Search our collection of 12.005 BOOKS

Author
Title
Publisher
Keywords
Booknr

Search our 2.829 News Items

INDEX AUTHORS


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

We found 0 books

We found 1 news item(s)

HOUTMAN ERIK
Een kaartboek van de Sint-Bernardsabdij Hemiksem 1666-1671
Edited: 201505300102
Brussel, ARA, 2005. 322pp.rijkelijk geïllustreerd met kaarten en plannen in kleur, linnen uitgeversband, geïllustreerde stofwikkel, 34cm. mooie staat, in de reeks "Cartografische en iconografische bronnen voor de geschiedenis van het landschap in België" volume IX, BIJGEVOEGD: CD-ROM "Landboeken van de Sint-Bernarsabdij te Hemiksem 1744-1752"

In augustus 1233 schonk Hendrik I, Hertog van Brabant, aan de abt van Villers Allodiale (niet aan een leenheer toebehorend) goederen te Westmalle en het bos Hooidonk, om in deze streek een abdij van de cisterciënzerorde op te richten. Deze stichting ging toen niet door, maar wel toen Egidius Berthout, heer van Berlaar, in 1236 zijn rechten te Vremde, Millegem, Broechem en Ouwen schonk aan de abt van Villers met de uitdrukkelijke wens in een van deze plaatsen een klooster op te richten. Hendrik II, Hertog van Brabant, keurde deze schenking goed en deed tevens afstand van zijn rechten als overheer, zodat deze goederen allodiaal. Zo ontstond in juli 1237 te Vremde de eerste St.-Bernardsabdij, bevolkt door monniken van de abdij van Villers. In 1243 kocht de abdij van Goswin van Plusenghem, bijgenaamd Boch, gronden te Hemiksem, die aan de abdij geschonken werden door de Hertog van Brabant. Het uitblijven van schenkingen, ruzie met de pastoor van Vremde en de nabijheid en het conflict met de stichters van de abdij, de familie Berthout van Berlaar, veroorzaakten haar verplaatsing naar Hemiksem aan de samenloop van Schelde en Vliet. Vóór december 1244 begon de opbouw van de nieuwe abdij en tussen 17 april en 8 september 1246 betraden de monniken hun nieuwe gebouwen. De eerste kloostergebouwen lagen bij de waterpoort, d.i. De poort aan de Vliet met o.m. een portierswoning en aalmoezenkamer. In 1266 kon dank zij een gift van Jan van Antwerpen een kapel opgericht worden bij de poort, die afgebroken werd in 1665. In 1578 had de abdij te lijden onder de godsdienstoorlogen. De monniken trokken naar hun Refugehuis te Lier en daarna begaven ze zich naar dat van Coolhem te puurs. Tijdens de daarop volgende militaire gebeurtenissen werd de abdij, omwille van haar strategische ligging, gedeeltelijk versterkt in 1579; en op bevel van de staten van Brabant startten in juni 1582 verdere versterkingswerken, zodat o.m. de omheiningsmuur voorzien werd van schietgaten. Bevreesd voor een bezetting door de Spanjaarden gaf de staten van Brabant op 10 augustus 1582 bevel tot afbraak van de abdij. Gelukkig werd reeds eind augustus deze afbraak stopgezet. Inmiddels had ook een brand de abdij zwaar geteisterd. De afbraak werd in 1583 terug aangevat en de materialen afkomstig van deze afbraak werden gebruikt voor de versterking van de stad Antwerpen en de opbouw van de beurs. In 1584 nam Farnese de abdij in en wierp op beide scheldeoevers schansen op, zodat de toegang tot Antwerpen langs de Schelde afgegrendeld was. Pas in 1612 werd de abdij in haar vroegere functie hersteld, terwijl de religieuzen slechts in 1616 naar hun abdij terugkeerden. Inmiddels had bisschop Johannes Malderus de abdij gedeeltelijk laten herstellen.