Search our collection of 12.066 BOOKS

Author
Title
Publisher
Keywords
Booknr

Search our 2.818 News Items

INDEX AUTHORS


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

We found 9 books

We found 120 news item(s)

DEWILDE Jan, DUVOSQUEL Jean-Marie (edit.), MEESSEN-DONEUX Anne-Marie, OGONOVSKY-STEFFENS Judith, STARK David, VANHOVE Jean-Paul. Ingeleid door Herwig Todts.
Charles Degroux 1825-1870 en het realisme.
Hardcover, geïllustreerde stofwikkel, 25x31cm, 167pp. In de reeks Monografieën over moderne kunst. Naar aanleiding van de tentoonstelling van 11/7 tot 17/9/1995 in het Stedelijk Museum te Ieper. Illustraties in ZW en kleur. Degroux is het boegbeeld v/h realisme in België. Met zijn schilderij 'De dronkaard' (1853) opent hij een nieuwe richting: het sociaal-realisme. Als één van de allereerste in België klaagt hij in zijn werk de ellendige leefomstandigheden v/h stadsproletariaat en de plattelandsbevolking aan. Zijn schilderkunst brengt in beeld wat de fotografie toen nog net niet kon: sociale ellende. De keuze v/d thematiek was toen gedurfd. Dit belangrijke werk bevat de beredeneerde catalogus v. GEHEEL zijn oeuvre. Het is de eerste wetenschappelijke monografie aan deze belangrijke kunstenaar gewijd en dat mag toch enige verwondering wekken. Noot LT: De inleidende tekst van Todts is te intellectualistisch, politiek beladen (wat mag) en soms contradictorisch (bvb. p. 10). Volgens Stark (p. 52) zou Degroux dan weer apolitiek geweest zijn.

Charles Hermans zag het in 1875 zo (Bij dageraad):
€ 25.0

BUY

HAUPTMAN Jodi, VAN ZUYLEN Marina, FIGURA Starr, REDON Odilon
Beyond the Visible, The Art of Odilon Redon.
Hardcover, dj, 4to, 284 pp., ill. in colour, catalogue, exhibition history, bibliography. Mainly on the Ian Woodner Family Collection, gifted to the Museum in the year 2000. Odilon Redon was a French symbolist painter (°Bordeaux 20/4/1840 +Paris 6/7/1916) who influenced the surrealists.
€ 50.0

BUY

STARGARDT Nicholas
La guerre allemande. Portrait d'un peuple en guerre 1939-1945 (trad. de The German War - A Nation under Arms 1939-1945
Broché, in-8, 798 pp., illustrations,cartes, photos, notes bibliographiques, bibliographie, index.
€ 20.0

BUY

STARKEY David (ed.).
Henry VIII. A European Court in England.
Pb, 4to, 192 pp., richly illustrated, notes, index. Added: admission ticket to the Exhibition in the National Maritime Museum, Greenwich.
€ 12.0

BUY

STAROBINSKI Jean
Zinnebeelden van de rede. Cultuurgeschiedenis van Europa rondom de Franse revolutie. (vert. van 1789 Les emblèmes de la raison)
Pb, 259 pp. Illustraties in ZW. Bibliografie en register. JS legt verbanden tussen de vernieuwingen die in Europa ontstonden op het einde van de XVIIIde eeuw: architectuur, schilderkunst, literatuur, beeldhouwkunst, muziek. De toenmalige illusies en utopieën, onbewuste angsten en het wanhopige verlangen naar een verloren paradijs.
€ 12.0

BUY

TESSENS Lucas / MERS
test met webm video mersnew.webm: screenvideo van de nieuwe website van MERS Antique Books Antwerp. In sommige browsers: als de video niet automatisch opstart: klik met rechter muisknop op het stilstaand beeld > besturingselementen weergeven > start. De video zal dan in autoloop draaien.
Edited: 201804010145
LT
Samen. Amen. Groen blaast Samen op in Antwerpen.
Edited: 201801180829
De kleerscheuren lijken het grootst bij SP.A.
Dat heb je als je met aangeschoten wild aan de start komt.
TESSENS Lucas
MERS start met de ontsluiting van het archief van de Vlaamse Media Maatschappij (VMM), de aanloop tot de Vlaamse Televisie Maatschappij (VTM).
Edited: 201711211640




De archivalia worden gescand en in PDF gepresenteerd op onze website (News Items).
MERS wil hiermee de archiefstukken veilig stellen voor verder onderzoek.
Bedenk dat in de jaren tachtig van vorige eeuw quasi alle documenten uitgetikt werden op een typmachine. Van een digitaal archief was dan ook geen sprake.
De kwaliteit van de originele stukken is in een aantal gevallen middelmatig tot slecht. Dat heeft vele oorzaken: beïnkting van het gebruikte typmachinelint, faxen op termisch papier, slechte kwaliteit van telexberichten, slecht gemaakte copies, minderwaardig fotopapier, etc.
Inhoudelijk is het archief rijk. De stukken tonen aan hoe moeilijk het is geweest om eensgezindheid te krijgen binnen de uitgeversgroep (dag- en weekbladen) om in te stappen in de wereld van de commerciële televisie.
Parallel hiermee diende het volledige wettelijk kader (federaal en gewestelijk) te worden geschapen om commerciële TV mogelijk te maken. De inspanningen van de ene lobby-groep werden teniet gedaan door de andere. Bovendien zaten verschillende fracties van eenzelfde groep niet op dezelfde golflengte. Dat was waar binnen de politieke partijen, binnen de dagbladgroepen, de BRT, de vakbonden, ... De weekbladen vormden een uitzondering: zij zaten vanaf 1980 op eenzelfde lijn. Die lijn evolueerde van anti-BRT-reclame naar radicaal pro-commerciële TV in handen van de uitgevers. En dat terwijl de weekbladpers in het begin nauwelijks aan de bak kwam als gesprekspartner voor de regering. De dagbladuitgevers en de BRT bezetten in 1980 nog het forum en de lobby-kanalen.
Een voortdurende dreiging vormde de mogelijke marktbezetting door een Vlaams RTL-kanaal.
Ook het aantal kanalen op de kabel (teledistributie) dreigde uitgeput te raken door de opkomst van satelliettelevisie.
De hele discussie werd dan nog doorkruist door de financieringsperikelen van de openbare omroep en de eis voor de volledige ristornering van het kijk- en luistergeld naar de Gemeenschappen. Zolang dat laatste niet was gebeurd, kon de Vlaamse overheid tegenover de BRT argumenteren dat er een geldgebrek was.
In diezelfde periode kwam ook de Mediaraad tot stand.
Hiermee is voldoende aangeduid hoe complex en chaotisch de aanloop tot VTM wel is geweest.






Voor een stukje van de politieke historiek verwijzen wij naar een tijdlijn die aantoont dat VTM in een wel heel unieke periode tot stand kwam: de socialisten stonden op alle fronten buitenspel.

Buffalo Springfield
Stop Children, What's That Sound (1967)
Edited: 201710010055
There's something happening here
What it is ain't exactly clear
There's a man with a gun over there
Telling me i got to beware

I think it's time we stop, children, what's that sound
Everybody look what's going down

There's battle lines being drawn
Nobody's right if everybody's wrong
Young people speaking their minds
Getting so much resistance from behind

I think it's time we stop, hey, what's that sound
Everybody look what's going down

What a field-day for the heat
A thousand people in the street
Singing songs and carrying signs
Mostly say, hooray for our side

It's time we stop, hey, what's that sound
Everybody look what's going down

Paranoia strikes deep
Into your life it will creep
It starts when you're always afraid
You step out of line, the man come and take you away

We better stop, hey, what's that sound
Everybody look what's going down
Stop, hey, what's that sound
Everybody look what's going down
Stop, now, what's that sound
Everybody look what's going down
Stop, children, what's that sound
Everybody look what's going down
Echo
l'Echo start reeks over het vermogen van de adel
Edited: 201703091116
l'Echo start reeks over het vermogen van de adel

Er verschijnt bij Racine ook een boek over de business van de adel:
Noblesse is business. Une vaste enquête menée au coeur du patrimoine et des réseaux de la noblesse belge par Serge Quoidbach, Michel Lauwers et Nicolas Keszei










zie ook het referentiewerk van professor Paul Janssens
VTM
Termont uitgejouwd
Edited: 201701151061
15/01/17 19u46 - Burgemeester Daniel Termont (sp.a) van Gent is vanmorgen tijdens de nieuwjaarsreceptie voor de Gentenaars uitgejouwd. Binnen drie maanden start een nieuw mobiliteitsplan in de stad en dat vinden de Gentenaars duidelijk een slechte zaak. Gent gaat al twee jaar gebukt onder heel wat wegenwerken, en er zijn minder en duurdere parkeerplaatsen in de binnenstad.
STATISTA
The Countries Where The Super-Rich Are More Likely To Have Inherited Their Wealth
Edited: 201610112324
In every country in the world, there are countless stories about billionaires who built massive business empires despite humble beginnings. In Austria, however, a billionaire is far more likely to have inherited his or her fortune. According to a report from Jonathan Wai of Duke University and David Lincoln of Wealth-X, 49.6 percent of Austrians with a net worth over $30 million were born into wealth.

The situation is similar in Sweden where 43.8 percent of ultra high net worth individuals inherited their fortune. In the United Kingdom and the United States however, the story is quite different with the vast majority of wealthy individuals starting off from scratch without familial assistance. In Russia where oil has produced countless billionaires since the collapse of communism, inheriting vast sums of money is far rarer: a mere 1.3 percent of super-rich individuals in Russia netted their wealth through inheritance.
EmperorTigerstar
The History of the Ottomans: 1299-1923 (animated map)
Edited: 201605261562
Gepubliceerd op 26 mei 2016
See the rise and fall of the Ottomans as they build up their empire in the Middle East, Southeastern Europe, and North Africa.

Libé
LuxLeaks: proces tegen Antoine Deltour e.a. start vandaag
Edited: 201604261248
Procès Luxleaks. Le procès des «Luxleaks» s'ouvre aujourd'hui à Luxembourg. Trois Français, dont un journaliste, comparaissent devant le tribunal correctionnel de Luxembourg, accusés d'avoir fait fuiter des milliers de pages éclairant les pratiques fiscales de grandes multinationales établies au Grand-Duché. Nous l'écrivions hier : ce procès remet en lumière la nécessité de protéger les lanceurs d'alerte comme Antoine Deltour, l'un des principaux accusés.
zie ons bericht van 2014
Lucas Tessens
Angela Merkel laat toe dat Jan Böhmermann vervolgd wordt voor belediging Erdogan - Juridisch correct - Politiek onhoudbaar - Erdogan loopt als een 'bleu' in de val
Edited: 201604160033
De toespraak van Angela Merkel is van historisch belang voor Europa. Het zou verkeerd zijn Merkel lichtvaardig te veroordelen. Immers, haar stellingname is een waardige en strenge terechtwijzing (lees: oorvijg) aan het persoonlijke adres van Erdogan. De draagwijdte van Merkels toespraak zal in de volgende dagen duidelijk worden. Journalisten moeten daarbij hun analyse verstandig onderbouwen. Naar onze mening zou het NIET volgen van de bepalingen van het Strafwetboek afbreuk hebben gedaan aan de boodschap die men wil geven: Duitsland is een rechtstaat waar niet de toevallige politieke meerderheid bepaalt wat recht en wat krom is. Net die overweging maakt het verschil tussen een dictatuur en een rechtstaat. De aankondiging van een wijziging van paragraaf 103 van het SWB wijst zeer bewust in die richting.
Let u vooral op de ademhaling van Merkel en de nadrukkelijkheid van haar intonatie: zij beseft ten volle het gewicht van haar belangrijke toespraak.
Ik heb het eerder geschreven: Erdogan is volgens mij niet op zoek naar een toenadering tot Europa; hij streeft naar de vestiging van een allesomvattend dictatoriaal Middenrijk waarin hij zijn eigen positie kan consolideren, ten koste van mensenrechten en vrijheid. Het is een typische strategie van dictators 'in the make'. Formeel is Turkije nog een parlementaire democratie, in de realiteit is er geen gesprek meer mogelijk tussen de politieke fracties, er is nog slechts 'vijand-denken'. Eerder vroeg dan laat zal het tot een 'clash' komen tussen de geëvolueerde stedelingen en de rurale achterban van de president.



Hier de volledige tekst zoals vrijgegeven door de Bundesregiering:
Erklärung von Bundeskanzlerin Merkel zum Vorgehen der Bundesregierung nach der türkischen Verbalnote an das Auswärtige Amt am 15. April 2016 in Berlin
in Berlin
Meine Damen und Herren,
mit Schreiben vom 7. April 2016, eingegangen im Auswärtigen Amt am 8. April 2016, hat die Republik Türkei ein Strafverlangen hinsichtlich des Moderators Jan Böhmermann wegen dessen Sendungsabschnitts über Präsident Erdoğan gestellt.
Gesetzliche Voraussetzung für die Strafverfolgung des speziellen Delikts der Beleidigung von Organen und Vertretern ausländischer Staaten ist eine Ermächtigung der Bundesregierung. Die Bundesregierung hat dieses Ersuchen entsprechend der Staatspraxis geprüft. An dieser Prüfung waren das Auswärtige Amt, das Bundesjustizministerium, das Bundesinnenministerium und das Bundeskanzleramt beteiligt. Es gab unterschiedliche Auffassungen zwischen den Koalitionspartnern Union und SPD. Im Ergebnis wird die Bundesregierung im vorliegenden Fall die Ermächtigung erteilen.
Ich möchte dazu gerne näher Stellung nehmen: Die Türkei ist ein Land, mit dem Deutschland eng und freundschaftlich verbunden ist - über die vielen Menschen mit türkischen Wurzeln hier im Land, über enge wirtschaftliche Verflechtungen und über unsere gemeinsame Verantwortung als Alliierte in der Nordatlantischen Allianz. Die Türkei führt Verhandlungen für einen Beitritt zur Europäischen Union. In dieser engen Partnerschaft sind die gegenseitige, auch völkerrechtlich geschuldete Achtung ebenso wie der offene Austausch zu den Entwicklungen des Rechtsstaats, der Unabhängigkeit der Gerichte und des Meinungspluralismus von besonderer Bedeutung. Umso mehr erfüllen uns die Lage der Medien in der Türkei und das Schicksal einzelner Journalisten wie auch Einschränkungen des Demonstrationsrechts mit großer Sorge.
Die Bundesregierung wird auch in Zukunft auf allen Ebenen die Postulate von Rechtsstaatlichkeit, Gewaltenteilung und Pluralismus gegenüber der Türkei anmahnen. Wir treten dafür ein, dass bei unseren Partnern und Verbündeten die Freiheit der Meinung und die Unabhängigkeit der Justiz in gleichem Umfang wie in Europa und anderen Ländern der demokratischen Welt gewährleistet sein müssen. Wir setzen uns gegenüber anderen Staaten dafür ein, Grundrechte wie die Meinungsfreiheit, die Kunstfreiheit und die Pressefreiheit zu achten. Wir fordern ihre Achtung und ihren Schutz auch von der Türkei ein.
Wir fordern das, weil wir von der Stärke des Rechtsstaats überzeugt sind. Im Rechtsstaat sind Grundrechte wie die Meinungsfreiheit, die Kunstfreiheit und die Pressefreiheit elementar. Sie sind elementar für Pluralismus und Demokratie. Im Rechtsstaat ist die Justiz unabhängig. In ihm ist garantiert, dass die Verfahrensrechte des Betroffenen gewahrt werden. In ihm gilt die Unschuldsvermutung.
Im Rechtsstaat ist es nicht Sache der Regierung, sondern von Staatsanwaltschaften und Gerichten, das Persönlichkeitsrecht und andere Belange gegen die Presse- und Kunstfreiheit abzuwägen. In ihm bedeutet die Erteilung einer Ermächtigung zur Strafverfolgung des speziellen Delikts der Beleidigung von Organen und Vertretern ausländischer Staaten weder eine Vorverurteilung des Betroffenen noch eine vorgreifende Entscheidung über Grenzen der Kunst-, Presse- und Meinungsfreiheit, sondern lediglich, dass die rechtliche Prüfung der unabhängigen Justiz überantwortet wird und nicht die Regierung, sondern Staatsanwaltschaften und Gerichte das letzte Wort haben werden.
Genau in diesem und in keinem anderen Verständnis, genau in diesem und in keinem anderen Gesamtrahmen wird die Bundesregierung im vorliegenden konkreten Fall hinsichtlich des Moderators Jan Böhmermann die von mir eingangs vorgetragene Ermächtigung erteilen.
Darüber hinaus möchte ich Ihnen mitteilen, dass unabhängig von diesem konkreten Verfahren die Bundesregierung der Auffassung ist, dass § 103 StGB als Strafnorm zum Schutz der persönlichen Ehre für die Zukunft entbehrlich ist. Wir werden deshalb einen Gesetzentwurf zu seiner Aufhebung vorlegen. Der Gesetzentwurf soll noch in dieser Wahlperiode verabschiedet werden und 2018 in Kraft treten. Vielen Dank.
Freitag, 15. April 2016



Wij hebben voor u de teksten opgezocht waarop de stellingname van Merkel gebaseerd is.

Grundgesetz Deutschland
Artikel 5

(1) Jeder hat das Recht, seine Meinung in Wort, Schrift und Bild frei zu äußern und zu verbreiten und sich aus allgemein zugänglichen Quellen ungehindert zu unterrichten. Die Pressefreiheit und die Freiheit der Berichterstattung durch Rundfunk und Film werden gewährleistet. Eine Zensur findet nicht statt.


Hieronder de tekst van het Strafwetboek die de Bundesregierung zal wijzigen:

Strafgesetzbuch
Besonderer Teil (§§ 80 - 358)
3. Abschnitt - Straftaten gegen ausländische Staaten (§§ 102 - 104a)
§ 103
Beleidigung von Organen und Vertretern ausländischer Staaten

(1) Wer ein ausländisches Staatsoberhaupt oder wer mit Beziehung auf ihre Stellung ein Mitglied einer ausländischen Regierung, das sich in amtlicher Eigenschaft im Inland aufhält, oder einen im Bundesgebiet beglaubigten Leiter einer ausländischen diplomatischen Vertretung beleidigt, wird mit Freiheitsstrafe bis zu drei Jahren oder mit Geldstrafe, im Falle der verleumderischen Beleidigung mit Freiheitsstrafe von drei Monaten bis zu fünf Jahren bestraft.

(2) Ist die Tat öffentlich, in einer Versammlung oder durch Verbreiten von Schriften (§ 11 Abs. 3) begangen, so ist § 200 anzuwenden. Den Antrag auf Bekanntgabe der Verurteilung kann auch der Staatsanwalt stellen.

Pro memorie: Het gaat om volgend gedicht:
Der Text Schmähgedicht von Jan Böhmermann:

“Sackdoof, feige und verklemmt,
ist Erdogan der Präsident.

Sein Gelöt stinkt schlimm nach Döner,
selbst ein Schweinepfurz riecht schöner.

Er ist der Mann der Mädchen schlägt,
und dabei Gummimasken trägt.

Am liebsten mag er Ziegen ficken,
und Minderheiten unterdrücken,

Kurden treten, Christen hauen,
und dabei Kinderpornos schauen.

Und selbst Abends heißt statt schlafen,
Fellatio mit hundert Schafen.

Ja, Erdogan ist voll und ganz,
ein Präsident mit kleinem Schwanz.

Jeden Türken hört man flöten,
die dumme Sau hat Schrumpelklöten,

Von Ankara bis Istanbul,
weiß jeder, dieser Mann ist schwul,

Pervers, verlaust und zoophil
Recep Fritzl Priklopil.

Sein Kopf so leer, wie seine Eier,
der Star auf jeder Gangbang-Feier.

Bis der Schwanz beim pinkeln brennt,
das ist Recep Erdogan, der türkische Präsident.”


Jérôme Fenoglio (Directeur du Monde)
Panama Papers: le tournis, le vertige et la nausée
Edited: 201604041135
(...)
il y a les noms, à donner la nausée. Ceux du roi d’Arabie saoudite, du président argentin, du premier ministre islandais, parmi douze chefs d’Etat et de gouvernement (dont six actuellement en activité), auxquels il convient d’ajouter ceux de 61 personnalités proches de dirigeants mondiaux, comme Sergueï Roldouguine, ami intime de Vladimir Poutine, ou encore Rami Makhlouf, cousin et grand argentier de Bachar Al-Assad. En tout, 128 responsables politiques et hauts responsables publics du monde entier (hauts magistrats, président de banque centrale, ministres, députés… toutes fonctions qui devraient astreindre à l’exemplarité), dûment identifiés par les journalistes du consortium, figurent au catalogue hétéroclite des clients de Mossack Fonseca, à côté des barons de la drogue, des milliardaires et des stars du ballon rond.
(...)
Learning to Code Yields Diminishing Returns - The future of jobs - A review of Rushkoff's book
Edited: 201604011318

Looking for job security in the knowledge economy? Just learn to code. At least, that’s what we’ve been telling young professionals and mid-career workers alike who want to hack it in the modern workforce—in fact, it’s advice I’ve given myself. And judging by the proliferation of coding schools and bootcamps we’ve seen over the past few years, not a few have eagerly heeded that instruction, thinking they’re shoring up their livelihoods in the process.

Unfortunately, many have already learned the hard way that even the best coding chops have their limits. More and more, "learn to code" is looking like bad advice.

CODING CAN’T SAVE YOU
Anyone competent in languages such as Python, Java, or even web coding like HTML and CSS, is currently in high demand by businesses that are still just gearing up for the digital marketplace. However, as coding becomes more commonplace, particularly in developing nations like India, we find a lot of that work is being assigned piecemeal by computerized services such as Upwork to low-paid workers in digital sweatshops.

This trend is bound to increase. The better opportunity may be to use your coding skills to develop an app or platform yourself, but this means competing against thousands of others doing the same thing—and in an online marketplace ruled by just about the same power dynamics as the digital music business.

Besides, learning code is hard, particularly for adults who don’t remember their algebra and haven’t been raised thinking algorithmically. Learning code well enough to be a competent programmer is even harder.

Although I certainly believe that any member of our highly digital society should be familiar with how these platforms work, universal code literacy won’t solve our employment crisis any more than the universal ability to read and write would result in a full-employment economy of book publishing.

It’s actually worse. A single computer program written by perhaps a dozen developers can wipe out hundreds of jobs. As the author and entrepreneur Andrew Keen has pointed out, digital companies employ 10 times fewer people per dollar earned than traditional companies. Every time a company decides to relegate its computing to the cloud, it's free to release a few more IT employees.

Most of the technologies we're currently developing replace or obsolesce far more employment opportunities than they create. Those that don’t—technologies that require ongoing human maintenance or participation in order to work—are not supported by venture capital for precisely this reason. They are considered unscalable because they demand more paid human employees as the business grows.

TRAINING OUR ROBO-REPLACEMENTS
Finally, there are jobs for those willing to assist with our transition to a more computerized society. As employment counselors like to point out, self-checkout stations may have cost you your job as a supermarket cashier, but there’s a new opening for that person who assists customers having trouble scanning their items at the kiosk, swiping their debit cards, or finding the SKU code for Swiss chard. It’s a slightly more skilled job and may even pay better than working as a regular cashier.

But it’s a temporary position: Soon enough, consumers will be as proficient at self-checkout as they are at getting cash from the bank machine, and the self-checkout tutor will be unnecessary. By then, digital tagging technology may have advanced to the point where shoppers just leave stores with the items they want and get billed automatically.

For the moment, we’ll need more of those specialists than we’ll be able to find—mechanics to fit our current cars with robot drivers, engineers to replace medical staff with sensors, and to write software for postal drones. There will be an increase in specialized jobs before there's a precipitous drop. Already in China, the implementation of 3-D printing and other automated solutions is threatening hundreds of thousands of high-tech manufacturing jobs, many of which have existed for less than a decade.

American factories would be winning back this business but for a shortage of workers with the training necessary to run an automated factory. Still, this wealth of opportunity will likely be only temporary. Once the robots are in place, their continued upkeep and a large part of their improvement will be automated as well. Humans may have to learn to live with it.

HIGH-TECH UNEMPLOYMENT

This conundrum was first articulated back in the 1940s by the cybernetics pioneer Norbert Wiener, whose work influenced members of the Eisenhower Administration to start worrying about what would come after industrialism. By 1966, the United States convened the first and only sessions of the National Commission on Technology, Automation, and Economic Progress, which published six (mostly ignored) volumes sizing up what would later be termed the "post-industrial economy."

Today, it’s MIT’s Erik Brynjolfsson and Andrew McAfee who appear to be leading the conversation about technology’s impact on the future of employment—what they call the "great decoupling." Their extensive research shows, beyond reasonable doubt, that technological progress eliminates jobs and leaves average workers worse off than they were before.

Yet it’s hard to see this great decoupling as a mere unintended consequence of digital technology. It is not a paradox but the realization of the industrial drive to remove humans from the value equation. That’s the big news: The growth of an economy does not mean more jobs or prosperity for the people living in it.

"I would like to be wrong," a flummoxed McAfee confided in the same article, "but when all these science-fiction technologies are deployed, what will we need all the people for?"

When technology increases productivity, a company has a new excuse to eliminate jobs and use the savings to reward its shareholders with dividends and stock buybacks. What would've been lost to wages is instead turned back into capital. So the middle class hollows out, and the only ones left making money are those depending on the passive returns from their investments.

It turns out that digital technology merely accelerates this process to the point where we can all see it occurring. It's just that we haven't all taken notice yet—we’ve been busy coding.

"It’s the great paradox of our era," Brynjolfsson explained to MIT Technology Reviewin 2013. "Productivity is at record levels, innovation has never been faster, and yet at the same time, we have a falling median income and we have fewer jobs. People are falling behind because technology is advancing so fast and our skills and organizations aren’t keeping up."

[This post is based on Douglas Rushkoff’s new book, Throwing Rocks at the Google Bus: How Growth Became the Enemy of Prosperity and originally appeared in Fast Company.]
tijdlijn in Red Star Line Museum vermeldt onafhankelijkheid Congo en moord op Patrice Lumumba niet
Edited: 201603210040


Foto LT, 20160320

Wij lieten een nota voor de directie achter.
RT news
Sergey Lavrov beroept zich op de geschiedenis en pleit voor Eurasian Economic Union
Edited: 201603031314
Western attempts to exclude Russia from shaping European and global affairs have led to countless historical tragedies over the centuries, according to Russia’s foreign minister, who added lasting stability can only be reached through cooperation.

In an article for the Russia in Global Affairs magazine, Foreign Minister Sergey Lavrov outlines the historical importance of Russian foreign policy over the course of the last 1,000 years, arguing that Russian policy has always been based on preserving the fragile balance of peace and stability in international relations. Any attempts to isolate Moscow as a major world power have led to historical defeats and countless deaths, he says.

“During at least the past two centuries any attempts to unite Europe without Russia and against it have inevitably led to grim tragedies, the consequences of which were always overcome with the decisive participation of our country,” Lavrov wrote.

Being the largest country on earth with a unique “cultural matrix,” Russia has always followed its own national interests, Lavrov argues. Yet at the same time it has served as a bridge between the East and the West, while Russians have always welcomed and respected numerous religions and cultures.

While welcoming Western ideas and applying them to modernize Russia, Moscow has never allowed itself to be consumed by Western culture. At the same time Moscow has always advocated working with the West to achieve common objectives.

Lavrov stressed the constructive role Moscow has played in European affairs, especially during the Napoleonic Wars, as well as in First and Second World Wars. The influence of the Soviet Union in shaping modern Western values should also not be underestimated, the minister argues, highlighting the USSR’s role in decolonization and shaping the European socio-economic system.

“The Soviet Union, for all its evils, never aimed to destroy entire nations,” Lavrov said. “Winston Churchill, who all his life was a principled opponent of the Soviet Union and played a major role in going from the World War II alliance to a new confrontation with the Soviet Union, said that graciousness, i.e. life in accordance with conscience, is the Russian way of doing things,” he added.

The post-Soviet world, Lavrov argues, offered the unique opportunity for European states to unite with Moscow and work towards a wider and more solid security mechanism in Europe – a mechanism that would enable long-lasting peace on the wider continent.

“Logically, we should have created a new foundation for European security by strengthening the military and political components of the Organization for Security and Cooperation in Europe (OSCE),” the minister wrote.

Instead of uniting, some European countries chose to ally themselves with NATO and Washington, and once again embarked on the centuries-old matrix of trying to isolate Russia and expand the military alliance’s borders further east, while pursuing a global agenda of regime change and ‘color’ revolutions.

“It is notable that George Kennan, the architect of the US policy of containment of the Soviet Union, said that the ratification of NATO expansion was ‘a tragic mistake,’” Lavrov said.

Rather than serving as architects of peace, NATO and its member states, Lavrov said, continued to engage in destructive policies that threaten international stability and have already led to the collapse of states, starting from the bombings of Yugoslavia, to the invasions of Iraq and Libya.

Arguing that the liberal system of globalization has failed, the minister stressed that the world is standing at crossroads, where a new system of international relations is taking shape. At such an important historical junction, Lavrov says it is wrong to accuse Russia of “revisionism” just because Moscow refuses to bow or close its eyes to NATO’s policies.

“A reliable solution to the problems of the modern world can only be achieved through serious and honest cooperation between the leading states and their associations in order to address common challenges,” Lavrov wrote.

The most pressing issue in the modern world is the threat of terrorism, which can only be defeated by a united front, he added.

The foreign minister stressed that Russia is not seeking any “confrontation” with the US or the EU. On the contrary, Moscow is and has always been open to “the widest possible cooperation with its Western partners.”

Russia continues to support the notion that the best way to ensure the interests of Europeans would be “to form a common economic and humanitarian space from the Atlantic to the Pacific, so that the newly formed Eurasian Economic Union could be an integrating link between Europe and Asia Pacific.”


biography Sergey Lavrov
The Center for Public Integrity
Ford gaf 40 miljoen $ uit om mesothelioom (longvlieskanker) door asbest-remblokjes 'weg te schrijven' - Fordgate
Edited: 201602162013
Science for Sale - Ford spent $40 million to reshape asbestos science - Stung by lawsuits, the automaker hired consultants to change the narrative on the risks of asbestos brakes.
In 2001, toxicologist Dennis Paustenbach got a phone call from a lawyer for Ford Motor Company.

The lawyer, Darrell Grams, explained that Ford had been losing lawsuits filed by former auto mechanics alleging asbestos in brakes had given them mesothelioma, an aggressive cancer virtually always tied to asbestos exposure. Grams asked Paustenbach, then a vice president with the consulting firm Exponent, if he had any interest in studying the disease’s possible association with brake work. A meeting cemented the deal.

Paustenbach, a prolific author of scientific papers who’d worked with Grams on Dow Corning’s defense against silicone breast-implant illness claims, had barely looked at asbestos to that point. “I really started to get serious about studying asbestos after I met Mr. Grams, that’s for sure,” Paustenbach testified in a sworn deposition in June 2015. Before that, he said, the topic “wasn’t that interesting to me.”

Thus began a relationship that, according to recent depositions, has enriched Exponent by $18.2 million and brought another $21 million to Cardno ChemRisk, a similar firm Paustenbach founded in 1985, left and restarted in 2003. All told, testimony shows, Ford has spent nearly $40 million funding journal articles and expert testimony concluding there is no evidence brake mechanics are at increased risk of developing mesothelioma. This finding, repeated countless times in courtrooms and law offices over the past 15 years, is an attempt at scientific misdirection aimed at extricating Ford from lawsuits, critics say.


read more on CPI

zie ook de Eternit-case en het proces in Italië

het gebeurde op 14 februari ...
Edited: 201602140016
1014: Rome: Duitse koning Hendrik II tot Rooms-Duits keizer gekroond door paus Benedictus VIII

1130: Innocentius II (Gregorio Papareschi) tot nieuwe paus verkozen, na de dood van paus Honorius II

1313: Vrede van Angleur tussen Luikse adel en Willem van Gulik, na Sint-Maartensramp op 13120804; bij de zgn. Sint-Maartensramp, ook Luikse Metten genoemd, werden 200 edelen levend verbrandin de Sint-Maartenskerk, na een aanval op Luik waarbij ze verslagen werden door Willem van Gulik

1718: Moskou: Russische tsaar Peter de Grote dwingt zijn opstandige zoon Aleksej afstand van opvolging te doen en werpt hem in de gevangenis

1742: München geeft zich over aan de Oostenrijkse troepen, onder generaal Khevenhüller

1797: zeeslag bij kaap St-Vincent met Engelse zege van Nelson op de Spaanse vloot

1853: Turkse troepen ontruimen het opstandige Montenegro, na eis van Rusland en Oostenrijk

1859: Oregon als 33ste staat in de USA opgenomen

1876: Alex Graham Bell vraagt octrooi aan voor de door hem uitgevonden telefoon. De Amerikaan Elisha Gray, uit Chicago, vraagt 2 uur na Bell eveneens een octrooi aan.

1912: Arizona treedt als 48ste staat toe tot de USA

1917: België: Kardinaal Mercier protesteert bij Willem II tegen de deportatie van burgers

1931: start van de radiozender Vatikaanstad

1938: Singapore als de sterkste vlootbasis ter wereld ingehuldigd door de Britten

1939: Hamburg: Duits slagschip 'Bismarck' loopt van stapel

1942: Rotterdam: opening van de Maastunnel

1943: Russen heroveren Rostov op de Duitsers, door hen veroverd op 19420724

1945: grootste geallieerd luchtbombardement op Dresden (DEU) waarbij 135.000 doden (volgens onze bron 99990108:27)

1946: luchtvaart: KLM maakt luchtverbinding met West-Indië

1949: Portugal: generaal Carmona herkozen tot president (tot 19510722)

1950: Moskou: 30-jarig Russisch-Chinees alliantie-verdrag getekend

1956: 20ste Congres van de Communistische Partij (tot 19560223) met veroordeling van het Stalinisme door Chroetsjev

1958: Irak en Jordanië vormen Arabische Statenbond als reactie op de V.A.R., gesticht op 1 februari 1958

1961: Zuid-Afrika voert decimaal stelsel in: Rand als munteenheid

1963: Amerikanen lanceren communicatiesatelliet 'Syncom' vanuit Cape Canaveral
RT News
Women in Saudi Arabia: no coffee at Starbucks
Edited: 201602051253
Women in Riyadh have been banned from local Starbucks after a barrier designed to keep the genders apart collapsed. The company suggested female customers send their drivers to pick up drinks.
The coffee shop now has a sign in Arabic and English: “Please no entry for ladies only. Send your driver to order. Thank you.”
A woman tweeted the warning, saying “Starbucks store in Riyadh refused to serve me just because I’m a woman and asked me to send a man instead.”
Female segregation is enshrined in Saudi Arabian law. Women are required the approval of a male to leave the house. Last December, women in Saudi Arabia were given the right to vote in local elections, but they are still forbidden to drive.
Marc Vanden Bussche (Open VLD), burgemeester Koksijde
Mannelijke vluchtelingen in het zwembad: 'ze zwemmen niet, ze staren naar de vrouwen'
Edited: 201601251219
VdB wil hen nu weghouden uit het gemeentelijk zwembad 'De Hoge Blekker'.
Een andere oplossing zou kunnen zijn: alle vrouwen in een boerkini steken of hen verplichten te 'crawlen' zodat er altijd een armlengte afstand is. Dat is als grapje bedoeld.
Een ander en ernstiger probleem is de 'overflow' van vluchtelingen van Calais naar de Vlaamse kust met Zeebrugge als mogelijke route naar Engeland.
Commentaar LT: Wat mij opvalt is dat er in heel de discussie veel wordt gerommeld met woorden: procedures, cameranetwerk, mobiel afhandelingscentrum, planning, registratie, mensensmokkelmagistraat, controle, reglementering, illegalen, quota, coördinatiecel, ... Waaraan het ontbreekt is een duidelijke structuur om MENSEN in op te vangen. Alleen van daaruit kan men denken aan het beheersbaar maken van de problemen die zich stellen.

LT
Tom Naegels (ombudsman DS) ontkent bestaan van zelfverklaarde media-elite. Kom nou, Tom !
Edited: 201601141339
Verder heeft TN het over de manklopende reactiemogelijkheid op de website van De Standaard, iets dat al tien maanden aansleept. Dat is te wijten aan een 'technisch euvel'. Misschien is het raadzaam een extern bureau naar de problemen te laten kijken. Die zitten niet 'in-the-box'. Dat laatste is altijd al een probleem geweest voor de pers: het krampachtig navelstaren, het onaantastbare eigen grote gelijk en het missen van opportuniteiten.
De Standaard heeft indertijd naast 'De Tijd' gegrepen en dat laat zich voelen.
********************************************************
We kregen volgend antwoord van Tom Naegels:
Dag Lucas,

Bedankt voor je mail.

Zoals ik al schreef: de cultuurstrijd tussen een "vrij en onafhankelijk denkend volk" tegen een wereldvreemde en manipulatieve media-elite is een van de archetypische verhalen in de hedendaagse Westerse cultuur. Zoals ook de strijd tegen een "rechtse elite", een "blanke elite", een "economische elite", een "culturele elite", een "Europese elite", een "Franstalige" of "Belgicistische elite" of in sommige kringen misschien zelfs nog "een joodse elite" populair is. Een en ander hangt af van waar je je politiek positioneert, maar sowieso ziet de hedendaagse Westerse mens ziet zichzelf als een vrijgevochten individu die alle gezag wantrouwt, en die zich permanent, publiek en met veel retorisch gedruis verweert tegen de kuiperijen van een selecte kring hoge omessen - en je kan dus kiezen wélke selecte kring. De retoriek die jij gebruikt, en die ik al ontelbaar keren heb mogen lezen (krampachtig navelstaren, onaantastbaar, groot gelijk, nieuwe clerus ben je nog vergeten), hoort bij dat verhaal. Zoals ik zei: het is een sterk archetype, erg wervend en gemeenschapsvormend ook. Wie wil er immers een elite verdedigen? Je zou wel gek zijn.

Ik hoop binnenkort weer met je over boeken te kunnen praten.

Zeer hartelijk,
TN
********************************************************
Ons antwoord:
Dag Tom,

Je komt nog niet in de buurt van de essentie van mijn betoog.
25 jaar geleden schreef Frans Crols, hoofdredacteur Trends: "Schandelijk verwaarloosd is de mediakritiek in België. Een handvol scribenten fluit of joelt bij het vertoon op de beeldbuis, maar jaarlijks verschijnen 2,5 miljard kranten en tijdschriften zonder kritische begeleiding. Niemand kraakt in dit land de journalistieke produktie publiekelijk. Absurd is dit."
Ik heb nog een concreet voorstel: verklein de foto’s in jullie krant; die zijn nu belachelijk groot; je krijgt dan plaats voor enkele relevante lezersbrieven. Daar zal toch geen ‘technisch euvel’ in de weg staan, zeker?
Tenslotte schrijf je: "Ik hoop binnenkort weer met je over boeken te kunnen praten." Ik hoop dat je daarmee niet bedoelt: "Lucas, blijf jij maar bij je boeken en hou je weg van kritiek."
Mvg,
Lucas
*********************************************************
En dan weer zijn antwoord:
Nee, dat bedoel ik niet Lucas. Alleen dat ik met je kritiek niet veel kan. Maar dat zal wel aan mijn onverbeterlijk elitarisme liggen.
Groeten uit de ivoren toren.
Tom Naegels
Ombudsman De Standaard
*********************************************************
Nee Tom, dat ligt aan het feit dat je maar de helft van mijn mails leest.
Mvg,
LT
*********************************************************
Hier de mening van prof Paul Janssens:
Erg grappig, die wederzijdse ironie! Maar nu ter zake. Kranten zoals DS lijden aan dezelfde euvel als een aantal VRT-journalisten: ze zijn onverholen tendentieus. Nu vind ik wel dat een krant mag opteren voor de systematische verdediging van de eigen vooroordelen. Uiteindelijk kiezen de lezers zelf of ze de krant blijven kopen of niet. Veel erger is het gesteld met de VRT. De journalisten zijn er voor het leven benoemd. Ze misbruiken de openbare omroep ongegeneerd om de actualiteit dag na dag met hun eigen opinie te verpakken en aan indoctrinatie te doen. Sinds enkele maanden ben ik naar de berichtgeving op VTM overgestapt.
Met beste groeten,
Paul
*********************************************************

ICIJ
LUXLEAKS WHISTLEBLOWERS THANKED AS TAX PROBES CONTINUE
Edited: 201601130925
ICIJ, 20160113
Belgium has been ordered to recover $765 million in unpaid taxes from 35 multinational corporations after the European Commission said tax breaks granted to the companies were illegal.

The ruling was the latest in a series of investigations, led by European Union competition commissioner Margrethe Vestager, into special tax concessions offered by European countries to lure the business of multinational corporations.

Last year the commission made similar rulings against Luxembourg and the Netherlands concerning their tax deals with Fiat and Starbucks respectively. Investigations into Ireland’s tax arrangements with Apple and Luxembourg’s agreement with Amazon are ongoing.

The commission has not named the 35 companies affected by the Belgium ruling, but brewer ABInBev (which produces Budweiser, Stella Artois and other popular brands of beer) and BP are reported to be among them.

ICIJ’s Luxemourg Leaks investigation, published in 2014, revealed the inner workings of many of these types of secret arrangements that some of the world’s biggest companies make with government authorities in order to slash their tax bills.

On the same day the commission’s latest ruling was announced, an interview with commissioner Vestager was published by EurActiv in which she denounced Luxembourg’s decision to prosecute two whistleblowers and a journalist in relation to leaked tax documents.

“LuxLeaks could not have happened if it was not for the whistleblower and the team of investigative journalists. The two worked very well together to change the momentum of the debate about corporate taxation in Europe,” Vestager said.

“I think everyone should thank both the whistleblower and the investigative journalists who put a lot of work into this.”

The trial of whistleblower and former PricewaterhouseCoopers employee Antoine Deltour, another unnamed whistleblower, and journalist and ICIJ member Edouard Perrin is set to begin in Luxembourg on April 26.
WEBB Simon
British Concentration Camps - A brief history from 1900 - 1975
Edited: 201601051416
For many of us, the very expression 'Concentration Camp' is inextricably linked to Nazi Germany and the horrors of the Holocaust. The idea of British concentration camps is a strange and unsettling one. It was however the British, rather than the Germans, who were the chief driving force behind the development and use of concentration camps in the Twentieth Century. The operation by the British army of concentration camps during the Boer War led to the deaths of tens of thousands of children from starvation and disease. More recently, slave-labourers confined in a nationwide network of camps played an integral role in Britain's post-war prosperity. In 1947, a quarter of the country's agricultural workforce were prisoners in labour camps. Not only did the British government run their own concentration camps, they willingly acquiesced in the setting up of such establishments in the United Kingdom by other countries. During and after the Second World War, the Polish government-in-exile maintained a number of camps in Scotland where Jews, communists and homosexuals were imprisoned and sometimes killed.This book tells the terrible story of Britain's involvement in the use of concentration camps, which did not finally end until the last political prisoners being held behind barbed wire in the United Kingdom were released in 1975. From England to Cyprus, Scotland to Malaya, Kenya to Northern Ireland. The book details some of the most shocking and least known events in British history.
News
Belgium | Kernenergie | Doel 1 stilgevallen enkele dagen na opstart | Duitsland ongerust
Edited: 201601031624
Internationaal slaat België een mal figuur met een welles-nietes-spelletje omtrent de kernuitstap. Wie deelt de lakens uit? Waar is het beleid?


DE LILLE Bruno, HELLINGS Benoit, commentaar: Lucas TESSENS
Geen collectieve Belgische schuld in Congo
Edited: 201512231617
In een aandoenlijke column (DS, 20151217) pleiten beide groene jongens voor een Belgische verontschuldiging voor het koloniaal verleden. Zij schrijven: 'Het leven van de Congolezen was in Belgische ogen zo weinig waard dat het niet uitmaakte hoeveel van hen je precies doodde.' Ik vraag me dan af: in wiens Belgische ogen?
En verder: 'Ook al is het jaren geleden, de wonden zullen maar helen als we onze verantwoordelijkheid openlijk toegeven, onze fouten officieel veroordelen.' Ik vraag me dan af: onze verantwoordelijkheid? onze fouten?
Wat een kletskoek is dit toch! Moeten we op die manier een debat openen?
De Belgen zouden zich dus als volk moeten verontschuldigen voor wat een koning en een klein aantal bedrijven in de 'Etat Indépendant du Congo' - het latere Belgisch Congo - hebben aangericht. Ik pas daarvoor.
Jean Ferrat begreep het heel goed toen hij zich uitsprak over de geschiedenis van Frankrijk: "Celle qui paie toujours vos crimes vos erreurs." Het volk dat altijd opdraait voor de misdaden en de fouten van de groten.

Een echt debat zou kunnen starten met het aanduiden van de echte verantwoordelijken en het benoemen van hun drijfveren. Daarna zou de Belgische overheid het rapport kunnen overhandigen aan het Congolese volk.
Maar natuurlijk ligt dat te gevoelig. Men moet dan het systeem van uitbuiting en moorddadig winstbejag aanklagen. En dat bestaat nog steeds, hier en ginder.
Wat De Lille en Hellings - wellicht zonder het zelf te beseffen - voorstellen is niets minder dan het goedpraten van het moto 'privatisering van de winsten, collectivisering van de lasten', in dit geval 'privatisering van de winsten, collectivisering van de morele schulden'. Dat is oneerlijk en de Congolezen hebben er geen boodschap aan.
Aanvulling 201602181819:
Misschien moeten deze jongens eens het boek van Emile Vandervelde uit 1911 lezen. Daarna kunnen ze zich afvragen waarom onze hooggeleerde historici tussen 1918 en 1985 (Delathuy, Vangroenweghe en later Hochschild) hun mond niet meer open deden over de wantoestanden in Congo of er in een cirkel omheen liepen.

Bruno De Lille en Benoit Hellings, Fractieleider Groen Brus­sels Hoofdstedelijk Parle­ment en volksvertegen­woordiger Ecolo
Waar staat het monument voor de Congolese vrijheidsstrijder?
Edited: 201512170801
De Standaard | 17 DECEMBER 2015 | België is mentaal nog niet gedekoloniseerd, zeggen Bruno De Lille en Benoit Hellings. We moeten niet Leopold II herdenken, wel de slachtoffers van zijn koloniaal beleid in Belgisch-Congo.
Vandaag, exact 150 jaar nadat Leopold II de troon had bestegen, wilde de Brusselse schepen van Stedenbouw een eerbetoon organiseren voor onze tweede koning. Er kwam een storm van protest en uiteindelijk besloot Brussel de ‘hommage’ dan toch te annuleren. De schepen begreep de controverse niet. ‘Leopold II is weliswaar een “controversieel” figuur, maar heeft ook veel goede dingen verwezenlijkt’, reageerde hij.

Leopold II een ‘controversieel’ figuur noemen is geen onschuldig eufemisme. Er zijn publicaties genoeg over de wreedheden die onder zijn bewind in Congo gebeurden. Het leven van de Congolezen was in Belgische ogen zo weinig waard dat het niet uitmaakte hoeveel van hen je precies doodde. België was trouwens mee verantwoordelijk: de koning kreeg de toestemming van ons land en werd geholpen een administratief en militair kader op te zetten. België profiteerde er financieel van.

Wanneer stoppen we met ons koloniaal verleden te verheerlijken en geven we de slachtoffers een waardig eerbetoon? Ook al is het jaren geleden, de wonden zullen maar helen als we onze verantwoordelijkheid openlijk toegeven, onze fouten officieel veroordelen.

Ondanks de parlementaire onderzoekscommissie van 2001 en de consensus binnen een groot deel van de bevolking over de wreedheid onder het koloniaal bewind en de rol die België heeft gespeeld bij de moord op Patrice Lumumba, is België nog altijd niet in het reine met zijn koloniaal verleden. België heeft zijn kolonies ‘verloren’, maar is mentaal nog steeds niet gedekoloniseerd.

‘In de context van zijn tijd’

Jammer genoeg is er vandaag een compleet gebrek aan maatschappelijk debat over dat koloniaal verleden. Begin je erover, dan krijg je te horen ‘dat je dat in de context van zijn tijd moet zien’. Het onderwerp wordt zuchtend van tafel geveegd, het wordt een non-discussie genoemd.

Bovendien ontbreekt de stem van de Congolezen volledig in deze kwestie. Het is alsof we nog altijd vinden dat dit een discussie voor blanke Belgen is, waar zij zich niet mee te moeien hebben. Door een divers aanbod aan stemmen aan het woord te laten, zouden we beter begrip kunnen opbrengen voor elkaars pijn en gevoeligheden.

Wij vragen niet om elke herinnering aan dat tijdperk weg te halen. Als je het verleden wegmoffelt, maak je meteen ook de fouten van dat verleden onzichtbaar. We willen wel dat België afstand neemt van die periode. Zet een bord bij de beelden en straatnamen die naar ons koloniale verleden verwijzen. Leg de context uit, verontschuldig je voor je daden én voorzie in alternatieven die tonen dat je een nieuwe start wil nemen.

Duitsland heeft een Antikolonialdenkmal en in Londen vind je een standbeeld voor Ghandi. Bij ons zijn er, in tegenstelling tot de vele standbeelden van Leopold II, geen monumenten voor de slachtoffers van het koloniaal regime of voor Congolese vrijheidsstrijders.

Het wordt tijd dat België, 55 jaar na de Congolese onafhankelijkheid, zijn koloniale verleden echt onder ogen ziet. Misschien kan de stad Brussel de eerste stap zetten? Aan het Troonplein is genoeg plaats om nog een extra monument te plaatsen.
The Economist
Banking in Congo - Cash in a canoe
Edited: 201512120901
IMAGINE if, to collect your salary each month, you had to walk to the nearest town, perhaps tens of miles away, to congregate in a school or a football pitch or a church. There, you and your colleagues wait for a man to arrive from the capital, perhaps a thousand miles away, with a suitcase of cash. Most of the time, you do not receive as much money as you should. Sometimes the man does not arrive at all.

Until recently, that is how most government employees in the Democratic Republic of Congo were paid. But over the past three years the government has been urging civil servants to open bank accounts, to which their pay can be transferred directly. In the process, it is accelerating the spread of banking in an economy that, according to Michel Losembe, the bow-tied president of the Congolese Banking Association, is “not very far off barter”.

Few countries are as corrupt as Congo. A persistent national joke concerns a mythical “Article 15” of the constitution, which reads “Débrouillez-vous”—“You’re on your own”. Mobutu Sese Seko, a former strongman, used state funds to charter a Concorde to take him on shopping trips to Paris. By the time of his overthrow in 1997, graft was endemic. Government employees were not paid but rather expected to use their positions to make a living.

Civil war engulfed Congo in the 1990s and 2000s. As it wound down, government was rebuilt and money again began to flow out of Kinshasa, the capital, to roughly 1m functionaries in the rest of the country. But corruption did not disappear. Among the most prized government jobs was that of accountant: the people responsible for transporting bags of cash to the provinces to hand out to employees.

In 2012, however, the Congolese government started helping civil servants to open bank accounts. Around three-quarters of them—some 670,000 people—now have one. In the process, the government has weeded out tens of thousands of ghost employees, since the embezzlers who invented them could not open accounts in their names without a matching ID.

Yet in a vast country with fewer roads than Luxembourg, hardly anyone lives anywhere near a bank branch. So Congolese banks must now do the work the government accountants used to: shipping money to the back of beyond. Cash has to be transported to branches in regional capitals, and thence to account-holders on the backs of motorbikes, in canoes or by foot, explains Oliver Meisenberg, the German boss of Trust Merchant Bank, one of Congo’s biggest.

Bank staff with suitcases of cash make easy targets, just as they did in the west of America in the 19th century. Though they usually travel with army escorts, there have been at least ten armed robberies of bank employees since January, says Mr Losembe. One particularly brutal raid in September in South Kivu, in the wild east of the country, killed 13 people.

Congolese bankers hope that the new system will spur the growth of a proper banking sector. At the moment banks are little more than money-transfer companies, and not very sophisticated ones at that. The transfers tend to go only one way—out of Kinshasa—so cannot be netted against each other; instead cash almost always has to be moved physically. Depositors mistrust both banks and the Congolese franc. To attract dollar deposits, banks must pay at least 6% annual interest; rates for borrowers are generally as high as 25%. There is hardly any corporate lending beyond short-term overdraft facilities.

A decade ago there were just 50,000 bank accounts in the whole country, which has a population somewhere between 60m and 80m. Now there are 3m. As more employees get accounts, selling them loans and insurance, and moving them from cash to mobile transactions, becomes more realistic. In the meantime, actually receiving their salaries at all marks a big step forward for civil servants.
LT
TRAGISCH: Vlaamse regering keurt unaniem Uplace goed
Edited: 201512032331
De eigen fractieleiders zijn tegen.
De grens tussen verantwoordelijkheid en onverantwoordelijkheid vervaagt.
Overigens zijn de werken aan de afrit Machelen reeds gestart. Die gaan de staat 70 miljoen euro kosten, waarvan Uplace 14 miljoen betaalt.
"Prutspolitiek. Niemand steunt dit project nog van harte. Er wordt nu gehoopt dat de Raad van State doet wat niemand durft: het project afkeuren", zegt politicoloog Carl Devos in een tweet.
27 november 2015: Press Release of the Kurdistan National Congress: Stop Turkish Aggression!
Edited: 201511271624
Stop Turkish Aggression!
November 23, 2015

To The International Democratic Opinion: Stop Turkish Aggression!

While the International Coalition, democracies and many decent people around the world are preoccupied with ISIS´s terrorist activities far beyond Syria and Iraq, Turkey is deepening its war against the Kurdish people as never before. Turkey’s war against the indigenous people in the Middle East comprises prohibiting the mother-tongue, culture and music of these people. Displacements, confiscating properties, imprisonment, persecution and committing preplanned crimes are characteristics of Turkey’s outright war.

On July 23rd Turkey declared that it would become a part of the International Coalition against ISIS, but unfortunately Turkey’s overall support for ISIS has since been intensified rather than reduced. Instead of fighting ISIS, Turkey started to attack Kurdish guerrilla forces, the only forces which are fighting and have fought successfully against ISIS/DAESH.

Turkey has been fighting Kurds despite the Kurdish people’s wish for peace and a political solution. The PKK’s leadership has extended the hand of peace and reconciliation to the Turkish people, presented a road map and concrete models for political solutions and made the proposal for countries and organizations such as the US and EU to mediate. In addition, the HPG (Kurdistan People’s Protection Force) has announced and put into practice many unilateral ceasefires, but Turkey has so far refused to enter into a bilateral ceasefire.

Turkish aggresssion, which intensifies day by day, is not only through its support for ISIS.

Repeated suicide bombs against Kurdish peaceful demonstrators, even in Ankara, gunning down children, women and the elderly, destroying Kurdish cemeteries, burning Kurdish shops and homes and enforcing arbitrary curfews are among the Turkish atrocities. The Turkish special military forces [“police”] are everywhere in Kurdistan. These forces are supported by paramilitary gangs whose identities are unknown. They use tanks, armored vehicles, cannons and helicopters. Kurdish cities such as Diyarbakır, Cizre, Gever, Şırnak, Silopi, Hakkâri and Van are turned into war-zones. The city of Nuseiybin is under Turkish military siege now for the 10th day. Only in Nuseiybin at least 8 civilians have been killed.

At the same time Turkey is attacking Rojawa Kurds (Syrian Kurds), specifically in the areas of Gire Spi and East of the Euphrates river. Turkey wants to provoke a war with Kurds inside Syria too. Its aim is to find “security” excuses to go inside Rojawa (Syria´s territory) and occupy an buffer area.

Turkey is denying the existence of the Kurdish people and waging an extermination war through assimilation and barbaric oppressive policies and ignoring the Kurds’ cry for peace. The AKP government has a problem-focusing approach not a problem-solving perspective, and therefore it does not respond for calls for dialogue and negotiation.

The Kurdish people’s call for peace, democracy and justice must not go unheard. We call on everyone who believes in peace, stability, friendship, justice and democracy to support Kurds and make a stand against this brutal campaign waged to suppress Kurds into silence and surrender. We ask everyone to contribute to a peaceful solution.

Rebwar Rashed
Co-Chairman of the Kurdistan National Congress/ KNK
November 23nd, 2015
News
Hotelgroep Marriott koopt concurrent Starwood voor 12,2 miljard US$.
Edited: 201511171324
Zo ontstaat een groep met 1,1 miljoen hotelkamers in 5.500 hotels in meer dan 100 landen.
Andere grote hotelgroepen zijn: Hilton en Intercontinental (Crowne Plaza en Holliday Inn).
News / Lucas Tessens
Armageddon start in Parijs - ca. 130 doden - tientallen zwaargewonden in kritieke toestand
Edited: 201511140250
Terreuraanslagen van ISIS/DAESH houden Parijs in een wurggreep. Zeven daders blazen zichzelf op, één gedood door politie.
Opvallend en onverklaard is dat drie zelfmoordterroristen met bommengordels zich opblazen aan het Stade de France en - buiten zichzelf - slechts één slachtoffer maken. In de concertzaal 'Bataclan' worden 89 mensen vermoord.
President Hollande spreekt van 'une barbarie'. Hij kondigt de noodtoestand af, legt drie dagen nationale rouw op en sluit de grenzen. Het openbare leven in Parijs valt stil.

De aanslagen worden gezien als een vergelding voor de luchtaanvallen van de Franse luchtmacht op stellingen van Isis in Syrië. Het lijkt erop dat een verhoging van de druk op de militaire poot van Isis in Syrië de jihadistische terreurcellen in West-Europa activeert. Communicerende vaten, dus.

Ooggetuigen aarzelen wanneer zij spreken over de daders: 'Ce n'était pas un grand blond.' (France 2)

Geopolitiek. De absolute expert Marc Trévidic (van 12 juni 2006 tot eind augustus 2015 juge d'instruction au Tribunal de grande instance de Paris au pôle antiterrorisme) zegt in de studio van France 2 dat de aanslagen ook diplomatieke gevolgen moeten hebben: 'nu omarmen we de staten die het terrorisme steunen en Frankrijk doet dat om de olieleveringen veilig te stellen'. Letterlijk: 'le wahabisme a diffusé cette idéologie sur la planète depuis le conflit de l'Afghanistan. (...) La politique américaine vous savez ce que c'est? On adore les fondamentalistes religieux s'ils sont libérales économiquement. C'est comme ça depuis des années. C'est leur crédo! C'est super les saoudiens, c'est super le Qatar, parce qu'ils commercent, ils sont libérales économiquement. C'est tout ce qui nous intéresse. Donc ils aiment les fondamentalistes religieux. On est dans un paradoxe total.' Commentaar: Dat is een duidelijke verwijzing naar het wezen van het (neo)kolonialisme: het plunderen van bodemrijkdommen door de grote oliemaatschappijen (The Seven Sisters), het installeren en koesteren van een corrupte bovenklasse (clans met hiërarchische familiale banden) in artificiële natiestaten, geen ontwikkeling van de bevolking in de gekoloniseerde staten; dat vormt de ideale voedingsbodem voor radicaal salafisme. Trévidic doet een merkwaardige verspreking: enerzijds vernoemt hij 'la politique américaine', anderzijds zegt hij 'nous'. Net daarin ligt de verklaring: de Amerikaanse politiek van de bovenklasse verschilt niet wezenlijk van die van de Europese of de Russische of de Aziatische bovenklasse. De essentie van het (neo)kolonialisme is de misdadige collusie van particuliere belangen. Het kolonialisme is geen fenomeen tussen staten maar een feitelijk verbond van particuliere groepen die zich van een staatsstructuur bedienen en die misbruiken.
Sociale psychologie. Het ontbreken van de mogelijkheid tot sublimering van driften (onderwijs, wetenschap, kunst, muziek, werk, ...) laat ruim de plaats voor de verheerlijking van oerdriften: seks en geweld. Het vertrek naar oorlogsgebied (Syrië) kadert in die logica.
Vrijdag 13 november 2015 is een trieste datum in de Franse geschiedenis. [Of de uitgekozen datum ook een symbolische betekenis heeft is niet duidelijk: op vrijdag de dertiende oktober 1307 werden in Frankrijk alle Tempeliers op bevel van Philips de Schone gearresteerd, op grond van valse beschuldigingen; dat was de start van de uiteindelijke vernietiging van de Orde van de Arme Ridders van Christus en de Tempel van Salomo, beter bekend als de Tempeliers. (wiki)]
Westerse staatshoofden zenden de klassieke solidariteitsbetuigingen.
Het is tijd om stil te staan bij de woorden van Malraux: 'Une vie ne vaut rien, mais rien ne vaut une vie.'

laatst aangepast op 20151116, 15:10
Pascal Dendooven in De Standaard 20151112
Mobistar vraagt Europa harde aanpak van Telenet - Vraagtekens bij duopolie Telenet & Proximus
Edited: 201511121153
De redactie van De Standaard loopt wat achterop.
L'Echo bracht dit bericht al op 24 september 2015 !
VERELST Patrick
Lupe - tentoonstelling 21 november tot 12 december 2015
Edited: 201511110041
Jason Poirier dit Caulier and Patrick Verelst are pleased to invite you for the opening of the exhibition ‘LUPE’, paintings by Patrick Verelst on 21 November 2015 from 14-18h.





“I was fascinated by a scene in the Laurel & Hardy movie “Hollywood party”, where a girl at the bar gets in a fit of rage because she isn’t allowed a drink. I looked her up in the credits and found out that her name was Lupe Velez, a Hollywood actress that became famous because of the story surrounding her suicide in 1944, at age 36. During her movie career she became notorious because of her temper and stormy love affairs. She slashed her lover Gary Cooper with a knife, (ending the relation, Cooper reportedly had lost 45 pounds and was suffering from nervous exhaustion), did the same to her later husband Johnny ’Tarzan’ Weismuller, and once to herself. When I learned about her basically kind, but probably bipolar personality, and about the extremely gifted actress and dancer she was, I decided to make some paintings about her demons and the slashing thereof. I later found out that Andy Warhol made a factory movie about her in 1965, featuring Edie Sedgwick in the titular role."
Patrick Verelst (Antwerp, 1948) is both an in- and outsider of the art world. He has been working in the gallery circuit as assistant or gallery owner. Today he is a private dealer. Only to an intimate circle he is also know as a painter.
He worked as gallery assistant for Wide White Space Gallery in Antwerp, John Weber Gallery in New York, and — together with Marc Poirier dit Caulier— ran the Gallery Patrick Verelst – Marc Poirier dit Caulier Gallery in Antwerp. 
In the 80ies he moved to New York working as assistant at the John Weber and Leo Castelli Gallery. He returned to Antwerp to reopen a gallery with exhibitions of Julian Schnabel, Keith Haring, Ronnie Cutrone, Jonathan Lasker, Walter Swennen and others.
In the early eighties few works were sporadically included in shows at Isy Brachot, Brussels, Montevideo, Antwerp, Olsen Gallery New York, Museum d’Hondt Dhaenens, Deurle and ICC Antwerp.
Patrick Verelst has always continued painting, but destroyed most of the works by force of habit. It was the correspondence between him and Jasper Johns that convinced him to keep some of his paintings, as the latter persuaded him not to destroy them anymore. For years his paintings have never seen an audience, but in memory of his friendship with Marc Poirier dit Caulier he has now decided to exhibit them, not as a starting point of a new artistic carreer, but to openly invite viewers to a lesser-known side of his practice.
From 21 November till 12 December 2015
On friday and Saturday, from 14-18h
PLUS-ONE.BE
@plus_one_art (instagram) PLUS ONE
Sint-Hubertusstraat 58+
2600 Berchem — Belgium
LT
AIRBNB drijft hotelsector naar verkoop van hotelkamers. Xior trekt met studentenkamers naar de beurs.
Edited: 201511051235
De aandacht voor het 'kleinere vastgoed' weerspiegelt de trend naar kleiner wonen, armoede, overbevolking in steden, onvoldoende startkapitaal bij jongeren, toenemende belastingdruk op wonen, zero-rendement op spaargelden.
LT
Universiteit Gent ontsluit 19de eeuwse kadastrale leggers - PoppKAD
Edited: 201510231652
Tussen 1842 en 1879 publiceerde Philip-Christian Popp (1805-1879) een kadastrale Atlas van België. Dit werk vormt vandaag een eersterangsbron voor al wie op zoek is naar harde informatie over vastgoed en grondbezit in de 19de eeuw.

Het project POPPKAD streeft de ontsluiting van dit omvangrijke basiswerk na met het oog op een betere kennis van de eigendomsverhoudingen in de negentiende eeuw.

MERS Antique Books Antwerp leverde een groot aantal kadastrale leggers voor dit project. Wij feliciteren het projectteam met de eerste realisaties.

Wouter Ronsijn (De kadasterkaarten van Popp: een sleutel tot uw lokale geschiedenis: historische geografie van Aarschot, Asse, Halle en Tienen aan de hand van de kadasterkaarten van Popp. Peeters-Leuven, 2007, 148 pp. - zie ons boeknummer 20070098 ) legde met zijn boek mee de basis voor dit project.
Stuurgroep:
Philippe De Maeyer, hoogleraar, Vakgroep Geografie, Universiteit Gent
Paul Janssens, hoogleraar emeritus, Katholieke Universiteit Brussel en Universiteit Gent
Wouter Ronsijn, postdoctoraal onderzoeker, Vakgroep Geschiedenis, Universiteit Gent
Stijn Van de Perre, docent, Arteveldehogeschool Gent
Bart Van de Putte, docent, Vakgroep Sociologie, Universiteit Gent
Eric Vanhaute, hoogleraar, Vakgroep Geschiedenis, Universiteit Gent (woordvoerder-promotor)
Projectcoördinator en contactpersoon: Sven Vrielinck, Vakgroep Geschiedenis, Universiteit Gent

Hieronder de kaart van de geanalyseerde gemeenten:




Commentaar:
De raadpleging van kadastrale bronnen is steeds een heikel punt geweest in het historisch onderzoek. Het grondbezit reflecteert immers de ongelijkheid in de verdeling van vermogen. In de 19de eeuw was grond het nec plus ultra van vermogen, rijkdom en macht. De huwelijken in de toplaag hadden een uitbreiding van die macht op het oog en de kadastrale atlas van Popp was net om die reden een handig instrument.
Emile Vandervelde (1866-1938) opende in 1900 met zijn studie 'La propriété foncière en Belgique' de weg maar na Wereldoorlog I viel het onderzoek naar grootgrondbezit zo goed als stil.
Was dat de prijs die het socialistische establishment betaalde voor het enkelvoudig stemrecht? Kwam er met andere woorden een stilzwijgende overeenkomst tot stand om de eigendomsverhoudingen buiten de politieke discussie te houden? Waarom zijn de historici meegegaan op deze weg? Welke acties werden er ondernomen om het Kadaster toe te dekken en niet meer consulteerbaar te maken? Was dat om de schrijnende ongelijkheid in de vermogens verborgen te houden? Gebeurde dat om te verbergen dat tijdens de Franse Revolutie enkele tientallen families hun grote slag hadden geslagen bij de verkoop van de zgn. 'nationale goederen'?
Het zijn vragen die het project POPPKAD niet zal beantwoorden. Maar men kan moeilijk om de vaststelling heen dat een systematische verwerking van de kadastrale leggers van Popp veel eerder had kunnen gebeuren indien de fondsen daarvoor waren vrijgemaakt. Er komt een tijd dat men onderzoek zal doen naar het waarom van niet-uitgevoerde onderzoeken, naar de achterliggende drijfveren, de belangen, de combines, de sturing van budgetten en universitaire centra.
Wij hopen dat PoppKAD niet alleen een analyse-instrument zal opleveren maar dat het ook een antwoord zal geven op volgende vraag: 'Hoeveel procent van de eigenaars had hoeveel procent van de onroerende goederen in handen?'

naar de PoppKAD site

News
Nyrstar in moeilijkheden. Koers keldert.
Edited: 201510231159
KINZER, STEPHEN
Crescent and Star: Turkey Between Two Worlds
Edited: 201510220137
Hardcover. "Drawing on its unique geography, history, and politics, this study of Turkey considers its prospects for democratic rule and its place among nations in the 21st century. Kinzer travels across the land, interviews its many peoples, and considers the key issues confronting Turkey: the role of its military; the secular and religious traditions; and the politics and human rights issues in relation to joining the European Union. Arguing that Turkey is the most "audacious nation of the twenty-first century" the author explores the unrealized potential of this nation--once the seat of a great empire--sandwiched neatly between Europe and Asia. Offers an intimate report on Turkey today, pulling aside the veil that has hidden it from the outside world. Traces its development into a modern state, and outlines the great dilemmas it now faces.Turkey is poised between Europe and Asia, caught between the glories of its Ottoman past and its hopes for a democratic future, between the traditional power of its army and the needs of its impatient citizens, between Muslim traditions and secular expectations. " 252p. index.
Telegraaf
De ramp met het aangevaren en olie lekkende vrachtschip Flinterstar bij Zeebrugge blijkt een forse meevaller voor beleggers. De verzekeraar keert €13 miljoen uit, bijna de nieuwwaarde.
Edited: 201510191413
News / De Telegraaf / HLN / Standaard
Nederlands vrachtschip 'Flinterstar' gezonken voor Zeebrugge. Belgische overheid aan zet voor berging.
Edited: 201510100103
Donderdagavond 20151008 is een contract gesloten over het wegpompen van de olie uit het schip. Dat is volgens Bart Otto van rederij Flinter "total loss". Hij ontkent berichten in de Belgische pers dat hij ook al een contract zou hebben getekend over de berging van het scheepswrak. Volgens de Belgische wet is het aan de Belgische overheid hierin het voortouw te nemen, aldus Otto.



Wie de kosten van de berging uiteindelijk zal dragen wordt een juridische kluif. Maar zoals het er nu uitziet moet de Belgische staat wel opdraaien voor de voorfinanciering indien zij de hoogdringendheid inroept (mogelijke breuk wegens instabiliteit, milieuschade, versperring van de vaarroute, ...). Dat de rederij de Flinterstar 'total loss' noemt doet vermoeden dat de verwachte bergingskosten de waarde van het wrak overtreffen.

In een zaak van 2012 vonniste het Hof van Beroep te Antwerpen inzake het ms. Luxembourg als volgt: 'De wettelijke bergingsplicht van een gezonken schip en zijn lading rust bij de eigenaar van dit schip en niet automatisch bij de overheid die tot ambtshalve lichting kan overgaan wanneer de omstandigheden hiertoe vereist zijn. Afstand van scheepsvermogen doet hieraan geen afbreuk.'

Wordt het weer het verhaal van privatisering van de baten, collectivisering van de lasten?


OESO - OECD - Press Release
OECD presents outputs of OECD/G20 BEPS Project for discussion at G20 Finance Ministers meeting - Reforms to the international tax system for curbing avoidance by multinational enterprises
Edited: 201510070027
05/10/2015 - The OECD presented today the final package of measures for a comprehensive, coherent and co-ordinated reform of the international tax rules to be discussed by G20 Finance Ministers at their meeting on 8 October, in Lima, Peru. The OECD/G20 Base Erosion and Profit Shifting (BEPS) Project provides governments with solutions for closing the gaps in existing international rules that allow corporate profits to « disappear » or be artificially shifted to low/no tax environments, where little or no economic activity takes place.

Revenue losses from BEPS are conservatively estimated at USD 100-240 billion annually, or anywhere from 4-10% of global corporate income tax (CIT) revenues. Given developing countries’ greater reliance on CIT revenues as a percentage of tax revenue, the impact of BEPS on these countries is particularly significant.

“Base erosion and profit shifting affects all countries, not only economically, but also as a matter of trust,” said OECD Secretary-General Angel Gurría. “BEPS is depriving countries of precious resources to jump-start growth, tackle the effects of the global economic crisis and create more and better opportunities for all. But beyond this, BEPS has been also eroding the trust of citizens in the fairness of tax systems worldwide. The measures we are presenting today represent the most fundamental changes to international tax rules in almost a century: they will put an end to double non-taxation, facilitate a better alignment of taxation with economic activity and value creation, and when fully implemented, these measures will render BEPS-inspired tax planning structures ineffective,” Mr Gurría said.

Undertaken at the request of the G20 Leaders, the work to address BEPS is based on the 2013 G20/OECD BEPS Action Plan, which identified 15 actions to put an end to international tax avoidance. The plan was structured around three fundamental pillars: introducing coherence in the domestic rules that affect cross-border activities; reinforcing substance requirements in the existing international standards, to ensure alignment of taxation with the location of economic activity and value creation; and improving transparency, as well as certainty for businesses and governments.

The OECD will present the BEPS measures to G20 Finance Ministers during the meeting hosted by Turkey’s Deputy Prime Minister Cevdet Yilmaz on 8 October, in Lima, Peru.

Following delivery of the BEPS measures to G20 Leaders during their annual summit on 15-16 November in Antalya, Turkey, the focus will shift to designing and putting in place an inclusive framework for monitoring BEPS and supporting implementation of the measures, with all interested countries and jurisdictions invited to participate on an equal footing.

The final package of BEPS measures includes new minimum standards on: country-by-country reporting, which for the first time will give tax administrations a global picture of the operations of multinational enterprises; treaty shopping, to put an end to the use of conduit companies to channel investments; curbing harmful tax practices, in particular in the area of intellectual property and through automatic exchange of tax rulings; and effective mutual agreement procedures, to ensure that the fight against double non-taxation does not result in double taxation.

The BEPS package also revises the guidance on the application of transfer pricing rules to prevent taxpayers from using so-called “cash box” entities to shelter profits in low or no-tax jurisdictions, and redefines the key concept of Permanent Establishment, to curb arrangements which avoid the creation of a taxable presence in a country by reliance on an outdated definition.

The BEPS package offers governments a series of new measures to be implemented through domestic law changes, including strengthened rules on Controlled Foreign Corporations, a common approach to limiting base erosion through interest deductibility and new rules to prevent hybrid mismatch arrangements from making profits disappear for tax purposes through the use of complex financial instruments.

Nearly 90 countries are working together on the development of a multilateral instrument capable of incorporating the tax treaty-related BEPS measures into the existing network of bilateral treaties. The instrument will be open for signature by all interested countries in 2016.

The BEPS measures were agreed after a transparent and intensive two-year consultation process between OECD, G20 and developing countries and stakeholders from business, labour, academia and civil society organisations.

“Everyone has a stake in reversing base erosion and profit shifting,” Mr Gurria said. “The BEPS Project has shown that all stakeholders can come together to bring about change. Swift implementation by governments will ensure a more certain and more sustainable international tax environment for the benefit of all, not just a few.”
News
VW: Martin Winterkorn neemt ontslag. Verklaring van Executive Committee suggereert dat geen van de eigen leden op de hoogte was van het bedrog. Dat lijkt ongeloofwaardig en geen garantie voor 'a credible new beginning'.
Edited: 201509240055
Wolfsburg, 2015-09-23
Statement by Prof. Dr. Winterkorn
"“I am shocked by the events of the past few days. Above all, I am stunned that misconduct on such a scale was possible in the Volkswagen Group.

As CEO I accept responsibility for the irregularities that have been found in diesel engines and have therefore requested the Supervisory Board to agree on terminating my function as CEO of the Volkswagen Group. I am doing this in the interests of the company even though I am not aware of any wrong doing on my part.

Volkswagen needs a fresh start – also in terms of personnel. I am clearing the way for this fresh start with my resignation.

I have always been driven by my desire to serve this company, especially our customers and employees. Volkswagen has been, is and will always be my life.

The process of clarification and transparency must continue. This is the only way to win back trust. I am convinced that the Volkswagen Group and its team will overcome this grave crisis."

_________________________________________________________

Wolfsburg, 2015-09-23
Statement from the Executive Committee of Volkswagen AG’s Supervisory Board
In a meeting on Wednesday, September 23, the Executive Committee of the Supervisory Board of Volkswagen AG discussed in detail the manipulation of emissions data of Volkswagen Group diesel engines and came to the following conclusions:
1. The Executive Committee takes this matter extremely seriously. The Executive Committee recognizes not only the economic damage caused, but also the loss of trust among many customers worldwide.

2. The Executive Committee agrees that these incidents need to be clarified with great conviction and that mistakes are corrected. At the same time, the Executive Committee is adamant that it will take the necessary decisive steps to ensure a credible new beginning.

3. The Executive Committee has great respect for Chairman Professor Dr. Winterkorn’s offer to resign his position and to ask that his employment agreement be terminated. The Executive Committee notes that Professor Dr. Winterkorn had no knowledge of the manipulation of emissions data. The Executive Committee has tremendous respect for his willingness to nevertheless assume responsibility and, in so doing, to send a strong signal both internally and externally. Dr. Winterkorn has made invaluable contributions to Volkswagen. The company’s rise to global company is inextricably linked to his name. The Executive Committee thanks Dr. Winterkorn for towering contributions in the past decades and for his willingness to take responsibility in this criticall phase for the company. This attitude is illustrious.

4. Recommendations for new personnel will be presented at the upcoming meeting of the Supervisory Board this Friday.

5. The Executive Committee is expecting further personnel consequences in the next days. The internal Group investigations are continuing at a high tempo. All participants in these proceedings that has resulted in unmeasurable harm for Volkswagen, will be subject to the full consequences.

6. The Executive Committee have decided that the company will voluntarily submit a complaint to the State Prosecutors’ office in Brunswick. In the view of the Executive Committee criminal proceedings may be relevant due to the irregularities. The investigations of the State Prosecutor will be supported in all form from the side of Volkswagen.

7. The Executive Committee proposes that the Supervisory Board of Volkswagen AG create a special committee, under whose leadership further clarifying steps will follow, including the preparation of the necessary consequences. In this regard, the Special Committee would make use of external advice. Further details about this will be decided at the Supervisory Board meeting on Friday.

8. The Executive Committee is aware that coming to terms with the crisis of trust will be a long term task that requires a high degree of consistency and thoroughness.

9. The Executive Committee will work on these tasks together with the employees and the Management Board. Volkswagen is a magnificent company that depends on the efforts of hundreds of thousands of people. We consider it our task that this company regains the trust of our customers in every respect.

________________________________
Commentaar: gezien de extreme wereldwijde verwevenheid in de automobielindustrie (onderlinge levering van componenten - zie ons boeknummer 20000215) is het niet ondenkbaar dat het bedrog planetaire afmetingen heeft aangenomen en dat ook Franse, Italiaanse, Japanese en Amerikaanse groepen betrokken zijn geraakt bij wat nu 'dieselgate' wordt genoemd.
wiki
Mustang is a 2015 internationally co-produced drama film directed by Turkish-French film director Deniz Gamze Ergüven.
Edited: 201509060061
The film starts with Lale, the youngest of the five sisters and the protagonist, bidding an emotional farewell at school to her female teacher, who is moving to Istanbul. The sisters decide to walk home instead of taking a van, to enjoy the sunny day. Along the way, they play in the water at the beach with their classmates. For one game, they sit on boys' shoulders and try to knock each other off. When they reach home, their grandmother scolds and hits them for their having this kind of bodily contact with boys and thus "pleasuring themselves" with them. Their uncle Erol is equally furious. From then on, the girls are forbidden from leaving the house, even for school.

The sisters feel stifled in their home as their grandmother tries to make them suitable for marriage. When in public they must now dress in drab, conservative clothing. Instead of attending school, they must stay home, where they are taught how to cook, clean and sew by their female relatives. Even so, the oldest sister, Sonay, sneaks out occasionally to meet her lover, and Lale looks for various ways to escape.

Lale, who loves football, is forbidden from attending Trabzonspor matches. She resolves to go to a match from which men have been banned due to hooliganism. A friend tells her that the girls in the village are going together on a bus. The sisters, who are happy for an opportunity to leave the house, sneak out of the house with Lale. When they miss the bus, they hitch a ride with a passing truck driver, Yasin, who helps them catch up to it. They’re ecstatic in the exuberant atmosphere of the all-female crowd cheering for their team. Back home, their aunt catches a glimpse of them at the match on TV, just as their uncle and other village men are about to tune in. To prevent the men from finding out, she cuts the house's, and then the whole village's, electricity.

When the girls return, their grandmother decides to start marrying the sisters off. They’re taken to town, ostensibly "to get lemonade", which is actually an opportunity to show them off to potential suitors. Soon enough, a suitor and his family arrive to meet them. Sonay vows to only marry her lover and refuses to meet the prospective suitor and his family. Selma is sent instead and becomes engaged. Sonay gets engaged a short while later to her lover. At the two sisters' joint wedding, Sonay is clearly happy while Selma is not. On the night of her wedding, Selma's in-laws come to view the bed sheets in a traditional ritual to establish that Selma was a virgin before her wedding night. Because there is no blood on the sheet, her in-laws take her to a physician to have her virginity tested.

Next in line for marriage is Ece. It’s revealed that her uncle is sexually abusing her at night. In Lale’s words, she starts acting “dangerously.” When the three remaining girls stop with their uncle near a bank, Ece allows a boy to have sexual contact with her in their car. She makes jokes at the lunch table, inciting loud laughs from her sisters, and is told to go to her room, where she shoots herself and dies. The surviving sisters and their family attend the funeral.

Now it is just the two youngest sisters, Nur and Lale, at home. Lale continues sneaking out. On one impulsive attempt to walk to Istanbul alone she is encountered by Yasin, the truck driver, who is kind to her. At Lale's request, he later teaches her how to drive. When she is caught on the way back into her house, the house is again reinforced to try to make it impossible for them to leave.

It becomes evident that the uncle starts abusing Nur and that their grandmother knows about it. She says that now it is time for her to be married off. Though she is young, she is found a suitor and engaged to be married. On the night of Nur's wedding, Lale convinces her to resist, and the girls bar themselves inside the house while the whole wedding party is outside, much to the embarrassment of their family. As the wedding party disperses, their uncle violently tries to get inside. Lale finds the phone hidden in a cupboard and plugs it in to call Yasin for help. The girls gather up money and a few supplies, grab the uncle's car keys, and sneak out of the house. They manage to escape in the car, crashing it close to their house. They hide and wait for Yasin, who picks them up and takes them to the local bus station. The girls take the bus to Istanbul, where they find their former teacher, who greets them warmly.
Interview met Etienne Vermeersch in DS 20150905
Het is flauwekul om te zeggen dat we die vluchtelingen nodig hebben. In België hebben we 600.000 werklozen.
Edited: 201509051027
'Grote groepen nieuwkomers integreren is zeer moeilijk.' (...) Homogeniteit van een bevolking is belangrijk. Het is gevaarlijk grote bevolkingsgroepen met een andere cultuur op te nemen. De islam speelt een rol in samenlevingsproblemen in Europa, kijk maar naar die hele discussie over onverdoofd slachten. De Italiaanse gastarbeiders waren met veel meer, maar herinnert u zich grote samenlevingsproblemen met Italianen?'


'Een ander deel van mijn plan is dat de Syrische president Bashar al-Assad onmiddellijk gedwongen wordt te stoppen met burgers te bombarderen en dat Islamic State (IS) verpletterd wordt.'(...)

'Het is geen gezonde situatie wanneer je in een land groepen hebt die getto's vormen.' (...)

'Je hebt altijd de morele plicht om (...) leed te beperken, maar niet door je eigen bevolking in de miserie te storten. Als je de mensen dwingt om rechten af te staan, drijf je ze tot racisme en xenofobie.' (...)
Vraag: Wat zijn de grote samenlevingsproblemen met moslims?
Antwoord: 'Het is een gevaarlijk voorbeeld maar ik zou kunnen verwijzen naar de verkrachtingscijfers in Zweden. Die zijn op korte tijd spectaculair gestegen. Er zullen altijd verscheidene factoren zijn, maar één van de verklaringen is de instroom van grote groepen moslims, onder meer uit Somalië.' (...)
'We hebben hier een mooi sociaal systeem opgebouwd. Als dat straks onbetaalbaar wordt, zullen de slachtoffers niet de professoren zijn die nu met een opgestoken vingertje opiniestukken schrijven. Het zullen de zwaksten zijn.'

Telecompaper
Bijna 4 miljoen vaste internetverbindingen in Belgie
Edited: 201509050935
vrijdag 4 september 2015 | 09:02 CET | Nieuws
België telde aan het einde van het tweede kwartaal van dit jaar ruim 3,972 miljoen vaste internetverbindingen. Dat blijkt uit onderzoek van de branchevereniging ISPA. Het aantal verbindingen is gestegen met 1,16 procent op kwartaalbasis, met een nettogroei van 45.728 aansluitingen.

Het aantal verbindingen op de consumentenmarkt groeide in het tweede kwartaal met 44.347 aansluitingen, naar ruim 3,587 miljoen. Dit is een stijging van 1,25 procent. Op de zakelijke markt groeide het aantal verbindingen met 1.381 naar ruim 385.000, een groei van 0,36 procent.

De cijfers van de ISPA zijn gebaseerd op de gegevens van Belnet, Brutélé (VOO), Coditel (Numericable), Colt, Cybernet, EDPnet, Evonet, Interoute, Base Company, Mac Telecom, Mobistar, Mobistar Enterprise Services, Perceval, Proximedia, Proximus, Scarlet, VOO, Telenet en Verizon.
VERMEERSCH Etienne, interview: Wouter Woussen,foto: Michiel Hendryckx
INTERVIEW ETIENNE VERMEERSCH OVER DE VLUCHTELINGENCRISIS | ‘Het is flauwekul om te zeggen dat we die vluchtelingen nodig hebben’
Edited: 201509050903
De Standaard | 05 SEPTEMBER 2015 |
De tijd dat vluchtelingencrisissen in België opgelost werden in overleg met Etienne Vermeersch, is voorbij. Maar dat de huidige staatssecretaris nog niet gebeld heeft, wil niet zeggen dat de 81-jarige filosoof geen plan klaar heeft.

Hebt u die foto gezien van die Syrische kleuter die dood is aangespoeld op een Turks strand?

‘Ja, maar ik schrik er niet van. Wie schrikt van deze foto, heeft geen verbeelding. We weten dat daar kinderen verdrinken. Maar ik begrijp de emoties wel, het is een zeer aangrijpend beeld.’

Guy Verhofstadt hoopt dat die foto Europa wakker zal schudden. Volgt u hem daarin?

‘Als die foto mensen wakker schudt, is dat goed. Maar je mag hem niet gebruiken om een moraliserend vingertje op te steken tegen goedmenende politici, die worden terechtgewezen alsof ze geen enkele ethiek hebben en de rechten van de mens niet kennen. Het probleem met moralisten is dat ze soms haalbare oplossingen in de weg staan omdat ze een ideale oplossing willen.’

Wat is volgens u een haalbare oplossing?

‘We moeten af van het verdrag van Dublin, dat nu bepaalt dat je asiel moet vragen in het land waar je Europa binnenkomt. Iedereen die de situatie in Griekenland en Italië kent, weet dat dat waanzin is. Er moeten Europese opvangcentra komen en criteria welke vluchtelingen aanvaard en over de landen verdeeld worden volgens quota.’

Hoe stel je die quota op?

‘Door rekening te houden met de situatie van elk land. Spanje heeft een jeugdwerkloosheid van 50 procent. Als je daar nu nog eens een massa mensen naartoe stuurt, maak je dat alleen maar erger. Slovakije en Hongarije hebben dan weer een probleem met moslims.’

Dat is xenofobie. Moet je daar rekening mee houden?

‘We leven niet in een ideale wereld. Ik praat graag over hoe de wereld is en niet over hoe je zou willen dat hij is. Ook onterechte angsten moet je zo veel mogelijk reduceren. Je zou die landen beter kunnen overtuigen om hun deel te doen, als je vluchtelingen een apart, tijdelijk statuut zou geven. Dat is mijn tweede voorstel.’

U bedoelt: vluchtelingen geen volledige burgerrechten toekennen.

‘Vluchtelingen hebben de hoop en de plicht om terug te keren als de oorlog voorbij is. Een statuut dat dat erkent, heeft ook voor hen voordelen, want dan vallen ze bijvoorbeeld niet onder wetten die zeggen dat ze hier geen sociale woning kunnen krijgen als ze in Syrië een huis bezitten.’

Als een conflict zo lang duurt dat hun kinderen ingeburgerd zijn in België, wilt u hen daarna alsnog terugsturen?

‘Dat kun je dan opnieuw bekijken. België heeft na de Kosovo-crisis zulke mensen teruggestuurd. Ik heb daar de grootste problemen mee. Ik heb dat meegemaakt. Dat is hartverscheurend. Het enige wat je kunt doen, is zorgen dat die problemen zich nu niet opnieuw stellen.’

Kunnen die vluchtelingen niet meer bijdragen aan onze samenleving als ze uitzicht hebben op een duurzaam verblijf?

‘We vangen die mensen op om hen te helpen. Het is flauwekul om te zeggen dat we ze nodig hebben. In België hebben we 600.000 werklozen. In Brussel bedraagt de jongerenwerkloosheid 35 procent. Zeggen dat we extra arbeidskrachten nodig hebben, is cynisch.’

Denkt u dat de oorlog in Syrië snel opgelost zal zijn?

‘Een ander deel van mijn plan is dat de Syrische president Bashar al-Assad onmiddellijk gedwongen wordt te stoppen met burgers te bombarderen en dat IS verpletterd wordt. De tweede Golfoorlog was een kapitale stommiteit, maar dit is iets totaal anders. IS is veel gevaarlijker dan Saddam Hoessein. Dat komt door de manier waarop ze hun aanhang werven: met hun militaire successen en hun letterlijke interpretatie van de Koran. De vereniging van 56 moslimlanden zou een vergadering van godgeleerden moeten samenroepen, die gezamenlijk verklaren dat IS de Koran onjuist interpreteert en dus bestreden moet worden. Zij kunnen oproepen tot jihad. Laat een coalitie met Egypte er korte metten mee maken. President al-Sisi zal daar graag aan meewerken. Daarna kunnen de vluchtelingen terug, al kun je misschien een uitzondering maken voor christenen en jezidi’s.’

Waarom?

‘Omdat de situatie voor hen daar misschien nooit meer leefbaar wordt.’

De reden is niet dat u de moslims liever niet in Europa houdt?

‘Hun integratie zal misschien gemakkelijker zijn, hoewel de Europese bevolking met die jezidi’s ook weinig gemeen heeft. Maar het is wel een kleine groep. Homogeniteit van een bevolking is belangrijk. Het is gevaarlijk grote bevolkingsgroepen met een andere cultuur op te nemen. De islam speelt een rol in samenlevingsproblemen in Europa, kijk maar naar die hele discussie over het onverdoofd slachten. De Italiaanse gastarbeiders waren met veel meer, maar herinnert u zich grote samenlevingsproblemen met Italianen?’

Wat zijn de grote samenlevingsproblemen met moslims?

‘Het is een gevaarlijk voorbeeld, maar ik zou kunnen verwijzen naar de verkrachtingscijfers in Zweden. Die zijn op korte tijd spectaculair gestegen. Er zullen altijd verscheidene factoren zijn, maar één van de verklaringen is de instroom van grote groepen moslims, onder meer uit Somalië.’

Maar u kunt dat niet bewijzen?

‘Het is tendentieus om die ene factor eruit te lichten en daarom is het een gevaarlijk voorbeeld. Wat ik wil zeggen is: grote groepen nieuwkomers integreren is zeer moeilijk. We spreken hier nu over die paar miljoen vluchtelingen uit Syrië, maar er staat ons nog iets te wachten. Afrika heeft nu 1,1 miljard inwoners. Volgens de VN zullen er dat in 2050 2 miljard zijn. Nu komen ze al in stromen naar ons toe. Wat moet er met dat miljard gebeuren?’

U hebt daar wellicht ook een plan voor.

‘Een gigantische campagne voor geboortebeperking. Het is niet rechtvaardig dat wij, die ons geboortecijfer onder controle houden, de dupe worden van de ongebreidelde bevolkingsaangroei elders. Waarom heeft Duitsland de minste werklozen? Omdat daar het minste kinderen zijn geboren.’

Dat is toch niet het gevolg van een bewuste campagne?

‘Nee, van een mentaliteit.’

Leidt welstand niet tot geboortebeperking?

‘Als je bevolking explodeert, kun je die welstand niet creëren. Als een bevolking explodeert, krijg je grotere armoede, opstanden en oorlog. Dat is ook waarom de Arabische lente is losgebroken. Syrië had in 1970 zes miljoen inwoners, in 2011 waren dat er 22 miljoen. De Arabische lente is een crisis die is ontstaan door een mislukte oogst in Rusland, waardoor er niet genoeg graan was in Noord-Afrika. Als er volgend jaar nog eens een Russische oogst mislukt, staat er ons nog iets te wachten.’

U wees net op het belang van de homogeniteit van een samenleving. Is de wereld niet sowieso complexer aan het worden?

‘Het is geen gezonde situatie wanneer je in een land groepen hebt die getto’s vormen. De Verenigde Staten waren lang een voorbeeld van een geslaagde meltingpot, maar zij krijgen een steeds grotere instroom van hispanics, waar ze ook geen antwoord op hebben.’

Die instroom is een gevolg van ongelijkheid, precies zoals de migratiedruk op Europa vanuit Afrika. U voorspelt zelf dat die niet zal afnemen. Hoe stelt u voor dat het Europa daarmee omgaat?

‘Ze moeten verdorie stoppen met de bevolking zo te laten groeien! Dat schrijf ik al dertig jaar.’

En doen ze het?

‘Neen.’

U praat graag over de situatie zoals ze is, en niet zoals ze zou moeten zijn. De Afrikaanse bevolking groeit. Wat wilt u doen, een muur bouwen om ze tegen te houden?

‘Die muur staat er al. Er wordt schande gesproken over dat hek in Hongarije, maar rond de Spaanse enclaves in Marokko staan er al lang zulke muren. Dat wordt nu omzeild met bootjes, wel, ze zullen ervoor moeten zorgen dat er niet één bootje meer vertrekt. Waarom verdrinken ze op zee? Omdat ze geloven dat er altijd wel een paar door geraken.’

Moet je dan stoppen met mensen redden, uit angst voor een aanzuigeffect?

‘Natuurlijk niet. Je redt ze, haalt de oorlogs- en politieke vluchtelingen eruit en zet de rest weer aan land waar ze vandaan komen.’

Is het op zich al niet cynisch dat echte oorlogsvluchtelingen hier pas asiel krijgen als ze hier geraken, waardoor ze met duizenden verdrinken in de Middellandse Zee?

‘Het zou al heel wat zijn als we voldoende kunnen doen voor die zes procent Syriërs die hier geraken.’

Iemand die verhongert, maar niet uit een oorlog komt, vliegt terug. Dat is op zich toch al onmenselijk?

‘Dat onderscheid is inderdaad niet humaan, maar de Conventie van Genève naleven is nu al met moeite haalbaar. Als er morgen een oorlog uitbreekt in China, zullen we de grenzen zelfs moeten sluiten voor oorlogsvluchtelingen. We hebben hier een mooi sociaal systeem opgebouwd. Als dat straks onbetaalbaar wordt, zullen de slachtoffers niet de professoren zijn die nu met een opgestoken vingertje opiniestukken schrijven. Het zullen de zwaksten zijn.’

Dan laat je in 2050 iedereen achter die muur verhongeren?

‘Je hebt altijd de morele plicht om dat leed te beperken, maar niet door je eigen bevolking in de miserie te storten. Als je de mensen dwingt om rechten af te staan, drijf je ze tot racisme en xenofobie.’

U had het in het begin van dit gesprek over goedmenende politici die hun best doen. Vindt u dat België genoeg doet?

‘Niet zolang er mensen buiten moeten slapen. Ik denk ook dat we meer mensen kunnen opvangen. Ik passeer vaak aan het station van Melle. Dat staat al jaren leeg. Met een paar aanpassingen kunnen daar drie gezinnen wonen.’

U woont ook vrij ruim.

‘Ik weet dat het duurzamer is om in de stad te leven. Ik heb het ook geprobeerd, maar ik kon niet leven met het lawaai van mijn buren. Voor mij persoonlijk is dit een zeer gezonde manier van leven, maar ik ben er mij van bewust dat je die niet kunt veralgemenen voor de hele bevolking.’

Het zou een metafoor kunnen zijn voor de situatie van Europa in de wereld.

‘Ja. Natuurlijk.’
Kurdpress News Agency - KNA
Arab league condemns Turkey operations against PKK
Edited: 201508060901
All members of the Arab League but Qatar have condemned Turkey's operations against the Kurdistan Workers' Party (PKK) in northern Iraq.
Nabil al-Araby, secretary-general of the Arab League, an organization of Arab country members in and around North Africa, the Horn of Africa and Arabia, condemned the military operations.
The Turkish Armed Forces (TSK) started bombing PKK targets in northern Iraq since July 22, when some 22 people were killed in a suicide attack by the Islamic State (IS) in Suruc, a city in southeastern province of Sirnak. The PKK blamed Turkey government for allowing the IS to kill dozens of people, Zaman daily reported.
The TSK has since been bombing PKK depots in the Qandil Mountains. Ankara has also arrested hundreds of alleged PKK alleged sympathizers across Turkey.
Araby called on Turkey and Iraq to increase cooperation in order to preserve peace in both countries in a press statement according to a report by the Kuwait News Agency (KUNA).
Only Qatar expressed its reservations about the condemnation.
News Code: 11040 | Date: 2015/08/06 | Time: 8 : 39
HOUTMAN ERIK
Een kaartboek van de Sint-Bernardsabdij Hemiksem 1666-1671
Edited: 201505300102
Brussel, ARA, 2005. 322pp.rijkelijk geïllustreerd met kaarten en plannen in kleur, linnen uitgeversband, geïllustreerde stofwikkel, 34cm. mooie staat, in de reeks "Cartografische en iconografische bronnen voor de geschiedenis van het landschap in België" volume IX, BIJGEVOEGD: CD-ROM "Landboeken van de Sint-Bernarsabdij te Hemiksem 1744-1752"

In augustus 1233 schonk Hendrik I, Hertog van Brabant, aan de abt van Villers Allodiale (niet aan een leenheer toebehorend) goederen te Westmalle en het bos Hooidonk, om in deze streek een abdij van de cisterciënzerorde op te richten. Deze stichting ging toen niet door, maar wel toen Egidius Berthout, heer van Berlaar, in 1236 zijn rechten te Vremde, Millegem, Broechem en Ouwen schonk aan de abt van Villers met de uitdrukkelijke wens in een van deze plaatsen een klooster op te richten. Hendrik II, Hertog van Brabant, keurde deze schenking goed en deed tevens afstand van zijn rechten als overheer, zodat deze goederen allodiaal. Zo ontstond in juli 1237 te Vremde de eerste St.-Bernardsabdij, bevolkt door monniken van de abdij van Villers. In 1243 kocht de abdij van Goswin van Plusenghem, bijgenaamd Boch, gronden te Hemiksem, die aan de abdij geschonken werden door de Hertog van Brabant. Het uitblijven van schenkingen, ruzie met de pastoor van Vremde en de nabijheid en het conflict met de stichters van de abdij, de familie Berthout van Berlaar, veroorzaakten haar verplaatsing naar Hemiksem aan de samenloop van Schelde en Vliet. Vóór december 1244 begon de opbouw van de nieuwe abdij en tussen 17 april en 8 september 1246 betraden de monniken hun nieuwe gebouwen. De eerste kloostergebouwen lagen bij de waterpoort, d.i. De poort aan de Vliet met o.m. een portierswoning en aalmoezenkamer. In 1266 kon dank zij een gift van Jan van Antwerpen een kapel opgericht worden bij de poort, die afgebroken werd in 1665. In 1578 had de abdij te lijden onder de godsdienstoorlogen. De monniken trokken naar hun Refugehuis te Lier en daarna begaven ze zich naar dat van Coolhem te puurs. Tijdens de daarop volgende militaire gebeurtenissen werd de abdij, omwille van haar strategische ligging, gedeeltelijk versterkt in 1579; en op bevel van de staten van Brabant startten in juni 1582 verdere versterkingswerken, zodat o.m. de omheiningsmuur voorzien werd van schietgaten. Bevreesd voor een bezetting door de Spanjaarden gaf de staten van Brabant op 10 augustus 1582 bevel tot afbraak van de abdij. Gelukkig werd reeds eind augustus deze afbraak stopgezet. Inmiddels had ook een brand de abdij zwaar geteisterd. De afbraak werd in 1583 terug aangevat en de materialen afkomstig van deze afbraak werden gebruikt voor de versterking van de stad Antwerpen en de opbouw van de beurs. In 1584 nam Farnese de abdij in en wierp op beide scheldeoevers schansen op, zodat de toegang tot Antwerpen langs de Schelde afgegrendeld was. Pas in 1612 werd de abdij in haar vroegere functie hersteld, terwijl de religieuzen slechts in 1616 naar hun abdij terugkeerden. Inmiddels had bisschop Johannes Malderus de abdij gedeeltelijk laten herstellen.
Karel Vinck blijft een jaar langer aan bij Nyrstar. Intrede Trafigura bestuur gelukt.
Edited: 201504301157
Trafigura moet strijden voor bestuurders in Nyrstar. Karel Vinck (77) mogelijk herbenoemd voor één jaar.
Edited: 201504141110
GEBHARDT Miriam
Als die Soldaten kamen. Die Vergewaltigung deutscher Frauen am Ende des Zweiten Weltkriegs.
Edited: 201503150814

ISBN 978-3-421-04633-8
Darin werden insbesondere Vergewaltigungen durch westliche Alliierte thematisiert, wodurch das Werk eine kontroverse Debatte auslöste. Gebhardt fordert unter anderem, Vergewaltigungen nach Kriegsende stärker aufzuarbeiten.Rezensenten lobten, Gebhardt habe eine „Stärkung der Empathiekompetenz der Öffentlichkeit“ zum Ziel.
Miriam Gebhardt (* 28. Januar 1962 in Freiburg) ist eine deutsche Historikerin, Autorin und Journalistin.

Comment in English:
A million women were raped by Allied soldiers in Germany in the immediate aftermath of World War II, a new books claims.
‘When The Soldiers Came,’ by historian Miriam Gebhardt, is hailed as the definitive account of the treatment meted out to the defeated women of Nazi Germany which they remained silent about for decades out of shame and humiliaton.
‘At the very least 860,000 women and girls – and also men and young boys – were raped by the occupying Allied soldiers and their helpers. It happened everywhere,’ begins the book.
Until now it was widely thought that only the Red Army, which advanced on Germany with rape as a weapon sanctioned by Soviet dictator Josef Stalin, committed the mass rapes upon tens of thousands of women, many of whom committed suicide.
‘Soldiers of the western Allies were also guilty,’ said Mrs. Gebhardt, a renowned historian in Germany who tracked down some victims to interview them about their ordeal at the hands of British and American soldiers.
‘I researched the book for over a year and-a-half,’ she said. ‘I wanted to tell the story of what ‘happened from the perspective of the victims. I wanted to reconstruct the crimes as gently as I could.’
She said the ‘terrible crimes’ did not only take place in the Soviet zones of occupation – long chronicled and well-known about – but also in French, British and American sectors.
A familiar slogan of the times was: ‘It took six years for the Americans to struggle against the German armies but it only took a day and a slab of chocolate for them to conquer German women.’
But not all collaboration in the bedroom was voluntary, writes Gebhardt.
She said the false impression grew up after the war that German women gave themselves to western soldiers because they brought with them things they desperately needed – nylons, food, cigarettes, coffee.
‘The impression grew that there was no rape in the west but rather a kind of prostitution grew up,’ said the author.
But in fact countless women were raped, she said, with soldiers believing they could treat them as they wanted after bearing coveted gifts.
‘Post-war society was hardly ready to differentiate between voluntary and forced sexual contact.
‘Between women who prostituted themselves out of emergency needs and those who had become victims of rape.’
Added to the trauma of the western victims was the shame suffered by the children they bore from their attackers.
‘Their fathers were, mostly, unknown, and the women received no financial help at all,’ said Gebhardt.
She said in parts of southern Germany, occupied by American troops, there were often ‘free nights’ where soldiers were encouraged to abuse women at will for up to 48 hours at a time.
The alleged victims are ‘relieved’ their hardship is coming to light, she added.

Source Credits: Allan Hall in the Daily Mail from Berlin.
TESSENS Lucas
JAARVERSLAG ONROERENDE VOORHEFFING 2004 ARGUMENTARIUM PRO BELICHTING FRANS BEWIND 1792-1815
Edited: 201503012145
JAARVERSLAG ONROERENDE VOORHEFFING 2004 ARGUMENTARIUM PRO BELICHTING FRANS BEWIND 1792-1815 Logica MERS leverde voor het JVOV2003 gratis en buiten contract een historische bijlage over het ontstaan van het kadaster onder Frans bewind en legde de verbinding met de evolutie van het kiesrecht. Logischerwijze is dan de periode vlak voor het ontstaan van dat kadaster interessant. Maatschappelijke betekenis van de verschuivingen in de onroerende eigendom De 18de eeuw wordt gekenmerkt door de zgn. ‘Verlichting’. In de periode 1792-1815 veranderde (afhankelijk van de bron en de tijdafbakening) 15 tot 20% van het Belgische grondgebied (uitgedrukt in oppervlakte) van eigenaar. De meerderheid van de verhandelde onroerende goederen was afkomstig van kloosters en abdijen, weliswaar na confiscatie en herkwalifikatie tot ‘nationale goederen’. Het einde van de 18de eeuw is maatschappelijk van uitzonderlijk belang en verklaart voor een deel de grote stromingen in de 19de eeuw. Het reeds verrichte opzoekwerk Vanaf begin augustus werd de periode aftastend onderzocht. Vanaf eind augustus werd het echte opzoekwerk opgestart, erop vertrouwend dat de logica in de opbouw en de maatschappelijke relevantie evident was. Na 15/9 raakte het onderzoek goed op dreef. • Er werd een omvangrijke database aangelegd met een 500-tal feiten: verwijzingen naar decreten uit de Oostenrijkse en uit de Franse periode, uitdrijvingen, openbare verkopen, betrokken aantal hectaren, etcetera. Alle feiten in de database zijn gedocumenteerd. Quasi alle bronnen werden aan een vergelijkende toets onderworpen met aanduiding van inconsistenties. • Aansluitend bij de database zijn er (nog) experimenteel gegenereerde historische tijdlijnen in de maak waarmee het jaarverslag grafisch kan worden opgesmukt. • Vanuit de database werd een tweede – ditmaal geografisch geïnspireerde – database (met toevoeging van NIS-codes) aangemaakt die dan op zijn beurt de ArcView-applicatie kan aansturen voor het genereren van cartografie (target: Vlaams gewest, 308 huidige gemeenten); op 7 oktober 2004 bevatte deze database de kerngegevens van 58 kloosters/abdijen/priorijen; op 8 oktober werden nog belangrijke toevoegingen aangebracht. • Er werden een 50-tal relevante boeken aangekocht. Een gespecialiseerde bibliografie werd op punt gezet. • Gerichte opzoekingen werden verricht in de Stadsbibliotheek Antwerpen. • Contacten werden gelegd met volgende abdijen: Postel, Tongerlo, Averbode, Grimbergen. • Er is een contact in de maak met de abdij van Affligem. Tevens is een contact met de ULB gepland. • Bij het Rijksarchief werd een (dure) microfilm besteld en aansluitend werd er met een gespecialiseerde firma contact gelegd met het oog op hoogwaardige scanning vanaf microfilm. De problematiek van auteurs- en gebruiksrecht werd onderzocht én opgelost. • Ter voorbereiding werd tijdrovend scanning- en fotowerk verricht. Tests met verschillende soorten belichting en fotopapier, aangepast aan de digitale resolutie, werden uitgevoerd en verfijnd met het oog op een maximaal effect in de drukgang. Om het beoogde resultaat te bereiken investeerde MERS in een professionele camera met een bereik van 4 megapixels en grote ‘zoom’. • Voor bijkomend opzoekwerk werd een contract afgesloten met een free lance kracht. • Tenslotte vermelden we nog enkele honderden uren lees- en studiewerk. Hieruit mag blijken dat MERS volop geïnvesteerd heeft en dat zelfs nog in de periode voorafgaand aan de toekenning van het contract of het bekend raken daarvan. De suggestie van het Overlegcomité Op het Overlegcomité van eind september werd het plan voor de historische bijdrage door dhr Franken ter tafel gebracht. Wellicht was het Overlegcomité onwetend over de reeds ver gevorderde opzoekingen want vanuit het Overlegcomité kwam de suggestie om een geheel ander thema uit te diepen: kadastrale perekwatie in Brabant in 1685. Tijdnood en budget Het MERS kan zich onmogelijk binnen de hem nog toegemeten tijdspanne (medio oktober – eindejaar) de ingewikkelde materie van de kadastrale perekwatie in 1685 eigen maken en daarom moet MERS zich – ook om de credibiliteit van alle partijen te vrijwaren - onbevoegd verklaren. Vanaf 1 januari 2005 richten de werkzaamheden zich volledig op het verwerken van de gegevens uit het data warehouse en de verzameling van de administratieve en statistische gegevens. Tegen eind januari 2005 moet de zgn. ‘executive summary’, dienstig voor het jaarverslag 2004 van Cipal, klaar zijn. In vergelijking met vorige jaren werd de afsluitdatum met 15 dagen naar voor geschoven (15/3/2005) en werd MERS (weliswaar onder bepaalde voorwaarden) contractueel beboetbaar bij laattijdigheid. Binnen het toegemeten budget is ook geen ruimte voor een verantwoorde inkoop van een kwalitatief hoogstaand en origineel artikel bij derden. Goodwill Overigens zou de aanlevering van een historische bijdrage weerom goodwill zijn vanwege MERS want in het contract CIPAL-MERS is daarover niets voorzien. Onze betrachting is steeds geweest de (zeer relatieve) aantrekkelijkheid van een jaarverslag te verhogen en daarmee de belangen van onze opdrachtgever en die van de Vlaamse Gemeenschap te dienen. We brengen dit ongaarne in herinnering maar de omstandigheden dwingen ons daartoe. Compromisvoorstel Als compromis stellen wij voor de suggestie van het Overlegcomité (kadastrale perekwatie in Brabant in 1685) te weerhouden voor het jaarverslag 2005 en de periode van het Frans bewind in het jaarverslag 2004 te belichten en aldus de gedane inspanningen te valoriseren. MERS Lucas TESSENS 2004-10-08 Historiek contract JVOV2004 20040622: YH geen bezwaar tegen dat ik ook JVOV 2004 maak; aan JF gemeld op voice mail 20040709: JF deelt punten mee te voorzien in offerte; dead line 1/3/2005! + boete 250 EUR/dag 20040811: meeting JF-LT in extremis door JF afgebeld 20040824: offerte MERS aan dhr Jos Franken, Cipal 20040903: offerte goedgekeurd door Raad van Bestuur Cipal 20040906: eerste mail-contact LT-EDB over Frans bewind 20040908: meeting LT-EDB over confiscatie kerkelijke goederen (Aalst) 20040908: bestelling boek Frans bewind bij heruitgeverij 20040910: draft-opbouw artikel Frans bewind klaar en medegedeeld aan EDB 20040913: bezoek aan abdij Tongerloo + aankoop pakket boeken 20040915: JF deelt goedkeuring offerte telefonisch mee aan LT; LT deelt plan Frans bewind mee aan JF die enthousiast reageert. 20040915: contact met Albertina-bib over rapport Kulberg 20040916: Mail aan EDB: “Gisterenavond kreeg ik een telefoontje van JF: de Raad van Bestuur van CIPAL heeft mijn offerte aanvaard en de brief ter bevestiging is in de maak. Ik heb hem ook gesproken over het plan om de confiscatie van kerkelijke goederen aan het einde van de XVIIIde eeuw als ‘leesstuk’ in het jaarverslag in te lassen. Jos was enthousiast want als ‘boerenzoon’ interesseert hem dat uiteraard. Hij verdedigt dit project richting MVG.” 20040920: datum brief Cipal aan MERS met mededeling goedkeuring 20040922: MERS ontvangt brief Cipal; dus 22 dagen na eerste gepland contact MERS-EB 20040924: mail LT>EB: vragen; EB in verlof tot 28/9 20040928: contacteren Rijksarchief 20040928: optrekken vergoeding EDB wegens hulp opbouw historisch luik 20040929: Overlegcomité MVG-Cipal 20041005: telefonische mededeling JF over suggestie Overlegcomité: perekwatie 1685 20041005: telefonisch contact LT-EB: zij vindt 1685 interessanter dan 1792 20041005: opmaak argumentarium Frans bewind 20041007: verdere verfijning Excel-file door EDB en LT (meeting Aalst) 20041008: aankoop boek 19560021 over de historiek van het kadaster 20041008: correcties in de Masterbase Pro memorie: contractueel is MERS niet gebonden tot het leveren van een historische bijlage.
Malaparte - Liliana Cavani
The Skin (1981) - De Huid - Pelle
Edited: 201412130026
The Skin (1981) Blu-ray Detailed
Posted December 12, 2014 11:49 AM by Webmaster

Cohen Media GroupCohen Media Group has detailed the Cohen Film Collection Blu-ray release of director Liliana Cavani's The Skin (La Pelle), which stars Marcello Mastroianni, Burt Lancaster and Claudia Cardinale. Digitally remastered, the Palme d'Or nominee arrives on Blu-ray on January 13, 2015.

Liliana Cavani (Ripley's Game) gained international fame with her daring 1974 breakthrough The Night Porter, a controversial drama about a concentration camp survivor's sadomasochistic relationship with a former Nazi SS officer. Sex-as-commodity also figures in Cavani's 1981 film The Skin. Based on the short stories of Curzio Malaparte, the film is Cavani's controversial look at the aftermath of German occupation of Italy during World War II. After the Allies liberate Naples in 1943, life for the locals is not much easier, especially for women; many must sacrifice their dignity and morals in order to survive.

An international cast of superstars brings Malaparte's stories to life. Marcello Mastroianni plays Malaparte, a diplomatic liaison between the Allied and Italian forces, who chronicled the desperate measures taken by his Italian countrymen to endure even after the defeat of their enemy. Burt Lancaster plays liberating American Gen. Mark Clark, who struggles to fathom the devastation around him. Also starring is Claudia Cardinale, famed for her performances in masterpieces by Federico Fellini, Luchino Visconti and Sergio Leone.

This unforgettable and disturbing film, an epic Italian-French co-production, was nominated for the top prize, the Palme d'Or, at the Cannes Film Festival; Cardinale was named best supporting actress by the Italian National Syndicate of Film Journalists.

The Skin has been restored and remastered for its U.S. Blu-ray debut, and is presented in 1080p with Italian DTS-HD Master Audio 5.1 surround and English subtitles. Extras include:
Feature-length audio commentary by critics Wade Major and Andy Klein
Four featurettes, including three with director Liliana Cavani and one with production designer Dante Ferretti:
At the Frontier of the Apocalypse
Malaparte, Great Reporter
The Individual and History
Dante Ferretti Revisits Naples
Original French trailer
2014 re-release trailer

Politie
De VUB-moorden: Moord op Peter De Greef : 22/11/1980 - 23/11/1980 & Daniëlle Girardin : 06/02/1993 - 07/02/1993
Edited: 201412041521
1980
Een groepje jongeren (15 à 20 personen) vanuit de regio Antwerpen, allemaal gestart aan het Atheneum van Hoboken, besluiten naar de universiteit van Brussel te gaan.
Daniëlle Girardin, ook afkomstig uit de regio Antwerpen, kwam niet van het Atheneum maar kende wel enkele van die mensen vanuit de lagere school.
Aan de VUB werd de vriendenkring nog uitgebreid met ondermeer Peter de Greef. Die was in 1980 opnieuw van plan aan de VUB te gaan studeren (hij had al enkele diploma’s op zak, o.a. licentiaat geschiedenis), Hij woonde toen nog in de omgeving van de VUB omdat hij geen afscheid kon nemen van het studentenleven.
22 – 23/11/1980 omstreeks 04.00 uur
In de nacht van zaterdag 22 op zondag 23 november 1980 werd Peter de Greef, toen 24 jaar, doodgeschoten met één kogel in het hart.
Zijn lichaam lag in de Nieuwelaan ter hoogte van n° 179 in Etterbeek.
Een politieman paste nog een hartmassage toe maar Peter was vermoedelijk op slag dood.
Hij had die avond op zijn appartement doorgebracht, samen met Linda Simons, een vriendin, in de Generaal Jacqueslaan 183 te Elsene (Etterbeek).
Rond 3 uur heeft Peter dan Linda te voet naar huis, naar haar kot gebracht 1n de Generaal Bernheimlaan n° 15. Op de terugweg van het kot van Linda naar zijn eigen appartement werd hij beschoten. Hij werd getroffen door een kogel 6.35 uit een klein vuurwapen. (de huls werd teruggevonden) Het motief is nog steeds niet gekend.
Reisweg naar appt. Van Linda (samen): Generaal Jacqueslaan - Nieuwelaan - Generaal Bernheimlaan.
1993
Mevrouw Girardin was heel erg geliefd en werkte aan de VUB van Brussel . De Filosofieprofessor Hubert Dethier kan Daniëlle Girardin goed beschrijven.
Daniëlle had haar doctoraat in de cultuurfilosofie bij hem gemaakt en ze was een tijd lang zijn assistente.
Ze was intellectueel heel erg onderlegd en leefde in de alternatieve sfeer. Zo ging ze bijvoorbeeld overal te voet naar toe, ging ze samen leven bij indianenstammen en sliep ze op de grond. Daniëlle was heel erg begaan met andere mensen.
06 - 07/02/1993 omstreeks 03.45 uur
In de nacht van zaterdag 6 februari op 7 februari 1993 werd Daniëlle Girardin, toen 34 jaar; vermoord met één messteek (in de lever, mespunt reikte tot in het hart).
Ze had net een praatavond bijgewoond over de Aka-stam (Thaise indianenstam), samen met vrienden in Antwerpen.
Iets na 4 uur 's nachts had Danielle de woning van haar vrienden in de Anselmostraat, nabij het oude justitiegebouw, verlaten om te voet terug naar huis te keren.
Ze wandelde vermoedelijk via de volgende straten : Ballaerstraat - Pyckestraat - Markgravelei - Jan van Rijswijcklaan - Populierenlaan - Kruishofstraat - Varenlaan
Danielle woonde toen in de Eglantierlaan in Wilrijk, net om de hoek van de Varenlaan, ruim een half uur stappen van de Anselmostraat.
Haar lichaam lag in de Varenlaan lag ter hoogte van het huis n° 31 en werd ontdekt door een buurtbewoner die naar zijn werk vertrok.
De nacht van de moord stond in de Varenlaan een koppeltje dubbel geparkeerd in een witte pickup. Het meisje had wel iemand op de grond zien liggen maar stond er verder niet bij stil. Buurtbewoners hoorden wel rond 04.30 uur een kreet .
OPSPORINGSVRAGEN
Misschien zijn er mensen die meer over de feiten weten, maar die al die jaren hebben gezwegen omdat ze dat toen niet konden of durfden praten. Hun levenssituatie kan veranderd zijn waardoor ze dit nu wel kunnen.

Heeft Danielle Girardin , misschien tijdens haar buitenlandse reizen, iemand leren die geen goede bedoelingen met haar had. Of heeft ze pech gehad en is ze in handen gevallen van de messentrekker die toen in Antwerpen lelijk huis hield.
Is er een link tussen de twee moorden? Dat is een vraag waar zelfs de speurders geen sluitend antwoord kunnen op kunnen geven. Het bindmiddel tussen Peter en Daniëlle zijn de jaren ‘80 en hun gemeenschappelijke vriendenkring tijdens studieperiode aan de VUB van Brussel. Alle hypotheses en vragen moeten gesteld worden om een goed onderzoek te kunnen voeren.
Het kan zijn Dat Danielle, na al die jaren plots is te weten gekomen wie Peter in 1980 heeft vermoord, maar zelf heeft ze dat tegen niemand gezegd.
Getuigenissen

Alle tips zijn welkom via het gratis telefoonnummer 0800 30.30.0. Discretie wordt gewaarborgd.

of via het emailadres opsporingen@politie.be

Dit opsporingsbericht werd uitgezonden op VTM tijdens de uitzending "TELE FACTS CRIME " op 01/02/2010
JUSTITIE
PG vraagt verjaring in cassatie-proces Eternit
Edited: 201411201247
Op 13/2/2012 werd Eternit in Turijn (ITA) veroordeeld en verantwoordelijk geacht voor de dood door asbestose van 3.000 mensen: de leiding kende de dodelijke gevolgen van asbestcement maar liet de productie gewoon doorgaan, zo oordeelde de rechter toen. Men spreekt van een misdaad op industriële schaal of een industriële misdaad. Eternit had vier fabrieken in Italië. Bij ons is de fabriek van Kapelle-op-den-Bos berucht. Op de kerkhoven errond is het stil en in de naburige dorpen zwijgt men liever.

De zaak tegen de Zwitserse topman en miljardair Stephan Schmidheiny was sindsdien hangende voor cassatie in Roma. De voorganger van Schmidheiny, de Belgische baron Louis de Cartier de Marchienne (Turnhout, 26/9/1921 – Arendonk, 21/5/ 2013), is inmiddels overleden*.

De PG, Francesco Iacoviello, vroeg nu onverwacht de verjaring en dus de stopzetting van het proces. Normaal verwacht je zo'n vraag van de verdediging. Ook abnormaal is deze vraag omdat ze zo snel volgt na een effectieve veroordeling. Wat twee jaar geleden nog behandeld werd, is vandaag verjaard en je zou denken dat rechtshandelingen de verjaring zouden stuiten. Niet zo dus in het Italiaanse gerecht (en in vele andere staten is het net zo).

De president van de Regio Piemonte, Sergio Chiamparino drukte zijn verrassing, ontgoocheling en diepe verontwaardiging zo uit: "Apprendo con sorpresa e disappunto della decisione della Corte di Cassazione di annullare, causa prescrizione del reato, la sentenza di condanna a Stephan Schmidheiny nel processo Eternit. Non può che destare profonda indignazione".

Het spreekt vanzelf dat de nabestaanden van de slachtoffers van 'de stille dood' in shock, ingedeukt, machteloos en woedend achterblijven. De overtuiging groeit in Italië en daarbuiten dat recht en rechtvaardigheid niet hand in hand lopen. Ook een van mijn vrienden behoort tot de slachtoffers.



*Cartier huwde in 1950 Viviane Emsens (1929) uit de industriële familie Emsens, hoofdaandeelhouder in Eternit. Hij werd actief in de multinational: van 1966 tot 1978 was hij afgevaardigd bestuurder en van 1978 tot 1986 was hij voorzitter van Eternit. De familie Emsens is met duizenden hectare, gelegen in het noorden van de provincie Antwerpen, grootgrondbezitter. (bron: in Trends van 12 oktober 1995 bracht Frans Crols een onthullende reportage over deze miljardairsfamilie; in 2006 bracht Knack een snoeiharde reeks van artikelen over de dodelijke werking van asbest en de verantwoordelijkheid van Eternit).

**Vinck. Cartier was niet de enige Belg die dicht bij de zaak stond. Ook Karel Vinck, die van 1971 tot 1975 werkzaam was bij Eternit-Italië, was eerder betrokken in deze zaak. Hij leidde er sinds 1973 de Eternitfabriek in het Siciliaanse Targia. Van 1975 tot 1978 leidde hij Eternit-België als gedelegeerd bestuurder. In 2006 werd hij in Italië samen met andere topmanagers van Eternit veroordeeld voor onvrijwillige doodslag. De rechtbank was van oordeel dat zij de gezondheidsrisico's verbonden aan het werken met asbest in grove mate veronachtzaamd hadden. Karel Vinck werd veroordeeld tot drie jaar voorwaardelijke gevangenisstraf. Vinck verzette zich tegen deze beschuldigingen. "Een industrieel weegt risico's af met alle beschikbare kennis op het moment van de beslissing. Niet met de kennis die dertig jaar later beschikbaar is", zei hij toen. In augustus 2009 vernietigde het hof van beroep van het Siciliaanse Catania die uitspraak en sprak hem vrij in de zaak.(bron) Karel Vinck was naar eigen zeggen er toen niet van op de hoogte dat asbest kanker kon veroorzaken.



Enkele maanden na die vrijspraak haalde Vinck op een bijzonder negatieve manier het nieuws toen hij voor de camera schamper beweerde "wij leven van fijn stof" (Terzake, 18 oktober 2009).
Toen ging het om de toename van de fijn-stof-concentratie in Antwerpen i.v.m. de bouw van de omstreden Oosterweelverbinding. Vinck is voorzitter van de BAM. In een normale maatschappij neemt men dan ontslag om de eer aan zichzelf te houden.

OVAM. Op 24 oktober 2014 gaf OVAM een persbericht vrij; daaruit blijkt dat er zo'n 3,7 miljoen ton asbest in omloop is. (bron) Navraag bij de woordvoerder Jan Verheyen van OVAM leerde dat het enorme cijfer enkel het Vlaamse Gewest betreft (mail van 20141121). De belastingbetaler draait op voor het opruimen ervan.


Wereldwijde vervuiling
Eternit leverde vanaf 1946 wereldwijd persbuizen van asbestcementstof: West-Europa, USA, Canada, Latijns-Amerika, grote stukken van Afrika, India, het Midden-Oosten. De samenstelling van asbest: "een vezelig gehydrateerd MAGNESIUMSILICAAT, wit of geel, soms groen, soms blauw van kleur, komt uit mijnen in Canada (chrysotiel) en uit Rhodesië (crocidoliet). Deze uiterst fijne vezels (diameter zowat een duizendse millimeter of een mikron) met sterk weerstandsvermogen (trekvastheid: 40 tot 45 kg/mm²) moet worden geopend, gedesintegreerd en goed van elkander gescheiden, zodat elk ervan achteraf volmaakt met cement kan worden omkorst." Gezondheidsproblemen doen zich voor tijdens de productie maar vanzelfsprekend ook bij renovatie- of afbraakwerken (boren, zagen, slijpen, breken, dynamitering, ...).
[Zie ook Asbestos: Risk Assessment, Epidemiology, and Health Effects, Second Edition; geredigeerd door Ronald F. Dodson,Samuel P. Hammar (2012), waarin de historiek van de onderzoeken naar schadelijke/dodelijke gevolgen op wetenschappelijke manier wordt uiteengezet.]
Getuigen

Hieronder de documentaire 'Eternit Casale Monferrato: la fabbrica del cancro', waarin getuigen voor de camera bevestigen dat de directie er alles aan deed om de gevolgen van werken met amiante te camoufleren.



Hieronder een tweede docu waarin o.m. de openbare aanklager en een oncologe aan het woord komen:


Pro memorie: Ook bepaalde vormen van talkpoeder (gehydrateerd waterstof-houdend magnesium-silicaat - H2Mg3(SiO3)4 of Mg3Si4O10(OH)2) zijn kankerverwekkend.
Human Rights Watch
DR Congo: Climate of Fear - Police Operation Kills 51 Young Men and Boys
Edited: 201411200404
(Kinshasa) – Police in the Democratic Republic of Congo summarily killed at least 51 youth and forcibly disappeared 33 others during an anti-crime campaign that began a year ago, Human Rights Watch said in a report released today. “Operation Likofi,” which lasted from November 2013 to February 2014, targeted alleged gang members in Congo’s capital, Kinshasa.

The 57-page report, “Operation Likofi: Police Killings and Enforced Disappearances in Kinshasa,” details how uniformed police, often wearing masks, dragged kuluna, or suspected gang members, from their homes at night and executed them. The police shot and killed the unarmed young men and boys outside their homes, in the open markets where they slept or worked, and in nearby fields or empty lots. Many others were taken without warrants to unknown locations and forcibly disappeared.

“Operation Likofi was a brutal police campaign that left a trail of cold-blooded murders in the Congolese capital,” said Daniel Bekele, Africa director at Human Rights Watch. “Fighting crime by committing crime does not build the rule of law but only reinforces a climate of fear. The Congolese authorities should investigate the killings, starting with the commander in charge of the operation, and bring to justice those responsible.”
Colombia
FARC ontvoert generaal Ruben Dario Alzate.
President Juan Manuel Santos staakt onmiddellijk de vredesbesprekingen met de FARC. Die startten twee jaar geleden in Havana, Cuba.
De strijd tussen het regeringsleger en de FARC heeft de afgelopen vijftig jaar naar schatting aan 220.000 mensen het leven gekost.
src: Volkskrant 20141117, NOS 20141117
Edited: 201411181612
Philips
Philips gaat in najaar 2016 fabriek starters TL-lampen verplaatsen van Terneuzen naar Polen
Edited: 201411131149
Terneuzen-fabriek is nog winstgevend maar overstap naar LED-lampen gooit roet in het eten
Philips
Philips gaat in najaar 2016 fabriek starters TL-lampen verplaatsen van Terneuzen naar Polen
Edited: 201411131149
Terneuzen-fabriek is nog winstgevend maar overstap naar LED-lampen gooit roet in het eten
Ex-EU-commissaris Viviane Reding (LUX) gaat werken voor Nyrstar
Edited: 201411131147
Nieuws
MERS start project digitalisering en visualisering historische kaarten van Congo
Edited: 201410131229
Met een directe toegang tot meer dan 1.000 Congo-boeken is MERS Antique Books Antwerp goed geplaatst om zijn kaartencollectie (COMAPBASE) te koppelen aan beschrijvende records. De kennis over Belgisch Congo (zo groot als West-Europa) wordt aangewend om tot een logische klassificering, toegang en duiding te komen. Om de collectie te ontsluiten worden diverse technieken getest op kwaliteit, verwerkingssnelheid, bron- en locatievermelding en 'end user'-gemak. Een en ander verrijkt het Content Management System (CMS) dat MERS ontwikkelde.



RT
American-allied nations are secretly helping ISIS to grow - US Colonel Ann Wright
Edited: 201409080901
The US invasion of Iraq in 2003 came with many warnings that it would lead to a dire consequences for the whole region. A decade later, and the brutal jihadists from ISIS are dominating the north of the devastated country. Now, the US is again mulling the possibility of sending its army to Iraq once more - but would that actually help solve the issue? From where does the money come for the Islamic State? Is America obliged to save Iraq after what it's done to that nation? We ask these questions to American Colonel and former diplomat Ann Wright on Sophie&Co today.

Follow @SophieCo_RT

Sophie Shevardnadze:Colonel, the 2003 war in Iraq was a reason you left the U.S. military after many years. Do you feel the roots of what’s happening now lie back then?

Ann Wright: Well, yes. In 2003 I did resign from the Federal government. I actually had order to retire from the military; I was a U.S. diplomat, and I was one of the three diplomats who resigned in opposition to the war in Iraq. And I do feel that there are so many similarities now, 11 years later with the issue that the Obama administration is bringing forward, and they are seeming intent that they will be using military force to resolve the further issues in Iraq, and perhaps even in Syria.

SS: But what I really meant was that… I’m talking about ISIS expansion and the will of the ISIS to create a caliphate. Do you think that, what’s going on right now, has to do something with the invasion in Iraq in 2003, or those are two separate things?

AW: I think they are two separate things. Certainly, the U.S. invasion and occupation of Iraq has precipitated what we now see, 11 years later, with the growth of ISIS and other forces that initially came in to the region to battle with Assad in Syria, but are taking the opportunity with the disarray that came starting with the U.S. invasion and occupation of Iraq. And then, the Al-Maliki government that has been so brutal towards the Sunnis in Iraq, that the ability of ISIS to move remarkably quickly, to gain territories in Syria and now in Iraq is very worrisome and dangerous.

SS: Now, president Obama has authorized deployment of additional 350 american troops to Iraq. Last month, the U.S. launched an aerial campaign against the Islamic State. Will any good come out of this?

AW: Well, the issue of the protection of the U.S. facilities in Baghdad and other cities of Iraq by U.S. military forces is one rational for the deployment of certain number of military folks. And then, the administration has already said that they will be sending in special forces to help train or re-train Iraq military to battle ISIS. And also, the use of CIA operatives up in the north, in northern Iraq and the Kurdish area of Iraq - one could argue that this does give the Iraqi military and the Kurdish Peshmerga a better opportunity to battle ISIS. One of the fears, though, is that the continuation of the U.S. providing U.S. military equipment will end up as we've seen what has happened now, when ISIS has overrun Iraqi military facilities and have taken U.S. military equipment that has been given to the Iraqi military. So, one of the great dilemmas is when you start funneling more military equipment into this type of situation, it may be turned up on you as we've seen - that equipment now being in hands of ISIS and being used to battle almost in one way the remnants of the Iraqi military.

SS: Steven Sotloff was the second journalist executed by the Islamic State. Let’s hear president Obama’s response to this:

OBAMA: And those who make a mistake of harming Americans will learn that we will not forget, and that our reach is long and that justice will be served.

SS: Now, the U.S. president has vowed to avenge the death of U.S. journalist and called for the war plan to be drawn up. Should there be further involvement?

AW: Well, indeed, it’s horrific what ISIS is doing, not only to the international media, to U.S. reporters that are being beheaded, but in even greater measure, what ISIS is doing to Iraqis and Syrians that they have captured. The wholesale murder, massacre of large numbers of Iraqi military and people in villages who have repelled or attempted to repel the ISIS military onslaught. There’s no doubt about it, ISIS is very brutal, terrible group of people who are rampaging across that area of the world.

SS: Well, yeah, but that’s my question - does the U.S. really have any other choice but to get involved and act in the face of these kidnappings?

AW: The people that have been kidnapped - I mean, the international folks have been in the hands of ISIS for quite a few months now. The beheadings of course are horrific, and as vice-president Biden has said...something about the “gates of hell” being opened; I think the administration certainly feels the pressure that something needs to be done about it, about this group of horrific people. Now, whether it is further american military on the ground - I suspect not, because the feeling in the U.S. is that we do not want our military involved in ground operations any further in Iraq or in Syria. However, I do believe that the types of pressure that can be put on groups that do support ISIS, that have allowed ISIS to purchase military equipment, that are working with ISIS to buy on the black market oil from the oil fields that ISIS has captured - I think that’s really where ultimately the pressure points are…

SS: Which groups are you talking about? Could you be more precise?

AW: If you look at who is behind the oil, who is behind the oil from those oil fields, where it is going, through what borders is it going - some of it is going up into Turkey, so you've got to put pressure on the Turkish government to stop the flow of oil; you've got to put pressure on the Turkish government to stop allowing these large groups of international fighters that have crossed the border from Turkey for the last several years. I would say, you have to put pressure on the Saudis: the Saudis have been pouring a large amounts of money, as have the governments of Kuwait and of Qatar, into various groups of the foreign fighters.

SS: But so had the Americans, I don’t think these are the only people that are funding the foreign fighters in Syria. Americans are the ones who are funding them just as much as are the Qataris or the Saudis…

AW: Yes, I totally agree with you on that; I do not believe that they are funding ISIS, the U.S. is funding other, what they think are more moderate groups that are fighting the Assad government, but the ones I was actually talking about were those that either by turning a blind eye, or by actually funneling money and weapons into ISIS are giving it the power to gain territory and hold it.

SS: So there’s my question - the U.S. has propped up many allies that it later had to confront. The likes of Al-Qaeda, or Taliban - do you feel like it contributed to the rise of ISIS in Syria as well - involuntarily, of course - by funding the rebels?

AW: Certainly, the instability that has been caused by the U.S., starting 10, 11 years ago, from 2003, with the U.S. invasion and occupation of Iraq and earlier than that, the U.S. going in to Afghanistan after 9/11 - all of those events have triggered a large number of people from Arab and Muslim worlds, who have to the U.S.: “we don’t like what you’re doing in those areas”, and they have been coming in to Iraq and in Afghanistan and have been trained, and equipped and then have been available to go to other parts of the world, including Libya, to act as mercenaries for whomever wants to hire them.

SS:Now, if president Obama had launched a bombing campaign in Syria in 2013, do you think that could have stopped the rise of ISIS?

AW: One could argue that yes, bombing of not only ISIS but of other radical groups in Syria could perhaps have decimated some of their fighting force. However, the thing that people are very concerned about is that that in itself is drawing more of the foreign fighters to the fight, that indeed the U.S. bombing of Muslim fighters does draw in even more of the Muslim fighters.

SS: Just to wrap the subject of ISIS in Iraq - do you feeling like that Washington has the responsibility for the future of Iraq and what becomes of it?

AW: Part of the problem is, first, the initial invasion and occupation by the Bush administration; then, you have the Al-Maliki government that was… many people say that U.S. put that government in: Al-Maliki who brought in more Shia leaders and pushed out the Sunni leaders that should have been brought in to the government that was all-inclusive of all of the groups in Iraq. One could say that the U.S. has spent billions of dollars on the training and equipping Iraqi military and it folded against the force that was not nearly as large as it actually was. I personally, as a person that resigned initially over the theory that military force was going to resolve the issue of Saddam Hussein regime, I don’t believe that further use of our military is what ultimately going to resolve the issues in that region.

SS: Afghanistan is another unresolved issue - the U.S. troops may leave for good by the end of this year, but will the weak Afghan government be left to deal with the Taliban like Iraq was left to deal with ISIS, what do you think?

AW: You’re exactly right - here we have Afghanistan after 13 years that U.S. has been involved in there, and weak government, in fact, it is still disputed on who’s going to be the next president of the country. You have many of the people who were called warlord prior to the U.S. invasion, or the groups of people that the U.S. hired to work with it to push the Taliban and Al-Qaeda out, many of them with severe human rights abuses allegations to start with… I myself am not too optimistic that here, 13 years later and hundreds of billions of dollars later and the expenditure of tens of thousands if not hundreds of thousands of lives, that the future of Afghanistan is a stable secure country, where all groups will be treated honestly and fairly and that country will progress in a way that one would hope it would - I myself am not very optimistic about it.

SS: Now, ISIS is being called the “new Al-Qaeda”, but the actual Al-Qaeda has declared a new front in India. How do these groups fit together? Are we seeing expansion into new territory after ISIS took over the old “feeding grounds”?

AW: It’s kind of “targets of opportunity” it looks like that various groups are using. As ISIS fills into one area of Iraq and Syria and becomes the dominant force there, Al-Qaeda is looking for another place where it can stake its own territory. Certainly it had its inroads into Pakistan… It’s interesting here that they indeed have claimed that they are going to India.

SS: So, what are we going to see? Jihadist corporate rivalry unraveling?

AW: Indeed, “Jihadist inc.” When we really look at it, sadly, throughout the North Africa and the Middle East and then going on into South Asia, you do see the rise of various types of militant groups, to include not only Al-Qaeda, ISIS, Al-Nusra; you've got the Afghan Taliban, the Pakistani Taliban. It is a growth industry. You look also to Libya, where there are many groups, each fighting for different parts of the territory of the country, to the extent that the U.S. had to close its embassy there, because none of the locations where we had embassies or consulates are safe enough, in the opinion of the State Department, that we can leave our diplomats. So, it is a tragic function in this era, that we see the growth and expansion of these jihadist groups.

SS: You've mentioned earlier on in the program that the pressure should be put on groups that are actually helping ISIS to get money from the oil sales - it’s true that ISIS is raking in billions through things like oil. Could this movement be more about money than establishing a religious state?

AW: I think it certainly is a movement about money, it’s a very well-funded organisation, but from I gather, it is a group that is intent on establishing a geographical location for it’s beliefs, the caliphate that they talk about. They intent to hold territory and indeed they have, to the extent that they control major cities, that they are generating their own income through oil and I think it is going to be a challenge for the international community to go in and push them back from these established areas that they've had some of them for almost a year now.

SS: Israeli-Palestinian conflict is something that you've also spoken a lot about, spoken strongly against the Israeli offensive in Gaza. Is there any way that international pressure can push Israel into a genuine peace process?

AW: It’s a very good question. How the international community has pressured Israel - has been ineffective, mainly because it really hasn't used the full force that it has at its disposal. The U.S. itself could do much more to pressure Israel to stop the illegal settlements of which they have just announced that they are annexing a thousand acres of Palestinian land into Israel. The pressure to stop the occupation of the West Bank and to lift the siege of Gaza - these are things that have been demands of the Palestinians for the longest time. The U.S. is the greatest pressure point of Israel, because we give Israel almost $3 bn a year in military assistance alone, plus all sorts of economic incentives. The U.S. is allowing itself to be pressured by very large and well-funded Zionist lobby that works for the protection of the State of Israel, and works primarily in the U.S. Congress to threaten the U.S. Congress people that if they don’t vote for pro-Israeli issues then they will be turned out of office; we've seen that AIPAC, the American-Israeli Public Affairs committee, the big lobby for Israel, has been very effective at threatening and scaring and then trowing out of office people that say that they are going to look honestly at what’s happening there, and may support the Palestinian cause in cases.

SS: I want to talk a little bit about Hamas. You know how the appearance of ISIS with its deliberate focus on cruelty and no compromises, does it make you feel like it’s easier to treat groups like Hamas with more respect? As a matter of fact, you know, “we don’t negotiate with the terrorists” - that attitude is almost universal, but do you feel like maybe these days there are groups of terrorists that you can talk to and that slogan actually should change?

AW: Yes, I certainly think so, and the latest of this week, the Israeli propaganda is that “ISIS is Hamas, Hamas is ISIS” - well, that’s just not true. Hamas was elected as the governing body of Gaza. I don’t agree with the rockets that Hamas and other groups in Gaza have sent into Israel, but the level of violence that is between Palestinians and Israelis is overwhelmingly from the Israeli side towards the Palestinian side - there’s no doubt about that. Over 2000 Palestinians were killed versus 64 Israelis in this latest attack, and in 2009, fourteen hundred Palestinians versus 11 Israelis… Hamas does not have 24 hour drone coverage over Israel, it does not have F-16 that are bombing Israel every single day as is happening with the Israelis in their naval attacks and ground attacks, and air attacks on Gaza. So, there’s a very distinct difference in the level and the proportion of violence in there.

SS: Thank you so much for this wonderful interview. Colonel Ann Wright, U.S. veteran and former diplomat. We were talking about what brought upon the spread of ISIS and could it be contained, and also are there terrorists that we can talk to, and are there groups that we can’t. That’s it for this edition of Sophie&Co, we’ll see you next time.
TESSENS Lucas
brief aan Vandenbrande over project PC op school
Edited: 201406072348
De heer Luc Van den Brande
Minister-President
Martelaarsplein 19
1000 - BRUSSEL


Antwerpen, 15 juli 1997


Betreft: "Het ogenblik is aangebroken om 'Vlaanderen-Europa 2002' te herijken. Daarbij moeten we nieuwe inhoudelijke klem¬tonen leggen. Het volstaat niet langer dat onze kinderen goed kunnen rekenen en schrijven. Zij zullen ook meertalig moeten zijn, maar ze zullen ook moeten kunnen rijden op de informatiesnelweg. We zullen een belangrijke extra inspan¬ning doen om in een meer¬jarenprogramma er voor te zorgen dat alle leerlingen van het zesde leerjaar evengoed kunnen omgaan met een pc als met een boek." (uit uw officiële 11 juli-redevoering)




Geachte Heer Minister-President,




Bovenstaande passage uit uw 11 juli-redevoering heeft onze speciale aan¬dacht getrokken. Proficiat! Zeer terecht plaatst u lezen, rekenen en pc-vaardigheid op één lijn. Een nieuwe vorm van analfabetisme ("digi¬betisme") steekt de kop op. Enkel een practische opleiding die gebruik maakt van training en routine zal kunnen verhinderen dat deze kwaal onze jongeren aantast.

In 1994 hebben wij uw kabinet en daarna de GIMV geadviseerd aan¬gaande de te nemen stappen inzake de kabel (interconnectie van de verzor¬gingsgebieden en creëren van de terugweg). Dit leidde tot Telenet.
Toen hebben wij binnen het "Studiesyndicaat Nieuwe Diensten over de Kabel", waarvan wij in januari 1994 overigens de draft-opdracht schre¬ven, een lans gebroken voor een maatschappelijke en culturele benade¬ring van de infor-matiesnelwegen.


Aansluitend bij Telenet werd 'Medialab' opgestart. Ook hierover dienden wij het Kabinet van advies. Wij kunnen ons echter niet van de indruk ontdoen dat 'Media¬lab' al te theoretische blijft, cirkelend binnen de universitaire milieus.
Het is van essentieel belang:
• de risico's van een gebrek aan pc-vaardigheid onder ogen te zien;
• pragmatische oplossingen aan te reiken;
• de oplossingen te coördineren.
Die oplossingen liggen zeer zeker in de onderwijssfeer.

Niemand twijfelt aan de noodzaak om onze kinderen te leren lezen, schrijven en rekenen. Maar zij die er nog aan twijfelen dat ook het kunnen werken met een pc een basisvaardigheid is, worden best wan¬delen gestuurd.

In deze materie moet men snel en doortastend tewerk gaan. Zo moeten we de kinderen niet gaan vervelen door uit te leggen welke de com¬ponenten van een pc zijn of hoe een pc werkt. Je leert ook geen wagen besturen via weten¬schap over de ontploffingsmotor of de functie van een versnellingsbak.

Ziehier 10 BOUWSTENEN die wij voor een efficiënte aanpak zien:

1

Installatie van een task force (max. 8 mensen) ter begeleiding van het gehele project. Voorzien van secretariaats-ondersteuning en een budget voor deze task force. Overleg met uw collega L. Van den Bossche.

2

Contacten met leveranciers van hardware teneinde maximale sponsoring te voorzien voor nieuwe pc's; gebruik maken van gerecycleerde pc's en betere organisatie van het recyclage-proces; vastlegging van de mini¬mum-basiscon-figuratie van de te gebruiken pc's (CPU 80386DX).

3

Keuze van de software: o.i. heeft Microsoft een zodanige voorsprong ge¬nomen dat men moet kiezen voor de programma's 'Word' voor het nieuwe lezen/schrijven en 'Excel' voor het nieuwe rekenen, alles in Windows-om¬geving; Vlaanderen zou een mega-licentie voor het basison¬derwijs moeten bedingen.

4

Onmiddellijke start van een korte (minder dan 20 uur) en practisch gerichte lerarenop¬leiding voor pc: het zou o.i. een vergissing zijn te denken in de richting van een specifieke pc-leraar; de 'pc-vaardigheid' wordt best geïnte¬greerd in de lessen Nederlands en rekenen omdat dan de link kan gelegd worden met de klas¬sieke lees-, schrijf- en reken¬methodes.

5

Onmiddelijke start van een middelgroot project in een 200-tal basis¬scholen (zo'n 5.000 pc's), provinciaal gespreid; vastlegging van een gefaseerd plan voor een totaal-dekking van het basisonder¬wijs tegen 2002.


6

Avondgebruik van de pc-klassen voor bijscholing, al dan niet betalend (criteria uitwerken).

7

Gefaseerde inkoppeling van 'Telenet' in de scholen en toelevering van Internet over Telenet; afsluiten van een mega-contract.


8

Installatie of renovatie van de interne kablering in scholen waardoor het project gebruik kan maken van servers; inzet van de know how van de kabelmaatschappijen (bijna alle intercommunales); afsluiten van een mega-contract voor toelevering van kabels (coax/fiber).


9

Jaarlijkse grondige evaluatie en bijsturing van het project tijdens een open studiedag mét publicatie van de resultaten en verspreiding via de media.


10

Instellen van een prijs voor de school met de beste pc-basisopleiding (incen-tive op het project).




Geachte Heer Minister-President, begin 1994 schreven wij zoals gezegd de draft-opdracht voor het "Studiesyndicaat". Vandaag bieden wij onze diensten aan onder de vorm van een nieuw project ("PC? Kinderspel").

Eerstdaags zal ik met Mevrouw Yvette Delameilleure contact opnemen teneinde met u een gesprek te kunnen vastleggen.


Met bijzondere Hoogachting,






Lucas TESSENS
Bestuurder/Research Director
Steinbeck
The Grapes of Wrath - character map
Edited: 201405010159
Summary of Chapter 19

When the Americans first came to settle in California, they were hungry for land. Driven by a desire for property, they dominated the complacent Mexican natives, successfully stripping them of their claim to this fertile farmland. Soon, these Californians were no longer squatters, but owners. Farming became an industry, not a passion, and success was measured in dollars only. Farms became larger and owners fewer.

As the dispossessed come to California, they bring with them a wild, desperate hunger for land. History had told them that when all land is held by a few, it is taken away. And when great masses are going hungry, while a few are well fed, there will be a revolt. In an effort to diffuse the strength of the migrant workers, the owners make laws, and law officials enforce them. Any man farming on a small strip of land is charged with trespassing, and squatter's camps — "Hoovervilles" — are closed and burned for being a threat to public health. Meanwhile, children in the Hoovervilles are dying from hunger while their parents pray for food. When the parents stop praying and start acting, the end for the owners will be near.

Analysis

Together with Chapters 21 and 23, this chapter presents historical background on the development of land ownership in California, tracing the American settlement of the land taken from the Mexicans. Fundamentally, the chapter explores the conflict between farming solely as a means of profit making and farming as a way of life. Steinbeck criticizes the industrialization of farming in which a love of the land is replaced by a capitalist mentality. With the advent of this industrialization came a shift toward commercial farming. With the focus only on the moneymaking aspects of growth, the corporate farmers increasingly exploit immigrant and migratory workers who are willing to work for a low wage. Like the machines that pushed the sharecroppers off their land, these great landowners had "become through their holdings both more and less than men." A key image of agrarian sympathy is found in the patch of jimson weed. Here Steinbeck effectively illustrates the crimes committed by the frightened owners with a picture of a hungry migrant stealthily clearing a jimson weed patch so that he might grow a few vegetables to feed his family, only to have it gleefully destroyed by a local sheriff.

A distinct contrast is also made here between existing immigrant workers (the Chinese, Mexican, and Filipinos) and the recently arrived "Okies" who feel strongly that they are Americans. Perceiving themselves as coming from a similar background as the rest of the inhabitants of the Golden State, the "Okies" insist on similar rights. This knowledge that they deserve the same decencies as any other American citizens gives strength and credence to their demands and makes them appear more dangerous to the California natives.
FM Brussel/brusselnieuws.be
Renovatie Leopold II-tunnel twee jaar uitgesteld - PPS - Sale-lease-back
Edited: 201309171858
18:58 - 17/09/2013
De grondige vernieuwing van de Leopold II-tunnel zal pas beginnen in 2016 en niet in 2014 zoals eerder aangekondigd. De werken zouden twee tot vier jaar duren. Vijf consortia van privébedrijven zijn kandidaat om de werken uit te voeren en te financieren, in ruil voor een jaarlijkse vergoeding van het Brussels Gewest. Omdat het Gewest de renovatie van de Leopold II-tunnel niet kan dragen wordt geopteerd voor een publiek-private samenwerking. Niet alleen de werken maar ook het onderhoud van de vernieuwde tunnel zullen gedurende een kwarteeuw betaald worden door een consortium van bedrijven. In ruil zal Brussel na de renovatie jaarlijks een bedrag betalen om de tunnel te mogen gebruiken. Over dat bedrag moet nog onderhandeld worden.

Momenteel zijn nog vijf consortia in de running om de opdracht binnen te halen, zo laat minister van Openbare Werken Brigitte Grouwels (CD&V) weten. In 2015 zal het Gewest een laureaat aanduiden. Het jaar nadien zouden de werkzaamheden dan van start gaan.

Hoe lang de werken zullen duren is nog niet duidelijk. Als men de tunnel gedurende langere periodes helemaal sluit, zou de werf maximaal twee jaar duren. Kiest men ervoor om de tunnel enkel tijdens de vakantieperiodes te sluiten, dan spreekt men van een termijn van zeker vier jaar.

De Leopold II-tunnel is met 2,5 kilometer de langste autotunnel van het land. Elke dag rijden ongeveer 65.000 voertuigen door de kokers. Dat betekent dat het geen sinecure wordt om de tunnel te sluiten.

Maar de werken zijn noodzakelijk. Alles aan de tunnel is aan vervanging toe. Eerder moest de oude wandbekleding al worden weggehaald omdat er wandplaten op de rijweg dreigden te vallen. "Alles was onveilig is, is al weggehaald", verzekert Grouwels. "De zaak is dus onder controle." Maar de vernieuwing dringt zich op. "De tunnel is nu bijzonder onaangenaam en niet goed voor het imago van Brussel."

De vijf kandidaat-consortia op een rijtje:

- Besix Group / Schneider Electric France / Sanef (leiders)
Art & Build, Coseas, Ellyps, Ingérop (leden)

- Eiffage / DG Infra+ (leiders)
Antwerpse Bouwwerken, APRR, Cerau, Clemessy, Eiffage TP, Grontmij, PS2, TPF Engineering, Valens, VSE, Yvan Paque, Zwart & Jansma (leden)

- Leoporte, aangestuurd door BAM PPP PGGM Infrastructure Coöperatie U.A. (leider)
Arter, BAM ITM, Betonac, CEI De Meyer, LCC Engineering, Royal Haskoning, SBE, Seco, Siemens, (leden)

- PMF Infrastructure Fund / CIT Blaton / Van Laere / Cegelec (leiders)
Abetec, Cooparch, D+A International, Setec, Vinci Concessions (leden)

- SPC New Leopold II, aangestuurd door CFE / DIF Infrastructure III PPP (leiders)
Cofiroute, Greisch, MBG, Nizet Entreprise, Nutons, SUM Project, Tractebel - Sener, Van Wellen, VMA (leden)

[tunnels]
Human Rights Watch
Stop Harassing Writer Akram Aylisli - Authorities Should Protect Author, Uphold Free Speech
Edited: 201302121058
FEBRUARY 12, 2013
(Moscow) – The Azerbaijani government should immediately end a hostile campaign of intimidation against writer Akram Aylisli. Aylisli recently published a controversial novel depicting relationships between ethnic Azeris and Armenians in Azerbaijan.

Foreign governments and intergovernmental organizations of which Azerbaijan is a member should speak out against this intimidation campaign. They should urge the authorities to immediately investigate those responsible for threats against Aylisli, and to respect freedom of expression.

“The Azerbaijani authorities have an obligation to protect Akram Aylisli,” said Hugh Williamson, Europe and Central Asia director at Human Rights Watch. “Instead, they have led the effort to intimidate him, putting him at risk with a campaign of vicious smears and hostile rhetoric.”

Aylisli, a member of the Union of Writers of Azerbaijan since the Soviet era, is the author of Stone Dreams. The novel includes a description of violence by ethnic Azeris against Armenians during the 1920s, and at the end of the Soviet era, when the two countries engaged in armed conflict. Aylisli told Human Rights Watch that he saw the novel as an appeal for friendship between the two nations. The novel was published in Friendship of Peoples, a Russian literary journal, in December 2012.

Azerbaijan and Armenia fought a seven-year war over Nagorno-Karabakh, a primarily ethnic Armenian-populated autonomous enclave in Azerbaijan. Despite a 1994 ceasefire, the conflict has not yet reached a political solution. Against the background of the unresolved nature of the conflict, Aylisli’s sympathetic portrayal of Armenians and condemnation of violence against them caused uproar in Azerbaijan. An escalating crescendo of hateful rhetoric and threats against Aylisli started at the end of January 2013, culminating in a February 11 public statement by Hafiz Hajiyev, head of Modern Musavat, a pro-government political party. Hajiyev publicly said that he would pay AZN10,000 [US$12,700] to anyone who would cut off Aylisli’s ear.

“Azerbaijan’s authorities should immediately investigate and hold accountable anyone responsible for making threats against Aylisli, and ensure his personal safety,” Williamson said.

On January 29, officials from the Yeni Azerbaijan, Azerbaijan’s ruling party, publicly called on Aylisli to withdraw the novel and ask for the nation’s forgiveness. Aylisli told Human Rights Watch that two days later, a crowd of about 70 people gathered in front of his home, shouting “Akram, leave the country now,” and “Shame on you”, and burned effigies of the author. Witnesses told Human Rights Watch that police were present but made no effort to disperse the crowd. No damage was done to Aylisli’s home.

In a speech about Aylisli’s book, a high level official from Azerbaijan’s presidential administration said that, “We, as the Azerbaijani people, must express public hatred toward these people," a comment that appeared aimed at Aylisli.

During a February 1 session, some members of Azerbaijan’s parliament denounced Aylisli, called for him to be stripped of his honorary “People’s Writer” title and medals, and demanded that he take a DNA test to prove his ethnicity. On February 7, President Ilham Aliyev signed a decree stripping Aylisli of the title, which he had held since 1998, and cutting off his presidential monthly pension of AZN1000 [US$1,270], which he had drawn since 2002. Aylisli learned of the presidential decree from television news.

In the wake of the public vitriol, Aylisli’s wife and son were fired from their jobs. On February 4, a senior officer at Azerbaijan’s customs agency forced Najaf Naibov-Aylisli, Aylisli’s son, to sign a statement that he was “voluntarily” resigning from his job as department chief. Aylisli told Human Rights Watch his son had received no reprimands during his 12 years on job.

“My son had nothing to do with politics,” Aylisli said. “In fact he always advised me not to write about politics and never agreed with my political views.”

On February 5, Aylisli’s wife, Galina Alexandrovna, was forced to sign a “voluntary” statement resigning from her job at a public library, following an inspection announced several days before.

Public book burnings of Aylisli’s works, some organized by the ruling party, have taken place in several cities in Azerbaijan.

“The government of Azerbaijan is making a mockery of its international obligations on freedom of expression,” Williamson said. “This is shocking, particularly after Azerbaijani officials flocked to Strasbourg last month to tout the government’s human rights record at the Council of Europe.”

The European Court of Human Rights has issued numerous rulings upholding the principle that freedom of speech also protects ideas that might be shocking or disturbing to society. In a judgment handed down against Azerbaijan, in a case that dealt speech related to the Nagorno Karabakh conflict, the court said, “[F]reedom of information applie[s] not only to information or ideas that are favorably received, but also to those that offend, shock or disturb.”
Guido Van Liefferinge
Over mediaconcentratie en de VRM. Open brief aan Apache
Edited: 201203271311
27 maart 2012 @ 13:11
Ik kijk met belangstelling uit naar de volgende afleveringen van dit dossier dat geen dag te vroeg komt. Dit inleidend stuk schetst de contouren waar binnen de Vlaamse Regulator voor de Media (VRM) werkt en legt al meteen de pijnpunten bloot. De VRM houdt hoofdzakelijk economische maatstaven naar dominantie in het oog , Niet dat die niet medebepalend zouden zijn voor de mediaconcentratie in Vlaanderen die trouwens ook op dat vlak groot is .Het feit dat zo’n doorgedreven concentrate zou nodig zijn om onze mediahuizen te laten overleven is een doekje voor het bloeden. Immers, aanvankelijk heeft de taalbarriere er mogelijke buitenlandse investeerders van weerhouden om hier krantenbedrijven op te kopen. Intussen heeft de internationalisering en globalisering van wat men “de media ” is gaan noemen waarvan de printmedia/pers integraal deel is gaan uitmaken, ervoor gezorgd dat ze vroeg of laat volledig in buitenlandse handen kunnen komen . Dat geldt trouwens al voor een aantal, w.o. Sanoma en Telenet. Aan de wetgever om daar wat aan te doen indien hij dat noodzakelijk acht .
Belengrijker lijkt mij dat de VRM in zijn onderzoek een onderscheidt tussen 1. Mediabedrijven die hoofdzakelijk of alleen maar met entertainment bezig of het doorgeefluik ervan (vb. Alfacam, Belgacom, Mobistar, Telenet) ; 2. Persbedriiven die deel uitmaken van een mediabedrijf en welk aandeel ze daarbinnen hebben. Nog niet zo heel lang geleden was een mediabedrijf een
persbedrijf dat dan nog hoofdzakelijk een printmedium was ( kranten, tijdschriften, huis-aan-huisbladen) met bovendien een specifieke journalistieke opdracht als Vierde Macht en garant van de vrijheden en waarden van de democratische rechtstaat. Met de invoering van het allesomvattend begrip “de media” is deze opdracht steeds meer naar de achtergrond verdwenen of zelfs helemaal ondergesneeuwd geraakt. De nieuwe media tycoons zijn obsessioneel bezig met geld en macht en daarin is steeds minder plaats voor onafhankelijke en kritische journalistiek die bovendien hun belangen kan schaden, en op de koop toe handenvol geld kost.
Indien de VRM zijn onderzoek hierop zou toespitsen, wat eigenlijk haar core business zou moeten zijn te meer niemand en zeker niet zijn opdrachtgever de essentiele taak van de pers als Vierde Macht in een democratische rechtsstaat in vraag durft te stelllen ( dat komt misschien nog wel als geld en macht alles dicteert ) , zou het resultaat op zijn zachtst uitgedrukt schokkend zijn vanuit dat oogpunt. De overdreven mediaconcentratie heeft ervoor gezorgd dat de pers een hond is die misschien nog wel mag blaffen maar al lang niet meer kan bijten, laat staan de waakhond zijn waarvoor hij werd opgeleid. Dat vertaalt zich in gemuilkorfde hoofdredacties en redacties waar integriteit en de onafhankelijkheid zijn opgeheven, , zelfcensuur en zelfpromotie schering en inslag zijn uit puur lijfbehoud, de omerta heerst , waar journalisten God en Klein Pierke aan het kruis mogen nagelen vaak op basis van leugens en halve waarheden, bedenkelijke anonieme getuigenissen , zelfs leugens en pure verzinsels . En waar hoofdredacteuren en journalisten spastische stuiptrekkingen krijgen als ze met terechte en verantwoorde mediakritiek te maken krijgen die zelden of nooit hun kolommen haalt tenzij ze er niet langer onderuit kunnen ( zoals bv. tijdens de recente busramp in Zwitserland).
Het is de hoogste tijd dat de VRM daar eens werk van maakt. Want al hebben we geen Vlaamse Berlusconi ( de economische benadering) we hebben wel een Vlaamse Murdoch ( de journalistieke benadering), en al hebben de excessen op dat vlak in Vlaanderen gelukkig nog de schandelijke en zelfs criminele proporties niet bereikt zoals in het wereldrijk van de machtigste man van de wereld Rupert Murdoch, de VRM ( en alle professionele betrokkenen) doet er beter aan het te voorkomen dan het te
moeten genezen. Ik raad hen overigens aan de soap over de wandaden van Murdoch en zijn kornuiten te volgen via de dagelijkse Media Guardian Briefing (info@mail.guardian.co.uk), gratis en voor niks. The Guardian is overigens de Britse kwaliteitskrant die zich meer dan 10 jaar lang vastbeet in de wansmakelijke journalistieke praktijken van de Murdoch-tabloids News of the World (intussen opgedoekt ) en The Sun en die uiteindelijk voor zijn uitstekende en volgehouden onderzoeksjournalistiek beloond werd en daarmee het nut en de noodzaak van de pers als Vierde Macht in een democratische rechtsstaat op meesterlijke wijze geillustreerd heeft.

lees meer
ARCO
Historiek ARCO-groep ACW
Edited: 201112310961
Historiek

Onze organisatie is voortdurend in beweging. Hieronder de belangrijkste mijlpalen in onze geschiedenis.

2011::

Arcofin CVBA, Arcopar CVBA, Arcoplus CVBA en Arcosyn CVBA worden in vereffening gesteld.
2008 ::
Groep ARCO (voornamelijk ARCOPAR) brengt haar participatie in Elia NV op 10 %.
2007 ::
Groep ARCO neemt deel aan de oprichting van het door GIMV en Dexia beheerde infrastructuurfonds 'DG Infra'.

Groep ARCO richt samen met Dexia, Gemeentelijke Holding en GVA 'Dexia Immorent' op. Deze vennootschap biedt vernieuwende oplossingen voor het beheer van het vastgoedpatrimonium van de lokale besturen en de sociale sector.

Groep ARCO verhoogt haar participatie in Retail Estates tot 6,98 %.

Als maatschappelijke investering neemt ARCOPAR een participatie van 8,43 % in de grootste Vlaamse Erkende Kredietmaatschappij 'Sint-Jozefskredietmaatschappij'.
2006 ::
Groep ARCO verwerft meer dan 5% van transmissienetbeheerder Elia NV.

Groep ARCO (voornamelijk ARCOFIN) volgt integraal de kapitaalsverhoging van Dexia NV ter financiering van de overname van de Turkse Denizbanken en brengt haar participatie eind 2006 op 17,66 %.

ARCOPAR zorgt mee voor de voorfinanciering van de Antwerpse sociale economieprojecten via de oprichting van cvba De Schoring.
2005 ::
Groep ARCO breidt haar investeringen in de energiesector drastisch uit door haar intekening op de beursintroductie van Elia, de beheerder van het Belgische hoogspanningsnet voor elektriciteit en door haar deelname samen met Aspiravi en Hefboom in het windenergieproject Gislom.

In het kader van haar maatschappelijke investeringen verhoogt ARCOPAR haar participatie in apothekergroep De Lindeboom NV en in sociale economiefinancier Hefboom cvba. Daarnaast start ARCOPAR met 3 Brusselse sociale verhuurkantoren de cvba Livingstones.
2004 ::
ARCOPAR voorziet in haar statuten de vorming van een bonusreserve. De aandeelhouders die reeds aandeelhouder waren vóór de Dexia-operatie, zullen bij hun uittreding recht hebben op een proportioneel deel van deze nog te vormen bonusreserve.

ARCOPAR en AUXIPAR verwerven samen een belangrijke minderheidsparticipatie in de vastgoedbevak Home Invest NV, een beleggingsfonds dat nagenoeg uitsluitend investeert in residentieel vastgoed (appartementen, woningen en bejaardentehuizen) in de Brusselse regio.
2003 ::
ARCOPAR keert aan haar aandeelhouders die reeds aandeelhouder waren vóór de Dexia-operatie, voor het eerst een bonusdividend uit. Door de inbreng van haar bank- en verzekeringsactiviteiten in Dexia NV zijn de resultaten van ARCOPAR immers verbeterd.

ARCOPAR en AUXIPAR verwerven samen een belangrijke minderheidsparticipatie in de vastgoedbevak Retail Estates NV, een vennootschap die rechtstreeks investeert in perifeer winkelvastgoed gelegen aan de rand van woonkernen of langs invalswegen naar stedelijke centra.
2001 ::
Groep ARCO brengt een belangrijke wijziging aan in haar portefeuille: ARCOFIN brengt haar aandelen Artesia Banking Corporation (waartoe BACOB Bank en DVV behoort) in de groep Dexia in, in ruil voor nieuw gecreëerde aandelen van Dexia. Groep ARCO verwerft zo 15,3 % van Dexia NV.
1999 ::
In dat jaar wordt gestart met de vorming van de internationale financiëledienstengroep Artesia Banking Corporation, waarin de diverse bank- en verzekeringsentiteiten van de groep worden ondergebracht.
1997 ::
Groep ARCO verstevigt substantieel haar financiële structuur om de realisatie van een gefaseerde overname van de zakenbank Paribas (België en Nederland) door BACOB mogelijk te maken.
1990 ::
De structuur van de groep wordt hertekend. De 28 verbondelijke coöperatieve vennootschappen worden gefusioneerd. Coöperanten gaan daardoor rechtstreeks participeren in de centrale coöperatieve financieringsmaatschappij ARCOPAR CV.

Het L.V.C.C. wordt omgevormd tot ARCOFIN CV, de participatie-maatschappij van de groep die haar activiteiten toespitst op de financiële sector.

De bestaande investeringsmaatschappij AUXIPAR NV wordt geherdynamiseerd als investeringsmaatschappij met belangen in de handels- en dienstensector.

De geherstructureerde groep krijgt de nieuwe naam "Groep ARCO".
1983 ::
Het KB nr. 15 van 8 maart 1982 (wet Monory-Declercq) geeft aanleiding tot de oprichting van de beleggingsmaatschappij Coplus (voorloper van het het huidige ARCOPLUS).
1978 ::
Oprichting van de verbruikersadviesdienst. Consumenten kunnen er terecht voor gratis juridisch advies.
1974 ::
Oprichting van de participatiemaatschappij AUXIPAR NV.
1972 ::
Op de Algemene Vergadering wordt gekozen voor een nadrukkelijk beleid ter bevordering van de consumentenbelangen.
1960 ::
Dankzij de expansie van deze bedrijven neemt de vraag naar kapitaal toe. Het instapbedrag van de coöperatieve aandelen wordt stapsgewijs verhoogd van 500 BEF in 1967 naar 2500 BEF in 1983. Later komen er nog aanpassingen naar 3000 BEF (1987) en 5000 BEF (1991).
1945 ::
L.V.C.C. wordt samen met de verbondelijke coöperatieve vennootschappen opgenomen bij de deelorganisaties van het ACW. Ze krijgt de coöperatieve organisatie en propaganda als opdracht. Ze bouwt een eigen secretariaat uit en pakt systematisch het aantrekken van coöperanten aan. L.V.C.C. neemt in de daarop volgende jaren participaties in verschillende bedrijven uit de uitgeverij-, de drukkerij-, de huisvestings- en de reissector.
1935 ::
Oprichting van het Landelijk Verbond van Christelijke Coöperaties (L.V.C.C.). als groepering van verbondelijke coöperatieve vennootschappen. L.V.C.C. wordt nadien aandeelhouder van Welvaart, de uitbatingscentrale van coöperatieve winkels; van BAC-Centrale Depositokas en Antwerpse Volksspaarkas voor de spaarafdelingen; van De Volksverzekering, de centrale voor het verzekeren van risico's van arbeidersgezinnen.

aanverwante studies
Schoeller Pierre
Cinema: sortie de L'Exercice de l'Etat, un film politique à couper le souffle
Edited: 201110260745
Plus d'informations sur ce film politique extraordinaire
Le cynisme, les coups durs, les adversaires, le peuple, la privatisation, la perception, les médias, les collaborateurs, les comptes à règler, la solitude, ...
Le pouvoir politique est une crocodile qui avale les plus belles choses.

LT
Berlusconi
Edited: 201107130155
Enkele feiten en namen.
Invloedsferen:
Immobiliën (Milano 2, Milano 3)
TV: Mediaset
Ideeëngoed: Loggia Propaganda 2 / P2 van Licio Gelli
Sport: AC Milan
Politiek: Forza Italia

Enkele betrokkenen van de Cosa Nostra:
Marcello Dell'Utri
Stefano Bontate
Francesco Di Carlo
Vittorio Mongano
Massimo Ciancimino

Magistraten contra B. en de corruptie:
Antonio Ingroia
Scarpinato
Gherardo Colombo
Antonio Di Pietro
Paolo Borsellino (1940-1992)
Giovanni Falcone (1939-1992)

Het televisie-imperium start met TeleMilano, een lokaal station.
Na deze opstart koopt B. meerdere lokale TV-stations.
Aldus komt hij tot Canale 5, een nationaal station.

Europa 7 wordt door B. tegengewerkt door het de frequentie te blijven bezetten.

Pro Memorie: uitgeverij Mondadori is in handen van B., net zoals meerdere kranten en weekbladen.


14 mei 2011: IMF-baas Dominique Strauss-Kahn (DSK) aangehouden in New York wegens seksuele agressie t.a.v. kamermeisje
Edited: 201105141261
Dit nieuws slaat in als een bom. DSK is de gedoodverfde kandidaat van de Franse Parti Socialiste voor het presidentschap. De "affaire DSK" neemt een start.
Elementen:
2003: aanranding journaliste Tristane Banon (later niet bewezen geacht);
november 2007: benoemd tot PDG van IMF in Washington;
januari 2008: IMF-medewerkster Piroska Nagy lastig gevallen;
13 mei 2011: zonder duidelijke reden maakt DSK een tussenstop in NY;
14 mei 2011: aanranding kamermeisje in Sofitel;
19 mei 2011: vrij op borg van 750.000 US$;
start van een campagne tegen het aangerande kamermeisje, Nafissatou Diallo;
28 augustus 2011: "non lieu" en vrijlating.

Op de achtergrond van de affaire DSK speelt de affaire Polanski een rol, en wellicht verklaart dit de detentie.

Het rechtstreekse gevolg van de affaire DSK was de kandidatuur van François Hollande voor de verkiezingen van 2012.

Een groot aantal getuigenissen wijzen op "une complicité tacite" tussen pers en politiek. Een methode is de "lunch off": tijdens een maaltijd vertelt een politicus allerlei zaken waarover de pers niet wordt geacht te berichten (off the record). Wie deze afspraak negeert, wordt uit de "cercle des intimes" verwijderd. De politicus houdt daardoor de touwtjes in handen en de journalist geeft een deel van zijn waakhondfunctie uit handen. De berichtgeving wordt in die context genegocieerd, verhandeld.


zie ook Sexus Politicus
STATOIL
Algeria: Statoil, BP and Sonatrach sign US$1.5 billion EPC contract for In Salah Southern Fields
Edited: 201104120901

12 Apr 2011
Statoil, BP and Sonatrach have signed a USD 1.15 billion engineering, procurement and construction (EPC) contract with Petrofac International (UAE) in Algiers for the execution of the In Salah Southern Fields development project. The EPC contract is part of the phase two development of the In Salah licence. For Development and Production International the project marks an important step towards maturing barrels for profitable production.

The three gas fields – Krechba, Teg and Reg – located in the northern part of the licence, were initially developed in phase one, with the objective of delivering a production profile of nine billion cubic metres of gas annually. This phase started in late 2001, and first commercial gas was delivered in July 2004. Based on the expected decline of gas production from these three fields, phase two of the development has now implemented to maintain the production plateau and sustain long-term gas sales commitments. It consists of four gas fields – Garet El Bifna, Gour Mahmoud, In Salah and Hassi Moumene – in the southern part of the licence.

Under the EPC contract Petrofac will build a number of facilities – including well pads, manifolds, flowlines, and a new central processing facility (CPF) with a gas processing capacity of 17 million cubic metres per day. The CPF will be constructed north of In Salah town and tied back to the existing producing facilities located in Reg for further transport of the gas to Krechba CPF for carbon dioxide removal and gas export.

In his speech, Victor Sneberg, Statoil's country president in Algeria, stated his expectation to Petrofac to deliver on time, cost and schedule.

First gas from the Southern Fields development project is expected for the first half of 2014. Gas produced from In Salah is marketed by joint marketing company 'In Salah Gas Limited' – an association between Sonatrach, BP and Statoil. The three partners in the In Salah license have investment shares of 35% (Sonatrach), 33.15% (BP) and 31.85% (Statoil), respectively.

Source: Statoil
MATT, CRUDE OIL PEAK
History of Libyan oil 1955-2008
Edited: 201102230901
Libya produced 1.65 mb/d of crude oil in Oct. 2010 and exported 1.2 mb/d crude in 2008. Both crude production and exports have recently peaked.

Libya is a maturing oil province in which 27 Gb have been produced, out of an estimated ultimate of 40-60 Gb. Therefore, the depletion midpoint has been reached or will be reached in this decade. Due to the low population (6.5 million) and a local consumption of petroleum products of just 250 kb/d Libya will remain an oil exporter for a long time to come even when taking into account population growth and higher per capita consumption rates. However, we do not know to which extent the current unrest will impact on future oil production.


History of Libyan oil:
1955: Petroleum Law, entry of British and American oil companies
1957: First oil discovery: light crude in Zelten, Sirte basin
1959: Discoveries: Amal 4.5 Gb, Beda 1 Gb, Nasser 1 Gb
1961: BP finds remote giant Serir field, 5 Gb
1960: Discovery Defa 2 Gb
1961: Discovery Gialo 3.5 Gb, Sarir 6 Gb, Waha 1 Gb
1962: Libya joins OPEC
1965: Discovery Augila-Nafoora 2 Gb
1967: Discovery Intisar 2.25 Gb
1967: Libyan oil gains strategic importance after 6-day war
1968: Discovery Bu Attifel 1.5 Gb
1969: King Idris ousted by Colonel Gaddafi
1970: Oil production peak at 3.3 mb/d
1970s: Nationalisation of oil industry results in production decline
1973: OPEC embargo on oil exports
1977: War with Egypt
1978: War with Chad starts (Aouzou strip, until 1987)
1980s: OPEC quotas introduced, quota is now 1.5 mb/d
1986: US aerial attack
1988: Pan Am explodes over Lockerbie
1993: UN sanctions banning import of refinery equipment,
1996: US trade sanctions
2002: Oil output increased due to an international re-orientation
2004: Tony Blair shakes hands with Gaddafi, US sanctions lifted
2008: Libya-Italy friendship treaty ($5 bn compensation from Italy for colonial occupation)
13 februari 2006: Bourgeois vindt betrokkenheid Verhofstadt bij VTM fout
Edited: 200602134588
Premier Verhofstadt heeft een politiek-deontologische fout gemaakt toen hij 17 jaar geleden de commerciële omroep mee hielp opstarten. Dat heeft Vlaams minister van Media Geert Bourgeois maandagavond in het televisieprogramma Terzake op de VRT gezegd.
"Ik vind het absoluut niet kunnen dat je als politicus kapitaal helpt verstrekken in een dergelijk dossier", aldus Bourgeois. Bourgeois debatteerde in Terzake met de nationaal secretaris van de journalistenvereniging AVBB Pol Deltour naar aanleiding van de voorstelling van het boek van Guido Van Liefferinge "Glamour en glitter, geld en macht. Welkom in medialand". Daarin haalt de auteur zwaar uit naar de nauwe banden tussen journalisten en politici en naar de mediaconcentratie in Vlaanderen. (BAR) (Belga 06:20)

TESSENS Lucas / MERS
onderzoek voor de Universiteit Gent: analyse archief kijk- en luistergeld
Edited: 200602022164
Professor Erik Dejonghe
Koning Boudewijnlaan 14
9840 De Pinte

A A N G E TE K E N D



Antwerpen, 2 februari 2006

Betreft: opdracht analyse archief kijk- en luistergeld

Professor,

Ingevolge de opdracht, waarvan u het detail in bijlage vindt, en die als volgt moet worden beschreven:


Aanlevering van de cijfers betreffende radio- en TV-bezit, geïdentificeerd als betalers/vrijgestelden van kijk- en/of luistergeld en betrokken uit analyses van de archieven van de Dienst Kijk- en Luistergeld.
De analyse dekt de gehele periode (tot 2001) waarin luistergeld, later ook kijkgeld, werd geïnd.

zend ik u hierbij (in opvolging van de e-mail die u reeds ontving) de analyse onder de vorm van een Excel-file bestaande uit drie werkbladen:
• de gevraagde cijfergegevens,
• de algemene verwerking tot een grafiek,
• de detailgrafiek betreffende Wereldoorlog II.
De Excel-file werd uitgeprint en bevindt zich eveneens op de bijgevoegde CD-Rom.





Aangezien de gevraagde cijfers naar onze mening beter tot hun recht komen in een bredere context, hebben wij - buiten opdracht - volgende cijfergegevens toegevoegd aan de reeksen: abonnees radiodistributie (1933-1992), particuliere huishoudens (1920-1939, volkstellingen 1947, 1960, 1970, 1980, 1991 en vervolgens de cijfers van het Rijksregister) en abonnees teledistributie (1970-2001).



Dit dossier werd door ons aangevuld met een bundel belangrijke bijlagen, hieronder summier beschreven.

Graag breng ik enkele zaken in herinnering:
- KLG = kijk- en luistergeld / redevance radio-télévision
- Noteer dat in 1931 het NIR/INR met radio-uitzendingen start.
- Noteer dat het fichesysteem van KLG eind 1943 & begin 1944 vernietigd werd. Vandaar de plotse daling en geleidelijke heropbouw van het bestand.
- Noteer dat vanaf 1960 een gecombineerde taks wordt geheven op radio en televisie.
- Noteer dat vanaf 1970 de zuivere radiodistributie de concurrentie ondergaat van de teledistributie
- Noteer dat in 1987 en 1997 "zwartkijkers" van een amnestiemaatregel konden genieten.
- Noteer dat vanaf 1977 de draagbare radio's niet meer afzonderlijk geteld worden (van toestellen tellen naar houders tellen; 1 licentie voor alle radiotoestellen, uitgezonderd radiotoestellen).
- Noteer dat vanaf 1977 het aantal TV-vergunningen in éénzelfde woning wordt geteld. Tweede verblijven hebben nog wel afzonderlijke vergunning nodig.
- Noteer dat vanaf 1988 nog enkel autoradio's vergunningsplichtig zijn (per toestel)
- Schattingen particuliere huishoudens tot 1940 gebaseerd op SCHROEVEN C. (1994), Consumer expenditure in interwar Belgium: the reconstruction of a database.
- Kabelabonnees: voor de jaren 1994-2001 beschikt het MERS over detailcijfers per gemeente voor het Vlaamse Gewest (resultaten enquêtes voor Telenet, IBM & KLG) (buiten opdracht).
- Voor methodologische commentaar verwijzen we naar de nota van Lucas Tessens “Bevolking, huishoudens, televisiebezit, kabelabonnees en ontduiking van kijkgeld in Vlaanderen. De globale analyse kritisch bekeken”, zoals toegevoegd aan het bundel. De hierin aangehaalde aandachtspunten omtrent de waarde van het statistisch materiaal en de correcte interpretatie daarvan, lijken mij waardevol als omkadering van de voorliggende analyse.
- Zie ook: COUR DES COMPTES, La perception de la redevance ... voorkomend op de bijgeleverde CD-Rom in pdf-formaat. Dit rapport van het Rekenhof wijst op de ondermaatse inning van het kijk- en luistergeld in het Waalse landsgedeelte. Naar de voorliggende analyse toe houdt zulks in dat de cijfers van de dienst kijk- en luistergeld een onderschatting inhouden van het werkelijke bezit van (auto-)radio’s en TV-toestellen. Dit tengevolge van ontduiking en povere inning/invordering/controles.
- Voor het Vlaamse Gewest worden een aantal kleurkaarten aan het bundel toegevoegd.
- Verder: Jaarverslagen Kijk- en Luistergeld 1997, 1998 en 2001 en Eindverslag toegevoegd aan het bundel. De analyses in deze jaarverslagen zijn naar onze mening waardevol voor een beter begrip van de materie.
- Groeifactor TV-toestellen in 20 landen (1997 versus 1970) toegevoegd aan het bundel. Het leek ons interessant deze cijfers toe te voegen omdat zij de analyse in een internationale context plaatsen.


Voor de historische en wettelijke context verwijs ik graag naar de website van MERS en met name naar de sectie ‘Chronologie Dienst’.





Het komt mij voor dat hiermee de opdracht uitgevoerd is.
Mocht u nog vragen hebben, dan houd ik mij ter uwer beschikking.




Met hoogachting,








Lic. Lucas TESSENS




Bijlagen: bundel zoals beschreven met CD-Rom.

OPDRACHTGEVER/CLIENT
Universiteit Gent
Vakgroep Communicatiewetenschappen
Korte Meer 7-9-11
9000 Gent
Tel 09/ 264 68 80

Onze offertes 20050826 & 20060128
Uw bestelbonnummer: 4203331316
Bestelbondatum: 31.01.2006
Leveranciersnummer: 2000048730


LEVERANCIER
MERS BVBA - Media Expert Research System
vertegenwoordigd door Lic. Lucas Tessens
M. Courtmansstraat 27
2600 - Antwerpen
BTW: 464.141.832
Tel: 03-218.51.13
GSM: 0475-20.95.00


Dienstverlening
Aanlevering van de cijfers betreffende radio- en TV-bezit, geïdentificeerd als betalers/vrijgestelden van kijk- en/of luistergeld en betrokken uit analyses van de archieven van de Dienst Kijk- en Luistergeld.
De analyse dekt de gehele periode (tot 2001) waarin luistergeld, later ook kijkgeld, werd geïnd.
MERS garandeert dat de gepresenteerde cijfers op wetenschappelijke wijze werden vergaard en verwerkt.
Commentaren en methodologische noten worden bijgeleverd op de meest aangepaste drager (files en/of scans in attachment aan een e-mail, op CD-Rom, op fotocopie, ...).
Orale ondersteuning betreffende het cijfermateriaal t.b.v. Prof. Dr Erik Dejonghe (facultatief en indien gewenst).

Wijze van aanlevering
Excel-files via attach aan e-mail te richten aan erik.dejonghe@pandora.be met bevestiging van ontvangst.

Gebruiksrecht
Bij publicatie of publieke presentatie van de cijfers, of afgeleiden daarvan, zullen deze steeds vergezeld zijn van volgende bronvermelding: "Analyse MERS".



BERTREM Lore
De verreikendende kijk van Manu Ruys op Congo over de periode 1958-2000.
Edited: 200406300950
Scriptie voorgelegd aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, voor het behalen van de graad van Licentiaat in de Geschiedenis.
Academiejaar: 2003-2004
Universiteit Gent
Promotor: Prof. Dr. L. François
Commissarissen:Prof. Dr. D. Vangroenweghe en Drs. G. Castryck

Noot LT: deze thesis bevat een recht op antwoord van Manu Ruys himself. Daarin verdedigt hij de federalistische structuur van Congo. Hoe hij stond tegenover de secessie van Katanga is niet zo meteen duidelijk. In ieder geval was Congo zonder het rijke Katanga een onleefbaar model. Dit wordt o.i. te weinig als drijfveer van Lumumba gezien om zich te verzetten tegen de secessie. Lumumba kon onmogelijk gedogen dat het neo-kolonialisme zich onmiddellijk en brutaal manifesteerde op Congolees grondgebied omdat daarmee Congo failliet was voor het kon starten. Noch België, noch de USA konden dat toegeven. Daarom koos men de methode "Lumumba is een communist". Dat werkte altijd in de Koude Oorlog. Het commentaar van Ruys bij deze scriptie is tweeslachtig.


1 september 2003: De Nieuwe Gazet verdwijnt
Edited: 200309010084
Vanaf 1 september zal De Nieuwe Gazet nog slechts een kopblad van Het Laatste Nieuws zijn. Enkel de titel van beide kranten zal dus nog verschillen. De Antwerpse liberale krant kwam reeds in de jaren zestig volledig in handen van de groep van Het Laatste Nieuws, maar tot nu toe een onafhankelijke redactie. De redactieleden van De Nieuwe Gazet zullen die van Het Laatste Nieuws vervoegen.

http://sms.studentstart.be/MediaNieuws/9593 (geraadpleegd op 20030929)
LT
uranium: venootschappen
Edited: 200306111161
1 Absolut Resources Corp. Gold, Platinum, Uranium
2 Acclaim Exploration NL Gold, Uranium
3 Afrikander Lease Ltd. Gold, Uranium
4 Alberta Star Mining Corp Uranium
5 Alliance Energy Ltd. Gold, Copper, Uranium
6 Anaconda Uranium Corporation Uranium
7 Anglo American plc Gold, Platinum, Palladium, Diamonds, Niobium, Vanadium, Chromium, Copper, Iron, Manganese, Nickel, Zinc, Coal, Uranium, Mineral Sands, Phosphate, Potash
8 Anglogold, Limited Gold, Uranium
9 Anglovaal Mining Limited - Avmin Gold, Platinum, Palladium, Cobalt, Copper, Iron, Manganese, Nickel, Uranium
10 Ashton Mining Limited. Diamonds, Rare Earths, Uranium
11 Aztec Resources Limited Uranium 12 Balmain Resources Pty Ltd. Uranium 13 Bokum Resources Corp. Uranium 14 Cameco Corporation Gold, Uranium 15 Canning Resources Pty Ltd (Sub of Rio Tinto) Uranium 16 Cassiar Resources Inc. Magnesium, Uranium 17 Central Coal & Coke Corp Coal, Uranium 18 Central Pacific Minerals NL. Oil Shale, Uranium 19 China National Nuclear Corporation Uranium 20 Cline Mining Corporation Gold, Vanadium, Uranium 21 Cogema Group (Compagnie Générale des Matières Nucléaires) Uranium 22 Cogema Resources (Canada) Inc. Uranium 23 Comisión Nacional de Energía Atómica (CNEA) Uranium 24 Compania Nationala a Uraniului S.A. Uranium 25 Consolidated Trillion Resources Ltd. Gold, Platinum, Diamonds, Cobalt, Copper, Nickel, Uranium 26 Cotter Corp. Silver, Tungston, Vanadium, Cobalt, Copper, Lead, Molybdenum, Nickel, Zinc, Uranium, Limestone, Selenium 27 Crested Corp. Gold, Molybdenum, Uranium 28 Denison Energy Inc Uranium 29 Diamo s.p. Uranium 30 Durban Roodepoort Deep, Limited Gold, Uranium 31 East Rand Gold and Uranium Company Ltd Gold, Uranium 32 Empresa Nacional de Urânio, S.A. (ENU) Uranium 33 Empresa Nacional del Uranio S.A. (ENUSA) Uranium 34 Energy Resources of Australia Limited Uranium 35 Equinox Resources NL. Gold, Copper, Uranium 36 Everest Exploration, Inc. Uranium 37 Far West Mining Ltd Gold, Silver, Diamonds, Copper, Lead, Zinc, Uranium 38 Formation Capital Corporation Silver, Cobalt, Lead, Zinc, Uranium 39 General Atomics Uranium 40 Giralia Resources NL. Gold, Copper, Uranium 41 Glencar Mining PLC Gold, Lead, Zinc, Uranium 42 Goldstream Mining NL. Gold, Uranium 43 Great Western Gold Corp. Gold, Diamonds, Rare Earths, Uranium 44 Haddington Resources Limited Gold, Tantalum, Uranium 45 Heathgate Resources Pty. Uranium 46 Hornby Bay Exploration Limited Gold, Diamonds, Uranium 47 Indústrias Nucleares do Brasil Uranium 48 International Uranium (USA) Corporation Uranium 49 International Uranium Corporation Uranium 50 JNR Resources Inc. Uranium 51 KazAtomProm Uranium 52 Kennecott Uranium Company (Sub of Rio Tinto) Uranium 53 Magnesium International Limited Magnesium, Uranium 54 Metalline Mining Company Silver, Copper, Lead, Zinc, Uranium 55 Musgrave Block Holdings Ltd Uranium 56 Navoi Mining and Metallurgical Complex Gold, Fluorspar, Uranium 57 North Limited Gold, Copper, Iron, Zinc, Uranium 58 Northern Continental Resources Inc Uranium 59 PNC Exploration (Australia) Pty Ltd Uranium 60 Pacific Amber Resources Ltd. Gold, Uranium, Technology 61 Palabora Mining Company Limited Zircon, Copper, Magnetite, Uranium, Vermiculite 62 Paladin Resources NL. Gold, Copper, Uranium 63 Pioneer Metals Corporation Gemstones-other, Uranium 64 Platoro West Incorporated Gold, Silver, Tungston, Vanadium, Lead, Zinc, Uranium 65 Priargunskoye Production Mining Chemical Association Uranium 66 Reefton Mining NL. Gold, Silver, Diamonds, Tantalum, Tungston, Copper, Lead, Tin, Zinc, Uranium 67 Resolute Limited. Gold, Uranium 68 Richards Bay Minerals Zircon, Titanium, Iron, Uranium 69 Rio Algom Limited Gold, Silver, Copper, Lead, Molybdenum, Zinc, Coal, Uranium 70 Rio Tinto Ltd Gold, Silver, Gemstones-other, Aluminum, Titanium, Copper, Iron, Lead, Zinc, Uranium 71 Rössing Uranium Ltd Uranium 72 Sedimentary Holdings Ltd Gold, Uranium 73 Shane Resources Ltd. Gold, Diamonds, Zinc, Uranium 74 Southern Cross Exploration NL. Gold, Diamonds, Uranium 75 Southern Cross Resources Australia Pty Ltd Uranium 76 Southern Cross Resources Inc. Uranium 77 Strathmore Minerals Corp Uranium 78 Summit Resources NL Gold, Copper, Uranium 79 Thunderbolt Resources NL (See now Admiralty Resources) Gold, Silver, Copper, Lead, Zinc, Uranium 80 Titan Resources NL Cobalt, Copper, Nickel, Uranium 81 Tyhee Development Corp. Gold, Silver, Bismuth, Cobalt, Copper, Zinc, Uranium 82 U.S. Energy Corp. Gold, Silver, Molybdenum, Uranium 83 UEX Corporation Uranium 84 Uranerzbergbau GmbH Uranium 85 Urangesellschaft mbH Uranium 86 Uranium Corporation of India Ltd. Uranium 87 Uranium Power Corporation Uranium 88 Uranium Producers in Minegate Uranium 89 Uranium Resources, Inc. Uranium 90 Uravan Minerals Inc. Platinum, Palladium, Zircon, Titanium, Uranium 91 Utah-Idaho Consolidated Uranium, Inc.. Uranium 92 Vostochny Integrated Mining and Concentrating Plant (VostGOK) Uranium 93 WM Mining International Ltd. Uranium 94 WMC (Olympic Dam Corporation) Pty Ltd Copper, Uranium 95 WMC Limited Gold, Platinum, Palladium, Silver, Aluminum, Copper, Nickel, Uranium, Talc 96 World Wide Minerals Ltd. Gold, Uranium 97 Yuendumu Mining Company Nl Uranium 98 Zabaikal Mining Corporation Ltd. Uranium http://www.minegate.com/dsp_search.asp?company=mine&mineral=48&recrange=30&page=4 (consulted 20030611)
TESSENS Lucas
Het geld van de omroep: 1930-1939: Crisisjaren - De ruk naar rechts - De massificatie - De radio wordt een massamedium, een propagandamiddel en een instrument voor volksopvoeding - De radio wordt een staatsmonopolie. De minister van PTT zit de Raad van Beheer voor - Opgenomen radioreportages worden mogelijk (klankband en montage) - Radiotaksen als bron voor financiering van de openbare omroep - Radiodistributie - Nieuwe perstitels
Edited: 200300193001
De regeringen
Jaspar II (22/11/1927-21/5/1931) KAT-LIB
Renkin (5/6/1931-18/10/1932) KAT-LIB
de Broqueville (22/10/1932-13/11/1934) KAT-LIB
Theunis II (20/11/1934-19/3/1935) KAT-LIB
Van Zeeland I (25/3/1935-26/5/1936) KAT-SOC-LIB
Van Zeeland II (13/6/1936-25/10/1937) KAT-SOC-LIB
Janson (23/11/1937-13/5/1938) KAT-SOC-LIB
Spaak I (15/5/1938-9/2/1939) KAT-SOC-LIB
Pierlot I (21/2/1939-27/2/1939) KAT-SOC
Pierlot II (18/4/1939-3/9/1939) KAT-LIB
Pierlot III (3/9/1939-10/5/1940) KAT-SOC-LIB
Verkiezingen
27 november 1932
24 mei 1936
2 april 1939

De algemene toestand
Tijdens de eerste maanden van 1930 kan de Belgische economie nog even profiteren van de gunstige effecten die uitgaan van de wereldtentoonstelling (te Antwerpen en te Luik) en de viering van het Belgische eeuwfeest. In het tweede semester doet de wereldcrisis zich echter ook bij ons ten volle voelen. De uitvoer stuikt in elkaar en zal pas in 1935 terug beginnen groeien. Vanaf 1932 maakt de regeringen gebruik van bijzondere machten en dat stelt het geloof in de parlementaire democratie zwaar op de proef. Op het sociale vlak werkt de ellende de massificatie in de hand. De uitzichtloze toestand van velen is een ideale voedingsbodem voor massabeïnvloeding en populistische propaganda, zowel van uiterst rechts als van uiterst links.
Schandalen plagen de katholieke partij. Daarvan maakt Leon Degrelle, zelf katholiek, met zijn Rexisme gebruik om zwaar uit te halen naar de ultra-conservatieve vleugel van de katholieke partij. Tijdens massameetingen en via eigen periodieken ('Rex', 'Vlan', 'Soirées', 'Foyer' en 'Crois') en dagbladen ('Le pays réel' vanaf 2 mei 1936 en 'De nieuwe Staat' vanaf 1 september 1936) vuurt hij zijn aanhangers, zowel in Wallonië als in Vlaanderen, aan om de traditionele partijen in het kieshokje vaarwel te zeggen. (De Bruyne, 1973: 71-130; Gerard, 1985: 30-33; Gerard, 1994: 75-123) De verkiezingen van 24 mei 1936 brengen een zware nederlaag voor de katholieke partij (- 10% van de stemmen) en een overwinning voor Rex. De Vlaams nationalisten en de communisten halen eveneens heel wat stemmen. De socialisten houden stand. Daarmee is de polarisatie in het land een feit. De zetelverdeling in de Kamer na de verkiezingen van 1932, 1936 en 1939 levert volgend beeld op:


De werkloosheid neemt enorme proporties aan: van nauwelijks 17.000 in 1929 naar 319.000 werklozen in 1932. Zij die nog werk hebben, zien hun uurloon tussen 1929 en 1935 met ongeveer 20% dalen. De prijzen dalen echter evenzeer zodat op het eerste gezicht de koopkracht gehandhaafd blijft. De belastingdruk is evenwel geweldig hoog zodat de privé-bestedingen kelderen.
Hieruit groeit vanzelfsprekend sociale onrust en stakingen zijn schering en inslag. Daarbij moet men bedenken dat het in vele gevallen om wilde stakingen gaat, die de vakorganisaties slechts schoorvoetend erkennen vanwege de enorme druk op hun stakingskassen.
In maart 1935 vormt Paul van Zeeland een regering van nationale unie. De socialisten drukken een groot deel van het zgn. Plan De Man (deficit spending) door. De devaluatie van 28% komt snel: op 31 maart 1935. De economie krijgt weer zuurstof en de uitvoer herneemt. Ook de gezinsconsumptie komt even overeind en de kleinhandelaars zien hun omzet stijgen. Het herstel is echter van korte duur. Naar het eind van de jaren 30 belandt de economie terug in een crisis. De inzinking op de internationale markten verzwakt de uitvoer én dus de omzet van de industrie. Om het overheidsdeficit te financieren grijpt de regering opnieuw naar belastingverhogingen.
Daardoor raakt de binnenlandse consumptie aangetast. Met die infernale cirkel is het depressieklimaat weerom aanwezig. Daar bovenop tekent de oorlogsdreiging zich vanaf 1938 duidelijk af. De generatie van de dertiger jaren gaat volledig ontgoocheld en gefrustreerd een nieuwe wereldoorlog tegemoet.

Het NIR-INR
De Wet van 14 mei 1930 (BSB 19300516) schenkt aan de staat het monopolie van de radiocommunicaties. Artikel 1 van deze wet luidt immers als volgt: "De regeering is gemachtigd de radiotelegrafie, de radiotelefonie en alle andere radioverbindingen in te richten en te exploiteren." Toch krijgen in de periode 1930-1940 nog heel wat particuliere stations de toelating om radioprogramma's uit te zenden, zowel in Vlaanderen als in Wallonië. Deze toelatingen zijn echter herroepbaar en er ontstaan vaak hoog oplopende geschillen over. De tweede wereldoorlog zal een einde maken aan het bestaan van deze vergunningen (Van Bol, 1975: 86).
De wet van 18 juni 1930 geeft aan het Nationaal Belgisch Instituut voor Radio-Omroep (NIR/INR) zijn statuut. Artikel 11 van deze wet bepaalt hoe het NIR gefinancierd wordt:
"De inkomsten van het instituut bestaan inzonderheid uit:
a) het bedrag van giften en legaten te zijnen bate, na machtiging of goedkeuring door den Koning;
b) De leeningen die het mocht sluiten (inzonderheid door uitgifte van obligatiën) met machtiging van de regeering. Tot een bedrag van 10.000.000 frank werkelijk ontleend kapitaal, zal de regeering de rente en de delging waarborgen der leeningen welke het instituut mocht sluiten.Een koninklijk besluit bepaalt de voorwaarden van deze waarborg.
c) De jaarlijksche Staatstoelage en, meer bijzonder, een jaarlijksche toelage gelijk aan:
1° 90 t.h. van het voorzien bedrag der ontvangsten, opgeleverd door de jaarlijksche taxe, welke de Staat heft op de private radio-ontvangtoestellen;
2° Eene som gelijk aan het voorzien bedrag van de ontvangsten der belasting, welke de Staat heft op den groothandelsprijs van de electronenlampen of andere gelijkaardige toestellen voor het detecteren of het versterken van de in radio-electrische ontvangtoestellen bruikbare seinen, loodglanskristallen of andere kristallen uitgezonderd;
d) De toelagen welke openbare besturen en instellingen mochten toekennen;
e) De ontvangsten welke het zou bekomen door zijn uitgaven of naar aanleiding van contracten, door den raad van beheer afgesloten binnen de perken van de bedrijvigheid van het instituut."
Artikel 12 bepaalt dat het instituut een boekhouding moet voeren en een jaarverslag moet overmaken aan de minister van PTT.
Artikel 17 bepaalt: "Bij de gewone begroting van het dienstjaar 1930 van het Ministerie van Posterijen, Telegrafen en Telefonen wordt een crediet geopend onder volgende rubriek: Toelage aan het Belgisch nationaal Instituut voor radio-omroep (N.I.R.): 1.600.000 frank."
De openbare radio, die op 1 februari 1931 begint uit te zenden, wordt niet uit het niets opgericht maar neemt de twee zenders van 15 kW te Veltem over, die eind de jaren twintig door een associatie van Radio Belgique en van de Boerenbond (NV Radio) bij SBR besteld waren. Op het ogenblik van de overname waren beide zenders niet operationeel toen zij werden overgenomen door het INR-NIR. (X 1953:5)
Noteer dat Radio Belgique (Theo Fleischman) zijn uitzendingen stopte op de dag van de stichting van het NIR. Zijn personeel werd in de nieuwe staatsinstelling ingeschakeld (Van Pelt, 1973: 240; Boon G., 1988: 29). Men kan stellen dat Radio Belgique werd genationaliseerd met een ruime compensatie voor de eigenaar(s). Hiervoor kan het eerste jaarverslag van de NIR/INR geraadpleegd worden. In dat jaarverslag vinden we Radio Belgique en de NV Radio terug met een schuldvordering op de NIR ten belope van 1.070.011,20 BEF. Anderzijds vinden we er SBR met een schuldvordering van 95.715,50 BEF. (NIR, 1931-1932: 62) Beide schuldvorderingen samen vertegenwoordigen 91% van alle schulden die het NIR op 31 december 1931 heeft. Volgens Paul Vandenbussche, in een vraaggesprek met ons (23/10/2001), is de oprichting van de NIR-INR het directe gevolg van de financiële moeilijkheden van de S.A. Radio-Belgique. Vanuit die optiek is het ontstaan van de openbare omroep het resultaat van het mislukken van het privé-initiatief en ligt niet (alleen) een politiek verlangen maar (ook) een financieel-economisch débâcle aan de basis van het overheidsinitiatief. Hermanus plaatst de oprichting van het NIR-INR en die van de RTT in dat perspectief en wijst erop dat het dezelfde liberale ministers - Pierre Forthomme voor PTT en Paul-Emile Janson voor Justitie - zijn die zowel de oprichting van het NIR als die van de RTT in het parlement bepleiten. (Hermanus, 1990: 26) Volgens Vandenbussche speelde Prof. Arthur Boon (KU Leuven), voorzitter van de KVRO en voorzitter van de Boerenbond (geen familie van de latere directeur-generaal van de NIR) een grote rol bij de totstandkoming van het NIR-INR.
In artikel 14 van het KB van 28 juni 1930 wordt gesteld dat de "nieuwstijdingen in de vorm van persberichten" bondig moesten zijn. Duiding bij het nieuws was uitgesloten. (Goossens C., 1998: 49). Hier duikt de invloed van de dagbladpers op. Die zag namelijk in het radio-instituut een geducht concurrent. De belangen van de (partij)politieke dagbladen vielen in deze samen met die van de partijen zelf.
Verdere uitbouw van het NIR
Van 1935 tot 1938 wordt er gewerkt aan het nieuwe radiogebouw aan het Flageyplein. In 1937 komt de culturele zelfstandigheid van de Franse (o.l.v. Théo Fleischman) en de Vlaamse uitzendingen tot stand. Het jaarverslag van het NIR-INR bevat dan ook voor de eerste keer de uitgesplitste kosten voor de Franse en de Vlaamse uitzendingen, resp. 5.604.055 BEF en 5.533.911 BEF.
Radiotaks
De wet van 20 juni 1930 (BSB 19300626) en het KB van 28 juni 1930 (BSB 19300704) regelen o.m. de heffing van de radiotaksen voor de bezitters van een radio-ontvangsttoestel. De taks wordt op 60 BEF per jaar bepaald. Dat is 30 BEF minder dan oorspronkelijk in het wetsontwerp (18 april 1929) van minister Lippens (PTT) voorzien was. De parlementsleden brengen het bedrag terug tot 60 BEF per jaar (Goossens C., 1998: 44). Een gewoon huishoudbrood kost in 1930 2,14 centiem en voor een krant dient men 35 centiem neer te tellen. De radiotaks weegt m.a.w. flink door in het budget van het modale gezin want met die 60 frank kan het 28 broden kopen of meer dan een half jaar elke dag de krant lezen.
Een ander KB van 28 juni 1930 (BSB 19300704) bepaalt dat de radiotoestellen waarin uitsluitend kristallen (en dus geen radiolampen) gebruikt worden, belast worden met een jaartaks van 20 BEF.
Het is treffend dat zeer vele bepalingen uit de voornoemde wet de tand des tijds hebben doorstaan en tot in 1987 van kracht blijven: het betalen door middel van een storting op een postcheckrekening, de betaling die alle radiotoestellen in dezelfde woning dekt, de verplichting om een adreswijziging te melden, de vrijstellingen voor blinden en andere invaliden, voor onderwijsinstellingen en voor openbare diensten. In die tijden van grote werkloosheid gaan er stemmen op om de werklozen vrij te stellen van het betalen van de radiotaks. (Van Dyck, 1935:135)
De wetgever van 1930 is wel bijzonder streng voor ontduikers: de geldboete kon oplopen tot vijfmaal de ontdoken taks en dat met drie jaar terugwerkende kracht. Van een ontduiker kan m.a.w. een maximale boete van 900 BEF geëist worden ... een klein fortuin.
De wetgever van 1930 had zich blijkbaar goed geïnformeerd want ook de ontvangtoestellen die beelden konden ontvangen waren verplicht de taks te betalen. Zo'n bepaling verraadt de hand van de RTT-administratie, steeds goed geïnformeerd over de technologische ontwikkelingen. Vergeten we niet dat in 1930 de BBC reeds experimenteerde met de eerste openbare televisie-uitzending.
Door de wet van 27 december 1938 wordt de radiotaks van 60 op 78 BEF gebracht.
RTT int de radiotaksen
De inning van de taksen werd opgedragen aan de in 1930 opgerichte Regie voor Telefoon en Telegraaf. De oprichting van de RTT was, althans zo luidt de officiële versie, nodig om de verschillende telefoonnetwerken, tot dan toe in privé-handen, te interconnecteren. Hermanus is echter een andere mening toegedaan en stelt dat de interconnectie slechts een voorwendsel was. "En réalité, ce n'était qu'un prétexte. Les partisans du libéralisme économique défendaient l'idée de l'intervention de l'Etat uniquement dans des activités non rentables mais indispensables au bon fonctionnement de l'Etat." (Hermanus, 1990: 26)
Er zijn voldoende aanwijzingen om Hermanus' stelling voor waar te aanvaarden.
Collectiviseren van verliezen?
Privatiseren van winsten?
We kunnen dan ook vaststellen dat zowel de oprichting van de NIR-INR als die van de RTT geschiedden om verliezen te collectiviseren, naar de staat toe te schuiven. Onderzoek kan aantonen of zulks ook met andere risicodragende initiatieven binnen de communicatiesector (of andere sectoren) het geval is (geweest). Tegelijk kan men dan ook de 'spiegel-hypothese' toetsen: komen overheidsbedrijven (of stukken ervan) enkel in aanmerking om geprivatiseerd te worden wanneer de investering niet of nauwelijks risicodragend is?
Uiteraard mag men hierbij niet in een zwart-wit analyse vervallen en zal de realiteit zeer complex zijn. Dit neemt niet weg dat het een fundamenteel vraagstuk is bij het kijken naar de relatie tussen staats- en privé-initiatief. De vraagstelling heeft ook een ethische component, laat dat duidelijk zijn.
Aantal betalende vergunningen en vrijstellingen
Voor de jaren 30 beschikken we over betrouwbare cijfers uit het archief van Kijk- en Luistergeld (dat werd in 2003 vernietigd maar wij konden enkele belangrijke statistische documenten redden, LT).

In 1930 waren er 76.872 radiotoestellen vergund, in 1939 waren het er 15 maal meer.
Adreslijsten KLG en luisteronderzoek
De massa's adressen die bij de dienst radiotaksen beheerd worden, brengen sommigen op het idee om op basis daarvan te starten met een luisteronderzoek (Van Dyck, 1935: 156-157) of een referendum omtrent de omroep. Dit laatste moet gezien worden tegen de achtergrond van de onvrede met de partijpolitieke uitzendingen op het NIR. "Hoe gemakkelijk nochtans zou het voor haar (bedoeld wordt het NIR, LT) vallen, vermits zij alleen toch (met de Regie) de namen en adressen bezit van allen, die zich van hunne radiotaks kwijten. Zou het dan zoo'n enorme kosten met zich brengen om aan alle die menschen een voor het antwoord gereed gemaakte vragenlijst rond te zenden, welke na invulling vrachtvrij aan het NIR zou kunnen worden weergezonden! (...) Tevens zou door dergelijk referendum de 'Vox Populi' kunnen gekend worden omtrent het ja dan niet toelaten van politieke uitzendingen langs den omroep!" (Van Dyck, 1935: 144)
Gewestelijke verdeling van het radiobezit
Voor het jaar 1939 beschikken we over een gewestelijke verdeling van de 1.112.962 radiotoestellen waarvoor radiotaks betaald wordt: Wallonië (458.124 of 41%), Brussel (209.869 of 19%) en Vlaanderen (444.969 of 41%). De ondervertegenwoordiging van het Vlaamse Gewest heeft o.i. twee oorzaken: a) de inkomensachterstand in het Vlaamse landsgedeelte, en b) de relatieve sterkte van het populaire programma-aanbod van de 12 particuliere radiostations in Wallonië en Brussel, tegenover slechts 4 in het Vlaamse landsgedeelte.


Financiering van de regionale radiostations
De wet van 14 mei 1930 moet in feite de doodsteek betekenen voor de regionale stations. Artikel 8 verbiedt immers voor alle stations het voeren van handelspubliciteit. De druk van de regionale stations - vooral Radio Schaerbeek ging heftig tekeer - op de minister was echter zo groot, dat die besloot een gedoogbeleid te voeren.
De regionale radiostations deden voor hun financiering ook een beroep op jaarlijkse lidgelden. Zo vermeldt Van Dyck (1935: 134) dat Radio Châtelineau kaarten verkocht tegen 12,50 BEF en steun- en erekaarten tegen resp. 25 en 50 BEF. Radio Antwerpen (ON4ED) verkocht kaarten van 25 BEF. De auteur noemt deze vorm van financiering onwettelijk en verwijst hiervoor naar artikel 9 van het ministerieel besluit van 28 augustus 1931.

De franstalige uitzendingen van de private radiostations haalden een hogere luisterdichtheid dan de franstalige programma's van het INR. Men kan zich voorstellen dat dit niet naar de zin was van Fleischman. Greta Boon vermeldt dan ook uitdrukkelijk: "Een van de redenen waarom de leidinggevende personen van het NIR van de oorlogsomstandigheden later gebruik maakten om die particuliere zenders na de oorlog geen uitzendvergunning meer te geven, was dit grote franstalige overwicht." (Boon G., 1988: 29-33).

De wet wordt niet toegepast
De staatstoelage vormde in de periode 1930-1940 de hoofdmoot van de inkomsten van het unitaire NIR-INR. In de wetenschappelijke literatuur wordt steevast vermeld dat het NIR-NIR 90% ontving van de opbrengst van de radiotaksen. Zo stelt Gekiere in 1983: "In de wet van 18.6.1930 tot oprichting van het N.I.R. was bepaald dat 90% van de opbrengst van het kijk- en luistergeld naar de omroep zou toevloeien. Dit principe werd jaren toegepast en gedurende enkele jaren (o.m. voor 1974), bleek de toelage aan de BRT-instituten zelfs hoger te liggen dan de netto-opbrengst." (Gekiere, 1983: 179).
Ook Greta Boon stelt in 1984: "Voor de tweede wereldoorlog ontving de omroep 90% van het luistergeld." (Boon, 1984:95).
Uit ons onderzoek blijkt dat zulks weliswaar wettelijk voorzien was, doch in de realiteit slechts één jaar gehaald werd.
De beweringen van Gekiere en van Boon, beiden op de BRT werkzaam, moeten wellicht gezien worden als een manoeuver van de BRT in zijn veelvuldige disputen in de jaren 80 met de minister omtrent de BRT-dotatie. We komen hierop terug.
In het jaarverslag van de NIR-INR over het jaar 1932 lezen we: "Over het algemeen staat het aantal ontvangtoestellen in rechtstreekse verhouding met de hoedanigheid van den dienst. Door de veldmetingen heeft men er zich rekenschap kunnen van geven dat de kracht der zenders van Veltem niet voldoende is om over gansch het grondgebied (...) een dienst te verzekeren , die wat de hoedanigheid betreft, niets te wenschen overlaat. Logisch mag dus aangenomen worden dat een merkelijke verhooging der zendkracht, bv. tot 60 of 100 kw. zeer snel een verhooging van de ontvangtoestellen en bijgevolg van de ontvangsten voor gevolg zou hebben."
Het NIR-INR geloofde dus nog in de band tussen de opbrengst van de radiotaksen en haar eigen staatstoelage. Hier wordt expliciet verwezen naar de band die er bestaat tussen het aantal radiotoestellen (200.534 eind 1931, 339.635 einde 1932) en de staatstoelage (13,4 miljoen BEF voor het werkingsjaar 1932). De simpele berekening brengt ons op 12,03 miljoen BEF (200.534 toestellen x 60 BEF). Nergens in het jaarverslag wordt de berekening expliciet gemaakt. Men mag echter veronderstellen dat de berekening van de staatstoelage op het niveau van de beheerraad, waarin de voogdijminister als voorzitter zetelde, gebeurde.
Hieronder geven wij de evolutie van de bruto-opbrengst, de inningskosten die de RTT inhield, de staatstoelage aan het NIR-INR en deze laatste uitgedrukt als een percentage van de netto-opbrengst.









De Post
2003: De Post start met een ambitieus moderniseringsplan om zich voor te bereiden op de volledige openstelling van de markt voor de concurrentie. De markt voor post van meer dan 100 gram wordt opengesteld voor de concurrentie.
Edited: 200300001789
TESSENS Lucas
OLIE en het MIDDEN-OOSTEN - enkele feiten op een rij
Edited: 200300000901
bron: databases MERS
Startdatum Einddatum Gebeurtenis
1878 °Shell Transport and Trading Company
1879 °Pacific Coast Oil Company
1889 °Standard Oil Trust (Rockefeller)
16 Jun 1890 °Royal Dutch (KNPM) - Deterding e.a.
1897 1ste Zionistencongres: idee terugkeer Joden naar Palestina
1901 °BP
1901 °Joods Nationaal Fonds (koopt grond in Palestina)
1902 °The Texas Company (Texaco)
1907 Fusie Shell en KNPM
1911 Standard Oil Trust ontbonden in 34 bedrijven
1914 Palestina kiest zijde van Duitsland in WO I
1916 Palestijnse opstand tegen Turkije
02 Nov 1917 Balfour-declaration
09 Dec 1917 Jeruzalem door GBR veroverd op TUR
1923 GBR krijgt van Volkenbond mandaat over Palestina
1924 °Compagnie Française des Pétroles
1936 400.000 Joodse inwoners in Palestina
1936 Hagana = Joodse strijdgroep
1939 Brits voorstel om Palestina onafh. te maken
1941 Arabieren krijgen steun toegezegd van Anthony Eden
10 Apr 1941 opstand tegen Britten in Irak
1945 Hagana pleegt aanslagen op Brits leger
Mar 1945 Handvest van de Arabische Liga
22 Mar 1945 °Arabische Liga
22 May 1945 opstand in Syrië
29 May 1945 FRA bombardeert Damascus
31 May 1945 Brits ultimatum: staakt-het-vuren in Syrië
22 Mar 1946 Libanon: Franse troepen weg
17 Apr 1946 onafh. Syrië (FRA)
17 Apr 1946 Syrië: Franse en Britse troepen weg
14 Feb 1947 GB legt Palestijnse probleem voor aan UNO
Jun 1947 Joden: Exodus gepraaid door GBR
29 Nov 1947 UNO stelt opdeling Palestina voor
17 Dec 1947 7 Arabische landen tegen Joodse staat
14 May 1948 Israël tot staat uitgeroepen
15 May 1948 Arabische landen dringen Palestina binnen
15 May 1948 Einde mandaat GBR over Palestina
17 May 1948 Israël: erkend door USA en USSR
Sep 1948 +graaf Bernadotte (vermoord)
16 Oct 1948 Israël: Negev-offensief
29 Oct 1948 31 Oct 1948 Israël: Galileï-offensief
11 May 1949 Israël lid UNO
15 Mar 1951 Iran: nationalisatie olie
1953 Egypte wordt republiek onder Naguib
09 Mar 1954 °internat. consortium Iraanse olie
04 Jan 1955 Eg: Suez verboden voor Isr. schepen
24 Feb 1955 pact van Bagdad: mil. bijstand Irak-Turkije
26 Jul 1956 29 Apr 1957 Egypte: Suez-crisis
29 Oct 1956 22 Jan 1957 oorlog Israël-Egypte
08 Mar 1957 UNO in Gaza
01 Feb 1958 VAR = Egypte+Syrië
14 Feb 1958 Unie Irak-Jordanië
08 Mar 1958 Yemen bij VAR
29 Apr 1958 Nasser in Moskou
15 Jul 1958 26 Oct 1958 US-troepen in Libanon
23 Sep 1958 Eg: USSR-lening voor Assoean-dam
14 Sep 1960 oprichting OPEC
14 Sep 1960 °OPEC
08 Feb 1963 Irak: coup Aref
03 Mar 1967 betogingen tegen Engelsen in Aden (nu Yemen)
05 Jun 1967 Suez-kanaal gesloten
05 Jun 1967 11 Jun 1967 Israël: 6-daagse oorlog
08 Jun 1967 USS Liberty aangevallen door Israëli's (CIA/Mossad-operatie?)
24 Jun 1967 Johnson en Kosygin praten over vrede in MO
14 Sep 1967 +opperbevelhebber Egyptisch leger pleegt zelfmoord
13 Jan 1968 olietank Pakhoed in Rotterdam ontploft
20 Jan 1968 brand olieraff. Shell in Pernis
26 Mar 1968 Hypermoderne olieraffinaderij Mobil Oil geopend
23 Jul 1968 kaping ISR-vliegtuig
09 Nov 1968 Jemenieten aangehouden: planden aanslag op Nixon
13 Dec 1968 brand tanker aan raff. Mobil Oil raff. A'dam
1970 olieplatfom in Noordzee opgericht
04 Jul 1970 Libië: nationalisering oliemaatschappijen
28 Sep 1970 +pres. Nasser
13 Nov 1970 Syrië: Assad grijpt macht
12 Dec 1970 OPEC eist wereldmarkt voor olie
14 Feb 1971 akkoord van Teheran: verhoging olieprijzen
24 Feb 1971 Algerije: naasting Franse oliemaatschappijen
27 May 1971 15 Mar 1976 vriendschapsverdrag USSR-Egypte
Dec 1971 Britten weg uit 7 Golfstaatjes
1972 °Exxon
1972 °Statoil
05 Jun 1972 06 Jun 1972 aanslag Palestijen OS München
18 Jul 1972 Egypte: USSR-raadgevers buiten gezet
27 Sep 1972 warenhuis in Parijs in brand: waarschijnlijk aanslag Palestijnen
21 Feb 1973 Israël schiet Libisch passagiersvliegtuig neer
02 Jun 1973 OPEC verhoogt olieprijs met 12%
06 Oct 1973 Yom Kippoer oorlog
06 Oct 1973 24 Oct 1973 Jom Kippoer oorlog
12 Oct 1973 tegenoffensief Israël tegen Syrië
14 Oct 1973 Egypte rukt verder op in Israël
16 Oct 1973 Israëli's op Egyptisch grondgebied
17 Oct 1973 olie-embargo aangekondigd
17 Oct 1973 OPEC kondigt olie-boycot aan in The Times
22 Oct 1973 VN-resolutie 338: staak Yom Kippoer oorlog
04 Nov 1973 beslissing OPEC: olieproductie -25%
22 Dec 1973 OPEC verdubbelt olieprijs
13 Nov 1974 Arafat voor UNO
1975 alcohol surrogaat voor benzine
1975 olieministers gekidnapped
06 Jun 1975 Israël valt Libanon aan
15 Nov 1975 °Internationaal Energie Agentschap
1976 °ELF
23 Jan 1976 Sybetra levert fabrieken aan Irak
12 Mar 1976 Saoudi-Arabia: oliemaatschappij Aramco genationaliseerd
15 Mar 1976 Egypte zegt verdrag met USSR op
19 Nov 1977 vredesmissie Sadat naar Israël
15 Mar 1978 12 Jun 1978 Israël bezet Zuid-Libanon
05 Sep 1978 17 Sep 1978 Camp David akkoord Israël-Egypte
1979 2de oliecrisis
1979 olieveld nabij Canada ontdekt
26 Mar 1979 vredesverdrag Israël-Egypte
17 Sep 1979 regering laat aankoop grond toe in bezet gebied
30 Jul 1980 Jeruzalem hoofdstad Israël
07 Oct 1980 vriendschapsverdrag USSR-Syrië
15 Sep 1981 Egypte: USSR-ambassadeur buitengezet
06 Oct 1981 +Sadat vermoord
14 Dec 1981 Israël annexeert Golan
20 Mar 1982 OPEC: beperking olieproductie
25 Apr 1982 Sinaï teruggegeven aan Egypte
06 Jun 1982 Israël bezet Libanon
12 Jun 1982 wapenstilstand in Libanon
15 Aug 1982 blokkade Irak op olie-eiland Kharg
19 Aug 1982 Libanon vraagt internationale troepenmacht
21 Aug 1982 Internationale troepenmacht in Libanon
23 Aug 1982 14 Sep 1982 Libanon: Bechir Gemayel president
30 Aug 1982 Arafat verdreven uit Libanon
14 Sep 1982 Libanon: Bechir Gemayel vermoord
18 Sep 1982 Sabra en Chatila: Palestijnen vermoord door falangisten
21 Sep 1982 Libanon: Amine Gemayel president
20 Dec 1983 Libanon: 4.000 Palestijnen vertrekken
26 Apr 1984 Irak valt olietankers aan bij Kharg
31 Oct 1984 OPEC beslist oliereductie
15 Aug 1985 Irak bombardeert olie-eiland Kharg
1986 °Repsol
Aug 1986 olieprijs zeer laag: 9$/baril
15 Nov 1988 PLO erkent Israël
13 Dec 1988 Arafat lanceert vredesvoorstel voor UNO
02 Aug 1990 Irak valt Koeweit binnen
24 Sep 1990 olieprijs > 40$/baril
15 Jan 1991 ultimatum tegen Irak verstrijkt
17 Jan 1991 luchtoffensief USA tegen Irak
27 Feb 1991 Kuwait ingenomen door USA
08 Apr 1992 Arafat vermist
04 Oct 1992 El Al boeing op Bijlmer
31 Aug 1993 akkoord Palestijnen-Israël
09 Oct 1994 aanslagen Hamas
04 Nov 1995 +Rabin vermoord
18 Jun 1996 Netanyahou (Likoed) premier
1997 Repsol geprivatiseerd
1997 Repsol neemt Argentijns YPF over
17 Nov 1997 69 dood in Egypte
17 Nov 1997 aanslag op toeristen (67 doden)
14 Jan 1998 crisis over wapeninspecties
Dec 1998 Total koopt Petrofina
17 May 1999 Barak wint verkiezingen
17 Dec 1999 operatie Desert Fox
2000 TotalFina fuseert met Elf
May 2000 Israël trekt zich terug uit Zuid-Libanon
28 Dec 2000 Sharon bezoekt Tempelberg
06 Feb 2001 Israël: premier Sharon
18 Jun 2001 Palestijnen klagen Sharon aan voor Belgisch gerecht
19 Sep 2001 mil. interventie in Afganistan
28 Sep 2001 Israël: nieuwe intifada
13 Nov 2001 Afgan: noordelijke Alliantie neemt Kaboel in
02 Dec 2001 Israël: Arafat ingesloten
26 Jun 2002 Sharon niet vervolgbaar volgens Kamer van IBS (genocidewet)
31 Dec 2002 Exxon Mobil boekt meer winst in 4de kw 2002
28 Jan 2003 verkiezingen: Sharon wint
31 Jan 2003 stakingen doven uit
Feb 2003 onenigheid binnen NAVO over oorlog tegen Irak
10 Feb 2003 Van Miert: Europese vazalstaten van USA
15 Feb 2003 hoofdsteden Europa: grote vredesbetogingen
18 Feb 2003 oorlog Irak begint optimaal op 3 maart
18 Feb 2003 Turkije vindt 6 miljard € te weinig voor medewerking aan oorlog tegen Irak
19 Feb 2003 burgemeester Tel Aviv wil Antwerpse diamantairs lokken
19 Feb 2003 documentaire USS Liberty op NED3
20 Feb 2003 TotalFinaElf wordt Total
21 Feb 2003 olieraffinaderij Exxon in NY ontploft
27 Feb 2003 OIC wil olie als wapen inzetten
28 Feb 2003 prijs olie op 39,99 $ per vat
Mar 2003 Abbas (PLO) voorgedragen als premier
07 Mar 2003 Bush wil Irak ook aanvallen zonder steun VN
11 Mar 2003 FRA en RUS willen veto gebruiken tegen oorlog in Irak
18 Mar 2003 Blair onder vuur wegens IRQ
18 Mar 2003 opiniepeiling in USA: 80% achter oorlog Bush
18 Mar 2003 RUS, DEU en FRA blijven tegen oorlog IRQ
18 Mar 2003 ultimatum Bush: Saddam binnen 48 u weg
18 Mar 2003 wapentransporten USA via A'pen mogen doorgaan
TESSENS Lucas
Afschaffing van Omroepbijdragen in Nederland. Een terugblik.
Edited: 200106221661
Deze nota vormt slechts een inleiding op een problematiek waarmee ook KLG-Aalst hoogstwaarschijnlijk geconfronteerd zal worden.

Beknopte historiek
De Dienst Omroepbijdragen bestond bijna 60 jaar.
• 1945: enkel luistergeld.
• 1956: kijkgeld wordt verplicht.
• 1969: geen luistergeld mee als men reeds kijkgeld betaalt, één keer betalen ongeacht aantal TV-toestellen.
• 1991-1992: mediacampagne "Kijk je zwart, dan zit je fout" doet registraties fors groeien (registraties +14%).
• September 1997: "zelfsturingstraject" opgestart (delegatie, meer verantwoordelijkheid op werkvloer).
• 1998: In september wordt de fiscalisering voor het eerst als mogelijkheid geopperd door de Min. van Financiën; de opvang van de inkomstenderving staat voorop, de personeelsproblematiek komt slechts zijdelings ter sprake.
• 1999: Op 29/3/1999 werd Ideeënmanagement opgestart (valorisatie van kennis bij DOB). In 1999 werd ook nog een project "Benadering zakelijke markt" in het leven geroepen. Ook de training van de buitendienst bleef doorgaan (weerbaarheid, anti-agressie en conflicthantering).
In maart 1999 geloofde Manager Peters nog in voortbestaan. In april 1999 roept Peters op tot goed blijven doorwerken en de moed erin te houden. In mei 1999 worden de jaarresultaten 1998 bekend gemaakt en die zijn uitstekend. In mei stellen de werknemers zich nog combatief en vastberaden op tegen het plan van de Staatssecretaris. Peters kiest de zijde van het personeel; het personeel schept daaruit moed en prijst de openheid in de communicatie. De samenhorigheid groeit.
In juni 2000 wordt aan het MERS opdracht gegeven om een argumentarium tegen de afschaffing te ontwikkelen.
Er werd een Task Force (6 mensen) opgericht die snel en uitgebreid met het personeel communiceerde.
Werkgroep "Phoenix" werd opgericht toen de fiscalisering onafwendbaar bleek.
Op 1 januari 2000 afgeschaft en Omroepbijdragen werden vervangen door fiscalisering.
Plan fiscalisering was opgenomen in voetnoot van regeerakkoord Paars II en goedgekeurd door Eerste Kamer op 21/12/99.
Het ging snel: op 4/1/99 voor de eerste keer aangekaart binnen DOB.


Restitutie
Na 1/1/2000 diende er restitutie (teruggave) te gebeuren: 300 miljoen gulden aan ca. 5 miljoen geregistreerden in 3 maand tijd.


Personeel
Gedurende 1999 waren er gemiddeld 245,3 werknemers in dienst bij DOB (1998: 258,6).
Alle personeel is overgegaan naar de Belastingdienst (wettelijk geregeld en na overleg vanaf eind 1999 in goede banen geleid).
Noteer dat DOB een Ondernemingsraad had.
Op 1 april 2000 zat bijna iedereen op zijn nieuwe werkplek.
Tot 1 juli 2000 zorgde kleine groep voor de afbouw. Daarvoor was een provisie aangelegd ten belope van 60,6 miljoen gulden.


Voorlopige conslusies:
- In Nederland is de afschaffing minder partijpolitiek geladen geweest.
Het lijkt erop dat één staatssecretaris op eigen houtje het dossier heeft afgehandeld. Dat gebeurde snel.
- In de periode vlak voor de afschaffing waren nog belangrijke investeringen gedaan en hervormingen doorgevoerd.
- De cohesie binnen DOB is steeds voorbeeldig geweest. De emotionele kant van de opheffing van een dienst mag niet onderschat worden.
- In Nederland was er voor al het personeel een uniform vangnet: de Belastingdienst.
- Bij DOB was er een ondernemingsraad die de oplaaiende emoties kon kanaliseren. Bovendien werd de Task Force een speerpunt in de strijd tegen de fiscalisering en - daarna - een gecontroleerde herplaatsing van het personeel.
- De afbouwoperatie werd zorgvuldig gebudgetteerd.
- De afbouw in Vlaanderen zal complexer zijn vanwege het bestaan van een outsourcingcontract en de minder grote traditie inzake gestructureerd overleg, openheid en interne/externe communicatie.

Lucas TESSENS/Consultant CIPAL/20010622
VLAAMS PARLEMENT
Commissie voor Leefmilieu, Natuurbehoud en Ruimtelijke Ordening Vergadering van 25/01/2001
Edited: 200101250908
Commissie voor Leefmilieu, Natuurbehoud en Ruimtelijke Ordening Vergadering van 25/01/2001
Interpellatie van de heer Johan Malcorps tot mevrouw Vera Dua, Vlaams minister van Leefmilieu en Landbouw, en tot mevrouw Mieke Vogels, Vlaams minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, over het beleid inzake asbest en volksgezondheid
De voorzitter : Aan de orde is de interpellatie van de heer Malcorps tot mevrouw Dua, Vlaams minister van Leefmilieu en Landbouw, en tot mevrouw Vogels, Vlaams minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, over het beleid inzake asbest en volksgezondheid.
Minister Dua zal ook in naam van minister Vogels antwoorden.
De heer Malcorps heeft het woord.
De heer Johan Malcorps : Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega's, onlangs werd in ons land een vereniging voor asbestslachtoffers opgericht, in navolging van reeds bestaande verenigingen in onder meer Nederland en Frankrijk.
De vereniging vraagt dat er een volwaardig beleid inzake asbestvervuiling en volksgezondheid zou worden gevoerd. Gezien de bevoegdheidsverdelingen is dit zowel een federale opdracht als een taak voor gewesten en gemeenschappen. Zo moet op federaal vlak dringend werk worden gemaakt van het recht op schadevergoeding voor asbestslachtoffers via het Fonds voor Beroepsziekten. Ook niet-werknemers moeten een beroep kunnen doen op de regeling. Het verbod op elke vorm van asbestproductie, -handel of verwerking is een federale aangelegenheid. De uitzonderingen op het koninklijk besluit van 3 februari 1998 kunnen worden opgeheven, omdat er inmiddels voor alle toepassingen vervangproducten bestaan.
Het behoort ook tot de taak van de gemeenschappen om een sluitende inventaris op te maken van alle asbestgerelateerde aandoeningen, zoals de verschillende vormen van asbestose, mesothelioom of buikvlieskanker, asbestgerelateerde longkankers en andere kankers. Het Fonds voor Beroepsziekten levert de cijfers voor werknemers. Er is sprake van een duidelijke toename van het aantal gevallen van asbestose en de voorbije vijftien jaar meer dan een verdubbeling van het aantal gevallen van mesothelioom. Deze informatie komt uit het antwoord dat federaal minister Aelvoet vorig jaar gaf op mijn vraag terzake in de Senaat. De grootste groep van getroffen werknemers komt uit de bouw. Over het aantal asbestgerelateerde kankers bij de rest van de bevolking is geen cijfermateriaal beschikbaar. Het aantal asbestdoden ligt volgens minister Aelvoet tussen de 90 en 110 per jaar. Wellicht is dit een grove onderschatting.
Het probleem van het toenemend aantal asbest-kankerdoden verdient alle aandacht. De internationaal vermaarde specialist Julian Peto voorspelt in The British Journal of Cancer dat in West-Europa de komende 35 jaar maar liefst een kwart miljoen asbestgerelateerde kankerdoden zullen vallen. In een officiële studie in opdracht van het Nederlandse ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voorspelt men 40.000 asbestgerelateerde ziekten onder Nederlandse mannen tegen het jaar 2030.
Uit de Vlaamse Gezondheidsindicatoren 1998 blijkt dat er een verhoogde sterftekans is in onder meer Sint-Niklaas en Dendermonde. Minister Vogels legde de band met de vroegere asbestverwerkende industrie in de streek : de vroegere Eternit-fabriek in Schoonaarde bij Dendermonde, Eternit in Kapelle op-den-Bos en de fabriek Scheerders-Van Kerckhoven - SVK - in Sint-Niklaas. Het is mogelijk dat het niet enkel om werknemers gaat, maar ook om familieleden van werknemers en om omwonenden.
Als deze band tussen asbest en kanker er echt is, en zelfs in die mate dat hij een merkbare piek veroorzaakt in de algemene gezondheidsstatistieken, dan is dit hoegenaamd geen vrijblijvende zaak. De slachtoffers stellen met reden vragen over de verantwoordelijkheid van de betrokken bedrijven in het verleden. Ze waren al decennialang op de hoogte van het gevaar van asbest voor de gezondheid van werknemers en omwonenden. Toch namen ze te weinig voorzorgsmaatregelen. Ook de overheid zelf wordt aansprakelijk gesteld, want ze kende al jaar en dag de risico´s die verbonden zijn aan de asbestproductie, maar trad al die tijd veel te laks op.
Sinds de Tweede Wereldoorlog staat het verband tussen asbest en kanker wetenschappelijk vast. Toch duurde het tot einde van de jaren negentig vooraleer men echt optrad. Die nalatigheid heeft veel mensenlevens gekost, en zal nog veel mensenlevens kosten. In Frankrijk en Nederland wonnen de vertegenwoordigers van asbestslachtoffers in die zin al verschillende schadeprocessen. Er is een wettelijke regeling ingevoerd om tot billijke schadeloosstellingen te komen. Ook in eigen land moet er een dergelijke regeling te komen. Eens het zo ver is, zullen ook de gewestelijke overheden voor hun verantwoordelijkheid worden geplaatst.
In 1998 stelden de heer Stassen en mevrouw Verwimp vragen aan toenmalig milieuminister Kelchtermans over de gezondheidseffecten voor de omwonenden van de asbestbedrijven in Kapelle-op-den-Bos, Tisselt, Sint-Niklaas, Gent en Mol. Ze werden toen met een kluitje in het riet gestuurd met als argumenten : 'Het gaat om een te kleine groep mensen rond die bedrijven om daarover statistisch zinvolle uitspraken te doen ; het is praktisch onmogelijk om productspecifieke gezondheidsgegevens van burgers te verzamelen rond elke site waar met toxische of kankerverwekkende stoffen wordt gewerkt ; de gezondheidsmonitoring van potentiële asbestpuntbronnen zou slechts een 'end-of-the-pipe-benadering' zijn, die in het beste geval iets zegt over de blootstelling decennia geleden.'
Uit het grootschalig Milieu- en Gezondheidsonderzoek dat eind vorig jaar werd afgerond blijkt dat gebiedsgerichte monitoring wel degelijk relevante beleidsgegevens kan opleveren. In elk geval moet het mogelijk zijn om meer accurate gegevens te verzamelen dan mogelijk is op basis van een globaal onderzoek van gezondheidsindicatoren over heel Vlaanderen. Zo zou men alle sites in de omgeving van vroegere asbestverwerkende bedrijven kunnen screenen en vergelijken met sites waar waarschijnlijk minder risico bestonden en nog bestaan op asbestbesmetting. Ook een nauwkeurig opgezet epidemiologisch onderzoek biedt uitzicht op succes, wegens de onbetwistbare band tussen mesothelioom en asbestose enerzijds en asbestvervuiling anderzijds.
Het feit dat de asbestproductie nu bijna geheel is afgebouwd, betekent niet dat er geen belangrijke opdracht meer is voor de Vlaamse milieudiensten, en meer bepaald de OVAM. Zo blijft de titanenopdracht overeind om op basis van de verplichte asbestinventarissen voor bedrijven en openbare gebouwen alle nog aanwezige asbest te verwijderen en op de meest veilige wijze te verwerken. De federale wetgeving ter bescherming van werknemers is daarbij van toepassing. Een algemene bescherming voor de burger is er dus niet, tenzij indirect. Bewoners en bezoekers van gebouwen zijn maar indirect beschermd, omdat ze ook profiteren van de bescherming van eventuele werknemers in dat gebouw. Dat is uitvoerig aangetoond door mevrouw Lieve Ponnet. Ze schreef daarover het dossier 'Asbest : stof tot nadenken', dat in 1996 werd gepubliceerd in het Arbeidsblad van het ministerie van Tewerkstelling en Arbeid.
De gewesten en gemeenschappen, bevoegd voor de bescherming van privé-personen in een niet-werksituatie hebben nog geen aanvullende reglementering voor asbest in gebouwen zoals privé-woningen opgezet. In de particuliere woningbouw is weliswaar veel minder gespoten asbest gebruikt dan in openbare of industriële gebouwen. De kans op blootstelling is er veel beperkter. Toch werd heel wat spuitasbest verwerkt in grote appartementsgebouwen die zijn gebouwd tussen halfweg de jaren zestig en het einde van de jaren zeventig. In België zijn hierover geen gegevens beschikbaar. Hier rijst dus een probleem voor onderhouds- of herstellingswerken die door derden of door doe-het-zelvers worden uitgevoerd. Er is te weinig bewustmaking over mogelijke gevaren en risico's.
Ten slotte is er het probleem dat bij doorverkoop of verhuur mensen zich wellicht niet bewust zijn van de aanwezigheid van asbest in een woning. In Nederland is een asbestvrij-verklaring nodig alvorens men tot de sloop van een woning kan overgaan. De invoering van een asbestvrij-attest, samen met het bodemattest, kan worden overwogen.
Verder is het nog maar de vraag of alle asbestafval - bijvoorbeeld van de sloop van gebouwen - op de juiste bestemming terecht komt. In welke mate wordt asbest van afbraakwerken van privé-personen aanvaard op containerparken, en onder welke omstandigheden? Een ander element van de problematiek is de sanering van asbeststorten. Berucht was het Broek in Willebroek, dat nu eindelijk gesaneerd is, maar dit is nog maar het begin. Denk onder meer aan de asbeststorten in de Gentse Kanaalzone, in Hofstade te Aalst en de asbestberg in Kapelle-op-den-Bos.
De eerste opdracht is de sanering van de omgeving van de vroegere bedrijfssites waar met asbest is gewerkt. In de omgeving van asbestbedrijven als Eternit in Kapelle-op-den-Bos werd immers in het verleden zeer achteloos omgesprongen met het levensgevaarlijke asbeststof.
Vrachtwagens met opwaaiend asbeststof reden door de dorpskern. Het asbeststort diende jaren als speelterrein voor jeugdbewegingen. Pas enkele jaren geleden werd het afgesloten en afgedekt. Asbestafdraaisel was gedurende vele jaren een gegeerde grondstof voor de aanleg van wegen, tuinpaden en opritten van garages.
Er moet dringend een grondige inventaris worden opgemaakt van alle grotere en kleinere black points in gemeenten als Kapelle-op-den-Bos en Tisselt, maar ook van andere sites van nog bestaande of inmiddels gesloten bedrijven die asbest verwerken of verwerkten. In Nederland werd door de VROM een subsidieregeling uitgewerkt waarbij eigenaars van asbestwegen subsidies krijgen voor werken waarbij het asbestbevattend materiaal wordt verwijderd door erkende bedrijven of waarbij het risicomateriaal wordt afgedekt met asfalt, beton of klinkers.
Op welke wijze zal Vlaanderen bijdragen aan een afdoende centrale registratie van asbestgerelateerde ziektes zoals asbestose, mesothelioom of longkanker? Op welke termijn kan een sluitende registratie worden opgezet en welke samenwerkingsverbanden met de federale overheid zijn daarvoor nodig?
Wordt er in opvang voorzien voor asbestslachtoffers in Vlaanderen? Welke informatie is er beschikbaar? Wat is het standpunt van de Vlaamse regering in verband met de vraag naar schadeloosstelling? Zal men met het oog op de schadeloosstelling van asbestslachtoffers ook initiatieven nemen in overleg met de federale overheid?
Welke initiatieven zijn er om de effecten van asbestvervuiling op de gezondheid verder in kaart te brengen voor heel Vlaanderen en specifiek voor de omgeving van bestaande of gesloten bedrijven waar asbest wordt of werd verwerkt? Is het niet wenselijk hiervan een van de speerpunten te maken van verder milieu- en gezondheidsonderzoek?
Hoe ver staat het met de studie 'Risico-evaluatie en saneringsprogramma voor asbestblootstelling in Vlaanderen' en met de beleidsnota over asbestbeheersing? Wat was het resultaat van de asbest-meetcampagne? Wanneer start de geplande sensibiliseringscampagne?
Is er een inventaris van asbeststorten in Vlaanderen? Welke prioriteit krijgt de sanering van deze storten, of kiest men eerder voor een degelijke afbakening en afdekking ervan? Wat is de stand van zaken van de asbestsanering in bedrijven en openbare gebouwen en hoe wordt dit opgevolgd? Is er voldoende verwerkingscapaciteit voor het asbest- en asbestcementafval?
Wordt werk gemaakt van een betere regeling voor de bescherming van particulieren tegen asbest in gebouwen en privé-woningen? Wordt gedacht aan de invoering van een attest 'asbestvrije woning'?
In welke mate wordt asbestafval aanvaard in containerparken? Klopt het dat we asbestcementproducten beschouwen als bouw- en sloopafval zonder vrijzittende asbestvezels, waardoor men ze in containerparken moet aanvaarden? Klopt het dat asbestplaten en isolatie van leidingen daarentegen niet aanvaard mogen worden? Zijn de werknemers in containerparken zich voldoende bewust van het gevaar van asbesthoudend sloopafval bij verbrijzeling ervan waardoor vezels kunnen vrijkomen? Is er toezicht op de naleving van de ARAB-reglementering inzake asbestblootstelling in containerparken?
Heeft men bij de OVAM zicht op de hoeveelheid asbesthoudend afval dat in het gewone huishoudelijk afval terechtkomt, zoals asbestkoord uit kachels, versleten remblokjes, asbesthoudende strijkplankjes, vlamverdelers en ovenwanten. Kunnen deze asbesthoudende afvalstoffen worden ingeleverd als KGA?
Wordt werk gemaakt van de inventarisatie van asbestwegen en andere kleinere black points in de omgeving van vroegere asbestverwerkende bedrijven? Acht de minister een subsidieregeling wenselijk voor de sanering of afdekking van asbestwegen, naar het model van Twente?
De voorzitter : De heer Van Looy heeft het woord.
De heer Jef Van Looy : In Nederland is de verwijdering van golfplaten waarin asbest zit aan zeer strenge reglementering onderworpen. Arbeiders die bijvoorbeeld dergelijke platen van een dak halen, zijn gehuld in beschermende kledij. Is het product werkelijk zo gevaarlijk? Hetzelfde materiaal wordt in Nederland blijkbaar totaal anders benaderd dan in Vlaanderen.
De voorzitter : Minister Dua heeft het woord.
Minister Vera Dua : Mijnheer de voorzitter, mijnheer Malcorps, op uw eerste vier vragen geef ik het antwoord van minister Vogels.
Door de centrale registratie op federaal niveau van de minimale klinische gegevens van gehospitaliseerde patiënten en dus ook van asbestgerelateerde ziektes als asbestose en mesothelioom, zijn er gegevens over het aantal asbestslachtoffers beschikbaar. De Vlaamse regering heeft toegang tot deze gegevens. Ook via de door Vlaanderen gesteunde kankerregistratie is er zicht op de incidentie van kankers die mede veroorzaakt worden door asbest. Momenteel worden trouwens initiatieven genomen om deze registratie nog te verbeteren. Via de mortaliteitsstatistieken die door de Vlaamse administratie worden opgemaakt, zijn ten slotte ook de gegevens inzake asbestgerelateerde overlijdens bekend. Cijfers die een idee geven over asbestgebonden beroepsziekten zijn ook bekend bij het Fonds voor Beroepsziekten.
Er is momenteel niet in specifieke financiële opvang voorzien voor asbestslachtoffers in Vlaanderen. Voor patiënten met een asbestgerelateerde aandoening is er, net zoals voor andere zieken, financiële steun via de sociale zekerheid. Enkel de werknemers-asbestslachtoffers van bedrijven die een bijdrage storten bij het Fonds voor Beroepsziekten kunnen aanspraak maken op specifieke steun.
De vraag is of de Vlaamse regering of de federale overheid het initiatief moet nemen om naast de algemene steun via de sociale zekerheid ook nog in een specifieke schadevergoeding te voorzien. We doen dit voor het ogenblik ook niet voor andere ziektes. Minister Aelvoet zal de wenselijkheid en uitvoerbaarheid van een en ander onderzoeken. Als de resultaten van dit onderzoek bekend zijn, zullen de nodige conclusies worden getrokken. Het zou ook goed zijn om eens na te gaan hoe de buurlanden deze problematiek aanpakken.
In verband met de wenselijkheid om van asbest een van de speerpunten te maken van het verder milieu- en gezondheidsonderzoek, moet worden opgemerkt dat het gevoerde onderzoek en de beleidsconclusies die daaraan gekoppeld zijn, zich toespitsen op biomonitoring van bepaalde polluenten.
Het milieu- en gezondheidsonderzoek spitst zich toe op polluenten die nog steeds in min of meer belangrijke mate in het milieu gebracht worden. Het gebruik van asbest is verboden. Asbest komt dus enkel nog vrij via bestaande asbesthoudende producten. Het beleid moet zich nu dus concentreren op een maximale inperking van de resterende vrijzetting, zolang alle asbesthoudende producten niet definitief en veilig zijn geborgen.
Voor asbest lijkt een biomonitoring medisch gezien een onuitvoerbare opdracht. Het zou neerkomen op het meten van de concentratie van asbestvezels in de longen, de zogenaamde broncho-alveolaire lavage. Die gebeurt door een bronchoscopie, waarbij men met een bronchoscoop in de longen kijkt en waarbij een kleine hoeveelheid vocht in de luchtwegen wordt gebracht en er vervolgens wordt uitgezogen voor verder labo-onderzoek.
Aan de hand van de beschikbare gegevens, bekomen via de centrale registraties, is het ook mogelijk om de asbestslachtoffers in kaart te brengen voor heel Vlaanderen. Op deze manier kunnen de effecten van asbestvervuiling op de gezondheid in principe worden nagegaan.
De studie 'Risico-evaluatie en saneringprogramma voor asbestblootstelling in Vlaanderen' werd afgewerkt in 2000. De studie wordt gebruikt als basis voor de beleidsnota over asbestbeheersing. Deze beleidsnota bevindt zich momenteel in een ontwerpfase. In de beleidsnota zullen concrete bijkomende Vlaamse maatregelen worden voorgesteld. De planning is om in de loop van 2001 van de ontwerpbeleidsnota het onderwerp te maken van een doelgroepenoverleg en van overleg met de federale overheid, die reeds betrokken was bij de studie.
Dan kom ik nu bij de kwestie van de asbest-meetcampagne. In het kader van het actief overheidsbeleid rond preventie en verwijdering van asbest en asbesthoudende stoffen was het aangewezen om kwantitatieve gegevens te verzamelen over de huidige concentratieniveaus en het vóórkomen van inadembare minerale vezels in de omgevingslucht in Vlaanderen. Op dit ogenblik bestaan er in België voor asbest in buitenmilieu geen kwaliteitseisen. Om dit beleid op een efficiënte en doelgerichte manier te kunnen voeren dient een kwantitatief referentiekader inzake risico's gedefinieerd te worden. Daarmee is men dus nu bezig.
Gedurende de periode van december 1998 tot december 1999 zijn in opdracht van de Vlaamse Milieumaatschappij door de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek de concentratieniveaus van asbest en minerale vezels opgevolgd op een aantal typische locaties in Vlaanderen. Een totaal van 319 filters en 43 blanco filters, afkomstig van in totaal 10 meetlocaties, werden geanalyseerd tijdens deze meetcampagne. Hierbij werden 50 monsters genomen in een gebied nabij een verkeersrijke locatie, 52 monsters in een residentiële omgeving, 54 in een stedelijke achtergrond, 48 bemonsteringen in een industriële omgeving en 50 stalen in een gebied nabij een mogelijke asbestbron. Bijkomend werden 65 stalen geanalyseerd afkomstig van het meetnet 'Zware metalen' van de VMM. Vermits het gezondheidsrisico gerelateerd is aan de lengte van de asbestvezels, werd een onderscheid gemaakt tussen korte en lange vezels. De korte vezels worden als onschadelijk beschouwd, de lange vezels worden verantwoordelijk gesteld voor een nefast gezondheidseffect. Op basis van de te verwachten asbestconcentraties en de gerelateerde lokale activiteiten kunnen een aantal typen gebieden onderscheiden worden. Ik heb hier een tabel bij, die ik aan u zal laten bezorgen.
Uit de tabel blijkt duidelijk dat men nabij historische bronnen uiteraard een veel hogere concentratie krijgt. In alle gebieden - stedelijk en landelijk - zijn de verwachtingswaarden van de jaargemiddelde concentratieniveaus lager dan 350 vezels per kubieke meter. In de omgeving van een historische bron, zoals een vroegere asbestverwerkende industrie, werden lange - dus schadelijke - vezels aangetroffen. Nabij een druk verkeerskruispunt wordt eerder de korte - dus onschadelijke - fractie waargenomen. De concentraties asbestvezels liggen echter bij het merendeel van de stalen dicht in de buurt van de detectiegrens.
Wanneer we deze waarden vergelijken met metingen die werden uitgevoerd in 1983, dan is er een globale verbetering merkbaar. Voor het doorvoeren van deze vergelijking moet echter een zekere reserve in acht worden genomen aangezien de aard van de metingen verschillend is. In 1983 betrof het immers geen jaargemiddelde concentraties. Meestal ging het om steekproeven met korte monsternemingsperiodes. Ook deze gegevens staan in een tabel. Een eindrapport met al de meetresultaten zal in februari gepubliceerd en publiek bekendgemaakt worden.
Ik zeg heel kort ook iets over de sensibiliseringscampagne. Dit is inderdaad nodig, maar ik acht het opportuun om dit pas te doen na het doelgroepenoverleg en de politieke beslissing over de in voorbereiding zijnde beleidsnota.
Dan is er nog de kwestie van het afvalprobleem. De vergunde asbeststorten zijn opgenomen in een lijst bij de vergunningverlenende overheid en zijn ook beschikbaar bij de OVAM via de lijsten van erkende verwervers en verwerkers. Er is geen aparte inventaris van asbest-blackpoints in Vlaanderen. In de OVAM-databanken zitten wel een aantal dossiers waarbij asbestproductie of asbeststortactiviteiten plaatsvinden of plaatsvonden. Medio jaren negentig zijn de grotere asbestproblemen aangepakt. Meestal werd als saneringsoptie voor een isolatie gekozen. Inzake prioriteit wordt geopteerd voor een snelle aanpak indien er verspreidingsrisico aan de orde is. Door de actie van een vijftal jaar geleden zijn de bekende gevallen ofwel gesaneerd ofwel via een voorzorgsmaatregel aangepakt.
Met betrekking tot de verwerking van asbestafval dient krachtens de huidige Vlarem-regelgeving een onderscheid te worden gemaakt tussen afvalstoffen die vrije asbestvezels bevatten en asbesthoudend afval dat geen vrije vezels bevat, voornamelijk verharde asbestcement. Verharde asbestcement, meer bepaald golfplaten, dakleien en asbestcementen buizen, kunnen worden afgevoerd naar een categorie 3-stortplaats. Gelet op het verbod om nog asbesthoudende materialen op de markt te brengen, is ook het tweedehandsgebruik van asbestcementen materialen niet langer toegestaan, en wordt er geopteerd voor definitieve verwijdering. Er zijn in Vlaanderen een twintigtal categorie 3-stortplaatsen, zodat er voldoende capaciteit is.
Voor afvalstoffen die vrije vezels bevatten, geldt krachtens Vlarem dat ze eerst gecementeerd moeten worden vooraleer ze gestort kunnen worden op een categorie 1-stortplaats. Slechts in het geval van verpakkingsafval en plastiekafval enerzijds en niet-vershredderbaar materiaal dat met asbesthoudend materiaal bekleed of bedekt is anderzijds, kan het dubbelwandig verpakt afval rechtstreeks worden afgevoerd naar een stortplaats. Er is in het Vlaams Gewest één installatie voor de cementering van asbesthoudend afval, meer bepaald van de firma Rematt in Mol. Het gecementeerde afval gaat daarna naar de stortplaats van Indaver in Antwerpen. In de praktijk blijkt de verwerkingscapaciteit voldoende om alle asbesthoudend afval op te vangen.
Hierbij kan wel melding worden gemaakt van een alternatieve verwerkingsmethode in Frankrijk - van een firma nabij Bordeaux - waar het asbestafval wordt verglaasd. Momenteel is het evenwel afval dat vooral vanuit het Brussels Gewest via Mol naar Frankrijk gaat, dat op die manier behandeld wordt. De hoge energiekosten van het verwerkingsproces en de grote transportafstand maken deze alternatieve verwerking immers dubbel zo duur als cementering en storten, wat op zichzelf ook al een dure verwerkingsmethode is. Hoe dan ook, het is een alternatieve methode, die we zeker niet uit het oog mogen verliezen.
Ten slotte kan nog worden vermeld dat momenteel door de VITO in opdracht van de OVAM een studie wordt uitgevoerd waarbij de criteria zijn onderzocht om asbesthoudend afval verder te kwalificeren, meer bepaald met betrekking tot de kwalificatie 'vrije vezels'. Of particulieren al dan niet afdoende beschermd worden tegen asbest in openbare gebouwen waarin werknemers tewerkgesteld zijn, hangt af van de aanwezigheid van de verplichte asbestinventaris en de kwaliteit van het beheersplan en de uitvoering ervan. Dit is echter een federale materie. Ter bescherming van particulieren in privé-woningen wordt in het kader van de beleidsnota een sensibiliseringscampagne overwogen. Daarin kunnen worden opgenomen : illustraties van asbesttoepassingen die kunnen voorkomen in en rondom een woning, een beschrijving van het onderscheid tussen gevaarlijke en minder gevaarlijke toepassingen, een beschrijving van veilige verwijderingsmethoden en de plaatsen waar het afval gedeponeerd kan worden, en het aangeven dat men voor gevaarlijke toepassingen best een gespecialiseerde firma contacteert.
Een attestering 'asbestvrije woning' zoals in Nederland vereist is, alvorens tot de sloop van een woning kan worden overgegaan, zou een vergaande maatregel zijn. Dit komt immers neer op een asbestinventaris voor alle te slopen woningen, die moet worden opgesteld door een gespecialiseerd bedrijf. In Nederland blijkt dit systeem niet zo vlot te lopen : ten eerste omdat er een enorme hoeveelheid aan mensen en middelen ingezet dient te worden en ten tweede omdat de handhaving niet sluitend is. Vooraleer een dergelijk systeem in Vlaanderen ingevoerd wordt, dienen we de haalbaarheid na te gaan. Misschien moeten we inderdaad ook een differentiatie inbouwen. Hoe dan ook, deze suggestie zal meegenomen worden in het doelgroepenoverleg en in de komende beslissing over de beleidsnota Asbest.
Binnenkort start de evaluatie van het sectoraal uitvoeringsplan Bouw- en Sloopafval. Ook binnen die procedure zullen we overwegen of de invoering van een voorafgaande inventarisatie van te slopen gebouwen op de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen zoals asbest aangewezen is. Dit kan zeer nuttig zijn, want hierdoor kunnen immers ook de kwaliteit en de afzetmogelijkheden van sloopafval verbeteren.
Enkel cementgebonden asbestplaten mogen aanvaard worden op het containerpark. Die platen worden namelijk beschouwd als bouw- en sloopafval. Ze mogen evenwel niet bij het recupereerbare bouw- en sloopafval gevoegd worden. Deze platen moeten te allen tijde apart gehouden worden omdat ze niet mee gerecupereerd mogen worden. De cementgebonden asbestplaten moeten afgevoerd worden naar een klasse 3-stortplaats.
Niet-cementgebonden asbestvezels of producten die asbestvezels bevatten, mogen in geen geval aanvaard worden op een containerpark, maar dienen steeds door een erkende verwijderaar ter plaatse opgehaald en verwerkt te worden. In Vlaanderen zijn er momenteel twee bedrijven die over een milieuvergunning beschikken voor het behandelen van asbestafval. Na behandeling van het asbestafval bij deze bedrijven wordt het afgevoerd naar een klasse 1-stortplaats voor gevaarlijke afvalstoffen. Zoals hoger vermeld, is er ook nog het systeem van verglazing, maar dat is misschien iets wat we op langere termijn moeten bekijken. Op het cementgebonden asbest mag in geen enkel geval ter plaatse een bewerking worden uitgevoerd. Dat staat zo in de Vlarem-reglementering.
Inzake de bescherming van de werknemers op containerparken kunnen we er van uitgaan dat zij normaal gezien een opleiding hebben gekregen waardoor ze zich voldoende bewust moeten zijn van alle gevaarlijke producten waarmee zij in contact komen. Bovendien dient er, zoals bij alle professionele bedrijvigheden, een bedrijfsgezondheidskundig- en veiligheidstoezicht te zijn. Ik wil daarover bij OVAM nog eens navraag doen.
Meer informatie over asbest en asbestafval is te vinden op de website van OVAM, waar zich een document van 28 april 2000 bevindt dat de hele problematiek van verwijdering en verwerking, evenals de mogelijke voorzorgen bij de behandeling ervan, beschrijft. In het overleg tussen gewesten en gemeenten zal worden bekeken hoe gemeenten het best kunnen worden geïnformeerd over hoe om te gaan met asbestafval.
De hoeveelheid asbestkoord, remblokjes, strijkplankjes, vlamverdelers, ovenwanten, enzovoort, die als afvalstoffen ontstaan bij particulieren, is zeer klein in Vlaanderen. Dit is waarschijnlijk te wijten aan het feit dat particulieren deze producten niet herkennen. Wanneer ze zich van deze voorwerpen ontdoen, zullen zij ze hoogstwaarschijnlijk meegeven met het huisvuil. Indien ze niet werden verwijderd uit de toestellen waarin ze zijn verwerkt, bijvoorbeeld kachels en dergelijke, dan zullen ze ook in andere huishoudelijke afvalstromen terug te vinden zijn. Dit is een gevolg van het feit dat er geen apart inzamelkanaal voor dit soort afvalstof bestaat ten behoeve van de privé-huishoudens.
Deze afvalstoffen worden hoogstwaarschijnlijk ook niet aangeboden als Klein Gevaarlijk Afval. De mensen leggen die link niet. Trouwens, in de lijst van de KGA-afvalstoffen van het VLAREA worden ze niet expliciet vermeld. Wanneer ze toch als KGA worden aangeboden, zullen ze worden verzameld onder de noemer "KGA van gemengde samenstelling" samen met nog andere niet-identificeerbare en potentieel gevaarlijke afvalstoffen. Momenteel beschikt OVAM niet over concrete informatie met betrekking tot de aanwezigheid van asbesthoudende afvalstoffen in het KGA.
Ook over de aanwezigheid van deze afvalstoffen in het huisvuil of andere huishoudelijke afvalstromen is er momenteel geen concrete informatie beschikbaar. De beleidsnota Asbest zal aangeven hoe deze afvalstromen beter kunnen worden beheerst.
Voor de beleidsnota Asbestbeheersing worden maatregelen overwogen in verband met asbest op wegen. Mogelijkheden zijn voorlichting en sensibilisering van de bevolking. Er komt bijvoorbeeld een brochure die de gevaren en mogelijke saneringswijzen verduidelijkt en een verhoogde responsabilisering van de wegbeheerder - vaak gemeentelijke instanties - onder andere bij asbesthoudend materiaal op openbare wegen.
Bij de subsidieregeling naar het Nederlands model van Twente worden particulieren, bedrijven en instellingen een maatregel toegewezen ter sanering die dan wordt uitgevoerd door de provincie. Daaraan is subsidiëring gekoppeld. Voor een dergelijke subsidieregeling zijn momenteel nog geen budgetten ingeschreven. In het geval de veroorzaker van de verontreiniging bekend is, geldt in elk geval het principe dat de vervuiler betaalt.
Er is momenteel geen initiatief tot inventarisatie van asbestwegen en andere kleinere blackpoints. De gevallen die gemeld worden, zijn schaars. Hierbij is er niet zozeer sprake van een bodemsaneringsprobleem, maar eerder van een probleem inzake het onoordeelkundig gebruik van afvalstoffen die via opwaaiing een mogelijk gezondheidsrisico kunnen inhouden.
De voorzitter : De heer Malcorps heeft het woord.
De heer Johan Malcorps : Ik ben blij verrast dat er toch cijfers zijn over asbestgerelateerde aandoeningen. Ik had de vraag ook aan minister Aelvoet gesteld. Buiten het Fonds voor Beroepsziekten kon ze geen cijfers geven. Het is goed nieuws dat er wel zijn op Vlaamse niveau.
Wat betreft biomonitoring in bepaalde risicogebieden rond vroegere asbestbedrijven : het is uiteraard niet de bedoeling om asbestvezels in de longen te meten. Professor Pluyvers wijst er wel op dat via biomonitoring biologische effecten kunnen worden gemeten. Zo kan men preventief optreden. Dat is in gebieden waar men quasi zeker is dat bepaalde personen zware gezondheidsproblemen hebben door de blootstelling aan asbest, uitermate belangrijk.
Nog een derde opmerking in verband met concentraties van asbest in de lucht die in het verleden werden gemeten. Ik stel een verbetering vast en dat is goed nieuws. De concentratie die de WHO als gevaarlijk voor de volksgezondheid heeft vastgelegd, bedraagt 1000 vezels per kubieke meter. De metingen die aan het begin van de jaren tachtig zijn gebeurd in de omgeving van een asbestbedrijf bedroegen concentraties van 20.000 tot 640.000 vezels per kubieke meter. De latentieperiode is dertig tot veertig jaar. Dat illustreert dat we nog een en ander aan problemen kunnen verwachten. Het probleem mag dan ook niet worden onderschat, ook al is de asbestproductie nu stilgelegd.
Tot slot wil ik het nog even hebben over de asbestwegen. Ik weet niet of het probleem schaars is. In Kapelle-op-den-Bos en Tisselt is asbest op grote schaal gebruikt. Natuurlijk moet de vervuiler betalen. Ik daag OVAM echter uit om Eternit daarvoor te laten opdraaien. In elk geval moet het probleem worden opgelost. Zo niet, blijft dit aanslepen voor de volksgezondheid.
De voorzitter : Het incident is gesloten.
Belga
Gerecht verdenkt Dexia Bank van hulp bij fiscale fraude via CREGEM
Edited: 200010120001
Het gerecht van Charleroi heeft aanwijzingen dat het Gemeentekrediet, nu Dexia Bank, in het midden van de jaren negentig zijn klanten via zijn Luxemburgs filiaal Cregem hielp de fiscus te ontduiken. Het parket van Charleroi wil het dossier afsplitsen en aan het Brusselse parket doorspelen. Dat meldden de Financieel-Economische Tijd en Le Soir gisteren.

Het Gemeentekrediet-dossier vloeit voort uit het Cregem-onderzoek dat het parket in mei 1995 aan rechter Lenoir toevertrouwde. Een anonieme tipgever meldde dat het Gemeentekrediet zijn klanten naar zijn Luxemburgse dochter Cregem begeleidde.

Dexia Bank liet gisteren weten dat ze haar volledige medewerking verleent bij het onderzoek.

Volgens de woordvoerster onderzoekt de juridische dienst van Dexia de zaak, maar is er weinig nieuws aan de hand.

,,Het onderzoek naar mogelijke belastingfraude via het filiaal Cregem ging al in 1995 van start bij het parket van Charleroi. Het dossier naar mogelijke fraude door het hele banknet, meer bepaald rond de mogelijke ontduiking van successierechten, dateert van 1999 en is in handen van de Brusselse onderzoeksrechter Van Espen'', verduidelijkt ze. Via de techniek van antidatering van de afsluiting van deposito's zouden klanten-erfgenamen ontsnapt zijn aan het betalen van erfenisrechten.

De bank wil verder op de inhoud van de feiten niet ingaan ,,zolang het onderzoekt loopt''.
MERS
Draft Press Release on Licence Fee Collection in Flanders by CIPAL
Edited: 199810270938
Recently the National Institute for Statistics (NIS) in Belgium published the statistics of the private households in Belgium.
These figures are important for a good comprehension of the structure of a state since the household is still to be considered as the main consumption unit of cable services. Licence fee collecting also has the household as main target.

The Kingdom of Belgium is a federalized nation.
Belgium comprises of three communities (based upon language): the Dutch (Flemish), the French (Walloon) and the German speaking community.
On the other hand Belgium consists of three regions (based upon territory): Flanders, Brussels and Wallonia. Each of these three regions their own government with growing responsabilities. Flanders is by far the most important region, both in demographic and in economic terms.
Provinces are administrative/territorial divisions of Belgium. There are 10 provinces, 5 in Flanders and 5 in Wallonia.

CIPAL is the firm responsable for the licence fee collection in the region Flanders since 1997. After a competition with the big informatic firms (IBM, EDS, Orda-B, Siemens, …) CIPAL obtained the outsourcing contract for a five year period (1997-2001).
The core business of CIPAL was and still is the treatment of digital data for the municipalities in the provinces Antwerp and Limburg.
The outsourcing of the licence fee collection must be seen as a deliberate new political option of the Flemish government: to delegate jobs to those who are considered to be the best in the market.
The responsabilities of CIPAL are considerable and complex:
• building a strong and visionary management team,
• the complete reorganisation and the training of personnel on new machines and new software,
• the installation of a full digital workflow where paperwork is banned "at the border" of the administrative process,
• the coordination of campaigns against tax evasion,
• the matching of its own database with those of the 21 cable companies in Flanders,
• the constant verification of names and adresses, and so on.

MERS is a consultant in media, communication and cable affairs. Lucas Tessens, managing director, iniated commercial television in Flanders in the 80s and cable telephony in 1994. He also advised the Flemish government and private firms in media and telecom matters. CIPAL and MERS work together from the start of CIPALs new business.

MERS believes that the collection of licence fee is much more than a pure technical matter. The huge penetration of television in households makes tax collecting a fine tuned barometer for financial and sociological trends in society. And a better comprehension of society helps to make better tax consultants and better governments.
LT
Bestaansminimumtrekkers
Edited: 199710200901
*FAXBERICHT • FAX MESSAGE

To: Kabinet van de Minister van Financiën, Begroting en Gezond¬heidsbe¬leid¬, ter attentie van dhr Dirk De Keuster, Adviseur, Kool¬straat 35, 1000 Brussel
From: Lucas TESSENS, Bestuurder/Research Director MERS
Date: 19971020
Ref: Bestaansminimumtrekkers
Pages (this one included): 1+2
Tel: 02-227.24.11
Fax: 02-227.24.05

Geachte Heer De Keuster,
Beste Dirk,

Uit de Financieel Economische Tijd van 19971018:
"Aantal bestaansminimumtrekkers stijgt.
(belga) - Het voorbije jaar is het aantal bestaansminimumtrekkers in België met 6 procent toegenomen. Sinds 1990 steeg het aantal onafgebroken met 61 procent. De sterke con¬centratie van bestaansminimumtrekkers in de steden blijft. Dat blijkt uit het Jaarboek Armoede en Sociale Uitsluiting 1997 dat door de UFSIA in Antwerpen werd samengesteld en dat eind november wordt gepubliceerd. Ter gelegenheid van de VN-werelddag tegen extreme armoede op 17 oktober werden enkele gegevens uit het boek vrijgegeven. Voorts blijkt dat ook het aantal gezinnen met afbetalingsproblemen en schuldenlast verder stijgt en dat 10 procent van de Belgische gezinnen slecht gehuisvest blijft."

Omdat ontduiking van kijk- en luistergeld in vele gevallen ook het gezicht van de armoede en de sociale uitsluiting draagt, hadden wij begin van dit jaar een mini-onderzoek opgestart naar deze parameters. U vindt de kerncijfers die wij hierrond verzamelden in bijlage. De problematiek is complex. Toch zal men - vanuit een sociale reflex in het beleid - oog moeten hebben voor de vereen¬zaamde pauper die weliswaar een TV-toestel bezit als enig venster op de wereld, maar het hoge kijkgeld NIET KAN betalen. Tijdens één van onze laatste gesprekken heb ik aangeduid hoe, niettegenstaande het feit dat de KLG-wetgeving federaal is, geageerd kan worden in deze materie. Dit alles ter overweging. Ik mag erop wijzen dat deze zienswijze van persoonlijke aard is.

Zeer vriendelijk,



Lucas TESSENS

Bijlagen:
- Aantal bestaansminimumtrekkers VL, WAL, BR, B (1990-1996)(klgarm1.xls)
- Evolutie aantal rechthebbenden tegemoetkoming aan gehandicapten (90-95)
- Centrale voor Kredieten aan Particulieren, Kerncijfers (kredcent.xls)
DE MEESTER Wivina
Dienst Kijk- en Luistergeld : Een voorbeeld van outsourcing met de overheid. "In het kader van de fraudebestrijding slaagde Cipal erin met de hulp van het media-advies bureau MERS de ontduiking in Vlaanderen in kaart te brengen."
Edited: 199710171465
Toespraak door Wivina Demeester,
Vlaams minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid
ter gelegenheid van
het seminarie “outsourcing : ervaring en knelpunten”

“ Dienst Kijk- en Luistergeld : Een voorbeeld
van outsourcing met de overheid “
Brussel, 17 oktober 1997

Financieel Economische Tijd en
Caestecker, Lievens, Martens & Partners.

Slide 1



1) INLEIDING

De outsourcing van belastingsinning lijkt op het eerste zicht een contradictio in terminis te zijn. Wie aan de overheid denkt, denkt vrijwel onmiddellijk aan ‘belastingen’. In de perceptie van de bevolking lijkt belastinginning een typische kerntaak van de overheid te zijn. Nochtans blijkt uit de geschiedenis dat overheden pas vrij laat zelf hun belastinginning hebben georganiseerd.

De Franse historicus Fernand Braudel beschrijft hoe omstreeks het begin van de 18de eeuw vele overheden met vallen en opstaan onderzochten op welke wijze de belastingen het meest efficiënt en kosteneffectief konden worden geïnd in een maatschappij die bijzonder snel aan het veranderen was.

Land-eigendom en landopbrengsten werden stilaan verdrongen als eerste en voornaamste bron van inkomsten en dus van belastingen. De overheden moesten dan ook op zoek gaan naar andere manieren om bij hun reeds veelgeplaagde onderdanen meer belastingsgeld te kunnen vinden. Maar waar konden die nog gevonden worden in een samenleving waar vrijwel alles reeds belast was. Er bestond een vorm van wat nu in het modern jargon “road pricing” zou heten : op de drukste wegen werd het transport getaxeerd. Er bestond omzettaksen, er bestonden invoertaksen. Maar de baten waren laag. De kosten voor de inning daarentegen zeer hoog. Bovendien waren de producten, die getaxeerd werden, meestal ook levensnoodzakelijke goederen. De rest van de goederenproduktie, porselein, spiegels etc.. was immers ofwel te klein om te taxeren ofwel bestemd voor afnemers met ruime belastingvrijstellingen zoals de clerus en de adel.

Een voor de hand liggend product om te gaan taxeren was zout. Zout was in die tijd een van de belangrijkste consumptiegoederen voor de modale burger, het werd gebruikt in de meest uiteenlopende voedingswaren. De productie was bovendien relatief goed controleerbaar. Maar de belasting erop was zo hoog, dat het zout zelf zeer duur was. Zo duur dat, toen Lodewijk XIV besliste om de zoutbelasting nog maar eens te verhogen, dit leidde tot stevige rellen en boerenopstanden.

Slimme overheden gingen de weg op van wat wij in moderne taal noemen “efficiëntie-verbetering in het bestuurlijk apparaat”. Een treffend voorbeeld is de organisatie van de inning van de Engelse zoutbelasting. Ongeveer driehonderd jaar terug besliste de Engelse overheid om de inning van de zoutbelasting te ‘nationaliseren’. Voorheen werd de inning van belastingen vaak overgelaten aan het concreet initiatief van particulieren die optraden als geldschieters en financiers van de staat. Er bestonden immers vele systemen van wat wij noemen “alternatieve financiering” : wegen en bruggen bijvoorbeeld werden aangelegd en onderhouden door privé-personen, die daarvoor tol konden innen.

Op het einde van de 17e eeuw werd dat systeem in Engeland gewijzigd : voortaan zouden door de koning aangeduide, staatsambtenaren belastingen en accijnzen zelf gaan ontvangen. De bedoeling van deze nationalisatie was niet zozeer het opdrijven van de efficiëntie van de inning op zich, maar wel het stopzetten van de praktijk van de schaamteloze afroming van de inkomsten van de staat door de particuliere ontvangers. O ok vandaag durven kwatongen al eens beweren dat bv. notarissen al eens een oogje zouden dichtknijpen bij de bepaling van verkoopswaarden, zodat hun cliënt minder belastingen, maar iets meer ereloon betaalt. Blijkbaar was dit vroeger echter schering en inslag.

De nationalisering van de belastinginning in Engeland gaf automatisch aanleiding tot een fikse verhoging van de efficiëntie van de inning en dus van de belastingen, zonder de belastingdruk zelf te verhogen. Door de staatsinkomsten veilig te stellen kwam er in Engeland meer geld beschikbaar voor de koloniale oorlogvoering en de uitbouw van de infrastructuur voor de nakende industriële revolutie. Tegelijk bleef er voldoende geld in de private economie, waardoor langzaamaan de kapitalen werden verzameld, waarmee de geweldige investerings-push, die op gang kwam vanaf de jaren 1780 kon worden gefinancierd.

De andere grote staat van dat ogenblik, Frankrijk, wachtte nog veel langer om de stap tot nationalisatie te zetten. De openbare financiën hingen tot aan de Franse revolutie eveneens af van tussenpersonen die zorg droegen voor de ontvangsten. Deze belastingspachters stortten grote borgsommen, waarop zij dan rente ontvingen. Volgens de voorwaarden van hun contract betaalden zij een vast deel van hun belastingontvangsten uit aan de koning. In werkelijkheid ontving de koning slechts een fractie van de potentiële jaarlijkse inkomsten. De Franse monarchie was dan ook tot de vooravond van de Franse Revolutie overgeleverd aan particuliere belangen, omdat zij bleef vasthouden aan het principe van “outsourcing” van de belastingen.

Sinds die periode groeit bij vrijwel iedere staat de overtuiging dat belastinginning alleen door de overheid kan georganiseerd worden. En toch, tweehonderd en zeven jaar na de Franse Revolutie beslist de Vlaamse Regering om de inning van een gedeelte van haar belastinginning terug aan derden uit te besteden. Een wereldprimeur of een historische vergissing ? Hierop wil ik na deze historische inleidng wat dieper ingaan.

Eerst zou ik nader willen ingaan op de theorie van de outsourcing zelf. Vervolgens bekijken we dan de outsourcing van het Kijk- en Luistergeld zelf. En ten slotte kijken we naar de toekomst en vragen ons af of de Vlaamse Gemeenschap kan doorgaan op de weg van de outsourcing.



2) DE THEORIE VAN DE OUTSOURCING

Slide 2 : zelf doen vs outsourcen

Uitbesteden is een populair begrip geworden. In feite zijn vele mensen actieve ‘uitbesteders’. We besteden onze kinderen uit aan een onthaalmoeder, steeds meer gezinnen besteden een deel van het huishouden uit aan een poetsvrouw, iemand die de was en de strijk doet, iemand die de tuin onderhoudt... Het is voornamelijk tijdsgebrek, maar soms ook een gebrek aan competentie die steeds meer mensen aanzet tot de beslissing van het uitbesteden van diverse taken.

Kijken we naar het bedrijfsleven, dan neemt het fenomeen van de outsourcing echter meer spectaculaire proporties aan. Quasi alle functies die men in een organisatie kan onderscheiden, komen voor outsourcing in aanmerking. De vraag of dit een goede zaak is, hangt vaak af van het standpunt van waaruit men naar de feiten kijkt. Voor de uitbesteder zijn er ogenschijnlijk meer voordelen van uitbesteding te onderkennen dan voor hen die de functie die uitbesteed wordt vervullen. Nochtans zou ik vandaag eveneens willen benadrukken dat outsourcing ook positieve aspecten kan hebben voor deze laatsten.

Outsourcing kan worden gedefiniëerd als "de contractuele overdracht van een welbepaalde cluster van activiteiten naar een derde partij waarbij een aanzienlijk deel van de controle over de beslissingen over deze activiteiten of diensten wordt afgestaan aan deze derde partij". Daartegenover staat ‘insourcing’. Bij insourcing blijft een groot deel van de controle over de beslissingen bij de oorspronkelijke partij die haar activiteiten of diensten overdraagt. Meestal maakt men een meer praktisch onderscheid tussen out- en insourcing door te verwijzen naar het feit of de controle over de activiteiten buiten of binnen de organisatie wordt behouden.

slide 3 : welke vormen ?

Men kan vervolgens outsourcingcontracten als aankoopfenomeen verder gaan differentiëren naar de stijl en focus. De aankoopstijl varieert tussen twee uitersten.
Aan de ene kant zijn er de zuivere transacties die men afsluit: eenmalige contracten die reeds voldoende detail bezitten om als referentiedocument te dienen. Anderzijds zijn er aankopen van relationele aard te onderkennen die minder gedetailleerd zijn, maar waarbij beide partijen er van uitgaan langere tijd met elkaar zaken te doen.

Wat de focus betreft kan het input-aspect belangrijk zijn, en dan koopt de onderneming hardware, software of kennis in. Is men echter voornamelijk op output gefocused, dan verwacht de onderneming dat de leverancier vooraf gespecificeerde prestaties zal leveren.

Beide dimensies leveren ons een classificatieschema op dat u op de slide terug vindt.

Teruggrijpend naar onze eerdere definities zal u merken dat het insourcen zich eerder links van de 'zogenaamd neutrale' in-house positie bevindt en het outsourcen aan de rechterzijde. Met dit eenvoudige schema kan u alle vormen van uitbesteden positione-ren.
Als dusdanig hebben de dimensies praktische relevantie.

Met een buy-in strategie lossen organisaties tijdelijke noden in, zoals de aanwerving van programmeurs met specifieke expertise tijdens een project. Bij een contracting-out moet de leverancier in zijn totaliteit een resultaat aanreiken. Deze strategie is meest succesvol wanneer de onderneming haar noden kan definiëren in een waterdicht en volledig gedetailleerd contract.

Met een bevoorrechte leverancier worden relaties onderhouden om gebruik te kunnen maken van zijn expertise en faciliteiten. Bijvoorbeeld, een onderneming vraagt informatici aan een leverancier enkel op het moment dat ze er nood aan heeft. Op deze wijze bespaart de onderneming kostbare tijd om offertes aan te vragen. De leverancier, die optreedt voor meerdere opdrachtgevers, is verzekerd van een quasi-continue stroom van opdrachten. Met een bevoorrechte contract-out wil men - aan beide zijden - risico's beperken door gemeenschappelijke doelen na te streven.

De organisatie van de activiteiten die binnenshuis blijven is een cruciale taak, zelfs wanneer quasi 80% van de activiteiten is uitbesteed. Ondernemingen kunnen op lange termijn serieuze problemen ondervinden wanneer de volgende expertise niet meer binnenshuis aanwezig is:
* de expertise om de toestand van het eigen IT-potentieel in te schatten
* de expertise om de IT-noden zoals ze door het top-management worden ervaren te kunnen achterhalen
* en de expertise om op een geschikte wijze naar de markt gaan, offertes en contracten inzake de IT-sourcing te specificeren en de contracten op te volgen.

Nochtans stellen we meer en meer vast dat zelfs het opstellen van offertes wordt uitbesteed aan gespecialiseerde organisaties.


Slide 4 : welke IT-systemen ?

De volgende vraag die men bij overweging van outsourcing kan stellen is uiteraard de vraag: welke activiteiten komen voor outsourcing in aanmerking. Grosso modo vallen die voor de IT-functie uiteen in drie grote groepen: beheer, ontwikkeling en onderhoud van informatiesystemen. Meer specifiek gaat het dan over volgende activiteiten: PC-aankoop en onderhoud, training en ondersteuning, software-ontwikkeling, back-up systemen, telecommunicatienetwerken, software onderhoud, datacenter management, systeem architecturen.

Op welke wijze deze activiteiten zouden kunnen worden ge-outsourced hangt af van twee zaken: in welke mate zijn de activiteiten kritiek voor het succes van de organisatie en in welke mate worden de activiteiten gebruikt om zich te differentiëren van anderen. Voor kritieke differentiërende systemen wordt aangeraden om selectief een aantal activiteiten binnenshuis te behouden en andere uit te besteden onder de vorm van in- of outsourcing.

Men moet hierbij oppassen de kritieke differentiërende systemen niet al te snel te vereenzelvigen met gesofisticeerde high-tech-applicaties die geen enkele andere organisaties heeft. Een goed werkend financieel systeem met een degelijke informatietechnologische ondersteuning van de bv. de boekhouding en cash management is van onschatbare waarde voor onder andere onze Vlaamse overheid.

Slide 5 : welke contracten ?

De vorm die het contract tenslotte aanneemt kan eveneens variëren in functie van de specifieke noden van de organisatie. Voor welke contractvorm uiteindelijk gekozen wordt, hangt af van het antwoord op een aantal vragen. Enkele voorbeelden zijn de volgende:

* Willen we het product of de dienst in de verre toekomst nog zelf produceren?
* Kunnen we technologie of know-verkrijgen via licenties zodat we op continue basis verzekerd zijn van een zekere output?
* Kunnen we de dienst of het product al kant-en-klaar kopen en is dit houdbaar op langere termijn?
* Kunnen we gemeenschappelijk ontwikkelingsprojecten opzetten voor producten of diensten zodat we zeker zijn dat we het beste resultaat krijgen?

Het antwoord op deze vragen is relevant, maar een andere vraag blijft nog steeds onbeantwoord : waarom is dit alles nodig ? (Moeder,) waarom sourcen we ?

In grote lijnen kan dit als volgt beantwoord worden. Vele organisaties hebben onder economische druk hun diversifcatiestrategieën die populair waren in de jaren ‘70 en begin jaren ‘80 moeten opgeven om zich meer te focussen op kerncompetenties. Als gevolg daarvan kwam onmiddellijk de IT functie onder druk te staan. Topkaders beschouwen IT vaak als een niet-kern competentie (in welke ondernemingen zetelen IT-directeurs in de directieraad?). Men is veelal van oordeel dat IT leveranciers meer schaalvoordelen en technische expertise bezitten om IT-diensten te leveren.
Op basis van die redenering, expertise en kritische massa van de eigen IT-functie binnen de onderneming, worden leveranciers meestal dan ook beoordeeld zoals volgende slide aantoont (SLIDE). Te kleine IT-afdelingen met een middelmatige tot slechte expertise, daar wil men van af, dus wordt er ge-outsourced. Beschikt men daarentegen wel over een sterk bemand en professioneel kader dan kan dat enkel maar versterkt worden door bijkomende expertise in te sourcen.

Zonder hier in detail op in te gaan zijn er verschillende factoren die de outsourcing beslissing beïnvloeden. Deze factoren hebben zowel betrekking op zakelijke aspecten (zoals return on investment, competitieve voordelen door IT, strategische heroriëntatie van de activiteiten, ed.) als op meer technologische aspecten (uitbouw van een moderne IT-infrastructuur, upgrading van het informaticapersoneel, enzovoort)..

Outsourcing moet meer zijn dan kostenbesparend. Problemen lost men niet op door ze door te schuiven. Zo moeten slecht presterende entiteiten waarvoor outsourcing overwogen wordt, tegelijkertijd fundamenteel geanalyseerd en eventueel gere-engineered worden wat betreft hun interne processen. Ook de bestaansreden op zich van bepaalde functies moeten kunnen in vraag gesteld worden.

En hiermee komen we bij het volgende deel van uiteenzetting: wat betekent dit nu concreet voor de overheid, in casu de Vlaamse overheid ?

Slide 6 : OESO-tendensen

Overheden in OESO landen worden heden ten dage geconfronteerd met vragen die dwingend zijn en moeten beantwoord worden.

Er is een toenemende tendens waarneembeer tot loskoppeling of desaggregatie van overheidsorganisaties in kleinere onderdelen. We spreken dan van privatiseringen, verzelfstandiging en ook outsourcing. Hiermee samenhangend is er ook een trend naar decentralisatie van verantwoordelijkheden waarneembaar.

Ambtenaren worden verplicht hun administraties te managen zoals hun partners in de private sector. De overheidsmanager is daarbij aansprakelijkheid voor resultaten die door zijn administratie moeten bereikt worden. Door het afsluiten van persoonlijke contracten, zogenaamde prestatie-overeenkomsten, tussen bv. directeur-generaal en een bevoegde minister worden prikkels gegeven om een noodzakelijke mentaliteitswijziging door te voeren.

In deze overeenkomsten wordt niet enkel concreet omschreven welke outputs de overheidsmanager dient te leveren maar ook wat zijn verwachte bijdrage is aan ruimere maatschappelijke problematieken zoals bv. de mobiliteit, het milieu of de gezondheid.
Het vastleggen van de outputs of prestaties, en de beslissing waar en door wie ze zullen worden gerealiseerd, blijft de primaire bevoegdheid van de minister.

OESO-experten wijzen er op dat in vele landen de grootte van het overheidsapparaat, uitgedrukt in percentage van het BNP, te groot is. Ten tweede stellen zij dat kerntaken en niet-kerntaken van de overheid dringend herbekeken dienen te worden in die zin dat de diensten die de overheid momenteel zelf verzorgt eventueel ook in partnership met andere overheden en met de private sector kunnen worden uitgevoerd of zelfs in coproductie met de burger-klant.

Om tegemoet te komen aan deze bekommernissen moet elke overheid concreet nagaan hoe ze haar interne structuur en functioneren beter kan organiseren en financieren. De introductie van prestatiegerichte managementtechnieken zowel in de beleidsvoorbereiding, beleidsuitvoering als de beleidsevaluatie moeten hiertoe bijdragen.

Boeken zoals ‘Reinventing Government’ hameren op professioneel management, nadruk op outputs, expliciete standaarden en prestatiemaatstaven, ene grotere competitie tussen overheden en privé en bovenal het transfereren van managementprakijken uit de publieke sector. Christopher Pollit een Oxford academicus die momenteel een sabbatical leave heeft op de KU-Leuven wijst op de gevaren van deze opvattingen die hij onder het label 'new managerialism' categoriseert. De publieke sector heeft wel degelijk differentiële karakteristieken als de private sector. Wat de IT functie betreft stelt hij dat niet enkel de normen inzake rendabiliteit van informatiesystemen wel eens durven te verschillen, het zijn vooral de politieke en wettelijke kaders die maken dat het ontwikkelen en managen van IT in overheidsorganisaties een particuliere taak is. IT managers moeten onder een andere tijdshorizon werken dan hun collega's uit de private sector. Vaak zijn zij voor ontwikkelingsprojecten gebonden aan legislaturen.

Men kan zich ook vragen stellen in welke mate overheden wel het recht hebben om overheidstaken uit te besteden aan private organisaties. Verschillende auteurs wijzen op het gevaar van uitholling van de staat wanneer een aantal essentiële taken worden uitbesteed. Voorstanders van privatisering benadrukken efficiëntie, effectiviteit en klantentevredenheid als relevante criteria voor de selectie van de wijze van dienstverlening.

Er is echter een grote ‘maar’ : burgers zijn geen klanten. Klanten kiezen tussen producten, burgers hebben rechten en plichten en beslissen bovendien ook wat de overheid concreet moet doen met de ontvangen belastinggelden. De overheid heeft in het verleden vele taken op zich genomen, juist omdat de private sector ze niet kon of niet wilde op zich nemen. Hier botsen twee waarden met elkaar, met name rechtvaardigheid versus efficiëntie.

De organisatie van het overheidsapparaat en de mate waarin men daarin wil outsourcen hangt daarom strikt samen met de visie die een regering heeft op de wijze waarop zij haar overheidsapparaat wil organisaten. Landen zoals de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Australië en Nieuw-Zeeland steunen sterk op het marktprincipe. De private sector treedt in competitie met de overheid voor de uitvoering van essentiële overheidstaken, bv. het beheren van gevangenissen, hospitalen scholen, posterijen enz... .

Andere landen daarentegen steunen op andere fundamentele principes. Frankrijk is gebaseerd op een systeem van rechten. Als voorbeeld van de Latijnse traditie inzake overheidsmanagement zal het dan ook andere criteria hanteren bij outsourcing-beslissingen. België steunt eerder op een systeem van rechten en plichten. Het balanceert als dusdanig tussen verschillende alternatieve structureringswijzen.

In Vlaanderen opteert de Vlaamse regering voor ene meer marktgerichte aanpak, zonder evenwel fundamentele principes inzake rechtszekerheid van het overheidspersoneel te negeren. Toch merken we dat ook Vlaanderen meer en meer opschuift in de richting van het Angelsaksisch model met nadruk op een ‘competitive tendering en contracting’ van overheidsdiensten.

Het is hierbij uiteraard niet de bedoeling dat Vlaanderen een holle staat zou worden. Een aantal fundamentele vragen moeten we dan ook steeds voor ogen blijven houden. Deze vragen vormen ook de achtergrond voor de gevalstudie van de uitbesteding van het Kijk- en Luistergeld


3. DE OUTSOURCING VAN HET KIJK- LUISTERGELD

1. Het kijk- en luistergeld als financiële vergoeding voor een openbare dienst nl. radio en televisie

Het kijk- en luistergeld is bij iedereen bekend. Voor velen was het kijk- en luistergeld de tweede kennismaking met de fiscaliteit, na de ondertussen reeds verdwenen, fietsplaat. Toen de eerste spaarcenten aan een stereoketen werden besteed, diende tot voor de wet van 13 juli 1987, in de winkel een formulier voor het luistergeld ingevuld te worden.
Gelukkig kon vader of moeder dan wel als koper opgegeven worden zodat aan het luistergeld kon ontsnapt worden. Het Kijk- en Luistergeld is vergroeid met de medium radio en televisie. Beide zijn even oud. Radio en televisie maken was een taak die exclusief aan de overheid was voorbehouden. De financiering hiervan gebeurde door een specifieke belasting. Zo dateert de eerste wet van 20 juni 1930. In 1958, nauwelijks vijf jaar na de start van de openbare televisie, werd het luistergeld uitgebreid met het kijkgeld. Toen ook kleurentelevisie mogelijk werd begin jaren 70, werd een verhoogd bedrag voor een kleurentelevisie ingevoerd.

Het Kijk- en Luistergeld is geen louter Belgisch fenomeen. Het bestaat in de meeste Europese landen. In al deze landen was het de overheid die het initiatief nam om radio en televisie te maken. Radio en Televisie waren op het Europese Continent collectieve goederen waarvoor de Overheid moest zorgen.

In de volgende slide (SLIDE) kunt u vaststellen dat op Ijsland (heel kleine bevolking) en Oostenrijk na, België het hoogste kijk- en luistergeld heft van gans Europa.

In de Verenigde Staten waar radio en televisie steeds een privé-initiatief zijn geweest, bestaat geen Kijk- en Luistergeld. Ondertussen hebben ook in Europa radio en televisie hun statuut van collectief goed verloren. Het aantal commerciële zenders dat we ontmoeten bij het zappen, ligt hoger dan het aantal publieke omroepen. Het Kijk- en Luistergeld is dan ook verworden tot een gewone belasting. Er is geen rechtstreeks individueel aanwijsbare tegenprestatie van de overheid meer die evenredig is aan de betaalde som.

2. De eigen inning van het Kijk- en Luistergeld door de Vlaamse Gemeenschap

De inning van het Kijk- en Luistergeld werd in België toevertrouwd aan de Regie voor Telefoon en Telegrafie. Deze feitelijke toestand werd pas geregulariseerd bij Ministerieel Besluit van 31 december 1975.
De R.T.T. werd omgevormd tot “Belgacom” door de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. De Vlaamse Gemeenschap was niet echt ontevreden van de prestaties van Belgacom; maar echt tevreden was zij toch ook niet. De inningskosten vertoonden de neiging om continu boven de inflatie uit te stijgen. De geleverde informatie was schaars. Er bleven twijfels over de doeltreffendheid van de inning. De klantentevredenheid - belastingbetalers zijn immers ook klanten - was niet optimaal. Allemaal klachten die zo vaak geassocieerd worden met een overheidsorgaan.

Toen Belgacom, onder druk van de buitenlandse investeerders de beslissing nam om niet langer het kijk- en luistergeld te innen voor de Gemeenschappen, had men allicht gedacht dat de Gemeenschappen het bestaande personeel, de bestaande organisatie en de bestaande procedures zonder meer zouden overnemen - en zoals zo vaak bij de overheid gebeurt - zeer zachtjes aan wat zou moderniseren. Maar de Vlaamse overheid oordeelde er anders over. De Vlaamse regering nam, eind juli 1996, amper 11 maand geleden, de beslissing om de inning van het Kijk & Luistergeld uit te besteden. Deze beslissing werd genomen vanuit het oogpunt van efficiëntie. Niet minder, maar ook niet meer. Belastingen innen is eigenlijk geen kerntaak voor de Vlaamse overheid. De kerntaak van de overheid bestaat erin de samenleving te begeleiden op de weg naar een stabiele sociaal-economische groei. Daarvoor is geld nodig, dat is juist. Maar dat geld - de belastingen - is slechts een hulpmiddel om deze overheidsfunctie waar te maken. Dus is de eerste plicht van de overheid niet een belastingsadministratie uit te bouwen, maar om de belastinginning zo efficiënt mogelijk te organiseren.

Deels tegen de zin in van haar eigen administratie, besliste de Vlaamse overheid om het kijk- en luistergeld niet door de eigen administratie te laten innen, maar op zoek te gaan naar een privé-partner. De directe reden voor deze “outsourcing” was driedubbel. Binnen het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap was weinig know how aanwezig m.b.t. de inning van belastingen. Deze inning erbij nemen veronderstelde de uitbouw van een nieuwe structuur, die - zoals zo vaak gebeurt - dan meteen zijn eigen doelstellingen zou beginnen te volgen. Maar dat was niet de bedoeling van de Vlaamse Regering. Die was primair op zoek naar efficiëntie, doeltreffendheid en klantvriendelijkheid... elementen die weliswaar ook binnen een Ministerie kunnen uitgebouwd worden, maar er vaak langzamer tot stand komen.

Ten tweede was de informatica-omgeving van de Dienst Kijk- en Luistergeld zwaar verouderd. Er diende in elk geval een nieuwe toepassing voor de inning en invordering uitgewerkt te worden. Ook dit is een activiteit die aan een derde moet uitbesteed worden.

Ten derde wijken de personeelsstatuten van de Dienst Kijk- en Luistergeld en het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap zo sterk van elkaar af dat het quasi-onmogelijk was om de bestaande personeelsleden van de Dienst Kijk- en Luistergeld via de weg van geleidelijkheid te integreren binnen de bestaande structuur van de Vlaamse overheid.

Dit alles leidde tot de beslissing om de inning toe te vertrouwen aan een bedrijf, dat in staat was grote belastings-applicaties te schrijven op korte termijn, de noodzakelijke bedrijfsorganisatorische bekwaamheden in-huis had en kansen bood aan het bestaande personeel zich in een nieuwe bedrijfsomgeving en bedrijfscultuur te kunnen ontplooien.

Dit was geen makkelijke beslissing. Voor de inning van belastingen is outsourcing juridisch immers niet zo evident. Door de jaren heen is er een wetgeving en jurisprudentie gegroeid, waardoor een belasting, die terecht een prerogatief is van de wetgevende macht, quasi automatisch met een overheidstaak wordt geassocieerd. En zelfs al zou bedrijfslogica stellen dat het aangewezen is om taken over te dragen aan een contractant, de wetgeving primeert hoe dan ook.

Het recht holt wel voortdurend achter de feiten aan, maar men kan er niet omheen. De taken die de wetgevende macht uitdrukkelijk aan de uitvoerende macht delegeert, komen dus niet voor outsourcing in aanmerking. Daarom zullen de aanslag, de controle, de inning zelf en de dwanginvordering dan ook niet aan een derde kunnen worden toevertrouwd. Maar wat wel kan, is deze taken limitatief te bekijken en de ondersteunende en administratieve taken, die wel door een derde kunnen waargenomen worden, binnen de wettelijke grenzen, maximaal te omschrijven. Dat is wat de Vlaamse Regering heeft gedaan : de ondersteunende taken werden zo ruim mogelijk omschreven in het bestek.

Voor deze taken diende de inschrijver bereid te zijn een resultaatsverbintenis of prestatieovereenkomst te onderschrijven. Want al is de toegevoegde waarde van de contractant relatief beperkt, ca. 500 mln F. /per jaar, de schade, die de Vlaamse Gemeenschap kan oplopen indien de contractant zijn verplichtingen niet of relatief slecht nakomt, zijn veel groter en lopen op tot 15 mld F. per jaar, dertig maal groter dan de contractwaarde. De klassieke boete, die erin bestaat een deel van de vergoeding in te houden, had dan ook geen zin. Dus moesten er strikte prestatieverbintenissen worden opgelegd, met draconische strafbepalingen als deze prestaties niet behaald worden.

Het vervolg kent iedereen. Op basis van de resultaten van harde concurrentie en al even harde onderhandelingen besliste de Vlaamse regering op 28 januari 1997, exact vijf maand na haar princiepsbeslissing om de inning te outsourcen, het contract voor een periode van 5 jaar toe te wijzen aan Cipal.

Gedurende een eerste periode van twee jaar zal de Vlaamse Gemeenschap het bestaande personeel van de Dienst Kijk- en Luistergeld “huren” van de Belgische Staat en deze personeelsleden aan Cipal ter beschikking stellen. Vanaf het derde tot en met het vijfde jaar draagt Cipal de volledige verantwoordelijkheid en moet ze zelf instaan voor de aanwerving en betaling van het personeel.

Het is uiteraard nog te vroeg om het echte resultaat van deze operatie te kunnen beoordelen. Toch spreken enkele cijfers nu reeds voor zich. Aan Belgacom diende de Vlaamse Gemeenschap in 1995 ongeveer 435,6 miljoen BEF (excl. BTW) te betalen voor de inning. Het jaar 1999 is eerste jaar dat de volledige lasten door Cipal dienen gedragen te worden. Daarbij werd met Cipal een vast bedrag overeengekomen van 346,9 miljoen BEF of zo’n 90 miljoen minder. Bovendien stegen de bedragen van Belgacom jaarlijks met om en bij de 4%. In het contract met Cipal wordt enkel de personeelskost jaarlijks geïndexeerd volgens het regime dat van toepassing is voor de personeelsleden die in openbare dienst werken. De volgende slide geeft de vergelijking tussen Cipal en Belgacom aan :



Daarenboven investeert de Vlaamse Gemeenschap in een eigentijdse IT-toepassing voor de inning van belastingen. De toepassing kan - in een latere fase - ook voor andere belastingen worden gebruikt.

U zult ongetwijfeld ook reeds gemerkt hebben dat ook de strijd tegen het zwartkijken één van de elementen is van het outsourcingscontract. Cipal kreeg op de opdracht mee om anti-fraude technieken te ontwikkelen en een mediacampagne te organiseren. In het kader van de fraudebestrijding slaagde Cipal erin met de hulp van het media-advies bureau MERS de ontduiking in Vlaanderen in kaart te brengen. Ik geef hier als voorbeeld Vlaams-Brabant (SLIDE).


De voertuigen van de controleteams werden uitgerust met een on-line verbinding met de centrale computer in Aalst. Er kan dus onmiddellijk worden vastgesteld wie betaalt en wie niet betaalt. De combinatie van de kaarten en de moderne communicatie-apparatuur maakt een doelgerichte controle mogelijk. De gemeenten met de hoogste fraudepercentages zullen eerst gecontroleerd worden. Binnen deze gemeenten kan verder gedifferentieerd worden naar de straten met de meeste ontduiking. Deze controles zijn momenteel aan de gang en zullen in de komende maanden worden opgevoerd.

Zoals u ongetwijfeld weet, loopt momenteel loopt ook een mediacampagne. In een eerste fase werd een mediamix samengesteld uit een televisiespot op de BRTN, advertenties in de dag- en weekbladen, folders en affichettes. Deze middelen zijn er in de eerste plaats op gericht de belastingplichtige te informeren en degenen die nog niet betalen aan te zetten om te betalen. Aanmelden kan via een centraal telefoonnummer. Moesten er onder u zijn die tot hiertoe “vergeten” zijn te betalen, die kunnen bellen naar het nummer : 0900-10203.



Ik wil nog wel eens benadrukken dat er geen sprake is van een formele amnestie. Wie tijdens een controle tegen de lamp loopt, betaalt de normale boete. Ook de volgende jaren zal verder gewerkt worden aan de verfijning van de controlemethoden. Er wordt naar gestreefd om de doelgerichtheid van de controle zo groot mogelijk te maken.

4) HISTORISCHE VERGISSING OF WERELDPRIMEUR ?

Ik denk dat ik mag stellen dat de outsourcing van het Kijk- en Luistergeld een succes mag genoemd worden. We zijn er in geslaagd om op zeer korte tijd nl. nu ongeveer een jaar, de dienst te outsourcen, de continuïteit werd verzekerd nl. op 1 oktober lag voor sommigen het aanslagbiljet in de bus, hetwelke nu verstuurd was door Cipal en niet meer door Belgacom; de strijd tegen de ontduiking werd beloftevol ingezet.

Met het oog op de uitvoering van de motie van het Vlaamse Parlement m.b.t. de fiscale autonomie en dan in bijzonderheid m.b.t. de inning van de eigen gewestbelastingen, wens ik binnen de Vlaamse regering concreet overleg te plegen over de mogelijkheden tot een verderschrijdende uitbesteding van de inning van Vlaamse belastingen. Zeker wanneer in een volgende staatshervorming opnieuw belangrijke delen overgeheveld worden naar de Gewesten en Gemeenschappen en mogelijk zelfs volledig nieuwe belastingscategoriën, moeten wij durven denken, hoe wij de belastinginning optimaal kunnen organiseren. Een doorgedreven informatisering, wellicht in een autonome entiteit, die aan de concurrentie moet onderworpen zijn, is wellicht een sleutelfactor in het welslagen van deze operatie. Of het helemaal op dezelfde manier moet georganiseerd worden, valt nog te bekijken. Elke belasting heeft zijn of haar kenmerken. Klakkeloos kopiëren, is steeds gevaarlijk. Zo zal er, wat bij het Kijk- en Luistergeld niet mogelijk was, moeten gestart worden met de vereenvoudiging van de belasting zelf. Het aantal vrijstellingen, verminderingen en uitzonderingen moet worden teruggedrongen of verleend worden op basis van objectieve criteria. Ik denk aan leeftijd, aantal kinderen, ... Vanuit deze vereenvoudigde belastingsstructuur moet dan gezocht worden naar de meest optimale oplossing. Hierbij moet rekening gehouden worden met alle elementen. Bij het Kijk- en Luistergeld wezen deze in de richting van outsourcing. Maar geen enkele techniek is zaligmakend op zich, ook outsourcing niet.

De Vlaamse overheid heeft opnieuw aangeknoopt bij een praktijk van voor de Franse revolutie nl. de outsourcing van belangstingsontvangsten. Deze praktijk gaat terug op de oudheid, denken we maar aan het Bijbelse verhaal van de tollenaar. Een historische vergissing was deze terugkeer naar de geschiedenis zeker niet. De outsourcing van het Kijk- en Luistergeld was een succes. De resultaten van de eerste eigen inning van de belastingen zijn positief. Het Vlaamse Parlement en de Vlaamse regering hebben beslist om op deze weg verder te gaan. Outsourcing zal hierbij een middel zijn, maar is geen doel op zich.

Ik dank u.
Brussel, Martelarenplein: start anti-ontduikingscampagne kijk- en Luistergeld - oktober 1997
Edited: 199710000931
Vlaams Minister Wivina Demeester, team leader Jos Franken (CIPAL), Hedwig Vanderborght (MVG), Lucas Tessens (Media Expert Research System) en enkele anderen. De campagne kreeg ruime aandacht in de media. Aangiften konden gebeuren via het call center bij SITEL.
Persconferentie start anti-ontduikingscampagne Kijk- en Luistergeld - minister Wivina Demeester - Yves Hantson - René Pelckmans / in de combi van KLG
Edited: 199710000930
Martelarenplein Brussel
LT
PC's in basisscholen
Edited: 199707160914
*FAXBERICHT • FAX MESSAGE

To: Kabinet van de Vlaamse Minister van Onderwijs, ter attentie van dhr Marc Wouters, Secundair Onderwijs & Informatica-projecten, Mar¬telaarsplein 7, 1000 - Brussel
From: Lucas TESSENS, Bestuurder/Research Director MERS
Date: 19970716
Ref: PC's in basisscholen
Pages (this one included): 1+2+3
Tel: 02-227.21.26 (RL)
Fax: 02-227.27.05



Geachte Heer Wouters,


Aansluitend bij ons telefoongesprek doe ik u hierbij de 10 "bouw¬stenen" geworden die wij aan de evaluatie van de Minister-President voorleg¬den in ons schrijven van 19970715.

Het voornemen van de Vlaamse regering om een substantiële investering te realiseren in het basisonderwijs juich ik toe. Dit ligt in het verlengde van hetgeen het "Studiesyndicaat Nieuwe Diensten via Kabel" (GIMV/¬Vlaamse Gemeenschap) in 1994 voorstelde (het MERS schreef de draft-opdracht voor dit studiesyndicaat en maakte deel uit van de werkgroep) en wat leidde tot Telenet. Het komt er immers op aan de jongeren van de vaardigheden en de middelen te voorzien om een maximaal nut uit de informatiesnelwegen te putten. In een economie die tendeert naar "gewichtloosheid" (des¬industrialisering) is dit voor het vrijwaren van de werkgelegenheid van cruciaal belang.

Tevens zend ik u een nota die de activiteiten van het MERS belicht.

Het MERS wil via de voorgestelde "task force" (punt 1) of op een andere manier een bijdrage leveren aan dit toekomst¬gerichte project.

Met hoogachting,




Lucas TESSENS
Bestuurder/Research Director

(uittreksel uit ons schrijven van 19970715 aan de Minister-President)

Ziehier 10 BOUWSTENEN die wij voor een efficiënte aanpak zien:

1

Installatie van een task force (max. 8 mensen) ter begeleiding van het gehele project. Voorzien van secretariaats-ondersteuning en een budget voor deze task force. Overleg met uw collega L. Van den Bossche.

2

Contacten met leveranciers van hardware teneinde maximale sponsoring te voorzien voor nieuwe pc's; gebruik maken van gerecycleerde pc's en betere organisatie van het recyclage-proces; vastlegging van de mini¬mum-basiscon-figuratie van de te gebruiken pc's (CPU 80386DX).

3

Keuze van de software: o.i. heeft Microsoft een zodanige voorsprong ge¬nomen dat men moet kiezen voor de programma's 'Word' voor het nieuwe lezen/schrijven en 'Excel' voor het nieuwe rekenen, alles in Windows-om¬geving; Vlaanderen zou een mega-licentie voor het basison¬derwijs moeten bedingen.

4

Onmiddellijke start van een korte (minder dan 20 uur) en practisch gerichte lerarenop¬leiding voor pc: het zou o.i. een vergissing zijn te denken in de richting van een specifieke pc-leraar; de 'pc-vaardigheid' wordt best geïnte¬greerd in de lessen Nederlands en rekenen omdat dan de link kan gelegd worden met de klas¬sieke lees-, schrijf- en reken¬methodes.

5

Onmiddelijke start van een middelgroot project in een 200-tal basis¬scholen (zo'n 5.000 pc's), provinciaal gespreid; vastlegging van een gefaseerd plan voor een totaal-dekking van het basisonder¬wijs tegen 2002.


6

Avondgebruik van de pc-klassen voor bijscholing, al dan niet betalend (criteria uitwerken).

7

Gefaseerde inkoppeling van 'Telenet' in de scholen en toelevering van Internet over Telenet; afsluiten van een mega-contract.


8

Installatie of renovatie van de interne kablering in scholen waardoor het project gebruik kan maken van servers; inzet van de know how van de kabelmaatschappijen (bijna alle intercommunales); afsluiten van een mega-contract voor toelevering van kabels (coax/fiber).


9

Jaarlijkse grondige evaluatie en bijsturing van het project tijdens een open studiedag mét publicatie van de resultaten en verspreiding via de media.


10

Instellen van een prijs voor de school met de beste pc-basisopleiding (ince¬n-tive op het project).
TESSENS Lucas
Nota aan de Minister-President
Edited: 199707150915
De heer Luc Van den Brande
Minister-President
Martelaarsplein 19
1000 - BRUSSEL


Antwerpen, 15 juli 1997


Betreft: "Het ogenblik is aangebroken om 'Vlaanderen-Europa 2002' te herijken. Daarbij moeten we nieuwe inhoudelijke klem¬tonen leggen. Het volstaat niet langer dat onze kinderen goed kunnen rekenen en schrijven. Zij zullen ook meertalig moeten zijn, maar ze zullen ook moeten kunnen rijden op de informatiesnelweg. We zullen een belangrijke extra inspan¬ning doen om in een meer¬jarenprogramma er voor te zorgen dat alle leerlingen van het zesde leerjaar evengoed kunnen omgaan met een pc als met een boek." (uit uw officiële 11 juli-redevoering)




Geachte Heer Minister-President,




Bovenstaande passage uit uw 11 juli-redevoering heeft onze speciale aan¬dacht getrokken. Proficiat! Zeer terecht plaatst u lezen, rekenen en pc-vaardigheid op één lijn. Een nieuwe vorm van analfabetisme ("digi¬betisme") steekt de kop op. Enkel een practische opleiding die gebruik maakt van training en routine zal kunnen verhinderen dat deze kwaal onze jongeren aantast.

In 1994 hebben wij uw kabinet en daarna de GIMV geadviseerd aan¬gaande de te nemen stappen inzake de kabel (interconnectie van de verzor¬gingsgebieden en creëren van de terugweg). Dit leidde tot Telenet.
Toen hebben wij binnen het "Studiesyndicaat Nieuwe Diensten over de Kabel", waarvan wij in januari 1994 overigens de draft-opdracht schre¬ven, een lans gebroken voor een maatschappelijke en culturele benade¬ring van de infor-matiesnelwegen.


Aansluitend bij Telenet werd 'Medialab' opgestart. Ook hierover dienden wij het Kabinet van advies. Wij kunnen ons echter niet van de indruk ontdoen dat 'Media¬lab' al te theoretische blijft, cirkelend binnen de universitaire milieus.
Het is van essentieel belang:
• de risico's van een gebrek aan pc-vaardigheid onder ogen te zien;
• pragmatische oplossingen aan te reiken;
• de oplossingen te coördineren.
Die oplossingen liggen zeer zeker in de onderwijssfeer.

Niemand twijfelt aan de noodzaak om onze kinderen te leren lezen, schrijven en rekenen. Maar zij die er nog aan twijfelen dat ook het kunnen werken met een pc een basisvaardigheid is, worden best wan¬delen gestuurd.

In deze materie moet men snel en doortastend tewerk gaan. Zo moeten we de kinderen niet gaan vervelen door uit te leggen welke de com¬ponenten van een pc zijn of hoe een pc werkt. Je leert ook geen wagen besturen via weten¬schap over de ontploffingsmotor of de functie van een versnellingsbak.

Ziehier 10 BOUWSTENEN die wij voor een efficiënte aanpak zien:

1

Installatie van een task force (max. 8 mensen) ter begeleiding van het gehele project. Voorzien van secretariaats-ondersteuning en een budget voor deze task force. Overleg met uw collega L. Van den Bossche.

2

Contacten met leveranciers van hardware teneinde maximale sponsoring te voorzien voor nieuwe pc's; gebruik maken van gerecycleerde pc's en betere organisatie van het recyclage-proces; vastlegging van de mini¬mum-basiscon-figuratie van de te gebruiken pc's (CPU 80386DX).

3

Keuze van de software: o.i. heeft Microsoft een zodanige voorsprong ge¬nomen dat men moet kiezen voor de programma's 'Word' voor het nieuwe lezen/schrijven en 'Excel' voor het nieuwe rekenen, alles in Windows-om¬geving; Vlaanderen zou een mega-licentie voor het basison¬derwijs moeten bedingen.

4

Onmiddellijke start van een korte (minder dan 20 uur) en practisch gerichte lerarenop¬leiding voor pc: het zou o.i. een vergissing zijn te denken in de richting van een specifieke pc-leraar; de 'pc-vaardigheid' wordt best geïnte¬greerd in de lessen Nederlands en rekenen omdat dan de link kan gelegd worden met de klas¬sieke lees-, schrijf- en reken¬methodes.

5

Onmiddelijke start van een middelgroot project in een 200-tal basis¬scholen (zo'n 5.000 pc's), provinciaal gespreid; vastlegging van een gefaseerd plan voor een totaal-dekking van het basisonder¬wijs tegen 2002.


6

Avondgebruik van de pc-klassen voor bijscholing, al dan niet betalend (criteria uitwerken).

7

Gefaseerde inkoppeling van 'Telenet' in de scholen en toelevering van Internet over Telenet; afsluiten van een mega-contract.


8

Installatie of renovatie van de interne kablering in scholen waardoor het project gebruik kan maken van servers; inzet van de know how van de kabelmaatschappijen (bijna alle intercommunales); afsluiten van een mega-contract voor toelevering van kabels (coax/fiber).


9

Jaarlijkse grondige evaluatie en bijsturing van het project tijdens een open studiedag mét publicatie van de resultaten en verspreiding via de media.


10

Instellen van een prijs voor de school met de beste pc-basisopleiding (incen-tive op het project).




Geachte Heer Minister-President, begin 1994 schreven wij zoals gezegd de draft-opdracht voor het "Studiesyndicaat". Vandaag bieden wij onze diensten aan onder de vorm van een nieuw project ("PC? Kinderspel").

Eerstdaags zal ik met Mevrouw Yvette Delameilleure contact opnemen teneinde met u een gesprek te kunnen vastleggen.


Met bijzondere Hoogachting,






Lucas TESSENS
Bestuurder/Research Director
LT
Kijk- en luistergeld zorgt voor druk jaar.
Edited: 199701281015
Tekst voor het CIPAL-jaarverslag 1997

Kijk- en luistergeld zorgt voor druk jaar.

In het najaar 1996 schreef de Vlaamse overheid een offerteronde uit voor de outsourcing van de inning en de invordering van het kijk- en luistergeld. Veertien kandidaten, onder wie enkele wereldreuzen, schreven in.
Tot nog toe viel de inning van deze taks onder de bevoegdheid van Belgacom.
Na een zware onderhandelingsronde kwam CIPAL als de beste uit de bus en op 28 januari 1997 werd een contract voor 5 jaar getekend. De overeenkomst is verlengbaar met een nieuwe termijn van 5 jaar.
De opdracht is omvangrijk want zij bestaat niet alleen uit de informatisering maar omvat ook het gehele management en de totale reorganisatie van de Dienst.
Op 27 maart leverde CIPAL de Due Diligence in bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Hierin werd de toestand van de Dienst omstandig beschreven.
Op 28 maart ging in de gebouwen van de Dienst Kijk- en Luistergeld te Aalst een ontmoeting met de 176 personeelsleden door. CIPAL stelde in heldere taal de doelstellingen en de verantwoordelijkheden voorop. De dienst kreeg meteen een nieuwe huisstijl en ook een klaar 'mission statement'. De toon voor de nieuwe aanpak was gezet.

Op 1 april nam CIPAL dan het management in handen en duidde dhr Jos Franken, adjunct van de directeur-generaal, aan als project-verantwoordelijke. Het aanwezige management werd evenwel erkend en vlot ingeschakeld in de nieuwe werking. De reorganisatie startte onmiddellijk.
Op 1 juni startte de IT-training van het personeel. De talrijke instanties waarmee het Kijk- en Luistergeld in verbinding staat (Dienst Inschrijvingen Voertuigen, Rijksregister, kabelmaatschappijen, etcetera) werden gecontacteerd en ingelicht over de nieuwe procedures.

Op 1 september nam CIPAL de gehele informatica-verwerking van Belgacom over. De verzending van 2.108.486 betalingsformulieren vanaf 1 oktober betekende de vuurdoop.

Op 1 oktober gaf Vlaams Minister Wivina Demeester - De Meyer het startschot voor een mediacampagne (pers, TV, folders, internet-site) ter bestrijding van de ontduiking. Men had immers vastgesteld dat het aantal kabelabonnees in Vlaanderen hoger lag dan het aantal geregistreerde TV-houders. Ook de bezitters van niet aangegeven autoradio's vormden een doelgroep.


KERNCIJFERS PER 1.1.97
HUISHOUDENS 2.335.718
KABELABONNEES 2.194.105
GEREGISTREERDE TV-HOUDERS 2.038.804
PERSONENWAGENS 2.589.298
GEREGISTREERDE AUTORADIO'S 1.827.013
TOTAALOPBRENGST 1996 15,7 miljard

De campagne leverde op twee maand tijd meer dan 70.000 nieuwe aangiften op. Een schot in de roos voor al wie de rechtvaardigheid in fiscaliteit ter harte neemt.

Gedurende het jaar 1998 moet de reorganisatie geconsolideerd worden. Het vertrek van tientallen personeelsleden, die gebruik maken van de Belgacom-uitstapregeling, mag de werkzaamheden in geen geval verstoren. Aanwervingen zijn alvast geprogrammeerd. Verder wordt in 1998 de matching van de bestanden van de kabelmaatschappijen met het KLG-bestand opgevoerd om de nog steeds bestaande ontduiking verder terug te dringen. Tenslotte sleutelt CIPAL aan een geheel nieuwe computertoepassing voor de inning. Deze wordt operationeel vanaf 1 januari 1999.




In ieder geval mag gezegd worden dat CIPAL erin geslaagd is twee verschillende bedrijfsculturen op een nieuwe noemer te brengen en in harmonie te laten samenwerken. Zulks vergt de inzet van veel menselijk kapitaal en dit blijkt in onze organisatie ruim voorhanden te zijn.




LT/1998-01-28
TESSENS Lucas
Telenet - Lange aanloop (gepubliceerd in Trends Top Informatica 1997)
Edited: 199700001001

De geboorte van Telenet is recent. Toch mogen we niet vergeten welke lange geschiedenis eraan vooraf is gegaan. In feite behoort de gehele uitbouw van de teledistributie sinds 1970 tot de aanloopperiode. Nergens ter wereld heeft men op zo'n grote schaal aan bekabeling gedaan als in België.
Het aantal abonnees van dit netwerk groeide van 213.350 abonnees in 1972 tot 3.657.648 eind 1996. In Vlaanderen zijn er vandaag zo'n 2,2 miljoen kabelabonnees, na correctie voor seizoenabonnees in de kustgemeenten geeft dit ongeveer 91 % van de huishoudens.

De groei viel vanaf de jaren tachtig onder de 5 % om sinds 1995 onder de één procent te duiken. De komst van VTM, dat sinds februari 1989 exclusief via de kabel te ontvangen is, zorgde in Vlaanderen nog voor een korte groeistoot. Tegelijk bond VTM de abonnee als het ware aan de kabelmaatschappijen. Dit is ook één van de redenen waarom privé-schotelantennes in België een randfenomeen bleven. VTM was voor de kabel een geschenk uit de hemel. Hieruit is alvast een les te trekken: inhoud is een sterk bindmiddel tussen hardware en consument.

Twee factoren verklaren kabelsucces: de kabel bracht bijkomend entertainment onder technisch voortreffelijke omstandigheden en tegen een lage prijs naar een kijker die meer dan ooit tevoren over koopkracht en vrije tijd beschikte. Een aansluiting op de kabel en het kiezen van programma's vergde van de eindgebruiker ook geen speciale vaardigheden, een voordeel wanneer men een technisch massaproduct op de markt gaat neerzetten.

In België zijn er via Belgacom zo'n 4,7 miljoen vaste telefoonaansluitingen actief. De telefoon was nuttig zonder meer maar men kon er weinig plezier aan beleven. Telefonie leverde niet meer dan een relatieve bereikbaarheid op. Ook is het opvallend dat antwoord- en faxapparaten zo traag ingang vonden in ons land. Telefonie heeft bovendien het nadeel dat een intensief gebruik ook meteen de rekening de hoogte injaagt. Na honderd jaar kent de telefoon een nieuwe boom dankzij de GSM, die mobiliteit toevoegt aan bereikbaarheid. Een paar jaar na de introductie lopen 800.000 Belgen met een zaktelefoon rond en bij de eeuwwisseling zouden het er twee miljoen kunnen zijn. Ook een zekere vorm van snobisme heeft de spectaculaire groei aangestuurd: een GSM-toestel aan de broeksband suggereert belangrijkheid van de omgorde.
De meest opvallende evolutie die bij de kabel te bemerken viel, was het stijgend aantal geleverde programma's: van negen in 1972 naar meer dan dertig vandaag. Vooral de opkomst van de satelliet-tv-stations vanaf het midden van de jaren tachtig heeft hiertoe bijgedragen.

Rond 1990 groeide bij de kabelmaatschappijen dan het besef dat de sector een saturatieniveau had bereikt. Eens de laat op gang gekomen bekabeling van Limburg achter de rug, ging de groei van het aantal abonnees zich uitdrukken in tienden van procenten. Bovendien zorgde een streng prijsbeleid, een lage inflatie en een tanende koopkracht (drop outs) voor een markt waaruit de 'rek' weg was.

De kabelmaatschappijen - over het algemeen samenwerkingsverbanden tussen gemeenten, de intercommunales - waren echter niet bij machte om complementaire markten te gaan bespelen. Enerzijds ontbrak het aan strategisch inzicht, anderzijds zorgde de probleemloos geïnde kabelfrank voor een zekere gemakzucht. Een redelijke groei van de dividenden in de gemeentebegroting was meestal voldoende om 'avonturen' of nieuwe inzichten in de kiem te smoren. Bovendien waren de gas- en vooral de elektriciteitsbelangen van de intercommunales veel lucratiever. Een enkeling zoals Electrabelkabeldirecteur Norbert De Muynck was een roepende in de woestijn.

Het voorbeeld van FilmNet, sinds eind 1985 actief op de markt met een betaaltelevisiekanaal, dat maar niet op break-evenpositie geraakte, versterkte de trend van voorzichtigheid. Een segmentatie van het programma-aanbod werd uitgesteld wegens onzeker.

AL GORE. In januari 1993 zond de aantredende Vice-President Al Gore een duidelijk signaal uit. Internet, en netwerken in het algemeen, zouden de wereld veroveren. Ook Europa raakte in de ban van dit toekomstbeeld en de information highways werden constanten in toespraken. Op het Europese continent was een sterke penetratie van de breedbandige kabel enkel in de kleine, dichtbevolkte Benelux een realiteit. Hier stond men dus het dichtst bij die highways. In vele andere landen diende men nog te beginnen. Niet te verwonderen dat een echt Europees kabelbeleid in feite nooit bestaan heeft vóór het jaar 1994.

LAPPENDEKEN. In maart 1993 heeft het MERS in een rapport over de Vlaamse mediasector ("De Vlaamse Media"), opgesteld voor het Kabinet Van den Brande, gewezen op de "massale onderbezetting van de mogelijkheden van de kabel". Ook de structuur van de teledistributiesector kwam in het rapport uitgebreid aan bod. De verzorgingsgebieden van de 21 kabelmaatschappijen vormen op de kaart van Vlaanderen een 'lappendeken'.
In augustus 1997 besliste Leuven dan nog om tegen 1999 via Iverlek III een nieuw kabelnet in de stad uit te bouwen, in rechtstreekse concurrentie met het bestaande net van Radio Public. Versnippering was altijd al het meest opvallende kenmerk van de sector.
Het rapport bepleitte een interconnectie van de verzorgingsgebieden. Een signaal, te Maaseik ingespoten, zou dan in De Panne ontvangen moeten kunnen worden. Weg met de muurtjes, leve de ontsluiting!
Het Vlaamse teledistributienetwerk is ongeveer 53.000 km lang. Het zijn de kabels die men langs de gevels en op palen ziet. Slechts een klein deel ligt ondergronds. Het distributienetwerk wordt gevoed door circa 11.000 km primair net, vertrekkend vanuit de zogenaamde kopstations. De verhouding tussen beide delen van het TVD-netwerk ligt op ongeveer 5 km distributienet voor één km primair net. Het aantal abonnees per kilometer distributienet varieert enorm omdat de ene kabelmaatschappij actief is in een stedelijk gebied en de andere in een rurale streek. We hebben te maken met een vork van 31 (PBE) tot 74 (Integan) abonnees per km. Dit heeft natuurlijk zijn gevolgen voor de return on investment (ROI) bij ingrepen op het net die het telefonierijp moeten maken. De fasering in de ombouw van het net (de plaatsing van terugwegversterkers, e.d.) zal normaal de ROI-logica volgen.
Statutair gezien zijn er vier soorten kabelmaatschappijen: de zuivere en de gemengde intercommunale, de privé-maatschappij en de gemeentelijke regie. Eind 1996 was zo'n 67 % van de abonnees aangesloten bij gemengde intercommunales, het samengaan van gemeenten en Electrabel. De zuivere intercommunales namen 31 % van de abonnees voor hun rekening.
Electrabel werd en wordt gedomineerd door Franse maatschappijen. Deze situatie stond haaks op de Vlaamse verzuchtingen die neergelegd waren in het zgn. 'verankeringsbeleid'. Het differentiëren van het kabelgebruik (welzijnsalarmering, telecontrole, video op aanvraag, enzovoort) zou meteen ook een versterking van de Fransen in de plots strategisch genoemde kabelsector betekenen. Anderzijds moest een kabelbeleid oog hebben voor de gemeentelijke autonomie, iets waaraan zowel de zuivere als de gemengde intercommunales sterk gehecht zijn. Een al te autoritair optreden van de Vlaamse regering of van het coördinerende GIMV tegenover de gemeenten kon vlug in het verkeerde keelgat schieten. Dansen op eieren leek een makkelijker bezigheid.

SPRAAKMAKENDE TELEFONIE. Een resem adviezen vulde het MERS-rapport van maart 1993 aan. Luc Van den Brande mag als de echte 'vader' van het Telenetproject worden bestempeld, want in oktober 1993 kondigde hij in zijn beleidsbrief de oprichting aan van een 'Studiesyndicaat Kabel'. In januari 1994 werd het MERS verzocht om een draft-opdracht voor dit studiesyndicaat uit te schrijven (zie ook onze vrije tribune in Trends van 13.1.1994 on de titel Koop de kabel ! ). Vervolgens kreeg de Gewestelijke Investeringsmaatschappij (GIMV) de taak toegewezen om de werkzaamheden van het onderzoeksteam te coördineren. De kabelsector was voor de GIMV onbekend terrein. De overheidsholding had aanvankelijk absoluut geen klare kijk op de mogelijkheden, al wil men dat vandaag niet meer toegeven. In juni 1994 kwam de werkgroep een eerste keer bijeen. In de prille beginfase lag het niet in de bedoeling om telefonie over het kabelnetwerk te gaan doen. Die optie kwam er een maand later, in juli 1994, en het is nog steeds niet uitgemaakt wie die optie heeft doorgedrukt. Een direct gevolg van die keuze was dat een vertegenwoordiger van Belgacom uit de werkgroep geweerd werd.
De 'hype' rond de liberalisering van de spraaktelefonie vanaf 1998 heeft zeer zeker bijgedragen tot het kiezen van de telefoniepiste. Het eindrapport van het Studiesyndikaat kwam er, rekening houdend met de draagwijdte van wat voorgesteld werd, ontzettend vlug. Ook de Vlaamse regering heeft qua decision making alle records gebroken, want op 26 oktober 1994 reeds was het eindrapport van het SNDKT in de Ministerraad goedgekeurd en was Telenet beleidsmaterie geworden. Vlaamse beleidsmaterie weliswaar. In telecomland was nog nooit zo hard gefietst. Ook de federale regering was op snelheid gekomen en werd onverhoeds geconfronteerd met een pril Vlaams telecombeleid dat roet in het eten kon gooien bij de gedeeltelijke privatisering van het nationale Belgacom. Telenet drukte de prijs van de Belgacomaandelen, zo werd beweerd. Het communautaire duiveltje liet zijn staart zien!

De verantwoordelijkheid die men op zich laadde was enorm: zowel de samenwerking tussen de kabelmaatschappijen als de financiering van het Telenetplan waren een uitdaging van formaat. Ook op technisch vlak diende men een wereldprimeur uit te dokteren. Het distributief opgebouwde kabelnetwerk (point - multipoint) zou drager worden van zowel televisiesignalen (het klassieke gebruik) als van spraaktelefonie, een per definitie punt-tot-punt-aangelegenheid. Dit laatste veronderstelt dat men over de kabel een zogenaamde 'terugweg' vanuit de huiskamer naar een schakelpunt creëert. De diverse schakelpunten moeten met elkaar verbonden worden door glasvezelkabels met hoog debiet.
Megacentrales worden gebouwd in volgende 7 gemeenten: Hoboken (Antwerpen), Brugge, Kortrijk, Gent, Brussegem (Asse), Leuven en Hasselt.

GEVOLGEN. Aangezien de keuze voor telefonie over de kabel zoveel aandacht en knowhow vereiste, is het verklaarbaar dat de multimediatoepassingen, waarvoor de kabel eigenlijk het meest aangewezen is, naar achter werden geschoven. De concurrentie met het federale Belgacom, inmiddels opgenomen in een internationaal consortium (met Ameritech, Singapore Telecom en Tele Danmark), stond in het brandpunt van de belangstelling. De intrede van US West, één van de Amerikaanse Baby Bell's, in Telenet moest tegelijk voor cash en voor de zo noodzakelijke technologiepush zorgen. De aanspraken van bijvoorbeeld Alcatel, met de belangrijke Bellvestigingen te Antwerpen en te Geel, waren daarmee zo goed als teruggefloten. Daar werd meteen geschermd met het zo gevoelige punt van de werkgelegenheid. Later werd Alcatel wel als leverancier aangesproken. Maar achter de schermen bleef het 'verankeringsdossier' toch een sleutelrol spelen. Bij de keuze van de telefoniepartner heeft men zeer zeker geopteerd voor een verre Amerikaan, liever dan voor een nabije Fransman. Of de knowhow van US West inzake kabeltelefonie zo uniek was, valt te betwijfelen. Immers, de ervaring die US West via haar dochter Telewest had opgebouwd in Groot-Brittannië was gestoeld op het gebruik van de klassieke telefoonkabel (twisted pair) naast de klassieke teledistributiekabel (coax). In de UK duwt men dus twee kabels bij de abonnee binnen. In feite kan men zeggen dat nooit eerder een telefonieproject op zo'n grote schaal was uitgetest waarbij televisie- én telefoniesignalen over één en dezelfde kabel getransporteerd werden. In de latere engineeringfase zou blijken dat de technische uitdaging groter was dan verwacht en dat nog veel labowerk nodig was om het netwerk effectief te doen functioneren.

FINANCIERING. De financiële inspuiting die Telenet vergde werd door het SNDKT geraamd op 47 miljard BEF, te spreiden over 15 jaar. Het project oversteeg daarmee niet zozeer de financiële slagkracht van Vlaams kapitaal, maar vooral het durfpotentieel dat in onze contreien aanwezig is. Ook de al te zwakke want versnipperde organisatie van het Vlaamse kapitaal kwam hiermee aan het licht. De gemengde kabelintercommunales hebben zich via een ingewikkeld financieringssysteem laten indekken door Electrabel. Hierdoor kunnen de gemeenten blijven rekenen op de klassieke kabeldividenden en toch meesnoepen van zodra telefonie begint op te brengen. Voor dit ontwijken van risico betalen de gemeenten natuurlijk een prijs. In feite trekt Electrabel haar dominante positie die zij in kabelland al had nu ook door binnen de kabeltelefonie. De dimensie van het investeringspakket en van de risico's moest haast onvermijdelijk leiden tot een dans tussen groten. De onderhandelingen om de aandeelhouders bijeen te krijgen hebben uiteindelijk tot september 1996 geduurd.

BELGACOM ALERT. Straks krijgt het oude en grote - maar op wereldvlak onbeduidende - Belgacom dus te maken met een Vlaamse concurrent. Bij Telenet wil men niet zoveel kwijt over hoe men die concurrentie gaat aanvatten. Men zou de nationale operator met prijsverminderingen te lijf gaan, zo werd in januari 1997 nog gezegd.
Die marketingkeuze was cruciaal én gevaarlijk. Mocht dit waar zijn geweest dan onderschatte men het ontwakingsproces dat Belgacom sinds 1992 heeft doorgemaakt. De periode van Bessel Kok mag dan turbulent geweest zijn, zij heeft aangetoond dat de revolutie niet aan Belgacom zou voorbijgaan. Ook heeft Belgacom heel wat concurrentie-ervaring opgebouwd met het GSM-dossier en heeft het bewezen snel een draadloos netwerk uit de grond te kunnen stampen. Belgacom is dus alert en kan putten uit de opbrengsten van de klassieke en de moderne mobiele telefonie. Dat Telenet en Mobistar gedoemd zijn om samen op te tornen tegen Belgacom-Proximus lijkt volgens sommigen dan ook een evidentie. Mobistar geeft toe dat er gepraat wordt.
Wat er ook van zij, met zijn 139 miljard BEF omzet in 1996 is Belgacom een geducht concurrent voor Telenet en eerstgenoemde zou wel eens een langere 'prijsadem' kunnen hebben dan Telenet.
In augustus '97 laat men een ander geluid horen. "Telenet start waar ISDN stopt", klinkt het nu. Daarmee wisselt het geweer van schouder: de diensten en de breedbandigheid worden naar het voorplan geschoven. Ook in de sfeer van de aangeboden eindapparatuur zou Telenet voor een verrassing zorgen.


BREEDBANDIGHEID EN MARKETING. Natuurlijk geeft Telenet niet al zijn troefkaarten zomaar bloot. De ultrasnelle toegang tot (een selectief gedeelte van) internet is zo'n troef. Deze dienst wordt aangeboden onder de benaming 'Pandora'. Hierbij worden een aantal databanken ingeladen in een zogenaamde proxi-server die rechtstreeks op het breedbandige fiber-coax-netwerk (HFC, hybrid fiber coax) van Telenet is aangekoppeld. De bottle neck van het smalbandige klassieke telefonienet wordt daardoor omzeild. Een maandabonnement op Pandora kost 1.500 BEF en dat bedrag dekt ook alle communicatiekosten. De eenmalige installatiekost, inclusief de kabelmodem, bedraagt 10.000 BEF. De testfase is veelbelovend. Toch komen we hier bij de sleutelkwestie rond Telenet: hoe haal je uit de breedbandigheid van het gebruikte netwerk een comparatief voordeel op Belgacom? We zitten dan dicht bij de vraag welke inhoud er in de proxi-server moet worden gestopt. Die kwestie wordt op statistische basis opgelost. Internetsites die veel geconsulteerd worden, komen bovenaan het lijstje om ingeladen te worden in de proxi-server. Het kijkcijfer gaat ook hier dus een cruciale rol vervullen. Probleem blijft de extreem lage penetratie van internet in Vlaanderen.
De proxi-server zal in feite een draaischijf worden van door derden aangeboden inhouden. De digitalisering van alle informatie-inhouden en van de gehele entertainmentproductie opent perspectieven die in het begin van de XXIste eeuw voor een ware revolutie zullen zorgen. Heel ons cultureel erfgoed en alle onderwijspakketten worden immers gemakkelijk transporteerbaar over die netwerken. Dit is geen droom. De vraag is niet meer of dat soort informatiemaatschappij eraan komt, wél hoe snel het zal gaan.
Dit facet van Telenet wordt voorlopig nog op de achtergrond gehouden. Het gehele project is nog al te zeer techno-driven om met zulke kwesties bezig te zijn.

BIG BROTHER? Een voorbeeld toont aan hoe maatschappelijk en hoe ethisch de aangelegenheid wel kan worden. Neem nu de affaire Dutroux. De wanstaltigheid ligt natuurlijk in de aard van het delict zelf. Maar ligt ze niet evenzeer in het gebrek aan communicatie? Is het verstoppertje spelen van politiediensten en parketten niet misdadig? Hoe zwaar weegt de verantwoordelijkheid op het beleid indien men de technologie niet inzet daar waar ze moet ingezet worden? Quid indien men opteert voor geslotenheid i.p.v. voor openheid in een zo essentieel dossier als de burgerlijke veiligheid?
Het al dan niet inschakelen van performante netwerken en databases is vandaag geen technologische optie, maar een maatschappelijke én dus een politieke. De trage maar gestage popularisering van internet heeft voor velen duidelijk gemaakt dat afstand niet langer een rol speelt in de informatieoverdracht. De afstand tussen Brussel en Buenos Aires is even kort als die tussen Luik en Charleroi. Na miljoenen jaren drijven de continenten terug naar elkaar toe. Nu het technische 'non possumus' van de baan is geveegd, wordt in de discussie vrij vlug geschermd met gemeenplaatsen zoals Big Brother en privacy. Maar de maatschappelijke evolutie is van die aard dat vandaag enkel criminele organisaties en financiële sjoemelaars profiteren van het niet-bestaan van goed georganiseerde computernetwerken waarin op gecontroleerde manier wordt omgegaan met vitale veiligheidsinformatie. De breedbandigheid én dus de snelheid waarmee enorme pakketten via Telenet getransporteerd kunnen worden, zijn morgen argumenten om de beleidsmakers tot creativiteit en het afleggen van verantwoording te dwingen.

ONDERWIJS EN PC-VAARDIGHEID. Een laatste teer punt ligt in het opleidingsniveau van het publiek. Waar haalt de gewone burger straks de vaardigheid vandaan om met ingewikkelde eindapparatuur om te gaan? Worden de installatieprocedures sterk vereenvoudigd? Wat investeren we in opleiding en begeleidende communicatie? Wanneer confronteren we onze kinderen met de pc: op 4, op 6 of pas op 12 jaar? Welke software maken we hen eigen? Of moet dit debat niet gevoerd worden en klaart in de markt alles vanzelf uit? De 11-juli-toespraak van Luc Van den Brande is terzake vrij radicaal. Tegen 2001 wil de Vlaamse regering alle jongeren van 12 jaar een pc-opleiding bezorgen. Het prijskaartje bedraagt 2 miljard BEF. Een peulenschil. Toch schrikken sommigen van een investering van enkele duizenden franken per leerling. Net alsof opleiding een luxe zou zijn. Allerminst. Een maatschappij in mutatie kan het zich niet permitteren eenzijdig te kiezen voor een technologiestoot zonder onderwijsverandering. Indien een bedrijf zoals Belgacom met miljarden het grootste intern herscholingsprogramma in België gaat realiseren, dan moet dat toch een niet mis te verstaan signaal zijn dat opleiding vitaal is. Telenet krijgt pas echt zin als het een rol gaat spelen in een breed sociocultureel kader. Pure telefonie met enkele ingenieuze toeters en bellen vormt een te smalle basis om de markt te bekoren.
TESSENS Lucas
Vlaamse Audiovisuele Regie - VAR.V.A.R. - Korte Historiek
Edited: 199511011695
Korte historiek :

Het zgn. "mini-dekreet" van 13 juni 1990 voorziet in de mogelijkheid van reklame op radio en sponsoring op televisie (openbare zender) . Op 18 juli 1990 tekent de BRTN met VUM de ontwerp-overeenkomst om de VAR als publiciteitsregie op te richten. Op 10 augustus 1990 wordt de oprichtingsakte ondertekend; dhr Marc Appel wordt benoemd tot afgevaardigd bestuurder . De VAR heeft een kapitaal van 100 miljoen BEF waarvan 50 volstort; BRTN (BTWnummer : 244.142.664) onderschrijft 55 %, VUM 45 %. Op 6.9.1990 wordt dhr Cas Goossens benoemd tot voorzitter van de raad van bestuur en wordt de maatschappelijke en administratieve zetel verplaatst van Groot-Bijgaarden naar Sint-Stevens-Woluwe. Op 1 oktober 1990 worden de eerste reklameboodschappen op de BRTN-zenders uitgezonden. Op 11 november 1991 start het continu (CLO) luisteronderzoek op met de dagboektech¬niek. Op 27 november 1991 beslist de Raad van Be¬stuur om de zendtijd voor radioreklame uit te breiden. Op 18 december 1991 wordt het takenpakket van de VAR uitge¬breid (merchandising en rechten). Op 31.12.1991, na 15 maand werking heeft de VAR 710 miljoen bedrijfsopbrengsten geboekt waarvan 590 miljoen BEF naar de BRTN gaan. Op 28 januari 1992 maakt de BRTN bekend met een nieuw radionet te zullen starten . Uitgevers en VTM protesteren : VTM droomt immers al jaren van een radiostation voor Vlaanderen (zie hoger). Administrateur-generaal van de BRTN, dhr Cas Goossens, plaatst Radio Donna - zo heet het nieuwe radiostation - in het kader van de problematiek van de openbare omroep. Hij verklaart zich tot voorstander van een ruime commerciële armslag voor de BRTN. Op 28 maart 1992 gaat Radio Donna dan in de ether. In mei 1992 verkoopt de VAR haar eerste 'open scherm' : daluren op tv worden verkocht aan derden. In september 1992 sluit de VAR een akkoord met een aantal vrije radio's uit 48 Vlaamse gemeenten, verenigd onder de koepel van de Belgische Radio Maatschappij (443.945.937), om hen via een combinatietarief met de BRTN-radio's de publiciteitsacquisitie te vergemakkelijken. De VAR neemt ook de dossiers voor co-produktie en cofinanciering van BRTN-programma's onder haar hoede, welke door de BRTN 'de randmogelijkheden van het decreet' genoemd worden. In juli 1993 komt de VAR tot een akkoord met Roularta om samen de Regionale Audiovisuele Regie op te richten; de RAR verzorgt de publiciteitsacquisitie van TV-Brussel (later wordt ook een akkoord gesloten met Audio Video Studio, AVS) . De participatie in de RAR zal echter opgenomen worden door Sydes, dochter van de VUM, en niet door de VAR (zie ook het overzichtsorganogram in de bijlagen). Sinds het nieuwe decreet van 15 december 1993 is het de VAR ook toegelaten privé-sponsoring voor de BRTN-televisie te werven.

Bestuursmandaten :
Voorzitter : Dhr Cas Goossens
Afgev. Best. : Dhr Marc Appel
Bestuurders : Dhr Jan Ceuleers
Mevr. Carla Galle
Dhr Thomas Leysen
Dhr Jan Scheerlinck
Dhr Petrus Thys
Dhr Guy Vanhengel
Dhr Toon Van Overstraeten
Dhr Piet Van Roe
Dhr Guido Verdeyen
Dhr Frans Vreys
Comm.-rev. : Marcel Asselberghs & Co
TESSENS Lucas
Beknopte historiek van De Persgroep (tot 1995) - Uittreksel uit 'De Vlaamse Media. Een sector in de stroomversnelling'
Edited: 199511001461
Beknopte historiek :

Op 7.6.1888 wordt te Brussel het dagblad Het Laatste Nieuws gesticht ter gelegenheid van de wetgevende verkiezingen van 12.6.1888. Het blad, dat slechts twee pagina's telde, wordt verkocht tegen een prijs van 2 cent ("centenblaadje"). De eerste nummers verschenen onder leiding van een comité onder wie Julius Hoste sr (°Tielt, 25.1.1848 - +Brussel, 28.3.1933). Onmiddellijk na de verkiezingen zet vader Hoste de publikatie van het nieuwe dagblad alleen verder. Daarin polemiseerde hij hevig tegen de klerikalen, de franskiljons en het sociale onrecht. In 1897 wordt het dagblad De Nieu¬we Gazet gesticht. In 1900 richt Julius Hoste te Brussel het dagblad 'Vlaamsche Gazet' op, bedoeld voor de liberale intelligentsia. In 1914 verdwijnt dit dagblad. Tijdens WO I vallen ook de persen van Het Laatste Nieuws stil. Na de eerste wereld¬brand wordt vader Hoste opgevolgd door zijn zoon, Julius Hoste junior. Hoste jr had aan de VUB rechten gestudeerd en deed er zich door zijn welsprekendheid opmerken in de Vlaamsgezinde kringen. Hij gaf de krant een volkser en gematigder karakter en mede daardoor steeg de oplage pijlsnel (van 63.000 in 1919 naar 285.557 in 1939). Julius Hoste jr wordt in 1936, als extra-parlementair, minister van Onderwijs in de regering Van Zeeland; in 1937 treedt hij in de regering Janson; tijdens WO II hij als staatssecretaris in de regering Pierlot te Londen. Na WO II wordt hij liberaal senator tot aan zijn plotse overlijden op 1.2.1954. Slechts dan wordt de NV Uitgeverij Hoste opgericht en dit onder leiding van dhr Albert Maertens. Voordien was Het Laatste Nieuws immers de persoonlijke eigendom van Julius Hoste jr. Op 3.5.1955 komt ook de "Stichting Het Laatste Nieuws" tot stand; die stichting moet - aldus de wens van de overledene - waken over het behoud van de geest en het eigen karakter van het blad. De schoonzoon van Julius Hoste jr., dhr Frans Vink, treedt aan en wordt weldra directeur-generaal van de uitgeverij.

Op 7.11.1957 koopt Uitgeverij Hoste 90 % van de aandelen van De Nieuwe Gazet (Antwerpen), die tot dan toe in handen waren van de Burton Uitgeverij NM (familie Burton), en vertrouwt de leiding van De Nieuwe Gazet toe aan dhr Frans Grootjans.
Op 12.12.1958 wordt Zondag¬nieuws door Uit¬geverij Hoste gelanceerd. Op 1.5.1962 lan¬ceert men het week¬blad Kwik. Op 12.7.1963 versmelt de Burton Uitgeverij De Nieuwe Gazet volledig met de NV Uitgeverij Hoste. Op 7.1.1967 wordt het Franstalig weekblad Sport door Hoste gelanceerd. Op 18.1.1967 verschijnt de nederlandstalige tegenhanger Sport. In 1969 wordt het weekblad Telstar door Het Laatste Nieuws gelanceerd. In 1971 grijpt een fusie plaats tussen twee weekbladen van de Hoste-groep: Telstar wordt opgeslorpt door Zondagnieuws. In 1976, na het faillissement van de Standaard-groep, kan de groep Maertens-Van Thillo-Brébart, een aantal weekbladtitels kopen van de curatoren. Hieronder Ons Volk, Chez Nous, Echo de la Mode, e.a. Aanvankelijk had deze groep ook voorstellen gedaan om, parallel aan de redding van de dagbladen van de Standaardgroep door dhr A. Leysen en co, een oplossing te zoeken voor de weekblad-poot, inclusief personeelsovername, 677 man, en koop van de infrastructuur. Voor de weekbladen kon toen echter geen 'waterdicht schot' met het verleden worden gecreëerd wegens panden op titels. In de jaren daarna gaat het niet goed met de Uitgeverij Hoste. Het Laatste Nieuws lijkt een beetje ingedommeld en is duidelijk aan een herpositionering toe tegenover Het Nieuwsblad van de Standaardgroep. Over het boekjaar 1984 lijdt Hoste zelfs plots een recordverlies van 117 miljoen BEF. Ook de weekblad-poot Het Rijk der Vrouw/Femmes d'Aujourd'hui wordt continu geplaagd door hoge verliezen (-164 miljoen in 1983, -347 miljoen in 1984, -17 miljoen in 1985) en genereert bijgevolg geen enkele return voor Hoste. (zie onze balansanalyse van eind oktober 1986 zoals medegedeeld aan de voorzitter van de NFIW)
In de jaren tachtig verzet Uitgeverij Hoste zich heftig tegen elk plan om commerciële tv in Vlaanderen op te starten. Dit niettegenstaande het feit dat binnen de Vlaamse Executieve de liberale coalitiepartner hard aan de kar duwt om het project doorgang te doen vinden. Door toedoen van de familie Van Thillo en op aandringen van niet aflatend protagonist Jan Merckx wordt de uitgeverij toch bij de plannen van de Vlaamse Media Maatschappij betrokken en op 28.11.1987 behoort de groep dan toch tot de medeoprichters van VTM. Ondertussen werd wel op 15.11.1984 het weekblad Dag Allemaal door de NV Sparta op de markt gebracht. Dit weekblad zou gaandeweg, en parallel met VTM, tot een succes zonder voorgaande uitgroeien. In januari 1989 neemt de groep Hoste De Morgen op. Deze overname wordt volbracht onder het mandaat van dhr Rik Duyck, directeur-generaal. Op 17.9.1989 fusioneren Dag Allemaal en Zondag Nieuws inhoudelijk. Op 5.9.1990 gaan de titels Het Rijk der Vrouw en Femmes d'Aujourd'hui over in handen van de Internationale Uitgeversmaatschappij (IUM). Tengevolge hiervan stopt Publicité d'Aujourd'hui vanaf 1.1.1991 met zijn aktiviteiten. Kiosk, behorend tot de groep IP-Havas, neemt de regie van Dag Allemaal en van Joepie in handen (verder verzorgt Kiosk de acquisitie van reklame voor Le Moniteur de l'Automobile/Autogids, Ciné Télé Revue, Téléstar, 7 Extra, Top Santé, Goed Gevoel, Time en Madame Figaro). De keuze van deze regie is strategisch van aard en heeft alles te maken met de druk op de magazine-tarieven vanwege de aankoopcentrales voor publiciteit ('centrales d'achat') die in de jaren tachtig ook in België tot wasdom zijn gekomen. Ook het aanbieden van een nationale dekking - een klassieke vraag van de adverteerders - is een belangrijke drijfveer geweest. In 1990 verkoopt Frans VINK zijn 33%-aandeel in de groep Hoste aan de Van Thillo's. In hetzelfde jaar vervangt de zeer jonge Christian Van Thillo Rik Duyck aan het hoofd van de groep. Op 20.6.1991 wordt de ASAR-drukkerij met 320 werknemers op bekentenis failliet verklaard na een ingewikkelde herstruktureringspoging tussen Aurex, Finimco, Edibel en met hulp van de GIMB (Brussels Gewest). De laatste jaren gaat het goed met de groep en worden er voor Het Laatste Nieuws/De Nieuwe Gazet oplagestijgingen genoteerd (zie bijlage). Op 19.2.1993 wordt het verlieslatende Lotus Reizen - reisagent met 23 kantoren - verkocht was aan United Professionals rond de Antwerpse investeerder Paul Pierre. Hoste bevestigt hiermee de wil om zich uitsluitend op de 'core business' te richten. Medio november 1993 komt hoofdredacteur Karel Anthierens over van Het Volk (zie aldaar).
De vennootschap raakte eind 1993 betrokken bij de alliantie 'Belgian Multimedia' (Hoste, Belgian Media Holding, Concentra, Rossel-Le Soir, telecom-groep US West ) die de uitgave van de 'Gouden Gids' wilde gaan realiseren maar Belgacom besliste zelf als uitgever te gaan optreden. Begin mei 1994 stopt De Persgroep het project "De Week" (weekendkrant genre Sunday Times) in de koelkast. Tijdens het WK-voetbal '94 (juni-juli) verkoopt HLN zijn Limburgse editie aan 20 i.p.v. aan 26 BEF hetgeen bij Het Belang van Limburg uiteraard niet in goede aarde valt. In augustus 1994 verklaart De Persgroep geïnteresseerd te zijn in samenwerkingsverbanden met 'Het Volk'. In september 1994 start HLN in de provincie Oost-Vlaanderen met een grootscheepse promotiecampagne, ondersteund door VTM-spots, waarbij men stafkaarten van de provincie in het dagblad aantreft.

De NV De Nieuwe Morgen, opgericht op 15.1.1987, is de uitgever van het dagblad 'De Morgen', gesticht op 1.12.1978 door NV De Roos, een uitloper van het faillissement van 'Volksgazet' . De vennootschap groeide uit het faillissement van de SV De Morgen die op 30.10.1986 de boeken neerlegde. De SV De Morgen had op 1.6.1981 al de aktiviteiteiten van de NV De Roos overgenomen en werd tot 19.3.1985 op de persen van Het Licht te Gent gedrukt. Op die datum komt het dagblad uit in tabloid-formaat en wordt gedrukt op de persen van Nevada-Nimifi. Tengevolge daarvan moet Het Licht eind 1985 de boeken neerleggen. Het noodlijdende dagblad werd midden januari 1989 door Hoste overgenomen en verschijnt sinds 1.1.1991 op groot formaat aangezien het gedrukt wordt op de persen van Hoste. De onderhandelingen daarover dateren van medio 1988 toen eens temeer gebleken was dat de financiële toestand fel achteruitging. De helft van de titel, in het bezit van de NV Studin werd op 16.1.1989 overgedragen aan de NV De Nieuwe Morgen voor een symbolische frank. De tweede helft van de titel, in het bezit van de CV D.O.P. werd op 19.12.1989 omgezet in kapitaal (inbreng in natura) ten belope van 4 miljoen frank. Op 1.7.1991 werd de editie 'Vooruit' (°1884) opgegeven. Op 4.12.1991 neemt Dhr Paul Goossens ontslag als hoofdredacteur maar blijft editorialist. Dhr Piet Piryns volgt hem op. Eind 1992 ontstonden moeilijkheden tussen de leiding van Hoste en de redactie over het afsluitingsuur van de kopij (dead-line). Sindsdien is er van de NV Drukkerij Het Volk een aanbod gekomen om de krant te gaan drukken. De gesprekken hierrond zijn nooit gefinaliseerd (noteer dat het samenwerkingsverband tussen Hoste en De Morgen liep tot eind 1993). Ondertussen heeft de hoofdredactie ontslag genomen en werd redacteur Walter De Bock aangesteld tot hoofdredacteur a.i. 1993 was niet goed voor De Morgen. De Morgen ging stelselmatig achteruit qua betaalde verspreiding en de merkreklame stagneerde op een te laag peil (zie grafiek in de bijlagen). In 1993 hebben wij dan ook volgende stelling naar voor gebracht : "Naar onze mening zou De Morgen overigens beter af zijn in een WEEKBLADFORMULE. De redactionele aanpak leent zich ook uitstekend om die stap te zetten. De opiniewaaier hangt immers niet - zoals traditionalisten onterecht menen - samen met de periodiciteit van een medium. Reeds in november 1986, ten tijde van het faillissement van De Morgen, hadden wij deze idee gelanceerd. Als overgangsmaatregel zou men de perssteun die De Morgen nu geniet kunnen blijven uitkeren. Bedrijfseconomisch lijkt ons de weekbladformule veel haalbaarder omdat het break-even-point veel lager ligt dan in de dure dagbladformule." Begin 1993 heeft De Morgen aan Andersen Consulting een beleidsadvies gevraagd. Het is onbekend of deze doorlichting veel resultaat heeft opgeleverd.

Tegenover ons bevestigde het management van De Persgroep medio februari 1994 nogmaals dat de verkoopintentie voor De Morgen gehandhaafd blijft. Hoste houdt De Nieuwe Morgen overigens buiten de consolidatiekring omdat "de aandelen uitsluitend gehouden worden met het oog op latere vervreemding" .
Terwijl de andere dagbladen op 1.10.1993 hun prijs voor een los nummer verhoogden bleef De Morgen staan op 30 BEF. Op 12.10.1993 houdt de 'Antwerpse De Morgen' (°1.3.1983) op te bestaan. De overnamegesprekken raakten in het slop.
Voor de eerste drie maanden van 1994 meldt De Morgen een licht gestegen verkoopcijfer (23.783 ex.), voornamelijk te wijten aan een stijging van het aantal abonnementen. Medio september 1994 verklaart dhr Christian Van Thillo dat de verkoop van De Morgen geen prioriteit meer is voor de Persgroep. Terzelfdertijd raakt bekend dat de krant per 1.10.1994 een nieuwe hoofdredacteur krijgt : Humo-journalist Yves Desmet (°1960), die vroeger ook al bij De Morgen werkte als politiek verslaggever .
Sindsdien gaat het qua verkoop beter met De Morgen. In de periode juli 1994 - juni 1995 werden gemiddeld 27.161 ex. verkocht. Het dagblad moet echter een relatief hoge gedrukte oplage (39.455 ex.) in de markt zetten om de verkoop te ondersteu¬nen. Met een verspreidingspercentage dat op 68,8 % ligt scoort De Morgen het laagst van alle Vlaamse dagbladen. Gezien de gestegen papierprijzen is dit een kwalijke zaak. De vastgestelde zwakte kan vele oorzaken hebben maar wijst toch in de richting van een moeilijk verlopende fidelisering van de lezer.


Noot over het faillissement van Volksgazet:
Op 14.7.1978 waren de vennootschappen Excelsior en Ontwikkeling, resp. drukkerij en uitgeverij van het socialistische dagblad 'Volksgazet' (°3.6.1914 - +18.7.1978) in faling verklaard. De rechtbank van koophandel bracht bij vonnis van 27.7.1978 de datum van staking van betaling op 14.1.1978, de klassieke 6 maanden. Een nieuwe vennootschap 'De Roos', opgericht enkele dagen na het faillissement kreeg van de curatoren de toelating om de uitgave verder te zetten tot 15.9.1978. Problemen met de overname van personeel en het niet vrijgeven van de titel leidden echter tot de definitieve stopzetting van de uitgave op 18.7.1978. (uit : X, De teleurgang van Volksgazet, in : De Pers/La Presse, nr 98, Brussel, BVDU/ABEJ, juli 1978, blz. 7). Zie ook : VAN WASSENHOVE, Ph., (De) Volksgazet, (onuitgegeven verhandeling), RITCS, Brussel, 1979, 248 blz. (dit goed gedocumenteerde werk, geschreven kort na het verdwijnen van 'Volksgazet', bevat bovendien een uitgebreid bronnenoverzicht) (ref MERS 19790426).
TESSENS Lucas
Perexma: een beknopte historiek
Edited: 199506120961
Beknopte historiek :

De NV Perexma wordt, na een grondige markt¬studie over de haalbaarheid van een televi¬sieblad in Vlaanderen, op 2.5.1969 (BS 17.5¬.1969) opgericht. Het is een joint-ven¬ture van NV De Vlijt en NV De Standaard. Het ka¬pitaal bedraagt 4 MBEF en is verdeeld in 4000 aandelen. Op 6.6.1969 verschijnt het eerste nummer van 'TV-Ekspres' dat ook 'TV-Strip' van de IUM integreert. De gehele re¬dactie¬ploeg van 'Zondagmorgen' was overgeno¬men voor de start van het blad.
Op 25.5.1976 wordt dhr J. Merckx benoemd tot beheerder-directeur. Deze benoeming wordt op 27.8.1976 bevestigd. Tussen die twee data was de Stan¬daard¬groep in faling gegaan en werden tal van ven¬noot¬schappen, behorend tot de groep, meege¬sleurd. Perexma kon de dans ontsprin¬gen voorna-melijk omdat de verweven¬heid met de schuldpositie van de groep onbe¬staande ble¬ek. VNU, dat toen al een bod deed op Per¬exma, greep naast de kans wegens het bestaan van voorkoop¬rechten binnen de Raad van Be¬heer.
In 1977 wordt ZIE, voorma¬lige 'Zon¬d¬ags¬vriend', van De Vlijt ingelijfd bij Per¬exma en wordt de inhoud geleidelijk ge¬lijk¬ge¬schakeld met die van TV-Ekspres. Op 2.5.¬1978 (buitengewone alge¬mene verga-dering) worden volgende aandelen-aantal¬len geteld : dhr Impens (570), dhr Westen (570), dhr Stevens (570), dhr Van Assche (1140), dhr Jan Merckx (570), dhr Antoon Sap (570), Handels¬blad - eveneens behorend tot de oude Stan¬daard¬groep - (9). Tijdens diezelfde ver¬gade¬ring wordt beslist de aan¬delen, tot dan toe op naam, om te zetten in aandelen aan toon¬der. Op 1.6.1981 lanceert Perexma 'TeVe-Blad', een mini-magazine. Dat geschiedt enkel in de provincie Limburg en blokkeert daarmee een gelijkaardig initia¬tief van VNU. Op 6.5.1985 worden op de alge¬mene ver¬gade¬ring volgende aandelen-aan¬tallen geteld : dhr Impens (20), dhr Stevens (20), dhr Westen (102), dhr Vertongen (1), Handelsblad (8), Fi¬nimtrust Luxembourg (80¬0). Op 28.10.¬1987 wordt VTM opgericht en Perexma partici¬peert voor 11,11 %. Voorzit¬ter van de Raad van Bestuur van VTM wordt dhr J. Mer¬ckx.
In 1988 verkoopt dhr Albert De Smae¬le , voorma¬lig directeur-generaal van de Stan¬daard¬groep, zijn belang van 28 % in Perexma aan de Nederlandse holding Alvarior. Wellicht was hij tot dan toe op de achter¬grond gebleven tijdens algemene verga¬derin¬gen en werden zijn stem¬gerechtigde aandelen vertegenwoordigd door dhr Van As¬sche en la¬ter door het Luxemburgse Finimtrust. Volgens onze berekeningen kon dhr De Smaele in de periode 1977-1988 rekenen op dividenduit¬keringen die samen ver boven de 100 miljoen BEF lagen.
Begin 1989 lanceert Het Volk 'TV-Gids', een haast per¬fecte copie van 'TeVe-Blad', aan een pu¬blieks-prijs van 20 BEF. 'TeVe-Blad' (25 BEF) moet daar¬door ook met zijn prijs naar bene¬den. Om heibel met de dagbladhande¬laars te vermijden krijgen die wel de¬zelfde com¬missie (in fran¬ken, niet in percenten) gegaran¬deerd. In 1989 daalt de door AAS (nu MMB) gemeten publici¬teits¬omzet van Per¬exma scherp en dat voor de eerste keer in haar geschie¬denis : van 245 miljoen BEF naar 123 miljoen BEF voor 'TV-Ekspres' en van 71 naar 42 MBEF voor 'TeVe-Blad'; de reden is voorna¬melijk de start van VTM en het - overigens voorspelde - wegzuigingseffect dat daarvan uitgaat. In 1991 wordt dhr W. Hen¬drickx, journalist bij Humo, direc¬teur van de Perex¬ma-redac¬ties; dhr Rob Jans blijft wel hoofdre¬dacteur. In mei 1992 verlaat dhr Hen¬drickx Per¬exma. Op 24.6.1992 wordt aangekon¬digd dat De Vlijt Asmedia, regie voor natio¬nale the¬mare¬kla¬me en waarin Perexma en De Vlijt op pari¬tai¬re basis participeren, ver-laat; de aande¬len Asmedia komen voor 100 % in handen van Per¬exma. Op 8.8.1992 over¬lijdt de patron van Perexma, dhr Jan Merckx. Tot aan zijn dood was hij was gede¬legeerd be¬stuurder van NV Perex¬ma, voorzit¬ter-stich¬ter van VTM, lid van de Raad van bestuur van First Class In¬terna¬tio¬nal, een PR-vennoot¬schap, Ere-Voor¬zitter en lid van de Raad van Bestuur van de NFIW, gedelegeerd bestuurder van NV Het Han¬dels¬blad, van Asme¬dia en van de NV MEE.

Op 21.1¬.1993 meldt men in het VTM-n¬ieuws van 19 uur dat Perexma is overge¬nomen door VNU. Perexma is, na haar loskop¬peling van de S¬tandaardgroep, steeds een zeer winstgevend bedrijf ge-weest, getuige daarvan het volgen¬de over¬zicht van de winst na be¬lastingen (1977-1989) in miljoen BEF : 6 in 77, 32 in 78, 47 in 79, 53 in 80, 38 in 81, 97 in 82, 79 in 83, 94 in 84, 109 in 85, 111 in 86, 115 in 87, 135 in 88. Per¬exma bezit één van de beste archieven ter wereld als het over te¬levisie-programma's gaat. 'TV-Ekspres' is aan een dringende herpositione¬ring op de lezersmarkt toe sinds de opgang van concurrent 'Dag Allemaal', zo schreven wij in eerdere versies van onderhavige studie. Tijdens de algemene vergadering der aandeelhouders op 3.5.1993 worden de heren Huysmans, Lamiroy en Elbersen, allen behorend tot de IUM-groep, benoemd tot leden van de Raad van Bestuur; ook de heer Alfons Uyttersprot, commercieel directeur van Perexma, treedt toe tot de Raad van Bestuur. Het mandaat van de heer Cyriel Stevens en dat van Laboratorium A.J. Hendrix werd verlengd tot de volgende algemene vergadering van 1994. Tenslotte werd het bestuurs¬mandaat van de heer Wim Merckx verlengd tot 1999. 'TV-Ekspres' nummer 20 van 16 mei 1994 heet 'De Nieuwe TV-Ekspres' : het blad heeft een restyling ondergaan. Met een nieuw formaat (273 x 210 mm), een nieuw logo en een gewijzigde lay-out, gepaard aan een campagne in o.m. het Eurybia-affichagenet, wil Perexma de adverteer¬ders- en de lezersmarkt tegemoet treden. Op 12 juni 1995 verhuist Perexma naar de IUM-gebouwen aan de Jan Blockxstraat te Antwerpen. De hoofdredactie van TV-Ekspres is in handen van dhr Lex Moolenaar, TeVe-Blad heeft dhr Rob Jans als hoofdredacteur.
bron: uittreksel uit 'De Vlaamse Media: Een sector in de stroomversnelling' (1994-1995)
TESSENS Lucas - Media Expert Research System (MERS)
Beknopte historiek van de Standaardgroep (1914-1994) en Het Volk (1891-1994)
Edited: 199411100901


DE STANDAARD

Op 2.5.1914 wordt de NV De Standaard opgericht. Wegens WO I kan het eerste nummer van De Standaard slechts op 4.12.1918 verschijnen. Op 28.7.1919 koopt De Standaard een gebouw aan de E. Jacqmainlaan te Brussel. Vanaf 11.7.1921 laat de uitgeverij te Antwerpen het dagblad 'De Morgenpost' (1921-1940) verschijnen. In 1924 koopt de NV De Standaard de SA Imprimerie Nationale, omgedoopt tot NV Periodica. In 1927 verwerft Gustaaf Sap de meerderheid van de aandelen van de NV De Standaard n.a.v. een kapitaalsverhoging. In 1929 start men met de polulaire editie 'Het Nieuwsblad'. In datzelfde jaar wordt Sap volledig meester van NV De Standaard. In 1937 slorpt Het Nieuwsblad 'Sportwereld' op. In 1940 overlijdt Gustaaf Sap en tijdens WO II verschijnen de kranten van de groep niet. Na het lichten van het sekwester op Periodica kan 'De Nieuwe Standaard' opnieuw verschijnen op 10.11.1944 maar ditmaal onder verantwoordelijkheid van een groep mensen rond Tony Herbert . In 1947 slagen de erven Sap erin de controle terug te krijgen en op 1 mei 1947 verschijnt 'De Standaard' opnieuw. De schoonzoon van Gustaaf Sap, Albert De Smaele, neemt de leiding op zich. In 1957 slorpt 'De Standaard' 'Het Nieuws van den Dag' en 't Vrije Volksblad' op. In mei 1957 verwerft de Standaardgroep 'Het Handelsblad' (8.12.1844-1979) uit Antwerpen. In 1962 koopt de groep de dagbladen 'De Gentenaar' (1879-heden) en 'De Landwacht' (1890-1979) op en schakelt de inhoud van 'Het Handelsblad' gelijk met die van 'Het Nieuwsblad'. In 1966 laat men twee titels vallen : 'Het Nieuws van den Dag' en 't Vrije Volksblad', subtitels geworden van 'Het Nieuwsblad'. In 1969 richten NV De Standaard en NV De Vlijt op paritaire basis de NV Perexma op die het tv-blad 'TV-Ekspres' zal gaan uitgeven. Tegelijk verwerft De Standaard de exploitatierechten op het weekblad ZIE van De Vlijt. Vanaf 1970 gaat de groep zich echt interesseren voor haar inmiddels uitgebouwde aktiviteiten in Frankrijk. In 1972 neemt de NV Periodica twee drukkerijen over van de groep Lambert. In 1974 en daarna gooit de Standaardgroep zich op de touroperator-sektor. In 1975 richten De Vlijt, Concentra en De Standaard samen de Groep I Dagbladen NV op; de samenwerking tussen deze drie voor de gezamelijke acquisitie van nationale themareklame bestond al van in 1968. In 1975 komt de dépistage-dienst van de Rechtbank van Koophandel te Brussel zware financiële moeilijkheden van de Standaardgroep op het spoor. De ministerraad van de regering Tindemans bespreekt de moeilijkheden van drukkerij Periodica en de Standaardgroep op volgende vergaderingen: 5, 12 en 15 december 1975, 27 februari, 5 maart en 14 juni 1976. PDG De Smaele slaat de raad van zijn invloedrijke en uitstekend geïnformeerde hoofdredacteur, dhr Manu Ruys, om de gezonde kranten uit het concern te lichten voor het te laat is, in de wind. Op 19 mei 1976 wordt de NV Periodica, grootste drukkerij van de groep, ambtshalve in faling verklaard. De rest van de groep wordt meegesleurd in dé mega-faling van de Belgische pers. Na mislukte concordataire plannen van de aandeelhouders, politieke interventies, nachtelijke beraadslagingen, komt dhr André Leysen met een reddingsplan. Hij slaagt erin een waterdicht schot te slaan tussen de gefailleerde vennootschappen en de toekomst van de dagbladen, waarvan hij - weliswaar na een justitiële procedure over de waardebepaling - de titels voor 52 miljoen van de curatoren kan kopen. De weekbladen-poot van de groep gaat grotendeels over in de handen van de zgn. groep Maertens-Van Thillo-Brébart. De sociale kost van het faillissement is enorm hoog : meer dan duizend werknemers staan op straat. Voor de dagbladen wordt de oplossing op 26.6.1976 gevonden en op 29 juni 1976 verschijnen ze onder verantwoordelijkheid van de NV Vlaamse Uitgeversmaatschappij - afgekort VUM - een vennootschap met een kapitaal van 120 miljoen BEF. De aandeelhouders situeerden zich in de Antwerpse zakenwereld en de scheepvaart. De stroomopwaartse bindingen van de redders van de Standaardgroep stonden toen niet ter discussie. Reeds in 1977 is de VUM winstgevend en dat niettegenstaande de voortdurende weigering van VUM om de directe perssteun te aanvaarden. Op 15.2.1979 laat de VUM Het Handelsblad verdwijnen. In 1979 laat de VUM, als eerste een onderzoek doen dat gaat in de richting van redactionele marketing. Op 30.5.1979 wordt beslist om zowel de maatschappelijke zetel als de administratieve zetel van de VUM over te plaatsen van Antwerpen naar Groot-Bijgaarden. In 1980 trekt de VUM zich terug uit de publicitaire pool Groep I Dagbladen. In 1981 boekt de VUM een rekordwinst van 87 miljoen BEF. Vanaf 1982 begint VUM met een nieuw opmaaksysteem voor de kranten. In 1982 staat dhr Verdeyen, directeur-generaal, aan de wieg van Mediatel, een onderzoekscel van de BVDU, die moet speuren naar de nieuwe mogelijkheden van electronic publishing voor dagbladen. In oktober 1982 verklaart de VUM niet meer mee te willen zoeken met de andere uitgevers naar mogelijkheden voor commerciële tv in Vlaanderen. Op 26.5.1982 beslist de buitengewone algemene vergadering van de VUM bij eenparigheid van stemmen om het kapitaal terug te brengen van 200 miljoen tot 100 miljoen BEF. In juni 1984 sticht VUM samen met Het Belang van Limburg, de Financieel Ekonomische Tijd, Electrafina en Gevaert de vennootschap Onafhankelijke Televisie Vlaanderen. De rest van de Vlaamse pers sticht een CV Vlaamse Media Maatschappij, eveneens erop gericht om in Vlaanderen een commercieel station op te zetten. In 1984 brengt dhr André Leysen een boek uit waarin hij, sprekend over de winstcapaciteit van de VUM, stelt : "We stellen nu vast dat de belasting die we op onze winst betalen, ongeveer overeenkomt met de overheidssteun aan de Vlaamse pers. We voelen ons dan ook de weldoeners van de andere kranten." Die arrogantie zet veel kwaad bloed bij de collegae-uitgevers. Op 20.9.1984 start de VUM, via haar dochter Infotex, met een tabloïd volksdagblad '24 uur' dat echter reeds op 26.10.1984 haar uitgave moet staken; het dagblad werd zwaar geboycot door de dagbladverkopers die het niet namen dat het dagblad ook buiten hun circuit gedistribueerd werd. Op 4.11.1985 beslist OTV bij monde van DG Verdeyen om niet meer deel te nemen aan de zgn. Astoria-gesprekken (de gesprekken tussen de Vaste Commissie van de BRT en VMM en OTV met als thema de overdracht van het tweede BRT-net aan de uitgevers); OTV is van mening dat alleen een volledige privatisering van dat net een volwaardig alternatief is voor een commercieel net. Tussen OTV en VMM komt het uiteindelijk ook niet tot een akkoord om samen zo'n commercieel TV-station op te zetten; ook politieke druk brengt geen aarde aan de dijk. Op 11.7.1986 verpreidt het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond te Leuven een strooibiljet met daarop de kop van De Standaard en de tekst "Alles voor Leysen, Leysen voor RTL. Leysen toont de weg. VUM - GBL - Frère - Generale - RTL", daarmee doelend op die stroomopwaartse binding. Op 17.10.1986 creëert de VUM winstbewijzen voor het personeel en wil het daarmee belonen voor hun bijdrage tot het resultaat van de onderneming. In 1987 schrijft dhr Leysen in een boek : "We hebben ook een tijdlang in commerciële tv geloofd, maar onze ambities op dat vlak zijn nu merkelijk afgekoeld". De VUM is er dan ook niet bij wanneer op 27.10.1987 VTM wordt opgericht. Concentra, met het Belang van Limburg, had zich tevoren losgemaakt van OTV en de overstap gedaan naar VMM en participeerde zodoende wél in het tv-station. In juli 1988 verlaat dhr Piet Antierens, commercieel direkteur van de VUM, de vennootschap om dezelfde funktie te gaan waarnemen bij de nog op te starten VTM. Op 15.3.1990 verkoopt VUM de belangrijkste produkten en aktiviteiten van de NV Sydes en de NV Infotex aan Delaware Computing NV; het personeel wordt door deze laatste overgenomen. In juni 1990 beslissen BRTN en VUM om samen een publiciteitsregie op te richten voor radioreklame, de VAR. In juli 1990 koopt de VUM het tweetalige blad voor kaderleden 'Intermediair/Intermédiaire' over van Diligentia Business Press. In december 1990 zegt VTM-Voorzitter J. Merckx over een toetreding van de VUM tot de VTM : "VTM est une maison close, mais pas un bordel". In 1991 weigert de VUM haar medewerking aan een sectoriële doorlichting van de pers door Ernst & Young, uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse economie-minister De Batselier. Op 14.11.1991, in een interview in Humo zegt dhr Leysen : "Ik heb me vergist inzake het commercile succes van VTM op korte termijn. Maar ik ben nog altijd blij met onze beslissing omdat De Standaard het boegbeeld zou geworden zijn van die VTM, en ik vreesde dat het cultureel niveau zo laag zou zijn, dat ik niet graag had dat de Standaard-lezer daarmee verbonden werd. En dat gevoel heb ik nog altijd : de programma's zijn niet bijzonder hoogstaand. En ik zou ook vandaag niet participeren." Op 17.3.1992 antwoordt dhr Leysen, in een vraaggesprek met de lezers van De Standaard, op de vraag of onze cultuur in een Europees verband niet in de verdrukking dreigt te komen : "De vervlakking van de Vlaamse cultuur vindt niet zozeer plaats door Engelse of Franse invloeden, als wel door de VTM." Op 20.5.1992 deelt de VUM via haar dagblad De Standaard mee dat, voor de eerste keer in haar geschiedenis, haar omzet gedaald was (-3,61 % in 1991 tegenover 1990). Volgens een mededeling van VUM (DS, 5.6.1993) bedroeg de nettowinst over 1992 148 miljoen tegen 110 miljoen over 1991; de omzet zou gestegen zijn tot 3,74 miljard; terwijl de verkochte oplage van Het Nieuwsblad en De Gentenaar, de populaire bladen van de VUM, daalde, steeg de verspreiding van De Standaard met 1,7 procent in 1992; VUM betaalde over het exploitatiejaar 1992 111 miljoen frank belastingen; het bedrijf investeerde in een derde moderne Wifag-pers. Op 29.1.1993 lanceert VUM Standaard-magazine, een gratis bijlage op vrijdag bij De Standaard. Standaard Magazine wordt gedrukt op de persen van Concentra (Belang van Limburg). Wellicht door deze gratis bijlage steeg de verkochte oplage van De Standaard over de eerste vier maanden van 1993 met 5.000 ex. tot 76.000 ex., aldus een mededeling van VUM. Voor de tweede helft 1993 kondigde de VUM een weekbladinitiatief maar op 3 juli 1993 wordt dit project afgeblazen omdat het bedrijfseconomisch niet haalbaar zou zijn. Verder wordt er in 1993 een vierde Wifag-pers geïnstalleerd (in gebruik sinds juli 1993) en investeert men 250 miljoen in electronische pagina-opmaak. Op 1 oktober 1993 verhoogt De Standaard zijn losse verkoopprijs van 25 naar 28 frank terwijl Het Nieuwsblad en De Gentenaar van 25 naar 26 frank stijgen. De Standaard doet daarmee 3 zaken : het bevestigt zijn karakter van elitekrant, doorbreekt het sinds WO II bestaande prijskartel van de dagbladen en rekent op de inelasticiteit van de vraag naar kranten (zie ook de grafiek betreffende de evolutie van de dagbladprijs sinds 1947 in de bijlagen). De vennootschap raakt eind 1993 betrokken bij de alliantie 'Mediabel' (Nynex-USA, Déficom, Roularta, VUM) die de uitgave van de 'Gouden Gids' wilde gaan realiseren maar uiteindelijk besliste Belgacom de uitgave in eigen beheer te nemen. In februari 1994 komt De Standaardgroep met de Het Volk tot een akkoord om een gezamenlijke reklameregie - 'Scripta Plus' (later omgedoopt tot Scripta) - uit te bouwen tegen het najaar. De VUM neemt een aandeel van 50 % voor zijn rekening. Ook Concentra en Roularta Media Group (RMG) sluiten aan en het aandeel van ieder wordt op 25 % gebracht. Daarmee is, na de totstandkoming van 'Full Page', een tweede grote dagbladregie gecreëerd. Op 5 maart 1994 lanceert 'Het Nieuwsblad' een vaste weekendbijlage 'Zaterdag' (16 blz. tabloïd-formaat, life-style en culturele onderwerpen). Op 4 mei 1994 bevestigt Directeur-Generaal Verdeyen dat er gesprekken over samenwerking aan de gang zijn met SBS, de groep die een commercieel tv-net, naast VTM, wil opstarten in Vlaanderen (zie verder); toch draagt de mogelijkheid van reklame op de BRTN-tv de voorkeur van VUM weg; een participatie van VUM in VTM zou niet meer actueel zijn, aldus de DG. Eind mei 1994 treedt de Concentra-groep met Het Belang van Limburg toe tot de regie Scripta Plus. Tijdens de zomervakantie biedt de VUM Het Nieuwsblad aan de Belgische kust aan tegen een prijs van 15 BEF . Eind augustus 1994 treedt de VUM, in samenspraak met de Roularta-groep, op in de overnamegesprekken voor Het Volk. Ook De Persgroep en De Vlijt waren in de running. Op 4.11.1994 neemt de VUM de NV Drukkerij Het Volk over. In een aantal perscommentaren werd gesteld dat er politieke tussenkomsten waren gevraagd door VUM om Het Volk te kunnen inkopen. In een opiniestuk in De Standaard van 10 november 1994 reageert dhr Leysen, VUM-Voorzitter, hierop als volgt, en wij citeren : "Wij kregen de voorkeur omdat we een betere offerte deden, ook wat de tewerkstelling in Oost-Vlaanderen betreft. Dura veritas, sed veritas." In hetzelfde artikel herneemt dhr Leysen zijn stelling uit 1984 betreffende perssteun en belastingen : "Wij hebben als enige dagbladgroep nooit subsidies aanvaard en hebben meer belasting betaald dan alle andere dagbladgroepen samen, de Belgische weekbladgroepen waarschijnlijk incluis." Prosperitate rerum in vanitatem uti!
(...)
Vanaf 30 september 1999 verdwijnt het AVV-VVK-symbool van de front(sic!)pagina.

(...)
In 2005 lanceert VUM een pulpdagblad onder de titel 'Espresso'. Het blad wordt weldra van de markt gehaald.





HET VOLK
Het Volk is steeds het dagblad in de handen van de Christelijke Arbeidersbeweging geweest en werd gesticht in 1891. In 1928 neemt Het Volk het Brusselse 'De Tijd' over. Na WO II wordt Het Volk geherkapitaliseerd door Adolf Peeters, een Mechels handelaar die zich in 1950 terugtrekt; zijn inbreng wordt vervangen door een lening bij de BAC. Op 9.8.1950 wordt de rotatie geteisterd door brand maar kan blijven verschijnen door hulp van 'De Gentenaar'. Vanaf midden september 1950 wordt 'De Nieuwe Gids' (met het kopblad 'De Antwerpse Gids') gedrukt op de persen van Het Volk. In juni 1951 lanceert Het Volk in Kongo het weekblad "De Week", gedrukt op de persen van "Le Courrier d'Afrique"; De Week is het eerste en enige Vlaamse weekblad in Kongo. Op 1.3.1952 lanceert Het Volk het weekblad 'Zondagsblad'. Op 29.4.1962 lanceert Het Volk 'Spectator'. Op 15.11.1983 brengt de uitgeverij het populair-wetenschappelijk maandblad 'EOS' op de markt. Op 2.3.1985 wordt bij Het Volk een nieuwe coldset rotatie (Colorman) in gebruik genomen en wordt het tabloid-formaat verlaten voor het Belgisch formaat. In augustus 1985 verlaat dhr Van Tongerloo, directeur-generaal, het bedrijf om als directeur-generaal in dienst te treden bij De Vlijt. Hoe raar het ook mag klinken: de overstap van Van Tongerloo was bedisseld door Jan Merckx en werd aan de goedkeuring van o.a. Het Laatste Nieuws voorgelegd tijdens een diner in restaurant 'L'Oasis' te Brussel. In 1986 treedt dhr Antoon Van Melkebeek in dienst als directeur-generaal. Als op 28.10.1987 VTM wordt opgericht participeert NV Drukkerij Het Volk voor 11,11 % in het kapitaal. In februari 1989 komt de uitgeverij met 'TV-Gids' op de markt, een rechtstreekse concurrent voor 'TeVe-Blad' van Perexma. In 1990 voert Het Volk het Electronisch Redactioneel Systeem (ERS) in. In juni 1991 verlaat dhr Antoon Van Melkebeek de uitgeverij. Hij wordt tijdelijk vervangen door een driemanschap bestaande uit de verantwoordelijke van de technische directie (dhr De Geeter), van de redactie (dhr E. Van Den Bergh) en van de administratie (dhr Vandenbussche). Per 16.1.1992 komt dhr Elmar Korntheuer (°1942), voorheen management consultant, in dienst als directeur-generaal en werkt samen met de Direktieraad een strategisch plan uit voor 1992-1996. Dit plan wordt op 25.9.1992 unaniem goedgekeurd door de veelkoppige Raad van Bestuur. Het doel is de oplagedaling om te buigen en de bedrijfsexploitatie opnieuw rendabel te maken; men zal zich concentreren op uitgeven (Het Volk, De Nieuwe Gids, Zondagsblad, TV-Gids, EOS, Jommeke-strips) en drukken in rotatie-offset terwijl andere aktiviteiten die niet tot de core-business behoren zullen worden afgebouwd (8 boekhandels, boekendistributie/grossierderij en de distributie van tijdschriften voor derden). Op 1.7.1992 komt Mevr. M. Moonen (ex-VUM) in dienst als commercieel direkteur. Per 1.1.1993 neemt dhr Karel Anthierens, voordien hoofdredacteur van het weekblad 'Panorama/De Post', de hoofdredactie van Het Volk op zich. Vanaf 16.3.1993 worden de lay-out (Phill Nesbitt, USA) en de redactionele formule van Het Volk gewijzigd. Een en ander gaat gepaard met een dure promotiecampagne die zijn sporen nalaat in de exploitatierekening. In de opmaak is er een belangrijke evolutie : de pagina's komen full-page uit de computer. Voor de drukkerij worden ook in 1992/93 grote investeringen gedaan ter vervanging van de 32 p. heatset rotatiepers. In 1992 werden op het industrieterrein van Erpe-Mere gebouwen aangekocht en wordt er een nieuwe heatset rotatie geïnstalleerd die in november 1993 operationeel werd. Bijkomende investeringen : encartagesysteem voor publicitaire folders, aanpassing van de verzendingszaal en informatisering. Totaal investeringsbedrag 1992-1994 : 850 miljoen BEF geprogrammeerd, 900 miljoen BEF geïnvesteerd. Tegen eind 1993 moest een personeelsinkrimping van 600 naar 550 gerealiseerd zijn (115 afvloeiïngen, waarvan 2/3 door brugpensioen en 65 aanwervingen voor voornamelijk nieuwe funkties). Tijdens het tweede trimester van 1993 neemt Het Volk deel aan de herschikking van de VTM-aandelen in het kader van de oprichting van de Vlaamse Media Holding (VMH). Dit komt per saldo neer op een desinvestering in VTM (van 11,11 % naar onrechtstreeks 7,8 %) hetgeen de financiële struktuur van de uitgeverij ten goede komt (al is die nooit slecht geweest en bleef de solvabiliteit altijd op een meer dan behoorlijk peil) en haar zware investeringen helpt te financieren.

uittreksel uit 'De Vlaamse Media. Een sector in de stroomversnelling' (1994)
Enkele aanvullingen betreffende de vergaderingen van de ministerraad (20180110)
Tessens Lucas
Roularta: een beknopte historiek (tot 1994)
Edited: 199408000961
Het ritme waarmee de Roularta-groep ingrijpt in de eigen structuur, samenwerkingsverbanden smeedt, zelf titels lanceert of in joint venture, ze opkoopt, samen¬voegt of afvoert, is opmerkelijk.

De beknopte historiek illustreert dit ten overvloede :

De Roularta-groep ontstond bescheiden in januari 1954 uit het samengaan van 'De Roeselaarse Weekbode' (300 ex.) en 'Advertentie' (10.000 ex.), twee lokale weekbladen die werden overgeno¬men door Dr. Jur. Willy De Nolf (°Eine, 28.12.1917 +Leuven, 6.10.1981). Vandaag is de groep aktief in volgende sektoren : drukkerij, nieuwsmagazi¬nes in beide landstalen, weekbla¬den voor managers en bedrijfsleiders, magazines voor de industrie, sportbladen, seniorentijd¬schriften, jaarboeken, tijdschriften die zich richten tot jonge gezinnen met kinderen, betalende regionale weekbladen, gratis huis-aan-huis-bladen die een quasi volledige dekking van Vlaande¬ren ver¬zekeren, boekenuitge¬verij en boekenclub, evenementen-organisatie, media-research en media-advies, publiciteitsregie voor de eigen bladen en die van derden, regionale televisie.

In 1955 wordt gestart met twee nieuwe edities 'Izegem' (13.000 ex.) en 'Tielt' (14.000 ex.) naast de inmiddels omgedoopte editie 'Advertentie Roeselare' (25.000 ex.). In 1956 is de 'Roeselaarse Weekbode' uitgegroeid tot buiten de stadsgrenzen en wordt de naam gewijzigd in 'Weekbode'; een tweedehands-typo-rotatiepers wordt aangekocht. In 1957 wordt het concurre¬rend lokale weekblad 'De Mandelbode' overgenomen. In 1958 start de 4de editie van 'Adverten¬tie' : Ieper (21.000 ex.). De capaciteit van de drukkerij wordt opgevoerd door de aankoop van een tweede typo-rotatiepers. In 1960 wordt het weekblad 'De Oude Thorhoutenaar' overgeno¬men en omge¬vormd tot de 5de streekeditie. In 1963, na jaren van groei, wordt besloten een nieuwe drukkerij te bouwen aan de Meiboomlaan te Roeselare, ook vandaag nog het hoofdkwar¬tier van de groep.
In 1964 wordt 'Advertentie Groot-Antwerpen' (178.000 ex.) gelanceerd en daarmee treedt Roularta voor het eerst buiten haar geboortegrond West-Vlaanderen. Begin 1965 wordt met de uitgave van 'Advertentie Groot-Gent' (87.000 ex.) gestart. Tussen 1965 en 1971 worden nog volgende edities uitgebouwd van de groep huis-aan-huisbladen die toen de naam GROEP E3 - verwijzend naar deze belangrijke verkeersader, thans E17 - kregen opgeplakt : E3 Diksmuide (1966; 9.000 ex.), E3 Veurne (1967, 16.500 ex.), E3 Groot-Brugge (80.000 ex.), Waasland (75.000 ex.), Eeklo (29.000 ex.), Zuid-Vlaanderen (90.000 ex.), Vlaamse Ardennen (1968). In 1969 bereikt de wekelijkse oplage van deze bladen meer dan 1 miljoen exemplaren. In 1970-1971 worden de resterende streken afgedekt : Groot-Aalst, Dendermonde, Ninove, Geraardsber¬gen, Leuven, Mechelen, Oostende. Parallel worden regionale bureaus opgericht die instaan voor de publiciteitsacquisitie. Het spreekt vanzelf dat de bestaande regionale weekbladen uit de veroverde streken deze opgang met node aanzien. Een tweede bemerking is deze : via de uitgave van een zeer dicht netwerk van huis-aan-huis-bladen in geheel Vlaanderen ontwikkelt Roularta een diepgaande know-how van de publici¬teitsmarkt en van het economisch weefsel van het gewest.
Met de overname van 'Het Ypersch Nieuws' verovert 'De Weekbode' een belangrijk nieuw territorium. De drukkerij wordt dan ook uitgebreid met nog een nieuwe rotatiepers, ditmaal met kleurmogelijkheid. Het kapitaal wordt daartoe overigens opgetrokken tot 25 miljoen BEF.

In februari 1971 wordt 'Knack' gelanceerd. Vanaf 1972 neemt de zoon van dhr Willy De Nolf, dhr Rik De Nolf, de magazine-poot van Roularta onder zijn hoede. Ook diens zwager, dhr Leo Claeys, zoon van Louis Claeys uit Zedelgem, treedt aan in de groep en neemt de technische zaken van de drukkerij ter harte. 'Knack' vestigt zich te Brussel en, eveneens in de hoofdstad, wordt een bureau voor nationale reklameregie geopend. 'Knack' wordt de springplank naar de nationale uitbouw van Roularta. Tegelijkertijd (1972) wordt de drukkerij uitgebreid met offset-kleurenpersen (rotatie- en vellendruk) en wordt het kapitaal op 110 miljoen BEF gebracht.
Op 15.3.1975 wordt Trends, een financieel-economisch veertiendagelijks blad, op de markt gebracht. In 1976 verschijnt de franstalige tegenhanger 'Tendances'. Het betreft echter geen vertaling van 'Trends'. Beide bladen hebben onafhankelijke redacties en kunnen daardoor de verschillende gevoeligheden van de beide landsdelen ook beter bespelen. Daarmee zet Roularta de eerste stap over de taalgrens, wat toen zeker geen evidentie was. 1976 is ook het jaar van de lancering van 'Family' (h-a-h, vierkleuren, magazineformaat, 1,1 miljoen ex.). Ook de Weekbode-groep wordt aangevuld met een Tieltse editie : 'De Zondag'.
In 1977 wordt er weer gebouwd : een produktiehall van 5.000 m² en voorzieningen voor het personeel, ondertussen reeds 350 man te Roeselare. De drukkerij is volledig overgegaan van lood naar fotografisch zetwerk. In maart 1978 wordt een nieuwe Harris-kleurenrotatiepers voor o.a. de magazines in gebruik genomen. In 1979 wordt verder geïnvesteerd in fotografische zetap¬paratuur en wordt de administratie voorzien van een geïntegreerd computernetwerk. Ook in 1979 krijgen de oude 'Advertentie'-bladen een nieuwe 'look' en wordt de titel gewijzigd in 'De Streekkrant'. De oplage ligt dan op 2,1 miljoen exemplaren, gespreid over 44 edities en 10 lokale kantoren in Vlaanderen. De Weekbode-groep wordt uitgebreid met een 8ste editie via de overname van 'De Zeewacht' en in 1981 neemt dit weekblad het 'Nieuwsblad van de Kust' over. Inmiddels was op 20.3.1980 "Sport Magazine" gelanceerd. Twee nieuwe Harris-offset krantenpersen worden geïnstalleerd zodat alle edities van 'De Streekkrant' in eigen huis kunnen gedrukt worden. In het begin van de jaren 80 begint de groep aan de juridische opsplitsing van haar structuren. In 1981 wordt gestart met een wekelijkse extra-bijlage bij 'Knack', een city-magazine voor Antwerpen : 'Knack-Antwerpen'. In februari 1981 lanceert Roularta een franstalige tegenhanger van 'Sport Magazine'. In september 1981 lanceert Roularta 'De Sportkrant', een sportweekblad voor West-Vlaanderen. Op 6 oktober 1981 ontvalt de stichter van de Roularta groep, dhr Willy De Nolf, aan de familie en aan het bedrijf; hij wordt onder massale belangstel¬ling ten grave gedragen : plots wordt duidelijk welke invloed uitgaat van de groep. Zijn echtgenote, Marie-Thérèse De Clerck, neemt echter de rol van mater familias in de beste Westvlaamse industriële traditie over. Begin 1982 wordt 'De Nieuwe Boekenkrant' gelanceerd. In mei 1982 wordt het 'Belang van West-Vlaanderen' opgericht : het gaat hier om een samenwerkingsakkoord voor de werving van merkreklame tussen Roul¬arta en het 'Brugsch Handelsblad' (van de familie Herreboudt; niet alle leden van deze familie zijn even blij met deze samenwerking waarin zij enkel de voorbode zien van een dreigende overname). Later zal deze benaming gecontesteerd worden door 'Het Belang van Limburg' (Concentra) en wordt de naam gewijzigd in 'Krant van West-Vlaanderen' (september 1982). Op 24 februari 1983 wordt een franstalig nieuwsweekblad, 'Le Vif Magazine', op de markt gebracht dat het instituut 'Pourquoi Pas ?' van Marc Naegels naar de kroon steekt op de Brusselse markt . In maart 1984 wordt 'Industrie Magazine' gelanceerd in samenwerking met de uitgeverij Biblo. Daarmee slaat de groep een nieuwe weg in : deze van de joint-ventures. In 1984 wordt ook het kwaliteitsblad 'Culinair' overgenomen, dat twee jaar later zou overgaan in het hernieuwde VTB-blad 'Uit' (1986). In 1985 is 'De Weekbode'-groep nogmaals aan uitbreiding toe met de overname van 'De Torhoutse Bode' (°1860) van de familie Becelaere. Het blad wordt samengesmolten met 'De Torhoutenaar'.

In februari 1986 sluit 'Le Vif' een samenwerkingsakkoord met de Franse groep L'Express en wordt de titel gewijzigd in 'Le Vif-L'Express'; het weekblad wordt bovendien aangevuld met een bijlage 'Weekend L'Express'. Daarmee volgt 'Le Vif' het voorbeeld van 'Knack' dat in 1984 ook zo'n gekoppelde bijlage kreeg (gegroeid uit de zelfstandige uitgave 'Weekendblad' die op 3.1.1983 op de markt was gebracht). Ook 'Sport Magazine' (°1980) ondergaat in 1986 een gedaanteverwisse¬ling : via een samenwerking met Hoste, toen nog in handen van de 'groep Vink', wordt het omgewerkt tot Sport 80, later Sport 90, dat wekelijks verschijnt. In 1990 wordt de participatie van uitgerij Hoste overgenomen, en in 1992 leidt een nieuwe samenwer¬king met het grote Rossel (Le Soir) tot het ontstaan van twee magazines : 'Sport Magazine' voor de algemene sport, en 'Voetbalmagazine' (°5.8.1992) als gespecialiseerde evenknie. Beide bladen verschijnen in de twee landstalen. In 1987 nemen 'Trends' en 'Tendances' de wekelijkse periodiciteit aan. In datzelfde jaar wordt de formule 'Deze week in ..." uitgewerkt, gericht op de grote Vlaamse steden. Op 28 oktober 1987 wordt de NV Vlaamse Televisie Maatschap¬pij (VTM) voor de notaris opgericht en daarin neemt Roularta een participatie van 11,11 %. In 1988 ontstaat het adviesbureau 'Top Consult' (zie verder). In 1988 wordt 'Pourquoi Pas ?' (°1910) overgenomen, volgens het vakblad 'Pub' voor 360 miljoen BEF. Het blad had het aartsmoeilijk gekregen door de onverbiddelijke concurrentie van 'Le Vif/L'Express' ('PP ?' wordt op 6.1.1989 gekoppeld aan 'Le Vif'). Deze overname zet in franstalig België veel (politiek) kwaad bloed (en het is zeer wel mogelijk dat deze overname de rechtstreekse aanleiding is geweest tot de latere politiek geïnspireerde lancering van 'L'Instant' op 7 september 1991 - zie onze bespreking van de groep TVV/EFB). Eveneens in 1988 wordt 'Baby' overgeno¬men en lanceert Roularta in samen-werking met het Parijse Bayard Presse de dubbeltitel 'Onze Tijd' en 'Notre Temps', een maandblad voor senioren, op de Belgische markt. En aan de overnames - vooral van regionale bladen - lijkt geen eind te komen : 'De Aankondiger' (1989), het Turnhoutse huis-aan-huis-blad 'Ekspres' (1990, 71.000 ex.), ''t Reklaam' (1991), het Kempense 'Het Zoeklicht' (1991), 'Uw Annoncenblad' (1992), 'Vilvoordse Post' (1992). Ook 'Belgian Business' wordt opgeslorpt (februari 1992, samen met 'Industrie' versmolten tot het maandblad 'Belgian Business & Industrie').
In 1990 nemen Roularta, tapijtfabrikant Beaulieu, de Bank van Roesela¬re, de vzw Kristelijke Zieken-fondsen en de immobiliënmaatschappij Dandi¬mo van de groep Bouc¬quillon het regio¬nale televisiestation RTVO uit Kortrijk over.
Vanaf eind november 1991 turnt Roularta de tele¬visiekaternen van het 'Weekend L'Express' en van 'Weekend Knack' om tot volwaar¬dige televisiemagazines : beter papier en uitge¬diepte redaktionele informatie met portretten en achtergrondge¬gevens, 'Télévif' en 'Teleknack'. Ze blijven beide echter een onderdeel van de zgn. weekend bijlage en zijn dus niet zonder het hoofdmagazine verkrijg¬baar. Met de overname in 1990 van het 'Brugsch Handelsblad' (°23.6.1906), en het 'Kortrijks Handelsblad' verwezenlijkt Roularta een jarenlange droom : de aanwezig¬heid met de Weekbode-groep op de belangrijke stedelijke Brugse markt. De oplage stijgt hierdoor ook uit tot boven de 100.000 ex. Door die aanwezigheid in de Westvlaam¬se hoofdstad concreti¬seert de 'Krant van West-Vlaanderen' immers nu pas tenvolle haar identiteit.
Rond de uitgaven worden ook allerlei initiatieven ontwikkeld, zoals Roularta Books (boekenuitge¬ve¬rij, 1989), Mediaclub (lezersservice) en Roularta Events (organisatie van evenementen, 1990). Mede daardoor wordt de Roularta-groep 'incontournable'.
Door de gestage schaalvergroting diende eens temeer de drukcapaciteit uitgebreid : in 1991 een magazinepers (Harris M 4000) en een hybride krantenpers (Harris M 1600); in 1993 nog een Mitsubishi-magazinepers. Verder worden de prepress-activiteiten verder geïntegreerd en geïnforma¬tiseerd (modemlijnen, DTP, duplicaatdia rechtstreeks vanuit diatheek op film).
In februari 1992 wordt 'Style' gelanceerd, een maandelijks life-style supplement voor Trends. Augustus 1992 brengt een joint venture tussen Roularta en de groep Rossel in de uitgave van twee nieuwe sportbladen 'Sportmagazine' en 'Voetbal/Foot', waarin het oude 'Sport 90' overgaat.

Sinds 14.1.1993 wordt 'Talent' (per¬soneelsadver¬tenties) wekelijkse als bijlage aan 'Trends' toegevoegd. Het betreft hier een joint venture die volgende uitgeverijen verenigt rond het initiatief : Tijd, Roularta, La Libre Belgique en Editeco (L'Echo).
In het najaar van 1993 raakt de groep betrokken bij de alliantie 'Mediabel' (Nynex-USA, Déficom, Roularta, VUM) die de uitgave van de 'Gouden Gids' wil gaan realiseren maar uiteindelijk besliste Belgacom de uitgave in eigen beheer te nemen. In oktober 1993 lekt uit dat tussen de groep en de VUM plannen bestaan om samen een goedkoop (15 BEF) dagblad, gecentreerd op het televisiege-beuren, uit te brengen. Eind december wordt dit plan echter afgeblazen. In maart 1994 raakt bekend dat Roularta samen met VUM en de Financieel Ekonomische Tijd electronisch uitgeven aan het bestuderen is. Vanaf 30 mei 1994 verschijnen de weekbladen Trends en Tendances op maandag; dit heeft te maken met de fusie van het weekblad 'Kapitaal' en het 'Beleggen'-katern van Trends tot 'Cash ! Trends' (tabloïd-bijlage van ca. 32 blz. op roze papier à la 'Financial Times'). In augustus 1994 start Roularta, aan de zijde van VUM, onderhandelingen over de overname van de groep Het Volk en verklaart in oktober niet geïnteresseerd te zijn in het dagblad, wél in de drukkerij en in de weekbladen .

Roularta heeft zich toegelegd op 'narrow casting' of doelgroepen-media (RMG zelf spreekt van 'the targeted media' ) en blijft daardoor ook weg uit de zuigkracht die het nog steeds oprukken¬de televisiemedium teweegbrengt .
boek Dewael o.a. over voorbereiding VTM (citaten) - commentaren LT
Edited: 199100000465
DEWAEL, P., De warme hand, Cultuur maakt het verschil, Kritak, Leuven, 1991, 182 blz.

Citaten uit dit boek :

blz. 121 : "Poma is erin geslaagd drie belangrijke doorbraken te forceren. Naast het decreet op de vrije radio's en het installeren van een mediaraad was hij een boogscheut verwijderd van de goedkeuring van het kabeldekreet waarin de oprichting van een eigen, Vlaams, commercieel televisiestation naar voren werd geschoven. Toch tekenden zich binnen de PVV en de grotere liberale familie verschillende motieven af voor het opstarten van een commercieel televisiestation. Hierbij kwam een duidelijk verschil in benadering aan het licht tussen de pragmatici en de jongere generatie. Voor deze laatste primeerde ideologische zuiverheid. Financieminister Willy de Clercq vond het allemaal prima zolang het hem geen centen kostte. De uitgeversgroep Hoste was bang voor een ideologisch?filosofische minorisering in het Vlaamse krantenlandschap. Adriaan Verhulst, toen nog voorzitter van de Raad van Bestuur van de BRT, pleitte voor meer centen voor de openbare omroep vooraleer er sprake kon zijn van een commercieel station. De groep rond de broers Verhofstadt en ikzelf vertrok vanuit een puur ideologische stelling : de monopoliepositie was onhoudbaar en stond bovendien haaks op de technologische innovaties en de televisie?evolutie in de wereld. Onze visie werd zeker niet door de hele partij gedeeld. Net zoals bij de CVP leefde in onze parij vooral onvrede met het BRT?nieuws."(...)"De groep Hoste dacht aan bedreigde middelen en vreesde voor een moeilijke toekomst van de krant Het Laatste Nieuws."(...)

Blz. 123 : "Met een boutade zou men kunnen stellen : de BRT heeft de CVP ertoe gedwongen het mediadossier open te gooien."

Blz. 123-124 : "Verschillende denkpistes deden de ronde. Sommigen wilden het tweede BRT?televisiekanaal opengooien voor zendgemachtigde verenigingen naar Nederlands model." Bedoeld PDW hier niet de zogenaamde 'derden'? Dat was toch een idee van Dirk Verhofstadt !

"Een idee dat vooral in partijpolitieke kringen enthousiast werd onthaald en het gelukkig niet heeft gehaald : een emanatie van de jarenoude verzuilingspolitiek kon Vlaanderen in dit dossier naar mijn gevoel missen als kiespijn. Vervolgens kwamen de uitgevers van de schrijvende pers op het toneel. Twee kandidaat?initiatiefnemers dienden zich aan. André Leysen, afgevaardigd?bestuurder van de Standaard?groep, die in zijn kielzog ook het Limburgse Concentra, uitgever van Het Belang van Limburg, en de FET (Financieel?Ekonomische Tijd) had meegetrokken. Aan de andere kant stond Jan Merckx, voorzitter van de VMM (Vlaamse Media Maatschappij), een brede paraplu waaronder alle andere uitgevers beschutting zochten. De groep Hoste, uitgever van Het Laatste Nieuws, bleek het minst enthousiast. De waarschuwing van Frans Grootjans (voormalig hoofdredakteur van de zusterkrant De Nieuwe Gazet en eminence grise van de Vlaamse liberalen) ? 'We hebben maar één gazet' ? zou de komende maanden nog vaak in gesprekken opduiken. Later zou overigens blijken dat de groep Hoste door VMM het veld werd ingestuurd om de kastanjes voor de hele VMM?groep uit het vuur te halen. Hiervoor huurde VMM, op vraag van de groep Hoste, Dirk Verhofstadt in, die op twee maanden tijd een omvangrijke studie maakte over de mogelijke invoering van commerciële televisie in Vlaanderen. In de loop van de jaren groeide Dirk als vanzelf naar een verantwoordelijke functie bij de nieuwe zender, hierin aangemoedigd door voorzitter Merckx. Maar hij werd omwille van zijn familienaam opzij geschoven."

Blz. 125 : "Toen ik in december 1985 achter mijn bureau plaatsnam, had ik de nodige voorkennis om me in het mediadossier vast te bijten. Bovendien speelde mijn ministeriële maagdelijkheid op dat moment in mijn voordeel. Het gerommel in de uitgeverswereld had ik echt niet van nabij gevolgd. Bij de diverse onderhandelingsrondes was ik nooit rechtstreeks betrokken en het voortdurend lobbyen was aan mij voorbijgegaan. Niet voor lang evenwel. Onmiddellijk na mijn installatie zochten de uitgevers mij op. Opnieuw bleek de grote angst van de groep Hoste om aan invloed te verliezen en in de raad van bestuur van de nog op te richten zender in de minderheid te worden gesteld. Tijdens informele gesprekken haalden socialisten dit argument ook aan. Ze beschreven apocalyptische scenario's waarin de uitgevers van katholieke signatuur de hele commerciële zender naar hun hand zouden zetten. In dit verband moet ik eveneens een informele ontmoeting aanhalen in het Knokse hotel 'La Reserve' op 8 november 1986 waar naast de top van de liberale uitgeversgroep Hoste, met Frans Grootjans, Frans Vinck (PDW spelt de naam verkeerd want het is Frans Vink, LT) en Carlo Gepts, ook Annemie en Freddy Neyts, de kopstukken van het Liberaal Vlaams Verbond Camille Paulus en Piet Van Brabant, Roland Lommé (wiens aanwezigheid mij niet helemaal duidelijk was) de broers Guy en Dirk Verhofstadt en ikzelf rond de tafel zaten. Ik voelde er in elk geval niets voor een wettelijke beveiliging soortgelijk of identiek aan de Cultuurpaktwet in te bouwen wanneer het om de raad van bestuur van een commercieel station gaat. Eén BRT leek me ook toen al voldoende. Ik heb aandachtig naar hun verzuchtingen geluisterd maar voor Guy Verhofstadt en mezelf stond het vast : de commerciële zender komt er."
Belga
Gemeentekrediet start Cregem International Bank (Luxemburg) op
Edited: 199006290000
29 juni 1990 00:00
BRUSSEL (belga) - Het Gemeentekrediet heeft deze maand in het Groothertogdom Luxemburg haar 100%-dochteronderneming Cregem International Bank opgestart. Het filiaal zal zich richten op vermogensbeheer (private banking), geld- en kapitaalmarkten, het beheer van sicav's en op consortiale kredieten. Dit werd gisteren bekendgemaakt door het Gemeentekrediet.

Tags: Dexia, Experta
1 februari 1989: Start VTM
Edited: 198902011861
LT
Advies van de Raad van State bij het ontwerp van wet op de handelspubliciteit. Mogelijk voorwaarden vervuld om commerciële televisie (CTV) op te starten.
Edited: 198503071461
NYT
EDWARD CRANKSHAW IS DEAD AT 75; AUTHOR ON SOVIET AND HAPSBURGS
Edited: 198412041025
EDWARD CRANKSHAW IS DEAD AT 75
By WOLFGANG SAXON
Published: December 4, 1984

Edward Crankshaw, one of the most respected authors on the Soviet Union and chronicler of the Hapsburgs, died last Thursday in his native Britain after what was described as a ''long and painful illness.'' He was 75 years old and lived in Hawkhurst, in rural Kent.

His death was reported Sunday in The Observer, the British weekly for which he kept watch on the Soviet scene starting in 1947. Mr. Crankshaw, who spurned the label of ''Kremlinologist,'' was regarded as Britain's premier journalistic expert on Soviet politics.

The author of about 20 books, including three novels, Mr. Crankshaw contribued a steady flow of prefaces, essays and articles to publications in Britain and the United States, including The New York Times. In addition, he commented on Soviet affairs for the BBC.

Difficult to place politically, Mr. Crankshaw reluctantly became a Soviet specialist when The Observer asked him to take the assignment after World War II, part of which he had spent in Moscow. One of the conclusions he had reached was that Kremlin policies must be seen as something that did not start with the Bolshevik takeover in 1917, but had ancient roots. He Avoided Speculation

Thus, Mr. Crankshaw avoided speculations about absences from the Kremlin wall at anniversary parades. Instead, his basic impressions had been formed when the Russians were fighting for survival, and he took heart from Stalin's evocations of historical ''Holy Russia.''

His political testament came in a preface written this year to a selection from his writings, ''Putting Up With the Russians.''

As a conservative dedicated to the survival of European civilization, he rejected the harsh tones adopted by President Reagan and his supporters, accusing them of trying to turn the Soviet Union into a pariah. Mr. Crankshaw viewed detente with some skepticism, but he insisted on the need for co- existence.

He was the author of ''Russia Without Stalin'' in 1956, regarding the changes in everyday life in the post- Stalin era. He also wrote ''Khrushchev's Russia'' (1960) and ''Khrushchev: A Career,'' published six years later.

He then wrote the introduction for ''Khrushchev Remembers,'' a rich compilation of comments, speeches, conversations and interviews by Nikita I. Khruschev, the Kremlin leader who denounced the Stalinist terror. 'Khrushchev Himself'

Mr. Crankshaw, who also contributed copious footnotes and commentary to the Khrushchev book, helped defend the book against doubters. He said that by ''style and content'' the words were ''Khrushchev himself, quite unmistakably speaking.'' His faith in the book's authenticity has come to be shared by most others since its publication in 1970.

Though ailing for many years, Mr. Crankshaw, a slight and courtly man, continued to write even in bed whenever he was unable to move about.

His last volume published in this country was ''Bismarck'' in 1982. Writing in The New York Times Book Review, George L. Mosse called the book ''a cautionary tale about political and military power'' that sees Bismarck's ''apparent success as a failure because the Iron Chancellor exalted the amoral concept of politics into a principle.''

Edward Crankshaw was born on Jan. 3, 1909, in rural Essex. As a boy, he often visited the London magistrate's court where his father, Arthur, worked as chief clerk. He attended Bishop's Stortford College but left early - hence his claim to having been largely self- taught.

Instead, Mr. Crankshaw went to the Continent to travel, and he lived in Vienna, becoming fluent in German. His Austrian years turned out to be formative ones for his mind as he watched democracy crumble in the new Austrian republic. They also instilled him with a passion for literature and music.

From Europe, he wrote for British publications subjects ranging from twelve-tone music to books, art and the theater. But he gave up journalism to write ''Joseph Conrad: Some Aspects of the Art of the Novel,'' a study of Conrad's methods and the novelist's art in general. Another book, ''Vienna: The Image of a Culture in Decline,'' appeared in 1938. Posted to Moscow in '41

In 1936, Mr. Crankshaw was commissioned into Britain's Territorial Army. In 1941, he was posted to Moscow as an intelligence officer, and he did all he could to understand the Russians, their history, national character and government.

Having also traveled on the periphery of the Soviet Union, he was asked by The Observer to return to journalism as its Russian expert. His early books on the subject were ''Britain and Russia'' (1945), ''Russia and the Russians'' (1947) and ''Russia by Daylight'' (1951).

A well-received history was The Shadow of the Winter Palace: The Drift to Revolution, 1825-1917 which appeared in 1976. Other well-received books were ''The Fall of the House of Hapsburg'' (1963) and ''The Hapsburgs'' (1971).

Of Mr. Crankshaw's ''Maria Theresa'' (1969), Thomas Lask wrote in his review in The New York Times, ''Mr. Crankshaw has managed in what is a model of compression and judicious selection to rescue Maria Theresa from the history books and to turn a monument into a warm and appealing woman.''

Mr. Crankshaw is survived by his wife, the former Clare Chesterton Carr.
Alizée, née Alizée Jacotey
Edited: 198408210954
Alizée, née Alizée Jacotey le 21 août 1984 à Ajaccio, est une chanteuse et danseuse1 française. Après sa participation à l'émission Graines de star, Alizée est repérée par la chanteuse Mylène Farmer, qui lui écrit deux albums avec Laurent Boutonnat (Gourmandises et Mes courants électriques). Son premier single, Moi... Lolita, est l'un des tubes des années 2000 en France, en Europe et en Asie. De 2000 à 2004, Alizée dénombre six millions de disques vendus.
TESSENS Lucas
Kernvragen bij het opzetten van een onafhankelijke TV in Vlaanderen. Rendement, financiering, aandeelhouders, startkapitaal, audience, etc.
Edited: 198406121261
Robert Gilman
Structural Violence. Can we find genuine peace in a world with inequitable distribution of wealth among nations?
Edited: 198309000100
One of the articles in The Foundations Of Peace (IC#4)
Originally published in Autumn 1983 on page 8
Copyright (c)1983, 1997 by Context Institute
THE HUMAN TENDENCY toward, and preparations for, open warfare are certainly the most spectacular obstacles to peace, but they are not the only challenges we face. For much of the world’s population, hunger, not war, is the pressing issue, and it is hard to imagine a genuine peace that did not overcome our current global pattern of extensive poverty in the midst of plenty.

Hunger and poverty are two prime examples of what is described as “structural violence,” that is, physical and psychological harm that results from exploitive and unjust social, political and economic systems. It is something that most of us know is going on, some of us have experienced, but in its starker forms, it is sufficiently distant from most North American lives that it is often hard to get a good perspective on it. I’ve come across an approach that seems to help provide that perspective, and I’d like to describe it.

How significant is structural violence? How does one measure the impact of injustice? While this may sound like an impossibly difficult question, Gernot Kohler and Norman Alcock (in Journal of Peace Research, 1976, 13, pp. 343-356) have come up with a surprisingly simple method for estimating the grosser forms of structural violence, at least at an international level. The specific question they ask is, how many extra deaths occur each year due to the unequal distribution of wealth between countries?

To understand their approach, we will need to plunge into some global statistics. It will help to start with the relationship between Life Expectancy (LE) and Gross National Product Per Person (GNP/p) that is shown in the following figure.



Each dot in this figure stands for one country with its LE and GNP/p for the year 1979. All together, 135 countries are represented (data from Ruth Sivard’s World Military and Social Expenditures 1982, World Priorities, Box 1003, Leesburg VA 22075, $4). Kohler and Alcock used a similar figure based on data for 1965, and I’ll compare the 1965 data with the 1979 data later in this article. Except for a few oil exporting countries (like Libya) that have unusual combinations of high GNPs and low Life Expectancies, the data follows a consistent pattern shown by the curve. Among the “poor” countries (with GNP/p below about $2400 per person per year), life expectancy is relatively low and increases rapidly with increasing GNP/p. Among the “rich” countries, life expectancy is consistently high and is relatively unaffected by GNP.

The dividing line between these two groups turns out to also be the world average GNP per person. The value of the life expectancy curve at that point (for 1979) is 70 years. Thus, other things being equal, if the world’s wealth was distributed equally among the nations, every country would have a life expectancy of 70 years. This value is surprisingly close to the average life expectancy for the industrial countries (72 years), and is even not that far below the maximum national life expectancy of 76 years (Iceland, Japan, and Sweden).

Kohler and Alcock use this egalitarian model as a standard to compare the actual world situation against. The procedure is as follows. The actual number of deaths in any country can be estimated by dividing the population (P) by the life expectancy (LE). The difference between the actual number of deaths and the number of deaths that would occur under egalitarian conditions is thus P/LE – P/70. For example, in 1979 India had a population of 677 million and a life expectancy of 52 years. Thus India’s actual death rate was 13 million while if the life expectancy had been 70, the rate would have been 9.7 million. The difference of 3.3 million thus provides an estimate of the number of extra deaths.

Calculating this difference for each country and then adding them up gives the number of extra deaths worldwide due to the unequal distribution of resources. The result for 1965 was 14 million, while for 1979 the number had declined to 11 million. (China, with a quarter of the world’s population, is responsible for 3/4 of this drop since it raised its life expectancy from 50 in 1965 to 64 in 1979.)

How legitimate is it to ascribe these deaths to the structural violence of human institutions, and not just to the variability of nature? Perhaps the best in-depth study of structural violence comes from the Institute for Food and Development Policy (1885 Mission St, San Francisco, CA 94103). What they find throughout the Third World is that the problems of poverty and hunger often date back hundreds of years to some conquest – by colonial forces or otherwise. The victors became the ruling class and the landholders, pushing the vast majority either on to poor ground or into being landless laborers. Taxes, rentals, and the legal system were all structured to make sure that the poor stayed poor. The same patterns continue today.

Additional support is provided by the evidence in the above figure, which speaks for itself. Also, according to Sivard, 97% of the people in the Third World live under repressive governments, with almost half of all Third World countries run by military dominated governments. Finally, as a point of comparison, Ehrlich and Ehrlich (Population, Environment, and Resources, 1972, p72) estimate between 10 and 20 million deaths per year due to starvation and malnutrition. If their estimates are correct, our estimates may even be too low.

Some comparisons will help to put these figures in perspective. The total number of deaths from all causes in 1965 was 62 million, so these estimates indicate that 23% of all deaths were due to structural violence. By 1979 the fraction had dropped to 15%. While it is heartening to see this improvement, the number of deaths is staggeringly large, dwarfing any other form of violence other than nuclear war. For example, the level of structural violence is 60 times greater than the average number of battle related deaths per year since 1965 (Sivard 1982). It is 1.5 times as great as the yearly average number of civilian and battle field deaths during the 6 years of World War II. Every 4 days, it is the equivalent of another Hiroshima.

Perhaps the most hopeful aspect of this whole tragic situation is that essentially everyone in the present system has become a loser. The plight of the starving is obvious, but the exploiters don’t have much to show for their efforts either – not compared to the quality of life they could have in a society without the tensions generated by this exploitation. Especially at a national level, what the rich countries need now is not so much more material wealth, but the opportunity to live in a world at peace. The rich and the poor, with the help of modern technology and weaponry, have become each others’ prisoners.
TESSENS Lucas Lic.
Etherreklame en Weekbladpers, in: De Pers-La Presse, nr 108, juni 1981 [zoekhulp: etherreclame]
Edited: 19810008
Harde afwijzing van de geplande introductie van reclame op BRT en RTBF (rooms-rode regering Mark Eyskens). Vergelijking met de Nederlandse situatie (STER). Becijferde gevolgen van de concurrentie van RTL, dat via de kabelmaatschappijen een illegale toegang had gekregen tot de gezinnen in Wallonië en Brussel. Wegzuigingseffect op de reclamemarkt. Belang van kleurentelevisie in de concurrentiestrijd. Noot Lucas Tessens: Noteer dat vanaf 1984 de weekbladuitgevers - hierin schoorvoetend gevolgd door de dagbladuitgevers - een andere strategie kozen: zelf een commerciële zender uitbaten om het wegzuigingseffect onder controle te kunnen houden en TV-reclame 'in geleidelijkheid' in te voeren (gefaseerd opvoeren van reclametijd). Het financieel plan van de VMM hield uitdrukkelijk rekening met die geleidelijkheid. Na een intensieve lobbying van 7 jaar (gericht op wets- en decreetwijzigingen), dom overleg met de BRTN om hun tweede net in te palmen en intern geruzie over de verdeling van het aandelenkapitaal, kon VTM in februari 1989 van start gaan. De uitgevers slaagden er ook in om goedkope leningen met staatswaarborg in de wacht te slepen. Maar de uitgevers hebben toen voor het 'snelle geld' van de TV-reklame gekozen en zo zelf het verdwijnen van weekbladtitels of opslorping in de hand gewerkt. VTM werd zo een wapen om binnen de weekbladpers de concurrentiestrijd op te voeren en de zwakkeren uit te schakelen of over te nemen. De mediaconcentratie op volle toeren.

Buffy Sainte-Maire
My country 'Tis Of Thy People You're Dying
Edited: 197110011761
Now that your big eyes have finally opened,
Now that you're wondering how must they feel,
Meaning them that you've chased across America's movie screens.
Now that you're wondering how can it be real
That the ones you've called colorful, noble and proud
In your school propaganda
They starve in their splendor?
You've asked for my comment I simply will render:
My country 'tis of thy people you're dying.

Now that the longhouses breed superstition
You force us to send our toddlers away
To your schools where they're taught to despise their traditions.
You forbid them their languages, then further say
That American history really began
When Columbus set sail out of Europe, then stress
That the nation of leeches that conquered this land
Are the biggest and bravest and boldest and best.
And yet where in your history books is the tale
Of the genocide basic to this country's birth,
Of the preachers who lied, how the Bill of Rights failed,
How a nation of patriots returned to their earth?
And where will it tell of the Liberty Bell
As it rang with a thud
O'er Kinzua mud,
And of brave Uncle Sam in Alaska this year?

My country 'tis of thy people you're dying.

Hear how the bargain was made for the West:
With her shivering children in zero degrees,
Blankets for your land, so the treaties attest,
Oh well, blankets for land is a bargain indeed,
And the blankets were those Uncle Sam had collected
From smallpox-diseased dying soldiers that day.
And the tribes were wiped out and the history books censored,
A hundred years of your statesmen have felt it's better this way.
And yet a few of the conquered have somehow survived,
Their blood runs the redder though genes have paled.
From the Gran Canyon's caverns to craven sad hills
The wounded, the losers, the robbed sing their tale.
From Los Angeles County to upstate New York
The white nation fattens while others grow lean;
Oh the tricked and evicted they know what I mean.

My country 'tis of thy people you're dying.

The past it just crumbled, the future just threatens;
Our life blood shut up in your chemical tanks.
And now here you come, bill of sale in your hands
And surprise in your eyes that we're lacking in thanks
For the blessings of civilization you've brought us,
The lessons you've taught us, the ruin you've wrought us --
Oh see what our trust in America's brought us.

My country 'tis of thy people you're dying.

Now that the pride of the sires receives charity,
Now that we're harmless and safe behind laws,
Now that my life's to be known as your "heritage,"
Now that even the graves have been robbed,
Now that our own chosen way is a novelty --
Hands on our hearts we salute you your victory,
Choke on your blue white and scarlet hypocrisy
Pitying the blindness that you've never seen
That the eagles of war whose wings lent you glory
They were never no more than carrion crows,
Pushed the wrens from their nest, stole their eggs, changed their story;
The mockingbird sings it, it's all that he knows.
"Ah what can I do?" say a powerless few
With a lump in your throat and a tear in your eye --
Can't you see that their poverty's profiting you.

My country 'tis of thy people you're dying.
J. HANNES Assistent aan het Seminarie voor Hedendaagse Geschiedenis, R.u.G. en С LIS Aspirante N.F.W.O
DE SOCIALE HIERARCHIE IN DE WONINGBOUW ANTWERPEN OMSTREEKS 1834 en WOONTOESTANDEN EN GANGENSANERINGEN TE ANTWERPEN IN HET MIDDEN DER 19e EEUW
Edited: 196900000902
Social Hierarchy In Housing. Antwerp About 1834: How rich are rich people, how poor are poor people ? This is a much vexing question, especially when asked for the last century. The problem is to construct a kind of pyramid, where everyone has a definite place according to his wealth or lack of it. But how to build such a pyramid ? The authors started from the assumption, that there exists a correlation between the value of the habitation of the invidual and his financial situation. The value of the habitation is indeed well known, at least at a definite moment of the past century, owing to the compilation of the land registry. This goes, in Antwerp, for the year 1834. We do know, for that year, the value of any dwelling in Antwerp. The next step is to find out about the wealth of the people living in the most expensive houses and, on the other hand, of the people living in the least expensive. As regards the richest people, we can derive a fairly accurate idea of their place in the hierarchy of wealth by using the returns of the licence fee, a tax related to the importance of their business. It appears that there is a striking degree of conformity between both series. The same goes for the poor people living in shabby dwellings. Here one can know more or less how poor they are because they are the people on relief. On first sight, one would feel that this is a case of making sure in a painstaking way of what was known beforehand. But this would be a false assumption : for most of the 19th century, and for most towns, the documents (e.g. licence fee) helping us to gain insight into the real wealth of people are lost. But the land registry records are fairly well preserved. As it has been by now established that the correlation between the value of the inhabited house and the wealth situation is extremely high, the method developped by the authors makes it possible to reconstruct the real hierarchy of wealth or poverty for any given population. — Slum-Sanitation : A Central Problem In The Way Of Life Of The Working People. (Antwerp, 19Th Century): One of the most inescapable consequences of the growth of the industrial town (and even of the not so industrial town) in the past century is, that housing conditions of the factory workers and poor people rapidly took a turn for the worse. The accumulation of demographic, economic and social pressures made the actual housing conditions the very imbodiment of the squalid way of life of the 19th century factory worker, and more attention should be paid to the problem of the slums in the 19th century than has been in the past. In Antwerp — and in most Belgian towns — the basic problem in matters of working class housing was not so much the lack of space as the population increased, than slum construction as a highly profitable investment, in the shape of a huge number of small dwellings built around an inner court or a small street. There was no individual sanitation nor individual water supply. People had to help themselves from a small number of installations for common use. The reason, of course, was to keep the cost of the building of the slum as low as possible. The result was that life in a slum was a constant fight for water and sanitation. The three heavy cholera epidemics of the 19th century had terrific effects in these slums, and this made a slight impact on the minds of the upper classes. The first attempts at sanitation in the towns are the result of that shock. Surveys and projects were contemplated. But there were the owners of the slums to consider too, and it soon became clear that they wanted to keep things as they were. The fight lasted for nine years, and yielded, as far as slum-sanitation is concerned, negligible results : in no more than half of the slums was some work on sanitation done, and even there, no more than shortlived improvements were achieved. This goes to say that research on the fight for slum-sanitation yields its real dividend in a good knowledge of the basis indifference amongst the wealthy towards the very right to existence of the poor.

Che Guevara
Che Guevara: laatste speech in Algiers; vermeldt België als neocolonialistisch land; Congo
Edited: 196502242001
Spoken: February 24, 1965
First Published:
Source: The Che Reader, Ocean Press, © 2005.
Translated: unknown.
Transcription/Markup: Ocean Press/Brian Baggins

This speech was delivered at the Second Economic Seminar of Afro-Asian Solidarity. The conference, held in Algiers, Algeria, was attended by representatives from 63 African and Asian governments, as well as 19 national liberation movements. The meeting was opened by Algerian President Ahmed Ben Bella. Cuba was invited as an observer to the conference, and Guevara served on its presiding committee.

Cuba is here at this conference to speak on behalf of the peoples of Latin America.[19] As we have emphasized on other occasions, Cuba also speaks as an underdeveloped country as well as one that is building socialism.

It is not by accident that our delegation is permitted to give its opinion here, in the circle of the peoples of Asia and Africa.[20] A common aspiration unites us in our march toward the future: the defeat of imperialism. A common past of struggle against the same enemy has united us along the road.

This is an assembly of peoples in struggle, and the struggle is developing on two equally important fronts that require all our efforts. The struggle against imperialism, for liberation from colonial or neocolonial shackles, which is being carried out by means of political weapons, arms, or a combination of the two, is not separate from the struggle against backwardness and poverty. Both are stages on the same road leading toward the creation of a new society of justice and plenty.

It is imperative to take political power and to get rid of the oppressor classes. But then the second stage of the struggle, which may be even more difficult than the first, must be faced.

Ever since monopoly capital took over the world, it has kept the greater part of humanity in poverty, dividing all the profits among the group of the most powerful countries. The standard of living in those countries is based on the extreme poverty of our countries. To raise the living standards of the underdeveloped nations, therefore, we must fight against imperialism. And each time a country is torn away from the imperialist tree, it is not only a partial battle won against the main enemy but it also contributes to the real weakening of that enemy, and is one more step toward the final victory. There are no borders in this struggle to the death. We cannot be indifferent to what happens anywhere in the world, because a victory by any country over imperialism is our victory, just as any country's defeat is a defeat for all of us. The practice of proletarian internationalism is not only a duty for the peoples struggling for a better future, it is also an inescapable necessity.

If the imperialist enemy, the United States or any other, carries out its attack against the underdeveloped peoples and the socialist countries, elementary logic determines the need for an alliance between the underdeveloped peoples and the socialist countries. If there were no other uniting factor, the common enemy should be enough.[21]

Of course, these alliances cannot be made spontaneously, without discussions, without birth pangs, which sometimes can be painful. We said that each time a country is liberated it is a defeat for the world imperialist system. But we must agree that the break is not achieved by the mere act of proclaiming independence or winning an armed victory in a revolution. It is achieved when imperialist economic domination over a people is brought to an end. Therefore, it is a matter of vital interest to the socialist countries for a real break to take place. And it is our international duty, a duty determined by our guiding ideology, to contribute our efforts to make this liberation as rapid and deep-going as possible.

A conclusion must be drawn from all this: the socialist countries must help pay for the development of countries now starting out on the road to liberation. We state it this way with no intention whatsoever of blackmail or dramatics, nor are we looking for an easy way to get closer to the Afro- Asian peoples; it is our profound conviction. Socialism cannot exist without a change in consciousness resulting in a new fraternal attitude toward humanity, both at an individual level, within the societies where socialism is being built or has been built, and on a world scale, with regard to all peoples suffering from imperialist oppression.

We believe the responsibility of aiding dependent countries must be approached in such a spirit. There should be no more talk about developing mutually beneficial trade based on prices forced on the backward countries by the law of value and the international relations of unequal exchange that result from the law of value.[22]

How can it be “mutually beneficial” to sell at world market prices the raw materials that cost the underdeveloped countries immeasurable sweat and suffering, and to buy at world market prices the machinery produced in today's big automated factories?

If we establish that kind of relation between the two groups of nations, we must agree that the socialist countries are, in a certain way, accomplices of imperialist exploitation. It can be argued that the amount of exchange with the underdeveloped countries is an insignificant part of the foreign trade of the socialist countries. That is very true, but it does not eliminate the immoral character of that exchange.

The socialist countries have the moral duty to put an end to their tacit complicity with the exploiting countries of the West. The fact that the trade today is small means nothing. In 1959 Cuba only occasionally sold sugar to some socialist bloc countries, usually through English brokers or brokers of other nationalities. Today 80 percent of Cuba's trade is with that area. All its vital supplies come from the socialist camp, and in fact it has joined that camp. We cannot say that this entrance into the socialist camp was brought about merely by the increase in trade. Nor was the increase in trade brought about by the destruction of the old structures and the adoption of the socialist form of development. Both sides of the question intersect and are interrelated.

We did not start out on the road that ends in communism foreseeing all steps as logically predetermined by an ideology advancing toward a fixed goal. The truths of socialism, plus the raw truths of imperialism, forged our people and showed them the path that we have now taken consciously. To advance toward their own complete liberation, the peoples of Asia and Africa must take the same path. They will follow it sooner or later, regardless of what modifying adjective their socialism may take today.

For us there is no valid definition of socialism other than the abolition of the exploitation of one human being by another. As long as this has not been achieved, if we think we are in the stage of building socialism but instead of ending exploitation the work of suppressing it comes to a halt — or worse, is reversed — then we cannot even speak of building socialism.[23] We have to prepare conditions so that our brothers and sisters can directly and consciously take the path of the complete abolition of exploitation, but we cannot ask them to take that path if we ourselves are accomplices in that exploitation. If we were asked what methods are used to establish fair prices, we could not answer because we do not know the full scope of the practical problems involved. All we know is that, after political discussions, the Soviet Union and Cuba have signed agreements advantageous to us, by means of which we will sell five million tons of sugar at prices set above those of the so-called free world sugar market. The People's Republic of China also pays those prices in buying from us.

This is only a beginning. The real task consists of setting prices that will permit development. A great shift in ideas will be involved in changing the order of international relations. Foreign trade should not determine policy, but should, on the contrary, be subordinated to a fraternal policy toward the peoples.

Let us briefly analyze the problem of long-term credits for developing basic industries. Frequently we find that beneficiary countries attempt to establish an industrial base disproportionate to their present capacity. The products will not be consumed domestically and the country's reserves will be risked in the undertaking.

Our thinking is as follows: The investments of the socialist states in their own territory come directly out of the state budget, and are recovered only by use of the products throughout the entire manufacturing process, down to the finished goods. We propose that some thought be given to the possibility of making these kinds of investments in the underdeveloped countries. In this way we could unleash an immense force, hidden in our continents, which have been exploited miserably but never aided in their development. We could begin a new stage of a real international division of labor, based not on the history of what has been done up to now but rather on the future history of what can be done.

The states in whose territories the new investments are to be made would have all the inherent rights of sovereign property over them with no payment or credit involved. But they would be obligated to supply agreed-upon quantities of products to the investor countries for a certain number of years at set prices.

The method for financing the local portion of expenses incurred by a country receiving investments of this kind also deserves study. The supply of marketable goods on long-term credits to the governments of underdeveloped countries could be one form of aid not requiring the contribution of freely convertible hard currency.

Another difficult problem that must be solved is the mastering of technology. [24] The shortage of technicians in underdeveloped countries is well known to us all. Educational institutions and teachers are lacking. Sometimes we lack a real understanding of our needs and have not made the decision to carry out a top-priority policy of technical, cultural and ideological development.

The socialist countries should supply the aid to organize institutions for technical education. They should insist on the great importance of this and should supply technical cadres to fill the present need. It is necessary to further emphasize this last point. The technicians who come to our countries must be exemplary. They are comrades who will face a strange environment, often one hostile to technology, with a different language and totally different customs. The technicians who take on this difficult task must be, first of all, communists in the most profound and noble sense of the word. With this single quality, plus a modicum of flexibility and organization, wonders can be achieved.

We know this can be done. Fraternal countries have sent us a certain number of technicians who have done more for the development of our country than 10 institutes, and have contributed more to our friendship than 10 ambassadors or 100 diplomatic receptions.

If we could achieve the above-listed points — and if all the technology of the advanced countries could be placed within reach of the underdeveloped countries, unhampered by the present system of patents, which prevents the spread of inventions of different countries — we would progress a great deal in our common task.

Imperialism has been defeated in many partial battles. But it remains a considerable force in the world. We cannot expect its final defeat save through effort and sacrifice on the part of us all.

The proposed set of measures, however, cannot be implemented unilaterally. The socialist countries should help pay for the development of the underdeveloped countries, we agree. But the underdeveloped countries must also steel their forces to embark resolutely on the road of building a new society — whatever name one gives it — where the machine, an instrument of labor, is no longer an instrument for the exploitation of one human being by another. Nor can the confidence of the socialist countries be expected by those who play at balancing between capitalism and socialism, trying to use each force as a counterweight in order to derive certain advantages from such competition. A new policy of absolute seriousness should govern the relations between the two groups of societies. It is worth emphasizing once again that the means of production should preferably be in the hands of the state, so that the marks of exploitation may gradually disappear. Furthermore, development cannot be left to complete improvisation. It is necessary to plan the construction of the new society. Planning is one of the laws of socialism, and without it, socialism would not exist. Without correct planning there can be no adequate guarantee that all the various sectors of a country's economy will combine harmoniously to take the leaps forward that our epoch demands.

Planning cannot be left as an isolated problem of each of our small countries, distorted in their development, possessors of some raw materials or producers of some manufactured or semimanufactured goods, but lacking in most others.[25] From the outset, planning should take on a certain regional dimension in order to intermix the various national economies, and thus bring about integration on a basis that is truly of mutual benefit. We believe the road ahead is full of dangers, not dangers conjured up or foreseen in the distant future by some superior mind but palpable dangers deriving from the realities besetting us. The fight against colonialism has reached its final stages, but in the present era colonial status is only a consequence of imperialist domination. As long as imperialism exists it will, by definition, exert its domination over other countries. Today that domination is called neocolonialism.

Neocolonialism developed first in South America, throughout a whole continent, and today it begins to be felt with increasing intensity in Africa and Asia. Its forms of penetration and development have different characteristics. One is the brutal form we have seen in the Congo. Brute force, without any respect or concealment whatsoever, is its extreme weapon. There is another more subtle form: penetration into countries that win political independence, linking up with the nascent local bourgeoisies, development of a parasitic bourgeois class closely allied to the interests of the former colonizers. This development is based on a certain temporary rise in the people's standard of living, because in a very backward country the simple step from feudal to capitalist relations marks a big advance, regardless of the dire consequences for the workers in the long run.

Neocolonialism has bared its claws in the Congo. That is not a sign of strength but of weakness. It had to resort to force, its extreme weapon, as an economic argument, which has generated very intense opposing reactions. But at the same time a much more subtle form of neocolonialism is being practiced in other countries of Africa and Asia. It is rapidly bringing about what some have called the South Americanization of these continents; that is, the development of a parasitic bourgeoisie that adds nothing to the national wealth of their countries but rather deposits its huge ill-gotten profits in capitalist banks abroad, and makes deals with foreign countries to reap more profits with absolute disregard for the welfare of the people. There are also other dangers, such as competition between fraternal countries, which are politically friendly and sometimes neighbors, as both try to develop the same investments simultaneously to produce for markets that often cannot absorb the increased volume. This competition has the disadvantage of wasting energies that could be used to achieve much greater economic coordination; furthermore, it gives the imperialist monopolies room to maneuver.

When it has been impossible to carry out a given investment project with the aid of the socialist camp, there have been occasions when the project has been accomplished by signing agreements with the capitalists. Such capitalist investments have the disadvantage not only of the terms of the loans but other, much more important disadvantages as well, such as the establishment of joint ventures with a dangerous neighbor. Since these investments in general parallel those made in other states, they tend to cause divisions between friendly countries by creating economic rivalries. Furthermore, they create the dangers of corruption flowing from the constant presence of capitalism, which is very skillful in conjuring up visions of advancement and well-being to fog the minds of many people. Some time later, prices drop in the market saturated by similar products. The affected countries are obliged to seek new loans, or to permit additional investments in order to compete. The final consequences of such a policy are the fall of the economy into the hands of the monopolies, and a slow but sure return to the past. As we see it, the only safe method for investments is direct participation by the state as the sole purchaser of the goods, limiting imperialist activity to contracts for supplies and not letting them set one foot inside our house. And here it is just and proper to take advantage of interimperialist contradictions in order to secure the least burdensome terms.

We have to watch out for “disinterested” economic, cultural and other aid that imperialism grants directly or through puppet states, which gets a better reception in some parts of the world.

If all of these dangers are not seen in time, some countries that began their task of national liberation with faith and enthusiasm may find themselves on the neocolonial road, as monopoly domination is subtly established step by step so that its effects are difficult to discern until they brutally make themselves felt.

There is a big job to be done. Immense problems confront our two worlds — that of the socialist countries and that called the Third World — problems directly concerning human beings and their welfare, and related to the struggle against the main force that bears the responsibility for our backwardness. In the face of these problems, all countries and peoples conscious of their duties, of the dangers involved in the situation, of the sacrifices required by development, must take concrete steps to cement our friendship in the two fields that can never be separated: the economic and the political. We should organize a great solid bloc that, in its turn, helps new countries to free themselves not only from the political power of imperialism but also from its economic power.

The question of liberation by armed struggle from an oppressor political power should be dealt with in accordance with the rules of proletarian internationalism. In a socialist country at war, it would be absurd to conceive of a factory manager demanding guaranteed payment before shipping to the front the tanks produced by his factory. It ought to seem no less absurd to inquire of a people fighting for liberation, or needing arms to defend its freedom, whether or not they can guarantee payment.

Arms cannot be commodities in our world. They must be delivered to the peoples asking for them to use against the common enemy, with no charge and in the quantities needed and available. That is the spirit in which the Soviet Union and the People's Republic of China have offered us their military aid. We are socialists; we constitute a guarantee of the proper utilization of those arms. But we are not the only ones, and all of us should receive the same treatment.

The reply to the ominous attacks by U.S. imperialism against Vietnam or the Congo should be to supply those sister countries with all the defense equipment they need, and to offer them our full solidarity without any conditions whatsoever.

In the economic field we must conquer the road to development with the most advanced technology possible. We cannot set out to follow the long ascending steps from feudalism to the nuclear and automated era. That would be a road of immense and largely useless sacrifice. We have to start from technology at its current level. We have to make the great technological leap forward that will reduce the current gap between the more developed countries and ourselves. Technology must be applied to the large factories and also to a properly developed agriculture. Above all, its foundation must be technological and ideological education, with a sufficient mass base and strength to sustain the research institutes and organizations that have to be created in each country, as well as the men and women who will use the existing technology and be capable of adapting themselves to the newly mastered technology.

These cadres must have a clear awareness of their duty to the society in which they live. There cannot be adequate technological education if it is not complemented by ideological education; without technological education, in most of our countries, there cannot be an adequate foundation for industrial development, which is what determines the development of a modern society, or the most basic consumer goods and adequate schooling. A good part of the national revenues must be spent on so-called unproductive investment in education. And priority must be given to the development of agricultural productivity. The latter has reached truly incredible levels in many capitalist countries, producing the senseless crisis of overproduction and a surplus of grain and other food products or industrial raw materials in the developed countries. While the rest of the world goes hungry, these countries have enough land and labor to produce several times over what is needed to feed the entire world. Agriculture must be considered a fundamental pillar of our development. Therefore, a fundamental aspect of our work should be changes in the agrarian structure, and adaptation to the new technological possibilities and to the new obligations of eliminating the exploitation of human beings.

Before making costly decisions that could cause irreparable damage, a careful survey of the national territory is needed. This is one of the preliminary steps in economic research and a basic prerequisite for correct planning. We warmly support Algeria's proposal for institutionalizing our relations. We would just like to make some supplementary suggestions: First: in order for the union to be an instrument in the struggle against imperialism, the cooperation of Latin American countries and an alliance with the socialist countries is necessary.

Second: we should be vigilant in preserving the revolutionary character of the union, preventing the admission into it of governments or movements not identified with the general aspirations of the people, and creating mechanisms that would permit the separation from it of any government or popular movement diverging from the just road.

Third: we must advocate the establishment of new relations on an equal footing between our countries and the capitalist ones, creating a revolutionary jurisprudence to defend ourselves in case of conflict, and to give new meaning to the relations between ourselves and the rest of the world. We speak a revolutionary language and we fight honestly for the victory of that cause. But frequently we entangle ourselves in the nets of an international law created as the result of confrontations between the imperialist powers, and not by the free peoples, the just peoples, in the course of their struggles.

For example, our peoples suffer the painful pressure of foreign bases established on their territories, or they have to carry the heavy burden of massive foreign debts. The story of these throwbacks is well known to all of us. Puppet governments, governments weakened by long struggles for liberation or the operation of the laws of the capitalist market, have allowed treaties that threaten our internal stability and jeopardize our future. Now is the time to throw off the yoke, to force renegotiation of oppressive foreign debts, and to force the imperialists to abandon their bases of aggression. I would not want to conclude these remarks, this recitation of concepts you all know, without calling the attention of this gathering to the fact that Cuba is not the only Latin American country; it is simply the only one that has the opportunity of speaking before you today. Other peoples are shedding their blood to win the rights we have. When we send our greetings from here, and from all the conferences and the places where they may be held, to the heroic peoples of Vietnam, Laos, so-called Portuguese Guinea, South Africa, or Palestine — to all exploited countries fighting for their emancipation — we must simultaneously extend our voice of friendship, our hand and our encouragement, to our fraternal peoples in Venezuela, Guatemala and Colombia, who today, arms in hand, are resolutely saying “No!” to the imperialist enemy.

Few settings from which to make this declaration are as symbolic as Algiers, one of the most heroic capitals of freedom. May the magnificent Algerian people — schooled as few others in sufferings for independence, under the decisive leadership of its party, headed by our dear compañero Ahmed Ben Bella — serve as an inspiration to us in this fight without quarter against world imperialism.

[19]. Che Guevara delivered this speech at the Second Economic Seminar of Afro- Asian Solidarity, February 24, 1965. He had been touring Africa since December, after addressing the United Nations General Assembly on December 11, 1964. At this crucial time Che was preparing for his involvement in the liberation movement in the Congo, which began in April 1965. This edition of the speech incorporates for the first time corrections made by Che Guevara to the original published version of the Algiers speech. The corrections were made available from the personal archive of Che Guevara held at the Che Guevara Studies Center, Havana.

[20]. Che's participation in the Algiers conference reflects the relationship of Cuba to the Third World. In 1959, following the triumph of the revolution, from June to September, Che embarked on a tour of the countries involved in the Bandung Pact. The Bandung Pact was the precursor to what later became the Movement of Nonaligned Nations. At the First Seminar on Planning in Algeria on July 16, 1963, Che had outlined the experiences of the Cuban Revolution, explaining that he had accepted the invitation to attend “only in order to offer a little history of our economic development, of our mistakes and successes, which might prove useful to you some time in the near future...”

[21]. In this speech Che defined very precisely his revolutionary thesis for the Third World and the integration of the struggle for national liberation with socialist ideas. Che's call in Algeria on the socialist countries to give unconditional and radical support to the Third World provoked much debate. Nevertheless, history would prove him correct.

[22]. This definition of unequal exchange was part of Che's profound appeal made in Geneva on March 25, 1964, at the UN World Conference on Economics and Development in the Third World: “It is our duty to... draw to the attention of those present that while the status quo is maintained and justice is determined by powerful interests... it will be difficult to eliminate the prevailing tensions that endanger humankind.”

[23]. For Che, socialism inherently meant overcoming exploitation as an essential step toward a just and humane society. Che was outspoken on this issue in debates and was often misunderstood, as was his emphasis on the need for international unity in the struggle for socialism. Che's idea was that the international socialist forces would contribute to the economic and social development of the peoples that liberated themselves.

[24]. Che's direct participation from 1959 to 1965 in the construction of a technological and material basis for Cuban society is strongly linked to his idea of creating the new man and woman. This is a question that he constantly returned to, considering it one of the two main pillars on which a new society would be constructed. His strategy was not only to solve immediate problems but to put in place certain structures that would secure Cuba's future scientific and technological development. He was able to advance this strategy during his time as head of the Ministry of Industry. For further reading on this topic, see his speeches: “May the Universities be Filled with Negroes, Mulattos, Workers and Peasants” (1960) and “Youth and Revolution” (1964).

[25]. In his efforts to understand fully the tasks in the transition to a socialist economy, Che came to see the vital role of economic planning, especially in the construction of a socialist economy in an underdeveloped country that retained elements of capitalism. Planning is necessary because it represents the first human attempt to control economic forces and characterizes this transitional period. He warned also of the trend within socialism to reform the economic system by strengthening the market, material interests and the law of value. To counter this trend, Che advocated centralized, antibureaucratic planning that enriched consciousness. His idea was to use conscious and organized action as the fundamental driving force of planning. For further reading see his article “The Significance of Socialist Planning” (1964).
STEINBECK John
10 december 1962: John Steinbeck's speech at the Nobel Banquet at the City Hall in Stockholm.
Edited: 196212102005

"Literature was not promulgated by a pale and emasculated critical priesthood singing their litanies in empty churches - nor is it a game for the cloistered elect, the tinhorn mendicants of low calorie despair. Literature is as old as speech. It grew out of human need for it, and it has not changed except to become more needed." - Steinbeck

"Socialism never took root in America because the poor see themselves not as an exploited proletariat but as temporarily embarrassed millionaires" - Steinbeck

"Our species is the only creative species, and it has only one creative instrument, the individual mind and spirit of a man. Nothing was ever created by two men. There are no good collaborations, whether in art, in music, in poetry, in mathematics, in philosophy. Once the miracle of creation has taken place, the group can build and extend it, but the group never invents anything. The preciousness lies in the lonely mind of a man. And now the forces marshaled around the concept of the group have declared a war of extermination on that preciousness, the mind of man. By disparagement, by starvation, by repressions, forced direction, and the stunning blows of conditioning, the free, roving mind is being pursued, roped, blunted, drugged. It is a sad suicidal course our species seems to have taken. And this I believe: that the free, exploring mind of the individual human is the most valuable thing in all the world.
And this I would fight for: the freedom of the mind to take any direction it wishes, undirected. And this I must fight against: any idea, religion, or government which limits or destroys the individual. This is what I am and what I am about. I can understand why a system built on a pattern must try to destroy the free mind, for this is the one thing which can by inspection destroy such a system. Surely I can understand this, and I hate it and I will fight against it to preserve the one thing that separates us from the uncreative beasts. If the glory can be killed, we are lost." -East of Eden 1952

"I guess this is why I hate governments. It is always the rule, the fine print, carried out by the fine print men. There's nothing to fight, no wall to hammer with frustrated fists."-Travels with Charley, 1962

"What good's an opinion if you don't know?"-Travels with Charley

"Power does not corrupt. Fear corrupts... perhaps the fear of a loss of power."

"...there is a base theme. Try to understand men, if you understand each other you will be kind to each other. Knowing a man well never leads to hate and nearly always leads to love."
LUMUMBA Patrice
de speech van Lumumba | typoscript en correcties
Edited: 196006300901

STAR
Westende - Les Dunes (postkaart verzonden op 18/7/1949)
Edited: 194907181761
28 april 1947: Kontiki-expeditie gaat van start
Edited: 194704281061
De Kon-Tikiexpeditie is de letterlijke vertaling van de titel van het boek dat Thor Heyerdahl schreef over zijn vlotreis over de Grote Oceaan. Kon-Tiki was de naam van het vlot, genoemd naar de Inca-zonnegod, Viracocha, wiens oude naam "Kon-Tiki” zou zijn. De titel van het boek in de Nederlandse vertaling luidt: De Kon-Tiki expeditie, 8000 km per vlot over de Grote Oceaan. In dit populaire boek beschreef Heyerdahl zijn belevenissen tijdens de vlotreis over de Grote Oceaan van Zuid-Amerika naar de Polynesische eilanden.

De reis begon op 28 april 1947. Heyerdahl en vijf metgezellen voeren 101 dagen lang op het vlot en legden meer dan 8000 kilometer af over de Grote Oceaan totdat het vlot op 7 augustus 1947 in de branding bij Raroia, een atol in de Tuamotueilandengroep op een rif werd geworpen. De bemanning overleefde deze schipbreuk en wist het gehavende vlot grotendeels in veiligheid te brengen.
Lustige Blätter (1886-1944) - Duitse satire en cynisme
Edited: 194406611433
Lustige Blätter war der Titel einer deutschsprachigen Satire-Zeitschrift. Als Wochenblatt erschien die Zeitschrift nach einer kurzen Hamburger Startphase von 1886 bis 1944 in Berlin. Gegründet und herausgegeben wurde sie von dem Schriftsteller Alexander Moszkowski.


15 juli 1937: concentratiekamp Buchenwald start
Edited: 193707152514
1937 15. Juli

Auf dem Ettersberg treffen die ersten 149 Häftlinge aus dem KZ Sachsenhausen ein. In den folgenden Wochen löst die SS die Konzentrationslager Sachsenburg und Lichtenburg auf und bringt die Insassen - Widerständler, Zeugen Jehovas, vorbestrafte Kriminelle und vereinzelt auch Homosexuelle - in das neue Lager. Sie müssen den Wald roden, Kanalisation und Stromleitungen legen, Straßen, Kasernen, Wohnhäuser, Garagen und ein Barackenlager bauen. Lagerkommandant ist Karl Koch.

http://www.buchenwald.de/media/index.html (20030924)
Giovanni Boldini (1842 – 1931, Italian)
La toilette (date?)
Edited: 193101110925
Giovanni Boldini, né le 31 décembre 1842 à Ferrare en Italie, et mort le 11 janvier 1931 à Paris, est un peintre et illustrateur italien.

À l'instar de John Singer Sargent, Giovanni Boldini est un portraitiste de réputation internationale, travaillant principalement à Paris et à Londres. Au début du xxe siècle, il est l'un des portraitistes les plus en vue à Paris.



Sacco en Vanzetti op de elektrische stoel ter dood gebracht na schijnproces - song by Joan Baez, music Ennio Morricone
Edited: 192708230905
sacco en vanzetti



(Lyrics by Joan Baez, Music by Ennio Morricone)
Father, yes, I am a prisoner
Fear not to relay my crime
The crime is loving the forsaken
Only silence is shame
And now I'll tell you what's against us
An art that's lived for centuries
Go through the years and you will find
What's blackened all of history
Against us is the law
With its immensity of strength and power
Against us is the law!
Police know how to make a man
A guilty or an innocent
Against us is the power of police!
The shameless lies that men have told
Will ever more be paid in gold
Against us is the power of the gold!
Against us is racial hatred
And the simple fact that we are poor
My father dear, I am a prisoner
Don't be ashamed to tell my crime
The crime of love and brotherhood
And only silence is shame
With me I have my love, my innocence,
The workers, and the poor
For all of this I'm safe and strong
And hope is mine
Rebellion, revolution don't need dollars
They need this instead
Imagination, suffering, light and love
And care for every human being
You never steal, you never kill
You are a part of hope and life
The revolution goes from man to man
And heart to heart
And I sense when I look at the stars
That we are children of life
The workers, and the poor
For all of this I'm safe and strong
And hope is mine
Rebellion, revolution don't need dollars
They need this instead
Imagination, suffering, light and love
And care for every human being
You never steal, you never kill
You are a part of hope and life
The revolution goes from man to man
And heart to heart
And I sense when I look at the stars
That we are children of life
Death is small
TESSENS Lucas
Compagnie Industrielle Union 1908-1919, gestart te Olen in 1912 door J. Leemans; SA Société Générale Métallurgique de Hoboken 1919-1963; NV Metallurgie Hoboken 1963-1970; NV Metallurgie Hoboken-Overpelt vanaf 1970; later Umicore
Edited: 190800001019


Désiré Tessens (1884-1935) was de eerste ingenieur van de fabriek. Hij stierf in 1935 aan de gevolgen van een bestraling door radium.
GILLAM Victor F.
Cartoon 'The Immigrant', 1903
Edited: 190300001501


foto LT
Museum Red Star Line 20160320
TESSENS Lucas, [POPP]
Grootgrondbezit in Antwerpen en Vlaams-Brabant rond 1860. Een analyse van de kadastrale leggers zoals gepubliceerd door Popp.
Edited: 18600238
Nominatieve lijst (naam en voornamen) van de geselecteerde eigenaars per gemeente; vermelding van artikelnummer, beroep en woonplaats; vermelding van het aantal hectaren in eigendom; vermelding van de totale oppervlakte der gemeente. Lijst wordt aangeleverd als print (A4-formaat). In totaal gaat het om ca. 50 gemeenten. Dit piloot-rapport wilde het onderzoek naar 19de-eeuws grondbezit stimuleren. Noot: in 2013 heeft de Universiteit Gent een onderzoek naar de kadastrale leggers opgestart onder de benaming POPPKAD. naar POPPKAD
wiki
Louis Dreyfus Company - LDC
Edited: 185108011465
Louis Dreyfus Company is a global merchant company that is involved in agriculture, food processing, international shipping, and finance. It also owns and manages hedge funds, ocean vessels, develops and operates telecommunications infrastructures and is involved in real estate development, management and ownership.[1] Louis Dreyfus is one of the "ABCD" quartet of companies - alongside Archer Daniels Midland, Bunge and Cargill - that dominates world agricultural commodity trading.[2]

Dreyfus makes up about 10% of the world's agricultural product trade flows. They also are the world's largest cotton and rice trader.[3] They are also regarded by many as the second-largest player in the world's sugar market.[4]

The company Louis Dreyfus Holding BV has its headquarters in the World Trade Center Amsterdam in Amsterdam.[5]

Louis Dreyfus companies are present in more than 100 countries, with 72 offices. Major offices are located in Geneva, London, Beijing, Buenos Aires, Paris, São Paulo, Singapore, New York City and Connecticut.[6]

Aggregate average annual gross sales in recent years have exceeded $120 billion. The company employs more than 22,000 people globally at peak season.

In 1851, the company was founded in the Alsace region of France by Léopold Dreyfus, the 18-year-old son of a farmer from Sierentz, under the name of his father, Louis Dreyfus. Léopold purchased wheat from local farmers in Alsace and transported it to Basel in Switzerland, 13 kilometres (8 mi) away.[7] Léopold developed a fortune whilst still a teenager through cross border cereal trading. He rapidly diversified across shipping, weapons manufacturing, agriculture, oil and banking, thus establishing one of the wealthiest dynasties in Europe.[8] His descendants still own the company to this day. By the early 20th century, the Louis-Dreyfus family was described as one of the "five great fortunes of France". However, as a Jewish family during the Second World War much of the family assets were confiscated by the Vichy government and some members of the family fled to America.[9]

Leopold Louis-Dreyfus's great-grandson, Gérard Louis-Dreyfus, was chairman of Louis Dreyfus Energy Services, a subsidiary of the group involved in crude-oil trading, gas investments and infrastructure. Gérard is also the father of American actress Julia Louis-Dreyfus, the Emmy-winning star of Seinfeld. Another branch of the dynasty, based in Paris, was headed by Robert Louis-Dreyfus (who was also the CEO of Adidas) until his death in 2009. It is currently overseen by his widow, Russian-born Margarita Bogdanova Louis-Dreyfus.[10] A third branch of the family's business is headed by Philippe Louis-Dreyfus (born 1945) and is concerned primarily with offshore industrial activities and freight shipping operations.[11]

read more
Geschiedenis Europa in kaart
Edited: 178812310078