Search our collection of 11.967 BOOKS

Author
Title
Publisher
Keywords
Booknr

Search our 2.861 News Items

INDEX AUTHORS


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

We found 2 books

We found 18 news item(s)

LEOPOLD III
Kroongetuige. Over de grote gebeurtenissen tijdens mijn koningschap (verscheen gelijktijdig in het Frans onder de titel Pour l'Histoire)
Hardcover met geill. stofwikkel, 271 pp. Foto's, facsimile van documenten, chronologie. Noot LT: In dit boek boordevol documenten slaat Leopold III posthuum terug via zijn tweede echtgenote, prinses Lilian. Leopold III heeft het vooral gemunt op de particratie. Bevat in Bijlage K de integrale tekst van het Politiek Testament van 25 januari 1944.

Hieronder de bespreking door professor Van Overbeke (UCL, Frans):
€ 10.0

BUY

DS
Leopold III had affaire met française Jacqueline Grigoux - Leopold III koning van Congo?
Edited: 201601052139
Dat meldt historicus Olivier Defrance in zijn nieuwe boek, 'Lilian et le Roi. La biographie.' (ed. Racine)
Toen de buitenechtelijke relatie van Leopold aan het licht kwam, dreigde Lilian Baels met een scheiding. Dat kon Fabiola dan weer niet hebben en dat leidde tot een jarenlange breuk tussen de twee vrouwen.
Situering binnen de monarchie:
• Leopold I (°Coburg, 17901216 Laken, 18651210; 18310721-18651210) x 18160502 Prinses Charlotte Augusta van Wales (°Londen, 17970107 Claremont House (Esher, Surrey), 18171106) x 18320809 Louise Marie Thérèse Charlotte Isabelle d'Orléans (°Palermo, 18120403 Oostende, 18501011),
• Leopold II (18350409-19091217; 18651217-19091217),
• Albert I (18750408-19340217; 19091223-19340217),
• Leopold III (19011103-19830925; 19340223-19510716 - abdicatie) x 19261104 Astrid (°Stockholm, 19051117 Küssnacht, 19350829) x 19410911 Lilian Baels (°London, 19161128 Brussel/Bruxelles, 20020617) ,
• regent Karel (19031010-19830601; 19440920-19500720),
• Boudewijn (19300907-19930731; 19510717-19930731) x 19601215 Doña Fabiola Fernanda María-de-las-Victorias Antonia Adelaida de Mora y Aragón (19280611-20141205),
• Albert II (19340606-; 19930809-20130721 - abdicatie) x 19590702 Paola Margherita Giuseppina Maria Consiglia Ruffo di Calabria (Forte dei Marmi - Lucca, 19370911),
• Filip (19600415-; 20130721-) x 19991204 Mathilde Marie Christine Ghislaine gravin d'Udekem d'Acoz (°Ukkel, 19730120)

Het boek van Defrance is een aanvulling op dat van Evrard Raskin.

In een interview met L'Echo (20151214) kwam Defrance met de volgende verrassende verklaring: "Après la question royale, Lilian continue à jouer un rôle de conseillère. Dans ses lettres, le roi Baudouin sollicite constamment l’avis de Léopold et de Lilian. Baudouin se rend compte aussi qu’il leur est difficile de rester en retrait. C’est pourquoi il envisage, pour eux, une fonction au Congo. En 1957, il est question de créer une fondation, Pro Africa, qui passera même au 'Moniteur', avant de se heurter au veto des politiques. L’idée de Baudouin est de confier à Léopold et Lilian le rôle de souverains d’un Congo indépendant. Un peu comme la reine d’Angleterre dans les pays du Commonwealth."
Het valt nog te bezien welk bewijs voor die bewering wordt geleverd.
Koningin Elisabeth over haar zoon Leopold III op 26 mei 1945
'als het de ideeën van Leopold kende, rechts zou verbaasd zijn, misschien wel afgeschrikt'
Edited: 201411151359

Marc Reynebeau brengt in De Standaard van 20141115 deze uitspraak van de 'rode' koningin in herinnering. De slotvraag van zijn column luidt: 'Is er iets wat historici nog niet weten?'

Het is een beetje aanmatigend van MR te beweren dat hij weet wat historici weten en niet weten. Maar tot daar nog aan toe.

Erger is het te moeten vaststellen dat Reynebeau blijkbaar nog geen aandachtige lezing van het 'Politieke Testament' van Leopold III heeft gedaan. Hij zou dan weten dat Leopold III tegen de schenen van het establishment durfde te schoppen. En dat is nu niet bepaald 'rechts' te noemen.

Wie enkele feiten op een rij zet, kijkt misschien anders tegen de koningskwestie aan:

1) Spaak en Pierlot, ministers op de vlucht, zetten in mei 1940 de vader van Lilian (en latere schoonvader van Leopold), Hendrik Baels, de Vlaamsvoelende gouverneur van West-Vlaanderen af omdat die zijn post zou hebben verlaten;

2) Leopold huwt Lilian Baels;

3) Leopold pleit in zijn Politiek Testament voor de erkenning van de Vlaamse eisen;

4) Leopold kon de uraniumakkoorden die de Londense regering met de Amerikanen en de Engelsen had gesloten, afkeuren;

5) De particratie wilde af van een te bemoeizuchtige koning.

Het probleem met een aantal historici is dat alle elementen van een relaas in hun interpretatie moeten passen. Dissonante feiten worden verzwegen, slechts terloops aangeraakt of niet uitgespit. Er bestaat zoiets als een stilzwijgende 'code' om te conformeren aan de gevestigde interpretatie van het korps. Ook economen en gewillig volgende politici zijn in dat bedje ziek; we voelen dat in onze portemonnee.
Leopold III
Het politiek testament van koning Leopold III
Edited: 201410091056



MEMORANDUM, GESCHREVEN OM PERSOONLIJK

EN VERTROUWELIJK AAN DE HEER PIERLOT TE WORDEN OVERHANDIGD,

VOLTOOID OP 25 JANUARI 1944

We zijn in het zesde oorlogsjaar aanbeland. Niets laat ons toe met zekerheid te stellen dat het staken van de vijandelijkheden in Europa of de bevrijding van ons grondgebied dichtbij zijn. Maar een zodanige wending van de gebeurtenissen, die een plotselinge wijziging van het bezettingsregime in België met zich zou brengen, is in de toekomst mogelijk.

Op 29 mei 1940 werd ik, op bevel van de Führer Kanselier van het Reich, van Brugge naar het kasteel van Laken overgebracht. Dat werd mijn verplichte verblijfplaats, ondanks mijn uitdrukkelijke wens om het lot van mijn leger te delen.

Het is niet uitgesloten dat de Duitse overheid mij om militaire of politieke redenen een nieuwe verblijfplaats oplegt en ditmaal buiten het koninkrijk.

Ik vind het belangrijk dat het land, in de misschien lange tussentijd tussen zijn bevrijding en mijn terugkeer uit gevangenschap, in die beslissende dagen niet verstoken zou blijven van adviezen van mijn kant over aangelegenheden van het allergrootste belang.

Dat is de reden waarom ik hier, ten gerieve van hen die de macht tijdelijk zouden uitoefenen, mijn aanbevelingen op papier zet betreffende het te volgen beleid in het hoger belang van de natie.

Om alle vooroordelen en twijfels weg te nemen, meen ik dat het nuttig is om vooraf kort uiteen te zetten welke mijn houding is geweest sedert mei 1940.

1. Vooreerst heb ik op 25 mei geoordeeld - en ik ben inmiddels nooit van gedacht veranderd - dat het strijdig geweest ware met het belang van het land als ik met de ministers naar het buitenland zou zijn vertrokken.

Het leger in de steek laten voordat de strijd beëindigd was, zou een militaire fout zijn geweest, want elke weerstand zou ogenblikkelijk zijn gestaakt.

Vluchten op het moment dat de wapens werden neergelegd, leek mij een daad die strijdig was met de eer van een legeraanvoerder.

Mijn aanwezigheid in het buitenland zonder militaire macht van betekenis, zou een louter symbolische waarde hebben gehad. Daartoe volstonden enkele ministers.

Maar, eens het grondgebied zich in de macht van de aanvaller bevond, was het belangrijk dat het staatshoofd het land slechts verliet, weggevoerd door de overwinnaar. Zijn aanwezigheid was des te noodzakelijker omdat de eenheid van het land was bedreigd door ernstig plichtsverzuim dat plotseling aan het licht was gekomen en omdat als gevolg van een noodlottige verstandsverbijstering, de meeste gezagsdragers waren gevlucht en te veel overheden hun post hadden verlaten.

Op een moment waarop de bondgenoten waren uitgeteld door een verschrikkelijk onheil en de vijand was opgewonden door militaire successen zonder voorgaande, was het door de tegenspoed van mijn leger en van mijn volk te delen dat ik de onverbrekelijke eenheid van het vorstenhuis en van de Staat bevestigde en dat ik de belangen van het vaderland behoedde, welke ook de

afloop van de oorlog zou zijn. De militaire eer, de waardigheid van de kroon en het belang van het land wezen in de dezelfde richting en maakten het mij onmogelijk om samen met de regering België te verlaten.

2. Ik heb het steeds als mijn opperste plicht beschouwd om met al mijn krachten bij te dragen tot het instandhouden van de nationale onafhankelijkheid. Net als al mijn voorgangers heb ik altijd de Grondwet nageleefd. In geen enkele omstandigheid heb ik overwogen om die te schenden. Ik neem een mogelijke herziening ervan slechts in overweging als het Belgische volk zijn wil daartoe vrij tot uitdrukking brengt.

De geruchten die de bedoeling hadden daarover twijfel te zaaien, zijn uit de lucht gegrepen en al wie ze heeft verspreid, heeft het vorstenhuis belasterd en een misdaad tegen België gepleegd.

Voor het overige heb ik me sedert 28 mei 1940 strikt gehouden aan mijn status van krijgsgevangene in handen van de vijand en heb ik geoordeeld dat het niet met de waardigheid van de kroon en met de belangen van het land strookte dat ik daar rechtstreeks of onrechtstreeks ooit van afweek.

Die afzijdigheid op het politieke vlak belette niet dat ik op het humanitaire vlak tussenkwam ten voordele van personen, groepen of zelfs de hele bevolking.

De genadeverzoeken, de vrijlating of op zijn minst de verlichting van het lot van onze krijgsgevangenen, de bevoorrading van de bevolking, daarvoor heb ik voortdurend aandacht gehad. Op dat vlak zijn mijn inspanningen gedeeltelijk met succes bekroond. Inzake de wegvoeringen en de financiële lasten stuitte ik spijtig genoeg op de weigering om terug te komen op de getroffen beslissingen.

Men heeft mij vaak verweten dat ik tussenbeide was gekomen op het administratieve vlak. Ik verklaar dat ik helemaal niets te maken had noch met de keuze noch met het beleid van de secretarissen-generaal, wie ze ook waren. Wel eis ik het initiatief op van de oprichting van de O.T.A.D.

Hiermee is dus voldoende licht geworpen op het verleden, laten we het nu hebben over de opdrachten voor de toekomst.

1. DE VERSTANDHOUDING TUSSEN VLAMINGEN EN WALEN

De verstandhouding tussen Vlamingen en Walen zal de belangrijkste taak van de regering zijn. Het voortbestaan van een onafhankelijk België zal daarvan afhangen.

De historici zullen vaststellen dat België tussen 1914 en 1944 een vreselijke nationaliteitscrisis heeft meegemaakt.

Na een lange periode van ongelijkheden en onmiskenbare onrechtvaardigheden heeft ons Vlaamse volk, trots op zijn schitterend verleden en bewust van zijn mogelijkheden in de toekomst, besloten een einde te maken aan de pesterijen van een egoïstische en bekrompen leidende minderheid die weigerde zijn taal te spreken en deel te nemen aan het volksleven.

Het onbegrip van het parlement en de traagheid van de opeenvolgende regeringen om die rechtmatige

verzuchtingen te voldoen, hebben de eisers verbitterd. Sommigen zijn ertoe gekomen om zich te willen afscheiden van de Walen en om België te vervloeken. Dit lokte een Waalse reactie uit en het zou gevaarlijk zijn de draagwijdte ervan te onderschatten.

Onder het voorwendsel van cultuur en van taal, hebben extremisten, al dan niet onder de bescherming van de bezetter, bewust gewerkt aan de vernietiging van de Belgische Staat – we hebben dat gezien en gehoord.

Anderzijds is onze publieke opinie – die slecht is voorgelicht en te gevoelig is voor de sentimentele verleidingen uit het buitenland – sedert 30 jaar geneigd om te geloven dat haar veiligheid in de eerste plaats afhangt van de gevoelens van genegenheid van het buitenland. Ze schijnt te vergeten dat het behoud van de nationale onafhankelijkheid voortvloeit uit en altijd en vooral zal voortvloeien uit de geografische ligging van het land, zijn natuurlijke rijkdommen, de werklust van zijn inwoners en hun wil om vrij te blijven.

De verkondiging van dit historisch vast gegeven moet het postulaat vormen dat elke internationale samenwerking voorafgaat en die laatste kan alleen worden opgevat op basis van een billijke wederkerigheid.

Omdat ze dezelfde belangen hadden, hebben Vlaanderen en Wallonië sedert heel lang een gemeenschappelijke lotsbestemming gehad en hebben ze een eenheid gevormd die ontembaar aan alle annexatiepogingen het hoofd heeft geboden. Nooit heeft hun eenheid een crisis beleefd die ook maar bij benadering zo erg was als die van de huidige generatie.

Ik hoop dat de hevigheid van de beroering die we nu beleven de ogen van de brave burgers heeft geopend voor sommige aspecten van de werkelijkheid waarvoor ze te weinig belangstelling hadden betoond. Ik hoop dat dit bij Vlamingen en Walen de wil zal hebben aangewakkerd om zich in een nieuw België opnieuw rond de nationale driekleur te scharen en dat zij, verenigd op volstrekt gelijke voet, België met eenzelfde liefde en ijver zullen dienen. Ik reken op het doorzicht van het Brusselse gemeentebestuur opdat de hoofdstad van het koninkrijk eindelijk zijn rol van taalkundig bindteken en bicultureel uitstralingscentrum zou spelen die het nationaal fatsoen hem voorschrijft.

2. DE SOCIALE REORGANISATIE

Deze wereldoorlog is de geboorte van een nieuwe wereld. Goedschiks of kwaadschiks ontwikkelt zich, in de staten die zich beroepen op tradities van vrijheid en individualisme net als in de staten die hebben gekozen voor een autoritair regime, een economische, organieke en sociale revolutie zonder weerga die wezenlijk dezelfde is – zij het dat ze gebeurt onder verschillende vlaggen en door gebruik van uiteenlopende middelen.

Ook al kan men noch het kader noch het eindpunt van die verandering bepalen, toch heeft men het recht te verklaren dat een onomkeerbare stroom alle samenlevingsvormen naar een volkomen nieuwe toekomst meevoert.

Het komt erop aan zich niet uit te sloven om in duigen vallende normen te handhaven. Men moet zich vastberaden aan de onvermijdelijke ontwikkeling aanpassen en België de economische en sociale onderbouw bezorgen die het de nodige sterkte en doelmatigheid geeft opdat het zijn bevolking een waardige en bevredigende levensstandaard kan verschaffen. Die bevolking leeft bijeengepakt op een klein grondgebied en wordt bedreigd door een buitenlandse concurrentie die scherper en oneindig machtiger is dan weleer.

Het individualisme en het economisch liberalisme waarvoor de negentiende eeuw de gouden tijd was, zullen willens nillens plaats ruimen voor een systeem dat meer gelijkheid nastreeft. Het zal de leiders toekomen erover te waken dat onze toekomstige sociale organisatie zal zijn doordrongen van en meer in overeenstemming zal zijn met de christelijke naastenliefde en de menselijke waardigheid.

Mijn rol van grondwettelijke vorst draagt me de taak niet op om een programma van verwezenlijkingen op te stellen noch om te kiezen voor of tegen een of andere leerstelling, maar ik zou in mijn opdracht tekortschieten als ik hier niet enkele beginselen ter overweging meegaf die alleen de uitdrukking zijn van de billijkheid.

Ik beschouw ruime sociale hervormingen als dringend, want de schandalige tegenstelling tussen de armoede waarmee de oorlog tot tweemaal toe de enen heeft overladen en de buitensporige winsten die de anderen zich hebben toegeëigend, stelt de onrechtvaardigheid in het licht van een egoïstisch en kwaadaardig regime, waaraan een einde moet komen.

Zodra het land is bevrijd, zullen de regeringen de plicht hebben het recht op arbeid en de plicht daartoe te bevestigen. Door de vaststelling van rechtvaardige lonen en de uitbreiding van de verplichte verzekeringen, moeten ze de arbeiders de waardigheid en de veiligheid bezorgen die zij in het verleden al te vaak hebben moeten ontberen.

De paritaire verbondenheid van de werkgevers- en werknemersorganisaties in beroepsgroeperingen, alsook een nauwgezette en billijke herschikking tussen arbeid en kapitaal zullen het mogelijk maken in de schoot van de ondernemingen de voorwaarden voor een gezonde samenwerking te vestigen. Door in de wereld van de arbeid een sfeer van stabiliteit en welzijn te scheppen, zal deze vooruitgang een geest van sociale solidariteit doen waaien die voor het land van even wezenlijk belang zal zijn als de verstandhouding en de gelijkheid tussen Vlamingen en Walen. Op het hogere niveau komt het de staat toe het algemeen belang te vertolken, de harmonische werking van het geheel van de grote beroepsgroepen te coördineren en de organisatie van de arbeid en van de sociale verhoudingen te controleren.

Het komt de Staat ook toe de economische ontwikkeling in een richting te leiden die meer is aangepast aan de natuurlijke rijkdommen van onze bodem en aan de mogelijkheden en de levensbehoeften van onze bevolking.

Het is van belang een beter evenwicht tot stand te brengen tussen de verschillende takken van de economische bedrijvigheid van het land door de landbouw, die zo belngrijk is voor ons onafhankelijk bestaan, de plaats te geven die haar toekomt.

Het is ten slotte aangewezen een billijkere verdeling van de verbruiksgoederen te verzekeren.

Arbeidsplicht, recht op arbeid en bescherming van de arbeid – herstel van de beroepseer en de beroepsbekwaamheid – nationale samenwerking en solidariteit – verstandige organisatie van de economie, ordelijke productie en consumptie – ziedaar de grondslagen van de onmiddellijke vernieuwing die een betere toekomst moet voorbereiden.

Ik reken erop dat de gezagsdragers die weg zullen inslaan en elke andere overweging dan het belang van het land en de sociale rechtvaardigheid opzij zullen schuiven.

Als ze dit zouden verzuimen, zou België tijden van gevaarlijke politieke onrust tegemoet gaan.

3. DE POLITIEKE HERVORMINGEN

Zullen de wijzigingen aan de economische en sociale structuren een hervorming van de politieke instellingen teweegbrengen? Dat lijkt onvermijdelijk.

De gebreken van de oude manier van regeren en de ongehoorde incidentendie er in 1940 het sluitstuk van waren, hebben de ogen geopend van de meest behoudsgezinde kringen. Het land zal niet aanvaarden dat men zonder meer naar deze vooroorlogse dwalingen terugkeert. Het wenst dat de macht wordt uitgeoefend door onkreukbare en bekwame mensen, die ermee ophouden het algemeen belang in te vullen op de maat van de partijbelangen. Het wenst dat die mensen de nodige macht krijgen om met gezag en continuïteit de belangrijkste en dringende problemen op te lossen.

Een Raad van State had al lang moeten zijn opgericht. Koning Albert had de oprichting ervan al aanbevolen. Het land heeft nood aan wetten en verordeningen die behoorlijk zijn opgesteld. De burgers hebben het recht te worden beschermd tegen de mogelijke willekeur van een regering waarvan de machten uitgebreider zullen zijn.

De ministeriële verantwoordelijkheid moet ophouden een abstract beginsel te zijn dat nergens in een wetboek is vastgelegd. Ze moet een juridisch werkbaar begrip worden dat het mogelijk maakt de ministers te treffen wier zware fouten de belangen van de Staat hebben geschaad.

In welke mate en op welke wijze is het nodig het politiek statuut van het koninkrijk een nieuwe inhoud te geven?

Het komt het Belgische volk toe daarover te beslissen: zodra de omstandigheden het mogelijk maken, kan het zich daarover vrij uitspreken.

4. DE HERVORMING VAN DE OPVOEDING

Ik pleit ervoor bijzondere aandacht te besteden aan de jeugd, die het lot van het België van morgen in handen houdt.

Indien het land in 1940 zijn geloof in zijn lotsbestemming tijdelijk heeft verloren, dan is dat te wijten aan het feit dat onze kinderen onvoldoende tot burgerzin worden opgevoed, wat een schuldig verzuim is. De toekomst van de natie vereist dat onze jeugd fysiek sterk is, doordrongen van edele verzuchtingen en grootmoedige idealen, gedreven door persoonlijke fierheid en sociale

solidariteit, in hart en nieren en vastberaden patriottisch. Op dat vlak staan we nog bijna nergens.

5. DE MILITAIRE REORGANISATIE

Het einde van de vijandelijkheden zou een gezagscrisis kunnen veroorzaken die weleens de vorm van geweldplegingen kan aannemen. Bij gebrek aan een gewapende macht – die op een wettelijke basis is gevormd en bestaat uit manschappen wier vanderlandsliefde buiten kijf staat en die zijn gespeend van elke partijdige passie – zou het moeilijk zijn om die te beteugelen.

Om redenen van orde en rust in het binnenland en aanzien in het buitenland, beveel ik aan zo spoedig mogelijk weer een Belgisch leger op de been te brengen, bestaande uit sterke beroepsmilitairen, aangevuld met vrijwilligers, bij voorkeur mannen die in het vuur van de strijd hebben gestaan. Met het oog daarop zullen we de onmiddelijke repatriëring moeten eisen van onze officieren en soldaten die in Duitsland gevangen zijn en van al wie zich nog in het buitenland bevindt.

6. DE ORDEHANDHAVING EN DE SANCTIES

Men moet vrezen dat het einde van de vijandelijkheden gepaard zal gaan met de ontketening van een publieke vergelding en het uitvechten van talrijke persoonlijke en groepsvetes. De voorlopige machthebbers zullen de uitingen van de publiek opinie binnen de legale perken moeten houden. Ze zullen evenwel ook de sancties moeten vorderen en toepassen in hoofde van de verantwoordelijken van aanslagen tegen de verdediging en de eenheid van het land.

De daders van deze misdaden tegen de natie hebebn hun verraad voldoende van de daken geschreeuwd, ja zelfs gevierd, opdat de noodzakelijke repressie alleen de werkelijke en grote schuldigen zou treffen.

Het past dat de straffen zonder uitstel worden uitgesproken en uitgevoerd, maar volgens de normale rechtspleging.

7. DE NOODZAKELIJKE GENOEGDOENING

Er is geen enkele patriot die sommige toespraken is vergeten die ten overstaan van de hele wereld werden uitgesproken en waarin Belgische ministers zich hebben veroorloofd, in uitzonderlijke hachelijke omstandigheden, toen de vrijwaring van de nationale waardigheid gebood een uiterste voorzichtigheid aan de dag te leggen, ondoordacht de meest ernstige beschuldigingen te uiten ten overstaan van de houding van ons leger en het optreden van de legeraanvoerder.

Die beschuldigingen die in een eigenzinnige verblindheid de eer van onze soldaten en van hun opperbevelhebber besmeurden, hebben België een onberekenbare en moeilijk te herstellen schade toegebracht.

Men zou vergeefs in de geschiedenis een ander voorbeeld zoeken van een regering die haar vorst en de nationale vlag op zo’n manier en zo ongegrond met schande heeft overladen.

Het aanzien van de kroon en de eer van het land verzetten zich ertegen dat degenen die de redevoeringen hebben gehouden nog enig gezag uitoefenen in het bevrijde België zolang ze hun beslissing niet zullen hebben betreurd en plechtig en volledige genoegdoening zullen hebben gegeven. De natie zou noch begrijpen noch ermee instemmen dat het vorstenhuis in de uitoefening van zijn taak mensen zou betrekken die datzelfde huis een belediging hebben aangedaan waarvan de wereld met ontsteltenis kennisnam

8. DE BUITENLANDSE EN KOLONIALE POLITIEK

Inzake het internationale statuut eis ik in naam van de grondwet dat België in zijn volledige onafhankelijkheid zou worden hersteld en dat het geen verbintenissen of akkoorden met andere staten zou aanvaarden, van welke aard ook, dan in volledige soevereiniteit en mits de noodzakelijke tegenprestaties.

Ik houd er ook aan dat geen afbreuk wordt gedaan aan de banden tussen de kolonie en het moederland.

Ik herinner er bovendien aan dat volgens de grondwet een verdrag geen enkele waarde heeft indien het niet de koninklijke handtekening draagt.

Leopold,

Koning der Belgen,

gevangene in het kasteel van Laken



(onverkorte tekst ter beschikking gesteld door MERS Antique Books Antwerp, om te worden gevoegd bij boeken over de Koningskwestie die nalaten dit document in extenso af te drukken)
TESSENS Lucas
Het geld van de omroep: 1944-1949
Edited: 200300194401
De regeringen
Hubert PIERLOT (26/09/1944 - 7/02/1945) KAT-LIB-SOC-COM
Achille VAN ACKER I (12/02/1945 - 2/08/1945) KAT-LIB-SOC-COM
Achille VAN ACKER II (2/08/1945 - 9/01/1946) SOC-LIB-COM-UDB
Paul-Henri SPAAK I (13/03/1946 - 19/03/1946) SOC
Achille VAN ACKER III (31/03/1946 - 9/07/1946) SOC-LIB-COM
Camille HUYSMANS (3/08/1946 - 12/03/1947) SOC-LIB-COM
Paul-Henri SPAAK II (20/03/1947 - 19/11/1948) PSB/BSP-PSC/CVP
Paul-Henri SPAAK III (27/11/1948 - 27/06/1949) PSB/BSP-PSC/CVP
Gaston EYSKENS I (11/08/1949 - 6/06/1950) CVP/PSC-LIB

De verkiezingen
17 februari 1946
26 juni 1949 mét kiesplicht voor vrouwen

Het oorlogskabinet Pierlot wordt, onder druk van het (vooral linkse) straatgeweld, uitgebreid met de communisten, die zich vanaf 1945 bekeerden tot het unitarisme onder Franstalig gezag. In zes jaar tijd ziet België 9 regeringen opstaan en vallen. De eerste bewindsploegen regeren zonder een mandaat van de kiezer. Daarmee wordt gewacht tot de verkiezingen van 17 februari 1946. De repressiejaren na tweede wereldoorlog zijn de schandelijkste uit onze geschiedenis. Wraak en haat, persoonlijke afrekeningen, moord en daden, opdoemend uit de laagste instinkten van de mens, kunnen gedijen in een klimaat van rechteloosheid. Het gepeupel en de 'verzetsstrijders' van het laatste uur regeren op straat en in de rechtszalen. De overheid kan, durft of wil deze wantoestanden niet onder controle brengen. Een oorlog roeit nooit het kwaad uit waartegen hij wordt gevoerd.
Er worden executies van collaborateurs verricht tussen november 1944 en 4 juni 1949.
De periode kunnen we er een noemen van anarchie en dubieuze rechtspraak. Het justitiedepartement is een heet hangijzer en wisselt veelvuldig van titularis.
In 1948 publiceerde Gerard Walschap zijn moedig 'Zwart en Wit' en dat zorgt voor heel wat herrie, ook bij Nederlandse critici. De noordelijke verontwaardiging culmineert in een artikel van Johan Van der Woude in Vrij Nederland dat Walschap een medeplichtige noemt, zijn boek een verheerlijking van de karakterloosheid en onfatsoen. Walschap is geen ogenblik bij de pakken blijven zitten en heeft zich verdedigd in een agressief ingezonden stuk aan voornoemd weekblad, waarin hij Van der Woude bestempelt als behorende tot "de blaaskaken die zich door het constateren van de evidente, menselijke realiteit beledigd en te kort gedaan achten. Het is uit dat hoovaardig slijk van de straat, vervolgt Walschap, dat jodenvervolgers, inquisiteurs, ketterjagers, onderzoekers van andermans geweten, met één woord al de ongure typen van de onverdraagzaamheid en het fanatisme zijn samengeraapt." (geciteerd in Omtrent, tijdschrift van het Gerard Walschap Genootschap, november 2005, nr 12).
De koningskwestie leidt naar een pré-revolutionaire fase. Tegen de mogelijke terugkeer van Leopold III wordt vanaf medio 1945 een persoffensief gelanceerd door zowat alle kranten, uitgezonderd de Vlaams-katholieke. De hetze is niet zozeer tegen de monarchie, dan wel tegen de figuur van Leopold gericht. Hierbij worden over en weer taktieken gebruikt die weinig met journalistiek maar alles met propaganda te maken hebben. Dit mag in feite geen verwondering wekken: tijdens de oorlogsjaren heeft men in pers- en omroepmiddens geen andere weg bewandeld dan die van de propaganda. Het vijand-denken en het ongenuanceerd culpabiliseren van de tegenpartij overheerst nog steeds in de pers, die sterk partijpolitiek gebonden is. De radio-omroep fungeert als een verlengstuk van de uitvoerende macht.
De macht van de partijpolitiek wordt in deze periode volledig gerestaureerd en naar onze mening is dat de drijvende kracht achter de gehele koningskwestie. Niet de ruzie tussen ministers en de koning omtrent de capitulatie in mei 1940, niet zijn achterblijven in België, niet diens contact met Hitler, niet zijn huwelijk met Liliane Baels ... Dat zijn slechts de drogredenen waarmee men de publieke opinie kon bewerken. Het werkelijke gevaar ligt in het zogenaamde Politieke Testament van Leopold III, een document dat hij begin 1944 had opgesteld. Het bekend raken van de inhoud ervan was dynamiet en zou zeker een oncontroleerbare kettingreactie teweeg brengen waarbij de particratie en de Franstalige bourgeoisie aan het kortste eind zouden trekken. Alhoewel het Politiek Testament reeds op 9 september 1944 aan premier Pierlot en aan Spaak werd overhandigd, zal de integrale tekst pas vijf jaar later, in 1949, bekend raken. Tegen die tijd was de positie van de drie traditionele politieke partijen stevig geconsolideerd. Het voortdurend streven van de drie grote partijen naar consolidatie van de macht is trouwens een constante in de Belgische politiek. De overlevingskansen van partijpolitieke initiatieven buiten het kader van de grote drie zijn dan ook minimaal of onbestaand.
Maar waarover handelde dan dat zgn. politieke testament ? Waarin schuilde het gevaar?
Het is wellicht niet overbodig de integrale tekst hier in herinnering te brengen. Het mag immers verwondering wekken dat gerenommeerde historici, zoals bvb. Velaers en Van Goethem, die in 1994 een boek van 1.152 bladzijden wijdden aan de koningskwestie, nalaten de lezer zelf te laten oordelen over een van de belangwekkendste teksten uit de Belgische geschiedenis.
CLOSE Robert général
krantenknipsel over zijn boek over de Koningskwestie, Léopold III, les non-dits
Edited: 20010206
scan van het krantenknipsel uit Het Laatste Nieuws van 23/11/2001: belangrijk




link naar les non-dits
X
18 juli 1991: André Cools (PS) vermoord
Edited: 199107180611
André Cools est né et a grandi dans le monde ouvrier, plus précisément dans la Maison du Peuple que géraient ses parents à Flémalle. Son grand-père paternel, ouvrier à Marihaye, fut longtemps privé du droit de vote en raison d’un lourd casier judiciaire pour fait syndical. Son père, Marcel, était délégué syndical des métallurgistes de la province de Liège et échevin du POB à Flémalle. La pensée d’André Cools restera imprégnée de ce milieu rempli de solidarité et d’amitiés : ce sont les amis (Joseph Sevrin, Émile Deloye, etc.) de son père, déporté et décapité à Mauthausen (1942), qui le prendront en charge, lui permettant de terminer ses humanités gréco-latines.

Sa participation au Congrès national wallon de Liège, en octobre 1945, les manifestations contre le retour de Léopold III (il accomplit alors son service militaire) ainsi que les grèves de 1960 lui font prendre conscience de la réalité wallonne. Membre de Wallonie libre (1959), disciple d'André Renard, il adhère au Mouvement populaire wallon dès sa création en 1961. Présent à tous les grands rendez-vous wallons du début des années 60, André Cools fait notamment partie du comité de patronage du pétitionnement (1963). Quand, avec Freddy Terwagne, Léon Hurez et Ernest Glinne, le nouveau bourgmestre de Flémalle se retrouve à la lisière du PSB, en décembre 1964, il choisit de défendre l'idée wallonne à l'intérieur du PSB. Considéré comme rebelle à ce moment, il se retrouve, cinq ans plus tard, à la suite du décès de JJ Merlot, à la tête du gouvernement qui introduit dans la Constitution les principes de réformes institutionnelles instaurant un fédéralisme en Belgique. Coprésident du PSB et premier président du PS, André Cools se dit favorable à un régionalisme radical proche d'une forme de confédéralisme. Il contribue à la deuxième réforme de l'Etat qui crée les communautés et les régions disposant d'un exécutif et d'une assemblée légiférant par décret.

Secrétaire-receveur de la commission d'assistance publique en 1947, André Cools est devenu l'un des principaux mandataires du Parti socialiste. Élu tour à tour conseiller communal (1949-1968), député (1958-1991), il a été pour exercer les mandats de bourgmestre de Flémalle-Haute (1964-1991), ministre du Budget (1968-1971), vice-Premier ministre (1969-1972), président du Parti socialiste belge (1973-1978) puis du Parti socialiste (1978-1981), ministre d’État (1983), président du Conseil régional wallon (1982-1985), et ministre de la Région wallonne, en charge des Pouvoirs locaux, Travaux subsidiés et Eau (1988-1990). Il attache notamment son nom au décret sur l'eau avant de se retirer de la vie politique, le 1er mai 1990.

Néanmoins, à la tête d'un véritable réseau qu'il avait tissé (SMAP, SA Néos, Holding Meusinvest, présence dans de nombreuses intercommunales), il entendait continuer à oeuvrer pour le développement économique de la région liégeoise, lorsque, le 18 juillet 1991, un bras meurtrier a mis un terme à la vie de cette personnalité hors du commun. Le procès visant à élucider cet assassinat s’est ouvert à Liège le 17 octobre 2003.


Pour une biographie plus complète, on se reportera à la notice qui lui est consacrée dans l’Encyclopédie du Mouvement wallon, sous la direction scientifique de Paul Delforge, Philippe Destatte et Micheline Libon, Charleroi, 2000, tome 1, p. 367-369.

src: Institut Destrée (201602141602)
ORBAN P.
Boudewijn I (1930-1993)
Edited: 198100630104


• Leopold I (°Coburg, 17901216 Laken, 18651210; 18310721-18651210) x 18160502 Prinses Charlotte Augusta van Wales (°Londen, 17970107 Claremont House (Esher, Surrey), 18171106) x 18320809 Louise Marie Thérèse Charlotte Isabelle d'Orléans (°Palermo, 18120403 Oostende, 18501011),

• Leopold II (18350409-19091217; 18651217-19091217) x 18530822 aartshertogin Maria, Hendrika van Oostenrijk (°Pest, 18360823 Spa, 19020919) x 19091212 (kerkelijk) Blanche, Zélie, Joséphine Delacroix, baronne de Vaughan (°Boekarest, 18830513 Cambo-les-Bains, 19480212),

• Albert I (18750408-19340217; 19091223-19340217) x 19001002 Hertogin in Beieren Elisabeth, Gabriele, Valérie, Marie (°Possenhofen, 18760725 Laken, 19651123),

• Leopold III (19011103-19830925; 19340223-19510716 - abdicatie) x 19261104 Astrid (°Stockholm, 19051117 Küssnacht, 19350829) x 19410911 Lilian Baels (°London, 19161128 Brussel/Bruxelles, 20020617) ,

• regent Karel (19031010-19830601; 19440920-19500720),

• Boudewijn (19300907-19930731; 19510717-19930731) x 19601215 Doña Fabiola Fernanda María-de-las-Victorias Antonia Adelaida de Mora y Aragón (19280611-20141205),
• Albert II (19340606-; 19930809-20130721 - abdicatie) x 19590702 Paola Margherita Giuseppina Maria Consiglia Ruffo di Calabria (Forte dei Marmi - Lucca, 19370911),

• Filip (19600415-; 20130721-) x 19991204 Mathilde Marie Christine Ghislaine gravin d'Udekem d'Acoz (°Ukkel, 19730120)
HIRAUX F.
Leopold III
Edited: 198100630103
Over Congo: 'In 1925 en in 1933 ging Leopold III naar Congo en bij zijn terugkeer wees hij telkens op de onvolkomen heden en vergissingen van de Belgische koloniale politiek.'
Noot LT: opvallend dat dit in een vulgariserend werk vermeld wordt; de gevolgen van die mening en de opinie van de koloniale trusts worden vanzelfsprekend niet belicht. De zienswijze van Leopold in 1933 was heel scherp geformuleerd.

VAN DEN STEEN C.
Leopold I (1790-1865)
Edited: 198100630100



• Leopold I (°Coburg, 17901216 Laken, 18651210; 18310721-18651210) x 18160502 Prinses Charlotte Augusta van Wales (°Londen, 17970107 Claremont House (Esher, Surrey), 18171106) x 18320809 Louise Marie Thérèse Charlotte Isabelle d'Orléans (°Palermo, 18120403 Oostende, 18501011),
• Leopold II (18350409-19091217; 18651217-19091217) x 18530822 aartshertogin Maria, Hendrika van Oostenrijk (°Pest, 18360823 Spa, 19020919) x 19091212 (kerkelijk) Blanche, Zélie, Joséphine Delacroix, baronne de Vaughan (°Boekarest, 18830513 Cambo-les-Bains, 19480212),

• Albert I (18750408-19340217; 19091223-19340217) x 19001002 Hertogin in Beieren Elisabeth, Gabriele, Valérie, Marie (°Possenhofen, 18760725 Laken, 19651123),

• Leopold III (19011103-19830925; 19340223-19510716 - abdicatie) x 19261104 Astrid (°Stockholm, 19051117 Küssnacht, 19350829) x 19410911 Lilian Baels (°London, 19161128 Brussel/Bruxelles, 20020617) ,

• regent Karel (19031010-19830601; 19440920-19500720),

• Boudewijn (19300907-19930731; 19510717-19930731) x 19601215 Doña Fabiola Fernanda María-de-las-Victorias Antonia Adelaida de Mora y Aragón (19280611-20141205),

• Albert II (19340606-; 19930809-20130721 - abdicatie) x 19590702 Paola Margherita Giuseppina Maria Consiglia Ruffo di Calabria (Forte dei Marmi - Lucca, 19370911),

• Filip (19600415-; 20130721-) x 19991204 Mathilde Marie Christine Ghislaine gravin d'Udekem d'Acoz (°Ukkel, 19730120)
21 juli 1957: ongeval Leopold III & Liliane
Edited: 195707211565
21 juli 1957: Koning Leopold III en prinses Lilian verongelukken met de wagen nabij Cortina d'Ampezzo in Italië, toen de koning op uitnodiging van de Italiaanse coureur Gino Farina een proefrit maakte in een nieuwe sportwagen. Door de gladheid schoot de auto van de weg en belandde op zijn kop in een greppel. De vorst en zijn vrouw liepen slechts kneuzingen en een lichte shock op. Farina reed achter hen in een andere wagen. (Aanzien 55-59: 133) (met foto)
22 juli 1950: terugkeer Leopold III
Edited: 195007221189
22 juli 1950: Koning Leopold III landt op het vliegveld van Melsbroek. (Dhondt, 1980: 115) De koning en de twee zoons dragen een rouwband om de arm n.a.v. de dood van de vader van prinses Liliane, ex-gouverneur Henri Baels.
Noot LT: de kwestie van de rouwband klopt niet: Henri Baels overleed op 14 juni 1951.
DE WEIRT Mad., de WEIRT Louisa
brief aan Leopold III, hem smekende terug te keren
Edited: 195005281075
Opvallend in de brief van deze eenvoudige vrouw zijn de verwijzingen naar Congo (het verkopen van Congo) en de uraniumkwestie (verkoop aan de Amerikanen tegen 2,75 frank).
Het is niet duidelijk of de handtekening van 'Madame' of 'Madeleine' de Weirt is. In ieder geval was zij ziekenverpleegster in de Nationalestraat 31.

Wiki
Volksraadpleging over de terugkeer van Leopold III
Edited: 195003120900
In vijf jaar (1944-1949) volgden tien regeringen elkaar in snel tempo op, zonder tot een akkoord te komen over de toekomstige rol van Leopold III. De CVP won de Belgische verkiezingen 1949 - de eerste waaraan ook vrouwen konden deelnemen - met de terugkeer van Leopold III in haar programma. Ze kwam maar één zetel tekort voor een absolute meerderheid. Eerste minister Gaston Eyskens van de katholiek/liberale regering-G. Eyskens I schreef ter oplossing van de koningskwestie een niet-bindende volksraadpleging uit op 12 maart 1950. De vraag luidde: "Zijt U de mening toegedaan dat Koning Leopold III de uitoefening van zijn grondwettelijke machten zou hernemen ?"
57,68% stemde "Ja"; in Vlaanderen was de meerderheid overweldigend met 72%, in Wallonië en Brussel echter was meer dan de helft tegen terugkeer. Toen Eyskens conform de uitslag van de volksraadpleging de koning wilde doen terugkeren, stapten de liberale ministers uit de regering, zodat de regering viel en nieuwe verkiezingen uitgeschreven werden.





(wiki + aanvulling LT)
OVERHANDIGING POLITIEK TESTAMENT LEOPOLD III AAN PIERLOT
Edited: 194409092061
"Daags na de aankomst van de regering in België vroegen de magistraten Jamar en Cornil een onderhoud aan bij de eerste minister 'om een uiterst dringende mededeling namens de koning te kunnen doen'. Nog diezelfde avond om negen uur ging het onderhoud door. Jamar en Cornil overhandigden Pierlot het Politiek Testament en gaven daarbij de volgende toelichting: de eerste minister moest eerst de andere ministers kennisgeven van hoofdstuk 7 over de 'noodzakelijke genoegdoening'. Slechts wanneer de ministers bereid waren de daarin gestelde voorwaarden te aanvaarden, mocht de eerste minister hen het hele document meedelen. Dan kon de regering oordelen of het onder haar verantwoordelijkheid openbaar kon worden gemaakt. Ging de regering niet in op de voorwaarden, dan moest de eerste minister het document weer overmaken aan eerste voorzitter Jamar. Pierlot vroeg of hij het hele document niet al meteen ook mocht meedelen aan minister van Buitenlandse Zaken Spaak, aan wiens oordeel hij bijzonder veel belang hechtte. De twee magistraten zouden daarmee hebben ingestemd. Nog in de nacht van 9 op 10 september telefoneerde Pierlot naar Spaak. Deze kwam onmiddellijk naar de Wetstraat 16, de ambtswoning van de eerste minister. Beiden lazen het Politiek Testament door en waren ten zeerste ontdaan. Spaak getuigde later: 'We hebben naar elkaar gekeken, droef en ontmoedigd, en zeiden tot elkaar: zie wat hij ons antwoordt na alles wat we hebben gedaan om een debat te vermijden en dat terwijl onze brief de uitdrukking was van loyale en oprechte mannen, van goede dienaars van de koning. 'Het was een van de hardste slagen die ik in de politiek heb geïncasseerd', aldus nog Spaak. 'We hadden nog maar net terug contact genomen met onze familie en met België. Nog maar net hadden onze vrienden die in het land waren gebleven ons hun hoop op een nationale verzoening uitgedrukt! En zie wat er die tweede nacht nog overbleef van die grote nationale verzoening.' Pierlot en Spaak waren er het hart van in." (VELAERS en VAN GOETHEM, 1994: 879) Zie ook Raskin 1998: 175.

Commentaar LT: wat een pathetisch gedoe !
CIA (declassified)
Position of King Leopold III of Belgium
Edited: 194302247893
huwelijk Leopold III x Liliane Baels (burgerlijk)
Edited: 194112061679
5 december 1941: huwelijkscontract Leopold III - Liliane
Edited: 194112051768
zuivere scheiding van goederen (Raskin, 19980235: 116)
prins Leopold (later koning Leopold III) neemt inboorlingen COD in bescherming
Edited: 192604001565
exacte datum nog op te zoeken

"Cette fois, le duc de Brabant (le futur Léopold III) va plus loin. Rentré d'un séjour à la colonie, il souligne la gravité de la situation démographique congolaise. "La mortalité infantile est effrayante", reconnaît-il notamment. Et, après avoir réclamé la vigilance du pays, il déclare: "Ne perdons pas de vue que l'histoire de certaines colonisations nous montre que des populations entières se sont éteintes au contact de la civilisation blanche." (JOYE 1961: 139) JOYE citeert hier uit 2ième congres colonial belge, Comptes rendus et rapports, Bruxelles, 1926, pages 36-38.

Noot LT: Leopold gaat hiermee rechtstreeks in tegen de belangen van de trusts