Search our collection of 12.066 BOOKS

Author
Title
Publisher
Keywords
Booknr

Search our 2.819 News Items

INDEX AUTHORS


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

We found 3 books

We found 123 news item(s)

Radiovisie
Denemarken schaft kijk- en luistergeld af
Edited: 201803224578
Vermoedelijk vanaf 1 januari 2019
do 22 mrt 2018 0 reacties
Denemarken gaat het kijk- en luistergeld voor de publieke omroep afschaffen, vermoedelijk per 1 januari 2019. Dit is het gevolg van de invoering van een nieuwe mediawet. Als gevolg hiervan krijgt Danmarks Radio (DR) twintig procent minder budget ter beschikking. De financiering zal in de toekomst gebeuren uit belastinginkomsten.

Momenteel betalen de Denen jaarlijk 339,00 euro kijk- en luistergeld. Goed voor een totale opbrengst van 497 miljoen waarvan het overgrote gedeelte naar de publieke omroep DR gaat. Een klein deel is bedoeld voor de commerciële zender TV2. Het grootste budget komt uit reclame-inkomsten. Door het afschaffen van het kijk- en luistergeld moet de DR de komende jaren flink bezuinigen. De Deense publieke radio en tv is geheel reclamevrij.

Maria Rørbye Rønn, baas van de publieke omroep: “Het wegvallen van bijna 104 miljoen euro is een hoop geld en heeft grote consequenties voor de productie van nieuwe Deense programma’s. Het zal te merken zijn voor kijkers en luisteraars. Mijn taak is nu om de DR economisch in evenwicht te houden en te zorgen dat er een nieuwe strategie voor de toekomst komt.”

Denemarken is niet het eerste land waar het kijk- en luistergeld wordt afgeschaft. In Nederland gebeurde dit al in 2001. Vlaanderen volgde een jaar later. In Wallonië zijn er plannen om deze belasting, mogelijk nog dit jaar af te schaffen. In Duitsland, Franrijk en Engeland betalen inwoners nog altijd hun bijdragen. Zwitserland stemde onlangs, tijdens een referendum tegen het afschaffen van het kijk- en luistergeld. (radio.nl)
Het Financieele Dagblad
Nederlandse groep koopt tijdschriftendrukkerij van Corelio
Edited: 201803111213
Corelio neemt afscheid van het drukken van tijdschriften, reclamemateriaal, catalogi en brochures. De rotatiedrukkerij wordt verkocht aan CirclePrinters, de grootste drukkersgroep van Nederland.






nws
Leuven University Press brengt Narrenschip opnieuw uit - Een mooi initiatief in deze zotte tijden
Edited: 201803081210
DEEL 1 : Josse Bade: Der zotten ende der narren scip - tekst en hertaling - DEEL 2: Het schip ingaan – inleiding en aantekeningen
Auteurs: Theo Janssen - Ann Marynissen
Onderwerp: Letterkunde
Serie: KANTL - Studies op het gebied van de cultuur in de Nederlanden
BMA
Het Mededingingscollege van de BMA keurt het verwerven van gezamenlijke zeggenschap over Mediafin door Roularta en Rossel goed
Edited: 201803072514
PERSBERICHT
Nr. 4/2018
07 maart 2018
Het Mededingingscollege van de BMA keurt het verwerven van gezamenlijke zeggenschap over Mediafin door Roularta en Rossel goed
Het Mededingingscollege van de Belgische Mededingingsautoriteit (BMA) heeft op 06 maart 2018 het verwerven van de gezamenlijke zeggenschap over Mediafin NV door Roularta Media Group NV en Rossel & Cie NV goedgekeurd.
De concentratie is deel van een transactie waarin Roularta Media Group NV haar aandelen in Medialaan (50%) verkoopt aan De Persgroep NV en De Persgroep NV haar aandelen in Mediafin NV (50%) verkoopt
aan Roularta Media Group NV.
De concentratie werd vooral onderzocht betreffende de Belgische markt voor de verkoop van advertentieruimte voor themareclame in Nederlandstalige en Franstalige tijdschriften.
Het College heeft geoordeeld dat de concentratie geen significante beperking van de mededinging op de betrokken markten dreigt te veroorzaken.

Voor verdere inlichtingen verzoeken wij u om contact te nemen met:
Prof. em. dr. Jacques Steenbergen
Voorzitter
Tel. +32 (2) 277 73 74
E-mail: jacques.steenbergen@bma-abc.be
Website: www.mededinging.be
nws
Zwitsers beslissen in referendum om kijk- en luistergeld (KLG = 390 EUR per jaar) te blijven betalen
Edited: 201803051146
In Duitsland, Oostenrijk en Denemarken willen rechts-populistische partijen het KLG afschaffen.
In Vlaanderen deed een zogenaamd linkse populist, Steve Stevaert, dat al in 2001. zie het eindverslag van de Dienst Kijk- en Luistergeld, gepubliceerd in 2002

In Nederland werden de omroepbijdragen in 2000 gefiscaliseerd. zie de nota die MERS daaraan wijdde; met korte historiek


De Zwitsers hebben blijkbaar begrepen dat de afschaffing van het KLG de financiering - en dus de toekomst van de openbare omroep - in handen van de uitvoerende macht en die van de reclamesector legt.
De Kamer droeg donderdag voormalig Open Vld-minister Fientje Moerman voor als Nederlandstalig rechter bij het Grondwettelijk Hof.
Edited: 201801260324
Staf: we zijn dan af van dat nachtelijk gesnotter aan de telefoon.

de samenstelling van het Grondwettelijk Hof
Persbericht Roularta
Roularta brengt bindend bod uit op Sanoma-magazines en verankert zich in print
Edited: 201801170108



Het beursgenoteerde Roularta Media Group heeft een bindend bod uitgebracht op de Belgische Sanoma-titels met uitzondering van de woonbladen. Het pakket omvat de weekbladen Libelle/Femme d’Aujourd’hui (CIM 245.504 exemplaren) en Flair N/F (CIM 74.222 exemplaren), de maandbladen Feeling/Gaël (CIM 69.132 exemplaren) en de magazines La Maison Victor, Communiekrant, Loving You en She Deals. De websites (met o.a. flair.be en libelle.be met respectievelijk 804.135 en 600.841 real users/maand volgens CIM), line extensions en social mediakanalen van deze titels zijn eveneens in het bod opgenomen. De totale 2017 omzet van deze merken bedraagt circa 78 miljoen euro voor een overnameprijs (inclusief pensioen- en abonnementenverplichting) van 33.7 mio euro.

De (offline/online) doelgroepen van die mediamerken zijn uitgesproken vrouwelijk en dus een mooie aanvulling op de reeds bestaande andere hoogkwalitatieve doelgroepen die bereikt worden via de huidige magazinemerken van Roularta (Knack, Le Vif, Trends, Sportmagazine, Nest, Plus Magazine enz.).

Naar aanleiding van deze belangrijke transactie, verkoopt Roularta de titels “Ik ga Bouwen/ Je vais Construire” voor een prijs van 1 miljoen euro aan Sanoma, die in mindering komt van de overnameprijs voor de Sanoma titels. Het zijn titels die aansluiten bij het portfolio woon- en decobladen van Sanoma.

Roularta wil door deze consolidatie en dankzij de synergie met de magazinemerken van de groep, zorgen voor de continuïteit en de multimediale groei van deze titels.
Indien het bod goedgekeurd wordt door Sanoma, zal de transactie voorgelegd worden aan de Belgische mededingingsautoriteiten .

Vooruitzichten

In 2017 heeft Roularta Media Group te maken gehad met een daling van de reclamebestedingen, met de kosten van de investeringen in de lancering van nieuwe projecten zoals het e-commerceplatform Storesquare en met andere éénmalige kosten. Roularta verwacht dan ook een negatieve EBIT. Voor het boekjaar 2017 wordt geen dividend voorzien.

In 2018 zorgen lagere kosten, de nieuwe 50% participatie in Mediafin (Tijd/Echo), de recente acquisities Landleven (Nederland) en Sterck (Antwerpen en Limburg) en de andere nieuwe activiteiten, voor een positieve bijdrage.

Daarenboven wordt voor 2018 verwacht dat een belangrijke meerwaarde wordt geboekt van ongeveer 145 miljoen euro op de aandelen Medialaan, na de closing van de transactie in het eerste kwartaal.

Vanaf 2019 dalen voor Roularta de financiële kosten met ongeveer 4,5 miljoen door de terugbetaling van een obligatielening van 100 miljoen euro en dalen de leasingkosten met ongeveer 9 miljoen door de afronding van de Econocom-contracten.

Roularta Media Group heeft belangrijke toekomstkeuzes gemaakt door in te zetten op consolidatie en innovatie binnen het kader van haar kernactiviteiten. Na het afstaan van de Medialaan 50%-participatie aan de Persgroep is de beoogde mogelijke overname van de Sanoma-titels, naast de investering in Mediafin en de andere recente overnames, een belangrijke aanzet om ook de komende jaren verder een gezonde groei te realiseren.


aandeelhouders RMG

Uit het persbericht van Sanoma Group, Helsinki:
“We have now finalized our major portfolio restructuring in our Media business in the Netherlands and Belgium with the divestment of the Dutch SBS TV business last year, and now the Belgian women’s magazine titles. The Belgian magazine titles will have more synergies with RMG than with our Dutch magazine business and that will give these titles and the team working on them better prospects for future development. Our remaining magazine and online portfolio predominantly in the Dutch market has good market positions, which provide excellent opportunities for continued success,” says Susan Duinhoven, President and CEO of Sanoma.
EU
Staatssteun: Commissie opent diepgaand onderzoek naar fiscale behandeling van Inter IKEA door Nederland
Edited: 201712181222
Margrethe Vestager , commissaris voor mededingingsbeleid: "Alle ondernemingen, groot of klein, multinational of niet, moeten hun eerlijk deel van de belastingen betalen. Lidstaten mogen niet toelaten dat bepaalde ondernemingen minder belastingen betalen door hen toe te staan hun winsten kunstmatig naar een ander land te verschuiven. Wij zullen de fiscale behandeling van Inter IKEA door Nederland nu grondig onderzoeken."



Het personeelsbestand volgens de geconsolideerde balans 2016:


De accountant van dienst was (is) Ernst & Young.


het volledige persbericht
FD
Nederland: huizenverkoop piekt
Edited: 201711221051
Het Nederlandse Kadaster maakte afgelopen vrijdag al bekend dat er in oktober 20.143 verkochte woningen zijn geregistreerd. In de eerste tien maanden van 2017 zijn 195.815 huizen verkocht. Dat is ruim 14% meer dan in dezelfde periode van 2016.
Waarom dat zo is, is niet duidelijk.
Wie verkoopt aan wie evenmin.
Is er een verschuiving naar meer huren?
Hebben we te maken met een verder groeiende concentratie van vastgoed in de handen van weinigen?
TROUW
Paradise Papers: Nederlandse luxejachten worden via belastingparadijzen verkocht aan dubieuze kopers. Het Kadaster wil registratie om witwaspraktijken te voorkomen.
Edited: 201711101052
Louis Tobback in De Standaard van 29 april 2017
Edited: 201705010137
"Zo'n Dijsselbloem, die collaborateur van het kapitalisme, ik word daar mottig van."
Commentaar: Tobback was zelf ook niet vies van samenwerking met die andere collabo van het kapitalisme: Jean-Luc Dehaene.
In de politiek trapt men enkel na als de tegenstander op de grond ligt (cfr. het verkiezingsresultaat van de socialisten in Nederland).

resultaten Nederlandse verkiezingen 2017
Nederland kiest voor Realpolitik - PVDA weggevaagd
Edited: 201703152333
Nederland - Turkije: rellen in Rotterdam; diplomatieke taal ver zoek
Edited: 201703122258
RUTTE Mark
Open brief aan de Nederlanders: Doe normaal of ga weg
Edited: 201701220807
Aan alle Nederlanders,

Er is iets aan de hand met ons land. Hoe komt het toch dat we als land zo welvarend zijn, maar sommige mensen zich zo armzalig gedragen? Mensen die in toenemende mate de stemming in ons land aan het bepalen zijn. Die bereid zijn om alles waar we als Nederland zo hard voor hebben gewerkt, omver te gooien. Dat laten we toch niet gebeuren?

Verreweg de meesten van ons zijn van goede wil. De stille meerderheid. We hebben het beste met ons land voor. We werken hard, helpen elkaar en vinden Nederland best een gaaf land. Maar we maken ons wel grote zorgen over hoe we met elkaar omgaan. Soms lijkt het wel alsof niemand meer normaal doet.

U herkent het vast wel. Mensen die zich steeds asocialer lijken te gedragen. In het verkeer, in het openbaar vervoer en op straat. Die van mening zijn dat ze altijd maar voorrang hebben. Die afval op straat dumpen. Die conducteurs bespugen. Of die in groepjes rondhangen en mensen treiteren, bedreigen of zelfs mishandelen. Niet normaal.

We voelen een groeiend ongemak wanneer mensen onze vrijheid misbruiken om hier de boel te verstieren, terwijl ze juist naar ons land zijn gekomen voor die vrijheid. Mensen die zich niet willen aanpassen, afgeven op onze gewoontes en onze waarden afwijzen. Die homo’s lastigvallen, vrouwen in korte rokjes uitjouwen of gewone Nederlanders uitmaken voor racisten. Ik begrijp heel goed dat mensen denken: als je ons land zo fundamenteel afwijst, heb ik liever dat je weggaat. Dat gevoel heb ik namelijk ook. Doe normaal of ga weg.

Dit gedrag mogen we nooit normaal vinden in ons land. De oplossing is niet om dan maar groepen mensen over één kam te scheren, uit te schelden of hele groepen simpelweg het land uit te zetten. Zo bouwen we toch geen samenleving met elkaar? De oplossing is vooral een mentaliteitskwestie. We zullen glashelder moeten blijven maken wat normaal is en wat niet normaal is in dit land. We zullen onze waarden actief moeten verdedigen.

In Nederland is het namelijk normaal dat je elkaar de hand schudt en gelijk behandelt. Het is normaal dat je van hulpverleners afblijft. Dat je leraren respecteert en mensen niet sart met vlogjes. Het is normaal dat je werkt voor je geld en het beste uit je leven probeert te halen. Elkaar helpt als het even moeilijk gaat en een arm om iemand heen slaat in zware tijden. Het is normaal dat je je inzet en niet wegloopt voor problemen. Dat je fatsoenlijk naar elkaar luistert. In plaats van elkaar te overschreeuwen als je het ergens niet mee eens bent.

De komende tijd is bepalend voor de koers van ons land. Er ligt slechts één vraag voor: wat voor land willen we zijn?

Laten we ervoor strijden dat we ons thuis blijven voelen in ons mooie land. Laten we duidelijk blijven maken wat hier normaal is en wat niet. Ik weet zeker dat we dit voor elkaar gaan krijgen. Dat we alles wat we met elkaar bereikt hebben samen overeind houden. U, ik, wij allemaal. Laten we samenwerken om dit land nóg beter te maken. Want echt, we zijn een ontzettend gaaf land. Ik zou nergens anders willen wonen. U wel?

Groet,
Mark Rutte


(zie ook: verboden toegang )
Vereniging Eigen Huis - Nederland
Privégegevens woningbezitter nog steeds op straat
Edited: 201610151134
Geplaatst op 13 okt 2016 , bijgewerkt 13 okt 2016, 16:00
Het is nog altijd heel makkelijk om privégegevens van woningbezitters uit het Kadaster te halen. Dat bewees PowNed, dat zo op de stoep kon staan bij onder andere de privéadressen van AIVD-chef Rob Bertholee en korpschef van de Nationale Politie Erik Akerboom.
Vorig jaar oktober waarschuwde Jacob Kohnstamm, voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens, in het Eigen Huis Magazine dat het via het Kadaster te makkelijk is voor kwaadwillenden om aan privégegevens van huiseigenaren te komen. Bij het Kadaster zijn niet alleen gegevens op te vragen zoals het huisadres, maar ook de leveringsakte van het huis, waarin soms zelfs paspoortnummer en huwelijksdatum staan. 
Niets veranderd

Vereniging Eigen Huis eist dat er snel actie ondernomen wordt. ‘Na een jaar is er nog niets veranderd’, zegt beleidsadviseur Steven Wayenberg. ‘Niet iedereen moet zomaar andermans gegevens kunnen opvragen. Alleen degenen met een gerechtvaardigd belang moeten dat kunnen.’

D66 deed de oproep om een ‘privacyslot’ op het Kadaster en het register van de Kamer van Koophandel. Kamerlid Farshad Bashir (SP) stelde Kamervragen.
PowNed
D66 wil een privacyslot op de gegevens van het Kadaster en de Kamer van Koophandel. - Nederland
Edited: 201610110046
A. Tankus
11 oktober 2016 - 10:21
D66 wil een privacyslot op de gegevens van het Kadaster en de Kamer van Koophandel. "Wij vinden het zorgwekkend dat je zo makkelijk privé-gegevens uit het Kadaster kan halen", zegt Kees Verhoeven. "Je moet kunnen zeggen: dit wil ik niet", zegt het Kamerlid vandaag tegen PowNed.
In de aflevering van de De Week van PowNed van vorige week werd aangetoond dat het vrij simpel is om via het Kadaster aan privé-gevevens te komen. Onze verslaggever stond op die manier op de stoep bij de baas van AIVD en de politie.
"Dat een hypotheek openbaar is, vind ik prima. Maar dat iemand die het niet met je eens is zomaar voor je deur kan staan vind ik niet kunnen. Jullie uitzending heeft bewezen dat dit veel te makkelijk is", aldus Verhoeven.
Motie
Hij gaat daarom bij de begrotingsbehandeling van Veiligheid en Justitie een motie indienen die voorstelt een privacyslot op het Kadaster en Kamer van Koophandel te plaatsen. "Je moet gewoon kunnen zeggen net als vroeger bij het papieren telefoonboek, dit wil ik niet." Hij verwacht dat de motie brede steun zal krijgen in de Tweede Kamer. "Hier zou de hele Tweede Kamer achter moeten staan." 
SP-kamerlid Farshad Bashir heeft inmiddels Kamervragen gesteld aan de Minister van Wonen en Rijksdienst en aan de Minister van Veiligheid en Justitie over de openbare gegevens in het kadaster. Verhoeven vindt dit echter een "te zacht middel".
Noot LT: beginnen de eigenaars zich in te graven?
Trends
Matig uw snelheid in Nederland
Edited: 201605241313
U kunt er maar beter rekening mee houden: vanaf 1 juni kunnen de Nederlandse autoriteiten de databank van de Dienst Inschrijving Voertuigen (DIV) online raadplegen om identificatiegegevens te verkrijgen van Belgen die in Nederland een verkeersovertreding hebben begaan. De Belgische overtreder ontvangt een aanmaning om de boete te betalen in de taal van het inschrijvingsdocument van het voertuig. Dit akkoord met Nederland bouwt verder op de Europese richtlijn die de gegevensuitwisseling van verkeersovertreders tussen de Europese lidstaten voor de acht belangrijkste verkeersovertredingen regelt.
Lucas Tessens
de grap om Belg te zijn
Edited: 201604241048
België (en vooral Brussel) heeft steeds een aantrekkingskracht uitgeoefend op Nederlandse kunstenaars en Oranjes die eens onze bossen bezaten. Belgen weten wel waarom maar kunnen het doorgaans niet uitleggen. Nederlanders kunnen het wel uitleggen maar komen vaak niet verder dan het aanhoren van de door henzelf uitgestote klanken met bezuiniging op de medeklinkers. De verklaring zit dus in iets diepers dan het louter cognitieve. Tussen Amsterdam en Parijs ligt voor Nederlanders een voor hen begripvol kruispunt van culturen, een tussenland, een vertaaldoos, een medicijn voor de ziekte van de eigendunk, een ruimte voor twijfel over het eigen grote gelijk, en om de 500 meter een café met paljassen en niet veraf een frietkot. In België wordt niet meer gezocht naar het ultieme Antwoord, de opperste Waarheid, de ontbrekende komma. Nu de Grote Schrift ook hier geen dictaat meer is, groeit de verwarring waaraan wij gewend zijn. Want dit land heeft leren leven met zijn Tradities: dwingelanden uit andere landen, schijnheiligen, bedriegers, lafaards, plunderaars, folteraars, verzetslui van het laatste uur, politiekers van alle slag, grote en minder grote denkers, gelijkhalers vooral, zwemkampioenen en zoetwatermatrozen, uitstellers, aanstellers, bedenkers van problemen en oplossers van niets. Voor het toejuichen van koningen zijn we georganiseerd: wij hebben speciale kinderbataljons met vlaggetjes en achter overbodige dranghekkens gecoiffeerde bomma's met boeketten. Koningen die te lang in de Zwitserse Alpen blijven golfen hebben pech want hier wachten de linten op hun scharen. Overstroomden en journalisten willen vorsten in gummilaarzen zien. Als het hard regent kunnen we het ook met een regent wel stellen, tot een bevend kind met een sabel de monarchie komt redden. Dit land leverde zoeaven aan de Paus, helden voor Den Ijzer, communisten voor de Spaanse burgeroorlog, Oostfronters van zeventien, ISIS-strijders, poolreizigers, Congo-ambtenaren, pedofiele assistent-gewestbeheerders, een paar Nobelprijswinnaars, pedalentrappers, gerstenatbrouwers, leprozenverzorgers en enkele schrijvers. Slechts weinigen overleven zichzelf want dit volk dat er geen is heeft een kort geheugen en veel dorst. En zo te leven als Vlaming, Brusselaar, Duitse Oostkantonner of Waal is niet allen gegeven. Gelukkig is in dit land de bloedvermenging na tomeloze kermissen groot geweest. Het begon al lachend en lallend, de al dan niet gewillige deerne op een ladder vastgebonden als in een passiespel, als een vlezige Maria rondgedragen in een nachtelijke processie. Zo is het bloed der anderen ook telkens ons bloed en daarom vergieten we het in de onderlinge strijd met mate, een beetje schuchter en altijd per ongeluk. Wie België betreedt, weze gewaarschuwd.
Kertesz Imre
Imre Kertész (Boedapest, 9 november 1929 – aldaar, 31 maart 2016) overleden. R.I.P.
Edited: 201603311412
Hij was een Joods-Hongaars schrijver; hij overleefde de Holocaust en won de Nobelprijs voor de Literatuur (2002). Centraal in zijn oeuvre: De ontmenslijking en de mens die ervoor moet kiezen slachtoffer of dader te worden. De ondergang van Europa.
In het Nederlands vertaald werk:
- Kaddisj voor een niet geboren kind. Henry Kammer, 1994. Uitgever Van Gennep, Amsterdam.
- Onbepaald door het lot. Henry Kammer, 1995. Uitgever Van Gennep, Amsterdam.
- Het fiasco. Henry Kammer, 1999. Uitgever Van Gennep, Amsterdam.
- Ik, de ander. Henry Kammer, 2001. Uitgever Van Gennep, Amsterdam.
- Dagboek van een galeislaaf. Henry Kammer, 2003. Uitgever Van Gennep, Amsterdam.
- Sporenzoeker. Henry Kammer, 2004. Uitgever Van Gennep, Amsterdam.
- Liquidatie. Mari Alföldy, 2004. Uitgever De Bezige Bij, Amsterdam.
Na de hoofddoek, de boerka, het onverdoofd slachten, Zwarte Piet, de boerkini, ... nu de Sioux
Edited: 201603171529
Kwestie van u te informeren, natuurlijk ...
Als u ergens een aanstootgevende afbeelding vindt, dan moet u ons dat vooral NIET melden. Ook foto's van Donald Trump nemen we niet op in onze collectie. Filmpjes over Nederlandse voetbalsupporters die in Madrid daklozen vernederen of fonteinen kapot slaan in Rome zijn niet welkom in onze mailbox.
Wij zijn op zoek naar schoonheid en nieuw fatsoen.

En de sofa van Veranneman die we een tijdje geleden op onze website toonden ... neen, die stellen we niet te koop. Die staat heel goed in het Permeke-museum in Jabbeke. U moet dus niet meer bellen.
NGO's
Franse banken en belastingparadijzen: een studie. 1/3de van de winst wordt versluisd.
Edited: 201603161442
De vijf Franse banken zijn: BNP Paribas, Société Générale, Crédit Agricole, BPCE en Crédit Mutuel-CIC.
De belastingparadijzen (of landen waar grote belastingvoordelen te halen zijn): België, Luxemburg, Nederland, Jersey (UK), Monaco, Hongarije, Libanon, V.A.E., Maleisië, Hongkong, Vanuatu, Kaaimaneilanden, Bahama's, Bermuda, Singapore, Malta, Guernsey (UK), Letland, Curaçao, Cyprus, Mauritius.
news
5 maart 2016: Erdogan legt oppositiekrant Zaman het zwijgen op
Edited: 201603050143


direct link naar Engelstalige Zaman website

Zaman heeft ook een Nederlandstalige website: Zaman Vandaag

Hieronder de Grondwet van Turkije. Vooral de artikels 19, 26 en 28 zijn van belang voor de vrijheid van de pers. De restricties van die vrijheid en de uitzonderingsmaatregelen waarop de uitvoerende macht een beroep kan doen zijn zeer uitgebreid en laten dus ruimte voor een fikse interpretatie (lees: beknotting). Op die manier kan bvb. berichtgeving over het Koerdische probleem leiden tot represailles omdat de interne veiligheid van de staat in gevaar wordt gebracht. Kritiek op militaire interventies in het buitenland kan dan weer uitgelegd worden als een aantasting van de externe veiligheid. Kritiek op de president (i.c. Erdogan) kan beteugeld worden door een beroep te doen op één of meerdere uitzonderingsclausules.

NOS-teletekst
SNS-bank - Privatisering van de winsten, collectivisering van de verliezen - Ook in Nederland
Edited: 201603040015


Ook deze geplande neoliberale operatie past in het Katanga-model.
Zaman Vandaag
De Arabische Golfstaten Bahrein, Qatar, Koeweit, Oman, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten hebben Hezbollah officieel uitgeroepen tot terroristische organisatie.
Edited: 201603021337
Dat heeft Abdullatif al-Zayani, de secretaris-generaal van de Samenwerkingsraad van de Arabische Golfstaten, waarvan de zes landen lid zijn, woensdag bekendgemaakt, meldt AFP.

Hezbollah is een door Iran gesteunde Libanese sjiitische politieke organisatie met een militante vleugel. Iran is de aartsvijand van het soennitische Saoedi-Arabië. De twee landen staan tegenover elkaar in de oorlogen in Syrië en Jemen. In Syrië vecht Iran net als Hezbollah en Rusland aan de kant van het regime van Bashar al-Assad. De Golfstaten steunen anti-Assad-rebellen. Saoedi-Arabië verbrak vorige maand de diplomatieke banden met Iran als reactie op de bestorming van de Saoedische ambassade in de Iraanse hoofdstad Teheran. Daarbij stichtte een menigte demonstranten brand in het gebouw. Dat protest was weer een reactie op de executie van de prominente sjiitische geestelijke Nimr al-Nimr in Saoedi-Arabië.

Ook onder meer Israël, Frankrijk, Canada, de Verenigde Staten en Nederland beschouwen Hezbollah als terroristische organisatie. De Europese Unie beschouwt alleen de gewapende tak van Hezbollah als terroristisch.
LT
Harper LEE (1926-2016) overleden. R.I.P.
Edited: 201602200147
Met haar belangrijke roman 'To Kill a Mockingbird' (1960) sleepte ze in 1961 de Pulitzer in de wacht. In het Nederlands vertaald als 'Spaar de spotvogels' .
Thema: Zogenaamde Bildungsroman over vooroordelen en racisme tegen zwarten in het diepe Amerikaanse zuiden; advokaat Atticus Finch trekt ten strijde.
In 1962 verfilmd door Robert Mulligan met Gregory Peck in de hoofdrol. Peck kreeg een Oscar.

Een uitspraak van haar over boeken: "Now, 75 years later in an abundant society where people have laptops, cell phones, iPods and minds like empty rooms, I still plod along with books".

Ik ben het eens gaan opzoeken: to plod along = to move along slowly but deliberately ... Een mooi afscheidscadeau van Harper.
DS
Ikea vermijdt minstens 1.000.000.000 euro aan belastingen
Edited: 201602132330
Het gaat om een combinatie van franchisevergoedingen, onbelaste intellectuele eigendomsrechten ofte royalties, ruling-afspraken in Luxemburg, een ommetje langs Liechtenstein, kopen met dure leningen van de verkoper, de inzet van een coördinatiecentrum, de Belgische notionele belastingaftrek, ondoorzichtige Stichtingen in Nederland en Liechtenstein, etcetera.

Enkele namen:
Inter Ikea Systems BV (Nederland)
Interogo Finance (Luxemburg)
Interogo Foundation (Liechtenstein)
Ikea Service Center NV (coördinatiecentrum in België tot 2010)
Inter Finance SA (Luxemburg)
Stichting Ingka (Nederland)


Het wordt tijd dat de modale burger beseft dat wat de Groten niet betalen, de kleintjes wel moeten ophoesten om de begroting van vadertje staat te laten kloppen. Misschien iets om over na te denken terwijl u een Ikea-kast voor uw dochtertje in mekaar knutselt. Bedenk dan dat Ikea u met kastenschema's laat werken terwijl zij met belastingschema's goochelen. U kent dat wel: een pijltje naar boven, eentje naar rechts, een factuur voor levering van know how, een vette creditnota, een recuperatiebonus, een overlopende rekening, een doorgeschoten aftrekpost, een in de verf gezet goed doel, ...

De familie Kamprad vaart er wel bij en betaalt met plezier het (uiteraard aftrekbare) belastingadvies.

Staat uw kast er nu bijna?


zie ook het dossier LuxLeaks
het gebeurde op 11 februari ...
Edited: 201602111201
385: eerste pauselijk besluit, van paus Siricius, betreffende de kerkelijke discipline

1229: vrede van Jaffa, tussen Frederik II en Egyt, sultan Saladin, die de heilige plaatsen Jerusalem, Bethlehem en Nazareth afstaat aan de christenen

1477: Algemeen Groot-Privilege der Nederlandse gewesten, door Maria van Bourgondië uitgevaardigd te Gent

1543: verdrag tussen Karel V van Spanje en Hendrik VIII [Henry VIII] van Engeland gericht tegen paus Paulus III

1596: Aartshertog Albrecht van Oostenrijk doet zijn intrede te Brussel

1681: Russisch-Poolse vrede van Radzyn, waarbij Polen delen van Polodië en Oekraïne terugkrijgt

1689: Mary Stuart komt toe in Engeland, komende van Holland

1786: Edict van Jozef II, bepalende dat alle kermissen op dezelfde dag (1ste zondag na Pasen) moeten plaats vinden

1858: eerste verschijning van O.L. Vrouw aan Bernadette Soubirous, in Masabiele-grot te Lourdes

1873: Spaanse koning Amadeus I abdiceert en keert naar Turijn terug; Spanje wordt een republiek (tot 18741228)

1889: Japan wordt een wettelijke monarchie

1906: pauselijk encycliek van Pius X 'Vehementer Nos', die scheiding tussen kerk en staat veroordeelt

1914: Zwitser Agénor Parmelin vliegt voor de eerste keer over de Mont-Blanc van Genève naar Aosta in 1,5 uur

1919: Friedrich Ebert wordt tot 1ste Duitse rijkspresident benoemd

1924: inhuldiging van het kasteel van Gaasbeek dat een museum wordt

1929: stichting van Vaticaanstad, door het Verdrag van Lateranen tussen paus Pius XI en Mussolini waarbij de Garantiewet van 18710513 vervalt
het gebeurde op 10 februari ...
Edited: 201602100024
1582: hertog Frans van Anjou, terug uit Londen, neemt de Nederlanden in bezit

1724: eerste drie schepen van de Oost-Indische Handelsmaatschappij vertrekken vanuit Oostende naar China

1763: Parijs: vredesverdrag tussen Engeland, Frankrijk, Spanje en Portugal, als einde van de 7-jarige zeeoorlog. Canada behoort voortaan aan Engeland, Havana komt terug bij Spanje.

1798: Franse troepen, onder leiding van maarschalk Berthier, bezetten Rome

1824: Simon Bolivar wordt dictator van Peru

1840: Engeland: huwelijk van koningin Victoria met prins Albert van Saksen

1846: slag van Sobraon (Indië) met Engelse overwinning op de Sikhs

1880: pauselijke encycliek 'Arcanum Divinae Sapientia' van Leo XIII, over het christelijke huwelijk

1915: +Albert Thys, grote baas van de CCCI


1947: vredesverdrag te Parijs tussen de geallieerden en vijf satellietstaten van de As: Italië, Bulgarije, Hongarije, Finland en Roemenië

1962: Berlijn: de Russen laten Francis Powers, piloot van een spionagevliegtuig, vrij in ruil voor Russische spion Rudolf Abel
het gebeurde op 8 februari ...
Edited: 201602080012
1519: Engeland/Frankrijk: Hendrik VIII van Engeland schenkt Doornik terug aan Frankrijk

1538: Heilige Liga gesloten te Rome, tussen paus Paulus III, Karel V, Ferdinand van Oostenrijk en Venetië tegen de Turken

1550: Julius III (Giovanni Maria del Monte) tot nieuwe paus verkozen

1587: Engeland/Schotland: Schotse koningin Maria Stuart, verdacht van samenzwering tegen Engeland, onthoofd op kasteel te Fotheringay

1635: Alliantieverdrag tussen Frankrijk en Verenigde Provinciën betreffende de verdeling der Nederlanden

1807: Slag van Eylau tussen Napoleon en de Russen onder Bennigsen, met onbesliste uitslag

1814: Deens-Russische vrede gesloten te Hannover

1864: Pruisische troepen veroveren't Danewirk (Deense grenswal) in 2de Deens-Duitse oorlog

1867: Dubbele monarchie, het keizerrijk Oostenrijk-Hongarije komt tot stand door overeenkomst. Tot 19190910.

1884: Pauselijke Encycliek 'Nobilissima gallorum gens' van Leo XIII, gericht tegen godsdiensthaat; klik hier voor meer info

1904: Japanse aanval op Russische vloot te Port Arthur als begin Russisch-Japanse oorlog

1909: Frans-Duitse overeenkomst getekend met betrekking tot Marokko

1941: Engelse troepen veroveren Benghasi in Lybië en einde van de veldtocht in Lybië

1949: Hongarije/Boedapest: kardinaal Josef Mindszenty door Hongaarse communisten tot levenslange tuchthuisstraf veroordeeld; proces begonnen op 19490203.

1955: Rusland: Malenkov wordt door Boelganin als premier vervangen

1958: Tunesië: Tunesisch grensdorp Sakhiet door Franse vliegtuigen gebombardeerd: 69 doden

1963: Irak: staatsgreep, gericht tegen premier generaal Kassem, die vermoord wordt; kolonel Abdel Salem Aref tot president gekozen.
het gebeurde op 7 februari ...
Edited: 201602070118
1561: eerste steenlegging van het stadhuis van Antwerpen, voltooid op 15650227; zie in dit verband Antwerpen & de scheiding der Nederlanden; zie ook het referentiewerk van Soly

1831: Belgische grondwet wordt afgekondigd te Brussel; voor een grondige bespreking van de grondwet verwijzen wij naar het werk van Wouter Pas, e.a.

1833: Griekse koning Otto I, verkozen op 18320830, doet zijn plechtige intrede in Griekenland, te Nauplia; hij een zoon van koning Lodewijk I van Beieren; Griekenland was in 1832 onafhankelijk verklaard door het Congres van Londen; ook de Nederlandse prins Frederik kreeg de Griekse troon aangeboden, maar hij bedankte voor de eer; Otto moest in 1862 gedwongen afstand doen van de troon.

1856: Engeland annexeert Voor-Indië (koninkrijken Agra en Oudh)

1921: tijdens een conferentie te Parijs bepalen de geallieerden de Duitse herstelbetalingen: 11,3 miljard £ sterling; lees in deze context De Zwarte Obelisk van Erich Remarque

1942: Japanse troepen landen te Singapore, dat zich overgeeft op 19420215

1943: Amerikaanse troepen veroveren Guadalcanal eiland (sleutelpositie in de Pacific) op de Japanners

1962: mijnramp te Völklingen, in het Saargebied, waarbij 299 doden en 70 gewonden vallen; de oorzaak van de ramp in de mijn van Luisenthal was de ontploffing van opgehoopt methaangas; Wiki heeft een uitgebreide Duitse pagina over de Grübe Luisenthal.
het gebeurde op 5 februari ...
Edited: 201602051345
63: Italië: Pompeji grotendeels verwoest door uitbarsting van de vulkaan Vesuvius

1265: Clemens IV (Guy Foulquois) tot nieuwe paus verkozen te Perugia

1783: Italië: aardbeving in Calabrië, waarbij 35.000 doden vallen

1831: België: te Antwerpen brengt de Hollandse gezagvoerder Jan Van Speyk zijn kanonneerboot tot ontploffing

1850: GHL: de Nederlandse prins Hendrik Willem wordt stadhouder van het groothertogdom Luxemburg

1887: Italië: Milaan: première van de opera Othello van Verdi

1914: geboorte William Seward Burroughs II

1925: culturele autonomie verleend aan Estland

1927: Portugal: communistische opstand in Oporto, waarop de stad gebombardeerd en de opstand bloedig onderdrukt wordt door kolonel Passos

1949: België: oprichting van Touring Wegenhulp

1954: GBR: eerste atoomzuil in werking gesteld in Harwell

1982: Wies Moens overleden
LT
het gebeurde op 4 februari ...
Edited: 201602041521
1515: Karel V doet zijn plechtige intrede te Mechelen, na de regering over de Nederlanden te hebben aanvaard op 5 januari 1515. Een jaar na zijn aantreden veroverde het Osmaanse Rijk Syrië en Egypte en rukten de legers stelselmatig noordwaarts op. Langs de Dalmatische kust brokkelde het Venetiaanse zeerijk af en werd Apulië bedreigd; in 1521 viel Belgrado in Turkse handen, in 1526 het grootste deel van Hongarije met de koninklijke hoofdstad Buda. Het christelijke Imperium zag zich plots geplaatst tegenover de aanhoudende maritieme en continentale bedreiging van sultan Süleyman de Grote (1520-1566). (19990200:33-35)

1805: huisnummering ingesteld te Parijs door een decreet van Napoleon; dat zal het werk van Fouché, minister van politie aanzienlijk vergemakkelijkt hebben.

1875: Huwelijk van Belgische prinses Louise met Philip van Saksen-Coburg-Gotha, te Brussel. Louise Marie Amélie (Laken, 18 februari 1858 - Wiesbaden, 1 maart 1924), Prinses van België, Prinses van Saksen-Coburg-Gotha was het eerste kind van de latere koning Leopold II van België en diens vrouw Maria Henriëtta.
DS
Wie adviseert John Crombez?
Edited: 201602031058
De Standaard geeft vandaag het lijstje van de 'inner circle' van SPA-voorzitter John Crombez. Dat gebeurt na een uitspraak van Crombez over het maximum aantal vluchtelingen, t.w. 250.000, een plan van de Nederlandse PVDA-er Samson.
Het gaat - aldus DS - om acht personen:
Vivi Lombaerts, echtgenote, ex-woordvoerder Vande Lanotte;
Freya Van den Bossche, MP;
Joris Vandenbroucke, MP;
Hannes De Reu, directeur beweging en netwerk;
Johan Vande Lanotte, politiek vader, mede-Oostendenaar, MP;
Stephanie Van Houtven, ondervoorzitter;
Sarah Vandecruys, directrice communicatie;
Jan Cornillie, directeur studiedienst.

news
Mein Kampf heruitgegeven in Duitsland
Edited: 201601081130
Het werk wordt heruitgegeven met een paar duizend voetnoten.
Zie ook onze nota over de heruitgave door Fayard.

Een nederlandstalige uitgave vindt u hier.
SAR
aanvraagformulier visum Saoedi-Arabië - Ambassade Brussel - totale onderwerping aan wetten, gewoonten en islam
Edited: 201601012258
Toch maar even nadenken vooraleer u dit document ondertekent want de gevolgen kunnen verstrekkend zijn, tot de doodstraf toe.
Het is ons niet bekend of de tekst ook in het Nederlands en het Duits ter beschikking wordt gesteld door de ambassade.

Newsmonkey - DS
Maggie De Block: je kunt geen limiet zetten op het aantal vluchtelingen
Edited: 201512300905
Voluit was de uitspraak: 'We moeten realistisch zijn: alle vluchtelingen die hier nu zijn, gaan niet meer terugkeren. Je kunt ook geen limiet zetten op het aantal vluchtelingen'.
Commentaar LT: De eerste stelling is een voorspelling, de tweede is beleid. Het lijkt allemaal nogal gemakkelijk: je laat domweg begaan tot het scheepje zinkt. Iedereen aan boord en dan nergens heen. Zo doe je dat in de politiek.

In Nederland acht Diederik Samson (PVDA) 200.000 vluchtelingen haalbaar, maar krijgt de wind van voor.
Of en hoe het stelsel van de sociale zekerheid zo'n aantallen verteert, wordt er niet bij gezegd.

We brengen hier de wijze woorden van Etienne Vermeersch in herinnering.
AD.nl
Shell kan in Nederland voor de rechter worden gedaagd voor de gevolgen van olielekkages in Nigeria. Dochterbedrijf is geen waterdicht schot meer. Corruptie regeert in Nigeria.
Edited: 201512181439
Dat heeft het gerechtshof in Den Haag vrijdag bepaald. De vraag of Shell ook daadwerkelijk aansprakelijk is, blijft nog onbeantwoord.
Shell betwistte in hoger beroep de bevoegdheid van Nederlandse rechters in deze zaak. De zaak tegen het Nigeriaanse dochterbedrijf zou thuishoren voor een lokale rechtbank. Het hof gaat daar evenwel niet in mee, omdat niet op voorhand valt uit te sluiten dat ook het Nederlandse moederbedrijf blaam treft.
Commentaar: Deze uitspraak is vernieuwend qua procedure. Een moederbedrijf kan zich niet langer verschuilen achter een dochterbedrijf. Zo kan een zaak worden weggetrokken van een vaak corrupt gerecht in een even corrupt ontwikkelingsland. Hieronder de (vereenvoudigde) structuur van de olie-industrie in Nigeria. De NNPC wordt geplaagd door corruptie. De bedragen die niet via de schatkist passeren belopen miljarden US-dollars.

BAUWENS Michel (interview in De Standaard Weekblad 20151212)
‘De Belgische regering kiest voor een trek-uw-plansamenleving’
Edited: 201512120903
CYBERFILOSOOF MICHEL BAUWENS EN DE ECONOMIE NA HET KAPITALISME
12 DECEMBER 2015 | Yurek Onzia, foto’s Fred Debrock
Het laatste boek dat wijlen Jean-Luc Dehaene cadeau deed aan zijn partijvoorzitter Wouter Beke, was De wereld redden van Michel Bauwens. Dat is de Belgische peetvader van de peer-to-peerbeweging – een vraag-aanbodeconomie tussen particulieren – vooralsnog niet gelukt, maar zijn alternatieve model maakt wel opgang. ‘Ja, ik ben een wereldverbeteraar.’
Een maandagmiddag in het Grand Café van het Antwerpse kunstencentrum deSingel. Michel Bauwens drinkt een espresso in het gezelschap van vier dames van Actueel Denken en Leven, een vereniging die sinds de jaren 70 voordrachten voor vrouwen organiseert over tendensen in de samenleving. Bauwens is voor deze lezing overgevlogen vanuit Berlijn, waar hij een van de hoofdgasten was op UnICommons, een tweedaagse rond gemeengoed. Straks vertrekt hij voor een tournee naar Nieuw-Zeeland en Australië, in het voorjaar is hij gastdocent aan de universiteit van Madison in de Amerikaanse staat Wisconsin.

Vandaag verwacht Bauwens maar ‘een man of 50, wat oké is, want ik spreek ook graag voor kleinere groepen’. Blijkt dat de Blauwe Zaal bomvol zit, 750 bezoekers, allemaal vrouwen. Ze smullen van zijn met voorbeelden gelardeerde verhaal over de peer-to-peer-economie, met als pijlers open en gedeelde kennis, duurzaamheid en solidariteit. En zij niet alleen. Bauwens’ boek De wereld redden is ook een Franse bestseller, de Engelse en Spaanse vertalingen staan op stapel. Verwante geesten als Jeremy Rifkin en Douglas Rushkoff steken hun appreciatie niet onder stoelen of banken. En in 2012 al nam het Post Growth Institute Bauwens op in de (En)Rich List, een lijst met de 100 meest inspirerende figuren voor een duurzame toekomst. Hij staat er te blinken naast Vandana Shiva, Mahatma Gandhi en Martin Luther King.

Terug naar het Grand Café, waar het gesprek geanimeerd is, jolig bij momenten. Bauwens is zijn bescheiden-charmante zelf, met anekdotes en grapjes over de boeddhistische gewoontes in Thailand. Hij woont al vijftien jaar in Chiang Maimet zijn Thaise vrouw en hun twee kinderen. Vandaaruit trekt hij de wereld rond om zijn visie op een nieuw maatschappijmodel uit te dragen. ‘Mijn vrouw begrijpt het allemaal niet zo goed’, lacht hij. ‘Telkens als ik vertrek, vraagt ze hoe het mogelijk is dat er mensen naar mij komen luisteren en daar nog voor willen betalen ook.’

Op het tandvlees

Het engagement van Michel Bauwens wortelt in de late jaren 90. Terwijl hij kampte met een burn-out, zag hij ook hoe het helemaal verkeerd ging met de wereld. Meer ongelijkheid, meer ecologische problemen. ‘Het leek alsof ons systeem er maar niet in slaagde om daar iets aan te doen’, zegt hij. ‘Dertig jaar geleden hadden we een ozonprobleem. Dat hebben we grotendeels opgelost, dankzij het Montrealprotocol van 1987 en de belofte van 197 landen om geen ozonschadelijke stoffen meer te produceren. Maar een gezamenlijke aanpak van de opwarming van de aarde en de klimaatverandering, dat lukt blijkbaar niet.’

Er was nog een motivatie. Bauwens had gewerkt als kaderlid voor British Petroleum en als e-business-strateeg voor Belgacom, had gezien hoe het er daar aan toe ging, hoeveel stress en burn-outs er waren en hoe kortzichtig het beleid van grote bedrijven was geworden. ‘Een verziekte werksfeer waar zelfs de elite van het kapitalisme vandaag niet aan ontsnapt’, zegt hij. ‘Vijftig jaar geleden gingen de Engelse aristocraten vrolijk naar de gentlemen’s clubs, om te socializen. Nu werkt een kaderlid 80 uur per week. Mensen zitten op hun tandvlees, ze zijn niet gelukkig.’

Bauwens dacht: dit kan toch niet het model voor de toekomst zijn? En ook: was hij een deel van het probleem of van de oplossing? ‘Het antwoord was duidelijk’, zegt hij. ‘Binnen zo’n structuur bleef ik een deel van het probleem. Ik heb toen beslist om me actief bezig te houden met systeemveranderingen. Ik nam een sabbatical, trok twee jaar uit om te lezen, onder meer over de val van het Romeinse Rijk, en reisde een halfjaar rond om dingen van nabij te bestuderen. De neerslag daarvan werd De wereld redden. Met peer-to-peer naar een postkapitalistische samenleving, het boek dat ik schreef met Jean Lievens.’

Peer-to-peer is een begrip dat oorspronkelijk uit de computerwereld komt, het betekent ‘van gelijke tot gelijke’. Wellicht was Bauwens niet de eerste, hij denkt aan het werk van iemand als Yochai Benkler, maar hij was wel een van de eersten die het p2p-principe hebben toegepast als sociale structuur op andere vlakken van de samenleving. Fundamenteel gaat het over de capaciteit van mensen om als gelijken onder elkaar samen waarde te creëren, via speciale licenties die het delen mogelijk maken. Het internet en de nieuwe technologieën laten meer dan ooit toe om makkelijk met elkaar in contact te komen en samen te werken. Zonder de normale hiërarchische structuren, maar door onderlinge coördinatie, op een globale schaal. ‘Peer-to-peer is dus niet zomaar een spelletje’, zegt Bauwens. ‘Het is het verhaal dat onze planeet nodig heeft.’

Parasitaire P2P

Centraal in dat verhaal staat het begrip commons, gemeengoed. Bauwens legt uit. ‘In de middeleeuwen al hadden boeren vaak een gemeenschappelijk stuk eigendom. Daarover maakten ze afspraken, om bijvoorbeeld op bepaalde tijdstippen vruchten te plukken.Commons is geen privaat goed en ook geen eigendom van de overheid, maar wordt beheerd door een gemeenschap van burgers, gebruikers en producenten, die er de voordelen of gevolgen van ondervinden.’

‘In de westerse wereld heeft het kapitalisme dat gemeengoed proberen af te breken. Het evenwicht tussen privé- en gemeenschappelijk bezit werd, zeker in de voorbije decennia, steeds ernstiger verstoord. Maar via het internet is het doodeenvoudig om samen op grote schaal gemeengoed te realiseren. Op die manier komencommons opnieuw in de kijker. En leiden ze naar een nieuwe manier van denken en aanpakken.’

zie onze nota over eigendom en staat

Kunt u daar voorbeelden van geven?

‘Eerst was er de vrije software, Linux. Een groep mensen creëerde die nieuwe software, maar privatiseerde hem niet en begon hem met iedereen te delen. Eén voorwaarde: als je er gebruik van maakt en er iets aan verandert, moet je die verbetering ook delen met de andere gebruikers. Wikipedia is nog een voorbeeld: een digitale bundeling van kennis op basis van vrijwillige bijdragen, die de oude encyclopedieën zo goed als overbodig heeft gemaakt.’

‘Momenteel evolueren we van een kapitalistische economie, gebaseerd op arbeid en kapitaal, naar een p2p-economie, gebaseerd opcommons en een vrijere taakverdeling. Maar omdat het allemaal nog gefragmenteerd is, zien mensen het volledige plaatje niet. Als onderzoeker kijk ik met de P2P Foundation naar die nieuwe initiatieven en vormen waarmee mensen bezig zijn, probeer er de onderliggende structuur en logica van te begrijpen en die inzichten naar het grote publiek te brengen.’

Commons, samenwerken, deeleconomie: het klinkt allemaal goed. Maar wat met bedrijven als Uber en Airbnb? Ze laten uitschijnen dat ze deel uitmaken van die sociaal gedreven p2p-economie, maar zijn evengoed gericht op winstmaximalisatie en beurswaarde.

‘Dat is inderdaad een probleem. In de nieuwe deeleconomie overheersen Uber en Airbnb, en Facebook zwaait de plak over de sociale media. Vandaag heeft het 1,3 miljard actieve gebruikers en het verandert de samenleving door de manier waarop het, via peer-to-peercommunicatie, mensen met elkaar in contact brengt. Maar zonder gebruikers heeft Facebook geen waarde. Het maakt gigawinsten door onze aandacht, het schaarste-element, te verkopen aan andere bedrijven. Wij creëren dus 100 procent van de marktwaarde, maar de opbrengsten gaan integraal naar Mark Zuckerberg. In het kapitalistische systeem betaal je de mensen tenminste nog voor hun arbeid, de toegevoegde waarde. Airbnb en Uber faciliteren, maar voegen zelf niets toe en nemen geen enkele verantwoordelijkheid. Op die manier werken ze veel goedkoper dan hotels en taxibedrijven, kunnen ze de markt innemen en grote winsten maken. Zo’n systeem kan niet blijven werken, want het is parasitair, ook voor het kapitalisme zelf. De p2p-dynamiek kan het huidige maatschappijmodel dus ook enorm verstoren.’

Coalition of the Commons

Hoe los je dat op? Michel Bauwens kijkt naar de politiek. Partijen en overheden die de kracht van het nieuwe model inzien en ermee aan de slag gaan. ‘Zo kun je in Gent of Antwerpen perfect een eigen gemeengoedversie van Uber oprichten en de winst ervan verdelen onder de chauffeurs. Waarom doen we dat niet? De rol van stedelijke overheden kan daarbij cruciaal zijn, door als facilitator van een deeleconomie op te treden.’

Bauwens stelt een Coalition of the Commons voor. ‘Door de digitalisering wordt traditionele arbeid steeds schaarser en kunnen we geen sociale compromissen meer sluiten enkel op basis van klassieke loonarbeid. Het moet wel mogelijk zijn om een nieuwe sociale en politieke meerderheid te creëren rond het idee van de commons. Je hebt het succes van de Piratenpartijen – in IJsland worden ze volgens recente peilingen de grootste partij – die de digitale cultuur vertegenwoordigen. Je hebt de Groenen, die de natuur als gemeengoed vertegenwoordigen. Je hebt nieuwe progressieve partijen, zoals het Griekse Syriza en het Spaanse Podemos en Barcelona en Comù (‘Barcelona Samen’, nieuw burgerplatform dat bij de laatste verkiezingen een meerderheid behaalde en met Ada Colau de nieuwe burgemeester leverde, red.), die zijn voortgekomen uit de Occupy-, de 15 mei- en Syntagma Squarebewegingen: allemaal groeperingen die sterk de peer-to-peer-principes hebben toegepast. Ik denk ook aan de grote mobilisatie die politici als Bernie Sanders in de VS en Jeremy Corbyn in Groot-Brittannië teweegbrengen en aan nieuwe burgerbewegingen zoals Hart Boven Hard/Tout Autre Chose in België.’

(op dreef) ‘We hebben vandaag een negatief sociaal contract. Wat is onze belofte aan onze jongeren? Dat je, áls je een geschikte job vindt, harder en langer zal moeten werken. Dat studeren steeds duurder zal worden, dat je je volwassen leven zult beginnen met schulden. Dat je geen huis zult kunnen kopen, als je geen rijke ouders hebt. De huidige Nederlandse en Britse regering, en ook de Belgische, kiest voor een trek-uw-plansamenleving. Een gevaarlijk model, want het vernietigt in ijltempo de solidariteitsmechanismen en het sociale weefsel. Het nefaste Europese austeritybeleid, gedicteerd door dezelfde grootbanken die ons met hun roekeloze gespeculeer en hebzucht in de crisis hebben gestort, drijft landen naar de bedelstaf. Willen we dat veranderen, dan zullen we, zoals de arbeiders ooit een arbeidersbeweging hebben opgebouwd, een commonsbeweging moeten creëren.’

Ziet u dat zonder slag of stoot gebeuren?

‘Dat moet uiteraard op een democratische manier gebeuren, maar het gaat wel om radicaal andere politieke keuzes – je kunt die niet alleen bewerkstelligen door op je eentje microfabrieken te bouwen. Je moet dan denken aan het grondig veranderen van instituties en instellingen, aan méér democratie en burgerparticipatie. Of dat een gewelddadig proces is of niet, hangt niet van ons af. Wel van het feit of het systeem soepel genoeg is om die innovaties te accepteren. Een systeem wordt pas gewelddadig, als het niet meer kan veranderen zónder geweld. Dat moeten we absoluut vermijden. Ik pleit voor evolutie en samenwerking, in plaats van voor revolutie en onderlinge verdeling.’

Dat de veranderingen volop bezig zijn, toont u in uw boek aan via een reeks succesvolle cases.

‘Ja, ik denk aan Fora do Eixo, een groot p2p-cultuurnetwerk in Brazilië dat erin is geslaagd een grote alternatieve muziekeconomie te creëren. Je hebt er ook Curto Café, een alternatieve koffiegemeenschap die heel wat peer-to-peer-principes gebruikt: openheid in de productie en de boekhouding, een open recept en wie investeert, wordt terugbetaald met gratis koffie. Of het Broodfonds in Nederland, een mooi voorbeeld van onderlinge solidariteit bij ziekte of ongeval tussen kleine zelfstandigen, freelance kenniswerkers en kleine ondernemingen – het nieuwe precariaat, dat zouden de vakbonden dringend moeten beseffen. En in Zwitserland heb je WIR, een p2p-organisatie van 62.000 ondernemers die werkt als een soort ‘nieuwe gilde’ en haar leden helpt en versterkt door kredietverstrekking via een alternatieve munt, de WIR franc, buiten de traditionele banken om. Allemaal dingen die de arbeidersbeweging in de 19de eeuw al deed, maar nu in een nieuw technologisch jasje zitten.’

VAN TINA NAAR TAPAS

U reist vanuit uw thuisbasis in Thailand vrijwel continu de wereld rond, met een onvermoeibare, haast apostolische bevlogenheid. Wat houdt u gaande?

‘Als je iets wilt veranderen, moet je mensen hoop geven en die energie mobiliseren. Misschien lukt het niet, maar als je begaan bent met sociale rechtvaardigheid en de planeet, en iets wilt bereiken, kun je gewoon niet anders. Tijdens mijn burn-out werd het me duidelijk dat een engagement met mijn medemens, van gelijke tot gelijke, een essentieel deel van mijn leven moest zijn. Het peer-to-peer verhaal was daar de logische uitkomst van.’

‘In The Varieties of Religious Experienceheeft Harvard-filosoof William James het over de ‘once born’ en de ‘twice born’. Er zijn mensen die geboren worden en onmiddellijk hun plaats vinden. Je hebt er ook die een strijd moeten leveren, een crisis doormaken. Als die erin slagen, zegt James, om later in hun leven erbovenop te komen, zijn dat de mensen die de wereld veranderen. Ik was als jongeman niet gelukkig. Vond mijn plaats niet, heb moeten worstelen om zingeving te creëren. En dan gebeurt er iets waardoor alles samenvalt en je weet: dit is mijn weg. Ik doe dit dus omdat ik het móét doen.’

Beschouwt u uzelf als een wereldverbeteraar?

(resoluut) ‘Ja.’

Ik vraag het omdat het een woord is dat mensen nauwelijks nog in de mond durven nemen.

‘Ja, maar dat is net het probleem. Dat heersende cynisme, in combinatie met het dominante neoliberale denken. Sommige politici proberen de mensen wijs te maken dat er geen andere opties zijn dan het beleid dat we nu voorgeschoteld krijgen. Dat is een verschrikkelijke onderdrukking van de mens en van het menselijke potentieel. Ik zeg het vaak: we moeten van TINA (There Is No Alternative, red.) naar TAPAS (There Are Plenty of Alternatives’, red.), want er zijn wel degelijk alternatieven.’

‘Momenteel zijn miljoenen mensen hun leven aan het veranderen. Ze accepteren steeds minder het dominante neoliberale economische denken en willen ethisch, duurzaam en solidair handelen. Uit een onderzoek in Finland is gebleken dat maar liefst 95 procent van de Finse designstudenten wil meewerken aan duurzaamheidsinitiatieven. Mensen zetten zich in voor hun wijk en voor natuurbehoud, organiseren repair cafés, zetten coworking spaces en FabLabs op, delen hun wagens en materiaal, en produceren alternatieve energie, geïnspireerd door de succesvolle burgercoöperatieven in Duitsland, waar 96 procent van de hernieuwbare energie wordt geproduceerd buiten de energiemaatschappijen om. Op die manier ontstaat er een tegenmacht die de bestaande macht uitdaagt, met solidariteit, duurzaamheid en gedeelde kennis als belangrijkste pijlers.’

Er is nog hoop?

‘Er is zeker hoop. En het is belangrijk om hoop te hebben. Niet omdat mensen die de wereld willen verbeteren, daar altijd volledig in slagen. Maar beeld je in dat je zelfs niet meer probeert. Dan boer je zeker achteruit.’
News
Brusselse tunnels onveilig
Edited: 201511051124
Michel Hubert, een socioloog en mobiliteitsexpert aan de Université Saint-Louis (Brussel) is van oordeel dat ook de andere gewesten en de federale staat moeten betalen voor de renovatie van de tunnels 'omdat niet enkel Brusselaars door de tunnels rijden'.
Commentaar LT:
Voilà, dat heeft Hubert helemaal alleen gevonden. Knap, hé.
In die redenering moeten de Nederlanders meebetalen voor de Antwerpse ring.
Het doorschuiven van de Zwarte Piet is een favoriet spelletje in België. En dan volgt de bijkomende belastingheffing.
Rijden de superrijken niet door de tunnels?


HOUELLEBECQ Michel
Onderworpen. Roman (vertaling van Soumission - 2015)
Edited: 201511030052
Paperback. Pp: 224. Een professor aan de Sorbonne, groot kenner van het oeuvre van Joris-Karl Huysmans, ziet zijn land in 2024 aan de vooravond van de presidentsverkiezingen steeds verder polariseren: een burgeroorlog lijkt onvermijdelijk. De traditionele partijen zijn uitgespeeld, de strijd gaat tussen het Front National en de Fraternité musulmane (Moslimbroederschap). Op de valreep doet een van de leiders een politieke meesterzet.Na de kalme triomf van De kaart het gebied, waarmee hij de Prix Goncourt won, is Michel Houellebecq helemaal terug als Frankrijks grootste provocateur. Ook zijn bekende thema's keren terug: liefde, seks, eenzaamheid. Maar voor het eerst eindigt hij met een verrassend majeurakkoord. ISBN: 9789029538619.

Zijn controversiële maatschappijkritische toekomstroman Soumission, - Frans voor 'onderworpenheid/onderwerping', wat 'islam' ook in het Arabisch betekent - verscheen op 7 januari 2015. Na de Franse presidentsverkiezingen van 2022 wordt de leider van de partij La Fraternité musulmane (De Islamitische broederschap), de ambitieuze Mohammed Ben Abbes, in de tweede ronde verkozen, nadat andere partijen in een poging het Front National van de macht te weren, diens kandidatuur ondersteunden. Frankrijk wordt een islamitische staat die de sharia invoert. De roman beschrijft het leven van de misantropische docent Franse letteren aan de Sorbonne, François (een subtiele verwijzing van Houellebecq naar zichzelf), die een specialist en bewonderaar is van het werk van Joris-Karl Huysmans. Na zijn bekering tot de islam, vindt François opnieuw wat geborgenheid en geluk. In het boek haalt Houellebecq ook scherp uit naar politici zoals François Hollande, die aan zijn tweede ambtstermijn als president bezig is, en François Bayrou die een islamitisch premier wordt.[7]. De Nederlandse vertaling heeft als titel Onderworpen en is verschenen op 12 mei 2015[8].

Het werk van Houellebecq wordt in het Nederlands vertaald door Martin de Haan.
Avaaz
Persbericht: Stop de Nederlandse vriendjespolitiek - Pleidooi tegen enge partijpolitiek
Edited: 201511022351
Beste vrienden,

Sinds decennia worden de burgemeesters, leden van adviesraden and hogere ambtenaren grotendeels benoemd in achterkamertjes, waarbij de grote politieke partijen bepalen wie de baan krijgt. Dit is in strijd met onze meest basale democratische principes.

We zien het steeds opnieuw. Wanneer een baan in het openbaar bestuur open komt, kan iedereen solliciteren, maar “Als je geen partijlid bent, maak je geen schijn van kans” -- hoe gekwalificeerd of ervaren je ook bent.

Maar er is een oplossing. Meer Democratie heeft een campagne gelanceerd om de juridische loopholes te schrappen en een onafhankelijke commissie in te stellen die de eerlijkheid en openheid van alle benoemingen bewaakt. Volgens peilingen steunt 70% van de Nederlanders deze hervorming.

Als we nu op korte termijn 40.000 handtekeningen indienen, dan is de Tweede Kamer verplicht om ons voorstel te bespreken en erover te stemmen -- dit is de beste kans die we hebben om ervoor te zorgen dat onze stem luid en duidelijk wordt gehoord. Klik hieronder om een einde te maken aan deze vriendjespolitiek die in strijd is met onze grondwet.


Slechts 2,5% van de volwassen Nederlanders zijn lid van een politieke partij. Wij, de overige 97,5%, worden vanaf het begin uitgesloten. Dat is niet alleen oneerlijk, het is ook een verspilling van talent, omdat de overheid de skills mist van een enorme hoeveelheid hoog gekwalificeerde mensen.
Laten we eens de burgemeesters bekijken. Van de circa 400 gemeenten hebben er niet minder dan 336 een CDA-, PvdA- of VVD-burgemeester (in 2014). De lokale partijen kregen 24% van de stemmen in 2014, maar slechts 3% van alle burgemeestersposten.

Het is ook slecht voor de onafhankelijkheid van alle adviesraden en onderzoekscommissies. Er zijn er honderden -- van de Raad van State en de Nationale Rekenkamer tot aan het Commissariaat voor de Media. Zij moeten de regering onafhankelijk advies geven en hun daden controleren. Het is niet goed als zij gevuld zijn met mensen die allemaal uit dezelfde partijen komen, die elkaar persoonlijk kennen en die elkaar aan banen helpen.

Onze Grondwet zegt dat alle Nederlanders op gelijke voet in openbare dienst benoembaar zijn en dat discriminatie op politieke gronden is verboden. Maar een weinig bekend artikel 5.4 in de Wet Gelijke Behandeling maakt opeens een uitzondering voor publieke benoemingen. Op die manier kunnen zelfs rechters niets doen voor mensen die vermoeden dat zij werden gediscrimineerd.

Deze juridische loophole moet worden afgeschaft. In plaats daarvan zou Nederland het Britse systeem kunnen volgen, dat sinds 150 jaar een Civil Service Commission heeft wiens belangrijkste taak is het voorkomen van partijpolitieke benoemingen en het zorgen voor eerlijke en open benoemingen die zijn gebaseerd op verdienste.

Laten we dit systeem nu veranderen en onze democratie naar een hoger niveau tillen.

Avaaz is een internationaal campagnenetwerk van 41 miljoen mensen en streeft ernaar dat internationale besluitvorming wordt bepaald door inzichten en waarden van de wereldbevolking. ("Avaaz" betekent "stem" of "lied" in veel talen.) Avaaz heeft leden in alle landen van de wereld; ons team is verspreid over 18 landen in 6 werelddelen en werkt in 17 talen.
Tweede Kamer Nederland
Fyra-rapport 'De reiziger in de kou' leidt tot ontslag staatssecretaris Wilma Masveldt (PvdA). Burger betaalt voor het geklungel.
Edited: 201510291047


Toch hadden meerdere 'verantwoordelijken' boter op het hoofd.
De Belgische staat en de NMBS worden in het rapport onbetrouwbare partners genoemd. De commissie hoorde ook ex-NMBS-baas Marc Descheemaecker.
Opmerkelijk is dat de NMBS van in den beginne voor een echte HST pleitte, terwijl NS uit zuinigheid voor een trager treinstel (tot 220 km/uur) koos.
Het rapport bulkt van de voorbeelden over halve afspraken, eenzijdige Nederlandse beslissingen, aarzelende offerterondes, wijzigingen van criteria en het aantal treinstellen op het laatste moment. Tegen die achtergrond moest AnsaldoBreda, een volle dochter van Finmeccanica, treinen maken. En als u mijn mening vraagt: het waren lelijke treinen met een afschuwelijke smoel en een botte aerodynamica.
De Fyra-blunders worden betaald door de belastingbetalers.
Tenslotte: Finmeccanica is een Italiaanse groep die geplaagd wordt door corruptieschandelen waarin ook de naam van Silvio Berlusconi gevallen is (zie de berichtgeving van The Guardian hieromtrent). Opvallend in het Nederlandse rapport is dat de stroomopwaartse structuur van AnsaldoBreda, die toch leidt naar Italië, op geen enkel moment wordt belicht. De internationale belangen en connecties blijven daardoor buiten schot. Ook de namen Agusta of AgustaWestland vallen dus niet. Enige historische kennis had moeten leiden tot voorzichtigheid met een groep met een bedenkelijke bedrijfscultuur. De NMBS of de NS had bijvoorbeeld Willy Claes op de koffie kunnen vragen.
lees het volledige rapport van 519 pagina's hier

zie ook ons boek over de Agusta-affaire
News
Nederlandse koning Willem-Alexander maakt zich zorgen over de sfeer in het vluchtelingendebat.
Edited: 201510282203
In Nigeria maken de bewoners van de Niger-delta zich zorgen over de Shell-exploitatie. Ze verzuipen er in de olie.
NEURINK Judit
De vrouwen van het kalifaat · Slavinnen, moeders en jihadbruiden
Edited: 201510271100
Dit boek verschijnt bij uitgeverij Jurgen Maas, telt 140 pagina's en kost 18,95 euro.
Een samenvatting:
Honderden yezidi-vrouwen leven als seksslavinnen in eigendom van de radicale moslimgroepering ISIS. Jonge vrouwen uit het Westen worden geworven als toekomstige moeders van een nieuwe generatie strijders. Een klein aantal is getraind voor een speciaal politiekorps dat vooral vrouwen moet controleren op het naleven van de regels – maar meedoen aan de strijd mogen ze niet.
Wat is het lot van de yezidi-vrouwen die ISIS in augustus 2014 roofde? Wat voor invloed hebben vrouwen binnen ISIS? Hoe kijken ze aan tegen de rol van de man en het feit dat hij zal gaan sneuvelen – hen alleen achterlatend met de kinderen? Is er liefde binnen ISIS? Zijn er vriendschappen onder vrouwen? Neurink sprak met tientallen aan ISIS ontsnapte yezidi-vrouwen, belde met vrouwen in de bezette stad Mosoel, analyseerde propagandamateriaal van ISIS, verrichtte literatuuronderzoek en volgde de wereldpers over het onderwerp op de voet. Ze werd geraakt door de zwarte werkelijkheid in het kalifaat: hoe yezidi-vrouwen als dieren worden behandeld en hoe de vrouwen binnen ISIS/DAESH in bruutheid niet onderdoen voor mannen. En ook door het feit dat velen die werkelijkheid ontkennen of accepteren om in het kalifaat te kunnen overleven.

Judit Neurink (Goor, 1957) woont in Erbil, het Koerdische gedeelte van Irak. Sinds 2008 werkt ze in dit deel van het Midden-Oosten als correspondent van Trouw. Ook zette ze daar het mediacentrum IMCK op, gesteund door de Nederlandse organisatie Free Press Unlimited. Ze verzorgde trainingen voor Koerdische en Iraakse (Arabischtalige) journalisten om zo de kwaliteit van pers en democratie te verbeteren. Naast journalist is Neurink ook auteur. Over de laatste Joden in Irak schreef Neurink 'De Joodse bruid', over haar leven in Irak 'Mijn Iraakse familie' (2011), over families in Bagdad 'De bange stad' (2009) en over de Iraanse radicale groepering Moedjahedien Khalq 'Misleide martelaren' (2005).
Standaard Boekhandel - geschiedenis van deze groep
Edited: 201510160027
Een beetje geschiedenis

1919 (1 april): opening van de eerste "Afdeling Boekhandel van de N.V. De Standaard"
1924: boekhandel en uitgeverij worden ondergebracht in een aparte nv
1976: boekhandel en uitgeverij komen in handen van Bührmann-Tetterode als Scriptoria nv
1983: boekhandel realiseert een omzet van bijna 17 miljoen euro met een verlies van 2,7 miljoen euro
1985: oprichting van Standaard Boekhandel nv en Standaard Uitgeverij nv. De juridische band tussen uitgeverij en boekhandel verdwijnt definitief. Eind 1985 telt Standaard Boekhandel 40 winkels.
1990: Bührmann-Tetterode verkoopt Standaard Boekhandel aan haar management, de GIMV, de groep Scholte BV en de groep Malherbe BV
1994: Standaard Boekhandel haalt voor het eerst de grens van 50 miljoen euro omzet
1999: de kaap van 75 miljoen euro wordt overschreden
2001 (maart): oprichting van Standaard Boekhandel Logistiek, die vanaf mei 2001 de volledige logistiek van Standaard Boekhandel organiseert
2002: de Zuidnederlandse Uitgeverij (ZNU) wordt volledig eigenaar van Standaard Boekhandel
2003: de totale omzet gaat voor het eerst boven 100 miljoen euro
2006 (maart): opening van de honderdste Standaard Boekhandel in Merchtem
2006 (juni): opening van de eerste shop-in-the-shop bij Fun, onder de naam Standaard Bookshop
2008: de kaap van 150 miljoen euro wordt overschreden
2011 (oktober): Standaard Boekhandel gaat online met de introductie van een webwinkel, in nauwe aansluiting op het fysieke winkelnet en de integratie van sociale media.
2014 (april): Standaard Boekhandel neemt de winkelketen Club over en wordt een Belgische groep
2014 (juli): Standaard Boekhandel lanceert het tolino-platform en bijhorende e-reader
2015: de omzet van het voorbije jaar stijgt tot meer dan 200 miljoen euro
News / De Telegraaf / HLN / Standaard
Nederlands vrachtschip 'Flinterstar' gezonken voor Zeebrugge. Belgische overheid aan zet voor berging.
Edited: 201510100103
Donderdagavond 20151008 is een contract gesloten over het wegpompen van de olie uit het schip. Dat is volgens Bart Otto van rederij Flinter "total loss". Hij ontkent berichten in de Belgische pers dat hij ook al een contract zou hebben getekend over de berging van het scheepswrak. Volgens de Belgische wet is het aan de Belgische overheid hierin het voortouw te nemen, aldus Otto.



Wie de kosten van de berging uiteindelijk zal dragen wordt een juridische kluif. Maar zoals het er nu uitziet moet de Belgische staat wel opdraaien voor de voorfinanciering indien zij de hoogdringendheid inroept (mogelijke breuk wegens instabiliteit, milieuschade, versperring van de vaarroute, ...). Dat de rederij de Flinterstar 'total loss' noemt doet vermoeden dat de verwachte bergingskosten de waarde van het wrak overtreffen.

In een zaak van 2012 vonniste het Hof van Beroep te Antwerpen inzake het ms. Luxembourg als volgt: 'De wettelijke bergingsplicht van een gezonken schip en zijn lading rust bij de eigenaar van dit schip en niet automatisch bij de overheid die tot ambtshalve lichting kan overgaan wanneer de omstandigheden hiertoe vereist zijn. Afstand van scheepsvermogen doet hieraan geen afbreuk.'

Wordt het weer het verhaal van privatisering van de baten, collectivisering van de lasten?


Gent
Boekvoorstelling: Kleurrijk – Wynantz & Gent omstreeks 1820
Edited: 201510091630
De Stad Gent stelt samen met uitgeverij Snoeck en fotograaf Philippe Debeerst een nieuw boek voor over Gent 200 jaar geleden en nu
De Stad Gent (Stadsarcheologie en Stadsarchief) realiseerde samen met Uitgeverij Snoeck en fotograaf Philippe Debeerst een boek over het Gentse stadsbeeld 200 jaar geleden en nu. Het vertrekpunt is de collectie aquarellen van Jean-Baptiste Joseph Wynantz met 74 unieke stadsgezichten van Gent omstreeks 1820-1823. De uitgave past in het culturele themajaar ‘Gent kleurt Oranje’, naar aanleiding van 200 jaar Verenigd Koninkrijk der Nederlanden.

De boekvoorstelling vindt plaats op vrijdag 9 oktober 2015 om 16.30 uur in de Pacificatiezaal van het Stadhuis, Botermarkt, Gent.
Nederlands Kadaster
Nederlands Kadaster biedt een applicatie aan waarmee je een topografische tijdreis kan maken
Edited: 201509281501
De gedetailleerde digitale kaart is grensoverschrijdend en bestrijkt ook een deel van Vlaanderen. Interessant.

klik op deze link
MediaMagazine
KPN IN BEROEP TEGEN OVERNAME ZIGGO DOOR LIBERTY GLOBAL
Edited: 201509030917
KPN telt in totaal 1,74 miljoen televisie-abonnees; Ziggo 4,185 miljoen (stand 30 juni jl). In Nederland is er door de overname van Ziggo en samenvoeging met UPC in feite een duopolie ontstaan met KPN en Ziggo als grootste marktspelers waarbij KPN de telefonie-koper-infrastructuur en nieuwe glasvezelprojecten in handen heeft, en Ziggo de van oorsprong kabeltelevisie-infrastructuur.
LT
Bosal Oevel failliet: Fonds voor Sluiting van Ondernemingen draait op voor de ontslagvergoedingen
Edited: 201509020950
De Nederlandse multinational speelt het handig en zonder scrupules. Het faillissement betekent voor 350 werknemers ontslag. De vergoeding moet nu betaald worden door het FSO. Door de boeken neer te leggen creëert Bosal ook een waterdicht schot tussen het verleden en het heden. Dat is waarschijnlijk een eis geweest van de (mogelijke) overnemer.

Eerder sloot Bosal reeds fabrieken in Engeland en Frankrijk en ook toen was 'een handig faillissement' de gebruikte methode. Tekenend is ook dat het logo van Bosal onmiddellijk van de bedrijfsgebouwen werd gehaald.

Het is het bekende verhaal: privatisering van de winsten, collectivisering van de verliezen.



Een blik op de groep Bosal (bron: groepsbrochure 2012):
Lummen, België

Oevel, België (+)

Praag, Tsjechië

Randers, Denemarken

Sorø, Denemarken

Béthune, Frankrijk

Mitry Mory, Frankrijk

Reims, Frankrijk

Hannover, Duitsland

Mannheim, Duitsland

Markgröningen, Duitsland

Sachsen, Duitsland

Viersen, Duitsland

Cegléd, Hongarije

Kecskemét, Hongarije

Dublin, Ierland

Vianen, Nederland

Łódz, Polen

Pitesti, Roemenië

Kaluga, Rusland

Moskou, Rusland

Novoorsk, Rusland

Nizhny Novgorod, Rusland

Madrid, Spanje

Sagunto, Spanje

Zaragoza, Spanje

Bursa, Turkije

Gebze, Turkije

Pelitli, Turkije

Zaporozhye, Oekraïne

Preston, Verenigd Koninkrijk

AZIË & MIDDEN-OOSTEN

 Sjanghai, China

 Yantai, China

 Pune, India

 Nashik, India

 Teheran, Iran

 Asan, Zuid-Korea

 Haman, Zuid-Korea

 Gunsan, Zuid-Korea

 Rayong, Thailand

 Hanoi, Vietnam

 Andisan, Oezbekistan

AFRIKA

 Casablanca, Marokko

 Kaapstad, Zuid-Afrika

 Durban, Zuid-Afrika

 Port Elizabeth, Zuid-Afrika

 Pretoria, Zuid-Afrika

 Pretoria, Zuid-Afrika

 Bulawayo, Zimbabwe

NOORD-AMERIKA

 Queretaro, Mexico

 Acton, MA, Verenigde Staten

 Indianapolis, IN, Verenigde Staten

 Lavonia, GA, Verenigde Staten

 Whippany, NJ, Verenigde Staten

 Ypsilanti, MI, Verenigde Staten

 Ypsilanti, MI, Verenigde Staten

ZUID-AMERIKA

Cordoba, Argentinië

Gravatai, Brazilië

São Paulo, Brazilië

Medellín, Colombia
GEUZE Adriaan, Nederlands landschapsarchitect
Tussen de steden is een corridorarchitectuur ontstaan. Dat is een aanslag op onze leefwereld. Wie heeft dat gewild? Het is onomkeerbaar en dat brengt in mij paniekgevoelens naar boven.
Edited: 201508251019
Deze uitspraak deed Geuze in het VPRO-programma 'Zomergasten'. Geuze fotografeerde de kilometerslange mik-mak-bebouwing langs Nederlandse wegen. 'Nederland is een klein land en we bouwen het lelijk vol. Ruimtelijke ordening is een ramp in Nederland. We hebben in het verleden voortdurend ministers gehad die geen voeling hadden met de materie.'
Grondspeculatie is de hoofdoorzaak van het verkwanselen van ruimte en onze behoefte aan visuele schoonheid is aan flarden geschoten. De dimensies kloppen niet, de kleuren 'vloeken' met elkaar, we modderen maar wat aan.

We hebben geen visie ontwikkeld die wortelt in de traditie.
Hoe goed is ons dijkenstelsel en hoe kwetsbaar is Nederland? 'Dat is iets waar ik liever niet over praat, het lijkt mij geen thema voor dit programma.' Geuze liet echter uitschijnen dat enkele strategisch gerichte aanslagen op het dijkenstelsel een nooit geziene ramp kunnen veroorzaken.

P.S. In Frankrijk is onlangs een wet van kracht geworden die de publicitaire vervuiling van het landschap moet tegengaan. Reclameborden nabij gemeenten van minder dan 10.000 inwoners zijn voortaan verboden. De toepassing van de wet wordt een harde noot om kraken. De handelaars hadden vijf jaar de tijd om de toestand te regulariseren maar weinig borden werden verwijderd.
Wikipedia + aanvullingen LT
DEMEESTER Wivina - politieke biografie
Edited: 201507111001
Wivina C.F. Demeester-De Meyer (Aalst, 13 december 1943) is een Belgisch politica voor de CD&V.

Wivina Demeester-De Meyer is landbouwkundig ingenieur (UGent). Ze gaf eerst een zevental jaar les voor ze in 1974 voor de CVP een zetel kreeg in de Kamer van Volksvertegenwoordigers, een mandaat dat ze tot mei 1995 zou blijven uitoefenen. In de periode april 1974-oktober 1980 zetelde ze als gevolg van het toen bestaande dubbelmandaat ook in de Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap, die op 7 december 1971 werd geïnstalleerd. Vanaf 21 oktober 1980 tot mei 1995 was ze lid van de Vlaamse Raad, de opvolger van de Cultuurraad en de voorloper van het huidige Vlaams Parlement. Vervolgens bleef ze gedurende een maand lid van het Vlaams Parlement na de eerste rechtstreekse verkiezingen van 21 mei 1995, waarna ze opnieuw lid werd van de Vlaamse regering. Ze beëindigde haar parlementaire carrière met een mandaat als Vlaams volksvertegenwoordiger van juni 1999 tot juni 2004. Van 1982 tot 1992 en van 2001 tot 2006 was zij ook gemeenteraadslid van Zoersel.

In 1985 werd ze staatssecretaris voor Volksgezondheid in de regeringen Martens VI en VII. Ze maakte oorspronkelijk geen deel uit van de daaropvolgende regering-Martens VIII, maar ze verving later Herman Van Rompuy als staatssecretaris voor Financiën. Toen de Volksunie eind september 1991 uit protest tegen de wapenhandel uit die regering stapte, nam ze van Hugo Schiltz de ministerportefeuilles Begroting en Wetenschapsbeleid over (regering-Martens IX). Tijdens de lange periode van federale regeringsvorming die volgde op Zwarte Zondag, stapte ze over naar het Vlaamse niveau, waar ze van 1992 tot 1999 minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid was.

In die hoedanigheid was zij de Founding Mother van de Belastingdienst voor Vlaanderen (BVV), die in 1997 de inning van het Kijk- en Luistergeld van Belgacom overnam.



In 1999 ging de BVV ook de Onroerende Voorheffing innen. In beide gevallen werd de organisatie van de inning in outsourcing gegeven aan de intercommunale CIPAL. De efficiëntie van de BVV bereikte hoge toppen, mede door de inzet van een gedreven en vernieuwend team.

Op haar initiatief werd in december 1998 Bob Van Reeth als eerste Vlaamse Bouwmeester aangesteld. In een afscheidsbrief aan de Bouwmeester in 2000 verduidelijkt ze dat ze deze bouwmeester nodig had voor haar droom van een brug over de Schelde om de Antwerpse ring te sluiten en omdat de brug een 'kunstwerk' moet zijn, zowel technisch als architecturaal.

Buiten de politiek heeft ze zich ook actief ingezet rond de opvang van mensen met een mentale handicap, o.a. door de oprichting van Monnikenheide, een dienstencentrum voor personen met een mentale handicap. Ook hedendaagse kunst, architectuur en mode interesseren haar sterk. Zo was ze 3 jaar voorzitter van het Flanders Fashion Institute.

Wivina Demeester heeft momenteel een aantal bestuursmandaten in de gezondheids- en welzijnssector. Zo zetelt zij in de Raad van Bestuur van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Daarnaast is zij ook bestuurder van de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM) die instaat voor de realisatie van het Masterplan Antwerpen en de Oosterweelverbinding, de Karel de Grote Hogeschool Antwerpen, de Singel en van Dexia.

Eind mei 2011 werd bekend dat zij voorzitter wordt van het christelijk geïnspireerd impulsforum, de vzw Logia.

In 2013 nam ze afscheid als voorzitster van het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie, een functie die ze 9 jaar uitoefende.

Onderscheidingen
Op 29 september 2006 nam zij aan de KU Leuven een eredoctoraat in ontvangst voor haar inzet op het vlak van de ontwikkeling van de bio-ethiek in België.
In 2014 werd ze Ridder in de Internationale Orde der Groot Bewakers van de Vrije Schelde voor haar onverdroten inzet van onze Vrije Schelde en de Haven van Antwerpen
Op 11 juli 2015 kreeg ze het Groot Ereteken van de Vlaamse Gemeenschap, dat toegekend wordt aan Vlamingen die zich gedurende lange tijd verdienstelijk maakten.

website Wivina Demeester
LT
Europees Parlement: Verhofstadt gaat hysterisch tekeer tegen Tsipras
Edited: 201507090138
Het deed me denken aan een geniepig schooljongetje. Zelf neemt dat nooit deel aan het gevecht maar als de tegenstander op de grond ligt, verkopen ze hem een venijnige trap in de ribbenkast. Dat soort volkje dus.

Toen Oekraïne in vuur en vlam stond ging diezelfde V. zonder enig mandaat staan schreeuwen: 'Europe will support you.'

En de Belgen zijn natuurlijk vergeten dat indertijd de gaten in de begrotingen stelselmatig werden dichtgereden met de verkopen van de nationale activa. De neoliberale logica is in essentie immers een verarming van de collectiviteit (de staat) ten voordele van de rijke vriendjes. Dat alles onder het mom van efficiëntie-verhogingen.

Naar verluidt wil V. naar Griekenland gaan als adviseur. Op nummer één staat de privatisering van het Parthenon. Vervolgens wordt er een restaurant van gemaakt en worden er opnamen van 'Komen eten' gepland op de locatie. Volgens dezelfde bron heeft Berlusconi interesse voor het afhuren van het Parthenon voor de organisatie van Bunga-Bunga-feestjes. Op de wat koudere avonden wil vriend Poetin wel gasbranders leveren. DSK zou zorgen voor wat men eufemistisch 'casting' noemt; naar de leeftijd van de sollicitantes wordt niet geïnformeerd. Omdat prostitutie en drugshandel mee is opgenomen in de berekening van het BBP verwacht men voor Griekenland een positieve invloed op de groeivooruitzichten.
Vanop een houten platform worden levende witte duiven gekatapulteerd en dan afgeschoten door diegenen die zich zouden vervelen. Griekenland wordt een grote feesttent.
De eilanden zouden reeds grotendeels verkocht zijn aan de meestbiedenden, die daarvoor 0,00005 promille van hun in Dubai geparkeerde spaarcenten hebben aangesproken.
Als toemaatje zou er een geheim akkoord bestaan om het Griekse gedeelte van Cyprus af te staan aan Turkije. De deportatie van de Grieks-Cyprioten naar Kreta zou uitgevoerd worden met schepen van de Luxemburgs-Griekse rederijen. De Lybische reders worden onder druk gezet om geen offerte in te dienen en zich met hun rubberboten verder op de Afrika-Europa-route te richten. De Belgische marine zal de Godetia blijven inzetten om een en ander in goede banen te leiden. Over de bescherming van de konvooien tussen Cyprus en Kreta door Nederlandse blauwhelmen wordt nog onderhandeld maar men wil eerst garanties over het percentage van niet-geholpen drenkelingen. Om dat waar te maken heeft een befaamd merk van verrekijkers een contract aangeboden voor de levering van kijkers waarmee je kan wegkijken van de te observeren noodtoestand.
De Poolse regering heeft toegezegd om enkele scheepsladingen wodka te leveren teneinde de deportatie in de beste voorwaarden te laten plaatsvinden.

In de coulissen van Europa gonst het van de geruchten over de opgedane ervaringen met het laboratorium Griekenland. Een nog onbekende factor van de formule is de rol van het leger en dan meer bepaald de kleinzoons van de kolonels.
PUT Eddy, PEERSMAN Catharina
Inventaris van het archief van de Sint-Cornelius en Sint-Cyprianusabdij te Ninove (1092-1796 - 1812)
Edited: 201506170213
Voorstelling inventaris abdij-archief Ninove
Vandaag werd in de dekanale Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk te Ninove, één van de weinige materiële resten van de voormalige norbertijnenabdij, een studienamiddag ingericht naar aanleiding van de publicatie van de inventaris van het abdijarchief.Op het programma stonden onder meer een voordracht over deze inventarisatie door Eddy Put en vier lezingen vanuit het standpunt van gebruikers/kenners van dit archief:

1. Georges Vande Winkel, Het cartografisch werk van Philips De Deyn,
2. Jaak Peersman, De wijdingskronieken van de eerste abdijkerk,
3. Dirk Van de Perre, Het kapittelboek van Ninove,
4. Catharina Peersman, Het chartarium en de studie van het Oudfrans.

De zitting werd opgeluisterd met orgelmuziek door de heer Erik Vernaillen en afgesloten met een receptie aangeboden door het provinciebestuur Oost-Vlaanderen.

Het archief van de norbertijnenabdij van Ninove (1092-1796), bewaard in het Rijksarchief te Beveren en het archief van het Aartsbisdom Mechelen-Brussel, vormde tot voor kort één van de laatste niet geïnventariseerde Vlaamse abdijarchieven uit het ancien régime. Is de betekenis ervan voor de regionale geschiedenis vanzelfsprekend, een aantal topstukken overstijgt ruimschoots dit lokale belang. Het tijdens de officies gebruikte kapittelboek (uit de 12de eeuw) bevat het oudst bewaarde martelarenboek en necrologium van de norbertijnen in de Nederlanden.

De oorkondeschat is onvolledig overgeleverd, maar behelst zeer waardevol materiaal, waaronder een oorkonde met het zegel van Bernardus van Clairvaux. Verder kan er gewezen worden op het belang van de vijf cartularia, de 15de-eeuwse rekeningen en pachtboeken en de rijke dagboeken die de abten in de 17de en de 18de eeuw bijhielden. Ook de prachtige kaarten, getekend door Philips De Dijn in het midden van de 17de eeuw en door Judocus De Deken in het midden van de 18de eeuw, spreken tot de verbeelding.

Inventaris_abdijarchief_5 Thans ligt een wetenschappelijk verantwoorde inventaris voor van dit rijke archief. De beschrijving en de ordening werden verzorgd door Eddy Put (Rijksarchief Leuven) en Catharina Peersman (K.U.Leuven), die als aspirant voor het FWO-Vlaanderen de volledige oorkondecollectie doornam voor haar doctoraatsproject en die ook de omnummeringstabel tussen de actuele nummering en de bekende bronnenuitgave van J.-J. De Smet voor haar rekening nam. De toegankelijkheid van deze inventaris wordt nog vergroot door een gedetailleerde plaats- en persoonsnamenindex.

Eddy PUT en Catharina PEERSMAN, Inventaris van het archief van de Sint-Cornelius- en Sint-Cyprianusabdij te Ninove (met inbegrip van archieven van het leenhof ten Berge in Woubrechtegem en de laathoven van de abdij in Ninove en Kattem) (1092 – 1796 (1812)) (Rijksarchief te Beveren, Inventarissen, 161), Brussel, 2008.

Bestelnummer: 4673
Prijs: 8 euro

Meer informatie:Eddy PUT (Rijksarchief te Leuven), eddy.put@arch.be, 016/31 49 54.
NEDERLAND wijst de weg: BuZa en Kadaster werken aan wereldwijde landregistratie
Edited: 201506121120
Kees de Zeeuw (Kadaster) en minister Ploumen (Ontwikkelingssamenwerking) Foto: Ministerie van Buitenlandse Zaken
11-06-2015 | LAATST GEWIJZIGD: 11-06-2015
Het ministerie van Buitenlandse Zaken en het Kadaster richtten 11 juni Land Administration for National Development op om wereldwijd het eigendom of gebruik van land zo snel mogelijk te registreren.
In 70 procent van de wereld zijn landrechten nog niet geregistreerd, terwijl die vastlegging een voorwaarde is voor economische groei, aldus de partners. De nieuwe organisatie Land Administration for National Development (Land) moet op een slimme en efficiënte manier de registratie te verbeteren. Het gaat vooral om het bieden van zekerheid over landeigendom en hoe de burgers hun land mogen gebruiken. De hulp bestaat bijvoorbeeld uit consultancy en trainingen aan lokale overheden, ambassades en non-profit hulporganisaties die hiervoor bij het Kadaster aan kunnen kloppen.

Over de noodzaak tot registratie zeggen de partners: ‘De wereldwijde bevolking groeit nog steeds en de druk op het gebruik van land en natuurlijke bronnen neemt toe. Om landconflicten te voorkomen is een adequate registratie van land belangrijk.’ Al jaren biedt het Kadaster hulp aan landen bij het verbeteren van landregistratie. Zo heeft het Kadaster Rwanda geholpen meer dan 10 miljoen landpercelen in slechts enkele jaren te registreren, aldus het Ministerie en het Kadaster.

‘Met de Nederlandse expertise, die tot de beste ter wereld behoort, worden de kosten van landadministratie flink naar beneden gebracht en kunnen veel sneller eigendoms- en pachtbewijzen worden uitgegeven’, aldus minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. ‘Boeren en boerinnen krijgen daardoor de mogelijkheid om leningen af te sluiten en samen te werken met investeerders en bedrijven. Het geeft mensen een bewijs van hun bezit en uitzicht op een beter bestaan.'

Commentaar LT: Hier kunnen de Belgen van leren. Ook België bezit een ruime expertise in kadastrale aangelegenheden. Waarom stellen we die niet internationaal ter beschikking? Enkele jaren geleden kwam er een officiële vraag uit Congo. Wat is daar toen mee gedaan?
In de periode van het kolonialisme was het simpel: alles was van de kolonisator, de inboorling had geen of nauwelijks rechten op de grond die hij al millenia lang bewoonde.
Een goed kadaster is een essentiële voorwaarde voor de vorming en de werking van een staat en voor de gelijkberechtiging van de burgers. Een publiek toegankelijk en dus open kadaster kan corruptie een halt toeroepen en de bevolking bewust maken van de inzet. Overigens kan men ook in West-Europa best meer openheid brengen in het bezit van onroerende goederen. Waarom was die openheid er wel in de 19de eeuw en niet meer in de 21ste? Privacy for a small and superrich minority?


SOME REFERENCES and LINKS OF INTEREST:

see also this link



and this link on cadastre in Africa


see also this article in CATO: An Innovative Approach to Land Registration in the Developing World
Using Technology to Bypass the Bureaucracy

MARCHAL Jules (1924-2003), [interviewer: Syp Wynia]
Interview 13/4/1994 afgenomen door Syp Wynia
Edited: 201506040909
Jules Marchal: postuum interview met eenzaam waarheidsvinder – tegen de Belgische Congo-mythes.
De Belgische koloniale geschiedenis was, vooral in België zelf, nog niet zo lang geleden omgeven met een cordon van zwijgzaamheid. De enkele Belg die de mythe rond de grondlegger van Belgisch Kongo, koning Leopold II (1835-1909) als weldoener van de Kongolezen probeerde te doorbreken werd gemarginaliseerd, om niet te zeggen uitgestoten. Dat gold zeker voor Jules Marchal (1924-2003).
Marchal was wel een heel weinig voor de hand liggende aanklager van het in België gekoesterde beeld van koning Leopold, die in werkelijkheid verantwoordelijk was voor miljoenen doden. Marchal was namelijk zelf koloniaal ambtenaar geweest in Belgisch Congo en heeft daar nog enige tijd meegedaan aan het hardvochtige regime, waar geen eind aan was gekomen na de dagen van koning Leopold II. Marchal was nadien bovendien Belgisch ambassadeur in diverse Afrikaanse landen. Als lid van het Belgische establishment werd hem zijn rol als nestbevuiler extra kwalijk genomen.

Ik bezocht Marchal op 13 april 1994 in zijn huis in Hoepertingen – in Belgisch Limburg – om hem te spreken naar aanleiding van de bloedige burgeroorlog in Rwanda die een week eerder was uitgebroken en waarbij mogelijk een miljoen mensen zijn omgebracht. Rwanda, buurland van Congo, was in het midden van de 20ste eeuw immers ook een Belgische kolonie geweest.
Na dat eerste bezoek aan Marchal en zijn echtgenote Paula (Bellings, LT) ben ik enkele maanden later nog eens naar Hoepertingen afgereisd, omdat Marchal in het eerste gesprek nog te beducht was om publicabele uitspraken te doen: ‘De ruiten worden hier anders ingegooid’. De neerslag van die twee gesprekken is echter – evenmin als de foto’s, al bij het eerste bezoek gemaakt door fotograaf Wubbo de Jong – door een curieuze loop van de geschiedenis nimmer gepubliceerd. (waarom vertelt Wynia er niet bij, LT)

Nu is Marchal toch al weinig geïnterviewd. Een zeldzaam interview met de krant ‘Het Belang van Limburg’ werd door de hoofdredactie uit de krant geweerd. Na de eeuwwisseling kreeg Marchal als auteur van uniek gedocumenteerde boeken over de Belgische koloniale geschiedenis eindelijk de eer die hem toekwam, vooral ook omdat de Amerikaanse schrijver Adam Hochschild ruiterlijk erkende dat hij zijn internationale bestseller over Belgisch Congo vooral op de boeken van Marchal waren gebaseerd. Maar Marchal was nadien te ziek – hij overleed in 2003 – om zijn werk en zijn wedervaren in interviews toe te lichten.
Daarom hieronder alsnog mijn interview met Jules Marchal uit 1994. Ik heb er hoegenaamd niets aan veranderd. Het verhaal is dus gesitueerd in de voorzomer van 1994. Ook de in die dagen gangbare spelling is intact gelaten.

‘Leopold wilde ook een kolonie, net als Nederland’
door SYP WYNIA (°1953)

De voormalige Belgische koloniën in Centraal-Afrika zijn ten prooi gevallen aan massale moordpartijen, volksverhuizingen, bestuurlijke chaos, honger en armoede. De volstrekt corrupte staat Zaïre, het vroegere Belgisch-Kongo, dreigt voortdurend uiteen te vallen nadat dictator Moboetoe het land eerst tientallen jaren uitzoog en gaandeweg zijn greep op het land kwijtraakte.
Het aan Zaïre grenzende, voormalige Belgische mandaatgebied, Roeanda-Boeroendi, werd gesplitst in de republieken Rwanda en Burundi waar de Tutsi’s en de Hutu’s elkaar nu om beurten afmaken. De moordpartijen waarbij Rwandese Hutu’s de afgelopen maanden honderdduizenden Tutsi’s het leven benamen kennen nauwelijks een gelijke in de recente geschiedenis.

De Belgische diplomaat Jules Marchal (69) kwam er twintig jaar geleden tot zijn schrik achter het hoe en waarom van de Belgische aanwezigheid in Afrika. Na twintig jaar als koloniaal ambtenaar en overheidsadviseur in de Kongo te hebben gewerkt geloofde hij nog rotsvast in de Belgische vaderlandse geschiedenis, die wil dat koning Leopold II aan het eind van de vorige eeuw slechts met de beste bedoelingen de Kongo-staat had gevestigd en dat de Belgische aanwezigheid de zwarten niets dan goed had gebracht.
Nadat Marchal, in 1972 Belgisch ambassadeur in Ghana, geen reactie uit Brussel kreeg op zijn verzoek om informatie, zodat hij onmogelijk een door hem als schandelijk ervaren krantenartikel over de Belgische koloniale geschiedenis kon bestrijden, begon bij hem de twijfel te knagen. Sindsdien is Marchal verbeten op zoek naar de waarheid.

Sinds 1985 publiceerde hij onder pseudoniem (‘A.M. Delathuy’) zes, veelal dikke boeken over de eerste 25 jaar van de Belgische aanwezigheid in Kongo: over de trucs die koning Leopold toepaste om dit gigantische gebied in Centraal-Afrika in handen te krijgen, over de bloedige uitbuiting van het land die Brussel grote weelde bracht maar miljoenen Afrikanen het leven kostte. En over de bedenkelijke rol van veel missie-organisaties.

In Marchals zevende boek, dat volgend jaar verschijnt, komt de latere periode aan de orde, die al evenmin zo brandschoon is als Marchal net als de meeste Belgen lange tijd wilde aannemen. Marchal: ‘Sommige Belgische historici willen nu wel toegeven dat Leopold II het te bont gemaakt heeft. Maar, zeggen ze dan, vanaf 1908, toen de Belgische staat de Kongo overnam van de koning, is het net zo geworden als in alle kolonies. Maar dat is niet waar. Hetzelfde koloniale personeel bleef. En België heeft er nooit ene frank in willen steken – anders mocht de regering de Kongo-staat namelijk niet van de koning overnemen. Dat systeem is dus doorgegaan, zij het ontdaan van de scherpste kanten, maar wel met de dwangarbeid en de terreur.’ Na de Tweede Wereldoorlog werd het wel beter, vindt Marchal. ‘Ik kwam er in 1948. Ik ben ervan overtuigd dat het toen begon een normale kolonie te worden. Er was immers overal uitbating, er waren overal dwangcultures.’
In eigen land kregen de boeken van Marchal nauwelijks aandacht, naar hij zegt omdat het thema van de onderdrukking van de Kongo nog steeds taboe is en het Belgische establishment actief poogt hem uit de publiciteit te houden. Oud-kolonialen voeren een lastercampagne tegen hem en zorgden er dit voorjaar nog voor dat ‘Het Belang van Limburg’ afzag van een bijlageartikel over hem en zijn werk. Een uitgever deed zo weinig voor een van zijn boeken, dat Marchal de voorraad uiteindelijk maar zelf opkocht.
In het buitenland lokten zijn studies tot dusver al evenmin veel reacties uit, ook al omdat hij er aanvankelijk voor koos zijn boeken slechts in het Nederlands te publiceren. Daar ziet hij nu van af: zijn eerste boek, ‘E.D. Morel tegen Leopold II en de Kongostaat’, verschijnt dit najaar bij een Parijse uitgever in het Frans. In België was er geen Franstalige uitgever te vinden voor het werk van deze ‘nestbevuiler’.

Ik ontmoet hem de eerste keer in het voorjaar, als de kersenbloesem grote delen van Belgisch Limburg overdekken. De Rwandese presidentiële troepen hebben dan net het grootste deel van de regering vermoord en en passant tien Belgische VN-militairen afgeslacht. De massale moord op de Tutsi’s is dan net begonnen. Marchal wil wel praten over België en Rwanda, als ik er maar niets over opschrijf, want hij vreest als een landverrader af te worden geschilderd als zijn kritische kanttekeningen over de Belgische aanwezigheid in Rwanda naar buiten komen. Dat de Belgische VN-soldaten die het afgelopen jaar in Somalië beschuldigd werden van te hard optreden verbaasde hem niet: hij denkt dat het voortvloeit uit de neerbuigende Belgische traditie ten opzichte van de inheemse bevolking. De Fransen, er al honderd jaar op uit om de Belgen in Afrika te vervangen, krijgen ook een veeg uit de pan. Maar de bandrecorder moet voortdurend uit: ‘Ik moet geweldig voorzichtig zijn, het is een hysterie in België. De ruiten worden hier ingegooid, zeker als ik dat ook nog eens tegen een buitenlandse krant zeg.’
Inmiddels zijn de kersen rijp en Marchal heeft de meeste krieken rond zijn landhuis geoogst. Zijn angst om voor landverrader uit te worden gemaakt is wat geslonken.
Marchal: ‘België kreeg Roeanda-Boeroendi na de Eerste Wereldoorlog als mandaatgebied toegewezen, nadat ze tijdens de oorlog samen met de Engelsen de Duitsers daar hadden verdreven. Het maakte tot dan toe immers deel uit van Duits Oost-Afrika. Dat de Belgen daar überhaupt aan begonnen, was weer die grootsheidswaanzin, nadat eerder de Kongo was doodgebloed door de exploitatie door Leopold II. In plaats van in die uitgebloede Kongo wat te gaan doen en de mensen te beschermen, gingen ze vandaar nog eens Duits Oost-Afrika helpen veroveren.’

Al die tijd lieten de Belgen de Tutsi-minderheid als heersers aan de macht in Rwanda. Maar in 1959 kwam de Gentse kolonel Guy Logiest met zwarte koloniale troepen vanuit Stanleyville in oostelijk Kongo de rust herstellen in Rwanda. Hij is daarna hogelijk geprezen, omdat hij toen alle Tutsi-chefs heeft afgezet en vervangen door Hutu’s, met de goede bedoeling dat de Hutu’s onderdrukt werden. ‘Maar dat was een dommigheid,’ zegt Marchal. ‘Dat blijkt nu wel. Hij heeft die hele samenleving daar ontwricht. En kijk, diezelfde Hutu’s die alles aan de Belgen te danken hebben, beginnen nu meteen Belgische blauwhelmen te vermoorden.’
Marchal denkt dat Frankrijk altijd al probeerde een voet aan de grond te krijgen in Zaïre, Rwanda en Burundi. Het zinde de Fransen vanaf het begin al niet dat de Kongo aan de Belgische koning Leopold toeviel. Maar de Fransen moesten het lijdelijk aanzien omdat de andere grootmachten van die dagen geen toestemming aan Parijs gaven de kolonie van de Belgische koning alsnog in te pikken.
Marchal: ‘Maar de laatste jaren waren de Franse para’s al steeds eerder dan de Belgen in Zaïre als daar onrust was, net zoals dit voorjaar in Rwanda. Het is natuurlijk geen toeval dat Rwanda en Burundi net als Zaïre deelnemen aan de door Frankrijk georganiseerde conferenties over de francofonie. En de Tutsi’s die terugkwamen uit Oeganda om de macht weer in handen te nemen spreken alleen maar Engels.’

Zijn vrouw Paula moet per se mee op de foto. Zij tikte 45 jaar geleden al de processen-verbaal uit, op grond waarvan Marchal als jong koloniaal ambtenaar rechtsprak. Zij maakte soms de wonden schoon van de inlanders die in zijn opdracht zweepslagen toegediend kregen, geheel in de koloniale geest van het Belgisch Kongo van na de Tweede Wereldoorlog. De chicotte van dunne repen nijldierhuid speelde steeds een centrale rol in de Belgische geschiedenis in Afrika.
Zijn vrouw tikt nu op de computer zijn boeken uit, die in twintig jaar van dagen, avonden en weekenden thuiswerk na tijdrovend en kostbaar archiefonderzoek tot stand kwamen. Marchal had na zijn pensionering voor boer willen spelen in het huis dat hij de afgelopen dertig jaar tussen zijn posten als ambassadeur in Afrikaanse landen door liet bouwen nabij het Belgisch-Limburgse Hoepertingen. Het kwam er niet van, ook al heeft hij dan fruitbomen, ganzen en de ezels. Soms sust Paula hem als hij zich al te druk maakt over alle ongeloof, onbegrip en tegenwerking.

Op zijn eigen koloniale verleden kijkt Marchal zonder schuldgevoel terug. Dat geldt ook voor de lijfstraffen die hij zelf toe liet dienen aan de Kongolezen die de katoen die ze verplicht moesten verbouwen onvoldoende verzorgden of andere herendiensten verwaarloosden. Wie de chicotte kreeg moest plat op de grond gaan liggen, waarna de straf in aanwezigheid van de andere dorpelingen werd toegediend.
Marchal: ‘Dat katoen dwangarbeid was, ontging ons. Dat was overal zo, dus daar zie ik geen graten in. Ik heb die lijfstraffen toegediend en ik heb de katoen doen planten. Dat was ook in de Franse Kongo zo, denk ik, en in andere kolonies. Maar tot 1945 was dat allemaal veel erger, veel harder. Ze hebben rond 1930 de spoorlijn langs de watervallen aan de Beneden-Kongo helemaal moeten herbouwen. Dat hebben ze gedaan door dwangarbeiders op te roepen uit de ganse Kongo. Er zijn daar duizenden mensen gestorven, als vliegen. Daar is nooit een woord over geschreven. En weet ge dat de Belgen in de Tweede Wereldoorlog de zwarten opnieuw de bossen ingestuurd hebben om wilde rubber et oogsten, nadat de Japanners de uitvoer van de Indonesische rubber hadden afgesloten? Onze mensen hebben toen gezegd: “Wij gaan u helpen, wij hebben daar nog oerwoud. Wij weten wat rubber is”.’ Hij lacht ongemakkelijk, met een pijnlijke grimas.
Marchal: ‘En toen was het weer hard. Niet meer zoals onder Leopold II, toen ze mensen doodschoten die met te weinig rubber terugkwamen uit het bos, waarna ze de handen afhakten om aan te tonen dat ze goed tekeer waren gegaan. Ze moesten die handen roosteren omdat ze anders onderweg verrotten. Met manden vol handen kwamen ze terug uit de brousse. Zo was het in de jaren veertig niet meer, maar het was weer hard. Dat wil gewoon zeggen dat de Belgen nooit beseft hebben wat ze ginder gedaan hebben. Het is een eeuwige schande. Als ik dan Willy Claes en Jean-Luc Dehaene hoor over de mensenrechten in Zaïre, dan krimp ik in van schaamte – dat wij daarover durven spreken. Dat is een schande als ge zo’n verleden hebt. Dat zouden mijn boeken moeten leren aan de Belgische gezagsdragers, maar ik word niet gelezen. Niemand kent mijn boeken, niemand is daarin geïnteresseerd. Men leeft hier in België in de mythes en legenden van die filantropische Leopold II, die de Arabische slavendrijvers zou hebben vernietigd. Dat terwijl Leopold juist nauw samenwerkte met die slavenhandelaren.’
Ik opper dat de verdringing van het koloniale verleden niet iets typisch Belgisch is. In Engeland en Frankrijk gaat het net zo. Is het in Nederland misschien beter?
‘Ik denk het niet,’ zegt Marchal. ‘Ik verwijs naar professor Jan Breman in Amsterdam, die heeft hetzelfde probleem als ik. Die wordt ook niet geloofd en wordt ook niet gelezen. Gij hebt hetzelfde probleem als wij. Ik weet het, bij u wordt meer aan ontwikkelingssamenwerking gedaan dan in België. En Multatuli was dan wel een Nederlander en hij werd wel een literaire held. Maar ik geloof niet dat de Nederlanders door hem overtuigd zijn. Indonesië heeft nu geweigerd nog iets aan te nemen van Nederland. Ik vind dat fantastisch. Maar Mobutu weigert nog geen hulp, die is zo ver nog niet.’
‘En dan hadden wij nog Rwanda, zoals u Suriname had had, zo’n klein kroonkolonietje waar je alles kon doen wat je wilde. Maar Nederland hoeft niet voortdurend de Nederlanders weg te halen uit Suriname, zoals wij de Belgen bijna jaarlijks moeten evacueren uit Afrika, waarna ze stilletjes met hun duizenden binnen enkele maanden weer terugkeren als Sabena weer gaat vliegen.
In Rwanda hebben we nooit iets verdiend, het heeft alleen geld gekost aan België. Maar in de Kongo hebben we kolossaal fortuin gemaakt. Rwanda was een kolonie zoals alle kolonies, die waren er voor de exploitatie, dat was de geest van de tijd, maar het koloniale verleden is daar heel normaal verlopen. Maar de Kongo, dat is een speciaal geval. Vooral die eerste jaren onder Leopold II. Dat was het wrede systeem dat de Nederlanders in de zeventiende eeuw in Indië toepasten.’

Toen Marchal er eenmaal achter was dat hij net als de andere Belgen met leugens zoet was gehouden over het Kongolese regime van Leopold II – de twijfels over het vervolg kwamen pas later – gebruikte hij zijn periodieke terugkeer in Brussel om de koloniale archieven in te duiken, voor zover ze tenminste niet waren vernietigd. Het ministerie van Buitenlandse Zaken in Brussel was daartoe een prima uitvalsbasis: Marchals bureau stond vijftig meter van de koloniale archieven.
Marchal: ‘Dat is wel een van de redenen waarom ik niet gelezen wordt. Ik heb nooit propaganda kunnen maken. Als ik als diplomaat mijn pensioen wilde halen moest ik een beetje opzij leven en een pseudoniem nemen. Dat werd A.M. Delathuy, net als mijn overgrootmoeder. En ik kon geen persconferenties te geven. Tot ik in 1989 met pensioen ging wist niemand wie Delathuy was. Ook al omdat het in het Nederlands verscheen en het dus niet gelezen werd in Zaïre. Bij Buitenlandse Zaken liet men mij begaan, omdat ik me zo kalm hield en me niet als stokebrand gedroeg. Men kon mij weinig verwijten. Door die andere naam, Delathuy, is de minister nooit in moeilijkheden gebracht. En ik zocht er geen glorie mee.’
‘Een andere reden is, dat ik me niet op kon trekken aan de boodschap die ik breng,’ zegt Marchal. ‘Daar ben ik beschaamd over, daar kan ik het land niet mee afreizen. Ge moet van mij niet verwachten dat ik in Rotterdam ga spreken of naar Amsterdam kom om over het banditisme van die Belgen te spreken. Dat kan toch niet? Het is nu bij mijn laatste boek voor het eerst dat ik me op een perspresentatie heb laten zien.’

Marchal lijdt onder de aanvallen van zijn collega’s van vroeger, de oud-kolonialen die zich ook in Belgisch-Limburg gegroepeerd hebben in een club. ‘Die kunnen maar niet begrijpen dat een Limburger zoiets doet, Leopold II zwartmaken. Toen de krant over de presentatie van dat laatste boek schreef, zijn de oud-kolonialen van Hasselt naar de hoofdredacteur gelopen. Ze wilden een rechtzetting. Een rechtzetting van een verslag van een persconferentie? Ik zie dat niet zo goed. Die reporter was enthousiast over mij. Die zei: ik maak een weekendportret. Zodra die mannen van Hasselt daar achter kwamen zijn ze naar de redactie en de directeur gelopen. “Als ge nog iets durft publiceren van die Delathuy, dan verliest ge 5000 lezers,” dreigden ze. Die reporter is weer bij mij gekomen en heeft mij dat verteld. Die zegt: hoe zit dat met die 5000 lezers? Nu ben ik zelf lid van die club geweest. Ik was het 129ste lid. Maar het gevolg is wel: er is niets meer verschenen in Het Belang van Limburg.
‘En als dat laatste boek nou tegen de missie zou zijn, maar dat boek is vóór de missies, het is zelfs gesubsidieerd door een missiecongregatie. Nou ja, de eerste grote ordes die onder aanmoediging van Leopold II naar Kongo gingen, die komen er niet zo mooi uit, dat waren echte potentaten, daar kun je moeilijk wat goeds van vinden. Maar de kleinere ordes, zoals de paters van Mill Hill bij u vandaan, uit Roosendaal – uw paters komen er toch prachtig uit? Die hebben ook niet de internationale propaganda voor de Kongostaat gevoerd waar Leopold op hoopte. En die hebben ook niet deelgenomen aan het met duizenden kidnappen van kinderen die uit dorpen werden gehaald, soms nadat de rest van de bevolking was uitgemoord of de bossen in waren gejaagd, om vervolgens door het koloniale leger over gigantische afstanden te worden vervoerd om in concentratiekampen van de missie te worden opgeleid. Veel kinderen overleefden de tocht niet eens. Tienduizend gekidnapte kinderen stierven op de missies, een veelvoud onderweg daarheen. Meisjes, vaak heel klein nog, werden onderweg verkracht. Duizenden volwassenen werden door paters gekocht om gedoopt te worden als ze al op sterven lagen. Bij de inheemsen leidde dat tot de reputatie dat de doop tot de dood leidde.’
Marchal: ‘Kijk, Leopold II was zijn Kongostaat begonnen voor te stellen als een paradijs. Hij zou er een internationale kolonie, een vrijhandelsstaat, van maken waar iedereen welkom was. Daarom zijn er ook zoveel protestantse zendelingen op afgekomen, lang voor de katholieken. Die protestanten mochten naar binnen, maar dat was dan ook alles. Tot ze begonnen tegen het koloniale regime te schrijven, toen kregen ze geen enkele concessie voor een zendingspost meer. Leopold moest de katholieken er echt naar toe sleuren. Hij moest de missionarissen hebben om te zeggen dat de protestanten lasteraars waren, hij had ze nodig als bondgenoten. Dat kidnappen is alleen in de Kongo gebeurd. Dat was geen praktijk van het Vaticaan, dat was een praktijk van de Kongostaat.’

Voor Marchal was de gewelddadige, gedwongen kerstening in de Kongo een eye-opener. Hij besefte plotseling dat het in West-Europa niet anders gegaan is. ‘Dat is voor mij zo klaar als een klontje. Alle godsdiensten zijn door de staat opgelegd. Allemaal! Waarom zijn er in Nederland zoveel protestanten – omdat het bestuur protestants was! De Spanjaarden hebben ons katholiek gehouden. En waarom zijn wij christelijk? Omdat keizer Constantijn in de vierde eeuw het christendom tot staatsgodsdienst verklaarde. Op school werd ons verteld dat wij hier gekerstend zijn door Willibrord en Bonifatius, dat die hier begonnen te preken en mirakelen te doen. Allemaal larie! Die mannen zijn hier wel geweest, daar niet van. En denk niet dat ik een goddeloze ben, haha. Maar als ge een boek als dit gemaakt hebt begint ge eindelijk lucide te worden. Anders denkt een mens er niet over na hoe zijn voorouders katholiek zijn geworden.’
Net zoals u er tot 1972 niet aan twijfelde dat Leopold II een voorbeeldig, belangeloos koloniaal heerser was geweest?
Marchal: ‘Natuurlijk, waarom niet. Ik ben geen speciale. Ik heb mijn plicht gedaan als koloniaal ambtenaar – ik heb al een koloniaal pensioen sinds 1967 en dat kwam nog eens bovenop mijn wedde van ambassadeur. Ik heb een mooie carrière achter de rug, hoor. Ik geef toe, dat ik geen man ben die iets tegen het establishment had. Ik zit er, zonder te stoefen, eigenlijk volledig in. Ik ben veel hoger van graad dan die mannekes van Hasselt die mij aan het belagen zijn. Maar ik las toen in Ghana verontwaardigd – zoals elk normaal mens zou doen – dat er tien miljoen zwarten kapot zijn gemaakt in de Kongo. Pas toen ik geen antwoord kreeg is het begonnen. Het is werkelijk ongelooflijk. Hier in België hebben historici honderden boeken geschreven over de tijd van de ontdekkingsreiziger Henry Morton Stanley, die de Kongo optrok en naderhand nog voor Leopold II werkte. Maar je vindt in België nauwelijks een woord over de campagne van de journalist Edmund Morel, die tien jaar lang actie voerde tegen de Kongostaat van Leopold II. Die man stond elke dag met berichten over de terreur, de strafexpedities en de dwangarbeid in de internationale kranten. The Times, dat was bijna zijn spreekbuis. Morels beeld van het koloniale België leeft nog steeds in Engeland en de Verenigde Staten.’

Dat het koloniale verleden van België en dan nog speciaal het koloniale regime van koning Leopold II onbespreekbaar is, verklaart Marchal deels door de betrokkenheid van het koningshuis bij Zaïre, Rwanda en Burundi – een betrokkenheid die tot de dag van vandaag doorgaat. ‘Het is het enige onderwerp dat in België nog onbespreekbaar is. En als die boeken van mij iemand aangaan is het Albert II. Hij zit toch in het kasteel van Laken, dat met koloniaal geld omgebouwd is, zoals Leopold zijn Kongolese goudmijn gebruikte om ook een reeks andere luxeprojekten in België, handelsprojekten in China, een leger op de Nijl en Franse kastelen voor zijn lief te financieren.’
‘Leopold II was gefascineerd door de rijkdom die van Java naar Nederland was gegaan. Toen de Belgen zich van Nederland af hadden gescheurd, was dat tot ongenoegen van Belgische fabrikanten die aan Indonesië leverden. Daarom wilde Leopold II een kolonie hebben – dat brengt fortuin op! Dat heeft hij kunnen flikken door zich als filantroop voor te doen, en dat deed hij onder de vlag van die fictieve Association Internationale Africaine.’
‘In de dorpen in de Kongo weet men nog wat er allemaal gebeurd is,’ zegt Marchal. ‘Ik ben ooit een vrouw tegengekomen die de overlevering nog kende, dat de soldaten bij de mannen de penissen afsneden. Maar mensen als Moboetoe en Loemoemba die bij de paters gestudeerd hadden en niet meer in de dorpen kwamen, die wisten dat niet. Tot de laatste ruzie tussen België en Moboetoe was het grootste compliment dat de zwarten aan Moboetoe konden maken dat hij nu net zo groot was als Leopold de Tweede.’
‘Loemoemba heeft in 1960 met een speech in aanwezigheid van de koning en de eerste minister het spel op de wagen gezet. Dat de Belgen deugnieten waren, dat ze hen geslagen hadden en dat ze niets mochten. Maar Loemoemba had het niet over de periode van de rubber, die had het over de jaren vijftig. Want bij ons in de Kongo was volledige apartheid. De zwarten mochten niks. Die mochten niet in hotels komen, die hadden hun eigen vervoer, ze mochten geen hogere studies doen en ze kregen hongerlonen. De zwarten konden niks, zeiden wij, en die mochten niks. En er wordt hier dan wel afgegeven op de dictatuur van Moboetoe, maar weet goed: in 1959 was in Kinshasa de eerste opstand tegen de blanken en die zijn ongenadig neergekogeld. In onze tijd was er geen kwestie van betogen, hoor. Tegen de grond!’
‘Nu zegt men: de tijd van de Belgen was fantastisch, de Gouden Eeuw. Ja, voor sommigen was het de Gouden Eeuw, zoals voor de oud-kolonialen waarvan de meesten blij zijn dat het ginder nu zo slecht gaat. Het zijn geen deugnieten, hoor, die mensen zijn te beklagen. Hun carrière is daar gebroken toen de onafhankelijkheid kwam. Die smart is gebleven, dat hart is verscheurd en daarom zijn die mensen zo onevenwichtig in hun beoordelingen. Daarom zetten ze mij in hun blaadje neer als iemand die een formidabel koloniaal ambtenaar was, maar een post-koloniaal syndroom heeft gekregen. Ik ben in hun ogen een nestbevuiler, een halve zot.’
‘Ik ben wel teruggegaan naar de Kongo, maar louter als raadgever. Het was gedaan met het chicotte geven. Ook de apartheid was voorbij. Die mensen kwamen toen bij mij over de vloer en ik bij hen – ik vond dat veel aangenamer. Daarmee was ik mentaal voorbereid op de ontdekking die ik later deed, omdat ik de zwarte niet alleen als kolonialist heb gezien maar ook als mens. Dus geloof ik dat ik eigenlijk in de wieg gelegd ben om die boeken te schrijven. Ik heb de tijd van voor 1960 gekend en die van daarna, nadien ben ik diplomaat geworden in Afrikaanse landen. Ik heb gezien wat de Fransen gedaan hebben en wat de Engelsen gedaan hebben. Ik ben geen rijk mens, maar ik ben financieel onafhankelijk, dus ik hoef het niet na te laten om een job te krijgen. Weelde heb ik niet, want ik heb al mijn geld in die opzoekingen gestoken en tot het laatste boek heb ik nooit financiële ondersteuning gehad.’

‘Mijn vrienden, de oud-kolonialen, verwijten mij dat ik niets goeds kon zien in de tijd van Leopold II. Maar wat kan ik daar goed in zien? Dat systeem was slecht, daar was geen enkele goede kant aan. Achteraf is de verdienste van Leopold II dat hij de stichter van Zaïre was. Dat is dus positief, als daar iets positiefs aan is, zo’n groot land dat waarschijnlijk uiteen gaat vallen. Maar goed: dat is hem niet af te nemen, net zoals het hem niet af te nemen is dat Zaïre dankzij Leopold II vandaag de dag het grootste katholieke land van Afrika is. Maar op zich was dat alles geen verdienste: hij had een groot land nodig om veel bos te hebben om veel rubber te kunnen plunderen. Dat was dus gewoon hebzucht, vraatzucht. Overigens begrijp ik imperialisten als hij wel. Wij zijn allemaal imperialisten. Een groot land maken, dat is toch fantastisch?’
(overgenomen van http://www.sypwynia.nl/archief/interview-jules-marchal/)
MARCHAL Jules [DELATHUY]
Jules Marchal over dwangarbeid in Kongo - Interview in Belang van Limburg - 23/03/2002
Edited: 201506040842

Het levend koloniaal geweten van België woont in Zuid-Limburg. Jaren leidde hij een geheim bestaan, verscholen tussen het groen in Hoepertingen en achter de schuilnaam A.M. Delathuy, die verwijst naar zijn overgrootmoeder. De hele tijd is het vuur van de heilige verontwaardiging bij Jules Marchal hevig blijven branden. Alleen wil het lichaam van de 77-jarige oud-diplomaat niet meer echt mee.
Als hij voor de derde keer een document uit zijn indrukwekkende archief haalt, botst hij tegen de boekenkast. «Last van evenwichtsstoornissen. Ik ben maar een halve man meer.» Even later, als we het over de Kongolese avonturen van Jef Geeraerts hebben, lichten de ogen guitig op. «Dat was ne hete. Iedereen in Kongo sprak over de uitspattingen van Geeraerts.»

Maar die middag staan geen wufte verhalen op het programma. Jules Marchal heeft pas de laatste hand aan het derde deel over dwangarbeid in Kongo gelegd. «Dwangarbeid voor de palmolie van Lord Leverhulme», klinkt de titel in het Nederlands - helaas is het boek enkel in het Frans beschikbaar. «Er zijn niet genoeg nederlandstalige lezers voor mijn boeken. Bovendien kunnen de zwarten mijn boeken nu ook lezen», zegt Marchal die zijn carrière als ambassadeur in Ghana, Liberia en Sierra Leone afsloot.
Het nieuwe deel in dit stuk sociale geschiedenis van de Belgische kolonie is een litanie van misbruiken en de meest grove schendingen van de rechten van de zwarte bevolking. Taaie literatuur, maar daarom niet minder uniek en meeslepend. Het onderzoek van Marchal, die een duik in de Belgische archieven nam, lag aan de basis van 'De geest van koning Leopold II en de plundering van de Congo' van de Amerikaanse auteur Adam Hochschild. Jules Marchal beschrijft treffend hoe de Belgische kolonisator het systeem van Leopold II gewoon overnam.

Nijlpaardpees

Jules Marchal heeft de misbruiken in de Belgische kolonie zelf meegemaakt. Van 1948 tot aan de onafhankelijkheid in 1960, was hij territoriaal ambtenaar in Lisala in de Evenaarsprovincie. «Twintig dagen per maand moesten we de brousse intrekken om de zwarten duidelijk te maken wat ze moesten doen. We overnachtten in een gîte d'étape. Die zwarten moesten weten dat wij er waren, dat we hen konden straffen. We reisden rond met zes, zeven zwarte soldaten en onze gevangenen. »

Jules Marchal- Gevangenen?
«Ja, we waren ook politierechter, we konden de zwarten die iets mispeuterd hadden ook in de bak steken. En we konden enkel gevangenen met de chicotte, een gedroogde pees van een nijlpaard laten geven. Dat was zeer vernederend. 's Morgens om zes uur moest de hele bevolking van een dorp acte de présence geven. Daarna werden de gevangenen voorgeleid.
Die mannen waren veroordeeld voor onnozele vergrijpen, maar dat was pure hypocrisie. Ze kregen cel als ze hun katoen niet haalden of als hun hut niet in een perfecte staat was (parfait état de propreté). Er mocht geen sprietje gras in de buurt staan- komaan zeg. Die gevangenen moesten dan hun broek afsteken en dan kregen ze zweepslagen op de billen. In conspectu omnium, waar iedereen bijstond. Zeer vernederend was dat.
Toen ik in '48 in Kongo arriveerde, kregen ze nog 8 slagen met de chicotte. In 1952 is dat verminderd tot 4 - maar dat was even erg. Daarom moesten we 20 dagen per maand de brousse in, om die cinema op te voeren. Dat is de grote leugen in verband met Kongo: onder Leopold II was alles slecht en tijdens de Belgische kolonisatie was alles koek en ei.»

Sunlight

Op papier leek het zo mooi. In 1911 kreeg de Britse industrieel William Lever van de Belgische koloniale overheid niet minder dan 750.000 ha Kongolese plantages in pacht. Lever bouwde op basis van palmolie, de grondstof voor zeep, een heel imperium uit. Trots als een pauw overhandigde de Britse industrieel Lever, die later als Lord Leverhulme in de adelstand werd verheven, in maart 1912 het eerste stuk Kongolese zeep verpakt in een ivoren kistje aan koning Albert I. Leverhulme, de man die de wereld Sunlight en later Lux schonk, gold als een filantroop. «Hij bouwde in de buurt van Liverpool een tuinwijk voor zijn arbeiders. Deze stad, Port Sunlight, stond model voor de tuinwijken die later in Meulenberg, Waterschei en Winterslag zijn gebouwd», zegt Jules Marchal.

Bescheidenheid was Leverhulme vreemd. Het hoofdkwartier van de Huileries du Congo Belge was gelegen in Lusanga, nabij Kikwit. Snel werd Lusanga omgedoopt tot Leverville.
Met de steun van de Kongolese Weermacht en de Belgische overheden bouwde Lever in de buurt van Kikwit immense palmolieplantages uit. Maar hoe kwam Lever, die de basis legde van de Brits-Nederlandse voedingsgigant Unilever, in Kongo terecht?
Jules Marchal: «Hij greep naast de concessies van natuurlijke palmoliebomen in Brits West-Afrika. Die werden daar door de zwarten uitgebaat, de Britten gaven geen palmbossen in concessie. Bij ons moesten de zwarten palmnoten aan Lever leveren. Ze moesten kappen, zoniet vlogen ze de gevangenis in.»

Lever kreeg van de Belgen niet alleen een monopolie, de Belgische autoriteiten leverden hem ook dwangarbeiders die voor een schijntje in zijn plantages moesten werken.
«Lever was geen uitzondering. De administratie deed dat voor iedere colon. De zwarten moesten zogezegd niet voor een loon werken, ze moesten gewoon leren werken, omdat ze lui waren. Maar die zwarten waren geen zotten, he, als ze u niet betalen, dan werkt ge ook niet.»

Orgie

De zwarte bevolking kwam ook in opstand tegen de dwangarbeid in de plantages van Lever. Bijzonder schrijnend is het hoofdstuk waarin Marchal de strafexpeditie tegen de Pende, een plaatselijke stam in het dorpje Kilamba beschrijft.
Bij de komst van territoriaal agent Edouard Burnotte in het dorpje, vluchtten alle mannen de brousse in. Burnotte liet daarop alle vrouwen in een hangar opsluiten. Die avond, op 14 mei 1931, liet Burnotte, die in het gezelschap van enkele andere blanken was, enkele kratten bier aanrukken. «De vijf begonnen te drinken en te zingen. Nadien lieten ze enkele vrouwen halen die in de hangar opgesloten zaten. Het werd een van die monsterachtige orgiën die legendarisch waren onder de blanke vrijgezellen in Kongo», schrijft Marchal.

De dag nadien eiste Matemo, de man van een van de vrouwen bij chef de poste Collignon, naar goede Afrikaanse gewoonte betaling voor het nachtje vertier. Collignon siste Matemo toe dat hij kon oprotten, waarop de zwarte hem enkele klappen verkocht en enkele keren flink beet. Uiteindelijk stuurde de gewestbeheerder zijn medewerker Maximilien Balot ter plaatse om een onderzoek uit voeren.
Op 8 juni arriveerde Balot bij Matemo. Tijdens een gevecht raakte Balot gewond en vluchtte het bos in. Daar werd hij door Matemo afgemaakt. Matemo zou het lijk van Balot in stukken gehakt hebben die hij uitdeelde aan de chefs en Pende-notabelen uit de buurt. De zaken liepen danig uit de hand en uiteindelijk werden 300 tot 500 Pende met machinegeweren afgeslacht.

Dit zou een klassiek verhaal over wilde zwarten en belaagde blanken kunnen zijn, ware het niet dat minister van Koloniën Paul Crockaert in het Belgische parlement enkele vervelende vragen over deze affaire kreeg. Daarop werd de magistraat Eugène Jungers, voorzitter van het Hof van Beroep in Kinshasa, op onderzoek uitgestuurd.
Uit het verslag van Jungers blijkt duidelijk dat de blanken zich bij de Pende absoluut onbehoorlijk gedragen hadden en dat de zwarten wel degelijk redenen hadden om zich tegen de dwangarbeid te verzetten.

Typisch voor de belabberde staat van de Belgische archieven: Jules Marchal heeft het oorspronkelijke verslag van de Jungers zending niet kunnen inkijken. Hij baseerde zich dan maar op de parlementaire tussenkomsten van de socialistische voorman Emile Vandervelde die een jaar later hierover de minister van Koloniën aan de tand voelde. Marchal speelt op: «Alles wat ik schrijf is nieuw. Mijn boeken zijn gebaseerd op archieven die nooit door iemand zijn geconsulteerd, die nooit gebruikt zijn door andere historici.»

Vandaag wordt Kongo opnieuw geplunderd, door de buurlanden Rwanda, Oeganda en Zimbabwe die hun legers naar het land gestuurd hebben. Herhaalt de geschiedenis zich?
«Union Minière en de uitbaters van de Kilo Moto-goudmijnen hebben Kongo veel meer geplunderd. Ik moet lachen met wat men nu plunderingen noemt. Onze bedrijven hebben in die mijnen miljoenen verdiend.»

Het derde deel in de reeks over dwangarbeid is pas klaar. U werkt nu aan deel vier...
«Inderdaad. Het hoogtepunt hierin is de dwangarbeid tijdens de tweede wereldoorlog, de effort de guerre (oorlogsinspanning). Wat dat betreft zijn er nagenoeg geen archieven beschikbaar. In opdracht van de gouverneur-generaal droeg de procureur-generaal de parketten in Kongo op dat ze geen documenten meer moesten bijhouden, dat alles in het teken van de 'effort de guerre' moest staan.
Weet ge dat ze de zwarten terug de bossen hebben ingejaagd, om wilde rubber te tappen? Omdat de rubberplantages in Maleisië en Indonesië door de Japanners bezet waren, was er plots veel natuurlijk rubber nodig. Maar de rubberplantages van Leopold II bestonden niet meer, dus moesten de zwarten op zoek naar natuurlijk rubber in de Kongolese bossen. Verder in dat vierde deel komen de dwangarbeid bij de aanleg van wegen, bij de exploitatie van tin in Maniema en van de teelt van katoen aan bod. Ik vrees echter dat ik dit boek niet zal kunnen afwerken...»

RAND, JOHN B.
The History of Camp Tophat:The Story of an American City that grew on the Banks of the Schelde - and of the personalities that made it grow.
Edited: 201504300156
Hard Cover, 340x210mm. Copied typoscript, letters are sometimes difficult to read. Unique document on the camp on the river banks near Antwerp where 16.500 American soldiers and 2500 German prisoners lived from July 1945 until april 1946. ' By May 1945, Tophat was a pretty luxurious place with her five movie theaters, good food, a gift PX, officer’s and enlisted men’s clubs, an ice-cream bar, a 20-seat barber shop where the haircuts were free (but you were encourage to tip the barber on your way out), and excellent English-speaking Belgian service personnel.' Ills. and map that show, together with the text, how life in Camp Tophat was. Decorative cover with tophat in gilt in the middle of the front cover. 86 p. Exceptional!. Belgisch of Nederlands posttarief naar keuze. Very Good.
Ambulant Antikwariaat Othello
Book number: 000298
€ 250.00
TESSENS Lucas
Kloosters en abdijen als vastgoedfirma's
Edited: 201502290908
Het wereldlijke facet van kloosters en abdijen was op het einde van de XVIIIde eeuw dominant geworden. Een groot aantal van deze instellingen kunnen beschouwd worden als echte VASTGOEDFIRMA'S, beleggers en financiers. De kloosters en abdijen beschikten over zoveel grond en gebouwen, dat de politieke machthebbers - Jozef II en later de Franse revolutionairen - hun dominante positie maar al te graag aantastten. Bovendien was de clerus sterk uitgedund en miste hij een maatschappelijk draagvlak. In 2004-2005 heeft het Media Expert Research System een onderzoek uitgevoerd naar het grondbezit van kloosters en abdijen en hun vernietiging/opheffing op het einde van de XVIIIde eeuw. De grote Statenabdijen alleen al bleken 62.388 hectaren in hun bezit te hebben. Dat is omgerekend zo'n 624 vierkante kilometer, vaak van de meest productieve gronden. Tijdens de laat-Oostenrijkse periode en in de Franse Tijd kwamen al de goederen door confiscatie in staatsbezit. De Fransen voegden ze toe aan de staatsdomeinen (vooral bossen) die zij verkregen door verovering van de Oostenrijkse Nederlanden. Vervolgens onderzocht het MERS de verkoop van deze nationale goederen. Het Monasticon bleek een onmisbare bron te zijn, vooral voor de identificatie van de talloze abdijen en kloosters en opzoekingen betreffende hun oprichtingsdatum. De problematiek van de verkoop van de nationale goederen komt in het Monasticon slechts zijdelings aan bod.
Binnen de database van het Instituut voor Financiële Archeologie (IFA) zijn de kloosters en abdijen door ons gecatalogeerd als firma's omwille van hun machtige positie in de landbouweconomie.
Hedwige-polder in Zeeuws-Vlaanderen: wie wat waar?
Edited: 201501260059
De Hedwigepolder ligt Oost-Zeeuws-Vlaanderen, ten zuidoosten van het Verdronken Land van Saeftinghe. Het gebied werd ingepolderd in 1907 en is 306 hectare groot. 295 hectare bevindt zich op Nederlands grondgebied.

De polder is in handen van één Belgische eigenaar, Gery De Cloedt, die de grond verpachtte aan verschillende boeren. De grond van het Belgische deel is al onteigend. De eigenaar dreigde eerder al met juridische stappen als zou worden overgegaan tot ontpoldering.

De ontpoldering zou naar schatting 80 miljoen euro kosten. Bovendien zouden bomen, gebouwen en kabels verwijderd moeten worden en zouden geulen gegraven moeten worden om het water in het gebied te laten stromen.
Strafrecht
Verboden toegang: artikel 439 van het Belgische Strafwetboek
Edited: 201412311465
Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en met geldboete van zesentwintig [euro] tot driehonderd [euro] wordt gestraft hij die, zonder een bevel van de overheid en buiten de gevallen waarin de wet toelaat in de woning van bijzondere personen tegen hun wil binnen te treden, in een door een ander bewoond huis, appartement, kamer of verblijf, of in de aanhorigheden ervan binnendringt, hetzij met behulp van bedreiging of geweld tegen personen, hetzij door middel van braak, inklimming of valse sleutels.

In het Nederlandse Wetboek van Strafrecht luidt artikel 461 als volgt:
Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, zich op eens anders grond waarvan de toegang op een voor hem blijkbare wijze door de rechthebbende is verboden, bevindt of daar vee laat lopen, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.
Wie haalt Indaver binnen? Katoennatie van Fernand Huts blijft in de running
Edited: 201412022102
DELTA NV (Nederlandse vennootschap) bezit 75 % van de aandelen van Indaver. De Vlaamse Milieuholding bezit 16 % en een groep industriële aandeelhouders (Janssen Pharmaceutica nv, BASF Antwerpen nv, Solvay nv, Tessenderlo Chemie nv, Bayer Global Investments bv., Borealis Polymers nv) bezit 9 % van de aandelen.

Kerncijfers 2013:

Totale hoeveelheid afval in beheer: 5 149 624 ton.

Totale hoeveelheid eigen verwerking: 3 517 552 ton

Jaarlijkse productie van energie equivalent met de energiebehoefte van 240 000 gezinnen

Personeelsbestand: 1 665 werknemers

Bedrijfsopbrengsten: 526 miljoen euro, winst na belasting: 40 miljoen euro

Bedrijfsopbrengsten in België 207 miljoen euro, in Duitsland 130 miljoen euro, in Nederland 110 miljoen euro, in Ierland/ UK 72 miljoen euro, in andere Europese landen 7 miljoen euro
Bloomberg / Reuters / Telecompaper / Dow Jones
Neemt Vodafone Liberty Global (en dus Telenet) over? Op weg naar Quad-play?
Edited: 201412020123


Vodafone onderzoekt de mogelijkheden rondom potentiële overnamekandidaten, waaronder kabelbedrijf Liberty Global. Dat schrijft Reuters op basis van gesprekken met niet nader genoemde bronnen. Een eventuele acquisitie van Liberty zou grote impact hebben op de telecommarkten in diverse Europese landen. Aan de basis ligt echter de situatie in het VK, zo weet Reuters. De overname van Virgin Media, onderdeel van Liberty Global, zou een antwoord zijn op de consolidatie in het VK.
BT Group onthulde in november dat het overnamegesprekken voert met de mobiele operators EE en met Telefonica-dochter O2. Ook Hutchison Whampoa, eigenaar van het mobiele merk 3 UK, zou zijn oog op deze twee operators hebben laten vallen.

Mocht Vodafone erin slagen Liberty Global over te nemen, dan wordt het tevens eigenaar van UPC in Nederland (dat op dit moment aan het fuseren is met Ziggo en onder die naam verder gaat) en van Telenet in België.

Volgens één van de bronnen van Reuters zou Vodafone al eerder dit jaar toenadering tot Liberty hebben gezocht, maar was het gat tussen vraag en aanbod te groot.

Vodafone en Liberty Global willen niet reageren.

Lees meer ...

Last update: 20141207



Arcopar CVBA
bericht aan de vennoten
Edited: 201412010954
01/12/2014

ARCOPAR CVBA is in vereffening gegaan op 8 december 2011. Een vereffening betekent dat de activa van de vennootschap ten gelde worden gemaakt.

De netto - opbrengst van de activa zullen eerst worden aangewend ter aflossing van de schulden van ARCOPAR CVBA in hoofdsom en op de intresten.

Het eventueel overblijvend saldo zal daarna onder de vennoten worden verdeeld naar evenredigheid van hun scheidingsaandeel en saldo van hun wachtrekening - verworven op datum van de invereffeningstelling - zoals bepaald in de statuten.

Derhalve zal bij het sluiten van de rekeningen van de vereffening kunnen bepaald worden welk bedrag desgevallend kan uitbetaald worden.

Wat betreft de staatswaarborg geconcretiseerd in het Koninklijk Besluit van 10 oktober 2011 kunnen we u volgende informatie meedelen: dit besluit gaf uitvoering aan het wettelijk kader om de depositogarantie toe te kennen aan houders van deelbewijzen van erkende financiële coöperatieven. De staatswaarborg werd toegekend aan de particuliere vennoten van ARCOPAR CVBA bij Koninklijk Besluit van 7 november 2011.

De beroepen, ingesteld door een aantal partijen, tegen de Koninklijke Besluiten van 10 oktober 2011 en 7 november 2011 werden met de arresten van de Raad van State van 25 maart 2013 en 15 januari 2014 verworpen.

Op 25 maart 2013 stelde de Nederlandstalige Kamer van de Raad van State aan het Grondwettelijk Hof een reeks prejudiciële vragen. De Franstalige Kamer van de Raad van State heeft dit ook gedaan op 15 januari 2014.

Het Grondwettelijk Hof heeft bij arrest van 24 april 2014 beslist om de Nederlandse en Franstalige prejudiciële vragen samen te voegen. Een uitspraak houdende deze prejudiciële vragen kan worden verwacht rond de jaarwisseling.

De Europese Commissie van haar kant heeft op 3 juli 2014 beslist dat de staatsgarantie voor Arco strijdig is met de EU regels voor staatssteun.

De Belgische staat en de vereffenaars van de Arco-vennootschappen hebben beslist tegen deze beslissing op te komen. Zowel de Belgische staat als de vereffenaars hebben terzake respectievelijk op 13 september en op 7 oktober 2014 een procedure ingeleid voor het Gerecht van de Europese Unie.

In de regeringsverklaring wordt vermeld dat er sprake zou zijn van een alternatieve regeling die ten voordele van de coöperanten zou uitgewerkt worden.
Het College van vereffenaars


tag: Dexia
DS 20141126
Twee medicijnen tegen oogziekte maculadegeneratie: een prijsverschil van 760 EUR !
Edited: 201411261316
Twee medicijnen met blijkbaar dezelfde werking op oogzieken: een verschil van 760 EUR per injectie.
Het gaat om Lucentis (gelanceerd in 2007, 800 EUR/injectie) van Novartis en Avastin (40 EUR/injectie) van Roche. Testaankoop dient klacht in. Het Federale Geneesmiddelenagentschap (FAGG) houdt zich op de vlakte. In Nederland en Italië wordt Avastin wel gebruikt; Frankrijk volgt.



Tot daar in het kort de berichtgeving van De Standaard.


Discussie al jaren aan de gang
Het is wellicht goed om weten dat de discussie reeds een aantal jaren aan de gang is. Zo wijdde het Nederlandse Pharmaceutisch Weekblad in augustus 2011 reeds een discussie aan dit probleem en liet hoogleraar oogheelkunde prof. dr. Carel Hoyng, werkzaam op de afdeling Oogheelkunde van het UMC St Radboud in Nijmegen, aan het woord. Hyong is ook consulent van Novartis (aldus de gepubliceerde 'Richtlijn Leeftijdgebonden Maculadegeneratie' van 2014, Bijlage 6, Belangenverklaringen). Alhoewel de argumenten in dat artikel van PW genuanceerd naar voor worden gebracht, wordt het toch zonneklaar dat financiële (terugverdienen van de research) en commerciële motieven aan de basis liggen van het prijsverschil en van de achterwege blijvende vraag tot erkenning voor de behandeling van maculadegeneratie (Avastin beschikt overigens over een Europese vergunning, maar dan wel voor andere oncologische aandoeningen) van het goedkopere geneesmiddel Avastin. Zo wordt duidelijk dat een geneesmiddel dan al kan bestaan, maar dat het daarom nog niet op de markt wordt gebracht. Weerom een ethische en geen technische kwestie. Regeert het geldgewin dan overal?
Maar wellicht belangrijker dan het antwoord op deze retorische vraag, is het de mechanismen te doorgronden en de medespelers te herkennen in dit verslindende spel. Daarop kan je namelijk een beleid bouwen - zou een minister dan kunnen denken - zodat middelen overgeheveld naar andere prioritaire velden van de gezondheidszorg zonder te raken aan de medische belangen van maculadegeneratiepatiënten.
Lees het artikel uit het Pharmaceutisch Weekblad hier. Maar voor het geval dat u toch niet doorklikt, hebben we hier een passage die duidelijk maakt dat het over een courante aandoening gaat: "Maculadegeneratie is een ziekte die epidemische vormen aanneemt: op dit moment zijn er in Nederland 100.000 mensen met deze aandoening en jaarlijks komen daar 10.000 bij. Als je een middel hiervoor zo duur maakt, legt dat een te grote belasting op de uitgaven in de zorg." Het gaat dus om een groeimarkt, want in de gezondheidszorg wordt ook in die economische termen nagedacht.

Bij Novartis hebben wij het jaarverslag 2013 opgevraagd. Daaruit blijkt dat Lucentis in 2013 goed was voor een netto-verkoop van 2,383 milliard dollar (tegen 2,398 milliard dollar in 2012 en ca. 1,966 miljard $ in 2011). Dat is exclusief de verkopen van Lucentis in de USA, waar het medicijn door Genentech/Roche op de markt wordt gebracht. Novartis heeft een belang van 33,3% in Roche, goed voor een waarde van 14,8 miljard $ terwijl de totale markwaarde van Roche per 20131231 241,2 miljard $ was. Het jaarverslag benadrukt:'Novartis does not exercise control over Roche Holding AG, which is independently governed, managed en operated.' (AR2013:104) Natuurlijk sluit dit geen commerciële deals op wereldniveau uit.



Wat is het FAGG?

Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, FAGG (voorheen Directoraat-generaal Geneesmiddelen van FOD Volksgezondheid)

Oprichtingsdatum: 01.01.2007

Voogdijminister: Maggie De Block (OpenVLD), minister Volksgezondheid [op de website van het FAGG stond tot 20141126 foutief Laurette Onkelinx nog vermeld als voogdijminister - dit is inmiddels bijgesteld]

Administrateur-generaal: Xavier De Cuyper
Instelling van openbaar nut met rechtspersoonlijkheid, ingedeeld in categorie A
Bevoegde overheid op het vlak van de kwaliteit, de veiligheid en de doeltreffendheid van de geneesmiddelen en de gezondheidsproducten
Competentiedomeinen: onderzoek en ontwikkeling (R&D), registratie of vergunning voor het in de handel brengen, productie en distributie (inspectie- en controleactiviteiten), vigilantie, goed gebruik van geneesmiddelen en gezondheidsproducten
Personeel : 390 medewerkers op 01.01.2012 voor het merendeel met een wetenschappelijke vorming (o.a. geneesheren, apothekers, dierenartsen)
Slogan : “Uw geneesmiddelen en gezondheidsproducten, onze zorg”

Bekijk het organogram van het FAGG

Het jaarverslag van het FAGG kunt u hier downloaden








De historiek van Roche vindt u hier

Roche Group Sales 2013: 46,780 milion CHF






Novartis: Kerncijfers 2013: Omzet: 57,9 miljard USD; Netto Resultaat : 9,3 miljard USD

Company History of Novartis

Farmaceutische nota van European Medicines Agency (EMA) over Lucentis ranibizumab

Farmaceutische nota van European Medicines Agency (EMA) over Avastin bevacizumab

Ter info: website van het RIZIV

[tekst aangevuld op 20141202]
Kadaster Nederland
Voorstelling van de taken en mogelijkheden van het Nederlandse Kadaster
Edited: 201411231351
Nederland
Nederland doet knettergek en lullig over Zwarte Piet. Vlaanderen waardig en kalm.
Edited: 201411170843
Columnist Bas Heijne met het opgestoken vingertje richting België. Hij leest vooral zichzelf graag, in trance over zijn pseudo-intellectueel gewauwel. Als je een debat wil openen over kolonialisme, racisme en genocide dan is dit de weg die 'minus habens' bewandelen.

In De Standaard vond Ann-Sofie Dekeyser het de moeite om met de Piet-kwestie de voorpagina en twee volle binnenbladzijden te bevuilen. Ik ga nog eens nadenken over mijn abonnement.
Totaal TV Nederland
Minister Kamp van economische zaken zet vraagtekens bij samengaan Ziggo en UPC onder Liberty Global
Edited: 201411120003
AGIV-KBR
Reis door de tijd met historische kaarten
Edited: 201410250213


Uit een samenwerking tussen het AGIV en de Koninklijke Bibliotheek groeide een mooi digitaal cartografisch initiatief onder de benaming 'Reis door de tijd'. De eerste link hieronder leidt naar een hybride kaart van onze wijk en de ligging van MERS Antique Books Antwerp.
ligging MERS Antique Books Antwerp, Mevrouw Courtmansstraat 27, 2600 Berchem




De volgende link leidt naar de historische kaarten van de 18de eeuw tot nu voor ons adres: 1712 (Fricx, Carte des Pays-Bas), 1777 (Ferraris, Kabinetskaart der Oostenrijkse Nederlanden), 1846-1854 (Vandermaelen, Carte Topographique de la Belgique), 1842-1879 (Popp, Atlas Cadastrale parcellaire de la Belgique), 1979-1990 (luchtfoto), 2012 (luchtfoto), 2013 (luchtfoto), 2014 (Basiskaart GRB)



Aan bovenstaande reeks kunnen we er nog een paar toevoegen: de kaart van het Dépôt de la Guerre in 1878 op 1/20.000ste, die van het Militair Cartografisch Instituut in 1932 op 1/20.000ste en de kaart die het Militair Geografisch Instituut in 1957 maakte op 1/25.000ste. Zie voor meer informatie ons boeknummer 19680057. Een volledig overzicht van historische kaarten vindt u bij het Nationaal Geografisch Instituut.


Indien u dat wenst kunt u bovenaan de kaart van Geopunt uw eigen adres eens intikken om te zien hoe het er vroeger in uw omgeving uit zag. Veel plezier ermee!

De volgende stap in deze applicatie zou erin kunnen bestaan de kadastrale leggers van Popp te koppelen aan referentiepunten op de kaarten. MERS beschikt over een mooie collectie kadastrale leggers. Op onze thematische pagina vindt u een overzicht van auteurs die publiceerden over grondbezit en het kadaster in de periode 1814-2014.

NHG - WEW
NEDERLAND. In de eerste drie kwartalen van dit jaar zijn 3.587 huizen gedwongen verkocht.
Edited: 201410211316
In de eerste drie kwartalen van dit jaar zijn 3.587 huizen gedwongen verkocht. Dit is een toename van 5% vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. Dit blijkt uit cijfers van het Waarborgfonds Eigen Woning (WEW), de uitvoerende instantie van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG).


Volgens het WEW kan het aantal gedwongen verkopen de komende tijd nog stijgen als gevolg van het na-ijleffect van de crisis. Dit is te verklaren doordat de afgelopen jaren meer hypotheekgaranties zijn verstrekt. Ook zullen door de aantrekkende woningmarkt meer huizen worden verkocht die 'onder water' staan. In dat geval is de hypotheek hoger dan de actuele waarde van het huis, waardoor bij verkoop een restschuld ontstaat.


Het WEW heeft nog voldoende geld in kas om nieuwe claims op te vangen en hoeft hiervoor geen beroep te doen op het Rijk. Het gemiddelde bedrag dat het waarborgfonds in de eerste drie kwartalen uitkeerde, was € 39.000. Dat is net zoveel als in de eerste negen maanden van 2013.


Meer informatie over NHG en WEW vindt u hier
WITTE Els
Het verloren koninkrijk. Het harde verzet van de Belgische orangisten tegen de revolutie 1828-1850
Edited: 201409230965



Verschijningsdatum: 23 september 2014
Uitgeverij: De Bezige Bij Antwerpen
Aantal bladzijden: 688
PAPERBACK
ISBN: 9789085426561
Adviesprijs: € 29.99
Dit is het boek waar Els Witte jaren aan heeft gewerkt: een standaardwerk over een cruciale periode uit de geschiedenis van de Lage Landen

Na een korte Belgische revolutie kwam erin oktober 1830 een einde aan het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Een onvermijdelijke wending in de geschiedenis, zo lijkt het nu, maar dan wordt geen rekening gehouden met de felle oppositie van de orangisten. Die beweging van Oranjegezinden uit de elite in Vlaanderen, Brussel en Wallonië stelde alles in het werk om weer aansluiting te vinden bij het Nederlandse koninkrijk.
Zeker in de jaren 1830 - toen nog duchtig werd gebakkeleid over de verdeling van de inboedel - converseerden de orangisten in het grootste geheim met gelijkgezinden boven de Moerdijk. Niet zonder gevaar, want zij werden door het Belgische gezag hardhandig onderdrukt, van alle macht beroofd en zelfs weggejaagd naar het noorden.

Historica Els Witte gaat op ontdekkingstocht naar de wortels van het orangisme. Uit nauwelijks onderzochte archieven haalde zij veelzeggende correspondentie, die vaak in geheimschrift was opgesteld. Aan de hand van die bronnen weet Witte een uniek en rijkgeschakeerd beeld te schetsen van de orangistische organisaties, gedragscodes en strategieën. Ook werpt zij een licht op de druk beoefende Oranjecultus, die nog lang niet is doodgebloed.
Is Rik Daems 'The Bird' die smeergeld opstreek?
Edited: 201409191132
Redactie
19/09/14 - 11u32 Bron: Het Laatste Nieuws

Dertien jaar na de verkoop van de Brusselse Financietoren zijn drie mannen en twee vennootschappen naar de rechter verwezen. Ze zouden 9 miljoen euro smeergeld hebben opgestreken. Opmerkelijk: de spilfiguur wil toenmalig minister van Overheidsbedrijven Rik Daems laten getuigen. Hij zou een rol gespeeld hebben onder de codenaam 'The Bird'.

Her en der in het dossier wordt geopperd dat niemand anders dan Rik Daems schuilgaat achter de codenaam 'The Bird' en dus ook smeergeld zou ontvangen hebben.
Op 20 december 2001 was de Financietoren het voorwerp van een zogenaamde sale-and-leaseback-operatie: de overheid verkocht het gebouw voor 311 miljoen euro aan de Nederlandse groep Breevast om het dezelfde dag nog terug te huren. Na onderhoudswerken wegens asbest werd de huurprijs in 2003 vastgelegd op 42 miljoen euro per jaar. Looptijd van het contract: 33 jaar. Met aftrek van een korting betaalde de overheid in totaal 1,275 miljard euro voor een gebouw dat het verkocht voor 311 miljoen euro. Een merkwaardige deal, die ondertekend werd door toenmalig minister van Overheidsbedrijven Rik Daems (Open Vld).

Zwitserse bankrekeningen
De Bijzondere Belastinginspectie (BBI), die nota bene haar kantoren heeft in het gebouw, opende meteen een onderzoek, waarna ook het gerecht in actie schoot. Uit dat onderzoek bleek dat drie tussenpersonen smeergeld zouden hebben ontvangen, in totaal zo'n 9 miljoen euro. Dat geld belandde op Luxemburgse en - via heel wat omwegen - op Zwitserse bankrekeningen. Michel Bellemans, ex-adviseur van minister Daems, zou die constructie opgezet hebben via zijn vennootschap Caelum en zelf ook geld ontvangen hebben.

'De Vogel'
In het dossier is echter nog sprake van een vierde partij die smeergeld ontvangen zou hebben. Op documenten van Bellemans komt de codenaam The Bird voor. Wie 'De Vogel' is en hoeveel hij ontvangen heeft, is nog onduidelijk. Maar her en der in het dossier wordt geopperd dat niemand anders dan Rik Daems zelf schuilgaat achter de codenaam. "Als de speurders die vraag voorleggen aan mijn cliënt, dan zegt hij dat dit wel mogelijk zou kunnen zijn", zegt advocaat Luc Deleu, die optreedt voor Bellemans.
Karel de Stoute
Edited: 201408290248
Karel de Stoute zet de politiek van zijn vader door Karel de Stoute (1433-1477), zoon van Filips de Goede, zette na 1467 de centralisatiepolitiek van zijn vader verder door. Zo bracht hij de drie bestaande Rekenkamers (Rijsel, Brussel en Den Haag) samen in één enkele te Mechelen. De rechtsprekende bevoegdheid koppelde hij los van de Grote Raad en vertrouwde die toe aan het Parlement van Mechelen, later opnieuw de Grote Raad van Mechelen. Hij verplaatste eveneens officieel de hoofdstad van het hertogdom van Dijon naar Brussel omdat eigenlijk al sinds de tijd van zijn vader alle belangrijke staatszaken in de Lage Landen plaatsvonden. Ook was het logisch om in het verreweg rijkste gebied tevens de hoofdstad te hebben. Het eigenlijke kernland Bourgondië speelde nog maar een marginale rol in het geheel. In 1468 onderwierp hij het prinsbisdom Luik op bloedige wijze. Karel de Stoute steunde de prinsbisschop, maar de Luikenaars zelf kwamen daartegen in opstand. De stedelijke milities, waaronder de 600 Franchimontezen, werden daarop afgeslacht, en vele plaatsen in het prinsbisdom werden verwoest. In 1471 richtte hij de Bourgondische Ordonnantiebenden op als staand leger ter ontlasting van zijn leenmannen. Twee jaar later mislukte een poging om van Bourgondië een zelfstandig koninkrijk te maken door een veto van de Duitse keizer Frederik III. Generaties lang samenleven in de Bourgondische statenbond, met overkoepelende instellingen, samen in oorlog of in vrede, deed een supranationaal samenhorigheidsgevoel ontstaan. Boven de Henegouwse en Brabantse en Hollandse vaderlandsliefde kiemde er dus ook een Bourgondisch samenhorigheidsgevoel, dat later ook Nederlands of in het Latijn Belgisch genoemd werd. [bewerken] Hertogdom gaat verloren In 1477 sneuvelde hertog Karel in de slag bij Nancy en ging een groot deel van het Franse bezit van de Bourgondiërs, waaronder het hertogdom zelf, verloren aan de Franse kroon. Door het huwelijk van Maria van Bourgondië, enige erfgename van Karel de Stoute, met de Duitse kroonprins Maximiliaan I van Oostenrijk kwam de rest, waaronder de Lage Landen, onder de soevereiniteit van het Huis Habsburg. Maria overleed in 1482 en werd als Hertog(in) van Bourgondië opgevolgd door haar zoon Filips de Schone. Bij zijn meerderjarig worden in 1494 nam Filips zelf het bewind in handen. Hij moest echter in 1498 gedwongen afstand doen van zijn aanspraken op Bourgondië. In 1506 werd hij koning van Castilië en daarmee een Spaanse vorst. Dit markeert het aanbreken van de Spaanse tijd. http://nl.wikipedia.org/wiki/Bourgondische_tijd (20090902)
TESSENS Lucas
brief aan Vandenbrande over project PC op school
Edited: 201406072348
De heer Luc Van den Brande
Minister-President
Martelaarsplein 19
1000 - BRUSSEL


Antwerpen, 15 juli 1997


Betreft: "Het ogenblik is aangebroken om 'Vlaanderen-Europa 2002' te herijken. Daarbij moeten we nieuwe inhoudelijke klem¬tonen leggen. Het volstaat niet langer dat onze kinderen goed kunnen rekenen en schrijven. Zij zullen ook meertalig moeten zijn, maar ze zullen ook moeten kunnen rijden op de informatiesnelweg. We zullen een belangrijke extra inspan¬ning doen om in een meer¬jarenprogramma er voor te zorgen dat alle leerlingen van het zesde leerjaar evengoed kunnen omgaan met een pc als met een boek." (uit uw officiële 11 juli-redevoering)




Geachte Heer Minister-President,




Bovenstaande passage uit uw 11 juli-redevoering heeft onze speciale aan¬dacht getrokken. Proficiat! Zeer terecht plaatst u lezen, rekenen en pc-vaardigheid op één lijn. Een nieuwe vorm van analfabetisme ("digi¬betisme") steekt de kop op. Enkel een practische opleiding die gebruik maakt van training en routine zal kunnen verhinderen dat deze kwaal onze jongeren aantast.

In 1994 hebben wij uw kabinet en daarna de GIMV geadviseerd aan¬gaande de te nemen stappen inzake de kabel (interconnectie van de verzor¬gingsgebieden en creëren van de terugweg). Dit leidde tot Telenet.
Toen hebben wij binnen het "Studiesyndicaat Nieuwe Diensten over de Kabel", waarvan wij in januari 1994 overigens de draft-opdracht schre¬ven, een lans gebroken voor een maatschappelijke en culturele benade¬ring van de infor-matiesnelwegen.


Aansluitend bij Telenet werd 'Medialab' opgestart. Ook hierover dienden wij het Kabinet van advies. Wij kunnen ons echter niet van de indruk ontdoen dat 'Media¬lab' al te theoretische blijft, cirkelend binnen de universitaire milieus.
Het is van essentieel belang:
• de risico's van een gebrek aan pc-vaardigheid onder ogen te zien;
• pragmatische oplossingen aan te reiken;
• de oplossingen te coördineren.
Die oplossingen liggen zeer zeker in de onderwijssfeer.

Niemand twijfelt aan de noodzaak om onze kinderen te leren lezen, schrijven en rekenen. Maar zij die er nog aan twijfelen dat ook het kunnen werken met een pc een basisvaardigheid is, worden best wan¬delen gestuurd.

In deze materie moet men snel en doortastend tewerk gaan. Zo moeten we de kinderen niet gaan vervelen door uit te leggen welke de com¬ponenten van een pc zijn of hoe een pc werkt. Je leert ook geen wagen besturen via weten¬schap over de ontploffingsmotor of de functie van een versnellingsbak.

Ziehier 10 BOUWSTENEN die wij voor een efficiënte aanpak zien:

1

Installatie van een task force (max. 8 mensen) ter begeleiding van het gehele project. Voorzien van secretariaats-ondersteuning en een budget voor deze task force. Overleg met uw collega L. Van den Bossche.

2

Contacten met leveranciers van hardware teneinde maximale sponsoring te voorzien voor nieuwe pc's; gebruik maken van gerecycleerde pc's en betere organisatie van het recyclage-proces; vastlegging van de mini¬mum-basiscon-figuratie van de te gebruiken pc's (CPU 80386DX).

3

Keuze van de software: o.i. heeft Microsoft een zodanige voorsprong ge¬nomen dat men moet kiezen voor de programma's 'Word' voor het nieuwe lezen/schrijven en 'Excel' voor het nieuwe rekenen, alles in Windows-om¬geving; Vlaanderen zou een mega-licentie voor het basison¬derwijs moeten bedingen.

4

Onmiddellijke start van een korte (minder dan 20 uur) en practisch gerichte lerarenop¬leiding voor pc: het zou o.i. een vergissing zijn te denken in de richting van een specifieke pc-leraar; de 'pc-vaardigheid' wordt best geïnte¬greerd in de lessen Nederlands en rekenen omdat dan de link kan gelegd worden met de klas¬sieke lees-, schrijf- en reken¬methodes.

5

Onmiddelijke start van een middelgroot project in een 200-tal basis¬scholen (zo'n 5.000 pc's), provinciaal gespreid; vastlegging van een gefaseerd plan voor een totaal-dekking van het basisonder¬wijs tegen 2002.


6

Avondgebruik van de pc-klassen voor bijscholing, al dan niet betalend (criteria uitwerken).

7

Gefaseerde inkoppeling van 'Telenet' in de scholen en toelevering van Internet over Telenet; afsluiten van een mega-contract.


8

Installatie of renovatie van de interne kablering in scholen waardoor het project gebruik kan maken van servers; inzet van de know how van de kabelmaatschappijen (bijna alle intercommunales); afsluiten van een mega-contract voor toelevering van kabels (coax/fiber).


9

Jaarlijkse grondige evaluatie en bijsturing van het project tijdens een open studiedag mét publicatie van de resultaten en verspreiding via de media.


10

Instellen van een prijs voor de school met de beste pc-basisopleiding (incen-tive op het project).




Geachte Heer Minister-President, begin 1994 schreven wij zoals gezegd de draft-opdracht voor het "Studiesyndicaat". Vandaag bieden wij onze diensten aan onder de vorm van een nieuw project ("PC? Kinderspel").

Eerstdaags zal ik met Mevrouw Yvette Delameilleure contact opnemen teneinde met u een gesprek te kunnen vastleggen.


Met bijzondere Hoogachting,






Lucas TESSENS
Bestuurder/Research Director
Volkskrant van 20130424
Grootgrondbezit: Ook in Europa is landjepik populair
Edited: 201304240909
GERARD REIJN ? 24/04/13, 00:00
Grootgrondbezit wordt altijd geassocieerd met arme landen, maar vooral Oost-Europese landerijen zijn plots in trek. Het Europees landbouwbeleid speelt daar ook een rol in.

In de Europese Unie is de helft van alle landbouwgrond in handen van 3 procent van de landbouwbedrijven. Kapitaalkrachtige bedrijven, oliestaten, vreemde mogendheden en Oost-Europese oligarchen eigenen zich enorme landerijen toe, vooral in Oost-Europa.

Dat constateert een groep onderzoekers onder leiding van de Wageningse hoogleraar Jan Douwe van der Ploeg en Saturnino Borras, een Filipijnse onderzoeker van het Haagse Instituut voor Sociale Studies ISS. Vorige week publiceerden zij delen uit een onderzoek dat in de zomer klaar moet zijn, net op tijd om door het Europees Parlement te worden meegewogen als dat spreekt over het nieuwe landbouwbeleid van de EU. Want, zegt Saturnino Borras, 'het Europees landbouwbeleid stimuleert deze ontwikkeling in hoge mate. Dat wordt nog sterker als straks de agrarische subsidies per hectare zullen worden berekend, zoals in de nieuwe voorstellen het geval is.' De subsidies komen grotendeels in handen van de grootgrondbezitters. In Italië krijgt nu al 0,29 procent van de bedrijven 18 procent van de subsidies. In Hongarije strijkt 8,6 procent van de bedrijven zelfs 72 procent van de subsidies op.

Grootgrondbezit wordt altijd geassocieerd met naargeestige trekjes van Latijns-Amerikaanse landen en met plantages in Afrika en Zuidoost-Azië. Maar, schrijven de onderzoekers, 'landeigendom in Europa is erg ongelijk verdeeld, in sommige landen net zo erg als in Brazilië, Colombia en de Filipijnen'. En dat zijn landen die berucht zijn om hun grootgrondbezit en vooral de nadelen daarvan.

Het tempo van concentratie van land ligt buitengewoon hoog, stelt onderzoeker Borras. In Duitsland waren in 1966 nog 1,246 miljoen boerenbedrijven, in 2010 nog 299 duizend. Een daling van rond 3,5 procent per jaar.

In Oost-Europa gaat het nog veel harder. In Oekraïne bezitten de tien grootste agrarische ondernemingen 2,8 miljoen hectare grond. Ter vergelijking: het Nederlandse grondoppervlak is 3 miljoen hectare, daarvan is 2,2 miljoen hectare agrarische grond. Na de val van het communistische regime werd de grond verdeeld onder de boeren, maar dat gebeurde zodanig dat kleine boeren geen kans op overleven hadden. Zij verpachtten of verkochten hun land. In Roemenië en Bulgarije gebeurde iets soortgelijks.

Net als in Afrika is China een belangrijke partij in het Europese landgrab-spel. In het noorden van Bulgarije, een van de armste streken van Europa, verwierf de Tianjin State Farms Agribusiness Group 20 km2 land om er onder meer mais en melkpoeder te produceren voor China. Nog maar enkele weken geleden kondigde China aan zijn landbouwgronden in Bulgarije te zullen voorzien van een irrigatiesysteem. Qatar en Koeweit onderhandelen ook over investeringen van honderden miljoenen in Bulgarije.

In Hongarije wisten buitenlandse partijen duizenden hectares te bemachtigen, hoewel dat verboden is. Een berucht geval is dat van de Italiaanse familie Benetton, die van de kleding. Die bezit er een landgoed van 7.000 hectare, waar mais en tarwe worden verbouwd, en dat door de lokale bevolking 'Dallas' wordt genoemd, naar de tv-serie over de Texaanse familie Ewing.

De landgrab in Oost- en Midden-Europa is niet wezenlijk anders dan die in Afrika, zegt onderzoeker Borras. In West- en Zuid-Europa verloopt de concentratie langzamer, maar gestaag. 'Sluipende landroof', noemt Borras dat. Een politieke term, geeft hij toe. Maar ook een wetenschappelijke. 'Het betekent dat de controle over het land in weinig handen komt, waardoor het politieke effecten krijgt.' In sommige delen van Spanje is dat te zien. Volgens Borras wordt daar op steeds grotere schaal land bezet door landloze boeren. 'En vaak slagen ze erin die bezetting gelegaliseerd te krijgen. Ze winnen.'

Borras vindt dat een bewijs te over dat de concentratie van landeigendom gevaarlijk is. 'Het belemmert jonge mensen boer te worden. In Europa willen nog steeds mensen boer worden, maar ze kunnen het vaak niet omdat ze niet aan de grond kunnen komen. Door de concentratie van landeigendom wordt dat probleem steeds groter.'

Nederland speelt grote rol bij landgrabbing

Nederlandse financiële partijen spelen een grote rol in landgrabbing. De drie grote banken (ING, ABN Amro, Rabobank) en drie pensioenfondsen (ABP, Bedrijfstak pensioenfonds Bouw en Pensioenfonds Zorg en Welzijn) hebben samen 2,2 miljard euro geïnvesteerd in tientallen bedrijven die soms honderdduizenden hectares bezitten. In totaal hebben ze zo belangen in 14,3 miljoen hectare land. Dat is bijna vijf maal Nederland.

Dat blijkt uit onderzoek dat een jaar geleden werd verricht door het Landbouw Economisch Instituut (LEI), in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. Aan het onderzoek is in de media vrijwel geen aandacht besteed. De Tweede Kamer heeft er begin dit jaar wel een hoorzitting over gehouden.

Het zijn meest onbekende plantage-bedrijven, veelal in Zuidoost- Azië, zoals Bakrie Sumatera Plantations (250 duizend hectare), Indofood Sukses Makmur (550 duizend) en China Huiyuan Group (200 duizend).

Maar ook hebben de zes institutionele bedrijven geld gestoken in papierconcerns die elk goed zijn voor honderdduizenden hectaren in vooral Oost-Azië en Latijns-Amerika. Daarbij gaat het om Nippon Paper (166 duizend hectare), Stora Enso (700 duizend) en Oji Paper (400 duizend).

Het LEI becijferde ook dat Nederlandse boeren en tuinders in totaal een half miljoen hectare land in het buitenland hebben verworven en er agrarische bedrijven op zijn begonnen. Dat is bijna een kwart van het totale Nederlandse areaal aan landbouwgrond (2,2 miljoen hectare).
FM Brussel
Ex-adviseur Rik Daems in opspraak rond Financietoren
Edited: 201204260917
door © FM Brussel/brusselnieuws.be
Brussel-Stad
08:17 - 26/04/2012
Drie zakenmensen moeten voor de strafrechter omwille van hun rol bij de verkoop van de Financietoren in 2001. De drie, waaronder een voormalig adviseur van toenmalig minister Rik Daems (Open VLD), zouden 9 miljoen euro geïncasseerd hebben bij de verkoop van de Financietoren.
De federale overheid verkocht de Financietoren in 2001 voor 311 miljoen euro aan de Nederlandse vastgoedgroep Breevast. De drie bemiddelden bij de verkoop en streken daar samen liefst 9 miljoen euro voor op. Nadien huurde de overheid het gebouw terug tegen een tarief dat erg voordelig was voor Breevast.
Het Brusselse parket onderzocht de verkoop nadat de Bijzondere Belastingsinspectie klacht indiende.
Een van de drie verdachten is Michel Bellemans, die een tijdje als adviseur voor toenmalig minister voor Overheidsbedrijven Rik Daems werkte. Het parket zou hem als spilfiguur beschouwen, schrijft De Morgen donderdag. Bellemans ontkent alle betrokkenheid.
De twee overige beschuldigden geven wel toen dat ze de miljoenen opstreken, maar stellen dat het commissielonen voor consultancydiensten betreft voor hun rol bij de transactie.
ARCO
Historiek ARCO-groep ACW
Edited: 201112310961
Historiek

Onze organisatie is voortdurend in beweging. Hieronder de belangrijkste mijlpalen in onze geschiedenis.

2011::

Arcofin CVBA, Arcopar CVBA, Arcoplus CVBA en Arcosyn CVBA worden in vereffening gesteld.
2008 ::
Groep ARCO (voornamelijk ARCOPAR) brengt haar participatie in Elia NV op 10 %.
2007 ::
Groep ARCO neemt deel aan de oprichting van het door GIMV en Dexia beheerde infrastructuurfonds 'DG Infra'.

Groep ARCO richt samen met Dexia, Gemeentelijke Holding en GVA 'Dexia Immorent' op. Deze vennootschap biedt vernieuwende oplossingen voor het beheer van het vastgoedpatrimonium van de lokale besturen en de sociale sector.

Groep ARCO verhoogt haar participatie in Retail Estates tot 6,98 %.

Als maatschappelijke investering neemt ARCOPAR een participatie van 8,43 % in de grootste Vlaamse Erkende Kredietmaatschappij 'Sint-Jozefskredietmaatschappij'.
2006 ::
Groep ARCO verwerft meer dan 5% van transmissienetbeheerder Elia NV.

Groep ARCO (voornamelijk ARCOFIN) volgt integraal de kapitaalsverhoging van Dexia NV ter financiering van de overname van de Turkse Denizbanken en brengt haar participatie eind 2006 op 17,66 %.

ARCOPAR zorgt mee voor de voorfinanciering van de Antwerpse sociale economieprojecten via de oprichting van cvba De Schoring.
2005 ::
Groep ARCO breidt haar investeringen in de energiesector drastisch uit door haar intekening op de beursintroductie van Elia, de beheerder van het Belgische hoogspanningsnet voor elektriciteit en door haar deelname samen met Aspiravi en Hefboom in het windenergieproject Gislom.

In het kader van haar maatschappelijke investeringen verhoogt ARCOPAR haar participatie in apothekergroep De Lindeboom NV en in sociale economiefinancier Hefboom cvba. Daarnaast start ARCOPAR met 3 Brusselse sociale verhuurkantoren de cvba Livingstones.
2004 ::
ARCOPAR voorziet in haar statuten de vorming van een bonusreserve. De aandeelhouders die reeds aandeelhouder waren vóór de Dexia-operatie, zullen bij hun uittreding recht hebben op een proportioneel deel van deze nog te vormen bonusreserve.

ARCOPAR en AUXIPAR verwerven samen een belangrijke minderheidsparticipatie in de vastgoedbevak Home Invest NV, een beleggingsfonds dat nagenoeg uitsluitend investeert in residentieel vastgoed (appartementen, woningen en bejaardentehuizen) in de Brusselse regio.
2003 ::
ARCOPAR keert aan haar aandeelhouders die reeds aandeelhouder waren vóór de Dexia-operatie, voor het eerst een bonusdividend uit. Door de inbreng van haar bank- en verzekeringsactiviteiten in Dexia NV zijn de resultaten van ARCOPAR immers verbeterd.

ARCOPAR en AUXIPAR verwerven samen een belangrijke minderheidsparticipatie in de vastgoedbevak Retail Estates NV, een vennootschap die rechtstreeks investeert in perifeer winkelvastgoed gelegen aan de rand van woonkernen of langs invalswegen naar stedelijke centra.
2001 ::
Groep ARCO brengt een belangrijke wijziging aan in haar portefeuille: ARCOFIN brengt haar aandelen Artesia Banking Corporation (waartoe BACOB Bank en DVV behoort) in de groep Dexia in, in ruil voor nieuw gecreëerde aandelen van Dexia. Groep ARCO verwerft zo 15,3 % van Dexia NV.
1999 ::
In dat jaar wordt gestart met de vorming van de internationale financiëledienstengroep Artesia Banking Corporation, waarin de diverse bank- en verzekeringsentiteiten van de groep worden ondergebracht.
1997 ::
Groep ARCO verstevigt substantieel haar financiële structuur om de realisatie van een gefaseerde overname van de zakenbank Paribas (België en Nederland) door BACOB mogelijk te maken.
1990 ::
De structuur van de groep wordt hertekend. De 28 verbondelijke coöperatieve vennootschappen worden gefusioneerd. Coöperanten gaan daardoor rechtstreeks participeren in de centrale coöperatieve financieringsmaatschappij ARCOPAR CV.

Het L.V.C.C. wordt omgevormd tot ARCOFIN CV, de participatie-maatschappij van de groep die haar activiteiten toespitst op de financiële sector.

De bestaande investeringsmaatschappij AUXIPAR NV wordt geherdynamiseerd als investeringsmaatschappij met belangen in de handels- en dienstensector.

De geherstructureerde groep krijgt de nieuwe naam "Groep ARCO".
1983 ::
Het KB nr. 15 van 8 maart 1982 (wet Monory-Declercq) geeft aanleiding tot de oprichting van de beleggingsmaatschappij Coplus (voorloper van het het huidige ARCOPLUS).
1978 ::
Oprichting van de verbruikersadviesdienst. Consumenten kunnen er terecht voor gratis juridisch advies.
1974 ::
Oprichting van de participatiemaatschappij AUXIPAR NV.
1972 ::
Op de Algemene Vergadering wordt gekozen voor een nadrukkelijk beleid ter bevordering van de consumentenbelangen.
1960 ::
Dankzij de expansie van deze bedrijven neemt de vraag naar kapitaal toe. Het instapbedrag van de coöperatieve aandelen wordt stapsgewijs verhoogd van 500 BEF in 1967 naar 2500 BEF in 1983. Later komen er nog aanpassingen naar 3000 BEF (1987) en 5000 BEF (1991).
1945 ::
L.V.C.C. wordt samen met de verbondelijke coöperatieve vennootschappen opgenomen bij de deelorganisaties van het ACW. Ze krijgt de coöperatieve organisatie en propaganda als opdracht. Ze bouwt een eigen secretariaat uit en pakt systematisch het aantrekken van coöperanten aan. L.V.C.C. neemt in de daarop volgende jaren participaties in verschillende bedrijven uit de uitgeverij-, de drukkerij-, de huisvestings- en de reissector.
1935 ::
Oprichting van het Landelijk Verbond van Christelijke Coöperaties (L.V.C.C.). als groepering van verbondelijke coöperatieve vennootschappen. L.V.C.C. wordt nadien aandeelhouder van Welvaart, de uitbatingscentrale van coöperatieve winkels; van BAC-Centrale Depositokas en Antwerpse Volksspaarkas voor de spaarafdelingen; van De Volksverzekering, de centrale voor het verzekeren van risico's van arbeidersgezinnen.

aanverwante studies
Goed beleid onder Verhofstadt ?
Edited: 200905151511
Dagboek
Johan Slembrouck

De Financietoren werd in 2001 samen met het aanpalende Rijksadministratief Centrum verkocht aan het Nederlandse vastgoedbedrijf Breevast. Om een begroting in evenwicht in te dienen werden de gebouwen door de toenmalige paarse regering Verhofstadt I verkocht via een sale-and-lease-back-constructie.

Het Brusselse gerecht onderzocht enkele dubieuze geldstromen rond de verkoop na een klacht van de Bijzondere Belastinginspectie. Het onderzoek is afgerond en het parket heeft nu een eindvordering opgesteld. Het parket stelt vast dat drie zakenlui verdachte commissielonen hebben opgestreken voor hun tussenkomst in de verkoop aan het Nederlandse vastgoedbedrijf. Het gaat over enkele miljoenen euro die via Luxemburgse vennootschappen zijn verborgen gehouden voor de Belgische fiscus.

Eén van de zakenlui is Rony Van Goethem, hij zou de commissies ontvangen hebben via een Luxemburgse vennootschap. Van Goethem zou aan het gerecht verklaard hebben dat het geld enkel en alleen voor hemzelf was bestemd, maar gezien de omvang van het bedrag hechten de speurders weinig geloof aan die uitleg. Er is sprake van commissies van 1 tot 2 miljoen euro, waarvan een deel mogelijk bestemd was voor de omgeving van toenmalig minister van Overheidsbedrijven Rik Daems (Open Vld), die verantwoordelijk was voor de verkoop van de Financietoren. Een andere lobbyist is Michel Bellemans, hij was tot eind 2004 bestuurder bij de federale participatiemaatschappij en werkte tot maart 2000 als adviseur voor minister van Overheidsbedrijven Rik Daems (Open Vld).

In 2006 had ik reeds een artikel gewijd aan de verkoop van de financietoren waarvan de volgende tekst nog steeds actueel is:

Een flagrant voorbeeld van hoe de paarse regering van VERHOFSTADT met belastinggeld morst is de verkoop van de Financietoren in 2001 voor 276.525.227 euro en dit gebeurde zonder gedetailleerde schatting van het gebouw, aldus het Rekenhof.

De Financietoren werd verkocht met de voorwaarde dat de Staat het gebouw na de verkoop voor 25 jaar zou huren. De huurlast per jaar bedroeg: 25.907.229 euro met een duurtijd van 25 jaar. De nieuwe eigenaar verplichtte zich ertoe het asbest te verwijderen en het gebouw te renoveren. De huurprijs na de werken zou worden vastgesteld door de basishuur te vermeerderen met 7,65 % van de kosten van de asbestverwijdering en de renovatiewerken. Beide partijen kwamen overeen dat deze huur echter marktconform moest zijn en stelden 34.705.093 euro als marktconforme huur vast. Het gebouw bleek meer asbest te bevatten dan oorspronkelijk gedacht. Er ontstond een een dispuut over wat verstaan moest worden onder het asbestvrij maken van het gebouw. Om uit de impasse te raken stelde de eigenaar/verhuurder een alternatieve oplossing voor: het gebouw zou bij de renovatie ingrijpend worden gewijzigd waardoor 30.000 m² extra kantoorruimte ter beschikking zou komen. Door die extra kantoorruimte zouden 4.600 ambtenaren kunnen worden gehuisvest in plaats van de oorspronkelijke 3.200. Op basis van dit alternatieve voorstel werd opnieuw onderhandeld. Het alternatieve voorstel werd aanvaard en vastgelegd in een addendum bij het oorspronkelijke huurcontract. De huurprijs werd vastgesteld op 42.700.000 euro. De looptijd van het huurcontract werd vastgesteld op 27 jaar vanaf de datum van aanvaarding van de werken (of een totale looptijd van 33 jaar).

Conclusie: de overheid zal na 33 jaar 1.345.140.744 euro (ongeveer 1,4 miljard euro) betaald hebben voor de financietoren dat voor 276,5 miljoen werd verkocht. Of een verschil met de verkoopprijs van 1.068.615.517 (ongeveer 1,1 miljard euro).

De huur zou intussen oplopen tot bijna 50 miljoen euro, of minstens 900 euro per maand per ambtenaar. Het contract loopt tot in 2031. Dit is volgens Verhofstadt en zijn VLD goed beleid!
HLN
PCM Uitgevers en De Persgroep sluiten overeenkomst
Edited: 200903031117
3/03/09 - 11u17
PCM Uitgevers BV en De Persgroep NV (de uitgever van deze website) hebben een principeovereenkomst getekend na overleg met aandeelhouders van PCM. De overeenkomst houdt in dat PCM nieuwe aandelen zal plaatsen bij De Persgroep ter waarde van 100 miljoen euro, waardoor De Persgroep een belang van 51 procent in PCM neemt. Dankzij deze kapitaalverhoging kan PCM zijn schuldpositie reduceren en de strategie van de onderneming financieren.

PCM heeft de dagbladen De Volkskrant, NRC Handelsblad, Het Algemeen Dagblad, nrc.next en Trouw in huis. Daarnaast is het bedrijf ook eigenaar van PcM Algemene Uitgeverijen die zes boekenuitgeverijen overkoepelt waaronder de Belgische Standaard Uitgeverij.

Onderdeel De Persgroep
PCM blijft een onderneming naar Nederlands recht die gaat functioneren als onderdeel van De Persgroep. De bestaande aandeelhouders - Stichting Democratie en Media, Stichting de Volkskrant, Stichter ter Bevordering van de Christelijke Pers en Stichting Lux et Libertas - behouden hun prioriteitsaandelen in de dagbladtitels en hun doelstellingen met betrekking tot de pluriformiteit, continuïteit en de identiteit worden gerespecteerd, luidt het nog. De transactie kan in de loop van mei 2009 worden afgerond.

Ook Q Music en Parool
"Voor onze groep die actief wil zijn in Nederland en België is dit een belangrijke strategische stap", aldus Christian Van Thillo, gedelegeerd bestuurder van De Persgroep. "Wij zien en erkennen de grote maatschappelijke waarde die PCM en zijn uitgaven in Nederland vertegenwoordigen. Wij zijn dan ook trots om de samenwerking met PCM en zijn werkmaatschappijen te mogen aangaan en hen te helpen bij het realiseren van hun ambities. Het is onze gezamenlijke ambitie om de activiteiten van het concern ook te verbreden naar andere media. Om die reden zullen in een latere fase ook de bestaande Nederlandse activiteiten van De Persgroep - Het Parool en Q Music - worden ingebracht in PCM."

PCM en De Persgroep hebben ook afgesproken dat zorgvuldig gekeken zal worden naar de vraag of het strategisch beter is om één van de dagbladtitels te vervreemden, in het belang van de concurrentiekracht en de kwaliteit van die titels.
OCMW Gent
Patrimonium OCMW Gent in 2008 (uit het Jaarverslag 2008)
Edited: 200812311461
OCMW Gent verpacht 476 eigendommen in België en 46 in Nederland. Daarnaast zijn er nog 78 erfpachters. Dat houdt in dat het OCMW de grond bezit, maar dat de woning op die grond van iemand anders is. We verhuren gebouwen, maar huren
er zelf ook. Natuurlijke brengt dat een grote dossierlast met zich mee. Maar dat is nog niet alles. Bomen op OCMW-gronden moeten gekapt of gesnoeid worden, de hoeves vragen onderhouds- en herstellingswerken en schade aan OCMW-gebouwen
moet administratief opgevolgd worden.
Dit is een greep uit het takenpakket van de dienst Patrimonium, die instaat voor het volledige beheer van het privaat patrimonium in België en in Nederland.
OCMW Gent bezat op 31 december 2008 in Oost- en West-Vlaanderen 2762ha 90a 88ca aan gronden:
landbouwgronden: 2591ha 11a 53ca
(gekende) bouwgronden: 69ha 51a 99ca (waarvan 30ha 72a 92ca bebouwd)
bosgronden: 02ha 27a 36ca

Noot LT: noteer dat uit bovenstaande paragraaf niet kan opgemaakt worden hoe groot het grondbezit is op Nederlands grondgebied. Er is sprake van 46 eigendommen.
JANSSENS Paul Prof. Dr
Professor Paul Janssens over prinsen, markiezen en baronnendoor Danny Vileyn © Brussel Deze WeekBrussel07:00 - 28/06/2008
Edited: 200800000901
Ze heten conservatief, francofoon en koningsgezind te zijn, en verdedigers van de traditionele gezinswaarden, maar het meest bijzondere kenmerk van de adel is het vermogen om zich aan te passen. Een gesprek met de historicus Paul Janssens aan de vooravond van de Ommegang - waarin traditioneel edellieden opstappen - en de nationale feestdag van 21 juli, die al even traditioneel voorafgegaan wordt door het toekennen van adellijke titels.

Professor Paul Janssens houdt kantoor in een piepklein kamertje van het Ehsal Research Center, het pand tegenover de hoofdzetel van de Ehsal aan de Stormstraat 2, een van de campussen van de nieuwe HUB, de Hogeschool-Universiteit Brussel. Paul Janssens doceert economische geschiedenis en is gespecialiseerd in fiscale geschiedenis, maar ook de geschiedenis van de adel kent hij op zijn duimpje.



Zelfs de lap grond waarop de campus van de Ehsal gebouwd is, heeft een adellijk verleden - dat moet Janssens erg bevallen. "Halverwege de zeventiende eeuw, toen de Nieuwstraat nog een aristocratische straat was, kocht de markies de Berghes - de markiezen van Bergen op Zoom hadden hun naam verfranst - een aantal huizen op de grond waar nu de campus van de Ehsal is. De adel deed toen wat de banken nu doen: huizen kopen, ze platgooien en er een ander soort pand op bouwen. (Janssens doelt op de KBC, die tegenover de Ehsal panden platgooide voor een bankgebouw, DV.) Ze bouwden er een prachtig hôtel de maître, dat ze bewoond hebben tot aan de Franse Revolutie. Dan is er een cercle littéraire in getrokken, waar de leden onder andere de grote Europese kranten kon lezen, en in de negentiende eeuw kreeg het pand een commercië­le bestemming. Toen de Ehsal hier een paar decennia geleden bouwde, was het pand volledig uitgewoond."



Wij vatten de adel van vandaag voor u samen in tien stellingen.



Belgische adel is Brussels gekleurd

"Het is een merkwaardig fenomeen," legt Paul Janssens uit, "maar er bestaat wel degelijk een Brusselse adel, zeker als we 'omvang' als criterium nemen."



Terwijl in het hoofdstedelijk gewest 'maar' tien procent van de Belgische bevolking woont, heeft zowat 33 procent van de adel er zijn vaste stek. In Wallonië woont veertig procent van de adel en in Vlaanderen - met zestig procent van de bevolking - maar twintig tot 25 procent. Janssens' hypothese is dat de adel in de jaren dertig van de vorige eeuw, toen met de taalwetgeving duidelijk werd dat België geen tweetalig land zou worden (de Walen hadden dat afgewezen), een deel van de Vlaamse adel (die zoals in heel Europa Franstalig was) naar Brussel, het enige tweetalige gebied, is verhuisd.



Jongere edelen zijn meertalig

Eeuwenlang waren de Vlaamse, de Brusselse en de Waalse adel Franstalig. Al wie in de achttiende eeuw in Vlaanderen macht, aanzien en geld had, was Franstalig, dus ook de adel. Dat was het gevolg van een geslaagde Europese taal- en cultuurpolitiek van Lodewijk XIV. "Maar de jongere generaties, de mensen onder de vijftig, hebben begrepen dat de spelverdeling in dit land veranderd is. Ze zijn goed tweetalig, zelfs meertalig. Vaak hebben ze tijdens hun middelbareschooltijd op internaat gezeten in Vlaanderen en hebben ze nadien ook in het buitenland gestudeerd."



Figuren zoals de 75-jarige (niet-benoemde) burgemeester van de faciliteitengemeente Wezembeek-Oppem, François van Hoobrouck d'Aspre (MR), hebben volgens Janssens afgedaan. Ondertussen spreken de meeste edelen in Vlaanderen Nederlands, ook de in ongenade gevallen oom van prinses Mathilde, de mediagenieke Henri d'Udekem d'Acoz, die met een sappig West-Vlaams accent spreekt.



De adel is niet eeuwig

"Het is een wijdverbreid misverstand dat mensen met blauw bloed sinds de kruistochten één grote familie vormen en onder elkaar huwen," zegt Paul Janssens. De meerderheid van de adellijke families is niet ouder dan België zelf, en de samenstelling verandert voortdurend. Families behoren gemiddeld vijf tot zes generaties - of twee eeuwen - tot de adellijke stand. Omdat het adellijk statuut, net als de naam, doorgegeven wordt in mannelijke lijn, houdt het ook op als er geen mannelijke nakomelingen meer zijn. De familie de Merode behoort samen met de Croÿ, de la Faille en de Kerckhove tot de oudste adellijke families van het land en ze zijn ook goed vertegenwoordigd in de hoofdstad. De prinsen de Croÿ behoren al tot de adel sinds de vijftiende eeuw, de prinsen de Merode zelfs iets langer.



Anciënniteit is het belangrijkst

"Hoezeer edellieden ook gehecht zijn aan hun titel, de adellijke anciënniteit vinden ze nog belangrijker," vertelt Janssens.



De 'echte' titels, die voor de Franse Revolutie van 1789 toegekend werden, waren gevestigd op het familiepatrimonium. De oudste titel in ons land is die van graaf van Chimay, een stadje tegen de Franse grens en welbekend voor het bier, en hij dateert uit 1473 - het was Jean de Croÿ die de titel droeg. Deze grondgebonden adellijke titels (die na het overlijden van de vader op de oudste zoon overgingen) dienden om het fami­liaal patrimonium van de grootgrondbezitters te beschermen. Jean de Croÿ bezat de heerlijkheid Chimay en een paar heerlijkheden eromheen die samen het nieuwe graafschap vormden. "Maar de adellijke titulatuur is enorm complex, en in sommige families gaat de titel over op alle kinderen. Vandaar dat België honderden prinsen de Merode en de Croÿ telt," licht Janssens toe.



Meeste edellieden zijn titelloos

Veruit de meeste edellieden moeten het zonder titel stellen. Samen met het grootgrondbezit (de heerlijkheden) had de Franse Revolutie ook de adel afgeschaft. Na het verdwijnen van Napoleon in 1815 herstelde koning Willem I de adel in onze gewesten. Er kwam geen collectieve genoegdoening, maar edelen konden wel individueel een aanvraag indienen. Maar omdat het grootgrondbezit afgeschaft was, werd de titel niet langer aan het patrimonium gelinkt, maar aan de naam. België telt zo'n 25.000 tot 30.000 edellieden, de meesten hebben geen titel.



Zo vader, zo zoon

"Eddy Merckx is eerst in de adelstand opgenomen en nadien baron geworden," legt Janssens uit. Een titel betekent meer prestige, je wordt in de hiërarchie opgenomen. Janssens herinnert aan de verschillende adellijke titels, van hoog naar laag: prins, hertog, markies, graaf, burggraaf, baron en ridder. De eerste drie worden niet toegekend en zijn dus het voorrecht van de oude adel. "De adellijke titels die nu nog toegekend worden, zijn niet erfelijk. Axel Merckx behoort wel tot de adel omdat zijn vader ertoe behoort, maar de titel van baron heeft hij niet. Ook zijn kinderen behoren tot de adel, maar alleen de zonen geven hem door."



Van de Wolstraat naar de Woluwes

Tot halverwege de negentiende eeuw woonde de Brusselse adel binnen de stadswallen, bijvoorbeeld in de Wolstraat en de Warande. Toen in 1860 de belastingen op de invoer van consumptiegoederen werd afgeschaft, kwam de bevolking van de randgemeenten volop tot ontwikkeling. De adel begon toen uit te zwermen, eerst naar de Leopoldswijk en de Wetstraat, later naar de Woluwes, Ukkel en Elsene.



"De edelen wonen vaak in dezelfde wijken of gemeenten." Dat is, legt Janssens uit, duidelijk te zien in het Carnet Mondain, de jaarlijkse adressenlijst waarin heel de beau monde, en dus het gros van de adel, terug te vinden is. "Voor de aristocratische woningen die in de Leo­poldswijk opgetrokken werden, golden strenge voorschriften. Het stratenplan van de wijk vormt een mooi dambord," legt Janssens uit. "Maar lang is de adel niet in de Leopoldswijk gebleven. Tussen 1800 en 1900 is de Brusselse bevolking vertienvoudigd, van 75.000 naar 750.000 inwoners." Na 1860 kwamen de eerste aristocraten in de Leopoldswijk wonen, in het interbellum verlieten ze de buurt alweer. De Leopoldswijk en de Wetstraat werden opgenomen in het stadsgewoel, en daar houdt de adel niet van. Destijds was de Wetstraat een opeenvolging van prestigieuze herenhuizen met koetspoorten. "De edellieden trokken richting Tervurenlaan, Ukkel en de Woluwes." Janssens wil van de gelegenheid gebruikmaken om het wijdverbreide misverstand recht te zetten als zou de Europese Unie verantwoordelijk zijn voor de teloorgang van het aristocratische karakter van de Leopoldswijk: "In de jaren 1930 was de adel er al weg en werden de panden door kantoren en banken ingenomen; de Wetstraat is van in 1958 een autosnelweg: geen omgeving waar mensen met geld en aanzien willen wonen."



Royalistisch, kerkelijk, conservatief

De adel heet kerkelijker te zijn dan de gemiddelde Belg. Maar dat is zeer moeilijk te meten, zegt Paul Janssens. Het aantal roepingen is een slecht criterium geworden, en of de adel vaker ter kerke gaat dan de gemiddelde Belg, is niet bekend.



Kerkelijkheid impliceert meestal een traditionele gezinsmoraal, maar ook binnen de adel is scheiden niet langer een taboe. Wel hebben ze meer kinderen dan de gemiddelde Belg, maar demografisch onderzoek toont aan dat ook de adel ondertussen aan geboorteplanning doet, wat twee generaties geleden volgens Janssens nog ondenkbaar was.



Dat de gehechtheid aan de monarchie groter is dan bij de rest van de bevolking, is volgens Janssens evident. In de huiskamers van prinsen en hertogen hangen niet zelden foto's waarop de koninklijke familie samen met hen te zien is. "De afstand tussen de koninklijke familie en de rest van de adel is kleiner geworden; koningin Astrid was de laatste van koninklijken huize."



Adel is politiek conservatief

In 1830 waren de meeste edellieden vóór de Belgische revolutie en tegen Willem I, zegt Janssens. Aanvankelijk vond je zowel binnen de katholieke als binnen de liberale partij adel. Tegen het einde van de negentiende eeuw, toen de eerste Schoolstrijd losbrak, schakelden de liberale edelen massaal over naar de katholieke partij. Het heeft geduurd tot het Schoolpact van 1958 (liberalen en socialisten waren ervan overtuigd dat dat pact het einde van de christen-democratie in zou luiden) voordat liberaalgezinden van binnen de christendemocratie, ten noorden é
Persbericht
Regnier Haegelsteen zal op 1 oktober 2006 Alain Siaens opvolgen als voorzitter van het Directiecomitévan Bank Degroof.
Edited: 200608180945
NIEUWE VOORZITTER VOOR BANK DEGROOF
Regnier Haegelsteen zal op 1 oktober 2006 Alain Siaens opvolgen als voorzitter van het Directiecomité
van Bank Degroof.
Alain Siaens wordt op zijn beurt vanaf de volgende Algemene vergadering in februari 2007 voorzitter
van de Raad van Bestuur van Bank Degroof en volgt daarbij Baron Philippson op.
Als bestuurder bij de Bank, zal Baron Philippson, onder andere, het voorzitterschap van Bank Degroof
Luxemburg en Bearbull Degroof Banque Privée S.A. in Zwitserland waarnemen.
Ter info, wij verspreiden deze informatie onder voorbehoud van de goedkeuring door de CBFA.
Regnier Haegelsteen
Na diverse verantwoordelijke functies te hebben vervuld bij JP Morgan in België en New York, wordt Regnier
Haegelsteen in 1985 bij de Groep Brussel Lambert belast met het beheer van de financiële participaties. Hij
ontwikkelt er de activiteit Investment Banking. Vervolgens neemt hij de leiding over van Prominvest, een
beursgenoteerde vennootschap gespecialiseerd in ‘capital development’. In 1990 wordt hij directeur bij Bank
Degroof. Hij wordt belast met de holdingactiviteiten en stippelt het algemeen commercieel beleid inzake de
bedrijfscliënten uit. Sinds 1993 is hij samen met Alain Schockert verantwoordelijk voor de Investment Banking
activiteiten. Regnier Haegelsteen is Licentiaat in de Rechten aan de UCL en volgde een MBA programma in New
York in het kader van het training program van de Morgan Bank.
Bank Degroof
Bank Degroof is een zelfstandige zakenbank die gespecialiseerd is in vermogensadvies en vermogensbeheer. De
Bank telt ongeveer 900 medewerkers in België, Spanje, Frankrijk, Luxemburg, Nederland en Zwitserland. De
activiteiten van de bank overkoepelen vermogensbeheer, institutioneel beheer, corporate finance, marktactiviteiten,
kredieten en vermogensstructurering.


la Saga Degroof
STOX Yves
Een paradoxale scheiding De laïcité van de Staat in de Belgische Grondwet
Edited: 200412320001
jura falconis, jg 41, 2004-2005, nr 1, p. 37-62

Een paradoxale scheiding
De laïcité van de Staat in de Belgische Grondwet
Yves Stox
Onder wetenschappelijk begeleiding van Prof. Dr. A. Alen en F. Judo
VOORWOORD
De Belgische Grondwet bevat met de artikels 20, 21, 22 en 181 een uitgebalanceerd systeem inzake de verhouding Kerk-Staat. Deze bepalingen werden nooit aangepast en zijn een toonbeeld van de degelijkheid van de oorspronkelijke grondwet uit 1831. De huidige laatmoderne maatschappij verschilt echter sterk van de 19e eeuwse maatschappij. Terwijl de culturele diversiteit en de religieuze heterogeniteit[1] gegroeid zijn, zijn de grondwettelijke bepalingen echter onveranderd gebleven.
De verklaring tot herziening van de Grondwet van 9 april 2003 werd door de Mouvement Réformateur aangegrepen om een strikte scheiding tussen Kerk en Staat in art. 1 G.W. op te nemen. Het voorstel werd weliswaar niet aanvaard, maar vormt de ideale aanleiding om, na een inleidende ideeëngeschiedenis, de verhouding tussen Kerk en Staat in België opnieuw voor het voetlicht te brengen. Aangezien in de “Verantwoording” van het eerste amendement bij het “Ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet” uitdrukkelijk verwezen wordt naar Frankrijk, komt vanzelfsprekend ook de verhouding tussen Kerk en Staat bij onze zuiderburen aan bod. Vervolgens wordt het voorstel van de Mouvement Réformateur getoetst aan het juridische kader. Tenslotte wordt een alternatief voorstel onderzocht, namelijk de mogelijkheid van een concordaat.
1. INLEIDENDE IDEEËNGESCHIEDENIS
Op 22 en 23 februari 2003 hield de Mouvement Réformateur in Louvain-la-Neuve een congres met als titel “Engagement citoyen”. De werkgroep “Citoyenneté et Démocratie” van dit congres wees op de waardevolheid van het pluralisme. De maatschappij is een geheel van individuen en elk individu kan zijn eigen opvatting van het “goede leven” kiezen. De overheid dringt de individuen geen opvatting op, maar biedt enkel de mogelijkheid om door een democratisch debat consensus te bereiken. De overheid kan echter deze rol enkel vervullen indien alle burgers de politieke conceptie accepteren die de overheidsinstellingen beheerst. Daarom stelde de werkgroep voor om in de Grondwet de principes te bepalen die de door de overheid erkende organisaties of financieel ondersteunde partijen moeten respecteren.[2] Dergelijk voorstel kan een verregaande invloed hebben op het systeem van erkende erediensten.
Dezelfde politieke filosofie zet de Mouvement Réformateur ertoe aan om de laïcité van de overheid in de Grondwet op te laten nemen. De overheid mag geen religie of filosofische stroming begunstigen, maar moet de meningsvrijheid garanderen aan al haar burgers. Het principe van laïcité houdt in dat de overheid vanuit een dominante positie een gelijke, maar afstandelijke houding aanneemt ten opzichte van alle religies en filosofische overtuigingen: “(Le principe de la laïcité) ne signifie pas que l’Etat privilégie un courant philosophique ou religieux par rapport à un autre. Au contraire, la laïcité de l’Etat est une garantie de pluralisme des convictions philosophiques et religieuses. C’est l’autorité de l’Etat, supérieure à toute autre autorité, qui fait respecter la liberté de pensée et donc de conviction philosophique et religieuse au bénéfice de tous les citoyens. La laïcité de l’Etat, c’est l’Etat équidistant à l’égard de toutes les religions ou convictions philosophiques.”[3]
Het mag dan ook niet verwonderen dat de heer Maingain (FDF/MR) in de Kamer[4] en de heren Roelants de Vivier (MR) en Monfils (MR) in de Senaat[5] het Ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet van de regering op identieke wijze trachtten te amenderen. Dit “humanisme démocratique” maakte ondanks de verwerping van het amendement deel uit van het programma van de MR voor de verkiezingen van 18 mei 2003[6].
2. VERHOUDING TUSSEN KERK EN STAAT
De verhouding tussen Kerk en Staat heeft betrekking op de relaties tussen de verschillende religieuze en levensbeschouwelijke gemeenschappen en hun leden enerzijds en de overheid anderzijds, alsook op de regelgeving die deze relaties beheerst.[7] Hierbij moet opgemerkt worden dat het begrip ‘Kerk’ niet enkel verwijst naar de christelijke godsdiensten, maar ook andere confessies en zelfs niet-confessionele levensbeschouwingen.[8] Het Belgische interne recht hanteert niet het begrip ‘Kerk’, maar wel de begrippen ‘eredienst/culte’ en ‘niet-confessionele levensbeschouwing’. ‘Eredienst’ werd door de auteurs van de Pandectes belges beschouwd als “l’hommage rendu par l’homme à la Divinité”, waarbij vooral “l’exercice public d’une religion” benadrukt wordt.[9] Steeds zal de rechter in concreto nagaan of het om een eredienst gaat.[10] De niet-confessionele levensbeschouwing werd pas in 1993 in de Grondwet opgenomen in het financieel getinte art. 181. Het onderscheid lijkt vooral een historisch karakter te zijn. Men kan zich immers vragen stellen bij de zinvolheid van het hanteren van een al te rigide onderscheid tussen ‘eredienst/culte’ en ‘niet-confessionele levensbeschouwing’.
De houding die de overheid aanneemt ten aanzien van de verschillende levensbeschouwingen is onderhevig aan de gehanteerde politieke opvattingen. Deze houding kan resulteren in een confessioneel systeem, een laïcaal systeem of een mengvorm waarbij samenwerking centraal staat.[11] Deze onderverdeling is archetypisch en moet gerelativeerd worden.
Ten eerste kan de overheid het beginsel van eenheid gebruiken. Zowel de volledige afwezigheid van religieuze neutraliteit is mogelijk, als de positieve religieuze neutraliteit zijn mogelijk. In het eerste geval heeft ofwel de staatsoverheid een overwicht op de religieuze overheid, ofwel de religieuze overheid een overwicht op de staatsoverheid. Soms wordt deze vorm gemilderd door de oprichting van nationale kerken en spreekt men van formeel confessionalisme. In het tweede geval ontstaat een ongelijke behandeling tussen de verschillende erediensten die aanwezig zijn in een bepaalde staat door een systeem van erkenning van erediensten. De positieve religieuze neutraliteit kan men niet alleen in België terugvinden, maar ook in Frankrijk.[12]
Ten tweede kan de overheid het beginsel van scheiding gebruiken. De staat zal zich actief verzetten tegen religieuze groeperingen of zich totaal onthouden. Deze religieuze onverschilligheid beheerst Frankrijk, uitgezonderd Alsace-Moselle.[13]
Ten derde kan een samenwerking ontstaan tussen de staat en de religieuze groeperingen door een systeem van overeenkomsten en verdragen (concordaten), die de belangen van de laatste behartigen. Dit samenwerkingsmodel kan variëren van het beginsel van eenheid tot het beginsel van eerder scheiding zoals in België.[14]
Volgens Ferrari is deze driedeling verouderd. De formele aspecten in de verhouding tussen Kerk en Staat worden te sterk benadrukt, terwijl de inhoudelijke aspecten niet voldoende aan bod kunnen komen.[15] Vandaar dat zowel België als Frankrijk bij twee van de drie systemen ondergebracht kunnen worden. De onderverdeling die op het eerste zicht zeer duidelijk lijkt, blijkt tegenstrijdigheden te generen.
3. VERHOUDING TUSSEN KERK EN STAAT IN BELGIË
3.1. DE GRONDWETTELIJKE POSITIE VAN DE EREDIENSTEN IN BELGIË
3.1.1. Discussie in het Nationaal Congres
In het Zuiden van Koninkrijk der Nederlanden ontstonden er twee oppositiebewegingen. De katholieke oppositie verzette zich tegen de godsdienst- en schoolpolitiek van Willem I. De liberale oppositie ijverde voor een parlementair regime, een rechtstreeks verkozen wetgevende macht, het principe van de ministeriële verantwoordelijkheid en de erkenning van een aantal vrijheden, waaronder de godsdienstvrijheid en de vrijheid van onderwijs. Rond aartsbisschop de Méan was een handvol mensen werkzaam die zochten naar een oplossing voor de gespannen houding tussen Kerk en Staat in de Nederlanden, “de School van Mechelen”. Deze groep vertrok van de theologische opvatting dat God niet twee Machten kan hebben ingesteld die tegenstrijdig waren met elkaar. De Kerk en Staat behoorden in de Nederlanden dus niet gescheiden te zijn, maar er moest een zekere band zijn tussen beiden. De Staat zou effectief moeten waken over het behoud van de cultusvrijheid en zo de cultussen beschermen.[16] De clerus zou ook een wedde moeten krijgen, die als een vergoeding werd beschouwd voor de aangeslagen goederen tijdens de Franse Revolutie.[17] Vanaf 1827 groeiden beide oppositiebewegingen naar elkaar toe en in 1828 was “de Unie der opposities” – het zogenaamde “monsterverbond” – een feit. Oorspronkelijk was slechts een kleine meerderheid voorstander van een afscheuring. Onder invloed van de Juli-revolutie in Parijs op 27 juli 1830 werden de gemoederen opgezweept en de beroerten in Brussel leidden tot dat wat niemand had verwacht, een politieke revolutie.[18]
Nadat het Voorlopig Bewind de onafhankelijkheid van België had uitgeroepen, vatte men aan met de uitbouw van de nieuwbakken staat. Het opstellen van een grondwet was één van de belangrijkste bekommernissen. Een commissie onder leiding van baron de Gerlache redigeerde een ontwerp van grondwet en de Belgen verkozen een grondwetgevende vergadering, het Nationaal Congres. In november 1830 verscheen in Leuven een anonieme brochure[19] van “de School van Mechelen”. Er stond te lezen dat de Grondwet de godsdienstvrijheid onaantastbaar moest maken. Tevens moest de vrijheid van eredienst gegarandeerd worden. Ook kwam men op voor de vrijheid van de cultus: alleen individuen mogen worden vervolgd indien ze in het kader van een cultus de publieke orde verstoren of strafbare feiten plegen. Daarenboven werd gepleit voor een gewaarborgde vrijheid van onderwijs en voor het beginsel van niet-inmenging in kerkelijke aangelegenheden, onder andere denkend aan de briefwisseling tussen de clerus en de Heilige Stoel. Bovendien werd een wedde voor clerici noodzakelijk geacht; deze wedde werd beschouwd als een rechtvaardige compensatie voor de inbeslagname van kerkelijke goederen. Op 17 december 1830 werd in het Nationaal Congres, waarin de meerderheid bestond uit katholieken, een brief voorgelezen van aartsbisschop de Méan, waarin hij de stellingnamen van de anonieme brochure diplomatisch parafraseerde. Toen het debat in het Nationaal Congres op 21 december 1830 aanving, werd al snel duidelijk dat de vrijheden niet alleen ten aanzien van het katholicisme zouden kunnen gelden, maar ook ten aanzien van de minderheidsgodsdiensten. De niet-confessionele levensbeschouwing kwam echter helemaal nog niet aan bod. Het ontwikkelde systeem van vrijheid zou echter vooral de katholieke godsdienst ten goede komen. De ruimdenkendheid van de katholieken had dus eigenlijk weinig om het lijf. De verspreiding van de andere godsdiensten was immers uiterst minimaal.Het is interessant om de uiteindelijke tekst van de Grondwet te vergelijken met de door de Méan voorgestelde tekst: de wensen van de aartsbisschop werden in grote mate ingewilligd door het Nationaal Congres.[20]
Zowel de katholieken als de liberalen deden bij het opstellen van de Grondwet toegevingen. De afschaffing van het capaciteitskiesrecht en de voorrang van het burgerlijk op het kerkelijk huwelijk zijn de voornaamste toegevingen langs katholieke zijde.[21] De liberalen aanvaardden dan weer de vrijheid van eredienst, de staatswedde voor de bedienaars van de eredienst en een staatstoelage voor onderhoud en oprichting van bidhuizen. Ook de vrijheid van onderwijs werd erkend.[22]
De eensgezindheid tussen liberalen en katholieken bleek echter bijzonder broos. Reeds op 22 december viel de liberaal Defacqz het ontwikkelde systeem van vrijheid aan. Hij pleitte voor een overwicht van de Staat op de Kerk “parce que la loi civile étant faite dans l’intérêt de tous, elle doit l’importer sus ce qui n’est que de l’intérêt de quelques-uns”. Door zijn scherp verzet werpt Defacqz een helder licht op sommige van de katholieke drijfveren. Het bleef echter een kleine minderheid van combatieve anti-katholieke liberalen die oppositie voerde. [23] Uiteindelijk aanvaarde het Nationaal Congres de vrijheid van eredienst en een bijzondere scheiding tussen Kerk en Staat.[24] [25]
3.1.2. Godsdienstvrijheid in de Belgische Grondwet
a. Art 19 G.W.
Dit artikel beschermt een aantal facetten van de godsdienstvrijheid. In de eerste plaats wordt de vrijheid van eredienst sensu stricto beschermd. Deze vrijheid moet ruim worden opgevat. Niet alleen het behoren tot een geloofsovertuiging, maar ook de overgang van het ene geloof naar het andere wordt beschermd. De term ‘eredienst/culte’ toont aan dat men vooral aandacht had voor externe aspecten. Een duidelijke definitie van ‘eredienst/culte’ is niet voorhanden, al heeft men dat wel betracht.[26] Het meest belangwekkende element is zeker en vast de uitwendig en publieke manifestatie van religieuze gevoelens.[27]
In de tweede plaats wordt de vrije openbare uitoefening door de Grondwet gewaarborgd. Art. 26, tweede lid bepaald echter dat bijeenkomsten in de open lucht aan de politiewetten onderworpen blijven. Dit artikel wordt door het Hof van Cassatie geïnterpreteerd als een algemeen beginsel dat toegepast kan worden op alle rechten en vrijheden zodra die op openbare wegen en pleinen worden uitgeoefend, zodat preventieve maatregelen mogelijk zijn. De Raad van State is een andere mening toegedaan en vindt dat, behalve voor vergaderingen in open lucht de Grondwet preventieve maatregelen verbiedt. Dit verbod geldt ook voor de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van eredienst indien deze vrijheden op een openbare plaats uitgeoefend zouden worden.[28]
In de derde plaats waarborgt de art. 20 de vrijheid van meningsuiting, een recht dat ontegensprekelijk raakvlakken vertoont met de vrijheid van eredienst.
In de vierde plaats worden de grenzen van de godsdienstvrijheid in het laatste lid van art. 20 afgebakend. De vrijheden gelden enkel behoudens bestraffing van de misdrijven die ter gelegenheid van het gebruikmaken van die vrijheden worden gepleegd. Zo wordt het risico vergroot dat een conflict kan ontstaan tussen aspecten van een religieus systeem en de regels die behoren tot de openbare orde van de overheid indien het gedachtegoed van dat religieus systeem afwijken van het waardepatroon van de maatschappij.[29] Ofwel geeft de overheid dan de rechter de mogelijkheid om de grondrechten ten opzichte van elkaar af te wegen, ofwel acht de overheid bepaalde waarden zo belangrijk dat het strafrecht de afdwingbaarheid van deze waarden veilig moet stellen en zo de discussie eenzijdig te beëindigen.[30]
b. Art. 20 G.W.
De negatieve formulering van deze bepaling toont dat de positieve en de negatieve godsdienstvrijheid – het verbod van dwang om zich te bekennen tot een bepaalde levensbeschouwing – onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Sinds oudsher worden in de rechtsleer een aantal concrete situaties gedetailleerd bestudeerd, dat is echter niet het onderwerp van deze studie.[31]
c. Art. 21 G.W.
Terwijl in art. 19 en 20 de godsdienstvrijheid – met een positief en een negatief aspect –abstract geformuleerd wordt, krijgt in art 21 de godsdienstvrijheid inhoudelijk gestalte. Het biedt religies de vrijheid om zich intern te organiseren zoals zij dat wensen. Deze vrijheid omvat drie concrete aspecten. Ten eerste heeft de Staat niet het recht zich te bemoeien met de benoeming of de installatie van de bedienaren van enige eredienst. Ten tweede de mogelijkheid voor bedienaars van de eredienst om vrij briefwisseling te houden met hun overheid. Ten slotte wordt ook gegarandeerd dat de akten van de kerkelijke overheid openbaar mogen worden gemaakt, maar met behoud van de gewone aansprakelijkheid inzake drukpers en openbaarmaking.[32]
Vrijheid van eredienst betekent dus niet alleen de eerbied voor de individuele overtuiging, maar ook het erkennen van de gemeenschapsvormen van een gelovige overtuiging. Het was mogelijk dat de Belgische grondwetgever zich enkel zou beperkt hebben tot de individuele vrijheid en –zoals in Frankrijk – zich niet ingelaten zou hebben met collectieve vormen. In België bezitten echter ook religieuze genootschappen over eigen fundamentele rechten.[33] Daar vloeit niet uit voort dat de overheid geen enkele vorm van controle mag uitoefenen.[34] Wel vloeit hier uit voort dat de profane rechter geen uitspraak mag doen over theologische vraagstukken. Toch kan men een evolutie vaststellen waarbij seculiere rechters zich meer en meer inmengen, ten nadele van de autonomie van religieuze organisaties.[35]
d. Art. 181 G.W.
Art. 181 is het laatste grondwetsartikel dat rechtsreeks van toepassing op de verhouding tussen Kerk en Staat en organiseert de financiering van de erediensten. Katholieke auteurs beschouwden de staatsbezoldiging van bedienaars van de eredienst als compensatie van de tijdens de Franse Revolutie genaaste kerkelijke goederen.[36] Liberale auteurs benadrukten vooral het sociale nut van de eredienst aan de bevolking.[37] Indien het sociale nut benadrukt wordt, dient de bedienaar van de eredienst de opgedragen taak werkelijk waar te nemen.[38] Door de grondwetsherziening van 1993 kreeg art. 181 een tweede lid, waardoor ook “morele lekenconsulenten” in aanmerking komen voor een staatswedde. Deze uitbreiding is weliswaar juridisch overbodig opdat de Staat lekenconsulenten een wedde zou kunnen toekennen, maar deze grondwettelijke erkenning benadrukt de maatschappelijke waarde van de vrijzinnigheid.[39]
Niet elke eredienst verkrijgt echter dergelijke financiering, art. 181, lid 1 geldt enkel en alleen voor de bedienaars van de erkende erediensten. De erkenning als eredienst van een geloofsovertuiging is niet steeds even vanzelfsprekend en heeft een aantal belangrijke rechtsgevolgen.
3.2. DE ERKENDE EN DE NIET-ERKENDE EREDIENSTEN
Het Nationaal Congres wou in de Grondwet geen privileges ten voordele van een eredienst toekennen, alle erediensten worden op voet van gelijkheid beschouwd. Ondanks deze principiële gelijkwaardigheid van alle erediensten zijn sommige erediensten door de overheid erkend. Deze erkenning is noodzakelijk opdat de bedienaars van de eredienst bezoldigd zouden worden door de overheid. Het Belgische systeem lijkt water en vuur met elkaar te willen verzoenen: er is een systeem van absolute gelijkheid tussen alle maatschappelijk aanvaarde godsdiensten, met een systeem van privileges voor de erkende erediensten.[40]
De erkenning gebeurt door of krachtens de wet. De wetgever moet zich hierbij onthouden van elk waardeoordeel en mag zich enkel laten leiden door de vraag of de bewuste eredienst aan de godsdienstige behoeften van (een deel van) de bevolking beantwoordt.[41] Bij de evaluatie dienen de grote christelijke kerken minstens impliciets als toetssteen. Schijnbaar atypische kenmerken van andere religies worden daardoor vaak negatief ingeschat, waardoor de erkenning niet plaatsvindt.[42]
De erkenning brengt ontegensprekelijk belangrijke voordelen met zich mee. Niet alleen verkrijgen de bedienaars van deze erediensten een wedde en nadien een pensioen, maar ook wordt de rechtspersoonlijkheid toegekend aan de openbare instellingen die zijn belast met het beheer van de goederen die voor de eredienst zijn bestemd.[43] Erediensten die niet erkend zijn mogen dan al genieten van de grondwettelijk beschermde godsdienstvrijheid, zij moeten echter een beroep doen op de vzw-techniek om rechtspersoonlijkheid te verwerven.[44]
Ook aan gemeenten en provincies worden, respectievelijk in de Gemeentewet en in de Provinciewet, verplichtingen opgelegd te voordele van de erkende erediensten. Een eerste reeks bepalingen zijn ten voordele van de bedienaars van de eredienst. Zij hebben betrekking op de huisvesting van de bedienaar van de eredienst. Een tweede reeks bepalingen handelen over het beheer van de goederen van de erkende erediensten. Zo worden financiële tekorten aangezuiverd en ontvangt men financiële steun voor de groeve herstellingen aan of de bouw van gebouwen bestemd voor de eredienst. Daarnaast zijn er nog een aantal suppletieve bepalingen in verband met aalmoezeniers in het leger en in de gevangenissen, zendtijd op de openbare omroep en de organisatie van godsdienstonderricht.[45]
De erkenning van bepaalde erediensten en de daar uit voortvloeiende toekenning van een aantal voordelen is een afwijking van het “beginsel van de gelijke behandeling van alle erediensten”. Toch neemt men aan dat het toekennen van voordelen aan erkende erediensten hieraan geen afbreuk doet. De Belgische grondwetgever beoogde immers geen absolute gelijkheid. Indien de overheid de steun zou beperken tot slechts één eredienst, dan zou men wel kunnen spreken van een inbreuk op het gelijkheidsbeginsel.[46] Het lijkt wel alsof er zich door de tijd heen een bijzondere vorm van het gelijkheidsbeginsel ontwikkeld heeft, waarop de ondertussen klassieke criteria van het Arbitragehof niet van toepassing zijn.
3.3. DE BURGERLIJKE RECHTER IN KERKELIJKE AANGELEGENHEDEN
3.3.1. Problematiek
De fundamentele regels die de verhouding regelen tussen de Belgische Staat en de Kerk kunnen we terugvinden in art. 19, 20, 21, 181 G.W.[47], maar ondanks de vele jurisprudentie en juridische geschriften is de problematiek van de burgerlijke rechter die gevraag wordt om tussen te komen in kerkelijke aangelegenheden gebleven.[48]
Het staat buiten kijf dat art. 21 de hoeksteen vormt van deze problematiek. De Staat mag zich niet bemoeien met de benoeming of de afzetting van de bedienaren van de eredienst. Evenmin mag de burgerlijke rechter zich niet bevoegd verklaren om een religieuze dissidentie te beslechten, de orthodoxie van een stelling te beoordelen of religieuze motieven naar waarde te schatten.[49] De rechter kan zich dus enkel uitspreken over de formele procedure. Maar deze controle is echter niet eenduidig. Men kan variëren van een louter formele toetsing van een kerkelijke beslissing tot een kwalitatief beoordelen van de kerkelijke procedure aan de hand van algemene rechtsbeginselen.[50]
3.3.2. Een formele toetsing
Aanvankelijk is de burgerlijke overheid heel terughoudend. De hoven en rechtbanken beperken hun controle van de kerkelijke beslissingen tot een louter formele toetsing. De rechterlijke macht beperkt zich in zaken van benoeming of afzetting tot de vaststelling dat dit gebeurde door de bevoegde kerkelijke overheid, zonder hierbij de wettigheid van deze beslissing te onderzoeken. [51]
Men kan echter een onderscheid maken tussen twee soorten formele toetsing en zo een minimale wijziging in de rechtspraak – in de lijn der verwachtingen – waarnemen. In principe zal de rechter alleen nagaan of de benoeming van een opvolger door de bevoegde kerkelijke overheid is gebeurd. Geleidelijk gaan de hoven en rechtbanken ook controleren of de beslissing tot herroeping door een bevoegde kerkelijke overheid is genomen.[52] Meer dan een formele toetsing blijft echter uitgesloten.
3.3.3. Een controle van de interne procedure
Deze klassieke leer wordt ter discussie gesteld met het arrest van 5 juni 1967, geveld door het Hof van Beroep van Luik. Het hof bevestigt weliswaar de klassieke 19e eeuwse leer en stelt dat de rechter mag nagaan of een bepaalde beslissing door de bevoegde kerkelijke overheid werd genomen, maar voegt hieraan toe dat deze kerkelijke overheid in alle onafhankelijkheid kan handelen overeenkomstig de eigen regels.[53] Tegen het arrest werd cassatieberoep ingesteld, maar het Hof van Cassatie verwierp het beroep met het arrest van 25 september 1975.[54] Het Hof van Cassatie deed echter geen uitspraak over het respecteren van de eigen regels, maar wees een middel af dat gericht was tegen een ten overvloede gegeven motief.[55] Een impliciete evolutie heeft plaatsgevonden. De louter formele controle wordt namelijk uitgebreider geïnterpreteerd: er vindt nu ook een controle van de interne procedure plaats, maar zonder dat deze als zodanig gekwalificeerd wordt.[56] In de rechtsleer werd echter reeds eerder gepleit voor het respecteren van de eigen regels.[57]
3.3.4. Op zoek naar kwaliteitsgaranties voor procedureregels
Het Hof van Beroep van Bergen zet met het arrest van 8 januari 1993 een nieuwe stap. De rechter mag niet alleen nagaan of de kerkelijke overheid bij het nemen van een beslissing conform de eigen regels heeft gehandeld, maar mag ook oordelen of deze regels voldoende (procedurele) garanties bieden. Hierbij verwijst het Hof naar algemene rechtsbeginselen zoals het recht van verdediging en het beginsel van tegenspraak.[58] De rechter zou zich dus niet beperken tot een louter formele toetsing van de bestreden beslissing en de controle van de kerkelijke procedure, maar zou ook een kwaliteitscontrole uitvoeren op deze procedure.[59]
Tegen dat arrest wordt echter cassatieberoep ingesteld en met het arrest van 20 oktober 1994 verbreekt het Hof van Cassatie het arrest van het Hof van Beroep van Bergen.[60] De vrijheid van eredienst (art. 21 G.W.) laat niet toe dat de hoven en rechtbanken onderzoeken of de kerkelijke procedure voldoende waarborgen biedt. Het Hof zich weliswaar niet uit of de maxime patere legem quam ipse fecisti[61] van toepassing is, maar argumenteert “dat de benoeming en de afzetting van de bedienaren van een eredienst alleen maar door de bevoegde geestelijke overheid kunnen geschieden overeenkomstig de regels van de eredienst[62], en, anderzijds, dat de godsdienstige discipline en rechtsmacht op die bedienaren van de eredienst alleen door dezelfde overheid overeenkomstig dezelfde regels kunnen worden uitgeoefend”. Hof expliciteert niet in hoeverre de toepassing van “de regels van de eredienst” onderworpen kunnen worden aan profaan rechterlijke controle, maar suggereert in ieder geval de mogelijkheid.[63] Met het arrest van 3 juni 1999, in dezelfde zaak, herhaalt het Hof – in verenigde kamers – zichzelf.[64]
De twee arresten van het Hof van Cassatie hebben er niet voor kunnen zorgen dat het onweer is gaan liggen. Een minderheid in de rechtsleer stelt dat de arresten niets verandert hebben en verdedigt de traditionele leer. Een andere minderheid is voorstander van een kwaliteitscontrole. De tussenpositie, die focust op de vraag of de kerkelijke overheden de interne regels gerespecteerd hebben en de maxime patere legem quam ipse fecisti toepassen, lijkt echter het meest voor de hand liggend.[65] [66]
3.4. KWALIFICATIE
In de Grondwet wordt nergens de verhouding tussen de overheid en de erkende erediensten of niet-confessionele levensbeschouwingen gekwalificeerd. Tijdens de voorbereidende werken werd weliswaar geopperd dat de verhouding tussen Kerk en Staat als een totale, volledige en absolute scheiding aangeduid moest worden.[67] Deze scheiding is in de praktijk nooit gerealiseerd. Elementen die enerzijds een scheiding aanduiden zijn bijvoorbeeld de afwezigheid van een staatsgodsdienst, de niet-toepasselijkheid van het canoniek recht in burgerlijke zaken, de laïcisering van de openbare ambten en ambtenaren, de niet toekenning van rechtspersoonlijkheid aan kerkelijke verengingen. Anderzijds worden de erkende erediensten door de overheid gefinancierd, wat duidt op samenwerking.[68] De rechtsleer is zich bewust van deze dubbelzinnigheid. De meeste auteurs trachten dan ook allerlei begrippen in te voeren om deze dubbelzinnigheid te verwoorden. Soms heeft men het over een “onderlinge onafhankelijkheid”, een “gematigde scheiding”, een “positieve neutraliteit”, een “welwillende neutraliteit”, een “regime sui generis”, een “beschermde vrijheid” of een “genuanceerde scheiding”. In ieder geval kan men stellen dat de verhouding in België tussen Kerk en Staat niet bestaat in een absolute scheiding en dat België geen état laïc is.[69]
4. VERHOUDING TUSSEN KERK EN STAAT IN FRANKRIJK
In tegenstelling tot België, wordt in Frankrijk de verhouding tussen Kerk en Staat wel gekwalificeerd in de Grondwet van 1958. De huidige Grondwet is echter niet de eerste tekst waarin het fenomeen religie behandeld wordt. De eerste belangrijke wet is ontegensprekelijk die wet van 9 december 1905 concernant la séparation des Eglises et de l’Etat. Voor de eerste keer werd in Frankrijkun régime de liberté religieuse ingevoerd.[70] De kwalificatie laïque werd echter pas ingevoerd in de Grondwet van 1946, waarbijlaïcité gedefinieerd kan worden alsle principe de la séparation de la société civile et de la religion[71].
4.1. DE WET VAN 9 DECEMBER 1905 CONCERNANT LA SÉPARATION DES EGLISES ET DE L’ETAT : EEN LAÏCITÉ DE COMBAT[72]
Voor Koubi heeft de wet van 9 december 1905 elke pertinentie verloren. Sinds het begin van de 20e eeuw heeft het principe van de laïcité immers fundamentele veranderingen ondergaan.[73] [74] Niettemin achten een aantal auteurs het praktisch belang van art. 2, waarin Frankrijk beschreven wordt als een République indivisible, laïque, démocratique et sociale, van de huidige Grondwet onderworpen aan de lezing van de wet van 1905.[75] In ieder geval biedt een bespreking van deze wet een relevante historische inleiding tot de laïcité à la française.
Voordat de wet van 9 december 1905 aangenomen werd, bevonden de katholieke[76], de protestantse en de israëlitische eredienst zich als erkende eredienst in een bijzondere positie. De bedienaars van de eredienst werden bezoldigd door de overheid, die ook deelnam aan hun benoeming. Duguit deinst er niet voor terug om het te hebben over véritables services publics. De niet-erkende erediensten étaient soumis à un régime de police d’autant plus arbitraire.[77]
Duguit haalt twee kritieken aan op deze uitwerking van de verhouding tussen Kerk en Staat. Aan de ene kant zijn de niet-erkende erediensten zijn onderworpen aan een volstrekte willekeurig stelsel. Zij zouden het recht moeten hebben om vrij hun eredienst uit te oefenen. Het stelsel van de erkende erediensten is la négation même de principe de liberté religieuse et du principe de l’Etat laïque en voor de gelovigen un empiétement intolérable de prince sur le domaine de la conscience religieuse.Aan de andere kant schendt het stelsel van erkende van de erediensten het principe de liberté religieuse omdat burgers gedwongen worden om geld uit te geven aan religies die zij niet praktiseren.[78]
De aanhangers van het principe van delaïcité hebben zich op het einde van de 19e eeuwen en in het begin van de 20e eeuw zowel politiek als filosofisch krachtdadig geprofileerd.[79] De formulering van Duguit lijkt niet meer te zijn dan een abstrahering van de strijd die zich heeft afgespeeld. Delaïcitéfrançaiseheeft vorm gekregen in de strijd die gevoerd werd door de Overheid tegen voornamelijk de katholieke Kerk.[80] De laïcité is in de eerste plaats en strijd geweest tegen het triomferende klerikalisme van de 19e eeuw. Er ontstond een ware polemiek tussen cléricauxen laïcs, die gekenmerkt werd door een haast ongekende heftigheid. Toch was het de bedoeling van de Republiek om met de wet van 9 december 1905 een compromis mogelijk te maken en zo een séparation à l’amiable te creëren.[81]
Het doel van de wet van 9 december 1905 is om godsdienstvrijheid mogelijk te maken, waarbij aan elk individu de vrije uitoefening van zijn of haar eredienst wordt verzekerd (art. 1) Hiertoe wordt een volkomen neutraliteit van de Staat noodzakelijk geacht, zodat geen enkele eredienst erkend kan worden en geen enkele eredienst een bezoldiging of subsidiëring kan verkrijgen (art. 2). Naast de bepalingen in verband met de erkenning en subsidiëring van erediensten, kunnen nog vier andere categorieën onderscheiden worden. Een aantal bepalingen handelen over de gebouwen en voorwerpen van de eredienst. Ook de rechtsovergang van kerkelijke goederen komt aan bod. Hiertoe werd in een vierde categorie bepalingen deassociations cultuelles in het leven geroepen. Een vijfde categorie handelt over de politie van de erediensten.[82]
De katholieke Kerk verzette zich echter sterk tegen deze wet en weigerde om deassociations cultuelles op te richten, maar de overheid greep niet in en liet de katholieken toe om de gebouwen van de eredienst te gebruiken zonder dat die daartoe gerechtigd waren. Langzaam maar zeker ontstond een meer serene relatie tussen de katholieke Kerk en de Staat.[83]
4.2. DECONSTITUTIONALISATIE VAN DE LAÏCITÉ[84]
De kwalificatie laïque was ook in 1946 nog altijd erg beladen.[85] Toch werd in art 1 van de Grondwet van 1946 afgekondigd dat Frankrijk een“République indivisible, laïque, démocratique et sociale” is. In de Grondwet van 1958 werd in het huidige art. 1[86] daaraan toegevoegd dat “elle assure l’égalité devant la loi de tous les citoyens sans distinction d’origine, de race ou de religion. Elle respecte toutes les croyances”.[87] De laïcité heeft haar polemisch karakter verloren en maakt deel uit van de grote vrijheden aangezien de vrijheid van meningsuiting, de godsdienstvrijheid en de vrije uitoefening van een eredienst er door beschermd worden[88]; “juridiquement, la laïcité, c’est la neutralité religieuse de l’Etat”[89].
Het Franse constitutionele recht neemt de godsdienstvrijheid van het individu in ogenschouw en niet de collectieve godsdienstvrijheid.[90] Niet de individuele godsdienstvrijheid is problematisch, maar wel de collectieve uitoefening van de eredienst. De Republiek garandeert weliswaar het pluralisme, maar door haar jacobijnse en centralistische tendensen worden intermediaire lichamen, minderheden of etnische, culturele of religieuze gemeenschappen niet (h)erkend.[91]
4.3.UNE SÉPARATION BIEN TEMPÉRÉE
Toch is de verhouding tussen Kerk en Staat veel complexer en diffuser dan dewet van 9 december 1905 en Franse Grondwet doen vermoeden. De wet van 9 december 1905 kadert in een radicaal antiklerikalisme, terwijl de huidige evenwichtsituatie nog het best omschreven kan worden als une séparation bien tempérée.[92] Terwijl de wet van 9 december 1905 de emanatie is van “la conception idéologique ou négative de la laïcité” bekrachtigen de grondwetten van 1946 en 1958 “la conception juridique ou positive de la laïcité”.[93]
Regelmatige en permanente subsidiëring van erediensten mag dan al niet mogelijk zijn (art. 2 van de wet van 9 december 1905). Toch kan de Franse staat activiteiten subsidiëren die plaatsvinden in een confessioneel kader, maar die van algemene aard zijn (bijvoorbeeld ziekenhuizen, liefdadigheidsinstellingen, enz.). De Franse overheid moet eveneens bepaalde religieuze diensten rechtstreeks ten laste nemen (bijvoorbeeld aalmoezeniers in openbare instellingen, tehuizen en gevangenissen). Vanzelfsprekend moet de Franse overheid ook instaan voor de bezoldiging van de bedienaars van erediensten wanneer zij diensten verstrekken aan de overheid (bijvoorbeeld gemeentesecretaris, enz.). Priesters en geestelijken kunnen ook beroep doen op sociale zekerheid.[94]
Een opmerkelijk kenmerk van de laïcité in Frankrijk is dat de scheiding tussen Kerk en Staat nooit volledig en rigide is geweest. De Republiek heeft steeds een welwillende neutraliteit aan de dag gelegd. Zelfs in 1905 waren er betrekkingen tussen de Republiek en de kerken.[95]
5. VOORSTEL MAINGAIN (FDF/MR)
5.1. EXEGESE
De opstellers van amendement nr. 2 lijken aan alles te hebben gedacht. Zij schetsen niet alleen de (rechts)historische aanknopingspunten van het principe van delaïcité, maar passen het beginsel ook toe en geven de gevolgen aan van de opname in de Grondwet. Niettemin staat de verantwoording bol van contradicties.
Met de eerste zin geven de auteurs de oorsprong aan de verhouding tussen Kerk en Staat in Frankrijk, “de doorslaggevende rol van de Staat ligt aan de oorsprong van de Franse laïciteit”. De auteurs onderscheiden drie etappes in “(de wens van de politieke overheid om) de individuen en de geledingen van het maatschappelijk leven te onttrekken aan de greep van de Katholieke Kerk”. De eerste etappe is blijkbaar niet de Franse Revolutie, die nochtans door Boyer als een ommekeer beschouwd wordt[96], maar hetrégime concordatairevan Napoleon. Het Concordaat van 1802 herbevestigt echter de belangrijke positie van de Katholieke Kerk in Frankrijk, al tonen deArticles organiquesdie Napoleon unilateraal toevoegde duidelijk de macht die de overheid uitoefende. De tweede etappe wordt volgens de auteurs gevormd door “de schoolwetten van de jaren 1880 die een cursus niet-confessionele moraal organiseren”. Onderwijsvrijheid en levensbeschouwelijke vrijheid zijn weliswaar nauw bij elkaar betrokken, maar gedurende de gehele 19e eeuw zou het concordatair regime verder blijven bestaan. Daaraan komt pas een einde met de wet van 9 december 1905concernant laséparation des Eglises et de l’Etat. Deze wet vormt dan ook de derde stap, die culmineert in de Grondwet van 1958: “la France est une République indivisible, laïque, démocratique et sociale”. De volstrekte scheiding tussen Kerk en Staat was een feit. Volgens Boyer waren het echter “les radicaux qui avaient fait de l’anticléricalisme un combat et un programme espéraient arracher à l’Eglise son pouvoir politique, matériel et même spirituel”[97].
De leden van het Nationaal Congres waren volgens de auteurs vrij godsdienstig en verkozen daardoor een liberale oplossing boven het sluiten van een concordaat met de Heilige Stoel. De formulering lijkt aan te geven dat de auteurs eenrégime concordataireverkiezen boven de vooruitstrevende en innovatieve oplossing van het Nationaal Congres.
De auteurs willen niet meer of minder dan de omzetting van het beginsel van de laïcité in de Belgische Grondwet. Ze zijn zich echter bewust van de bijzondere kenmerken van ons grondwettelijk systeem. Toch zou hun voorstel aansluiten bij het opzet van de Grondwet zoals zij door het Nationaal Congres werd geconcipieerd. Het Franse en Belgische systeem verschillen echter formeel helemaal van elkaar. De Franse wet van 9 december 1905 concernant la séparation des Eglises et de l’Etat is tot stand gekomen in een sfeer van antiklerikalisme, terwijl het Nationaal Congres een meer uitgebalanceerd en pragmatisch systeem ontwikkelde. Deze misvatting kan wellicht verklaard worden doordag het Belgische systeem geheel foutief beschouwd wordt als gebaseerd op “het principe van de wederzijdse niet-inmenging tussen de Staat en de (…) erkende en vertegenwoordigde kerken”. Een aantal elementen duiden weliswaar een scheiding aan, terwijl andere elementen dan weer de samenwerking benadrukken.
De auteurs geven in hun historische schets geven aan dat het Franse en het Belgische systeem van verhouding tussen Kerk en Staat een heel andere ontstaansgeschiedenis kennen en daardoor helemaal van elkaar verschillen. Even later poneren ze dat de omzetting van de laïcité geen problemen stelt aangezien het voorstel aan zou sluiten bij het opzet van de Grondwet van 1830 (sic). In tegenstelling tot wat de auteurs beweren heeft de inschrijving van de laïcité heeft tot gevolg dat de grondwettelijke beginselen wat de betrekking tussen de religies en de overheid betreft in het gedrag komen. Daarenboven zijn ze uit het oog verloren dat de hedendaagse Franse rechtsleer een minder formalistisch uitgangspunt inneemt en de verhouding tussen Kerk en Staat beschrijft als une séparation bien tempérée.[98]
In de “Inleidende ideeëngeschiedenis” heb ik reeds aangegeven dat het principe van laïcité voor de MR inhoudt dat de overheid vanuit een dominante positie een gelijke, maar afstandelijke houding aanneemt ten opzichte van alle religies en filosofische overtuigingen.[99] Het gaat kortom om een laïcité de combat. Dergelijke visie is een uiting van een negatieve religieuze neutraliteit: vanuit een scheiding pur sang moet de overheid levensbeschouwelijk neutraal zijn.
De Belgische overheid moedigt echter de vrije ontwikkeling van religieuze en institutionele activiteiten aan, zonder de onafhankelijkheid te beknotten.[100] De overheid maakt een pluralisme van levensbeschouwelijke activiteiten op actieve wijze mogelijk en handelt dus vanuit een positieve religieuze neutraliteit.[101] De opname van de laïcité in de Grondwet zou dus wel degelijk een wijziging betekenen ten opzichte van het huidige regeling.
5.2. HYPOTHETISCHE UITWERKING
De vraag welke wijzigingen zich in concreto zullen voordoen is tot nu toe onbeantwoord gebleven. De bedoeling van dit onderdeel is dan ook kort aan te geven welke gevolgen de opname van de laïcité in de Grondwet, als een uiting van een negatieve religieuze neutraliteit, zal teweegbrengen.
Indien de laïcité in art. 1 G.W. de verwoording zou zijn van een algemeen principe, zullen de regelingen van art. 19, 20, 21 en 181 G.W. slechts uitzonderingen zijn en als zodanig niet meer constituerend voor de verhouding tussen Kerk en Staat. Naast deze indirecte wijziging van de grondwettelijke bepalingen worden een aanzienlijk aantal wettelijke bepalingen – bijna steeds ten voordele van de erkende erediensten – op de helling gezet.
De erkenning van erediensten is weliswaar tegengesteld aan de negatieve religieuze neutraliteit, maar is verankerd in de Grondwet. Art. 181 G.W. vermeldt de erkenning echter enkel indirect in verband met de financiering. De betaling van de wedden en de pensioenen van de bedienaren van de eredienst en de morele lekenconsulenten zal de enige overgebleven consequentie zijn van de erkenning.
De huisvesting van de bedienaars van de eredienst (art. 255, 12° Nieuwe Gemeentewet) , de aanzuivering van negatieve saldo’s door gemeenten en provincies (art. 255, 9° Nieuwe Gemeentewet en art. 69, 9° Provinciewet), de gratis zendtijd op de openbare omroep (radio en televisie) en de bijstand door aalmoezeniers en morele lekenconsulenten in gevangenissen en in het leger zijn uitingen van de positieve religieuze neutraliteit en zijn niet verenigbaar met gepropageerde laïcité. Ook de tussenkomst bij de bouw of het herstel van gebouwen bestemd voor de eredienst is problematisch, al zal de restauratie en onderhoudspremies voor beschermde monumenten een belangrijke indirecte financiering blijven. [102]
De rechtspersoonlijkheid van openbare instellingen die belast zijn met het beheer van tijdelijke goederen (bijvoorbeeld de kerkfabrieken) wordt wellicht niet op de helling gezet. Men zou immers een parallellisme kunnen vaststellen met de associations cultuelles van de Franse wet van 1905, die ook kaderde in een negatieve religieuze neutraliteit. Het godsdienstonderricht en het onderricht in de niet-confessionele moraal in het openbaar onderwijs staan ook haaks op het principe van de laïcité. De Schoolpactwet van 29 mei 1959 werd echter verankerd in art. 24 de G.W.[103] en zou dus ook een uitzondering vormen ten opzichte van art. 1 G.W.. Een doorgedreven uitvoering van het principe van de laïcité, geïnspireerd door een negatieve religieuze vrijheid zou dus verregaande gevolgen kunnen hebben. De welwillende houding van de overheid is immers niet alleen terug te vinden in de Grondwet, maar ook in vele andere wetten en wordt weerspiegeld in een dagdagelijkse pragmatische mentaliteit.
6. HET CONCORDAAT, GEEN ALTERNATIEF
In de wandelgangen van de Apostolische Nuntiatuur te Brussel gaan stemmen op die pleiten voor het sluiten van een Concordaat tussen de Heilige Stoel en België. Zij hebben zich blijkbaar laten inspireren door de reeks concordaten die de Heilige stoel heeft gesloten met landen uit het vroegere Oostblok[104] en zich laten aanmoedigen door L’Osservatore Romano, waarin het verdrag van Lateranen tussen de Heilige Stoel en Italië (1929) beschouwd wordt als een modelverdrag voor andere concordaten[105]. Hier wil ik aantonen dat een dergelijk initiatief onverenigbaar is met de Belgische constitutionele rechtsorde en derhalve geen alternatief kan vormen voor het voorstel Maingain (FDF/MR).
6.1. DEFINITIE
Wagnon definieert een concordaat als “une convention conclue entre le pouvoir ecclésiastique (de Heilige Stoel[106]) et le pouvoir civil (de Staat) en vue de régler leurs rapports mutuels dans les multiples matières où ils sont appelés à se rencontrer. C’est un traité bilatéral, né de l’accord des volontés des deux parties, établissant une règle de droit qu’elles sont tenues en justice de maintenir et d’observer fidèlement.”[107] De reden waarom de Heilige Stoel graag concordaten sluit kunnen we ook terugvinden bij Wagnon. Deze vervolgt zijn definitie met: “(un concordat) est un acte solennel qui instaure entre les deux autorités appelées, à des titres divers, à régir les mêmes individus, un régime d’union, de concorde et de collaboration, hautement profitable non seulement aux sujets qui en bénéficient, mais encore à la religion tout comme à la société civile elle-même”.[108]Deze definitie ademt ontegensprekelijk de geest uit van het Rijke Roomse Leven, maar bevat niettemin een aantal meer dan waardevolle elementen. Het concordaat dat de eerste consul van de Republiek, Napoleon Bonaparte en paus Pius VII op 26 Messidor An IX (15 juli 1801) – Convention entre le Pape et le gouvernement français – kan getypeerd worden als “un traité diplomatique forgé par une modernité de laïcité naissante[109]”.Hoe het begrippenpaar “hautement profitable” ingevuld moet worden is dus niet altijd even duidelijk, het lijkt eerder een eventueel aangenaam gevolg te zijn dan een essentieel kenmerk. Wagnon definieert een concordaat niet als een internationaal verdrag. Nochtans kan men een concordaat als een internationaal verdrag kwalificeren. Art. 2, §1, al. a, Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht van 23 mei 1969 omschrijft een verdrag echter als “een internationale overeenkomst in geschrifte tussen Staten gesloten[110] en beheerst door het volkerenrecht (…)”. Gewoonterechtelijk wordt een verdrag echter gedefinieerd als elk akkoord dat gesloten wordt tussen twee of meer subjecten van het volkerenrecht, met de bedoeling rechtsgevolgen teweeg te brengen en dat beheerst wordt door het volkerenrecht.[111] Deze twee definities spreken elkaar niet tegen: art. 3, Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht van 23 mei 1969 duidt aan dat art. 2 slechts de werkingssfeer afbakent en vermeldt uitdrukkelijk de rechtskracht van internationale overeenkomsten gesloten tussen Staten en andere subjecten van volkerenrecht.[112] Een concordaat lijkt aan uiteindelijk beide definities te voldoen. Algemeen wordt immers aanvaard dat de Heilige Stoel volkenrechtelijke rechtspersoonlijkheid heeft.[113] Wagnon hoedt er zich echter voor om een concordaat als een internationaal verdrag te kwalificeren, al hebben een concordaat en een internationaal verdrag vanzelfsprekend veel met elkaar gemeen. De verschillen mogen dan al eerder theoretisch van aard zijn, voor Wagnon zijn ze onbetwistbaar. Een concordaat is namelijk een overeenkomst tussen een Staat en de Heilige Stoel, waarbij hetzelfde volk in ogenschouw genomen wordt. Een concordaat zou ook vooral gesloten worden met het oog op morele en religieuze belangen, niet met het oog op politieke en economische belangen.[114] De verschijnselen in onze wereld zijn echter slechte een flauwe afspiegeling van de Ideeën.
6.2. DE ONGRONDWETTELIJKHEID VAN EEN NIEUW CONCORDAAT
Toen op 24 september 1830 een administratieve commissie – reeds op 26 september omgevormd tot het Voorlopig Bewind – het bestuur van de afgescheiden provincies in handen nam, werd de Belgische Staat de facto gevormd. Wagnon stelt dat “(…) il faut nécessairement conclure à la cessation du concordat, sauf renouvellement de l’accord antérieurement en vigueur, soit par un arrangement semblable à celui de 1816-1817 entre Rome et La Haye, soit, plus simplement, en vertu d’une manière d’agir concluante du Saint-Siège et du gouvernement du nouvel Etat.” Het Voorlopig Bewind liet met het decreet van 16 oktober 1830 zelfs uitdrukkelijk verstaan het Concordaat van 1801 niet te willen heraanvatten. Door de godsdienstvrijheid in de Grondwet op te nemen (art. 19 en 20) heeft het Nationaal Congres impliciet aangegeven dat de Belgische Staat zich niet meer wil beroepen op de prerogatieven die het Concordaat van 1801 toekende aan de Franse Staat en dat het régime concordataire dus opgehouden heeft te bestaan.[115] De Raad van State heeft dit, wijzend op de onderlinge onafhankelijkheid van het burgerlijke en het kerkelijke gezag, in zijn adviespraktijk uitdrukkelijk bevestigd.[116] De verhoudingen en sommige afspraken tussen de overheid en de rooms katholieke Kerk zijn echter nog op het Concordaat van 1801 gebaseerd en soms wordt er zelfs nog in KB’s naar verwezen, terwijl de Articles organiques als wetten blijven voortbestaan voor zover zij niet onverenigbaar zijn met de Belgische grondwetsbeginselen.[117] Het sluiten van een concordaat zou dus een grondwetswijziging vereisen. Vervolgens zou de overheid gelijkaardige overeenkomsten moeten sluiten met andere (erkende) erediensten[118], zoniet zou men gewag kunnen maken van een ongeoorloofde discriminatie. Het sluiten van een concordaat, zonder een grondwetswijziging zou in ieder geval een schending van de Grondwet inhouden.
BESLUIT
De betekenis van de titel “Een paradoxale scheiding” zou nu volledig ontrafeld moeten zijn, niettemin is een verdere verduidelijking wellicht gewenst. Bij de bespreking van de verhouding tussen Kerk en Staat in België is gebleken de scheiding tussen beiden helemaal niet volledig is. Veel auteurs hebben deze verhouding trachten te kwalificeren en evenveel kwalificaties hebben het licht gezien. Steeds wordt dezelfde paradox in de rechtsleer blootgelegd: enerzijds wordt de godsdienstvrijheid benadrukt en worden alle erediensten als gelijk beschouwd, anderzijds heeft met een systeem van erkenning ontwikkelt met belangrijke financiële gevolgen. In Frankrijk is de verhouding tussen Kerk en Staat in grotere mate een uitgesproken scheiding.Ook het Voorstel Maingain wordt gekenmerkt door een paradox. Enerzijds vult men de verhouding tussen Kerk en Staat in vanuit een Frans geïnspireerde negatieve religieuze vrijheid en lijkt men eenlaïcité de combat te recreëren. Anderzijds zou naar eigen zeggen de voorgestelde grondwetswijziging aansluiten bij het opzet van het Nationaal Congres. Deze ongerijmdheid is slechts schijn. Men wil niet raken aan de bestaande bepalingen inzake de verhouding tussen Kerk en Staat en tegelijkertijd wil men een scheiding pur sang doorvoeren, waardoor uiteindelijk deze verhouding toch helemaal wijzigt. Een nog niet uitdrukkelijk geformuleerd voorstel om opnieuw een régime concordataire in te voeren is in het geheel niet verenigbaar met de Grondwet, van een paradox is er geen sprake.
[1] Zie U.S. DEPARTEMENT OF STATE – BUREAU OF DEMOCRACY, HUMAN RIGHTS AND LABOR, International Religious Freedom Report 2003: Belgium , http://www.state.gov/g/drl/rls/irf/2003/24346.htm, 21 februari 2004, Online: “The population is predominantly Roman Catholic. According to the 2001 Survey and Study of Religion, jointly conducted by a number of the country's universities and based on self-identification, approximately 47 percent of the population identify themselves as belonging to the Catholic Church. The Muslim population numbers approximately 364,000, and there are an estimated 380 mosques in the country. Protestants number between 125,000 and 140,000. The Greek and Russian Orthodox Churches have approximately 70,000 adherents. The Jewish population is estimated at between 45,000 and 55,000. The Anglican Church has approximately 10,800 members. The largest nonrecognized religions are Jehovah's Witnesses, with approximately 27,000 baptized members, and the Church of Jesus Christ of Latter-day Saints (Mormons), with approximately 3,000 members.” Zie ook DOBBELARE, K., ELCHARDUS, M., KERKHOFS, J., VOYE, L. en BAWIN-LEGROS, B., Verloren zekerheid. De Belgen en hun waarden, overtuigingen en houdingen, Tielt, Lannoo, 2000, 272 p.
[2] X, Congrès de Mouvement Réformateur “Engagement citoyen" – Citoyenneté et Démocratie, p 8-9.
[3] Ibid., p 6. Eigen (de)cursivering.
[4] Ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet – Amendementen, Parl. St. Kamer 2002-2003, nr. 50 2389/002.
[5] Ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet – Amendementen, Parl.St. Senaat, 2002-2003, nr. 50 2-1549/2.
[6] X, La vision et le programme des Réformateurs,http://www.mr.be/docs/du_coeur_a_l_ouvrage.pdf, 18 februari 2004, Online, 24.
[7] DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 5.
[8] ALEN, A., Handboek van het Belgische staatsrecht, Deurne, Kluwer,1995, 823.
[9] Pand. b., v° Cultes, nr. 1-2.
[10] MAST, A. en DUJARDIN, J., Overzicht van het Belgisch grondwettelijk recht, Gent, Story, 1985, 554.
[11] DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 17.
[12] DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 16 en voetnoot 45.
[13] Ibid., 16 en voetnoot 47.
[14] Ibid., 16 en voetnoot 48.
[15] FERRARI, S., “Church and State in Europe. Common Patters and Challenges”, in KIDERLEN, H.-J., TEMPEL, H., TORFS, R. (ed.), Which Relationships between Churches and the European Union? Thoughts for the future, Leuven, Peeters, 1995, 33.
[16]Deze leer week af van die van de veroordeelde Franse priester Lamennais, de vader van het liberaal-katholicisme, die door een algehele scheiding tussen Kerk en Staat de vrijheid wou verwerven. WAGNON, H., “Le Congrès national belge de 1830-1837 a-t-il établi la séparation de l’Eglise et de l’Etat”, in X (ed.), Etudes d’histoire du droit canonique dédiées à Gabriel Le Bras, I, Parijs, Sirey, 1965, 761.
[17] VAN GOETHEM, H., “Het beginsel van verdraagzaamheid in de Belgische grondwet: een historische duiding”, in UFSIA, CENTRUM GRONDSLAGEN VAN HET RECHT (ed.), Recht en verdraagzaamheid in de multiculturele samenleving, Antwerpen, Maklu, 1993, 39-41 enVAN GOETHEM, H., “L’église catholique et la liberté de religion et du culte en Belgique dans les constitutions de 1815 et 1831”, in VAN GOETHEM, H., WAELKENS, L., en BREUGELMANS, K. (ed.), Libertés, pluralisme et droit. Une approche historique, Brussel, Bruylant, 1995, 185-187.
[18] LUYCKX, T. en PLATEL, M., Politieke geschiedenis van België, I, Van 1789 tot 1944, Antwerpen, Kluwer, 1985, 40-53.
[19] X., Considérations sur la liberté religieuse par un unioniste, Leuven, Van Linthout, 1830, 24p.
[20] VAN GOETHEM, H., “Het beginsel van verdraagzaamheid in de Belgische grondwet: een historische duiding”, in UFSIA, CENTRUM GRONDSLAGEN VAN HET RECHT (ed.), Recht en verdraagzaamheid in de multiculturele samenleving, Antwerpen, Maklu, 1993, 42.
[21] De voorrang van het burgerlijk op het kerkelijk huwelijk lijkt wel degelijk te zijn gebruikt als pasmunt voor verregaande faciliteiten voor de erediensten. Zie AUBERT, R., “l' Eglise et l’Etat en Belgique du XIXe Siècle”, Res Publica 1968 (Spécial 2), 20-21.
[22] LUYCKX, T. en PLATEL, M., Politieke geschiedenis van België, I, Van 1789 tot 1944, Antwerpen, Kluwer, 1985, 53-54.
[23]VAN GOETHEM, H., “Het beginsel van verdraagzaamheid in de Belgische grondwet: een historische duiding”, inUFSIA, CENTRUM GRONDSLAGEN VAN HET RECHT (ed.), Recht en verdraagzaamheid in de multiculturele samenleving, Antwerpen, Maklu, 1993, 44-46.
[24] ALEN, A., Handboek van het Belgische staatsrecht, Deurne, Kluwer,1995, 817. Andere auteurs gewagen van een “onderlinge onafhankelijkheid van Kerk en Staat” of hebben het over een “gematigde scheiding”, een “positieve neutraliteit”, een “welwillende neutraliteit”, een “regime sui generis”, een “beschermde vrijheid” of een “genuanceerde scheiding” ZieDE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 34-35 en de verwijzingen aldaar (cf. infra).
[25] Ook buiten het Nationaal Congres was er onvrede. Laurent, Gents professor staatsrecht en liberaal, verdedigde de stelling dat alle macht bij de staat moet berusten. (BAERT, G., “Prof. François Laurent een eeuw later (1810-1887-1987)”, T.P.R. 1990, 87.) In Van Espen: étude historique sur l'église et l'état en Belgique behandelt Laurent de verhouding tussen Kerk en Staat. Laurent ziet in de ideeën van Van Espen over het appel du comme d’abus en de vergelijkbare rechtsfiguur van de recursus ad principem zijn thesis bevestigd over de soevereine macht van de Staat: de Staat mag niet dulden dat een andere macht wetten uitvaardigd, zelfs al zijn die slechts in geweten bindend. Hij vindt het betreurenswaardig dat het Nationaal Congres de (bijzondere) scheiding tussen Kerk en Staat heeft aanvaard, want daardoor heeft de Staat alle macht over de Kerk verloren. (LAURENT, F., Van Espen: étude historique sur l'église et l'état en Belgique, Brussel,Lacroix en Van Meenen, 1860, 248 p.) Zie VAN STIPHOUT, M., “Van de Paus of van de Koning? Zeger-Bernard Van Espen en het appel comme d’abus”, Pro Memorie 1999, 100-114 voor de werkelijke opvattingen van Van Espen; zie Pand. b., vis Abus (Appel comme d’), Appel comme d’abus voor een onderzoek naar het voortbestaan van deze rechtsfiguur in het Belgische constitutionele recht. Voor een zoektocht naar sporen van de Recursus ad principem in de hedendaagse verhouding tussen Kerk en Staat, zie VAN STIPHOUT, M., “Legal Continuity and Discontinuity in the Low Countries in Search of a “Recursus ad principem” in Ecclesiastical Cases in the 1990s”, in COOMAN, G., VAN STIPHOUT, M. en WAUTERS, B., Zeger-Bernard Van Espen at the Corssroads of Canon Law, History, Theology and Church-State Relations – Separando certa ab incertis conciliare et explicare, Leuven, Peeters, 2003, XVIII en 498 p, waarin de arresten van het Hof van Cassatie van 20 oktober 1994 en 3 juni 1999 besproken worden, waarna de auteur vaststelt dat de vragen die rezen in het licht van Recursus ad principem in België nog steeds aan de orde zijn en aan de seculiere rechter gesteld worden (cf. infra,).
[26] Zie bijvoorbeeld Pand. b., v° Cultes, nr. 1-2.
[27] TORFS, R., “De Belgische Grondwet over Kerk en Staat, geloof en maatschappij”, in TORFS, R. (ed.), Beheer en beleid van katholieke instellingen, Leuven, Peeters, 1990, 42-43.
[28]ALEN, A., Compendium van het Belgisch staatsrecht, I, Diegem, Kluwer, 2000, 54-55.
[29] Denk bijvoorbeeld aan het maatschappelijke debat over de gelijkheid tussen man en vrouw, euthanasie, de openstelling van het huwelijk voor personen van hetzelfde geslacht, enz.
[30] TORFS, R., “De Belgische Grondwet over Kerk en Staat, geloof en maatschappij”, in TORFS, R. (ed.), Beheer en beleid van katholieke instellingen, Leuven, Peeters, 1990, 45-47.
[31] Zie bijvoorbeeld THONISSEN, J.-J., La constitution belge annotée offrant sous chaque article l’état de la doctrine, de la jurisprudence et de la législation, Brussel, Bruylant, 1879, 60-63 enDE GROOF, J., “Schets van de grondwettelijke beginselen inzake de verhouding Kerk-Staat in België”, Jura Falc. 1979-80, 179-219.
[32] ORBAN, O., Le droit constitutionnel de la Belgique, III, Libertés constitutionnelles et principes de législation, Luik, Dessain, 1911, 590-593.
[33] DE GROOF, J., “Schets van de grondwettelijke beginselen inzake de verhouding Kerk-Staat in België”, Jura Falc. 1979-80, 217.
[34] TORFS, R., “De Belgische Grondwet over Kerk en Staat, geloof en maatschappij”, in TORFS, R. (ed.), Beheer en beleid van katholieke instellingen, Leuven, Peeters, 1990, 51.
[35] MARTENS, K., “Recours aux tribunaux belges en matière ecclésiastique – La position de la cour de Cassation belge à l’aube du troisième millénaire”, European Journal for Church and State Research 2000, 21-29 en TORFS, R., “Autonomy of Churches in Belgium. Status Quaestionis and Current Debate”, in WARNINK, H. (ed.), Legal Position of Churches and Church Autonomy, Leuven, Peeters, 2001, 87-96.(cf. infra)
[36] THONISSEN, J.-J., La constitution belge annotée offrant sous chaque article l’état de la doctrine, de la jurisprudence et de la législation, Brussel, Bruylant, 1879, 363.
[37] GIRON, A., Le droit public de la Belgique, Brussel, Manceaux, 1884, 496.
[38] TORFS, R., “De Belgische Grondwet over Kerk en Staat, geloof en maatschappij”, in TORFS, R. (ed.), Beheer en beleid van katholieke instellingen, Leuven, Peeters, 1990, 61.
[39] ALEN, A., Handboek van het Belgische staatsrecht, Deurne, Kluwer,1995, 823.
[40] DE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 128.
[41] MAST, A. en DUJARDIN, J., Overzicht van het Belgisch grondwettelijk recht, Gent, Story, 1985, 554.
[42] TORFS, R., “De Belgische Grondwet over Kerk en Staat, geloof en maatschappij”, in TORFS, R. (ed.), Beheer en beleid van katholieke instellingen, Leuven, Peeters, 1990, 60-61.
[43] MARTENS, K., “Religie”, in DE GEEST , G., DE RIDDER , R., HOBIN, V. (ed.), Administratieve wegwijzer voor vreemdelingen, vluchtelingen en migranten, Deurne, Kluwer, 1989 (2000), 45-46.
[44] Ibid., 43.
[45] Ibid., 46-47.
[46] DE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 128 en MARTENS, K., “Religie”, in DE GEEST , G., DE RIDDER , R., HOBIN, V. (ed.), Administratieve wegwijzer voor vreemdelingen, vluchtelingen en migranten, Deurne, Kluwer, 1989 (2000), 43
[47] cf. supra
[48] Een historisch voorbeeld kan men terugvinden in VAN STIPHOUT, M., “Van de Paus of van de Koning? Zeger-Bernard Van Espen en het appel comme d’abus’, Pro Memorie 1999, 100-102. Zie ook voetnoot 26.
[49] VERSTEGEN, R., Geestelijken naar Belgisch Recht. Oude en nieuwe vragen, Berchem-Antwerpen, Kluwer, 1977, 95 en VUYE, H., “Hoe gescheiden zijn Kerk en Staat? Interpretatiemogelijkheden omtrent art. 21 van de Grondwet”, (noot onder Cass. 20 oktober 1994), R. Cass. 1995, 50.
[50]Zie de indirecte controle van de canoniekrechterlijke procedure door het EHRMin het arrest Pellegrini/Italië (n° 30882/96) van juli 2001. In dit arrest wordt Italië door het EHRM veroordeeld wegens schending van art. 6 §1 EVRM omdat de Italiaanse rechtbanken exequatur verleend hadden aan een arrest van de Romeinse Rota– een gevolg van het Concordaat – , zonder zich er van te vergewissen of het recht op een eerlijk proces tijdens de canoniekrechterlijke procedure was nageleefd.
[51] MARTENS, K., “Recours aux tribunaux belges en matière ecclésiastique – La position de la cour de Cassation belge à l’aube du troisième millénaire”, European Journal for Church and State Research 2000, 22 en de verwijzingen naar rechterlijke uitspraken in voetnoot 4.
[52] VUYE, H., “Hoe gescheiden zijn Kerk en Staat? Interpretatiemogelijkheden omtrent art. 21 van de Grondwet”, (noot onder Cass. 20 oktober 1994), R. Cass. 1995, 55.
[53] Luik 5 juni 1967, Jur. Liège 1967-68, 138 en MARTENS, K., “Recours aux tribunaux belges en matière ecclésiastique – La position de la cour de Cassation belge à l’aube du troisième millénaire”, European Journal for Church and State Research 2000, 23.
[54] Cass. 25 september 1975, Pas. 1975, I, 111.
[55] VUYE, H., “Hoe gescheiden zijn Kerk en Staat? Interpretatiemogelijkheden omtrent art. 21 van de Grondwet”, (noot onder Cass. 20 oktober 1994), R. Cass. 1995, 55-56.
[56] TORFS, R., “Autonomy of Churches in Belgium . Status Quaestionis and Current Debate”, in WARNINK, H. (ed.), Legal Position of Churches and Church Autonomy, Leuven, Peeters, 2001, 88.
[57] Zie VERSTEGEN, R., Geestelijken naar Belgisch Recht. Oude en nieuwe vragen, Berchem-Antwerpen, Kluwer, 1977, 96 en LEMMENS, P., “De Kerkelijke overheid in de greep van de wereldlijke rechter”, in WARNINK, H. (ed.), Rechtsbescherming in de kerk, Leuven, Peeters, 1991, 80, die verwijst naar het beginsel patere legem quam ipse fecisti.
[58]Bergen, 7 januari 1993, T.S.R. 1993, 69.
[59]TORFS, R., “De verhouding tussen Kerk en Staat op nieuwe wegen?”, (noot onder Bergen 7 januari 1993), T.S.R. 1993, 72-79 enVUYE, H., “Hoe gescheiden zijn Kerk en Staat? Interpretatiemogelijkheden omtrent art. 21 van de Grondwet”, (noot onder Cass. 20 oktober 1994), R. Cass. 1995, 56.
[60] Cass. 20 oktober 1994, Arr.Cass. 1994, 861.
[61]Volgens dit maxime zou de bevoegde kerkelijke overheid bij het nemen van de beslissing de intern voorgeschreven regels moeten respecteren.
[62] Eigen cursivering.
[63] TORFS, R., “Autonomy of Churches in Belgium . Status Quaestionis and Current Debate”, in WARNINK, H. (ed.), Legal Position of Churches and Church Autonomy, Leuven, Peeters, 2001, 90.
[64] Cass. 3 juni 1999, Arr.Cass. 1999, 330 en MARTENS, K., “Het Hof van Cassatie en de interpretatie van artikel 21 G.W.: de verhouding tussen Kerk en Staat dan toch niet op nieuwe wegen?”, C.D.P.K. 2000, 215-218.
[65] TORFS, R., “Autonomy of Churches in Belgium . Status Quaestionis and Current Debate”, in WARNINK, H. (ed.), Legal Position of Churches and Church Autonomy, Leuven, Peeters, 2001, 92-96 en de verwijzingen aldaar. Zie ook de verwijzingen bij MARTENS, K., “Recours aux tribunaux belges en matière ecclésiastique – La position de la cour de Cassation belge à l’aube du troisième millénaire”, European Journal for Church and State Research 2000, 29, voetnoot 4.
[66] Opmerkelijk is hoe Procureur-general du Jardin verwijst naar Torfs (TORFS, R., “Religieuze gemeenschappen en interne autonomie. Fluwelen evolutie?”, in UFSIA (ed.), Jaarboek Mensenrechten 1998- 2000, Antwerpen, Maklu, 2002, 256-264), maar terwijl deze een gematigde tussenpositie inneemt, interpreteert du Jardin hem als een voorstander van de kwaliteitscontrole (DU JARDIN, J., Het recht van verdediging in de rechtspraak van het Hof van Cassatie 1990-2003 – Rede uitgesproken op de plechtige openingszitting van het Hof van Cassatie op 1 september 2003, http://www.juridat.be/cass/cass_nl/p1.php, 23 maart 2003, Online, 57-58).
[67] DE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 34 en de verwijzingen in voetnoot 106.
[68] Pand. b., v° Autorités ecclésiastiques, nr. 2.
[69] DE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 34-35 en de verwijzingen aldaar.
[70] DUGUIT, L., Traité de droit constitutionnel, V, Parijs, Librairie Fontemoing &Cie, 1925, 502.
[71] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, Presses Universitaires de France, 1993, 53, vn. 1.
[72] Waarbij neutraliteit als doel heeft elke religieus of metafysisch element te weren uit de publieke orde. ZieMEERSCHAUT, K. en VANSWEEVELT, N., “De hoofddoek opnieuw uit de kast: godsdienstvrijheid op school in een democratische rechtsstaat”, in INTERUNIVERSITAIR CENTRUM MENSENRECHTEN, Mensenrechten Jaarboek 1998/2000, Antwerpen, Maklu, 2000, 66.
[73] KOUBI, G., “La laïcité dans le texte de la Constitution”, RDP 1997, 1302. Contra BASDEVANT-GAUDEMET, B., “State and Church in France ”, in ROBBERS, G. (ed.), State and Church in the European Union, Baden-Baden , Nomos, 1996, 122
[74] Het lijkt erg onwaarschijnlijk dat de wet van 9 december 1905 niet meer pertinent is. Nog in 1995 heeft men in de Assemblée Nationale een colloquium georganiseerd met als thema: “Faut-il modifier la loi de 1905?”.VOLFF, J., “Régimes des cultes et laïcité”, Gaz. Pal. 2001, 1088.
[75] KOUBI, G., “La laïcité dans le texte de la Constitution”, Revue du droit public et de la science politique, 1997, 1309 en de verwijzingen in voetnoot 29. Al verwijst men in de voorbereiding van de huidige grondwet niet naar de wet van 9 december 1905.
[76] De Franse overheid en Pius VII sloten op 26 Messidor An IX (15 juli 1801) een concordaat, Convention entre le Pape et le gouvernement français. Het Concordaat werd samen met de Articles organiques de la convention du 26 messidor an IX – waartegen Pius VII zich hevig verzette – afgekondigd op 18 Germinal An X (8 april 1802). DE POOTER, P. De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 28-30 en DUGUIT, L., Traité de droit constitutionnel, V, Parijs, Librairie Fontemoing &Cie, 1925, 478-479. Zie Pand. b., vis Articles organiques en Concordat, waarin onderzocht wordt in welke mate beide teksten nog gelding hebben in het Belgische constitutionele bestel.
[77] DUGUIT, L., Traité de droit constitutionnel, V, Parijs, Librairie Fontemoing &Cie, 1925, 495.
[78] DUGUIT, L., Traité de droit constitutionnel, V, Parijs, Librairie Fontemoing &Cie, 1925, 496-497.
[79] CAPERAN, L., Histoire contemporaine de la laïcité française – La crise dus seize mai et la revanche républicaine, Parijs, Librairie Marcel Rivière et Cie, 1957, IX-XII en 30-36.
[80] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, Presses Universitaires de France, 1993, 78.
[81] Ibid., 55-61.
[82] DUGUIT, L., Traité de droit constitutionnel, V, Parijs, Librairie Fontemoing &Cie, 1925, 502-527.
[83] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, Presses Universitaires de France, 1993, 62-63.
[84] LUCHAIRE, F. en CONAC, G., La constitution de la république française, Parijs, Economica, 1987, 121.
[85] MORANGE, J., “Le régime constitutionnel des cultes en France”, in EUROPEAN CONSORTIUM FOR CHURCH AND STATE RESEARCH (ed.), Le statut constitutionnel des cultes dan les pays de l’union européenne, Parijs, Litec, 1995, 123.
[86] Na de loi constitutionnelle n° 95-880 van 4 augustus 1995, die ervoor zorgde dat het huidige art. 1 bestaat uit de eerste alinea van het oude art. 2, terwijl de andere bepalingen van het oude art. 2 nog steeds deel uitmaken van het huidige art. 2. Deze louter tekstuele verschuiving laat toe om de kenmerken van de Franse Republiek beter te benadrukken. Zie KOUBI, G., “La laïcité dans le texte de la Constitution”, RDP1997, 1309.
[87] CALEWAERT, W., DE DROOGH, L., FIVE, A., KETELAER, A.-F. en VANDERNACHT, P., Verhouding Staat, Kerk en vrijzinnigheid in Europa – Een rechtsvergelijkende studie, Brussel, Centraal Vrijzinnige Raad, 1996, 53-62.
[88] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, Presses Universitaires de France, 1993, 65. Zie ook KOUBI, G., “La laïcité dans le texte de la Constitution”, RDP 1997, 1302 en 1315.
[89] VOLFF, J., “Régimes des cultes et laïcité”, Gaz. Pal. 2001, 1092.
[90] KOUBI, G., “La laïcité dans le texte de la Constitution”, RDP 1997, 1312.
[91] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, PUF, 1993, 75.
[92] Ibid., 19.
[93] VOLFF, J., “Régimes des cultes et laïcité”, Gaz. Pal. 2001, 1091-1092.
[94] CALEWAERT, W., DE DROOGH, L., FIVE, A., KETELAER, A.-F. en VANDERNACHT, P., Verhouding Staat, Kerk en vrijzinnigheid in Europa – Een rechtsvergelijkende studie, Brussel, Centraal Vrijzinnige Raad, 1996, 55-56.
[95] LUCHAIRE, F. en CONAC, G., La constitution de la république française, Parijs, Economica, 1987, 140.
[96] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, PUF, 1993, 29-32.
[97] Ibid., 45.
[98] BOYER, A., Le droit des religions en France, Parijs, PUF, 1993, 19 en de rechtsvergelijkende bespreking in Deel III.
[99] X, Congrès de Mouvement Réformateur “Engagement citoyen” – Citoyenneté et Démocratie, p 6.
[100] TORFS, R., “State and Church in Belgium ”, in ROBBERS, G. (ed.), State and Church in the European Union, Baden-Baden , Nomos, 1996, 18.
[101] DE GROOF, J., “De bescherming van ideologische en filosofische strekkingen. Een inleiding”, in ALEN, A en SUETENS, L. (ed.), Zeven knelpunten na zeven jaar Staatshervorming, Brussel, Story-Scientia, 1988, 312.
[102] DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 144-196.
[103] Idem., 385-386.
[104]Bijvoorbeeld het concordaat met Slowakije; http://www.kerknet.be, 19 december 2000.
[105] http://www.kerknet.be, 12 februari 2003.
[106] “L’organe représentatif par lequel agit l’Eglise Catholique” MINNERATH, R., L’Eglise et les Etats concordataires (1846-1981) – la souveraineté spirituelle, Parijs, Cerf, 1983, 78.
[107] WAGNON, H., Concordats et droit international, Gembloux, J. Duculot, 1935, 23.
[108] Ibid., 23.
[109] DURAND, J.-P., “Echos français en droit civil ecclésiastique pour l’année universitaire 2000-2001, European Journal for Church and State Research 2001, 133.
[110] Eigen cursivering.
[111]BOSSUYT, M. en WOUTERS, J., Grondlijnen van internationaal recht, Leuven, Instituut voor Internationaal Recht – KULeuven, 2004, 57.
[112] KOCK, H.R., Rechtliche und politische Aspekte von Konkordaten, Berlijn, Duncker &Humblot, 1983, 23.
[113] Idem., 24-30 en MIGLIORE, C., “Ways and Means of the International Activity of the Holy See”, in FACULTEIT KERKELIJK RECHT – KULEUVEN (ed.), Church and State, Changing Paradigms – Monsignor W. Onclin Chair 1999, Leuven, Peeters, 1999, 32-36.
[114] WAGNON, H., Concordats et droit international, Gembloux, J. Duculot, 1935, 109.
[115] WAGNON, H., Concordats et droit international, Gembloux, J. Duculot, 1935, 376-378 en DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 32.
[116]Advies 4 januari 1962, Parl. St. Kamer 1961-1962, nr. 296/1.
[117] DE POOTER, P., De rechtspositie van erkende erediensten en levensbeschouwingen in Staat en maatschappij, Brussel, Larcier, 2003, 32 en de voorbeelden in vn. 103.
[118]Zoals bijvoorbeeld in Italië gebeurd bij de financiering van religieuze organisaties; TORFS, R., “Should Churches Be Subsidized? Different Models. Some Perspectives”, in X (ed.), The Role of the Churches in the Renewing Societies. Lectures and Documents. Budapest Symposium, March 3-5-1997 , St. Alban’s, International Religious Liberty Association, 1998, 48.
Dirk Van Nijverseel
Een onderzoek naar de vele facetten van het beroep van de Leuvense landmeter tijdens de Oostenrijkse Nederlanden.
Edited: 200406300948
Scriptie voorgelegd aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte,
voor het behalen van de graad van Licentiaat in de Geschiedenis.
Academiejaar: 2003-2004
Katholieke Universiteit Leuven
Promotor: Prof. Dr. E. Van Ermen

HOSTE Julius Sr (1848-1933)
Edited: 200306017845
Hoste, Juliaan Constantijn (Julius) (Tielt, 23/01/1848-Brussel, 28/03/1933)

eigenaar en uitgever van "Het Laatste Nieuws", "De Vlaamsche Gazet", "De Zweep", journalist, auteur van volkse toneelstukken
- Steyaert, R., in : Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, Tielt-Utrecht, Lannoo, 1973, 2 dl., p. 688-689.
- Verschueren, R., Nationaal Biografisch Woordenboek, Brussel, Koninklijke Vlaamse Academiën van België, 1964-, VII, 1977, kol. 384-390.
- Verschueren, R., in : Woordenboek van Belgische en Nederlandse vrijdenkers, dl. I, Brussel, 1979, p. 157-165.
- De Keyser, F., in : Twintig Eeuwen Vlaanderen, XIII, Hasselt, 1976, p. 371-374.
- Maertens, A., Vader Hoste, in : Het Verbindingsteken, orgaan van het Willemsfonds West-Vlaanderen, november 1946.
- Maerten-Lissnyder, R., Vader Julius Hoste, in : Het Verbindingsteken, orgaan van het Willemsfonds West-Vlaanderen, november 1946.
- Maertens, A., Julius Hoste, in : Gentsche Studentenalmanak 1909-1910, p. 82-90.
- Sieben, L., Van Schoor, J., Bradt, E., Van Eenoo, R. en Desmed, R., Vader Hoste, Gent, Liberaal Archief, 1989, 131 p.
- Teirlinck, H., Jeugdherinneringen bij de 100e verjaardag van Vader Hoste's geboorte, in : De Vlaamse Gids, XXXII, 1948, p. 385-387.
- Teirlinck, H., O Vaderland! O Vrijheid! Spreekbeurt bij een volkshulde aan Julius Hoste, de vader en de zoon, in : De Vlaamse Gids, XXXIX, 1955, p. 385-392.
- Verschueren, R., Vader en Zoon Hoste : hun leven, hun kranten en hun betekenis voor de Vlaamse liberale beweging, Brussel, V.U.B., onuitgegeven licentiaat-verhandeling (sectie pers- en communicatiewetenschappen), 1974.
- Dictionnaire des patrons en Belgique. Les hommes, les entreprises, les reseaux, Brussel, De Boeck Université, 1996, p.371.
- Verstappen, Jack, Lexicon Vlaamsche Toneelschrijvers, Veurne, Heembibliotheek Bachten De Kupe, 1995, p. 88.
- De Schryver, Reginald, De Wever, Bruno, ...[et al.], Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, Tielt-Utrecht, Lannoo, 1998, 3 dl., p. 1471-1472.
- 100 jaar Het Laatste Nieuws en de Familie Hoste. Tentoonstellingscatalogus, Brussel, AMVB, 1988, 191 p.
- Wittevrongel-Liefhooghe, Isabel, Julius Hoste en zijn tijd. Een bijdrage tot de studie van de stedelijke elites in Vlaanderen, Gent, Hogeschool voor Economisch en Grafisch Onderwijs, 1999, 76 p.
- N.N., Vader Hoste (1848-1933), in: Eeuwfeest van het Willemsfonds 1851-1951, p. 69-70.
- Maertens, A., Julius Hoste, in: Vlaanderen en Wallonië tegemoet!, Brussel, Ministerie van Openbaar Onderwijs, 1957, p. 21-24.
http://www.liberaalarchief.be/E-H.html (geraadpleegd 20030601)
TESSENS Lucas
Het geld van de omroep: 1944-1949
Edited: 200300194401
De regeringen
Hubert PIERLOT (26/09/1944 - 7/02/1945) KAT-LIB-SOC-COM
Achille VAN ACKER I (12/02/1945 - 2/08/1945) KAT-LIB-SOC-COM
Achille VAN ACKER II (2/08/1945 - 9/01/1946) SOC-LIB-COM-UDB
Paul-Henri SPAAK I (13/03/1946 - 19/03/1946) SOC
Achille VAN ACKER III (31/03/1946 - 9/07/1946) SOC-LIB-COM
Camille HUYSMANS (3/08/1946 - 12/03/1947) SOC-LIB-COM
Paul-Henri SPAAK II (20/03/1947 - 19/11/1948) PSB/BSP-PSC/CVP
Paul-Henri SPAAK III (27/11/1948 - 27/06/1949) PSB/BSP-PSC/CVP
Gaston EYSKENS I (11/08/1949 - 6/06/1950) CVP/PSC-LIB

De verkiezingen
17 februari 1946
26 juni 1949 mét kiesplicht voor vrouwen

Het oorlogskabinet Pierlot wordt, onder druk van het (vooral linkse) straatgeweld, uitgebreid met de communisten, die zich vanaf 1945 bekeerden tot het unitarisme onder Franstalig gezag. In zes jaar tijd ziet België 9 regeringen opstaan en vallen. De eerste bewindsploegen regeren zonder een mandaat van de kiezer. Daarmee wordt gewacht tot de verkiezingen van 17 februari 1946. De repressiejaren na tweede wereldoorlog zijn de schandelijkste uit onze geschiedenis. Wraak en haat, persoonlijke afrekeningen, moord en daden, opdoemend uit de laagste instinkten van de mens, kunnen gedijen in een klimaat van rechteloosheid. Het gepeupel en de 'verzetsstrijders' van het laatste uur regeren op straat en in de rechtszalen. De overheid kan, durft of wil deze wantoestanden niet onder controle brengen. Een oorlog roeit nooit het kwaad uit waartegen hij wordt gevoerd.
Er worden executies van collaborateurs verricht tussen november 1944 en 4 juni 1949.
De periode kunnen we er een noemen van anarchie en dubieuze rechtspraak. Het justitiedepartement is een heet hangijzer en wisselt veelvuldig van titularis.
In 1948 publiceerde Gerard Walschap zijn moedig 'Zwart en Wit' en dat zorgt voor heel wat herrie, ook bij Nederlandse critici. De noordelijke verontwaardiging culmineert in een artikel van Johan Van der Woude in Vrij Nederland dat Walschap een medeplichtige noemt, zijn boek een verheerlijking van de karakterloosheid en onfatsoen. Walschap is geen ogenblik bij de pakken blijven zitten en heeft zich verdedigd in een agressief ingezonden stuk aan voornoemd weekblad, waarin hij Van der Woude bestempelt als behorende tot "de blaaskaken die zich door het constateren van de evidente, menselijke realiteit beledigd en te kort gedaan achten. Het is uit dat hoovaardig slijk van de straat, vervolgt Walschap, dat jodenvervolgers, inquisiteurs, ketterjagers, onderzoekers van andermans geweten, met één woord al de ongure typen van de onverdraagzaamheid en het fanatisme zijn samengeraapt." (geciteerd in Omtrent, tijdschrift van het Gerard Walschap Genootschap, november 2005, nr 12).
De koningskwestie leidt naar een pré-revolutionaire fase. Tegen de mogelijke terugkeer van Leopold III wordt vanaf medio 1945 een persoffensief gelanceerd door zowat alle kranten, uitgezonderd de Vlaams-katholieke. De hetze is niet zozeer tegen de monarchie, dan wel tegen de figuur van Leopold gericht. Hierbij worden over en weer taktieken gebruikt die weinig met journalistiek maar alles met propaganda te maken hebben. Dit mag in feite geen verwondering wekken: tijdens de oorlogsjaren heeft men in pers- en omroepmiddens geen andere weg bewandeld dan die van de propaganda. Het vijand-denken en het ongenuanceerd culpabiliseren van de tegenpartij overheerst nog steeds in de pers, die sterk partijpolitiek gebonden is. De radio-omroep fungeert als een verlengstuk van de uitvoerende macht.
De macht van de partijpolitiek wordt in deze periode volledig gerestaureerd en naar onze mening is dat de drijvende kracht achter de gehele koningskwestie. Niet de ruzie tussen ministers en de koning omtrent de capitulatie in mei 1940, niet zijn achterblijven in België, niet diens contact met Hitler, niet zijn huwelijk met Liliane Baels ... Dat zijn slechts de drogredenen waarmee men de publieke opinie kon bewerken. Het werkelijke gevaar ligt in het zogenaamde Politieke Testament van Leopold III, een document dat hij begin 1944 had opgesteld. Het bekend raken van de inhoud ervan was dynamiet en zou zeker een oncontroleerbare kettingreactie teweeg brengen waarbij de particratie en de Franstalige bourgeoisie aan het kortste eind zouden trekken. Alhoewel het Politiek Testament reeds op 9 september 1944 aan premier Pierlot en aan Spaak werd overhandigd, zal de integrale tekst pas vijf jaar later, in 1949, bekend raken. Tegen die tijd was de positie van de drie traditionele politieke partijen stevig geconsolideerd. Het voortdurend streven van de drie grote partijen naar consolidatie van de macht is trouwens een constante in de Belgische politiek. De overlevingskansen van partijpolitieke initiatieven buiten het kader van de grote drie zijn dan ook minimaal of onbestaand.
Maar waarover handelde dan dat zgn. politieke testament ? Waarin schuilde het gevaar?
Het is wellicht niet overbodig de integrale tekst hier in herinnering te brengen. Het mag immers verwondering wekken dat gerenommeerde historici, zoals bvb. Velaers en Van Goethem, die in 1994 een boek van 1.152 bladzijden wijdden aan de koningskwestie, nalaten de lezer zelf te laten oordelen over een van de belangwekkendste teksten uit de Belgische geschiedenis.
TESSENS Lucas
Afschaffing van Omroepbijdragen in Nederland. Een terugblik.
Edited: 200106221661
Deze nota vormt slechts een inleiding op een problematiek waarmee ook KLG-Aalst hoogstwaarschijnlijk geconfronteerd zal worden.

Beknopte historiek
De Dienst Omroepbijdragen bestond bijna 60 jaar.
• 1945: enkel luistergeld.
• 1956: kijkgeld wordt verplicht.
• 1969: geen luistergeld mee als men reeds kijkgeld betaalt, één keer betalen ongeacht aantal TV-toestellen.
• 1991-1992: mediacampagne "Kijk je zwart, dan zit je fout" doet registraties fors groeien (registraties +14%).
• September 1997: "zelfsturingstraject" opgestart (delegatie, meer verantwoordelijkheid op werkvloer).
• 1998: In september wordt de fiscalisering voor het eerst als mogelijkheid geopperd door de Min. van Financiën; de opvang van de inkomstenderving staat voorop, de personeelsproblematiek komt slechts zijdelings ter sprake.
• 1999: Op 29/3/1999 werd Ideeënmanagement opgestart (valorisatie van kennis bij DOB). In 1999 werd ook nog een project "Benadering zakelijke markt" in het leven geroepen. Ook de training van de buitendienst bleef doorgaan (weerbaarheid, anti-agressie en conflicthantering).
In maart 1999 geloofde Manager Peters nog in voortbestaan. In april 1999 roept Peters op tot goed blijven doorwerken en de moed erin te houden. In mei 1999 worden de jaarresultaten 1998 bekend gemaakt en die zijn uitstekend. In mei stellen de werknemers zich nog combatief en vastberaden op tegen het plan van de Staatssecretaris. Peters kiest de zijde van het personeel; het personeel schept daaruit moed en prijst de openheid in de communicatie. De samenhorigheid groeit.
In juni 2000 wordt aan het MERS opdracht gegeven om een argumentarium tegen de afschaffing te ontwikkelen.
Er werd een Task Force (6 mensen) opgericht die snel en uitgebreid met het personeel communiceerde.
Werkgroep "Phoenix" werd opgericht toen de fiscalisering onafwendbaar bleek.
Op 1 januari 2000 afgeschaft en Omroepbijdragen werden vervangen door fiscalisering.
Plan fiscalisering was opgenomen in voetnoot van regeerakkoord Paars II en goedgekeurd door Eerste Kamer op 21/12/99.
Het ging snel: op 4/1/99 voor de eerste keer aangekaart binnen DOB.


Restitutie
Na 1/1/2000 diende er restitutie (teruggave) te gebeuren: 300 miljoen gulden aan ca. 5 miljoen geregistreerden in 3 maand tijd.


Personeel
Gedurende 1999 waren er gemiddeld 245,3 werknemers in dienst bij DOB (1998: 258,6).
Alle personeel is overgegaan naar de Belastingdienst (wettelijk geregeld en na overleg vanaf eind 1999 in goede banen geleid).
Noteer dat DOB een Ondernemingsraad had.
Op 1 april 2000 zat bijna iedereen op zijn nieuwe werkplek.
Tot 1 juli 2000 zorgde kleine groep voor de afbouw. Daarvoor was een provisie aangelegd ten belope van 60,6 miljoen gulden.


Voorlopige conslusies:
- In Nederland is de afschaffing minder partijpolitiek geladen geweest.
Het lijkt erop dat één staatssecretaris op eigen houtje het dossier heeft afgehandeld. Dat gebeurde snel.
- In de periode vlak voor de afschaffing waren nog belangrijke investeringen gedaan en hervormingen doorgevoerd.
- De cohesie binnen DOB is steeds voorbeeldig geweest. De emotionele kant van de opheffing van een dienst mag niet onderschat worden.
- In Nederland was er voor al het personeel een uniform vangnet: de Belastingdienst.
- Bij DOB was er een ondernemingsraad die de oplaaiende emoties kon kanaliseren. Bovendien werd de Task Force een speerpunt in de strijd tegen de fiscalisering en - daarna - een gecontroleerde herplaatsing van het personeel.
- De afbouwoperatie werd zorgvuldig gebudgetteerd.
- De afbouw in Vlaanderen zal complexer zijn vanwege het bestaan van een outsourcingcontract en de minder grote traditie inzake gestructureerd overleg, openheid en interne/externe communicatie.

Lucas TESSENS/Consultant CIPAL/20010622
VLAAMS PARLEMENT
Commissie voor Leefmilieu, Natuurbehoud en Ruimtelijke Ordening Vergadering van 25/01/2001
Edited: 200101250908
Commissie voor Leefmilieu, Natuurbehoud en Ruimtelijke Ordening Vergadering van 25/01/2001
Interpellatie van de heer Johan Malcorps tot mevrouw Vera Dua, Vlaams minister van Leefmilieu en Landbouw, en tot mevrouw Mieke Vogels, Vlaams minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, over het beleid inzake asbest en volksgezondheid
De voorzitter : Aan de orde is de interpellatie van de heer Malcorps tot mevrouw Dua, Vlaams minister van Leefmilieu en Landbouw, en tot mevrouw Vogels, Vlaams minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, over het beleid inzake asbest en volksgezondheid.
Minister Dua zal ook in naam van minister Vogels antwoorden.
De heer Malcorps heeft het woord.
De heer Johan Malcorps : Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega's, onlangs werd in ons land een vereniging voor asbestslachtoffers opgericht, in navolging van reeds bestaande verenigingen in onder meer Nederland en Frankrijk.
De vereniging vraagt dat er een volwaardig beleid inzake asbestvervuiling en volksgezondheid zou worden gevoerd. Gezien de bevoegdheidsverdelingen is dit zowel een federale opdracht als een taak voor gewesten en gemeenschappen. Zo moet op federaal vlak dringend werk worden gemaakt van het recht op schadevergoeding voor asbestslachtoffers via het Fonds voor Beroepsziekten. Ook niet-werknemers moeten een beroep kunnen doen op de regeling. Het verbod op elke vorm van asbestproductie, -handel of verwerking is een federale aangelegenheid. De uitzonderingen op het koninklijk besluit van 3 februari 1998 kunnen worden opgeheven, omdat er inmiddels voor alle toepassingen vervangproducten bestaan.
Het behoort ook tot de taak van de gemeenschappen om een sluitende inventaris op te maken van alle asbestgerelateerde aandoeningen, zoals de verschillende vormen van asbestose, mesothelioom of buikvlieskanker, asbestgerelateerde longkankers en andere kankers. Het Fonds voor Beroepsziekten levert de cijfers voor werknemers. Er is sprake van een duidelijke toename van het aantal gevallen van asbestose en de voorbije vijftien jaar meer dan een verdubbeling van het aantal gevallen van mesothelioom. Deze informatie komt uit het antwoord dat federaal minister Aelvoet vorig jaar gaf op mijn vraag terzake in de Senaat. De grootste groep van getroffen werknemers komt uit de bouw. Over het aantal asbestgerelateerde kankers bij de rest van de bevolking is geen cijfermateriaal beschikbaar. Het aantal asbestdoden ligt volgens minister Aelvoet tussen de 90 en 110 per jaar. Wellicht is dit een grove onderschatting.
Het probleem van het toenemend aantal asbest-kankerdoden verdient alle aandacht. De internationaal vermaarde specialist Julian Peto voorspelt in The British Journal of Cancer dat in West-Europa de komende 35 jaar maar liefst een kwart miljoen asbestgerelateerde kankerdoden zullen vallen. In een officiële studie in opdracht van het Nederlandse ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voorspelt men 40.000 asbestgerelateerde ziekten onder Nederlandse mannen tegen het jaar 2030.
Uit de Vlaamse Gezondheidsindicatoren 1998 blijkt dat er een verhoogde sterftekans is in onder meer Sint-Niklaas en Dendermonde. Minister Vogels legde de band met de vroegere asbestverwerkende industrie in de streek : de vroegere Eternit-fabriek in Schoonaarde bij Dendermonde, Eternit in Kapelle op-den-Bos en de fabriek Scheerders-Van Kerckhoven - SVK - in Sint-Niklaas. Het is mogelijk dat het niet enkel om werknemers gaat, maar ook om familieleden van werknemers en om omwonenden.
Als deze band tussen asbest en kanker er echt is, en zelfs in die mate dat hij een merkbare piek veroorzaakt in de algemene gezondheidsstatistieken, dan is dit hoegenaamd geen vrijblijvende zaak. De slachtoffers stellen met reden vragen over de verantwoordelijkheid van de betrokken bedrijven in het verleden. Ze waren al decennialang op de hoogte van het gevaar van asbest voor de gezondheid van werknemers en omwonenden. Toch namen ze te weinig voorzorgsmaatregelen. Ook de overheid zelf wordt aansprakelijk gesteld, want ze kende al jaar en dag de risico´s die verbonden zijn aan de asbestproductie, maar trad al die tijd veel te laks op.
Sinds de Tweede Wereldoorlog staat het verband tussen asbest en kanker wetenschappelijk vast. Toch duurde het tot einde van de jaren negentig vooraleer men echt optrad. Die nalatigheid heeft veel mensenlevens gekost, en zal nog veel mensenlevens kosten. In Frankrijk en Nederland wonnen de vertegenwoordigers van asbestslachtoffers in die zin al verschillende schadeprocessen. Er is een wettelijke regeling ingevoerd om tot billijke schadeloosstellingen te komen. Ook in eigen land moet er een dergelijke regeling te komen. Eens het zo ver is, zullen ook de gewestelijke overheden voor hun verantwoordelijkheid worden geplaatst.
In 1998 stelden de heer Stassen en mevrouw Verwimp vragen aan toenmalig milieuminister Kelchtermans over de gezondheidseffecten voor de omwonenden van de asbestbedrijven in Kapelle-op-den-Bos, Tisselt, Sint-Niklaas, Gent en Mol. Ze werden toen met een kluitje in het riet gestuurd met als argumenten : 'Het gaat om een te kleine groep mensen rond die bedrijven om daarover statistisch zinvolle uitspraken te doen ; het is praktisch onmogelijk om productspecifieke gezondheidsgegevens van burgers te verzamelen rond elke site waar met toxische of kankerverwekkende stoffen wordt gewerkt ; de gezondheidsmonitoring van potentiële asbestpuntbronnen zou slechts een 'end-of-the-pipe-benadering' zijn, die in het beste geval iets zegt over de blootstelling decennia geleden.'
Uit het grootschalig Milieu- en Gezondheidsonderzoek dat eind vorig jaar werd afgerond blijkt dat gebiedsgerichte monitoring wel degelijk relevante beleidsgegevens kan opleveren. In elk geval moet het mogelijk zijn om meer accurate gegevens te verzamelen dan mogelijk is op basis van een globaal onderzoek van gezondheidsindicatoren over heel Vlaanderen. Zo zou men alle sites in de omgeving van vroegere asbestverwerkende bedrijven kunnen screenen en vergelijken met sites waar waarschijnlijk minder risico bestonden en nog bestaan op asbestbesmetting. Ook een nauwkeurig opgezet epidemiologisch onderzoek biedt uitzicht op succes, wegens de onbetwistbare band tussen mesothelioom en asbestose enerzijds en asbestvervuiling anderzijds.
Het feit dat de asbestproductie nu bijna geheel is afgebouwd, betekent niet dat er geen belangrijke opdracht meer is voor de Vlaamse milieudiensten, en meer bepaald de OVAM. Zo blijft de titanenopdracht overeind om op basis van de verplichte asbestinventarissen voor bedrijven en openbare gebouwen alle nog aanwezige asbest te verwijderen en op de meest veilige wijze te verwerken. De federale wetgeving ter bescherming van werknemers is daarbij van toepassing. Een algemene bescherming voor de burger is er dus niet, tenzij indirect. Bewoners en bezoekers van gebouwen zijn maar indirect beschermd, omdat ze ook profiteren van de bescherming van eventuele werknemers in dat gebouw. Dat is uitvoerig aangetoond door mevrouw Lieve Ponnet. Ze schreef daarover het dossier 'Asbest : stof tot nadenken', dat in 1996 werd gepubliceerd in het Arbeidsblad van het ministerie van Tewerkstelling en Arbeid.
De gewesten en gemeenschappen, bevoegd voor de bescherming van privé-personen in een niet-werksituatie hebben nog geen aanvullende reglementering voor asbest in gebouwen zoals privé-woningen opgezet. In de particuliere woningbouw is weliswaar veel minder gespoten asbest gebruikt dan in openbare of industriële gebouwen. De kans op blootstelling is er veel beperkter. Toch werd heel wat spuitasbest verwerkt in grote appartementsgebouwen die zijn gebouwd tussen halfweg de jaren zestig en het einde van de jaren zeventig. In België zijn hierover geen gegevens beschikbaar. Hier rijst dus een probleem voor onderhouds- of herstellingswerken die door derden of door doe-het-zelvers worden uitgevoerd. Er is te weinig bewustmaking over mogelijke gevaren en risico's.
Ten slotte is er het probleem dat bij doorverkoop of verhuur mensen zich wellicht niet bewust zijn van de aanwezigheid van asbest in een woning. In Nederland is een asbestvrij-verklaring nodig alvorens men tot de sloop van een woning kan overgaan. De invoering van een asbestvrij-attest, samen met het bodemattest, kan worden overwogen.
Verder is het nog maar de vraag of alle asbestafval - bijvoorbeeld van de sloop van gebouwen - op de juiste bestemming terecht komt. In welke mate wordt asbest van afbraakwerken van privé-personen aanvaard op containerparken, en onder welke omstandigheden? Een ander element van de problematiek is de sanering van asbeststorten. Berucht was het Broek in Willebroek, dat nu eindelijk gesaneerd is, maar dit is nog maar het begin. Denk onder meer aan de asbeststorten in de Gentse Kanaalzone, in Hofstade te Aalst en de asbestberg in Kapelle-op-den-Bos.
De eerste opdracht is de sanering van de omgeving van de vroegere bedrijfssites waar met asbest is gewerkt. In de omgeving van asbestbedrijven als Eternit in Kapelle-op-den-Bos werd immers in het verleden zeer achteloos omgesprongen met het levensgevaarlijke asbeststof.
Vrachtwagens met opwaaiend asbeststof reden door de dorpskern. Het asbeststort diende jaren als speelterrein voor jeugdbewegingen. Pas enkele jaren geleden werd het afgesloten en afgedekt. Asbestafdraaisel was gedurende vele jaren een gegeerde grondstof voor de aanleg van wegen, tuinpaden en opritten van garages.
Er moet dringend een grondige inventaris worden opgemaakt van alle grotere en kleinere black points in gemeenten als Kapelle-op-den-Bos en Tisselt, maar ook van andere sites van nog bestaande of inmiddels gesloten bedrijven die asbest verwerken of verwerkten. In Nederland werd door de VROM een subsidieregeling uitgewerkt waarbij eigenaars van asbestwegen subsidies krijgen voor werken waarbij het asbestbevattend materiaal wordt verwijderd door erkende bedrijven of waarbij het risicomateriaal wordt afgedekt met asfalt, beton of klinkers.
Op welke wijze zal Vlaanderen bijdragen aan een afdoende centrale registratie van asbestgerelateerde ziektes zoals asbestose, mesothelioom of longkanker? Op welke termijn kan een sluitende registratie worden opgezet en welke samenwerkingsverbanden met de federale overheid zijn daarvoor nodig?
Wordt er in opvang voorzien voor asbestslachtoffers in Vlaanderen? Welke informatie is er beschikbaar? Wat is het standpunt van de Vlaamse regering in verband met de vraag naar schadeloosstelling? Zal men met het oog op de schadeloosstelling van asbestslachtoffers ook initiatieven nemen in overleg met de federale overheid?
Welke initiatieven zijn er om de effecten van asbestvervuiling op de gezondheid verder in kaart te brengen voor heel Vlaanderen en specifiek voor de omgeving van bestaande of gesloten bedrijven waar asbest wordt of werd verwerkt? Is het niet wenselijk hiervan een van de speerpunten te maken van verder milieu- en gezondheidsonderzoek?
Hoe ver staat het met de studie 'Risico-evaluatie en saneringsprogramma voor asbestblootstelling in Vlaanderen' en met de beleidsnota over asbestbeheersing? Wat was het resultaat van de asbest-meetcampagne? Wanneer start de geplande sensibiliseringscampagne?
Is er een inventaris van asbeststorten in Vlaanderen? Welke prioriteit krijgt de sanering van deze storten, of kiest men eerder voor een degelijke afbakening en afdekking ervan? Wat is de stand van zaken van de asbestsanering in bedrijven en openbare gebouwen en hoe wordt dit opgevolgd? Is er voldoende verwerkingscapaciteit voor het asbest- en asbestcementafval?
Wordt werk gemaakt van een betere regeling voor de bescherming van particulieren tegen asbest in gebouwen en privé-woningen? Wordt gedacht aan de invoering van een attest 'asbestvrije woning'?
In welke mate wordt asbestafval aanvaard in containerparken? Klopt het dat we asbestcementproducten beschouwen als bouw- en sloopafval zonder vrijzittende asbestvezels, waardoor men ze in containerparken moet aanvaarden? Klopt het dat asbestplaten en isolatie van leidingen daarentegen niet aanvaard mogen worden? Zijn de werknemers in containerparken zich voldoende bewust van het gevaar van asbesthoudend sloopafval bij verbrijzeling ervan waardoor vezels kunnen vrijkomen? Is er toezicht op de naleving van de ARAB-reglementering inzake asbestblootstelling in containerparken?
Heeft men bij de OVAM zicht op de hoeveelheid asbesthoudend afval dat in het gewone huishoudelijk afval terechtkomt, zoals asbestkoord uit kachels, versleten remblokjes, asbesthoudende strijkplankjes, vlamverdelers en ovenwanten. Kunnen deze asbesthoudende afvalstoffen worden ingeleverd als KGA?
Wordt werk gemaakt van de inventarisatie van asbestwegen en andere kleinere black points in de omgeving van vroegere asbestverwerkende bedrijven? Acht de minister een subsidieregeling wenselijk voor de sanering of afdekking van asbestwegen, naar het model van Twente?
De voorzitter : De heer Van Looy heeft het woord.
De heer Jef Van Looy : In Nederland is de verwijdering van golfplaten waarin asbest zit aan zeer strenge reglementering onderworpen. Arbeiders die bijvoorbeeld dergelijke platen van een dak halen, zijn gehuld in beschermende kledij. Is het product werkelijk zo gevaarlijk? Hetzelfde materiaal wordt in Nederland blijkbaar totaal anders benaderd dan in Vlaanderen.
De voorzitter : Minister Dua heeft het woord.
Minister Vera Dua : Mijnheer de voorzitter, mijnheer Malcorps, op uw eerste vier vragen geef ik het antwoord van minister Vogels.
Door de centrale registratie op federaal niveau van de minimale klinische gegevens van gehospitaliseerde patiënten en dus ook van asbestgerelateerde ziektes als asbestose en mesothelioom, zijn er gegevens over het aantal asbestslachtoffers beschikbaar. De Vlaamse regering heeft toegang tot deze gegevens. Ook via de door Vlaanderen gesteunde kankerregistratie is er zicht op de incidentie van kankers die mede veroorzaakt worden door asbest. Momenteel worden trouwens initiatieven genomen om deze registratie nog te verbeteren. Via de mortaliteitsstatistieken die door de Vlaamse administratie worden opgemaakt, zijn ten slotte ook de gegevens inzake asbestgerelateerde overlijdens bekend. Cijfers die een idee geven over asbestgebonden beroepsziekten zijn ook bekend bij het Fonds voor Beroepsziekten.
Er is momenteel niet in specifieke financiële opvang voorzien voor asbestslachtoffers in Vlaanderen. Voor patiënten met een asbestgerelateerde aandoening is er, net zoals voor andere zieken, financiële steun via de sociale zekerheid. Enkel de werknemers-asbestslachtoffers van bedrijven die een bijdrage storten bij het Fonds voor Beroepsziekten kunnen aanspraak maken op specifieke steun.
De vraag is of de Vlaamse regering of de federale overheid het initiatief moet nemen om naast de algemene steun via de sociale zekerheid ook nog in een specifieke schadevergoeding te voorzien. We doen dit voor het ogenblik ook niet voor andere ziektes. Minister Aelvoet zal de wenselijkheid en uitvoerbaarheid van een en ander onderzoeken. Als de resultaten van dit onderzoek bekend zijn, zullen de nodige conclusies worden getrokken. Het zou ook goed zijn om eens na te gaan hoe de buurlanden deze problematiek aanpakken.
In verband met de wenselijkheid om van asbest een van de speerpunten te maken van het verder milieu- en gezondheidsonderzoek, moet worden opgemerkt dat het gevoerde onderzoek en de beleidsconclusies die daaraan gekoppeld zijn, zich toespitsen op biomonitoring van bepaalde polluenten.
Het milieu- en gezondheidsonderzoek spitst zich toe op polluenten die nog steeds in min of meer belangrijke mate in het milieu gebracht worden. Het gebruik van asbest is verboden. Asbest komt dus enkel nog vrij via bestaande asbesthoudende producten. Het beleid moet zich nu dus concentreren op een maximale inperking van de resterende vrijzetting, zolang alle asbesthoudende producten niet definitief en veilig zijn geborgen.
Voor asbest lijkt een biomonitoring medisch gezien een onuitvoerbare opdracht. Het zou neerkomen op het meten van de concentratie van asbestvezels in de longen, de zogenaamde broncho-alveolaire lavage. Die gebeurt door een bronchoscopie, waarbij men met een bronchoscoop in de longen kijkt en waarbij een kleine hoeveelheid vocht in de luchtwegen wordt gebracht en er vervolgens wordt uitgezogen voor verder labo-onderzoek.
Aan de hand van de beschikbare gegevens, bekomen via de centrale registraties, is het ook mogelijk om de asbestslachtoffers in kaart te brengen voor heel Vlaanderen. Op deze manier kunnen de effecten van asbestvervuiling op de gezondheid in principe worden nagegaan.
De studie 'Risico-evaluatie en saneringprogramma voor asbestblootstelling in Vlaanderen' werd afgewerkt in 2000. De studie wordt gebruikt als basis voor de beleidsnota over asbestbeheersing. Deze beleidsnota bevindt zich momenteel in een ontwerpfase. In de beleidsnota zullen concrete bijkomende Vlaamse maatregelen worden voorgesteld. De planning is om in de loop van 2001 van de ontwerpbeleidsnota het onderwerp te maken van een doelgroepenoverleg en van overleg met de federale overheid, die reeds betrokken was bij de studie.
Dan kom ik nu bij de kwestie van de asbest-meetcampagne. In het kader van het actief overheidsbeleid rond preventie en verwijdering van asbest en asbesthoudende stoffen was het aangewezen om kwantitatieve gegevens te verzamelen over de huidige concentratieniveaus en het vóórkomen van inadembare minerale vezels in de omgevingslucht in Vlaanderen. Op dit ogenblik bestaan er in België voor asbest in buitenmilieu geen kwaliteitseisen. Om dit beleid op een efficiënte en doelgerichte manier te kunnen voeren dient een kwantitatief referentiekader inzake risico's gedefinieerd te worden. Daarmee is men dus nu bezig.
Gedurende de periode van december 1998 tot december 1999 zijn in opdracht van de Vlaamse Milieumaatschappij door de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek de concentratieniveaus van asbest en minerale vezels opgevolgd op een aantal typische locaties in Vlaanderen. Een totaal van 319 filters en 43 blanco filters, afkomstig van in totaal 10 meetlocaties, werden geanalyseerd tijdens deze meetcampagne. Hierbij werden 50 monsters genomen in een gebied nabij een verkeersrijke locatie, 52 monsters in een residentiële omgeving, 54 in een stedelijke achtergrond, 48 bemonsteringen in een industriële omgeving en 50 stalen in een gebied nabij een mogelijke asbestbron. Bijkomend werden 65 stalen geanalyseerd afkomstig van het meetnet 'Zware metalen' van de VMM. Vermits het gezondheidsrisico gerelateerd is aan de lengte van de asbestvezels, werd een onderscheid gemaakt tussen korte en lange vezels. De korte vezels worden als onschadelijk beschouwd, de lange vezels worden verantwoordelijk gesteld voor een nefast gezondheidseffect. Op basis van de te verwachten asbestconcentraties en de gerelateerde lokale activiteiten kunnen een aantal typen gebieden onderscheiden worden. Ik heb hier een tabel bij, die ik aan u zal laten bezorgen.
Uit de tabel blijkt duidelijk dat men nabij historische bronnen uiteraard een veel hogere concentratie krijgt. In alle gebieden - stedelijk en landelijk - zijn de verwachtingswaarden van de jaargemiddelde concentratieniveaus lager dan 350 vezels per kubieke meter. In de omgeving van een historische bron, zoals een vroegere asbestverwerkende industrie, werden lange - dus schadelijke - vezels aangetroffen. Nabij een druk verkeerskruispunt wordt eerder de korte - dus onschadelijke - fractie waargenomen. De concentraties asbestvezels liggen echter bij het merendeel van de stalen dicht in de buurt van de detectiegrens.
Wanneer we deze waarden vergelijken met metingen die werden uitgevoerd in 1983, dan is er een globale verbetering merkbaar. Voor het doorvoeren van deze vergelijking moet echter een zekere reserve in acht worden genomen aangezien de aard van de metingen verschillend is. In 1983 betrof het immers geen jaargemiddelde concentraties. Meestal ging het om steekproeven met korte monsternemingsperiodes. Ook deze gegevens staan in een tabel. Een eindrapport met al de meetresultaten zal in februari gepubliceerd en publiek bekendgemaakt worden.
Ik zeg heel kort ook iets over de sensibiliseringscampagne. Dit is inderdaad nodig, maar ik acht het opportuun om dit pas te doen na het doelgroepenoverleg en de politieke beslissing over de in voorbereiding zijnde beleidsnota.
Dan is er nog de kwestie van het afvalprobleem. De vergunde asbeststorten zijn opgenomen in een lijst bij de vergunningverlenende overheid en zijn ook beschikbaar bij de OVAM via de lijsten van erkende verwervers en verwerkers. Er is geen aparte inventaris van asbest-blackpoints in Vlaanderen. In de OVAM-databanken zitten wel een aantal dossiers waarbij asbestproductie of asbeststortactiviteiten plaatsvinden of plaatsvonden. Medio jaren negentig zijn de grotere asbestproblemen aangepakt. Meestal werd als saneringsoptie voor een isolatie gekozen. Inzake prioriteit wordt geopteerd voor een snelle aanpak indien er verspreidingsrisico aan de orde is. Door de actie van een vijftal jaar geleden zijn de bekende gevallen ofwel gesaneerd ofwel via een voorzorgsmaatregel aangepakt.
Met betrekking tot de verwerking van asbestafval dient krachtens de huidige Vlarem-regelgeving een onderscheid te worden gemaakt tussen afvalstoffen die vrije asbestvezels bevatten en asbesthoudend afval dat geen vrije vezels bevat, voornamelijk verharde asbestcement. Verharde asbestcement, meer bepaald golfplaten, dakleien en asbestcementen buizen, kunnen worden afgevoerd naar een categorie 3-stortplaats. Gelet op het verbod om nog asbesthoudende materialen op de markt te brengen, is ook het tweedehandsgebruik van asbestcementen materialen niet langer toegestaan, en wordt er geopteerd voor definitieve verwijdering. Er zijn in Vlaanderen een twintigtal categorie 3-stortplaatsen, zodat er voldoende capaciteit is.
Voor afvalstoffen die vrije vezels bevatten, geldt krachtens Vlarem dat ze eerst gecementeerd moeten worden vooraleer ze gestort kunnen worden op een categorie 1-stortplaats. Slechts in het geval van verpakkingsafval en plastiekafval enerzijds en niet-vershredderbaar materiaal dat met asbesthoudend materiaal bekleed of bedekt is anderzijds, kan het dubbelwandig verpakt afval rechtstreeks worden afgevoerd naar een stortplaats. Er is in het Vlaams Gewest één installatie voor de cementering van asbesthoudend afval, meer bepaald van de firma Rematt in Mol. Het gecementeerde afval gaat daarna naar de stortplaats van Indaver in Antwerpen. In de praktijk blijkt de verwerkingscapaciteit voldoende om alle asbesthoudend afval op te vangen.
Hierbij kan wel melding worden gemaakt van een alternatieve verwerkingsmethode in Frankrijk - van een firma nabij Bordeaux - waar het asbestafval wordt verglaasd. Momenteel is het evenwel afval dat vooral vanuit het Brussels Gewest via Mol naar Frankrijk gaat, dat op die manier behandeld wordt. De hoge energiekosten van het verwerkingsproces en de grote transportafstand maken deze alternatieve verwerking immers dubbel zo duur als cementering en storten, wat op zichzelf ook al een dure verwerkingsmethode is. Hoe dan ook, het is een alternatieve methode, die we zeker niet uit het oog mogen verliezen.
Ten slotte kan nog worden vermeld dat momenteel door de VITO in opdracht van de OVAM een studie wordt uitgevoerd waarbij de criteria zijn onderzocht om asbesthoudend afval verder te kwalificeren, meer bepaald met betrekking tot de kwalificatie 'vrije vezels'. Of particulieren al dan niet afdoende beschermd worden tegen asbest in openbare gebouwen waarin werknemers tewerkgesteld zijn, hangt af van de aanwezigheid van de verplichte asbestinventaris en de kwaliteit van het beheersplan en de uitvoering ervan. Dit is echter een federale materie. Ter bescherming van particulieren in privé-woningen wordt in het kader van de beleidsnota een sensibiliseringscampagne overwogen. Daarin kunnen worden opgenomen : illustraties van asbesttoepassingen die kunnen voorkomen in en rondom een woning, een beschrijving van het onderscheid tussen gevaarlijke en minder gevaarlijke toepassingen, een beschrijving van veilige verwijderingsmethoden en de plaatsen waar het afval gedeponeerd kan worden, en het aangeven dat men voor gevaarlijke toepassingen best een gespecialiseerde firma contacteert.
Een attestering 'asbestvrije woning' zoals in Nederland vereist is, alvorens tot de sloop van een woning kan worden overgegaan, zou een vergaande maatregel zijn. Dit komt immers neer op een asbestinventaris voor alle te slopen woningen, die moet worden opgesteld door een gespecialiseerd bedrijf. In Nederland blijkt dit systeem niet zo vlot te lopen : ten eerste omdat er een enorme hoeveelheid aan mensen en middelen ingezet dient te worden en ten tweede omdat de handhaving niet sluitend is. Vooraleer een dergelijk systeem in Vlaanderen ingevoerd wordt, dienen we de haalbaarheid na te gaan. Misschien moeten we inderdaad ook een differentiatie inbouwen. Hoe dan ook, deze suggestie zal meegenomen worden in het doelgroepenoverleg en in de komende beslissing over de beleidsnota Asbest.
Binnenkort start de evaluatie van het sectoraal uitvoeringsplan Bouw- en Sloopafval. Ook binnen die procedure zullen we overwegen of de invoering van een voorafgaande inventarisatie van te slopen gebouwen op de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen zoals asbest aangewezen is. Dit kan zeer nuttig zijn, want hierdoor kunnen immers ook de kwaliteit en de afzetmogelijkheden van sloopafval verbeteren.
Enkel cementgebonden asbestplaten mogen aanvaard worden op het containerpark. Die platen worden namelijk beschouwd als bouw- en sloopafval. Ze mogen evenwel niet bij het recupereerbare bouw- en sloopafval gevoegd worden. Deze platen moeten te allen tijde apart gehouden worden omdat ze niet mee gerecupereerd mogen worden. De cementgebonden asbestplaten moeten afgevoerd worden naar een klasse 3-stortplaats.
Niet-cementgebonden asbestvezels of producten die asbestvezels bevatten, mogen in geen geval aanvaard worden op een containerpark, maar dienen steeds door een erkende verwijderaar ter plaatse opgehaald en verwerkt te worden. In Vlaanderen zijn er momenteel twee bedrijven die over een milieuvergunning beschikken voor het behandelen van asbestafval. Na behandeling van het asbestafval bij deze bedrijven wordt het afgevoerd naar een klasse 1-stortplaats voor gevaarlijke afvalstoffen. Zoals hoger vermeld, is er ook nog het systeem van verglazing, maar dat is misschien iets wat we op langere termijn moeten bekijken. Op het cementgebonden asbest mag in geen enkel geval ter plaatse een bewerking worden uitgevoerd. Dat staat zo in de Vlarem-reglementering.
Inzake de bescherming van de werknemers op containerparken kunnen we er van uitgaan dat zij normaal gezien een opleiding hebben gekregen waardoor ze zich voldoende bewust moeten zijn van alle gevaarlijke producten waarmee zij in contact komen. Bovendien dient er, zoals bij alle professionele bedrijvigheden, een bedrijfsgezondheidskundig- en veiligheidstoezicht te zijn. Ik wil daarover bij OVAM nog eens navraag doen.
Meer informatie over asbest en asbestafval is te vinden op de website van OVAM, waar zich een document van 28 april 2000 bevindt dat de hele problematiek van verwijdering en verwerking, evenals de mogelijke voorzorgen bij de behandeling ervan, beschrijft. In het overleg tussen gewesten en gemeenten zal worden bekeken hoe gemeenten het best kunnen worden geïnformeerd over hoe om te gaan met asbestafval.
De hoeveelheid asbestkoord, remblokjes, strijkplankjes, vlamverdelers, ovenwanten, enzovoort, die als afvalstoffen ontstaan bij particulieren, is zeer klein in Vlaanderen. Dit is waarschijnlijk te wijten aan het feit dat particulieren deze producten niet herkennen. Wanneer ze zich van deze voorwerpen ontdoen, zullen zij ze hoogstwaarschijnlijk meegeven met het huisvuil. Indien ze niet werden verwijderd uit de toestellen waarin ze zijn verwerkt, bijvoorbeeld kachels en dergelijke, dan zullen ze ook in andere huishoudelijke afvalstromen terug te vinden zijn. Dit is een gevolg van het feit dat er geen apart inzamelkanaal voor dit soort afvalstof bestaat ten behoeve van de privé-huishoudens.
Deze afvalstoffen worden hoogstwaarschijnlijk ook niet aangeboden als Klein Gevaarlijk Afval. De mensen leggen die link niet. Trouwens, in de lijst van de KGA-afvalstoffen van het VLAREA worden ze niet expliciet vermeld. Wanneer ze toch als KGA worden aangeboden, zullen ze worden verzameld onder de noemer "KGA van gemengde samenstelling" samen met nog andere niet-identificeerbare en potentieel gevaarlijke afvalstoffen. Momenteel beschikt OVAM niet over concrete informatie met betrekking tot de aanwezigheid van asbesthoudende afvalstoffen in het KGA.
Ook over de aanwezigheid van deze afvalstoffen in het huisvuil of andere huishoudelijke afvalstromen is er momenteel geen concrete informatie beschikbaar. De beleidsnota Asbest zal aangeven hoe deze afvalstromen beter kunnen worden beheerst.
Voor de beleidsnota Asbestbeheersing worden maatregelen overwogen in verband met asbest op wegen. Mogelijkheden zijn voorlichting en sensibilisering van de bevolking. Er komt bijvoorbeeld een brochure die de gevaren en mogelijke saneringswijzen verduidelijkt en een verhoogde responsabilisering van de wegbeheerder - vaak gemeentelijke instanties - onder andere bij asbesthoudend materiaal op openbare wegen.
Bij de subsidieregeling naar het Nederlands model van Twente worden particulieren, bedrijven en instellingen een maatregel toegewezen ter sanering die dan wordt uitgevoerd door de provincie. Daaraan is subsidiëring gekoppeld. Voor een dergelijke subsidieregeling zijn momenteel nog geen budgetten ingeschreven. In het geval de veroorzaker van de verontreiniging bekend is, geldt in elk geval het principe dat de vervuiler betaalt.
Er is momenteel geen initiatief tot inventarisatie van asbestwegen en andere kleinere blackpoints. De gevallen die gemeld worden, zijn schaars. Hierbij is er niet zozeer sprake van een bodemsaneringsprobleem, maar eerder van een probleem inzake het onoordeelkundig gebruik van afvalstoffen die via opwaaiing een mogelijk gezondheidsrisico kunnen inhouden.
De voorzitter : De heer Malcorps heeft het woord.
De heer Johan Malcorps : Ik ben blij verrast dat er toch cijfers zijn over asbestgerelateerde aandoeningen. Ik had de vraag ook aan minister Aelvoet gesteld. Buiten het Fonds voor Beroepsziekten kon ze geen cijfers geven. Het is goed nieuws dat er wel zijn op Vlaamse niveau.
Wat betreft biomonitoring in bepaalde risicogebieden rond vroegere asbestbedrijven : het is uiteraard niet de bedoeling om asbestvezels in de longen te meten. Professor Pluyvers wijst er wel op dat via biomonitoring biologische effecten kunnen worden gemeten. Zo kan men preventief optreden. Dat is in gebieden waar men quasi zeker is dat bepaalde personen zware gezondheidsproblemen hebben door de blootstelling aan asbest, uitermate belangrijk.
Nog een derde opmerking in verband met concentraties van asbest in de lucht die in het verleden werden gemeten. Ik stel een verbetering vast en dat is goed nieuws. De concentratie die de WHO als gevaarlijk voor de volksgezondheid heeft vastgelegd, bedraagt 1000 vezels per kubieke meter. De metingen die aan het begin van de jaren tachtig zijn gebeurd in de omgeving van een asbestbedrijf bedroegen concentraties van 20.000 tot 640.000 vezels per kubieke meter. De latentieperiode is dertig tot veertig jaar. Dat illustreert dat we nog een en ander aan problemen kunnen verwachten. Het probleem mag dan ook niet worden onderschat, ook al is de asbestproductie nu stilgelegd.
Tot slot wil ik het nog even hebben over de asbestwegen. Ik weet niet of het probleem schaars is. In Kapelle-op-den-Bos en Tisselt is asbest op grote schaal gebruikt. Natuurlijk moet de vervuiler betalen. Ik daag OVAM echter uit om Eternit daarvoor te laten opdraaien. In elk geval moet het probleem worden opgelost. Zo niet, blijft dit aanslepen voor de volksgezondheid.
De voorzitter : Het incident is gesloten.
ONDERZOEKSTER VAN VERWILGHEN ERVAART TEGENKANTING BIJ MIGRANTENSTUDIE INTERVIEW. Marion Van San weigert verband te leggen tussen allochtonen en criminaliteit
Edited: 200004070854
07 APRIL 2000 | Nadia Dala
ANTWERPEN/AMSTERDAM -- ,,In België kan ik dit onderzoek niet afwerken. Er zijn te veel tegenkantingen.'' Dat zegt onderzoekster Marion Van San. Ze werkt vanuit Nederland aan de studie over allochtone jeugdcriminaliteit, op vraag van minister van Justitie Marc Verwilghen (VLD). ,,De relatie tussen etniciteit en criminaliteit heeft nooit in mijn onderzoeksvoorstel gestaan'', zegt ze. ,,Sommige lui willen die mythe per se in stand houden.''
Het plan van minister Verwilghen om de relatie tussen allochtone jongeren en jeugdcriminaliteit te laten onderzoeken, werd van bij het begin op veel scepsis onthaald. Behalve academici, sabelden ook de groenen en de Franstalige en Vlaamse socialisten de onderzoeksopdracht neer.

Vooral de premisse ,,allochtonen en criminaliteit'' wekte aanstoot. Verwilghen zette door.

De door hem aangezochte onderzoekster Marion Van San is doctor in de Sociaal-Culturele Wetenschappen aan de universiteit van Amsterdam. Ze wil nu pas openlijk praten over haar opdracht en over de ,,misverstanden''.

Eerder deze week verklaarde een medewerkster van het kabinet van Mieke Vogels (Agalev) dat het onderzoek van Van San niet wil vlotten. ,,Marion Van San wordt overal geweerd'', verkondigde de medewerkster openlijk op een congres over allochtonen in Antwerpen. ,,Zowel universiteiten als onderzoekers weigeren haar te woord te staan.'' Van San reageert.

-- Weigeren mensen op het terrein u te helpen met uw onderzoek?

Van San: ,,Aanvankelijk wel. Ze dachten dat ik de link tussen criminaliteit en allochtonen onderzocht. Ik heb hen uitgelegd dat ze fout geïnformeerd waren. Ik onderzoek allochtone jeugdcriminaliteit, in al zijn aspecten. Nu krijg ik wel medewerking.''

-- U bestudeert allochtone jeugdcriminaliteit, zonder het verband tussen criminaliteit en allochtonen te onderzoeken?

Ik weiger die link te leggen. Toen minister van Justitie Verwilghen me vroeg de allochtone jeugdcriminaliteit te onderzoeken, antwoordde ik dat ik het ruimer wilde aanpakken.

Ik wil de context bestuderen: het onderwijs, de tewerkstelling, de misverstanden tussen buurtbewoners en de houding van de politie. Ik wil het hele plaatje bestuderen. Ik concentreer me vooral op Antwerpen en Brussel. Verwilghen ging akkoord.

-- Begrijpt u waarom uw onderzoek gecontesteerd wordt?

Neen. Sommige lui willen de mythe in stand houden dat het verband tussen criminaliteit en allochtonen wordt onderzocht. Waarom ze dat doen, weet ik niet. Al wat ik u kan zeggen, is: het is fout.

-- Werkt u daarom vanuit Nederland?

Ik woon in Nederland. Indien ik naar België zou verhuizen en in België aan dit onderzoek zou werken, kwam ik nooit tot resultaten. Ik word er te veel gehinderd door al die verdachtmakingen. In België zijn er veel taboes met betrekking tot allochtonen. In Nederland is dat anders.

Nederlanders praten openlijk over maatschappelijke problemen met allochtonen. In de Tweede Kamer loopt momenteel een debat over het multiculturele drama. Daarmee verwijst men, onder meer, naar de schoolachterstand van allochtone kinderen.

Nederlanders willen dat begrijpen en er iets aan doen.

-- Zijn er nog andere zaken die u boos maken?

In Nederland heb ik ooit een studie gemaakt over delinquent gedrag bij jongeren uit Curaçao. In België wordt gezegd dat ik in die studie sommige criminele gedragingen aan de Curaçaose cultuur toeschreef.

Dat is onjuist. Ik word er ook van beschuldigd voor de VLD te werken. In België kan men zich blijkbaar niet voorstellen dat een onafhankelijk, wetenschappelijk onderzoek mogelijk is, los van de politieke partijen.

-- Wanneer verschijnen de resultaten van uw onderzoek?

Ten vroegste in januari 2001.
TESSENS Lucas
Kijk- en luistergeld CIPAL - Adres- en telefoonlijstje
Edited: 199711300908

CIPAL, Cipalstraat 1, 2440 GEEL
algemeen faxnummer: 014-58.35.00
• Jos FRANKEN (JF)
Tel: 014-576.553 (RL)
GSM: 075-23.79.20
pr. Hoogstraat 20 2400 - Mol • Marcel GEYPEN (MGe)
Tel: 014-563.616

• Bob TIMMERMAN (BT)
Tel: 014-576.473
Privé: 03-542.50.45 • Mia WIELOCKX (MW)
Informatica-opleiding
Tel: 014-576.341

• Willy MOERMANS (WM)
Tel: 014-576.494


• Paul VANDENBROEK (PV¬DB)
Tel: 014-576.247
Pr: Kan. Pee¬tersstraat 132
2600 - Ber¬chem
Tel/fax: 03-230.03.59
• Viviane CNAEPKENS (VC)
Tel: 014-576.552
• François VANDEURZEN (FVD)
Matching RR/DIV/cable
Tel: 014-563.629
• Els HELSEN (web-site)
Tel: 014-576.272 (Marconi) • Patrick ROTEN (PR)
Tel: 014-576.554

KLG-Aalst, Bauwensplaats 13, 9300 AALST (open: 9-16 uur)
• Eddy DEBAETS (ED), District Manager • Jos FRANKEN (JF)
Tel: 053-77.28.40 (RL) Tel: 053-72.25.05 (RL)
GSM: 075-64.74.03 Fax: 053-70.02.84
Fax: 053-70.02.84 • Herman PEVENAGE
• Privé: 053-77.24.00 Tel: 053-72.25.01 (RL)
Binnenstraat 230, 9300 Aalst

Advies & Produktie, Vilvoordelaan 114, 1930 - ZAVENTEM
• Lou MICHIELS, Afgevaardigd Bestuurder
Tel: 02-725.62.72 • Auto: 017-19.98.20 • Fax: 02-725.01.30
• Thomas PAUWELS, Bestuurder/Art Director
Tel: 02-725.62.72 • GSM: 075-42.04.61 • Fax: 02-725.01.30

MERS, P. de Coninckstraat 26, 2600 - ANTWERPEN
• Lucas TESSENS, Bestuurder/Research Director
Tel: 03-218.51.13 • GSM: 075-20.95.00 • Fax: 03-218.72.88

KLG-Brussel, Solvayplein 4, 1210 BRUSSEL
• Frans Van Snick, Director Radio & TV Taxes
• Ingrid Hallaert, Secretaresse
Tel: 02-207.74.10 • Fax: 02-207.74.09

IS Belgacom, Evere
Jos Vanderstappen • Tel: 02-202.56.15

Toerisme Vlaanderen, Grasmarkt 63, 1000 Brussel
1) Hoteldienst
• Jos Vercruysse, Diensthoofd • Ria Bogaert, Medewerkster
Tel: 02-504.03.14 • Fax: 02-504.03.66
2) Studiedienst
Jan Van Praet • Tel: 02-504.03.50 • Fax: 02-504.03.77
DIV - Dienst Inschrijvingen Voertuigen
• Jacques Gallien • Tel: 02-287.45.86

NIS - Nationaal Instituut voor de Statistiek
• Leuvenseweg 44, 1000 Brussel, Henri Laes, e.a. Statisticus • Tel: 02-548.63.00
• Rubenslei 2, 2018 Antwerpen, Viviane Vertommen • Tel: 03-231.19.20 • Fax: 03-233.28.30

Kabinet WDM, Koolstraat 35, 1000 Brussel
Tel: 02-227.24.11 • Fax: 02-227.24.05
• Hedwig Van der Borght, KC • Dirk De Keuster, Adviseur
• Carl Buyck, Woordvoerder

Vlaamse Gemeenschap, ABAFIM, Boudewijnlaan 30, 1000 Brussel
• Yves Hantson, Directeur, Tel: 02-507.52.82 • GSM: 075-27.86.31 • Fax: 02-507.55.42
• ontvangsten VG: H. Pierreux, Adjunct v/d Dir., Tel: 02-507.54.59, Fax: 02-507.54.61

Drukkerij Joos NV, Everdongenlaan 14, 2300 - Turnhout
Tel: 014-44.21.21 • Fax: 014-44.21.29

Web-site: http://www.cipal.be/kijkenluistergeld

SITEL, Woluwelaan 158, 1831 - Diegem
• Kathleen Blomme Tel: 02-713.95.11 Fax: 02-713.95.06
• Anne-Marie V.d. Bosch Tel: 02-713.95.11 Fax: 02-713.95.06 GSM: 075-46.37.94
• Philippe Weyers Tel: 02-713.95.11 Fax: 713.95.00
• Bob Winderix, Floor manager

Dienst Omroepbijdragen, Mr R.M. Peters, Directeur
Kanonstraat 4, NL - 2514 - AR - 's-GRAVENHAGE - Nederland
Tel: 00-31-70.361.97.80 • Fax: 00-31-70.361.97.90
Yvonne Bliekendaal (mee getelefoneerd op 19971106)

laatste aanpassing: 19971130
LT
Evaluatie van de KLG-anti-ontduikingscampagne
Edited: 199710120901
Evaluatie van de KLG-anti-ontduikingscampagne
via 0900/10.203
Resultaten 19971002 - 19971010


1. Basisgegevens

Op 10 oktober ontvingen wij via e-mail van SITEL de resultaten over de periode 2 oktober - 10 oktober 1997 (diskette RAPP1010.xls, Excel 4.O).
Er moet door SITEL nog nauwkeuriger worden opgegeven voor welke periode (van welk uur tot welk uur) de rapportering geldig is.

Dit bestand bevatte per gemeente (op NIS-code) volgende elementen:
• aantal calls
• totale duur van de gesprekken in seconden
• aantal aangegeven autoradio's
• aantal aangegeven zwart-wit-TV's
• aantal kleuren-TV's
• aantal aangevraagde folders in de nederlandse taal
• aantal aangevraagde folders in de franse taal
Het door Sitel aangeleverde bestand beantwoordt daarmee aan de opdracht tot statistische rapportering zoals door MERS opgedragen bij fax van 199710¬02. Eén gegeven werd niet verstrekt: het aantal doorver¬wijzigingen naar back end nummer Aalst. Dit gegeven is echter van secundair belang.



2. Correctie

Het MERS stelde vast dat in het bestand een dubbeltelling voorkomt van 132 calls, met name deze afkomstig uit het Brussels gewest (19 ge¬meenten). SITEL heeft blijkbaar alle calls uit deze 19 gemeenten samen¬gebracht onder Brussel (NIS-code 21004) maar dezelfde calls ook nog eens onder Bruxelles (eveneens NIS-code 21004) vermeld.
Het MERS heeft de cijfers voor deze 132 calls geëlimineerd.


3. Resultaten na correctie

In de beschouwde periode werden 4.249 calls ontvangen. De totale ge¬spreks-duur bedroeg 637.350 seconden of 10.622 minuten of 177 uur.
Een gemiddelde call nam aldus 2,50 minuut in beslag.
Zoals te verwachten was kwam het gros van de calls vanuit het Vlaams gewest: 4.106 calls. Uit Brussel kwamen er 132 en uit het Waals gewest 11.

3.1. Aangegeven autoradio's (toestellen)
In totaal werden er 2.139 autoradio's geregistreerd.
• Vlaams gewest: 2.094
• Brussels gewest: 39
• Waals gewest: 6

3.2. Aangegeven kleurentelevisies (houders)
In totaal deden 2.313 personen (huishoudens) aangifte van één of meer kleuren-TV's.

• Vlaams gewest: 2.225
• Brussels gewest: 84
• Waals gewest: 4

Uit de nominatieve CIPAL-matching zal moeten blijken welke en hoeveel van de 88 aangiften, afkomstig uit het Waalse en het Brusselse gewest, slaan op tweede verblijven (thuishorend in het Vlaamse KLG-bestand) dan wel of er een overdracht van gegevens naar de andere gewesten dient te geschieden. Ook de voorwaarden van de overdracht dienen dan nog te worden bekeken.

3.3. Aangegeven zwart-wit-televisies (houders)
In totaal deden toch nog 21 personen (huishoudens) aangifte van een zwart-wit-televisietoestel.

• Vlaams gewest: 19
• Brussels gewest: 2



4. Folders

In totaal werden er 487 folders verdeeld (485 NL, 2 FR).
Hiermee is 1,6 % van de 30.000 bij SITEL gestockeerde folders ver¬deeld.




5. Opbrengsten (bruto)

Overeenkomstig de beslissing van het Kabinet zullen alle aangiften aangere¬kend worden vanaf 1 oktober 1997. In de praktijk wil dit zeggen dat er voor autoradio, z/w-TV en kleuren-TV resp. 1.068 BEF, 5.136 BEF en 7.368 BEF zal worden aangerekend (geldende taksbedragen 1997).
De totale bruto-opbrengst voor de beschouwde periode bedraagt aldus 19.434.492 BEF.

gewest
AR z/w TV kl TV Totaal
VL 2.236.392 97.584 16.393¬.800 18.727¬.776
BR 41.652 10.272 618.912 670.836
WAL 6.408 0 29.472 35.880
totaal 2.284.452 107¬.856 17.042¬.184 19.434¬.492

Opgelet! De bovenstaande berekening is voorlopig en bruto. Inderdaad, de netto-opbrengst kan slechts berekend worden na de nominatieve matching door CIPAL: eliminatie van nep-aangiften, grappenmakers, dubbele aangiften, niet-traceerbare aangiften wegen foutieve input door TO, enz...


Incidentie op begrotingsjaar 1997

Aangezien de aangiften alle vanaf 1 oktober 1997 aangerekend worden zullen de uiteindelijke netto-bedragen slechts voor 3/12de aan het begro¬tingsjaar 1997 mogen worden toegewezen. Het saldo (9/12de) is over te dragen op het begrotingsjaar 1998 (overlopende rekening).

6. Outbound calls & audiotex

Tijdens de betrokken periode (19971002 - 19971010) zijn er piek¬momenten geweest die niet direct en live door het dedicated KLG-team van SITEL konden worden opgevangen.
Van een deel van deze calls werd enkel het telefoonnummer door een non-dedicated TO genoteerd en werd er daarna (tijdens daluren) in outbound call gewerkt.
Van deze activiteit kregen wij tot op heden nog geen rapportering.

Ook van de inzet van de audiotex-formule (nalaten van telefoonnummer door opbeller via intoetsen) tijdens 'outlogged periods' (bvb. 's nachts) werd nog geen rapportering ontvangen. Het is overi¬gens niet duidelijk of deze techniek wel effectief werd ingezet. Het is ons bekend dat er hierrond technische problemen gerezen zijn en dat men minstens tijdens één nacht een formule heeft gehanteerd waarbij één TO een gecom¬bineerde Proximus/KLG-opdracht kreeg.

Wij herinneren eraan dat een outboundgesprek à 125 BEF/call zal gefac¬tureerd worden door SITEL.


7. Andere respons-kanalen (feedback)

Andere gebruikte respons-kanalen buiten het 0900-nummer zijn:
• back end nummers Aalst (production teams)
• loket Aalst
• Kabinet van de Minister
• inzendingen aangifteformulier (folder)

Vooral het eerste en het laatste respons-kanaal kan nog voor een serieuze upgrading van het effect zorgen. De inzendingen van aangif¬teformulieren ex folder zullen echter met vertraging zichtbaar en kwan¬tificeerbaar worden. Het folder-effect is van een informatiever aard en daardoor diepgaander en moet op langere termijn beschouwd worden.

8. Retributie op telecom-kost


Over de periode werden voor 10.622 minuten inbound gesprekken genoteerd.
Dit zou betekenen dat Belgacom hierop een maximale omzet scoorde van 192.789 BEF (6,05 BEF x 3 x 10.622). De helft wordt geristorneerd aan CIPAL, zijnde 96.695 BEF.
De berekening is theoretisch want mede afhankelijk van het tijdstip van de call (zwart tarief van 18u30 tot 08u00 + weekends en wettelijke feestdagen = 6,05 BEF/40 sec.).


9. Verslaggeving pers & TV

Op basis van dit rapport kan gedacht worden aan een kort en factueel persbericht met distributie via het agentschap Belga.

Overigens mag gezegd worden dat de Vlaamse dagbladen zeer veel interesse betonen voor de campagne, ook nog een week na de perscon¬ferentie. Deze weerklank in de pers versterkt ongetwijfeld het effect van de campagne.

Ook de regionale TV-zenders hebben er aandacht aan. Zo ging Focus Tele¬visie uitgebreid (street interviews, vertoning kleurenkaart provincie West-Vlaanderen) in op de problematiek van de zware ontduiking in tweede verblijven aan de Kust. Via het uitwisselingsprogramma tussen de regionale TV-stations kwam dit Focus-thema ook in andere provincies aan de orde (met name op zondag via ATV in de provincie Antwerpen). De 'carroussel'-bericht¬geving verhoogt de visibi¬liteit en dus de con¬tactkans en bijgevolg de respons-rate.


10. Tweemaal een gemeentelijke TOP-20

In de bijlagen bij dit rapport geven wij de 20 gemeenten die het hoogst aantal aangiften opleverde, éénmaal voor autoradio, éénmaal voor kleurentelevisie.
Het is o.i. nog iets te vroeg (niet-representatief) om per gemeente relatieve scores te berekenen (aangiften gerelateerd aan de gemeten ontduiking).




Lucas TESSENS
Bestuurder/Research Director
19971012
LT
PC's in basisscholen
Edited: 199707160914
*FAXBERICHT • FAX MESSAGE

To: Kabinet van de Vlaamse Minister van Onderwijs, ter attentie van dhr Marc Wouters, Secundair Onderwijs & Informatica-projecten, Mar¬telaarsplein 7, 1000 - Brussel
From: Lucas TESSENS, Bestuurder/Research Director MERS
Date: 19970716
Ref: PC's in basisscholen
Pages (this one included): 1+2+3
Tel: 02-227.21.26 (RL)
Fax: 02-227.27.05



Geachte Heer Wouters,


Aansluitend bij ons telefoongesprek doe ik u hierbij de 10 "bouw¬stenen" geworden die wij aan de evaluatie van de Minister-President voorleg¬den in ons schrijven van 19970715.

Het voornemen van de Vlaamse regering om een substantiële investering te realiseren in het basisonderwijs juich ik toe. Dit ligt in het verlengde van hetgeen het "Studiesyndicaat Nieuwe Diensten via Kabel" (GIMV/¬Vlaamse Gemeenschap) in 1994 voorstelde (het MERS schreef de draft-opdracht voor dit studiesyndicaat en maakte deel uit van de werkgroep) en wat leidde tot Telenet. Het komt er immers op aan de jongeren van de vaardigheden en de middelen te voorzien om een maximaal nut uit de informatiesnelwegen te putten. In een economie die tendeert naar "gewichtloosheid" (des¬industrialisering) is dit voor het vrijwaren van de werkgelegenheid van cruciaal belang.

Tevens zend ik u een nota die de activiteiten van het MERS belicht.

Het MERS wil via de voorgestelde "task force" (punt 1) of op een andere manier een bijdrage leveren aan dit toekomst¬gerichte project.

Met hoogachting,




Lucas TESSENS
Bestuurder/Research Director

(uittreksel uit ons schrijven van 19970715 aan de Minister-President)

Ziehier 10 BOUWSTENEN die wij voor een efficiënte aanpak zien:

1

Installatie van een task force (max. 8 mensen) ter begeleiding van het gehele project. Voorzien van secretariaats-ondersteuning en een budget voor deze task force. Overleg met uw collega L. Van den Bossche.

2

Contacten met leveranciers van hardware teneinde maximale sponsoring te voorzien voor nieuwe pc's; gebruik maken van gerecycleerde pc's en betere organisatie van het recyclage-proces; vastlegging van de mini¬mum-basiscon-figuratie van de te gebruiken pc's (CPU 80386DX).

3

Keuze van de software: o.i. heeft Microsoft een zodanige voorsprong ge¬nomen dat men moet kiezen voor de programma's 'Word' voor het nieuwe lezen/schrijven en 'Excel' voor het nieuwe rekenen, alles in Windows-om¬geving; Vlaanderen zou een mega-licentie voor het basison¬derwijs moeten bedingen.

4

Onmiddellijke start van een korte (minder dan 20 uur) en practisch gerichte lerarenop¬leiding voor pc: het zou o.i. een vergissing zijn te denken in de richting van een specifieke pc-leraar; de 'pc-vaardigheid' wordt best geïnte¬greerd in de lessen Nederlands en rekenen omdat dan de link kan gelegd worden met de klas¬sieke lees-, schrijf- en reken¬methodes.

5

Onmiddelijke start van een middelgroot project in een 200-tal basis¬scholen (zo'n 5.000 pc's), provinciaal gespreid; vastlegging van een gefaseerd plan voor een totaal-dekking van het basisonder¬wijs tegen 2002.


6

Avondgebruik van de pc-klassen voor bijscholing, al dan niet betalend (criteria uitwerken).

7

Gefaseerde inkoppeling van 'Telenet' in de scholen en toelevering van Internet over Telenet; afsluiten van een mega-contract.


8

Installatie of renovatie van de interne kablering in scholen waardoor het project gebruik kan maken van servers; inzet van de know how van de kabelmaatschappijen (bijna alle intercommunales); afsluiten van een mega-contract voor toelevering van kabels (coax/fiber).


9

Jaarlijkse grondige evaluatie en bijsturing van het project tijdens een open studiedag mét publicatie van de resultaten en verspreiding via de media.


10

Instellen van een prijs voor de school met de beste pc-basisopleiding (ince¬n-tive op het project).
LT
PC-project in basisscholen
Edited: 199707150916
*Enkele namen i.v.m. PC-project in basisscholen
█ ARGO
• Mevr. Martine De Vos, Hoofd afdeling informatieverwerking, tel: 02-505.¬19.31, fax: 02-505.19.30, e-mail: mdevos@argo.be, Belliardstraat 12, 1040 - Brussel. Afspraak 19970820 om 10.30 uur. Wil meewerken om de zaak op gang te trekken. De Vos heeft wel bevoegdheid voor informatica maar is op pedagogisch vlak niet bevoegd. Pedago¬gische bevoegdheid ligt provinciaal versnipperd. Volgens MDV moeten de leerkrachten toch wel een incentive krijgen, bvb. een notebook-pc voor thuisgebruik.
• Dhr Jan Seynaeve & Freddy De Grendel, informatica voor basisonderwijs, tel: 02-234.59.53
• Mevr. Chantal De Meuter, Perschef/PR, tel: 02-505.17.27
• Documentatiedienst (Frank Bombeke, Hendrik Van Eeghem), tel: 02-505.18.14, fax: 02-505.17.73. Frank Bombeke is goede doorverwijspersoon.
• Site: http://www.argo.be
█ Katholiek Onderwijs (VSKO). Binnen het VSKO bestaat het Vlaams Verbond van het Katholiek Basisonderwijs (VVKBaO).
Aan Guido Van Horebeek en Dirk Rooman zullen wij vragen ons in contact te brengen met de juiste persoon voor het basisonderwijs. Wellicht is ook in het KO een splitsing gemaakt informatica/pedagogisch luik en is er bovendien decentralisatie naar het niveau van de bisdommen.
█ Departement Onderwijs, Centrum voor Documentatie & Informatie, Koningstraat 71, 1000 Brussel, tel: 02-219.18.00, fax: 02-219.77.73, Freddy Deprez (assistente = Sandra)
█ Kab. LVDBrande, Luc Vanfleteren, Wetenschapsbeleid & Technologie, Mar¬telaarsplein 19, 1000 - Brussel, tel. 02-227.29.11, fax: 02-227.29.05. Telefoon¬gesprek 19970715: voor kabinet is vastgelegd krijgen van substantieel bedrag in begroting 1998 prioritair; voor de toelevering van Internet aan de scholen worden geen specifieke maatregelen genomen om Telenet voorrang te geven, de markt moet kunnen spelen; LV zal zijn budgetberekeningen doorfaxen; naar het onderwijs toe is er tot nog toe weinig gedaan en men wenst er nog niet zoveel ruchtbaarheid aan te geven; het klopt dat Medialab in academische milieus blijft rondcirkelen en dat Medialab weinig visibel is voor de gewone burger.
█ Kab. LVDBossche, René Bauwens, Adviseur Basis- en Buitengewoon onderwijs, Mar¬telaarsplein 7, 1000 - Brussel, tel. 02-227.27.11, fax: 02-227.27.05. Telefoongesprek 19970716 met Marc Wouters: Wetenschapsbeleid zal ook budgetbijdrage leveren; nota aan Minister kan binnen enkele weken ten vertrouwelijken titel aan ons worden doorgezonden; 10 bouwstenen per fax doorgezonden naar Wouters.
Pro memorie
5.000 PC's x 40.000 = 200 miljoen BEF (Vanfleteren zou 50.000 BEF/pc budgetteren)
Vragen:
• Quid met opvolging PC-gebruik na basisonderwijs??? Indien geen opvolging dan ebt effect van PC-opleiding vlug weg.
• Cijfers aangaande PC-gebruik en PC-bezit in basisonderwijs en secundair.
• Cijfers leraars Nederlands en wiskunde? Is dat gelijk aan aantal zesde leerjaren?
• Cijfers 12-jarigen > bevolkingsstatistieken + prognoses Planbureau. Van 67.679 kinderen in 1997 naar 73.618 in 2005.
• Recentste VRIND (1996) te consulteren.
• Invloed Georges Monard aan te wenden?
TESSENS Lucas
Nota aan de Minister-President
Edited: 199707150915
De heer Luc Van den Brande
Minister-President
Martelaarsplein 19
1000 - BRUSSEL


Antwerpen, 15 juli 1997


Betreft: "Het ogenblik is aangebroken om 'Vlaanderen-Europa 2002' te herijken. Daarbij moeten we nieuwe inhoudelijke klem¬tonen leggen. Het volstaat niet langer dat onze kinderen goed kunnen rekenen en schrijven. Zij zullen ook meertalig moeten zijn, maar ze zullen ook moeten kunnen rijden op de informatiesnelweg. We zullen een belangrijke extra inspan¬ning doen om in een meer¬jarenprogramma er voor te zorgen dat alle leerlingen van het zesde leerjaar evengoed kunnen omgaan met een pc als met een boek." (uit uw officiële 11 juli-redevoering)




Geachte Heer Minister-President,




Bovenstaande passage uit uw 11 juli-redevoering heeft onze speciale aan¬dacht getrokken. Proficiat! Zeer terecht plaatst u lezen, rekenen en pc-vaardigheid op één lijn. Een nieuwe vorm van analfabetisme ("digi¬betisme") steekt de kop op. Enkel een practische opleiding die gebruik maakt van training en routine zal kunnen verhinderen dat deze kwaal onze jongeren aantast.

In 1994 hebben wij uw kabinet en daarna de GIMV geadviseerd aan¬gaande de te nemen stappen inzake de kabel (interconnectie van de verzor¬gingsgebieden en creëren van de terugweg). Dit leidde tot Telenet.
Toen hebben wij binnen het "Studiesyndicaat Nieuwe Diensten over de Kabel", waarvan wij in januari 1994 overigens de draft-opdracht schre¬ven, een lans gebroken voor een maatschappelijke en culturele benade¬ring van de infor-matiesnelwegen.


Aansluitend bij Telenet werd 'Medialab' opgestart. Ook hierover dienden wij het Kabinet van advies. Wij kunnen ons echter niet van de indruk ontdoen dat 'Media¬lab' al te theoretische blijft, cirkelend binnen de universitaire milieus.
Het is van essentieel belang:
• de risico's van een gebrek aan pc-vaardigheid onder ogen te zien;
• pragmatische oplossingen aan te reiken;
• de oplossingen te coördineren.
Die oplossingen liggen zeer zeker in de onderwijssfeer.

Niemand twijfelt aan de noodzaak om onze kinderen te leren lezen, schrijven en rekenen. Maar zij die er nog aan twijfelen dat ook het kunnen werken met een pc een basisvaardigheid is, worden best wan¬delen gestuurd.

In deze materie moet men snel en doortastend tewerk gaan. Zo moeten we de kinderen niet gaan vervelen door uit te leggen welke de com¬ponenten van een pc zijn of hoe een pc werkt. Je leert ook geen wagen besturen via weten¬schap over de ontploffingsmotor of de functie van een versnellingsbak.

Ziehier 10 BOUWSTENEN die wij voor een efficiënte aanpak zien:

1

Installatie van een task force (max. 8 mensen) ter begeleiding van het gehele project. Voorzien van secretariaats-ondersteuning en een budget voor deze task force. Overleg met uw collega L. Van den Bossche.

2

Contacten met leveranciers van hardware teneinde maximale sponsoring te voorzien voor nieuwe pc's; gebruik maken van gerecycleerde pc's en betere organisatie van het recyclage-proces; vastlegging van de mini¬mum-basiscon-figuratie van de te gebruiken pc's (CPU 80386DX).

3

Keuze van de software: o.i. heeft Microsoft een zodanige voorsprong ge¬nomen dat men moet kiezen voor de programma's 'Word' voor het nieuwe lezen/schrijven en 'Excel' voor het nieuwe rekenen, alles in Windows-om¬geving; Vlaanderen zou een mega-licentie voor het basison¬derwijs moeten bedingen.

4

Onmiddellijke start van een korte (minder dan 20 uur) en practisch gerichte lerarenop¬leiding voor pc: het zou o.i. een vergissing zijn te denken in de richting van een specifieke pc-leraar; de 'pc-vaardigheid' wordt best geïnte¬greerd in de lessen Nederlands en rekenen omdat dan de link kan gelegd worden met de klas¬sieke lees-, schrijf- en reken¬methodes.

5

Onmiddelijke start van een middelgroot project in een 200-tal basis¬scholen (zo'n 5.000 pc's), provinciaal gespreid; vastlegging van een gefaseerd plan voor een totaal-dekking van het basisonder¬wijs tegen 2002.


6

Avondgebruik van de pc-klassen voor bijscholing, al dan niet betalend (criteria uitwerken).

7

Gefaseerde inkoppeling van 'Telenet' in de scholen en toelevering van Internet over Telenet; afsluiten van een mega-contract.


8

Installatie of renovatie van de interne kablering in scholen waardoor het project gebruik kan maken van servers; inzet van de know how van de kabelmaatschappijen (bijna alle intercommunales); afsluiten van een mega-contract voor toelevering van kabels (coax/fiber).


9

Jaarlijkse grondige evaluatie en bijsturing van het project tijdens een open studiedag mét publicatie van de resultaten en verspreiding via de media.


10

Instellen van een prijs voor de school met de beste pc-basisopleiding (incen-tive op het project).




Geachte Heer Minister-President, begin 1994 schreven wij zoals gezegd de draft-opdracht voor het "Studiesyndicaat". Vandaag bieden wij onze diensten aan onder de vorm van een nieuw project ("PC? Kinderspel").

Eerstdaags zal ik met Mevrouw Yvette Delameilleure contact opnemen teneinde met u een gesprek te kunnen vastleggen.


Met bijzondere Hoogachting,






Lucas TESSENS
Bestuurder/Research Director
TESSENS Lucas
Beknopte historiek van De Persgroep (tot 1995) - Uittreksel uit 'De Vlaamse Media. Een sector in de stroomversnelling'
Edited: 199511001461
Beknopte historiek :

Op 7.6.1888 wordt te Brussel het dagblad Het Laatste Nieuws gesticht ter gelegenheid van de wetgevende verkiezingen van 12.6.1888. Het blad, dat slechts twee pagina's telde, wordt verkocht tegen een prijs van 2 cent ("centenblaadje"). De eerste nummers verschenen onder leiding van een comité onder wie Julius Hoste sr (°Tielt, 25.1.1848 - +Brussel, 28.3.1933). Onmiddellijk na de verkiezingen zet vader Hoste de publikatie van het nieuwe dagblad alleen verder. Daarin polemiseerde hij hevig tegen de klerikalen, de franskiljons en het sociale onrecht. In 1897 wordt het dagblad De Nieu¬we Gazet gesticht. In 1900 richt Julius Hoste te Brussel het dagblad 'Vlaamsche Gazet' op, bedoeld voor de liberale intelligentsia. In 1914 verdwijnt dit dagblad. Tijdens WO I vallen ook de persen van Het Laatste Nieuws stil. Na de eerste wereld¬brand wordt vader Hoste opgevolgd door zijn zoon, Julius Hoste junior. Hoste jr had aan de VUB rechten gestudeerd en deed er zich door zijn welsprekendheid opmerken in de Vlaamsgezinde kringen. Hij gaf de krant een volkser en gematigder karakter en mede daardoor steeg de oplage pijlsnel (van 63.000 in 1919 naar 285.557 in 1939). Julius Hoste jr wordt in 1936, als extra-parlementair, minister van Onderwijs in de regering Van Zeeland; in 1937 treedt hij in de regering Janson; tijdens WO II hij als staatssecretaris in de regering Pierlot te Londen. Na WO II wordt hij liberaal senator tot aan zijn plotse overlijden op 1.2.1954. Slechts dan wordt de NV Uitgeverij Hoste opgericht en dit onder leiding van dhr Albert Maertens. Voordien was Het Laatste Nieuws immers de persoonlijke eigendom van Julius Hoste jr. Op 3.5.1955 komt ook de "Stichting Het Laatste Nieuws" tot stand; die stichting moet - aldus de wens van de overledene - waken over het behoud van de geest en het eigen karakter van het blad. De schoonzoon van Julius Hoste jr., dhr Frans Vink, treedt aan en wordt weldra directeur-generaal van de uitgeverij.

Op 7.11.1957 koopt Uitgeverij Hoste 90 % van de aandelen van De Nieuwe Gazet (Antwerpen), die tot dan toe in handen waren van de Burton Uitgeverij NM (familie Burton), en vertrouwt de leiding van De Nieuwe Gazet toe aan dhr Frans Grootjans.
Op 12.12.1958 wordt Zondag¬nieuws door Uit¬geverij Hoste gelanceerd. Op 1.5.1962 lan¬ceert men het week¬blad Kwik. Op 12.7.1963 versmelt de Burton Uitgeverij De Nieuwe Gazet volledig met de NV Uitgeverij Hoste. Op 7.1.1967 wordt het Franstalig weekblad Sport door Hoste gelanceerd. Op 18.1.1967 verschijnt de nederlandstalige tegenhanger Sport. In 1969 wordt het weekblad Telstar door Het Laatste Nieuws gelanceerd. In 1971 grijpt een fusie plaats tussen twee weekbladen van de Hoste-groep: Telstar wordt opgeslorpt door Zondagnieuws. In 1976, na het faillissement van de Standaard-groep, kan de groep Maertens-Van Thillo-Brébart, een aantal weekbladtitels kopen van de curatoren. Hieronder Ons Volk, Chez Nous, Echo de la Mode, e.a. Aanvankelijk had deze groep ook voorstellen gedaan om, parallel aan de redding van de dagbladen van de Standaardgroep door dhr A. Leysen en co, een oplossing te zoeken voor de weekblad-poot, inclusief personeelsovername, 677 man, en koop van de infrastructuur. Voor de weekbladen kon toen echter geen 'waterdicht schot' met het verleden worden gecreëerd wegens panden op titels. In de jaren daarna gaat het niet goed met de Uitgeverij Hoste. Het Laatste Nieuws lijkt een beetje ingedommeld en is duidelijk aan een herpositionering toe tegenover Het Nieuwsblad van de Standaardgroep. Over het boekjaar 1984 lijdt Hoste zelfs plots een recordverlies van 117 miljoen BEF. Ook de weekblad-poot Het Rijk der Vrouw/Femmes d'Aujourd'hui wordt continu geplaagd door hoge verliezen (-164 miljoen in 1983, -347 miljoen in 1984, -17 miljoen in 1985) en genereert bijgevolg geen enkele return voor Hoste. (zie onze balansanalyse van eind oktober 1986 zoals medegedeeld aan de voorzitter van de NFIW)
In de jaren tachtig verzet Uitgeverij Hoste zich heftig tegen elk plan om commerciële tv in Vlaanderen op te starten. Dit niettegenstaande het feit dat binnen de Vlaamse Executieve de liberale coalitiepartner hard aan de kar duwt om het project doorgang te doen vinden. Door toedoen van de familie Van Thillo en op aandringen van niet aflatend protagonist Jan Merckx wordt de uitgeverij toch bij de plannen van de Vlaamse Media Maatschappij betrokken en op 28.11.1987 behoort de groep dan toch tot de medeoprichters van VTM. Ondertussen werd wel op 15.11.1984 het weekblad Dag Allemaal door de NV Sparta op de markt gebracht. Dit weekblad zou gaandeweg, en parallel met VTM, tot een succes zonder voorgaande uitgroeien. In januari 1989 neemt de groep Hoste De Morgen op. Deze overname wordt volbracht onder het mandaat van dhr Rik Duyck, directeur-generaal. Op 17.9.1989 fusioneren Dag Allemaal en Zondag Nieuws inhoudelijk. Op 5.9.1990 gaan de titels Het Rijk der Vrouw en Femmes d'Aujourd'hui over in handen van de Internationale Uitgeversmaatschappij (IUM). Tengevolge hiervan stopt Publicité d'Aujourd'hui vanaf 1.1.1991 met zijn aktiviteiten. Kiosk, behorend tot de groep IP-Havas, neemt de regie van Dag Allemaal en van Joepie in handen (verder verzorgt Kiosk de acquisitie van reklame voor Le Moniteur de l'Automobile/Autogids, Ciné Télé Revue, Téléstar, 7 Extra, Top Santé, Goed Gevoel, Time en Madame Figaro). De keuze van deze regie is strategisch van aard en heeft alles te maken met de druk op de magazine-tarieven vanwege de aankoopcentrales voor publiciteit ('centrales d'achat') die in de jaren tachtig ook in België tot wasdom zijn gekomen. Ook het aanbieden van een nationale dekking - een klassieke vraag van de adverteerders - is een belangrijke drijfveer geweest. In 1990 verkoopt Frans VINK zijn 33%-aandeel in de groep Hoste aan de Van Thillo's. In hetzelfde jaar vervangt de zeer jonge Christian Van Thillo Rik Duyck aan het hoofd van de groep. Op 20.6.1991 wordt de ASAR-drukkerij met 320 werknemers op bekentenis failliet verklaard na een ingewikkelde herstruktureringspoging tussen Aurex, Finimco, Edibel en met hulp van de GIMB (Brussels Gewest). De laatste jaren gaat het goed met de groep en worden er voor Het Laatste Nieuws/De Nieuwe Gazet oplagestijgingen genoteerd (zie bijlage). Op 19.2.1993 wordt het verlieslatende Lotus Reizen - reisagent met 23 kantoren - verkocht was aan United Professionals rond de Antwerpse investeerder Paul Pierre. Hoste bevestigt hiermee de wil om zich uitsluitend op de 'core business' te richten. Medio november 1993 komt hoofdredacteur Karel Anthierens over van Het Volk (zie aldaar).
De vennootschap raakte eind 1993 betrokken bij de alliantie 'Belgian Multimedia' (Hoste, Belgian Media Holding, Concentra, Rossel-Le Soir, telecom-groep US West ) die de uitgave van de 'Gouden Gids' wilde gaan realiseren maar Belgacom besliste zelf als uitgever te gaan optreden. Begin mei 1994 stopt De Persgroep het project "De Week" (weekendkrant genre Sunday Times) in de koelkast. Tijdens het WK-voetbal '94 (juni-juli) verkoopt HLN zijn Limburgse editie aan 20 i.p.v. aan 26 BEF hetgeen bij Het Belang van Limburg uiteraard niet in goede aarde valt. In augustus 1994 verklaart De Persgroep geïnteresseerd te zijn in samenwerkingsverbanden met 'Het Volk'. In september 1994 start HLN in de provincie Oost-Vlaanderen met een grootscheepse promotiecampagne, ondersteund door VTM-spots, waarbij men stafkaarten van de provincie in het dagblad aantreft.

De NV De Nieuwe Morgen, opgericht op 15.1.1987, is de uitgever van het dagblad 'De Morgen', gesticht op 1.12.1978 door NV De Roos, een uitloper van het faillissement van 'Volksgazet' . De vennootschap groeide uit het faillissement van de SV De Morgen die op 30.10.1986 de boeken neerlegde. De SV De Morgen had op 1.6.1981 al de aktiviteiteiten van de NV De Roos overgenomen en werd tot 19.3.1985 op de persen van Het Licht te Gent gedrukt. Op die datum komt het dagblad uit in tabloid-formaat en wordt gedrukt op de persen van Nevada-Nimifi. Tengevolge daarvan moet Het Licht eind 1985 de boeken neerleggen. Het noodlijdende dagblad werd midden januari 1989 door Hoste overgenomen en verschijnt sinds 1.1.1991 op groot formaat aangezien het gedrukt wordt op de persen van Hoste. De onderhandelingen daarover dateren van medio 1988 toen eens temeer gebleken was dat de financiële toestand fel achteruitging. De helft van de titel, in het bezit van de NV Studin werd op 16.1.1989 overgedragen aan de NV De Nieuwe Morgen voor een symbolische frank. De tweede helft van de titel, in het bezit van de CV D.O.P. werd op 19.12.1989 omgezet in kapitaal (inbreng in natura) ten belope van 4 miljoen frank. Op 1.7.1991 werd de editie 'Vooruit' (°1884) opgegeven. Op 4.12.1991 neemt Dhr Paul Goossens ontslag als hoofdredacteur maar blijft editorialist. Dhr Piet Piryns volgt hem op. Eind 1992 ontstonden moeilijkheden tussen de leiding van Hoste en de redactie over het afsluitingsuur van de kopij (dead-line). Sindsdien is er van de NV Drukkerij Het Volk een aanbod gekomen om de krant te gaan drukken. De gesprekken hierrond zijn nooit gefinaliseerd (noteer dat het samenwerkingsverband tussen Hoste en De Morgen liep tot eind 1993). Ondertussen heeft de hoofdredactie ontslag genomen en werd redacteur Walter De Bock aangesteld tot hoofdredacteur a.i. 1993 was niet goed voor De Morgen. De Morgen ging stelselmatig achteruit qua betaalde verspreiding en de merkreklame stagneerde op een te laag peil (zie grafiek in de bijlagen). In 1993 hebben wij dan ook volgende stelling naar voor gebracht : "Naar onze mening zou De Morgen overigens beter af zijn in een WEEKBLADFORMULE. De redactionele aanpak leent zich ook uitstekend om die stap te zetten. De opiniewaaier hangt immers niet - zoals traditionalisten onterecht menen - samen met de periodiciteit van een medium. Reeds in november 1986, ten tijde van het faillissement van De Morgen, hadden wij deze idee gelanceerd. Als overgangsmaatregel zou men de perssteun die De Morgen nu geniet kunnen blijven uitkeren. Bedrijfseconomisch lijkt ons de weekbladformule veel haalbaarder omdat het break-even-point veel lager ligt dan in de dure dagbladformule." Begin 1993 heeft De Morgen aan Andersen Consulting een beleidsadvies gevraagd. Het is onbekend of deze doorlichting veel resultaat heeft opgeleverd.

Tegenover ons bevestigde het management van De Persgroep medio februari 1994 nogmaals dat de verkoopintentie voor De Morgen gehandhaafd blijft. Hoste houdt De Nieuwe Morgen overigens buiten de consolidatiekring omdat "de aandelen uitsluitend gehouden worden met het oog op latere vervreemding" .
Terwijl de andere dagbladen op 1.10.1993 hun prijs voor een los nummer verhoogden bleef De Morgen staan op 30 BEF. Op 12.10.1993 houdt de 'Antwerpse De Morgen' (°1.3.1983) op te bestaan. De overnamegesprekken raakten in het slop.
Voor de eerste drie maanden van 1994 meldt De Morgen een licht gestegen verkoopcijfer (23.783 ex.), voornamelijk te wijten aan een stijging van het aantal abonnementen. Medio september 1994 verklaart dhr Christian Van Thillo dat de verkoop van De Morgen geen prioriteit meer is voor de Persgroep. Terzelfdertijd raakt bekend dat de krant per 1.10.1994 een nieuwe hoofdredacteur krijgt : Humo-journalist Yves Desmet (°1960), die vroeger ook al bij De Morgen werkte als politiek verslaggever .
Sindsdien gaat het qua verkoop beter met De Morgen. In de periode juli 1994 - juni 1995 werden gemiddeld 27.161 ex. verkocht. Het dagblad moet echter een relatief hoge gedrukte oplage (39.455 ex.) in de markt zetten om de verkoop te ondersteu¬nen. Met een verspreidingspercentage dat op 68,8 % ligt scoort De Morgen het laagst van alle Vlaamse dagbladen. Gezien de gestegen papierprijzen is dit een kwalijke zaak. De vastgestelde zwakte kan vele oorzaken hebben maar wijst toch in de richting van een moeilijk verlopende fidelisering van de lezer.


Noot over het faillissement van Volksgazet:
Op 14.7.1978 waren de vennootschappen Excelsior en Ontwikkeling, resp. drukkerij en uitgeverij van het socialistische dagblad 'Volksgazet' (°3.6.1914 - +18.7.1978) in faling verklaard. De rechtbank van koophandel bracht bij vonnis van 27.7.1978 de datum van staking van betaling op 14.1.1978, de klassieke 6 maanden. Een nieuwe vennootschap 'De Roos', opgericht enkele dagen na het faillissement kreeg van de curatoren de toelating om de uitgave verder te zetten tot 15.9.1978. Problemen met de overname van personeel en het niet vrijgeven van de titel leidden echter tot de definitieve stopzetting van de uitgave op 18.7.1978. (uit : X, De teleurgang van Volksgazet, in : De Pers/La Presse, nr 98, Brussel, BVDU/ABEJ, juli 1978, blz. 7). Zie ook : VAN WASSENHOVE, Ph., (De) Volksgazet, (onuitgegeven verhandeling), RITCS, Brussel, 1979, 248 blz. (dit goed gedocumenteerde werk, geschreven kort na het verdwijnen van 'Volksgazet', bevat bovendien een uitgebreid bronnenoverzicht) (ref MERS 19790426).
LT
12 september 1995:Huysmans (Karel -) weg bij IUM
Edited: 199509121475
Karel Huysmans (50) begon in '74 als directie-assistent bij de TUM (Tijdschriften Uitgeversmaatschappij). In '83 werd hij, in opvolging van Nico Moolenaar, directeur-voorzitter van de IUM nadat hij - via veel lobbysessies in Nederland - de financieel directeur, Ghislain Lamiroy, van de shortlist had laten verwijderen. De toen gebruikte taktieken zijn ons bekend.
In de periode 1984-1986 trok Huysmans veel op met Merckx om ideeën en inzichten te sprokkelen die hij dan kon doorsluizen naar VNU. Hij was eerder een volger. Zijn pogingen om een groot aandelenpakket van VTM binnen te rijven, mislukten.
Na het overlijden van Jan Merckx (8/8/1992) was hij even voorzitter van de raad van bestuur van VTM.
Hij was gedurende zes jaar voorzitter van de Nationale Federatie der Informatieweekbladen/Fédération Nationale des Hebdomadaires d'Information (NFIW/FNHI).
Volkskrant
VNU ontslaat Karel Huysmans
Edited: 199509120961


Commentaar Lucas Tessens: de werkelijke reden van het ontslag is naar onze mening de frustraties bij VNU over het ontglippen van de meerderheid binnen VTM en dat ondanks de overname van TV-Ekspres en Humo. In de jaren 80 - en nog voor de oprichting van VTM - had Huysmans al een mislukte poging ondernomen om een groter deel van het aandelenkapitaal op te eisen op basis van CIM-oplage en CIM-lezerscijfers. Ik had toen de reflex om ook 'het aantal in Vlaanderen gedrukte weekbladen' als criterium naar voor te schuiven omdat dat directe werkgelegenheid in de grafische sector betekende. IUM/TUM scoorde op dat criterium zero, want alle drukorders werden in de Nederlandse VNU-drukkerijen geplaatst.
TESSENS Lucas
Perexma: een beknopte historiek
Edited: 199506120961
Beknopte historiek :

De NV Perexma wordt, na een grondige markt¬studie over de haalbaarheid van een televi¬sieblad in Vlaanderen, op 2.5.1969 (BS 17.5¬.1969) opgericht. Het is een joint-ven¬ture van NV De Vlijt en NV De Standaard. Het ka¬pitaal bedraagt 4 MBEF en is verdeeld in 4000 aandelen. Op 6.6.1969 verschijnt het eerste nummer van 'TV-Ekspres' dat ook 'TV-Strip' van de IUM integreert. De gehele re¬dactie¬ploeg van 'Zondagmorgen' was overgeno¬men voor de start van het blad.
Op 25.5.1976 wordt dhr J. Merckx benoemd tot beheerder-directeur. Deze benoeming wordt op 27.8.1976 bevestigd. Tussen die twee data was de Stan¬daard¬groep in faling gegaan en werden tal van ven¬noot¬schappen, behorend tot de groep, meege¬sleurd. Perexma kon de dans ontsprin¬gen voorna-melijk omdat de verweven¬heid met de schuldpositie van de groep onbe¬staande ble¬ek. VNU, dat toen al een bod deed op Per¬exma, greep naast de kans wegens het bestaan van voorkoop¬rechten binnen de Raad van Be¬heer.
In 1977 wordt ZIE, voorma¬lige 'Zon¬d¬ags¬vriend', van De Vlijt ingelijfd bij Per¬exma en wordt de inhoud geleidelijk ge¬lijk¬ge¬schakeld met die van TV-Ekspres. Op 2.5.¬1978 (buitengewone alge¬mene verga-dering) worden volgende aandelen-aantal¬len geteld : dhr Impens (570), dhr Westen (570), dhr Stevens (570), dhr Van Assche (1140), dhr Jan Merckx (570), dhr Antoon Sap (570), Handels¬blad - eveneens behorend tot de oude Stan¬daard¬groep - (9). Tijdens diezelfde ver¬gade¬ring wordt beslist de aan¬delen, tot dan toe op naam, om te zetten in aandelen aan toon¬der. Op 1.6.1981 lanceert Perexma 'TeVe-Blad', een mini-magazine. Dat geschiedt enkel in de provincie Limburg en blokkeert daarmee een gelijkaardig initia¬tief van VNU. Op 6.5.1985 worden op de alge¬mene ver¬gade¬ring volgende aandelen-aan¬tallen geteld : dhr Impens (20), dhr Stevens (20), dhr Westen (102), dhr Vertongen (1), Handelsblad (8), Fi¬nimtrust Luxembourg (80¬0). Op 28.10.¬1987 wordt VTM opgericht en Perexma partici¬peert voor 11,11 %. Voorzit¬ter van de Raad van Bestuur van VTM wordt dhr J. Mer¬ckx.
In 1988 verkoopt dhr Albert De Smae¬le , voorma¬lig directeur-generaal van de Stan¬daard¬groep, zijn belang van 28 % in Perexma aan de Nederlandse holding Alvarior. Wellicht was hij tot dan toe op de achter¬grond gebleven tijdens algemene verga¬derin¬gen en werden zijn stem¬gerechtigde aandelen vertegenwoordigd door dhr Van As¬sche en la¬ter door het Luxemburgse Finimtrust. Volgens onze berekeningen kon dhr De Smaele in de periode 1977-1988 rekenen op dividenduit¬keringen die samen ver boven de 100 miljoen BEF lagen.
Begin 1989 lanceert Het Volk 'TV-Gids', een haast per¬fecte copie van 'TeVe-Blad', aan een pu¬blieks-prijs van 20 BEF. 'TeVe-Blad' (25 BEF) moet daar¬door ook met zijn prijs naar bene¬den. Om heibel met de dagbladhande¬laars te vermijden krijgen die wel de¬zelfde com¬missie (in fran¬ken, niet in percenten) gegaran¬deerd. In 1989 daalt de door AAS (nu MMB) gemeten publici¬teits¬omzet van Per¬exma scherp en dat voor de eerste keer in haar geschie¬denis : van 245 miljoen BEF naar 123 miljoen BEF voor 'TV-Ekspres' en van 71 naar 42 MBEF voor 'TeVe-Blad'; de reden is voorna¬melijk de start van VTM en het - overigens voorspelde - wegzuigingseffect dat daarvan uitgaat. In 1991 wordt dhr W. Hen¬drickx, journalist bij Humo, direc¬teur van de Perex¬ma-redac¬ties; dhr Rob Jans blijft wel hoofdre¬dacteur. In mei 1992 verlaat dhr Hen¬drickx Per¬exma. Op 24.6.1992 wordt aangekon¬digd dat De Vlijt Asmedia, regie voor natio¬nale the¬mare¬kla¬me en waarin Perexma en De Vlijt op pari¬tai¬re basis participeren, ver-laat; de aande¬len Asmedia komen voor 100 % in handen van Per¬exma. Op 8.8.1992 over¬lijdt de patron van Perexma, dhr Jan Merckx. Tot aan zijn dood was hij was gede¬legeerd be¬stuurder van NV Perex¬ma, voorzit¬ter-stich¬ter van VTM, lid van de Raad van bestuur van First Class In¬terna¬tio¬nal, een PR-vennoot¬schap, Ere-Voor¬zitter en lid van de Raad van Bestuur van de NFIW, gedelegeerd bestuurder van NV Het Han¬dels¬blad, van Asme¬dia en van de NV MEE.

Op 21.1¬.1993 meldt men in het VTM-n¬ieuws van 19 uur dat Perexma is overge¬nomen door VNU. Perexma is, na haar loskop¬peling van de S¬tandaardgroep, steeds een zeer winstgevend bedrijf ge-weest, getuige daarvan het volgen¬de over¬zicht van de winst na be¬lastingen (1977-1989) in miljoen BEF : 6 in 77, 32 in 78, 47 in 79, 53 in 80, 38 in 81, 97 in 82, 79 in 83, 94 in 84, 109 in 85, 111 in 86, 115 in 87, 135 in 88. Per¬exma bezit één van de beste archieven ter wereld als het over te¬levisie-programma's gaat. 'TV-Ekspres' is aan een dringende herpositione¬ring op de lezersmarkt toe sinds de opgang van concurrent 'Dag Allemaal', zo schreven wij in eerdere versies van onderhavige studie. Tijdens de algemene vergadering der aandeelhouders op 3.5.1993 worden de heren Huysmans, Lamiroy en Elbersen, allen behorend tot de IUM-groep, benoemd tot leden van de Raad van Bestuur; ook de heer Alfons Uyttersprot, commercieel directeur van Perexma, treedt toe tot de Raad van Bestuur. Het mandaat van de heer Cyriel Stevens en dat van Laboratorium A.J. Hendrix werd verlengd tot de volgende algemene vergadering van 1994. Tenslotte werd het bestuurs¬mandaat van de heer Wim Merckx verlengd tot 1999. 'TV-Ekspres' nummer 20 van 16 mei 1994 heet 'De Nieuwe TV-Ekspres' : het blad heeft een restyling ondergaan. Met een nieuw formaat (273 x 210 mm), een nieuw logo en een gewijzigde lay-out, gepaard aan een campagne in o.m. het Eurybia-affichagenet, wil Perexma de adverteer¬ders- en de lezersmarkt tegemoet treden. Op 12 juni 1995 verhuist Perexma naar de IUM-gebouwen aan de Jan Blockxstraat te Antwerpen. De hoofdredactie van TV-Ekspres is in handen van dhr Lex Moolenaar, TeVe-Blad heeft dhr Rob Jans als hoofdredacteur.
bron: uittreksel uit 'De Vlaamse Media: Een sector in de stroomversnelling' (1994-1995)
De Tijd 19940705
Wiel Elbersen overleden
Edited: 199407052541
(tijd) - Wiel Elbersen, de direkteur-uitgever van de Tijdschriften Uitgeversmaatschappij (TUM), is zondag plots overleden; Elbersen was 47. Hij was de drijvende kracht achter een groot aantal tijdschriften, zoals Panorama/De Post, Flair, TV Story, Feeling en Fit & Gezond. Zijn overlijden is een zwaar verlies voor de TUM, het Vlaamse filiaal van de Nederlandse uitgever VNU. Wiel Elbersen laat een vrouw en twee kinderen achter.'Wiel Elbersen had een enorme betekenis voor het bedrijf', zegt algemeen direkteur Karel Huysmans van de Tijdschriften Uitgeversmaatschappij (TUM), 'hij was uniek als mens en als bladenmaker'.
boek Dewael o.a. over voorbereiding VTM (citaten) - commentaren LT
Edited: 199100000465
DEWAEL, P., De warme hand, Cultuur maakt het verschil, Kritak, Leuven, 1991, 182 blz.

Citaten uit dit boek :

blz. 121 : "Poma is erin geslaagd drie belangrijke doorbraken te forceren. Naast het decreet op de vrije radio's en het installeren van een mediaraad was hij een boogscheut verwijderd van de goedkeuring van het kabeldekreet waarin de oprichting van een eigen, Vlaams, commercieel televisiestation naar voren werd geschoven. Toch tekenden zich binnen de PVV en de grotere liberale familie verschillende motieven af voor het opstarten van een commercieel televisiestation. Hierbij kwam een duidelijk verschil in benadering aan het licht tussen de pragmatici en de jongere generatie. Voor deze laatste primeerde ideologische zuiverheid. Financieminister Willy de Clercq vond het allemaal prima zolang het hem geen centen kostte. De uitgeversgroep Hoste was bang voor een ideologisch?filosofische minorisering in het Vlaamse krantenlandschap. Adriaan Verhulst, toen nog voorzitter van de Raad van Bestuur van de BRT, pleitte voor meer centen voor de openbare omroep vooraleer er sprake kon zijn van een commercieel station. De groep rond de broers Verhofstadt en ikzelf vertrok vanuit een puur ideologische stelling : de monopoliepositie was onhoudbaar en stond bovendien haaks op de technologische innovaties en de televisie?evolutie in de wereld. Onze visie werd zeker niet door de hele partij gedeeld. Net zoals bij de CVP leefde in onze parij vooral onvrede met het BRT?nieuws."(...)"De groep Hoste dacht aan bedreigde middelen en vreesde voor een moeilijke toekomst van de krant Het Laatste Nieuws."(...)

Blz. 123 : "Met een boutade zou men kunnen stellen : de BRT heeft de CVP ertoe gedwongen het mediadossier open te gooien."

Blz. 123-124 : "Verschillende denkpistes deden de ronde. Sommigen wilden het tweede BRT?televisiekanaal opengooien voor zendgemachtigde verenigingen naar Nederlands model." Bedoeld PDW hier niet de zogenaamde 'derden'? Dat was toch een idee van Dirk Verhofstadt !

"Een idee dat vooral in partijpolitieke kringen enthousiast werd onthaald en het gelukkig niet heeft gehaald : een emanatie van de jarenoude verzuilingspolitiek kon Vlaanderen in dit dossier naar mijn gevoel missen als kiespijn. Vervolgens kwamen de uitgevers van de schrijvende pers op het toneel. Twee kandidaat?initiatiefnemers dienden zich aan. André Leysen, afgevaardigd?bestuurder van de Standaard?groep, die in zijn kielzog ook het Limburgse Concentra, uitgever van Het Belang van Limburg, en de FET (Financieel?Ekonomische Tijd) had meegetrokken. Aan de andere kant stond Jan Merckx, voorzitter van de VMM (Vlaamse Media Maatschappij), een brede paraplu waaronder alle andere uitgevers beschutting zochten. De groep Hoste, uitgever van Het Laatste Nieuws, bleek het minst enthousiast. De waarschuwing van Frans Grootjans (voormalig hoofdredakteur van de zusterkrant De Nieuwe Gazet en eminence grise van de Vlaamse liberalen) ? 'We hebben maar één gazet' ? zou de komende maanden nog vaak in gesprekken opduiken. Later zou overigens blijken dat de groep Hoste door VMM het veld werd ingestuurd om de kastanjes voor de hele VMM?groep uit het vuur te halen. Hiervoor huurde VMM, op vraag van de groep Hoste, Dirk Verhofstadt in, die op twee maanden tijd een omvangrijke studie maakte over de mogelijke invoering van commerciële televisie in Vlaanderen. In de loop van de jaren groeide Dirk als vanzelf naar een verantwoordelijke functie bij de nieuwe zender, hierin aangemoedigd door voorzitter Merckx. Maar hij werd omwille van zijn familienaam opzij geschoven."

Blz. 125 : "Toen ik in december 1985 achter mijn bureau plaatsnam, had ik de nodige voorkennis om me in het mediadossier vast te bijten. Bovendien speelde mijn ministeriële maagdelijkheid op dat moment in mijn voordeel. Het gerommel in de uitgeverswereld had ik echt niet van nabij gevolgd. Bij de diverse onderhandelingsrondes was ik nooit rechtstreeks betrokken en het voortdurend lobbyen was aan mij voorbijgegaan. Niet voor lang evenwel. Onmiddellijk na mijn installatie zochten de uitgevers mij op. Opnieuw bleek de grote angst van de groep Hoste om aan invloed te verliezen en in de raad van bestuur van de nog op te richten zender in de minderheid te worden gesteld. Tijdens informele gesprekken haalden socialisten dit argument ook aan. Ze beschreven apocalyptische scenario's waarin de uitgevers van katholieke signatuur de hele commerciële zender naar hun hand zouden zetten. In dit verband moet ik eveneens een informele ontmoeting aanhalen in het Knokse hotel 'La Reserve' op 8 november 1986 waar naast de top van de liberale uitgeversgroep Hoste, met Frans Grootjans, Frans Vinck (PDW spelt de naam verkeerd want het is Frans Vink, LT) en Carlo Gepts, ook Annemie en Freddy Neyts, de kopstukken van het Liberaal Vlaams Verbond Camille Paulus en Piet Van Brabant, Roland Lommé (wiens aanwezigheid mij niet helemaal duidelijk was) de broers Guy en Dirk Verhofstadt en ikzelf rond de tafel zaten. Ik voelde er in elk geval niets voor een wettelijke beveiliging soortgelijk of identiek aan de Cultuurpaktwet in te bouwen wanneer het om de raad van bestuur van een commercieel station gaat. Eén BRT leek me ook toen al voldoende. Ik heb aandachtig naar hun verzuchtingen geluisterd maar voor Guy Verhofstadt en mezelf stond het vast : de commerciële zender komt er."
Anton Brand (in: Nieuwsblad van het Noorden 16 augustus 1985)
Recensie van: Jacques Presser – Louter verwachting, Autobiografische schets 1699-1919. Arbeiderspers, Amsterdam, 174 blz.
Edited: 198508160959
Wie de betrekkelijkheid der dingen kan inzien, bezit een groot vermogen: genuanceerde oordelen zijn veelal gebaseerd op het inzicht dat elke medaille twee kanten heeft. Wie dat inzicht min of meer absoluut maakt en toepast op elke ervaring of uitspraak, loopt echter een groot gevaar: hij kan niets meer beweren zonder in één adem ook het tegendeel te zeggen. Gaat het om zaken die van ondergeschikt belang zijn, dan kan dat over-relativeren behoorlijk irritant worden.

Jacques Presser (1899-1970), historicus en schrijver, bezat het vermogen en ontsnapte niet aan het gevaar: alom gewaardeerd als een van de belangrijkste geschiedkundigen van deze eeuw — met Huizinga, Romein en Geyl —, was hij ook omstreden. Zijn overtuiging dat tegenover ieder ‘enerzijds’ een ‘anderzijds’ stond, leidde ertoe dat hij al te vaak niet aan een oordeel toekwam – en wie daarop zat te wachten, raakte teleurgesteld of geïrriteerd.

Als iets kenmerkend is voor Louter verwachting, de ‘autobiografische schets’ die Presser van zijn jeugdjaren schreef, dan is het dat bodemloze relativeren. Ook, of misschien wel juist, waar het ogenschijnlijk onbeduidende voorvallen betreft. Zo herinnert Presser zich dat hij als kind er eens op uit gestuurd werd om een portie maag te halen — voedsel, ‘gelig van vet’, dat hem met een ‘afgronddiepe walging’ vervulde. Onderweg werd hij gevolgd ‘door snuffelige en opdringerige straathonden’. Hij concludeert: ‘Misschien moet ik daaraan mijn ambivalente houding tegenover deze beste vrienden des mensen toeschrijven, misschien ook niet.’ Het is Presser ten voeten uit en tekent de manier van redeneren en argumenteren in de ‘autobiografische schets’.

Het neemt allemaal niet weg dat Presser wel degelijk oordelen had: zijn socialistische overtuiging, marxistisch geïnspireerd, bleef hij een leven lang trouw (maar hij werd nooit lid van een politieke partij). Het antisemitisme en het fascisme, waaronder hijzelf zwaar te lijden kreeg, heeft hij in woord en geschrift emotioneel bestreden. En hoe hij zijn kennis van de geschiedenis moest overdragen, wist hij beter dan menigeen: als docent en later als hoogleraar was hij een erudiet verteller en een voortreffelijk pedagoog. Al vonden sommigen ‘dat je er niets aan had’.

Omzichtig
Presser begon aan zijn autobiografische schets in 1963, toen de eerste versie van Ondergang – zijn monumentale werk over ‘de vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom, 1940-1945’ – gereed was. Verschillende malen moest hij het schrijven eraan voor andere werkzaamheden onderbreken, en zo waren er bij zijn dood op 30 april 1970 maar twee hoofdstukken af: herinneringen aan zijn jeugd in Amsterdam en Antwerpen, aan familieleden, zijn schooltijd, zijn eerste werkkring op een Amsterdams effectenkantoor.

Presser werd op 24 februari 1899 aan het Waterlooplein geboren, de zoon van een joodse diamantbewerker, die in 1903 besloot zijn geluk in Antwerpen te beproeven. Van het vierjarige verblijf daar herinnert Presser zich nog dat zijn naam ‘Jaak’ in ‘Jacques’ veranderde — weinig meer. Terug in Amsterdam kwam het gezin in de Transvaalbuurt terecht. Presser bezocht er de lagere school, de vijfjarige hbs en — nadat hij in de derde klas bleef zitten — de Openbare Handelsschool.

Na zijn eindexamen, in 1917, belandde hij op het effectenkantoor. Hij voelde zich er in een gevangenis en verzwijgt dus de echte naam van het kantoor. ‘Kopperlith & Feekel’ noemt hij het, deels ontleend aan Multatuli’s Woutertje Pieterse. Het mag, denk ik, kenmerkend zijn voor de manier waarop Presser mensen beschrijft en typeert: omzichtig, terugdeinzend voor een oordeel. De geschiedenis, en ook de muziek en de literatuur, waren hem minstens of in elk geval net zo lief. Dat was voor de oorlog al zo en meer nog daarna: Dé Appel, de vrouw met wie Presser in juli 1936 trouwde, werd in 1943 opgepakt en meteen op transport naar Sobibor gesteld. Haar dood heeft Pressers leven dramatisch beïnvloed. Na de oorlog hoopte hij nog op haar terugkeer, en – zo ontleen ik aan een recent artikel van Presser-biografe Nanda van der Zee in de Haagse Post – hij hield zichzelf voor dat Dé aan geheugenverlies leed en de weg niet kon terugvinden. Eerst in augustus 1960 trouwde hij opnieuw. Ondergang, dat in 1965 verscheen, werd zijn afrekening met de oorlog – voor zover het ooit tot een afrekening is gekomen.

Veelzijdig
Presser dankt zijn naam natuurlijk vooral aan zijn grootste werken als historicus: Ondergang, Napoleon (in 1946 verschenen, maar al in 1940 geschreven) en Amerika (1949). Maar hij schreef ook proza en poëzie, en het is juist in de veelzijdigheid van zijn oeuvre dat zijn vele talenten, maar ook zijn vele gezichten naar voren komen.

De eerste gedichten verschenen — los van enige uitgaven in eigen beheer — na de oorlog: Orpheus en Ahasverus (1945), product van de periode waarin Presser was ondergedoken. In 1957 publiceerde hij De nacht der Girondijnen, een novelle over het doorgangskamp Westerbork, die met de Van der Hoogtprijs werd bekroond en spoedig alom werd vertaald. Maar hij schreef ook detectives: Moord in Meppel (1953), Moord in Moordrecht (1962), Moord in de Poort (1965).

Opvallend is het grote aantal pseudoniemen waarvan hij zich bediende — niet, lijkt het, om aan verschillende stijlen recht te doen, meer door de omstandigheden of door zichzelf gedwongen. De Tachtigjarige Oorlog, een studie die Presser onder meer met Jan Romein schreef, kon in 1941 alleen verschijnen doordat Presser zich achter de naam B.W. Schaper verschool. Maar toen hij in 1948 een bijdrage leverde aan een bundeltje School-Idyllen was zijn schuchterheid doorslaggevend: hij noemde zichzelf ‘J. Drukker’ om het bezwaar te ondervangen ‘dat men de door mij genoemde school zou herkennen’. Weliswaar schrijft hij in zijn autobiografie dat hij achteraf zijn ‘geremdheid van toen’ niet begrijpt -, het neemt niet weg dat jarenlang, voor het laatst in 1959, ook achter J. van Wageningen, Janus, J. van Dam en Haggi Mami Reis (de naam waaronder hij Moord in Meppel schreef) Jacques Presser schuilging.

Het is de vraag of Presser, had hij langer geleefd, zijn autobiografie ten einde zou hebben geschreven. Een autobiografie gaat over mensen, per definitie, en Presser was er de man niet naar om zijn ervaringen met hen makkelijk te verwoorden, zeker na de oorlog niet. Homo homini homo luidt het motto dat hij — vrij naar Thomas Hobbes — aan De nacht der Girondijnen meegaf: de mens is voor de mens een mens. Erger dan een wolf. Veelzeggender kan het niet.
JANSEN Yves
Vlaanderen ziet sterren, in: Kapitaal, herfst 1984
Edited: 198409001465
Afgelopen twee jaar hebben de verschillende politieke families al dan niet ronkende verklaringen afgelegd over het mediabeleid en over de invoering van reklame op radio en televisie in het bijzonder. Maar het medialandschap roerde zich even, om nadien zijn oude plooi terug te vinden. Kapitaal&Busines smaakt een round-up en onderzoekt in welke mate reklame op de provinciale onafhankelijke televisie mogelijk is. Wij kwamen tot de onthutsende vaststelling dat de politici geen kaas hebben gegeten van cijferwerk. Reklame op de OTV is niet haalbaar. K & B heeft noch oor noch oog gehad voor RTL, neen wij hebben ons doelbewust beperkt tot Vlaanderen en kijken geregeld bij de STER binnen omdat de Nederlandse omroepen een goede penetratie hebben in de Vlaamse huiskamers en omdat de reklamespotjes geregeld appeleren aan de Vlaamse kijker. Een verkenning door het Vlaamse medialandschap met fokus op de toekomst en de satelliettelevisie.

Wiki
Idris I van Libië - liever water dan olie - rijke elite
Edited: 198305250901
Idris I van Libië (Arabisch: إدريس الأول), geboren als Sajjid Moehammad Idris bin Sajjid Moehammad al-Mahdi al-Senoessi (Jaghbub, 12 maart 1889 - Caïro, 25 mei 1983), was de enige koning van het Koninkrijk Libië. Idris I leidde Libië naar de onafhankelijkheid in 1951 en regeerde het land tot hij in 1969 werd afgezet na een machtsgreep door Moammar al-Qadhafi.

Levensloop
Idris was een kleinzoon van Moehammad ibn Ali as-Senoessi, stichter van de Senoessi, een Libische soefi-orde en nomadische stam. Na het aftreden van zijn oom als regent in 1916 werd Idris hoofd van de Senoessi.

Na de Eerste Wereldoorlog erkenden de Britten hem als emir van Cyrenaica, het oostelijke deel van Libië. In 1920 werd Cyrenaica officieel een kolonie van Italië; de Italianen erkenden hem hierbij ook als emir van Cyrenaica. In 1922 werd hij tevens erkend als emir van Tripolitania, het noordwestelijk deel van Libië. Idris vestigde een regering en parlement en kreeg financiële steun van de Italianen om de kolonie Libië als semi-autonome heerser te besturen.

Idris probeerde te onderhandelen met de Italianen over onafhankelijkheid van Cyrenaica. Toen dit niet lukte, trok hij zich terug in Egypte en leidde hij een Libische guerrillastrijd tegen het gewelddadige Italiaanse koloniale bewind. Tijdens de Tweede Wereldoorlog steunde hij de Britten en vocht hij met zijn Libische guerrillastrijders tegen de Italianen en Duitsers.

In 1944, na de geallieerde overwinning in Noord-Afrika, kwam hij uit ballingschap in Caïro en vestigde zijn regering in Benghazi, de hoofdstad van Cyrenaica.

Na de Tweede Wereldoorlog
In het vredesverdrag met de geallieerden in 1947 gaf Italië al zijn aanspraken op Libië op. Tevens gaf Frankrijk zijn aanspraken op de door Franse troepen bezette Libische regio Fezzan op. De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties nam in 1949 een motie aan dat Libië voor 1 januari 1952 onafhankelijk moest worden, als een van de eerste landen in Afrika. Met de voorbereiding werd de Nederlandse adjunct-secretaris-generaal Adriaan Pelt belast, die als Hoge Vertegenwoordiger het bestuur voerde. Idris leidde de verdere onderhandelingen met Pelt. Libië verkreeg op 23 december 1951 zijn onafhankelijkheid als constitutionele monarchie met erfopvolging. Idris werd de eerste koning van het land als Idris I van Libië. De regering werd verdeeld over twee steden: Tripoli was de zetel van het parlement en Benghazi was de zetel van het hof en kabinet van Idris I.

Het beleid van Idris I was gematigd en prowesters. Tot woede van de anti-westerse panarabisten bleef hij zelfs na de Suezcrisis in 1956 de Britten en Amerikanen steunen en stond hij hen toe om luchtmachtbases op Libisch grondgebied te vestigen. Een andere dreiging voor het regime waren de enorme oliereserves die in 1959 werden ontdekt. Hierdoor ontstond een rijke elite in het land die volop profiteerde van de olie, terwijl de meeste Libiërs straatarm bleven. De eerste reactie van Idris op de ontdekking was, dat hij liever had gezien dat er water was ontdekt. Een verdere dreiging voor Idris was dat hij geen mannelijke erfgenaam had.

Getroffen door ziekte besloot Idris per 2 september 1969 af te treden ten gunste van zijn neef Hasan as-Senoessi. Hij vertrok naar Turkije voor medische behandeling. Voordat Hasan as-Senoessi kon aantreden als nieuwe koning greep een groep officieren onder leiding van Moammar al-Qadhafi (Kadhafi) op 1 september 1969 de macht in Libië. De monarchie werd afgeschaft en de socialistische republiek Libië werd uitgeroepen.

De koning verliet Turkije per schip naar Kamena Vourla in Griekenland, waarna hij in Egypte in ballingschap ging en politiek asiel kreeg. In november 1971 werd hij door het Libische volksgerecht bij verstek tot de doodstraf veroordeeld. Tot zijn dood op 94-jarige leeftijd woonde hij in Caïro. Hij ligt begraven op Jannatul Baqi, Medina, Saoedi-Arabië.
D'HAENENS Albert
Het koninkrijk der Nederlanden
Edited: 198100630092
De Grondwet van 1815 en de vertegenwoordiging van het land Hoewel ze bijna volledig overeenstemde met de Grondwet van 29 april 1814 die in de Verenigde Nederlanden toegepast werd, verleende de Grondwet van 24 augustus 1815, die moest gelden in het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden, uitgebreide bevoegdheden aan de vorst. Toch voorzag ze in een gedeeltelijke vertegenwoordiging
van het land via de oprichting van de Staten-Generaal die een aantal
regionale en lokale belangen moesten behartigen. Hoewel de grondwet een decentralisatie van de instellingen voorschreef, nam de koninklijke macht mettertijd toe.
Noot LT: Noteer dat het aanbevolen boek, reeds daterend van 1945, niet van J. Schmitz is maar van Yves Schmitz.

TESSENS Lucas Lic.
Etherreklame en Weekbladpers, in: De Pers-La Presse, nr 108, juni 1981 [zoekhulp: etherreclame]
Edited: 19810008
Harde afwijzing van de geplande introductie van reclame op BRT en RTBF (rooms-rode regering Mark Eyskens). Vergelijking met de Nederlandse situatie (STER). Becijferde gevolgen van de concurrentie van RTL, dat via de kabelmaatschappijen een illegale toegang had gekregen tot de gezinnen in Wallonië en Brussel. Wegzuigingseffect op de reclamemarkt. Belang van kleurentelevisie in de concurrentiestrijd. Noot Lucas Tessens: Noteer dat vanaf 1984 de weekbladuitgevers - hierin schoorvoetend gevolgd door de dagbladuitgevers - een andere strategie kozen: zelf een commerciële zender uitbaten om het wegzuigingseffect onder controle te kunnen houden en TV-reclame 'in geleidelijkheid' in te voeren (gefaseerd opvoeren van reclametijd). Het financieel plan van de VMM hield uitdrukkelijk rekening met die geleidelijkheid. Na een intensieve lobbying van 7 jaar (gericht op wets- en decreetwijzigingen), dom overleg met de BRTN om hun tweede net in te palmen en intern geruzie over de verdeling van het aandelenkapitaal, kon VTM in februari 1989 van start gaan. De uitgevers slaagden er ook in om goedkope leningen met staatswaarborg in de wacht te slepen. Maar de uitgevers hebben toen voor het 'snelle geld' van de TV-reklame gekozen en zo zelf het verdwijnen van weekbladtitels of opslorping in de hand gewerkt. VTM werd zo een wapen om binnen de weekbladpers de concurrentiestrijd op te voeren en de zwakkeren uit te schakelen of over te nemen. De mediaconcentratie op volle toeren.

BOONE Luk prof. dr
Ophefmakende falingen in de perswereld, in: Res Publica, Bundel XXI, nr 2, 1979, pp. 229-242
Edited: 197900004783
In dit artikel peilt Boone naar de politieke achtergronden van de falingen, cq. reddingen, van De Standaard en Volksgazet. Hij verwijst ook terloops naar het verwijnen van 'De Krant' in maart 1976.


Diegenen die de geschiedenis schrijven van de naoorlogse Nederlands^
talige Belgische dagbladpers, zullen ongetwijfeld de tweede helften van
de jaren vijftig en zeventig als terzake bijzonder woelig weerhouden.
De periode tussen 1955 en 1959 zal geboekstaafd blijven als het tijdperk
van de concentraties. In 1957 besloten Het Laatste Nieuws en De Nieuwe
Gazet te gaan samenwerken. Twee jaar later kocht de Standaard-groep
de Gentse titels De Gentenaar en De Landwacht op.
De jaren zestig zouden het decennium van de stabilisering kunnen
worden genoemd. Het enige meldenswaardige feit is de oprichting, begin
1968, van de Financieel-Ekonomische Tijd.
De tweede helft van de jaren zeventig zöu men als titel de ophef
makende faillissementen kunnen meegeven. Begin maart 1976 verdween
de begin oktober 1975 opgerichte De Krant. Deze titel diende zich aan
als een onafhankelijk, objectief, Vlaams, zelfstandig, niet partijgebonden
dagblad, dat recht naar de mensen toeschrijft, in een klare, duidelijke taal,
met een vinnige new. sound en een fris, modern uitzicht . Zoals steller
elders reeds betoogde, verbijsterde het eerste nummer de minst kritische
waarnemers. Het betrof, in feite, een tabloïd zonder enige oorspronke
lijkheid die het midden hield tussen de Londense avondkranten en de
meest stofferige provinciebladen. (...). De langzame doodstrijd van D?
Krant-eindigde in de grootste verwarring en in de financiële en morele
ontreddering van een groot aantal medewerkers... (1).
Deze faling was echter slechts een voorsmaak. In mei-juni 1976 ging de
prestigieuze Standaard-gtoep over de kop, en twee jaar later hield Volks
gazet definitief op met verschijnen.
(...)


Summary : Sensational failures in the newspaper industry.
In the post war history of the Dutch-language daily press in Belgium,
the late fifties, marked by a trend towards concentration, and the latter
part of the seventies, notorious by the bankrupties of several newspapers,
stand out as eras of turbulence. It is two particularly significant events
occurring during the latter period, i.c. the 1976 insolvency of the prestigeous
Standaard papers and that of Volksgazet two years later, which this article focuses upon. In his analysis of causes and suggested/chosen solutions, the author highlights the political rather than the economie dimension of the events and their aftermaths, given that each of the faïling neuwspapers — and hence their survival — mattered pólitically, i.c. to the Christian Democrats and the Socialist party respectivély. Central to this is the question of the measures considered/taken by the Belgian c.q. Flemish /pólitical authorities for having
the newspapers. The course of events in each case is examined and the
differences in terms of causal factors and measures taken/omitted are
noted. In the final analysis, the question arises as to the relationship
between certain political figures or groups on the one hand, and government
agencies, which both Volksgazet and particularly the Standaard titles were heavily indebted to, on the other hand.




30 april 1970: Historicus Prof Dr Jacques Presser overleden. R.I.P.
Edited: 197004300917
Jacob (Jacques) Presser (Amsterdam, 24 februari 1899 – aldaar, 30 april 1970) was een Nederlandse historicus, schrijver en dichter die vooral bekend is geworden door zijn boek Ondergang: De vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom 1940-1945 over de geschiedenis van de Jodenvervolging in Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hij is de bedenker van de term egodocument (rond 1955).

Bibliografie:
- Das Buch 'De Tribus Impostoribus' (Von den drei Betrügern) (proefschrift - 1926)
- 'Anatole France en de geschiedenis'. In: Historische opstellen, opgedragen aan prof. dr. H. Brugmans (1929), p. 234–255. Ook in: J. Presser, Schrijfsels en schrifturen (1961), p. 7–28.
- 'Het antisemitisme als historisch verschijnsel'. In: Antisemitisme en Jodendom. Een bundel studies over een actueel vraagstuk onder redactie van Dr. H. J. Pos (1939), p. 1–18. Herdrukt in: J. Presser, Schrijfsels en schrifturen (1961), p. 29–48.
- De Tachtigjarige Oorlog (1941 - onder eigen naam 1948; 6de druk 1978)
- Napoleon. Historie en legende (1946; 7de druk 1978). Duitstalige uitgaven onder de titel Napoleon. Das Leben und die Legende (1977, 1979, 1990, 1997)
- 'Beeldbaarheid en beeldvorming in de jongste Amerikaanse historie' (Openbare les. Universiteit van Amsterdam, 11 februari 1947). Ook in: Schrijfsels en schrifturen (1961), p. 54–74.
- Amerika. Van kolonie tot wereldmacht (1949; 4de, herziene druk 1976, met een Naschrift over de periode na 1965 door dr. R. Kroes.): een vaak bijtende analyse van de Amerikaanse samenleving en de imperialistische tendenzen.
- Historia hodierna (Inaugurele rede. Universiteit van Amsterdam, 2 oktober 1950). Ook in: Uit het werk van dr. J. Presser (1969), p. 209–225.
- Gewiekte wielen. Richard Arkwright (1951)
- Schrijfsels en schrifturen (1961)
- Antwoord aan het kwaad. Getuigenissen 1939–1945, samengesteld door prof. dr. J. Presser (1961)
Europa in een boek (1963)
- Ondergang: De vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom 1940-1945 (twee delen - 1965; 8ste druk 1985). Engelstalige uitgaven onder de titel Ashes in the Wind. The destruction of Dutch Jewry (Britse editie, 1968, herdruk 2010, met een nawoord van dr. Dienke Hondius; Amerikaanse heruitgave 1988) en The Destruction of the Dutch Jews (Amerikaanse uitgave 1969)
- Uit het werk van dr. J. Presser (1969; afscheidsbundel met 32 essays van zijn hand)
Gesprekken met Jacques Presser (1972; een egodocument in de vorm van de volledige tekst van de gesprekken die Philo Bregstein in 1969-1970 met Presser voerde ter voorbereiding van de documentaire film Dingen die niet voorbijgaan)
- Louter verwachting. Autobiografische schets 1899-1919 (1985; met de tekst van zijn rede voor de herdenking van 25 jaar bevrijding, 5 mei 1970, en een bibliografie van al zijn werk)


biografie
LT
De verkeerd begrepen boodschap van Hugo Claus
Edited: 197000000909
Het leven en de werken van Leopold II. 29 Taferelen uit de Belgische Oudheid - Een bespreking

Dit toneelstuk werd oorspronkelijk geschreven in opdracht van de Vereniging Nederlands Toneelverbond voor haar 100-jarig bestaan in 1970. Toneelstuk verhaalt de collusie van Kerk, Kapitaal en Koning inzake Congo. Sommige critici vonden het toneelstuk burlesk ... Claus weerom misbegrepen! Wie de geschiedenis van de Congostaat, Belgisch Congo en Zaïre nog maar een beetje kent, weet dat Claus de historische feiten op de voet volgt. De ludieke verpakking bevat een bloedserieuze gruwel en de hele Belgische 'santeboetiek' moet er aan geloven, inclusief de Société Générale en de VS, die Leopold verkracht. Vanaf de 26ste scene neemt Claus een loopje met het tijdselement en speelt de chronologie geen enkele rol meer: zowel de tijd als de actoren zijn onbelangrijke details in een zich steeds herhalend cynisch proces van bedrog, haat, onverschilligheid en vooral ongetemde hebzucht. De banaliteit van de gevoerde politiek is een schertsvertoning die de werkelijke drijfveren maskeert. Altijd is er de koehandel, met de kardinaal en natuurlijk de paus als mediatoren in een deal met een niet al te geïnteresseerde God, die wel belooft maar gauw vergeet. Op p. 49 maakt Claus duidelijk hoe de grote buurlanden België bekijken: Duitslands beschermeling, de lijfeigene van Frankrijk, de voet aan het Europese vasteland voor de Engelsen.
Manu van der AA
Edited: 196400000063
Manu van der Aa (° Turnhout, 1964) studeerde Germaanse Filologie aan de Universiteit Antwerpen. Na een korte carrière als boekhandelaar in Antwerpens laatste ‘echte’ boekhandel, Veritas, begon hij in 1994 leraar Nederlands aan het Technisch Instituut Sint-Paulus te Mol. Hij was van april 2002 tot januari 2004 als onderzoeksmedewerker verbonden aan de toenmalige Ufsia voor de realisatie van de eerste fase van een project, o.l.v. de professoren K. Wauters en J. Gerits, dat de editie van Walschaps kritische werk uit het interbellum tot doel heeft (verschenen bij de KANTL in 2006). Doceerde Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Antwerpen en de Université Libre de Bruxelles.
Vanaf 1987 publiceert hij geregeld over voornamelijk Nederlandse literatuur in o. m. Streven, Knack, Kunsttijdschrift Vlaanderen & De Morgen. In 1994 verscheen van zijn hand E. du Perron en de avant-garde. Kroniek van een heilzame ziekte (Bas Lubberhuizen, Amsterdam). Hij is bestuurslid van het Gerard Walschapgenootschap en bestuurslid/sommelier van het E. du Perrongenootschap. In 2001 stond hij mee aan de wieg van het literair-historische tijdschrift 'Zacht Lawijd', waarin hij als redacteur publiceerde over o.a. Richard Minne, Henri Vandeputte, Jef Leynen & André de Ridder. In 2008 promoveerde hij aan de Rijksuniversiteit Groningen op een biografie van Alice Nahon, verschenen als 'Ik heb de liefde liefgehad'. Het leven van Alice Nahon (Lannoo, Tielt).
In 2013 bezorgde hij 'Fashion en andere dada's. Verzameld Nerderlandstaligwerk 1907-1921' van Paul-Gustave van Hecke. Momenteel werkt hij aan een biografie van P.-G. van Hecke (1887-1967).
28 april 1947: Kontiki-expeditie gaat van start
Edited: 194704281061
De Kon-Tikiexpeditie is de letterlijke vertaling van de titel van het boek dat Thor Heyerdahl schreef over zijn vlotreis over de Grote Oceaan. Kon-Tiki was de naam van het vlot, genoemd naar de Inca-zonnegod, Viracocha, wiens oude naam "Kon-Tiki” zou zijn. De titel van het boek in de Nederlandse vertaling luidt: De Kon-Tiki expeditie, 8000 km per vlot over de Grote Oceaan. In dit populaire boek beschreef Heyerdahl zijn belevenissen tijdens de vlotreis over de Grote Oceaan van Zuid-Amerika naar de Polynesische eilanden.

De reis begon op 28 april 1947. Heyerdahl en vijf metgezellen voeren 101 dagen lang op het vlot en legden meer dan 8000 kilometer af over de Grote Oceaan totdat het vlot op 7 augustus 1947 in de branding bij Raroia, een atol in de Tuamotueilandengroep op een rif werd geworpen. De bemanning overleefde deze schipbreuk en wist het gehavende vlot grotendeels in veiligheid te brengen.
wiki
1/1/1946: Hector Carlier pleegt zelfmoord te Kalmthout
Edited: 194601010161
Hector Carlier (?, 1884 - Kalmthout, 1 januari 1946), bankier en industrieel was de zoon van bankier Jean Baptiste Ferdinand Carlier en Marie De Roy. Hij was gehuwd met Amelia Goossens.

Petrofina
Hector Carlier heeft samen met broer Ferdinand de Compagnie d'Anvers opgericht. In verband met de bankenwetgeving is deze later opgesplitst in Banque d'Anvers en Compagnie d'Anvers. Jean-Baptiste, zijn vader, was gedurende 30 jaar directeur van de Nationale Bank in Antwerpen.

In 1920 richtte hij samen met zijn broer Fernand en de toenmalige minister en latere premier Aloys Van de Vyvere de oliemaatschappij Petrofina op. Ze haalden hun olie in Roemenië, nadat ze eerst de Duitse rechthebbenden op die olie hadden vergoed.

Aan het succes kwam met de Tweede Wereldoorlog een abrupt einde. De raffinaderij in Duinkerke, de belangrijkste van Petrofina, werd verwoest. Na de oorlog werden de Carliers gezocht voor economische collaboratie. Hector pleegde zelfmoord op 1 januari 1946 op zijn landgoed De Boterberg in Kalmthout, broer Fernand vluchtte naar Brazilië.

Hector was in 1933 in Dover, in Groot-Brittannië, getrouwd met de 23 jaar jongere Nederlandse Amelia Goossens (overleden in 1989) uit Woensdrecht. Samen hadden ze drie kinderen, Amalia (+2001), Ferdinand (1935-1986) en Marie-Antoinette (1934-2007) die allen ongehuwd bleven.

De zusters Carlier leefden na de dood van hun moeder een eerder sober bestaan in het kasteel De Boterberg in Kalmthout.

Koning Boudewijnstichting
Marie Antoinette overleed in 2007 en schonk het ganse familiefortuin aan enkele particuliere erfgenamen en aan de Koning Boudewijnstichting in de vorm van een duolegaat.

Fusie
Petrofina ging later op in Total S.A. en nog later in Elf Aquitaine om dan de naam te veranderen in Total.
bron: wiki 20170417
LT
private radiovergunningen uitgereikt
Edited: 192506170061
"Het was vooral onder E. Anseele, Minister van PTT van 17 juni 1925 tot 21 november 1927, dat de eerste privévergunningen werden afgeleverd (Putseys, 1984: 52-60). Over hun precieze aantal bestaat geen eensgezindheid. Volgens de meeste bronnen telde België in 1937 achttien stations. Het belangrijkste privé-radiostation aan Franstalige kant was Radio Schaerbeek. Aan Nederlandstalige zijde waren dat Radio 't Kerkske te Antwerpen, de West Vlaamse Radio Omroep te Kortrijk en Radio Vlaanderen te Gent (Gillon, 1954)." (Burgelman, 1990: 56-57).
Putseys, J. (1986), Radiostrijd tussen de twee wereldoorlogen', Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, 12/1-2: 35-60.
Gillon, A., (1954), Historiek van de radiostrijd in België, Acta Catholica, 4: 167-182.

(test-extractie uit Time Line Maker - TLM)
11 februari 1919: BEL wil deel NLD: eis later afgewezen
Edited: 191902113312
Dinsdag 11 februari 1919. België deponeert bij de vredesonderhandelingen in Parijs annexatieplannen t.a.v. Nederlands Limburg en Zeeuws-Vlaanderen.
http://www.terugblik.com/1910-1919/1919/1919.html (20030923)

In Versailles worden de Belgische aanspraken op gebieden in Luxemburg, Zeeuws-Vlaanderen en Nederlands-Limburg ten zuiden van Roermond afgewezen
(De Schaepdrijver, 1997: 297)

LUYKX 1977: 277 vermeldt dat de territoriale eisen vooral bij US-president Wilson in slechte aarde vielen.
4 juli 1918: Frans Vink geboren te Tongelre, Nederland. Latere directeur-generaal van Uitgeverij J. Hoste N.V. (Het Laatste Nieuws)
Edited: 191807042278
DAENS Adolf
14 juni 1907: Adolf Daens overlijdt
Edited: 190706141561
Adolf Daens

Adolf Daens
Adolf Daens (Aalst, 18 december 1839 – aldaar, 14 juni 1907) was een Belgisch geestelijke en politicus. Hij gaf (samen met zijn broer Pieter) zijn naam aan het daensisme, een sociaal-vlaamsgezinde christendemocratische richting en beweging, waaruit een onafhankelijke partij werd opgericht, m.n. de Christene Volkspartij, waarvan hij ook het programma schreef.

Biografie[bewerken]
Hij volgde klassieke humaniora bij de paters jezuïeten in het Sint-Jozefscollege van zijn geboortestad Aalst. Nadat een poging om jezuïet te worden mislukte, werd hij priester. Getroffen door de mensonwaardige omstandigheden in de fabrieken van Aalst, ging hij zich interesseren voor het lot van de arbeiders en riep de daensistische beweging in het leven. Als uitvloeisel hiervan werd in 1893 de flamingantische Christene Volkspartij opgericht, daarbij geïnspireerd door de pauselijke encycliek Rerum Novarum van paus Leo XIII. De Christene Volkspartij streefde het democratiseren en het radicaliseren van de Katholieke Partij na.

Hij was van 1894 tot 1898 volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Aalst en van 1902 tot 1906 volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Brussel, maar kreeg tegenwerking van de traditionele Katholieke Partij, de burgerij en de kerkelijke overheid. Uiteindelijk werd hij uit zijn ambt van priester ontzet.

108 jaar na zijn overlijden - 6 juni 2015 - kreeg hij eindelijk eerherstel van kerkelijke zijde. Mgr. André-Joseph Léonard, aartsbisschop van Mechelen-Brussel ging voor in de jaarlijkse mis ter herdenking van deze grote Aalstenaar.[1]Later op de dag legde hij bloemen op zijn graf.

Hij zei o.a.:Ik ben hier vandaag voor eerherstel. Spijtig genoeg werd priester Daens niet ondersteund door de bisschop en de aartsbisschop. Ze hebben hem niet geholpen maar veroordeeld. Hadden ze hem begeleid, wat een kans was dat geweest voor het geloof in de streek. Vandaar dat ik hier vandaag ben als aartsbisschop om Daens in ere te herstellen. Beter laat dan nooit.[2]

in zijn strijd voor het arme volk nochtans behield hij altijd zijn geloof en is hij trouw gebleven aan de leer van de Kerk. De priester voerde een goede strijd voor de arbeiders, die schandelijk werden uitgebuit. Ze werden blootgesteld aan de misbruiken van hun bazen en aan de arrogantie van hun volksvertegenwoordigers, die hun taal – het Vlaams – misprezen.[3]

Literaire verwerking[bewerken]
Louis Paul Boon publiceerde in 1971 de documentaire roman Pieter Daens, waarin Pieter Daens, de broer van Adolf, de vertelfiguur is. Dit boek diende als basis van de toneelbewerking (1979) voor het NTG door Frans Redant en Walter Moeremans (met onder anderen Roger Bolders en Herman Coessens) en achteraf de film Daens door Stijn Coninx uit 1992 (met onder andere Jan Decleir als Adolf Daens).

Door het boek van Boon en vooral door de film werd het historisch belang van de broers Daens enigszins uitvergroot. Hoewel figuren als Henri Carton de Wiart eigenlijk belangrijker waren voor de vroege christendemocratie, zijn de broers Daens vergroeid geraakt met het symbool van de vroege christendemocratie.

In oktober 2008 ging de musical Daens, gebaseerd op het boek en de film, in première in het oude postsorteercentrum X te Antwerpen, België. Door het onverwachte succes van deze Studio 100-productie werden de voorstellingen verlengd tot in februari 2009.

Daens eindigde in 2005 op de vijfde plaats in de Nederlandstalige versie van de De Grootste Belg-verkiezing. Zijn broer Pieter strandde op de 152ste plaats.
bron = wiki

SCHEMA MERS:
Vlaamsche Gazet (DBN)
Edited: 190011140365
1900 :Dagblad Vlaamsche Gazet, door Julius Hoste te Brussel opgericht voor de liberale intelligentsia (life cycle) (Luyckx)

De stichter van Het Laatste Nieuws, Julius Hoste, richt een nieuwe Nederlandstalige krant van liberale strekking op, de "Vlaamsche Gazet". Het blad richt zich tot de hogere maatschappelijke klasse van de hoofdstad. (X 1988c: 55)
Banning Emile
Edited: 18980713
Émile Théodore Joseph Hubert Banning (Luik, 12 oktober 1836 - Elsene, 13 juli 1898) was een Belgisch ambtenaar, diplomaat, schrijver en journalist.
Banning was doctor in de Wijsbegeerte en Letteren en werd journalist bij het dagblad L'Echo du Parlement waarvoor hij de politiek op de voet volgde. In 1861 werd hij eveneens archivaris bij de Koninklijke Bibliotheek. Banning werd opgemerkt door Charles Rogier, de minister van Buitenlandse Zaken, die hem in 1863 aantrok binnen het departement als archivaris, bibliothecaris, schrijver, vertaler en rechterhand van toponderhandelaar Auguste Lambermont. Banning bleef deze functies uitoefenen tot aan zijn dood in 1898.

Het voorbereidende werk van Banning in 1863 zorgde ervoor dat de onderhandelingen met Nederland in verband met het afschaffen van de Scheldetol succesvol afliepen. Op het ministerie van Buitenlandse Zaken specialiseerde hij zich in het schrijven van allerlei verhandelingen over wereldkwesties en trok zo de aandacht van koning Leopold II. Een aantal artikels van Banning over Centraal-Afrika in L'Echo du Parlement inspireerden de koning om in 1876 in Brussel een eerste conferentie over Afrika te houden.

Banning werd één van de naaste medewerkers van de koning en was een vurig propagandist van de expansiedrang van België. Tijdens de Koloniale Conferentie van Berlijn in 1884 was hij één van de vertegenwoordigers van België. Hij was mede-onderhandelaar maar schreef ook de voorbereidende teksten, alsook de verslagen van de meetings, voor Auguste Lambermont, die algemeen redacteur van de conferentie was. De conferentie was voor België een succes en Kongo-Vrijstaat werd opgericht.

Émile Banning was een groot tegenstander van de nog bestaande slavenhandel en was één van de mede-organisators van de conferentie tegen de slavenhandel van 1890 in Brussel, waarop hij samen met Lambermont België vertegenwoordigde. Na deze conferentie was Banning er voorstander van om Kongo-Vrijstaat, persoonlijk bezit van de koning, door België te laten annexeren en was het niet meer eens met de economische politiek die Leopold II voerde in Kongo. Door zijn publicaties in 1890-1892 kwam hij meermaals in botsing met de koning. Aanvankelijk kon Auguste Lambermont de gemoederen nog sussen maar vanaf 1893 viel Banning volledig in ongenade bij de koning.
Literatuur:
Marcel WALRAET, Emile Banning. Un grand Belge (1836-1898), Office de Publicité, Bruxelles, 1945.
A. DE BURBURE, Emile Banning, in : L'Essor économique belge. Expansion coloniale, Brussel, 1932
Marcel WALRAET, La jeunesse austère et studieuse d'un grand commis de Léopold II, in: La Revue nationale, 1945.
J. BRUHAT, Emile Banning in : Les techniciens de la colonisation (XIX®-XXe siècles), Presses Universitaires de France, Parijs, 1946.
Louis DE LICHTERVELDE, Émile Banning, in: {Revue générale belge, Brussel, 1946.
C. NEYZEN, Émile Banning et l'État Indépendant du Congo, doctoraatsthesis in koloniale wetenschappen (onuitgegeven), ULB, 1946.
Marcel WALRAET, Les papiers d'Émile Banning, in: Revue Nationale, Brussel, 1950.
G. D. PERIER, Émile Banning, in: Revue Nationale, Brussel, 1947.
Marcel WALRAET, Les «Réflexions morales et politiques» d'Émile Banning, in: Revue Nationale, Brussel, 1947.
G. D. PERIER, Émile Banning mourait le 13 juillet 1898, in: Revue coloniale belge, Brussel, 1948.
Liane RANIERI, La collaboration personnelle de Lambermont et de Banning avec Léopold II, licentiaatsthesis geschiedenis (onuitgegeven), ULB,
N. LAUDE, La reconnaissance de la 30° promotion: Émile Banning. Discours du Directeur de l'Institut Universitaire des Territoires d'OutreMer, Antwerpen, 1951.
N. LAUDE, in: Problèmes d'Afrique centrale, Brussel, 1952.
R.-J. CORNET, A propos de deux dossiers: le dossier diplomatique de l'Ubangi et le dossier Degrelle-Rogier sur l'Ubangi, in: Bulletin. I. R. C. B., Brussel, 1953.
R. P. A. ROEYKENS, Les réunions préparatoires de la délégation belge à la Conférence géographique de Bruxelles en 1876, in: Zaïre, Brussel, 1953.
A. COSEMANS, Les Archives générales du Royaume au point de vue de la documentation historique coloniale, in: Bulletin I.R. C. B., Brussel, 1954.
R. P. A. ROEYKENS, Banning et la Conférence géographique de Bruxelles en 1896, in: Zaïre, Brussel, 1954.
R. P. A. ROEYKENS, Les débuts de l'œuvre africaine de Léopold II (1875-1879), Brussel, 1955.
Jean STENGERS, Textes inédits d'Émile Banning, in: A. R. S. C., Cl. des Sc. mor. et pol., Brussel, 1955.
Marcel WALRAET, Emile Banning, in: Biographie coloniale Belge, T. I 1948 & T. IV, 1955.
bron: wiki
Tendeloo H.J.E.
Over de wenschelijkheid der invoering van het Torrensstelsel in Nederlandsch ...
Edited: 189500000917
BLINK Hendrik
Kaart der woeste gronden in Nederland - 1891
Edited: 18910100



Overzicht van de uitgestrektheid der bosschen en der woeste gronden in Nederland : berekend in hectaren en in procenten van de geheele oppervlakte voor alle gemeenten afzonderlijk / H. Blink ; uitgeg. door de afd. Amsterdam der Nederland Heide-Maatschappij [met inleiding door G. Vas Visser en C.W. Janssen

Maker
Vas Visser, G.
Janssen, C.W.
Blink, H.
uitgever: Gerlings
Vervaardigingsjaar
1891
Collectie
Plano's: historische éénbladdrukken
BLINK Hendrik
Kaart van de bossen in Nederland - 1891
Edited: 18910099


Overzicht van de uitgestrektheid der bosschen en der woeste gronden in Nederland : berekend in hectaren en in procenten van de geheele oppervlakte voor alle gemeenten afzonderlijk / H. Blink ; uitgeg. door de afd. Amsterdam der Nederland Heide-Maatschappij [met inleiding door G. Vas Visser en C.W. Janssen

Maker
Vas Visser, G.
Janssen, C.W.
Blink, H.
uitgever: Gerlings
Vervaardigingsjaar
1891
Collectie
Plano's: historische éénbladdrukken
BUYSSE Cyriel
Broeder en Zuster
Edited: 18860040
verscheen in 1886 in het tijdschrift 'Nederlandsch Museum', 3de jaargang, 2de reeks, dl. 1, pp. 307-321 (bron: Roemans, 201403121824: 30)
De bezittingen van de Nassaus in 1584
Edited: 158401011661
De Nassaus hadden in nog geen honderd jaar in de noordelijke en zuidelijke Nederlanden 45 Graafschappen, Burggraafschappen, Baronieën en Heerlijkheden verworven en behoorden door dat grootgrondbezit tot de rijkste en belangrijkste edelen van het Habsburgse Rijk.

Bron: Breda
LT
Het einde van de Middeleeuwen - periodisering
Edited: 150000000001
Het bepalen van zoiets als 'het einde van de middeleeuwen' is aan discussie onderhevig:

> 1453, het jaar van de val van het Constantinopel , kan als politiek einde gelden. Het Ottomaanse Rijk (lees: de islam, LT) zou nog eeuwenlang op de Balkan en rond de Middellandse Zee zijn invloed uitbreiden. Ook kwam er in dat jaar een einde aan de Honderdjarige Oorlog. De traditie heeft lange tijd een voorkeur gehad voor dit jaartal en wellicht was dat idee niet zo slecht.
> 1492, het jaar waarin Columbus Amerika ontdekte , is ook het jaar waarin een einde kwam aan de Spaanse Reconquista ten koste van het islamitische rijk in West-Europa: Granada viel als laatste bolwerk in handen van de Spaanse koning Ferdinand II van Aragón.
> de culturele en intellectuele Renaissance, waarin een nieuwe visie op de Klassieke Oudheid, de mens en de natuur ontstonden; (in Italië begon die al in de veertiende eeuw met de dichter Petrarca en de schilder Giotto); 'Het Narrenschip' van Brant en 'De Lof der Zotheid' van Erasmus omsluiten als het ware het jaar 1500: de mensen zijn dwazen en lachen is toegestaan.
> op religieus vlak was 1517 van groot belang, het jaar van de breuk tussen de hervormde en rooms-katholieke kerk: stellingen van Maarten Luther.
> 1566 is voor de Nederlanden een late, maar aanvaardbare grens. De Beeldenstorm, waarmee de doorbraak van het calvinisme gepaard ging, zorgde in veel steden niet alleen op godsdienstig, maar ook op politiek vlak voor een breuk. Niet alleen raakte de katholieke kerk haar monopoliepositie kwijt, ook de macht van de koning kwam ter discussie te staan. De gewesten eisten hun uit de Bourgondische tijd stammende traditionele bestuurlijke autonomie op, nu niet alleen met betrekking tot belastingheffing en benoeming van bestuurders, maar ook op godsdienstig terrein.

De bovenstaande tekst bulkt van verwijzingen naar godsdienstige aangelegenheden. Een scheiding in de geesten heeft - na een chaos van jewelste en natuurlijk heel veel bloed - een scheiding in het territorium tot gevolg. Met de onvermijdelijke grensconflicten, op te ruimen enclaves en gettovorming. Het kleine Europa vormde de draaischijf en het labo van al die ontwikkelingen en vandaag is dat niet anders.
[Bron: wiki en aanvullingen LT]