Search our collection of 11.967 BOOKS

Author
Title
Publisher
Keywords
Booknr

Search our 2.861 News Items

INDEX AUTHORS


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

We found 4 books

We found 24 news item(s)

Persbericht Roularta
Roularta brengt bindend bod uit op Sanoma-magazines en verankert zich in print
Edited: 201801170108



Het beursgenoteerde Roularta Media Group heeft een bindend bod uitgebracht op de Belgische Sanoma-titels met uitzondering van de woonbladen. Het pakket omvat de weekbladen Libelle/Femme d’Aujourd’hui (CIM 245.504 exemplaren) en Flair N/F (CIM 74.222 exemplaren), de maandbladen Feeling/Gaël (CIM 69.132 exemplaren) en de magazines La Maison Victor, Communiekrant, Loving You en She Deals. De websites (met o.a. flair.be en libelle.be met respectievelijk 804.135 en 600.841 real users/maand volgens CIM), line extensions en social mediakanalen van deze titels zijn eveneens in het bod opgenomen. De totale 2017 omzet van deze merken bedraagt circa 78 miljoen euro voor een overnameprijs (inclusief pensioen- en abonnementenverplichting) van 33.7 mio euro.

De (offline/online) doelgroepen van die mediamerken zijn uitgesproken vrouwelijk en dus een mooie aanvulling op de reeds bestaande andere hoogkwalitatieve doelgroepen die bereikt worden via de huidige magazinemerken van Roularta (Knack, Le Vif, Trends, Sportmagazine, Nest, Plus Magazine enz.).

Naar aanleiding van deze belangrijke transactie, verkoopt Roularta de titels “Ik ga Bouwen/ Je vais Construire” voor een prijs van 1 miljoen euro aan Sanoma, die in mindering komt van de overnameprijs voor de Sanoma titels. Het zijn titels die aansluiten bij het portfolio woon- en decobladen van Sanoma.

Roularta wil door deze consolidatie en dankzij de synergie met de magazinemerken van de groep, zorgen voor de continuïteit en de multimediale groei van deze titels.
Indien het bod goedgekeurd wordt door Sanoma, zal de transactie voorgelegd worden aan de Belgische mededingingsautoriteiten .

Vooruitzichten

In 2017 heeft Roularta Media Group te maken gehad met een daling van de reclamebestedingen, met de kosten van de investeringen in de lancering van nieuwe projecten zoals het e-commerceplatform Storesquare en met andere éénmalige kosten. Roularta verwacht dan ook een negatieve EBIT. Voor het boekjaar 2017 wordt geen dividend voorzien.

In 2018 zorgen lagere kosten, de nieuwe 50% participatie in Mediafin (Tijd/Echo), de recente acquisities Landleven (Nederland) en Sterck (Antwerpen en Limburg) en de andere nieuwe activiteiten, voor een positieve bijdrage.

Daarenboven wordt voor 2018 verwacht dat een belangrijke meerwaarde wordt geboekt van ongeveer 145 miljoen euro op de aandelen Medialaan, na de closing van de transactie in het eerste kwartaal.

Vanaf 2019 dalen voor Roularta de financiële kosten met ongeveer 4,5 miljoen door de terugbetaling van een obligatielening van 100 miljoen euro en dalen de leasingkosten met ongeveer 9 miljoen door de afronding van de Econocom-contracten.

Roularta Media Group heeft belangrijke toekomstkeuzes gemaakt door in te zetten op consolidatie en innovatie binnen het kader van haar kernactiviteiten. Na het afstaan van de Medialaan 50%-participatie aan de Persgroep is de beoogde mogelijke overname van de Sanoma-titels, naast de investering in Mediafin en de andere recente overnames, een belangrijke aanzet om ook de komende jaren verder een gezonde groei te realiseren.


aandeelhouders RMG

Uit het persbericht van Sanoma Group, Helsinki:
“We have now finalized our major portfolio restructuring in our Media business in the Netherlands and Belgium with the divestment of the Dutch SBS TV business last year, and now the Belgian women’s magazine titles. The Belgian magazine titles will have more synergies with RMG than with our Dutch magazine business and that will give these titles and the team working on them better prospects for future development. Our remaining magazine and online portfolio predominantly in the Dutch market has good market positions, which provide excellent opportunities for continued success,” says Susan Duinhoven, President and CEO of Sanoma.
nws
Telenet zet obligatielening van 1,13 miljard Euro in de markt
Edited: 201711292230
Persbericht Vivaqua
VIVAQUA -2015 in enkele cijfers
Edited: 201606061461
06 juni 2016

Omzet: 292,4 miljoen euro
VIVAQUA heeft onlangs zijn balans voor 2015 voorgesteld. Het jaar is afgesloten met een omzet van 292,4 miljoen euro voor al zijn activiteiten samen: productie en distributie van drinkwater en sanering van afvalwater.

Productie: 135,6 miljoen m³
VIVAQUA is een zuivere intercommunale die actief is in de drie gewesten van het land en drinkwater levert aan ongeveer 2,25 miljoen mensen. In 2015 heeft VIVAQUA 135,6 miljoen m³ water geproduceerd, waarvan 59 % grondwater en 41 % oppervlaktewater. Van de totale productie is zowat 69 miljoen m³ geleverd aan het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, waar VIVAQUA de enige waterleverancier is. 46 miljoen m³ ging naar het Vlaamse Gewest en 17 miljoen m³ naar het Waalse Gewest.

Stabiel verbruik
Het leidingwaterverbruik van de Belgische gezinnen is het laagste in Europa. In het Brusselse Gewest bedraagt het zo ongeveer 96 liter per dag en per persoon. We zijn ver verwijderd van de 122 liter per dag en per persoon van 2002 ... Doordat de Brusselse bevolking elk jaar met ongeveer 1,5 % toeneemt, blijft het totale verbruik wel stabiel, net als de volumes die VIVAQUA levert.

Prijs van het water
Dankzij zijn inspanningen om de kosten te beheersen, heeft VIVAQUA in 2015 de waterverkoopprijs aan zijn intercommunales en gemeenten-klanten op het niveau van 2013 kunnen houden (geen indexering).
Voor 2016 zal deze prijs voor water in 't groot worden beïnvloed door de beslissing van het Waalse Gewest om de belasting op de winning van water dat tot drinkbaar water kan worden verwerkt, jaarlijks te indexeren. Deze automatische indexering wordt van kracht op 1 januari van elk jaar en gebeurt op basis van het indexcijfer van de consumptieprijzen. Voor 2016 stijgt de Waalse belasting van 0,0756 euro/m³ naar 0,0769 euro/m³. Deze verhoging van 0,0013 euro/m³ wordt dus doorberekend in de prijs van het water dat VIVAQUA verkoopt aan zijn intercommunales en gemeenten-klanten. Voor 2016 werd de prijs van het water vastgelegd op 0,8207 euro/m³. Bij deze prijs komt, voor de gemeenten en instellingen die door het verdeelnet worden bevoorraad, nog de prijs voor deze dienstverlening (0,0584 euro/m³).
MO / Le Soir / Redactie / De Tijd / HLN
Panama Papers: Dexia spil in creatie bedrijven in belastingparadijzen - Jean-Luc Dehaene op de hoogte van de constructies - Pierre Mariani weerom in troebel water
Edited: 201604100057


Het Luxemburgse advieskantoor Experta, dat van 2002 tot 2011 via Banque Internationale à Luxembourg (BIL), deel uitmaakte van de Dexia-groep, heeft meer dan 1600 offshores helpen oprichten via Mossack Fonseca. In de raad van bestuur van BIL zetelden onder meer ex-premier Jean-Luc Dehaene (+20140515), Jacques Rogge en voormalig Dexia-topman Pierre Mariani.
Dehaene was voorzitter van de raad van bestuur van Dexia van 20081007 tot 20120630.
Wat Pierre Mariani betreft: uit een reportage van France 2 van 20120510 blijkt dat dit sujet zijn klanten-gemeenten op grote schaal heeft bedrogen en geruïneerd. "DEXIA a vendu des prêts toxiques aux collectivités Françaises en leur faisant croire à des taux fixes. Les villes sont ruinées et l'argent nécessaire à la collectivité sert uniquement à payer les intérêts." Mariani komt uit de kringen van Nicolas Sarkozy.

Wat in de reportage niet aan bod komt is de reële mogelijkheid voor Dexia om via massale aankopen van Zwitserse franken de aan de gemeenten aangerekende intresten kunstmatig te beïnvloeden; het variabele gedeelte van de intresten was immers gekoppeld aan de breuk van Zwitserse frank over Euro. Toch werden de leningen aan de gemeenten verkocht als 'taux fixe'.
DS
Ikea vermijdt minstens 1.000.000.000 euro aan belastingen
Edited: 201602132330
Het gaat om een combinatie van franchisevergoedingen, onbelaste intellectuele eigendomsrechten ofte royalties, ruling-afspraken in Luxemburg, een ommetje langs Liechtenstein, kopen met dure leningen van de verkoper, de inzet van een coördinatiecentrum, de Belgische notionele belastingaftrek, ondoorzichtige Stichtingen in Nederland en Liechtenstein, etcetera.

Enkele namen:
Inter Ikea Systems BV (Nederland)
Interogo Finance (Luxemburg)
Interogo Foundation (Liechtenstein)
Ikea Service Center NV (coördinatiecentrum in België tot 2010)
Inter Finance SA (Luxemburg)
Stichting Ingka (Nederland)


Het wordt tijd dat de modale burger beseft dat wat de Groten niet betalen, de kleintjes wel moeten ophoesten om de begroting van vadertje staat te laten kloppen. Misschien iets om over na te denken terwijl u een Ikea-kast voor uw dochtertje in mekaar knutselt. Bedenk dan dat Ikea u met kastenschema's laat werken terwijl zij met belastingschema's goochelen. U kent dat wel: een pijltje naar boven, eentje naar rechts, een factuur voor levering van know how, een vette creditnota, een recuperatiebonus, een overlopende rekening, een doorgeschoten aftrekpost, een in de verf gezet goed doel, ...

De familie Kamprad vaart er wel bij en betaalt met plezier het (uiteraard aftrekbare) belastingadvies.

Staat uw kast er nu bijna?


zie ook het dossier LuxLeaks
VVSG
PERSBERICHT: Kadastraal inkomen. Gemeenten verbolgen over Vlaamse besparing op hun kosten
Edited: 201510091006
De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten protesteert met klem tegen het voornemen van de Vlaamse regering om hen niet langer te compenseren voor Vlaamse belastingkortingen toegekend aan industriële bedrijven. ‘Vlaanderen lost de eigen budgettaire problemen op door ze gewoon te verschuiven richting de gemeenten’, zegt Luc Martens, voorzitter van de VVSG.

Waarover gaat het?
Net als gronden en gebouwen krijgen ook machines (in het jargon ‘materieel en outillages’) van industriële bedrijven een kadastraal inkomen (KI) toegekend. De voorbije jaren heeft de Vlaamse overheid stelselmatig stukken van dat KI belastingvrij gemaakt, volgens het ritme waarin bedrijven investeren in nieuwe machines. Om te vermijden dat gemeenten hiervan de dupe zouden worden – via de opcentiemen op de onroerende voorheffing krijgen ze op basis van dat KI ook belastinginkomsten – compenseerde de Vlaamse overheid de gemeenten voor de verloren inkomsten, en trad eigenlijk op als derde betaler. In 2014 was al 22% van de KI’s op machines vrijgesteld, en gaf de Vlaamse overheid voor de gemiste belastingen aan de gemeenten een compensatie van 47,9 miljoen euro.
Voor de begrotingsopmaak van 2016 heeft de Vlaamse regering nu beslist om deze compensatie, op 13 miljoen euro na, stop te zetten. De Vlaamse gemeenten verliezen dus onmiddellijk 35 miljoen euro per jaar. Maar naarmate de bedrijven de komende jaren verder investeren in nieuwe machines, zullen de KI-vrijstellingen toenemen en kunnen de gemeentelijke jaarlijkse verliezen oplopen tot 150 miljoen euro.

Reactie VVSG

Op 8 oktober stuurde de VVSG hierover onderstaande brief naar de top van de Vlaamse regering:

De raad van bestuur van de VVSG wijdde op 7 oktober een uitgebreide bespreking aan de beslissing van de Vlaamse regering om de gemeenten vanaf 2016 niet langer te compenseren voor de gevolgen van het belastingvrij worden van het kadastraal inkomen op materieel en outillage (KI mat&out).
De raad van bestuur reageerde verbolgen op deze begrotingsmaatregel, en wel om verschillende redenen.
Ten eerste leidt de beslissing, in het midden van de lokale budgetopmaak, voor veel gemeenten tot een plotse en onvoorspelbare minderontvangst. U weet dat de opmaak van de meerjarenplanning 2014-2019 in veel gemeenten in zeer moeilijke omstandigheden is verlopen, en dat het allesbehalve vanzelfsprekend geweest om daarbij te voldoen aan de door Vlaanderen opgelegde budgettaire evenwichten, én bovendien ook de dienstverlening en de lokale investeringen maximaal te vrijwaren. Het is dan ook bijzonder pijnlijk dat dezelfde overheid die de financiële evenwichten oplegt aan lokale besturen nu een maatregel neemt die het voor hen nog moeilijker maakt om die te bereiken. De maatregel KI mat&out dreigt het grondige saneringswerk dat op vele plaatsen is gebeurd overhoop te halen, waardoor gemeenten tot nieuwe pijnlijke ingrepen worden verplicht.
Ten tweede vindt de raad van bestuur het absoluut niet kunnen dat deze beslissing zonder enige vorm van voorafgaand overleg werd genomen. Nochtans was de vrijstelling van het KI mat&out, gekoppeld aan een compensatie van de belastingverliezen van de gemeenten, een essentieel onderdeel van het Lokaal Pact van 2008, waarvan na een evaluatie in 2013 trouwens werd beslist om beide elementen (de belastingvrijstelling én de compensatie) voort te zetten. Het politieke akkoord van het Lokaal Pact wordt nu eenzijdig gebroken door de Vlaamse regering, wat niet getuigt van interbestuurlijke loyaliteit.
Ten derde weten we dat de maatregel voor 2016 begroot wordt op netto ca. 35 miljoen, maar door bijkomende bedrijfsinvesteringen de komende jaren kan oplopen tot 150 miljoen euro. Voor zover we nu weten, voorziet de beslissing van de Vlaamse regering nergens in het sluiten van dit open einde. Dit is vanuit de gemeenten bekeken totaal onaanvaardbaar. Het zijn niet de gemeenten die beslist hebben om te voorzien in een graduele vrijstelling van de KI’s op materieel en outillage. De Vlaamse overheid heeft hiertoe besloten en moet hiervoor dan ook zelf de budgettaire verantwoordelijkheid dragen.

We begrijpen dat Vlaanderen gedurende enkele jaren nog zou voorzien in een vaste compensatie van 13 miljoen euro. Voor de verdeling van dat bedrag kijkt men ook naar de groei van het Gemeentefonds 2013-2014. We stellen vast dat dit leidt tot vreemde effecten in de individuele gemeentelijke situaties. De vraag rijst zelfs of dit voorstel de toets aan het gelijkheidsbeginsel kan doorstaan.

De eisen van de VVSG zijn duidelijk:
- Het intrekken van deze maatregel. Als Vlaanderen de compensatie niet langer kan financieren, mag het de factuur ervan niet zo maar naar een andere overheid doorschuiven.
- Als men toch doorgaat met de beslissing, moet op zijn minst het ‘open einde’ (de verder oplopende factuur de komende jaren naarmate meer KI mat&out belastingvrij wordt) worden gesloten.

Gemeenten hebben ons intussen gesignaleerd dat, als Vlaanderen hier toch mee doorgaat, ze niet anders zullen kunnen dan de investeringen verder terugschroeven. Dat zou dramatisch zijn, niet alleen voor de uitbouw en het onderhoud van het publieke patrimonium, maar ook voor de duizenden banen in de bouwsector en elders die rechtstreeks samenhangen met de gemeentelijke investeringen.
Verder vrezen besturen dat deze maatregel wel eens zou kunnen leiden tot een wellicht ongewenste lokale ‘tax shift’, waarbij besturen ter compensatie de belastingen op drijfkracht gaan optrekken (of opnieuw invoeren), of de opcentiemen OV optrekken waardoor gezinnen én bedrijven opdraaien voor deze maatregel.

We vernemen dat tijdens de begrotingsbesprekingen geregeld werd verwezen naar de blijvende 3,5% groei van het Gemeentefonds, ‘terwijl alle andere sectoren en departementen moeten inleveren’. Vooreerst willen we bevestigen dat de raad van bestuur van de VVSG deze aangehouden stijging van het Gemeentefonds sterk apprecieert en naar waarde schat. We verwijzen er ook telkens naar in onze publicaties. Toch weet u ook dat die stijging niet mag los gezien worden van andere (Vlaamse en federale) maatregelen die op de lokale budgetten afkomen. Slechts enkele voorbeelden als illustratie:
- Vlaamse maatregelen: de besparing van ca. 10 miljoen euro op de zeven sectorale subsidies die nu naar het Gemeentefonds gaan, én de beslissing om ze niet langer te indexeren; de besparing van 5% of ca. 18 miljoen euro bij de regularisatie van de gesco’s en de beslissing om de nieuwe subsidie niet te koppelen aan de evolutie van de loonkosten (de vroegere korting werkgeversbijdrage was hier wel aan gekoppeld); het verdwijnen van de middelen voor de milieuconvenant; de verlaging en zelfs schrapping van een aantal stromen voor monumentenzorg
- Federale maatregelen: de vennootschapsbelasting op intercommunales (totaal geschat op 200 miljoen euro, dus ca. 120 miljoen minderontvangsten voor de Vlaamse gemeenten); de vermindering van de federale dotatie voor de politie met 2%; de invoering van de hulpverleningszones, met een ontoereikende financiering; de voortdurende stijging van de pensioenuitgaven, die voor de Vlaamse gemeenten, OCMW’s en politiezones elk jaar ongeveer even groot is als de bijkomende middelen uit het Gemeentefonds. In het pensioendossier nemen de lokale besturen een veel grotere budgettaire verantwoordelijkheid op zich dan de andere overheden.
Daar komen de volgende jaren wellicht nog de gevolgen van de federale tax shift bij. Verder blijven de lokale besturen hoogstwaarschijnlijk verstoken van de positieve effecten van de federale verlaging van de werkgeversbijdragen naar 25% en is het bijzonder onzeker dat de verlaging van de btw op schoolgebouwen (wat overigens een zeer goede maatregel is) binnen Europa zal kunnen stand houden.
De groei van het Gemeentefonds met 3,5% betekent dus in geen geval dat de lokale besturen totaal buiten de budgettaire malaise blijven, integendeel.

Namens de raad van bestuur willen we u uitdrukkelijk vragen om de genoemde maatregel te heroverwegen. De VVSG blijft, zoals voorheen trouwens, bereid om hierover met de Vlaamse regering het debat aan te gaan.

Hoogachtend,

Luc Martens, voorzitter VVSG
Stijn Quaghebeur, voorzitter raad van bestuur VVSG
News
Na Volkswagen-affaire krijgt nu ook energieverbruik-labeling in de electrosector een ferme knauw
Edited: 201510030124
Is gesjoemel een evidentie en een gewoonte geworden in de zakenwereld? Of is het altijd zo geweest?
Overigens blijken de zogenaamde 'Medaille d'or' op wijnflessen fake.
Ook in de geneesmiddelenindustrie rammelt het langs vele kanten.
Er is moeilijk een sporttak te bedenken waar doping afwezig is.
De mainstream-media worden geplaagd door afluisterpraktijken en gebrek aan eerlijkheid.
De politici "zijn er altijd mee bezig" of zeggen "we zullen zien".
Presidentskandidaten worden gekozen op basis van verzamelde campagnegelden.
Er zijn verhoogde veiligheidsrisico's bij vliegtuigen omdat de kosten van onderhoud en inspectie daarvan de winstmarges drukken.
De voedselkwaliteit blijft een problematisch terrein; bvb. de Genetically Modified Organisms (GMO).
Er is een serieus probleem met hormonenverstoorders of EDC's (parabenen, ftalaten, Bisfenol A, pesticiden, ...).
De belastinginning gebeurt 'à la tête du client' (LuxLeaks) en onthullingen brengen geen actie op gang.
News
Bijstelling van de Millennium Development Goals: veel meer doelen, complexer, verwarrend ...
Edited: 201509250105
Door de batterij doelstellingen uitgebreider en complexer te maken kan je meer experten en consultants inschakelen om de prestatie-indicatoren te ontwikkelen, te verfijnen, bij te schaven, te beheren, etcetera. Die moeten rondvliegen, logeren in dure hotels, goed eten geserveerd krijgen, op recepties elkaar kunnen ontmoeten en peptalk verkopen, etcetera. Kassa.
Ziehier de 17 hoofddoelen:
1. Geen armoede
2. Geen honger
3. Goede gezondheid en welzijn
4. Kwaliteitsonderwijs
5. Gendergelijkheid (gelijkheid tussen man en vrouw)
6. Schoon water en sanitair
7. Betaalbare en duurzame energie
8. Eerlijk werk en economische groei
9. Industrie, innovatie en infrastructuur
10. Ongelijkheid verminderen
11. Duurzame steden en gemeenschappen
12. Verantwoorde consumptie
13. Klimaatactie
14. Leven in het water (ecologie)
15. Leven op het land (ecologie)
16. Vrede, veiligheid, openbare dienstverlening
17. Partnerschap om doelstellingen
Commentaar: Fiscale rechtvaardigheid en een eerlijke spreiding van de lasten zijn NIET opgenomen als doelstellingen. Laat het ontbreken daarvan nu net de redenen zijn voor de vele mistoestanden die er bestaan.
Bogdan Vanden Berghe (11.11.11): 'De landen uit het Zuiden waren vragende partij om een internationaal fiscaal orgaan op te richten, waardoor bedrijven die in arme landen produceren hun winsten niet meer kunnen versluizen naar belastingparadijzen elders in de wereld, maar moeten afstaan aan het land waar hun fabrieken zijn gevestigd. Dat idee is niet in de eindtekst geraakt.' (DS 20150915)
LT
André Leysen overleden (19270611-20150711). R.I.P.
Edited: 201507121955
Over deze man bestaat geen degelijk biografisch werk.
Drie episodes uit zijn leven zijn onderbelicht.
Ten eerste is er de vraag of het faillissement van de Standaardgroep (1976) een georchestreerd manoeuver was om de belangrijkste krant in andere handen te spelen. De ongedekte kredietverlening aan de Standaardgroep van De Smaele wijst in die richting. Door een drooglegging kon men van de ene op de andere dag een faillissement uitlokken. Het volstond immers om de schuldeisers te verenigen. Voor de buitenwereld was dat faillissement een donderslag bij heldere hemel, de 'inner circle' (banken, RSZ, Tindemans, collegae krantenbazen, ...) wist wel beter en had alle tijd om een draaiboek aan te maken. Daarbij speelde de eis van het 'waterdicht schot' een cruciale rol.
Ten tweede is er de langdurige episode van de aanloop naar het commerciële TV-station VTM in Vlaanderen. Daarbij kwamen Jan Merckx, voormalige rechterhand van Albert De Smaele, en André Leysen tegenover elkaar te staan, weliswaar 'par personne interposée' van Guido Verdeyen, de CEO van de VUM. Beide heren leefden op oorlogsvoet en om die reden kon de geschreven pers in de jaren 80 geen front vormen om één scenario te schrijven voor een TV-station in handen van de uitgevers. Dat maakte het dossier bijzonder complex. Wegens zijn neoliberale opvattingen kon Leysen zich ook nooit verzoenen met directe perssteun en dat zorgde bij de krantenuitgevers voor een bijkomende splijtzwam. De indirecte staatssteun (BTW 0-tarief, goedkope posttarieven, etc.), die in feite veel belangrijker was, vormde geen item van kritiek. Achter de schermen bestookte Merckx Leysen met niet altijd identificeerbare projectielen. Zo had Merckx een hand in het doen mislukken van het (overigens amateuristische) krantenproject '24 uur' van de VUM. Merckx speelde immers zijn vriendschappelijke contacten met de dagbladhandelaars tenvolle uit en organiseerde een boycot.
De derde vraag is die naar de rol van Leysen in de Treuhandanstalt. Het agentschap ontfermde zich over de herstructurering en verkoop van om en nabij de 8.500 zogenaamde Volkseigene Betriebe (VEB's), firma's die in de DDR openbaar eigendom waren. Het agentschap vernietigde tussen 1990 en 1994 2,5 miljoen banen. Ook enorme grondeigendommen kwamen in andere handen. Deze operaties vertonen gelijkenissen met de uitverkoop van kerkelijke goederen tijdens het Directoire aan het einde van de 18de eeuw.
NEDERLAND wijst de weg: BuZa en Kadaster werken aan wereldwijde landregistratie
Edited: 201506121120
Kees de Zeeuw (Kadaster) en minister Ploumen (Ontwikkelingssamenwerking) Foto: Ministerie van Buitenlandse Zaken
11-06-2015 | LAATST GEWIJZIGD: 11-06-2015
Het ministerie van Buitenlandse Zaken en het Kadaster richtten 11 juni Land Administration for National Development op om wereldwijd het eigendom of gebruik van land zo snel mogelijk te registreren.
In 70 procent van de wereld zijn landrechten nog niet geregistreerd, terwijl die vastlegging een voorwaarde is voor economische groei, aldus de partners. De nieuwe organisatie Land Administration for National Development (Land) moet op een slimme en efficiënte manier de registratie te verbeteren. Het gaat vooral om het bieden van zekerheid over landeigendom en hoe de burgers hun land mogen gebruiken. De hulp bestaat bijvoorbeeld uit consultancy en trainingen aan lokale overheden, ambassades en non-profit hulporganisaties die hiervoor bij het Kadaster aan kunnen kloppen.

Over de noodzaak tot registratie zeggen de partners: ‘De wereldwijde bevolking groeit nog steeds en de druk op het gebruik van land en natuurlijke bronnen neemt toe. Om landconflicten te voorkomen is een adequate registratie van land belangrijk.’ Al jaren biedt het Kadaster hulp aan landen bij het verbeteren van landregistratie. Zo heeft het Kadaster Rwanda geholpen meer dan 10 miljoen landpercelen in slechts enkele jaren te registreren, aldus het Ministerie en het Kadaster.

‘Met de Nederlandse expertise, die tot de beste ter wereld behoort, worden de kosten van landadministratie flink naar beneden gebracht en kunnen veel sneller eigendoms- en pachtbewijzen worden uitgegeven’, aldus minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. ‘Boeren en boerinnen krijgen daardoor de mogelijkheid om leningen af te sluiten en samen te werken met investeerders en bedrijven. Het geeft mensen een bewijs van hun bezit en uitzicht op een beter bestaan.'

Commentaar LT: Hier kunnen de Belgen van leren. Ook België bezit een ruime expertise in kadastrale aangelegenheden. Waarom stellen we die niet internationaal ter beschikking? Enkele jaren geleden kwam er een officiële vraag uit Congo. Wat is daar toen mee gedaan?
In de periode van het kolonialisme was het simpel: alles was van de kolonisator, de inboorling had geen of nauwelijks rechten op de grond die hij al millenia lang bewoonde.
Een goed kadaster is een essentiële voorwaarde voor de vorming en de werking van een staat en voor de gelijkberechtiging van de burgers. Een publiek toegankelijk en dus open kadaster kan corruptie een halt toeroepen en de bevolking bewust maken van de inzet. Overigens kan men ook in West-Europa best meer openheid brengen in het bezit van onroerende goederen. Waarom was die openheid er wel in de 19de eeuw en niet meer in de 21ste? Privacy for a small and superrich minority?


SOME REFERENCES and LINKS OF INTEREST:

see also this link



and this link on cadastre in Africa


see also this article in CATO: An Innovative Approach to Land Registration in the Developing World
Using Technology to Bypass the Bureaucracy

Augustinus
Belijdenissen: een visie op journalistiek en romans
Edited: 201504280130
Maar wat heeft tenslotte dat medelijden te betekenen bij gefantaseerde gebeurtenissen, die op een toneel worden voorgesteld? Tot hulpverlening immers wordt de hoorder niet aangezet! Hij wordt alleen maar uitgenodigd om verdriet te voelen, en hoe meer verdriet hij voelt, des te meer waardeert hij degene die die beelden ten beste geeft. En wordt die door mensen ondergane rampspoed, uit het verre verleden genomen of gefantaseerd, zo gespeeld dat de toeschouwer geen verdriet voelt, dan gaat hij er verveeld en vol kritiek van weg; wordt hij echter smartelijk aangedaan, dan blijft hij, vol aandacht en genoegen.
De Tijd 20150102
Proximus/Belgacom en Bpost : verder privatiseren zou vergissing zijn
Edited: 201501032357
De Belgische Staat zou er verkeerd aan doen winstgevende overheidsbedrijven te verkopen. Dat is zonneklaar. Behalve dan voor twitteraar Vincent Van Quickenborne (OpenVLD) want die blijft een fervent aanhanger van het perfide neoliberale spel: we verkopen wat rendabel is en we collectiviseren de verliezen.
Bram Verschuere (docent overheidsmanagement UGent) lanceert in De Tijd van 20150102 het denkspoor dat een overheidsbedrijf ook publieke dienstverlening moet verzorgen; dat zou dan hét criterium zijn om de Staat referentieaandeelhouder te laten blijven.
Wij delen deze mening geenszins. De Staat moet zoals een goede huisvader over de rentabiliteit van haar beleggingen waken en het algemeen belang dienen. Een eenmalige operatie om de begroting te doen kloppen is uit den boze. Bovendien is het vrijwel zeker - zoals CEO Dominique Leroy terecht stelt - dat bij een verkoop, Belgacom en Bpost in buitenlandse handen terecht komen.
Blijkbaar worden Belgacom en Bpost nu beter dan vroeger geleid. Dat slaat een argument uit de handen van de neolibs die altijd beweerden dat overheidsbedrijven enkel slecht management kennen. Overigens kan je je dan afvragen of politici de aangewezen personen zijn om de NV België te managen. Kijkend naar de feiten van de laatste 35 jaar blijkt dat de politici wetten hebben gemaakt om hun rijke vriendjes terwille te zijn. Die moeten fiscaal niet mee betalen voor het in stand houden van de collectieve voorzieningen en het welzijnsbeleid.

Na de verkoop van de inboedel rest de Staat enkel het beheer van de miserie. Is het dat wat we willen?
TESSENS Lucas
Privatisering, nationalisering en algemeen belang. Mag het algemeen belang een prijs hebben?
Edited: 201404201149
In het gehele neoliberale verhaal ontbrak en ontbreekt stelselmatig de component van het 'algemeen belang'. Overheidsdiensten zijn inderdaad vaak verlieslatend. Maar dat is met een commerciële meetlat meten wat eigenlijk niet meetbaar is.
De kernvraag moet zijn: 'Wil de gemeenschap een prijs hanteren die voor de gebruikers haalbaar is en het verschil tussen kostprijs en gevraagde prijs collectief dragen?' Vanuit dat perspectief is er geen verlies maar een samen afgesproken afwenteling van kosten op de gemeenschap. Die afspraak kan velerlei intenties hebben.
Willen we bijvoorbeeld de mobiliteit met de trein stimuleren dan moeten we de prijs laag houden. De effecten zullen ook neveneffecten genereren: bvb. minder nood aan 18-vaksbanen op de snelwegen. De collectieve voorzieningen moeten sociale correcties aanbrengen en hebben ook milieu-effecten. Een blinde privatisering is een ideologie zonder perspectief, tenzij voor enkele particulieren die de controle veroveren over de dienstverlening en de prijszetting.
BELGA news agency
Nieuw licht op het ‘financieel brokkenparcours’ van Leopold II
Edited: 201308270900
De Standaard | 27/08/2013 om 16:44 door jta | Bron: Belga
Historicus Geert Leloup (UGent en Rijksarchief) schetst in zijn doctoraat over het Rekenhof hoe de instelling van de oprichting in 1830 tot aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog evolueerde van een soepele instelling naar een log bureaucratisch apparaat, en hoe de politisering haar intrede maakte. Wat vooral in het oog springt in het onderzoek is de passage die het financiële beleid van Leopold II als vorst van Congo-vrijstaat belicht.

België en Congo vormden aanvankelijk twee afzonderlijke landen die één koning deelden. In 1890 diende Leopold II echter een beroep te doen op steun van de Belgische overheid om ‘zijn Congo’ overeind te houden. In ruil verwierf de Belgische regering inzage in Congolese begrotingen en rekeningen en inspraak in de uitgifte van leningen.

Even dreigde het voor Leopold II helemaal mis te gaan, toen de Belgische regering kritiek uitte op een bijkomende persoonlijke subsidie aan Congo, goed voor 750.000 toenmalige Belgische frank. ‘Cruciaal was dat dit bedrag in de aan België voorgelegde rekening plots omschreven werd als een aan Leopold II terug te betalen voorschot’, aldus Leloup.

‘De uitleg van Leopolds medewerker Camille Janssens dat het geen lening was aangezien geen intrest werd geëist, kon Minister van Financiën Auguste Beernaert niet overtuigen. Die liet eenvoudigweg weten dat elke persoonlijke bijdrage van de koning definitief was’, stelt de historicus.

‘De Affaire de Browne de Tiège’

Leopolds privéfortuin kreeg zo onverwacht een zware klap, maar de vorst gaf zich niet zomaar gewonnen. ‘Hij bleef tot 1894 grote sommen in Congo pompen, maar zorgde er nu wel voor dat dit niet in de begrotingen of rekeningen zichtbaar was. De koning kon deze zwendel niet lang volhouden, want Congo slokte veel geld op.’

‘Hoogtepunt was dan ook de Affaire de Browne de Tiège : Leopold II ‘bekende’ eind 1894 dat hij zonder medeweten van de regering bij deze Antwerpse bankier een lening van 4,5 miljoen frank had afgesloten tegen een woekerrente en met een deel van Congolese grondgebied als onderpand, terwijl het geld eigenlijk van de vorst zelf afkomstig was. Om deze ‘lening’ af te lossen, kreeg hij vervolgens extra geld van België, wat in combinatie met de groeiende Congolese opbrengsten tot grote winsten leidde, winsten die de Leopold ook liet wegsluizen.’

Leloup wijst erop dat het daar niet bij bleef. ‘Congo was al die tijd verboden terrein voor het Rekenhof, zelfs indien Leopolds koloniale avonturen indirect repercussies hadden op de Belgische overheidsfinanciën.’

Hoewel de belangrijkste gegevens met betrekking tot de Congolese financiën al gekend waren, onder meer door het baanbrekend onderzoek van wijlen professor Jean Stengers (ULB), is het de eerste keer dat deze feiten meer in detail onderzocht werden. De inventaris van Geert Leloup van het voordien ontoegankelijke archief van het Rekenhof - zo’n 325 strekkende meter tot 1939 - opent bovendien nieuwe onderzoeksmogelijkheden.


raadpleeg de nota van het Rijksarchief
TESSENS Lucas / MERS
onderzoek voor de Universiteit Gent: analyse archief kijk- en luistergeld
Edited: 200602022164
Professor Erik Dejonghe
Koning Boudewijnlaan 14
9840 De Pinte

A A N G E TE K E N D



Antwerpen, 2 februari 2006

Betreft: opdracht analyse archief kijk- en luistergeld

Professor,

Ingevolge de opdracht, waarvan u het detail in bijlage vindt, en die als volgt moet worden beschreven:


Aanlevering van de cijfers betreffende radio- en TV-bezit, geïdentificeerd als betalers/vrijgestelden van kijk- en/of luistergeld en betrokken uit analyses van de archieven van de Dienst Kijk- en Luistergeld.
De analyse dekt de gehele periode (tot 2001) waarin luistergeld, later ook kijkgeld, werd geïnd.

zend ik u hierbij (in opvolging van de e-mail die u reeds ontving) de analyse onder de vorm van een Excel-file bestaande uit drie werkbladen:
• de gevraagde cijfergegevens,
• de algemene verwerking tot een grafiek,
• de detailgrafiek betreffende Wereldoorlog II.
De Excel-file werd uitgeprint en bevindt zich eveneens op de bijgevoegde CD-Rom.





Aangezien de gevraagde cijfers naar onze mening beter tot hun recht komen in een bredere context, hebben wij - buiten opdracht - volgende cijfergegevens toegevoegd aan de reeksen: abonnees radiodistributie (1933-1992), particuliere huishoudens (1920-1939, volkstellingen 1947, 1960, 1970, 1980, 1991 en vervolgens de cijfers van het Rijksregister) en abonnees teledistributie (1970-2001).



Dit dossier werd door ons aangevuld met een bundel belangrijke bijlagen, hieronder summier beschreven.

Graag breng ik enkele zaken in herinnering:
- KLG = kijk- en luistergeld / redevance radio-télévision
- Noteer dat in 1931 het NIR/INR met radio-uitzendingen start.
- Noteer dat het fichesysteem van KLG eind 1943 & begin 1944 vernietigd werd. Vandaar de plotse daling en geleidelijke heropbouw van het bestand.
- Noteer dat vanaf 1960 een gecombineerde taks wordt geheven op radio en televisie.
- Noteer dat vanaf 1970 de zuivere radiodistributie de concurrentie ondergaat van de teledistributie
- Noteer dat in 1987 en 1997 "zwartkijkers" van een amnestiemaatregel konden genieten.
- Noteer dat vanaf 1977 de draagbare radio's niet meer afzonderlijk geteld worden (van toestellen tellen naar houders tellen; 1 licentie voor alle radiotoestellen, uitgezonderd radiotoestellen).
- Noteer dat vanaf 1977 het aantal TV-vergunningen in éénzelfde woning wordt geteld. Tweede verblijven hebben nog wel afzonderlijke vergunning nodig.
- Noteer dat vanaf 1988 nog enkel autoradio's vergunningsplichtig zijn (per toestel)
- Schattingen particuliere huishoudens tot 1940 gebaseerd op SCHROEVEN C. (1994), Consumer expenditure in interwar Belgium: the reconstruction of a database.
- Kabelabonnees: voor de jaren 1994-2001 beschikt het MERS over detailcijfers per gemeente voor het Vlaamse Gewest (resultaten enquêtes voor Telenet, IBM & KLG) (buiten opdracht).
- Voor methodologische commentaar verwijzen we naar de nota van Lucas Tessens “Bevolking, huishoudens, televisiebezit, kabelabonnees en ontduiking van kijkgeld in Vlaanderen. De globale analyse kritisch bekeken”, zoals toegevoegd aan het bundel. De hierin aangehaalde aandachtspunten omtrent de waarde van het statistisch materiaal en de correcte interpretatie daarvan, lijken mij waardevol als omkadering van de voorliggende analyse.
- Zie ook: COUR DES COMPTES, La perception de la redevance ... voorkomend op de bijgeleverde CD-Rom in pdf-formaat. Dit rapport van het Rekenhof wijst op de ondermaatse inning van het kijk- en luistergeld in het Waalse landsgedeelte. Naar de voorliggende analyse toe houdt zulks in dat de cijfers van de dienst kijk- en luistergeld een onderschatting inhouden van het werkelijke bezit van (auto-)radio’s en TV-toestellen. Dit tengevolge van ontduiking en povere inning/invordering/controles.
- Voor het Vlaamse Gewest worden een aantal kleurkaarten aan het bundel toegevoegd.
- Verder: Jaarverslagen Kijk- en Luistergeld 1997, 1998 en 2001 en Eindverslag toegevoegd aan het bundel. De analyses in deze jaarverslagen zijn naar onze mening waardevol voor een beter begrip van de materie.
- Groeifactor TV-toestellen in 20 landen (1997 versus 1970) toegevoegd aan het bundel. Het leek ons interessant deze cijfers toe te voegen omdat zij de analyse in een internationale context plaatsen.


Voor de historische en wettelijke context verwijs ik graag naar de website van MERS en met name naar de sectie ‘Chronologie Dienst’.





Het komt mij voor dat hiermee de opdracht uitgevoerd is.
Mocht u nog vragen hebben, dan houd ik mij ter uwer beschikking.




Met hoogachting,








Lic. Lucas TESSENS




Bijlagen: bundel zoals beschreven met CD-Rom.

OPDRACHTGEVER/CLIENT
Universiteit Gent
Vakgroep Communicatiewetenschappen
Korte Meer 7-9-11
9000 Gent
Tel 09/ 264 68 80

Onze offertes 20050826 & 20060128
Uw bestelbonnummer: 4203331316
Bestelbondatum: 31.01.2006
Leveranciersnummer: 2000048730


LEVERANCIER
MERS BVBA - Media Expert Research System
vertegenwoordigd door Lic. Lucas Tessens
M. Courtmansstraat 27
2600 - Antwerpen
BTW: 464.141.832
Tel: 03-218.51.13
GSM: 0475-20.95.00


Dienstverlening
Aanlevering van de cijfers betreffende radio- en TV-bezit, geïdentificeerd als betalers/vrijgestelden van kijk- en/of luistergeld en betrokken uit analyses van de archieven van de Dienst Kijk- en Luistergeld.
De analyse dekt de gehele periode (tot 2001) waarin luistergeld, later ook kijkgeld, werd geïnd.
MERS garandeert dat de gepresenteerde cijfers op wetenschappelijke wijze werden vergaard en verwerkt.
Commentaren en methodologische noten worden bijgeleverd op de meest aangepaste drager (files en/of scans in attachment aan een e-mail, op CD-Rom, op fotocopie, ...).
Orale ondersteuning betreffende het cijfermateriaal t.b.v. Prof. Dr Erik Dejonghe (facultatief en indien gewenst).

Wijze van aanlevering
Excel-files via attach aan e-mail te richten aan erik.dejonghe@pandora.be met bevestiging van ontvangst.

Gebruiksrecht
Bij publicatie of publieke presentatie van de cijfers, of afgeleiden daarvan, zullen deze steeds vergezeld zijn van volgende bronvermelding: "Analyse MERS".



TESSENS Lucas
OLIE en het MIDDEN-OOSTEN - enkele feiten op een rij
Edited: 200300000901
bron: databases MERS
Startdatum Einddatum Gebeurtenis
1878 °Shell Transport and Trading Company
1879 °Pacific Coast Oil Company
1889 °Standard Oil Trust (Rockefeller)
16 Jun 1890 °Royal Dutch (KNPM) - Deterding e.a.
1897 1ste Zionistencongres: idee terugkeer Joden naar Palestina
1901 °BP
1901 °Joods Nationaal Fonds (koopt grond in Palestina)
1902 °The Texas Company (Texaco)
1907 Fusie Shell en KNPM
1911 Standard Oil Trust ontbonden in 34 bedrijven
1914 Palestina kiest zijde van Duitsland in WO I
1916 Palestijnse opstand tegen Turkije
02 Nov 1917 Balfour-declaration
09 Dec 1917 Jeruzalem door GBR veroverd op TUR
1923 GBR krijgt van Volkenbond mandaat over Palestina
1924 °Compagnie Française des Pétroles
1936 400.000 Joodse inwoners in Palestina
1936 Hagana = Joodse strijdgroep
1939 Brits voorstel om Palestina onafh. te maken
1941 Arabieren krijgen steun toegezegd van Anthony Eden
10 Apr 1941 opstand tegen Britten in Irak
1945 Hagana pleegt aanslagen op Brits leger
Mar 1945 Handvest van de Arabische Liga
22 Mar 1945 °Arabische Liga
22 May 1945 opstand in Syrië
29 May 1945 FRA bombardeert Damascus
31 May 1945 Brits ultimatum: staakt-het-vuren in Syrië
22 Mar 1946 Libanon: Franse troepen weg
17 Apr 1946 onafh. Syrië (FRA)
17 Apr 1946 Syrië: Franse en Britse troepen weg
14 Feb 1947 GB legt Palestijnse probleem voor aan UNO
Jun 1947 Joden: Exodus gepraaid door GBR
29 Nov 1947 UNO stelt opdeling Palestina voor
17 Dec 1947 7 Arabische landen tegen Joodse staat
14 May 1948 Israël tot staat uitgeroepen
15 May 1948 Arabische landen dringen Palestina binnen
15 May 1948 Einde mandaat GBR over Palestina
17 May 1948 Israël: erkend door USA en USSR
Sep 1948 +graaf Bernadotte (vermoord)
16 Oct 1948 Israël: Negev-offensief
29 Oct 1948 31 Oct 1948 Israël: Galileï-offensief
11 May 1949 Israël lid UNO
15 Mar 1951 Iran: nationalisatie olie
1953 Egypte wordt republiek onder Naguib
09 Mar 1954 °internat. consortium Iraanse olie
04 Jan 1955 Eg: Suez verboden voor Isr. schepen
24 Feb 1955 pact van Bagdad: mil. bijstand Irak-Turkije
26 Jul 1956 29 Apr 1957 Egypte: Suez-crisis
29 Oct 1956 22 Jan 1957 oorlog Israël-Egypte
08 Mar 1957 UNO in Gaza
01 Feb 1958 VAR = Egypte+Syrië
14 Feb 1958 Unie Irak-Jordanië
08 Mar 1958 Yemen bij VAR
29 Apr 1958 Nasser in Moskou
15 Jul 1958 26 Oct 1958 US-troepen in Libanon
23 Sep 1958 Eg: USSR-lening voor Assoean-dam
14 Sep 1960 oprichting OPEC
14 Sep 1960 °OPEC
08 Feb 1963 Irak: coup Aref
03 Mar 1967 betogingen tegen Engelsen in Aden (nu Yemen)
05 Jun 1967 Suez-kanaal gesloten
05 Jun 1967 11 Jun 1967 Israël: 6-daagse oorlog
08 Jun 1967 USS Liberty aangevallen door Israëli's (CIA/Mossad-operatie?)
24 Jun 1967 Johnson en Kosygin praten over vrede in MO
14 Sep 1967 +opperbevelhebber Egyptisch leger pleegt zelfmoord
13 Jan 1968 olietank Pakhoed in Rotterdam ontploft
20 Jan 1968 brand olieraff. Shell in Pernis
26 Mar 1968 Hypermoderne olieraffinaderij Mobil Oil geopend
23 Jul 1968 kaping ISR-vliegtuig
09 Nov 1968 Jemenieten aangehouden: planden aanslag op Nixon
13 Dec 1968 brand tanker aan raff. Mobil Oil raff. A'dam
1970 olieplatfom in Noordzee opgericht
04 Jul 1970 Libië: nationalisering oliemaatschappijen
28 Sep 1970 +pres. Nasser
13 Nov 1970 Syrië: Assad grijpt macht
12 Dec 1970 OPEC eist wereldmarkt voor olie
14 Feb 1971 akkoord van Teheran: verhoging olieprijzen
24 Feb 1971 Algerije: naasting Franse oliemaatschappijen
27 May 1971 15 Mar 1976 vriendschapsverdrag USSR-Egypte
Dec 1971 Britten weg uit 7 Golfstaatjes
1972 °Exxon
1972 °Statoil
05 Jun 1972 06 Jun 1972 aanslag Palestijen OS München
18 Jul 1972 Egypte: USSR-raadgevers buiten gezet
27 Sep 1972 warenhuis in Parijs in brand: waarschijnlijk aanslag Palestijnen
21 Feb 1973 Israël schiet Libisch passagiersvliegtuig neer
02 Jun 1973 OPEC verhoogt olieprijs met 12%
06 Oct 1973 Yom Kippoer oorlog
06 Oct 1973 24 Oct 1973 Jom Kippoer oorlog
12 Oct 1973 tegenoffensief Israël tegen Syrië
14 Oct 1973 Egypte rukt verder op in Israël
16 Oct 1973 Israëli's op Egyptisch grondgebied
17 Oct 1973 olie-embargo aangekondigd
17 Oct 1973 OPEC kondigt olie-boycot aan in The Times
22 Oct 1973 VN-resolutie 338: staak Yom Kippoer oorlog
04 Nov 1973 beslissing OPEC: olieproductie -25%
22 Dec 1973 OPEC verdubbelt olieprijs
13 Nov 1974 Arafat voor UNO
1975 alcohol surrogaat voor benzine
1975 olieministers gekidnapped
06 Jun 1975 Israël valt Libanon aan
15 Nov 1975 °Internationaal Energie Agentschap
1976 °ELF
23 Jan 1976 Sybetra levert fabrieken aan Irak
12 Mar 1976 Saoudi-Arabia: oliemaatschappij Aramco genationaliseerd
15 Mar 1976 Egypte zegt verdrag met USSR op
19 Nov 1977 vredesmissie Sadat naar Israël
15 Mar 1978 12 Jun 1978 Israël bezet Zuid-Libanon
05 Sep 1978 17 Sep 1978 Camp David akkoord Israël-Egypte
1979 2de oliecrisis
1979 olieveld nabij Canada ontdekt
26 Mar 1979 vredesverdrag Israël-Egypte
17 Sep 1979 regering laat aankoop grond toe in bezet gebied
30 Jul 1980 Jeruzalem hoofdstad Israël
07 Oct 1980 vriendschapsverdrag USSR-Syrië
15 Sep 1981 Egypte: USSR-ambassadeur buitengezet
06 Oct 1981 +Sadat vermoord
14 Dec 1981 Israël annexeert Golan
20 Mar 1982 OPEC: beperking olieproductie
25 Apr 1982 Sinaï teruggegeven aan Egypte
06 Jun 1982 Israël bezet Libanon
12 Jun 1982 wapenstilstand in Libanon
15 Aug 1982 blokkade Irak op olie-eiland Kharg
19 Aug 1982 Libanon vraagt internationale troepenmacht
21 Aug 1982 Internationale troepenmacht in Libanon
23 Aug 1982 14 Sep 1982 Libanon: Bechir Gemayel president
30 Aug 1982 Arafat verdreven uit Libanon
14 Sep 1982 Libanon: Bechir Gemayel vermoord
18 Sep 1982 Sabra en Chatila: Palestijnen vermoord door falangisten
21 Sep 1982 Libanon: Amine Gemayel president
20 Dec 1983 Libanon: 4.000 Palestijnen vertrekken
26 Apr 1984 Irak valt olietankers aan bij Kharg
31 Oct 1984 OPEC beslist oliereductie
15 Aug 1985 Irak bombardeert olie-eiland Kharg
1986 °Repsol
Aug 1986 olieprijs zeer laag: 9$/baril
15 Nov 1988 PLO erkent Israël
13 Dec 1988 Arafat lanceert vredesvoorstel voor UNO
02 Aug 1990 Irak valt Koeweit binnen
24 Sep 1990 olieprijs > 40$/baril
15 Jan 1991 ultimatum tegen Irak verstrijkt
17 Jan 1991 luchtoffensief USA tegen Irak
27 Feb 1991 Kuwait ingenomen door USA
08 Apr 1992 Arafat vermist
04 Oct 1992 El Al boeing op Bijlmer
31 Aug 1993 akkoord Palestijnen-Israël
09 Oct 1994 aanslagen Hamas
04 Nov 1995 +Rabin vermoord
18 Jun 1996 Netanyahou (Likoed) premier
1997 Repsol geprivatiseerd
1997 Repsol neemt Argentijns YPF over
17 Nov 1997 69 dood in Egypte
17 Nov 1997 aanslag op toeristen (67 doden)
14 Jan 1998 crisis over wapeninspecties
Dec 1998 Total koopt Petrofina
17 May 1999 Barak wint verkiezingen
17 Dec 1999 operatie Desert Fox
2000 TotalFina fuseert met Elf
May 2000 Israël trekt zich terug uit Zuid-Libanon
28 Dec 2000 Sharon bezoekt Tempelberg
06 Feb 2001 Israël: premier Sharon
18 Jun 2001 Palestijnen klagen Sharon aan voor Belgisch gerecht
19 Sep 2001 mil. interventie in Afganistan
28 Sep 2001 Israël: nieuwe intifada
13 Nov 2001 Afgan: noordelijke Alliantie neemt Kaboel in
02 Dec 2001 Israël: Arafat ingesloten
26 Jun 2002 Sharon niet vervolgbaar volgens Kamer van IBS (genocidewet)
31 Dec 2002 Exxon Mobil boekt meer winst in 4de kw 2002
28 Jan 2003 verkiezingen: Sharon wint
31 Jan 2003 stakingen doven uit
Feb 2003 onenigheid binnen NAVO over oorlog tegen Irak
10 Feb 2003 Van Miert: Europese vazalstaten van USA
15 Feb 2003 hoofdsteden Europa: grote vredesbetogingen
18 Feb 2003 oorlog Irak begint optimaal op 3 maart
18 Feb 2003 Turkije vindt 6 miljard € te weinig voor medewerking aan oorlog tegen Irak
19 Feb 2003 burgemeester Tel Aviv wil Antwerpse diamantairs lokken
19 Feb 2003 documentaire USS Liberty op NED3
20 Feb 2003 TotalFinaElf wordt Total
21 Feb 2003 olieraffinaderij Exxon in NY ontploft
27 Feb 2003 OIC wil olie als wapen inzetten
28 Feb 2003 prijs olie op 39,99 $ per vat
Mar 2003 Abbas (PLO) voorgedragen als premier
07 Mar 2003 Bush wil Irak ook aanvallen zonder steun VN
11 Mar 2003 FRA en RUS willen veto gebruiken tegen oorlog in Irak
18 Mar 2003 Blair onder vuur wegens IRQ
18 Mar 2003 opiniepeiling in USA: 80% achter oorlog Bush
18 Mar 2003 RUS, DEU en FRA blijven tegen oorlog IRQ
18 Mar 2003 ultimatum Bush: Saddam binnen 48 u weg
18 Mar 2003 wapentransporten USA via A'pen mogen doorgaan
DE MEESTER Wivina
Dienst Kijk- en Luistergeld : Een voorbeeld van outsourcing met de overheid. "In het kader van de fraudebestrijding slaagde Cipal erin met de hulp van het media-advies bureau MERS de ontduiking in Vlaanderen in kaart te brengen."
Edited: 199710171465
Toespraak door Wivina Demeester,
Vlaams minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid
ter gelegenheid van
het seminarie “outsourcing : ervaring en knelpunten”

“ Dienst Kijk- en Luistergeld : Een voorbeeld
van outsourcing met de overheid “
Brussel, 17 oktober 1997

Financieel Economische Tijd en
Caestecker, Lievens, Martens & Partners.

Slide 1



1) INLEIDING

De outsourcing van belastingsinning lijkt op het eerste zicht een contradictio in terminis te zijn. Wie aan de overheid denkt, denkt vrijwel onmiddellijk aan ‘belastingen’. In de perceptie van de bevolking lijkt belastinginning een typische kerntaak van de overheid te zijn. Nochtans blijkt uit de geschiedenis dat overheden pas vrij laat zelf hun belastinginning hebben georganiseerd.

De Franse historicus Fernand Braudel beschrijft hoe omstreeks het begin van de 18de eeuw vele overheden met vallen en opstaan onderzochten op welke wijze de belastingen het meest efficiënt en kosteneffectief konden worden geïnd in een maatschappij die bijzonder snel aan het veranderen was.

Land-eigendom en landopbrengsten werden stilaan verdrongen als eerste en voornaamste bron van inkomsten en dus van belastingen. De overheden moesten dan ook op zoek gaan naar andere manieren om bij hun reeds veelgeplaagde onderdanen meer belastingsgeld te kunnen vinden. Maar waar konden die nog gevonden worden in een samenleving waar vrijwel alles reeds belast was. Er bestond een vorm van wat nu in het modern jargon “road pricing” zou heten : op de drukste wegen werd het transport getaxeerd. Er bestond omzettaksen, er bestonden invoertaksen. Maar de baten waren laag. De kosten voor de inning daarentegen zeer hoog. Bovendien waren de producten, die getaxeerd werden, meestal ook levensnoodzakelijke goederen. De rest van de goederenproduktie, porselein, spiegels etc.. was immers ofwel te klein om te taxeren ofwel bestemd voor afnemers met ruime belastingvrijstellingen zoals de clerus en de adel.

Een voor de hand liggend product om te gaan taxeren was zout. Zout was in die tijd een van de belangrijkste consumptiegoederen voor de modale burger, het werd gebruikt in de meest uiteenlopende voedingswaren. De productie was bovendien relatief goed controleerbaar. Maar de belasting erop was zo hoog, dat het zout zelf zeer duur was. Zo duur dat, toen Lodewijk XIV besliste om de zoutbelasting nog maar eens te verhogen, dit leidde tot stevige rellen en boerenopstanden.

Slimme overheden gingen de weg op van wat wij in moderne taal noemen “efficiëntie-verbetering in het bestuurlijk apparaat”. Een treffend voorbeeld is de organisatie van de inning van de Engelse zoutbelasting. Ongeveer driehonderd jaar terug besliste de Engelse overheid om de inning van de zoutbelasting te ‘nationaliseren’. Voorheen werd de inning van belastingen vaak overgelaten aan het concreet initiatief van particulieren die optraden als geldschieters en financiers van de staat. Er bestonden immers vele systemen van wat wij noemen “alternatieve financiering” : wegen en bruggen bijvoorbeeld werden aangelegd en onderhouden door privé-personen, die daarvoor tol konden innen.

Op het einde van de 17e eeuw werd dat systeem in Engeland gewijzigd : voortaan zouden door de koning aangeduide, staatsambtenaren belastingen en accijnzen zelf gaan ontvangen. De bedoeling van deze nationalisatie was niet zozeer het opdrijven van de efficiëntie van de inning op zich, maar wel het stopzetten van de praktijk van de schaamteloze afroming van de inkomsten van de staat door de particuliere ontvangers. O ok vandaag durven kwatongen al eens beweren dat bv. notarissen al eens een oogje zouden dichtknijpen bij de bepaling van verkoopswaarden, zodat hun cliënt minder belastingen, maar iets meer ereloon betaalt. Blijkbaar was dit vroeger echter schering en inslag.

De nationalisering van de belastinginning in Engeland gaf automatisch aanleiding tot een fikse verhoging van de efficiëntie van de inning en dus van de belastingen, zonder de belastingdruk zelf te verhogen. Door de staatsinkomsten veilig te stellen kwam er in Engeland meer geld beschikbaar voor de koloniale oorlogvoering en de uitbouw van de infrastructuur voor de nakende industriële revolutie. Tegelijk bleef er voldoende geld in de private economie, waardoor langzaamaan de kapitalen werden verzameld, waarmee de geweldige investerings-push, die op gang kwam vanaf de jaren 1780 kon worden gefinancierd.

De andere grote staat van dat ogenblik, Frankrijk, wachtte nog veel langer om de stap tot nationalisatie te zetten. De openbare financiën hingen tot aan de Franse revolutie eveneens af van tussenpersonen die zorg droegen voor de ontvangsten. Deze belastingspachters stortten grote borgsommen, waarop zij dan rente ontvingen. Volgens de voorwaarden van hun contract betaalden zij een vast deel van hun belastingontvangsten uit aan de koning. In werkelijkheid ontving de koning slechts een fractie van de potentiële jaarlijkse inkomsten. De Franse monarchie was dan ook tot de vooravond van de Franse Revolutie overgeleverd aan particuliere belangen, omdat zij bleef vasthouden aan het principe van “outsourcing” van de belastingen.

Sinds die periode groeit bij vrijwel iedere staat de overtuiging dat belastinginning alleen door de overheid kan georganiseerd worden. En toch, tweehonderd en zeven jaar na de Franse Revolutie beslist de Vlaamse Regering om de inning van een gedeelte van haar belastinginning terug aan derden uit te besteden. Een wereldprimeur of een historische vergissing ? Hierop wil ik na deze historische inleidng wat dieper ingaan.

Eerst zou ik nader willen ingaan op de theorie van de outsourcing zelf. Vervolgens bekijken we dan de outsourcing van het Kijk- en Luistergeld zelf. En ten slotte kijken we naar de toekomst en vragen ons af of de Vlaamse Gemeenschap kan doorgaan op de weg van de outsourcing.



2) DE THEORIE VAN DE OUTSOURCING

Slide 2 : zelf doen vs outsourcen

Uitbesteden is een populair begrip geworden. In feite zijn vele mensen actieve ‘uitbesteders’. We besteden onze kinderen uit aan een onthaalmoeder, steeds meer gezinnen besteden een deel van het huishouden uit aan een poetsvrouw, iemand die de was en de strijk doet, iemand die de tuin onderhoudt... Het is voornamelijk tijdsgebrek, maar soms ook een gebrek aan competentie die steeds meer mensen aanzet tot de beslissing van het uitbesteden van diverse taken.

Kijken we naar het bedrijfsleven, dan neemt het fenomeen van de outsourcing echter meer spectaculaire proporties aan. Quasi alle functies die men in een organisatie kan onderscheiden, komen voor outsourcing in aanmerking. De vraag of dit een goede zaak is, hangt vaak af van het standpunt van waaruit men naar de feiten kijkt. Voor de uitbesteder zijn er ogenschijnlijk meer voordelen van uitbesteding te onderkennen dan voor hen die de functie die uitbesteed wordt vervullen. Nochtans zou ik vandaag eveneens willen benadrukken dat outsourcing ook positieve aspecten kan hebben voor deze laatsten.

Outsourcing kan worden gedefiniëerd als "de contractuele overdracht van een welbepaalde cluster van activiteiten naar een derde partij waarbij een aanzienlijk deel van de controle over de beslissingen over deze activiteiten of diensten wordt afgestaan aan deze derde partij". Daartegenover staat ‘insourcing’. Bij insourcing blijft een groot deel van de controle over de beslissingen bij de oorspronkelijke partij die haar activiteiten of diensten overdraagt. Meestal maakt men een meer praktisch onderscheid tussen out- en insourcing door te verwijzen naar het feit of de controle over de activiteiten buiten of binnen de organisatie wordt behouden.

slide 3 : welke vormen ?

Men kan vervolgens outsourcingcontracten als aankoopfenomeen verder gaan differentiëren naar de stijl en focus. De aankoopstijl varieert tussen twee uitersten.
Aan de ene kant zijn er de zuivere transacties die men afsluit: eenmalige contracten die reeds voldoende detail bezitten om als referentiedocument te dienen. Anderzijds zijn er aankopen van relationele aard te onderkennen die minder gedetailleerd zijn, maar waarbij beide partijen er van uitgaan langere tijd met elkaar zaken te doen.

Wat de focus betreft kan het input-aspect belangrijk zijn, en dan koopt de onderneming hardware, software of kennis in. Is men echter voornamelijk op output gefocused, dan verwacht de onderneming dat de leverancier vooraf gespecificeerde prestaties zal leveren.

Beide dimensies leveren ons een classificatieschema op dat u op de slide terug vindt.

Teruggrijpend naar onze eerdere definities zal u merken dat het insourcen zich eerder links van de 'zogenaamd neutrale' in-house positie bevindt en het outsourcen aan de rechterzijde. Met dit eenvoudige schema kan u alle vormen van uitbesteden positione-ren.
Als dusdanig hebben de dimensies praktische relevantie.

Met een buy-in strategie lossen organisaties tijdelijke noden in, zoals de aanwerving van programmeurs met specifieke expertise tijdens een project. Bij een contracting-out moet de leverancier in zijn totaliteit een resultaat aanreiken. Deze strategie is meest succesvol wanneer de onderneming haar noden kan definiëren in een waterdicht en volledig gedetailleerd contract.

Met een bevoorrechte leverancier worden relaties onderhouden om gebruik te kunnen maken van zijn expertise en faciliteiten. Bijvoorbeeld, een onderneming vraagt informatici aan een leverancier enkel op het moment dat ze er nood aan heeft. Op deze wijze bespaart de onderneming kostbare tijd om offertes aan te vragen. De leverancier, die optreedt voor meerdere opdrachtgevers, is verzekerd van een quasi-continue stroom van opdrachten. Met een bevoorrechte contract-out wil men - aan beide zijden - risico's beperken door gemeenschappelijke doelen na te streven.

De organisatie van de activiteiten die binnenshuis blijven is een cruciale taak, zelfs wanneer quasi 80% van de activiteiten is uitbesteed. Ondernemingen kunnen op lange termijn serieuze problemen ondervinden wanneer de volgende expertise niet meer binnenshuis aanwezig is:
* de expertise om de toestand van het eigen IT-potentieel in te schatten
* de expertise om de IT-noden zoals ze door het top-management worden ervaren te kunnen achterhalen
* en de expertise om op een geschikte wijze naar de markt gaan, offertes en contracten inzake de IT-sourcing te specificeren en de contracten op te volgen.

Nochtans stellen we meer en meer vast dat zelfs het opstellen van offertes wordt uitbesteed aan gespecialiseerde organisaties.


Slide 4 : welke IT-systemen ?

De volgende vraag die men bij overweging van outsourcing kan stellen is uiteraard de vraag: welke activiteiten komen voor outsourcing in aanmerking. Grosso modo vallen die voor de IT-functie uiteen in drie grote groepen: beheer, ontwikkeling en onderhoud van informatiesystemen. Meer specifiek gaat het dan over volgende activiteiten: PC-aankoop en onderhoud, training en ondersteuning, software-ontwikkeling, back-up systemen, telecommunicatienetwerken, software onderhoud, datacenter management, systeem architecturen.

Op welke wijze deze activiteiten zouden kunnen worden ge-outsourced hangt af van twee zaken: in welke mate zijn de activiteiten kritiek voor het succes van de organisatie en in welke mate worden de activiteiten gebruikt om zich te differentiëren van anderen. Voor kritieke differentiërende systemen wordt aangeraden om selectief een aantal activiteiten binnenshuis te behouden en andere uit te besteden onder de vorm van in- of outsourcing.

Men moet hierbij oppassen de kritieke differentiërende systemen niet al te snel te vereenzelvigen met gesofisticeerde high-tech-applicaties die geen enkele andere organisaties heeft. Een goed werkend financieel systeem met een degelijke informatietechnologische ondersteuning van de bv. de boekhouding en cash management is van onschatbare waarde voor onder andere onze Vlaamse overheid.

Slide 5 : welke contracten ?

De vorm die het contract tenslotte aanneemt kan eveneens variëren in functie van de specifieke noden van de organisatie. Voor welke contractvorm uiteindelijk gekozen wordt, hangt af van het antwoord op een aantal vragen. Enkele voorbeelden zijn de volgende:

* Willen we het product of de dienst in de verre toekomst nog zelf produceren?
* Kunnen we technologie of know-verkrijgen via licenties zodat we op continue basis verzekerd zijn van een zekere output?
* Kunnen we de dienst of het product al kant-en-klaar kopen en is dit houdbaar op langere termijn?
* Kunnen we gemeenschappelijk ontwikkelingsprojecten opzetten voor producten of diensten zodat we zeker zijn dat we het beste resultaat krijgen?

Het antwoord op deze vragen is relevant, maar een andere vraag blijft nog steeds onbeantwoord : waarom is dit alles nodig ? (Moeder,) waarom sourcen we ?

In grote lijnen kan dit als volgt beantwoord worden. Vele organisaties hebben onder economische druk hun diversifcatiestrategieën die populair waren in de jaren ‘70 en begin jaren ‘80 moeten opgeven om zich meer te focussen op kerncompetenties. Als gevolg daarvan kwam onmiddellijk de IT functie onder druk te staan. Topkaders beschouwen IT vaak als een niet-kern competentie (in welke ondernemingen zetelen IT-directeurs in de directieraad?). Men is veelal van oordeel dat IT leveranciers meer schaalvoordelen en technische expertise bezitten om IT-diensten te leveren.
Op basis van die redenering, expertise en kritische massa van de eigen IT-functie binnen de onderneming, worden leveranciers meestal dan ook beoordeeld zoals volgende slide aantoont (SLIDE). Te kleine IT-afdelingen met een middelmatige tot slechte expertise, daar wil men van af, dus wordt er ge-outsourced. Beschikt men daarentegen wel over een sterk bemand en professioneel kader dan kan dat enkel maar versterkt worden door bijkomende expertise in te sourcen.

Zonder hier in detail op in te gaan zijn er verschillende factoren die de outsourcing beslissing beïnvloeden. Deze factoren hebben zowel betrekking op zakelijke aspecten (zoals return on investment, competitieve voordelen door IT, strategische heroriëntatie van de activiteiten, ed.) als op meer technologische aspecten (uitbouw van een moderne IT-infrastructuur, upgrading van het informaticapersoneel, enzovoort)..

Outsourcing moet meer zijn dan kostenbesparend. Problemen lost men niet op door ze door te schuiven. Zo moeten slecht presterende entiteiten waarvoor outsourcing overwogen wordt, tegelijkertijd fundamenteel geanalyseerd en eventueel gere-engineered worden wat betreft hun interne processen. Ook de bestaansreden op zich van bepaalde functies moeten kunnen in vraag gesteld worden.

En hiermee komen we bij het volgende deel van uiteenzetting: wat betekent dit nu concreet voor de overheid, in casu de Vlaamse overheid ?

Slide 6 : OESO-tendensen

Overheden in OESO landen worden heden ten dage geconfronteerd met vragen die dwingend zijn en moeten beantwoord worden.

Er is een toenemende tendens waarneembeer tot loskoppeling of desaggregatie van overheidsorganisaties in kleinere onderdelen. We spreken dan van privatiseringen, verzelfstandiging en ook outsourcing. Hiermee samenhangend is er ook een trend naar decentralisatie van verantwoordelijkheden waarneembaar.

Ambtenaren worden verplicht hun administraties te managen zoals hun partners in de private sector. De overheidsmanager is daarbij aansprakelijkheid voor resultaten die door zijn administratie moeten bereikt worden. Door het afsluiten van persoonlijke contracten, zogenaamde prestatie-overeenkomsten, tussen bv. directeur-generaal en een bevoegde minister worden prikkels gegeven om een noodzakelijke mentaliteitswijziging door te voeren.

In deze overeenkomsten wordt niet enkel concreet omschreven welke outputs de overheidsmanager dient te leveren maar ook wat zijn verwachte bijdrage is aan ruimere maatschappelijke problematieken zoals bv. de mobiliteit, het milieu of de gezondheid.
Het vastleggen van de outputs of prestaties, en de beslissing waar en door wie ze zullen worden gerealiseerd, blijft de primaire bevoegdheid van de minister.

OESO-experten wijzen er op dat in vele landen de grootte van het overheidsapparaat, uitgedrukt in percentage van het BNP, te groot is. Ten tweede stellen zij dat kerntaken en niet-kerntaken van de overheid dringend herbekeken dienen te worden in die zin dat de diensten die de overheid momenteel zelf verzorgt eventueel ook in partnership met andere overheden en met de private sector kunnen worden uitgevoerd of zelfs in coproductie met de burger-klant.

Om tegemoet te komen aan deze bekommernissen moet elke overheid concreet nagaan hoe ze haar interne structuur en functioneren beter kan organiseren en financieren. De introductie van prestatiegerichte managementtechnieken zowel in de beleidsvoorbereiding, beleidsuitvoering als de beleidsevaluatie moeten hiertoe bijdragen.

Boeken zoals ‘Reinventing Government’ hameren op professioneel management, nadruk op outputs, expliciete standaarden en prestatiemaatstaven, ene grotere competitie tussen overheden en privé en bovenal het transfereren van managementprakijken uit de publieke sector. Christopher Pollit een Oxford academicus die momenteel een sabbatical leave heeft op de KU-Leuven wijst op de gevaren van deze opvattingen die hij onder het label 'new managerialism' categoriseert. De publieke sector heeft wel degelijk differentiële karakteristieken als de private sector. Wat de IT functie betreft stelt hij dat niet enkel de normen inzake rendabiliteit van informatiesystemen wel eens durven te verschillen, het zijn vooral de politieke en wettelijke kaders die maken dat het ontwikkelen en managen van IT in overheidsorganisaties een particuliere taak is. IT managers moeten onder een andere tijdshorizon werken dan hun collega's uit de private sector. Vaak zijn zij voor ontwikkelingsprojecten gebonden aan legislaturen.

Men kan zich ook vragen stellen in welke mate overheden wel het recht hebben om overheidstaken uit te besteden aan private organisaties. Verschillende auteurs wijzen op het gevaar van uitholling van de staat wanneer een aantal essentiële taken worden uitbesteed. Voorstanders van privatisering benadrukken efficiëntie, effectiviteit en klantentevredenheid als relevante criteria voor de selectie van de wijze van dienstverlening.

Er is echter een grote ‘maar’ : burgers zijn geen klanten. Klanten kiezen tussen producten, burgers hebben rechten en plichten en beslissen bovendien ook wat de overheid concreet moet doen met de ontvangen belastinggelden. De overheid heeft in het verleden vele taken op zich genomen, juist omdat de private sector ze niet kon of niet wilde op zich nemen. Hier botsen twee waarden met elkaar, met name rechtvaardigheid versus efficiëntie.

De organisatie van het overheidsapparaat en de mate waarin men daarin wil outsourcen hangt daarom strikt samen met de visie die een regering heeft op de wijze waarop zij haar overheidsapparaat wil organisaten. Landen zoals de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Australië en Nieuw-Zeeland steunen sterk op het marktprincipe. De private sector treedt in competitie met de overheid voor de uitvoering van essentiële overheidstaken, bv. het beheren van gevangenissen, hospitalen scholen, posterijen enz... .

Andere landen daarentegen steunen op andere fundamentele principes. Frankrijk is gebaseerd op een systeem van rechten. Als voorbeeld van de Latijnse traditie inzake overheidsmanagement zal het dan ook andere criteria hanteren bij outsourcing-beslissingen. België steunt eerder op een systeem van rechten en plichten. Het balanceert als dusdanig tussen verschillende alternatieve structureringswijzen.

In Vlaanderen opteert de Vlaamse regering voor ene meer marktgerichte aanpak, zonder evenwel fundamentele principes inzake rechtszekerheid van het overheidspersoneel te negeren. Toch merken we dat ook Vlaanderen meer en meer opschuift in de richting van het Angelsaksisch model met nadruk op een ‘competitive tendering en contracting’ van overheidsdiensten.

Het is hierbij uiteraard niet de bedoeling dat Vlaanderen een holle staat zou worden. Een aantal fundamentele vragen moeten we dan ook steeds voor ogen blijven houden. Deze vragen vormen ook de achtergrond voor de gevalstudie van de uitbesteding van het Kijk- en Luistergeld


3. DE OUTSOURCING VAN HET KIJK- LUISTERGELD

1. Het kijk- en luistergeld als financiële vergoeding voor een openbare dienst nl. radio en televisie

Het kijk- en luistergeld is bij iedereen bekend. Voor velen was het kijk- en luistergeld de tweede kennismaking met de fiscaliteit, na de ondertussen reeds verdwenen, fietsplaat. Toen de eerste spaarcenten aan een stereoketen werden besteed, diende tot voor de wet van 13 juli 1987, in de winkel een formulier voor het luistergeld ingevuld te worden.
Gelukkig kon vader of moeder dan wel als koper opgegeven worden zodat aan het luistergeld kon ontsnapt worden. Het Kijk- en Luistergeld is vergroeid met de medium radio en televisie. Beide zijn even oud. Radio en televisie maken was een taak die exclusief aan de overheid was voorbehouden. De financiering hiervan gebeurde door een specifieke belasting. Zo dateert de eerste wet van 20 juni 1930. In 1958, nauwelijks vijf jaar na de start van de openbare televisie, werd het luistergeld uitgebreid met het kijkgeld. Toen ook kleurentelevisie mogelijk werd begin jaren 70, werd een verhoogd bedrag voor een kleurentelevisie ingevoerd.

Het Kijk- en Luistergeld is geen louter Belgisch fenomeen. Het bestaat in de meeste Europese landen. In al deze landen was het de overheid die het initiatief nam om radio en televisie te maken. Radio en Televisie waren op het Europese Continent collectieve goederen waarvoor de Overheid moest zorgen.

In de volgende slide (SLIDE) kunt u vaststellen dat op Ijsland (heel kleine bevolking) en Oostenrijk na, België het hoogste kijk- en luistergeld heft van gans Europa.

In de Verenigde Staten waar radio en televisie steeds een privé-initiatief zijn geweest, bestaat geen Kijk- en Luistergeld. Ondertussen hebben ook in Europa radio en televisie hun statuut van collectief goed verloren. Het aantal commerciële zenders dat we ontmoeten bij het zappen, ligt hoger dan het aantal publieke omroepen. Het Kijk- en Luistergeld is dan ook verworden tot een gewone belasting. Er is geen rechtstreeks individueel aanwijsbare tegenprestatie van de overheid meer die evenredig is aan de betaalde som.

2. De eigen inning van het Kijk- en Luistergeld door de Vlaamse Gemeenschap

De inning van het Kijk- en Luistergeld werd in België toevertrouwd aan de Regie voor Telefoon en Telegrafie. Deze feitelijke toestand werd pas geregulariseerd bij Ministerieel Besluit van 31 december 1975.
De R.T.T. werd omgevormd tot “Belgacom” door de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. De Vlaamse Gemeenschap was niet echt ontevreden van de prestaties van Belgacom; maar echt tevreden was zij toch ook niet. De inningskosten vertoonden de neiging om continu boven de inflatie uit te stijgen. De geleverde informatie was schaars. Er bleven twijfels over de doeltreffendheid van de inning. De klantentevredenheid - belastingbetalers zijn immers ook klanten - was niet optimaal. Allemaal klachten die zo vaak geassocieerd worden met een overheidsorgaan.

Toen Belgacom, onder druk van de buitenlandse investeerders de beslissing nam om niet langer het kijk- en luistergeld te innen voor de Gemeenschappen, had men allicht gedacht dat de Gemeenschappen het bestaande personeel, de bestaande organisatie en de bestaande procedures zonder meer zouden overnemen - en zoals zo vaak bij de overheid gebeurt - zeer zachtjes aan wat zou moderniseren. Maar de Vlaamse overheid oordeelde er anders over. De Vlaamse regering nam, eind juli 1996, amper 11 maand geleden, de beslissing om de inning van het Kijk & Luistergeld uit te besteden. Deze beslissing werd genomen vanuit het oogpunt van efficiëntie. Niet minder, maar ook niet meer. Belastingen innen is eigenlijk geen kerntaak voor de Vlaamse overheid. De kerntaak van de overheid bestaat erin de samenleving te begeleiden op de weg naar een stabiele sociaal-economische groei. Daarvoor is geld nodig, dat is juist. Maar dat geld - de belastingen - is slechts een hulpmiddel om deze overheidsfunctie waar te maken. Dus is de eerste plicht van de overheid niet een belastingsadministratie uit te bouwen, maar om de belastinginning zo efficiënt mogelijk te organiseren.

Deels tegen de zin in van haar eigen administratie, besliste de Vlaamse overheid om het kijk- en luistergeld niet door de eigen administratie te laten innen, maar op zoek te gaan naar een privé-partner. De directe reden voor deze “outsourcing” was driedubbel. Binnen het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap was weinig know how aanwezig m.b.t. de inning van belastingen. Deze inning erbij nemen veronderstelde de uitbouw van een nieuwe structuur, die - zoals zo vaak gebeurt - dan meteen zijn eigen doelstellingen zou beginnen te volgen. Maar dat was niet de bedoeling van de Vlaamse Regering. Die was primair op zoek naar efficiëntie, doeltreffendheid en klantvriendelijkheid... elementen die weliswaar ook binnen een Ministerie kunnen uitgebouwd worden, maar er vaak langzamer tot stand komen.

Ten tweede was de informatica-omgeving van de Dienst Kijk- en Luistergeld zwaar verouderd. Er diende in elk geval een nieuwe toepassing voor de inning en invordering uitgewerkt te worden. Ook dit is een activiteit die aan een derde moet uitbesteed worden.

Ten derde wijken de personeelsstatuten van de Dienst Kijk- en Luistergeld en het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap zo sterk van elkaar af dat het quasi-onmogelijk was om de bestaande personeelsleden van de Dienst Kijk- en Luistergeld via de weg van geleidelijkheid te integreren binnen de bestaande structuur van de Vlaamse overheid.

Dit alles leidde tot de beslissing om de inning toe te vertrouwen aan een bedrijf, dat in staat was grote belastings-applicaties te schrijven op korte termijn, de noodzakelijke bedrijfsorganisatorische bekwaamheden in-huis had en kansen bood aan het bestaande personeel zich in een nieuwe bedrijfsomgeving en bedrijfscultuur te kunnen ontplooien.

Dit was geen makkelijke beslissing. Voor de inning van belastingen is outsourcing juridisch immers niet zo evident. Door de jaren heen is er een wetgeving en jurisprudentie gegroeid, waardoor een belasting, die terecht een prerogatief is van de wetgevende macht, quasi automatisch met een overheidstaak wordt geassocieerd. En zelfs al zou bedrijfslogica stellen dat het aangewezen is om taken over te dragen aan een contractant, de wetgeving primeert hoe dan ook.

Het recht holt wel voortdurend achter de feiten aan, maar men kan er niet omheen. De taken die de wetgevende macht uitdrukkelijk aan de uitvoerende macht delegeert, komen dus niet voor outsourcing in aanmerking. Daarom zullen de aanslag, de controle, de inning zelf en de dwanginvordering dan ook niet aan een derde kunnen worden toevertrouwd. Maar wat wel kan, is deze taken limitatief te bekijken en de ondersteunende en administratieve taken, die wel door een derde kunnen waargenomen worden, binnen de wettelijke grenzen, maximaal te omschrijven. Dat is wat de Vlaamse Regering heeft gedaan : de ondersteunende taken werden zo ruim mogelijk omschreven in het bestek.

Voor deze taken diende de inschrijver bereid te zijn een resultaatsverbintenis of prestatieovereenkomst te onderschrijven. Want al is de toegevoegde waarde van de contractant relatief beperkt, ca. 500 mln F. /per jaar, de schade, die de Vlaamse Gemeenschap kan oplopen indien de contractant zijn verplichtingen niet of relatief slecht nakomt, zijn veel groter en lopen op tot 15 mld F. per jaar, dertig maal groter dan de contractwaarde. De klassieke boete, die erin bestaat een deel van de vergoeding in te houden, had dan ook geen zin. Dus moesten er strikte prestatieverbintenissen worden opgelegd, met draconische strafbepalingen als deze prestaties niet behaald worden.

Het vervolg kent iedereen. Op basis van de resultaten van harde concurrentie en al even harde onderhandelingen besliste de Vlaamse regering op 28 januari 1997, exact vijf maand na haar princiepsbeslissing om de inning te outsourcen, het contract voor een periode van 5 jaar toe te wijzen aan Cipal.

Gedurende een eerste periode van twee jaar zal de Vlaamse Gemeenschap het bestaande personeel van de Dienst Kijk- en Luistergeld “huren” van de Belgische Staat en deze personeelsleden aan Cipal ter beschikking stellen. Vanaf het derde tot en met het vijfde jaar draagt Cipal de volledige verantwoordelijkheid en moet ze zelf instaan voor de aanwerving en betaling van het personeel.

Het is uiteraard nog te vroeg om het echte resultaat van deze operatie te kunnen beoordelen. Toch spreken enkele cijfers nu reeds voor zich. Aan Belgacom diende de Vlaamse Gemeenschap in 1995 ongeveer 435,6 miljoen BEF (excl. BTW) te betalen voor de inning. Het jaar 1999 is eerste jaar dat de volledige lasten door Cipal dienen gedragen te worden. Daarbij werd met Cipal een vast bedrag overeengekomen van 346,9 miljoen BEF of zo’n 90 miljoen minder. Bovendien stegen de bedragen van Belgacom jaarlijks met om en bij de 4%. In het contract met Cipal wordt enkel de personeelskost jaarlijks geïndexeerd volgens het regime dat van toepassing is voor de personeelsleden die in openbare dienst werken. De volgende slide geeft de vergelijking tussen Cipal en Belgacom aan :



Daarenboven investeert de Vlaamse Gemeenschap in een eigentijdse IT-toepassing voor de inning van belastingen. De toepassing kan - in een latere fase - ook voor andere belastingen worden gebruikt.

U zult ongetwijfeld ook reeds gemerkt hebben dat ook de strijd tegen het zwartkijken één van de elementen is van het outsourcingscontract. Cipal kreeg op de opdracht mee om anti-fraude technieken te ontwikkelen en een mediacampagne te organiseren. In het kader van de fraudebestrijding slaagde Cipal erin met de hulp van het media-advies bureau MERS de ontduiking in Vlaanderen in kaart te brengen. Ik geef hier als voorbeeld Vlaams-Brabant (SLIDE).


De voertuigen van de controleteams werden uitgerust met een on-line verbinding met de centrale computer in Aalst. Er kan dus onmiddellijk worden vastgesteld wie betaalt en wie niet betaalt. De combinatie van de kaarten en de moderne communicatie-apparatuur maakt een doelgerichte controle mogelijk. De gemeenten met de hoogste fraudepercentages zullen eerst gecontroleerd worden. Binnen deze gemeenten kan verder gedifferentieerd worden naar de straten met de meeste ontduiking. Deze controles zijn momenteel aan de gang en zullen in de komende maanden worden opgevoerd.

Zoals u ongetwijfeld weet, loopt momenteel loopt ook een mediacampagne. In een eerste fase werd een mediamix samengesteld uit een televisiespot op de BRTN, advertenties in de dag- en weekbladen, folders en affichettes. Deze middelen zijn er in de eerste plaats op gericht de belastingplichtige te informeren en degenen die nog niet betalen aan te zetten om te betalen. Aanmelden kan via een centraal telefoonnummer. Moesten er onder u zijn die tot hiertoe “vergeten” zijn te betalen, die kunnen bellen naar het nummer : 0900-10203.



Ik wil nog wel eens benadrukken dat er geen sprake is van een formele amnestie. Wie tijdens een controle tegen de lamp loopt, betaalt de normale boete. Ook de volgende jaren zal verder gewerkt worden aan de verfijning van de controlemethoden. Er wordt naar gestreefd om de doelgerichtheid van de controle zo groot mogelijk te maken.

4) HISTORISCHE VERGISSING OF WERELDPRIMEUR ?

Ik denk dat ik mag stellen dat de outsourcing van het Kijk- en Luistergeld een succes mag genoemd worden. We zijn er in geslaagd om op zeer korte tijd nl. nu ongeveer een jaar, de dienst te outsourcen, de continuïteit werd verzekerd nl. op 1 oktober lag voor sommigen het aanslagbiljet in de bus, hetwelke nu verstuurd was door Cipal en niet meer door Belgacom; de strijd tegen de ontduiking werd beloftevol ingezet.

Met het oog op de uitvoering van de motie van het Vlaamse Parlement m.b.t. de fiscale autonomie en dan in bijzonderheid m.b.t. de inning van de eigen gewestbelastingen, wens ik binnen de Vlaamse regering concreet overleg te plegen over de mogelijkheden tot een verderschrijdende uitbesteding van de inning van Vlaamse belastingen. Zeker wanneer in een volgende staatshervorming opnieuw belangrijke delen overgeheveld worden naar de Gewesten en Gemeenschappen en mogelijk zelfs volledig nieuwe belastingscategoriën, moeten wij durven denken, hoe wij de belastinginning optimaal kunnen organiseren. Een doorgedreven informatisering, wellicht in een autonome entiteit, die aan de concurrentie moet onderworpen zijn, is wellicht een sleutelfactor in het welslagen van deze operatie. Of het helemaal op dezelfde manier moet georganiseerd worden, valt nog te bekijken. Elke belasting heeft zijn of haar kenmerken. Klakkeloos kopiëren, is steeds gevaarlijk. Zo zal er, wat bij het Kijk- en Luistergeld niet mogelijk was, moeten gestart worden met de vereenvoudiging van de belasting zelf. Het aantal vrijstellingen, verminderingen en uitzonderingen moet worden teruggedrongen of verleend worden op basis van objectieve criteria. Ik denk aan leeftijd, aantal kinderen, ... Vanuit deze vereenvoudigde belastingsstructuur moet dan gezocht worden naar de meest optimale oplossing. Hierbij moet rekening gehouden worden met alle elementen. Bij het Kijk- en Luistergeld wezen deze in de richting van outsourcing. Maar geen enkele techniek is zaligmakend op zich, ook outsourcing niet.

De Vlaamse overheid heeft opnieuw aangeknoopt bij een praktijk van voor de Franse revolutie nl. de outsourcing van belangstingsontvangsten. Deze praktijk gaat terug op de oudheid, denken we maar aan het Bijbelse verhaal van de tollenaar. Een historische vergissing was deze terugkeer naar de geschiedenis zeker niet. De outsourcing van het Kijk- en Luistergeld was een succes. De resultaten van de eerste eigen inning van de belastingen zijn positief. Het Vlaamse Parlement en de Vlaamse regering hebben beslist om op deze weg verder te gaan. Outsourcing zal hierbij een middel zijn, maar is geen doel op zich.

Ik dank u.
TESSENS Lucas - Media Expert Research System (MERS)
Beknopte historiek van de Standaardgroep (1914-1994) en Het Volk (1891-1994)
Edited: 199411100901


DE STANDAARD

Op 2.5.1914 wordt de NV De Standaard opgericht. Wegens WO I kan het eerste nummer van De Standaard slechts op 4.12.1918 verschijnen. Op 28.7.1919 koopt De Standaard een gebouw aan de E. Jacqmainlaan te Brussel. Vanaf 11.7.1921 laat de uitgeverij te Antwerpen het dagblad 'De Morgenpost' (1921-1940) verschijnen. In 1924 koopt de NV De Standaard de SA Imprimerie Nationale, omgedoopt tot NV Periodica. In 1927 verwerft Gustaaf Sap de meerderheid van de aandelen van de NV De Standaard n.a.v. een kapitaalsverhoging. In 1929 start men met de polulaire editie 'Het Nieuwsblad'. In datzelfde jaar wordt Sap volledig meester van NV De Standaard. In 1937 slorpt Het Nieuwsblad 'Sportwereld' op. In 1940 overlijdt Gustaaf Sap en tijdens WO II verschijnen de kranten van de groep niet. Na het lichten van het sekwester op Periodica kan 'De Nieuwe Standaard' opnieuw verschijnen op 10.11.1944 maar ditmaal onder verantwoordelijkheid van een groep mensen rond Tony Herbert . In 1947 slagen de erven Sap erin de controle terug te krijgen en op 1 mei 1947 verschijnt 'De Standaard' opnieuw. De schoonzoon van Gustaaf Sap, Albert De Smaele, neemt de leiding op zich. In 1957 slorpt 'De Standaard' 'Het Nieuws van den Dag' en 't Vrije Volksblad' op. In mei 1957 verwerft de Standaardgroep 'Het Handelsblad' (8.12.1844-1979) uit Antwerpen. In 1962 koopt de groep de dagbladen 'De Gentenaar' (1879-heden) en 'De Landwacht' (1890-1979) op en schakelt de inhoud van 'Het Handelsblad' gelijk met die van 'Het Nieuwsblad'. In 1966 laat men twee titels vallen : 'Het Nieuws van den Dag' en 't Vrije Volksblad', subtitels geworden van 'Het Nieuwsblad'. In 1969 richten NV De Standaard en NV De Vlijt op paritaire basis de NV Perexma op die het tv-blad 'TV-Ekspres' zal gaan uitgeven. Tegelijk verwerft De Standaard de exploitatierechten op het weekblad ZIE van De Vlijt. Vanaf 1970 gaat de groep zich echt interesseren voor haar inmiddels uitgebouwde aktiviteiten in Frankrijk. In 1972 neemt de NV Periodica twee drukkerijen over van de groep Lambert. In 1974 en daarna gooit de Standaardgroep zich op de touroperator-sektor. In 1975 richten De Vlijt, Concentra en De Standaard samen de Groep I Dagbladen NV op; de samenwerking tussen deze drie voor de gezamelijke acquisitie van nationale themareklame bestond al van in 1968. In 1975 komt de dépistage-dienst van de Rechtbank van Koophandel te Brussel zware financiële moeilijkheden van de Standaardgroep op het spoor. De ministerraad van de regering Tindemans bespreekt de moeilijkheden van drukkerij Periodica en de Standaardgroep op volgende vergaderingen: 5, 12 en 15 december 1975, 27 februari, 5 maart en 14 juni 1976. PDG De Smaele slaat de raad van zijn invloedrijke en uitstekend geïnformeerde hoofdredacteur, dhr Manu Ruys, om de gezonde kranten uit het concern te lichten voor het te laat is, in de wind. Op 19 mei 1976 wordt de NV Periodica, grootste drukkerij van de groep, ambtshalve in faling verklaard. De rest van de groep wordt meegesleurd in dé mega-faling van de Belgische pers. Na mislukte concordataire plannen van de aandeelhouders, politieke interventies, nachtelijke beraadslagingen, komt dhr André Leysen met een reddingsplan. Hij slaagt erin een waterdicht schot te slaan tussen de gefailleerde vennootschappen en de toekomst van de dagbladen, waarvan hij - weliswaar na een justitiële procedure over de waardebepaling - de titels voor 52 miljoen van de curatoren kan kopen. De weekbladen-poot van de groep gaat grotendeels over in de handen van de zgn. groep Maertens-Van Thillo-Brébart. De sociale kost van het faillissement is enorm hoog : meer dan duizend werknemers staan op straat. Voor de dagbladen wordt de oplossing op 26.6.1976 gevonden en op 29 juni 1976 verschijnen ze onder verantwoordelijkheid van de NV Vlaamse Uitgeversmaatschappij - afgekort VUM - een vennootschap met een kapitaal van 120 miljoen BEF. De aandeelhouders situeerden zich in de Antwerpse zakenwereld en de scheepvaart. De stroomopwaartse bindingen van de redders van de Standaardgroep stonden toen niet ter discussie. Reeds in 1977 is de VUM winstgevend en dat niettegenstaande de voortdurende weigering van VUM om de directe perssteun te aanvaarden. Op 15.2.1979 laat de VUM Het Handelsblad verdwijnen. In 1979 laat de VUM, als eerste een onderzoek doen dat gaat in de richting van redactionele marketing. Op 30.5.1979 wordt beslist om zowel de maatschappelijke zetel als de administratieve zetel van de VUM over te plaatsen van Antwerpen naar Groot-Bijgaarden. In 1980 trekt de VUM zich terug uit de publicitaire pool Groep I Dagbladen. In 1981 boekt de VUM een rekordwinst van 87 miljoen BEF. Vanaf 1982 begint VUM met een nieuw opmaaksysteem voor de kranten. In 1982 staat dhr Verdeyen, directeur-generaal, aan de wieg van Mediatel, een onderzoekscel van de BVDU, die moet speuren naar de nieuwe mogelijkheden van electronic publishing voor dagbladen. In oktober 1982 verklaart de VUM niet meer mee te willen zoeken met de andere uitgevers naar mogelijkheden voor commerciële tv in Vlaanderen. Op 26.5.1982 beslist de buitengewone algemene vergadering van de VUM bij eenparigheid van stemmen om het kapitaal terug te brengen van 200 miljoen tot 100 miljoen BEF. In juni 1984 sticht VUM samen met Het Belang van Limburg, de Financieel Ekonomische Tijd, Electrafina en Gevaert de vennootschap Onafhankelijke Televisie Vlaanderen. De rest van de Vlaamse pers sticht een CV Vlaamse Media Maatschappij, eveneens erop gericht om in Vlaanderen een commercieel station op te zetten. In 1984 brengt dhr André Leysen een boek uit waarin hij, sprekend over de winstcapaciteit van de VUM, stelt : "We stellen nu vast dat de belasting die we op onze winst betalen, ongeveer overeenkomt met de overheidssteun aan de Vlaamse pers. We voelen ons dan ook de weldoeners van de andere kranten." Die arrogantie zet veel kwaad bloed bij de collegae-uitgevers. Op 20.9.1984 start de VUM, via haar dochter Infotex, met een tabloïd volksdagblad '24 uur' dat echter reeds op 26.10.1984 haar uitgave moet staken; het dagblad werd zwaar geboycot door de dagbladverkopers die het niet namen dat het dagblad ook buiten hun circuit gedistribueerd werd. Op 4.11.1985 beslist OTV bij monde van DG Verdeyen om niet meer deel te nemen aan de zgn. Astoria-gesprekken (de gesprekken tussen de Vaste Commissie van de BRT en VMM en OTV met als thema de overdracht van het tweede BRT-net aan de uitgevers); OTV is van mening dat alleen een volledige privatisering van dat net een volwaardig alternatief is voor een commercieel net. Tussen OTV en VMM komt het uiteindelijk ook niet tot een akkoord om samen zo'n commercieel TV-station op te zetten; ook politieke druk brengt geen aarde aan de dijk. Op 11.7.1986 verpreidt het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond te Leuven een strooibiljet met daarop de kop van De Standaard en de tekst "Alles voor Leysen, Leysen voor RTL. Leysen toont de weg. VUM - GBL - Frère - Generale - RTL", daarmee doelend op die stroomopwaartse binding. Op 17.10.1986 creëert de VUM winstbewijzen voor het personeel en wil het daarmee belonen voor hun bijdrage tot het resultaat van de onderneming. In 1987 schrijft dhr Leysen in een boek : "We hebben ook een tijdlang in commerciële tv geloofd, maar onze ambities op dat vlak zijn nu merkelijk afgekoeld". De VUM is er dan ook niet bij wanneer op 27.10.1987 VTM wordt opgericht. Concentra, met het Belang van Limburg, had zich tevoren losgemaakt van OTV en de overstap gedaan naar VMM en participeerde zodoende wél in het tv-station. In juli 1988 verlaat dhr Piet Antierens, commercieel direkteur van de VUM, de vennootschap om dezelfde funktie te gaan waarnemen bij de nog op te starten VTM. Op 15.3.1990 verkoopt VUM de belangrijkste produkten en aktiviteiten van de NV Sydes en de NV Infotex aan Delaware Computing NV; het personeel wordt door deze laatste overgenomen. In juni 1990 beslissen BRTN en VUM om samen een publiciteitsregie op te richten voor radioreklame, de VAR. In juli 1990 koopt de VUM het tweetalige blad voor kaderleden 'Intermediair/Intermédiaire' over van Diligentia Business Press. In december 1990 zegt VTM-Voorzitter J. Merckx over een toetreding van de VUM tot de VTM : "VTM est une maison close, mais pas un bordel". In 1991 weigert de VUM haar medewerking aan een sectoriële doorlichting van de pers door Ernst & Young, uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse economie-minister De Batselier. Op 14.11.1991, in een interview in Humo zegt dhr Leysen : "Ik heb me vergist inzake het commercile succes van VTM op korte termijn. Maar ik ben nog altijd blij met onze beslissing omdat De Standaard het boegbeeld zou geworden zijn van die VTM, en ik vreesde dat het cultureel niveau zo laag zou zijn, dat ik niet graag had dat de Standaard-lezer daarmee verbonden werd. En dat gevoel heb ik nog altijd : de programma's zijn niet bijzonder hoogstaand. En ik zou ook vandaag niet participeren." Op 17.3.1992 antwoordt dhr Leysen, in een vraaggesprek met de lezers van De Standaard, op de vraag of onze cultuur in een Europees verband niet in de verdrukking dreigt te komen : "De vervlakking van de Vlaamse cultuur vindt niet zozeer plaats door Engelse of Franse invloeden, als wel door de VTM." Op 20.5.1992 deelt de VUM via haar dagblad De Standaard mee dat, voor de eerste keer in haar geschiedenis, haar omzet gedaald was (-3,61 % in 1991 tegenover 1990). Volgens een mededeling van VUM (DS, 5.6.1993) bedroeg de nettowinst over 1992 148 miljoen tegen 110 miljoen over 1991; de omzet zou gestegen zijn tot 3,74 miljard; terwijl de verkochte oplage van Het Nieuwsblad en De Gentenaar, de populaire bladen van de VUM, daalde, steeg de verspreiding van De Standaard met 1,7 procent in 1992; VUM betaalde over het exploitatiejaar 1992 111 miljoen frank belastingen; het bedrijf investeerde in een derde moderne Wifag-pers. Op 29.1.1993 lanceert VUM Standaard-magazine, een gratis bijlage op vrijdag bij De Standaard. Standaard Magazine wordt gedrukt op de persen van Concentra (Belang van Limburg). Wellicht door deze gratis bijlage steeg de verkochte oplage van De Standaard over de eerste vier maanden van 1993 met 5.000 ex. tot 76.000 ex., aldus een mededeling van VUM. Voor de tweede helft 1993 kondigde de VUM een weekbladinitiatief maar op 3 juli 1993 wordt dit project afgeblazen omdat het bedrijfseconomisch niet haalbaar zou zijn. Verder wordt er in 1993 een vierde Wifag-pers geïnstalleerd (in gebruik sinds juli 1993) en investeert men 250 miljoen in electronische pagina-opmaak. Op 1 oktober 1993 verhoogt De Standaard zijn losse verkoopprijs van 25 naar 28 frank terwijl Het Nieuwsblad en De Gentenaar van 25 naar 26 frank stijgen. De Standaard doet daarmee 3 zaken : het bevestigt zijn karakter van elitekrant, doorbreekt het sinds WO II bestaande prijskartel van de dagbladen en rekent op de inelasticiteit van de vraag naar kranten (zie ook de grafiek betreffende de evolutie van de dagbladprijs sinds 1947 in de bijlagen). De vennootschap raakt eind 1993 betrokken bij de alliantie 'Mediabel' (Nynex-USA, Déficom, Roularta, VUM) die de uitgave van de 'Gouden Gids' wilde gaan realiseren maar uiteindelijk besliste Belgacom de uitgave in eigen beheer te nemen. In februari 1994 komt De Standaardgroep met de Het Volk tot een akkoord om een gezamenlijke reklameregie - 'Scripta Plus' (later omgedoopt tot Scripta) - uit te bouwen tegen het najaar. De VUM neemt een aandeel van 50 % voor zijn rekening. Ook Concentra en Roularta Media Group (RMG) sluiten aan en het aandeel van ieder wordt op 25 % gebracht. Daarmee is, na de totstandkoming van 'Full Page', een tweede grote dagbladregie gecreëerd. Op 5 maart 1994 lanceert 'Het Nieuwsblad' een vaste weekendbijlage 'Zaterdag' (16 blz. tabloïd-formaat, life-style en culturele onderwerpen). Op 4 mei 1994 bevestigt Directeur-Generaal Verdeyen dat er gesprekken over samenwerking aan de gang zijn met SBS, de groep die een commercieel tv-net, naast VTM, wil opstarten in Vlaanderen (zie verder); toch draagt de mogelijkheid van reklame op de BRTN-tv de voorkeur van VUM weg; een participatie van VUM in VTM zou niet meer actueel zijn, aldus de DG. Eind mei 1994 treedt de Concentra-groep met Het Belang van Limburg toe tot de regie Scripta Plus. Tijdens de zomervakantie biedt de VUM Het Nieuwsblad aan de Belgische kust aan tegen een prijs van 15 BEF . Eind augustus 1994 treedt de VUM, in samenspraak met de Roularta-groep, op in de overnamegesprekken voor Het Volk. Ook De Persgroep en De Vlijt waren in de running. Op 4.11.1994 neemt de VUM de NV Drukkerij Het Volk over. In een aantal perscommentaren werd gesteld dat er politieke tussenkomsten waren gevraagd door VUM om Het Volk te kunnen inkopen. In een opiniestuk in De Standaard van 10 november 1994 reageert dhr Leysen, VUM-Voorzitter, hierop als volgt, en wij citeren : "Wij kregen de voorkeur omdat we een betere offerte deden, ook wat de tewerkstelling in Oost-Vlaanderen betreft. Dura veritas, sed veritas." In hetzelfde artikel herneemt dhr Leysen zijn stelling uit 1984 betreffende perssteun en belastingen : "Wij hebben als enige dagbladgroep nooit subsidies aanvaard en hebben meer belasting betaald dan alle andere dagbladgroepen samen, de Belgische weekbladgroepen waarschijnlijk incluis." Prosperitate rerum in vanitatem uti!
(...)
Vanaf 30 september 1999 verdwijnt het AVV-VVK-symbool van de front(sic!)pagina.

(...)
In 2005 lanceert VUM een pulpdagblad onder de titel 'Espresso'. Het blad wordt weldra van de markt gehaald.





HET VOLK
Het Volk is steeds het dagblad in de handen van de Christelijke Arbeidersbeweging geweest en werd gesticht in 1891. In 1928 neemt Het Volk het Brusselse 'De Tijd' over. Na WO II wordt Het Volk geherkapitaliseerd door Adolf Peeters, een Mechels handelaar die zich in 1950 terugtrekt; zijn inbreng wordt vervangen door een lening bij de BAC. Op 9.8.1950 wordt de rotatie geteisterd door brand maar kan blijven verschijnen door hulp van 'De Gentenaar'. Vanaf midden september 1950 wordt 'De Nieuwe Gids' (met het kopblad 'De Antwerpse Gids') gedrukt op de persen van Het Volk. In juni 1951 lanceert Het Volk in Kongo het weekblad "De Week", gedrukt op de persen van "Le Courrier d'Afrique"; De Week is het eerste en enige Vlaamse weekblad in Kongo. Op 1.3.1952 lanceert Het Volk het weekblad 'Zondagsblad'. Op 29.4.1962 lanceert Het Volk 'Spectator'. Op 15.11.1983 brengt de uitgeverij het populair-wetenschappelijk maandblad 'EOS' op de markt. Op 2.3.1985 wordt bij Het Volk een nieuwe coldset rotatie (Colorman) in gebruik genomen en wordt het tabloid-formaat verlaten voor het Belgisch formaat. In augustus 1985 verlaat dhr Van Tongerloo, directeur-generaal, het bedrijf om als directeur-generaal in dienst te treden bij De Vlijt. Hoe raar het ook mag klinken: de overstap van Van Tongerloo was bedisseld door Jan Merckx en werd aan de goedkeuring van o.a. Het Laatste Nieuws voorgelegd tijdens een diner in restaurant 'L'Oasis' te Brussel. In 1986 treedt dhr Antoon Van Melkebeek in dienst als directeur-generaal. Als op 28.10.1987 VTM wordt opgericht participeert NV Drukkerij Het Volk voor 11,11 % in het kapitaal. In februari 1989 komt de uitgeverij met 'TV-Gids' op de markt, een rechtstreekse concurrent voor 'TeVe-Blad' van Perexma. In 1990 voert Het Volk het Electronisch Redactioneel Systeem (ERS) in. In juni 1991 verlaat dhr Antoon Van Melkebeek de uitgeverij. Hij wordt tijdelijk vervangen door een driemanschap bestaande uit de verantwoordelijke van de technische directie (dhr De Geeter), van de redactie (dhr E. Van Den Bergh) en van de administratie (dhr Vandenbussche). Per 16.1.1992 komt dhr Elmar Korntheuer (°1942), voorheen management consultant, in dienst als directeur-generaal en werkt samen met de Direktieraad een strategisch plan uit voor 1992-1996. Dit plan wordt op 25.9.1992 unaniem goedgekeurd door de veelkoppige Raad van Bestuur. Het doel is de oplagedaling om te buigen en de bedrijfsexploitatie opnieuw rendabel te maken; men zal zich concentreren op uitgeven (Het Volk, De Nieuwe Gids, Zondagsblad, TV-Gids, EOS, Jommeke-strips) en drukken in rotatie-offset terwijl andere aktiviteiten die niet tot de core-business behoren zullen worden afgebouwd (8 boekhandels, boekendistributie/grossierderij en de distributie van tijdschriften voor derden). Op 1.7.1992 komt Mevr. M. Moonen (ex-VUM) in dienst als commercieel direkteur. Per 1.1.1993 neemt dhr Karel Anthierens, voordien hoofdredacteur van het weekblad 'Panorama/De Post', de hoofdredactie van Het Volk op zich. Vanaf 16.3.1993 worden de lay-out (Phill Nesbitt, USA) en de redactionele formule van Het Volk gewijzigd. Een en ander gaat gepaard met een dure promotiecampagne die zijn sporen nalaat in de exploitatierekening. In de opmaak is er een belangrijke evolutie : de pagina's komen full-page uit de computer. Voor de drukkerij worden ook in 1992/93 grote investeringen gedaan ter vervanging van de 32 p. heatset rotatiepers. In 1992 werden op het industrieterrein van Erpe-Mere gebouwen aangekocht en wordt er een nieuwe heatset rotatie geïnstalleerd die in november 1993 operationeel werd. Bijkomende investeringen : encartagesysteem voor publicitaire folders, aanpassing van de verzendingszaal en informatisering. Totaal investeringsbedrag 1992-1994 : 850 miljoen BEF geprogrammeerd, 900 miljoen BEF geïnvesteerd. Tegen eind 1993 moest een personeelsinkrimping van 600 naar 550 gerealiseerd zijn (115 afvloeiïngen, waarvan 2/3 door brugpensioen en 65 aanwervingen voor voornamelijk nieuwe funkties). Tijdens het tweede trimester van 1993 neemt Het Volk deel aan de herschikking van de VTM-aandelen in het kader van de oprichting van de Vlaamse Media Holding (VMH). Dit komt per saldo neer op een desinvestering in VTM (van 11,11 % naar onrechtstreeks 7,8 %) hetgeen de financiële struktuur van de uitgeverij ten goede komt (al is die nooit slecht geweest en bleef de solvabiliteit altijd op een meer dan behoorlijk peil) en haar zware investeringen helpt te financieren.

uittreksel uit 'De Vlaamse Media. Een sector in de stroomversnelling' (1994)
Enkele aanvullingen betreffende de vergaderingen van de ministerraad (20180110)
TESSENS Lucas
Electrabel in Belgisch verband
Edited: 199007100962
Electrabel - op 10 juli 1990 ontstaan uit de versmelting van EBES (1905), UNERG (1901) en INTERCOM (1976) - voorziet in 94 % van de electriciteitsproductie in België. De vennoot¬schap dekt 87 % van het elektriciteitsverbruik, door rechtstreekse levering aan de industrie of door distributie via de gemeenten die behoren tot gemengde intercommuna¬les. De gemengde intercommu¬nales waarmee Electra¬bel is geassocieerd staan in voor 92 % van de aardgasdistribu¬tie en verzekeren op nationaal vlak de dienstverlening aan meer dan 51 % van de klanten aangeslo¬ten op teledis¬tribu¬tie. De associatie met de intercommunales brengt met zich mee dat het resultaat van Electrabel beïnvloed wordt door de resultaten van eerstgenoemde. In de consolidatie past Electrabel voor haar belang in de intercommunales bijgevolg de equivalentieberekening toe en betaalt belastingen op het dividend dat zij als privé-partner ontvangt vanuit de intercommunales (330 miljoen BEF in 1990; 465 miljoen BEF in 1991; 574 miljoen BEF in 1992; 596 miljoen BEF in 1993). Het geconsolideerd resultaat kwam in 1990 na belastingen neer op 23.836 MBEF, in 1991 was dit 22.506 MBEF, in 1992 24.982 MBEF en in 1993 25.837 MBEF.

Eind 1993 stelde Electrabel 16.193 personen (14.436 mannen en 1.757 vrouwen) tewerk waarvan 1.535 kaderleden en directie.

Bron: LT, De Vlaamse Media (1994)
TESSENS Lucas Lic.
Etherreklame en Weekbladpers, in: De Pers-La Presse, nr 108, juni 1981 [zoekhulp: etherreclame]
Edited: 19810008
Harde afwijzing van de geplande introductie van reclame op BRT en RTBF (rooms-rode regering Mark Eyskens). Vergelijking met de Nederlandse situatie (STER). Becijferde gevolgen van de concurrentie van RTL, dat via de kabelmaatschappijen een illegale toegang had gekregen tot de gezinnen in Wallonië en Brussel. Wegzuigingseffect op de reclamemarkt. Belang van kleurentelevisie in de concurrentiestrijd. Noot Lucas Tessens: Noteer dat vanaf 1984 de weekbladuitgevers - hierin schoorvoetend gevolgd door de dagbladuitgevers - een andere strategie kozen: zelf een commerciële zender uitbaten om het wegzuigingseffect onder controle te kunnen houden en TV-reclame 'in geleidelijkheid' in te voeren (gefaseerd opvoeren van reclametijd). Het financieel plan van de VMM hield uitdrukkelijk rekening met die geleidelijkheid. Na een intensieve lobbying van 7 jaar (gericht op wets- en decreetwijzigingen), dom overleg met de BRTN om hun tweede net in te palmen en intern geruzie over de verdeling van het aandelenkapitaal, kon VTM in februari 1989 van start gaan. De uitgevers slaagden er ook in om goedkope leningen met staatswaarborg in de wacht te slepen. Maar de uitgevers hebben toen voor het 'snelle geld' van de TV-reklame gekozen en zo zelf het verdwijnen van weekbladtitels of opslorping in de hand gewerkt. VTM werd zo een wapen om binnen de weekbladpers de concurrentiestrijd op te voeren en de zwakkeren uit te schakelen of over te nemen. De mediaconcentratie op volle toeren.

14 juni 1976: ministerraad bespreekt krediet aan Standaardgroep
Edited: 197606141165
De Standaard .
De h. TINDEMANS signaleer t da t vandaag het gerech t
definitie f uitspraa k za l doen i n verband met het faillisse -
ment van de N.V. "De Standaard " nadat het reed s verlede n week
h e t verze t verworpen had tegen he t vonni s waarbi j "Periodica "
i n faillie t werd verklaard .
Op di t ogenbli k wordt gezoch t naa r een oplossin g om
althan s de kran t t e redden en hi j vraa g o f de Raad akkoor d
z ou gaan, wanneer hiervoo r een nieuwe maatschappi j zou opgerich
t worden, dat de arbeider s van de than s bestaande maatschappije
n eventuee l de bijzonder e vergoedin g kunnen ont -
vangen bi j sluitin g van ondernemingen, en anderzijd s o f
Staatswaarbor g mag gegeven worden aan een lenin g van de
N.M.K.N. i n de verhoudin g van 1,5 lenin g tege n 1 eige n ver s
kapitaal .
Na gedachtenwisselin g betuig t de Raad zij n instemming .

Bron: verslagen ministerraad
Dhoore brengt dossier Periodica (Standaardgroep) naar voor in Ministerraad - we vernemen dat de NMKN in juni 1975 een verslag had opgemaakt
Edited: 197602270961
STREEKECONOMIE - Groep De Standaard - Periodica .
De h. DHOORE, Staatssecretari s voor Streekeconomie ,
herinner t eraa n dat op 15 december 1975 de Raad een beslissin g
had getroffe n om steu n t e verlene n aan deze groep. E r i s nu
discussi e ontstaa n i n verban d met de voorwaarde di e voorza g
d a t de "eige n middelen " met 100 miljoe n moesten worden ver -
hoogd. De groep heef t hierui t afgelei d dat het voldoend e was
een lenin g om t e zette n i n eige n kapitaal , dan wanneer het de
bedoelin g was de verplichtin g op t e legge n het kapitaa l t e
verhogen door inbren g van ver s geld .
Anderzijd s signaleer t hi j da t de Nationale Maatschappij voor krediet aan de nijverheid een uitvoerig verslag heeft
opgemaakt van de toestand eind juni 1975. Hi j heef t nu gevraag
d di t versla g t e actualisere n en hi j za l deze gegevens
maandag ontvangen. Hi j i s wel berei d eventuee l de enge inter -
pretati e t e aanvaarden op voorwaarde da t de Staa t geen a l t e
groo t risic o neemt bi j he t verlene n van de Staatswaarbor g voo r
de lenin g van 150 miljoen , maar hi j i s van oordee l da t hi j
daarom eers t kenni s moet hebben van bovenvermeld verslag .
Na gedachtenwisselin g beslis t de Raad het versla g
a f t e wachten.

Bron: verslag MR 19760227
15 december 1975: Regering stelt voorwaarden voor een NMKN-lening aan Periodica/Standaardgroep
Edited: 197512150968
Uit deze notulen blijkt dat de regering Tindemans goed op de hoogte is van de toestand en de verwevenheid binnen de Standaardgroep. Ook de kwestie van de uitbetaling van dividenden door een groep in moeilijkheden komt ter sprake.

1907: congres socialisten: welke houding tegenover oorlog > verdeeldheid
Edited: 190708181587
CONGRÈS SOCIALISTE INTERNATIONAL. STUTTGART, 18-24 AOÛT 1907



La crise marocaine de 1905, la tension internationale qui l’avait suivie, posaient aux socialistes, d’une manière concrète, la question du militarisme et de la guerre. Ce fut le point principal de l’ordre du jour du Congrès de Stuttgart – qui réunit près de neuf cents délégués, représentant vingt-cinq pays.



Quatre projets de résolution furent discutés en commission : un projet de Gustave Hervé, favorable à la grève générale et à l’insurrection en cas de déclaration de guerre ; un projet de Jules Guesde, hostile à toute action contre la guerre, vu la primauté de la révolution socialiste ; un projet Vaillant-Jaurès, écho de l’opinion majoritaire des socialistes français qui rejetait les excès d’Hervé et le dogmatisme de Guesde, et un projet Bebel assez formaliste (« A mon avis, disait Bebel en séance, les congrès internationaux ont déjà tranché la question que nous discutons en ce moment. Nous pourrions donc confirmer simplement les résolutions antérieures »).



Le débat fut ardent, émaillé d’incidents provoqués par les interruptions et les défis d’Hervé (« J’aime beaucoup le peuple allemand, placide et bien-veillant. J’admire votre science, votre organisation, vos grands militants. Mais vous n’êtes qu’une admirable machine à voter et à cotiser. Vous n’avez aucune conception révolutionnaire (…) Vous avez peur de la prison.(…) Vous vous êtes tous embourgeoisés… »).



L’aile gauche du congrès (Lénine, Clara Zetkin, Rosa Luxembourg…) proposa un amendement à la résolution plutôt floue de Bebel,- amendement préconisant que "la propagande, en cas de guerre, ne doit pas seulement viser la fin de la guerre, mais qu’il importe également de profiter de ce moment pour hâter la chute de la domination de la classe capitaliste. »



Une nouvelle commission fut désignée pour rédiger la résolution finale, sur la base du projet allemand, amendé par Rosa Luxembourg. Deux points principaux résument cette résolution : premièrement, la nécessité « d’empêcher la guerre par tous les moyens qui (…) paraissent les mieux appropriés » ; deuxièmement, en cas de conflit ouvert, utiliser la crise créée par la guerre pour « précipiter la chute de la domination capitaliste ».



Mais l’ensemble de cette résolution, assez longue et par plusieurs aspects contradictoire, ne pouvait dissimuler qu’imparfaitement les désaccords profonds que l'Internationale connaissait en son sein.

http://www.minkoff-editions.com/histoire/pages/histoire_de_la_iie__internationale.htm (20060924)