder plaats voor onafhankelijke en kritische journalistiek die bovendien hun belangen kan schaden, en op de koop toe handenvol geld kost.
Indien de VRM zijn onderzoek hierop zou toespitsen, wat eigenlijk haar core business zou moeten zijn te meer niemand en zeker niet zijn opdrachtgever de essentiele taak van de pers als Vierde Macht in een democratische rechtsstaat in vraag durft te stelllen ( dat komt misschien nog wel als geld en macht alles dicteert ) , zou het resultaat op zijn zachtst uitgedrukt schokkend zijn vanuit dat oogpunt. De overdreven mediaconcentratie heeft ervoor gezorgd dat de pers een hond is die misschien nog wel mag blaffen maar al lang niet meer kan bijten, laat staan de waakhond zijn waarvoor hij werd opgeleid. Dat vertaalt zich in gemuilkorfde hoofdredacties en redacties waar integriteit en de onafhankelijkheid zijn opgeheven, , zelfcensuur en zelfpromotie schering en inslag zijn uit puur lijfbehoud, de omerta heerst , waar journalisten God en Klein Pierke aan het kruis mogen nagelen vaak op basis van leugens en halve waarheden, bedenkelijke anonieme getuigenissen , zelfs leugens en pure verzinsels . En waar hoofdredacteuren en journalisten spastische stuiptrekkingen krijgen als ze met terechte en verantwoorde mediakritiek te maken krijgen die zelden of nooit hun kolommen haalt tenzij ze er niet langer onderuit kunnen ( zoals bv. tijdens de recente busramp in Zwitserland).
Het is de hoogste tijd dat de VRM daar eens werk van maakt. Want al hebben we geen Vlaamse Berlusconi ( de economische benadering) we hebben wel een Vlaamse Murdoch ( de journalistieke benadering), en al hebben de excessen op dat vlak in Vlaanderen gelukkig nog de schandelijke en zelfs criminele proporties niet bereikt zoals in het wereldrijk van de machtigste man van de wereld Rupert Murdoch, de VRM ( en alle professionele betrokkenen) doet er beter aan het te voorkomen dan het te
moeten genezen. Ik raad hen overigens aan de soap over de wandaden van Murdoch en zijn kornuiten te volgen via de dagelijkse Media Guardian Briefing (info@mail.guardian.co.uk), gratis en voor niks. The Guardian is overigens de Britse kwaliteitskrant die zich meer dan 10 jaar lang vastbeet in de wansmakelijke journalistieke praktijken van de Murdoch-tabloids News of the World (intussen opgedoekt ) en The Sun en die uiteindelijk voor zijn uitstekende en volgehouden onderzoeksjournalistiek beloond werd en daarmee het nut en de noodzaak van de pers als Vierde Macht in een democratische rechtsstaat op meesterlijke wijze geillustreerd heeft.

lees meer
DE REU P.
Kopen en verkopen van vastgoed (1795 tot heden). Zoekwijzers 38
Edited: 20120012
pdf-file onder dit nummer; bestaat ook als uitgave en kost bij het Rijksarchief 5 EUR. Wie een huis of perceel grond aankoopt of verkoopt, laat vele sporen na in de talrijke documenten van notaris en belastingambtenaar. Voor wie door het archiefbos de bomen niet meer ziet: een nieuwe zoekwijzer giet de uitgebreide zoektocht nu in een handzaam schema.
Notariaat, registratie en domeinen, hypotheekbewaring of kadaster: het zijn stoffige termen die weinig tot de verbeelding spreken. Daarom ook zijn de archiefreeksen die in deze diensten worden aangemaakt amper gekend en laten onderzoekers ze al te vaak links liggen. Nochtans leveren deze archieven voor de sociaal-economische geschiedschrijving een goudmijn aan gegevens over vastgoed en vastgoedeigenaars op. Vrijwel elk Belgisch gezin komt hierin voor (periode 1795 tot heden). De notaris maakt immers een vastgoedtransactie in een akte officieel en rekent hiervoor administratieve kosten aan. Hij is tevens degene die concrete gegevens over de verkoop en de partijen doorgeeft aan de ambtenaren van lokale belastingkantoren, want de fiscus krijgt steeds een deel van de koek. De ontvanger van de registratie en de hypotheekbewaarder halen uit al die gegevens fiscale en burgerrechtelijke inlichtingen; het kadaster brengt alle veranderingen in kaart. Dit geheel van ‘patrimoniale informatie’ vindt uiteindelijk zijn weg naar het Rijksarchief en kan door elke leeszaalbezoeker worden geraadpleegd. De patrimoniale gegevens zijn onmisbaar bij de studie naar lokale bezitsstructuren, huizenonderzoek, vermogensonderzoek, bedrijfsgeschiedenis, familiegeschiedenis, enz. De recent verschenen zoekwijzer ‘Kopen en verkopen van vastgoed (1795 tot heden)’ brengt de relevante bronnen in kaart en schetst de gebruikswaarde van de talrijke archiefdocumenten. Naast een bondige opsomming van de troeven en beperkingen van de voornaamste archiefdocumenten worden concrete aanknooppunten aangereikt. Heeft de onderzoeker genoeg aan de naam van een (voormalige) eigenaar of moet hij ook het perceelnummer kennen? Waar kan hij deze basisgegevens terugvinden? De zoekwijzer ‘Kopen en verkopen’ maakt het mogelijk om een individuele opzoeking (eigenaarsgeschiedenis van een huis, eigendomsgeschiedenis van een persoon) of een geïntegreerde studie naar vastgoedrelaties tot een goed einde te brengen.

ARCO
Historiek ARCO-groep ACW
Edited: 201112310961
Historiek

Onze organisatie is voortdurend in beweging. Hieronder de belangrijkste mijlpalen in onze geschiedenis.

2011::

Arcofin CVBA, Arcopar CVBA, Arcoplus CVBA en Arcosyn CVBA worden in vereffening gesteld.
2008 ::
Groep ARCO (voornamelijk ARCOPAR) brengt haar participatie in Elia NV op 10 %.
2007 ::
Groep ARCO neemt deel aan de oprichting van het door GIMV en Dexia beheerde infrastructuurfonds 'DG Infra'.

Groep ARCO richt samen met Dexia, Gemeentelijke Holding en GVA 'Dexia Immorent' op. Deze vennootschap biedt vernieuwende oplossingen voor het beheer van het vastgoedpatrimonium van de lokale besturen en de sociale sector.

Groep ARCO verhoogt haar participatie in Retail Estates tot 6,98 %.

Als maatschappelijke investering neemt ARCOPAR een participatie van 8,43 % in de grootste Vlaamse Erkende Kredietmaatschappij 'Sint-Jozefskredietmaatschappij'.
2006 ::
Groep ARCO verwerft meer dan 5% van transmissienetbeheerder Elia NV.

Groep ARCO (voornamelijk ARCOFIN) volgt integraal de kapitaalsverhoging van Dexia NV ter financiering van de overname van de Turkse Denizbanken en brengt haar participatie eind 2006 op 17,66 %.

ARCOPAR zorgt mee voor de voorfinanciering van de Antwerpse sociale economieprojecten via de oprichting van cvba De Schoring.
2005 ::
Groep ARCO breidt haar investeringen in de energiesector drastisch uit door haar intekening op de beursintroductie van Elia, de beheerder van het Belgische hoogspanningsnet voor elektriciteit en door haar deelname samen met Aspiravi en Hefboom in het windenergieproject Gislom.

In het kader van haar maatschappelijke investeringen verhoogt ARCOPAR haar participatie in apothekergroep De Lindeboom NV en in sociale economiefinancier Hefboom cvba. Daarnaast start ARCOPAR met 3 Brusselse sociale verhuurkantoren de cvba Livingstones.
2004 ::
ARCOPAR voorziet in haar statuten de vorming van een bonusreserve. De aandeelhouders die reeds aandeelhouder waren vóór de Dexia-operatie, zullen bij hun uittreding recht hebben op een proportioneel deel van deze nog te vormen bonusreserve.

ARCOPAR en AUXIPAR verwerven samen een belangrijke minderheidsparticipatie in de vastgoedbevak Home Invest NV, een beleggingsfonds dat nagenoeg uitsluitend investeert in residentieel vastgoed (appartementen, woningen en bejaardentehuizen) in de Brusselse regio.
2003 ::
ARCOPAR keert aan haar aandeelhouders die reeds aandeelhouder waren vóór de Dexia-operatie, voor het eerst een bonusdividend uit. Door de inbreng van haar bank- en verzekeringsactiviteiten in Dexia NV zijn de resultaten van ARCOPAR immers verbeterd.

ARCOPAR en AUXIPAR verwerven samen een belangrijke minderheidsparticipatie in de vastgoedbevak Retail Estates NV, een vennootschap die rechtstreeks investeert in perifeer winkelvastgoed gelegen aan de rand van woonkernen of langs invalswegen naar stedelijke centra.
2001 ::
Groep ARCO brengt een belangrijke wijziging aan in haar portefeuille: ARCOFIN brengt haar aandelen Artesia Banking Corporation (waartoe BACOB Bank en DVV behoort) in de groep Dexia in, in ruil voor nieuw gecreëerde aandelen van Dexia. Groep ARCO verwerft zo 15,3 % van Dexia NV.
1999 ::
In dat jaar wordt gestart met de vorming van de internationale financiëledienstengroep Artesia Banking Corporation, waarin de diverse bank- en verzekeringsentiteiten van de groep worden ondergebracht.
1997 ::
Groep ARCO verstevigt substantieel haar financiële structuur om de realisatie van een gefaseerde overname van de zakenbank Paribas (België en Nederland) door BACOB mogelijk te maken.
1990 ::
De structuur van de groep wordt hertekend. De 28 verbondelijke coöperatieve vennootschappen worden gefusioneerd. Coöperanten gaan daardoor rechtstreeks participeren in de centrale coöperatieve financieringsmaatschappij ARCOPAR CV.

Het L.V.C.C. wordt omgevormd tot ARCOFIN CV, de participatie-maatschappij van de groep die haar activiteiten toespitst op de financiële sector.

De bestaande investeringsmaatschappij AUXIPAR NV wordt geherdynamiseerd als investeringsmaatschappij met belangen in de handels- en dienstensector.

De geherstructureerde groep krijgt de nieuwe naam "Groep ARCO".
1983 ::
Het KB nr. 15 van 8 maart 1982 (wet Monory-Declercq) geeft aanleiding tot de oprichting van de beleggingsmaatschappij Coplus (voorloper van het het huidige ARCOPLUS).
1978 ::
Oprichting van de verbruikersadviesdienst. Consumenten kunnen er terecht voor gratis juridisch advies.
1974 ::
Oprichting van de participatiemaatschappij AUXIPAR NV.
1972 ::
Op de Algemene Vergadering wordt gekozen voor een nadrukkelijk beleid ter bevordering van de consumentenbelangen.
1960 ::
Dankzij de expansie van deze bedrijven neemt de vraag naar kapitaal toe. Het instapbedrag van de coöperatieve aandelen wordt stapsgewijs verhoogd van 500 BEF in 1967 naar 2500 BEF in 1983. Later komen er nog aanpassingen naar 3000 BEF (1987) en 5000 BEF (1991).
1945 ::
L.V.C.C. wordt samen met de verbondelijke coöperatieve vennootschappen opgenomen bij de deelorganisaties van het ACW. Ze krijgt de coöperatieve organisatie en propaganda als opdracht. Ze bouwt een eigen secretariaat uit en pakt systematisch het aantrekken van coöperanten aan. L.V.C.C. neemt in de daarop volgende jaren participaties in verschillende bedrijven uit de uitgeverij-, de drukkerij-, de huisvestings- en de reissector.
1935 ::
Oprichting van het Landelijk Verbond van Christelijke Coöperaties (L.V.C.C.). als groepering van verbondelijke coöperatieve vennootschappen. L.V.C.C. wordt nadien aandeelhouder van Welvaart, de uitbatingscentrale van coöperatieve winkels; van BAC-Centrale Depositokas en Antwerpse Volksspaarkas voor de spaarafdelingen; van De Volksverzekering, de centrale voor het verzekeren van risico's van arbeidersgezinnen.

aanverwante studies
Apache
Biografieën van 75 Vlaamse hoofdredacteuren (status eind 2011)
Edited: 201110311261
Vander Taelen Luckas
Brussel! De tijdbom tikt verder
Edited: 201109280856
Auteur: Luckas Vander Taelen
Categorie: Mens & maatschappij
Pagina's: 216
Afwerking: paperback
ISBN: 9789089241993
Publicatiedatum: 28/09/2011
Formaat: 14 x 22
Verkoopprijs: € 18,95
Status: Uitverkocht
Van de achterflap:
Brussel is een tijdbom. In deze geactualiseerde versie van Berichten uit Brussel gaat Luckas Vander Taelen verder met zijn analyse van zijn stad. Hij wijst vooral op de problemen als gevolg van de demografische explosie, die nog zal toenemen. Nu al zijn delen van de stad onleefbaar: bedrijven trekken er weg, vrouwen kunnen ’s avonds niet meer over straat, homo’s krijgen steeds meer met agressie te maken… Sommige wijken zijn heuse no go areas geworden. En de oude politieke krokodillen kijken verlamd toe.
Er moet dringend iets gebeuren, want de huidige structuur van Brussel, met zijn 19 gemeenten en zijn loodzware bureaucratie, is niet aangepast aan de uitdagingen van deze eeuw. Een inspirerende toekomstvisie voor het multiculturele Brussel ontbreekt.
De auteur pleit voor een grootstedelijk gewest met één krachtig bestuurscollege. Vlaanderen verwijt hij dan weer onvoldoende in te zien hoezeer de problemen van de hoofdstad onvermijdelijk ook grote gevolgen hebben voor de zeer brede rand van Brussel. ‘Vanuit een goed begrepen eigenbelang zou het moeten duidelijk zijn dat de welvaart van Vlaanderen niets te winnen heeft met miserie en chaos in Brussel. Een bloeiende metropool biedt Vlaanderen meer kansen dan een bloedende grootstad. Wie nu zijn ogen sluit bezondigt zich aan schuldig verzuim. De feiten zijn gekend. We zullen later niet kunnen zeggen dat we het niet geweten hebben.’
14 mei 2011: IMF-baas Dominique Strauss-Kahn (DSK) aangehouden in New York wegens seksuele agressie t.a.v. kamermeisje
Edited: 201105141261
Dit nieuws slaat in als een bom. DSK is de gedoodverfde kandidaat van de Franse Parti Socialiste voor het presidentschap. De "affaire DSK" neemt een start.
Elementen:
2003: aanranding journaliste Tristane Banon (later niet bewezen geacht);
november 2007: benoemd tot PDG van IMF in Washington;
januari 2008: IMF-medewerkster Piroska Nagy lastig gevallen;
13 mei 2011: zonder duidelijke reden maakt DSK een tussenstop in NY;
14 mei 2011: aanranding kamermeisje in Sofitel;
19 mei 2011: vrij op borg van 750.000 US$;
start van een campagne tegen het aangerande kamermeisje, Nafissatou Diallo;
28 augustus 2011: "non lieu" en vrijlating.

Op de achtergrond van de affaire DSK speelt de affaire Polanski een rol, en wellicht verklaart dit de detentie.

Het rechtstreekse gevolg van de affaire DSK was de kandidatuur van François Hollande voor de verkiezingen van 2012.

Een groot aantal getuigenissen wijzen op "une complicité tacite" tussen pers en politiek. Een methode is de "lunch off": tijdens een maaltijd vertelt een politicus allerlei zaken waarover de pers niet wordt geacht te berichten (off the record). Wie deze afspraak negeert, wordt uit de "cercle des intimes" verwijderd. De politicus houdt daardoor de touwtjes in handen en de journalist geeft een deel van zijn waakhondfunctie uit handen. De berichtgeving wordt in die context genegocieerd, verhandeld.


zie ook Sexus Politicus
Koen Broucke, Kevin De Belder, Norbert Poulain, Koen Verstraeten
JAN COCKX, Een vrolijke kabouter die tragisch eindigt
Edited: 201010150906
Jan Cockx was een belangrijke pionier van de avantgarde in Antwerpen. Hij was een vriend van Paul Van Ostaijen, Floris en Oscar Jespers, Paul Joosten, Michel Seuphor en Prosper De Troyer. Tijdens het interbellum was hij een vaste waarde op de Belgische kunstscène, zowel als schilder als als keramist. Na de Tweede Wereldoorlog raakte hij wat op het achterplan. Bijna 35 jaar geleden werd hij vermoord in zijn atelier in Boechout. De moord heeft de perceptie van de kunstenaar vertroebeld. Tot op vandaag blijft de moord onopgehelderd. Hijj werd gepleegd op een lafhartige manier. De moordenaar benaderde Cockx ongemerkt op een zomeravond en schoot hem door het hoofd en door de ogen. De kunstenaar was doof en zat aan de keukentafel. Hij bladerde in een kunstboek. Geen motief. Geen moordwapen. Geen dader. Dit boek is de eerste monografie die volledig wordt gewijd aan Jan Cockx. Het materiaal is divers en summier. Er zijn slechts een handvol brieven bewaard gebleven. De nalatenschap is onvindbaar. Het gerechtelijk dossier spoorloos. En ondertussen zijn vele getuigen en vrienden overleden. Alle controleerbare feiten staan opgelijst in een chronologische biografie op het einde van dit boek. Koen Broucke en Kevin De Belder belichten in een uitvoerige bijdrage leven en werk van de kunstenaar. Norbert Poulain schreef een stuk over de keramiek van Jan Cockx. Voor vele liefhebbers was en blijft keramiek het belangrijkste aspect van zijn werk. In een apart artikel sprokkelt journalist Koen Verstraeten de verschillende feiten en geruchten uit publicaties van toen, bij elkaar.

ISBN: 978-90-5349-372-4
Publicatiedatum: okt 2010
Pagina's: 96
Illustraties: 55
Afmetingen: 17 x 24 cm


Transport inside Belgium - Free Transport FR-NL-DE 10 euro Other countries will be charged with transport fees - to know the fees please contact anne@snoeckpublishers.be



Softcover
€16,00
Vander Taelen Luckas
Berichten uit Brussel - Leven in de hoofdstad
Edited: 201009160855

Categorie: Mens & maatschappij
Pagina's: 136
Afwerking: paperback
ISBN: 9789089241436
Publicatiedatum: 16/09/2010
Formaat: 13 x 21
Verkoopprijs: € 14,50
Status: Uitverkocht
De toekomst van onze hoofdstad
Ik woon vlakbij een buurt in Vorst die je zelfs met de meest multiculturele vooringenomenheid niet anders dan als getto kunt omschrijven. Ik fiets er elke dag door en beleef steeds een ander avontuur. Dubbelgeparkeerde auto’s, chauffeurs die een kruispunt blokkeren om met elkaar te praten, rondhangende jongeren die je bekijken alsof je op hun privédomein komt.
Probeer vooral niets te zeggen als je weer eens bijna omver gereden wordt: de laatste keer dat ik dit toch deed, werd ik de huid vol gescholden door een omstander van geen zestien jaar, die zijn beledigende tirade afsloot met de boodschap: ‘Nique ta mère!’ Dat was minder erg dan de vorige keer toen een andere jonge Maghrebijnse chauffeur zich door mijn gedrag beledigd voelde: ik had het aangedurfd mijn voorrang te nemen. Zijn eer was dusdanig gekrenkt dat hij dit blijkbaar enkel kon rechtzetten door me in het gezicht te spuwen.
In oktober 2009 schreef GROEN!-politicus Luckas Vander Taelen in De Standaard een column over de problemen waarmee hij in zijn Brusselse buurt geconfronteerd werd. Deze lokte felle reacties uit, omdat kritische bedenkingen over veiligheid en multiculturaliteit veeleer met extreemrechts geassocieerd worden.
In dit boek combineert Vander Taelen teksten over dit thema met het verhaal van zijn politiek engagement in Brussel en met bedenkingen bij de toekomst van de enige grootstad die dit land rijk is.
wiki
Res Publica (denkgroep en debatkring) opgericht in 2009
Edited: 200912310928
Res Publica is een Vlaamse denkgroep van politici, academici, intellectuelen en opiniemakers, opgericht in 2009, die ijveren voor Vlaamse onafhankelijkheid, los van de Belgische context.

De groep sluit aan bij andere Vlaamsgezinde denktanks zoals Pro Flandria en de Gravensteengroep, maar onderhoudt ook contacten met de drie zogenaamde "V-partijen": (Nieuw-Vlaamse Alliantie, Vlaams Belang en Lijst Dedecker). Politici van deze drie formaties zijn lid.

Kernleden van de groep zijn onder meer: filosoof Ludo Abicht, publicist Brecht Arnaert, sociaal-activist Julien Borremans, LDD-politicus Boudewijn Bouckaert, Pro Flandria-voorzitter Guy Celen, journalist Frans Crols, filosoof Koenraad Elst, journalist Mark Grammens, N-VA-politicus Jan Jambon, filosoof-publicist Johan Sanctorum, jurist Matthias Storme, linksflamingant Jef Turf en VB-politicus Bruno Valkeniers.

Toen ACV-vakbondsvoorzitter Luc Cortebeeck , in de aanloop van de Belgische federale verkiezingen van 13 juni 2010, advies gaf om niet op "Vlaamse zweeppartijen" te stemmen, publiceerde de groep een open protestbrief, mede ondertekend door onder anderen filmregisseur Jan Verheyen en filosoof Etienne Vermeersch.

Sinds augustus 2011 is in de schoot van de denkgroep ook een debatkring opgericht met dezelfde naam. Deze ijvert voor een open debatcultuur, in de context van het Vlaamse onafhankelijkheidsstreven. De kring opende op 29 september 2011 met een geanimeerd debat over "de Islam in Vlaanderen", waarin o.m. Filip Dewinter (Vlaams Belang) en Abu Imran (Sharia4Belgium) tegenover elkaar stonden.
src= wiki (geconsulteerd op 20160319)
VERMEERSCH Etienne in De Standaard
Is dat nu een mens? Etienne Vermeersch vertelt waarom u De welwillenden van Littell moet lezen.
Edited: 200811140722
14 NOVEMBER 2008 | Etienne Vermeersch

Toen ik enkele jaren geleden, om even te bekomen na mijn eerste infarct, besloot eindelijk Célines Voyage au bout de la nuit te lezen, meende ik op het vlak van cynische literatuur het nec plus ultra gevonden te hebben. Maar Jonathan Littell heeft in Les bienveillantes nog enkele registers meer dan Céline. Desondanks, of misschien juist daarom, greep het boek me naar de keel. Bijna dwangmatig las ik door tot de 'welwillende' wraakgodinnen in de laatste zin opdoemen.

Dit is geen werk dat ik aan iedereen zou aanraden; maar wie 894 bladzijden lang het oostfront en de Shoah meebeleeft met een volstrekt cynische figuur die zowel kille waarnemer als mededader is, houdt er iets aan over. Men begint zich bang af te vragen: is dat nu een mens? Is dat misschien de mens? Volstaan fanatisme, ambitie, koele berekening en een welbepaalde context om extreme wreedaardigheid bij daders, en mateloos lijden bij slachtoffers tot een alledaags fait divers te herleiden?

De hoofdfiguur, Max Aue, tegelijk de verteller, is een hoge SS-officier die de gebeurtenissen tijdens de oorlog vanuit een bevoorrechte positie kan volgen. Met zijn scherpe intelligentie doorgrondt hij mensen en situaties. De afwezigheid van enig moreel aanvoelen of medelijden laat hem toe afgrijselijke gebeurtenissen op een afstandelijke wijze te beschrijven.

Een historicus die een zo neutraal en indringend verslag van de massamoord op de Joden van Kiev zou brengen, loopt het gevaar van gevoelskilte verdacht te worden. Maar hier kan dat, want het boek is een roman. Tegenover de 'objectiviteit' in zijn beschrijving van de gruwelen staat dat Max Aue zelf een getormenteerde figuur is, met een complex incestueus en homoseksueel driftleven.

Roman en geschiedenis

Het verhaal van die fascinerende en afstotende man wordt gekaderd binnen een vloed van feitelijke gegevens, waarvan sommige zeker historisch juist zijn. Himmler, Speer, Eichmann, Kaltenbrunner, Höss, Heydrich, Frank, Mengele… ze worden overtuigend gekarakteriseerd en je krijgt de indruk dat ook andere feiten en figuren authentiek zijn; maar waar ligt de grens tussen roman en geschiedenis?

Ergens in het boek zegt Aue dat Degrelle in de buurt is en dat hij die graag zou ontmoeten, 'want voor de oorlog heb ik Brasillach met veel lof over hem horen spreken'. Fictie? Het toeval wil dat ik dertig jaar geleden bij een bouquiniste aan de Seine een brochure van Robert Brasillach gekocht heb waarin die de loftrompet over Degrelle stak.

Brasillach kan voor Littell geen onbekende zijn: hij heeft immers de oorlog en de collaboratie bestudeerd, maar hoe kent hij diens bijzondere relatie met Degrelle?

Niet alleen op het historisch vlak zijn er voortdurend flitsen van verrassing en herkenning. Van Guillaume d'Aquitaine ('ferai un vers de dreyt nien'), over Philippe de Champaigne naar Schoenberg: de hele westerse cultuur komt aan bod. Soms kan dat gratuit lijken, maar nu en dan boort dit kernproblemen aan.

Ondanks zijn cynische houding tegenover de Shoah ontfermt Aue zich over een Joodse jongen die meesterlijk Couperin vertolkt; hij laat zelfs uit Parijs partituren voor hem overkomen. Men heeft het raadselachtig gevonden dat kampcommandanten 's middags gevangenen mishandelden en 's avonds ontroerd naar Beethovens Mondscheinsonate luisterden. Littell komt dicht bij een verklaring hiervoor.

Hoe de talloze historische en culturele verwijzingen overkomen op iemand die op dat vlak weinig of geen voorkennis heeft, valt natuurlijk moeilijk in te schatten. Maar niemand kan ontkomen aan de bekoring die uitgaat van Littells superieure beheersing van de Franse taal, al geeft de Amerikaanse achtergrond van de auteur er misschien een bijzondere tonaliteit aan.

Mijn lectuur werd vooral voortgestuwd door de stijgende aandrang tot begrijpen van het onbegrijpelijke: dat een man zonder mededogen, die geboeid wordt door cultuur en schoonheid, eigenlijk vindt dat de mens alleen zijn basisdrijfveren moet bevredigen: ademen, eten, drinken, zich ontlasten, maar toch ook… streven naar waarheid!
JANSSENS Paul Prof. Dr
Professor Paul Janssens over prinsen, markiezen en baronnendoor Danny Vileyn © Brussel Deze WeekBrussel07:00 - 28/06/2008
Edited: 200800000901
Ze heten conservatief, francofoon en koningsgezind te zijn, en verdedigers van de traditionele gezinswaarden, maar het meest bijzondere kenmerk van de adel is het vermogen om zich aan te passen. Een gesprek met de historicus Paul Janssens aan de vooravond van de Ommegang - waarin traditioneel edellieden opstappen - en de nationale feestdag van 21 juli, die al even traditioneel voorafgegaan wordt door het toekennen van adellijke titels.

Professor Paul Janssens houdt kantoor in een piepklein kamertje van het Ehsal Research Center, het pand tegenover de hoofdzetel van de Ehsal aan de Stormstraat 2, een van de campussen van de nieuwe HUB, de Hogeschool-Universiteit Brussel. Paul Janssens doceert economische geschiedenis en is gespecialiseerd in fiscale geschiedenis, maar ook de geschiedenis van de adel kent hij op zijn duimpje.



Zelfs de lap grond waarop de campus van de Ehsal gebouwd is, heeft een adellijk verleden - dat moet Janssens erg bevallen. "Halverwege de zeventiende eeuw, toen de Nieuwstraat nog een aristocratische straat was, kocht de markies de Berghes - de markiezen van Bergen op Zoom hadden hun naam verfranst - een aantal huizen op de grond waar nu de campus van de Ehsal is. De adel deed toen wat de banken nu doen: huizen kopen, ze platgooien en er een ander soort pand op bouwen. (Janssens doelt op de KBC, die tegenover de Ehsal panden platgooide voor een bankgebouw, DV.) Ze bouwden er een prachtig hôtel de maître, dat ze bewoond hebben tot aan de Franse Revolutie. Dan is er een cercle littéraire in getrokken, waar de leden onder andere de grote Europese kranten kon lezen, en in de negentiende eeuw kreeg het pand een commercië­le bestemming. Toen de Ehsal hier een paar decennia geleden bouwde, was het pand volledig uitgewoond."



Wij vatten de adel van vandaag voor u samen in tien stellingen.



Belgische adel is Brussels gekleurd

"Het is een merkwaardig fenomeen," legt Paul Janssens uit, "maar er bestaat wel degelijk een Brusselse adel, zeker als we 'omvang' als criterium nemen."



Terwijl in het hoofdstedelijk gewest 'maar' tien procent van de Belgische bevolking woont, heeft zowat 33 procent van de adel er zijn vaste stek. In Wallonië woont veertig procent van de adel en in Vlaanderen - met zestig procent van de bevolking - maar twintig tot 25 procent. Janssens' hypothese is dat de adel in de jaren dertig van de vorige eeuw, toen met de taalwetgeving duidelijk werd dat België geen tweetalig land zou worden (de Walen hadden dat afgewezen), een deel van de Vlaamse adel (die zoals in heel Europa Franstalig was) naar Brussel, het enige tweetalige gebied, is verhuisd.



Jongere edelen zijn meertalig

Eeuwenlang waren de Vlaamse, de Brusselse en de Waalse adel Franstalig. Al wie in de achttiende eeuw in Vlaanderen macht, aanzien en geld had, was Franstalig, dus ook de adel. Dat was het gevolg van een geslaagde Europese taal- en cultuurpolitiek van Lodewijk XIV. "Maar de jongere generaties, de mensen onder de vijftig, hebben begrepen dat de spelverdeling in dit land veranderd is. Ze zijn goed tweetalig, zelfs meertalig. Vaak hebben ze tijdens hun middelbareschooltijd op internaat gezeten in Vlaanderen en hebben ze nadien ook in het buitenland gestudeerd."



Figuren zoals de 75-jarige (niet-benoemde) burgemeester van de faciliteitengemeente Wezembeek-Oppem, François van Hoobrouck d'Aspre (MR), hebben volgens Janssens afgedaan. Ondertussen spreken de meeste edelen in Vlaanderen Nederlands, ook de in ongenade gevallen oom van prinses Mathilde, de mediagenieke Henri d'Udekem d'Acoz, die met een sappig West-Vlaams accent spreekt.



De adel is niet eeuwig

"Het is een wijdverbreid misverstand dat mensen met blauw bloed sinds de kruistochten één grote familie vormen en onder elkaar huwen," zegt Paul Janssens. De meerderheid van de adellijke families is niet ouder dan België zelf, en de samenstelling verandert voortdurend. Families behoren gemiddeld vijf tot zes generaties - of twee eeuwen - tot de adellijke stand. Omdat het adellijk statuut, net als de naam, doorgegeven wordt in mannelijke lijn, houdt het ook op als er geen mannelijke nakomelingen meer zijn. De familie de Merode behoort samen met de Croÿ, de la Faille en de Kerckhove tot de oudste adellijke families van het land en ze zijn ook goed vertegenwoordigd in de hoofdstad. De prinsen de Croÿ behoren al tot de adel sinds de vijftiende eeuw, de prinsen de Merode zelfs iets langer.



Anciënniteit is het belangrijkst

"Hoezeer edellieden ook gehecht zijn aan hun titel, de adellijke anciënniteit vinden ze nog belangrijker," vertelt Janssens.



De 'echte' titels, die voor de Franse Revolutie van 1789 toegekend werden, waren gevestigd op het familiepatrimonium. De oudste titel in ons land is die van graaf van Chimay, een stadje tegen de Franse grens en welbekend voor het bier, en hij dateert uit 1473 - het was Jean de Croÿ die de titel droeg. Deze grondgebonden adellijke titels (die na het overlijden van de vader op de oudste zoon overgingen) dienden om het fami­liaal patrimonium van de grootgrondbezitters te beschermen. Jean de Croÿ bezat de heerlijkheid Chimay en een paar heerlijkheden eromheen die samen het nieuwe graafschap vormden. "Maar de adellijke titulatuur is enorm complex, en in sommige families gaat de titel over op alle kinderen. Vandaar dat België honderden prinsen de Merode en de Croÿ telt," licht Janssens toe.



Meeste edellieden zijn titelloos

Veruit de meeste edellieden moeten het zonder titel stellen. Samen met het grootgrondbezit (de heerlijkheden) had de Franse Revolutie ook de adel afgeschaft. Na het verdwijnen van Napoleon in 1815 herstelde koning Willem I de adel in onze gewesten. Er kwam geen collectieve genoegdoening, maar edelen konden wel individueel een aanvraag indienen. Maar omdat het grootgrondbezit afgeschaft was, werd de titel niet langer aan het patrimonium gelinkt, maar aan de naam. België telt zo'n 25.000 tot 30.000 edellieden, de meesten hebben geen titel.



Zo vader, zo zoon

"Eddy Merckx is eerst in de adelstand opgenomen en nadien baron geworden," legt Janssens uit. Een titel betekent meer prestige, je wordt in de hiërarchie opgenomen. Janssens herinnert aan de verschillende adellijke titels, van hoog naar laag: prins, hertog, markies, graaf, burggraaf, baron en ridder. De eerste drie worden niet toegekend en zijn dus het voorrecht van de oude adel. "De adellijke titels die nu nog toegekend worden, zijn niet erfelijk. Axel Merckx behoort wel tot de adel omdat zijn vader ertoe behoort, maar de titel van baron heeft hij niet. Ook zijn kinderen behoren tot de adel, maar alleen de zonen geven hem door."



Van de Wolstraat naar de Woluwes

Tot halverwege de negentiende eeuw woonde de Brusselse adel binnen de stadswallen, bijvoorbeeld in de Wolstraat en de Warande. Toen in 1860 de belastingen op de invoer van consumptiegoederen werd afgeschaft, kwam de bevolking van de randgemeenten volop tot ontwikkeling. De adel begon toen uit te zwermen, eerst naar de Leopoldswijk en de Wetstraat, later naar de Woluwes, Ukkel en Elsene.



"De edelen wonen vaak in dezelfde wijken of gemeenten." Dat is, legt Janssens uit, duidelijk te zien in het Carnet Mondain, de jaarlijkse adressenlijst waarin heel de beau monde, en dus het gros van de adel, terug te vinden is. "Voor de aristocratische woningen die in de Leo­poldswijk opgetrokken werden, golden strenge voorschriften. Het stratenplan van de wijk vormt een mooi dambord," legt Janssens uit. "Maar lang is de adel niet in de Leopoldswijk gebleven. Tussen 1800 en 1900 is de Brusselse bevolking vertienvoudigd, van 75.000 naar 750.000 inwoners." Na 1860 kwamen de eerste aristocraten in de Leopoldswijk wonen, in het interbellum verlieten ze de buurt alweer. De Leopoldswijk en de Wetstraat werden opgenomen in het stadsgewoel, en daar houdt de adel niet van. Destijds was de Wetstraat een opeenvolging van prestigieuze herenhuizen met koetspoorten. "De edellieden trokken richting Tervurenlaan, Ukkel en de Woluwes." Janssens wil van de gelegenheid gebruikmaken om het wijdverbreide misverstand recht te zetten als zou de Europese Unie verantwoordelijk zijn voor de teloorgang van het aristocratische karakter van de Leopoldswijk: "In de jaren 1930 was de adel er al weg en werden de panden door kantoren en banken ingenomen; de Wetstraat is van in 1958 een autosnelweg: geen omgeving waar mensen met geld en aanzien willen wonen."



Royalistisch, kerkelijk, conservatief

De adel heet kerkelijker te zijn dan de gemiddelde Belg. Maar dat is zeer moeilijk te meten, zegt Paul Janssens. Het aantal roepingen is een slecht criterium geworden, en of de adel vaker ter kerke gaat dan de gemiddelde Belg, is niet bekend.



Kerkelijkheid impliceert meestal een traditionele gezinsmoraal, maar ook binnen de adel is scheiden niet langer een taboe. Wel hebben ze meer kinderen dan de gemiddelde Belg, maar demografisch onderzoek toont aan dat ook de adel ondertussen aan geboorteplanning doet, wat twee generaties geleden volgens Janssens nog ondenkbaar was.



Dat de gehechtheid aan de monarchie groter is dan bij de rest van de bevolking, is volgens Janssens evident. In de huiskamers van prinsen en hertogen hangen niet zelden foto's waarop de koninklijke familie samen met hen te zien is. "De afstand tussen de koninklijke familie en de rest van de adel is kleiner geworden; koningin Astrid was de laatste van koninklijken huize."



Adel is politiek conservatief

In 1830 waren de meeste edellieden vóór de Belgische revolutie en tegen Willem I, zegt Janssens. Aanvankelijk vond je zowel binnen de katholieke als binnen de liberale partij adel. Tegen het einde van de negentiende eeuw, toen de eerste Schoolstrijd losbrak, schakelden de liberale edelen massaal over naar de katholieke partij. Het heeft geduurd tot het Schoolpact van 1958 (liberalen en socialisten waren ervan overtuigd dat dat pact het einde van de christen-democratie in zou luiden) voordat liberaalgezinden van binnen de christendemocratie, ten noorden é
TESSENS Lucas (MERS) in samenspraak met Jos FRANKEN
Slot Jaarverslag Onroerende Voorheffing 2006 - Een visie op outsourcing en PPS
Edited: 200703150909
De wereldbevolking produceert en kopieert al een tijdje meer digitale informatie in een jaar dan de hele mensheid voordien in haar bestaan deed. Vorig jaar was het 'digitale universum', zoals het studiebureau IDC dat noemt, 161 miljard gigabyte of 161 exabyte groot. Die hoeveelheid is te vergelijken met 3 miljoen keer de informatie in alle boeken die ooit geschreven zijn of het equivalent van 12 stapels boeken die elk de 150
miljoen kilometer tussen de aarde en de zon overbruggen. In 2010 zal de geproduceerde hoeveelheid digitale informatie 988 miljard gigabyte bedragen. Het vergt heel wat inventiviteit van particulieren, bedrijven en de informatica- en telecomindustrie om die groeiende massa digitale informatie in goede banen te leiden en te beheren.
(gelezen in De Tijd van 8 maart 2007)
Die cijfers hoeven geen schrik aan te jagen. De zandkorrels op het strand zijn eveneens ontelbaar. Alleen een gek begint te tellen. Waar we best wel bij stilstaan is het beheer, de selectie en het gebruik van een massa
informatie. Onze kinderen en kleinkinderen staan voor een uitdaging van formaat.
U zult zich afvragen: “Wat heeft dat te maken met Onroerende Voorheffing?” “Alles”, kan dan het antwoord zijn. In het artikel van De Tijd wordt aan de overheid geen rol toebedeeld als het op inventiviteit aankomt. Toch int de Vlaamse overheid sinds 1999, in samenwerking met haar partner CIPAL, de belasting op de onroerende goederen. Zij legde daarvoor een formidabele databank aan. Alle briefwisseling wordt digitaal verwerkt. De toegang tot de statistische informatie in de databank wordt verzekerd door een performant data warehouse. De belastingplichtige krijgt op een veilige manier via het internet zelfs directe toegang tot zijn eigen belastingdossier. De privacy van de gegevens is gegarandeerd. VLABEL realiseert reeds acht jaar lang datgene waar vele andere instanties (publieke of private) nu nog moeten aan beginnen.
Zit er een geheim achter het succes van VLABEL en de outsourcing? Toch wel, en we verklappen het omdat
een overheid die gezag wil uitstralen geen bedrijfsgeheimen hoeft te koesteren. De toverformule bestaat uit
drie componenten: visie, durf en dialoog. Visie wil zeggen verder zien dan wat vandaag waarneembaar is, durf
laat toe onbekende paden te betreden, dialoog betekent openheid en het delen van expertise tussen partners
die samen onderweg zijn. Dat alles was aanwezig.
Vanaf 1 mei 2007, dag van de arbeid, gaan personeelsleden van de OV over naar de Vlaamse overheid in het
kader van de zogenaamde ‘insourcing’. Zij mogen zichzelf, samen met hun ex-collega’s uit Aalst, van de ICTafdeling van CIPAL te Geel en de collega’s van VLABEL-Brussel, beschouwen als de pioniers van het uit te
bouwen Vlaams Fiscaal Platform. CIPAL blijft ook na 1 mei 2007 verantwoordelijk voor het ICT-gedeelte van
de OV-inningen.
België - Belgique - Belgium
2006: Asbestfonds opgericht door programmawet
Edited: 200612270948
Art. 113. Bij het Fonds voor de beroepsziekten, bedoeld bij de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970, wordt een "Schadeloosstellingfonds voor asbestslachtoffers» opgericht, hierna «het Asbestfonds" genoemd.
Het Asbestfonds heeft tot doel, onder de in dit hoofdstuk bepaalde voorwaarden, een vergoeding toe te kennen als schadeloosstelling voor de schade voortvloeiend uit een blootstelling aan asbest.

TESSENS Lucas
Woodstock 15 augustus 1969
Edited: 200612031489
En toen was er Woodstock. De puriteinse USA wisten niet wat hen overkwam. Het protest tegen de oorlog in Viëtnam (de schrille en schrijnende klanken uit de gitaar van Jimmy Hendrix) en dus het in vraag stellen van de premissen van de Koude Oorlog, de sexuele revolutie (het naaktzwemmen en het gebruik van de pil), het afwijzen van de overconsumptie, het onderhuids verlangen naar samenhorigheid (Need a little help from my friends, Beautiful People, ...), de verzoening tussen blank en zwart, het verwerpen van nationalisme en imperialisme, ... Alles is aanwezig in de smeltkroes van die gevaarlijke generatie die tot transatlantische verstandhouding komt. Het zijn enkele jaren waarin Europa zich in Amerika herkent, en vice versa. De beweging zal echter doodlopen op de perverse, want uitgelokte of - beter - geënsceneerde, oliecrisis van 1973 (*) en de economische crisis met torenhoge werkloosheid die er het gevolg van is. Hebt u er al eens bij stil gestaan dat in 1973 niet de oliesjeiks de lakens uitdeelden in de Arabische oliestaten maar dat het de Amerikaanse en Britse oliemaatschappijen waren. En bedenk eens het volgende: elke spanning die ontstaat of wordt opgewekt in het Midden-Oosten, en die automatisch de olieprijzen de hoogte indrijft, komt de Texaanse oliebaronnen ten goede. Omdat presidentsverkiezingen in de VS gewonnen worden mits de inzet van enorme geldmassa's in publiciteitscampagnes op TV, is het draineren van dollars naar deze of gene staat van kapitaal belang. De blijvende druk op de ketel van het Midden-Oosten garandeert met andere woorden het in stand houden van de republikeinse dominantie in de VS. Aldus heeft de controle over de geopolitieke spanning een rechtstreekse invloed op de binnenlandse VS-politiek.
(*) Over de oliecrisis van 1973 schreef Leonard Mosley in Grof Spel (1974) het volgende: "Het is veelbetekenend, dat terwijl het voornaamste doelwit van het Arabisch olieëmbargo de 'onvriendelijke' Verenigde Staten waren, geen van de Amerikaanse maatschappijen werd genationaliseerd en in Saoedi-Arabië, Koeweit, Aboe Dhabi, de Neutrale Zone, Bahrein en Oman bleven maatschappijen als Exxon, Gulf, Socal, Mobil en Getty haar enorme winsten maken uit de bedragen die de 'vriendelijke' Europese naties gedwongen werden te betalen voor olie uit het Midden-Oosten." (onze cursivering, pagina 465)

Op de knieën zal de generatie van 1968 moeten smeken om werk ... Enkel diegenen die in eer en geweten willen spreken over de periode vóór en na 1968 weten welke kentering er toen heeft plaats gegrepen: het bespreekbaar maken van eender welk onderwerp en het afwijzen van (vaak religieus geïnspireerde) taboes. Op sexueel vlak werd een doorbraak geforceerd en de brede emancipatie beloofde te leiden naar maatschappelijk aanvaarde volwassenheid. In die context was er ook plaats voor welbegrepen feminisme (The woman is the nigger of the world). Juist daarom is het doodjammer en schandalig dat vandaag (in 2005) de westerse maatschappij tenonder gaat in puberale excessen, uitgedragen door massamedia die het alleen te doen is om kijkcijfers en geldgewin.
Is het helemaal onbegrijpelijk dat de islam zo'n maatschappijmodel verwerpt en bestrijdt? Wat hebben de 'blanke honden' te bieden? En hoe diep zit niet de angst dat het afleggen van sluier en burka morgen overgaat in het omarmen van de holle 'cultuur' van de blote tieten en de wiegende konten? Zolang de westerse wereld geen fatsoen en geen eerlijke verdeling van de rijkdom kan bieden, zolang zal de oppositie van de harde kern aan de overzijde groeien.
Vlaanderen is ten prooi gevallen aan media-managers die openlijk het 'opleuken' van de persberichtgeving en zelfs van de informatieve programma's van de openbare omroep propageren. De strijd om de culturele ontvoogding is stil gevallen en in een scherpe U-bocht loopt nu het pad terug naar de onderdrukking die van alle tijden is. We amuseren ons kapot ... gehuld in onmondigheid.
TESSENS Lucas / MERS
onderzoek voor de Universiteit Gent: analyse archief kijk- en luistergeld
Edited: 200602022164
Professor Erik Dejonghe
Koning Boudewijnlaan 14
9840 De Pinte

A A N G E TE K E N D



Antwerpen, 2 februari 2006

Betreft: opdracht analyse archief kijk- en luistergeld

Professor,

Ingevolge de opdracht, waarvan u het detail in bijlage vindt, en die als volgt moet worden beschreven:


Aanlevering van de cijfers betreffende radio- en TV-bezit, geïdentificeerd als betalers/vrijgestelden van kijk- en/of luistergeld en betrokken uit analyses van de archieven van de Dienst Kijk- en Luistergeld.
De analyse dekt de gehele periode (tot 2001) waarin luistergeld, later ook kijkgeld, werd geïnd.

zend ik u hierbij (in opvolging van de e-mail die u reeds ontving) de analyse onder de vorm van een Excel-file bestaande uit drie werkbladen:
• de gevraagde cijfergegevens,
• de algemene verwerking tot een grafiek,
• de detailgrafiek betreffende Wereldoorlog II.
De Excel-file werd uitgeprint en bevindt zich eveneens op de bijgevoegde CD-Rom.





Aangezien de gevraagde cijfers naar onze mening beter tot hun recht komen in een bredere context, hebben wij - buiten opdracht - volgende cijfergegevens toegevoegd aan de reeksen: abonnees radiodistributie (1933-1992), particuliere huishoudens (1920-1939, volkstellingen 1947, 1960, 1970, 1980, 1991 en vervolgens de cijfers van het Rijksregister) en abonnees teledistributie (1970-2001).



Dit dossier werd door ons aangevuld met een bundel belangrijke bijlagen, hieronder summier beschreven.

Graag breng ik enkele zaken in herinnering:
- KLG = kijk- en luistergeld / redevance radio-télévision
- Noteer dat in 1931 het NIR/INR met radio-uitzendingen start.
- Noteer dat het fichesysteem van KLG eind 1943 & begin 1944 vernietigd werd. Vandaar de plotse daling en geleidelijke heropbouw van het bestand.
- Noteer dat vanaf 1960 een gecombineerde taks wordt geheven op radio en televisie.
- Noteer dat vanaf 1970 de zuivere radiodistributie de concurrentie ondergaat van de teledistributie
- Noteer dat in 1987 en 1997 "zwartkijkers" van een amnestiemaatregel konden genieten.
- Noteer dat vanaf 1977 de draagbare radio's niet meer afzonderlijk geteld worden (van toestellen tellen naar houders tellen; 1 licentie voor alle radiotoestellen, uitgezonderd radiotoestellen).
- Noteer dat vanaf 1977 het aantal TV-vergunningen in éénzelfde woning wordt geteld. Tweede verblijven hebben nog wel afzonderlijke vergunning nodig.
- Noteer dat vanaf 1988 nog enkel autoradio's vergunningsplichtig zijn (per toestel)
- Schattingen particuliere huishoudens tot 1940 gebaseerd op SCHROEVEN C. (1994), Consumer expenditure in interwar Belgium: the reconstruction of a database.
- Kabelabonnees: voor de jaren 1994-2001 beschikt het MERS over detailcijfers per gemeente voor het Vlaamse Gewest (resultaten enquêtes voor Telenet, IBM & KLG) (buiten opdracht).
- Voor methodologische commentaar verwijzen we naar de nota van Lucas Tessens “Bevolking, huishoudens, televisiebezit, kabelabonnees en ontduiking van kijkgeld in Vlaanderen. De globale analyse kritisch bekeken”, zoals toegevoegd aan het bundel. De hierin aangehaalde aandachtspunten omtrent de waarde van het statistisch materiaal en de correcte interpretatie daarvan, lijken mij waardevol als omkadering van de voorliggende analyse.
- Zie ook: COUR DES COMPTES, La perception de la redevance ... voorkomend op de bijgeleverde CD-Rom in pdf-formaat. Dit rapport van het Rekenhof wijst op de ondermaatse inning van het kijk- en luistergeld in het Waalse landsgedeelte. Naar de voorliggende analyse toe houdt zulks in dat de cijfers van de dienst kijk- en luistergeld een onderschatting inhouden van het werkelijke bezit van (auto-)radio’s en TV-toestellen. Dit tengevolge van ontduiking en povere inning/invordering/controles.
- Voor het Vlaamse Gewest worden een aantal kleurkaarten aan het bundel toegevoegd.
- Verder: Jaarverslagen Kijk- en Luistergeld 1997, 1998 en 2001 en Eindverslag toegevoegd aan het bundel. De analyses in deze jaarverslagen zijn naar onze mening waardevol voor een beter begrip van de materie.
- Groeifactor TV-toestellen in 20 landen (1997 versus 1970) toegevoegd aan het bundel. Het leek ons interessant deze cijfers toe te voegen omdat zij de analyse in een internationale context plaatsen.


Voor de historische en wettelijke context verwijs ik graag naar de website van MERS en met name naar de sectie ‘Chronologie Dienst’.





Het komt mij voor dat hiermee de opdracht uitgevoerd is.
Mocht u nog vragen hebben, dan houd ik mij ter uwer beschikking.




Met hoogachting,








Lic. Lucas TESSENS




Bijlagen: bundel zoals beschreven met CD-Rom.

OPDRACHTGEVER/CLIENT
Universiteit Gent
Vakgroep Communicatiewetenschappen
Korte Meer 7-9-11
9000 Gent
Tel 09/ 264 68 80

Onze offertes 20050826 & 20060128
Uw bestelbonnummer: 4203331316
Bestelbondatum: 31.01.2006
Leveranciersnummer: 2000048730


LEVERANCIER
MERS BVBA - Media Expert Research System
vertegenwoordigd door Lic. Lucas Tessens
M. Courtmansstraat 27
2600 - Antwerpen
BTW: 464.141.832
Tel: 03-218.51.13
GSM: 0475-20.95.00


Dienstverlening
Aanlevering van de cijfers betreffende radio- en TV-bezit, geïdentificeerd als betalers/vrijgestelden van kijk- en/of luistergeld en betrokken uit analyses van de archieven van de Dienst Kijk- en Luistergeld.
De analyse dekt de gehele periode (tot 2001) waarin luistergeld, later ook kijkgeld, werd geïnd.
MERS garandeert dat de gepresenteerde cijfers op wetenschappelijke wijze werden vergaard en verwerkt.
Commentaren en methodologische noten worden bijgeleverd op de meest aangepaste drager (files en/of scans in attachment aan een e-mail, op CD-Rom, op fotocopie, ...).
Orale ondersteuning betreffende het cijfermateriaal t.b.v. Prof. Dr Erik Dejonghe (facultatief en indien gewenst).

Wijze van aanlevering
Excel-files via attach aan e-mail te richten aan erik.dejonghe@pandora.be met bevestiging van ontvangst.

Gebruiksrecht
Bij publicatie of publieke presentatie van de cijfers, of afgeleiden daarvan, zullen deze steeds vergezeld zijn van volgende bronvermelding: "Analyse MERS".



Fulgence ALITRI TANDEMA
Les relations entre la république démocratique du Congo et ses voisins après l'avènement de l'AFDL ( Alliance des forces démocratiques pour la libération du Congo). Contraintes des enjeux géostratégiques et recherche d'une paix durable
Edited: 200506301437
Université de Kinshasa RDC - Diplôme d'études approfondies en droits de l'homme, Option: prévention, médiation et gestion des conflits 2005

Cliteur P.B., Ellian
Capita Encyclopedie en Rechtsfilosofie
Edited: 200502281920
bevat een hoofdstuk dat gewijd is aan vrouwenbesnijdenis het daaraan gekoppelde debat over cultuurrelativisme

ONKELINX Thierry, DE KEERSMAEKER Luc, VANDEKERKHOVE Kris
Methodiek en proefdigitalisatie van historisch kaartmateriaal met het oog op analyse van de evolutie van habitats in Vlaanderen en toepassingen en het gebiedsgericht natuurbeleid
Edited: 20050029
PDF-file, saved as 20050121_IBWrapportCartografie.pdf - zie: www.ibw.vlaanderen.be

STOX Yves
Een paradoxale scheiding De laïcité van de Staat in de Belgische Grondwet
Edited: 200412320001
jura falconis, jg 41, 2004-2005, nr 1, p. 37-62

Een paradoxale scheiding
De laïcité van de Staat in de Belgische Grondwet
Yves Stox
Onder wetenschappelijk begeleiding van Prof. Dr. A. Alen en F. Judo
VOORWOORD
De Belgische Grondwet bevat met de artikels 20, 21, 22 en 181 een uitgebalanceerd systeem inzake de verhouding Kerk-Staat. Deze bepalingen werden nooit aangepast en zijn een toonbeeld van de degelijkheid van de oorspronkelijke grondwet uit 1831. De huidige laatmoderne maatschappij verschilt echter sterk van de 19e eeuwse maatschappij. Terwijl de culturele diversiteit en de religieuze heterogeniteit[1] gegroeid zijn, zijn de grondwettelijke bepalingen echter onveranderd gebleven.
De verklaring tot herziening van de Grondwet van 9 april 2003 werd door de Mouvement Réformateur aangegrepen om een strikte scheiding tussen Kerk en Staat in art. 1 G.W. op te nemen. Het voorstel werd weliswaar niet aanvaard, maar vormt de ideale aanleiding om, na een inleidende ideeëngeschiedenis, de verhouding tussen Kerk en Staat in België opnieuw voor het voetlicht te brengen. Aangezien in de “Verantwoording” van het eerste amendement bij het “Ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet” uitdrukkelijk verwezen wordt naar Frankrijk, komt vanzelfsprekend ook de verhouding tussen Kerk en Staat bij onze zuiderburen aan bod. Vervolgens wordt het voorstel van de Mouvement Réformateur getoetst aan het juridische kader. Tenslotte wordt een alternatief voorstel onderzocht, namelijk de mogelijkheid van een concordaat.
1. INLEIDENDE IDEEËNGESCHIEDENIS
Op 22 en 23 februari 2003 hield de Mouvement Réformateur in Louvain-la-Neuve een congres met als titel “Engagement citoyen”. De werkgroep “Citoyenneté et Démocratie” van dit congres wees op de waardevolheid van het pluralisme. De maatschappij is een geheel van individuen en elk individu kan zijn eigen opvatting van het “goede leven” kiezen. De overheid dringt de individuen geen opvatting op, maar biedt enkel de mogelijkheid om door een democratisch debat consensus te bereiken. De overheid kan echter deze rol enkel vervullen indien alle burgers de politieke conceptie accepteren die de overheidsinstellingen beheerst. Daarom stelde de werkgroep voor om in de Grondwet de principes te bepalen die de door de overheid erkende organisaties of financieel ondersteunde partijen moeten respecteren.[2] Dergelijk voorstel kan een verregaande invloed hebben op het systeem van erkende erediensten.
Dezelfde politieke filosofie zet de Mouvement Réformateur ertoe aan om de laïcité van de overheid in de Grondwet op te laten nemen. De overheid mag geen religie of filosofische stroming begunstigen, maar moet de meningsvrijheid garanderen aan al haar burgers. Het principe van laïcité houdt in dat de overheid vanuit een dominante positie een gelijke, maar afstandelijke houding aanneemt ten opzichte van alle religies en filosofische overtuigingen: “(Le principe de la laïcité) ne signifie pas que l’Etat privilégie un courant philosophique ou religieux par rapport à un autre. Au contraire, la laïcité de l’Etat est une garantie de pluralisme des convictions philosophiques et religieuses. C’est l’autorité de l’Etat, supérieure à toute autre autorité, qui fait respecter la liberté de pensée et donc de conviction philosophique et religieuse au bénéfice de tous les citoyens. La laïcité de l’Etat, c’est l’Etat équidistant à l’égard de toutes les religions ou convictions philosophiques.”[3]
Het mag dan ook niet verwonderen dat de heer Maingain (FDF/MR) in de Kamer[4] en de heren Roelants de Vivier (MR) en Monfils (MR) in de Senaat[5] het Ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet van de regering op identieke wijze trachtten te amenderen. Dit “humanisme démocratique” maakte ondanks de verwerping van het amendement deel uit van het programma van de MR voor de verkiezingen van 18 mei 2003[6].
2. VERHOUDING TUSSEN KERK EN STAAT
De verhouding tussen Kerk en Staat heeft betrekking op de relaties tussen de verschillende religieuze en levensbeschouwelijke gemeenschappen en hun leden enerzijds en de overheid anderzijds, alsook op de regelgeving die deze relaties beheerst.[7] Hierbij moet opgemerkt worden dat het begrip ‘Kerk’ niet enkel verwijst naar de christelijke godsdiensten, maar ook andere confessies en zelfs niet-confessionele levensbeschouwingen.[8] Het Belgische interne recht hanteert niet het begrip ‘Kerk’, maar wel de begrippen ‘eredienst/culte’ en ‘niet-confessionele levensbeschouwing’. ‘Eredienst’ werd door de auteurs van de Pandectes belges beschouwd als “l’hommage rendu par l’homme à la Divinité”, waarbij vooral “l’exercice public d’une religion” benadrukt wordt.[9] Steeds zal de rechter in concreto nagaan of het om een eredienst gaat.[10] De niet-confessionele levensbeschouwing werd pas in 1993 in de Grondwet opgenomen in het financieel getinte art. 181. Het onderscheid lijkt vooral een historisch karakter te zijn. Men kan zich immers vragen stellen bij de zinvolheid van het hanteren van een al te rigide onderscheid tussen ‘eredienst/culte’ en ‘niet-confessionele levensbeschouwing’.
De houding die de overheid aanneemt ten aanzien van de verschillende levensbeschouwingen is onderhevig aan de gehanteerde politieke opvattingen. Deze houding kan resulteren in een confessioneel systeem, een laïcaal systeem of een mengvorm waarbij samenwerking centraal staat.[11] Deze onderverdeling is archetypisch en moet gerelativeerd worden.
Ten eerste kan de overheid het beginsel van eenheid gebruiken. Zowel de volledige afwezigheid van religieuze neutraliteit is mogelijk, als de positieve religieuze neutraliteit zijn mogelijk. In het eerste geval heeft ofwel de staatsoverheid een overwicht op de religieuze overheid, ofwel de religieuze overheid een overwicht op de staatsoverheid. Soms wordt deze vorm gemilderd door de oprichting van nationale kerken en spreekt men van formeel confessionalisme. In het tweede geval ontstaat een ongelijke behandeling tussen de verschillende erediensten die aanwezig zijn in een bepaalde staat door een systeem van erkenning van erediensten. De positieve religieuze neutraliteit kan men niet alleen in België terugvinden, maar ook in Frankrijk.[12]
Ten tweede kan de overheid het beginsel van scheiding gebruiken. De staat zal zich actief verzetten tegen religieuze groeperingen of zich totaal onthouden. Deze religieuze onverschilligheid beheerst Frankrijk, uitgezonderd Alsace-Moselle.[13]
Ten derde kan een samenwerking ontstaan tussen de staat en de religieuze groeperingen door een systeem van overeenkomsten en verdragen (concordaten), die de belangen van de laatste behartigen. Dit samenwerkingsmodel kan variëren van het beginsel van eenheid tot het beginsel van eerder scheiding zoals in België.[14]
Volgens Ferrari is deze driedeling verouderd. De formele aspecten in de verhouding tussen Kerk en Staat worden te sterk benadrukt, terwijl de inhoudelijke aspecten niet voldoende aan bod kunnen komen.[15] Vandaar dat zowel België als Frankrijk bij twee van de drie systemen ondergebracht kunnen worden. De onderverdeling die op het eerste zicht zeer duidelijk lijkt, blijkt tegenstrijdigheden te generen.
3. VERHOUDING TUSSEN KERK EN STAAT IN BELGIË
3.1. DE GRONDWETTELIJKE POSITIE VAN DE EREDIENSTEN IN BELGIË
3.1.1. Discussie in het Nationaal Congres
In het Zuiden van Koninkrijk der Nederlanden ontstonden er twee oppositiebewegingen. De katholieke oppositie verzette zich tegen de godsdienst- en schoolpolitiek van Willem I. De liberale oppositie ijverde voor een parlementair regime, een rechtstreeks verkozen wetgevende macht, het principe van de ministeriële verantwoordelijkheid en de erkenning van een aantal vrijheden, waaronder de godsdienstvrijheid en de vrijheid van onderwijs. Rond aartsbisschop de Méan was een handvol mensen werkzaam die zochten naar een oplossing voor de gespannen houding tussen Kerk en Staat in de Nederlanden, “de School van Mechelen”. Deze groep vertrok van de theologische opvatting dat God niet twee Machten kan hebben ingesteld die tegenstrijdig waren met elkaar. De Kerk en Staat behoorden in de Nederlanden dus niet gescheiden te zijn, maar er moest een zekere band zijn tussen beiden. De Staat zou effectief moeten waken over het behoud van de cultusvrijheid en zo de cultussen beschermen.[16] De clerus zou ook een wedde moeten krijgen, die als een vergoeding werd beschouwd voor de aangeslagen goederen tijdens de Franse Revolutie.[17] Vanaf 1827 groeiden beide oppositiebewegingen naar elkaar toe en in 1828 was “de Unie der opposities” – het zogenaamde “monsterverbond” – een feit. Oorspronkelijk was slechts een kleine meerderheid voorstander van een afscheuring. Onder invloed van de Juli-revolutie in Parijs op 27 juli 1830 werden de gemoederen opgezweept en de beroerten in Brussel leidden tot dat wat niemand had verwacht, een politieke revolutie.[18]
Nadat het Voorlopig Bewind de onafhankelijkheid van België had uitgeroepen, vatte men aan met de uitbouw van de nieuwbakken staat. Het opstellen van een grondwet was één van de belangrijkste bekommernissen. Een commissie onder leiding van baron de Gerlache redigeerde een ontwerp van grondwet en de Belgen verkozen een grondwetgevende vergadering, het Nationaal Congres. In november 1830 verscheen in Leuven een anonieme brochure[19] van “de School van Mechelen”. Er stond te lezen dat de Grondwet de godsdienstvrijheid onaantastbaar moest maken. Tevens moest de vrijheid van eredienst gegarandeerd worden. Ook kwam men op voor de vrijheid van de cultus: alleen individuen mogen worden vervolgd indien ze in het kader van een cultus de publieke orde verstoren of strafbare feiten plegen. Daarenboven werd gepleit voor een gewaarborgde vrijheid van onderwijs en voor het beginsel van niet-inmenging in kerkelijke aangelegenheden, onder andere denkend aan de briefwisseling tussen de clerus en de Heilige Stoel. Bovendien werd een wedde voor clerici noodzakelijk geacht; deze wedde werd beschouwd als een rechtvaardige compensatie voor de inbeslagname van kerkelijke goederen. Op 17 december 1830 werd in het Nationaal Congres, waarin de meerderheid bestond uit katholieken, een brief voorgelezen van aartsbisschop de Méan, waarin hij de stellingnamen van de anonieme brochure diplomatisch parafraseerde. Toen het debat in het Nationaal Congres op 21 december 1830 aanving, werd al snel duidelijk dat de vrijheden niet alleen ten aanzien van het katholicisme zouden kunnen gelden, maar ook ten aanzien van de minderheidsgodsdiensten. De niet-confessionele levensbeschouwing kwam echter helemaal nog niet aan bod. Het ontwikkelde systeem van vrijheid zou echter vooral de katholieke godsdienst ten goede komen. De ruimdenkendheid van de katholieken had dus eigenlijk weinig om het lijf. De verspreiding van de andere godsdiensten was immers uiterst minimaal.Het is interessant om de uiteindelijke tekst van de Grondwet te vergelijken met de door de Méan voorgestelde tekst: de wensen van de aartsbisschop werden in grote mate ingewilligd door het Nationaal Congres.[20]
Zowel de katholieken als de liberalen deden bij het opstellen van de Grondwet toegevingen. De afschaffing van het capaciteitskiesrecht en de voorrang van het burgerlijk op het kerkelijk huwelijk zijn de voornaamste toegevingen langs katholieke zijde.[21] De liberalen aanvaardden dan weer de vrijheid van eredienst, de staatswedde voor de bedienaars van de eredienst en een staatstoelage voor onderhoud en oprichting van bidhuizen. Ook de vrijheid van onderwijs werd erkend.[22]
De eensgezindheid tussen liberalen en katholieken bleek echter bijzonder broos. Reeds op 22 december viel de liberaal Defacqz het ontwikkelde systeem van vrijheid aan. Hij pleitte voor een overwicht van de Staat op de Kerk “parce que la loi civile étant faite dans l’intérêt de tous, elle doit l’importer sus ce qui n’est que de l’intérêt de quelques-uns”. Door zijn scherp verzet werpt Defacqz een helder licht op sommige van de katholieke drijfveren. Het bleef echter een kleine minderheid van combatieve anti-katholieke liberalen die oppositie voerde. [23] Uiteindelijk aanvaarde het Nationaal Congres de vrijheid van eredienst en een bijzondere scheiding tussen Kerk en Staat.[24] [25]
3.1.2. Godsdienstvrijheid in de Belgische Grondwet
a. Art 19 G.W.
Dit artikel beschermt een aantal facetten van de godsdienstvrijheid. In de eerste plaats wordt de vrijheid van eredienst sensu stricto beschermd. Deze vrijheid moet ruim worden opgevat. Niet alleen het behoren tot een geloofsovertuiging, maar ook de overgang van het ene geloof naar het andere wordt beschermd. De term ‘eredienst/culte’ toont aan dat men vooral aandacht had voor externe aspecten. Een duidelijke definitie van ‘eredienst/culte’ is niet voorhanden, al heeft men dat wel betracht.[26] Het meest belangwekkende element is zeker en vast de uitwendig en publieke manifestatie van religieuze gevoelens.[27]
In de tweede plaats wordt de vrije openbare uitoefening door de Grondwet gewaarborgd. Art. 26, tweede lid bepaald echter dat bijeenkomsten in de open lucht aan de politiewetten onderworpen blijven. Dit artikel wordt door het Hof van Cassatie geïnterpreteerd als een algemeen beginsel dat toegepast kan worden op alle rechten en vrijheden zodra die op openbare wegen en pleinen worden uitgeoefend, zodat preventieve maatregelen mogelijk zijn. De Raad van State is een andere mening toegedaan en vindt dat, behalve voor vergaderingen in open lucht de Grondwet preventieve maatregelen verbiedt. Dit verbod geldt ook voor de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van eredienst indien deze vrijheden op een openbare plaats uitgeoefend zouden worden.[28]
In de derde plaats waarborgt de art. 20 de vrijheid van meningsuiting, een recht dat ontegensprekelijk raakvlakken vertoont met de vrijheid van eredienst.
In de vierde plaats worden de grenzen van de godsdienstvrijheid in het laatste lid van art. 20 afgebakend. De vrijheden gelden enkel behoudens bestraffing van de misdrijven die ter gelegenheid van het gebruikmaken van die vrijheden worden gepleegd. Zo wordt het risico vergroot dat een conflict kan ontstaan tussen aspecten van een religieus systeem en de regels die behoren tot de openbare orde van de overheid indien het gedachtegoed van dat religieus systeem afwijken van het waardepatroon van de maatschappij.[29] Ofwel geeft de overheid dan de rechter de mogelijkheid om de grondrechten ten opzichte van elkaar af te wegen, ofwel acht de overheid bepaalde waarden zo belangrijk dat het strafrecht de afdwingbaarheid van deze waarden veilig moet stellen en zo de discussie eenzijdig te beëindigen.[30]
b. Art. 20 G.W.
De negatieve formulering van deze bepaling toont dat de positieve en de negatieve godsdienstvrijheid – het verbod van dwang om zich te bekennen tot een bepaalde levensbeschouwing – onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Sinds oudsher worden in de rechtsleer een aantal concrete situaties gedetailleerd bestudeerd, dat is echter niet het onderwerp van deze studie.[31]
c. Art. 21 G.W.
Terwijl in art. 19 en 20 de godsdienstvrijheid – met een positief en een negatief aspect –abstract geformuleerd wordt, krijgt in art 21 de godsdienstvrijheid inhoudelijk gestalte. Het biedt religies de vrijheid om zich intern te organiseren zoals zij dat wensen. Deze vrijheid omvat drie concrete aspecten. Ten eerste heeft de Staat niet het recht zich te bemoeien met de benoeming of de installatie van de bedienaren van enige eredienst. Ten tweede de mogelijkheid voor bedienaars van de eredienst om vrij briefwisseling te houden met hun overheid. Ten slotte wordt ook gegarandeerd dat de akten van de kerkelijke overheid openbaar mogen worden gemaakt, maar met behoud van de gewone aansprakelijkheid inzake drukpers en openbaarmaking.[32]
Vrijheid van eredienst betekent dus niet alleen de eerbied voor de individuele overtuiging, maar ook het erkennen van de gemeenschapsvormen van een gelovige overtuiging. Het was mogelijk dat de Belgische grondwetgever zich enkel zou beperkt hebben tot de individuele vrijheid en –zoals in Frankrijk – zich niet ingelaten zou hebben met collectieve vormen. In België bezitten echter ook religieuze genootschappen over eigen fundamentele rechten.[33] Daar vloeit niet uit voort dat de overheid geen enkele vorm van controle mag uitoefenen.[34] Wel vloeit hier uit voort dat de profane rechter geen uitspraak mag doen over theologische vraagstukken. Toch kan men een evolutie vaststellen waarbij seculiere rechters zich meer en meer inmengen, ten nadele van de autonomie van religieuze organisaties.[35]
d. Art. 181 G.W.
Art. 181 is het laatste grondwetsartikel dat rechtsreeks van toepassing op de verhouding tussen Kerk en Staat en organiseert de financiering van de erediensten. Katholieke auteurs beschouwden de staatsbezoldiging van bedienaars van de eredienst als compensatie van de tijdens de Franse Revolutie genaaste kerkelijke goederen.[36] Liberale auteurs benadrukten vooral het sociale nut van de eredienst aan de bevolking.[37] Indien het sociale nut benadrukt wordt, dient de bedienaar van de eredienst de opgedragen taak werkelijk waar te nemen.[38] Door de grondwetsherziening van 1993 kreeg art. 181 een tweede lid, waardoor ook “morele lekenconsulenten” in aanmerking komen voor een staatswedde. Deze uitbreiding is weliswaar juridisch overbodig opdat de Staat lekenconsulenten een wedde zou kunnen toekennen, maar deze grondwettelijke erkenning benadrukt de maatschappelijke waarde van de vrijzinnigheid.[39]
Niet elke eredienst verkrijgt echter dergelijke financiering, art. 181, lid 1 geldt enkel en alleen voor de bedienaars van de erkende erediensten. De erkenning als eredienst van een geloofsovertuiging is niet steeds even vanzelfsprekend en heeft een aantal belangrijke rechtsgevolgen.
3.2. DE ERKENDE EN DE NIET-ERKENDE EREDIENSTEN
Het Nationaal Congres wou in de Grondwet geen privileges ten voordele van een eredienst toekennen, alle erediensten worden op voet van gelijkheid beschouwd. Ondanks deze principiële gelijkwaardigheid van alle erediensten zijn sommige erediensten door de overheid erkend. Deze erkenning is noodzakelijk opdat de bedienaars van de eredienst bezoldigd zouden worden door de overheid. Het Belgische systeem lijkt water en vuur met elkaar te willen verzoenen: er is een systeem van absolute gelijkheid tussen alle maatschappelijk aanvaarde godsdiensten, met een systeem van privileges voor de erkende erediensten.[40]
De erkenning gebeurt door of krachtens de wet. De wetgever moet zich hierbij onthouden van elk waardeoordeel en mag zich enkel laten leiden door de vraag of de bewuste eredienst aan de godsdienstige behoeften van (een deel van) de bevolking beantwoordt.[41] Bij de evaluatie dienen de grote christelijke kerken minstens impliciets als toetssteen. Schijnbaar atypische kenmerken van andere religies worden daardoor vaak negatief ingeschat, waardoor de erkenning niet plaatsvindt.[42]
De erkenning brengt ontegensprekelijk belangrijke voordelen met zich mee. Niet alleen verkrijgen de bedienaars van deze erediensten een wedde en nadien een pensioen, maar ook wordt de rechtspersoonlijkheid toegekend aan de openbare instellingen die zijn belast met het beheer van de goederen die voor de eredienst zijn bestemd.[43] Erediensten die niet erkend zijn mogen dan al genieten van de grondwettelijk beschermde godsdienstvrijheid, zij moeten echter een beroep doen op de vzw-techniek om rechtspersoonlijkheid te verwerven.[44]
Ook aan gemeenten en provincies worden, respectievelijk in de Gemeentewet en in de Provinciewet, verplichtingen opgelegd te voordele van de erkende erediensten. Een eerste reeks bepalingen zijn ten voordele van de bedienaars van de eredienst. Zij hebben betrekking op de huisvesting van de bedienaar van de eredienst. Een tweede reeks bepalingen handelen over het beheer van de goederen van de erkende erediensten. Zo worden financiële tekorten aangezuiverd en ontvangt men financiële steun voor de groeve herstellingen aan of de bouw van gebouwen bestemd voor de eredienst. Daarnaast zijn er nog een aantal suppletieve bepalingen in verband met aalmoezeniers in het leger en in de gevangenissen, zendtijd op de openbare omroep en de organisatie van godsdienstonderricht.[45]
De erkenning van bepaalde erediensten en de daar uit voortvloeiende toekenning van een aantal voordelen is een afwijking van het “beginsel van de gelijke behandeling van alle erediensten”. Toch neemt men aan dat het toekennen van voordelen aan erkende erediensten hieraan geen afbreuk doet. De Belgische grondwetgever beoogde immers geen absolute gelijkheid. Indien de overheid de steun zou beperken tot slechts één eredienst, dan zou men wel kunnen spreken van een inbreuk op het gelijkheidsbeginsel.[46] Het lijkt wel alsof er zich door de tijd heen een bijzondere vorm van het gelijkheidsbeginsel ontwikkeld heeft, waarop de ondertussen klassieke criteria van het Arbitragehof niet van toepassing zijn.
3.3. DE BURGERLIJKE RECHTER IN KERKELIJKE AANGELEGENHEDEN
3.3.1. Problematiek
De fundamentele regels die de verhouding regelen tussen de Belgische Staat en de Kerk kunnen we terugvinden in art. 19, 20, 21, 181 G.W.[47], maar ondanks de vele jurisprudentie en juridische geschriften is de problematiek van de burgerlijke rechter die gevraag wordt om tussen te komen in kerkelijke aangelegenheden gebleven.[48]
Het staat buiten kijf dat art. 21 de hoeksteen vormt van deze problematiek. De Staat mag zich niet bemoeien met de benoeming of de afzetting van de bedienaren van de eredienst. Evenmin mag de burgerlijke rechter zich niet bevoegd verklaren om een religieuze dissidentie te beslechten, de orthodoxie van een stelling te beoordelen of religieuze motieven naar waarde te schatten.[49] De rechter kan zich dus enkel uitspreken over de formele procedure. Maar deze controle is echter niet eenduidig. Men kan variëren van een louter formele toetsing van een kerkelijke beslissing tot een kwalitatief beoordelen van de kerkelijke procedure aan de hand van algemene rechtsbeginselen.[50]
3.3.2. Een formele toetsing
Aanvankelijk is de burgerlijke overheid heel terughoudend. De hoven en rechtbanken beperken hun controle van de kerkelijke beslissingen tot een louter formele toetsing. De rechterlijke macht beperkt zich in zaken van benoeming of afzetting tot de vaststelling dat dit gebeurde door de bevoegde kerkelijke overheid, zonder hierbij de wettigheid van deze beslissing te onderzoeken. [51]
Men kan echter een onderscheid maken tussen twee soorten formele toetsing en zo een minimale wijziging in de rechtspraak – in de lijn der verwachtingen – waarnemen. In principe zal de rechter alleen nagaan of de benoeming van een opvolger door de bevoegde kerkelijke overheid is gebeurd. Geleidelijk gaan de hoven en rechtbanken ook controleren of de beslissing tot herroeping door een bevoegde kerkelijke overheid is genomen.[52] Meer dan een formele toetsing blijft echter uitgesloten.
3.3.3. Een controle van de interne procedure
Deze klassieke leer wordt ter discussie gesteld met het arrest van 5 juni 1967, geveld door het Hof van Beroep van Luik. Het hof bevestigt weliswaar de klassieke 19e eeuwse leer en stelt dat de rechter mag nagaan of een bepaalde beslissing door de bevoegde kerkelijke overheid werd genomen, maar voegt hieraan toe dat deze kerkelijke overheid in alle onafhankelijkheid kan handelen overeenkomstig de eigen regels.[53] Tegen het arrest werd cassatieberoep ingesteld, maar het Hof van Cassatie verwierp het beroep met het arrest van 25 september 1975.[54] Het Hof van Cassatie deed echter geen uitspraak over het respecteren van de eigen regels, maar wees een middel af dat gericht was tegen een ten overvloede gegeven motief.[55] Een impliciete evolutie heeft plaatsgevonden. De louter formele controle wordt namelijk uitgebreider geïnterpreteerd: er vindt nu ook een controle van de interne procedure plaats, maar zonder dat deze als zodanig gekwalificeerd wordt.[56] In de rechtsleer werd echter reeds eerder gepleit voor het respecteren van de eigen regels.[57]
3.3.4. Op zoek naar kwaliteitsgaranties voor procedureregels
Het Hof van Beroep van Bergen zet met het arrest van 8 januari 1993 een nieuwe stap. De rechter mag niet alleen nagaan of de kerkelijke overheid bij het nemen van een beslissing conform de eigen regels heeft gehandeld, maar mag ook oordelen of deze regels voldoende (procedurele) garanties bieden. Hierbij verwijst het Hof naar algemene rechtsbeginselen zoals het recht van verdediging en het beginsel van tegenspraak.[58] De rechter zou zich dus niet beperken tot een louter formele toetsing van de bestreden beslissing en de controle van de kerkelijke procedure, maar zou ook een kwaliteitscontrole uitvoeren op deze procedure.[59]
Tegen dat arrest wordt echter cassatieberoep ingesteld en met het arrest van 20 oktober 1994 verbreekt het Hof van Cassatie het arrest van het Hof van Beroep van Bergen.[60] De vrijheid van eredienst (art. 21 G.W.) laat niet toe dat de hoven en rechtbanken onderzoeken of de kerkelijke procedure voldoende waarborgen biedt. Het Hof zich weliswaar niet uit of de maxime patere legem quam ipse fecisti[61] van toepassing is, maar argumenteert “dat de benoeming en de afzetting van de bedienaren van een eredienst alleen maar door de bevoegde geestelijke overheid kunnen geschieden overeenkomstig de regels van de eredienst[62], en, anderzijds, dat de godsdienstige discipline en rechtsmacht op die bedienaren van de eredienst alleen door dezelfde overheid overeenkomstig dezelfde regels kunnen worden uitgeoefend”. Hof expliciteert niet in hoeverre de toepassing van “de regels van de eredienst” onderworpen kunnen worden aan profaan rechterlijke controle, maar suggereert in ieder geval de mogelijkheid.[63] Met het arrest van 3 juni 1999, in dezelfde zaak, herhaalt het Hof – in verenigde kamers – zichzelf.[64]
De twee arresten van het Hof van Cassatie hebben er niet voor kunnen zorgen dat het onweer is gaan liggen. Een minderheid in de rechtsleer stelt dat de arresten niets verandert hebben en verdedigt de traditionele leer. Een andere minderheid is voorstander van een kwaliteitscontrole. De tussenpositie, die focust op de vraag of de kerkelijke overheden de interne regels gerespecteerd hebben en de maxime patere legem quam ipse fecisti toepassen, lijkt echter het meest voor de hand liggend.[65] [66]
3.4. KWALIFICATIE
In de Grondwet wordt nergens de verhouding tussen de overheid en de erkende erediensten of niet-confessionele levensbeschouwingen gekwalificeerd. Tijdens de voorbereidende werken werd weliswaar geopperd dat de verhouding tussen Kerk en Staat als een totale, volledige en absolute scheiding aangeduid moest worden.[67] Deze scheiding is in de praktijk nooit gerealiseerd. Elementen die enerzijds een scheiding aanduiden zijn bijvoorbeeld de afwezigheid van een staatsgodsdienst, de niet-toepasselijkheid van het canoniek recht in burgerlijke zaken, de laïcisering van de openbare ambten en ambtenaren, de niet toekenning van rechtspersoonlijkheid aan kerkelijke verengingen. Anderzijds worden de erkende erediensten door de overheid gefinancierd, wat duidt op samenwerking.[68] De rechtsleer is zich bewust van deze dubbelzinnigheid. De meeste auteurs trachten dan ook allerlei begrippen in te voeren om deze dubbelzinnigheid te verwoorden. Soms heeft men het over een “onderlinge onafhankelijkheid”, een “gematigde scheiding”, een “positieve neutraliteit”, een “welwillende neutraliteit”, een “regime sui generis”, een “beschermde vrijheid” of een “genuanceerde scheiding”. In ieder geval kan men stellen dat de verhouding in België tussen Kerk en Staat niet bestaat in een absolute scheiding en dat België geen état laïc is.[69]
4. VERHOUDING TUSSEN KERK EN STAAT IN FRANKRIJK
In tegenstelling tot België, wordt in Frankrijk de verhouding tussen Kerk en Staat wel gekwalificeerd in de Grondwet van 1958. De huidige Grondwet is echter niet de eerste tekst waarin het fenomeen religie behandeld wordt. De eerste belangrijke wet is ontegensprekelijk die wet van 9 december 1905 concernant la séparation des Eglises et de l’Etat. Voor de eerste keer werd in Frankrijkun régime de liberté religieuse ingevoerd.[70] De kwalificatie laïque werd echter pas ingevoerd in de Grondwet van 1946, waarbijlaïcité gedefinieerd kan worden alsle principe de la séparation de la société civile et de la religion[71].
4.1. DE WET VAN 9 DECEMBER 1905 CONCERNANT LA SÉPARATION DES EGLISES ET DE L’ETAT : EEN LAÏCITÉ DE COMBAT[72]
Voor Koubi heeft de wet van 9 december 1905 elke pertinentie verloren. Sinds het begin van de 20e eeuw heeft het principe van de laïcité immers fundamentele veranderingen ondergaan.[73] [74] Niettemin achten een aantal auteurs het praktisch belang van art. 2, waarin Frankrijk beschreven wordt als een République indivisible, laïque, démocratique et sociale, van de huidige Grondwet onderworpen aan de lezing van de wet van 1905.[75] In ieder geval biedt een bespreking van deze wet een relevante historische inleiding tot de laïcité à la française.
Voordat de wet van 9 december 1905 aangenomen werd, bevonden de katholieke[76], de protestantse en de israëlitische eredienst zich als erkende eredienst in een bijzondere positie. De bedienaars van de eredienst werden bezoldigd door de overheid, die ook deelnam aan hun benoeming. Duguit deinst er niet voor terug om het te hebben over véritables services publics. De niet-erkende erediensten étaient soumis à un régime de police d’autant plus arbitraire.[77]
Duguit haalt twee kritieken aan op deze uitwerking van de verhouding tussen Kerk en Staat. Aan de ene kant zijn de niet-erkende erediensten zijn onderworpen aan een volstrekte willekeurig stelsel. Zij zouden het recht moeten hebben om vrij hun eredienst uit te oefenen. Het stelsel van de erkende erediensten is la négation même de principe de liberté religieuse et du principe de l’Etat laïque en voor de gelovigen un empiétement intolérable de prince sur le domaine de la conscience religieuse.Aan de andere kant schendt het stelsel van erkende van de erediensten het principe de liberté religieuse omdat burgers gedwongen worden om geld uit te geven aan religies die zij niet praktiseren.[78]
De aanhangers van het principe van delaïcité hebben zich op het einde van de 19e eeuwen en in het begin van de 20e eeuw zowel politiek als filosofisch krachtdadig geprofileerd.[79] De formulering van Duguit lijkt niet meer te zijn dan een abstrahering van de strijd die zich heeft afgespeeld. Delaïcitéfrançaiseheeft vorm gekregen in de strijd die gevoerd werd door de Overheid tegen voornamelijk de katholieke Kerk.[80] De laïcité is in de eerste plaats en strijd geweest tegen het triomferende klerikalisme van de 19e eeuw. Er ontstond een ware polemiek tussen cléricauxen laïcs, die gekenmerkt werd door een haast ongekende heftigheid. Toch was het de bedoeling van de Republiek om met de wet van 9 december 1905 een compromis mogelijk te maken en zo een séparation à l’amiable te creëren.[81]
Het doel van de wet van 9 december 1905 is om godsdienstvrijheid mogelijk te maken, waarbij aan elk individu de vrije uitoefening van zijn of haar eredienst wordt verzekerd (art. 1) Hiertoe wordt een volkomen neutraliteit van de Staat noodzakelijk geacht, zodat geen enkele eredienst erkend kan worden en geen enkele eredienst een bezoldiging of subsidiëring kan verkrijgen (art. 2). Naast de bepalingen in verband met de erkenning en subsidiëring van erediensten, kunnen nog vier andere categorieën onderscheiden worden. Een aantal bepalingen handelen over de gebouwen en voorwerpen van de eredienst. Ook de rechtsovergang van kerkelijke goederen komt aan bod. Hiertoe werd in een vierde categorie bepalingen deassociations cultuelles in het leven geroepen. Een vijfde categorie handelt over de politie van de erediensten.[82]
De katholieke Kerk verzette zich echter sterk tegen deze wet en weigerde om deassociations cultuelles op te richten, maar de overheid greep niet in en liet de katholieken toe om de gebouwen van de eredienst te gebruiken zonder dat die daartoe gerechtigd waren. Langzaam maar zeker ontstond een meer serene relatie tussen de katholieke Kerk en de Staat.[83]
4.2. DECONSTITUTIONALISATIE VAN DE LAÏCITÉ[84]
De kwalificatie laïque was ook in 1946 nog altijd erg beladen.[85] Toch werd in art 1 van de Grondwet van 1946 afgekondigd dat Frankrijk een“République indivisible, laïque, démocratique et sociale” is. In de Grondwet van 1958 werd in het huidige art. 1[86] daaraan toegevoegd dat “elle assure l’égalité devant la loi de tous les citoyens sans distinction d’origine, de race ou de religion. Elle respecte toutes les croyances”.[87] De laïcité heeft haar polemisch karakter verloren en maakt deel uit van de grote vrijheden aangezien de vrijheid van meningsuiting, de godsdienstvrijheid en de vrije uitoefening van een eredienst er door beschermd worden[88]; “juridiquement, la laïcité, c’est la neutralité religieuse de l’Etat”[89].
Het Franse constitutionele recht neemt de godsdienstvrijheid van het individu in ogenschouw en niet de collectieve godsdienstvrijheid.[90] Niet de individuele godsdienstvrijheid is problematisch, maar wel de collectieve uitoefening van de eredienst. De Republiek garandeert weliswaar het pluralisme, maar door haar jacobijnse en centralistische tendensen worden intermediaire lichamen, minderheden of etnische, culturele of religieuze gemeenschappen niet (h)erkend.[91]
4.3.UNE SÉPARATION BIEN TEMPÉRÉE
Toch is de verhouding tussen Kerk en Staat veel complexer en diffuser dan dewet van 9 december 1905 en Franse Grondwet doen vermoeden. De wet van 9 december 1905 kadert in een radicaal antiklerikalisme, terwijl de huidige evenwichtsituatie nog het best omschreven kan worden als une séparation bien tempérée.[92] Terwijl de wet van 9 december 1905 de emanatie is van “la conception idéologique ou négative de la laïcité” bekrachtigen de grondwetten van 1946 en 1958 “la conception juridique ou positive de la laïcité”.[93]
Regelmatige en permanente subsidiëring van erediensten mag dan al niet mogelijk zijn (art. 2 van de wet van 9 december 1905). Toch kan de Franse staat activiteiten subsidiëren die plaatsvinden in een confessioneel kader, maar die van algemene aard zijn (bijvoorbeeld ziekenhuizen, liefdadigheidsinstellingen, enz.). De Franse overheid moet eveneens bepaalde religieuze diensten rechtstreeks ten laste nemen (bijvoorbeeld aalmoezeniers in openbare instellingen, tehuizen en gevangenissen). Vanzelfsprekend moet de Franse overheid ook instaan voor de bezoldiging van de bedienaars van erediensten wanneer zij diensten verstrekken aan de overheid (bijvoorbeeld gemeentesecretaris, enz.). Priesters en geestelijken kunnen ook beroep doen op sociale zekerheid.[94]
Een opmerkelijk kenmerk van de laïcité in Frankrijk is dat de scheiding tussen Kerk en Staat nooit volledig en rigide is geweest. De Republiek heeft steeds een welwillende neutraliteit aan de dag gelegd. Zelfs in 1905 waren er betrekkingen tussen de Republiek en de kerken.[95]
5. VOORSTEL MAINGAIN (FDF/MR)
5.1. EXEGESE
De opstellers van amendement nr. 2 lijken aan alles te hebben gedacht. Zij schetsen niet alleen de (rechts)historische aanknopingspunten van het principe van delaïcité, maar passen het beginsel ook toe en geven de gevolgen aan van de opname in de Grondwet. Niettemin staat de verantwoording bol van contradicties.
Met de eerste zin geven de auteurs de oorsprong aan de verhouding tussen Kerk en Staat in Frankrijk, “de doorslaggevende rol van de Staat ligt aan de oorsprong van de Franse laïciteit”. De auteurs onderscheiden drie etappes in “(de wens van de politieke overheid om) de individuen en de geledingen van het maatschappelijk leven te onttrekken aan de greep van de Katholieke Kerk”. De eerste etappe is blijkbaar niet de Franse Revolutie, die nochtans door Boyer als een ommekeer beschouwd wordt[96], maar hetrégime concordatairevan Napoleon. Het Concordaat van 1802 herbevestigt echter de belangrijke positie van de Katholieke Kerk in Frankrijk, al tonen deArticles organiquesdie Napoleon unilateraal toevoegde duidelijk de macht die de overheid uitoefende. De tweede etappe wordt volgens de auteurs gevormd door “de schoolwetten van de jaren 1880 die een cursus niet-confessionele moraal organiseren”. Onderwijsvrijheid en levensbeschouwelijke vrijheid zijn weliswaar nauw bij elkaar betrokken, maar gedurende de gehele 19e eeuw zou het concordatair regime verder blijven bestaan. Daaraan komt pas een einde met de wet van 9 december 1905concernant laséparation des Eglises et de l’Etat. Deze wet vormt dan ook de derde stap, die culmineert in de Grondwet van 1958: “la France est une République indivisible, laïque, démocratique et sociale”. De volstrekte scheiding tussen Kerk en Staat was een feit. Volgens Boyer waren het echter “les radicaux qui avaient fait de l’anticléricalisme un combat et un programme espéraient arracher à l’Eglise son pouvoir politique, matériel et même spirituel”[97].
De leden van het Nationaal Congres waren volgens de auteurs vrij godsdienstig en verkozen daardoor een liberale oplossing boven het sluiten van een concordaat met de Heilige Stoel. De formulering lijkt aan te geven dat de auteurs eenrégime concordataireverkiezen boven de vooruitstrevende en innovatieve oplossing van het Nationaal Congres.
De auteurs willen niet meer of minder dan de omzetting van het beginsel van de laïcité in de Belgische Grondwet. Ze zijn zich echter bewust van de bijzondere kenmerken van ons grondwettelijk systeem. Toch zou hun voorstel aansluiten bij het opzet van de Grondwet zoals zij door het Nationaal Congres werd geconcipieerd. Het Franse en Belgische systeem verschillen echter formeel helemaal van elkaar. De Franse wet van 9 december 1905 concernant la séparation des Eglises et de l’Etat is tot stand gekomen in een sfeer van antiklerikalisme, terwijl het Nationaal Congres een meer uitgebalanceerd en pragmatisch systeem ontwikkelde. Deze misvatting kan wellicht verklaard worden doordag het Belgische systeem geheel foutief beschouwd wordt als gebaseerd op “het principe van de wederzijdse niet-inmenging tussen de Staat en de (…) erkende en vertegenwoordigde kerken”. Een aantal elementen duiden weliswaar een scheiding aan, terwijl andere elementen dan weer de samenwerking benadrukken.
De auteurs geven in hun historische schets geven aan dat het Franse en het Belgische systeem van verhouding tussen Kerk en Staat een heel andere ontstaansgeschiedenis kennen en daardoor helemaal van elkaar verschillen. Even later poneren ze dat de omzetting van de laïcité geen problemen stelt aangezien het voorstel aan zou sluiten bij het opzet van de Grondwet van 1830 (sic). In tegenstelling tot wat de auteurs beweren heeft de inschrijving van de laïcité heeft tot gevolg dat de grondwettelijke beginselen wat de betrekking tussen de religies en de overheid betreft in het gedrag komen. Daarenboven zijn ze uit het oog verloren dat de hedendaagse Franse rechtsleer een minder formalistisch uitgangspunt inneemt en de verhouding tussen Kerk en Staat beschrijft als une séparation bien tempérée.[98]
In de “Inleidende ideeëngeschiedenis” heb ik reeds aangegeven dat het principe van laïcité voor de MR inhoudt dat de overheid vanuit een dominante positie een gelijke, maar afstandelijke houding aanneemt ten opzichte van alle religies en filosofische overtuigingen.[99] Het gaat kortom om een laïcité de combat. Dergelijke visie is een uiting van een negatieve religieuze neutraliteit: vanuit een scheiding pur sang moet de overheid levensbeschouwelijk neutraal zijn.
De Belgische overheid moedigt echter de vrije ontwikkeling van religieuze en institutionele activiteiten aan, zonder de onafhankelijkheid te beknotten.[100] De overheid maakt een pluralisme van levensbeschouwelijke activiteiten op actieve wijze mogelijk en handelt dus vanuit een positieve religieuze neutraliteit.[101] De opname van de laïcité in de Grondwet zou dus wel degelijk een wijziging betekenen ten opzichte van het huidige regeling.
5.2. HYPOTHETISCHE UITWERKING
De vraag welke wijzigingen zich in concreto zullen voordoen is tot nu toe onbeantwoord gebleven. De bedoeling van dit onderdeel is dan ook kort aan te geven welke gevolgen de opname van de laïcité in de Grondwet, als een uiting van een negatieve religieuze neutraliteit, zal teweegbrengen.
Indien de laïcité in art. 1 G.W. de verwoording zou zijn van een algemeen principe, zullen de regelingen van art. 19, 20, 21 en 181 G.W. slechts uitzonderingen zijn en als zodanig niet meer constituerend voor de verhouding tussen Kerk en Staat. Naast deze indirecte wijziging van de grondwettelijke bepalingen worden een aanzienlijk aantal wettelijke bepalingen – bijna steeds ten voordele van de erkende erediensten – op de helling gezet.
De erkenning van erediensten is weliswaar tegengesteld aan de negatieve religieuze neutraliteit, maar is verankerd in de Grondwet. Art. 181 G.W. vermeldt de erkenning echter enkel indirect in verband met de financiering. De betaling van de wedden en de pensioenen van de bedienaren van de eredienst en de morele lekenconsulenten zal de enige overgebleven consequentie zijn van de erkenning.
De huisvesting van de bedienaars van de eredienst (art. 255, 12° Nieuwe Gemeentewet) , de aanzuivering van negatieve saldo’s door gemeenten en provincies (art. 255, 9° Nieuwe Gemeentewet en art. 69, 9° Provinciewet), de gratis zendtijd op de openbare omroep (radio en televisie) en de bijstand door aalmoezeniers en morele lekenconsulenten in gevangenissen en in het leger zijn uitingen van de positieve religieuze neutraliteit en zijn niet verenigbaar met gepropageerde laïcité. Ook de tussenkomst bij de bouw of het herstel van gebouwen bestemd voor de eredienst is problematisch, al zal de restauratie en onderhoudspremies voor beschermde monumenten een belangrijke indirecte financiering blijven. [102]
De rechtspersoonlijkheid van openbare instellingen die belast zijn met het beheer van tijdelijke goederen (bijvoorbeeld de kerkfabrieken) wordt wellicht niet op de helling gezet. Men zou immers een parallellisme kunnen vaststellen met de associations cultuelles van de Franse wet van 1905, die ook kaderde in een negatieve religieuze neutraliteit. Het godsdienstonderricht en het onderricht in de niet-confessionele moraal in het openbaar onderwijs staan ook haaks op het principe van de laïcité. De Schoolpactwet van 29 mei 1959 werd echter verankerd in art. 24 de G.W.[103] en zou dus ook een uitzondering vormen ten opzichte van art. 1 G.W.. Een doorgedreven uitvoering van het principe van de laïcité, geïnspireerd door een negatieve religieuze vrijheid zou dus verregaande gevolgen kunnen hebben. De welwillende houding van de overheid is immers niet alleen terug te vinden in de Grondwet, maar ook in vele andere wetten en wordt weerspiegeld in een dagdagelijkse pragmatische mentaliteit.
6. HET CONCORDAAT, GEEN ALTERNATIEF
In de wandelgangen van de Apostolische Nuntiatuur te Brussel gaan stemmen op die pleiten voor het sluiten van een Concordaat tussen de Heilige Stoel en België. Zij hebben zich blijkbaar laten inspireren door de reeks concordaten die de Heilige stoel heeft gesloten met landen uit het vroegere Oostblok[104] en zich laten aanmoedigen door L’Osservatore Romano, waarin het verdrag van Lateranen tussen de Heilige Stoel en Italië (1929) beschouwd wordt als een modelverdrag voor andere concordaten[105]. Hier wil ik aantonen dat een dergelijk initiatief onverenigbaar is met de Belgische constitutionele rechtsorde en derhalve geen alternatief kan vormen voor het voorstel Maingain (FDF/MR).
6.1. DEFINITIE
Wagnon definieert een concordaat als “une convention conclue entre le pouvoir ecclésiastique (de Heilige Stoel[106]) et le pouvoir civil (de Staat) en vue de régler leurs rapports mutuels dans les multiples matières où ils sont appelés à se rencontrer. C’est un traité bilatéral, né de l’accord des volontés des deux parties, établissant une règle de droit qu’elles sont tenues en justice de maintenir et d’observer fidèlement.”[107] De reden waarom de Heilige Stoel graag concordaten sluit kunnen we ook terugvinden bij Wagnon. Deze vervolgt zijn definitie met: “(un concordat) est un acte solennel qui instaure entre les deux autorités appelées, à des titres divers, à régir les mêmes individus, un régime d’union, de concorde et de collaboration, hautement profitable non seulement aux sujets qui en bénéficient, mais encore à la religion tout comme à la société civile elle-même”.[108]Deze definitie ademt ontegensprekelijk de geest uit van het Rijke Roomse Leven, maar bevat niettemin een aantal meer dan waardevolle elementen. Het concordaat dat de eerste consul van de Republiek, Napoleon Bonaparte en paus Pius VII op 26 Messidor An IX (15 juli 1801) – Convention entre le Pape et le gouvernement français – kan getypeerd worden als “un traité diplomatique forgé par une modernité de laïcité naissante[109]”.Hoe het begrippenpaar “hautement profitable” ingevuld moet worden is dus niet altijd even duidelijk, het lijkt eerder een eventueel aangenaam gevolg te zijn dan een essentieel kenmerk. Wagnon definieert een concordaat niet als een internationaal verdrag. Nochtans kan men een concordaat als een internationaal verdrag kwalificeren. Art. 2, §1, al. a, Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht van 23 mei 1969 omschrijft een verdrag echter als “een internationale overeenkomst in geschrifte tussen Staten gesloten[110] en beheerst door het volkerenrecht (…)”. Gewoonterechtelijk wordt een verdrag echter gedefinieerd als elk akkoord dat gesloten wordt tussen twee of meer subjecten van het volkerenrecht, met de bedoeling rechtsgevolgen teweeg te brengen en dat beheerst wordt door het volkerenrecht.[111] Deze twee definities spreken elkaar niet tegen: art. 3, Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht van 23 mei 1969 duidt aan dat art. 2 slechts de werkingssfeer afbakent en vermeldt uitdrukkelijk de rechtskracht van internationale overeenkomsten gesloten tussen Staten en andere subjecten van volkerenrecht.[112] Een concordaat lijkt aan uiteindelijk beide definities te voldoen. Algemeen wordt immers aanvaard dat de Heilige Stoel volkenrechtelijke rechtspersoonlijkheid heeft.[113] Wagnon hoedt er zich echter voor om een concordaat als een internationaal verdrag te kwalificeren, al hebben een concordaat en een internationaal verdrag vanzelfsprekend veel met elkaar gemeen. De verschillen mogen dan al eerder theoretisch van aard zijn, voor Wagnon zijn ze onbetwistbaar. Een concordaat is namelijk een overeenkomst tussen een Staat en de Heilige Stoel, waarbij hetzelfde volk in ogenschouw genomen wordt. Een concordaat zou ook vooral gesloten worden met het oog op morele en religieuze belangen, niet met het oog op politieke en economische belangen.[114] De verschijnselen in onze wereld zijn echter slechte een flauwe afspiegeling van de Ideeën.
6.2. DE ONGRONDWETTELIJKHEID VAN EEN NIEUW CONCORDAAT
Toen op 24 september 1830 een administratieve commissie – reeds op 26 september omgevormd tot het Voorlopig Bewind – het bestuur van de afgescheiden provincies in handen nam, werd de Belgische Staat de facto gevormd. Wagnon stelt dat “(…) il faut nécessairement conclure à la cessation du concordat, sauf renouvellement de l’accord antérieurement en vigueur, soit par un arrangement semblable à celui de 1816-1817 entre Rome et La Haye, soit, plus simplement, en vertu d’une manière d’agir concluante du Saint-Siège et du gouvernement du nouvel Etat.” Het Voorlopig Bewind liet met het decreet van 16 oktober 1830 zelfs uitdrukkelijk verstaan het Concordaat van 1801 niet te willen heraanvatten. Door de godsdienstvrijheid in de Grondwet op te nemen (art. 19 en 20) heeft het Nationaal Congres impliciet aangegeven dat de Belgische Staat zich niet meer wil beroepen op de prerogatieven die het Concordaat van 1801 toekende aan de Franse Staat en dat het régime concordataire dus opgehouden heeft te bestaan.[115] De Raad van State heeft dit, wijzend op de onderlinge onafhankelijkheid van het burgerlijke en het kerkelijke gezag, in zijn adviespraktijk uitdrukkelijk bevestigd.[116] De verhoudingen en sommige afspraken tussen de overheid en de rooms katholieke Kerk zijn echter nog op het Concordaat van 1801 gebaseerd en soms wordt er zelfs nog in KB’s naar verwezen, terwijl de Articles organiques als wetten blijven voortbestaan voor zover zij niet onverenigbaar zijn met de Belgische grondwetsbeginselen.[117] Het sluiten van een concordaat zou dus een grondwetswijziging vereisen. Vervolgens zou de overheid gelijkaardige overeenkomsten moeten sluiten met andere (erkende) erediensten[118], zoniet zou men gewag kunnen maken van een ongeoorloofde discriminatie. Het sluiten van een concordaat, zonder een grondwetswijziging zou in ieder geval een schending van de Grondwet inhouden.
BESLUIT
De betekenis van de titel “Een paradoxale scheiding” zou nu volledig ontrafeld moeten zijn, niettemin is een verdere verduidelijking wellicht gewenst. Bij de bespreking van de verhouding tussen Kerk en Staat in België is gebleken de scheiding tussen beiden helemaal niet volledig is. Veel auteurs hebben deze verhouding trachten te kwalificeren en evenveel kwalificaties hebben het licht gezien. Steeds wordt dezelfde paradox in de rechtsleer blootgelegd: enerzijds wordt de godsdienstvrijheid benadrukt en worden alle erediensten als gelijk beschouwd, anderzijds heeft met een systeem van erkenning ontwikkelt met belangrijke financiële gevolgen. In Frankrijk is de verhouding tussen Kerk en Staat in grotere mate een uitgesproken scheiding.Ook het Voorstel Maingain wordt gekenmerkt door een paradox. Enerzijds vult men de verhouding tussen Kerk en Staat in vanuit een Frans geïnspireerde negatieve religieuze vrijheid en lijkt men eenlaïcité de combat te recreëren. Anderzijds zou naar eigen zeggen de voorgestelde grondwetswijziging aansluiten bij het opzet van het Nationaal Congres. Deze ongerijmdheid is slechts schijn. Men wil niet raken aan de bestaande bepalingen inzake de verhouding tussen Kerk en Staat en tegelijkertijd wil men een scheiding pur sang doorvoeren, waardoor uiteindelijk deze verhouding toch helemaal wijzigt. Een nog niet uitdrukkelijk geformuleerd voorstel om opnieuw een régime concordataire in te voeren is in het geheel niet verenigbaar met de Grondwet, van een paradox is er geen sprake.
[1] Zie U.S. DEPARTEMENT OF STATE – BUREAU OF DEMOCRACY, HUMAN RIGHTS AND LABOR, International Religious Freedom Report 2003: Belgium , http://www.state.gov/g/drl/rls/irf/2003/24346.htm, 21 februari 2004, Online: “The population is predominantly Roman Catholic. According to the 2001 Survey and Study of Religion, jointly conducted by a number of the country's universities and based on self-identification, approximately 47 percent of the population identify themselves as belonging to the Catholic Church. The Muslim population numbers approximately 364,000, and there are an estimated 380 mosques in the country. Protestants number between 125,000 and 140,000. The Greek and Russian Orthodox Churches have approximately 70,000 adherents. The Jewish population is estimated at between 45,000 and 55,000. The Anglican Church has approximately 10,800 members. The largest nonrecognized religions are Jehovah's Witnesses, with approximately 27,000 baptized members, and the Church of Jesus Christ of Latter-day Saints (Mormons), with approximately 3,000 members.” Zie ook DOBBELARE, K., ELCHARDUS, M., KERKHOFS, J., VOYE, L. en BAWIN-LEGROS, B., Verloren zekerheid. De Belgen en hun waarden, overtuigingen en houdingen, Tielt, Lannoo, 2000, 272 p.
[2] X, Congrès de Mouvement Réformateur “Engagement citoyen" – Citoyenneté et Démocratie, p 8-9.
[3] Ibid., p 6. Eigen (de)cursivering.
[4] Ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet – Amendementen, Parl. St. Kamer 2002-2003, nr. 50 2389/002.
[5] Ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet – Amendementen, Parl.St. Senaat, 2002-2003, nr. 50 2-1549/2.
[6] X, La vision et le programme des Réformateurs,http://www.mr.be/docs/du_coeur_a_l_ouvrage.pdf, 18 februari 2004, Online, 24.
[7] DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 5.
[8] ALEN, A., Handboek van het Belgische staatsrecht, Deurne, Kluwer,1995, 823.
[9] Pand. b., v° Cultes, nr. 1-2.
[10] MAST, A. en DUJARDIN, J., Overzicht van het Belgisch grondwettelijk recht, Gent, Story, 1985, 554.
[11] DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 17.
[12] DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 16 en voetnoot 45.
[13] Ibid., 16 en voetnoot 47.
[14] Ibid., 16 en voetnoot 48.
[15] FERRARI, S., “Church and State in Europe. Common Patters and Challenges”, in KIDERLEN, H.-J., TEMPEL, H., TORFS, R. (ed.), Which Relationships between Churches and the European Union? Thoughts for the future, Leuven, Peeters, 1995, 33.
[16]Deze leer week af van die van de veroordeelde Franse priester Lamennais, de vader van het liberaal-katholicisme, die door een algehele scheiding tussen Kerk en Staat de vrijheid wou verwerven. WAGNON, H., “Le Congrès national belge de 1830-1837 a-t-il établi la séparation de l’Eglise et de l’Etat”, in X (ed.), Etudes d’histoire du droit canonique dédiées à Gabriel Le Bras, I, Parijs, Sirey, 1965, 761.
[17] VAN GOETHEM, H., “Het beginsel van verdraagzaamheid in de Belgische grondwet: een historische duiding”, in UFSIA, CENTRUM GRONDSLAGEN VAN HET RECHT (ed.), Recht en verdraagzaamheid in de multiculturele samenleving, Antwerpen, Maklu, 1993, 39-41 enVAN GOETHEM, H., “L’église catholique et la liberté de religion et du culte en Belgique dans les constitutions de 1815 et 1831”, in VAN GOETHEM, H., WAELKENS, L., en BREUGELMANS, K. (ed.), Libertés, pluralisme et droit. Une approche historique, Brussel, Bruylant, 1995, 185-187.
[18] LUYCKX, T. en PLATEL, M., Politieke geschiedenis van België, I, Van 1789 tot 1944, Antwerpen, Kluwer, 1985, 40-53.
[19] X., Considérations sur la liberté religieuse par un unioniste, Leuven, Van Linthout, 1830, 24p.
[20] VAN GOETHEM, H., “Het beginsel van verdraagzaamheid in de Belgische grondwet: een historische duiding”, in UFSIA, CENTRUM GRONDSLAGEN VAN HET RECHT (ed.), Recht en verdraagzaamheid in de multiculturele samenleving, Antwerpen, Maklu, 1993, 42.
[21] De voorrang van het burgerlijk op het kerkelijk huwelijk lijkt wel degelijk te zijn gebruikt als pasmunt voor verregaande faciliteiten voor de erediensten. Zie AUBERT, R., “l' Eglise et l’Etat en Belgique du XIXe Siècle”, Res Publica 1968 (Spécial 2), 20-21.
[22] LUYCKX, T. en PLATEL, M., Politieke geschiedenis van België, I, Van 1789 tot 1944, Antwerpen, Kluwer, 1985, 53-54.
[23]VAN GOETHEM, H., “Het beginsel van verdraagzaamheid in de Belgische grondwet: een historische duiding”, inUFSIA, CENTRUM GRONDSLAGEN VAN HET RECHT (ed.), Recht en verdraagzaamheid in de multiculturele samenleving, Antwerpen, Maklu, 1993, 44-46.
[24] ALEN, A., Handboek van het Belgische staatsrecht, Deurne, Kluwer,1995, 817. Andere auteurs gewagen van een “onderlinge onafhankelijkheid van Kerk en Staat” of hebben het over een “gematigde scheiding”, een “positieve neutraliteit”, een “welwillende neutraliteit”, een “regime sui generis”, een “beschermde vrijheid” of een “genuanceerde scheiding” ZieDE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 34-35 en de verwijzingen aldaar (cf. infra).
[25] Ook buiten het Nationaal Congres was er onvrede. Laurent, Gents professor staatsrecht en liberaal, verdedigde de stelling dat alle macht bij de staat moet berusten. (BAERT, G., “Prof. François Laurent een eeuw later (1810-1887-1987)”, T.P.R. 1990, 87.) In Van Espen: étude historique sur l'église et l'état en Belgique behandelt Laurent de verhouding tussen Kerk en Staat. Laurent ziet in de ideeën van Van Espen over het appel du comme d’abus en de vergelijkbare rechtsfiguur van de recursus ad principem zijn thesis bevestigd over de soevereine macht van de Staat: de Staat mag niet dulden dat een andere macht wetten uitvaardigd, zelfs al zijn die slechts in geweten bindend. Hij vindt het betreurenswaardig dat het Nationaal Congres de (bijzondere) scheiding tussen Kerk en Staat heeft aanvaard, want daardoor heeft de Staat alle macht over de Kerk verloren. (LAURENT, F., Van Espen: étude historique sur l'église et l'état en Belgique, Brussel,Lacroix en Van Meenen, 1860, 248 p.) Zie VAN STIPHOUT, M., “Van de Paus of van de Koning? Zeger-Bernard Van Espen en het appel comme d’abus”, Pro Memorie 1999, 100-114 voor de werkelijke opvattingen van Van Espen; zie Pand. b., vis Abus (Appel comme d’), Appel comme d’abus voor een onderzoek naar het voortbestaan van deze rechtsfiguur in het Belgische constitutionele recht. Voor een zoektocht naar sporen van de Recursus ad principem in de hedendaagse verhouding tussen Kerk en Staat, zie VAN STIPHOUT, M., “Legal Continuity and Discontinuity in the Low Countries in Search of a “Recursus ad principem” in Ecclesiastical Cases in the 1990s”, in COOMAN, G., VAN STIPHOUT, M. en WAUTERS, B., Zeger-Bernard Van Espen at the Corssroads of Canon Law, History, Theology and Church-State Relations – Separando certa ab incertis conciliare et explicare, Leuven, Peeters, 2003, XVIII en 498 p, waarin de arresten van het Hof van Cassatie van 20 oktober 1994 en 3 juni 1999 besproken worden, waarna de auteur vaststelt dat de vragen die rezen in het licht van Recursus ad principem in België nog steeds aan de orde zijn en aan de seculiere rechter gesteld worden (cf. infra,).
[26] Zie bijvoorbeeld Pand. b., v° Cultes, nr. 1-2.
[27] TORFS, R., “De Belgische Grondwet over Kerk en Staat, geloof en maatschappij”, in TORFS, R. (ed.), Beheer en beleid van katholieke instellingen, Leuven, Peeters, 1990, 42-43.
[28]ALEN, A., Compendium van het Belgisch staatsrecht, I, Diegem, Kluwer, 2000, 54-55.
[29] Denk bijvoorbeeld aan het maatschappelijke debat over de gelijkheid tussen man en vrouw, euthanasie, de openstelling van het huwelijk voor personen van hetzelfde geslacht, enz.
[30] TORFS, R., “De Belgische Grondwet over Kerk en Staat, geloof en maatschappij”, in TORFS, R. (ed.), Beheer en beleid van katholieke instellingen, Leuven, Peeters, 1990, 45-47.
[31] Zie bijvoorbeeld THONISSEN, J.-J., La constitution belge annotée offrant sous chaque article l’état de la doctrine, de la jurisprudence et de la législation, Brussel, Bruylant, 1879, 60-63 enDE GROOF, J., “Schets van de grondwettelijke beginselen inzake de verhouding Kerk-Staat in België”, Jura Falc. 1979-80, 179-219.
[32] ORBAN, O., Le droit constitutionnel de la Belgique, III, Libertés constitutionnelles et principes de législation, Luik, Dessain, 1911, 590-593.
[33] DE GROOF, J., “Schets van de grondwettelijke beginselen inzake de verhouding Kerk-Staat in België”, Jura Falc. 1979-80, 217.
[34] TORFS, R., “De Belgische Grondwet over Kerk en Staat, geloof en maatschappij”, in TORFS, R. (ed.), Beheer en beleid van katholieke instellingen, Leuven, Peeters, 1990, 51.
[35] MARTENS, K., “Recours aux tribunaux belges en matière ecclésiastique – La position de la cour de Cassation belge à l’aube du troisième millénaire”, European Journal for Church and State Research 2000, 21-29 en TORFS, R., “Autonomy of Churches in Belgium. Status Quaestionis and Current Debate”, in WARNINK, H. (ed.), Legal Position of Churches and Church Autonomy, Leuven, Peeters, 2001, 87-96.(cf. infra)
[36] THONISSEN, J.-J., La constitution belge annotée offrant sous chaque article l’état de la doctrine, de la jurisprudence et de la législation, Brussel, Bruylant, 1879, 363.
[37] GIRON, A., Le droit public de la Belgique, Brussel, Manceaux, 1884, 496.
[38] TORFS, R., “De Belgische Grondwet over Kerk en Staat, geloof en maatschappij”, in TORFS, R. (ed.), Beheer en beleid van katholieke instellingen, Leuven, Peeters, 1990, 61.
[39] ALEN, A., Handboek van het Belgische staatsrecht, Deurne, Kluwer,1995, 823.
[40] DE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 128.
[41] MAST, A. en DUJARDIN, J., Overzicht van het Belgisch grondwettelijk recht, Gent, Story, 1985, 554.
[42] TORFS, R., “De Belgische Grondwet over Kerk en Staat, geloof en maatschappij”, in TORFS, R. (ed.), Beheer en beleid van katholieke instellingen, Leuven, Peeters, 1990, 60-61.
[43] MARTENS, K., “Religie”, in DE GEEST , G., DE RIDDER , R., HOBIN, V. (ed.), Administratieve wegwijzer voor vreemdelingen, vluchtelingen en migranten, Deurne, Kluwer, 1989 (2000), 45-46.
[44] Ibid., 43.
[45] Ibid., 46-47.
[46] DE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 128 en MARTENS, K., “Religie”, in DE GEEST , G., DE RIDDER , R., HOBIN, V. (ed.), Administratieve wegwijzer voor vreemdelingen, vluchtelingen en migranten, Deurne, Kluwer, 1989 (2000), 43
[47] cf. supra
[48] Een historisch voorbeeld kan men terugvinden in VAN STIPHOUT, M., “Van de Paus of van de Koning? Zeger-Bernard Van Espen en het appel comme d’abus’, Pro Memorie 1999, 100-102. Zie ook voetnoot 26.
[49] VERSTEGEN, R., Geestelijken naar Belgisch Recht. Oude en nieuwe vragen, Berchem-Antwerpen, Kluwer, 1977, 95 en VUYE, H., “Hoe gescheiden zijn Kerk en Staat? Interpretatiemogelijkheden omtrent art. 21 van de Grondwet”, (noot onder Cass. 20 oktober 1994), R. Cass. 1995, 50.
[50]Zie de indirecte controle van de canoniekrechterlijke procedure door het EHRMin het arrest Pellegrini/Italië (n° 30882/96) van juli 2001. In dit arrest wordt Italië door het EHRM veroordeeld wegens schending van art. 6 §1 EVRM omdat de Italiaanse rechtbanken exequatur verleend hadden aan een arrest van de Romeinse Rota– een gevolg van het Concordaat – , zonder zich er van te vergewissen of het recht op een eerlijk proces tijdens de canoniekrechterlijke procedure was nageleefd.
[51] MARTENS, K., “Recours aux tribunaux belges en matière ecclésiastique – La position de la cour de Cassation belge à l’aube du troisième millénaire”, European Journal for Church and State Research 2000, 22 en de verwijzingen naar rechterlijke uitspraken in voetnoot 4.
[52] VUYE, H., “Hoe gescheiden zijn Kerk en Staat? Interpretatiemogelijkheden omtrent art. 21 van de Grondwet”, (noot onder Cass. 20 oktober 1994), R. Cass. 1995, 55.
[53] Luik 5 juni 1967, Jur. Liège 1967-68, 138 en MARTENS, K., “Recours aux tribunaux belges en matière ecclésiastique – La position de la cour de Cassation belge à l’aube du troisième millénaire”, European Journal for Church and State Research 2000, 23.
[54] Cass. 25 september 1975, Pas. 1975, I, 111.
[55] VUYE, H., “Hoe gescheiden zijn Kerk en Staat? Interpretatiemogelijkheden omtrent art. 21 van de Grondwet”, (noot onder Cass. 20 oktober 1994), R. Cass. 1995, 55-56.
[56] TORFS, R., “Autonomy of Churches in Belgium . Status Quaestionis and Current Debate”, in WARNINK, H. (ed.), Legal Position of Churches and Church Autonomy, Leuven, Peeters, 2001, 88.
[57] Zie VERSTEGEN, R., Geestelijken naar Belgisch Recht. Oude en nieuwe vragen, Berchem-Antwerpen, Kluwer, 1977, 96 en LEMMENS, P., “De Kerkelijke overheid in de greep van de wereldlijke rechter”, in WARNINK, H. (ed.), Rechtsbescherming in de kerk, Leuven, Peeters, 1991, 80, die verwijst naar het beginsel patere legem quam ipse fecisti.
[58]Bergen, 7 januari 1993, T.S.R. 1993, 69.
[59]TORFS, R., “De verhouding tussen Kerk en Staat op nieuwe wegen?”, (noot onder Bergen 7 januari 1993), T.S.R. 1993, 72-79 enVUYE, H., “Hoe gescheiden zijn Kerk en Staat? Interpretatiemogelijkheden omtrent art. 21 van de Grondwet”, (noot onder Cass. 20 oktober 1994), R. Cass. 1995, 56.
[60] Cass. 20 oktober 1994, Arr.Cass. 1994, 861.
[61]Volgens dit maxime zou de bevoegde kerkelijke overheid bij het nemen van de beslissing de intern voorgeschreven regels moeten respecteren.
[62] Eigen cursivering.
[63] TORFS, R., “Autonomy of Churches in Belgium . Status Quaestionis and Current Debate”, in WARNINK, H. (ed.), Legal Position of Churches and Church Autonomy, Leuven, Peeters, 2001, 90.
[64] Cass. 3 juni 1999, Arr.Cass. 1999, 330 en MARTENS, K., “Het Hof van Cassatie en de interpretatie van artikel 21 G.W.: de verhouding tussen Kerk en Staat dan toch niet op nieuwe wegen?”, C.D.P.K. 2000, 215-218.
[65] TORFS, R., “Autonomy of Churches in Belgium . Status Quaestionis and Current Debate”, in WARNINK, H. (ed.), Legal Position of Churches and Church Autonomy, Leuven, Peeters, 2001, 92-96 en de verwijzingen aldaar. Zie ook de verwijzingen bij MARTENS, K., “Recours aux tribunaux belges en matière ecclésiastique – La position de la cour de Cassation belge à l’aube du troisième millénaire”, European Journal for Church and State Research 2000, 29, voetnoot 4.
[66] Opmerkelijk is hoe Procureur-general du Jardin verwijst naar Torfs (TORFS, R., “Religieuze gemeenschappen en interne autonomie. Fluwelen evolutie?”, in UFSIA (ed.), Jaarboek Mensenrechten 1998- 2000, Antwerpen, Maklu, 2002, 256-264), maar terwijl deze een gematigde tussenpositie inneemt, interpreteert du Jardin hem als een voorstander van de kwaliteitscontrole (DU JARDIN, J., Het recht van verdediging in de rechtspraak van het Hof van Cassatie 1990-2003 – Rede uitgesproken op de plechtige openingszitting van het Hof van Cassatie op 1 september 2003, http://www.juridat.be/cass/cass_nl/p1.php, 23 maart 2003, Online, 57-58).
[67] DE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 34 en de verwijzingen in voetnoot 106.
[68] Pand. b., v° Autorités ecclésiastiques, nr. 2.
[69] DE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 34-35 en de verwijzingen aldaar.
[70] DUGUIT, L., Traité de droit constitutionnel, V, Parijs, Librairie Fontemoing &Cie, 1925, 502.
[71] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, Presses Universitaires de France, 1993, 53, vn. 1.
[72] Waarbij neutraliteit als doel heeft elke religieus of metafysisch element te weren uit de publieke orde. ZieMEERSCHAUT, K. en VANSWEEVELT, N., “De hoofddoek opnieuw uit de kast: godsdienstvrijheid op school in een democratische rechtsstaat”, in INTERUNIVERSITAIR CENTRUM MENSENRECHTEN, Mensenrechten Jaarboek 1998/2000, Antwerpen, Maklu, 2000, 66.
[73] KOUBI, G., “La laïcité dans le texte de la Constitution”, RDP 1997, 1302. Contra BASDEVANT-GAUDEMET, B., “State and Church in France ”, in ROBBERS, G. (ed.), State and Church in the European Union, Baden-Baden , Nomos, 1996, 122
[74] Het lijkt erg onwaarschijnlijk dat de wet van 9 december 1905 niet meer pertinent is. Nog in 1995 heeft men in de Assemblée Nationale een colloquium georganiseerd met als thema: “Faut-il modifier la loi de 1905?”.VOLFF, J., “Régimes des cultes et laïcité”, Gaz. Pal. 2001, 1088.
[75] KOUBI, G., “La laïcité dans le texte de la Constitution”, Revue du droit public et de la science politique, 1997, 1309 en de verwijzingen in voetnoot 29. Al verwijst men in de voorbereiding van de huidige grondwet niet naar de wet van 9 december 1905.
[76] De Franse overheid en Pius VII sloten op 26 Messidor An IX (15 juli 1801) een concordaat, Convention entre le Pape et le gouvernement français. Het Concordaat werd samen met de Articles organiques de la convention du 26 messidor an IX – waartegen Pius VII zich hevig verzette – afgekondigd op 18 Germinal An X (8 april 1802). DE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 28-30 en DUGUIT, L., Traité de droit constitutionnel, V, Parijs, Librairie Fontemoing &Cie, 1925, 478-479. Zie Pand. b., vis Articles organiques en Concordat, waarin onderzocht wordt in welke mate beide teksten nog gelding hebben in het Belgische constitutionele bestel.
[77] DUGUIT, L., Traité de droit constitutionnel, V, Parijs, Librairie Fontemoing &Cie, 1925, 495.
[78] DUGUIT, L., Traité de droit constitutionnel, V, Parijs, Librairie Fontemoing &Cie, 1925, 496-497.
[79] CAPERAN, L., Histoire contemporaine de la laïcité française – La crise dus seize mai et la revanche républicaine, Parijs, Librairie Marcel Rivière et Cie, 1957, IX-XII en 30-36.
[80] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, Presses Universitaires de France, 1993, 78.
[81] Ibid., 55-61.
[82] DUGUIT, L., Traité de droit constitutionnel, V, Parijs, Librairie Fontemoing &Cie, 1925, 502-527.
[83] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, Presses Universitaires de France, 1993, 62-63.
[84] LUCHAIRE, F. en CONAC, G., La constitution de la république française, Parijs, Economica, 1987, 121.
[85] MORANGE, J., “Le régime constitutionnel des cultes en France”, in EUROPEAN CONSORTIUM FOR CHURCH AND STATE RESEARCH (ed.), Le statut constitutionnel des cultes dan les pays de l’union européenne, Parijs, Litec, 1995, 123.
[86] Na de loi constitutionnelle n° 95-880 van 4 augustus 1995, die ervoor zorgde dat het huidige art. 1 bestaat uit de eerste alinea van het oude art. 2, terwijl de andere bepalingen van het oude art. 2 nog steeds deel uitmaken van het huidige art. 2. Deze louter tekstuele verschuiving laat toe om de kenmerken van de Franse Republiek beter te benadrukken. Zie KOUBI, G., “La laïcité dans le texte de la Constitution”, RDP1997, 1309.
[87] CALEWAERT, W., DE DROOGH, L., FIVE, A., KETELAER, A.-F. en VANDERNACHT, P., Verhouding Staat, Kerk en vrijzinnigheid in Europa – Een rechtsvergelijkende studie, Brussel, Centraal Vrijzinnige Raad, 1996, 53-62.
[88] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, Presses Universitaires de France, 1993, 65. Zie ook KOUBI, G., “La laïcité dans le texte de la Constitution”, RDP 1997, 1302 en 1315.
[89] VOLFF, J., “Régimes des cultes et laïcité”, Gaz. Pal. 2001, 1092.
[90] KOUBI, G., “La laïcité dans le texte de la Constitution”, RDP 1997, 1312.
[91] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, PUF, 1993, 75.
[92] Ibid., 19.
[93] VOLFF, J., “Régimes des cultes et laïcité”, Gaz. Pal. 2001, 1091-1092.
[94] CALEWAERT, W., DE DROOGH, L., FIVE, A., KETELAER, A.-F. en VANDERNACHT, P., Verhouding Staat, Kerk en vrijzinnigheid in Europa – Een rechtsvergelijkende studie, Brussel, Centraal Vrijzinnige Raad, 1996, 55-56.
[95] LUCHAIRE, F. en CONAC, G., La constitution de la république française, Parijs, Economica, 1987, 140.
[96] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, PUF, 1993, 29-32.
[97] Ibid., 45.
[98] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, PUF, 1993, 19 en de rechtsvergelijkende bespreking in Deel III.
[99] X, Congrès de Mouvement Réformateur “Engagement citoyen” – Citoyenneté et Démocratie, p 6.
[100] TORFS, R., “State and Church in Belgium ”, in ROBBERS, G. (ed.), State and Church in the European Union, Baden-Baden , Nomos, 1996, 18.
[101] DE GROOF, J., “De bescherming van ideologische en filosofische strekkingen. Een inleiding”, in ALEN, A en SUETENS, L. (ed.), Zeven knelpunten na zeven jaar Staatshervorming, Brussel, Story-Scientia, 1988, 312.
[102] DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 144-196.
[103] Idem., 385-386.
[104]Bijvoorbeeld het concordaat met Slowakije; http://www.kerknet.be, 19 december 2000.
[105] http://www.kerknet.be, 12 februari 2003.
[106] “L’organe représentatif par lequel agit l’Eglise Catholique” MINNERATH, R., L’Eglise et les Etats concordataires (1846-1981) – la souveraineté spirituelle, Parijs, Cerf, 1983, 78.
[107] WAGNON, H., Concordats et droit international, Gembloux, J. Duculot, 1935, 23.
[108] Ibid., 23.
[109] DURAND, J.-P., “Echos français en droit civil ecclésiastique pour l’année universitaire 2000-2001, European Journal for Church and State Research 2001, 133.
[110] Eigen cursivering.
[111]BOSSUYT, M. en WOUTERS, J., Grondlijnen van internationaal recht, Leuven, Instituut voor Internationaal Recht – KULeuven, 2004, 57.
[112] KOCK, H.R., Rechtliche und politische Aspekte von Konkordaten, Berlijn, Duncker &Humblot, 1983, 23.
[113] Idem., 24-30 en MIGLIORE, C., “Ways and Means of the International Activity of the Holy See”, in FACULTEIT KERKELIJK RECHT – KULEUVEN (ed.), Church and State, Changing Paradigms – Monsignor W. Onclin Chair 1999, Leuven, Peeters, 1999, 32-36.
[114] WAGNON, H., Concordats et droit international, Gembloux, J. Duculot, 1935, 109.
[115] WAGNON, H., Concordats et droit international, Gembloux, J. Duculot, 1935, 376-378 en DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 32.
[116]Advies 4 januari 1962, Parl. St. Kamer 1961-1962, nr. 296/1.
[117] DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 32 en de voorbeelden in vn. 103.
[118]Zoals bijvoorbeeld in Italië gebeurd bij de financiering van religieuze organisaties; TORFS, R., “Should Churches Be Subsidized? Different Models. Some Perspectives”, in X (ed.), The Role of the Churches in the Renewing Societies. Lectures and Documents. Budapest Symposium, March 3-5-1997 , St. Alban’s, International Religious Liberty Association, 1998, 48.
Vervaeke Leen
Er waart een spook door Afrika. De perceptie van de Kongolese en Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd in De Rode Vaan. [Congo/Zaïre/Belgisch Congo/Congo belge/Algerije/Algérie/Algeria]
Edited: 200406300949
Scriptie voorgelegd aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, voor het behalen van de graad van Licentiaat in de Geschiedenis.
Academiejaar: 2003-2004
Katholieke Universiteit Leuven
Promotor: Prof. Dr. PATRICK PASTURE

Commentaar LT: in haar scriptie slaagt Leen Vervaeke erin om de naam van de hoofdredacteur van 'Le Drapeau Rouge', Pierre Joye, NIET te vermelden; een onverklaarbare blindheid. Ook in de bibliografie komen de werken van Pierre Joye NIET voor. Dat maakt ons benieuwd naar de rol van en de kwotering door de promotor, prof Pasture.

TESSENS Lucas
Het geld van de omroep: 1930-1939: Crisisjaren - De ruk naar rechts - De massificatie - De radio wordt een massamedium, een propagandamiddel en een instrument voor volksopvoeding - De radio wordt een staatsmonopolie. De minister van PTT zit de Raad van Beheer voor - Opgenomen radioreportages worden mogelijk (klankband en montage) - Radiotaksen als bron voor financiering van de openbare omroep - Radiodistributie - Nieuwe perstitels
Edited: 200300193001
De regeringen
Jaspar II (22/11/1927-21/5/1931) KAT-LIB
Renkin (5/6/1931-18/10/1932) KAT-LIB
de Broqueville (22/10/1932-13/11/1934) KAT-LIB
Theunis II (20/11/1934-19/3/1935) KAT-LIB
Van Zeeland I (25/3/1935-26/5/1936) KAT-SOC-LIB
Van Zeeland II (13/6/1936-25/10/1937) KAT-SOC-LIB
Janson (23/11/1937-13/5/1938) KAT-SOC-LIB
Spaak I (15/5/1938-9/2/1939) KAT-SOC-LIB
Pierlot I (21/2/1939-27/2/1939) KAT-SOC
Pierlot II (18/4/1939-3/9/1939) KAT-LIB
Pierlot III (3/9/1939-10/5/1940) KAT-SOC-LIB
Verkiezingen
27 november 1932
24 mei 1936
2 april 1939

De algemene toestand
Tijdens de eerste maanden van 1930 kan de Belgische economie nog even profiteren van de gunstige effecten die uitgaan van de wereldtentoonstelling (te Antwerpen en te Luik) en de viering van het Belgische eeuwfeest. In het tweede semester doet de wereldcrisis zich echter ook bij ons ten volle voelen. De uitvoer stuikt in elkaar en zal pas in 1935 terug beginnen groeien. Vanaf 1932 maakt de regeringen gebruik van bijzondere machten en dat stelt het geloof in de parlementaire democratie zwaar op de proef. Op het sociale vlak werkt de ellende de massificatie in de hand. De uitzichtloze toestand van velen is een ideale voedingsbodem voor massabeïnvloeding en populistische propaganda, zowel van uiterst rechts als van uiterst links.
Schandalen plagen de katholieke partij. Daarvan maakt Leon Degrelle, zelf katholiek, met zijn Rexisme gebruik om zwaar uit te halen naar de ultra-conservatieve vleugel van de katholieke partij. Tijdens massameetingen en via eigen periodieken ('Rex', 'Vlan', 'Soirées', 'Foyer' en 'Crois') en dagbladen ('Le pays réel' vanaf 2 mei 1936 en 'De nieuwe Staat' vanaf 1 september 1936) vuurt hij zijn aanhangers, zowel in Wallonië als in Vlaanderen, aan om de traditionele partijen in het kieshokje vaarwel te zeggen. (De Bruyne, 1973: 71-130; Gerard, 1985: 30-33; Gerard, 1994: 75-123) De verkiezingen van 24 mei 1936 brengen een zware nederlaag voor de katholieke partij (- 10% van de stemmen) en een overwinning voor Rex. De Vlaams nationalisten en de communisten halen eveneens heel wat stemmen. De socialisten houden stand. Daarmee is de polarisatie in het land een feit. De zetelverdeling in de Kamer na de verkiezingen van 1932, 1936 en 1939 levert volgend beeld op:


De werkloosheid neemt enorme proporties aan: van nauwelijks 17.000 in 1929 naar 319.000 werklozen in 1932. Zij die nog werk hebben, zien hun uurloon tussen 1929 en 1935 met ongeveer 20% dalen. De prijzen dalen echter evenzeer zodat op het eerste gezicht de koopkracht gehandhaafd blijft. De belastingdruk is evenwel geweldig hoog zodat de privé-bestedingen kelderen.
Hieruit groeit vanzelfsprekend sociale onrust en stakingen zijn schering en inslag. Daarbij moet men bedenken dat het in vele gevallen om wilde stakingen gaat, die de vakorganisaties slechts schoorvoetend erkennen vanwege de enorme druk op hun stakingskassen.
In maart 1935 vormt Paul van Zeeland een regering van nationale unie. De socialisten drukken een groot deel van het zgn. Plan De Man (deficit spending) door. De devaluatie van 28% komt snel: op 31 maart 1935. De economie krijgt weer zuurstof en de uitvoer herneemt. Ook de gezinsconsumptie komt even overeind en de kleinhandelaars zien hun omzet stijgen. Het herstel is echter van korte duur. Naar het eind van de jaren 30 belandt de economie terug in een crisis. De inzinking op de internationale markten verzwakt de uitvoer én dus de omzet van de industrie. Om het overheidsdeficit te financieren grijpt de regering opnieuw naar belastingverhogingen.
Daardoor raakt de binnenlandse consumptie aangetast. Met die infernale cirkel is het depressieklimaat weerom aanwezig. Daar bovenop tekent de oorlogsdreiging zich vanaf 1938 duidelijk af. De generatie van de dertiger jaren gaat volledig ontgoocheld en gefrustreerd een nieuwe wereldoorlog tegemoet.

Het NIR-INR
De Wet van 14 mei 1930 (BSB 19300516) schenkt aan de staat het monopolie van de radiocommunicaties. Artikel 1 van deze wet luidt immers als volgt: "De regeering is gemachtigd de radiotelegrafie, de radiotelefonie en alle andere radioverbindingen in te richten en te exploiteren." Toch krijgen in de periode 1930-1940 nog heel wat particuliere stations de toelating om radioprogramma's uit te zenden, zowel in Vlaanderen als in Wallonië. Deze toelatingen zijn echter herroepbaar en er ontstaan vaak hoog oplopende geschillen over. De tweede wereldoorlog zal een einde maken aan het bestaan van deze vergunningen (Van Bol, 1975: 86).
De wet van 18 juni 1930 geeft aan het Nationaal Belgisch Instituut voor Radio-Omroep (NIR/INR) zijn statuut. Artikel 11 van deze wet bepaalt hoe het NIR gefinancierd wordt:
"De inkomsten van het instituut bestaan inzonderheid uit:
a) het bedrag van giften en legaten te zijnen bate, na machtiging of goedkeuring door den Koning;
b) De leeningen die het mocht sluiten (inzonderheid door uitgifte van obligatiën) met machtiging van de regeering. Tot een bedrag van 10.000.000 frank werkelijk ontleend kapitaal, zal de regeering de rente en de delging waarborgen der leeningen welke het instituut mocht sluiten.Een koninklijk besluit bepaalt de voorwaarden van deze waarborg.
c) De jaarlijksche Staatstoelage en, meer bijzonder, een jaarlijksche toelage gelijk aan:
1° 90 t.h. van het voorzien bedrag der ontvangsten, opgeleverd door de jaarlijksche taxe, welke de Staat heft op de private radio-ontvangtoestellen;
2° Eene som gelijk aan het voorzien bedrag van de ontvangsten der belasting, welke de Staat heft op den groothandelsprijs van de electronenlampen of andere gelijkaardige toestellen voor het detecteren of het versterken van de in radio-electrische ontvangtoestellen bruikbare seinen, loodglanskristallen of andere kristallen uitgezonderd;
d) De toelagen welke openbare besturen en instellingen mochten toekennen;
e) De ontvangsten welke het zou bekomen door zijn uitgaven of naar aanleiding van contracten, door den raad van beheer afgesloten binnen de perken van de bedrijvigheid van het instituut."
Artikel 12 bepaalt dat het instituut een boekhouding moet voeren en een jaarverslag moet overmaken aan de minister van PTT.
Artikel 17 bepaalt: "Bij de gewone begroting van het dienstjaar 1930 van het Ministerie van Posterijen, Telegrafen en Telefonen wordt een crediet geopend onder volgende rubriek: Toelage aan het Belgisch nationaal Instituut voor radio-omroep (N.I.R.): 1.600.000 frank."
De openbare radio, die op 1 februari 1931 begint uit te zenden, wordt niet uit het niets opgericht maar neemt de twee zenders van 15 kW te Veltem over, die eind de jaren twintig door een associatie van Radio Belgique en van de Boerenbond (NV Radio) bij SBR besteld waren. Op het ogenblik van de overname waren beide zenders niet operationeel toen zij werden overgenomen door het INR-NIR. (X 1953:5)
Noteer dat Radio Belgique (Theo Fleischman) zijn uitzendingen stopte op de dag van de stichting van het NIR. Zijn personeel werd in de nieuwe staatsinstelling ingeschakeld (Van Pelt, 1973: 240; Boon G., 1988: 29). Men kan stellen dat Radio Belgique werd genationaliseerd met een ruime compensatie voor de eigenaar(s). Hiervoor kan het eerste jaarverslag van de NIR/INR geraadpleegd worden. In dat jaarverslag vinden we Radio Belgique en de NV Radio terug met een schuldvordering op de NIR ten belope van 1.070.011,20 BEF. Anderzijds vinden we er SBR met een schuldvordering van 95.715,50 BEF. (NIR, 1931-1932: 62) Beide schuldvorderingen samen vertegenwoordigen 91% van alle schulden die het NIR op 31 december 1931 heeft. Volgens Paul Vandenbussche, in een vraaggesprek met ons (23/10/2001), is de oprichting van de NIR-INR het directe gevolg van de financiële moeilijkheden van de S.A. Radio-Belgique. Vanuit die optiek is het ontstaan van de openbare omroep het resultaat van het mislukken van het privé-initiatief en ligt niet (alleen) een politiek verlangen maar (ook) een financieel-economisch débâcle aan de basis van het overheidsinitiatief. Hermanus plaatst de oprichting van het NIR-INR en die van de RTT in dat perspectief en wijst erop dat het dezelfde liberale ministers - Pierre Forthomme voor PTT en Paul-Emile Janson voor Justitie - zijn die zowel de oprichting van het NIR als die van de RTT in het parlement bepleiten. (Hermanus, 1990: 26) Volgens Vandenbussche speelde Prof. Arthur Boon (KU Leuven), voorzitter van de KVRO en voorzitter van de Boerenbond (geen familie van de latere directeur-generaal van de NIR) een grote rol bij de totstandkoming van het NIR-INR.
In artikel 14 van het KB van 28 juni 1930 wordt gesteld dat de "nieuwstijdingen in de vorm van persberichten" bondig moesten zijn. Duiding bij het nieuws was uitgesloten. (Goossens C., 1998: 49). Hier duikt de invloed van de dagbladpers op. Die zag namelijk in het radio-instituut een geducht concurrent. De belangen van de (partij)politieke dagbladen vielen in deze samen met die van de partijen zelf.
Verdere uitbouw van het NIR
Van 1935 tot 1938 wordt er gewerkt aan het nieuwe radiogebouw aan het Flageyplein. In 1937 komt de culturele zelfstandigheid van de Franse (o.l.v. Théo Fleischman) en de Vlaamse uitzendingen tot stand. Het jaarverslag van het NIR-INR bevat dan ook voor de eerste keer de uitgesplitste kosten voor de Franse en de Vlaamse uitzendingen, resp. 5.604.055 BEF en 5.533.911 BEF.
Radiotaks
De wet van 20 juni 1930 (BSB 19300626) en het KB van 28 juni 1930 (BSB 19300704) regelen o.m. de heffing van de radiotaksen voor de bezitters van een radio-ontvangsttoestel. De taks wordt op 60 BEF per jaar bepaald. Dat is 30 BEF minder dan oorspronkelijk in het wetsontwerp (18 april 1929) van minister Lippens (PTT) voorzien was. De parlementsleden brengen het bedrag terug tot 60 BEF per jaar (Goossens C., 1998: 44). Een gewoon huishoudbrood kost in 1930 2,14 centiem en voor een krant dient men 35 centiem neer te tellen. De radiotaks weegt m.a.w. flink door in het budget van het modale gezin want met die 60 frank kan het 28 broden kopen of meer dan een half jaar elke dag de krant lezen.
Een ander KB van 28 juni 1930 (BSB 19300704) bepaalt dat de radiotoestellen waarin uitsluitend kristallen (en dus geen radiolampen) gebruikt worden, belast worden met een jaartaks van 20 BEF.
Het is treffend dat zeer vele bepalingen uit de voornoemde wet de tand des tijds hebben doorstaan en tot in 1987 van kracht blijven: het betalen door middel van een storting op een postcheckrekening, de betaling die alle radiotoestellen in dezelfde woning dekt, de verplichting om een adreswijziging te melden, de vrijstellingen voor blinden en andere invaliden, voor onderwijsinstellingen en voor openbare diensten. In die tijden van grote werkloosheid gaan er stemmen op om de werklozen vrij te stellen van het betalen van de radiotaks. (Van Dyck, 1935:135)
De wetgever van 1930 is wel bijzonder streng voor ontduikers: de geldboete kon oplopen tot vijfmaal de ontdoken taks en dat met drie jaar terugwerkende kracht. Van een ontduiker kan m.a.w. een maximale boete van 900 BEF geëist worden ... een klein fortuin.
De wetgever van 1930 had zich blijkbaar goed geïnformeerd want ook de ontvangtoestellen die beelden konden ontvangen waren verplicht de taks te betalen. Zo'n bepaling verraadt de hand van de RTT-administratie, steeds goed geïnformeerd over de technologische ontwikkelingen. Vergeten we niet dat in 1930 de BBC reeds experimenteerde met de eerste openbare televisie-uitzending.
Door de wet van 27 december 1938 wordt de radiotaks van 60 op 78 BEF gebracht.
RTT int de radiotaksen
De inning van de taksen werd opgedragen aan de in 1930 opgerichte Regie voor Telefoon en Telegraaf. De oprichting van de RTT was, althans zo luidt de officiële versie, nodig om de verschillende telefoonnetwerken, tot dan toe in privé-handen, te interconnecteren. Hermanus is echter een andere mening toegedaan en stelt dat de interconnectie slechts een voorwendsel was. "En réalité, ce n'était qu'un prétexte. Les partisans du libéralisme économique défendaient l'idée de l'intervention de l'Etat uniquement dans des activités non rentables mais indispensables au bon fonctionnement de l'Etat." (Hermanus, 1990: 26)
Er zijn voldoende aanwijzingen om Hermanus' stelling voor waar te aanvaarden.
Collectiviseren van verliezen?
Privatiseren van winsten?
We kunnen dan ook vaststellen dat zowel de oprichting van de NIR-INR als die van de RTT geschiedden om verliezen te collectiviseren, naar de staat toe te schuiven. Onderzoek kan aantonen of zulks ook met andere risicodragende initiatieven binnen de communicatiesector (of andere sectoren) het geval is (geweest). Tegelijk kan men dan ook de 'spiegel-hypothese' toetsen: komen overheidsbedrijven (of stukken ervan) enkel in aanmerking om geprivatiseerd te worden wanneer de investering niet of nauwelijks risicodragend is?
Uiteraard mag men hierbij niet in een zwart-wit analyse vervallen en zal de realiteit zeer complex zijn. Dit neemt niet weg dat het een fundamenteel vraagstuk is bij het kijken naar de relatie tussen staats- en privé-initiatief. De vraagstelling heeft ook een ethische component, laat dat duidelijk zijn.
Aantal betalende vergunningen en vrijstellingen
Voor de jaren 30 beschikken we over betrouwbare cijfers uit het archief van Kijk- en Luistergeld (dat werd in 2003 vernietigd maar wij konden enkele belangrijke statistische documenten redden, LT).

In 1930 waren er 76.872 radiotoestellen vergund, in 1939 waren het er 15 maal meer.
Adreslijsten KLG en luisteronderzoek
De massa's adressen die bij de dienst radiotaksen beheerd worden, brengen sommigen op het idee om op basis daarvan te starten met een luisteronderzoek (Van Dyck, 1935: 156-157) of een referendum omtrent de omroep. Dit laatste moet gezien worden tegen de achtergrond van de onvrede met de partijpolitieke uitzendingen op het NIR. "Hoe gemakkelijk nochtans zou het voor haar (bedoeld wordt het NIR, LT) vallen, vermits zij alleen toch (met de Regie) de namen en adressen bezit van allen, die zich van hunne radiotaks kwijten. Zou het dan zoo'n enorme kosten met zich brengen om aan alle die menschen een voor het antwoord gereed gemaakte vragenlijst rond te zenden, welke na invulling vrachtvrij aan het NIR zou kunnen worden weergezonden! (...) Tevens zou door dergelijk referendum de 'Vox Populi' kunnen gekend worden omtrent het ja dan niet toelaten van politieke uitzendingen langs den omroep!" (Van Dyck, 1935: 144)
Gewestelijke verdeling van het radiobezit
Voor het jaar 1939 beschikken we over een gewestelijke verdeling van de 1.112.962 radiotoestellen waarvoor radiotaks betaald wordt: Wallonië (458.124 of 41%), Brussel (209.869 of 19%) en Vlaanderen (444.969 of 41%). De ondervertegenwoordiging van het Vlaamse Gewest heeft o.i. twee oorzaken: a) de inkomensachterstand in het Vlaamse landsgedeelte, en b) de relatieve sterkte van het populaire programma-aanbod van de 12 particuliere radiostations in Wallonië en Brussel, tegenover slechts 4 in het Vlaamse landsgedeelte.


Financiering van de regionale radiostations
De wet van 14 mei 1930 moet in feite de doodsteek betekenen voor de regionale stations. Artikel 8 verbiedt immers voor alle stations het voeren van handelspubliciteit. De druk van de regionale stations - vooral Radio Schaerbeek ging heftig tekeer - op de minister was echter zo groot, dat die besloot een gedoogbeleid te voeren.
De regionale radiostations deden voor hun financiering ook een beroep op jaarlijkse lidgelden. Zo vermeldt Van Dyck (1935: 134) dat Radio Châtelineau kaarten verkocht tegen 12,50 BEF en steun- en erekaarten tegen resp. 25 en 50 BEF. Radio Antwerpen (ON4ED) verkocht kaarten van 25 BEF. De auteur noemt deze vorm van financiering onwettelijk en verwijst hiervoor naar artikel 9 van het ministerieel besluit van 28 augustus 1931.

De franstalige uitzendingen van de private radiostations haalden een hogere luisterdichtheid dan de franstalige programma's van het INR. Men kan zich voorstellen dat dit niet naar de zin was van Fleischman. Greta Boon vermeldt dan ook uitdrukkelijk: "Een van de redenen waarom de leidinggevende personen van het NIR van de oorlogsomstandigheden later gebruik maakten om die particuliere zenders na de oorlog geen uitzendvergunning meer te geven, was dit grote franstalige overwicht." (Boon G., 1988: 29-33).

De wet wordt niet toegepast
De staatstoelage vormde in de periode 1930-1940 de hoofdmoot van de inkomsten van het unitaire NIR-INR. In de wetenschappelijke literatuur wordt steevast vermeld dat het NIR-NIR 90% ontving van de opbrengst van de radiotaksen. Zo stelt Gekiere in 1983: "In de wet van 18.6.1930 tot oprichting van het N.I.R. was bepaald dat 90% van de opbrengst van het kijk- en luistergeld naar de omroep zou toevloeien. Dit principe werd jaren toegepast en gedurende enkele jaren (o.m. voor 1974), bleek de toelage aan de BRT-instituten zelfs hoger te liggen dan de netto-opbrengst." (Gekiere, 1983: 179).
Ook Greta Boon stelt in 1984: "Voor de tweede wereldoorlog ontving de omroep 90% van het luistergeld." (Boon, 1984:95).
Uit ons onderzoek blijkt dat zulks weliswaar wettelijk voorzien was, doch in de realiteit slechts één jaar gehaald werd.
De beweringen van Gekiere en van Boon, beiden op de BRT werkzaam, moeten wellicht gezien worden als een manoeuver van de BRT in zijn veelvuldige disputen in de jaren 80 met de minister omtrent de BRT-dotatie. We komen hierop terug.
In het jaarverslag van de NIR-INR over het jaar 1932 lezen we: "Over het algemeen staat het aantal ontvangtoestellen in rechtstreekse verhouding met de hoedanigheid van den dienst. Door de veldmetingen heeft men er zich rekenschap kunnen van geven dat de kracht der zenders van Veltem niet voldoende is om over gansch het grondgebied (...) een dienst te verzekeren , die wat de hoedanigheid betreft, niets te wenschen overlaat. Logisch mag dus aangenomen worden dat een merkelijke verhooging der zendkracht, bv. tot 60 of 100 kw. zeer snel een verhooging van de ontvangtoestellen en bijgevolg van de ontvangsten voor gevolg zou hebben."
Het NIR-INR geloofde dus nog in de band tussen de opbrengst van de radiotaksen en haar eigen staatstoelage. Hier wordt expliciet verwezen naar de band die er bestaat tussen het aantal radiotoestellen (200.534 eind 1931, 339.635 einde 1932) en de staatstoelage (13,4 miljoen BEF voor het werkingsjaar 1932). De simpele berekening brengt ons op 12,03 miljoen BEF (200.534 toestellen x 60 BEF). Nergens in het jaarverslag wordt de berekening expliciet gemaakt. Men mag echter veronderstellen dat de berekening van de staatstoelage op het niveau van de beheerraad, waarin de voogdijminister als voorzitter zetelde, gebeurde.
Hieronder geven wij de evolutie van de bruto-opbrengst, de inningskosten die de RTT inhield, de staatstoelage aan het NIR-INR en deze laatste uitgedrukt als een percentage van de netto-opbrengst.









TESSENS Lucas
OLIE en het MIDDEN-OOSTEN - enkele feiten op een rij
Edited: 200300000901
bron: databases MERS
Startdatum Einddatum Gebeurtenis
1878 °Shell Transport and Trading Company
1879 °Pacific Coast Oil Company
1889 °Standard Oil Trust (Rockefeller)
16 Jun 1890 °Royal Dutch (KNPM) - Deterding e.a.
1897 1ste Zionistencongres: idee terugkeer Joden naar Palestina
1901 °BP
1901 °Joods Nationaal Fonds (koopt grond in Palestina)
1902 °The Texas Company (Texaco)
1907 Fusie Shell en KNPM
1911 Standard Oil Trust ontbonden in 34 bedrijven
1914 Palestina kiest zijde van Duitsland in WO I
1916 Palestijnse opstand tegen Turkije
02 Nov 1917 Balfour-declaration
09 Dec 1917 Jeruzalem door GBR veroverd op TUR
1923 GBR krijgt van Volkenbond mandaat over Palestina
1924 °Compagnie Française des Pétroles
1936 400.000 Joodse inwoners in Palestina
1936 Hagana = Joodse strijdgroep
1939 Brits voorstel om Palestina onafh. te maken
1941 Arabieren krijgen steun toegezegd van Anthony Eden
10 Apr 1941 opstand tegen Britten in Irak
1945 Hagana pleegt aanslagen op Brits leger
Mar 1945 Handvest van de Arabische Liga
22 Mar 1945 °Arabische Liga
22 May 1945 opstand in Syrië
29 May 1945 FRA bombardeert Damascus
31 May 1945 Brits ultimatum: staakt-het-vuren in Syrië
22 Mar 1946 Libanon: Franse troepen weg
17 Apr 1946 onafh. Syrië (FRA)
17 Apr 1946 Syrië: Franse en Britse troepen weg
14 Feb 1947 GB legt Palestijnse probleem voor aan UNO
Jun 1947 Joden: Exodus gepraaid door GBR
29 Nov 1947 UNO stelt opdeling Palestina voor
17 Dec 1947 7 Arabische landen tegen Joodse staat
14 May 1948 Israël tot staat uitgeroepen
15 May 1948 Arabische landen dringen Palestina binnen
15 May 1948 Einde mandaat GBR over Palestina
17 May 1948 Israël: erkend door USA en USSR
Sep 1948 +graaf Bernadotte (vermoord)
16 Oct 1948 Israël: Negev-offensief
29 Oct 1948 31 Oct 1948 Israël: Galileï-offensief
11 May 1949 Israël lid UNO
15 Mar 1951 Iran: nationalisatie olie
1953 Egypte wordt republiek onder Naguib
09 Mar 1954 °internat. consortium Iraanse olie
04 Jan 1955 Eg: Suez verboden voor Isr. schepen
24 Feb 1955 pact van Bagdad: mil. bijstand Irak-Turkije
26 Jul 1956 29 Apr 1957 Egypte: Suez-crisis
29 Oct 1956 22 Jan 1957 oorlog Israël-Egypte
08 Mar 1957 UNO in Gaza
01 Feb 1958 VAR = Egypte+Syrië
14 Feb 1958 Unie Irak-Jordanië
08 Mar 1958 Yemen bij VAR
29 Apr 1958 Nasser in Moskou
15 Jul 1958 26 Oct 1958 US-troepen in Libanon
23 Sep 1958 Eg: USSR-lening voor Assoean-dam
14 Sep 1960 oprichting OPEC
14 Sep 1960 °OPEC
08 Feb 1963 Irak: coup Aref
03 Mar 1967 betogingen tegen Engelsen in Aden (nu Yemen)
05 Jun 1967 Suez-kanaal gesloten
05 Jun 1967 11 Jun 1967 Israël: 6-daagse oorlog
08 Jun 1967 USS Liberty aangevallen door Israëli's (CIA/Mossad-operatie?)
24 Jun 1967 Johnson en Kosygin praten over vrede in MO
14 Sep 1967 +opperbevelhebber Egyptisch leger pleegt zelfmoord
13 Jan 1968 olietank Pakhoed in Rotterdam ontploft
20 Jan 1968 brand olieraff. Shell in Pernis
26 Mar 1968 Hypermoderne olieraffinaderij Mobil Oil geopend
23 Jul 1968 kaping ISR-vliegtuig
09 Nov 1968 Jemenieten aangehouden: planden aanslag op Nixon
13 Dec 1968 brand tanker aan raff. Mobil Oil raff. A'dam
1970 olieplatfom in Noordzee opgericht
04 Jul 1970 Libië: nationalisering oliemaatschappijen
28 Sep 1970 +pres. Nasser
13 Nov 1970 Syrië: Assad grijpt macht
12 Dec 1970 OPEC eist wereldmarkt voor olie
14 Feb 1971 akkoord van Teheran: verhoging olieprijzen
24 Feb 1971 Algerije: naasting Franse oliemaatschappijen
27 May 1971 15 Mar 1976 vriendschapsverdrag USSR-Egypte
Dec 1971 Britten weg uit 7 Golfstaatjes
1972 °Exxon
1972 °Statoil
05 Jun 1972 06 Jun 1972 aanslag Palestijen OS München
18 Jul 1972 Egypte: USSR-raadgevers buiten gezet
27 Sep 1972 warenhuis in Parijs in brand: waarschijnlijk aanslag Palestijnen
21 Feb 1973 Israël schiet Libisch passagiersvliegtuig neer
02 Jun 1973 OPEC verhoogt olieprijs met 12%
06 Oct 1973 Yom Kippoer oorlog
06 Oct 1973 24 Oct 1973 Jom Kippoer oorlog
12 Oct 1973 tegenoffensief Israël tegen Syrië
14 Oct 1973 Egypte rukt verder op in Israël
16 Oct 1973 Israëli's op Egyptisch grondgebied
17 Oct 1973 olie-embargo aangekondigd
17 Oct 1973 OPEC kondigt olie-boycot aan in The Times
22 Oct 1973 VN-resolutie 338: staak Yom Kippoer oorlog
04 Nov 1973 beslissing OPEC: olieproductie -25%
22 Dec 1973 OPEC verdubbelt olieprijs
13 Nov 1974 Arafat voor UNO
1975 alcohol surrogaat voor benzine
1975 olieministers gekidnapped
06 Jun 1975 Israël valt Libanon aan
15 Nov 1975 °Internationaal Energie Agentschap
1976 °ELF
23 Jan 1976 Sybetra levert fabrieken aan Irak
12 Mar 1976 Saoudi-Arabia: oliemaatschappij Aramco genationaliseerd
15 Mar 1976 Egypte zegt verdrag met USSR op
19 Nov 1977 vredesmissie Sadat naar Israël
15 Mar 1978 12 Jun 1978 Israël bezet Zuid-Libanon
05 Sep 1978 17 Sep 1978 Camp David akkoord Israël-Egypte
1979 2de oliecrisis
1979 olieveld nabij Canada ontdekt
26 Mar 1979 vredesverdrag Israël-Egypte
17 Sep 1979 regering laat aankoop grond toe in bezet gebied
30 Jul 1980 Jeruzalem hoofdstad Israël
07 Oct 1980 vriendschapsverdrag USSR-Syrië
15 Sep 1981 Egypte: USSR-ambassadeur buitengezet
06 Oct 1981 +Sadat vermoord
14 Dec 1981 Israël annexeert Golan
20 Mar 1982 OPEC: beperking olieproductie
25 Apr 1982 Sinaï teruggegeven aan Egypte
06 Jun 1982 Israël bezet Libanon
12 Jun 1982 wapenstilstand in Libanon
15 Aug 1982 blokkade Irak op olie-eiland Kharg
19 Aug 1982 Libanon vraagt internationale troepenmacht
21 Aug 1982 Internationale troepenmacht in Libanon
23 Aug 1982 14 Sep 1982 Libanon: Bechir Gemayel president
30 Aug 1982 Arafat verdreven uit Libanon
14 Sep 1982 Libanon: Bechir Gemayel vermoord
18 Sep 1982 Sabra en Chatila: Palestijnen vermoord door falangisten
21 Sep 1982 Libanon: Amine Gemayel president
20 Dec 1983 Libanon: 4.000 Palestijnen vertrekken
26 Apr 1984 Irak valt olietankers aan bij Kharg
31 Oct 1984 OPEC beslist oliereductie
15 Aug 1985 Irak bombardeert olie-eiland Kharg
1986 °Repsol
Aug 1986 olieprijs zeer laag: 9$/baril
15 Nov 1988 PLO erkent Israël
13 Dec 1988 Arafat lanceert vredesvoorstel voor UNO
02 Aug 1990 Irak valt Koeweit binnen
24 Sep 1990 olieprijs > 40$/baril
15 Jan 1991 ultimatum tegen Irak verstrijkt
17 Jan 1991 luchtoffensief USA tegen Irak
27 Feb 1991 Kuwait ingenomen door USA
08 Apr 1992 Arafat vermist
04 Oct 1992 El Al boeing op Bijlmer
31 Aug 1993 akkoord Palestijnen-Israël
09 Oct 1994 aanslagen Hamas
04 Nov 1995 +Rabin vermoord
18 Jun 1996 Netanyahou (Likoed) premier
1997 Repsol geprivatiseerd
1997 Repsol neemt Argentijns YPF over
17 Nov 1997 69 dood in Egypte
17 Nov 1997 aanslag op toeristen (67 doden)
14 Jan 1998 crisis over wapeninspecties
Dec 1998 Total koopt Petrofina
17 May 1999 Barak wint verkiezingen
17 Dec 1999 operatie Desert Fox
2000 TotalFina fuseert met Elf
May 2000 Israël trekt zich terug uit Zuid-Libanon
28 Dec 2000 Sharon bezoekt Tempelberg
06 Feb 2001 Israël: premier Sharon
18 Jun 2001 Palestijnen klagen Sharon aan voor Belgisch gerecht
19 Sep 2001 mil. interventie in Afganistan
28 Sep 2001 Israël: nieuwe intifada
13 Nov 2001 Afgan: noordelijke Alliantie neemt Kaboel in
02 Dec 2001 Israël: Arafat ingesloten
26 Jun 2002 Sharon niet vervolgbaar volgens Kamer van IBS (genocidewet)
31 Dec 2002 Exxon Mobil boekt meer winst in 4de kw 2002
28 Jan 2003 verkiezingen: Sharon wint
31 Jan 2003 stakingen doven uit
Feb 2003 onenigheid binnen NAVO over oorlog tegen Irak
10 Feb 2003 Van Miert: Europese vazalstaten van USA
15 Feb 2003 hoofdsteden Europa: grote vredesbetogingen
18 Feb 2003 oorlog Irak begint optimaal op 3 maart
18 Feb 2003 Turkije vindt 6 miljard € te weinig voor medewerking aan oorlog tegen Irak
19 Feb 2003 burgemeester Tel Aviv wil Antwerpse diamantairs lokken
19 Feb 2003 documentaire USS Liberty op NED3
20 Feb 2003 TotalFinaElf wordt Total
21 Feb 2003 olieraffinaderij Exxon in NY ontploft
27 Feb 2003 OIC wil olie als wapen inzetten
28 Feb 2003 prijs olie op 39,99 $ per vat
Mar 2003 Abbas (PLO) voorgedragen als premier
07 Mar 2003 Bush wil Irak ook aanvallen zonder steun VN
11 Mar 2003 FRA en RUS willen veto gebruiken tegen oorlog in Irak
18 Mar 2003 Blair onder vuur wegens IRQ
18 Mar 2003 opiniepeiling in USA: 80% achter oorlog Bush
18 Mar 2003 RUS, DEU en FRA blijven tegen oorlog IRQ
18 Mar 2003 ultimatum Bush: Saddam binnen 48 u weg
18 Mar 2003 wapentransporten USA via A'pen mogen doorgaan
BRUYNEEL Tineke
Historische situering en analyse van politieke aspecten in het oeuvre van de negentiende-eeuwse Gentse volkszanger Karel Waeri (1842-1898)
Edited: 20020081
Scriptie voorgelegd aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte,
voor het behalen van de graad van
Licentiaat in de Geschiedenis.
Academiejaar: 2001-2002
Universiteit Gent
Promotor: Prof. Prof. Dr. G. DENECKERE
Karel Waeri blijkt een veelzijdig volkszanger te zijn geweest. Hij zong niet alleen voor een arbeiderspubliek, maar ook voor de burgerij, op feesten, banketten en in lusthoven aan de stadsrand. Bij zo’n gelegenheden putte Waeri waarschijnlijk uit zijn uitgebreide verzameling kluchtige liederen. Het spreekt vanzelf dat hij op deze momenten moeilijk zijn onvrede met het lot van de arbeidersbevolking en zijn sympathieën voor de socialistische partij kon laten horen. Toch probeerde Waeri ook in deze liedjes, hoewel eerder impliciet en in beperkte mate, zijn ideeën hieromtrent te verwerken. In verband met de liederen in het kader van de sociale strijd valt op dat Waeri enorm veel belang hechtte aan het eergevoel van het werkvolk. Waeri probeerde met zijn liedjes in te gaan tegen het minderwaardigheidsgevoel dat bij veel arbeiders leefde. Men moet dit bekijken binnen het kader van de sociale strijd. Mensen gaan pas in opstand komen tegen iets als ze zich zeker van hun stuk voelen, als ze beseffen dat de ellende die hen overkomt niet rechtvaardig is en als ze weten dat een mooiere toekomst in het verschiet ligt. We zien dan ook dat veel liedjes van Waeri een belangrijk bewustmakend element in zich dragen. Sommige liederen weerspiegelen de realiteit waarin de arbeiders zich bevinden en vertellen wat er oneerlijk aan is. De arbeiders waren zich immers niet altijd bewust dat bijvoorbeeld zoiets als kinderarbeid slecht was. Men mag ook niet vergeten dat de fysieke conditie van de arbeiders waarschijnlijk zeer slecht was en dat ze daardoor in een zekere lethargie vervielen. Het was dus nodig om het werkvolk precies uit te leggen wat hun situatie was en waarom ze ertegen moesten strijden. Waeri geeft in verschillende liedjes als het ware les. Daarnaast toonde Waeri ook de toekomst die bereikt kon worden. Een toekomst waarin iedereen vrij en gelijk zou zijn. Het was die toekomst waarvoor de arbeiders moesten vechten. Rond de politieke eisen en sociale strijdpunten heeft Waeri heel wat liedjes geproduceerd. Een zeer groot aantal handelt over de strijd voor algemeen stemrecht. Het bleek dat Waeri in deze liedjes voornamelijk de ideeën van de socialistische beweging vertolkte. Waeri moet ongetwijfeld een belangrijk onderdeel geweest zijn van de grote propagandamachine van de BWP. Toch stond Waeri soms ook verrassend onafhankelijk tegenover die partij. Dit was meerbepaald het geval toen hij een kritisch lied schreef over het meervoudig stemrecht, dat tegen de propaganda van de socialistische partij in- ging. Toch volgde Waeri bijna altijd de socialistische ideeën. Dit deed hij ook in zijn liedjes over de loting. Deze droegen ook weer dat belangrijke bewustmakende element in zich. De achturendag werd door Waeri vooral bezongen in zijn typische 1 Mei liederen
VAN SAN Marion
Criminaliteit en criminalisering; allochtone jongeren in België
Edited: 200111101261

Studie in opdracht van minister Verwilghen.
Samenvatting
Hoewel een meerderheid van de allochtone jeugd in België niet of nauwelijks problemen oplevert, baart het gedrag van een deel van hen zorgen. In deze studie doen Marion van San en Arjen Leerkes verslag van een onderzoek naar de aard en de omvang van de criminaliteit onder allochtone jongeren in België. Zij baseren zich daarbij voor het eerst op landelijke politiecijfers. Op grond van gesprekken met jongeren, buurtbewoners, politieagenten en straathoekwerkers in twee oude wijken van Antwerpen en Brussel gaan de auteurs daarnaast in op de beeldvorming over allochtone jeugdcriminaliteit. Het boek levert een bijdrage aan het inzicht dat allochtone jeugdcriminaliteit niet als een eenvormig verschijnsel kan worden begrepen. Groepen allochtone jongeren blijken noch in dezelfde mate, noch op dezelfde wijze bij te dragen aan de jeugdcriminaliteit.Tegelijkertijd verklaart het boek waarom het thema van de allochtone jeugdcriminaliteit niet los kan worden gezien van de strijd tussen etnische groepen om sociale status, macht en identiteit.
TESSENS Lucas
Afschaffing van Omroepbijdragen in Nederland. Een terugblik.
Edited: 200106221661
Deze nota vormt slechts een inleiding op een problematiek waarmee ook KLG-Aalst hoogstwaarschijnlijk geconfronteerd zal worden.

Beknopte historiek
De Dienst Omroepbijdragen bestond bijna 60 jaar.
• 1945: enkel luistergeld.
• 1956: kijkgeld wordt verplicht.
• 1969: geen luistergeld mee als men reeds kijkgeld betaalt, één keer betalen ongeacht aantal TV-toestellen.
• 1991-1992: mediacampagne "Kijk je zwart, dan zit je fout" doet registraties fors groeien (registraties +14%).
• September 1997: "zelfsturingstraject" opgestart (delegatie, meer verantwoordelijkheid op werkvloer).
• 1998: In september wordt de fiscalisering voor het eerst als mogelijkheid geopperd door de Min. van Financiën; de opvang van de inkomstenderving staat voorop, de personeelsproblematiek komt slechts zijdelings ter sprake.
• 1999: Op 29/3/1999 werd Ideeënmanagement opgestart (valorisatie van kennis bij DOB). In 1999 werd ook nog een project "Benadering zakelijke markt" in het leven geroepen. Ook de training van de buitendienst bleef doorgaan (weerbaarheid, anti-agressie en conflicthantering).
In maart 1999 geloofde Manager Peters nog in voortbestaan. In april 1999 roept Peters op tot goed blijven doorwerken en de moed erin te houden. In mei 1999 worden de jaarresultaten 1998 bekend gemaakt en die zijn uitstekend. In mei stellen de werknemers zich nog combatief en vastberaden op tegen het plan van de Staatssecretaris. Peters kiest de zijde van het personeel; het personeel schept daaruit moed en prijst de openheid in de communicatie. De samenhorigheid groeit.
In juni 2000 wordt aan het MERS opdracht gegeven om een argumentarium tegen de afschaffing te ontwikkelen.
Er werd een Task Force (6 mensen) opgericht die snel en uitgebreid met het personeel communiceerde.
Werkgroep "Phoenix" werd opgericht toen de fiscalisering onafwendbaar bleek.
Op 1 januari 2000 afgeschaft en Omroepbijdragen werden vervangen door fiscalisering.
Plan fiscalisering was opgenomen in voetnoot van regeerakkoord Paars II en goedgekeurd door Eerste Kamer op 21/12/99.
Het ging snel: op 4/1/99 voor de eerste keer aangekaart binnen DOB.


Restitutie
Na 1/1/2000 diende er restitutie (teruggave) te gebeuren: 300 miljoen gulden aan ca. 5 miljoen geregistreerden in 3 maand tijd.


Personeel
Gedurende 1999 waren er gemiddeld 245,3 werknemers in dienst bij DOB (1998: 258,6).
Alle personeel is overgegaan naar de Belastingdienst (wettelijk geregeld en na overleg vanaf eind 1999 in goede banen geleid).
Noteer dat DOB een Ondernemingsraad had.
Op 1 april 2000 zat bijna iedereen op zijn nieuwe werkplek.
Tot 1 juli 2000 zorgde kleine groep voor de afbouw. Daarvoor was een provisie aangelegd ten belope van 60,6 miljoen gulden.


Voorlopige conslusies:
- In Nederland is de afschaffing minder partijpolitiek geladen geweest.
Het lijkt erop dat één staatssecretaris op eigen houtje het dossier heeft afgehandeld. Dat gebeurde snel.
- In de periode vlak voor de afschaffing waren nog belangrijke investeringen gedaan en hervormingen doorgevoerd.
- De cohesie binnen DOB is steeds voorbeeldig geweest. De emotionele kant van de opheffing van een dienst mag niet onderschat worden.
- In Nederland was er voor al het personeel een uniform vangnet: de Belastingdienst.
- Bij DOB was er een ondernemingsraad die de oplaaiende emoties kon kanaliseren. Bovendien werd de Task Force een speerpunt in de strijd tegen de fiscalisering en - daarna - een gecontroleerde herplaatsing van het personeel.
- De afbouwoperatie werd zorgvuldig gebudgetteerd.
- De afbouw in Vlaanderen zal complexer zijn vanwege het bestaan van een outsourcingcontract en de minder grote traditie inzake gestructureerd overleg, openheid en interne/externe communicatie.

Lucas TESSENS/Consultant CIPAL/20010622
Doff Neel (1858-1942), vrouw van Fernand Brouez - schrijfster van Keetje Tippel
Edited: 200106165488
Trouw, 16 juni 2001
Brijs' hommage aan Neel Doff: van pauperskind tot burgerdame
Peter Henk Steenhuis

'Villa Keetje Tippel' is de uitstekende titel die de Belgische auteur Stefan Brijs koos voor zijn kleine geschiedenis van de kleine schrijfster Neel Doff. Het boek is namelijk evenzeer een biografie van een vrouw die in ,,haar hoofd een burgerdame was, maar in haar hart altijd een pauperskind bleef,' als van haar buitenverblijf, 'Chalet des Houx'. Voorzover Neel Doff (1858-1942) nog enigszins in de herinnering voortleeft, is dat dankzij de film die Paul Verhoeven over haar heeft gemaakt. In 'Keetje Tippel' vertolkte Monique van de Ven de rol van het straatarme meisje dat haar benen moet laten zien om geld te verdienen voor haar ouders, zich ontworstelde uit haar milieu, met de juiste man trouwde en eindigde als een keurige dame, 'welbespraakt en gecultiveerd'. Dat achter de 'goedkope schittering' van de naam 'Keetje Tippel' een schrijfster schuilgaat met een groot autobiografisch oeuvre, is algemeen onbekend.

Doff begon pas te schrijven toen ze haar villa in Genk betrok. Dit is nu een plaats met 'in lelijkheid wedijverende flatgebouwen' en een 'betonnen kunsthart,' maar was destijds een schilderachtig Belgisch-Limburgs dorpje in de zanderige streek de Kempen. In 1909 verscheen haar debuut 'Jours de famine et de détresse', in het Frans, 'de taal van de bourgeoisie, de taal van haar tweede leven'. Terugkijkend is het makkelijk Doffs boeken af te doen als streekromans, waardevolle tijdsdocumenten, die soms neigden naar 'larmoyante kletsmeierij en zelfs irritant moralisme', zoals Jeroen Brouwers ooit zei. Maar het fragment waarin zij een loopmeisje van een hoedenmaker beschrijft dat verkracht wordt door haar baas, doet niet onder voor veel werk van Herman Heijermans: ,,Even later was hij terug en sprong met zijn volle lengte boven op me, hij was compleet naakt. Gillen kon ik niet, hij perste zijn mond op de mijne; met zijn handen zat hij onder mijn lichaam te wroeten om mijn benen vrij te maken en toen drukte hij zich bij mij naar binnen... een pijn! een pijn! ik dacht dat ik vermoord werd, en hij gromde als een uitgehongerde schrijver bij een bot.'

Gaandeweg de jaren raakte Doff vergeten, werd ze ingehaald door de nieuwe tijd, zoals haar villa werd opgeslokt door nieuwbouw. Als Brijs, zelf Genkenaar, in zijn laatste hoofdstuk Villa Keetje Tippel bezoekt, ligt het hoge witte huis met de paradijselijke tuin er vervallen bij, de ramen zijn dichtgetimmerd, de tuin is leeggehaald. Huis en bewoonster zijn aan de tijd prijsgegeven. Met 'Villa Keetje Tippel' doet Brijs een manmoedige poging iets te behouden van zijn literaire voorganger. Waarschijnlijk vergeefs, maar daarom niet minder lovenswaardig.
VLAAMS PARLEMENT
Commissie voor Leefmilieu, Natuurbehoud en Ruimtelijke Ordening Vergadering van 25/01/2001
Edited: 200101250908
Commissie voor Leefmilieu, Natuurbehoud en Ruimtelijke Ordening Vergadering van 25/01/2001
Interpellatie van de heer Johan Malcorps tot mevrouw Vera Dua, Vlaams minister van Leefmilieu en Landbouw, en tot mevrouw Mieke Vogels, Vlaams minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, over het beleid inzake asbest en volksgezondheid
De voorzitter : Aan de orde is de interpellatie van de heer Malcorps tot mevrouw Dua, Vlaams minister van Leefmilieu en Landbouw, en tot mevrouw Vogels, Vlaams minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, over het beleid inzake asbest en volksgezondheid.
Minister Dua zal ook in naam van minister Vogels antwoorden.
De heer Malcorps heeft het woord.
De heer Johan Malcorps : Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega's, onlangs werd in ons land een vereniging voor asbestslachtoffers opgericht, in navolging van reeds bestaande verenigingen in onder meer Nederland en Frankrijk.
De vereniging vraagt dat er een volwaardig beleid inzake asbestvervuiling en volksgezondheid zou worden gevoerd. Gezien de bevoegdheidsverdelingen is dit zowel een federale opdracht als een taak voor gewesten en gemeenschappen. Zo moet op federaal vlak dringend werk worden gemaakt van het recht op schadevergoeding voor asbestslachtoffers via het Fonds voor Beroepsziekten. Ook niet-werknemers moeten een beroep kunnen doen op de regeling. Het verbod op elke vorm van asbestproductie, -handel of verwerking is een federale aangelegenheid. De uitzonderingen op het koninklijk besluit van 3 februari 1998 kunnen worden opgeheven, omdat er inmiddels voor alle toepassingen vervangproducten bestaan.
Het behoort ook tot de taak van de gemeenschappen om een sluitende inventaris op te maken van alle asbestgerelateerde aandoeningen, zoals de verschillende vormen van asbestose, mesothelioom of buikvlieskanker, asbestgerelateerde longkankers en andere kankers. Het Fonds voor Beroepsziekten levert de cijfers voor werknemers. Er is sprake van een duidelijke toename van het aantal gevallen van asbestose en de voorbije vijftien jaar meer dan een verdubbeling van het aantal gevallen van mesothelioom. Deze informatie komt uit het antwoord dat federaal minister Aelvoet vorig jaar gaf op mijn vraag terzake in de Senaat. De grootste groep van getroffen werknemers komt uit de bouw. Over het aantal asbestgerelateerde kankers bij de rest van de bevolking is geen cijfermateriaal beschikbaar. Het aantal asbestdoden ligt volgens minister Aelvoet tussen de 90 en 110 per jaar. Wellicht is dit een grove onderschatting.
Het probleem van het toenemend aantal asbest-kankerdoden verdient alle aandacht. De internationaal vermaarde specialist Julian Peto voorspelt in The British Journal of Cancer dat in West-Europa de komende 35 jaar maar liefst een kwart miljoen asbestgerelateerde kankerdoden zullen vallen. In een officiële studie in opdracht van het Nederlandse ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voorspelt men 40.000 asbestgerelateerde ziekten onder Nederlandse mannen tegen het jaar 2030.
Uit de Vlaamse Gezondheidsindicatoren 1998 blijkt dat er een verhoogde sterftekans is in onder meer Sint-Niklaas en Dendermonde. Minister Vogels legde de band met de vroegere asbestverwerkende industrie in de streek : de vroegere Eternit-fabriek in Schoonaarde bij Dendermonde, Eternit in Kapelle op-den-Bos en de fabriek Scheerders-Van Kerckhoven - SVK - in Sint-Niklaas. Het is mogelijk dat het niet enkel om werknemers gaat, maar ook om familieleden van werknemers en om omwonenden.
Als deze band tussen asbest en kanker er echt is, en zelfs in die mate dat hij een merkbare piek veroorzaakt in de algemene gezondheidsstatistieken, dan is dit hoegenaamd geen vrijblijvende zaak. De slachtoffers stellen met reden vragen over de verantwoordelijkheid van de betrokken bedrijven in het verleden. Ze waren al decennialang op de hoogte van het gevaar van asbest voor de gezondheid van werknemers en omwonenden. Toch namen ze te weinig voorzorgsmaatregelen. Ook de overheid zelf wordt aansprakelijk gesteld, want ze kende al jaar en dag de risico´s die verbonden zijn aan de asbestproductie, maar trad al die tijd veel te laks op.
Sinds de Tweede Wereldoorlog staat het verband tussen asbest en kanker wetenschappelijk vast. Toch duurde het tot einde van de jaren negentig vooraleer men echt optrad. Die nalatigheid heeft veel mensenlevens gekost, en zal nog veel mensenlevens kosten. In Frankrijk en Nederland wonnen de vertegenwoordigers van asbestslachtoffers in die zin al verschillende schadeprocessen. Er is een wettelijke regeling ingevoerd om tot billijke schadeloosstellingen te komen. Ook in eigen land moet er een dergelijke regeling te komen. Eens het zo ver is, zullen ook de gewestelijke overheden voor hun verantwoordelijkheid worden geplaatst.
In 1998 stelden de heer Stassen en mevrouw Verwimp vragen aan toenmalig milieuminister Kelchtermans over de gezondheidseffecten voor de omwonenden van de asbestbedrijven in Kapelle-op-den-Bos, Tisselt, Sint-Niklaas, Gent en Mol. Ze werden toen met een kluitje in het riet gestuurd met als argumenten : 'Het gaat om een te kleine groep mensen rond die bedrijven om daarover statistisch zinvolle uitspraken te doen ; het is praktisch onmogelijk om productspecifieke gezondheidsgegevens van burgers te verzamelen rond elke site waar met toxische of kankerverwekkende stoffen wordt gewerkt ; de gezondheidsmonitoring van potentiële asbestpuntbronnen zou slechts een 'end-of-the-pipe-benadering' zijn, die in het beste geval iets zegt over de blootstelling decennia geleden.'
Uit het grootschalig Milieu- en Gezondheidsonderzoek dat eind vorig jaar werd afgerond blijkt dat gebiedsgerichte monitoring wel degelijk relevante beleidsgegevens kan opleveren. In elk geval moet het mogelijk zijn om meer accurate gegevens te verzamelen dan mogelijk is op basis van een globaal onderzoek van gezondheidsindicatoren over heel Vlaanderen. Zo zou men alle sites in de omgeving van vroegere asbestverwerkende bedrijven kunnen screenen en vergelijken met sites waar waarschijnlijk minder risico bestonden en nog bestaan op asbestbesmetting. Ook een nauwkeurig opgezet epidemiologisch onderzoek biedt uitzicht op succes, wegens de onbetwistbare band tussen mesothelioom en asbestose enerzijds en asbestvervuiling anderzijds.
Het feit dat de asbestproductie nu bijna geheel is afgebouwd, betekent niet dat er geen belangrijke opdracht meer is voor de Vlaamse milieudiensten, en meer bepaald de OVAM. Zo blijft de titanenopdracht overeind om op basis van de verplichte asbestinventarissen voor bedrijven en openbare gebouwen alle nog aanwezige asbest te verwijderen en op de meest veilige wijze te verwerken. De federale wetgeving ter bescherming van werknemers is daarbij van toepassing. Een algemene bescherming voor de burger is er dus niet, tenzij indirect. Bewoners en bezoekers van gebouwen zijn maar indirect beschermd, omdat ze ook profiteren van de bescherming van eventuele werknemers in dat gebouw. Dat is uitvoerig aangetoond door mevrouw Lieve Ponnet. Ze schreef daarover het dossier 'Asbest : stof tot nadenken', dat in 1996 werd gepubliceerd in het Arbeidsblad van het ministerie van Tewerkstelling en Arbeid.
De gewesten en gemeenschappen, bevoegd voor de bescherming van privé-personen in een niet-werksituatie hebben nog geen aanvullende reglementering voor asbest in gebouwen zoals privé-woningen opgezet. In de particuliere woningbouw is weliswaar veel minder gespoten asbest gebruikt dan in openbare of industriële gebouwen. De kans op blootstelling is er veel beperkter. Toch werd heel wat spuitasbest verwerkt in grote appartementsgebouwen die zijn gebouwd tussen halfweg de jaren zestig en het einde van de jaren zeventig. In België zijn hierover geen gegevens beschikbaar. Hier rijst dus een probleem voor onderhouds- of herstellingswerken die door derden of door doe-het-zelvers worden uitgevoerd. Er is te weinig bewustmaking over mogelijke gevaren en risico's.
Ten slotte is er het probleem dat bij doorverkoop of verhuur mensen zich wellicht niet bewust zijn van de aanwezigheid van asbest in een woning. In Nederland is een asbestvrij-verklaring nodig alvorens men tot de sloop van een woning kan overgaan. De invoering van een asbestvrij-attest, samen met het bodemattest, kan worden overwogen.
Verder is het nog maar de vraag of alle asbestafval - bijvoorbeeld van de sloop van gebouwen - op de juiste bestemming terecht komt. In welke mate wordt asbest van afbraakwerken van privé-personen aanvaard op containerparken, en onder welke omstandigheden? Een ander element van de problematiek is de sanering van asbeststorten. Berucht was het Broek in Willebroek, dat nu eindelijk gesaneerd is, maar dit is nog maar het begin. Denk onder meer aan de asbeststorten in de Gentse Kanaalzone, in Hofstade te Aalst en de asbestberg in Kapelle-op-den-Bos.
De eerste opdracht is de sanering van de omgeving van de vroegere bedrijfssites waar met asbest is gewerkt. In de omgeving van asbestbedrijven als Eternit in Kapelle-op-den-Bos werd immers in het verleden zeer achteloos omgesprongen met het levensgevaarlijke asbeststof.
Vrachtwagens met opwaaiend asbeststof reden door de dorpskern. Het asbeststort diende jaren als speelterrein voor jeugdbewegingen. Pas enkele jaren geleden werd het afgesloten en afgedekt. Asbestafdraaisel was gedurende vele jaren een gegeerde grondstof voor de aanleg van wegen, tuinpaden en opritten van garages.
Er moet dringend een grondige inventaris worden opgemaakt van alle grotere en kleinere black points in gemeenten als Kapelle-op-den-Bos en Tisselt, maar ook van andere sites van nog bestaande of inmiddels gesloten bedrijven die asbest verwerken of verwerkten. In Nederland werd door de VROM een subsidieregeling uitgewerkt waarbij eigenaars van asbestwegen subsidies krijgen voor werken waarbij het asbestbevattend materiaal wordt verwijderd door erkende bedrijven of waarbij het risicomateriaal wordt afgedekt met asfalt, beton of klinkers.
Op welke wijze zal Vlaanderen bijdragen aan een afdoende centrale registratie van asbestgerelateerde ziektes zoals asbestose, mesothelioom of longkanker? Op welke termijn kan een sluitende registratie worden opgezet en welke samenwerkingsverbanden met de federale overheid zijn daarvoor nodig?
Wordt er in opvang voorzien voor asbestslachtoffers in Vlaanderen? Welke informatie is er beschikbaar? Wat is het standpunt van de Vlaamse regering in verband met de vraag naar schadeloosstelling? Zal men met het oog op de schadeloosstelling van asbestslachtoffers ook initiatieven nemen in overleg met de federale overheid?
Welke initiatieven zijn er om de effecten van asbestvervuiling op de gezondheid verder in kaart te brengen voor heel Vlaanderen en specifiek voor de omgeving van bestaande of gesloten bedrijven waar asbest wordt of werd verwerkt? Is het niet wenselijk hiervan een van de speerpunten te maken van verder milieu- en gezondheidsonderzoek?
Hoe ver staat het met de studie 'Risico-evaluatie en saneringsprogramma voor asbestblootstelling in Vlaanderen' en met de beleidsnota over asbestbeheersing? Wat was het resultaat van de asbest-meetcampagne? Wanneer start de geplande sensibiliseringscampagne?
Is er een inventaris van asbeststorten in Vlaanderen? Welke prioriteit krijgt de sanering van deze storten, of kiest men eerder voor een degelijke afbakening en afdekking ervan? Wat is de stand van zaken van de asbestsanering in bedrijven en openbare gebouwen en hoe wordt dit opgevolgd? Is er voldoende verwerkingscapaciteit voor het asbest- en asbestcementafval?
Wordt werk gemaakt van een betere regeling voor de bescherming van particulieren tegen asbest in gebouwen en privé-woningen? Wordt gedacht aan de invoering van een attest 'asbestvrije woning'?
In welke mate wordt asbestafval aanvaard in containerparken? Klopt het dat we asbestcementproducten beschouwen als bouw- en sloopafval zonder vrijzittende asbestvezels, waardoor men ze in containerparken moet aanvaarden? Klopt het dat asbestplaten en isolatie van leidingen daarentegen niet aanvaard mogen worden? Zijn de werknemers in containerparken zich voldoende bewust van het gevaar van asbesthoudend sloopafval bij verbrijzeling ervan waardoor vezels kunnen vrijkomen? Is er toezicht op de naleving van de ARAB-reglementering inzake asbestblootstelling in containerparken?
Heeft men bij de OVAM zicht op de hoeveelheid asbesthoudend afval dat in het gewone huishoudelijk afval terechtkomt, zoals asbestkoord uit kachels, versleten remblokjes, asbesthoudende strijkplankjes, vlamverdelers en ovenwanten. Kunnen deze asbesthoudende afvalstoffen worden ingeleverd als KGA?
Wordt werk gemaakt van de inventarisatie van asbestwegen en andere kleinere black points in de omgeving van vroegere asbestverwerkende bedrijven? Acht de minister een subsidieregeling wenselijk voor de sanering of afdekking van asbestwegen, naar het model van Twente?
De voorzitter : De heer Van Looy heeft het woord.
De heer Jef Van Looy : In Nederland is de verwijdering van golfplaten waarin asbest zit aan zeer strenge reglementering onderworpen. Arbeiders die bijvoorbeeld dergelijke platen van een dak halen, zijn gehuld in beschermende kledij. Is het product werkelijk zo gevaarlijk? Hetzelfde materiaal wordt in Nederland blijkbaar totaal anders benaderd dan in Vlaanderen.
De voorzitter : Minister Dua heeft het woord.
Minister Vera Dua : Mijnheer de voorzitter, mijnheer Malcorps, op uw eerste vier vragen geef ik het antwoord van minister Vogels.
Door de centrale registratie op federaal niveau van de minimale klinische gegevens van gehospitaliseerde patiënten en dus ook van asbestgerelateerde ziektes als asbestose en mesothelioom, zijn er gegevens over het aantal asbestslachtoffers beschikbaar. De Vlaamse regering heeft toegang tot deze gegevens. Ook via de door Vlaanderen gesteunde kankerregistratie is er zicht op de incidentie van kankers die mede veroorzaakt worden door asbest. Momenteel worden trouwens initiatieven genomen om deze registratie nog te verbeteren. Via de mortaliteitsstatistieken die door de Vlaamse administratie worden opgemaakt, zijn ten slotte ook de gegevens inzake asbestgerelateerde overlijdens bekend. Cijfers die een idee geven over asbestgebonden beroepsziekten zijn ook bekend bij het Fonds voor Beroepsziekten.
Er is momenteel niet in specifieke financiële opvang voorzien voor asbestslachtoffers in Vlaanderen. Voor patiënten met een asbestgerelateerde aandoening is er, net zoals voor andere zieken, financiële steun via de sociale zekerheid. Enkel de werknemers-asbestslachtoffers van bedrijven die een bijdrage storten bij het Fonds voor Beroepsziekten kunnen aanspraak maken op specifieke steun.
De vraag is of de Vlaamse regering of de federale overheid het initiatief moet nemen om naast de algemene steun via de sociale zekerheid ook nog in een specifieke schadevergoeding te voorzien. We doen dit voor het ogenblik ook niet voor andere ziektes. Minister Aelvoet zal de wenselijkheid en uitvoerbaarheid van een en ander onderzoeken. Als de resultaten van dit onderzoek bekend zijn, zullen de nodige conclusies worden getrokken. Het zou ook goed zijn om eens na te gaan hoe de buurlanden deze problematiek aanpakken.
In verband met de wenselijkheid om van asbest een van de speerpunten te maken van het verder milieu- en gezondheidsonderzoek, moet worden opgemerkt dat het gevoerde onderzoek en de beleidsconclusies die daaraan gekoppeld zijn, zich toespitsen op biomonitoring van bepaalde polluenten.
Het milieu- en gezondheidsonderzoek spitst zich toe op polluenten die nog steeds in min of meer belangrijke mate in het milieu gebracht worden. Het gebruik van asbest is verboden. Asbest komt dus enkel nog vrij via bestaande asbesthoudende producten. Het beleid moet zich nu dus concentreren op een maximale inperking van de resterende vrijzetting, zolang alle asbesthoudende producten niet definitief en veilig zijn geborgen.
Voor asbest lijkt een biomonitoring medisch gezien een onuitvoerbare opdracht. Het zou neerkomen op het meten van de concentratie van asbestvezels in de longen, de zogenaamde broncho-alveolaire lavage. Die gebeurt door een bronchoscopie, waarbij men met een bronchoscoop in de longen kijkt en waarbij een kleine hoeveelheid vocht in de luchtwegen wordt gebracht en er vervolgens wordt uitgezogen voor verder labo-onderzoek.
Aan de hand van de beschikbare gegevens, bekomen via de centrale registraties, is het ook mogelijk om de asbestslachtoffers in kaart te brengen voor heel Vlaanderen. Op deze manier kunnen de effecten van asbestvervuiling op de gezondheid in principe worden nagegaan.
De studie 'Risico-evaluatie en saneringprogramma voor asbestblootstelling in Vlaanderen' werd afgewerkt in 2000. De studie wordt gebruikt als basis voor de beleidsnota over asbestbeheersing. Deze beleidsnota bevindt zich momenteel in een ontwerpfase. In de beleidsnota zullen concrete bijkomende Vlaamse maatregelen worden voorgesteld. De planning is om in de loop van 2001 van de ontwerpbeleidsnota het onderwerp te maken van een doelgroepenoverleg en van overleg met de federale overheid, die reeds betrokken was bij de studie.
Dan kom ik nu bij de kwestie van de asbest-meetcampagne. In het kader van het actief overheidsbeleid rond preventie en verwijdering van asbest en asbesthoudende stoffen was het aangewezen om kwantitatieve gegevens te verzamelen over de huidige concentratieniveaus en het vóórkomen van inadembare minerale vezels in de omgevingslucht in Vlaanderen. Op dit ogenblik bestaan er in België voor asbest in buitenmilieu geen kwaliteitseisen. Om dit beleid op een efficiënte en doelgerichte manier te kunnen voeren dient een kwantitatief referentiekader inzake risico's gedefinieerd te worden. Daarmee is men dus nu bezig.
Gedurende de periode van december 1998 tot december 1999 zijn in opdracht van de Vlaamse Milieumaatschappij door de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek de concentratieniveaus van asbest en minerale vezels opgevolgd op een aantal typische locaties in Vlaanderen. Een totaal van 319 filters en 43 blanco filters, afkomstig van in totaal 10 meetlocaties, werden geanalyseerd tijdens deze meetcampagne. Hierbij werden 50 monsters genomen in een gebied nabij een verkeersrijke locatie, 52 monsters in een residentiële omgeving, 54 in een stedelijke achtergrond, 48 bemonsteringen in een industriële omgeving en 50 stalen in een gebied nabij een mogelijke asbestbron. Bijkomend werden 65 stalen geanalyseerd afkomstig van het meetnet 'Zware metalen' van de VMM. Vermits het gezondheidsrisico gerelateerd is aan de lengte van de asbestvezels, werd een onderscheid gemaakt tussen korte en lange vezels. De korte vezels worden als onschadelijk beschouwd, de lange vezels worden verantwoordelijk gesteld voor een nefast gezondheidseffect. Op basis van de te verwachten asbestconcentraties en de gerelateerde lokale activiteiten kunnen een aantal typen gebieden onderscheiden worden. Ik heb hier een tabel bij, die ik aan u zal laten bezorgen.
Uit de tabel blijkt duidelijk dat men nabij historische bronnen uiteraard een veel hogere concentratie krijgt. In alle gebieden - stedelijk en landelijk - zijn de verwachtingswaarden van de jaargemiddelde concentratieniveaus lager dan 350 vezels per kubieke meter. In de omgeving van een historische bron, zoals een vroegere asbestverwerkende industrie, werden lange - dus schadelijke - vezels aangetroffen. Nabij een druk verkeerskruispunt wordt eerder de korte - dus onschadelijke - fractie waargenomen. De concentraties asbestvezels liggen echter bij het merendeel van de stalen dicht in de buurt van de detectiegrens.
Wanneer we deze waarden vergelijken met metingen die werden uitgevoerd in 1983, dan is er een globale verbetering merkbaar. Voor het doorvoeren van deze vergelijking moet echter een zekere reserve in acht worden genomen aangezien de aard van de metingen verschillend is. In 1983 betrof het immers geen jaargemiddelde concentraties. Meestal ging het om steekproeven met korte monsternemingsperiodes. Ook deze gegevens staan in een tabel. Een eindrapport met al de meetresultaten zal in februari gepubliceerd en publiek bekendgemaakt worden.
Ik zeg heel kort ook iets over de sensibiliseringscampagne. Dit is inderdaad nodig, maar ik acht het opportuun om dit pas te doen na het doelgroepenoverleg en de politieke beslissing over de in voorbereiding zijnde beleidsnota.
Dan is er nog de kwestie van het afvalprobleem. De vergunde asbeststorten zijn opgenomen in een lijst bij de vergunningverlenende overheid en zijn ook beschikbaar bij de OVAM via de lijsten van erkende verwervers en verwerkers. Er is geen aparte inventaris van asbest-blackpoints in Vlaanderen. In de OVAM-databanken zitten wel een aantal dossiers waarbij asbestproductie of asbeststortactiviteiten plaatsvinden of plaatsvonden. Medio jaren negentig zijn de grotere asbestproblemen aangepakt. Meestal werd als saneringsoptie voor een isolatie gekozen. Inzake prioriteit wordt geopteerd voor een snelle aanpak indien er verspreidingsrisico aan de orde is. Door de actie van een vijftal jaar geleden zijn de bekende gevallen ofwel gesaneerd ofwel via een voorzorgsmaatregel aangepakt.
Met betrekking tot de verwerking van asbestafval dient krachtens de huidige Vlarem-regelgeving een onderscheid te worden gemaakt tussen afvalstoffen die vrije asbestvezels bevatten en asbesthoudend afval dat geen vrije vezels bevat, voornamelijk verharde asbestcement. Verharde asbestcement, meer bepaald golfplaten, dakleien en asbestcementen buizen, kunnen worden afgevoerd naar een categorie 3-stortplaats. Gelet op het verbod om nog asbesthoudende materialen op de markt te brengen, is ook het tweedehandsgebruik van asbestcementen materialen niet langer toegestaan, en wordt er geopteerd voor definitieve verwijdering. Er zijn in Vlaanderen een twintigtal categorie 3-stortplaatsen, zodat er voldoende capaciteit is.
Voor afvalstoffen die vrije vezels bevatten, geldt krachtens Vlarem dat ze eerst gecementeerd moeten worden vooraleer ze gestort kunnen worden op een categorie 1-stortplaats. Slechts in het geval van verpakkingsafval en plastiekafval enerzijds en niet-vershredderbaar materiaal dat met asbesthoudend materiaal bekleed of bedekt is anderzijds, kan het dubbelwandig verpakt afval rechtstreeks worden afgevoerd naar een stortplaats. Er is in het Vlaams Gewest één installatie voor de cementering van asbesthoudend afval, meer bepaald van de firma Rematt in Mol. Het gecementeerde afval gaat daarna naar de stortplaats van Indaver in Antwerpen. In de praktijk blijkt de verwerkingscapaciteit voldoende om alle asbesthoudend afval op te vangen.
Hierbij kan wel melding worden gemaakt van een alternatieve verwerkingsmethode in Frankrijk - van een firma nabij Bordeaux - waar het asbestafval wordt verglaasd. Momenteel is het evenwel afval dat vooral vanuit het Brussels Gewest via Mol naar Frankrijk gaat, dat op die manier behandeld wordt. De hoge energiekosten van het verwerkingsproces en de grote transportafstand maken deze alternatieve verwerking immers dubbel zo duur als cementering en storten, wat op zichzelf ook al een dure verwerkingsmethode is. Hoe dan ook, het is een alternatieve methode, die we zeker niet uit het oog mogen verliezen.
Ten slotte kan nog worden vermeld dat momenteel door de VITO in opdracht van de OVAM een studie wordt uitgevoerd waarbij de criteria zijn onderzocht om asbesthoudend afval verder te kwalificeren, meer bepaald met betrekking tot de kwalificatie 'vrije vezels'. Of particulieren al dan niet afdoende beschermd worden tegen asbest in openbare gebouwen waarin werknemers tewerkgesteld zijn, hangt af van de aanwezigheid van de verplichte asbestinventaris en de kwaliteit van het beheersplan en de uitvoering ervan. Dit is echter een federale materie. Ter bescherming van particulieren in privé-woningen wordt in het kader van de beleidsnota een sensibiliseringscampagne overwogen. Daarin kunnen worden opgenomen : illustraties van asbesttoepassingen die kunnen voorkomen in en rondom een woning, een beschrijving van het onderscheid tussen gevaarlijke en minder gevaarlijke toepassingen, een beschrijving van veilige verwijderingsmethoden en de plaatsen waar het afval gedeponeerd kan worden, en het aangeven dat men voor gevaarlijke toepassingen best een gespecialiseerde firma contacteert.
Een attestering 'asbestvrije woning' zoals in Nederland vereist is, alvorens tot de sloop van een woning kan worden overgegaan, zou een vergaande maatregel zijn. Dit komt immers neer op een asbestinventaris voor alle te slopen woningen, die moet worden opgesteld door een gespecialiseerd bedrijf. In Nederland blijkt dit systeem niet zo vlot te lopen : ten eerste omdat er een enorme hoeveelheid aan mensen en middelen ingezet dient te worden en ten tweede omdat de handhaving niet sluitend is. Vooraleer een dergelijk systeem in Vlaanderen ingevoerd wordt, dienen we de haalbaarheid na te gaan. Misschien moeten we inderdaad ook een differentiatie inbouwen. Hoe dan ook, deze suggestie zal meegenomen worden in het doelgroepenoverleg en in de komende beslissing over de beleidsnota Asbest.
Binnenkort start de evaluatie van het sectoraal uitvoeringsplan Bouw- en Sloopafval. Ook binnen die procedure zullen we overwegen of de invoering van een voorafgaande inventarisatie van te slopen gebouwen op de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen zoals asbest aangewezen is. Dit kan zeer nuttig zijn, want hierdoor kunnen immers ook de kwaliteit en de afzetmogelijkheden van sloopafval verbeteren.
Enkel cementgebonden asbestplaten mogen aanvaard worden op het containerpark. Die platen worden namelijk beschouwd als bouw- en sloopafval. Ze mogen evenwel niet bij het recupereerbare bouw- en sloopafval gevoegd worden. Deze platen moeten te allen tijde apart gehouden worden omdat ze niet mee gerecupereerd mogen worden. De cementgebonden asbestplaten moeten afgevoerd worden naar een klasse 3-stortplaats.
Niet-cementgebonden asbestvezels of producten die asbestvezels bevatten, mogen in geen geval aanvaard worden op een containerpark, maar dienen steeds door een erkende verwijderaar ter plaatse opgehaald en verwerkt te worden. In Vlaanderen zijn er momenteel twee bedrijven die over een milieuvergunning beschikken voor het behandelen van asbestafval. Na behandeling van het asbestafval bij deze bedrijven wordt het afgevoerd naar een klasse 1-stortplaats voor gevaarlijke afvalstoffen. Zoals hoger vermeld, is er ook nog het systeem van verglazing, maar dat is misschien iets wat we op langere termijn moeten bekijken. Op het cementgebonden asbest mag in geen enkel geval ter plaatse een bewerking worden uitgevoerd. Dat staat zo in de Vlarem-reglementering.
Inzake de bescherming van de werknemers op containerparken kunnen we er van uitgaan dat zij normaal gezien een opleiding hebben gekregen waardoor ze zich voldoende bewust moeten zijn van alle gevaarlijke producten waarmee zij in contact komen. Bovendien dient er, zoals bij alle professionele bedrijvigheden, een bedrijfsgezondheidskundig- en veiligheidstoezicht te zijn. Ik wil daarover bij OVAM nog eens navraag doen.
Meer informatie over asbest en asbestafval is te vinden op de website van OVAM, waar zich een document van 28 april 2000 bevindt dat de hele problematiek van verwijdering en verwerking, evenals de mogelijke voorzorgen bij de behandeling ervan, beschrijft. In het overleg tussen gewesten en gemeenten zal worden bekeken hoe gemeenten het best kunnen worden geïnformeerd over hoe om te gaan met asbestafval.
De hoeveelheid asbestkoord, remblokjes, strijkplankjes, vlamverdelers, ovenwanten, enzovoort, die als afvalstoffen ontstaan bij particulieren, is zeer klein in Vlaanderen. Dit is waarschijnlijk te wijten aan het feit dat particulieren deze producten niet herkennen. Wanneer ze zich van deze voorwerpen ontdoen, zullen zij ze hoogstwaarschijnlijk meegeven met het huisvuil. Indien ze niet werden verwijderd uit de toestellen waarin ze zijn verwerkt, bijvoorbeeld kachels en dergelijke, dan zullen ze ook in andere huishoudelijke afvalstromen terug te vinden zijn. Dit is een gevolg van het feit dat er geen apart inzamelkanaal voor dit soort afvalstof bestaat ten behoeve van de privé-huishoudens.
Deze afvalstoffen worden hoogstwaarschijnlijk ook niet aangeboden als Klein Gevaarlijk Afval. De mensen leggen die link niet. Trouwens, in de lijst van de KGA-afvalstoffen van het VLAREA worden ze niet expliciet vermeld. Wanneer ze toch als KGA worden aangeboden, zullen ze worden verzameld onder de noemer "KGA van gemengde samenstelling" samen met nog andere niet-identificeerbare en potentieel gevaarlijke afvalstoffen. Momenteel beschikt OVAM niet over concrete informatie met betrekking tot de aanwezigheid van asbesthoudende afvalstoffen in het KGA.
Ook over de aanwezigheid van deze afvalstoffen in het huisvuil of andere huishoudelijke afvalstromen is er momenteel geen concrete informatie beschikbaar. De beleidsnota Asbest zal aangeven hoe deze afvalstromen beter kunnen worden beheerst.
Voor de beleidsnota Asbestbeheersing worden maatregelen overwogen in verband met asbest op wegen. Mogelijkheden zijn voorlichting en sensibilisering van de bevolking. Er komt bijvoorbeeld een brochure die de gevaren en mogelijke saneringswijzen verduidelijkt en een verhoogde responsabilisering van de wegbeheerder - vaak gemeentelijke instanties - onder andere bij asbesthoudend materiaal op openbare wegen.
Bij de subsidieregeling naar het Nederlands model van Twente worden particulieren, bedrijven en instellingen een maatregel toegewezen ter sanering die dan wordt uitgevoerd door de provincie. Daaraan is subsidiëring gekoppeld. Voor een dergelijke subsidieregeling zijn momenteel nog geen budgetten ingeschreven. In het geval de veroorzaker van de verontreiniging bekend is, geldt in elk geval het principe dat de vervuiler betaalt.
Er is momenteel geen initiatief tot inventarisatie van asbestwegen en andere kleinere blackpoints. De gevallen die gemeld worden, zijn schaars. Hierbij is er niet zozeer sprake van een bodemsaneringsprobleem, maar eerder van een probleem inzake het onoordeelkundig gebruik van afvalstoffen die via opwaaiing een mogelijk gezondheidsrisico kunnen inhouden.
De voorzitter : De heer Malcorps heeft het woord.
De heer Johan Malcorps : Ik ben blij verrast dat er toch cijfers zijn over asbestgerelateerde aandoeningen. Ik had de vraag ook aan minister Aelvoet gesteld. Buiten het Fonds voor Beroepsziekten kon ze geen cijfers geven. Het is goed nieuws dat er wel zijn op Vlaamse niveau.
Wat betreft biomonitoring in bepaalde risicogebieden rond vroegere asbestbedrijven : het is uiteraard niet de bedoeling om asbestvezels in de longen te meten. Professor Pluyvers wijst er wel op dat via biomonitoring biologische effecten kunnen worden gemeten. Zo kan men preventief optreden. Dat is in gebieden waar men quasi zeker is dat bepaalde personen zware gezondheidsproblemen hebben door de blootstelling aan asbest, uitermate belangrijk.
Nog een derde opmerking in verband met concentraties van asbest in de lucht die in het verleden werden gemeten. Ik stel een verbetering vast en dat is goed nieuws. De concentratie die de WHO als gevaarlijk voor de volksgezondheid heeft vastgelegd, bedraagt 1000 vezels per kubieke meter. De metingen die aan het begin van de jaren tachtig zijn gebeurd in de omgeving van een asbestbedrijf bedroegen concentraties van 20.000 tot 640.000 vezels per kubieke meter. De latentieperiode is dertig tot veertig jaar. Dat illustreert dat we nog een en ander aan problemen kunnen verwachten. Het probleem mag dan ook niet worden onderschat, ook al is de asbestproductie nu stilgelegd.
Tot slot wil ik het nog even hebben over de asbestwegen. Ik weet niet of het probleem schaars is. In Kapelle-op-den-Bos en Tisselt is asbest op grote schaal gebruikt. Natuurlijk moet de vervuiler betalen. Ik daag OVAM echter uit om Eternit daarvoor te laten opdraaien. In elk geval moet het probleem worden opgelost. Zo niet, blijft dit aanslepen voor de volksgezondheid.
De voorzitter : Het incident is gesloten.
bibliografie van Belgische schandalen en affaires
Edited: 199812314545
ALGEMENE INLEIDINGEN

Het land van de 1000 schandalen : encyclopedie van een kwarteeuw Belgische affaires / door Dirk Barrez. - Groot-Bijgaarden : Globe, 1997. 332/BARR

Het riool van België : de waarheid achter de affaires / door André Rogge ; vert. door Marijke Arijs en Karin Kustermans. - Antwerpen : Kritak, 1996. 395.66/ROGG

De walm van de Wetstraat : 20 jaar onfrisse politieke praktijken / door Eva Coeck en Jan Willems. - Antwerpen : Coda, 1994. 332/COEC

HET AGUSTA-SCHANDAAL

Agusta : overleven met een affaire / door Fons van Dyck. - Leuven : Van Halewyck, 1995. 330.91/DYCK

De Agusta-affaire : kroniek van een omstreden helikopteraankoop / door Johny Vansevenant. - Antwerpen : De Standaard, 1994. 330.91/VANS

De Agusta-crash : het jaar nul in de Wetstraat / door Rik van Cauwelaert. - Groot-Bijgaarden : Globe, 1995. 330.91/CAUW

Willy-Gate / door Ann Bats. - Antwerpen : Dedalus, 1995. 330.91/BATS

POLITIEK EN CORRUPTIE

Een Belgisch politicus / door Raf Sauviller en Danny Ilegems. - Amsterdam : Atlas, 1997. 333.2/SAUV

De doofpotten : de sabotage van het Hoog Comité van Toezicht / door Georges Timmerman. - Antwerpen : Hadewijch, 1997. 393.39/TIMM

Het leugenpaleis van VdB / door Hugo Gijsels. - Leuven : Kritak, 1990. 333.2/GIJS

Over de 'drie Guy's' en andere voornamen van de Parti Socialiste / door Guido Fonteyn. - Groot-Bijgaarden : Scoop, 1994.

Witte olifanten : de miljardenschandalen van de Belgische ontwikkelingssamenwerking / door Douglas de Coninck. - Leuven : Van Halewyck, 1996. 354.72/CONI

De zaak Raoul Stuyck : fraude en corruptie in Antwerpen / door Georges Timmerman en René de Witte. - Antwerpen : Hadewijch, 1996. 346.2/TIMM

JUSTITIE

Het bos en de bomen : justitie hervormen / door Stefaan de Clerck. - Tielt : Lannoo, 1997. 393.71/CLER

Een Kafkaiaanse nachtmerrie : de Belgische Justitie : analyse & remedie / door Bruno Schoenaerts en Manuel Lamiroy ; met een woord vooraf door Rogier de Corte. - Gent : Mys & Breesch, 1995. 393.7/SCHO

De lange weg naar Neufchâteau / door Luc Huyse. - Leuven : Van Halewyck, 1996. 332/HUYS

Man bijt hond : over pers, politiek en gerecht / door Pol Deltour. - Antwerpen : Icarus, 1996. 092.2/DELT

De vierde macht : de gespannen driehoeksverhouding tussen media, gerecht en politiek / samengest. door Jan Clement en Mieke van de Putte. - Groot-Bijgaarden : Globe, 1996. 092.2/VIER

Zwartboek justitie : van halve waarheden en hele leugens / door Inge Ghijs. - Antwerpen : Icarus, 1997. 393.7/GHIJ

POLITIE- EN INLICHTINGENDIENSTEN

De staatsveiligheid : geschiedenis van een destabilisatie / door Christian Carpentier en Frédéric Moser. - Leuven : Kritak, 1994. 395.74/CARP

Netwerk Gladio / door Hugo Gijsels. - Leuven : Kritak, 1991. 399.62/GIJS

Reyniers : superflik / door Paul Koeck. - Leuven : Van Halewyck, 1998. 395.74/KOEC

De blauwe ridders : van rijkswacht tot eenheidspolitie / door Jos Vander Velpen. - Berchem : EPO, 1998. 395.74/VELP

De gewapende lieden : een historisch-kritische benadering van de Rijkswacht in een evoluerend politielandschap (1795-1995) : van militair politiekorps met civiele en militaire taken naar een civiel politiekorps met een militair karakter / door Willy van Geet. – Antwerpen : Standaard, 1996. 395.74/GEET

Gladio / onder red. van Jan Willems. - Berchem : EPO, 1991. 399.62/GLAD

Sire, ik ben ongerust : geschiedenis van de Belgische politie 1794-1991 / door Lode van Outrive, Yves Cartuyvels en Paul Ponsaers. - Leuven : Kritak, 1992. 395.74/OUTR

De weg naar de wanorde : de schokkende onthullingen van ex-geheim agent Robert Chevalier / door Jeroen Wils. - Leuven : Van Halewyck, 1996. 395.74/WILS

DE ZAAK DUTROUX

De affaire-Dutroux : van verdwenen meisjes tot de witte mars / door Mark Morren en Mike de Mulder. - Antwerpen : De Standaard, 1996. 395.66/MORR

Les cahiers d'un commissaire : les coulisses de la commission Dutroux / par Serge Kalisz et Patrick Moriau. - Bruxelles : Pire, 1997. 395.69/KALI

De Commissie-Dutroux : het rapport (met commentaar) / door Wim Winckelmans. - Leuven : Van Halewyck, 1997. 395.69/WINC

Geruchten en feiten : autobiografie / door Michel Nihoul. - Brussel : Dark & Light Publication, 1998. 395.66/NIHO

In naam van mijn zus / door Nabela Benaïssa ; onder red. van Marie-Paule Eskénazi ; vert. door Ann de Laet. - Berchem : EPO, 1997. 395.69/BENA

Kritische reflecties omtrent de zaak Dutroux : ouders, justitie, nieuwe burger, media / onder red. van Christian Eliaerts. - Brussel : VUB-Press, 1997. 395.69/KRIT

Meisjes verdwijnen niet zomaar : de zaak-Dutroux : het falen van de Belgische justitie en politie / door Fred Vandenbussche. - Utrecht : Kosmos, 1996. 395.66/VAND

Op zoek naar An en Eefje / door Paul Marchal. - Antwerpen : Hadewijch, 1997. 395.69/MARC

Rechter Connerotte : de witte ridder / door Michel Petit en Dominique Moreau. - Antwerpen : Hadewijch, 1997. 393.71/PETI

Het spaghetti-arrest : recht en democratie / door Fernand Tanghe. - Antwerpen : Hadewijch, 1997. 393.7/TANG

Het witte ongenoegen : hoop en illusie van een uniek experiment / door Marc Hooghe. - Groot-Bijgaarden : Globe, 1997. 332/HOOG

Witte stippen : de zaak-Dutroux : een reconstructie / door Anne de Graaf. - Groot-Bijgaarden : Scoop, 1998. 395.66/GRAA

De zaak-Dutroux van A tot Z / door Mike de Mulder en Mark Morren. - Antwerpen : Icarus, 1998. 395.66/MULD

DE BENDE VAN NIJVEL

De bende : een documentaire / door Paul Ponsaers en Gilbert Dupont. - Berchem : EPO, 1988. 395.66/PONS

De Bende : het rapport : het verslag van de parlementaire commissie, belast met het onderzoek naar de wijze waarop de bestrijding van het banditisme en het terrorisme georganiseerd wordt / ingeleid door Hugo Coveliers. - Berchem : EPO, 1990. 395.66/BEND

De bende en Co : 20 jaar destabilisering in België / door Hugo Gijsels. - Leuven : Kritak, 1990. 395.66/GIJS

De Bende tapes / door Danny Ilegems, Raf Sauviller en Jan Willems. - Leuven : Kritak, 1990. 395.66/ILEG

De Bende van Nijvel : tien jaar blunders van het gerecht / door Raf Sauviller en Jan Willems. - Antwerpen : Icarus, 1995. 395.66/SAUV

Het onderzoek : een bende : over het onderzoek naar de bende van Nijvel / door Dirk Barrez. - Antwerpen : De Standaard, 1996. 395.66/BARR

Popolino : mémoires van een ex-gangster / door Léopold van Esbroeck. - Leuven : Van Halewyck, 1998. 395.66/ESBR

Twee jaar Bendecommissie : een schimmengevecht / door Hugo Coveliers. - Antwerpen : Hadewijch, 1992. 395.66/COVE

DE MOORD OP ANDRE COOLS

Maffia aan de Maas : over Luik, het Agusta-dossier en de moord op André Cools / door Johny Vansevenant. - Antwerpen : Standaard, 1993. 395.66/VANS

Wie vermoordde André Cools ? : studie van de politieke zeden in België / door Jean-Pierre van Rossem. - [s.l.] : Loempia, 1993. 395.66/ROSS

VROUWENHANDEL

'Ze zijn zo lief, meneer' : over vrouwenhandel, meisjesballetten en de bende van de miljardair / door Chris de Stoop. - Leuven : Kritak, 1992. 319.2/STOO

Boter op het hoofd / door Dirk Trioen. - Antwerpen : Hadewijch, 1993. 395.66/TRIO

FISCALE FRAUDE EN WITWASSEN

Beaulieu pleit onschuldig / door Ludwig Verduyn. - Leuven : Kritak, 1992. 386.5/VERD

De discrete charme van een Luxemburgs bankier / door Ludwig Verduyn. - Leuven : Van Halewyck, 1997. 345.4/VERD

De familie De Clerck : de verborgen miljarden / door René De Witte. - Antwerpen : Hadewijch, 1998. 346.2/WITT

Jean-Pierre van Rossem : opkomst en val van een financieel stroman / door Ludwig Verduyn. - Leuven : Kritak, 1994. 345.7/VERD

Kirschen en Co : het blauwe netwerk / door André van Bosbeke en Jan Willems. - Berchem : EPO, 1987. 346.2/BOSB

De miljarden van KS / door Ivo Vandekerckhove. - Antwerpen : CODA, 1993. 355.1/VAND

Super Club : scenario van een kaskraker / door Dirk Barrez. - Leuven : Kritak, 1991. 798.17/BARR

De val van De Prins : Super Club, Philips & Cie / door René de Witte. - Berchem : EPO, 1992. 388/WITT

Witwassen : de praktijk / door Jean Vanempten en Ludwig Verduyn. - Leuven : van Halewyck, 1995. 345/VANE

Witwassen in België : crimineel geld in de wereld van de haute finance / door Jean Vanempten en Ludwig Verduyn. - Leuven : Kritak, 1993. 345/VANE

RUIMTELIJKE ORDENING, VOEDING EN MILIEU

De hormonenmaffia / door Jaak Vandemeulebroucke. - Antwerpen : Hadewijch, 1993. 633/VAND

http://www.ieper.be/nl/bibliotheek/schandalen.htm (20051106)

In Brussel mag alles : geld, macht en beton / door Georges Timmerman. - Berchem : EPO, 1991. 719.22/TIMM

Leren om te keren : milieu- en natuurrapport Vlaanderen / onder red. van Aviel Verbuggen. - Leuven : Garant, 1994. 614.61/LERE

Milieumaffia in Vlaanderen / door Leo Verschueren en Raf Willems. - Berchem : EPO, 1991. 614.61/VERS

Moord op een veearts : het testament van Karel Van Noppen / door Paul Keysers. - Antwerpen : Icarus, 1996. 614.4/KEYS

Moorddadig milieu in Vlaanderen / door Raf Willems, Peter Cremers en Bob van Laerhoven ; foto's van Monica Gorissen. - Antwerpen : Icarus, 1997. 614.62/WILL

Het vlees is zwak / door Jaak Vandemeulebroucke en Bart Staes. - Antwerpen : Hadewijch, 1996. 633/VAND

Wat kan ik voor u doen ? : ruimtelijke wanorde in België : een hypotheek op onze toekomst / door Peter Renard. - Antwerpen : Icarus, 1995. 719.12/RENA
TESSENS Lucas
Kritisch verslag van het European Licence Management Seminar London, 19981119-19981120
Edited: 199811241610
Kritisch verslag van het European Licence Management Seminar
London, 19981119-19981120
Deelnemende landen (11): Austria, Belgium (VL), Denmark, Finland, Germany, Ireland, Italy, Netherlands, Norway, Switzerland, United Kingdom
Organisator: BBC

1. Op donderdagavond vond een eerste en nuttige kennismaking plaats tussen de deelnemers; het eigenlijke seminarie begon op vrijdag.

2. Uit de diverse uiteenzettingen hebben wij het volgende onthouden:

• UK (BBC): int zelf de licence fee; gooit geweldig veel research tegen de inningsactiviteit aan en gaat hierbij tot in het extreme; BBC heeft het makkelijk om campagne te voeren op de eigen TV-stations (bvb. spot met een lengte van 4,5 minuten); hun policy bestaat erin de betalingsmogelijkheden zo ruim mogelijk te maken (tailor made) teneinde de TV-houders tot registratie aan te zetten; vervolgens dirigeren zij de betalers naar een minder kostelijke inningswijze; BBC is afgestapt van een politiek waarbij steeds maar op de inningskosten bespaard wordt en lanceert zich in een policy van return on investment; daarbij wordt wel erkend dat ook in de inningsactiviteit de wet van de verminderde meeropbrengsten geldt; BBC spreekt van "selling a licence" wat aanduidt dat zij de gehele marketing-batterij afvuren op hun "klanten"; voor de bestrijding van ontduiking "on the field" worden hi-tech spionage-technieken gebruikt (BBC geeft zelfs toe hiervoor contact te hebben gezocht met inlichtingendiensten): zo kan men van op de straat detecteren waar een TV-toestel in werking is, naar welk TV-station en naar welk programma er wordt gekeken, is de betrokkene niet geregistreerd dan neemt men een foto van de voordeur van het huis met die gegevens + het uur van de controle erop afgeprint; de "continentalen" hadden hun bedenkingen bij deze inbreuk op de privacy; immers, de gebruikte techniek laat ook toe dat gesprekken binnenskamers gevolgd worden (worden wel weggefilterd, maar toch …); ten aanzien van armen en marginalen wordt een gedoogbeleid gevoerd wegens te hoge kosten bij gedwongen invordering.

• Italy (RAI): ook de RAI int zelf; de wetgeving is verouderd (1938); de databases staan niet op punt; de privacy-wetgeving speelt hen parten; de ontduiking is groot tot enorm (hoe zuidelijker, hoe mee ontduiking > zie tabellen); RAI is volop aan het investeren in een eigen mega-call-center.


• Belgium (VL): uiteenzetting met slides door L. Tessens "Fighting Tax Evasion and the use of a Call Center" (zie slides).

• Germany (GEZ)(Joerg Scholz): TV-houders worden ab initio in het bestand opgenomen en kunnen er in principe niet uit verwijderd worden; 80% van de betalingen geschiedt per domiciliëring; korte en warrige uiteenzetting wegens onvoldoende beheersing van de Engelse taal.


• Netherlands (Omroepbijdragen)(Ruud Peters): Omroepbijdragen is op zoek naar nieuw beheerssysteem en lanceert oproep om samen te investeren in een software-platform; pleit voor hechtere samenwerking, een permanente structuur en een secretariaat. Alle voorstellen van Peters worden verworpen, c.q. "gecommissioneerd". Er is enige animositeit merkbaar tussen David Lane (BBC) en Peters: Omroepbijdragen heeft getracht know how te verkopen aan BBC en zulks is mislukt.


3. In de "wandelgangen" konden we nog volgende interessante feiten optekenen:

• Denmark: worstelt met het feit dat het inzetten van een call center volgens de Europese regels van toewijzing moet gebeuren.

• Switzerland (Thomas Rudin tijdens lunch): Inninigsorganisme (Billag) heeft een verzelfstandigd statuut verkregen na decennia-lange inning door Swiss Telecom; overgeërfde database werd verminkt onder druk van privacy-wetgeving (telefoonnummers geschrapt uit het bestand); bij outsourcing dient Switzerland zich te richten naar firma's in de GATT-landen.


• Ireland (Gerry O'Brien tijdens lunch): inning geschiedt door de Irish Post; database-management is geweldig oubollig; Post redeneert zoals EDP-manager van de jaren 70 (alles is moeilijk en tijdrovend, het systeem laat dit niet toe); RTE is zeer ongelukkig met de bestaande situatie; alle hulp is welkom.

4. Permanente structuur en secretariaat
Tijdens het seminarie heeft Belgium (VL) in samenspraak met Netherlands de idee gelanceerd van een permanente structuur (met lidgeld) met een permanent secretariaat/clearing house te Aalst (CIPAL/Kijk- en Luistergeld). Dit was vrij moeilijk omdat een discussie hierover niet op het agenda voorzien was. Toch zijn wij erin geslaagd deze discussie te laten plaatsvinden.
Tijdens de rondvraag bleek Marti Partanen (Finland/YLE) gekant tegen een eigen structuur en een eigen secretariaat. Volgens MP was de opvolging van licence fee een taak voor de EBU (European Broadcasting Union), die deze problematiek sinds jaar en dag had gevolgd maar de laatste jaren de teugels vierde. We kunnen spreken van een typische RECUPERATIEREFLEX. Na de uiteenzetting van MP sloten de EBU-leden de rangen: RAI (Italy), RTE (Ireland), ORF (Austria), DR (Denmark), WDR (Germany). De BBC had zich slechts neer te leggen bij de meerderheid en trok de coördinatie-werkzaamheden en het de facto voorzitterschap voor het komende jaar naar zich toe.
Noteer dat BBC hiermee een punt scoort. Immers, BBC krijgt nu een pak know how toegeschoven.

5. Conclusies
Licence fee management wordt naar ons gevoel gekenmerkt door 3 tendenzen:
5.1. Database improvement: software om de eigen database te beheersen, matching met analoge bestanden (rijksregister, posterijen, kabel, telefonie). Hier ligt een markt voor IT-bedrijven. Moeilijkheid vormt de nationale en Europese regelgeving inzake privacy. Meerderheid worstelt met overgang van oud naar nieuw bestand in een verzelfstandigde omgeving (nood aan training en input database know how).
5.2. Marketing know how: segmentering en vorming van target groups voor inning en invordering, creatief bespelen van allerlei betalingsmogelijkheden (billing), etcetera.
5.3. Communication know how en opvang feedback: kennis van de media mix en de performantie van de ingezette middelen, capabilities van call centers, creëren van "visibility on the field" teneinde perceptie van pakkans op te voeren (vooral belangrijk in zwak bekabelde regios en niet-voorziene matching met bestanden cable subscribers).

Wij geloven niet in het aanhouden van het losse samenwerkingsverband, meer een gevolg van EBU-recuperatiereflex dan van ratio. Men gooit de oppurtuniteit van een grote "learning zone" weg. Op termijn zal blijken dat meer structuur en professionalisering zich opdringt. Wij verwachten een doorbraak na het interim-presidentschap van Italy.
Een steeds wisselende coördinator in het zgn. clearing house is een slechte zaak voor de continuïteit in de verspreiding van know how. Het is bovendien niet zeker dat voor de full digital option (alle communicatie en info over e-mail) wordt gekozen bij het managen van de informatie (nog communicatie per fax en dus op papier). Op die manier behoudt de beheerder van de digitale info in het clearing house, in casu de BBC, een voorsprong.

Bijgevolg zijn wij tot nader order aangewezen op bilaterale contacten willen wij een voorsprong opbouwen en behouden. Deze kunnen o.i. het best samen met Netherlands opgevolgd worden teneinde een platform van een zekere dimensie te vormen.
Willen we ons profileren als de aanreikers van een "total solution" dan is een verticale integratie van know how een must: mainframe, inter- en intranetworking, datawarehouse, document and information flow, communication and feedback management, call center capabilities, budgetbewaking. Het is onze overtuiging dat wie zich (in teamverband) met deze bagage het eerst Europees als problem solver profileert mooie groeikansen heeft. Deze liggen immers in het bredere veld van de tax collecting.

Lucas TESSENS - MERS (Media Expert Research System) - 1998-11-24
LT
campagne kijk- en luistergeld stopt op 19971205
Edited: 199712042015
*FAXBERICHT • FAX MESSAGE

To: Kabinet van de Minister van Financiën, Begroting en Ge¬zond¬heidsbe¬leid¬, ter attentie van dhren
• Dirk DE KEUSTER, Ad¬viseur
• Carl BUYCK, Woordvoerder
Kool¬straat 35, 1000 Brussel
From: Lucas TESSENS, Bestuurder/Research Director MERS
Date: 19971204
Ref: calls Sitel (staafdiagram)
Pages (this one included): 1+1
Tel: 02-227.24.11
Fax: 02-227.24.05



Geachte Heer De Keuster, Beste Dirk,
Geachte Heer Buyck, Beste Carl,



1. Hierbij het overzicht van de live-calls tot donderdagavond 21.00 uur.
Donderdag werden er weerom slechts 134 calls ontvangen.
Cumul (1/10-4/12): 32.762 calls.


2. Aan Sitel is opdracht gegeven om morgen om 12.00 uur klokslag af te sluiten. Over de toelaatbaarheid van het laten beluisteren van het audio-bandje had Sitel ons tegen deze namiddag uitsluitsel beloofd. Wij zijn nog in het ongewisse. Wij nemen morgen zelf contact op met Sitel.
Indien er bez¬waren zouden rijzen vanuit de Ethische Commis¬sie, dan zit er volgens ons niets anders op dan het 0900-nummer uit te doven. In voor¬komend geval lijkt een kort persbericht toch aangewezen.


3. Tegen maandag zullen wij rapporteren over de 9de en laatste periode (analyse aangiften).


Met vriendelijke groet,




Lucas TESSENS
LT
de kostprijs van een PC eind 1997: meer dan 2.000 EUR ! (excl. BTW)
Edited: 199712010901
PC-CONFIGURATIE
(zonder scherm)

• CPU Pentium 2 300 Mhz 45.372
Intel Pentium CPU + koelvin met ventilator
mini toren behuizing
SVGA PCI kleurenkaart 1 MB DRAM, uitbreidbaar
1.44 MB diskette station
16 MB EDO RAM SIMM (2x8), uitbreidbaar
toetsenbord azerty voor Windows 95
on board PCI controller voor 4 HDD en 2 FDD
2 seriële (UART 16550) en 1 par. poort (EPP/ECP)
512K pipe line burst cache
• opleg naar 64 Mb RAM EDO (2x32) 5.223
• opleg keyboard Cherry azerty 942
• HD 4000 Mb Western Digital 9.909
• Soundblaster Discovery Kit AWE 64 24X 7.231
incl. Creative Labs 24 speed CD ROM-drive
incl. Creative Labs Soundblaster AWE 64 geluidskaart
incl. Creative Labs speakerset + install. & gebr. software
• Modem F/M Tornado 33.6k intern + voice 4.050
• Back up: JAZdrive 1 GB intern SCSI 12.066
• Uitbreiding videokaart tot 2 MB 1.000

Totaal (excl. BTW) 85.793
TESSENS Lucas
Kijk- en luistergeld CIPAL - Adres- en telefoonlijstje
Edited: 199711300908

CIPAL, Cipalstraat 1, 2440 GEEL
algemeen faxnummer: 014-58.35.00
• Jos FRANKEN (JF)
Tel: 014-576.553 (RL)
GSM: 075-23.79.20
pr. Hoogstraat 20 2400 - Mol • Marcel GEYPEN (MGe)
Tel: 014-563.616

• Bob TIMMERMAN (BT)
Tel: 014-576.473
Privé: 03-542.50.45 • Mia WIELOCKX (MW)
Informatica-opleiding
Tel: 014-576.341

• Willy MOERMANS (WM)
Tel: 014-576.494


• Paul VANDENBROEK (PV¬DB)
Tel: 014-576.247
Pr: Kan. Pee¬tersstraat 132
2600 - Ber¬chem
Tel/fax: 03-230.03.59
• Viviane CNAEPKENS (VC)
Tel: 014-576.552
• François VANDEURZEN (FVD)
Matching RR/DIV/cable
Tel: 014-563.629
• Els HELSEN (web-site)
Tel: 014-576.272 (Marconi) • Patrick ROTEN (PR)
Tel: 014-576.554

KLG-Aalst, Bauwensplaats 13, 9300 AALST (open: 9-16 uur)
• Eddy DEBAETS (ED), District Manager • Jos FRANKEN (JF)
Tel: 053-77.28.40 (RL) Tel: 053-72.25.05 (RL)
GSM: 075-64.74.03 Fax: 053-70.02.84
Fax: 053-70.02.84 • Herman PEVENAGE
• Privé: 053-77.24.00 Tel: 053-72.25.01 (RL)
Binnenstraat 230, 9300 Aalst

Advies & Produktie, Vilvoordelaan 114, 1930 - ZAVENTEM
• Lou MICHIELS, Afgevaardigd Bestuurder
Tel: 02-725.62.72 • Auto: 017-19.98.20 • Fax: 02-725.01.30
• Thomas PAUWELS, Bestuurder/Art Director
Tel: 02-725.62.72 • GSM: 075-42.04.61 • Fax: 02-725.01.30

MERS, P. de Coninckstraat 26, 2600 - ANTWERPEN
• Lucas TESSENS, Bestuurder/Research Director
Tel: 03-218.51.13 • GSM: 075-20.95.00 • Fax: 03-218.72.88

KLG-Brussel, Solvayplein 4, 1210 BRUSSEL
• Frans Van Snick, Director Radio & TV Taxes
• Ingrid Hallaert, Secretaresse
Tel: 02-207.74.10 • Fax: 02-207.74.09

IS Belgacom, Evere
Jos Vanderstappen • Tel: 02-202.56.15

Toerisme Vlaanderen, Grasmarkt 63, 1000 Brussel
1) Hoteldienst
• Jos Vercruysse, Diensthoofd • Ria Bogaert, Medewerkster
Tel: 02-504.03.14 • Fax: 02-504.03.66
2) Studiedienst
Jan Van Praet • Tel: 02-504.03.50 • Fax: 02-504.03.77
DIV - Dienst Inschrijvingen Voertuigen
• Jacques Gallien • Tel: 02-287.45.86

NIS - Nationaal Instituut voor de Statistiek
• Leuvenseweg 44, 1000 Brussel, Henri Laes, e.a. Statisticus • Tel: 02-548.63.00
• Rubenslei 2, 2018 Antwerpen, Viviane Vertommen • Tel: 03-231.19.20 • Fax: 03-233.28.30

Kabinet WDM, Koolstraat 35, 1000 Brussel
Tel: 02-227.24.11 • Fax: 02-227.24.05
• Hedwig Van der Borght, KC • Dirk De Keuster, Adviseur
• Carl Buyck, Woordvoerder

Vlaamse Gemeenschap, ABAFIM, Boudewijnlaan 30, 1000 Brussel
• Yves Hantson, Directeur, Tel: 02-507.52.82 • GSM: 075-27.86.31 • Fax: 02-507.55.42
• ontvangsten VG: H. Pierreux, Adjunct v/d Dir., Tel: 02-507.54.59, Fax: 02-507.54.61

Drukkerij Joos NV, Everdongenlaan 14, 2300 - Turnhout
Tel: 014-44.21.21 • Fax: 014-44.21.29

Web-site: http://www.cipal.be/kijkenluistergeld

SITEL, Woluwelaan 158, 1831 - Diegem
• Kathleen Blomme Tel: 02-713.95.11 Fax: 02-713.95.06
• Anne-Marie V.d. Bosch Tel: 02-713.95.11 Fax: 02-713.95.06 GSM: 075-46.37.94
• Philippe Weyers Tel: 02-713.95.11 Fax: 713.95.00
• Bob Winderix, Floor manager

Dienst Omroepbijdragen, Mr R.M. Peters, Directeur
Kanonstraat 4, NL - 2514 - AR - 's-GRAVENHAGE - Nederland
Tel: 00-31-70.361.97.80 • Fax: 00-31-70.361.97.90
Yvonne Bliekendaal (mee getelefoneerd op 19971106)

laatste aanpassing: 19971130
LT
... OF HOE ACCURAAT TELENET TEWERK GAAT. ... OF HOE MEN DE HOMOGENITEIT VAN HET VLAAMSE GRONDGEBIED VERKWANSELT.
Edited: 199711190938
Memo van het telefoongesprek met de Stadssecretaris van Landen, Koen Snijders, dd. 19971119.
... OF HOE ACCURAAT TELENET TEWERK GAAT.
... OF HOE MEN DE HOMOGENITEIT VAN HET VLAAMSE GRONDGEBIED VERKWANSELT.

Pro memorie: PBE bedient het grootste deel van Landen-fusiegemeente.
Brutélé is actief in de centrumgemeente. Landen heeft met Brutélé een contract tot 2010.

Landen vreest met zijn centrumgemeente volledig buiten Telenet te vallen.
Verstandhouding tussen PBE en Brutélé is compleet zoek: "Coulst (hoofdir. PBE kan het bloed van Brutélé wel drinken".
PDW had op het kabelcongres in Dublin reeds verklaard dat hij bereid zou zijn om met PBE een ruil aan te gaan: Landen tegen Chastres en Villers-la-Ville.
Deze twee gemeenten hebben via hun burgemeesters echter persoonlijke banden met PBE en willen niet weg bij PBE. Pierre de Wergifosse is nu bereid om Landen los te laten, ook zonder ruil (maar niet gratis).
Snijders zegt dat Landen door niemand erkend wordt: niet door de VKK en niet door Telenet. Telenet heeft nooit contact gezocht met Landen (toch een Regie en juridisch een kabelmaatschappij).
KS heeft van PDW, tevens voorzitter van RTD, moeten vernemen dat op 19971017 de VKK officieel werd opgericht. Toen werd echter een tactische fout begaan: aangezien Brutélé de operator is voor de Regie Landen had het schepencollege er niet beter op gevonden dan PDW volmacht te geven om de Regie Landen (enkel voor de stichting) te vertegenwoordigen binnen de VKK. Toen PDW op 19971017 opdaagde op de stichtingsvergadering van de VKK kunt ge u de consternatie inbeelden: de nationale voorzitter is aanwezig op de stichting van een scheurgroep!!!
Snijders heeft aan PBE en aan Brutélé gevraagd om tegen eind november hun standpunten tegenover band Brutélé-Landen / Landen-PBE kenbaar te maken.
Hij houdt ons op de hoogte.
Men noteert wel dat, althans volgens Snijders, de winstuitkering per abonnee bij Brutélé 4x hoger ligt dan bij PBE.
Terloops: vroeger was de technische support van Brutélé erbarmelijk, nu is dat veel beter geworden; een technicus is 8 uur per dag aanwezig in Landen.
Tenslotte nog dit: Snijders denkt in de richting van een verkoop van het gehele netwerk aan PBE; "dat zou nog geld voor de gemeente opbrengen ook", aldus KS.

>>> vergelijk deze situatie met die van Voeren.

LT/19971119
DE MEESTER Wivina
Dienst Kijk- en Luistergeld : Een voorbeeld van outsourcing met de overheid. "In het kader van de fraudebestrijding slaagde Cipal erin met de hulp van het media-advies bureau MERS de ontduiking in Vlaanderen in kaart te brengen."
Edited: 199710171465
Toespraak door Wivina Demeester,
Vlaams minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid
ter gelegenheid van
het seminarie “outsourcing : ervaring en knelpunten”

“ Dienst Kijk- en Luistergeld : Een voorbeeld
van outsourcing met de overheid “
Brussel, 17 oktober 1997

Financieel Economische Tijd en
Caestecker, Lievens, Martens & Partners.

Slide 1



1) INLEIDING

De outsourcing van belastingsinning lijkt op het eerste zicht een contradictio in terminis te zijn. Wie aan de overheid denkt, denkt vrijwel onmiddellijk aan ‘belastingen’. In de perceptie van de bevolking lijkt belastinginning een typische kerntaak van de overheid te zijn. Nochtans blijkt uit de geschiedenis dat overheden pas vrij laat zelf hun belastinginning hebben georganiseerd.

De Franse historicus Fernand Braudel beschrijft hoe omstreeks het begin van de 18de eeuw vele overheden met vallen en opstaan onderzochten op welke wijze de belastingen het meest efficiënt en kosteneffectief konden worden geïnd in een maatschappij die bijzonder snel aan het veranderen was.

Land-eigendom en landopbrengsten werden stilaan verdrongen als eerste en voornaamste bron van inkomsten en dus van belastingen. De overheden moesten dan ook op zoek gaan naar andere manieren om bij hun reeds veelgeplaagde onderdanen meer belastingsgeld te kunnen vinden. Maar waar konden die nog gevonden worden in een samenleving waar vrijwel alles reeds belast was. Er bestond een vorm van wat nu in het modern jargon “road pricing” zou heten : op de drukste wegen werd het transport getaxeerd. Er bestond omzettaksen, er bestonden invoertaksen. Maar de baten waren laag. De kosten voor de inning daarentegen zeer hoog. Bovendien waren de producten, die getaxeerd werden, meestal ook levensnoodzakelijke goederen. De rest van de goederenproduktie, porselein, spiegels etc.. was immers ofwel te klein om te taxeren ofwel bestemd voor afnemers met ruime belastingvrijstellingen zoals de clerus en de adel.

Een voor de hand liggend product om te gaan taxeren was zout. Zout was in die tijd een van de belangrijkste consumptiegoederen voor de modale burger, het werd gebruikt in de meest uiteenlopende voedingswaren. De productie was bovendien relatief goed controleerbaar. Maar de belasting erop was zo hoog, dat het zout zelf zeer duur was. Zo duur dat, toen Lodewijk XIV besliste om de zoutbelasting nog maar eens te verhogen, dit leidde tot stevige rellen en boerenopstanden.

Slimme overheden gingen de weg op van wat wij in moderne taal noemen “efficiëntie-verbetering in het bestuurlijk apparaat”. Een treffend voorbeeld is de organisatie van de inning van de Engelse zoutbelasting. Ongeveer driehonderd jaar terug besliste de Engelse overheid om de inning van de zoutbelasting te ‘nationaliseren’. Voorheen werd de inning van belastingen vaak overgelaten aan het concreet initiatief van particulieren die optraden als geldschieters en financiers van de staat. Er bestonden immers vele systemen van wat wij noemen “alternatieve financiering” : wegen en bruggen bijvoorbeeld werden aangelegd en onderhouden door privé-personen, die daarvoor tol konden innen.

Op het einde van de 17e eeuw werd dat systeem in Engeland gewijzigd : voortaan zouden door de koning aangeduide, staatsambtenaren belastingen en accijnzen zelf gaan ontvangen. De bedoeling van deze nationalisatie was niet zozeer het opdrijven van de efficiëntie van de inning op zich, maar wel het stopzetten van de praktijk van de schaamteloze afroming van de inkomsten van de staat door de particuliere ontvangers. O ok vandaag durven kwatongen al eens beweren dat bv. notarissen al eens een oogje zouden dichtknijpen bij de bepaling van verkoopswaarden, zodat hun cliënt minder belastingen, maar iets meer ereloon betaalt. Blijkbaar was dit vroeger echter schering en inslag.

De nationalisering van de belastinginning in Engeland gaf automatisch aanleiding tot een fikse verhoging van de efficiëntie van de inning en dus van de belastingen, zonder de belastingdruk zelf te verhogen. Door de staatsinkomsten veilig te stellen kwam er in Engeland meer geld beschikbaar voor de koloniale oorlogvoering en de uitbouw van de infrastructuur voor de nakende industriële revolutie. Tegelijk bleef er voldoende geld in de private economie, waardoor langzaamaan de kapitalen werden verzameld, waarmee de geweldige investerings-push, die op gang kwam vanaf de jaren 1780 kon worden gefinancierd.

De andere grote staat van dat ogenblik, Frankrijk, wachtte nog veel langer om de stap tot nationalisatie te zetten. De openbare financiën hingen tot aan de Franse revolutie eveneens af van tussenpersonen die zorg droegen voor de ontvangsten. Deze belastingspachters stortten grote borgsommen, waarop zij dan rente ontvingen. Volgens de voorwaarden van hun contract betaalden zij een vast deel van hun belastingontvangsten uit aan de koning. In werkelijkheid ontving de koning slechts een fractie van de potentiële jaarlijkse inkomsten. De Franse monarchie was dan ook tot de vooravond van de Franse Revolutie overgeleverd aan particuliere belangen, omdat zij bleef vasthouden aan het principe van “outsourcing” van de belastingen.

Sinds die periode groeit bij vrijwel iedere staat de overtuiging dat belastinginning alleen door de overheid kan georganiseerd worden. En toch, tweehonderd en zeven jaar na de Franse Revolutie beslist de Vlaamse Regering om de inning van een gedeelte van haar belastinginning terug aan derden uit te besteden. Een wereldprimeur of een historische vergissing ? Hierop wil ik na deze historische inleidng wat dieper ingaan.

Eerst zou ik nader willen ingaan op de theorie van de outsourcing zelf. Vervolgens bekijken we dan de outsourcing van het Kijk- en Luistergeld zelf. En ten slotte kijken we naar de toekomst en vragen ons af of de Vlaamse Gemeenschap kan doorgaan op de weg van de outsourcing.



2) DE THEORIE VAN DE OUTSOURCING

Slide 2 : zelf doen vs outsourcen

Uitbesteden is een populair begrip geworden. In feite zijn vele mensen actieve ‘uitbesteders’. We besteden onze kinderen uit aan een onthaalmoeder, steeds meer gezinnen besteden een deel van het huishouden uit aan een poetsvrouw, iemand die de was en de strijk doet, iemand die de tuin onderhoudt... Het is voornamelijk tijdsgebrek, maar soms ook een gebrek aan competentie die steeds meer mensen aanzet tot de beslissing van het uitbesteden van diverse taken.

Kijken we naar het bedrijfsleven, dan neemt het fenomeen van de outsourcing echter meer spectaculaire proporties aan. Quasi alle functies die men in een organisatie kan onderscheiden, komen voor outsourcing in aanmerking. De vraag of dit een goede zaak is, hangt vaak af van het standpunt van waaruit men naar de feiten kijkt. Voor de uitbesteder zijn er ogenschijnlijk meer voordelen van uitbesteding te onderkennen dan voor hen die de functie die uitbesteed wordt vervullen. Nochtans zou ik vandaag eveneens willen benadrukken dat outsourcing ook positieve aspecten kan hebben voor deze laatsten.

Outsourcing kan worden gedefiniëerd als "de contractuele overdracht van een welbepaalde cluster van activiteiten naar een derde partij waarbij een aanzienlijk deel van de controle over de beslissingen over deze activiteiten of diensten wordt afgestaan aan deze derde partij". Daartegenover staat ‘insourcing’. Bij insourcing blijft een groot deel van de controle over de beslissingen bij de oorspronkelijke partij die haar activiteiten of diensten overdraagt. Meestal maakt men een meer praktisch onderscheid tussen out- en insourcing door te verwijzen naar het feit of de controle over de activiteiten buiten of binnen de organisatie wordt behouden.

slide 3 : welke vormen ?

Men kan vervolgens outsourcingcontracten als aankoopfenomeen verder gaan differentiëren naar de stijl en focus. De aankoopstijl varieert tussen twee uitersten.
Aan de ene kant zijn er de zuivere transacties die men afsluit: eenmalige contracten die reeds voldoende detail bezitten om als referentiedocument te dienen. Anderzijds zijn er aankopen van relationele aard te onderkennen die minder gedetailleerd zijn, maar waarbij beide partijen er van uitgaan langere tijd met elkaar zaken te doen.

Wat de focus betreft kan het input-aspect belangrijk zijn, en dan koopt de onderneming hardware, software of kennis in. Is men echter voornamelijk op output gefocused, dan verwacht de onderneming dat de leverancier vooraf gespecificeerde prestaties zal leveren.

Beide dimensies leveren ons een classificatieschema op dat u op de slide terug vindt.

Teruggrijpend naar onze eerdere definities zal u merken dat het insourcen zich eerder links van de 'zogenaamd neutrale' in-house positie bevindt en het outsourcen aan de rechterzijde. Met dit eenvoudige schema kan u alle vormen van uitbesteden positione-ren.
Als dusdanig hebben de dimensies praktische relevantie.

Met een buy-in strategie lossen organisaties tijdelijke noden in, zoals de aanwerving van programmeurs met specifieke expertise tijdens een project. Bij een contracting-out moet de leverancier in zijn totaliteit een resultaat aanreiken. Deze strategie is meest succesvol wanneer de onderneming haar noden kan definiëren in een waterdicht en volledig gedetailleerd contract.

Met een bevoorrechte leverancier worden relaties onderhouden om gebruik te kunnen maken van zijn expertise en faciliteiten. Bijvoorbeeld, een onderneming vraagt informatici aan een leverancier enkel op het moment dat ze er nood aan heeft. Op deze wijze bespaart de onderneming kostbare tijd om offertes aan te vragen. De leverancier, die optreedt voor meerdere opdrachtgevers, is verzekerd van een quasi-continue stroom van opdrachten. Met een bevoorrechte contract-out wil men - aan beide zijden - risico's beperken door gemeenschappelijke doelen na te streven.

De organisatie van de activiteiten die binnenshuis blijven is een cruciale taak, zelfs wanneer quasi 80% van de activiteiten is uitbesteed. Ondernemingen kunnen op lange termijn serieuze problemen ondervinden wanneer de volgende expertise niet meer binnenshuis aanwezig is:
* de expertise om de toestand van het eigen IT-potentieel in te schatten
* de expertise om de IT-noden zoals ze door het top-management worden ervaren te kunnen achterhalen
* en de expertise om op een geschikte wijze naar de markt gaan, offertes en contracten inzake de IT-sourcing te specificeren en de contracten op te volgen.

Nochtans stellen we meer en meer vast dat zelfs het opstellen van offertes wordt uitbesteed aan gespecialiseerde organisaties.


Slide 4 : welke IT-systemen ?

De volgende vraag die men bij overweging van outsourcing kan stellen is uiteraard de vraag: welke activiteiten komen voor outsourcing in aanmerking. Grosso modo vallen die voor de IT-functie uiteen in drie grote groepen: beheer, ontwikkeling en onderhoud van informatiesystemen. Meer specifiek gaat het dan over volgende activiteiten: PC-aankoop en onderhoud, training en ondersteuning, software-ontwikkeling, back-up systemen, telecommunicatienetwerken, software onderhoud, datacenter management, systeem architecturen.

Op welke wijze deze activiteiten zouden kunnen worden ge-outsourced hangt af van twee zaken: in welke mate zijn de activiteiten kritiek voor het succes van de organisatie en in welke mate worden de activiteiten gebruikt om zich te differentiëren van anderen. Voor kritieke differentiërende systemen wordt aangeraden om selectief een aantal activiteiten binnenshuis te behouden en andere uit te besteden onder de vorm van in- of outsourcing.

Men moet hierbij oppassen de kritieke differentiërende systemen niet al te snel te vereenzelvigen met gesofisticeerde high-tech-applicaties die geen enkele andere organisaties heeft. Een goed werkend financieel systeem met een degelijke informatietechnologische ondersteuning van de bv. de boekhouding en cash management is van onschatbare waarde voor onder andere onze Vlaamse overheid.

Slide 5 : welke contracten ?

De vorm die het contract tenslotte aanneemt kan eveneens variëren in functie van de specifieke noden van de organisatie. Voor welke contractvorm uiteindelijk gekozen wordt, hangt af van het antwoord op een aantal vragen. Enkele voorbeelden zijn de volgende:

* Willen we het product of de dienst in de verre toekomst nog zelf produceren?
* Kunnen we technologie of know-verkrijgen via licenties zodat we op continue basis verzekerd zijn van een zekere output?
* Kunnen we de dienst of het product al kant-en-klaar kopen en is dit houdbaar op langere termijn?
* Kunnen we gemeenschappelijk ontwikkelingsprojecten opzetten voor producten of diensten zodat we zeker zijn dat we het beste resultaat krijgen?

Het antwoord op deze vragen is relevant, maar een andere vraag blijft nog steeds onbeantwoord : waarom is dit alles nodig ? (Moeder,) waarom sourcen we ?

In grote lijnen kan dit als volgt beantwoord worden. Vele organisaties hebben onder economische druk hun diversifcatiestrategieën die populair waren in de jaren ‘70 en begin jaren ‘80 moeten opgeven om zich meer te focussen op kerncompetenties. Als gevolg daarvan kwam onmiddellijk de IT functie onder druk te staan. Topkaders beschouwen IT vaak als een niet-kern competentie (in welke ondernemingen zetelen IT-directeurs in de directieraad?). Men is veelal van oordeel dat IT leveranciers meer schaalvoordelen en technische expertise bezitten om IT-diensten te leveren.
Op basis van die redenering, expertise en kritische massa van de eigen IT-functie binnen de onderneming, worden leveranciers meestal dan ook beoordeeld zoals volgende slide aantoont (SLIDE). Te kleine IT-afdelingen met een middelmatige tot slechte expertise, daar wil men van af, dus wordt er ge-outsourced. Beschikt men daarentegen wel over een sterk bemand en professioneel kader dan kan dat enkel maar versterkt worden door bijkomende expertise in te sourcen.

Zonder hier in detail op in te gaan zijn er verschillende factoren die de outsourcing beslissing beïnvloeden. Deze factoren hebben zowel betrekking op zakelijke aspecten (zoals return on investment, competitieve voordelen door IT, strategische heroriëntatie van de activiteiten, ed.) als op meer technologische aspecten (uitbouw van een moderne IT-infrastructuur, upgrading van het informaticapersoneel, enzovoort)..

Outsourcing moet meer zijn dan kostenbesparend. Problemen lost men niet op door ze door te schuiven. Zo moeten slecht presterende entiteiten waarvoor outsourcing overwogen wordt, tegelijkertijd fundamenteel geanalyseerd en eventueel gere-engineered worden wat betreft hun interne processen. Ook de bestaansreden op zich van bepaalde functies moeten kunnen in vraag gesteld worden.

En hiermee komen we bij het volgende deel van uiteenzetting: wat betekent dit nu concreet voor de overheid, in casu de Vlaamse overheid ?

Slide 6 : OESO-tendensen

Overheden in OESO landen worden heden ten dage geconfronteerd met vragen die dwingend zijn en moeten beantwoord worden.

Er is een toenemende tendens waarneembeer tot loskoppeling of desaggregatie van overheidsorganisaties in kleinere onderdelen. We spreken dan van privatiseringen, verzelfstandiging en ook outsourcing. Hiermee samenhangend is er ook een trend naar decentralisatie van verantwoordelijkheden waarneembaar.

Ambtenaren worden verplicht hun administraties te managen zoals hun partners in de private sector. De overheidsmanager is daarbij aansprakelijkheid voor resultaten die door zijn administratie moeten bereikt worden. Door het afsluiten van persoonlijke contracten, zogenaamde prestatie-overeenkomsten, tussen bv. directeur-generaal en een bevoegde minister worden prikkels gegeven om een noodzakelijke mentaliteitswijziging door te voeren.

In deze overeenkomsten wordt niet enkel concreet omschreven welke outputs de overheidsmanager dient te leveren maar ook wat zijn verwachte bijdrage is aan ruimere maatschappelijke problematieken zoals bv. de mobiliteit, het milieu of de gezondheid.
Het vastleggen van de outputs of prestaties, en de beslissing waar en door wie ze zullen worden gerealiseerd, blijft de primaire bevoegdheid van de minister.

OESO-experten wijzen er op dat in vele landen de grootte van het overheidsapparaat, uitgedrukt in percentage van het BNP, te groot is. Ten tweede stellen zij dat kerntaken en niet-kerntaken van de overheid dringend herbekeken dienen te worden in die zin dat de diensten die de overheid momenteel zelf verzorgt eventueel ook in partnership met andere overheden en met de private sector kunnen worden uitgevoerd of zelfs in coproductie met de burger-klant.

Om tegemoet te komen aan deze bekommernissen moet elke overheid concreet nagaan hoe ze haar interne structuur en functioneren beter kan organiseren en financieren. De introductie van prestatiegerichte managementtechnieken zowel in de beleidsvoorbereiding, beleidsuitvoering als de beleidsevaluatie moeten hiertoe bijdragen.

Boeken zoals ‘Reinventing Government’ hameren op professioneel management, nadruk op outputs, expliciete standaarden en prestatiemaatstaven, ene grotere competitie tussen overheden en privé en bovenal het transfereren van managementprakijken uit de publieke sector. Christopher Pollit een Oxford academicus die momenteel een sabbatical leave heeft op de KU-Leuven wijst op de gevaren van deze opvattingen die hij onder het label 'new managerialism' categoriseert. De publieke sector heeft wel degelijk differentiële karakteristieken als de private sector. Wat de IT functie betreft stelt hij dat niet enkel de normen inzake rendabiliteit van informatiesystemen wel eens durven te verschillen, het zijn vooral de politieke en wettelijke kaders die maken dat het ontwikkelen en managen van IT in overheidsorganisaties een particuliere taak is. IT managers moeten onder een andere tijdshorizon werken dan hun collega's uit de private sector. Vaak zijn zij voor ontwikkelingsprojecten gebonden aan legislaturen.

Men kan zich ook vragen stellen in welke mate overheden wel het recht hebben om overheidstaken uit te besteden aan private organisaties. Verschillende auteurs wijzen op het gevaar van uitholling van de staat wanneer een aantal essentiële taken worden uitbesteed. Voorstanders van privatisering benadrukken efficiëntie, effectiviteit en klantentevredenheid als relevante criteria voor de selectie van de wijze van dienstverlening.

Er is echter een grote ‘maar’ : burgers zijn geen klanten. Klanten kiezen tussen producten, burgers hebben rechten en plichten en beslissen bovendien ook wat de overheid concreet moet doen met de ontvangen belastinggelden. De overheid heeft in het verleden vele taken op zich genomen, juist omdat de private sector ze niet kon of niet wilde op zich nemen. Hier botsen twee waarden met elkaar, met name rechtvaardigheid versus efficiëntie.

De organisatie van het overheidsapparaat en de mate waarin men daarin wil outsourcen hangt daarom strikt samen met de visie die een regering heeft op de wijze waarop zij haar overheidsapparaat wil organisaten. Landen zoals de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Australië en Nieuw-Zeeland steunen sterk op het marktprincipe. De private sector treedt in competitie met de overheid voor de uitvoering van essentiële overheidstaken, bv. het beheren van gevangenissen, hospitalen scholen, posterijen enz... .

Andere landen daarentegen steunen op andere fundamentele principes. Frankrijk is gebaseerd op een systeem van rechten. Als voorbeeld van de Latijnse traditie inzake overheidsmanagement zal het dan ook andere criteria hanteren bij outsourcing-beslissingen. België steunt eerder op een systeem van rechten en plichten. Het balanceert als dusdanig tussen verschillende alternatieve structureringswijzen.

In Vlaanderen opteert de Vlaamse regering voor ene meer marktgerichte aanpak, zonder evenwel fundamentele principes inzake rechtszekerheid van het overheidspersoneel te negeren. Toch merken we dat ook Vlaanderen meer en meer opschuift in de richting van het Angelsaksisch model met nadruk op een ‘competitive tendering en contracting’ van overheidsdiensten.

Het is hierbij uiteraard niet de bedoeling dat Vlaanderen een holle staat zou worden. Een aantal fundamentele vragen moeten we dan ook steeds voor ogen blijven houden. Deze vragen vormen ook de achtergrond voor de gevalstudie van de uitbesteding van het Kijk- en Luistergeld


3. DE OUTSOURCING VAN HET KIJK- LUISTERGELD

1. Het kijk- en luistergeld als financiële vergoeding voor een openbare dienst nl. radio en televisie

Het kijk- en luistergeld is bij iedereen bekend. Voor velen was het kijk- en luistergeld de tweede kennismaking met de fiscaliteit, na de ondertussen reeds verdwenen, fietsplaat. Toen de eerste spaarcenten aan een stereoketen werden besteed, diende tot voor de wet van 13 juli 1987, in de winkel een formulier voor het luistergeld ingevuld te worden.
Gelukkig kon vader of moeder dan wel als koper opgegeven worden zodat aan het luistergeld kon ontsnapt worden. Het Kijk- en Luistergeld is vergroeid met de medium radio en televisie. Beide zijn even oud. Radio en televisie maken was een taak die exclusief aan de overheid was voorbehouden. De financiering hiervan gebeurde door een specifieke belasting. Zo dateert de eerste wet van 20 juni 1930. In 1958, nauwelijks vijf jaar na de start van de openbare televisie, werd het luistergeld uitgebreid met het kijkgeld. Toen ook kleurentelevisie mogelijk werd begin jaren 70, werd een verhoogd bedrag voor een kleurentelevisie ingevoerd.

Het Kijk- en Luistergeld is geen louter Belgisch fenomeen. Het bestaat in de meeste Europese landen. In al deze landen was het de overheid die het initiatief nam om radio en televisie te maken. Radio en Televisie waren op het Europese Continent collectieve goederen waarvoor de Overheid moest zorgen.

In de volgende slide (SLIDE) kunt u vaststellen dat op Ijsland (heel kleine bevolking) en Oostenrijk na, België het hoogste kijk- en luistergeld heft van gans Europa.

In de Verenigde Staten waar radio en televisie steeds een privé-initiatief zijn geweest, bestaat geen Kijk- en Luistergeld. Ondertussen hebben ook in Europa radio en televisie hun statuut van collectief goed verloren. Het aantal commerciële zenders dat we ontmoeten bij het zappen, ligt hoger dan het aantal publieke omroepen. Het Kijk- en Luistergeld is dan ook verworden tot een gewone belasting. Er is geen rechtstreeks individueel aanwijsbare tegenprestatie van de overheid meer die evenredig is aan de betaalde som.

2. De eigen inning van het Kijk- en Luistergeld door de Vlaamse Gemeenschap

De inning van het Kijk- en Luistergeld werd in België toevertrouwd aan de Regie voor Telefoon en Telegrafie. Deze feitelijke toestand werd pas geregulariseerd bij Ministerieel Besluit van 31 december 1975.
De R.T.T. werd omgevormd tot “Belgacom” door de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. De Vlaamse Gemeenschap was niet echt ontevreden van de prestaties van Belgacom; maar echt tevreden was zij toch ook niet. De inningskosten vertoonden de neiging om continu boven de inflatie uit te stijgen. De geleverde informatie was schaars. Er bleven twijfels over de doeltreffendheid van de inning. De klantentevredenheid - belastingbetalers zijn immers ook klanten - was niet optimaal. Allemaal klachten die zo vaak geassocieerd worden met een overheidsorgaan.

Toen Belgacom, onder druk van de buitenlandse investeerders de beslissing nam om niet langer het kijk- en luistergeld te innen voor de Gemeenschappen, had men allicht gedacht dat de Gemeenschappen het bestaande personeel, de bestaande organisatie en de bestaande procedures zonder meer zouden overnemen - en zoals zo vaak bij de overheid gebeurt - zeer zachtjes aan wat zou moderniseren. Maar de Vlaamse overheid oordeelde er anders over. De Vlaamse regering nam, eind juli 1996, amper 11 maand geleden, de beslissing om de inning van het Kijk & Luistergeld uit te besteden. Deze beslissing werd genomen vanuit het oogpunt van efficiëntie. Niet minder, maar ook niet meer. Belastingen innen is eigenlijk geen kerntaak voor de Vlaamse overheid. De kerntaak van de overheid bestaat erin de samenleving te begeleiden op de weg naar een stabiele sociaal-economische groei. Daarvoor is geld nodig, dat is juist. Maar dat geld - de belastingen - is slechts een hulpmiddel om deze overheidsfunctie waar te maken. Dus is de eerste plicht van de overheid niet een belastingsadministratie uit te bouwen, maar om de belastinginning zo efficiënt mogelijk te organiseren.

Deels tegen de zin in van haar eigen administratie, besliste de Vlaamse overheid om het kijk- en luistergeld niet door de eigen administratie te laten innen, maar op zoek te gaan naar een privé-partner. De directe reden voor deze “outsourcing” was driedubbel. Binnen het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap was weinig know how aanwezig m.b.t. de inning van belastingen. Deze inning erbij nemen veronderstelde de uitbouw van een nieuwe structuur, die - zoals zo vaak gebeurt - dan meteen zijn eigen doelstellingen zou beginnen te volgen. Maar dat was niet de bedoeling van de Vlaamse Regering. Die was primair op zoek naar efficiëntie, doeltreffendheid en klantvriendelijkheid... elementen die weliswaar ook binnen een Ministerie kunnen uitgebouwd worden, maar er vaak langzamer tot stand komen.

Ten tweede was de informatica-omgeving van de Dienst Kijk- en Luistergeld zwaar verouderd. Er diende in elk geval een nieuwe toepassing voor de inning en invordering uitgewerkt te worden. Ook dit is een activiteit die aan een derde moet uitbesteed worden.

Ten derde wijken de personeelsstatuten van de Dienst Kijk- en Luistergeld en het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap zo sterk van elkaar af dat het quasi-onmogelijk was om de bestaande personeelsleden van de Dienst Kijk- en Luistergeld via de weg van geleidelijkheid te integreren binnen de bestaande structuur van de Vlaamse overheid.

Dit alles leidde tot de beslissing om de inning toe te vertrouwen aan een bedrijf, dat in staat was grote belastings-applicaties te schrijven op korte termijn, de noodzakelijke bedrijfsorganisatorische bekwaamheden in-huis had en kansen bood aan het bestaande personeel zich in een nieuwe bedrijfsomgeving en bedrijfscultuur te kunnen ontplooien.

Dit was geen makkelijke beslissing. Voor de inning van belastingen is outsourcing juridisch immers niet zo evident. Door de jaren heen is er een wetgeving en jurisprudentie gegroeid, waardoor een belasting, die terecht een prerogatief is van de wetgevende macht, quasi automatisch met een overheidstaak wordt geassocieerd. En zelfs al zou bedrijfslogica stellen dat het aangewezen is om taken over te dragen aan een contractant, de wetgeving primeert hoe dan ook.

Het recht holt wel voortdurend achter de feiten aan, maar men kan er niet omheen. De taken die de wetgevende macht uitdrukkelijk aan de uitvoerende macht delegeert, komen dus niet voor outsourcing in aanmerking. Daarom zullen de aanslag, de controle, de inning zelf en de dwanginvordering dan ook niet aan een derde kunnen worden toevertrouwd. Maar wat wel kan, is deze taken limitatief te bekijken en de ondersteunende en administratieve taken, die wel door een derde kunnen waargenomen worden, binnen de wettelijke grenzen, maximaal te omschrijven. Dat is wat de Vlaamse Regering heeft gedaan : de ondersteunende taken werden zo ruim mogelijk omschreven in het bestek.

Voor deze taken diende de inschrijver bereid te zijn een resultaatsverbintenis of prestatieovereenkomst te onderschrijven. Want al is de toegevoegde waarde van de contractant relatief beperkt, ca. 500 mln F. /per jaar, de schade, die de Vlaamse Gemeenschap kan oplopen indien de contractant zijn verplichtingen niet of relatief slecht nakomt, zijn veel groter en lopen op tot 15 mld F. per jaar, dertig maal groter dan de contractwaarde. De klassieke boete, die erin bestaat een deel van de vergoeding in te houden, had dan ook geen zin. Dus moesten er strikte prestatieverbintenissen worden opgelegd, met draconische strafbepalingen als deze prestaties niet behaald worden.

Het vervolg kent iedereen. Op basis van de resultaten van harde concurrentie en al even harde onderhandelingen besliste de Vlaamse regering op 28 januari 1997, exact vijf maand na haar princiepsbeslissing om de inning te outsourcen, het contract voor een periode van 5 jaar toe te wijzen aan Cipal.

Gedurende een eerste periode van twee jaar zal de Vlaamse Gemeenschap het bestaande personeel van de Dienst Kijk- en Luistergeld “huren” van de Belgische Staat en deze personeelsleden aan Cipal ter beschikking stellen. Vanaf het derde tot en met het vijfde jaar draagt Cipal de volledige verantwoordelijkheid en moet ze zelf instaan voor de aanwerving en betaling van het personeel.

Het is uiteraard nog te vroeg om het echte resultaat van deze operatie te kunnen beoordelen. Toch spreken enkele cijfers nu reeds voor zich. Aan Belgacom diende de Vlaamse Gemeenschap in 1995 ongeveer 435,6 miljoen BEF (excl. BTW) te betalen voor de inning. Het jaar 1999 is eerste jaar dat de volledige lasten door Cipal dienen gedragen te worden. Daarbij werd met Cipal een vast bedrag overeengekomen van 346,9 miljoen BEF of zo’n 90 miljoen minder. Bovendien stegen de bedragen van Belgacom jaarlijks met om en bij de 4%. In het contract met Cipal wordt enkel de personeelskost jaarlijks geïndexeerd volgens het regime dat van toepassing is voor de personeelsleden die in openbare dienst werken. De volgende slide geeft de vergelijking tussen Cipal en Belgacom aan :



Daarenboven investeert de Vlaamse Gemeenschap in een eigentijdse IT-toepassing voor de inning van belastingen. De toepassing kan - in een latere fase - ook voor andere belastingen worden gebruikt.

U zult ongetwijfeld ook reeds gemerkt hebben dat ook de strijd tegen het zwartkijken één van de elementen is van het outsourcingscontract. Cipal kreeg op de opdracht mee om anti-fraude technieken te ontwikkelen en een mediacampagne te organiseren. In het kader van de fraudebestrijding slaagde Cipal erin met de hulp van het media-advies bureau MERS de ontduiking in Vlaanderen in kaart te brengen. Ik geef hier als voorbeeld Vlaams-Brabant (SLIDE).


De voertuigen van de controleteams werden uitgerust met een on-line verbinding met de centrale computer in Aalst. Er kan dus onmiddellijk worden vastgesteld wie betaalt en wie niet betaalt. De combinatie van de kaarten en de moderne communicatie-apparatuur maakt een doelgerichte controle mogelijk. De gemeenten met de hoogste fraudepercentages zullen eerst gecontroleerd worden. Binnen deze gemeenten kan verder gedifferentieerd worden naar de straten met de meeste ontduiking. Deze controles zijn momenteel aan de gang en zullen in de komende maanden worden opgevoerd.

Zoals u ongetwijfeld weet, loopt momenteel loopt ook een mediacampagne. In een eerste fase werd een mediamix samengesteld uit een televisiespot op de BRTN, advertenties in de dag- en weekbladen, folders en affichettes. Deze middelen zijn er in de eerste plaats op gericht de belastingplichtige te informeren en degenen die nog niet betalen aan te zetten om te betalen. Aanmelden kan via een centraal telefoonnummer. Moesten er onder u zijn die tot hiertoe “vergeten” zijn te betalen, die kunnen bellen naar het nummer : 0900-10203.



Ik wil nog wel eens benadrukken dat er geen sprake is van een formele amnestie. Wie tijdens een controle tegen de lamp loopt, betaalt de normale boete. Ook de volgende jaren zal verder gewerkt worden aan de verfijning van de controlemethoden. Er wordt naar gestreefd om de doelgerichtheid van de controle zo groot mogelijk te maken.

4) HISTORISCHE VERGISSING OF WERELDPRIMEUR ?

Ik denk dat ik mag stellen dat de outsourcing van het Kijk- en Luistergeld een succes mag genoemd worden. We zijn er in geslaagd om op zeer korte tijd nl. nu ongeveer een jaar, de dienst te outsourcen, de continuïteit werd verzekerd nl. op 1 oktober lag voor sommigen het aanslagbiljet in de bus, hetwelke nu verstuurd was door Cipal en niet meer door Belgacom; de strijd tegen de ontduiking werd beloftevol ingezet.

Met het oog op de uitvoering van de motie van het Vlaamse Parlement m.b.t. de fiscale autonomie en dan in bijzonderheid m.b.t. de inning van de eigen gewestbelastingen, wens ik binnen de Vlaamse regering concreet overleg te plegen over de mogelijkheden tot een verderschrijdende uitbesteding van de inning van Vlaamse belastingen. Zeker wanneer in een volgende staatshervorming opnieuw belangrijke delen overgeheveld worden naar de Gewesten en Gemeenschappen en mogelijk zelfs volledig nieuwe belastingscategoriën, moeten wij durven denken, hoe wij de belastinginning optimaal kunnen organiseren. Een doorgedreven informatisering, wellicht in een autonome entiteit, die aan de concurrentie moet onderworpen zijn, is wellicht een sleutelfactor in het welslagen van deze operatie. Of het helemaal op dezelfde manier moet georganiseerd worden, valt nog te bekijken. Elke belasting heeft zijn of haar kenmerken. Klakkeloos kopiëren, is steeds gevaarlijk. Zo zal er, wat bij het Kijk- en Luistergeld niet mogelijk was, moeten gestart worden met de vereenvoudiging van de belasting zelf. Het aantal vrijstellingen, verminderingen en uitzonderingen moet worden teruggedrongen of verleend worden op basis van objectieve criteria. Ik denk aan leeftijd, aantal kinderen, ... Vanuit deze vereenvoudigde belastingsstructuur moet dan gezocht worden naar de meest optimale oplossing. Hierbij moet rekening gehouden worden met alle elementen. Bij het Kijk- en Luistergeld wezen deze in de richting van outsourcing. Maar geen enkele techniek is zaligmakend op zich, ook outsourcing niet.

De Vlaamse overheid heeft opnieuw aangeknoopt bij een praktijk van voor de Franse revolutie nl. de outsourcing van belangstingsontvangsten. Deze praktijk gaat terug op de oudheid, denken we maar aan het Bijbelse verhaal van de tollenaar. Een historische vergissing was deze terugkeer naar de geschiedenis zeker niet. De outsourcing van het Kijk- en Luistergeld was een succes. De resultaten van de eerste eigen inning van de belastingen zijn positief. Het Vlaamse Parlement en de Vlaamse regering hebben beslist om op deze weg verder te gaan. Outsourcing zal hierbij een middel zijn, maar is geen doel op zich.

Ik dank u.
LT
presentatie kijk- en luistergeld en kabel
Edited: 199710160914
*FAXBERICHT • FAX MESSAGE

To: INTEGAN, ter attentie van Ir Staf Waelbers, Hoofdingenieur-Directeur, Boombekelaan 14, 2660 - Antwerpen (Hoboken)
From: Lucas TESSENS, Bestuurder/Research Director MERS
Date: 19971016
Ref: presentatie kijk- en luistergeld en kabel
Pages (this one included): 1
Tel: 03-8.200.200
Fax: 03-8.200.444


Geachte Heer Waelbers,
Beste Jos,



Zoals gezegd ben ik graag bereid om voor Interkabel of voor het VKK een presentatie te geven van onze aanpak van ontduiking van kijk- en luistergeld in het Vlaamse gewest. Zoals u weet dienen wij in dezer CIPAL van advies.
De presentatie bestaat uit een aantal vaststellingen die grafisch in infogram¬men en kleurkaarten zijn uitgewerkt. Zij zou niet meer dan 20 minuten in beslag nemen. Daarna zou er dan mogelijkheid tot het stellen van vragen zijn.

Tijdens die bijeenkomst zou ik ook graag met de kabeldistributeurs van gedachten wisselen over de definitieproblemen rond kabel:
households > TV-households > homes passed > homes connected > sub¬scribers basic cable > subcribers plus package > cable telephony subscri¬bers (combined or dedicated). Plus de notie van 'cable penetration' (hoe meten we dat nu juist?).
Het spreekt vanzelf dat deze problematiek in de toekomst nog meer aan de orde zal zijn al was het maar vanuit matchings-oogpunt.
Ook in functie van Telenet zal men tot klare definities en berekeningswijzen moeten komen.

U zult mij wel willen berichten omtrent de eventuele interesse die er naar voren is gekomen bij uw collegae.


Met vriendelijke groet,



Lucas TESSENS
Bestuurder/Research Director
LT
Evaluatie van de KLG-anti-ontduikingscampagne
Edited: 199710120901
Evaluatie van de KLG-anti-ontduikingscampagne
via 0900/10.203
Resultaten 19971002 - 19971010


1. Basisgegevens

Op 10 oktober ontvingen wij via e-mail van SITEL de resultaten over de periode 2 oktober - 10 oktober 1997 (diskette RAPP1010.xls, Excel 4.O).
Er moet door SITEL nog nauwkeuriger worden opgegeven voor welke periode (van welk uur tot welk uur) de rapportering geldig is.

Dit bestand bevatte per gemeente (op NIS-code) volgende elementen:
• aantal calls
• totale duur van de gesprekken in seconden
• aantal aangegeven autoradio's
• aantal aangegeven zwart-wit-TV's
• aantal kleuren-TV's
• aantal aangevraagde folders in de nederlandse taal
• aantal aangevraagde folders in de franse taal
Het door Sitel aangeleverde bestand beantwoordt daarmee aan de opdracht tot statistische rapportering zoals door MERS opgedragen bij fax van 199710¬02. Eén gegeven werd niet verstrekt: het aantal doorver¬wijzigingen naar back end nummer Aalst. Dit gegeven is echter van secundair belang.



2. Correctie

Het MERS stelde vast dat in het bestand een dubbeltelling voorkomt van 132 calls, met name deze afkomstig uit het Brussels gewest (19 ge¬meenten). SITEL heeft blijkbaar alle calls uit deze 19 gemeenten samen¬gebracht onder Brussel (NIS-code 21004) maar dezelfde calls ook nog eens onder Bruxelles (eveneens NIS-code 21004) vermeld.
Het MERS heeft de cijfers voor deze 132 calls geëlimineerd.


3. Resultaten na correctie

In de beschouwde periode werden 4.249 calls ontvangen. De totale ge¬spreks-duur bedroeg 637.350 seconden of 10.622 minuten of 177 uur.
Een gemiddelde call nam aldus 2,50 minuut in beslag.
Zoals te verwachten was kwam het gros van de calls vanuit het Vlaams gewest: 4.106 calls. Uit Brussel kwamen er 132 en uit het Waals gewest 11.

3.1. Aangegeven autoradio's (toestellen)
In totaal werden er 2.139 autoradio's geregistreerd.
• Vlaams gewest: 2.094
• Brussels gewest: 39
• Waals gewest: 6

3.2. Aangegeven kleurentelevisies (houders)
In totaal deden 2.313 personen (huishoudens) aangifte van één of meer kleuren-TV's.

• Vlaams gewest: 2.225
• Brussels gewest: 84
• Waals gewest: 4

Uit de nominatieve CIPAL-matching zal moeten blijken welke en hoeveel van de 88 aangiften, afkomstig uit het Waalse en het Brusselse gewest, slaan op tweede verblijven (thuishorend in het Vlaamse KLG-bestand) dan wel of er een overdracht van gegevens naar de andere gewesten dient te geschieden. Ook de voorwaarden van de overdracht dienen dan nog te worden bekeken.

3.3. Aangegeven zwart-wit-televisies (houders)
In totaal deden toch nog 21 personen (huishoudens) aangifte van een zwart-wit-televisietoestel.

• Vlaams gewest: 19
• Brussels gewest: 2



4. Folders

In totaal werden er 487 folders verdeeld (485 NL, 2 FR).
Hiermee is 1,6 % van de 30.000 bij SITEL gestockeerde folders ver¬deeld.




5. Opbrengsten (bruto)

Overeenkomstig de beslissing van het Kabinet zullen alle aangiften aangere¬kend worden vanaf 1 oktober 1997. In de praktijk wil dit zeggen dat er voor autoradio, z/w-TV en kleuren-TV resp. 1.068 BEF, 5.136 BEF en 7.368 BEF zal worden aangerekend (geldende taksbedragen 1997).
De totale bruto-opbrengst voor de beschouwde periode bedraagt aldus 19.434.492 BEF.

gewest
AR z/w TV kl TV Totaal
VL 2.236.392 97.584 16.393¬.800 18.727¬.776
BR 41.652 10.272 618.912 670.836
WAL 6.408 0 29.472 35.880
totaal 2.284.452 107¬.856 17.042¬.184 19.434¬.492

Opgelet! De bovenstaande berekening is voorlopig en bruto. Inderdaad, de netto-opbrengst kan slechts berekend worden na de nominatieve matching door CIPAL: eliminatie van nep-aangiften, grappenmakers, dubbele aangiften, niet-traceerbare aangiften wegen foutieve input door TO, enz...


Incidentie op begrotingsjaar 1997

Aangezien de aangiften alle vanaf 1 oktober 1997 aangerekend worden zullen de uiteindelijke netto-bedragen slechts voor 3/12de aan het begro¬tingsjaar 1997 mogen worden toegewezen. Het saldo (9/12de) is over te dragen op het begrotingsjaar 1998 (overlopende rekening).

6. Outbound calls & audiotex

Tijdens de betrokken periode (19971002 - 19971010) zijn er piek¬momenten geweest die niet direct en live door het dedicated KLG-team van SITEL konden worden opgevangen.
Van een deel van deze calls werd enkel het telefoonnummer door een non-dedicated TO genoteerd en werd er daarna (tijdens daluren) in outbound call gewerkt.
Van deze activiteit kregen wij tot op heden nog geen rapportering.

Ook van de inzet van de audiotex-formule (nalaten van telefoonnummer door opbeller via intoetsen) tijdens 'outlogged periods' (bvb. 's nachts) werd nog geen rapportering ontvangen. Het is overi¬gens niet duidelijk of deze techniek wel effectief werd ingezet. Het is ons bekend dat er hierrond technische problemen gerezen zijn en dat men minstens tijdens één nacht een formule heeft gehanteerd waarbij één TO een gecom¬bineerde Proximus/KLG-opdracht kreeg.

Wij herinneren eraan dat een outboundgesprek à 125 BEF/call zal gefac¬tureerd worden door SITEL.


7. Andere respons-kanalen (feedback)

Andere gebruikte respons-kanalen buiten het 0900-nummer zijn:
• back end nummers Aalst (production teams)
• loket Aalst
• Kabinet van de Minister
• inzendingen aangifteformulier (folder)

Vooral het eerste en het laatste respons-kanaal kan nog voor een serieuze upgrading van het effect zorgen. De inzendingen van aangif¬teformulieren ex folder zullen echter met vertraging zichtbaar en kwan¬tificeerbaar worden. Het folder-effect is van een informatiever aard en daardoor diepgaander en moet op langere termijn beschouwd worden.

8. Retributie op telecom-kost


Over de periode werden voor 10.622 minuten inbound gesprekken genoteerd.
Dit zou betekenen dat Belgacom hierop een maximale omzet scoorde van 192.789 BEF (6,05 BEF x 3 x 10.622). De helft wordt geristorneerd aan CIPAL, zijnde 96.695 BEF.
De berekening is theoretisch want mede afhankelijk van het tijdstip van de call (zwart tarief van 18u30 tot 08u00 + weekends en wettelijke feestdagen = 6,05 BEF/40 sec.).


9. Verslaggeving pers & TV

Op basis van dit rapport kan gedacht worden aan een kort en factueel persbericht met distributie via het agentschap Belga.

Overigens mag gezegd worden dat de Vlaamse dagbladen zeer veel interesse betonen voor de campagne, ook nog een week na de perscon¬ferentie. Deze weerklank in de pers versterkt ongetwijfeld het effect van de campagne.

Ook de regionale TV-zenders hebben er aandacht aan. Zo ging Focus Tele¬visie uitgebreid (street interviews, vertoning kleurenkaart provincie West-Vlaanderen) in op de problematiek van de zware ontduiking in tweede verblijven aan de Kust. Via het uitwisselingsprogramma tussen de regionale TV-stations kwam dit Focus-thema ook in andere provincies aan de orde (met name op zondag via ATV in de provincie Antwerpen). De 'carroussel'-bericht¬geving verhoogt de visibi¬liteit en dus de con¬tactkans en bijgevolg de respons-rate.


10. Tweemaal een gemeentelijke TOP-20

In de bijlagen bij dit rapport geven wij de 20 gemeenten die het hoogst aantal aangiften opleverde, éénmaal voor autoradio, éénmaal voor kleurentelevisie.
Het is o.i. nog iets te vroeg (niet-representatief) om per gemeente relatieve scores te berekenen (aangiften gerelateerd aan de gemeten ontduiking).




Lucas TESSENS
Bestuurder/Research Director
19971012
LT
Ontduiking luistergeld in het Waals gewest (262 gemeenten) en in Brussel Hoofdstad
Edited: 199709210902
*FAXBERICHT • FAX MESSAGE

To: CIPAL, t.a.v. dhr Jos Franken, Adjunct van de Directeur-Gene¬raal/¬Team Leader KLG, Cipalstraat 1, 2440 GEEL.
From: Lucas TESSENS, Bestuurder/Research Director
Date: 19970921 (in feite 19970922)
Ref: Ontduiking luistergeld in het Waals gewest (262 gemeenten) en te Brussel Hoofdstad
Pages (this one included): 2
Tel: 014-57.65.52
GSM: 075-23.79.20
Fax: 014-58.35.00


VERTROUWELIJK

Geachte Heer Franken,
Beste Jos,

Na onze analyse van de ontduiking van kijkgeld in het Waals gewest hebben wij ook de ontduiking van LUISTERGELD onderzocht.
Dit gebeurde aan de hand van:
aantal geregistreerde autoradio's per 19961231 / aantal ingeschreven personenwagens per 19960801 x 100.

Waals gewest 55.6%
Ter vergelijking:
Vlaams gewest 71.3%
Brussels gewest 37.2%

TOP 10 van de (vermoede) ontduiking in het Waals gewest:
1. Liège 45.3
2. Rouvroy 47.8
3. Verviers 49.2
4. Farciennes 49.7
5. Charleroi 49.8
6. Lasne 49.9
7. Seraing 49.9
8. Virton 50.0
9. Saint-Nicolas 50.3
10. Herbeumont 50.3


Noot 1: Opvallend bij het opmaken van de statistiek voor alle 262 Waalse gemeenten is dat de 9 gemeenten die tot het Duitstalig landsge¬deelte behoren (Kelmis, Lontzen, Eupen, Burg-Reuland, Amel, Bütgen¬bach, Eupen, Raeren en Sankt-Vith) laag scoren qua (vermoedelijke) ontduiking. Dit kan wijzen op een hoger norm- en waardenbesef binnen de Duitstalige gemeenschap en/of een grotere productiviteit van het annex inningscentrum Eupen.

Noot 2: in de analyse werd abstractie gemaakt van de geregistreerde auto¬radio's in huurwagens.

Noot 3: aangezien een aantal geregistreerde autoradio's moet toege¬wezen worden aan autocars en vrachtwagens en wij enkel personen¬wagens in de noemer van de breuk plaatsen, zijn de percentages in feite nog overschat.

Noot 4: vier gemeenten komen in beide TOP 10's (luistergeld/kijkgeld) voor: Liège, Lasne, Verviers, Charleroi; dit kan erop wijzen dat een ontduiker van kijkgeld dikwijls tevens een ontduiker van luistergeld is ("totaal-ontduiker"); ook de controleurs verklaren dit.

Met vriendelijke groet,





Lucas TESSENS
LT
PC-project in basisscholen
Edited: 199707150916
*Enkele namen i.v.m. PC-project in basisscholen
█ ARGO
• Mevr. Martine De Vos, Hoofd afdeling informatieverwerking, tel: 02-505.¬19.31, fax: 02-505.19.30, e-mail: mdevos@argo.be, Belliardstraat 12, 1040 - Brussel. Afspraak 19970820 om 10.30 uur. Wil meewerken om de zaak op gang te trekken. De Vos heeft wel bevoegdheid voor informatica maar is op pedagogisch vlak niet bevoegd. Pedago¬gische bevoegdheid ligt provinciaal versnipperd. Volgens MDV moeten de leerkrachten toch wel een incentive krijgen, bvb. een notebook-pc voor thuisgebruik.
• Dhr Jan Seynaeve & Freddy De Grendel, informatica voor basisonderwijs, tel: 02-234.59.53
• Mevr. Chantal De Meuter, Perschef/PR, tel: 02-505.17.27
• Documentatiedienst (Frank Bombeke, Hendrik Van Eeghem), tel: 02-505.18.14, fax: 02-505.17.73. Frank Bombeke is goede doorverwijspersoon.
• Site: http://www.argo.be
█ Katholiek Onderwijs (VSKO). Binnen het VSKO bestaat het Vlaams Verbond van het Katholiek Basisonderwijs (VVKBaO).
Aan Guido Van Horebeek en Dirk Rooman zullen wij vragen ons in contact te brengen met de juiste persoon voor het basisonderwijs. Wellicht is ook in het KO een splitsing gemaakt informatica/pedagogisch luik en is er bovendien decentralisatie naar het niveau van de bisdommen.
█ Departement Onderwijs, Centrum voor Documentatie & Informatie, Koningstraat 71, 1000 Brussel, tel: 02-219.18.00, fax: 02-219.77.73, Freddy Deprez (assistente = Sandra)
█ Kab. LVDBrande, Luc Vanfleteren, Wetenschapsbeleid & Technologie, Mar¬telaarsplein 19, 1000 - Brussel, tel. 02-227.29.11, fax: 02-227.29.05. Telefoon¬gesprek 19970715: voor kabinet is vastgelegd krijgen van substantieel bedrag in begroting 1998 prioritair; voor de toelevering van Internet aan de scholen worden geen specifieke maatregelen genomen om Telenet voorrang te geven, de markt moet kunnen spelen; LV zal zijn budgetberekeningen doorfaxen; naar het onderwijs toe is er tot nog toe weinig gedaan en men wenst er nog niet zoveel ruchtbaarheid aan te geven; het klopt dat Medialab in academische milieus blijft rondcirkelen en dat Medialab weinig visibel is voor de gewone burger.
█ Kab. LVDBossche, René Bauwens, Adviseur Basis- en Buitengewoon onderwijs, Mar¬telaarsplein 7, 1000 - Brussel, tel. 02-227.27.11, fax: 02-227.27.05. Telefoongesprek 19970716 met Marc Wouters: Wetenschapsbeleid zal ook budgetbijdrage leveren; nota aan Minister kan binnen enkele weken ten vertrouwelijken titel aan ons worden doorgezonden; 10 bouwstenen per fax doorgezonden naar Wouters.
Pro memorie
5.000 PC's x 40.000 = 200 miljoen BEF (Vanfleteren zou 50.000 BEF/pc budgetteren)
Vragen:
• Quid met opvolging PC-gebruik na basisonderwijs??? Indien geen opvolging dan ebt effect van PC-opleiding vlug weg.
• Cijfers aangaande PC-gebruik en PC-bezit in basisonderwijs en secundair.
• Cijfers leraars Nederlands en wiskunde? Is dat gelijk aan aantal zesde leerjaren?
• Cijfers 12-jarigen > bevolkingsstatistieken + prognoses Planbureau. Van 67.679 kinderen in 1997 naar 73.618 in 2005.
• Recentste VRIND (1996) te consulteren.
• Invloed Georges Monard aan te wenden?
LT
Geamendeerde nota betreffende het call center
Edited: 199707040917
*FAXBERICHT - FAX MESSAGE

To: CIPAL, t.a.v. dhr Jos Franken, Adjunct van de Directeur-Generaal/¬Team Leader KLG, Cipalstraat 1, 2440 GEEL.
From: Lucas TESSENS, Bestuurder/Research Director
Date: 19970704
Ref: Geamendeerde nota betreffende het call center
Pages (this one included): 1+2
Tel: 014-57.65.52
GSM: 075-23.79.20
Fax: 014-58.35.00


Geachte Heer Franken,
Beste Jos,


Aansluitend bij Lou's memo (overleg stuurgroep KLG-campagne) zend ik u hierbij de geamendeerde nota betref¬fende het call center voor KLG (0900-nummer).

Van kapitaal belang hierin is de directe link tussen call center en het integrale DIV-bestand. Ook reeds voor de offerte-aanvraag bij 3 call centers (beïnvloedt scenario!). Wil zo vlug mogelijk uitsluitsel geven.

U zult deze nota wel willen doorspelen aan de betrokkenen binnen CIPAL.


Met vriendelijke groet,




Lucas TESSENS









DISCUSSIENOTA 19970703
Mediacampagne KLG & organisatie van een call center.
Geamendeerde versie na overleg 19970703 tussen: Danielle Mes¬maekers, Els Helsen, Filip De Graeve, Patrick Roten, Eddy Debaets, Lou Michiels, Lucas Tessens. Aansluitend overleg met Dirk De Keuster (Kab. WDM) en Jos Franken.

• Call center operationeel op donderdag 19971002, d.i. dag na perscon¬feren¬tie!
• Idealiter beschikt het externe call center (d.i. buiten KLG-Aalst) over een rechtstreekse link op het centrale KLG-bestand. Principe = aanvaard door Kabinet.
• Er wordt geopteerd voor een 0900-nummer (beslissing Kabinet WDM).
• In ieder geval dienen de tele-operatoren opgeleid te worden via korte maar intensieve briefing (schematisch overzicht verloop gesprek). Supervisie door KLG-expert aan te raden (bijsturen procedure en opvang probleemgevallen). Rollenspel in testfase inbouwen. Hiervoor zal men een beroep doen op de ervaring van district manager, diens assistants, de sectiechefs en controleurs. • Er moet een keuze gemaakt worden betreffende de UREN dat het call center gedurende 8 maanden bereik¬baar is.

Mogelijke intro's bij call center

1.1. Het gaat over autoradio

• Mag ik uw nummerplaat? >>> Veronderstelt dat alle nr-platen van DIV in KLG-base ingeput zijn (zoniet wordt call center zeker duurder want input-tijd is groter). Persoonsgegevens verschijnen onmiddellijk op sch¬erm + gegevens over AR én TV. Check op de naam (veiligheid!).

• Actie:
1.1.1. nr-plaat zonder KLG-nummer > input aanmelding > overschij¬vingsfor¬mulier via printshop (Joos?) naar persoon in kwestie / hebt u ook een TV op dat adres? > ja (zie verder) of neen (beëindigen ge¬sprek)

1.1.2. nr-plaat mét KLG-nummer > hebt u misschien nog een wagen met AR? > ja (zie 1.1.1.) of neen > hebt u misschien ook een TV? > zie 1.2.

Noteer dat bovenstaande situatie een normaal gesprek zou zijn. Indien de opbeller zijn nummerplaat niet kent ziet het scenario er geheel anders uit. Bij de aankondiging van het 0900-nummer in de campagne: "Zorg dat u uw plaatnummer bij de hand hebt!".


1.2. Het gaat over TV

• Mag ik uw naam (evt. spellen) + gemeente + straat + nr? > search

Actie:

1.2.1. TV-bezitter zit mét KLG-nummer in bestand > u bent in regel > hebt u misschien ook een TV in een tweede verblijf? > ja (adres op¬nemen, zie 1.2.2.) of neen > hebt u een autoradio? ja (zie 1.1.) of neen (beëindigen gesprek).

1.2.2. TV-bezitter zonder KLG-nummer > input aanmelding > over¬schij-vingsformulier via printshop (Joos?) naar persoon in kwestie / hebt u ook een AR? > ja (zie hoger) of neen (beëindigen gesprek)


1.3. Men wil specifieke of algemene info

• Specifieke vraag (anoniem) > mondeling antwoord (beëindigen ge¬sprek).

• Specifieke vraag met overgang naar 1.1. of 1.2. (zie aldaar).

• Algemene info > input naam en adres > printshop Joos of eigen printshop call center voor toezending leaflet > link met bestaande naam in KLG-bestand (spoor dat betrokkene info heeft opgevraagd) of new record in KLG-bestand (nog zonder dossier¬nummer).


1.4. "Specials"
• Voor speciale gevallen (betaalproblemen, deurwaarderszaken, etc.) denkt men aan een rechtstreekse tele-doorverbinding (leased line) naar KLG-Aalst = special branch. Buiten de kantooruren van KLG-Aalst wordt het telefoonnum¬mer van het betrokken Production Team te Aalst door¬gegeven (afhankelijk van adres op-beller/ligging hoofd- of tweede ver¬blijf).

• In het scenario dienen ook de vragen betreffende VRIJSTELLINGEN te worden vermeld.


LT/19970704

TESSENS Lucas
Telenet - Lange aanloop (gepubliceerd in Trends Top Informatica 1997)
Edited: 199700001001

De geboorte van Telenet is recent. Toch mogen we niet vergeten welke lange geschiedenis eraan vooraf is gegaan. In feite behoort de gehele uitbouw van de teledistributie sinds 1970 tot de aanloopperiode. Nergens ter wereld heeft men op zo'n grote schaal aan bekabeling gedaan als in België.
Het aantal abonnees van dit netwerk groeide van 213.350 abonnees in 1972 tot 3.657.648 eind 1996. In Vlaanderen zijn er vandaag zo'n 2,2 miljoen kabelabonnees, na correctie voor seizoenabonnees in de kustgemeenten geeft dit ongeveer 91 % van de huishoudens.

De groei viel vanaf de jaren tachtig onder de 5 % om sinds 1995 onder de één procent te duiken. De komst van VTM, dat sinds februari 1989 exclusief via de kabel te ontvangen is, zorgde in Vlaanderen nog voor een korte groeistoot. Tegelijk bond VTM de abonnee als het ware aan de kabelmaatschappijen. Dit is ook één van de redenen waarom privé-schotelantennes in België een randfenomeen bleven. VTM was voor de kabel een geschenk uit de hemel. Hieruit is alvast een les te trekken: inhoud is een sterk bindmiddel tussen hardware en consument.

Twee factoren verklaren kabelsucces: de kabel bracht bijkomend entertainment onder technisch voortreffelijke omstandigheden en tegen een lage prijs naar een kijker die meer dan ooit tevoren over koopkracht en vrije tijd beschikte. Een aansluiting op de kabel en het kiezen van programma's vergde van de eindgebruiker ook geen speciale vaardigheden, een voordeel wanneer men een technisch massaproduct op de markt gaat neerzetten.

In België zijn er via Belgacom zo'n 4,7 miljoen vaste telefoonaansluitingen actief. De telefoon was nuttig zonder meer maar men kon er weinig plezier aan beleven. Telefonie leverde niet meer dan een relatieve bereikbaarheid op. Ook is het opvallend dat antwoord- en faxapparaten zo traag ingang vonden in ons land. Telefonie heeft bovendien het nadeel dat een intensief gebruik ook meteen de rekening de hoogte injaagt. Na honderd jaar kent de telefoon een nieuwe boom dankzij de GSM, die mobiliteit toevoegt aan bereikbaarheid. Een paar jaar na de introductie lopen 800.000 Belgen met een zaktelefoon rond en bij de eeuwwisseling zouden het er twee miljoen kunnen zijn. Ook een zekere vorm van snobisme heeft de spectaculaire groei aangestuurd: een GSM-toestel aan de broeksband suggereert belangrijkheid van de omgorde.
De meest opvallende evolutie die bij de kabel te bemerken viel, was het stijgend aantal geleverde programma's: van negen in 1972 naar meer dan dertig vandaag. Vooral de opkomst van de satelliet-tv-stations vanaf het midden van de jaren tachtig heeft hiertoe bijgedragen.

Rond 1990 groeide bij de kabelmaatschappijen dan het besef dat de sector een saturatieniveau had bereikt. Eens de laat op gang gekomen bekabeling van Limburg achter de rug, ging de groei van het aantal abonnees zich uitdrukken in tienden van procenten. Bovendien zorgde een streng prijsbeleid, een lage inflatie en een tanende koopkracht (drop outs) voor een markt waaruit de 'rek' weg was.

De kabelmaatschappijen - over het algemeen samenwerkingsverbanden tussen gemeenten, de intercommunales - waren echter niet bij machte om complementaire markten te gaan bespelen. Enerzijds ontbrak het aan strategisch inzicht, anderzijds zorgde de probleemloos geïnde kabelfrank voor een zekere gemakzucht. Een redelijke groei van de dividenden in de gemeentebegroting was meestal voldoende om 'avonturen' of nieuwe inzichten in de kiem te smoren. Bovendien waren de gas- en vooral de elektriciteitsbelangen van de intercommunales veel lucratiever. Een enkeling zoals Electrabelkabeldirecteur Norbert De Muynck was een roepende in de woestijn.

Het voorbeeld van FilmNet, sinds eind 1985 actief op de markt met een betaaltelevisiekanaal, dat maar niet op break-evenpositie geraakte, versterkte de trend van voorzichtigheid. Een segmentatie van het programma-aanbod werd uitgesteld wegens onzeker.

AL GORE. In januari 1993 zond de aantredende Vice-President Al Gore een duidelijk signaal uit. Internet, en netwerken in het algemeen, zouden de wereld veroveren. Ook Europa raakte in de ban van dit toekomstbeeld en de information highways werden constanten in toespraken. Op het Europese continent was een sterke penetratie van de breedbandige kabel enkel in de kleine, dichtbevolkte Benelux een realiteit. Hier stond men dus het dichtst bij die highways. In vele andere landen diende men nog te beginnen. Niet te verwonderen dat een echt Europees kabelbeleid in feite nooit bestaan heeft vóór het jaar 1994.

LAPPENDEKEN. In maart 1993 heeft het MERS in een rapport over de Vlaamse mediasector ("De Vlaamse Media"), opgesteld voor het Kabinet Van den Brande, gewezen op de "massale onderbezetting van de mogelijkheden van de kabel". Ook de structuur van de teledistributiesector kwam in het rapport uitgebreid aan bod. De verzorgingsgebieden van de 21 kabelmaatschappijen vormen op de kaart van Vlaanderen een 'lappendeken'.
In augustus 1997 besliste Leuven dan nog om tegen 1999 via Iverlek III een nieuw kabelnet in de stad uit te bouwen, in rechtstreekse concurrentie met het bestaande net van Radio Public. Versnippering was altijd al het meest opvallende kenmerk van de sector.
Het rapport bepleitte een interconnectie van de verzorgingsgebieden. Een signaal, te Maaseik ingespoten, zou dan in De Panne ontvangen moeten kunnen worden. Weg met de muurtjes, leve de ontsluiting!
Het Vlaamse teledistributienetwerk is ongeveer 53.000 km lang. Het zijn de kabels die men langs de gevels en op palen ziet. Slechts een klein deel ligt ondergronds. Het distributienetwerk wordt gevoed door circa 11.000 km primair net, vertrekkend vanuit de zogenaamde kopstations. De verhouding tussen beide delen van het TVD-netwerk ligt op ongeveer 5 km distributienet voor één km primair net. Het aantal abonnees per kilometer distributienet varieert enorm omdat de ene kabelmaatschappij actief is in een stedelijk gebied en de andere in een rurale streek. We hebben te maken met een vork van 31 (PBE) tot 74 (Integan) abonnees per km. Dit heeft natuurlijk zijn gevolgen voor de return on investment (ROI) bij ingrepen op het net die het telefonierijp moeten maken. De fasering in de ombouw van het net (de plaatsing van terugwegversterkers, e.d.) zal normaal de ROI-logica volgen.
Statutair gezien zijn er vier soorten kabelmaatschappijen: de zuivere en de gemengde intercommunale, de privé-maatschappij en de gemeentelijke regie. Eind 1996 was zo'n 67 % van de abonnees aangesloten bij gemengde intercommunales, het samengaan van gemeenten en Electrabel. De zuivere intercommunales namen 31 % van de abonnees voor hun rekening.
Electrabel werd en wordt gedomineerd door Franse maatschappijen. Deze situatie stond haaks op de Vlaamse verzuchtingen die neergelegd waren in het zgn. 'verankeringsbeleid'. Het differentiëren van het kabelgebruik (welzijnsalarmering, telecontrole, video op aanvraag, enzovoort) zou meteen ook een versterking van de Fransen in de plots strategisch genoemde kabelsector betekenen. Anderzijds moest een kabelbeleid oog hebben voor de gemeentelijke autonomie, iets waaraan zowel de zuivere als de gemengde intercommunales sterk gehecht zijn. Een al te autoritair optreden van de Vlaamse regering of van het coördinerende GIMV tegenover de gemeenten kon vlug in het verkeerde keelgat schieten. Dansen op eieren leek een makkelijker bezigheid.

SPRAAKMAKENDE TELEFONIE. Een resem adviezen vulde het MERS-rapport van maart 1993 aan. Luc Van den Brande mag als de echte 'vader' van het Telenetproject worden bestempeld, want in oktober 1993 kondigde hij in zijn beleidsbrief de oprichting aan van een 'Studiesyndicaat Kabel'. In januari 1994 werd het MERS verzocht om een draft-opdracht voor dit studiesyndicaat uit te schrijven (zie ook onze vrije tribune in Trends van 13.1.1994 on de titel Koop de kabel ! ). Vervolgens kreeg de Gewestelijke Investeringsmaatschappij (GIMV) de taak toegewezen om de werkzaamheden van het onderzoeksteam te coördineren. De kabelsector was voor de GIMV onbekend terrein. De overheidsholding had aanvankelijk absoluut geen klare kijk op de mogelijkheden, al wil men dat vandaag niet meer toegeven. In juni 1994 kwam de werkgroep een eerste keer bijeen. In de prille beginfase lag het niet in de bedoeling om telefonie over het kabelnetwerk te gaan doen. Die optie kwam er een maand later, in juli 1994, en het is nog steeds niet uitgemaakt wie die optie heeft doorgedrukt. Een direct gevolg van die keuze was dat een vertegenwoordiger van Belgacom uit de werkgroep geweerd werd.
De 'hype' rond de liberalisering van de spraaktelefonie vanaf 1998 heeft zeer zeker bijgedragen tot het kiezen van de telefoniepiste. Het eindrapport van het Studiesyndikaat kwam er, rekening houdend met de draagwijdte van wat voorgesteld werd, ontzettend vlug. Ook de Vlaamse regering heeft qua decision making alle records gebroken, want op 26 oktober 1994 reeds was het eindrapport van het SNDKT in de Ministerraad goedgekeurd en was Telenet beleidsmaterie geworden. Vlaamse beleidsmaterie weliswaar. In telecomland was nog nooit zo hard gefietst. Ook de federale regering was op snelheid gekomen en werd onverhoeds geconfronteerd met een pril Vlaams telecombeleid dat roet in het eten kon gooien bij de gedeeltelijke privatisering van het nationale Belgacom. Telenet drukte de prijs van de Belgacomaandelen, zo werd beweerd. Het communautaire duiveltje liet zijn staart zien!

De verantwoordelijkheid die men op zich laadde was enorm: zowel de samenwerking tussen de kabelmaatschappijen als de financiering van het Telenetplan waren een uitdaging van formaat. Ook op technisch vlak diende men een wereldprimeur uit te dokteren. Het distributief opgebouwde kabelnetwerk (point - multipoint) zou drager worden van zowel televisiesignalen (het klassieke gebruik) als van spraaktelefonie, een per definitie punt-tot-punt-aangelegenheid. Dit laatste veronderstelt dat men over de kabel een zogenaamde 'terugweg' vanuit de huiskamer naar een schakelpunt creëert. De diverse schakelpunten moeten met elkaar verbonden worden door glasvezelkabels met hoog debiet.
Megacentrales worden gebouwd in volgende 7 gemeenten: Hoboken (Antwerpen), Brugge, Kortrijk, Gent, Brussegem (Asse), Leuven en Hasselt.

GEVOLGEN. Aangezien de keuze voor telefonie over de kabel zoveel aandacht en knowhow vereiste, is het verklaarbaar dat de multimediatoepassingen, waarvoor de kabel eigenlijk het meest aangewezen is, naar achter werden geschoven. De concurrentie met het federale Belgacom, inmiddels opgenomen in een internationaal consortium (met Ameritech, Singapore Telecom en Tele Danmark), stond in het brandpunt van de belangstelling. De intrede van US West, één van de Amerikaanse Baby Bell's, in Telenet moest tegelijk voor cash en voor de zo noodzakelijke technologiepush zorgen. De aanspraken van bijvoorbeeld Alcatel, met de belangrijke Bellvestigingen te Antwerpen en te Geel, waren daarmee zo goed als teruggefloten. Daar werd meteen geschermd met het zo gevoelige punt van de werkgelegenheid. Later werd Alcatel wel als leverancier aangesproken. Maar achter de schermen bleef het 'verankeringsdossier' toch een sleutelrol spelen. Bij de keuze van de telefoniepartner heeft men zeer zeker geopteerd voor een verre Amerikaan, liever dan voor een nabije Fransman. Of de knowhow van US West inzake kabeltelefonie zo uniek was, valt te betwijfelen. Immers, de ervaring die US West via haar dochter Telewest had opgebouwd in Groot-Brittannië was gestoeld op het gebruik van de klassieke telefoonkabel (twisted pair) naast de klassieke teledistributiekabel (coax). In de UK duwt men dus twee kabels bij de abonnee binnen. In feite kan men zeggen dat nooit eerder een telefonieproject op zo'n grote schaal was uitgetest waarbij televisie- én telefoniesignalen over één en dezelfde kabel getransporteerd werden. In de latere engineeringfase zou blijken dat de technische uitdaging groter was dan verwacht en dat nog veel labowerk nodig was om het netwerk effectief te doen functioneren.

FINANCIERING. De financiële inspuiting die Telenet vergde werd door het SNDKT geraamd op 47 miljard BEF, te spreiden over 15 jaar. Het project oversteeg daarmee niet zozeer de financiële slagkracht van Vlaams kapitaal, maar vooral het durfpotentieel dat in onze contreien aanwezig is. Ook de al te zwakke want versnipperde organisatie van het Vlaamse kapitaal kwam hiermee aan het licht. De gemengde kabelintercommunales hebben zich via een ingewikkeld financieringssysteem laten indekken door Electrabel. Hierdoor kunnen de gemeenten blijven rekenen op de klassieke kabeldividenden en toch meesnoepen van zodra telefonie begint op te brengen. Voor dit ontwijken van risico betalen de gemeenten natuurlijk een prijs. In feite trekt Electrabel haar dominante positie die zij in kabelland al had nu ook door binnen de kabeltelefonie. De dimensie van het investeringspakket en van de risico's moest haast onvermijdelijk leiden tot een dans tussen groten. De onderhandelingen om de aandeelhouders bijeen te krijgen hebben uiteindelijk tot september 1996 geduurd.

BELGACOM ALERT. Straks krijgt het oude en grote - maar op wereldvlak onbeduidende - Belgacom dus te maken met een Vlaamse concurrent. Bij Telenet wil men niet zoveel kwijt over hoe men die concurrentie gaat aanvatten. Men zou de nationale operator met prijsverminderingen te lijf gaan, zo werd in januari 1997 nog gezegd.
Die marketingkeuze was cruciaal én gevaarlijk. Mocht dit waar zijn geweest dan onderschatte men het ontwakingsproces dat Belgacom sinds 1992 heeft doorgemaakt. De periode van Bessel Kok mag dan turbulent geweest zijn, zij heeft aangetoond dat de revolutie niet aan Belgacom zou voorbijgaan. Ook heeft Belgacom heel wat concurrentie-ervaring opgebouwd met het GSM-dossier en heeft het bewezen snel een draadloos netwerk uit de grond te kunnen stampen. Belgacom is dus alert en kan putten uit de opbrengsten van de klassieke en de moderne mobiele telefonie. Dat Telenet en Mobistar gedoemd zijn om samen op te tornen tegen Belgacom-Proximus lijkt volgens sommigen dan ook een evidentie. Mobistar geeft toe dat er gepraat wordt.
Wat er ook van zij, met zijn 139 miljard BEF omzet in 1996 is Belgacom een geducht concurrent voor Telenet en eerstgenoemde zou wel eens een langere 'prijsadem' kunnen hebben dan Telenet.
In augustus '97 laat men een ander geluid horen. "Telenet start waar ISDN stopt", klinkt het nu. Daarmee wisselt het geweer van schouder: de diensten en de breedbandigheid worden naar het voorplan geschoven. Ook in de sfeer van de aangeboden eindapparatuur zou Telenet voor een verrassing zorgen.


BREEDBANDIGHEID EN MARKETING. Natuurlijk geeft Telenet niet al zijn troefkaarten zomaar bloot. De ultrasnelle toegang tot (een selectief gedeelte van) internet is zo'n troef. Deze dienst wordt aangeboden onder de benaming 'Pandora'. Hierbij worden een aantal databanken ingeladen in een zogenaamde proxi-server die rechtstreeks op het breedbandige fiber-coax-netwerk (HFC, hybrid fiber coax) van Telenet is aangekoppeld. De bottle neck van het smalbandige klassieke telefonienet wordt daardoor omzeild. Een maandabonnement op Pandora kost 1.500 BEF en dat bedrag dekt ook alle communicatiekosten. De eenmalige installatiekost, inclusief de kabelmodem, bedraagt 10.000 BEF. De testfase is veelbelovend. Toch komen we hier bij de sleutelkwestie rond Telenet: hoe haal je uit de breedbandigheid van het gebruikte netwerk een comparatief voordeel op Belgacom? We zitten dan dicht bij de vraag welke inhoud er in de proxi-server moet worden gestopt. Die kwestie wordt op statistische basis opgelost. Internetsites die veel geconsulteerd worden, komen bovenaan het lijstje om ingeladen te worden in de proxi-server. Het kijkcijfer gaat ook hier dus een cruciale rol vervullen. Probleem blijft de extreem lage penetratie van internet in Vlaanderen.
De proxi-server zal in feite een draaischijf worden van door derden aangeboden inhouden. De digitalisering van alle informatie-inhouden en van de gehele entertainmentproductie opent perspectieven die in het begin van de XXIste eeuw voor een ware revolutie zullen zorgen. Heel ons cultureel erfgoed en alle onderwijspakketten worden immers gemakkelijk transporteerbaar over die netwerken. Dit is geen droom. De vraag is niet meer of dat soort informatiemaatschappij eraan komt, wél hoe snel het zal gaan.
Dit facet van Telenet wordt voorlopig nog op de achtergrond gehouden. Het gehele project is nog al te zeer techno-driven om met zulke kwesties bezig te zijn.

BIG BROTHER? Een voorbeeld toont aan hoe maatschappelijk en hoe ethisch de aangelegenheid wel kan worden. Neem nu de affaire Dutroux. De wanstaltigheid ligt natuurlijk in de aard van het delict zelf. Maar ligt ze niet evenzeer in het gebrek aan communicatie? Is het verstoppertje spelen van politiediensten en parketten niet misdadig? Hoe zwaar weegt de verantwoordelijkheid op het beleid indien men de technologie niet inzet daar waar ze moet ingezet worden? Quid indien men opteert voor geslotenheid i.p.v. voor openheid in een zo essentieel dossier als de burgerlijke veiligheid?
Het al dan niet inschakelen van performante netwerken en databases is vandaag geen technologische optie, maar een maatschappelijke én dus een politieke. De trage maar gestage popularisering van internet heeft voor velen duidelijk gemaakt dat afstand niet langer een rol speelt in de informatieoverdracht. De afstand tussen Brussel en Buenos Aires is even kort als die tussen Luik en Charleroi. Na miljoenen jaren drijven de continenten terug naar elkaar toe. Nu het technische 'non possumus' van de baan is geveegd, wordt in de discussie vrij vlug geschermd met gemeenplaatsen zoals Big Brother en privacy. Maar de maatschappelijke evolutie is van die aard dat vandaag enkel criminele organisaties en financiële sjoemelaars profiteren van het niet-bestaan van goed georganiseerde computernetwerken waarin op gecontroleerde manier wordt omgegaan met vitale veiligheidsinformatie. De breedbandigheid én dus de snelheid waarmee enorme pakketten via Telenet getransporteerd kunnen worden, zijn morgen argumenten om de beleidsmakers tot creativiteit en het afleggen van verantwoording te dwingen.

ONDERWIJS EN PC-VAARDIGHEID. Een laatste teer punt ligt in het opleidingsniveau van het publiek. Waar haalt de gewone burger straks de vaardigheid vandaan om met ingewikkelde eindapparatuur om te gaan? Worden de installatieprocedures sterk vereenvoudigd? Wat investeren we in opleiding en begeleidende communicatie? Wanneer confronteren we onze kinderen met de pc: op 4, op 6 of pas op 12 jaar? Welke software maken we hen eigen? Of moet dit debat niet gevoerd worden en klaart in de markt alles vanzelf uit? De 11-juli-toespraak van Luc Van den Brande is terzake vrij radicaal. Tegen 2001 wil de Vlaamse regering alle jongeren van 12 jaar een pc-opleiding bezorgen. Het prijskaartje bedraagt 2 miljard BEF. Een peulenschil. Toch schrikken sommigen van een investering van enkele duizenden franken per leerling. Net alsof opleiding een luxe zou zijn. Allerminst. Een maatschappij in mutatie kan het zich niet permitteren eenzijdig te kiezen voor een technologiestoot zonder onderwijsverandering. Indien een bedrijf zoals Belgacom met miljarden het grootste intern herscholingsprogramma in België gaat realiseren, dan moet dat toch een niet mis te verstaan signaal zijn dat opleiding vitaal is. Telenet krijgt pas echt zin als het een rol gaat spelen in een breed sociocultureel kader. Pure telefonie met enkele ingenieuze toeters en bellen vormt een te smalle basis om de markt te bekoren.
TESSENS Lucas / MERS
Bestaansminimum: aantal gerechtigden per 1000 inwoners, situatie januari 1996.Kleurkaarten Vlaamse provincies en Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Tabel: evolutie 1990-1996 per gewest en in België.
Edited: 199601001493
De opzoekingen werden verricht in het kader van de controles op het ontduiken van kijk- en luistergeld. Wij pleitten in 1997 voor een sociaal verantwoord controlebeleid (zie ons schrijven aan het kabinet ). Immers, een aantal armen kunnen gewoon het kijkgeld niet ophoesten.



TESSENS Lucas
Beknopte historiek van De Persgroep (tot 1995) - Uittreksel uit 'De Vlaamse Media. Een sector in de stroomversnelling'
Edited: 199511001461
Beknopte historiek :

Op 7.6.1888 wordt te Brussel het dagblad Het Laatste Nieuws gesticht ter gelegenheid van de wetgevende verkiezingen van 12.6.1888. Het blad, dat slechts twee pagina's telde, wordt verkocht tegen een prijs van 2 cent ("centenblaadje"). De eerste nummers verschenen onder leiding van een comité onder wie Julius Hoste sr (°Tielt, 25.1.1848 - +Brussel, 28.3.1933). Onmiddellijk na de verkiezingen zet vader Hoste de publikatie van het nieuwe dagblad alleen verder. Daarin polemiseerde hij hevig tegen de klerikalen, de franskiljons en het sociale onrecht. In 1897 wordt het dagblad De Nieu¬we Gazet gesticht. In 1900 richt Julius Hoste te Brussel het dagblad 'Vlaamsche Gazet' op, bedoeld voor de liberale intelligentsia. In 1914 verdwijnt dit dagblad. Tijdens WO I vallen ook de persen van Het Laatste Nieuws stil. Na de eerste wereld¬brand wordt vader Hoste opgevolgd door zijn zoon, Julius Hoste junior. Hoste jr had aan de VUB rechten gestudeerd en deed er zich door zijn welsprekendheid opmerken in de Vlaamsgezinde kringen. Hij gaf de krant een volkser en gematigder karakter en mede daardoor steeg de oplage pijlsnel (van 63.000 in 1919 naar 285.557 in 1939). Julius Hoste jr wordt in 1936, als extra-parlementair, minister van Onderwijs in de regering Van Zeeland; in 1937 treedt hij in de regering Janson; tijdens WO II hij als staatssecretaris in de regering Pierlot te Londen. Na WO II wordt hij liberaal senator tot aan zijn plotse overlijden op 1.2.1954. Slechts dan wordt de NV Uitgeverij Hoste opgericht en dit onder leiding van dhr Albert Maertens. Voordien was Het Laatste Nieuws immers de persoonlijke eigendom van Julius Hoste jr. Op 3.5.1955 komt ook de "Stichting Het Laatste Nieuws" tot stand; die stichting moet - aldus de wens van de overledene - waken over het behoud van de geest en het eigen karakter van het blad. De schoonzoon van Julius Hoste jr., dhr Frans Vink, treedt aan en wordt weldra directeur-generaal van de uitgeverij.

Op 7.11.1957 koopt Uitgeverij Hoste 90 % van de aandelen van De Nieuwe Gazet (Antwerpen), die tot dan toe in handen waren van de Burton Uitgeverij NM (familie Burton), en vertrouwt de leiding van De Nieuwe Gazet toe aan dhr Frans Grootjans.
Op 12.12.1958 wordt Zondag¬nieuws door Uit¬geverij Hoste gelanceerd. Op 1.5.1962 lan¬ceert men het week¬blad Kwik. Op 12.7.1963 versmelt de Burton Uitgeverij De Nieuwe Gazet volledig met de NV Uitgeverij Hoste. Op 7.1.1967 wordt het Franstalig weekblad Sport door Hoste gelanceerd. Op 18.1.1967 verschijnt de nederlandstalige tegenhanger Sport. In 1969 wordt het weekblad Telstar door Het Laatste Nieuws gelanceerd. In 1971 grijpt een fusie plaats tussen twee weekbladen van de Hoste-groep: Telstar wordt opgeslorpt door Zondagnieuws. In 1976, na het faillissement van de Standaard-groep, kan de groep Maertens-Van Thillo-Brébart, een aantal weekbladtitels kopen van de curatoren. Hieronder Ons Volk, Chez Nous, Echo de la Mode, e.a. Aanvankelijk had deze groep ook voorstellen gedaan om, parallel aan de redding van de dagbladen van de Standaardgroep door dhr A. Leysen en co, een oplossing te zoeken voor de weekblad-poot, inclusief personeelsovername, 677 man, en koop van de infrastructuur. Voor de weekbladen kon toen echter geen 'waterdicht schot' met het verleden worden gecreëerd wegens panden op titels. In de jaren daarna gaat het niet goed met de Uitgeverij Hoste. Het Laatste Nieuws lijkt een beetje ingedommeld en is duidelijk aan een herpositionering toe tegenover Het Nieuwsblad van de Standaardgroep. Over het boekjaar 1984 lijdt Hoste zelfs plots een recordverlies van 117 miljoen BEF. Ook de weekblad-poot Het Rijk der Vrouw/Femmes d'Aujourd'hui wordt continu geplaagd door hoge verliezen (-164 miljoen in 1983, -347 miljoen in 1984, -17 miljoen in 1985) en genereert bijgevolg geen enkele return voor Hoste. (zie onze balansanalyse van eind oktober 1986 zoals medegedeeld aan de voorzitter van de NFIW)
In de jaren tachtig verzet Uitgeverij Hoste zich heftig tegen elk plan om commerciële tv in Vlaanderen op te starten. Dit niettegenstaande het feit dat binnen de Vlaamse Executieve de liberale coalitiepartner hard aan de kar duwt om het project doorgang te doen vinden. Door toedoen van de familie Van Thillo en op aandringen van niet aflatend protagonist Jan Merckx wordt de uitgeverij toch bij de plannen van de Vlaamse Media Maatschappij betrokken en op 28.11.1987 behoort de groep dan toch tot de medeoprichters van VTM. Ondertussen werd wel op 15.11.1984 het weekblad Dag Allemaal door de NV Sparta op de markt gebracht. Dit weekblad zou gaandeweg, en parallel met VTM, tot een succes zonder voorgaande uitgroeien. In januari 1989 neemt de groep Hoste De Morgen op. Deze overname wordt volbracht onder het mandaat van dhr Rik Duyck, directeur-generaal. Op 17.9.1989 fusioneren Dag Allemaal en Zondag Nieuws inhoudelijk. Op 5.9.1990 gaan de titels Het Rijk der Vrouw en Femmes d'Aujourd'hui over in handen van de Internationale Uitgeversmaatschappij (IUM). Tengevolge hiervan stopt Publicité d'Aujourd'hui vanaf 1.1.1991 met zijn aktiviteiten. Kiosk, behorend tot de groep IP-Havas, neemt de regie van Dag Allemaal en van Joepie in handen (verder verzorgt Kiosk de acquisitie van reklame voor Le Moniteur de l'Automobile/Autogids, Ciné Télé Revue, Téléstar, 7 Extra, Top Santé, Goed Gevoel, Time en Madame Figaro). De keuze van deze regie is strategisch van aard en heeft alles te maken met de druk op de magazine-tarieven vanwege de aankoopcentrales voor publiciteit ('centrales d'achat') die in de jaren tachtig ook in België tot wasdom zijn gekomen. Ook het aanbieden van een nationale dekking - een klassieke vraag van de adverteerders - is een belangrijke drijfveer geweest. In 1990 verkoopt Frans VINK zijn 33%-aandeel in de groep Hoste aan de Van Thillo's. In hetzelfde jaar vervangt de zeer jonge Christian Van Thillo Rik Duyck aan het hoofd van de groep. Op 20.6.1991 wordt de ASAR-drukkerij met 320 werknemers op bekentenis failliet verklaard na een ingewikkelde herstruktureringspoging tussen Aurex, Finimco, Edibel en met hulp van de GIMB (Brussels Gewest). De laatste jaren gaat het goed met de groep en worden er voor Het Laatste Nieuws/De Nieuwe Gazet oplagestijgingen genoteerd (zie bijlage). Op 19.2.1993 wordt het verlieslatende Lotus Reizen - reisagent met 23 kantoren - verkocht was aan United Professionals rond de Antwerpse investeerder Paul Pierre. Hoste bevestigt hiermee de wil om zich uitsluitend op de 'core business' te richten. Medio november 1993 komt hoofdredacteur Karel Anthierens over van Het Volk (zie aldaar).
De vennootschap raakte eind 1993 betrokken bij de alliantie 'Belgian Multimedia' (Hoste, Belgian Media Holding, Concentra, Rossel-Le Soir, telecom-groep US West ) die de uitgave van de 'Gouden Gids' wilde gaan realiseren maar Belgacom besliste zelf als uitgever te gaan optreden. Begin mei 1994 stopt De Persgroep het project "De Week" (weekendkrant genre Sunday Times) in de koelkast. Tijdens het WK-voetbal '94 (juni-juli) verkoopt HLN zijn Limburgse editie aan 20 i.p.v. aan 26 BEF hetgeen bij Het Belang van Limburg uiteraard niet in goede aarde valt. In augustus 1994 verklaart De Persgroep geïnteresseerd te zijn in samenwerkingsverbanden met 'Het Volk'. In september 1994 start HLN in de provincie Oost-Vlaanderen met een grootscheepse promotiecampagne, ondersteund door VTM-spots, waarbij men stafkaarten van de provincie in het dagblad aantreft.

De NV De Nieuwe Morgen, opgericht op 15.1.1987, is de uitgever van het dagblad 'De Morgen', gesticht op 1.12.1978 door NV De Roos, een uitloper van het faillissement van 'Volksgazet' . De vennootschap groeide uit het faillissement van de SV De Morgen die op 30.10.1986 de boeken neerlegde. De SV De Morgen had op 1.6.1981 al de aktiviteiteiten van de NV De Roos overgenomen en werd tot 19.3.1985 op de persen van Het Licht te Gent gedrukt. Op die datum komt het dagblad uit in tabloid-formaat en wordt gedrukt op de persen van Nevada-Nimifi. Tengevolge daarvan moet Het Licht eind 1985 de boeken neerleggen. Het noodlijdende dagblad werd midden januari 1989 door Hoste overgenomen en verschijnt sinds 1.1.1991 op groot formaat aangezien het gedrukt wordt op de persen van Hoste. De onderhandelingen daarover dateren van medio 1988 toen eens temeer gebleken was dat de financiële toestand fel achteruitging. De helft van de titel, in het bezit van de NV Studin werd op 16.1.1989 overgedragen aan de NV De Nieuwe Morgen voor een symbolische frank. De tweede helft van de titel, in het bezit van de CV D.O.P. werd op 19.12.1989 omgezet in kapitaal (inbreng in natura) ten belope van 4 miljoen frank. Op 1.7.1991 werd de editie 'Vooruit' (°1884) opgegeven. Op 4.12.1991 neemt Dhr Paul Goossens ontslag als hoofdredacteur maar blijft editorialist. Dhr Piet Piryns volgt hem op. Eind 1992 ontstonden moeilijkheden tussen de leiding van Hoste en de redactie over het afsluitingsuur van de kopij (dead-line). Sindsdien is er van de NV Drukkerij Het Volk een aanbod gekomen om de krant te gaan drukken. De gesprekken hierrond zijn nooit gefinaliseerd (noteer dat het samenwerkingsverband tussen Hoste en De Morgen liep tot eind 1993). Ondertussen heeft de hoofdredactie ontslag genomen en werd redacteur Walter De Bock aangesteld tot hoofdredacteur a.i. 1993 was niet goed voor De Morgen. De Morgen ging stelselmatig achteruit qua betaalde verspreiding en de merkreklame stagneerde op een te laag peil (zie grafiek in de bijlagen). In 1993 hebben wij dan ook volgende stelling naar voor gebracht : "Naar onze mening zou De Morgen overigens beter af zijn in een WEEKBLADFORMULE. De redactionele aanpak leent zich ook uitstekend om die stap te zetten. De opiniewaaier hangt immers niet - zoals traditionalisten onterecht menen - samen met de periodiciteit van een medium. Reeds in november 1986, ten tijde van het faillissement van De Morgen, hadden wij deze idee gelanceerd. Als overgangsmaatregel zou men de perssteun die De Morgen nu geniet kunnen blijven uitkeren. Bedrijfseconomisch lijkt ons de weekbladformule veel haalbaarder omdat het break-even-point veel lager ligt dan in de dure dagbladformule." Begin 1993 heeft De Morgen aan Andersen Consulting een beleidsadvies gevraagd. Het is onbekend of deze doorlichting veel resultaat heeft opgeleverd.

Tegenover ons bevestigde het management van De Persgroep medio februari 1994 nogmaals dat de verkoopintentie voor De Morgen gehandhaafd blijft. Hoste houdt De Nieuwe Morgen overigens buiten de consolidatiekring omdat "de aandelen uitsluitend gehouden worden met het oog op latere vervreemding" .
Terwijl de andere dagbladen op 1.10.1993 hun prijs voor een los nummer verhoogden bleef De Morgen staan op 30 BEF. Op 12.10.1993 houdt de 'Antwerpse De Morgen' (°1.3.1983) op te bestaan. De overnamegesprekken raakten in het slop.
Voor de eerste drie maanden van 1994 meldt De Morgen een licht gestegen verkoopcijfer (23.783 ex.), voornamelijk te wijten aan een stijging van het aantal abonnementen. Medio september 1994 verklaart dhr Christian Van Thillo dat de verkoop van De Morgen geen prioriteit meer is voor de Persgroep. Terzelfdertijd raakt bekend dat de krant per 1.10.1994 een nieuwe hoofdredacteur krijgt : Humo-journalist Yves Desmet (°1960), die vroeger ook al bij De Morgen werkte als politiek verslaggever .
Sindsdien gaat het qua verkoop beter met De Morgen. In de periode juli 1994 - juni 1995 werden gemiddeld 27.161 ex. verkocht. Het dagblad moet echter een relatief hoge gedrukte oplage (39.455 ex.) in de markt zetten om de verkoop te ondersteu¬nen. Met een verspreidingspercentage dat op 68,8 % ligt scoort De Morgen het laagst van alle Vlaamse dagbladen. Gezien de gestegen papierprijzen is dit een kwalijke zaak. De vastgestelde zwakte kan vele oorzaken hebben maar wijst toch in de richting van een moeilijk verlopende fidelisering van de lezer.


Noot over het faillissement van Volksgazet:
Op 14.7.1978 waren de vennootschappen Excelsior en Ontwikkeling, resp. drukkerij en uitgeverij van het socialistische dagblad 'Volksgazet' (°3.6.1914 - +18.7.1978) in faling verklaard. De rechtbank van koophandel bracht bij vonnis van 27.7.1978 de datum van staking van betaling op 14.1.1978, de klassieke 6 maanden. Een nieuwe vennootschap 'De Roos', opgericht enkele dagen na het faillissement kreeg van de curatoren de toelating om de uitgave verder te zetten tot 15.9.1978. Problemen met de overname van personeel en het niet vrijgeven van de titel leidden echter tot de definitieve stopzetting van de uitgave op 18.7.1978. (uit : X, De teleurgang van Volksgazet, in : De Pers/La Presse, nr 98, Brussel, BVDU/ABEJ, juli 1978, blz. 7). Zie ook : VAN WASSENHOVE, Ph., (De) Volksgazet, (onuitgegeven verhandeling), RITCS, Brussel, 1979, 248 blz. (dit goed gedocumenteerde werk, geschreven kort na het verdwijnen van 'Volksgazet', bevat bovendien een uitgebreid bronnenoverzicht) (ref MERS 19790426).
TESSENS Lucas
Perexma: een beknopte historiek
Edited: 199506120961
Beknopte historiek :

De NV Perexma wordt, na een grondige markt¬studie over de haalbaarheid van een televi¬sieblad in Vlaanderen, op 2.5.1969 (BS 17.5¬.1969) opgericht. Het is een joint-ven¬ture van NV De Vlijt en NV De Standaard. Het ka¬pitaal bedraagt 4 MBEF en is verdeeld in 4000 aandelen. Op 6.6.1969 verschijnt het eerste nummer van 'TV-Ekspres' dat ook 'TV-Strip' van de IUM integreert. De gehele re¬dactie¬ploeg van 'Zondagmorgen' was overgeno¬men voor de start van het blad.
Op 25.5.1976 wordt dhr J. Merckx benoemd tot beheerder-directeur. Deze benoeming wordt op 27.8.1976 bevestigd. Tussen die twee data was de Stan¬daard¬groep in faling gegaan en werden tal van ven¬noot¬schappen, behorend tot de groep, meege¬sleurd. Perexma kon de dans ontsprin¬gen voorna-melijk omdat de verweven¬heid met de schuldpositie van de groep onbe¬staande ble¬ek. VNU, dat toen al een bod deed op Per¬exma, greep naast de kans wegens het bestaan van voorkoop¬rechten binnen de Raad van Be¬heer.
In 1977 wordt ZIE, voorma¬lige 'Zon¬d¬ags¬vriend', van De Vlijt ingelijfd bij Per¬exma en wordt de inhoud geleidelijk ge¬lijk¬ge¬schakeld met die van TV-Ekspres. Op 2.5.¬1978 (buitengewone alge¬mene verga-dering) worden volgende aandelen-aantal¬len geteld : dhr Impens (570), dhr Westen (570), dhr Stevens (570), dhr Van Assche (1140), dhr Jan Merckx (570), dhr Antoon Sap (570), Handels¬blad - eveneens behorend tot de oude Stan¬daard¬groep - (9). Tijdens diezelfde ver¬gade¬ring wordt beslist de aan¬delen, tot dan toe op naam, om te zetten in aandelen aan toon¬der. Op 1.6.1981 lanceert Perexma 'TeVe-Blad', een mini-magazine. Dat geschiedt enkel in de provincie Limburg en blokkeert daarmee een gelijkaardig initia¬tief van VNU. Op 6.5.1985 worden op de alge¬mene ver¬gade¬ring volgende aandelen-aan¬tallen geteld : dhr Impens (20), dhr Stevens (20), dhr Westen (102), dhr Vertongen (1), Handelsblad (8), Fi¬nimtrust Luxembourg (80¬0). Op 28.10.¬1987 wordt VTM opgericht en Perexma partici¬peert voor 11,11 %. Voorzit¬ter van de Raad van Bestuur van VTM wordt dhr J. Mer¬ckx.
In 1988 verkoopt dhr Albert De Smae¬le , voorma¬lig directeur-generaal van de Stan¬daard¬groep, zijn belang van 28 % in Perexma aan de Nederlandse holding Alvarior. Wellicht was hij tot dan toe op de achter¬grond gebleven tijdens algemene verga¬derin¬gen en werden zijn stem¬gerechtigde aandelen vertegenwoordigd door dhr Van As¬sche en la¬ter door het Luxemburgse Finimtrust. Volgens onze berekeningen kon dhr De Smaele in de periode 1977-1988 rekenen op dividenduit¬keringen die samen ver boven de 100 miljoen BEF lagen.
Begin 1989 lanceert Het Volk 'TV-Gids', een haast per¬fecte copie van 'TeVe-Blad', aan een pu¬blieks-prijs van 20 BEF. 'TeVe-Blad' (25 BEF) moet daar¬door ook met zijn prijs naar bene¬den. Om heibel met de dagbladhande¬laars te vermijden krijgen die wel de¬zelfde com¬missie (in fran¬ken, niet in percenten) gegaran¬deerd. In 1989 daalt de door AAS (nu MMB) gemeten publici¬teits¬omzet van Per¬exma scherp en dat voor de eerste keer in haar geschie¬denis : van 245 miljoen BEF naar 123 miljoen BEF voor 'TV-Ekspres' en van 71 naar 42 MBEF voor 'TeVe-Blad'; de reden is voorna¬melijk de start van VTM en het - overigens voorspelde - wegzuigingseffect dat daarvan uitgaat. In 1991 wordt dhr W. Hen¬drickx, journalist bij Humo, direc¬teur van de Perex¬ma-redac¬ties; dhr Rob Jans blijft wel hoofdre¬dacteur. In mei 1992 verlaat dhr Hen¬drickx Per¬exma. Op 24.6.1992 wordt aangekon¬digd dat De Vlijt Asmedia, regie voor natio¬nale the¬mare¬kla¬me en waarin Perexma en De Vlijt op pari¬tai¬re basis participeren, ver-laat; de aande¬len Asmedia komen voor 100 % in handen van Per¬exma. Op 8.8.1992 over¬lijdt de patron van Perexma, dhr Jan Merckx. Tot aan zijn dood was hij was gede¬legeerd be¬stuurder van NV Perex¬ma, voorzit¬ter-stich¬ter van VTM, lid van de Raad van bestuur van First Class In¬terna¬tio¬nal, een PR-vennoot¬schap, Ere-Voor¬zitter en lid van de Raad van Bestuur van de NFIW, gedelegeerd bestuurder van NV Het Han¬dels¬blad, van Asme¬dia en van de NV MEE.

Op 21.1¬.1993 meldt men in het VTM-n¬ieuws van 19 uur dat Perexma is overge¬nomen door VNU. Perexma is, na haar loskop¬peling van de S¬tandaardgroep, steeds een zeer winstgevend bedrijf ge-weest, getuige daarvan het volgen¬de over¬zicht van de winst na be¬lastingen (1977-1989) in miljoen BEF : 6 in 77, 32 in 78, 47 in 79, 53 in 80, 38 in 81, 97 in 82, 79 in 83, 94 in 84, 109 in 85, 111 in 86, 115 in 87, 135 in 88. Per¬exma bezit één van de beste archieven ter wereld als het over te¬levisie-programma's gaat. 'TV-Ekspres' is aan een dringende herpositione¬ring op de lezersmarkt toe sinds de opgang van concurrent 'Dag Allemaal', zo schreven wij in eerdere versies van onderhavige studie. Tijdens de algemene vergadering der aandeelhouders op 3.5.1993 worden de heren Huysmans, Lamiroy en Elbersen, allen behorend tot de IUM-groep, benoemd tot leden van de Raad van Bestuur; ook de heer Alfons Uyttersprot, commercieel directeur van Perexma, treedt toe tot de Raad van Bestuur. Het mandaat van de heer Cyriel Stevens en dat van Laboratorium A.J. Hendrix werd verlengd tot de volgende algemene vergadering van 1994. Tenslotte werd het bestuurs¬mandaat van de heer Wim Merckx verlengd tot 1999. 'TV-Ekspres' nummer 20 van 16 mei 1994 heet 'De Nieuwe TV-Ekspres' : het blad heeft een restyling ondergaan. Met een nieuw formaat (273 x 210 mm), een nieuw logo en een gewijzigde lay-out, gepaard aan een campagne in o.m. het Eurybia-affichagenet, wil Perexma de adverteer¬ders- en de lezersmarkt tegemoet treden. Op 12 juni 1995 verhuist Perexma naar de IUM-gebouwen aan de Jan Blockxstraat te Antwerpen. De hoofdredactie van TV-Ekspres is in handen van dhr Lex Moolenaar, TeVe-Blad heeft dhr Rob Jans als hoofdredacteur.
bron: uittreksel uit 'De Vlaamse Media: Een sector in de stroomversnelling' (1994-1995)
TESSENS Lucas - Media Expert Research System (MERS)
Beknopte historiek van de Standaardgroep (1914-1994) en Het Volk (1891-1994)
Edited: 199411100901


DE STANDAARD

Op 2.5.1914 wordt de NV De Standaard opgericht. Wegens WO I kan het eerste nummer van De Standaard slechts op 4.12.1918 verschijnen. Op 28.7.1919 koopt De Standaard een gebouw aan de E. Jacqmainlaan te Brussel. Vanaf 11.7.1921 laat de uitgeverij te Antwerpen het dagblad 'De Morgenpost' (1921-1940) verschijnen. In 1924 koopt de NV De Standaard de SA Imprimerie Nationale, omgedoopt tot NV Periodica. In 1927 verwerft Gustaaf Sap de meerderheid van de aandelen van de NV De Standaard n.a.v. een kapitaalsverhoging. In 1929 start men met de polulaire editie 'Het Nieuwsblad'. In datzelfde jaar wordt Sap volledig meester van NV De Standaard. In 1937 slorpt Het Nieuwsblad 'Sportwereld' op. In 1940 overlijdt Gustaaf Sap en tijdens WO II verschijnen de kranten van de groep niet. Na het lichten van het sekwester op Periodica kan 'De Nieuwe Standaard' opnieuw verschijnen op 10.11.1944 maar ditmaal onder verantwoordelijkheid van een groep mensen rond Tony Herbert . In 1947 slagen de erven Sap erin de controle terug te krijgen en op 1 mei 1947 verschijnt 'De Standaard' opnieuw. De schoonzoon van Gustaaf Sap, Albert De Smaele, neemt de leiding op zich. In 1957 slorpt 'De Standaard' 'Het Nieuws van den Dag' en 't Vrije Volksblad' op. In mei 1957 verwerft de Standaardgroep 'Het Handelsblad' (8.12.1844-1979) uit Antwerpen. In 1962 koopt de groep de dagbladen 'De Gentenaar' (1879-heden) en 'De Landwacht' (1890-1979) op en schakelt de inhoud van 'Het Handelsblad' gelijk met die van 'Het Nieuwsblad'. In 1966 laat men twee titels vallen : 'Het Nieuws van den Dag' en 't Vrije Volksblad', subtitels geworden van 'Het Nieuwsblad'. In 1969 richten NV De Standaard en NV De Vlijt op paritaire basis de NV Perexma op die het tv-blad 'TV-Ekspres' zal gaan uitgeven. Tegelijk verwerft De Standaard de exploitatierechten op het weekblad ZIE van De Vlijt. Vanaf 1970 gaat de groep zich echt interesseren voor haar inmiddels uitgebouwde aktiviteiten in Frankrijk. In 1972 neemt de NV Periodica twee drukkerijen over van de groep Lambert. In 1974 en daarna gooit de Standaardgroep zich op de touroperator-sektor. In 1975 richten De Vlijt, Concentra en De Standaard samen de Groep I Dagbladen NV op; de samenwerking tussen deze drie voor de gezamelijke acquisitie van nationale themareklame bestond al van in 1968. In 1975 komt de dépistage-dienst van de Rechtbank van Koophandel te Brussel zware financiële moeilijkheden van de Standaardgroep op het spoor. De ministerraad van de regering Tindemans bespreekt de moeilijkheden van drukkerij Periodica en de Standaardgroep op volgende vergaderingen: 5, 12 en 15 december 1975, 27 februari, 5 maart en 14 juni 1976. PDG De Smaele slaat de raad van zijn invloedrijke en uitstekend geïnformeerde hoofdredacteur, dhr Manu Ruys, om de gezonde kranten uit het concern te lichten voor het te laat is, in de wind. Op 19 mei 1976 wordt de NV Periodica, grootste drukkerij van de groep, ambtshalve in faling verklaard. De rest van de groep wordt meegesleurd in dé mega-faling van de Belgische pers. Na mislukte concordataire plannen van de aandeelhouders, politieke interventies, nachtelijke beraadslagingen, komt dhr André Leysen met een reddingsplan. Hij slaagt erin een waterdicht schot te slaan tussen de gefailleerde vennootschappen en de toekomst van de dagbladen, waarvan hij - weliswaar na een justitiële procedure over de waardebepaling - de titels voor 52 miljoen van de curatoren kan kopen. De weekbladen-poot van de groep gaat grotendeels over in de handen van de zgn. groep Maertens-Van Thillo-Brébart. De sociale kost van het faillissement is enorm hoog : meer dan duizend werknemers staan op straat. Voor de dagbladen wordt de oplossing op 26.6.1976 gevonden en op 29 juni 1976 verschijnen ze onder verantwoordelijkheid van de NV Vlaamse Uitgeversmaatschappij - afgekort VUM - een vennootschap met een kapitaal van 120 miljoen BEF. De aandeelhouders situeerden zich in de Antwerpse zakenwereld en de scheepvaart. De stroomopwaartse bindingen van de redders van de Standaardgroep stonden toen niet ter discussie. Reeds in 1977 is de VUM winstgevend en dat niettegenstaande de voortdurende weigering van VUM om de directe perssteun te aanvaarden. Op 15.2.1979 laat de VUM Het Handelsblad verdwijnen. In 1979 laat de VUM, als eerste een onderzoek doen dat gaat in de richting van redactionele marketing. Op 30.5.1979 wordt beslist om zowel de maatschappelijke zetel als de administratieve zetel van de VUM over te plaatsen van Antwerpen naar Groot-Bijgaarden. In 1980 trekt de VUM zich terug uit de publicitaire pool Groep I Dagbladen. In 1981 boekt de VUM een rekordwinst van 87 miljoen BEF. Vanaf 1982 begint VUM met een nieuw opmaaksysteem voor de kranten. In 1982 staat dhr Verdeyen, directeur-generaal, aan de wieg van Mediatel, een onderzoekscel van de BVDU, die moet speuren naar de nieuwe mogelijkheden van electronic publishing voor dagbladen. In oktober 1982 verklaart de VUM niet meer mee te willen zoeken met de andere uitgevers naar mogelijkheden voor commerciële tv in Vlaanderen. Op 26.5.1982 beslist de buitengewone algemene vergadering van de VUM bij eenparigheid van stemmen om het kapitaal terug te brengen van 200 miljoen tot 100 miljoen BEF. In juni 1984 sticht VUM samen met Het Belang van Limburg, de Financieel Ekonomische Tijd, Electrafina en Gevaert de vennootschap Onafhankelijke Televisie Vlaanderen. De rest van de Vlaamse pers sticht een CV Vlaamse Media Maatschappij, eveneens erop gericht om in Vlaanderen een commercieel station op te zetten. In 1984 brengt dhr André Leysen een boek uit waarin hij, sprekend over de winstcapaciteit van de VUM, stelt : "We stellen nu vast dat de belasting die we op onze winst betalen, ongeveer overeenkomt met de overheidssteun aan de Vlaamse pers. We voelen ons dan ook de weldoeners van de andere kranten." Die arrogantie zet veel kwaad bloed bij de collegae-uitgevers. Op 20.9.1984 start de VUM, via haar dochter Infotex, met een tabloïd volksdagblad '24 uur' dat echter reeds op 26.10.1984 haar uitgave moet staken; het dagblad werd zwaar geboycot door de dagbladverkopers die het niet namen dat het dagblad ook buiten hun circuit gedistribueerd werd. Op 4.11.1985 beslist OTV bij monde van DG Verdeyen om niet meer deel te nemen aan de zgn. Astoria-gesprekken (de gesprekken tussen de Vaste Commissie van de BRT en VMM en OTV met als thema de overdracht van het tweede BRT-net aan de uitgevers); OTV is van mening dat alleen een volledige privatisering van dat net een volwaardig alternatief is voor een commercieel net. Tussen OTV en VMM komt het uiteindelijk ook niet tot een akkoord om samen zo'n commercieel TV-station op te zetten; ook politieke druk brengt geen aarde aan de dijk. Op 11.7.1986 verpreidt het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond te Leuven een strooibiljet met daarop de kop van De Standaard en de tekst "Alles voor Leysen, Leysen voor RTL. Leysen toont de weg. VUM - GBL - Frère - Generale - RTL", daarmee doelend op die stroomopwaartse binding. Op 17.10.1986 creëert de VUM winstbewijzen voor het personeel en wil het daarmee belonen voor hun bijdrage tot het resultaat van de onderneming. In 1987 schrijft dhr Leysen in een boek : "We hebben ook een tijdlang in commerciële tv geloofd, maar onze ambities op dat vlak zijn nu merkelijk afgekoeld". De VUM is er dan ook niet bij wanneer op 27.10.1987 VTM wordt opgericht. Concentra, met het Belang van Limburg, had zich tevoren losgemaakt van OTV en de overstap gedaan naar VMM en participeerde zodoende wél in het tv-station. In juli 1988 verlaat dhr Piet Antierens, commercieel direkteur van de VUM, de vennootschap om dezelfde funktie te gaan waarnemen bij de nog op te starten VTM. Op 15.3.1990 verkoopt VUM de belangrijkste produkten en aktiviteiten van de NV Sydes en de NV Infotex aan Delaware Computing NV; het personeel wordt door deze laatste overgenomen. In juni 1990 beslissen BRTN en VUM om samen een publiciteitsregie op te richten voor radioreklame, de VAR. In juli 1990 koopt de VUM het tweetalige blad voor kaderleden 'Intermediair/Intermédiaire' over van Diligentia Business Press. In december 1990 zegt VTM-Voorzitter J. Merckx over een toetreding van de VUM tot de VTM : "VTM est une maison close, mais pas un bordel". In 1991 weigert de VUM haar medewerking aan een sectoriële doorlichting van de pers door Ernst & Young, uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse economie-minister De Batselier. Op 14.11.1991, in een interview in Humo zegt dhr Leysen : "Ik heb me vergist inzake het commercile succes van VTM op korte termijn. Maar ik ben nog altijd blij met onze beslissing omdat De Standaard het boegbeeld zou geworden zijn van die VTM, en ik vreesde dat het cultureel niveau zo laag zou zijn, dat ik niet graag had dat de Standaard-lezer daarmee verbonden werd. En dat gevoel heb ik nog altijd : de programma's zijn niet bijzonder hoogstaand. En ik zou ook vandaag niet participeren." Op 17.3.1992 antwoordt dhr Leysen, in een vraaggesprek met de lezers van De Standaard, op de vraag of onze cultuur in een Europees verband niet in de verdrukking dreigt te komen : "De vervlakking van de Vlaamse cultuur vindt niet zozeer plaats door Engelse of Franse invloeden, als wel door de VTM." Op 20.5.1992 deelt de VUM via haar dagblad De Standaard mee dat, voor de eerste keer in haar geschiedenis, haar omzet gedaald was (-3,61 % in 1991 tegenover 1990). Volgens een mededeling van VUM (DS, 5.6.1993) bedroeg de nettowinst over 1992 148 miljoen tegen 110 miljoen over 1991; de omzet zou gestegen zijn tot 3,74 miljard; terwijl de verkochte oplage van Het Nieuwsblad en De Gentenaar, de populaire bladen van de VUM, daalde, steeg de verspreiding van De Standaard met 1,7 procent in 1992; VUM betaalde over het exploitatiejaar 1992 111 miljoen frank belastingen; het bedrijf investeerde in een derde moderne Wifag-pers. Op 29.1.1993 lanceert VUM Standaard-magazine, een gratis bijlage op vrijdag bij De Standaard. Standaard Magazine wordt gedrukt op de persen van Concentra (Belang van Limburg). Wellicht door deze gratis bijlage steeg de verkochte oplage van De Standaard over de eerste vier maanden van 1993 met 5.000 ex. tot 76.000 ex., aldus een mededeling van VUM. Voor de tweede helft 1993 kondigde de VUM een weekbladinitiatief maar op 3 juli 1993 wordt dit project afgeblazen omdat het bedrijfseconomisch niet haalbaar zou zijn. Verder wordt er in 1993 een vierde Wifag-pers geïnstalleerd (in gebruik sinds juli 1993) en investeert men 250 miljoen in electronische pagina-opmaak. Op 1 oktober 1993 verhoogt De Standaard zijn losse verkoopprijs van 25 naar 28 frank terwijl Het Nieuwsblad en De Gentenaar van 25 naar 26 frank stijgen. De Standaard doet daarmee 3 zaken : het bevestigt zijn karakter van elitekrant, doorbreekt het sinds WO II bestaande prijskartel van de dagbladen en rekent op de inelasticiteit van de vraag naar kranten (zie ook de grafiek betreffende de evolutie van de dagbladprijs sinds 1947 in de bijlagen). De vennootschap raakt eind 1993 betrokken bij de alliantie 'Mediabel' (Nynex-USA, Déficom, Roularta, VUM) die de uitgave van de 'Gouden Gids' wilde gaan realiseren maar uiteindelijk besliste Belgacom de uitgave in eigen beheer te nemen. In februari 1994 komt De Standaardgroep met de Het Volk tot een akkoord om een gezamenlijke reklameregie - 'Scripta Plus' (later omgedoopt tot Scripta) - uit te bouwen tegen het najaar. De VUM neemt een aandeel van 50 % voor zijn rekening. Ook Concentra en Roularta Media Group (RMG) sluiten aan en het aandeel van ieder wordt op 25 % gebracht. Daarmee is, na de totstandkoming van 'Full Page', een tweede grote dagbladregie gecreëerd. Op 5 maart 1994 lanceert 'Het Nieuwsblad' een vaste weekendbijlage 'Zaterdag' (16 blz. tabloïd-formaat, life-style en culturele onderwerpen). Op 4 mei 1994 bevestigt Directeur-Generaal Verdeyen dat er gesprekken over samenwerking aan de gang zijn met SBS, de groep die een commercieel tv-net, naast VTM, wil opstarten in Vlaanderen (zie verder); toch draagt de mogelijkheid van reklame op de BRTN-tv de voorkeur van VUM weg; een participatie van VUM in VTM zou niet meer actueel zijn, aldus de DG. Eind mei 1994 treedt de Concentra-groep met Het Belang van Limburg toe tot de regie Scripta Plus. Tijdens de zomervakantie biedt de VUM Het Nieuwsblad aan de Belgische kust aan tegen een prijs van 15 BEF . Eind augustus 1994 treedt de VUM, in samenspraak met de Roularta-groep, op in de overnamegesprekken voor Het Volk. Ook De Persgroep en De Vlijt waren in de running. Op 4.11.1994 neemt de VUM de NV Drukkerij Het Volk over. In een aantal perscommentaren werd gesteld dat er politieke tussenkomsten waren gevraagd door VUM om Het Volk te kunnen inkopen. In een opiniestuk in De Standaard van 10 november 1994 reageert dhr Leysen, VUM-Voorzitter, hierop als volgt, en wij citeren : "Wij kregen de voorkeur omdat we een betere offerte deden, ook wat de tewerkstelling in Oost-Vlaanderen betreft. Dura veritas, sed veritas." In hetzelfde artikel herneemt dhr Leysen zijn stelling uit 1984 betreffende perssteun en belastingen : "Wij hebben als enige dagbladgroep nooit subsidies aanvaard en hebben meer belasting betaald dan alle andere dagbladgroepen samen, de Belgische weekbladgroepen waarschijnlijk incluis." Prosperitate rerum in vanitatem uti!
(...)
Vanaf 30 september 1999 verdwijnt het AVV-VVK-symbool van de front(sic!)pagina.

(...)
In 2005 lanceert VUM een pulpdagblad onder de titel 'Espresso'. Het blad wordt weldra van de markt gehaald.





HET VOLK
Het Volk is steeds het dagblad in de handen van de Christelijke Arbeidersbeweging geweest en werd gesticht in 1891. In 1928 neemt Het Volk het Brusselse 'De Tijd' over. Na WO II wordt Het Volk geherkapitaliseerd door Adolf Peeters, een Mechels handelaar die zich in 1950 terugtrekt; zijn inbreng wordt vervangen door een lening bij de BAC. Op 9.8.1950 wordt de rotatie geteisterd door brand maar kan blijven verschijnen door hulp van 'De Gentenaar'. Vanaf midden september 1950 wordt 'De Nieuwe Gids' (met het kopblad 'De Antwerpse Gids') gedrukt op de persen van Het Volk. In juni 1951 lanceert Het Volk in Kongo het weekblad "De Week", gedrukt op de persen van "Le Courrier d'Afrique"; De Week is het eerste en enige Vlaamse weekblad in Kongo. Op 1.3.1952 lanceert Het Volk het weekblad 'Zondagsblad'. Op 29.4.1962 lanceert Het Volk 'Spectator'. Op 15.11.1983 brengt de uitgeverij het populair-wetenschappelijk maandblad 'EOS' op de markt. Op 2.3.1985 wordt bij Het Volk een nieuwe coldset rotatie (Colorman) in gebruik genomen en wordt het tabloid-formaat verlaten voor het Belgisch formaat. In augustus 1985 verlaat dhr Van Tongerloo, directeur-generaal, het bedrijf om als directeur-generaal in dienst te treden bij De Vlijt. Hoe raar het ook mag klinken: de overstap van Van Tongerloo was bedisseld door Jan Merckx en werd aan de goedkeuring van o.a. Het Laatste Nieuws voorgelegd tijdens een diner in restaurant 'L'Oasis' te Brussel. In 1986 treedt dhr Antoon Van Melkebeek in dienst als directeur-generaal. Als op 28.10.1987 VTM wordt opgericht participeert NV Drukkerij Het Volk voor 11,11 % in het kapitaal. In februari 1989 komt de uitgeverij met 'TV-Gids' op de markt, een rechtstreekse concurrent voor 'TeVe-Blad' van Perexma. In 1990 voert Het Volk het Electronisch Redactioneel Systeem (ERS) in. In juni 1991 verlaat dhr Antoon Van Melkebeek de uitgeverij. Hij wordt tijdelijk vervangen door een driemanschap bestaande uit de verantwoordelijke van de technische directie (dhr De Geeter), van de redactie (dhr E. Van Den Bergh) en van de administratie (dhr Vandenbussche). Per 16.1.1992 komt dhr Elmar Korntheuer (°1942), voorheen management consultant, in dienst als directeur-generaal en werkt samen met de Direktieraad een strategisch plan uit voor 1992-1996. Dit plan wordt op 25.9.1992 unaniem goedgekeurd door de veelkoppige Raad van Bestuur. Het doel is de oplagedaling om te buigen en de bedrijfsexploitatie opnieuw rendabel te maken; men zal zich concentreren op uitgeven (Het Volk, De Nieuwe Gids, Zondagsblad, TV-Gids, EOS, Jommeke-strips) en drukken in rotatie-offset terwijl andere aktiviteiten die niet tot de core-business behoren zullen worden afgebouwd (8 boekhandels, boekendistributie/grossierderij en de distributie van tijdschriften voor derden). Op 1.7.1992 komt Mevr. M. Moonen (ex-VUM) in dienst als commercieel direkteur. Per 1.1.1993 neemt dhr Karel Anthierens, voordien hoofdredacteur van het weekblad 'Panorama/De Post', de hoofdredactie van Het Volk op zich. Vanaf 16.3.1993 worden de lay-out (Phill Nesbitt, USA) en de redactionele formule van Het Volk gewijzigd. Een en ander gaat gepaard met een dure promotiecampagne die zijn sporen nalaat in de exploitatierekening. In de opmaak is er een belangrijke evolutie : de pagina's komen full-page uit de computer. Voor de drukkerij worden ook in 1992/93 grote investeringen gedaan ter vervanging van de 32 p. heatset rotatiepers. In 1992 werden op het industrieterrein van Erpe-Mere gebouwen aangekocht en wordt er een nieuwe heatset rotatie geïnstalleerd die in november 1993 operationeel werd. Bijkomende investeringen : encartagesysteem voor publicitaire folders, aanpassing van de verzendingszaal en informatisering. Totaal investeringsbedrag 1992-1994 : 850 miljoen BEF geprogrammeerd, 900 miljoen BEF geïnvesteerd. Tegen eind 1993 moest een personeelsinkrimping van 600 naar 550 gerealiseerd zijn (115 afvloeiïngen, waarvan 2/3 door brugpensioen en 65 aanwervingen voor voornamelijk nieuwe funkties). Tijdens het tweede trimester van 1993 neemt Het Volk deel aan de herschikking van de VTM-aandelen in het kader van de oprichting van de Vlaamse Media Holding (VMH). Dit komt per saldo neer op een desinvestering in VTM (van 11,11 % naar onrechtstreeks 7,8 %) hetgeen de financiële struktuur van de uitgeverij ten goede komt (al is die nooit slecht geweest en bleef de solvabiliteit altijd op een meer dan behoorlijk peil) en haar zware investeringen helpt te financieren.

uittreksel uit 'De Vlaamse Media. Een sector in de stroomversnelling' (1994)
Enkele aanvullingen betreffende de vergaderingen van de ministerraad (20180110)
Tessens Lucas
Roularta: een beknopte historiek (tot 1994)
Edited: 199408000961
Het ritme waarmee de Roularta-groep ingrijpt in de eigen structuur, samenwerkingsverbanden smeedt, zelf titels lanceert of in joint venture, ze opkoopt, samen¬voegt of afvoert, is opmerkelijk.

De beknopte historiek illustreert dit ten overvloede :

De Roularta-groep ontstond bescheiden in januari 1954 uit het samengaan van 'De Roeselaarse Weekbode' (300 ex.) en 'Advertentie' (10.000 ex.), twee lokale weekbladen die werden overgeno¬men door Dr. Jur. Willy De Nolf (°Eine, 28.12.1917 +Leuven, 6.10.1981). Vandaag is de groep aktief in volgende sektoren : drukkerij, nieuwsmagazi¬nes in beide landstalen, weekbla¬den voor managers en bedrijfsleiders, magazines voor de industrie, sportbladen, seniorentijd¬schriften, jaarboeken, tijdschriften die zich richten tot jonge gezinnen met kinderen, betalende regionale weekbladen, gratis huis-aan-huis-bladen die een quasi volledige dekking van Vlaande¬ren ver¬zekeren, boekenuitge¬verij en boekenclub, evenementen-organisatie, media-research en media-advies, publiciteitsregie voor de eigen bladen en die van derden, regionale televisie.

In 1955 wordt gestart met twee nieuwe edities 'Izegem' (13.000 ex.) en 'Tielt' (14.000 ex.) naast de inmiddels omgedoopte editie 'Advertentie Roeselare' (25.000 ex.). In 1956 is de 'Roeselaarse Weekbode' uitgegroeid tot buiten de stadsgrenzen en wordt de naam gewijzigd in 'Weekbode'; een tweedehands-typo-rotatiepers wordt aangekocht. In 1957 wordt het concurre¬rend lokale weekblad 'De Mandelbode' overgenomen. In 1958 start de 4de editie van 'Adverten¬tie' : Ieper (21.000 ex.). De capaciteit van de drukkerij wordt opgevoerd door de aankoop van een tweede typo-rotatiepers. In 1960 wordt het weekblad 'De Oude Thorhoutenaar' overgeno¬men en omge¬vormd tot de 5de streekeditie. In 1963, na jaren van groei, wordt besloten een nieuwe drukkerij te bouwen aan de Meiboomlaan te Roeselare, ook vandaag nog het hoofdkwar¬tier van de groep.
In 1964 wordt 'Advertentie Groot-Antwerpen' (178.000 ex.) gelanceerd en daarmee treedt Roularta voor het eerst buiten haar geboortegrond West-Vlaanderen. Begin 1965 wordt met de uitgave van 'Advertentie Groot-Gent' (87.000 ex.) gestart. Tussen 1965 en 1971 worden nog volgende edities uitgebouwd van de groep huis-aan-huisbladen die toen de naam GROEP E3 - verwijzend naar deze belangrijke verkeersader, thans E17 - kregen opgeplakt : E3 Diksmuide (1966; 9.000 ex.), E3 Veurne (1967, 16.500 ex.), E3 Groot-Brugge (80.000 ex.), Waasland (75.000 ex.), Eeklo (29.000 ex.), Zuid-Vlaanderen (90.000 ex.), Vlaamse Ardennen (1968). In 1969 bereikt de wekelijkse oplage van deze bladen meer dan 1 miljoen exemplaren. In 1970-1971 worden de resterende streken afgedekt : Groot-Aalst, Dendermonde, Ninove, Geraardsber¬gen, Leuven, Mechelen, Oostende. Parallel worden regionale bureaus opgericht die instaan voor de publiciteitsacquisitie. Het spreekt vanzelf dat de bestaande regionale weekbladen uit de veroverde streken deze opgang met node aanzien. Een tweede bemerking is deze : via de uitgave van een zeer dicht netwerk van huis-aan-huis-bladen in geheel Vlaanderen ontwikkelt Roularta een diepgaande know-how van de publici¬teitsmarkt en van het economisch weefsel van het gewest.
Met de overname van 'Het Ypersch Nieuws' verovert 'De Weekbode' een belangrijk nieuw territorium. De drukkerij wordt dan ook uitgebreid met nog een nieuwe rotatiepers, ditmaal met kleurmogelijkheid. Het kapitaal wordt daartoe overigens opgetrokken tot 25 miljoen BEF.

In februari 1971 wordt 'Knack' gelanceerd. Vanaf 1972 neemt de zoon van dhr Willy De Nolf, dhr Rik De Nolf, de magazine-poot van Roularta onder zijn hoede. Ook diens zwager, dhr Leo Claeys, zoon van Louis Claeys uit Zedelgem, treedt aan in de groep en neemt de technische zaken van de drukkerij ter harte. 'Knack' vestigt zich te Brussel en, eveneens in de hoofdstad, wordt een bureau voor nationale reklameregie geopend. 'Knack' wordt de springplank naar de nationale uitbouw van Roularta. Tegelijkertijd (1972) wordt de drukkerij uitgebreid met offset-kleurenpersen (rotatie- en vellendruk) en wordt het kapitaal op 110 miljoen BEF gebracht.
Op 15.3.1975 wordt Trends, een financieel-economisch veertiendagelijks blad, op de markt gebracht. In 1976 verschijnt de franstalige tegenhanger 'Tendances'. Het betreft echter geen vertaling van 'Trends'. Beide bladen hebben onafhankelijke redacties en kunnen daardoor de verschillende gevoeligheden van de beide landsdelen ook beter bespelen. Daarmee zet Roularta de eerste stap over de taalgrens, wat toen zeker geen evidentie was. 1976 is ook het jaar van de lancering van 'Family' (h-a-h, vierkleuren, magazineformaat, 1,1 miljoen ex.). Ook de Weekbode-groep wordt aangevuld met een Tieltse editie : 'De Zondag'.
In 1977 wordt er weer gebouwd : een produktiehall van 5.000 m² en voorzieningen voor het personeel, ondertussen reeds 350 man te Roeselare. De drukkerij is volledig overgegaan van lood naar fotografisch zetwerk. In maart 1978 wordt een nieuwe Harris-kleurenrotatiepers voor o.a. de magazines in gebruik genomen. In 1979 wordt verder geïnvesteerd in fotografische zetap¬paratuur en wordt de administratie voorzien van een geïntegreerd computernetwerk. Ook in 1979 krijgen de oude 'Advertentie'-bladen een nieuwe 'look' en wordt de titel gewijzigd in 'De Streekkrant'. De oplage ligt dan op 2,1 miljoen exemplaren, gespreid over 44 edities en 10 lokale kantoren in Vlaanderen. De Weekbode-groep wordt uitgebreid met een 8ste editie via de overname van 'De Zeewacht' en in 1981 neemt dit weekblad het 'Nieuwsblad van de Kust' over. Inmiddels was op 20.3.1980 "Sport Magazine" gelanceerd. Twee nieuwe Harris-offset krantenpersen worden geïnstalleerd zodat alle edities van 'De Streekkrant' in eigen huis kunnen gedrukt worden. In het begin van de jaren 80 begint de groep aan de juridische opsplitsing van haar structuren. In 1981 wordt gestart met een wekelijkse extra-bijlage bij 'Knack', een city-magazine voor Antwerpen : 'Knack-Antwerpen'. In februari 1981 lanceert Roularta een franstalige tegenhanger van 'Sport Magazine'. In september 1981 lanceert Roularta 'De Sportkrant', een sportweekblad voor West-Vlaanderen. Op 6 oktober 1981 ontvalt de stichter van de Roularta groep, dhr Willy De Nolf, aan de familie en aan het bedrijf; hij wordt onder massale belangstel¬ling ten grave gedragen : plots wordt duidelijk welke invloed uitgaat van de groep. Zijn echtgenote, Marie-Thérèse De Clerck, neemt echter de rol van mater familias in de beste Westvlaamse industriële traditie over. Begin 1982 wordt 'De Nieuwe Boekenkrant' gelanceerd. In mei 1982 wordt het 'Belang van West-Vlaanderen' opgericht : het gaat hier om een samenwerkingsakkoord voor de werving van merkreklame tussen Roul¬arta en het 'Brugsch Handelsblad' (van de familie Herreboudt; niet alle leden van deze familie zijn even blij met deze samenwerking waarin zij enkel de voorbode zien van een dreigende overname). Later zal deze benaming gecontesteerd worden door 'Het Belang van Limburg' (Concentra) en wordt de naam gewijzigd in 'Krant van West-Vlaanderen' (september 1982). Op 24 februari 1983 wordt een franstalig nieuwsweekblad, 'Le Vif Magazine', op de markt gebracht dat het instituut 'Pourquoi Pas ?' van Marc Naegels naar de kroon steekt op de Brusselse markt . In maart 1984 wordt 'Industrie Magazine' gelanceerd in samenwerking met de uitgeverij Biblo. Daarmee slaat de groep een nieuwe weg in : deze van de joint-ventures. In 1984 wordt ook het kwaliteitsblad 'Culinair' overgenomen, dat twee jaar later zou overgaan in het hernieuwde VTB-blad 'Uit' (1986). In 1985 is 'De Weekbode'-groep nogmaals aan uitbreiding toe met de overname van 'De Torhoutse Bode' (°1860) van de familie Becelaere. Het blad wordt samengesmolten met 'De Torhoutenaar'.

In februari 1986 sluit 'Le Vif' een samenwerkingsakkoord met de Franse groep L'Express en wordt de titel gewijzigd in 'Le Vif-L'Express'; het weekblad wordt bovendien aangevuld met een bijlage 'Weekend L'Express'. Daarmee volgt 'Le Vif' het voorbeeld van 'Knack' dat in 1984 ook zo'n gekoppelde bijlage kreeg (gegroeid uit de zelfstandige uitgave 'Weekendblad' die op 3.1.1983 op de markt was gebracht). Ook 'Sport Magazine' (°1980) ondergaat in 1986 een gedaanteverwisse¬ling : via een samenwerking met Hoste, toen nog in handen van de 'groep Vink', wordt het omgewerkt tot Sport 80, later Sport 90, dat wekelijks verschijnt. In 1990 wordt de participatie van uitgerij Hoste overgenomen, en in 1992 leidt een nieuwe samenwer¬king met het grote Rossel (Le Soir) tot het ontstaan van twee magazines : 'Sport Magazine' voor de algemene sport, en 'Voetbalmagazine' (°5.8.1992) als gespecialiseerde evenknie. Beide bladen verschijnen in de twee landstalen. In 1987 nemen 'Trends' en 'Tendances' de wekelijkse periodiciteit aan. In datzelfde jaar wordt de formule 'Deze week in ..." uitgewerkt, gericht op de grote Vlaamse steden. Op 28 oktober 1987 wordt de NV Vlaamse Televisie Maatschap¬pij (VTM) voor de notaris opgericht en daarin neemt Roularta een participatie van 11,11 %. In 1988 ontstaat het adviesbureau 'Top Consult' (zie verder). In 1988 wordt 'Pourquoi Pas ?' (°1910) overgenomen, volgens het vakblad 'Pub' voor 360 miljoen BEF. Het blad had het aartsmoeilijk gekregen door de onverbiddelijke concurrentie van 'Le Vif/L'Express' ('PP ?' wordt op 6.1.1989 gekoppeld aan 'Le Vif'). Deze overname zet in franstalig België veel (politiek) kwaad bloed (en het is zeer wel mogelijk dat deze overname de rechtstreekse aanleiding is geweest tot de latere politiek geïnspireerde lancering van 'L'Instant' op 7 september 1991 - zie onze bespreking van de groep TVV/EFB). Eveneens in 1988 wordt 'Baby' overgeno¬men en lanceert Roularta in samen-werking met het Parijse Bayard Presse de dubbeltitel 'Onze Tijd' en 'Notre Temps', een maandblad voor senioren, op de Belgische markt. En aan de overnames - vooral van regionale bladen - lijkt geen eind te komen : 'De Aankondiger' (1989), het Turnhoutse huis-aan-huis-blad 'Ekspres' (1990, 71.000 ex.), ''t Reklaam' (1991), het Kempense 'Het Zoeklicht' (1991), 'Uw Annoncenblad' (1992), 'Vilvoordse Post' (1992). Ook 'Belgian Business' wordt opgeslorpt (februari 1992, samen met 'Industrie' versmolten tot het maandblad 'Belgian Business & Industrie').
In 1990 nemen Roularta, tapijtfabrikant Beaulieu, de Bank van Roesela¬re, de vzw Kristelijke Zieken-fondsen en de immobiliënmaatschappij Dandi¬mo van de groep Bouc¬quillon het regio¬nale televisiestation RTVO uit Kortrijk over.
Vanaf eind november 1991 turnt Roularta de tele¬visiekaternen van het 'Weekend L'Express' en van 'Weekend Knack' om tot volwaar¬dige televisiemagazines : beter papier en uitge¬diepte redaktionele informatie met portretten en achtergrondge¬gevens, 'Télévif' en 'Teleknack'. Ze blijven beide echter een onderdeel van de zgn. weekend bijlage en zijn dus niet zonder het hoofdmagazine verkrijg¬baar. Met de overname in 1990 van het 'Brugsch Handelsblad' (°23.6.1906), en het 'Kortrijks Handelsblad' verwezenlijkt Roularta een jarenlange droom : de aanwezig¬heid met de Weekbode-groep op de belangrijke stedelijke Brugse markt. De oplage stijgt hierdoor ook uit tot boven de 100.000 ex. Door die aanwezigheid in de Westvlaam¬se hoofdstad concreti¬seert de 'Krant van West-Vlaanderen' immers nu pas tenvolle haar identiteit.
Rond de uitgaven worden ook allerlei initiatieven ontwikkeld, zoals Roularta Books (boekenuitge¬ve¬rij, 1989), Mediaclub (lezersservice) en Roularta Events (organisatie van evenementen, 1990). Mede daardoor wordt de Roularta-groep 'incontournable'.
Door de gestage schaalvergroting diende eens temeer de drukcapaciteit uitgebreid : in 1991 een magazinepers (Harris M 4000) en een hybride krantenpers (Harris M 1600); in 1993 nog een Mitsubishi-magazinepers. Verder worden de prepress-activiteiten verder geïntegreerd en geïnforma¬tiseerd (modemlijnen, DTP, duplicaatdia rechtstreeks vanuit diatheek op film).
In februari 1992 wordt 'Style' gelanceerd, een maandelijks life-style supplement voor Trends. Augustus 1992 brengt een joint venture tussen Roularta en de groep Rossel in de uitgave van twee nieuwe sportbladen 'Sportmagazine' en 'Voetbal/Foot', waarin het oude 'Sport 90' overgaat.

Sinds 14.1.1993 wordt 'Talent' (per¬soneelsadver¬tenties) wekelijkse als bijlage aan 'Trends' toegevoegd. Het betreft hier een joint venture die volgende uitgeverijen verenigt rond het initiatief : Tijd, Roularta, La Libre Belgique en Editeco (L'Echo).
In het najaar van 1993 raakt de groep betrokken bij de alliantie 'Mediabel' (Nynex-USA, Déficom, Roularta, VUM) die de uitgave van de 'Gouden Gids' wil gaan realiseren maar uiteindelijk besliste Belgacom de uitgave in eigen beheer te nemen. In oktober 1993 lekt uit dat tussen de groep en de VUM plannen bestaan om samen een goedkoop (15 BEF) dagblad, gecentreerd op het televisiege-beuren, uit te brengen. Eind december wordt dit plan echter afgeblazen. In maart 1994 raakt bekend dat Roularta samen met VUM en de Financieel Ekonomische Tijd electronisch uitgeven aan het bestuderen is. Vanaf 30 mei 1994 verschijnen de weekbladen Trends en Tendances op maandag; dit heeft te maken met de fusie van het weekblad 'Kapitaal' en het 'Beleggen'-katern van Trends tot 'Cash ! Trends' (tabloïd-bijlage van ca. 32 blz. op roze papier à la 'Financial Times'). In augustus 1994 start Roularta, aan de zijde van VUM, onderhandelingen over de overname van de groep Het Volk en verklaart in oktober niet geïnteresseerd te zijn in het dagblad, wél in de drukkerij en in de weekbladen .

Roularta heeft zich toegelegd op 'narrow casting' of doelgroepen-media (RMG zelf spreekt van 'the targeted media' ) en blijft daardoor ook weg uit de zuigkracht die het nog steeds oprukken¬de televisiemedium teweegbrengt .
boek Dewael o.a. over voorbereiding VTM (citaten) - commentaren LT
Edited: 199100000465
DEWAEL, P., De warme hand, Cultuur maakt het verschil, Kritak, Leuven, 1991, 182 blz.

Citaten uit dit boek :

blz. 121 : "Poma is erin geslaagd drie belangrijke doorbraken te forceren. Naast het decreet op de vrije radio's en het installeren van een mediaraad was hij een boogscheut verwijderd van de goedkeuring van het kabeldekreet waarin de oprichting van een eigen, Vlaams, commercieel televisiestation naar voren werd geschoven. Toch tekenden zich binnen de PVV en de grotere liberale familie verschillende motieven af voor het opstarten van een commercieel televisiestation. Hierbij kwam een duidelijk verschil in benadering aan het licht tussen de pragmatici en de jongere generatie. Voor deze laatste primeerde ideologische zuiverheid. Financieminister Willy de Clercq vond het allemaal prima zolang het hem geen centen kostte. De uitgeversgroep Hoste was bang voor een ideologisch?filosofische minorisering in het Vlaamse krantenlandschap. Adriaan Verhulst, toen nog voorzitter van de Raad van Bestuur van de BRT, pleitte voor meer centen voor de openbare omroep vooraleer er sprake kon zijn van een commercieel station. De groep rond de broers Verhofstadt en ikzelf vertrok vanuit een puur ideologische stelling : de monopoliepositie was onhoudbaar en stond bovendien haaks op de technologische innovaties en de televisie?evolutie in de wereld. Onze visie werd zeker niet door de hele partij gedeeld. Net zoals bij de CVP leefde in onze parij vooral onvrede met het BRT?nieuws."(...)"De groep Hoste dacht aan bedreigde middelen en vreesde voor een moeilijke toekomst van de krant Het Laatste Nieuws."(...)

Blz. 123 : "Met een boutade zou men kunnen stellen : de BRT heeft de CVP ertoe gedwongen het mediadossier open te gooien."

Blz. 123-124 : "Verschillende denkpistes deden de ronde. Sommigen wilden het tweede BRT?televisiekanaal opengooien voor zendgemachtigde verenigingen naar Nederlands model." Bedoeld PDW hier niet de zogenaamde 'derden'? Dat was toch een idee van Dirk Verhofstadt !

"Een idee dat vooral in partijpolitieke kringen enthousiast werd onthaald en het gelukkig niet heeft gehaald : een emanatie van de jarenoude verzuilingspolitiek kon Vlaanderen in dit dossier naar mijn gevoel missen als kiespijn. Vervolgens kwamen de uitgevers van de schrijvende pers op het toneel. Twee kandidaat?initiatiefnemers dienden zich aan. André Leysen, afgevaardigd?bestuurder van de Standaard?groep, die in zijn kielzog ook het Limburgse Concentra, uitgever van Het Belang van Limburg, en de FET (Financieel?Ekonomische Tijd) had meegetrokken. Aan de andere kant stond Jan Merckx, voorzitter van de VMM (Vlaamse Media Maatschappij), een brede paraplu waaronder alle andere uitgevers beschutting zochten. De groep Hoste, uitgever van Het Laatste Nieuws, bleek het minst enthousiast. De waarschuwing van Frans Grootjans (voormalig hoofdredakteur van de zusterkrant De Nieuwe Gazet en eminence grise van de Vlaamse liberalen) ? 'We hebben maar één gazet' ? zou de komende maanden nog vaak in gesprekken opduiken. Later zou overigens blijken dat de groep Hoste door VMM het veld werd ingestuurd om de kastanjes voor de hele VMM?groep uit het vuur te halen. Hiervoor huurde VMM, op vraag van de groep Hoste, Dirk Verhofstadt in, die op twee maanden tijd een omvangrijke studie maakte over de mogelijke invoering van commerciële televisie in Vlaanderen. In de loop van de jaren groeide Dirk als vanzelf naar een verantwoordelijke functie bij de nieuwe zender, hierin aangemoedigd door voorzitter Merckx. Maar hij werd omwille van zijn familienaam opzij geschoven."

Blz. 125 : "Toen ik in december 1985 achter mijn bureau plaatsnam, had ik de nodige voorkennis om me in het mediadossier vast te bijten. Bovendien speelde mijn ministeriële maagdelijkheid op dat moment in mijn voordeel. Het gerommel in de uitgeverswereld had ik echt niet van nabij gevolgd. Bij de diverse onderhandelingsrondes was ik nooit rechtstreeks betrokken en het voortdurend lobbyen was aan mij voorbijgegaan. Niet voor lang evenwel. Onmiddellijk na mijn installatie zochten de uitgevers mij op. Opnieuw bleek de grote angst van de groep Hoste om aan invloed te verliezen en in de raad van bestuur van de nog op te richten zender in de minderheid te worden gesteld. Tijdens informele gesprekken haalden socialisten dit argument ook aan. Ze beschreven apocalyptische scenario's waarin de uitgevers van katholieke signatuur de hele commerciële zender naar hun hand zouden zetten. In dit verband moet ik eveneens een informele ontmoeting aanhalen in het Knokse hotel 'La Reserve' op 8 november 1986 waar naast de top van de liberale uitgeversgroep Hoste, met Frans Grootjans, Frans Vinck (PDW spelt de naam verkeerd want het is Frans Vink, LT) en Carlo Gepts, ook Annemie en Freddy Neyts, de kopstukken van het Liberaal Vlaams Verbond Camille Paulus en Piet Van Brabant, Roland Lommé (wiens aanwezigheid mij niet helemaal duidelijk was) de broers Guy en Dirk Verhofstadt en ikzelf rond de tafel zaten. Ik voelde er in elk geval niets voor een wettelijke beveiliging soortgelijk of identiek aan de Cultuurpaktwet in te bouwen wanneer het om de raad van bestuur van een commercieel station gaat. Eén BRT leek me ook toen al voldoende. Ik heb aandachtig naar hun verzuchtingen geluisterd maar voor Guy Verhofstadt en mezelf stond het vast : de commerciële zender komt er."
oprichting NV CIPAL
Edited: 199012191664
BTW-nr : 442.802.030. HR Turnhout: 67.024 Adres HR: Nieuwe Kaai 41, 2300 - Turnhout. Tel: 014-47.01.60. De concrete aanleiding voor de oprichting van CIPAL n.v. (vroeger RESA n.v. genaamd) situeert zich in december 1990 toen de intercommunale CIPAL een Europees project wou indienen voor tewerkstelling. Het betrof hier bijzondere inspanningen om werkzoekenden te herscholen op het gebied van GIS. Op dat moment bleek dat CIPAL als intercommunale vereniging geen project mocht indienen. De indiener moest de structuur van een privébedrijf bezitten. Vandaar dat CIPAL n.v. is opgericht. De n.v. CIPAL werd opgericht op 19 december 1990 met de naamloze vennootschap als rechtsvorm. Via CIPAL n.v. werd het project ingediend en met succes voltooid in het arrondissement Turnhout, in het kader van het Europees Sociaal Fonds. Wij vonden dit een dynamisch initiatief van een overheidsbedrijf, dat stimulansen wil geven aan de economische en technologische ontwikkeling van een regio. BESTUURSORGANEN Er is een Algemene Vergadering en een Raad van Bestuur. In de toekomst zal, als bijvoorbeeld licenties worden afgesloten met constructeurs of softwarefirma's, men steeds meer een beroep moeten doen op de n.v.-structuur. CIPAL n.v. wordt als een technisch werkinstrument beschouwd. Ook hier geldt opnieuw dat een bedrijfsrevisor controle uitoefent over de financiële verwerkingen. PERSONEEL Het personeelsbestand van CIPAL n.v. omvat zowel administratieve als technische krachten, programmeurs en adviseurs. Het personeel van de n.v. wordt op een flexibele manier ingeschakeld in de werking van de CIPAL-groep, of in projecten van de CIPAL-groep die zich hoofdzakelijk situeren in de openbare sector, doch die zich tevens kunnen richten op de verwezenlijking van de aanvullende activiteiten in de private sector.
september 1989: licentiaatsthesis van Koenraad Deridder: De commerciële televisie en de uitgevers in Vlaanderen
Edited: 198909007489
Licentiaatsthesis KU Leuven, Communicatiewetenschap, september 1989. Spiraalbinding, 173 pp. Met bibliografie. Noot LT: De auteur nam interviews af van volgende personen (chronologisch: persoon):
19890210: Luc Hiergens
19890215: Johan Van Overbeke
19890222: Jan Lamers
19890227: Antoon Van Melkebeek
19890302: Louis Croonen
19890307: Rik Duyck
19890307: Romain Van Tongerloo (brief)
19890316: Rik De Nolf
19890317: Guido Verdeyen
19890323: Jan Merckx
19890411: Carlo Gepts
19890502: Jan Merckx (bis)
Alle interviews werden op cassette opgenomen, behalve dat met Carlo Gepts.

Merckx gaf dus twee interviews - en in de rij het laatste -, wat erop wijst dat hij - zoals naar gewoonte - de eindredactie en de interpretatie van de feiten heeft kunnen beïnvloeden. In 1992 ging Merckx nog een stap verder toen hij zijn ingekleurde versie van de feiten liet neerleggen in het boek van Marijke Libert (VTM. De euforie voorbij), journaliste, die in feite optrad als 'ghostwriter' voor Merckx.
In het chronologisch overzicht dat gaat van maart 1981 tot september 1989 (I, Hfdst 2) vallen een aantal opmerkelijke 'gaten' die vooral te maken hebben met de uitvoering van de studie door Tessens, Verhofstadt en Claeys (juli-oktober 1984). Ook het jaar 1981 is slecht afgedekt; Deridder hierover "De uitgevers die we interviewden herinneren zich maar weinig van de gebeurtenissen in maart-mei 1981 en hebben van het bestaan van de geciteerde voorontwerptekst geen weet." (pagina 46)
Noten Lucas Tessens (opgesteld in januari 2018): 1) Dit lijkt ons een georchestreerde amnesie want toen werd bij de weekbladen van de NFIW het cement gemaakt om zich als groep eendrachtig te profileren. Dat zulks onder het NFIW/FNHI-voorzitterschap van de Franstalige Marc Naegels (CEO van Pourquoi Pas?) gebeurde, wordt wellicht liever niet vermeld door de Vlaamse uitgevers. Maar de waarheid heeft haar rechten.
2) Eveneens op pagina 46 lezen we: "Luc Tessens, een man die tot 1986 secretaris-generaal is geweest van de NFIW." In werkelijkheid nam ik die functie waar van 1 oktober 1980 tot 9 juli 1987 en omspant die periode de totstandkoming van het legistieke kader, de lobbying terzake en de research ter voorbereiding van VTM. Dat Jan Merckx tegenover Deridder verklaart: "Ik ben altijd de motor achter de zaak geweest. Ik heb van het begin af in die mogelijkheden geloofd" (p. 152), typeert Merckx volkomen. De insiders die een beetje respect hebben voor de waarheid zullen moeten toegeven dat Merckx inderdaad de motor is geweest maar dat navigators hem hebben bijgestaan. Het succes van VTM heeft meer dan één vader. De werkelijke geschiedenis van de aanloop tot VTM (1981-1989) moet nog geschreven worden. Daarbij moet niet vergeten worden dat het succes van VTM ook de zwanezang van een aantal weekbladen is geworden; tijdens de aanloop werd luid geschreeuwd dat men VTM gecontroleerd wilde laten groeien om de reclame-inkomsten van de geschreven pers niet te ondermijnen. Dat maakte het uitschrijven van een business-plan en van een financieel plan aartsmoeilijk omdat men moest gaan rijden met een wagen met de handrem op. In september 1989 kon Deridder natuurlijk niet vermoeden dat de miljardendans pas goed op gang was gekomen na de publicatie van zijn overigens puike thesis.
16 maart 1988 - Irak valt de Koerdische stad Halabja aan met gifgas en zenuwgas. Er vallen vijfduizend slachtoffers.
Edited: 198803161514
Anton Brand (in: Nieuwsblad van het Noorden 16 augustus 1985)
Recensie van: Jacques Presser – Louter verwachting, Autobiografische schets 1699-1919. Arbeiderspers, Amsterdam, 174 blz.
Edited: 198508160959
Wie de betrekkelijkheid der dingen kan inzien, bezit een groot vermogen: genuanceerde oordelen zijn veelal gebaseerd op het inzicht dat elke medaille twee kanten heeft. Wie dat inzicht min of meer absoluut maakt en toepast op elke ervaring of uitspraak, loopt echter een groot gevaar: hij kan niets meer beweren zonder in één adem ook het tegendeel te zeggen. Gaat het om zaken die van ondergeschikt belang zijn, dan kan dat over-relativeren behoorlijk irritant worden.

Jacques Presser (1899-1970), historicus en schrijver, bezat het vermogen en ontsnapte niet aan het gevaar: alom gewaardeerd als een van de belangrijkste geschiedkundigen van deze eeuw — met Huizinga, Romein en Geyl —, was hij ook omstreden. Zijn overtuiging dat tegenover ieder ‘enerzijds’ een ‘anderzijds’ stond, leidde ertoe dat hij al te vaak niet aan een oordeel toekwam – en wie daarop zat te wachten, raakte teleurgesteld of geïrriteerd.

Als iets kenmerkend is voor Louter verwachting, de ‘autobiografische schets’ die Presser van zijn jeugdjaren schreef, dan is het dat bodemloze relativeren. Ook, of misschien wel juist, waar het ogenschijnlijk onbeduidende voorvallen betreft. Zo herinnert Presser zich dat hij als kind er eens op uit gestuurd werd om een portie maag te halen — voedsel, ‘gelig van vet’, dat hem met een ‘afgronddiepe walging’ vervulde. Onderweg werd hij gevolgd ‘door snuffelige en opdringerige straathonden’. Hij concludeert: ‘Misschien moet ik daaraan mijn ambivalente houding tegenover deze beste vrienden des mensen toeschrijven, misschien ook niet.’ Het is Presser ten voeten uit en tekent de manier van redeneren en argumenteren in de ‘autobiografische schets’.

Het neemt allemaal niet weg dat Presser wel degelijk oordelen had: zijn socialistische overtuiging, marxistisch geïnspireerd, bleef hij een leven lang trouw (maar hij werd nooit lid van een politieke partij). Het antisemitisme en het fascisme, waaronder hijzelf zwaar te lijden kreeg, heeft hij in woord en geschrift emotioneel bestreden. En hoe hij zijn kennis van de geschiedenis moest overdragen, wist hij beter dan menigeen: als docent en later als hoogleraar was hij een erudiet verteller en een voortreffelijk pedagoog. Al vonden sommigen ‘dat je er niets aan had’.

Omzichtig
Presser begon aan zijn autobiografische schets in 1963, toen de eerste versie van Ondergang – zijn monumentale werk over ‘de vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom, 1940-1945’ – gereed was. Verschillende malen moest hij het schrijven eraan voor andere werkzaamheden onderbreken, en zo waren er bij zijn dood op 30 april 1970 maar twee hoofdstukken af: herinneringen aan zijn jeugd in Amsterdam en Antwerpen, aan familieleden, zijn schooltijd, zijn eerste werkkring op een Amsterdams effectenkantoor.

Presser werd op 24 februari 1899 aan het Waterlooplein geboren, de zoon van een joodse diamantbewerker, die in 1903 besloot zijn geluk in Antwerpen te beproeven. Van het vierjarige verblijf daar herinnert Presser zich nog dat zijn naam ‘Jaak’ in ‘Jacques’ veranderde — weinig meer. Terug in Amsterdam kwam het gezin in de Transvaalbuurt terecht. Pres