Search our collection of 11.993 BOOKS

Author
Title
Publisher
Keywords
Booknr

Search our 2.832 News Items

INDEX AUTHORS


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

We found 0 books

We found 12 news item(s)

Wallonië schaft kijk- en luistergeld af
Edited: 201709081200
De inning van het kijk- en luistergeld loopt trouwens al jaren mank en het netto-verlies aan inkomsten is dus veel kleiner dan begroot.

zie de doorlichting van het Rekenhof

zie de kaart van België die de ontduiking van kijk- en luistergeld illustreert


GVA
Het Belgisch Staatsblad publiceerde vrijdag een lijst met 46 politici en hoge ambtenaren die dit jaar zijn 'vergeten' hun vermogen aan te geven bij het Rekenhof.
Edited: 201508160042
Publicatie : 2015-08-14

Numac : 2015018256
Publicatie in uitvoering van artikel 7, º 3, van de bijzondere en de gewone wetten van 26 juni 2004 tot uitvoering en aanvulling van de bijzondere en de gewone wetten van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen (elfde toepassingsjaar)
Definitieve lijst van mandaten, ambten en beroepen uitgeoefend in het jaar 2014 of een gedeelte van dat jaar
Rekenhof
PERSBERICHT van 19 december 2014. Verslag aan het federale parlement:Beheer van de vastgoedbehoeften van de Staat door de Regie der Gebouwen
Edited: 201412281511
De Regie der Gebouwen beheert sinds 1971 de vastgoedbehoeften van de Staat. In 2006
heeft de wetgever de Regie voorzien van een directiecomité en de grote lijnen uitgezet
voor een nieuwe werking. Zo moest de Regie een interne controle en een interne audit
organiseren en werk maken van een meerjarenplanning van de vastgoedbehoeften
van de klanten. De implementatie van die nieuwe organisatie is niet voltooid. Zo
wordt de Regie nog altijd aangestuurd op basis van het managementplan 2009?2011.
Dat plan werd bijgewerkt noch vervangen, hoewel de regelgeving bepaalt dat het
jaarlijks moet worden aangepast.

In zijn internetverslag onderzoekt het Rekenhof de toepassing van de wet van 20 juli 2006
en de strategie van de Regie om aan de vastgoedbehoeften van haar klanten te voldoen. Het
maakt een algemene analyse van het internecontrolesysteem en evalueert twee van de drie
vakgebonden processen van de Regie (renovatie en grote werken, algemeen onderhoud).

Het Rekenhof stelt vast dat de doelstellingen van het managementplan 2009?2011, dat nog
steeds wordt gebruikt, stroken met de reorganisatie die de wetgever wenste. Ook stemmen
ze overeen met de strategische richtlijnen van de regering, zoals de ontwikkeling van een
doeltreffend vastgoedbeheer. De doelstellingen zijn echter relatief vrijblijvend, moeilijk te
evalueren en worden niet geconcretiseerd voor de verschillende niveaus van de organisatie.
De implementering van de nieuwe, in 2006 gewenste organisatie vereist overigens nog
maatregelen, zoals nieuwe delegatiebesluiten.

De interne controle bij de Regie is ontoereikend. Pas in 2014 werd een interne auditor
aangesteld. Gezien de trage vooruitgang tussen 2008 en 2012 heeft het directiecomité het
risicobeheer nieuw leven ingeblazen door een deskundige in dienst te nemen voor de interne
controle en door een project op te zetten om dat risicobeheer te verbeteren. Dit project moet
worden voortgezet en ontwikkeld.

De Regie beschikt overigens niet over voldoende kennis over de onroerende goederen die ze
beheert en over de bezetting ervan. Met de beschikbare gegevens kan onmogelijk aan
proactief beheer worden gedaan. Het Rekenhof concludeert dat een achterstand van enkele
jaren moet worden ingehaald om een complete en grondige kennis van het patrimonium te
verwerven.

De koninklijke besluiten waarin de wet sinds 2006 voorziet voor het verzamelen, het
analyseren en het programmeren van de behoeften, zijn nog niet genomen. De Ministerraad
keurde pas op 14 oktober 2013 ontwerpen in die zin goed. De Regie heeft heel wat vooruitgang
geboekt in het verzamelen en analyseren van verzoeken van klanten, maar de manier waarop
rekening wordt gehouden met het beschikbare personeel en budget om aan de behoeften te
voldoen, blijft vooralsnog onvoldoende duidelijk.

Het Rekenhof benadrukt ook dat klanten niet financieel geresponsabiliseerd worden voor de
kosten van hun huisvesting en de Regie niet voor haar optreden. Daarover nadenken zou
moeten leiden tot een vorm van contractgebonden werking.
De planning van de vastgoedprojecten is beperkt tot de lijst van de investeringen waarvoor
tijdens het jaar een vastlegging in de begroting is gepland. De planning zou rekening moeten
houden met de stappen vóór en na de begrotingsvastlegging. Informatie over de looptijd van
werkzaamheden kan onder meer klanten ertoe brengen hun behoeften te herzien en zo
nodeloos werk vermijden.

Een groot deel van de geplande investeringen is bovendien niet in de begroting vastgelegd.
De plaatselijke directies van de Regie beschikken niet over één dossier dat een investering
volledig weergeeft. De oorzaken van vertragingen worden niet geregistreerd. Ook worden
klanten niet systematisch op de hoogte gebracht van de vooruitgang en uitvoering van hun
projecten. Werven worden daarentegen wel regelmatig opgevolgd en gedocumenteerd.
In het kader van het risicobeheer zijn er diverse IT?toepassingen en acties gepland om
verzoeken van klanten beter te registreren en op te volgen. Ze zouden sneller moeten worden
ontwikkeld en veralgemeend.



Persbericht Rekenhof
Rekenhof wil strengere internationale invordering van schulden aan de overheid
Edited: 201411041915
Het Rekenhof stelt vast dat de internationale invordering van fiscale en niet-fiscale schulden vaak een “alles of niets”-verhaal is waarbij vooral de kleine bedragen volledig worden ingevorderd. Grote schuldvorderingen
daarentegen houden veelal verband met zaken van (georganiseerde) fraude waarin de fraudeurs erin slagen te verdwijnen of zich onvermogend voor te doen.

Het Rekenhof vond in zijn audit heel karige inningspercentages. Bovendien blijkt de matching tussen diverse bestaande Belgische databanken niet vlot te verlopen om technische redenen. Anderzijds botst men bij het uitwerken van procedures op de privacywetgeving. De statistieken die aan de EU worden geleverd vertonen lacunes en methodologische fouten. In sommige landen is een tussenkomst van de rechtbank nodig om bewarend beslag te kunnen leggen en daardoor raakt het dossier op de lange baan (lees: oninvorderbaar). Het mag duidelijk zijn dat de Belgische belastingbetaler opdraait voor een falende internationale invordering en wel op twee wijzen: ten eerste zijn de gemaakte invorderingskosten verloren, ten tweede moet het 'manque à gagner' op nationaal niveau gecompenseerd worden door besparingen, hogere belastingen of bijkomende staatsschuld.

Het volledige rapport vindt u hier
BELGA news agency
Nieuw licht op het ‘financieel brokkenparcours’ van Leopold II
Edited: 201308270900
De Standaard | 27/08/2013 om 16:44 door jta | Bron: Belga
Historicus Geert Leloup (UGent en Rijksarchief) schetst in zijn doctoraat over het Rekenhof hoe de instelling van de oprichting in 1830 tot aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog evolueerde van een soepele instelling naar een log bureaucratisch apparaat, en hoe de politisering haar intrede maakte. Wat vooral in het oog springt in het onderzoek is de passage die het financiële beleid van Leopold II als vorst van Congo-vrijstaat belicht.

België en Congo vormden aanvankelijk twee afzonderlijke landen die één koning deelden. In 1890 diende Leopold II echter een beroep te doen op steun van de Belgische overheid om ‘zijn Congo’ overeind te houden. In ruil verwierf de Belgische regering inzage in Congolese begrotingen en rekeningen en inspraak in de uitgifte van leningen.

Even dreigde het voor Leopold II helemaal mis te gaan, toen de Belgische regering kritiek uitte op een bijkomende persoonlijke subsidie aan Congo, goed voor 750.000 toenmalige Belgische frank. ‘Cruciaal was dat dit bedrag in de aan België voorgelegde rekening plots omschreven werd als een aan Leopold II terug te betalen voorschot’, aldus Leloup.

‘De uitleg van Leopolds medewerker Camille Janssens dat het geen lening was aangezien geen intrest werd geëist, kon Minister van Financiën Auguste Beernaert niet overtuigen. Die liet eenvoudigweg weten dat elke persoonlijke bijdrage van de koning definitief was’, stelt de historicus.

‘De Affaire de Browne de Tiège’

Leopolds privéfortuin kreeg zo onverwacht een zware klap, maar de vorst gaf zich niet zomaar gewonnen. ‘Hij bleef tot 1894 grote sommen in Congo pompen, maar zorgde er nu wel voor dat dit niet in de begrotingen of rekeningen zichtbaar was. De koning kon deze zwendel niet lang volhouden, want Congo slokte veel geld op.’

‘Hoogtepunt was dan ook de Affaire de Browne de Tiège : Leopold II ‘bekende’ eind 1894 dat hij zonder medeweten van de regering bij deze Antwerpse bankier een lening van 4,5 miljoen frank had afgesloten tegen een woekerrente en met een deel van Congolese grondgebied als onderpand, terwijl het geld eigenlijk van de vorst zelf afkomstig was. Om deze ‘lening’ af te lossen, kreeg hij vervolgens extra geld van België, wat in combinatie met de groeiende Congolese opbrengsten tot grote winsten leidde, winsten die de Leopold ook liet wegsluizen.’

Leloup wijst erop dat het daar niet bij bleef. ‘Congo was al die tijd verboden terrein voor het Rekenhof, zelfs indien Leopolds koloniale avonturen indirect repercussies hadden op de Belgische overheidsfinanciën.’

Hoewel de belangrijkste gegevens met betrekking tot de Congolese financiën al gekend waren, onder meer door het baanbrekend onderzoek van wijlen professor Jean Stengers (ULB), is het de eerste keer dat deze feiten meer in detail onderzocht werden. De inventaris van Geert Leloup van het voordien ontoegankelijke archief van het Rekenhof - zo’n 325 strekkende meter tot 1939 - opent bovendien nieuwe onderzoeksmogelijkheden.


raadpleeg de nota van het Rijksarchief
Goed beleid onder Verhofstadt ?
Edited: 200905151511
Dagboek
Johan Slembrouck

De Financietoren werd in 2001 samen met het aanpalende Rijksadministratief Centrum verkocht aan het Nederlandse vastgoedbedrijf Breevast. Om een begroting in evenwicht in te dienen werden de gebouwen door de toenmalige paarse regering Verhofstadt I verkocht via een sale-and-lease-back-constructie.

Het Brusselse gerecht onderzocht enkele dubieuze geldstromen rond de verkoop na een klacht van de Bijzondere Belastinginspectie. Het onderzoek is afgerond en het parket heeft nu een eindvordering opgesteld. Het parket stelt vast dat drie zakenlui verdachte commissielonen hebben opgestreken voor hun tussenkomst in de verkoop aan het Nederlandse vastgoedbedrijf. Het gaat over enkele miljoenen euro die via Luxemburgse vennootschappen zijn verborgen gehouden voor de Belgische fiscus.

Eén van de zakenlui is Rony Van Goethem, hij zou de commissies ontvangen hebben via een Luxemburgse vennootschap. Van Goethem zou aan het gerecht verklaard hebben dat het geld enkel en alleen voor hemzelf was bestemd, maar gezien de omvang van het bedrag hechten de speurders weinig geloof aan die uitleg. Er is sprake van commissies van 1 tot 2 miljoen euro, waarvan een deel mogelijk bestemd was voor de omgeving van toenmalig minister van Overheidsbedrijven Rik Daems (Open Vld), die verantwoordelijk was voor de verkoop van de Financietoren. Een andere lobbyist is Michel Bellemans, hij was tot eind 2004 bestuurder bij de federale participatiemaatschappij en werkte tot maart 2000 als adviseur voor minister van Overheidsbedrijven Rik Daems (Open Vld).

In 2006 had ik reeds een artikel gewijd aan de verkoop van de financietoren waarvan de volgende tekst nog steeds actueel is:

Een flagrant voorbeeld van hoe de paarse regering van VERHOFSTADT met belastinggeld morst is de verkoop van de Financietoren in 2001 voor 276.525.227 euro en dit gebeurde zonder gedetailleerde schatting van het gebouw, aldus het Rekenhof.

De Financietoren werd verkocht met de voorwaarde dat de Staat het gebouw na de verkoop voor 25 jaar zou huren. De huurlast per jaar bedroeg: 25.907.229 euro met een duurtijd van 25 jaar. De nieuwe eigenaar verplichtte zich ertoe het asbest te verwijderen en het gebouw te renoveren. De huurprijs na de werken zou worden vastgesteld door de basishuur te vermeerderen met 7,65 % van de kosten van de asbestverwijdering en de renovatiewerken. Beide partijen kwamen overeen dat deze huur echter marktconform moest zijn en stelden 34.705.093 euro als marktconforme huur vast. Het gebouw bleek meer asbest te bevatten dan oorspronkelijk gedacht. Er ontstond een een dispuut over wat verstaan moest worden onder het asbestvrij maken van het gebouw. Om uit de impasse te raken stelde de eigenaar/verhuurder een alternatieve oplossing voor: het gebouw zou bij de renovatie ingrijpend worden gewijzigd waardoor 30.000 m² extra kantoorruimte ter beschikking zou komen. Door die extra kantoorruimte zouden 4.600 ambtenaren kunnen worden gehuisvest in plaats van de oorspronkelijke 3.200. Op basis van dit alternatieve voorstel werd opnieuw onderhandeld. Het alternatieve voorstel werd aanvaard en vastgelegd in een addendum bij het oorspronkelijke huurcontract. De huurprijs werd vastgesteld op 42.700.000 euro. De looptijd van het huurcontract werd vastgesteld op 27 jaar vanaf de datum van aanvaarding van de werken (of een totale looptijd van 33 jaar).

Conclusie: de overheid zal na 33 jaar 1.345.140.744 euro (ongeveer 1,4 miljard euro) betaald hebben voor de financietoren dat voor 276,5 miljoen werd verkocht. Of een verschil met de verkoopprijs van 1.068.615.517 (ongeveer 1,1 miljard euro).

De huur zou intussen oplopen tot bijna 50 miljoen euro, of minstens 900 euro per maand per ambtenaar. Het contract loopt tot in 2031. Dit is volgens Verhofstadt en zijn VLD goed beleid!
BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS / DOC 52 0034/004 / Rekenhof onderzocht fiscale fraude / Verslag dd. 7 mei 2009
Edited: 200905071466
Rekenhof
16 augustus 2006: Verkoop van vastgoed door de Regie der Gebouwen - Verslag
Edited: 200608001112



Rik Daems wordt in dit dossier genoemd.
Didier Reynders verdedigt in een brief de verkoop van overheidsgebouwen: reden: budgettair evenwicht.
Sale-lease-back.
Lijst van de verkochte gebouwen.
Lijst van de te betalen huurgelden.
TESSENS Lucas / MERS
onderzoek voor de Universiteit Gent: analyse archief kijk- en luistergeld
Edited: 200602022164
Professor Erik Dejonghe
Koning Boudewijnlaan 14
9840 De Pinte

A A N G E TE K E N D



Antwerpen, 2 februari 2006

Betreft: opdracht analyse archief kijk- en luistergeld

Professor,

Ingevolge de opdracht, waarvan u het detail in bijlage vindt, en die als volgt moet worden beschreven:


Aanlevering van de cijfers betreffende radio- en TV-bezit, geïdentificeerd als betalers/vrijgestelden van kijk- en/of luistergeld en betrokken uit analyses van de archieven van de Dienst Kijk- en Luistergeld.
De analyse dekt de gehele periode (tot 2001) waarin luistergeld, later ook kijkgeld, werd geïnd.

zend ik u hierbij (in opvolging van de e-mail die u reeds ontving) de analyse onder de vorm van een Excel-file bestaande uit drie werkbladen:
• de gevraagde cijfergegevens,
• de algemene verwerking tot een grafiek,
• de detailgrafiek betreffende Wereldoorlog II.
De Excel-file werd uitgeprint en bevindt zich eveneens op de bijgevoegde CD-Rom.





Aangezien de gevraagde cijfers naar onze mening beter tot hun recht komen in een bredere context, hebben wij - buiten opdracht - volgende cijfergegevens toegevoegd aan de reeksen: abonnees radiodistributie (1933-1992), particuliere huishoudens (1920-1939, volkstellingen 1947, 1960, 1970, 1980, 1991 en vervolgens de cijfers van het Rijksregister) en abonnees teledistributie (1970-2001).



Dit dossier werd door ons aangevuld met een bundel belangrijke bijlagen, hieronder summier beschreven.

Graag breng ik enkele zaken in herinnering:
- KLG = kijk- en luistergeld / redevance radio-télévision
- Noteer dat in 1931 het NIR/INR met radio-uitzendingen start.
- Noteer dat het fichesysteem van KLG eind 1943 & begin 1944 vernietigd werd. Vandaar de plotse daling en geleidelijke heropbouw van het bestand.
- Noteer dat vanaf 1960 een gecombineerde taks wordt geheven op radio en televisie.
- Noteer dat vanaf 1970 de zuivere radiodistributie de concurrentie ondergaat van de teledistributie
- Noteer dat in 1987 en 1997 "zwartkijkers" van een amnestiemaatregel konden genieten.
- Noteer dat vanaf 1977 de draagbare radio's niet meer afzonderlijk geteld worden (van toestellen tellen naar houders tellen; 1 licentie voor alle radiotoestellen, uitgezonderd radiotoestellen).
- Noteer dat vanaf 1977 het aantal TV-vergunningen in éénzelfde woning wordt geteld. Tweede verblijven hebben nog wel afzonderlijke vergunning nodig.
- Noteer dat vanaf 1988 nog enkel autoradio's vergunningsplichtig zijn (per toestel)
- Schattingen particuliere huishoudens tot 1940 gebaseerd op SCHROEVEN C. (1994), Consumer expenditure in interwar Belgium: the reconstruction of a database.
- Kabelabonnees: voor de jaren 1994-2001 beschikt het MERS over detailcijfers per gemeente voor het Vlaamse Gewest (resultaten enquêtes voor Telenet, IBM & KLG) (buiten opdracht).
- Voor methodologische commentaar verwijzen we naar de nota van Lucas Tessens “Bevolking, huishoudens, televisiebezit, kabelabonnees en ontduiking van kijkgeld in Vlaanderen. De globale analyse kritisch bekeken”, zoals toegevoegd aan het bundel. De hierin aangehaalde aandachtspunten omtrent de waarde van het statistisch materiaal en de correcte interpretatie daarvan, lijken mij waardevol als omkadering van de voorliggende analyse.
- Zie ook: COUR DES COMPTES, La perception de la redevance ... voorkomend op de bijgeleverde CD-Rom in pdf-formaat. Dit rapport van het Rekenhof wijst op de ondermaatse inning van het kijk- en luistergeld in het Waalse landsgedeelte. Naar de voorliggende analyse toe houdt zulks in dat de cijfers van de dienst kijk- en luistergeld een onderschatting inhouden van het werkelijke bezit van (auto-)radio’s en TV-toestellen. Dit tengevolge van ontduiking en povere inning/invordering/controles.
- Voor het Vlaamse Gewest worden een aantal kleurkaarten aan het bundel toegevoegd.
- Verder: Jaarverslagen Kijk- en Luistergeld 1997, 1998 en 2001 en Eindverslag toegevoegd aan het bundel. De analyses in deze jaarverslagen zijn naar onze mening waardevol voor een beter begrip van de materie.
- Groeifactor TV-toestellen in 20 landen (1997 versus 1970) toegevoegd aan het bundel. Het leek ons interessant deze cijfers toe te voegen omdat zij de analyse in een internationale context plaatsen.


Voor de historische en wettelijke context verwijs ik graag naar de website van MERS en met name naar de sectie ‘Chronologie Dienst’.





Het komt mij voor dat hiermee de opdracht uitgevoerd is.
Mocht u nog vragen hebben, dan houd ik mij ter uwer beschikking.




Met hoogachting,








Lic. Lucas TESSENS




Bijlagen: bundel zoals beschreven met CD-Rom.

OPDRACHTGEVER/CLIENT
Universiteit Gent
Vakgroep Communicatiewetenschappen
Korte Meer 7-9-11
9000 Gent
Tel 09/ 264 68 80

Onze offertes 20050826 & 20060128
Uw bestelbonnummer: 4203331316
Bestelbondatum: 31.01.2006
Leveranciersnummer: 2000048730


LEVERANCIER
MERS BVBA - Media Expert Research System
vertegenwoordigd door Lic. Lucas Tessens
M. Courtmansstraat 27
2600 - Antwerpen
BTW: 464.141.832
Tel: 03-218.51.13
GSM: 0475-20.95.00


Dienstverlening
Aanlevering van de cijfers betreffende radio- en TV-bezit, geïdentificeerd als betalers/vrijgestelden van kijk- en/of luistergeld en betrokken uit analyses van de archieven van de Dienst Kijk- en Luistergeld.
De analyse dekt de gehele periode (tot 2001) waarin luistergeld, later ook kijkgeld, werd geïnd.
MERS garandeert dat de gepresenteerde cijfers op wetenschappelijke wijze werden vergaard en verwerkt.
Commentaren en methodologische noten worden bijgeleverd op de meest aangepaste drager (files en/of scans in attachment aan een e-mail, op CD-Rom, op fotocopie, ...).
Orale ondersteuning betreffende het cijfermateriaal t.b.v. Prof. Dr Erik Dejonghe (facultatief en indien gewenst).

Wijze van aanlevering
Excel-files via attach aan e-mail te richten aan erik.dejonghe@pandora.be met bevestiging van ontvangst.

Gebruiksrecht
Bij publicatie of publieke presentatie van de cijfers, of afgeleiden daarvan, zullen deze steeds vergezeld zijn van volgende bronvermelding: "Analyse MERS".



Cours des Comptes - Rekenhof
La perception de la redevance radio et télévision en Communauté française
Edited: 20010015
(29/5/2001). Commentaar LT: een vernietigend rapport over de wijze waarop te Brussel en in het Waalse gewest het kijk- en luistergeld wordt geïnd en ingevorderd; bevestigt de resultaten van de MERS-audit uit 1996: Franse gemeenschap lijdt miljardenverlies door gebrekkige inning.
De Tijd
Financietoren wordt in de loop van volgend jaar verkocht
Edited: 199712051111
05 december 1997 00:00
(tijd) - Minister van Ambtenarenzaken André Flahaut (PS) heeft de Regie der Gebouwen de opdracht gegeven de verkoop van 15 overheidsgebouwen in de loop van 1998 voor te bereiden. De twee pronkstukken op de lijst zijn zonder twijfel de Financietoren en het gebouw van het Rekenhof. De verkoop moet minstens 9 miljard frank opbrengen.Flahaut bevestigde dit donderdag in de Kamer in antwoord op een vraag van VLD-kamerlid Van Aperen. Het bestaan van de lijst was een dag eerder gesignaleerd door de socialistische ambtenarenbond ACOD. De Financietoren, de imposante toren in Noord-Brussel waarin het grootste deel van de centrale fiscale administratie gehuisvest is, is zonder twijfel het meest opvallende bouwwerk op de lijst. Verderop, zij het met een lagere verkoopprioriteit, vinden we nog de classicistische 'residentie' waarin het Rekenhof huist. Ook gebouwen van de ministeries van Verkeer en Buitenlandse Zaken en een aantal gronden en terreinen in de provincie prijken op het lijstje.
DOMEINEN buiten controle Algemene Rekenkamer (soort Rekenhof) gehouden (Wet van 9 juli 1814) !!! WET NIET IN RECUEIL DES LOIS 1819 !!!
Edited: 181407090965
"De Raad van State, die eind juni 1814 over deze concept-instructie (ontwerp van wet, LT) rapport uitbracht, had weinig essentieels toe te voegen, maar zette toch een vraagteken bij de afzonderlijke Rekenkamer voor de domeinen, omdat nu niet was na te gaan of de netto-opbrengst ervan wel in haar geheel aan de Staat was overgedragen. Deze opmerking was uiteraard niet verwerkt in de concept-wet, die begin juli aan de Staten-Generaal werd voorgelegd en na een snelle goedkeuring op 9 juli 1814 officieel werd uitgevaardigd."
19890083: 162 Heel opmerkelijk en al te gek wordt het wanneer men vaststelt dat deze wet ontbreekt in de Recueil des Lois, uitgegeven te Brussel in 1819. Hebben we hier te maken met misleiding en druk op de uitgever?